← Nederland

Leidraad Invordering gemeente Veendam 2024 (Veendam)

Kort samengevat

Deze Leidraad Invordering gemeente Veendam 2024 beschrijft de regels en procedures die de gemeente Veendam volgt bij het innen van belastingen en andere vorderingen. Het vervangt een eerdere versie uit 2023.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

Leidraad Invordering gemeente Veendam 2024Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam; gelet op het bepaalde in: - artikel 231 van de Gemeentewet; - artikel 26 van de Invorderingswet 1990; - artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen de Leidraad Invordering gemeente Veendam 2024 Artikel1 De als bijlage toegevoegde Leidraad Invordering gemeente Veendam 2024 treedt in de plaats van de Leidraad Invordering zoals vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van 10 januari 2023. Artikel2 Dit besluit treedt in werking na publicatie. Artikel3 Dit besluit wordt aangehaald als: Leidraad Invordering gemeente Veendam 2024. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam,De burgemeester De secretarismr. S.E. Korthuis A. CasteleinLeidraad Invordering Gemeente Veendam TOC \o "1-3" \* MERGEFORMAT Leidraad Invordering Gemeente Veendam…………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175622 \h 2 Artikel 1 Inleiding en toepassingsgebied………………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175623 \h 13 1.1. Inleiding………………………………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175624 \h 13 1.1.1. Lijst met gebruikte afkortingen PAGEREF _Toc80175625 \h 13 1.1.2. Definities PAGEREF _Toc80175626 \h 13 1.1.3. Reikwijdte beleidsvoorschriften PAGEREF _Toc80175627 \h 14 1.1.4. Aansprakelijkgestelden en andere derden PAGEREF _Toc80175628 \h 14 1.1.5. Awb en algemene beginselen van behoorlijk bestuur PAGEREF _Toc80175629 \h 14 1.1.5a Toepassing artikel 4:84 Awb 15 1.1.6. Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelen PAGEREF _Toc80175630 \h 15 1.1.7. Invorderingsmaatregelen tegen grote bedrijven PAGEREF _Toc80175631 \h 15 1.1.8. Voor de invordering minder geschikte dagen PAGEREF _Toc80175632 \h 15 1.1.9. Binnenkomst van bescheiden PAGEREF _Toc80175633 \h 16 1.1.10. Positie belastingdeurwaarder PAGEREF _Toc80175634 \h 16 1.1.11. Bewaren invorderingsbescheiden PAGEREF _Toc80175635 \h 17 1.1.12. Verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingen PAGEREF _Toc80175636 \h 17 1.1.13. Informatieplicht PAGEREF _Toc80175637 \h 17 1.1.14. Diplomatieke status PAGEREF _Toc80175638 \h 17 1.2. Toepassingsgebied…………………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175639 \h 17 Artikel 2 Begrippen………………………………………………………………………………………... PAGEREF _Toc80175640 \h 18 2.1. Woonplaats……………………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175641 \h 18 Artikel 3 Bevoegdheden ontvanger……………………………………………………………………... PAGEREF _Toc80175642 \h 19 3.1. Fiscale en civiele bevoegdheden…………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175643 \h 19 3.2. Conservatoir beslag……………………………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175644 \h 19 3.2.1. Geen conservatoir beslag dan ook geen versnelde invordering PAGEREF _Toc80175645 \h 19 3.2.2. Ontbreken belastingaanslag en conservatoir beslag PAGEREF _Toc80175646 \h 19 3.3. Gerechtelijke procedures - toestemming……………………………………………………. PAGEREF _Toc80175647 \h 20 3.3.1 Juridische bijstand PAGEREF _Toc80175648 \h 20 3.3.2 Toestemming PAGEREF _Toc80175649 \h 20 3.4. Rijksadvocaat…………………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175650 \h 20 3.5. Faillissementsaanvraag……………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175651 \h 20 Artikel 3a Bevoegdheid strafbeschikkingen……………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175652 \h 21 Artikel 4 Bevoegdheid belastingdeurwaarder…………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175653 \h 22 4.1. Reikwijdte bevoegdheid belastingdeurwaarder PAGEREF _Toc80175654 \h 22 4.2. Bescherming PAGEREF _Toc80175655 \h 22 4.3. Legitimatie PAGEREF _Toc80175656 \h 22 Artikel 5 Bevoegdheid ressort…………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175657 \h 23 Artikel 6 Reikwijdte van de wet………………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175658 \h 24 6.1. Rente en kosten in het kader van de reikwijdte van de wet……………………………… PAGEREF _Toc80175659 \h 24 Artikel 7 Betaling en afboeking………………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175660 \h 25 7.1. Tijdstip betaling…………………………………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175661 \h 25 7.2. De afboeking van de betaling………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175662 \h 25 7.3. Teveelbetaling…………………………………………………………………………………... PAGEREF _Toc80175663 \h 25 7.4. Rente en kosten bij afboeking betalingen…………………………………………………... PAGEREF _Toc80175664 \h 26 7.5. Het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen……………………………………… PAGEREF _Toc80175665 \h 26 7.6. Afboeking betaling bestuurlijke boete waarvoor uitstel van betaling is verleend……… PAGEREF _Toc80175666 \h 26 7.7. Afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden…………………………………... PAGEREF _Toc80175667 \h 26 7.8. Betaling bij vergissing…………………………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175668 \h 26 7.9. Mededeling afboeking betaling………………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175669 \h 27 7.10. Betaling van kleine bedragen…………………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175670 \h 27 7.11. Ontvangen bedragen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling en faillissement…….. PAGEREF _Toc80175671 \h 27 Artikel 7a Uitbetaling van belastingteruggaven……………………………………………………….... PAGEREF _Toc80175672 \h 28 7a.1. Aanwijzen rekeningnummer voor uitbetaling……………………………………………….. PAGEREF _Toc80175673 \h 28 7a.2. Controle van een aangewezen bankrekening op de tenaamstelling…………………… PAGEREF _Toc80175674 \h 28 7a.3. Uitbetalingfouten………………………………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175675 \h 28 Artikel 7b Cessie- en verpandingsverbod uitbetalingen inkomstenbelasting………………………. PAGEREF _Toc80175676 \h 29 Artikel 8 Bekendmaking aanslag………………………………………………………………………... PAGEREF _Toc80175677 \h 30 8.1. Verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situaties………………….. PAGEREF _Toc80175678 \h 30 8.2. Bekendmaking als de rechtspersoon (vermoedelijk) is opgehouden te bestaan……... PAGEREF _Toc80175679 \h 30 8.3. Gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljet……………………………. PAGEREF _Toc80175680 \h 30 8.4. Vooraf uitnodigen erfgenamen tot betalen belastingaanslag…………………………….. PAGEREF _Toc80175681 \h 30 Artikel 9 Betalingstermijnen……………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175682 \h 31 9.1. Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige aanslagen……………….. PAGEREF _Toc80175683 \h 31 9.2. Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige teruggaven……………… PAGEREF _Toc80175684 \h 31 9.3. Uitbetaling voorlopige teruggave in één termijn……………………………………………. PAGEREF _Toc80175685 \h 31 9.4. Dagtekening aanslagbiljet…………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175686 \h 31 9.5. Begrippen bij betalingstermijnen……………………………………………………………... PAGEREF _Toc80175687 \h 31 9.6. Verzuim ontvanger bij uitbetaling…………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175688 \h 31 9.7. Regeling betalingstermijnen…………………………………………………………………... PAGEREF _Toc80175689 \h 32 9.8. Automatische incasso………………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175690 \h 32 Artikel 10 Versnelde invordering………………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175691 \h 33 10.1. Reikwijdte versnelde invordering…………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175692 \h 33 10.2. Vrees voor verduistering en versnelde invordering……………………………………….. PAGEREF _Toc80175693 \h 34 10.3. Metterwoon verlaten van Nederland en versnelde invordering………………………….. PAGEREF _Toc80175694 \h 34 10.4. Geen vaste woonplaats in Nederland en versnelde invordering………………………… PAGEREF _Toc80175695 \h 34 10.5. Beslag en versnelde invordering……………………………………………………………... PAGEREF _Toc80175696 \h 34 10.6. Verkoop namens derden en versnelde invordering………………………………………... PAGEREF _Toc80175697 \h 34 10.7. Vordering ex artikel 19 en versnelde invordering………………………………………….. PAGEREF _Toc80175698 \h 35 Artikel 11 Aanmaning………………………………………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175699 \h 36 11.1. De geadresseerde van de aanmaning………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175700 \h 36 11.2. Aanmaning ten onrechte verzonden…………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175701 \h 36 11.3. Achterwege laten van tussentijdse vervolging en aanmaning…………………………… PAGEREF _Toc80175702 \h 36 11.4. Gedeeltelijke voldoening aan de aanmaning……………………………………………….. PAGEREF _Toc80175703 \h 36 11.5. Betalingsherinnering…………………………………………………………………………… . PAGEREF _Toc80175704 \h 37 11.6. Aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg…………………………………….. PAGEREF _Toc80175705 \h 37 Artikel 12 Dwangbevel……………………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175706 \h 38 12.1. Onderwerp van het dwangbevel…………………………………………………………….… PAGEREF _Toc80175707 \h 38 12.2. Tegen wie verleent de ontvanger een dwangbevel………………………………………… PAGEREF _Toc80175708 \h 38 Artikel 13 Betekening van het dwangbevel……………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175709 \h 39 13.1. Betekening dwangbevel per post…………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175710 \h 39 13.1.1. Adressering van per post betekende dwangbevelen PAGEREF _Toc80175711 \h 39 13.2. Betekening dwangbevel door de belastingdeurwaarder………………………………….. PAGEREF _Toc80175712 \h 40 13.3. Bijzondere gevallen van betekening dwangbevel………………………………………….. PAGEREF _Toc80175713 \h 40 Artikel 14 Tenuitvoerlegging van het dwangbevel……………………………………………………… PAGEREF _Toc80175714 \h 41 14.1. Tenuitvoerlegging algemeen………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175715 \h 41 14.1.1. Keuze van invorderingsmaatregelen PAGEREF _Toc80175716 \h 41 14.1.2. Houding van de belastingdeurwaarder tijdens tenuitvoerlegging PAGEREF _Toc80175717 \h 41 14.1.3. Tenuitvoerlegging dwangbevel als de belastingschuldige is overleden PAGEREF _Toc80175718 \h 42 14.1.4. Volgorde van uitwinning bij beslag PAGEREF _Toc80175719 \h 42 14.1.5. Verhaal op met vruchtgebruik of recht van gebruik bezwaarde zaken PAGEREF _Toc80175720 \h 42 14.1.6. Beslaglegging voor vordering van derden PAGEREF _Toc80175721 \h 42 14.1.7. Opheffing beslag na gedeeltelijke betaling of voldoening aan voorwaarden PAGEREF _Toc80175722 \h 42 14.1.8. Opheffing beslag tegen betaling door een derde PAGEREF _Toc80175723 \h 42 14.1.9. Opschorten van de executie PAGEREF _Toc80175724 \h 42 14.1.10. Onderhandse verkoop PAGEREF _Toc80175725 \h 43 14.1.11. Samenloop opheffing beslag en onderhandse verkoop PAGEREF _Toc80175726 \h 43 14.1.12. Strafrechtelijk beslag PAGEREF _Toc80175727 \h 43 14.1.13. Invordering en ontnemingswetgeving PAGEREF _Toc80175728 \h 43 14.2. Beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn………………………………. PAGEREF _Toc80175729 \h 43 14.2.1. Kennisgeving vooraf en beslag roerende zaken PAGEREF _Toc80175730 \h 43 14.2.2. Domiciliekeuze en beslag roerende zaken PAGEREF _Toc80175731 \h 43 14.2.3. Aanbod van betaling en beslag roerende zaken PAGEREF _Toc80175732 \h 44 14.2.4. Omvang van het beslag op roerende zaken PAGEREF _Toc80175733 \h 44 14.2.5. Beslag op roerende zaken van derden PAGEREF _Toc80175734 \h 44 14.2.6. Beroep of verzet door een derde tegen inbeslagneming roerende zaken PAGEREF _Toc80175735 \h 44 14.2.7. Voldoening zekerheidsschuld door ontvanger en beslag roerende zaken PAGEREF _Toc80175736 \h 44 14.2.8. Beslag roerende zaken bij derden PAGEREF _Toc80175737 \h 45 14.2.9. Wegvoeren van beslagen zaken PAGEREF _Toc80175738 \h 45 14.2.10. Belasting van personenauto’s en motorrijwielen en belasting zware motorrijtuigen en beslag roerende zaken PAGEREF _Toc80175739 \h 46 14.2.11. Afsluiting en beslag roerende zaken PAGEREF _Toc80175740 \h 46 14.2.12. Bewaarder en beslag roerende zaken PAGEREF _Toc80175741 \h 46 14.2.13. Executoriale verkoop computerapparatuur PAGEREF _Toc80175742 \h 46 14.2.14. Executoriale verkoop zilveren, gouden en platina werken PAGEREF _Toc80175743 \h 47 14.2.15. Beslag op illegale zaken PAGEREF _Toc80175744 \h 47 14.2.16. Bieden voor rekening van de gemeente en beslag roerende zaken PAGEREF _Toc80175745 \h 47 14.2.17. Opheffing van het beslag op roerende zaken PAGEREF _Toc80175746 \h 47 14.2.18. Afboeking executieopbrengst verkoop roerende zaken PAGEREF _Toc80175747 \h 47 14.2.19. Proces-verbaal van verkoop roerende zaken PAGEREF _Toc80175748 \h 48 14.2.20. Gegevensverstrekking omtrent beslag roerende zaken PAGEREF _Toc80175749 \h 48 14.2.21 Relaas van onttrekking PAGEREF _Toc80175750 \h 48 14.3. Beslag op onroerende zaken…………………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175751 \h 48 14.3.1. Bewaring van in beslag genomen roerende zaken bij beslag onroerende zaken PAGEREF _Toc80175752 \h 48 14.3.2. Nieuwe belastingschuld en beslag onroerende zaken PAGEREF _Toc80175753 \h 48 14.3.3. Verhuurde of verpachte onroerende zaken PAGEREF _Toc80175754 \h 48 14.3.4. Voorwaarden van verkoop van onroerende zaken PAGEREF _Toc80175755 \h 48 14.3.5. Opheffing van het beslag onroerende zaken PAGEREF _Toc80175756 \h 49 14.4. Beslag onder derden…………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175757 \h 49 14.4.1a. Geen beslag op coronabonus zorgprofessional 50 14.4.1b Bankbeslag en energietoeslag 50 14.4.1. Beslag op vordering van een derde 50 14.4.2. Derdenbeslag of vordering ex artikel 19 50 14.4.3. Roerende zaken bij derden 50 14.4.4. Plaats beslaglegging en derdenbeslag 50 14.4.5. Derdenbeslag op een vordering waar geen beslagvrije voet voor geldt PAGEREF _Toc80175762 \h 50 14.4.5a Derdenbeslag en kosten van levensonderhoud PAGEREF _Toc80175763 \h 50 14.4.6. Bij derdenbeslag in gebreke blijven tot het doen van verklaring PAGEREF _Toc80175764 \h 50 14.4.7. Bij derdenbeslag niet afdragen na het doen van verklaring PAGEREF _Toc80175765 \h 51 14.4.8. Afdracht binnen de vierwekentermijn bij derdenbeslag PAGEREF _Toc80175766 \h 51 14.4.9. Derdenbeslag op polis van levens- of spaarverzekering of lijfrente PAGEREF _Toc80175767 \h 51 14.4.10. Retentierecht en derdenbeslag PAGEREF _Toc80175768 \h 51 14.4.11. Opheffing van het derdenbeslag PAGEREF _Toc80175769 \h 51 14.4.12. Onverschuldigde betaling en derdenbeslag PAGEREF _Toc80175770 \h 51 14.4.13. Derdenbeslag onder de Staat, de ontvanger of een openbaar lichaam en het doen van verklaring PAGEREF _Toc80175771 \h 52 14.4.14. Derdenbeslag op voorlopige teruggaaf PAGEREF _Toc80175772 \h 52 14.5. Beslag op schepen…………………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175773 \h 52 14.5.1. Beletten van het vertrek van het schip PAGEREF _Toc80175774 \h 52 14.5.2. De executie van schepen PAGEREF _Toc80175775 \h 52 14.5.3. Afgelasting van de verkoop van een schip PAGEREF _Toc80175776 \h 53 14.5.4. Deskundige hulp en beslag op schepen PAGEREF _Toc80175777 \h 53 14.5.5. Opheffing van het beslag op schepen PAGEREF _Toc80175778 \h 53 Artikel 15 Versnelde uitvaardiging en tenuitvoerlegging……………………………………………… PAGEREF _Toc80175779 \h 54 Artikel 16 Doorlopend beslag…………………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175780 \h 55 16.1. Voor 1 januari 2011 gelegde derdenbeslagen……………………………………………… PAGEREF _Toc80175781 \h 55 Artikel 17 Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel………………………………………………... PAGEREF _Toc80175782 \h 56 17.1. Aanhouden tenuitvoerlegging bij verzet…………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175783 \h 56 17.2. Verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering……………… PAGEREF _Toc80175784 \h 56 Artikel 18 ANPR-acties…………………………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175785 \h 57 Artikel 19 Doen van een vordering……………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175786 \h 58 19.1. Vordering algemeen……………………………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175787 \h 58 19.1.1. Bekendmaking vordering PAGEREF _Toc80175788 \h 58 19.1.2. Voldoen aan de vordering PAGEREF _Toc80175789 \h 58 19.1.3. Niet voldoen aan de vordering PAGEREF _Toc80175790 \h 58 19.1.4. Intrekken van een vordering PAGEREF _Toc80175791 \h 58 19.1.5. Vermindering of vernietiging van de belastingaanslag in relatie tot vordering PAGEREF _Toc80175792 \h 59 19.1.6. Doorbreken beslagverboden en vordering PAGEREF _Toc80175793 \h 59 19.1.7. Notoire wanbetaler en vordering PAGEREF _Toc80175794 \h 59 19.1.8. Vordering ten laste van de echtgenoot PAGEREF _Toc80175795 \h 60 19.2. De faillissementsvordering……………………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175796 \h 60 19.2.1. Aan te melden schulden in faillissement PAGEREF _Toc80175797 \h 60 19.2.2. Belastingschulden ontstaan gedurende een surséance zijn boedelschulden in faillissement PAGEREF _Toc80175798 \h 60 19.2.3. Opkomen in faillissement PAGEREF _Toc80175799 \h 60 19.3. Vorderingen met betrekking tot periodieke uitkeringen PAGEREF _Toc80175800 \h 61 19.3.1. Overwegen van vordering op periodieke uitkeringen PAGEREF _Toc80175801 \h 61 19.3.2. Vooraankondiging van vordering op periodieke uitkeringen PAGEREF _Toc80175802 \h 61 19.3.3. Beslagvrije voet en vordering op periodieke uitkeringen PAGEREF _Toc80175803 \h 61 19.3.3a Beslagvrije voet en vakantiegeld PAGEREF _Toc80175804 \h 61 19.3.4. Beslagvrije voet voor belastingschuldige zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland PAGEREF _Toc80175806 \h 61 19.3.5. Belastingschuldige woont in buitenland en beslagvrije voet PAGEREF _Toc80175807 \h 62 19.3.6. Verrekening ex artikel 117 Ambtenarenwet PAGEREF _Toc80175808 \h 62 19.3.7. Periodieke uitkeringen onder de bijstandsnorm PAGEREF _Toc80175809 \h 62 19.3.8. Vordering in relatie tot voorlopige teruggaaf PAGEREF _Toc80175810 \h 62 19.3.9 Toepassing beslagvrije voet bij AOW-gerechtigden 63 19.4 Beslagvrije voet en overheidsvordering…………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175811 \h 63 19.5. Vrij te laten bedrag en betalingsvordering bij geen adres in Nederland 64 19.6 Vordering en energietoeslag 64 Artikel 20 Lijfsdwang……………………………………………………………………………………….. 65 Artikel 21 Voorrecht rijksbelastingen…………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175813 \h 65 Artikel 22 Bodemrecht……………………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175814 \h 66 22.1. Werkingssfeer en reikwijdte bodemrecht…………………………………………………… PAGEREF _Toc80175815 \h 66 22.2. Bodemrecht en bestuurlijke boeten…………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175816 \h 66 22.3. Overbetekening bodembeslag……………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175817 \h 66 22.4. Volgorde uitwinning bodembeslag buiten faillissement…………………………………… PAGEREF _Toc80175818 \h 67 22.5. Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement………………………………………… PAGEREF _Toc80175819 \h 67 22.6. Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar……………………………………….. PAGEREF _Toc80175820 \h 67 22.7. Bodemrecht en voorrang……………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175821 \h 67 22.8. Verzet en beroep……………………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175822 \h 67 22.8.1. Verzet artikel 435, derde lid, Rv tegen bodembeslag PAGEREF _Toc80175823 \h 67 22.8.2. Taken met betrekking tot de schriftelijke mededeling ex artikel 435, derde lid, Rv inzake bodembeslag PAGEREF _Toc80175824 \h 67 22.8.3. Opschorting verkoop na verzet in rechte tegen bodembeslag PAGEREF _Toc80175825 \h 67 22.8.4. Beroepschrift ex artikel 22 van de wet PAGEREF _Toc80175826 \h 67 22.8.5. Beroepschriftprocedure ex artikel 22 van de wet PAGEREF _Toc80175827 \h 68 22.8.6. Taak van de ontvanger met betrekking tot beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet PAGEREF _Toc80175828 \h 68 22.8.7. Beslissing college op het beroepschrift tegen een bodembeslag PAGEREF _Toc80175829 \h 68 22.8.8. Onduidelijk bezwaar tegen bodembeslag PAGEREF _Toc80175830 \h 68 22.8.9. Samenloop administratief beroep en verzet tegen bodembeslag PAGEREF _Toc80175831 \h 69 22.8.10. Criteria voor de beslissing op het beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet PAGEREF _Toc80175832 \h 69 22.8.11. Beëindiging operationele lease-overeenkomst PAGEREF _Toc80175833 \h 69 22.8.12. Executie en bodemrecht PAGEREF _Toc80175834 \h 69 22.9 Terughoudend beleid bij reëel eigendom derde PAGEREF _Toc80175835 \h 69 Artikel 22bis Mededelingen…………………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175836 \h 70 Artikel 22a en artikel 23 Verhaal motorrijtuigenbelasting en inkomstenbelasting…………………. PAGEREF _Toc80175837 \h 71 Artikel 23a Verhaal van belastingaanslagen als gevolg van een toerekening van een afgezonderd particulier vermogen……………………………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175838 \h 72 Artikel 24 Verrekening……………………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175839 \h 73 24.1. Wanneer verrekening………………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175840 \h 73 24.1.1. Verrekening voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting en beslagvrije voet PAGEREF _Toc80175841 \h 73 24.2. Betwiste schuld en verrekening………………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175842 \h 73 24.3. Reikwijdte van de verrekening………………………………………………………………... PAGEREF _Toc80175843 \h 73 24.4. Bekendmaking verrekening…………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175844 \h 74 24.5. Verrekening en fiscale eenheid vennootschapsbelasting………………………………… PAGEREF _Toc80175845 \h 74 24.6. Instemmingsregeling bij cessie en verpanding…………………………………………….. PAGEREF _Toc80175846 \h 74 24.6.1. Geen verrekening bij instemming cessie of verpanding PAGEREF _Toc80175847 \h 74 24.6.2. Mogelijkheid van cessie of verpanding uit te betalen bedragen PAGEREF _Toc80175848 \h 74 24.6.3. Instemming of weigering met een cessie of verpanding PAGEREF _Toc80175849 \h 74 24.6.4. Beroepsprocedure weigeren instemming cessie of verpanding en Awb PAGEREF _Toc80175850 \h 75 24.6.5. Bekendmaking beschikking college bij cessie of verpanding PAGEREF _Toc80175851 \h 75 24.6.6. Houding ontvanger bij procedure tegen weigeren instemming met cessie of verpanding …………………………………………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175852 \h 75 Artikel 25 Uitstel van betaling……………………………………………………………………………... PAGEREF _Toc80175853 \h 76 25.1. Algemene uitgangspunten uitstelbeleid……………………………………………………... PAGEREF _Toc80175854 \h 76 25.1.1. Houding van de ontvanger tijdens behandeling verzoek om uitstel PAGEREF _Toc80175855 \h 76 25.1.2. Toewijzing van het verzoek om uitstel van betaling PAGEREF _Toc80175856 \h 76 25.1.3. Redenen afwijzing verzoek om uitstel PAGEREF _Toc80175857 \h 76 25.1.4. Redenen beëindigen uitstel PAGEREF _Toc80175858 \h 77 25.1.5 Beëindigen van een betalingsregeling met meer dan één termijn PAGEREF _Toc80175859 \h 77 25.1.6. Van rechtswege vervallen van een verleend uitstel PAGEREF _Toc80175860 \h 77 25.1.7. Geen invordering tijdens verleend uitstel PAGEREF _Toc80175861 \h 78 25.1.8. Na (afwijzen) uitstel veertien dagen wachttijd PAGEREF _Toc80175862 \h 78 25.1.9. Uitstel voor een ambtshalve belastingaanslag PAGEREF _Toc80175863 \h 78 25.1.10. Uitstel voor een aanslag ter behoud van rechten PAGEREF _Toc80175864 \h 78 25.1.11. Uitstel voor een bestuurlijke boete PAGEREF _Toc80175865 \h 78 25.1.12. [vervallen] PAGEREF _Toc80175866 \h 78 25.1.13. Zekerheid bij uitstel PAGEREF _Toc80175867 \h 78 25.1.14. Tijdstip indiening verzoek om uitstel PAGEREF _Toc80175868 \h 79 25.1.15. Verzoekschriften aan andere instellingen PAGEREF _Toc80175869 \h 79 25.2. Uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag…………………………….. PAGEREF _Toc80175870 \h 79 25.2.1. Bezwaar tegen hoogte belastingaanslag PAGEREF _Toc80175871 \h 79 25.2.2. Bezwaar- en beroepschrift gelden niet als verzoek om uitstel PAGEREF _Toc80175872 \h 79 25.2.2.A. Afzonderlijk verzoek om uitstel in verband met een bezwaarschrift PAGEREF _Toc80175873 \h 80 25.2.2.B. Nadere gegevens PAGEREF _Toc80175874 \h 80 25.2.3. De beslissing op het verzoek om uitstel van betaling PAGEREF _Toc80175875 \h 80 25.2.4. Uitstel in verband met een onderlinge overlegprocedure PAGEREF _Toc80175876 \h 80 25.2.5. Zekerheid bij uitstel in verband met bezwaar PAGEREF _Toc80175877 \h 80 25.2.7. Verrekening tijdens uitstel in verband met bezwaar PAGEREF _Toc80175878 \h 81 25.2.7A. Nadere voorwaarden bij herbeoordeling verleend uitstel PAGEREF _Toc80175879 \h 81 25.2.8. Geen uitstel voor het niet bestreden bedrag PAGEREF _Toc80175880 \h 81 25.2.9. Ten onrechte uitstel voor het gehele bedrag van de belastingaanslag PAGEREF _Toc80175881 \h 82 25.3. Uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag………………………… PAGEREF _Toc80175882 \h 82 25.3.1. Uitstel in verband met een belastingteruggaaf en andere uit te betalen bedragen PAGEREF _Toc80175883 \h 82 25.3.2. Berekening van het uit te betalen bedrag bij uitstel PAGEREF _Toc80175884 \h 82 25.3.3. Beslissing op het verzoek om uitstel in verband met een uit te betalen bedrag PAGEREF _Toc80175885 \h 82 25.3.4. Verrekening en uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag PAGEREF _Toc80175886 \h 82 25.4. Uitstel in verband met betalingsproblemen…………………………………………………. PAGEREF _Toc80175887 \h 83 25.4.1. Beslissing op een verzoek om uitstel in verband met betalingsproblemen PAGEREF _Toc80175888 \h 83 25.4.2. Uitstel en motorrijtuigenbelasting PAGEREF _Toc80175889 \h 83 25.4.3. Verrekening tijdens een betalingsregeling PAGEREF _Toc80175890 \h 83 25.4.4. Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surséance PAGEREF _Toc80175891 \h 83 25.4.5 Uitstel van betaling erfbelasting bij verkrijging eigen woning door broers of zussen van de erflater PAGEREF _Toc80175892 \h 83 25.5. Betalingsregeling voor particulieren…………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175893 \h 84 25.5.1. Duur betalingsregeling particulieren PAGEREF _Toc80175894 \h 84 25.5.2. Voorwaarden aan betalingsregeling particulieren PAGEREF _Toc80175895 \h 84 25.5.3. Kort uitstel particulieren PAGEREF _Toc80175896 \h 84 25.5.4. Behandeling verzoek betalingsregeling particulieren PAGEREF _Toc80175897 \h 84 25.5.5. Vermogen en betalingsregeling particulieren PAGEREF _Toc80175898 \h 85 25.5.6. Betalingscapaciteit en betalingsregeling particulieren PAGEREF _Toc80175899 \h 85 25.5.7. Berekening betalingscapaciteit: bijzondere uitgaven PAGEREF _Toc80175900 \h 85 25.5.8. Berekening betalingscapaciteit: aflossingsverplichtingen aan derden PAGEREF _Toc80175901 \h 85 25.5.9. Berekening betalingscapaciteit: extra inkomsten PAGEREF _Toc80175902 \h 86 25.5.10. Belastingschuldige stelt zelf een betalingsregeling voor PAGEREF _Toc80175903 \h 86 25.5.11. Betalingsregeling langer dan drie maanden PAGEREF _Toc80175904 \h 86 25.6. Betalingsregeling voor ondernemers………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175905 \h 86 25.6.1. Duur betalingsregeling ondernemers PAGEREF _Toc80175906 \h 86 25.6.2. Voorwaarden betalingsregeling ondernemers PAGEREF _Toc80175907 \h 86 25.6.2A. Bijzondere omstandigheden betalingsregeling ondernemers PAGEREF _Toc80175908 \h 87 25.6.2B. Verklaring derde deskundige PAGEREF _Toc80175909 \h 87 25.6.2C. Geen uitstel voor ondernemers in verband met betalingsproblemen als al kort uitstel is verleend PAGEREF _Toc80175910 \h 87 25.6.2D. Kort uitstel van betaling voor ondernemers PAGEREF _Toc80175911 \h 87 25.6.3. Uitstelbeleid particulieren geldt voor ex-ondernemers PAGEREF _Toc80175912 \h 88 25.6.4. Uitstel voor ondernemers en overheidssteun/subsidie PAGEREF _Toc80175913 \h 88 25.7. Administratief beroep………………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175914 \h 88 25.7.1. Toetsing uitstelbeschikking door het college PAGEREF _Toc80175915 \h 88 25.7.2. Beroepsfase uitstel PAGEREF _Toc80175916 \h 88 25.7.3. Beslissing college op beroepschrift bij uitstel PAGEREF _Toc80175917 \h 88 25.7.4. Niet tijdig beslissen op een verzoek om uitstel PAGEREF _Toc80175918 \h 88 25.7.5. Beroep, bezwaar, of nieuw verzoek om uitstel van betaling bij de ontvanger PAGEREF _Toc80175919 \h 88 Artikel 25a Uitstel van betaling exitheffingen inkomstenbelasting………………………………………. PAGEREF _Toc80175920 \h 90 25a.1. Beoordeling zekerheid bij uitstel van betaling ter zake van exitheffingen……………… PAGEREF _Toc80175921 \h 90 Artikel 25b Uitstel van betaling exitheffingen vennootschapsbelasting………………………………… PAGEREF _Toc80175922 \h 91 25b.1. Beoordeling zekerheid bij uitstel van betaling ter zake van exitheffingen……………… PAGEREF _Toc80175923 \h 91 Artikel 26 Kwijtschelding van belastingen………………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175924 \h 92 26.1. Algemene uitgangspunten kwijtscheldingsbeleid………………………………………….. PAGEREF _Toc80175925 \h 92 26.1.1. Kwijtschelding van betaalde belastingschulden PAGEREF _Toc80175926 \h 93 26.1.2. Het indienen van een verzoek om kwijtschelding PAGEREF _Toc80175927 \h 93 26.1.3. Niet ingevuld of onjuist ingevuld verzoekformulier om kwijtschelding PAGEREF _Toc80175928 \h 93 26.1.4. Gegevens en normen ten tijde van indiening verzoek om kwijtschelding PAGEREF _Toc80175929 \h 93 26.1.5. Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden PAGEREF _Toc80175930 \h 93 26.1.6. Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding PAGEREF _Toc80175931 \h 94 26.1.7. Na afwijzen kwijtschelding veertien dagen wachttijd bij voortzetting invordering PAGEREF _Toc80175932 \h 94 26.1.8. Mondeling meedelen afwijzen kwijtschelding PAGEREF _Toc80175933 \h 94 26.1.9. Wanneer wordt geen kwijtschelding verleend PAGEREF _Toc80175934 \h 94 26.1.10. Begrip 'ex-ondernemer' en kwijtschelding PAGEREF _Toc80175935 \h 96 26.1.11. Verzoekschriften aan andere instellingen PAGEREF _Toc80175936 \h 96 26.2. Kwijtschelding van belastingen voor particulieren…………………………………………. PAGEREF _Toc80175937 \h 96 26.2.1. Vermogen en kwijtschelding particulieren PAGEREF _Toc80175938 \h 96 26.2.2. De inboedel en kwijtschelding particulieren PAGEREF _Toc80175939 \h 96 26.2.3. De auto en kwijtschelding particulieren PAGEREF _Toc80175940 \h 96 26.2.4. Saldo op bankrekening(

