Deze wet stelt de "Leidraad Invordering gemeente Pekela 2023" vast, die de vorige leidraad van 21 december 2021 vervangt. Het document beschrijft de regels en procedures voor de invordering van gemeentelijke belastingen en vorderingen in de gemeente Pekela.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Pekela;gelet op het bepaalde in: – artikel 231 van de Gemeentewet; – artikel 26 van de Invorderingswet 1990; – artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen de Leidraad invordering gemeente Pekela 2023 Artikel1 De als bijlage toegevoegde Leidraad Invordering gemeente Pekela 2023 treedt in de plaats van de Leidraad Invordering zoals vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van 21 december 2021. Artikel2 Dit besluit treedt in werking na publicatie. Artikel3 Dit besluit wordt aangehaald als: Leidraad invordering gemeente Pekela 2023. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Pekela,De burgemeester J. Kuin De secretarisJ. van der Woude Bijlage Leidraad Invordering Gemeente Pekela 2 Artikel 1....... Inleiding en toepassingsgebied………………………………………………………………. 13 1.1............ Inleiding………………………………………………………………………………………….. 13 1.1.1. Lijst met gebruikte afkortingen................................................................................ 13 1.1.2. Definities............................................................................................................... 13 1.1.3. Reikwijdte beleidsvoorschriften............................................................................... 14 1.1.4. Aansprakelijkgestelden en andere derden............................................................... 14 1.1.5. Awb en algemene beginselen van behoorlijk bestuur............................................... 14 1.1.6. Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelen.................................................... 15 1.1.7. Invorderingsmaatregelen tegen grote bedrijven....................................................... 15 1.1.8. Voor de invordering minder geschikte dagen........................................................... 15 1.1.9. Binnenkomst van bescheiden................................................................................. 16 1.1.10. Positie belastingdeurwaarder................................................................................. 16 1.1.11. Bewaren invorderingsbescheiden........................................................................... 17 1.1.12. Verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingen................................................... 17 1.1.13. Informatieplicht...................................................................................................... 17 1.1.14. Diplomatieke status............................................................................................... 17 1.2............ Toepassingsgebied…………………………………………………………………………….. 17 Artikel 2....... Begrippen……………………………………..……………………………………..………….. 18 2.1............ Woonplaats……………………………………..……………………………………………….. 18 Artikel 3....... Bevoegdheden ontvanger……………………………………..……………………………… 19 3.1............ Fiscale en civiele bevoegdheden……………………………………..…………………….. 19 3.2............ Conservatoir beslag……………………………………..…………………………………….. 19 3.2.1. Geen conservatoir beslag dan ook geen versnelde invordering................................ 19 3.2.2. Ontbreken belastingaanslag en conservatoir beslag................................................ 19 3.3............ Gerechtelijke procedures - toestemming……………………………………………………. 20 3.3.1 Juridische bijstand................................................................................................. 20 3.3.2 Toestemming......................................................................................................... 20 3.4............ Rijksadvocaat ……………………………………..…………………………………………… 20 3.5............ Faillissementsaanvraag ……………………………………..……………………………….. 20 Artikel 3a..... Bevoegdheid strafbeschikkingen ……………………………………..…………………… 21 Artikel 4....... Bevoegdheid belastingdeurwaarder ………………………………………………………… 22 4.1. Reikwijdte bevoegdheid belastingdeurwaarder........................................................ 22 4.2. Bescherming......................................................................................................... 22 4.3. Legitimatie............................................................................................................ 22 Artikel 5....... Bevoegdheid ressort ……………………………………..……………………………………. 23 Artikel 6....... Reikwijdte van de wet……………………………………..…………………………………… 24 6.1............ Rente en kosten in het kader van de reikwijdte van de wet……………………………… 24 Artikel 7....... Betaling en afboeking ……………………………………..………………………………… 25 7.1............ Tijdstip betaling ……………………………………..………………………………………… 25 7.2............ De afboeking van de betaling ………………………………………………………………… 25 7.3............ Teveelbetaling …………………………………………………………………………………. 25 7.4............ Rente en kosten bij afboeking betalingen ………………………………………………… 26 7.5............ Het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen ……………………………………… 26 7.6............ Afboeking betaling bestuurlijke boete waarvoor uitstel van betaling is verleend……… 26 7.7............ Afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden………………………………….. 26 7.8............ Betaling bij vergissing ………………………………………………………………………… 26 7.9............ Mededeling afboeking betaling ……………………………………………………………… 27 7.10.......... Betaling van kleine bedragen ………………………………………………………………… 27 7.11. ........ Ontvangen bedragen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling en faillissement…….. 27 Artikel 7a..... Uitbetaling van belastingteruggaven ……………………………………………………….. 28 7a.1.......... Aanwijzen rekeningnummer voor uitbetaling ……………………………………………… 28 7a.2.......... Controle van een aangewezen bankrekening op de tenaamstelling …………………. 28 7a.3. ........ Uitbetalingfouten ……………………………………………………………………………… 28 Artikel 7b .... Cessie- en verpandingsverbod uitbetalingen inkomstenbelasting ……………………… 30 Artikel 8....... Bekendmaking aanslag ………………………………………………………………………. 31 8.1............ Verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situaties………………….. 31 8.2............ Bekendmaking als de rechtspersoon (vermoedelijk) is opgehouden te bestaan……… 31 8.3............ Gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljet …………………………… 31 8.4............ Vooraf uitnodigen erfgenamen tot betalen belastingaanslag…………………………….. 31 Artikel 9....... Betalingstermijnen……………………………………………………………………………… 32 9.1............ Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige aanslagen……………….. 32 9.2............ Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige teruggaven……………… 32 9.3............ Uitbetaling voorlopige teruggave in één termijn…………………………………………… 32 9.4............ Dagtekening aanslagbiljet …………………………………………………………………… 32 9.5............ Begrippen bij betalingstermijnen……………………………………………………………… 32 9.6............ Verzuim ontvanger bij uitbetaling…………………………………………………………… 33 9.7............ Regeling betalingstermijnen ………………………………………………………………… 33 9.8............ Automatische incasso ………………………………………………………………………… 33 Artikel 10..... Versnelde invordering ………………………………………………………………………… 34 10.1.......... Reikwijdte versnelde invordering …………………………………………………………… 34 10.2.......... Vrees voor verduistering en versnelde invordering ……………………………………… 35 10.3.......... Metterwoon verlaten van Nederland en versnelde invordering………………………….. 35 10.4.......... Geen vaste woonplaats in Nederland en versnelde invordering………………………… 35 10.5.......... Beslag en versnelde invordering…………………………………………………………….. 35 10.6.......... Verkoop namens derden en versnelde invordering……………………………………… 35 10.7.......... Vordering ex artikel 19 en versnelde invordering ………………………………………… 36 Artikel 11..... Aanmaning……………………………………………………………………………………… 37 11.1.......... De geadresseerde van de aanmaning ……………………………………………………… 37 11.2.......... Aanmaning ten onrechte verzonden ………………………………………………………… 37 11.3.......... Achterwege laten van tussentijdse vervolging en aanmaning …………………………… 37 11.4.......... Gedeeltelijke voldoening aan de aanmaning ……………………………………………… 37 11.5.......... Betalingsherinnering…………………………………………………………………………… 38 11.6.......... Aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg…………………………………… 38 Artikel 12..... Dwangbevel …………………………………………………………………………………….. 