← Nederland

Omgevingsvisie gemeente Harderwijk 2040 (Harderwijk)

In het kort

Deze wet, genaamd "Omgevingsvisie gemeente Harderwijk 2040", is een strategisch plan dat de visie beschrijft voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van Harderwijk, Hierden en het buitengebied tot het jaar 2040. Het is een wettelijk verplicht document dat richting geeft aan alle ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR729774 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0243/2024/Regelingc0d87dafa5f0474986543add09de25ac /join/id/stop/work_019 2024-12-16 2024-12-16 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR729774/nld@2024-12-16 /join/id/proces/gm0243/2024/procedurec1856d2c83e54c5dbd18657eb081f39b 2024-12-16 2024-12-16 /akn/nl/act/gm0243/2024/Regelingc0d87dafa5f0474986543add09de25ac/nld@2024-12-13;12091921 /akn/nl/act/gm0243/2024/Regelingc0d87dafa5f0474986543add09de25ac /akn/nl/act/gm0243/2024/Regelingc0d87dafa5f0474986543add09de25ac/nld@2024-12-13;12091921 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie gemeente Harderwijk 2040 1 Algemeen 1.1 Wat is een omgevingsvisie? Gemeente Harderwijk Voorwoord: De omgevingsvisie is van ons allemaal Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingevoerd. Deze wet verplicht elke gemeente om een Omgevingsvisie vast te stellen. De Omgevingsvisie Harderwijk beschrijft de visie over onze toekomst. Waar gaan we naar toe met onze stad, ons dorp en ons buitengebied? Wat is belangrijk om te behouden en te beschermen? Welke behoeften zijn er in de samenleving. Dat zijn vragen die de afgelopen tijd in kaart zijn gebracht en met veel mensen in de Harderwijker en Hierdense samenleving zijn besproken. Soms in inloopbijeenkomsten, soms in één-op-één gesprekken, soms met het online-stadsgesprek. De Omgevingsvisie is opgebouwd uit drie invalshoeken: ten eerste is rekening gehouden met natuurlijke systemen, zoals bodem, water, natuur en klimaat. Dat heeft geleid tot het eerste principe, namelijk dat natuurlijke systemen leidend zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling .Als tweede zijn de wensen uit de samenleving belangrijk. Gezondheid en leefstijl, ontmoeting en verbinding, kwetsbare inwoners en bestaanszekerheid bepalen daarmee het tweede leidende principe: het welbevinden van onze inwoners staat voorop. Als laatste beschrijft de visie wat we voor al deze wensen en behoeften in onze leefomgeving moeten doen. Moeten we wegen uitbreiden of juist afwaarderen, geven we fietsers en voetgangers meer ruimte, moeten er scholen bij, zijn de voorzieningen voldoende, moet er nog ruimte komen voor nieuwe bedrijven of kantoren of hotels, waar bouwen we woningen en waar beslist niet, hoe houden we rekening met nieuwe energiesystemen? Dat betekent keuzes maken: de ruimtepuzzel. Allemaal vragen waarover is nagedacht – niet alleen per principe maar ook in onderlinge samenhang. Dat wil zeggen: in de Omgevingsvisie schetsen we een beeld waar we met elkaar naar toe ontwikkelen, rekening houdend met al die ruimtevragers en zorgdragend voor een duurzame, gezonde en veilige leefomgeving. Dat toekomstbeeld is onze gezamenlijke droom waar we samen met u aan gaan werken. Dat wil niet zeggen dat morgen alles anders is. Het betekent vooral dat we de komende jaren heel bewust keuzes gaan maken die bijdragen aan dit gezamenlijke toekomstbeeld voor

  1. De gemeente gaat zich daar in ieder geval voor inzetten, maar hoopt dat ook u als inwoner of ondernemer van onze mooie gemeente daaraan uw steentje wilt bijdragen. Ik heb er alle vertrouwen in dat we daarmee een nog mooiere, veiligere en gezondere woon- en leefomgeving ontwikkelen, waarin natuurlijke systemen én de mens centraal staan. Ik wil iedereen bedanken voor zijn of haar inzet in dit proces: het Kernteam Omgevingsvisie, de projectgroep, de vele sleutelfiguren en alle inwoners en ondernemers die hebben meegedacht. Want alleen samen kunnen we bouwen aan een duurzamer, gezonder Harderwijk en Hierden. 2040 klinkt ver weg... en daarom moeten we ons er nu op voorbereiden. Wethouder Marcel Companjen Gemeente Harderwijk Gemeente Harderwijk Samenvatting en leeswijzer De omgevingsvisie Harderwijk gaat over de toekomst van Harderwijk, Hierden en het buitengebied. Er wordt gezocht naar de samenhang van veel onderwerpen waar de gemeente een rol in speelt en dan met name in de ruimtelijk aspecten van die onderwerpen. Ruimte is een schaars goed, zeker in ons land en dus ook in onze gemeente. Waar steeds over moet worden nagedacht is, dat de ruimte die we hebben voor al onze ideeën en plannen beperkt is. Iedere ruimtewens gaat min of meer ten koste van een bestaande functie of andere ruimtewensen. Er moeten dus keuzes worden gemaakt. Ook kan, nee moet naar multifunctioneel ontwerpen worden gekeken, geïntegreerde oplossingen worden gezocht en de grenzen van bouwen in hoogten en onder het maaiveld worden verkend. Dat laatste moet met bijzondere aandacht vanwege de toenemende druk op de ruimte onder de grond. De omgevingsvisie is het leidende en integrerende beleidsdocument voor alle ruimtelijke ontwikkelingen van Harderwijk. Kortom over alles wat een plekje moet hebben in onze gemeente. Er wordt uitgelegd hoe we om willen gaan met de maatschappelijke opgaven, hoe we verschillende initiatieven gaan beoordelen en hoe we gaan prioriteren. De omgevingsvisie wordt uitgewerkt met de methodiek van de alliantiebenadering. Een benadering die onderwerpen indeelt op basis van systemen die veel met elkaar te maken hebben en een vergelijkbare tijdsspanne hebben; korte, middellange of lange termijn. In hoofdstuk 1 is gesproken over het waarom met twee belangrijke leidende principes als uitgangspunten. Die uitgangspunten komen steeds terug in de visie. Daarnaast is uitgelegd dat de ruimte schaars is en de opgaven groot zijn, te groot. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden. In hoofdstuk 2 wordt beschreven hoe keuzes gemaakt zouden worden vanuit het natuurlijke systeem en wat dan de prioriteit zou moeten hebben. Daarnaast bekijken we het vanuit een inclusieve blik waarin iedereen in de samenleving moet kunnen meedoen. Ten slotte bekijken we de opgaven met een ruimtepuzzel blik of met regiobril wetende dat we onze buurgemeenten hard nodig hebben om te kunnen voldoen aan de optelsom van alle opgaven. We sluiten dit hoofdstuk af met de zoektocht naar overlap: hoe zorgen we dat een plus een drie wordt en we zowel onze duurzaamheidsopgaven als het menselijk welbevinden voldoende plek kunnen bieden. Een eerste koppeling tussen deze invalshoeken is de basisstructuur. De basisstructuur is een robuuste structuur door Harderwijk, Hierden en buitengebied op basis van natuurlijke systemen. De basisstructuur is de structuur door de gehele gemeente waar op basis van bestaande groene en blauwe structuren en aangevuld met historische lijnen de basis wordt gelegd voor wandelen, fietsen, sport en spel en ontmoeting. Gecombineerd met maatregelen in relatie met klimaatverandering wordt deze structuur verbeterd, aangevuld en beschermd. De onderbouwing en de beschrijving daarvan is te lezen in hoofdstuk
  2. De integrale thematische benadering van de ontwikkeling van Harderwijk, Hierden en het buitengebied wordt beschreven in hoofdstuk
  3. Een Omgevingsvisie gaat over de toekomst van een gemeente, stad en wijken of gebieden. Dat vraagt om een realistisch verhaal met ambities en doelen. Veel van deze ambities en doelen overlappen en in de thematische benadering wordt nadrukkelijk gezocht naar de samenhang van bepaalde opgaven, ambities en te behalen doelen. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met de visiekaart, hierin staan de belangrijkste opgaven (op gemeenteniveau) weergegeven. Daar waar mogelijk worden de principes en keuzes toegepast op de wijken en buurten in Harderwijk. Dat zal soms in detail kunnen vanwege een actuele gebiedsontwikkeling, vaker zal er sprake zijn van een bestaande wijk en zullen vanuit de visie noodzakelijk geachte ingrepen in hoofdstuk 5 worden geschetst. In een wijkgerichte benadering met een grondig participatietraject zal dat met wijkbewoners, ondernemers en instellingen in de komende jaren verder uitgewerkt worden. Ten slotte zal de wijze waarop onderdelen vanuit deze omgevingsvisie direct (door de gemeente) of indirect (door derden) zullen worden gerealiseerd worden beschreven in hoofdstuk
  4. Hoe gaat het allemaal in zijn werk. Hoe werkt de omgevingsvisie door als toetsingskader voor overig beleid, plannen en initiatieven? In de visie komt u ook regelmatig gekleurde tekstkaders tegen. Daarin staat geconcretiseerd waaraan gedacht wordt. De visie gaat over de komende circa twintig jaar. Dat betekent dat we wel beelden kunnen schetsen met de wetenschap van nu, maar dat eigenlijk wel zeker is dat de toekomst net iets anders zal zijn dan nu gedacht. Wat is een omgevingsvisie? Voor u ligt de ontwerp-omgevingsvisie. Dit is de visie over de toekomst van onze stad Harderwijk, dorp Hierden en het buitengebied inclusief natuurgebieden. In de omgevingsvisie wordt beschreven hoe we omgaan met uitdagingen zoals de woningvraag, gezondheid, bereikbaarheid, toegankelijkheid en duurzaamheidsopgaven*. De omgevingsvisie is het leidende en integrerende beleidsdocument voor alle ruimtelijke ontwikkelingen van Harderwijk. Kortom over alles wat een plekje moet hebben in onze gemeente en de samenhang daartussen. Er wordt uitgelegd hoe de gemeente om wil gaan met de maatschappelijke opgaven, hoe de gemeente verschillende initiatieven gaat beoordelen en hoe wordt geprioriteerd. Een omgevingsvisie is een strategisch plan. Dat wil zeggen: het kijkt verder dan we ons soms kunnen voorstellen. Bedenk bijvoorbeeld hoe we twintig jaar geleden leefden en zie, hoe toen naar de toekomst werd gekeken. En zie nu wat er van geworden is. Strategisch wil ook zeggen dat we kijken naar de grotere verbanden, hoe we problemen van vandaag oplossen door te kijken naar de mogelijkheden van morgen. De omgevingsvisie is een wettelijke verplichting voortkomend uit de Omgevingswet, op strategisch niveau (lange termijn) en op hoofdlijnen. Het betreft de stip op de horizon voor de fysieke leefomgeving. Het gaat over onderwerpen en doelstellingen die volharding en een lange adem vergen. De omgevingsvisie beoogt een verbindend en overkoepelend document te zijn. De omgevingsvisie vervangt de structuurvisie Harderwijk 2031 en integreert en actualiseert andere beleidsstukken zoals de Mobiliteitsvisie en het GVVP, het Waterplan, de Woonvisie, de Nota Sociaal Domein en andere visies met ruimtelijke (fysieke) aspecten. Integrale omgevingsvisie Aan de slag met de Omgevingswet IPLO Deelvisies zijn uitwerkingen van de hoofdprincipes uit deze Omgevingsvisie, bijvoorbeeld een parkeervisie of een kerkenvisie. Een deelvisie of uitwerking kan ook meer gebiedsgericht zijn zoals een Masterplan Nieuw Weiburg. Deelvisies zijn geen wettelijke verplichting, zijn meer tactisch van aard (voor de middellange termijn) en beperken zich dus tot één of een beperkt aantal thema’s. Nieuwe deelvisies moeten dus altijd aansluiten bij de principes en uitgangspunten van de vastgestelde omgevingsvisie. Vanwege de samenhang met bijvoorbeeld woonvisie, mobiliteitsvisie, duurzaamheidsvisie, nota inclusiviteit, beleid op onderwijs, sport en niet te vergeten de gezondheidsnota zal bijstelling regelmatig nodig zijn. De omgevingsvisie moet daarom een dynamisch document zijn. Dat wil zeggen het geeft richting aan het overige beleid en die richting wordt bijgesteld als de actualiteit daar om vraagt. De toekomst voorspellen is immers niet mogelijk. Na vaststelling van de omgevingsvisie door de gemeenteraad geldt het als toetsingskader en kan afwijking daarvan betekenen dat de gemeenteraad de omgevingsvisie bijstelt, aanpast of actualiseert. Op 27 januari 2022 heeft de gemeenteraad het Regierapport met onderliggende stukken Stadsatlas en Stadsgenese vastgesteld. Dat is de basis voor de Omgevingsvisie Harderwijk
  5. Twee uitgangspunten staan daarin centraal: a. het natuurlijk systeem is drager voor iedere ontwikkeling en; b. het welbevinden van onze inwoners staat voorop. Daarnaast vormt de basisstructuur het uitgangspunt voor de toekomstige doorontwikkeling van Harderwijk. Deze structuur wordt vastgelegd in de omgevingsvisie en is van strategisch belang en daarmee richtinggevend voor iedere nieuwe ontwikkeling. * Energietransitie, klimaatverandering, biodiversiteit en circulariteit. 1.2 Regierapport met ingrediënten Het Regierapport is een samenvatting van bestaand beleid, trends & ontwikkelingen, kennis samengevat in de Stadsatlas en gecheckt bij vele sleutelfiguren in de stad en dorp, wordingsgeschiedenis samengevat in de Stadsgenese. De Stadsatlas is een stand van zaken van het Harderwijk en Hierden van 2021/
