Burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort; Gelet op de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen, Besluit vast te stellen de: Leidraad Invordering Amersfoort2015 De “Leidraad Invordering Amersfoort 2014”, vastgesteld bij besluit van 11 maart 2014 wordt ingetrokken; Deze leidraad treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2015; Deze regeling kan worden aangehaald als “Leidraad Invordering Amersfoort 2015”. De geconsolideerde tekst van deze leidraad zal worden geplaatst op de website van de gemeente Amersfoort. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 27 januari
- De secretaris De burgemeester, WijzigingLeidraadinvorderinggemeentelijkebelastingenper1januari2015 ARTIKELI A In artikel 1.1.1 wordt aan het slot van de opsomming ‘Wwb’ en ‘Wet werk en bijstand’ vervangen door ‘Pw’, respectievelijk ‘Participatiewet’. B In artikel 1.1.2 wordt in het vijfde gedachtestreepje van de opsomming ‘Wwb’ vervangen door: Pw. C In de eerste alinea van artikel 1.1.5 wordt de zinsnede ‘De ontvanger handelt bij de invordering zoveel mogelijk’ vervangen door: In de invordering wordt zoveel mogelijk gehandeld. D Artikel 19.3.3, derde alinea, vervalt. E Artikel 19.3.3a vervalt. F Artikel 22.8.9 wordt als volgt gewijzigd: In de eerste volzin wordt ‘dan behandelt de ontvanger eerst het verzet ex artikel 435, derde lid, Rv, voordat hij het beroepschrift doorzendt aan de directeur’ vervangen door: dan zendt de ontvanger eerst het beroepschrift ter behandeling aan de directeur, voordat hij het verzet ex artikel 435, derde lid, Rv behandelt. De tweede en derde volzin vervallen. G In artikel 25.5.6, tweede alinea, vervallen de tweede en derde volzin. H Artikel 26.2.10, laatste volzin, komt te luiden: Het toe te passen normbedrag is in dit geval het normbedrag voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder (zie artikel 16 van de regeling). I In artikel 26.2.11 wordt ‘Wwb’ vervangen door: Pw. J In artikel 26.2.12 wordt ‘€ 59’ vervangen door ‘€ 61’ en wordt ‘€ 52’ vervangen door: €
- K Na artikel 26.2.13 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel26.2.13aPersoonsgebonden budget en kwijtschelding voor particulieren Verstrekkingen die worden ontvangen uit een persoonsgebonden budget voor specifieke kosten op het gebied van zorg, begeleiding of hulp en waarop geen aanspraak bestaat vanuit de zorgverzekering of de reguliere bijstand, worden niet als inkomen in aanmerking genomen. L In artikel 26.2.15 wordt ‘Wwb’ vervangen door: Pw. M In artikel 26.2.16 wordt ‘Wwb’ vervangen door: Pw. N In artikel 26.2.19 wordt ‘€ 84’ vervangen door: €
- O In artikel 26.2.20 wordt ‘Wwb’ telkens vervangen door: Pw. P In artikel 27 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van de opsomming door een punt- komma, een gedachtestreepje toegevoegd, luidende: -verjaring van belastingteruggaven. Q Na artikel 27.7 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel27.8.Verjaring van belastingteruggaven Voor de verjaring van belastingteruggaven geldt eenzelfde verjaringstermijn als voor belasting- schulden. Na verjaring ontstaat een natuurlijke verbintenis. De ontvanger zal een beroep op de verjaring doen, tenzij hij gerede twijfel heeft of de belastingaanslag aan de belastingschuldige is bekendgemaakt. R Voor artikel 29 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel28c Er zijn in deze leidraad op artikel 28c van de wet geen beleidsregels gemaakt. S Na artikel 62 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel62bis Er zijn in deze leidraad op artikel 62bis van de wet geen beleidsregels gemaakt. Artikel 62bis is niet van toepassing voor de gemeente. T Artikel 68 tot en met 72 komt te luiden: Er zijn in deze leidraad op de artikelen 68, 69, 70, 70a, 70aa, 70ba, 70c, 70d, 70e, 70f, 71 en 72 van de wet geen beleidsregels gemaakt. De artikelen 68 tot en met 70f zijn niet van toepassing voor de gemeente. TOELICHTING Artikel I, onderdelen A, B, I, L, M en O, bevatten een technische aanpassing in verband met de Invoeringswet Participatiewet
- Die wet wijzigt de citeertitel van de Wet werk en bijstand in Participa- tiewet. Daarom worden alle verwijzingen naar de Wet werk en bijstand vervangen door een verwijzing naar de Participatiewet. Artikel I, onderdeel C, regelt dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet alleen gelden voor de ontvanger maar ook voor het college. In de praktijk gebeurt dit al, dus het betreft een wijziging van redactionele aard. Artikel I, onderdeel D, bevat een technische aanpassing die samenhangt met de wijzigingen in de Wet werk en bijstand (met ingang van 1 januari 2015: de Participatiewet) door invoering van de Wet hervorming kindregelingen
- De wijziging in artikel I, onderdeel E, hangt samen met de wijzigingen per 1 januari 2015 in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en met recente jurisprudentie van de Hoge Raad
- Voor de vaststelling van de beslagvrije voet wordt met ingang van 1 januari 2015 uitsluitend gekeken naar de van toepassing zijnde bijstandsnorm en niet meer naar het periodieke inkomen. Daarom vervalt de eerste volzin. Daarnaast zijn de tweede en derde volzin overbodig in verband met het genoemde arrest van de Hoge Raad van 31 oktober
- De Hoge Raad heeft beslist dat wanneer een inkomen alleen door de uitkering van het jaarlijkse vakantiegeld boven de beslagvrije voet uitkomt, een gelegd beslag alleen mogelijk is voor zover het inkomen in de maanden waarin het vakantiegeld werd opgebouwd boven de beslagvrije voet uitkomt. In verband daarmee kan artikel 19.3.3a vervallen. Artikel I, onderdeel F, brengt een wijziging aan in de werkwijze van de ontvanger als gelijktijdig administratief beroep ex artikel 22, eerste lid, van de wet en verzet ex artikel 435, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) wordt ingediend tegen een gelegd bodembeslag. De tot nu toe gehanteerde volgorde van behandeling is eerst verzet dan administratief beroep. Als het college een beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet toewijst, is een verzetsprocedure voor de civiele rechter niet meer nodig. Omdat dit een efficiëntere werkwijze is (voor de Belastingdienst), is de in artikel 22.8.9 voorgeschreven volgorde van behandeling omgedraaid. De wijzigingen in artikel I, onderdelen G, hangen samen met het vervallen per 1 januari 2015 van de bijstandsnorm voor alleenstaande ouders in de Participatiewet. De hoogte van de uitgaven voor het levensonderhoud van kinderen wordt meegerekend bij het vaststellen van de beslagvrije voet op grond van artikel 475d Rv. De berekening van de betalingscapaciteit sluit hierbij aan. Voor de kwijtschelding wordt dit geregeld in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet
- De leidraad sluit hierop aan door een wijziging van artikel 25.5.6, waar uitgaven voor inwonende kinderen tot nu toe waren uitgesloten bij de berekening van de betalingscapaciteit. Dit wordt geregeld in onderdeel G. Artikel I, onderdeel H, bevat een technische aanpassing die samenhangt met de wijzigingen in de Wet werk en bijstand door invoering van de Wet hervorming kindregelingen. In artikel I, onderdeel J, worden de forfaitaire bedragen voor boeken en leermiddelen in artikel 26.2.12 geactualiseerd. Artikel I, onderdeel K, voegt een nieuw artikel 26.2.13a in de leidraad in. Dit hangt samen met de wijze waarop met ingang van 1 januari 2015 de persoonsgebonden budgetten worden verstrekt. Het gaat hierbij om persoonsgebonden budgetten die op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet of de Wet langdurige zorg worden verstrekt. Vanaf 1 januari 2015 wordt een persoonsgebonden budget niet meer op de bankrekening van de belanghebbende gestort, maar wordt 1 Invoeringswet Participatiewet, Stb. 2014,
- 2 Wet hervorming kindregelingen, Stb. 2014,
- 3 Arrest van 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:
- het budget beheerd door de Sociale Verzekeringsbank. Die betaalt in opdracht van de belanghebbende uit op de rekening van de zorgverlener (ook wel aangeduid als ‘trekkingsrecht’). Dit betekent dat geen sprake meer is van vermogen of inkomen maar van een aanspraak op een verstrekking. Het gevolg is dat het persoonsgebonden budget niet meer wordt opgenomen als uitgezonderd vermogen of inkomen in artikel 12, respectievelijk artikel 14 van de regeling. In plaats daarvan wordt in de leidraad geregeld dat de aanspraak op een verstrekking uit het persoonsgebonden budget geen onderdeel uitmaakt van de betalingscapaciteit. In artikel I, onderdeel N, worden de bedragen van de normpremie in artikel 26.2.19 aangepast aan de voor 2015 geldende bedragen. Alleen het bedrag voor echtgenoten wijzigt. Het bedrag voor een alleenstaande (ouder) blijft ongewijzigd. De wijziging in artikel I, onderdeel P, hangt samen met het opnemen van het beleid van de ontvanger bij verjaarde belastingteruggaven. Artikel I, onderdeel Q, bevat een nieuw artikel 27.8 waarin staat hoe de ontvanger handelt als sprake is van verjaarde belastingteruggaven. Dit beleid komt erop neer dat de ontvanger van zijn bevoegdheid om zich op verjaring te beroepen altijd gebruik maakt, tenzij de ontvanger gerede twijfel heeft of de belastingaanslag door de belastingschuldige is ontvangen. Artikel I, onderdeel R, hangt samen met de introductie van artikel 28c in de wet met ingang van 1 januari
- Artikel I, onderdeel S, hangt samen met de introductie van artikel 62bis in de wet met ingang van 1 januari
- Dit artikel is niet van toepassing voor de gemeente. Artikel I, onderdeel T, hangt samen met de introductie van artikel 70f in de wet met ingang van 1 januari
- Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om artikel 70e van de wet in te voegen. Dit artikel is met ingang van 1 januari 2014 in de wet geïntroduceerd, maar werd abusievelijk niet opgenomen bij de leidraadwijziging van 1 januari
- Dit gebeurt alsnog in artikel I, onderdeel T. De artikelen 68 tot en met 70f zijn niet van toepassing voor de gemeente. Gemeente AmersfoortLeidraad invordering gemeentelijke belastingen 2015Gemeente Amersfoort 1 Artikel 1 Inleiding en toepassingsgebied 12 1.1.Inleiding .......................................................................................................................12 1.1.
- Lijst met gebruikte afkortingen .......................................................................... 131.1.
- Definities ........................................................................................................... 131.1.
- Reikwijdte beleidsvoorschriften ......................................................................... 131.1.
- Aansprakelijkgestelden en andere derden ......................................................... 141.1.
- Awb en algemene beginselen van behoorlijk bestuur ........................................ 141.1.
- Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelen .............................................. 151.1.
- Invorderingsmaatregelen tegen grote bedrijven ................................................. 151.1.
- Voor de invordering minder geschikte dagen .................................................... 151.1.
- Binnenkomst van bescheiden ............................................................................ 161.1.
- Positie belastingdeurwaarder ............................................................................ 161.1.
- Bewaren invorderingsbescheiden ...................................................................... 161.1.
- Verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingen ............................................. 171.1.
- Informatieplicht .................................................................................................. 171.1.
- Diplomatieke status ........................................................................................... 171.2.Toepassingsgebied .....................................................................................................17 Artikel 2 Begrippen 18 2.1.Woonplaats .................................................................................................................18 Artikel 3 Bevoegdheden ontvanger 19 Fiscale en civiele bevoegdheden ................................................................................19 Conservatoir beslag ....................................................................................................19 3.2.
- Geen conservatoir beslag dan ook geen versnelde invordering ......................... 193.2.
