← Nederland

Omgevingsvisie gemeente 's-Hertogenbosch ('s-Hertogenbosch)

Kort samengevat

Deze wet, genaamd de Omgevingsvisie gemeente 's-Hertogenbosch, beschrijft de gewenste toekomstige ontwikkelingsrichting van de gemeente 's-Hertogenbosch, met de mens centraal en een focus op het in balans brengen van ontmoeting, welvaart, mobiliteit en de natuurlijke omgeving. Het is een leidraad voor bestuurlijke keuzes, investeringen en het begeleiden van initiatieven.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR744242 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0796/2025/Regeling5c0e5d539d4d41928c58ca58a322146c /join/id/stop/work_019 2025-09-18 2025-09-18 /akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR744242/nld@2025-09-18 /join/id/proces/gm0796/2025/procedure6d3a59f579944e41846a6b23fbf341a0 2025-09-18 2025-09-18 /akn/nl/act/gm0796/2025/Regeling5c0e5d539d4d41928c58ca58a322146c/nld@2025-09-17;11355801 /akn/nl/act/gm0796/2025/Regeling5c0e5d539d4d41928c58ca58a322146c /akn/nl/act/gm0796/2025/Regeling5c0e5d539d4d41928c58ca58a322146c/nld@2025-09-17;11355801 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie gemeente 's-Hertogenbosch 1 INLEIDING 1.1 voorwoord Het leven in ’s-Hertogenbosch is nauw verbonden aan de plekken waar dit zich afspeelt. Of het nu gaat om de trots op de Sint-Janskathedraal, het plezier om aan de Maas te zijn, genieten van Het Bossche Broek, de Oeteldonkse verhalen of het leven thuis in de buurten, dorpen en wijken. Onze leefomgeving vormt de basis van ons bestaan. Denkend aan ‘s-Hertogenbosch, komen beelden boven over de vele prachtige gebouwen in de historische binnenstad en de ligging aan Het Bossche Broek. En bovenal aan de prettige sfeer in de stad. Want het draait het hier naast de gebouwen en het landschap vooral om de mensen. Deze omgevingsvisie is een document dat de ruimte geeft aan de wensen van onze samenleving en die vertaalt naar wat we daarvoor in de fysieke leefomgeving moeten doen. Hierin staat de mens centraal en zoeken we naar manieren om ontmoeting, welvaart, mobiliteit en de natuurlijke omgeving in balans te brengen. Zodat we aan een toekomst kunnen bouwen voor iedereen. Met deze omgevingsvisie kijken we vooruit, met de blik van nu en een rijk en waardevol verleden als basis. Het vooruitkijken geeft richting aan de te varen koers en zet de piketpaaltjes voor de toekomst, die we regelmatig aanpassen aan de wensen van de tijd. Zo blijft de omgevingsvisie actueel en verandert die mee met de vraag van de samenleving, zonder het langetermijnperspectief los te laten. hartelijk dank Wij danken iedereen die heeft bijgedragen aan de totstandkoming van deze omgevingsvisie. Die is opgesteld vanuit het Koersdocument omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch

(2022), onderzoek en kennis vanuit thematisch beleid, de OmgevingsEffectRapportage en de vier gebiedsvisies die in nauwe samenwerking met onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties zijn gemaakt. We hopen dat deze visie ons allemaal inspireert om gezamenlijk de leefomgeving van onze gemeente te versterken. Dus lees mee, denk mee en doe vooral mee, want samen bouwen we aan de toekomst van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Zo kunnen we veranderen en toch onszelf blijven. Waar in deze omgevingsvisie stad, ’s-Hertogenbosch, Bossche of Bosschenaar staat, is dit slechts een manier van schrijven. De gemeente ‘s-Hertogenbosch kijkt naar de hele gemeente. Zonder onderscheid of je nu op de Parade in de binnenstad, op de Kooikerstraat in Rosmalen of aan de Paddegraafweg in het Heeseindsveld woont, werkt of leeft. Wethouder OmgevingswetRoy Geersmei 2025 gemeente 's-Hertogenbosch 1.2 introductie Dit inleidende hoofdstuk beschrijft wat je kunt verwachten in deze omgevingsvisie, hoe we op hoofdlijnen het proces hebben doorlopen en welke rol participatie hierin speelde. Ook geven we het belang van de omgevingsvisie als kader voor het omgevingsbeleid aan. De leeswijzer informeert over de inhoud van de volgende hoofdstukken. 1.3 een visie van en voor ’s-Hertogenbosch Met deze omgevingsvisie spelen we in op actuele en toekomstige opgaven in de samenleving. We schetsen de wenselijke, toekomstige ontwikkelingsrichting van onze mooie gemeente. Aan bod komen onder meer: de stevige woningbouwopgave; het zorgen voor goede voorzieningen op de juiste locaties; de ruimte die het klimaat vraagt; het bieden van voldoende ruimte voor werkgelegenheid en om te ontspannen; het beschermen van waardevolle gebieden en gebouwen; het werken aan een gezonde, duurzame en aantrekkelijke omgeving; de oplopende schaarste aan ruimte en grondstoffen; het waarborgen van een goede bereikbaarheid. Wat bovenal in deze omgevingsvisie aan bod komt, als een resultaat van bovenstaande opgaven: de schaarste aan ruimte. Het is een grote uitdaging om de vraag naar ruimte goed en kwalitatief te kunnen inpassen, zodat het meerwaarde biedt aan de beperkte ruimte die we hebben. vier gebiedsvisies Om beter grip te krijgen op de belangrijkste opgaven waar we de komende periode voor staan, zijn we samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners aan de slag gegaan met gebiedsvisies. Onze inwoners weten het beste wat er speelt in hun eigen omgeving en in de samenleving. Als eerste stap stelden we voor alle wijken gebiedspaspoorten op, met daarin de belangrijkste kenmerken en opgaven. Van ruim 10.000 mensen hebben we hiervoor inbreng ontvangen. Ook kregen we tijdens de week van de omgevingsvisie (najaar van 2023) reacties van zo’n 270 mensen op de eerste conceptversie van de gebiedsvisies: de Brede Binnenstad, de stedelijke wijken binnen de snelwegring, de landschappelijke wijken en buiten de snelwegring en de dorpen en het Bossche buitengebied. Daarnaast ontvingen we veel reacties via ons online participatieplatform voor de vier gebiedsvisies. De inbreng is verwerkt in de gebiedsvisies, die als bouwsteen zijn gebruikt voor deze omgevingsvisie. De hoofdlijnen en het gedachtegoed van deze gebiedsvisies zijn meegenomen in de omgevingsvisie. In paragraaf 2.3 schetsen we per gebied het ontwikkelingsperspectief, gebaseerd op de vier gebiedsvisies. koersdocument Naast dit gebiedsgericht ontwerpproces van onderop hebben we van bovenaf nagedacht over onze kracht, identiteit en de ambities op langere termijn voor ’s-Hertogenbosch. Onze strategische ligging in combinatie met de lange historie, die nog zo zichtbaar en voelbaar is, zijn hiervoor belangrijke vertrekpunten. Over deze waarden, krachten en ambities spraken we met inwoners en maatschappelijke partners. Dit hebben we eind 2022 opgeschreven in de conceptversie van het Koersdocument omgevingsvisie ‘s-Hertogenbosch. Met een groep ‘Ambosschadeurs’ reflecteerden we vervolgens op de uitwerking van die ambities. De gebiedsvisies vormen samen met het koersdocument belangrijke bouwstenen voor deze omgevingsvisie. Het is ook belangrijk om rekening te houden met de effecten van ontwikkelingen op het milieu en de leefomgeving in het algemeen. Denk aan de natuur, leefbaarheid, woningbouw, bereikbaarheid en economische vitaliteit. Daarom stelden we een OmgevingsEffectRapportage (OER) op. De conclusies uit het OER zijn meegenomen bij het opstellen van de uiteindelijke omgevingsvisie. Daarnaast is ook het bestaande beleid een belangrijke bouwsteen. Ons beleid en de omgevingsvisie vormen een samenhangend geheel. 1.4 belang van de omgevingsvisie De omgevingsvisie toont onze hoofdkeuzes en de wenselijke ontwikkelrichting voor de integrale opgaven en voor de verschillende deelgebieden. Elke gemeente moet als gevolg van de Omgevingswet een omgevingsvisie opstellen. Dit doen we niet alleen omdat het moet, maar ook omdat we grote waarde hechten aan het zetten van een stip op de horizon en het uitstippelen van de lijn daarnaartoe. De omgevingsvisie is zo voor ons een belangrijke leidraad en handvat voor het dagelijks werk, zoals: het maken van bestuurlijke keuzes; het stellen van prioriteiten; het doen van investeringen in de openbare ruimte en projecten; het begeleiden van initiatieven uit de samenleving. samen aan de slag De ambities waarmaken kunnen we niet alleen. We nodigen inwoners, ondernemers en onze partners van harte uit om hiermee samen aan de slag te gaan. De omgevingsvisie vormt voor iedereen een inspiratie om initiatieven te ontplooien die bijdragen aan de gezamenlijke stip op de horizon. We hebben de omgevingsvisie immers ook samen gemaakt! De stip op de horizon kunnen we niet precies omschrijven, dat zou het bestaan van een glazen bol veronderstellen, die er niet is. Wat wel zeker is, is dat de tijd niet stilstaat en de samenleving continu verandert. Dat vraagt om aanpassing van de omgevingsvisie. We hopen dat de omgevingsvisie de samenleving ook uitdaagt om doelen te verwezenlijken of concreter te maken. Er ontstaan nieuwe uitdagingen en de horizon kan ook verschuiven. Daarom is het van belang om na elke collegeperiode van vier jaar te reflecteren en actualiseren. Zo blijft de omgevingsvisie bij de tijd en behoudt ze haar waarde voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Ook tussentijds houden we de vinger aan de pols. Als actuele opgaven daarom vragen of ontwikkelingen anders verlopen dan voorzien, kijken we of het nodig is om bij te sturen en de omgevingsvisie aan te passen. Als belangrijk hulpmiddel voor deze monitoring en om de stap naar de uitvoering te begeleiden, gaan we aan de slag met een samenhangend, strategisch uitvoeringsprogramma van de grote opgaven. 1.5 leeswijzer Het opstellen van de omgevingsvisie is wettelijk verplicht. Maar elke gemeente kan zelf kiezen op welke manier zij de omgevingsvisie opstelt, als dat maar gebeurt volgens de wettelijke vormvereisten. Zoals het beschrijven van wat van waarde is en moet worden beschermd, wat de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen zijn en hoe het participatietraject is doorlopen. Deze omgevingsvisie voldoet aan alle wettelijke vereisten. In ’s-Hertogenbosch kiezen we voor een verhalende opzet van de omgevingsvisie met een integraal perspectief als leidraad. Over de geschiedenis van ‘s-Hertogenbosch zijn boeken en rapporten vol geschreven. Dat kunnen en willen we niet over doen. We kijken met deze bagage in het achterhoofd liever naar wat ons te doen staat in de nabije toekomst en verder in de tijd, de zogenaamde stip op de horizon. Dikwijls vraagt dat nu of op de korte termijn al om richtinggevende keuzes. Voor de stip op de horizon kijken we naar het jaar 2050, om dat jaartal hierna nooit meer te noemen. Het is ver vooruit. Dat biedt het voordeel dat we ook de complexe, tijdrovende ontwikkelingen en transities een plek kunnen geven. Maar het is ook weer zo dichtbij, dat we een zekere haast voelen om de eerste stappen te zetten. We beginnen echter niet van nul. Al meer dan 800 jaar bouwen we aan onze stad, dorpen en ommeland. We hebben een mooie erfenis cadeau gekregen van onze voorouders. Die bestaat onder meer uit prachtige historische gebouwen, een stabiele economie en mooie natuur tot aan de rand van de binnenstad. We plukken nog dagelijks de vruchten van hun keuzes en initiatieven. Tegelijkertijd dragen we op andere onderdelen ook de last van keuzes uit het verleden, zoals wateroverlast, slechte lucht- en waterkwaliteit, hittestress en het uitputten van de bodem. Met de omgevingsvisie voegen we de aanzet voor een nieuw hoofdstuk aan dit rijke verleden toe. Want we kunnen de route naar de stip op vele manieren bewandelen. De omgevingsvisie omvat twee delen: deel A is de visie en deel B de verantwoording. In deel A nemen we u mee in ons perspectief op de toekomst van onze omgeving en verbinden dat via het heden aan het verleden. Opbouw omgevingsvisie en bouwstenen gemeente 's-Hertogenbosch leeswijzer deel A paragraaf 2.1 In paragraaf 2.1 beschrijven we in hoofdlijnen de ontwikkeling van ’s-Hertogenbosch tot nu toe. In het Podium ’s-Hertogenbosch schetsen we de ruimtelijke verschijningsvorm van de stad, de dorpen en het ommeland. Het samenspel van landschap, bodem, water, cultuurhistorie, bebouwing, straten, parken en pleinen vormt het podium voor ons dagelijks bestaan en daaraan ontlenen we grotendeels onze identiteit. Veel heeft een eeuwigheidswaarde en blijft in de verre toekomst ook het podium van ons dagelijks leven. Daarom zijn bodem, water en cultuurhistorie sturend. In subparagraaf 2.1.3 typeren we de Bossche samenleving aan de hand van de belangrijkste waarden en krachten onder de titel het Circus Jeroen Bosch. Het zijn de ongeschreven regels die de cultuur van de stad maken, kleur geven en vormen. Het gaat daarbij ook over dat wat we niet weten, maar wel een plek willen geven in de omgeving. Het is de pioniersruimte voor nieuwe en onverwachte dingen. In subparagraaf 2.1.4 staan we stil bij de positie van ‘s-Hertogenbosch in het grotere verband. Hier schetsen we onze verhouding tot de regio, de belangrijkste steden om ons heen en onze positie in Nederland. Ook duiden we kort waar we om bekend staan bij bezoekers en wat ons onderscheidt. Om tenslotte het vertrekpunt in paragraaf 2.1af te ronden met een beschrijving van drie belangrijke maatschappelijke veranderingen die op ’s-Hertogenbosch afkomen. paragraaf 2.2 In paragraaf2.2 introduceren we de vier ontwikkellijnen; het motorblok van de omgevingsvisie. Inleidend schetsen we drie principes voor het ordenen van de ruimte: nabij, compact en meervoudig. Zij lopen als een rode draad door de actiegerichte en integrale ontwikkellijnen, die als doelen kunnen worden gelezen: groots vergroenen, bouwen aan generaties, welvarend welzijn en vorstelijk verbinden. De vier ontwikkellijnen hebben vergelijkbare opbouw. Eerst schetsen we de context waartoe de ontwikkellijn zich verhoudt. Dit onderdeel is niet uitputtend, maar beschrijft de essentie en belangrijkste uitdagingen. Vervolgens beschrijven we de integrale ambitie en vertalen die op basis van de beschreven context naar ruimtelijke opgaven. Daarna bieden we een handelingsperspectief op hoofdlijnen om de ambitie en opgaven nader uit te werken. paragraaf 2.3 In paragraaf 2.3 maken we de vertaling van de Bossche ontwikkellijnen naar de vier deelgebieden en een koppeling naar de uitkomsten van het participatieproces. De deelgebieden hebben elk een samenhangende identiteit en/of opgaven. Het zijn: de Brede Binnenstad, de stedelijke wijken, de landschappelijke wijken en de dorpen en de Bossche Buitens. De Bossche ontwikkellijnen en principes voor het ordenen van de ruimte krijgen hier een gebiedsspecifieke kleur, zonder te veel in detail te treden. Dit is voor een verdere uitwerking van de omgevingsvisie in omgevingsprogramma’s, projecten en gebiedsontwikkelingen. leeswijzer deel B Vervolgens gaan we in deel B uitgebreider in op het instrument omgevingsvisie. Zoals: waarom hebben we een omgevingsvisie opgesteld? En hoe gebruiken we die in de dagelijkse praktijk? We laten ook zien hoe de omgevingsvisie zich verhoudt tot bijvoorbeeld het gemeentelijk beleid, zoals een woonvisie of de economische visie. De omgevingsvisie omvat de hoofdlijnen van het beleid voor alle onderwerpen die belangrijk zijn voor de leefomgeving. Deze hoofdlijnen werken we uit in thematisch en gebiedsgericht beleid. Waar mogelijk leggen we onderdelen vast in het omgevingsplan. Ook beschrijven we in deel