Deze regeling stelt de gewijzigde regels vast voor de subsidieverordening vitaal Gelderland 2011, met specifieke bepalingen voor subsidieaanvragen en definities van diverse termen.
.1.1.1 Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: goederenvervoer: vervoer van goederen over de weg en over water; halteplaats: punt van het regionet met wacht- en informatievoorziening waar de reiziger kan in- en uitstappen; mobiliteitsmanagement: alle activiteiten gericht op het afstemmen van vraag en aanbod van verkeer en vervoer gericht op het keuzeproces en bewustwording van de reiziger en goederen; openbaar vervoer: vervoer per trein, bus, tram of regiotaxi dat wordt verzorgd door een vervoerder waaraan op grond van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend; regionet: netwerk van buslijnen, buurtbusvervoer en regiotaxi ter ontsluiting van dorpen, steden en regio's met een inwonertal; snelnet: netwerk van snelle buslijnen en regionale railverbindingen die zowel de belangrijkste relaties binnen regio's als de relaties met belangrijke bovenregionale centra binnen en buiten de provincie op hoogwaardige manier verbinden; sociale veiligheid: objectieve veiligheid en het gevoel van veiligheid onder reizigers en personeel, ten aanzien van misdaad en wangedrag binnen het openbaar vervoer, bij transferpunten en halteplaatsen; toegankelijkheid: toegankelijkheid van voertuigen, halteplaatsen en de route naar halteplaatsen voor openbaar vervoer voor mensen met een mobiliteitsbeperking; transferpunt: punt van het snelnet met wacht- en informatievoorziening waar de reiziger kan in-, uit- of overstappen op andere vormen van vervoer; vervoerder: de rechtspersoon die openbaar vervoer verricht, waaronder begrepen regiotaxi; snelfietsroute: een door Gedeputeerde Staten als zodanig aangewezen samenhangend geheel van voorzieningen en infrastructurele werken ten behoeve van de fiets; Beter Benutten Vervolg: programma zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten bij besluit van 20 januari 2015 inzake het gebied van de voormalige Stadsregio Arnhem-Nijmegen. Paragraaf 4.1.2 Gemeentelijke projecten in het kader van de Brede Doeluitkering (BDU) Artikel 4.1.2.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: infrastructuur projecten; intergemeentelijke niet-infrastructuur projecten. Artikel 4.1.2.2 Criteria Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.2.1 wordt slechts verstrekt voor projecten die zijn opgenomen in het Bestedingsplan Brede Doeluitkering als bedoeld in artikel 6 van de Wet BDU Verkeer en Vervoer. Artikel 4.1.2.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten en gemeenschappelijke regelingen die rechtspersoonlijkheid bezitten. Artikel 4.1.2.3 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste: 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 50.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.2.1, aanhef en onder a; 75% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.2.1, aanhef en onder b. 2 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Paragraaf 4.1.3 Verkeersveiligheid Artikel 4.1.3.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder b, van de SvG kan worden verstrekt voor niet-infrastructurele verkeersveiligheidsactiviteiten. Artikel 4.1.3.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt als de niet infrastructurele activiteiten voldoen aan eisen vermeld in het werkplan van het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Oost-Nederland. Artikel 4.1.3.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen die zich krachtens hun statutaire doelstellingen en feitelijke werkzaamheden inzetten voor de verkeersveiligheid in Oost-Nederland. Artikel 4.1.3.5 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 1.000,-. 2 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Paragraaf 4.1.4 Openbaar vervoer waaronder begrepen regiotaxi Artikel 4.1.4.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder e, van de SvG kan worden verstrekt voor het verrichten van: openbaar vervoer; of vervoer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Artikel 4.1.4.2 Criteria Subsidie voor het verrichten van openbaar vervoer wordt slechts verstrekt voor de duur van de concessie of voor de duur van de overeenkomst tussen de provincie en vervoerder. Artikel 4.1.4.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: vervoerders voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.4.1, aanhef en onder a; gemeenten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.4.1, aanhef en onder b. Artikel 4.1.4.4 Hoogte van de subsidie De subsidie, als bedoeld in artikel 4.1.4.1, aanhef en onder a, bedraagt maximaal het bedrag zoals is overeengekomen in de concessie. De subsidie wordt jaarlijks geïndexeerd. Paragraaf 4.1.5 Infrastructurele openbaarvervoervoorzieningen Artikel 4.1.5.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder f, van de SvG kan worden verstrekt voor: de aanpassing van bestaande treinstations; de aanpassing van de omgeving van bestaande treinstations; nieuwe of te verplaatsen treinstations; planstudies voor nieuwe of te verplaatsen treinstations; het verbeteren van de doorstroming van het openbaar vervoer op het snelnet; de aanleg of verbetering van transferpunten op de routes van het snelnet; de aanleg of verbetering van halteplaatsen op de routes van het regionet; de plaatsing van zuilen en panelen voor reisinformatie voor reizigers van het openbaar vervoer bij transferpunten en halteplaatsen; uitbreiding van fietsenstallingen bij stations in het kader van het programma van Ruimte voor de Fiets van Prorail. Artikel 4.1.5.2 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan publiekrechtelijke rechtspersonen, vervoerders en rechtspersonen die zich krachtens hun statuten inzetten voor het openbaar vervoer in Gelderland. Artikel 4.1.5.3 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste 66% van subsidiabele kosten tot een maximum van € 350.