39 12.1.......... Onderwerp van het dwangbevel ……………………………………………………………… 39 12.2.......... Tegen wie verleent de ontvanger een dwangbevel ……………………………………… 39 Artikel 13..... Betekening van het dwangbevel …………………………………………………………… 40 13.1.......... Betekening dwangbevel per post …………………………………………………………… 40 13.1.1. Adressering van per post betekende dwangbevelen................................................ 40 13.2.......... Betekening dwangbevel door de belastingdeurwaarder …………………………………. 41 13.3.......... Bijzondere gevallen van betekening dwangbevel ………………………………………… 41 Artikel 14..... Tenuitvoerlegging van het dwangbevel …………………………………………………….. 42 14.1.......... Tenuitvoerlegging algemeen………………………………………………………………… 42 14.1.1. Keuze van invorderingsmaatregelen....................................................................... 42 14.1.2. Houding van de belastingdeurwaarder tijdens tenuitvoerlegging............................... 42 14.1.3. Tenuitvoerlegging dwangbevel als de belastingschuldige is overleden...................... 43 14.1.4. Volgorde van uitwinning bij beslag.......................................................................... 43 14.1.5. Verhaal op met vruchtgebruik of recht van gebruik bezwaarde zaken....................... 43 14.1.6. Beslaglegging voor vordering van derden................................................................ 43 14.1.7. Opheffing beslag na gedeeltelijke betaling of voldoening aan voorwaarden............... 43 14.1.8. Opheffing beslag tegen betaling door een derde...................................................... 43 14.1.9. Opschorten van de executie................................................................................... 44 14.1.10. Onderhandse verkoop............................................................................................ 44 14.1.11. Samenloop opheffing beslag en onderhandse verkoop............................................ 44 14.1.12. Strafrechtelijk beslag............................................................................................. 44 14.1.13. Invordering en ontnemingswetgeving...................................................................... 45 14.2.......... Beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn 45 14.2.1. Kennisgeving vooraf en beslag roerende zaken....................................................... 45 14.2.2. Domiciliekeuze en beslag roerende zaken.............................................................. 45 14.2.3. Aanbod van betaling en beslag roerende zaken...................................................... 45 14.2.4. Omvang van het beslag op roerende zaken............................................................. 45 14.2.5. Beslag op roerende zaken van derden.................................................................... 45 14.2.6. Beroep of verzet door een derde tegen inbeslagneming roerende zaken.................. 45 14.2.7. Voldoening zekerheidsschuld door ontvanger en beslag roerende zaken.................. 46 14.2.8. Beslag roerende zaken bij derden........................................................................... 46 14.2.9. Wegvoeren van beslagen zaken............................................................................. 46 14.2.10. Belasting van personenauto’s en motorrijwielen en belasting zware motorrijtuigen en beslag roerende zaken.................................................................................................................... 47 14.2.11. Afsluiting en beslag roerende zaken....................................................................... 47 14.2.12. Bewaarder en beslag roerende zaken..................................................................... 47 14.2.13. Executoriale verkoop computerapparatuur.............................................................. 48 14.2.14. Executoriale verkoop zilveren, gouden en platina werken......................................... 48 14.2.15. Beslag op illegale zaken........................................................................................ 48 14.2.16. Bieden voor rekening van de gemeente en beslag roerende zaken........................... 48 14.2.17. Opheffing van het beslag op roerende zaken.......................................................... 49 14.2.18. Afboeking executieopbrengst verkoop roerende zaken............................................ 49 14.2.19. Proces-verbaal van verkoop roerende zaken........................................................... 49 14.2.20. Gegevensverstrekking omtrent beslag roerende zaken............................................ 49 14.2.21 Relaas van onttrekking.......................................................................................... 49 14.3.......... Beslag op onroerende zaken………………………………………………………………… 49 14.3.1. Bewaring van in beslag genomen roerende zaken bij beslag onroerende zaken........ 49 14.3.2. Nieuwe belastingschuld en beslag onroerende zaken.............................................. 49 14.3.3. Verhuurde of verpachte onroerende zaken.............................................................. 50 14.3.4. Voorwaarden van verkoop van onroerende zaken................................................... 50 14.3.5. Opheffing van het beslag onroerende zaken........................................................... 50 14.4.......... Beslag onder derden…………………………………………………………………………… 50 14.4.1. Beslag op vordering van een derde........................................................................ 50 14.4.2. Derdenbeslag of vordering ex artikel 19.................................................................. 50 14.4.3. Roerende zaken bij derden.................................................................................... 50 14.4.4. Plaats beslaglegging en derdenbeslag.................................................................... 51 14.4.5. Derdenbeslag op een vordering waar geen beslagvrije voet voor geldt..................... 51 14.4.5a Derdenbeslag en kosten van levensonderhoud....................................................... 51 14.4.6. Bij derdenbeslag in gebreke blijven tot het doen van verklaring................................ 51 14.4.7. Bij derdenbeslag niet afdragen na het doen van verklaring....................................... 51 14.4.8. Afdracht binnen de vierwekentermijn bij derdenbeslag............................................. 51 14.4.9. Derdenbeslag op polis van levens- of spaarverzekering of lijfrente........................... 52 14.4.10. Retentierecht en derdenbeslag............................................................................... 52 14.4.11. Opheffing van het derdenbeslag............................................................................. 52 14.4.12. Onverschuldigde betaling en derdenbeslag............................................................. 52 14.4.13. Derdenbeslag onder de Staat, de ontvanger of een openbaar lichaam en het doen van verklaring 53 14.4.14. Derdenbeslag op voorlopige teruggaaf.................................................................... 53 14.5.......... Beslag op schepen …………………………………………………………………………… 53 14.5.1. Beletten van het vertrek van het schip.................................................................... 53 14.5.2. De executie van schepen....................................................................................... 53 14.5.3. Afgelasting van de verkoop van een schip............................................................... 54 14.5.4. Deskundige hulp en beslag op schepen.................................................................. 54 14.5.5. Opheffing van het beslag op schepen..................................................................... 54 Artikel 15..... Versnelde uitvaardiging en tenuitvoerlegging …………………………………………… 55 Artikel 16..... Doorlopend beslag …………………………………………………………………………… 56 16.1. ........ Voor 1 januari 2011 gelegde derdenbeslagen …………………………………………… 56 Artikel 17..... Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel ……………………………………………… 57 17.1.......... Aanhouden tenuitvoerlegging bij verzet…………………………………………………….. 57 17.2.......... Verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering…………….. 57 Artikel 18..... ANPR-acties …………………………………………………………………………………… 58 Artikel 19..... Doen van een vordering………………………………………………………………………. 59 19.1.......... Vordering algemeen…………………………………………………………………………… 59 19.1.1. Bekendmaking vordering........................................................................................ 