  6. De Stadsatlas geeft per alliantie op themakaarten informatie, trends en ontwikkelingen, het geldende beleid en geeft bouwstenen mee voor de omgevingsvisie. De bouwstenen zijn verkregen uit gesprekken die met veel Harderwijker en Hierdenaren zijn gehouden. Deze bouwstenen zijn ingedeeld en gecategoriseerd binnen de drie allianties: natuurlijke alliantie (4.2); alliantie mens en maatschappij (4.3); alliantie bouw en infrastructuur (4.4). Gemeente Harderwijk De bouwstenen worden gebruikt in de omgevingsvisie. Vaak zijn het ambities of wensen, soms opgaven, soms een oproep om actie. Sommige bouwstenen laten zich goed verwerken in de basisstructuur andere bouwstenen worden meegenomen in de thematische benadering van de visie. Deze worden daarna weer vertaald in fysieke maatregelen of beleid. In de omgevingsvisie wordt dit in samenhang bekeken, in de wetenschap dat we zuinig met de beschikbare ruimte omspringen, functies veranderen en de samenwerking met de regio steeds belangrijker wordt. Naast de Stadsatlas met de bouwstenen is ook een Stadsgenese (de wordingsgeschiedenis) gemaakt. Daarin is gekeken naar de ontwikkelingsgeschiedenis van onze stad Harderwijk en het dorp Hierden. De gemeente kent een lange geschiedenis en heeft vooral de laatste 70 jaar een stormachtige groei doorgemaakt. Er is gekeken naar de wordingsgeschiedenis van Harderwijk en Hierden en de verbondenheid met de natuurlijke systemen. Na de Stadsgenese is ook een Regiogenese opgesteld voor de gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde. Het geeft ons inzicht hoe ons gemeenschap steeds gebruik heeft gemaakt van de gunstige ligging op hoge grond direct aan de Zuiderzee, daar ook stadsrechten mee verwierf, sterk werd in handel en visserij. In latere tijden werd Harderwijk een gemeenschap die altijd open heeft gestaan voor het opnemen van anderen zoals de vele militairen met hun invloeden. Hiermee kunnen we kijkend naar het verleden beter begrijpen hoe zaken tot stand zijn gekomen. En hoe Harderwiekers en Hierdenaren zich altijd hebben weten aan te passen aan de grote veranderingen door de eeuwen heen en wat we daarvan kunnen leren. Harderwijk is daarmee altijd een open gemeenschap geweest. Harderwijk verkreeg stadsrechten in 1231 en had daarmee een belangrijke regiofunctie waar mensen uit de regio bij dreigend gevaar veiligheid zochten in de vesting. Later sloot de stad zich aan bij het Hanzeverbond waardoor internationaal handel werd gedreven en de stad via diverse handelswegen verbonden werd met het achterland. Na de reformatie kreeg Harderwijk zelfs een universiteit en de Gelderse munt. De Fransen maakten hier een einde aan. Na het vertrek van de Fransen groeide Harderwijk uit tot een garnizoensstad met vier militaire kazernes. Daardoor kwamen veel mensen van ‘buiten’ naar Harderwijk en met het koloniaal werfdepot zelfs uit heel Europa. Harderwijkers hebben een bestaan opgebouwd door steeds naar nieuwe kansen te kijken in handel, visserij en landbouw. Het was en is een open gemeenschap en de lef is daarmee in de Harderwijkse genen gaan zitten. En die lef wil Harderwijk nog steeds tonen door de opgaven met open vizier tegemoet te treden en te denken in mogelijkheden in plaats van problemen. Naast die open houding en lef is het verenigingsleven ook altijd een belangrijk onderdeel geweest van de samenleving. Het omzien naar elkaar en het elkaar betrekken is een andere kernkwaliteit van de Harderwijker en Hierdenaar. Deze kwaliteiten van de Harderwijkse samenleving laten zich vertalen in een stad waar men niet schroomt om buiten gebaande paden te denken en waar we groot denken maar oog blijven houden voor elkaar. Waar Harderwijk grootstedelijke ambities met centrumfuncties voor een grotere regio toont, is de Hierdense setting er een van publieke familiariteit ofwel, we kennen elkaar en komen elkaar regelmatig tegen in het publieke domein. 1.3 Welke stad willen we zijn? 1.3.1 Het waarom Het antwoord op de vraag welke stad we willen zijn ligt besloten in de historie. Harderwijk is trots op haar verleden en koestert dat. Als relatief kleinere stad heeft Harderwijk veel te bieden aan haar inwoners maar ook aan de inwoners van omliggende gemeenten vanwege haar unieke ligging tussen water van de Randmeren en de Veluwe. Belangrijke voorzieningen als het ziekenhuis St. Jansdal, MBO-onderwijs, regiokantoren, innovatieve toonaangevende bedrijven op het grootste aaneengesloten regionale bedrijventerrein van Gelderland, toeristische attracties, waaronder het rijke Harderwijkse culturele erfgoed en aansprekende evenementen trekken dagelijks veel mensen naar de stad. En dat willen we graag zo houden. Niet door tevreden toe te kijken maar door steeds de kansen te zien en de regie te nemen zoals jaren geleden het project Waterfront heeft geleid tot een succesvolle nieuwe boulevard. Dat maakt en houdt onze stad levendig en aantrekkelijk en zorgt ervoor dat ondernemers voldoende omzet blijven genereren. Diezelfde vooruitstrevendheid wil de gemeente hanteren bij het aanpakken van andere opgaven zoals de stikstofproblematiek, de druk op de woningmarkt, het vervullen van vacatures, etc. door steeds op een innovatieve manier te kijken naar hoe het anders en beter kan. Dat doet de gemeente in eerste instantie voor haar eigen inwoners maar zij ziet voor zichzelf ook een belangrijke rol in de regio als centrumgemeente met regionale voorzieningen. Een lang gekoesterde wens van verbeterde treinverbindingen (d.w.z. sneller en hoog frequenter) voor Harderwijk in combinatie met de ontwikkeling van Nieuw Weiburg (stationsomgeving) met Challengeboulevard met een goed op de regio aansluitend onderwijsaanbod zijn daar voorbeelden van. Ten slotte wil Harderwijk niet zozeer groeien maar bloeien. Daarmee bedoelen we dat de ambitie niet is om maximaal te groeien in inwoneraantallen maar dat de groei voortkomt uit een autonome groei en de bloei niet in de weg mag staan. Harderwijk heeft met een woondeal van 5.500 woningen tot 2030 al een fors bod neergelegd. Een groei als omliggende steden als Amersfoort of Zwolle is niet de ambitie. De groei dient het voorzieningenniveau te ondersteunen. Met andere woorden er dient een goed evenwicht gezocht te worden om het regionale voorzieningenniveau in stand te kunnen houden. Het leidt tot het tot bloei komen van de stad waar de samenleving in haar kracht wordt gezet en waar niet alles afhangt van het doen en laten van de gemeente. Waar mensen elkaar weten te vinden in lokale netwerken en komen tot mooie initiatieven waar de gemeente al dan niet in participeert. Uiteraard met aandacht voor de fysieke leefomgeving. De gemeente wil daarmee een extra stap vooruit zetten. Daarvoor hanteert de gemeente twee leidende principes: a. Het natuurlijk systeem is de drager voor de ontwikkeling. b. Het welbevinden van onze inwoners staat voorop. 1.3.2 Het natuurlijk systeem is drager voor de ontwikkeling Het gaat wereldwijd niet goed met ons ecologische systeem. In onze westerse wereld zijn die gevolgen nog te overzien maar dat geldt niet voor veel onderontwikkelde landen in de wereld. Ook onze Harderwijkse en Hierdense gemeenschap zal zorgvuldig moeten zoeken naar manieren om onze ecologische voetafdruk te verkleinen om daarmee de negatieve effecten van ons handelen niet af te wendelen op toekomstige generaties of mensen elders. (Bron: Kamerbrief water en bodem sturend, Den Haag, november 2022). In de afgelopen decennia zijn in Nederland en ook in Harderwijk vaak keuzes gemaakt die los stonden van natuurlijke systemen (water, bodem, grondstoffen en klimaat). Door allerlei technische oplossingen was dat minder noodzakelijk. Inmiddels is de keerzijde van technische oplossingen dat die kwetsbaar zijn en niet erg duurzaam. (Bron: Kamerbrief water en bodem sturend, Den Haag, november 2022). De gemeente volgt met dit eerste leidende principe het besluit van de minister van Infrastructuur en Waterstaat. ‘Water en bodem zijn van grote invloed op ons dagelijks leven. We halen ons drinkwater uit de bodem. De bodem biedt stevigheid, als fundament voor onze wegen en huizen. Is de bodem te nat of juist te droog? Dan merken we dat aan lagere opbrengsten, schade aan de natuur of in de supermarkt aan hogere prijzen. Elk stukje bodem en oppervlaktewater in ons land is in gebruik, soms voor vele doeleinden tegelijk. En niet alleen wat je ziet. Ook onder de grond is het een drukte van jewelste. Buizen, pijpen, kabels, winning van grondstoffen. Op die bodem moeten we zuinig zijn. Door water en bodem sturend te laten zijn in de ruimtelijke ordening, kunnen we in Nederland ook in de toekomst met een ander en grillig klimaat blijven leven, wonen en werken. In een veilige omgeving, met een gezonde bodem, voldoende en schoon water.’ Zo is in 1863 met de aanleg van de spoorlijn goed gekeken naar de bodemstructuur en is deze prachtig gesitueerd op de rand van de dekzandruggen. Destijds is de oude loop van de Sypel helaas genegeerd. Tegenwoordig zien we nu dat bij piekbuien er juist wateroverlast ontstaat aan de Veluwezijde van de spoordijk. Daarom gaat Harderwijk haar steentje bijdragen bij het vergroten van de biodiversiteit en het tegengaan van klimaatverandering met een verantwoorde omgang met natuurlijke water- en bodemsystemen, bronnen en randvoorwaarden. We richten Harderwijk zo in dat onze ecologische voetafdruk op z’n minst gelijk blijft maar liever wordt verkleind en anticiperen op de effecten van klimaatverandering. 1.3.3 Het welbevinden van onze burgers staat voorop De gemeente is er voor haar inwoners. Het gaat om hun welbevinden. Wat zijn hun basisbehoeften? In de vele sleutelgesprekken kwamen daar verschillende dingen naar boven zoals goede betaalbare woningen, gezond en veilig kunnen leven maar bovenal de sterke behoefte aan verbinding en ontmoeting. In onze sterk globaliserende, digitaliserende wereld zien we grotere afstand tussen groepen in de samenleving en een toenemende eenzaamheid. Terwijl het hebben van een netwerk en publieke familiariteit* zo belangrijk zijn voor de sociale samenhang. Welbevinden gaat over kwaliteit van leven. Naast de vervulling van basisbehoeften gaat het over mee (kunnen) doen in de samenleving. Dat gaat onder andere over autonomie (heb je regie over je leven) en verbinding met anderen. Daarom zet de gemeente zich in voor een gezonde en veilige inrichting van de leefomgeving met sociale verbondenheid, een inclusieve gemeenschap, toegankelijke voorzieningen, duurzame en veilige vervoerssystemen voor iedereen, een goede milieukwaliteit en een aantrekkelijk vestigingsklimaat met bestaanszekerheid voor iedereen. Bestaanszekerheid is vooral gestoeld op het hebben van een woning en voldoende inkomen. Bovenstaande definities worden in de uitwerking van de Harderwijkse omgevingsvisie gehanteerd. Bij alle keuzes die gemaakt moeten wordt steeds terug gegrepen op deze definities. De definities vinden hun oorsprong in de zogenaamde Global goals (zie kader). Global goals (werelddoelen) Gelet op de belangrijke plaats die het begrip duurzame ontwikkeling binnen de Omgevingswet inneemt, is in de wet een definitie voor duurzame ontwikkeling opgenomen: “Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen.” De Omgevingswet kent drie overkoepelende maatschappelijke doelen: duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land en beschermen en verbeteren van het leefmilieu. De omgevingsvisie moet schetsen hoe deze overkoepelende doelen op een gebalanceerde, integrale wijze tot hun recht komen. Het streven naar duurzaamheid in zin van ‘brede welvaart’, en het zoeken naar een goede balans tussen beschermen en benutten, sluit nauw aan bij de kernprincipes van de VN-Agenda
  7. bron: United Nations, Department of Economic and Social Affairs, Sustainable Development * Publieke familiariteit: het herkennen en kunnen plaatsen van mensen op straat en het hebben van bepaalde verwachtingen van elkaar. Dit wordt gestimuleerd door herhaalde ontmoeting, multifunctionele omgevingen, en een focus op overeenkomsten in plaats van verschillen. 1.4 De fysieke grenzen van Harderwijk In de omgevingsvisie wordt dus rekening gehouden met natuurlijke systemen en staat het welbevinden van de mens voorop bij het maken van keuzes. Daarnaast speelt nog een belangrijke factor: Harderwijk loopt tegen haar fysieke grenzen aan. Met andere woorden alle ruimte is in gebruik en voor nieuwe functies moeten andere functies wijken. Veel van onze gemeentegrond is Natura 2000-gebied, een rijkdom aan natuur met drinkwatergebieden maar ook ruimte om te recreëren en te ontspannen in bos en op water. Het kleurt daarmee onze kernkwaliteit en maakt onze gemeente aantrekkelijk om te wonen en te werken. Maar de druk op de ruimte neemt toe: voor woningbouw, voor ruimte voor bedrijven, circulaire economie én hernieuwbare energie (windmolens en zonne-energie). De gemeente moet dus zorgvuldig zijn in haar belangenafweging bij het toekennen van functies op bepaalde plekken. In paragraaf 1.5.1 is gedefinieerd waar we als stad voor gaan: het waarom. Samen met de beschikbare (ontwikkel)ruimte bepaalt dit de grens aan onze groei. De ruimte die beschikbaar is voor ideeën en plannen is beperkt. Iedere ruimtewens gaat min of meer ten koste van een bestaande functie of andere ruimtewens. Soms ook is de oude functie (nagenoeg) verdwenen. Al deze zogenaamde puzzelstukjes moeten in elkaar passen. Ook komen we tot de ontdekking dat de ‘tafel’ (Harderwijks grondgebied) niet groot genoeg is voor alle stukjes en dat we zullen moeten kiezen welk deel van de puzzel we elders zullen moeten maken. Daarvoor zijn gesprekken met de regio onontbeerlijk. De omgevingsvisie is er voor bedoeld om in te grijpen daar waar het nodig is om de kwaliteit van de ruimte te behouden of waar mogelijk te versterken. In de zoektocht naar ruimte wordt steeds vaker gezocht naar geïntegreerd ontwerp waar het combineren van verschillende opgaven uit verschillende disciplines, sectoren of belangen moet leiden tot een som dat meer is dan de delen. Daarmee wordt bijvoorbeeld bedoeld dat (zowel publieke als private) ruimten multifunctioneel kunnen worden gebruikt. Bijvoorbeeld het gebruik van schoolgebouwen of het huis van de stad ’s avonds voor wijk- of verenigingsactiviteiten. 1.5 Aanpak 1.5.1 Alliantiebenadering De methodiek die Harderwijk bij de visievorming gebruikt is de alliantiebenadering (Voor meer info: www.alliantiebenadering.nl). Dit is een methode voor ruimtelijke systeemplanning, die: het natuurlijk systeem als basis neemt; het domein Stad en Omgeving en het domein Mens en Maatschappij aan elkaar koppelt (zoeken naar samenhang); mede gericht is op het in contact komen met de geschiedenis van Harderwijk (weten waar je vandaan komt); en goed aansluit bij de geest van de Omgevingswet, die gericht is op onderlinge samenhang en de nadruk legt op de ruimtelijke aspecten van maatschappelijke behoeften. De alliantiebenadering (AB) gaat uit van het denken in drie allianties (Allianties zijn groepen mensen of organisaties, die samenwerken binnen een systeem): a. De basis van het natuurlijke systeem wordt gelegd in de Natuurlijke Alliantie. Deze alliantie gaat over alles wat de aarde ons gegeven heeft: bodem, water, natuur en groen, klimaat. Dit zijn systemen die op een hele lange termijn veranderen, soms door toedoen van de mens maar soms ook heel natuurlijk. b. De Alliantie van Mens en Maatschappij gaat over het sociale domein, met onderwerpen als gezondheid, werkgelegenheid, inkomen en eenzaamheid. Dit zijn vragen vanuit de waan van de dag, soms per direct op te lossen, soms vraagt het om een iets langere termijn van een aantal jaren, soms ook van voorbijgaande aard, soms hardnekkig of broodnodig. c. De Alliantie van Bebouwing en Infrastructuur gaat over de ingerichte leefomgeving, zoals gebouwen (woningen, winkels, bedrijven, kantoren, etc.) en infrastructuur zoals wegen en spoorlijn, kabels, leidingen en riool. Het gaat hier over bouwen en aanleggen, aanpassen, onderhouden en beheren. Vaak voor de wat langere tijd, een aantal decennia, soms zelfs eeuwen (denk aan de vele monumenten die Harderwijk rijk is). Met de alliantiebenadering kunnen we een compleet en integraal beeld schetsen van onze inrichting van de samenleving. De Natuurlijke alliantie richt zich op het leidende principe van natuurlijke systemen. De alliantie van Mens en Maatschappij richt zich op het welbevinden van mensen. De alliantie van Bebouwing en Infrastructuur faciliteert de eerste twee en bekommert zich om de ruimtepuzzel (met ruimtepuzzel wordt de optelsom van alle ruimteclaims bedoeld). Vischmarkt 2 Stad van de toekomst 2.1 Algemeen De omgevingsvisie is het leidende en integrerende beleidsdocument voor alle ruimtelijke ontwikkelingen van Harderwijk. Kortom het gaat over alles wat een plekje moet hebben in onze gemeente. Omdat de grenzen voor de groei beperkt zijn, vraagt dat om de lef keuzes te maken. In paragraaf 3.3.1 is uitgelegd dat het voor onze gezamenlijke toekomst belangrijk is om het natuurlijk systeem drager te laten zijn voor ontwikkeling en het welbevinden van onze inwoners voorop te stellen. Regierapport 2022: Denken vanuit de invalshoeken duurzaamheid, inclusiviteit en regio In het Regierapport is