← Nederland

Omgevingsvisie gemeente Zaanstad (Zaanstad)

In het kort

Deze wet, genaamd "Omgevingsvisie gemeente Zaanstad", beschrijft de gewenste inrichting van de fysieke leefomgeving van de gemeente Zaanstad voor 2040 en verder, met een focus op kwalitatieve groei en het behoud van de Zaanse identiteit. Het document dient als leidraad voor ruimtelijke ontwikkeling en de aanpak van zes strategische opgaven.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR736047 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0479/2024/Regeling1b090f925d2e47efb714780609e60700 /join/id/stop/work_019 2025-02-26 2025-02-26 /akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR736047/nld@2025-02-26 /join/id/proces/gm0479/2024/procedure1131b08383bd424984d8c6688bfcf0f7 2025-02-26 2025-02-26 /akn/nl/act/gm0479/2024/Regeling1b090f925d2e47efb714780609e60700/nld@2025-02-24;14434649 /akn/nl/act/gm0479/2024/Regeling1b090f925d2e47efb714780609e60700 /akn/nl/act/gm0479/2024/Regeling1b090f925d2e47efb714780609e60700/nld@2025-02-24;14434649 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie gemeente Zaanstad 1 Voorwoord 1.1 Voorwoord Beste lezer, Met trots presenteer ik u de Omgevingsvisie van de gemeente Zaanstad voor 2040 en verder. Een visie die recht doet aan onze Zaanse identiteit, ons landschap en ons cultureel erfgoed. Gericht op een omgeving die kwaliteit van leven voor alle inwoners biedt. In de visie staan vijf principes centraal. Vanuit deze principes kijken we naar de inrichting van onze gemeente. Het zijn onze handvatten voor de toekomst. Aan deze principes moet iedereen zich altijd houden bij het verder ontwikkelen van onze leefomgeving. Ze dragen bij aan de strategische opgaven van gemeente Zaanstad: verstedelijking, kansengelijkheid, economie, duurzaamheid, gezondheid en veiligheid. Ook hebben we in de Omgevingsvisie sleutels aangewezen. Dit zijn thema’s en projecten die door hun betekenis voor de hele gemeente bijdragen aan de gewenste toekomst. De Omgevingsvisie draagt, samen met de Maatschappelijk visie, bij aan de belangrijkste onderwerpen waar we ons als gemeente op richten. Het schrijven van de Omgevingsvisie was zeker geen gemakkelijke klus. Bij het inrichten van onze leefomgeving komen we veel uitdagingen tegen die we in samenhang moeten oppakken. We willen meer woningen, voorzieningen en groen, recht doen aan de klimaatontwikkelingen en aan de steeds grotere vraag naar energie. Daarbij vinden we het belangrijk dat we in onze gemeente kunnen wonen én werken. Ook willen we dat iedereen dezelfde kansen heeft in onze gemeente. Omdat de ruimte om ons heen beperkt is, moeten we keuzes maken. De Omgevingsvisie geeft hiervoor handvatten en helpt hierbij. Ik ben ervan overtuigd dat deze Omgevingsvisie belangrijk is om te werken aan een fijne gemeente voor ons allemaal. Een evenwichtige en rechtvaardige gemeente. Ik hoop dat u deze visie met interesse zult lezen. En dat de visie u mee kan nemen in het beeld dat we van de toekomst hebben. Aan deze visie hebben overheden, inwoners, ondernemers en organisaties meegewerkt. Samen kunnen we zorgen voor een Zaanstad waar we trots op zijn, zowel voor onszelf als voor toekomstige generaties. 2040 lijkt nog ver weg. Toch is nú het moment om onze mouwen op te stropen en samen aan de slag te gaan! René Tuijn, Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling De wapens op het Stadhuis, Zaandam 2 Leeswijzer 2.1 Status Voor u ligt de Ontwerp Omgevingsvisie ‘Ruimte maken voor morgen, Zaanse Omgevingsvisie 2040 en verder’. In de Omgevingsvisie staan de uitgangspunten en de gewenste inrichting van de fysieke leefomgeving. Het document bevat de ruimtelijke koers voor de hele gemeente. Voor het maken van deze visie werkten we samen met bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, omliggende gemeenten en de provincie en Vervoerregio. In juni en september 2023 heeft de gemeenteraad de Ontwerp Omgevingsvisie in concept besproken en aanvullingen en correcties meegegeven. Die zijn verwerkt. Deze Ontwerp Omgevingsvisie ‘Ruimte maken voor morgen, Zaanse Omgevingsvisie 2040 en verder’ is bedoeld voor de inspraakfase: vanaf begin mei 2024 ligt de Omgevingsvisie 6 weken ter inzage. De reacties worden hierna verwerkt in de visie. In de zomer van 2024 willen wij de Omgevingsvisie laten vaststellen door de gemeenteraad. Zaanse Schans 2.2 Opbouw van het document Samenvatting Deze Omgevingsvisie bestaat uit een aantal onderdelen. Aan het begin staat de Samenvatting ‘De Zaanse Omgevingsvisie in een notendop’. Deze informatie is een goede kennismaking met de Omgevingsvisie. In de samenvatting leest u óók wat wij als gemeente bij kunnen dragen aan de regio en aan de doelstelling van de provincie en het Rijk. Ook worden de ruimtelijke ontwikkelingen beschreven waaraan wij met onze partners willen samenwerken. Opbouw van de visie De visie zelf bestaat uit drie delen. In het eerste deel ‘De Opmaat naar de visie’ is te lezen wat een omgevingsvisie is. Vervolgens zijn trends en urgente ontwikkelingen beschreven en is de samenwerking in en met de regio geschetst. Daarna staan we stil bij de zes Zaanse opgaven. Dat zijn strategische opgaven die zich voordoen in de Zaanse samenleving, nu en naar verwachting in de periode richting 2040 en verder. Dat zijn geen ‘thema’s’ die we wel of niet kunnen kiezen. Het zijn grote uitdagingen in de gemeente die zich voordoen, waartoe wij ons te verhouden hebben. Deze strategische opgaven kunnen we alleen samen met de inwoners, bedrijven en organisaties in de gemeente Zaanstad aanpakken. Deze zes Zaanse opgaven vormen de basis voor de Omgevingsvisie, voor de Maatschappelijke visie, voor de indeling van de gemeentebegroting en ook voor de interne inrichting van de gemeentelijke organisatie. We nemen u mee in de relatie tussen deze opgaven en de fysieke leefomgeving. Dat noemen we de ‘ruimtelijke vertaling’ van onze Zaanse opgaven. Tenslotte zijn kenmerken van de Zaanse identiteit benoemd die als basis dienen voor de kwalitatieve groei die we voor ogen hebben. Dit eerste deel biedt ook binnen de gemeentelijke organisatie houvast voor de interne opgave- en gebiedsteams en hun toekomstige ruimtelijke ‘bestellingen’. Het laat zien dat we in het werken vanuit opgaven en in gebieden goed samen kunnen optrekken om de beschikbare ruimte beter te benutten. Daarna volgt deel twee, de Visie: ‘Vijf principes altijd en overal’ en de uitwerking daarvan in de gebieden. Deze tekst is de kern van de Omgevingsvisie. Hier worden de ruimtelijke keuzes voor de gemeente Zaanstad uitgelegd. Deze vijf principes gelden altijd en overal op weg naar 2040 en verder. Als een ruimtelijke ontwikkeling aan deze vijf principes voldoet, is deze ‘omgevingsvisie-proof’. De principes beschrijven ook meteen welke ruimtelijke kwaliteit we voor ogen hebben en de weg ernaar toe: de afgesproken kwalitatieve groei. Bij elk principe ziet u ook een kaart; samen vormen zij de ‘Visiekaart’. In het hoofdstuk 'Verdieping in de gebieden' laten we zien hoe we deze Omgevingsvisie uitwerken in de 5 Zaanse deelgebieden. Dit deel geeft houvast als het gaat om de ontwikkeling van elk van de 5 gebieden. Elk gebied heeft zo zijn eigen kenmerken. Ook leest u hoe elk gebied bijdraagt aan de hele gemeente. Op de ‘Gebiedskaarten’ zijn de belangrijkste ontwikkelingen per gebied afgebeeld. Het derde en laatste deel heet ‘Van visie naar uitvoering’. Hier geven we zo concreet mogelijke handvatten om de Omgevingsvisie te realiseren. Een belangrijk onderdeel van dit deel zijn de sleutels. Dat zijn concrete locaties of zones die bijdragen aan álle zes de opgaven én de kwalitatieve groei van heel de gemeente Zaanstad. Er zijn 14 sleutels. Elke sleutel heeft een eigen ‘sleutelkaart’, waarop locatie en omvang duidelijk worden. Ook is er een overzichtskaart van alle sleutels. Dit laatste deel sluit af met een toelichting hoe we met de Omgevingsvisie gaan werken na de vaststelling; en hoe we daarbij met onze partners willen samenwerken. Ook kunt u hier lezen hoe we léren werken met de Omgevingsvisie. En niet te vergeten: hoe we zorgen dat de realisatie goed verloopt door deze te volgen en zo nodig bij te stellen. 3 Samenvatting 'De Zaanse Omgevingsvisie in een notendop' 3.1 Ruimte maken voor morgen Met ruim 1100 molens op het veen en langs de Zaan was de Zaanstreek het eerste echte industriegebied van de wereld. Ook in de toekomst gaan we de kenmerkende Zaanse combinatie van wonen en werken dóórontwikkelen. Daarbij kijken we over de grenzen heen. Investeren in de gemeente Zaanstad betekent investeren in de metropoolregio Amsterdam (MRA). Hondsbosche sluis, Zaandam centrum In dit document ‘Ruimte maken voor morgen, Zaanse Omgevingsvisie 2040 en verder’, staat hoe het stedelijk en landelijk gebied van de gemeente Zaanstad in de toekomst eruit gaan zien. Het gaat over alles wat er nodig is om in onze gemeente te kunnen leven, wonen, werken en ontspannen. Denk daarbij aan gebouwen, water, lucht, bodem, natuur en wegen. De Omgevingsvisie bepaalt onze ruimtelijke ontwikkeling. Hierin staat wat we gaan doen in de verschillende programma’s, gebieden, projecten en hoe we dat aanpakken. Opmaat naar de visie Werken aan de zes Zaanse opgaven Met de Omgevingsvisie kijken we naar de toekomst van de fysieke leefomgeving. Hoe ziet de gemeente Zaanstad er dan voor inwoners, ondernemers en bezoekers uit? Op weg naar de visie hebben we zes Zaanse opgaven benoemd: kansengelijkheid verstedelijking (wonen, voorzieningen, mobiliteit) duurzaamheid (klimaatadaptatie, energie, circulair) gezondheid economie veiligheid In deze Omgevingsvisie staan onze ruimtelijke koers, acties en investeringen die een bijdrage leveren aan de zes Zaanse opgaven. Die opgaven zijn ook de basis voor de ontwikkeling van onze organisatie en opbouw van onze begroting. De Zaanse identiteit als basis voor kwalitatieve groei Als je aan Zaankanters vraagt wat zij het meest kenmerkend vinden aan de gemeente Zaanstad, dan antwoorden zij vaak: de mix van wonen en werken door de hele gemeente. Wonen en werken zijn in de Zaanstreek ook sterk verweven met het landschap. Onderweg naar de Omgevingsvisie zijn ruimtelijke kernkwaliteiten benoemd in het document ‘De identiteit van Zaanstad – linten, dijken, paden’. Deze Zaanse kenmerken gebruiken we voor onze ruimtelijke plannen, als kwaliteiten die we willen behouden of willen gebruiken als inspiratie bij ontwikkelingen. De meest in het beeld springende zijn: De weidsheid van het ‘land van wind en water’ Het eerste industriegebied van Europa Ketting van stad- en dorpskernen langs rivier, spoor en wegen Wonen en werken te midden van het Zaanse veenlandschap Veelzijdige Zaanse architectuur Naast deze zichtbare Zaanse kenmerken is óók de ondernemende, sociale geest basis voor de kwalitatieve groei. Bedrijven die samenwerken, vrijwilligers die zich inzetten voor de goede zaak. Ook dat zijn kenmerken die onze keuzes bepalen. Brede welvaart en een goed vestigingsklimaat Verder bouwen op de mix van wonen en werken die vanuit vroeger bestaat, biedt veel kansen. We zorgen voor meer werkgelegenheid. Onder andere door efficiënter gebruik te maken van de ruimte op bedrijventerreinen, door het toevoegen van werklocaties in de woonwijken en gedeeltelijke aanpassing van bedrijventerreinen naar werken gecombineerd met wonen. De gemeente Zaanstad investeert met partners in ruimte voor ondernemers. Ook werken we aan onderwijs van hoge kwaliteit in een goede verbinding met de arbeidsmarkt. De Zaanse industrie zelf werkt hard aan het verduurzamen en vernieuwen van hun productieprocessen. Zo zijn zij voorbereid op de toekomst. Dit maakt de gemeente Zaanstad en de regio een aantrekkelijke plek om te wonen en te ondernemen. Het brengt meer evenwicht en brede welvaart in de regio. Eén integrale visie op weg naar 2040 en verder We werken nu aan de toekomst van de gemeente Zaanstad om de kwaliteit van samenleven, wonen, werken en de leefomgeving te versterken. Samen met onze partners gaan we op verschillende plekken verschillend aan de slag om het welzijn, welbevinden en de welvaart binnen de gemeente in evenwicht te brengen. Deze Omgevingsvisie gaat over de ruimtelijke kanten van de ontwikkeling van de gemeente. Samen met de Maatschappelijke visie is de Omgevingsvisie de basis om te werken aan de zes Zaanse opgaven. Alle andere visies op deelterreinen of afzonderlijke opgaven worden een uitwerking van deze twee visies. In de Omgevingsvisie maken we een aantal keuzes dat bijdraagt aan verschillende doelen. De visie geeft organisaties, bedrijven, inwoners en andere betrokkenen bij de gemeente Zaanstad duidelijkheid hoe onze gemeente eruit gaat zien in 2040 en verder. De Omgevingsvisie helpt de medewerkers van de gemeente en onze partners om op dezelfde manier samen te werken aan de zes Zaanse opgaven van de gemeente. Meer dan ooit gaat het in deze Omgevingsvisie om de vraag hoe we effectief en efficiënt omgaan met de fysieke leefruimte in de gemeente. De visie Vijf principes gelden altijd en overal We gebruiken de Omgevingsvisie om de Zaanse identiteit verder te ontwikkelen, ook voor Zaankanters na ons. We zetten daarbij in op groei met kwaliteit. Dit betekent: werken aan een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving; gelijke kansen en bestaanszekerheid voor iedereen en een economie die veranderingen in de toekomst aan kan. Klimaatverandering en energie-, grondstoffen-, en mobiliteitstransitie vragen om ruimte in onze gemeente. Net zoals wonen en werken ook ruimte nodig hebben. Om deze goed in te passen, maakt de gemeente Zaanstad op de toekomst gerichte keuzes in deze Omgevingsvisie. Deze keuzes zijn samengevat in vijf principes die we overal gebruiken. Ze geven richting tot 2040 en verder. De principes zorgen dat we optimaal gebruik maken van de ruimte en de Zaanse identiteit bewaren. De vijf principes zijn samen met de deelgebieden de kern van de Omgevingsvisie. De principes zijn de uitgangspunten om onze gemeente te laten groeien met kwaliteit. Elk principe geeft een richting aan, die in de gebieden is uitgewerkt. De vijf principes zijn: Principe 1: Ruimte met groen-blauw uitnodigend en klimaatadaptief inrichten

  1. In de bodem ruimte maken voor water en groen.
  2. Groen en water zijn onlosmakelijk onderdeel van de inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte en gebouwen.