B hoe de omgevingsvisie tot stand gekomen is. De inbreng van inwoners is daarbij erg belangrijk geweest. Een goed voorbeeld daarvan zijn de gebiedsvisies voor de vier deelgebieden. Hiervoor hebben meerdere bijeenkomsten plaatsgevonden. De conclusies zijn verwerkt in de omgevingsvisie. Daarnaast zijn nog veel andere participatie-activiteiten gehouden. Denk aan een enquête waaraan meer dan 10.000 inwoners hebben deelgenomen en aan de inzet van het Participatieplatform. Ook hielden we de week van de omgevingsvisie en zijn er meerdere nieuwsbrieven verschenen. Deel B beschrijft deze verschillende participatie-activiteiten. We vinden het belangrijk om vanaf het begin af aan alle onderwerpen te betrekken. Alleen zo kunnen we goede, integrale keuzes maken. Daarom hebben we parallel aan de omgevingsvisie gewerkt aan een OmgevingsEffectRapportage (OER). Als onderdeel van dit OER-proces hebben we de effecten onderzocht van de (mogelijk) te maken keuzen. De onderzoeksresultaten van het OER-proces hebben we betrokken bij het opstellen van zowel de gebiedsvisies als de omgevingsvisie. In deel B gaan we hierop dieper in. Als gemeente staan we niet alleen aan de lat voor het waarmaken van de ambities uit de omgevingsvisie. Dit doen we samen met inwoners en ondernemers. Onze rol bij verschillende projecten en ontwikkelingen varieert. Dat is onder meer afhankelijk van het algemene belang. In vervolg op de omgevingsvisie gaan we aan de slag met stedelijk programmeren. Hierin geven we onder meer aan welke projecten, opgaven en gebiedsuitwerkingen prioriteit hebben en met welke partijen we daarmee aan de slag gaan. Daarnaast verrichten we als gemeente een groot aantal investeringen, onder meer in de openbare ruimte (zoals infrastructuur), en ook ander type investeringen. Wanneer investeringen speciaal voor een project of ontwikkeling gelden, berekenen we de kosten door aan de initiatiefnemer. Dit heet kostenverhaal. Voor sommige vormen van kostenverhaal is er een juridische basis in een omgevingsvisie nodig. Ook dit komt aan de orde in deel B. De omgevingsvisie schetst de ontwikkelingsrichting voor de lange termijn. We willen dat de omgevingsvisie voor 25 jaar houvast biedt. Maar we zijn ons er natuurlijk van bewust dat we niet in de toekomst kunnen kijken. De omgevingsvisie is geen blauwdruk. Het is belangrijk om de omgevingsvisie actueel te houden, anders is die ook niet van waarde voor de dagelijkse praktijk. Hoe we dit proces vormgeven, is ook onderdeel van deel B. disclaimer Resteert een belangrijke disclaimer: een verhalende omgevingsvisie heeft een keerzijde. Het is minder gemakkelijk om het verhaal selectief en doelgericht te lezen. Dat kan betekenen dat een selectieve lezer essentiële zaken mist. Neem dus de tijd voor dit perspectief en pak de uitdaging aan om samen de toekomst van ‘s-Hertogenbosch vorm te geven. Want alles wat nieuw is wordt daarna weer historie! printversie omgevingsvisie en bouwstenen Op de website https://www.s-hertogenbosch.nl/omgevingsvisie/ is een mooi opgemaakte pdf versie van de omgevingsvisie in te zien. Hierin zijn ook de kaarten in een goede kwaliteit opgenomen. Graag verwijzen we daarnaar. Daarbij merken we ook op dat de paragraafnummering in de mooi opgemaakte pdf versie van de omgevingsvisie afwijkt van deze versie van de omgevingsvisie in het Omgevingsloket. Via deze website is ook een korte publieksvriendelijke versie van de omgevingsvisie toegankelijk. Daarnaast zijn via deze website ook de bouwstenen voor de omgevingsvisie toegankelijk gemaakt: de vier gebiedsvisies; de bouwsteen thematisch beleid; het omgevingseffectrapport; het participatielogboek. 2 DEEL A 2.1 BOSSCHE LANDSCHAP EN SAMENLEVING 2.1.1 introductie ‘s-Hertogenbosch is al meer dan 800 jaar onderweg naar wat het nu is en daar is ongelooflijk veel over te vertellen. In dit hoofdstuk over het Bossche landschap en de Bossche samenleving beperken we ons tot de essentie die voor de omgevingsvisie relevant is. Allereerst focussen we ons in het Podium ‘s-Hertogenbosch op de ruimtelijke geschiedenis en wat we daarvan mee willen en moeten nemen naar de toekomst toe. Daarna gaan we in op de Bossche samenleving en de manier waarop zij de stad maakt, kleur geeft en vormt. Tot slot positioneren we ’s-Hertogenbosch van buiten naar binnen: hoe ’s-Hertogenbosch zich verhoudt tot de regio, andere steden en het land. Hoe wordt er naar ’s-Hertogenbosch gekeken en welke grote transities komen ook op ons af?Dat komt allemaal samen als basis en vertrekpunt voor het vormgeven van de toekomst in de Bossche ontwikkellijnen. 2.1.2 het Podium 's-Hertogenbosch Het ’s-Hertogenbosch van vandaag is ontstaan vanuit eeuwenlange ontwikkeling en verandering. De wisselwerking tussen de ruimtelijke omgeving en de sociale interactie, identiteit en waarden van de Bossche samenleving is groot. Het Podium ’s-Hertogenbosch is de ruimtelijke en landschappelijke onderlegger waarop het leven zich afspeelt. Tegelijkertijd vormt dit podium de ruimtelijke vertaling van onze maatschappij door de tijd heen. Deze ruimte vormt de stad en de stad verandert en kneedt deze ruimte weer al naar gelang de maatschappelijke wensen en eisen van elke periode. kaart Podium 's-Hertogenbosch gemeente 's-Hertogenbosch bodem ‘s-Hertogenbosch heeft een zeer kenmerkende plek in het landschap. De stad en omliggende dorpen liggen op de overgang van de droge, hoge zandgronden naar het lagergelegen rivierkleilandschap, dat onder invloed van de Maas natter en dynamischer is. Daar monden ook nog eens de Aa en de Dommel via de Dieze uit in de Maas. Dat levert een complex, maar uniek landschap op met een rijkdom aan flora en fauna. Op de hogere zandgronden liggen verschillende dorpen, het kleinschalige kampenlandschap en de bos-, heide- en stuifzandgebieden. Beekdalen van de Dommel en de Dieze doorsnijden de zandgronden. Zij voeren het water uit de regio’s ten zuiden van ’s-Hertogenbosch af naar de Maas. Op de overgang van zand naar klei ligt de Naad van Brabant. Hier komt het kwelwater, dat in de zandgronden is geïnfiltreerd, vanuit de diepe zandlagen naar boven. Dit leverde de juiste condities op voor bijzondere natuur, zoals de Natura 2000-gebieden Het Bossche Broek, Moerputten en de Gement. Zo komt bijvoorbeeld alleen hier de vlinder het pimpernelblauwtje voor in Nederland. De bodem van het Bossche Broek heeft dan ook de beschermde status van aardkundig waardevol gebied. De ligging van de overstromingsvlakte tegen de Bossche binnenstad maakte deel uit van de verdediging van de stad. Zo is in dit laaggelegen gebied de relatie geomorfologie-cultuurhistorie beleefbaar. Ten noorden van de Naad van Brabant ligt op de rivierkleigrond het weidse rivierenlandschap aan de Maas. Vroeger overstroomde dit gebied vanuit de Beerse Overlaat. Daardoor was dit gebied vruchtbaar, maar ook vaak ontoegankelijk omdat het water vrij spel had. Richting de Maas zijn de gronden dus altijd natter geweest. Toch is hier al lang sprake van bewoning. De Romeinen stichtten zo’n tweeduizend jaar geleden de tempel van Empel op een hoge plek in de overgang van de beekdalen naar de Maas. Ze vonden deze overgang van watersystemen toen al een mythische plek. de Naad van Brabant ’s-Hertogenbosch ligt op de Naad van Brabant op de overgang van zand, veen en klei. De ondoordringbare kleilaag stuwt het grondwater in de diepere zandgronden omhoog, waardoor het water als kwel naar boven borrelt. De Naad van Brabant, een strook van 1 tot 4 kilometer breed en 175 kilometer lang van het westen (Ossendrecht) naar het oosten (Maashees) van Brabant. Hier komt kalkrijk water aan de oppervlakte. Daardoor is er binnen deze strook een landschap ontstaan met een bijzondere natuur en zeldzame planten- en diersoorten. In ’s-Hertogenbosch maken onder meer het Vlijmens Ven, de Moerputten en Het Bossche Broek deel uit van deze structuur. De Naad van Brabant ligt ook meer oostelijk, ter hoogte van de Kruisstraat. Hier heeft zich geen bijzondere natuur ontwikkeld en wordt het kwelwater weggepompt in het aanliggende poldersysteem. In dit natte gebied, waar de beekdalen en de Maas samenstromen, heeft de vestingstad ’s-Hertogenbosch zich ontwikkeld op een donk (ook wel een rivierduin genoemd). De vesting, die al snel werd vergroot na de eerste ommuring, had een dubbele functie. Ze beschermde tegen zowel de vijand als het water. Door het omliggende moeras geloofde men lange tijd dat de stad onneembaar was. Hierdoor ontstond de bijnaam de Moerasdraak. De ruimtelijke context is hier bepalend geweest voor de naam en faam van stad. Nog steeds is de Moerasdraak aanwezig in de identiteit van de stad, met onder meer de Drakenfontein voor het Centraal Station ’s-Hertogenbosch en in het logo van de voetbalclub. een zonering op basis van bodem, water en groen Urbanisten de Zuiderwaterlinie De Zuiderwaterlinie is de langste militaire verdedigingslinie van Nederland. Deze linie liep vanaf Sluis in Zeeland tot aan Nijmegen. De linie stamt uit de zeventiende en achttiende eeuw en vormt de aaneenschakeling van elf Brabantse vestingsteden en hun ommeland. De linie moest de Noordelijke Nederlanden beschermen tegen Spaanse en later Franse aanvallen. Menno van Coehoorn wordt gezien als het brein achter de Zuiderwaterlinie. Van Coehoorn besloot al bestaande linies, waaronder de West-Brabantse Waterlinie en Linie 1629 bij ’s-Hertogenbosch, met elkaar te verbinden door versterkingen, forten, schansen en inundatiegebieden aan te leggen. Door de ondergrond van zand en klei, de kleinschaligheid en de diversiteit van het landschap bestaat ’s-Hertogenbosch uit een grote hoeveelheid biotopen en landschappen. Van de hoge dekzandruggen en dekzandvlaktes, zoals de schrale heide met zandverstuivingen en de gemengde bossen rond Rosmalen, de beekdalen, de kwelgronden met de graslanden in Het Bossche Broek, de Gement en de Moerputten, de polders tot aan de uiterwaarden langs de Maas. Dit levert een grote diversiteit in het buitengebied op aan Bossche Buitens met elk hun eigen kenmerken. Een diversiteit om te koesteren. water De mens heeft zich altijd verhouden tot dit diverse landschap; van het bewerken van de grond tot het bouwen aan stad en dorpen. Elk tijdsgewricht heeft een eigen omgang met het landschap en het water. Van meewerken en slim inzetten van het landschap, tot het landschap naar onze hand zetten met technische ingrepen; van ophogen tot de hedendaagse zoektocht naar de natuurlijke basis om het water voldoende ruimte te geven. Dit samenwerken met de bodemgesteldheid en het water heeft diverse, cultuurhistorisch belangrijke ingrepen opgeleverd. Een mooi voorbeeld hiervan is Linie 1629, waar men met het water samenwerkte. Door slim gebruik te maken van natuurlijke condities kon men de Moerasdraak temmen en de stad veroveren. De volgende stap in de omgang met het water was in 1826 met de aanleg van het kanaal de Zuid-Willemsvaart. Hiermee kregen de handel en passagiersvaart naar het zuiden een impuls. De vaart ging door de historische binnenstad heen, waarvoor ze de vijfde punt van de citadel moesten slopen om een vrije doorvaart te garanderen. de Linie 1629 In het voorjaar van 1629 sloeg prins Frederik Hendrik zijn kamp op buiten de stadsmuren van ’s-Hertogenbosch. Hij liet in korte tijd een linie bouwen, bestaande uit dijken, forten, schansen en inundatiegebieden. De linie van meer dan veertig kilometer lengte bestond uit een beschermingslinie naar buiten toe (Circumvallatielinie) om aanvallen af te slaan en uit een aanvalslinie richting de stad (Contravallatielinie). Binnen deze laatste linie controleerden ze de waterhuishouding, zodat rosmolens het moeras rondom de vesting konden droogmalen. Er begon een belegering van vijf maanden. ’s-Hertogenbosch lag continu onder vuur. Ze legden loopgraven richting de stad. Uiteindelijk werd bij de Vughterpoort een bres geslagen in het bolwerk en moest de stad zich overgeven. Op 14 september 1629 kwam de stad onder het gezag van de Nederlandse Republiek. De laatste 150 jaar zijn we het water nog nadrukkelijker naar onze hand gaan zetten door plassen te graven en met het zand daaruit de stad uit te breiden. Dit begon geleidelijk nadat de Vestingwet in 1874 in werking trad. Met het zand dat vrijkwam bij het graven van de IJzeren Man in Vught, is in de periode 1890-1915 de wijk Het Zand gebouwd. Na aanleg van het Drongelens kanaal en het indijken en later sluiten van de Beerse Overlaat, was de weg vrij voor meer stadsuitbreidingen in wat eens het moeras rond de stad was. Dit startte voor de tweede wereldoorlog met de Muntel en de Vliert. Na de oorlog kwam dit in een stroomversnelling. Men bouwde in een razend tempo een diversiteit aan stedelijke wijken. Die waren helemaal nieuw of een uitbreiding van oude dorpen zoals Hintham en Orthen. Hierdoor is een groot aantal (zandwin)plassen aangelegd: bijzondere groene, waterrijke en recreatief belangrijke plekken. Dat was dus echt anders omgaan met het moeras dan vroeger. Want bij elke plas ontstond minder moeras. De dorpen op de zandgronden zoals Nuland, Vinkel en Rosmalen konden zonder grote landschappelijke ingrepen gestaag doorgroeien langs de historische ontsluitingswegen. Met de uitbreidingen van de stad kreeg het moeras, en daarmee het water, steeds minder ruimte. De uitbreidingen waren opgehoogd en de rivier werd bedijkt. Het water leek bedwongen, met als gevolg dat ze de uitbreidingswijken niet meer zo ver ophoogden als voorheen. Gemalen ontwaterden de nieuwere wijken. Deze technische ingrepen konden overstromingen en wateroverlast in de stad voorkomen. Maar de rek is uit de technische maakbaarheid van het watersysteem. Na de overstromingen in 1995 heeft de stedelijke ontwikkeling zich aangepast aan de veranderende uitdagingen. Zo is Haverleij gebouwd naar het oude voorbeeld van bebouwde donken in een open rivierlandschap. De Groote Wielen heeft wel een kenmerkende plas, maar is verder gebouwd volgens de principes van de sponsstad. Daarbij is het watersysteem zo ontworpen dat het water kan infiltreren in het grondwater. Ook het Maximakanaal is gegraven voor de beroepsscheepvaart, maar het kanaal is ingebed in een ruim opgezet kanaalpark. Hierin stroomt een meanderende beek, de Rosmalense Aa. Daardoor is er ruimte voor het watersysteem, ecologie en recreatie. De huidige omgang met het water blijkt onvoldoende om wateroverlast in de gemeente te voorkomen. Er is meer ruimte nodig voor het vele water dat op de stad afkomt. Daarmee komt de Moerasdraak niet alleen vanuit historisch perspectief naar voren. Het wordt ook weer het vertrekpunt om stad en ommeland klimaatadaptief te maken. Door de biodiversiteit te vergroten en de relatie tussen het watersysteem en het stedelijk systeem te herstellen om zo droge voeten te houden. Dit is functioneel én biedt kansen om ruimtelijke kwaliteiten toe te voegen en kenmerken van het landschap te versterken. Door naar het bodem- en watersysteem te kijken, zien we ook waar nog mogelijkheden voor stedelijke ontwikkeling op de lange termijn zijn, zoals de hoge en droge zandgronden. Dit biedt ook kansen om de relatie en stedelijke as met Oss te versterken, omdat de spoorlijn hier nog een onaangeroerde potentie heeft. cultuurhistorie In de binnenstad zijn de gestolde tijdslagen van de samenleving van een specifiek moment nog zichtbaar. De stad is ontstaan