vanuit verschillende invalshoeken gekeken naar het toekomstperspectief voor Harderwijk en Hierden: wat willen we in 2040 hebben bereikt en waarom. Er is gekeken vanuit het duurzaamheidsdenken, vanuit het denken in welbevinden maar ook vanuit Harderwijk in de context van de regio. In de uitwerking naar een omgevingsvisie gaat het niet om het kiezen tussen de verschillende invalshoeken maar om te zoeken naar win – win. Er is gekeken naar de overeenkomsten tussen de verschillende invalshoeken en niet naar de tegenstellingen. Met andere woorden: hoe dragen keuzes bij aan meerdere invalshoeken in de wetenschap dat de beperkte beschikbare ruimte dwingt om soms over (gemeente)grenzen te kijken of hoe we gaan van groei naar bloei. De beschreven invalshoeken zijn nauw verweven met de drie allianties: vanzelfsprekend is in het Regierapport de duurzame invalshoek gekozen. Nederland heeft het klimaatakkoord van Parijs ondertekend en iedereen en dus ook de gemeente zal zijn uiterste best moeten doen om de doelen uit dat akkoord te behalen. Dat ligt ook al besloten in het eerste leidende principe. De invalshoek Duurzame stad betrof met name de onderwerpen verenigd in de Natuurlijke alliantie. De veranderingen in de onderliggende structuren gaan langzaam en zijn niet eenvoudig te veranderen. Denk daarbij aan de klimaatverandering maar ook aan bodemstructuren, grondwaterstromen, etc. Als tweede is in het Regierapport gesteld dat iedereen moet kunnen meedoen. In de invalshoek Inclusieve stad ging het met name over de behoeften die ontstaan in de alliantie mens en maatschappij. Het gaat daarbij om veranderende behoeften in de samenleving, vaak getriggerd door een veranderende samenleving door vergrijzing, individualisering, pandemie, economische pieken en dalen, etc. Het gaat dan soms over de middellange termijn maar soms ook over de waan van de dag. Ten slotte was de invalshoek Regionale stad ingegeven op de actualiteit: er is nú bijvoorbeeld dringend behoefte aan meer woningen, betere bereikbaarheid en actie op de leegstand van winkels. Waarbij ook in de analyses duidelijk werd dat Harderwijk tegen de fysieke grenzen aanloopt. Allemaal ingrediënten voor het nadenken over de toekomst van de stad. Belangrijk is dat de gemeente bij iedere ontwikkeling zich afvraagt wat het belang is voor het individu, een groep inwoners of juist de samenleving. Dat betekent concreet dat de gemeente de belangen van alle mensen behartigt en niet alleen die van de aanvrager. Van groei naar bloei: een stap verder Gemeente Harderwijk We zijn innovatief en tonen lef In de visie van de gemeente kijken we vanuit verschillende perspectieven naar hoe we de dingen met elkaar oppakken. Dat doen we allereerst met een innovatieve kijk zoals we het plan Waterfront hebben opgepakt, door te investeren in en aandeelhouder te worden van een warmtenet bij Waterfront, het regionale bedrijventerrein Lorentz hebben ontwikkeld, de waterbergende functie van het Crescentpark gecombineerd hebben met een prachtig speel- en beweegpark. Dat laat zien dat de gemeente er niet voor terug deinst om dingen anders te organiseren, door dingen uit te proberen en door scherp te blijven op nieuwe technieken die zich aandienen en een oplossing kunnen bieden. We willen daarbij de ‘early adopters’ zijn waarmee we bedoelen dat we niet afwachten maar lef tonen en niet bang zijn om fouten te maken, mits er van geleerd wordt. We doen een stap verder. We zijn een stad met dorps karakter Uiteraard doen we dat niet alleen en betrekken daar inwoners en partners bij uit de samenleving. Dat kunnen verenigingen, stichtingen, belangenbehartigers, ondernemers of zorg- en dienstverleners maar ook particuliere initiatiefnemers zijn. De gemeente wil daar open, ondernemend en ontspannen in zijn. We zoeken daar nadrukkelijk de verbinding en roepen alle partijen op de handschoen op te pakken. Iedereen kan en mag daaraan bijdragen. Dat kan beginnen door verbinding te zoeken op buurt- en wijkniveau, daar andere partners en samenwerkende partijen bij te betrekken. We zoeken daarin onze kernkwaliteit waarbij we open staan voor anderen, hen ook kennen én zien en we op een ontspannen manier samen leven. Hierden kent een sterk dorpsgevoel waar mensen elkaar zien en naar elkaar omkijken. De gemeente wil zo’n dorpsgevoel ook graag zien in wijken en buurten in Harderwijk. De gemeente wil dat met wijkgericht werken versterken. In de visie draagt iedereen in die samenleving ook een stukje eigen verantwoordelijkheid: Harderwijk, dat zijn we samen. Hierin zijn inwoners aan zet, stellen we de oplossing centraal en werkt de gemeente vanuit partnerschap. De rol van de gemeente verandert van faciliteren en soms zelfs volledig overnemen van ideeën en initiatieven naar een faciliterende, soms regisserende en coachende houding. Samen stellen we het welbevinden van onze inwoners daarin centraal. We zijn de regiostad met en voor onze buurgemeenten De gemeente kijkt daarbij ook nadrukkelijk naar onze buurgemeenten waarbij Harderwijk de rol op zich neemt om plaats te bieden aan regionale voorzieningen en deze waar mogelijk verder uit te bouwen. Te denken valt bijvoorbeeld aan zorg- en onderwijsvoorzieningen, culturele voorzieningen, (sociale) woningbouw, mobiliteit, horeca en toerisme. We willen belangrijke werkgevers aan ons binden en we willen er zijn voor de regio. En we beseffen ons dat we de regio ook hard nodig hebben, soms voor de ontspanning, soms vanwege de ruimte maar vooral voor het uitbouwen van onze gezamenlijke kracht en kwaliteiten. 2.2 Duurzame stad Omgaan met biodiversiteit, circulaire economie, klimaatadaptatie en energietransitie In het ontwikkelperspectief Duurzame stad wordt gekeken vanuit (duurzaamheids)doelen. Wat kunnen we aan als we tegelijkertijd klimaat adaptief en biodivers willen worden, zorgvuldig met grondstoffen en afvalstromen om willen gaan (circulair leven) en over willen stappen op nieuwe energiesystemen die minder milieubelastend zijn: de ‘Duurzame stad’. In ons land en zeker in onze gemeente verdrijft iedere nieuwe ontwikkeling een oude functie. Met andere woorden geen stukje grond is onbenut. Dat betekent dat ons handelen altijd impact zal hebben. Door te zorgen dat iedere nieuwe ontwikkeling een vermindering van onze gezamenlijke ecologische voetafdruk heeft dan de oude functie verkleinen we de impact op onze leefomgeving. Met dit beginsel bedoelen we dan ook dat iedere nieuwe ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor latere generaties of mensen elders op de wereld. Dat kan bijvoorbeeld door nieuwe ontwikkelingen energieneutraal en liefst energieleverend te maken, zoveel mogelijk circulaire grondstoffen te gebruiken en door een ontwikkeling natuurinclusief te maken. Op deze basis is het scenario van de duurzame stad uitgewerkt. Ruimtegebruik, bezien vanuit het perspectief van de natuurlijke alliantie, wordt bepaald door natuurlijke systemen. Regierapport Duurzame stad Regierapport De uitgangspunten voor dit ontwikkelperspectief zijn: a. Het dragend vermogen van de bodem en het bodemtype zijn bepalend voor de functie. b. Water is een leidend principe voor elke ruimtelijke ontwikkeling. c. Groen en natuur is een volwaardige functie bij ruimtelijke afwegingen. d. Klimaatverandering wordt tegengegaan door inzet op het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. e. Onze leefomgeving wordt bestand tegen klimaatverandering door te anticiperen op de effecten daarvan. f. Inzet op besparen en hergebruik grondstoffen. g. Bij ál ons handelen zetten wij ons in om nadelige gevolgen voor de generaties na ons en voor mens & milieu ergens anders op de wereld te minimaliseren. De gemeente neemt regie op: Sommige zaken zijn alleen goed uitvoerbaar wanneer het collectief opgepakt wordt. De gemeente zet zich daarvoor in en neemt regie. Dat betekent niet per definitie dat de gemeente het gaat doen maar wel dat de gemeente partijen bij elkaar brengt om zaken tot stand te brengen. Dat gaat dan bijvoorbeeld over: warmtetransitie; energiebesparing/opwekking hernieuwbare energie (klimaatneutraal); biodiversiteit; klimaatadaptatie; circulariteit/afval/sluiten van kringlopen. 2.3 Inclusieve stad Iedereen kan onvoorwaardelijk en onbeperkt mee doen In het ontwikkelperspectief Inclusieve stad staan wensen en behoeften van de inwoner, ondernemer, bezoeker centraal. Hoe zorgen we ervoor dat we samenleven, naar elkaar omzien, mee kunnen doen en de stad in alle verschillende behoeftes voorziet. Met andere woorden: wat is er nodig voor het goed, zo optimaal mogelijk, functioneren van de samenleving. En hoe is dat gerelateerd aan de fysieke omgeving? Eén van de hoofdprincipes in de omgevingsvisie is het welbevinden van Harderwijkers en Hierdenaren. Hierbij onderkennen we drie aspecten: Sociale samenhang: Het welbevinden verplicht de gemeente om te zien naar haar inwoners en te zorgen voor verbinding tussen individuele mensen en groepen van mensen. Door verbindingen te herstellen gaan we elkaar weer zien en kennen. Door elkaar te kennen groeit het vertrouwen en het samenwerken. Door samen te werken komen we verder. Op deze basis is het scenario inclusieve stad uitgewerkt. Inclusie: De meeste inwoners vinden het vanzelfsprekend om ‘gewoon’ mee te doen. Toch is dat voor de ene inwoner lastiger dan voor de andere. Vanwege bijvoorbeeld beperkingen of vooroordelen over elkaar. In Harderwijk willen we dat iedereen kan meedoen en niemand wordt uitgesloten. Maatwerk: In het algemeen geldt dat het algemeen belang vóór het individueel belang gaat maar bij het inclusiviteitsdenken kán juist het individuele of collectieve groepsbelang vragen om een maatwerkbenadering. Regierapport Inclusieve stad Regierapport De uitgangspunten voor dit ontwikkelperspectief zijn: a. De overheid zet zich in voor het algemeen belang, het collectief belang en waar mogelijk voor de individuele behoefte en prioriteert in die volgorde. b. Iedereen heeft voldoende bestaanszekerheid en dat betekent dat iemand de beschikking heeft over een woning en voldoende inkomen. c. Iedereen kán meedoen. d. Publieke én openbare ruimte draagt bij aan en nodigt uit tot ontmoeting en activatie en draagt bij aan het vergroten van de sociale cohesie waardoor de samenleving meer samenredzaam wordt. e. Een gezonde en veilige leefomgeving stimuleert een gezonde en actieve leefstijl. f. Openbare (publieke) ruimten en gebouwen zijn toegankelijk. g. Voor iedereen is ondersteuning en/of zorg (nabij) beschikbaar. De gemeente neemt regie op: Sommige zaken zijn niet goed uitvoerbaar bij een individueel plan en dienen meer collectief opgepakt te worden. De gemeente zet zich daarvoor in en neemt regie. Dat betekent niet per definitie dat de gemeente het gaat doen maar wel dat de gemeente partijen bij elkaar brengt om zaken tot stand te brengen. Dat gaat over: Inzet op individueel welbevinden. Harderwijk zijn we samen: bevorderen van ontmoeting in de wijk. Het samenbrengen van werkgevers, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven/werkzoekenden/schoolverlaters. Het bevorderen van duurzame bereikbaarheid en toegankelijkheid. Het zorgdragen voor een gezonde en veilige leefomgeving (een groene omgeving, schone lucht, schoon water, verkoeling, geluid, geur, fijnstof, CO2, stress-vermindering, geluksgevoel, uitnodigen tot bewegen, enzovoorts). Dekkend (goede spreiding en toegankelijk) voorzieningenniveau (zorg; sport; onderwijs; detailhandel; vrijetijdsbesteding; cultuur). 2.4 Regiostad De ruimtelijke puzzel In het ontwikkelperspectief Regiostad is schaarse ruimte een factor die bepalend is voor de ontwikkeling van Harderwijk en Hierden. De behoeften uit de samenleving met de noodzaak van het bouwen van nieuwe woningen, kantoor- en bedrijfslocaties, samen met ambities voor een circulaire economie, de energietransitie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptieve maatregelen, natuurinclusief ontwikkelen, etc. leggen een flinke claim op de beperkte ontwikkelruimte. Al deze opgaven opgeteld gerelateerd aan beschikbare ruimte geven inzicht in (on)mogelijkheden voor ontwikkeling: de ruimtelijke puzzel. De beschikbare ruimte stelt grenzen aan de mogelijkheden en daarom is het goed om over de grenzen heen te kijken om te bezien of het bundelen van krachten met onze buurgemeenten kansen biedt. Harderwijk staat niet alleen en de buurgemeenten Ermelo en Zeewolde maken deel uit van het daily urban system (Een Daily Urban System (DUS) is het gebied waarbinnen de belangrijkste dagelijkse verplaatsingen (woon- werk, studie, sport, etc.) zich afspelen). De uitgangspunten voor dit ontwikkelperspectief zijn: a. De ruimtepuzzel wordt samen met de EHPZ-gemeenten gelegd. b. Het EHPZ-voorzieningenniveau is compleet en complementair, we koesteren regionale voorzieningen zoals GGD, ziekenhuis, zorginstellingen, etc. c. Bereikbaarheid tussen de gemeenten wordt geoptimaliseerd. Regierapport Regiostad Regierapport De gemeente neemt regie op: Sommige zaken zijn niet goed uitvoerbaar bij een lokaal plan en dienen meer regionaal opgepakt te worden. De gemeente zet zich daarvoor in en neemt regie op de gebiedsagenda. Dat betekent niet per definitie dat de gemeente Harderwijk altijd het voortouw neemt maar wel dat Harderwijk steeds de buurgemeenten betrekt om zaken tot stand te brengen. Dat gaat dan bijvoorbeeld over: het regionaal afstemmen van ruimte voor woningbouw; het regionaal afstemmen van ruimte voor ondernemen; het verbeteren van de bereikbaarheid met de EHPZ-gemeenten; het afstemmen van het behoud en versterking van regionale voorzieningen; het opstellen van een regioarrangement. Kaart regioarrangement Bron: Regioarrangement EHPZ Botterbrug Drielanden 3 Basisstructuur 3.1 Algemeen Hoofdgroenstructuur Oppervlaktewater Open en waardevol landschap Randmeer Veluwe Indicatie fiets- en wandelpadenstructuur Ontmoetingsgebied binnenstad Ontmoetingsgebied wijkniveau Sportcluster Verbindingszone Veluwe – Randmeren Stadspark Historische structuur Ontwikkelgebied De basisstructuur bestaat uit vier structuren die over elkaar heen liggen. Deels zijn die herkenbaar en bestaand, deels ontbreken daarin schakels. Die ontbrekende schakels, gebaseerd op oude, natuurlijke én historische structuren vormen de to-do lijst voor de komende jaren. a. Natuurlijk systeem als basis voor de noord/zuid verbinding van bos naar en water en de oost/west verbinding tussen de landschappen rondom Horst en de Hierdense enken; voorbereid op klimaatveranderingen. b. Een gezonde en veilige leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten met zorg voor de leefomgevingskwaliteit. c. Een sociaal netwerk waarin ontmoeting en verbinding tussen mensen en groepen van mensen wordt bevorderd. d. Herkenbare historische structuurdragers. Met het realiseren van de basisstructuur leggen we een hoofdstructuur voor groen- en oppervlaktewatersystemen welke als een vlechtwerk over de stad, dorp en buitengebied ligt. Deze structuur leent zich ook heel goed voor het creëren van een gezonde en veilige leefomgeving. Het