  3. Groen-blauwe netwerken in de bebouwde omgeving en het landschap gaan we verbeteren en ook beter met elkaar verbinden.
  4. Gemeente Zaanstad is onderdeel van een sterk ecosysteem.
  5. Benutten en versterken van de openheid van het buitengebied. Principe 2: Direct en initiatiefrijk kiezen voor de energietransitie
  6. Voor energie opwekken op grote schaal volgen wij de Regionale Energie Strategie (RES).
  7. De vraag naar energie verminderen we door verduurzamen van woningen en bedrijven.
  8. We wekken warmte en koude in de buurt op en delen dit.
  9. We maken ruimte voor kabels en leidingen.
  10. We kiezen voor steeds meer energieleverend en circulair bouwen. Principe 3: Dóórontwikkelen van de Zaanse woonwerkstad: door mengen en verdichten
  11. Woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen voegen we toe op goed bereikbare plekken.
  12. We combineren wonen en werken in transformatiegebieden en in herstructureringswijken.
  13. Op bedrijventerreinen maken we meer banen mogelijk en de terreinen maken we geschikt voor de toekomst.
  14. We worden een circulaire gemeente, dus zonder afval en vervuiling.
  15. Door goederenvervoer samen te brengen op sterke routes, behouden en verbeteren we de leefbaarheid
  16. De leefbaarheid rond bedrijven langs de Zaan gaan we beter maken.
  17. Leefbaarheid in bestaande wijken en linten verbeteren we door te kiezen voor kwaliteit, combineren van wonen en werken en buurtgroen Principe 4: Ruim baan voor lopen, fietsen en (hoogwaardig) openbaar vervoer
  18. We bouwen de HOV-ladderstructuur uit en we gaan knooppunten ontwikkelen.
  19. We maken het netwerk van wandel- en fietsverbindingen af, op weg naar een 15-minuten netwerk.
  20. We organiseren een samenhangend mobiliteitssysteem, met hubs als hulpmiddel om ruimte te vinden en om te zorgen voor bereikbaarheid.
  21. De openbare ruimte ontwerpen we met aandacht voor wandelen en fietsen. Principe 5: Met ruimtelijke keuzes maatschappelijk het verschil maken
  22. We voegen kwaliteit toe waar de oorzaken voor kansenongelijkheid zich opstapelen.
  23. Meer buurten krijgen verschillende soorten woningen.
  24. Met extra woningen komen er ook meer maatschappelijke en commerciële voorzieningen.
  25. Er komen meer verschillende banen, dichtbij en goed bereikbaar. Klik op de link om de Omgevingsvisiekaart in te zien. Kwalitatieve groei in 5 deelgebieden De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijke opgaven die we moeten uitvoeren en zet ze op de agenda. De visie laat zien hoe de zes Zaanse opgaven terug komen in de gemeente Zaanstad. En ook hoe gemeentebrede mobiliteits- en economische opgaven en beleidsprogramma’s zoals duurzaamheid en klimaatadaptatie een plek krijgen. Hiervoor is de gemeente ingedeeld in 5 deelgebieden, met elk een eigen opgave en bijdrage aan de hele gemeente: Noord: rustiek netwerk met een dorps karakter Midden: wonen en werken dichtbij voorzieningen Oost: versterken door verstedelijking en diversificatie Zaans Buiten: waardevol, open en weids Noordzeekanaalgebied: economische motor van gemeente Zaanstad in verbinding met de regio Van visie naar uitvoering De uitvoeringsparagraaf is het derde en laatste deel van de Omgevingsvisie en beschrijft hoe we tot een stedelijke uitwerking komen: hoe komen we van het ‘wat’ naar het ‘hoe’? Met sleutels zichtbaar aan de toekomst van de gemeente Zaanstad werken Om de opgaven uit te kunnen voeren zijn in de Omgevingsvisie keuzes gemaakt. De gemeente kan die niet allemaal tegelijk uitvoeren en bovendien ook niet alleen. We richten ons de komende jaren op een aantal concrete ruimtelijke ingrepen, die noodzakelijk zijn om te groeien met kwaliteit: de sleutels. De sleutels zijn ruimtelijke veranderingen die effect hebben op de hele gemeente Zaanstad en op alle zes de Zaanse opgaven. Zij laten zien hoe de gemeente samen met partners en bewoners deze visie denkt waar te maken. En welke hulpmiddelen we daarvoor gaan gebruiken. De sleutels zijn niet allemaal nieuw. Een aantal projecten of gebiedsprogramma’s loopt al. Er zijn in deze Omgevingsvisie 14 sleutels opgenomen:
  26. De Zaan als levenslijn vormgeven
  27. Stad en land stevig verbinden
  28. De potentie van de drie stadsparken ten volle benutten
  29. Zaandam Centrum dóórontwikkelen als levendig stadshart
  30. Stationsgebieden ontwikkelen om wonen, werken en voorzieningen samen te brengen
  31. Productieve wijken zijn een motor voor nieuwe woonwerkmilieus
  32. De Achtersluispolder transformeren en intensiveren
  33. De HOV-ZaanIJ draagt bij aan verbinding en ontwikkeling
  34. Bedrijventerreinen intensiveren met aandacht voor verhuisruimte
  35. De A8 aan de A9 verbinden en inpassen in de omgeving
  36. De N203 ontwikkelen als stadslaan met integrale programma’s
  37. Poelenburg en Peldersveld kwalitatief verstedelijken
  38. In het buitengebied landschaps- natuurwaarden beschermen en vergroten
  39. Duurzame elektriciteit produceren en energie-infrastructuur uitbreiden Klik op de link om de Totale sleutelkaart in te zien. Samenwerken met partners De gemeente Zaanstad staat niet op zichzelf maar is onderdeel van een groter geheel. We stemmen ruimtelijke opgaven met elkaar af. Op landelijke schaal speelt Zaanstad een rol in drie gebieden van de Nationale Omgevingsvisie (NOVEX): Schiphol, de MRA en het Noordzeekanaalgebied. We maken ruimte voor werkgelegenheid, verstedelijking, duurzaamheid en gezondheid. Dit doen we omdat we sociaal-maatschappelijk een meer evenwichtige regio willen zijn. Binnen de metropoolregio Amsterdam (MRA) is Zaanstad van grote betekenis als een van de centra in deze polycentrische metropool. In aansluiting op het Verstedelijkingsconcept MRA 2050 ‘Metropool van grote klasse met menselijke maat' werken wij samen met het Rijk en de MRA aan een duurzame, sociaal-maatschappelijk en economisch sterke metropoolregio. Zaanstad is een kerngemeente van de agglomeratie, met een eigen, kenmerkende kwaliteit binnen de regio. Meerdere ontwikkelingen in de Omgevingsvisie zijn sterk verbonden met Amsterdam. Denk aan de Achtersluispolder en Haven-Stad, en de HOV-ZaanIJ die door beide gemeenten loopt. Sleutels met gemeente overstijgende betekenis vragen om brede samenwerking Er loopt al een aantal regionale bereikbaarheidsprojecten die om een brede samenwerking vragen. In de Omgevingsvisie zijn er vijf sleutels specifiek van regionale, provinciale en zelfs landelijke betekenis: Sleutel 5 ontwikkelt langs landelijke vervoersnetwerken in de zes Zaanse stationsgebieden goede en bereikbare knooppunten. Op die punten komen wonen, werken en voorzieningen samen. Het tweede project is sleutel 8, de HOV-ZaanIJ. Dit is een hoogwaardige openbaar-vervoerverbinding die zorgt voor de sociaal-economische verbinding tussen Noord-Holland noord met Amsterdam noord. De HOV-ZaanIJ maakt nieuwe knooppunt-ontwikkelingen mogelijk en verbetert de woonwerkbalans in de NOVEX MRA. Sleutel 10 gaat over de verbinding van de A8 aan de A
  40. Samen met de HOV-ZaanIJ zorgt deze oost-west wegverbinding voor de bereikbaarheid van het NOVEX Noordzeekanaalgebied. Deze weg maakt wonen en werk bij de OV-knooppunten en langs de N203 mogelijk. Sleutel 12, Poelenburg en Peldersveld, is belangrijk voor de balans in de metropoolregio Amsterdam: deze zorgt voor ruimte voor wonen en werken. Daarbij geven wij veel bewoners in deze kwetsbare wijken een beter sociaal-economisch vooruitzicht. Dit past bij de langjarige (investerings)aanpak PACT. Sleutel 14 gaat over duurzame elektriciteit en de energie-infrastructuur. Deze infrastructuur is nodig voor de energietransitie in het NOVEX Noordzeekanaalgebied. 4 Opmaat naar de visie 4.1 4.1.1 De Omgevingsvisie ‘Ruimte maken voor morgen, Zaanse Omgevingsvisie 2040 en verder’ beschrijft hoe het stedelijk en landelijk gebied van de gemeente Zaanstad er in de toekomst uit gaan zien. Het gaat over alle zaken die nodig zijn om in onze gemeente te kunnen leven, wonen, werken en recreëren. Denk daarbij aan gebouwen, water, lucht, bodem, natuur en wegen. De Omgevingsvisie is bepalend voor onze ruimtelijke ontwikkeling en wat we gaan doen in de verschillende programma’s, gebieden, projecten en met ons beleid. Natuurspeelplaats Zaandam-Zuid 4.1.2 Wat is een omgevingsvisie De omgevingsvisie is een brede en integrale visie voor de gemeente Zaanstad. Zij verbindt beleidsopgaven vanuit verschillende onderwerpen met elkaar. Het gaat over alles dat hoort bij de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bouwt voort op bestaande beleidsdocumenten. Hieronder vallen bijvoorbeeld de perspectieven uit de MAAK.gebieden, het Zaans Mobiliteitsplan (ZMP), de visie ‘De identiteit van Zaanstad – linten, paden en dijken’, de ‘Ruimtelijke Kernkwaliteiten’, maar ook de Economische visie. Ook de uitgangspunten uit de Maatschappelijke visie – durven differentiëren, de basis op orde brengen en de verschillen overbruggen én omarmen – zijn meegenomen voor de ruimtelijke koers in de Omgevingsvisie. Deze strategische beleidsdocumenten blijven van kracht naast de Zaanse Omgevingsvisie. Deze Omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. Zij laat de ruimtelijke consequenties zien van de geschetste koers. De gemeente Zaanstad staat niet stil. We zijn volop aan het bouwen in Noord, ontwikkelen het stadscentrum in Midden, maken plannen voor betere bereikbaarheid met openbaar vervoer in Oost, realiseren recreatieve verbindingen in Buiten en werken aan de bedrijventerreinen in het Noordzeekanaalgebied. We bewegen, groeien en willen dat blijven doen. Daarom zorgen we dat we niet alles dichtregelen. Ook nieuwe ontwikkelingen die wij nu nog niet kunnen voorzien passen binnen de hoofdlijnen van deze visie. Zorgplicht voor omgevingskwaliteit De omgevingsvisie is een verplicht instrument in de Omgevingswet. Gemeenten hebben de wettelijke taak om te zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. Dat is een leefomgeving die veilig, gezond en aantrekkelijk is. Omgevingskwaliteit gaat over ruimtelijke kwaliteit (gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde) en de milieukwaliteit. Deze Omgevingsvisie laat zien hoe de gemeente Zaanstad hier invulling aan geeft. Het beschrijft op hoofdlijnen waar de fysieke leefomgeving uit bestaat en wat de kwaliteit ervan is. Het geeft richting aan hoe we ruimte willen bieden aan toekomstige ontwikkelingen. Maar ook hoe we kwaliteiten en functies op een goede manier in stand houden. En welke keuzes we maken om de doelen en de ambities te bereiken die daarvoor nodig zijn. De Omgevingsvisie geeft richting aan gebiedsontwikkelingen en sectorale beleidsuitwerking. Denk aan het bouwen van woningen, de inrichting van de openbare ruimte, het verder uitwerken van ambities voor duurzaamheid, enzovoort. Dit vraagt om het maken van keuzes. De Omgevingsvisie ‘Ruimte maken voor morgen, Zaanse Omgevingsvisie 2040 en verder’ is ook het kader waarbinnen het definitieve Omgevingsplan Zaanstad tot stand komt. Dit plan vervangt de bestemmingsplannen en de regels uit de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad (VFL). In de Omgevingsvisie staan de ambities en richtingen. In het omgevingsplan zijn die vertaald in juridische regels. Deze regels bepalen de ruimte voor ontwikkelingen en initiatieven. Participatie De Omgevingsvisie is niet over een nacht ijs gegaan en is in fases tot stand gekomen. Iedere fase is met een besluitvormingsproces afgesloten. Kenmerkend was de interactieve aanpak van het participatieproces, waarbij bewoners, partners, ondernemers, deskundigen, bestuurders en de gemeenteraad op uiteenlopende manieren zijn betrokken. Het proces is uitgebreid gedocumenteerd. Op zaanstad.nl zijn alle documenten te vinden. Plan MER Parallel aan het opstellen van de Omgevingsvisie is gewerkt aan het Plan MER (Milieu Effect Rapportage). Het doel van het Plan MER is om de milieugevolgen van de Omgevingsvisie inzichtelijk te maken voor de gemeenteraad, die verantwoordelijk is voor de besluitvorming. Om het effect te kunnen bepalen, zijn voor de zes strategische opgaven een veertigtal indicatoren uitgewerkt. Per indicator zijn de huidige situatie en de autonome ontwikkeling beschreven om zo te kunnen bepalen wat het effect van het in de Omgevingsvisie opgenomen beleid is. Daarbij is niet alleen gekeken naar het geformuleerde beleid voor de specifieke opgave, maar ook wat het effect van andere beleidsonderdelen op de opgave is. Deze brede scope zorgt voor een rapportage die laat zien wat de effecten op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving zijn. Op basis van de voorliggende Ontwerp Omgevingsvisie ‘Ruimte maken voor morgen, Zaanse Omgevingsvisie 2040 en verder’, heeft de laatste beoordeling in het kader van het Plan MER plaats gevonden. In het iteratieve proces van totstandkoming van Plan MER en Omgevingsvisie zijn ook de eerder ingediende zienswijzen op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) verwerkt. Samen met de ontwerp Omgevingsvisie wordt nu ook het Plan MER ter inzage gelegd. 4.1.3 Inspelen op trends en urgente vraagstukken In de gemeente Zaanstad komt veel op ons af. Net zoals in de rest van Nederland en de wereld. Klimaatverandering We worden geconfronteerd met de opwarming van de aarde, zeespiegelstijging, vernatting door hevige regenval, droogte en hittestress. Sommige ontwikkelingen zijn niet te voorzien. Andere ontwikkelingen gaan meer sluipenderwijs, zoals de afname van de biodiversiteit. Kortom de wereld verandert voortdurend en de veranderingen staan niet los van elkaar. Dit heeft invloed op de manier waarop we de leefomgeving gebruiken en inrichten. Om te weten waar we de komende jaren op voorbereid moeten zijn, hebben we gekeken naar belangrijke trends en urgente vraagstukken[1]. Aan de hand hiervan weten we wat onze opgaven zijn. Zo kunnen we bepalen wat we moeten doen om in de toekomst nog steeds een fijne gemeente te zijn om in te wonen, werken en recreëren.