- Ontbreken belastingaanslag en conservatoir beslag ......................................... 193.3.Gerechtelijke procedures - toestemming ....................................................................20 3.3.1 Juridische bijstand............................................................................................. 203.3.2 Toestemming .................................................................................................... 20Rijksadvocaat ..............................................................................................................20 Faillissementsaanvraag ..............................................................................................20 Artikel 4 Bevoegdheid belastingdeurwaarder 21 Reikwijdte bevoegdheid belastingdeurwaarder ..........................................................21 Bescherming ...............................................................................................................21 Legitimatie ...................................................................................................................21 Artikel 5 nvt. 22 Artikel 6 Reikwijdte van de wet 23 6.1.Rente en kosten in het kader van de reikwijdte van de wet .......................................23 Artikel 7 Betaling en afboeking 24 Tijdstip betaling ...........................................................................................................24 De afboeking van de betaling .....................................................................................24 Teveelbetaling .............................................................................................................25 Rente en kosten bij afboeking betalingen ...................................................................25 Het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen ..................................................25 Afboeking betaling bestuurlijke boete waarvoor uitstel van betaling is verleend ........25 Afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden..............................................25 Betaling bij vergissing .................................................................................................25 Mededeling afboeking betaling ...................................................................................26 Betaling van kleine bedragen......................................................................................26 Ontvangen bedragen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling en faillissement ......26 Artikel 7a Uitbetaling van belastingteruggaven 27 Aanwijzen rekeningnummer voor uitbetaling ..............................................................27 Uitbetalingfouten .........................................................................................................27 7b Cessie- en verpandingsverbod uitbetalingen inkomstenbelasting..............................27 Artikel 8 Bekendmaking aanslag 28 Verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situaties.........................28 [vervallen]....................................................................................................................28 Gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljet ....................................28 Vooraf uitnodigen erfgenamen tot betalen belastingaanslag .....................................28 Artikel 9 Betalingstermijnen 29 Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige aanslagen ....................29 Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige teruggaven...................29 Uitbetaling voorlopige teruggave in één termijn..........................................................29 Dagtekening aanslagbiljet ...........................................................................................29 Begrippen bij betalingstermijnen .................................................................................29 Verzuim ontvanger bij uitbetaling ................................................................................30 Regeling betalingstermijnen........................................................................................30 Automatische incasso .................................................................................................30 Artikel 10 Versnelde invordering 31 Reikwijdte versnelde invordering ................................................................................31 Vrees voor verduistering en versnelde invordering ....................................................32 Metterwoon verlaten van Nederland en versnelde invordering ..................................32 Geen vaste woonplaats in Nederland en versnelde invordering ................................32 Beslag en versnelde invordering.................................................................................32 Verkoop namens derden en versnelde invordering ....................................................33 Vordering ex artikel 19 en versnelde invordering .......................................................33 Artikel 11 Aanmaning 34 De geadresseerde van de aanmaning ........................................................................34 Aanmaning ten onrechte verzonden ...........................................................................34 Achterwege laten van tussentijdse vervolging en aanmaning ....................................34 Gedeeltelijke voldoening aan de aanmaning ...........................................................34 Betalingsherinnering ................................................................................................35 Aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg ................................................35 Artikel 12 Dwangbevel 36 Onderwerp van het dwangbevel .................................................................................36 Tegen wie verleent de ontvanger een dwangbevel ....................................................36 Artikel 13 Betekening van het dwangbevel 37 13.1.Betekening dwangbevel per post ................................................................................37 13.1.
- Adressering van per post betekende dwangbevelen .......................................... 37Betekening dwangbevel door de belastingdeurwaarder .............................................38 Bijzondere gevallen van betekening dwangbevel .......................................................38 Artikel 14 Tenuitvoerlegging van het dwangbevel 39 14.1.Tenuitvoerlegging algemeen.......................................................................................39 14.1.
- Keuze van invorderingsmaatregelen ................................................................. 3914.1.
- Houding van de belastingdeurwaarder tijdens tenuitvoerlegging ....................... 3914.1.
- Tenuitvoerlegging dwangbevel als de belastingschuldige is overleden .............. 4014.1.
- Volgorde van uitwinning bij beslag .................................................................... 4014.1.
- Verhaal op met vruchtgebruik of recht van gebruik bezwaarde zake n ............... 4014.1.
- Beslaglegging voor vordering van derden ......................................................... 4014.1.
- Opheffing beslag na gedeeltelijke betaling of voldoening aan voorwaarden ...... 4014.1.
- Opheffing beslag tegen betaling door een derde ............................................... 4114.1.
- Opschorten van de executie .............................................................................. 4114.1.
- Onderhandse verkoop ....................................................................................... 4114.1.
- Samenloop opheffing beslag en onderhandse verkoop ..................................... 4114.1.
- Strafrechtelijk beslag ......................................................................................... 4214.1.
- Invordering en ontnemingswetgeving ................................................................ 4214.2.Beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn ........................................42 14.2.
- Kennisgeving vooraf en beslag roerende zaken ................................................ 4214.2.
- Domiciliekeuze en beslag roerende zaken ........................................................ 4214.2.
- Aanbod van betaling en beslag roerende zaken ................................................ 4214.2.
- Omvang van het beslag op roerende zaken ...................................................... 4314.2.
- Beslag op roerende zaken van derden .............................................................. 4314.2.
- Beroep of verzet door een derde tegen inbeslagneming roerende zaken .......... 4314.2.
- Voldoening zekerheidsschuld door ontvanger en beslag roerende zaken .......... 4314.2.
- Beslag roerende zaken bij derden ..................................................................... 4314.2.
- Wegvoeren van beslagen zaken ........................................................................ 4414.2.
- Belasting van personenauto’s en motorrijwielen en belasting zwaremotorrijtuigen en beslag roerende zaken ........................................................... 4414.2.
- Afsluiting en beslag roerende zaken .................................................................. 4414.2.
- Bewaarder en beslag roerende zaken ............................................................... 4514.2.
- Executoriale verkoop computerapparatuur ........................................................ 4514.2.
- Executoriale verkoop zilveren, gouden en platina werken ................................. 4514.2.
- Beslag op illegale zaken .................................................................................... 4614.2.
- Bieden voor rekening van de gemeente en beslag roerende zaken ................... 4614.2.
- Opheffing van het beslag op roerende zaken .................................................... 4614.2.
- Afboeking executieopbrengst verkoop roerende zaken ..................................... 4614.2.
- Proces-verbaal van verkoop roerende zaken ..................................................... 4614.2.
- Gegevensverstrekking omtrent beslag roerende zaken ..................................... 4714.2.21 Relaas van onttrekking ...................................................................................... 4714.3.Beslag op onroerende zaken ......................................................................................47 14.3.
- Bewaring van in beslag genomen roerende zaken bij beslag onroerende zaken 4714.3.
- Nieuwe belastingschuld en beslag onroerende zaken ....................................... 4714.3.
- Verhuurde of verpachte onroerende zaken ........................................................ 4714.3.
- Voorwaarden van verkoop van onroerende zaken ............................................. 4714.3.
- Opheffing van het beslag onroerende zaken ..................................................... 4714.4.Beslag onder derden...................................................................................................48 14.4.
- Beslag op vordering van een derde ................................................................... 4814.4.
- Derdenbeslag of vordering ex artikel 19 ............................................................ 4814.4.
- Roerende zaken bij derden ............................................................................... 4814.4.
- Plaats beslaglegging en derdenbeslag .............................................................. 4814.4.
- Derdenbeslag op een vordering waar geen beslagvrije voet voor geldt ............. 4814.4.
- Bij derdenbeslag in gebreke blijven tot het doen van verklaring ........................ 4914.4.
- Bij derdenbeslag niet afdragen na het doen van verklaring ............................... 4914.4.
- Afdracht binnen de vierweken termijn bij derdenbeslag ..................................... 4914.4.
- Derdenbeslag op polis van levens - of spaarverzekering of lijfrente ................... 4914.4.
- Retentierecht en derdenbeslag ......................................................................... 4914.4.
- Opheffing van het derdenbeslag ........................................................................ 5014.4.
- Onverschuldigde betaling en derdenbeslag ....................................................... 5014.4.
- Derdenbeslag onder de Staat of de ontvanger en het doen van verklaring ........ 5014.4.
- Derdenbeslag op voorlopige teruggaaf .............................................................. 5014.
- Beslag op schepen ............................................................................................ 5014.5.
- Beletten van het vertrek van het schip ............................................................... 5014.5.
- De executie van schepen .................................................................................. 5114.5.
- Afgelasting van de verkoop van een schip ........................................................ 5114.5.
- Deskundige hulp en beslag op schepen ............................................................ 5114.5.
- Opheffing van het beslag op schepen ............................................................... 51Artikel 15 nvt 52 Artikel 16 Doorlopend beslag 53 16.1 Voor 1 januari 2011 gelegde derdenbeslagen ............................................................53 Artikel 17 Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel 54 Schorsing van de invordering bij verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel ...........54 Verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering ..................54 Artikel 19 Doen van een vordering 55 19.1.Vordering algemeen....................................................................................................55 19.1.
- Bekendmaking vordering ................................................................................... 5519.1.
- Voldoen aan de vordering ................................................................................. 5519.1.
- Niet voldoen aan de vordering ........................................................................... 5519.1.
- Intrekken van een vordering .............................................................................. 5619.1.
- Vermindering of vernietiging van de belastingaanslag in relatie tot vordering .... 5619.1.
- Doorbreken beslagverboden en vordering ......................................................... 5619.1.
- Notoire wanbetaler en vordering ........................................................................ 5619.1.
- Vordering ten laste van de echtgenoot .............................................................. 5619.2.De faillissementsvordering ..........................................................................................57 19.2.
- Aan te melden schulden in faillissement ............................................................ 5719.2.
- Belastingschulden ontstaan gedurende een surseance zijn boedelschuldenin faillissement .................................................................................................. 5719.2.
- Opkomen in faillissement .................................................................................. 5719.3.Vorderingen met betrekking tot periodieke uitkeringen ..............................................57 19.3.
- Overwegen van vordering op periodieke uitkeringen ......................................... 5719.3.
- Vooraankondiging van vordering op periodieke uitkeringen ............................... 5819.3.
- Beslagvrije voet en vordering op periodieke uitkeringen .................................... 5819.3.
- Informatieverstrekking voor vaststelling beslagvrije voet ................................... 5819.3.
- Belastingschuldige woont in buitenland en beslag periodieke uitkering ............. 5819.3.
- Verrekening ex artikel 117 Ambtenarenwet ....................................................... 5919.3.
- Periodieke uitkeringen onder de bijstandsnorm ................................................. 5919.3.
- Vordering in relatie tot voorlopige teruggaaf ...................................................... 5919.4.Beslagvrije voet en overheidsvordering ......................................................................59 Artikel 20 Lijfsdwang 60 Artikel 21 Voorrecht rijksbelastingen 61 Artikel 22 Bodemrecht 62 Werkingssfeer en reikwijdte bodemrecht ....................................................................62 Bodemrecht en bestuurlijke boeten ............................................................................62 Overbetekening bodembeslag ....................................................................................62 Volgorde uitwinning bodembeslag buiten faillissement ..............................................63 Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement .....................................................63 Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar ....................................................63 Bodemrecht en voorrang ............................................................................................63 Verzet en beroep.........................................................................................................63 22.8.
- Verzet artikel 435, derde lid, Rv tegen bodembeslag ......................................... 6322.8.
- Taken met betrekking tot de schriftelijke mededeling ex artikel 435, derde lid,Rv inzake bodembeslag .................................................................................... 6322.8.
- Opschorting verkoop na verzet in rechte tegen bodembeslag ........................... 6322.8.
- Beroepschrift ex artikel 22 van de wet ............................................................... 6322.8.
- Beroepschriftprocedure ex artikel 22 van de wet ............................................... 6422.8.
- Taak van de ontvanger met betrekking tot beroepschrift ex artikel 22,eerste lid, van de wet ........................................................................................ 6422.8.
- Beslissing college op het beroepschrift tegen een bodembeslag ....................... 6422.8.
- Onduidelijk bezwaar tegen bodembeslag .......................................................... 6422.8.
- Samenloop administratief beroep en verzet tegen bodembeslag ....................... 6522.8.
- Criteria voor de beslissing op het beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet6522.8.
- Beëindiging operationele lease-overeenkomst .................................................. 6522.8.
- Executie en bodemrecht .................................................................................... 6522bis Mededeling ....................................................................................................... 65Artikel 22a 66 Artikel 23 67 Artikel 23a 68 Artikel 24 Verrekening 69 24.1.Wanneer verrekening..................................................................................................69 24.1.
- Voorlopige teruggaaf inkomstenbelas ting .......................................................... 69Betwiste schuld en verrekening ..................................................................................69 Reikwijdte van de verrekening ....................................................................................69 Bekendmaking verrekening ........................................................................................70 Verrekening en fiscale eenheid vennootschapsbelasting ...........................................70 Instemmingsregeling bij cessie en verpanding ...........................................................70 24.6.
- Geen verrekening bij instemming cessie of verpanding ..................................... 7024.6.
- Mogelijkheid van cessie of verpanding uit te betalen bedragen ......................... 7024.6.
- Instemming of weigering met een cessie of verpanding ..................................... 7024.6.
- Beroepsprocedure weigeren instemming cessie of verp anding en Awb ............. 7124.6.
- Bekendmaking beschikking college bij cessie of verpanding ............................. 7124.6.
- Houding ontvanger bij procedure tegen weigeren instemming met cessieof verpanding ................................................................................................... 71Artikel 25 Uitstel van betaling 72 25.1.Algemene uitgangspunten uitstelbeleid ......................................................................72 25.1.
- Houding van de ontvanger tijdens behandeling verzoek om uitstel .................... 7225.1.
- Toewijzing van het verzoek om uitstel van betaling ........................................... 7225.1.
- Redenen afwijzing verzoek om uitstel ................................................................ 7225.1.
- Redenen beëindigen uitstel ............................................................................... 7325.1.5 Beëindigen van een betalingsregeling met meer dan één termijn ...................... 7325.1.
