Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen voor misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de wet administratiefrechtelijke handhaving…
Waar gaat deze regeling over?
Deze richtlijn beschrijft het beleid van het Openbaar Ministerie (OM) voor het afhandelen van misdrijven, overtredingen en gedragingen in het verkeer, inclusief de tarieven en feitomschrijvingen die daarbij horen. Het regelt hoe zaken worden afgehandeld, zoals via een politiestrafbeschikking, politietransactie, OM-strafbeschikking of OM-transactie.
Voor wie: Personen die misdrijven, overtredingen of gedragingen begaan zoals beschreven in de WAHV of andere verkeerswetten; Opsporingsambtenaren en officieren van justitie die deze zaken afhandelen.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Vervoersrecht
- Bron
- wetten.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- Aanvullende aanwijzingen voor de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV).
- Het transactie- en strafvorderingsbeleid van het OM voor misdrijven en overtredingen.
- De toepassing van politiestrafbeschikkingen en -transacties.
- De toepassing van OM-strafbeschikkingen en -transacties.
Voor wie geldt deze regeling?
- Personen die misdrijven, overtredingen of gedragingen begaan zoals beschreven in de WAHV of andere verkeerswetten.
- Opsporingsambtenaren en officieren van justitie die deze zaken afhandelen.
Wat zijn de kernpunten?
- Feiten onder de WAHV (herkenbaar aan een 'm' voor de feitcode) worden administratiefrechtelijk afgehandeld en hebben vaste tarieven.
- Politiestrafbeschikkingen (herkenbaar aan een 'p' voor de feitcode) worden niet uitgevaardigd aan minderjarigen, militairen, bij feitgecodeerde misdrijven of bij andere contra-indicaties.
- OM-strafbeschikkingen gelden vooralsnog alleen voor overtredingen van artikel 8 Wegenverkeerswet 1994 en worden niet uitgevaardigd aan minderjarigen en militairen.
- Het OM kan afwijken van de vastgestelde tarieven binnen de wettelijke strafmaxima, zowel naar boven als naar beneden, afhankelijk van de omstandigheden.
Vervoersrecht
Wettekst
Wettekst
Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen voor misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften Richtlijn voor strafvordering tarieven en feitomschrijvingen voor misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften Samenvatting Deze richtlijn voor strafvordering bevat het transactie- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven, overtredingen en gedragingen als bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), waarvoor feitomschrijvingen (feitcodes) zijn vastgesteld.
In deze richtlijn wordt de gefaseerde inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening gevolgd. De OM-strafbeschikking is in de plaats getreden van de OM-transactie bij overtredingen van artikel 8 Wegenverkeerswet (WVW 1994). De OM-transactie voor de overige OM-feiten blijft vooralsnog overeind. De politiestrafbeschikking is vanaf 1 april 2010 – gefaseerd per arrondissement – in de plaats van de politietransactie getreden, waarbij wordt opgemerkt dat er vooralsnog onder meer geen politiestrafbeschikkingen worden uitgevaardigd aan militairen of minderjarigen en in geval van misdrijven of combinatie met beslag (zie voor de uitzonderingen de Aanwijzing OM-afdoening). De politietransactie (o.g.v. het Transactiebesluit 1994) vervalt op termijn geheel en wordt vervangen door de politiestrafbeschikking (op grond van het Besluit OM-afdoening). Deze richtlijn heeft betrekking op deze overgangsperiode en zal in de toekomst nogmaals worden aangepast.
Deze richtlijn omvat:
1.
Aanvullende aanwijzingen met betrekking tot de bijlage van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften;
2.
Het transactie- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven en overtredingen (bijlagen Transactiebesluit 1994 c.q. het Besluit OM-afdoening en de bijlage OM-feiten met tarieven), omvattende de volgende afdoeningsvormen: a. de politiestrafbeschikking b. de politietransactie c. de OM-strafbeschikking en d. de OM-transactie Ad 1 Veel feiten vallen onder de WAHV (de wet Mulder). In de richtlijn zijn deze feiten te herkennen aan een ‘m’ voor de feitcode. Bijvoorbeeld: m R 602, als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht. Deze feiten worden vooralsnog alleen administratiefrechtelijk afgedaan (zie ook de Aanwijzing administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften).
Ad 2 onder a: de politiestrafbeschikking De zaken ondergebracht in de bijlage van het Besluit OM-afdoening, worden via de strafbeschikking op grond van artikel 257b Sv afgedaan.
