Arbeidsvoorwaarden §5Regeling ontheffing nachtdiensten Artikel 4:10 Werkingssfeer Artikel 4:11 Begripsbepaling Artikel 4:12 Ontheffing Artikel4:10Werkingssfeer Deze paragraaf is van toepassing op de ambtenaar werkzaam in de functie van brandweercentralist of calamiteitencoördinator (CaCo) binnen het meldkamerdomein, die minimaal 10 jaar heeft gewerkt in een rooster met nachtdiensten binnen het meldkamerdomein van de Veiligheidsregio’s, Ambulance of Politie of in 24-uursdiensten bij een Veiligheidsregio of diens rechtsvoorganger. Artikel4:11Begripsbepaling Deze paragraaf verstaat onder nachtdienst een dienst die uren bevat gelegen tussen 00.00 uur en 06.00 uur. Artikel4:12Ontheffing Lid 1 Ontheffing van het werken in nachtdiensten op verzoek van de ambtenaar gaat niet eerder in dan met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de dag van het bereiken van de leeftijd als hieronder aangegeven: a. in 2024 vanaf de leeftijd van 60 jaar; b. in 2025 vanaf de leeftijd van 59 jaar; c. in 2026 vanaf de leeftijd van 58 jaar en d. in 2027 vanaf de leeftijd van 57 jaar. Lid 2 De ambtenaar dient zijn verzoek tot gehele of gedeeltelijke ontheffing van nachtdiensten in uiterlijk 6 maanden voorafgaand aan de gewenste ingangsdatum. Vervallen hoofdstuk Hoofdstuk 4a is vervallen. (per 1-1-2017) Vervallen hoofdstuk Hoofdstuk 5 is vervallen. (per 1-4-2012) Vervallen hoofdstuk Hoofdstuk 5a is vervallen. (per 1-4-2016) Artikel6:1Vakantie Lid 1 In elk kalenderjaar heeft de ambtenaar recht op vakantie met behoud van salaris en de toegekende salaristoelage(n). Lid 2 Dit vakantierecht bestaat uit wettelijke en bovenwettelijke vakantie-uren. Lid 3 De duur van de wettelijke vakantie-uren is vier maal de formele arbeidsduur per week. Artikel6:1:1Vakantieverlening Vervallen (per 1 januari 2024) Artikel6:1aVervaltermijn wettelijk verlof Lid 1 Indien in een kalenderjaar de wettelijke vakantie-uren geheel of gedeeltelijk niet zijn opgenomen, vervallen deze uren 12 maanden na het einde van dat kalenderjaar, tenzij de ambtenaar tot aan dat tijdstip om medische redenen redelijkerwijs niet in staat is geweest om deze vakantie-uren op te nemen, of dit vanwege dienstbelang niet mogelijk is geweest. Lid 2 Een ambtenaar kan een verzoek indienen om zijn wettelijk vakantie-uren gedeeltelijk in te zetten voor een langere verlofperiode. Het bestuur kan daarbij de in lid 1 genoemde termijn verlengen. Artikel6:2Bovenwettelijke vakantie-uren Lid 1 De ambtenaar met een voltijd dienstverband krijgt 43,2 bovenwettelijke vakantie-uren naast de vakantie in artikel 6:1. Dit aantal wordt naar evenredigheid verminderd voor de ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur van minder dan 36 uur per week. Lid 2 De werkgever kan met instemming van de OR van deze vakantie-uren maximaal 2 dagen aanwijzen als dagen waarvoor hetzelfde geldt als de feestdagen bedoeld in artikel 4:5 lid 3. Lid 3 In afwijking van lid 1 behoudt de werknemer die op 31 december 2023 recht had op meer dan 43,2 bovenwettelijke vakantie-uren zijn recht op deze uren tot het einde van het dienstverband. Artikel6:2:1Toekennen vakantie Lid 1 De vakantie-uren, waarop de ambtenaar recht heeft worden verleend, tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten en toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 6:2:4, eerste lid, dan wel toepassing wordt gegeven aan artikel 6:2:6. Lid 2 De vakantie wordt verleend door het bestuur. Artikel6:2:1:1Regeling vakantie en verlofrechten Lid 1 De totale hoeveelheid basisverlof als bedoeld in artikel 6:2 lid 1 bedraagt bij een volledige betrekking 165,6 uur. Lid 2 De overeenkomstig het vorige lid vastgestelde duur van de vakantie wordt, afhankelijk van de leeftijd, die de ambtenaar in het betreffende kalenderjaar bereikt, overeenkomstig de volgende tabel verhoogd: leeftijd verhoging aantal uren beneden de 19 jaar 7,2 uur 40 tot en met 45 jaar 7,2 uur 45 tot en met 50 jaar 14,4 uur 50 tot en met 55 jaar 28,8 uur 55 jaar en ouder 43,2 uur Lid 3 Ambtenaren als bedoeld in artikel 1:1, lid 1 onder a, dan wel werknemers als bedoeld in artikel 2:5:1 kunnen op eigen verzoek extra verlof als gevolg van arbeidsduurverkorting ontvangen met dien verstande dat bij een volledige betrekking 4 uur verlof wordt verleend bij een feitelijke werkweek van 40 uur. Deeltijders kunnen aanspraak maken op verlof als gevolg van arbeidsduurverkorting naar rato van hun aanstelling met inachtneming van de verhouding 36:40. De maximale hoeveelheid verlof als gevolg van arbeidsduurverkorting bedraagt op jaarbasis bij een volledige betrekking 204 uur. Lid 4 De uren van het basisverlof en de uren van het ADV-verlof worden afzonderlijk op de verlofkaart geregistreerd. Bij opname van verlof dient de ambtenaar vooraf aan te geven of verlofuren dan wel ADV-uren worden opgenomen. Lid 5 Het aantal uren dat voor een verlofdag moet worden afgeschreven is afhankelijk van de voor die dag geldende feitelijke arbeidsduur (incl. ADV-opbouw). Lid 6 Indien de ambtenaar tijdens opname van ADV-uren ziek is of aan het eind van het kalenderjaar niet alle ADV-uren heeft opgenomen, dan komen deze ADV-uren te vervallen. Lid 7 Het bepaalde in het zesde lid geldt niet indien de ambtenaar omwille van het dienstbelang niet in staat was ADV-uren op te nemen. Lid 8 Het in een jaar niet genoten basisverlof mag tot maximaal de helft van het in het voorgaande jaar geldende verlof worden opgenomen in het nieuwe jaar. Lid 9 Buitengewoon verlof dient met vermelding van de gebeurtenis waarop het verlof is gebaseerd, te worden aangegeven op de verlofkaart. Lid 10 Bij afwezigheid wegens ziekte wordt gedurende de laatste 6 maanden van de periode van afwezigheid geen vermindering van het basisverlof toegepast. Of er een vermindering wordt toegepast kan pas na afloop van de periode van afwezigheid worden vastgesteld. Indien de ambtenaar voor ten hoogste 55% wegens ziekte verhinderd is (dus arbeidsgeschikt voor 45% of meer) dan vindt vermindering niet plaats. Deze tijdvakken blijven buiten beschouwing voor de vermindering. De periode van 6 maanden gaat opnieuw tellen na een periode van herstel voor 45% of meer gedurende tenminste 4 weken. Lid 11 Bij afwezigheid wegens ziekte eindigt de opbouw van ADV-compensatie na 1 maand ziekte, ongeacht de mate van arbeidsongeschiktheid. Artikel6:2:1:2 Jaarlijks kunnen maximaal 40 uren verlof als verplicht verlof worden aangewezen. Leidinggevenden stellen degenen die geen verlof opbouwen als bedoeld in het artikel 6:2:1, lid 3 in de gelegenheid deze verplicht vrije uren in te halen op een ander tijdstip indien betrokkenen deze uren niet van hun totale verloftegoed als bedoeld in het artikel 6:2:1 lid 4 wensen op te nemen. Artikel6:2:2Opname vakantie-uren Lid 1 De vakantie kan worden opgesplitst, maar wordt als regel voor ten minste 2/3 deel, doch in elk geval voor ten minste tien werkdagen, aaneensluitend verleend. Lid 2 De vakantie wordt desverlangd zoveel mogelijk, in het bijzonder voor wat betreft de aaneengesloten periode, bedoeld in het eerste lid, verleend in het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober. De ambtenaar wordt in de gelegenheid gesteld vakantie op te nemen op officiële feestdagen, samenhangend met geloof en/of culturele achtergrond anders dan de feestdagen genoemd in artikel 4:5 lid 3, bij het huwelijk of geregistreerd partnerschap van bloed- en aanverwanten in eerste en tweede graad en bij verhuizing. Lid 3 De beslissing omtrent de tijdstippen waarop de vakantie zal worden verleend, alsmede die omtrent de tijdvakken waarin de vakantie eventueel zal worden gesplitst, berust bij het bestuursorgaan dat de vakantie verleent. Bij die beslissing wordt, voor zover de belangen van de dienst en die van de andere ambtenaren die toelaten, zoveel mogelijk rekening gehouden met de wensen van de ambtenaar. Artikel6:2:3Vakantieopbouw tijdens ziekte en afwezigheid Lid 1 De ambtenaar die in de loop van een kalenderjaar is aangesteld of wordt ontslagen heeft recht op een duur van de vakantie naar rato van de tijd dat hij zijn functie vervult. Lid 2 Voor de ambtenaar die door oorzaken anders dan die bedoeld in het eerste lid, niet gedurende het volle kalenderjaar zijn functie vervult, wordt de duur van de vakantie naar evenredigheid verminderd behoudens het bepaalde in het derde lid. Lid 3 Onverminderd het bepaalde in artikel 6:2:1, eerste lid, wordt een vermindering, bedoeld in het tweede lid, niet toegepast: a. gedurende afwezigheid wegens zwangerschap en bevalling; b. gedurende afwezigheid wegens ziekte Lid 4 Indien aan de ambtenaar op zijn verzoek vakantie wordt verleend op werkdagen, waarop hij wegens ziekte geheel of gedeeltelijk zijn arbeid niet kan verrichten, wordt het aantal vakantie-uren van de ambtenaar verminderd met het aantal uren dat hij op die dag zou werken als hij niet ziek zou zijn geweest. Lid 5 Voor vakantie-uren waarop de ambtenaar aanspraak heeft, maar die met ingang van de dag van ontslag nog niet zijn verleend wordt een vergoeding gegeven. Deze vergoeding is gelijk aan het uurloon van de ambtenaar voor elk niet verleend vakantie-uur. Artikel6:2:4Niet verleende vakantie-uren Lid 1 Is aan de ambtenaar om redenen van dienstbelang in enig kalenderjaar de vakantie niet of niet geheel verleend, dan wordt hem die nog niet genoten vakantie zoveel mogelijk in het eerstvolgende, doch uiterlijk voor het einde van het tweede volgende kalenderjaar verleend. Lid 2 Indien het belang van de dienst het onvermijdelijk maakt, dat de vakantie of het aaneengesloten gedeelte daarvan wordt genoten buiten het in artikel 6:2:2, tweede lid, genoemde tijdvak, kan door het bestuur de duur van de vakantie of het aaneengesloten deel daarvan met 1/3 worden verlengd. Artikel6:2:5Intrekken toegekende vakantie Lid 1 Verleende vakantie kan worden ingetrokken, wanneer dringende redenen van dienstbelang zulks noodzakelijk maken. Indien ten gevolge daarvan de ambtenaar op een bepaalde werkdag slechts gedeeltelijk vakantie genoot, worden de genoten vakantie-uren van die werkdag niet in aanmerking genomen bij de berekening van het aantal genoten vakantie-uren. Lid 2 Indien de ambtenaar ten gevolge van de intrekking van de vakantie geldelijke schade lijdt, wordt deze schade hem vergoed. Artikel6:2:6Niet verleende vakantie-uren andere redenen Lid 1 Indien in enig kalenderjaar de vakantie geheel of gedeeltelijk niet is verleend: a. op verzoek van de ambtenaar; b. als gevolg van afwezigheid wegens ziekte die niet aan de schuld of nalatigheid van de ambtenaar is te wijten of c. als gevolg van verblijf in militaire dienst anders dan voor eerste oefening, wordt de niet genoten vakantie in een volgend kalenderjaar verleend, tenzij het belang van de dienst of de belangen van de andere ambtenaren zich daartegen verzetten. Een verzoek als bedoeld onder a kan achterwege blijven, indien de niet genoten vakantie minder is dan een nader door het bestuur te bepalen aantal uren. Lid 2 De wegens ziekte tijdens een vakantie niet genoten vakantie-uren worden als niet verleend beschouwd, indien de ambtenaar aannemelijk kan maken dat hij, ware hem geen vakantie verleend, op die uren verhinderd zou zijn geweest zijn functie te vervullen. Lid 3 Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt met dien verstande, dat de ambtenaar in enig kalenderjaar nimmer meer vakantie-uren kan opnemen dan anderhalf maal het hem bij of krachtens artikel 6:1 lid 3 toekomende aantal uren tenzij op een desbetreffend verzoek van de ambtenaar uitdrukkelijk anders is beslist. Artikel6:2:7Vergoeding gederfde voordelen tijdens vakantie Aan de ambtenaar die tijdens zijn vakantie bepaalde voordelen welke aan zijn dienstverband zijn verbonden derft, kan deswege een vergoeding worden toegekend. Artikel6:2aVerjaringstermijn bovenwettelijk verlof Indien in een kalenderjaar het bovenwettelijk verlof geheel of gedeeltelijk niet is opgenomen, verjaart dit verlof 60 maanden na het einde van dat kalenderjaar. Artikel6:2bVerjaringstermijn bovenwettelijk verlof Vervallen (per 1 januari 2024) Artikel6:314,4 uur extra bovenwettelijke vakantie-uren De ambtenaar bedoeld in de artikelen 3:11 en 3:13, krijgt 14,4 uren bovenwettelijke vakantie-uren erbij indien regelmatig en in belangrijke mate op onregelmatige uren wordt gewerkt, respectievelijk indien de in artikel 3:13 genoemde verplichting regelmatig en in belangrijke mate op de ambtenaar rust. Artikel6:3:1Vervallen vervallen per 1-1-2017 Artikel6:3aVerlofsparen Lid 1 De ambtenaar kan verlofsparen. Lid 2 De verlofspaaruren verjaren niet. Lid 3 De Bronnen van verlofspaaruren zijn: a. het verlof uit de overwerkvergoeding in artikel 3:18, tweede lid; b. de vakantie-uren gekocht uit het IKB in artikel 3:29, eerste lid, onder a; c. de vakantie-uren bij onregelmatig werken en beschikbaarheidsdienst in artikel 6:3; d. overig toegekende niet-wettelijke vakantie-uren. Lid 4 De ambtenaar kiest uit het derde lid welke uren hij spaart. Een combinatie van bronnen uit het derde lid is mogelijk. Lid 5 De ambtenaar met een voltijddienstverband mag op 31 december van een kalenderjaar maximaal 3600 uren verlof hebben. Hieronder vallen de verlofspaaruren, de wettelijke vakantie-uren, de bovenwettelijke vakantie-uren en andere (compensatie)verlofuren. Lid 6 Als de ambtenaar verlofspaaruren opneemt voor een periode van een maand of langer, geldt artikel 6:9, tweede tot en met negende lid. Lid 7 Als de ambtenaar arbeidsongeschikt is, geldt artikel 6:11. Lid 8 De ambtenaar neemt voor het einde van zijn dienstverband zijn verlofspaaruren zoveel mogelijk op in overleg met het bestuur. Artikel6:4Buitengewoon verlof Lid 1 De ambtenaar die op grond van de Wazo recht heeft op calamiteiten- en ander kort verzuimverlof of kraamverlof heeft gedurende dit verlof aanspraak op doorbetaling van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n). Lid 2 In de situatie dat er tijdens de non-activiteit elders pensioen wordt opgebouwd, is het verhaal van de premie voor de voorwaardelijke inkoop gelijk aan de bijdrage die voor de ambtenaar is verschuldigd. Artikel6:4aVerlof huwelijk of partnerschap Lid 1 Het bestuur verleent aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud van salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)op de dag dat het huwelijk of geregistreerd partnerschap van de ambtenaar wordt voltrokken. Lid 2 De ambtenaar meldt tenminste twee weken tevoren aan het bestuur wanneer het huwelijk of het registeren van het partnerschap zal plaatsvinden. Artikel6:4bLangdurend zorgverlof Lid 1 De ambtenaar die op grond van de Wazo recht heeft op langdurend