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.5.1, aanhef en onder a tot en met d; 90% van subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.5.1, aanhef en onder e; 50% van subsidiabele kosten tot een maximum van € 45.000,- per transferpunt voor activiteiten als bedoeld artikel 4.1.5.1, aanhef en onder f; 35% van subsidiabele kosten voor tot een maximum van € 10.000,- per halteplaats voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.5.1, aanhef en onder g; 100% van subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.5.1, aanhef en onder h; 40% van subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.5.1, aanhef en onder i. 2 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Paragraaf 4.1.6 Sociale veiligheid en toegankelijkheid Artikel 4.1.6.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder g en h, van de SvG kan worden verstrekt voor activiteiten ter verbetering van de: sociale veiligheid; en toegankelijkheid. Artikel 4.1.6.2 Criteria Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die plaatsvinden in gebieden waar en ten behoeve van bus- en treinlijnen waarvoor de provincie Gelderland bij of krachtens de Wet personenvervoer 2000 verantwoordelijk is voor het openbaar vervoer. Artikel 4.1.6.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten en vervoerders. Artikel 4.1.6.4 Hoogte van de subsidie 1 Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.6.1, aanhef en onder a, bedraagt ten hoogste 80% van de subsidiabele kosten. 2 Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.6.1, aanhef en onder b, bedraagt ten hoogste: 80% van de subsidiabele kosten voor vervoerders; 90% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 5.400,- per halteplaats voor gemeenten; 90% van de subsidiabele kosten tot een minimum van € 5.400,- en een maximum van € 13.500,- per moeilijk aanpasbare halte voor gemeenten; 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 250,- per geplaatst bankje bij een halteplaats. 3 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Paragraaf 4.1.7 Fietsvoorzieningen Artikel 4.1.7.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder i, van de SvG 2011 kan worden verstrekt voor: het aanleggen van funderingen, verhardingen, kunstwerken, oversteekvoorzieningen, bermen, taluds en bermsloten; het aanbrengen van verlichting ten behoeve van vrij liggende fietspaden; het plaatsen van verkeerstekens behorende bij een fietsreconstructie, oversteekvoorzieningen en verkeersregelinstallaties. Artikel 4.1.7.2 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten. Artikel 4.1.7.3 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste: 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 35.000,- en een maximum van € 500.000,-; 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 750.000,- voor nieuwe, vrijliggende fietspaden, fietstunnels of fietsbruggen; 50% van de kosten voor de realisatie van nieuwe snelfietsroutes. 2 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Paragraaf 4.1.8 Mobiliteitsprojecten Artikel 4.1.8.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder j, van de SvG kan worden verstrekt voor haalbaarheidsstudies, onderzoek, pilots en promotieprojecten gericht op mobiliteitsmanagement. Artikel 4.1.8.2 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: gemeenten; privaatrechtelijke rechtspersonen: voor zover de activiteit gericht is op de eigen organisatie en uitsluitend voor eigen gebruik is; of die zich krachtens hun statuten inzetten voor de bevordering van mobiliteitsmanagement. Artikel 4.1.8.3 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000,- en een maximum van € 50.000,-. Paragraaf 4.1.9 Goederenvervoer Artikel 4.1.9.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder l, van de SvG kan worden verstrekt voor: haalbaarheids- en onderzoeksstudies voor multimodaal of efficiënt en schoon goederenvervoer; investeringsprojecten infrastructuur ten behoeve van overslagvoorzieningen voor multimodaal goederenvervoer; pilots of praktijkproeven voor multimodaal of efficiënt en schoon goederenvervoer. Artikel 4.1.9.2 Criteria Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.9.1 wordt slechts verstrekt indien: de activiteiten worden uitgevoerd in de provincie Gelderland dan wel, in geval van een provinciegrensoverschrijdende goederenvervoerstroom, het eind- of beginpunt in Gelderland ligt; de activiteiten passen binnen het strategisch uitvoeringsprogramma logistiek en Goederenvervoer 2012-2015; en voor zover het een activiteit betreft als bedoeld in artikel 4.1.9.1, onder c, de beoogde innovatie een bijdrage of besparing oplevert voor de Gelderse logistieke sector. Artikel 4.1.9.3 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.9.1, aanhef en onder a, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000,- en een maximum van € 100.000,-. 2 De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.9.1, aanhef en onder b, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000,- en een maximum van € 1.000.000,-. 3 De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.9.1, aanhef en onder c, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000,- en een maximum van: € 100.000,- voor zover deze betrekking hebben op transport over de weg; € 200.000,- voor zover deze geen betrekking hebben op transport over de weg; € 300.000,- voor zover deze worden uitgevoerd door publiekrechtelijke rechtspersonen of publiekrechtelijke instellingen. 4 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Paragraaf 4.1.10 Beter Benutten Vervolg Artikel 4.1.10.1 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van projecten in het kader van Beter Benutten Vervolg. Artikel 4.1.10.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover de projecten zijn opgenomen in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde bestedingsplan. Artikel 4.1.10.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan de gemeenten Arnhem en Nijmegen, alsmede aan de dienst Rijkswaterstaat van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Artikel 4.1.10.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt maximaal 100% van de kosten. Titel 4.2 Gelderse Gebiedsontwikkeling Paragraaf 4.2.