  41. Trendstudie Zaanstad 2022, Platform 31 Verbondenheid met de omgeving De gemeente Zaanstad is op allerlei manieren verbonden met de omgeving, van Metropoolregio Amsterdam (MRA) tot China. Veel productie, consumptie en investeringen vinden plaats op wereldwijd niveau. Zaanse bedrijven produceren ook voor het buitenland, zijn gewild vanwege hun kennis of de arbeidskrachten. Toeristen uit de hele wereld komen een kijkje nemen in het Zaans verleden. Onvoorziene geopolitieke spanningen en oorlogen brengen migratiestromen op gang, waar de gemeente Zaanstad haar deuren voor opent. Bevolking De bevolkingssamenstelling in de gemeente Zaanstad verandert. De bevolking groeit van 155.000 naar 190.000 inwoners in 2040 en wordt gemiddeld ouder. Dit heeft tot gevolg dat meer en meer ruimte nodig is voor woningen, bedrijven en voorzieningen. Dat vraagt om ingrijpende structurele veranderingen en keuzes om de leefbaarheid van onze gemeente ook in de toekomst te kunnen waarborgen. Groeiend woningtekort en aanbod sluit onvoldoende aan Er is een schrijnend tekort aan woningen. De wachtlijst voor sociale huurwoningen is de laatste jaren explosief gestegen. Tegelijkertijd stagneert de planvoorbereiding voor bouw -ook van de infrastructuur- door onder andere de complexe stikstofopgave en de sterk gestegen bouwprijzen. Ook milieucontouren kunnen de ontwikkeling van een aantal sleutellocaties vertragen of belemmeren. Het woningaanbod dat er is sluit kwalitatief onvoldoende aan op de huidige en toekomstige vraag. Vooral één- en tweepersoonshuishoudens zoeken een woning, terwijl zeventig procent van de bestaande woningen een gezinswoning is. De groep ouderen blijft langer gezond en langer zelfstandig wonen. Op dit moment krijgt, vanwege het landelijke beleid, minder dan 10% van de zorgbehoeftige ouderen hun zorg in een verpleeg- of verzorgingstehuis. Dus meer dan 90% van de ouderen blijft zelfstandig wonen. Er komt een sterke groei van zorgbehoevende ouderen in onze gemeente. Dit vraagt om passende woningen met toegang tot sociale en dagelijkse (zorg)voorzieningen in de directe omgeving. De druk op de woningmarkt heeft ook andere gevolgen. Voor publieke voorzieningen zoals scholen en ziekenhuizen is het steeds moelijker om personeel in de regio te vinden. Met als risico dat deze voorzieningen minder goed kunnen functioneren. Economische groei en vraag naar werklocaties Vóór 2020 was de Metropoolregio Amsterdam één van de sterkst groeiende regio’s in Europa. Met de meeste banengroei in Amsterdam en Amstelland-Meerlanden. De laatste jaren zien we de economische groei en werkgelegenheid zich meer verspreiden over de hele regio, ook in onze gemeente. Maar toch zijn de economische effecten op de Zaanse economie nog beperkt. Mensen reizen naar de plek waar ze werken, met name in de spits. Het is nodig dat we zorgen voor een duurzame ontwikkeling van banen in de gemeente Zaanstad, zodat ondanks de sterke toename van het aantal inwoners, de verkeersstromen binnen de perken blijven. Hiervoor zijn ook nieuwe werklocaties nodig. Onderzoek voor de Bedrijventerreinenstrategie MRA laat zien dat er een grote kwantitatieve opgave ligt. Tot 2040 is 630 hectare (scenario laag) tot 1.100 hectare (scenario hoog) aan extra ruimte nodig. De ruimtebehoefte is nodig:
  42. door de groei van het bedrijfsleven;
  43. doordat bedrijventerreinen omgezet worden naar woningbouwlocaties;
  44. omdat het aanbod van grond die we uitgeven voor nieuwe bedrijventerreinen opraakt. De gemeente Zaanstad heeft door de instroom van nieuwe inwoners vanuit andere gemeenten naar verwachting geen last van een krimpende beroepsbevolking. Dit kan een troefkaart voor onze gemeente zijn en worden. Net als het grote aandeel goed en praktisch opgeleiden. De verwachting is dat op termijn meer bedrijven zich daar gaan vestigen waar de werknemers (nog) zijn (‘werken volgt wonen’). Toenemende vraag naar mobiliteit Als het aantal inwoners en arbeidsplaatsen groeit, komen er meer verplaatsingen. Deze groei van de mobiliteit geeft een grotere druk op de ruimte en de leefomgeving. Dit vraagt om een nieuwe balans tussen de vervoerwijzen. Alleen zo kan het Zaanse mobiliteitssysteem voor álle vervoerwijzen – voetganger, fiets, ov en auto, enzovoort – optimaal blijven functioneren. Voor de nieuwe balans is tussen nu en 2040 een mobiliteitstransitie nodig. Met meer aandacht voor schone en gezonde mobiliteit, goed ingepast in een veilige en aantrekkelijke openbare ruimte. Een balans die leidt tot een efficiënter gebruik van de ruimte en minder druk op de leefomgeving. De transitie vindt overal in de gemeente Zaanstad plaats. De omvang van de transitie en de mate waarin elke vervoerwijze daarin een rol speelt, verschilt per gebied. Groeiende vraag naar energie en elektriciteit De economie groeit en groeit. Het gebruik van fossiele brandstoffen en het winnen van grondstoffen is de afgelopen eeuw flink toegenomen. Er is een omslag gaande. Zaanstad zet hier al volop op in. Meer mensen zijn zich er van bewust dat we duurzamer moeten omgaan met de bronnen van de aarde en minder en hernieuwbare energie moeten gebruiken. Dat is ook nodig om de CO₂ uitstoot in de wereld te verlagen. Verlagen van het energieverbruik en gebruik maken van duurzame energiebronnen is ook nodig om de groeiende behoefte aan energie en elektriciteit het hoofd te bieden. Het komt meer en meer voor dat de elektriciteitsnetwerken de gevraagde capaciteit niet meer aan kunnen. Bedrijven dreigen verstoken te raken van elektriciteit, nieuwe woningen kunnen niet aangesloten worden op het netwerk en de overstap van gas naar elektriciteit wordt vertraagd. Ook in de gemeente Zaanstad merken we dit. Ingrijpende duurzame veranderingen zijn daarom nodig op het gebied van energie, richting klimaatneutraliteit en een circulaire economie. Energiebesparing door isolatie van gebouwen, meer duurzame mobiliteit en ruimte voor windmolens, zonnepanelen en bodemenergiesystemen. Dat zijn belangrijke aspecten bij deze verandering. Ze vragen ruimte zowel boven als onder de grond. De urgentie van de energietransitie staat nu scherp op het netvlies. De ruimtelijke koers die vijftien jaar geleden in gang is gezet zetten we verstevigd voort. Het klimaat verandert We merken dat het klimaat verandert door beurtelings hevige regenbuien en periodes van extreme droogte. Voor de toekomst is de verwachting dat hevige regenbuien en hittegolven steeds vaker voorkomen. Dit zijn onomkeerbare ontwikkelingen waar we mee te maken krijgen. Ook in onze gemeente zien we dat het op plekken steeds warmer wordt. Als we niet ingrijpen krijgen we meer en meer te maken met wateroverlast, schade aan funderingen en bodemdaling. Door hitte in de wijken kunnen mensen minder goed functioneren en dit kan zelfs leiden tot gezondheidsschade. De ‘Staat van de Stad’, de stadsmonitor die ééns in de vier jaar wordt opgesteld, laat zien dat ingrepen op dit gebied afgelopen jaren te traag zijn verlopen. Als we de effecten van klimaatverandering beter willen opvangen, dan moeten we nu daadkrachtig aan de slag. Hierbij hoort het klimaatadaptief inrichten van de ruimte: minder verharding, meer waterberging in de straat, bomen in het stedelijk gebied en groen op de daken en tegen de gevels. De biodiversiteit neemt af Verlies van biodiversiteit is een groot risico voor onze samenleving en economie: biodiversiteitsverlies tegengaan is niet alleen belangrijk voor onze voedselzekerheid, drinkwatervoorziening en leefomgeving, maar ook voor de stabiliteit van ons financieel-economisch systeem[2]. World Economic Forum

(2023)Global Risk Report; SER
(2023)Biodiversiteit loont. Biodiversiteitsherstel is noodzakelijk om onze kwaliteit van leven te behouden en de leveringszekerheid van voedsel en grondstoffen te garanderen. Maar ook om het economisch verdienvermogen en goede arbeidsomstandigheden te bevorderen en onzekerheid op de arbeidsmarkt te voorkomen. Er zijn steeds meer alarmerende rapporten over het snel verdwijnen van de biodiversiteit. Wereldwijd neemt het aantal plant- en diersoorten sterk af, elk jaar weer. Dat heeft negatieve gevolgen voor de kwaliteit van onze natuurgebieden, maar ook voor het stedelijk gebied. In natuurgebieden is stikstof een belangrijke oorzaak voor het afnemen van de natuurwaarden. Er vindt verzuring plaats en bijzondere flora krijgt geen kans om te groeien of raakt overwoekerd. De moerasvegetatie in de Zaanse veenweidegebieden is erg gevoelig voor stikstof. Het is daarom belangrijk om in het stedelijk gebied van de gemeente Zaanstad ruimte te bieden aan plant en dier. Om de kwaliteit van onze Zaanse natuurgebieden te kunnen waarborgen zal de stikstofdepositie omlaag moeten. 2. World Economic Forum
(2023)Global Risk Report; SER
(2023)Biodiversiteit loont Kansenongelijkheid neemt toe Toename van kansenongelijkheid zien we in heel Nederland. In de gemeente Zaanstad zijn het wijken in Oost en Noord die op een aantal sociaal-maatschappelijke en gezondheidsaspecten kwetsbaarder zijn. De economische crisis heeft de verschillen vergroot tussen mensen met méér en met minder kansen. Voor sommige Zaankanters begint de kansenongelijkheid al zeer vroeg in het leven en is er risico op achterstanden. We zijn onvoldoende in staat geweest om effectief te reageren op deze ‘sociale verschraling’. Daarnaast zorgen zaken als stijgende woningprijzen, vervoers- en energiearmoede vaak voor extra mentale druk op deze groep bewoners. Luchtverontreiniging en geluidshinder beperken de leefbaarheid In de gemeente Zaanstad woont een relatief hoog percentage kwetsbaren met gezondheidsrisico’s. Vooral in het zuidoostelijk deel, maar ook in het noordelijk deel rond Krommenie/Wormerveer. De wijken met veel kwetsbaren met gezondheidsrisico’s zijn veelal ook de wijken die op leefbaarheidsaspecten slechter scoren dan elders in de gemeente. Het zijn de meest verstedelijkte, versteende wijken met weinig groen en recreatiemogelijkheden en de grootste hittestress. Onze gemeente is er in die zin afgelopen jaren níet evenwichtiger op geworden. Uit een verkenning van het RIVM over opgaven, kansen en risico’s van de verstedelijking in de MRA blijkt ook dat inwoners van onze gemeente kwetsbaar zijn vanwege milieugezondheidsrisico’s door luchtverontreiniging en/of geluid. De toename van het aantal inwoners, woningen en verkeers- en vervoersbewegingen zetten de leefbaarheid en woonaantrekkelijkheid verder onder druk als we hier niet goed mee omgaan. Zaanstad op plaats 19 van 20 in het Gezonde Stad Index 2022 © Arcadis De Omgevingsvisie is dé kans om met de urgente opgaven aan de slag te gaan De gemeente Zaanstad staat dus voor grote ruimtelijke opgaven. De kwetsbare ligging van onze gemeente dwingt ons om op korte termijn maatregelen te nemen. Aanpassingen van de leefomgeving aan klimaatverandering en de omschakeling van fossiele brandstoffen naar duurzame energie vragen ruimte. Net zoals de voortgaande verstedelijking en de beoogde natuurontwikkeling. Daarnaast dienen afwegingen gemaakt te worden over de sociale en economische aspecten. Hoe zorgen we met een toename van het aantal inwoners en woningen, dat de gemeente leefbaar kan blijven? En dat de groene- en milieukwaliteiten verbeteren en de voorzieningen mee kunnen groeien? Ingrijpende structurele veranderingen zijn dus nodig om de leefbaarheid van onze gemeente ook in de toekomst te kunnen waarborgen. De sociale en ruimtelijke impact daarvan is nog niet goed te overzien, maar we kunnen het niet uitstellen. De Omgevingsvisie is dé kans om deze urgenties te adresseren en ruimte te maken in de fysieke leefomgeving om hier adequaat op in te spelen. 4.1.4 Samenwerken in de regionale context Gemeente Zaanstad staat niet op zichzelf. We zijn onderdeel van een groter geheel. We houden dus rekening met elkaar en stemmen ruimtelijke opgaven met elkaar af. Denk aan de energietransitie, bereikbaarheid of de ruimtevragen van bedrijven. Om resultaten te behalen is samenwerking nodig. De gemeente Zaanstad in regionale context NOVEX gebieden De gemeente Zaanstad speelt een rol in drie gebieden van de Nationale Omgevingsvisie (NOVEX). Het gaat om Schiphol, de MRA en het Noordzeekanaalgebied. Vooral in deze gebieden komen veel ruimtelijke vragen op het gebied van economie, verstedelijking, duurzaamheid en gezondheid samen. Ook kansenongelijkheid speelt zich af op meerdere schaalniveaus. Dit gaan we gezamenlijk aanpakken, omdat we naar een regio willen die sociaal-maatschappelijk meer in evenwicht is. Verstedelijkingsconcept MRA De gemeente Zaanstad is van grote betekenis voor de metropoolregio Amsterdam (MRA). Er wonen 2,5 miljoen mensen en er zijn 300.000 bedrijven met 1,5 miljoen banen. Dus veel mensen reizen dagelijks tussen Zaanstad en deze regio heen en weer. Alle gemeenten in de regio hebben daarom samen een plan gemaakt voor de ontwikkelingen tot het jaar
  1. Dat plan heet ‘Metropool van grote klasse met menselijke maat’ ii. Dit plan legt ook uit waar wij in de toekomst moeite voor willen doen. Met het Rijk doen wij ons best voor een duurzame, sociaal-maatschappelijk en economisch sterke regio. “Het draait niet alleen om het bouwen van huizen, maar om het bouwen van complete steden en samenlevingen. Een evenwichtige metropoolregio met een gezonde en veilige leefomgeving. Aantrekkelijk en internationaal georiënteerd iii. Onze regio heeft niet maar één centrum: wij ontwikkelen samen meerdere kernen. De verschillende gemeenten versterken elkaar. Elke gemeente gebruikt bij het ontwikkelen haar eigen karakter en identiteit. In zo’n bloeiende regio is het belangrijk dat er goede verkeersverbindingen zijn. Verbindingen voor fietsers, openbaar vervoer, de auto en over het water. De Zaanse gemeenteraad onderschrijft dit toekomstplan voor onze regio. Het is een koers van ons samen. Als gemeente maken wij met de regio en het Rijk afspraken hoe wij de koers gaan uitvoeren iv.
