← Nederland

Gelders programma Economie (Gelderland)

In het kort

Dit programma beschrijft het economisch beleid van de provincie Gelderland, gericht op het creëren van een vitale en innovatieve economie als basis voor brede welvaart, nu en in de toekomst. Het richt zich op het versterken van de concurrentiepositie van ondernemers, het fysieke vestigingsklimaat en het voorbereiden van mens en bedrijf op de toekomst.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/provincie/2026/CVDR758226 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/pv25/2024/gelders-programma-economie /join/id/stop/work_019 2026-03-05 2026-03-05 /akn/nl/act/provincie/2026/CVDR758226/nld@2026-03-05 /join/id/proces/pv25/2025/doel_343_0015478b6a3f4a06919b3d3ad94cc224 2026-03-05 2026-03-05 /akn/nl/act/pv25/2024/gelders-programma-economie/nld@2025-12-01;1 /akn/nl/act/pv25/2024/gelders-programma-economie /akn/nl/act/pv25/2024/gelders-programma-economie/nld@2025-12-01;1 /join/id/stop/work_019 1 Gelders programma Economie Voorwoord Voorspellen is moeilijk, zeker als het over de toekomst gaat. Maar als ik mijn ogen sluit zie ik een welvarend Gelderland in 2050 voor me. Een Gelderland met een sterke economie die zich heeft aangepast aan de grote uitdagingen waar we nu tegenaan kijken. Ik zie geen ouderwetse fabrieksschoorstenen meer, maar industrieterreinen die onderdeel zijn van het landschap. Waar grondstoffen niet meer uit de grond komen, maar oneindig worden hergebruikt. Waar spullen niet worden vervangen, maar gerepareerd. Ik zie mensen ondernemen en energiek aan het werk. Die op een duurzame manier ondernemen en werken, niet meer in de file staan en die wonen in de buurt van hun onderneming of werk, scholen en vrijetijdsbesteding. Ik zie ook dat iedereen actief is en bijdraagt aan de economie en de samenleving en dat elke bijdrage telt. Ik zie ook dat Gelderland nog steeds het wereldkenniscentrum is voor voedselproductie, met Wageningen als wereldmerk. Eten over de wereld wordt duurzaam geproduceerd dankzij de kennis uit Gelderland. En ik zie de voormalige TenneT-toren van Arnhem die nu gebruikt wordt om wereldwijd het energienetwerk aan te sturen. Het kenniscentrum netcongestie dat ernaast op Arnhems Buiten gevestigd was, is allang gesloten: met de kennis en innovaties die daar en bij Connectr in Gelderland ontwikkeld zijn, hebben we het probleem van netcongestie opgelost. In het gebouw werken starters nu aan nieuwe concepten van energiedragers. De maakindustrie heeft de grote veranderingen overleeft en loopt voorop in de circulaire productie van machines en robots die je in de hele wereld tegenkomt. Aangestuurd door chips uit Nijmegen. De Grebbelinie bestaat nog als herinnering aan het verleden. We zijn nu veilig dankzij de onzichtbare digitale verdedigingslijnen van het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering in Apeldoorn. En overal zie ik dat de economie zich heeft verspreid. Elk dorp bruist van lokale bedrijvigheid. U denkt nu dat ik droom. Misschien wel, maar als we vandaag gericht investeren in de Gelderse economie van de toekomst, dan kan deze droom werkelijkheid worden. Helga Witjes Gedeputeerde Economie & Innovatie en Onderwijs & Arbeidsmarkt Samenvatting In Gelderland hebben we een gezonde welvarende economie. Dat is niet vanzelfsprekend. We zien namelijk ook uitdagingen op het gebied van ruimte, energie en klimaat, grondstoffen, digitalisering en arbeidsparticipatie. Provincie Gelderland ziet het als haar rol om de randvoorwaarden in Gelderland op economisch vlak op orde te hebben en te houden. Missie van het economisch beleid is: een vitale en innovatieve economie als basis van onze brede welvaart nu en later. Hiermee benaderen we economie en innovatie integraal Gelderland gewoon doen. (Coalitieakkoord 2023-2027) Ons beleidskader Onze provinciale rol concentreert zich op het behouden en verbeteren van de randvoorwaarden voor bedrijven, werklocaties, ondernemers, starters, werkenden en werkzoekenden in Gelderse economie. Ons handelen is gefundeerd op een visie en beleid Ruimte voor Economie op drie vlakken. Beleid voor ruimte maken voor de economie van de toekomst: Het fysieke vestigingsklimaat voor het Gelders bedrijfsleven versterken wij door: ● Te sturen op voldoende ruimte voor werklocaties en daarbij prioriteit geven aan bedrijventerreinen met een hoge milieucategorie (industrie) en kennisintensieve campussen. Dit verankeren wij in de nieuwe omgevingsvisie. ● Te sturen op de beschikbaarheid van energie, water en fysieke bereikbaarheid als belangrijke randvoorwaarden voor de aanleg en doorontwikkeling van werklocaties. Dit verankeren wij in de nieuwe omgevingsvisie. Beleid voor investeringen in een aantrekkelijk vestigingsklimaat in Gelderland We stellen de volgende prioriteiten bij het vormgeven van het vestigingsklimaat in Gelderland: ● Wanneer keuzen gemaakt worden over wonen, bereikbaarheid, voorzieningen- niveau en leefbaarheid wegen wij de bijdrage aan het economische vestigingsklimaat expliciet mee. Dit verankeren we in afspraken met onze regionale partners. ● Bij de ontwikkeling en inrichting van nieuwe en bestaande werklocaties geven wij prioriteit aan optimaal benutten van ruimte, kwaliteit van de leefomgeving, ruimtelijke inpassing, samenwerking en regionale meerwaarde van bedrijfsvestigingen. Dit verankeren we in afspraken met onze regionale partners in Regionale Programma’s Werklocaties. ● We verbreden onze steun aan het mkb in Gelderland in samenwerking met gemeenten en ondernemers, lokaal en regionaal. Beleid voor investeren in vitaliteit en innovatiekracht We stellen de volgende prioriteiten bij het gericht investeren in de vitaliteit en innovatiekracht van de economie: ● Bij de ontwikkeling van de economie leggen we prioriteit bij het inspelen op en het aanpassen aan trends in de energievoorziening en klimaateisen, digitalisering en grondstoffengebruik (circulaire economie). ● We behouden onze focus bij innovatie op de kennisintensieve clusters voedsel (food), energie (energy) en de maakindustrie (met name hightech). Binnen het cluster gezondheid (health) richten we ons voornamelijk op de technologische innovatie in de gezondheidszorg. ● Wij investeren in het behoud en vernieuwing van de brede industriële basis in Gelderland door stimuleren van toepassen van innovaties en ontwikkeling van toekomstbestendige industrieterreinen. ● Wij blijven investeren in de sectoren Transport en Logistiek en Recreatie en Toerisme vanwege het specifieke provinciale en regionale economische belang. ● Wij verleggen de focus van beschikbaarheid van banen naar de beschikbaarheid en het ontwikkelen van mensen voor de arbeidsvraag op korte en langere termijn, met nadruk op energietransitie, circulaire economie en digitalisering. Drie strategische doelen in het Gelders Programma Economie De beleidskaders geven richting aan ons handelen en onze programmering. Het Gelders programma Economie kent drie strategische, lange termijn beleidsdoelen:

  1. De concurrentiepositie van de Gelderse ondernemers is verstevigd.
  2. Het fysieke vestigingsklimaat en de werklocaties voor Gelderse bedrijven zijn versterkt (zowel kwalitatief als kwantitatief).
  3. Mens en bedrijf in Gelderland zijn klaar voor het werk van de toekomst. Het maatschappelijk, lange termijn effect van onze inspanningen met het Gelders programma Economie resulteert in een sterke economie met duurzame economische activiteiten (energie, klimaat en grondstoffen), met werkgelegenheid die past bij mensen in Gelderland. Zij merken de effecten van ons beleid door passend werk dicht bij huis, een zeker en voldoende inkomen, goede bereikbaarheid en een gezonde leefomgeving. Wij meten de beleidseffecten van het Gelders programma Economie met Bruto Binnenlands Product van Gelderland, het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden en het aandeel Gelderlanders die tevreden zijn over hun leven. We monitoren de ontwikkeling van vraag en aanbod van werklocaties en de arbeids- participatie van Gelderlander. Daarnaast monitoren wij brede welvaart en meten hiervoor het aandeel Gelderlanders dat tevreden is over hun leven Daarbij is het ons doel dat de meeste indicatoren zich positiever ontwikkelen dan het gemiddelde in Nederland. Schematische weergave Gelders programma Economie Drie strategische doelen in het Gelders Programma Economie De programma-activiteiten zijn geordend in 7 tactische doelen (zie figuur) en bij alles wat we doen, worden activiteiten afgewogen tegen algemene uitgangspunten (zie figuur). Strategisch doel
  4. Verstevigen van de concurrentiepositie van Gelderse Ondernemers Tactisch doel 1 Versterken van de kennisintensieve clusters Wij versterken de concurrentiepositie van het Gelderse bedrijfsleven door de vier kennisintensieve clusters Voeding (food), Gezondheid (health), Energie (energy) en Maakindustrie te stimuleren. Activiteiten die wij uitvoeren, zijn: ● Versterken van de organisatiegraad van de kennisintensieve clusters. ● Stimuleren van groei van kennisintensieve clusters met o.a. acquisitie, resulterend in circa 40 bedrijfsvestigingen in Oost-Nederland per jaar. ● Ontwikkelen van toegankelijke innovatie-infrastructuur, zoals proeftuinen en pilotfaciliteiten. ● Ondersteunen van 200 tot 300 start-ups en scale-ups per jaar. ● Versterken van toegang tot financiering voor innovatieve bedrijven. ● Bevorderen van internationale handel, met bijvoorbeeld jaarlijks circa 200 deelnemende bedrijven aan handelsproject G04Export in Oost-Nederland. Tactisch doel 2 Versterken van het Gelders ondernemersklimaat De concurrentiepositie van Gelderland wordt versterkt met verbeteren van het Gelderse ondernemersklimaat: ● Uitvoeren nationale Actieagenda mkb-dienstverlening 2024-
  5. ● Ondernemers ondersteunen bij de start van hun bedrijf, 250 starters per jaar. ● Mkb’ers ondersteunen bij transities in hun grondstofgebruik (circulair), energieverbruik en digitalisering (bereik: meer dan 400 bedrijven). Maatschappelijke effect van tactisch doel 1 en 2 Door veel bedrijven in de vier innovatieve clusters én mkb’ers bij provinciale activiteiten te betrekken, verwachten wij dat het aantal werkzame personen en de arbeidsproductiviteit in Gelderland hoger zullen zijn dan het landelijk gemiddelde. Daarnaast verwachten wij op de Europese ranglijsten Regional Competitiveness Index (RCI) en Regional Innovation Scoreboard (RIS) bijde Europese top te horen. Bij de RCI betekent dit dat we blijven behoren totde ontwikkelde economieën. Voor de RIS geldt dat wij op dit moment tot de sterke innovators horen, het op één na hoogste niveau. Onze ambitie is om bij de eindbalans in 2027 te behoren tot de innovatie koplopers, het hoogste niveau. Strategisch doel
  6. Versterken van het fysieke vestigingsklimaat voor Gelderse bedrijven met ruimte om te vestigen en groeien De komende jaren investeren wij in de planvoorraad, herstructurering en realisatie van voldoende ruimte voor bedrijvigheid in kwantitatieve zin (aantal hectares), maar ook in een kwalitatieve match. Tactisch doel 3 Zorgen voor passend aanbod van werklocaties We zorgen voor een passend aanbod van werklocaties door het opstellen van regionale programma’s werklocaties (rpw’s) en als provincie bij te dragen aan de realisatie. Dit resulteert in het accommoderen van 10% van de vraag op bestaande werklocaties. In de prognose tot en met 2030 is er daarnaast nog 450 ha aan nieuwe bedrijventerreinen nodig. Het is onze ambitie om deze 450 ha t/m 2030 volgens prognose te realiseren. Dit is afhankelijk van de realisatiekracht van andere partijen en randvoorwaarden zoals stikstof en netcapaciteit. Tactisch doel 4 Toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen We gaan aan de slag met het toekomstbestendig maken van minimaal 80 bestaande bedrijventerreinen met de ‘Aanpak toekomstbestendigebedrijventerreinen’. Deze aanpak is reeds succesvol en wordt geïntensiveerd. Maatschappelijk effect van tactisch doel 3 en 4 Met onze inzet streven we naar een planvoorraad van werklocaties die gelijk is aan de vraag naar bedrijfslocaties (zowel kwalitatief als kwantitatief), zodat nieuwe en bestaande bedrijven voldoende ruimte hebben om uit te bereiden. Een tweede effect zal merkbaar zijn in het leegstandspercentage voor kantoorlocaties en winkelcentra. Het is onze ambitie om rond de 5% te blijven. Strategisch doel
  7. Mens en bedrijf zijn klaar voor het werk van de toekomst In alle sectoren is er een structureel tekort aan personeel en werk verandert door technologie en digitalisering. Zo ontstaan krapteberoepen en spanning opde arbeidsmarkt: voor een openstaande vacature zijn er geen of niet voldoende gekwalificeerde werkzoekenden. Als provincie leggen wij de focus op drie subthema’s: energietransitie, circulaire economie en digitalisering. Tactisch doel 5 Stimuleren samenwerking human capital We stimuleren de samenwerking van arbeidsmarkt- en onderwijspartijen aan menselijk kapitaal (human capital) met de volgende activiteiten: ● Inzetten van provinciale regioadviseurs in zes regio’s. ● Verbinden provinciale ambities naar regio’s op het gebied van human capital. Tactisch doel 6 Vergroten arbeidsparticipatie We vergroten de arbeidsparticipatie met: ● Stimuleren van minimaal 7 vernieuwende initiatieven om werkzoekenden, zij-instromers en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te begeleiden naar een baan die bij hen past. ● Participeren in de Nationaal Groeifondsaanvraag Meer uren werkt! Tactisch doel 7 Aanmoedigen van leven lang ontwikkelen We stimuleren werkgevers tot inzet op leven lang ontwikkelen (LLO) van medewerkers door: ● Bevorderen van de leercultuur bij ondernemers. ● Opzetten van een LLO-programma in ten minste één kennisintensief cluster. ● Versterken samenwerking mbo omtrent LLO. Maatschappelijk effect van tactisch doel 5, 6 en 7 Met onze inzet streven we ernaar in Gelderland een hogere arbeidsparticipatie te hebben dan het landelijk gemiddelde en juist een lager werkloosheidspercentage dan het landelijk gemiddelde. Daarnaast is onze ambitie dat het aantal vacatures per 100 werklozen in Gelderland lager is dan het landelijk gemiddelde, zodat de spanning op de arbeidsmarkt afneemt. Met name voor de regionale en provinciale ambities op het gebied van energietransitie, circulaire economie en digitalisering is het van belang dat het aantal onvervulde vacatures in deze sectoren afneemt. Van programma naar uitvoering Vervolg We stellen per tactisch doel een uitvoeringsagenda op samen met andere partijen. Het beleid geeft richting, de doelen ambitie, maar de exacte invulling van instrumenten moet nog fijngeslepen worden. Bij acties, projecten en instrumenten wordt specifiek bepaalt wie, wat, wanneer, waarom en met welke (financiële) middelen. Onderweg komen wij keuzes en afwegingen tegen qua betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. De beschikbaarstelling van de middelen gebeurt via de reguliere P&C-cyclus. Integraal opgavegericht werken en aandacht voor regionale verschillen De uitvoering van het Gelders