← Nederland

Omgevingsvisie Limburg (Limburg)

Kort samengevat

Deze wet, de Omgevingsvisie Limburg, beschrijft de langetermijnvisie van de provincie Limburg voor de periode 2021 tot 2030-2050, gericht op een toekomstbestendige ontwikkeling en het vinden van een balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/provincie/2024/CVDR705186 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/pv31/2023/omgevingsvisie /join/id/stop/work_019 2023-12-01 2023-12-01 /akn/nl/act/provincie/2024/CVDR705186/nld@2024-01-01 /join/id/proces/pv31/2023/doel_333_a442e265f39b42f0a3ccc7a3af1a29c3 2024-01-01 2026-06-20 2024-01-01 2026-06-20 /akn/nl/act/pv31/2023/omgevingsvisie/nld@2023-11-29;1 /join/id/proces/pv31/2026/intrekking9a17964d9b6a455ea02b6c0e2f52cebf 2026-06-20 /akn/nl/act/pv31/2023/omgevingsvisie /akn/nl/act/pv31/2023/omgevingsvisie/nld@2023-11-29;1 /join/id/stop/work_019 2 Omgevingsvisie Limburg Introductie Introductie: samen werken aan een toekomstbestendig Limburg Uitdagingen op het gebied van gezondheid en veiligheid, veranderingen in de samenleving als gevolg van demografische ontwikkelingen en individualisering, de relatie tussen overheid en samenleving, ontwikkelingen met betrekking tot het klimaat, de aanstaande energietransitie, een landbouwtransitie, digitalisering en de circulaire economie. Dat zijn de vraagstukken waar we in Limburg voor staan. Het zijn fysieke, economische en sociale opgaven én kansen die allemaal hun weerslag op onze (fysieke) leefomgeving hebben. Ze vragen dus om een integrale aanpak. Want die is noodzakelijk om goed met de schaarse ruimte om te gaan. Een integrale Omgevingsvisie is niet voor niets een verplicht instrument van de Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Limburg nemen we u mee in onze lange termijn visie. We laten u voor de periode 2021 tot 2030-2050 zien hoe we richting willen geven aan toekomstbestendige ontwikkelingen en hoe we daarbij steeds de balans zoeken tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. In deze Omgevingsvisie pakken we vraagstukken op waarvoor de Provincie wettelijk verantwoordelijk is. Daarnaast hebben we autonoom vraagstukken naar ons toegetrokken met een groot belang voor onze provincie. Het Rijnlands model, dat staat voor overleg en samenwerking, solidariteit en vakmanschap en dat zich richt op de lange termijn, op waarden als kwaliteit en geluk, is hierbij ons uitgangspunt. Dat betekent dat we aandacht hebben voor alle stakeholders én de samenleving als geheel. We willen dat deze Omgevingsvisie inspireert, verbindt en uitdaagt. De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is in een interactief proces met overheden, semi-overheden, belangenvertegenwoordigers, andere partnerorganisaties en inwoners opgesteld. Deze visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes, op andere onderdelen hebben we nieuwe keuzes gemaakt. Leeswijzer De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: een thematisch deel (deel A van de Omgevingsvisie) en een gebiedsgerichte kijk op deze thema’s (deel B). Om de integraliteit te borgen, leggen we in het thematische deel kruisverwijzingen tussen onderwerpen die elkaar raken. Het thematische deel gaat gedetailleerd in op de opgaven en ambities voor de verschillende thema’s en beschrijft zaken die voor heel Limburg gelijk zijn. Desalniettemin wordt in de thema’s ook gekeken naar regionale verschillen. Opgaven, ambities of rollen beschreven in dit gedeelte gelden dan ook voor de hele provincie, óók als ze niet expliciet benoemd worden in het gebiedsgerichte deel. In het gebiedsgerichte deel worden de thema’s op hoofdlijnen verbonden aan en vertaald naar de drie gebieden Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. Regiovisies met eigen accenten De regiovisies zijn in nauwe samenwerking met partners uit de regio’s opgesteld. Zij volgen dezelfde hoofdstructuur, maar houden elk een eigen indeling aan voor wat betreft de opgaven per regio. Alhoewel de eindredactie bij de Provincie Limburg ligt, zijn de gekozen accenten met en door de regio gekozen. Hierdoor verschillen de regioteksten wat betreft onderwerpen en detaillering. Hoofdstuk 1 Uitdagingen voor de Limburgse fysieke leefomgeving Inleiding Limburg is een prachtige provincie, gelegen tussen de metropoolregio’s de Randstad, de Vlaamse Ruit en het Ruhrgebied, met veel grensoverschrijdende natuurgebieden.Veranderingen in de demografie en het klimaat, trends als individualisering en globalisering, maar ook technologische innovaties maken dat de Limburgse samenleving, de fysieke leefomgeving en de economie de komende decennia blijven veranderen. Ook grote transities, zoals die op het gebied van energie, de landbouw, smart mobility en circulaire economie, zullen leiden tot grote veranderingen van de fysieke leefomgeving. Zowel in stedelijk als landelijk gebied. Bovengenoemde trends en ontwikkelingen bieden onze provincie kansen, maar stellen ons ook voor diverse uitdagingen. We verdelen die in een drietal hoofdopgaven [1] Deze opgaven sluiten aan bij de vier integrale prioriteiten op landelijk niveau zoals deze zijn benoemd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI): Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; en Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. . a. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; 1. in stedelijk c.q. bebouwd gebied 2. in landelijk gebied b. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouw- transitie; c. Klimaatadaptatie en energietransitie. Hoewel dit opgaven zijn die Limburg-breed spelen, verschillen de accenten per gebied en per sector. Deze accenten worden in deze Omgevingsvisie weergegeven.Deze Omgevingsvisie voor 2030-2050 is geschreven vanuit de realiteit en de kennis die we hadden in het jaar 2020. Veranderingen en nieuwe ontwikkelingen volgen elkaar echter in een snel tempo op en lijken zich steeds sneller te voltrekken. De wereld is constant in beweging en de kijk op 2030-2050 kan over een bepaalde tijd nieuwe kansen laten zien door nieuwe ontwikkelingen- en inzichten. Zo is in 2020 door het coronavirus duidelijk gebleken dat er onvoorspelbare zaken gebeuren die grote invloed hebben op onze leefomgeving. Het vraagt ons om op een andere, wellicht meer flexibele wijze naar de toekomst te kijken. Ook het belang van de verbinding tussen de fysieke leefomgeving, veiligheid en gezondheid is hierdoor nogmaals benadrukt. De Omgevingsvisie Limburg is opgesteld in de periode waarin de invloed van deze pandemie ook voor Limburg zichtbaar werd. Het is in deze fase nog te vroeg om een compleet overzicht van de lange termijn effecten te hebben en volledig mee te kunnen nemen in dit document. Echter, de Omgevingsvisie is een dynamisch document met een modulair karakter. Na vaststelling kan het dan ook op onderdelen worden geactualiseerd en qua koers worden bijgestuurd. Zo kunnen de eventuele gevolgen van deze en andere onvoorziene en nieuwe ontwikkelingen altijd een plek krijgen en worden aangepast aan de realiteit die dan bestaat (zie ook het hoofdstuk Van doorwerking naar uitvoering). § 1.1 Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving Ontwikkelingen op het gebied van demografie, klimaat, energie en economie hebben impact op de samenleving. Ingewikkelde maatschappelijke uitdagingen en decentralisaties binnen de overheid vragen om andere manieren van samenwerking tussen verschillende overheidslagen en burgers. De meeste inwoners van Limburg zijn prima in staat hun eigen toekomst vorm te geven. Tegelijkertijd blijkt het niet voor alle Limburgers mogelijk om actief en ondernemend in het leven te staan of aansluiting te houden bij de kansen en ontwikkelingen die zich voordoen. Limburg scoort lager dan de rest van Nederland op het gebied van onder meer (arbeids)participatie, onderwijs en gezondheid [2] Zie onder meer: Regioprofiel Limburg via Planbureau voor de Leefomgeving; Interactieve Gezondheidskaart van de Volkskrant

(2019); Eerste integrale effectmeting Sociale Agenda Limburg
  1. . Het verder versterken van zelfredzaamheid, samenredzaamheid en gelijke (ontwikkel)kansen voor verschillende bevolkingsgroepen is daarom een belangrijk aandachtspunt. De samenstelling van de bevolking en het aantal huishoudens verandert [3] CBS 2019, Etil Progneff2019 update. . Nieuwe prognosecijfers voor bevolking en huishoudens laten een afvlakking van de eerder voorspelde bevolkingsdaling zien. Voor de korte termijn is er in Limburg sprake van stabilisatie van de bevolkingsomvang; de voorspelde bevolkingsomvang in 2030 is nagenoeg gelijk aan die van
  2. Het aantal huishoudens groeit tot
  3. Op de langere termijn wordt er echter wel een bevolkingsdaling voorspeld. Voor het jaar 2050 zal er een daling ten opzichte van 2020 zijn van ongeveer 45.000-115.000 inwoners. Het aantal huishoudens neemt vanaf 2031 af tot het aantal dat gelijk is aan
  4. Deze ontwikkelingen hebben hun weerslag op de fysieke leefomgeving. In stedelijk gebied heeft dit een andere uitwerking dan in het landelijk gebied. a. Een sociaal, gezond en veilig bebouwd gebied. Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid b. Een aantrekkelijk, gezond en veilig landelijk gebied. Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelf- sprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond) waterkwaliteit belangrijke thema’s. Uitdagingen op het gebied van veiligheid en gezondheid lopen hier als een rode draad doorheen in zowel bebouwd als landelijk gebied. Wat betreft de veiligheid speelt de ondermijnende criminaliteit, mede in relatie tot de grensligging van Limburg, een rol. Wat betreft gezondheid is de uitdaging de achterstand die Limburg heeft in te lopen en de regionale en lokale verschillen die zich ruimtelijk uiten aan te pakken [4] Zie onder meer: Interactieve Gezondheidskaart van de Volkskrant
(2019); “Veerkracht in het corporatiebezit” (Aedes). . § 1.2 Toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie Limburg kent prachtige innovatieve bedrijven en een breed MKB-pallet dat de Limburgse economie draagt. Het Limburgse onderwijs scoort op vele fronten prima en veel scholen in Limburg weten te vernieuwen. Limburg kent daarbij ook enkele structurele uitdagingen die aandacht vragen. Tot 2020 groeide het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau namen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen [5] Zie onder meer: Interactieve Gezondheidskaart van de Volkskrant
(2019); “Veerkracht in het corporatiebezit” (Aedes). . Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. Deze ontwikkelingen bieden kansen, maar tegelijkertijd verliezen we hierdoor banen in sectoren waar geen krapte heerst. Door alle technologische ontwikkelingen veranderen banen en ontstaan er nieuwe banen waarvoor andere vaardigheden nodig zijn.De transitie naar een circulaire economie - een randvoorwaarde voor het behoud van welvaart en welzijn - betekent voor alle economische sectoren een omschakeling in productie- en logistieke processen. Uitdagingen hierbij zijn onder meer: de optimalisatie van de inzet van energie en grondstoffen, ketensamenwerking en het sluiten van kringlopen en het zoeken naar andere productieprocessen en verdienmodellen. De economie van Limburg ‘als meest internationale provincie’ is ingebed in een sterke Europese regio met veel koopkracht, arbeidspotentieel, innovatieve bedrijven, sterke kennisinstituten en een goed leef- en vestigingsklimaat. De basis voor grensoverschrijdend denken en handelen van Limburgers wordt gelegd in het verenigingsleven en in ons onderwijs. Administratieve en culturele grensbarrières maken dat de voordelen van deze ligging toch nog niet volledig worden benut. Kansen en uitdagingen hierbij zijn onder meer: het vergroten van grensoverschrijdende samenwerking, het harmoniseren van sociaal-economische spelregels, het verbeteren van (grensoverschrijdende) bereikbaarheid en aansluiting op de (inter)nationale energiehoofdstructuur en digitale netwerken. § 1.3 Klimaatadaptatie en energietransitie Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt zowel uitdagingen en veiligheidsoverwegingen alsook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. De komende jaren is er ook een forse verandering in de Nederlandse energievoorziening. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving. Daarnaast liggen er uitdagingen in onder meer het zoeken van de balans tussen de winning van geothermie en aardwarmte en de bescherming van de grondwaterkwaliteit, het benutten van restwarmte, het energieneutraal maken van de bebouwde omgeving en de beschikking over infrastructuur voor transport en opslag van energie. Haalbaarheid, betaalbaarheid en draagvlak zijn hierbij belangrijke randvoorwaarden. Hoofdstuk 2 Toekomstbeeld 2030 – 2050 Limburg ligt in het sterk verstedelijkte Noordwest-Europa, te midden van grote bevolkingsconcentraties zoals de Randstad, Brabantstad, de Vlaamse Ruit inclusief Brussel en het Rijn/Ruhrgebied inclusief Keulen, Bonn en Düsseldorf. In een zone van 100 km rondom onze provincie wonen 30 miljoen mensen. Limburg is stevig ingebed in euregionaal verband: via goede verknoping van infrastructuren, door sociale en economische banden én door bestuurlijke samenwerking. Door een goede structuur van informatievoorziening en overleg over veranderingen in beleid en regelgeving, voorkomen we problemen in het vrije verkeer en het gebruik van voorzieningen, diensten, goederen en personen. Dit is een doorlopend proces dat maakt dat we onze positie als Euregio gezamenlijk verder versterken. Limburg is een regio die haar inwoners goede omstandigheden biedt om te leven, leren, wonen en werken. Onze provincie kent een goed vestigingsklimaat met een sterke sociale cohesie en uitstekende omgevingskwaliteiten. Dit betekent onder meer dat Limburg welvaart, welzijn en een gezonde, leefbare en veilige leef- en woonomgeving biedt voor alle mensen in Limburg . De leefomgeving in zowel stad als dorp alsook in het landelijk gebied is niet alleen aantrekkelijk, veilig en gezond, maar biedt ook plaats aan een duurzame energievoorziening, voorzieningen voor het opvangen van wateroverlast en voldoende groen om hittestress tegen te gaan. Dit alles is niet vanzelf gegaan. De uitdagingen zoals in het vorige hoofdstuk verwoord, zijn opgepakt door overheden, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en inwoners: samen en ieder vanuit zijn eigen kracht. Limburg heeft een leefomgeving waar mensen zich prettig voelen. Alle mensen in Limburg kunnen wonen in een zelfgekozen woning en woonomgeving (die past bij hun mogelijkheden en levensfase) waar ze zich thuis voelen. De inrichting van de leefomgeving