← Nederland

Omgevingsvisie gemeente Den Haag ('s-Gravenhage)

In het kort

Deze wet beschrijft de Omgevingsvisie van de gemeente Den Haag, een langetermijnvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad tot 2050. Het doel is om Den Haag te ontwikkelen tot een gezonde, rechtvaardige en duurzame stad, een groene metropool aan zee.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR745608 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0518/2025/Regeling8453603b20e5408f8d0f02f9d9e2e8b9 /join/id/stop/work_019 2026-03-19 2026-03-19 /akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR745608/nld@2026-03-19 /join/id/proces/gm0518/2025/procedure6c975d20abeb425b8573ec8cc50bf496 /join/id/proces/gm0518/2026/procedureee6a037da5bb42728f616d161fde19d6 2026-03-19 2026-03-19 /akn/nl/act/gm0518/2025/Regeling8453603b20e5408f8d0f02f9d9e2e8b9/nld@2026-03-18;08561680 /akn/nl/act/gm0518/2025/Regeling8453603b20e5408f8d0f02f9d9e2e8b9 /akn/nl/act/gm0518/2025/Regeling8453603b20e5408f8d0f02f9d9e2e8b9/nld@2026-03-18;08561680 /join/id/stop/work_019 2 Omgevingsvisie gemeente Den Haag 1 Een samenvatting van de omgevingsvisie 1.1 Koers richting 2050 Den Haag is een stad met vele kwaliteiten en een rijke historie. Het is ook een plek waar veel verandert en gaat veranderen. Zo is de afgelopen jaren het aantal inwoners sterk gegroeid. En deze groei zet de komende jaren door. Daarnaast zijn er ook andere ontwikkelingen die vragen om aanpassingen. Denk aan de vergrijzing van de bevolking, de verandering van het klimaat en de overgang naar duurzame energie. Door al deze ontwikkelingen neemt de druk op de stad toe. Daarom zijn heldere keuzes en creatieve oplossingen nodig. Om voor de toekomst van Den Haag goede keuzes te maken, is een omgevingsvisie opgesteld. Op 1 januari 2024 ging de landelijke Omgevingswet in. Door deze wet zijn het Rijk, de provincies en alle gemeenten in Nederland verplicht een omgevingsvisie op te stellen. Een omgevingsvisie heeft verschillende functies. De gemeente Den Haag gebruikt de omgevingsvisie vooral om de koers te beschrijven die ze wil varen richting

  1. De gemeente ziet kansen voor de ontwikkeling van deze prachtige regio als een groene metropool aan zee met Den Haag als centrumstad en als plek waar mensen zich thuis kunnen voelen. In deze visie geeft de gemeente aan welke kwaliteiten ze wil beschermen en welke kwaliteiten ze verder wil ontwikkelen. 1.2 Meer regie op de ruimte Er is behoefte aan meer regie op de ruimte. Die regievoering pakt de gemeente op vanuit een heldere visie met strategische beleidskeuzes. Met deze strategische keuzes wordt bestaand beleid voortgezet en op sommige punten bijgestuurd. Daarnaast zijn de strategische keuzes vertaald op kaart. De Omgevingsvisiekaart is kaderstellend en toont op hoofdlijnen welke kwaliteiten worden beschermd en welke ontwikkelrichtingen waar wenselijk zijn voor de komende decennia. 1.3 Voortbouwen op onze geschiedenis en identiteit Den Haag is een stad om trots op te zijn. Een stad met een lange geschiedenis, prachtige plekken en grote contrasten. Plekken met een internationaal karakter, maar ook gemoedelijke buurten met betrokken inwoners. Dit levert een gevarieerd mozaïek op van buurten, wijken en stadsdelen met een eigen karakter. Ze worden bijeengehouden door een herkenbaar raamwerk van lange lijnen: de lanen, vaarten en groene structuren die verschillende delen van de stad met elkaar verbinden. De stad heeft een sterk vertrekpunt. Daar bouwt de gemeente met deze omgevingsvisie op voort. 1.4 Vijf bewegingen met strategische keuzes Den Haag groeit samen met haar buurgemeenten uit tot een groene metropool aan zee waar mensen zich thuis kunnen voelen. Vijf bewegingen, die de kern vormen van deze omgevingsvisie, geven hier richting aan. Deze bewegingen zijn geen eindbeeld, maar bieden duidelijkheid over de koers die de gemeente wil varen en welke strategische keuzes nodig zijn om antwoord te geven op de maatschappelijke opgaven, waar Den Haag mee te maken heeft. Per beweging is aangegeven welk beleid de gemeente voortzet (koers houden), waar de gemeente de koers aanpast (bijsturen) en voor welke ontwikkelingen een ander tempo nodig is (tempo aanpassen). De vijf bewegingen zijn: Thuis in een divers Den Haag Ruimte voor groen en water Verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang Ruimte voor kennis en kunde Basissystemen op orde ‘Thuis in een divers Den Haag’ beschrijft de ruimtelijke keuzes die nodig zijn om ervoor te zorgen dat huidige en toekomstige inwoners zich thuis kunnen voelen in Den Haag. Het tegengaan van de segregatie en zorgen voor een goede verdeling van (maatschappelijke) voorzieningen over de stad is hierbij belangrijk. Bij ‘Ruimte voor groen en water’ maakt de gemeente keuzes om verstedelijking beter te laten samengaan met vergroening, om biodiversiteit te vergroten en om beter in te spelen op klimaatverandering. ‘Verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang’ geeft antwoord op de vraag waar in de stad en in de Haagse metropool verstedelijking kan plaatsvinden en welk woningbouwtempo nodig is tot
  2. Dit wordt gekoppeld aan een aanpak voor bereikbaarheid waarbij voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en het delen van auto’s voorrang krijgen. Bij ‘Ruimte voor kennis en kunde’ staat beschreven wat er ruimtelijk nodig is om de Haagse metropool economisch vitaal te houden en bij te dragen aan brede welvaart. De beweging ‘Basissystemen op orde’ is een voorwaarde voor het leven in de stad. Zonder duurzame energiesystemen, een goede drinkwatervoorziening en betrouwbare kustverdediging kan de stad niet functioneren. Overzicht van de strategische keuzes bij de vijf bewegingen Gemeente Den Haag 1.5 Samenhang vijf bewegingen De vijf bewegingen hangen met elkaar samen. Op sommige punten versterken ze elkaar. Dit biedt kansen, die de gemeente zo goed mogelijk wil benutten. Maar er zijn ook schuurpunten tussen de bewegingen en de daaraan gekoppelde ambities en ruimtebehoeften. Deze kansen en schuurpunten worden zichtbaar in de uitwerking van de omgevingsvisie in gebiedsvisies per stadsdeel, gebiedsprogramma’s en in (thematisch) beleid. Daarbij zijn heldere keuzes en creatieve oplossingen nodig. Ter ondersteuning bij het maken van keuzes en het vinden van oplossingen bij de uitwerking van de omgevingsvisie zijn de volgende principes geformuleerd: Meervoudig kijken én handelen Samendoen: iedereen vanaf het begin aan tafel Redeneren vanuit de regio 1.6 Sturen op realisatie De gemeente gaat op verschillende manieren sturen op de realisatie van de ambities uit deze omgevingsvisie. Dit gebeurt onder andere door het aanpassen en opstellen van beleid en het starten en voorzetten van thematische- en gebiedsprogramma’s. Denk aan voorstellen voor investeringen in de groenstructuur, het treffen van verkeersmaatregelen, het opstellen van parkeerbeleid en de inzet van toezicht en handhaving. Tegelijkertijd is de realisatie van de omgevingsvisie in grote mate afhankelijk van andere partijen dan de gemeente. Van (maatschappelijke) partners als ontwikkelaars, woningcorporaties en infrastructuurbeheerders, inwoners en ondernemers, en regiogemeenten, de provincie en het Rijk. In de realisatiestrategie geeft de gemeente aan hoe ze de samenwerking en haar rol ziet bij de realisatie van deze visie. De omgevingsvisie is onderdeel van een beleidscyclus. Deze cyclus kent vier fases: beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling. Op basis van de terugkoppeling met behulp van monitoring en evaluatie, kan de beleidscyclus opnieuw doorlopen worden. Hierdoor wordt deze Haagse Omgevingsvisie een ‘levende’ omgevingsvisie, die indien nodig, aangepast zal worden. Een belangrijke stap daarin is dat de visie wordt uitgewerkt in gebiedsvisies per stadsdeel. In deze gebiedsvisies gaat de gemeente concretere uitspraken doen over de gewenste ontwikkelingen en over de te beschermen waarden. Deze gebiedsvisies worden na vaststelling onderdeel van de Omgevingsvisie. 2 Introductie 2.1 Nut en noodzaak van een omgevingsvisie Den Haag is volop in beweging. Door veranderingen in de samenleving, het klimaat, de economie en het overheidsbeleid. Die dynamiek heeft gevolgen voor de 560.000 Hagenaars die in deze stad hun thuis hebben. Hun leefomgeving zal de komende tijd namelijk best wat wijzigingen ondergaan. Met deze omgevingsvisie willen we die in goede banen leiden. Het is een wendbaar perspectief op de ruimtelijke ontwikkeling van Den Haag tot
  3. Wat voor stad willen we dan zijn? En welke keuzes moeten we daarvoor maken? 2.2 Een ruimtelijke koers voor 2050 Een omgevingsvisie is een langetermijnvisie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Elke overheid stelt een omgevingsvisie op in het kader van de Omgevingswet. Het is een leidraad voor de bescherming én versterking van bestaande kwaliteiten. Het bevat uitgangspunten voor toekomstig beleid (waar gaan we mee door, wat gaan we anders doen?) en strategische investeringskeuzes. Het heeft betrekking op het Haagse grondgebied en bekijkt in samenhang alle domeinen die raken aan de fysieke leefomgeving: energie, groen, water, flora en fauna, wonen, economie, mobiliteit, milieu, gezondheid, luchtkwaliteit, bodem en maatschappelijke voorzieningen. De visie is bindend voor de gemeente. Deze omgevingsvisie komt op een goed moment. Den Haag is de afgelopen jaren sterk gegroeid en deze bevolkingsgroei zet de komende jaren door. De druk op de ruimte neemt daardoor toe. Verschillende ruimteclaims strijden om voorrang. Denk aan extra woningen, bedrijvigheid, (sport)voorzieningen, verkeer en natuur. Daarnaast staat de stad voor ingewikkelde opgaven die ook ruimtelijke consequenties zullen hebben: klimaatadaptatie, de overgang naar een duurzame energievoorziening, een schoon en veilig mobiliteitssysteem en het streven naar een circulaire economie. Tot slot vragen sociaaleconomische vraagstukken zoals segregatie, de mismatch tussen vraag en aanbod van banen, gezondheidsachterstand en de betaalbaarheid van woningen om aandacht. Er is een heldere visie nodig om al deze vraagstukken in goede banen te leiden. De beschikbare ruimte is immers ontoereikend om én alle opgaven in te passen én de ruimtelijke karakteristieken die Den Haag Den Haag maken, te beschermen en te versterken. Met deze eerste Haagse Omgevingsvisie – met de titel ‘Thuis in een groene metropool aan zee’ – neemt de gemeente regie op de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Het toont op hoofdlijnen de koers die de gemeente wil varen om in 2050 tot een gezonde, rechtvaardige en duurzame stad te komen. Daarvoor zijn duidelijke keuzes nodig en is het stellen van prioriteiten noodzakelijk. In deze omgevingsvisie maken we die keuzes op verschillende niveaus. Op stedelijk niveau maken we strategische beleidskeuzes. We laten zien welk beleid we voortzetten. Tegelijkertijd zijn beleidswijzigingen noodzakelijk en is bijsturing nodig in het accent of het tempo van een bepaalde ontwikkeling. Daarnaast vertalen we de strategische keuzes op kaart. De kaderstellende Omgevingsvisiekaart toont op hoofdlijnen welke kwaliteiten we willen beschermen en welke ontwikkelrichtingen we zien voor de komende decennia. Deze keuzes zijn vertaald op de facet- en opgavenkaarten voor de stadsdelen. Tenslotte maken we keuzes op het niveau van gebiedsvisies per stadsdeel, thematische- en gebiedsprogramma’s. 2.3 Samen met de stad Deze omgevingsvisie is een uitnodiging om gezamenlijk verder te werken aan de opgaven van nu en de toekomst. Door heldere kaders te stellen, zodat bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, investeerders, vastgoedeigenaren, de Rijksoverheid en alle anderen die in Den Haag actief zijn of met de stad te maken hebben, weten waar ze aan toe zijn. Ook biedt het aanknopingspunten voor samenwerking en laat het voldoende ruimte voor de talrijke projecten en initiatieven die in de stad leven of in de nabije toekomst op tafel komen. De omgevingsvisie is daarmee een ‘groeiend verhaal’ voor én van de stad, gedragen door inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, ontwikkelaars, beleidsmakers en stadsbestuurders. Deze omgevingsvisie is ook het resultaat van een uitgebreid participatietraject. Dat begon al bij het maken van de in 2021 vastgestelde Ambitiedocument Omgevingsvisie Den Haag
  4. De zes ambities voor 2050 (zie hoofdstuk 2.4) in dit document vormde het startschot voor het maken van deze omgevingsvisie. Sindsdien hebben meer dan 3.000 mensen meegedacht over de toekomst van Den Haag. Daarbij was er speciale aandacht voor groepen die lastiger te bereiken zijn en daardoor niet hun stem laten horen, zoals jongeren en bewoners van aandachtswijken. Op bijeenkomsten, tijdens evenementen en via onlinesessies konden mensen aangeven welke thema’s en opgaven wat hen betreft voorrang verdienen en hoe zij een toekomstig Den Haag het liefst zien. Welke kwaliteiten willen ze niet kwijt? Hoe willen ze straks wonen? En hoe verplaatsen we ons in 2050? Deze gesprekken over de toekomst van de stad zijn een manier gebleken om zoveel mogelijk kennis op te doen over wat nu en straks nodig is om van Den Haag een gezonde, rechtvaardige en duurzame stad te maken. We zetten die gesprekken graag voort, ook nu de omgevingsvisie er ligt. Dat vergt wel een en ander. Zoals regelmatig contact met de mensen in de stadsdelen. De gemeente weet wat er dan leeft door bijeenkomsten en gesprekken zoveel mogelijk te houden bij mensen in de buurt en door aan te haken bij bestaande activiteiten. Jongeren spreek je immers anders aan dan een bewonersorganisatie. 2.4 Ambities voor Den Haag in 2050 In het Ambitiedocument Omgevingsvisie Den Haag 2050 zijn zes ambities benoemd waar Den Haag aan moet én wil werken. De ambities gaan over fysieke, maatschappelijke en economische thema’s en komen voort uit het bestaande langetermijnbeleid.
  5. Rechtvaardig en inclusief In 2050 hebben inwoners van Den Haag in gelijke mate toegang tot werk, onderwijs, voorzieningen en een aantrekkelijke openbare ruimte. Daarnaast gaat het om belangrijke randvoorwaarden om mee te kunnen doen in de samenleving, zoals taalvaardigheid, buurtcontact en gemeenschapszin en vertrouwen in de democratie.
  6. Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad Om het woningtekort aan te pakken en de verwachte groei van het inwonertal op te vangen is de planvoorraad en de bouw van betaalbare woningen opgeschroefd. Nieuwbouw sluit aan bij de behoefte qua prijs en woninggrootte. Ook de bestaande woningvoorraad moet toegankelijk en betaalbaar blijven voor lage en middeninkomens. Deze woningen verdienen een verbeter- en verduurzamingsslag.
  7. Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief Den Haag moet uitgroeien tot een groene, toekomstbestendige en leefbare stad die aantrekkelijk is voor bewoners, bezoekers en bedrijven. Dat betekent dat wijken, straten en gebouwen geen CO2 uitstoten (klimaatneutraal), bestand zijn tegen weersextremen (klimaatbestendig) en natuurinclusief zijn om zo ten goede komen aan de (regionale) biodiversiteit.