Programma Economie kent een wisselwerking met ander provinciaal beleid en programma’s. Zo draagt het economisch beleid bij aan bijvoorbeeld grondstofproblemen in de woningbouw of innovatie in de landbouw. Andersom zorgt de uitvoering van andere Gelderse programma’s voor belangrijke randvoorwaarden die een goed vestigingsklimaat creëren. Denk daarbij aan een goede bereikbaarheid, voldoende woningen, een aantrekkelijke woonomgeving en betrouwbare energievoorziening. Uiteraard heeft iedere regio in Gelderland haar eigen uitdagingen. Daar sluiten wij in de uitvoering van dit programma bij aan. Deel A Uitvoeringskader Hoofdstuk 1 Inleiding 2000 jaar geleden veranderde de economie in het gebied dat we nu Gelderland noemen. De komst van de Romeinen bracht het muntgeld naar Nederland.Draaide eerst alles nog om zelfvoorzienende landbouw, nu begon de economie zich te specialiseren. Op de Holdeurn in Berg en Dal opende de eerste fabriek in Nederland haar deuren. Bakstenen en dakpannen werden daar op grote schaal gebakken en Gelderland werd deel van de internationale handel. Sinds die tijd is onze economie alleen maar groter en gevarieerder geworden, vooral na de bloeiperiode tijdens de Hanze (een handelsverbond uit de Middeleeuwen). Deze economische veranderingen door de eeuwen heen, leverden niet alleen interessante archeologische vondsten op. Ze zorgden ook voor ons huidige welzijn en onze welvaart. Nu staan we voor nieuwe uitdagingen, zoals de oorlog in Oekraïne, het tekort aan arbeidskrachten en netcongestie op het elektriciteitsnet. Gelukkig gaan we deze uitdagingen als provincie niet alleen aan. Sterker nog, dat kunnen wij niet alleen. We zoeken actief de samenwerking op door integraal te werken, niet alleen ‘binnen’ onze eigen organisatie maar ook ‘buiten’ met onze partners. Wie weet welke vondsten archeologen hier over 2000 jaar zullen opgraven. En misschien kunnen ze deze wel verbinden aan een document dat niet meer goed leesbaar is, maar waar de eerste ontcijferde woorden beginnen met: ‘Voorspellen is moeilijk, zeker als het over de toekomst gaat …’ Hoofdstuk 2 Bestaande kaders 2.1 Brede welvaart 20 jaar geleden ging het in veel economische programma’s om het vergroten van het bruto nationaal product en het verlagen van werkloosheid. Nu kijken we veel breder naar de economie. Dat geldt ook voor ons als provincie Gelderland. In Ruimte voor Economie dat nu voor u ligt zetten wij de inwoners en ondernemers in Gelderland op de eerste plaats. Dit betekent dat we bij het maken van ons economisch beleid niet alleen een ‘economische bril’ opzetten. We hebben oog voor de maatschappelijke én economische toekomst van onze inwoners en onze ondernemers. Nederland - en daarmee ook Gelderland - staat voor grote economische én maatschappelijke uitdagingen. Het wordt steeds duidelijker dat een economie die alleen gericht is op de groei van het bruto binnenlands product en inkomen, geen antwoord heeft op de grote uitdagingen van onze tijd. Door alleen te kijken naar ‘materiële welvaart’, lossen we de grote opgaven in de manier waarop we werken, ondernemen, zorgen, leren en samenleven, niet op. We hebben een breder, integraal en samenhangend perspectief nodig op de ontwikkeling van onze welvaart: ‘brede welvaart’. Brede welvaart gaat over het welzijn van mensen. Het meet alles wat mensen belangrijk vinden. Naast materiële welvaart gaat het vooral ook om niet-materiële behoeften, zoals gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, hoe we omgaan met elkaar en (on)veiligheid. Daarbij kijken we naar het leven in het ‘hier en nu’, de gevolgen van onze manier van leven voor toekomstige generaties (‘later’) en de effecten op het welzijn van mensen op andere plekken (‘elders’). ‘We zijn ons ervan bewust dat onze keuzes over de provincie van invloed zijn op de leefbaarheid van alle Gelderlanders. Daar hebben we oog voor. Dat doen we onder de noemer ‘brede welvaart’. Brede welvaart wordt wel omschreven als de kwaliteit van leven hier en nu, en de mate waarin deze ten koste gaat van de brede welvaart van latere generaties of van die van mensen elders in de wereld. Dat loopt als een rode draad door dit akkoord.’ Bron: coalitieakkoord Gelderland 2023-2027 Brede welvaart ‘hier en nu’ gaat over de persoonlijke kenmerken van mensen en de kwaliteit van de omgeving waarin zij leven. Het is een breed begrip. Zo wordt er in het ‘hier en nu’ niet alleen gekeken naar hoe tevreden mensen zijn met het leven. Ook gaat het om hun inkomen, de afstand tot voorzieningen, contacten met familie en kennissen, en of er groen in de buurt is. Brede welvaart ‘later’ draait om de hulpbronnen die volgende generaties nodig hebben om net zo welvarend te zijn als wij nu. Deze hulpbronnen kunnen economisch zijn, maar ook natuurlijk, menselijk of sociaal. Bij brede welvaart ‘elders’ gaat het om de keuzes die Nederlanders maken rondom banen, inkomens, hulpbronnen en het milieu in andere landen. Hierbij kijken we naar ‘handel en hulp’ en ‘milieu en grondstoffen’. Bij ‘handel en hulp’ letten we op de meestal positieve effecten van de internationale handel van Nederland op de welvaart van handelspartners. Bij ‘milieu en grondstoffen’ gaat het om de vooral negatieve effecten op het milieu. Kortom: ‘brede welvaart’ klinkt misschien ingewikkeld, maar gaat eigenlijk over de levensvragen die mensen hebben: ‘Woon ik prettig en veilig? Kan ik de rekeningen nog betalen? Heb ik een baan met kansen voor (zelf)ontwikkeling? Hoe staat het met de klimaatverandering?’ Maar ook: ‘Moet ik me zorgen maken over de toekomst van mijn kinderen?’ Vanuit economisch perspectief Brede welvaart bereiken we met een integrale visie en door samen te werken. Zo kunnen we de grote economische en maatschappelijke uitdagingen die op ons afkomen aanpakken. Met Ruimte voor Economie dragen we bij aan brede welvaart vanuit een economisch perspectief. Voor een brede welvaart hebben we een goed draaiende, innovatieve en concurrerende Gelderse economie nodig. Het is belangrijk dat onze economie groeit, er genoeg ruimte is voor bedrijven en dat er passende banen zijn. Zo kunnen we onze inwoners en ondernemers niet alleen nu, maar ook later kwaliteit van leven en toekomstperspectief bieden. Dit betekent dat we in ons economisch programma vooral kijken hoe we met onze economische activiteiten kunnen bijdragen aan duurzame welvaart én welzijn in Gelderland. In het hier en nu, later en elders. Inwoners De kwaliteit van leven van onze inwoners kunnen we niet los zien van hun economische, sociale en fysieke leefomgeving. Vanuit economisch perspectief houden wij ons vooral bezig met vragen en uitdagingen die onze inwoners tegenkomen rondom wonen, werk en inkomen, zoals: ● ‘Heb ik werk, nu en later? Past dit werk bij me? Geeft het me genoeg geld om van te leven? Is het in de buurt of moet ik ver reizen? Kan ik er makkelijk komen? Is er een goede balans tussen werk en vrije tijd? Haal ik op een gezonde manier mijn pensioen?’ ● ‘Kan ik in een fijne en gezonde omgeving wonen? Zijn er genoeg voorzieningen in de buurt?’ ● ‘Hoe is dit voor de volgende generatie? Moet ik me zorgen maken overde toekomst van mijn kinderen en kleinkinderen? Kunnen zij nog prettig wonen en werken?’ Ondernemers Voor onze economische toekomst spelen bedrijven en ondernemers een grote rol. Zij leveren de meeste werkgelegenheid en daarmee ook de basis waarmee we geld verdienen in Gelderland. Een stabiel en aantrekkelijk vestigingsklimaat is daarbij van groot belang. Daarom helpen wij onze ondernemers bij vragen en uitdagingen, zoals: ● ‘Kan ik nog de juiste en voldoende mensen vinden voor mijn bedrijf?’ ● ‘Is er ruimte voor uitbreiding van mijn bedrijf? Zijn er kavels? Is er kantoorruimte? Hoe staat het met de energievoorziening? Is mijn bedrijf goed bereikbaar?’ ● ‘Hoe gaat het met mijn grondstoffen- en energieverbruik? Blijft produceren op mijn huidige locatie winstgevend?’ ● ‘Hoe kan ik innoveren? Kan ik nog groeien?’ ● ‘Er is zoveel regelgeving en er zijn zoveel eisen, waar moet ik beginnen?’ ● ‘Hoe ziet de toekomst van mijn bedrijf eruit?’ Regionale verschillen Regionaal gezien zijn de verschillen in brede welvaart in Nederland groot en ze worden steeds groter. Die verschillen hebben te maken met landschap en cultuur, maar ook met de kansen die mensen hebben om onderwijs te volgen op een plek die goed bereikbaar is, een passende baan te vinden en gezond oud te worden. In sommige gebieden in Nederland hebben mensen weinig kans op al die punten. Deze gebieden liggen vaak buiten de plaatsen en steden waar economisch veel te doen is. Ook in Gelderland zien we verschillen in brede welvaart. Door ons economisch beleid met maatwerk aan te passen per regio, kunnen we de brede welvaart in onze Gelderse regio’s behouden en vergroten. 2.2 De Gelderse economie nu en later Om de economische uitgangspositie van Gelderland goed in beeld te krijgen en te houden maken we gebruik van een groot aantal, regelmatig verschijnende monitors. Hierdoor hebben we ook inzicht in de economische context van onze brede welvaart. De Gelderse economie nu Gelderland staat er economisch gezien goed voor. Zo groeide de Gelderse economie in 2023 bovengemiddeld met 0,5%, steeg het aantal banen met 3% en ligt het werkloosheidspercentage eind 2023 met 3,4% bijzonder laag. Deze sterke positie is ook terug te zien in de ‘Regional Competitiveness Index’ [1] Dit is een Europees overzicht van het concurrentievermogen per regio. Per regio wordt gemeten in hoeverre de regio een aantrekkelijke omgeving is voor bedrijven en inwoners om daar te werken en te leven. waarin Gelderland, samen met een paar andere Nederlandse provincies, tot de Europese top behoort. Als we naar de economische ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar kijken, dan lijkt de Gelderse economie sterk op die van Nederland als geheel. Zo is de groei van het bruto binnenlands product, de beroepsbevolking en de arbeidsproductiviteit bijna hetzelfde als in heel Nederland. Inzoomend op Gelderland zien we een aantal sterke en zwakke punten: Bedrijven, kennisinstellingen, onderwijs en overheid werken goed met elkaar samen. Het niveau van onderwijs en onderzoek (mbo, hbo en universitair) is hoog en de (digitale) infrastructuur is goed. De beroepsbevolking is goed opgeleid en de arbeidsproductiviteit is hoog. De publieke sectoren - zorg, onderwijs en openbaar bestuur - zijn best groot in Gelderland. Hierdoor is de Gelderse economie iets minder conjunctuurgevoelig dan de Nederlandse economie als geheel. Met andere woorden: als het economisch goed gaat dan presteert Gelderland vaak iets minder goed, maar als het economisch tegenzit dan presteert Gelderland relatief goed. Gelderland heeft een aantal sterke sectoren die (inter)nationaal tot de top behoren. Deze aandachtsectoren zijn belangrijk voor de regionale economie. De afgelopen jaren was er in deze Gelderse sectoren een bovengemiddelde groei van werkgelegenheid, toegevoegde waarde of beide. Vier van deze sectoren passen binnen onze kennisintensieve clusters. Hierin werken bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen samen. Ze produceren goederen en diensten die lastig ‘te kopiëren’ zijn en leveren veel geld op. Ze bouwen ook voort op bestaande regionale kennis en vaardigheden. Daarom passen de sectoren goed in het Europese economische beleid, waarin regio’s gestimuleerd worden om in te zetten op sectoren die voor economische vernieuwingen zorgen. De clusters gebruiken zelf de Engelse termen Food, Health en Energy, mede omdat zij internationaal opereren. Dit is terug te zien in namen zoals Foodvalley en Health Valley. In Ruimte voor economie gebruiken wede Nederlandse termen en staan de Engelse termen erachter. De vier kennisintensieve clusters zijn: Twee aandachtsectoren zijn economisch gezien wel belangrijk, maar behoren niet tot onze kennisintensieve clusters. Deze sectoren zijn vooral groot geworden door de geografische ligging van Gelderland. Zo doet de sector transport & logistiek het goed omdat bijna alle belangrijke transportroutes door de provincie lopen; van de Rotterdamse haven en Schiphol tot aan Duitsland en het verdere Europese achterland. De sector recreatie & toerisme draagt bij aan Gelderland als binnenlandse vakantieprovincie nummer één. De arbeidsproductiviteit is in Nederland van oudsher zeer hoog: in 2022 ruim 67 euro per uur. Dit betekent dat met een beperkte inzet van arbeid veel economische waarde kan worden geproduceerd. Door investeringen in innovatie, scholing, kennisontwikkeling, industrie en nieuwe sectoren is de productiviteit de afgelopen decennia gestaag gegroeid. Net als in andere ontwikkelde landen stagneert deze groei echter. In Gelderland ligt de arbeidsproductiviteit iets lager dan in Nederland gemiddeld. Maar ook hier zien we een stagnatie. Een speciale sector is de gezondheidszorg. Deze sector is met 18,5% van het totaal aantal banen de grootste werkgever van Gelderland (Provinciale WerkgelegenheidsEnquête 2023). Deze sector vormt samen met het kennis- intensieve gezondheid (health) cluster de aandachtsector gezondheid/medisch. De gezondheidszorg is de belangrijkste afnemer van kennis en producten die worden ontwikkeld in het gezondheid (health) cluster. De Gelderse economie later Onze sterke economische positie staat niet vast voor de toekomst. De laatste jaren zien we een aantal ontwikkelingen die kansen en bedreigingen voor de Gelderse economie creëren. Deze ontwikkelingen hebben nu al invloed, maar zullen in de toekomst een steeds grotere rol gaan spelen. Economie en ruimte zijn onafscheidelijk verbonden. De economische structuur is niet statisch en bedrijven hebben fysieke ruimte nodig. Industrie, kantoren en bedrijventerreinen nemen 2,5% procent van de fysieke ruimte in beslag. Op deze plekken wordt een groot deel van de toegevoegde waarde van de Gelderse economie gerealiseerd. Door economische ontwikkeling en bevolkingsgroei stijgt de vraag naar ruimte, terwijl ook opgaven als digitalisering, circulariteit ende verduurzaming van de industrie meer fysieke ruimte voor bedrijven gaan vragen dan in het recente verleden. Daarbovenop zorgen internationale afspraken over stikstof, natuurherstel, water, duurzame energie, bodem en asielmigratie voor een aanvullende claim op de schaarse ruimte. Dit betekent dat er keuzes nodig zijn over hoe we onze schaarse ruimte verdelen. Tijdens de COVID-19-periode bleek dat internationale productie- en toeleverings- ketens niet altijd betrouwbaar zijn. De geopolitieke spanningen van de afgelopen tijd, zoals de oorlog in Oekraïne of de situatie in het Midden-Oosten, hebben dit weer eens duidelijk gemaakt met o.a. stijgende grondstofprijzen. Daarom wordt er gekeken naar oplossingen om de ketens korter te maken en dichterbij huis te houden. Ook moeten bedrijven overstappen naar een circulaire economie, terwijl ze tegelijkertijd werken aan opgaven als de energietransitie en digitalisering. En dit alles met een blijvend tekort op de arbeidsmarkt door de vergrijzing van de Nederlandse en Gelderse