Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen voor misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen voor misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften Samenvatting Deze richtlijn voor strafvordering bevat het transactie- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), waarvoor feitomschrijvingen (feitcodes) zijn vastgesteld. In deze richtlijn wordt de gefaseerde inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening gevolgd. De OM-strafbeschikking is in de plaats getreden van de OM-transactie bij overtredingen van artikel 8 Wegenverkeerswet (WVW 1994). De OM-transactie voor de overige OM-feiten blijft vooralsnog overeind. De politiestrafbeschikking is vanaf 1 april 2010 – gefaseerd per arrondissement – in de plaats van de politietransactie getreden, waarbij wordt opgemerkt dat er vooralsnog onder meer geen politiestrafbeschikkingen worden uitgevaardigd aan militairen of minderjarigen en in geval van misdrijven of combinatie met beslag (zie voor de uitzonderingen de Aanwijzing OM-afdoening). De politietransactie (o.g.v. het Transactiebesluit 1994) vervalt op termijn geheel en wordt vervangen door de politiestrafbeschikking (op grond van het Besluit OM-afdoening). Deze richtlijn heeft betrekking op deze overgangsperiode en zal in de toekomst nogmaals worden aangepast. Deze richtlijn omvat: 1. Aanvullende aanwijzingen met betrekking tot de bijlage van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften; 2. Het transactie- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven en overtredingen (bijlagen Transactiebesluit 1994 c.q. het Besluit OM-afdoening en de bijlage OM-feiten met tarieven), omvattende de volgende afdoeningsvormen: a. de politiestrafbeschikking b. de politietransactie c. de OM-strafbeschikking en d. de OM-transactie Ad 1 Veel feiten vallen onder de WAHV (de wet Mulder). In de richtlijn zijn deze feiten te herkennen aan een ‘m’ voor de feitcode. Bijvoorbeeld: m R 602, als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht. Deze feiten worden vooralsnog alleen administratiefrechtelijk afgedaan (zie ook de Aanwijzing administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften). Ad 2 onder a: de politiestrafbeschikking De zaken ondergebracht in de bijlage van het Besluit OM-afdoening, worden via de strafbeschikking op grond van artikel 257b Sv afgedaan. De feiten waarvoor de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar strafbeschikkingsbevoegheid heeft, zijn te herkennen aan een ‘p’ voor de feitcode. Bijvoorbeeld: p D 530, zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden. Het bijbehorende tarief wordt achter de omschrijving vermeld. Er wordt geen politiestrafbeschikking uitgevaardigd, maar een politie transactie aangeboden (zie ad. 2 onder
- b)indien: a. de verdachte minderjarig is; of b. de verdachte militair is; of c. het feit een feitgecodeerd misdrijf is (feitcode G 100a en G100b); of d. er sprake is van een andere contra-indicatie (zie Aanwijzing OM-afdoening) Ad 2 onder b: de politietransactie1De politietransactie wordt alleen in uitzonderingsgevallen aangeboden. De politiestrafbeschikking is het uitgangspunt. De in de bijlage bij het Transactiebesluit 1994 vermelde zaken worden afgedaan door middel van een politietransactie (op grond van artikel 74c Sr). Deze bijlage is identiek is aan de bijlage bij het Besluit OM-afdoening, dus ook hier geldt dat de feiten waarvoor de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar transactiebevoegdheid heeft, zijn te herkennen aan een ‘p’ voor de feitcode (bijvoorbeeld: p D 530) en dat het bijbehorende tarief achter de omschrijving wordt vermeld. Ad 2 onder c: de OM-strafbeschikking In een aantal gevallen zal de officier van justitie een strafbeschikking uitvaardigen. Het betreft hier vooralsnog alleen overtredingen van art. 8 WVW 1994. Daarbij geldt dat niet tevens een proces-verbaal wordt opgemaakt voor een ander feit. Het bijbehorende tarief wordt achter de omschrijving vermeld. In sommige gevallen wordt geen tarief vermeld. Dan is er een specifieke Richtlijn voor strafvordering van toepassing, dan wel kan er vanwege de specifieke omstandigheden van het geval geen tarief worden aangegeven. De OM-strafbeschikking wordt, evenals de politiestrafbeschikking, vooralsnog niet uitgevaardigd aan minderjarigen en militairen. Wanneer geen sprake is van een van de hierboven of in de Aanwijzing OM-afdoening benoemde contra-indicatie(s), wordt voor overtreding van dit feit een strafbeschikking uitgevaardigd. Is wel sprake van een dergelijke contra-indicatie, dan wordt getransigeerd of gedagvaard. Ad 2 onder d: de OM-transactie2Er is in deze gevallen geen sprake van een WAHV-beschikking (ad 1), een politiestrafbeschikking (ad 2 onder a), een politietransactie (ad 2 onder b), noch een OM-transactie (ad 2 onder c). Voor de feitgecodeerde zaken waarvoor de opsporingsambtenaar geen transactie- of strafbeschikkingsbevoegdheid heeft, de officier van justitie volgens de richtlijnen geen strafbeschikking mag uitvaardigen of voor zaken die eveneens niet zijn opgenomen in de bijlage bij de WAHV, kan de officier van justitie een (OM-)transactie aanbieden. Soms wordt, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, meteen gedagvaard. De tarieven voor de OM-transactie of de eis ter zitting zijn in de bijlage bij deze richtlijn opgenomen. De feiten zijn te herkennen aan het symbool ‘*’ voor de feitcode. Bijvoorbeeld: * K 055, als bestuurder van een motorrijtuig rijden zonder rijbewijs voor de categorie waartoe dat motorrijtuig behoort. In sommige gevallen wordt geen tarief vermeld. Dan is er een specifieke Richtlijn voor strafvordering van toepassing, dan wel kan er vanwege de specifieke omstandigheden van het geval geen tarief worden aangegeven. Op termijn zullen alle feiten waarvoor door de officier van justitie nog een transactie kan worden aangeboden, onder het bereik van de OM-strafbeschikking worden gebracht. Opsporing/vervolging 1 Uitgangspunten Om ongewenste cumulatie van sancties te voorkomen wordt per gebeurtenis tegen de verdachte/betrokkene voor ten hoogste drie overtredingen of gedragingen proces-verbaal opgemaakt, dan wel aan hem een politietransactie aangeboden, een aankondiging van strafbeschikking uitgereikt of een administratieve sanctie opgelegd. Afdoening langs één traject is daarbij het uitgangspunt. Indien zowel de strafrechtelijke als de administratiefrechtelijke weg wordt bewandeld, moet in het proces-verbaal melding worden gemaakt van de opgelegde administratieve sanctie(
- s)en op de aankondiging van beschikking van het/de opgemaakte proces(sen)-verbaal.3 Ook in geval een strafbeschikking is uitgevaardigd.Van deze mogelijkheid dient slechts in uitzonderlijke gevallen gebruik te worden gemaakt. Indien een proces-verbaal wordt opgemaakt ter zake van overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) is het niet toegestaan om daarnaast administratieve sancties op te leggen of transactievoorstellen te doen voor feiten die in relatie staan tot het gevaarlijke c.q. het belemmerende gedrag op de weg. Deze bepaling is opgenomen omdat in het geval dat een proces-verbaal wordt opgemaakt ter zake overtreding van artikel 5 WVW 1994 en daarnaast aan dat artikel gerelateerde administratieve sancties worden opgelegd of strafrechtelijke reacties4 Bijvoorbeeld een strafbeschikking of een transactie.volgen, de kans bestaat dat de officier van justitie niet meer kan vervolgen. Dit vloeit voort uit het in artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht opgenomen (Sr) ne bis in idem-beginsel, dat bepaalt dat niemand andermaal kan worden vervolgd voor feiten waarover te zijnen aanzien bij gewijsde van de rechter onherroepelijk is beslist. Het voldoen aan een transactievoorstel wordt op grond van artikel 74, eerste lid Sr gelijkgesteld met een onherroepelijke veroordeling, zodat hier het ne bis in idem-beginsel geldt.5Dit geldt uiteraard ook voor een strafbeschikking die is betaald. Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 23 juni 1998 (NJ 1999, 47) mag, indien voor een gedraging een administratieve sanctie is opgelegd, deze gedraging niet bij een vervolging wegens overtreding van artikel 5 WVW 1994 worden betrokken. Evenzeer is het volgens dit arrest zo, dat indien is vervolgd wegens overtreding van artikel 5 WVW 1994, niet nog eens een administratieve sanctie kan worden opgelegd voor zover deze gedraging in de vervolging was betrokken. Als voorbeeld kan worden aangegeven het feit dat een bestuurder gevaarlijk rijgedrag vertoont (strafrechtelijk verwijt) en daarbij tevens een rood verkeerslicht negeert (Muldergedraging). Indien een beschikking wordt opgelegd voor het negeren van het rode verkeerslicht, dan zal dat feit geen onderdeel mogen uitmaken van de vervolging op grond van artikel 5 WVW 1994. 2 Tarieven 2.1 Administratief recht 2.1.1 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) De feiten (gedragingen) die in de bijlage van de WAHV zijn opgenomen, worden vooralsnog6Op grond van artikel 2, eerste lid WAHV kunnen ter zake van de in de bijlage van die wet omschreven gedragingen, administratieve sancties worden opgelegd. In tegenstelling tot de vorige redactie van dit artikel, wordt door de wetgever nu de mogelijkheid geopend de in de bijlage vermelde feiten in plaats van administratief, strafrechtelijk af te doen (zie Stb. 2006, 330). Door deze wijziging kunnen bijvoorbeeld recidivisten strafrechtelijk worden aangepakt. Uitgangspunt blijft echter vooralsnog, dat de feiten die in de bijlage bij de WAHV zijn opgenomen, ook volgens de WAHV worden afgedaan. In nadere beleidsregels zal op een later tijdstip worden uiteengezet voor welke feiten in welke gevallen voor de strafrechtelijke weg moet worden gekozen.via een beschikking administratiefrechtelijk afgedaan. De bij de gedragingen behorende tarieven staan vast en hiervan kan niet worden afgeweken. Halvering tarieven minderjarigen Op grond van artikel 2, lid 4 van de WAHV dienen de bedragen voor minderjarigen van 12 tot 16 jaar te worden gehalveerd. Deze afronding geschiedt op hele euro’s naar boven.Voor minderjarigen van 16 tot 18 jaar gelden in beginsel dezelfde tarieven als voor meerderjarigen. 2.2 Strafrecht 2.2.1 Misdrijven Voor de feitcodes die gebaseerd zijn op misdrijven, uitgezonderd enkele op de overtreding van artikel 8 WVW 1994 betrekking hebbende feitcodes en de eenvoudige winkeldiefstal en -verduistering, is geen tarief opgenomen. Dit zijn zaken (OM-feiten), waarvoor specifieke strafvorderingsrichtlijnen zijn vastgesteld, dan wel waarvoor de specifieke omstandigheden van het geval maatwerk vereisen. De in de kop van deze richtlijn genoemde Aanwijzing politietransactie inzake eenvoudige winkeldiefstal en -verduistering beschrijft de uitoefening van de transactiebevoegdheid door de politie en de controle hierop door het OM. Deze richtlijn geeft bij het misdrijf eenvoudige winkeldiefstal/-verduistering (artikel 310/321 Sr), in de gevallen dat daarvoor feitcodes zijn vastgesteld, opeenvolgend: – het tarief van de politietransactie; – het tarief dat doorgaans moet worden betaald bij transactie door het OM; – de geldboete die het OM doorgaans voor de politietransigabele feiten ter terechtzitting vordert, indien geen transactie wordt aangeboden of het aangeboden transactievoorstel niet wordt betaald.7De strafmaatrichtlijn is opgenomen in BOS-polaris. 2.2.2 Overtredingen Deze richtlijn geeft per overtreding en per categorie (bijvoorbeeld: een voetganger), opeenvolgend: – het tarief van de politietransactie/politiestrafbeschikking; – het tarief dat doorgaans moet worden betaald bij transactie door het OM; – de geldboete die het OM doorgaans ter terechtzitting vordert. 2.2.3 Afwijking van de in deze richtlijn aangegeven tarieven Berekening van bepaalde transactie- en geldboetetarieven Het transactievoorstel of de strafbeschikking behelst in beginsel slechts voldoening van een geldsom. De strafbeschikking in relatie tot artikel 8 WVW 1994 kan naast een (kale) geldboete ook een ontzegging van de rijbevoegdheid omvatten.8Andere straffen en/of maatregelen in combinatie met de OM-strafbeschikking zijn vooralsnog niet mogelijk. Zie verder de Aanwijzing OM-afdoening.In deze richtlijn zijn tarieven afhankelijk gesteld van de zwaarte van de overtreding. Verder zijn bijvoorbeeld voor de overtreding van de voorschriften ten aanzien van de remvertraging van motorvoertuigen tarieven vastgesteld naar de mate waarin deze voorschriften zijn overschreden. Voorts is in de bijlage met OM-feiten bij enkele overtredingen een minimumtarief vermeld. De ernst van de gepleegde overtreding kan dan tot uitdrukking worden gebracht met inachtneming van de bedoelde tarieven. Het OM mag afwijken binnen de wettelijke strafmaxima van de tarieven van de OM-transactie, de OM-strafbeschikking en/of eis ter zitting. Dat kan zowel naar beneden als naar boven, al naar gelang de omstandigheden daartoe aanleiding geven.9In zaken waarin een strafbeschikking is uitgevaardigd, doch waarvan verdachte in verzet is gekomen, eist de officier van justitie dezelfde geldboete als initieel opgelegd. Zie tevens Aanwijzing OM-afdoening. De feitomschrijvingen met bijhorende tarieven bij de zogeheten OM-feiten in de bijlage bij deze richtlijn, zien toe op strafbare feiten die voor afdoening via een OM-transactie of OM-strafbeschikking in aanmerking komen. politiestrafbeschikking/politietransactie/OM-transactie/OM-strafbeschikking Voor de feiten uit de bijlage bij het Besluit OM-afdoening c.q. het Transactiebesluit 1994 waarvoor de (buitengewoon) opsporingsambtenaar opsporingsbevoegdheid heeft, zijn de tarieven door het College van Procureurs-generaal vastgesteld. Het staat de opsporingsambtenaar derhalve niet vrij een ander transactievoorstel te doen of een ander tarief te hanteren in de aankondiging van de politiestrafbeschikking. Cumulatie van overtredingen Bij cumulatie van overtredingen verdient het aanbeveling bij de vaststelling van de tarieven rekening te houden met de draagkracht van de verdachte./bestrafte. Minderjarigen Hoewel de strafbeschikking het uitgangspunt is, wordt aan minderjarigen een transactie aangeboden. Parallel aan hetgeen in de WAHV is vastgelegd, geldt dat ten aanzien van minderjarigen van 12 tot 16 jaar de vastgestelde tarieven worden gehalveerd met een afronding op hele euro’s naar boven. Voor minderjarigen van 16 tot 18 jaar gelden in beginsel dezelfde tarieven als voor meerderjarigen. Voorts geldt dat de strafbeschikking kan (nog) niet aan een minderjarige worden uitgevaardigd. Artikel 489, lid 1 aanhef en onder b Sv bepaalt dat bij het uitvaardigen van een strafbeschikking van meer dan € 115, aan de minderjarige verdachte een raadsman moet worden toegevoegd. Deze bepaling is gewijzigd bij inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening, maar geldt voor transacties nog steeds zoals de bepaling luidde voor de Wet OM-afdoening.10Stb. 2008, nr. 160 artikel VIII (Wet OM-afdoening). Vooralsnog worden echter nog geen strafbeschikkingen aan minderjarigen uitgevaardigd.Om deze reden wordt – analoog aan artikel 489 lid 1, aanhef en onder b Sv – door het CJIB geen politie- of OM-transactie verzonden als het transactiebedrag meer dan € 115 bedraagt. Deze zaken worden voor beoordeling naar het betreffende parket verzonden. Inbeslagneming In de bijlage bij deze richtlijn is met de letters ‘m.a.’ (met afstand) aangegeven in welke gevallen – een enkele uitzondering daargelaten – als voorwaarde voor transactie door het OM moet worden gesteld dat afstand wordt gedaan van een inbeslaggenomen voorwerp overeenkomstig artikel 116 Sv. Indien geen transactie tot stand komt, moet het OM in deze gevallen, indien tussentijds, zoals voorgeschreven in de Aanwijzing inbeslagneming, geen beslissing is genomen omtrent het beslag, ter terechtzitting verbeurdverklaring (in de bijlage bij deze richtlijn aangegeven met ‘v.v.’) dan wel onttrekking aan het verkeer (‘o.a.v.’) van het voorwerp vorderen. Maar ook in andere daarvoor in aanmerking komende gevallen kan afstand als voorwaarde door het OM worden gesteld, respectievelijk verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer worden gevorderd. 3 Begrenzing strafbeschikkings-/transactiebevoegdheid opsporingsambtenaren In artikel 3.2 van het Besluit OM-afdoening zijn de opsporingsambtenaren aangewezen aan wie strafbeschikkingsbevoegdheid op grond van artikel 257b WvSv is verleend. Op grond van artikel 74c, Sr kan aan een opsporingsambtenaar transactiebevoegdheid worden verleend. In artikel 2 van het Transactiebesluit 1994 zijn de opsporingsambtenaren aangewezen aan wie transactiebevoegdheid is verleend. In de identieke bijlagen van het Besluit OM-afdoening en het Transactiebesluit 1994 zijn de zaken aangewezen die voor een strafbeschikking dan wel voor een politietransactie in aanmerking komen. Opsporingsambtenaren met strafbeschikkings-/transactiebevoegdheid maken van die bevoegdheid gebruik volgens door het OM te geven richtlijnen (artikel 257b lid 3 Sv, artikel 74c lid 4 Sr). In deze richtlijn wordt bepaald dat een politietransactie niet mag worden aangeboden indien: a. de opsporingsambtenaar of een van zijn naaste familieleden bij het feit of de gevolgen daarvan betrokken is; De hoofdofficier van justitie kan bepalen dat in bepaalde gebieden of op bepaalde openbare wegen binnen het arrondissement of in bepaalde categorieën zaken door de bevoegde ambtenaren geen gebruik wordt gemaakt van de transactiebevoegdheid (artikel 5 Transactiebesluit 1994) dan wel geen gebruik wordt gemaakt van de strafbeschikkingsbevoegdheid (artikel 3.5 Besluit OM-afdoening). 4 Bijzonderheden voor enkele soorten overtredingen 4.1.1 Recidiveregeling overtredingen artt. 30 en 34 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM)(uitgezonderd bromfietsen) De recidiveregeling t.a.v. de overtredingen van artikelen 30 en 34 WAM luidt voor de met motorrijtuigen, uitgezonderd bromfietsen12 Onverzekerd rijden: zie in de bijlage de feitnummers A 914a t/m d, A 915, A 917a t/m c en A 918., gepleegde overtredingen als volgt: Eerste overtreding: OM-transactie: € 440 Eis ter zitting: geldboete € 500 Tweede overtreding (binnen twee jaar na afdoening van de eerste overtreding): Geen transactie, eis ter zitting: geldboete € 600 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk Derde overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding): Geen transactie, eis ter zitting: twee weken hechtenis onvoorwaardelijk13Hechtenis kan in geval van een overtreding door een minderjarig niet worden geëist.en zes maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig 4.1.2 Recidiveregeling overtredingen artt. 30 en 34 WAM (bromfietsen) Voor de met een bromfiets gepleegde overtreding van de artikelen 30 en 34 WAM (feitcodes A 901a t/m d, A 902, A 903a t/m c en A 904) geldt de volgende recidiveregeling: Eerste overtreding: OM-transactie: € 310 Eis ter zitting: € 370 Tweede overtreding (binnen twee jaar na afdoening van de eerste overtreding): Geen transactie, eis ter zitting: geldboete € 440 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk Derde overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding): Geen transactie, eis ter zitting: tien dagen hechtenis onvoorwaardelijk en zes maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig 4.2 Recidiveregeling rijden zonder rijbewijs De recidiveregeling voor het rijden zonder rijbewijs (overtreding van artikel 107 lid 1 WVW 1994) heeft betrekking op motorvoertuigen uit de voertuigcategorieën 1 tot en met 3 van categorie-indeling B. Tevens is deze recidiveregeling van toepassing op bestuurders van motorrijtuigen waarvan het rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur met meer dan één jaar (feitcode K 060f). Voor de voertuigcategorieën 1 (bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen14 Aangezien het hier bepalingen uit de WVW 1994 betreft, wordt de bestuurder van de brommobiel hiervan uitgezonderd. Deze valt onder categorie 3.), 2 (bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen) en 3 (brom- en snorfietsers, inclusief bestuurders van brommobielen15 Aangezien het hier bepalingen uit de WVW 1994 betreft, valt ook de bestuurder van de brommobiel hieronder.) geldt onderstaande recidiveregeling: Eerste overtreding: OM-transactie vast tarief feitcode K055 Tweede overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding: Dagvaarden, eis ter zitting: geldboete categorie 1 en 2 vanaf € 360 en categorie 3 vanaf € 250 en voor alle categorieën onvoorwaardelijke hechtenis16Hechtenis kan in geval van een overtreding door een minderjarig niet worden geëist.met een proeftijd van twee jaar Derde en volgende overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding): Dagvaarden, eis ter zitting: onvoorwaardelijke hechtenis17Zie noot 20. 4.3.1 Recidiveregeling gedocumenteerde overtredingen maximumsnelheid RVV 1990 (weg) Deze recidiveregeling wordt toegepast bij overtreding van de, in paragraaf 8, maximumsnelheid, van het RVV 1990 opgenomen, artikelen 19 (niet voldoende afstand houden, 20, 21 en 22 (overschrijding maximumsnelheid), voor zover deze overtredingen niet administratiefrechtelijk worden afgedaan. De recidiveregeling luidt als volgt: Van recidive is alleen sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na betaling van een transactie of na een onherroepelijke geworden strafbeschikking/veroordeling voor één eerdere gedocumenteerde overtreding van artikel 19, 20, 21 of 22 van het RVV 1990. De categorie-indeling voor maximumsnelheid is ook van toepassing op de recidiveregeling snelheid. Categorie-indeling C (maximumsnelheid) 1 Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen); 4 Landbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid. NB Gelet op de bijlage 2 van de Aanwijzing inbeslagneming kan na overleg met de officier van justitie het motorvoertuig, waarmee de snelheidsovertreding is gepleegd, in beslag worden genomen, indien een overschrijding van de maximumsnelheid met meer dan 100% in samenhang met geconcretiseerde gevaarzetting is geconstateerd. Overzicht weg Recidiveregeling niet voldoende afstand houden Tabel 118De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes en de tarieventabel zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen. Recidiveregeling niet voldoende afstand houden Categorie 1: Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen) Categorie 2: Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. en motorvoertuigen met aanhangwagen. Categorie 3: Bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor; Niet voldoende afstand houden bij een: snelheid van 80 km/h–100 km/h snelheid van 100 km/h–120 km/h snelheid van meer dan 120 km/h volgafstand 3 m of meer of vanaf 0,5 sec t/m 0,2/0,1 sec en volgafstand < 3 m of < 0,2/0,1 sec ongeacht afstand of ≤ 0,5 sec Eerste overtreding OM transactie vast tarief vast tarief nvt eis ter zitting vast tarief vast tarief dagv eis € 560(cat 1/2) /€ 360 (cat 3) + 3 mnd OBM ovw Tweede overtreding OM transactie nvt nvt nvt eis ter zitting tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 4 mnd ovw + OBM 5 mnd ovw + OBM 6 mnd ovw Derde overtreding OM transactie nvt nvt nvt eis ter zitting tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ovw + OBM 8 mnd ovw + OBM 10 mnd ovw Vierde overtreding OM transactie nvt nvt nvt eis ter zitting tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ovw + OBM 10 mnd ovw + OBM 12 mnd ovw Recidiveregeling snelheidsovertredingen (weg) Tabel 219 De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes en de tarieventabel zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen. Recidiveregeling snelheidsovertredingen motorvoertuigen Categorie 1: Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen) Categorie 2: Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. en motorvoertuigen met aanhangwagen. Snelheidsovertredingen met een overschrijding van: 31 t/m 49 km/h 50 t/m 69 km/h 70 t/m 99 km/h 100 km/h of meer Eerste overtreding OM transactie vast tarief vast tarief nvt nvt eis ter zitting vast tarief vast tarief vast tarief + tarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 4 mnd ovw OBM 6 mnd ovw Tweede overtreding OM transactie nvt nvt nvt nvt eis ter zitting tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 2 mnd ovw OBM 4 mnd ovw OBM 6 mnd ovw OBM 8 mnd ovw Derde overtreding OM transactie nvt nvt nvt nvt eis ter zitting tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 4 mnd ovw OBM 6 mnd ovw OBM 8 mnd ovw OBM 10 mnd ovw Vierde overtreding OM transactie nvt nvt nvt nvt eis ter zitting tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 6 mnd ovw OBM 8 mnd ovw OBM 10 mnd ovw OBM 12 mnd ovw Tabel 320 De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes en de tarieventabel zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen. Recidiveregeling snelheidsovertredingen bromfietsen Categorie 3: Bestuurders van bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor Snelheidsovertredingen met een overschrijding van: 30 t/m 49 km/h 50 t/m 69 km/h 70 t/m 99 km/h 100 km/h of meer Eerste overtreding OM transactie nvt nvt nvt Nvt eis ter zitting vast tarief + vast tarief + vast tarief + tarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 2 mnd ovw OBM 4 mnd ovw +OBM 6 mnd ovw + OBM 8 mnd ovw Tweede overtreding OM transactie nvt nvt nvt Nvt eis ter zitting tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 4 mnd ovw OBM 6 mnd ovw OBM 8 mnd ovw OBM 10 mnd ovw Derde en volgende overtreding OM transactie nvt nvt nvt Nvt eis ter zitting tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 6 mnd ovw OBM 8 mnd ovw OBM 10 mnd ovw OBM 12 mnd ovw Voorbeeld bepaling tarief/eis ter zitting: Indien de bestuurder van een motorvoertuig uit categorie 1 voor de eerste maal de maximumsnelheid overschrijdt, bijvoorbeeld met 50 km/h binnen de bebouwde kom, dan wordt hem voor het in het voorbeeld genoemde geval een OM-transactie aangeboden van € 590 (zie de feitcodes * VA 055, * VB 055 of * VC 055). Dat is het vaste tarief dat bij deze overtreding behoort. De daarbij behorende eis ter zitting is volgens kolom 3 van de op JKS/OM-tranet opgenomen Tarieventabel snelheidsovertredingen een geldboete van € 700. Indien de eerste overtreding een overtreding van artikel 19 RVV 1990 (niet voldoende afstand houden) betreft dan dient dezelfde werkwijze te worden gehanteerd aan de hand van de hierop betrekking hebbende feitcodes S 005a t/m S026a. a. Begaat deze bestuurder vervolgens een tweede onder de recidiveregeling vallende snelheidsovertreding, bijvoorbeeld door overschrijding van de maximum snelheid binnen de bebouwde kom met 69 km/h (feitcode * VA 070, * VB 070 of * VC 070), dan dient tot dagvaarden te worden overgegaan (zie tabel 2). De geldboete die moet worden geëist, wordt afgeleid van de geldboete die zou worden geëist indien deze overtreding voor de eerste maal zou zijn begaan, vermeerderd met 20%. De eerste overtreding kent volgens de feitcodes * VA 070, * VB 070 en * VC 070 een OM-transactie van € 930. De daarbij behorende eis ter zitting is een geldboete van € 1110 (zie voornoemde tarieventabel, kolom 3). Nu de snelheidsovertreding in het voorbeeld reeds een tweede snelheidsovertreding betreft, wordt een eis ter zitting van € 1110 + 20% voorgeschreven. Voorts wordt een OBM van 4 maanden ovw geëist. 4.3.2 Recidiveregeling maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen Voor zover het ‘Muldergedragingen’ betreft zijn de tarieven en feitcodes voor het overtreden van artikel 5.6.8, lid 1, van de RV, zoals opgenomen in de geldende bijlage bij de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften, van toepassing. Dit betreft de feitcodes N 083 a/b. Het in de onderstaande tabel vermelde vaste tarief betreft de tarieven zoals deze zijn opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen bij de feitcodes N 083 c t/m f. Overschrijding maximumconstructiesnelheid met Overtreding > 15 t/m 20 km/h > 20 t/m 25 km/h > 25 t/m 30 km/h > 30 km/h 1e Eerste overtreding Transactie Vast tarief Vast tarief Vast tarief € 240Vast tarief (minderjarigen € 115) (minderjarigen € 115) (minderjarigen € 115) eis ter zitting € 130 € 190 € 280 € 380 2e Tweede overtreding Transactie nvt nvt nvt nvt eis ter zitting € 170 /OBM 2 mnd ov € 240 / OBM 2 mnd ov € 330 / OBM 2 mnd ov € 430 / OBM 2 mnd ov 3e Derde en volgende overtreding(