De feiten waarvoor de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar strafbeschikkingsbevoegheid heeft, zijn te herkennen aan een ‘p’ voor de feitcode. Bijvoorbeeld: p D 530, zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden. Het bijbehorende tarief wordt achter de omschrijving vermeld.
Er wordt geen politiestrafbeschikking uitgevaardigd, maar een politie transactie aangeboden (zie ad. 2 onder b) indien: a. de verdachte minderjarig is; of b. de verdachte militair is; of c. het feit een feitgecodeerd misdrijf is (feitcode G 100a en G100b); of d. er sprake is van een andere contra-indicatie (zie Aanwijzing OM-afdoening) Ad 2 onder b: de politietransactie1De politietransactie wordt alleen in uitzonderingsgevallen aangeboden. De politiestrafbeschikking is het uitgangspunt.
De in de bijlage bij het Transactiebesluit 1994 vermelde zaken worden afgedaan door middel van een politietransactie (op grond van artikel 74c Sr). Deze bijlage is identiek is aan de bijlage bij het Besluit OM-afdoening, dus ook hier geldt dat de feiten waarvoor de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar transactiebevoegdheid heeft, zijn te herkennen aan een ‘p’ voor de feitcode (bijvoorbeeld: p D 530) en dat het bijbehorende tarief achter de omschrijving wordt vermeld.
Ad 2 onder c: de OM-strafbeschikking In een aantal gevallen zal de officier van justitie een strafbeschikking uitvaardigen. Het betreft hier vooralsnog alleen overtredingen van art. 8 WVW 1994. Daarbij geldt dat niet tevens een proces-verbaal wordt opgemaakt voor een ander feit. Het bijbehorende tarief wordt achter de omschrijving vermeld. In sommige gevallen wordt geen tarief vermeld. Dan is er een specifieke Richtlijn voor strafvordering van toepassing, dan wel kan er vanwege de specifieke omstandigheden van het geval geen tarief worden aangegeven.
De OM-strafbeschikking wordt, evenals de politiestrafbeschikking, vooralsnog niet uitgevaardigd aan minderjarigen en militairen.
Wanneer geen sprake is van een van de hierboven of in de Aanwijzing OM-afdoening benoemde contra-indicatie(s), wordt voor overtreding van dit feit een strafbeschikking uitgevaardigd. Is wel sprake van een dergelijke contra-indicatie, dan wordt getransigeerd of gedagvaard.
Ad 2 onder d: de OM-transactie2Er is in deze gevallen geen sprake van een WAHV-beschikking (ad 1), een politiestrafbeschikking (ad 2 onder a), een politietransactie (ad 2 onder b), noch een OM-transactie (ad 2 onder c).
Voor de feitgecodeerde zaken waarvoor de opsporingsambtenaar geen transactie- of strafbeschikkingsbevoegdheid heeft, de officier van justitie volgens de richtlijnen geen strafbeschikking mag uitvaardigen of voor zaken die eveneens niet zijn opgenomen in de bijlage bij de WAHV, kan de officier van justitie een (OM-)transactie aanbieden. Soms wordt, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, meteen gedagvaard. De tarieven voor de OM-transactie of de eis ter zitting zijn in de bijlage bij deze richtlijn opgenomen. De feiten zijn te herkennen aan het symbool ‘*’ voor de feitcode. Bijvoorbeeld: * K 055, als bestuurder van een motorrijtuig rijden zonder rijbewijs voor de categorie waartoe dat motorrijtuig behoort. In sommige gevallen wordt geen tarief vermeld. Dan is er een specifieke Richtlijn voor strafvordering van toepassing, dan wel kan er vanwege de specifieke omstandigheden van het geval geen tarief worden aangegeven.
Op termijn zullen alle feiten waarvoor door de officier van justitie nog een transactie kan worden aangeboden, onder het bereik van de OM-strafbeschikking worden gebracht.
Opsporing/vervolging 1 Uitgangspunten Om ongewenste cumulatie van sancties te voorkomen wordt per gebeurtenis tegen de verdachte/betrokkene voor ten hoogste drie overtredingen of gedragingen proces-verbaal opgemaakt, dan wel aan hem een politietransactie aangeboden, een aankondiging van strafbeschikking uitgereikt of een administratieve sanctie opgelegd.