bevolking. Bovenstaande ontwikkelingen bieden ook kansen om de Gelderse economie verder te versterken. Blijvende arbeidstekorten dwingen ondernemers om steeds efficiënter te werken. Hierdoor stijgt de arbeidsproductiviteit. Ook de verdergaande digitalisering, met bijvoorbeeld Artificiële Intelligentie (AI), kan bijdragen aan een stijging van de arbeidsproductiviteit. Daarnaast liggen er veel economische kansen in de overgang naar een circulaire economie. Als Gelderse bedrijven op tijd beginnen grondstoffen efficiënter te gebruiken en te hergebruiken, kunnen ze op korte termijn kosten besparen. Op de lange termijn kunnen ze met innovatieve ideeën en producten een groot marktaandeel veroveren in toekomstige markten. Sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen samengevat in een overzicht SWOT-analyse Gelderse economie [2] Vanuit de sterke sociaaleconomische positie van Nederland en met het oog op de hierboven genoemde ontwikkelingen, heeft het ministerie van Economische Zaken (EZK) een SWOT-analyse gemaakt van de Nederlandse economie. Op basis van deze analyse hebben we een SWOT-analyse gemaakt vande Gelderse economie. Sterktes Zwaktes Handelsgeest en internationale verbondenheid Lage groei arbeidsproductiviteit Grote veelzijdigheid in sectoren Dalende prestaties op de basisvaardigheden Samenwerking (o.a. in clusters / ecosystemen) tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheid Lage doorgroei van start-ups naar scale-ups [3] Een start-up is een jong bedrijf met een vernieuwend idee en is gericht op snelle groei, een scale-up is, als het de eerste vijf jaar goed heeft doorstaan, simpel gezegd een opvolger van de start-up. Hoge kwaliteit kennis, onderzoek, wetenschap / goede kwaliteit onderwijs Kleine nationale afzetmarkt en gefragmenteerde Europese (kapitaal)markt Goede infrastructuur (fysiek en digitaal) Ongelijkheid in economisch, sociaal, cultureel en persoonskapitaal Creatieve goed opgeleide bevolking Vrij hoog niveau arbeidsproductiviteit Kansen Bedreigingen Digitalisering en technologie bieden innovatieve oplossingen Klimaatverandering en biodiversiteitsverlies Sociale innovatie Afnemend mondiaal belang Europa / geopolitieke machtsverschuivingen en ongelijk speelveld Verdere Europese samenwerking Afhankelijk van (digitale) technologie van andere landen Schaarse arbeid stimuleert arbeidsproductiviteit Arbeidstekorten, onder andere tekort vakkrachten en technologische experts, door vergrijzing Klimaatneutrale, circulaire en natuurinclusieve economie Stijgende vraag naar ruimte waardoor ruimte schaars wordt Verbetering werking interne markt en kapitaalunie Als we bovenstaande ontwikkelingen volgens een ideaal scenario doortrekken naar 2040, zien we dat Gelderland dan een sterke sociale markteconomie heeft. Hierin werken bedrijven aan lange termijn waardecreatie en stuurt de overheid op brede welvaart en langjarige transities. In 2040 is het investerings- en vestigingsklimaat nog steeds aantrekkelijk en behoren onze innovatieve clusters tot de wereldtop. De bedrijven in deze clusters dragen met innovaties bij aan de oplossingen voor de duurzaamheids-, grondstoffen-, energie- en voedsel- transities. Zo blijft het verdienvermogen in Gelderland ook in de toekomst sterk, zonder dat dit ten koste gaat van het klimaat-, natuur- en biodiversiteitsherstel. Ook voor de inwoners ziet de economische toekomst van Gelderland er goed uit. Brede welvaart blijft het uitgangspunt van het Gelders economiebeleid. Zo is er een hoge mate van werk- en inkomenszekerheid, een evenwichtige inkomens- verdeling en een goede balans tussen werk en vrije tijd. Werkenden hebben voldoende tijd voor zorgtaken en studie. Er is aandacht voor ieders vaardigheden en talenten. In 2040 doet iedereen volwaardig mee en profiteren alle inwoners van de sterke Gelderse economie. 2.3 Van ambitie naar beleid voor de Gelderse economie Een vitale en innovatieve economie als basis van onze brede welvaart, nu en later Gelderland gewoon doen. (Coalitieakkoord 2023-2027) We hebben te maken met grote uitdagingen op het gebied van energie en klimaat, grondstoffengebruik, digitalisering en geopolitieke verschuivingen. Onze brede welvaart staat onder druk, maar er liggen ook genoeg kansen. Daarvoor moeten we ons aanpassen aan de veranderende omstandigheden en onze aandacht verscherpen. We moeten daarbij wel realistisch zijn. De provincie heeft geen invloed op de macro-economische ontwikkelingen en de geopolitieke verschuivingen inde wereld. Waar we wel invloed op hebben, zijn de randvoorwaarden in Gelderland. Hiermee benaderen we economie en innovatie integraal (Coalitieakkoord 2023-2027). Aan de hand van de sterkte-zwakteanalyse in hoofdstuk 2 kiezen we in dit hoofdstuk voor een aantal prioriteiten. Niet alles kan immers tegelijk en overal. Deze prioriteiten vormen het beleidskader waarbinnen wij programma’s en activiteiten uitvoeren. In dit hoofdstuk concentreren we ons op:
  8. We maken ruimte voor de economie van de toekomst en stellen daarvoor economische prioriteiten bij de ruimtelijke ontwikkeling van Gelderland.
  9. We investeren in een aantrekkelijk vestigingsklimaat door economische belangen integraal mee te wegen bij keuzen rond wonen, werken, bereikbaarheid en leefomgeving.
  10. We investeren gericht in vitaliteit en innovatiekracht van onze economie met de speerpunten de energie- en klimaattransitie, grondstoffengebruik en het verhogen van de arbeidsproductiviteit en digitalisering. Wat we daarmee willen bereiken is een sterke economie, verduurzaming van de economische activiteiten (energie, klimaat en grondstoffengebruik), werkpassend bij ambities en talenten van mensen, dichter bij huis, en tegen een zeker en voldoende inkomen, en een gezonde leefomgeving. Een economie als basis van onze brede welvaart. 1 Ruimte maken voor de economie van de toekomst We stellen de volgende ruimtelijke prioriteiten en om hierop te kunnen sturen, worden die verankerd in de Omgevingsvisie: ● We sturen op voldoende ruimte voor werklocaties en geven daarbij prioriteit aan bedrijventerreinen met een hoge milieucategorie (industrie) en kennisintensieve campussen. ● We sturen op de beschikbaarheid van energie, water en fysieke bereikbaarheid als belangrijke randvoorwaarden voor de aanleg en doorontwikkeling van werklocaties. Toelichting Ruimte blijft in de toekomst schaars. Dat heeft ook consequenties voor de ruimte die beschikbaar is voor economie. Er is ruimte voor bedrijven nodig, zeker ook voor industrieterreinen [4] We spreken in dit document over werklocaties, bedrijventerreinen, industrieterreinen en campussen. Werklocaties is de verzamelterm. Bedrijventerreinen zijn werklocaties waar bedrijven in algemene zin zijn gevestigd. Industrieterreinen zijn bedrijventerreinen met een hoge milieucategorie. Campussen zijn werklocaties waar bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen zijn gevestigd. . Op 2,5% van de oppervlakte van de provincie wordt ruim 40% van het geld verdiend en heeft ruim 30% van onze inwoners werk. En de verwachting is dat dat meer gaat worden. Vanaf 2024 tot en met 2030 is conform de prognose 450 hectare aan nieuwe bedrijventerreinen nodig. Dit is afhankelijk van de realisatiekracht van andere partijen en randvoorwaarden zoals stikstof en netcapaciteit. Naar verwachting is er in de periode van 2031-2040 aanvullend tussen de 240 en 1.045 hectare nodig. Ook als we meer circulair willen werken, hebben we tot zo’n 40% meer ruimte nodig in 2050 [5] Trudy Rood en Emil Evenhuis.

(2023). Ruimte voor circulaire economie: Verkenning van de ruimtelijke voorwaarden voor een circulaire economie. Geraadpleegd op 21 mei 2024 van https://www.pbl.nl/ publicaties/ruimte-voor-circulaire-economie. voor de opslag van (herbruikbare) grondstoffen en voor industrieterreinen met circulaire bedrijven van een hoge milieucategorie. Die zijn energie-intensief vanwege de grote materiaalstromen, watergebonden. Voor de verdere ontwikkeling van onze kennisintensieve clusters is er ruimte nodig voor de campussen waar bedrijven, kennisinstellingen en andere partijen elkaar ontmoeten. Dit zijn dan ook bijzondere werklocaties, zoals de WUR-Campus in Wageningen. En het gaat niet alleen om hectares. We moeten rekening houden met de ruimte die nodig is voor natuur, water, onze infrastructuur (energie en vervoer), wonen, cultuur en recreatie & toerisme. Ook moet de economische ontwikkeling passen bij een gezonde leefomgeving. Hierbij wegen we verschillende belangen af. Deze gaan verder dan alleen de verdeling van schaarse ruimte. Hoeveel ruimte gaat er naar duurzame energieopwekking, woningbouw, cultuur, natuur, water en economische activiteit, waaronder landbouw? En op welke plekken? Als we bijvoorbeeld nieuwe woonwijken bouwen, is er dan werk in de directe omgeving of moeten mensen ver reizen? Al deze keuzes hebben directe invloed op de ontwikkeling van de economie in Gelderland. Ze bepalen wat op welke plek kan en geven daarmee een sterk structurerende sturing. Zo heeft de bereikbaarheid van woon- en werklocaties invloed op het vermogen om werknemers aan te trekken. Een aantrekkelijk woon- en leefklimaat trekt talent naar onze provincie en onze regio’s. Welvaart hangt sterk samen met de leefbaarheid in Gelderland. Dit geldt voor iedereen en in elke regio. Voor leefbaarheid is ook een lokaal gebonden economische basis nodig. Anders verzwakt de dynamiek en komen voorzieningen onder druk te staan. Uiteindelijk gaat dat ten koste van de leefbaarheid. De economische aantrekkelijkheid van kerngebieden en de herstructurering van centra zijn hiervoor de sleutel. Hiervoor heben wij bijvoorbeeld het programma Steengoed Benutten. De transitie in de landbouw, onder andere vanwege de stikstofproblematiek, zal veel invloed hebben op ons landelijk gebied. De lokale economie zal sterk van karakter veranderen. In de programma’s Landbouw, Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) en Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) werken we daarom aan een economisch perspectief voor de agrarische sector en de lokale en regionale economische structuur. De ontwikkeling van de energie-infrastructuur in Gelderland heeft grote gevolgen voor onze economische structuur. Op korte termijn is het een bedreiging voor bestaande bedrijven, denk hierbij aan netcongestie. Op lange termijn is het een belangrijke succesfactor voor de ontwikkeling van een duurzame economie. De keuzes die nationaal en regionaal worden genomen, bepalen waar de nieuwe economie zich zal ontwikkelen. Wat ons betreft hier in Gelderland. Hier werken we aan in het programma Gelderse Energie Infrastructuur (GEIS). Ook op het gebied van water moeten er keuzes worden gemaakt. Op de langere termijn moet er gekeken worden naar de beschikbaarheid van voldoende zoet water. En er moeten ruimtelijke keuzes gemaakt worden vanwege hoogwaterveiligheid. 2 Investeren in een aantrekkelijk verstigingsklimaat We stellen de volgende prioriteiten bij het vormgeven van het vestigingsklimaat in Gelderland: ● Wanneer keuzen gemaakt worden over wonen, bereikbaarheid, voorzieningenniveau en leefbaarheid wegen wij de bijdrage aan het economische vestigingsklimaat expliciet mee. Dit verankeren we in afspraken met onze regionale partners. ● Bij de ontwikkeling en inrichting van nieuwe en bestaande werklocaties geven wij prioriteit aan optimaal benutten van ruimte, kwaliteit van de leefomgeving, ruimtelijke inpassing, samenwerking en regionale meerwaarde van bedrijfsvestigingen. Dit verankeren we in afspraken met onze regionale partners in Regionale Programma’s Werklocaties. ● We verbreden onze steun aan het mkb in Gelderland in samenwerking met gemeenten en ondernemers, lokaal en regionaal. Toelichting Een stabiel en aantrekkelijk vestigingsklimaat is één van de bepalende succes- factoren voor de Gelderse economie. Dit is niet alleen belangrijk voor de huidige bedrijven. Ook vergroot het de kans dat bedrijven hier willen investeren. Daarnaast maakt een stabiel en aantrekkelijk vestigingsklimaat het voor bedrijven makkelijker talent aan zich te binden. Hierbij maken we gebruik van de sterke punten van de Gelderse economie, zoals onze kennisintensieve sectoren en de hightech maakindustrie. Maar ook de geografische ligging en de aantrekkelijke woon-, werk- en leefomgeving zijn pluspunten waar we zuinig op moeten zijn. Voorzieningen zoals sport- en vrije tijdfaciliteiten en cultuuraanbod zijn hiervoor belangrijk. Hier besteden we aandacht aan vanuit de programma’s voor Sport en Erfgoed en Cultuur. De beperkte ruimte vraagt om een intensieve aanpak voor bedrijventerreinen. Daarom intensiveren we ons programma Toekomstbestendige bedrijventerreinen. Dit doen we kwantitatief in hectares en kwalitatief, passend bij de gewenste economische ontwikkeling. Ook kijken we naar beschikbare fysieke infrastructuur- zoals energie, water, wegen - en digitale infrastructuur. Hierbij werken we nauw samen met de programma’s Ruimte, Wonen, Mobiliteit, Energie en Klimaat en Gelderse energie-infrastructuur. In hoofdstuk 3 maken we deze verbindingen zichtbaar. Zoals hierboven al is aangestipt blijft fysieke ruimte voor economische activiteiten nodig om ons verdienvermogen in stand te houden, rekening houdend met de bevolkingsgroei. Een op en met de regio afgestemd passend aanbod van werklocaties in Gelderland is hierbij noodzakelijk. Dit moet ervoor zorgen dat er in de toekomst voldoende ruimte is voor de verschillende typen bedrijven die we in Gelderland willen onderbrengen. Deze moeten toekomstbestendig zijn: duurzaam, veilig, voorzien van energie en water, bereikbaar en bijdragend aan een gezonde leefomgeving. Herstructurering en intensivering van het ruimtegebruik, kunnen hierbij helpen. Zo kunnen we meer bedrijven kwijt op onze bestaande en nieuwe bedrijven- terreinen. We verwachten op termijn 10% van de vraag op bestaande bedrijven- terreinen te kunnen accommoderen door deze beter te benutten. Dit kost echter wel veel tijd en geld. Vandaar dat we een deel van de RTG-middelen ter beschikking stellen om te kijken of dit gaat werken. Het vestigingsklimaat in Gelderland wordt voor een deel op regionale schaal bepaald. Denk aan de beschikbaarheid van voorzieningen, maar ook de invulling van de ruimte. De regio’s in Gelderland verschillen in sterke en minder sterke punten. Dat vraagt om maatwerk en om samenwerking. Dit regelen we met onze regioteams en door regionale afspraken over de arbeidsmarkt (‘Human Capital’ Agenda’
