← Nederland

Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2026 (Breda)

In het kort

Deze subsidieregeling van de gemeente Breda beschrijft de algemene regels voor het aanvragen en ontvangen van subsidies in 2026, met specifieke aandacht voor maatschappelijke initiatieven en samenwerking binnen het sociaal domein. Het doel is om bij te dragen aan vastgestelde beleidsdoelen en maatschappelijke effecten in Breda.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst
Obsah (5)Artikel4Artikel5Artikel7Artikel11Artikel12

lege van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda; gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Breda 2025; besluit vast te stellen de volgende nadere regels: Alge

Artikel4:9Hoe wordt de subsidie verdeeld?

Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen, totdat het subsidieplafond is bereikt. Artikel4:10Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag? Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes weken na ontvangst. Deze termijn kan eenmaal met maximaal zes weken worden verlengd. Artikel4:11Wanneer wordt de subsidie geweigerd? 1.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is. 2.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie ook als de subsidie wordt aangevraagd voor: een straatfeest, jubileum of barbecue, of een soortgelijke activiteit; de activiteit in het teken staat van Sinterklaas, maar niet in lijn is met de landelijke intocht van Sinterklaas; de activiteit al gesubsidieerd wordt vanuit een andere gemeentelijke subsidieregeling. Paragraaf4.4Verplichtingen Artikel4:12Welke verplichtingen horen bij deze subsidie? In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie Hoofdstuk5Subsidie Stevig Lokaal Team Breda Paragraaf5.1Algemeen Artikel5:1Doel 1.Subsidie op basis van dit hoofdstuk is bedoeld voor activiteiten waarvoor in 2025 reeds subsidie is verleend op grond van een vergelijkbare regeling, opgenomen in paragraaf 2.4 van de Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025. 2.De bepalingen in dit hoofdstuk zijn in die zin aangepast dat zij uitsluitend betrekking hebben op het tijdvak 2026. 3.Subsidie op grond van dit hoofdstuk heeft als doel het faciliteren van een ‘proof of concept’ ter ondersteuning van de innovatie en transformatie van de jeugdhulp in de gemeente Breda, in overeenstemming met de beleidskaders die hiervoor zijn vastgesteld door de gemeenten in Regio WBO. 4.Meer specifiek heeft subsidie op grond van dit hoofdstuk de ontwikkeling van een Stevig Lokaal Team (SLT) tot doel. Het SLT bestaat uit een formeel netwerk van een of meer professionele partijen uit de sociale basis, de gespecialiseerde jeugdhulp en de gemeentelijke afdeling Sociaal Domein. 5.Het SLT zal worden ontwikkeld op basis van de volgende negen bouwstenen, zoals nader toegelicht in Bijlage 3A bij de Subsidieregeling: Veelvoorkomende vormen van Jeugdhulp; Gemeentelijk Sociaal Domein; Samenwerkingsverband; Taakgerichte bekostiging; Deel sociale basis; Expertise naar voren; Monitoring en sturing; Leren; en Ontwikkeling en innovatie. Artikel5:2Betekenissen 1.In deze Subsidieregeling wordt verstaan onder: Gespecialiseerde jeugdhulp: jeugdhulp die veelal niet vrij toegankelijk is en waarvoor specifieke deskundigheid vereist is die de generalistische zorg in de eerste lijn, zoals huisartsen, wijkteams en Centra voor Jeugd en Gezin, niet kan bieden. Jeugdhulpaanbieder: een jeugdhulpaanbieder met rechtspersoonlijkheid, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, die op grond van een overeenkomst met de gemeente Breda gespecialiseerde jeugdhulp aanbiedt; Penvoerder: de door het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende rechtspersoon zonder winstoogmerk die deelneemt aan het samenwerkingsverband; Raad: de raad van de gemeente Breda; Regio WBO: het samenwerkingsverband tussen de gemeenten Altena, Breda, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout waarbinnen gezamenlijk taken worden uitgevoerd rondom jeugdhulp; Samenwerkingsverband: een verband zonder rechtspersoonlijkheid dat bestaat uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers en dat is opgericht voor de uitvoering van activiteiten; Sociale basis: geheel van voorzieningen en diensten dat wordt geboden door instellingen en professionals gericht op sociale omgevingsdomeinen waaraan inwoners deelnemen, zoals buurthuizen, bibliotheken, vrijwilligerssteunpunten en sociaal werkers; SLT: het team van professionals vanuit het gemeentelijk sociaal domein, de sociale basis en de gespecialiseerde jeugdhulp. Vanuit hun eigen expertise en verantwoordelijkheid zorgen zij samen voor een preventieve, effectieve en efficiënte uitvoering en coördinatie van de jeugdhulp; 2.Voor zover in dit hoofdstuk begrippen worden gebruikt die niet nader worden omschreven, hebben deze begrippen dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Jeugdwet en de ASV. Artikel5:3Voor wie is deze subsidie bedoeld? 1.Subsidie kan worden verstrekt aan de penvoerder van een samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband bestaat, inclusief de penvoerder, uit minstens één partner uit de Sociale basis en één aanbieder van gespecialiseerde jeugdhulp. 2.Als subsidie wordt verstrekt aan de penvoerder van het samenwerkingsverband voor het (doen) uitvoeren van de activiteiten binnen dat samenwerkingsverband, zulks binnen de kaders van het bepaalde in artikel 5:1 en artikel 5:4 van deze regeling. 3.Alle deelnemers aan het samenwerkingsverband bezitten rechtspersoonlijkheid. 4.De penvoerder is een rechtspersoon zonder winstoogmerk. 5.Van de aan het samenwerkingsverband deelnemende partner(

  1. s)uit de Sociale basis is minimaal één daarvan gedurende minimaal drie jaar vóór publicatiedatum van deze regeling ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. 6.Van de aan het samenwerkingsverband deelnemende gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder(
  2. s)is minimaal één daarvan gedurende minimaal drie jaar vóór publicatiedatum van deze regeling ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Artikel5:4Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling? 1.Op basis van deze subsidieregeling kan subsidie worden verstrekt voor het vormen van een SLT en het als zodanig, in samenwerkingsverband, (doen) uitvoeren van een geïntegreerde aanpak. Deze aanpak richt zich op preventie, toeleiding naar en advisering over jeugdhulp en het bepalen van en het inzetten van voorzieningen op het gebied van de jeugdhulp in de gemeente Breda. Dit alles dient te gebeuren met in achtneming van het activiteitenplan en de bijbehorende begroting. 2.De activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt verstrekt, worden uitgevoerd in het jaar 2026. Voor het jaar 2025 is reeds subsidie verstrekt op grond van de eerdere regeling uit paragraaf 2.4 van de Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025. 3.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidiabele activiteiten nader concretiseren in het besluit tot subsidieverlening. Artikel5:5Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie? 1.Gelet op de aard van de activiteiten en het doel van deze regeling kunnen burgemeester en wethouders slechts aan de penvoerder van één samenwerkingsverband per in het tweede lid aangewezen grondgebied subsidie verstrekken voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten. 2.De subsidiabele activiteiten kunnen uitsluitend worden uitgevoerd ten behoeve van jeugdigen die wonen binnen het volgende geografisch afgebakende gedeelte van de gemeente Breda Noordwest, bestaande uit de wijken: Kesteren, Muizenberg, Heksenwiel, Hagebeemd, Overkroeten, Kroeten, Gageldonk en Kievitsloop, en het dorp Prinsenbeek (met postcodes 4822, 4823, 4824, 4841). 3.Subsidie wordt uitsluitend op grond van deze regeling verleend voor het tijdvak 2026. Voor 2025 is reeds subsidie verleend. 4.De subsidie wordt verleend onder de ontbindende voorwaarde dat er tussen (de gemeenten binnen) Regio WBO en de gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder(
  3. s)die deelneemt (deelnemen) aan het samenwerkingsverband, geen overeenkomst tot stand komt op grond van de procedure Jeugdhulp Regio WBO 2025, dan wel dat een tot stand gekomen overeenkomst om welke reden dan ook eindigt gedurende het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend. Artikel5:6Hoeveel subsidie is er? 1.Voor deze regeling wordt een subsidieplafond vastgesteld van € 5.145.000, - voor het tijdvak 2026. Voor 2025 is reeds subsidie verleend. 2.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid te verhogen in verband met onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 5:7, vierde lid. De verhoging als bedoeld in de eerste volzin bedraagt maximaal 10% van het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid. 3.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het plafond als bedoeld in het eerste lid voor het tijdvak 2026 te verlagen als de raad in de begroting de daarvoor benodigde middelen niet (volledig) ter beschikking stelt. Artikel5:7Hoogte van de subsidie 1.Subsidie kan alleen worden verstrekt voor kosten die de penvoerder en de overige deelnemers aan het samenwerkingsverband maken en die rechtstreeks verband houden met en toerekenbaar zijn aan de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 5:4 van deze regeling. 2.De subsidie wordt verleend voor de daadwerkelijk gemaakte en in de begroting opgenomen kosten van de penvoerder en de overige deelnemers aan het samenwerkingsverband voor het (doen) uitvoeren van de subsidiabele activiteiten. De subsidie wordt verleend tot een maximum van de uit de begroting als bedoeld in artikel 5:8 lid 4, aanhef en onder g blijkende subsidiabele kosten, zulks met inachtneming van het subsidieplafond als bedoeld in artikel 5:6. 3.Als bij de vaststelling van de subsidie blijkt van een positief resultaat tussen de daadwerkelijke gemaakte kosten en het verleende subsidiebedrag, moet dat verschil worden terugbetaald. Als bij de vaststelling van de subsidie blijkt van een negatief resultaat tussen de daadwerkelijk gemaakte kosten en het verleende subsidiebedrag, komt dat voor rekening en risico van de penvoerder en de overige aan het samenwerkingsverband deelnemende partijen. 4.Als er sprake is van onvoorziene omstandigheden die niet of niet in overwegende mate in de risicosfeer van de penvoerder of de overige deelnemers aan het samenwerkingsverband liggen, kunnen burgemeester en wethouders het bedrag waarvoor subsidie is verleend verhogen met maximaal 10 procent van het verleende (maximale) subsidiebedrag, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 5:6, tweede lid van deze regeling. Als onvoorziene omstandigheden kunnen bijvoorbeeld worden aangemerkt wijzigingen van (lokale) wet- en regelgeving of beleidswijzigingen aan de zijde van de gemeente. Paragraaf5.2subsidieaanvraag Artikel5:8Wat is er nodig bij de aanvraag? 1.De aanvraag wordt ingediend door de penvoerder van het samenwerkingsverband. 2.Voordat toepassing wordt gegeven aan het derde lid (indienen concept activiteitenplan), hebben potentiële aanvragers de mogelijkheid om via de website gedurende vier weken na in datumstelling van deze regeling vragen te stellen over deze regeling en de daarmee beoogde subsidie. Burgemeester en wethouders zullen vervolgens binnen twee weken (met een mogelijkheid tot verlenging van maximaal twee weken) via de website een antwoord op de gestelde vragen publiceren (‘Nota van Inlichtingen’). 3.Voordat de aanvraag wordt ingediend, dient de penvoerder bij burgemeester en wethouders een concept in van het activiteitenplan als bedoeld in artikel 5:8, vierde lid, onder f, van deze regeling. Het concept van het activiteitenplan kan uiterlijk tot 31 augustus 2024 worden ingediend. Burgemeester en wethouders zullen tijdens een mondeling overleg reageren op het concept van het activiteitenplan, met als doel dat de aanvraag zo goed mogelijk aan zal sluiten bij het doel van deze Subsidieregeling. Het mondeling overleg zal plaatsvinden in de maand september. Het blijft echter de verantwoordelijkheid van de aanvrager om een aanvraag in te dienen in overeenstemming met het bepaalde in deze regeling. Aan het mondeling overleg kan door de aanvrager niet het vertrouwen worden ontleend dat de in te dienen aanvraag, inclusief het daarvan deel uitmakende activiteitenplan, in overeenstemming is met het bepaalde in deze regeling. 4.De aanvraag bevat in ieder geval het volgende: gegevens over de deelnemers aan het samenwerkingsverband, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres; een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel per deelnemer aan het samenwerkingsverband; een volmacht en machtiging waaruit blijkt dat de penvoerder bevoegd is om, waar nodig, de overige deelnemer(
  4. s)aan het samenwerkingsverband te vertegenwoordigen; een ondertekende samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemers aan het samenwerkingsverband, waarin in ieder geval de volgende onderwerpen zijn opgenomen de rolverdeling ten aanzien van de subsidiabele activiteiten; een verdeling van de subsidiabele kosten; de verplichting voor deelnemers om de penvoerder tijdig te voorzien van alle benodigde informatie om aan zijn verplichtingen uit deze overeenkomst te voldoen; een bepaling waaruit blijkt dat alle deelnemers zich ertoe committeren de samenwerking voort te zetten in 2026; een afschrift van de inschrijving in het Kwaliteitsregister Jeugd voor de gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder die deelneemt aan het samenwerkingsverband; een activiteitenplan, waarin aandacht wordt besteed aan de onderwerpen als bedoeld in bijlage 3A en 3B van deze regeling. Per onderwerp moet in het activiteitenplan worden beschreven wat de visie van het samenwerkingsverband daarop is en op welke wijze het samenwerkingsverband aan dit onderwerp invulling gaat geven; en een begroting waarin de subsidiabele kosten zijn opgenomen, alsmede de wijze waarop wordt voorzien in de daarvoor benodigde middelen. Hierbij wordt het format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, als basis gehanteerd. Artikel5:9Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen? 1.De aanvraag voor het tijdvak 2026 kan worden ingediend tot en met 1 oktober 2025. 2.Als een aanvraag onvolledig is, geven burgemeester en wethouders de aanvrager twee weken de tijd om de aanvraag compleet te maken. Paragraaf5.