Afdoening langs één traject is daarbij het uitgangspunt. Indien zowel de strafrechtelijke als de administratiefrechtelijke weg wordt bewandeld, moet in het proces-verbaal melding worden gemaakt van de opgelegde administratieve sanctie(s) en op de aankondiging van beschikking van het/de opgemaakte proces(sen)-verbaal.3 Ook in geval een strafbeschikking is uitgevaardigd.Van deze mogelijkheid dient slechts in uitzonderlijke gevallen gebruik te worden gemaakt.
Indien een proces-verbaal wordt opgemaakt ter zake van overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) is het niet toegestaan om daarnaast administratieve sancties op te leggen of transactievoorstellen te doen voor feiten die in relatie staan tot het gevaarlijke c.q. het belemmerende gedrag op de weg. Deze bepaling is opgenomen omdat in het geval dat een proces-verbaal wordt opgemaakt ter zake overtreding van artikel 5 WVW 1994 en daarnaast aan dat artikel gerelateerde administratieve sancties worden opgelegd of strafrechtelijke reacties4 Bijvoorbeeld een strafbeschikking of een transactie.volgen, de kans bestaat dat de officier van justitie niet meer kan vervolgen. Dit vloeit voort uit het in artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht opgenomen (Sr) ne bis in idem-beginsel, dat bepaalt dat niemand andermaal kan worden vervolgd voor feiten waarover te zijnen aanzien bij gewijsde van de rechter onherroepelijk is beslist.
Het voldoen aan een transactievoorstel wordt op grond van artikel 74, eerste lid Sr gelijkgesteld met een onherroepelijke veroordeling, zodat hier het ne bis in idem-beginsel geldt.5Dit geldt uiteraard ook voor een strafbeschikking die is betaald.
Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 23 juni 1998 (NJ 1999, 47) mag, indien voor een gedraging een administratieve sanctie is opgelegd, deze gedraging niet bij een vervolging wegens overtreding van artikel 5 WVW 1994 worden betrokken. Evenzeer is het volgens dit arrest zo, dat indien is vervolgd wegens overtreding van artikel 5 WVW 1994, niet nog eens een administratieve sanctie kan worden opgelegd voor zover deze gedraging in de vervolging was betrokken.
Als voorbeeld kan worden aangegeven het feit dat een bestuurder gevaarlijk rijgedrag vertoont (strafrechtelijk verwijt) en daarbij tevens een rood verkeerslicht negeert (Muldergedraging). Indien een beschikking wordt opgelegd voor het negeren van het rode verkeerslicht, dan zal dat feit geen onderdeel mogen uitmaken van de vervolging op grond van artikel 5 WVW 1994.
2 Tarieven 2.1 Administratief recht 2.1.1 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) De feiten (gedragingen) die in de bijlage van de WAHV zijn opgenomen, worden vooralsnog6Op grond van artikel 2, eerste lid WAHV kunnen ter zake van de in de bijlage van die wet omschreven gedragingen, administratieve sancties worden opgelegd. In tegenstelling tot de vorige redactie van dit artikel, wordt door de wetgever nu de mogelijkheid geopend de in de bijlage vermelde feiten in plaats van administratief, strafrechtelijk af te doen (zie Stb. 2006, 330). Door deze wijziging kunnen bijvoorbeeld recidivisten strafrechtelijk worden aangepakt. Uitgangspunt blijft echter vooralsnog, dat de feiten die in de bijlage bij de WAHV zijn opgenomen, ook volgens de WAHV worden afgedaan. In nadere beleidsregels zal op een later tijdstip worden uiteengezet voor welke feiten in welke gevallen voor de strafrechtelijke weg moet worden gekozen.via een beschikking administratiefrechtelijk afgedaan. De bij de gedragingen behorende tarieven staan vast en hiervan kan niet worden afgeweken.
Halvering tarieven minderjarigen Op grond van artikel 2, lid 4 van de WAHV dienen de bedragen voor minderjarigen van 12 tot 16 jaar te worden gehalveerd. Deze afronding geschiedt op hele euro’s naar boven.Voor minderjarigen van 16 tot 18 jaar gelden in beginsel dezelfde tarieven als voor meerderjarigen.