  1. s)en de bedrijventerreinen. De verduurzaming van onze samenleving hangt af van de snelheid waarmee bedrijven en inwoners de overstap maken. Hoe versnellen we de overgang naar een duurzame energievoorziening? Hoe verminderen we ons grondstoffenverbruik? Als provincie zorgen we voor de randvoorwaarden om verduurzaming bij bedrijven en inwoners mogelijk te maken. Dit betekent onder andere een vlotte vergunningverlening en het stimuleren van het aanbod van voldoende geschoold personeel. Publieke investeringen in energie-infrastructuur en het aanmoedigen van maatschappelijk verantwoord ondernemen kunnen hierbij van dienst zijn. Ook kunnen wij zelf als provincie het goede voorbeeld geven door in onze eigen bedrijfsvoering zoveel mogelijk te kiezen voor economisch haalbare circulaire oplossingen, zoals bijvoorbeeld bij de bijzondere sloop van Prinsenhof A. Denk verder aan onze inkoop en aanbestedingen (bijvoorbeeld de eis om het oude asfalt te hergebruiken), onze programma’s rond wonen (circulair bouwen), mobiliteit en landbouw. Voor een brede economische veerkracht is het belangrijk dat zoveel mogelijk ondernemers investeren in vernieuwing. Nieuwe technieken en producten, nieuwe markten, nieuwe bedrijven, leven lang leren. (Coalitieakkoord 2023-2027). Steun van de provincie kan hierbij helpen. De klassieke benadering via gespecialiseerd organiserend vermogen werkt alleen niet bij een brede doelgroep [6] Een belangrijk deel van het provinciale (innovatie) beleid wordt (mede) uitgevoerd door verschillende organisaties zoals Oost NL, RCT Gelderland, etc. Deze organisaties vatten wij samen onder de term ‘organiserend vermogen’. . Het activeren van lokale en regionale ondernemersgemeenschappen is effectiever. Het is dan ook wenselijk om samen met ondernemers en gemeenten (zij zijn vaak het eerste aanspreekpunt van bedrijven) hier extra in te investeren. Het overgrote deel van de bedrijven in Gelderland is mkb. Onze dienstverlening moet aansluiten bij de behoefte van deze ondernemers. We willen een mkb-vriendelijke provincie zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om subsidieverlening, vergunningen, toezicht en handhaving, regelgeving, het provincieloket, inkoop en aanbesteding. We willen dat ondernemers makkelijk in contact komen met de juiste afdeling. (Coalitieakkoord Gelderland gewoon doen). 3 Gericht investeren in de vitaliteit en innovatiekracht van de economie We stellen de volgende prioriteiten bij het gericht investeren in de vitaliteit en innovatiekracht van de economie: ● Bij de ontwikkeling van de economie leggen we prioriteit bij het inspelen op en het aanpassen aan trends in de energievoorziening en klimaateisen, digitalisering en grondstoffengebruik (circulaire economie). ● We behouden onze focus bij innovatie op de kennisintensieve clusters voedsel (food), energie (energy) en de maakindustrie (met name hightech). Binnen het cluster gezondheid (health) richten we ons voornamelijk op de technologische innovatie in de gezondheidszorg. ● Wij investeren in het behoud en vernieuwing van de brede industriële basis in Gelderland door stimuleren van toepassen van innovaties en ontwikkeling van toekomstbestendige industrieterreinen. ● Wij blijven investeren in de sectoren Transport en Logistiek en Recreatie en Toerisme vanwege het specifieke provinciale en regionale economische belang. ● Wij verleggen de focus van beschikbaarheid van banen naar de beschikbaarheid en het ontwikkelen van mensen voor de arbeidsvraag op korte en langere termijn, met nadruk op energietransitie, circulaire economie en digitalisering. Toelichting We weten dat de concurrentiekracht en het innovatievermogen van de bedrijven in Gelderland het verdienvermogen van de toekomst bepalen. Daarom kiezen we voor een focus op onze vier kennisintensieve clusters en de twee speciale sectoren in Gelderland. Onze kennisintensieve clusters voedsel (food), gezondheid (health), energie (energy) en de maakindustrie bestaan uit bedrijven, kennis- en onderwijs- instellingen die tot de nationale en de wereldtop behoren. Ze produceren goederen en diensten die lastig ‘te kopiëren’ zijn en een grote bijdrage leveren aan ons verdienvermogen. Ze zijn extra belangrijk, omdat de kennis doorslaggevend is voor de voedselproductie, energievoorziening, digitalisering en gezondheidszorg. Met gericht innovatiebeleid kunnen we onze positie niet alleen behouden maar zelfs verstevigen. Dit kan bijvoorbeeld door de samenwerking binnen de clusters te versterken. Kennisdeling en samenwerking gaan niet vanzelf. Daarvoor zijn partijen zoals Oost NL, Foodvalley NL en Connectr nodig. Campussen, zoals de WUR-campus in Wageningen, vormen de kern waarde kennisintensieve clusters samenkomen. Zonder ondernemerschap vindt een innovatie zijn weg naar de markt niet. Om de slagingskans van startende en groeiende innovatieve bedrijven te vergroten, hebben zij kennis, geld en een netwerk nodig. Zij maken immers een belangrijk onderdeel uit van de economie van de toekomst. Technologische innovatie draagt bij aan een duurzamere energievoorziening en een circulaire economie. En door groei van arbeidsproductiviteit, vermindert het tekort aan arbeidskrachten. Investeren in technologie kan niet zonder een sterke industriële basis. Juist de industrie is een sector waarin technologie sterk verbonden is met productiviteitsgroei, nieuwe producten, diensten en concurrentievoordelen. Niet voor niets investeert de industrie meer in onderzoek dan andere sectoren. In Gelderland wordt onze industriële basis gevormd door de maakindustrie,het semiconductor cluster in Nijmegen en de papier-, keramische (dakpannen en bakstenen) en kunststofindustrie. De recycling industrie is in opkomst. Het semiconductor cluster in Nijmegen heeft een relatie met de clusters in Gelderland en daarbuiten (Brainport en Twente). Connectr heeft banden met de TU Delft. Deze verbindingen zijn belangrijk voor ons. Om economische en maatschappelijke impact te maken, leggen we meer nadruk op het toepassen van innovaties. We ondersteunen Gelderse bedrijven om hier stappen in te zetten. Hiermee vergroten wij het verdienvermogen van Gelderland bij een bredere doelgroep. Ook vergroten we de mogelijkheden om de grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Onze technologische maakindustrie levert aan de belangrijke markten voor voedselproductie, energie- en milieutechnologie, aandrijftechnologie (elektrificatie van vervoer), gezondheidszorg, automotive, en defensie en veiligheid. Deze markten worden belangrijker door geopolitieke ontwikkelingen en de noodzaak van meer Europese strategische autonomie. Mede vanwege deze ontwikkelingen blijft het van belang om te investeren in onze kennisintensieve clusters, waar veel van onze hightechbedrijven onderdeel van uitmaken. Daarnaast is het belangrijk om te blijven investeren in de ondersteuning van de maakindustrie buiten deze clusters. We willen de energie-intensieve industrie in Gelderland behouden. Hiervoor is ondersteuning nodig bij de transitie naar de toekomst. Een toekomst die afhangt van de energievoorziening. Hier besteden we aandacht aan vanuit het programma Klimaat en energie. Zoals eerder aangegeven, investeren we ook in twee aandachtsectoren die economisch belangrijk zijn voor Gelderland. We doen dit met name in een aantal specifieke regio’s via aparte programma’s voor deze twee sectoren, Transport en Logistiek en Recreatie en Toerisme. Logistiek is de bloedsomloop van de Gelderse economie (Coalitieakkoord Gewoon doen). Niet alleen voor de bevoorrading van bedrijven en bijvoorbeeld ziekenhuizen, maar ook voor de pakketjes die we zelf bestellen en de boodschappen die thuis en in de winkel worden gebracht. Een goed functionerend en duurzaam logistiek systeem is van groot belang voor de Gelderse samenleving als geheel alsmede voor individuele inwoners en organisaties. De logistiek levert een cruciale bijdrage aan het realiseren van maatschappelijke ambities en is één van de kernwaarden voor de regionale economie. Met een duurzame, innovatieve logistiek houden we Gelderland bereikbaar en de logistieke dienstverlening op peil. En we helpen bij de realisatie van maatschappelijke opgaven: verduurzaming t.a.v. de klimaat- en stikstofopgave door het verminderen van de uitstoot van CO2 en andere emissies. Logistics Valley is hierin een waardevolle partij, die overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen verbindt met als doel om de logistieke economie in Gelderland te ondersteunen, in het bijzonder de Gelderse Corridor. Met onze ligging tussen de mainports Rotterdam en Schiphol en Duitsland is Gelderland spil inde logistiek van Nederland en in Europa. Met het programma Recreatie en toerisme investeren we samen met regio’s en andere partners in kwaliteitsverbetering van het toeristisch en recreatief (verblijfs-)aanbod en dragen hiermee bij aan de leefbaarheid en economische basis in diverse regio’s, met name de Veluwe. De krimpende beroepsbevolking zorgt voor blijvende tekorten op de arbeidsmarkt. Daarom richten we ons op het aantrekken van nieuw talent door het inzetten van het onbenut potentieel in Gelderland, zoals deeltijdwerkenden en langdurig werklozen. Daarnaast willen we ook talent behouden in Gelderland. We gaan ondernemers helpen door ze handvatten te geven. En als laatste willen we inzetten op leven lang ontwikkelen - zowel voor praktisch als theoretisch geschoolden - zodat het makkelijker wordt om bij te scholen of om te scholen naar juist die transitieberoepen. Hierin speelt ook digitalisering een grote rol. Zo zorgen we dat mens en bedrijf de digitale vaardigheden hebben die nodig zijn voor de toekomst? Arbeidsmigratie kan ook een tijdelijke en verantwoorde bijdrage leveren aan de Gelderse economie. Wel moet er dan goed worden omgegaan met eventuele negatieve effecten. Denk aan druk op huisvesting, sociaal onwenselijke arbeidsvoorwaarden, oneerlijke concurrentie en lager wordende lonen. Hoofdstuk 3 Huidige en gewenste situatie 3.1 Van beleid naar uitvoerings programma In dit hoofdstuk beschrijven we het uitvoeringsprogramma van het programma economie. Om duidelijke ambities vast te stellen en de voortgang te kunnen meten, hebben we drie strategische beleidsdoelen geformuleerd. 1. Verstevigen van de concurrentiepositie van de Gelderse ondernemers Het toekomstig verdienvermogen van onze economie hangt af van de concurrentiepositie van de Gelderse ondernemers. Ons doel is de ontwikkeling van de concurrentiepositie van Gelderse ondernemers positiever te laten zijn dan in Nederland als geheel. De activiteiten die we inzetten om dit doel te bereiken, concentreren zich op innovatiebevordering, internationalisering en het ondernemersklimaat. Bij transities ligt de focus op klimaat en energie, circulaire economie (grondstoffen) en digitalisering. 2. Versterken van het fysieke vestigingsklimaat voor Gelderse bedrijven Binnen het economisch programma concentreren we onze inzet op de planning en (door)ontwikkeling van voldoende en toekomstbestendige werklocaties. Ons streven en ambitie is de (plan)voorraad voor het oppervlakte aan bedrijven- terreinen voldoende – zowel kwalitatief als kwantitatief - te laten zijn voorde toekomstige vraag en het leegstandspercentage van kantoorlocaties en winkelcentra rond de 5% te houden. 3. Mens en bedrijf zijn klaar voor het werk van de toekomst Onze inzet rond de arbeidsmarkt concentreert zich op vergroten van de wendbaarheid van mensen om mee te kunnen met de ontwikkelingen in het werk van de toekomst. Onze ambitie is de arbeidsparticipatie in Gelderland hoger te laten zijn dan in Nederland, het werkloosheidspercentage juist lager en dat de spanning op de arbeidsmarkt lager is dan landelijk. Een nadere uitwerking van de beleidsdoelen, hun indicatoren en monitoring staat in hoofdstuk 4. In bijlage 1 vindt u een globale raming van inzet van middelen per strategisch doel. Schematische weergave Gelders Programma Economie In bovenstaande afbeelding staat het Gelders Programma Economie schematisch uitgewerkt. De drie strategische beleidsdoelen zijn uitgewerkt in 2 of 3 subdoelen. Aan de linkerkant staan de transities energie, circulair en digitalisering. In de uitvoering van ons beleid houden we niet alleen rekening met deze transities, maar ondersteunen wij ook activiteiten die bijdragen aan de versnelling hiervan. Strategisch beleidsdoel 1: Verstevigingen van de concurrentiepositie van de Gelderse ondernemers De concurrentiekracht en het innovatievermogen van bedrijven in Gelderland gaan wij verstevigen door te werken aan twee tactische doelen: ● Versterken van de kennisintensieve clusters. ● Verbeteren van het ondernemersklimaat. Tactisch doel 1 Versterken van de kennisintensieve clusters Het doel is onze kennisintensieve clusters goed te organiseren, te stimuleren goed samen te werken en te voorzien van investeringen. Hierdoor kunnen bedrijven en kennisinstellingen eerder tot baanbrekende innovaties komen en werken aan de toepassing daarvan. Dit creëert nieuwe markten en draagt bij aan het vermogen van bedrijven om zich aan te passen aan de grote uitdagingen van energie en klimaat, grondstofleveringen, digitalisering en geopolitieke verschuivingen. Deze innovaties zijn noodzakelijk om de economie vitaal te houden. We versterken de kennisintensieve clusters met zes acties. Aangezien onze kennisintensieve clusters zich in verschillende ontwikkelfasen vinden zullen niet alle acties in gelijke mate binnen de clusters plaatsvinden. Actie 1: Versterken van de organisatiegraad van kennisintensieve clusters We zorgen voor een sterk samenwerkingsverband van betrokken stakeholders uit bedrijfsleven, onderwijs- en kennisinstellingen. Dit samenwerkingsverband kan door middel van een gezamenlijke visie richting geven aan de ontwikkeling van de clusters Voedsel (food), Gezondheid (health), Energie (energy) en de Maak- industrie. De komende 4 jaar ondersteunen we de uitvoeringsorganisaties van de clusters. Zij zijn een belangrijke partner in de uitvoering van de acties die hieronder worden beschreven. Actie 2: Stimuleren groei van de kennisintensieve clusters ● We stimuleren de groei van kennisintensieve clusters om hun (inter)nationale positie te versterken. ● We bieden voldoende en passende ruimte aan bedrijven in verschillende ontwikkelingsfasen. Denk hierbij aan campusontwikkeling of het creëren van fysieke ruimte op bedrijventerreinen. Hierbij houden we rekening met de vestigingseisen van die bedrijven. Zo werken we bijvoorbeeld met het programma Kennishart aan een beter vestigingsklimaat voor kennisintensieve bedrijven in de Foodvalley. ● We zetten de regio op de kaart als interessante vestigingsplaats voor bedrijven. Daarbij acquireert Oost NL gericht buitenlandse bedrijven en organisaties die een aanvulling zijn binnen het desbetreffende cluster, want zij dragen bovengemiddeld bij aan ons verdienvermogen. Gemiddeld levert dit jaarlijks 40 nieuwe bedrijfsvestigingen of complexe bedrijfsuitbreiding in Oost- Nederland op met ongeveer 500 nieuwe arbeidsplaatsen en € 100 miljoen aan bedrijfsinvesteringen. Actie 3: Ontwikkelen van een toegankelijke innovatie-infrastructuur We willen zorgen voor een toegankelijke innovatie-infrastructuur. Dit is een belangrijke vestigingsfactor voor (startende) kennisintensieve bedrijven. Met een goede innovatie-infrastructuur kunnen zij gebruik maken van hoogwaardige onderzoeksapparatuur. Met name kleine en startende innovatieve bedrijven hebben vaak (nog) niet de middelen om hier zelf in te investeren. Samen met onze bedrijven, partners en ook het Rijk zorgen we daarom voor: ● investeringen in (locaties voor) gedeelde hoogwaardige onderzoeks- en pilotfaciliteiten; ● laagdrempelige toegang tot deze faciliteiten voor mkb en startups om het Gelders bedrijfsleven te activeren hier gebruik van te maken; ● proeftuinen waarin innovatie producten in de praktijk getest en gevalideerd kunnen worden; ● stimulering van kennisuitwisseling en samenwerking, aansluiting bij (inter) nationale netwerken en ontsluiting van kennis, diensten en faciliteiten om te komen tot projectvoorstellen en investeringen. Wij zetten hierbij Europese middelen en subsidies in en waar passend het Gelders Perspectieffonds. Actie 4: Ondersteunen startups en scale-ups We blijven startende en groeiende ondernemers (startups en scale-ups) steunen bij de doorgroei van hun bedrijf (Coalitieakkoord Gewoon doen). Startende bedrijven zijn een belangrijke motor achter innovaties en economische groei. Zij zijn van belang om onze economie vitaal te houden. We verstrekken subsidies aan een aantal programma’s gericht op startup en scale-up ondersteuning. Deze programma’s bieden ondernemers (toegang tot) kennis, geld en netwerk. Denk hierbij aan ondernemers in contact brengen met investeerdersnetwerken, subsidies, potentiële afnemers in binnen- en buitenland en/of kennisleveranciers. We zetten hiervoor onder andere de Groeiversneller en het Vroegefasefonds Gelderland in. En we maken ook gebruik van landelijke programma’s en fondsen, zoals Techleap en Invest Nl. Jaarlijks bereiken we hiermee honderden ondernemingen. We geven innovatieve bedrijven financiering daar waar de markt dit niet doet. Dit doen we omdat de kapitaalmarkt voor innovatieve ondernemers soms tekort schiet. Met deze financiering kunnen bedrijven innovaties opschalen en geld verdienen, maar ook bijdragen aan maatschappelijke vraagstukken. Dit noemen we missie gedreven innovatie. De kaders hiervoor liggen in de landelijke kennis- en innovatie agenda’s (KIA’s). Jaarlijks bereiken we hiermee duizenden ondernemingen waarvan enkele honderden ook gebruik maken van de subsidiemogelijkheden. We doen dit door innovatieve bedrijven: ● te begeleiden naar subsidies en investeerders; ● te subsidiëren via cofinanciering van de Mkb-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) en Europese regelingen zoals EFRO. Zo benutten we maximaal de beschikbare Rijks- en Europese middelen; ● het verstrekken van leningen of te participeren in innovatieve bedrijven via Topfonds Gelderland en het Innovatie en Energiefonds Gelderland. Actie 6: Internationale handelsbevordering De Nederlandse markt is voor veel innovatie producten en diensten te beperkt en internationaal opererende bedrijven zijn vaak weerbaarder, stabieler en minder afhankelijk van de lokale markt. ● We doen dit door het programma Go4Export voort te zetten. Met dit Gelderse en Overijsselse programma kunnen ruim 200 ondernemers hun exportkansen vergroten door het organiseren van handelsmissies, beursbezoeken en informatiebijeenkomsten. ● We hebben natuurlijk oog voor de kansen in Duitsland, want dit is onze meest belangrijke strategische handelspartner. Tactisch doel 2 Verbeteren van het Gelderse ondernemersklimaat Een aantrekkelijk ondernemingsklimaat is van essentieel belang voor een sterk verdienvermogen en brede welvaart van Gelderland. Ondernemers maken dit mede mogelijk. Zo zorgen bedrijven voor meer dan twee derde van de banen in Nederland en dragen zij bij aan de financiering van onze publieke voorzieningen, zoals zorg en onderwijs. Het ondernemingsklimaat verdient blijvende aandacht. De provincie werkt aan de beschikbaarheid van voldoende ruimte voor bedrijven. Ook bevordert het goede toegang tot financiering voor ondernemers en ondersteunt het werkgevers bij de aanpak van personeelstekorten in techniek en ICT. Concreet ondernemen wij 3 acties. Actie 1: Nationale actieagenda Mkb-dienstverlening in Gelderland uitvoeren Het overgrote deel van de Gelderse bedrijven behoort tot het mkb. Als mkb-vriendelijke provincie is het belangrijk om goed aan te sluiten bij de behoefte van ondernemers. Daarom stellen we een mkb-commissie Gelderland in. Deze commissie zal bestaan uit ondernemers uit alle regio’s. De commissie is voor ons een klankbord om een goed beeld te hebben van de behoeften van ondernemers en om onze programma’s kritisch tegen het licht te houden. Daarnaast willen we aan de commissie een budget ter beschikking stellen om gericht activiteiten te stimuleren van lokale en regionale ondernemers- gemeenschappen, die het ondernemersklimaat in Gelderland verbeteren. We sluiten daarbij aan op de Nationale actie-agenda mkb-dienstverlening en richten onze activiteiten onder andere op: ● Goed accountmanagement door gemeenten: Ondernemers hebben contact met verschillende overheidsinstellingen: de gemeente, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) ende Belastingdienst. Niet elke gemeente heeft een bedrijfscontactfunctionaris en in enkele gevallen is er behoefte aan ondersteuning op dit vlak. Het ondernemers- klimaat zal verbeteren als het accountmanagement bij gemeenten goed geregeld is. De provincie gaat hierbij helpen. We gaan kennis en ervaring delen, data uitwisselen, opleidingen en steun voor regionale samenwerking. Resultaat van deze activiteiten is dat elke gemeente in de provincie de mkb ondersteunings- mogelijkheden kent en maakt hier naar behoefte gebruik van voor haar ondernemers. ● Sterke ondernemersgemeenschappen: Ondernemers leren het meest van en met elkaar. Er zijn in Gelderland verschillende lokale en regionale ondernemersgemeenschappen. De mkb-commissie gaat deze gemeenschappen stimuleren en ondersteunen bij onder andere concrete laagdrempelige gezamenlijke activiteiten. We denken danb.v. aan informatie en ervaring delen over energietransitie en netcongestie of een werkbezoek aan collega’s in een andere regio om ervaring op te doen. ● Afgestemd provinciaal mkb-instrumentarium: Er zijn veel regelingen voor ondernemers. Ondernemers zien vaak door de bomen het bos niet meer. We gaan ons provinciale instrumentarium beter afstemmen met lokale en Rijks regelingen. Bij nieuwe regelingen toetsen we of er geen dubbeling is met bestaande maatregelen. Dit doen we in het landelijke traject van de Nationale actieagenda mkb-dienstverlening. ● Goede Provinciale mkb-dienstverlening: We krijgen positieve feedback over de dienstverlening van ondernemers die contact hebben met de provincie. Toch blijven wij de komende jaren continu aan ondernemers vragen waar ze verbetermogelijkheden zien en indien nodig verbeteren. Actie 2: Ondersteunen ondernemers bij de start van hun bedrijf De Startversneller (vouchers voor inzet van training en coaching) wordt ingezet om ondernemers te helpen bij een succesvolle start van een eigen bedrijf. Elk jaar ondersteunen we 250 ondernemers en bereiken we een veelvoud van deze 250 tijdens het intakeproces. Dit heeft tot resultaat dat meer starters hun vijfjaarsgrens overschrijden. Actie 3: Ondersteunen ondernemers bij transities We hebben te maken met grote uitdagingen op het gebied van energie, grondstoffengebruik en digitalisering. Het is niet alleen noodzakelijk, maar biedt ook economische kansen voor ondernemers om hier stappen in te zetten. Energietransistie ● Voor Gelderse ondernemers liggen er kansen in het ontwikkelen, demonstreren, opschalen en uiteindelijk naar de markt brengen van energie-innovaties. Hiervoor zetten we Connectr in, zij ontwikkelen bijvoorbeeld ook innovatieve concepten om netcongestie tegen te gaan. ● Wij leggen de nadruk op de uitrol en toepassing van Gelderse energie- innovaties. Daarom gaan we ervoor zorgen dat deze innovaties zoveel mogelijk ingezet worden bij andere beleidsprogramma’s, zoals Energietransitie, Wonen, en Mobiliteit en wegenbouw. Circulaire economie: op verschillende manieren kan circulaire economie bijdragen aan het toekomstig verdienvermogen van onze economie. Circulaire economie draagt bij aan waterbesparing, zorgvuldiger grondstoffengebruik, wordt de leveringszekerheid veiliggesteld en het zorgt voor broeikasreductie. Door als provincie voorop te lopen ontwikkelen we kennis en doen we ervaring op, waardoor (nieuwe) bedrijven nieuwe verdienmodellen kunnen ontwikkelen. ● We geven ondernemers advies en kennis en financieren nieuwe ontwikkelingen. Dit doen wij onder andere via het programma Circulaire Economie Smart Industrie Oost-Nederland (CESI-ON). Zij helpen120 bedrijven per jaar een stap verder in de circulaire opgave. ● Bedrijven in de maakindustrie worden bij hun circulaire opgave ondersteund door Boost Robotics. ● Via ons eigen (inkoop)beleid wakkeren we de markt voor circulaire producten aan. Zo past de provincie steeds meer circulaire of natuurlijk gemaakte (biobased) grondstoffen toe bij onze provinciale wegen. En wordt circulair bouwen onderdeel van een lopend integraal project Toekomstbestendig bouwen van het programma Wonen. Digitalisering: digitalisering is niet weg te denken uit onze maatschappij en economie. Bedrijven die digitaliseren hebben een concurrentievoordeel en een hogere arbeidsproductiviteit. Niet alle ondernemers kunnen dit op eigen kracht. ● We blijven bedrijven ondersteunen met het toepassen van nieuwe, digitale technieken. Via het programma European Digital Innovation Hub (EDIH) hebben we in drie jaar 750 bedrijven bereikt en zijn 250 geholpen bij het toepassen van nieuwe technieken. ● Met behulp van de digitaliseringsvouchers geven we bedrijven inde maakindustrie toegang tot ontbrekende kennis en expertise, waardoor ze hun bedrijfsprocessen en/of producten verder kunnen digitaliseren. ● We blijven het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering in Apeldoorn ondersteunen zodat bedrijven hun cyberbewustzijn en cyberweerbaarheid kunnen vergroten. Maatschappelijke effecten van tactisch doel 1 en 2 Met onze inzet op het versterken van de kennisintensieve clusters en het verbeteren van het Gelderse ondernemersklimaat streven we er naar dat in Gelderland het aantal werkzame personen en de arbeidsproductiviteit hoger zijn dan het landelijk gemiddelde. Voor de Europese ranglijsten Regional Competitiveness Index (RCI) en Regional Innovation Scoreboard (RIS) is het onze ambitie om bij de Europese top te horen. Bij de RCI betekent dit dat we blijven behoren tot de ontwikkelde economieën. Voor het RIS geldt dat wij op dit moment tot de sterke innovators horen, het op één na hoogste niveau. Onze ambitie is om bij de eindbalans te behoren tot de innovatie koplopers, het hoogste niveau. Strategisch beleidsdoel 2: Versterken van het fysieke vestigingsklimaat in Gelderland Bedrijven hebben ruimte nodig om goed te kunnen ondernemen. Om aan elk type bedrijf een goede plek te kunnen bieden, is per regio een divers en passend aanbod van werklocaties nodig. Daarbij moet ook de kwaliteit en duurzaamheid van de werklocaties goed geregeld zijn. We willen dat terreinen een aantrekkelijke werkplek zijn voor werknemers en toekomstbestendig zijn ingericht. Daarom gaan we werken aan de volgende twee tactisch doelen: 1. Zorgen voor een passend aanbod van werklocaties 2. Toekomstbestendig maken bestaande bedrijventerreinen Tactisch doel 3. Zorgen voor een passend aanbod van werklocaties Een belangrijk onderdeel van een goed vestigingsklimaat is voldoende ruimte voor bedrijven. Er moet voldoende ruimte zijn voor bedrijven om uit te breiden, om indien gewenst te verhuizen naar een nieuwe locatie en voor nieuwe bedrijven om zich te vestigen. Daarbij wordt er niet alleen gekeken naar voldoende ruimte in kwantitatieve zin (aantal hectares), maar ook naar een kwalitatieve match. Want elk bedrijf heeft verschillende eisen als het gaat om bereikbaarheid, uitstraling, kavelgrootte en milieugebruiksruimte. Dit betekent dat er voldoende ruimte moet zijn voor kennisintensieve bedrijven, kleinschalige lokale bedrijven, grootschalige bedrijven en bedrijven in de hogere milieucategorieën. Vooral de laatste groep is nodig om de transitie naar een circulaire economie te kunnen maken. Dit vraagt om meer ruimte voor opslag, verwerking en vervoer van grondstoffen en materialen. Zo kunnen bedrijven de transities waar zij voor staan, doorlopen en daarmee hun concurrentiepositie versterken. Dit passende aanbod willen wij bewerkstelligen door samen met gemeenten en in overleg met marktpartijen regionale programma’s werklocaties (rpw’
  2. s)te blijven opstellen, maar wel met meer aandacht voor kwalitatieve aspecten. Actie 1: Opstellen rpw’s Vanuit de provinciale bedrijventerreinen- en kantorenprognose, waarin de vraag naar bedrijventerreinen en kantoren wordt geraamd voor verschillende typen bedrijven, hebben we een beeld hoeveel vraag naar hectares aan werklocaties er kan ontstaan. Hierbij is al zoveel mogelijk rekening gehouden met trends die invloed kunnen hebben op de vraag, zoals circulaire economie. Deze raming wordt ook per regio gemaakt en wordt regelmatig bijgewerkt. De inzichten uit de prognose worden besproken met gemeenten en marktpartijen. Uiteindelijk komt hier een gezamenlijke visie uit op het gewenste economisch profiel van de regio, de bedrijven die daarbij passen en de gewenste verdeling en economische invulling van de beschikbare ruimte. Het is van belang om dit op regionaal niveau te doen om zo het bredere perspectief naar de gezamenlijke opgave in het oog te houden. Een ontwikkeling van een bedrijventerrein of de keuze voor een locatie kan immers voor één gemeente aantrekkelijk en logisch lijken, maar niet in het totaalplaatje passen. Gemeenten zorgen er uiteindelijk zelf voor dat de functies eerlijk verdeeld worden op lokaal niveau. Op basis van deze visie maken we afspraken over wat er de komende tijd nodig is aan extra locaties en hoe we de bestaande bedrijventerreinen toekomstbestendig kunnen maken. Dit is maatwerk per regio, waarbij de regio de leiding heeft. De provincie is betrokken als partner en brengt de provinciale randvoorwaarden en wensen in. Het eindproduct is een gezamenlijk afsprakenkader. Hierbij zorgt de provincie er via de Omgevingsverordening voor dat alle gemeenten zich aan de afspraken houden. Dit betekent dat alle regio’s verplicht zijn om afspraken te maken over de planning van bedrijventerreinen. Voor de regio Foodvalley geldt dit ook voor kantoren en in de Groene Metropoolregio voor kantoren en perifere detailhandel. Als de markt verandert en er meer of minder afspraken nodig zijn, dan passen we ons daaraan aan. Dit geldt ook voor de rest van het rpw. We monitoren minimaal jaarlijks. We kijken dan of de gemaakte afspraken nog steeds goed zijn of dat we ze moeten bijstellen. Bij het maken van de afspraken gelden de volgende uitgangspunten: ● We zetten in op voldoende aanbod aan toekomstbestendige terreinen voor verschillende typen bedrijven die passen binnen het gewenste economisch profiel en de identiteit van de regio. We willen dat de ruimte alleen wordt gegeven aan bedrijven die van regionale meerwaarde zijn. ● Het is belangrijk dat het juiste bedrijf op de juiste plek terechtkomt, vanuit bedrijfs- en maatschappelijk