  8. Economisch vitaal Door de economische structuur te verdiepen, te verbreden en op te schalen wordt de aansluiting op de arbeidsmarkt beter, zodat meer mensen passend werk vinden. De stad blijft investeren om instanties, onderwijs- en kennisinstellingen en bedrijven die werken aan innovaties voor een veilige, betere en rechtvaardige wereld, te behouden en aan te trekken. Zo vergroten we de economische prestaties van stad en regio.
  9. Gezond en veilig We streven naar een leefomgeving waarin gezond gewoond kan worden, die bijdraagt aan een gezonde levensstijl en ruimte biedt voor beweging, sport en ontmoeting. Door werklocaties, voorzieningen en openbaar groen in de nabijheid wordt de stad gezonder en de ecologische voetafdruk per inwoner kleiner. Schone en ‘actieve’ mobiliteit (lopen en fietsen) zorgt voor een betere luchtkwaliteit en het terugdringen van geluidhinder.
  10. Duurzaam bereikbaar Om de komende decennia de stad bereikbaar, leefbaar en verkeersveilig te houden, is een ander perspectief nodig op het mobiliteitssysteem. Meer mensen moeten vlot en veilig naar hun bestemming kunnen, zonder dat dit leidt tot extra verharding dat ten koste gaat van andere functies, zoals groen of ontmoetingsruimte. In 2050 zijn lopen, fietsen, een ritje met de tram of bus en af en toe een deelauto vanzelfsprekend. Dan blijft er voldoende ruimte beschikbaar, ook voor een goede doorstroming van het autoverkeer richting de regio. 2.5 Leidende principes De Haagse Omgevingsvisie is een directe vertaling van drie leidende principes, die eerder in het Ambitiedocument Omgevingsvisie Den Haag 2050 zijn vastgelegd. De Omgevingsvisie als een toekomstgericht verhaal Deze visie is een langetermijnkoers, met voldoende mogelijkheden om in te spelen op de kansen en risico’s die zich zullen voordoen. Oftewel: de visie doet recht aan de vele onzekerheden in de toekomst, zoals technologische ontwikkelingen en digitalisering, demografie en migratie, geopolitieke spanningen en klimaatverandering. Door de mogelijke consequenties van de keuzes die in de omgevingsvisie gemaakt zijn te monitoren, kunnen we tijdig blijven reageren op onverwachte wendingen en gebeurtenissen. Toekomstgericht betekent ook dat we problemen niet afwentelen in de tijd. We investeren in de juiste condities, zodat inwoners van de stad en de regio zelf projecten kunnen starten en in hun behoeften kunnen voorzien, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. De Omgevingsvisie als een ‘groeiend’ en inspirerend Haags verhaal De omgevingsvisie is een bestendiging en voortzetting van het gesprek over de toekomst van de stad dat al gaande is. Net als bij de totstandkoming van deze visie, blijft iedereen welkom om de komende jaren mee te denken en mee te praten over de ruimtelijke ontwikkeling van Den Haag. Dit betekent dat in de uitwerking van de omgevingsvisie naar gebiedsvisies per stadsdeel en thematische- en gebiedsprogramma’s iedereen kan meedenken over hoe keuzes en ambities concreet moeten worden. De omgevingsvisie als een realistisch verhaal Er is oog voor de mooie kanten van Den Haag, de kansen en kwaliteiten. Maar zeker ook voor de uitdagingen waar de stad voor staat op het vlak van bestaanszekerheid, woningtekorten en leefbaarheid, klimaatadaptatie en energietransitie, en de verwachte bevolkingsgroei. Ruimte en geld zijn schaars, niet alles past en lang niet alles kan overal. Bovendien is de uitvoeringskracht van de gemeente beperkt. Het is dan ook belangrijk om met deze omgevingsvisie helderheid te geven over de rol die de gemeente in ontwikkel- en beheeropgaven kan en wil spelen. Soms is richting geven, ondersteunen of investeren in randvoorwaarden voldoende, zonder zelf de touwtjes in handen te hebben. Voorop staat dat de omgevingsvisie geen algemeen verhaal mag zijn. Het laat zien wat daadwerkelijk in de stad speelt, zodat heldere keuzes voor nu en de toekomst mogelijk zijn. Een realistisch verhaal laat ook zien wat op de stad afkomt, zet het ruimtelijk beleid op hoofdlijnen neer en vertelt welke strategische besluiten daarvoor nodig zijn – inclusief de consequenties, onzekerheden en afhankelijkheden die daarbij een rol spelen. 2.6 Juridische en planologische verankering Het opstellen van een omgevingsvisie is een wettelijke verplichting. In de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 van kracht werd, zijn alle wetten en regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving samengebracht. De wet heeft als doel de regelgeving voor de ontwikkeling en het beheer van de fysieke leefomgeving eenvoudiger te maken. Het doel van de wet is om per plek in beeld te krijgen wat wel en niet mag; om besluitvorming op lokaal niveau te stimuleren; om samenhang te brengen in beleid, politieke besluitvorming en regelgeving. In de Omgevingswet staat dat elke gemeente over een omgevingsvisie moet beschikken. Over hoe zo’n visie eruit moet zien doet de wet geen uitspraken. De gemeenteraad bepaalt het detailniveau, de gebieden, sectoren en thema’s. Gemeentelijke beleidscyclus In de gemeentelijke cyclus van beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling geldt de omgevingsvisie als een belangrijk instrument voor de eerste stap: beleid- en visievorming. De strategische keuzes en beleidslijnen in dit document worden door het college van Burgemeester en Wethouders uitgewerkt in gebiedsvisies per stadsdeel (als onderdeel van de omgevingsvisie en in thematische of gebiedsprogramma's. Deze worden vervolgens vertaald in het omgevingsplan, met juridisch bindende regels voor de inrichting van de fysieke leefomgeving. En vervolgens in concrete uitvoeringsprojecten uitgevoerd. In hoofdstuk 8, de realisatiestrategie, wordt dieper ingegaan op de beleidscyclus als sturingsinstrument om meer regie te voeren op de ruimtelijke ontwikkeling van de stad. Voortbouwen op eerdere visies Met de vaststelling van deze eerste Haagse Omgevingsvisie beginnen we niet bij nul. Het is onderdeel van een reeks ruimtelijke plannen en bouwt voort op de thema’s en opgaven uit eerdere beleidstukken die van belang zijn geweest voor de ruimtelijke ontwikkeling van Den Haag. Zoals de structuurvisie Wéreldstad aan Zee en de Agenda Ruimte voor de Stad. Maar de tijd staat niet stil en inzichten veranderen. Met deze omgevingsvisie zetten we een volgende stap en doen we recht aan de breedte en de complexiteit van de uiteenlopende opgaven. De beleidscyclus binnen de Omgevingswet De opbouw van de Omgevingswet volgt de beleidscyclus. Dit figuur laat zien hoe de kerninstrumenten van de Omgevingswet op elkaar aansluiten en hoe de verschillende beleidsprocessen doorlopen worden. Gemeente Den Haag 2.7 Leeswijzer De omgevingsvisie is in 3 delen opgebouwd. Deel A, analyse, bestaat uit drie hoofdstukken. Eerst staan we in hoofdstuk 3 stil bij de positie van Den Haag in de wereld. Wat komt er op de stad af en hoe verhouden we ons tot internationale trends en ontwikkelingen, nationaal en provinciaal beleid en de regionale context? In hoofdstuk 4 gaan we in op de ruimtelijke karakteristieken van de Haagse leefomgeving. Welke structuren, kenmerken en kwaliteiten bepalen de ruimtelijke en stedenbouwkundig identiteit en dienen voor deze visie als onderlegger? Vervolgens duiken we met hoofdstuk 5 in drie maatschappelijke opgaven; de omgang met de verwachte demografische groei, het bieden van sociaal en economisch perspectief aan alle inwoners en ondernemers en het doorlopen van transities in een tempo dat de stad aankan en nodig is. In deel B, de visie, beschrijven we in het sleutelhoofdstuk 6 de ruimtelijke visie voor Den Haag in
  11. Wat voor stad is de ‘groene metropool aan zee’ en welke vijf ‘bewegingen’ zijn nodig om daar in 2050 op uit te komen. Hoofdstuk 7 gaat in op hoe de visie doorwerkt in de acht stadsdelen, als startpunt voor het maken van de gebiedsvisies. Tot slot deel C, uitvoering. In hoofdstuk 8 de realisatiestrategie, zetten we uiteen hoe we de visie en gestelde ambities voor elkaar denken te krijgen. Dan gaat het om de rol die de gemeente inneemt, regionale samenwerking, investeringen en financieringsstromen en om ruimte geven aan initiatieven uit de samenleving. Plus voorstellen over hoe de gemeentelijke overheid, marktpartijen en de samenleving zich tot elkaar verhouden. Ook beschrijven we de gevolgen voor de Haagse beleidsagenda: waar gaan we mee door, welke beleidswijzigingen zijn nodig en welke thema’s verdienen aandacht? 3 Den Haag in de wereld 3.1 Over mondiale trends, nationaal en provinciaal beleid en regionale samenhang Den Haag staat niet op zichzelf. Wereldwijde trends, economische verwachtingen, rijksbeleid en regionale ontwikkelingen zijn van grote invloed op de koers die we richting 2050 willen varen. Daarom is het belangrijk om die internationale, nationale en regionale omstandigheden te kennen en hier rekening mee te houden. Om zo met deze omgevingsvisie ambities en opgaven in een breder perspectief te plaatsen en te zorgen dat keuzes en beslissingen op het juiste schaalniveau gemaakt worden. 3.2 Mondiale ontwikkelingen 3.2.1 Demografie en migratie Momenteel telt de wereldbevolking ruim 8 miljard mensen. De Verenigde Naties houden voor het jaar 2100 rekening met een wereldbevolking van 11 miljard. Wereldwijd blijft de trek naar de stad zeer sterk, omdat steden om meerdere redenen aantrekkelijke en vitale plekken zijn. Ook Nederland heeft te maken met bevolkingsgroei. Hier vindt die groei vooral in steden plaats, vanwege de leefkwaliteit, opleidingskansen en het aanbod van banen. Dit is ook het geval in Den Haag en de regio. De druk op de openbare ruimte neemt toe, net als de hoeveelheid afval en het aantal verkeersbewegingen. Bovendien verandert de bevolkingssamenstelling; de komende decennia wonen er in Den Haag meer ouderen, er zijn meer eenpersoonshuishoudens en naar alle verwachting meer migranten, volgens het begin 2024 verschenen advies van de Staatscommissie Demografische Ontwikkeling
  12. Dit alles is van invloed op de aantrekkelijkheid van de Haagse leefomgeving en bepaalt voor een deel hoeveel mensen naar de stad (blijven) komen. 3.2.2 Klimaat en duurzame ontwikkeling De groei van de wereldbevolking en de toenemende welvaart leggen een steeds groter beslag op het draagvermogen van de planeet. Natuurlijke systemen raken ontregeld, het klimaat warmt op, leefgebieden worden vervuild en vernietigd, de biodiversiteit neemt af. Klimaatverandering leidt tot zeespiegelstijging, heftige regenbuien, droogte en hitte. Dit vraagt om een andere omgang met water- en bodemsystemen, een fikse vermindering van CO2 uitstoot en andere broeikasgassen en een ander gebruik en andere inrichting van de ruimte. Gelukkig is er mondiaal consensus over wat de belangrijkste uitdaging is: de relatie met de natuurlijke omgeving opnieuw definiëren. Er komt meer aandacht voor de draagkracht van de fysieke leefomgeving, want het risico op schade en kapitaalvernietiging neemt toe. Dat betekent ook voor Den Haag overstappen op schone en hernieuwbare energiebronnen en andere mobiliteitsvormen. 3.2.3 Digitalisering en automatisering Sinds 2020 is – mede onder invloed van de covidpandemie – thuiswerken voor velen normaal geworden. De veerkracht van de economie zat toen in de benutting van de sterke digitale verbondenheid. Ook in Nederland. De trend hierin is helder: tot 2050 nemen investeringen in digitale technologieën alleen maar toe. Omdat steden in de basis arbeidsmarkten en handelsplaatsen zijn, verandert de ontwikkeling en het functioneren van de fysieke stad. Digitalisering en kunstmatige intelligentie vergroten weliswaar de toegang tot informatie, kennis en markten, maar zorgen ook voor grote verschuivingen in de wijze waarop kennis en informatie worden verwerkt, geproduceerd en gedeeld. Het is onmogelijk om nu al exact te bepalen hoe onze gedigitaliseerde wereld er in 2050 precies uit zal zien. Wat wél zeker is: de digitale transitie creëert – al dan niet onbedoeld – ook grotere & nieuwe risico’s en onwenselijke afhankelijkheden. Dat zijn niet alleen ICT-vraagstukken, maar ook fundamentele vraagstukken op het gebied van stedelijke en economische ontwikkeling die vragen om sterk stedelijk leiderschap. Er liggen grote opgaven voor de ruimtelijke inpassing van de benodigde digitale infrastructuur. Ook is er aandacht nodig voor de digitale weerbaarheid, onder andere gezien de wederzijdse afhankelijkheid van de digitale en energie infrastructuur. En voor de benodigde fysieke en maatschappelijke weerbaarheid tegen digitale en hybride dreigingen. Deze kunnen namelijk leiden tot acute en langdurige uitval van vitale infrastructuur en essentiële stedelijke functies die daarmee maatschappelijke ontwrichting veroorzaken. Op dat punt heeft Den Haag als internationale stad van Vrede & Recht een uniek risicoprofiel en daarmee een extra grote uitdaging. 3.2.4 Internationale verbanden De internationale verbanden en afhankelijkheid daarvan worden sterker. Nederland is onderdeel van de Europese Unie (EU), van een mondiaal vertakt handelssysteem en gebonden aan internationale afspraken en regels. Veranderende internationale verhoudingen – mede door schaarse grondstoffen – brengen nieuwe geopolitieke spanningen en vergroten de reeds bestaande. Internationale samenwerking in onder andere de EU biedt veel voordelen voor een relatief klein, open land als het onze. De EU is een krachtig platform om met meerdere landen tot gezamenlijke doelen te komen en tot een gelijke aanpak van opgaven op het vlak van natuur, milieu, migratie, duurzaamheid en economie. Tegelijk leiden Europese en internationale regels, afspraken en wet- en regelgeving lokaal tot extra ruimtevragen en beperkingen, en beïnvloeden ze de beslismacht. Voor Den Haag is binnen deze context de Eurodelta relevant. Dit is het verstedelijkte gebied tussen de Randstad, het Ruhrgebied en Noord-Frankrijk, in de stroomgebieden van de Rijn, Schelde en Maas. Hier spelen opgaven rond water, energie, voedsel, klimaat, mobiliteit en circulaire en duurzame economie – die het beste door internationale samenwerking goed kunnen worden opgepakt. Zo is Den Haag onderdeel van de EU-missie 100 klimaatneutrale en slimme steden in 2030 en een koploper op het gebied van duurzaamheid. 3.3 Nationaal en provinciaal beleid 3.3.1 Inleiding De Haagse Omgevingsvisie staat niet los van visie- en beleidsvorming op Rijks- en provinciaal niveau. Het Rijk bracht in 2024 een conceptversie uit van de Nota Ruimte, als opvolger van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De provincie heeft haar langetermijnbeleid vastgelegd in de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) die op 1 april 2023 verscheen. De afwegingen en keuzes die in de Nota Ruimte en de POVI worden gemaakt, hebben invloed op de ontwikkelrichting van Den Haag en de Haagse regio. Tegelijkertijd werkt de Haagse Omgevingsvisie agenderend richting Rijk en provincie. Door helder te zijn over de koers die de stad wil varen, maken we duidelijk aan welke doelstellingen van het Rijk en de provincie we willen en kunnen bijdragen. Bovendien is de omgevingsvisie een basis om bij het Rijk, de provincie (maar ook de EU) te lobbyen voor financiële steun om projecten en ambities te realiseren. 3.3.2 Nota Ruimte Om maatschappelijke opgaven zo goed mogelijk in te passen en rechtvaardige keuzes te maken, zodat ook toekomstige generaties verzekerd zijn van een hoge kwaliteit van leven, neemt het Rijk met de Nota Ruimte regie op de ruimtelijke inrichting van Nederland. Dit betekent keuzes maken op nationaal niveau, maar ook zorgen voor doorwerking en samenhang op provinciaal en gebiedsniveau. De Nota Ruimte gaat voor 2050 uit van drie ‘bewegingen’ die opgaven, richtingen en keuzes samenbrengen. Bewegingen die ook doorklinken in deze Haagse Omgevingsvisie.