59 19.1.2. Voldoen aan de vordering...................................................................................... 59 19.1.3. Niet voldoen aan de vordering................................................................................ 59 19.1.4. Intrekken van een vordering................................................................................... 60 19.1.5. Vermindering of vernietiging van de belastingaanslag in relatie tot vordering............ 60 19.1.6. Doorbreken beslagverboden en vordering............................................................... 60 19.1.7. Notoire wanbetaler en vordering............................................................................. 60 19.1.8. Vordering ten laste van de echtgenoot.................................................................... 60 19.2.......... De faillissementsvordering …………………………………………………………………… 61 19.2.1. Aan te melden schulden in faillissement.................................................................. 61 19.2.2. Belastingschulden ontstaan gedurende een surséance zijn boedelschulden in faillissement 61 19.2.3. Opkomen in faillissement....................................................................................... 61 19.3.......... Vorderingen met betrekking tot periodieke uitkeringen 62 19.3.1. Overwegen van vordering op periodieke uitkeringen................................................ 62 19.3.2. Vooraankondiging van vordering op periodieke uitkeringen...................................... 62 19.3.3. Beslagvrije voet en vordering op periodieke uitkeringen........................................... 62 19.3.3a Beslagvrije voet en vakantiegeld........................................................................... 62 19.3.4. Informatieverstrekking voor vaststelling beslagvrije voet.......................................... 62 19.3.5. Belastingschuldige woont in buitenland en beslag periodieke uitkering..................... 63 19.3.6. Verrekening ex artikel 117 Ambtenarenwet............................................................. 63 19.3.7. Periodieke uitkeringen onder de bijstandsnorm....................................................... 63 19.3.8. Vordering in relatie tot voorlopige teruggaaf............................................................ 63 19.4 ......... Beslagvrije voet en overheidsvordering ……………………………………………………. 64 Artikel 20..... Lijfsdwang……………………………………………………………………………………….. 65 Artikel 21..... Voorrecht rijksbelastingen…………………………………………………………………….. 66 Artikel 22..... Bodemrecht……………………………………………………………………………………… 67 22.1.......... Werkingssfeer en reikwijdte bodemrecht……………………………………………………. 67 22.2.......... Bodemrecht en bestuurlijke boeten………………………………………………………….. 67 22.3.......... Overbetekening bodembeslag………………………………………………………………… 67 22.4.......... Volgorde uitwinning bodembeslag buiten faillissement ………………………………… 68 22.5.......... Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement………………………………………… 68 22.6.......... Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar………………………………………… 68 22.7.......... Bodemrecht en voorrang……………………………………………………………………… 68 22.8.......... Verzet en beroep……………………………………………………………………………….. 68 22.8.1. Verzet artikel 435, derde lid, Rv tegen bodembeslag............................................... 68 22.8.2. Taken met betrekking tot de schriftelijke mededeling ex artikel 435, derde lid, Rv inzake bodembeslag............................................................................................................................. 68 22.8.3. Opschorting verkoop na verzet in rechte tegen bodembeslag................................... 68 22.8.4. Beroepschrift ex artikel 22 van de wet..................................................................... 68 22.8.5. Beroepschriftprocedure ex artikel 22 van de wet...................................................... 69 22.8.6. Taak van de ontvanger met betrekking tot beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet 69 22.8.7. Beslissing college op het beroepschrift tegen een bodembeslag.............................. 69 22.8.8. Onduidelijk bezwaar tegen bodembeslag................................................................ 69 22.8.9. Samenloop administratief beroep en verzet tegen bodembeslag.............................. 70 [vervallen]t............................................................................................................ 70 22.8.11. [vervallen]............................................................................................................. 70 22.8.12. [vervallen]............................................................................................................. 70 22.9. Terughoudend beleid bij reëel eigendom derde………..……………………………………70 Artikel 22bis. Mededelingen …………………………………………………………………………………… 71 Artikel 22a en artikel 23 Verhaal motorrijtuigenbelasting en inkomstenbelasting………………… 72 Artikel 23a... Verhaal van belastingaanslagen als gevolg van een toerekening van een afgezonderd particulier vermogen ………………………………………………………………………….. 73 Artikel 24..... Verrekening……………………………………………………………………………………… 74 24.1.......... Wanneer verrekening ………………………………………………………………………… 74 24.1.1. Verrekening voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting en beslagvrije voet................ 74 24.2.......... Betwiste schuld en verrekening ……………………………………………………………… 74 24.3.......... Reikwijdte van de verrekening ………………………………………………………………. 74 24.4.......... Bekendmaking verrekening…………………………………………………………………… 75 24.5.......... Verrekening en fiscale eenheid vennootschapsbelasting ………………………………… 75 24.6.......... Instemmingsregeling bij cessie en verpanding …………………………………………… 75 24.6.1. Geen verrekening bij instemming cessie of verpanding............................................ 75 24.6.2. Mogelijkheid van cessie of verpanding uit te betalen bedragen................................. 75 24.6.3. Instemming of weigering met een cessie of verpanding............................................ 75 24.6.4. Beroepsprocedure weigeren instemming cessie of verpanding en Awb..................... 76 24.6.5. Bekendmaking beschikking college bij cessie of verpanding.................................... 76 24.6.6. Houding ontvanger bij procedure tegen weigeren instemming met cessie of verpanding 76 Artikel 25..... Uitstel van betaling …………………………………………………………………………… 77 25.1.......... Algemene uitgangspunten uitstelbeleid …………………………………………………….. 77 25.1.1. Houding van de ontvanger tijdens behandeling verzoek om uitstel........................... 77 25.1.2. Toewijzing van het verzoek om uitstel van betaling.................................................. 77 25.1.3. Redenen afwijzing verzoek om uitstel..................................................................... 77 25.1.4. Redenen beëindigen uitstel.................................................................................... 78 25.1.5 Beëindigen van een betalingsregeling met meer dan één termijn.............................. 78 25.1.6. Van rechtswege vervallen van een verleend uitstel.................................................. 78 25.1.7. Geen invordering tijdens verleend uitstel................................................................. 79 25.1.8. Na (afwijzen) uitstel tien dagen wachttijd................................................................. 79 25.1.9. Uitstel voor een ambtshalve belastingaanslag......................................................... 79 25.1.10. Uitstel voor een aanslag ter behoud van rechten..................................................... 79 25.1.11. Uitstel voor een bestuurlijke boete.......................................................................... 79 25.1.12. [vervallen]............................................................................................................. 79 25.1.13. Zekerheid bij uitstel................................................................................................ 79 25.1.14. Tijdstip indiening verzoek om uitstel....................................................................... 80 25.1.15. Verzoekschriften aan andere instellingen................................................................ 80 25.2.......... Uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag 80 25.2.1. Bezwaar tegen hoogte belastingaanslag................................................................. 