oogpunt. Hiervoor is duidelijkheid nodig over het profiel van het bedrijf en het type bedrijf, waarvoor een bedrijventerrein is bedoeld. We maken alleen afspraken in een rpw over een type werklocatie als wij het nut ervan inzien. ● We streven ernaar bestaande en nieuwe terreinen zo optimaal mogelijk te gebruiken door slim en intensief ruimtegebruik. Samen met gemeenten werken we aan een ambitie en strategie hiervoor. We verwachten op termijn circa 10% van de geraamde vraag op bestaande bedrijventerreinen te kunnen accommoderen door deze beter te benutten, mits er genoeg middelen beschikbaar zijn. ● De vrijblijvendheid van het transformeren van bedrijventerreinen (meestal naar woningbouw) moet er af. We maken afspraken over wanneer regio en provincies dit samen een goed idee vinden. Als er bedrijventerreinen verdwijnen moeten dezelfde hectares terugkomen, onderaan de streep moet er voldoende ruimte voor werken blijven. ● Er is bijna 9.000 netto hectare aan bedrijventerrein in Gelderland en er zijn voor bijna 380 hectare aan onherroepelijke plannen. In de prognose tot en met 2030 is er daarnaast nog 450 ha aan nieuwe bedrijventerreinen nodig. Het is onze ambitie om deze 450 ha t/m 2030 volgens prognose te realiseren. Dit is afhankelijk van de realisatie kracht van andere partijen en randvoorwaarden zoals stikstof en netcapaciteit. Tot 2040 worden de ramingen periodiek geactualiseerd en aangescherpt. Wij bieden ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen, maar alleen als ze toekomstbestendig en met ruimtelijke kwaliteit worden ontwikkeld. Bij het kiezen van een locatie is een integrale afweging nodig. Hierbij moet niet alleen gekeken worden vanuit de bedrijven. Er moet ook rekening worden gehouden met beschikbaarheid van energie, de omgevingskwaliteiten, investeringsbudget en andere ruimteclaims zoals woningbouw, energietransitie, klimaatadaptatie. ● In Gelderland bieden we in principe alleen ruimte aan XXL-logistiek langs de twee corridors en alleen als de bedrijven van regionale meerwaarde zijn. Aan de Rhine-Alpine doen we dit op drie clusters (Tiel, Nijmegen, Emmerich/ Montferland/Zevenaar). Daarnaast loopt in Gelderland de North Sea Baltic corridor (A1/A28) waar mogelijk ook ruimte is voor grootschalige logistiek. De aandacht gaat hier meer naar regionale bedrijven. Tot slot zijn er ook al bestaande XXL-logistieke bedrijven met een sterke regionale binding, waarbij we voor elke situatie de beste oplossing zoeken. Komende periode onderzoeken we hoe de clusters verder ontwikkeld kunnen worden en of we hiermee de vraag die we willen voldoen, kunnen opvangen. Tactisch doel 4. Toekomstbestendig maken bestaande bedrijventerreinen Ruimte is schaars in Gelderland. Daarnaast zien we dat de eisen die ondernemers en de maatschappij aan een vestigingsplaats stellen, door de tijd veranderen. Dit betekent dat we onze bestaande bedrijventerreinen moeten doorontwikkelen en toekomstbestendig maken. Zo blijven deze bedrijventerreinen aantrekkelijk als werklocatie en leveren ze een bijdrage aan de Gelderse doelstellingen voor bijvoorbeeld veiligheid, energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Actie 1. Intensiveren Aanpak toekomstbestendige bedrijventerreinen We zien in de praktijk dat het voor ondernemers en gemeenten niet gemakkelijk is om bedrijventerreinen aantrekkelijker en duurzamer te maken. Daarom ondersteunen we onze partners en intensiveren we onze Aanpak toekomst- bestendige bedrijventerreinen. Met deze aanpak helpen wij vraaggericht bij het versterken van de samenwerking tussen bedrijven en de realisatie van collectieve projecten. Gemeenten en bedrijventerreinen blijven als eerste verantwoordelijk voor de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen. We ondersteunen alleen projecten waar energie en draagvlak voor is bij bedrijven en gemeenten. Het is vooral een gebiedsgerichte en integrale aanpak, waarbij we de opgave in een gebied centraal zetten en alle provinciale belangen meenemen. We richten onze acties de komende periode op: ● Het inbrengen van eigen kennis en kunde, een verbinding met andere initiatieven en de ontwikkelkracht en financieringsmogelijkheden van Oost NL, de Ontwikkel- en Herstructureringsmaatschappij Gelderland (OHG) en het Perspectieffonds. We bieden subsidiemogelijkheden voor procesondersteuning en dekken financiële tekorten bij de realisatie van fysieke maatregelen. ● Het stimuleren en faciliteren van kennisdeling en netwerkvorming tussen Gelderse ondernemers(verenigingen) en gemeenteambtenaren die werken aan het verbeteren van bedrijventerreinen. ● Het verbeteren van de samenwerking tussen ondernemers rondom duurzaamheid op bedrijventerreinen. Samen met ondernemersverenigingen, regio’s en gemeenten bepalen we per regio onze aanpak, onderzoeken we welke bedrijventerreinen interessant zijn en wie de leiding neemt. We gaan ervanuit dat dit vooral private partijen zijn, met ondersteuning van de overheid. Het Rijk stelt hier voor Gelderland ongeveer € 2,6 miljoen beschikbaar t/m mei 2027. De komende periode willen wij op minimaal 80 bedrijven- terreinen de organisatiegraad een stap verder brengen. Dit is ongeveer 15% van het totaal aantal bedrijventerreinen in Gelderland. ● Onze Ontwikkel- en Herstructureringsmaatschappij Gelderland (OHG) levert maatwerk bij het revitaliseren, herstructureren en transformeren van werklocaties. Omdat we de Gelderse bedrijventerreinen verder willen intensiveren kijken we opnieuw naar de opdracht en aanpak van onze OHG en passen deze waar nodig aan. Herstructureren is echter duur. Het intensiveren van onze inzet kan niet zonder aanvullende financiële middelen. ● Meer aandacht voor circulariteit. Het aantal initiatieven op dit thema blijft achter bij onze verwachting en ambitie. We denken hierbij aan een proeftuin, zoals we al hebben voor vergroening via Werklandschappen van de toekomsten en het Smart Energy Hub-programma onder Oost NL vanuit energietransitie. Maatschappelijk effect van tactisch doel 4 en 5 Met onze inzet streven we er naar dat er in Gelderland nu en in de toekomst voldoende oppervlak aan bedrijventerreinen is, zodat nieuwe en bestaande bedrijven voldoende ruimte hebben om uit te bereiden. Bij het leegstands- percentage voor kantoorlocaties en winkelcentra is het onze ambitie om rond de 5% te blijven. Dit percentage is wenselijk om ondernemers de mogelijkheid te bieden om hun onderneming te verplaatsen. Strategisch beleidsdoel 3: Mens en bedrijf zijn klaar voor het werk van de toekomst In alle sectoren is er een structureel tekort aan personeel, zo ontstaan zogenaamde krapteberoepen en dat geeft spanning op de arbeidsmarkt: voor een openstaande vacature zijn er geen of niet voldoende gekwalificeerde werkzoekenden. Dit zal de komende periode niet veranderen. Daarnaast zorgen technologische ontwikkelingen en digitalisering ervoor dat de inhoud van het werk verandert. Dit is de reden dat we inzetten op de beschikbaarheid en het ontwikkelen van mensen. Hierbij leggen wij de focus op energietransitie, circulaire economie en digitalisering. Dit gaan we doen door in te zetten op de volgende drie tactische doelen. 1. Stimuleren dat arbeidsmarkt- en onderwijspartijen werken aan Human Capital. 2. Vergroten arbeidsparticipatie. 3. Aanmoedigen leven lang ontwikkelen. Tactisch doel 5. Stimuleren dat arbeidsmarkt- en onderwijspartijen werken aan Human Capital In de provincie zijn veel partijen betrokken bij vraagstukken op de arbeidsmarkt. Om tot effectieve oplossingen te komen, die landen in de regio is het belangrijk dat de samenwerking tussen deze partners goed is. Wij kunnen de natuurlijke brug te slaan tussen regionale, provinciale en nationale partners. Hiervoor gaan we door met succesvolle aanpakken en goedwerkende infrastructuren die we samen met onze partners hebben opgezet. Actie 1: Inzet regioadviseurs De provincie Gelderland is opgedeeld in arbeidsmarktregio’s. In iedere regio loopt een regioadviseur rond die oog heeft voor de regionale verschillen binnen de provincie. We delen kennis en halen signalen en knelpunten binnen de regio’s op. Onze rol en kracht zit dan ook in het verbinden en faciliteren van samenwerking tussen de onderwijs- en arbeidsmarktpartners, namelijk ondernemers, overheden en onderwijs, zodat we effectief de arbeidsmarktspanning verlagen, de werkloosheid bestrijden en participatie verhogen. Actie 2: Verbinden regionale en provinciale ambities op het gebied van Human Capital Wij zijn er trots op dat de regio’s een Human Capital Agenda (HCA) heeft of deze momenteel opstelt. In een HCA brengen vertegenwoordigers van werkgevers, onderwijs en overheden de personeelsvraag in kaart. Op deze manier plannen ze welke maatregelen nodig zijn om te zorgen dat er (in de nabije toekomst) voldoende personeel is om de regionale ambities waar te maken. In iedere regio is de provincie een natuurlijke partner en zorgen we dat regionale en provinciale ambities op het gebied van Human Capital elkaar versterken. Tactisch doel 6. Vergroten arbeidsparticipatie In Gelderland is talent aanwezig dat nog onvoldoende wordt ingezet. Juist de krapte op de arbeidsmarkt biedt kansen om dit aan te pakken. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen (sneller) werk vinden. Ook kan krapte uitsluiting op de arbeidsmarkt tegengaan. Een andere manier om de arbeids- participatie te vergroten is om mensen die in deeltijd werken meer uren te laten werken. Actie 1: We stimuleren initiatieven om werkzoekenden, zij-instromers en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te begeleiden naar een baan die bij hen past Voor deze actie maken we gebruik van het Gelrepact, waarin 6 arbeidsmarkt- regio’s samenwerken. Gericht (co)financieren we minimaal 7 (boven)regionale projecten waardoor meer mensen aan het werk kunnen. Actie 2: We sluiten aan bij de Nationale Groeifondsaanvraag Meer uren Werkt! Mensen die in deeltijd werken en meer willen werken kunnen dit niet altijd. Meer uren Werkt heeft als doel om zichtbare en onzichtbare drempels weg te nemen, zodat mensen die willen, meer uren kunnen werken. Wij co-financieren deze toegekende Groeifondsaanvraag, zodat in Gelderland projecten worden uitgevoerd en onderzoek naar goede oplossingen wordt gedaan. Tactisch doel 7. Aanmoedigen van Leven Lang Ontwikkelen (LLO) De inhoud van het werk kan veranderen. Zowel voor werkgever als werknemer is het belangrijk dat mensen zich blijven ontwikkelen om nieuwe vaardigheden en kennis op te doen. Uit onderzoek blijkt dat vooral praktisch geschoolden minder deelnemen aan bij-, her- en omscholing [7] ROA rapportage leven lang ontwikkelen in Nederland, p5. https://roa.nl/sites/roa/files/roa_r_2022_1_ analyse_llo_enquete.pdf. . Dit is de reden dat we werknemers en werkgevers aanmoedigen om een leven lang te ontwikkelen. Actie 1: We bevorderen de leercultuur bij ondernemers We continueren de subsidieregeling goed werkgeverschap en geven deze opnieuw vorm conform het beleidskader. Werknemers krijgen via deze regeling de tijd en ruimte om de vaardigheden te leren, die de werkgever nodig heeft om in te spelen op veranderingen. Via het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering onderzoeken we hoe we Gelderse ondernemers via scholing en kennisdeling weerbaar kunnen maken voor digitale dreigingen. Actie 2: We zetten in ten minste één kennisintensief cluster een LLO programma op Binnen de kennisintensieve clusters worden innovaties ontwikkeld en toegepast. Om deze innovaties succesvol te laten landen in de praktijk is het nodig dat mensen hiermee aan de slag gaan. In minimaal één kennisintensief cluster zetten we een LLO programma op. Actie 3: Versterken samenwerking MBO omtrent LLO Het Gelders MBO is van wezenlijk belang voor de vakkrachten van de toekomst. We hebben het MBO nodig om praktisch geschoolden te bereiken, stimuleren en faciliteren tot een leven lang ontwikkelen. Daarvoor is het belangrijk dat het Gelders MBO goed samenwerkt en elkaar versterkt. We gaan verkennen hoe we het MBO hierin kunnen versterken. Daarnaast ondersteunen we minimaal 1 project waarin minimaal 2 mbo’s samenwerken op leven lang ontwikkelen. Tevens onderzoeken we de mogelijkheden voor een Gelders scholingsfonds. Maatschappelijk effect van tactisch doel 5, 6 en 7 Met onze inzet streven we er naar om in Gelderland een hogere arbeids- participatie te hebben dan het landelijke gemiddelde en dat het werkloosheids- percentage juist lager is dan het landelijke gemiddelde. Daarnaast is onze ambitie dat het aantal vacatures per 100 werklozen in Gelderland lager is dan het landelijk gemiddelde, zodat de spanning op de arbeidsmarkt afneemt. Met name voorde regionale en provinciale ambities op het gebied van energietransitie, circulaire economie en digitalisering is het van belang dat het aantal vacatures in deze sectoren afneemt. Verschillen ten opzichte van de vorige coalitieperiode In het voorgaande hebben we aangegeven wat we gaan doen. De basis van ons beleid is voor een groot deel gelijk gebleven waarmee we ons een betrouwbare overheid tonen. In deze paragraaf nemen we kort mee met de verschillen ten opzichte van de vorige coalitieperiode: ● Nieuw is de aandacht voor de mkb-dienstverlening. ● We geven nu meer aandacht aan het hightech cluster. Bij het cluster health zoeken wij nadrukkelijk de verbinding met hightech. ● De focus verschuift van het ontwikkelen van innovaties meer naar het toepassen van innovaties. ● Circulaire Economie is niet meer een apart programma met (voorbeeld) projecten onder economie maar een thema dat alle beleidsthema’s doorkruist: we zijn circulair in alles wat we doen. ● We hebben meer aandacht voor het fysieke vestigingsklimaat en toekomstbestendige bedrijventerreinen (uitbreiding, intensivering en herstructurering). ● Bij onderwijs en arbeidsmarkt richten we onze focus op sectoren die bijdragen aan de transities. 