zorgverlof, heeft over de uren dat hij dit verlof geniet aanspraak op doorbetaling van 50% van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n). Lid 2 Indien de ambtenaar gedurende het langdurend zorgverlof wegens ziekte niet in staat is zijn functie te vervullen vindt geen opschorting van het langdurend zorgverlof plaats. Lid 3 De ambtenaar die langdurend zorgverlof geniet en langer dan 7 kalenderdagen wegens ziekte niet in staat is zijn functie te vervullen heeft met ingang van de achtste kalenderdag aanspraak op zijn volledige salaris en de toegekende salaristoelage(n). Lid 4 De duur van de vakantie van de ambtenaar die langdurend zorgverlof geniet wordt verminderd naar evenredigheid van de omvang van het langdurend zorgverlof. Lid 5 Indien de ambtenaar wegens ziekte niet in staat is zijn functie te vervullen en deze ziekteperiode duurt langer dan 7 kalenderdagen, wordt met ingang van de achtste kalenderdag de vermindering van de duur van de vakantie beëindigd. Artikel6:4cVakbondsverlof Lid 1 Voor de toepassing van dit artikel worden verstaan onder: a. Centrales van overheidspersoneel; 1. de Algemene Centrale van overheidspersoneel (ACOP); 2. de Christelijke Centrale van overheids- en onderwijs personeel (CCOOP); 3. de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij overheid, onderwijs, bedrijven en instellingen (CMHF). b. Verenigingen van ambtenaren de verenigingen van ambtenaren welke zijn aangesloten bij de onder a genoemde centrales van overheidspersoneel. Lid 2 Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt door het bestuur buitengewoon verlof met behoud van salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)verleend aan de ambtenaar: a. voor het bijwonen van algemene vergaderingen van verenigingen van ambtenaren of, voor zover het algemene verenigingen betreft welke ook andere groepen van ambtenaren dan personeel in dienst van de veiligheidsregio organiseren, voor het bijwonen van algemene vergaderingen van een landelijke groep van personeel in dienst van veiligheidsregio’s indien de ambtenaar lid van het hoofdbestuur, bestuurslid ener landelijke groep of afgevaardigde van een afdeling is, met dien verstande dat van elke afdeling voor iedere vijftig leden of gedeelte daarvan aan ten hoogste twee afgevaardigden tot een maximum van tien afgevaardigden, verlof wordt verleend; b. voor het bijwonen van hoofdbestuursvergaderingen indien hij lid is van het hoofdbestuur van bondsraad- of bestuursraadvergaderingen indien hij lid is van de bonds- of bestuursraad, en van groepsraadvergaderingen indien hij lid is van een landelijke groepsraad; c. voor het bijwonen van één algemene vergadering van de centrale organisatie waarbij de vereniging van de ambtenaar is aangesloten, indien hij als vertegenwoordiger van zijn vereniging aan die vergadering deelneemt. Lid 3 Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten wordt door het bestuur aan de ambtenaar met een volledig dienstverband buitengewoon verlof met behoud van salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)verleend: a. om, indien hij daartoe door een centrale van overheidspersoneel als bedoeld in het eerste lid, onder a of door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen. 1. om bestuurlijke en/of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen die centrale of die daarbij aangesloten vereniging, onderscheidenlijk binnen het apparaat van de veiligheidsregio, welke ertoe strekken de doelstellingen van deze centrale van overheidspersoneel en/of de daarbij aangesloten vereniging te ondersteunen, het geheel voor ten hoogste 216 uren per kalenderjaar; 2. als vakbondsconsulent, voor ten hoogste 50 uur per jaar voor een organisatie met minder dan 400 medewerkers en ten hoogste 100 voor een organisatie met meer dan 400 medewerkers; 3. als arbeidsvoorwaardenadviseur voor ten hoogste 50 uur per jaar voor een organisatie met minder dan 400 medewerkers en ten hoogste 100 uur voor een organisatie met meer dan 400 medewerkers met dien verstande dat per vakcentrale per organisatie verlof wordt toegekend aan maximaal een arbeidsvoorwaardenadviseur b. voor het - op uitnodiging van een vereniging van ambtenaren - als cursist deelnemen aan een cursus welke door of ten behoeve van de leden van die vereniging van ambtenaren wordt gegeven, alles te samen voor ten hoogste 43,2 uren per twee kalenderjaren. Lid 4 Van het buitengewoon verlof met behoud van beloning van een ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur per week van minder dan 36 uur wordt het aantal uren genoemd in het derde lid onder de a en b, naar evenredigheid verminderd. Lid 5 Het verlof, bedoeld in het tweede en derde lid tezamen, kan voor de ambtenaar met een volledig dienstverband niet meer bedragen dan ten hoogste 244,8 uren per kalenderjaar, echter met dien verstande dat ten hoogste 316,8 uren verlof kan worden verleend aan de ambtenaar die: a. lid is van het hoofdbestuur van een centrale van overheidspersoneel, genoemd in het eerste lid onder a , nr. 1 of 2 en/of van een vereniging van ambtenaren die rechtstreeks bij die centrale is aangesloten. b. lid is van het centrale bestuur van de centrale genoemd in het eerste lid onder a , nr.3 en/of bestuurslid is van een sector of sectie van de centrale. c. Het buitengewoon verlof met behoud van beloning van een ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur per week van minder dan 36 uur wordt het aantal uren genoemd in het derde lid onder a en b, naar evenredigheid verminderd. Lid 6 Verlof, bedoeld in de vorige leden, kan slechts worden verleend aan de ambtenaar die lid is van een vereniging van ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onder b. Lid 7 Tenzij andere belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt aan de ambtenaar die door de vereniging van ambtenaren waarvan hij lid is, is aangewezen als lid van de commissie, bedoeld in artikel 12:1, tweede lid, buitengewoon verlof met behoud van salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)verleend voor het bijwonen van de vergadering van die commissie, alsmede voor een voorvergadering per uitgeschreven commissievergadering. Hetgeen ten aanzien van de voorvergadering is bepaald, geldt eveneens voor de ambtenaar die door de vereniging van ambtenaren waarvan hij lid is, is aangewezen als plaatsvervangend lid van de commissie bedoeld in artikel 12:1, tweede lid. Lid 8 Het bestuur kan omtrent het bepaalde in dit artikel nadere regels stellen, waarbij het te verlenen verlof, bedoeld in het tweede, derde en vijfde lid, op een lager aantal uren kan worden gesteld. Artikel6:4dKortdurend zorgverlof Lid 1 De ambtenaar met een volledig dienstverband kan voor maximaal 72 uur in elke periode van 12 achtereenvolgende maanden aanspraak maken op kortdurend zorgverlof op grond van de Wazo. Lid 2 Het maximum van 72 uur, als genoemd in het eerste lid, wordt voor de ambtenaar die is aangesteld voor een formele arbeidsduur van minder dan 36 uur per week naar evenredigheid verminderd. Lid 3 Het verlof komt voor de helft voor de rekening van de werkgever en voor de helft voor de rekening van de ambtenaar. Lid 4 Het bestuur bepaalt in overleg met de ambtenaar nader de wijze waarop de verrekening van het verlof met hem plaatsvindt. Verrekening met de vakantie bedoeld in artikel 6:1 is mogelijk. Artikel6:4eNon-activiteit Lid 1 Bij non-activiteit, bedoeld in artikel 125c, eerste lid, van de Ambtenarenwet bestaat geen recht op doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)en vakantietoelage. Lid 2 Indien de ambtenaar uit hoofde van zijn benoeming of verkiezing, bedoeld in artikel 125c, tweede lid, Ambtenarenwet 1929, aanspraak heeft op een vaste vergoeding - niet zijnde een onkostenvergoeding - wordt op zijn salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)over de tijd dat hij het op grond van dat artikellid verleende verlof geniet een inhouding toegepast. Deze inhouding gaat hetgeen hij geacht kan worden te ontvangen als vergoeding voor de met het verlof overeenkomende tijd niet te boven. Lid 3 Het bestuur kan ter uitvoering van de vorige leden nadere regels vaststellen. Artikel6:4fOnbezoldigd verlof bestuurder vereniging van ambtenaren Lid 1 Het bestuur kan aan de ambtenaar die benoemd is tot bezoldigd bestuurder van een vereniging van ambtenaren op diens verzoek onbetaald verlof verlenen voor de duur van de vervulling van de functie voor ten hoogste twee jaren. Lid 2 Gedurende de periode van het verlof is het verhaal van de pensioenpremies en de premie voor de voorwaardelijke inkoop gelijk aan het bedrag van de premies en de bijdrage die voor de ambtenaar zijn verschuldigd. Bij deeltijd verlof wordt het verhaal naar rato vastgesteld. Het verhaal is, voor wat betreft de pensioenpremies, niet aan de orde in het geval dat het verlof voor ten hoogste drie maanden is verleend. Artikel6:4gBuitengewoon verlof is geen vakantie Het buitengewoon verlof dat volledig doorbetaald wordt, wordt niet in mindering gebracht op de vakantie. Artikel6:5Betaald ouderschapsverlof Lid 1 De ambtenaar met ouderschapsverlof heeft voor maximaal 13 keer de formele arbeidsduur per week aanspraak op doorbetaling van een percentage van zijn salaris en salaristoelage(n). Bij een voltijddienstverband is dit 468 uur. Het percentage is: Salaris Percentage doorbetaling salaris en salaristoelage(
- n)het maximum salarisschaal 2 80% het maximum van salarisschaal 2 en het maximum van salarisschaal 4 70% het maximum van salarisschaal 4 50% Lid 2 In afwijking van het eerste lid, kan de ambtenaar per kind kiezen voor: een hoger percentage doorbetaling van salaris en salaristoelage(
- n)met als gevolg dat het aantal uren betaald ouderschapsverlof minder wordt dan 468 uur, of een lager percentage doorbetaling van salaris en salaristoelage(
- n)met als gevolg dat het aantal uren betaald ouderschapsverlof meer wordt dan 468 uur. Salaris Keuze percentage van de ambtenaar: 50% Keuze percentage van de ambtenaar: 70% Keuze percentage van de ambtenaar: 80% Keuze percentage van de ambtenaar: 100% Uren betaald ouderschapsverlof voor 13 weken het max. schaal 2 748,8 uur 534,9 uur 468 uur 374,4 uur het max. van schaal 2 en het max. van schaal 4 655,2 uur 468 uur 409,5 uur 327,6 uur het maximum van salarisschaal 4 468 uur 334,3 uur 292,5 uur 234 uur Lid 3 Vervallen per 1 januari 2024. Lid 4 De ambtenaar mag tijdens het betaald ouderschapsverlof geen betaald werk verrichten. Het bestuur kan hierover aanvullende regels stellen. Lid 5 Vervallen per 1 januari 2024. Lid 6 Als uitgangspunt bij het bepalen van het percentage in het eerste lid geldt het salaris van een voltijddienstverband bij aanvang van de opname van het betaald ouderschapsverlof. Lid 7 Het recht op betaald ouderschapsverlof is korter dan 13 weken als het betaalde ouderschapsverlof in lid 2 wordt gecombineerd met de Wazo-uitkering geregeld in artikel 6:5b. Dan geldt de volgende rekenformule: (x weken recht gedeeld door 13 weken) vermenigvuldigd met het aantal uren als aangegeven in het tweede lid. Artikel6:5:1Voorwaarden Vervallen. Artikel6:5:1:1 Lid 1 Betrokkene medewerker is ten minste een jaar in dienst en heeft een aanstelling op grond van de CAR. Lid 2 Op de medewerker die ten minste een jaar in dienst is en met wie een arbeidsovereenkomst is gesloten krachtens hoofdstuk 2, is deze regeling van overeenkomstige toepassing. Artikel6:5:1:2 Lid 1 De betrokkene die als ouder in een familierechtelijke betrekking staat tot een kind, onderscheidenlijk de betrokkene die blijkens verklaringen uit het bevolkingsregister op hetzelfde adres woont als een kind en duurzaam de verzorging en opvoeding van dat kind op zich heeft genomen, heeft recht op ouderschapsverlof met gedeeltelijk behoud van bezoldiging. Lid 2 Het recht op verlof moet worden genoten voordat het kind de leeftijd van acht jaar heeft bereikt. Artikel6:5:1:3 Lid 1 Het ouderschapsverlof bedraagt een aaneengesloten periode van ten minste één en ten hoogste zes maanden over ten hoogste de helft van de voor betrokkene geldende gemiddelde formele arbeidsduur per week. Lid 2 Indien het dienstbelang niet toelaat dat het ouderschapsverlof wordt verleend op de wijze zoals in het eerste lid omschreven, wordt na overleg met de betrokkene een afwijkende regeling getroffen. Deze regeling leidt niet tot een vermindering van het aantal uren ouderschapsverlof, waarop de betrokkene conform het eerste lid aanspraak maakt. Het verlof dient in zijn geheel te zijn genoten binnen een jaar na de door betrokkene gewenste aanvangsdatum. Artikel6:5:2Meerlingen Lid 1 Bij twee- of meerlingen bestaat voor één kind aanspraak op betaald ouderschapsverlof Lid 2 De bepaling uit artikel 6:5:7 is van overeenkomstige toepassing indien, voor het tweede en de meerdere kinderen van een twee- of meerling, gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid onbetaald ouderschapsverlof te genieten Artikel6:5:3Ziekte Vervallen. Artikel6:5:4Vervallen Vervallen. Artikel6:5:5Vervallen Vervallen. Artikel6:5:6Vervallen Vervallen. Artikel6:5:7Hardheidsclausule Voor gevallen waarin deze regeling niet of niet naar billijkheid voorziet, kan het bestuur een bijzondere regeling treffen. Artikel6:5aOvergangsrecht ouderschapsverlof vervallen per 1-1-2016 Artikel6:5a:1Vervallen vervallen per 1-1-2016 Artikel6:5bBetaald ouderschapsverlof gecombineerd met Wazo-uitkering Lid 1 De ambtenaar die tijdens het eerste levensjaar van het kind het betaald ouderschapsverlof in artikel 6:5 combineert met het wettelijk betaald ouderschapsverlof heeft aanspraak op maximaal 9 weken van doorbetaling van zijn salaris en salaristoelage(