- en)Transactie nvt nvt nvt nvt eis ter zitting € 200 / OBM 4 mnd ov / OAV brom-/snorfiets € 280 / OBM 4 mnd ov / OAV brom-/snorfiets € 390 / OBM 4 mnd ov / OAV brom-/snorfiets € 490 / OBM 4 mnd ov / OAV brom-/snorfiets ov : onvoorwaardelijke veroordeling OBM : ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen OAV : onttrekking aan het verkeer Recidive/herhaald plegen Van recidive is alleen sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening21Afdoening houdt in: een onherroepelijke strafbeschikking, een onherroepelijk vonnis óf een betaalde transactie.van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive. Indien aan de voorwaarden m.b.t. inbeslagneming zoals genoemd in C 6 van de Aanwijzing maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen is voldaan, wordt van dit ‘recidivebeginsel’ afgeweken en wordt de ‘recidive’ bepaald aan de hand van het aantal door de verdachte gepleegde identieke overtredingen. Hiervan is sprake indien door dezelfde verdachte voor de derde keer een onder strafrecht vallende overtreding van art. 5.6.8 RV binnen een tijdbestek van twee jaar is begaan en aan de verdachte is bij één van de voorgaande overtredingen een waarschuwingsbrief uitgereikt of toegezonden. Minderjarigen Voor minderjarigen wordt een aangepaste regeling getroffen. Ingevolge artikel 489, lid 1, aanhef en onder b van het Wetboek van strafvordering dient aan minderjarigen ambtshalve een raadsman te worden toegevoegd indien het OM een transactie wil aanbieden dan wel een strafbeschikking hoger dan € 115 wil aanbieden/uitvaardigen22 Voor zover het Mulderfeiten betreft is de toevoeging van een raadsman overbodig.. Aan minderjarigen wordt voor de 1e overtreding bij een overschrijding van de maximum constructiesnelheid met meer dan 250 km/h een aangepaste transactie, conform het in de bovenstaande tabel vermelde tarief, aangeboden. Voor de daaropvolgende overtredingen wordt de geldboete in de eis ter terechtzitting gehalveerd. Inbeslagneming Bij inbeslagneming van het voertuig zijn er de volgende mogelijkheden (zie ook de bijlage 2 bij de Aanwijzing inbeslagneming 1. de eigenaar/houder doet vrijwillig afstand ter vernietiging; 4.3.3 Recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water De recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water wordt toegepast bij snelheidsovertredingen op het water, begaan door kleine schepen, bij overschrijding van de maximum toegestane snelheid vanaf 25 kilometer per uur. De recidiveregeling luidt als volgt: Van recidive is alleen sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na betaling van een transactie, of als er sprake is van een onherroepelijke veroordeling voor één van de vorige gedocumenteerde snelheidsovertreding(en). De recidiveregeling voor kleine schepen is weergegeven in het overzicht water. De tarieven die in de overzichten zijn weergegeven hebben betrekking op de overschrijding van de maximum toegestane snelheid. Overzicht water Recidiveregeling snelheidsovertredingen water23 De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes en de tarieventabel zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen. Categorie 1: Gezagvoerder/schipper klein schip Snelheidsovertredingen met een overschrijding van: 25 tot 35 km/h 35 tot 45 km/h 45 km/h of meer eerste overtreding: OM-transactie Vast tarief Vast tarief Vast tarief eis ter zitting € 270,– € 420,– € 600,– tweede overtreding: OM-transactie € 270,– € 420,– € 600,– eis ter zitting € 320,– € 500,– € 700,,– derde overtreding: OM-transactie Nvt Nvt Nvt eis ter zitting > € 390,– en voorwaardelijke hechtenis > € 600,– en voorwaardelijke hechtenis > € 800,- en voorwaardelijke hechtenis vierde overtreding: OM-transactie Nvt Nvt Nvt eis ter zitting > € 460,– en onvoorwaardelijke hechtenis > € 700,– en onvoorwaardelijke hechtenis > € 950,– en onvoorwaardelijke hechtenis 5 Overtredingen begaan door militairen op militaire terreinen 5.1 Beperkte bevoegdheid Op grond van het bepaalde in artikel 3 onder c van het Transactiebesluit 1994 is de transactiebevoegdheid in handen van de Koninklijke Marechaussee (KMAR) op militaire terreinen beperkt tot verdachten die militair zijn.24Zie tevens ad. 2 in de paragraaf ‘SAMENVATTING’.Voorts beperkt de transactiebevoegdheid zich tot uitsluitend die feiten die zijn opgenomen in de bijlage van het Transactiebesluit 1994. Met de inwerkingtreding van de WAHV zijn veel feiten vanuit de diverse Transactiebesluiten, waaronder het Besluit transactie Koninklijke Marechaussee ondergebracht in de bijlage van de WAHV. Deze bijlage is met uitzondering van de feitcodes K 035, K 040 a t/m e, K 075 t/m K 106, K 120, K 140, K 155 niet van toepassing op militaire terreinen. Voornoemde feitcodes zijn uitgezonderd, doordat het begrip ‘weg’ niet van toepassing is op deze codes. Het is echter gewenst dat de afdoening van deze zaken zoveel mogelijk via de geautomatiseerde systemen bij de KMAR en het CJIB verloopt, waarna de zaakgegevens (bij niet betalen) elektronisch worden overgedragen aan het Openbaar Ministerie. 5.2 Specifieke werkwijze Om de verwerking via de geautomatiseerde systemen mogelijk te maken wordt bij het opmaken van een mini proces-verbaal gebruik gemaakt van dezelfde feitcodes als in de bijlage bij de WAHV, onder toevoeging van de hoofdletter K. Bijv. De feitcode R 549a (niet stoppen bij een stopbord) wordt KR 549a. De verbaliserende ambtenaar van de KMAR maakt na het constateren van een overtreding een mini proces-verbaal op en reikt bij staandehouding een afschrift uit aan de verdachte. Vanwege het feit dat het een OM-transactie betreft wordt geen tarief ingevuld op het mini proces-verbaal. Indien de verdachte niet (volledig) betaalt binnen de daarvoor gestelde termijn, wordt een proces-verbaal opgemaakt dat, met tussenkomst van het CJIB, via de gebruikelijke wijze aan het Openbaar Ministerie te Arnhem, unit militaire zaken, wordt aangeboden. 5.3 Artikel 3, onder c, van het Transactiebesluit 1994 Artikel 3, onder c, van het Transactiebesluit 1994 blijft van kracht omdat het voorziet in de mogelijke verwerking van enige strafbare feiten (bijvoorbeeld fout parkeren van een fiets, feitcode R 412) die niet als gedraging in de bijlage bij de WAHV zijn opgenomen. Overgangsrecht Deze richtlijn voor strafvordering is van toepassing op feiten gepleegd op en na 1 januari 2011. Bijlagen De OM-feiten en p-feiten met bijbehorende tarieven zijn niet als bijlage bij deze richtlijn voor strafvordering opgenomen, maar geïntegreerd opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen. In deze bundel worden de zaken die afkomstig zijn uit de bijlage met OM-feiten en tarieven worden voorafgegaan door een * (asterisk). De politietransigabele feiten/overtredingen waarvoor een politiestrafbeschikking kan worden uitgevaardigd, worden voorafgegaan door de (kleine) letter p. Bijlage bij het Besluit OM-afdoening/Transactiebesluit 1994 met tarieven Afdeling A Verkeer te land Categorie-indeling B: 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 3 – Bromfietsers en snorfietsers; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 5 – Voetgangers; 6 – Overige weggebruikers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 8 – Een ieder. NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen feit artikel tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Nummers K 006 – K 175: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR) als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl krachtens de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9 lid 8 WVW 1994 K 006 a – het rijbewijs is ingenomen 180 180 120 als bestuurder van een motorrijtuig rijden, terwijl het kentekenbewijs is ingevorderd 36 lid 3 sub c WVW 1994 K 020 a – na deugdelijk herstel 70 70 45 als bestuurder beneden de 16 jaar een motorrijtuig besturen, zijnde (de vermelde tarieven bij deze feitcodes dienen gehalveerd en op hele Euro’s naar boven afgerond te worden) 110 lid 1 WVW 1994 jo. artikel 5 sub b RR K 070 a – een bromfiets 180 K 070 b – een gehandicaptenvoertuig 180 K 070 c – een landbouw- of bosbouwtrekker 180 K 070 d – een motorrijtuig met beperkte snelheid (niet zijnde een stoom- of motorwals) 180 K 071 als bestuurder optreden zonder te beschikken over een ingevolge de richtlijn vakbekwaamheid vereist geldig getuigschrift 151c WVW 1994 500 K 145 b als bestuurder handelen in strijd met het aan de ontheffing verbonden voorschrift betreffende de begeleiding of vakbekwaamheid 150 lid 2 WVW 1994 550 K 160 a als bestuurder, die in overtreding wordt bevonden van een bij of krachtens de WVW 1994 vastgesteld voorschrift, de gegeven bevelen niet opvolgen 160 lid 6 WVW 1994 280 280 190 110 110 K 160 b als bestuurder van een voertuig die, in het kader van beroepsgoederenvervoer of personenvervoer, in overtreding wordt bevonden van een bij of krachtens de WVW 1994 vastgesteld voorschrift, betreffende het vervoer van lading of personen, de gegeven bevelen niet opvolgen 160 lid 6 WVW 1994 550 Nummers R 301 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) Categorie-indeling B: 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 3 – Bromfietsers en snorfietsers; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 5 – Voetgangers; 6 – Overige weggebruikers; 7 – Schippers; 8 – Een ieder. NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen feit artikel tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 XI. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen R 412 een (brom)fiets plaatsen anders dan op het trottoir, voetpad, in de berm of door het bevoegde gezag aangewezen plaatsen 27 RVV 1990 45 25 Hoofdstuk 3. Verkeerstekens II. Verkeersborden R 587 een (brom)fiets plaatsen in strijd met bord E3 (verbod (brom)fietsen te plaatsen) 62 jo. bord E3 RVV 1990 45 25 Hoofdstuk 4. Aanwijzingen I. Verplichtingen weggebruikers als weggebruiker niet stoppen voor een stopteken 83 RVV 1990 R 628 c – gegeven met een aan voertuig van weginspecteurs van Rijkswaterstaat aangebracht verlicht transparant 180 180 120 70 50 70 als weggebruiker niet opvolgen van de in de bijlage II RVV 1990 vastgestelde aanwijzingen R 627 a – om te stoppen, gegeven door daartoe bevoegde en als zodanig kenbare verkeersbrigadier 82 lid 1 jo. 82 lid 3 ivm Bijlage II RVV 1990 180 180 120 70 70 R 630 b – gegeven door daartoe bevoegde en als zodanig kenbare verkeersregelaar 82 lid 1 ivm Bijlage II RVV 1990 180 180 120 70 50 70 als weggebruiker niet opvolgen van aanwijzingen gegeven door middel van verlichte transparant op personen-, bedrijfsauto of motorfiets van R 631 b – Rijkswaterstaat of bedrijfsauto van transportbegeleider 82a jo. 41 a lid 1 onder a, sub 1 en 4 RVV 1990 180 180 120 70 50 70 Nummers K 805 – K 825: Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 (WRM 1993) rijonderricht geven terwijl het certificaat K 810 a – niet geldig is voor het rijonderricht dat wordt gegeven 7 lid 3 onder a WRM 1993 300 als houder niet (tijdig) inleveren van een ongeldig verklaard certificaat voor het geven van rijonderricht K 815 a – na ongeldigverklaring door instituut dat certificaat heeft afgegeven 15 lid 4 WRM 1993 210 K 815 b – na ongeldigverklaring door Onze minister 22 lid 5 WRM 1993 210 K 820 het certificaat niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven 24 WRM 1993 70 K 825 het instructeurbewijs, dan wel het bewijs van ontheffing niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven 27 WRM 1993 70 Nummers N 010 – P 600: Besluit voertuigen (BV) en Regeling voertuigen (RV) Categorie-indeling A: (Besluit en Regeling voertuigen) 2 – personenauto's; 3 – bedrijfsauto's; 3a – bussen; 4 – motorfietsen; 5 – driewielige motorrijtuigen; 6 – bromfietsen; 7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid; 8 – land- of bosbouwtrekkers; 9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV); 10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie en gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor; 11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie; 12 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg achter personenauto's, bedrijfsauto's, bussen en driewielige motorrijtuigen; 13 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg achter personenauto's, bedrijfsauto's, bussen en driewielige motorrijtuigen; 14 – aanhangwagens en verwisselbare getrokken machines achter landbouw- of bosbouwtrekkers en achter motorrijtuigen met beperkte snelheid; 15 – aanhangwagens achter motorfietsen
(15a)of bromfietsen