stimuleert bewegen, sporten, ontmoeten, zelfredzaamheid, educatie en een gezonde levensstijl. Daarnaast draagt deze inrichting bij aan de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van de inwoners van Limburg in een kwetsbare positie en aan het verbeteren van hun participatie in de samenleving. Limburg heeft een sterkte culturele basisinfrastructuur, cultureel erfgoed wordt behouden en (her)gebruikt) en Limburg kent een ruim, divers, bereikbaar en toegankelijk aanbod aan kwalitatief goede sport- en cultuurvoorzieningen in de hele provincie. Steden en dorpen hebben een gecoördineerde, organische transformatie doorgemaakt door waar nodig het aanpassen/herschikken van onder meer woningen, winkels, kantoren, werklocaties, vervoers-, nuts-, cultuur- en onderwijsvoorzieningen met respect voor de monumentale en identiteitsbepalende onderdelen. De stedelijke gebieden en de daarmee samenhangende werklocaties, van Maastricht, Parkstad Limburg, Westelijke Mijnstreek, Roermond, Weert, Venlo en Venray hebben door een goede onderlinge samenwerking een centrale rol bij de ontwikkeling van Limburg als geheel. Het samenhangend stedelijk netwerk - het daily urban system - van deze stedelijke gebieden loopt over lands- en provinciegrenzen heen, bijvoorbeeld Weert- Eindhoven, Venlo-Duisburg, Parkstad Limburg - Aken en Maastricht-Hasselt en Luik. Hierbij is Limburg aangesloten op internationale infrastructurele en vervoersnetwerken: smart mobility, weg, rail, water, luchtvaart, energie, (buis-)leidingen én digitaal. De stedelijke centra en de grote productie- en logistieke locaties zijn goed ontsloten en verbonden met deze internationale infrastructuren. Samen met ondernemers, onderwijs en overheden is en wordt invulling gegeven aan de doorontwikkeling naar een duurzame, circulaire en inclusieve economie. Dankzij een sterk adaptief vermogen van ondernemingen, zowel van het midden en klein bedrijf (MKB) als de multinationals, maken sectoren als de (maak-)industrie, agrofoodcomplex, logistiek, vrijetijdseconomie en zorg grote technologische en digitale veranderingen door. Limburg is voor de energievoorziening van haar bedrijvigheid, waaronder Chemelot, grotendeels aangewezen op de aanlevering van energiedragers van elders via robuuste (inter)nationale energienetwerken. Duurzame energieopwekking is in Limburg geïntegreerd in steden, dorpen en enkele grootschalige productielocaties in Limburg. De hele samenleving en het bedrijfsleven zijn succesvol getransformeerd naar een meer circulaire economie. De overgangen tussen bebouwde gebieden en het landelijk gebied zijn optimaal ingericht voor stads(kringloop)landbouw, recreatie, natuur- en landschapsbeleving en klimaatadaptieve voorzieningen. De grondwaterlichamen worden goed beschermd en gereserveerd voor de drinkwatervoorziening. De beekdalen hebben een klimaatadaptieve functie. Zij zijn ingericht op het voorkomen en opvangen van wateroverlast in perioden van hoge neerslag. Maar ze zijn ook ingericht als waterreservoir in het kader van het verminderen van watertekorten in perioden van droogte. Er is meer ruimte voor water, klimaatbossen, natuurgerichte vormen van landbouw en vrijetijdseconomie. Het Natuurnetwerk Limburg [6] Natuurnetwerk Limburg: voorheen Goudgroene Natuurzone en de daarbinnen gelegen Natura 2000-gebieden hebben een meer robuust karakter gekregen. Zij hebben een sterkere onderlinge verbinding en er is ook verbetering van goede instandhoudingscondities voor de biodiversiteit, mede door de multifunctionele overgangszones rondom het Natuurnetwerk. Kringlooplandbouw bepaalt in belangrijke mate het grondgebruik in het landelijk gebied van Noord- en Midden-Limburg buiten de groenblauwe mantel [7] Groenblauwe mantel: voorheen Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone - vooral beek- en rivierdalen en verbindingszones van natuurgebieden - en het Natuurnetwerk Limburg. De balans met de omgeving - water, bodem, lucht, mens en natuur - is hersteld. In het Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg, tevens onderdeel van het Drielandenpark, blijven de omgevingskwaliteiten zoals grondwater, watersystemen, natuur, bodem, rust en het landschap en het erfgoed belangrijk. Zij gaan hand in hand met de ontwikkeling van de landbouw, vrijetijdseconomie en dorpen. Hoofdstuk 3 Limburgse principes en algemene zonering § 3.1 De Limburgse principes De Omgevingswet gaat uit van het zoeken naar de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en onze vrije tijd besteden. De Omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst. Bij (nieuwe) ontwikkelingen kunnen we nog keuzes maken. Daarbij kiezen we voor maatwerk en houden we rekening met het karakter en mogelijkheden van een gebied en de afweging van belangen op lokale schaal. Als we afwegingen maken, doen we dat op basis van onderstaande Limburgse principes. [8] De principes sluiten aan bij de afwegingsprincipes uit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en bij de Duurzame Ontwikkelingsdoelen die de Verenigde Naties in 2015 (als Sustainable Development Goals (SDG’s)) hebben vastgesteld. We streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving Wij zijn er voor alle mensen in Limburg en streven naar een inclusieve, open en participatieve samenleving, waarin iedereen mee kan doen. Nadrukkelijk ook de (sociaal) kwetsbare groepen in de samenleving. We willen voor alle mensen in Limburg een gezond en veilig leefklimaat. Fysieke opgaven zijn onlosmakelijk verbonden met de sociaaleconomische-, veiligheids- en gezondheidssituatie van de inwoners. Bij ontwikkelingen houden we aan de voorkant rekening met deze aspecten. Dit betekent ook dat gebieden zodanig worden ingericht en ontsloten dat zij mensen uitnodigen tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid. Dit sluit aan bij het gedachtegoed van Positieve Gezondheid. De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal Als we ruimte bieden aan nieuwe ontwikkelingen of oplossingen zoeken voor maatschappelijke vraagstukken, vertrekken we vanuit gebieds- en cultuurkenmerken zoals het historisch perspectief, landschap en erfgoed. We streven naar het behoud van deze kenmerken en de identiteit van het gebied. Het resultaat is vaak een gebiedsgerichte aanpak, met ruimte voor maatwerk, die de basis vormt voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers. Meer stad, meer land Limburg kent verstedelijkte en landelijke gebieden. Deze maken deel uit van een grensoverschrijdend netwerk van steden en landschappen. We willen de variatie in gebieden koesteren en zetten zowel in op duurzame verstedelijking als op de transitie van het landelijk gebied. Dit houdt in dat we steden en dorpen compact houden en stedelijke functies daar concentreren. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen horen in principe thuis in bestaand bebouwd gebied. We ontwikkelen landelijke gebieden juist als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden. In het laatste onderdeel van dit hoofdstuk volgt de ‘algemene zonering’ met daarin een overzicht en nadere beschrijving van de diverse gebieden. Hier wordt een globale indicatie gegeven van de verschillen in karakteristieken en ontwikkelingen van de diverse typen van bebouwde gebieden en landelijke gebieden. We gaan zorgvuldig om met onze ruimte en voorraden; boven- én ondergronds Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zetten we in op duurzame ontwikkeling. We gaan voor een sociaal-economische ontwikkeling die tegemoet komt aan de behoeften van de huidige generatie, zonder dat we vraagstukken afwentelen. Het afwentelen van vraagstukken naar toekomstige generaties, andere regio’s binnen of buiten Limburg en naar specifieke groepen in de samenleving, voorkomen we zoveel mogelijk. Onze grondhouding is: benut kansen en los de problemen van vandaag hier en nu op. Voorkom dat ingrepen resulteren in schade of verontreiniging op een later moment en voorkom dat baten en lasten onevenredig worden verdeeld. In lijn met de Omgevingswet gaan wij in de Omgevingsvisie uit van het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden en het beginsel dat de vervuiler betaalt. Hierbij gaat het ook om een evenwichtige ontwikkeling van mens (people), omgeving (planet) en welvaart (prosperity). In onze afwegingen betrekken we naast de impact op mens, economie en welvaart ook de impact op de omgeving en het milieu. Dit houdt in dat we zorgvuldig omgaan met onze fysieke ruimte en milieuruimte, boven- en ondergronds, dat we zoveel mogelijk streven naar mogelijkheden voor functiecombinaties (meervoudig ruimtegebruik zowel kwalitatief en kwantitatief, ook in de tijd) en dat we bestaande functies zoals infrastructuur, openbaar vervoer, voorzieningen of gebouwen optimaal benutten. Dit alles geldt ook voor het omgaan met afvalstoffen en natuurlijke voorraden zoals grondstoffen, fossiele brandstoffen en water. We dringen de onnodige vraag terug door afvalpreventie en energiebesparing, zetten in op hernieuwbare grondstoffen en sluiten kringlopen met behulp van een circulaire economie. We gaan zorgvuldig om met onze archeologie en geologie. In onze afweging bij vervolgbesluiten zullen wij altijd het belang van de fysieke leefomgeving c.q. het brede milieubelang volwaardig en integraal meewegen. Integraal betekent ons inziens betrekking hebbend op alle terreinen van de fysieke leefomgeving. Concreet betekent dit dat wordt ingegaan op de samenhang tussen (programma’s inzake) ruimte, water, milieu, natuur, landschap, economie, energie, land- & tuinbouw, verkeer & vervoer, infrastructuur, cultureel erfgoed en gezondheid. Het nog op te stellen provinciaal monitoringssysteem zal hier op aansluiten. Procesmatige uitgangspunten Naast bovenstaande inhoudelijke principes, hanteren we de volgende procesmatige uitgangspunten voor de uitvoering en samenwerking met onze partners: ● de maatschappelijke opgaven en kansen staan centraal; ● (grensoverschrijdende) samenwerking, participatie en eigenaarschap; ● we werken gebiedsgericht; ● we werken adaptief aan de opgaven; ● we werken als één overheid. Deze uitgangspunten worden beschreven in het hoofdstuk ‘Van doorwerking naar uitvoering’. § 3.2 Algemene zonering Van oudsher zetten we in op het zo compact mogelijk houden van steden en dorpen en het versterken van de vitaliteit, kwaliteit en internationale concurrentiekracht van zowel de uitdijende verstedelijkte gebieden als het landelijke gebied. Hierbij hebben we speciale aandacht voor veiligheid, bereikbaarheid en sociaal-maatschappelijke voorzieningen. De thema’s duurzaamheid, gezondheid en klimaatadaptatie zijn hier de laatste jaren aan toegevoegd. Daarnaast is er steeds meer belangstelling voor de wisselwerking met de ondergrond, en de kwaliteit van de stad-land zones en de overgangsgebieden van stad naar land. Transformaties van oudere delen van het bebouwd gebied gaan de komende decennia een belangrijke rol vervullen. Het toekomstbeeld voor Limburg kan worden gevangen in een indicatieve zonering. Die zonering bouwt voort op de ‘tijdloze’ karakteristiek van de ondergrond; de geomorfologie en het watersysteem en de typering en ontwikkeling van het ruimtegebruik in deelgebieden binnen Limburg in de afgelopen decennia. Het geformuleerde beleid in deze Omgevingsvisie leidt niet tot aanpassingen van de begrenzing in de bestaande indicatieve kaartbeelden. De Omgevingsvisie is een visie in tekst en bevat geen specifiek kaartmateriaal. De begrenzingen van de zoneringen en andere werkingsgebieden die voortkomen uit de Limburgse principes en de uitwerkingen in de thema’s in deze Omgevingsvisie, zullen verankerd worden in het kaartmateriaal behorende bij de Omgevingsverordening Limburg. Daarna dienen deze tevens ter ondersteuning van deze visie. De kaarten bij de Omgevingsverordening zijn zoneringskaarten. Dit betekent dat zones over bouwblokken, gebouwen, wegen, paden en ander grondgebruik, anders dan beoogt in de betreffende zonering, geprojecteerd zijn. Ook komt het voor dat de begrenzing van zones, bijvoorbeeld bufferzones rondom beken, dwars over percelen geprojecteerd zijn. Het precieze begrenzen van alle gebruiksfuncties hoort thuis op het niveau van de gemeentelijke omgevingsplannen. Voor de bestemmingen in de vigerende bestemmingsplannen (onder de Omgevingswet: omgevingsplannen) heeft de Omgevingsvisie geen directe gevolgen. De daarin vastgelegde bestemmingen blijven staan zolang er zich geen nieuwe ontwikkelingen voordoen. Hoofdtype Categorie Landelijke gebieden Groenblauwe mantel [9] Voorheen: Bronsgroene landschapszone en de Zilvergroene natuurzone. Natuurnetwerk Limburg (inclusief Natura2000-gebied) [10] Voorheen: Goudgroene natuurzone. Buitengebied Bebouwde gebieden Stedelijk gebied Stedelijk centrum Landelijke kern Werklocaties Infrastructuren (Inter)nationale weg Provinciale weg (Inter)nationale spoorweg (Inter)nationale waterweg (Lucht)haven (Inter)nationale leidingstrook Deze categorieën van gebieden vormen een mozaïek van aan elkaar grenzende zones die onderling een sterke samenhang en wisselwerking hebben. Die wisselwerkingen komen in de navolgende themahoofdstukken aan de orde. Hier volstaan we met een korte karakterisering van de bovenstaande gebiedscategorieën. Groenblauwe mantel Het Maasdal, de beekdalen en steilere hellingen - voorheen de bronsgroenelandschapszone en zilvergroene natuurzone - vormen samen de circa 36.000 hectaren grote groenblauwe mantel binnen de landelijke gebieden van Limburg. De gebieden liggen als een soort mantel tussen en om het Natuurnetwerk Limburg. Het zijn gebieden waar we goede combinatiemogelijkheden zien voor duurzame vormen van (kringloop) land- en tuinbouw en andere economische functies, vooral door hergebruik van reeds aanwezige monumentale en beeldbepalende gebouwen. In de Groenblauwe mantel blijft de grondgebonden landbouw de belangrijkste functie en is de agrarische sector tevens de belangrijkste beheerder. Wij bieden mogelijkheden voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer die bijdragen aan de instandhouding en versterking van de landschappelijke kernkwaliteiten. De focus ligt hier op het versterken van het klimaatadaptieve karakter met meer ruimte voor de beken en Maas, de biodiver- siteit en kernkwaliteiten van het landschap. Op veel plekken zijn in de rivier- en beekdalen in de loop der tijd steden en dorpen tot ontwikkeling gekomen. Die bebouwde gebieden maken geen deel uit van de groen- blauwe mantel, maar staan er wel mee in verband. Gemeenten hebben de motiveringsplicht om in de toelichting op nieuwe omgevingsplannen of omgevingsplanactiviteiten in de groenblauwe mantel aan te geven hoe