Artikel5:10Hoe wordt de subsidie voor 2025 verdeeld?

Artikel 5:10 (Verdeling subsidie 2025) is vervallen Artikel5:11Hoe wordt de subsidie voor 2026 verdeeld? 1.Verdeling van de subsidie voor het tijdvak 2026 vindt tevens plaats op basis van de rangschikking van de aanvragen voor het tijdvak 2025. Dit houdt in dat voor het tijdvak 2026 in beginsel enkel subsidie kan worden verstrekt aan de subsidieontvanger aan wie op grond van voornoemde rangschikking voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan een aanvraag van de subsidieontvanger aan wie voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend, in aanvulling op het bepaalde in artikel 4:35 van de Awb, worden geweigerd indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de activiteiten van het samenwerkingsverband in onvoldoende mate hebben bijgedragen aan het bereiken van het doel van deze regeling als bedoeld in artikel 5:1. 3.Als de aanvraag met toepassing van het tweede lid wordt afgewezen of er door de subsidieontvanger aan wie voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend geen aanvraag voor het tijdvak 2026 is ingediend, wordt de volgende procedure gevolgd. De in de rangorde met betrekking tot 2025 als een-na-hoogste geëindigde penvoerder wordt in de gelegenheid gesteld om een aanvraag voor 2026 in te dienen. Bij die aanvraag dienen de gegevens als bedoeld in artikel 5:8, vierde lid, worden gevoegd. De aanvraag zal vervolgens worden getoetst aan de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 5:13. Indien de als een-na-hoogste penvoerder geen aanvraag indient of de aanvraag wordt afgewezen, wordt de hiervoor beschreven procedure gevolgd ten aanzien van de op twee-na-hoogste geëindigde penvoerder. De procedure wordt zo vaak herhaald totdat er een subsidie voor 2026 is verleend of er door geen van de (resterende) penvoerders een aanvraag is ingediend of alle aanvragen zijn afgewezen. Artikel5:12Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag? 1.Burgemeester en wethouders beslissen op een subsidieaanvraag binnen 13 weken na de ontvangst daarvan. 2.Burgemeester en wethouders mogen hun beslissing één keer voor maximaal 13 weken verlengen. 3.Bij aanvragen die volgens artikel 108, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden aangemeld bij de Europese Commissie, verlengen burgemeester en wethouders de beslistermijn totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Artikel5:13Wanneer kan de subsidie geweigerd worden? 1.In aanvulling op de weigeringsgronden die zijn genoemd in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en in de ASV, weigeren burgemeester en wethouders de subsidie als: de aanvraag of de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet voldoet aan het gestelde in deze regeling; de aanvraag naar het oordeel van burgemeester en wethouders onvoldoende tegemoetkomt aan het doel van deze regeling; een deelnemer aan het samenwerkingsverband niet beschikt over de in de branche vigerende certificeringen of kwaliteitskeurmerken; de penvoerder, alvorens zijn aanvraag in te dienen, niet eerst een concept van het activiteitenplan bij burgemeester en wethouders heeft ingediend zoals bepaald in artikel 5:8, tweede lid, van deze regeling; Naar het oordeel van burgemeester en wethouders onvoldoende is verzekerd dat de SLT zal voorzien in een voldoende dekkend zorglandschap; De penvoerder en de deelnemers van het samenwerkingsverband naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet over voldoende financiële en economische draagkracht beschikken om de subsidiabele activiteiten, ook met behulp van de onderhavige subsidie, naar behoren uit te kunnen voeren en de aan de subsidie verbonden verplichtingen na te kunnen leven, met inbegrip van (aansprakelijkheids-)risico’s die verband houden met de eventuele inschakeling van onderaannemers. 2.Burgemeester en wethouders kunnen een aanvraag bovendien afwijzen als er sprake is van ernstig gevaar dat de subsidie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of om strafbare feiten te plegen. 3.In het kader van het toepassen van de weigeringsgrond uit het eerste lid onder f, kunnen burgemeester en wethouders, als zij dat nodig vinden, de aanvrager om nadere gegevens en documenten vragen om te bewijzen dat er sprake is van afdoende financiële en economische draagkracht. In dat kader kan onder meer worden gevraagd om een passende bankverklaring of een bewijs van verzekering tegen beroepsrisico’s, waaronder begrepen risico’s die verband houden met het inschakelen van onderaannemers, overlegging van jaarrekeningen of uittreksels uit de jaarrekening over de afgelopen drie jaar of een verklaring over de totale omzet over de afgelopen drie jaar. 4.In het kader van het toepassen van de weigeringsgrond uit het tweede lid, kunnen burgemeester en wethouders, al dan niet door het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, onderzoek doen naar het bestaan van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. De subsidie-aanvrager is verplicht om aan dit onderzoek alle medewerking te verlenen (Bibob-toets). 5.Als de aanvraag die als hoogste in de rangschikking is geëindigd met toepassing van artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, de ASV of het bepaalde in het eerste of tweede lid van dit artikel geweigerd wordt, beoordelen burgemeester en wethouders de resterende aanvragen in de overeenkomstig artikel 5:11 bepaalde rangorde aan de hand van de in de eerste volzin bedoelde weigeringsgronden. De subsidie zal daarbij worden verleend aan de hoogst gerangschikte aanvraag waarop geen van de weigeringsgronden van toepassing is. De alsdan eventueel resterende aanvragen zullen niet meer worden getoetst aan de weigeringsgronden, maar worden afgewezen met toepassing van artikel 5:11. Paragraaf5.4Subsidieverstrekking Artikel5:14Welke verplichtingen horen bij deze subsidie? 1.In aanvulling op het bepaalde in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht en de ASV gelden de volgende verplichtingen voor de subsidieontvanger: De subsidieontvanger voert de subsidiabele activiteiten uit in overleg met de gemeentelijke afdeling Sociaal Domein. Dit betekent in ieder geval dat de subsidieontvanger ervoor verantwoordelijk is dat er regelmatig overleg plaatsvindt tussen de subsidieontvanger en de gemeentelijke afdeling Sociaal Domein over de uitvoering van de subsidiabele activiteiten en dat subsidieontvanger als dat naar het oordeel van de subsidieontvanger of burgemeester en wethouders nodig is op ad hoc basis in overleg zal treden met gemeentelijke afdeling Sociaal Domein; De subsidieontvanger treedt direct in overleg met burgemeester en wethouders wanneer hij bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten problemen voorziet die het behalen van de doelstelling van deze regeling in gevaar kunnen brengen; Als de subsidieontvanger voorziet dat de begrote kosten in een lopende rapportageperiode met meer dan 25% zullen worden overschreden, meldt hij dit direct aan burgemeester en wethouders. Als de registratie in het Kwaliteitsregister Jeugd van een gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder die deelneemt aan het samenwerkingsverband geschrapt dreigt te worden of geschrapt is, is de subsidieontvanger verplicht dit te melden; De deelnemers aan het samenwerkingsverband zullen gedurende het subsidietijdvak (blijven) beschikken over de in de branche vigerende certificeringen en voldoen aan de in de branche vigerende kwaliteitskeurmerken. De subsidieontvanger werkt ten behoeve van de doelstelling van deze regeling waar nodig samen met andere partijen die voor de betrokken jeugdigen, hun ouders of wettelijke vertegenwoordigers een rol vervullen op het gebied van jeugdhulp, onderwijs, zorg of maatschappelijke ondersteuning. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de verplichtingen uit het vorige lid bij subsidieverlening nader uitwerken en ook andere aanvullende verplichtingen opleggen. Artikel5:15Bevoegdheid om een wisseling te laten plaatsvinden Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid om een wisseling te laten plaatsvinden in het samenwerkingsverband als zij vinden dat het toepassen van deze regeling een onredelijke uitkomst heeft voor die de subsidie heeft aangevraagd of als toepassing van deze regeling leidt tot gevolgen die onevenredig zijn in verhouding tot de met deze regeling te dienen doelen. Paragraaf5.5Slotbepalingen Artikel5:16Per boekjaar verstrekte subsidie 1.Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op subsidies die op basis van deze subsidieregeling worden verleend. Het boekjaar wordt gelijkgesteld met het kalenderjaar. 2.Volgens het bepaalde in artikel 4:71 van de Algemene wet bestuursrecht heeft de subsidieontvanger toestemming van burgemeester en wethouders nodig voor de handelingen als genoemd in het eerste lid van dat artikel. Hoofdstuk6Geweld in afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg Artikel6:1Toepassingsbereik 1.Onder ‘Beleidskader’ wordt in dit hoofdstuk verstaan: Regionaal beleidskader Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg West-Brabant 2022-2025, of een beleidskader dat dit vervangt of opvolgt en betrekking heeft op hetzelfde thematische beleidsterrein. 2.Dit hoofdstuk is van toepassing op aanvragen voor subsidie die betrekking hebben op het voorkomen, signaleren, stoppen en duurzaam oplossen van verschillende geweldsvormen en acute en niet-acute crises, zoals beschreven in het Beleidskader. 3.In afwijking van artikel 1:2, derde lid van deze regeling komen de subsidies vanuit dit Beleidskader ten goede aan inwoners van gemeenten die deelnemen aan de Gemeenschappelijke regeling Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en Meldpunt Crisiszorg. Artikel6:2Voor wie Subsidie in dit hoofdstuk is bestemd voor: Stichting Veilig Thuis West-Brabant; Stichting Safegroup; Organisaties of samenwerkingsverbanden met aantoonbare expertise op het gebied van geweld in afhankelijkheidsrelaties; Meldpunt crisiszorg West-Brabant. Artikel6:3Activiteiten De volgende activiteiten komen in aanmerking voor subsidie: Voor de organisatie(