- n)voor 100%. Voor de resterende periode betaald ouderschapsverlof geldt het bepaalde in artikel 6:5. Lid 2 De lengte van de resterende periode betaald ouderschapsverlof, als in het eerste lid bedoeld, hangt af van het aantal opgenomen weken 100% betaald ouderschapsverlof dat de ambtenaar heeft opgenomen in het eerste levensjaar van het kind. De volgende combinaties zijn mogelijk: Ouderschapsverlof 100% betaald (CAR en Wazo samen) Betaald ouderschapsverlof artikel 6:5 Totaal In het eerste levensjaar kind Vóór het achtste levensjaar kind 9 weken = 324 uur 4 weken = 144 uur 13 weken = 468 uur 8 weken = 288 uur 5 weken = 180 uur 13 weken = 468 uur 7 weken = 252 uur 6 weken = 216 uur 13 weken = 468 uur 6 weken = 216 uur 7 weken = 252 uur 13 weken = 468 uur 5 weken = 180 uur 8 weken = 288 uur 13 weken = 468 uur 4 weken = 144 uur 9 weken = 324 uur 13 weken = 468 uur 3 weken = 108 uur 10 weken = 360 uu 13 weken = 468 uur 2 weken = 72 uur 11 weken = 396 uur 13 weken = 468 uur 1 week = 36 uur 12 weken = 432 uur 13 weken = 468 uur Lid 3 De ambtenaar kan in afwijking van het eerste en tweede lid kiezen om in het eerste levensjaar van het kind alleen gebruik te maken van het wettelijk betaald ouderschapsverlof zonder de doorbetaling van 100% van zijn salaris en salaristoelage(n). De ambtenaar heeft dan aanspraak op de wettelijke uitkering voor maximaal 9 weken en behoudt aanspraak op betaald ouderschapsverlof voor maximaal 13 weken als bedoeld in artikel 6:5. Lid 4 Bij twee- of meerlingen bestaat voor één kind aanspraak op 100% betaald ouderschapsverlof als bedoeld in het eerste lid. Artikel6:6Vervallen Vervallen. Artikel6:7Zwangerschaps- en bevallingsverlof Lid 1 De vrouwelijke ambtenaar die op grond van de Wazo zwangerschaps- en bevallingsverlof geniet, heeft gedurende dit verlof aanspraak op doorbetaling van haar volledige salaris en de toegekende salaristoelage(n). Lid 2 De Wazo-uitkering van het zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt in mindering gebracht op het bedrag waarop de ambtenaar op grond van het eerste lid recht heeft. Lid 3 De ambtenaar is, wanneer zij recht heeft op zwangerschaps- en bevallingsverlof, verplicht mee te werken aan de aanvraag en de uitbetaling van de Wazo-uitkering door de veiligheidsregio bij en door het UWV Lid 4 Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de vrouwelijke ambtenaar de Wazo-uitkering nog niet tot uitbetaling is gekomen, vermindering ondergaat, aan de ambtenaar een boete wordt opgelegd, danwel het recht op de Wazo-uitkering geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan haar schuld of toedoen te wijten is, wordt de Wazo-uitkering op het salaris en de toegekende salaristoelagen in mindering gebracht. Artikel6:8Adoptie- en pleegzorgverlof Lid 1 De ambtenaar die op grond van de Wazo recht heeft op adoptie- of pleegzorgverlof, heeft gedurende dit verlof aanspraak op doorbetaling van zijn volledige salaris en de toegekende salaristoelage(n). Lid 2 De Wazo-uitkering van het adoptie- of pleegzorgverlof wordt in mindering gebracht op het bedrag waarop de ambtenaar op grond van het eerste lid recht heeft. Lid 3 De ambtenaar is, wanneer hij recht heeft op adoptie- of pleegzorgverlof, verplicht mee te werken aan de aanvraag en de uitbetaling van de Wazo-uitkering door de veiligheidsregio bij en door het UWV. Lid 4 Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de ambtenaar de Wazo-uitkering nog niet tot uitbetaling is gekomen, vermindering ondergaat, aan de ambtenaar een boete wordt opgelegd, danwel het recht op de Wazo-uitkering geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt de Wazo-uitkering op het salaris en de toegekende salaristoelagen in mindering gebracht. Lid 5 Het adoptie- en pleegzorgverlof schort de termijnen, bedoeld in artikel 7:3, niet op. Artikel6:9Onbetaald verlof Lid 1 De ambtenaar die langer dan een jaar in dienst is van de veiligheidsregio kan het bestuur verzoeken hem onbetaald verlof te verlenen voor een periode van tenminste 1 maand en ten hoogste 18 maanden. Lid 2 De ambtenaar geniet in een periode van vijf jaar maximaal 18 maanden onbetaald verlof. Per jaar heeft de ambtenaar recht op maximaal één periode van onbetaald verlof. Lid 3 Het bestuur kan afwijken van de in het eerste en tweede lid gestelde voorwaarden. Lid 4 Het verzoek van de ambtenaar heeft betrekking op de volledige arbeidsduur of op een deel daarvan. Lid 5 De ambtenaar dient het verzoek tenminste drie maanden voor de gewenste ingangsdatum in. Het bestuur stelt vast hoe het verzoek wordt ingediend. Lid 6 Het bestuur beslist zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek. De ambtenaar ontvangt schriftelijk bericht van de beslissing van het bestuur. Lid 7 Indien de ambtenaar betaalde arbeid verricht over de uren dat hij onbetaald verlof geniet, kan het bestuur het verlof intrekken. Lid 8 Onverminderd het zevende lid kan het onbetaalde verlof niet tussentijds worden beëindigd tenzij het bestuur en de ambtenaar hiermee instemmen. Lid 9 Het bestuur kent een verzoek om onbetaald verlof dat betrekking heeft op een periode direct voorafgaand aan de pensionering toe, tenzij zwaarwegende dienstbelangen zich daartegen verzetten. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt het verlof verleend voor een periode van maximaal drie jaren. Lid 10 Gedurende de periode van onbetaald verlof bestaat geen aanspraak op salaris, uitkeringen, tegemoetkomingen, toeslagen, toelagen en (kosten)vergoedingen. Bij deeltijd verlof wordt dit naar rato vastgesteld. Lid 11 Tijdens onbetaald verlof behoudt de ambtenaar de tegemoetkoming in de kosten van de zorgverzekering opgenomen in artikel 3:25. Lid 12 Tijdens de eerste drie maanden van onbetaald verlof blijft het verhaal van de pensioenpremies voor de ambtenaar en werkgever gelijk aan het bedrag dat conform het Pensioenreglement verschuldigd is. Duurt het onbetaald verlof langer dan drie maanden, dan verhaalt de werkgever met ingang van de vierde maand naast het verschuldigde werknemersdeel van de premies ook het verschuldigde werkgeversdeel van de premies op de werknemer. Bij gedeeltelijk onbetaald verlof wordt het verhaal naar rato vastgesteld. Lid 13 Voor de toepassing van lid 12 gelden periodes van onbetaald verlof die elkaar opvolgen binnen een periode van zes weken als één periode. Lid 14 De duur van de vakantie van de ambtenaar die onbetaald verlof geniet wordt verminderd naar evenredigheid van de omvang van het onbetaald verlof. Artikel6:10Vervallen Vervallen. Artikel6:11Samenloop met ziekte Lid 1 Het verlof van de ambtenaar die voor een deel van zijn dienstverband onbetaald verlof geniet en langer dan 14 kalenderdagen ziek is, eindigt met ingang van de vijftiende kalenderdag. Lid 2 Het bestuur kan besluiten het verlof van de ambtenaar die volledig onbetaald verlof geniet en langer dan 14 kalenderdagen ziek is, in schrijnende gevallen te beëindigen. Dit kan niet wanneer er sprake is van verlof voorafgaand aan pensionering. Artikel6:12Samenloop met zwangerschaps- en bevallingsverlof Het onbetaalde verlof eindigt op de eerste dag van het zwangerschaps- en bevallingsverlof. Artikel6:13Aanspraken tijdens onbetaald Wazo-verlof (vanaf 1 juni 2023) Lid 1 Tijdens onbetaald Wazo-verlof bestaat geen aanspraak op salaris, uitkeringen, tegemoetkomingen, toeslagen, toelagen en (kosten)vergoedingen Lid 2 Tijdens onbetaald Wazo-verlof krijgt de ambtenaar, in afwijking van lid 1, wel de gehele tegemoetkoming in de kosten van de zorgverzekering zoals in artikel 3:25. Lid 3 Tijdens onbetaald Wazo-verlof blijft het verhaal van de pensioenpremies voor de werknemer en de werkgever gelijk aan het bedrag dat conform het Pensioenreglement verschuldigd is. Lid 4 Artikel 6:9 lid 1 t/m lid 13 geldt niet voor onbetaald Wazo-verlof. Artikel6a:1Vervallen Hoofdstuk 6a is vervallen (per 1-1-2022) Paragraaf1Definities Artikel 7:1 Definities Artikel7:1Definities Lid 1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. passende arbeid: alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd; b. werkzaamheden in het kader van de reïntegratie: loonvormende arbeid, die specifiek gericht is op terugkeer in de eigen dan wel passende arbeid waarover afspraken zijn vastgelegd in het plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9, derde lid; c. scholing in het kader van de reïntegratie: scholing die gericht is op terugkeer in de eigen dan wel passende arbeid waarover afspraken zijn vastgelegd in het plan van aanpak bedoeld in artikel 7:9, derde lid; d. arbeidsongeschiktheid in en door de dienst: arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebreken die in overwegende mate verband houdt met de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of de bijzondere omstandigheden waarin deze moesten worden verricht tenzij de arbeidsongeschiktheid aan de schuld of nalatigheid van de ambtenaar is te wijten; e. dienstongeval: een ongeval dat in overwegende mate verband houdt met de aard van de aan de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of de bijzondere omstandigheden waarin deze moesten worden verricht tenzij het ongeval aan de schuld of nalatigheid van de ambtenaar is te wijten; f. restverdiencapaciteit: het door UWV vast te stellen inkomen dat de ambtenaar met zijn vaardigheden en bekwaamheden, gelet op zijn beperkingen, nog kan verdienen; g. arbodienst: een dienst als bedoeld in artikel 14a, eerste en tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet; h. inactieve: de oud-ambtenaar met een WW-uitkering, aanvullende uitkering, nawettelijke uitkering, WAO-uitkering, WIA-uitkering of wachtgelduitkering, die direct voorafgaand aan de uitkering in dienst was van een veiligheidsregio; i. postactieve: de oud-ambtenaar met een uitkering functioneel leeftijdsontslag, ouderdomspensioen van het ABP of ABP keuzepensioen, die direct voorafgaand aan deze uitkering of dit pensioen in dienst was van een veiligheidsregio of inactieve was; Lid 2 Bij de toepassing van dit hoofdstuk wordt artikel 1:2:1 in acht genomen. Paragraaf2Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en geneeskundig onderzoek Artikel 7:2 Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en geneeskundig onderzoek Artikel 7:2:1 Arbo-dienst Artikel 7:2:2 Bedrijfsgeneeskundige begeleiding Artikel 7:2:3 Consulteren arts door ambtenaar Artikel 7:2:4 Vervallen Artikel 7:2:5 Geneeskundig onderzoek Artikel 7:2:6 Buitendienststelling Artikel 7:2:7 Maatregelen of voorzieningen in belang herstel ambtenaar Artikel7:2Bedrijfsgeneeskundige begeleiding en geneeskundig onderzoek Het bestuur kan nadere regels stellen met betrekking tot bedrijfsgeneeskundige begeleiding en geneeskundig onderzoek. Artikel7:2:1Arbodienst De veiligheidsregio laat zich bijstaan door een arbodienst of gecertificeerd deskundige(n). Artikel7:2:2Bedrijfsgeneeskundige begeleiding Lid 1 De ambtenaar heeft het recht op bedrijfsgeneeskundige begeleiding overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk. Lid 2 De bedrijfsgeneeskundige begeleiding van de ambtenaar geschiedt door een arbodienst of gecertificeerd deskundige(n), overeenkomstig door het bestuur te stellen regels. Artikel7:2:3Consulteren arts door ambtenaar De ambtenaar heeft het recht een arts van de arbodienst rechtstreeks te consulteren ter zake van gezondheidsproblemen die naar zijn mening met zijn arbeidssituatie kunnen samenhangen. Artikel7:2:4Vervallen (Vervallen) Artikel7:2:5Geneeskundig onderzoek Lid 1 Het bestuur is bevoegd de arbodienst opdracht te geven de ambtenaar aan een geneeskundig onderzoek te onderwerpen: a. indien naar het oordeel van het bestuur redelijkerwijs aanleiding bestaat tot twijfel aan een goede gezondheidstoestand van de ambtenaar; b. indien de ambtenaar niet of niet langer volledig geschikt is gebleken voor het naar behoren vervullen van zijn functie, zulks ten einde na te gaan of hiervoor medische oorzaken zijn aan te wijzen. Lid 2 De ambtenaar is verplicht zich aan een onderzoek, bedoeld in het eerste lid, te onderwerpen. Artikel7:2:6Buitendienststelling Lid 1 Indien bij een onderzoek, bedoeld in artikel 7:2:5 blijkt van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand van de ambtenaar, dat naar het oordeel van de arbodienst de belangen van de ambtenaar, die van de dienst of van bij de dienstuitoefening betrokken derden zich tegen voortzetting van zijn werkzaamheden verzetten, wordt de ambtenaar door het bestuur buiten dienst gesteld. Lid 2 Een buitendienststelling, bedoeld in het eerste lid, vindt niet plaats indien, naar het oordeel van de arbodienst, de lichamelijke of geestelijke toestand van de ambtenaar het wenselijk maakt dat hij tijdelijk met andere werkzaamheden wordt belast, indien en voor zover deze voorhanden zijn. In dat geval is artikel 7:18:1 van overeenkomstige toepassing. Lid 3 Een buitendienststelling, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van de overige artikelen van dit hoofdstuk gelijkgesteld met een verhindering wegens ziekte. Artikel7:2:7Maatregelen of voorzieningen in belang herstel ambtenaar Lid 1 Indien daartoe naar het oordeel van de arbodienst aanleiding bestaat, verzoekt het bestuur het UWV de ambtenaar in aanmerking te laten komen voor maatregelen of voorzieningen in het belang van het herstel van zijn gezondheid, dan wel in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid. Lid 2 De ambtenaar wordt van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, schriftelijk in kennis gesteld. Paragraaf3Aanspraken tijdens ziekte Artikel 7:3 Recht op salaris en de toegekende salaristoelagen Artikel 7:4 Doorbetaling tijdens ziekte bij seniorenmaatregel en onbetaald/gedeeltelijk betaald verlof Artikel 7:5 Uitkering wegens arbeidsongeschiktheid in en door de dienst Artikel 7:6 Vervallen Artikel 7:7 Vergoeding kosten geneeskundige verzorging bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst Artikel 7:8 Nadere regels Artikel 7:8:1 Vaststelling referte-tijdvak toelagen Artikel 7:8:2 Periodieke salarisverhoging Artikel 7:8:3 Werktijd bij ziekte bij seniorenmaatregel en toepassing van artikel 2:7a Artikel7:3Recht op salaris en de toegekende salaristoelagen Lid 1 De ambtenaar heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek vanaf de eerste dag van die ongeschiktheid gedurende de eerste zes maanden recht op doorbetaling van zijn volledige salaris en de toegekende salaristoelage(n). Lid 2 De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid gedurende de zevende tot en met de twaalfde maand recht op doorbetaling van 90% van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n). Lid 3 De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid na 12 maanden gedurende de dertiende tot en met de vierentwintigste maand recht op doorbetaling van 75% van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n). Lid 4 De ambtenaar heeft bij voortduring van deze ongeschiktheid na 24 maanden tot het einde van zijn dienstverband recht op doorbetaling van 70% van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n). Lid 5 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder ziekte ook gebreken verstaan. Lid 6 De ambtenaar heeft recht op de doorbetaling van zijn volledige salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)over de uren waarop hij: a. zijn arbeid verricht; b. passende arbeid verricht; c. werkzaamheden in het kader van zijn reïntegratie verricht; d. scholing volgt in het kader van zijn reïntegratie. Lid 7 De ambtenaar behoudt na afloop van de termijn van zes maanden recht op de doorbetaling van zijn volledige salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst. Lid 8 De ambtenaar bedoeld in het derde en vierde lid, die gedurende ten minste 50% van zijn formele arbeidsduur zijn arbeid, passende arbeid, werkzaamheden in het kader van zijn reïntegratie verricht of scholing volgt in het kader van zijn reïntegratie, genoemd in het zesde lid van dit artikel, heeft recht op een extra percentage van 5% berekend over het salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)waar hij recht op heeft ingevolge dit artikel. Hierbij geldt als maximum het salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)zoals genoemd in het eerste lid. Lid 9 De ambtenaar heeft ten minste recht op het wettelijk minimumloon, berekend naar rato van zijn formele arbeidsduur. Lid 10 De periode waarover de ambtenaar voorafgaand aan de periode van het zwangerschaps- en bevallingsverlof, bedoeld in artikel 6:7, ziek is als gevolg van de zwangerschap, schort de periode, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, op. Lid 11 Voor de toepassing van het eerste tot en met het vierde lid worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt genoten, bedoeld in artikel 6:7, tenzij in dat geval de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Lid 12 De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)zoals genoemd in het eerste, tweede, derde en vierde lid, eindigt indien de ambtenaar definitief wordt herplaatst in een andere functie. Lid 13 Het bestuur kan nadere regels stellen met betrekking tot het recht op beloning tijdens arbeidsongeschiktheid. Lid 14 Het bestuur zal rekening houden met individuele gevallen van terminale ziekte. In die gevallen zal de afweging worden gemaakt of ook na afloop van de termijn van zes maanden, bedoeld in het eerste lid, het volledige salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)wordt doorbetaald. Artikel7:4Onbetaald/gedeeltelijk betaald verlof De ambtenaar die onbetaald dan wel gedeeltelijk betaald verlof geniet heeft recht op doorbetaling van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)als bedoeld in artikel 7:3, met dien verstande dat de ambtenaar nooit een hoger bedrag doorbetaald kan krijgen, dan hij zou hebben gekregen, indien hij niet ziek zou zijn geweest. Artikel7:5Uitkering wegens arbeidsongeschiktheid in en door de dienst Lid 1 Aan de gewezen ambtenaar die recht heeft op een WGA- of IVA-uitkering wordt, bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst, een aanvullende uitkering verleend. De basis voor de berekening van de aanvullende uitkering is de uitkering van het UWV waarop geen maatregel conform artikel 88 WIA is toegepast. Lid 2 De aanvullende uitkering genoemd in het eerste lid is voor de ambtenaar met een WGA- of IVA uitkering, gelijk aan het bedrag dat nodig is om de aan de ambtenaar toegekende WGA- of IVA-uitkering, vermeerderd met een aan de ambtenaar toegekend arbeidsongeschiktheidspensioen van de Stichting Pensioenfonds ABP, aan te vullen tot een bepaald percentage van het salaris, de toegekende salaristoelage(
- n)en het opgebouwde IKB die de ambtenaar had in het jaar voorafgaand aan zijn ontslag. Dit percentage is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en bedraagt bij een arbeidsongeschiktheid van: 80% of meer: 95% 65 tot 80% 68,875% 55 tot 65% 57% 45 tot 55% 47,5% 35 tot 45% 38% Lid 3 De aanvullende uitkering eindigt: a. indien de gewezen ambtenaar niet meer voldoet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden of; b. met ingang van de dag waarop de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Lid 4 De gewezen ambtenaar die recht heeft op een uitkering op grond van dit artikel, is verplicht om het bestuur op de hoogte te stellen van wijzigingen in zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering of het aan hem toegekende arbeidsongeschiktheidspensioen van de Stichting Pensioenfonds ABP. Lid 5 De aanvullende uitkering wordt niet in mindering gebracht op de financiële compensatie die de gewezen ambtenaar heeft op grond van een regeling die compensatie biedt voor blijvende lichamelijke invaliditeit/arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een dienstongeval bij de veiligheidsregio. Lid 6 De ambtenaar die tevens zelfstandig ondernemer is maakt aanspraak op financiële compensatie voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid ten gevolge van een dienstongeval bij de veiligheidsregio zoals uitgewerkt in een regeling. Artikel7:6Vervallen (Vervallen) Artikel7:7Vergoeding kosten bij arbeidsongeschiktheid in en door de dienst Lid 1 Bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid, alsmede bij blijvende lichamelijke invaliditeit/arbeidsongeschiktheid of overlijden ten gevolge van een dienstongeval bij de veiligheidsregio komt de ambtenaar in aanmerking voor vergoeding van noodzakelijk gemaakte medische kosten, die hieruit ontstaan en voor zijn rekening blijven. Lid 2 De aanspraken voortvloeiend uit het eerste lid zijn uitgewerkt in een regeling. Artikel7:8Nadere regels Het bestuur kan nadere regels stellen met uitzondering van het bepaalde in artikel 7:5 vijfde en zesde lid en artikel 7:7. Artikel7:8:1Vaststelling referte-tijdvak toelagen Het referte-tijdvak dat in acht wordt genomen voor de vaststelling van de gemiddelde hoogte van de toegekende salaristoelage(n), ten behoeve van de vaststelling van het salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)tijdens ziekte, dient in een lokale regeling nader te worden uitgewerkt. Artikel7:8:2Periodieke salarisverhoging Het onderwerp periodieke salarisverhogingen tijdens ziekte dient in een lokale regeling nader te worden uitgewerkt. Artikel7:8:3Werktijd bij ziekte en toepassing van artikel 2:7a De ambtenaar wiens arbeidsduur is aangepast op grond van artikel 2:7a , kan voor de duur van de periode waarvoor toepassing van dit artikel is bepaald, worden verplicht tot aanvaarding van arbeid waarvan de arbeidsduur overeenkomt met deze tijdelijke uitgebreide arbeidsduur. Wanneer de periode waarvoor de toepassing van artikel 2:7a is verstreken, geldt de verplichting voor de ambtenaar ten aanzien van de aanvaarding van een nieuwe functie voor de formele arbeidsduur. Paragraaf4Verplichtingen en sancties Artikel 7:9 Verplichtingen college Artikel 7:10 Verplichting ambtenaar tot informatieverstrekking bij ziekte Artikel 7:11 Verplichting tot verlening van medewerking aan reïntegratie Artikel 7:12 Verplichtingen ambtenaar medisch onderzoek Artikel 7:13:1 Geen aanspraak op doorbetaling Artikel 7:13:2 Staken van de doorbetaling Artikel 7:14 Sanctie bij nalatigheid algemene verplichtingen ambtenaar Artikel 7:15:1 Betaling aan anderen en nabetaling aan ambtenaar Artikel 7:16 Herplaatsing in passende arbeid Artikel 7:17 Terugkeer in functie na ziekte Artikel 7:18 Inkomsten uit of in verband met arbeid Artikel 7:18:1 Inkomsten uit ander dienstverband Artikel7:9Verplichtingen bestuur Lid 1 Het bestuur is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de ambtenaar, die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte of gebrek verhinderd is zijn arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen arbeid of passende arbeid te verrichten. Lid 2 Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en binnen de openbare dienst van de veiligheidsregio geen passende arbeid voorhanden is, bevordert het bestuur de inschakeling van de ambtenaar in passende arbeid buiten de openbare dienst van de veiligheidsregio. Lid 3 Uit hoofde van zijn verplichting, genoemd in het eerste en tweede lid, stelt het bestuur in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Lid 4 Het bestuur stelt een protocol vast, waarin de regels zijn opgenomen met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begeleiding van ziekteverzuim, verplichtingen omtrent ziek- en herstelmeldingen daaronder begrepen, de arbeidsgezondheidskundige begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedures. Artikel7:10Verplichting ambtenaar tot informatieverstrekking bij ziekte De ambtenaar verstrekt op verzoek van het bestuur alle informatie die noodzakelijk is voor de uitvoering van dit hoofdstuk. Artikel7:10:1Vervallen Vervallen Artikel7:10:2Vervallen Vervallen Artikel7:10:3Vervallen Vervallen Artikel7:10:4Vervallen Vervallen Artikel7:11Verplichting tot verlening van medewerking aan reïntegratie Lid 1 De ambtenaar die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is zijn arbeid te verrichten, is verplicht: a. gevolg te geven aan, door het bestuur of een door hem aangewezen deskundige, gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door het bestuur of een door hem aangewezen deskundige getroffen maatregelen als bedoeld in artikel 7:9; b. zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 7:9, derde lid; c. zich te gedragen naar de regels die in het protocol, bedoeld in artikel 7:9, vierde lid, zijn opgenomen. Lid 2 Indien de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn functie te vervullen, in staat is passende arbeid als bedoeld in artikel 7:1 te verrichten en hij door het bestuur of een andere werkgever daartoe in de gelegenheid wordt gesteld, is hij verplicht die arbeid te verrichten. Artikel7:12Verplichtingen ambtenaar medisch onderzoek Lid 1 De ambtenaar is verplicht zich te onderwerpen aan een door of vanwege de arbodienst in te stellen medisch onderzoek ter beantwoording van de vragen: a. of er sprake is van verhindering tot het vervullen van zijn functie wegens ziekte; b. in welke mate er sprake is van verhindering als bedoeld onder a; c. of de ambtenaar de verhindering tot het vervullen van zijn functie opzettelijk heeft veroorzaakt; d. of de ambtenaar ten onrechte nalaat zich onder geneeskundige behandeling te stellen of te blijven stellen, dan wel zich niet houdt aan de voorschriften hem door de behandelende geneeskundige gegeven, met dien verstande dat te dezen voorschriften tot het verlenen van medewerking aan een ingreep van heelkundige aard zijn uitgezonderd; e. of de ambtenaar zich zodanig gedraagt, dat zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd; f. of verdere maatregelen of voorzieningen nodig zijn in het belang van het herstel van zijn gezondheid, dan wel in het belang van het behoud, het herstel of de bevordering van zijn arbeidsgeschiktheid; g. wanneer en in welke mate de vervulling van de functie kan worden hervat. Lid 2 Het bestuur kan nadere regels stellen ten aanzien van de redenen van medisch onderzoek. Artikel7:13:1Geen aanspraak op doorbetaling Geen aanspraak op doorbetaling van salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)als bedoeld in artikel 7:3 en geen opbouw van het IKB, bedoeld in artikel 3:28, bestaat: a. indien blijkens het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 7:12, sprake is van een omstandigheid waarbij de ambtenaar opzettelijk de verhindering tot het vervullen van zijn functie heeft veroorzaakt, tenzij de ambtenaar daarvan op grond van zijn geestelijk toestand geen verwijt kan worden gemaakt; b. indien de verhindering wegens ziekte zich voordoet binnen een halfjaar na de in artikel 2:3, eerste lid, bedoelde geneeskundige keuring en alsdan blijkt dat de ambtenaar hierbij onjuiste informatie omtrent zijn gezondheidstoestand heeft verstrekt of gegevens heeft verzwegen, ten gevolge waarvan de verklaring dat tegen de vervulling van zijn functie uit medisch oogpunt geen bezwaren bestaan, ten onrechte is afgegeven, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld. Artikel7:13:2Staken van de doorbetaling Lid 1 De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n), bedoeld in artikel 7:3 en de opbouw van het IKB, bedoeld in artikel 3:28, worden gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar: a. weigert de in artikel 7:12 neergelegde verplichting tot het verlenen van medewerking aan een door of vanwege de arbodienst in te stellen medische onderzoek na te komen; b. blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek ten onrechte heeft nagelaten zich onder geneeskundige behandeling te stellen ofte blijven stellen; c. blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek de voorschriften van de behandelende arts niet opvolgt, met uitzondering van voorschriften om mee te werken aan een ingreep van heelkundige aard; d. zich blijkens het in artikel 7:12 bedoelde onderzoek schuldig maakt aan gedragingen waardoor zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd; e. er de oorzaak van is dat het arbeidsgezondheidskundig onderzoek door een door de arbodienst aangewezen arts niet kan plaatshebben; f. tijdens de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, tenzij dit door de arbodienst in het belang van zijn genezing wenselijk wordt geacht en het bestuur daartoe toestemming heeft verleend; g. weigert mededeling te doen van inkomsten uit arbeid, die hij heeft in verband met het verrichten van door de arbodienst in het belang van zijn genezing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of derden; h. zijn arbeid verzuimt te hervatten op het door de arbodienst bepaalde tijdstip en in de door deze dienst bepaalde mate, indien zulks hem is opgedragen, tenzij hij daarvoor een door de arbodienst als geldig erkende reden heeft opgegeven; i. weigert om - op verzoek van het bestuur - informatie te verstrekken die noodzakelijk is voor de uitvoering van dit hoofdstuk. Lid 2 De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)en de opbouw van het IKB vinden wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het lid 1. Artikel7:14Sanctie bij nalatigheid algemene verplichtingen Lid 1 De ambtenaar die zich niet houdt aan zijn verplichtingen, bedoeld in artikel 7:11 lid 1, onderdeel c, wordt disciplinair gestraft wegens plichtsverzuim. Lid 2 De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n), bedoeld in artikel 7:3, en de opbouw van het IKB bedoeld in artikel 3:28, worden gestaakt, indien en voor zolang de ambtenaar: a. weigert mee te werken aan, door het bestuur of een door hem aangewezen deskundige, gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen, als bedoeld in artikel 7:11 lid 1, onderdeel a, die erop gericht zijn om de betrokkene in staat te stellen de eigen passende arbeid te verrichten; b. weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 7:11 lid 1, onderdeel b; c. weigert aangeboden passende arbeid te verrichten, waartoe hij op grond van artikel 7:11 lid 2 verplicht is. Lid 3 De doorbetaling van het salaris en de toegekende salaristoelage(n), en de opbouw van het IKB, bedoeld in lid 2, vinden wel plaats indien de ambtenaar op grond van zijn geestelijke toestand geen verwijt kan worden gemaakt van