met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten in de betreffende gebieden wordt omgegaan. Bij nieuwe ontwikkelingen zal rekening gehouden moeten worden met de aanwezige omgevingskwaliteiten, maar ook met regionale afspraken ten aanzien van de ontwikkeling van onder meer wonen, bedrijventerreinen, detailhandel en vrijetijdseconomie. Natuurnetwerk Limburg De Limburgse natuurgebieden, waaronder ook de Natura 2000-gebieden, vormen samen het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland. Het Natuurnetwerk Limburg beslaat circa 53.000 hectaren. Het Natuurnetwerk Limburg is gelegen in delen van beekdalen, op hellingen en op veen- en stuifzandgebieden van de hoger gelegen gebieden. Binnen het Natuurnetwerk Limburg wordt ingezet op een goede kwaliteit en bescherming van de natuur met een bijzonder accent op bedreigde Limburgse dier- en plantensoorten. Daarnaast is het bieden van mogelijkheden voor natuurbeleving belangrijk. De Natura 2000-gebieden (circa 17.000 hectaren) vormen een selectie binnen het Natuurnetwerk Limburg. Hier ligt de absolute nadruk op de natuurwaarden: het zo spoedig mogelijk en verantwoord bereiken van een gunstige staat van instandhouding van de soorten en habitats, waarop de aanwijzing als Natura2000-gebied is gebaseerd. De Natuurbeheerplannen van de 23 Natura 2000-gebieden in Limburg beschrijven wat daarvoor nodig is. Vanuit de Europa geldt een strenge wet- en regelgeving die gericht is op beheer en bescherming van de natuurwaarden. We werken onder andere via het Aanvalsplan Stikstof aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit van de Natura2000-gebieden. Buitengebied Het buitengebied betreft de landelijke gebieden op de Zuid-Limburgse plateaus en op de hogere zandgronden in Noord- en Midden-Limburg, samen zo’n 85.000 hectaren groot. Vergeleken met Noord- en Midden-Limburg zijn er in Zuid-Limburg minder mogelijkheden voor intensieve vormen van grondgebruik op de plateaus. Dit komt door de aard van de ondergrond en de aanwezige omgevingskwaliteiten. Op de hogere zandgronden van Noord- en Midden-Limburg is, rekening houdend met de natuurlijke omstandigheden en de ruimteclaims vanuit verschillende transitieopgaven, een breed scala aan grondgebruiksvormen mogelijk. Stedelijk gebied Het stedelijk gebied omvat de bebouwde gebieden van de Westelijke Mijnstreek, Heerlen, Brunssum, Landgraaf en Kerkrade en de steden Maastricht, Venlo, Roermond, Weert en Venray. Hier vind je een breed scala aan locaties met functies zoals wonen, winkels, scholen, voorzieningen, wegen en openbare ruimte. De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten. Het is belangrijk dat onder meer in de overgangsgebieden stad-land wordt ingespeeld op ruimte voor klimaatadaptatie via het watersysteem en de groenvoorzieningen. Stedelijk centrumgebied Met stedelijk centrumgebied bedoelen we de centra van de steden Maastricht, Sittard, Heerlen, Venlo, Roermond, Weert en Venray. Behoud en versterking van de vitaliteit van de stedelijke centrumgebieden is hier het uitgangspunt. De centra zijn belangrijke ontmoetingsplaatsen. Een levendig karakter met internationale allure, een sterke menging van functies en een uitstekende bereikbaarheid zijn belangrijk. De ontwikkeling van wonen, bedrijfsruimten, leefbaarheid, regionale voorzieningen, (sociale) veiligheid en gezondheid, openbare ruimte, klimaatadaptie en energie moeten in de centrumgebieden in samenhang benaderd worden. Landelijke kern De leefbaarheid en vitaliteit van de kernen in het landelijk gebied is belangrijk. Een aantal kernen vervult op sommige terreinen een regionale verzorgende functie met onderwijs, zorg, cultuur, winkels en werklocaties. De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten. Werklocatie De beschikbaarheid en kwaliteit van vestigingsmilieus voor het bedrijfsleven is essentieel voor de economische basis van de provincie. Er is sprake van een grote variatie aan vestigingsmilieus, uiteenlopend van grote logistiek-industriële terreinen tot aan campussen, kantoorlocaties en woonboulevards. Infrastructuren Verbindingen tussen gebieden én aansluiting op internationale infrastructuren is vangroot belang. Het gaat om een veelheid aan ‘verbindingen’ en het slim gebruik daarvan. Denk hierbij onder andere aan wegen, spoorwegen, vaarwegen, (lucht)havens, (buis) leidingen, straalverbindingen en digitale verbindingen. Hoofdstuk 4 Provinciaal belang De overheid richt zich op het algemeen belang: datgene wat voor het welzijn van de bevolking in zijn geheel nuttig, gewenst of nodig is. Het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten werken als gezamenlijke overheid aan dat algemene belang. Wij hebben als Provincie speciale aandacht voor het algemeen belang van onze bevolking en het bedrijfsleven. Binnen de overheid richten we ons op onze kerntaken. Daarnaast pakken we autonoom taken op. Het begrip ‘provinciaal belang’ is niet nader afgebakend in de Omgevingswet. In de Memorie van Toelichting worden wél enkele voorbeelden van provinciale belangen genoemd. Aan de hand van de volgende criteria bepalen wij het provinciaal belang: ● er is sprake van de uitvoering van één of meerdere kerntaken van de Provincie; ● er is sprake van een gemeentegrensoverschrijdende/(boven)regionale problematiek; ● er is sprake van een algemeen belang voor de bevolking, de omgevingskwaliteit of het bedrijfsleven in de provincie Limburg. Deze criteria gelden zowel afzonderlijk van elkaar als in combinatie. In de thematische en gebiedsgerichte paragrafen wordt aangegeven wat de provinciale belangen zijn en hoe wij onze rol en instrumentarium gaan inzetten bij zaken waar sprake is van ruimtelijke impact en impact op de omgevingskwaliteit. De Provincie oefent haar taken en bevoegdheden dus uit als dat nodig is met het oog op het provinciaal belang, als dat belang niet doeltreffend en doelmatig kan worden behartigd door gemeente of waterschap, of als dat bij wet is bepaald. Er moet sprake zijn van een belang dat de belangen van de betreffende gemeenten overstijgt (Memorie van Toelichting behorende bij de Omgevingswet). [11] Kamerstuk 33962, nr.3 De in deze visie geformuleerde belangen enambities vloeien voort uit bestaand beleid en bevatten geen financiële consequenties. De inzet van financiële middelen is of wordt bepaald in provinciale beleidskaders en programma’s. Deel A Thematische visies Hoofdstuk 5 Wonen en leefomgeving Provinciaal belang ● Een woningaanbod/ planvoorraad waarbij vraag en aanbod in evenwicht zijn, in kwalitatief en kwantitatief opzicht. Derhalve voldoende (betaalbare) woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek op het juiste moment beschikbaar. ● Alle woningbouwontwikkelingen beschouwen wij als een provinciaal belang. § 5.1 Wat is de opgave? Op het gebied van wonen en leefomgeving liggen regionaal bepaalde uitdagingen én kansen. Limburg scoort op het punt van besteedbaar inkomen, arbeidsparticipatie, sociale contacten, vertrouwen en gezondheid beduidend slechter dan het Nederlands gemiddelde [12] Zie onder meer: Regioprofiel Limburg via het Planbureau voor de leefomgeving. . Daarom kijken we met ons beleid voor wonen niet alleen naar de woonbehoefte en de kwaliteit en betaalbaarheid van de woning én de woon- en leefomgeving, maar kiezen we voor een bredere aanpak. We hebben de ambitie om de brede welvaart van de Limburger te verbeteren. Daarbij zien we ook kansen om een bijdrage te leveren aan de klimaat-, energie-, verduurzamings-, ruimtelijke- en mobiliteitsopgaven die er voor de woningmarkt en in de bebouwde omgeving liggen. We bezien daarbij ook de woningmarktontwikkelingen in gebieden grenzend aan Limburg (nationaal en internationaal). De woningbehoeften van de Limburgers veranderen. Daarom kiezen wij voor een goed doordacht, flexibel beleid op hoofdlijnen. Hiermee spelen we in op de huidige opgaven én de te verwachten uitdagingen in de toekomst. De woonbehoeften van onze inwoners zijn hierbij leidend. Wonen De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Conjuncturele ontwikkelingen en migratiestromen beïnvloeden vraag en aanbod op de woningmarkt. Daarnaast zien we dat de woonvraag verandert waardoor het woningaanbod niet altijd aansluit op de vraag. Daardoor is er op korte termijn een vraag naar woningen voor specifieke doelgroepen en lokaal een overschot aan incourante plannen en woningen. Voor zover (harde en zachte) planvoorraad voorziet in de mogelijkheid om woningen te bouwen waar niet langer behoefte aan is, zal de Provincie in overleg met de gemeenten onderzoeken hoe deze planvoorraad aangepakt kan worden. Hiertoe is reeds in POL2014 een oproep gedaan aan gemeenten, die Limburgbreed nog niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd. Het gevolg is dat woningbouwplannen waaraan dringend behoefte bestaat, niet kunnen worden toegevoegd vanwege een te grote voorraad aan niet meer actuele plannen die niet meer aansluiten bij de behoefte. Volgens de huidige prognoses [13] Zie onder meer: Regioprofiel Limburg via het Planbureau voor de leefomgeving. kunnen we ongeveer vanaf 2030 overschotten in de woningvoorraad verwachten. Lokaal zijn die er nu al of ontstaat dit overschot juist later. Getalsmatig zijn er voldoende woningen en liggen er meer dan genoeg plannen klaar. Kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Daarnaast is er behoefte aan passende, en mogelijk tijdelijke, huisvesting voor bijvoorbeeld internationale werknemers, vluchtelingen, statushouders en woonurgenten. Limburg kent daarnaast een relatief oude, incourante woning- en planvoorraad. Deze woningen moeten toekomst- en levensloopbestendig én verduurzaamd worden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld isoleren, het plaatsen van zonnepanelen en woningen van het gas halen. Dit leidt tot sloop- en/of herstructureringsopgaven in centra, buurten, wijken, dorpen en het buitengebied, om daarmee de woningvoorraad up-to-date en passend bij de woonbehoefte te maken. Bovendien dragen we hiermee bij aan het verbeteren van de sociaal-economische en gezondheidssituatie van de inwoners en het voorkomen van segregatie. De betaalbaarheid van woningen blijft een belangrijk aandachtspunt. Voor sommige doelgroepen nemen kansen op de woningmarkt af. Dit komt door stijgende huurprijzen en hoge inkomenseisen, lossere arbeidsrelaties, passend toewijzen, hogere studie- schulden, strengere hypotheekeisen en weinig doorstroming. Wat betreft onze ambitie is het succes van de woningmarkt onlosmakelijk verbonden met de sociaal-economische- en gezondheidssituatie van de inwoners in de steden en dorpen en het voorkomen van segregatie. Door het in balans brengen van vraag en aanbod kunnen we een tekort aan woningen voor bepaalde doelgroepen voorkomen. Daarnaast heeft dit een positief effect op ongewenste leegstand met de bijbehorende ondermijnings- en leefbaarheidsproblemen. Woon- en leefomgeving De woonkwaliteit voor mensen is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Ook sociaal- economische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving zijn van belang. Leegstand, criminele activiteiten, ondermijning of verloedering en eenzijdig samengestelde woongebieden hebben invloed op de leefbaarheid en kunnen de kloof in de samenleving vergroten. Gemengde wijken [14] Onder gemengde wijken wordt verstaan dat wijken een gevarieerd woningbestand kennen (huur en koop in verschillende prijsklassen). met ruimte voor verschillende leefstijlen dragen bij aan een sterker sociaal weefsel en kunnen bijdragen aan het voorkomen van sociale problemen. Schone lucht, de nabijheid van groen - ook om hittestress tegen te gaan-, voorzieningen om wateroverlast tegen te gaan bij extreme buien en de kwaliteit van de openbare ruimte dragen bij aan de omgevingskwaliteit. § 5.2 Wat is onze ambitie? Samen met onze partners willen we een voortreffelijke woon- en leefomgeving realiseren; een leefomgeving waar mensen zich prettig voelen. Het is belangrijk dat mensen kunnen wonen in een zelfgekozen woning en woonomgeving (die past bij hun mogelijk- heden en levensfase) waar ze zich thuis voelen. Dit doen we door toe te werken naar een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek, die waar mogelijk op het juiste moment beschikbaar én betaalbaar zijn. We faciliteren flexibiliteit op de woningmarkt én stimuleren flexibele woonvormen waardoor we aan de veranderende woonwensen en –behoeften van een diversere groep mensen tegemoet komen in zowel de bestaande bouw als nieuwbouw. Daarnaast laten we de component ‘wonen’ méér zijn dan alleen de spreekwoordelijke stenen. Door in samenhang naar woonopgaves te kijken, leggen we op wijk- en buurt- niveau de juiste verbindingen tussen sociale en fysieke woonopgaven (wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid) en een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving met gevari- eerde woonmilieus. Daarmee willen we verdere segregatie voorkomen en ruimtelijk sturen door te prioriteren op inbreiding (herstructurering/ herbestemming), conform de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Samen met onze partners willen we een voortreffelijke woon- en leefomgeving realiseren. Dit doen we door toe te werken naar een toekomstbestendige Limburgse woningmarkt met voldoende woningen van de juiste kwaliteit op de juiste plek, op het juiste moment beschikbaar en betaalbaar. Verder is het ten aanzien van het project 'Ruimte voor Ruimte' onze ambitie om de komende jaren samen met gemeenten het project af te ronden door middel van de realisatie van in totaal 900 woningen op planologisch aanvaardbare locaties in het buitengebied. Hiermee worden de in 2001 gemaakte afspraken tussen Provincie, de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en Ruimte voor Ruimte Limburg C.V./B.V. niet gewijzigd door de Omgevingsvisie. § 5.3 Waar kiezen wij voor? ● De provinciale Omgevingsvisie is ons richtinggevende kader op hoofdlijnen. Daarnaast maken we nadere uitwerkingen op basis van regionale en lokale woonbehoeften, zoals de Limburgse Agenda Wonen 2020-2023. Deze meer gerichte uitwerkingen zijn noodzakelijk in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma's, agenda's en instrumenten. Enerzijds omdat de woningsbehoefte verandert en anderzijds omdat er lokale en regionale verschillen zijn in de opgaven ten aanzien van woon- en leefomgeving. Zo bieden we flexibiliteit om opgaven gericht op te pakken en bij te sturen. ● Vanuit de wetgever is onze provinciale rol wat beperkt wat betreft dit thema. Vanwege het brede maatschappelijke belang van de opgave kiezen we voor een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. In hoofdzaak acteren we vanuit toegevoegde