(15b); 16 – aanhangwagens achter fietsen op twee wielen; 17 – wagens. Noot Regeling Voertuigen (RV): – De feiten met betrekking tot de Regeling Voertuigen zijn in 17 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de Regeling Voertuigen. – Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld. categorie: 15A – motorfiets categorie: 15B – bromfiets – Indien bij ‘artikel’ een ‘*’ staat vermeld, dan dient dit teken te worden vervangen door het nummer van de categorie waarop de feitcode betrekking heeft, om zo het op die categorie betrekking hebbende artikel van de Regeling Voertuigen te verkrijgen. – De feiten in deze afdeling die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 856. – Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van de Regeling Voertuigen in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven. – Voor feiten gebaseerd op de Regeling Voertuigen geldt dat deze feiten niet slechts op kenteken kunnen worden geconstateerd. (Dit volgt uit de voor de eerste feitcode geplaatste koptekst, geldend voor de gehele Regeling voertuigen: ’Als bestuurder rijden terwijl...’.) feit artikel tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 3a 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15a/b 16 17 Regeling Voertuigen Als bestuurder van een voertuig rijden (terwijl): 4 – Krachtoverbrenging N 150 b dan wel als eigenaar of houder doen of laten rijden terwijl de na 31-12-1987 in gebruik genomen bedrijfsauto, met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg niet is voorzien van een snelheidsbegrenzer 5.3.15 lid 2 RV 2200 N 150 bb dan wel als eigenaar of houder doen of laten rijden terwijl de na 30-09-2001 doch voor 01-01-2005 in gebruik genomen bedrijfsauto met een dieselmotor, met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg doch niet meer dan 12.000 kg, niet is voorzien van een snelheidsbegrenzer 5.3.15 lid 2 RV 2200 N 150 d dan wel als eigenaar of houder doen of laten rijden terwijl de snelheidsbegrenzer niet aan de eisen voldoet. (bedrijfsauto bestemd voor het vervoer van goederen niet meer dan 90 km/h en een bus maximaal 100 km/
- h)5.*.15 lid 3 en 4 RV 650 650 8 – Reminrichting niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa minder dan 3500 kg); de vermindering bedraagt 5.*.38 RV N 381 c – 1,01 t/m 1,5 m/s2 400 400 400 400 N 381 d – 1,51 t/m 2,0 m/s2 600 600 600 600 N 381 e – meer dan 2,0 m/s2 900 900 900 900 niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa 3500 kg of meer); de vermindering bedraagt 5.*.38 RV N 381 g – 0,51 t/m 1,0 m/s2 420 420 420 N 381 h – 1,01 t/m 1,5 m/s2 600 600 600 N 381 i – 1,51 t/m 2,0 m/s2 900 900 900 N 381 j – meer dan 2,0 m/s2 1400 1400 1400 1 – Afmetingen en massa’s Noot afmetingen: Als bij ondeelbare lading meer dan één afmeting wordt overschreden, dan wordt uitsluitend proces-verbaal opgemaakt terzake de afmeting die het meest wordt overschreden. De overige overschrijdingen worden als bevinding eveneens in het proces-verbaal vermeld. Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading Noot: Lengte trekker met oplegger max. 16,50 m; bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max.18,75 m; personenauto/ driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis– /circusvoertuigen max. 24 m; rijdend werktuig met aanhangwagen 20 m; land– bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare getrokken machines 18 m de maximum toegestane lengte van het samenstel van voertuigen wordt overschreden, met een overschrijding 5.18.11 en 5.18.20 RV P 111 c – van meer dan 0,50 m en t/m 0,75 m 310 310 310 310 310 310 P 111 d – van meer dan 0,75 m en t/m 1,00 m 470 470 470 470 470 470 Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (categorie 12 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding 5.18.12 RV P 121 c – van meer dan 0,50 m en t/m 0,75 m 450 450 P 121 d – van meer dan 0,75 m en t/m 1,00 m 650 650 een beladen samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen, langer is dan 20,75 m, een overschrijding 5.18.13 lid 2 RV P 130 k – van meer dan 0,50 m en t/m 0,75 m 450 450 P 130 l – van meer dan 0,75 m en t/m 1,00 m 650 650 Lengte; ondeelbare lading de in lengte ondeelbare lading aan de voorzijde van een bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, meer dan 4,30 m voor het hart van de voorste as uitsteekt, een overschrijding 5.18.13 RV P 130 p – van meer dan 0,50 m t/m 0,75 m 450 P 130 q – van meer dan 0,75 m t/m 1,00 m 650 de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg of een aanhangwagen bedraagt en/of meer dan 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde bedraagt en/of meer dan 5 m bedraagt (categorie 12 en 13 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding 5.18.13 RV P 131 c – van meer dan 0,50 m en t/m 0,75 m 450 450 450 P 131 d – van meer dan 0,75 m en t/m 1,00 m 650 650 650 Breedte; ondeelbare lading het voertuig met inbegrip van de ondeelbare lading de maximum toegestane breedte overschrijdt, een overschrijding 5.18.14 lid 2 RV P 142 b – van meer dan 0,25 m en t/m 0,50 m 500 500 500 Massa Noot De feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as, gelden uitsluitend voor particulieren. Indien er sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. de som van de aslasten van de aangekoppelde middenasaanhangwagen met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg meer bedraagt dan 1,5 maal de som van aslasten van het trekkend motorvoertuig, een overschrijding met 5.18.31 RV P 310 c – meer dan 50 % t/m 75 % 400 P 310 d – meer dan 75 % 600 3 – Reminrichting niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 1 RV P 350 c – 1,01 t/m 1,5 m/s2 400 400 400 P 350 d – 1,51 t/m 2,0 m/s2 600 600 600 P 350 e – meer dan 2,0 m/s2 900 900 900 niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 1 RV P 350 g – 0,51 t/m 1,0 m/s2 420 420 P 350 h – 1,01 t/m 1,5 m/s2 600 600 P 350 i – 1,51 t/m 2,0 m/s2 900 900 P 350 j – meer dan 2,0 m/s2 1400 1400 de remvertraging van het samenstel niet voldoet aan die van het trekkend voertuig, de vermindering bedraagt 5.18.35 lid 2 RV P 351 c – 1,01 t/m 1,5 m/s2 400 400 P 351 d – 1,51 t/m 2,0 m/s2 600 600 P 351 e – meer dan 2,0 m/s2 900 900 Afdeling B Verkeer te water Categorie-indeling E (scheepvaartwetgeving) 1 – gezagvoerder/schipper; 2 – bestuurder; 3 – bemanningslid; 4 – waterskiër; 5 – werkgever; 6 – exploitant; 7 – eigenaar of houder; 8 – een ieder. NB Categorie bemanningslid of een ieder geldt in voorkomend geval mede voor een bemanningslid of ieder ander persoon die tijdelijk zelfstandig koers en snelheid schip bepaalt (1.03 lid 3 BPR/RPR) feit artikel Tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Nummers W 500 – W 530; W 065 – W 182: Binnenvaartpolitiereglement (BPR), Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (BABS), Scheepvaartreglement Eemsmonding (SRE), Plaatselijk geldende verordeningen (Pl.V) Snelle motorboten als schipper van een snelle motorboot aan de scheepvaart deelnemen zonder dat, dan wel als eigenaar of houder er niet mede zorg voor hebben gedragen dat W 500 a – de snelle motorboot is geregistreerd 8.01 lid 1 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 100 100 W 500 b – de snelle motorboot ten name van de huidige eigenaar is geregistreerd 8.01 lid 1 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 70 70 W 500 c – het registratiebewijs aan boord van de snelle motorboot is 8.01 lid 2 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 70 70 W 500 d – de snelle motorboot is voorzien van het registratieteken 8.02 lid 1 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 100 100 W 500 e – het registratieteken op de voorgeschreven wijze op de snelle motorboot is aangebracht 8.02 lid 1 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 100 100 W 500 f – de snelle motorboot is voorzien van het in verband met de constructie voorgeschreven registratieteken van 100 x 60 x 15 mm 8.02 lid 2 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 100 100 W 500 g – de snelle motorboot op de juiste wijze is voorzien van het in verband met de constructie voorgeschreven registratieteken van 100 x 60 x 15 mm 8.02 lid 2 jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 100 100 W 500 h – bij de snelle motorboot de afgewerkte gassen door een behoorlijk geluiddempende voorziening worden afgevoerd 8.03 aanhef en onder b jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 140 140 W 500 i – de snelle motorboot is voorzien van een technische inrichting waardoor bij het onderbreken van de besturing de middelen tot voortbeweging onmiddellijk tot stilstand of nagenoeg tot stilstand komen (dodemansknop) 8.03 aanhef en onder d jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 180 180 W 500 j – aan boord van de snelle motorboot een deugdelijk brandblusapparaat is 8.03 aanhef en onder f jo. 8.04 cq 1.02 lid 2 BPR 100 100 als schipper van een snelle motorboot aan de scheepvaart deelnemen zonder dat, dan wel als eigenaar of houder er niet mede zorg voor hebben gedragen dat een reddingsvest onder handbereik is voor ieder der opvarenden aan boord van de snelle motorboot 8.03 aanhef en onder e jo. 1.02 lid 2 en 8.04 BPR W 501 a – één ontbreekt 35 35 W 501 b – twee ontbreken 50 50 W 501 c – drie ontbreken 75 75 W 501 d – vier ontbreken 110 110 W 501 e – vijf of meer ontbreken 170 170 W 514 als bestuurder van een snelle motorboot, die qua constructie niet veilig staande kan worden bestuurd, tijdens het varen niet zijn gezeten op de voor hem bestemde zitplaats 8.05 lid 1 aanhef en onder a jo.8.05 lid 4 BPR 100 W 516 als bestuurder van een snelle motorboot deze, niet vanaf een gesloten binnenbesturing, staande besturen zonder een reddingsvest te dragen 8.05 lid 5 BPR 70 W 518 als bestuurder van een snelle motorboot varen zonder gebruik te maken van de dodemansknop 8.05 lid 1 aanhef en onder b jo. 8.03 onder d BPR 180 W 528 waterskiën, doen waterskiën of op soortgelijke wijze van de vaarweg gebruik maken, waar c.q. wanneer dat verboden is 8.06 lid 2 jo. 1.02 lid 2 BPR 180 180 180 180 W 529 a als bestuurder van een snelle motorboot zich zodanig gedragen dat hinder of gevaar voor andere gebruikers van het vaarwater wordt veroorzaakt 8.05 lid 1 aanhef en onder c BPR 180 W 529 b als waterskiër of persoon die op soortgelijke wijze van de vaarweg gebruik maakt, zich zodanig gedragen, dat gevaar of hinder voor andere gebruikers van de vaarweg kan worden veroorzaakt 8.06 lid 4 BPR 180 180 W 530 als bestuurder van een snelle motorboot één of meer waterskiërs of personen, die op soortgelijke wijze van de vaarweg gebruik maken, voortbewegen zonder zich bij te laten staan door een medeopvarende van tenminste 15 jaar oud als uitkijk 8.06 lid 3 BPR 180 Snelheidsovertredingen als schipper van een snelle motorboot sneller varen dan 20 km/h, waar dat verboden is, met een overschrijding 8.06 lid 1 BPR W 065 a – tot 6 km/h 70 W 065 b – van 6 tot 15 km/h 100 W 065 c – van 15 tot 25 km/h 150 als schipper van een klein schip sneller varen dan toegestaan, met een overschrijding 5.01 BPR ivm verkeersteken B6 of bekendmaking 13 BABS W 075 a – tot 6 km/h 70 W 075 b – van 6 tot 15 km/h 100 W 075 c – van 15 tot 25 km/h 150 Overige W 150 als schipper van een in art. 1.09 lid 1 aanhef en onder b BPR bedoeld schip varen terwijl het sturen niet wordt verricht door een daartoe bekwaam en tenminste 16 jaar oud persoon 1.09 lid 1 aanhef en onder b BPR 150 W 152 als schipper van een snelle motorboot varen terwijl het sturen niet wordt verricht door een daartoe bekwaam en tenminste 18 jaar oud persoon 1.09 lid 1 aanhef en onder a BPR 150 W 156 geen bijgewerkt exemplaar van het Binnenvaartpolitiereglement aan boord aanwezig hebben 1.11 lid 1 BPR 35 bij het meren of verhalen gebruik maken van W 158 a – verkeerstekens 1.13 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder b BPR 100 100 W 158 b – andere voorwerpen dan die daarvoor bestemd zijn 7.04 lid 3 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder b BPR 100 100 W 160 a varen met een zeilplank op een voor de doorgaande vaart bestemd gedeelte van een in de bijlage 16 van het BPR opgenomen vaarweg 9.05 lid 1 BPR 180 180 W 160 b varen met een door een vlieger voortbewogen zeilplank 9.05 lid 2 BPR 180 180 W 162 als schipper van een zeilplank, daarmee varen in een gedeelte van de vaarweg waar dit verboden is PL.V 180 als schipper deelnemen aan de scheepvaart terwijl de voorgeschreven kentekens niet zijn aangebracht, te weten op een W 164 a – groot schip 2.01 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder a BPR 70 70 W 164 b – klein schip 2.02 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder a BPR 70 70 als schipper deelnemen aan de scheepvaart terwijl de voorgeschreven kentekens niet op de voorgeschreven wijze zijn aangebracht, te weten op een W 166 a – groot schip 2.01 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder a BPR 70 70 W 166 b – klein schip 2.02 lid 1 jo. 1.02 lid 2 en/of 5 onder a BPR 70 70 W 170 als schipper varen in strijd met een duidelijk zichtbaar geplaatst en voor hem geldend verbodsteken als bedoeld onder A.1 van de bijlage 7 van het BPR 6.08 aanhef en onder a BPR 270 W 180 als persoon die zwemt dan wel die op andere wijze watersport zonder schip bedrijft niet voldoende afstand houden van een varend schip, varend drijvend voorwerp of drijvend werktuig in bedrijf 8.08 lid 1 BPR 100 W 181 a zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven bij een wachtplaats, of in de onmiddellijke nabijheid van een brug, een sluis of een stuw 8.08 lid 2 aanhef en onder a BPR 100 W 181 b zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in een gedeelte van de vaarweg bestemd voor doorgaande scheepvaart 8.08 lid 2 aanhef en onder b BPR 100 W 181 c zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in de route van een veerpont 8.08 lid 2 aanhef en onder c BPR 100 W 181 d zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in een haven of nabij de ingang daarvan 8.08 lid 2 aanhef en onder d BPR 100 W 181 e zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in de nabijheid van een meergelegenheid 8.08 lid 2 aanhef en onder e BPR 100 W 181 f zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in gebied dat is aangewezen voor snelvaren of waterskiën 8.08 lid 2 aanhef en onder f BPR 100 W 181 g zwemmen, watersport zonder schip of onderwatersport bedrijven in een door een bevoegde autoriteit aangewezen verboden gebied 8.08 lid 2 aanhef en onder g BPR 100 W 182 a in het vaarwater van de Eemsmonding waterskiën of varen met waterscooter 22 lid 1 SRE 180 180 W 182 b in de Eemsmonding varen met zeilplank in het vaarwater of buiten het vaarwater op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wateroppervlakken 22 lid 3 SRE 180 180 W 182 c ’s nachts, bij beperkt zicht of gedurende de door de bevoegde autoriteit vastgestelde tijd waterskiën of varen met waterscooter of zeilplank op de vrijgegeven wateroppervlakken van de Eemsmonding 22 lid 4 SRE 180 180 Nummers W 300 – W 310: Binnenvaartwet (BVW), Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR), Binnenvaartpolitiereglement (BPR) als schipper van een schip op binnenwateren varen zonder in het bezit te zijn van een geldig 25 lid 4 BVW jo. 17 BVB W 300 b – klein vaarbewijs 420 niet op eerste vordering de vereiste bescheiden en documenten overleggen 1.10 lid 4 RPR/BPR W 310 a – één document 70 70 70 W 310 b – twee documenten 100 100 100 W 310 c – drie documenten 150 150 150 W 310 d – vier documenten 230 230 230 W 310 e – vijf documenten 350 350 350 Nummers W 601– W 619; W 701 – W 711: Binnenvaartpolitiereglement (BPR), Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (BABS), Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR), Scheepvaartreglement voor het kanaal van Gent naar Terneuzen (SRKGT), Scheepsvaartreglement Gemeenschappelijke Maas (SRGM), Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 (SRW), Scheepvaartreglement Eemsmonding (SRE) Verkeerstekens. Bijlage 7 BPR A. Verbodstekens W 601 a met een schip in– uit- of doorvaren waar dat verboden is (verkeersteken A.1) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.1 cq bekendmaking 13 BABS 270 270 270 W 601 b met een schip varen waar dat verboden is (verkeersteken A.1