op een donk en heeft zich heel snel daarna uitgebreid. Nieuwe stadsdelen werden opgehoogd en ommuurd. Deze ommuring beschermde de stad tegen zowel de vijand als overstromingen vanuit de beekdalen en de Maas. Hierbinnen werd de Binnendieze het (deels overkluisde) bijzondere stedelijke watersysteem. Aan de buitenzijde leverde dit een harde stadsrand op. Daarbij grenzen het buitengebied, in de vorm van Het Bossche Broek, en de stad al eeuwen direct aan elkaar. Het zicht op en vanaf het stadsbalkon (uitzicht vanuit de stad op het omliggende landschap) is fascinerend en uniek voor Nederland. Niet voor niets is de combinatie van de binnenstad en Het Bossche Broek één rijksbeschermd stadsgezicht. de Groene Delta De Groene Delta is sinds 2008 de titel van de ambitie om te komen tot een hoogwaardig, samenhangend netwerk van groengebieden in en om de stad. Iedereen moet vanuit stad en of dorp binnen tien minuten te voet of per fiets kunnen genieten van een aantrekkelijk en natuurrijk groengebied. Naast natuur vormen water, landschap, cultuurhistorie, natuurinclusieve landbouw en de integratie van stad en land belangrijke pijlers. In regionaal opzicht vormt de Groene Delta een belangrijke schakel tussen het Maasdal en het stroomgebied van Aa en Dommel. De otter is de belangrijkste ambassadeur van de Groene Delta. ‘s-Hertogenbosch is eeuwenlang in voor- en tegenspoed vanuit allerlei perspectieven, initiatieven en gedachten ontwikkeld. Er is gebouwd, afgebroken, veranderd, opnieuw uitgevonden en hersteld. Periodes van groei en krimp wisselden elkaar af. Veel van deze geschiedenis is af te lezen in het cultureel erfgoed dat door de eeuwen heen is aangepast en nieuwe betekenis kreeg. Dit was ook noodzakelijk, omdat de binnenstad een compact, ommuurd gebied was. Door de tijd heen moest de stad zich steeds aanpassen aan een mix van functies en activiteiten. Dit is in de gehele gemeente terug te vinden, waarbij functies, gebouwen en plekken nieuwe betekenis kregen in een zich steeds aanpassend stedelijk en landschappelijk weefsel, zoals het historische fort Orthen, de oude lintstructuren, een aantal voormalige kerken en de ruim opgezette naoorlogse wijken. Door de diversiteit van de samenleving en de beperkte ruimte, zijn hergebruik en efficiënt en meervoudig ruimtegebruik kenmerkend voor de ruimtelijke kwaliteit. Denk aan het Groot Tuighuis dat al sinds 1430 continu een rol in de stad speelt. Eerst als kerk, daarna onder meer als paardenstal en weer later als militair arsenaal. Om vervolgens museum te worden. En nu is het verbouwd tot duurzaam en modern erfgoedcentrum. De waarde van het gebouw en de ruimtelijke kwaliteiten zijn overtuigende elementen om gebouwen te behouden en daarop voort te borduren. Ambitie en kwaliteit gaan hand in hand om ook voor de toekomst nieuwe waardevolle tijdslagen te creëren. tabula scripta Ontwikkelingen staan niet op een onbeschreven vel, tabula rasa, maar staan, juist in ’s-Hertogenbosch, op een beschreven blad: tabula scripta. Aanpassingen aan de tijd zijn daarin mogelijk, zelfs rigoureuze aanpassingen, maar die moeten zich altijd verhouden tot het bestaande en tot de directe omgeving. Uitgangspunt daarbij is dat we gebieden en gebouwen niet zomaar slopen. We onderzoeken eerst middels een goede analyse de bestaande waarden en ruimtelijke kwaliteiten en zien zo de potentie voor verder ontwikkelen en herbestemmen. We maken de tijdslagen zichtbaar en voegen zo kwaliteit aan het gebied toe. Wat we nu bouwen, vormt de cultuurhistorie van de toekomst. Ons erfgoed, oud en recent, blijft zoals de afgelopen eeuwen dienen als inspiratiebron voor herontwikkeling en gebiedsontwikkeling met een hoge ruimtelijke kwaliteit. Naast bodem en water is ook cultuurhistorie sturend. de Binnendieze Het eeuwenoude stelsel van waterlopen binnen de vesting van ‘s-Hertogenbosch heet de Binnendieze. Dit stadse water kreeg kademuren, bruggen en overkluizingen. Omdat er maar weinig ruimte was, zijn er ook veel woningen en andere functies boven de Binnendieze gebouwd. Het water was niet alleen belangrijk voor de aan- en afvoer van goederen. Het water was ook een belangrijke grondstof en diende als drinkwater, waswater en als afvoer van afval en vuil. Langzaamaan veranderde de Binnendieze in een stinkend, open riool. In de drang een moderne stad te zijn, kwam in 1964 het voorstel om de Binnendieze te dempen en zo ruimte te bieden voor de auto. Dankzij protest van Bosschenaren onder aanvoering van Hein Bergé en Jan van den Eerden bleef de Binnendieze bewaard en werd gerestaureerd. Nu varen de rondvaartboten af en aan en staat het voltooien van de Binnendieze op de agenda. De onderliggende structuren en systemen van bodem en water en onze cultuurhistorisch waardevolle toevoegingen vormen de basis voor verdere ontwikkeling en bouwstenen voor de identiteit van de gemeente. Deze elementen van het Podium ’s-Hertogenbosch gaan dus al eeuwenlang - soms ruimtelijk nauwelijks veranderd - mee. De vertaling die we er als samenleving aan geven, maken deze elementen van betekenis en plaatsten ze steeds in nieuw perspectief. Dit levert een rijk beeld op van verschillende tijdslagen en een trage transitie. De waan van de dag voerde hier niet altijd de boventoon. De stad heeft zich soms trager aangepast aan het tijdsbeeld dan andere steden. Hierdoor bleven onder meer Het Bossche Broek en de Binnendieze behouden. Dit zijn kwaliteiten die te vertalen zijn in de waarde van het denken in eeuwen. Het podium is dus van grote waarde, waar we al meer dan 800 jaar aan bouwen. Het vormt ons collectief geheugen voor plekken waar mensen elkaar ontmoeten, samenleven, werken, bouwen, sporten en ontspannen. Hier blijven we dus aan voortbouwen. Daar komen ook steeds weer nieuwe tijdlagen en plekken bij, die zo het leven van alle dag vormen. Het Podium ’s-Hertogenbosch biedt ruimte om voort te bouwen aan een stad die de ontstaansgeschiedenis koestert en dat inzet als waardevol fundament om de wensen en eisen van een nieuwe tijd een plek te geven. Bodem, water en cultuurhistorie als sturende principes vormt daarbij het vertrekpunt voor ontwikkelingen in de Moerasdraak en fungeren als een tabula scripta waar het nieuwe zich toe moet verhouden. Dat is het uitgangspunt om op lange termijn droge voeten te houden en betekenis, waarde en ruimtelijke kwaliteit toe te voegen. Zodat de samenleving hiervan optimaal kan gebruikmaken. de vestingwerken De vesting van ‘s-Hertogenbosch ontstond rond 1200 met de eerste ommuring rond de markt. In de veertiende eeuw breidt de vesting uit. Dat is grotendeels nog steeds de huidige, historische binnenstad. Daarna volgen nog kleine uitbreidingen en versterkingen aan de vesting. Tot 1874 blijft de vesting van belang voor de verdediging. Daarna rest nog de waterkerende functie van de vesting, waardoor die grotendeels behouden is gebleven. We zijn in 1999 in ‘Versterk Den Bosch’ anders gaan kijken naar de vesting. Waarbij de historie als inspiratiebron is opgepakt om ook nieuw programma toe te voegen aan de vesting, zoals horeca, tentoonstellingsruimte, groen en een parkeergarage. Hierdoor zijn de historische vestingwerken meer zichtbaar, beleefbaar en bruikbaar gemaakt. 2.1.3 het Circus Jeroen Bosch Op het Podium ’s-Hertogenbosch speelt zich al generaties het leven af op het land, in de dorpen en in de stad. In tegenstelling tot de trage en grote structuren van het podium, is dit leven grillig en veranderlijk. De dag van morgen brengt het onbekende en bepaalt vaak het gesprek van de dag in de samenleving. De lokaal gevormde identiteit en de cultuur kleuren dit gesprek in sterke mate. Dit heeft niet alleen een grote weerslag op de samenleving, maar ook op hoe we het landschap om ons heen zien, ervaren en inrichten. kaart Circus Jeroen Bosch gemeente 's-Hertogenbosch de Bossche trots In het Circus Jeroen Bosch beschrijven we elementen die de cultuur en identiteit hebben gevormd. Deze kleuren de samenleving van ’s-Hertogenbosch en vormen de stad. De Bossche trots is hier een treffend voorbeeld van: in 2019 bleek de Bosschenaar de meest trotse inwoner van Nederland te zijn! Dit is een sterk punt om op voort te bouwen en vraagt om scherpte hoe we deze trots kunnen vasthouden. De veranderende tijdgeest vraagt om geleidelijk, maar continu onszelf te herontdekken. Het is dus nodig om te veranderen om jezelf te kunnen blijven. Deze ontwikkeling is niet lineair of strak afgebakend. Het proces richting een gezamenlijke toekomst moet ruimte bieden om vanuit verschillende perspectieven, verhalen en partijen de stad en samenleving te verrijken met nieuwe inzichten. We zoeken daarbij naar een gedeelde Bossche cultuur van stadmaken en samenleven. De waarden zoals beschreven in het Podium ’s-Hertogenbosch kunnen ons hierbij helpen. In ’s-Hertogenbosch gaan we bijvoorbeeld altijd voor kwaliteit, vandaar dat het beschreven blad, tabula scripta, zo belangrijk is om voort te bouwen op bestaande kwaliteiten. Hierbij gebruiken we steekwoorden als echt en authentiek. We denken in eeuwen - met ons besef van de waarde van historie en erfgoed - en in duurzaam, waarbij gezamenlijk, bewust en innovatief de steekwoorden zijn. Tegelijkertijd is de signatuur van de Bossche samenleving te vatten in een aantal kenmerkende, zachte termen, zoals samen, gastvrij, innovatie, cultuur en ontmoeting. Ook het onverwachte en het onbekende krijgen hierbij een plek. Gezamenlijk zijn deze aspecten, naast de ruimtelijk relevante elementen, belangrijke actoren in de Bossche samenleving en daarmee in onze zich steeds aanpassende leefomgeving. Samen zorgen met en voor elkaar en welzijn zijn belangrijke pijlers in ons sociaal weefsel. Dit heeft een lange traditie en komt voort uit de vele kloosters en zorginstellingen in de stad. Waaronder Reinier van Arkel, dat al bijna 600 jaar ruimte biedt voor zorg. Met aandacht voor kwetsbare inwoners die bijvoorbeeld een lichamelijke of verstandelijke beperking of psychosociale, psychiatrische of inkomensgerelateerde problemen hebben. Ook in het buitengebied is de zorg nadrukkelijk aanwezig bij zorglocatie Mariaoord, Sint Jozefoord en De Binckhorst. Het gevoel is: We kijken naar elkaar om. Zoals het gemeentelijke werk- en ontwikkelbedrijf ervoor zorgt dat veel inwoners van ‘s-Hertogenbosch aan het werk kunnen en kunnen blijven wonen. samen het leven vieren Een fijne thuissituatie biedt de mogelijkheid om het leven daar te vieren, net zoals we dat doen op plekken waar we elkaar ontmoeten en leren kennen. Op de markten, de kermis, tijdens carnaval, de Bossche Parade, bij het Libéma Open of andere (sport)evenementen: iedereen moet zich welkom voelen en mee kunnen doen. Dat geldt ook in de publieke ruimte, in gemeenschapshuizen en in het rijke verenigingsleven van de dorpen, wijken en stad. Juist als groepen mensen met verschillende (culturele) achtergronden elkaar ontmoeten, bevordert dat het aangaan van nieuwe relaties en het respecteren van verschillen. Mede door deze ontmoetingen zijn de netwerken van bewoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen sterk. Het zijn juist die netwerken waarin bewoners ruimte voelen om hulp te bieden of te vragen aan elkaar en zo te werken aan hun zelf- en samenredzaamheid. Er is gelijkwaardigheid binnen de onderlinge verschillen. Daarbij moeten we beseffen dat samenwonen en -leven soms tot een beetje wrijving kan leiden. Dat past bij de dynamiek van de samenleving en kan in de juiste mate glans aan het leven geven. Samen betekent ook gelijke kansen. De differentiatie tussen buurten en wijken duidt er nu op dat niet iedereen overal gelijke kansen heeft als het gaat om het aantal en gezonde levensjaren of een goede opleiding. Kansengelijkheid vraagt om een gezonde omgeving waarin mensen uitgedaagd worden en er voldoende groen in de buurt is. Een goede gezondheid draagt bij aan het geluksgevoel van mensen. De ontwikkeling daarvan vraagt ook om talentontwikkeling en de mogelijkheid om een leven lang te leren op allerlei niveaus en bij allerlei instellingen. Van de kunstacademie St. Joost School of Art & Design en Fontys tot specifiek onderwijs; van de duurzame innovaties van de HAS, JADS en Avans tot praktijkonderwijs van Yuverta en het Koning Willem I College tot een cursus zoals Boschologie. Iedereen kan zich dan blijven ontwikkelen, een mens is immers nooit uitgeleerd. gastvrijheid Bezoekers maken graag kennis met ’s-Hertogenbosch: met de binnenstad, het buitengebied en de dorpen. Niet voor niets is ’s-Hertogenbosch vier keer op rij uitgeroepen tot meest gastvrije gemeente van Nederland. ’s-Hertogenbosch is van oudsher de centrumgemeente waar inwoners uit een groot verzorgingsgebied voorzieningen zoals zorg, cultuur of onderwijs vinden. De markt is hiervoor al 800 jaar het centrale ontmoetingspunt. Een plein, net als de Parade, met een grote betekenis voor elke Bosschenaar en bezoeker. Daarnaast wordt de binnenstad steeds meer een bestemming voor bezoekers uit binnen- en buitenland. De gastvrijheid beperkt zich niet tot pleinen, horecagelegenheden en de logiesfuncties. Mensen bezoeken de binnenstad ook om het ruime en gevarieerde winkelaanbod met veel authentieke winkels in een sfeervol decor, het aanbod van de culturele sector en de talrijke evenementen. De gastheren en -vrouwen van ’s-Hertogenbosch, de Blauwe Engelen, zorgen voor een gastvrije ontvangst in de stad. Dit vraagt om een balans tussen levendigheid met logies, horeca, winkels, cultuur, evenementen en de leefbaarheid voor inwoners en bezoekers. Gastvrijheid zit ‘m ook in het vergroten van de verblijfswaarde. In de binnenstad is dat normaal vanwege de historische kwaliteit. Daar zijn we zuinig op. Het vergroten van de verblijfswaarde vraagt op andere plekken juist om het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in ontmoetingsplekken en verbindende routes. Het ommetje in de eigen buurt moet overal aantrekkelijk zijn. Het is de wens dat iedereen de weg automatisch kan vinden door de leesbaarheid en kwaliteit van het netwerk en de functies die daaraan gekoppeld zijn. Dit vraagt erom de doorwaadbaarheid van stad en land te versterken met levendige routes. Die leiden op een aantrekkelijke manier naar bijzondere plekken en bestemmingen en zijn voorzien van goede voorzieningen. Zo zijn de nieuwe en bestaande routes sociaal veilig en aangenaam om te gebruiken wat weer nieuwe gebruikers aantrekt. Mobiliteit geeft de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten. Dat zorgt voor het ontstaan van verbindingen. Ook maakt mobiliteit het mogelijk mooie overgangen en scherpe contrasten te beleven, zoals onze prachtige stadsranden. Mobiel zijn is daarnaast een middel om persoonlijke doelen te verwezenlijken, zoals onderwijs kunnen volgen en naar je werk gaan. Mobiliteit is dus meer dan ergens veilig aankomen, bereikbaarheid of (fysieke) toegankelijkheid. Het biedt iedereen de mogelijkheid om zelfstandig in de samenleving te kunnen meedoen, waarbij de route op zichzelf ook een beleving is. Dit is de gastvrijheid die mensen welkom heet en ontmoetingsmogelijkheden biedt. cultuurmaken De musea, festivals, bourgondische cultuur en historische binnenstad zijn grote, nationaal aansprekende publiekstrekkers van hoge kwaliteit. Op cultuurhistorisch vlak kent de Bossche binnenstad een prachtig, stedelijk weefsel. Dat telt veel