3.2 Economie in relatie tot andere beleidsprogramma’s Met ons Ruimte voor Economie versterken we niet alleen de Gelderse economie. Ook dragen we bij aan de opgaven van andere beleidsprogramma’s. Op hun beurt zorgen andere beleidsprogramma’s voor belangrijke randvoorwaarden die een goed vestigingsklimaat creëren. Hierin kunnen ondernemers en werknemers zich ontplooien. Denk daarbij aan een goede bereikbaarheid, voldoende woningen, een aantrekkelijke woonomgeving en betrouwbare energievoorziening. Ook kunnen de andere beleidsprogramma’s innovaties stimuleren. Bijvoorbeeld door eerste klant te zijn of vragen op te pakken, die leiden tot de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten. Hieronder beschrijven we per programma de verbindingen tussen het programma Economie en de betreffende beleidsprogramma’s. Als een programma niet genoemd wordt, zijn de (mogelijke) verbindingen te beperkt om apart te benoemen. Beleven en verbinden Erfgoed en cultuur Binnen cultuur hebben we veel aandacht voor het stimuleren van basisvaardigheden (digitale, lees- en rekenvaardigheden), ook door het inzetten van cultuureducatie op scholen. Het thema leven lang ontwikkelen sluit hierbij aan. Het investeren in culturele instellingen, activiteiten en makers vergroot de aantrekkelijke woon- en leefomgeving als onderdeel van het vestigingsklimaat voor inwoners, bezoekers en bedrijven. Verder worden organisaties uit de vrijetijdssector en musea ondersteund. Zo kunnen onze bezoekers Gelderse thematische verhalen beleven en de identiteit van Gelderland uitdragen. Leefbaarheid Vanuit het programma Economie kunnen circulaire innovaties helpen bij het verduurzamen van ons erfgoed. Ook hebben wij ons in het verleden ingezet voor banen en opleidingen binnen het cultureel erfgoed. Een prettige leefomgeving is van groot belang voor het welzijn van onze inwoners. De leefomgeving mag niet achteruitgaan door economische ontwikkeling. Bruisende binnensteden en dorpskernen zijn hiervoor belangrijk. Via het programma Steengoed Benutten kunnen wij bijdragen om deze kernen economisch aantrekkelijk te houden. Bij de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen en het herstructureren van bestaande bedrijventerreinen, is er aandacht voorde kwaliteit van de leefomgeving. Daarnaast wordt er vanuit het programma Economie geïnvesteerd in een circulaire economie. Circulair werken is goed voor onze huidige leefomgeving én die van de generaties na ons. Met het Perspectieffonds Gelderland draagt het programma Economie bij aan de innovatiekracht van ondernemingen die zich bezighouden met grote maatschappelijke uitdagingen. Denk hierbij aan de energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, het economisch vestigingsklimaat en het woon- en leefklimaat. Vanuit Leefbaarheid wordt gewerkt aan een inclusieve samenleving waar iedereen mee kan doen, ook op de arbeidsmarkt. Recreatie en Toerisme Met Recreatie en Toerisme dragen wij bij aan de vitaliteit van de verschillende regio’s, het versterken van de identiteit en ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. Hiermee zorgen wij niet alleen voor veel banen en bedrijvigheid in de sector. Ook draagt dit bij aan een prettige woon- en leefomgeving, waardoor Gelderland onder andere nieuwe bedrijven aantrekt zich in de provincie te vestigen. Vanuit het programma Economie kunnen wij verduurzaming en innovatie van de sector aanmoedigen. Daarnaast kunnen ondernemers uit de sector Recreatie en Toerisme gebruik maken van de brede mkb-dienstverlening. Sport Goede sportvoorzieningen zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving en daarmee een aantrekkelijk vestigingsklimaat. In het kader van ‘sport als werkgever’ moedigen we het opstellen van een Human Capital Agenda aan. Dit geeft werknemers een beter arbeidsperspectief. Vanuit het innovatiecluster voedsel (food) werken we aan innovaties rondom leefstijl, sportvoeding en gepersonaliseerde voeding. Buitenlandse betrekkingen en lobby Om onze innovatieclusters te versterken, kijken we naar buitenlandse bedrijven en organisaties die hiervoor kunnen zorgen. Soms is er voorbereidend werk nodig, zoals het aanhalen van de wederzijdse buitenlandse betrekkingen of lobbyactiviteiten. Dit is ook het geval bij het maken van nieuw Europees beleid. Denk aan de invulling van de Europese programma’s, zoals EFRO en Horizon. Voor onze innovatieopgaven en ons Europees profiel werken we samen in Think East Netherlands. Met deze samenwerking bereiken we maximale impact van Europese middelen voor het versterken van ons mkb. Voor de samenwerkings- projecten van bedrijven en kennisinstellingen kunnen Europese middelen als cofinanciering worden ingezet. Daarnaast kunnen ook middelen vanuit Interreg A worden gebruikt, waarbij Nederlandse en Duitse partners samenwerken. Energietransitie Het verminderen van broeikasgassen is van vitaal belang voor het Klimaat programma van provincie Gelderland. Een belangrijk deel van deze uitstoot komt door de industrie. Het programma Economie probeert de broeikasgasuitstoot van de bedrijven te verminderen door in te zetten op innovatie, circulaire economie en digitalisering. Dit doen we onder andere met het eerder genoemde Perspectieffonds Gelderland. Hiermee is gelijk een link gelegd tussen het programma Economie en Energie. Energievoorziening voor nieuwe bedrijven of bedrijfsuitbreidingen is heel lastig te regelen door de netwerkcongestie. Naast het bijdragen aan innovatieve oplossingen voor het energievraagstuk en verduurzaming van de energie- voorziening, draagt het programma Economie ook bij aan het arbeidsvraagstuk voor de energietransitie. Gekwalificeerd personeel om deze transitie mogelijk te maken is er bijna niet. Hier wordt vanuit het Onderwijs & Arbeidsmarktbeleid van het programma Economie aan gewerkt. Bereikbaarheid Zonder mobiliteit staat alles stil. Bereikbaarheid is nodig voor leefbaarheid, wonen, economie en werken en bedrijvigheid, voorzieningen, sociale contacten, ofwel brede welvaart. Bij het verbeteren van het vestigingsklimaat gaathet bijvoorbeeld om het bereikbaar maken van (nieuwe) werklocaties en goede (inter)nationale, regionale en lokale verbindingen. We werken daarbij concreet aan het verbinden van ontwikkelingen in de ruimte aan bereikbaarheid, zoalsde extra woningbouw en economische ontwikkeling. En we werken aan het totale pakket aan mogelijkheden (lopen, fiets, OV en auto), waarbij we er naar streven dat meer mensen gaan lopen en fietsen en gebruik gaan maken van het OV. Op deze manier ontlasten we het wegennet en werken we aan de klimaatopgave en gezondheid van onze inwoners. Daarnaast zet het programma Mobiliteit slim en schoon in op goederenvervoer en energy hubs. Dit zorgt zowel voor kansen als uitdagingen, bijvoorbeeld het invoeren van zero-emissie zones in onze stadcentra dragen bij aan een schonere leef- en werkomgeving, maar vragen ook om investeringen in (‘groen’) vervoer. Logistics Valley wordt gefinancierd vanuit het programma Economie. Ook blijft vervoer over water belangrijk, dit vraagt om aandacht voor watergebonden locaties. Het programma Mobiliteit kan als eerste klant optreden, bijvoorbeeld om vraag te creëren voor circulaire innovaties. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het hergebruiken van asfalt voor wegen. Vanuit het programma Economie kunnen innovaties op het gebied van duurzaam vervoer en logistiek ondersteund worden, bijvoorbeeld via Connectr. Bij mobiliteit wordt data-analyse steeds belangrijker, hieraan kan de inzet op digitalisering bij het programma Economie bijdragen. Wij kunnen ook bijdragen met verschillende regelingen, bijvoorbeeld de MIT, of onze (revolverende) fondsen. Verstedelijking en transformatie Wonen Een goed vestigingsklimaat kan niet zonder voldoende en betaalbare woningen. Hiervoor zijn veel mensen nodig. Wonen heeft een traineeprogramma waarin Ruimtelijke Ordening ambtenaren worden opgeleid. Zij investeren in beter HR-beleid bij ondernemers in de bouw, zodat meer mensen in de bouw gaan werken en er minder mensen uitstromen. Het programma Wonen is daarom belangrijk voor ons programma Economie. Maar ook andersom is Economie belangrijk voor Wonen. Voor de transitie naar een circulaire economie werken we bijvoorbeeld aan het zorgvuldiger omgaan met grondstoffen bij het bouwen van woningen. En ook bij het verduurzamen van woningen en het sneller en goedkoper opleveren van nieuwe woningen, spelen innovaties vanuit het bedrijfsleven een belangrijke rol. Met ons VAB-beleid zorgen wij dat vrijkomende agrarische bebouwing in het landelijk gebied een nieuwe woon- of werkfunctie krijgt. Hiermee wordt de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid in standgehouden. Vitaal platteland Water Bedrijven hebben nu al last van de netcongestie. Ook de aansluiting van water is in de toekomst geen vanzelfsprekendheid voor bedrijven. Bij de locatiekeuze zal er rekening gehouden moeten worden met het watersysteem (water & bodem sturend) en zo nodig aandacht voor een bijpassende inrichting. Duurzame watervoorziening wordt daarom expliciet genoemd bij het toekomstbestendig maken van onze bedrijventerreinen. Een nauwe samenwerking met Water is hiervoor nodig. Het programma Economie wil ook via de MIT bijdragen aanhet vraagstuk rond watervoorziening. Natuur Natuur en biodiversiteit zijn van groot belang voor het welzijn van burgers, nu en in de toekomst. Het programma Economie draagt bij aan het versnellen en versterken van de innovatiekracht van bedrijven die zich bezighouden met onder andere biodiversiteit. Dit doen zij via het Perspectieffonds Gelderland, zoals beschreven in het gedeelte over leefbaarheid. Landbouw Oost-Nederland is wereldwijd een van de belangrijkste en vernieuwendste voedselproducenten. Ook is het de bedenker van oplossingen voor verduurzaming van het voedselsysteem. Met name op het gebied van voedselzekerheid inde toekomst, ligt er een belangrijke taak voor de innovatieve bedrijven uit het foodcluster. Ons programma Economie speelt daarom een belangrijke rol in de transitie naar een voedselsysteem dat voldoet aan de eisen van de toekomst. Via de MIT worden bedrijven aangemoedigd om innovatieve oplossingen te bedenken voor de vraagstukken rondom energie, landbouw, water en voedsel. In het kader van de stikstofopgave zijn uiteraard de afspraken uit GMS en het Klimaatakkoord uitgangspunt. De innovatiekant hierbij is onderdeel van het Gelders Programma Economie maar gerichte maatregelen rondverduurzaming van de industrie, zoals CO2-, stikstofreductie en netcongestie zijn bijvoorbeeld onderdeel van de programma’s klimaat en energie en GMS. Zie in dit kader ook het WUR-rapport voor de stikstofdoelen. Weerbaarheid Identiteitsfraude, online-oplichting en hacking. Dagelijks worden meerdere burgers en bedrijven getroffen door een of andere vorm van cybercriminaliteit. In het Centrum voor Veiligheid en Digitalisering bundelen kennisinstellingen, bedrijven en overheid hun krachten. Via de ondersteuning van het centrum dragen we onder andere bij aan het creëren van bewustzijn voor deze bedreigingen. Ook zorgen we ervoor dat de weerbaarheid van bedrijven, bijvoorbeeld via opleidingen van medewerkers, toeneemt. 3.3 Verbinding met regio’s Gelderlanders voelen zich verbondener met de regio waar ze wonen, dan met de provincie. Dit is niet zo gek, want deze regio’s hebben een lange geschiedenis. Ze hebben eigen verhalen, symbolen en mythes die mensen verbinden. Al inde 14e eeuw was Gelderland opgedeeld in verschillende ‘kwartieren’, grofweg de huidige gebieden van de Veluwe, het Rivierengebied en de Achterhoek. De eigenheid van de regio’s is ook terug te zien in hun economische en demografische profielen. In bijlage 2 wordt dit - op basis van statistische gegevens- uitgebreid beschreven. Hieronder noemen we kort de belangrijkste punten. De Achterhoek is een echte productieregio door haar sterke (hightech) industriesector. Wat opvalt in vergelijking met de rest van Gelderland, is dat de vergrijzing hier het sterkst is. Ook is het de regio waar de meeste mensen hun eigen gezondheid als (zeer) goed ervaren en waar het grootste percentage mensen actief is als vrijwilliger. De Groene Metropoolregio is het stedelijke middelpunt van de provincie. De regio heeft grote dienstverlenende sectoren. Dit gaat om zakelijke en publieke dienstverlening. Opvallende publieke dienstverlening vinden we onder andere in het gezondheid (health) cluster rond Radboud UMC op, het onderwijs rondom Radboud Universiteit en de Hogeschool Arnhem Nijmegen, en het energie (energy) cluster in Arnhem. De leeftijdsopbouw van de inwoners is redelijk in balans. Het zal geen verrassing zijn dat de inwoners op de Veluwe de meeste natuur in hun omgeving hebben. De Veluwe is binnen de provincie onderverdeeld in Foodvalley, Noord-Veluwe en de Stedendriehoek. De Foodvalley heeft een sterk cluster voedsel (food) rond Wageningen en de jongste bevolking van Gelderland. In de Noord-Veluwe valt de grote bouwsector op en is er veel detailhandel en horeca. Dit laatste komt vooral door de vele bezoekers. Opvallend is dat er veel jongeren en ouderen in deze regio wonen, maar het werkende deel van de bevolking (tussen de 20 en 65) klein is. In de Stedendriehoek is het openbaar bestuur duidelijk aanwezig. Ook heeft de regio een groot gezondheid (health) cluster. Het aantal mensen boven de 65 ligt hier hoger dan het landelijke gemiddelde. Door de geografische ligging heeft Rivierenland een grote logistieke sector. Goederen vanuit Rotterdam en Schiphol worden vervoerd naar het Europese achterland. De regio kent ook een groot voedsel (food) cluster dat vooral bestaat uit een grote glastuinbouwsector. In vergelijking met de rest van Gelderland is de bevolking best jong. In deze regio zijn de mensen het meest tevreden over de kwaliteit van hun leven en hebben ze gemiddeld het meest te besteden. Verbinding regio's met het programma economie Binnen het economisch beleid hebben we aandacht voor de regionale verschillen. Wat werkt in de ene regio, werkt misschien niet in de andere. Ons doel is om per regio in te zetten op de economische sterktes en tegelijkertijd rekening te houden met het demografisch profiel. Een voorbeeld hiervan is onze inzet op Ondernemerschap & Arbeidsmarkt. Veel regio’s zitten samen in een Economic Board. Daarin bepalen ondernemers, onderwijs en overheden de economische koers. In samenwerking met de provincie hebben de meeste boards een Human Capital Aanpak geschreven. Hierin staat welke behoefte aan personeel er in de regio is. Wij werken samen met de Economic Boards om zo de regionale en provinciale wensen met elkaar te verbinden. Hierbij moedigen wij waar mogelijk samenwerking tussen de regio’s aan, zodat ze van elkaar kunnen leren. Ook bij het versterken van het fysieke vestigingsklimaat kijken we naar de regionale behoeftes. Samen met gemeenten en in overleg met marktpartijen stellen we een regionaal programma werklocaties op. Zo kan er - kijkend naar vraag en aanbod vanuit de regionale economie - maatwerk worden geleverd bij de realisering van nieuwe bedrijventerreinen en het toekomstbestendig maken van de bestaande terreinen. En doordat de zwaartepunten van de vier kennisintensieve clusters ook op de kaart van Gelderland aan te wijzen zijn, is er ook hier vaak sprake van een specifieke verbinding met de desbetreffende regio. Regioarrangementen Het ruimtetekort vraagt een andere manier van het inrichten van onze ruimte. Samen met gemeenten en waterschappen moeten we keuzes maken. In de regioarrangementen hebben we voor de 7 Gelderse regio’s de gezamenlijke ambities, doelen en opgaven op ruimtelijk vlak (leefomgeving) opgenomen. Dit hebben we gedaan voor de korte termijn
(2030)en voor de langere termijn