2.2 Strafrecht 2.2.1 Misdrijven Voor de feitcodes die gebaseerd zijn op misdrijven, uitgezonderd enkele op de overtreding van artikel 8 WVW 1994 betrekking hebbende feitcodes en de eenvoudige winkeldiefstal en -verduistering, is geen tarief opgenomen. Dit zijn zaken (OM-feiten), waarvoor specifieke strafvorderingsrichtlijnen zijn vastgesteld, dan wel waarvoor de specifieke omstandigheden van het geval maatwerk vereisen.
De in de kop van deze richtlijn genoemde Aanwijzing politietransactie inzake eenvoudige winkeldiefstal en -verduistering beschrijft de uitoefening van de transactiebevoegdheid door de politie en de controle hierop door het OM.
Deze richtlijn geeft bij het misdrijf eenvoudige winkeldiefstal/-verduistering (artikel 310/321 Sr), in de gevallen dat daarvoor feitcodes zijn vastgesteld, opeenvolgend: – het tarief van de politietransactie; – het tarief dat doorgaans moet worden betaald bij transactie door het OM; – de geldboete die het OM doorgaans voor de politietransigabele feiten ter terechtzitting vordert, indien geen transactie wordt aangeboden of het aangeboden transactievoorstel niet wordt betaald.7De strafmaatrichtlijn is opgenomen in BOS-polaris.
2.2.2 Overtredingen Deze richtlijn geeft per overtreding en per categorie (bijvoorbeeld: een voetganger), opeenvolgend: – het tarief van de politietransactie/politiestrafbeschikking; – het tarief dat doorgaans moet worden betaald bij transactie door het OM; – de geldboete die het OM doorgaans ter terechtzitting vordert.
2.2.3 Afwijking van de in deze richtlijn aangegeven tarieven Berekening van bepaalde transactie- en geldboetetarieven Het transactievoorstel of de strafbeschikking behelst in beginsel slechts voldoening van een geldsom. De strafbeschikking in relatie tot artikel 8 WVW 1994 kan naast een (kale) geldboete ook een ontzegging van de rijbevoegdheid omvatten.8Andere straffen en/of maatregelen in combinatie met de OM-strafbeschikking zijn vooralsnog niet mogelijk. Zie verder de Aanwijzing OM-afdoening.In deze richtlijn zijn tarieven afhankelijk gesteld van de zwaarte van de overtreding. Verder zijn bijvoorbeeld voor de overtreding van de voorschriften ten aanzien van de remvertraging van motorvoertuigen tarieven vastgesteld naar de mate waarin deze voorschriften zijn overschreden. Voorts is in de bijlage met OM-feiten bij enkele overtredingen een minimumtarief vermeld. De ernst van de gepleegde overtreding kan dan tot uitdrukking worden gebracht met inachtneming van de bedoelde tarieven.
Het OM mag afwijken binnen de wettelijke strafmaxima van de tarieven van de OM-transactie, de OM-strafbeschikking en/of eis ter zitting. Dat kan zowel naar beneden als naar boven, al naar gelang de omstandigheden daartoe aanleiding geven.9In zaken waarin een strafbeschikking is uitgevaardigd, doch waarvan verdachte in verzet is gekomen, eist de officier van justitie dezelfde geldboete als initieel opgelegd. Zie tevens Aanwijzing OM-afdoening.
De feitomschrijvingen met bijhorende tarieven bij de zogeheten OM-feiten in de bijlage bij deze richtlijn, zien toe op strafbare feiten die voor afdoening via een OM-transactie of OM-strafbeschikking in aanmerking komen. politiestrafbeschikking/politietransactie/OM-transactie/OM-strafbeschikking Voor de feiten uit de bijlage bij het Besluit OM-afdoening c.q. het Transactiebesluit 1994 waarvoor de (buitengewoon) opsporingsambtenaar opsporingsbevoegdheid heeft, zijn de tarieven door het College van Procureurs-generaal vastgesteld. Het staat de opsporingsambtenaar derhalve niet vrij een ander transactievoorstel te doen of een ander tarief te hanteren in de aankondiging van de politiestrafbeschikking.
Cumulatie van overtredingen Bij cumulatie van overtredingen verdient het aanbeveling bij de vaststelling van de tarieven rekening te houden met de draagkracht van de verdachte./bestrafte.
Minderjarigen Hoewel de strafbeschikking het uitgangspunt is, wordt aan minderjarigen een transactie aangeboden. Parallel aan hetgeen in de WAHV is vastgelegd, geldt dat ten aanzien van minderjarigen van 12 tot 16 jaar de vastgestelde tarieven worden gehalveerd met een afronding op hele euro’s naar boven. Voor minderjarigen van 16 tot 18 jaar gelden in beginsel dezelfde tarieven als voor meerderjarigen. Voorts geldt dat de strafbeschikking kan (nog) niet aan een minderjarige worden uitgevaardigd.