  13. Beweging naar een toekomstbestendig evenwicht tussen landbouw en natuur. Dat betekent herstel van biodiversiteit, landschappelijke kwaliteit en een nieuw perspectief voor de landbouw.
  14. Beweging naar een klimaatneutrale en circulaire samenleving, met duurzaam vervoer, hernieuwbare energie en een gesloten grondstoffencyclus.
  15. Beweging naar sociale en economisch sterke steden, regio’s en dorpen. Met een goede balans tussen wonen, werken en voorzieningen, duurzame mobiliteit en een gezonde, natuurinclusieve en aantrekkelijke leefomgeving. In de Nota Ruimte geeft het Rijk aan intensief samen te werken met andere overheden, maatschappelijke organisaties en marktpartijen. Die samenwerking gebeurt onder meer in de programma’s Mooi Nederland en NOVEX. 3.3.3 NOVEX-Gebied Zuidelijke Randstad In het programma NOVEX zijn twee sporen opgenomen. Het Ruimtelijk Voorstel (per provincie) en de samenwerking in NOVEX-gebieden. Dit zijn gebieden waar meerdere opgaven spelen waardoor intensieve samenwerking tussen Rijk, provincie, gemeente en waterschappen noodzakelijk is. Den Haag is onderdeel van het NOVEX-gebied Zuidelijke Randstad. Onderscheidend voor dit gebied is de aanwezigheid van vier sterke regio’s; de Leidse regio, de Haagse regio, de Rotterdamse regio en de Dordtse regio. Samen met het regionale hoogwaardige netwerk van spoor, metro en lightrail, vormt dit een samenhangend (hoog) stedelijk gebied met een uitstekende bereikbaarheid. Er ligt een opgave om het ov-systeem nog meer als één netwerk te laten functioneren. De hoofdopgave voor het NOVEX-gebied betreft toekomstbestendige verstedelijking. Het gaat dan om ‘goede groei’. Oftewel: groei is geen doel op zich, maar een middel om de leefomgeving beter te maken en het stedelijk gebied vitaal. Het is zaak om wonen, werken en voorzieningen in samenhang te zien met bereikbaarheid, klimaatadaptatie, groenstructuren, (circulaire) economie, energietransitie en gezondheid. Juist omdat de beschikbare ruimte schaars is én de bodem-, water-, milieu-, energie- en mobiliteitssystemen tegen hun grenzen lopen. Den Haag en haar samenwerkingspartners hebben voor de Zuidelijke Randstad een ontwikkelperspectief opgesteld om in 2050 tot een ‘toekomstbestendige en veerkrachtige metropool’ te komen. Dit ontwikkelperspectief bevat strategische keuzes en samenwerkingsafspraken, en is daarmee een belangrijke pijler onder deze omgevingsvisie. NOVEX Zuidelijke Randstad Samenhang stedelijke regio's binnen het NOVEX gebied Zuidelijke Randstad Ontwikkelperspectief NOVEX Zuidelijke Randstad 3.3.4 Provinciale Omgevingsvisie Zuid-Holland Zuid-Holland is de meest verstedelijkte provincie van Nederland. In geen enkele andere provincie speelt de strijd om de schaarse ruimte zo’n grote rol als in Zuid-Holland. Decennialang draaide het ruimtelijk beleid om het voldoen aan de grote vraag naar woon- en werklocaties. Dit heeft de kwaliteit van de leefomgeving niet altijd goed gedaan. Met de Provinciale Omgevingsvisie Zuid-Holland is daarom een koerswijziging ingezet waarbij ruimtelijke ontwikkelingen zich voortaan moeten verhouden tot de grenzen van het water- en bodemsysteem, de capaciteit van het energienet en de draagkracht van de natuur. Daarbij: het welzijn van de Zuid-Hollanders staat centraal. De aangescherpte koers is gepresenteerd in het Ruimtelijk Voorstel. In dit beleidsdocument staan voorstellen voor aanpassingen in het provinciale omgevingsbeleid; de Provinciale Omgevingsvisie en de Verordening Ruimte. Het Ruimtelijk Voorstel bevat de volgende hoofdlijnen.
  16. Gezondheid, kwaliteit en veiligheid hebben voorrang bij het maken van ruimtelijke keuzes.
  17. Water en bodem zijn sturende randvoorwaarden voor een veilige en toekomstbestendige ontwikkeling van de provincie.
  18. Voorrang aan een duurzame, digitale en inclusieve economie, met borging van maatschappelijke meerwaarde.
  19. De ruimte wordt beter beschermd om ambities, wettelijke verplichtingen en doelen te realiseren. Voor de Haagse Omgevingsvisie is de koers uit de Ruimtelijk Economische Visie (REV) relevant. De REV is een thematische uitwerking van het Ruimtelijk Voorstel. Met de REV wil de provincie sturen op een toekomstbestendige economie. Daar horen activiteiten bij met een hogere toevoegde waarde voor de maatschappij, een hogere arbeidsproductiviteit en een compact ruimtebeslag. De koers uit de REV is relevant voor de analyse van de (regionale) opgaven in de Haagse Omgevingsvisie en de keuzes die we voorstellen in hoofdstuk
  20. 3.3.5 Watervisie Hoogheemraadschap van Delfland De Watervisie van het Hoogheemraadschap van Delfland is van belang voor Den Haag. Deze visie toont acht gebiedstypen met wateropgaven. Per gebied zijn twee tot vier toekomstperspectieven uitgewerkt. De Watervisie speelt een grote rol in het maken van keuzes voor de leefomgeving, uiteraard in samenhang met andere ruimteclaims. Vanuit het principe ‘water en bodem sturend’ kijken we naar waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit. 3.4 De Haagse regio - een hecht en samenhangend stedelijk systeem 3.4.1 Inleiding De Haagse regio is onderdeel van het grotere, samenhangende, stedelijk netwerk van de Zuidelijke Randstad. Daarnaast is Den Haag een centrumstad in een snelgroeiende (Haagse) metropool. Het is een stedelijk gebied met een grote variëteit, én een hoge druk op de ruimte. In deze regio fungeert Den Haag als een centrumstad met regionale voorzieningen, werkgelegenheid en een bloeiend cultureel klimaat. Eenderde van deze Haagse metropool is stad, eenderde glastuinbouw (de greenport Westland) en eenderde landschap (Midden-Delfland, Duin, Horst en Weide). 3.4.2 Toneel van het dagelijks leven De gemeente Den Haag vormt met Delft, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer een hecht en grootstedelijk gebied van 1,1 miljoen inwoners. Het gebied functioneert als een systeem voor veel Hagenaars en vormt het toneel van het dagelijks leven. In een gezin werken de volwassenen bijvoorbeeld in Zoetermeer en Rijswijk, studeren de kinderen in Leiden of het Westland. Een student van de Haagse Hogeschool is in de Binckhorst bezig met een start-up, winkelt in de binnenstad of de Mall of the Netherlands en bezoekt elke week oma in Delft. In dit netwerk is Den Haag de stad waar de meeste nieuwe mensen naartoe komen. Maar ook de stad waar mensen gedurende hun maatschappelijke carrière weer weggaan en geleidelijk over de regio uitwaaieren. Iedere gemeente draagt bij aan de bekendheid en aantrekkelijkheid van de regio. Den Haag doet dat door het parlement, het Internationale Strafhof, de vele ambassades en de kantoren van de rijksoverheid. Het Westland staat bekend om zijn glastuinbouw, Delft om de high-tech ontwikkelingen op de universiteitscampus. Gebieden met een hoge bebouwingsdichtheid (Den Haag, Rijswijk, Delft) worden afgewisseld met groenere woonmilieus (Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Leidschendam-Voorburg, Wassenaar, Zoetermeer). Ze zijn omringd door verschillende landschapszones, zoals het Nationaal Park Hollandse Duinen, de landgoederenzone Den Haag-Wassenaar en het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. 3.4.3 Regionale samenwerking Hoewel deze omgevingsvisie over de stad Den Haag gaat, speelt de regionale samenhang een nadrukkelijke rol. Een deel van de opgaven speelt immers op een hoger schaalniveau en ook de oplossingen liggen soms in de regio. Bovendien staat de Haagse regio zelf ook voor enkele grote vraagstukken met bijbehorende ruimteclaims, zoals klimaatadaptatie, bereikbaarheid, (circulaire) economie en verstedelijking. Sowieso kunnen deze vraagstukken niet sectoraal opgepakt worden, niet alleen vanuit ruimte maar ook omdat ze met elkaar samenhangen. Bij verschillende gemeentes spelen ontwikkelingen die ook invloed hebben op Den Haag. De gemeente Den Haag wil bijdragen aan een evenwichtige ontwikkeling van de stedelijke regio als geheel. Samenwerking is daarom cruciaal. Buurgemeenten, waterschappen en de provincie Zuid-Holland hebben elkaar nodig om vraagstukken van antwoorden te voorzien, en in feite fungeert de Haagse metropool al als een vrijwillig samenwerkingsverband. Zo zijn er in deze regio afspraken gemaakt over de woningbouwproductie tussen 2022 en
  21. We werken ook samen in de metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH) en de Verstedelijkingsalliantie. Uiteindelijk kijken we per opgave welk schaalniveau het meest geschikt is. Voor het ene onderwerp is dat de regio Haaglanden, voor het andere de Zuidelijke Randstad. In hoofdstuk 8, realisatiestrategie, gaan we in op enkele samenwerkingsverbanden die relevant zijn voor het samenbrengen en integreren van opgaven buiten de gemeentegrens. Verzamelkaart (concept) omgevingsvisies Haagse regio Verzamelkaart met (concept) kaarten uit de omgevingsvisies (in ontwikkeling) van gemeenten in de Haagse regio. Deze kaart heeft geen status Betreffende gemeenten 4 De schoonheid van Den Haag 4.1 Over identiteit en omgevingskwaliteit Den Haagse heeft vele gezichten. De stad laat zich omschrijven als een gevarieerd mozaïek van buurten, wijken en stadsdelen met een eigen karakter, die bijeengehouden worden door een herkenbaar raamwerk van ‘lange lijnen’ en landschappelijke structuren. Deze ruimtelijke eigenschappen vormen het fundament voor de omgevingsvisie. Veranderingen in de stadsplattegrond en wijzigingen in het ruimtegebruik moeten zich voegen naar de karakteristieken en kwaliteiten die Den Haag al zo lang een sterke identiteit geven en zorgen voor een thuisgevoel. En die richting 2050 niet alleen bescherming en onderhoud verdienen, maar ook cruciaal zijn voor de koers richting een mooie, gezonde, rechtvaardige en duurzame stad. 4.2 Verfrissend dankzij contrasten Den Haag heeft op economisch, cultureel en maatschappelijk vlak alles wat een grote stad kan bieden en voelt op veel plekken toch kleinschalig en gemoedelijk aan. Inwoners zien de stad als een verzameling van buurten, elk met een uitgesproken karakter. De contrasten en verschillen tussen die stukjes stad schuren soms, maar maken de stad ook divers, interessant en levendig. De problemen en opgaven die samenhangen met segregatie en arbeidsmigratie komen aan de orde in hoofdstuk
  22. Terwijl in de binnenstad het politieke spel in volle gang is, werken jonge ondernemers even verderop in de luwte van zogenoemde broedplaatsen aan hun start-ups. Als wereldleiders naar Den Haag reizen om te spreken over vrede en recht, houden op een steenworp afstand Hagenaars hun buurt schoon, drinken ze met elkaar een kop koffie of schieten ze buurtgenoten te hulp. En als toeristen over de Scheveningse boulevard flaneren of zich vergapen aan de kunstwerken in het Mauritshuis, spelen vlakbij de kinderen op de Haagse pleintjes. Het Haagse mozaïek van buurten, wijken en stadsdelen is een rijke verzameling van identiteiten en sferen. Van het historische centrum met zijn grachten en beschermde stadsgezichten tot het industrieel erfgoed op de Binckhorst. Van de ministeriële kantoortorens tussen station en stadhuis tot de Scheveningse haven. Van de internationale wijk rond het Vredespaleis tot de volksbuurten Schilderswijk, Duindorp en Transvaal. Die contrasten maken Den Haag tot een levendige stad, met een verscheidenheid aan culturen, leefstijlen, opleidingsniveaus en inkomens. Den Haag kent in totaal meer dan 170 nationaliteiten. En de stad is altijd aantrekkelijk geweest voor migranten. Dit is een diverse groep van arbeidsmigranten, vluchtelingen, studenten en expats. Die aantrekkelijkheid voor expats en internationale studenten komt door het internationale profiel, de leefkwaliteit en de ontwikkelingskansen in Den Haag. De aantrekkelijkheid voor arbeidsmigranten heeft onder andere te maken met het type werkgelegenheid in de regio en het aanbod van relatief betaalbare (particuliere) huurwoningen. Die verscheidenheid zorgt ervoor dat nieuwe ideeën en verrassende initiatieven voet aan de grond krijgen. Van creatief ondernemerschap in de wijken tot innovatieve start-ups in het Central Innovation District en op Technology Park Ypenburg. Het is bovendien een stad waar kunsttalent zich ontwikkelt, niet alleen op het Koninklijk Conservatorium Den Haag of aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Vanaf de jaren zestig komen in de arbeidersbuurten op grote schaal rockbandjes op, die geïnspireerd waren door de ‘indorock’ die jonge mensen uit de voormalige kolonie Nederlands-Indië hier introduceerden. Denk aan bands als Q65, Shocking Blue, en de Golden Earring. Den Haag heeft een heus popdistrict en is nog altijd een kweekvijver voor Nederlands muziektalent, zoals Di-rect, Prins S. en de Geit en Goldband. Ook heeft Den Haag een plek veroverd op het toneel van de topsport. Met de opening van de Sportcampus Zuiderpark is het aanbod aan topsportfaciliteiten verrijkt, dat verder bestaat uit onder meer het TeamNL centrum Topsport Metropool, het voetbalstadion van ADO Den Haag, The Hague Beach Stadium, het Zeilcentrum en de Haagse sportcentrale met het olympische skatepark. Zo wonnen er meerdere Haagse sporters een medaille op de Olympische Spelen in Parijs. Zoals hockeyers Luna Fokke, Pien Dicke en Duco Telgenkamp, roeier Lennart van Lierop, zeilster Marit Bouwmeester, windsurfer Luuc van Opzeeland en roeister Marloes Oldenburg. En de Haagse India Sardjoe werd in november 2022 op 16-jarige leeftijd de jongste Breaking Wereldkampioen ooit. 4.3 Ruimtelijke ontwikkeling van Den Haag 4.3.1 Inleiding De ligging van Den Haag aan de Noordzee is bepalend geweest voor de economische en ruimtelijke opbouw. Onder invloed van wind en overstromingen ontstonden duizenden jaren geleden parallel aan de kustlijn jonge duinen en strandwallen, met daartussen lage, venige moerasgebieden. Uit archeologische vondsten blijkt dat de zandgronden op de hoge wallen al ruim voor de Romeinse tijd geschikte woonplekken waren. Later werd Die Haghe bekend als verblijfplaats voor de graven en stadhouders van Holland. Het verwijst naar ‘de haag’ of ‘het bos’ van de Graaf van Holland en de naam is kenmerkend voor de hoeveelheid groen en natuur rondom de stad. Later zijn ook de lagere delen tussen de strandwallen bebouwd. Hier ligt de oorsprong van de welbekende, maar ook gedateerde scheidslijn tussen Hagenezen en Hagenaren. Tussen de arbeidersbevolking van ‘het veen’ en de rijkeren ‘op het zand’. 