(2050). De ruimtelijke keuzes die voortkomen uit ons economisch beleid zullen dan ook in samenhang met de betreffende regioarrangementen bekeken worden. Hoofdstuk 4 Monitoring Monitoring is het verzamelen van beleidsinformatie (data) om regelmatig te kunnen zien hoe we ervoor staan. Voor ons meerjarig economisch beleid gebruiken we vooral indicatoren die de maatschappelijke effecten meten (impact en outcome) en voor ons programma gebruiken we prestatie- indicatoren (output). Verder is de monitor brede welvaart een belangrijk instrument voor de integrale keuzes die wij als provincie Gelderland maken. Maatschappelijke effecten meten Om de effecten in de tijd te kunnen volgen en bij te sturen, hebben wij een aantal impactindicatoren (missie) en outcome-indicatoren (strategische doelen) en hun streefwaarden bepaald. Hierbij past wel de opmerking dat de provincie maar beperkt invloed heeft op deze impact- en outcome-indicatoren. Missie: Een vitale en innovatieve economie als basis van onze brede welvaart, nu en later We houden de voortgang van de missie bij aan de hand van 3 impactindicatoren, die inzicht geven in de welvaart én welzijn nu en in de toekomst: Indicator Nulmeting Bruto binnenlands product in mln €
(2022)Bron: CBS 95.416 Gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden in €
(2022)Bron: CBS 51.900 Aandeel Gelderlanders tevreden met het leven
(2022)Bron: CBS 84% Streefwaarden Onze streefwaarde voor het bruto binnenlands product is dat de ontwikkeling positiever is dan in Nederland. Voor het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden en het aandeel inwoners dat tevreden is met het leven, is ons doel om het bij de eindbalans beter dan Nederland gemiddeld te doen. Strategisch beleidsdoel 1: Verstevigingen van de concurrentiepositie van de Gelderse ondernemers De voortgang hiervan meten we aan de hand van de volgende outcome- indicatoren: Indicator Nulmeting Totaal aantal werkzame personen
(2022)Bron: PWE 10.99.210 Arbeidsproductiviteit per uur in €
(2022)58,9 Positie op Europese ranglijst -Regional Innovation Scoreboard
(2023)Bron: RIS - Regional Competitiveness Index
(2022)Bron: RCI 31 9 Onze streefwaarden bij de indicatoren totaal aantal werkzame personen en arbeidsproductiviteit is dat de ontwikkelingen positiever zijn dan het landelijk gemiddelde. Voor de Europese ranglijsten (RIS en RCI) is het ons doel om bij de Europese top te horen. Bij de RCI betekent dit blijven behoren tot de ontwikkelde economieën. Voor het RIS geldt dat wij op dit moment tot de sterke innovators horen, het op één na hoogste niveau. Onze streven is om bij de eindbalans te behoren tot de innovatie koplopers, het hoogste niveau. Strategisch beleidsdoel 2: Versterken van het fysieke vestigingsklimaat in Gelderland Om het effect hiervan te meten, hebben we voor de volgende outcome- indicatoren gekozen: Indicator Nulmeting Oppervlak bedrijventerrein -Bruto oppervlak in ha
(2022)- Terstond uitgeefbaar oppervlak in ha
(2022)-Planvoorraad bedrijventerreinen in ha
(2004)Bron: IBIS 10.933 472 582 Leegstandpercentage - Kantoorlocaties in m2
(2022)Bron: CBS - Winkelcentra in winkelvloeroppervlak
(2023)Bron: Locatus 4,8% 4,4% Onze streefwaarde ten aanzien van het oppervlak aan bedrijventerreinen is voldoende ruimte voor nieuwe bedrijven en voor bestaande bedrijven om uit te breiden. In onze provinciale bedrijventerreinenprognose wordt de verwachte vraag aan hectares voor bedrijventerreinen geraamd. Het is onze ambitie om deze 450 ha t/m 2030 volgens prognose te realiseren. Dit is afhankelijk van de realisatiekracht van andere partijen en randvoorwaarden zoals stikstof en netcapaciteit Tot 2040 worden de ramingen periodiek geactualiseerd en aangescherpt. De planvoorraad bedrijventerreinen moet groot genoeg zijn om te voldoen aan de voorziene vraag. Bij het leegstandspercentage voor kantoorlocaties en winkelcentra is ons doel om rond de 5% te blijven. Dit percentage is wenselijk om ondernemers de mogelijkheid te bieden om hun onderneming te verplaatsen. Strategisch beleidsdoel 3: Mens en bedrijf zijn klaar voor het werk van de toekomst Met de volgende outcome-indicatoren meten we de situatie op de arbeidsmarkt: Indicator Nulmeting Bruto arbeidsparticipatie
(2023)Bron: CBS 76,1% Werkloosheidspercentage
(2023)Bron: CBS 3,2% Spanning op de arbeidsmarkt
(2023)Bron: CBS 105 vacatures/ 100 werklozen Voor deze indicatoren streven wij er naar om het beter te doen dan Nederland. Voor de bruto arbeidsparticipatie betekent dit een hogere participatie dan het landelijk gemiddelde, terwijl het werkloosheidspercentage juist lager dan het landelijk gemiddelde moet zijn. Ons streven voor de spanning op de arbeidsmarkt is dat het aantal vacatures per 100 werklozen in Gelderland lager is dan in Nederland. Output indicatoren Om prestaties te meten, gebruiken we outputindicatoren. Deze indicatoren zijn niet standaard, maar gericht op specifieke acties en prestaties. Per actie kijken we naar de verwachte resultaten. Zo meten we bijvoorbeeld of een bepaalde subsidie de juiste bedrijven bereikt en het gewenste resultaat oplevert. Ook meten we of acquisitie daadwerkelijk voor de gewenste nieuwe bedrijven zorgt en op hoeveel bedrijventerreinen het organiserend vermogen versterkt wordt. Een nadere uitwerking van de strategische beleidsdoelen in subdoelen, acties en verwachte resultaten vindt u in hoofdstuk 3. Via de reguliere Planning & Control cyclus houden we u op de hoogte van de voortgang van de outputindicatoren alsmede van de resultaten per strategisch doel. De komende jaren gaan we deze vorm van monitoring verder verbeteren en doorontwikkelen. Dit doen we onder meer door goed de relatie te leggen tussen de strategische doelen, de te realiseren output en de gewenste activiteiten. Daarnaast is het belangrijk vooraf te bedenken hoe we de te realiseren output kunnen meten: welke gegevens zijn daarvoor nodig? Uniformering, betrouwbare en actuele statistieken, kennisuitwisseling en stroomlijning van datasystemen zijn daarbij belangrijke hulpmiddelen. PWE Werkgelegenheidsenquête De provinciale werkgelegenheidsenquête is een jaarlijks onderzoek naar de aard en omvang van de Gelderse werkgelegenheid. BEO voert het onderzoek in samenwerking met gemeenten uit onder bedrijven en instellingen in Gelderland. Alle bedrijven met 5 of meer werkzame personen worden benaderd, de kleinere bedrijven worden steekproefsgewijs onderzocht. Met de werkgelegenheidsenquête krijgen we inzicht in de aard, locatie en ontwikkelingen van de Gelderse werkgelegenheid en bedrijvigheid. Deze informatie is van groot belang voor het maken van prognoses en planningen. IBIS Bedrijventerreinen Met het Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem (IBIS) maakt BEO duidelijk waar en hoeveel bedrijventerrein er beschikbaar is voor bedrijven. Naast voorraadgegevens, zijn gegevens over de uitgifte van de afgelopen jaren ook in te zien. Op basis van specifieke wensen kan er in IBIS daarnaast gezocht worden naar een geschikt terrein. Met onze (uitvoerings)partners, de mkb-commissie Gelderland, VNO-NCW, medeoverheden en andere partijen blijven wij in gesprek over de ontwikkelingen van de Gelderse economie. Zo zorgen we voor bedrijvigheid die ook in de toekomst voor brede welvaart zorgt. Bureau Economisch Onderzoek Bureau Economisch Onderzoek (BEO) meet de maatschappelijke effecten. Het bureau verzamelt data, zoals de PWE en IBIS. Daarnaast houdt BEO zich bezig met monitoring en het maken van analyses en toekomstverkenningen van de ruimtelijke- en sociaaleconomische situatie in Gelderland. Dit doet BEO niet alleen voor het thema Economie, maar ook voor thema’s die verbonden zijn aan economie, zoals Recreatie & Toerisme. BEO brengt een aantal producten uit, waarin de effecten van ons beleid staan. Zo publiceren ze ieder kwartaal een econometer. Aan de hand van een groot aantal indicatoren wordt daarin de economische ontwikkeling (conjunctuur) in Gelderland beschreven. Daarnaast houdt BEO de databank ‘Gelderland in cijfers’ bij. Dit is een databank met sociaaleconomische gegevens over Gelderland. Hierin staan de belangrijkste kengetallen van alle Gelderse gemeenten en regio’s voor verschillende sociaaleconomische thema’s. De meeste gegevens zijn voor meerdere jaren beschikbaar, zodat ontwikkelingen in de tijd goed in beeld gebracht kunnen worden. Ook brengt BEO de monitor Brede Welvaart Gelderland uit. Deze monitor wordt jaarlijks bijgewerkt en laat zien hoe de brede welvaart zich in Gelderland én in de Gelderse regio’s, ontwikkelt. Naast de meer ‘objectieve cijfers’, voert BEO ook onderzoek onder inwoners uit om te kijken hoe onze inwoners brede welvaart ervaren en wat zij hierin belangrijk vinden. Bij het meten van de maatschappelijke effecten van ons economisch beleid, moeten we twee dingen onthouden. Ten eerste moeten we realistisch zijn: ons provinciaal beleid heeft maar beperkte invloed op de gekozen indicatoren. Als provincie hebben we bijvoorbeeld geen controle over de macro-economische ontwikkelingen en geopolitieke verschuivingen die op dit moment plaatsvinden. Ten tweede vertellen cijfers alleen niet het hele verhaal: cijfers vragen om uitleg. Om het verhaal achter de cijfers zo compleet mogelijk te krijgen, is het belangrijk hierover met onze partners binnen en buiten de provincie (zoals bedrijven en experts) in gesprek te gaan. Slotwoord De Gelderse economie is sterk. Wel staan we voor grote uitdagingen. Deze uitdagingen gaan we samen met onze partners aan. Een brede welvaart kunnen we namelijk alleen versterken met een goed draaiende, innovatieve en concurrerende Gelderse economie. En een sterke economie is weer belangrijk om de kosten van onze samenleving te kunnen blijven betalen. Maar een innovatieve en concurrerende Gelderse economie heeft niet alleen het vergroten van ons bruto nationaal product als doel. Het draagt bij aan vele andere thema’s van brede welvaart die wij als samenleving belangrijk vinden. Zo kunnen innovaties die in onze clusters worden ontwikkeld niet alleen zorgen voor bijvoorbeeld snellere ontdekking van tumoren. Door de inzet van AI, toegespitst op de individuele patiënt, kunnen patiënten ook sneller en adequater worden behandeld. Dit heeft direct te maken met het thema Gezondheid van brede welvaart. Ondernemers kunnen zich volledig ontwikkelen als ze hulp krijgen om hun bedrijventerrein toekomstbestendiger te maken. Door te zorgen voor een goede inpassing in het landschap, vinden voorbijrijdende fietsers het terrein bijvoorbeeld geen ‘lelijke puist’ in het landschap meer. En als we meer circulair werken, draagt dit bij aan de kwaliteit van onze huidige leefomgeving én die van de generaties na ons. Dit heeft niet alleen invloed op het thema Milieu binnen brede welvaart, maar ook op het thema Natuurlijk van brede welvaart later. Een baan hebben, is op dit moment niet voor iedereen weggelegd. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kunnen we helpen door initiatieven te ondersteunen die helpen hun talent te benutten. Dit geeft deze mensen ook nog eens meer mogelijkheden om hun leven naar hun eigen zin in te richten. Dit past binnen de thema’s Subjectief welzijn, Arbeid en Vrije tijd en Samenleving. En ook dit is brede welvaart. Wij willen ons hiervoor inzetten. Er zit wel één ‘maar’ aan. Als we helemaal circulair zijn in alles wat we doen, wordt de kans dat archeologen over 2000 jaar vondsten uit onze tijd opgraven, wel een stuk kleiner… Deel B Uitvoeringsagenda Hoofdstuk 5 Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2025-2027 Voorwoord De energie- en grondstoffentransities behoren tot de belangrijkste uitdagingen van onze tijd. Op internationale podia zijn ambitieuze en bindende afspraken gemaakt. In 2050 moet onze economie volledig circulair zijn en al in 2030 voor de helft. De rapporten van het Nationaal Planbureau voor de Leefomgeving laten zien dat we met de huidige Nederlandse aanpak de doelen niet halen. Er gebeurt het nodige, maar te weinig, op te kleine schaal. Het gaat bovendien nog vaak om ‘laaghangend fruit’. De meer complexe en uitdagende stappen liggen vóór ons. Daar zou je pessimistisch van kunnen worden, maar ik ben van nature positief ingesteld. Ik word daarin gesterkt door wat ik zie tijdens de vele bedrijfsbezoeken die ik afleg. Daar spreek ik bedrijven die op dit moment mooie stappen zetten. Bouwers, recyclers, bakkers, in elke bedrijfstak zijn er ondernemers die laten zien dat het kan. Ze zijn nog in de minderheid, hun resultaten tonen zich nog niet in de statistieken. Maar wat belangrijk is, is dat ze het doen en daarmee laten zien dat het kan. Dat er een verdienmodel achter zit, dat er een markt is, dat er werkgelegenheid mee kan worden gecreëerd. Deze bedrijven weten dat de circulaire economie de enige economie is die toekomstbestendig is. Kunnen we dan als overheid achteroverleunen? Nee, zeker niet. De rijksoverheid is verantwoordelijk voor de juiste randvoorwaarden in wet- en regelgeving. Verschillende kabinetten leggen daarbij verschillende accenten, maar de richting is duidelijk en in internationale verdragen verankerd. Als provinciale overheid kunnen we ook veel doen. Daar gaat deze uitvoeringsagenda Circulaire Economie over. Daarvoor hebben we advies gevraagd aan onze partners en een 15-tal circulaire koplopende bedrijven. De komende drie jaar stimuleren we circulaire innovaties bij bedrijven en met name ketens om zo vraag en aanbod aan elkaar te koppelen. We geven koplopende bedrijven een rol om achterblijvers te activeren ook circulaire stappen te zetten. Ondernemers leren immers het beste van andere ondernemers. Ik zou het mooi vinden als ieder bedrijf met een lineaire lijn kijkt of een circulaire lijn mogelijk is. We intensiveren de ondersteuning aan gemeenten om circulaire stappen te zetten, bijvoorbeeld in circulair opdrachtgeverschap in infrastructurele projecten. We kunnen als overheid ook veel zélf doen en sturen vanuit onze rollen. Met circulair inkoop en aanbesteden in infrastructuur en bedrijfsvoering verminderen we ons eigen grondstoffenverbruik. Met ruimtelijke planning zorgen we voor voldoende fysieke ruimte voor toekomstige circulaire bedrijvigheid. Door omgevingsdiensten toe te rusten met kennis over circulaire vraagstukken, en de juridische mogelijkheden, zorgen we voor experimenteerruimte voor circulaire bedrijven. En we kunnen de circulaire transitie versnellen door meer circulaire activiteiten te stimuleren vanuit andere provinciale opgaven en beleid. In de uitvoeringsagenda worden mooie voorbeelden genoemd van wat er allemaal al kan. We willen een circulair Gelderland, in alles wat we doen. Doet u mee? Helga Witjes Gedeputeerde (Circulaire) Economie Samenvatting In 2050 willen we als Nederland een samenleving waarin we zuinig en efficiënt omgaan met grondstoffen en producten. Dat noemen we een circulaire economie. Daarover zijn nationaal en internationaal afspraken over gemaakt: in 2030 moet het gebruik van grondstoffen die opraken zijn gehalveerd en in 2050 dient de economie volledig circulair te zijn. Deze Uitvoeringsagenda Circulaire Economie 2025-2027 laat zien wat we als provincie Gelderland de komende 3 jaar gaan doen en hoe we dat aanpakken. Het borduurt voort op het beleidsplan Ruimte voor Economie en is de uitvoering van ons coalitieakkoord waarin staat: ‘We willen een klimaatbestendig en circulair Gelderland, in alles wat we doen.’ Het circulair maken van de economie hangt af van wat er

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.