het gedrag, genoemd in het lid 2. Artikel7:15:1Betaling aan anderen en nabetaling aan ambtenaar Lid 1 Het bestuur kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, bepalen dat de op grond van de artikelen 7:13:1, 7:13:2 en 7:14 het niet uitbetaalde salaris en de toegekende salaristoelage(n), geheel of ten dele aan anderen dan de ambtenaar zal worden uitbetaald. Lid 2 Voor zover het bestuur van zijn in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, wordt de ingevolge de artikelen 7:13:1, 7:13:2 en 7:14 het niet uitbetaalde salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)alsnog aan de ambtenaar uitbetaald wanneer de ambtenaar op grond van de second opinion die hij conform artikel 32 van de wet SUWI, heeft aangevraagd inzake het oordeel over de ongeschiktheid tot werken in het gelijk gesteld wordt. Artikel7:16Herplaatsing in passende arbeid Lid 1 Passende arbeid, bedoeld in artikel 7:11, tweede lid, wordt de ambtenaar opgedragen: a. door plaatsing in een andere functie voor tijdelijke duur, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling; b. door plaatsing in een andere functie bij wijze van proef, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling; c. bij een andere werkgever, door een tijdelijke detachering, zonder dat dit gepaard gaat met een wijziging van de aanstelling. Lid 2 Na 24 maanden van ziekte wordt passende arbeid, bedoeld in artikel 7:11, tweede lid, aan de ambtenaar opgedragen door definitieve herplaatsing. Deze definitieve herplaatsing vindt plaats door wijziging van de aanstelling. Lid 3 Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die ziek is geworden op of na 1 juli 2007 en die minder dan 35% arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12 maanden na de periode van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid, dat de ambtenaar met de passende arbeid zijn volledige restverdiencapaciteit benut. Lid 4 Voorwaarde voor definitieve herplaatsing van de ambtenaar die ziek is geworden op of na 1 juli 2007 en die 35% of meer, maar minder dan 80% arbeidsongeschikt is, is in de periode van 12 maanden na de periode van 24 maanden, bedoeld in het tweede lid, dat de ambtenaar met de passende arbeid 50% van zijn restverdiencapaciteit of meer benut. Lid 5 Voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid wordt onder een andere functie mede verstaan het verrichten van dezelfde werkzaamheden onder andere voorwaarden. Lid 6 Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de functie ten gevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen. Lid 7 Voor het bepalen van de periode van 24 respectievelijk 12 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Lid 8 De termijn van 24 maanden wordt verlengd: a. met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en b. met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld. Lid 9 De ambtenaar verleent alle medewerking en verstrekt alle informatie die nodig is om de restverdiencapaciteit vast te stellen. Artikel7:17Terugkeer in functie na ziekte Lid 1 Ten aanzien van de ambtenaar die wegens ziekte verhinderd is zijn functie te vervullen, kan worden bepaald dat hij zijn functie slechts weer zal mogen vervullen, indien het bestuur daarvoor toestemming heeft verleend, onder bepaling van de mate waarin de hervatting kan geschieden. Lid 2 Ten behoeve van de bepaling van het eerste lid zal mede worden gelet op het advies van de arbodienst of van het UWV. Lid 3 De in het eerste lid bedoelde toestemming is in ieder geval vereist indien de ambtenaar gedurende meer dan een jaar volledig verhinderd is geweest zijn functie te vervullen. Artikel7:18Inkomsten uit of in verband met arbeid Het bestuur kan nadere regels stellen met betrekking tot het in mindering brengen op de beloning van de ambtenaar, van inkomsten uit passende arbeid of werkzaamheden in het kader van diens reïntegratie. Artikel7:18:1Inkomsten uit ander dienstverband Lid 1 Indien de ambtenaar tijdens de verhindering tot het vervullen van zijn functie, op grond van een aan het bestuur uitgebracht advies door de arbodienst of door het UWV, in het belang van zijn genezing of zijn reïntegratie, dan wel in het kader van herplaatsing wenselijk geachte arbeid voor zichzelf of voor derden verricht, worden de inkomsten uit deze arbeid in mindering gebracht op het salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)waar de ambtenaar recht op heeft krachtens artikel 7:3. Lid 2 Tot de in het eerste lid bedoelde inkomsten wordt tevens gerekend toelagen, onder welke benaming ook, die de ambtenaar ontvangt die geacht kunnen worden betrekking te hebben op arbeid bedoeld in het eerste lid. Paragraaf5Bijzondere situaties Artikel 7:19 Samenloop met een ZW-uitkering Artikel 7:20 Samenloop met een WW-uitkering Artikel 7:21 Samenloop met een uitkering op grond van de WIA Artikel 7:22 Arbeidsongeschiktheidspensioen ABP Artikel 7:23 WAJONG/WAZ Artikel 7:23:1 Vervallen Artikel7:19Samenloop met een ZW-uitkering Lid 1 Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werk recht heeft op een ZW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3, recht heeft. Lid 2 Indien de ambtenaar geen ZW-uitkering aanvraagt binnen de in de ZW gestelde termijnen en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt voor de periode dat hij dientengevolge geen ZW-uitkering ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een volledige ZW-uitkering. Lid 3 Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de ambtenaar de ZW-uitkering vermindering ondergaat, aan de ambtenaar een boete wordt opgelegd, dan wel het recht op de ZW-uitkering geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en dit aan zijn schuld of toedoen te wijten is, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een volledige ZW-uitkering. Lid 4 De ambtenaar verleent op verzoek van het bestuur alle medewerking aan het via het bestuur tot uitbetaling laten komen van de ZW-uitkering. Lid 5 Indien de ZW-uitkering meer bedraagt dan het bedrag waarop de ambtenaar op grond van artikel 7:3 recht heeft, wordt het meerdere aan de ambtenaar uitbetaald. Artikel7:20Samenloop met een WW-uitkering Indien de ambtenaar ter zake van het dienstverband waarbij de ongeschiktheid tot het verrichten van zijn werk is ontstaan, recht heeft op een WW-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3, recht heeft. Artikel7:21Samenloop met een uitkering op grond van de WIA Lid 1 Indien de ambtenaar ter zake van de desbetreffende verhindering tot het vervullen van zijn functie recht heeft op een WGA- of een IVA-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij op grond van artikel 7:3 recht heeft. Wanneer de ambtenaar recht heeft op een IVA-uitkering dan wel een WGA-uitkering in verband met volledige, maar niet duurzame arbeidsongeschiktheid, heeft de ambtenaar ten minste recht op een bedrag ter hoogte van deze IVA- of WGA-uitkering. Lid 2 Indien de ambtenaar recht heeft op een WGA- of een IVA-uitkering uit hoofde van twee of meer dienstverbanden, wordt die uitkering naar rato van het salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)uit de verschillende functies, in mindering gebracht op de dienstverband op grond waarvan de betaling wordt gedaan. Lid 3 Indien de ambtenaar geen WGA- of IVA-uitkering aanvraagt binnen de in de WIA gestelde termijnen en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de periode dat hij dientengevolge geen WGA- of IVA-uitkering ontvangt, voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een IVA-uitkering. Lid 4 Indien als gevolg van handelingen of nalaten van handelingen door de ambtenaar niet kan worden vastgesteld of de ambtenaar in aanmerking komt voor een WGA- of een IVA-uitkering en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een IVA-uitkering. Lid 5 Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door betrokkene de WGA- of IVA-uitkering vermindering ondergaat, dan wel het recht daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, en hem dit redelijkerwijs kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van de WGA- of IVA-uitkering zoals die werd genoten voor vermindering of gehele of gedeeltelijke weigering van het bedrag plaatsvond. Lid 6 De ambtenaar verleent op verzoek van het bestuur alle medewerking aan het via het bestuur tot uitbetaling laten komen van de WGA- of IVA-uitkering. Artikel7:22Arbeidsongeschiktheidspensioen ABP Artikel 7:21 is van overeenkomstige toepassing, wanneer de ambtenaar in aanvulling op de WGA- of IVA-uitkering, bedoeld in artikel 7:21, recht heeft op een arbeidsongeschiktheidspensioen van de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP. Artikel7:23Wajong/WAZ Indien de ambtenaar op grond van zijn arbeidsongeschiktheid recht heeft op een Wajong- of WAZ-uitkering, worden deze uitkeringen voor de toepassing van dit hoofdstuk gelijkgesteld met een uitkering op grond van de WIA. Artikel7:23:1Vervallen (Vervallen) Paragraaf6Tegemoetkoming kosten zorgverzekering Artikel 7:24 Tegemoetkoming ziektekosten Artikel 7:24a Zorgverzekering Artikel 7:25 Hoogte tegemoetkoming Artikel 7:25a Meerdere dienstverbanden Artikel 7:25b Vervallen Artikel 7:25:1 Vervallen Artikel 7:25:2 Vervallen Artikel 7:25:3 Vervallen Artikel 7:25:4 Vervallen Artikel7:24Collectieve zorgverzekering De VNG sluit voor de zorgverzekering van gemeenteambtenaren, postactieven en inactieven een overeenkomst als bedoeld in artikel 18 van de Zorgverzekeringswet. Tot 1 januari 2026 kunnen ambtenaren in de zin van deze regeling hier mede gebruik van maken. Artikel7:24aVervallen Vervallen Artikel7:25Vervallen Vervallen Artikel7:25aVervallen Vervallen Artikel7:25bVervallen (Vervallen) Artikel7:25:1Vervallen (Vervallen) Artikel7:25:2Vervallen (Vervallen) Artikel7:25:3Vervallen (Vervallen) Artikel7:25:4Vervallen (Vervallen) Paragraaf7Overige bepalingen Artikel 7:26 Overgangsbepaling Artikel 7:27 Garantie-uitkering Artikel 7:28 Overgangsartikel Artikel 7:28:1 Overgangsartikel Artikel 7:28a Overgangsartikel Artikel 7:28b Overgangsartikel Artikel7:26Overgangsbepaling Lid 1 Op de ambtenaar of gewezen ambtenaar, die wegens ziekte op 31 december 2000 recht heeft op salarisbetaling of uitkering op grond van dit hoofdstuk en waarvan de ziekte ook na deze datum voortduurt, blijven de bepalingen van dit hoofdstuk, zoals deze luidden op 31 december 2000 van kracht tot het moment dat de ziekte van de betrokkene eindigt, dan wel tot de dag met ingang waarvan de betrokkene recht krijgt op een uitkering krachtens de Ziektewet. Lid 2 De betrokkene is verplicht de onverschuldigde betalingen aan hem, die op grond van dit artikel zijn verricht, terug te betalen, indien hem met terugwerkende kracht een uitkering krachtens de Ziektewet wordt toegekend. Artikel7:27Garantie-uitkering Lid 1 De ambtenaar die herplaatst is op grond van artikel 7:6, tweede lid onder c, zoals dat luidde voor 1 januari 2003, heeft, indien naderhand maar voor 1 januari 2001, de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld, recht op een garantie-uitkering, indien hem geen aanvullende gangbare arbeid is aangeboden van een zodanige omvang dat hij in staat is om zijn toegenomen restverdiencapaciteit te benutten. Onder gangbare arbeid wordt in dit artikel verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe betrokkene in staat is, gezien zijn krachten en bekwaamheden. Lid 2 De garantie-uitkering bedraagt te rekenen vanaf de datum van aanvang van de ziekte in de oorspronkelijke functie 18 maanden 100%, vervolgens 39 maanden 80% en daarna 33 maanden 70% van het salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)die de ambtenaar genoot in de oorspronkelijke functie. Lid 3 Op de garantie-uitkering wordt in mindering gebracht hetgeen de ambtenaar ontvangt uit het dienstverband waarin hij is herplaatst en, in voorkomend geval, met het recht op WAO-uitkering, invaliditeitspensioen, herplaatsingstoelage en inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf verkregen op of na de datum waarop de arbeidsongeschiktheid op een lager niveau is vastgesteld. Lid 4 Indien de betrokkene nalaat van de gelegenheid gebruik te maken die kan leiden tot het verkrijgen van gangbare arbeid, indien hij weigert gangbare arbeid te aanvaarden of indien hij opzettelijk inkomsten uit gangbare arbeid verloren laat gaan, wordt het bedrag van de garantie-uitkering verminderd met het bedrag van de verzuimde, of de verloren gegane inkomsten. Lid 5 De garantie-uitkering eindigt: a. met ingang van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt; b. bij ontslag. Artikel7:28Overgangsartikel Lid 1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de artikelen 7:1, 7:3, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16, 7:18, 7:21 en 7:22 niet van toepassing. Lid 2 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 7:1, 7:3, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16, 7:18, 7:21 en 7:22 zoals die golden op 31 december 2005, van toepassing. Lid 3 Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen op of na 1 januari 2004 en die op grond van de WAO recht heeft op een WAO-uitkering, zijn de artikelen 7:1, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 en 7:21 niet van toepassing. Lid 4 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 7:1, 7:5, 7:9, 7:11, 7:14, 7:16 en 7:21, zoals die golden op 31 december 2005 , van toepassing, waarbij de verwijzing in artikel 7:21, eerste lid, naar artikel 7:3, eerste lid, gelezen moet worden als een verwijzing naar artikel 7:3, zoals dat luidt met ingang van 1 januari 2006. Lid 5 Het bestuur stelt per 1 januari 2006 voor de ambtenaren van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, is gelegen op of na 1 januari 2004, de duur van de ongeschiktheid vast. De hoogte van de loondoorbetaling vanaf 1 januari 2006 wordt bij voortduring van de ongeschiktheid berekend op basis van het bepaalde in artikel 7:3, eerste tot en met het vierde lid. Artikel7:28:1Vóór 1-1-2004 arbeidsongeschikt Lid 1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 is gelegen voor 1 januari 2004 is artikel 7:18:1 niet van toepassing. Lid 2 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 7:18:1 zoals dat gold op 31 december 2005 , van toepassing. Artikel7:28aVóór 1-7-2007 arbeidsongeschikt Lid 1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is artikel 7:16 niet van toepassing. Lid 2 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid bedoeld in artikel 7:3 gelegen is voor 1 juli 2007 is artikel 7:16, zoals dat gold op 30 juni 2008, van toepassing. Artikel7:28bVóór 1-8-2008 