waarde, meestal ondersteunend en aanvullend aan die van onze partners en via de inzet van (financieel en juridisch) instrumentarium. Indien nodig zullen we onze provinciale instrumenten inzetten. ● Monitoring als basis voor regionale samenwerking. Provinciale monitoring is belangrijk om de Limburgse en regionale woonopgave voortdurend in beeld te hebben. Op basis daarvan kunnen gemotiveerd provinciale en regionale uitwerkingen voor het beleidsveld wonen worden gemaakt. Daarnaast kunnen de regio’s op basis van de monitoringsgegevens hun programmering maken en afstemmen. ● Wij bekijken woningbouwontwikkelingen vanuit een brede maatschappelijkecontext. Dit vraagt een integrale aanpak van locaties en gebieden in de vorm van herstructurering en transformatie/herbestemming in centra, buurten, wijken, dorpen en het buitengebied. Bij onze keuzes houden we rekening met samenhangende belangen zoals leegstand bij detailhandel, kantoren, maatschappelijk vastgoed, monumenten, etc. Daarnaast bezien we de woningopgave altijd in samenhang met veiligheid en leefbaarheid. Met het stimuleren van natuurinclusief en circulair bouwen, de verduurzamingsopgave en het levensloopbestendig maken van bestaande en nieuwe woningen, vragen we om gebruik te maken van meekoppelkansen voor een klimaatbestendige en adaptieve woonomgeving. ● We vinden het belangrijk dat eerst de kwaliteit van het feitelijk bestaand bebouwd gebied op orde wordt gemaakt. Via het principe van de Ladder voor duurzame verstedelijking benutten we de ruimte in bestaand bebouwd gebied optimaal, zowel kwantitatief als kwalitatief. Dat betekent dat eerst leegstaand vastgoed hergebruikt en herbestemd wordt in lijn met de Limburgse principes. Daarvoor werken we samen met andere beleidsvelden. Wonen is in beginsel alleen maar toegestaan in bestaand bebouwd gebied. Hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van flexibele woonvormen. Voorbeelden hiervan zijn tijdelijk permanente bewoning toestaan in recreatieparken voor de huisvesting van internationale werknemers en/of woonurgenten voor de duur van maximaal tien jaar en onder (nader te bepalen) voorwaarden als verdienmodel voor toekomstige herontwikkeling of sanering van het park, of het herbestemmen van monumentale bebouwing in het buitengebied zijn hiervan voorbeelden (zie hiervoor ook het hoofdstuk Economie). Deze uitzondering – hoewel niet tijdelijk – geldt ook voor Ruimte voor Ruimte woningen. ● Waar nodig maken wij met ondernemers ruimte voor arbeidsmigratie met leefbare huisvesting voor tijdelijke internationale werknemers en goede integratie van ‘nieuwe Limburgers’. Wij helpen gemeenten om op een goede wijze de huisvesting te organiseren waarbij we toe willen werken naar één keurmerk, namelijk het keurmerk van de Stichting Normering Flexwonen (SNF). Hoofdstuk 6 Veiligheid en gezondheid Provinciaal belang ● Een gezonde en veilige leefomgeving voor iedere Limburger. ● Een inrichting van de leefomgeving die bewegen, ontmoeten, zelf- en samenredzaamheid, educatie en een gezonde levensstijl stimuleert. § 6.1 Wat is de opgave? Gezondheid en veiligheid hebben veel met elkaar te maken; ze vormen een belangrijke verbinding tussen het fysieke en sociale domein. Beide thema’s verschillen enigszins van de eerder beschreven onderwerpen en raken naast de wettelijke taken van de Provincie ook aan de autonome taakopvattingen van de Provincie [15] Zie ook het hoofdstuk Provinciale belangen en paragraaf 3 “waar kiezen wij voor” . Uitdagingen op het gebied van veiligheid en gezondheid lopen als een rode draad en verbindende factor door de verschillende thematische opgaven en transities in deze Omgevingsvisie. Ontwikkelingen op het gebied van energie, demografie, klimaat en economie, pandemieën (zoals de COVID-19 pandemie), plagen en de grote transities hebben (in)direct invloed op gezondheid en veiligheid. Voorbeelden van die transities zijn de energietransitie met zijn nieuwe technieken en technologieën, de transitie naar smart mobility en de transitie naar een circulaire economie. Er liggen echter ook kansen om gezondheid en veiligheid aan de voorkant van deze ontwikkelingen mee te nemen en zo meerwaarde te creëren. [16] Zie ook het Limburgse principe “streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving..” Veiligheid Ten aanzien van veiligheid valt onderscheid te maken tussen fysieke, externe en sociale veiligheid. Fysieke veiligheid betreft de bescherming of het zich beschermd voelen tegen gevaar dat veroorzaakt wordt door fysieke bedreigingen. Fysieke bedreigingen ontstaan uit (combinaties van) mechanische, chemische, biologische of fysische gevaren. Het betreft onder andere verkeersveiligheid en hoogwaterveiligheid. Externe veiligheid heeft betrekking op veiligheid op en rond industriële complexen en bij het (boven- en ondergronds) vervoeren van gevaarlijke stoffen. Bij sociale veiligheid is sprake van door de burgers ervaren veiligheid in de samenleving. De veiligheidsbeleving van burgers (subjectieve veiligheid) is daar ook van belang. Veiligheid betekent ook het bewust nemen van aanvaardbare risico’s. De Limburgse Veiligheidsregio’s hebben de risico’s in Limburg inzichtelijk gemaakt en geprioriteerd in het provinciaal risicoprofiel. In hun advisering hanteren zij daarnaast ook de kernwaarde veiligheid. Limburg wijkt af van het nationale misdaadbeeld. Diverse Limburgse gemeenten staan in de top 10 als het gaat om inbraken, overvallen, diefstal en andere (ondermijnende) activiteiten. Onze provincie is vanwege haar grensligging extra gevoelig voor criminaliteit en ondermijnende activiteiten. De directe en korte vluchtroutes voor criminelen via de buurlanden België en Duitsland, maar ook Luxemburg en Frankrijk, zorgen ervoor dat een grensoverschrijdende aanpak cruciaal is. Een sterke toename van de druggerelateerde criminaliteit is steeds vaker zichtbaar in onze wijken en buurten, maar ook in het buitengebied. Het grote aantal vrijkomende agrarische gebouwen in het buitengebied draagt daar zeker aan bij. Daarmee komt de leefbaarheid en sociale veiligheid in onze steden, dorpen en buitengebied in het gedrang. Bij het werken aan een veiligere leefomgeving gaat het onder andere om verkeersveiligheid, hoogwaterveiligheid, het tot een acceptabel niveau terugbrengen van risico’s van het werken met en het boven- en ondergrondse vervoer van gevaarlijke stoffen en het continu zo goed mogelijk voorbereid zijn op calamiteiten. De aanpak van opgaven rondom verkeersveiligheid en overstromingsrisico’s wordt bij de betreffende thema’s besproken. Tot slot is ook externe veiligheid van invloed op de leefbaarheid in buurten en wijken. Zo is risicovolle bedrijvigheid mede bepalend voor de veiligheidsbeleving van burgers en dus voor de ervaren kwaliteit van hun woon- en leefomgeving. Gezondheid Naast lichamelijk welbevinden dragen ook de zes pijlers van het gedachtegoed van ‘Positieve Gezondheid’ - mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, sociaal maatschappelijk participeren en dagelijks functioneren – bij aan gezondheid. Als het gaat om gezondheid en participatie dan scoort Limburg op dit moment minder goed dan de rest van Nederland. Hierbij zien we regionale en lokale verschillen. Zuid-Limburg, en dan met name de verstedelijkte gebieden, scoren slecht [17] Zie onder meer: Regioprofiel Zuid-Limburg via het Planbureau voor de Leefomgeving (https://kwaliteit vanlevenpbl.nl/); Interactieve Gezondheidskaart van de Volkskrant
(2019); Eerste integrale effectmeting Sociale Agenda Limburg 2025. . De achterstanden zijn hardnekkig en dat zien we terug in alle vijf factoren die centraal zijn gesteld in de effectmeting voor onze Sociale Agenda: (arbeids)participatie, onderwijs, gezondheid, jeugd en sociaal kapitaal. Landelijke studies bevestigen dat beeld: Limburg scoort op het punt van besteedbaar inkomen, arbeidsparticipatie, sociale contacten en vertrouwen en gezondheid beduidend slechter dan het Nederlands gemiddelde. [18] Bron: PBL-rapport kwaliteit van leven in de regio, PBL/Telos 2019. Voor deze opgaven liggen er niet alleen uitdagingen en plichten op persoonlijk vlak, maar is er ook betrokkenheid en verantwoordelijkheid nodig van maatschappelijke initiatieven, bedrijfsleven en (semi-)overheden. Gezondheid wordt voor een deel beïnvloed door omgevings- en milieukwaliteit. Denk aan de luchtkwaliteit, geuroverlast en geluidhinder rondom industrie, wegen of veehouderijen. Dit laatste speelt met name in Noord- en Midden-Limburg. Een gezonde leefomgeving heeft een positieve invloed op gezondheid. Daarom is het van belang om relatief rustige en stille gebieden te behouden en waar mogelijk uit te breiden. Ook de woningkwaliteit en de stagnerende doorstroming op de woningmarkt beïnvloeden de gezondheid. De inrichting van de woon- en leefomgeving speelt ook een rol. Dichtbebouwde stedelijke gebieden krijgen bijvoorbeeld als gevolg van de warmere zomers vaker te maken met hittestress. Ook bereikbaarheid, cultuur, het voorzieningenniveau en de beschikbaarheid van ontmoetingsplekken zijn hierbij belangrijk. Naast deze - deels - fysieke componenten die de gezondheid beïnvloeden, zijn er veel andere zaken die samenhangen met gezondheid. Denk aan de toenemende individualisering, de toenemende eenzaamheid onder bepaalde doelgroepen waaronder ouderen, iemands sociaaleconomische positie en de extramuralisering van de zorg. § 6.2 Wat is onze ambitie? Wij willen een gezonde en veilige leefomgeving voor iedereen in Limburg. De Provincie Limburg heeft de ambitie om de komende jaren meer nadruk te leggen op risicogestuurd werken. Het streven is om overal in de fysieke leefomgeving minimaal een voldoende fysieke en sociale basiskwaliteit te realiseren. Daarmee wordt ook voldaan aan de wettelijke grenswaarden. Voor luchtkwaliteit streven we naar een luchtkwaliteit die voldoet aan de huidige wettelijke grenswaarden. Daarbij werkt de Provincie binnen haar bevoegdheden en rollen op het vlak van luchtkwaliteit aan een voortdurende verbetering. Voor wat betreft geluid streven we naar een acceptabel geluidsniveau langs provinciale wegen en nabij provinciale bedrijven. In samenhang zoeken we gebiedsgericht en per ontwikkeling naar kansen voor verbetering en streven we naar een hoger kwaliteitsniveau. Dit kwaliteitsniveau is afhankelijk van de omgeving van het desbetreffende gebied. Daarnaast willen we met de inrichting van de leefomgeving bijdragen aan een gezonde en veilige omgeving die bewegen, ontmoeten, zelfredzaamheid, educatie en een gezonde levensstijl stimuleert. Zo dragen we bij aan het vergroten van de zelf- en samenredzaamheid van Limburgers in een kwetsbare positie en het verbeteren van hun participatie in de samenleving. Ook zetten we erop in om, zoveel mogelijk vanuit de verbinding tussen opgaven, samen met de burger en onze partners waar nodig extra kwaliteit te realiseren. Leefbaarheid, gezondheid en veiligheid zijn hierbij de (ver)bindende factoren. § 6.3 Waar kiezen wij voor? Op het gebied van gezondheid en veiligheid heeft de Provincie een beperkt aantal wettelijke taken en bevoegdheden. Voor wat betreft fysieke veiligheid en externe veiligheid zijn we onder meer bevoegd gezag in het Omgevingsrecht voor milieubelastende activiteiten, natuur en landschap, bodem, (grond)water, bouwen én dragen we zorg voor een passende waterveiligheid en een verkeersveilige infrastructuur. Vanuit onze wettelijke verantwoordelijkheden zijn we convenantpartner van het Regionaal Informatie en Expertisecentrum (RIEC); een netwerkorganisatie die overheden in Limburg helpt om kennis- en veiligheidsinformatie uit te wisselen ter bestrijding van bijvoorbeeld milieucriminaliteit. De Commissaris van de Koning (CdK) heeft bijzondere rijkstaken in de ondersteuning van de verantwoordelijke veiligheidspartners. [19] De Cdk heeft wettelijke taken bij rampenbestrijding en crisisbeheersing, bij buitengewone omstandigheden en op het vlak van (dreigende) verstoring van de openbare orde. De CdK vervult in het verlengde hiervan een euregionale, verbindende, intermediaire en stimulerende rol. Verder heeft de CdK een faciliterende en coördinerende rol, zodat de integraliteit van o.a. het veiligheidsbeleid geborgd wordt. Bovendien kunnen individuele ministers of de regering de CdK als rijksorgaan een specifieke opdracht geven. Gedeputeerde Staten geven vanuit hun (wettelijke) verantwoordelijkheden vorm aan het veiligheidskader. Voor deze Omgevingsvisie zijn vooral de fysieke en externe veiligheid van belang. Daar waar sociale veiligheid raakvlakken heeft met de fysieke leefomgeving, wordt dit ook meegenomen. Bij het thema gezondheid zijn geen directe wettelijke taken aan de orde, maar gelet op de schaal van de gesignaleerde opgaven en de samenhang pakt de Provincie onder andere een autonome coördinerende rol. Bij provinciale opgaven nemen we gezondheid steeds vanuit de brede definitie als uitgangspunt mee. De brede definitie van gezondheid gaat uit van de gezondheid van groepen en/of de gezondheid binnen gebieden. Daardoor is het gemakkelijker om vraagstukken op lokaal, regionaal en provinciaal niveau te benaderen. Algemeen ● Wij werken intensief samen met gemeenten, corporaties, instellingen, veiligheids- partners (waaronder de Veiligheidsregio’s als belangrijke adviseur, maar ook landelijke veiligheidsorganisaties zoals Defensie), GGD’en, bedrijven en burgers aan een integrale aanpak van de veiligheid en leefbaarheid in steden en dorpen en aan de gezondheid van de inwoners. De Provincie Limburg heeft daarin een coördinerende rol, gericht op een gezamenlijke en één effectieve overheidsaanpak in Limburg. Daartoe bevorderen wij de samenwerking tussen partners en nemen wij verantwoordelijkheid bij onze kerntaken op het gebied van veiligheid en gezondheid. De Provincie heeft hierbij een rol als netwerk-partner. ● Vanuit onze wettelijke taken als bevoegd gezag op een breed terrein van milieubelastende activiteiten, werkt de Provincie aan de kwaliteit van de leefomgeving. Daarbij benutten we zo veel mogelijk koppelkansen met gezondheid en veiligheid in brede zin. Voor een aantal onderdelen zijn taken belegd bij de regionale uitvoering- diensten (RUD’s). ● Wij houden ons aan de normen die Europees en nationaal worden gesteld aan omgevingsveiligheid en gezondheid en zetten in op een efficiënte en professionele uitvoering van onze (wettelijke) kerntaken op het gebied van omgevingskwaliteiten (VTH). Veiligheid ● Voor wat betreft externe veiligheid ligt de focus op het beheersen van bestaande en/of toekomstige risico’s. ● De Provincie Limburg werkt risico-gestuurd, informatie- en omgevingsgericht aan de veiligheidsopgaven. Aan de hand van deze werkwijze bepalen we de belangrijkste doelstellingen op het gebied van veiligheid. We inventariseren de grootste risico’s in het behalen van die doelstellingen en we komen met maatregelen waardoor we die risico’s kunnen beheersen of verminderen. Door deze aanpak spreken we dezelfde taal als belangrijke partners in de veiligheidsketen. Een goed voorbeeld hiervan is de Veiligheidsregio, waar risico-gestuurd werken al jarenlang de boventoon voert. Dit draagt mede bij aan het succes van een integrale aanpak in de crisisbeheersing. ● Wij zoeken bij grootschalige fysieke ontwikkelingen de kansen voor verbetering van de veiligheid en leefomgevingskwaliteit, zoals bij de Regiodeal Parkstad en de Regiodeal Noord-Limburg, de wijkenaanpak, etc. ● We zetten in op het clusteren van risicovolle industriële activiteiten. Een combinatie van risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten is echter niet altijd te vermijden. In die gevallen willen we het gebied zo veilig mogelijk inrichten, zodat grote groepen mensen beschermd worden tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen (zie ook de hoofdstukken Werklocaties en Limburg in bovenregionaal perspectief). ● Adequate communicatie over externe veiligheid(risico’