Artikel 489, lid 1 aanhef en onder b Sv bepaalt dat bij het uitvaardigen van een strafbeschikking van meer dan € 115, aan de minderjarige verdachte een raadsman moet worden toegevoegd. Deze bepaling is gewijzigd bij inwerkingtreding van de Wet OM-afdoening, maar geldt voor transacties nog steeds zoals de bepaling luidde voor de Wet OM-afdoening.10Stb. 2008, nr. 160 artikel VIII (Wet OM-afdoening). Vooralsnog worden echter nog geen strafbeschikkingen aan minderjarigen uitgevaardigd.Om deze reden wordt – analoog aan artikel 489 lid 1, aanhef en onder b Sv – door het CJIB geen politie- of OM-transactie verzonden als het transactiebedrag meer dan € 115 bedraagt. Deze zaken worden voor beoordeling naar het betreffende parket verzonden.
Inbeslagneming In de bijlage bij deze richtlijn is met de letters ‘m.a.’ (met afstand) aangegeven in welke gevallen – een enkele uitzondering daargelaten – als voorwaarde voor transactie door het OM moet worden gesteld dat afstand wordt gedaan van een inbeslaggenomen voorwerp overeenkomstig artikel 116 Sv. Indien geen transactie tot stand komt, moet het OM in deze gevallen, indien tussentijds, zoals voorgeschreven in de Aanwijzing inbeslagneming, geen beslissing is genomen omtrent het beslag, ter terechtzitting verbeurdverklaring (in de bijlage bij deze richtlijn aangegeven met ‘v.v.’) dan wel onttrekking aan het verkeer (‘o.a.v.’) van het voorwerp vorderen. Maar ook in andere daarvoor in aanmerking komende gevallen kan afstand als voorwaarde door het OM worden gesteld, respectievelijk verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer worden gevorderd.
3 Begrenzing strafbeschikkings-/transactiebevoegdheid opsporingsambtenaren In artikel 3.2 van het Besluit OM-afdoening zijn de opsporingsambtenaren aangewezen aan wie strafbeschikkingsbevoegdheid op grond van artikel 257b WvSv is verleend. Op grond van artikel 74c, Sr kan aan een opsporingsambtenaar transactiebevoegdheid worden verleend. In artikel 2 van het Transactiebesluit 1994 zijn de opsporingsambtenaren aangewezen aan wie transactiebevoegdheid is verleend.
In de identieke bijlagen van het Besluit OM-afdoening en het Transactiebesluit 1994 zijn de zaken aangewezen die voor een strafbeschikking dan wel voor een politietransactie in aanmerking komen. Opsporingsambtenaren met strafbeschikkings-/transactiebevoegdheid maken van die bevoegdheid gebruik volgens door het OM te geven richtlijnen (artikel 257b lid 3 Sv, artikel 74c lid 4 Sr).
In deze richtlijn wordt bepaald dat een politietransactie niet mag worden aangeboden indien: a. de opsporingsambtenaar of een van zijn naaste familieleden bij het feit of de gevolgen daarvan betrokken is;
De hoofdofficier van justitie kan bepalen dat in bepaalde gebieden of op bepaalde openbare wegen binnen het arrondissement of in bepaalde categorieën zaken door de bevoegde ambtenaren geen gebruik wordt gemaakt van de transactiebevoegdheid (artikel 5 Transactiebesluit 1994) dan wel geen gebruik wordt gemaakt van de strafbeschikkingsbevoegdheid (artikel 3.5 Besluit OM-afdoening).