  2. Conceptversie verscheen in november 2021
  3. Uit: Verstedelijkingsconcept MRA 2050; pag. 4 5 Raadsbesluit van 3 februari 2022 De gemeente Zaanstad is een kerngemeente binnen de regio Veel van onze ambities kunnen we alleen waarmaken door samen te werken. Onze ontwikkeling heeft een sterke relatie met die van de regio, Zaanstreek-Waterland, gericht op versterken en bundeling van onderlinge krachten door overleg, samenwerking en afstemming. Onze ontwikkeling heeft ook een sterke relatie met het naburige Amsterdam. We zullen in de toekomst samen met gemeente Amsterdam in de polycentrische stad functioneren. We zijn een kerngemeente van de agglomeratie, met een eigen volwaardig voorzieningenniveau. En met onze eigen kwaliteit en herkenbare eigenschappen binnen de regiov. In onze leefomgeving gaan belangrijke ontwikkelingen plaatsvinden voor de regio, zoals de ontwikkeling van de Amsterdamse Haven-Stad met de Zaanse Achtersluispolder en de HOV-ZaanIJ. v Zaanstad maakt samen met Diemen, Ouder-Amstel en Amstelveen deel uit van de agglomeratie Amsterdam 4.1.5 Opgaven en identiteit als basis Zes Zaanse opgaven Met de Omgevingsvisie kijken we vooruit naar de toekomstige ontwikkeling van de fysieke leefomgeving voor de inwoners en de gemeente. In deze Omgevingsvisie staan onze ruimtelijke koers, ingrepen en investeringen die bijdragen aan de zes Zaanse opgaven. Deze zaken zijn ook de basis voor onze organisatieontwikkeling en onze begrotingen. De zes Zaanse opgaven zijn onderling sterk met elkaar verbonden. Ze komen voort uit het bij elkaar brengen van de Zaanse identiteit met trends en ontwikkelingen. De gemeente Zaanstad ziet kansen voor het versterken van de stad en dorpen op deze opgaven: In Hoofdstuk 2 is de ambitie en ruimtelijke vertaling voor 2040 en verder van deze opgaven beschreven. De Zaanse identiteit als basis voor kwalitatieve groei De ambitie om de Zaanse identiteit als gemeenschappelijk uitgangspunt te gebruiken bij de ontwikkeling van een gezonde leefomgeving met gelijke kansen voor iedereen staat centraal in de Omgevingsvisie. We doen dit samen met onze partners en bewoners. Die Zaanse identiteit is dynamisch. Zij kwam, en komt ook steeds weer opnieuw tot uitdrukking in de manier waarop de bewoners van de Zaanstreek het landschap tot ontwikkeling brengen voor de landbouw, de industrie en om er te wonen en samen te leven. De omgang met het landschap en de vormgeving aan het wonen komen op verschillende manieren tot uitdrukking. We zien het terug in de verkaveling van het landschap en de inrichting van de stad en de 6 dorpen, in de organisatie van onze industrie en de manier waarop wij daartussen verbindingen hebben gelegd. Veel van de ruimtelijke kwaliteiten die daaruit voortkwamen, koesteren we en inspireren ons bij het inspelen op toekomstige veranderingen. De kwaliteiten zijn vooral te zien in de weidsheid van het Zaanse veenlandschap. Ook komen de kwaliteiten terug in de verwevenheid van het landschap met de stad en de dorpen, waarvan de Zaan de ruggengraat vormt. En in de menging van wonen en werken, wat heeft geresulteerd in een veelvormig en veelkleurig beeld van de bebouwing. De hierop volgende Zaanse kenmerken gebruiken we voor onze ruimtelijke plannen. De weidsheid van het ‘land van wind en water’ benutten Ooit, voor de ontginning van het veen rond 800, was de Zaanstreek een drassig landschap. Een ‘veenspons’ die werd ontgonnen door dwars op rivieroevers of wegen evenwijdige sloten te graven. Toen het agrarische landschap door inklinking van het veen te laag kwam te liggen, werd ingezet op de veeteelt. Zo ontstond het kenmerkende, vlakke Zaanse land. Van weggegraven grond maakten de bewoners beschermende dijkjes, waartegen ze hun boerderijen bouwden. Op deze manier ontstonden de lintdorpen. De terpen groeiden aaneen tot de lange hoofdstraten van Assendelft, Westzaan, Krommenie, Wormer, Jisp en Oostzaan. Na aanleg van de dijken langs de Zaan gingen ook daar mensen wonen en ontstonden de resterende Zaandorpen. Toen langs de Zaan en langs het lint geen ruimte voor bebouwing meer was, werden de paden die naar de molens in het veld liepen volgebouwd. Elke dorpskern heeft om die reden een kamstructuur. Deze dijken-, linten- en padenstructuur, wordt wel eens de ‘historische binnenstad’ van de gemeente Zaanstad genoemd. De kern van waaruit alle latere ontwikkeling startte. De Omgevingsvisie ziet voor dit landschap kansen voor klimaatadaptatie en recreatie, waarbij de ruimtelijke kwaliteiten uitgangspunten zijn. Tom Kisjes Het eerste industriegebied van Europa als inspiratiebron voor de woonwerkstad Het vlakke, met sloten doorsneden land was uitstekend geschikt om molens neer te zetten. Om de hoek lag Amsterdam, in de zeventiende eeuw het economische middelpunt van Europa. Hout kon in de Zaanstreek snel en in grote hoeveelheden worden verwerkt. Dat was de aanzet tot een reeks vernieuwingen die deze streek deed uitgroeien tot het eerste industriegebied van Europa. Vanaf ongeveer 1870 vervingen stoom en elektriciteit geleidelijk aan de windenergie. De moderne fabrieken zorgden voor werkgelegenheid en brachten voorspoed. In de 16de en 17de eeuw importeerden de ondernemers nieuwe industrieën zoals de stijfselmakerij, beschuitbakkerij en papiermakerij. Hun nazaten als Honig, Laan en Kaars Seijpestijn stonden aan de wieg van een bloeiende industrie voor uiteenlopende producten als linoleum, brood en koek, veevoer, machines, enzovoort. Net als elders in Nederland had die industrialisatie een keerzijde; de snelle economische bloei schiep vanwege afvalstoffen en uitlaatdampen niet een erg gezond klimaat. Niettemin oefenden de vele fabrieken en bedrijven een grote aantrekkingskracht uit op arbeidsmigranten, die onmisbaar bleken voor de economische bloei. Uit de opeenvolgende bloeiperioden van de industrie spreekt de ondernemersgeest en de handen-uit-de- mouwen mentaliteit van de Zaankanters. Dit zijn belangrijke motoren voor de verder ontwikkeling van de woonwerkstad van de toekomst. De Zaan doet hierin steeds dienst als levensader van de Zaanstreek, de voedingsbron voor economische en culturele bloei. Voorheen was de Zaan de toe- en afvoerroute van grondstoffen en productiegoederen van en naar de hele wereld; nu is het een belangrijke vestigingsfactor voor wonen en recreatie. Duyvisfabriek en Oliemolen De Ooievaar aan de oostelijke Zaanoever Verzilveren kansen die de ketting van stad- en dorpskernen langs rivier, spoor en wegen biedt Tot de gemeentelijke fusie van 1974 bestond de gemeente Zaanstad uit verschillende zelfstandige dorpen. In 1869 werd tussen Zaandam en Uitgeest de spoorlijn aangelegd en tussen 1932 en 1934 de parallel daaraan gelegen Provincialeweg. Dat was het moment dat elk dorp zijn eigen station en een stationsstraat kreeg. Die zes stations kunnen nu als knooppunt dienen voor de verstedelijking. Van bovenaf oogt onze gemeente als een ranke stad langs de Zaan; het landschap is overal dichtbij. Gezond wonen, in nauw contact met een groene omgeving, stond in de uitbreidingen na de oorlog voorop. Woonwijken werden zo veel mogelijk gescheiden van de grootschalige, overlast gevende industrie. In de 17de eeuw kwamen verbindingen op regionale schaal tot stand. Dit kwam door de aanleg van Nauernasche vaart en later eind 19de eeuw door de aanleg van het spoor en de Provincialeweg. Binnen het weefsel van dorp en stad vormen de vaart, het spoor en de weg echter barrières, waardoor Zaanstad slecht met zichzelf verbonden is. Sommige verbindingen zijn niet afgemaakt, zoals de A8-A
  4. Dit zorgt voor een voortdurende verkeersdruk bij Krommenie en Assendelft. De Omgevingsvisie benut de eenheid in verscheidenheid die de schakeling van stad en dorpen biedt. En daarbij ook de verstrengeling met het rondom liggende landschap. Spoorbrug over de ZaanFoto uit tentoonstelling STROOM Goed wonen en werken te midden van het Zaanse veenlandschap De spreuk de ‘stad stadser, de dorpen dorps’ werd leidraad in de ontwikkeling van de in 1974 tot gemeente Zaanstad gefuseerde dorpen. Zaandam ontwikkelde intussen een echt stedelijk centrum. Door het meerkernige karakter van onze gemeente is het rondom liggende landschap overal te ervaren. Ook binnen de dorpen, want waterlopen dringen tot diep in het dorp door. Zelfs de naoorlogse wijken danken hun soepele verkavelingen aan de landschappelijke onderlegger. In het structuurplan van 1981 werd bepaald dat het bestaande landschap niet verder mag worden aangetast. De stelling van Amsterdam werd tot werelderfgoed verheven. De forten markeren het landschap en krijgen steeds aantrekkelijkere functies. Nieuwe regionale natuur- en recreatiegebieden en doorgaande fiets- en kanoroutes bieden een waardevolle contramal voor de stad. De Omgevingsvisie zet in op de stevige verbinding tussen de bebouwde en landschappelijke delen van de gemeente Zaanstad. Westerwatering en polder Westzaan, richting Zuiden met op de achtergrond de Amsterdamse havenFotograaf Tom Kisjes Koesteren van de veelzijdige Zaanse architectuur Door de voortgaande industrialisering van het Zaanse stadslandschap kwamen stemmen op om zorgvuldiger om te gaan met het erfgoed uit de eerste economische bloeitijd. Na de oprichting van de vereniging ‘De Zaansche Molen’ kwam uiteindelijk in de jaren vijftig en zestig de Zaanse Schans tot stand. Dit was uitdrukkelijk geen openluchtmuseum, maar een dorp van herplaatste en authentieke houtbouw. Een dorp dat gebruikt, bewoond en door miljoenen toeristen bezocht kan worden. Het centrumproject Inverdan dat rond 2010 vorm kreeg, zette ook Zaandam internationaal op de kaart. De veelkleurige architectuur was toegesneden op de menselijke schaal en de vormgeving van de openbare ruimte. Inverdan droeg bij aan het hervinden van de eigen identiteit, met zijn verwijzingen naar de historische Zaanse houtbouw. Het spectrum van de Zaanse architectuur is sindsdien verbreed. Als we het hebben over ‘karakteristiek Zaans’, dan behoren daar in ieder geval het bouwen in hout, afwisseling, circulariteit en innovatie toe. 4.1.6 Een integrale visie die richting geeft Om de zes Zaanse opgaven uit te kunnen voeren zijn in de Omgevingsvisie keuzes gemaakt waarin alle zes de opgaven zijn meegewogen. Maar de gemeente kan die niet allemaal tegelijk uitvoeren en bovendien ook niet alleen. Voor organisaties, bedrijven, inwoners en andere betrokkenen bij de gemeente Zaanstad geeft de visie inzicht hoe de gemeente eruit gaat zien in 2040 en verder. De Omgevingsvisie helpt de medewerkers van de gemeente en partners om op dezelfde manier in onze fysieke leefomgeving samen te werken aan de strategische opgaven van de gemeente. Meer dan ooit gaat het in deze Omgevingsvisie om de vraag hoe we zo efficiënt en effectief mogelijk kunnen omgaan met de ruimte. Dat betekent dat we keuzes maken, maar ook dat we op zoek gaan naar slim en efficiënt ruimtegebruik. Meer gestapelde bouw waar dat kan, meer gemeenschappelijk gebruik van voorzieningen en combineren van functies, in tijd en ruimte. De wereld om ons heen verandert, en wij veranderen mee. We willen nu investeren in de toekomst van de gemeente Zaanstad om de kwaliteit van samenleven, wonen, werken en de leefomgeving te versterken. We willen samen met onze partners bewust verschil maken om het welzijn, welbevinden en de welvaart van de gemeente in evenwicht te brengen. Twee visies als kader waarmee we werken De Maatschappelijke visie én de Omgevingsvisie vormen het complete kader waarmee we werken aan de strategische opgaven van de gemeente Zaanstad. Alle andere visies op deelterreinen of afzonderlijke opgaven zijn een uitwerking van de Maatschappelijke visie en de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie richt zich nadrukkelijk op de ruimtelijke aspecten van de strategische opgaven waar gemeente Zaanstad voor staat. De visie geeft richting aan wat er ruimtelijk nodig is om een adaptieve gemeente te zijn en de transities door te maken die zich zullen voordoen. Denk aan de noodzakelijke ontwikkelingen voor duurzaamheid, kansengelijkheid, gezondheid en veiligheid. De Maatschappelijke visie kijkt vooral vanuit het perspectief van het samenleven in de gemeente naar de zes Zaanse opgaven. In de Maatschappelijke visie zijn drie uitgangspunten geformuleerd: durven differentiëren de basis op orde verschillen overbruggen én omarmen Deze geven ook richting aan de invulling van de fysieke leefomgeving. Denk aan de manier waarop je wijken inricht, de kwaliteit van de openbare ruimte, de publieke voorzieningen en waar die staan. Doordachte keuzes hierin dragen bij aan een meer evenwichtige en rechtvaardige gemeente. 5 Zes Zaanse opgaven en hun ruimtelijke vertaling 5.1 5.1.1 In de Omgevingsvisie staat één ruimtelijke ambitie centraal. De Zaanse identiteit inzetten om onze gemeente samen met partners en bewoners te ontwikkelen tot een gezonde leefomgeving met gelijke kansen voor iedereen. Ontwikkelen en groeien met kwaliteit. De ontwikkelingen die op ons af komen bieden onzekerheden maar ook kansen om de kwaliteiten van onze gemeente te versterken. We richten de gemeente Zaanstad zo in dat het kan meebewegen in de tijd. Op deze manier kunnen we ons aanpassen aan wat er op ons afkomt. Het natuurgebied Guisveld met het station Wormerveer, op de achtergrond, links meelfabriek Meneba Fotograaf Tom Kisjes We zien kansen voor het versterken van de stad en dorpen. Deze kansen hebben we benoemd in zes Zaanse opgaven: kansengelijkheid, verstedelijking (wonen, voorzieningen bereikbaarheid), duurzaamheid (klimaat, energie, circulair), gezondheid, economie en veiligheid. Deze strategische opgaven zijn onderling sterk met elkaar verbonden. Ze komen voort uit de trends en ontwikkelingen. Bij elke Zaanse opgave zijn ambities beschreven. Die ambities bieden een doorkijkje naar 2040 en verder. Om de ambities waar te maken zijn keuzes nodig. Die keuzes staan beschreven in hoofdstuk 3 ‘Vijf Zaanse principes’. 5.2 Kansengelijkheid: Bijdragen aan een evenwichtige en rechtvaardige gemeente 5.2.1 We zien dat groeiende kansenongelijkheid ertoe leidt dat kansarmen en kwetsbaren steeds meer geconcentreerd bij elkaar wonen. Verschillen tussen theoretisch en praktisch opgeleiden worden steeds duidelijker zichtbaar. Bewoners van verschillende achtergronden komen elkaar niet zomaar meer tegen in de buurt, op het werk of op school. In buurten en wijken dreigt het gevaar van sociale verschraling. We willen in de kwetsbare wijken het verschil maken. Dat is ook in lijn met het uitgangspunt ‘durven differentiëren’ van de Maatschappelijke visie. Versterken van de sociale draagkracht van bewoners door sociaal-maatschappelijk te investeren en het versterken van de fysieke omgeving. Dit kan door kwaliteit toe te voegen aan de bestaande woningvoorraad of aan voorzieningen in de wijk. We verbinden de bestaande woningen en voorzieningen en woningen ook aan nieuwe functies en nieuwbouw. Daar is samen met onze partners een integrale fysieke en sociale, gebiedsgerichte, meerjarige aanpak voor nodig. Ons doel is dat onze gemeente zich verder ontwikkelt tot een aantrekkelijke, inclusieve, toegankelijke en rechtvaardige gemeente, waar mensen in hun diversiteit zichzelf kunnen zijn en zich optimaal ontwikkelen. We investeren méér in die delen van de gemeente die nu achterblijven. De extra investeringen dienen de oorzaken van ongelijke kansen weg te nemen. Voor een evenwichtigere en rechtvaardigere gemeente hebben we als ambitie dat er voorzieningen zijn zoals kinderopvang, peuterspeelzaal en school; er mogelijkheden zijn om te sporten, muziek te maken of toneel te spelen; je kunt genieten van theater, muziek, musea en toegankelijke parken; je op school dagelijks andere mensen tegenkomt met een andere achtergrond; iedereen mee kan doen in de samenleving met betaald en onbetaald werk. Openbare Basisschool De Spiegel, winkelcentrum Gibraltar in Peldersveld 5.2.2 Méér dan alleen de woningnood tegen gaan Een dak boven je hoofd is een basisbehoefte. Te veel mensen wachten te lang op een betaalbare woning. De wachttijd voor een sociale huurwoning in de gemeente Zaanstad is voor starters in 2024 opgelopen tot meer dan 11 jaar. Doorstroming is bovendien lastig, doordat de prijzen voor koopwoningen enorm zijn gestegen. Onze ambitie is om de basisvoorwaarden van het leven op orde te krijgen. Daar horen betaalbare woningen, duurzame mobiliteit en passende arbeid bij. Dit vraagt om inzet op de meest kwetsbare groepen en de kwetsbare wijken. Hiervoor is nodig: nabijheid en diversiteit van werkgelegenheid; differentiatie in woningtypen in de hele gemeente én per wijk, inclusief voldoende sociale huurwoningen; woningaanpassingen om langer thuis te kunnen blijven wonen. En voldoende aanbod van woon/zorgvormen waardoor ook de doorstroming op de woningmarkt verbetert. 