.2.1.1 Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: cultuurhistorisch object: elk object behorende tot tenminste een van de volgende categorieën: andere objecten dan de waterlinieforten genoemd in artikel 4.2.1.1 onder e en die een functie hadden in de militaire werking van de Nieuwe Hollandse Waterlinie; relicten van landschappelijke veranderingen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie tot en met 1945 die direct het gevolg zijn van doorbraken van een kade of dijk van een inundatiekom; relicten van maatregelen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie tot en met 1945 om schade als gevolg van een doorbraak van kade of dijk van een inundatiekom te herstellen; relicten van menselijke ingrepen in het landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie als onderdeel van ontginningen voor landbouwkundig gebruik tot en met
.2.1.1 Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: cultuurparticipatie: niet-professionele bemoeienis met de kunsten en deelname aan het culturele leven; vrijetijdseconomie: economie die bestaat uit ondernemingen die zich in hoofdzaak bezighouden met dienstverlening ten behoeve van recreanten en toeristen; waardenkaart: een besluit van een gemeentebestuur waarin de cultuurhistorische of archeologische waarden binnen het gehele grondgebied van de gemeente zijn weergegeven en dat gebruikt kan worden bij het voorbereiden van ruimtelijke planvorming; draaipremie: subsidie verstrekt voor het jaar 2012 op grond van artikel 7 van de Verordening Cultuurhistorie Gelderland; instandhouding: activiteiten die worden uitgevoerd overeenkomstig de Uitvoeringsvoorschriften Duurzame Instandhouding Cultuurhistorische Waarden (PB 2006/17) en de Lijst met subsidiabele kosten en werkzaamheden ten behoeve van de berekening van de subsidiabele instandhoudingskosten (PB 2006/18); gemeentelijk monument: een object dat op grond van een gemeentelijke verordening bescherming geniet vanwege bijzondere cultuurhistorische of architectonische waarden; historische molen: een door wind, water of ros aangedreven krachtwerktuig inclusief het bouwwerk, geschikt of bedoeld voor een historisch maal- productieactiviteitbedrijf; stoomgemaal: een door stoom aangedreven krachtwerktuig bedoeld voor het bemalen van een polder. Paragraaf 5.2.2 Cultuur- en erfgoedpacten Artikel 5.2.2.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.2.2 van de SvG kan worden verstrekt voor de uitvoering van een intergemeentelijk meerjarenprogramma 2014-2016 dat is gericht op de versterking van de vrijetijdseconomie of cultuurparticipatie. Artikel 5.2.2.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: De aanvrager samen met één of meer andere gemeenten uitvoering geeft aan de subsidiabele activiteit; het programma de gezamenlijke doelen van de participerende gemeenten, gericht op versterking van vrijetijdseconomie of cultuurparticipatie beschrijft; het programma beschrijft hoe de gemeenten de in b. genoemde doelen met inzet van cultuur of erfgoed willen realiseren; en het programma beschrijft hoe de programmaresultaten bij beëindiging van het programma is geborgd. Artikel 5.2.2.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan de gemeente die blijkens de aanvraag optreedt als penvoerder van de samenwerkende gemeenten. Artikel 5.2.2.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten in de periode 2014-2016 tot een maximum van € 41.000,- per gemeente. Paragraaf 5.2.3 Instandhouding gemeentelijke monumenten, historische molens en stoomgemalen Artikel 5.2.3.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.2.1, onder e en f van de SvG kan worden verstrekt voor: het verstrekken van subsidie voor de instandhouding van gemeentelijke monumenten; het verstrekken van subsidie voor de instandhouding van historische molens en stoomgemalen; het opstellen van een archeologische of cultuurhistorische waardenkaart. Artikel 5.2.3.2 Criteria 1 Subsidie wordt slechts verstrekt indien de aanvrager beschikt over een subsidieregeling op grond waarvan aan een: eigenaar van een gemeentelijk monument subsidie kan worden verstrekt voor het instandhouden van het monument; eigenaar van een historische molen of stoomgemaal subsidie kan worden verstrekt voor het instandhouden van de historische molen of stoomgemaal. 2 Subsidie wordt voor het vervaardigen van een archeologische of cultuurhistorische waardenkaart slechts eenmaal verstrekt. Artikel 5.2.3.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten. Artikel 5.2.3.4 Hoogte van de subsidie 1 De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 5.2.3.1 onder a bedraagt niet meer dan 50% van de door de aanvrager op grond van de in artikel 5.2.3.2, eerste lid, bedoelde regeling verstrekte subsidie. 