monumenten. De Binnendieze, het stadsbalkon aan Het Bossche Broek, de vestingwerken (inclusief alle transformaties) en de Sint-Janskathedraal zijn uniek in Nederland. Dit decor is van groot belang voor de trots op de stad. Het veelzijdige en brede culturele aanbod, dat ook in de wijken en dorpen een uniek karakter heeft, draagt bij aan zingeving, ontspanning en sociale binding. Dat brengt mensen bij elkaar en zorgt voor verwondering. De gedrevenheid van de professionals en de vrijwilligers zijn een grote, drijvende kracht en versterken dit. De positie van ’s-Hertogenbosch als Cultuurstad van het Zuiden biedt overal in de gemeente kansen als podium voor cultuurmakers. Dit gebeurt onder meer met tijdelijke initiatieven en cultuur als deel van (gebieds)ontwikkeling, zoals bij de beschilderde silo’s van de meelfabriek aan de Tramkade. De koppeling met het internationale icoon Jheronimus Bosch biedt een prachtige verbinding voor de verschillende cultuurinstellingen, zoals het Jeroen Bosch Art Centre. De basis daarin ligt in een duurzame verbinding tussen de culturele ambities, samenleving en het bedrijfsleven. Dat uit zich in cultuur-, productie- en evenementenmilieus en in dwarsverbanden daartussen. De binnenstad vormt hier het bruisend middelpunt van, maar deze verbinding heeft in de dorpen en wijken nog veel kansen als potentiële groeibriljant. de Bossche Buitens De binnenstad vormt ook de noordelijke entree tot het Van Gogh Nationaal Park op de plek waar stad en land elkaar intens raken. Het zorgt voor verbinding met het buitengebied, dat een grote diversiteit aan landschappen, onze Bossche Buitens, herbergt. Zij maken deel uit van het vaak bezongen en geschilderde Brabantse landschap. Ooit was er een krachtige wisselwerking tussen de stad en het omliggende land met wederkerigheid tussen burgers en boeren. Inmiddels is de relatie tussen stad en ommeland vertroebeld. Sommige Bossche Buitens worden overlopen door recreanten, maar andere Bossche Buitens maken nauwelijks nog deel uit van het collectieve bewustzijn. De landbouwgebieden produceren veel en opereren op een andere schaal dan die van de stad. Daar is de biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit te laag en zijn er te weinig bestemmingen om naar toe te gaan. Met de Linie 1629 ligt er een grote kans om de verbinding en betekenis van de Bossche Buitens veel sterker te maken voor ondernemers in het gebied en alle Bosschenaren. Zeker als die verbonden worden met de transities die nu spelen in het buitengebied op het vlak van landbouw, voedselkwaliteit, water, biodiversiteit, energie en recreatie. Een nieuw verhaal voor de Bossche Buitens biedt mogelijkheden voor meerdaags toerisme. Een sterker, beleefbaar, doorwaadbaar, toekomstbestendig landschap kan op die manier nog aantrekkelijker zijn als kwaliteit voor en tegenhanger van de stad. innovatie ’s-Hertogenbosch heeft als centrum van bestuur, rechtspraak, religie, cultuur en vermaak, en als cluster voor zorg en onderwijs, een stabiele en kennisgerichte economie. Data en digitalisering spelen een steeds grotere rol in onze snel veranderende maatschappij. De economie in ’s-Hertogenbosch was nooit op grootschaligheid en productie gericht. Daarom is de transitie naar de kenniseconomie met een hoogopgeleide bevolking betrekkelijk vloeiend verlopen. De kruisbestuiving tussen bedrijfsleven, onderwijs en maatschappij is al aanwezig in een lokaal ecosysteem. Door de Bossche cultuur van ontmoeting en samen dingen doen, kan talent zich in de stad ontplooien. Dat heeft geleid tot een voedingsbodem voor innovatieve kennis-, dienst- en productontwikkeling en op het gebied van data en digitalisering. Dit krijgt volop de ruimte in de Brede Binnenstad en in het bijzonder in de Spoorzone met het Innovatiekwartier Den Bosch (IKDB) als bruisende trekker waar ondernemerschap in data en digitalisering samenkomt. Daar houdt het niet op. Digitale kennis en vaardigheden moeten diep doordringen in de wijken en voor iedereen toegankelijk zijn. Ruimte voor (data)ondernemerschap, zoals startups en scale-ups, moet samengaan met begeleiding, kennisuitwisseling en ontmoeting. Dit versterkt op alle niveaus het onderwijs in het algemeen en het data-onderwijs in het bijzonder. Van de experts en pioniers aan de Jheronimus Academy of Data Science (JADS), het IoT (Internet of Things) Stadslab en de Avans Digitale Werkplaats tot Huis73, waar inwoners zich verder kunnen ontwikkelen en bijscholen op dit gebied. Vanuit deze solide basis bouwen we aan een nog aantrekkelijker vestigingsklimaat voor bedrijven en datatalent. Met slimme, datagedreven toepassingen kunnen we maatschappelijke vraagstukken aanpakken en de verbinding leggen met de sterke bedrijfstakken in de regio, zoals AgriFood Capital. Door de kennis die we in onze stad hebben, zetten we datatoepassingen in om antwoorden te vinden op de uitdagingen van deze tijd. Zo kunnen we slim samenleven. Deze keuze houdt in dat ’s-Hertogenbosch kiest voor innovatie en het voortbouwen op de bestaande kwaliteiten, specialismes en interactie. Een hoogwaardig woon- en leefklimaat is hiervoor noodzakelijk, waarin de werknemers kunnen participeren in het openbare leven en bouwen aan hun eigen identiteit, ontmoeting en contact. Dit trekt de juiste werknemers, kapitaal en bedrijven aan om de Bossche economie bloeiend te houden. ontmoeting ’s-Hertogenbosch is een stad met veel publieke ruimte, die toevallige ontmoetingen en persoonlijke interactie mogelijk maakt. Verenigingen, maatschappelijke en culturele functies, zoals musea, podia, evenementen, theaters, attracties ondersteunen die ontmoeting. De ontmoeting vindt dus overal plaats tussen bezoekers en Bosschenaren. Voor iedereen is een fijne woonomgeving, zowel fysiek als mentaal, van groot belang. De openbare ruimte bepaalt hierin de structuur. Er zijn veel mooie en goede pleinen, straten, lanen, steegjes, hofjes, parken en plekken die veelvuldig en nuttig worden gebruikt. Daar staat ook veel overgedimensioneerde en slecht gebruikte openbare ruimte tegenover: plekken die we beter kunnen inrichten en waar ruimte is voor verdichting en vergroening. Die ingrepen kunnen zorgen voor een gezonde leefomgeving en voor aantrekkelijkere verblijfsplekken en betere routes. Aangename verblijfsplekken kunnen ons uitdagen om er op uit te gaan en elkaar te ontmoeten. Een betere verbinding tussen onder meer stad en land biedt ook mogelijkheden om andere gebieden op een gezonde en actieve manier te ontdekken. Nabijheid is essentieel om ontmoeting te stimuleren. Ditzelfde geldt voor dichtheid en diversiteit. In veel gebieden sluit de bevolkingssamenstelling niet meer aan op de woningvoorraad. Daardoor staan de voorzieningen en bedrijven onder druk. De beleving van de buitenruimte is anders dan voorheen. Het is wenselijk om terug te vallen op het al eeuwenlang succesvolle recept van stedelijk leven. Met functiemix, diversiteit en dichtheid die leiden tot meer interactie, ontmoeting. Dit om de dynamiek en levendigheid in deze wijken weer op peil te brengen. Want zo ontstaan meer betekenisvolle verblijfsplekken in de nabijheid van bewoners. Dit levert een grote sociaal-maatschappelijke en economische waarde op voor de omliggende buurten en voor de stad als geheel. ’s-Hertogenbosch telt 160.000 inwoners en dat aantal blijft flink groeien. Ook de bezoekersaantallen stijgen. Omdat het drukker wordt in onze leefomgeving, neemt de ontmoeting toe. Dat leidt soms tot ongewenste confrontaties. Het tegengaan van excessen is dan ook noodzakelijk om samen met elkaar in harmonie te kunnen blijven leven. En ruimte te bieden aan verschillende behoeften en om de kwaliteit van leven te ondersteunen. Dit vraagt om specifieke keuzes per gebied. Zo is de auto de Brede Binnenstad steeds meer tot last en het traagste vervoersmiddel, terwijl in andere gebieden de auto nog steeds het enige alternatief is. Versterken van hoogwaardig openbaar vervoer in een deel van de wijken kan de algehele bereikbaarheid verbeteren. En versterkt het Centraal Station ’s-Hertogenbosch als ontmoetings- en ontvangstplek in de stad. Dit station betekent thuiskomen in ’s-Hertogenbosch. Het is een plek om elkaar te ontmoeten en een plek om te verblijven, ongeacht of je de trein pakt. Daarmee heeft deze plek een veel grotere betekenis dan alleen de functie station. Je komt er eigenlijk direct aan in de stad ’s-Hertogenbosch. Bij nieuwe ontwikkelingen in de stad is het van belang om ontmoeting te stimuleren en ondersteunen in de planvorming. Dit moet reeds gebeuren als onderdeel van het tabula scripta, als startpunt van ontwikkelingen. In de analyse van de ruimtelijke kwaliteiten is ontmoeting een van de kernelementen. Het beter benutten van het stedelijk weefsel en het vormgeven aan het publieke domein in gebouwen zorgt ervoor dat de mogelijkheden voor ontmoeting, sociale interactie en verbinding vergroot worden. Daarbij zijn enkele uitgangspunten van belang om de menselijke maat in ontwerpen te borgen. De ruimte heeft immers invloed op ons gedrag, waardoor we de mogelijkheid bieden om niet langs maar met elkaar samen te leven. Dit moet terugkomen in kwaliteit en diversiteit van het straatbeeld en de relatie tussen bebouwing en publieke ruimte. Daarnaast moeten in het publieke domein de verblijfsplekken comfortabel zijn doordat er voldoende schaduw is en er zo min mogelijk overlast is (windhinder, geluid). Ook moet het stedelijk weefsel op orde zijn met aantrekkelijke routes en plekken zonder overmaat en voldoende diversiteit aan functies waardoor mensen samenkomen en de ruimte hebben om te verblijven in het publiek domein. Ten slotte is eigenheid en ruimte voor het onbekende van groot belang omdat dit spontane ontmoetingen en betrokkenheid stimuleert. het onbekende Het leven is wat je overkomt terwijl je andere plannen maakt, schreef John Lennon. Dat gebeurt overal, elke dag. Daarom bieden we ook ruimte aan het onverwachte en onbekende dat op ons afkomt. Hoewel we het niet precies kunnen benoemen, zijn onder meer de onverwachte vragen, nieuwigheden en innovaties een voorbode van iets dat straks permanent wordt. Denk aan problematiek op korte termijn, iets wat gewoon om flexibiliteit vraagt of wat urgent opgelost moet worden. We hebben hiermee al ervaring. Denk aan de placemaking van de Tramkade, aan de flexwoningen of aan Minitopia. Ontstaan vanuit een soort permanente, tijdelijke vraag die het gesprek van de dag kan domineren en niet altijd op de bestaande en gereguleerde plekken in de stad kan landen. Wel is de vraag vaak urgent en moet een plek krijgen. Vanaf die plek kan het dan een bijdrage leveren aan de dynamiek van de stad. Want de impact op de samenleving kan, zeker voor zich ontplooiende jongeren, groot zijn. Ook bepaalt het mede de uitstraling en aantrekkingskracht van de stad. Het ruimtelijk positioneren van het onbekende is lastig en er is geen exact antwoord op vragen te bieden. Wel kunnen we een handelingsperspectief bieden en pioniersruimte duiden. Dit is ruimte om snel te kunnen inspelen op nieuwe ontwikkeling, al of niet tijdelijk of experimenteel. Ruimtes die vragen om minder regels en meer vrijheid. Waar de rauwe randjes wat meer naar boven kunnen komen en er een culturele ontdekkingstocht plaats kan vinden. Deze locaties zijn niet statisch. Ze kunnen bijvoorbeeld in de wachtstand staan voordat er een ontwikkeling start. Maar de vraag kan ook om iets van kort duur gaan of om slechts een evenement of experiment op een bepaalde plek. Een nieuwe ontwikkeling zet deze gebieden even in het spotlicht. Precies zoals een rondreizend circus dat doet voor een bepaalde plek voor een korte periode. Om daarna weer een volgende plek als smaakmaker op te fleuren. Kenmerkend voor die plekken is dat ze tijdelijk beschikbaar zijn. De context bepaalt uiteindelijk welke vraag ze kunnen opvangen in omvang, belasting en tijdsduur. Het komen en gaan van deze plekken biedt de mogelijkheid om deze vraag te spreiden over stad, de dorpen en het buitengebied. Soms om er te blijven en zich verder te ontwikkelen tot een permanente vorm. Maar meestal om weer verder te trekken of uiteindelijk op te gaan in nieuwe urgente vragen. 2.1.4 de Bossche verbinding 2.1.4.1 introductie In de Bossche verbinding schetsen we de positie van ’s-Hertogenbosch van buiten naar binnen. Daarnaast staan we stil bij onze parels. Waarom kom je naar ’s-Hertogenbosch als bezoeker, als inwoner, als ondernemer en als student? 2.1.4.2 's-Hertogenbosch in een sterk netwerk De tijd dat steden alleen een rol hadden als centrumstad voor de omliggende regio is al lang verleden tijd. De interstedelijke en regionale connecties zijn intensief en divers. Wonen in ’s-Hertogenbosch, werken in Boxtel, op bezoek in Lith, een avondstudie in Eindhoven en een concert in Tilburg: dit is geen uitzonderlijke weekagenda. De toenemende verbondenheid en uitwisseling met aangrenzende steden en regio’s vraagt bijzondere aandacht. Waar concurreer je met elkaar en waar vul je elkaar aan? ‘s-Hertogenbosch wordt immers steeds meer één stedelijk systeem op het gebied van economie, arbeidsmarkt, tertiair onderwijs, zorg, maatschappelijke en commerciële voorzieningen met Eindhoven, Tilburg en Oss. En op wat grotere afstand met Utrecht, Breda en Nijmegen. Dat vraagt om continue aandacht voor positionering en profilering. ‘s-Hertogenbosch heeft een prominente rol in het netwerk van Brabantse steden, waarin de steden elkaar vooral versterken omdat ze elkaar aanvullen. Voor de omliggende gemeenten en deels voor de regio Noordoost-Brabant heeft ’s-Hertogenbosch economisch, sociaal-maatschappelijk, cultureel en qua zorg en mobiliteit een centrumfunctie, met een verzorgingsgebied van zo’n 500.000 inwoners. Voor al deze mensen is het centrum van ’s-Hertogenbosch een belangrijke en betekenisvolle plek voor grootstedelijke voorzieningen en dient het als knooppunt voor de verbinding met de rest van Nederland. De regionale bereikbaarheid versterken we, om zo van betekenis te kunnen blijven voor alle inwoners. wederkerige relatie Andersom zijn de omliggende gebieden voor ‘s-Hertogenbosch van groot belang voor bijvoorbeeld recreatie, rust, werkgelegenheid en landbouw. De relatie is dus wederkerig, zeker als het gaat om de energieopgave of om het watersysteem. We hebben elkaar nodig en kunnen bijvoorbeeld ruimtevragen uitwisselen. Door gezamenlijk te opereren, vergroten we onze betekenis en daarmee onze slagkracht. We werken nauw samen met onze regiopartners en blijven dat doen. Met de Regionale Energiestrategie (RES), in de verstedelijkingsstrategie NOVEX voor de Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch, met de waterschappen en met diverse partners op het gebied van sociale en medische zorg en arbeidsmarkt. ‘s-Hertogenbosch zelf is deel van Brabantstad. Dat is een krachtig samenwerkingsverband van de zeven grootste steden in Brabant en de provincie. We hebben daarbinnen de meest intensieve relatie met Oss1. Door samenwerking en complementaire ontwikkeling wint deze relatie verder aan belang. Dit versterkt ook onze positie in de driehoeksrelatie met Eindhoven-Helmond en Tilburg-Breda. Om de positie van het station verder te versterken, ziet ’s-Hertogenbosch veel potentie in de stedelijke ontwikkeling op de lijn richting Oss met het spoor als ontwikkelbasis. De ligging op de hogere dekzandgronden is vanuit bodem en water gunstig en bevordert elkaars nabijheid, zonder de intentie om aan elkaar te groeien. de Randstad en Bandstad ’s-Hertogenbosch is de poort naar de noordelijke Randstad met de economische kerngebieden Utrecht en Amsterdam. Onderlinge verbondenheid en uitwisseling met omliggende regio’s en steden op grotere afstand maken onlosmakelijk deel uit van het dagelijkse leven van de Bosschenaren. ‘s-Hertogenbosch kan zich dus enerzijds profileren voor een veel groter publiek dan alleen de eigen regio, en anderzijds gebruikmaken van voorzieningen in andere regio’s. Op nationale schaal maakt ’s-Hertogenbosch deel uit van de Bandstad2. De stedenband ligt boven de zeespiegel om de Randstad heen. In dit netwerk liggen onder meer Zwolle, Deventer, Arnhem, Nijmegen en de Brabantse Stedenrij. Om de groei van Nederland in goede banen te leiden, moet dit netwerk sterker worden en moeten de steden sterk groeien, zowel binnenstedelijk als door middel van grootschalige uitleglocaties. Daarbij is ook aandacht voor een betere balans tussen wonen en werken, zodat de dynamiek van Nederland beter verdeeld is over het land. Dat voorkomt dat Nederland één dominante metropool heeft. Voor ’s-Hertogenbosch biedt dit de kans om de bestaande ambities in de stad sneller waar te maken. In deze omgevingsvisie verkennen we de mogelijkheden om extra ruimte te creëren voor verstedelijking buiten de bestaande contouren, met bodem en water als onderlegger. Onze initiatieven en opgaven stoppen niet bij de gemeentegrens en we zijn ons bewust van onze rol in en de verbinding met de regio. In samenwerking met bedrijven, overheid, scholen en talent biedt ’s-Hertogenbosch een boeiende omgeving voor vernieuwende denkers, doeners en makers. Door de juiste partners, ervaringen en uitdagingen samen te brengen, vinden we nieuwe oplossingen. Oplossingen die zorgen voor een steeds slimmere en betere samenleving. ---1 Ruimtelijk Economisch Atelier Pieter Tordoir, 2023.2 Voorontwerp Nota Ruimte, BZK/VRO 2024. 