  1. en)en kwijtschelding voor particulieren PAGEREF _Toc80175941 \h 96 26.2.5. De eigen woning en kwijtschelding voor particulieren PAGEREF _Toc80175942 \h 97 26.2.6. Vermogen van kinderen en kwijtschelding voor particulieren PAGEREF _Toc80175943 \h 97 26.2.7. Nalatenschappen en kwijtschelding voor particulieren PAGEREF _Toc80175944 \h 97 26.2.8. [vervallen] PAGEREF _Toc80175945 \h 97 26.2.9. [vervallen] PAGEREF _Toc80175946 \h 97 26.2.10. Betalingscapaciteit en kwijtschelding voor particulieren PAGEREF _Toc80175947 \h 97 26.2.11. Vakantiegeld en kwijtschelding voor particulieren PAGEREF _Toc80175948 \h 98 26.2.12. Studiefinanciering en kwijtschelding voor particulieren PAGEREF _Toc80175949 \h 98 26.2.13. Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage en kwijtschelding voor particulieren PAGEREF _Toc80175950 \h 99 26.2.13a. Persoonsgebonden budget en kwijtschelding voor particulieren PAGEREF _Toc80175951 \h 99 26.2.14. Betalingen op belastingschulden en kwijtschelding voor particulieren PAGEREF _Toc80175952 \h 99 26.2.15. Woonlasten en kwijtschelding van belasting van voorhuwelijkse belastingschulden PAGEREF _Toc80175953 \h 100 26.2.16. Uitgaven in verband met onderhoudsverplichtingen en kwijtschelding voor particulieren PAGEREF _Toc80175954 \h 100 26.2.17. Kwijtschelding tijdens WSNP PAGEREF _Toc80175955 \h 100 26.2.18. [vervallen] ……………………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175956 \h 100 26.2.19. Normpremie zorgkostenverzekering begrepen in de bijstandsuitkering PAGEREF _Toc80175957 \h 100 26.3. Kwijtschelding van belastingen voor ondernemers………………………………………. PAGEREF _Toc80175958 \h 101 26.3.1. Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord PAGEREF _Toc80175959 \h 101 26.3.2. Aansprakelijkheid en kwijtschelding voor ondernemers PAGEREF _Toc80175960 \h 101 26.3.3. Voorwaarden tot deelname aan een saneringsakkoord PAGEREF _Toc80175961 \h 101 26.3.4. Toepassingsbereik saneringsakkoord PAGEREF _Toc80175962 \h 101 26.3.5. Ten minste dubbele percentage en saneringsakkoord PAGEREF _Toc80175963 \h 102 26.3.6. Bestuurlijke boeten en saneringsakkoord PAGEREF _Toc80175964 \h 102 26.3.7. Rente en kosten en saneringsakkoord PAGEREF _Toc80175965 \h 102 26.3.8. Speciale crediteuren en saneringsakkoord PAGEREF _Toc80175966 \h 102 26.3.9 Betaling bedrag saneringsakkoord PAGEREF _Toc80175967 \h 103 26.4. Administratief beroep………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175968 \h 103 26.4.1. Administratief beroep tegen de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding PAGEREF _Toc80175969 \h 103 26.4.2. Herhaald verzoek om kwijtschelding PAGEREF _Toc80175970 \h 103 26.4.3. Beroepsfase kwijtschelding PAGEREF _Toc80175971 \h 104 26.4.4. Gegevens en normen eerste verzoek om kwijtschelding PAGEREF _Toc80175972 \h 104 26.4.5. Beslissing college op beroep bij kwijtschelding PAGEREF _Toc80175973 \h 104 26.4.6. Invordering tijdens administratief beroep en herhaald verzoek om kwijtschelding en ambtshalve behandeling beroepschrift PAGEREF _Toc80175974 \h 104 26.4.7. Niet tijdig beslissen op een verzoek om kwijtschelding PAGEREF _Toc80175975 \h 104 26.5. Voortzetting van de invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding…………….. PAGEREF _Toc80175976 \h 104 26.5.1. Invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding PAGEREF _Toc80175977 \h 104 26.6 Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding…… PAGEREF _Toc80175978 \h 105 26.7. Geautomatiseerde kwijtschelding…………………………………………………………... PAGEREF _Toc80175979 \h 105 Artikel 27 Verjaring………………………………………………………………………………………... PAGEREF _Toc80175980 \h 106 27.1. Versnelde invordering en verjaring…………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175981 \h 106 27.2. Aansprakelijkgestelden en verjaring……………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175982 \h 106 27.3. Stuiting van de verjaring……………………………………………………………………... PAGEREF _Toc80175983 \h 106 27.4. Schorsing van de verjaring………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175984 \h 106 27.5. Afstand van verjaring…………………………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175985 \h 106 27.6. Rente en kosten en verjaring………………………………………………………………... PAGEREF _Toc80175986 \h 107 27.7. Na verjaring geen civiele invordering………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175987 \h 107 27.8. Verjaring van belastingteruggaven…………………………………………………………. PAGEREF _Toc80175988 \h 107 Artikel 27a Betalingskorting……………………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175989 \h 108 Artikel 28 Invorderingsrente……………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175990 \h 109 28.1. Cheque buitenland en invorderingsrente………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175991 \h 109 28.2. Correctie berekende invorderingsrente……………………………………………………. PAGEREF _Toc80175992 \h 109 28.3. Vermindering terecht in rekening gebrachte invorderingsrente………………………… PAGEREF _Toc80175993 \h 109 28.4. Verzuim van de gemeente en invorderingsrente…………………………………………. PAGEREF _Toc80175994 \h 109 28.5. Rente- of schadevergoeding………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175995 \h 109 28.6. Kwijtschelding invorderingsrente niet mogelijk…………………………………………… PAGEREF _Toc80175996 \h 109 28.7. Verminderingen en toepassing artikel 28, zesde lid, van de wet………………………. PAGEREF _Toc80175997 \h 110 28.8. Drempelbedrag………………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80175998 \h 110 Artikel 28a en artikel 28b…………………………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80175999 \h 111 Artikel 28c …………………………………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80176000 \h 112 Artikel 29 Invorderingsrente……………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80176001 \h 113 Artikel 30 Beschikking betalingskorting en invorderingsrente………………………………………. PAGEREF _Toc80176002 \h 114 30.1. Beschikking terugnemen betalingskorting…………………………………………………. PAGEREF _Toc80176003 \h 114 30.2. Verzoek tot vermindering rente is bezwaar……………………………………………….. PAGEREF _Toc80176004 \h 114 30.3. Betalingskorting en invorderingsrente: (hoger) beroep en cassatie…………………… PAGEREF _Toc80176005 \h 114 30.4. Teruggenomen betalingskorting en invorderingsrente: uitstel van betaling………….. PAGEREF _Toc80176006 \h 114 30.5. Geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting…………………….. PAGEREF _Toc80176007 \h 114 Artikel 31 en artikel 31a Afwijkingen betalingskorting en invorderingsrente……………………… PAGEREF _Toc80176008 \h 115 Artikel 32 Samenloop fiscale en civiele aansprakelijkheidsbepalingen…………………………… PAGEREF _Toc80176009 \h 116 32.1. Keuze aansprakelijkheid……………………………………………………………………... PAGEREF _Toc80176010 \h 116 32.2. (Vervallen)……………………………………………………………………... PAGEREF _Toc80176011 \h 116 Artikel 33 Aansprakelijkheid van bestuurder, leider vaste inrichting, vaste vertegenwoordiger en vereffenaar voor alle belastingen…………………………………………………………… PAGEREF _Toc80176012 \h 117 33.1. Leider vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger bij aansprakelijkheid……………. PAGEREF _Toc80176013 \h 117 33.2. Feitelijke vestiging bij aansprakelijkheid…………………………………………………… PAGEREF _Toc80176014 \h 117 33.3. Lichaam dat is ontbonden bij aansprakelijkheid………………………………………….. PAGEREF _Toc80176015 \h 117 33.4. Vereffenaar bij aansprakelijkheid…………………………………………………………… PAGEREF _Toc80176016 \h 117 33.5. Bestuurder bij aansprakelijkheid……………………………………………………………. PAGEREF _Toc80176017 \h 118 33.6. Gewezen bestuurder bij aansprakelijkheid………………………………………………... PAGEREF _Toc80176018 \h 118 33.7. Disculpatie bestuurders, leiders en vaste vertegenwoordigers………………………… PAGEREF _Toc80176019 \h 118 Artikel 33a Aansprakelijkheid van begunstigden………………………………………………………. PAGEREF _Toc80176020 \h 119 Artikel 34 tot en met 47 Specifieke aansprakelijkheidbepalingen voor Rijksbelastingen………. PAGEREF _Toc80176021 \h 120 Artikel 48 Beperking aansprakelijkheid van erfgenamen……………………………………………. PAGEREF _Toc80176022 \h 121 48.1. Beneficiaire aanvaarding…………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80176023 \h 121 48.2. Invordering ten laste van een erfgenaam blijft achterwege…………………………….. PAGEREF _Toc80176024 \h 121 Artikel 49 Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling…………………………………………… PAGEREF _Toc80176025 \h 122 49.1. Aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete……………………………………………… PAGEREF _Toc80176026 \h 122 49.2. Aansprakelijkstelling voor invorderingsrente……………………………………………… PAGEREF _Toc80176027 \h 122 49.3. De aansprakelijkstelling - in gebreke zijn…………………………………………………. PAGEREF _Toc80176028 \h 122 49.3.1. Wanneer in gebreke PAGEREF _Toc80176029 \h 122 49.3.2. In gebreke zijn en versnelde invordering PAGEREF _Toc80176030 \h 123 49.3.3. In gebreke zijn en een beschikking ‘geen verdere invorderingsmaatregelen’ PAGEREF _Toc80176031 \h 123 49.4. Informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten- en inlenersaansprakelijkheid……………………………………………………………………. PAGEREF _Toc80176032 \h 123 49.5. Informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden……………………………………… PAGEREF _Toc80176033 \h 123 49.6. Aansprakelijkheid: eerst uitwinning belastingschuldige…………………………………. PAGEREF _Toc80176034 \h 123 49.7. Volgorde van aansprakelijkstellen………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80176035 \h 123 49.8. Bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie tegen de beschikking aansprakelijkstelling………………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80176036 \h 124 49.8.1. Uitstel in verband met bezwaar tegen een beschikking aansprakelijkstelling PAGEREF _Toc80176037 \h 124 49.8.2. [vervallen] PAGEREF _Toc80176038 \h 124 49.9. Overgangsrecht……………………………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80176039 \h 124 Artikel 51 Conservatoir beslag bij aansprakelijkheid…………………………………………………. PAGEREF _Toc80176040 \h 125 51.1. Conservatoir beslag en uitstel in verband met bezwaar………………………………… PAGEREF _Toc80176041 \h 125 Artikel 52 Betalingstermijn beschikking aansprakelijkstelling………………………………………. PAGEREF _Toc80176042 \h 126 52.1. Vermindering van de belastingaanslag en aansprakelijkstelling……………………….. PAGEREF _Toc80176043 \h 126 Artikel 53 Aansprakelijkheid: verhaalsrechten en kwijtschelding…………………………………… PAGEREF _Toc80176044 \h 127 53.1. Geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld…………………………. PAGEREF _Toc80176045 \h 127 53.2. Ontslag van betalingsverplichting aansprakelijk gestelde bestuurder en verwijtbaarheid …………………………………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80176046 \h 127 Artikel 54 Mededeling aan de aansprakelijkgestelde………………………………………………… PAGEREF _Toc80176047 \h 128 54.1. Betaling teruggaaf aanhouden bij aansprakelijkstelling…………………………………. PAGEREF _Toc80176048 \h 128 Artikel 55 tot en met 57 Keten- en bestuurdersaansprakelijkheid…………………………………. PAGEREF _Toc80176049 \h 129 Artikel 58 Informatieverplichtingen van de belastingschuldige of de aansprakelijkgestelde…… PAGEREF _Toc80176050 \h 130 58.1. Geen invorderingsonderzoek tijdens een gerechtelijke procedure…………………….. PAGEREF _Toc80176051 \h 130 58.2 Gegevens voor invordering van ‘eigen’ belastingschulden……………………………... PAGEREF _Toc80176052 \h 130 58.3. Invorderingsonderzoek tijdens faillissement………………………………………………. PAGEREF _Toc80176053 \h 130 Artikel 59 Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde…………………………………. PAGEREF _Toc80176054 \h 131 Artikel 60 Formele bepalingen voor de informatieverplichtingen…………………………………… PAGEREF _Toc80176055 \h 132 60.1. Redelijke termijn voor verstrekken van informatie……………………………………….. PAGEREF _Toc80176056 \h 132 60.2. Kwaliteit van de gegevens en wijze van verstrekking of beschikbaar stellen………... PAGEREF _Toc80176057 \h 132 Artikel 61 Geen geheimhoudingsplicht bij de informatieverplichtingen……………………………. PAGEREF _Toc80176058 \h 133 61.1. Niet van de administratie gescheiden (beroeps-) vertrouwelijke gegevens………….. PAGEREF _Toc80176059 \h 133 Artikel 62 Informatieverplichtingen van de administratieplichtige………………………………….. PAGEREF _Toc80176060 \h 134 Artikel 62bis …………………………………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80176061 \h 135 Artikel 62a …………………………………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80176062 \h 136 Artikel 63 tot en met 63ab………………………………………………………………………………... PAGEREF _Toc80176063 \h 137 Artikel 63b Bestuurlijke boete bij verzuim……………………………………………………………….. PAGEREF _Toc80176064 \h 138 63b.1. Algemene uitgangspunten…………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80176065 \h 138 63b.2. Betalingsverzuim bij aanslagbelastingen………………………………………………….. PAGEREF _Toc80176066 \h 138 63b.3. Verplichting toe te laten dat kopieën e.d. worden gemaakt…………………………….. PAGEREF _Toc80176067 \h 138 Artikel 63c Wijziging maximale hoogte verzuimboete…………………………………………………. PAGEREF _Toc80176068 \h 139 Artikel 64 Niet nakomen informatieverplichting: strafmaat voor misdrijf…………………………... PAGEREF _Toc80176069 \h 140 Artikel 65 Opzettelijk niet nakomen informatieverplichting: zwaardere strafmaat……………….. PAGEREF _Toc80176070 \h 141 65.1. Reikwijdte opzetcriterium bij misdrijf……………………………………………………….. PAGEREF _Toc80176071 \h 141 Artikel 65a en artikel 66 Misdrijf of overtreding……………………………………………………….. PAGEREF _Toc80176072 \h 142 Artikel 67 Geheimhoudingsplicht………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80176073 \h 143 67.1. Bekendmaking aan de belastingschuldige………………………………………………… PAGEREF _Toc80176074 \h 143 67.2. Bekendmaking aan derden in het belang van de invordering…………………………... PAGEREF _Toc80176075 \h 143 67.3. Informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke betalingen……….. PAGEREF _Toc80176076 \h 143 Artikel 67a …………………………………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80176077 \h 144 Artikel 68 tot en met 72 Keuze woonplaats bij de invordering van Rijksbelastingen en bodemrecht …………………………………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80176078 \h 145 Artikel 73 Insolventieprocedures………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80176079 \h 146 73.1. Algemene uitgangspunten insolventieprocedures……………………………………….. PAGEREF _Toc80176080 \h 146 73.1.1. Aanmelden belastingschulden in WSNP of faillissement PAGEREF _Toc80176081 \h 146 73.1.2 Invorderingsmaatregelen tijdens de toepassing van WSNP of faillissement PAGEREF _Toc80176082 \h 146 73.1.3. Boedelschulden PAGEREF _Toc80176083 \h 146 73.1.4. Proceskostengarantie PAGEREF _Toc80176084 \h 146 73.1.5. Belangenbehartiging door de bewindvoerder of de curator PAGEREF _Toc80176085 \h 147 73.1.6. Bodemvoorrecht in faillissement en in de WSNP PAGEREF _Toc80176086 \h 147 73.1.7. Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar PAGEREF _Toc80176087 \h 147 73.1.8. Uitstel in relatie tot faillissement en WSNP PAGEREF _Toc80176088 \h 147 73.1.9. Kwijtschelding in relatie tot faillissement en WSNP PAGEREF _Toc80176089 \h 147 73.1.10. Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot faillissement en WSNP PAGEREF _Toc80176090 \h 147 73.1.11. Toeslagenschuld in relatie tot WSNP en faillissement PAGEREF _Toc80176091 \h 147 73.1.12. Verplichtingensignaal in relatie tot WSNP en faillissement PAGEREF _Toc80176092 \h 147 73.2. Insolventieprocedure en Wettelijke schuldsanering……………………………………… PAGEREF _Toc80176093 \h 147 73.2.1. Kwijtschelding tijdens WSNP PAGEREF _Toc80176094 \h 147 73.2.2. De WSNP is beëindigd met een schone lei PAGEREF _Toc80176095 \h 148 73.2.3. De WSNP is beëindigd zonder schone lei of de schone lei is ingetrokken PAGEREF _Toc80176096 \h 148 73.2.4. De WSNP is tussentijds beëindigd PAGEREF _Toc80176097 \h 148 73.3. Insolventieprocedure en surséance………………………………………………………… PAGEREF _Toc80176098 \h 148 73.3.1. Uitstel en surséance PAGEREF _Toc80176099 \h 148 73.3.2. Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot surséance PAGEREF _Toc80176100 \h 149 73.3a. WHOA-akkoord PAGEREF _Toc80176101 \h 149 73.3a.1. Geldend beleid bij aangeboden WHOA-akkoord 73.3a.2. Voorwaarden WHOA-akkoord 73.3a.3. Gevolgen homologatieWHOA-akkoord bij instemming 73.3a.4. Gevolgen homologatie WHOA-akkoord zonder instemming 73.4. Insolventieprocedure en faillissement……………………………………………………… PAGEREF _Toc80176102 \h 150 73.4.1. Faillissementsaanvraag: algemeen PAGEREF _Toc80176103 \h 150 73.4.2. Ontbinding van rechtspersonen in plaats van faillissementsaanvraag PAGEREF _Toc80176104 \h 150 73.4.3. Particulieren en faillissement PAGEREF _Toc80176105 \h 150 73.4.4. Saneringsaanbod en faillissementsaanvraag PAGEREF _Toc80176106 \h 150 73.4.5. Verzoek om uitstel van betaling vóór behandeling faillissementsaanvraag door rechter PAGEREF _Toc80176107 \h 150 73.4.6. Toestemming voor faillissementsaanvraag PAGEREF _Toc80176108 \h 151 73.4.7. Steunvordering derden voor faillissementsaanvraag PAGEREF _Toc80176109 \h 151 73.4.8. Verlenen van steunvordering en faillissementsaanvraag PAGEREF _Toc80176110 \h 151 73.4.9. Verzet tegen faillietverklaring PAGEREF _Toc80176111 \h 151 73.4.10. Beroep op regresrecht in faillissement PAGEREF _Toc80176112 \h 151 73.4.11. Verzending of uitreiking aanslagbiljet bij faillissement PAGEREF _Toc80176113 \h 151 73.4.12. Opkomen in faillissement PAGEREF _Toc80176114 \h 151 73.4.13. Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement PAGEREF _Toc80176115 \h 152 73.4.14. Na de toepassing van het faillissement PAGEREF _Toc80176116 \h 152 73.4.15. Opening nationale (secundaire) insolventieprocedure PAGEREF _Toc80176117 \h 152 73.4.16. Omzetting faillissement in WSNP PAGEREF _Toc80176118 \h 152 73.5. Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door leden van de NVVK of gemeenten……………………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80176119 \h 152 73.5.1. Voorwaarden voor MSNP PAGEREF _Toc80176120 \h 152 73.5.2. (vervallen) PAGEREF _Toc80176121 \h 154 73.5.3. Gevolgen uitstel MSNP voor invorderingsmaatregelen PAGEREF _Toc80176122 \h 154 73.5.4. Houding ontvanger tijdens uitstel MSNP PAGEREF _Toc80176123 \h 154 73.5.5. Intrekken uitstel gedurende MSNP PAGEREF _Toc80176124 \h 154 73.5.6. De schuldenaar voldoet aan zijn verplichtingen MSNP PAGEREF _Toc80176125 \h 155 73.5.7 Na de toepassing van de MSNP PAGEREF _Toc80176126 \h 155 Artikel 73.5a Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door anderen dan leden van de NVVK of gemeenten PAGEREF _Toc80176127 \h 156 73.6. Insolventieprocedures en akkoorden………………………………………………………. PAGEREF _Toc80176128 \h 156 73.6.1. Buitengerechtelijk akkoord PAGEREF _Toc80176129 \h 156 73.6.2a Betaling bedrag saneringsakkoord PAGEREF _Toc80176130 \h 156 73.6.3. Gevolgen buitengerechtelijk akkoord PAGEREF _Toc80176131 \h 157 73.6.4. Voorwaarden voor toetreding tot een gerechtelijk akkoord PAGEREF _Toc80176132 \h 157 73.6.5. Gevolgen toetreden tot gerechtelijk akkoord PAGEREF _Toc80176133 \h 157 73.6.6. Begrip belastingschuld en (buiten)gerechtelijk akkoord PAGEREF _Toc80176134 \h 157 73.6.7. Schuldig nalatig en (buiten)gerechtelijk akkoord PAGEREF _Toc80176135 \h 158 73.6.8. Gevolgen dwangakkoord PAGEREF _Toc80176136 \h 158 73.6.9. Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord PAGEREF _Toc80176137 \h 158 73.7. Wettelijk breed moratorium…………………………………………………………………. PAGEREF _Toc80176138 \h 158 Artikel 74 Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten………………………………………………………. PAGEREF _Toc80176139 \h 159 Artikel 75 Kosten van vervolging………………………………………………………………………… PAGEREF _Toc80176140 \h 160 75.1. Gevorderde som bevat geen vervolgingskosten………………………………………….. PAGEREF _Toc80176141 \h 160 75.2. Aan derden toekomende bedragen…………………………………………………………. PAGEREF _Toc80176142 \h 160 75.3. Rechtsmiddelen en vervolgingskosten…………………………………………………….. PAGEREF _Toc80176143 \h 161 75.4. Verzoek om vermindering vervolgingskosten aanmerken als bezwaar……………….. PAGEREF _Toc80176144 \h 161 75.5. Niet in rekening brengen van vervolgingskosten…………………………………………. PAGEREF _Toc80176145 \h 161 75.6. Onverschuldigdheid van vervolgingskosten………………………………………………. PAGEREF _Toc80176146 \h 161 75.7. Niet-verwijtbaarheid en vervolgingskosten………………………………………………… PAGEREF _Toc80176147 \h 162 75.8. Versnelde invordering en vervolgingskosten……………………………………………… PAGEREF _Toc80176148 \h 162 75.9. Aansprakelijkgestelden en vervolgingskosten……………………………………………. PAGEREF _Toc80176149 \h 163 75.10. Geen kwijtschelding van vervolgingskosten………………………………………………. PAGEREF _Toc80176150 \h 163 75.11. Limitering betekeningskosten dwangbevel………………………………………………… PAGEREF _Toc80176151 \h 163 Artikel 76 tot en met 79 Douane en invordering, motorrijtuigenbelasting, internationale invordering en invordering Awir……………………………………………………………... PAGEREF _Toc80176152 \h 164 Artikel 80 Invordering en Awb en het moment van vaststelling van de (naheffings) aanslagen.. PAGEREF _Toc80176153 \h 165 80.1. Tenuitvoerlegging termijndwangbevel……………………………………………………… PAGEREF _Toc80176154 \h 165 80.2. Moment van vaststelling van (naheffings)aanslagen…………………………………….. PAGEREF _Toc80176155 \h 165 Artikel 1Inleiding en toepassingsgebied Dit artikel bevat de inleiding van de Leidraad Invordering Gemeentelijke Belastingen van de gemeente Veendam en het beleid over het toepassingsgebied zoals opgenomen in artikel 1 van de Invorderingswet 1990. 1.1.Inleiding Net als de Leidraad Invordering 2008 van het Rijk1Bijlage bij besluit van 12 juni 2008, nr. CPP2008/1137M (hierna: Rijksleidraad) bevat deze leidraad enkel beleidsregels. Werkinstructies zijn niet opgenomen. Bij de opmaak van deze leidraad is aansluiting gezocht bij de Rijksleidraad. Het is echter geen kopie. Daar waar noodzakelijk zijn bepalingen toegevoegd of aangepast aan de specifieke gemeentelijke situatie. Lijst met gebruikte afkortingen Afkorting Omschrijving Awb Algemene wet bestuursrecht Awir Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen AWR Algemene wet inzake rijksbelastingen BW Burgerlijk Wetboek FW Faillissementswet MSNP minnelijke schuldsanering natuurlijke personen Pw Participatiewet Rv Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Sr Wetboek van Strafrecht Sv Wetboek van Strafvordering WHOA Wet homologatie onderhands akkoord WSF Wet Studiefinanciering 2000 WSNP wettelijke schuldsanering natuurlijke personen 1.1.2.Definities -belasting(en): belastingen die door de gemeente worden geheven; - belastingdeurwaarder: de daartoe door het college aangewezen gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, van de Gemeentewet; -besluit (het): het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990; -college:het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; -echtgenoot: de echtgenoot, bedoeld in artikel 3 Pw; - hoger beroep: hoger beroep bij een gerechtshof dan wel, als beroep in cassatie bij de Hoge Raad is ingesteld, cassatieberoep; -inspecteur: de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend door de inspecteur; - ondernemer: de belastingschuldige die een onderneming drijft of zelfstandig een beroep uitoefent; - ontvanger: de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend door de ontvanger; -particulier: de belastingschuldige die niet als ondernemer wordt aangemerkt; -regeling (de): de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990; -wet (de): de wet van 30 mei 1990 op de invordering van rijksbelastingen (Invorderingswet 1990). Onder de overige in deze leidraad gebruikte begrippen wordt hetzelfde verstaan als de wet daaronder verstaat. 1.1.3.Reikwijdte beleidsvoorschriften Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 1.1.4.Aansprakelijkgestelden en andere derden De invordering met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden vindt voor een groot deel op overeenkomstige wijze plaats als de invordering met betrekking tot belastingschuldigen. Omwille van de leesbaarheid is vermeden steeds de aansprakelijkgestelden en andere derden te noemen, zonder dat hiermee wordt beoogd de toepasselijkheid van die voorschriften te beperken. 1.1.5.Awb en algemene beginselen van behoorlijk bestuur In de invordering wordt zoveel mogelijk gehandeld in overeenstemming met de Awb en het Besluit Fiscaal bestuursrecht, ondanks het feit dat artikel 3:40, titels 4.1 tot en met 4.3, artikel 4:125, titel 5.2., de hoofdstukken 6 en 7 en afdeling 10.2.1 Awb niet van toepassing zijn op de wet. Dit betekent onder meer dat de beslistermijnen uit de Awb inclusief de mogelijkheden tot verlenging van toepassing zijn, tenzij de wet2Zie artikel 236, tweede lid, Gemeentewet en artikel 30, zesde lid, Wet WOZ, de regeling of deze leidraad anders bepaalt. Voor beschikkingen op aanvraag geldt daarom een termijn van acht weken met de mogelijkheid hiervan af te wijken door een redelijke termijn te noemen (zie artikel 4:13, 4:14 en 4:15 Awb). Voor het beslissen op bezwaarschriften geldt een verdagingstermijn van maximaal zes weken en de mogelijkheid tot verder uitstel in gezamenlijk overleg (artikel 7:10 Awb). Voor het beslissen op beroepschriften bij administratief beroep geldt een verdagingstermijn van maximaal zes weken en de mogelijkheid tot verder uitstel in gezamenlijk overleg (artikel 7:24 Awb). Het uitgangspunt met betrekking tot de Awb-conforme werkwijze geldt niet voor de regeling inzake de dwangsom bij niet tijdig beslissen (artikel 4:17 Awb). Het laatste betekent dat bij de uitvoering van de wet de dwangsom uitsluitend van toepassing is op de volgende gevallen: bezwaarschriften tegen beschikkingen invorderingsrente als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet; bezwaarschriften tegen beschikkingen aansprakelijkstelling als bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de wet; bezwaar- en beroepschriften als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen; bezwaarschriften tegen beschikkingen kostenvergoeding bij een onrechtmatig opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, van de wet; bezwaarschriften tegen beschikkingen bestuurlijke boete als bedoel in artikel 63b van de wet. Naast het zoveel mogelijk handelen in overeenstemming met de Awb moet de ontvanger bij zijn handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriale verkoop en dergelijke). Dit betekent onder meer dat als de belastingschuldige in een verzoek aan de gemeente aannemelijk heeft gemaakt dat er gegronde twijfels zijn bij de verschuldigdheid van een onherroepelijk geworden belastingaanslag, de ontvanger de belastingaanslag marginaal toetst. Onder een onherroepelijk vaststaande belastingaanslag wordt in dit verband verstaan een belastingaanslag waartegen geen bezwaar of beroep meer open staat en waarvoor evenmin een ambtshalve beoordeling mogelijk is in verband met termijnoverschrijding. Wanneer bij de marginale toetsing blijkt dat een belastingaanslag in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, neemt de ontvanger voor een dergelijke aanslag geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen zoals de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar ook de verrekening van een belastingaanslag met belastingteruggaven begrepen. Uitgangspunt hierbij is dat de marginale toetsing zich beperkt tot feiten die de ontvanger bekend zijn op het moment dat hij tot invordering overgaat. De verrekening van een belastingaanslag waarvan is gebleken dat die in materiële zin niet verschuldigd is met een belastingteruggave wordt niet ongedaan gemaakt, tenzij het verzoek daartoe heeft plaatsgevonden binnen één maand nadat de verrekening is bekendgemaakt. 1.1.5a Toepassing artikel 4:84 Awb Artikel 4:84 Awb is van overeenkomstige toepassing bij de invordering van gemeentelijke belastingen. Op grond hiervan is het onder omstandigheden mogelijk om af te wijken van beleidsregels zoals die zijn opgenomen in een beleidsbesluit dat van toepassing is voor de praktijk van de ontvanger, zoals deze leidraad. Afwijking van beleidsregels is gerechtvaardigd als toepassing van die regels voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben, die vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de doelen die de beleidsregels dienen. Toepassing van artikel 4:84 Awb zal slechts bij hoge uitzondering aan de orde zijn. Het afwijken van beleidsregels leidt in de regel immers tot schending van het gelijkheidsbeginsel. Er moet dus sprake zijn van daadwerkelijk bijzondere omstandigheden waardoor onverkorte toepassing van de beleidsregels onevenredig nadeel voor de betrokkene zou opleveren. Dit criterium gaat aanzienlijk verder dan een belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4 Awb. 1.1.6.Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelen Als de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, heeft de eenvoudigste, snelste en minst kostbare wijze voor de gemeente de voorkeur. 1.1.7.Invorderingsmaatregelen tegen grote bedrijven Als de ontvanger invorderingsmaatregelen wil treffen die het voortbestaan kunnen bedreigen van een bedrijf met meer dan vijftig werknemers, dan vraagt hij daartoe toestemming van het college. Onder een bedrijf wordt in dit verband ook verstaan een geheel van bij elkaar behorende bedrijven of een zelfstandig uitgeoefend beroep. Beslaglegging hoeft niet het hiervoor bedoelde effect te hebben, als de ontvanger op een zodanige wijze kan handelen dat derden daarvan geheel onwetend blijven. De ontvanger vraagt altijd toestemming als: met de beslaglegging op korte termijn de verkoop van (een deel van) de activa van het bedrijf wordt beoogd; door de beslaglegging de werkvoorraad en/of geldmiddelen geheel of nagenoeg geheel worden vastgelegd; derden niet onkundig blijven van de beslaglegging, zoals steeds het geval is bij derdenbeslag; de ontvanger aan een schuldeiser zodanige inlichtingen omtrent openstaande belastingaanslagen verstrekt, dat deze kunnen dienen als steunvorderingen bij het aanvragen van faillissement door die schuldeiser. 1.1.8.Voor de invordering minder geschikte dagen De ontvanger zal geen invorderingsmaatregelen nemen tegen particulieren op dagen die daarvoor minder geschikt kunnen worden geacht, als die maatregelen zonder bezwaar naar een later tijdstip kunnen worden verschoven. Deze terughoudendheid geldt bij ondernemers slechts voor zover sprake is van invorderingsmaatregelen die betrekking hebben op bezittingen die tot de privésfeer kunnen worden gerekend. De terughoudendheid geldt niet als de ontvanger een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 9, achtste lid van de wet terstond invordert. Voor invordering minder geschikte dagen zijn met name: de Nieuwjaarsdag, de Christelijke tweede Paas- en Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de Hemelvaartsdag, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd, de vijfde mei en de Goede Vrijdag, alle met inbegrip van de daaraan voorafgaande en de daarop volgende dag; regionaal vrij algemeen erkende feest- en gedenkdagen met inbegrip van de daaraan voorafgaande en de daarop volgende dag; de dagen tussen de beide Kerstdagen en Nieuwjaarsdag. 