In het kort
Dit reglement beschrijft de regels voor het Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor de jaren 2020-2021. Het regelt de bijdragen die werkgevers moeten betalen en de voorwaarden waaronder zij vergoedingen kunnen aanvragen voor kosten gerelateerd aan werkloosheid en arbeidsongeschiktheid van personeel.
Wat het reguleert
- De verplichting voor werkgevers om een premie te betalen aan het Participatiefonds.
- De procedure voor het indienen van vergoedingsverzoeken door werkgevers.
- De voorwaarden voor vrijstelling van de instroomtoets bij vergoedingsverzoeken.
- Definities van belangrijke termen die in het reglement worden gebruikt, zoals "Afvloeiingsvolgorde" en "Beëindiging dienstverband".
Wie het betreft
- Werkgevers in het primair onderwijs en expertisecentra.
- Werknemers in het primair onderwijs en expertisecentra, met name in situaties van beëindiging van dienstverband of arbeidsongeschiktheid.
Kernpunten
- Werkgevers moeten een bijdrage betalen aan het Participatiefonds voor kosten van werkloosheidsuitkeringen en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel.
- Een werkgever kan een vergoedingsverzoek indienen bij het Participatiefonds als een dienstverband wordt beëindigd of een tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet, en de uitkeringskosten ten laste van het fonds moeten komen.
- Er kan vrijstelling van de instroomtoets worden verleend als een werknemer minimaal zes en maximaal twaalf maanden ononderbroken in dienst was en direct daarvoor minimaal meer dan acht weken recht had op een werkloosheidsuitkering vanuit het PO.
- Geen vrijstelling wordt verleend als de werknemer direct voorafgaand aan het recht op uitkering al in dienst was bij dezelfde werkgever en het UWV die werkgever verantwoordelijk heeft gesteld voor de werkloosheidsuitkering.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.