80 25.2.2. Bezwaar- en beroepschrift gelden niet als verzoek om uitstel................................... 80 25.2.2.A. Afzonderlijk verzoek om uitstel in verband met een bezwaarschrift........................... 81 25.2.2.B. Nadere gegevens.................................................................................................. 81 25.2.3. De beslissing op het verzoek om uitstel van betaling............................................... 81 25.2.4. Uitstel in verband met een onderlinge overlegprocedure.......................................... 81 25.2.5. Zekerheid bij uitstel in verband met bezwaar........................................................... 81 25.2.6. Onherroepelijke invorderingsmaatregelen voor bestreden belastingschuld................ 82 25.2.7. Verrekening tijdens uitstel in verband met bezwaar................................................. 82 25.2.7A. Nadere voorwaarden bij herbeoordeling verleend uitstel.......................................... 82 25.2.8. Geen uitstel voor het niet bestreden bedrag............................................................ 82 25.2.9. Ten onrechte uitstel voor het gehele bedrag van de belastingaanslag....................... 83 25.3.......... Uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag 83 25.3.1. Uitstel in verband met een belastingteruggaaf en andere uit te betalen bedragen...... 83 25.3.2. Berekening van het uit te betalen bedrag bij uitstel.................................................. 83 25.3.3. Beslissing op het verzoek om uitstel in verband met een uit te betalen bedrag.......... 83 25.3.4. Verrekening en uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag......... 83 25.4.......... Uitstel in verband met betalingsproblemen ………………………………………………… 84 25.4.1. Beslissing op een verzoek om uitstel in verband met betalingsproblemen................. 84 25.4.2. Uitstel en motorrijtuigenbelasting............................................................................ 84 25.4.3. Verrekening tijdens een betalingsregeling............................................................... 84 25.4.4. Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surséance........................................ 84 25.4.5 Uitstel van betaling erfbelasting bij verkrijging eigen woning door broers of zussen van de erflater 84 25.5.......... Betalingsregeling voor particulieren ………………………………………………………… 85 25.5.1. Duur betalingsregeling particulieren........................................................................ 85 25.5.2. Voorwaarden aan betalingsregeling particulieren..................................................... 85 25.5.3. Kort uitstel particulieren......................................................................................... 85 25.5.4. Behandeling verzoek betalingsregeling particulieren................................................ 85 25.5.5. Vermogen en betalingsregeling particulieren........................................................... 86 25.5.6. Betalingscapaciteit en betalingsregeling particulieren.............................................. 86 25.5.7. Berekening betalingscapaciteit: bijzondere uitgaven................................................ 86 25.5.8. Berekening betalingscapaciteit: aflossingsverplichtingen aan derden........................ 86 25.5.9. Berekening betalingscapaciteit: extra inkomsten...................................................... 87 25.5.10. Belastingschuldige stelt zelf een betalingsregeling voor........................................... 87 25.5.11. Betalingsregeling langer dan drie maanden............................................................. 87 25.6.......... Betalingsregeling voor ondernemers………………………………………………………… 87 25.6.1. Duur betalingsregeling ondernemers...................................................................... 87 25.6.2. Voorwaarden betalingsregeling ondernemers.......................................................... 87 25.6.2A. Bijzondere omstandigheden betalingsregeling ondernemers.................................... 88 25.6.2B. Verklaring derde deskundige.................................................................................. 88 25.6.2C. Geen uitstel voor ondernemers in verband met betalingsproblemen als al kort uitstel is verleend 88 25.6.2D. Kort uitstel van betaling voor ondernemers.............................................................. 88 25.6.3. Uitstelbeleid particulieren geldt voor ex-ondernemers.............................................. 89 25.6.4. Uitstel voor ondernemers en overheidssteun/subsidie.............................................. 89 25.7.......... Administratief beroep ………………………………………………………………………… 89 25.7.1. Toetsing uitstelbeschikking door het college............................................................ 89 25.7.2. Beroepsfase uitstel................................................................................................ 89 25.7.3. Beslissing college op beroepschrift bij uitstel........................................................... 89 25.7.4. Niet tijdig beslissen op een verzoek om uitstel......................................................... 89 25.7.5. Beroep of herhaald verzoek om uitstel bij de ontvanger........................................... 90 91 25a.1. ...... Beoordeling zekerheid bij uitstel van betaling ter zake van exitheffingen……………… 91 92 25b.1. ...... Beoordeling zekerheid bij uitstel van betaling ter zake van exitheffingen……………… 92 Artikel 26..... Kwijtschelding van belastingen ………………………………………………………………. 93 26.1.......... Algemene uitgangspunten kwijtscheldingsbeleid ………………………………………… 93 26.1.1. Kwijtschelding van betaalde belastingschulden....................................................... 94 26.1.2. Het indienen van een verzoek om kwijtschelding..................................................... 94 26.1.3. Niet ingevuld of onjuist ingevuld verzoekformulier om kwijtschelding........................ 94 26.1.4. Gegevens en normen ten tijde van indiening verzoek om kwijtschelding................... 94 26.1.5. Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden........................... 94 26.1.6. Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding........................................... 95 26.1.7. Na afwijzen kwijtschelding tien dagen wachttijd bij voortzetting invordering............... 95 26.1.8. Mondeling meedelen afwijzen kwijtschelding........................................................... 95 26.1.9. Wanneer wordt geen kwijtschelding verleend.......................................................... 95 26.1.10. Begrip 'ex-ondernemer' en kwijtschelding................................................................ 96 26.1.11. Verzoekschriften aan andere instellingen................................................................ 97 26.2.......... Kwijtschelding van belastingen voor particulieren………………………………………… 97 26.2.1. Vermogen en kwijtschelding particulieren................................................................ 97 26.2.2. De inboedel en kwijtschelding particulieren............................................................. 97 26.2.3. Het motorvoertuig en kwijtschelding particulieren.................................................... 97 26.2.4. Saldo op bankrekening en kwijtschelding voor particulieren..................................... 97 26.2.5. De eigen woning en kwijtschelding voor particulieren............................................... 98 26.2.6. Vermogen van kinderen en kwijtschelding voor particulieren.................................... 98 26.2.7. Nalatenschappen en kwijtschelding voor particulieren.............................................. 98 26.2.8. [vervallen]............................................................................................................. 98 26.2.9. [vervallen]............................................................................................................. 98 26.2.10. Betalingscapaciteit en kwijtschelding voor particulieren........................................... 98 26.2.11. Vakantiegeld en kwijtschelding voor particulieren.................................................... 99 26.2.12. Studiefinanciering en kwijtschelding voor particulieren............................................. 99 26.2.13. Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage en kwijtschelding voor particulieren............. 