2.1.4.3 de Bossche parels Op het gebied van kunst, sport en evenementen onderscheidt ’s-Hertogenbosch zich duidelijk van de omliggende steden en regio. Bossche parels geven ’s-Hertogenbosch extra glans. Jheronimus Bosch, en een beetje Vincent van Gogh De geschiedenis van ’s-Hertogenbosch is onlosmakelijk verbonden met de wereldberoemde kunstschilder uit de late middeleeuwen Jheronimus Bosch, kortweg Jeroen Bosch. Hij vormt een inspiratie voor diverse kunst- en cultuurpodia, die medebepalend zijn voor de stedelijke cultuur. Gelukkig is de dagelijkse leefomgeving van Jeroen Bosch nog altijd grotendeels beleefbaar in de oude binnenstad. De meerwaarde van kunst als reflectie op het leven van alledag groeit al eeuwen mee met de Bosschenaren. Het is een voedingsbodem voor nieuwe zaailingen. Denk aan het Noordbrabants Museum, het Designmuseum en de kunstacademie Sint Joost School of Art & Design. En voor een cultuur van jonge en nieuwe makers in de hele stad die inspiratie halen uit het verleden en dat verbinden met het heden en de toekomst. Cultuur is belangrijk in ’s-Hertogenbosch en heeft aantrekkingskracht op toeristen en makers uit binnen- en buitenland. Zoals het Theaterfestival Boulevard, het Internationaal Vocalisten Concours en November Music. Kunst en cultuur krijgen hier de ruimte, zowel in voorzieningen en evenementen als in de publieke ruimte. Waarbij het niet gaat om meer van hetzelfde, maar om het verrijken van het palet. Ook is in ’s-Hertogenbosch aandacht voor een andere grootmeester uit de provincie, Vincent van Gogh. Niet als geboortestad of residentie, maar wel als schilder van het Brabantse land. Van Gogh was een liefhebber van het landschap en heeft dit tot onderwerp gemaakt van een groot aantal van zijn vroege werken. Om hierop de aandacht te vestigen, is het Van Gogh Nationaal Park (VGNP) opgericht. Dit gebied reikt tot aan ’s-Hertogenbosch, waar zijn schilderijen in het Noordbrabants Museum te zien zijn, en spant zich verder op tussen Nuenen, Zundert en de Kempen. Aan de Zuidwal geven dus niet alleen de stad en het landschap elkaar de hand, maar ook de wereld van Jeroen Bosch en Vincent van Gogh. De partners van het VGNP-samenwerkingsverband werken aan het landschap van de 21ste eeuw. De focus ligt op de ontwikkeling van natuur en landschap met een meerwaarde voor het ecologisch, economisch en sociaal kapitaal van de streek, met oog voor de grote maatschappelijke opgaven. Met dit Nationaal Park nieuwe stijl beogen zij een hoogwaardig landschap van de toekomst. Een landschap dat geïnspireerd wordt door het lef en de verbeeldingskracht van Vincent van Gogh, met prachtige natuur en vitaal boerenland midden in een economisch krachtige regio. topsport en evenementen In ’s-Hertogenbosch staan net andere sporten en evenementen bovenaan de lijstjes dan in omringende steden. Natuurlijk heeft ’s-Hertogenbosch met FC Den Bosch profvoetbal in huis. Maar op de hockeyvelden aan de Oosterplas en binnen de basketballijnen van de Maaspoort spelen ze op Champions League-niveau. Ook hebben we een langjarige traditie van sportevenementen op de internationale sportkalender. Jaarlijks is er een ATP-tennistoernooi op het Autotron en strijkt de hippische sport neer in de Brabanthallen. Minder frequent, maar met minstens evenveel impact, starten, passeren en/of finishen grote (inter)nationale wielerevenementen in de stad. Niet geheel vreemd als je bedenkt dat één van de meeste succesvolle profwielerploegen zijn thuisbasis heeft in ’s-Hertogenbosch: team Visma-Lease a Bike. Met de Brabanthallen op loopafstand van het station biedt ’s-Hertogenbosch daarnaast jaarrond een breed aanbod beurzen, congressen, concerten, sportevenementen en andere grootschalige bijeenkomsten. Met een soms regionale en vaak nationale oriëntatie. En dan is de Bossche jaaragenda ook nog eens gevuld met kleine en grote evenementen, waarin de Bourgondische levenswijze volop op de aandacht krijgt. Het eigenzinnige profiel van ’s-Hertogenbosch heeft een brede aantrekkingskracht op bezoekers. Dat moeten we koesteren, uitbouwen en meer verbinden met de maatschappelijke opgaven in de buurten, dorpen en wijken. Bij het verdichten van de stad kunnen we (top)sport en evenementen, of eenvoudiger bewegen en ontmoeten, vertalen naar ontwerp en inrichting door net even anders te denken en te doen. Bijvoorbeeld door niet alleen een fietspadennetwerk dat belangrijke bestemmingen verbindt te ontwerpen, maar ook na te denken hoe dit ook voor een wielrenner of hardloper een interessante ronde kan zijn. Wellicht door een extra verbindingslusje aan te leggen, zodat er een mooie trainingsronde ontstaat. 2.1.5 grote bewegingen Het verhaal van ‘s-Hertogenbosch voor de toekomst is niet compleet zonder een aantal maatschappelijke transities te benoemen met een grote invloed op de toekomstige stad en samenleving. De wereld is continu in beweging, maar sommige bewegingen hebben een grotere impact dan andere. We beperken ons hier tot de essentie van deze grote bewegingen en richten ons op de ruimtelijke impact hiervan. We weten ongeveer in welke richting het beweegt en dat we op de een of andere manier met de (verwachte) gevolgen om moeten gaan. We duiden er drie die van invloed zijn op de ruimtelijk ontwikkeling van stad en samenleving. klimaat Vrijwel elk seizoen merken we dat het klimaat verandert. We breken regelmatig hitterecords, we hebben soms veel te weinig water en op andere momenten veel te veel. Voor de omgevingsvisie is het vooral zaak om met de feitelijke gevolgen om te kunnen gaan voor zover die ruimtelijk relevant zijn. ’s-Hertogenbosch is het meest kwetsbaar voor toevoer van te veel water in korte tijd. Of het nu om hevige buien in het stroomgebied van de Aa en Dommel gaat, om hoogwater op de Maas of in het ergste geval om een combinatie van beide. Water stroomt naar het laagste punt. Een heel groot deel van ’s-Hertogenbosch is een laag punt. Onze belangrijkste opgave is dan ook om droge voeten te houden. Dat doen we op de eerste plaats door het water dat in ‘s-Hertogenbosch valt zoveel mogelijk vast te houden in de bodem, groen- en blauwstructuren. Daarnaast werken we voortvarend aan de hoogwaterveiligheid: met waterbergingsgebieden voor water uit de regio en met dijkversterking aan de Maas. De kunst zal zijn om naast droge voeten te houden ook de woon- en leefkwaliteit te versterken. schaarste Het kan bijna niemand ontgaan zijn dat we op veel vlakken te maken hebben met tekorten. Tekorten aan arbeidskrachten, grondstoffen en ruimte. Deze schaarste wordt in de toekomst nog nijpender. Voor arbeid betekent dit dat we nog slimmer moeten gaan werken om ondersteuning te bieden bij oplopende arbeidstekorten. Ruimtelijk moeten we inzetten op efficiënt en meervoudig gebruik van de ruimte. Onze grondstoffen zijn niet onuitputtelijk en voor fossiele energie zien we het eindpunt al aan de horizon verschijnen. We moeten dan ook van een lineaire samenleving naar een circulaire samenleving, waarin we grondstoffen zoveel mogelijk en liefst 100% hergebruiken. In een circulaire samenleving worden bestaande materialen en producten zo lang mogelijk gedeeld, hergebruikt, hersteld, opgeknapt en gerecycled om waarde te behouden, afval te voorkomen en het gebruik van grondstoffen te beperken. In ’s-Hertogenbosch is het vooral zaak om voldoende ruimte beschikbaar te houden voor het circulair samenleven in korte ketens, nu de ruimte steeds schaarser wordt. Dit zal met name ruimte voor bedrijvigheid en het opwekken en opslaan van energie zijn. Hoe de circulaire samenleving vorm krijgt? Daar is nog veel onderzoek en inspanning voor nodig. Maar we zetten al stappen. Door duurzaam of natuurinclusief te bouwen bijvoorbeeld. En door volop in te zetten op hernieuwbare energie. demografie De samenleving verandert continu: de manier waarop we denken en doen, wat we vinden en de samenstelling van onze samenleving. In ’s-Hertogenbosch zien we een stevige vergrijzing naderen in de komende decennia en tegelijkertijd een aanhoudende migratie. De vergrijzing is een traag proces, redelijk voorspelbaar en heeft met name betrekking op de bestaande Bossche bevolking. We spreken van een dubbele vergrijzing. Dit omdat de grootte van de groep ouderen toeneemt en zij ook ouder worden dan vroeger. De vergrijzing heeft een grote impact op de welzijns- en zorgvraag, arbeidsmarkt, specifieke voorzieningen, mobiliteit en woningmarkt (immers, de verhuisgeneigdheid onder ouderen is zeer laag). Tegelijkertijd heeft de vergrijzing grote impact op het dagelijkse leven van zorgbehoevenden en hun omgeving als ze geen regie meer kunnen hebben over hun eigen keuzes, doordat ze bijvoorbeeld vastzitten in hun woonsituatie. De migratie is ook stevig, maar veel minder voorspelbaar dan de vergrijzing. Het gaat bij migratie om de trek naar de stad en om de aantrekkingskracht van Nederland door een bloeiende economie en een hoge levensstandaard. Beide demografische verschijnselen hebben grote invloed op de samenstelling van de Bossche bevolking. Te weinig woningen bouwen kan leiden tot een sterk vergrijsde stad en samenleving, waarin ouderen blijven zitten waar ze zitten. Jongeren en of minder kapitaalkrachtigen krijgen dan geen kansen om zich te vestigen of door te groeien. Dat komt door de hoge woningprijzen en -huren. Zij moeten noodgedwongen elders gaan wonen. Het risico daarvan is dat de dynamiek van de stad afneemt en er te weinig werkenden overblijven. Langzaamaan verdwijnt dan het leven uit de stad. Dit vraagt om een proactieve houding in het ruimtelijk beleid om een evenwichtige en levendige gemeente in de toekomst te blijven. 2.2 BOSSCHE ONTWIKKELLIJNEN 2.2.1 introductie Het Podium ’s-Hertogenbosch vormt het decor voor de alledaagse samenleving, het Circus Jeroen Bosch. Hier komt naar voren wie we zijn, wat we belangrijk vinden en hoe we naar onszelf en onze omgeving kijken. De groeiende en vergrijzende bevolking, het veranderende klimaat, tekorten aan arbeidskrachten, grondstoffen en ruimte: dat allemaal leidt boven- en ondergronds tot een extra ruimtevraag óf om de bestaande ruimte anders te gebruiken. Niet alles wat we willen kan en past binnen de grenzen van de gemeente ’s-Hertogenbosch. En we kunnen daarvoor niet (altijd) kijken naar de grond van de buren, dichtbij of ver weg. We moeten keuzes maken en de ruimte beter en efficiënter benutten vanuit een integraal perspectief. Dus: rekening houdend met alle relevante aspecten in samenhang met elkaar. Met als doel een nog betere versie van ’s-Hertogenbosch in de toekomst te realiseren, die haalbaar en aantrekkelijk is. vier ontwikkellijnen In deze omgevingsvisie zetten we stevige piketpalen uit om de ruimtelijke opgaven en transities aan de hand van vier strategische ontwikkellijnen te begeleiden en verder vorm te geven. Deze ontwikkellijnen zijn actiegericht en samenhangend. Je kunt ze als doelen lezen: groots vergroenen; bouwen aan generaties; welvarend welzijn; vorstelijk verbinden. Deze Bossche ontwikkellijnen zijn verhalend beschreven. Want die manier doet het meest recht aan de wens om het samenhangende karakter van de opgaven en transities goed te kunnen vertellen. De ontwikkellijnen hebben een vergelijkbare opbouw. Vanuit een inleidende, maar niet uitputtende context beschrijven we de ambitie voor de ontwikkellijn. Vervolgens vertalen we die naar concrete, ruimtelijke opgaven. Met de Bossche ontwikkellijnen kunnen we de ruimtelijke ontwikkeling van ’s-Hertogenbosch vertellen. Het zijn lijnen die de toekomst van het Podium ‘s-Hertogenbosch en Circus Jeroen Bosch sturen én verrijken. Onze ambitie en opgaven zijn stevig en vragen om een handelingsperspectief. De route naar de stip op de horizon is geen rechte lijn. Veel zaken die we onderweg tegenkomen, zijn nu nog onbekend. Met het handelingsperspectief, zoals omschreven in tot besluit van elke ontwikkellijn, bieden we de samenleving en onze partners duidelijkheid over hoe we onze ambitie en opgaven willen waarmaken. En wat zij daarin van ons kunnen verwachten. Het betreft de hoofdlijnen van ons ruimtelijk beleid dat we in omgevingsprogramma’s, omgevingsplannen, gebiedsontwikkelingen en projecten verder moeten uitwerken. De omgevingsvisie biedt hiervoor het richtinggevend kader. De omgevingsvisie moet immers de tand des tijds kunnen doorstaan, ruimte bieden voor bijstelling van de koers en nieuwe ontwikkelingen kunnen inpassen. Voordat we dieper ingaan op de ontwikkellijnen, leggen we de nadruk op een drietal principes voor het ordenen van de ruimte die als een rode draad zijn verweven in de ontwikkellijnen. Die zijn de voorgaande beschrijvingen al regelmatig de revue zijn gepasseerd. 