- a)(uitgezonderd klein schip, zonder motor) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.1a cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 602 a met een groot schip het verbod voorbijlopen negeren (verkeersteken A.2) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.2 cq bekendmaking 13 BABS 270 270 270 W 602 b met een klein schip het verbod voorbijlopen negeren (verkeersteken A.2) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.2 cq bekendmaking 13 BABS 150 150 150 W 603 met een samenstel het verbod voorbijlopen voor samenstellen onderling negeren (verkeersteken A.3) (nvt als één van beide een duwstel is dat kleiner is dan 110 x 12
- m)5.01 BPR/RPR en 51 SRKGT alle jo. verkeersteken A.3 cq bekendmaking 13 BABS 270 270 270 W 604 a met een groot schip het verbod ontmoeten en voorbijlopen bij engte negeren (verkeersteken A.4) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.4 cq bekendmaking 13 BABS 270 270 270 W 604 b met een klein schip het verbod ontmoeten en voorbijlopen bij engte negeren (verkeersteken A.4) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.4 cq bekendmaking 13 BABS 150 150 150 W 605 a met een schip het verbod ligplaats te nemen (ankeren en meren) aan de zijde van de vaarweg waar bord is geplaatst negeren (verkeersteken A.5) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.5 cq bekendmaking 13 BABS 150 150 150 W 605 b met een schip het verbod ligplaats te nemen (ankeren en meren) binnen de in meters aangegeven breedte te rekenen vanaf het bord negeren (verkeersteken A.5.1) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.5.1 cq bekendmaking 13 BABS 150 150 150 W 606 met een schip het verbod te ankeren negeren of negeren van het verbod ankers, kabels en kettingen laten slepen aan de zijde van de vaarweg waar het bord is geplaatst (verkeersteken A.6) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.6 cq bekendmaking 13 BABS 270 270 270 W 607 met een schip het verbod te meren negeren aan de zijde van de vaarweg waar het bord is geplaatst (verkeersteken A.7) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.7 cq bekendmaking 13 BABS 150 150 150 W 608 met een schip het verbod te keren negeren (verkeersteken A.8) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.8 cq bekendmaking 13 BABS 270 270 270 W 609 met een schip het verbod hinderlijke waterbeweging te veroorzaken negeren (verkeersteken A.9) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.9 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 610 met een schip het verbod buiten de aangegeven begrenzing te varen negeren (verkeersteken A.10) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.10 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 611 a met een schip het verbod in-, uit- of doorvaren negeren (wordt aanstonds toegestaan) (verkeersteken A.11) 5.01 BPR/RPR en 51 SRKGT alle jo. verkeersteken A.11 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 611 b met een schip het verbod doorvaren negeren, terwijl stilhouden redelijkerwijs mogelijk was (verkeersteken A.11.1) 5.01 BPR/RPR en 51 SRKGT alle jo. verkeersteken A.11.1 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 612 met een motorschip het verbod voor motorschepen negeren (verkeersteken A.12) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.12 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 613 met een klein schip het verbod voor kleine schepen negeren (verkeersteken A.13) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.13 cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 614 met een schip het verbod te waterskiën negeren (verkeersteken A.14) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.14 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 615 met een zeilschip het verbod voor zeilschepen negeren (verkeersteken A.15) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.15 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 616 met een door spierkracht voortbewogen schip het verbod voor door spierkracht voortbewogen schepen negeren (verkeersteken A.16) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.16 cq bekendmaking 13 BABS 70 70 70 W 617 met een zeilplank het verbod voor zeilplanken negeren (verkeersteken A.17) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.17 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 618 met een snelle motorboot het verbod einde van het vaarweggedeelte waar door snelle motorboten zonder beperking van de snelheid mag worden gevaren negeren (verkeersteken A.18) 5.01 BPR/ SRGM beide jo. verkeersteken A.18 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 619 met een waterscooter het verbod voor waterscooters negeren (verkeersteken A.19) 5.01 BPR/ RPR beide jo. verkeersteken A.19 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 B. Gebodstekens en -regels W 701 a met een schip de verplichting te varen in de richting aangegeven door de pijl negeren (verkeersteken B.1a) 6.12/5.01 BPR/ RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B.1a cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 701 b met een schip de verplichting te varen in de richting aangegeven door de pijl negeren (verkeersteken B.1b) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B.1b cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 702 a met een groot schip de verplichting zich naar de bakboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2a) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2a cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 702 b met een groot schip de verplichting zich naar de stuurboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2b) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2b cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 702 c met een klein schip de verplichting zich naar de bakboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2a) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2a cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 702 d met een klein schip de verplichting zich naar de stuurboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2b) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2b cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 703 a met een groot schip de verplichting de bakboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3a) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3a cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 703 b met een groot schip de verplichting de stuurboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3b) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3b cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 703 c met een klein schip de verplichting de bakboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3a) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3a cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 703 d met een klein schip de verplichting de stuurboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3b) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3b cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 703 e met een schip bij slecht zicht niet zo veel mogelijk aan de stuurboordszijde van het vaarwater varen 6.30 lid 2 BPR, 9.11 RPR, 6.30 lid 6 SRGM 270 270 270 W 703 f met een klein schip niet zoveel mogelijk aan stuurboordszijde van het vaarwater varen op een aangegeven vaarweg van bijlage 15 onder a BPR 9.04 lid 2 jo. bijlage 15 onder a BPR 100 100 100 W 703 g met een afvarend schip vóór het invaren van het boventoeleidingskanaal van de sluizen bij Grave en Limmel niet zo dicht mogelijk langs de rechteroever varen 11.01 lid 1 tweede volzin BPR 180 180 180 W 703 h met een afvarend schip vóór het invaren van de boventoeleidingskanalen van de sluizen bij Roermond, Belfeld en Sambeek alsmede bij het bevaren van het boventoeleidingskanaal van de sluizen bij Roermond niet zo dicht mogelijk langs de linkeroever varen 11.01 lid 1 eerste volzin BPR 180 180 180 W 703 i met een schip dat in het kanaal van Gent naar Terneuzen vaart en de richting ervan volgt, niet zo dicht als veilig en uitvoerbaar is, de oever van het kanaal aan stuurboordszijde houden 9 lid 1 SRKGT 180 W 703 k met een schip dat in een vaargeul vaart en de richting ervan volgt niet, zo dicht als veilig en uitvoerbaar is, de rand van de vaargeul aan stuurboordszijde houden (Westerschelde) 9 lid 1 SRW 180 W 703 l met een schip met een lengte van 12 m of meer dat stroomopwaarts van het Oude Hoofd van Walsoorden buiten de vaargeul vaart en de richting ervan volgt niet, zo dicht als veilig en uitvoerbaar is, stuurboordswal houden 9 lid 2 SRW 180 W 703 m zich met een schip met een lengte van minder dan 12 m, niet uit de hoofdvaargeul verwijderd houden, terwijl dit veilig en uitvoerbaar is (stroomopwaarts van het Oude Hoofd van Walsoorden of in de Sardijngeul en het Oostgat tussen de parallel van het licht ’Noorderhoofd’ en de parallel van het licht ’Leugenaar’) 9 lid 3 SRW 100 W 703 o met een schip in het vaarwater van de Eemsmonding niet zoveel mogelijk aan de rechterzijde varen 15 lid 1 SRE 180 W 704 a met een groot schip de verplichting het vaarwater over te steken naar bakboord negeren (verkeersteken B.4a) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGMT jo. verkeersteken B.4a cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 704 b met een groot schip de verplichting het vaarwater over te steken naar stuurboord negeren (verkeersteken B.4b) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGMT jo. verkeersteken B.4b cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 704 c met een klein schip de verplichting het vaarwater over te steken naar bakboord negeren (verkeersteken B.4a) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.4a cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 704 d met een klein schip de verplichting het vaarwater over te steken naar stuurboord negeren (verkeersteken B.4b) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.4b cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 705 met een schip de verplichting vóór het bord stil te houden onder bepaalde omstandigheden negeren (verkeersteken B.5) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.5 cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 met een groot schip geen gevolg geven aan de verplichting om de vaarsnelheid te beperken zoals is aangegeven door middel van verkeersteken B.6 (in km/h); overschrijding 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.6 W 706 a – tot 2 km/h 200 200 200 W 706 b – van 2 tot 3 km/h 300 300 300 W 706 c – van 3 tot 4 km/h 450 450 450 W 706 d – van 4 tot 5 km/h 650 650 650 W 706 e – met meer dan 5 km/h 1000 1000 1000 met een groot schip geen gevolg geven aan de verplichting de vaarsnelheid te beperken zoals is aangegeven (in km/h); overschrijding 5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle ivm bekendmaking 13 BABS W 706 g – tot 2 km/h 200 200 200 W 706 h – van 2 tot 3 km/h 300 300 300 W 706 i – van 3 tot 4 km/h 450 450 450 W 706 k – van 4 tot 5 km/h 650 650 650 W 706 l – met meer dan 5 km/h 1000 1000 1000 W 707 met een schip de verplichting een geluidssein te geven negeren (verkeersteken B.7) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.7 cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 708 met een schip de verplichting bijzonder op te letten negeren (verkeersteken B.8) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.8 cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 709 a met een schip in strijd met verkeersteken B. 9a het hoofdvaarwater opvaren of oversteken, waardoor schepen op het hoofdvaarwater worden genoodzaakt hun koers of snelheid te wijzigen 5.01 BPR, 51 SRKGT beide jo. verkeersteken B.9a cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 709 b met een schip in strijd met verkeersteken B. 9b het hoofdvaarwater opvaren of oversteken, waardoor schepen op het hoofdvaarwater worden genoodzaakt hun koers of snelheid te wijzigen 5.01 BPR, 51 SRKGT beide jo. verkeersteken B.9b cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 709 c met een schip in strijd met verkeersteken B. 9a het hoofdvaarwater opvaren of oversteken, waardoor schepen op het hoofdvaarwater worden genoodzaakt hun koers of snelheid te wijzigen (NB 6.02 RPR: geldt niet voor grote schepen t.o.v. kleine schepen of slepen en gekoppelde samenstellen die uit kleine schepen bestaan) 6.16/5.01 RPR jo. verkeersteken B.9 a 180 180 180 W 709 d met een schip in strijd met verkeersteken B. 9b het hoofdvaarwater opvaren of oversteken, waardoor schepen op het hoofdvaarwater worden genoodzaakt hun koers of snelheid te wijzigen (NB 6.02 RPR: geldt niet voor grote schepen t.o.v. kleine schepen of slepen en gekoppelde samenstellen die uit kleine schepen bestaan) 6.16/5.01 RPR jo. verkeersteken B.9b 180 180 180 W 711 met een schip de verplichting gebruik te maken van marifoon overeenkomstig de daartoe bij algemene regeling vastgestelde voorschriften negeren (verkeersteken B.11(a/b)) 5.01 BPR/ RPR, 51 SRKGT alle jo. verkeersteken B.11(a/