1.1.9.Binnenkomst van bescheiden Als aan het indienen van bepaalde bescheiden rechtsgevolgen zijn verbonden dan wel rechten kunnen worden ontleend dan geldt als datum van binnenkomst van die stukken de datum van binnenkomst bij de gemeente. Als de ontvanger in de tussentijd heeft verrekend of dwangmaatregelen heeft genomen ter invordering van de belastingschuld, dan blijven deze gehandhaafd als hij niet van de indiening op de hoogte was en er redelijkerwijs ook niet van op de hoogte kon zijn. Onder dwangmaatregelen moeten in dit verband worden verstaan: alle maatregelen in het kader van de dwanginvordering respectievelijk invordering langs civielrechtelijke weg, en het aansprakelijk stellen van derden. 1.1.10.Positie belastingdeurwaarder Belastingdeurwaarder is een door of namens het college aangewezen ambtenaar van de gemeente, dan wel een als belastingdeurwaarder van de gemeente aangewezen deurwaarder. In de uitoefening van zijn functie is de belastingdeurwaarder bestuursorgaan in de zin van de Awb, dan wel handelt hij onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan (de ontvanger). Als zodanig vervult hij zijn taak zonder vooringenomenheid. Hij gebruikt zijn bevoegdheid niet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Hij waakt ervoor dat de nadelige gevolgen van zijn handelen niet onevenredig zijn in verhouding tot de doelen die hij met die handelingen dient. Om misverstanden te voorkomen, meldt de belastingdeurwaarder steeds in welke hoedanigheid hij optreedt en hij legitimeert zich desgevraagd. Op grond van artikel 67 van de wet is het de belastingdeurwaarder verboden om hetgeen hem over de persoon of de zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld - in enige werkzaamheid bij de uitvoering van de wet, of in verband daarmee - verder bekend te maken dan nodig is voor de uitvoering van de wet of voor de heffing van enige rijksbelasting. De leiding van de invordering berust steeds in handen van de ontvanger. Dit brengt met zich mee dat de belastingdeurwaarder de bevoegdheden die hij rechtstreeks ontleent aan de wet en aan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, slechts uitoefent nadat hij daartoe een opdracht van de ontvanger heeft verkregen en zich bij de uitoefening van die bevoegdheden houdt aan diens aanwijzingen. Op grond van artikel 9:1 Awb heeft een ieder het recht om een klacht in te dienen over de wijze waarop de belastingdeurwaarder zich jegens hem of een ander heeft gedragen. Klachten in verband met zijn ambtsuitoefening kunnen worden ingediend bij de ontvanger in wiens opdracht en onder wiens verantwoordelijkheid de belastingdeurwaarder werkzaam is. 1.1.11.Bewaren invorderingsbescheiden De ontvanger bewaart de bescheiden die direct betrekking hebben op de invordering gedurende drie jaar na afdoening, of zoveel langer als het recht tot dwanginvordering van de belastingaanslag die daaraan ten grondslag ligt nog niet is verjaard. De bescheiden die op kwijtschelding betrekking hebben, worden gedurende ten minste drie jaar na de verleende kwijtschelding bewaard, of zoveel langer als redelijkerwijs nog niet kan worden aangenomen dat zij hun belang definitief hebben verloren. Bescheiden die geen betrekking hebben op één of meer bepaalde belastingaanslagen, worden eveneens gedurende ten minste drie jaar bewaard, of zoveel langer als redelijkerwijs nog niet kan worden aangenomen dat zij hun belang definitief hebben verloren. 1.1.12.Verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingen Op verzoek van de belanghebbende of zijn gemachtigde geeft de ontvanger een verklaring af, dat op dat moment geen belastingaanslagen of andere vorderingen op zijn naam openstaan waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen. Tevens verklaart de ontvanger desgevraagd dat zich in het verleden - voor wat betreft de invordering - geen moeilijkheden hebben voorgedaan. In de verklaring kan de ontvanger nadere bijzonderheden vermelden. De ontvanger zendt de verklaring aan het adres van de belanghebbende of reikt deze aan hem uit. Toezending of uitreiking aan een ander dan de belanghebbende blijft achterwege, tenzij de ontvanger zich ervan heeft overtuigd dat die ander tot ontvangst van de verklaring bevoegd is. 1.1.13.Informatieplicht De ontvanger maakt van de bevoegdheden van hoofdstuk VII van de wet enkel gebruik bij een betalingsachterstand, dat wil zeggen als niet is betaald binnen de betalingstermijn(
  2. en)die voor de belastingaanslag gelden. De informatieplicht vervalt zodra volledige betaling plaatsvindt. De ontvanger kan altijd gebruik maken van zijn bevoegdheid van hoofdstuk VII als de toepassing van artikel 10 van de wet aan de orde kan komen. 1.1.14.Diplomatieke status De invordering van belastingschulden van personen met een diplomatieke status gebeurt door tussenkomst van de minister van Buitenlandse Zaken. De ontvanger richt een verzoek om bemiddeling rechtstreeks tot: Ministerie van Buitenlandse Zaken Directie Kabinet en Protocol Postbus 20061 2500 EB 's-Gravenhage 1.2.Toepassingsgebied Het eerste lid van artikel 1 van de wet regelt het toepassingsgebied van de wet. Het tweede lid bepaalt dat een deel van de Awb niet van toepassing is op de wet. De ontvanger handelt zoveel mogelijk in overeenstemming met de Awb en het Besluit fiscaal bestuursrecht (zie ook artikel 1.1.5 van deze leidraad). Artikel 2Begrippen In aansluiting op artikel 2 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het begrip 'woonplaats'. 2.1.Woonplaats De begrippen 'woonplaats' en 'plaats van vestiging' hebben bij de uitvoering van de wet niet steeds dezelfde inhoud. Als het gaat om de betekening van stukken of om andere handelingen overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, sluit de ontvanger aan bij het begrip 'woonplaats' als bedoeld in de artikelen 1:10 en volgende van het BW. Bij de aansprakelijkheidsbepalingen van Afdeling 1 van Hoofdstuk VI van de wet ligt het voor de hand om aan te sluiten bij de begrippen 'woonplaats' en 'plaats van vestiging' die gelden voor de gemeentelijke verordening op grond waarvan de belastingschuld - waarvoor de aansprakelijkheid bestaat - is ontstaan. Artikel 3Bevoegdheden ontvanger Artikel 3 van de wet geeft een afbakening van de bevoegdheden van de ontvanger. De ontvanger treedt in alle rechtsgedingen die voortvloeien uit de uitoefening van zijn taak als zodanig in rechte op (artikel 3, tweede lid van de wet). De bepalingen van deze leidraad zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op de invordering op civielrechtelijke wijze. Dat het bestuursorgaan ten aanzien van de invordering ook over de bevoegdheden beschikt die een schuldeiser op grond van het privaatrecht heeft is thans geregeld in artikel 4:124 Awb. In aansluiting op artikel 3 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: de fiscale en civiele bevoegdheden van de ontvanger; het leggen van conservatoir beslag; het vragen van toestemming bij gerechtelijke procedures; de Rijksadvocaat; Faillissementsaanvraag. 3.1.Fiscale en civiele bevoegdheden De ontvanger beschikt op grond van de wet over diverse specifieke bevoegdheden om een belastingschuld in te vorderen. Daarnaast heeft hij alle bevoegdheden die op grond van enigerlei wettelijke bepaling aan een schuldeiser toekomen. Dit leidt er in veel gevallen toe dat de ontvanger zowel gebruik kan maken van zijn specifieke fiscale bevoegdheden, als van zijn algemene civielrechtelijke bevoegdheden om zijn doel te bereiken. De ontvanger is vrij in de keuze van de invorderingsinstrumenten die hij het meest geschikt acht voor een juiste uitoefening van zijn taak. Als de ontvanger het wenselijk of noodzakelijk acht van fiscale bevoegdheden over te schakelen op civielrechtelijke bevoegdheden of andersom, dan doet hij dit alleen als het belang van de invordering opweegt tegen de belangen van de belastingschuldige en eventuele derden. 3.2.Conservatoir beslag Om de rechten van de gemeente veilig te stellen heeft de ontvanger naast de versnelde invordering de mogelijkheid conservatoir beslag te leggen. Feiten en omstandigheden bepalen de keuze van de ontvanger. 3.2.1.Geen conservatoir beslag dan ook geen versnelde invordering Als de voorzieningenrechter van de rechtbank geen toestemming verleent tot het leggen van conservatoir beslag omdat hij gegronde vrees voor verduistering van de goederen niet aanwezig acht, dan legt de ontvanger niet alsnog om dezelfde reden executoriaal beslag op grond van de artikelen 10 en 15 van de wet. 3.2.2.Ontbreken belastingaanslag en conservatoir beslag Als het niet mogelijk is eerst een belastingaanslag op te leggen, vraagt de ontvanger slechts verlof om conservatoir beslag te leggen aan de voorzieningenrechter als de belasting in redelijkheid materieel verschuldigd geacht mag worden. Het opleggen van de belastingaanslag wordt beschouwd als het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 700, derde lid Rv. 3.3.Gerechtelijke procedures - toestemming 3.3.1 Juridische bijstand Op grond van artikel 3, tweede lid, van de wet treedt de ontvanger zelfstandig in rechte op in rechtsgedingen die voortvloeien uit de uitoefening van zijn taak. Hij voorziet zich daarbij in alle gevallen van procesvertegenwoordiging, met uitzondering van: beroepsprocedures op grond van artikel 26 AWR; hoger beroepsprocedures op grond van artikel 27h AWR; (hoger) beroepsprocedures op grond van artikel 7 Kostenwet invordering rijksbelastingen; kantonzaken; kort gedingprocedures, indien de ontvanger gedaagde is. 3.3.2Toestemming In gerechtelijke procedures voor de burgerlijke rechter waarin de ontvanger als eiser optreedt, moet hij toestemming hebben van het college. Het voorgaande geldt niet voor: verklaringsprocedures in het kader van derdenbeslagen; kantonzaken; verzoekschriftprocedures; procedures die worden ingesteld naar aanleiding van een verzet ex artikel 435, derde lid, Rv of artikel 708, tweede lid, Rv. In afwijking van de vorige volzin geldt voor in hoger beroep te voeren zaken dat altijd toestemming van het college nodig is. 3.4.Rijksadvocaat Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 3.5.Faillissementsaanvraag Bij een faillissementsaanvraag wordt vooraf toestemming gevraagd aan het college. Dit geldt ook bij een eventuele steunvordering voor het aanvragen van een faillissement. Artikel 3aBevoegdheid strafbeschikkingen Er zijn in deze leidraad op artikel 3a van de wet geen beleidsregels gemaakt. Artikel 4Bevoegdheid belastingdeurwaarder Artikel 4 van de wet bepaalt dat voor het verrichten van deurwaarderswerkzaamheden in opdracht van een ontvanger voor de invordering van (rijks)belastingen, uitsluitend een belastingdeurwaarder bevoegd is. In aansluiting op artikel 4 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de reikwijdte van die bevoegdheid. 4.1.Reikwijdte bevoegdheid belastingdeurwaarder De belastingdeurwaarder is bevoegd tot het uitbrengen van alle exploten en het treffen van alle invorderingsmaatregelen die rechtstreeks verband houden met de invorderingstaak en de hieruit voortvloeiende bevoegdheden van de ontvanger. Dit brengt met zich mee dat de belastingdeurwaarder ook bevoegd is tot die werkzaamheden die voortvloeien uit de invordering langs civielrechtelijke weg, waartoe de ontvanger op grond van artikel 4:124 van de Awb gerechtigd is en tot die werkzaamheden die verricht moeten worden, wanneer de ontvanger zelfstandig eisend en verwerend in rechte optreedt. 4.2.Bescherming Belastingdeurwaarders zijn ambtenaar in de zin van de artikelen 179 en 180 Sr. Daardoor genieten zij strafrechtelijke bescherming, voor zover zij hun wettelijke taken en bevoegdheden uitoefenen. 4.3.Legitimatie Voor de uitoefening van de aan hem opgedragen invorderingstaken kan de belastingdeurwaarder op verzoek zich legitimeren aan de belastingschuldige en/of zijn/haar gemachtigden. Artikel 5Bevoegdheid ressort Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. Artikel 6Reikwijdte van de wet Artikel 6 van de wet bepaalt dat de wet ook van toepassing is op: de rente; de kosten. In aansluiting op artikel 6 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over rente en kosten. 6.1.Rente en kosten in het kader van de reikwijdte van de wet Onder rente als bedoeld in artikel 6 van de wet wordt alleen verstaan: de invorderingsrente. Onder kosten wordt verstaan: alle kosten die op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen aan de belastingschuldige in rekening worden gebracht. Hieronder vallen ook de kosten die zijn verbonden aan de werkzaamheden die de belastingdeurwaarder verricht bij de invordering langs civielrechtelijke weg. Artikel 7Betaling en afboeking Artikel 7 van de wet schrijft voor hoe de toerekening van betalingen plaats moet vinden: Lid 1 bepaalt dat toerekening van betalingen achtereenvolgens gebeurt aan de kosten, de betalingskorting, de rente en de belastingaanslag; Lid 2 bepaalt hoe de afboeking aan de verschillende componenten van de belastingaanslag plaatsvindt. In aansluiting op artikel 7 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: het tijdstip van de betaling; de afboeking van de betaling; teveelbetalingen; het rekenen van rente en kosten bij afboeking; het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen; de afboeking van de betaling op de bestuurlijke boete; de afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden; betaling bij vergissing; het verzenden van een mededeling bij een afboeking van een betaling. betaling van kleine bedragen; ontvangen bedragen uit de wettelijke saneringsregeling en faillissement. 7.1.Tijdstip betaling Als tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de rekening van de gemeente; Bij betaling bij een bank of betaaldienstverlener door middel van storting van contant geld of door middel van storting met een pinpas, geldt als tijdstip van betaling de eerste werkdag volgend op de dag van de storting of pin-transactie; Bij rechtstreekse betaling aan de gemeente door middel van een pin- of creditcardtransactie geldt de dag van de pin- of creditcard-transactie als tijdstip van betaling; Als een cheque uit het buitenland is ontvangen, wordt de dag van ontvangst van de cheque als de dag van betaling beschouwd, tenzij de ontvanger constateert dat sprake is van misbruik; Bij betaling aan de kas van de gemeente geldt de dag waarop het bedrag aan het loket van de gemeente is betaald als tijdstip van betaling; Bij betaling aan de belastingdeurwaarder geldt de dag waarop het bedrag aan de belastingdeurwaarder is betaald als tijdstip van betaling. 7.2.De afboeking van de betaling Bij de afboeking van betalingen gelden de volgende richtlijnen: Betalingen waarvan de bestemming is aangegeven worden afgeboekt overeenkomstig de opgave van de betaler, tenzij de aangegeven bestemming strijdig is met de in artikel 7 van de wet neergelegde wijze van toerekening van betalingen; Betalingen waarvoor geen bestemming is aangegeven (de zogenoemde ongerichte betalingen) worden afgeboekt op de oudste openstaande belastingaanslagen, met dien verstande dat de aard van die belastingaanslagen aanleiding kan zijn hiervan af te wijken; Als de ontvanger ook de invordering van gemeentelijke belastingen ten behoeve van een andere gemeente uitvoert, is het bovenstaande van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat verdeling van de gelden naar rato van de grootte van de belastingschuld plaatsvindt. 