groene en blauwe netwerk wordt parkachtig vormgegeven met speel- en sport- en ontmoetingsplekken. De basisstructuur dient ook als verbindende structuur met toegankelijke fiets- en wandelpaden. Deze structuur is onderdeel van de visiekaart van Harderwijk en bestaat uit deels bestaande groen- en waterstructuren aangevuld met ontbrekende schakels. Deze ontbrekende schakels worden in de basisstructuur opgenomen op basis van bodem- en watersystemen aangevuld met historische belangrijke structuren. Deze basisstructuur wordt vastgelegd in de omgevingsvisie en is van strategisch belang en daarmee richtinggevend voor nieuwe ontwikkelingen. De structuur krijgt absolute prioriteit en wordt leidend in de gemeente. Dat betekent dat nieuwe ontwikkeling bijdragen aan dat netwerk. Dat zal proportioneel zijn. Dat wil zeggen dat we van initiatiefnemers van nieuwe bouwplannen zullen eisen dat ze een bijdrage leveren aan de basisstructuur. Wanneer het een gebiedsontwikkeling is kan dat soms ook vormgegeven worden binnen de ontwikkeling. Kan dat niet of is het plangebied te klein dan kan dat door financieel bij te dragen aan het basisstructuurfonds (zie paragraaf 6.6). Bron: RR-Grond 3.2 Natuurlijk systeem Hoofdgroenstructuur Oppervlaktewater Kustzone Open en waardevol landschap Randmeer Veluwe Bosfront Studiegebied A28 Recreatie Hoofdgroenstructuur Voor het natuurlijk systeem is een hoofdgroenstructuur op gemeentelijk niveau van belang. De groen- en waterstructuren in Harderwijk zijn veelal per wijk ontwikkeld. Hierdoor hebben veel wijken een eigen groenstructuur die veelal niet goed met elkaar of de directe omgeving verbonden is waardoor een structuur op het niveau van het gehele stedelijke gebied ontbreekt. Tevens ontbreekt een verbinding tussen de stad en omliggende natuurgebieden. De structuur van de bodem is leidend voor het bepalen van deze structuur. De omgevingsvisie richt zich op een doorgaand stelsel van natuurlijke verbindingen op stadsniveau die een belangrijke functie hebben voor gezondheid en leefbaarheid van de stad (schone lucht, verkoeling, bewegen en ontmoeten). Deze bestaat uit: Randmeer - Stad - Veluwe zones verbinden de stad met de Veluwe en de Randmeren, ook deze combineren bestaand groen- en/of waterstructuren tot een stedelijk niveau. Deze zones zijn naast een recreatieve natuurverbinding ook van ecologische betekenis, ze vormen de natuurlijke gradiënten tussen Veluwe en Randmeer. Buitengebied Horst - Stad - buitengebied Hierden staan hier haaks op en verbinden de waardevolle open landschappen aan weerszijden van Harderwijk met elkaar. Ze voeren zoveel mogelijk over en langs bestaande groen- en/of waterstructuren. Waterstructuur Algemeen geldt voor de hoofdoppervlaktewaterstructuur dat deze zichtbaar is. Kunstmatige oplossingen worden zoveel mogelijk voorkomen en verdwenen historische watersystemen/beken worden waar mogelijk hersteld en/of verbeterd. De kustzone is onderdeel van de basisstructuur. Bij het Zeepad ligt dat voor de hand maar ook Wijde Wellen, Strandeiland. Lorentz en Mheenlanden wordt gezocht naar een goede overgang tussen land en water waar bij de inrichting meer rekening wordt gehouden met verschillende habitats. A28 We zijn innovatief en tonen lef De A28 is hard nodig voor onze bereikbaarheid. Tegelijkertijd vormt het een barrière tussen Veluwe, stad en Randmeren. Om die barrière te slechten wordt onderzocht of bijvoorbeeld ter hoogte van het stedelijk gebied van Harderwijk de snelweg overkluisd of onder het maaiveld gebracht kan worden of wellicht dat een heel ander tracé wenselijker is. Daarmee kan de barrière verminderd worden en wordt het Wolderwijd via de stad meer verbonden met de Veluwe als onderdeel van de basisstructuur. Nieuwe woongebieden Park Ceintuurbaan en Slenck&Horst maken onderdeel uit van de ontwikkeling van het ‘Bosfront’ waar het stedelijk gebied opgaat in de natuurlijke omgeving en andersom. Het slechten van de barrière versterkt de verbinding maar is voorwaarde voor de ontwikkeling van het Bosfront. Een concrete oplossing is nog niet uitgewerkt en vergt veel studie van verschillende partijen zoals provincie en Rijk. Ook een combi van oplossingen is denkbaar. De biodiversiteit in verschillende gradiënten in de overgangszone van Veluwe naar Randmeren krijgen dan meer kans. 3.3 Gezonde en veilige leefomgeving Indicatie fiets- en wandelpadenstructuur Sportcluster Aan de basisstructuur kunnen andere functies worden toegekend. De gemeente wil iedereen stimuleren tot een gezonde leefstijl door veel te bewegen in de buitenlucht. Voor een gezonde en veilige leefomgeving wordt met de basisstructuur een veilig, uitnodigend fiets- en wandelpadennetwerk in combinatie met beweegroutes, fietsknooppuntennetwerk, speeltuin en sportveldjes gecreëerd. Deze basisstructuur verbindt ontmoetingsplekken met elkaar zoals de sportclusters Sypel, Strokel, Slingerbos, Rumels en nog te realiseren Waterfront (Dolfinariumeiland). Daarmee wordt een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat bewerkstelligd. Dit helpt om zowel de lichamelijke als de geestelijke gezondheid te bevorderen. 3.4 Sociale samenhang Ontmoetingsgebied binnenstad Ontmoetingsgebied wijkniveau Sportcluster Stadspark Ontwikkelgebied Wijkcentrum Wijkfunctie versterken Voorzieningencluster Buurthuis Multifunctionele accommodatie (MFA) Door bovenstaande structuren ontstaan knooppunten. De knooppunten bevinden zich nu al meestal rondom wijk- en buurtcentra, sportclusters en plekken zoals de binnenstad met verschillende (maatschappelijke) voorzieningen en stadsparken zoals Sypel, de Rietmeen, het Crescentpark, Wijde Wellen én Strandeiland. Door fijne verblijfsgebieden in een parkachtige omgeving te ontwikkelen, wordt ontmoeting gefaciliteerd en gestimuleerd. Daarmee ontstaat meer sociale cohesie in de wijk of de buurt. Als mensen elkaar ontmoeten, gaan mensen elkaar kennen. Dat verkleint onbegrip en maakt het gemakkelijker om af en toe een beroep op elkaar te doen en samen initiatieven te ondernemen. Concreet betekent het dat in wijken waar dergelijke ontmoetingsplekken ontbreken, ze in of aan de basisstructuur worden toegevoegd of bestaande functies meer multifunctioneel worden gemaakt met aandacht voor culturele verschillen in bevolkingsgroepen. Iedere gemeente kent het probleem van mensen die zich soms tijdelijk of soms langdurig zelf niet kunnen redden. Door de sterke vergrijzing, de individualisering en de toegenomen verschillen (cultureel, opleiding, tussen generaties) is het steeds lastiger voor mensen die ondersteuning nodig hebben om zich staande te houden en een beroep te doen op een ander. Met het creëren van voldoende ruimte voor ontmoeten proberen we de ontstane kloof tussen mensen te dichten. Het elkaar weer leren kennen is een belangrijk onderwerp in het zoeken naar welbevinden. 3.5 Historische structuurdragers Historische structuur Landgoed de Essenburgh Behoud van het erfgoed, in het historisch centrum, op andere plekken in Harderwijk met een historische achtergrond én in Hierden en buitengebied, wordt steeds meer gewaardeerd, zowel door eigen inwoners als toeristen. Het gaat om het totaalplaatje van het fysieke erfgoed, de verhalen erachter, de ambachten en het actueel gebruik in deze tijd. Harderwijk kent een rijke historie en dat zien we in de historische kernen van Harderwijk en Hierden. Ook in de verbindingen met andere dorpen en steden zijn die structuren goed zichtbaar. De Zuiderzeestraatweg is bijvoorbeeld al bijna 200 jaar een belangrijke regionale historische verbindingsweg. Ook de oude route Leuvenumseweg/Mecklenburglaan is, hoewel doorsneden door de A28 nog herkenbaar als wat ooit de verbindingsweg was naar Deventer. De ruimtelijke structuur van dorpen en steden is er door bepaald. Veel historische bebouwing is gericht op deze weg. Zoals een groot aantal landgoederen, kazernecomplexen, boerderijen, villa’s, woonhuizen, fabrieken etc. De route koppelt verschillende tijdsbeelden, landschappen, oude stadjes, dorpen en woongebieden langs de rand van de Veluwe. Met het vastleggen en versterken van een structuur met belangrijke elementen voortkomend uit het rijke verleden ontstaat meer waardering voor de omgeving, identiteit van plekken, buurten en wijken en hun historische context. Deze structuren uit het verleden zijn samen met de natuurlijke systemen leidend voor het bepalen van de basisstructuur. Smeepoorterbrink 3.6 Basisstructuurkaart Hoofdgroenstructuur Oppervlaktewater Kustzone Open en waardevol landschap Randmeer Veluwe Indicatie fiets- en wandelpadenstructuur Ontmoetingsgebied binnenstad Ontmoetingsgebied wijkniveau Sportcluster Stadspark Historische structuur Verbindingszone Veluwe – Randmeren Op de basisstructuurkaart hieronder zijn de lagen van het natuurlijk systeem; de gezonde en veilige leefomgeving; het sociaal netwerk en herkenbare historische structuurdragers te zien. Deze structuur vormt de kern van het herstel van het natuurlijke systeem en draagt tegelijkertijd bij aan het welbevinden van inwoners. Sypel Impressie Sypel in de basisstructuur Basisstructuurkaart Wolderwijd 4 Thematische benadering 4.1 Algemeen Om het Harderwijk en Hierden van 2040 te schetsen worden alle aspecten van de fysieke leefomgeving thematisch beschreven. Ieder thema begint met een opsomming van principes. Deze ontwerpprincipes worden gehanteerd bij locatieonderzoeken, het toetsen van initiatieven van derden en bij het opstellen van beleids- en gebiedsuitwerkingen, programma’s of plannen. Een deel van deze principes zijn op hoofdlijnen geborgd in de basisstructuur; in de gebiedsgerichte benadering in hoofdstuk 5 wordt de komende jaren in overleg met inwoners en belanghebbenden verder uitgewerkt wat dat op gebiedsniveau concreet kan gaan betekenen. De thematische en gebiedsgerichte benadering vormen samen de omgevingsvisie. Realisatie van onderdelen uit de omgevingsvisie wordt mogelijk verder uitgewerkt in programma’s zoals bedoeld in de Omgevingswet. Ieder thema wordt afgesloten met een zogenaamde themakaart. Wanneer je deze 13 themakaarten op elkaar legt ontstaat een onoverzichtelijk geheel en ontstaan er conflicten in ruimtegebruik. Daarom wordt dit hoofdstuk afgesloten met de visiekaart (4.5) waarin de hoofdkeuzes zichtbaar zijn gemaakt. Thema's 4.2 Natuurlijke alliantie 4.2.1 Natuurlijk systeem is dragend voor de ontwikkeling Hoofdgroenstructuur Oppervlaktewater Kustzone Open en waardevol landschap Randmeer Veluwe Stadspark Duurzame landbouw Verbindingszone Veluwe – Randmeren Circulaire economie Ophoging en vergraving Zeeklei Laagveen Dekzandvlakte Dekzandrug Rivierterras Stuifzandduin Stuwwal Strandwal Beekdal Niet-draagkrachtige bodem Historische beek Beekdal Hierdense beek Waterscheiding Infiltratiegebied Grondwaterfluctuatiezone Grondwaterbeschermingsgebied Waterwingebied Intrekgebied Kwelgebied Hogere concentraties arseen Fijnmazige groenstructuur Stadslanderijen Enkenlandschap Weidelandschap Randmeerlandschap Boslandschap Energiebesparende maatregel Verhoogde kans op hittestress Wateroverlast calamiteit knelpunt Overstortzoekgebied Waterberging Wateroverlastzone Risico onbeheersbare natuurbrand Waarom…. De natuurlijke alliantie zijn de onderwerpen van de lange termijn. Ze veranderen beperkt en langzaam en toch hebben we door menselijk handelen invloed op de systemen. Inmiddels is geleerd dat die veranderingen ons welbevinden bedreigt: achteruitgang van biodiversiteit maakt het ecosysteem kwetsbaar waarbij de mens aan het eind van de keten staat. De gemeente staat daarom een duurzame ontwikkeling in al haar handelen voor (zie pagina 14, Global Goals). Duurzaamheid is daarmee een leidend principe in ons handelen. Dat betekent dat de gemeente in 2030 minimaal de landelijke doelstellingen volgt en dat gemeente Harderwijk uiterlijk in 2050 100% circulair, klimaatrobuust en klimaatneutraal is. Daarnaast zet de gemeente zich in voor het behoud en versterken van de natuur; voor het creëren van een groene oase, gebouwen en openbare ruimte; een prima leefgebied voor kleinere dieren (insecten, vogels en kleine dieren) tussen de Randmeren en de Veluwe. Bodem- en watersystemen zijn lange termijn processen. Het aanpassen daarvan zijn langdurige en vaak kostbare processen. Door klimaatverandering en ingrepen in het verleden is het noodzakelijk om deze systemen sturend te laten zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uitgangspunt voor ontwikkelingen is de bodemkaart (zie Stadsatlas). Deze geeft richting aan de verdere keuzes die gemaakt worden. …voor het natuurlijk systeem Het eerste principe is dat we in verdere ruimtelijke ontwikkelingen rekening houden met de bodem om daarmee duurzamer te bouwen, liefst zonder technische ingrepen. Met het realiseren van de basisstructuur herstellen we het natuurlijk verloop van de dekzandgronden van de Veluwe via de stadsweiden en de stadslanderijen richting het water van de Randmeren. Daarnaast volgt de basisstructuur de ondergrond in noord/zuid richting zoals in het verleden de Zuiderzeestraatweg en de spoorlijn dat al deed. In de bestaande stad geldt het principe dat bij herstructurering/transformatie natuurlijke systemen in acht worden genomen en daar waar mogelijk hersteld worden. Door rekening te houden met bodem en watersystemen creëren we een duurzamer Harderwijk en Hierden waarin het systeem bestand is tegen de effecten van klimaatverandering en inwoners beter gevrijwaard blijven van wateroverlast, de beschikbaarheid van voldoende schoon zoet water, e.d. Door het beperken van energie- en grondstoffenverbruik wordt de ecologische voetafdruk verlaagd, waarmee Harderwijk haar bijdrage levert aan een meer evenwichtig systeem rekening houdend met de wereld om ons heen. …voor het welbevinden van onze inwoners Eeuwenlang heeft de mens en meer precies hebben Harderwijkers en Hierdenaren rekening gehouden met de bodem. De vesting werd gebouwd op een uitloper van het dekzandrug van de Veluwe en ook Hierden lag achter een strandwal op zo’n uitloper. De bodem- en (grond)watersystemen leveren ‘natuurlijke diensten’ waarmee de bewoners in hun levensonderhoud voorzien zoals drink- en waswater. visserij, akkerbouw, veeteelt en bosbouw. Ook bij het bouwen van woningen en transport over land/water is men afhankelijk van de draagkracht van deze systemen. Zo werd ook de spoorlijn precies op de rand van deze stevige bodem aangelegd. Later is dat losgelaten en werden steeds vaker technische oplossingen bedacht om het bouwen mogelijk te maken. Op de kaart is ook te zien dat het Harderwijkse grondgebied de laatste decennia flink is vergroot met het opspuiten van gronden in de Randmeren. Hier zijn Lorentz Haven en Waterfront aangelegd. Door rekening te houden met de natuurlijke systemen wordt ook de biodiversiteit hersteld en gestimuleerd. Het versterken van groene structuren werken positief op de gezondheid en het welbevinden van mensen. Voor 2040 betekent dat voor de natuurlijke alliantie: a. Het hoofdprincipe is dat het natuurlijke systeem (water en bodem) de