4.3.2 Patroon van Haagse 'lange lijnen' De vier strandwallen waarop Den Haag is ontstaan vormen de basis voor de kenmerkende ‘lange lijnen’. Dit is het raster van wegen en groenstructuren die parallel aan en haaks op de strandwallen lopen en zo de verschillende buurten en wijken omsluiten. De oudste lijnen liepen parallel aan de kust over de zandwallen, zoals bijvoorbeeld de Oude Haagweg. Later zijn daar steeds meer haakse verbindingen bijgekomen, waardoor een netwerk ontstond. Denk daarbij aan de lijn Duindigt-Hofzicht en de ‘koninklijke route’ (Scheveningseweg-Hartlijn-Trekvliet). Het meest bekend is de lijn ‘van zee naar markt’, die vanaf het Norfolk gebied in de Scheveningse haven via het Hobbemaplein en de Markt naar Moerwijk loopt. Dit samenspel van ‘lange lijnen’ is een krachtige en herkenbare structuur die van grote invloed is geweest op de wijze waarop Den Haag zich de afgelopen 150 jaar heeft ontwikkeld. Daarmee is Den Haag een van de weinige steden met een rechthoekig gridpatroon, in plaats van de cirkelvormige ‘groeiringen’ rond oude kernen in veel andere steden. De karaktervolle groengebieden als het Haagse Bos, de Scheveningse Bosjes, de landgoederen tussen Den Haag en Wassenaar, het strand en de duinen zijn van grote betekenis. Ze leggen bovendien verbindingen met waardevolle landschappen en natuurgebieden in de omgeving, zoals Het Groene Hart, Midden-Delfland en Nationaal Park Hollandse Duinen. 4.3.3 Stedenbouwkundige ontwikkeling Deze omgevingsvisie sluit aan bij de rij van lange termijnplannen voor (delen van) de stad. In de recente ruimtelijke geschiedenis van Den Haag zijn twee plannen cruciaal geweest: het door architect en stedenbouwkundige Hendrik Pieter Berlage ontworpen ‘Plan tot uitbreiding van ’s-Gravenhage’ uit 1908 en het door Willem Dudok gemaakte ‘Structuurplan Groot ’s-Gravenhage’ uit
  23. Het eerste plan volgde de structuur van de strandwallen door op het zand evenwijdig aan de kust nieuwe woonwijken in te tekenen. Met lange zichtassen en weidse pleinen met monumentale gebouwen en op buurtniveau besloten pleintjes met afwisselend rechte en diagonale straten. Na de Tweede Wereldoorlog volgde ook Dudok in zijn structuurplan het strandwallenpatroon. Er is een omvangrijke stadsuitbreiding bijgekomen, onder meer richting Zuidwest, en het centrum werd in twee zones opgedeeld; het bestuursdeel bij het station Den Haag Centraal en een congrescentrum bij Zorgvliet. Het heeft de stad zeker goed gedaan, onder meer met het opknappen van vervallen wijken. Toch had dit plan een keerzijde. De aanleg van brede wegen met grote viaducten zoals het Prins Bernhardviaduct en het Schenkviaduct (en later de Utrechtsebaan) leidde tot een versnipperd gebied tussen de drie hoofdstations, dat onvoldoende aantrekkelijk is om te fietsen en te lopen. Impressie van de ruimtelijke ontwikkeling van Den Haag in de afgelopen 115 jaar Van links naar rechts: Uitbreidingsplan van Berlage

(1908), Structuurplan van Dudok
(1949), Structuurvisie Wereldstad aan Zee 2020
(2005). Gemeente Den Haag 4.3.4 Stadsvernieuwing en stedelijke verdichting In de jaren tachtig ontstond met de stadsvernieuwing een tegenbeweging die zich toespitste op de waarden en kwaliteiten van de bestaande stad. Vanaf de jaren negentig is met succes gebouwd aan het herstel van het centrum, met onder meer een nieuw stadhuis, de tramtunnel onder de Grote Marktstraat, de Koningstunnel en de projecten ‘Den Haag Nieuw Centraal’ en ‘Den Haag Nieuw Centrum’. In de Structuurvisie Wéreldstad aan Zee uit 2005 lag de nadruk op binnenstedelijke verdichting. Deze structuurvisie bouwde voort op het rasterpatroon en versterkte het profiel van Den Haag als internationale stad, waarbij ook nadrukkelijk de Haagse regio werd betrokken. Bovendien was er oog voor het belang van de karaktervolle groengebieden voor kustverdediging, biodiversiteit, waterwinning, toerisme en economie. Met de Agenda Ruimte voor de Stad uit 2016 kwam slim ruimtegebruik op tafel als dé voorwaarde voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Door werk met werk te maken, slimme combinaties van functies en innovatieve vormen van bouwen konden, zo was de gedachte, belangrijke opgaven in de stad zelf worden opgelost. 4.4 De beeldbepalers van Den Haag 4.4.1 Inleiding Deze omgevingsvisie is de volgende stap in het werken aan de plattegrond van Den Haag. De ruimtelijke identiteit is de onderlegger voor het toekomstperspectief in deze omgevingsvisie. Oftewel het rijke mozaïek van buurten en wijken, het raster van lange lijnen en haakse verbindingen, en de vele groengebieden bieden houvast voor de ruimtelijke ingrepen en voorstellen die richting 2050 op stapel staan. Binnen dit rijke palet zijn drie beeldbepalers aan te wijzen die niet alleen bescherming verdienen, maar cruciaal zijn voor de identiteit en uitstraling van de leefomgeving – en daarmee voor de positionering van de stad. Het gaat om de rol als internationale stad van vrede en recht, de ligging aan de Noordzee en de functie van regeringscentrum en monumentale residentie. 4.4.2 Internationale stad van vrede en recht Den Haag is wereldwijd bekend vanwege de vele belangrijke internationale organisaties op het vlak van vrede en recht die in de stad gevestigd zijn. Het uit 1913 stammende Vredespaleis, het Internationaal Strafhof en het Internationaal Gerechtshof springen in het oog. Rondom deze rechts- en bestuursinstellingen liggen tal van non-gouvernementele organisaties (ngo’s), kennisinstellingen en ambassades. Deze bijna 500 organisaties spelen een betekenisvolle rol in de Haagse economie. Ze zorgen voor een toegevoegde waarde van zo’n 5,6 miljard euro per jaar en leveren bijna 20.000 banen op. Grote nationale en internationale bedrijven voelen zich hier prima thuis, mede vanwege het gevarieerde aanbod aan congresruimtes, onderwijsvoorzieningen, winkels, horeca en goed openbaar vervoer. Al deze organisaties en bedrijven vormen een vijver van getalenteerde mensen met veel kennis van recht en internationale verhoudingen. Den Haag vormt zo een kenniscentrum van internationale betekenis, waarmee ze een bijdrage levert aan het bevorderen van vrede en recht in de wereld. 4.4.3 Stad aan zee De ligging aan zee maakt Den Haag aantrekkelijk en onderscheidend. Maar weinig Europese steden beschikken over kilometers strand en uitgestrekte duingebieden. De aantrekkingskracht van de kust voor inwoners en bezoekers wordt vandaag de dag bepaald door het samenspel van faciliteiten, attracties, natuur, rust, ruimte en de nabijheid van de binnenstad. Scheveningen met zijn haven en boulevard is sinds het begin van de negentiende eeuw de eerste echte badplaats van Nederland en daarmee de bakermat van het Nederlandse strandtoerisme. Het is van oudsher een plek voor weldaad en gezondheid. De zilte zeelucht werkt immers helend. Het was niet voor niets dat het karakteristieke Kurhaus hier gebouwd werd. De kustzone is in trek vanwege toerisme, ontspanning, sport en recreatie. Voor surfers staat Scheveningen bekend als dé surfhotspot van Nederland of sommigen zeggen zelfs van West-Europa. Op verschillende plekken kun je dan ook surfles boeken of de vele surfers in zee in actie zien. Tegelijk is de kustzone essentieel voor de bescherming tegen zeespiegelstijging, de drinkwater[1]voorziening en het op peil houden van de biodiversiteit. Ook heeft de kustzone een functie voor de visserij en is tegelijkertijd een broedplaats voor innovaties in de maritieme economie. Dit biedt kansen, maar kan ook op gespannen voet staan met het toerisme en de kwaliteit van de woonomgeving. De ontwikkelingen in Kijkduin zijn afgerond. Daarmee is deze badplaats weer helemaal klaar voor de toekomst. 4.4.4 Regeringscentrum en monumentale residentie Wie door Den Haag fietst, ziet overal het bewijs van de rol die de stad speelt voor de Nederlandse politiek. Rond het Binnenhof, tussen het centrum en station Den Haag Centraal, maar ook daarbuiten, aan de lange lanen en langs het Bezuidenhout. Daar bieden statige panden en moderne kantoorgebouwen onderdak aan adviesorganen, wetenschappelijke instituten, uitvoeringsinstanties en belangenorganisaties. Het Malieveld biedt letterlijk ruimte aan het recht op demonstratie en tegengeluid. Elke dag werken duizenden Hagenaars in overheidsdienst aan de toekomst van het land. Dit drukt onmiskenbaar een stempel op het aanzien van de stad. Soms uit dit zich in het imago van ‘ambtenarenstad’. Maar bovenal geldt de onderscheidende positie als stad van democratie en bestuur. Als zetel van het landsbestuur, het staatshoofd en het corps diplomatique is de stad uitgegroeid tot een groene residentie. De historische binnenstad, met het Binnenhof, het Lange Voorhout en de vele hofjes en pleinen in negentiende- en twintigste-eeuwse wijken hebben een grote aantrekkingskracht. Op de straten en pleinen is door het rijke erfgoed en de vele kunstwerken, monumenten en gedenktekens de geschiedenis van Den Haag als regeringsstad duidelijk voelbaar. En dat moet ook zo blijven, met name door zorgvuldig beheer en goed onderhoud, plus het inpassen van deze cultuurhistorische waarden in nieuwe gebiedsontwikkelingen. Den Haag is al eeuwenlang een Europees centrum waar politici, diplomaten, rechtsgeleerden, wetenschappers, filosofen en (creatieve) ondernemers elkaar treffen. De functie van diplomatiek knooppunt, machtscentrum en thuisbasis voor de Koninklijke familie bracht de kunst- en cultuursector vanaf de achttiende eeuw in een stroomversnelling. Het rijke aanbod bestaat onder meer uit het Mauritshuis, het Nationale Theater met onder andere de Koninklijke Schouwburg, de Koninklijke Bibliotheek, het Kunstmuseum Den Haag en Museum Beelden aan Zee. Verder maken de middelgrote en kleine toneel- en muziekgroepen, creatieve broedplaatsen, bibliotheken en theaters in de wijken en de onderwijs[1]instellingen Koninklijk Conservatorium, de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten het plaatje compleet. 4.5 De sfeerbepalers van Den Haag
  1. Stedelijk met menselijke maat Den Haag heeft alle voordelen van de grote stad en combineert dat op veel plekken met buurtgevoel. De komende jaren worden er onder andere rondom de stations levendige stedelijke plekken ontwikkeld. Het is belangrijk om daarbij oog te houden voor de menselijke maat en het buurtgevoel.
  2. Maatschappelijk betrokken Veel Hagenaars zetten zich in voor de stad. Van het schoonhouden van de straat tot acties voor ouderen of mensen in de problemen. Komt deze maatschappelijke betrokkenheid misschien doordat Den Haag het regeringscentrum is en de internationale stad van vrede en recht? Of is het gewoon typisch Haags? Hoe dan ook, mensen komen vanuit de hele wereld naar Den Haag om te werken aan een rechtvaardige, betere en veilige wereld.