- b)cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 Afdeling C Milieu Categorie-indeling B: 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 3 – Bromfietsers en snorfietsers; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 5 – Voetgangers; 6 – Overige weggebruikers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 8 – Een ieder. NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen feit artikel Tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Nummers H 002 – H 110: Wet Milieubeheer (Wm), Wet Bodembescherming (WBB), Wet verontreiniging oppervlakte wateren (WVO), de Model-Algemene plaatselijke verordening of Modelafvalstoffenverordening (Pl. V) Afvalstoffen Aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen H 002 huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aanbieden, terwijl men geen gebruiker van het perceel is Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 003 a de aangewezen categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanbieden aan anderen dan de aangewezen inzameldienst of inzamelaar Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 004 huishoudelijke afvalstoffen anders aanbieden dan via het aangewezen of verstrekte inzamelmiddel Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 005 andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via inzamelmiddel aanbieden, dan waarvoor het is bestemd Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 006 huishoudelijke afvalstoffen niet op de voorgeschreven wijze aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 007 afvalstoffen via het voor dat perceel toegewezen inzamelmiddel aanbieden, terwijl men niet de gebruiker van dat perceel is Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 008 via een inzamelvoorziening voor groep percelen of op wijkniveau andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanbieden, dan de categorie waarvoor de inzamelvoorziening bestemd is Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 009 huishoudelijke afvalstoffen niet op de voorgeschreven wijzen via een inzamelvoorziening voor groep percelen of op wijkniveau aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 010 via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanbieden, dan de categorie waarvoor het brengdepot bestemd is Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 011 huishoudelijke afvalstoffen niet op de voorgeschreven wijzen via brengdepot op lokaal of regionaal niveau aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 012 categorieën huishoudelijke afvalstoffen, die zonder inzamelmiddel moeten worden aangeboden, niet op de voorgeschreven wijze ter inzameling aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 013 huishoudelijke afvalstoffen op andere dan de vastgestelde dagen en tijden ter inzameling aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 Aanbieden van andere dan huishoudelijke afvalstoffen H 014 andere categorieën van afvalstoffen dan huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 015 de door het College aangewezen categorieën van afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen, niet op de voorgeschreven wijze ter inzameling aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 Doorzoeken van afvalstoffen H 016 afvalstoffen die ter inzameling gereed staan doorzoeken en verspreiden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 100 Handelingen verrichten waardoor zwerfafval kan ontstaan (door een particulier) H 017 andere afvalstoffen dan straatafval achterlaten in daartoe van gemeentewege geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 100 H 020 afvalstoffen, stoffen of voorwerpen laden, lossen, vervoeren of andere werkzaamheden verrichten, zodanig dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beïnvloed Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 100 H 022 straatafval achterlaten in de openbare ruimte zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 100 H 096 als particulier een afvalstof, stof of voorwerp buiten een daarvoor bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer op of in de bodem houden, achterlaten of anderszins plaatsen op een zodanige wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 180 Afvalstoffen storten of op of in bodem brengen (buiten een inrichting) H 025 als particulier zich van een afvalstof ontdoen door deze buiten een inrichting te storten, op of in de bodem te brengen of te verbranden (betreft kleine hoeveelheden afvalstoffen zoals klein consumptieafval, papier, peuken etc.) 10.2 Wm 180 Afvalstoffen verbranden op bedekte bodem (buiten een inrichting) H 101 als particulier verbranden van afval waardoor de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, zonder maatregelen te nemen die verontreiniging of aantasting voorkomen, beperken of ongedaan maken 13 WBB en 10.2 Wm 360 Huishoudelijke afvalstoffen in riolering H 099 als particulier zich van afvalwater of afvalstoffen ontdoen door deze anders dan vanuit een inrichting te laten weglopen in een rioolput 10.30 lid 1 Wm 360 Huishoudelijk afval in oppervlaktewateren door particulier (in niet kwetsbaar gebied) H 098 als particulier een stof in een oppervlaktewaterlichaam brengen 6.2 lid 1 Waterwet 100 opslaan van afvalstoffen buiten een inrichting H 019 afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer opslaan of opgeslagen hebben Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 180 Wrakken H 107 een voertuigwrak plaatsen of aanwezig hebben op de weg Pl.V 180 H 109 zich als eigenaar of kentekenhouder ontdoen van een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer Autowrakken Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 270 Handelingen verrichten met betrekking tot een voertuig waardoor de bodem kan worden verontreinigd H 100 als particulier handelingen verrichten, met betrekking tot een voertuig, waardoor de bodem wordt/kan worden verontreinigd of aangetast zonder maatregelen te nemen die verontreiniging of aantasting te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken 13 WBB 360 H 103 niet voldoen aan de lozingsvoorschriften gesteld bij of krachtens het lozingsbesluit open teelt en veehouderij 4, 5 en 19 LBOTV 340 niet voldoen aan de lozingsvoorschriften gesteld bij of krachtens H 528 a – lozingenbesluit WVO bodemsanering en proefbronnering 15 LWVOBP 1050 H 528 c – lozingsbesluit vaste objecten 14 t/m 24 en 28 LBVO 340 Nummers H 631 – H 670: Visserijwet 1963 (ViW), Besluit verbod gebruik van levende aasvis (BLVA), Reglement voor de Binnenvisserij 1985 (RB) en Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985 (RMGT) Noot: De op de visserijwetgeving betrekking hebbende feitcodes zijn uitsluitend van toepassing op door particulieren gepleegde overtredingen. Indien sprake is van beroepsmatig handelen dan moet proces-verbaal worden opgemaakt Kustvisserij Documenten de kustvisserij uitoefenen zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht van dat water, met 7 lid 1 ViW H 631 a – meer dan twee hengels 70 de kustvisserij uitoefenen of plegen uit te oefenen en niet op eerste vordering van een opsporingsambtenaar ter inzage afgeven 55 lid 1 sub b ViW H 633 a – de schriftelijke toestemming (meer dan twee hengels) 70 H 633 b – de schriftelijke toestemming (bij overige toegestane vistuigen) 390 Binnenvisserij Documenten de binnenvisserij uitoefenen met vistuigen, anders dan een of meer hengels of een of meer peuren, zonder een geldige akte te kunnen tonen, met 10 lid 1 ViW H 643 a – één vistuig 150 H 643 b – twee of meer vistuigen 230 de binnenvisserij uitoefenen zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht van dat water, met 21 lid 1 ViW H 645 a – één of twee hengels 100 H 645 b – één peur 150 H 645 c – meer dan twee hengels 230 H 645 d – twee of meer peuren of met andere toegestane vistuigen 230 de binnenvisserij uitoefenen of plegen uit te oefenen en niet op eerste vordering van een opsporingsambtenaar ter inzage afgeven 55 lid 1 sub b ViW H 647 a – een geldige akte en/of schriftelijke toestemming (bij vistuigen, anders dan één of meer hengels of peuren) 70 H 647 b – een schriftelijke toestemming (bij één of meer hengels of peuren) 70 H 647 c – de huurovereenkomsten en andere bescheiden 70 Vistuigen vissen met een toegestaan vistuig dat niet aan de vereiste voorwaarden voldoet, bij 4 RB H 650 a – 1 of 2 toegestane vistuigen 200 Gesloten tijden (visserij) vissen in de periode van 1 april tot en met 31 mei met H 652 a – een hengel geaasd met in die periode verboden aas 6 lid 1 a RB 70 H 652 b – een staand net 6 lid 1 e RB 200 H 654 vissen tijdens de door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij vastgestelde periode, in een door hem aangewezen water 6 lid 3 RB 70 H 656 vissen tussen twee uur na zonsondergang en één uur voor zonsopgang 7 RB 70 Stuw/vispassage H 660 vissen in de Neder-Rijn, de Maas, de Lek of de Overijsselsche Vecht binnen een afstand van 75 m stroomafwaarts van een stuw, in een bij een stuw aangebrachte vispassage of binnen een straal van 25 m voor de bovenmond van deze vispassage 9 RB 100 Voorhanden hebben een vistuig voorhanden hebben op of in de nabijheid van enig binnenwater 10 lid 1 RB H 662 a – terwijl het gebruik van dat vistuig in het betrokken water of op dat moment verboden is 70 H 662 b – te weten één of twee hengel(s), terwijl men niet bevoegd of gerechtigd is in dat water te vissen 70 H 662 c – te weten één peur of meer dan twee hengels, terwijl men niet bevoegd of gerechtigd is in dat water te vissen 100 H 662 d – te weten een ander toegestaan vistuig, terwijl men niet bevoegd of gerechtigd is in dat water te vissen 200 Levend aas H 664 bij het vissen in kust- of binnenwater levende vis als aas gebruiken 2c lid 2 ViW jo 2 BVLA 180 Geluidhinder Nummers H 200 – H 205: Wetboek van strafrecht (WvSr), Plaatselijke verordeningen (Pl.V) H 200 rumoer of burengerucht verwekken waardoor de nachtrust kan worden verstoord 431 WvSr 100 H 205 als particulier met toestellen of geluidsapparaten dan wel op andere wijze handelingen verrichten, waardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt, of toelaten dat deze handelingen worden verricht Pl.V 100 Nummers H 300 – H 325c: Plaatselijke verordeningen (Pl.V) H 300 zonder daartoe bevoegd te zijn zich bevinden buiten wegen of paden, die liggen in/op voor publiek toegankelijke parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken dan wel in/tussen aanplantingen, bloemperken, heester- of struikgewassen, die op of aan de weg liggen Pl.V 35 H 305 zonder daartoe bevoegd te zijn schade toebrengen aan bomen, heesters, bloemen of grasperken in een park, een bos of op andere dergelijke plaatsen Pl.V 100 H 310 met een voertuig rijden door een park/plantsoen of op een niet van de weg deel uitmakende, van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook Pl.V 100 100 70 40 40 H 311 met een voertuig rijden (crossen) door een park/ plantsoen of op een niet van de weg deel uitmakende, van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook Pl.V 180 180 120 70 70 H 315 roken in bos, duin dan wel andere dergelijke gebieden op tijd en plaats waarop dit niet is toegestaan Pl.V 100 H 320 in de openlucht vuur aanleggen, stoken of hebben Pl.V 200 als eigenaar of houder van een hond er niet voor zorgen dat deze hond zich niet van uitwerpselen ontdoet Pl.V H 325 a – een weggedeelte (mede) bestemd voor voetgangers 100 H 325 b – een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide 100 H 325 c – een andere (dan) door het College aangewezen plaats 100 Afdeling D Wetboek van strafrecht Categorie-indeling B: 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 3 – Bromfietsers en snorfietsers; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 5 – Voetgangers; 6 – Overige weggebruikers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 8 – Eenieder. NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen feit artikel tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Nummers D 505 – D 537: Boek 3 Wetboek van Strafrecht (WvSr) D 530 zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden 453 WvSr 70 D 515 door het bevoegd gezag naar zijn identiteitsgegevens gevraagd, een valse naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats, adres waarop hij in de basisadministratie persoonsgegevens als ingezetene staat ingeschreven, of woon- of verblijfplaats opgeven 435, onder 4 WvSr 270 zonder daartoe gerechtigd te zijn zich bevinden 460 WvSr D 535 i – op grond die bezaaid, bepoot of beplant is, of ter bezaaiing, bepoting of beplanting is gereedgemaakt 100 100 70 70 70 70 70 D 535 j – gedurende de maanden mei tot en met oktober op enig wei- of hooiland 100 100 70 70 70 70 70 D 537 zonder daartoe