  1. s)is van groot belang. In de recent vastgestelde ‘Veiligheidsvisie Chemelot e.o.’ is bijvoorbeeld het ontwikkelen van een integrale communicatieaanpak voor risico-/crisiscommunicatie als expliciet actiepunt benoemd. De uitwerking van een voorstel daartoe is inmiddels gestart. De Veiligheidsregio Zuid-Limburg neemt hierin het voortouw, vanuit haar wettelijke taken en verantwoordelijkheden voor risico- en crisiscommunicatie. Aan de hand van een belevingsonderzoek zijn de vragen die bij burgers leven geïnventariseerd. De resultaten van dit belevingsonderzoek vormen belangrijke bouwstenen voor de optimalisatie van de integrale risico- en crisiscommunicatie rondom Chemelot. ● Wij werken met onze nationale, regionale en lokale publieke en private partners aan een gecoördineerde en integrale aanpak voor een veilige leefomgeving gericht op het tegengaan van criminaliteit. Dit doen we op drie niveaus: de georganiseerde aanpak gericht op bestrijding van ondermijning door georganiseerde misdaad, preventie in de wijk en een gerichte aanpak in het buitengebied. ● Daar waar wij geen wettelijke bevoegdheid of kerntaken hebben, vervullen wij vanuit de Veiligheidsagenda de rol van een goed midden bestuur door te faciliteren, verbinden, netwerken, signaleren en zo nodig coördineren. Met de Veiligheidsagenda geven we een extra impuls aan onze reguliere wettelijke taken. Het buitengebied in heel Limburg is één van de speerpunten in deze Veiligheidsagenda, en ook ondermijning pakken we hierbij samen met onze handhavingspartners op. Gezondheid en aanpak sociale opgaven Gezondheid heeft raakvlakken met het sociale en fysieke domein. In de diverse onderdelen van deze Omgevingsvisie focussen we ons in relatie tot gezondheid op de fysieke componenten die de gezondheid beïnvloeden, zonder hierbij de aanhaking naar het sociale en economische beleid te vergeten. Zo kijken we onder meer naar omgevings- en milieukwaliteit, stille gebieden, de inrichting van de woon- en leefomgeving en (de bereikbaarheid en toegankelijkheid van) het voorzieningenniveau. De Provincie Limburg kijkt vanuit onder meer de Sociale Agenda breder naar het thema gezondheid. Dit heeft ook raakvlakken met de fysieke leefomgeving en wordt hieronder daarom kort benoemd. ● We geven mede vanuit de Sociale Agenda Limburg samen met onze partners invulling aan de Trendbreuk aanpak. [20] Met de Trendbreuk aanpak wordt ingezet op het inlopen van gezondheidsachterstanden en het bevorderen van een inclusieve, open en participatieve samenleving. ● Gezondheid heeft met vrijwel alle maatschappelijke opgaven raakvlakken en moet daarom in samenhang worden opgepakt. ● Vanuit onze provinciale rol als regisserend en coördinerend midden bestuur willen we verbindingen leggen tussen opgaven en projecten en de meer kwalitatieve (gezondheids-) aspecten in de omgeving. We leggen positieve verbindingen tussen partijen en benoemen meekoppelkansen vanuit de invalshoek van de sociale en fysieke leefkwaliteit en de economische aspecten van gezondheid. De meekoppelkansen voor de gezondheid met de grootste maatschappelijke meerwaarde en urgentie worden geagendeerd in de opgave of het project. Hierdoor ontstaat in het gebied meer betrokkenheid, draagvlak en commitment voor de betreffende projecten. Door de vroegtijdige betrokkenheid van de omgeving kunnen processen versneld uitgevoerd worden, kan de burger haar rol oppakken en wordt de sociale cohesie vergroot. De aanpak op opgave of projectniveau biedt ruimte voor een gebiedsdifferentiatie. Hierdoor kunnen we beter sturen op het benutten of ontwikkelen van ruimte en andere voorraden. ● Gezondheid ● In lijn met de Sociale Agenda Limburg focussen we op impactvolle projecten met bewezen interventies, waar eigenaarschap van onderop aan de orde is én projecten die op schaalbaar en duurzaam zijn. Deze aanpak zorgt voor een maatwerkbenadering, breed commitment en synergie. Dit heeft een multipliereffect en een positief effect op kostenefficiency en integrale sturing. Naast deze regisserende, coördinerende en aanjagende rol, is de Provincie soms ook faciliterend en stimulerend bezig en kan zij haar rol als lobbyist nemen. ● Vanuit het sociaal domein wordt met een ketenbenadering gewerkt waar - per fase van de keten - gericht interventies plaatsvinden. Deze aanpak is opgepakt in een samenwerking tussen kennisinstellingen, het openbaar bestuur, ketenpartners en de inwoners van Limburg en gaat uit van een strategisch lange termijn aanpak. Hierbij is een gebiedsgerichte aanpak wenselijk. ● De Provincie geeft met de partners invulling aan een economische agenda in relatie tot gezondheid. Denk aan arbeidsparticipatie maar ook gezondheid als business, bijvoorbeeld via Brightlands Maastricht Health Campus en Brightlands Campus Greenport Venlo. ● De toeristisch-recreatieve bedrijfstak kan bijvoorbeeld via aanleg en bewegwijzering van routes een positieve bijdrage leveren aan gezondheid door het stimuleren van meer beweging en het vertoeven in de buitenlucht. ● Door middel van het aanwijzen van stiltegebieden kiezen we ervoor om een aantal van oudsher stille gebieden ook stil te laten blijven, met een richtingswaarde voor het geluidsniveau van 40 dB of lager. In deze stiltegebieden geldt een aantal beperkingen, geregeld in de Omgevingsverordening. De gebieden zijn herkenbaar gemarkeerd en dragen bij aan de bewustwording van milieu en natuur. Hoofdstuk 7 Cultuur, sport en erfgoed Provinciaal belang Lijstaanhef... ● Een divers aanbod van regionale voorzieningen voor sport en cultuur. ● Het behoud en (her)gebruik van cultureel erfgoed en monumenten in hun omgeving (erfgoed- ensembles). ● Een zorgvuldige omgang met, en behoud van archeologische waarden. § 7.1 Wat is de opgave? Cultuur, in al haar vormen, brengt mensen verder. In hun persoonlijke ontwikkeling en in hun onderlinge verhoudingen, in relatie tot de eigen geschiedenis, leefomgeving en de huidige samenleving als geheel. Cultuur draagt bij aan het (h)erkennen, uitdragen en/of vernieuwen van de eigen en gezamenlijke (Limburgse) identiteit van mensen en bevordert het openstaan voor de identiteit van anderen. Cultuur biedt ontmoeting en een aantrekkelijke vrijetijdsbesteding. Hiermee heeft cultuur een positieve impact op de gezondheid en is het een belangrijk middel voor het sociale domein. De intrinsieke waarde van cultuur en de professionele culturele sector is van belang voor het leefklimaat en de sociale en economische ontwikkeling van Limburg en haar inwoners. In Limburg werken culturele makers in een creatief en innovatief klimaat, gefaciliteerd door voorzieningen in de fysieke omgeving. Deze culturele voorzieningen dragen net als sportieve voorzieningen bij aan een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat in Limburg. Dat is van belang voor inwoners, werknemers, werkgevers en de toeristische sector. Hierdoor wordt het voor jongeren en studenten interessanter om in onze provincie te blijven of om ernaar terug te keren. Verder zijn het religieuze- en verenigingsleven en de daarbij behorende accommodaties een belangrijk onderdeel van onze maatschappij. Ten opzichte van het sterke profiel van de 'Stedelijke Cultuurregio Zuid' – met Maastricht als één van de acht culturele brandpunten van Nederland - is het cultuuraanbod in Noord- en Midden-Limburg nog onderbelicht. Gemeenten in Noord- en Midden-Limburg werken samen aan een versterking en verbreding van het cultuuraanbod, passend binnen een profiel voor de 'Cultuurregio Noord-Limburg'. Sporten is niet alleen ontspannend, het heeft ook een positief effect op de mentale en fysieke gezondheid. Sportstimulering kan een belangrijke bijdrage leveren aan de gezondheid van de Limburgers. Daarbij is het van belang om rekening te houden met trends in de sportbeoefening. Sporten in geijkte verbanden, zoals sportclubs, neemt af. Mensen sporten meer individueel of in niet-reguliere locaties en verbanden. Dit betekent dat er een opgave ligt om bestaande sportvoorzieningen aan te passen en nieuwe voorzieningen te creëren die aansluiten op de veranderende behoefte dat er een opgave ligt om bestaande sportvoorzieningen aan te passen en nieuwe voorzieningen te creëren die aansluiten op de veranderende behoefte. Culturele- en sportevenementen zorgen voor een levendige omgeving, een positief imago en stimuleren de plaatselijke economie. Het belang van het bezoeken van evenementen in de vrijetijdsbesteding is toegenomen. Evenementen bieden bewoners en bezoekers de mogelijkheid hun vrije tijd prettig te besteden en dragen bij aan de leefbaarheid van de omgeving. Evenementen zorgen voor verbinding, versterken het gemeenschapsgevoel en de betrokkenheid van bewoners en bezoekers bij de omgeving. Tegelijkertijd kan het ook negatieve effecten met zich meebrengen, zoals druk op de leefbaarheid en openbare (natuur)gebieden. De wereld om ons heen verandert snel. We staan aan het begin van een aantal omvangrijke transities in de fysieke leefomgeving. In deze turbulente tijden kan benutting van cultureel erfgoed houvast bieden. Oók in landelijke gebieden waar door demografische ontwikkelingen leegstand en verloedering van monumentale panden dreigt. Gebiedskenmerken en lessen uit het verleden kunnen inspiratie bieden om oude waarden een plek te geven in de leefomgeving van de toekomst. Limburg kent een diversiteit aan cultureel erfgoed, zoals de historische cultuurlandschappen, kastelen en boerderijen, industrieel en religieus erfgoed. Daarnaast zijn in Limburg veel archeologische waarden aanwezig. Samen vormen zij de biografie van onze leefomgeving. Het is van belang dat de (eigentijdse) Rijks- of gemeentelijk beschermde monumenten hergebruikt worden. Zo kunnen we het verhaal doorvertellen en verbindt het hergebruik de inwoners met hun omgeving. Voor grote monumentale complexen in Limburg is dat hergebruik een zware opgave voor de eigenaren, mede gelet op de hoge kosten van restauraties. Bij herbestemming is het van belang om het monument als ensemble te behouden, inclusief zijn historische inbedding in het landschap. Het is voor heel Limburg een generieke opgave om de historische gelaagdheid van ons landschap te behouden en dit te benutten bij het ontwerpen van opgaven en transities. Hoewel er een juridische basis is voor bescherming van archeologische waarden, is het beleid en de uitvoering ervan versnipperd tussen Rijk, Provincie, gemeenten en waterschap. Wij willen, aansluitend op de ambitie van het Rijk, een verbindende rol hebben op het gebied van beleid en inhoud. De uitvoering van de juridische borging van archeologie is vooral gericht op behoud van wetenschappelijke waarden in de bodem, in een depot en in wetenschappelijke rapporten. De toegevoegde waarde van het archeologische verhaal voor een locatie of geplande ontwikkeling is onderbelicht. Het is wenselijk om de archeologische verhalen dichter bij de samenleving te brengen, zodat deze verhalen gebruikt kunnen worden bij ontwikkelingen en vice versa. § 7.2 Wat is onze ambitie? Wij zijn trots op ons erfgoed en spannen ons in voor het behoud en gebruik ervan. Tegelijkertijd staan wij open voor nieuwe ontwikkelingen en nieuwe vormen van cultuur. We werken samen met het Rijk en gemeenten aan een sterke culturele basisinfrastructuur. Binnen de 'Cultuurregio Noord-Limburg' en de 'Stedelijke Cultuurregio Zuid' zijn de gemeenten de trekkende overheid. We willen dat zoveel mogelijk Limburgers kunnen sporten en bewegen. Daar waar wij daartoe een (bovenlokale) rol voor ons als Provincie zien weggelegd, zetten wij samen, of door middel van onze ondersteuningsstructuur, in op breedtesport, talent-ontwikkeling/topsport en sportevenementen. Wij ondersteunen met ons cultuur- en sportbeleid grote en kleine evenementen door middel van subsidieregelingen en via het provinciaal Cultuurplan en de Subinfrastructuur. Daarbij moet onze inzet van meerwaarde zijn voor wat andere partners doen, al dan niet vanuit een wettelijke taak. Wij bezien dit vanuit een euregionaal perspectief. Daarnaast zetten we ons met eigenaren, Rijk, gemeenten en deskundigen in voor het behoud en de herbestemming van beschermde monumenten. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen willen we dat cultureel en industrieel erfgoed niet alleen vanuit behoud benaderd wordt, maar dat de historische structuren ook inspiratie bieden voor gebiedseigen ingrepen. We willen onze archeologische rijkdom verbinden met onze huidige en toekomstige leefomgeving. Doelgerichte en efficiënte archeologische onderzoeken zijn hierbij van belang. § 7.3 Waar kiezen wij voor? Samenwerking in de cultuurregio’s is gericht op de versterking, verbreding en vernieuwing van het cultureel aanbod in heel Limburg. Daarnaast zetten we in op de versterking van het productieklimaat en op het bereiken, behouden en betrekken van meer en nieuw publiek. ● Het is een uitdaging voor de cultuursector om de regionale of lokale inbedding van het cultuuraanbod onderdeel te maken van het artistiek proces. Het cultuuraanbod kan worden verrijkt door meer te gaan maken en/of te presenteren in de directe leefomgeving, in verbinding met (de verhalen van) de mensen die daar wonen en werken. Wij willen dit stimuleren door verbinding te leggen tussen ons cultuurbeleid en overig beleid, (zoals op het gebied van de Sociale Agenda), wonen & leefomgeving, monumenten of stedelijke ontwikkeling. Door culturele en creatieve functies onder te brengen in wijken en buurten, of als herbestemming te geven aan leegstaande gebouwen van regionale of lokale betekenis zoals monumenten en beeldbepalende gebouwen, of door de kenmerkende ruimtelijke omgeving te benutten als onderdeel van het cultuuraanbod, wordt er ruimte voor makers gecreëerd. Dit doen we in samenwerking met het Rijk, gemeenten en relevante partners. Zo dagen wij het Rijk ook uit om te komen met investeringen in de Limburgse cultuursector. Een ruim, divers, bereikbaar en toegankelijk aanbod aan kwalitatief goede sport- en cultuurvoorzieningen in heel Limburg. ● We kiezen waar mogelijk voor een leefomgeving en infrastructuur die aanzet tot bewegen. Zo stimuleren we het combineren van sport- en recreatiemogelijkheden bij de ontwikkeling van stadsnatuur, stad-landzones en het natuurinclusief bouwen in steden. Ook de aanleg en opwaardering van recreatieve fietspaden in het landschap kan een bijdrage leveren. Het gebruik van dit soort routes willen wij stimuleren. ● We zetten ons in voor maatschappelijke accommodaties en ondersteunen in lijn met het Nationaal Sportakkoord de verduurzaming van sportaccommodaties en omgevingen. Met de ondertekening van de 'Routekaart Verduurzaming Sport' hebben we hierin de eerste stap gezet, de concrete invulling van onze rol zal daaruit voortvloeien. Het behoud en (her)gebruik van cultureel erfgoed is een provinciaal belang. Samen met eigenaren, Rijk, gemeenten en deskundigen zetten we ons in voor een duurzaam en veilig behoud en hergebruik van monumenten, inclusief groene monumenten. Cultureel erfgoed genereert op een natuurlijke manier betrokkenheid van mensen bij hun omgeving. ● We willen de (huidige) cultuurhistorische kernkwaliteiten van het beschermingsgebied van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg en de groenblauwe mantel behouden, beheren, ontwikkelen en beleven. Ontwikkelingen binnen de ruimte die het beleid voor de verschillende thema’s biedt, zijn mogelijk mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden (‘ ja-mits’). We continueren de motiveringsplicht in de Omgevingsverordening. Daardoor wordt gemeenten gevraagd om in de toelichting op nieuwe omgevingsplannen of omgevingsplanactiviteiten aan te geven hoe zij met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten in de betreffende gebieden omgaan. ● We kijken in advisering en bij subsidieverlening naar het monument in zijn omgeving; het erfgoed ensemble. ● We zetten ons in voor het herbestemmen van zowel religieuze als niet-religieuze beschermde monumenten om zo dat deel van ons Limburgs erfgoed te behouden. Het behoud van monumenten weegt nadrukkelijk mee bij stadsontwikkelingen of het beheer van Natura 2000-gebieden. ● Door erfgoed, maar ook cultuur, als inspiratiebron te benutten voegen we kwaliteit en eigenheid toe aan het ruimtelijk ontwerp en de inrichting bij grote ruimtelijk opgaven. Daartoe stelt de Provincie kennis- en gebiedsanalyses beschikbaar, zoals de eerder opgestelde Cultuurhistorische waardenkaart Limburg, het Handvat kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-Limburg en het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg. Wij willen gemeenten bij het opstellen van kwaliteitskaders en omgevingsvisies ook ondersteunen met kennis over landschap en cultuurhistorie, bijvoorbeeld middels een landschapsbiografie. ● We ondersteunen het behoud van kennis over cultureel erfgoed door de ontwikkeling van een erfgoedkaart voor gemeenten. ● Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, wordt tevens de mogelijkheid van herbenutting van leegstaande Rijks- of gemeentelijk beschermde monumenten en beeldbepalende gebouwen onderzocht. De Omgevingsverordening verplicht tot het motiveren van de herbenutting van deze leegstaande gebouwen. Archeologie is een interessante kwaliteit voor gebruik en ontwikkeling van de leefomgeving. ● We stimuleren en ondersteunen initiatieven die de vertaalslag maken van wetenschappelijke onderzoeksrapporten naar publieksvriendelijke vertalingen of ruimtelijke ontwerpen. ● Door middel van bruikleenovereenkomsten en subsidieregelingen stimuleren en ondersteunen we het exposeren van vondsten uit het provinciaal depot voor bodemvondsten. ● We ondersteunen initiatieven die bijdragen aan doelgericht en efficiënt archeologisch onderzoek en dragen hier zelf aan bij door in overleg te gaan met betrokken marktpartijen. ● Archeologische aandachtsgebieden zijn belangrijke gebieden met representatieve en relatief gave delen van de verschillende Limburgse cultuurlandschappen. Ze hebben een groot potentieel aan archeologische waarden die het verhaal van Limburg vertegenwoordigen. Onderzoek naar en behoud van deze archeologische waarden in deze aandachtsgebieden is van provinciaal belang. Hoofdstuk 8 Economie Provinciaal belang Een excellent vestigingsklimaat met een sterke economische structuur: ● Innovatiekracht en bloeiende innovatie ecosystemen op basis van triple helixsamenwerking. ● Een circulaire economie. ● Een goede kennis- en onderwijs (infra) structuur. ● Een wendbare en inzetbare arbeidsmarkt, waarin talent op elk niveau tot zijn recht komt. § 8.1 Wat is de opgave? Ook in Limburg hebben we te maken met mondiale opgaven en transities op het gebied van energie, duurzaamheid, voedsel, gezondheid en digitalisering. Deze transities hangen met elkaar samen en wijzen in de richting van een circulaire economie. Het spaarzaam omgaan met grondstoffen en het hergebruik van grondstoffen en materialen is een grote opgave voor de Limburgse economie. Deze opgave biedt kansen voor innovatie en groei van de Limburgse bedrijvigheid. Echter, het vraagt ook om een sterk adaptief vermogen van ondernemers en ondernemingen. Vooral omdat de Limburgse economie met onder meer haar (maak-)industrie, agrofoodcomplex (zie hoofdstuk Landbouw), logistiek, vrijetijdseconomie en zorg extra gevoelig is voor de grote technologische en digitale veranderingen. De vier Brightlands campussen en de daarbij behorende (euregionale) samenwerking tussen ondernemers, overheid en onderwijs, kunnen een belangrijke rol spelen in deze transities. Hiervoor zal de samenhang tussen de campussen en de verbinding met het MKB verder versterkt moeten worden. De stedelijke omgeving en de campussen in het bijzonder moeten aantrekkelijk en passend uitgerust zijn voor wat betreft het huisvesten van startende en doorgroeiende bedrijven. Hun kennis en onderzoek moet gefaciliteerd worden met experimenteerruimte, bijvoorbeeld in de vorm van ‘field labs’. Voor Chemelot Industrial Park is de transitie naar een circulaire site essentieel. Op Chemelot is sprake van een unieke combinatie van grootschalige bulk productie in de bedrijven op Chemelot Industrial Park en kennisontwikkeling, innovatie en valorisatie van kennis op Brightlands Chemelot Campus. De transitie naar een circulaire economie vraagt hier om ruimte voor de inzameling en opslag van materialen. Bij een toekomstbestendige economische structuur hoort ook een aantrekkelijk vestigingsklimaat (zie ook hoofdstuk Werklocaties), zowel voor ondernemers als voor werknemers en studenten. Limburg heeft meerdere troeven in handen met de Brightlands campussen en de daarbij behorende innovatieve sectoren, de triple helix samenwerkingen én uiteraard de bijzondere natuur en cultuur meerdere troeven in handen. Het blijft voor ondernemers van belang dat er geïnvesteerd wordt in infrastructuur en bereikbaarheid via de weg, het spoor, water, lucht, buis en digitaal. Ook de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel is voor ondernemers cruciaal. Voor studenten en (internationale) werknemers is voldoende en betaalbare huisvesting belangrijk. Economische structuurversterking vraagt ook om aandacht voor onderwijs en arbeidsmarkt. Onderwijsinstellingen moeten hun opleidingsaanbod goed laten aansluiten op de economische sectoren die nu en in de toekomst voor Limburg van belang zijn. Daarnaast hebben we een beroepsbevolking nodig, die vitaal, duurzaam en grensoverschrijdend inzetbaar is. Zoveel mogelijk Limburgers moeten een kans krijgen om te participeren op de arbeidsmarkt. Enerzijds omdat dit nodig is om economische ambities te realiseren, anderzijds omdat werken bijdraagt aan het terugdringen van verschillen in gezondheid en participatie. Op deze vlakken ligt een opgave waar de Provincie een bijdrage aan kan leveren. ● tussen beleving en bescherming van landschap en natuur; ● tussen belangen van toeristen, recreanten en inwoners; ● tussen uiteenlopende wensen van verschillende groepen recreanten; ● tussen de verschillende groepen in het landelijk gebied die gebruik maken van dezelfde infrastructuur. Ook de vrijetijdseconomie vormt een belangrijke economische pijler in Limburg. Voor een florerende vrijetijdseconomie zijn de kwaliteit van landschap en natuur, aantrekkelijke steden en een goede bereikbaarheid van belang. Een stabiele balans is nodig: Vraag en aanbod van verblijfsaccommodaties dienen beter in balans gebracht te worden, zowel kwantitatief als kwalitatief. Meer van hetzelfde leidt tot verdringing en leegstand. Een voortdurende kwaliteitsslag is nodig om nieuw en bestaand aanbod aan te passen aan de veranderende vraag van zowel vaste als nieuwe gasten. Bij de herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing wordt verblijfsrecreatie vaak, zonder nadere kwantitatieve en kwalitatieve onderbouwing, als mogelijke nieuwe functie gezien. Dit is geen realistische oplossing wanneer dan sprake is van enkel een kwantitatieve toevoeging. Oneigenlijk gebruik van verblijfsaccommodaties, (zoals permanent of tijdelijk wonen), leidt tot vertroebeling van de recreatieve identiteit en is ongewenst. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor handhaving, maar dat blijkt niet eenvoudig. Naast de campussen zijn grote economische dragers zoals Maastricht Aachen Airport, Chemelot Industrial Park, VDL Nedcar, Greenport Venlo, de centra van de grote steden, maar ook de mogelijke vestiging van de Einstein Telescoop in Zuid-Limburg van belang voor de economische structuur en werkgelegenheid in Limburg. Bij het behoud en versterken van deze economische dragers blijft een belangrijke vraag hoe we dit doen zonder de omgevingskwaliteit én de leefkwaliteit van omwonenden aan te tasten. § 8.2 Wat is onze ambitie? Voor de economische ontwikkeling van Limburg blijft versterking van de regionale economische structuur binnen een excellent vestigingsklimaat het uitgangspunt. De ruimtelijke mogelijkheden zijn randvoorwaardelijk voor deze ambitie. Onze inzet dient samen met die van onze partners bij te dragen aan een aantal maatschappelijke opgaven waar Limburg voor staat. Daarvoor formuleren we net als de VN, EU en het Rijk een beperkt aantal missies die onze focus bepalen. In het missie gedreven economisch beleidskader zijn twee missies benoemd: ‘Limburg maakt energiek!’ en ‘Limburg maakt gezond!’ Deze missies hebben betrekking op gezondheid, gezonde voeding, groene kennis en duurzame/circulaire ondernemers. Wij werken aan een circulaire economie waarin energie, grondstoffen, materialen en componenten zo lang mogelijk en weloverwogen van waarde blijven voor productie en consumptie. Daarmee leveren wij een duurzame en impactvolle bijdrage aan werkgelegenheid, innovatie, CO2-reductie en toegevoegde waarde voor Limburg. Daarbij is het belangrijk om spaarzaam om te gaan met natuurlijke en vaak eindige grondstofbronnen. Daarnaast richten we ons op het behouden en uitbouwen van breed, toekomstbestendig en kwalitatief goed onderwijs en het versterken van de wendbaarheid en inzetbaarheid van de Limburgse beroepsbevolking. De Provincie heeft weliswaar geen directe wettelijke taken en/of bevoegdheden op onderwijs, arbeidsmarkt en sociaal domein, maar kan wel andere overheden, onderwijs en ondernemers faciliteren en regionale belangen agenderen. § 8.3 Waar kiezen wij voor? Samen met ondernemers, onderwijs en overheden willen wij bijdragen aan de doorontwikkeling naar een duurzame, circulaire en inclusieve economie. Dat betekent dat we steeds verbindingen leggen naar andere thema’s en sectoren. Het Limburgs Aanbod ‘Limburg maakt Nederland groter!’ dat we samen met 40 partners in 2018 aan het nieuwe Kabinet deden, is hiervan een goed voorbeeld. Hierin benoemen we drie investeringslijnen gericht op de verduurzaming van Chemelot en de Limburgse gebouwde omgeving en de transformatie van de regio Parkstad. Het missie gedreven economisch beleidskader waarin de maatschappelijke opgaven voor Limburg centraal staan, is een ander goed voorbeeld. De oplossingen hiervoor zijn veeleer bij cross- overs tussen sectoren, dan binnen de sectoren zelf te vinden. Welke accenten we in het economisch beleid leggen, bepalen we per collegeperiode. Die accenten krijgen vervolgens uitwerking via beleidskaders, programma’s, bestuurlijke afspraken en uiteindelijk concrete acties. Dat kan zich ook vertalen in investeringen in infrastructuur en (digitale) bereikbaarheid (zie ook hoofdstuk Mobiliteit), klimaatadaptatie (zie ook hoofdstuk Water), de zorg voor een veilige leefomgeving (zie ook hoofdstuk Veiligheid en gezondheid) en biodiversiteit (zie ook hoofdstuk Natuur). Hier stippen we een aantal ontwikkelingen aan waaraan de Provincie belang hecht. Campusontwikkeling ● Wij blijven inzetten op de doorontwikkeling van de vier Brightlands-campussen in Limburg en versterking van de samenhang daartussen. Elke campus kent zijn eigen inhoudelijke focus. Zo is de Brightlands Chemelot Campus in Sittard-Geleen gericht op (duurzame) chemie, nieuwe materialen en duurzame biomedische oplossingen. De Brightlands Maastricht Health Campus focust zich op life sciences, de Heerlense Brightlands Smart Services Campus op digitale transitie en diensten en de Brightlands Campus Greenport Venlo op gezonde en veilige voeding. Op elke campus is een campusorganisatie actief die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling. De Provincie Limburg is – naast de UM en een derde, vaak private partij – als aandeelhouder betrokken in elke campusorganisatie. ● Wij doen dit missie-gedreven: we zoeken aansluiting bij de (inter)nationale missies en transities waar ook onze regio voor staat. We blijven de aantrekkelijkheid en bereikbaarheid van de afzonderlijke locaties versterken. Innovatie en cross-overs: belang stedelijke centra ● In de toekomst kunnen naast de campussen ook bijvoorbeeld in de binnensteden innovatie-milieus ontstaan, die elkaar en de campussen kunnen versterken. Dergelijke ontwikkelingen hebben toegevoegde waarde voor de structuurversterking en daarmee het vestigingsklimaat van Limburg. Stedelijke en grootstedelijke allure is onmiskenbaar een factor