2.2.2 principes voor het ordenen van de ruimte De druk op de ruimte is groot, in én om stad. Er is ruimte nodig voor de gevolgen van de klimaatverandering, voor nieuwe en andere vormen van landbouw en energieopwekking én voor het beschermen en versterken van de kwetsbare natuur. Bovendien willen steeds meer inwoners het ommeland benutten voor recreatie, sport, beleving en rust. Ook in de stad is de druk hoog. Een groeiende bevolking vraagt om meer woningen, meer voorzieningen en meer plekken om te werken, studeren en leven. De stad moet ook nog eens vergroenen. Omdat het mooier is en groen fijne plekken biedt om te ontspannen, en omdat groen een antwoord is op veel opgaven vanuit gezondheid, klimaat en biodiversiteit. De omgevingsvisie brengt de wensen van de samenleving samen en schetst een inspirerend beeld voor de toekomst: vooral en bovenal voor het ruimtelijk perspectief. Daar ligt in de Bossche ontwikkellijnen dan ook de nadruk op, zonder de samenleving als de gebruiker van de stad en het ommeland uit het oog te verliezen. Om aan allebei recht te doen, hanteren we een drietal principes om de Bossche ruimte te ordenen: compact, nabij en meervoudig. Dit zijn principes die al eeuwen aantonen dat ze leiden tot goede straten, buurten, wijken, dorpen en steden. compact De ruimte in en om ’s-Hertogenbosch is schaars, maar de vraag naar ruimte is ongekend hoog. De optelsom van de ruimtevraag voor wonen, werken, voorzieningen, recreatie, klimaat, landbouw, natuur en energie is groter dan de beschikbare ruimte. We kiezen dan ook voor een compacte stad en compacte dorpen als ordenend principe. De ruimtevraag voor nieuwe stedelijke functies, zoals wonen, werken en voorzieningen, vangen we zoveel mogelijk op binnen de bestaande stad en dorpen. Daartoe horen ook de gebieden die al in ontwikkeling zijn of die in deze omgevingsvisie als ontwikkelingsgebieden zijn aangewezen. Compact betekent dat we de ruimte efficiënt benutten. nabij De stedelijke ontwikkeling heeft lange tijd geleund op een scheiding van wonen, werken, voorzieningen en recreëren. De noodzaak uit het verleden, hygiëne, overlast en gezondheid, is veelal verdampt. Het resultaat is een minder efficiënte stad. We kiezen met die reden voor nabijheid als ordenend principe. Zo verdichten we rond hoogdynamische locaties. Denk aan centra, knopen en langs hoofdroutes met een bestaande mix van functies. We kiezen voor een betere functiemix in monotone gebieden met een lage dynamiek. Dit leidt tot meer voorzieningen binnen minder minuten reistijd en stimuleert ontmoeting. meervoudig Gebouwen en gebieden zijn vaak ontworpen voor één bepaald gebruik. In sommige gevallen is dat nodig en kan het niet anders. Maar in veel gevallen is gebruik voor meerdere doelen goed mogelijk. Op verschillende momenten op de dag of in de week en soms zelfs tegelijkertijd. We kiezen daarom voor meervoudig ruimtegebruik als ordenend principe. Dat betekent dat we bij elke ontwikkeling in de stad, de dorpen of het buitengebied altijd onderzoeken hoe we gebouwen en gebieden voor meer functies in kunnen zetten. 2.2.3 de ontwikkellijn groots vergroenen 2.2.3.1 introductie In ’s-Hertogenbosch ontwaakt de Moerasdraak. Dat is meer dan een verhaal uit het verleden. De Moerasdraak is geleidelijk in kleine stappen getemd en in slaap gesust. Tot voor kort leek het moeraslandschap maakbaar. Om de stad en het ommeland klimaatadaptief te maken, de biodiversiteit te vergroten en de relatie tussen natuur en mens te herstellen nemen we de Moerasdraak weer als vertrekpunt. Onze geografische ligging biedt kansen voor oplossingen die en functioneel zijn en ruimtelijke kwaliteit kunnen toevoegen in stad, dorpen en ommeland. Daarmee staat de Moerasdraak niet alleen voor ons verleden, maar ook voor onze toekomst. De Moerasdraak is weer wakker gekust! ’s-Hertogenbosch gaat groots vergroenen. kaart ontwikkellijn groots vergroenen gemeente 's-Hertogenbosch 2.2.3.2 wat we zien In een notendop zien we dat de maakbaarheid van het moeraslandschap niet onbeperkt is als antwoord op de klimaatverandering. En: het stadsgroen en de natuur zijn steeds vaker het toneel om te sporten, te bewegen, te ontmoeten en te vertoeven. Het stedelijk groen en de natuur zijn steeds vaker een vluchtplek als het in de stad te warm wordt. Tegelijkertijd zien we dat flora en fauna de stedelijke omgeving opzoekt als woon-, schuil- en foerageerplek. de Moerasdraak ontwaakt Door de forse groei van de stad hebben in de laatste eeuw de rivieren en beken steeds minder ruimte gekregen. De opgehoogde gebieden klemden in de loop der tijd de rivieren in en later zijn ze bedijkt. De rivieren en beken leken bedwongen. Het gevolg daarvan is dat uitbreidingswijken zoals Maaspoort niet meer zo ver opgehoogd zijn als voorheen en dat gemalen de nieuwere wijken ontwaterden. Een set van technische oplossingen kon overstromingen en wateroverlast in de stad voorkomen. Steeds vaker zien we dat de oplossingen uit het verleden vandaag de dag niet meer toereikend zijn. Met name op de momenten dat het klimaat zich anders gedraagt dan voorheen: hevige buien, hete zomers en lange periodes van regen. De bodem, het watersysteem en de natuur hebben door alle technische oplossingen aan reserves ingeboet om een antwoord te hebben op hevige pieken en dalen in de dynamiek van de delta. We hebben met techniek en innovatie alles gemaximaliseerd, maar niet per se geoptimaliseerd. Met wateroverlast, hittestress, verdroging en een zwakke staat van de bodem en natuur als gevolg. Nu de klimaatverandering sneller gaat dan verwacht, is urgentie geboden. De tijd om ons aan te passen is beperkt. In een steeds warmer en natter klimaat blijft het continu zoeken naar een betere balans tussen de techniek en de natuurlijke staat. De maakbaarheid blijkt in elk geval eindig om ook voor toekomstige generaties een gezond, groen en klimaatbestendig landschap te bieden. ruimte voor droge voeten In en om ’s-Hertogenbosch wateren de regionale watersystemen af op de Maas. Dat maakt de gemeente bijzonder gevoelig voor overstromingen, zowel vanuit de beekdalen als vanuit de Maas. De Maasdijk beschermt de stad in het noorden. Maar die moet over grote delen verhogen en verbreden om de grotere schommelingen in het waterpeil van de Maas op te vangen. Waterkeringen en waterbergingsgebieden beschermen de stad tegen overstromingen vanuit de stroomgebieden van Aa, Dommel en Dieze. Dit watersysteem heet het regionale watersysteem. Ook dit systeem heeft steeds meer ruimte nodig voor piekafvoeren in korte tijd. Diverse waterbergingsgebieden zoals Het Bossche Broek, de Gement en het dynamisch beekdal van de Aa zijn al gerealiseerd met een capaciteit van ruim 14 miljoen kubieke meter water. Desondanks is er nog een zoektocht naar mogelijkheden om 36 miljoen kubieke meter water in de regio op te vangen. Dit om het gewenste beschermingsniveau te halen met het programma van Hoogwater Aanpak Brabant Oost (HoWaBO II)3. Dit moet leiden tot een robuust watersysteem tijdens droge én natte periodes. Een systeem dat voldoende water (bovenstrooms) vasthoudt en ook kan bergen en afvoeren. Naast bescherming tegen overstromingen vanuit de rivieren moeten we de stad ook beschermen tegen overstromingen als gevolg van hevige neerslag. Het uitgangspunt hierbij is dat er wel hinder maar geen schade mag ontstaan. natuur als dienst De natuur levert allerlei diensten aan de mens. Soms heel zichtbaar, zoals de productie van voedsel en hout. Vaak ook minder zichtbaar. Denk aan de zuivering van oppervlaktewater door een rietmoeras, de bestrijding van plagen in de landbouw met natuurlijke vijanden of verkoeling bieden op warme dagen. Deze diensten noemen we ecosysteemdiensten. Als samenleving maken we gebruik van verschillende ecosysteemdiensten. Om dit natuurlijk kapitaal blijvend te benutten, moeten we de balans tussen het gebruiken en beschermen ervan goed bewaren. De bodem is een voorbeeld van een minder zichtbare, maar voor ‘s-Hertogenbosch essentiële ecosysteemdienst. Een gezonde bodem werkt als spons voor waterbuffering, verdraagt hitte en droogte beter, slaat koolstof op, houdt stikstof vast en bevordert de biodiversiteit en waterkwaliteit. Vanzelfsprekend is een gezonde bodem ook van belang voor de agrarische sector. Natuur heeft haar eigen waarde. Met name zeldzame en kwetsbare natuur, zoals delen van Het Bossche Broek, de Moerputten en de Gement, de Hooge Heide en Nulandse Heide, heeft bescherming en rust nodig. Tegelijkertijd zorgt de hoge druk op de ruimte ervoor dat het groen in en om de stad en dorpen én de natuurgebieden meervoudig worden gebruikt. Het zijn gewilde plekken voor ontspanning, ontmoeting, sporten en bewegen. Het groen in de stad is op veel plaatsen al het decor voor de belangrijkste fiets- en wandelroutes. Een aantal parken wordt al intensief gebruikt, andere nodigen hier minder toe uit. voorbeelden van ecosysteemdiensten in Nederland PBL, WUR, CICES 2014 stad als ecologische vluchtheuvel Het natuurlijke deel van de stad is even rusteloos, dynamisch en kosmopolitisch als het menselijke deel van de stad. In de stad gebeuren ongelofelijke dingen, maar die gebeuren ook vaak in scheuren in het asfalt of in achtertuinen in de buitenwijken. De stad zelf is een ecosysteem, dat qua soorten rijker is dan de monotone en intensief bewerkte cultuurgronden in het buitengebied4. Steden veranderen snel, zoals ze altijd hebben gedaan. Op vergeten plekken die we ooit claimden, hebben zaden het vaak overleefd en bloeien ze op als we even niet kijken. Wilde dieren hebben hun weg gevonden naar onze stad en geleerd om naast de mens te leven. De grens tussen stad en natuur vervaagt zo steeds meer. In ’s-Hertogenbosch zijn al veel groene gebieden. Maar er zijn tal van mogelijkheden om het groen nog verder door te laten dringen. Als we het tenminste de kans geven om uit te groeien tot een actief, stedelijk ecosysteem. uitbreiden stad aan banden De Europese Commissie legt in de Bodemgezondheidswet de verdere aantasting van de bodemkwaliteit en ecosysteemdiensten aan banden. Eén van de manieren is door geleidelijk de rem te zetten op stedelijke uitbreiding ten koste van natuur- en landbouwgronden. Met in 2050 een geheel verbod op uitbreiding, onder de noemer no net land take. Dat jaartal is nog ver, maar vanaf 2030 moet het Rijk al verantwoording afleggen over verstedelijking in relatie tot ruimte voor groen en landbouw. Ondanks dat een aantal begrippen en definities nog niet voldoende gedefinieerd zijn, is wel duidelijk dat de wetgeving een extra druk op het bestaand verstedelijkt gebied gaat leggen. Het bestaand, stedelijk gebied moeten we efficiënter en zorgvuldiger gebruiken. De Bossche verstedelijkingsstrategie en onderliggende ordenende principes voor de ruimtelijke ordening leunen al sterk op het intensiever en efficiënter gebruiken van de bestaande stad en dorpen. ruimte voor natuurbeheer Na de Tweede Wereldoorlog groeide de landbouw sterk onder het motto Nooit meer honger. Ruilverkavelingen, schaalvergroting, normalisatie van beken en ontwatering maakten de eeuwenoude waterbeheersing overbodig. Houtwallen en hagen verloren hun functie als perceelsgrenzen. Dat leidde tot een verlies aan natuur en landschapskwaliteit. Vermesting, verdroging en verzuring deden hun intrede met een groot effect op de oorspronkelijke biodiversiteit5. Het hobbelige pad naar een nieuw evenwicht is al jaren geleden ingezet. Daarnaast ligt er nog veel werk in het verschiet om de kwaliteit van de natuur, de bodem en het water weer op niveau te krijgen. De landbouw staat in haar huidige vorm sterk onder druk en moet zich gaan aanpassen aan de omgeving. Delen van het buitengebied blijven functioneren als een efficiënt productielandschap, waar het produceren van voedsel en gewassen centraal staat (meer informatie daarover bij de ontwikkellijn welvarend welzijn). Maar ook hier moet er ruimte komen voor een verbetering van de bodem- en waterkwaliteit met ruimte voor natuurontwikkeling. Denk haan de noodzakelijke 10% groenblauwe dooradering van het cultuurlandschap. De landbouw blijft in welke toekomstige vorm dan ook een belangrijke gebruiker en beheerder van het buitengebied. De agrarische ondernemers hebben samen met onder meer natuurorganisaties, terreinbeheerders en andere (semi-)publieke partijen hierbij een belangrijke rol. Nabij natuurgebieden, of plekken waar de grond arm is of klimaatadaptatie voorrang krijgt, is een ander (agrarisch) ondernemerschap nodig om groots te vergroenen. Het vormgeven van de transitie naar een meer (bio)divers cultuurlandschap met verschillende accenten en profielen is een complexe en langjarige aangelegenheid. ---3 Deze opgave werken ze binnen HoWaBOo II uit. Daarvoor werken de waterschappen Aa en Maas en De Dommel, de gemeenten ’s-Hertogenbosch, Heusden, Vught en Sint-Michielsgestel, de provincie Noord-Brabant en Rijkswaterstaat nauw samen.4 Stadsjungle, Ben Wilson, 2023.5 Biodiversiteitsverlies in Nederland, Europa en de wereld, 1700-2010, PBL
(2013). 2.2.3.3 onze ambitie en opgaven Onze ambitie voor de ontwikkellijn groots vergroenen leunt sterk op de ambities verwoord in recente besluitvorming over groen, water en klimaatadaptatie. In deze omgevingsvisie ligt de focus op de ruimtelijke vertaling hiervan. Groots vergroenen in ’s-Hertogenbosch betekent ruimte in de stad, dorpen en het ommeland voor klimaatadaptatie, biodiversiteit, een gezonde bodem en leefomgeving, een veerkrachtig stedelijk groen en natuur. We nemen hiervoor zoveel mogelijk het natuurlijk systeem als basis en gebruiken techniek waar het nodig is. Een gezonde balans tussen mens en natuur en een perspectief dat vol te houden is voor het natuurlijk kapitaal, zijn hierbij leidend. Om deze ambitie waar te kunnen maken, zien we zeven hoofdopgaven: We moeten een betere balans aanbrengen tussen de natuurlijke condities van water, bodem en natuur aan de ene kant en de techniek aan de andere kant om klimaatadaptief te worden; We maken ruimte voor de Maas, de beekdalen zodat stad en dorpen droge voeten houden in een steeds natter klimaat; We werken aan een gezonde bodem die het hemelwater beter kan vasthouden in natte en droge tijden en die de gebiedseigen biodiversiteit kan verbeteren en versterken; We vergroenen stad en land voor een rijkere biodiversiteit, een gezond en klimaatadaptief woon-, werk- en leefklimaat en een aantrekkelijk ’s-Hertogenbosch; We bouwen verder aan een samenhangend netwerk van hoogwaardige natuurgebieden en groenblauwe structuren in en rond de stad onder de noemer De Groene Delta6; We verbeteren de bereikbaarheid inclusieve toegankelijkheid van het groen en het blauw in de stad en het ommeland voor meer natuurbeleving, het bevorderen van ontmoeting en recreatief medegebruik, maar houden afstand tot het groen en blauw waar dat nodig is; We benutten de ecosysteemdiensten in balans met de veerkracht van ons natuurlijk kapitaal. Deze opgaven kunnen in de tijd qua inhoud, proces en urgentie gaan bewegen en onderdeel zijn van de terugkerende actualisatie van de omgevingsvisie. ---6 In paragraaf2.1.2Podium ’s-Hertogenbosch wordt de Groene Delta beschreven. 2.2.3.4 hoe we het willen doen Binnen de ontwikkellijn groots vergroenen zijn de opgaven urgent en tegelijkertijd een zaak van lange adem. Groots verwijst niet alleen naar de omvang en reikwijdte van de opgaven, maar ook naar de eeuwenoude drijfveer om de dingen in ‘s-Hertogenbosch goed en met een hoge kwaliteit te doen. Het vergroenen omvat het brede spectrum van natuur, water, bodem, klimaat en landschap. We moeten voortvarend aan de slag (blijven), want de transformatie naar een gezonde, groene klimaatbestendige stad neemt decennia in beslag. De opgaven en investeringen zijn groot. Als we meer willen leunen op het natuurlijk systeem, dan moet het ook de tijd krijgen om zichzelf in te regelen. We noemen vijf manieren hoe we de ambitie van de ontwikkellijn groots vergroenen willen waarmaken.