arbeidsongeschikt Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is artikel 7:16 van toepassing, zoals dat gold op 30 november 2008. Artikel8:1Ontslag op verzoek Lid 1 Indien de ambtenaar ontslag verzoekt, wordt hem dit eervol verleend. Lid 2 Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend. Lid 3 Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan worden aangehouden indien een ontslag op grond van artikel 8:13 overwogen wordt. Artikel8:1:1Opzegtermijn ontslag op eigen verzoek Lid 1 Het ontslag, bedoeld in artikel 8:1, wordt niet verleend met ingang van een datum gelegen binnen een maand dan wel later dan drie maanden na de datum waarop het verzoek om ontslag is ingekomen. Lid 2 Indien de ambtenaar dit verzoekt kan van het bepaalde in het eerste lid worden afgeweken. Lid 3 Indien een strafrechtelijke vervolging tegen de ambtenaar aanhangig is of indien overwogen wordt hem in aanmerking te brengen voor disciplinaire straf kan het nemen van een beslissing op een verzoek om ontslag worden aangehouden totdat de uitspraak van de strafrechter of de beslissing inzake de disciplinaire straf onherroepelijk is geworden. Artikel8:2Ontslag wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd Lid 1 De ambtenaar wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag waarop hij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Lid 2 Het bestuur kan in bijzondere gevallen, indien de ambtenaar hiermede instemt, van het bepaalde in het eerste lid afwijken. Artikel8:2:1Vervallen (Vervallen) Artikel8:2aOpzegtermijn ontslag na AOW-gerechtigde leeftijd Lid 1 De aanstelling of arbeidsovereenkomst van de medewerker die na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd in dienst is getreden van de veiligheidsregio, alsmede de aanstelling of arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 8:2 lid 2 wordt beëindigd wanneer een van de partijen dat wenselijk acht. Hierbij wordt een opzegtermijn van één maand in acht genomen. Lid 2 In afwijking van lid 1 geldt in geval van ziekte een opzegtermijn van 13 weken. Artikel8:3Ontslag wegens reorganisatie Lid 1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend wegens opheffing van zijn functie of wegens verandering in de inrichting van het dienstonderdeel waarbij hij werkzaam is of van andere dienstonderdelen, dan wel wegens verminderde behoefte aan arbeidskrachten. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend. Lid 2 Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend. Lid 3 Op grond van dit artikel wordt, individuele gevallen uitgezonderd, ontslag verleend ingevolge een vooraf vastgesteld plan. Artikel8:3:1Raadpleging Commissie Over het plan, bedoeld in artikel 8:3, derde lid, wordt overleg gepleegd in de commissie bedoeld in artikel 12:1, tweede lid. Daarna wordt het aan de betrokken ambtenaren medegedeeld. Artikel8:4Ontslag wegens volledige arbeidsongeschiktheid Lid 1 Onder volledige arbeidsongeschiktheid wordt verstaan: a. arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht bestaat op een WGA-uitkering; b. arbeidsongeschiktheid voor 80% of meer, waarbij recht bestaat op een IVA-uitkering. Lid 2 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van volledige ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ziekte mede verstaan gebreken. Het ontslag wordt eervol verleend. Lid 3 Ontslag als bedoeld in het tweede lid mag slechts plaatsvinden indien er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte gedurende een periode van 24 maanden. Lid 4 Het bestuur betrekt bij het beoordelen van de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid het resultaat van de claimbeoordeling van de WIA en de resultaten van een mogelijke herbeoordeling. Lid 5 Het bestuur stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat een ontslagprocedure als bedoeld in het tweede lid wordt ingesteld. Deze melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de 21e maand na de eerste ziektedag. Lid 6 Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de meest recente WIA-beschikking zijn genomen. Lid 7 Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in het zesde lid, genomen is, moet het bestuur, indien er geen overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel van UWV betrekken. Lid 8 Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van 24 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de functie tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen. Lid 9 Voor het bepalen van het in het derde lid bedoelde tijdvak van 24 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Lid 10 De termijn van 24 maanden, als bedoeld in het derde lid wordt verlengd: a. met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en b. met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld. Artikel8:5Ontslag wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid Lid 1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van gedeeltelijke ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ziekte mede verstaan gebreken. Het ontslag wordt eervol verleend. Lid 2 Een ontslag als bedoeld in het eerste lid mag slechts plaatsvinden indien: a. er sprake is van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte gedurende een periode van 36 maanden: b. het na zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken de ambtenaar binnen de veiligheidsregio passende arbeid op te dragen, als bedoeld in artikel 7:9. Lid 3 Het bestuur betrekt bij het beoordelen van de vraag of er sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid het resultaat van de claimbeoordeling op grond van de WIA en de resultaten van een mogelijke herbeoordeling. Lid 4 Het bestuur stelt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte dat sprake is van een situatie als bedoeld in het tweede lid op grond waarvan de ontslagprocedure als bedoeld in het eerste lid wordt ingesteld. Deze melding geschiedt op zijn vroegst vanaf de 33e maand na de eerste ziektedag. Lid 5 Het ontslagbesluit moet binnen één jaar na de datum van de meest recente WIA-beschikking zijn genomen. Lid 6 Indien het ontslagbesluit niet binnen de termijn, bedoeld in het vijfde lid, genomen is, moet het bestuur, indien er geen overeenstemming bestaat over het ontslag, een deskundigenoordeel van UWV betrekken. Lid 7 Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak van 36 maanden worden perioden van ongeschiktheid voor de vervulling van de functie ten gevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschaps- en bevallingsverlof en de periode van het zwangerschaps- of bevallingsverlof bedoeld in artikel 6:7, niet in aanmerking genomen. Lid 8 Voor het bepalen van het in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde tijdvak van 36 maanden worden perioden van ongeschiktheid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid in dit geval redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. Lid 9 De termijn van 36 maanden, als genoemd in het tweede lid, onderdeel a, wordt verlengd a. met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de WIA en b. met de duur van het tijdvak, dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 25, negende lid, van de WIA heeft vastgesteld. Lid 10 Indien voor de ambtenaar buiten de organisatie van de veiligheidsregio passende arbeid als bedoeld in artikel 7:16, derde of vierde lid, aanwezig is, is ontslag vanaf 24 maanden na de eerste dag van ongeschiktheid op grond van dit artikel mogelijk. Bij het bepalen van de termijn van 24 maanden worden het zesde, zevende en achtste lid van artikel 7:16 overeenkomstig toegepast. Artikel8:5aOntslag wegens niet nakomen re-integratieverplichtingen Lid 1 De ambtenaar die ongeschikt is voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte of gebrek kan ontslag verleend worden indien hij zonder deugdelijke grond weigert: a. gevolg te geven aan door het bestuur of een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door het bestuur of een door hem aangewezen deskundige getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de eigen of passende arbeid te verrichten, als bedoeld in artikel 7:9; b. arbeid als bedoeld in artikel 7:11, tweede lid te verrichten waartoe het bestuur hem in de gelegenheid stelt; c. zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de WIA; d. een uitkering op grond van de WIA aan te vragen. Lid 2 Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, wint het bestuur een hierop betrekking hebbend advies van het UWV in. Artikel8:5:1Vervallen (Vervallen) Artikel8:6Ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid Lid 1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie anders dan op grond van ziekten of gebreken. Ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend. Lid 2 Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend. Artikel8:7Overige ontslaggronden Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van: a. verlies van een vereiste bij de aanstelling door het bestuursorgaan gesteld, tenzij het vereiste alleen bij aanvaarding van de functie geldt; b. aangaan van een graad van zwagerschap die de aanstelling in de functie zou uitsluiten; c. staat van curatele krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; d. toepassing van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; e. onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf; f. het verstrekken van onjuiste gegevens in verband met indiensttreding, tenzij hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt. Artikel8:7:1Eervol ontslag Behalve in het geval, bedoeld in artikel 8:7, onder e, wordt een ontslag op grond van eerder genoemd artikel eervol verleend. Het ontslag kan niet eerder ingaan dan op de dag volgend op die waarop de reden voor het ontslag voor het eerst aanwezig was. Artikel8:8Eervol ontslag andere gronden Lid 1 Een ambtenaar die vast is aangesteld kan eervol worden ontslagen op een bij het besluit omschreven grond, niet vallende onder de gronden in vorige artikelen van dit hoofdstuk genoemd. Lid 2 Ontslag op grond van dit artikel kan ook gedeeltelijk worden verleend. Artikel8:8:1Inhoud ontslagbesluit De grond waarop het ontslag berust, dat is verleend ingevolge artikel 8:8, wordt slechts op verzoek van de ambtenaar in het ontslagbesluit vermeld. Artikel8:9Eervol ontslag na bekleden publiekrechtelijke functie Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiekrechtelijk bestuur, waarin hij was benoemd of verkozen tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt, indien hij ophoudt zodanige functie te bekleden en hij naar het oordeel van het bestuur niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend. Artikel8:10Vervallen (Vervallen) Artikel8:10:1Vervallen (Vervallen) Artikel8:11Vervallen Vervallen (per 1-4-2016) Artikel8:11:1Vervallen Vervallen Artikel8:12Ontslag uit een tijdelijke aanstelling of tijdelijke urenuitbreiding Lid 1 De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor bepaalde tijd is van rechtswege ontslagen op de datum waarop die tijd verstrijkt. Indien na de datum, bedoeld in de eerste volzin, het dienstverband feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw een aanstelling is verleend, wordt de tijdelijke aanstelling geacht voor dezelfde tijd te zijn aangegaan. Lid 2 De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor bepaalde tijd is aangegaan, is, voor zover het die urenuitbreiding betreft, van rechtswege ontslagen op de datum dat de urenuitbreiding eindigt. Indien na de datum, bedoeld in de eerste volzin, de urenuitbreiding feitelijk wordt gehandhaafd zonder dat opnieuw een urenuitbreiding is verleend, wordt de tijdelijke urenuitbreiding geacht voor dezelfde tijd te zijn aangegaan. Lid 3 De ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor onbepaalde tijd kan ontslag worden verleend indien de omstandigheid die tot de aanstelling leidde is vervallen. Lid 4 De ambtenaar met wie een urenuitbreiding voor onbepaalde tijd is aangegaan, kan, voor zover het die urenuitbreiding betreft, ontslag worden verleend, indien de omstandigheid die tot de urenuitbreiding leidde, is vervallen. Lid 5 Het ontslag als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid kan niet plaatsvinden wanneer de termijnen als genoemd in artikel 2:4 zijn overschreden. Lid 6 Het bestuur kan omtrent de opzegtermijnen voor het ontslag uit een tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd nadere regels stellen. Artikel8:12:1Tussentijds ontslag uit een tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding Lid 1 De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12, eerste en tweede lid, kan ook ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in dit hoofdstuk. Lid 2 De ambtenaar, bedoeld in artikel 8:12, derde en vierde lid, kan ook ontslag worden verleend op een van de andere gronden genoemd in dit hoofdstuk. Artikel8:12:2Opzegtermijn tijdelijke aanstelling of urenuitbreiding onbepaalde tijd Lid 1 Bij een ontslag als bedoeld in artikel 8:12, derde en vierde lid, wordt een opzegtermijn in acht genomen: a. van drie maanden, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken twaalf maanden heeft geduurd; b. van twee maanden, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken zes maanden of langer, doch korter dan twaalf maanden, heeft geduurd; c. van één maand, indien de tijdelijke aanstelling respectievelijk de urenuitbreiding bij het begin van de opzegtermijn onafgebroken korter dan zes maanden heeft geduurd. Lid 2 Over de tijd die aan de in het eerste lid bedoelde opzegtermijn mocht ontbreken, heeft de betrokkene recht op doorbetaling van zijn salaris en de toegekende salaristoelage(n). Artikel8:13Ontslag als disciplinaire straf Als disciplinaire straf kan aan de ambtenaar ongevraagd ontslag verleend worden. Artikel8:14Ontslagbescherming leden ondernemingsraad en vakorganisaties Lid 1 In dit artikel wordt verstaan onder: a. wet: Wet op de ondernemingsraden; b. ondernemingsraad: de ondernemingsraad zoals bedoeld in de wet; c. ambtenaar: de persoon zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet. Lid 2 Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet geschieden: a. wegens de plaatsing van de ambtenaar op een kandidatenlijst als bedoeld in artikel 9 van de wet; b. wegens het lidmaatschap van een ondernemingsraad; c. wegens het lidmaatschap van een commissie bedoeld in artikel 15 van de wet; d. van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid is geweest van een ondernemingsraad; e. van een ambtenaar die korter dan twee jaar geleden lid is geweest van een commissie bedoeld in artikel 15 van de wet. Lid 3 Ontslag op grond van artikel 8:8 kan niet geschieden wegens het feit dat de ambtenaar door een toegelaten organisatie als bedoeld in artikel 12:1, derde lid, of door een daarbij aangesloten bond is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn centrale of een daarbij aangesloten bond c.q. binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de daarbij aangesloten bonden te ondersteunen. Lid 4 In afwijking van het tweede en derde lid kan ontslag op grond van artikel 8:8 plaatsvinden wanneer de betrokkene schriftelijk in het ontslag toestemt. Lid 5 Indien de ondernemer aan de ondernemingsraad een secretaris heeft toegevoegd, zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing op die secretaris. Artikel8:15:1Schorsing als ordemaatregel Lid 1 Onverminderd het bepaalde in artikel 16:1:2 kan de ambtenaar door het bestuur worden geschorst: a. wanneer hem het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven of hem van de oplegging van deze straf mededeling is gedaan; b. wanneer tegen hem volgens de terzake geldende bepalingen van het Wetboek van Strafvordering een bevel tot inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis wordt ten uitvoer gelegd; c. wanneer tegen hem een strafrechtelijke vervolging wegens misdrijf wordt ingesteld; d. in andere gevallen waarin schorsing wordt gevorderd door het belang van de dienst. Lid 2 Het schorsingsbesluit bevat in ieder geval: a. een aanduiding van het tijdstip waarop de schorsing ingaat; b. een nauwkeurige aanduiding van de in het eerste lid bedoelde omstandigheid of omstandigheden welke tot de schorsing aanleiding heeft of hebben gegeven; c. een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur van de schorsing. Artikel8:15:2Salaris bij schorsing Lid 1 Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder b of c , kunnen het salaris en toegekende salaristoelage(