gerechtigd te zijn zich bevinden op eens anders grond, waarvan de toegang hem op voor hem blijkbare wijze verboden is 461 WvSr 70 Afdeling E Bijzondere wetten Categorie-indeling B: 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 3 – Bromfietsers en snorfietsers; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 5 – Voetgangers; 6 – Overige weggebruikers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 8 – Eenieder. NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen feit artikel tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Nummers E 100 – E 162: Wet personenvervoer 2000 (Wp 2000), Besluit personenvervoer 2000 (Bp 2000), Spoorwegwet (Spww) en Algemeen Reglement Vervoer (ARV), Reglement Dienst Hoofd en Lokaalspoorwegen (RDHL) Vervoerder/bestuurder Noot: 1. Categorie 8 betreft bij deze feitcodeserie de vervoerder; 2. Indien de verdachte onder een andere categorie valt dan bij de betreffende feitcode is aangegeven en deze is normadressaat volgens de Wp 2000 dan moet proces-verbaal worden opgemaakt. geen geldig vergunningbewijs aanwezig hebben in bus of auto waarmee openbaar vervoer, besloten busvervoer of taxivervoer wordt verricht, te weten 5a lid 1 Wp 2000 E 106 a – door hiervoor als bestuurder geen zorg te dragen 95 E 106 b – door hiervoor als vervoerder geen zorg te dragen 200 in de auto waarmee taxivervoer wordt verricht geen voor de reiziger zichtbaar vergunningbewijs aanwezig hebben, te weten 5a lid 2 Wp 2000 E 107 a – door hiervoor als bestuurder geen zorg te dragen 95 E 107 b – door hiervoor als vervoerder geen zorg te dragen 200 E 110 a een bestuurder met besturen van een bus belasten die niet in het bezit is van een niet ouder dan vijf jaar zijnde geneeskundige verklaring waaruit blijkt dat hij geen lichamelijke of geestelijke afwijkingen heeft welke hem zouden beletten een bus naar behoren te besturen en dat hij beschikt over voldoende gehoor– en gezichtsvermogen 74 lid 1 Bp 2000 290 als bestuurder van een bus 74 lid 3 BP 2000 E 111 a – geen geneeskundige verklaring bij zich hebben 95 E 111 b – niet in het bezit zijn van een geneeskundige verklaring 200 E 112 als vervoerder taxivervoer verrichten zonder er voor zorg te dragen dat terstond voor aanvang en na beëindiging van de rit volledig en naar waarheid een controledocument (rittenstaat) wordt ingevuld 127 lid 1 onderdeel d Bp 2000 950 E 113 a als bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht niet in het bezit zijn van een geldige, behoorlijk leesbare chauffeurspas 75 lid 3 Bp 2000 200 E 113 aa een bestuurder belasten met het besturen van een auto, waarmee taxivervoer wordt verricht, zonder dat die bestuurder in het bezit is van een geldige, behoorlijk leesbare chauffeurspas of chauffeurspas onder beperkingen 75 lid 1 en 2 Bp 2000 200 als bestuurder van een auto waarmee taxivervoer wordt verricht 75 lid 3 Bp 2000 E 113 b – de chauffeurspas niet bij zich hebben 95 E 113 c – de chauffeurspas niet voor de reiziger zichtbaar aanwezig houden in de auto 95 E 114 als vervoerder ten tijde van het aanbieden van het taxivervoer het te hanteren tarief niet duidelijk leesbaar tonen zowel aan de buitenzijde van als binnen in de auto waarmee dat vervoer wordt verricht 73 Bp 2000 95 Een ieder de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door het verhinderen of belemmeren van 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1a Bp 2000 E 120 a – de bediening en het gebruik van voorzieningen 180 E 120 b – de bediening en het gebruik van een vervoermiddel 180 E 120 c – de taakuitoefening van het personeel van de vervoerder 180 de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door voorzieningen te gebruiken 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1b Bp 2000 E 121 a – op een tijdstip waarop deze niet voor gebruik beschikbaar zijn 70 E 121 b – op een andere dan de daarvoor bestemde wijze 70 E 121 c de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door misbruik te maken van voorzieningen 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1b Bp 2000 70 de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door een vervoermiddel te gebruiken 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1b Bp 2000 E 122 a – op een tijdstip waarop deze niet voor gebruik beschikbaar is 70 E 122 b – op een andere dan de daarvoor bestemde wijze 70 E 123 de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door stoffen of voorwerpen uit een vervoermiddel te werpen 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1c Bp 2000 70 de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door zich 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1d Bp 2000 E 124 a – in kennelijke staat van dronkenschap te bevinden 70 E 124 b – onder kennelijke invloed van verdovende middelen te bevinden 70 E 125 a de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door te roken in, een gedeelte van, een vervoermiddel, waarvan de vervoerder heeft aangegeven dat dit niet is toegestaan 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1i Bp 2000 70 E 125 b de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door te roken in, een gedeelte van, een station, waarvan de vervoerder heeft aangegeven dat dit niet is toegestaan 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1i Bp 2000 70 E 126 de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door zich te bevinden op een, gedeelte van een, station of halte op een tijdstip dat deze gesloten dan wel niet toegankelijk is 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1j Bp 2000 70 E 127 de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door zich op een station of halte te begeven langs een andere dan de daarvoor bestemde weg 72 Wp 2000 jo. 52, lid 1k Bp 2000 70 E 128 niet opvolgen van de aanwijzingen betreffende de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang, die door of vanwege de vervoerder duidelijk kenbaar zijn gemaakt 73 Wp 2000 70 de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang verstoren door 72 Wp 2000 jo. 52, E 129 a – zodanig geluid voort te brengen dat anderen daarvan hinder ondervinden lid 1e Bp 2000 100 E 129 b – het uitoefenen van een beroep, bedrijf of het aanbieden van diensten lid 1f Bp 2000 100 E 129 c – het tentoonstellen van voorwerpen, maken van reclame of propaganda lid 1g Bp 2000 70 E 129 d – het verspreiden van drukwerken (uitsluitend handelsreclame) lid 1g Bp 2000 70 E 129 f – hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging te veroorzaken of te kunnen veroorzaken door dieren, stoffen of voorwerpen in een vervoermiddel mee te nemen lid 1h Bp 2000 70 E 129 g – het op andere wijze veroorzaken of kunnen veroorzaken van hinder, gevaar, verontreiniging of beschadiging lid 1l Bp 2000 70 E 138 het niet opvolgen van de aanwijzingen betreffende de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang, die door of vanwege de spoorweg duidelijk kenbaar zijn gemaakt 7 ARV 70 E 145 op of langs de spoorweg rijden of lopen 43 jo. 63 Spww 100 E 146 paarden, vee of andere dieren op of langs de spoorweg drijven of laten lopen 44 jo. 63 Spww 100 E 149 zich op of langs gedeelten van een hoofdspoorweg, met uitzondering van een perron, die niet zijn gelegen in een gelijkvloerse kruising met een weg of in een voor het openbaar verkeer openstaande weg, bevinden of daarop of daarlangs dieren drijven of laten lopen 22 lid 1 onderdeel c Spww (nieuw) 100 Nummer E 320: Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) E 320 a niet voldoen aan vordering van toezichthouder 34 lid 1, onderdeel a WAHV 180 E 320 b onjuiste gegevens opgeven, na vordering van toezichthouder 34 lid 1, onderdeel b WAHV 180 E 320 c niet voldoen aan de vordering van de officier van justitie het rijbewijs op een bepaalde tijd en aangewezen plaats in te leveren 34 lid 1, onderdeel c WAHV 180 Nummers E 801 – E 837: Vreemdelingenwet 2000 (VrW 2000) en Vreemdelingenbesluit 2000 (VB 2000) E 801 als vreemdeling die Nederland in- of uitreist zich niet begeven langs een doorlaatpost, binnen de tijd dat deze is opengesteld, en zich niet aldaar vervoegen bij een ambtenaar, belast met de grensbewaking 4 lid 1 SGC 70 E 803 zich op of nabij een plaats bevinden, waar een grensdoorlaatpost is gevestigd, zonder zich te houden aan de aldaar door de ambtenaren, belast met de grensbewaking, in het belang van de uitoefening van hun taak gegeven aanwijzingen 4.6 VB 2000 180 E 805 d als gezagvoerder van een zeeschip of in diens plaats de natuurlijke of rechtspersoon die de reder in al zijn functies als reder vertegenwoordigd, bij aankomst in de Nederlandse haven niet onmiddellijk aan grenswachters een bemanningslijst dan wel passagierslijst in tweevoud afgeven 3.1.2. bijlage VI SGC 100 E 808 als gezagvoerder van een zeeschip niet tijdig van het voorgenomen vertrek van zijn schip uit Nederland kennis geven aan het hoofd van de grensdoorlaatpost 4.13 lid 1 VB 2000 100 als vreemdeling niet op vordering van de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar de vreemdeling verblijft, namens de Minister van Justitie, binnen de in de vordering aangegeven tijd E 817 a – de gevraagde gegevens verstrekken 4.38 lid 1 VB 2000 70 E 817 b – de gevraagde gegevens in persoon verstrekken 4.38 lid 2 VB 2000 70 als vreemdeling, die geen rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000, niet onmiddellijk van zijn aanwezigheid mededeling doen aan de korpschef van de gemeente waar hij verblijft 4.39 VB 2000 jo. 108 VrW 2000 E 822 a – gedurende een illegaal verblijf van 1 tot 15 dagen 100 E 822 b – gedurende een illegaal verblijf van 15 dagen tot 3 maanden 200 E 822 c – gedurende een illegaal verblijf van 3 tot 6 maanden 300 E 822 d – gedurende een illegaal verblijf van 6 maanden tot 1 jaar 420 E 822 e – gedurende een illegaal verblijf van 1 jaar tot 2 jaar 550 E 822 f – gedurende een illegaal verblijf langer dan 2 jaar 1000 E 825 als vreemdeling aan wie het krachtens artikel 12 van de Vreemdelingenwet 2000 is toegestaan in Nederland te verblijven en die naar Nederland is gekomen voor een verblijf langer dan drie maanden, zich niet binnen drie dagen na zijn binnenkomst in Nederland in persoon melden bij de korpschef van de gemeente waar hij verblijft 4.47 VB 2000 70 E 827 als vreemdeling te zijner identificatie op vordering van een ambtenaar, belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, niet een goedgelijkende pasfoto ter beschikking stellen of vingerafdrukken van zich laten nemen indien daartoe in het belang van het toezicht op vreemdelingen gegronde reden bestaat 4.45 VB 2000 180 E 830 als vreemdeling aan wie het krachtens artikel 12 van de Vreemdelingenwet 2000 is toegestaan in Nederland te verblijven en die naar Nederland is gekomen voor een verblijf van ten hoogste drie maanden, zich niet binnen drie dagen na zijn binnenkomst in Nederland in persoon melden bij de korpschef van de gemeente waar hij verblijft 4.48 VB 2000 70 E 832 als vreemdeling die houder is van een visum of een document voor grensoverschrijding waarin door de daartoe bevoegde autoriteit een aantekening is gesteld omtrent aanmelding bij een vreemdelingendienst in Nederland, zich niet binnen drie dagen na binnenkomst in Nederland in persoon aanmelden bij de korpschef van de in deze aantekening vermelde gemeente 4.49 VB 2000 70 niet voldoen aan de verplichting tot wekelijkse aanmelding bij de korpschef van de gemeente van verblijf, behoudens door deze verleende ontheffing E 836 a – als vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft, in afwachting van de feitelijke mogelijkheid tot vertrek of uitzetting 4.51 lid 1 sub a VB 2000 70 E 836 b – als vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder f, g of h van de Vreemdelingenwet 2000 4.51 lid 1 sub b VB 2000 70 Afdeling F Overige overtredingen Categorie-indeling B: 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 3 – Bromfietsers en snorfietsers; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 5 – Voetgangers; 6 – Overige weggebruikers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 8 – Eenieder. NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen feit artikel tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Nummers F 050 – F 310: Plaatselijk geldende verordeningen (Pl.V) F 070 a zonder vergunning van de burgemeester op of aan de weg een evenement, feest of wedstrijd geven of houden Pl.V 70 F 070 b zonder vergunning van de burgemeester een georganiseerde dropping houden of daaraan deelnemen op een ander terrein dan een daarvoor bestemd sportterrein Pl.V 70 F 095 zonder vergunning op of aan de weg als dienstverlener optreden of zijn diensten als zodanig aanbieden Pl.V 140 F 100 als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids voor publiek optreden op of aan door de burgemeester aangewezen (gedeelte van een) weg, waar dit niet is toegestaan Pl.V 140 F 101 zonder vergunning of anders dan de daarin gestelde voorwaarden de weg of weggedeelte gebruiken anders dan overeenkomstig de bestemming (bijv. terrasverbod, reclameborden) Pl.V 180 F 105 als houder van een horecabedrijf, dit voor bezoekers geopend hebben of aldaar bezoekers toelaten of laten verblijven, buiten de vastgestelde openingstijden Pl.V 200 F 110 a de weg of dat gedeelte van een onroerend goed dat vanaf de weg zichtbaar is bekrassen of bekladden Pl.V 100 F 110 b de weg of dat gedeelte van een onroerend goed dat vanaf de weg zichtbaar is, zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding dan wel met enigerlei stof enige afbeelding, letter, cijfer of teken hierop aanplakken of op andere wijze aanbrengen Pl.V 100 F 111 op of aan door het College aangewezen wegen of gedeelten daarvan gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek verspreiden dan wel openlijk aanbieden, aanbevelen of bekendmaken Pl.V 100 F 114 de weg of op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent of soortgelijk ander onderkomen als slaapplaats gebruiken Pl.V 100 F 115 tijdens uren waarop het niet is toegestaan op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben Pl.V 100 F 118 op de weg (binnen een door het College aangewezen gebied) skaten of skateboarden Pl.V 70 F 120 a op of aan de weg klimmen of zich bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, heining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair Pl.V 70 F 120 b op of aan de weg zich zodanig ophouden dat voor weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen onnodige overlast of hinder wordt veroorzaakt Pl.V 100 F 121 a op de weg (binnen een door de het College aangewezen gebied) alcoholhoudende drank nuttigen Pl.V 70 F 121 b op de weg (binnen een door het College aangewezen gebied) aangebroken flessen, blikjes e.d. met alcoholhoudende drank bij zich hebben Pl.V 70 F 125 a zonder redelijk doel in een portiek of poort ophouden of in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw zitten of liggen Pl.V 70 F 125 b – zich anders dan als bewoner of gebruiker van flatgebouwen, appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen of van publiek toegankelijke gebouwen bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte Pl.V 70 F 126 op de weg vervoeren, bij zich dragen of anderszins voorhanden hebben van kerstbomen, autobanden en andere voorwerpen of stoffen, met het kennelijk doel deze op de weg te verbranden Pl.V 70 F 130 a (in of