7.3.Teveelbetaling Als de aangegeven bestemming van de betaling een belastingaanslag betreft die al is betaald terwijl nog diverse andere belastingaanslagen openstaan, wordt die betaling aangemerkt als een ongerichte betaling en dienovereenkomstig behandeld. 7.4.Rente en kosten bij afboeking betalingen Onder kosten wordt verstaan: alle kosten die op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen aan de belastingschuldige in rekening worden gebracht. Hieronder vallen ook de kosten die verbonden zijn aan de werkzaamheden die de belastingdeurwaarder verricht bij de invordering langs civielrechtelijke weg. Onder rente als bedoeld in artikel 7 van de wet wordt alleen verstaan: de invorderingsrente. 7.5.Het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen Kosten die niet betrekking hebben op één specifieke belastingaanslag worden toegerekend aan een van de belastingaanslagen waarvoor de kosten zijn gemaakt. 7.6.Afboeking betaling bestuurlijke boete waarvoor uitstel van betaling is verleend Als sprake is van een belastingaanslag en een in verband met die aanslag vastgestelde bestuurlijke boete, vindt toerekening uitsluitend plaats aan de belasting, als voor de betaling van de bestuurlijke boete uitstel van betaling is verleend in verband met een ingediend bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep). Als echter - ondanks dit uitstel - zoveel wordt betaald dat er na afboeking op de belasting nog een bedrag overblijft, dan wordt dit bedrag afgeboekt op de bestuurlijke boete. Als op de bestuurlijke boete is afgeboekt en de bestuurlijke boete wordt alsnog aangevochten, dan blijven de afboekingen gehandhaafd. 7.7.Afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden Als een betaling wordt verricht door een aansprakelijkgestelde, worden eerst de vervolgingskosten afgeboekt die aan de aansprakelijkgestelde zelf in rekening zijn gebracht. Het resterende bedrag wordt afgeboekt op de onderliggende belastingaanslag - waarbij artikel 7 van de wet wel van toepassing is - echter met dien verstande dat de invorderingsrente en kosten die op die aanslag zelf betrekking hebben alleen worden afgeboekt indien en voor zover men hiervoor aansprakelijk is gesteld. Zowel de belastingschuldige als de aansprakelijkgestelde worden schriftelijk in kennis gesteld over de wijze van afboeking van de betaling door de aansprakelijkgestelde. 7.8.Betaling bij vergissing Met de terugbetaling van een bedrag dat is voldaan ten gevolge van een evidente vergissing of misverstand aan de zijde van de betaler, wordt bijzondere voorzichtigheid betracht. Het is zeer wel mogelijk dat de betaling niet onverschuldigd heeft plaatsgehad, zodat de schuldvordering is tenietgegaan en invordering niet zonder meer opnieuw kan plaatshebben. In die gevallen wordt het betaalde bedrag niet terugbetaald, tenzij voor de ontvanger wordt verklaard dat geen beroep zal worden gedaan op het feit dat de schuld in een eerder stadium teniet is gegaan en dat de schuld te gelegener tijd op juiste wijze zal worden voldaan. Indien een bedrag wordt betaald als gewetensgeld, wordt dit gezien als het voldoen aan een natuurlijke verbintenis. Terugbetaling vindt dan niet plaats. 7.9.Mededeling afboeking betaling De ontvanger stelt de belastingschuldige van de afboeking van een betaling waarbij invorderingsrente of invorderingskosten in rekening is gebracht schriftelijk op de hoogte, tenzij het een slotbetaling betreft op een belastingaanslag waarbij geen kosten en rente worden afgeboekt. Een kennisgeving blijft achterwege als betaling plaatsvindt op grond van een machtiging tot automatische afschrijving en daarbij geen vervolgingskosten worden afgeboekt. 7.10.Betaling van kleine bedragen Betalingen van belastingaanslagen in kleinere bedragen dan die van de termijnen worden niet geweigerd, tenzij dit door ontvanger aangemerkt wordt als nodeloze overlast. In dat geval treedt hij in contact met de belastingschuldige om de betalingswijze aan te passen. 7.11. Ontvangen bedragen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling en faillissement Uit de wettelijke schuldsaneringsregeling of uit een faillissement ontvangen bedragen dienen steeds te worden afgeboekt overeenkomstig de gegevens van de uitdelingslijst, met in achtneming van artikel 7.2 van deze leidraad. Artikel 7aUitbetaling van belastingteruggaven Artikel 7a van de wet regelt de wijze waarop de ontvanger bedragen uitbetaalt. Op grond van artikel 4:89, eerste lid, Awb dient een schuldenaar te betalen op een daartoe door de schuldeiser bestemde bankrekening. Het komt in de praktijk echter regelmatig voor dat een belastingschuldige aan wie de ontvanger een bedrag moet betalen, geen bankrekening(nummer) heeft aangewezen waarop de betaling moet plaatsvinden. Wanneer zich een dergelijke situatie voordoet, regelt artikel 7a van de wet dat de ontvanger betaalt op een bankrekening die op naam van de belastingschuldige staat. In aansluiting op artikel 4:89 van de Awb en artikel 7a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: de aanwijzing van het rekeningnummer voor uitbetaling; uitbetalingsfouten. 7a.1.Aanwijzen rekeningnummer voor uitbetaling De aanwijzing door de belastingschuldige vindt in beginsel plaats op het verzoek in verband waarmee het desbetreffende uit te betalen bedrag wordt vastgesteld. Als de belastingschuldige niet reageert op het schriftelijk ter verificatie aanbieden van het bij de Gemeente bekende bankrekeningnummer door de gemeente, geldt dit ook als aanwijzing. Als de belastingschuldige bij een volgende gelegenheid met betrekking tot hetzelfde belastingmiddel en hetzelfde soort uit te betalen bedrag een ander bankrekeningnummer aanwijst, dan wordt laatstbedoeld bankrekeningnummer geacht ook te zijn aangewezen voor het doen van uitbetalingen voortvloeiend uit eerdere aangiften of verzoeken. Aanwijzing moet voor het overige per uitbetaling schriftelijk plaatsvinden en wel op een zodanig tijdstip, dat daarmee redelijkerwijze bij de uitbetaling rekening kan worden gehouden. 7a.2.Controle van een aangewezen bankrekening op de tenaamstelling Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 7a.3. Uitbetalingfouten Als uitbetaling van een uit te betalen bedrag plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan die daarvoor door hem is aangewezen, dan moet de ontvanger in beginsel opnieuw uitbetalen. De ontvanger verbindt daaraan de voorwaarde dat het eerder betaalde bedrag eerst wordt gerestitueerd. In afwijking van de vorige volzin vindt hernieuwde uitbetaling direct plaats als de belastingschuldige aantoont dat: hij tijdig voor de uitbetaling bij de ontvanger heeft aangegeven dat de uitbetaling niet meer op de desbetreffende rekening moet geschieden, en hij niet over het uitbetaalde bedrag kan beschikken omdat de bankinstelling heeft aangegeven dat de rekening waarop de uitbetaling heeft plaatsvonden, geblokkeerd is. Indien en voor zover aan de daartoe gestelde (wettelijke) voorwaarden wordt voldaan, zal de ontvanger het aldus teveel betaalde bedrag vervolgens terugvorderen uit ongerechtvaardigde verrijking. Uitbetalingfouten die het gevolg zijn van een onjuiste aanwijzing door de belastingschuldige, blijven voor diens rekening. De ontvanger beroept zich in dat geval op het bevrijdende karakter van de (uit)betaling (artikel 6:34 BW). Desgevraagd wordt de belastingschuldige op de hoogte gesteld omtrent de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de derde aan wie onverschuldigd is betaald. Artikel 7b Cessie- en verpandingsverbod uitbetalingen inkomstenbelasting Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. Artikel 8Bekendmaking aanslag Artikel 8 van de wet regelt dat de ontvanger de belastingaanslag bekend maakt door toezending of uitreiking aan de belastingschuldige. De belastingschuldige is de belastingaanslag in zijn geheel verschuldigd. In aansluiting op artikel 8 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: de verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situaties; bekendmaking van de aanslag aan een rechtspersoon die (vermoedelijk) is opgehouden te bestaan; de gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljet; het verzenden van een uitnodiging tot betaling aan erfgenamen. 8.1.Verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situaties De toezending of uitreiking van het aanslagbiljet gebeurt aan de belastingschuldige of aan zijn wettelijke vertegenwoordiger, met dien verstande dat: aanslagbiljetten ten name van een onder curatele gestelde aan de curator worden gezonden; ingeval van faillissement het aanslagbiljet aan de curator wordt gezonden als de belastingschuld in het faillissement valt dan wel een boedelschuld vormt; als de belastingschuldige minderjarig is, het aanslagbiljet aan de wettelijke vertegenwoordiger wordt gezonden als bekend is dat verzending aan de belastingschuldige zelf al eerder problemen heeft opgeleverd; aanslagbiljetten ten name van een belastingschuldige van wie bekend is dat hij is overleden, worden gezonden aan de executeur, de bewindvoerder over de nalatenschap of de erfgenamen. 8.2.Bekendmaking als de rechtspersoon (vermoedelijk) is opgehouden te bestaan Als een rechtspersoon (vermoedelijk) is opgehouden te bestaan, is de wijze van bekendmaking van de belastingaanslag ter beoordeling aan de ontvanger. Bij deze beoordeling kunnen onder andere de volgende factoren een rol spelen: - het recht waarnaar de rechtspersoon is opgericht; - het belang van een snelle bekendmaking in verband met vrees voor onverhaalbaarheid. 8.3.Gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljet De gehoudenheid tot betalen wordt niet ongedaan gemaakt door de omstandigheid dat de schuld vermeld op de belastingaanslag afwijkt van hetgeen materieel is verschuldigd, noch door de omstandigheid dat de belastingaanslag ten name staat van een ander dan degene die de belasting materieel is verschuldigd. 8.4.Vooraf uitnodigen erfgenamen tot betalen belastingaanslag Als voor een belastingaanslag ten name van een overledene tegen de erfgenamen afzonderlijk moet worden opgetreden, worden zij zoveel mogelijk vooraf schriftelijk uitgenodigd het verschuldigde binnen een redelijk termijn te voldoen. Artikel 9Betalingstermijnen Artikel 9 van de wet regelt binnen welke betalingstermijnen belastingaanslagen moeten worden betaald. In aansluiting op artikel 9 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: de afwijking van de betalingstermijnen bij voorlopige aanslagen; de afwijking van de betalingstermijn bij voorlopige teruggaven; de uitbetaling van een voorlopige teruggave in één termijn; de dagtekening van het aanslagbiljet; het begrip maand bij betalingstermijnen; verzuim ontvanger bij uitbetaling; regeling betalingstermijnen; automatische incasso. 9.1.Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige aanslagen Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 9.2.Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige teruggaven Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 9.3.Uitbetaling voorlopige teruggave in één termijn Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 9.4.Dagtekening aanslagbiljet De dagtekening van het aanslagbiljet wordt normaliter zodanig bepaald dat de belastingschuldige het biljet enige dagen voor de dag van dagtekening ontvangt. Hiervan kan worden afgeweken als op grond van artikel 10 van de wet versnelde invordering wordt toegepast. 9.5.Begrippen bij betalingstermijnen Als de betalingstermijn van een aanslag is gesteld op een maand of is gesteld op zes weken, dan houdt dat in dat als de dagtekening van een aanslagbiljet valt op 31 oktober, de betalingstermijn van een maand vervalt op 30 november en de betalingstermijn van zes weken vervalt op 12 december. Als de dagtekening 28 februari is, dan vervalt de betalingstermijn van een maand op 31 maart en de betalingstermijn van zes weken op 11 april, tenzij het jaartal aangeeft dat het een schrikkeljaar is, in welk geval de termijn vervalt op 28 maart dan wel 10 april. Als de dagtekening van het aanslagbiljet valt op een andere dag dan de laatste dag van de kalendermaand, vervalt de termijn een maand later (bij een betalingstermijn van een maand) op de dag die hetzelfde nummer heeft als dat van de dagtekening. Als de dagtekening bijvoorbeeld 15 maart is, vervalt de termijn dus op 15 april. Is de betalingstermijn zes weken en is de dagtekening 15 maart, vervalt de termijn op 26 april. 9.6.Verzuim ontvanger bij uitbetaling Op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van de wet wordt onder het begrip ‘invorderen van rijksbelasting’ mede verstaan het betalen van een terug te geven bedrag aan belastingen. Op grond van deze definitie is de betalingstermijn voor een belastingaanslag zoals vastgelegd in de gemeentelijke belastingverordening, of bij ontbreken daarvan in artikel 9, eerste lid, van de wet, ook van toepassing op de uitbetaling van een belastingteruggaaf. Hieruit volgt dat de ontvanger niet in verzuim is met de uitbetaling van een belastingteruggaaf zolang die binnen deze betalingstermijn plaats vindt. 9.7.Regeling betalingstermijnen De gemeente heeft voor iedere belastingsoort de betalingstermijn(
  3. en)in de belastingverordening geregeld. Is in de belastingverordening niets geregeld, dan zijn de betalingstermijnen uit de wet van toepassing. In aansluiting op artikel 9, tiende lid, van de wet wordt de Algemene Termijnenwet in beide gevallen niet van toepassing verklaard. Op elke belastingaanslag wordt (worden) de betalingstermijn(
  4. en)aangegeven. Uiterlijk op die datum moet de belastingschuldige de aanslag (of het evenredige deel ervan bij meerdere termijnen) hebben betaald. 9.8.Automatische incasso Onder bepaalde voorwaarden en voor bepaalde belastingaanslagen is het mogelijk de aanslag(
  5. en)te voldoen via een automatische incasso. Hiervoor heeft het college Beleidsregels automatische incasso vastgesteld. Bij automatische incasso wordt de belastingschuldige (een) afwijkende, ruimere, betalingstermijn(