2 De subsidie als bedoeld in artikel 5.2.3.1 aanhef en onder b bedraagt € 3.100,- per historische molen of stoomgemaal. 3 De subsidie als bedoeld in artikel 5.2.3.1 onder c bedraagt niet meer dan € 10.000,- per type waardenkaart. Artikel 5.2.3.5 Verplichtingen De aanvrager is verplicht om in de subsidieregeling als bedoeld in artikel 5.2.3.2 te bepalen dat: de subsidie aangevraagd wordt door de eigenaar van het monument of de molen waaraan de subsidie ten goede komt; de subsidie aangevraagd wordt tussen 1 maart 2014 en 31 december 2016; de subsidie uitsluitend wordt verstrekt voor de instandhouding van monumenten; de subsidie uitsluitend wordt verstrekt aan eigenaren van historische molens of stoomgemalen die een provinciale draaipremie hebben ontvangen; de subsidie als bedoeld in artikel 5.2.3.1, onder a en c, niet wordt verstrekt aan een gemeente, een provincie of de Staat. Paragraaf 5.2.4 Draaisubsidie Artikel 5.2.4.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.2.1 onderdeel f van de SvG kan worden verstrekt voor de asomwenteling van een monumentale molen. Artikel 5.2.4.2 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar of beheerder van een monumentale molen. Artikel 5.2.4.3 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt: € 1,- per 300 asomwentelingen voor molens met kleppen; of € 1,- per 200 asomwentelingen voor molens met zeilen tot een maximum van € 1.200,- per jaar. 2 De subsidie voor het jaar waarvoor de aanvraag wordt ingediend wordt verstrekt op basis van het aantal asomwentelingen dat de molen heeft gemaakt in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 3 De draaisubsidie voor een molen die niet door wind wordt aangedreven bedraagt € 450,- per jaar en wordt verstrekt indien er naar het oordeel van Gedeputeerde Staten sprake is van het regelmatig draaien van deze molen. Artikel 5.2.4.4 Weigeringsgrond Geen subsidie wordt verstrekt, indien het subsidiebedrag op grond van artikel 5.2.1.3 eerste lid minder dan € 70,- zou bedragen. Artikel 5.2.4.5 Indieningstermijn aanvraag De aanvraag wordt ingediend voor 1 april. Titel 5.3 Sociaal Profiel Paragraaf 5.3.1 Sociaal Profiel Artikel 5.3.1.1 Begripsomschrijvingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: Beleidskader Sociaal Profiel: bijlage 3 bij het Statenvoorstel Beleidsuitwerkingen Uitdagend Gelderland (PS2011-644), met uitzondering van de thema’s Leefbaarheid en Gemeenschapsvoorzieningen; Uitvoeringsagenda: de Uitvoeringsagenda 2015: Verbinden, verbreden, versnellen (PS2014-484) met uitzondering van het thema Leefbaarheid en Gemeenschapsvoorzieningen; doelgroep: gebruikers of vertegenwoordigers van gebruikers van zorg en welzijn, kwetsbare groepen in de samenleving en burgers of groepen burgers die deelnemen aan en verantwoordelijkheid dragen voor de uitvoering van publieke taken binnen het sociale domein; preventieve zorg: preventiemaatregelen ter voorkoming of vermindering van zorg; eerstelijns zorg: rechtstreeks toegankelijke zorg; anderhalvelijns zorg: eerstelijnszorg die gegeven wordt door een specialist uit de tweede lijn; tweedelijnszorg: zorg die slechts toegankelijk is na verwijzing; kwetsbare groepen: groepen in de samenleving die om wat voor reden dan ook de aansluiting met de samenleving dreigen te verliezen, zoals beschreven in de Uitvoeringsagenda; actief burgerschap: het deelnemen aan en verantwoordelijkheid dragen voor de uitvoering van publieke taken binnen het sociale domein. Artikel 5.3.1.2 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1 van de SvG kan worden verstrekt voor projecten waarin werkwijzen worden ontwikkeld die: gericht zijn op een verbeterde aansluiting tussen preventieve zorg, eerstelijnszorg, anderhalvelijnszorg en tweedelijnszorg; gericht zijn op een verbeterde economische of maatschappelijke participatie van kwetsbare groepen; of actief burgerschap bevorderen. Artikel 5.3.1.3 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt voor activiteiten die aantoonbaar: passen binnen het Beleidskader Sociaal Profiel en de Uitvoeringsagenda; uitzicht bieden op structurele voortzetting of overname van de ontwikkelde werkwijze; en een leereffect of voorbeeldwerking opleveren die aan derden kan worden overgedragen. Artikel 5.3.1.4 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: de kosten voor inzet van uren van de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit; de kosten voor inzet van externe ondersteuning in opdracht van de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd is aan de subsidiabele activiteit; inzet van goederen en diensten door de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit. Artikel 5.3.1.5 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon. Artikel 5.3.1.6 Aanvraag 1 De subsidie wordt aangevraagd voor 22 april 2015. 