die onze regio aantrekkelijk maakt voor talent. ● Voor innovatiebevordering van het Limburgse MKB zetten wij het LIOF in. Daarnaast zoeken wij samenwerking met diverse intermediaire - en brancheorganisaties en partners in de regio zoals de steden en de regionale triple helix-organisaties (ESZL, Keyport, Crossroads Limburg). Einstein Telescoop ● Wij steunen de kandidatuur voor de vestiging van de Einstein Telescoop in Zuid-Limburg. ● Bij een positieve beslissing over onze kandidatuur bekijken we hoe we naast een optimale wetenschappelijke en economische verankering, ook een optimale planologische inpassing van de Einstein Telescoop binnen de totale grensregio kunnen realiseren. Hierbij houden we rekening met de aanwezige omgevingskwaliteiten. ● Daarbij zullen wij ondersteunend aan de rijksverantwoordelijkheid kijken naar zowel bestaande kwaliteiten en waarden voor bodem en omgeving, alsook naar nieuwe ontwikkelingen die relatie kunnen hebben met de ontwikkeling van de Einstein Telescoop. ● De Einstein Telescoop wordt de gevoeligste detector ter wereld en een wereldwijd knooppunt voor onderzoek naar zwaartekrachtgolven. Dat schept grote kansen voor wetenschap, werkgelegenheid, innovatie en talentontwikkeling. De grensregio Zuid-Limburg is in beeld als één van de twee mogelijke locaties in Europa, vanwege de bijzondere bodemsamenstelling, de rust, de aanwezigheid van vele betrokken onderzoeksinstituten, de innovatieve hightech industrie in de directe omgeving en het internationale leef- en vestigingsklimaat. ● Einsteintelescoop ● Een locatiekeuze wordt in 2025 verwacht, waarna realisatie binnen 10 jaar moet volgen. Nederland anticipeert hier samen met België en Duitsland op, dit op basis van een kabinetsbesluit over de kandidatuur van de grensregio. De Einstein Telescoop als 'infrastructurele magneet’ is een grote impuls voor het grensoverschrijdende ecosysteem van onderzoek, innovatie-valorisatie en talentontwikkeling. ● Met de haalbaarheidsstudies, de realisatie van de het R&D Fieldlab ETpathfinder en een vooraanstaande weten- schappelijke groep in Maastricht hebben Nikhef en Provincie Limburg met hun partners met steun van het Kabinet al fors geïnvesteerd in de kandidatuur. De ingeslagen weg tot een kandidatuur sluit ook aan bij de in- vesteringen die reeds zijn gedaan met de Universiteit Maastricht in het breder verankeren van de natuurwetenschappelijke opleidings- en onderzoekinfrastructuur inclusief een faculteit Science & Engineering in Limburg. Onderwijs en arbeidsmarkt ● Het investeren in, behouden en aantrekken van talent is een belangrijke opgave voor Limburg. De inwoners van Limburg moeten goed en breed worden opgeleid en zichzelf blijven ontwikkelen. De snel veranderende werkomgeving vraagt dat medewerkers op alle niveaus met hun competenties blijven meebewegen. Daarvoor is het nodig dat de regionale arbeidsmarkt en de kennis- en onderwijsinfrastructuur goed op elkaar aansluiten en dat zij zichzelf, inspelend op de transities, blijven vernieuwen. ● De Provincie vindt een goede onderwijs- en kennisinfrastructuur die op alle niveaus aansluit op de regionale behoeften en potenties van groot belang en legt daartoe verbindingen met Limburgse ondernemers en kennisinstellingen. Wij versterken waar mogelijk de bereikbaarheid van onderwijslocaties (op een zo duurzaam mogelijke manier) en de wendbaarheid en inzetbaarheid van de Limburgse beroepsbevolking. ● In de uitvoering van ons beleid richten we ons op het versterken van het vakmanschap in sectoren die voor de Limburgse economie relevant zijn. We werken aan een ecosysteem waarin ondernemers, overheden en kennisinstellingen samen streven naar een goede fysieke infrastructuur, het delen van data en kennis, het vormen van sterke netwerken en het voeren van een gezamenlijke marketingstrategie, gericht op één sterk merk en de juiste doelgroepen. Circulaire economie ● De circulaire economie is zowel internationaal, nationaal alsook in Limburg vooralsnog een bescheiden economische kracht. Om meer in de richting van een circulaire economie te bewegen, zijn onderstaande actielijnen van belang: ○ het goede voorbeeld geven en goede initiatieven faciliteren ○ het verbinden van partijen en ketens ○ het stimuleren van innovatie en vakmanschap ○ het delen van kennis met bedrijfsleven en burgers ● In de komende jaren verkennen wij de ruimtebehoeftes van de circulaire economie aan de hand van een aantal concrete praktijkcasussen. Denk hierbij aan verduurzaming van de Chemelotsite (Chemelot Circular Hub), het realiseren van kringlooplandbouw en de beschikbaarheid en het gebruik van bouwgrondstoffen, maar ook aan sturingsvraagstukken voor clustering van bedrijven om ketens te sluiten. Daarbij formuleren we zonodig aanvullende afwegingsprincipes bij de ‘Limburgse Principes’ (zie hoofdstuk Limburgse Principes en algemene zonering) voor de omgang met deze ruimtebehoeftes. Chemelot-site ● Specifiek bij Chemelot ondersteunen we de ambitie om in 2050 een klimaatneutrale chemie-site te zijn. Zo werken we met het initiatief Chemelot Circular Hub aan de propositie om van Limburg het eerste circulaire knooppunt te maken waar inwoners, MKB en industrie zorgvuldig omgaan met mensen, grondstoffen, energiebronnen en ruimte. Dit vraagt enerzijds om voldoende beschikbaarheid van betaalbare en groene energiedragers (zoals elektriciteit) en anderzijds om de ontwikkeling van een integraal buisleidingnetwerk tussen kust en achterland. Vanuit een integrale gebiedsvisie, ook in relatie tot de kwaliteiten van de omliggende gebieden, werken we met betrokken overheden, partijen op Chemelot, omwonenden en andere belanghebbenden aan een gedragen toekomstbeeld voorde omgeving van Chemelot. ● Voor Chemelot geven we samen met betrokken (overheids)partners uitvoering aan de Veiligheidsvisie Chemelot. Adequate communicatie betreffende externe veiligheid(srisico’
  2. s)is van groot belang. De Veiligheidsregio Zuid-Limburg neemt hierin het voortouw vanuit haar wettelijke taken en verantwoordelijkheden voor risico- en crisiscommunicatie. De resultaten van een belevingsonderzoek bij burgers vormen belangrijke bouwstenen voor de optimalisatie van de integrale risico- en crisiscommunicatie rondom Chemelot. VDL Nedcar ● VDL Nedcar is een belangrijk bedrijf voor de automotivesector in de Limburgse maakindustrie. Het bedrijf biedt werkgelegenheid aan ongeveer 5000 mensen. Voor de continuïteit van het bedrijf is het strategisch belangrijk dat VDL Nedcar over uitbreidingsruimte beschikt. In samenwerking met de betrokken gemeenten, willen wij deze strategie faciliteren en daarmee de automotivesector in Limburg veranderen. ● Het goed managen van geluidproductie – het vaststellen en beheren van geluid- productieplafonds – op industrieterreinen is cruciaal om de ontwikkelruimte optimaal te kunnen benutten en de bescherming van de leefomgevingskwaliteit in de omgeving van het terrein te borgen. Dit is complexe materie. De werklocatie VDL Nedcar blijft in de Omgevingsverordening aangemerkt als industrieterrein van provinciaal belang. Provinciale Staten hebben hierdoor de bevoegdheid tot het wijzigen, vaststellen en naleven van geluidproductieplafonds. ● De Provincie heeft vanwege het provinciaal belang en de werkgelegenheid binnen deze sector de regie genomen voor de Gebiedsontwikkeling uitbreiding VDL Nedcar. Daarvoor is een inpassingsplan in procedure gebracht. Belangrijk is dat hier een goede balans wordt gevonden tussen economie, milieueffecten en de leefbaarheid van de kernen in de omgeving. Hiervoor hebben wij het initiatief project 'Landgoederenzone Swentibold' opgepakt. Maastricht Aachen Airport De luchthaven Maastricht Aachen Airport (MAA) is een belangrijk onderdeel van onze internationale én regionale (lucht)infrastructuur. Het Rijk heeft MAA bestempeld als regionale luchthaven van nationale betekenis. ● Bij de verdere ontwikkeling van de luchthaven is het van belang om te sturen op de balans tussen de economische kansen die de luchthaven biedt, veiligheid én de belangen van de leefomgeving, zoals milieu en gezondheid. Het aantal ernstig gehinderden mag ten opzichte van de huidige vergunde situatie in de toekomst niet toenemen (mededeling Portefeuillehouder, december 2019, conform PS besluit mei 2014). Zie ook hoofdstuk 17.4. ● Verder zetten wij in op een zorgvuldige voortgang van de lopende onderzoeken naar de meest efficiënte toekomst voor MAA en haar omgeving, en zullen middels een apart Statenvoorstel de provinciale toekomstvisie voor MAA en Aviation Valley vorm geven. Vrijetijdseconomie ● Wij willen het vakmanschap in de (water)recreatie sector versterken. We bevorderen dat ondernemers, overheden en kennisinstellingen samenwerken aan een goede fysieke infrastructuur. Ook bevorderen we het delen van data en kennis, het vormen van sterke netwerken en het ontwikkelen van een gezamenlijke marketingstrategie, die gericht is op de juiste doelgroepen. Een specifiek aandachtspunt daarbij is het voorkomen van overdruk om recht te doen aan belangen van inwoners. ● We kiezen voor het verhogen van de kwaliteit van het aanbod. Een kwantitatieve uitbreiding van het aanbod is alleen mogelijk als dit niet leidt tot verdringing en leegstand. Dit geldt zowel voor verblijfs als dagrecreatie. ● Dagrecreatieve voorzieningen zoals bioscopen, casino’s, kartbanen en trampolineparken horen thuis in het ‘bebouwd gebied’ (‘stedelijk gebied’, ‘stedelijke centrumgebied’ en ‘landelijke kern’). Dit type voorzieningen en andere functies (zoals detailhandel en horeca) versterken elkaar en kunnen daardoor met name de vitaliteit van stedelijke centra versterken. De schaal van de voorziening dient te passen bij de schaal van de kern. In het buitengebied en de groenblauwe mantel zijn alleen initiatieven voor vrijetijdseconomie mogelijk die daar functioneel aan gebonden zijn, zoals een kampeerterrein, een dagstrand, agrotoerisme of een visvijver voor de sportvisserij. Een uitzondering hierop is het vestigen van een grootschalige (boven)regionale dagrecreatieve trekker in het buitengebied; indien de beoogde locatie bij een integrale afweging de meest optimale locatie blijkt. ● Wij blijven de voorkeur geven aan het gebruik van monumenten en beeldbepalende gebouwen voor de vestiging van nieuwe initiatieven op het gebied van vrijetijdseconomie, als daar kwantitatief en kwalitatief behoefte aan is. ● Het blijft wenselijk harde planvoorraad voor vrijetijdseconomie waarvoor geen zicht op realisatie is, te schrappen. De harde planvoorraad belemmert goede nieuwe initiatieven. ● Wij blijven voorstander van afspraken over kwantiteit en kwaliteit van verblijfsrecreatie en hotels op regionale schaal. ● De kwaliteitsslag die is ingezet voor bungalowparken en kampeerterreinen moet worden voortgezet en aangevuld met een kwaliteitsslag voor hotels. Bij deze kwaliteitsslag wordt in een maatwerkaanpak per individuele onderneming de gewenste doorontwikkeling bepaald. Mogelijke opties zijn daarbij onder meer: een verdere doorontwikkeling van het bedrijf, eventueel in combinatie met een kwaliteitsverbetering; een herontwikkeling van de bestaande locatie binnen de vrijetijdseconomie; een transformatie/sanering van de bestaande locatie naar een andere functie. Hier kan sprake zijn van een nieuwe functie voor bestaande gebouwen, sloop van die gebouwen of een combinatie daarvan. ● We continueren het beleid om het gebruik van recreatieverblijven voor andere functies dan verblijfsrecreatie, zoals permanent en tijdelijk wonen, te verbieden. In afwijking van het voorgaande blijft, in het kader van de revitalisatie c.q. sanering van vakantieparken en kampeerterreinen, onder voorwaarden tijdelijke huisvesting van short-stay internationale werknemers toegestaan voor maximaal tien jaar. Indien nodig zullen wij, in datzelfde kader en onder nader te bepalen voorwaarden, ook tijdelijke huisvesting van woonurgenten toestaan. Indien nodig werken wij dit beleid voor vrijetijdseconomie nader uit in een programma. Voor zover nodig en mogelijk leggen wij deze keuzes ten aanzien van vrijetijdseconomie (opnieuw) vast in de Omgevingsverordening. Hoofdstuk 9 Werklocaties Provinciaal belang Genoeg en kwalitatief goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven: werklocaties voor bedrijven, kantorenlocaties en winkelgebieden. § 9.1 Wat is de opgave? Voor de vestiging of uitbreiding van bedrijven is geschikte huisvesting en ruimte noodzakelijk. Dat kan in Limburg een probleem zijn. Soms is er onvoldoende beschikbare ruimte, of voldoet de ruimte niet aan de eisen van de gebruikers. Die eisen kunnen bovendien in de toekomst veranderen door digitalisering, verduurzaming, globalisering of robotisering van bedrijfsprocessen. In Noord-Limburg ontstaat druk op grootschalige kavels, die met name gebruikt worden door logistieke bedrijven die de corridor van Rotterdam/Antwerpen naar het Ruhrgebied willen benutten. Dit vraagt om het maken van keuzes, ook omdat niet alle logistieke bedrijven evenveel toegevoegde waarde leveren aan onze economische structuur. Bedrijventerreinen Er is een behoorlijke voorraad aan bedrijventerreinen; ruim 800 ha (11%) is nog beschikbaar. Op de reeds uitgegeven oppervlakte (6.500