  1. s)genoemd in artikel 6:2, eerste lid, onder a: Taken van Stichting Veilig Thuis West-Brabant zoals beschreven in bijlage 1, paragraaf 1 van het Beleidskader en uitvoering taken Cirkel is Rond zoals beschreven in bijlage 1, paragraaf 3 van het Beleidskader. Voor de organisatie(
  2. s)genoemd in artikel 6:2, eerste lid, onder b: Activiteiten vrouwenopvang zoals beschreven in bijlage 1, paragraaf 2 van het Beleidskader Voor de organisatie(
  3. s)genoemd in artikel 6:2, eerste lid, onder c: Overige activiteiten Geweld in Afhankelijkheidsrelaties zoals beschreven in het Beleidskader in het algemeen, en in bijlage 1, paragraaf 3 in het bijzonder (uitgezonderd de taken Cirkel is Rond). Voor de organisatie(
  4. s)of samenwerkingsverband genoemd in artikel 6:2, eerste lid, onder d: Activiteiten meldpunt crisiszorg (acuut en niet-acuut), zoals beschreven in het Beleidskader, deel II. Artikel6:4Criteria Om voor subsidie in aanmerking te komen, moet worden voldaan aan de volgende vereisten: De activiteiten worden uitgevoerd in West-Brabant; De activiteiten zijn gericht op voorkomen, signaleren, stoppen en duurzaam oplossen van huiselijk geweld, kindermishandeling en acute en niet-acute crises; De subsidieaanvrager onderschrijft en werkt volgens de Visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid. Artikel6:5Aanvraag 1.De aanvraag wordt ingediend via de website van de gemeente Breda. Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd: een volledig ingevuld aanvraagformulier op de website van de gemeente; een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar; een projectplan 2.Aanvragen worden ingediend voor 1 oktober voor het volgende kalenderjaar, tenzij burgemeester en wethouders bij de bekendmaking van het subsidieplafond een andere indieningstermijn voor subsidieaanvragen bekendmaken. Artikel6:6Subsidieplafond 1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor 2026 is als volgt en verdeeld over: Veilig thuis zoals bedoeld in artikel 6:2, eerste lid: €. 11.105.802 Vrouwenopvang zoals bedoeld in artikel 6:2, tweede lid: €. 4.456.662 Overige activiteiten GIA zoals bedoeld in artikel 6:2, derde lid: €. 826.071 Meldpunt Crisiszorg West-Brabant zoals bedoeld in artikel 6:2, vierde lid: €. € € 975.315 2.Bij de vaststelling van een subsidieplafond op grond van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat daarin opgenomen bedragen geoormerkt zijn voor specifieke activiteiten en voor specifieke organisaties zoals genoemd onder artikel 6:2 en 6:3. Verdeling van het subsidieplafond vindt plaats op basis van kwalitatieve toetsing. 3.Als na indiening van subsidieaanvragen of nadat burgemeester en wethouders hebben besloten op ingediende subsidieaanvragen, het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid, door burgemeester en wethouders wordt verhoogd, kunnen aanvullende subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op de extra gelden. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in deze regeling is beschreven, met uitzondering van artikel 6:5, tweede lid. 4.Als gedurende het jaar een activiteit wordt toegevoegd aan artikel 6:3 en hiertoe een subsidieplafond als bedoeld in het vorige lid, door burgemeester en wethouders worden vastgesteld, kunnen subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op dit plafond. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in deze regeling is beschreven, met uitzondering van artikel 6:5, tweede lid. 5.Aanvullende subsidieaanvragen, na een plafondophoging of toevoeging zoals bedoeld in het derde en vierde lid, kunnen worden ingediend op de dag na bekendmaking tot zes weken na bekendmaking. 6.Als blijkt dat één of meer deelplafonds van het eerste lid, onder a, b of c niet worden overschreden, kunnen burgemeester en wethouders besluiten om het resterende bedrag aan één of meer andere deelplafonds van het eerste lid, sub a, b of c toe te voegen. Artikel6:7Procedure 1.Als subsidie wordt aangevraagd voor de activiteiten genoemd onder artikel 6:3, onder c, én er is sprake van meerdere aanvragen voor vergelijkbare activiteiten door verschillende organisaties, dan maken burgemeester en wethouders een weging op basis van de volgende criteria: de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelstellingen en activiteiten zoals genoemd in het Beleidskader; in het bijzonder bijlage 1 van het Beleidskader, maximaal 50 punten; de mate waarin de activiteit specifieke deskundigheid op het gebied van GIA toevoegt die lokaal onvoldoende vertegenwoordigd is, maximaal 10 punten; de mate waarin er gebruik wordt gemaakt van ervaringsdeskundigheid, maximaal 10 punten; de mate waarin er wordt samengewerkt met andere relevante organisaties, maximaal 10 punten; de mate van vakmanschap en relevante ervaring, maximaal 10 punten; de kostprijs, maximaal 10 punten. 2. Alleen de aanvraag met de meeste punten, zoals genoemd in het eerste lid, komt in aanmerking voor toekenning. Bij een gelijk aantal punten, wordt er geloot door een notaris. 3. Als het totaal van de tijdig ingediende, volledige en in aanmerking komende subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaat, zonder dat er sprake is van overlappende activiteiten, worden de aanvragen naar rato toegekend. 4. Burgemeester en wethouders kunnen van de procedure zoals beschreven in het eerste, tweede en derde lid afwijken als dit naar hun oordeel in het belang is van de optimale verdeling van de beschikbare middelen. Artikel6:8Weigeringsgronden In aanvulling op de weigeringsgronden zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6 en 7 van de ASV kan een subsidie worden geweigerd als: de subsidieaanvrager geen rechtspersoonlijkheid bezit, blijkende uit een inschrijving van Kamer van Koophandel; de subsidieaanvrager geen aantoonbare relevante ervaring heeft met de activiteiten en/of doelgroep waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; de activiteiten alleen zijn bedoeld voor inwoners van een bepaalde gemeente of gemeenten en dus niet regionaal van aard zijn. Tenzij er sprake is van een pilot/proef, dienen subsidies ten goede te komen aan alle inwoners van West-Brabant die te maken hebben met geweld in afhankelijkheidsrelaties of crises (acuut en niet-acuut); toekenning zou kunnen leiden tot versnippering van het ondersteuningsaanbod. Artikel6:9Verplichtingen subsidieontvanger Onverminderd de artikelen 8 en 9 van de ASV, is de subsidieontvanger verplicht om iedere zes maanden samen met de gemeente een accountgesprek te organiseren, waarin de voortgang van de doelstellingen en behaalde resultaten wordt besproken. Hoofdstuk7Dierenweides en kinderboerderijen Paragraaf7.1Subsidieregeling Dierenweides en kinderboerderijen Artikel7:1Doel Deze subsidieregeling heeft het doel om stichtingen te subsidiëren in de kosten voor het beheren van een dierenweide of kinderboerderij. Artikel7:2Voor wie is deze subsidie bedoeld? Subsidie op basis van deze hoofdstuk is bedoeld voor stichtingen die hobbymatig boerderijen houden op een dierenweide of kinderboerderij. De dierenweide of kinderboerderij is belangrijk buurtbewoners en kinderen: voor de vrijetijdsbesteding; als ontmoetingsplaats; of voor scholing. Artikel7:3Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling? Subsidie kan worden verstrekt voor de kosten die horen bij de zorg voor de dierenweide of kinderboerderij, zoals: dierenvoer, inclusief hooi; dierenartskosten; kosten mestafvoer; destructiekosten; abonnementskosten vast (aansluiting); energiekosten variabel. Artikel7:4Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie? Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: de stichting is volgens de Kamer van Koophandel gevestigd in de gemeente Breda; de stichting is volgens de statuten opgericht voor het hebben van een dierenweide of kinderboerderij; de stichting heeft voor de dierenweide of de kinderboerderij gratis gemeentegrond in bruikleen van de gemeente Breda; en de dierenweide of de kinderboerderij is openbaar en vrij toegankelijk voor bezoekers. Artikel7:5Hoeveel subsidie is er? 1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2026 is € 65.263. 2.Iedere subsidieaanvrager kan maximaal per jaar € 25.000 subsidie ontvangen. Paragraaf7.2Subsidieaanvraag Artikel7:6Wat is er nodig bij de aanvraag? 1.Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd: een activiteitenplan voor het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd; een duidelijk overzicht van de kosten voor het beheren van een dierenweide of kinderboerderij; 2.Als er sprake is van staatssteun en de Europese de-minimisverordening van toepassing is, wordt een de-minimisverklaring meegestuurd. Artikel7:7Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen? Een subsidieaanvraag moet bij burgemeester en wethouders ingeleverd zijn vóór 1 oktober voor het subsidiejaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Paragraaf7.