100 26.2.13a. Persoonsgebonden budget en kwijtschelding voor particulieren.............................. 100 26.2.14. Betalingen op belastingschulden en kwijtschelding voor particulieren..................... 100 26.2.15. Woonlasten en kwijtschelding van belasting van voorhuwelijkse belastingschulden. 101 26.2.16. Uitgaven in verband met onderhoudsverplichtingen en kwijtschelding voor particulieren 101 26.2.17. Kwijtschelding tijdens WSNP................................................................................ 101 26.2.18...... [vervallen] ……………………………………………………………………………………… 101 26.2.19. Normpremie zorgkostenverzekering begrepen in de bijstandsuitkering.................... 101 26.2.20. Onderhoud gezinsleden in het buitenland.............................................................. 101 26.3.......... Kwijtschelding van belastingen voor ondernemers 102 26.3.1. Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord................................... 102 26.3.2. Aansprakelijkheid en kwijtschelding voor ondernemers.......................................... 102 26.3.3. Voorwaarden tot deelname aan een saneringsakkoord.......................................... 102 26.3.4. Toepassingsbereik saneringsakkoord.................................................................... 102 26.3.5. Ten minste dubbele percentage en saneringsakkoord............................................ 103 26.3.6. Bestuurlijke boeten en saneringsakkoord.............................................................. 103 26.3.7. Rente en kosten en saneringsakkoord................................................................... 103 26.3.8. Speciale crediteuren en saneringsakkoord............................................................ 103 26.3.9 Betaling bedrag saneringsakkoord....................................................................... 104 26.4.......... Administratief beroep ……………………………………………………………………….. 104 26.4.1. Administratief beroep tegen de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding........... 104 26.4.2. Herhaald verzoek om kwijtschelding..................................................................... 104 26.4.3. Beroepsfase kwijtschelding.................................................................................. 105 26.4.4. Gegevens en normen eerste verzoek om kwijtschelding......................................... 105 26.4.5. Beslissing college op beroep bij kwijtschelding...................................................... 105 26.4.6. Invordering na administratief beroep en herhaald verzoek om kwijtschelding........... 106 26.4.7. Niet tijdig beslissen op een verzoek om kwijtschelding........................................... 106 26.5.......... [vervallen] ……………………………………………………………………………………… 107 26.5.1. [vervallen]............................................................................................................ 107 26.6.......... Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding……. 107 26.7.......... Geautomatiseerde kwijtschelding ………………………………………………………… 107 Artikel 27..... Verjaring………………………………………………………………………………………… 109 27.1.......... Versnelde invordering en verjaring ………………………………………………………… 109 27.2.......... Aansprakelijkgestelden en verjaring……………………………………………………….. 109 27.3.......... Stuiting van de verjaring …………………………………………………………………….. 109 27.4.......... Schorsing van de verjaring ………………………………………………………………… 109 27.5.......... Afstand van verjaring ………………………………………………………………………… 109 27.6.......... Rente en kosten en verjaring ……………………………………………………………… 110 27.7.......... Na verjaring geen civiele invordering……………………………………………………… 110 27.8. ........ Verjaring van belastingteruggaven…………………………………………………………. 110 Artikel 27a... Betalingskorting……………………………………………………………………………….. 111 Artikel 28..... Invorderingsrente……………………………………………………………………………… 112 28.1.......... Cheque buitenland en invorderingsrente………………………………………………….. 112 28.2.......... Correctie berekende invorderingsrente……………………………………………………. 112 28.3.......... Vermindering terecht in rekening gebrachte invorderingsrente………………………… 112 28.4.......... Verzuim van de gemeente en invorderingsrente…………………………………………. 112 28.5.......... Rente- of schadevergoeding………………………………………………………………… 112 28.6.......... Kwijtschelding invorderingsrente niet mogelijk…………………………………………… 112 28.7.......... Verminderingen en toepassing artikel 28, zesde lid, van de wet ……………………… 112 28.8. ........ Drempelbedrag ………………………………………………………………………………. 113 Artikel 28a en artikel 28b…………………………………………………………………………………… 114 Artikel 28c... ……………………………………………………………………………………………………115 Artikel 29..... Invorderingsrente …………………………………………………………………………….. 116 Artikel 30..... Beschikking betalingskorting en invorderingsrente………………………………………. 115 30.1.......... Beschikking terugnemen betalingskorting ……………………………………………….. 115 30.2.......... Verzoek tot vermindering rente is bezwaar……………………………………………….. 115 30.3.......... Betalingskorting en invorderingsrente: (hoger) beroep en cassatie…………………… 115 30.4.......... Teruggenomen betalingskorting en invorderingsrente: uitstel van betaling………….. 115 30.5.......... Geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting ……………………. 115 Artikel 31 en artikel 31a Afwijkingen betalingskorting en invorderingsrente……………………… 116 Artikel 32..... Samenloop fiscale en civiele aansprakelijkheidsbepalingen……………………………. 117 32.1.......... Keuze aansprakelijkheid…………………………………………………………………….. 117 32.2.......... (Vervallen)……………………………………………………………………. 117 Artikel 33..... Aansprakelijkheid van bestuurder, leider vaste inrichting, vaste vertegenwoordiger en vereffenaar voor alle belastingen…………………………………………………………………………… 118 33.1.......... Leider vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger bij aansprakelijkheid……………. 118 33.2.......... Feitelijke vestiging bij aansprakelijkheid ………………………………………………….. 118 33.3.......... Lichaam dat is ontbonden bij aansprakelijkheid………………………………………… 118 33.4.......... Vereffenaar bij aansprakelijkheid ………………………………………………………….. 118 33.5.......... Bestuurder bij aansprakelijkheid …………………………………………………………… 119 33.6.......... Gewezen bestuurder bij aansprakelijkheid………………………………………………… 119 33.7. ........ Disculpatie bestuurders, leiders en vaste vertegenwoordigers………………………… 119 Artikel 33a... Aansprakelijkheid van begunstigden ………………………………………………………. 120 Artikel 34 tot en met 47 Specifieke aansprakelijkheidbepalingen voor Rijksbelastingen ……… 121 Artikel 48..... Beperking aansprakelijkheid van erfgenamen…………………………………………… 122 48.1.......... Beneficiaire aanvaarding …………………………………………………………………… 122 48.2.......... Invordering ten laste van een erfgenaam blijft achterwege…………………………… 122 Artikel 49..... Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling…………………………………………… 123 49.1.......... Aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete……………………………………………… 123 49.2.......... Aansprakelijkstelling voor invorderingsrente……………………………………………… 123 49.3.......... De aansprakelijkstelling - in gebreke zijn………………………………………………… 124 49.3.1. Wanneer in gebreke............................................................................................. 124 49.3.2. In gebreke zijn en versnelde invordering............................................................... 124 49.3.3. In gebreke zijn en een beschikking ‘geen verdere invorderingsmaatregelen’........... 124 49.4.......... Informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten- en inlenersaansprakelijkheid…………………………………………………………………… 124 49.5.......... Informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden……………………………………… 124 49.6.......... Aansprakelijkheid: eerst uitwinning belastingschuldige ………………………………… 124 49.7.......... Volgorde van aansprakelijkstellen………………………………………………………….. 125 49.8.......... Bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie tegen de beschikking aansprakelijkstelling………………………………………………………………………….. 125 49.8.1. Bezwaar en uitstel van betaling............................................................................ 125 49.8.2. [vervallen]............................................................................................................ 125 49.9.......... Overgangsrecht……………………………………………………………………………… 125 Artikel 51..... Conservatoir beslag bij aansprakelijkheid ………………………………………………… 126 51.1.......... Conservatoir beslag en uitstel in verband met bezwaar ………………………………… 126 Artikel 52..... Betalingstermijn beschikking aansprakelijkstelling………………………………………. 