2 Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag in elk geval een verklaring verstrekt van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd, waarin het college verklaart geen bezwaar te hebben tegen de subsidiabele activiteit. Artikel 5.3.1.7 Selectiecriteria Bij de verdeling van de beschikbare middelen krijgen die activiteiten voorrang die: aantoonbaar bijdragen aan de doelstellingen uit de Uitvoeringsagenda; elders binnen Gelderland kunnen worden toegepast; op korte termijn tot resultaat leiden; geïnitieerd en uitgevoerd worden in samenwerking tussen verschillende partijen, met name gemeenten, maatschappelijke organisaties en burgers; nog niet eerder in Gelderland zijn uitgevoerd; en de doelgroep actief betrekken bij de voorbereiding en realisatie van de subsidiabele activiteit. Artikel 5.3.1.8 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 20.000,- en een maximum van € 100.000,-. Artikel 5.3.1.9 Weigeringsgrond Subsidie wordt geweigerd: indien er sprake is van uitvoering van wettelijke taken; aan een rechtspersoon die subsidie ontvangt op grond van het besluit van Provinciale Staten (PS2011-787, onder 6). Titel 5.4 Jeugd Paragraaf 5.4.1 Vervallen per 1 januari 2015 Titel 5.5 Leefbaarheid en gemeenschapsvoorzieningen Paragraaf 5.5.
.5.1.1 Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: burgerinitiatief: een rechtspersoon die tot doel heeft de leefbaarheid van een gemeenschap te bevorderen of te verbeteren; dorpscontactpersoon: persoon die, in opdracht van een dorpsraad of een bestuur van een gemeenschapsvoorziening, tot taak heeft voor een dorp activiteiten te bevorderen die leiden tot verbetering van de leefbaarheid; dorpsraad: een rechtspersoon die de belangen in brede zin van een dorp en zijn omgeving behartigt en zich richt op versterking van de sociale structuur van een dorpsgemeenschap; gemeenschapsvoorziening: openbaar toegankelijk multifunctioneel gebouw of gedeelte van een gebouw met ruime openstellingstijden waarin structureel ruimte wordt geboden aan overwegend non-profit organisaties voor het uitvoeren van activiteiten door en voor bewoners van één of meer dorpen; leefbaarheid: de mate van aantrekkelijkheid van het sociale en bestuurlijke klimaat in een dorp en de omgeving; ontmoetingsplek: kosteloos toegankelijke multifunctionele publieke openluchtvoorziening binnen of direct grenzend aan de bebouwde kom waar bewoners elkaar ontmoeten, bijeenkomsten houden en activiteiten organiseren; vernieuwing: ontwikkeling van voor Gelderland nieuwe activiteiten ten behoeve van verbetering van de leefbaarheid binnen een kern of meerdere kernen of ter verhoging van de kwaliteit of doelmatigheid van activiteiten op dit terrein; zelf organiserend vermogen: de mate waarin burgers zelf vorm geven aan hun leefomgeving; bestuurlijke samenwerking: afstemming van taken en activiteiten tussen: een dorpsraad; een burgerinitiatief; een gemeente; een rechtspersoon die tot doel of mede tot doel heeft een gemeenschapsvoorziening te beheren en in stand te houden; of andere maatschappelijke organisaties. Artikel 5.5.1.2 Indieningstermijn Subsidie op grond van deze titel kan worden aangevraagd voor 19 maart 2015. Artikel 5.5.1.3 Selectiecriteria Bij de verdeling van de beschikbare middelen krijgen die activiteiten voorrang: die aantoonbaar breed draagvlak hebben in dorp en regio; die mede ontwikkeld, uitgevoerd en bekostigd worden door bewoners en leden van lokale organisaties; die mede uitvoering geven aan de voor gemeenten nieuwe gedecentraliseerde taken op het terrein van (jeugd)zorg, participatie en ondersteuning; die een vernieuwend karakter hebben; die voorzien in activiteiten die voor de langere tijd zijn geborgd; die niet-concurrerend zijn met nabij gelegen gelijksoortige voorzieningen; waarbij gebruik wordt gemaakt van nieuwe technologieën; waarvoor niet eerder subsidie is ontvangen; die bijdragen aan een evenredige spreiding van de subsidiabele activiteit over de provincie Gelderland. Paragraaf 5.5.2 Versterken van duurzame exploitatie van gemeenschapsvoorzieningen Artikel 5.5.2.