  3. ha)zijn ruim 11.000 bedrijfsvestigingen met bijna 220.000 werkzame personen actief. Uitgaand van de situatie op 31 december 2019 en het meerjarig gemiddelde uitgiftepatroon is onze voorraad toereikend voor zo’n zeven en tien jaar. Afhankelijk van de vraagontwikkeling kunnen zich echter knelpunten voordoen in soort en kwaliteit van terrein dat nodig is. Vanuit financieel en economisch oogpunt kan het aantrekkelijk zijn om nieuwe gronden te ontwikkelen. Vanuit het oogpunt van circulariteit van bestaande bedrijfsgebouwen en optimaal ruimtegebruik is dat niet altijd de beste keuze. Multifunctioneel ruimtegebruik en herstructurering bieden hier kansen. De kwaliteit van Limburgse bedrijventerreinen is niet overal aan de maat. Het gevolg is dat verouderde bedrijventerreinen leegstaande plekken en panden bevatten. In sommige gevallen leidt dit tot verloedering en criminele activiteiten. Daarnaast beschikken gemeenten vaak niet over de financiële middelen of spankracht om in samenwerking met de vele eigenaren bestaande bedrijventerreinen op te knappen en structureel te onderhouden. Tegelijkertijd dringen bedrijven aan op de aanleg vannieuwe bedrijventerreinen. Gemeenten kunnen zo in een dilemma terechtkomen. Kantoren De Limburgse kantorenmarkt is een regionale markt. Vanwege een zekere structurele leegstand en de structureel lagere vraag naar kantoormeters is het nodig plancapaciteit te reduceren. In verband met versterking van binnensteden als belangrijke ontmoetings en werkplek ligt de nadruk op kantoorontwikkelingen in de centrumgebieden en aanpalende stationsomgevingen van de steden. De centrale opgave blijft: 'Groei in kwaliteit zonder toename van kwantiteit'. Winkelgebieden De Limburgse detailhandelsector is een belangrijke sociaaleconomische sector, met €7,3 miljard consumentenbestedingen [21] Bron: Koopstromenonderzoek Limburg 2019 , 50.000 banen en 5.960 winkels met een totale oppervlakte van 1.997.000 m² winkelverkoopvloeroppervlak [22] Bron: Etil . Limburg heeft echter teveel winkels. De verwachting is dat het aantal winkels de komende jaren flinkreduceert. De centrale opgave is dan ook een groei in kwaliteit bij een afnemende kwantiteit. E-commerce is de grootste drijver van groei. De toekomst van online retailers is onzeker door de hoge logistieke kosten, die vaak niet worden verhaald op de klant. Veel grote spelers zijn dan ook bezig met een herinrichting van van hun logistieke proces. Er zijn veel manieren waarop dat kan en hiervoor is steeds maatwerk vereist. Kopen over de grens is nog steeds belangrijk. Hoewel inwoners van de provincie Limburg sinds 2009 fors minder in het buitenland kopen, bestaat er nog altijd wederzijds een sterke afhankelijkheid van bestedingen uit het buitenland. Limburg trekt ruim €1 miljard niet-dagelijkse koopkracht (excl. toerisme en online) van buiten de provincie aan, terwijl er circa €321 miljoen afvloeit. Het Limburgs winkelaanbod functioneert daarmee sterk op koopkracht uit het buitenland, vooral in het grensgebied en in enkele grote koopcentra zoals Venlo-centrum, de binnenstad van Maastricht en het Designer Outlet in Roermond [23] Bron: Koopstromenonderzoek Limburg 2019 . De stromen voor horeca hebben een sterke samenhang met dekoopstromen voor recreatieve aankopen. De grotere binnen- steden en centrumgebieden zijn belangrijke locaties voor een bezoek aan de horeca. Toeristische toevloeiing heeft een relatief groot aandeel in de totale bestedingen. Het aanbod in een aantal specifieke gemeenten is daardoor sterk afhankelijk van het toerisme. Er zijn grote verschillen in verzorgingsfunctie tussen winkelgebieden. Limburg moet rekening houden met een verdere afname van winkelaanbod in alle lagen van de detailhandelstructuur. Daar ligt een opgave voor zowel de overheid als voor vastgoedeigenaren, beleggers en ondernemers. De uitkomsten van het 'Koopstromenonderzoek Limburg (KSOL)' kunnen daarbij helpen. § 9.2 Wat is onze ambitie? Het is onze ambitie om ook in de toekomst te beschikken over genoeg werklocaties en goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven, zoals bedrijventerreinen, kantoorlocaties en winkelgebieden. Samen met gemeenten en/of eigenaren werken we de komende jaren toe naar werklocaties die zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht aan de maat zijn. Daarbij willen we zo efficiënt mogelijk omgaan met het ruimtebeslag. § 9.3 Waar kiezen wij voor? Nederland verstedelijkt steeds meer. Dat geldt ook voor Limburg. De ruimte voor recreatie, natuur, wonen en bedrijvigheid staat onder druk door andere bestemmingen. Ook bedrijven zijn ruimtevragers. In het algemeen geldt: hoe compacter de werklocaties, hoe beter de omgevingskwaliteit. Grote logistieke bedrijven passen echter niet zomaar op alle bestaande bedrijventerreinen. Vestiging is vaak alleen mogelijk op nog niet bebouwde plekken op grootschalige logistieke terreinen of, als uitbreiding niet meer mogelijk is, op nieuw aan te leggen terreinen. Dit laatste gaat ten koste van andere bestemmingen en de landschappelijke kwaliteit. Anderzijds liggen er ook kansen om bedrijventerreinen multifunctioneel in te zetten en ze op die manier een bijdrage te laten leveren aan andere doelen, zoals de energietransitie. Ook liggen er kansen in het voorkomen van wateroverlast en droogte (zie ook hoofdstuk Water), de zorg voor een veilige leefomgeving (zie ook hoofdstuk Veiligheid en gezondheid) en biodiversiteit (zie ook hoofdstuk Natuur). Wij zien onze rol primair als agenderend, stimulerend, meesturend en verbindend, zowel via onze samenwerking met partners als via de inzet van – waar nodig - ruimtelijk en financieel instrumentarium. Daartoe maken we programmatisch en projectgewijs concrete afspraken. Via monitoring waaronder het systeem voor werklocaties REBIS (Regionaal Economisch Bedrijventerreinen Informatiesysteem) houden we permanent een vinger aan de pols, en maken we analyses en overzichten die we afstemmen met gemeenten via een regionale overlegstructuur (zie i.r.t. monitoring ook het hoofdstuk Van doorwerking naar uitvoering). Regiogemeenten vragen we om regionale uitwerkingen op te stellen en nieuwe ontwikkelingen af te stemmen (zie ook deel B: 'gebiedsgerichte visies'). Indien nodig nemen wij als Provincie de regie om controversiële, maar noodzakelijke ontwikkelingen doorgang te laten vinden. Op Limburgse schaal is er afstemmingsoverleg met grote gemeenten en ontwikkelingsmaatschappijen inzake acquisitie. Zo krijgen we aanvullend inzicht in de vraag van buitenaf en bezien we of, en hoe we aan die vraag kunnen voldoen. We vertalen dit in adviezen richting bestuur om collegeprogramma’s daarop te enten. Daarbij focussen we op kwaliteit in plaats van kwantiteit, zowel voor de bedrijventerreinen als voor de te acquireren individuele bedrijvigheid. Bedrijventerreinen We kiezen voor compacte werklocaties om ruimtegebruik en landschappelijke inpassing te optimaliseren. We hanteren de redeneerlijn “behoefte-bestaand- uitbreiding-nieuw”, om op deze wijze zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik te stimuleren. Dit betekent concreet: 1. de behoefte aantonen; 2. (her)gebruik ruimte op bestaande, evt. te herstructureren terreinen; 3. ontwikkeling nieuwe terreinen aansluitend aan bestaande werklocaties; 4. mogelijk andere buitenstedelijke locaties (mits gemotiveerd) te ontwikkelen. Hiermee sluiten we ook aan bij onze eigen ‘Limburgse principes’; met name de principes ‘meer stad, meer land’ en ‘zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden’. Ergo nieuwe bedrijven vestigen zich dus bij voorkeur op bestaande werklocaties. Wanneer dit niet mogelijk is, sturen we op uitbreiding aan de grenzen van bestaande werklocaties. Voor gevestigde bedrijven kan daarbij maatwerk aan de orde zijn. Gemeenten zijn hierbij als eerste partij aan zet, maar wel in onderlinge regionale afstemming. Pas als dit geen oplossing biedt, bekijken we in overleg met de gemeenten de vierde stap: de mogelijkheden voor nieuwe locaties voor bedrijventerreinen. Door hier voorwaarden aan te stellen, stimuleren we ontwikkelaars tot het herontwikkelen van bestaande bedrijventerreinen. ● Wij nemen de regie als het gaat om het bepalen van nieuwe locaties voor bedrijven- terreinen voor grootschalige productielocaties van meer dan 70 hectaren bruto, met bedrijvigheid van de hogere milieucategorieën en/of logistieke terreinen. De reden hiervoor is dat ontwikkeling van een dergelijk terrein bovenregionale afweging vereist. We doen dit in overleg met de gemeenten en zo nodig door de inzet van sturende instrumenten, zoals een instructie of een projectbesluit. We stellen hiermee inrichtingseisen aan logistieke bedrijventerreinen en voorwaarden aan kavelgebruik en gebouwen. Dit kan onder andere gaan over flexibel/circulair bouwen, functiecombinaties en landschappelijke inpassing. We hanteren hierbij de eerder beschreven voorkeursvolgorde volgens de NOVI. Belangrijke criteria bij het bepalen van nieuwe locaties voor dit type bedrijvigheid zijn verder multimodaliteit, arbeidsmarkt, gezondheid, veiligheid, clusteren van risicovolle activiteiten, biodiversiteit, klimaatadaptatie en landschappelijke kwaliteit. ● Bij de vestiging van nieuwe bedrijven streven we zoveel mogelijk naar multifunctioneel ruimtegebruik. Combinaties van functies vergroot de levensvatbaarheid en duurzaamheid van bedrijventerreinen en de koppelkansen met andere beleidsdoelen, zoals de energietransitie en klimaatadaptatie. We verkennen bijvoorbeeld de mogelijkheid om bij grote logistieke hallen en bedrijfsgebouwen het plaatsen van zonnepanelen verplicht te stellen via een juridische verankering in de Omgevingsverordening. ● Wij continueren ons beleid om risicovolle industriële activiteiten te clusteren op de bestaande bedrijventerreinen voor de zwaardere milieucategorieën. Dit speelt vooral op Chemelot (zie ook hoofdstuk Economie). Voordelen hiervan zijn: beperking van het ruimtebeslag, minder bewoners die te maken hebben met risicovolle activiteiten in de omgeving, geconcentreerde transportbewegingen en een verhoging van de agglomeratiekracht - de bundeling van kennis en mensen. Binnen de clusters geven we ruimte aan het economisch belang van de bedrijven. Waar clustering niet mogelijk is, richten we het gebied zo veilig mogelijk in, zodat grote groepen mensen beschermd worden tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. ● Het in stand houden van kwalitatief goede werklocaties is niet vanzelfsprekend. Gemeenten zijn aan zet als het gaat om de programmering en organisatie van herstructurering van verouderde werklocaties. Waar nodig kunnen we als Provincie een faciliterende rol overwegen. Ook zullen wij met de verschillende regio’s bespreken hoe we om kunnen gaan met de vraag naar kleinere distributiecentra aan de randen van steden. Logistiek We maken nieuwvestiging van logistieke bedrijven mogelijk voor bedrijven die van toegevoegde waarde zijn voor onze economische structuur en arbeidsmarkt en/of bedrijven met een innovatief karakter. Dit is een selectief beleid. Ook voor het uitbreiden van de logistieke vestigingsmogelijkheden zijn de gemeenten in eerste instantie aan zet en sluiten we aan bij de voorkeursvolgorde volgens de NOVI. Na aangetoonde behoefte
(1), volgt in eerste instantie vestiging op bestaande, eventueel te herstructureren bedrijventerreinen
(2). Indien niet haalbaar, dan concentreren in aantal vooraf aangewezen nationale en bovenregionale clusters langs corridors; in Limburg ligt de focus daarbij op de Limburgse multimodale hotspots die zich bevinden in Venlo, Venray, Sittard-Geleen, Stein en Beek. Hier komen meerdere vervoersmodaliteiten (spoor, weg, water, lucht) bij elkaar en is overslag mogelijk
(3). Aanvullend op deze treden uit de NOVI houden wij vast aan een extra trede: indien ook trede 3 niet haalbaar is, dan gemotiveerd eventueel andere buitenstedelijke locaties in clusters langs corridors
(4). De reden hiervoor is gelegen in het mogelijk maken van combinaties van logistieke functies aan regionaal gebonden maakindustrie. In de uitvoeringsagenda NOVI 2021-2024 wordt deze optie benoemd. Uit een studie naar de toekomst van de logistieke sector in Limburg
(2019)[24] Toekomst logistieke sector Limburg, BCI
(2019)blijkt dat we de verdiencapaciteit en de toegevoegde waarde in deze sector kunnen vergroten door in te zetten op innovaties en samenwerking tussen onderwijs/onderzoek, ondernemingen en overheid. Op deze wijze kunnen we komen tot een ecosysteem waarin nieuwe kennis wordt ontwikkeld en gedeeld. Duurzaamheid, energietransitie, smart mobility en 3D-printen zijn ontwikkelingen die het komende decennium zullen leiden tot veranderingen in omvang en wijze van vervoer. Gemeenten zijn aan zet om in het Omgevingsplan de functietoedeling aan locaties te regelen; ook de specifieke bedrijfskavels voor bedrijven die voor goederenoverslag en/of productie afhankelijk zijn van een locatie direct aan vaarwater met een eigen kade, dan wel een locatie in de directe nabijheid van een openbare kade of railterminal. ● Het goed vaststellen en beheren van geluidproductieplafonds op industrieterreinen is cruciaal om de ontwikkelruimte optimaal te kunnen benutten en de bescherming van de leefomgevingskwaliteit in de omgeving van het terrein te borgen. In de Omgevingsverordening blijven de bedrijfslocaties Chemelot en VDL Nedcar ‘industrieterreinen van provinciaal belang’. Provinciale Staten hebben hierdoor de bevoegdheid tot het wijzigen, vaststellen en naleven van de geluidproductieplafonds voor die terreinen. ● Eén van de uitgangspunten van de Omgevingsvisie is dat we adaptief te werk gaan. De Provincie faciliteert de voorraadontwikkeling van bedrijventerreinen middels monitoring, kwantitatieve en kwalitatieve analyses. Indien daar aanleiding toe is, kunnen we beleidsuitgangspunten herijken. Kantoren en winkels op bedrijventerreinen ● Voor vestiging van zelfstandige kantoren en detailhandel is op bedrijventerreinen geen plaats. Deze functies horen bij uitstek thuis in steden, kernen of specifieke winkelgebieden. In zeer uitzonderlijke gevallen kan hiervan afgeweken worden als dit leidt tot meer kwaliteit en het schrappen van areaal elders. Kantoorruimte en showrooms als onderdeel van productiebedrijven zijn wel mogelijk, mits in ondergeschikte functie met een bepaald maximum. Er moet ook ruimte zijn voor detailhandel in volumineuze goederen, zoals auto’s, boten, caravans, landbouwvoertuigen, grove bouwmaterialen en brand- en explosiegevaarlijke goederen (BEVI-proof) [25] BEVI = Besluit externe veiligheid inrichtingen; het Besluit verplicht bevoegd gezag via de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening om veiligheidsafstanden aan te houden tussen gevoelige objecten (woningen, scholen, hotels, ziekenhuizen e.d.) en risicovolle bedrijven [bedrijven die werken met of opslag hebben van verpakte gevaarlijke (afval)stoffen, brandbare stoffen, LPG en ammoniak (i.v.m. aanwezige koel- of vriesinstallaties). . Kantoorgebieden ● Wij steunen en stimuleren centrumgemeenten bij het concentreren en kwalitatief versterken van de kantoorontwikkelingen in de centrumgebieden en aanpalende stationsomgevingen. Dit is in lijn met de (inter-)gemeentelijke visie om de binnensteden als belangrijke ontmoetings- en werkplek te behouden en waar mogelijk te versterken. De kwaliteit van binnensteden wordt uiteraard niet alleen bepaald door die kantoorfunctie, maar door de mix van functies. ● De vier Brightlands campussen en een beperkt aantal grootschalige kantoorlocaties in de steden Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen, Weert, Roermond en Venlo zijn andere concentratiegebieden voor de ontwikkeling van middelgrote kantoren. Buiten deze gebieden blijven kleine kantoren in bebouwd gebied en eventuele invulling van bestaande, waardevolle gebouwen via maatwerk mogelijk. ● Onze centrale opgave is: 'Groei in kwaliteit, zonder toename van kwantiteit'. Gezien de structurele leegstand en de structureel lagere vraag naar kantoormeters is het nodig planologisch geregelde, maar nog onbenu

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.