127 52.1.......... Vermindering van de belastingaanslag en aansprakelijkstelling……………………… 127 Artikel 53..... Aansprakelijkheid: verhaalsrechten en kwijtschelding…………………………………… 128 53.1.......... Geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld………………………… 128 53.2.......... Ontslag van betalingsverplichting aansprakelijk gestelde bestuurder en verwijtbaarheid ................ ……………………………………………………………………………………………………128 Artikel 54..... Mededeling aan de aansprakelijkgestelde………………………………………………… 129 54.1.......... Betaling teruggaaf aanhouden bij aansprakelijkstelling………………………………… 129 Artikel 55 tot en met 57 Keten- en bestuurdersaansprakelijkheid………………………………… 130 Artikel 58..... Informatieverplichtingen van de belastingschuldige of de aansprakelijkgestelde…… 131 58.1.......... Geen invorderingsonderzoek tijdens een gerechtelijke procedure……………………. 131 58.2 ......... Gegevens voor invordering van ‘eigen’ belastingschulden…………………………….. 131 58.3. ........ Invorderingsonderzoek tijdens faillissement……………………………………………… 131 Artikel 59..... Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde………………………………… 132 Artikel 60..... Formele bepalingen voor de informatieverplichtinge…………………………………… 133 60.1.......... Redelijke termijn voor verstrekken van informatie…………………………………...……133 60.2.......... Kwaliteit van de gegevens en wijze van verstrekking of beschikbaar stellen………… 133 Artikel 61..... Geen geheimhoudingsplicht bij de informatieverplichtingen…………………………… 134 61.1.......... Niet van de administratie gescheiden (beroeps-) vertrouwelijke gegevens………...…134 Artikel 62..... Informatieverplichtingen van de administratieplichtige………………………………… 135 Artikel 62bis ………………………………………………………………………………………...………….136 Artikel 62a... …………………………………………………………………………………………...……….137 Artikel 63..... tot en met 63ab ……………………………………………………………………………… 138 Artikel 63b... Bestuurlijke boete bij verzuim……………………………………………………………….. 139 63b.1. ...... Algemene uitgangspunten…………………………………………………………………… 139 63b.2. ...... Betalingsverzuim bij aanslagbelastingen ………………………………………………… 139 63b.3. ...... Verplichting toe te laten dat kopieën e.d. worden gemaakt……………………………... 139 Artikel 63c... Wijziging maximale hoogte verzuimboete………………………………………………… 140 Artikel 64..... Niet nakomen informatieverplichting: strafmaat voor misdrijf…………………………… 141 Artikel 65..... Opzettelijk niet nakomen informatieverplichting: zwaardere strafmaat……………….. 142 65.1.......... Reikwijdte opzetcriterium bij misdrijf ………………………………………………………. 142 Artikel 65a en artikel 66 Misdrijf of overtreding……………………………………………………….. 143 Artikel 67..... Geheimhoudingsplicht………………………………………………………………………… 144 67.1.......... Bekendmaking aan de belastingschuldige………………………………………………… 144 67.2. ........ Bekendmaking aan derden in het belang van de invordering……………………………144 67.3.......... Informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke betalingen……….. 144 Artikel 67a... …………………………………………………………………………………………...……….145 Artikel 68 tot en met 72 Keuze woonplaats bij de invordering van Rijksbelastingen en bodemrecht................... …………………………………………………………………………………………………… 146 Artikel 73..... Insolventieprocedures………………………………………………………………………… 147 73.1.......... Algemene uitgangspunten insolventieprocedures………………………………………… 147 73.1.1. Aanmelden belastingschulden in WSNP of faillissement......................................... 147 73.1.2 Invorderingsmaatregelen tijdens de toepassing van WSNP of faillissement............. 147 73.1.3. Boedelschulden................................................................................................... 147 73.1.4. Proceskostengarantie........................................................................................... 147 73.1.5. Belangenbehartiging door de bewindvoerder of de curator..................................... 148 73.1.6. Bodemvoorrecht in faillissement en in de WSNP.................................................... 148 73.1.7. Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar................................................. 148 73.1.8. Uitstel in relatie tot faillissement en WSNP............................................................ 148 73.1.9. Kwijtschelding in relatie tot faillissement en WSNP................................................ 148 73.1.10. Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot faillissement en WSNP 148 73.1.11. Toeslagenschuld in relatie tot WSNP en faillissement............................................ 148 73.1.12. Verplichtingensignaal in relatie tot WSNP en faillissement..................................... 148 73.2.......... Insolventieprocedure en Wettelijke schuldsanering……………………………………… 148 73.2.1. Kwijtschelding tijdens WSNP................................................................................ 148 73.2.2. De WSNP is beëindigd met een schone lei............................................................ 149 73.2.3. De WSNP is beëindigd zonder schone lei of de schone lei is ingetrokken............... 149 73.2.4. De WSNP is tussentijds beëindigd........................................................................ 149 73.3.......... Insolventieprocedure en surséance………………………………………………………… 150 73.3.1. Uitstel en surséance............................................................................................ 150 73.3.2. Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot surséance.... 150 73.3a. WHOA-akkoord 73.3a.1. Geldend beleid bij aangeboden WHOA-akkoord 73.3a.2. Voorwaarden WHOA-akkoord 73.3a.3. Gevolgen homologatie WHOA-akkoord bij instemming 73.3a.4. Gevolgen homologatie WHOA-akkoord zonder instemming 73.4.......... Insolventieprocedure en faillissement……………………………………………………… 150 73.4.1. Faillissementsaanvraag: algemeen....................................................................... 150 73.4.2. Ontbinding van rechtspersonen in plaats van faillissementsaanvraag..................... 150 73.4.3. Particulieren en faillissement................................................................................ 150 73.4.4. Saneringsaanbod en faillissementsaanvraag......................................................... 150 73.4.5. Verzoek om uitstel van betaling vóór behandeling faillissementsaanvraag door rechter. 151 73.4.6. Toestemming voor faillissementsaanvraag............................................................ 151 73.4.7. Steunvordering derden voor faillissementsaanvraag.............................................. 151 73.4.8. Verlenen van steunvordering en faillissementsaanvraag........................................ 151 73.4.9. Verzet tegen faillietverklaring................................................................................ 151 73.4.10. Beroep op regresrecht in faillissement.................................................................. 152 73.4.11. Verzending of uitreiking aanslagbiljet bij faillissement............................................ 152 73.4.12. Opkomen in faillissement..................................................................................... 152 73.4.13. Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement.................................................. 152 73.4.14. Na de toepassing van het faillissement................................................................. 152 73.4.15. Opening nationale (secundaire) insolventieprocedure............................................ 152 73.4.16. Omzetting faillissement in WSNP.......................................................................... 152 73.5.......... Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door leden van de NVVK of gemeenten 153 73.5.1. Voorwaarden voor MSNP..................................................................................... 153 73.5.2. [vervallen]............................................................................................................ 154 73.5.3. Gevolgen uitstel MSNP voor invorderingsmaatregelen........................................... 154 73.5.4. Houding ontvanger tijdens uitstel MSNP................................................................ 154 73.5.5. Intrekken uitstel gedurende MSNP........................................................................ 154 73.5.6. De schuldenaar voldoet aan zijn verplichtingen MSNP........................................... 155 73.5.7 Na de toepassing van de MSNP........................................................................... 155 Artikel 73.5a Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door anderen dan leden van de NVVK of gemeenten……………………………………………...