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.5.1 van de SvG kan worden verstrekt voor de: ondersteuning bij het opstellen van een exploitatiebegroting voor ten minste twee jaar van een gemeenschapsvoorziening die voor meerdere jaren dekkend en realistisch is; ondersteuning bij het opstellen van een programma voor ten minste twee jaar van een gemeenschapsvoorziening; ontwikkeling binnen een gemeenschapsvoorziening van vernieuwende vormen van: exploitatie; bestuurlijke samenwerking; beheer; of programmering. Artikel 5.5.2.2 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: de kosten voor inzet van uren van de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit; de kosten voor inzet van externe ondersteuning in opdracht van de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit; ontwikkelingskosten gemaakt door de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit. Artikel 5.5.2.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon die tot doel of mede tot doel heeft een gemeenschapsvoorziening te beheren en in stand te houden. Artikel 5.5.2.4 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag in elk geval een verklaring verstrekt van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd, waarin het college verklaart geen bezwaar te hebben tegen de subsidiabele activiteit. Artikel 5.5.2.5 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 10.000,- en een maximum van € 20.000-. Paragraaf 5.5.3 Creëren van samenhang van functies en voorzieningen Artikel 5.5.3.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.5.1 van de SvG wordt verstrekt voor de voorbereiding en uitwerking van afspraken tussen dorpsraden, bestuurders van gemeenschapsvoorzieningen, burgerinitiatieven, gemeente en mogelijke andere partners over afstemming van functies en voorzieningen. Artikel 5.5.3.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien bij de subsidiabele activiteiten minste drie van de volgende functies zijn betrokken: welzijn, educatie, cultuur, zorg, maatschappelijke dienstverlening en zakelijke dienstverlening. Artikel 5.5.3.3 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: de kosten voor inzet van uren van de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit; de kosten voor inzet van externe ondersteuning in opdracht van de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit. Artikel 5.5.3.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: een dorpsraad; een rechtspersoon die tot doel of mede tot doel heeft een gemeenschapsvoorziening te beheren en in stand te houden; een burgerinitiatief; of een gemeente. Artikel 5.5.3.5 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag in elk geval een verklaring verstrekt van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd, waarin het college verklaart geen bezwaar te hebben tegen de subsidiabele activiteit. Artikel 5.5.3.6 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 10.000,- en een maximum van € 20.000,-. Paragraaf 5.5.4 Versterken van zelforganiserend vermogen Artikel 5.5.4.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.5.1 van de SvG wordt verstrekt voor: de ondersteuning bij het opstellen van een activiteitenprogramma voor één of meer woonkernen met als doel de leefbaarheid te bevorderen; de activiteiten van een dorpscontactpersoon voor een periode van maximaal twee jaar; de ondersteuning bij de opzet en ontwikkeling van een burgerinitiatief voor een of meer dorpen met als doel de leefbaarheid te bevorderen. Artikel 5.5.4.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien sprake is van structurele verankering van activiteiten. Artikel 5.5.4.3 Subsidiabele kosten 1 Voor subsidie als bedoeld in artikel 5.5.4.1, aanhef onder a en c, komen de volgende kosten in aanmerking: de kosten voor inzet van uren van de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit; de kosten voor inzet van externe ondersteuning in opdracht van de subsidieontvanger welke aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit. 2 Voor subsidie als bedoeld in artikel 5.5.4.1, aanhef onder b, komen de kosten van een dorpscontactpersoon in aanmerking. Artikel 5.5.4.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: een dorpsraad; een rechtspersoon die tot doel heeft of mede tot doel heeft een gemeenschapsvoorziening te beheren en in stand te houden; een burgerinitiatief. Artikel 5.5.4.5 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag in elk geval een verklaring verstrekt van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd, waarin het college verklaart geen bezwaar te hebben tegen de subsidiabele activiteit. Artikel 5.5.4.6 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 10.000,- en een maximum van € 20.000,-. Paragraaf 5.5.5 Investering in een gemeenschapsvoorziening Artikel 5.5.5.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.5.1 van de SvG wordt verstrekt voor: de ombouw van bestaand vastgoed tot een gemeenschapsvoorziening; de verbouw van een bestaande gemeenschapsvoorziening; of vervangende nieuwbouw van een bestaande gemeenschapsvoorziening. Artikel 5.5.5.