Artikel7:8Hoe wordt de subsidie verdeeld?

Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond volgens de regel wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Dat betekent dat de subsidie wordt verdeeld volgens de beoordelingscriteria van complete aanvragen, totdat het subsidieplafond is bereikt. Artikel7:9Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag? 1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen. Artikel7:10Wanneer wordt de subsidie geweigerd? 1.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is. 2.Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie ook als de subsidie wordt aangevraagd voor: onderhoudskosten; andere kosten, zoals kosten voor nieuwe investeringen; het opbouwen van eigen vermogen. Paragraaf7.4Subsidieverstrekking Artikel7:11Welke verplichtingen horen bij deze subsidie? 1.In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie. 2.Naast de algemene verplichtingen gelden de volgende verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie: de subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders meteen als de dierenweide of de kinderboerderij stopt; de subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders meteen als er minder kosten worden gemaakt. De subsidie moet dan worden terugbetaald. Hoofdstuk8Sport Paragraaf8.1Subsidieregeling breedtesportevenementen, topsportevenementen en talentontwikkeling Artikel8:1Definities Schoolsporttoernooien: een- of meerdaagse sportwedstrijden, met deelname van scholenteams bestaande uit leerlingen van het primair of voortgezet onderwijs, met een minimale deelname van tien Bredase scholen voor primair onderwijs of vier Bredase scholen voor voortgezet onderwijs; Side-events: sportactiviteiten die aangeboden worden naast het wedstrijdprogramma van een topsportevenement, die onder verantwoordelijkheid van dezelfde organisatie georganiseerd worden en die tot doel hebben een breed publiek met de betreffende sport kennis te laten maken; Sportvereniging: een vereniging die activiteiten organiseert die gericht zijn op de uitoefening van een sport die erkend is door NOC*NSF en die is aangesloten bij een overkoepelende organisatie of een organisatie die activiteiten organiseert die gericht zijn op het in algemene zin stimuleren van actieve lichaamsbeweging door middel van de uitoefening van sport- en spelactiviteiten onder deskundige leiding, een en ander ter beoordeling van burgemeester en wethouders. Artikel8:2Vigerend beleidskader Het beleidskader voor subsidies uit dit hoofdstuk is de nota Team Breda, Visie op sport & bewegen 2017-2030 en specifiek het bijbehorende uitvoeringsprogramma 2023-2026 zoals vastgesteld door de raad op 6 april