  1. de Moerasdraak versterken vanuit het principe water- en bodemsturend ’s-Hertogenbosch omarmt in navolging van het Rijk en de provincie het principe water- en bodemsturend. In onze keuzes moeten we beter luisteren naar wat het water en de bodem te vertellen hebben. En het gebruik en de inrichting beter afstemmen op de staat en kwaliteit van de ondergrond en de natuurlijke dynamiek van het water. Het bestaande groen en water in ‘s-Hertogenbosch functioneert al deels als een natuurlijke klimaatbuffer en heeft al een bijzondere waarde voor natuur en mens. Dat willen we zoveel mogelijk koesteren en vasthouden. Rigoureus het roer om na een eeuw van maakbaarheidsgeloof en technische optimalisatie is niet realistisch en haalbaar. Daarom maken we onderscheid tussen ruimtelijk structurerende keuzes op het niveau van verstedelijking en inrichtingskeuzes om de stad groots te vergroenen. We nemen het heden als vertrekpunt en nemen de lessen uit het verleden mee. Onze keuzes en ruimtelijke ingrepen moeten robuust zijn. structurerende keuzes voor verstedelijking In ’s-Hertogenbosch hebben we met de keuzes voor een compacte stad en om het water de ruimte te geven buiten de stad, het principe water- en bodemsturend op structurerend niveau al omarmd. Voor nieuwe, ruimtelijk structurerende keuzes is dit principe het vertrekpunt. Maar: de beste plek vanuit water en bodem bezien is niet altijd de meest wenselijke plek om aan de stad of het dorp te bouwen. Andere belangen sturen keuzes soms een andere kant op. Denk aan de nabijheid van scholen of van een sportvereniging, de bereikbaarheid van stations en wegen, de aansluiting op energie- en drinkwatersystemen of stedelijke dynamiek. Dat is niet per se ongunstig voor water en bodem. Vanuit een brede scope kan bijvoorbeeld verdichting en intensiever gebruik rond stedelijke centra juist ruimte vrijhouden op andere plekken in de stad of het ommeland voor een natuurlijke omgang met bodem en water. In ‘s-Hertogenbosch hebben we hier al de nodige ervaring mee. Door bijvoorbeeld hoogstedelijk te bouwen in de Spoorzone. En door rond de stad ruimte vrij te houden voor waterberging in Het Bossche Broek en de Gement voor zover gelegen op het grondgebied van de gemeente 's-Hertogenbosch. inrichtingskeuzes in de openbare ruimte Voor de inrichtingskeuzes in de openbare ruimte geldt dat niet de stedenbouwkundige typologie, bouwperiode, het technische vernuft of de ontwerpersvrijheid doorslaggevend is, maar de condities van het watersysteem en de bodem. We gaan daarbij uit van de landschappelijke en/of technische eigenschappen van een gebied. Zo onderscheiden we bijvoorbeeld zandwijken en -dorpen, polder- en rivierenwijken, rivier- en beekdalen, kleinschalige zandlandschappen en open polders. Het vertrekpunt daarbij is het heden. Veenmoeras dat opgehoogd is met zand uit de winplassen heeft water- en bodemeigenschappen van de hogere zandgronden. Daar spelen we op in bij het groen inrichten en vormgeven van de openbare ruimte. Veranderingen in het water- en bodemsysteem zijn voor de lange termijn, het zijn trage processen. Daarbij geldt dat we om redenen van bijvoorbeeld veiligheid of financiën soms andere keuzes moeten maken. cultuurhistorie, natuur en landschap als gids Het landschap zoals we dat dagelijks beleven, is een reflectie van wat de water- en bodemcondities mogelijk maken, al dan niet geholpen door de techniek. Het landschap heeft een eigen identiteit; in het buitengebied en in de stad. Dat komt door de ligging op het kruispunt van hoog en laag én zand en klei, door de bijzondere natuur die dit oplevert en de eeuwenoude patronen en relicten van bewoning, die nog altijd meer of minder herkenbaar zijn. Veel mensen koesteren de Bossche Buitens, zoals we het ommeland ook wel noemen. Ze zijn een belangrijke reden om in ‘s-Hertogenbosch te wonen, of om er een bezoek aan te brengen. Dit landschap, de cultuurhistorische waarden en bijzondere natuur zijn gidsend voor de ontwikkellijn groots vergroenen. illustratie natuurdoelsoorten Gebiedspaspoorten groen en klimaatbestendig, De Urbanisten
  2. de stad als spons inzetten Steden en dorpen bestaan voor een groot deel uit harde oppervlaktes, zoals steen, beton en asfalt. Water kan hierdoor moeilijk in de bodem infiltreren. Bij hevige regenval staan straten en gebouwen blank. Het water stroomt oppervlakkig naar de lagergelegen gebieden met vaak hoogwater tot gevolg. Ook in het ommeland (met veel akkerbouw) spoelt regenwater direct af. Dit is een gevolg van verdichting van de bodem door gebruik van zware machines of door het technisch watersysteem, dat primair het agrarisch gebruik faciliteert. Minder verharding, anders boeren en meer, beter en diverser groen is het begin van een oplossing, maar zeker niet voldoende. Een gezonde, natuurlijke bodem met veel bodemleven is cruciaal. Die kan veel meer water opnemen én zuiveren dan de nu vaak schrale bodem in het openbaar groen of in de landbouwgebieden. Om de bodem van nature weer gezond te maken en te houden, zijn een rijke biodiversiteit, robuuste maatvoering van de groenstructuren en verbondenheid tussen de groene gebieden essentieel. ‘s-Hertogenbosch moet opnieuw een sponsstad worden. Een sponsstad zet primair in op een natuurlijk bodem- en watersysteem in samenhang met een robuust, groenblauw netwerk. Een goede balans tussen het verwerken van overtollig (hemel)water en het vasthouden van water als voorraad voor droge perioden is belangrijk. De sponsstad is zo ontworpen dat neerslag die onder normale omstandigheden valt zoveel mogelijk lokaal wordt geïnfiltreerd. In droge perioden blijft dan voldoende grondwater beschikbaar voor bomen, planten en gewassen om te groeien. Door op deze manier met water om te gaan wordt ook verdroging tegengegaan. Lokaal moet daarvoor een goed bodemleven en voldoende bufferend volume aanwezig zijn zodat alleen bij extreme neerslag vertraagd naar de omgeving afgevoerd hoeft te worden. Voor het zover is, zullen nog technische systemen als kanalen, gemalen en stuwen nodig zijn en faciliteiten voor tijdelijk gebruik zoals wadi’s en retentiegebieden. Het verbeteren van de sponswerking kan en mag niet alleen beperkt blijven tot onze gemeente. Het zal ook in de steden, dorpen en het landelijk gebied bovenstrooms van de Aa en Dommel zoveel mogelijk moeten worden doorgevoerd. Anders blijven de Aa en Dommel - en daarmee ’s-Hertogenbosch - kwetsbaar voor piekafvoeren en hoogwater. Het is onze uitdrukkelijke wens dat de opgave in het kader van hoogwater máximaal 50 miljoen kubieke meter is. Bij voorkeur wordt dit verkleind door de inspanningen van gemeenten, provincie en waterschappen in de bovenstroomse gebieden. Dit sluit immers aan op de drietrapsstrategie vasthouden-bergen-afvoeren van de waterschappen.
  3. de 3-30-300 regel toepassen De 3-30-300 regel is eenvoudig, goed te begrijpen en goed te onthouden. De 3 staat voor 3 bomen zichtbaar vanuit elke woning. De 30 staat voor de gewenste 30% beschaduwing van de openbare ruimte in de warme maanden, wat ook deels kan met bebouwing. En de 300 staat voor de gewenste maximale afstand van 300 meter tot een koele groene plek van minimaal een halve hectare (5.000 vierkante meter), zoals een verkoelend parkje. De basis voor de 3-30-300 regel komt uit de stadbosbouw. De overeenkomst met de traditionele bosbouw is dat je ook naar het stedelijk bos kijkt als één samenhangend ecosysteem, dat bepaalde diensten levert. Dat systeem biedt mens en dier een aaneengesloten structuur die verkoeling biedt op warme dagen, de lucht zuivert, ruimte biedt voor ontspanning en sporten en de stad verbindt met het buitengebied. Voor dieren biedt deze groenstructuur een samenhangend netwerk van stapstenen, lijnen en gebieden, die het leefgebied vergroten en robuust maken. Hoe intensiever het gebied wordt gebruikt, hoe lastiger het is om de 3-30-300 regel toe te passen. Dit is bijvoorbeeld het geval in de binnenstad of op bedrijventerreinen. Hoewel de regel niet in beton is gegoten, biedt die houvast voor de verbetering van de groenstructuur in bestaande wijken en dorpen, bij projecten en in gebiedsontwikkelingen. Belangrijk is om de bodem, het watersysteem en de stedenbouwkundige opzet als vertrekpunt te nemen bij (her)ontwerp. Lukt dat niet op buurtniveau, doe het dan op wijkniveau.
  4. de stad als groene rots zien De metafoor van de stad als groene rots weerspiegelt één van de meest uitdagende opgaven voor de ontwikkellijn groots vergroenen: het vergroten van de biodiversiteit in een (hoog)stedelijk gebied. Waar verdere verdichting en intensivering van gebruik door de mens noodzakelijk is. De leef- of overlevingscondities voor planten en dieren zijn in de Brede Binnenstad met veel steen en beton wezenlijk anders dan in de groene Maaspoort, in Het Bossche Broek of in Nuland. Niet alleen door de verschillen in het water- en bodemsysteem, maar ook door de bebouwing en inrichting die noodzakelijk is voor het menselijk gebruik. Om de biodiversiteit te vergroten en te verrijken, benaderen we ’s-Hertogenbosch dan ook als een stad. Waar mensen, dieren en planten samenwerken door elkaar de ruimte te geven, weerbaar te zijn en samen te leven in een gedeeld ecosysteem (symbiotische stad). Met andere woorden: we stellen de huidige gebiedscondities centraal en werken van daaruit aan een optimale, natuurrijke omgeving. In de symbiotische stad weerspiegelt de biodiversiteit de typische gelaagdheid van de stedelijke omgeving. Zo komt in de binnenstad de biodiversiteit eerder overeen met een droog en rotsachtig landschap, terwijl ‘s-Hertogenbosch oorspronkelijk op moerasgrond is gebouwd. Bij de inrichtingskeuze voor bomen en planten kiezen we met het oog op biodiversiteit voor een rijke combinatie van gebiedseigen en klimaatbestendige soorten. Soorten die zijn afgestemd op het onderliggende bodem- en watersysteem én op de condities die volgen uit de mate van verstedelijking. Zo werken we in het stedelijke gebied aan een robuust, fijnmazig en samenhangend netwerk van parken, lanen, (spoor)bermen, begraafplaatsen, beken, oevers, zandwinplassen en allerlei kleinere groen- en waterstructuren. Daarmee is het een vergelijkbaar netwerk als bij de 3-30-300 regel, maar ligt in dit geval de focus op de versterking van de biodiversiteit. Vaak zullen deze netwerken overlappen, soms vraagt dit om exclusiviteit en bescherming. We scheiden als het moet en combineren slim als het kan. Groene plekken die vooral bedoeld zijn voor verkoeling, moeten weerbaar zijn voor medegebruik door de mens. Andere plekken kunnen hooguit extensieve vormen van medegebruik zoals wandelen of hardlopen verdragen. Verder zijn er plekken waar een robuuste instandhouding van de natuur vraagt om rust en stilte. In het ommeland draait het meer om het herstellen van de werking van de Moerasdraak op de overgang van het hoge, droge zand naar de natte natuur van kwelgebieden, beekdalen en overstromingsvlakten. Buiten de stad is biodiversiteit gekoppeld aan deze groenblauwe structuren. Dit omvat onder meer het al deels gerealiseerde netwerk van groen- en natuurgebieden van De Groene Delta en het oude cultuurlandschap, de stuifduinen en de bossen op de hogere zandgronden. De Groene Delta is meer dan een samenhangend gebied en natuur. Een groot aantal partners werkt onder die noemer integraal samen aan natuur en landschap, landbouw, cultuurhistorie en recreatie in en om de stad. We blijven inzetten op een 10% groenblauwe dooradering, zoals opgenomen in het plan van aanpak van de provincie Noord-Brabant voor de Aanpak Landelijk Gebied
  5. Dat zetten we in om biodiversiteit in het agrarisch productielandschap een stevige en robuuste plek te geven en om in het oude cultuurlandschap het herstel van biodiversiteit te bevorderen. Het plan van aanpak biedt daarnaast de eerste voorzichtige contouren voor structurerende keuzes voor het creëren van overgangsgebieden rondom stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, zoals Het Bossche Broek, de Moerputten en de Gement. Het landgebruik en waterpeil moeten een bijdrage leveren aan natuurherstel. Het maatregelenpakket hiervoor omvat onder meer bufferzones langs beekdalen op de hoge zandgronden, de inpassing van extra areaal voor agrarische natuur, en nieuwe natuur en ruimte voor waterberging onder de noemer Hoogwater Aanpak Brabant Oost (HoWaBO II). Door deze opgaven slim te verbinden en te ontwerpen, dragen die ook maximaal bij aan het versterken van de biodiversiteit als geheel. De overgang van stad naar landelijk gebied is vaak hard en vormt een barrière voor planten en dieren als doorlopende verbindingen. Het is gewenst om de groenblauwe structuren tussen stad en land met elkaar te verbinden en verstoring - zoals licht en geluid - te minimaliseren. Met name de ring tussen de stedelijke en landschappelijke wijken is kwetsbaar en verdient extra aandacht als Groene Gordel, die het stedelijk groen verbindt met de randen van de landschappelijke wijken en het landelijk gebied.
