In het kort
Deze wet regelt het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs in Nederland, met als doel een ononderbroken ontwikkeling te bevorderen voor kinderen die een speciale pedagogische en didactische aanpak nodig hebben. Het definieert de doelgroepen en de vereisten voor onderwijzend personeel.
Wat het reguleert
- De doelgroep van het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs.
- De indeling van het speciaal onderwijs in verschillende categorieën (clusters) op basis van handicaps.
- De bekwaamheidseisen voor personen die speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs geven.
- De voorwaarden voor tijdelijke afwijkingen van de bekwaamheidseisen voor onderwijzend personeel.
Wie het betreft
- Kinderen voor wie een orthopedagogische en orthodidactische benadering is aangewezen.
- Onderwijzend personeel in het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs.
Kernpunten
- Speciaal onderwijs is bedoeld voor kinderen met specifieke behoeften, zoals dove, slechthorende, visueel gehandicapte, lichamelijk gehandicapte, langdurig zieke, zeer moeilijk lerende, zeer moeilijk opvoedbare en meervoudig gehandicapte kinderen.
- Het onderwijs is verdeeld in vier clusters, elk gericht op specifieke handicaps of combinaties daarvan.
- Onderwijzend personeel moet in het bezit zijn van een verklaring omtrent het gedrag en een getuigschrift waaruit bekwaamheid blijkt, of een erkende beroepskwalificatie.
- Bij tijdelijke afwezigheid van een leraar kan voor maximaal twaalf maanden worden afgeweken van de bekwaamheidseisen, met een mogelijke verlenging van tweemaal twee jaar onder bepaalde voorwaarden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.