  1. Artikel8:3Voor wie 1.Subsidie op grond van dit hoofdstuk is bedoeld voor sportverenigingen en sportorganisaties die gevestigd zijn in de gemeente Breda en die als kerntaak hebben het organiseren van activiteiten voor inwoners van Breda gericht zijn op de beoefening van een sport die erkend is door NOC*NSF. 2.Subsidie kan ook worden verstrekt aan organisaties die als kerntaak hebben het organiseren van activiteiten voor inwoners van Breda, gericht op het in algemene zin stimuleren van actieve lichaamsbeweging. Deze activiteiten moeten bestaan uit sport- en spelvormen die plaatsvinden onder deskundige begeleiding. 3.De geschiktheid van de activiteiten als bedoeld in het tweede lid wordt beoordeeld door burgemeester en wethouders. 4.De organisatie levert met haar activiteiten een aantoonbare bijdrage aan de gemeentelijke beleidsdoelen, zoals vastgesteld in het geldende beleidskader. Artikel8:4Met welk doel Subsidie wordt verstrekt om bij te dragen aan de realisatie van de gemeentelijke beleidsdoelen, zoals vastgesteld in het geldende beleidskader. Artikel8.5Wat Eenmalige subsidie kan worden verstrekt voor uitsluitende de volgende activiteiten c.q. maatregelen: breedtesportevenementen; topsportevenementen; talentontwikkeling. Artikel8:6Breedtesportevenementen 1.Onder breedtesportevenementen vallen: schoolsporttoernooien waarvan er maximaal twee toernooien per sport per jaar voor subsidie in aanmerking komen; side-events van Bredase topsportevenementen met minimaal 100 Bredase deelnemers aan de tot het side-event behorende activiteit 2.De subsidie bedraagt maximaal een derde van de door burgemeester en wethouders aanvaardbaar en noodzakelijk geachte kostenbestanddelen op de begroting. Artikel8:7Topsportevenementen 1.Een evenement wordt aangemerkt als een topsportevenement als het voldoet aan de volgende voorwaarden: het betreft een Nationaal Kampioenschap, Europees Kampioenschap, Wereldkampioenschap of een sportevenement dat een aantoonbare bijdrage levert aan de promotie van de desbetreffende sport in Breda; en er zijn minimaal drie deelnemers / deelnemende teams uit de top 8 ranking (Nationaal, Europees en Wereld). 2.De subsidie bedraagt maximaal een derde van de door burgemeester en wethouders aanvaardbaar en noodzakelijk geachte kostenbestanddelen. Er wordt geen subsidie verleend voor start- en prijzengelden. Artikel8:8Talentontwikkeling Om in aanmerking te komen voor een subsidie voor talentontwikkeling moet de aanvrager voldoen aan de volgende criteria: er is sprake van een professionele organisatie zonder commercieel oogmerk die gericht is op het stimuleren van talentvolle sporters tussen 11 en 18 jaar uit Breda en omgeving; de activiteit is erop gericht sporters en sportverenigingen te ondersteunen en te begeleiden, als onderdeel van erkende opleidingsprogramma’s of regionale trainingscentra, gericht op de doorstroom van (individuele) sporters naar nationaal topsportniveau; ten minste een derde van de begroting van het project is afkomstig uit andere inkomstenbronnen, zoals landelijke of provinciale bijdragen, deelnemersbijdragen of sponsoring; er is sprake van erkende opleidingsprogramma’s, onder regie van de betreffende sportbond(en); er is sprake van aantoonbare kwaliteit wat betreft de selectie en begeleiding van deelnemers; er is afstemming met betrokken verenigingen, bonden, ouders, scholen en ondersteunende partijen over de activiteit; de activiteit draagt bij aan talentidentificatie in het onderwijs en/of bij sportaanbieders en de verbetering van de kwaliteit van trainers en coaches; er vindt samenwerking plaats met lokale en bovenlokale partijen, zowel financieel als inhoudelijk; er is afstemming over de accommodaties die worden gebruikt; de activiteit heeft een meerjarenperspectief; de activiteit behoort niet tot de reguliere taken/activiteiten van een vereniging of andere sportaanbieder; het project draagt bij aan versterking van de (top)sportinfrastructuur van de gemeente. Artikel8:9Procedure 1.Aanvragen voor subsidie voor talentontwikkeling moeten elk jaar vóór 1 oktober worden ingediend, in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 2.Aanvragen voor subsidie voor breedtesport- en topsportevenementen moeten minimaal 13 weken vóór de start van het evenement worden ingediend. Artikel8:10Subsidieplafond en verdelingsregels 1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor 2026 is als volgt verdeeld: voor sportevenementen als bedoeld in artikel 8:6 en 8:7: € 155.
  2. voor talentontwikkeling als bedoeld in artikel 8:8: € 279.
  3. 2.Subsidie wordt verdeeld aan de hand van toetsing aan de criteria zoals opgenomen in artikel 8:
  4. Paragraaf8.2Investeringsregeling ten behoeve van buitensportaccommodaties Artikel8:11Doel subsidie 1.Het doel van de subsidie op grond van deze paragraaf is om voldoende, kwalitatief goede en toegankelijke buitensportaccommodaties in Breda te stimuleren en te realiseren. 2.Het achterliggende maatschappelijke doel van deze subsidie is om de mogelijkheden voor sportbeoefening en de betaalbaarheid van sport voor de inwoner van Breda te verbeteren. Artikel8:12Definities In deze paragraaf betekent: buitensportveld: een sportvoorziening in de buitenlucht met een aangepaste ondergrond die noodzakelijk is om te kunnen trainen of om wedstrijden op te spelen met daarbij behorende vaste elementen (denk aan ondergrond, hekwerk, veld of baanverlichting, verharding rondom het veld, publieksstroken opsluiting veld, dug-outs en vaste doelen); buitensportvereniging: een binnen de gemeente Breda gevestigde buitensportvereniging, die haar activiteiten in hoofdzaak voor de inwoners van de gemeente Breda uitvoert op een gemeentelijk sportcomplex of een sportcomplex in eigen beheer; exploitatiestichting: stichting die statutair gevestigd in Breda en die een sportaccommodatie beheert die bij één of meer sportverenigingen in gebruik is; herstructurering: een ontwikkeling waarbij de structuur van een gebied wordt omgevormd en de functie van de plek verandert. Dit betreft o.a. de eerste aanleg van een buitensportvoorziening of uitbreiding c.q. inbreiding dan wel herindeling van een sportcomplex. Artikel8:13Voor wie is deze subsidie bedoeld? 1.Subsidie op grond van deze paragraaf is bedoeld voor Bredase buitensportverenigingen die: als kerntaak hebben activiteiten te organiseren voor inwoners van Breda die gericht zijn op de uitoefening van een sport die erkend is door NOC*NSF; en die met de activiteiten een aantoonbare bijdrage leveren aan de vastgestelde gemeentelijke beleidsdoelen zoals opgenomen in het geldende beleidskader. 2.Het is toegestaan dat de sportvereniging bij het aanvragen van de investeringsregeling of garantstelling vertegenwoordigd wordt door een aan de vereniging gelieerde exploitatiestichting. Artikel8:14Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling? Subsidie kan eenmalig worden verstrekt in de periode 2023-2026 voor uitsluitend de volgende activiteiten of maatregelen: Investeringen in buitensportvelden: aanpassing van een bestaand buitensportveld; aanleg van een nieuw buitensportveld. Investeringen in kleed- en wasaccommodaties: aanpassing c.q. uitbreiding van een bestaande kleed- en wasaccommodatie; bouw van een nieuwe kleed- en wasaccommodatie. Investeringen of aanpassingen die bijdragen aan de toegankelijkheid van het buitensportcomplex voor mindervaliden, inclusief de sportkantine. investeringen die gericht zijn op energiebesparing of het opwekken van duurzame energie voor een (sport)accommodatie die eigendom is van een sportvereniging, waarbij sprake is van aantoonbare positieve effecten op energieverbruik en exploitatie van de desbetreffende accommodatie. Artikel8:15Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie? Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: Sportverenigingen kunnen slechts eenmalig per vier jaar (dagtekening datum beschikking toekenning subsidie) een beroep doen op de subsidie op grond van artikel 8:
  5. Uit de aanvraag voor de subsidie blijkt (indien van toepassing) dat: de subsidie wordt gebruikt om activiteiten te ondersteunen die passen bij het doel van de vereniging; er op tijd wordt ingespeeld op maatschappelijke of demografische veranderingen of een tekort aan capaciteit, waardoor er in de toekomst extra capaciteit nodig is voor de betreffende sport, zoals beschreven in het rapport Capaciteitsonderzoek gemeente Breda
  6. met de subsidie wordt voldaan aan de inrichtingseisen zoals vermeld in de landelijke richtlijnen van het NOC*NSF en de sportbonden; de investering ten goede komt aan de samenwerking of fusie met een andere vereniging (wel of niet zelfde sportsoort); er extra aandacht is voor verduurzaming van de betreffende sportaccommodatie; er extra aandacht is voor toegankelijkheid voor mindervaliden; er extra aandacht is voor samenwerking met andere (maatschappelijke) partijen; en er extra aandacht is voor de ontplooiing van activiteiten voor kwetsbare groepen in de samenleving. De totale investering bedraagt minimaal € 10.000,-. Artikel8:16Hoeveel subsidie is er? 1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor de periode 2025-2026 is € 1.078.
  7. 2.Iedere subsidieaanvrager kan maximaal € 250.000 subsidie aanvragen. 3.De subsidie bedraagt maximaal één derde van de subsidiabele kosten. 4.Subsidie wordt berekend op basis van de begroting inclusief btw. Artikel8:17Wat is er nodig bij de aanvraag? 1.Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd: een ingevuld aanvraagformulier via de website van de gemeente Breda; een projectplan, met daarin tenminste: een investeringsbegroting waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar en waarin duidelijk wordt op welke manier de investering financieel gedekt wordt, hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van het verplichte format activiteitenbegroting van de gemeente Breda in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website; een (beoogde) tijdsplanning die is afgestemd met de afdeling Vastgoedbeheer van de Gemeente Breda; en als dit van toepassing is, een risicoanalyse over de veiligheid en omgevingsoverlast. offertes en plattegronden van de planvorming, aansluitend op de kwaliteitseisen/ normering die gesteld worden door de desbetreffende sportbond en gemeentelijke kaders en richtlijnen; de balans en jaarrekening van de laatste twee boekjaren; een duiding van de aanwezige financiële reserve; een meerjarenbegrotingsoverzicht met minimaal een begroting voor de eerstkomende twee jaar; een ontwikkelingsoverzicht van het ledenbestand (spelende leden), respectievelijk aantal verenigingsteams; een verslag van de Algemene Ledenvergadering waaruit blijkt dat de meerderheid instemt met de plannen en investering.
  8. Naast de documenten in het vorige lid wordt bij aanvragen voor subsidie voor investeringen in duurzaamheid ook een objectieve rapportage of meting (bijvoorbeeld een energiescan) meegestuurd waaruit de positieve effecten blijken. Onder positieve effecten wordt verstaan: effecten die een bijdrage leveren aan de energietransitie, een CO2-neutraal Breda.
  9. Burgemeester en wethouders kunnen in het kader van de naleving van de staatssteunregels aanvrager vragen een de-minimisverklaring in te vullen. Deze de-minimisverklaring telt niet mee voor de volledigheid van de aanvraag in de zin van artikelen 8:19 en 8:
  10. Vult aanvrager de de-minimisverklaring niet in of blijkt uit de verklaring dat de subsidieverlening in strijd is met de staatssteunregels dan kunnen burgemeester en wethouders besluiten om de aanvraag te weigeren. Artikel8:18Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen? 1.In de aanvraag geeft de subsidieaanvrager aan in welk jaar de activiteiten worden uitgevoerd. 2.Voor activiteiten die in 2026 worden uitgevoerd, wordt subsidie aangevraagd voor 1 oktober 2025; 3.voor activiteiten die in 2026 worden uitgevoerd, wordt subsidie aangevraagd voor 1 oktober