5.2.3 Kiezen voor preventie en de jonge generaties De ambitie is om de kansengelijkheid te verbeteren. Hierbij ligt de focus op het gelijk opgroeien van de jeugd. Dit vraagt om voldoende voorzieningen voor kinderen en jongeren op de plekken waar de zwaarste problematiek zich voordoet. We zorgen voor voldoende en kwalitatief goede, duurzame onderwijshuisvesting en peuterspeelzalen op de juiste plek in de gemeente. Naast een goede spreiding van scholen, is het ook belangrijk om op tijd extra onderwijsfaciliteiten te ontwikkelen als het aantal inwoners in een gebied groeit. Onderwijs is een belangrijk middel om kansenongelijkheid op jonge leeftijd en voor jongeren tegen te gaan. Daarbij moeten we het mogelijk maken om een leven lang te blijven leren. Het voorkomen van meer kansenongelijkheid met een focus op preventie en de jonge generaties is ook een centraal uitgangspunt in de Maatschappelijke visie. 5.2.4 Zorgen voor meer en betere voorzieningen We willen diversiteit omarmen en dat Zaankanters elkaar kunnen ontmoeten. Daarbij moet de sociale infrastructuur versterkt worden en het ondernemerschap en organiserende vermogen van de bewoners beter worden benut. De kwalitatieve verstedelijking in de gemeente Zaanstad biedt kansen om meer en betere voorzieningen in de buurten te realiseren. Dit vraagt om: Aantrekkelijke, groene en veilige inrichting van de openbare ruimte, die uitnodigt om elkaar te ontmoeten en tot bewegen. Goede bereikbaarheid: van fietspaden tot hoogwaardig openbaar vervoer verbindingen tot duurzame autoverbindingen. Die maken de gemeente Zaanstad aantrekkelijk als economische vestigingsplek en brengen banen dichterbij. Het Hoogwaardige Openbaar Vervoer (HOV) zien we hiervoor als een onmisbare schakel. Een aanvullend voorzieningenprogramma, waardoor uitwisseling ontstaat tussen bestaande en nieuwe wijken. Zoals de beste school in een ‘plus’- gebouw in een kwetsbare buurt en goed toegankelijke voorzieningen voor zorg en welzijn. Cultuur in de wijken, door ruimte te bieden aan culturele voorzieningen en activiteiten. Zo kunnen kunst en cultuur dichtbij beleefd worden. Voorzieningen die aansluiten bij de behoefte van de wijken en buurten en die gelijke tred houden met de groei van Zaanstad. Zo kunnen zowel de huidige als de toekomstige bewoners van het begin af aan elkaar ontmoeten en gezamenlijk profiteren van de nieuwe voorzieningen in de wijk. Meer ontmoeting door deelname aan sport en cultuur verhoogt het welzijn, de brede welvaart en de kansengelijkheid. 5.3 Verstedelijking: Groeien met kwaliteit 5.3.1 Een aantrekkelijke gemeente om te wonen en werken is een omgeving met verschil in dynamiek. De gemeente Zaanstad heeft deze kwaliteit: er wordt gewoond én gewerkt, soms naast elkaar. Met een prikkelende balans tussen rust, ruimte en rumoer. Een voorwaarde voor die dynamiek is voldoende geschikte en betaalbare ruimte om te wonen, te werken en voorzieningen dichtbij en bereikbaar. Zoals een goede school voor de kinderen en andere dagelijkse voorzieningen, een aantrekkelijk stadshart of dorpscentra en een prachtig buitengebied. In een omgeving die aantrekkelijk, gezond en veilig is. Weten we de balans te vinden, dan kan onze gemeente groeien met kwaliteit en aantrekkingskracht. Verkadefabriek aan de Westzijde in Zaandam 5.3.2 Woningen bouwen én kernkwaliteiten benutten De vraag naar woonruimte in de gemeente Zaanstad is in de laatste jaren flink toegenomen en de wachttijden worden langer. We willen hieraan tegemoet komen en het woningaanbod uitbreiden met zo’n 16.000 nieuwe woningen. De ambitie is om zo te bouwen dat voor alle doelgroepen woningen beschikbaar zijn. Bouwen voor een betere doorstroming. Andere woonconcepten, bijvoorbeeld met meer gedeelde faciliteiten of gecombineerd met werkruimten en buurtvoorzieningen. Dat kan helpen om beter in te spelen op de vraag van huidige en toekomstige bewoners. Bouwen, maar wel door gebruik te maken van de kernkwaliteiten van de wijken. Denk aan de beschikbaarheid van OV-knooppunten, volgroeide bomen of Zaans erfgoed waaronder archeologische vondsten. Op zo’n manier dat het meer kwaliteit toevoegt aan de wijk. 5.3.3 Adequate voorzieningen en werken komen dichtbij Prettig wonen vraagt ook om voorzieningen in de directe omgeving. Uitgangspunt daarbij is dat de meeste dagelijkse voorzieningen, zoals winkels, eerstelijnszorg, basisscholen, speelplekken, in principe binnen maximaal 15 minuten fietsend of lopend te bereiken zijn. Voor voorzieningen die voor de hele gemeente van belang zijn, zoals extra voortgezet onderwijs, zoeken we naar de meest geschikte locatie. De reisafstanden kunnen dan langer zijn. Hiervoor moeten we de ruimte efficiënt gebruiken en benutten. Dit kan door voorzieningen zoveel mogelijk te combineren op goed bereikbare plekken. Deze plekken lenen zich voor verdichting, waar het tevens denkbaar is tot grotere hoogtes te bouwen. 5.3.4 Onze gemeente beter bereikbaar maken en onderling verbonden Een goede bereikbaarheid is een belangrijke voorwaarde om ergens te gaan wonen of te ondernemen. Meer inwoners en werkgelegenheid betekenen ook meer verplaatsingen. Zowel binnen de gemeente Zaanstad als in verbinding met de regio. We werken dan ook samen met de regio aan de bereikbaarheid met een mobiliteitssysteem om de groei op te vangen. Binnen de MRA hebben we daarover afspraken gemaakt in hetMultimodaal Toekomstbeeld MRA 2022.Daarbij is het een opgave om duurzame mobiliteit te faciliteren. Een bereikbare gemeente beschikt over een goed en efficiënt functionerend mobiliteitssysteem dat efficiënt omgaat met de ruimte die er is. We willen het huidige systeem zo veranderen dat er voldoende openbare ruimte vrijkomt om de gemeente klimaatadaptief, gezond, veiliger en aantrekkelijker te maken. We vinden ruimte voor verstedelijking door bijvoorbeeld snelheid te verlagen hierdoor komt er ook minder milieu en geluidshinder. Door HOV-verbindingen te realiseren en OV-knoopunten beter te benutten hopen we het (H)OV aantrekkelijker te maken. Daarnaast zetten we in op een fijnmazig netwerk voor fietsers en voetgangers. Ook de aanwezigheid van deelmobiliteit kan bewoners stimuleren om daarvoor te kiezen en niet zelf een (tweede)auto aan te schaffen. We gaan echter niet actief inzetten op maatregelen om het gebruik van de auto te ontmoedigen, maar hopen door alternatieve wijzen van vervoer aantrekkelijker te maken dat meer mensen daarvoor zullen kiezen. De CO₂ uitstoot van gemotoriseerd verkeer willen we verminderen door zoveel mogelijk verkeer elektrisch te maken. Dit draagt bovendien bij aan verbetering van de luchtkwaliteit. Dat vraagt om voorzieningen zoals energie infrastructuur en laadpalen. 5.3.5 Werken aan een klimaat adaptieve woonomgeving Zomers worden warmer, regenbuien heftiger. Om ook in de toekomst prettig te leven in gemeente Zaanstad richten we de ruimte aantrekkelijker, groener en klimaatadaptief in. Het groener inrichten van deopenbare ruimte is ook goed voor de biodiversiteit. Dit geldt voor zowel de openbare ruimte als de bestaande- en nieuwe woningen. Dat vraagt om slim en efficiënt omgaan met beperkte ruimte, boven en onder de grond. We stimuleren het gebruik van daken en gevels om de omgeving verder te vergroenen en klimaatadaptiever te maken. 5.3.6 Zorgen voor evenwicht in groei en verbruik van energie De energietransitie is één van onze grootste fysieke én maatschappelijke opgaven. Ons doel is om het energieverbruik zo min mogelijk toe te laten nemen. Ondanks dat we meer woningen bouwen en nieuwe bedrijven zich in onze gemeente vestigen. In 2040 is nieuwe bebouwing energieneutraal of energieleverend waar dit kan. In samenwerking met bedrijven zoeken we naar lokale bronnen zoals aquathermie, riothermie en restwarme van de industrie. We kijken hoe we deze kunnen benutten. Daarnaast is er aandacht voor biobased materialen, hergebruik en secundair gebruik van grondstoffen en materialen. 5.3.7 Bodem en ondergrond als basis: vitaal en efficiënt ordenen De bodem en ondergrond vormen zowel letterlijk als figuurlijk de basis van onze gemeente. Veel belangrijke functies hebben van oudsher een plek op de bodem of in de ondergrond. We gebruiken de bodem om huizen op te bouwen, voedsel op te produceren en regenwater in op te vangen. Ook bomen, kabels en leidingen hebben hun ruimte nodig in de bodem. De bodem is ook ons archief met waardevolle archeologische en geologische informatie. Al deze functies zorgen ervoor dat de bodem voller en voller is geraakt. Daarnaast is de bodem is op veel plekken verontreinigd en zakt steeds verder. Verstedelijking betekent naast meer gebouwen boven de grond ook dat we meer huishoudens en andere gebouwen aansluiten op de basisfuncties als drinkwatervoorziening en riolering. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor het inzamelen en transporteren van afvalwater. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) zuivert het afvalwater uit het riool met gebruik van hun rioolwaterzuiveringsinstallaties. Dit vraagt om ondergrondse ruimte. De zuivering, die centraal of decentraal kan plaatsvinden, vraagt ook bovengronds om ruimte. Meer ruimte dan er nu is. We werken samen met HHNK, Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) en de gemeente Amsterdam om een aanvullende locatie te vinden. In de loop van 2024 wordt het Gemeentelijk Water- en Rioleringsprogramma opgesteld, als opvolger van het Gemeentelijk rioleringsplan. De huidige situatie is problematisch. De beschikbare ruimte in de ondergrond en de gesteldheid van de ondergrond, zijn daarom de basis voor de keuzes die we maken boven de grond. We willen de ondergrondse ruimte optimaal te benutten en de bodem zo vitaal mogelijk maken. Daarvoor is het noodzakelijk dat we de aspecten van de ondergrond volwaardig en in samenhang meewegen in de ruimtelijke plannen die we boven de grond maken. Om de ondergrond goed te benutten en zo vitaal te maken is meer onderzoek en regie nodig. 5.4 Duurzaamheid: Klimaatneutrale, circulaire gemeente met een klimaatbestendige, groene en gezonde leefomgeving 5.4.1 We staan voor de opgave om onze gemeente te ontwikkelen zonder dat dit nadelige gevolgen heeft voor toekomstige generaties. Het gaat daarbij om een klimaat mitigatie, adaptatie, een gezonde leefomgeving en behoud en versterking van de biodiversiteit. Al deze componenten vragen ruimte, die in de bestaande fysieke leefomgeving moet worden ingepast. We staan voor de opgave om voldoende groen en water toe te voegen om hitte en wateroverlast te voorkomen. Daarnaast moeten wij water bergen om te gebruiken in tijden van droogte. Het is de opgave om Zaanstad zo in te richten dat we zo min mogelijk grondstoffen gebruiken en zo veel mogelijk hernieuwbare (energie) bronnen benutten. Een circulaire gemeente. Daarnaast vraagt de energietransitie ruimte boven en onder de grond. De toegenomen vraag naar elektriciteit zorgt voor congestie op het elektriciteitsnetwerk. Nieuwe elektriciteitsaansluitingen voor bedrijven of voorzieningen zijn daardoor niet mogelijk. Daarbij zorgen de oplopende energieprijzen ervoor dat een deel van onze inwoners kampt met energiearmoede: een té groot deel van het inkomen moet worden besteed aan basisvoorzieningen als gas en elektra. 5.4.2 Zaanstad heeft de ambitie om uiterlijk in 2040 klimaatneutraal te zijn Klimaatneutraal houdt in dat we geen negatief effect meer op het klimaat hebben door netto geen broeikasgassen uit te stoten. Voor de energietransitie is ruimte voor verduurzaming van bedrijven nodig en een energie infrastructuur. De vraag naar energie en vooral elektriciteit neemt de komende jaren toe. Dit komt door de groei van het aantal inwoners en door elektrificatie. Het opwekken van duurzame energie heeft een ruimteclaim, in principe 1 wordt uitgelegd hoe wij hier invulling aan geven. Met een netwerk dat al overbelast is vraagt dat om dikkere kabels, meer stations, warmtenetten en lokale en innovatieve oplossingen. Lokaal opwekken van zon- en wind energie kan netcongestie voorkomen of verminderen. Het biedt een kans voor bedrijven om uit te breiden zonder een grote netverzwaring. De transitie naar duurzame energie is zowel een lokale als regionale opgave die de komende periode ruimte gaat vragen. We weten nog niet precies hoeveel ruimte de energietransitie zal vragen. Daarnaast moet mobiliteit zo veel mogelijk geëlektrificeerd worden om CO₂ [2] uitstoot tegen te gaan. Behalve CO₂-uitstoot, stoten de industrie en bedrijvigheid ook andere broeikasgassen uit, zoals F-gassen, methaan en stikstof (CO₂ -equivalenten). Klimaatneutraal gaat dus verder dan CO₂ -neutraal. In de toekomst worden huizen met duurzame bronnen verwarmd. Op termijn gaat de gemeente Zaanstad van het aardgas af. De warmtetransitie vraagt in de toekomst om ruimte, zowel onder- als boven de grond. Warmte wordt in de toekomst meer lokaal opgewekt door bijvoorbeeld aquathermie, riothermie en restwarmte van de industrie. Ook warmtepompen vragen om ruimte en extra netcapaciteit. [2] Volgens het Nationale Klimaatakkoord en de Nederlandse Klimaatwet moet de uitstoot CO₂ met 49% verminderen in 2030 ten opzichte van
  5. 5.4.3 Werken aan een circulaire economie, circulair bouwen en het ruimtelijk inpassen van afvalinzameling We willen in 2050 volledig circulair bouwen. Circulair bouwen gaat over het ontwerp, de bouw en de renovatie van woningen, gebouwen en de openbare ruimte, inclusief de ondergrond. Daarbij wordt materiaal gebruikt met weinig milieudruk en een lange levensduur. Maar het gaat ook over adaptief en demontabel bouwen. We willen wisselende functies door de tijd kunnen ondersteunen en materialen in de kringloop houden. Dit betekent ook biobased materialen en hout gebruiken en bouwen met secundaire bouwmaterialen die vrijkomen bij sloop en renovatie. Hierdoor vermijden we afval en CO₂-uitstoot en voorkomen we milieuvervuiling. Naast de transitie naar een CO₂-neutrale industrie zal de industrie in 2050 ook circulair moeten zijn. Bedrijven kunnen (rest)stromen van elkaar en uit de regio benutten. Er ligt een ruimteclaim voor materialen- en logistieke hubs op bedrijfsterreinen. In deze logistieke hubs komen de bouwsector, inwoners en de bedrijven bij elkaar om goederen uit te wisselen. Hier kunnen goederenstromen uitgewisseld en overgeslagen worden op klein en schoon vervoer richting de binnenstad. We moeten afvalinzameling anders gaan organiseren. Op het gebied van afvalinzameling worden we geconfronteerd met steeds minder ruimte voor containers en passen afvalwagens vaak maar net door de smalle straten. Afvalverzameling heeft ook in de toekomst een claim op de (openbare) ruimte. hiervoor moeten collectieve inzamelpunten in de buurt komen. 5.4.4 Met een veerkrachtig groen- en waterstructuur inspelen op een veranderend klimaat De gemeente Zaanstad wil voorbereid zijn op het veranderende klimaat en wil de biodiversiteit zowel binnenstedelijk- als landelijk vergroten. Daarvoor is een veerkrachtige groen- en waterstructuur nodig. Bomen spelen een belangrijke rol bij het inrichten van een klimaatbestendige openbare ruimte. Zij dragen bij aan vermindering van hittestress en verbetering van de biodiversiteit. Ook de gebouwde omgeving wordt klimaatadaptief gemaakt, denk hierbij aan groene gevels en daken. Voor een gezonde biodiversiteit streeft Zaanstad de principes van een basiskwaliteit natuur na. Zodat oorspronkelijk inheemse planten, bomen, struiken en dieren gedijen. Een gezonde leefomgeving betekent geen onaanvaardbare overlast of risico’s van geluid, fijnstof, luchtvervuiling, geur, trillingen en slagschaduw. Deze kunnen veroorzaakt worden door bijvoorbeeld verkeer, bedrijven, vliegtuigen of windmolens. We voldoen aan de wettelijke normen. Zie hiervoor de ruimtelijke opgave Gezondheid. 5.5 Gezondheid: Zorgen voor een gezondere gemeente met minder gezocdheidsverschillen 5.5.1 Gezondheid is een van de belangrijkste dingen in het leven, zo niet het belangrijkste. Een goede gezondheid is een randvoorwaarde voor een plezierig leven. Wanneer je je gezond voelt ben je actiever, productiever, zelfverzekerder en beter in staat om te participeren in de maatschappij. Gezondheid is daarom een van de uitgangspunten bij alle stedelijke (her)ontwikkeling
  6. Dit gaat om het bouwen van gezonde woningen en een gezonde leefomgeving. Dat wil zeggen: schone lucht en bodem, een aanvaardbaar geluidniveau en groen en water in de directe woonomgeving. Maar ook een omgeving die stimuleert om te bewegen en anderen te ontmoeten. 3 Dit is in lijn met de regionale gezondheidsvisie die de gemeenten in regio Zaanstreek-Waterland en de GGD hebben ontwikkeld. De Zaanse Special Experience, voor kinderen met en zonder beperking, augustus 2022 5.5.2 Met de leefomgeving een gezonder leven stimuleren Naast leefstijl en sociaal economische omgeving heeft ook de fysieke leefomgeving veel invloed op gezondheid. Hieronder vallen de woning, het milieu en de openbare ruimte. De leefomgeving moet een gezonder leven mogelijk maken en stimuleren, zodat de gezondheidsverschillen kleiner worden