  3. Verfrissend dankzij contrasten Den Haag is een stad vol contrasten. Veel van die contrasten zijn onbekend. Dat biedt de kans om onverwacht te ‘verfrissen’. Iedereen kent Scheveningen, maar wie weet dat Den Haag één van de grootste surfgemeenschappen van Europa heeft? Bijna iedereen kent het Mauritshuis, maar wie kent de Haagse straatartiesten? Bron: Positioneringsstrategie Den Haag 5 Drie maatschappelijke opgaven 5.1 Waarop we met deze omgevingsvisie een antwoord willen geven Dit hoofdstuk schetst drie grote maatschappelijke opgaven met ruimtelijke gevolgen: sociaaleconomische kwesties, demografische ontwikkelingen en enkele grote transities. De beleidsinzet rond deze opgaven blijkt op sommige punten onvoldoende. Dit gegeven, en de samenhang tussen deze opgaven, vragen om een aangescherpte visie. Door een analyse van de opgaven krijgen we een goed beeld van mogelijke oplossingsrichtingen. 5.2 Wat gaat er mis als we op de huidige weg doorgaan? Er wordt nu al volop gewerkt aan de toekomst van de stad. Zo werken we aan gebiedsontwikkelingen in het Central Innovation District (hierna: CID), de Binckhorst en in Zuidwest. In deze gebieden zit nog veel ontwikkelruimte. Maar voor de verstedelijkingsopgave richting 2050 is extra ruimte nodig, ook buiten deze gebiedsontwikkelingen. Als we niet voldoende ruimte voor verstedelijking maken, blijft het tekort aan woningen hoog. Als gevolg hiervan stijgen de koop- en huurprijzen voor woningen sterker dan nu en lopen de wachttijden voor sociale huurwoningen verder op. Ook gaat het economisch knellen als we onvoldoende ruimte creëren. Het gaat dan zowel om ruimte voor bedrijvigheid in verschillende werkmilieus als om woonruimte voor werknemers. De bevolking vergrijst en als de woningvoorraad in de Haagse metropool onvoldoende toeneemt, dan dreigt de beroepsbevolking af te nemen en wordt Den Haag minder aantrekkelijk voor bedrijven. Onvoldoende ontwikkelingsmogelijkheden buiten de drie grote gebiedsontwikkelingen betekent ook dat er onvoldoende mogelijkheden zijn om in te spelen op de veranderende woonbehoeften in de wijk, bijvoorbeeld door vergrijzing. Ook zal de vitaliteit van buurt- en wijkcentra onder druk komen te staan. We werken in Den Haag aan een mobiliteitstransitie. Dat betekent dat mensen minder afhankelijk worden van de auto en wandelen, fietsen en ov-gebruik wordt gestimuleerd. Tot nu toe verloopt deze transitie te langzaam. Dit heeft in combinatie met de bevolkingsgroei tot gevolg dat het verkeerssysteem van de stad vastloopt. We zijn in Den Haag ook volop bezig met sociale opgaven in kwetsbare wijken. Zo werken we in het kader van het Nationaal Programma Zuidwest aan structurele verbetering in de wijken van Zuidwest. Ook wordt er op een integrale manier gewerkt aan de leefbaarheid en veiligheid in zogeheten intensiveringsgebieden. Er is blijvende inzet nodig om wijken vitaal te houden en segregatie tegen te gaan. Tenslotte zien we dat verschillende ontwikkelingen ruimteclaims met zich meebrengen. De groei van het aantal inwoners vraagt niet alleen om woningen, maar ook om maatschappelijke voorzieningen en ruimte voor werk. De energietransitie vraagt ruimte voor transformatorhuisjes, onderstations, geothermielocaties en leidingen in de ondergrond. Daarnaast vragen klimaatadaptatie en het behoud van biodiversiteit om een groenere inrichting van de stad. Dit leidt tot conflicterende ruimteclaims. Zonder regie op de ruimtelijke ontwikkeling zal er voor elke locatie steeds opnieuw strijd gevoerd moeten worden, met het ongewenste effect dat wie het eerst komt, wie het eerst maalt. 5.3 Drie maatschappelijke opgaven Bovenstaande uitdagingen hebben te maken met drie samenhangende maatschappelijke opgaven, waar we ons als stad voor gesteld zien staan: Sociaal en economisch perspectief bieden, met onderwerpen zoals segregatie, werkgelegenheid, leefbaarheid en gezondheid. Groeien in balans, met onderwerpen zoals migratie en vergrijzing. Werken aan transities in een tempo dat de stad aankan en nodig is, met onderwerpen zoals klimaatadaptatie, energietransitie, de omslag naar een circulaire economie en de overstap naar een ander mobiliteitssysteem. Deze drie grote maatschappelijke opgaven zijn gebaseerd op een analyse van trends en transities, op de ‘Staat van de Stad’, op de ‘Staat van de leefomgeving’ (beiden rapporten) en op de gesprekken met bewoners en partijen in de stad over de omgevingsvisie. Per opgave gaan we in op wat er aan de hand is en wat er staat te gebeuren. We eindigen per opgave met een overzicht van de kernpunten in de opgave voor de omgevingsvisie. 5.4 Opgave 1 - sociaal en economisch perspectief bieden 5.4.1 De sociale 'foto' van de stad - wat is er aan de hand, wat staat er te gebeuren? 5.4.1.1 Inleiding Den Haag scoort gemiddeld goed op belangrijke factoren zoals koopkracht, gezondheidszorg, gemiddelde woonkosten en de gemiddelde reistijd tussen woonplaats en werk. Een groot deel van de inwoners is gelukkig (80%) en tevreden over de leefomgeving (70%). Dit blijkt uit de Leefbarometer 3.0 (april 2022). Toch staan deze positieve cijfers in contrast met serieuze problemen die een deel van de Hagenaars treffen. Zo moet een kwart van de inwoners soms bezuinigen op basisbehoeften zoals eten en kleding of heeft moeite met het betalen van rekeningen. Ook hebben veel mensen moeite om de stijgende kosten voor openbaar vervoer en energie te betalen. 17% van de Haagse kinderen groeit op in armoede. De uitdagingen in Den Haag zijn daarmee divers en complex. Financiële bestaansonzekerheid, bijvoorbeeld door hoge uitgaven en lage inkomsten, hangt vaak samen met gezondheidsproblemen en afhankelijkheid van een uitkering. Deze problemen zijn niet gelijkmatig verspreid over de stad. Ze stapelen zich vaak op in wijken waar sociale problemen geconcentreerd zijn. Hier staat de kwaliteit van de openbare ruimte en woningen onder druk. In deze wijken ervaren bewoners parkeeroverlast, een gebrek aan speel- en hangplekken voor jongeren, verkeersonveiligheid, overlast op straat, geluidshinder en zwerfafval. Er is een sociaal-maatschappelijke tweedeling in de stad en deze tweedeling neemt toe. 5.4.1.2 Diversiteit en segregatie - twee kanten van dezelfde medaille De diversiteit van Den Haag weerspiegelt zich in de wijken. Den Haag is een stad vol contrasten, met een rijk palet aan sferen, culturen en identiteiten. Er zijn hechte gemeenschappen, waar mensen samen optrekken en voor elkaar zorgen. In de buurten zijn de sociale verbanden sterk en doen veel mensen vrijwilligerswerk. Die diversiteit aan wijken en gemeenschappen heeft ook een keerzijde. Verschillen in inkomen, opleidingsniveau en afkomst hebben zich sterk ruimtelijk geconcentreerd, met vergaande segregatie als gevolg. In veel buurten is een gebrek aan ontmoetingsplaatsen waar mensen elkaar kunnen treffen, terwijl ontmoeting cruciaal is voor de gemeenschapszin en het tegengaan van eenzaamheid. De kloof tussen arm en rijk en tussen groepen met verschillende culturele, religieuze of sociaaleconomische achtergronden wordt steeds groter. Digitalisering en andere technologische ontwikkelingen wakkeren deze sociale segregatie aan. De vorming van gescheiden werelden en eigen ‘bubbels’, met minder contact tussen en begrip voor andersdenkenden, leidt tot polarisatie. Daarbij is het aantal Hagenaars dat zich matig tot ernstig eenzaam voelt de afgelopen jaren toegenomen. 5.4.1.3 Sociale problemen: bestaansonzekerheid en kansenongelijkheid In sommige wijken nemen de gevolgen van de segregatie zorgelijke vormen aan op het vlak van inkomensongelijkheid, laaggeletterdheid, werkloosheid en gezondheid. De opeenstapeling van problemen leidt tot een neerwaartse spiraal en slechte leefomstandigheden. Uit de Brede Welvaartsindicator 2023 (een onderzoek van de Universiteit Utrecht en Rabobank) kwam de Haagse regio dan ook niet goed uit de bus. De veiligheid is lager dan in andere regio’s en ook de luchtkwaliteit laat in veel buurten te wensen over. Bijna een vijfde van de Hagenaars heeft een inkomen tot 130% van het sociaal minimum en is financieel kwetsbaar. Voor 14% van de huishoudens geldt dat er sprake is van armoede. Eén op de vijf kinderen tussen de vier en achttien jaar groeit op in zo’n kwetsbaar huishouden. Dit heeft grote gevolgen voor de kansen die deze kinderen hebben om zich te ontwikkelen. Dit alles maakt dat de bestaanszekerheid voor veel mensen onder grote druk staat. Een groot deel woont in zogenoemde aandachtswijken. Het gaat met name om de wijken in Zuidwest (Moerwijk, Morgenstond, Bouwlust en Vrederust) en de Schilderswijk, Transvaal, Rustenburg-Oostbroek en het Laakkwartier. Deze wijken scoren laag op de leefbaarometer, een meetinstrument om de leefbaarheid en hoe deze zich ontwikkelt zichtbaar te maken. Het gaat hierbij om prettig wonen, veiligheid, sociale cohesie en de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ook kampen zij met urgente sociale problemen. De woningvoorraad in deze wijken bestaat niet toevallig voor een groot deel uit sociale huur. Sinds de herziene Woningwet van 2015 is de toegang tot sociale huur beperkt tot de laagste inkomens. In Rustenburg-Oostbroek, met grotendeels particuliere (huur-)woningen, is sprake van achterstallig onderhoud en gevallen van overbewoning. Arbeidsmigranten zijn een belangrijk onderdeel van de Nederlandse economie. In Den Haag leidt hun grote toestroom in wijken zoals Rustenburg-Oostbroek, Laak en Transvaal echter tot uitdagingen. Met ongeveer 50.000 arbeidsmigranten – zo’n 10% van de Haagse bevolking – kampt de stad met problemen op het gebied van huisvesting, zorg, registratie en integratie. Overbewoning veroorzaakt in sommige wijken overlast door afval op straat, een tekort aan parkeerplaatsen en busjes die vroeg in de ochtend arbeidsmigranten ophalen voor werk. Hoewel velen prima hun weg weten te vinden, blijft een structurele aanpak van de leefbaarheidsproblemen noodzakelijk. Eén op de vier jonge kinderen loopt risico op een onderwijsachterstand. In Zuidwest en Laak zelfs meer dan de helft. Voortijdige schoolverlating komt een stuk minder voor, maar is zeker in de genoemde wijken een punt van aandacht. Bijna een kwart van de inwoners, waarvan het merendeel in Zuidwest of Laak woont, is laaggeletterd en heeft moeite met lezen, schrijven en het begrijpen van schriftelijke informatie. Dit komt onder de groep migranten ouder dan 30 jaar met partner of kinderen met 60% het vaakst voor. De segregatie vertaalt zich ook in grote gezondheidsverschillen tussen inwoners van wijken met een hoog inkomen of opleidingsniveau en inwoners van wijken waar inkomen en opleidingsniveau lager liggen. Die verschillen kunnen oplopen tot veertien gezonde levensjaren. Leefbarometer van Den Haag Leefbarometer van Den Haag in
  4. Deze geeft een overzicht van de leefbaarheid in alle wijken, buurten en straten. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 5.4.2 De economische 'foto' - wat is er aan de hand, wat staat er te gebeuren? 5.4.2.1 Inleiding Den Haag ontwikkelt zich als kennisstad als onderdeel van een kennisregio. De afgelopen jaren heeft Den Haag haar positie als kennisstad versterkt met de ontwikkeling van de Haagse Campus | Universiteit Leiden en de TU Delft | Campus Den Haag en de versterking van de Haagse onderwijsinstellingen (mbo en hbo). De innovatieve Haagse profielen zoals impact-economy, cyber security en legal en policy hebben geleid tot een belangrijke positie als startupstad van Nederland. Een opgave richting de toekomst is het beter profileren en verbinden van alle locaties en partijen vanuit de strategie werken, leren en innoveren. 5.4.2.2 Toekomstbestendig maken regionale economie De regionale economie is weliswaar in de afgelopen jaren gegroeid, maar de economische motor draait minder snel dan die van andere grootstedelijke regio’s. Ondanks alle potentie groeide de Zuid-Hollandse economie de afgelopen 10 jaar bijvoorbeeld 10 tot 15% minder hard dan andere grootstedelijke regio’s. Economische groei is geen doel op zich, maar het creëren van voldoende verdienvermogen voor brede welvaart op lange termijn is wel een belangrijke opgave. Een probleem daarbij is dat een deel van de regionale economie erg afhankelijk is van goedkope en tijdelijke arbeidskrachten uit het buitenland. Dit speelt met name in de (glas)tuinbouw en de distributie. De arbeidsvoorwaarden zijn soms dermate slecht dat deze niet aansluiten op werkzoekenden uit de omgeving, maar wel arbeidsmigranten aantrekken. Daarbij zijn er misstanden rond de tewerkstelling en huisvesting van arbeidsmigranten. Er is dus een verbreding en een vernieuwing van de regionale economie nodig, en een daarop aansluitend onderwijs- en arbeidsmarktbeleid. De opgave is om de economie toekomstbestendig te maken, om de arbeidsmigratie in goede banen te leiden en om de kans op passend werk te vergroten. De betekenis van passend werk mag daarbij niet onderschat worden: het geeft mensen een gevoel van erkenning en waardering en zorgt voor sociale contacten en bestaanszekerheid – dat is een wenselijke basis voor iedereen. Daarvoor moet de ‘arbeidsmarktparadox’ worden doorbroken. Het aanbod van banen in de nabijheid van inwoners sluit nu niet altijd aan op de vaardigheden van deze inwoners. Terwijl in genoemde sectoren, maar ook in het onderwijs en de IT, de vraag naar arbeidskrachten de pan uitrijst, liggen deze vacatures of buiten bereik (letterlijk) van gekwalificeerd personeel, of blijken de Hagenaars die op zoek zijn naar een baan niet over de juiste papieren te beschikken om in deze sectoren aan de slag te gaan. 5.4.2.3 Gebrek aan bedrijfs- en werkruimtes De beschikbare ruimte voor bedrijvigheid en kantoren is in de afgelopen jaren afgenomen. Daardoor kunnen zittende bedrijven niet groeien en vertrekken ze naar locaties buiten Den Haag, met het verlies van banen tot gevolg. Ook bedrijven van buiten en startende ondernemers hebben moeite om in Den Haag een geschikte en betaalbare plek te vinden. Al met al vestigen zich hier minder grote bedrijven dan in de andere drie grote steden en blijft de economische ontwikkeling achter bij die van de Amsterdamse, Rotterdamse en Utrechtse regio. 5.4.3 De opgave samengevat
  5. Bestaanszekerheid en kansengelijkheid Er ligt een opgave om te werken aan ruimtelijke condities om bestaanszekerheid en kansengelijkheid te vergroten en de segregatie te verminderen. Dan gaat het bijvoorbeeld om de goede voorzieningen in de buurt en de bereikbaarheid van werk, maar ook om het aanpakken van problemen in aandachtswijken. In deze wijken ervaren veel inwoners problemen rondom werk en inkomen, armoede, huisvesting, scholing, gezondheid en sociale veiligheid. Ook gaat het om de betaalbaarheid van openbaar vervoer en stijgende energiekosten. Daarbij is het belangrijk om oog te hebben voor gemeenschapsvorming en buurtgevoel, en om voort te bouwen op de diversiteit en herkenbaarheid van wijken en buurten.
  6. Toekomst regionale economie Het is belangrijk om met de regio te komen tot een gezamenlijk beeld over de toekomst van de regionale economie. Onze inzet is dat deze economie van de toekomst voortbouwt op de bijzondere kwaliteiten van onze metropool, duurzamer wordt en minder afhankelijk is van sectoren met laagbetaald werk. We hebben de hulp nodig van Rijk en regio om daarbij te sturen op het inperken van de instroom van arbeidsmigranten. Tegelijkertijd zetten we in op het aantrekken, opleiden en vasthouden van goed gekwalificeerd personeel voor deze economie van de toekomst.