  11. Artikel8:19Hoe wordt de subsidie verdeeld? Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond op volgende manier: honorering van aanvragen geschiedt in volgorde van volledige aanvragen, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt; als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld. Artikel8:20Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag? 1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag als compleet hebben beoordeeld. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen. Artikel8:21Wanneer wordt de subsidie geweigerd? Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren als: de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd al in uitvoering zijn genomen; de aanvrager niet beschikt over een gezonde financiële positie; de plannen niet aansluiten bij de toekomstige gebiedsontwikkeling; of ingediende offertes niet overeenkomen met beeldvorming die burgemeester en wethouders hebben over de marktconforme prijshantering. Artikel8:22Welke verplichtingen horen bij deze subsidie? 1.In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie. 2.Naast de algemene verplichtingen geldt dat de start van de uitvoering van de activiteiten in het jaar van subsidieverstrekking plaatsvindt. Artikel8:23Verantwoording Naast de verantwoordingseisen uit de ASV moet de subsidieontvanger laten zien dat de activiteiten zijn uitgevoerd en dat aan de voorwaarden van de subsidie is voldaan, door het overleggen van: een gedetailleerd overzicht van de gemaakte kosten voor de investering waar deze subsidie voor wordt verstrekt; de factuur of facturen van de subsidiabele kosten op naam van de subsidieontvanger; en een betaalbewijs waaruit blijkt dat de factuur is betaald door de subsidieontvanger. Hoofdstuk9Dak- en thuisloosheid Artikel9:1Doel van de subsidie De subsidie op grond van dit hoofdstuk is bedoeld om dak- en thuisloze mensen tijdelijk een woonplek en toekomstperspectief te bieden. Daarnaast is de subsidie bedoeld om te onderzoeken of deze activiteiten een waardevolle aanvulling zijn op het aanbod van voorzieningen en activiteiten in de Regio Breda. Artikel9:2Definities In dit hoofdstuk betekent: Deelnemer: persoon die deelneemt aan de activiteit; Dak- en thuisloze mensen: personen zonder vaste woon- en verblijfsplaats. Loket Centraal Onthaal: Het gemeentelijk loket waar dak- en thuislozen zich kunnen melden voor informatie, advies en ondersteuning/hulp bij (dreigende) dak- en thuisloosheid; Project Onder de Pannen: Een project voor legale onderverhuur waarin door inwoners tijdelijk onderdak wordt geboden aan economisch dak- en thuisloze mensen zonder aanvullende hulvragen. Project Werk Eerst: Een project waarin trajecten op basis van het ‘werk eerst’ principe met een tijdelijke woonplek met begeleiding worden geboden aan dak- en thuisloze mensen. Regio Breda: gemeenten Altena, Breda, Drimmelen, Geertruidenberg, Etten-Leur, Oosterhout, Moerdijk en Zundert. ZRM: Zelfredzaamheidsmatrix, een instrument voor het meten van de mate van zelfredzaamheid op verschillende leefgebieden zoals financiën, zelfzorg en een sociaal netwerk. Artikel9:3Activiteiten Subsidie wordt alleen verstrekt voor de volgende activiteiten: Project Onder de Pannen (categorie A), waarbij het volgende geboden wordt: Op grond van de landelijke formule ‘’Onder de Pannen’’ werven en matchen van minimaal 22 verhuurders met deelnemers per jaar; Project Werk Eerst (categorie B), waarbij het volgende geboden wordt: bieden van trajecten aan dak- en thuisloze mensen die gemotiveerd zijn om te gaan werken of waarvan de aanbieder na een intakegesprek inschat dat de motivatie om te gaan werken aangewakkerd kan worden; dak- en thuisloze mensen krijgen een tijdelijke woonplek en persoonlijke begeleiding. Deze begeleiding richt zich op het vinden van (betaald) werk, hulp bij financiën en schulden, het opbouwen en onderhouden van een netwerk, en ondersteuning bij het vinden van duurzame huisvesting; iii. realiseren van 38 trajecten per jaar, waarbij de subsidieontvanger streeft om de volgende resultaten te behalen: gemiddelde duur van een traject is maximaal 1 jaar; 80 %van de ingestroomde deelnemers woont minimaal drie maanden in een woning van de aanbieder; 65 %van de ingestroomde deelnemers is na het einde van het traject uitgestroomd naar zelfstandige huisvesting; minimaal 55% van de ingestroomde deelnemers heeft bij het einde van het traject een arbeidsovereenkomst van minimaal zes maanden voor minimaal 28 uur per week; van de jongvolwassenen (tot 27 jaar) heeft minimaal 55% bij het einde van het traject een arbeidsovereenkomst van minimaal zes maanden voor minimaal 28 uur per week of een combinatie van studie en werk, of een voltijds studie; bij minimaal 80 % van de deelnemers zijn binnen zes maanden inkomsten en uitgaven inzichtelijk en worden die in balans gebracht; bij minimaal 50 % van de deelnemers is binnen zes maanden de schuldenproblematiek beheersbaar; deelnemers groeien aantoonbaar op meerdere domeinen van de ZRM, waaronder in ieder geval sociaal netwerk, financiën en werk. Dit wordt periodiek gemeten. Artikel9:4Doelgroep 1.De doelgroep van het project Onder de Pannen (categorie A)zijn: economisch dak- en thuisloze mensen die met name een woonvraag en geen (zware) psychische- en verslavingsproblematiek hebben. 2.De doelgroep van het Project Werk Eerst (categorie B) zijn: dak- en thuisloze mensen zonder werk, met aanvullende hulpvragen op meerdere leefdomeinen, die gemotiveerd/motiveerbaar zijn en in staat zijn om te werken. Artikel9:5Criteria Om voor subsidie in aanmerking te komen voldoen de activiteiten en de aanvrager aan de volgende subsidiecriteria: Voor Project Onder de Pannen (categorie A): het project wordt in de regio Breda uitgevoerd; en de aanvrager is lid van het landelijk netwerk Onder de Pannen gedurende de gehele periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt; het project wordt uitgevoerd conform de landelijke formule Onder de Pannen; en de aanvrager gaat samenwerkingsafspraken aan of heeft deze met de woningcorporaties, gemeenten en andere samenwerkingspartners in de regio Breda; de aanvrager heeft aantoonbare ervaring met de uitvoering van activiteiten zoals beschreven in artikel 9.3, eerste lid, onder a; en de aanvrager heeft aantoonbare kennis van de omgang met de doelgroep zoals beschreven in artikel 9.4, eerste lid. Voor Project Werk Eerst (categorie B): het project wordt in de regio Breda uitgevoerd; de aanvrager zorgt zelf voor de benodigde woonplekken; elke deelnemer participeert naar vermogen; deelnemers ontvangen integrale ondersteuning, worden gestimuleerd regie te houden of weer te krijgen over hun leven en worden gemotiveerd om te werken aan herstel; er wordt binnen zes weken na start van de deelname een ondersteuningsplan opgesteld; en de aanvrager heeft aantoonbare ervaring met de uitvoering van activiteiten zoals beschreven in artikel 9.3, eerste lid, onder b; De aanvrager maakt bij de aanvraag aannemelijk dat de beoogde resultaten zoals beschreven in artikel 9.3, eerste lid, onder b, worden behaald; en De aanvrager heeft aantoonbare kennis van de omgang met de doelgroep zoals beschreven in artikel 9.4, tweede lid. Artikel9:6Kosten die voor subsidie in aanmerking komen Er wordt alleen subsidie verstrekt voor redelijkerwijs gemaakte kosten die overblijven na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 9.
  12. Artikel9:7Subsidieplafond 1.Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor 2026 een subsidieplafond van € 716.042,- en voor 2027 een subsidieplafond van € 716.042,- (exclusief eventuele indexering). 2.De subsidieplafonds bedoeld in eerste lid, worden verdeeld per jaar in de volgende deelplafonds: voor categorie A: € 79.995,-; voor categorie B: € 636.047,-. 3.Per deelplafond wordt aan één partij subsidie verleend. 4.De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld en toegekend tot het subsidieplafond is bereikt. 5.Als na indiening van subsidieaanvragen of nadat burgemeester en wethouders hebben besloten op ingediende subsidieaanvragen, het subsidieplafond als bedoeld in het vorige lid, door burgemeester en wethouders worden verhoogd, kunnen aanvullende subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op ophoging van dit plafond. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in deze regeling is beschreven, met uitzondering van artikel 9:8 derde lid. 6.Als gedurende het jaar een activiteit wordt toegevoegd aan artikel 9:3 en hiertoe een subsidieplafond als bedoeld in het vorige lid, door burgemeester en wethouders wordt vastgesteld, kunnen subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op dit plafond. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in deze regeling is beschreven, met uitzondering van artikel 9:8 derde lid. 7.Aanvullende subsidieaanvragen, na een plafondophoging of toevoeging zoals bedoeld in het vijfde of zesde lid, kunnen worden ingediend op de dag na bekendmaking tot twee weken na bekendmaking. Artikel9:8Aanvragen 1.De aanvraag wordt ingediend via de website van gemeente Breda. Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:. een volledig ingevuld aanvraagformulier op de website van de gemeente; een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar; een projectplan, waarin de volgende onderdelen duidelijk beschreven staan: een beschrijving van de activiteiten; een toelichting op de begroting met een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; een paragraaf waaruit de samenwerking met ketenpartners van de Overlegtafel Regio Breda vangt Op” blijkt; een beschrijving van de resultaten; en het bereik en de meetindicatoren.
  13. Uit de onderbouwing bij de subsidieaanvraag blijkt: dat er wordt voldaan aan de voorwaarden van deze regeling; op welke doelgroepen de activiteit zich richt met daarbij vermeld de verwachte omvang van de doelgroep (aantallen); en welke doelen behaald zullen worden en de te verwachten resultaten.
  14. Aanvragen worden ingediend vóór 1 oktober 2025 voor de kalenderjaren 2026 en
  15. Artikel9:9Beslistermijn 1.Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. 2.In afwijking van het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders hun beslissing eenmaal voor ten hoogste 13 weken verdagen. 3.Van een beslissing tot verdaging stellen burgemeester en wethouders de aanvrager vóór het verstrijken van de termijn als bedoeld in het eerste en tweede lid op de hoogte onder vermelding van de reden tot verdaging. Artikel9:10Verplichtingen subsidieontvanger 1.Onverminderd de artikelen 8 en 9 van de ASV, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen: vóór 1 juni 2027 stuurt de subsidieontvanger een inhoudelijke en financiële voortgangsrapportage aan burgemeester en wethouders; de subsidieontvanger stelt elk kwartaal een schriftelijke rapportage met kwalitatieve en kwantitatieve monitorgegevens beschikbaar; en steeds na zes maanden organiseert de subsidieontvanger met de gemeente een accountgesprek, waar de voortgang van de doelstellingen en de behaalde resultaten worden besproken. Hoofdstuk10Water en groen op eigen terrein Artikel10:1Definities Groene daken: beplante daken met een waterbergend vermogen, een substraat laag en met een gevarieerde samenstelling van sedum beplanting, grassen, kruiden en/of vaste planten; Groene gevels: grondgebonden beplante gevels die indien nodig gebruik maken van klimsteunen in de vorm van een of meerdere vaste planten; Regenwatervoorzieningen: voorzieningen die regenwater vasthouden of laten infiltreren in de bodem, zoals een voorziening met eenzelfde principewerking als een verlaging in de tuin voor de tijdelijke opvang van regenwater, een regenton of een infiltratiekoffer. Verharde opritten waar grint of grasbeton wordt aangelegd, zijn ook toegestaan; Onttegelen- en vergroenen van tuinen: maatregelen waarin verharding wordt verwijderd en vervangen door een robuuste vergroening in de voor- en/of achtertuin. Het gaat hier om de aanleg van gras, planten, struiken en bomen; Hemelwaterriolering: rioolstelsel waarmee uitsluitend hemelwater wordt afgevoerd; Groen schoolplein: een natuurlijke speel- en leeromgeving. Een groen schoolplein biedt een rijk speel- en leerlandschap waar zowel ruimte is voor kinderen om vrij te spelen als voor natuur om zich te ontwikkelen en draagt bij aan biodiversiteit en aan het voorkomen van wateroverlast en hittestress; Artikel10:2Doel van de subsidie 1.De subsidie op grond van dit hoofdstuk is bedoeld om een maatregelpakket te stimuleren: dat regenwater vasthoudt waar het valt en de afvoer van regenwater op de riolering vermindert en hiermee de kans op wateroverlast beperkt; dat bijdraagt aan herstel van het natuurlijk watersysteem en hiermee verdroging van de bodem tegengaat; dat de leefomgeving voor planten en dieren, de biodiversiteit bevordert; dat door het groene karakter een positieve bijdrage levert aan verkoeling en luchtkwaliteit (opname van fijnstof) van de buitenruimte; 2.Het doel van deze subsidie specifiek voor groene schoolpleinen is, naast de doelen uit het eerste lid: het creëren van een natuurlijke leefomgeving waarin bewegen en spelen wordt gestimuleerd en bijdraagt aan het mentaal welbevinden voor kinderen jonger dan 18 jaar; een plek creëren waar kinderen in aanraking komen met natuur en gezonde voeding; minimaal 35% van de bespeelbare oppervlakte van de schoolomgeving heeft een natuurlijk karakter, zoals: groen oppervlak (gras, struiken en bomen), onthard oppervlak (boomsnippers, zand). Er zijn verschillende vormen van groen te onderscheiden, zoals: speelgroen (spelen in en met groen), educatief groen, eet- en ruikgroen; een groen schoolplein is ingericht met (overwegend) natuurlijke duurzame materialen, waarbij hergebruik van materialen voorop staat; de speelomgeving biedt plek voor rust, natuurbeleving, creatieve vormen van spel en avontuurlijk bewegen. De basis hiervoor ligt in de diversiteit en verscheidenheid van het plein met kenmerken als hoog/laag, nat/droog, schaduw/zon; het gebruik van de buitenruimte is geïntegreerd in het lesprogramma. Naast de mogelijkheden om bijvoorbeeld taal- en rekenlessen te geven op het plein, kunnen kinderen ook leren over planten, dieren, weersverschijnselen, moestuinieren en natuurlijke materialen en biedt het schoolplein kansen voor bewegend leren. Artikel10:3Doelgroep Alle natuurlijke personen en rechtspersonen, zoals bedrijven, stichtingen, VVE’s en scholen, die eigenaar of huurder zijn van een bestaande opstal binnen de gemeente Breda kunnen voor subsidie in aanmerking komen. Artikel10:4Maatregelen en subsidiabele kosten 1.De subsidie is van toepassing op de volgende categorieën van maatregelen voor alle doelgroepen: groene daken; groene gevels, met uitzondering van de aanleg van gevelsystemen; regenwatervoorzieningen (regenton, infiltratievoorziening). onttegelen en vergroenen van tuinen; aansluiten dakoppervlak grondgebonden woningen op hemelwaterriolering; aansluiten dakoppervlak appartementencomplexen op hemelwaterriolering; aansluiten afwaterende verharding rond appartementencomplexen op hemelwaterriolering. constructief voorbereidend onderzoek voor de aanleg van een groen dak; voorbereidend bodem- en grondwaterstandonderzoek voor de aanleg van een regenwatervoorziening (infiltratievoorziening); 2.Criteria, nadere bepalingen en uitzonderingen per doelgroep zijn opgenomen in bijlage 5 van deze regeling. 3.Subsidie wordt verstrekt als de maatregel aangelegd wordt in eigen persoon of als de maatregel wordt aangelegd door iemand anders. 4.Er is voor individuele bedrijven, stichtingen en verenigingen, naast de maatregelen en subsidiabele kosten uit het eerste lid ook een subsidie mogelijk voor het opstellen van een ontwerp- en inrichtingsschets van het buitenterrein met minimaal 10% nieuw groen in aanleg. Artikel10:5Subsidieplafond en verdeling 1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2026 is als volgt: voor water en groen voor particulieren en individuele bedrijven en stichtingen: € 116.