  6. en)toegestaan. Artikel 10Versnelde invordering Artikel 10, eerste lid, van de wet geeft een limitatieve opsomming van bijzondere situaties waarin de ontvanger met doorbreking van de in artikel 9 van de wet voorgeschreven betalingstermijnen een belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag kan invorderen. Artikel 10, tweede en derde lid, van de wet bevatten uitzonderingsbepalingen met betrekking tot de toepassing van deze versnelde invordering. In aansluiting op artikel 10 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: de reikwijdte van de versnelde invordering; de vrees voor verduistering; het metterwoon verlaten van Nederland; geen vaste woonplaats in Nederland; als er al beslag ligt; de verkoop namens derden; de vordering ex artikel 19. 10.1.Reikwijdte versnelde invordering Als de ontvanger het in een specifiek geval noodzakelijk acht daadwerkelijk tot versnelde invordering (als bedoeld in artikel 10 van de wet) over te gaan, dan vermeldt hij op het uit te reiken of te verzenden aanslagbiljet dat de belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar is. Voorts vermeldt de ontvanger op het aanslagbiljet het onderdeel van het eerste lid van artikel 10 van de wet op grond waarvan hij tot versnelde invordering overgaat. Als versnelde invordering zich voordoet nadat het aanslagbiljet is uitgereikt of verzonden - maar voordat de belastingaanslag (geheel) invorderbaar is - deelt de ontvanger de belastingschuldige schriftelijk mee dat hij de belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar verklaart en dat de op het aanslagbiljet vermelde betalingstermijnen niet meer gelden. Hij doet dit eveneens onder opgave van het onderdeel van het eerste lid van artikel 10 van de wet op grond waarvan hij tot versnelde invordering overgaat. Veelal zal dan ook gebruik worden gemaakt van de versnelde dwanginvorderingsprocedure als bedoeld in artikel 15 van de wet, zodat vermelding op het dwangbevel dat de belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar is verklaard tot de mogelijkheden van mededeling behoort. In het laatste geval zal de betekening van het dwangbevel overigens niet per post kunnen plaatsvinden. De belastingdeurwaarder zal voordat tot de versnelde dwanginvordering als bedoeld in artikel 15 van de wet wordt overgegaan - als sprake is van direct contact met de belastingschuldige - deze eerst in de gelegenheid stellen om onmiddellijk te betalen. Als versnelde invordering zich voordoet nadat een dwangbevel is betekend - maar voordat de termijn van twee dagen van het bevel tot betaling is verstreken (bij een per post betekend dwangbevel in feite vier dagen) - vermeldt de ontvanger op het beslagexploot of op een aparte schriftelijke kennisgeving: artikel 15 in combinatie met artikel 10, eerste lid, van de wet, gevolgd door het desbetreffende onderdeel. Hetzelfde geldt als de noodzaak tot versnelde invordering zich voordoet na het betekenen van het hernieuwd bevel tot betaling en de tweedagentermijn die daarbij geldt nog niet is verstreken. Er hoeft geen nieuw dwangbevel te worden betekend. De belastingschuldige wordt - als sprake is van direct contact met laatstgenoemde - eerst in de gelegenheid gesteld om onmiddellijk te betalen. Een belastingaanslag die op grond van artikel 10, eerste lid, van de wet terecht geheel opeisbaar is geworden, blijft geheel opeisbaar ook al zouden de feiten en omstandigheden die daartoe aanleiding hebben gevormd zich niet langer voordoen. Op verzoek van de belastingschuldige verleent de ontvanger in zo'n situatie altijd uitstel van betaling, welk uitstel overeenkomt met de betalingstermijn(
  7. en)die normaal zou(den) gelden. 10.2.Vrees voor verduistering en versneldeinvordering Van gegronde vrees voor verduistering van goederen van de belastingschuldige als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet is sprake, als de ontvanger aannemelijk kan maken dat redelijkerwijs te verwachten is dat niet alleen het verhaal op een aantal goederen van de belastingschuldige metterdaad onmogelijk zal worden gemaakt, maar ook dat daardoor de verhaalbaarheid van de belastingschuld in ernstig gevaar zal komen. De vrees voor verduistering zal in de regel gelegen zijn in gedragingen van de belastingschuldige, maar kan in bepaalde situaties ook ontstaan door gedragingen van derden (bijvoorbeeld crediteuren), die aanleiding geven voor de veronderstelling dat voor onverhaalbaarheid moet worden gevreesd. Als verduistering wordt gevreesd van goederen waarvan na versnelde beslaglegging blijkt dat deze uitsluitend van een derde zijn, is niet voldaan aan artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet en is het beslag niet rechtsgeldig. Het beslag hoeft dan niet formeel te worden opgeheven maar de ontvanger moet de betrokkenen wel informeren over het feit dat er geen beslag ligt. 10.3.Metterwoon verlaten van Nederland en versnelde invordering Naast het redelijke vermoeden van de ontvanger dat de belastingschuldige van plan is Nederland metterwoon te verlaten, dan wel zijn plaats van vestiging naar een plaats buiten Nederland wil verplaatsen, moet de ontvanger - alvorens de belastingaanslag op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de wet dadelijk en tot het volle bedrag invorderbaar te verklaren - er in redelijkheid van overtuigd zijn dat de belastingaanslag na het verstrijken van de gebruikelijke betalingstermijn niet meer verhaald kan worden op goederen van de belastingschuldige die zich in Nederland bevinden. 10.4.Geen vaste woonplaats in Nederland en versnelde invordering Het enkele feit dat de belastingschuldige buiten Nederland woont of is gevestigd, is op zich geen reden voor de ontvanger om de belastingaanslag dadelijk en tot het volle bedrag in te vorderen. Er moet een situatie bestaan waarin de ontvanger er redelijkerwijs vanuit kan gaan dat de belastingschuld niet binnen de termijnen zal worden voldaan en de belastingschuld niet in Nederland kan worden verhaald. 10.5.Beslag en versnelde invordering Nadat de ontvanger verhaalsbeslag heeft doen leggen op bepaalde goederen, zijn andere belastingschulden van de belastingschuldige - waaronder hier wordt verstaan alle schulden waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen - dadelijk en ineens invorderbaar. 10.6.Verkoop namens derden en versnelde invordering Ingeval van dwanginvordering door derden kan de dadelijke invorderbaarheid pas ontstaan door de (aankondiging van
  8. de)executoriale verkoop, zodat de ontvanger op deze grond niet eerder maatregelen kan treffen dan op het moment dat redelijkerwijs vaststaat dat verkoop zal plaatshebben. 10.7.Vordering ex artikel 19 en versnelde invordering De ontvanger mag geen vordering als bedoeld in artikel 19 van de wet doen, enkel om te bereiken dat daardoor een belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar wordt. Als de ontvanger met betrekking tot een bepaalde belastingaanslag een vordering jegens een derde heeft gedaan en nadien worden andere belastingaanslagen opgelegd, dan kunnen ook die aanslagen tot het volle bedrag worden ingevorderd, ook als de betalingstermijnen van die nieuwe aanslagen nog niet zijn verstreken. Artikel 11Aanmaning Artikel 11 van de wet regelt dat als een belastingaanslag niet binnen de daartoe gestelde termijnen wordt betaald, de ontvanger overgaat tot vervolging van de belastingschuldige door de verzending van een aanmaning. In aansluiting op artikel 11 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: de geadresseerde van de aanmaning; als de aanmaning ten onrechte is verzonden; het achterwege laten van tussentijdse vervolging; de gedeeltelijke voldoening na aanmaning; de betalingsherinnering; de aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg. 11.1.De geadresseerde van de aanmaning De ontvanger zendt de aanmaning aan degene aan wie het aanslagbiljet is verzonden of uitgereikt. Als naderhand blijkt dat de ontvanger de vervolging voort moet zetten voor een belastingschuldige die minderjarig is of onder curatele staat, dan zendt de ontvanger alsnog een aanmaning naar het adres van de wettelijke vertegenwoordiger. Als de belastingschuldige is overleden, dan zendt de ontvanger de aanmaning naar de gezamenlijke erfgenamen. Als de ontvanger weet dat de nalatenschap al is verdeeld, dan zendt hij een aanmaning aan iedere erfgenaam afzonderlijk. 11.2.Aanmaning ten onrechte verzonden Als een belanghebbende zich tot de ontvanger wendt met de mededeling dat hem ten onrechte een aanmaning is toegezonden, dan wordt de vervolging niet voortgezet voordat dit is opgehelderd. Als de ontvanger concrete aanwijzingen heeft dat moet worden gevreesd voor de verhaalbaarheid van de belastingaanslagen, of dat de mededeling is gedaan om de invordering te traineren, dan kan hij maatregelen nemen die de rechten van de gemeente veilig stellen. 11.3.Achterwege laten van tussentijdse vervolging en aanmaning Vervolging - niet zijnde de eindvervolging - blijft in het algemeen achterwege als het achterstallige bedrag: kleiner is dan een tiende deel van de (verlaagde) belastingaanslag; en minder bedraagt dan € 182. De ontvanger gevallen gerechtigd achten de tussentijdse vervolging achterwege te laten, ook al valt het bedrag kan zich in bijzondere buiten de gestelde grenzen. Een tussentijdse vervolging die terecht is aangevangen, wordt ook na de verzending van de aanmaning voortgezet. 11.4.Gedeeltelijke voldoening aan de aanmaning Als na de verzending van een aanmaning een gedeelte van het achterstallige bedrag wordt voldaan, dan wordt de uitvaardiging van een dwangbevel voor het restant niet door een nieuwe aanmaning voorafgegaan. 11.5.Betalingsherinnering Als de aard of omvang van de belastingschuld dan wel het betalingsgedrag van de belastingschuldige daartoe aanleiding geven, kan de ontvanger de belastingschuldige eerst (kosteloos) een schriftelijke betalingsherinnering toezenden. Als er geen betalingsherinnering wordt verzonden of als deze niet of niet tijdig tot algehele voldoening van de belastingschuld leidt, verzendt de ontvanger een aanmaning. 11.6.Aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg Als de ontvanger invordert langs civielrechtelijke weg, dan gaat de ontvanger over tot het uitbrengen van een dagvaarding. De dagvaarding hoeft niet vooraf te worden gegaan door een ingebrekestelling. Wel verzendt de ontvanger eerst een aanmaning. De ontvanger verzendt echter geen aanmaning als reeds conservatoir beslag is gelegd. Artikel 12Dwangbevel Artikel 12 van de wet bepaalt dat de invordering van de belastingaanslag kan geschieden bij een door de ontvanger uit te vaardigen dwangbevel. Op grond van dit dwangbevel kan de ontvanger overgaan tot invordering van de belastingaanslag. In aansluiting op artikel 12 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: het onderwerp van het dwangbevel; tegen wie een dwangbevel wordt verleend. 12.1.Onderwerp van het dwangbevel De ontvanger vaardigt een dwangbevel uit voor het per saldo verschuldigde bedrag vermeld op een aanslagbiljet van voorkomende belastingaanslagen en beschikkingen. Als een bedrag in termijnen mag worden voldaan, vaardigt de ontvanger een dwangbevel uit voor het per saldo verschuldigde bedrag van de termijnen waarvoor een aanmaning is verzonden. De ontvanger vermindert het bedrag van een dwangbevel met: de inmiddels gedane betalingen; verleende verminderingen; bedragen waarvoor kwijtschelding of uitstel van betaling is verleend. 12.2.Tegen wie verleent de ontvanger een dwangbevel De ontvanger verleent een dwangbevel tegen de belastingschuldige of diens rechtsopvolgers. Als de ontvanger het dwangbevel verleent tegen een ander dan de belastingschuldige, moet duidelijk blijken op welke gronden dit gebeurt. Als de ontvanger bekend is met de minderjarigheid of curatele van een belastingschuldige, dan brengt hij dit in het dwangbevel tot uitdrukking. Als de ontvanger hiermee niet bekend is, hoeft hij niet vooraf een daarop gericht onderzoek in te stellen. Als de ontvanger een belastingschuld van een overledene moet verhalen op diens onverdeelde nalatenschap, verleent hij één dwangbevel tegen de gezamenlijke erfgenamen. Als betekening ten aanzien van de gezamenlijke erfgenamen van een overledene op de voet van artikel 53 Rv niet mogelijk of niet wenselijk is, dan vermeldt de ontvanger alle erfgenamen met naam en adres alsmede met hun kwaliteit van erfgenaam van de overleden belastingschuldige in het dwangbevel. De ontvanger brengt daarbij evenwel niet het deel van ieders aansprakelijkheid tot uitdrukking. Artikel 13Betekening van het dwangbevel In artikel 13 van de wet is de wijze van betekening van het dwangbevel beschreven.3De eisen waaraan een dwangbevel moet voldoen zijn genoemd in artikel 4:122 Awb. Deze eisen gelden in aanvulling op de eisen die de Awb en Rv in het algemeen stellen aan het dwangbevel en de bekendmaking ervan. Het dwangbevel vermeldt expliciet dat de belastingschuldige tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in verzet kan komen. Het dwangbevel wordt bekendgemaakt door middel van betekening. De betekening van het dwangbevel met bevel tot betaling kan plaatsvinden: door de belastingdeurwaarder; per post door de ontvanger. In aansluiting op artikel 13 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: de betekening van het dwangbevel per post; de betekening van het dwangbevel door de deurwaarder; bijzondere gevallen van betekening van het dwangbevel. 13.1.Betekening dwangbevel per post De betekening van het dwangbevel per post met het bevel tot betaling vindt plaats door het ter post bezorgen door de ontvanger van een voor de belastingschuldige bestemd afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling. Onder ter post bezorging wordt verstaan: het door de ontvanger ter verzending aanbieden van het afschrift aan PostNL. Als betekeningsdatum geldt in het algemeen de datum van de ter post bezorging. De ontvanger maakt zoveel mogelijk gebruik van de mogelijkheid het dwangbevel per post te betekenen. 13.1.1.Adressering van per post betekende dwangbevelen Verzending van het voor de belastingschuldige bestemde afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling vindt plaats aan het in de administratie van de gemeente bekende adres van de belastingschuldige. Voor in Nederland woonachtige natuurlijke personen zal dit over het algemeen het adres van de belastingschuldige zijn, dat in de basisregistratie personen is geregistreerd. Als de belastingschuldige te kennen heeft gegeven voor hem bestemde poststukken te willen ontvangen op een ander adres dan het adres volgens de basisregistratie personen - bijvoorbeeld een postbusadres - kan verzending ook plaatsvinden aan dat adres. Als achteraf mocht blijken dat het afschrift van het dwangbevel aan een - ten tijde van de terpostbezorging - onjuist adres is verzonden en de belastingschuldige niet heeft bereikt, dan wordt aan het dwangbevel geen rechtsgevolg verbonden. Als het afschrift van het dwangbevel aan het juiste adres van de belastingschuldige is verzonden, maar laatstgenoemde beweert het afschrift niet te hebben ontvangen, dan geldt het dwangbevel als betekend. Dit is niet het geval als de belastingschuldige bijzondere omstandigheden aannemelijk kan maken op grond waarvan moet worden aangenomen dat het afschrift van het dwangbevel het bestemde adres niet heeft bereikt. 13.2.Betekening dwangbevel door de belastingdeurwaarder Als bij de betekening van een dwangbevel door de belastingdeurwaarder aanwijzingen bestaan dat de belastingschuldige bezwaar heeft tegen kennisneming van de inhoud van het dwangbevel door de huisgenoot aan wie de belastingdeurwaarder het afschrift moet achterlaten, dan betekent de belastingdeurwaarder het dwangbevel op de wijze als bepaald in artikel 47, eerste lid, Rv. Deze handelwijze volgt de belastingdeurwaarder ook als hij verwacht dat achterlating van het afschrift van het dwangbevel aan de huisgenoot er niet toe zal leiden dat het afschrift de belastingschuldige ook daadwerkelijk zal bereiken. Bij de betekening van het dwangbevel wordt domicilie gekozen op het adres van de gemeente waar de belastingdeurwaarder zijn standplaats heeft. Dit geldt ook voor de situaties waarin het dwangbevel is uitgevaardigd door de ontvanger van een andere gemeente. 