- Van rechtswege vervallen van een verleend uitstel ........................................... 7325.1.
- Geen invordering tijdens verleend uitstel ........................................................... 7425.1.
- Na (afwijzen) uitstel tien dagen wachttijd ........................................................... 7425.1.
- Uitstel voor een ambtshalve belastingaanslag ................................................... 7425.1.
- Uitstel voor een aanslag ter behoud van rechten ............................................... 7425.1.
- Uitstel voor een bestuurlijke boete .................................................................... 7425.1.
- Tijdens uitstel nieuwe aanslagen voldoen ......................................................... 7425.1.
- Zekerheid bij uitstel ........................................................................................... 7425.1.
- Tijdstip indiening verzoek om uitstel .................................................................. 7525.1.
- Verzoekschriften aan andere instellingen .......................................................... 7525.2.Uitstel in verband met bezwaar tegen een belastingaanslag .....................................75 25.2.
- Bezwaar tegen hoogte belastingaanslag ........................................................... 7525.2.
- Bezwaar- en beroepschrift geldt niet als verzoek om uitstel .............................. 7525.2.2.A. Afzonderlijk verzoek om uitstel in verband met een bezwaarschrift ................... 7625.2.2.B. Ontbrekende gegevens ..................................................................................... 7625.2.
- De beslissing op het verzoek om uitstel van betaling ........................................ 7625.2.
- Uitstel in verband met een onderlinge overlegprocedure ................................... 7625.2.
- Zekerheid bij uitstel in verband met bezwaar ..................................................... 7625.2.
- Onherroepelijke invorderingsmaatregelen voor bestreden belastingschuld ....... 7625.2.
- Verrekening tijdens uitstel in v erband met bezwaar ........................................... 7725.2.7A. Nadere voorwaarden bij herbeoordeling verleend uitstel ................................... 7725.2.
- Geen uitstel voor het niet bestreden bedrag ...................................................... 7725.2.
- Ten onrechte uitstel voor het gehele bedrag van de belastingaanslag ............... 7725.3.Uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag .................................78 25.3.
- Uitstel in verband met een belastingteruggaaf en andere ui t te betalen bedragen7825.3.
- Berekening van het uit te betalen bedrag bij uitstel ........................................... 7825.3.
- Beslissing op het verzoek om uitstel in verband met een uit te betalen bedrag . 7825.3.
- Verrekening en uitstel in verband met een te verwachten uit te betalen bedrag 7825.4.Uitstel in verband met betalingsproblemen.................................................................79 25.4.
- Beslissing op een verzoek om uitstel in verband met betalingsproblemen ......... 7925.4.
- Uitstel en motorrijtuigenbelasting ...................................................................... 7925.4.
- Verrekening tijdens een betalingsregeling ......................................................... 7925.4.
- Uitstel in verband met faillissement, WSNP en surseance ................................. 7925.4.
- Uitstel van betaling erfbelasting bij verkrijging eigen woning door broersof zussen van de erflater ................................................................................... 7925.5.Betalingsregeling voor particulieren ............................................................................80 25.5.
- Betalingsregeling particulieren .......................................................................... 8025.5.
- Voorwaarden aan betalingsregeling particulieren .............................................. 8025.5.
- Kort uitstel particulieren..................................................................................... 8025.5.
- Behandeling verzoek betalingsregeling particulieren ......................................... 8025.5.
- Vermogen en betalingsregeling particulieren ..................................................... 8025.5.
- Betalingscapaciteit en betalingsregeling particulieren ....................................... 8125.5.
- Berekening betalingscapaciteit: bijzondere uitgaven ......................................... 8125.5.
- Berekening betalingscapaciteit: aflossingsverplichtingen aan derden ................ 8125.5.
- Berekening betalingscapaciteit: extra inkomsten ............................................... 8125.5.
- Belastingschuldige stelt zelf een betalingsregeling voor .................................... 8125.6.Betalingsregeling voor ondernemers ..........................................................................81 25.6.
- Betalingsregeling ondernemers ......................................................................... 8125.6.
- Voorwaarden betalingsregeling ondernemers .................................................... 8225.6.2A. Bijzondere omstandigheden betalingsregeling ondernemers ............................. 8225.6.2B. Verklaring derde deskundige ............................................................................. 8225.6.2C. Geen uitstel voor ondernemers in verband met betalingsproblemenals al kort uitstel is verleend .............................................................................. 8225.6.2D. Kort uitstel van betaling voor ondernemers ....................................................... 8325.6.
- Uitstelbeleid particulieren geldt voor ex -ondernemers ....................................... 8325.6.
- Uitstel voor ondernemers en overheidssteun/subsidie ....................................... 8325.7.Administratief beroep ..................................................................................................83 25.7.
- Toetsing uitstelbeschikking door het college ..................................................... 8325.7.
- Beroepsfase uitstel ............................................................................................ 8425.7.
- Beslissing college op beroepschrift bij uitstel .................................................... 8425.7.
- Niet tijdig beslissen op een verzoek om uitstel .................................................. 8425.7.
- Beroep of herhaald verzoek om uitstel bij de ontvanger .................................... 8425a Uitstel van betaling exitheffingen ................................................................................84 25a.
- Beoordeling zekerheid bij uitstel van betaling ter zake van exitheffingen ........... 84Artikel 26 Kwijtschelding van belastingen 85 26.1.Algemene uitgangspunten kwijtscheldingsbeleid .......................................................85 26.1.
- Kwijtschelding van betaalde belastingschulden ................................................. 8526.1.
- Het indienen van een verzoek om kwijtschelding ............................................... 8626.1.
- Niet ingevuld of onjuist ingevuld verzoekformulier om kwijtscheldi ng ................ 8626.1.
- Gegevens en normen ten tijde van indiening verzoek om kwijtschelding ........... 8626.1.
- Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden ................... 8626.1.
- Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding .................................... 8726.1.
- Na afwijzen kwijtschelding tien dagen wachttijd bij voortzetting invordering ...... 8726.1.
- Mondeling meedelen afwijzen kwijtscheldi ng..................................................... 8726.1.
- Wanneer wordt geen kwijtschelding verleend .................................................... 8726.1.
- Begrip 'ex-ondernemer' en kwijtschelding .......................................................... 8926.1.
- Verzoekschriften aan andere instellingen .......................................................... 8926.2.Kwijtschelding van belastingen voor particulieren ......................................................89 26.2.
- Vermogen en kwijtschelding particulieren .......................................................... 8926.2.
- De inboedel en kwijtschelding particulieren ....................................................... 8926.2.
- De auto en kwijtschelding particulieren ............................................................. 8926.2.
- Saldo op bankrekening en kwijtschelding voor particulieren .............................. 9026.2.
- De eigen woning en kwijtschelding voor particulieren ........................................ 9026.2.
- Vermogen van kinderen en kwijtschelding voor particulieren ............................. 9026.2.
- Nalatenschappen en kwijtschelding voor particulieren ....................................... 9026.2.
- [vervallen] ......................................................................................................... 9126.2.
- [vervallen] ......................................................................................................... 9126.2.
- Betalingscapaciteit en kwijtschelding voor particulieren .................................... 9126.2.
- Vakantiegeld en kwijtschelding voor particulieren .............................................. 9126.2.
- Studiefinanciering en kwijtschelding voor particulieren ...................................... 9126.2.
- Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage en kwijtschelding voor particulieren ...... 9226.2.13a. Persoonsgebonden budget en kwijtschelding voor particulieren ........................ 9326.2.
- Betalingen op belastingschulden en kwijtschelding voor particulieren ............... 9326.2.
- Woonlasten en kwijtschelding van belasting van voorhuwelijksebelastingschulden ............................................................................................. 9326.2.15.A. Woonlasten van meerpersoonshuishoudens ..................................................... 9326.2.
- Uitgaven in verband met onderhoudsverplichtingen en kwijtscheldingvoor particulieren .............................................................................................. 9326.2.
- Kwijtschelding tijdens WSNP ............................................................................. 93[vervallen]....................................................................................................................94 Normpremie ziektekostenverzekering begrepen in de bijstandsuitkering ..................94 Kwijtschelding van belastingen voor ondernemers.....................................................94 26.3.
- Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord .............................. 9426.3.
- Aansprakelijkheid en kwijtschelding voor ondernemers ..................................... 9426.3.
- Voorwaarden tot deelname aan een saneringsakkoord ..................................... 9526.3.
- Toepassingsbereik saneringsakkoord ............................................................... 9526.3.
- Ten minste dubbele percentage en saneringsakkoord ....................................... 9526.3.
- Bestuurlijke boeten en saneringsakkoord .......................................................... 9526.3.
- Rente en kosten en saneringsakkoord .............................................................. 9526.3.
- Speciale crediteuren en saneringsakkoord ........................................................ 9526.4.Administratief beroep ..................................................................................................96 26.4.
- Administratief beroep tegen de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding .... 9626.4.
- Herhaald verzoek om kwijtschelding .................................................................. 9626.4.
- Beroepsfase kwijtschelding ............................................................................... 9626.4.
- Gegevens en normen eerste verzoek om kwijtschelding ................................... 9726.4.
- Beslissing college op beroep bij kwijtschelding ................................................. 9726.4.
- Invordering na administratief beroep en herhaald verzoek om kwijtschelding .... 9726.4.
- Niet tijdig beslissen op een verzoek om kwijtschelding ...................................... 9726.5.Voortzetting van de invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding ...................97 26.5.
- Invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding ........................................... 97Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding ......98 Geautomatiseerde toets kwijtschelding ......................................................................98 Artikel 27 Verjaring 99 Versnelde invordering en verjaring .............................................................................99 Aansprakelijkgestelden en verjaring ...........................................................................99 Stuiting van de verjaring .............................................................................................99 Schorsing van de verjaring .........................................................................................99 Afstand van verjaring ..................................................................................................99 Rente en kosten en verjaring ....................................................................................100 Na verjaring geen civiele invordering ........................................................................100 Verjaring van belastingteruggaven ...........................................................................100 Artikel 27a Betalingskorting 101 Artikel 28 Invorderingsrente 102 Cheque buitenland en invorderingsrente ..................................................................102 Correctie berekende invorderingsrente.....................................................................102 Vermindering terecht in rekening gebrachte invorderingsrente ................................102 [vervallen]..................................................................................................................102 [vervallen]..................................................................................................................102 Kwijtschelding invorderingsrente niet mogelijk .........................................................102 [vervallen]..................................................................................................................102 28.
- Drempelbedrag ....................................................................................................................102 28a ........................................................................................................................ 10228b ........................................................................................................................ 10328c ........................................................................................................................ 103Artikel 29 104 Artikel 30 Beschikking betalingskorting en invorderingsrente 105 Beschikking terugnemen betalingskorting ................................................................105 Verzoek tot vermindering rente is bezwaar ..............................................................105 Betalingskorting en invorderingsrente: (hoger) beroep en cassatie .........................105 Teruggenomen betalingskorting en invorderingsrente: uitstel van betaling .............105 Geen bezwaar mogelijk tegen de niet verleende betalingskorting ...........................105 Artikel 31 106 31a ..................................................................................................................................106 Artikel 32 Samenloop fiscale en civiele aansprakelijkheidsbepalingen 107 Keuze aansprakelijkheid ...........................................................................................107 Gemeenschapsschulden en aansprakelijkheid ........................................................107 Artikel 33 Aansprakelijkheid van bestuurder, leider vaste inrichting, vaste vertegenwoordiger en vereffenaar voor alle belastingen 108 Leider vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger bij aansprakelijkheid ................108 Feitelijke vestiging bij aansprakelijkheid ...................................................................108 Lichaam dat is ontbonden bij aansprakelijkheid .......................................................108 Vereffenaar bij aansprakelijkheid ..............................................................................108 Bestuurder bij aansprakelijkheid ...............................................................................109 Gewezen bestuurder bij aansprakelijkheid ...............................................................109 Disculpatie bestuurders, leiders en vaste vertegenwoordigers .............................109 Artikel 34 tot en met 47 110 Artikel 48 Beperking aansprakelijkheid van erfgenamen 111 Beneficiaire aanvaarding ..........................................................................................111 Invordering ten laste van een erfgenaam blijft achterwege ......................................111 Artikel 48a Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde bedragen inkomstenbelasting of omzetbelasting 112 Artikel 49 Formele bepalingen voor aansprakelijkstelling 113 Aansprakelijkstelling voor bestuurlijke boete ............................................................113 Aansprakelijkstelling voor invorderingsrente ............................................................113 De aansprakelijkstelling - in gebreke zijn..................................................................113 49.3.
- Wanneer in gebreke ........................................................................................ 11349.3.
- In gebreke zijn en versnelde invordering ......................................................... 11349.3.
- In gebreke zijn en een beschikking ‘geen verdere invorderingsmaatregelen’ ... 114Informatieverstrekking in beschikking aansprakelijkstelling keten- en inlenersaansprakelijkheid..........................................................................................114 Informatieverstrekking aan aansprakelijkgestelden ..................................................114 Aansprakelijkheid: eerst uitwinning belastingschuldige ............................................114 Volgorde van aansprakelijkstellen ............................................................................114 Bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie tegen de beschikking aansprakelijkstelling ..................................................................................................115 49.8.