basis is en daarmee ruimtelijk structurerend is bij nieuwe ontwikkelingen. Daarbij wordt gekeken hoe structuren kunnen worden hersteld en naar de draagkracht van de bodem, (grond)watersysteem en natuur (ecologie). b. ls prioritaire maatregel wordt een robuuste groen- en waterstructuur in de basisstructuur vastgelegd waarin deze ten behoeve van biodiversiteit, het oppervlaktewatersysteem én klimaat adaptieve maatregelen zoals wateropvang en voorkomen van hittestress wordt geïntegreerd én geborgd. c. De gemeente in 2050: 100% circulair is; klimaatrobuust is; klimaatneutraal is; waarbij de gemeente zich inzet om: minimaal landelijke doelstellingen te volgen; de natuur te behouden en waar mogelijk te versterken; de biodiversiteit te verbeteren; over te schakelen op duurzame landbouw. Onder de Natuurlijke alliantie worden in de volgende paragrafen onderstaande thema’s besproken: bodem (4.2.2); water (4.2.3); natuur en groen (4.2.4); klimaatverandering (4.2.5). Natuurlijke alliantie 4.2.2 Bodem 4.2.2.1 Draagkracht van de bodem is bepalend voor de functie Thema Bodem Duurzame landbouw Ophoging en vergraving Zeeklei Laagveen Dekzandvlakte Dekzandrug Rivierterras Stuifzandduin Stuwwal Strandwal Beekdal Niet-draagkrachtige bodem Geen intensieve veehouderij In de gemeente is geen stukje grond onbenut. Dat betekent dat wanneer we aan een perceel een nieuwe bestemming toekennen dat altijd ten koste van de oude bestemming gaat. Tegelijkertijd is veel van het Harderwijks grondgebied prachtige natuur van de Veluwe of oppervlaktewater van de Randmeren. Toch zeggen we in onze visie dat we de bodem leidend willen laten zijn voor de ontwikkeling. ... voor het natuurlijk systeem Dat wil zeggen dat we bij iedere transformatie eerst in beeld willen hebben hoe de bodem is samengesteld, of er ‘vergeten’ watersystemen bestaan en of we dat kunnen herstellen binnen de transformatie. ... voor het welbevinden van onze inwoners De bodem is basis van onze voedselproductie. De agrarische sector in onze gemeente heeft een marginaal bestaan en intensieve veehouderij staat onder druk vanwege de stikstofproblematiek. Tegelijkertijd wil de gemeente inwoners meer betrekken bij de voedselketen met stadslandbouw op een biologisch en ecologisch verantwoorde wijze. Principes ten aanzien van bodem zijn: Bodemsystemen zijn sturend in ruimtelijke ontwikkelingen Natuurlijke sponswerking van de bodem herstellen/versterken: verminderen bodemafdekking en meer stedelijk groen. Stimuleren van multifunctioneel ruimtegebruik. Duurzaam bodemgebruik en beheer stimuleren en toepassen Themakaart Bodem 4.2.2.2 Bodemsysteem sturend Ophoging en vergraving Zeeklei Laagveen Dekzandvlakte Dekzandrug Rivierterras Stuifzandduin Stuwwal Strandwal Beekdal Niet-draagkrachtige bodem Grondwaterbeschermingsgebied Waterwingebied Hoogspanningsleiding ondergronds Hoofdgastransport In de afgelopen decennia zijn we de hechting met de bodem kwijtgeraakt en zijn we met allerlei technische oplossingen de relatie tussen functie en bodemsoort kwijtgeraakt. De keerzijde van technische oplossingen is dat die – mede onder de invloed van klimaatverandering – kwetsbaar zijn gebleken en niet erg duurzaam. Door bodem en water (weer) sturend te laten zijn in de ruimtelijke ordening, kunnen we ook in de toekomst (met een ander klimaat) blijven leven, wonen en werken. In een veilige omgeving, met een gezonde bodem en voldoende en schoon water. De gemeente Harderwijk volgt daarmee het landelijke besluit (bron: Kamerbrief water en bodem sturend, Den Haag, november 2022). Door het principe ‘bodem sturend te maken in de ontwikkeling’ wordt de relatie tussen bodem en functie waar mogelijk hersteld. De bodem is drager voor functies. Verschillende bodemtypen scheppen (on)mogelijkheden voor gebruik. Een kleiige bodemsoort is bijvoorbeeld geschikt voor akkerbouw, een zandige bodemsoort geeft goede bouwmogelijkheden. De tabel geeft de verschillende bodemsoorten aan met hun kwaliteit. Kennis over de bodemsoorten geeft inzicht in gebruik daarvan. Daarom vormt de bodemsoortenkaart de basis voor de themakaart. De bodem moet vitaal en efficiënt geordend worden. De druk op de ruimte in de bodem is inmiddels enorm hoog, we leggen allerlei infrastructuur aan in de bodem (riolering, elektriciteits- en glasvezelnetwerken, warmte/koude systemen, gasleidingen, ondergronds parkeren, drink- en grondwateronttrekkingen, etc.). Tegelijkertijd is onze ruimte beperkt en wordt daarom efficiënt landgebruik gestimuleerd: zonnepanelen leggen we graag op daken, woningen bouwen we hoger om daarmee de bodem meer te ontzien (er blijft meer openbaar groen) en multifunctioneel ruimtegebruik is het streven. Daaronder valt ook dat onnodige bodemafdekking wordt verminderd en wordt ingezet op meer stedelijk groen. Kwaliteiten Bodem https://iplo.nl/thema/bodem/regelgeving/omgevingswet/wetsinstrumenten/omgevingsvisie/ De komende jaren richten we ons hierbij op de volgende opgaven: De gemeente neemt de regie op de inrichting van de ondergrond en legt dat vast in het omgevingsplan. De gemeente gaat natuurinclusief (kringloop) bodemgebruik en -beheer stimuleren en zelf toepassen. De gemeente draagt bij aan: het vasthouden van water; een verbeterde weerbaarheid tegen droogte; beter inzicht in grondwateronttrekkingen (in samenwerking met waterschap en provincie); inzetten op waterbesparing door bewoners en bedrijven (o.a. door communicatie). De gemeente draagt bij aan het realiseren van schoon en gezond water - door een goede invulling van de zorgplichten ten aanzien van afvalwater (rioolbeleid) - door maatregelen in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW) - bijzondere aandacht voor grondwaterbescherming in en rond het drinkwaterwingebied. De gemeente draagt bij aan het realiseren van ruimte voor water, o.a. door gebiedsgericht ruimte te maken voor vasthouden, bergen en afvoeren van water (mede op basis van de uitkomsten van de uitgevoerde klimaatstresstest). Uiteraard blijft de gemeente Harderwijk bij al deze opgaven samenwerken met anderen: provincie, waterschap, Omgevingsdienst Veluwe (OVD), buurgemeenten en bewoners en bedrijven. 4.2.2.3 Duurzame landbouw en beheer Duurzame landbouw Intensieve landbouwmethoden leiden op veel plekken tot degradatie van de bodemkwaliteit waarbij de bodem nog nauwelijks nutriënten of water vasthoudt. Duurzame landbouw is bijvoorbeeld natuurinclusieve kringlooplandbouw of regeneratieve landbouw. Met natuurinclusieve kringlooplandbouw kan de bodemkwaliteit worden verbeterd. Natuurinclusieve kringlooplandbouw heeft verwantschap met regeneratieve landbouw. Natuurinclusieve kringlooplandbouw is een productiemethode waarbij natuurlijke hulpbronnen worden versterkt in plaats van uitgeput. Ook bij het inrichten en onderhoud van de openbare ruimte worden natuurinclusieve kringloopmethoden toegepast met natuurinclusieve ontwerpen. Regeneratieve landbouw richt zich vooral op verbetering van de bodemkwaliteit. Praktijken die onder de noemer van deze vorm van landbouw worden toegepast, zijn onder andere: geen of minimale bodembewerking, gebruik van bodembedekkers, gewasrotatie en toepassing van biologische gewasbescherming (ipv chemische bestrijdingsmiddelen). Er wordt bijvoorbeeld minder gemaaid om grassen meer diep te laten wortelen en op bepaalde plekken worden veldbloemen ingezaaid om daarmee insecten meer habitat te bieden. De gemeente gaat deze vorm van bodemgebruik/beheer stimuleren en waar mogelijk zelf toepassen. Hierdense beek 4.2.2.4 Beperken onnodig landgebruik en stimuleren multifunctioneel gebruik Wateroverlast calamiteit knelpunt Overstortzoekgebied Waterberging Wateroverlastzone Voor bebouwd gebied betekent het sturend zijn van bodemsystemen dat de effecten van klimaatverandering bepalend zijn bij locatiekeuze en inrichting van gebieden voor woningbouw. Dat houdt in dat er geen bebouwing komt op locaties met negatieve effecten voor noodzakelijke waterberging en ingezet wordt op een klimaatadaptieve en natuurinclusieve bebouwde omgeving. In de openbare ruimte worden materialen toegepast die zorgen dat de bodem zo min mogelijk wordt afgedekt. In de bodem wordt water geïnfiltreerd of geborgen om wateroverlast te voorkomen en de effecten van langdurig droge perioden te beperken. In Harderwijk doen we dat in de basisstructuur. Tegelijkertijd is de loop van het grondwater van belang omdat in delen van de bebouwde kom van Harderwijk het grondwater vrij hoog kan komen te staan. 4.2.2.5 Sponswerking bodem vergroten Een van de maatregelen om de effecten van de klimaatverandering te beperken is de sponswerking van de bodem vergroten. Dat kan niet overal in dezelfde mate omdat dit afhangt van de doorlatendheid van de bodem en de grondwaterstand. Daarom is er een afkoppelkansenkaart ontwikkeld die aangeeft in welke gebieden er nog kansen liggen om meer regenwater lokaal te verwerken (in de bodem, in het groen of in het oppervlaktewater). Door middel van educatie en voorlichting worden bedrijven en particulieren gestimuleerd af te koppelen en bij nieuwe ontwikkelingen gescheiden systemen als uitgangspunt te hanteren. 4.2.2.6 Gradiënten buitengebied Randmeer Verbindingszone Veluwe – Randmeren Veluwe Het buitengebied tussen randmeren en de Veluwe kent veel verschillende bodemtypes. Dat maakt deze overgang vanuit ecologisch oogpunt interessant om biodiversiteit te bevorderen. Om een duidelijke scheiding tussen Hierden en Harderwijk te behouden wordt een ecologische verbindingszone gerealiseerd tussen Veluwe en randmeren. 4.2.2.7 Wolderwijd/Veluwemeer Kustzone Randmeer Recreatie Een vaak vergeten bodem is de bodem van de Randmeren. Voor Harderwijk is dat met name het Wolderwijd. De kwaliteit van het water van het Wolderwijd is goed, zeker in vergelijking met de zuidelijke Randmeren of het Markermeer. Het Wolderwijd en het Veluwemeer hebben een sterk recreatieve functie en worden ook door de beroepsvaart gebruikt. Instandhoudingsdoelen voor verschillende soorten (o.a. Roerdomp, Grote Karekiet, Kleine Zwaan, diverse soorten duikeenden) worden gerespecteerd en onderzocht moet worden welke maatregelen worden genomen om de aantallen voor deze soorten te laten toenemen. Het principe “Het natuurlijk systeem is de drager voor de ontwikkeling” zoals beschreven in paragraaf 1.3.1 wordt hierbij aangehouden. In de tijd van de Zuiderzee is de bodem voor de Veluwekust aangezand. “ Na de aanleg van de Flevopolders zijn de Randmeren ontstaan, gekenmerkt door ondiepe waterplassen. Deze ondiepe waterplassen hebben aan de Veluwse zijde een vloeiende overgang van water naar land. Harderwijk staat er voor open om samen met betrokken partners (o.a. Gastvrije Randmeren, Rijkswaterstaat, Provincie Flevoland, natuurbeheerders, etc.) te verkennen of, en zo ja, welke maatregelen wenselijk zijn waarbij de Natura 2000-doelen prioritair zijn. In onderzoek kan worden bekeken hoe instandhoudingsdoelstellingen en herstelopgaven zich verhouden tot wensen vanuit de oever- en waterrecreatie. Onderwaterleven Wolderwijd 4.2.3 Water 4.2.3.1 Watersysteem is leidend voor de ontwikkeling Themakaart Water Oppervlaktewater Kustzone Randmeer Recreatie Historische beek Beekdal Hierdense beek Waterscheiding Infiltratiegebied Grondwaterbeschermingsgebied Waterwingebied Kwelgebied Hogere concentraties arseen Wateroverlast calamiteit knelpunt Wateroverlastzone Hoofdriool Harderwijk heeft al bijna 8 eeuwen iets gehad met water. Begonnen als een nederzetting op de plaats waar een zanderige uitloper van het Veluwemassief in de Zuiderzee stak. Direct aan zee en toch 3 meter hoog en droog. En op die zandrug een beekje met goed Veluws grondwater. Restanten hiervan zijn nog terug te vinden in het Hortuspark, bij de Sypel en langs de Graaf Ottolaan. Aan de flanken van het Veluwemassief ontspringen deze beken doordat diep grondwater uit de bodem opwelt (kwel).De zee en de grachten boden eeuwen lang bescherming tegen vijanden. De zee speelde een belangrijke rol bij de handel (Hanzestad) en de bedrijvigheid (Visserij). Soms werd datzelfde water bedreigend bij springvloed of storm met schipbreuk en overstroming tot gevolg. Ook veroorzaakte vervuild water in de open riolen en slechte hygiëne vreselijke ziekten. ... voor het natuurlijk systeem De stadsbeek is verdwenen uit de binnenstad, de Zuiderzee werd IJsselmeer, het vuile afvalwater gaat naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie, de zeespiegel stijgt, de bodem daalt, de verstedelijking neemt toe en het klimaat verandert. In de komende decennia krijgen we in toenemende mate te maken met enerzijds drogere zomers en anderzijds nattere winters met meer en zwaardere regenbuien en een toenemende kans op wateroverlast. En dus gaan watersystemen leidend zijn in ons handelen zodat we ook in 2040 droge voeten houden. ... voor het welbevinden van onze inwoners In het moderne Nederland zien we water vaker als vriend dan als vijand. Altijd schoon drinkwater en op veel plaatsen betrouwbaar schoon zwemwater zijn daarvan voorbeelden die door de meeste mensen als vanzelfsprekend worden gezien. Dat er achter die vanzelfsprekendheid een wereld aan organisaties en techniek schuil gaat wordt vaak niet beseft. Zo zorgen de drinkwaterbedrijven voor de omzetting van grondwater of oppervlaktewater naar drinkwater, de waterschappen voor peilbeheer voor landbouw en natuurbeheer en ook voor de zuivering van afvalwater naar een kwaliteit die op natuurlijk oppervlaktewater geloosd kan worden. Met de aanleg van de spoorlijn, de A28 en de Groene Zoomweg zijn een aantal hoger gelegen lijnstructuren in de stad aangebracht die op sommige plaatsen haaks op de natuurlijke helling liggen. Bovendien zijn er in het verdere verleden sloten langs wegen gedempt voor de aanleg van fietspaden of riolering. Uit wateroverlastberekeningen blijkt dat met name een aantal gebieden ten zuidoosten langs de spoorlijn gevoelig zijn voor wateroverlast door een combinatie van genoemde factoren. Gravure vesting Harderwijk Kaart Geelkercken Bron: oudekaarten.nl Principes ten aanzien van water zijn: Water is sturend in ruimtelijke plannen waarbij het watersysteem: voldoende robuust moet zijn om problemen ten gevolge van de klimaatverandering op te kunnen vangen; ecologische systemen in het stedelijk water voldoende kansen geeft; veiligheid bij de inrichting voldoende aandacht krijgt. daarnaast het optimaal evenwicht tussen de verschillende functies natuur, recreatie, beleving en economie van het water in en rondom Harderwijk blijft behouden. Eigenaren van gebouwen en percelen zijn in principe zelf verantwoordelijk voor de verwerking van overtollig regenwater en grondwater. Verminderen gebruik drinkwater. Er zijn drie aangewezen zwemwaterlocaties: Palmbosweg, Strandeiland en Dolfinariumeiland. Regenwater vasthouden waar het valt: water langer vasthouden en minder snel afvoeren. Door bijvoorbeeld in te zetten op het afkoppelen en hergebruiken van hemelwaterafvoer van het rioleringssysteem. Vervuiling van grond-, oppervlakte- en drinkwater en bodem voorkomen of beperken. Schoon en vervuild water gescheiden houden. Themakaart Water 4.2.3.2 Water is sturend Hoofdgroenstructuur Oppervlaktewater Recreatie Wateroverlast calamiteit knelpunt Wateroverlastzone Het hoofdprincipe voor waterbeleid is dat water leidend is bij ingrepen in de fysieke leefomgeving. Dus bij nieuwe initiatieven wordt onderzocht hoe het watersysteem wordt behouden, hersteld en waar mogelijk versterkt, waarbij: a. het watersysteem voldoende robuust moet zijn om problemen ten gevolge van de klimaatverandering op te kunnen vangen; b. ecologische systemen in het stedelijk water voldoende kansen geeft; c. veiligheid bij de inrichting voldoende aandacht krijgt. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling wordt daarom in een vroeg stadium getoetst hoe om te gaan met oppervlaktewater (recreatie), grondwater, kwel, hemelwater en afvalwater en wordt onderzocht hoe waterstructuren ingepast kunnen worden in overige infrastructuur (wegen en groen). Het doel is om een gezond, veerkrachtig, kwalitatief goed, aantrekkelijk en op de toekomst berekende watersysteem/waterketen* te creëren dat aansluit bij de natuurlijke omstandigheden op en om het Harderwijks grondgebied. Daarbij willen we oppervlaktewater als belangrijk onderdeel van het karakter van Harderwijk behouden. Water is daarnaast multifunctioneel en heeft samen met het groen een belangrijke recreatieve betekenis. De gemeente streeft er naar het optimaal evenwicht tussen de verschillende functies natuur, recreatie, beleving en economie van het water in en rondom Harderwijk te behouden. In Harderwijk wordt daarom het natuurlijk (water)systeem als leidend principe gehanteerd. Wateropvang wordt in de basisstructuur gecombineerd met andere ruimtevragers zoals sportveldjes en hoofdgroenstructuur. De gemeente anticipeert op droge zomers en natte winters met natuurlijke dynamiek. Vergroenen van de openbare ruimte en met name volwassen groen helpt bijvoorbeeld tegen wateroverlast: het houdt water vast op bladeren en laat dat verdampen en neemt geïnfiltreerd water op via de wortels. De historische vestinggordel rond de binnenstad maakt onderdeel uit van het vasthouden van water en functioneert als waterretentiebekken. Bij nieuwe ontwikkelingen worden bovenstaande principes gehanteerd als ontwerpeisen. * De waterketen is volgens medische wetenschappers de belangrijkste uitvinding waarmee de gezondheid en de levensverwachting van de inwoners in stedelijke gebieden enorm is verbeterd: zuiver drinkwater en geen contact met ziekteverwekkend afvalwater. 4.2.3.3 Afvalwaterketen Oppervlaktewater Overstortzoekgebied Hoofdriool De afvalwaterketen bestaat uit een systeem van aansluitingen (woningen en bedrijven), kolken, riolen, gemalen, transportriolen, randvoorzieningen en een rioolwaterzuivering installatie. Vanuit het watersysteem komt het water in de afvalwaterketen, voor een deel gebeurt dit via de afvoer van huishoudelijke afvalwater (afkomstig uit de kraan). Vanuit de afvalwaterketen kan op verschillende manieren (overstorten en het RWZI effluent) water worden teruggebracht in het watersysteem. In onderstaand figuur is de relatie tussen afvalwaterketen en watersysteem schematisch weergegeven. Het omkaderde gedeelte is de afvalwaterketen, op verschillende momenten is er een overgang naar het watersysteem.Het streven is om de hemelwaterafvoer los te koppelen van het rioleringssysteem waarmee riooloverstorten worden voorkomen. Het schema laat ook zien dat Harderwijk onderaan de keten zit en daarmee afhankelijk is van de gemeenten Ermelo en Putten. In afspraken met de waterbeheerders zal iedere gemeente haar uiterste best moeten doen om overstorten te voorkomen en dus hemelwaterafvoer los te koppelen van het rioleringssysteem. Harderwijk zal waarschijnlijk ondanks de inspanningen een overstort in stand moeten houden omdat particulieren niet verplicht zijn af te koppelen. Afvalwaterketen 4.2.3.4 Grondwater en kwel Historische beek Kwelgebied In de laaggelegen gebieden rondom het Veluwe Massief treedt kwel op. In feite betreft dit hemelwater dat in hoger gelegen gebieden is gevallen, in de bodem zakt en onder de grond ‘de heuvel afstroomt’. Op bepaalde punten, vooral aan de voet van ‘de heuvel’, komt dit grondwater weer aan het oppervlak in de vorm van natte gebieden met hoge grondwaterstanden (kwel) en kleinschalige oppervlakkig waterafvoer zoals sprengen, bronnen en beken. Een voorbeeld van zo’n kwelgebied in Harderwijk is Drielanden. Dit gebied kent hoge grondwaterstanden en overtollig water werd voorheen via greppeltjes, slootjes en beekjes naar het Wolderwijd afgevoerd. Om een voldoende droog gebied te verkrijgen voor woningbouw zijn singels met sprengkoppen aangelegd waarmee grondwater wordt ingevangen en afgevoerd. Het water dat hier vrijkomt is van relatief hoge kwaliteit. Als met de vaststelling van de omgevingsvisie water en bodem sturend worden, is deze systematiek niet langer de gehanteerde methode.Het algemene principe dat de gemeente hanteert, is dat eigenaren van gebouwen en percelen zelf verantwoordelijk zijn voor de verwerking van overtollig grondwater, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid niet haalbaar en niet doelmatig is. Dit geldt specifiek voor de bebouwde omgeving. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt naar gebiedstypen. De zorgplicht geldt dus ook voor de gemeente zelf als gebouw- en perceeleigenaar. 4.2.3.5 Verontreinigingen in de bodem Intrekgebied Kwelgebied Hogere concentraties arseen Verspreiding van bestaande bodemverontreinigingen door grondwaterstromen moet worden voorkomen. Bodemonderzoek moet daarom onderdeel zijn van ruimtelijke ontwikkelingen en daarin moet aangetoond worden of er sprake is van verontreiniging en hoe wordt voorkomen dat dit zich verspreidt.In kwelgebieden zijn verhoogde concentraties arseen aangetroffen in zowel grond als grondwater. In de bodembeheernota is aangegeven hoe hier mee om te gaan. Het is van belang om daarbij extra aandacht te hebben bij de intrekgebieden. Intrekgebieden zijn gebieden waar het infiltrerende (regen)water vele jaren later gebruikt gaat worden als grondwaterbron voor drinkwater. Intrekgebieden in relatie met de drinkwatervoorziening zijn ook sturend bij het toewijzen van groen/blauwe structuren in de stad en afkoppeling van (schoon) regenwater. 4.2.3.6 Grondwaterfluctuatiezone Grondwaterfluctuatiezone In het gebied dicht langs de voormalige Zuiderzeeoever is de grondwaterstand van nature hoog en zijn door de mens door de eeuwen heen afwateringsystemen gegraven om de grondwaterstand te kunnen beheersen. Op de hoge zandgronden zat en zit het grondwater zo diep dat deze ‘nooit’ vlak onder maaiveld zal komen. De zone daartussen wordt de grondwaterfluctuatiezone genoemd (zie themakaart Water). In deze zone zit het grondwater momenteel nog voldoende diep voor de functie grondgebonden wonen, maar mocht de grondwaterstand structureel gaan stijgen, dan ontbreken de voorzieningen om overlast door hoge grondwaterstanden te voorkomen. Deze zone loopt in de stad Harderwijk ruwweg parallel aan de spoorlijn en buigt oostelijk af richting Hierden Dorp. Het grondwatersysteem in onze gemeente wordt sterk beïnvloed door de Flevopolder aan de ene zijde en de robuuste ‘zoetwaterbel’ onder het Veluwemassief. Bij initiatieven in deze zone geldt het principe van de eigen verantwoordelijkheid zoals beschreven bij grondwater. 4.2.3.7 Infiltratie Infiltratiegebied Sommige delen van de stad lenen zich voor infiltratie. Infiltratie is het proces waarbij regenwater in de bodem wordt opgenomen in de onverzadigde zone. Dat wil zeggen in de laag tussen maaiveld en grondwater. Het openbaar gebied én ook tuinen van particulieren moeten zoveel mogelijk worden ingericht zodat het water in de bodem kan zakken. Verhardingen met asfalt, bakstenen en tegels moeten zoveel mogelijk voorkomen worden of waterdoorlatend zijn. 4.2.3.8 Oppervlaktewater Oppervlaktewater Beekdal Beekdal Hierdense beek Overstortzoekgebied Hoofdriool In principe wordt kwalitatief hoogwaardig water zo goed mogelijk benut. Daarnaast geldt het principe dat oppervlaktewater functioneel is en niet kunstmatig in stand wordt gehouden (makelaarswater). In het buitengebied en rondom dorp Hierden is een stelsel aanwezig van kleinschalige droog gevallen bermsloten. Hoewel er sloten bij zijn waar jarenlang geen water van betekenis in te zien is, zijn deze sloten de enige manier om overtollig water uit het gebied af te voeren als het wel een keer nodig is. Dat kan zijn na uitzonderlijk zware wolkbreuk of na een langdurige periode van constante neerslag in combinatie met hoge grondwaterstanden. De aangewezen beschermingszones natte landnatuur kunnen met betrekking tot waterafvoer of water vasthouden hierin ook een rol spelen.Met de Hierdense beek kent de gemeente een unieke beek gevoed met regenwater van de Veluwe. Hoger in het systeem wordt deze beek nog gebruikt voor rioolwater overstorten. Bovenstrooms -en ver buiten de gemeentegrens- bevinden zich een beperkt aantal noodoverstortlocaties. Alleen bij extreme neerslag kan via deze overstorten sterk verdund ongezuiverd rioolwater op de beek wordt geloosd.Gemeenten en waterschap streven er naar om het op riolering aangesloten verhard oppervlak terug te dringen om dergelijke overstorten op oppervlaktewater (of de bodem) te voorkomen. 4.2.3.9 Waterkwaliteit Stadswateren Oppervlaktewater Overstortzoekgebied Een goede kwaliteit van het oppervlakte water kan alleen worden verkregen door voedingsarm en helder water. Zodra te veel voedingstoffen (nitraten en fosfaten) in het water voorkomen ontstaat al snel de bekende groene soep door algen of kroos. De voedingsstoffen komen in het water door landbouwactiviteiten (buitengebied), riool overstorten, uitwerpselen van watervogels, hondenpoep, brood (eendjes voeren), lokvoer en bladval. Het is praktisch onmogelijk om stadswater helder te krijgen door het treffen van een enkelvoudige maatregel. Naast het terugdringen van de riooloverstorten zou dat ook minder populaire -en lastig te handhaven- maatregelen zoals het verplichten tot het opruimen van hondenpoep langs de stadwateren en het verbieden van het voeren van eenden getroffen moeten worden. Met een riooloverstort of inspoeling van uitwerpselen van honden en watervogels komen ook ziektekiemen in het water die onzichtbaar zijn. Het wordt daarom met klem afgeraden om in stadswateren te zwemmen, ook al ziet het water er schoon uit en/of groeien er waterplanten in. We zijn innovatief en tonen lef Het water uit Drielanden wordt via een ondergrondse leiding onder de A28 door geleid om (in plaats van water uit het randmeer) de singelpartij “de Weibeek” door te spoelen en op peil gehouden. Aan twee zijden vloeit water uit de Weibeek het Wolderwijd in: langs de Rietmeen en bij zorgcentrum “Randmeer”. Van laatstgenoemde wordt een deel opgepompt om de Diepegracht en de Friesegracht op peil te houden, en vanuit deze gracht wordt het weer verder opgepompt voor peilbeheersing van de Couperussingel.Als dit niet gedaan zou worden zou het waterpeil in deze wateren mee variëren met de natuurlijke grondwaterstand. Bepaalde delen van de singels/grachten zouden daardoor zelfs periodiek droog kunnen vallen. Dat is om diverse redenen ongewenst (beeld en stank).Zowel de Friesegracht als de Couperussingel zijn doodlopende waterlichamen. Gedurende een groot deel van het jaar zakt water in de bodem en wordt weer grondwater (infiltratie). Praktisch betreft het dus stilstaand water, hetgeen niet bevorderlijk is voor de waterkwaliteit en -beleving (indikeffect). Dat laatste geldt ook voor de havenarmen Vissershaven en de Lelyhaven. De enige verversing die daar plaatsvond is in de vorm van plaatselijke neerslag en uittredend kwelwater.De Friesegracht en de genoemde havenarmen zijn in 2017 via een lange ondergrondse duiker met elkaar verbonden om zo enige doorstroming en verversing op gang te houden. Dit was vooral noodzakelijk in het licht van ontwikkeling “Waterfront-Zuid”. Door de ontwikkeling van de wijk Drielanden komt er gebiedseigen water beschikbaar voor dit doel. Een groot deel van het kwalitatief hoogwaardig water uit Drielanden zal dan door de stad heen worden omgeleid (lees gepompt) en uiteindelijk via de genoemde havenarmen naar het Wolderwijd wegstromen. Waterwingebied 4.2.3.10 Zwemwater Oppervlaktewater Randmeer Recreatie Droogte in combinatie met hitte kan leiden tot verslechtering van de kwaliteit van het oppervlaktewater terwijl de behoefte aan recreatie in/op/langs oppervlaktewater toeneemt. Een toenemende onbalans tussen seizoenen: neerslagoverschot t.o.v. neerslagtekort en een toenemende onbalans tussen vraag en beschikbaarheid van schoon zoetwater. Door een hoog nutriëntengehalten in de Veluwerandmeren in combinatie met ecologische factoren moet rekening gehouden worden met een omslag van helder naar troebel oppervlaktewater. Door de opwarming van het oppervlaktewater ten gevolge van de klimaatverandering kunnen vaker periodes met algenbloei (blauwalg) optreden waardoor het water op dat moment niet geschikt is als zwemwater.Door de klimaatverandering moet er rekening mee worden gehouden dat knelpunten met de waterkwaliteit vaker op gaan treden. Provincie Gelderland ziet toe op de naleving van de Europese zwemwater richtlijn en de waterbeheerders bepalen welke locaties geschikt zijn als aangewezen zwemwaterlocatie. Op deze locaties wordt de waterkwaliteit gedurende het zwemseizoen gecontroleerd. In Harderwijk zijn er drie aangewezen zwemwaterlocaties: Palmbosweg, het strandeiland en het Dolfinarium strand. Verder zijn er net buiten onze gemeente op korte afstand nog twee zwemwaterlocaties in de buurt: Strand Horst en Harderstrand. Dit zwemwater wordt gemonitord en de kwaliteit is daarmee geborgd. De gemeente streeft naar een goede zwemwaterkwaliteit aan alle strandjes aan de Randmeren. 4.2.3.11 Drinkwater Grondwaterbeschermingsgebied Waterwingebied Intrekgebied De provincie is leidend in de bescherming van grondwater bestemd voor de openbare drinkwatervoorziening. De gemeente volgt het beleid dat hiervoor in de provinciale omgevingsvisie en -verordening wordt opgenomen en neemt de ruimtelijke beschermingsregels van de provincie over die gelden voor de gebieden aangewezen als: waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, koude-warmteopslagvrije zone, boringsvrije zone en intrekgebied. Op de bijgevoegde kaart van de gemeente zijn de verschillende beschermingszones voor drinkwater die gelden te vinden. Onder de zorgplicht valt ook het beschermen van de infrastructuur en de productiemiddelen (zoals pompen) die nodig zijn voor de levering van drinkwater aan inwoners. Ten behoeve van de gezondheid van onze inwoners streven de gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijf Vitens naar een duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Dat betekent dat: inwoners en bedrijven zich bewust zijn van drinkwatergebruik en verspilling tegengaan; inwoners en bedrijven zich bewust zijn van de consequenties van het wonen en werken binnen een grondwaterbeschermingsgebied/ intrekgebied en hun invloed op de drinkwaterkwaliteit; dat functies binnen drinkwaterbeschermingsgebieden geen negatieve invloed hebben op de drinkwaterkwaliteit. 