4 Bijzonderheden voor enkele soorten overtredingen 4.1.1 Recidiveregeling overtredingen artt. 30 en 34 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM)(uitgezonderd bromfietsen) De recidiveregeling t.a.v. de overtredingen van artikelen 30 en 34 WAM luidt voor de met motorrijtuigen, uitgezonderd bromfietsen12 Onverzekerd rijden: zie in de bijlage de feitnummers A 914a t/m d, A 915, A 917a t/m c en A 918., gepleegde overtredingen als volgt:
Eerste overtreding:
OM-transactie: € 440 Eis ter zitting: geldboete € 500 Tweede overtreding (binnen twee jaar na afdoening van de eerste overtreding):
Geen transactie, eis ter zitting: geldboete € 600 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk Derde overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding):
Geen transactie, eis ter zitting: twee weken hechtenis onvoorwaardelijk13Hechtenis kan in geval van een overtreding door een minderjarig niet worden geëist.en zes maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig 4.1.2 Recidiveregeling overtredingen artt. 30 en 34 WAM (bromfietsen) Voor de met een bromfiets gepleegde overtreding van de artikelen 30 en 34 WAM (feitcodes A 901a t/m d, A 902, A 903a t/m c en A 904) geldt de volgende recidiveregeling:
Eerste overtreding:
OM-transactie: € 310 Eis ter zitting: € 370 Tweede overtreding (binnen twee jaar na afdoening van de eerste overtreding):
Geen transactie, eis ter zitting: geldboete € 440 en vier maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk Derde overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding):
Geen transactie, eis ter zitting: tien dagen hechtenis onvoorwaardelijk en zes maanden ontzegging van de rijbevoegdheid onvoorwaardelijk; eventueel verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voertuig 4.2 Recidiveregeling rijden zonder rijbewijs De recidiveregeling voor het rijden zonder rijbewijs (overtreding van artikel 107 lid 1 WVW 1994) heeft betrekking op motorvoertuigen uit de voertuigcategorieën 1 tot en met 3 van categorie-indeling B. Tevens is deze recidiveregeling van toepassing op bestuurders van motorrijtuigen waarvan het rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur met meer dan één jaar (feitcode K 060f).
Voor de voertuigcategorieën 1 (bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen14 Aangezien het hier bepalingen uit de WVW 1994 betreft, wordt de bestuurder van de brommobiel hiervan uitgezonderd. Deze valt onder categorie 3.), 2 (bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen) en 3 (brom- en snorfietsers, inclusief bestuurders van brommobielen15 Aangezien het hier bepalingen uit de WVW 1994 betreft, valt ook de bestuurder van de brommobiel hieronder.) geldt onderstaande recidiveregeling:
Eerste overtreding:
OM-transactie vast tarief feitcode K055 Tweede overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding:
Dagvaarden, eis ter zitting: geldboete categorie 1 en 2 vanaf € 360 en categorie 3 vanaf € 250 en voor alle categorieën onvoorwaardelijke hechtenis16Hechtenis kan in geval van een overtreding door een minderjarig niet worden geëist.met een proeftijd van twee jaar Derde en volgende overtreding (binnen vier jaar na afdoening van de eerste overtreding):
Dagvaarden, eis ter zitting: onvoorwaardelijke hechtenis17Zie noot 20.
4.3.1 Recidiveregeling gedocumenteerde overtredingen maximumsnelheid RVV 1990 (weg) Deze recidiveregeling wordt toegepast bij overtreding van de, in paragraaf 8, maximumsnelheid, van het RVV 1990 opgenomen, artikelen 19 (niet voldoende afstand houden, 20, 21 en 22 (overschrijding maximumsnelheid), voor zover deze overtredingen niet administratiefrechtelijk worden afgedaan.
De recidiveregeling luidt als volgt:
Van recidive is alleen sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na betaling van een transactie of na een onherroepelijke geworden strafbeschikking/veroordeling voor één eerdere gedocumenteerde overtreding van artikel 19, 20, 21 of 22 van het RVV 1990.
De categorie-indeling voor maximumsnelheid is ook van toepassing op de recidiveregeling snelheid.
Categorie-indeling C (maximumsnelheid) 1 Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen);
4 Landbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid.
NB Gelet op de bijlage 2 van de Aanwijzing inbeslagneming kan na overleg met de officier van justitie het motorvoertuig, waarmee de snelheidsovertreding is gepleegd, in beslag worden genomen, indien een overschrijding van de maximumsnelheid met meer dan 100% in samenhang met geconcretiseerde gevaarzetting is geconstateerd.
Overzicht weg Recidiveregeling niet voldoende afstand houden Tabel 118De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes en de tarieventabel zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.
Recidiveregeling niet voldoende afstand houden Categorie 1:
Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen) Categorie 2:
Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. en motorvoertuigen met aanhangwagen.