  16. voor groene schoolpleinen: € 60.
  17. 2.Subsidieverstrekking vindt plaats op volgorde van ontvangst van volledig ingediende aanvragen, totdat het vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 3.Er gelden maximum toe te kennen bedragen voor de maatregelenpakketten, de maximumbedragen zijn gespecificeerd in bijlage
  18. 4.Alleen de werkelijke kosten worden gesubsidieerd. Vallen de kosten lager uit dan het verleende subsidiebedrag, dan moet de aanvrager dit actief te melden aan burgemeester en wethouders zodat de verlening hierop aangepast kan worden. 5.Subsidie voor de inrichtingsschets voor individuele bedrijven, stichtingen en verenigingen wordt per jaar in totaal voor maximaal 20 aanvragen verleend. Artikel10:6Verantwoording na verstrekken van de subsidie 1.Om te kunnen controleren of de activiteit waarvoor de subsidie is verleend is uitgevoerd, verstrekt de aanvrager een getekende offerte (indien van toepassing) en fotomateriaal aan burgemeester en wethouders. De foto’s zijn vrij van rechten mogen door de gemeente gebruikt worden. Het fotomateriaal bestaat uit: een foto van de situatie vóór aanpassing; een foto van de situatie na aanpassing waarmee wordt aangetoond dat de maatregel is uitgevoerd en dat daarmee aan de subsidievoorwaarden is voldaan; enkel voor de doelgroep individuele bedrijven, stichtingen en verenigingen die een ontwerp-of inrichtingsschets maken, geldt nog de volgende aanvullende verplichting: de aanvrager stuurt de ontwerpschets binnen 16 weken na de vaststelling van de subsidie aan burgemeester en wethouders; enkel voor de doelgroep groene schoolpleinen, geldt nog de volgende aanvullende verplichting: de subsidieontvanger stuurt bij de verantwoording ter vaststelling van de subsidie foto’s van het schoolplein vóór aanpassing, tijdens de werkzaamheden en na aanpassing. Artikel10:7Stapelen van subsidies De aanvrager mag de ‘subsidie Water en Groen’ combineren met andere subsidies van waterschap, provincie of het rijk. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: het totaal van verleende subsidies bedraagt nooit meer dan 100% van de totale kosten van de voorgenomen maatregelen en bijbehorende werkzaamheden; de aanvrager meldt te allen tijde bij burgemeester en wethouders als door derden een subsidie of korting is verstrekt voor dezelfde maatregel(pakket); Bij constatering van het ten onrechte hebben ontvangen van de verleende subsidie wordt het door burgemeester en wethouders verstrekte subsidiebedrag teruggevorderd. Artikel10:8Indieningsvoorwaarden 1.De aanvrager dient de aanvraag in met gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier. In geval een subsidie voor meerdere partijen wordt aangevraagd wordt een penvoerder aangewezen die gemachtigd is namens de andere partijen de aanvraag te doen. 2.De subsidieaanvraag voor particulieren, huurders en bedrijven dient uiterlijk zes weken na aanleg van de voorziening door burgemeester en wethouders te zijn ontvangen. Bij de aanvraag voor een groen dak mag de indiener voorafgaand aan de aanleg een subsidieverzoek indienen. 3.Bij de aanvraag moeten de volgende gegevens en documenten worden meegezonden: volledig ingevuld aanvraagformulier; offerte van de aan te vragen maatregelen; beschrijving van de maatregel of het pakket aan maatregelen. 3.De subsidieaanvraag voor groene schoolpleinen bevat een projectplan inclusief begroting, een plattegrond van de huidige situatie, een schetsontwerp voor de nieuwe situatie waaruit percentages groen en verharding zijn af te leiden en duidelijke foto’s van het huidige schoolplein. 4.De aanvrager legt uiterlijk 13 weken na aanvraag van de subsidie de voorziening aan als sprake is van de aanvraag van subsidie voor een groen dak. 5.De aanvrager van een aanvraag voor groene schoolpleinen heeft de inrichtingswerkzaamheden uiterlijk 1,5 jaar na verlening van de subsidie gereed. 6.Subsidieaanvragen voor particulieren, huurders en bedrijven kunnen gedaan worden in de periode van 1 januari tot en met 15 december. 7.Subsidieaanvragen voor groene schoolpleinen en gezamenlijke bedrijven op een bedrijventerrein kunnen gedaan worden in de periode van 1 januari tot en met 1 december. Artikel10:9Verplichtingen 1.De aanvrager is verantwoordelijk voor de instandhouding, het beheer en het onderhoud van de voorziening voor een periode van minimaal vijf jaar. 2.Alleen voor groene schoolpleinen geldt een instandhoudings-, onderhouds- en beheerplicht van minimaal tien jaar na vergroening. 3.Voor scholen geldt de verplichting om de gemeente te betrekken bij het proces van openen van het groene schoolplein. Aanvrager is verplicht bij media-uitingen de gemeentelijke subsidie te vermelden. Artikel10:10Weigeringsgronden Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als: de maatregel wordt toegepast waarbij niet voldaan wordt aan gestelde eisen voor veiligheid, toegankelijkheid en de ruimtelijke inpassing in de openbare ruimte. de voorziening of maatregel niet voldoet aan het vastgestelde welstandbeleid, de bouwverordening of andere wet- en regelgeving. de maatregel geen – op kwalitatieve wijze- uitlegbare bijdrage levert aan het oplossen van knelpunten in een klimaatbestendige stad. het ontwerp, aanleg en beheer van het groene schoolplein niet deugdelijk en zorgvuldig uitgevoerd wordt/is. de subsidie wordt aangevraagd door projectontwikkelaars voor de herontwikkeling van bestaand en nieuw vastgoed; er door burgemeester en wethouders in de periode van 2018 tot en met 2021 voor een schoolplein subsidie is verleend aan de betreffende aanvrager. Hoofdstuk11Preventie met Gezag Breda 2026 Paragraaf11:1Algemeen Artikel11:1Doel subsidieregeling 1.Deze subsidie heeft als doel het ondersteunen van activiteiten die gericht zijn op het voorkomen van jeugdcriminaliteit onder kwetsbare jongeren tot en met 23 jaar in de wijk de Hoge Vucht. Hierbij worden hoofddoelen en subdoelen onderscheiden. De hoofddoelen: het versterken van beschermende factoren in de leefomgeving van deze jongeren en het vergroten van hun sociale weerbaarheid tegen negatieve invloeden, met specifieke aandacht voor het voorkomen van aanzuiging tot georganiseerde criminaliteit; het bevorderen van positieve ontwikkeling en het bieden van perspectief aan jongeren in kwetsbare posities. 2..De subdoelen zijn: overlast door jongeren wordt verminderd of voorkomen; kinderen en jongeren krijgen een beter toekomstperspectief; door middel van preventie worden kinderen, jongeren en jongvolwassenen weerbaarder gemaakt tegen georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. Ook grensoverschrijdend gedrag en schoolverzuim worden hiermee tegengegaan. Artikel11:2Definities In dit hoofdstuk betekent: Gezags- en preventiepartners: Partners van de gemeente Breda die participeren in het meerjarig programma Preventie met Gezag van de gemeente Breda, waaronder organisaties of instanties die verantwoordelijk zijn voor het handhaven van de openbare orde, veiligheid en rechtshandhaving, zoals het Openbaar Ministerie, de politie en de reclassering. Deze partijen werken actief mee aan het voorkomen dat jongeren en jongvolwassenen in Breda (verder) afglijden in de ondermijnende criminaliteit. Preventie met Gezag: een meerjarig programma van de gemeente Breda dat erop gericht is om te voorkomen dat jongeren en jongvolwassenen tot 27 jaar (verder) afglijden in de ondermijnende criminaliteit.Tenderprocedure: procedure waarbij alle volledige subsidieaanvragen binnen een bepaalde periode moeten zijn ingediend, waarna onderlinge vergelijking van de aanvragen plaatsvindt. De subsidieaanvragen die voldoen aan de voorwaarden worden gerangschikt aan de hand van de mate waarin ze voldoen aan de beoordelingscriteria in deze regeling. Artikel11:3Voor wie is deze subsidie bedoeld? De subsidie is bestemd voor een organisatie met rechtspersoonlijkheid en zonder winstoogmerk, die nauw samenwerkt met gezag- en preventiepartners, en beschikt over kennis en ervaring op het gebied van de preventie van jeugdcriminaliteit. Per kalenderjaar wordt aan maximaal één organisatie subsidie verstrekt. Artikel11:4Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie? 1.Activiteiten die voor subsidie op grond van dit hoofdstuk in aanmerking komen, moeten aantoonbaar bijdragen aan de hoofddoelstelling van dit hoofdstuk en de subdoelen die genoemd zijn in artikel 11:
  19. 2.Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten: Het geven van voorlichting op scholen in of in de buurt van de wijk Hoge Vucht, gericht op het vergroten van de bewustwording over jeugdcriminaliteit en het bieden van informatie over alternatieven voor crimineel gedrag. Het geven van voorlichting in de wijk Hoge Vucht, gericht op het vergroten van bewustwording over jeugdcriminaliteit en het bieden van informatie over alternatieven voor crimineel gedrag. Daarmee wordt gewerkt aan een geïntegreerde aanpak op school en in de wijk. Het organiseren van preventieve spreekuren voor jongeren, gericht op het vroegtijdig signaleren van risico’s op jeugdcriminaliteit en het bieden van passende ondersteuning om crimineel gedrag te voorkomen. Het organiseren van preventieve en herstelgerichte activiteiten die bijdragen aan het versterken van een gezond opvoed- en opgroeiklimaat voor jongeren die opgroeien in een kwetsbare situatie of extra ondersteuning nodig hebben. Het organiseren van activiteiten die bijdragen aan bewustwording en het bieden van handelingsperspectief aan jongeren, ouders en onderwijzend personeel, met als doel een alternatief te bieden voor het instappen of doorgroeien in ondermijnende criminaliteit. Artikel11:5Voorwaarden aan de aanvrager Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende cumulatieve voorwaarden zijn voldaan: De aanvrager is in staat inzicht te geven in de meetbare effecten van de uitgevoerde activiteiten, dit kan bijvoorbeeld een verslag zijn. De aanvrager beschikt over personeel met kennis en expertise op het gebied van jeugdcriminaliteit en over kennis en deskundigheid met betrekking tot de activiteiten en de doelgroep. De activiteiten zijn gericht op het voorkomen van jeugdcriminaliteit onder kwetsbare jongeren tot en met 23 jaar. De activiteiten worden uitgevoerd in of in de buurt van de wijk Hoge Vucht. De organisatie werkt nauw samen met gezagspartners. Artikel11:6Hoeveel subsidie is er? 1.Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2026 is € 158.000,- 2.Er wordt maximaal één subsidie verstrekt. Deze subsidieaanvrager kan maximaal € 158.000,- subsidie aanvragen. Paragraaf11.2Subsidieaanvraag Artikel11:7Wat is er nodig bij de aanvraag? De aanvraag wordt ingediend via de website van gemeente Breda. Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd: een ingevuld webformulier op de website van de gemeente Breda; een activiteitenplan van maximaal 10 pagina's; een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar. Artikel11:8Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen? Een subsidieaanvraag kan worden ingediend bij burgemeester en wethouders vanaf 8 september tot 1 oktober
  20. Paragraaf11.