- Bezwaar en uitstel van betaling ....................................................................... 11549.8.
- [vervallen] ....................................................................................................... 11549.9.Overgangsrecht.........................................................................................................115 49.9.
- Bij civiele procedure geen invordering of verrekening ..................................... 11549.9.
- Wijziging eis .................................................................................................... 115Artikel 51 Conservatoir beslag bij aansprakelijkheid 116 51.1.Conservatoir beslag en uitstel in verband met bezwaar ...........................................116 Artikel 52 Betalingstermijn beschikking aansprakelijkstelling 117 52.1.Vermindering van de belastingaanslag en aansprakelijkstelling ..............................117 Artikel 53 Aansprakelijkheid: verhaalsrechten en kwijtschelding 118 53.1.Geen zelfstandige verjaring van de aansprakelijkheidsschuld .................................118 Artikel 54 Mededeling aan de aansprakelijkgestelde 119 54.1.Betaling teruggaaf aanhouden bij aansprakelijkstelling............................................119 Artikel 55 tot en met 57 120 Artikel 58 Informatieverplichtingen van de belastingschuldige of de aansprakelijkgestelde 121 Geen invorderingsonderzoek tijdens een gerechtelijke procedure...........................121 2 Gegevens voor invordering van ‘eigen’ belastingschulden ......................................121 Invorderingsonderzoek tijdens faillissement .............................................................121 Artikel 59 Informatieverplichting: gegevensdragers bij een derde 122 Artikel 60 Formele bepalingen voor de informatieverplichtingen 123 Redelijke termijn voor verstrekken van informatie ....................................................123 Kwaliteit van de gegevens en wijze van verstrekking of beschikbaar stellen ...........123 Artikel 61 Geen geheimhoudingsplicht bij de informatieverplichtingen 124 61.1.Niet van de administratie gescheiden (beroeps-) vertrouwelijke gegevens .............124 Artikel 62 Informatieverplichtingen van de administratieplichtige 125 62bis 125 Artikel 63 en 63a 126 Artikel 63b Bestuurlijke boeten 127 Artikel 63c en 64 128 Artikel 65 Niet nakomen informatieverplichting: strafmaat voor misdrijf 129 65.1.Reikwijdte opzetcriterium bij misdrijf .........................................................................129 Artikel 65a en artikel 66 130 Artikel 67 Geheimhoudingsplicht 131 Bekendmaking aan de belastingschuldige ...............................................................131 2 Bekendmaking aan derden in het belang van de invordering ..................................131 Informatieverstrekking aan gerechtsdeurwaarder over periodieke betalingen .........131 Artikel 68 tot en met 72 132 Artikel 73 Insolventieprocedures 133 73.1.Algemene uitgangspunten insolventieprocedures ....................................................133 73.1.
- Aanmelden belastingschulden in WSNP of fai llissement ................................. 13373.1.
- Invorderingsmaatregelen tijdens de toepassing van WSNP of faillissement .... 13373.1.
- Boedelschulden ............................................................................................... 13373.1.
- Proceskostengarantie ...................................................................................... 13373.1.
- Belangenbehartiging door de bewindvoerder of de curator .............................. 13473.1.
- Bodemvoorrecht in faillissement en in de WSNP ............................................. 13473.1.
- Bodemrecht en insolventie van de derde -eigenaar .......................................... 13473.1.
- Uitstel in relatie tot faillissement en WSNP ...................................................... 13473.1.
- Kwijtschelding in relatie tot faillissement en WSNP ......................................... 13473.1.
- Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie t otfaillissement en WSNP .................................................................................... 13473.1.
- Toeslagenschuld in relatie tot WSNP en faillissement ..................................... 13473.1.
- Verplichtingensignaal in relatie tot WSNP en f aillissement .............................. 13473.2.Insolventieprocedure en Wettelijke schuldsanering..................................................134 73.2.
- Kwijtschelding tijdens WSNP ........................................................................... 13473.2.
- De WSNP is beëindigd met een schone lei ..................................................... 13573.2.
- De WSNP is beëindigd zonder schone lei of de schone lei is ingetrokken ....... 13573.2.
- De WSNP is tussentijds beëindigd .................................................................. 13573.3.Insolventieprocedure en surseance ..........................................................................135 73.3.
- Uitstel en surseance ........................................................................................ 13573.3.
- Ketenaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid in relatie tot surseance13573.4.Insolventieprocedure en faillissement.......................................................................135 73.4.
- Faillissementsaanvraag: algemeen ................................................................. 13573.4.
- Ontbinding van rechtspersonen in plaats van faillissementsaanvraag ............. 13673.4.
- Particulieren en faillissement ........................................................................... 13673.4.
- Saneringsaanbod en faillissementsaanvraag ................................................... 13673.4.
- Verzoek om uitstel van betaling vóór behandeling faillissementsaanvraag door rechter 13673.4.
- Toestemming voor faillissementsaanvraag ...................................................... 13773.4.
- Steunvordering derden voor faillissementsaanvraag ....................................... 13773.4.
- Verlenen van steunvordering en faillissementsaanvraag ................................. 13773.4.
- Verzet tegen faillietverklaring .......................................................................... 13773.4.
- Beroep op regresrecht in faillissement ............................................................ 13773.4.
- Verzending of uitreiking aanslagbiljet bij faillissement ..................................... 13773.4.
- Opkomen in faillissement ................................................................................ 13773.4.
- Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement ........................................... 13773.4.
- Na de toepassing van het faillissement ........................................................... 13773.4.
- Opening nationale (secundaire) insolventieprocedure ..................................... 13873.4.
- Omzetting faillissement in WSNP .................................................................... 13873.5.Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door leden van de NVVK of gemeenten ............................................................................................................138 73.5.
- Algemeen ........................................................................................................ 13873.5.
- Opschorten invorderingsmaatregelen na verzoek MSNP ................................. 13973.5.
- Gevolgen uitstel MSNP voor invorderingsmaatregelen .................................... 13973.5.
- Houding ontvanger tijdens uitstel MSNP ......................................................... 13973.5.
- Intrekken uitstel gedurende MSNP .................................................................. 14073.5.
- De schuldenaar voldoet aan zijn verplichtingen MSNP .................................... 14073.5.7 Na de toepassing van de MSNP ...................................................................... 14073.5a Insolventieprocedure - minnelijke schuldsanering door anderen dan ledenvan de NVVK of gemeenten ............................................................................ 14073.5a.1 Algemeen ........................................................................................................ 14073.6.Insolventieprocedures en akkoorden ........................................................................141 73.6.
- Buitengerechtelijk akkoord .............................................................................. 14173.6.
- Voorwaarden voor toetreding tot een buitengerechtelijk akkoord ..................... 14173.6.
- Gevolgen buitengerechtelijk akkoord ............................................................... 14273.6.
- Voorwaarden voor toetreding tot een gerechtelijk akkoord .............................. 14273.6.
- Gevolgen toetreden tot gerechtelijk akkoord ................................................... 14273.6.
- Begrip belastingschuld en (buiten)gerechtelijk akkoord ................................... 14273.6.
- Schuldig nalatig en (buiten)gerechtelijk akkoord ............................................. 14273.6.
- Gevolgen dwangakkoord ................................................................................. 14273.6.
- Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord ............................ 142Artikel 74 Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten 143 Artikel 75 Kosten van vervolging 144 Gevorderde som bevat geen vervolgingskosten ......................................................144 Aan derden toekomende bedragen ..........................................................................144 Rechtsmiddelen en vervolgingskosten .....................................................................145 Verzoek om vermindering vervolgingskosten aanmerken als bezwaar....................145 Niet in rekening brengen van vervolgingskosten ......................................................145 Onverschuldigdheid van vervolgingskosten .............................................................145 Niet-verwijtbaarheid en vervolgingskosten ...............................................................146 Versnelde invordering en vervolgingskosten ............................................................146 Aansprakelijkgestelden en vervolgingskosten ..........................................................146 Geen kwijtschelding van vervolgingskosten .............................................................146 Limitering betekeningskosten dwangbevel ...............................................................147 Artikel 76 tot en met 79 148 Artikel 80 Invordering en Awb 149 80.1.Tenuitvoerlegging termijndwangbevel ......................................................................149 Artikel 1 Inleiding en toepassingsgebiedDit artikel bevat de inleiding van de Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen 201 1 en het beleid over het toepassingsgebied zoals opgenomen in artikel 1 van de Invorderingswet
- 1.
- InleidingVoor u ligt de Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen 201
- De Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen bevat enkel beleidsregels. Werkinstructies zijn niet opgenomen. Bij de opmaak van de gemeentelijke leidraad is aansluiting gezocht bij de VNG afgeleide leidraad op basis van de Rijksleidraad. Het is echter geen kopie. Daar waar noodzakelijk hebben wij bepalingen toegevoegd of aangepast aan de ge meentelijke situatie. Opzet van de LeidraadVoor de indeling in artikelen en subartikelen is aangesloten bij Rijksleidraad. Sommige artikelen uit de Invorderingswet 1990 en onderdelen van de Rijksleidraad treft u echter niet aan. Reden hiervoor is dat deze onderdelen en artikelen niet van toepassing zijn voor de gemeente. Dit is aangegeven met de opmerking: ‘Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente’. Wij hebben dit gedaan om de nummering van de originele Rijksleidraad niet te veranderen. De (halfjaarlijkse) wijzigingen van het Ministerie van Financiën kunnen dan sneller gevonden en veranderd worden. Vanwege de leesbaarheid gebruiken wij in deze leidraad het begrip ‘ontvanger’ in plaats van de wettelijke term ‘gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen’
- Om dezelfde reden wordt in deze leidraad het begrip ‘inspecteur’ gebruikt in plaats van de wettelijke term ‘gemeenteambtenaar belast met de heffing van gemeentelijke belastingen’
- In de andere gevallen hebben wij gekozen voor de directe vertaling van (Rijks)belastingfunctionarissen naar de lokale benamingen. Eigen invullingOp een aantal plaatsen in de leidraad is tekst van de Rijksleidraad aangepast aan de gemeentelijke situatie. Tevens zijn een aantal opti onele bepalingen opgenomen. Deze bepalingen komen niet in de Rijksleidraad voor. Als voorbeeld noemen wij de bepalingen over betalingstermijnen, automatische incasso en geautomatiseerde kwijtschelding. Wie stelt de Leidraad binnen de gemeente vast?De Leidraad moet als zodanig worden vastgesteld door hetzij degene aan wie de bevoegdheid is geattribueerd, dat is de gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen (artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet), hetzij d egene onder wiens bestuursverantwoordelijkheid de bevoegdheid wordt uitgeoefend. Dit volgt uit artikel 4:81 Awb. Met de inwerkingtreding van de vierde tranche Algemene wet bestuursrecht (1 juli 2009) is in artikel 10:22 Awb geregeld dat het bestuursorgaan onder wiens verantwoordelijkheid een persoon of college werkt, de bevoegdheid heeft om per geval of in het algemeen instructies aan die persoon of dat college te geven. Door de woorden ‘per geval’ is de bevoegdheid vastgelegd tot het geven van bijzondere instructies. Bij instructies ‘in het algemeen’ gaat het om interne instructies van algemene aard of beleidsregels. 1 Artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet 2 Artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet De vraag in dit verband is of het college bestuursverantwoordelijkheid draagt voor de uitvoering van de invordering of de gemeenteraad. Voor d e gemeenteraad pleit dat dit orgaan de regels vaststelt (de organisatieverordening) op grond waarvan de aanwijzing van de gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen moet plaatsvinden. De daadwerkelijke benoeming van de betrokken ambtenaar vindt echter plaats door het college. Gelet op het voorgaande zouden zowel de gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen als het college als de gemeenteraad bevoegd zijn tot het vaststellen van beleidsregels betreffende de invordering. Wel zouden deze regels naar de mate waarin de afstand tot de uitvoering groter is, zich meer moeten beperken tot algemene aanwijzingen en algemene instructies. Alles afwegend gaat onze voorkeur uit naar het college als het bestuurs orgaan dat de Leidraad vaststelt. 1.1.
- Lijst met gebruikte afkortingenAfkorting Omschrijving.............. ....... .............. ........................ Awb Algemene wet bestuursrecht Awir Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen AWR Algemene wet inzake rijksbelastingen BW Burgerlijk Wetboek FW Faillissementswet MSNP minnelijke schuldsanering natuurlijke personen Rv Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Sr Wetboek van Strafrecht Sv Wetboek van Strafvordering WSF Wet Studiefinanciering 2000 WSNP wettelijke schuldsanering natuurlijke personen Pw Participatiewet 1.1.