Categorie 3:
Bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor;
Niet voldoende afstand houden bij een: snelheid van 80 km/h–100 km/h snelheid van 100 km/h–120 km/h snelheid van meer dan 120 km/h volgafstand 3 m of meer of vanaf 0,5 sec t/m 0,2/0,1 sec en volgafstand < 3 m of < 0,2/0,1 sec ongeacht afstand of ≤ 0,5 sec Eerste overtreding OM transactie vast tarief vast tarief nvt eis ter zitting vast tarief vast tarief dagv eis € 560(cat 1/2) /€ 360 (cat 3) + 3 mnd OBM ovw Tweede overtreding OM transactie nvt nvt nvt eis ter zitting tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 4 mnd ovw + OBM 5 mnd ovw + OBM 6 mnd ovw Derde overtreding OM transactie nvt nvt nvt eis ter zitting tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 6 mnd ovw + OBM 8 mnd ovw + OBM 10 mnd ovw Vierde overtreding OM transactie nvt nvt nvt eis ter zitting tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + OBM 8 mnd ovw + OBM 10 mnd ovw + OBM 12 mnd ovw Recidiveregeling snelheidsovertredingen (weg) Tabel 219 De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes en de tarieventabel zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.
Recidiveregeling snelheidsovertredingen motorvoertuigen Categorie 1:
Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2: vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen) Categorie 2:
Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg. en motorvoertuigen met aanhangwagen.
Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:
31 t/m 49 km/h 50 t/m 69 km/h 70 t/m 99 km/h 100 km/h of meer Eerste overtreding OM transactie vast tarief vast tarief nvt nvt eis ter zitting vast tarief vast tarief vast tarief + tarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 4 mnd ovw OBM 6 mnd ovw Tweede overtreding OM transactie nvt nvt nvt nvt eis ter zitting tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 2 mnd ovw OBM 4 mnd ovw OBM 6 mnd ovw OBM 8 mnd ovw Derde overtreding OM transactie nvt nvt nvt nvt eis ter zitting tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 4 mnd ovw OBM 6 mnd ovw OBM 8 mnd ovw OBM 10 mnd ovw Vierde overtreding OM transactie nvt nvt nvt nvt eis ter zitting tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 6 mnd ovw OBM 8 mnd ovw OBM 10 mnd ovw OBM 12 mnd ovw Tabel 320 De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes en de tarieventabel zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.
Recidiveregeling snelheidsovertredingen bromfietsen Categorie 3:
Bestuurders van bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:
30 t/m 49 km/h 50 t/m 69 km/h 70 t/m 99 km/h 100 km/h of meer Eerste overtreding OM transactie nvt nvt nvt Nvt eis ter zitting vast tarief + vast tarief + vast tarief + tarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 2 mnd ovw OBM 4 mnd ovw +OBM 6 mnd ovw + OBM 8 mnd ovw Tweede overtreding OM transactie nvt nvt nvt Nvt eis ter zitting tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 4 mnd ovw OBM 6 mnd ovw OBM 8 mnd ovw OBM 10 mnd ovw Derde en volgende overtreding OM transactie nvt nvt nvt Nvt eis ter zitting tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + tarief eis ter zitting 1e overtreding + 20% + recidivetarief 95 tot 100 km/h + € 200 per 5 km/h overschrijding + OBM 6 mnd ovw OBM 8 mnd ovw OBM 10 mnd ovw OBM 12 mnd ovw Voorbeeld bepaling tarief/eis ter zitting:
Indien de bestuurder van een motorvoertuig uit categorie 1 voor de eerste maal de maximumsnelheid overschrijdt, bijvoorbeeld met 50 km/h binnen de bebouwde kom, dan wordt hem voor het in het voorbeeld genoemde geval een OM-transactie aangeboden van € 590 (zie de feitcodes * VA 055, * VB 055 of * VC 055). Dat is het vaste tarief dat bij deze overtreding behoort. De daarbij behorende eis ter zitting is volgens kolom 3 van de op JKS/OM-tranet opgenomen Tarieventabel snelheidsovertredingen een geldboete van € 700. Indien de eerste overtreding een overtreding van artikel 19 RVV 1990 (niet voldoende afstand houden) betreft dan dient dezelfde werkwijze te worden gehanteerd aan de hand van de hierop betrekking hebbende feitcodes S 005a t/m S026a. a.