  7. Ruimte voor werk Gekoppeld aan de toekomst van de regionale economie moet er ruimte komen voor zowel nieuwe als bestaande bedrijvigheid. Voor een vitale economie is er ruimte nodig voor werk, zowel in de stad als in de omliggende gemeenten. Daarbij gaat het om een diversiteit aan werkmilieus, van economische topmilieus tot afvalrecycling en ruimte voor ondernemerschap in de buurt. Die bedrijvigheid en werklocaties moeten ook nog eens voor iedereen bereikbaar zijn. 5.5 Opgave 2 - Groeien in balans 5.5.1 Inleiding In Nederland groeit de bevolking en die toename zet zich de komende jaren naar alle verwachting door. De Haagse bevolking groeit tot 2030 naar 595.000 inwoners. Het is de verwachting dat het inwonertal in 2050 tussen de 643.000 en 674.000 ligt. Dit komt neer op een netto groei van 77.000 tot 107.000 inwoners – gemiddeld zo’n 3.000 tot 4.000 mensen per jaar. Deze groei ligt iets lager dan in de voorgaande 25 jaar. De verwachte bevolkingsgroei wordt veroorzaakt door natuurlijke aanwas (meer geboortes dan sterfte) en door een positief buitenlands migratiesaldo (meer nieuwkomers dan mensen die naar het buitenland verhuizen). Die nieuwe Hagenaren bestaan uit arbeidsmigranten, expats, vluchtelingen en studenten. Hun komst heeft vooral te maken met baankansen, studiemogelijkheden en omdat hier al migranten met dezelfde achtergrond wonen. Overigens behoudt Den Haag ook in de nabije toekomst zijn imago als ‘stad van komen en gaan’. Het aantal nieuwkomers is ruwweg het tienvoudige van de werkelijke groei. Velen van hen verlaten Den Haag namelijk na enige tijd weer. Expats, arbeidsmigranten en studenten blijven over het algemeen maar enkele maanden tot enkele jaren in Den Haag wonen en werken. Dit geldt vooral voor expats in het Statenkwartier en arbeidsmigranten in Laak. Deze korte bewoning maakt sociale binding lastig. Inwoners weten vaak niet wie hun buren zijn. Het binnenlands migratiesaldo daarentegen is al jaren negatief. Dit betekent dat meer mensen Den Haag verruilen voor een andere gemeente (vooral in de buurt, zoals Rijswijk, Leidschendam-Voorburg en Westland) dan dat er vanuit andere gemeenten mensen naar Den Haag trekken. Diegenen die zich in Den Haag vestigen zijn vooral jonge huishoudens die hier werk vinden of studenten die hier naar school gaan. Diegenen die Den Haag verlaten zijn met name gezinnen die grotere woningen en meer ruimte willen. Het beperkte aanbod van eengezinswoningen en de krapte op de binnenstedelijke woningmarkt versterken deze trend. Overigens behouden veel mensen die de stad verruilen voor een andere gemeente wel een band met Den Haag. Bevolkingsprognoses zijn afhankelijk van onzekerheden, zeker als het gaat om internationale migratie. De binnenlandse migratie is vooral afhankelijk van het aantal woningen dat wordt gebouwd. Prognoses bieden een eerste handvat, maar vormen geen zekerheid of harde waarheid. De Haagse bevolkingsprognose wordt niet voor niets jaarlijks geactualiseerd. De bevolkingssamenstelling is in 2050, mede door die buitenlandse migratie, diverser dan nu. Ook wonen dan steeds meer mensen alleen of met zijn tweeën. Hierdoor neemt het aantal huishoudens flink toe. Dit heeft gevolgen voor de ruimteverdeling, het voorzieningenniveau en verplaatsingspatronen. Ook het aantal 65-plussers groeit. Het CBS verwacht zelfs een verdubbeling van het aantal 80-plussers. Deze vergrijzing brengt nieuwe opgaven met zich mee, zoals de beschikbaarheid van passende zorg- en welzijnsvoorzieningen in de buurt, een oplopend tekort aan personeel en de herinrichting van straten en pleinen tot ‘gezonde’ en ‘seniorenvriendelijke’ openbare ruimtes. 5.5.2 Opgaven woningvoorraad De woningnood is groot in Den Haag. Zo groot dat een veilige en betaalbare plek om te wonen niet vanzelfsprekend is. Niet voor de 3.000 mensen die zich jaarlijks melden bij het daklozenloket en ook niet voor het groeiend aantal jonge Hagenaars die als starters op de woningmarkt moeilijk aan een huis komen, de gezinnen in te kleine appartementen en de senioren die op zoek zijn naar een levensloopbestendige woning maar die niet kunnen vinden. Het oplossen van dakloosheid begint bij het voorkomen van dakloosheid en het voorzien in voldoende betaalbare woningbouw. Dit is ook van belang om als stad klaar te zijn voor een groeiend aantal inwoners en om het al bestaande woningtekort weg te nemen. Kortom, de woningvoorraad moet dus worden uitgebreid. De vraag is waar al deze nieuwe woningen terechtkomen en hoe ze zich verhouden tot het voorzieningenniveau, de kwaliteit van de openbare ruimte, de werkgelegenheid en het verkeerssysteem. Bovendien is het even zo belangrijk om de bestaande woningvoorraad op te knappen en aan te passen aan de veranderende bevolkings- en huishoudenssamenstelling. We moeten rekening houden met kleinere huishoudens, een oudere bevolking en specifieke wensen van verschillende culturele achtergronden. Er ligt hier een opgave om binnen het bestaande vastgoed mogelijkheden te creëren voor extra woningen. We onderkennen daarbij extra aandacht voor (brand-)veiligheidsrisico’s bij hoogbouw, tijdelijke bouwwerken, optoppen en verduurzaming. 5.5.3 Kansen en uitdagingen demografische groei Demografische groei brengt zowel kansen als uitdagingen met zich mee. Zo is de instroom van nieuwe mensen nodig én wenselijk om het tekort aan arbeidskrachten weg te nemen. Als het aantal inwoners van Den Haag niet meer zou groeien, zou dat, gegeven de vergrijzing, betekenen dat de beroepsbevolking krimpt. Door ruimte te bieden aan groei kan Den Haag economisch vitaal blijven. De groei van het aantal inwoners kan ook bijdragen aan de leefbaarheid van wijken. Door middel van nieuwbouw en verdichting kunnen woningzoekenden in de eigen wijk blijven wonen en neemt het draagvlak voor openbaar vervoer en voorzieningen zoals buurtwinkels en ov toe. Nieuwbouw betekent ook dat er geïnvesteerd wordt in de stad, door ontwikkelende partijen, maar ook door het Rijk. Zo kan nieuwbouw onderdeel zijn van een gebiedsgerichte aanpak waarbij er geïnvesteerd wordt in maatschappelijke voorzieningen, in openbaar vervoer en in de kwaliteit van de openbare ruimte. Maar de groei van het aantal inwoners brengt ook uitdagingen met zich mee. Inwoners vragen zich onder andere af of maatschappelijke voorzieningen, zoals sport en onderwijs, gelijke pas houden met de bouw van extra woningen. Ongeacht het antwoord hierop, vragen deze voorzieningen om forse maatschappelijke investeringen. Uitdagingen liggen er ook bij de openbare ruimte. Een groei van het aantal inwoners leidt tot intensiever gebruik en vraagt daardoor om herinrichting en intensiever beheer van de openbare ruimte. Er ligt ook een sterke relatie met mobiliteit en het functioneren van het verkeersnetwerk. Meer mensen betekent immers meer verplaatsingen. Sinds 2009 is het aantal personenauto’s in de stad met 11% toegenomen tot 173.000, ook omdat meer huishoudens meerdere auto’s bezitten. De toename van het aantal auto-, wandel- en fietsverplaatsingen leidt nu al tot vele knelpunten. Er bestaan zorgen in de stad over de toenemende drukte, die zich bijvoorbeeld uit in parkeeroverlast en verkeersstromen die elkaar in de weg zitten. Door een toenemende verkeersdruk kunnen andere functies in de openbare ruimte (groen, ontmoeting, waterberging) soms in de verdrukking komen. Demografische groei leidt ook tot uitdagingen in relatie tot de kwaliteit van de leefomgeving. In veel buurten laat de luchtkwaliteit te wensen over en kampen inwoners met geluidshinder. Het creëren van gezonde leefomstandigheden is dan ook een uitdaging. Een stad die intensiever wordt gebruikt, brengt opgaven op het brede terrein van omgevingsveiligheid met zich mee. De uitdaging daarbij is om te komen tot duurzame, innovatieve, veilige en gezonde oplossingen. De demografische groeiopgave is daarmee voor Den Haag in verschillende opzichten een balansvraagstuk. Het gaat daarbij om de balans tussen de uitbreiding van de woningvoorraad en andere opgaven, zoals mobiliteit, milieukwaliteit, voorzieningen en vergroening. Het gaat ook om de balans in verdeling van de verstedelijking over de verschillende gemeenten in de regio. En het gaat om het versterken van de economie, met een visie op arbeidsmigratie, passend bij onze regio. 5.5.4 De opgave samengevat
  8. Groeien in balans met andere opgaven De uitdaging voor Den Haag is om te groeien in balans. Dat betekent ruimte bieden aan stedelijke ontwikkeling – in evenwicht met andere opgaven zoals sociale en economische opgaven, de transitieopgaven en vergroening. Zo kan binnenstedelijke ontwikkeling bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid in bestaande en nieuwe wijken. Daarbij moet ook gekeken worden naar de mogelijkheden van de bestaande gebouwen. Waar zijn er mogelijkheden voor het splitsen van woningen of voor het toevoegen van een extra laag op (woon)gebouwen (optoppen)? Vanuit dit integrale perspectief stuurt de gemeente op een groeitempo dat past bij Den Haag.
  9. Groeien in balans in de regio Groeien in balans is ook een regionale opgave. De woningmarkt functioneert regionaal. Daarom maken we regionale woningbouwafspraken. Die gelden nu voor de periode tot
  10. Ook voor de langere termijn willen we afspraken maken over hoe en onder welke condities we de verstedelijkingskansen in de Haagse metropool willen benutten. Deze opgaven zijn ook benoemd in het ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied Zuidelijke Randstad.
  11. Arbeidsmigratie in goede banen leiden Den Haag is een magneet voor arbeidsmigranten. Die werken vaak elders in de regio of zelfs daarbuiten. Deze toestroom zorgt in een aantal wijken voor leefbaarheidsproblemen. De opgave is om arbeidsmigratie in goede banen te leiden. Dat doet de gemeente Den Haag op verschillende manieren, onder andere door informatievoorziening en voorlichting over huisvesting, afspraken over huisvesting in regionaal verband en aanpak van misstanden en uitbuiting. Naast kortetermijnmaatregelen moeten we ook nadenken over structurele oplossingen om een te grote toestroom van arbeidsmigranten in Den Haag te voorkomen. Ook moeten we oog hebben voor de positieve en negatieve gevolgen van kennismigratie. We willen met regionale partners een gezamenlijk beeld ontwikkelen over de toekomst van de regionale economie in relatie tot migratie. Deze inzet sluit aan bij het advies van de Staatscommissie Demografische Ontwikkeling
  12. Deze commissie adviseert om vanuit een integrale afweging keuzes te maken over welke migratie we wel en niet willen faciliteren, mede in relatie tot vergrijzing en arbeidsmarkttekorten. De gemeente Den Haag wil vanuit dezelfde benadering kijken naar de economische toekomst van de Haagse metropool. 5.6 Opgave 3 - Werken aan transities in een tempo dat de stad aankan en nodig is 5.6.1 Inleiding De komende decennia krijgt Den Haag te maken met enkele grote maatschappelijke veranderingen. Dit zijn ‘transities’, oftewel overgangen naar andere manieren van denken en doen die vaak decennia in beslag nemen. Deze transities zijn nodig om van Den Haag die gezonde, mooie, rechtvaardige en duurzame stad te maken. Bijvoorbeeld om klimaatverandering af te remmen – door de uitstoot van CO2 in te perken – en in te spelen op de gevolgen ervan. Dit betekent een overstap naar duurzame energiebronnen en productieprocessen die uitgaan van hergebruik en recycling van bouwmaterialen en grondstoffen. Of de omslag naar een toekomstbestendig mobiliteitssysteem, waarin fietsen, lopen en het openbaar vervoer belangrijker zijn en de auto minder dominant is. Zulke transities duren lang en verlopen schoksgewijs. Ze vragen om systeemveranderingen – op politiek, economisch, cultureel en financieel vlak, maar ook in de wijze waarop mensen handelen en zich gedragen. Bovendien heeft het gevolgen voor de wijze waarop de fysieke leefomgeving (zowel boven- als ondergronds) gebruikt en ingericht wordt. De omslag naar duurzame energie bijvoorbeeld vraagt om de veilige ruimtelijke inpassing van schone energiebronnen (zoals geothermie) en transformatorhuisjes voor elektriciteit. Een stijgende zeespiegel en hogere waterstanden werpen de vraag op waar en hoe in de toekomst gebouwd kan worden. Overigens kan een specifieke inrichting bijdragen aan de transities, bijvoorbeeld door in straten en op pleinen de ruimte voor de auto in te perken. 5.6.2 Tempo bepalen: versnellen en temporiseren Het is de bedoeling om de transities in een tempo te laten verlopen dat de stad daadwerkelijk aankan en tegelijkertijd in een tempo dat nodig is. Soms is versnellen nodig (waar mogelijk), soms is het beter om (tijdelijk) te vertragen. Bij het werken aan deze voornamelijk ‘groene’ transities – die vaak gepaard gaan met grote ingrepen waarvoor stukken stad op de schop moeten – proberen we werk met werk te maken en houden we rekening met bereikbaarheid en leefbaarheid. We moeten bovendien voorkomen dat de kosten van deze transities ongelijk verdeeld worden en in het slechtste geval op het bordje komen van de inwoners met de kleinste portemonnee. Transities brengen bovendien allerlei nieuwe technologische systemen met zich mee. Hoe passen we die in? Hoe verhouden die zich tot gebiedsidentiteiten en ruimtelijke kwaliteiten? Hoe zorgen we dat de menselijke maat niet verloren gaat? Hieronder zijn de vier belangrijkste transities en bijbehorende opgaven uiteengezet. Ze zijn hier los van elkaar beschreven, maar we brengen de transities in deze omgevingsvisie zoveel mogelijk met elkaar in verband, zodat oplossingen en ingrepen meerdere doelen dienen en de overlast in de stad beperkt blijft. 5.6.3 Klimaatadaptatie en biodiversiteit Klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, extreme regenval en langere perioden van hitte en droogte, vraagt om actie. Door de ligging aan zee is een (snellere) stijging van de zeespiegel een reëel gevaar vanwege dreigende overstromingen en verzilting van het grondwater. Om de stad en het achterland te beschermen moet de kust voortdurend worden versterkt, en dat vraagt meer ruimte dan nu. Keuzes over waar we in 2050 wonen en werken worden in toenemende mate bepaald door waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid, waterkwaliteit en bodemgeschiktheid. In de Haagse regio neemt de hoeveelheid water toe en de ondergrond bepaalt grotendeels welke maatregelen waar nodig en mogelijk zijn. De gemeente, provincie en veiligheidsregio denken gezamenlijk met verschillende partners na over een duurzame en veilige ruimtelijke ordening voor klimaatadaptatie. Uiteindelijk draait de klimaatopgave vooral om de realisatie van water- en groenstructuren om wateroverlast, hittestress en biodiversiteitsverlies tegen te gaan, en de beschikbaarheid van voldoende, maar vooral ook schoon (drink)water te garanderen. In een versteende stad die ook nog eens groeit zal dit niet gemakkelijk zijn. We vinden het belangrijk om waardevolle groenstructuren die in een fijnmazig patroon door de stad lopen te behouden en te versterken. Hoewel de waarde van ‘groen’ en ‘blauw’ voor de leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit buiten kijf staat, moeten ze concurreren met andere functies die vanwege de voortgaande verstedelijking op tafel liggen. 