4.2.4 Natuur en groen 4.2.4.1 Groen als essentieel onderdeel van de leefomgeving Themakaart Natuur en groen Hoofdgroenstructuur Kustzone Open en waardevol landschap Veluwe Stadspark Duurzame landbouw Fijnmazige groenstructuur Stadslanderijen Enkenlandschap Weidelandschap Randmeerlandschap Boslandschap Natuur en groen leveren een belangrijke toegevoegde waarde aan de leefomgeving voor mensen en dieren. Een waarde voor het welbevinden van onze inwoners, werkers en bezoekers die lastig in geld is uit te drukken. Natuur en groen leveren ons enorm veel diensten, gratis en voor niks (zie afbeelding op de volgende pagina). ... voor het natuurlijk systeem Natuur en groen zijn essentieel voor opgaven als biodiversiteit, klimaat, circulariteit, gezondheid en energie. Denk bijvoorbeeld aan de productie van voedsel en grondstoffen, klimaatadaptatie zoals het opvangen van water en bieden van verkoeling, leefgebied voor (kwetsbare) dier- en plantensoorten, recreatief gebruik en bijzondere natuurwaarden. ... voor het welbevinden van onze inwoners Natuur en groen hebben een zeer positief effect op het welbevinden van de mens: het biedt de beleving van rust, seizoenen en schoonheid. Groen en natuur nodigen uit tot bewegen en ontmoeten, werken stress verlagend, mensen worden er blij van, medicijngebruik en ziekteherstel nemen af en prestaties van werknemers en leerlingen nemen toe in een groene omgeving! Principes ten aanzien van natuur en groen zijn: Natuur en groen zijn volwaardige functies bij ruimtelijke ontwikkelingen. Natuurinclusief handelen is de nieuwe norm. We zorgen voor voldoende natuur en groen volgens het 3-30-300 principe. Verbetering van de biodiversiteit in ons groen en onze natuur is prioritair. Versterk het groene en natuurlijke karakter binnen de basisstructuur We werken samen aan een waardevolle groene (be)leefomgeving. Themakaart Natuur en groen 4.2.4.2 Natuur en groen als voorwaardige functies Hoofdgroenstructuur Natuur en groen zijn een volwaardige functie bij politieke en economische afwegingen. Samen met inwoners en ondernemers gaat de gemeente hiermee aan de slag. Door: a. samen te werken aan natuur waarin het unieke natuurlijk systeem als basis dient; b. samen te investeren in meer en natuurlijker groen en; c. samen in te zetten op natuurlijker samenwerken en beleven. 4.2.4.3 Omdenken Groen is ook laten! Waar groen is, is niet zo maar ‘ruimte’ meer voor iets anders. Groen is geen restruimte of sluitpost, maar volwaardig onderdeel van de ruimtelijke ordening. En natuurlijk gaat Harderwijk niet op slot, maar bij ontwikkelingen dient de kwaliteit van natuur en groen naderhand minstens zo hoog te zijn als voordat deze ontwikkelingen plaatsvonden. 4.2.4.4 Het vergroten van de biodiversiteit Zoekgebied wijkhub Wat is nou precies biodiversiteit ten opzichte van groen en natuur? Deze begrippen worden veel door elkaar gebruikt maar hebben een eigen betekenis. Niet al het groen is natuur en niet alle natuur is groen. Zo omvat natuur ook fauna, maar weer geen cultuur- en productiegewassen. En zo is ‘biodiversiteit’ niet alleen de verscheidenheid aan ecosystemen, maar ook de verscheidenheid aan soorten en genen binnen deze soorten.Biodiversiteit is een belangrijk onderdeel binnen natuur en groen. Biodiversiteit – ook wel ‘biologische diversiteit’ genaamd – is de verzamelnaam van de uitzonderlijke variatie aan ecosystemen, leven op aarde en variatie binnen al het leven op aarde. Ons groen en onze natuur vormde ooit een enorme rijkdom aan biodiversiteit, maar steeds meer soorten verdwijnen door direct toedoen van de mens, of indirect door bijvoorbeeld klimaatverandering.Zo vormden en vormen al deze soorten samen een toren, en ‘wij’, de mens, zijn hier ook onderdeel van. Elke keer wanneer er een soort verdwijnt of zelfs uitsterft, valt er een blokje uit de toren waardoor de toren steeds instabieler wordt. De ‘biodiversiteitstoren’ brokkelt steeds verder af met als gevolg dat ecosystemen omvallen of op sommige plekken zelfs verdwijnen. Dit is van grote invloed op de mens en het functioneren van de mens, aangezien de mens afhankelijk is van diensten die ecosystemen ons leveren. Een hogere soortenrijkdom, en daarmee een hogere biodiversiteit betekent dat de toren waar wij onderdeel van zijn stevig kan blijven staan. Het vergroten van biodiversiteit in ons groen en onze natuur is dus van levensbelang! Relatie Groen - natuur - biodiversiteit Bron: PBL/mei
  8. www.clo/108304 bewerkt door gemeente Harderwijk Wanneer gesproken wordt over ‘het vergroten van biodiversiteit’ wordt bedoeld ‘diversiteit van genen, soorten, ecosystemen, e.d.’. En daarnaast wordt onder biodiversiteitsverlies ook (vooral) bedoeld het verlies aan natuur als zodanig (oppervlaktes, biomassa, populaties). Het functioneren van ecosysteemdiensten is namelijk afhankelijk van een robuuste en voldoende kwalitatieve hoeveelheid natuur. Met andere woorden: populaties en hun leefomgeving moeten robuust genoeg zijn om te kunnen overleven. We zijn innovatief en tonen lef Voor biodiversiteit zijn lanen beplant met verschillende bomen en wordt openbaar groen met diverse beplanting en gras afgewisseld met veldbloemen. Het Sypelpark met veel sportvoorzieningen is een stadspark voor ontmoeting, sport én recreatie en wordt daarmee het centrale hart van de basisstructuur. Hekken in het stadspark zijn taboe en worden in overleg met het verenigingsleven verwijderd waardoor sportvoorzieningen door iedere inwoner, buiten de training- en wedstrijdtijden om, gebruikt kunnen worden. Dit groene hart van de stad wordt verbonden met het Vondelpark in Stadsdennen, het Friesegrachtpark aan de noordzijde en Kranenburg Noord aan de zuidzijde waarbij het watersysteem van de voormalige Sypelbeek is hersteld. Door bijvoorbeeld het parkeren aan de rand van de buurt of wijk te organiseren in mobiliteitshubs, kan de straat ingericht worden als groene ruimte met gemeenschappelijke stads- en pluktuinen, met een gezamenlijke klusschuur of groentekas en speelplek. De straat in de wijk wordt daarmee plek voor wijkbewoners, sportende mensen, spelende kinderen, voetgangers en fietsers. 4.2.4.5 Waardevolle groene (be)leefomgeving Hoofdgroenstructuur Veluwe Fijnmazige groenstructuur Binnen de gemeente vormt het basisnetwerk een structuur om veel gebieden groen en biodivers in te richten. Omdat groen zo belangrijk is voor de gezondheid en het welzijn van onze inwoners, is het van belang dat er op stadsniveau voldoende grote groene gebieden zijn. Binnen de wijken en buurten streven we naar een groene (be)leefomgeving die geschikt is voor speelplekken, buurt- en wijkontmoeting, bewegen en sportbeoefening. Het principe dat daarin gehanteerd wordt is de zogenaamde 3-30-300 regel. Dat houdt in dat men vanuit een woning zicht heeft op tenminste 3 volwassen bomen, 30% van de oppervlakte in elke wijk is voorzien van een bladerdak en voor iedereen binnen 300 meter vanaf de woning een park of groene ruimte van tenminste 1 hectare aanwezig is. Met de basisstructuur worden in de stad groene plekken verbonden evenals sportclusters en ontmoetingsplekken. Deze plekken worden vervolgens verbonden aan grotere natuursystemen om het stedelijke gebied zoals Natura 2000 en de Hierdense Enken.Nieuwe aanplant in de stedelijke omgeving wordt diverser. In overleg met wijk- en buurtbewoners wordt gekeken naar een gezamenlijke aanpak. Voedselbossen, tiny forest, pluk- en moestuinen worden daar onderdeel van. Slingerbos 4.2.4.6 Cultuurhistorisch landschap en groen Open en waardevol landschap Stadslanderijen Enkenlandschap Weidelandschap Randmeerlandschap Boslandschap In Harderwijk/Hierden worden bos-, enken-, weide- en randmeerlandschap herkend. In deze gebieden worden cultuurhistorische landschapselementen versterkt. In het buitengebied zijn dat bijvoorbeeld bosjes, lanen & houtwallen in het waardevolle open enkenlandschap en sloten & plasdraszones in het weidelandschap. In de stad zijn dat lanen en oude structuren. Deze vormen zowel verbindingen als een thuis voor veel soorten. Daarnaast geeft het karakter en verhogen ze de beleving van het landschap. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt rekening gehouden met het karakter van het lokale cultuurhistorisch landschap: qua kavelstructuur, landgebruik, karakteristieke beplantingselementen, etc. 4.2.5 Klimaatverandering 4.2.5.1 Anticiperen op klimaatverandering en verkleinen ecologische voetafdruk Thema Klimaat Energiebesparende maatregel Verhoogde kans op hittestress Wateroverlast calamiteit knelpunt Overstortzoekgebied Waterberging Wateroverlastzone Risico onbeheersbare natuurbrand Klimaatverandering is een gegeven. Daar kunnen we niet heel snel iets aan veranderen. Wel kunnen we proberen om systemen duurzaam te maken en zo min mogelijk belastend voor onze planeet. Bij iedere ontwikkeling wordt expliciet aandacht gegeven aan het verkleinen van onze ecologische voetafdruk. Daarnaast gaat de gemeente anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering. ... voor het natuurlijk systeem Betekent dat de gemeente meedenkt over zeespiegelstijging, over droogte en extreme piekbuien en hoe systemen worden aangepast op deze omstandigheden. In de omgevingsvisie geven we bij verschillende thema’s aan hoe we klimaatverandering proberen te voorkomen als klein radertje in het grote globale geheel. Daarin sluiten we aan bij het energieakkoord dat uitgewerkt wordt in de regionale energiestrategie (RES). ... voor het welbevinden van onze inwoners Ondertussen raken we gewend aan hoe kelders en soms huizen onderlopen (Limburg, 2022), hoe wegen onbegaanbaar worden en hoe in hetzelfde jaar de natuur verdroogt. Hoe hittestress in stedelijke gebieden de gezondheid schaadt en hoe we inmiddels nadenken over hoe woningen naast verwarming ook koeling nodig hebben. Principes ten aanzien van klimaatverandering zijn: De adaptatie van klimaatverandering wordt in de basisstructuur opgelost. Geïntegreerde oplossingen om de effecten van klimaatverandering te beperken zijn een verplicht onderdeel bij ruimtelijke initiatieven. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling is de inzet om de relatieve gemeentelijke ecologische voetafdruk te verkleinen. Themakaart Klimaat 4.2.5.2 Adaptatie van klimaatverandering oplossen in de basisstructuur Hoofdgroenstructuur Verhoogde kans op hittestress Wateroverlast calamiteit knelpunt Wateroverlastzone Hoofdriool Binnenstedelijk is de basisstructuur hét antwoord op klimaatverandering. Door een robuuste groene matrix over de stad en buitengebied te leggen ontstaat de ruimte om hittestress en wateroverlast te integreren in de basisstructuur. Dat betekent dat de basisstructuur het natuurlijke systeem volgt om op die manier adequaat de gevolgen van klimaatverandering te kunnen verminderen.Als gevolg van klimaatverandering krijgen we vaker te maken met extreme regenval. De riolering is daar niet op berekend en water zal dan over het maaiveld zijn weg vinden. Daarbij ontstaan problemen voor de bereikbaarheid door hulpdiensten. Op de kaart zijn deze belangrijkste plekken aangegeven waar in de komende jaren oplossingen moet worden gezocht om water tijdelijk te kunnen bergen. Groene gevel Wetsermeenweg nabij St. Jansdal 4.2.5.3 Boomrijke stedelijke omgeving Verhoogde kans op hittestress Voor het tegengaan van klimaatverandering zijn bomen van belang. In het openbaar gebied krijgen groen en met name bomen de ruimte, want bomen helpen bij het vasthouden van water, bevorderen het infiltreren van water in de bodem, geven schaduw tegen hittestress, herbergen beestjes voor biodiversiteit (zie paragraaf 4.2.3), zijn zeer waardevol voor een prettig en gezond leefklimaat, zetten CO2 om in zuurstof en zijn gewoon mooi om naar te kijken.Het inzetten op een boomrijke “stedelijke” omgeving gaat helpen. Groeiplaatsen-beleid wordt het nieuwe beleid. Dat wil zeggen dat in onze openbare ruimte blijvend plaats wordt gereserveerd voor volwassen groen. Door behoud van goede groeiplaatsen en fors te investeren in goede groeiplaatsen of door ruimte te creëren (eventueel door te investeren in technische oplossingen) voegen we nieuw groen toe in wijken en buurten, in eerste instantie in de basisstructuur. Het resultaat zal een veel gezonder bomenbestand zijn dat ook veel duurzamer in stand te houden is met alle positieve effecten van dien. 4.2.5.4 Ruimtelijke initiatieven Ontwikkelgebied Stedelijke vernieuwing Verhoogde kans op hittestress Risico onbeheersbare natuurbrand Bij herstructureringsopgaven wordt gezocht naar geïntegreerde oplossingen om hitte tegen te gaan en te anticiperen op extreme regenval. Dit leidende principe is voorwaardelijk bij (her)ontwikkeling. Bij beheer van het bosgebied wordt rekening gehouden met maatregelen die onbeheersbare bosbranden voorkomen of bij calamiteiten de beheersbaarheid daarvan vergroten. Bij groot onderhoud en herstructurering wordt ingezet op gescheiden rioolsystemen. Bij verhardingen in de openbare ruimte zal waar mogelijk water doorlaatbaar materiaal worden toegepast ter bevordering van infiltratie. Crescentpark 4.2.5.5 Ecologische voetafdruk De klimaatverandering is het gevolg van ons handelen in vooral de afgelopen 150 jaar. Dat verander je niet zo maar even en daarom worden er op globaal niveau afspraken gemaakt om te zorgen dat we zuiniger omspringen met dat wat de aarde ons te bieden heeft. Als ieder mens hetzelfde consumptiepatroon zou hebben als de gemiddelde Nederlander, dan zou dat de mensheid in totaal 5 keer meer verbruiken dan de aarde kan opbrengen. Dat moet anders als we nog wat willen overlaten voor anderen op onze planeet en voor mensen die na ons leven. In een duurzame toekomst heeft de volgende generatie minimaal dezelfde kansen als de huidige generatie. Daarvoor zal het roer om moeten. We moeten anders gaan werken, denken en handelen. Minder gericht op groei, meer gericht op hernieuwbaar en regeneratie. De gemeente neemt het voortouw in de verkleining van onze ecologische voetafdruk. Dat is slecht verenigbaar met de groei van woningaanbod e.d. Een ontwikkeling zorgt over het algemeen voor een verder gebruik van grondstoffen en ruimte. Met dit beginsel bedoelen we dan ook dat iedere ontwikkeling duurzaam is, dat wil zeggen energieneutraal, liefst energieleverend, gebouwd met circulaire en/of lokaal en hernieuwbaar geproduceerde grondstoffen en natuurinclusief. Elke ontwikkeling draagt er op langere termijn aan bij dat de gemiddelde ecologische voetafdruk per inwoner kleiner wordt en dus ook dat de relatieve ecologische voetafdruk van onze gemeente als geheel kleiner wordt. 