  7. Dat geldt voor heel de gemeente, maar in het bijzonder voor buurten waar de ervaren gezondheid slechter is. In vooroorlogse buurten staan veel woningen die slecht geïsoleerd zijn met tocht- en vochtproblemen als gevolg. Dat is slecht voor de gezondheid. Daarom willen we hier de kwaliteit van de bestaande woningen verbeteren. Schone lucht is van groot belang voor de gezondheid. Vooral ouderen, kinderen en mensen met een hartziekte of longaandoening zijn gevoelig voor vervuilende stoffen in de lucht. Zij krijgen sneller gezondheidsklachten. De luchtkwaliteit in de gemeente Zaanstad is de afgelopen 10 jaar verbeterd en voldoet aan de wettelijke norm. Hoewel innovatie in de industrie en van moderne auto’s vervuiling vermindert, blijven beide een veroorzaker van geluidhinder en een slechtere luchtkwaliteit. En ook de kenmerkende Zaanse mix van wonen en werken heeft invloed op de luchtkwaliteit. Houtstook is één van de bronnen die de luchtkwaliteit negatief beïnvloedt. De gemeente zet in op voorlichting over goed stoken. Richting 2040 is het zaak om de luchtkwaliteit te blijven verbeteren
  8. De eeuwenlang aanwezige industrie heeft zijn sporen ook nagelaten in de bodem. De ernst van de bodemvervuiling verschilt per plek. Er is altijd een kans dat we in de bodem vervuiling vinden. Als dit een gevaar voor de gezondheid is dan moet de grond schoongemaakt worden. Naast de bodem moet ook de slechte waterkwaliteit door vervuiling en lozing van stoffen en stikstof worden tegengegaan. Het realiseren van een gezonde leefomgeving in combinatie met binnenstedelijke verdichting is een uitdaging. Met vergroening en verduurzaming van de woonomgeving en de woningen beperken we de milieubelasting. De fysieke leefomgeving moet uitnodigen tot fietsen, wandelen en buiten spelen, ontmoeten en ontspannen. Een groene omgeving heeft de taak om hitte tegen te gaan en stress te verminderen. Ook op het schoolplein kan groen een uitnodiging zijn voor bewegen en ontspannen. Kortom de leefomgeving moet zo worden ingericht dat het een gezonder leven mogelijk maakt. 4 Data over deze gezondheidsverschillen zijn onder meer te vinden in de door de GGD opgestelde gebiedsprofielen: Gebiedsprofielen - Gezondheid in Cijfers (ggdzw.nl). 5 Zaanstad heeft daarom het Schone Luchtakkoord (SLA) ondertekend en naar aanleiding daarvan een Actieplan Luchtkwaliteit opgesteld met 30 maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren. 5.5.3 De veranderende bevolkingssamenstelling vraagt om meebewegen van voorzieningen en inrichting van de omgeving In onze gemeente wonen relatief veel gezinnen met kinderen. Het aantal geboorten is de afgelopen periode toegenomen. Tegelijkertijd kent de gemeente Zaanstad vergrijzing, mensen worden ouder dan voorheen. Het aantal 75-plussers neemt toe tot aan
  9. Het aandeel ouderen (65+) stijgt naar 25% van het totaal aantal inwoners in
  10. Een oudere bevolking heeft meer gezondheid gerelateerde problemen. Hierdoor neemt de ruimtelijke vraag naar (in)formele zorg, voorzieningen en groen nabij huis toe. Ook zijn geschikte woon/zorgvormen nodig. Het inwoneraantal van de gemeente Zaanstad neemt tot 2040 naar verwachting met 15-25% toe. Deze toename vraagt om slim om te gaan met de ruimte. Daarbij hoort een gezonde leefomgeving met een hoeveelheid van voorzieningen, groen en ontmoetingsruimte die meegroeien en werk in de nabijheid. Het is belangrijk dat de voorzieningen makkelijk toegankelijk en in elk geval goed te voet, met de fiets en het OV bereikbaar zijn. Doordat er meer jonge mensen naar de stad verhuizen hebben wij in de toekomst geen last van een krimpende beroepsbevolking. De toename van nieuwe jonge mensen in de gemeente gaat vergrijzing tegen. 5.6 Economie: Werken aan een toekomstbestendige en groeiende economie met brede welvaart 5.6.1 De gemeente Zaanstad heeft een hoge ambitie: brede welvaart met meer banen, verduurzaming en innovatie. Dat terwijl de druk op de ruimte onder en boven de grond groter wordt. De bedrijfsgrond die we uit kunnen geven, raakt op. De druk om woningen te bouwen, ook op de binnenstedelijke bedrijventerreinen, is groot. In de kwalitatieve groei van Zaanstad staan we voor de opgave om ruimte te houden en te maken voor werk. Zo kunnen we een nieuwe invulling geven aan de Zaanse woonwerkstad. Marine Olie Tank Terminal in WormerFoto uit tentoonstelling STROOM 5.6.2 Bijdragen aan brede welvaart De opgave economie wordt in de Economische visie
(2023)omschreven als: werken aan een toekomstbestendige en groeiende economie met brede welvaart. Dat betekent voor de gemeente Zaanstad in 2040 een toekomstbestendige economie, die duurzamer, kennisintensiever en diverser is dan nu. Ook draagt de economie maximaal bij aan brede welvaart in de gemeente. Onze gemeente blijft ook in de toekomst een woonwerkstad. 5.6.3 Het aantal banen groeit met inwoners van de gemeente Zaanstad mee Om als woonwerkstad in balans te blijven, is het de ambitie dat het aantal arbeidsplaatsen in de gemeente Zaanstad evenredig meegroeit. Als het aantal inwoners groeit, willen we ook meer banen. zie ratio banen-inwoners economische visie vi
(2023). Hier moet voldoende ruimte voor gereserveerd worden. Nu is de verhouding oppervlakte bedrijfsruimte (exclusief kantoren, detailhandel, horeca) 28% ten opzichte van het oppervlak voor wonen. Uiteraard profiteren we van de gunstige ligging van onze gemeente binnen de MRA-regio, maar we willen ook onze eigen economische positie versterken. We willen dat het soort banen dat in onze gemeente aanwezig is aansluit bij het grote potentieel praktisch geschoolde Zaankanters. Maar ook bij het in de toekomst groeiende aantal theoretisch geschoolde inwoners. Zo verkleinen we de dagelijkse reisafstand. vi Economische visie, gemeente Zaanstad 2023 5.6.4 Innoveren en verduurzamen in de industrie De huidige industrie en het ondernemers klimaat zijn een sterke basis voor innovatie en het aantrekken van nieuwe bedrijven. Bijvoorbeeld in de maakindustrie, het toonaangevende foodcluster, opkomende sectoren als vrijetijdseconome en de creatieve industrie. Hiervandaan willen we groeien naar een Zaanse economie die energieneutraal, circulair, innovatief en divers is. Meer variatie in type bedrijven maakt de economie sterker en robuuster. Zo willen we de samenwerking met het Zaanse bedrijfsleven en de onderwijsinstellingen op het gebied van scholing en toeleiding naar werk voortzetten en uitbouwen. Samen bouwen we aan een inclusieve arbeidsmarkt, die activeert, kennis en vaardigheden ontwikkelt en vraag en aanbod mobiliseert. Een circulaire maakstad waar iedereen meedoet. 5.6.5 Zorgen voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat Een voorwaarde voor versterking van de Zaanse economie is een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Bij een aantrekkelijk vestigingsklimaat hoort goede bereikbaarheid voor goederen (over weg en water) en mensen (met auto, fiets en ov). Daarnaast moet er voldoendegeschikte en diverse ruimte om te wonen in de buurt zijn. Ook een breed aanbod van onderwijs, scholing en maatschappelijke voorzieningen is belangrijk voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Zoals een aantrekkelijk centrum, een levendig cultuur- en toeristisch aanbod en een prachtig en toegankelijk landschap. Het is belangrijk dat de ruimte voor werk in de gemeente Zaanstad behouden blijft. Dat geldt voor het stedelijk gebied, waar we werken mengen met wonen. En voor het monofunctioneel werkgebied, waar bedrijven in een hoge milieucategorie zich vestigen. Voor een goed vestigingsklimaat is het van groot belang dat bedrijven de mogelijkheid hebben om uit te breiden. 5.6.6 Kunst en cultuur groeien mee met de stad Bij het toenemen van het aantal inwoners neemt de behoefte aan maatschappelijke, waaronder ook culturele, voorzieningen toe. We willen een rijk en afwisselend cultureel basisaanbod hebben. Een aanbod dat méé ontwikkelt met de groei van Zaanstad en met de behoeften van de Zaankanters. Het is belangrijk dat er ruimte wordt gereserveerd voor kunst en cultuur. 5.7 Veiligheid: Bevorderen van de sociale- en omgevingsveiligheid en verminderen van waterrisico's 5.7.1 We werken in onze leefomgeving op meerdere vlakken aan veiligheid. Denk aan veilig transport en verwerken en vervoeren van gevaarlijke stoffen. Daarnaast spelen we in op wateroverlast als gevolg van de klimaatverandering. Een ander aspect is sociale veiligheid in een spanningsveld van anonimiteit en drukte. Dat gaat zowel over voorzieningen in gebouwen als in de openbare ruimte. De groei van onze gemeente laat de drukte in het verkeer toenemen en vraagt om meer aandacht voor verkeersveiligheid. Wateroverlast 5.7.2 Verbeteren van leefbaarheid en sociale veiligheid We willen dat iedereen die in de gemeente Zaanstad woont zich veilig voelt: thuis en op straat. Woonconcepten met meer gezamenlijke faciliteiten en een uitnodigende leefomgeving zorgen voor meer betrokkenheid en sociale veiligheid. Ook wijken waar wonen, werken en voorzieningen meer gemengd zijn, kunnen helpen de sociale controle zowel overdag als ‘s nachts te vergroten. Goed ingerichte en onderhouden wijken zorgen voor een positiever beeld van de omgeving en vergroten de trots van inwoners in de wijk. Dit zorgt voor sociale cohesie, waardoor mensen elkaar eerder aanspreken op ongepast gedrag. Dit draagt ook bij aan de veiligheid en leefbaarheid in de wijk en kan het risico op ondermijning verminderen. We letten erop dat verdichting van woonwijken niet leidt tot rommelige en vervuilde buurten en weinig groen. We willen dat het juist sociaal veilige plekken creëert. Goed ontworpen plekken maken criminaliteit en overlast moeilijk, terwijl niet goed doordachte plekken dit juist kunnen uitlokken. We geven vroegtijdig (her)ontwerpprincipes voor gebiedsontwikkelingen en de openbare ruimte mee. De manier waarop de directe omgeving is ingericht beïnvloedt namelijk het veiligheidsgevoel en het gedrag van mensen. Om de veiligheid te vergroten is ook betrokkenheid van inwoners, organisaties en ondernemers bij de leefomgeving van groot belang. 5.7.3 Werken aan een veilige leefomgeving en preventie, maar ook daadkrachtig optreden De gemeente Zaanstad groeit en de toenemende drukte in de openbare ruimte en gebouwde omgeving heeft invloed op de veiligheid. Jongeren ruimtelijk faciliteren, een toekomstperspectief en een veilige leefomgeving bieden Alle bewoners verdienen kansen om zich te ontwikkelen. De gemeente Zaanstad brengt focus aan en biedt jongeren perspectief. Daarom geven we vorm aan een integrale en preventieve aanpak van de risicovolle jeugd. Dit doen we samen met partners uit het onderwijs, de (jeugd)zorg en het veiligheidsdomein. Jongeren willen elkaar kunnen ontmoeten en zoeken daarvoor plekken. In buurthuizen maar ook in de buitenruimte om af te spreken of te sporten en te bewegen. We zorgen voor goede voorzieningen om de behoeften van jongeren te faciliteren. Dit soort voorzieningen kunnen mogelijk voorkomen dat zij gaan zwerven en overlast veroorzaken. 5.7.4 Borgen van omgevingsveiligheid- en klimaatveiligheid Bij omgevingsveiligheid (voorheen externe veiligheid) gaat het om het beheersen van risico’s. Risico’s die horen bij het transport, de opslag en het werken met gevaarlijke stoffen. De Omgevingswet vraagt ons om een aandachtsgebied rondom een risicobron aan te gegeven. Dit is het gebied waarin mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen deze aandachtsgebieden moeten we maatregelen treffen om de omgeving te beschermen. Bijvoorbeeld door afstand te houden tot de bron, het aantal mensen in het gebied te beperken en vlucht- en schuilmogelijkheden te bieden. Aandachtsgebieden kunnen daarom invloed hebben op ruimtelijke ontwikkelingen. We zijn terughoudend met het toestaan van nieuwe risicobronnen met zo’n aandachtsgebied in een woongebied. Ruimte maken voor veiligheid bij vervoer van gevaarlijke stoffen Doordat onze gemeente een werkstad is, is er vervoer van gevaarlijke stoffen over weg en water. We zorgen dat we voldoen aan de ruimtelijke veiligheidseisen voor transportroutes en de omgeving. Dit baseren we op de risiconormering, zodat dit vervoer blijvend op een veilige manier kan plaatsvinden. Ruimte maken voor klimaatadaptatie om waterveiligheid te borgen Het veiligheidsniveau van de waterkeringen rond de gemeente Zaanstad, in combinatie met de waterdiepte bij overstroming, is in kaart gebracht
  1. Hieruit blijkt dat sommige gebieden een versterkt risico hebben op overstromingen. In deze prioritaire gebieden maken we ruimte voor een veilige inrichting en voor eventuele vluchtroutes en -plaatsen. Het doel is om wateroverlast niet af te wentelen op omliggende gebieden. Voorbeelden van afwenteling die wij willen voorkomen zijn afwenteling van water (zowel kwalitatief als kwantitatief) uit de stad naar water het land en andersom. 6 Deze kaarten zijn te vinden op de website van het Rijkswaterstaat: Kaarten (basisinformatie-overstromingen.nl). Nieuwe veiligheidsrisico’s Met het oog op trends en ontwikkelingen wordt er gezocht naar nieuwe technologieën en systemen, voor onder andere de verduurzaming van de gemeente. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het gebruik van waterstof als energiebron. We houden rekening met (nieuwe) veiligheidsrisico’s in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen. 5.7.5 Verbeteren van verkeersveiligheid Zaankanters moeten zich veilig kunnen verplaatsen. Wandelend, fietsend, met de auto of het OV. Hiervoor gaan we investeren in veilige fiets- en wandelroutes, door bijvoorbeeld bruggen toe te voegen. We zetten in op de scheiding van verkeerstromen om het contact tussen vrachtverkeer en bewoners, zo veel mogelijk te vermijden om ongelukken te voorkomen. We bevorderen duurzame logistiek over water om het aantal zware transportbewegingen over de weg te beperken. 6 Vijf Zaanse principes als kern van de visie 6.1 6.1.1 Om in 2040 een betere kwaliteit van de leefomgeving te hebben dan nu staat de gemeente Zaanstad voor een aantal urgente opgaven. In deze visie kijken we vooruit en geven we aan hoe we met die opgaven om willen gaan. De vijf principes zijn principiële keuzes en omschrijven in gezamenlijkheid wat wij verstaan onder de beoogde kwalitatieve groei van de gemeente Zaanstad op weg naar 2040 en verder. We benutten de opgaven om een stap voorwaarts te zetten zodat we de Zaanse identiteit behouden, ook voor toekomstige generaties: we ontwikkelen en groeien met kwaliteit. We werken aan een gezonde leefomgeving, gelijke kansen en bestaanszekerheid voor iedereen. Klimaat, energie- en mobiliteitstransitie, wonen en werken vragen de komende jaren meer en meer ruimte. Alleen door strategische keuzes te maken en door functies te combineren in tijd en ruimte (meervoudig gebruik van ruimte), kunnen we invulling geven aan deze opgaven. Zo kunnen meerdere en een grotere diversiteit aan functies en voorzieningen een plek krijgen. Altijd met het oog op de kwaliteit en potentie van een locatie of gebied; boven en onder de grond. Vijf principes gelden altijd en overal Om alle ruimteclaims goed in te passen maken we strategische keuzes in deze Omgevingsvisie. Dat zijn de vijf Zaanse principes die we overal toepassen. Keuzes die richting geven aan de ruimtelijke koers tot aan 2040 en verder. Zodat we de ruimte optimaal benutten voor de dingen die nodig zijn en hoe dat past bij de Zaanse identiteit. De vijf principes zijn met de deelgebieden de kern van de Omgevingsvisie. De principes zijn de uitgangspunten om onze gemeente te laten groeien met kwaliteit. Elk principe geeft een richting aan die in de gebieden is uitgewerkt. De vijf principes zijn:
  2. Ruimte met groen-blauw uitnodigend en klimaat adaptief inrichten In de bodem ruimte maken voor water en groen. Groen en water zijn een onlosmakelijk onderdeel van de inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte en gebouwen. Groen-blauwe netwerken in de bebouwde omgeving en het landschap gaan we verbeteren en ook beter met elkaar verbinden. De gemeente Zaanstad is onderdeel van een sterk ecosysteem. Benutten en versterken van de openheid van het buitengebied
  3. Direct en initiatiefrijk kiezen voor de energietransitie Voor energie opwekken op grote schaal volgen wij de Regionale Energie Strategie (RES). De vraag naar energie verminderen we door verduurzamen van woningen en bedrijven. We wekken warmte en koude in de buurt op en delen dit. We maken ruimte voor kabels en leidingen. We kiezen voor steeds meer energieleverend en circulair bouwen.