  6. een mozaïek koesteren van groen, blauw, mens en dier De Bossche Buitens zijn volop in beweging. Het ommeland staat op veel plekken onder druk. De stad en dorpen dijen uit en de recreatiedruk groeit. Ook de opgaven op het gebied van klimaatadaptatie, energietransitie, natuur en een toekomstbestendige agrarische sector vragen meer ruimte. Daarnaast ontstaan nieuwe vraagstukken die ruimte vragen met het oog op veiligheid en risicobeperking, zoals bosbranden en dijkdoorbraken. Tegelijkertijd willen we dat het landschap ook nog een beetje herkenbaar en attractief blijft. De veranderingsopgaven in het landelijk gebied zijn daarmee minstens even ingrijpend en complex als in het stedelijk gebied. Het handelingsperspectief is dan ook altijd maatwerk en gebiedsgericht. We nemen de bodem en het watersysteem als vertrekpunt én erfgoed, natuur en landschap zijn gidsend. Maar als we uitzoomen, zien we een mozaïeklandschap met daarbinnen gebieden met een hoge en lage dynamiek en snelheid. In sommige gebieden staan conservering en bescherming centraal, terwijl andere gebieden transformeren en een nieuwe betekenis krijgen. Een groots robuust netwerk van groen en blauw houdt die gebieden bij elkaar en scheidt ze van elkaar. Dat levert een mozaïek op van water, natuur, (productie)bossen, agrarisch natuurbeheer, energieopwekking, bewoning en hoogproductieve landbouw, die door technologie en precisie de impact op de natuur kan beperken. Het netwerk is niet alleen robuust door de (beoogde) omvang, maar vooral ook door de veelheid van verbindingen en alternatieven. Dit leidt tot een meer weerbare natuur, en tot de mogelijkheid om verschillende maatschappelijke vragen in te passen en ruimtes meervoudig te gebruiken. Niet alles kan overal, maar we halen er wel altijd het optimale uit voor mens en natuur. Of het nu gaat om het inpassen van waterberging voor HoWaBO II, het bieden van zoekgebieden voor nieuwe bossen zoals in de Diezemonding en bij de Groote Wielen of het ontwikkelen van een landschapspark om de recreatieve druk van de stad op te vangen. Om het creëren van nieuw perspectief voor de droge, hoge zandgronden of het verbeteren van een Natura 2000-gebied aan hand van de Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) of via het Nationaal of Brabants Programma Landelijke Gebied. ---7 Het beleid en de maatregelen voor het landelijk gebied in relatie tot landbouw, klimaat, natuur en water zijn volop in beweging. In de eerste versie van de Omgevingsvisie volgen we de lijn van Provincie Noord-Brabant en bij de eerste actualisatie zullen we dit waar nodig herijken op basis van geactualiseerd beleid en maatregelen. 2.2.4 de ontwikkellijn bouwen aan generaties 2.2.4.1 introductie Wonen in ’s-Hertogenbosch is populair. Dit levert een grote dynamiek op voor de stad en een stevige taak om voor iedereen een fijne plek te kunnen bieden. Het gaat immers niet om het bouwen van woningen alleen, maar over de dagelijkse woon- en leefomgeving van mensen. Bouwen van woningen en voorzieningen moet ontmoeting en sociale verbinding met de plek en de omgeving stimuleren. Met oog voor verschillende perspectieven op de menselijke maat, in de behoefte voorzien van bijzondere doelgroepen en zorgen voor afwisseling en diversiteit. Bouwen in de bestaande stad en op uitleglocaties vereist daarom grote zorgvuldigheid. Niet alleen op de plek waar wordt gebouwd, maar juist in relatie tot de omgeving en de zachte waarden die het gevoel van de stad en het ommeland weerspiegelen. Het vraagt van ons een meer gebiedsgerichte benadering van de opgave, door te denken en werken vanuit de plek, de inwoners en de gebruikers. Om zo de kwaliteit en diversiteit van de stad en de dorpen als geheel op de lange termijn te versterken en veel verder te kijken dan enkel het moment en de grenzen van het plangebied. kaart ontwikkellijn bouwen aan generaties gemeente 's-Hertogenbosch 2.2.4.2 wat we zien In een notendop zien we dat de samenstelling en de woonwensen van de Bossche samenleving snel veranderen. Daar is de woningvoorraad nog niet genoeg op voorbereid. Buurten, wijken en dorpen bieden door het gebrek aan draagkracht voor voorzieningen, door de afstand tot voorzieningen en door de mate van diversiteit in woningtypologie ongelijke kansen voor bewoners. Ook verdwijnen er steeds meer voorzieningen en faciliteiten door gebrek aan (financieel) draagvlak en maatschappelijke trends zoals digitalisering en individualisering. Dit maakt dat er in allerlei gebieden volop kansen zijn én ruimte is voor bijsturing en verbetering. groei van de stad De stad is een plek van dynamiek, vrijheid en kansen. Succesvolle steden en regio’s hebben een magneetwerking op nieuwe bewoners uit alle windstreken. In ’s-Hertogenbosch is dit patroon al jaren zichtbaar. Grotendeels op eigen kracht, maar de laatste jaren ook steeds meer onder invloed van de sterke ontwikkeling van steden en regio’s om ons heen, zoals de Brainport-regio (Eindhoven en Zuidoost-Brabant). Het einde van de groei is nog niet inzicht. ‘s-Hertogenbosch verwacht tot 2050 nog tienduizenden nieuwe Bosschenaren te mogen verwelkomen en groeit daarmee door richting 200.000 inwoners. Dat betekent stevig doorbouwen aan de stad, waarbij we de ingezette groei van ongeveer 1.000 woningen per jaar doorzetten. En niet te vergeten: extra winkels, sportclubs, scholen, huisartsen, parken, werkgelegenheid, fietspaden enzovoorts. Deels kunnen de bestaande voorzieningen de extra vraag opvangen, maar we moeten tekorten in basisvoorzieningen voorkomen. De groei heeft een enorme impact op de stad. We hebben er weinig tot niets aan als de groei leidt tot uitsluiting en meer van hetzelfde. ‘s-Hertogenbosch heeft een flinke instroom van jongeren. Maar als ze een gezin stichten, vertrekken ze vaak weer naar een andere plek in de regio. Terwijl deze groep inwoners ontzettend belangrijk is om voorzieningen, faciliteiten en clubs te kunnen behouden. En belangrijk als onderdeel van een sterke samenleving met een gemengde populatie, waarin mensen elkaar kunnen helpen en geholpen worden. Ook zien we dat Bossche jongeren moeilijk woonruimte kunnen vinden, omdat het inkomen en/of vermogen steeds minder vaak toereikend is. Tegelijkertijd vergrijst de samenleving en ontstaat een omvangrijke vraag naar nieuwe woonvormen, zoals wonen met zorg en een verscheidenheid aan collectieve woonvormen. Onder de leeftijdsgroep senioren en onder andere leeftijdsgroepen neemt het aantal een- en tweepersoonshuishoudens substantieel toe. stedelijke verleiding, maar niet alles kan overal ’s-Hertogenbosch heeft een drukke en diverse binnenstad met een hoge, stedelijke dynamiek. Daarbuiten vind je een aaneenschakeling van verschillende wijken waar deze dynamiek ontbreekt. In stedelijk gebied met een mix van functies combineren allerlei dagelijkse activiteiten met elkaar of vinden in elkaars directe nabijheid plaats. Dit kan een enorme impuls voor de kwaliteit van leven bieden en is dienend aan tal van andere opgaven. Dit is in de hedendaagse samenleving, waar het tempo hoog ligt en werk, zorg- en vrije tijd in elkaar overvloeien, heel welkom. Waarbij de (drukte van de) stad eerder een verrijking in het dagelijks leven is dan een hindernis, in plaats van dat inwoners steeds de auto moeten pakken voor dagelijkse voorzieningen. Met die voorzieningen dichtbij (om de hoek) op loop- en fietsafstand, ligt lokaal leven voor de hand. Dát is de stedelijke verleiding en bindt huishoudens. Het maakt de stad efficiënter en onderscheidend als woon- en leefmilieu. Het is echter niet wenselijk en realistisch om overal in ’s-Hertogenbosch deze stedelijke verleiding na te streven. Daar zijn simpelweg de ruimte en de middelen niet voor. En dat past ook niet altijd bij het karakter van het gebied. In Vinkel is een bioscoop of theater niet haalbaar. En in de binnenstad van ’s-Hertogenbosch is het niet mogelijk om te wonen in een vrijstaande woning in een rustige omgeving met grote tuin en oprit. Het is zoeken naar een balans tussen nabij en bereikbaar. Wat niet nabij is, moet zoveel mogelijk bereikbaar zijn en andersom. het perspectief van generaties Wonen is geen consumptiegoed maar een basisbehoefte. Voor de meeste bewoners gaat het om een langjarige verbinding met een plek, een omgeving en medebewoners. Veel buurten en wijken zijn vooral een ruimtelijke vertaling van de wensen en eisen van de eerste bewoners en gebruikers van dat gebied. Zijn er bijvoorbeeld veel gezinswoningen gebouwd in een buurt, dan is er rekening gehouden met speelvoorzieningen en een basisschool. Vaak komen er dan na twintig jaar problemen met parkeren, omdat geen rekening is gehouden met thuiswonende kinderen met een eigen auto. Ook zien we dat de doorstroming na dertig tot veertig jaar stagneert. De eerste bewoners willen er graag blijven wonen. Niet per se in een grote gezinswoning, maar wel in de directe omgeving en het sociale weefsel. Door het veelal ontbreken van woningen voor een- en tweepersoonshuishoudens blijven ze wonen in de gezinswoning. Een woning en omgeving kennen een levenscyclus die meerdere fasen of generaties omvat. Dat gegeven vraagt erom te denken in generaties én te bouwen voor de verschillende generaties. Het perspectief van generaties betekent dat we anders naar buurten, wijken en dorpen kijken. De opgaven van nu zijn niet als enige leidend, we houden ook rekening met voorzienbare ontwikkelingen in de toekomst. We proberen zelfs flexibiliteit in te bouwen, zodat we ook ruimte houden voor onvoorziene ontwikkelingen. de gezinsvriendelijke stad Urhahn Stedenbouw & Strategie over- en ondercapaciteit in de woningvoorraad De woningvoorraad van de toekomst is grotendeels de bestaande woningvoorraad. We verwachten binnen enkele decennia minstens 100.000 woningen nodig te hebben, waarvan er al 75.000 staan. Dat betekent dat we naast het focussen op het toevoegen van nieuwe woningen ook kritisch moeten kijken naar de bestaande voorraad. Alleen dan kunnen we de (veranderende) woonwensen van de nieuwe en bestaande Bosschenaren faciliteren. Een goed samenspel tussen de demografische veranderingen en de woningbouwprogrammering is meer dan ooit vereist en tegelijk complexer dan ooit tevoren. Veranderingen in de bevolkingssamenstelling en woonwensen voltrekken zich sneller dan veranderingen in de woningvoorraad. Vooralsnog is de diversiteit en samenstelling van de woningvoorraad in de dorpen en wijken nog te eenzijdig. Zo is een groter deel van de woningen in de stedelijke wijken een meergezinswoning en is het corporatiebezit hoger. Terwijl er in de landschappelijke wijken juist voornamelijk particulier bezit is en een hoog aandeel eengezinswoningen. Ook in groter perspectief zien we dit soort voorbeelden. In de bestaande woningvoorraad is een overcapaciteit van gezinswoningen als we dat vergelijken met de huishoudensgrootte. Toch blijft er een tekort aan woningen voor gezinnen. Behouden we jonge gezinnen voor de stad dan door gezinswoningen met een tuin op grote afstand van voorzieningen te bouwen? Of stimuleren we de doorstroming van senioren naar kleinere woningen, zodat bestaande gezinswoningen beschikbaar komen? Of creëren we nieuwe woonvormen die het gezinsleven en stedelijk leven optimaal kunnen combineren? Of zetten we op alle drie deze opties in? We kunnen het niet uitstellen om hiermee aan de slag te gaan. Want het ontbreken van alternatieven heeft nadelige effecten voor inwoners, buurten, wijken en dorpen. Een voorbeeld daarvan is als ouderen blijven wonen in een eengezinswoning. Omdat er geen alternatief is in de wijk en omdat ze de financiële ruimte hebben om de woning aan te passen of onderhoudsdiensten af te nemen. Hierbij ligt eenzaamheid op de loer. Daarnaast gaat het draagvlak voor voorzieningen in wijk achteruit. In de Bossche wijk Maaspoort is dit proces zichtbaar. Het aantal inwoners daalde tussen 2012 en 2023 met bijna 1.200, het aandeel 65+’ers verdubbelde van 10% naar 20%. En de eenzaamheid neemt toe in de oudere delen van de wijk
  7. Netto betekent dit 1.200 extra lege slaapkamers in de Maaspoort in ruim 10 jaar tijd. Dit vraagt om een woningvoorraad die in de dynamiek van de bevolkingssamenstelling en woonwensen gemakkelijk meebeweegt. Zodat we de ongewenste gevolgen hiervan op individueel niveau en op buurt-, wijk- en dorpsniveau zoveel mogelijk kunnen voorkomen. veel ruimte in de stad Om het ommeland zoveel mogelijk te vrijwaren van ruimteclaims en van verstening, is het beter benutten van de ruimte in de bestaande stad en de dorpen het uitgangspunt. Dat doen we al jaren en dat staat niet gelijk aan ondoordacht volbouwen of verdichten. Verdichten moet ontmoeting en sociale verbinding stimuleren, de menselijke maat van de stad behouden (of terugbrengen) en de verbondenheid tussen stad en ommeland niet hinderen. In de stad en de dorpen is nog veel ruimte om te verdichten. Dan hebben we niet zozeer over hoge torens in het groen, maar juist over diverse plekken in de woonwijken. Met name de wijken die ruim zijn opgezet en veel (verharde) openbare ruimte kennen die nauwelijks worden gebruikt. Of wijken die veel éénlaags bebouwing kennen. De onbenutte ruimtes gebruiken of het optoppen van bebouwing biedt veel mogelijkheden. Denk aan de garageboxen in de jaren ‘60- en ‘70-wijken die vaak als opslag dienen, of aan de lege hoeken van middelhoge appartementencomplexen in deze wijken. Bouwen en verdichten moeten vooral diversiteit brengen en dat vraagt om maatwerk. Om succesvol te verdichten, is de kwaliteit van de openbare ruimte bepalend. Stedelijk georiënteerde huishoudens zijn bereid om vierkante meters woonoppervlakte, buitenruimte of parkeerplaatsen in te leveren om dichtbij het rijke en gevarieerde voorzieningenaanbod te kunnen wonen. Hoogwaardige en groene openbare ruimte moeten we dan ook beschouwen als essentiële voorzieningen, net als een supermarkt of huisarts. Vergroenen en verdichten van de stad hoeven hierbij niet per se op gespannen voet met elkaar te staan. Een goed ontworpen en onderhouden openbare ruimte kan immers ook meervoudige doelen dienen zonder meer ruimte nodig te hebben. Zoals sporten, bewegen, ontmoeten, meer stadsnatuur, verminderen hittestress en bergen van overtollige water. steeds groter draagvlak nodig voor voorzieningen In veel wijken en dorpen is het aanbod van (basis)voorzieningen de afgelopen decennia sterk teruggelopen. Of het nu gaat om winkels, persoonlijke dienstverlening, cultuur of maatschappelijke ondersteuning: in breedte en in aantal zien we een terugloop. In sommige buurten en dorpen zijn dergelijke voorzieningen zelfs helemaal verdwenen en zijn de gebouwen gesloopt of in gebruik genomen als woning. Een gemene deler voor de verschraling is dat steeds meer consumenten, cliënten of bezoekers nodig zijn om een voorziening maatschappelijk verantwoord te laten zijn of commercieel te laten renderen. Zo nemen de dichtheid en diversiteit van voorzieningen toe naarmate het gebied een hogere inwonersdichtheid heeft en/of veel bezoekers kent. Het verdichten van de bestaande stad en dorpen biedt dan ook de kans om het draagvlak van voorzieningen te verbeteren en te behouden. ---8 Buurtatlas: gezondheid per buurt, wijk en gemeente, RIVM
(2022). 2.2.4.3 onze ambitie en opgaven Bouwen aan generaties in ‘s-Hertogenbosch betekent buurten, wijken en dorpen met een diversiteit aan woningen, bewoners en voorzieningen. Het samenstel van centra, buurten en wijken staat in dienst van een compacte en efficiënte stad. Dat moet sociale binding, inclusie en gelijke kansen en mogelijkheden voor iedereen bevorderen. De groei van de stad remt ons daarin niet, maar biedt juist de kans om de wijken, buurten en dorpen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.