4.2.5.6 Afval en grondstoffen Circulaire economie In Harderwijk worden de richtlijnen van VANG (Van Afval Naar Grondstof) gehanteerd als kern van duurzaam afvalbeheer en de gemeentelijke inzet voor een circulaire economie. VANG beantwoordt de missie om afval te verminderen, grondstoffen efficiënt te hergebruiken en een duurzaam bewustzijn te creëren binnen de Harderwijkse samenleving.Een flexibele afvalinzameling en een actieve dialoog met inwoners staat centraal in het Harderwijks afvalbeleid. Educatie en bewustwording zijn belangrijke gespreksonderwerpen in het betrekken van de samenleving bij het vraagstuk van afvalverwerking en circulariteit. Daarbij zijn in het afval- en grondstoffenbeleid de R-ladder principes* van de circulaire economie de belangrijkste leidraad. De gemeente zorgt voor de juiste infrastructuur om afval en grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk te recyclen. Dit geldt voor fijn en grof huishoudelijk restafval. Belangrijk binnen het beleid, is de verduurzaming van de afvalinzamelingsvloot. De gemeente schakelt over naar afvalinzamelingsvoertuigen die elektrisch rijden of op milieuvriendelijke brandstoffen. Deze stap draagt bij aan de vermindering van onze ecologische voetafdruk. Daarnaast worden de nieuwste technologische ontwikkelingen op het gebied van afval en circulariteit nauwlettend in de gaten gehouden, zodat voortdurend wordt geïnnoveerd. Laan 1940 - 1945 afvalcontainers Harderwijkerbos * De R-ladder principes verwijzen naar een hiërarchie van strategieën voor het beheer van grondstoffen en het minimaliseren van afval. De ‘R’ in de R-ladder staat voor verschillende stappen, waaronder Refuse (weigeren), Reduce (verminderen), Reuse (hergebruiken), Repair (repareren), en Recycle (recyclen). 4.3 Alliantie van mens en maatschappij 4.3.1 Het welbevinden van onze inwoners staat voorop Ontmoetingsgebied binnenstad Ontmoetingsgebied wijkniveau Sportcluster IKC Tankstation Tankstation met LPG Tankstation te vervallen of verplaatsen Asbestverdacht Geen intensieve veehouderij Asbestweg (indicatief) Aandachtsgebied hoogspanningsleiding Hoogspanningsleiding ondergronds Hoofdgastransport Aandachtsgebied milieu Onderwijslocatie Buurthuis Multifunctionele accommodatie (MFA) Zoekgebied woon-zorgconcept Challengeboulevard Centrale zone Ziekenhuis Zoekgebied startup Zoekgebied primair onderwijs Zoekgebied speciaal onderwijs Waarom…. Bij de alliantie van mens en maatschappij draait het om het welbevinden van onze inwoners. Het welbevinden draait om in verbinding staan met anderen, regie hebben over je eigen leven en de vaardigheden/mogelijkheden hebben om mee te kunnen doen in de samenleving. Dit welbevinden van de inwoners krijgt vorm in beleidsdoelen gericht op het bevorderen van mee kunnen doen, voldoende voorzieningen, preventief (gezondheids)beleid om problemen te voorkomen of te verminderen, en ondersteuning bieden wanneer nodig. Dit beleid raakt ook aan de inrichting van de ruimte in Harderwijk en dus ook aan de Omgevingsvisie. …voor het natuurlijk systeem Het welbevinden van onze inwoners wordt beïnvloed door de omgeving. Denk daarbij met name aan de fysieke en mentale gezondheid. Dat betekent dat we in de omgevingsvisie aandacht besteden aan een gezonde leefomgeving. Een groene omgeving is bijvoorbeeld positief voor het welbevinden van mensen. Het heeft een bewezen positief effect op de gezondheid van mensen. Daarom geven we in de omgevingsvisie richting aan een gezonde, veilige en groene buitenruimte waarin natuurlijke systemen leidend zijn.Voor een gezonde en veilige inrichting van de leefomgeving gaat het ook over o.a. bescherming tegen lawaai en/of emissies, luchtkwaliteit en (zwem)waterkwaliteit. En ook verkeersveiligheid, sociale veiligheid, veilige inrichting van de openbare ruimte, gebouwen en installaties en externe veiligheid (veiligheid i.r.t. de aanwezigheid of het vervoer van gevaarlijke stoffen) zijn daarvoor van belang. …voor het welbevinden van onze inwoners Meedoen in de samenleving is belangrijk voor iedereen. Het meedoen aan sociale activiteiten, onderwijs en werk heeft een positief effect op onze eigenwaarde, onze gezondheid en op de samenleving als geheel. Onze maatschappij is zich steeds meer bewust van de verschillende groepen inwoners met eigen identiteit, gewoonten, problemen, achterstanden, zorgbehoefte, mensen met bijzondere woonwensen, mensen met verschillende achtergronden, gezindten, geaardheid, etc. En voor al die inwoners wil de gemeente dat zij mee kunnen doen. Een gemeente waar ontmoeten met hoofdletters geschreven wordt. Problemen met de gezondheid, financiële problemen en eenzaamheid hebben een groot effect op het welbevinden. Zo’n 15% van de inwoners heeft moeite om mee te doen aan de samenleving (SCP, landelijke cijfers ). Met deze diversiteit en kans op uitsluiting in gedachten wordt ingezet op een gezonde en actieve leefstijl door een leefomgeving te creëren die toegankelijk is en uitnodigt tot ontmoeting. Dit is helpend in het onderhouden of verbeteren van je gezondheid. Een gezondere leefstijl draagt bij aan een verminderde zorgvraag. In Nederland staat de houdbaarheid om de huidige zorg voor ouderen te kunnen blijven bieden binnen 10 jaar onder druk, ook vanwege de verwachte tekorten op de arbeidsmarkt van zorgmedewerkers. Bij ondersteuning en zorg komt daarom steeds meer aandacht voor preventie. Drie belangrijke onderdelen in Harderwijk zijn: het bevorderen van een gezonde leefstijl, een gezonde leefomgeving en inzet van het concept van mensgericht werken (zoals ‘positieve gezondheid’). Zorgpiramide Nota Sociaal domein Voor 2040 betekent dat voor de alliantie van mens en maatschappij: Het hoofdprincipe van de alliantie van mens en maatschappij is dat bij nieuwe ontwikkelingen wordt gekeken hoe dit bijdraagt aan het welbevinden van mensen in een gezonde en veilige leefomgeving. De fysieke leefomgeving nodigt (met name in de basisstructuur) uit tot een leefstijl waar mensen gezond en gelukkig zijn en waar ontmoeten centraal staat zodat mensen gezien en gekend worden. Voor kwetsbare mensen is voldoende ondersteuning beschikbaar waardoor mensen kunnen meedoen aan alles wat de samenleving te bieden heeft. Onder deze alliantie worden de volgende thema’s besproken: gezonde leefstijl, gezonde en veilige leefomgeving (4.3.2); ontmoeting en verbinding en sociale samenhang (4.3.3); inwoners in kwetsbare situaties (4.3.4); arbeidsmarkt, onderwijs, inkomen (4.3.5). Alliantie van Mens en maatschappij 4.3.2 Gezonde leefstijl en een gezonde veilige leefomgeving 4.3.2.1 De leefomgeving als gezondheidsmotor Thema Gezonde leefstijl en en veilige leefomgeving Ontmoetingsgebied wijkniveau Wateroverlast calamiteit knelpunt Wateroverlastzone Tankstation Tankstation met LPG Tankstation te vervallen of verplaatsen Asbestverdacht Geen intensieve veehouderij Asbestweg (indicatief) Aandachtsgebied hoogspanningsleiding Hoogspanningsleiding ondergronds Hoofdgastransport Aandachtsgebied milieu De Omgevingsvisie beschrijft hoe we een fijn en gezond woon- en leefklimaat creëren. Een gezonde leefstijl hoort daarbij en de komende decennia gaat Harderwijk zich inzetten om een openbaar gebied te scheppen dat uitnodigt tot wandelen, fietsen, recreëren in de buitenruimte, spelen en sporten. Daarnaast gaat de gemeente zich inzetten om onveilige en/of ongezonde situaties op zijn minst te verminderen en waar mogelijk uit te bannen. ... voor het natuurlijk systeem Gezondheid heeft alles te maken met een gezonde leefomgeving. De groene ruimte en een goed werkend ecologisch systeem werkt positief op ons mentaal welbevinden. Maar ook het duurzaam beheer van water en bodemsystemen zoals beschreven in de paragrafen 4.1.1 en 4.1.2 dragen bij aan ons mentale welbevinden al was het maar om stress vanwege wateroverlast en hitte te voorkomen. De grote druk op de ruimte (vanuit de vele gebruikswensen) vraagt om begrenzing in dit gebruik. Om de kwaliteit van lucht, water en bodem te beschermen. ... voor het welbevinden van onze inwoners De gemeente zorgt voor een gezonde leefomgeving waarin de openbare ruimte, het verkeerssysteem, de bereikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen allemaal bijdragen aan een prettige, veilige en gezonde leef-, woon- en werkomgeving. Voor de veiligheid van inwoners en werknemers in onze gemeente hanteert de gemeente randvoorwaarden voor gebieden waar meer of minder milieubelastende activiteiten zijn toegestaan of andersom waar, vanwege belastende bronnen, voorkomen wordt dat activiteiten met kwetsbare inwoners plaatsvinden. Principes ten aanzien van een gezonde leefstijl en een gezonde veilige leefomgeving zijn: De openbare ruimte bevordert een gezonde leefstijl met een groene ontmoetingsplaats binnen een straal van 300 meter vanaf iedere voordeur, geen ongezond voedselaanbod bij scholen en toegankelijke locaties voor ontmoeting binnen. Wijken zijn geluidsluw en alleen langs gebiedsontsluitingswegen wordt, onder voorwaarden, een hogere geluidsbelasting op de gevel toegestaan. Wijken zijn het domein van voetgangers en fietsers en daarmee autoluw. De openbare ruimte is een plek voor ontmoeting. Openbare ruimte en gebouwen (en vervoerssystemen) zijn voor iedereen toegankelijk. Vanuit veiligheid en gezondheid worden de effecten van bronnen van milieubelasting verminderd. De fysieke veiligheid en een veilige inrichting van onze leefomgeving zijn prioritair. Bodemverontreinigingen worden functioneel gesaneerd. Bodemonderzoek naar asbest voorafgaande aan sloop in het buitengebied is verplicht. Themakaart Gezonde leefomgeving 4.3.2.2 Gezonde leefstijl Hoofdgroenstructuur Sportcluster Doortrapnetwerk Stadspark Verhoogde kans op hittestress Groene openbare ruimte zorgt voor meer geluksgevoel en vermindert stress. Het bevordert vitaliteit, creativiteit en stimuleert ontmoeting*. Goede voorbeelden zijn bijvoorbeeld het Crescentpark, het Strandeiland, de Wijde Wellen, het Slingerbos en het Sypelpark. Volwassen groen zorgt veel meer voor opname van CO2, voorkomt hittestress en draagt bewezen bij aan het welzijn en de gezondheid van inwoners. Naast de basisstructuur met herkenbare sport- en beweegvoorzieningen, creëren we ‘Miniparken in iedere wijk’. Dit zijn natuurlijke, groene ontmoetingsplaatsen voor wijk- en buurtbewoners. Woningen en andere functies zijn in principe met hun gevel gericht op de groene omgeving van miniparkjes en de basisstructuur. Deze groene omgeving kent een goede SMART verlichting waarmee de sociale veiligheid beter is gewaarborgd. Voetgangers en fietsers hebben in 2040 prioriteit in de bebouwde kom en de toegankelijkheid is voor ál onze inwoners geborgd. In de basisstructuur wordt de scheiding tussen lopen (ook voor minder validen toegankelijk) en fietsen en OV/Privéauto geoptimaliseerd. De gemeente gaat daarnaast een doortrapnetwerk opbouwen: een fietsnetwerk voor woon/werk en woon/school-fietsers. Dit netwerk moet bestaan uit brede fietspaden met een voorrang in het verkeer waardoor ook het fietsen over langere afstand aantrekkelijker wordt dan gebruik te maken van de auto. Daartoe worden bij belangrijke bestemmingen voldoende oplaadpunten voor fietser gerealiseerd. Onderdeel van een gezonde leefstijl is beweging. Het basisnetwerk verbindt de sportclusters Parkweg, Strokel, Slingerbos, Hierden en Watersport met elkaar. Deze structuur is ook basis voor beweegroutes. Het gaat om een geïntegreerde positionering en herkenbaarheid van een openbaar beweeg- en sportstructuur, inclusief sport en speelvoorzieningen. De bestaande clusters raken nagenoeg vol. In de directe omgeving van bestaande clusters wordt gekeken naar uitbreidingsmogelijkheden. Daarnaast wordt onderzocht of Drielanden Noord zich leent voor een mogelijk nieuw sportcluster. Speelruimte beperkt zich niet tot een omheinde speelplaats met rubber ondergrond, maar bevindt zich overal in de openbare ruimte, bij voorkeur in de basisstructuur. BOSS staat voor bewegen, ontmoeten, spelen en sporten en dekt de lading veel beter, de vier onderdelen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. BOSS is overal en voor iedereen. Voor jong en oud, maar ook voor elke doelgroep, dus inclusieve speelruimte waar het kan. Een aantal centrale plekken in Harderwijk kan specifiek ingericht worden met extra voorzieningen voor mensen met een beperking. Dit kan niet overal, maar BOSS-ruimte moet voor iedereen toegankelijk zijn, net als openbare ruimte. Onderdeel van een gezonde leefstijl is ook een gezonde voedselomgeving. Een gezonde omgeving is rookvrij en heeft een gezond voedingsaanbod. In een gezonde omgeving is het makkelijker om gezonde keuzes te maken. Een gezonde voedselomgeving draagt bij aan een gezond leven. Nieuwe fastfood restaurants of snackbars worden in principe niet meer toegestaan nabij scholen. Voor bestaande fastfood restaurants en snackbars nabij scholen geldt een uitsterfbeleid. We zijn een stad met dorps karakter De sportclusters krijgen een steeds meer open karakter waardoor de mogelijkheid om te sporten en te bewegen steeds laagdrempeliger wordt voor iedereen. Naast sporten en bewegen hebben deze clusters ook een belangrijke ontmoetings- en verbindingsfunctie. Ook solitaire sportaccommodaties zullen onderdeel zijn van de basisstructuur. Samen met andere functies zoals scholen zullen ook deze plekken een steeds opener en multifunctioneler karakter krijgen. Skatepark Drielanden * Bron: https://www.wur.nl/nl/show-longread/groen-goed-voor-de-gezondheid 4.3.2.3 Gelijke kansen om mee te doen Ontmoetingsgebied wijkniveau Buurthuis Het afgelopen decennium is het besef toegenomen dat we op een andere manier kunnen kijken naar ziekte, dan alléén een medische. De focus op behandeling van medische klachten verandert naar hoe mensen een betekenisvol leven kunnen leiden. De nadruk ligt op veerkracht, het vermogen om je aan te passen en behoud van eigen regie (positieve gezondheid). Positieve gezondheid draagt bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. Dit vraagt om een fysieke leefomgeving, waarin iedereen kan functioneren en actief mee kan blijven doen, ook bij een afnemende gezondheid of toename van beperkingen. Zo’n omgeving draagt bij aan de kwaliteit van leven. In principe gaat het gedachtegoed van positieve gezondheid uit van het actief laten meedoen van inwoners aan de samenleving. Daarmee krijgen mensen een zekere zingeving in het leven. In de fysieke leefomgeving realiseren we daarom toegankelijke plekken voor ontmoeting en gemeenschapszin.Het gaat ook om kansrijk opgroeien. Dat houdt voor de fysieke leefomgeving in dat de gemeente samen met corporaties en zorgverleners zoekt naar mogelijkheden om jongeren gelijke kansen te bieden om mee te doen, te ontmoeten (op hun manier) en te sporten en onderdeel te zijn van de leefomgeving. Tot slot is er een tendens van (langer) zelfstandig thuis wonen in plaats van in zorginstellingen. Dat betekent dat de gemeente bij de inrichting van wijken en buurten, ook voor ouderen en inwoners met een beperking, ontmoeting en verbinding bevorderen. De gemeente draagt zorg voor plekken van verbinding en ontmoeting. Allereerst in

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.