- Definitiesbelasting(en): belastingen die door de gemeente worden geheven; belastingdeurwaarder: de daartoe door het college aangewezen gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, van de Gemeentewet; besluit(het): het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; echtgenoot: de echtgenoot, bedoeld in artikel 3 Pw of de echtgenoot bedoeld in artikel 3 van de Wet investeren in jongeren; inspecteur: de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend door de inspecteur; -ondernemer: de belastingschuldige die een onderneming drijft of zelfstandig een beroep uitoefent; ontvanger: de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend door de ontvanger; particulier: de belastingschuldige die niet als ondernemer wordt aangemerkt; regeling(de): de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990; wet(de): de wet van 30 mei 1990 op de invordering van rijksbelastingen (Invorderi ngswet 1990). Onder de overige in deze leidraad gebruikte begrippen wordt hetzelfde verstaan als de wet daaronder verstaat. 1.1.
- Reikwijdte beleidsvoorschriftenDeze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 1.1.
- Aansprakelijkgestelden en andere derdenDe invordering met betrekking tot aansprakelijkgestelden en andere derden vindt voor een groot deel op overeenkomstige wijze plaats als de invordering met betrekking tot belastingschuldigen. Omwille van de leesbaarheid is vermeden steeds de aansp rakelijkgestelden en andere derden te noemen, zonder dat hiermee wordt beoogd de toepasselijkheid van die voorschriften te beperken. 1.1.
- Awb en algemene beginselen van behoorlijk bestuurIn de invordering wordt zoveel mogelijk gehandeld in overeenstemming met de Awb en het Besluit Fiscaal bestuursrecht, ondanks het feit dat artikel 3:40, titels 4.1 tot en met 4.3, artikel 4:125, titel 5.2, de hoofdstukken 6 en 7 en afdeling 10.2.1 Awb niet van toepassing zijn op de wet. Dit betekent onder meer dat de beslistermijnen uit de Awb inclusief de mogelijkheden tot verlenging van toepassing zijn, tenzij de wet 3, de regeling of deze leidraad anders bepaalt. Voor beschikkingen op aanvraag geldt daarom een termijn van acht weken met de mogelijkheid hiervan af te wijken door een redelijke termijn te noemen (zie artikel 4:13, 4:14 en 4:15 Awb). Voor het beslissen op bezwaarschriften geldt een verdagingstermijn van maximaal zes weken en de mogelijkheid tot verder uitstel in gezamenlijk overleg (artikel 7:10 Awb). Voor het beslissen op beroepschriften bij administratief beroep geldt een verdagingstermijn van maximaal zes weken en de mogelijkheid tot verder uitstel in gezamenlijk overleg (artikel 7:24 Awb). Het uitgangspunt met betrekking tot de Awb -conforme werkwijze geldt niet voor de regeling inzake de dwangsom bij niet tijdig beslissen (artikel 4:17 Awb). 4 Het laatste betekent dat bij de uitvoering van de wet de dwangsom uitsluitend van toepassing is op de volgende gevallen: – bezwaarschriften tegen beschikkingen invo rderingsrente als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet; – bezwaarschriften tegen beschikkingen aansprakelijkstelling als bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de wet; – bezwaar- en beroepschriften als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Kosten wet invordering rijksbelastingen. Een andere bepaling uit de Awb die van toepassing is bij invordering is artikel 4:84 Awb. Op grond van die bepaling is het mogelijk af te wijken van de beleidsregels zoals die zijn opgenomen in deze leidraad. Dit is gerechtvaardigd als toepassing van die regels voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de doelen die de leidraad dient. Dit laatste zal slechts bij hoge uitzondering aan de o rde zijn. Het afwijken van beleidsregels leidt in de regel immers tot schending van het gelijkheidsbeginsel. Er moet dus sprake zijn van daadwerkelijk bijzondere omstandigheden op grond waarvan onverkorte toepassing van de leidraad onevenredig nadeel voor de betrokkene zou opleveren. Dit criterium gaat aanzienlijk verder dan een belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4 Awb. Naast het zoveel mogelijk handelen in overeenstemming met de Awb moet de ontvanger bij zijn handelen de algemene beginselen van beh oorlijk bestuur in acht nemen, ook als sprake is van privaatrechtelijke handelingen (beslag, executoriale verkoop en dergelijke). Dit betekent onder meer dat als de belastingschuldige in een verzoek aan de gemeente aannemelijk heeft gemaakt dat er gegronde twijfels zijn bij de verschuldigdheid van een onherroepelijk geworden belastingaanslag, de ontvanger de belastingaanslag marginaal toetst. Onder een onherroepelijk vaststaande belastingaanslag wordt in dit verband verstaan een belastingaanslag waartegen g een bezwaar of beroep meer open staat en waarvoor evenmin een ambtshalve beoordeling mogelijk is 3 Zie artikel 236, tweede lid, Gemeentewet en artikel 30, zesde lid, W et WOZ). 4 De gemeente heeft ervoor gekozen de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen niet van toepassing te verklaren. in verband met termijnoverschrijding. Wanneer bij de marginale toetsing blijkt dat een belastingaanslag in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, n eemt de ontvanger voor een dergelijke aanslag geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen zoals de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar ook de verrekening van een belastingaanslag met belastingterug gaven begrepen. Uitgangspunt hierbij is dat de marginale toetsing zich beperkt tot feiten die de ontvanger bekend zijn op het moment dat hij tot invordering overgaat. De verrekening van een belastingaanslag waarvan is gebleken dat die in materiële zin niet verschuldigd is met een belastingteruggave wordt niet ongedaan gemaakt, tenzij het verzoek daartoe heeft plaatsgevonden binnen één maand nadat de verrekening is bekendgemaakt. 1.1.
- Keuze uit verschillende invorderingsmaatregelenAls de invordering op verschillende manieren kan plaatsvinden, heeft de eenvoudigste, snelste en minst kostbare wijze voor de gemeente de voorkeur. 1.1.
- Invorderingsmaatregelen tegen grote bedrijvenAls de ontvanger invorderingsmaatregelen wil treffen die het voortbestaan kunn en bedreigen van een bedrijf met meer dan tien werknemers, dan vraagt hij daartoe toestemming van het college. Onder een bedrijf wordt in dit verband ook verstaan een geheel van bij elkaar behorende bedrijven of een zelfstandig uitgeoefend beroep. Beslaglegging hoeft niet het hiervoor bedoelde effect te hebben, als de ontvanger op een zodanige wijze kan handelen dat derden daarvan geheel onwetend blijven. De ontvanger vraagt altijd toestemming als: met de beslaglegging op korte termijn de verkoop van (e en deel van) de activa van het bedrijf wordt beoogd; door de beslaglegging de werkvoorraad en/of geldmiddelen geheel of nagenoeg geheel worden vastgelegd; derden niet onkundig blijven van de beslaglegging, zoals steeds het geval is bij derdenbeslag; de ontvanger aan een schuldeiser zodanige inlichtingen omtrent openstaande belastingaanslagen verstrekt, dat deze kunnen dienen als steunvorderingen bij het aanvragen van faillissement door die schuldeiser. 1.1.
- Voor de invordering minder geschikte dagenOnverminderd het bij of krachtens artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de wet doet de deurwaarder geen exploten of verricht geen executiehandelingen tussen 20.00 uur ’s avonds en 07.00 uur ’s ochtends, op een zondag en op een algemeen erkende feestdag, behalve na een daartoe strekkend verlof van de voorzieningenrechter. In aanvulling hierop geldt dat de ontvanger geen invorderingsmaatregelen treft op Goede Vrijdag. De ontvanger zal geen invorderingsmaatregelen nemen tegen particulieren op d agen die daarvoor minder geschikt kunnen worden geacht, als die maatregelen zonder bezwaar naar een later tijdstip kunnen worden verschoven. Deze terughoudendheid geldt bij ondernemers slechts voor zover sprake is van invorderingsmaatregelen die betrekkin g hebben op bezittingen die tot de privésfeer kunnen worden gerekend. De terughoudendheid geldt niet als de ontvanger een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 9, achtste lid van de wet terstond invordert. Voor invordering minder geschikte dagen zijn met name: landelijk of regionaal vrij algemeen erkende feest - en gedenkdagen met inbegrip van de daaraan voorafgaande en de daarop volgende dag de dagen tussen Kerstmis en Nieuwjaar 1.1.
- Binnenkomst van bescheidenAls aan het indienen van bepaalde bes cheiden rechtsgevolgen zijn verbonden dan wel rechten kunnen worden ontleend dan geldt als datum van binnenkomst van die stukken de datum van binnenkomst bij de gemeente. Als de ontvanger in de tussentijd heeft verrekend of dwangmaatregelen heeft genomen ter invordering van de belastingschuld, dan blijven deze gehandhaafd als hij niet van de indiening op de hoogte was en er redelijkerwijs ook niet van op de hoogte kon zijn. Onder dwangmaatregelen moeten in dit verband worden verstaan: alle maatregelen in h et kader van de dwanginvordering respectievelijk invordering langs civielrechtelijke weg, en het aansprakelijk stellen van derden. 1.1.
- Positie belastingdeurwaarderBelastingdeurwaarder is een door of namens het college aangewezen ambtenaar van de gemeente, dan wel een als belastingdeurwaarder van de gemeente aangewezen deurwaarder. In de uitoefening van zijn functie is de belastingdeurwaarder bestuursorgaan in de zin van de Awb, dan wel handelt hij onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan (d e ontvanger). Als zodanig vervult hij zijn taak zonder vooringenomenheid. Hij gebruikt zijn bevoegdheid niet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend. Hij waakt ervoor dat de nadelige gevolgen van zijn handelen niet onevenredig zijn in verhouding tot de doelen die hij met die handelingen dient. Om misverstanden te voorkomen, meldt de belastingdeurwaarder steeds in welke hoedanigheid hij optreedt en hij legitimeert zich desgevraagd. Op grond van artikel 67 van de wet is het de belastingdeurwaarder verboden om hetgeen hem over de persoon of de zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld - in enige werkzaamheid bij de uitvoering van de wet, of in verband daarmee -verder bekend te maken dan nodig is voor de uitvoering van de wet of voor de heffing van enige belasting. De leiding van de invordering berust steeds in handen van de ontvanger. Dit brengt met zich mee dat de belastingdeurwaarder de bevoegdheden die hij rechtstreeks ontleent aan de wet en aan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, slechts uitoefent nadat hij daartoe een opdracht van de ontvanger heeft verkregen en zich bij de uitoefening van die bevoegdheden houdt aan diens aanwijzingen. Op grond van artikel 9:1 Awb heeft een ieder het recht om een klacht in te dienen ov er de wijze waarop de belastingdeurwaarder zich jegens hem of een ander heeft gedragen. Klachten in verband met zijn ambtsuitoefening kunnen worden ingediend bij de ontvanger in wiens opdracht en onder wiens verantwoordelijkheid de belastingdeurwaarder wer kzaam is. 1.1.
- Bewaren invorderingsbescheidenDe ontvanger bewaart de bescheiden die direct betrekking hebben op de invordering gedurende drie jaar na afdoening, of zoveel langer als het recht tot dwanginvordering van de belastingaanslag die daaraan ten grondslag ligt nog niet is verjaard. De bescheiden die op kwijtschelding betrekking hebben, worden gedurende ten minste drie jaar na de verleende kwijtschelding bewaard, of zoveel langer als redelijkerwijs nog niet kan worden aangenomen dat zij hun belang definitief hebben verloren. Bescheiden die geen betrekking hebben op één of meer bepaalde belastingaanslagen, worden eveneens gedurende ten minste drie jaar bewaard, of zoveel langer als redelijkerwijs nog niet kan worden aangenomen dat zij hun belang d efinitief hebben verloren. 1.1.
- Verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingenOp verzoek van de belastingschuldige of zijn gemachtigde geeft de ontvanger een verklaring af, dat op dat moment geen belastingaanslagen of andere vorderingen openstaan waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen. Tevens verklaart de ontvanger desgevraagd dat zich in het verleden - voor wat betreft de invordering - geen moeilijkheden hebben voorgedaan. In de verklaring kan de ontvanger nadere bijzonderheden vermel den. De ontvanger zendt de verklaring aan het adres van de belastingschuldige of reikt deze aan hem uit. Toezending of uitreiking aan een ander dan de belastingschuldige blijft achterwege, tenzij de ontvanger zich ervan heeft overtuigd dat die ander tot o ntvangst van de verklaring bevoegd is. 1.1.
- InformatieplichtDe ontvanger maakt van de bevoegdheden van hoofdstuk VII van de wet enkel gebruik bij een betalingsachterstand, dat wil zeggen als niet is betaald binnen de betalingstermijn(en) die voor de belastingaanslag gelden. De informatieplicht vervalt zodra volledige betaling plaatsvindt. De ontvanger kan altijd gebruik maken van zijn bevoegdheid van hoofdstuk VII als de toepassing van artikel 10 van de wet aan de orde kan komen. 1.1.
- Diplomatieke statusDe invordering van belastingschulden van personen met een diplomatieke status gebeurt door tussenkomst van de minister van Buitenlandse Zaken. De ontvanger richt een verzoek om bemiddeling rechtstreeks tot: Ministerie van Buitenlandse Zaken Directie Kabinet en Protocol Postbus 20061 2500 EB 's-Gravenhage 1.