5.6.4 Energietransitie De energietransitie betekent minder energie gebruiken door gebouwen beter te isoleren en ander gedrag, een overgang naar het verwarmen van de gebouwen met schone energie met oplossingen voor individuele woningen zoals een warmtepomp en collectieve oplossingen zoals warmtenetten en schone energiebronnen, en het gebruik van schoon opgewekte stroom. Een urgente opgave hierbij is het aanpakken van de netcongestie. In delen van de stad is het elektriciteitsnet al overbelast en wordt er met man en macht gewerkt aan uitbreiding van het energienet. Met de energietransitie zetten we stappen richting de omslag naar hernieuwbare vormen van energie, gericht op het terugdringen van de CO2-uitstoot en om Nederland minder afhankelijk te maken van buitenlandse energiebronnen. Besparing op het energieverbruik staat voorop. Dit is cruciaal voor de haalbaarheid en betaalbaarheid van de hele Haagse energietransitie. Om een lagere energiebehoefte te realiseren, zijn fysieke veranderingen nodig in onze leefomgeving en gebouwen. De grootste uitdaging is de realisatie van voldoende duurzame bronnen die in de toekomst de stad van energie voorzien. De totale woningvoorraad (nu zo’n 260.000 woningen) en alle andere 30.000 panden moeten uiteindelijk aardgasvrij zijn en aangesloten op alternatieve energievoorzieningen. Naast aanpassingen van de woningen voor een nieuw energiesysteem betekent dit een verzwaring van het elektriciteitsnet zodat de huidige netcongestie wordt opgelost en (veelal elders) gewonnen zonne- en windenergie gedistribueerd kan worden, de aanleg van nieuwe bronnen en collectieve warmtenetten. Daarmee kan warmte uit duurzame bronnen zoals geothermie, aquathermie, warmte-koudeopslag en industriële restwarmte over de stad verspreid worden. Aan de energietransitie kunnen veiligheidsrisico’s met effecten op de fysieke leefomgeving verbonden zijn. Daarom gebeurt de ruimtelijke inpassing rondom de nieuwe vormen van energiewinning, -opslag en -transport op een verantwoordelijke wijze waardoor een fysiek veilige leefomgeving wordt gewaarborgd. Om dit te realiseren wordt de veiligheidsregio in een vroeg stadium bij de nieuwe ontwikkelingen betrokken, zodat nieuwe vormen van energiewinning, -opslag en -transport niet hoeven te leiden tot onbeheersbare risicovolle situaties. Zo kan de stap naar een gasloos Den Haag genomen worden. Het tempo waarin dit moet gebeuren vraagt om maatwerk. Het verzwaren van het elektriciteitsnet is cruciaal om ontwikkelingen in de stad mogelijk te maken. De uitrol van warmtenetten moet voortvarend worden aangepakt zodat verdere (onnodige) congestie van het elektriciteitsnet voorkomen wordt. Het is zaak om dwarsverbanden te leggen met andere opgaven in de openbare ruimte, zoals onderhoudswerkzaamheden in de ondergrond, vergroening of herinrichting. Werkzaamheden kunnen zo efficiënt plaatsvinden en de overlast in de stad zoveel mogelijk beperkt. Om deze energietransitie, die al snel gaat over bronnen, netwerken en installaties, te laten slagen is een omslag in denken en handelen nodig, bij overheden, ondernemers en ketenpartners, maar ook bij bewoners. De overwegingen om over te stappen op een duurzaam en zuinig energiesysteem zijn uiteenlopend: meer comfort in huis of de planeet goed na willen laten aan onze kinderen, niet meer afhankelijk zijn van het buitenland of meer werkgelegenheid. 5.6.5 Grondstoffentransitie De beschikbaarheid van grondstoffen staat onder druk en de winning ervan brengt het milieu grote schade toe (verontreiniging van grondwater, uitstoot van CO2 en giftige stoffen, verlies van biodiversiteit). Hierom wil de EU uiterlijk in 2050 zijn overgestapt naar een koolstofneutrale, ecologisch duurzame, gifvrije en volledig circulaire economie. Voor Den Haag betekent dit anders produceren, anders consumeren en anders bouwen, zodat de waarde van schaarse grondstoffen en materialen behouden blijft en het gebruik van nieuwe grondstoffen en materialen nog amper nodig is. Dit biedt ook economische kansen. Hergebruik van materialen, grondstoffen en goederen zorgt op lokaal niveau voor werkgelegenheid in de digitale, duurzame en circulaire sectoren en afvalverwerking. Voor de bouw betekent dit meer circulair en meer biobased om bij te dragen aan Europese doelen. Er is ruimte nodig voor de inzameling en verwerking van afval- en grondstoffenstromen. Sterker nog, afval scheiden en inzamelen is een randvoorwaarde voor hoogwaardig hergebruik. Doel is om de hoeveelheid restafval te verminderen en te vervangen door circulaire materialen- en grondstoffenstromen. Het onderscheid tussen huishoudelijk afval en bedrijfsafval zal waarschijnlijk verdwijnen. 5.6.6 Mobiliteitstransitie Het huidige mobiliteitssysteem loopt tegen zijn grenzen. Toegenomen verkeersdrukte maakt de stad minder goed bereikbaar. Daarbij is de verkeersonveiligheid hoog, nemen inefficiënte vervoersvormen veel ruimte in en heeft een aanzienlijk deel van de bevolking te maken met vervoersarmoede. Daardoor kunnen mensen niet meer op een volwaardige manier aan het maatschappelijk leven deelnemen. Het drukke verkeer zorgt tot slot voor onwenselijke neveneffecten als luchtvervuiling (fijnstof), geluidshinder en de uitstoot van CO
  13. Met de groei van het aantal inwoners worden bij ongewijzigd beleid deze problemen alleen maar groter. De opgave is om de bereikbaarheid op zowel stads- als regionaal niveau voor iedereen te verhogen en het mobiliteitssysteem zelf schoner, efficiënter en veiliger te maken. Dat kan door te zorgen voor nabijheid van voorzieningen en werk, door verdichting en functiemenging en door in te zetten op lopen, fietsen, deelauto’s en betaalbaar openbaar vervoer. De consequentie is dat de auto als vervoermiddel minder dominant wordt. Dat komt de verkeersveiligheid en luchtkwaliteit ten goede en schept mogelijkheden om in de openbare ruimte meer plek in te ruimen voor andere functies. Het tempo van deze transitie verschilt per stadsdeel of wijk. Hierbij wordt rekening gehouden met de bereikbaarheid voor de nood- en hulpdiensten en stedelijke logistiek. Ook zal rekening moeten worden gehouden met inwoners in Den Haag die afhankelijk van de auto zijn vanwege hun werk, zorgfunctie of nachtdiensten. Het is niet de bedoeling om alle wijken richting 2050 geheel autovrij te maken. 5.6.7 De opgave samengevat Door de ligging aan zee is de stijging van de zeespiegel een reëel gevaar. Om de stad en het achterland te beschermen tegen overstromingen en verzilting moet de kust worden versterkt. De klimaatopgave draait daarnaast vooral om de realisatie van water- en groenstructuren om wateroverlast, hittestress en biodiversiteitsverlies tegen te gaan, en de beschikbaarheid van voldoende schoon (drink)water te garanderen. De energietransitie, onder andere bedoeld om de uitstoot van CO2 terug te dringen, is drieledig. De eerste stap is besparing op het energieverbruik. Hiervoor zijn veranderingen nodig in onze leefomgeving en gebouwen. De tweede stap betreft verzwaring van het elektriciteitsnet, zodat de gewonnen zonne- en windenergie gedistribueerd kan worden. De derde stap is de aanleg van energie- en warmtebronnen en collectieve warmtenetten. Daarmee kan warmte uit duurzame bronnen zoals geothermie, warmte-koudeopslag en industriële restwarmte over de stad verspreid worden. De beschikbaarheid van grondstoffen staat onder druk en de winning ervan brengt het milieu grote schade toe. De omschakeling naar een circulaire economie maakt hier een einde aan. Dit betekent voor Den Haag dat we anders moeten produceren en consumeren, zodat schaarse grondstoffen en materialen hergebruikt worden en een tweede leven krijgen. Hierdoor is het gebruik van nieuwe grondstoffen en materialen amper nog nodig. De mobiliteitsopgave is om de bereikbaarheid voor iedereen te verhogen en het mobiliteitssysteem zelf schoner en veiliger te maken. Dat kan door te zorgen voor nabijheid van functies en door in te zetten op lopen, fietsen, deelvervoer en betaalbaar openbaar vervoer. 6 Thuis in een groene metropool aan zee 6.1 Vijf bewegingen naar 2050 Den Haag groeit uit tot een groene metropool aan zee waar mensen zich thuis voelen. Daarbij bouwen we voort op de Haagse ontstaansgeschiedenis en de kenmerkende kwaliteiten. We introduceren vijf bewegingen, die richting geven aan deze ontwikkeling. De bewegingen zijn bedoeld om onze koers aan te scherpen. Door eerder gemaakte keuzes stevig neer te zetten of op sommige punten bij te sturen. En door voor de groei van Den Haag en enkele transities – energie, klimaat, mobiliteit, grondstoffen – het juiste tempo te bepalen. 6.2 Thuis in een groene metropool aan zee - verbinding van twee werelden Deze omgevingsvisie brengt twee werelden bij elkaar. De wereld van de stad zoals die ervaren wordt door bewoners, en de ‘geplande’ wereld van de stad en de regio, oftewel de metropool. Hoe bewoners en bezoekers de stad beleven en gebruiken staat centraal. We willen dat Den Haag een stad blijft waar iedereen zich kan ontplooien en thuis kan voelen. Tegelijkertijd vormt Den Haag met buurgemeenten een samenhangende stedelijke regio, een metropool, die ertoe doet in de wereld vanwege de internationale instellingen, de positie als regeringscentrum, de spraakmakende onderwijs- en onderzoeksinstituten en het sterke economisch profiel. Daarom gebruiken we het begrip metropool. Maar de regio Den Haag is wel een bijzondere metropool. Dat heeft alles te maken met de ontstaansgeschiedenis en de ligging aan de Noordzee. De regio kent levendige stedelijke plekken, maar ook veel natuur, landschappelijke structuren en groene woonwijken, die samenhangen met die ligging aan zee. De typisch Haagse kwaliteiten van groene lanen, parken en de diversiteit aan wijken dragen daar in belangrijke mate aan bij. In onze visie richting 2050 ontwikkelt de Haagse regio zich verder als groene metropool aan zee, redenerend vanuit lokale kwaliteiten en de leefwereld van haar inwoners, met de inzet om bij te dragen aan een sterker Nederland en een betere wereld. 6.3 Geen eindbeeld, maar vijf bewegingen We hebben zes ambities voor
  14. Den Haag wil dan rechtvaardig en inclusief, gezond en veilig, economisch vitaal, klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief en duurzaam bereikbaar zijn, en dit alles met een betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad. Deze ambities geven richting, maar tussen sommige ambities bestaan ook spanningen. Je kunt niet op elke ambitie een tien scoren. Bijkomende moeilijkheid: 2050 is nog ver weg en we weten niet precies hoe de wereld er dan uitziet. Thuis in een groene metropool aan zee hebben we daarom bewust niet gevat in een eindbeeld. We weten wel waar we vandaan komen, aan welke opgaven we moeten werken en welke karakteristieken en kwaliteiten Den Haag echt Den Haag maken. Daarom introduceren we vijf bewegingen. Deze vijf bewegingen hangen met elkaar samen. Ze geven geen eindbeeld, maar geven duidelijkheid over de koers die we als gemeente willen varen en welke strategische keuzes we maken. Daarbij geven we aan welk beleid we voortzetten (koers houden), waar we de koers willen aanpassen (bijsturen) en voor welke ontwikkelingen een ander tempo nodig is (tempo aanpassen). De vijf bewegingen: geen eindbeeld maar de koers van de gemeente richting 2050 Gemeente Den Haag De eerste beweging – ‘Thuis in een divers Den Haag’ – stelt de ervaringen van bewoners en de sociale opgaven centraal. Thema’s als gezondheid, cultuur en leefbaarheid komen in deze beweging samen. Het gaat over de condities die nodig zijn voor huidige en toekomstige inwoners om zich in Den Haag thuis te kunnen voelen. De sociale opgaven en ontwikkelkansen voor inwoners vragen om keuzes waar woningen toegevoegd worden, waar ruimte is voor werkgelegenheid en maatschappelijke voorzieningen en hoe die goed bereikbaar blijven. Die keuzes krijgen hun uitwerking in de beweging ‘Verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang’. De vraag waar verstedelijking in de stad en de regio kan plaatsvinden, is gekoppeld aan een bereikbaarheidsaanpak die voorrang geeft aan voetgangers, openbaar vervoer en fietsers. In de beweging ‘Ruimte voor groen en water’ laten we zien wat nodig is om verstedelijking en vergroening samen te laten gaan en wat nodig is om in te spelen op klimaatverandering. In de beweging ‘Ruimte voor kennis en kunde’ staat hoe de Haagse metropool economisch vitaal blijft en voldoende werkgelegenheidskansen biedt. De beweging ‘Basissystemen op orde’ is voorwaardelijk voor het functioneren van de stad. Het gaat hierbij om een betrouwbaar en duurzaam energiesysteem, een robuuste drinkwatervoorziening en betrouwbare kustverdediging. De Omgevingsvisiekaart toont op hoofdlijnen waar we welke kwaliteiten beschermen en waar we welke ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken. Het is een kaderstellende kaart. De facetkaarten bij de vijf bewegingen tonen de ruimtelijke vertaling van de strategische keuzes. Niet alle strategische keuzes en uitgangspunten van de bewegingen zijn direct te vertalen op de kaart, zoals plekken voor ontmoeting, inrichting van de openbare ruimte of ingrepen die de segregatie tegengaan. De facetkaarten zijn input voor uitwerking van de omgevingsvisie in gebiedsvisies, in thematische programma’s en in gebiedsprogramma’s. 6.4 Omgevingsvisiekaart Den Haag 2050 De in deze kaart weergegeven ontwikkelingen buiten de gemeentegrenzen van Den Haag zijn indicatief en bedoeld om de samenhang van ruimtelijke ontwikkelingen in de regio in beeld te brengen. Zij hebben geen status. Binnen de gemeentegrenzen is het een schets voor de stad in 2050 op hoofdlijnen. De toelichting op de legenda-items kan gevonden worden in hoofdstuk 6.5 Gemeente Den Haag 6.5 Toelichting legenda omgevingsvisiekaart Gemeente Den Haag 6.6 Beweging 1 - Thuis in een divers Den Haag 6.6.1 Inleiding Een dak boven ieders hoofd is een basisrecht. Het bouwen van geschikte woningen en de zorg voor voldoende voorzieningen heeft prioriteit. Maar stenen alleen zorgen niet voor een thuisgevoel. We versterken de eigenheid van buurten, maken ruimte voor ontmoeting en culturele uitingen, beschermen het cultureel erfgoed en sturen op architectonische kwaliteit en stedenbouwkundige samenhang. Een openbare ruimte die verbindt is een voorwaarde om tot een stad te komen waar iedereen zich thuis voelt. 6.6.2 Strategische keuzes - Thuis in een divers Den Haag De gemeente maakt de volgende strategische keuzes gekoppeld aan de beweging 1 - Thuis in een divers Den Haag: Bouwen voor de buurt: Om sociale netwerken te behouden en buurtgevoel te stimuleren, is het van belang dat woningzoekenden in hun eigen wijk kunnen blijven wonen. Daarom gaan we meer bouwen voor de buurt. Dit betekent dat we in buurten betaalbare en goede woningen toevoegen door de huidige voorraad beter te benutten, onder andere door transformatie, optoppen en splitsen, en op kleine schaal nieuwbouw toe te voegen. Tegelijkertijd is verdichting een instrument om wijken toekomstbestendiger te maken. Tegengaan van segregatie: We hanteren het principe ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’ om bij te dragen aan kansengelijkheid. Dat betekent dat we extra investeren in aandachtswijken om de bestaanszekerheid, kansen voor ontplooiing en een gezonde levensstijl te vergroten. Tegelijkertijd zorgen we voor een betere spreiding over de stad van groepen in een kwetsbare situatie. Zo gaan we de stapeling van problemen in aandachtswijken tegen. Veilige en gezonde openbare ruimtes die verbinden: Ontmoeting, verblijven, beweging en sport staan centraal bij de inrichting van straten en pleinen. We maken openbare ruimtes aantrekkelijk, veilig en gezond. Dat betekent minder ruimte voor de auto, meer 30 km/u-straten en alternatieven voor autobezit en -gebruik. Naar een stillere en schonere stad: We beperken de negatieve effecten van verstedelijking en maken de lucht en de bodem schoner. We verbeteren de leefomgevingskwaliteit op het gebied van geur, geluid, trilling, luchtkwaliteit, hitte en lichtvervuiling, zeker in gebieden met gezondheidsachterstanden. Maatschappelijke voorzieningen groeien mee: De groei van het aantal inwoners vraagt om een passend voorzieningenniveau. We zorgen voor een goede verdeling van scholen, sportmogelijkheden, ruimte voor cultuur, zorg- en welzijnsinstellingen, winkels en ontmoetingsplekken over de stad. Dagelijkse voorzieningen moeten voor alle inwoners snel en makkelijk bereikbaar zijn. Zo geven we invulling aan de 15-minutenstad. Beschermen, benutten en toekomstbestendig maken van cultureel erfgoed: Door renovatie en herbestemming krijgt (verouderd) erfgoed een tweede leven en voorkomen we de sloop van historisch waardevolle gebouwen. Kleinschalige verdichting moet recht doen aan de erfgoedwaarde van de stedenbouwkundige structuur. 6.6.3 Bouwen aan vitale wijken Thuis voelen begint met een fijne, comfortabele en betaalbare woning. Het is een eerste levensbehoefte en zorgt voor een solide basis. Daarom zijn het verbeteren, verduurzamen en betaalbaar houden van de bestaande woningvoorraad speerpunten richting