Artikel11:9Hoe wordt de subsidie verdeeld?

Als meerdere aanvragen worden ingediend die aan de voorwaarden voldoen, maar op grond van deze regeling maximaal aan één aanvrager subsidie kan worden verstrekt, vindt de verdeling plaats via een tenderprocedure: Alle complete subsidieaanvragen die op tijd zijn ingeleverd, en die niet geweigerd zijn op grond van artikel 6 van de ASV, worden beoordeeld door de beoordelingscommissie die vervolgens een advies opstelt. Bij de beoordeling van ingediende aanvragen laten burgemeester en wethouders zich adviseren door een ambtelijke adviescommissie bestaande uit drie ambtenaren met relevante kennis en ervaring. De beoordelingscommissie hanteert daarbij het volgende beoordelingskader: Criteria Max. punten Toelichting

  1. Bijdrage aan de hoofddoelstellingen 20 punten: bijdrage aan 1 doelstelling 40 punten: bijdrage aan beide doelstellingen Mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van deze regeling, namelijk: 1.Het versterken van beschermende factoren in de leefomgeving van deze jongeren en het vergroten van hun sociale weerbaarheid tegen negatieve invloeden, met specifieke aandacht voor het voorkomen van aanzuiging tot georganiseerde criminaliteit. 2.Het bevorderen van positieve ontwikkeling en het bieden van perspectief aan jongeren in kwetsbare posities.
  2. Efficiëntie 10 punten: Efficiënt: met beperkte inzet middelen wordt een duidelijke impact behaald; aanpak is logisch 15 punten: Zeer efficiënt: met relatief weinig middelen wordt een grote en aantoonbare impact bereikt 20 punten: Uitzonderlijk efficiënt: minimale middeleninzet met maximale impact; kostenbewust en innovatief Bij dit criterium wordt gekeken naar de verhouding tussen de ingezette middelen (zoals tijd, geld en personeel) en de verwachte resultaten. Een voorstel scoort hoger op efficiëntie wanneer met een relatief beperkte inzet van middelen een duidelijke en aantoonbare impact wordt gerealiseerd. Daarbij wordt ook gelet op doelmatigheid: of de gekozen aanpak logisch, goed onderbouwd en kostenbewust is. 3.Meet- en haalbaarheid 10 punten: Enigszins haalbaar, resultaten deels meetbaar 20 punten: Zeer haalbaar, resultaten concreet en goed meetbaar Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre de voorgestelde activiteiten realistisch en uitvoerbaar zijn binnen de beschikbare tijd, middelen en context. Daarnaast is van belang dat de beoogde resultaten concreet en meetbaar zijn, zodat achteraf kan worden vastgesteld of de doelstellingen zijn behaald. 4.Impact 10 punten: Enige bijdrage aan vermindering van risicofactoren en/of versterking van beschermende factoren 20 punten: Sterke, duurzame gedragsverandering en brede maatschappelijke impact met duidelijke preventieve effecten Bij dit criterium wordt beoordeeld in welke mate de voorgestelde activiteiten bijdragen aan een duurzame en positieve verandering, met specifieke aandacht voor het voorkomen van jeugdcriminaliteit. Projecten die erin slagen risicofactoren bij jongeren te verminderen of beschermende factoren te versterken, scoren hoger op impact. Er wordt gekeken naar de mate waarin het initiatief structurele gedragsverandering teweegbrengt, jongeren bereikt die extra ondersteuning nodig hebben, en op termijn maatschappelijke kosten helpt voorkomen. De subsidieaanvraag dient in het totaal minimaal 50 punten te scoren bij de beoordeling. Wordt het minimale puntenaantal niet gehaald dan weigeren burgemeester en wethouders de subsidieaanvraag. Na advies van de beoordelingscommissie worden de ingediende aanvragen door burgemeester en wethouders op volgorde van het aantal behaalde punten toegekend, totdat het subsidieplafond is bereikt. Als aan twee of meer aanvragen hetzelfde aantal punten is toegekend en het subsidieplafond wordt door toekenning van deze aanvragen overschreden, dan wordt de subsidie toegekend door loting tussen de aanvragen die hetzelfde aantal punten hebben behaald. De loting wordt verricht door een notaris. Artikel11:10Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag? 1.Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen. Artikel11:11Wanneer kan subsidie worden geweigerd? 1.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie (deels) weigeren als een van de weigeringsgronden van de ASV of de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook (deels) weigeren als: niet wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 11:5; de activiteiten niet bijdragen aan het doel van deze subsidieregeling; of niet wordt voldaan aan andere voorschriften uit dit hoofdstuk. Paragraaf11.4Subsidieverstrekking Artikel11:12Welke verplichtingen horen bij deze subsidie? 1.In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie. Naast de algemene verplichtingen geldt de volgende verplichting die hoort bij het ontvangen van subsidie: de subsidieontvanger is verplicht de activiteiten uit te voeren overeenkomstig de bij de subsidieaanvraag verstrekte gegevens. Hoofdstuk12Toegepaste Technologie en Creativiteit Breda Paragraaf12.1Subsidieregeling Toegepaste Technologie en Creativiteit Breda Artikel12:1Doel Het doel van subsidie op grond van dit hoofdstuk is het verlenen van subsidie voor activiteiten die bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen door het versterken van de toepassing van (creatieve) technologie. Dit heet ‘Tech for Good’. Dit doel volgt uit het beleidskader dat is vastgelegd in de Economische Visie Breda, vastgesteld door de raad van de gemeente Breda op 12 september
  3. Dit beleidskader is van toepassing voor dit hoofdstuk. Artikel12:2Definities In deze subsidieregeling betekent: Beoordelingscommissie: de commissie die de ingediende subsidieaanvragen beoordeelt aan de hand van de voorwaarden die in deze subsidieregeling staan. De beoordelingscommissie bestaat uit drie tot vijf medewerkers van de gemeente Breda met voldoende kennis over en ervaring met de toepassing van (creatieve) technologie in de praktijk; De-minimisverklaring: een document waarin de aanvrager verklaart gedurende een periode van drie jaar niet meer dan € 300.000,- aan overheidssteun te hebben ontvangen; TTC-Pitch: een bijeenkomst waarin ondernemers hun project aan de gemeente Breda presenteren en uitleggen waarvoor ze de subsidie nodig hebben. Artikel12:3Voor wie is deze subsidie bedoeld? Subsidie op basis van dit hoofdstuk is bedoeld voor: een bedrijf of organisatie met rechtspersoonlijkheid die in de gemeente Breda als onderneming of organisatie actief is en waarvan, volgens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, de hoofdvestiging in de gemeente Breda is gevestigd; een samenwerkingsverband van bedrijven of organisaties waarvan de penvoerder, volgens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, de hoofdvestiging in de gemeente Breda heeft. Artikel12:4Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling? De subsidie is voor projecten waarin nieuwe (creatieve) technologische toepassingen worden ontwikkeld en in de praktijk worden getest. Een bedrijf, organisatie of samenwerkingsverband mag per jaar maar voor één project een aanvraag indienen. Artikel12:5Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie? Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan: Toepassing van de (creatieve) technologie in de praktijk vindt ten minste in de gemeente Breda plaats. Aanvrager ontwikkelt de creatieve oplossing zelf met het doel om deze op de markt te brengen.
  4. Het project draagt bij aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen op een of meer van deze gebieden: energietransitie; grondstoffengebruik en circulaire economie; landbouw- en voedseltransitie; gezondheid en zorg; mobiliteit en transport; inclusieve samenleving. Binnen het project wordt getest of de oplossing in de praktijk werkt. Het project duurt maximaal 1 jaar. Artikel12:6Hoeveel subsidie is er? 1.Het maximale subsidiebedrag (het subsidieplafond) voor het jaar 2026 is € 175.
  5. 2.Iedere subsidieaanvrager kan maximaal € 25.000 subsidie aanvragen. 3.De subsidie mag alleen worden ingezet voor de volgende kosten die voor het project worden gemaakt: Facturen die worden betaald aan derden, zoals kosten voor inkoop van materialen, apparatuur, software en voor producten en diensten die door externe deskundigen of adviseurs zijn vervaardigd of worden geleverd voor het project. De subsidie is maximaal 75% van deze kosten. Loonkosten van bij het project betrokken eigen personeel van de onderneming of organisatie. De subsidie is maximaal 25% van deze kosten. 4.Bij het bepalen van de loonkosten, die voor subsidie in aanmerking komen, geldt een vast uurtarief van €
  6. Paragraaf12.2Subsidieaanvraag Artikel12:7Wat is er nodig bij de aanvraag? In afwijking van de ASV geldt voor deze subsidie de volgende aanvraagprocedure. Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd: een projectplan; een sluitende projectbegroting, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar; een rechtsgeldig ondertekende de-minimisverklaring; een partnerverklaring: waarmee een partner (mogelijk een potentiële klant) verklaart aan het project bij te dragen door de oplossing in de praktijk te testen. Als de subsidie wordt aangevraagd namens een samenwerkingsverband treedt een van de partijen op als penvoerder en dient deze de aanvraag in. Een aanvraag kan pas ingediend worden als de aanvrager heeft deelgenomen aan de TTC Pitch. De inschrijvingstermijn voor de TTC-pitches wordt op breda.nl/subsidies-ondernemers aangegeven en zal open staan voor minimaal 4 weken in de periode tussen 1 november en 20 januari voorafgaand aan de daadwerkelijke indieningsdatum van de aanvraag zoals genoemd in artikel 12:
  7. Tijdens de TTC-Pitch presenteert de aanvrager zijn project. Pitches worden meteen van feedback voorzien. De aanwezige vertegenwoordigers van de gemeente Breda en externe deskundigen adviseren de aanvrager onder meer over hoe het project en de aanvraag nog verder verbeterd kan worden. De vertegenwoordigers van de gemeente Breda en de externe adviseurs baseren hun advies op de doelen en voorwaarden uit deze subsidieregeling. Artikel12:8Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen? In afwijking van artikel 4, eerste lid, van de ASV moet een subsidieaanvraag bij burgemeester en wethouders zijn ingeleverd vóór 1 maart van het subsidiejaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Paragraaf12.

Artikel12:9Hoe wordt de subsidie verdeeld?

1.Alle complete subsidieaanvragen die op tijd zijn ingeleverd, en die niet geweigerd zijn op grond van artikel 6 van de ASV, worden beoordeeld door de beoordelingscommissie die vervolgens een advies opstelt. 2.De beoordelingscommissie hanteert daarbij het volgende beoordelingskader: Criterium Maximale toekenning punten Toelichting Bijdrage aan de doelen van deze regeling 40 Mate waarin het project op een vernieuwende wijze een technologische oplossing combineert met een aangegeven maatschappelijke uitdaging, zoals benoemd in artikel 5 van deze subsidieregeling: - 0-15: weinig vernieuwend, bijvoorbeeld doordat al andere oplossingen voor het probleem in de markt beschikbaar zijn met dezelfde technologie - 15-30: redelijk vernieuwend, bijvoorbeeld bestaande technologische toepassingen, maar in een nieuw domein - 30-40: echt innovatieve oplossing vanwege een nieuwe technologische toepassing in het domein van impact Impact op maatschappelijke uitdaging 20 De mate van impact op het oplossen van de aangegeven maatschappelijke uitdaging Inzet van technologieën 20 De mate waarin gebruik wordt gemaakt van vernieuwende technologieën met name op het gebied van: robottechnologie; gametechnologie en gamification; immersive technologies (waaronder VR AR XR); web3 en blockchain; Internet of Things (IoT); data en Artificial Intelligence (AI). Kans op succes 20 Kans dat het project succesvol uitgevoerd wordt en de potentie heeft

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.