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien bij de subsidiabele activiteit ten minste drie van de volgende functies zijn betrokken: welzijn, educatie, cultuur, zorg, sport, maatschappelijke dienstverlening en zakelijke dienstverlening. Artikel 5.5.5.3 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: de kosten voor inzet van externe ondersteuning in opdracht van de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit; de kosten voor het verrichten van grond- en bouwwerkzaamheden van een gemeenschapsvoorziening. Artikel 5.5.5.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon die tot doel of mede tot doel heeft een gemeenschapsvoorziening te beheren en in stand te houden. Artikel 5.5.5.5 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG worden bij de aanvraag in elk geval de volgende gegevens verstrekt: een verklaring van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd, waarin het college verklaart geen bezwaar te hebben tegen de subsidiabele activiteit; een realistische en dekkende exploitatiebegroting voor een periode van ten minste twee jaar; en een programma voor ten minste twee jaar waarin aangegeven wordt welke partners structureel aan de subsidiabele activiteit deelnemen. Artikel 5.5.5.6 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 20.000,- en een maximum van € 100.000,-. Paragraaf 5.5.6 Ontmoetingsplek Artikel 5.5.6.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.5.1 van de SvG wordt verstrekt voor de aanleg of verbetering van een ontmoetingsplek. Artikel 5.5.6.2 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: kosten voor het ontwerp van de ontmoetingsplek; kosten voor werkzaamheden die aantoonbaar gerelateerd kunnen worden aan grond- en bouwwerken en (her)inrichting van een ontmoetingsplek. Artikel 5.5.6.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan een dorpsraad; een rechtspersoon die tot doel of mede tot doel heeft een gemeenschapsvoorziening te beheren en in stand te houden. Artikel 5.5.6.4 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG worden bij de aanvraag in elk geval de volgende gegevens verstrekt: een verklaring van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd, waarin het college verklaart geen bezwaar te hebben tegen de subsidiabele activiteit. een programma voor ten minste twee jaar voor het gebruik van de ontmoetingsplek waarin aangegeven wordt welke activiteiten plaatsvinden op de ontmoetingsplek. Artikel 5.5.6.5 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 20.000,- en een maximum van € 75.000,-. Titel 5.6 Sport Paragraaf 5.6.
.6.1.1 Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: Actieplan Ruimte voor Buitensport: plan van de buitensportbonden, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de doelstelling om meer mensen meer te laten bewegen en sporten; breedtesport: sport die wordt beoefend door grote groepen uit alle lagen van de bevolking vanwege de sportieve, gezonde en sociale functie ervan; buitensportbonden: sportbonden die zich richten op sport of andere vormen van sportieve recreatie in de buitenruimte; evenementenkalender: een door Gedeputeerde Staten vastgestelde lijst met sportevenementen welke in 2015 en 2016 voor subsidie in aanmerking kunnen komen; FieldLab: locatie voor veldonderzoek in de topsport onder de hoede van Stichting InnosportNL; InnoSportlab: test- en onderzoeksfaciliteiten om innovatieve activiteiten ten uitvoer te brengen onder de hoede van Stichting InnosportNL, de landelijke organisatie die sport, bedrijfsleven en kennisinstellingen bij elkaar brengt teneinde sportinnovaties tot stand te brengen; interventie: elke planmatige en doelgerichte aanpak om het gedrag van burgers te veranderen en hun omstandigheden te beïnvloeden, met als doel de kwaliteit van het leven of het samenleven te vergroten; jongeren: personen jongeren dan 18 jaar; kernsport: de zes sporten atletiek, hippische sport, wielersport, volleybal, judo en tennis, zoals aangewezen door Provinciale Staten op 30 juni 2010 in het document ‘Gelderland Sportland: Programma 2010-2016’ en op 11 december 2013 in het document Uitvoeringsprogramma Gelderland Sport! 