- ToepassingsgebiedHet eerste lid van artikel 1 van de wet regelt het toepassingsgebied van de wet. Het tweede lid bepaalt dat een deel van de Awb niet van toepassing is op de wet.De ontvanger handelt zoveel mogelijk in overeenstemming met de Awb en het Besluit fiscaal bestuursrecht (zie ook artikel 1.1.5 van deze leidraad). Artikel 2 BegrippenIn aansluiting op artikel 2 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het begrip 'woonplaats '. 2.
- WoonplaatsDe begrippen 'woonplaats' en 'plaats van vestiging' hebben bij de uitvoering van de wet niet steeds dezelfde inhoud. Als het gaat om de betekening van stukken of om andere handelingen overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, sluit de ontvanger aan bij het begrip 'woonplaats' als bedoeld in de artikelen 1:10 en volgende van het BW. Bij de aansprakelijkheidsbepalingen van Afdeling 1 van Hoofdstuk V I van de wet ligt het voor de hand om aan te sluiten bij de begrippen 'wo onplaats' en 'plaats van vestiging' die gelden voor de gemeentelijke verordening op grond waarvan de belastingschuld - waarvoor de aansprakelijkheid bestaat - is ontstaan. Artikel 3 Bevoegdheden ontvangerArtikel 3 van de wet geeft een afbakening van de be voegdheden van de ontvanger.De ontvanger treedt in alle rechtsgedingen die voortvloeien uit de uitoefening van zijn taak als zodanig in rechte op (artikel 3, tweede lid).De bepalingen van deze leidraad zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassin g op de invordering op civielrechtelijke wijze. Dat het bestuursorgaan ten aanzien van de invordering ook over de bevoegdheden beschikt die een schuldeiser op grond van het privaatrecht heeft is thans geregeld in artikel 4:124 Awb)In aansluiting op artikel 3 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: de fiscale en civiele bevoegdheden van de ontvanger; het leggen van conservatoir beslag; het vragen van toestemming bij gerechtelijke procedures; de Rijksadvocaat. Faillissementsaanvraag 3.
- Fiscale en civiele bevoegdhedenDe ontvanger beschikt op grond van de wet over diverse specifieke bevoegdheden om een belastingschuld in te vorderen. Daarnaast heeft hij alle bevoegdheden die op grond van enigerlei wettelijke bepaling aan een schuldeiser toekomen. Dit leidt er in veel gevallen toe dat de ontvanger zowel gebruik kan maken van zijn specifieke fiscale bevoegdheden, als van zijn algemene civielrechtelijke bevoegdheden om zijn doel te bereiken. De ontvanger is vrij in de keuze van de invorder ingsinstrumenten die hij het meest geschikt acht voor een juiste uitoefening van zijn taak. Als de ontvanger het wenselijk of noodzakelijk acht van fiscale bevoegdheden over te schakelen op civielrechtelijke bevoegdheden of andersom, dan doet hij dit alleen als het belang van de invordering opweegt tegen de belangen van de belastingschuldige en eventuele derden. 3.
- Conservatoir beslagOm de rechten van de gemeente veilig te stellen heeft de ontvanger naast de versnelde invordering de mogelijkheid conservatoir beslag te leggen. Feiten en omstandigheden bepalen de keuze van de ontvanger. 3.2.
- Geen conservatoir beslag dan ook geen versnelde invorderingAls de voorzieningenrechter van de rechtbank geen toestemming verleent tot het leggen van conservatoir beslag omdat hij gegronde vrees voor verduistering van de goederen niet aanwezig acht, dan legt de ontvanger niet alsnog om dezelfde reden executoriaal beslag op grond van de artikelen 10 en 15 van de wet. 3.2.
- Ontbreken belastingaanslag en conservatoir bes lagAls het niet mogelijk is eerst een belastingaanslag op te leggen, vraagt de ontvanger slechts verlof om conservatoir beslag te leggen aan de voorzieningenrechter als de belasting in redelijkheid materieel verschuldigd geacht mag worden. Het opleggen va n de belastingaanslag wordt beschouwd als het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 700, derde lid Rv. 3.
- Gerechtelijke procedures - toestemming3.3.1 Juridische bijstandOp grond van artikel 3, tweede lid, van de wet treedt de on tvanger zelfstandig in rechte op in rechtsgedingen die voortvloeien uit de uitoefening van zijn taak. Hij voorziet zich daarbij in alle gevallen van procesvertegenwoordiging, met uitzondering van: beroepsprocedures op grond van artikel 26 AWR; hoger beroepsprocedures op grond van artikel 27h AWR; (hoger) beroepsprocedures op grond van artikel 7 Kostenwet invordering rijksbelastingen; kantonzaken; kort gedingprocedures, indien de ontvanger gedaagde is. 3.3.2 ToestemmingIn gerechtelijke procedures waarin de ontvanger als eiser optreedt, moet hij toestemming hebben van het college. Behalve voor in hoger beroep te voeren zaken geldt het voorgaande niet voor: verklaringsprocedures in het kader van derdenbeslagen; kantonzaken; verzoekschriftprocedures; aansprakelijkheidsprocedures; procedures die worden ingesteld naar aanleiding van een verzet ex artikel 435, derde lid, of artikel 708, tweede lid, Rv. 3.
- RijksadvocaatDeze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 3.
- FaillissementsaanvraagAls een belastingschuldige verkeert in de toestand dat hij ophoudt met betalen (artikel 1 FW) kan de ontvanger het faillissement aanvragen. Bij een faillissementsaanvraag wordt vooraf toestemming gevraagd aan het college. Dit geldt ook bij een eventuele steunvordering voor het aanvragen van een faillissement. Artikel 4 Bevoegdheid belastingdeurwaarderArtikel 4 van de wet bepaalt dat voor het verrichten van deurwaarderswerkzaamheden in opdracht van een ontvanger voor de invordering van (rijks) belastinge n, uitsluitend een belastingdeurwaarder bevoegd is.In aansluiting op artikel 4 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over de reikwijdte van die bevoegdheid. 4.
- Reikwijdte bevoegdheid belastingdeurwaarderDe belastingdeurwaarder is bevoegd tot he t uitbrengen van alle exploten en het treffen van alle invorderingsmaatregelen die rechtstreeks verband houden met de invorderingstaak en de hieruit voortvloeiende bevoegdheden van de ontvanger. Dit brengt met zich mee dat de belastingdeurwaarder ook bevo egd is tot die werkzaamheden die voortvloeien uit de invordering langs civielrechtelijke weg, waartoe de ontvanger op grond van artikel 3, tweede lid, van de wet gerechtigd is en tot die werkzaamheden die verricht moeten worden, wanneer de ontvanger zelfstandig eisend en verwerend in rechte optreedt. 4.
- BeschermingBelastingdeurwaarders zijn ambtenaar in de zin van de artikelen 179 en 180 Sr. Daardoor genieten zij strafrechtelijke bescherming, voor zover zij hun wettelijke taken en bevoegdheden uitoefenen . 4.
- LegitimatieVoor de uitoefening van de aan hem opgedragen invorderingstaken kan de belastingdeurwaarder op verzoek zich legitimeren aan de belastingschuldige en/of zijn/haar gemachtigden. Artikel 5 geenEr zijn in deze leidraad op artikel 5 van d e wet geen beleidsregels gemaakt. Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. Artikel 6 Reikwijdte van de wetArtikel 6 van de wet bepaalt dat de wet ook van toepassing is op :- de rente;- de kosten.In aansluiting op artikel 6 van de wet bes chrijft dit artikel het beleid over rente en kosten. 6.
- Rente en kosten in het kader van de reikwijdte van de wetOnder rente als bedoeld in artikel 6 van de wet wordt alleen verstaan: de invorderingsrente. Onder kosten wordt verstaan: alle kosten die op de voet van de Kostenwet invordering rijksbelastingen aan de belastingschuldige in rekening worden gebracht. Hieronder vallen ook de kosten die zijn verbonden aan de werkzaamheden die de belastingdeurwaarder verricht bij de invordering langs civielrechtelijke weg. Artikel 7 Betaling en afboekingArtikel 7 van de wet schrijft voor hoe de toerekening van betalingen plaats moet vinden:- Lid 1 bepaalt dat toerekening van betalingen achtereenvolgens gebeurt aan de kosten, de betalingskorting, de rente en de belastingaanslag;- Lid 2 bepaalt hoe de afboeking aan de verschillende componenten van de belastingaanslag plaatsvindt;In aansluiting op artikel 7 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: het tijdstip van de betaling; de afboeking van de betaling; teveelbetalingen; het rekenen van rente en kosten bij afboeking; het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagen; de afboeking van de betaling op de bestuurlijke boete; de afboeking van betalingen door aansprakelijkgestelden; betaling bij vergissing; het verzenden van een mededeling bij een afboeking van een betaling. betaling van kleine bedragen; ontvangen bedragen uit de wettelijke saneringsregeling en faillissement; 7.
- Tijdstip betalingAls tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de rekening van de gemeente; Bij betaling door middel van storting van contant geld door middel van storting met een pinpas, geldt als tijdstip van betaling de eerste werkdag volgend op de dag van de storting of pintransactie; Bij rechtstreekse betaling aan de gemeente door middel van een pin - of creditcardtransactie geldt de dag van de pin - of creditcardtransactie als tijdstip van betaling; Als een cheque uit het buitenland is ontvangen, wordt de dag van -ontvangst van de cheque als de dag van betaling beschouwd, tenzij de ontvanger constateert dat sprake is van misbruik. Bij betaling aan de kas van de gemeente geldt de dag waarop het bedrag aan het loket van de gemeente is betaald als tijdstip van betaling; Bij betaling aan de belastingdeurwaarder geldt de dag waarop het bedrag aan de belastingdeurwaarder is betaald als tijdstip van betaling; 7.
- De afboeking van de betalingBij de afboeking van betalingen gelden de volgende richtlijnen: Betalingen waarvan de bestemming is aangegeven worden afgeboekt overeenkomstig de opgave van de betaler, tenzij de aangegeven bestemming strijdig is met de in artikel 7 van de wet neergelegde wijze van toerekening van betalingen; Betalingen waarvoor geen bestemming is aangegeven (de zogenoemde ongerichte betalingen) worden afgeboekt op de oudste openstaande belastingaanslagen in het belastingsysteem, met dien verstande dat de aard van die belastingaanslagen - en of betalingen aanleiding kan zijn hiervan af te wijken; Als de ontvanger ook de invordering van gemeentelijke belastingen ten behoeve van een andere gemeente uitvoert, is het bovenstaande van overeenkomstige toepassing . 7.
- TeveelbetalingAls de aangegeven bestemming van de betaling een belastingaanslag betreft die al is bet aald terwijl nog diverse andere belastingaanslagen openstaan, wordt die betaling aangemerkt als een ongerichte betaling en dienovereenkomstig behandeld. 7.
- Rente en kosten bij afboeking betalingenOnder kosten wordt verstaan: alle kosten die op de voet v an de Kostenwet invordering rijksbelastingen aan de belastingschuldige in rekening worden gebracht. Hieronder vallen ook de kosten die verbonden zijn aan de werkzaamheden die de belastingdeurwaarder verricht bij de invordering langs civielrechtelijke weg. Onder rente als bedoeld in artikel 7 van de wet wordt alleen verstaan: de invorderingsrente. 7.
- Het toerekenen van kosten bij meerdere aanslagenKosten die niet betrekking hebben op één specifieke belastingaanslag worden toegerekend aan een van de belastingaanslagen waarvoor de kosten zijn gemaakt. 7.
- Afboeking betaling bestuurlijke boete waarvoor uitstel van betaling is verleendAls sprake is van een belastingaanslag en een in verband met die aanslag vastgestelde bestuurlijke boete, vindt toerekening uitsluitend plaats aan de belasting, als voor de betaling van de bestuurlijke boete uitstel van betaling is verleend in verband met een ingediend bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep). Als echter - ondanks dit uitstel - zoveel wordt betaald dat er na afboeking op de belasting nog een bedrag overblijft, dan wordt dit bedrag afgeboekt op de bestuurlijke boete. Als op de bestuurlijke boete is afgeboekt en de bestuurlijke boete wordt alsnog aangevochten, dan blijven de afboekingen gehandhaafd. 7.
- Afboeking van betalingen door aansprakelijkgesteldenAls een betaling wordt verricht door een aansprakelijkgestelde, worden eerst de vervolgingskosten afgeboekt die aan de aansprakelijkgestelde zelf in rekening zijn gebracht. Het resterende bedrag wordt afgeboekt op de onderliggende belastingaanslag - waarbij artikel 7 van de wet wel van toepassing is - echter met dien verstande dat de invorderingsrente en kosten die op die aanslag zelf betrekking hebben alleen worden afgeboekt indien en voor zover men hiervoor aansprakelijk is gesteld. Zowel de belastingschuldige als de aansprakelijkgestelde worden schriftelijk in kennis gesteld over de wijze van afboeking van de betaling door de aansprakelijkgestelde. 7.