……………………………156 73.6.......... Insolventieprocedures en akkoorden……………………………………………………….. 156 73.6.1. Buitengerechtelijk akkoord.................................................................................... 156 73.6.2a Betaling bedrag saneringsakkoord........................................................................ 157 73.6.3. Gevolgen buitengerechtelijk akkoord..................................................................... 157 73.6.4. Voorwaarden voor toetreding tot een gerechtelijk akkoord...................................... 157 73.6.5. Gevolgen toetreden tot gerechtelijk akkoord.......................................................... 157 73.6.6. Begrip belastingschuld en (buiten)gerechtelijk akkoord.......................................... 158 73.6.7. Schuldig nalatig en (buiten)gerechtelijk akkoord.................................................... 158 73.6.8. Gevolgen dwangakkoord...................................................................................... 158 73.6.9. Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord................................... 158 73.7.......... Wettelijk breed moratorium………………………………………………………………… 158 Artikel 74..... Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten……………………………………………………….. 159 Artikel 75..... Kosten van vervolging………………………………………………………………………… 160 75.1.......... Gevorderde som bevat geen vervolgingskosten………………………………………… 160 75.2.......... Aan derden toekomende bedragen…………………………………………………………. 160 75.3.......... Rechtsmiddelen en vervolgingskosten………………………………………………… 161 75.4.......... Verzoek om vermindering vervolgingskosten aanmerken als bezwaar……………… 161 75.5.......... Niet in rekening brengen van vervolgingskosten………………………………………… 161 75.6.......... Onverschuldigdheid van vervolgingskosten……………………………………………….. 161 75.7.......... Niet-verwijtbaarheid en vervolgingskosten………………………………………………… 162 75.8.......... Versnelde invordering en vervolgingskosten……………………………………………… 162 75.9.......... Aansprakelijkgestelden en vervolgingskosten……………………………………………. 163 75.10......... Geen kwijtschelding van vervolgingskosten……………………………………………… 163 75.11......... Limitering betekeningskosten dwangbevel………………………………………………… 163 Artikel 76 tot en met 79 Douane en invordering, motorrijtuigenbelasting, internationale invordering en invordering Awir……………………………………………………………… 164 Artikel 80..... Invordering en Awb en het moment van vaststelling van de (naheffings) aanslagen.. 165 80.1.......... Tenuitvoerlegging termijndwangbevel……………………………………………………… 165 80.2.......... Moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen…………………………………... 165 Artikel 1 Inleiding en toepassingsgebied Dit artikel bevat de inleiding van de Leidraad Invordering Gemeentelijke Belastingen van de gemeente Pekela en het beleid over het toepassingsgebied zoals opgenomen in artikel 1 van de Invorderingswet 1990. 1.1. Inleiding Net als de Leidraad Invordering 2008 van het Rijk[1] (hierna: Rijksleidraad) bevat deze leidraad enkel beleidsregels. Werkinstructies zijn niet opgenomen. Bij de opmaak van deze leidraad is aansluiting gezocht bij de Rijksleidraad. Het is echter geen kopie. Daar waar noodzakelijk zijn bepalingen toegevoegd of aangepast aan de specifieke gemeentelijke situatie. 1.1.1. Lijst met gebruikte afkortingen Afkorting Omschrijving Awb Algemene wet bestuursrecht Awir Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen AWR Algemene wet inzake rijksbelastingen BW Burgerlijk Wetboek FW Faillissementswet MSNP minnelijke schuldsanering natuurlijke personen Pw Participatiewet Rv Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Sr Wetboek van Strafrecht Sv Wetboek van Strafvordering WHOA Wet homologatie onderhands akkoord WSF Wet Studiefinanciering 2000 WSNP wettelijke schuldsanering natuurlijke personen 1.1.2. Definities - belasting(en): belastingen die door de gemeente worden geheven; - belastingdeurwaarder: de daartoe door het college aangewezen gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, van de Gemeentewet; - besluit (het): het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990; - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; -echtgenoot: de echtgenoot, bedoeld in artikel 3 Pw; - hoger beroep: hoger beroep bij een gerechtshof dan wel, als beroep in cassatie bij de Hoge Raad is ingesteld, cassatieberoep; -inspecteur: de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend door de inspecteur; - ondernemer: de belastingschuldige die een onderneming drijft of zelfstandig een beroep uitoefent; - ontvanger: de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend door de ontvanger; - particulier: de belastingschuldige die niet als ondernemer wordt aangemerkt; - regeling (de): de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990; - wet (de): de wet van 30 mei 1990 op de invordering van rijksbelastingen (Invorderingswet 1990). Onder de overige in deze leidraad gebruikte begrippen wordt hetzelfde verstaan als de wet daaronder verstaat. 1.1.3. Reikwijdte beleidsvoorschriften Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 1.1.4. Aansprakelijkgestelden en andere derden De invordering met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden vindt voor een groot deel op overeenkomstige wijze plaats als de invordering met betrekking tot belastingschuldigen. Omwille van de leesbaarheid is vermeden steeds de aansprakelijkgestelden en andere derden te noemen, zonder dat hiermee wordt beoogd de toepasselijkheid van die voorschriften te beperken. 1.1.5. Awb en algemene beginselen van behoorlijk bestuur In de invordering wordt zoveel mogelijk gehandeld in overeenstemming met de Awb en het Besluit Fiscaal bestuursrecht, ondanks het feit dat artikel 3:40, titels 4.1 tot en met 4.3, artikel 4:125, titel 5.2., de hoofdstukken 6 en 7 en afdeling 10.2.1 Awb niet van toepassing zijn op de wet. Dit betekent onder meer dat de beslistermijnen uit de Awb inclusief de mogelijkheden tot verlenging van toepassing zijn, tenzij de wet[2], de regeling of deze leidraad anders bepaalt. Voor beschikkingen op aanvraag geldt daarom een termijn van acht weken met de mogelijkheid hiervan af te wijken door een redelijke termijn te noemen (zie artikel 4:13, 4:14 en 4:15 Awb). Voor het beslissen op bezwaarschriften geldt een verdagingstermijn van maximaal zes weken en de mogelijkheid tot verder uitstel in gezamenlijk overleg (artikel 7:10 Awb). Voor het beslissen op beroepschriften bij administratief beroep geldt een verdagingstermijn van maximaal zes weken en de mogelijkheid tot verder uitstel in gezamenlijk overleg (artikel 7:24 Awb). Het uitgangspunt met betrekking tot de Awb-conforme werkwijze geldt niet voor de regeling inzake de dwangsom bij niet tijdig beslissen (artikel 4:17 Awb). Het laatste betekent dat bij de uitvoering van de wet de dwangsom uitsluitend van toepassing is op de volgende gevallen: bezwaarschriften tegen beschikkingen invorderingsrente als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet; bezwaarschriften tegen beschikkingen aansprakelijkstelling als bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de wet; bezwaar- en beroepschriften als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen; bezwaarschriften tegen beschikkingen kostenvergoeding bij een onrechtmatig opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, van de wet; bezwaarschriften tegen beschikkingen bestuurlijke boete als bedoel in artikel 63b van de wet. Volledigheidshalve houdt dit in dat de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen niet van toepassing is op verzoeken om uitstel van betaling en verzoeken om kwijtschelding. Een andere bepaling uit de Awb die van overeenkomstige toepassing is bij invordering is artikel 4.84 Awb. Op grond van die bepaling is het mogelijk af te wijken van de beleidsregels zoals die zijn opgenomen in deze leidraad. Dit is gerechtvaardigd als toepassing van die regels voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de doelen die de leidraad dient. Dit laatste zal slechts bij hoge uitzondering aan de orde zijn. Het afwijken van beleidsregels leidt in de regel immers tot schending van het gelijkheidsbeginsel. Er moet dus sprake zijn van daadwerkelijk bijzondere omstandigheden op grond waarvan onverkorte toepassing van de leidraad onevenredig nadeel voor de betrokkene zou opleveren. Dit criterium gaat aanzienlijk