- op)een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke ruimte zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze ophouden Pl.V 100 F 130 b (in of
- op)een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke ruimte verontreinigen Pl.V 100 F 130 c (in of
- op)een voor het publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling of een andere soortgelijke ruimte voor een ander doel bezigen dan waarvoor de ruimte bestemd is Pl.V 70 F 131 op of aan de weg een fiets, snorfiets of bromfiets plaatsen of laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek, waardoor de doorgang wordt versperd, dan wel in strijd met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of portiek Pl.V 25 F 133 een motorvoertuig, bromfiets of fiets op of aan de weg laten staan, anders dan deugdelijk afgesloten of onder behoorlijk toezicht Pl.V 35 F 135 zich met een fiets of bromfiets bevinden op een terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden, welke publiek trekt Pl.V 35 F 136 zich met een winkelwagentje op of aan de weg bevinden op meer dan de toegestane afstand van het bedrijf dat het winkelwagentje ter beschikking heeft gesteld Pl.V 70 F 140 a zich in de nabijheid van een persoon, gebouw, woonwagen of woonschip ophouden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een zich daarin bevindende persoon te bespieden Pl.V 100 F 140 b een persoon in een gebouw, woonwagen of woonschip door middel van een verrekijker bespieden Pl.V 100 F 145 a als eigenaar of houder van een hond, deze laten verblijven of laten lopen op een weg gelegen binnen de bebouwde kom zonder dat de hond is aangelijnd Pl.V 70 F 145 b als eigenaar of houder van een hond, deze laten verblijven of laten lopen op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide of andere door het College aangewezen plaats Pl.V 100 F 145 c als eigenaar of houder van een hond, deze laten verblijven of laten lopen op een weg zonder dat de hond is voorzien van een halsband of een door middel van tatoeage aangebracht identificatiemerk, die de eigenaar of houder van de hond duidelijk doet kennen Pl.V 70 F 145 d als eigenaar of houder van een hond, deze laten verblijven of laten lopen op een weg zonder een deugdelijk middel dat is bestemd voor het verwijderen van uitwerpselen bij zich te dragen en/of dit middel niet op eerste vordering tonen aan de met het toezicht belaste ambtenaar Pl.V 70 F 150 a als eigenaar of houder van een hond deze laten verblijven/lopen op of aan de weg of op een terrein van een ander, terwijl na schriftelijke aanzegging van het College deze hond niet op of aan de weg of op een terrein van een ander, terwijl na schriftelijke aanzegging van het College deze hond niet kort is aangelijnd Pl.V 180 F 150 b als eigenaar of houder van een hond deze laten verblijven/lopen op of aan de weg of op een terrein van een ander, terwijl na schriftelijke aanzegging van het College deze hond niet op of aan de weg of op een terrein van een ander, terwijl na schriftelijke aanzegging van het College deze hond niet kort is aangelijnd en gemuilkorfd Pl.V 180 F 151 als degene die één of meer dieren onder zijn hoede heeft, niet door voorzorgsmaatregelen die van hem mogen worden verwacht, voorkomen dat deze dieren voor de omgeving hinderlijk zijn Pl.V 100 F 155 als rechthebbende er niet voor zorgen dat zodanige maatregelen worden getroffen dat het vee/pluimvee in een aan een weg liggend weiland of terrein, die weg niet kan bereiken Pl.V 100 F 171 a op de weg of weggedeelte (binnen een door het College aangewezen gebied) softdrugs gebruiken of voorhanden hebben Pl.V 70 F 180 a de weg niet (doen) reinigen na een verontreiniging ontstaan bij het laden, lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen of bij andere werkzaamheden terstond, bij gevaar voor de verkeersveiligheid of bij gevaar voor beschadiging van het wegdek Pl.V 180 F 180 b de weg niet (doen) reinigen na een verontreiniging ontstaan bij het laden, lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen of bij andere werkzaamheden na het beëindigen van de werkzaamheden (iedere dag) in overige situaties Pl.V 100 F 185 binnen de bebouwde kom buiten een daarvoor bestemde inrichting/plaats op of aan de weg zijn natuurlijke behoefte doen Pl.V 100 F 190 een geparkeerd voertuig op een aangewezen weg of weggedeelte, waar dit niet is toegestaan, te koop aanbieden of verhandelen Pl.V 140 F 195 een defect voertuig op een weg, langer dan de vastgestelde termijn Pl.V 70 F 205 een kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, keetwagen, aanhangwagen of ander dergelijk voertuig op een aangewezen weg waar dit niet is toegestaan, langer dan de vastgestelde termijn doen of laten staan Pl.V 70 F 210 een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op een weg parkeren met als doel handelsreclame te maken Pl.V 140 F 212 a een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door het parkeren of aanwezig hebben van een voertuig of vaartuig Pl.V 70 70 45 25 25 70 70 F 212 b een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied anders dan tot doel van dagrecreatie Pl.V 100 F 212 c een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door met geluid voortbrengende apparatuur overlast te veroorzaken Pl.V 100 F 212 d een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door te graven of te spitten of doen graven of spitten op buiten het strand, de zandhelling, speelkuilen of zandbakken gelegen gedeelten Pl.V 100 F 212 e een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door anders dan in de aanwezige afvalbakken wegwerpen, neerleggen en/of achterlaten van afval, vuilnis, resten van levensmiddelen, papier, blikken, flessen of verpakkingsmateriaal Pl.V 100 F 212 f een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door een afvalmand, -bak of soortgelijk voorwerp op andere wijze te gebruiken dan tot het deponeren van klein afval Pl.V 100 F 212 g een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door zich als eigenaar of houder van een hond zich met die hond in een vastgestelde periode te bevinden buiten een aangewezen gebied, waar het verblijf van de hond is toegestaan Pl.V 70 F 216 een voertuig parkeren of enig ander voorwerp plaatsen of laten staan op een weggedeelte waarvan door het bevoegde gezag is bekend gemaakt dat dit niet is toegestaan op de in die bekendmaking genoemde dagen en tijden (markt, evenement, kermis enz) Pl.V 70 70 45 25 25 70 F 235 met of voor een vaartuig een ligplaats innemen, hebben of beschikbaar stellen op een gedeelte van een openbaar water waar dit niet is toegestaan Pl.V 70 70 F 236 a het zonder ontheffing van het College varen, doen of laten varen met enig vaartuig Pl.V 70 70 F 237 a het varen, doen of laten varen zonder dat de ontheffing in het vaartuig aanwezig is of zonder dat de corresponderende sticker op de juiste wijze is bevestigd Pl.V 70 70 F 240 als bader of zwemmer in openbaar water zich zodanig gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden Pl.V 100 F 245 zich zonder redelijk doel aan, op, of in een vaartuig in openbaar water vasthouden, klimmen, begeven of bevinden Pl.V 70 F 250 a zich in/op voor publiek toegankelijke natuurgebieden, bossen, parken, plantsoenen of recreatieterreinen bevinden ten aanzien waarvan door het bevoegde gezag is verklaard dat het gebruik van een motorvoertuig, bromfiets, fiets, rij- of trekdier overlast kan veroorzaken of schade kan berokkenen aan milieuwaarden, te weten met een vervoermiddel in gesloten tijd of gesloten gebied Pl.V 100 100 70 40 40 F 250 b zich in/op voor publiek toegankelijke natuurgebieden, bossen, parken, plantsoenen of recreatieterreinen bevinden ten aanzien waarvan door het bevoegde gezag is verklaard dat het gebruik van een motorvoertuig, bromfiets, fiets, rij- of trekdier overlast kan veroorzaken of schade kan berokkenen aan milieuwaarden, te weten met een motorvoertuig, bromfiets, fiets of paard buiten de (onverharde) wegen of gemarkeerde paden Pl.V 100 100 70 40 40 F 250 c zich in/op voor publiek toegankelijke natuurgebieden, bossen, parken, plantsoenen of recreatieterreinen bevinden ten aanzien waarvan door het bevoegde gezag is verklaard dat het gebruik van een motorvoertuig, bromfiets, fiets, rij- of trekdier overlast kan veroorzaken of schade kan berokkenen aan milieuwaarden, te weten met een rij- of trekdier buiten de daarvoor bestemde paden Pl.V 40 F 260 a met een motorrijtuig gebruik maken van een weg in strijd met de verordening tot het bevorderen van ongestoord wetenschappelijk onderzoek van de RadioSterrenWacht (storingsvrije zone), te weten rijdend Pl.V 100 100 70 40 F 260 b met een motorrijtuig gebruik maken van een weg in strijd met de verordening tot het bevorderen van ongestoord wetenschappelijk onderzoek van de RadioSterrenWacht (storingsvrije zone), te weten parkeren danwel laten staan Pl.V 70 70 45 25 Afdeling G Misdrijven Categorie-indeling B: 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 3 – Bromfietsers en snorfietsers; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 5 – Voetgangers; 6 – Overige weggebruikers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 8 – Eenieder. NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen feit artikel tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Nummers G 050 – G 100: Boek 2 Wetboek van Strafrecht (WvSr) goederen uit een winkel/vanaf een benzinestation wegnemen/toe-eigenen waarde van het ontvreemde goed 310/321 WvSr G 100 a – t/m € 50 150 G 100 b – meer dan € 50 en t/m € 120 250 Bijlage 1 bij de Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen enz. per 1/1/2011 Afdeling A Verkeer te land Categorie-indeling B: 1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft; 2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen; 3 – Bromfietsers en snorfietsers; 4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor; 5 – Voetgangers; 6 – Overige weggebruikers; 7 – Gezagvoerders/schippers; 8 – Een ieder. NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen feit artikel tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Nummers K 006 – K 175: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR) als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl krachtens de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9 lid 8 WVW 1994 K 006 b – het rijbewijs is gevorderd * * * als bestuurder van een motorrijtuig rijden, terwijl het kentekenbewijs is ingevorderd 36 lid 3 sub c WVW 1994 K 020 b – zonder reparatie cat 1, 2 en 3: dagvaarden: eis; geldboete vanaf € 180+o.a.v. K 024 een voertuig dat ingevolge art. 21 lid 1 WVW 1994 dient te zijn goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg laten staan of daarmee rijden terwijl dit voertuig niet is goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg (geldt niet voor een voertuig waarvoor een geldig kentekenbewijs is afgegeven) 33 WVW 1994 280 ma 280 ma 190 ma 280 ma een motorrijtuig of een aanhangwagen, waarvoor een kenteken(bewijs) ingevolge de WVW 1994 is vereist, laten staan of daarmee rijden, terwijl voor dat voertuig geen kenteken is opgegeven, geen kentekenbewijs is afgegeven of het kentekenbewijs zijn geldigheid heeft verloren 36 lid 1/3 WVW 1994 K 026 a – een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets 280 280 280 K 026 aa – zijnde een bromfiets 190 190 K 026 b – een aanhangwagen met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg tot en met 3500 kg 140 140 K 026 c – een aanhangwagen met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg 280 280 K 055 als bestuurder van een motorrijtuig rijden zonder rijbewijs voor de categorie waartoe dat motorrijtuig behoort (alleen van toepassing op bestuurders vanaf 18 jaar (categorie 1 en 2) of 16 jaar (categorie 3)) 107 lid 1 WVW 1994 270 270 180 als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het rijbewijs K 060 f – zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, waarbij de geldigheidsduur meer dan één jaar is verstreken (recidive: zie 4.2 recidiveregeling rijden zonder rijbewijs, richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen voor misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de WAHV) 107 lid 2 sub b WVW 1994 270 270 180 K 065 b als bestuurder beneden de 18 jaar een motorrijtuig besturen 110 lid 1 WVW 1994 270 270 K 110 als houder van een ongeld