- Betaling bij vergissingMet de terugbetaling van een bedrag dat is voldaan ten gevolge van een evidente vergissing of misverstand aan de zijde van de betaler, wordt bijzondere voorzichtigheid betracht. Het is zeer wel mogelijk dat de betaling niet onverschuldigd heeft plaatsgehad, zodat de schuldvordering is tenietgegaan en invordering niet zonder meer opnieuw kan plaatshebben. In die gevallen wordt het betaalde bedrag niet terugbetaald, tenzij voor de ontvanger wordt verklaard dat geen beroep zal worden gedaan op het feit dat de schuld in een eerder stadium teniet is gegaan en dat de schuld te gelegener tijd op juiste wijze zal worden voldaan. Indien een bedrag wordt betaald als gewetensgeld, wordt dit gezien als het voldoen aan een natuurlijke verbintenis. Terugbetaling vindt dan niet plaats. 7.
- Mededeling afboeking betalingMet betrekking tot het afboeken van betalingen wordt belastingschuldige niet door middel van een vervolgacceptgiro of anderszins op de hoogte gesteld van het restant van de aanslag, indien een gedeelte van het totaalbedrag van de aanslag wordt voldaan. 7.
- Betaling van kleine bedragenBetalingen van belastingaanslagen in kleinere bedragen dan die van de termijnen worden niet geweigerd, tenzij dit door ontvanger aangemerkt wordt als nodeloze overlast (bijv. betaald 20.000 eurocenten). In dat geval treedt hij in contact met de belastingschuldige om de betalingswijze aan te passen. 7.
- Ontvangen bedragen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling en faillissementUit de wettelijke schuldsaneringsregeling of uit een faillissement ontvangen bedragen dienen steeds te worden afgeboekt overeenkomstig de gegevens van de uitdelingslijst, met in achtneming van artikel 7.2 van deze leidraad. Artikel 7a Uitbetaling van belastingteruggavenArtikel 7a van de wet regelt de wijze waarop de ont vanger bedragen uitbetaalt.Op grond van artikel 4:89, eerste lid, Awb dient een schuldenaar te betalen op een daartoe door de schuldeiser bestemde bankrekening. Het komt in de praktijk echter regelmatig voor dat een belastingschuldige aan wie de ontvanger een bedrag moet betalen, geen bankrekening(nummer) heeft aangewezen waarop de betaling moet plaatsvinden. Wanneer zich een dergelijke situatie voordoet, regelt artikel 7a van de wet dat de ontvanger betaalt op een bankrekening die op naam van de belastingschuldige staat.In aansluiting op artikel 4:89 Awb en artikel 7a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: de aanwijzing van het rekeningnummer voor uitbetaling; uitbetalingsoutien. 7a.
- Aanwijzen rekeningnummer voor uitbetalingUitbetaling van een teveel betaald bedrag vindt plaats op het in de belastingapplicatie aan het subject gekoppelde bankrekeningnummer (ten gevolge van machtiging automatische incasso of regelmatige (recente) betalingen van dat bankrekeningnummer. Is bij de ontvanger geen bankrekeningnummer bekend, dan wordt belastingschuldige zonodig schriftelijk verzocht een bankrekeningnummer voor uitbetaling aan te wijzen. 7a.
- UitbetalingfoutenAls uitbetaling van een uit te betalen bedrag plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan die daarvoor door hem is aangewezen, dan moet de ontvanger in beginsel opnieuw uitbetalen. De ontvanger verbindt daaraan de voorwaarde dat het eerder betaalde bedrag eerst wordt gerestitueerd. Hernieuwde uitbetaling vindt binnen vijf werkdagen plaats als de belastingschuldige aantoont dat: hij tijdig voor de uitbetalingbij de ontvanger heeft aangegeven dat de uitbetaling niet meer op de desbetreffende rekening moet geschieden, en hij niet over het uitbetaalde bedrag kan besc hikken omdat de bankinstelling heeft aangegeven dat de rekening waarop de uitbetaling heeft plaats gevonden, geblokkeerd is. 7b Cessie- en verpandingsverbod uitbetalingen inkomstenbelastingDeze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente . Artikel 8 Bekendmaking aanslagArtikel 8 van de wet regelt dat de ontvanger de belastingaanslag bekend maakt door toezending of uitreiking aan de belastingschuldige. De belastingschuldige is de belastingaanslag in zijn geheel verschuldigd.In aansluiting op artikel 8 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: de verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situaties; de gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljet; het verzenden van een uitnodiging tot betaling aan erfgen amen. 8.
- Verzending of uitreiking van het aanslagbiljet in bijzondere situatiesDe toezending of uitreiking van het aanslagbiljet gebeurt aan de belastingschuldige of aan zijn wettelijke vertegenwoordiger, met dien verstande dat: aanslagbiljetten ten name van een onder curatele gestelde aan de curator worden gezonden; ingeval van faillissement het aanslagbiljet aan de curator wordt gezonden als de belastingschuld in het faillissement valt dan wel een boedelschuld vormt; als de belastingschuldige minderjarig is, het aanslagbiljet aan de wettelijke vertegenwoordiger wordt gezonden als bekend is dat verzending aan de belastingschuldige zelf al eerder problemen heeft opgeleverd; aanslagbiljetten ten name van een belastingschuldige van wie bekend is dat hij is overleden, worden gezonden aan de executeur, de bewindvoerder over de nalatenschap of de erfgenamen. 8.
- [vervallen]8.
- Gehoudenheid tot betalen belastingaanslag en aanslagbiljetDe gehoudenheid tot betalen wordt niet ongedaan gemaakt door de om standigheid dat de schuld vermeld op de belastingaanslag afwijkt van hetgeen materieel is verschuldigd, noch door de omstandigheid dat de belastingaanslag ten name staat van een ander dan degene die de belasting materieel is verschuldigd. 8.
- Vooraf uitnodigen erfgenamen tot betalen belastingaanslagAls voor een belastingaanslag ten name van een overledene tegen de erfgenamen afzonderlijk moet worden opgetreden, worden zij zoveel mogelijk vooraf schriftelijk uitgenodigd het verschuldigde binnen een redelijk termijn te voldoen. Artikel 9 BetalingstermijnenArtikel 9 van de wet regelt binnen welke betalingstermijnen belastingaanslagen moeten worden betaald.In aansluiting op artikel 9 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: de afwijking van de betalingstermijnen bij voorlopige aanslagen; de afwijking van de betalingstermijn bij voorlopige teruggaven; de uitbetaling van een voorlopige teruggave in één termijn; de dagtekening van het aanslagbiljet; het begrip maand bij betalingstermijnen. regeling betalingstermijnen automatische incasso 9.
- Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige aanslagenDeze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 9.
- Afwijking van de betalingstermijnen in geval van voorlopige teruggave nDeze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 9.
- Uitbetaling voorlopige teruggave in één termijnDeze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente. 9.
- Dagtekening aanslagbiljetDe dagtekening van het aanslagbiljet wordt normaliter zodani g bepaald dat de belastingschuldige het biljet enige dagen voor de dag van dagtekening ontvangt. Hiervan kan worden afgeweken als op grond van artikel 10 van de wet versnelde invordering wordt toegepast. 9.
- Begrippen bij betalingstermijnenAls de betalingstermijn van een aanslag is gesteld op een maand of is gesteld op zes weken, dan houdt dat in dat als de dagtekening van een aanslagbiljet valt op 31 oktober, de betalingstermijn van een maand vervalt op 30 november en de betalingstermijn van zes weken ve rvalt op 12 december. Als de dagtekening 28 februari is, dan vervalt de betalingstermijn van een maand op 31 maart en de betalingstermijn van zes weken op 11 april, tenzij het jaartal aangeeft dat het een schrikkeljaar is, in welk geval de termijn vervalt op 28 maart dan wel 10 april. Als de dagtekening van het aanslagbiljet valt op een andere dag dan de laatste dag van de kalendermaand, vervalt de termijn een maand later (bij een betalingstermijn van een maand) op de dag die hetzelfde nummer heeft als da t van de dagtekening. Als de dagtekening bijvoorbeeld 15 maart is, vervalt de termijn dus op 15 april. Is de betalingstermijn zes weken en is de dagtekening 15 maart, vervalt de termijn op 26 april. 9.
- Verzuim ontvanger bij uitbetalingOp grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel e, van de wet wordt onder het begrip ‘invorderen van rijksbelasting’ mede verstaan het betalen van een terug te geven bedrag aan belastingen. Op grond van deze definitie is de betalingstermijn voor een belastingaanslag zoals vastgelegd in de gemeentelijke belastingverordening, of bij ontbreken daarvan in artikel 9, eerste lid, van de wet, ook van toepassing op de uitbetaling van een belastingteruggaaf. Hieruit volgt dat de ontvanger niet in verzuim is met de uitbetaling van ee n belastingteruggaaf zolang die binnen deze betalingstermijn plaatsvindt. 9.
- Regeling betalingstermijnenDe gemeente heeft voor iedere belastingsoort de betalingstermijn(en) in de belastingverordening geregeld. Is in de belastingverordening niets gerege ld, dan zijn de betalingstermijnen uit de wet van toepassing. In aansluiting op artikel 9, tiende lid, van de wet wordt de Algemene Termijnenwet in beide gevallen niet van toepassing verklaard. Op elke belastingaanslag wordt (worden) de betalingstermijn( en) aangegeven. Uiterlijk op die datum moet de belastingschuldige de aanslag (of het evenredige deel ervan bij meerdere termijnen) hebben betaald. 9.
- Automatische incassoOnder bepaalde voorwaarden en voor bepaalde belastingaanslagen is het mogelijk de a anslag(en) te voldoen via een automatische incasso . Hiervoor heeft de ontvanger een incassoreglement vastgesteld. Bij automatische incasso wordt de belastingschuldige (een) afwijkende, ruimere, betalingstermijn(en) toegestaan. Artikel 10 Versnelde invorderingArtikel 10, eerste lid, van de wet geeft een limitatieve opsomming van bijzondere situaties waarin de ontvanger met doorbreking van de in artikel 9 van de wet voorgeschreven betalingstermijnen een belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag kan i nvorderen.Artikel 10, tweede en derde lid, van de wet bevatten uitzonderingsbepalingen met betrekking tot de toepassing van deze versnelde invordering.In aansluiting op artikel 10 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: de reikwijdte van de versnelde invordering; de vrees voor verduistering; het metterwoon verlaten van Nederland; geen vaste woonplaats in Nederland; als er al beslag ligt; de verkoop namens derden; de vordering ex artikel
- 10.
- Reikwijdte versnelde invorderingAls de ontvanger het in een specifiek geval noodzakelijk acht daadwerkelijk tot versnelde invordering (als bedoeld in artikel 10 van de wet) over te gaan, dan vermeldt hij op het uit te reiken of te verzenden aanslagbiljet dat de belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar is. Voorts vermeldt de ontvanger op het aanslagbiljet het onderdeel van het eerste lid van artikel 10 van de wet op grond waarvan hij tot versnelde invordering overgaat. Als versnelde invordering zich voordoet nadat h et aanslagbiljet is uitgereikt of verzonden - maar voordat de belastingaanslag (geheel) invorderbaar is - deelt de ontvanger de belastingschuldige schriftelijk mee dat hij de belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar verklaart en dat de op het aanslagbiljet vermelde betalingstermijnen niet meer gelden. Hij doet dit eveneens onder opgave van het onderdeel van het eerste lid van artikel 10 van de wet op grond waarvan hij tot versnelde invordering overgaat. Veelal zal dan ook gebruik worden gemaakt van de versnelde dwanginvorderingsprocedure als bedoeld in artikel 15 van de wet, zodat vermelding op het dwangbevel dat de belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar is verklaard tot de mogelijkheden van mededeling behoort. In het laatste geval zal de betekening van het dwangbevel overigens niet per post kunnen plaatsvinden. De belastingdeurwaarder zal voordat tot de versnelde dwanginvordering als bedoeld in artikel 15 van de wet wordt overgegaan - als sprake is van direct contact met de belastingschuldige - deze eerst in de gelegenheid stellen om onmiddellijk te betalen. Als versnelde invordering zich voordoet nadat een dwangbevel is betekend - maar voordat de termijn van twee dagen van het bevel tot betaling is verstreken ( bij een per post betekend dwangbevel in feite vier dagen) - vermeldt de ontvanger op het beslagexploot of op een aparte schriftelijke kennisgeving: artikel 15 in combinatie met artikel 10, eerste lid, van de wet, gevolgd door het desbetreffende onderdeel. Hetzelfde geldt als de noodzaak tot versnelde invordering zich voordoet na het betekenen van het hernieuwd bevel tot betaling en de tweedagentermijn die daarbij geldt nog niet is verstreken. Er hoeft geen nieuw dwangbevel te worden betekend. De belastings chuldige wordt - als sprake is van direct contact met laatstgenoemde - eerst in de gelegenheid gesteld om onmiddellijk te betalen. Een belastingaanslag die op grond van artikel 10, eerste lid, van de wet terecht geheel opeisbaar is geworden, blijft geheel opeisbaar ook al zouden de feiten en omstandigheden die daartoe aanleiding hebben gevormd zich niet langer voordoen. Op verzoek van de belastingschuldige verleent de ontvanger in zo'n situatie altijd uitstel van betaling, welk uitstel overeenkomt met de betalingstermijn(en) die normaal zou(den) gelden. 10.