  4. Dóórontwikkelen van de Zaanse woonwerkstad: door mengen en verdichten Woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen voegen we toe op goed bereikbare plekken. We combineren wonen en werken in transformatiegebieden en in herstructureringswijken. Op bedrijventerreinen maken we meer banen mogelijk en de terreinen maken we geschikt voor de toekomst. We worden een circulaire gemeente, dus zonder afval en vervuiling. Door goederenvervoer samen te brengen op sterke routes, behouden en verbeteren we de leefbaarheid. De leefbaarheid rond bedrijven langs de Zaan gaan we beter maken. Leefbaarheid in bestaande wijken en linten verbeteren we door te kiezen voor kwaliteit, combineren van wonen en werken en buurtgroen.
  5. Ruim baan voor lopen, fietsen en (hoogwaardig) openbaar vervoer We bouwen de HOV-ladderstructuur uit en we gaan knooppunten ontwikkelen. We maken het netwerk van wandel- en fietsverbindingen af, op weg naar een 15 minuten netwerk. We organiseren een samenhangend mobiliteitssysteem, met hubs als hulpmiddel om ruimte te vinden en om te zorgen voor bereikbaarheid. De openbare ruimte ontwerpen we met aandacht voor wandelen en fietsen.
  6. Met ruimtelijke keuzes maatschappelijk het verschil maken We voegen kwaliteit toe waar de oorzaken voor kansenongelijkheid zich opstapelen. Meer buurten krijgen verschillende soorten woningen. Met extra woningen komen er ook meer maatschappelijke en commerciële voorzieningen. Er komen meer verschillende banen, dichtbij en goed bereikbaar. Visiekaart met de 5 principes Klik op de link om de Omgevingsvisiekaart in te zien. 6.2 Principe 1: Ruimte groen-blauw uitnodigend en klimaatadaptief inrichten 6.2.1 De gemeente Zaanstad kiest voor kwalitatieve groei, maar moet ook werken aan de volhoudbaarheid in sommige gebieden. De klimaatverandering en het verzwakkende ecosysteem hebben steeds meer impact op onze leefomgeving. Klimaatadaptatie is daarom belangrijk. In de zomer is het soms te heet om goed te kunnen slapen en ook planten en dieren hebben het moeilijk. Er zijn lange droge perioden, waarin het moeite kost om alle beplanting van voldoende water te voorzien. Tegelijkertijd zijn er steeds meer heftige regenbuien. Daardoor zijn soms niet alle plekken meer bereikbaar en loopt het water zelfs over de drempel. Dit komt omdat het water door bebouwing en verharding nergens heen kan. Langs de Zaan is weinig openbare ruimte en vaak een slechte afwatering. Dat maakt deze ‘badkuipjes’ bijzonder kwetsbaar. Ook zijn er door de jaren heen vele historische waterlopen gedempt die het landschap met de stedelijke en dorpse bebouwing verbonden. Minder ecologische verbindingen zijn ook nadelig voor de biodiversiteit. Daarbij nodigt de openbare ruimte nu nog niet overal uit om te lopen, fietsen en te verblijven. Voor de nodige vergroening ervaren we op dit moment nog te vaak een ruimtetekort in de ondergrond. Klik op de link om Principe 1: Ruimte groen-blauw uitnodigend en klimaatadaptief inrichten in te zien. Vizier op 2040 De gemeente Zaanstad gaat groeien met kwaliteit. Extra groen en water spelen daarbij een belangrijke rol. Meer water en groen in de leefomgeving zorgen voor meer biodiversiteit en nodigen uit tot wandelen, fietsen, sporten, ontspannen en ontmoeten. Een plek waar je je thuis voelt. Een goed ingerichte leefomgeving draagt bij aan een gezondere levensstijl en een betere gezondheid. Bij de keuze voor kwalitatieve groei kijken we ook naar de beschikbare ruimte en gesteldheid van de ondergrond, dus water en bodem zijn sturend. Daarom versterken we het ecosysteem en de natuurwaarden. We kiezen voor het openhouden van het typisch Zaanse cultuurlandschap, waar natuur en recreatie centraal staan. Om ruimte te maken voor klimaatadaptatie en versterking van het ecosysteem zorgen we weer voor een betere verwevenheid van bebouwing en landschap, zoals die typisch is voor de Zaanstreek. In het stedelijk gebied voegen we hoogwaardige, groen-blauwe openbare ruimte toe. Dit kan door functies anders te ordenen, meer te combineren en principiële ruimtelijke keuzes te maken. In de openbare ruimte op de bedrijventerreinen ligt een kans stevig te vergroenen. Dit draagt bij aan de Zaanse biodiversiteit en is van waarde voor de werknemers in de deze gebieden. 6.2.2 Keuze 1: In de bodem ruimte maken voor water en groen We gaan de bodem in kaart brengen, zodat de ondergrond geen belemmerende factor wordt voor kwalitatieve groei. We gaan de ruimte in de bodem ordenen om voor alle leidingen, klimaatadaptatie en een robuust ecosysteem plaats te maken. Ook een kleine boom die je nu plant, krijgt in de ondergrond ruimte om te groeien. En of we nu water aan de oppervlakte bufferen of in een ondergrondse berging, het vraagt in beide gevallen ruimte in de ondergrond. Openbare ruimte en bebouwing beter in balans brengen Op sommige locaties is nu niet genoeg ruimte in de ondergrond voor een groen-blauwe inrichting van de openbare ruimte. Bij gebiedsontwikkeling of herstructurering gaan we openbare ruimte toevoegen om de buurten ook voor de toekomst leefbaar te houden. Dit kan betekenen dat eerder wordt overgegaan tot sloop-nieuwbouw en dat de nieuwe bebouwing compacter geordend wordt dan nu. Zo ontstaat er meer openbare en ondergrondse ruimte en is er meer ruimte voor groen en water. We hebben extra aandacht voor de dichtbebouwde gebieden langs de Zaan. Hier maken wij in, onder en op gebouwen ruimte voor water en natuur. Zo kunnen we bijvoorbeeld water langer vasthouden en hittestress verminderen. 6.2.3 Keuze 2: Groen en water zijn onlosmakelijk onderdeel van de inrichting en het onderhoud van de openbare ruimte en gebouwen In de openbare ruimte maken we ruimte voor groen en klimaatadaptatie door voortaan structureel verschillende functies te combineren. Bijvoorbeeld een speelplek waar ook waterberging mogelijk is, of groen en water combineren met parkeren. In sommige wijken is de urgentie hoger dan in andere wijken. Bij de herinrichting van straten en pleinen gebruiken we de ruimte slimmer en delen we die anders in, bijvoorbeeld door parkeren anders te organiseren. Ook is er de mogelijkheid voor geconcentreerd parkeren in hubs aan het einde van de straat. Voor het toevoegen van groen met het oog op schaduw en koelte maken we ruimte voor bomen in de openbare ruimte. Op koelteplekken, zoals speelplekken, besteden we meer aandacht aan bomen die schaduw leveren vii. Bij het toevoegen van groen en water hebben we aandacht voor de ecologische waarden, maar ook voor de sociale veiligheid. De Ontwerpaanpak Openbare Ruimte viii levert de handvatten voor de nodige, toekomstbestendige transitie van de openbare ruimte. Bij gebiedsontwikkeling en herstructurering kijken wij altijd eerst naar de waarden van het bestaande groen en de bestaande bomen. Het Bomenbeleidsplan en het Puntensysteem Natuurinclusief Bouwen geven handvatten voor het behoud van bestaande groenstructuren. vii Volgens Bomenbeleidsplan 2020-2050 uit 2021 is de minimale boomkroonbedekking 20%, op koelteplekken 30%. Zie hier de samenvatting Bomenbeleidsplan. viii Ontwerpaanpak Openbare Ruimte Publieke en semi-openbare ruimte uitnodigend en groen-blauw inrichten We gaan de Zaanse parken beter benutten. Bij het uitbreiden van de ontmoetings- en recreatieve functies in de parken behouden we de groene waarde en beperken we verharding tot een minimum. Schoolpleinen richten we steeds groener in, zodat de leerlingen in hun pauzes koele plekken hebben om te spelen of te lunchen ix. Het stimuleren van groenere schoolpleinen en deze openstellen buiten schooltijden, betekent dat er meer ruimte in de gemeente komt om op een koele plek te spelen en elkaar te ontmoeten. Niet alleen leerlingen kunnen hier kennismaken met de natuur en haar leren waarderen. Groene schoolpleinen stimuleren tegelijkertijd de ontwikkeling van taal- en sociale vaardigheden en motorische vaardigheden. Ook speelplaatsen kunnen we .op dezelfde manier inrichten. Deze bieden dan dezelfde voordelen als schoolpleinen. Daarbij is het soms zinvol om de locatie van de speelterreinen centraal in de buurten te positioneren in plaats van aan de rand; zie ook het Speelruimtebeleidsplan x. ix Groen schoolplein - Buitengewoon Zaanstad x Speelruimtebeleidsplan 2017 Zandbak van nieuwe houten speeltuin ICBS de Windroos Bijzondere plekken in de gemeente vragen om een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte in lijn met het principe groen-blauw. Zo zijn de entrees de visitekaartjes van onze gemeente. Op voorpleinen van stations, HOV-haltes en pontpleinen is bijvoorbeeld het wachten in de koele schaduw van belang. Ook winkelpleinen, voorpleinen van kerken en moskeeën zijn plekken van betekenis. Een groen-blauwe inrichting ervan zorgt voor meer ontmoetingsmogelijkheden. Het geeft ook de gewenste allure die bij deze bijzondere openbare ruimten past. Begraafplaatsen zijn vaak groene oases in de wijken. We gaan deze meer benutten als koele rust- en bezinningspunten. Ook sportvelden hebben vaak een groene uitstraling. Kunstgras biedt weliswaar geen verkoeling, maar het kan wel gebruikt worden voor waterberging. Minder verharding stimuleren, ook op private terreinen Veel privéterreinen (zowel privétuinen, terreinen van corporaties en bedrijventerreinen) bieden kansen voor vergroening en biodiversiteit. Dit kan door minder verharding toe te passen. Daarbij is het van belang dat de privacy van bewoners en hun behoefte om zich terug te trekken gerespecteerd wordt. Kenmerkend voor een privétuin is de afscherming, maar dat kan ook prima met beplanting. Er zijn ook kansen op de terreinen rondom corporatie complexen, verzorgingshuizen en bedrijven. Vaak wordt de ruimte naast de gebouwen gebruikt om te parkeren. We gaan met onze partners in de gemeente kijken hoe ook deze terreinen een bijdrage kunnen leveren aan het vergroten van de leefbaarheid van de gemeente. Samen kijken wij hoe we de vergroening en vernatting van hun terreinen mogelijk maken. xi Programma vergroening Zaanstad 2023 In, onder en op gebouwen ruimte maken voor water en natuur Als er ondergronds en bovengronds geen ruimte gemaakt kan worden, kan dat ook in de gebouwen zelf. Bij nieuwbouw en aanpassingen van bestaande gebouwen zijn al vele technische oplossingen gebruikelijk om natuurinclusief te bouwen. Denk aan gevelbegroeiing, waterberging op het dak in een zogenaamd groen-blauw ‘polderdak’ of wateropslag onder de gebouwen in gebouwde watercontainers (zoals cisternen). Het Puntensysteem Natuurinclusief bouwen is vastgesteld als beleid ter stimulering van biodiversiteit en meer groen in bouwprojecten. Het puntensysteem helpt ontwikkelaars om volwaardige leefomgevingen te creëren binnen hun project en zo doelmatig bij te dragen aan de biodiversiteitsopgave van de gemeente. 6.2.4 Keuze 3: Groen-blauwe netwerken in de bebouwde omgeving en het landschap gaan we verbeteren en ook beter met elkaar verbinden Door in de openbare ruimte structureel meer ruimte te geven voor groen en water, wordt het groen-blauwe netwerk in bebouwde omgeving en het landschap versterkt. We doen dit zowel in de (woon)wijken als op de bedrijventerreinen. Het terugbrengen van essentiële waterlopen en deze verbinden met het buitengebied, kan een oplossing zijn voor het bergen van meer water in de stad en een betere afvoer. Groen ingerichte of met bomen beschutte netwerken voor langzaam verkeer stimuleren fietsen en lopen. Het aantrekkelijker inrichten en het beter verbinden van dit fijnmazige netwerk, draagt bij aan de mobiliteitstransitie. Zo maken we bijvoorbeeld de OV-knooppunten en het buitengebied beter toegankelijk en bereikbaar voor recreatie en ontspanning voor alle inwoners en bezoekers. Noordsterpark Wormerveer Versterken biodiversiteit Binnenstedelijk groen is belangrijk voor de biodiversiteit in bebouwde kom. De gemeente Zaanstad geeft invulling aan een groenere stedelijke ruimte met onder andere het Bomenbeleidsplan, het Puntensysteem Natuur- Inclusief Bouwen en de Ontwerpaanpak Openbare Ruimte. Om de soortenrijkdom en de aantrekkelijkheid van de groen-blauwe netwerken te vergroten doen we verschillende dingen. Zo richten we de waterlopen zo veel mogelijk in met natuurvriendelijke oevers en planten we struiken en bomen die de biodiversiteit versterken. Ook willen we luchtvervuiling verminderen. Dat kan door initiatiefrijk in te zetten op verduurzaming en de energietransitie. Tot slot gaan we ook aan de slag met reductie van de stikstofuitstoot. Voor dieren zoals vleermuizen en veel insecten is duisternis belangrijk. Er moet gewaarborgd worden dat er duistere groene plekken in de gemeente blijven ten behoeve van de biodiversiteit. Voornamelijk langs sloten en in de ecologische hoofdstructuur is duisternis belangrijk. Verhogen waterkwaliteit (Kaderrichtlijn Water xii) We kiezen voor verduurzaming van de industrie. Ook gaan we de instroom van vervuild water terugdringen; in de Zaan, de vaarten en sloten in de blauwe netwerken. Natuurvriendelijke oevers, maar ook drijvende tuinen en passende beplanting, dragen bij aan het verhogen van de waterkwaliteit (en de biodiversiteit). We zijn terughoudend met de aanplant van bomen langs oppervlaktewater, omdat de schaduw en bladval negatieve impact heeft op de waterkwaliteit en het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water. In bepaalde natuurgebieden kan verbrakking de waterkwaliteit verhogen en de biodiversiteit versterken. In de gebiedsprocessen van de polders werken we toe naar schoner landgebruik, dat leidt tot een betere waterkwaliteit. xii Kaderrichtlijn Water 2027 https://iplo.nl/thema/water/oppervlaktewater/kaderrichtlijn-water/uitvoering-kaderrichtlijn-water/ Voorkomen dat funderingsproblematiek verder wordt versterkt Een te lage grondwaterstand vormt een extra kans op schade bij droogstaande houten palen. De bacteriële aantasting kan door wisselende grondwaterstanden versnellen en uitbreiden in de houten palen. Door meer ruimte in de bodem te geven aan waterberging kan het sterk fluctueren van het grondwater door droogte en piekbuien worden verminderd. Dit werkt preventief. Hierdoor wordt de funderingsproblematiek, veroorzaakt door bacteriën, niet opgelost. Naast de groen-blauwe netwerken zetten we in de bebouwde omgeving in op het herstellen van funderingen. 