- n)voor een derde gedeelte worden ingehouden; na verloop van een termijn van zes weken kan een verdere vermindering van het uit te keren bedrag, ook tot het volle bedrag , plaatsvinden, behoudens het bepaalde in het derde lid. Lid 2 Tijdens de schorsing ingevolge artikel 8:15:1, eerste lid, onder a , kan tot de in de strafaanzegging of -oplegging genoemde datum van ingang van het ontslag de doorbetaling geheel of gedeeltelijk worden gestaakt, behoudens het bepaalde in het derde lid. Met ingang van de datum van het ontslag wordt de doorbetaling geheel gestaakt. Lid 3 Het betaalbare gedeelte van het salaris en de toegekende salaristoelage(
- n)kan aan anderen dan de ambtenaar worden uitgekeerd. Gedurende de schorsingsperiode blijft de ambtenaar in ieder geval in het genot van een bedrag, gelijk aan het op hem verhaalbare gedeelte van de premies voor pensioen. Lid 4 Het ingevolge het eerste lid niet uitgekeerde salaris inclusief de toegekende salaristoelage(
- n)wordt alsnog uitbetaald, indien de schorsing niet door een door de strafrechter opgelegde straf wordt gevolgd of ook indien en in zoverre op andere gronden alsnog tot uitbetaling wordt besloten. Lid 5 De ingevolge het tweede lid niet uitgekeerde salaris en toegekende salaristoelage(
- n)wordt alsnog uitbetaald, indien op de schorsing bestraffing van de ambtenaar met onvoorwaardelijk ontslag niet volgt. Artikel8:15:3Bevoegdheid tot ontslagverlening Lid 1 Ontslag wordt verleend door het bestuursorgaan dat bevoegd is tot aanstelling in de functie, laatstelijk door de ambtenaar vervuld. Lid 2 Het besluit tot het verlenen van ontslag wordt op schrift gesteld, met vermelding van de datum van ingang van het ontslag dan wel een omschrijving of aanduiding van die datum. Lid 3 Ingeval aan een ambtenaar die tijdelijk is aangesteld voor onbepaalde tijd ontslag wordt verleend, wordt de grond waarop het ontslag berust slechts op verzoek van de ambtenaar vermeld. Artikel8:16:1Vervallen (Vervallen) Artikel8:16:2Overlijdensuitkering (verplaatst naar hoofdstuk 3) Artikel8:16:3Dienstwoning na overlijden (verplaatst naar hoofdstuk 18) Artikel8:16aOverlijdensuitkering bij een ongeval in en door de dienst (verplaatst naar hoofdstuk 3) Artikel8:17Gedeeltelijk ontslag na terugbrengen arbeidsduur Indien door de werkgever de formele arbeidsduur per week gedeeltelijk wordt teruggebracht, al dan niet na een tijdelijke uitbreiding daarvan, dient dit te geschieden door een gedeeltelijk ontslag op grond van dit hoofdstuk, behalve in het geval van wijziging van de aanstelling op grond van artikel 7:16. Artikel8:18Overgangsbepaling Lid 1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte, bedoeld in de artikelen 8:5 en 8:5a, is gelegen voor 1 januari 2004 zijn de artikelen 8:5 en 8:5a niet van toepassing. Lid 2 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a, zoals die golden op 30 juni 2006, van toepassing. Lid 3 Op de ambtenaar, van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte, bedoeld in de artikelen 8:5 en 8:5a, is gelegen op of na 1 januari 2004, maar die op grond van de WAO recht hebben op een WAO-uitkering, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a niet van toepassing. Lid 4 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, zijn de artikelen 8:5 en 8:5a, zoals die golden op 30 juni 2006, van toepassing. Artikel8:19Vóór 1-7-2007 arbeidsongeschikt Lid 1 Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie wegens ziekte, bedoeld in artikel 8:5, is gelegen voor 1 juli 2007 is artikel 8:5 niet van toepassing. Lid 2 Op de ambtenaar, bedoeld in het vorige lid, is artikel 8:5, zoals dat gold op 30 juni 2008, van toepassing. Artikel8:20Vóór 1-8-2008 arbeidsongeschikt Op de ambtenaar van wie de eerste dag van ongeschiktheid, bedoeld in artikel 7:3, gelegen is voor 1 augustus 2008, is artikel 8:4 of artikel 8:5 van toepassing, zoals dat gold op 30 november 2008. Vervallen hoofdstuk Hoofdstuk 9 is vervallen (per1-4-2016) Artikel9a:1Algemeen Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar die vanaf 1 januari 2006 in dienst is getreden op een bezwarende functie, die op 31 december 2005 recht gaf op functioneel leeftijdsontslag op grond van artikel 8:3, zoals dat luidde op 31 december 2005 . Artikel9a:2Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. bezwarende functie: een betrekking met een hoge belasting door het frequent draaien van piket of het werken in roosterdiensten en deelname aan daaruit voortvloeiende werkzaamheden in de uitruk met als gevolg een verhoogde kans op gezondheidsklachten; b. de tweede loopbaan: iedere functie binnen de organisatie van de veiligheidsregio of buiten de organisatie van de veiligheidsregio die, in het kader van het loopbaanplan, volgt op de bezwarende functie en die past bij de richting zoals afgesproken is in het loopbaanplan. Artikel9a:3Vervallen (Vervallen) Artikel9a:4Het loopbaanplan Lid 1 De ambtenaar blijft maximaal 20 jaar werkzaam in een bezwarende functie. Lid 2 De ambtenaar heeft recht op een loopbaanplan, waardoor het de ambtenaar mogelijk is na maximaal 20 jaar gewerkt te hebben in de bezwarende functie een tweede loopbaan te beginnen binnen of buiten de veiligheidsregio. Artikel9a:5Afspraken loopbaanplan Lid 1 In afwijking van hoofdstuk 17 gelden voor de ambtenaar de volgende bepalingen. Lid 2 Het bestuur en de ambtenaar leggen in een persoonlijk loopbaanplan de afspraken vast over de loopbaanontwikkeling en de vereiste kennis en vaardigheden, alsmede de in dat kader door de ambtenaar te volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten, die nodig zijn om na maximaal 20 jaar gewerkt te hebben in een bezwarende functie een tweede loopbaan te beginnen. Het loopbaanplan omvat in ieder geval die opleidingselementen die nodig zijn om de ambtenaar die bij de brandweer werkzaam is, in 20 jaar op te leiden tot MBO-niveau. Hierbij moet het gaan om opleidingen die extern erkend worden. Lid 3 Het bestuur en de ambtenaar zijn verplicht medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van het loopbaanplan. Lid 4 Het loopbaanplan wordt in het jaar van indiensttreding opgesteld. Lid 5 Het loopbaanplan wordt ten minste een keer per drie jaar geëvalueerd, geactualiseerd en zonodig bijgesteld. Lid 6 Bij het loopbaanplan wordt rekening gehouden met zowel de belangen van het bestuur als met de belangen van de ambtenaar. Lid 7 In het loopbaanplan worden afspraken vastgelegd met betrekking tot benodigd verlof en eventuele verdere medewerking van het bestuur die de ambtenaar in staat moeten stellen de gemaakte afspraken uit te voeren. Lid 8 De kosten die gemaakt zullen worden in het kader van de in het loopbaanplan opgenomen opleiding en activiteiten worden door het bestuur vergoed. Lid 9 In het loopbaanplan worden, indien mogelijk, ten aanzien van de activiteiten en de opleiding in ieder geval de volgende aspecten vastgelegd: a. het aanspreekpunt binnen de organisatie; b. het beroep of de richting die als tweede loopbaan gekozen wordt; c. de keuze van opleidingsvorm of het instituut, waar de activiteit plaatsvindt; d. de te maken kosten; e. de start- en einddatum van de te ondernemen activiteit of de te volgen scholing; f. de te maken voortgang binnen de activiteit of scholing; g. de minimaal te behalen resultaten van de activiteit of scholing; h. de planning van vervolgafspraken; i. de omstandigheden onder welke een te volgen opleiding of te ondernemen activiteit kan worden onderbroken of gestopt; j. eventuele andere onderwerpen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de gemaakte afspraken. Artikel9a:6Terugbetaling De ambtenaar die evident misbruik maakt van de loopbaanfaciliteiten die het bestuur biedt, is verplicht de kosten, verband houdende met de activiteiten dan wel opleidingen, die door het bestuur zijn vergoed, terug te betalen. Tweede loopbaan binnen / buiten de veiligheidsregio Lid 1 Plaatsing van een ambtenaar in het kader van de tweede loopbaan binnen of buiten de veiligheidsregio vindt definitief plaats. Lid 2 Definitieve plaatsing binnen de veiligheidsregio vindt plaats door aanpassing van de aanstelling. Lid 3 Definitieve plaatsing buiten de veiligheidsregio vindt plaats door ontslag op grond van artikel 8:1 uit de bezwarende functie. Artikel9a:8Disciplinaire straf Lid 1 De ambtenaar die de verplichtingen, zoals neergelegd in het loopbaanplan, niet nakomt, wordt disciplinair gestraft. Lid 2 Wanneer de tweede loopbaan na 20 jaar gewerkt te hebben in de bezwarende functie door schuld of toedoen van de ambtenaar niet begonnen kan worden, wordt de ambtenaar op grond van artikel 8:13 disciplinair ontslag verleend. Artikel9a:9Gevolgen niet starten tweede loopbaan Lid 1 De ambtenaar blijft na 20 jaar in de bezwarende functie werkzaam wanneer: a. de tweede loopbaan niet begonnen kan worden, omdat het bestuur zijn verplichtingen uit het loopbaanplan niet nakomt; b. de tweede loopbaan niet begonnen wordt, omdat het bestuur en de ambtenaar daar gezamenlijk toe besluiten. Voorwaarde is dat de ambtenaar medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken. Lid 2 Het loopbaanplan wordt voortgezet tot de tweede loopbaan begonnen wordt. Lid 3 Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid na 20 jaar niet medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken, geldt de procedure, bedoeld in artikel 9a:10. Artikel9a:10Medisch niet meer geschikt; overbruggingsuitkering Lid 1 De ambtenaar die niet meer medisch geschikt is om in de bezwarende functie door te werken, ontvangt een overbruggingsuitkering. Lid 2 De duur van de overbruggingsuitkering is afhankelijk van het aantal jaren dat betrokkene in een bezwarende functie werkzaam is geweest. Lid 3 Per dienstjaar in een bezwarende functie is de duur van de overbruggingsuitkering 12/10 maand. De maximumduur van de overbruggingsuitkering is 24 maanden. Lid 4 Zodra de medische ongeschiktheid voor de bezwarende functie is vastgesteld, stopt de opbouw van de overbruggingsuitkering. Lid 5 De hoogte van de overbruggingsuitkering bedraagt de eerste 12 maanden 100% van het salaris en de maanden daarna 80% van het salaris. Lid 6 De duur van de overbruggingsuitkering wordt in mindering gebracht op de duur van de loondoorbetaling, bedoeld in artikel 7:3. Lid 7 De overbruggingsuitkering komt tot uitbetaling voor zover deze hoger is dan de loondoorbetaling bij ziekte, bedoeld in artikel 7:3. Artikel9a:11Garantietoeslag, afbouwtoelage en afkoopbedrag Lid 1 In dit artikel wordt onder berekeningsgrondslag verstaan: het inkomen dat wordt verkregen door de optelsom van: I. het salaris en de toegekende salaristoelage(n), bedoeld in artikel 3:3 en paragraaf 3 van hoofdstuk 3; II. de IKB-onderdelen, bedoeld in artikel 3:28 lid 2 sub a en b; III. de TOR, bedoeld in artikel 3:37; IV. de toelagen en vergoedingen bedoeld in hoofdstuk 20 en de daarop gebaseerde regelingen, voor zover die aan de ambtenaar zijn toegekend, berekend over een periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan het begin van de tweede loopbaan. Lid 2 De ambtenaar die binnen de organisatie van de veiligheidsregio de tweede loopbaan begint, krijgt een garantietoeslag ter hoogte van het negatieve verschil tussen het oude en het nieuwe salaris. Het oude salaris wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze voor de veiligheidsregio’s wordt overeengekomen. Lid 3 Op de garantietoeslag wordt een vermindering toegepast tot het bedrag waarmee het nieuwe salaris en eventuele (salaris)toelagen en vergoedingen, behorende bij de nieuwe functie, samen met de garantietoeslag de berekeningsgrondslag overstijgt. De berekeningsgrondslag wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze binnen de veiligheidsregio wordt overeengekomen. Lid 4 De ambtenaar die als gevolg van de tweede loopbaan binnen de organisatie van de veiligheidsregio de toelagen en vergoedingen verliest, die behoorden bij de bezwarende functie, krijgt een aflopende afbouwtoelage ter hoogte van een percentage van het verschil tussen de oude toelagen en vergoedingen en eventuele toelagen en vergoedingen die bij de nieuwe functie behoren. De afbouwtoelage bedraagt: a. het eerste jaar 100%; b. het tweede jaar 75%; c. het derde jaar 50%; d. het vierde jaar 25%. De oude toelagen en vergoedingen worden niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze in de binnen de veiligheidsregio wordt overeengekomen. Lid 5 Op de afbouwtoelage wordt een vermindering toegepast tot het bedrag waarmee het nieuwe salaris en eventuele toelagen en vergoedingen, behorende bij de nieuwe functie, samen met de garantietoeslag en de afbouwtoelage de berekeningsgrondslag overstijgt. De berekeningsgrondslag wordt niet geïndexeerd met de generieke salarisverhoging, zoals deze binnen de veiligheidsregio wordt