- Vrees voor verduistering en versnelde invorderingVan gegronde vrees voor verduistering van goederen van de belastingschuldige als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet is sprake , als de ontvanger aannemelijk kan maken dat redelijkerwijs te verwachten is dat niet alleen het verhaal op een aantal goederen van de belastingschuldige metterdaad onmogelijk zal worden gemaakt, maar ook dat daardoor de verhaalbaarheid van de belastingschuld in ernstig gevaar zal komen. De vrees voor verduistering zal in de regel gelegen zijn in gedragingen van de belastingschuldige, maar kan in bepaalde situaties ook ontstaan door gedragingen van derden (bijvoorbeeld crediteuren), die aanleiding geven vo or de veronderstelling dat voor onverhaalbaarheid moet worden gevreesd. Als verduistering wordt gevreesd van goederen waarvan na versnelde beslaglegging blijkt dat deze uitsluitend van een derde zijn, is niet voldaan aan artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet en is het beslag niet rechtsgeldig. Het beslag hoeft dan niet formeel te worden opgeheven maar de ontvanger moet de betrokkenen wel informeren over het feit dat er geen beslag ligt. 10.
- Metterwoon verlaten van Nederland en versnelde invorde ringNaast het redelijke vermoeden van de ontvanger dat de belastingschuldige van plan is Nederland metterwoon te verlaten, dan wel zijn plaats van vestiging naar een plaats buiten Nederland wil verplaatsen, moet de ontvanger - alvorens de belastingaanslag op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de wet dadelijk en tot het volle bedrag invorderbaar te verklaren - er in redelijkheid van overtuigd zijn dat de belastingaanslag na het verstrijken van de gebruikelijke betalingstermijn niet meer verhaald kan worden op goederen van de belastingschuldige die zich in Nederland bevinden. 10.
- Geen vaste woonplaats in Nederland en versnelde invorderingHet enkele feit dat de belastingschuldige buiten Nederland woont of is gevestigd, is op zich geen reden voor de ontvanger om de belastingaanslag dadelijk en tot het volle bedrag in te vorderen. Er moet een situatie bestaan waarin de ontvanger er redelijkerwijs vanuit kan gaan dat de belastingschuld niet binnen de termijnen zal worden voldaan en de belastings chuld niet in Nederland kan worden verhaald. 10.
- Beslag en versnelde invorderingNadat de ontvanger verhaalsbeslag heeft doen leggen op bepaalde goederen, zijn andere belastingschulden van de belastingschuldige - waaronder hier wordt verstaan alle schuld en waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen - dadelijk en ineens invorderbaar. Als voor bepaalde belastingschulden op goederen van de belastingschuldige beslag is gelegd en er worden tijdens de duur van dat beslag nieuwe belastingaanslagen op gelegd of er zijn belastingaanslagen aanwezig waar de betalingstermijn(en) nog niet van zijn verlopen, dan kan de ontvanger die belastingaanslagen dadelijk en tot het volle bedrag invorderen. 10.
- Verkoop namens derden en versnelde invorderingIngeval van dwanginvordering door derden kan de dadelijke invorderbaarheid pas ontstaan door de (aankondiging van de) executoriale verkoop, zodat de ontvanger op deze grond niet eerder maatregelen kan treffen dan op het moment dat redelijkerwijs vaststaat dat verko op zal plaatshebben. 10.
- Vordering ex artikel 19 en versnelde invorderingDe ontvanger mag geen vordering als bedoeld in artikel 19 van de wet doen, enkel om te bereiken dat daardoor een belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar wordt. Als de ontvanger met betrekking tot een bepaalde belastingaanslag een vordering jegens een derde heeft gedaan en nadien worden andere belastingaanslagen opgelegd, dan kunnen ook die aanslagen tot het volle bedrag worden ingevorderd, ook als de betaling stermijnen van die nieuwe aanslagen nog niet zijn verstreken. Artikel 11 AanmaningArtikel 11 van de wet regelt dat als een belastingaanslag niet binnen de daartoe gestelde termijnen wordt betaald, de ontvanger overgaat tot vervolging van de belastingschu ldige door de verzending van een aanmaning.In aansluiting op artikel 11 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: de geadresseerde van de aanmaning; als de aanmaning ten onrechte is verzonden; het achterwege laten van tussentijdse vervolgi ng; de gedeeltelijke voldoening na aanmaning; de betalingsherinnering; de aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg. 11.
- De geadresseerde van de aanmaningDe ontvanger zendt de aanmaning aan degene aan wie het aanslagbiljet is verzonden of uitgereikt. Als naderhand blijkt dat de ontvanger de vervolging voort moet zetten voor een belastingschuldige die minderjarig is of onder curatele staat, dan zendt de ontvanger alsnog een aanmaning naar het adres van de wettelijke vertegenwoordiger. Als de belastingschuldige is overleden, dan zendt de ontvanger de aanmaning naar de gezamenlijke erfgenamen. Als de ontvanger weet dat de nalatenschap al is verdeeld, dan zendt hij een aanmaning aan iedere erfgenaam afzonderlijk. 11.
- Aanmaning ten onrechte verzondenAls een belanghebbende zich tot de ontvanger wendt met de mededeling dat hem ten onrechte een aanmaning is toegezonden, dan dient hij dit schriftelijk te doen. De vervolging wordt niet voortgezet voordat dit is afgewikkeld. Als de ontvanger concrete aanwijzingen heeft dat moet worden gevreesd voor de verhaalbaarheid van de belastingaanslagen, of dat de mededeling is gedaan om de invordering te traineren, dan kan hij maatregelen nemen die de rechten van de gemeente veilig stellen. 11.
- Achterwege laten van tussentijdse vervolging en aanmaningTussentijdse vervolging - niet zijnde de eindvervolging - blijft in het algemeen achterwege. De ontvanger kan zich in bijzondere gevallen gerechtigd achten de tussentijdse vervolging op te starten. Een tussentijdse vervolging die terecht is aangevangen, wordt ook na de verzending van de aanmaning voortgezet. 11.
- Gedeeltelijke voldoening aan de aanmaningAls na de verzending van een aanmaning een gedeelte van het achterstallige bedrag wordt voldaan, dan wordt de uitvaardiging van een dwangbevel voor het restant niet door een nieuwe aanmaning voorafgegaan. 11.
- BetalingsherinneringDe ontvanger stuurt voorafgaande aan de aanmaning geen betalingsherinnering. De ontvanger gaat direct over tot het verzenden van de aanmaning nadat de laatste vervaldag is verstreken. 11.
- Aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke wegAls de ontvanger invordert langs civielrechtelijke weg, dan gaat de ontvanger over tot het uitbrengen van een dagvaarding. De dagvaarding hoeft niet vooraf te worden gegaan door een ingebrekestelling. Wel verzendt de ontvanger eerst een aanmaning. De ontvanger verzendt echter geen aanmaning als reeds conservatoir beslag is gelegd. Artikel 12 DwangbevelArtikel 12 van de wet bepaalt dat de invordering van de belastingaanslag kan geschieden bij een door de ontvanger uit te vaardigen dwangbevel.Op grond van dit dwangbevel kan de ontvanger overgaan tot invordering van de belastingaanslag.In aansluiting op artikel 12 van de wet beschr ijft dit artikel het beleid over: het onderwerp van het dwangbevel; tegen wie een dwangbevel wordt verleend. 12.
- Onderwerp van het dwangbevelDe ontvanger vaardigt een dwangbevel uit voor het per saldo verschuldigde bedrag vermeld op een aanslagbiljet van voorkomende belastingaanslagen en beschikkingen. Als een bedrag in termijnen mag worden voldaan, vaardigt de ontvanger een dwangbevel uit voor het per saldo verschuldigde bedrag van de termijnen waarvoor een aanmaning is verzonden. De ontvanger vermindert het bedrag van een dwangbevel met: de inmiddels gedane betalingen; verleende verminderingen; bedragen waarvoor kwijtschelding of uitstel van betaling is verleend. 12.
- Tegen wie verleent de ontvanger een dwangbevelDe ontvanger verleent een dwangbevel tegen de belastingschuldige of diens rechtsopvolgers. Als de ontvanger het dwangbevel verleent tegen een ander dan de belastingschuldige, moet duidelijk blijken op welke gronden dit gebeurt. Als de ontvanger bekend is met de minderjarigheid of curatele van een belastingschuldige, dan brengt hij dit in het dwangbevel tot uitdrukking. Als de ontvanger hiermee niet bekend is, hoeft hij niet vooraf een daarop gericht onderzoek in te stellen. Als de ontvanger een belastingschuld van een overledene m oet verhalen op diens onverdeelde nalatenschap, verleent hij één dwangbevel tegen de gezamenlijke erfgenamen. Als betekening ten aanzien van de gezamenlijke erfgenamen van een overledene op de voet van artikel 53 Rv niet mogelijk of niet wenselijk is, dan vermeldt de ontvanger alle erfgenamen met naam en adres alsmede met hun kwaliteit van erfgenaam van de overleden belastingschuldige in het dwangbevel. De ontvanger brengt daarbij evenwel niet het deel van ieders aansprakelijkheid tot uitdrukking. Artikel 13 Betekening van het dwangbevelIn artikel 13 van de wet is de wijze van betekening van het dwangbevel beschreven. 5 Het dwangbevel vermeldt expliciet dat de belastingschuldige tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel in verzet kan komen.Het dwangbevel wordt bekendgemaakt door middel van betekening. De betekening van het dwangbevel met bevel tot betaling kan plaatsvinden:- door de belastingdeurwaarder;- per post door de ontvanger.In aansluiting op artikel 13 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over: de betekening van het dwangbevel per post; de betekening van het dwangbevel door de deurwaarder; bijzondere gevallen van betekening van het dwangbevel. 13.
- Betekening dwangbevel per postDe betekening van het dwangbevel per post met he t bevel tot betaling vindt plaats door het ter post bezorgen door de ontvanger van een voor de belastingschuldige bestemd afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling. Onder ter post bezorging wordt verstaan: het door de ontvanger ter verzending aa nbieden van het afschrift aan TNT-Post. Als betekeningsdatum geldt in het algemeen de datum van de ter post bezorging. De ontvanger maakt zoveel mogelijk gebruik van de mogelijkheid het dwangbevel per post te betekenen. 13.1.
- Adressering van per post betekende dwangbevelenVerzending van het voor de belastingschuldige bestemde afschrift van het dwangbevel met bevel tot betaling vindt plaats aan het in de administratie van de gemeente bekende adres van de belastingschuldige. Voor in Nederland woonachtige natuurlijke personen zal dit over het algemeen het adres van de belastingschuldige zijn, dat in de basisregistratie personen is geregistreerd. Als de belastingschuldige te kennen heeft gegeven voor hem bestemde poststukken te willen ontvangen op een ander adres dan het adres volgens de basisregistratie personen - bijvoorbeeld een postbusadres - kan verzending ook plaatsvinden aan dat adres. Als achteraf mocht blijken dat het afschrift van het dwangbevel aan een - ten tijde van de terpostbezorging - onjuist adres is verzonden en de belastingschuldige niet heeft bereikt, dan wordt aan het dwangbevel geen rechtsgevolg verbonden. Als het afschrift van het dwangbevel aan het juiste adres van de belastingschuldige is verzonden, maar laatstgenoemde beweert het afschrift niet te hebben ontvangen, dan geldt het dwangbevel als betekend. Dit is niet het geval als de belastingschuldige bijzondere omstandigheden aannemelijk kan maken op grond waarvan moet worden aangenomen dat het afschrift van het dwangbevel het bestemde adres niet heeft bereikt. 5 De eisen waaraan een dwangbevel moet voldoen zijn genoemd in artikel 4:122 Awb. Deze eisen gelden in aanvulling op de eisen die de Awb en Rv in het algemeen stellen aan het dwangbevel en de bekendmaking ervan. 13.
- Betekening dwangbevel door de belastingdeurwaarderAls bij de betekening van een dwangbevel door de belastingdeurwaarder aanwijzingen bestaan dat de belastingschuldige bezwaar heeft tegen kennisneming van de inhoud van het dwangbevel door de huisgenoot aan wie de belastingdeurwaarder het afschrift moet achterlaten, dan betekent de belastingdeurwaarder het dwangbevel op de wijze als bepaald in artikel 47, eerste lid, Rv. Deze handelwijze volgt de belastingdeurwaarder ook als hij verwacht dat achterlating van het afschrift van het dwangbevel aan de huisgenoot er niet toe zal leiden dat het afschrift de belastingschuldige ook daadwerkelijk zal bereiken. Bij de betekening van het dwangbevel wordt domicilie gekozen op het ad res van de gemeente waar de belasting