2014; kernsportbond: de atletiek: Koninklijke Nederlandse Atletiekinie (KNAU); Koninklijke Wandel Bond Nederland (KWBN); de hippische sport: Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS); de wielersport: Koninklijke Nederlandsche Wielrenunie (KNWU); Nederlandse Toerfietsunie (NTFU); het volleybal: Nederlandse Volleybalbond (Nevobo); de judosport: Judobond Nederland (JBN); de tennissport: Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB); mensen met een functiebeperking: personen die in het dagelijks leven beperkingen ondervinden door chronische problemen van lichamelijke, psychische of verstandelijke aard; niet-economische activiteit: activiteiten waarbij geen goederen of diensten op een bepaalde markt worden aangeboden; onrendabele top: berekening van de contante waarde van de projectkosten voor realisering van een accommodatie minus de contante waarde van de netto inkomsten gedurende een periode van twintig jaar, waarbij een discontovoet van 5,5% wordt gehanteerd; regionaal talentencentrum: een organisatievorm waarin voor een geselecteerde groep talenten in een kernsport in hun directe leefomgeving onafhankelijk van en aanvullend op hun eigen vereniging extra faciliteiten worden georganiseerd; senioren: personen van 55 jaar en ouder; side event: stimuleringsevenement voor Gelderse burgers, dat georganiseerd wordt rondom een topsportevenement of topsportwedstrijd met als doel de participatie in de sport te verbeteren; spin-off: bestedingen door burgers en organisaties, of investeringen door bedrijven die zonder de te subsidiëren activiteit niet zouden plaatsvinden; sportevenement: evenement dat tot de categorie internationaal topevenement f landelijk kampioenschap behoort, of tot de categorie breedtesport, waarbij verbindingen worden gemaakt met sport, economie en ruimte; sporttalent: Gelderse sporter waaraan NOC*NSF of Topsport Gelderland de talentenstatus heeft toegekend; topaccommodatie: sportaccommodatie die ten behoeve van de te beoefenen kernsporten voldoet aan de in de betreffende tak van sport, door de betreffende sportbond, gestelde wedstrijdeisen; tweede ring van potentiële kernsporten: de sporten golf, gymnastiek, handbal, hockey, schaatsen (inclusief skeeleren), schermen, vrouwenvoetbal, waterpolo en zwemmen die zijn aangewezen door Provinciale Staten op 30 juni 2010 in het document Gelderland Sportland: Programma 2010-2016 (besluit PS2010-510; zaaknummer 2010-009055) als mogelijke toekomstige kernsport; Uitvoeringsprogramma: een door een kernsportbond opgesteld plan waarin de bond aangeeft voor welke samenhangende activiteiten subsidie wordt aangevraagd; vitale bedrijven: bedrijven of instellingen die activiteiten ondernemen met betrekking tot vitaliteitsmanagement binnen hun organisatie; vitale werknemers: werknemers in dienst bij bedrijven of instellingen gevestigd in Gelderland die activiteiten of maatregelen ondernemen ter bevordering van hun eigen gezondheid of levensstijl. Artikel 5.6.1.1a Indieningstermijn Subsidie op grond van deze titel kan worden aangevraagd binnen een bij nader besluit door Gedeputeerde Staten te bepalen tijdvak. Paragraaf 5.6.2 Vitale samenleving - sportieve bewegingsruimte Artikel 5.6.2.1 Subsidiabele activiteiten Subsidie als bedoeld in artikel 5.6.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor de aanleg van nieuwe beachvolleybalvelden in de buitenruimte. Artikel 5.6.2.2 Criteria Onverminderd artikel 2.1, tweede lid van de AsG wordt slechts subsidie verstrekt indien: er ten minste drie velden op één locatie worden aangelegd; de velden in aanmerking komen voor classificatie door de Nevobo; ten aanzien van de materiële veldeisen, de materiële zandeisen en de veldafmetingen ten minste de B-status kan worden verkregen van de Nevobo; een bij de Nevobo aangesloten vereniging toeziet op het gebruik, het onderhoud en de veiligheid van de velden; de voorzieningen passen binnen het gemeentelijk sportbeleid. Artikel 5.6.2.3 Aanvrager Subsidie als bedoeld in artikel 5.6.2.1, wordt verstrekt aan: een volleybalvereniging die is aangesloten bij de Nevobo; een gemeente. Artikel 5.6.2.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000,-. Paragraaf 5.6.3 Vervallen per 1 januari 2015 Paragraaf 5.6.4 Vervallen per 1 januari 2015 Paragraaf 5.6.5 Vitale samenleving - sport en gezondheid bij mensen met een lage sociaal- economische status Gereserveerd Paragraaf 5.6.6 Vervallen per 1 januari 2015 Paragraaf 5.6.7 Vervallen per 1 januari 2015 Paragraaf 5.6.8 Excellente prestaties - Accommodaties Artikel 5.6.8.1 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor: de bouw van een topaccommodatie; de verbouw van een accommodatie tot een topaccommodatie; vervallen per 1 augustus
.7.1.1 Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: arbeidsmarktdiscrepantie: kwalitatief of kwantitatief verschil tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt; basisvoorwaarden: voorwaarden waaraan een business case moet voldoen, zijnde duidelijkhe
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.