13.3.Bijzondere gevallen van betekening dwangbevel Een dwangbevel dat - hetzij door terpostbezorging, hetzij door de belastingdeurwaarder - is betekend aan een minderjarige of onder curatele gestelde, moet mede worden betekend aan de wettelijke vertegenwoordiger alvorens tot tenuitvoerlegging ervan kan worden overgegaan. Zo nodig zal aan de laatstbedoelde betekening het verzenden van een aanmaning aan de wettelijke vertegenwoordiger voorafgaan. Ten aanzien van schippers zonder vaste woonplaats aan de wal, is betekening mogelijk op het adres van het verplicht gekozen domicilie. Artikel 14Tenuitvoerlegging van het dwangbevel Artikel 14 van de wet gaat over de tenuitvoerlegging van het dwangbevel. In aansluiting op artikel 14 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: de algemene regels over tenuitvoerlegging; beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn; beslag op onroerende zaken; beslag onder derden; beslag op schepen. 14.1.Tenuitvoerlegging algemeen Het dwangbevel levert een executoriale titel op. Na betekening aan de belastingschuldige, kan de belastingdeurwaarder het dwangbevel met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering ten uitvoer leggen (zie artikel 4:116 Awb). Als het dwangbevel per post is betekend moet de belastingdeurwaarder een hernieuwd bevel tot betaling betekenen, voordat hij tot tenuitvoerlegging van het dwangbevel overgaat (artikel 14, eerste lid van de wet). Als de betekening van het hernieuwd bevel tot betaling plaatsvindt conform artikel 47 Rv - dat wil zeggen door achterlating van het bevel in een gesloten envelop of door terpostbezorging van het bevel - gaat de belastingdeurwaarder pas na twee dagen na betekening van het hernieuwde betalingsbevel over tot tenuitvoerlegging (artikel 14, eerste lid van de wet). In de overige gevallen kan de belastingdeurwaarder onmiddellijk tot tenuitvoerlegging van het dwangbevel overgaan. Betekening van een hernieuwd bevel tot betaling hoeft overigens niet plaats te vinden als het dwangbevel met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet, terstond ten uitvoer kan worden gelegd (artikel 14, tweede lid, van de wet). 14.1.1.Keuze van invorderingsmaatregelen (Vervallen) 14.1.2.Houding van de belastingdeurwaarder tijdens tenuitvoerlegging De tenuitvoerlegging van verschillende dwangbevelen tegen dezelfde belastingschuldige gebeurt zoveel mogelijk tegelijkertijd. Bij de tenuitvoerlegging wordt onnodige ruchtbaarheid vermeden. Ook wordt de nodige soepelheid betracht. Dit brengt met zich mee dat de formeel voorgeschreven handelwijze wordt onderbroken, als het uit menselijk of tactisch oogpunt wenselijk is eerst persoonlijk contact met de belastingschuldige op te nemen. In dit verband kan het verantwoord zijn dat de belastingdeurwaarder niet dadelijk tot beslaglegging overgaat of deze onderbreekt of beëindigt, als hij vermoedt dat de ontvanger de beslagopdracht niet zou hebben gegeven als alle omstandigheden bekend waren geweest. Dit geldt ook als de belastingschuldige aantoont dat de betaling inmiddels heeft plaatsgevonden of dat een verzoek om uitstel van betaling of kwijtschelding, dan wel een verzoekschrift als genoemd in artikel 25.1.15 of 26.1.11 van deze leidraad, en de beslagopdracht elkaar hebben gekruist. Als het dwangbevel eenmaal ten uitvoer is gelegd door middel van beslag, wordt onverwijld tot uitwinning van de goederen waarop beslag is gelegd, overgegaan. Hiervan kan worden afgeweken als de belastingschuldige een voorstel doet tot minnelijke afdoening van het beslag. Voorwaarde is dan wel dat met de afdoening - gelet op de omstandigheden - naar het oordeel van de ontvanger akkoord kan worden gegaan. Hierbij geldt als uitgangspunt dat een minnelijke afdoening moet passen in het in deze leidraad geformuleerde beleid. 14.1.3.Tenuitvoerlegging dwangbevel als de belastingschuldige is overleden Als degene tegen wie het dwangbevel is uitgevaardigd, is overleden, gaat de belastingdeurwaarder pas tot tenuitvoerlegging over nadat de termijn van drie maanden als bedoeld in artikel 4:185 BW, is verstreken, tenzij hiermee de belangen van de gemeente worden geschaad.. Hierbij is het niet van belang of de erfgenamen de nalatenschap zuiver hebben aanvaard. 14.1.4.Volgorde van uitwinning bij beslag Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 14.1.5.Verhaal op met vruchtgebruik of recht van gebruik bezwaarde zaken Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 14.1.6.Beslaglegging voor vordering van derden Als de ontvanger voor een belastingschuld beslag heeft gelegd, gaat hij ook over tot beslaglegging voor vorderingen van derden met gelijke rangorde, waarvan de invordering aan hem is opgedragen, ongeacht de executiewaarde van de inbeslaggenomen zaken. 14.1.7.Opheffing beslag na gedeeltelijke betaling of voldoening aan voorwaarden De ontvanger kan een beschikking afgegeven, die inhoudt dat voor een openstaande belastingschuld geen invorderingsmaatregelen meer worden getroffen wanneer alsnog een bepaald bedrag wordt voldaan dan wel dat aan bepaalde voorwaarden moet zijn voldaan. De ontvanger heft de gelegde beslagen op nadat dit bedrag is betaald of aan die voorwaarden is voldaan. 14.1.8.Opheffing beslag tegen betaling door een derde Als de ontvanger van een derde een bedrag krijgt aangeboden ter opheffing van het beslag, dan kan de ontvanger hieraan zijn medewerking verlenen als ten minste is voldaan aan de volgende voorwaarden: Het aangeboden geldbedrag komt niet direct of indirect uit het vermogen van de belastingschuldige; Het aangeboden geldbedrag is aanzienlijk hoger dan de opbrengst die naar verwachting zou zijn verkregen bij een executie; De belangen van de gemeente worden niet geschaad. De ontvanger houdt bij zijn beslissing rekening met de gerechtvaardigde belangen van andere schuldeisers die op de betreffende zaken verhaal zoeken, en hij kan aan zijn medewerking nadere voorwaarden verbinden. 14.1.9.Opschorten van de executie De belastingdeurwaarder stelt bij het opmaken van het proces-verbaal van beslag een verkoopdatum vast. Op deze datum vindt de openbare verkoop plaats, tenzij de ontvanger ervan overtuigd is dat betaling van de belastingschuld alsnog op zeer korte termijn zal plaatsvinden. In dat geval kan de ontvanger besluiten de verkoopdatum op te schorten tot (in totaal) maximaal vier maanden na de datum waarop het beslag is gelegd. Als sprake is van beslag op roerende zaken, dan deelt de belastingdeurwaarder de nieuwe verkoopdatum bij exploot aan de belastingschuldige mee, tenzij deze nieuwe datum op grond van een schriftelijke overeenkomst tussen de ontvanger en de belastingschuldige is verschoven. Het opschorten van de verkoopdatum houdt op zich geen uitstel van betaling in, in de zin van artikel 25 van de wet. 14.1.10.Onderhandse verkoop (Vervallen) 14.1.11.Samenloop opheffing beslag en onderhandse verkoop (Vervallen) 14.1.12.Strafrechtelijk beslag Als op een inbeslaggenomen goed ook een strafrechtelijk beslag ex artikel 94 Sv rust - dat wil zeggen niet zijnde een beslag in het kader van een ontnemingsmaatregel - dan wordt het beslag dat de belastingdeurwaarder heeft gelegd pas vervolgd nadat het strafrechtelijke beslag is opgeheven. Zolang niet duidelijk is wat er met het strafrechtelijke beslag gebeurt, kan het fiscale beslag blijven liggen. 14.1.13.Invordering en ontnemingswetgeving De gemeente belemmert zo min mogelijk de strafrechtelijke sanctionering en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen. In geval van samenloop van de strafrechtelijke sanctionering en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen en het nemen van invorderingsmaatregelen tot verhaal van een belastingschuld, treedt de ontvanger terughoudend op. Dit houdt in dat de ontvanger in beginsel niet direct overgaat tot uitwinning van een reeds gelegd beslag tenzij hiermee de belangen van de gemeente worden geschaad. Beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn Kennisgeving vooraf en beslag roerende zaken Als de belastingdeurwaarder op het woonadres van de belastingschuldige niemand thuis treft en beslag op roerende zaken alleen kan plaatsvinden met gebruikmaking van artikel 444 Rv, dan blijft deze wijze van tenuitvoerlegging vooralsnog achterwege. De belastingdeurwaarder laat in dat geval een schriftelijke kennisgeving achter met vermelding van dag en uur waarop hij zich weer op het woonadres zal vervoegen. Deze handeling blijft achterwege als een belastingschuldige het stelselmatig hierop laat aankomen, dan wel van deze handelwijze misbruik wordt gemaakt of op andere wijze het belang van de invordering zich tegen deze handelwijze verzet. 14.2.2.Domiciliekeuze en beslag roerende zaken Als het beslag wordt gelegd door een belastingdeurwaarder van een ander Gemeente dan het kantoor waar bij de betekening van het dwangbevel domicilie is gekozen, dan wordt in het beslagexploot tevens domicilie gekozen ten kantore van de gemeente waar de belastingdeurwaarder die het beslag legt zijn standplaats heeft. 14.2.3.Aanbod van betaling en beslag roerende zaken Als de belastingschuldige ter voorkoming van beslaglegging aan de belastingdeurwaarder aanbiedt om ter plekke te betalen, aanvaardt de deurwaarder deze betaling. Van de betaling wordt een kwitantie opgemaakt, waarvan een afschrift aan de belastingschuldige wordt gelaten. 14.2.4.Omvang van het beslag op roerende zaken Het beslag wordt gelegd op zoveel zaken als, naar het oordeel van de belastingdeurwaarder, in elk geval nodig is voor dekking van de openstaande schuld inclusief rente en kosten. Gezien het bepaalde in artikel 441, derde lid, Rv, wordt geen beslag gelegd op zaken indien redelijkerwijs voorzienbaar is dat de opbrengst die gerealiseerd kan worden door het verhaal op die zaken aanmerkelijk minder bedraagt dan de kosten van de beslaglegging en de daaruit voortvloeiende executie. De belastingdeurwaarder kan wel beslag leggen op deze zaken als de belastingschuldige door het beslag en de executie niet op onevenredig zware wijze in zijn belangen wordt getroffen. Daarvan is sprake als het aannemelijk is dat het onbetaald blijven van de belastingschulden waarvoor beslag wordt gelegd, te wijten is aan onwil van de belastingschuldige of als het aannemelijk is dat door de executoriale verkoop van de betreffende zaken kan worden voorkomen dat belastingschulden verder oplopen. 14.2.5.Beslag op roerende zaken van derden Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 14.2.6.Beroep of verzet door een derde tegen inbeslagneming roerende zaken Als een derde bij de belastingdeurwaarder bezwaar maakt tegen de inbeslagname van bepaalde roerende zaken waarvan hij de eigendom claimt, wijst de belastingdeurwaarder op de mogelijkheid een beroepschrift in te dienen bij het college op grond van artikel 22, eerste lid van de wet en eventueel in verzet te gaan op grond van artikel 456 of artikel 435 Rv. Als aan de eigendom van een derde niet kan worden getwijfeld en vaststaat dat de ontvanger zijn verhaalsrecht niet kan effectueren, blijft inbeslagname achterwege. 14.2.7.Voldoening zekerheidsschuld door ontvanger en beslag roerende zaken De ontvanger kan het restant van de schuld van belastingschuldige aan een derde op grond van artikel 6:30 BW voldoen in afwachting van verrekening met de belastingschuldige, als de belastingdeurwaarder de volgende zaken aantreft: zaken die niet onder het bodemrecht vallen; en eigendom zijn van een derde; en strekken tot zekerheid voor de voldoening van een schuld die de belastingschuldige aan de derde heeft (bijvoorbeeld huurkoop, eigendomsvoorbehoud); en waarop de ontvanger zich na voldoening van die schuld zou kunnen verhalen. De ontvanger maakt van deze mogelijkheid slechts gebruik als de executiewaarde van de desbetreffende zaken beduidend hoger is dan het restant van de schuld. Dit geldt ook als het gaat om zaken van de belastingschuldige die bij een derde in beslag zijn genomen en waarop deze derde een retentierecht heeft. 14.2.8.Beslag roerende zaken bij derden Op zaken van de belastingschuldige die zich bij een derde bevinden, verhaalt de belastingdeurwaarder de belastingschuld zoveel mogelijk door het leggen van een beslag op roerende zaken. De deurwaarder zal in de volgende gevallen echter beslag onder derden leggen als: de derde geen medewerking verleent aan het leggen van een beslag roerende zaken; het voor de belastingdeurwaarder feitelijk onmogelijk is om de zaken zelf te zien, dan wel te inventariseren; de derde een beroep doet als bedoeld in artikel 461d Rv, voordat het exploot van beslag op roerende zaken is afgesloten. Als de derde een dergelijk beroep doet nadat het exploot van beslag op roerende zaken is afgesloten, legt de belastingdeurwaarder geen afzonderlijk derdenbeslag maar geldt het beslag roerende zaken als derdenbeslag. De belastingdeurwaarder betekent in dat geval een formulier als bedoeld in artikel 475, tweede lid, Rv, binnen drie dagen nadat de derde zich erop heeft beroepen dat hij het beslag niet behoeft te dulden. Dit laatste geldt ook als de verwachting is gerechtvaardigd dat de derde voor de executoriale verkoop een beroep zal doen als bedoeld in artikel 461d Rv. 14.2.9.Wegvoeren van beslagen zaken Nadat op roerende zaken beslag is gelegd, wordt zoveel mogelijk aan de belastingschuldige het feitelijk gebruik gelaten. Onder bijzondere omstandigheden kan de belastingdeurwaarder beslagen zaken wegvoeren. Hij stelt daartoe een gerechtelijke bewaarder aan als bedoeld in Rv. Het aanstellen van een bewaarder ontheft de ontvanger niet van zijn verantwoordelijkheid met betrekking tot de in beslag genomen zaken. Het wegvoeren van zaken is mogelijk, als dit voor het behoud van die zaken redelijkerwijze noodzakelijk is (artikel 446 Rv). Dit is bijvoorbeeld aan de orde als de zaken dreigen te worden verduisterd of beschadigd. Hetzelfde geldt als er gegronde vrees bestaat dat verhaal op de zaken ernstig bemoeilijkt wordt of feitelijk onmogelijk is, indien de zaken niet worden afgevoerd. Van de mogelijkheid tot het wegvoeren van de beslagen zaken wordt slechts gebruik gemaakt: als de verwachting bestaat dat zonder het wegvoeren de schuld niet volledig kan worden ingevorderd; en de ontvanger na marginale toetsing niet heeft kunnen constateren dat de belastingaanslagen materieel onverschuldigd moeten worden geacht. Het wegvoeren van zaken, waaronder motorrijtuigen naar aanleiding van een actie op grond van artikel 18 van de wet, gebeurt niet door de belastingdeurwaarder dan na daartoe verkregen toestemming van de ontvanger van de gemeente. De toestemming kan ook worden verkregen van de plaatsvervanger van de ontvanger of van een andere door hem daartoe aangewezen functionaris. Bij het in beslag nemen van een voertuig is het aan de belastingdeurwaarder ter keuze om een wielklem, of een ander middel, aan te brengen ter zekerheid tegen verduistering. 14.2.10.Belasting van personenauto’s en motorrijwielen en belasting zware motorrijtuigen en beslag roerende zaken Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 14.2.11.Afsluiting en beslag roerende zaken De deurwaarder dan wel de bewaarder kan tot afsluiting van de ruimte overgaan wa

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.