verder dan een belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4 Awb. Naast het zoveel mogelijk handelen in overeenstemming met de Awb moet de ontvanger bij zijn handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriale verkoop en dergelijke). Dit betekent onder meer dat als de belastingschuldige in een verzoek aan de gemeente aannemelijk heeft gemaakt dat er gegronde twijfels zijn bij de verschuldigdheid van een onherroepelijk geworden belastingaanslag, de ontvanger de belastingaanslag marginaal toetst. Onder een onherroepelijk vaststaande belastingaanslag wordt in dit verband verstaan een belastingaanslag waartegen geen bezwaar of beroep meer open staat en waarvoor evenmin een ambtshalve beoordeling mogelijk is in verband met termijnoverschrijding. Wanneer bij de marginale toetsing blijkt dat een belastingaanslag in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, neemt de ontvanger voor een dergelijke aanslag geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen zoals de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar ook de verrekening van een belastingaanslag met belastingteruggaven begrepen. Uitgangspunt hierbij is dat de marginale toetsing zich beperkt tot feiten die de ontvanger bekend zijn op het moment dat hij tot invordering overgaat. De verrekening van een belastingaanslag waarvan is gebleken dat die in materiële zin niet verschuldigd is met een belastingteruggave wordt niet ongedaan gemaakt, tenzij het verzoek daartoe heeft plaatsgevonden binnen één maand nadat de verrekening is bekendgemaakt. 1.1.6. Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelen Als de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, heeft de eenvoudigste, snelste en minst kostbare wijze voor de gemeente de voorkeur. 1.1.7. Invorderingsmaatregelen tegen grote bedrijven Als de ontvanger invorderingsmaatregelen wil treffen die het voortbestaan kunnen bedreigen van een bedrijf met meer dan vijftig werknemers, dan vraagt hij daartoe toestemming van het college. Onder een bedrijf wordt in dit verband ook verstaan een geheel van bij elkaar behorende bedrijven of een zelfstandig uitgeoefend beroep. Beslaglegging hoeft niet het hiervoor bedoelde effect te hebben, als de ontvanger op een zodanige wijze kan handelen dat derden daarvan geheel onwetend blijven. De ontvanger vraagt altijd toestemming als: met de beslaglegging op korte termijn de verkoop van (een deel van) de activa van het bedrijf wordt beoogd; door de beslaglegging de werkvoorraad en/of geldmiddelen geheel of nagenoeg geheel worden vastgelegd; derden niet onkundig blijven van de beslaglegging, zoals steeds het geval is bij derdenbeslag; de ontvanger aan een schuldeiser zodanige inlichtingen omtrent openstaande belastingaanslagen verstrekt, dat deze kunnen dienen als steunvorderingen bij het aanvragen van faillissement door die schuldeiser. 1.1.8. Voor de invordering minder geschikte dagen De ontvanger zal geen invorderingsmaatregelen nemen tegen particulieren op dagen die daarvoor minder geschikt kunnen worden geacht, als die maatregelen zonder bezwaar naar een later tijdstip kunnen worden verschoven. Deze terughoudendheid geldt bij ondernemers slechts voor zover sprake is van invorderingsmaatregelen die betrekking hebben op bezittingen die tot de privésfeer kunnen worden gerekend. De terughoudendheid geldt niet als de ontvanger een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 9, achtste lid van de wet terstond invordert. Voor invordering minder geschikte dagen zijn met name: de Nieuwjaarsdag, de Christelijke tweede Paas- en Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de Hemelvaartsdag, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd, de vijfde mei en de Goede Vrijdag, alle met inbegrip van de daaraan voorafgaande en de daarop volgende dag; regionaal vrij algemeen erkende feest- en gedenkdagen met inbegrip van de daaraan voorafgaande en de daarop volgende dag; de dagen tussen de beide Kerstdagen en Nieuwjaarsdag. 1.1.9. Binnenkomst van bescheiden Als aan het indienen van bepaalde bescheiden rechtsgevolgen zijn verbonden dan wel rechten kunnen worden ontleend dan geldt als datum van binnenkomst van die stukken de datum van binnenkomst bij de gemeente. Als de ontvanger in de tussentijd heeft verrekend of dwangmaatregelen heeft genomen ter invordering van de belastingschuld, dan blijven deze gehandhaafd als hij niet van de indiening op de hoogte was en er redelijkerwijs ook niet van op de hoogte kon zijn. Onder dwangmaatregelen moeten in dit verband worden verstaan: alle maatregelen in het kader van de dwanginvordering respectievelijk invordering langs civielrechtelijke weg, en het aansprakelijk stellen van derden. 1.1.10. Positie belastingdeurwaarder Belastingdeurwaarder is een door of namens het college aangewezen ambtenaar van de gemeente, dan wel een als belastingdeurwaarder van de gemeente aangewezen deurwaarder. In de uitoefening van zijn functie is de belastingdeurwaarder bestuursorgaan in de zin van de Awb, dan wel handelt hij onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan (de ontvanger). Als zodanig vervult hij zijn taak zonder vooringenomenheid. Hij gebruikt zijn bevoegdheid niet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Hij waakt ervoor dat de nadelige gevolgen van zijn handelen niet onevenredig zijn in verhouding tot de doelen die hij met die handelingen dient. Om misverstanden te voorkomen, meldt de belastingdeurwaarder steeds in welke hoedanigheid hij optreedt en hij legitimeert zich desgevraagd. Op grond van artikel 67 van de wet is het de belastingdeurwaarder verboden om hetgeen hem over de persoon of de zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld - in enige werkzaamheid bij de uitvoering van de wet, of in verband daarmee - verder bekend te maken dan nodig is voor de uitvoering van de wet of voor de heffing van enige rijksbelasting. De leiding van de invordering berust steeds in handen van de ontvanger. Dit brengt met zich mee dat de belastingdeurwaarder de bevoegdheden die hij rechtstreeks ontleent aan de wet en aan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, slechts uitoefent nadat hij daartoe een opdracht van de ontvanger heeft verkregen en zich bij de uitoefening van die bevoegdheden houdt aan diens aanwijzingen. Op grond van artikel 9:1 Awb heeft een ieder het recht om een klacht in te dienen over de wijze waarop de belastingdeurwaarder zich jegens hem of een ander heeft gedragen. Klachten in verband met zijn ambtsuitoefening kunnen worden ingediend bij de ontvanger in wiens opdracht en onder wiens verantwoordelijkheid de belastingdeurwaarder werkzaam is. 1.1.11. Bewaren invorderingsbescheiden De ontvanger bewaart de bescheiden die direct betrekking hebben op de invordering gedurende drie jaar na afdoening, of zoveel langer als het recht tot dwanginvordering van de belastingaanslag die daaraan ten grondslag ligt nog niet is verjaard. De bescheiden die op kwijtschelding betrekking hebben, worden gedurende ten minste drie jaar na de verleende kwijtschelding bewaard, of zoveel langer als redelijkerwijs nog niet kan worden aangenomen dat zij hun belang definitief hebben verloren. Bescheiden die geen betrekking hebben op één of meer bepaalde belastingaanslagen, worden eveneens gedurende ten minste drie jaar bewaard, of zoveel langer als redelijkerwijs nog niet kan worden aangenomen dat zij hun belang definitief hebben verloren. 1.1.12. Verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingen Op verzoek van de belanghebbende of zijn gemachtigde geeft de ontvanger een verklaring af, dat op dat moment geen belastingaanslagen of andere vorderingen op zijn naam openstaan waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen. Tevens verklaart de ontvanger desgevraagd dat zich in het verleden - voor wat betreft de invordering - geen moeilijkheden hebben voorgedaan. In de verklaring kan de ontvanger nadere bijzonderheden vermelden. De ontvanger zendt de verklaring aan het adres van de belanghebbende of reikt deze aan hem uit. Toezending of uitreiking aan een ander dan de belanghebbende blijft achterwege, tenzij de ontvanger zich ervan heeft overtuigd dat die ander tot ontvangst van de verklaring bevoegd is. 1.1.13. Informatieplicht De ontvanger maakt van de bevoegdheden van hoofdstuk VII van de wet enkel gebruik bij een betalingsachterstand, dat wil zeggen als niet is betaald binnen de betalingstermijn(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.