overeengekomen. Lid 6 De ambtenaar die een tweede loopbaan begint buiten de organisatie van de veiligheidsregio ontvangt een afkoopbedrag ter hoogte van 175% van het verschil tussen de berekeningsgrondslag (op jaarbasis) en het nieuwe jaarsalaris, inclusief eventuele toelagen en vergoedingen. Het nieuwe jaarsalaris, inclusief eventuele toelagen en vergoedingen, wordt berekend naar het bedrag dat voor de ambtenaar bij indiensttreding bij de nieuwe werkgever is vastgesteld. Artikel9b:0:0:1Cafetariaregeling FLO In aanvulling op het gestelde in hoofdstuk 9b heeft Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland een Cafetariaregeling FLO vastgesteld. Klik hier om naar deze regeling te gaan. Vervallen hoofdstuk Vervallen (per 01-10-2023) Vervallen hoofdstuk Vervallen (per 1-4-2012) Artikel9d:1Vervallen Vervallen (per 1-7-2019) Vervallen hoofdstuk Vervallen (per 01-10-2023) Vervallen hoofdstuk Vervallen (per 01-10-2023) Paragraaf1Algemeen Artikel 9g:1 Werkingssfeer Artikel 9g:2 Begripsomschrijvingen Artikel 9g:3 Doel Artikel 9g:4 Limitatieve opsomming toeslagen Artikel 9g:5 Nadeel toerekenen en vaststellen Artikel9g:1Werkingssfeer Lid 1 Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar bedoeld in hoofdstuk 9i. Artikel9g:2Begripsomschrijvingen Lid 1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. Transitie levenslooptegoed: de transitie van de bruto levenslooptegoeden bedoeld in artikel 9e:2 zoals dat artikel luidde op 31 december 2021, leden drie, vier en vijf, in de kalenderjaren 2019, 2020 en 2021 van de ambtenaar die het LOGA-pad volgt; b. Versneld sparen levensloop: de extra werkgeversbijdrage levensloop, bedoeld in artikel 9e:14 zoals dat artikel luidde op 31 december 2021; c. FLO-functie: de functie waaruit de ambtenaar aanspraak ontleent aan het FLO-overgangsrecht, bedoeld in hoofdstuk 9f zoals dat artikel luidde op 30 september 2023; d. Toeslag: de toeslag, bedoeld in artikel 9g:4; e. Toeslagpartner: de persoon of personen waarvan het inkomen meetelt ter bepaling van de hoogte van de toeslag; f. LOGA-pad: het LOGA-pad, bedoeld in artikel 9e:2 zoals dat artikel luidde op 31 december 2021, tweede lid; g. Nadeel: het financiële nadeel dat de ambtenaar heeft als gevolg van de transitie van de levenslooptegoeden of de betaling van het versneld spaarbedrag levensloop, ongeacht het jaar waarin de ambtenaar dit heeft; h. Voordeel: het financiële voordeel dat de ambtenaar ondervindt als gevolg van de transitie van de levenslooptegoeden of de betaling van het versneld spaarbedrag levensloop; i. Rekentool: het door Deloitte ontwikkelde VNG-rekenmodel inkomstenbelasting; j. Drempelbedrag: 0,5 % van het inkomen; k. Inkomen: het verzamelinkomen aanslag inkomstenbelasting of het toetsingsinkomen op basis waarvan de aanspraak op een toeslag wordt beoordeeld zonder de bedragen transitie levenslooptegoed en het versneld sparen levensloop; l. Neveninkomsten: inkomsten uit of in verband met arbeid niet zijnde de inkomsten uit de FLO-functie; m. Middelen: de regeling van de Belastingdienst om mensen met een wisselend inkomen tegemoet te komen. Artikel9g:3Doel Lid 1 Het doel van dit hoofdstuk is het bieden van compensatie van nadeel blijkende uit een hogere aanslag inkomstenbelasting of het geheel of gedeeltelijk wegvallen van toeslagen hieronder begrepen het niet of slechts gedeeltelijk in aanmerking komen voor toeslagen als aangegeven in en onder de voorwaarden van dit hoofdstuk. Lid 2 Voor compensatie komt in ieder geval niet in aanmerking een verhoging van alimentatie of contributie. Artikel9g:4Limitatieve opsomming toeslagen Lid 1 De toeslagen of vergelijkbare toeslagen die voor compensatie in aanmerking kunnen komen zijn: huurtoeslag als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag; kindgebonden budget als bedoeld in de Wet op het kindgebonden budget; kinderopvangtoeslag als bedoeld in het Besluit Kinderopvang; zorgtoeslag als bedoeld in de Wet op de zorgtoeslag; scheef wonen/-huur als bedoeld in de Wet Huurverhoging; studiefinanciering kinderen van de ambtenaar als bedoeld in de Wet Studiefinanciering 2000, of reiskostenvergoeding studerende kinderen (Dans- en muziekopleiding) als bedoeld in de Subsidieregeling reiskosten DAMU-leerlingen. Artikel9g:5Nadeel toerekenen en vaststellen Lid 1 Het nadeel wordt toegerekend aan het kalenderjaar waarin de transitie levenslooptegoed of de betaling van het bedrag versneld sparen levensloop dat het nadeel veroorzaakt, heeft plaatsgevonden. Lid 2 Voor ieder kalenderjaar 2019, 2020 en 2021 wordt afzonderlijk het nadeel respectievelijk het voordeel als bedoeld in artikel 9g:9 en 9g:10 vastgesteld. Is sprake van een nadeel dan kan een drempelbedrag van toepassing zijn als bedoeld in artikel 9g:12. Paragraaf2Voorwaarden Artikel 9g:6 Aanleveren gegevens - algemeen Artikel 9g:7 Aanleveren gegevens - toeslagen Artikel9g:6Aanleveren gegevens - algemeen Lid 1 De ambtenaar die voor compensatie van een nadeel over de kalenderjaren 2019, 2020 en 2021 in aanmerking wil komen overlegt daartoe alle gevraagde noodzakelijk geachte gegevens zijnde in ieder geval, a. de ingediende aangiftes en de definitief opgelegde aanslagen inkomstenbelasting 2019, 2020 en 2021, en b. de gesimuleerde aangiftes inkomstenbelasting 2019, 2020 en 2021 uitgaande van de aangiftes en aanslagen bedoeld onder a zonder de uitbetaalde bedragen transitie levenslooptegoed of versneld sparen levensloop op basis van de door de werkgever beschikbaar gestelde alternatieve jaaropgaves. Lid 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid onder b overlegt de ambtenaar die neveninkomsten heeft van meer dan € 9000 bruto of een vermogen groter dan het heffingsvrij vermogen a. gesimuleerde aangiftes inkomstenbelasting 2019, 2020 en 2021 uitgaande van de aangiftes en aanslagen bedoeld in artikel 9g:6, lid 1, onder a met maximaal € 9000 bruto aan neveninkomsten of het vermogen verminderd met de toename van het vermogen door de uitbetaalde bedragen transitie levenslooptegoed of het versneld sparen levensloop, en b. gesimuleerde aangiftes inkomstenbelasting als bedoeld in artikel 9g:6, lid 2, onder a zonder de uitbetaalde bedragen transitie levenslooptegoed of versneld sparen levensloop op basis van de door de werkgever beschikbaar gestelde alternatieve jaaropgaves. Artikel9g:7Aanleveren gegevens - toeslagen Lid 1 De ambtenaar die voor compensatie van een nadeel, veroorzaakt door het geheel of gedeeltelijk wegvallen van een of meerdere toeslagen hieronder begrepen het niet of slechts gedeeltelijk in aanmerking komen voor toeslagen, in aanmerking wil komen overlegt aanvullend aan de gegevens bedoeld in artikel 9g:6 in ieder geval a. de beschikking waaruit blijkt dat de toeslag is ingetrokken, verminderd of niet wordt toegekend, en b. de berekening waaruit de hoogte van een toeslag blijkt als geen sprake zou zijn geweest van de transitie levenslooptegoed of versneld sparen levensloop. Lid 2 Kan geen beschikking of berekening bedoeld in artikel 9g:7, eerste lid overlegd worden, dan maakt de ambtenaar op andere wijze het door hem geleden nadeel aannemelijk. Paragraaf3Berekening nadeel/voordeel per kalenderjaar Artikel 9g:8 Berekening nadeel/voordeel inkomstenbelasting Artikel 9g:9 Berekening nadeel toeslagen Artikel 9g:10 Berekening nadeel/voordeel per kalenderjaar Artikel9g:8Berekening nadeel/voordeel inkomstenbelasting Lid 1 Het nadeel of voordeel inkomstenbelasting in een kalenderjaar is het verschil tussen a. de aanslag en de gesimuleerde aangifte, bedoeld in artikel 9g:6, eerste lid, onder a en artikel 9g:6, eerste lid, onder b, of b. de gesimuleerde aangiftes, bedoeld in artikel 9g:6, tweede lid, onder a en b. Artikel9g:9Berekening nadeel toeslagen Lid 1 Het nadeel wordt per toeslag vastgesteld en bedraagt het verschil tussen de beschikking en de berekening in een kalenderjaar als bedoeld in artikel 9g:7. Artikel9g:10Berekening nadeel/voordeel per kalenderjaar Lid 1 Het nadeel of voordeel wordt per kalenderjaar vastgesteld en betreft per kalenderjaar de som van a. het voordeel of nadeel blijkend uit artikel 9g:8, en b. het nadeel blijkend uit artikel 9g:9 per toeslag. Paragraaf4Drempelbedrag Artikel 9g:11 Drempelbedrag Artikel9g:11Drempelbedrag Lid 1 Een drempelbedrag is van toepassing als de berekening van artikel 9g:10 een nadeel oplevert. Lid 2 Het drempelbedrag bedoeld in artikel 9g:11, eerste lid wordt voor ieder vastgesteld nadeel bedoeld in artikel 9g:8 of 9g:9 bepaald per kalenderjaar. Lid 3 In afwijking van artikel 9g:11, tweede lid is geen drempelbedrag aan de orde als sprake is van een nadeel inkomstenbelasting, als bedoeld in artikel 9g:8, waarin neveninkomsten zijn opgenomen. Lid 4 Bij samenloop van vastgestelde nadelen bedoeld in artikel 9g:8 of 9g:9 wordt het drempelbedrag voor ieder nadeel berekend naar rato van het vastgestelde totale nadeel in dat kalenderjaar. De som van deze drempelbedragen is het drempelbedrag voor dat kalenderjaar. Lid 5 Wanneer het berekend nadeel als bedoeld in artikel 9g:8 na middelen lager is dan het toegekende compensatiebedrag, vindt herrekening van het compensatiebedrag plaats zonder daarbij het drempelbedrag toe te passen. Paragraaf5Compensatie Artikel 9g:12 Compensatiebedrag Artikel 9g:13 Uitbetaling compensatiebedrag Artikel9g:12Compensatiebedrag Lid 1 Het toe te kennen compensatiebedrag bedraagt de som van het vastgestelde nadeel of voordeel per kalenderjaar 2019, 2020 en 2021, bedoeld in artikel 9g:10, verminderd met het drempelbedrag, bedoeld in artikel 9g:11 voor dat kalenderjaar. Artikel9g:13Uitbetaling compensatiebedrag Lid 1 De netto compensatie wordt eenmalig aan de ambtenaar uitbetaald. Lid 2 Een maatwerkoplossing wordt geboden als de ambtenaar blijvend financiële schade lijdt als gevolg van de transitie levenslooptegoed of versneld sparen levensloop. Lid 3 Indien de uitbetaling van het compensatiebedrag leidt tot een nadeel dan wordt dit nadeel niet gecompenseerd. Paragraaf6Overige en slotbepalingen Artikel 9g:14 Toepassen middelen na toekenning compensatiebedrag Artikel 9g:15 Toetsing Artikel 9g:16 Hardheidsclausule Artikel9g:14Toepassen middelen na toekenning compensatiebedrag Lid 1 De medewerker die in aanmerking is gekomen voor een compensatieregeling stelt de werkgever terstond in kennis van een nadien gehonoreerd verzoek tot middelen door de Belastingdienst, door het overleggen van een afschrift van de uitspraak op het verzoek. Lid 2 Als middeling leidt tot een teruggave van belastingbedragen die is toe te schrijven aan de transitie levenslooptegoed, het versneld sparen levensloop of de afkoop FLO60 als bedoeld in 9f:4 zoals dat artikel luidde op 30 september 2023, verlaagt deze teruggave het drempelbedrag, toegeschreven aan dat kalenderjaar, met maximaal de hoogte van dat drempelbedrag. Lid 3 Na ontvangst van uitspraak van de Belastingdienst op het verzoek tot middelen beziet de commissie als bedoeld in 9g:15 of en in hoeverre deze uitspraak aanleiding geeft te komen tot een herziening van het eerder uitgebrachte advies. Lid 4 Als de herziening van het eerder uitgebrachte advies leidt tot een lager toe te kennen compensatiebedrag, voegt de werkgever het verschil tussen de twee compensatiebedragen toe aan het virtueel Netto FLO Spaartegoed (NFST). Lid 5 Herrekening na middelen geeft geen aanspraak op een hoger vast te stellen compensatiebedrag. Lid 6 Voor de toepassing van dit artikel wordt het resultaat van de middeling in gelijke delen verdeeld over de kalenderjaren waar de middeling op is toegepast en zijn toe te rekenen tot de kalenderjaren 2019, 2020 of 2021. Artikel9g:15Toetsing Lid 1 Een centraal ingestelde paritair samengestelde commissie toetst de door de ambtenaar aangeleverde gegevens om in aanmerking te komen voor compensatie en brengt een zwaarwegend advies uit. Lid 2 Steekproefsgewijs toetst een externe onafhankelijke partij deze adviezen. Artikel9g:16Hardheidsclausule Lid 1 In individuele gevallen kan van deze regeling worden afgeweken als toepassing ervan uit oogpunt van behoorlijk bestuur tot een voor de ambtenaar onevenredig nadelig besluit zou leiden. Paragraaf1Algemeen Artikel 9h:1 Werkingssfeer Artikel 9h:2 Begripsomschrijvingen Artikel 9h:3 Methodische gelijkschakeling Artikel 9h:4 Doel Artikel9h:1Werkingssfeer Dit hoofdstuk is van toepassing op de ambtenaar, bedoeld in hoofdstuk 9i. Artikel9h:2Begripsomschrijvingen Lid 1 Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaan onder: a. rekening: de rekening geopend door de ambtenaar ter vervanging van de levensloopverzekering en de netto spaarverzekering van Loyalis Levensloop Brandweer & Ambulance; b. grootbanken: ABN/AMRO, RABO, ING of SNS; c. kosten: de per jaar vastgestelde hoogste kosten van de goedkoopste rekening waarop de werkgever kan storten, aangeboden door één van de vier grootbanken; d. gemiddelde rentepercentage: het per kalenderjaar vastgestelde gemiddelde rentepercentage van de vier grootbanken van de goedkoopste rekening waarop de werkgever kan storten; e. Netto FLO-spaartegoed: het jaarlijks door de werkgever per 1 januari van ieder kalenderjaar vastgestelde virtuele tegoed; f. startsaldo spaartegoed 2022: het netto FLO-spaartegoed op 1 januari 2022; g. nettoresultaat: het bedrag dat resteert na een bruto-netto berekening van de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 9i:2 aanhef en onder a, uitgaande van het vigerende fiscaal regime en een pensioengevend inkomen gelijk aan deze berekeningsgrondslag; h. doelsaldo Netto FLO-spaartegoed: het bedrag te bereiken in de maand voorafgaand aan de leeftijd van 55 jaar van 225% van twaalf maal het nettoresultaat; Artikel9h:3Methodische gelijkschakeling De ambtenaar die het LOGA-pad, bedoeld in artikel 9e:2 zoals dat artikel luidde op 31 december 2021, niet of niet meer volgt wordt methodisch gelijk behandeld met de ambtenaar die het LOGA-pad heeft gevolgd en wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk uitgegaan van bedragen die hij gehad zou hebben als hij het LOGA-pad wel zou hebben gevolgd. Artikel9h:4Doel De bepalingen van dit hoofdstuk hebben ten doel het treffen van een voorziening in geld ten behoeve van de gedeeltelijke financiering van de periode van volledig buitengewoon verlof, bedoeld in artikel 9i:3, eerste lid. Paragraaf2Netto FLO-spaartegoed Artikel 9h:5 Opgave Netto FLO-spaartegoed Artikel 9h:6 Netto FLO-spaartegoed- algemeen Artikel 9h:7 Aanspraak werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed Artikel 9h:8 Vaststelling hoogte werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed Artikel9h:5Opgave Netto FLO-spaartegoed Aan het begin