6.2.5 Keuze 4: Zaanstad is onderdeel van een sterk ecosysteem Het Zaanse landschap draagt bij aan de identiteit van de regio. We willen een robuuster ecosysteem creëren. Dit kan door de Europees beschermde Natura 2000 gebieden – dat zijn de Polder Westzaan, Noorderveen en Kalverpolder – onderling beter te verbinden. Ook met de rest van het buiten- en stedelijk gebied. Hiervoor willen wij onder andere de randzones tussen stad- en land versterken, zodat onze inwoners beter verbonden zijn met het buitengebied. We willen de waterkwaliteit verbeteren en het weidevogelleefgebied vergroten. Dat levert namelijk een grote bijdrage aan een robuust ecosysteem xiii. We maken natuurlijke verbindingen ruimtelijk mogelijk naar omliggende polders en Laag Holland. Dit doen we samen met de grondeigenaren, terreinbeherende organisaties, onze regionale partners Recreatieschappen, de Provincie en het Hoogheemraadschap. xiii Dat doen we in lijn met de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) 6.2.6 Keuze 5: Benutten en versterken van de openbaarheid van het buitengebied Het Zaanse landschap is onderdeel van ‘Laag Holland’, een beschermd Nationaal landschap dat zich kenmerkt door droogmakerijen en open veenweidegebieden. Het buitengebied valt op door haar openheid en contrast. Er is niet veel beplanting en dichte bebouwing aanwezig, waardoor het agrarische land een aaneengesloten open ruimte van groene weiden vormt. Het open landschap kan ook vanuit het stedelijk gebied worden ervaren zoals op de paden langs de stadsranden. De contrasten bestaan uit de duidelijk herkenbare verschillende landschapstypen. De kernkwaliteiten van het landschap van Laag Holland zijn: grote openheid van het landschap; rijkdom aan weide- en moerasvogels; oude geometrische inrichtingspatronen in de droogmakerijen; de veenpakketten; middeleeuwse strokenverkavelingen en de historische watergangen in het veenweidegebied; het grote aantal archeologische locaties; karakteristieke dijk- en lintdorpen. Deze kernkwaliteiten zijn belangrijk om bij ontwikkelingen in stand te houden, in te passen of te gebruiken bij vernieuwing. 6.3 Principe 2: Direct en initiatiefrijk kiezen voor de energietransitie 6.3.1 In 2040 willen wij dat de gemeente Zaanstad klimaatneutraal is xiv. Hiervoor moet de uitstoot door fossiele bronnen sterk verminderen. In het huidige tempo halen we dit doel niet. Daarom gaan we versneld over naar nieuwe energiebronnen zoals elektriciteit uit zonne- en windenergie en warmte uit bodem, water en riool en restwarmte uit de industrie. Het gebruik van fossiele energie en - warmtebronnen wordt versneld uitgefaseerd. De energietransitie is een belangrijke randvoorwaarde voor verduurzaming, kwalitatieve verstedelijking en economische ontwikkelingen. xiv Zaans Klimaatakkoord 2022 Klik op de link om Principe 2: Direct en initiatiefrijk kiezen voor de energietransitie in te zien. Vizier op 2040 We benutten energie en grondstoffen zo, dat er geen nadelige gevolgen zijn voor toekomstige generaties. Daarom maken we richting 2040 met prioriteit ruimte voor energietransitie. We zien elektriciteit als de belangrijkste energiedrager van de toekomst. We verwachten dat waterstof een belangrijk middel wordt in de energievoorziening van de industrie. Waterstof kan aardgas vervangen voor hoge temperatuur productieprocessen en als buffer dienen voor het elektriciteitsnet. Voor het maken van waterstof is echter ook veel elektriciteit nodig. De komende decennia is er nog te weinig elektriciteit om in deze toenemende vraag te voorzien. Voor zowel de grotere productie als de verspreiding over de gemeente is het nodig om de energie infrastructuur te versterken en aan te leggen. Tegelijkertijd zorgen we dat de bestaande energievraag kleiner wordt. Dit doen we door isolatie van woningen en uitgekiende sloop-nieuwbouw. Ook zijn er bouwkundige oplossingen voor de toenemende koeltevraag, zonder extra energie te verbruiken. Bijvoorbeeld bouwkundige zonwering en spuiventilatie. Zo verminderen we ook de energiearmoede en werken we aan gelijke kansen voor iedereen. De energietransitie heeft een ruimteclaim. Als het mogelijk is, compenseren we negatieve externe effecten van de inpassing van de energie infrastructuur. 6.3.2 Keuze 1: Voor energie opwekken op grote schaal volgen wij de Regionale Energie Strategie (RES) In het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) xv. werken we aan grootschalige energieopwekking, energie infrastructuur en warmteopwekkingxvi. In het kader van de Taskforce Energie Infrastructuur Noord-Holland wordt verder gewerkt aan de energie-infrastructuur (uitbreiding, slimme netten, enzovoort). Dit doen we samen met de gemeenten in de deelregio Zaanstreek Waterland, de Provincie Noord-Holland en de Waterschappen. In onze deelregio zijn veel Natura 2000 gebieden en ook andere waardevolle landschappen. Daarom kiezen we voor grootschalig opwekken van zonne-energie op grote daken van bedrijfsgebouwen in alle vijf Zaanse deelgebieden, parkeerterreinen, maatschappelijk vastgoed en agrarische bedrijfsgebouwen. Voor het opwekken van zonne-energie langs het Noordzeekanaal moet sprake zijn van meervoudig ruimtegebruik. Het opwekken van zonne-energie op daken gaat goed in combinatie met het plaatsen van meer groene daken; zonnepanelen werken beter op een ‘groen’ dak. xv Het gaat hier om de RES 1.
  7. Na twee jaar wordt tussentijds de balans opgemaakt over de voortgang. xvi De Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 van Noord-Holland Zuid (NHZ) is vastgesteld door de gemeenten met uitzondering van de gemeente Landsmeer. De zoekgebieden voor windenergie zijn vanaf Westerspoor richting Nauerna. Voor de combinatie van zowel zonne- als windenergie zijn dat de gebieden vanaf Nauerna richting de westelijke gemeentegrens. Vanwege de keuze voor ‘werkstad’ in het zuidelijk deel van de Achtersluispolder tot minimaal 2040, is ook hier ruimte voor energieproductie. In het knooppunt Zaandam en langs de A8 zijn zoeklocaties voor zonnethermie. In de regio Noordzeekanaalgebied, waaronder het havengebied van Amsterdam, vinden diverse ontwikkelingen plaats op het gebied van waterstofinfrastructuur, -opslag en –import. Ook voor de hoge temperatuurprocessen van de industrie is waterstof een duurzaam alternatief voor aardgas. De ruimtelijke impact op de stad (veiligheidseisen, tracés) en de gewenste toepassing in de Zaanse industrie wordt onderzocht. Aanbrengen zonnepanelen Westzaan 6.3.3 Keuze 2: De vraag naar energieverminderen we door verduurzamen van woningen en bedrijven In een inclusieve energietransitie zetten we in op energiebesparing. Dit doen we in de bestaande bebouwing en bij energielevering bij nieuwe ontwikkelingen. Samen met particuliere huiseigenaren en woningcorporaties willen we energiearmoede voorkomen en verhelpen door betere woningisolatie. Door isolatie en sloop-nieuwbouw verkleinen we de energievraag van bestaande woningen. De energievraag van woningen en bedrijven gaat in toenemende mate ook om een koeltevraag. Goed geïsoleerde gebouwen laten warmtestraling binnen en houden die binnen vast, ook in de hete zomer. Bij het na-isoleren van bestaande woningen, bij nieuwbouw en bij aanpassingen van bedrijfsgebouwen sturen we op het nemen van maatregelen voor passieve koeling, zoals bouwkundige zonwering en groene gevels en daken. Corporaties verduurzamen de huurwoningen bloksgewijs waar dit het meeste verschil maakt. De prioriteit ligt bij de kwetsbare wijken. Daar waar slimme combinaties mogelijk zijn, zoals funderingsherstel en verduurzamen, worden deze ondersteund. Woningen en gebouwen gaan van het gas af en worden waar mogelijk aangesloten op een warmtenet (Transitievisie warmte). Bedrijven kunnen door aanpassingen van gebouwen en procesinnovatie besparen op energie. De Zaanse industrie verduurzaamt. Daarbij worden bedrijven in toenemende mate zelfvoorzienend in hun energie en warmte opwek. Bedrijven besparen energie door procesinnovatie en aanpassingen in de binnen-installaties van gebouwen. Zonnepanelen op daken op de bedrijventerreinen bieden een grote kans. Maar ook langdurige ontwikkelprocessen van bedrijventerreinen bieden mogelijkheden voor de tijdelijke opwek (15-25 jaar) voor duurzame energie. Door te verduurzamen werken wij samen met de bedrijven aan een beter vestigingsklimaat. Dit draagt bij aan een betere woonwerkbalans in de regio. 6.3.4 Keuze 3: We wekken warmte en koude in de buurt op en delen dit Warmtenetten zijn nodig als aanvulling. De komende decennia zullen we de vraag naar duurzame elektriciteit niet bij kunnen benen. Daarom zijn voor de meest stedelijke gebieden ook andere oplossingen nodig, zodat we voldoende snel kunnen verduurzamen. Voor ongeveer de helft van alle Zaanse woningen vormen collectieve warmtenetten voorlopig een oplossing om vooral aan de warmtevraag te kunnen voldoen. Duurzame opwekking van warmte vindt meer decentraal en op verschillende locaties plaats. Deels door collectieve warmteoplossingen en deels door individuele (bodem of lucht) warmtepompen of Warmte Koude Opslag (WKO's). In de bebouwde omgeving (en vooral bij de bestaande bouw) van de gemeente Zaanstad zijn warmtenetten een betaalbaar alternatief voor elektriciteit. Daarom zetten we in op het realiseren van warmtenetten met gebruik van verschillende warmtebronnen, als riothermie, aquathermie of restwarmte van bedrijven. Doordat er relatief veel oppervlakte water is in Zaanstad, lijkt onze gemeente uitermate geschikt voor aquathermie.Zo kan een supermarkt bijvoorbeeld gemiddeld 300 woningen van energie voorzien door restwarmte. Ook collectorvelden onder voetbalvelden kunnen buurten voorzien van energie Voor geothermie (energie uit de diepe ondergrond) lijkt Zaanstad voorlopig niet geschikt. Ook voor collectieve warmteoplossingen is ruimte in de ondergrond nodig, naast de ruimte voor warmtebronnen. Naarmate de bebouwde omgeving vernieuwt of beter geïsoleerd raakt, zal er meer vraag komen naar andere oplossingen, zoals volledige elektrificering. De vraag naar koude zal in de toekomst toenemen. Deze koude kan ook door warmtenetten worden gefaciliteerd. Bovenstaande aspecten zijn continue aan ontwikkeling onderhevig en worden verwerkt in de (regelmatig) te actualiseren Transitievisie Warmte. 6.3.5 Keuze 4: We maken ruimte voor kabels en leidingen In een studie naar energiesystemen (https://www.netbeheernederland.nl/publicatie/rapport-ii3050-scenarios Scenario's | Netbeheer Nederland) wordt voor verschillende toekomstscenario’s uitgegaan van een toename van de vraag naar elektriciteit in 2050 van 180-250% ten opzichte van
  8. Hierdoor, en doordat de elektriciteit niet gelijkmatig wordt gebruikt en opgewekt, is er minstens een verdubbeling van de regionale infrastructuur nodig. Daar waar voor deze infrastructuur verbindingen, aanlandplekken en hoogspanningsleidingen in natuurgebied komen, worden deze ingepast zonder de kwaliteiten van het natuurgebied aan te tasten. Aanleg van energieinfrastructuur voor ziekenhuis-, onderwijs- en andere cruciale voorzieningen gaat vóór andere functies. We maken ruimte voor kabels en leidingen onder de grond en transformatorhuisjes boven de grond. Met netbeheerders en andere partners zoeken we manieren om de bestaande energieinfrastructuur te versterken en uit te breiden. De druk op de (ondergrondse) ruimte neemt toe. Dit komt doordat de gemeente moet worden ingericht op andere, meer zelfvoorzienende energieopwekking met warmtenetten, zon- en windenergie. Dit moet gecombineerd worden met de ruimte die onder andere bomen innemen. Door de beperkte ruimte is inzicht in de mogelijkheden van de ondergrond belangrijk. Voor de opslag van energie en warmte moet worden gezocht naar ruimte. Denk hierbij aan buurtbatterijen in bewoonde gebieden of batterijparken. Bedrijven besparen energie door procesinnovatie en aanpassingen in de binneninstallaties van gebouwen. Het overschot van warmte en energie wordt gedeeld met woonwijken in de nabije omgeving. 6.3.6 Keuze 5: We kiezen voor steeds meer energieleverend en circulair bouwen Nieuwbouw wordt steeds meer energieneutraal of energiepositief ontwikkeld. Bij nieuwbouw is het vertrekpunt om decentraal energie op te wekken en eigenaarschap te hebben. Daarbij willen we dat verschillende energiebronnen- en systemen gekoppeld worden. Bij nieuwbouwontwikkelingen is het een optie om bodem-energiesystemen te onderzoeken. Nieuwe ontwikkelingen leveren niet alleen energie voor de eigen ontwikkeling, maar ook voor hun omgeving. Lokaal energie opwekken in of aan nieuwbouw is een manier om de infrastructuur te ontlasten. De energie wordt dan opgewekt waar de vraag is. Door te zorgen dat nieuwbouw energie gaat leveren, draagt nieuwbouw ook bij aan de energievoorziening van de bestaande bebouwing. Bij nieuwbouwwoningen komen laadpalen voor meer elektrische auto’s. Ook bestaande gebouwen kunnen door middel van nieuwe systemen en technieken bijdragen om energie decentraal op te wekken waar deze nodig is. Bestaande woon- en werkgebouwen en voorzieningen maken het merendeel uit van de bebouwing. Ook zij kunnen door individuele initiatieven energie leveren voor eigen verbruik én de buurt. Dat kan door het op gepaste wijze plaatsen van PV panelen, maar ook aandacht te hebben voor nieuwe technologieën. Dit initiatiefrijk inzetten op de energietransitie moet zowel in de bebouwde kom als langs de linten in buitengebied worden onderzocht en waar zinvol mogelijk word

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.