  15. In 2050 voldoen alle woningen aan de ‘Haagse basiskwaliteit’, oftewel: alle woningen zijn dan veilig, gezond en duurzaam. Thuis voelen gaat ook over gemeenschapszin en buurtgevoel. Het is belangrijk dat te behouden, en soms te versterken. Door te bouwen voor de buurt vergroten we de kansen voor woningzoekenden om in de buurt te blijven wonen of door te stromen. We voegen daarom in de komende decennia overal in de stad nieuwe woningen toe door op een kleinschalige en compacte wijze te verdichten, door nieuwbouw, maar ook door het optimaal benutten van de mogelijkheden die de bestaande gebouwen ons bieden, denk aan het toevoegen van een extra woonlaag (optoppen), splitsen van woningen en het transformeren van gebouwen. Door het diverse aanbod qua koop-huur, woningtypen en prijsklasse geven we woningzoekenden de mogelijkheid om in de eigen wijk een passend huis te vinden, ook als ze ouder worden of de samenstelling van hun huishouden verandert. Er is aandacht voor nieuwe woonvormen en geschikte huisvesting voor met name ouderen en zorgbehoevenden, denk aan collectieve en innovatieve woon-zorgconcepten of de bouw van appartementencomplexen zodat ouders waarvan de kinderen het huis uit zijn binnen de eigen buurt kunnen verhuizen. Hun eengezinswoningen komen dan vrij voor gezinnen of starters. Ook hebben we aandacht voor de huisvesting van vitale beroepsgroepen, zoals benoemd in de Woonvisie
  16. We willen dat deze beroepsgroepen in de stad kunnen wonen, ondanks de krapte op de woningmarkt, en onderzoeken maatregelen die daarbij ondersteunend zijn. Het op kleinschalige wijze verdichten van buurten en wijken heeft bijkomende voordelen: het vergroot het draagvlak voor winkels en maatschappelijke voorzieningen en leidt tot investeringen in de kwaliteit van de openbare ruimte. Toegankelijkheid van die openbare ruimte is belangrijk; alle inwoners, met of zonder beperking, moeten gelijkwaardig gebruik kunnen maken van de openbare ruimte, van openbare gebouwen en van openbaar vervoer. Bij het verbeteren van buurten spelen de omgevingskwaliteiten en de eigenheid van een wijk een sleutelrol, want veel inwoners hechten aan historie en herkenbaarheid. Dan gaat het om onder andere architectuur, monumenten, erfgoed en groen, maar ook om leefstijl, groepsgevoel en gebruikswaarde. Den Haag beschikt in 2050, net als nu, over een verscheidenheid aan woonmilieus waar mensen van verschillende achtergronden zich thuis voelen. 6.6.4 Meerkernige ontwikkeling We sturen op het zoveel mogelijk clusteren en combineren van voorzieningen. Zo ontstaan binnen de Haagse wijken centrale plekken voor ontmoeting en uitwisseling. Door te zorgen voor een aantrekkelijke mix van functies in combinatie met (kleinschalige) verdichting houden we deze centrale plekken vitaal. In de komende jaren verwachten we van meerdere wijkcentra in de stad dat deze belangrijker worden, zoals Scheveningen, Ypenburg, de Leyweg, Loosduinse Hoofdstraat, Haagse Markt en het Hobbemaplein. Dit is een goede ontwikkeling. Hiermee voorkomen we dat er op den duur te veel druk op het centrum van de stad ontstaat. De ontwikkeling van deze wijkcentra draagt bij aan de 15-minutenstad door de nabijheid van wonen, werken en voorzieningen. Zo brengen we het aantal verplaatsingen terug van de wijken naar het centrum en andersom. De bereikbaarheid van voorzieningenclusters en stedelijke voorzieningen speelt ook op regionaal niveau. Het uitgangspunt hierbij is om de mobiliteitsverplaatsingen zo duurzaam mogelijk te laten plaatsvinden. De (grootschalige) perifere detailhandel vraagt specifieke aandacht. De traditionele woonboulevard, op autobereikbaarheid ingericht, past daarbij niet langer in Den Haag. Maar een concentratie van woonwinkels, automotive of tuin- en bouwhandels blijft voor de stad gewenst, zeker (of mogelijk) in combinatie met circulaire opgaven. In dat kader voeren we een verkenning uit naar de behoefte aan vierkante meters voor deze vorm van (grootschalige) detailhandel. Hierin zal worden bepaald hoe we daar binnen Den Haag (en regio) op een passende manier invulling aan willen geven. De vitale wijk, 15-minuten stad Het idee van vitale wijken is gebaseerd op het concept van de 15-minutenstad: alle dagelijkse behoeften zijn binnen een kwartier lopend of fietsend te bereiken. Denk aan scholen, werk, apotheken, huisartsen, winkels, openbaar vervoer, sporten, spelen, natuur en cultuur. Dit concept draagt bij aan het behalen van maatschappelijke opgaven: bereikbaarheid, leefbaarheid, sociale cohesie en verduurzaming. Gemeente Den Haag 6.6.5 Tegengaan segregatie Ruimtelijk beleid kan segregatie tegengaan. Toegang tot goede huisvesting, het spreiden van kwetsbare groepen, een goed voorzieningenaanbod en de zorg voor aangename straten en pleinen, waar mensen elkaar ontmoeten en omkijken naar elkaar, dragen hier aan bij. In sommige buurten zijn de onderlinge banden sterk en is de gemeenschapszin groot. Dit komt omdat mensen hun religie, afkomst of leefstijl delen. Een bepaalde mate van segregatie, waarbij mensen van een bepaalde groep bij elkaar wonen, is bevorderlijk voor het buurt- en thuisgevoel. Maar de verschillen tussen buurten en wijken mogen niet te groot worden. Daarom investeren we richting 2050 vooral in wijken waar problemen als armoede, onderwijsachterstanden, gezondheidsklachten en onveiligheid zich opstapelen. Bij het huisvesten van kwetsbare groepen zorgen we voor een evenredige verdeling over de hele stad. Zo voorkomen we dat de huisvesting van kwetsbare groepen zich concentreert in wijken waar de achterstanden en sociale problemen al groot zijn. We zetten daarom in op het principe van ongelijk investeren voor gelijke kansen. De gevolgen van migratie worden wisselend ervaren. Voor sommigen roept het komen en gaan van arbeidsmigranten, expats en asielzoekers een gevoel van vrijheid op. Anderen ervaren weinig sociale cohesie. Een zorgvuldig vormgegeven openbare ruimte en (maatschappelijke) voorzieningen in de nabijheid bieden kansen om anderen te ontmoeten en stimuleren gemeenschapszin en buurtgevoel. Om migranten een thuis te bieden, werken we aan de begeleiding van nieuwkomers die niet zelfstandig een plek kunnen vinden in de samenleving. Het tegengaan van segregatie betekent ook dat alle waardevolle plekken van Den Haag voor iedereen bereikbaar zijn en dat iedereen zich op die plekken welkom voelt. Een van die plekken is de Binnenstad. De komende jaren werken we daarom aan de binnenstad als groene huiskamer voor iedereen, waar wordt gestudeerd, gewoond, gewinkeld, gewerkt en gerecreëerd. Het is een gebied waar mensen met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten en waar iedereen kan genieten van de vele bezienswaardigheden, winkels, horecagelegenheden en culturele voorzieningen, zoals musea en historische gebouwen. Hetzelfde geldt voor de prachtige landschappen en groengebieden in en om de stad. Het strand, de vele parken en landgoederen bieden bewoners de mogelijkheid om te ontsnappen aan de hectiek van de stad. We investeren dan ook in aantrekkelijke wandel- en fietspaden, het wegnemen van barrières en in het toegankelijker en beter bereikbaar maken van deze gebieden. Daarnaast houden we grip op de mate van recreatief gebruik. Functies en gebruiksdoelen moeten passen bij de verschillende typen groengebieden in en om de stad. 6.6.6 Maatschappelijke voorzieningen groeien mee met de bevolking Het uitgangspunt is dat het voorzieningenaanbod gelijke tred houdt met de demografische ontwikkeling van de Haagse regio. Dit is een voorwaarde voor nieuwe ontwikkelingen in Den Haag. Door voorzieningen te clusteren en te combineren, ontstaan in wijken centrale plekken voor samenkomst en kruisbestuiving. Zorg- en welzijnsorganisaties werken bijvoorbeeld op deze plekken samen met verenigingen en bewonersinitiatieven. We monitoren het aanbod van maatschappelijke voorzieningen en sturen er actief op dat het aanbod meegroeit met de bevolking. We maken hierbij onderscheid tussen stedelijke voorzieningen en dagelijkse voorzieningen. De mate van stedelijkheid bepaalt welk maatschappelijk programma past of wenselijk is. Buurtoverstijgende voorzieningen, zoals sportparken, middelbare scholen, musea, theaters en ziekenhuizen moeten goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Door deze voorzieningen zoveel mogelijk aan te sluiten op wandel- en fietspaden, zijn ze voor iedereen gemakkelijk te bereiken. Multifunctionaliteit is een sleutelwoord. Kindcentra, scholen en bibliotheken zijn een ontmoetingsplek en kunnen onderdak bieden aan andere functies en voorzieningen. Bestaande locaties worden beter en intensiever benut. Door nieuwbouw flexibel te ontwerpen, kunnen gebouwen op termijn een andere functie krijgen omdat bijvoorbeeld de bevolkingssamenstelling verandert. Maar niet alles hoeft in Den Haag. We willen waardevolle plekken en stedelijke voorzieningen op het schaalniveau van de Haagse metropool zo optimaal mogelijk benutten. Dit betekent dat bijvoorbeeld de sport- en leisurevoorzieningen in Zoetermeer, de campus in Delft, het Biosciencepark in Leiden en de Mall of The Netherlands in Leidschendam goed en snel bereikbaar zijn. Sport- en spelvoorzieningen zijn, samen met natuur, water en gezond voedsel, belangrijk voor een gezonde leefstijl. Versteende wijken krijgen een groenere inrichting met voldoende ruimte voor sport en spel (zoals een trimparcours of hardlooproute). We koesteren bestaande sportvelden en zetten in op meervoudig (ruimte)gebruik van deze voorzieningen, bijvoorbeeld door ze langer open te stellen of te gebruiken voor waterberging. We onderzoeken de kansen van het overkluizen van snelwegen en de mogelijkheden om zo’n overkluizing te benutten voor sportvelden en andere vormen van recreatie. Begraafplaatsen behoren ook tot maatschappelijke voorzieningen. Er ligt een opgave om te zorgen dat we mensen de kans geven om uitvaarten naar eigen inzichten vorm te geven – uiteraard binnen de wettelijke mogelijkheden. 6.6.7 Gezonde, aantrekkelijke en veilige openbare ruimtes die verbinden Je ergens thuis voelen is voor een groot deel afhankelijk van de kwaliteit van de openbare ruimte. Daarom versterken we de Haagse lanen, straten, pleinen en paden. Van verkeersruimtes veranderen ze in aangename en veilige plekken voor ontspanning en interactie. Zowel voor mens als dier. Er ontstaat meer ruimte voor verblijven en ontmoeten, voor sporten en bewegen. We blijven ons inzetten om sport aantrekkelijk, toegankelijk en bereikbaar voor zoveel mogelijk Hagenaars te maken. Om te bereiken dat dagelijks bewegen vanzelfsprekend wordt, is het belangrijk aan te sluiten bij de wensen, behoeften en mogelijkheden van alle inwoners. Drempels die sommige groepen ervaren om te sporten, nemen we weg. Dit doen we door de openbare ruimten beweegvriendelijk in te richten en sportvoorzieningen zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Ook maken we meer ruimte voor natuur en andere functies, zoals buurtevenementen en educatie. We stimuleren het actief en samen verbouwen van voedsel in moestuinen en hoven. Tuinieren, wekelijkse eetmomenten en een markt zorgen voor betrokkenheid, gezonde leefstijlen en gemeenschapszin. We bevorderen het gezonde voedselaanbod in buurten, met extra aandacht voor dit thema rond scholen. En we beperken ongezonde invloeden van bijvoorbeeld reclames voor fastfood, gokken en tabak in de openbare ruimte. Op de fiets en te voet bieden deze nieuwe openbare ruimtes in 2050 snelle verbindingen met andere wijken, de kust, de binnenstad, stations en waardevolle bestemmingen in de regio. Om dit voor elkaar te krijgen gaat het verkeerssysteem op de schop – zie hiervoor beweging
  17. Sommige stukken worden autoluw, en in veel straten geldt straks een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. Door het parkeren op straat te verminderen, neemt de druk op de openbare ruimte af en ontstaat er ruimte voor andere functies. Door de maximumsnelheid te verlagen, verbetert ook de luchtkwaliteit. 6.6.8 Schonere en stillere stad In een steeds drukkere stad zal er meer behoefte zijn aan rustige plekken en een groene, schone leefomgeving. Een leefomgeving die bovendien beschermd wordt tegen negatieve gezondheidseffecten. We beperken de negatieve effecten van verstedelijking en verbeteren de leefomgevingskwaliteit, vooral in gebieden met gezondheidsachterstanden. We gaan daarvoor actief sturen om de gezondheidsverschillen tussen de wijken significant te verkleinen. We werken samen met inwoners en (regionale) partners aan een structurele verbetering van de luchtkwaliteit. Dat doen we door brongerichte maatregelen te nemen, in ieder geval voor de grootste lokale bronnen van luchtverontreiniging: verkeer, houtstook en mobiele werktuigen. We houden de WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit aan en verminderen de blootstelling van met name kwetsbare groepen aan luchtverontreiniging door het vergroten van de afstand tussen verkeerswegen en scholen en woningen. Een tweede aandachtspunt is (ernstige) geluidhinder en slaapverstoring. Lokaal beleid is nodig om geluidshinder echt terug te dringen, enerzijds door aanpak aan de bron en anderzijds door te regelen dat iedere woning tenminste één aangename, geluidsluwe gevel heeft. Bij gebiedsontwikkelingen houden we bovendien rekening met trillinghinder, windhinder en schaduwwerking. 6.6.9 Bescherming cultureel erfgoed, versterken stedenbouwkundige samenhang Het culturele erfgoed van de stad en de regio draagt bij aan de aantrekkingskracht van wijken en de kwaliteit van de leefomgeving. Het gaat om monumenten en historische structuren, zoals beschermde stadsgezichten, landgoed- en molenbiotopen, archeologische monumenten, archieven, immaterieel erfgoed en collecties. Deze sporen van het verleden willen we bewaren en herkenbaar houden. We inventariseren en beschermen daarom het cultureel erfgoed dat daarvoor in aanmerking komt, in de hele stad. Daaronder vallen ook cultuurhistorische waardevolle structuren, waterlopen, landgoederen, landgoedbiotopen en molenbiotopen. We willen stimuleren dat monumenten en beschermde stadsgezichten ‘in gebruik’ blijven. Goed onderhoud en verduurzaming is noodzakelijk, maar vraagt om maatwerk. Ingrepen mogen immers geen schade toebrengen. Uitgangspunt is dat duurzaamheidsmaatregelen altijd mogelijk zijn. Om het erfgoed toekomstbestendig te maken, is het zaak om aanpassingen en toevoegingen zo te ontwerpen dat ze passen bij de historische gelaagdheid van het bouwwerk of de plek. Dit gebeurt proportioneel: in de afweging bij een besluit op een vergunningaanvraag wordt de maatschappelijke bijdrage aan de energietransitie meegenomen. Voor zover het beleid nog niet voorziet in innovatieve duurzame oplossingen, zullen we het beleid daarop aanpassen. Met het renoveren en herbestemmen van monumentale gebouwen leveren we een bijdrage aan de klimaatopgave. Omdat daarmee sloop en nieuwbouw achterwege blijven, ontstaat er minder bouwafval en wordt minder CO2 uitgestoten. In beschermde stadsgezichten moet kleinschalige verdichting rechtdoen aan kenmerkende stedenbouwkundige structuren. Nieuwe toevoegingen, zoals dakopbouwen, zijn beperkt mogelijk. Deze moeten worden ingepast in bestaande structuren en aansluiten bij de erfgoedwaarde. Ook in wijken zonder beschermde erfgoedstatus is het belangrijk dat elke nieuwe ingreep rekening houdt met de bestaande situatie en de architectonische en stedenbouwkundige kwaliteiten. Ook bij nieuwe gebiedsontwikkelingen houden we rekening met de in het gebied aanwezige erfgoedwaarden. We zorgen dat monumenten goed worden ingepast binnen de nieuwe ontwikkelingen. Tot slot heeft Den Haag een rijk bodemarchief waarop we trots en zuinig zijn. De gemeente Den Haag beschermt, onderzoekt, bewaart en presenteert deze resten. Beschermde stadsgezichten en gebieden Een kaart met daarop weergegeven de beschermde stadsgezichten en andere cultuurhistorische waardevolle gebieden en locaties in Den Haag. Gemeente Den Haag 6.6.10 Kaartlaag Beweging 1 - Thuis in een divers Den Haag De programmatische opgave op de kaart en in de legenda is agenderend en indicatief en vormen een basis voor de doorwerkingen. Stadsbrede bewegingen staan op de visiekaart; deze facetkaart kan meer details en aanvullende onderwerpen tonen ten opzicht van de totale stadsbrede visiekaart. Niet alle sociale opgaven kunnen worden getoond op kaart. De toelichting op de legenda-items kan gevonden worden in hoofdstuk 6.5 Gemeente Den Haag 6.7 Beweging 2 - Ruimte voor groen en water 6.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.