Begaat deze bestuurder vervolgens een tweede onder de recidiveregeling vallende snelheidsovertreding, bijvoorbeeld door overschrijding van de maximum snelheid binnen de bebouwde kom met 69 km/h (feitcode * VA 070, * VB 070 of * VC 070), dan dient tot dagvaarden te worden overgegaan (zie tabel 2). De geldboete die moet worden geëist, wordt afgeleid van de geldboete die zou worden geëist indien deze overtreding voor de eerste maal zou zijn begaan, vermeerderd met 20%. De eerste overtreding kent volgens de feitcodes * VA 070, * VB 070 en * VC 070 een OM-transactie van € 930. De daarbij behorende eis ter zitting is een geldboete van € 1110 (zie voornoemde tarieventabel, kolom 3). Nu de snelheidsovertreding in het voorbeeld reeds een tweede snelheidsovertreding betreft, wordt een eis ter zitting van € 1110 + 20% voorgeschreven. Voorts wordt een OBM van 4 maanden ovw geëist.
4.3.2 Recidiveregeling maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen Voor zover het ‘Muldergedragingen’ betreft zijn de tarieven en feitcodes voor het overtreden van artikel 5.6.8, lid 1, van de RV, zoals opgenomen in de geldende bijlage bij de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften, van toepassing. Dit betreft de feitcodes N 083 a/b. Het in de onderstaande tabel vermelde vaste tarief betreft de tarieven zoals deze zijn opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen bij de feitcodes N 083 c t/m f.
Overschrijding maximumconstructiesnelheid met Overtreding > 15 t/m 20 km/h > 20 t/m 25 km/h > 25 t/m 30 km/h > 30 km/h 1e Eerste overtreding Transactie Vast tarief Vast tarief Vast tarief € 240Vast tarief (minderjarigen € 115) (minderjarigen € 115) (minderjarigen € 115) eis ter zitting € 130 € 190 € 280 € 380 2e Tweede overtreding Transactie nvt nvt nvt nvt eis ter zitting € 170 /OBM 2 mnd ov € 240 / OBM 2 mnd ov € 330 / OBM 2 mnd ov € 430 / OBM 2 mnd ov 3e Derde en volgende overtreding(en) Transactie nvt nvt nvt nvt eis ter zitting € 200 / OBM 4 mnd ov / OAV brom-/snorfiets € 280 / OBM 4 mnd ov / OAV brom-/snorfiets € 390 / OBM 4 mnd ov / OAV brom-/snorfiets € 490 / OBM 4 mnd ov / OAV brom-/snorfiets ov : onvoorwaardelijke veroordeling OBM : ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen OAV : onttrekking aan het verkeer Recidive/herhaald plegen Van recidive is alleen sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening21Afdoening houdt in: een onherroepelijke strafbeschikking, een onherroepelijk vonnis óf een betaalde transactie.van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.
Indien aan de voorwaarden m.b.t. inbeslagneming zoals genoemd in C 6 van de Aanwijzing maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen is voldaan, wordt van dit ‘recidivebeginsel’ afgeweken en wordt de ‘recidive’ bepaald aan de hand van het aantal door de verdachte gepleegde identieke overtredingen. Hiervan is sprake indien door dezelfde verdachte voor de derde keer een onder strafrecht vallende overtreding van art. 5.6.8 RV binnen een tijdbestek van twee jaar is begaan en aan de verdachte is bij één van de voorgaande overtredingen een waarschuwingsbrief uitgereikt of toegezonden.
Minderjarigen Voor minderjarigen wordt een aangepaste regeling getroffen. Ingevolge artikel 489, lid 1, aanhef en onder b van het Wetboek van strafvordering dient aan minderjarigen ambtshalve een raadsman te worden toegevoegd indien het OM een transactie wil aanbieden dan wel een strafbeschikking hoger dan € 115 wil aanbieden/uitvaardigen22 Voor zover het Mulderfeiten betreft is de toevoeging van een raadsman overbodig.. Aan minderjarigen wordt voor de 1e overtreding bij een overschrijding van de maximum constructiesnelheid met meer dan 250 km/h een aangepaste transactie, conform het in de bovenstaande tabel vermelde tarief, aangeboden. Voor de daaropvolgende overtredingen wordt de geldboete in de eis ter terechtzitting gehalveerd.
Inbeslagneming Bij inbeslagneming van het voertuig zijn er de volgende mogelijkheden (zie ook de bijlage 2 bij de Aanwijzing inbeslagneming 1. de eigenaar/houder doet vrijwillig afstand ter vernietiging;
4.3.3 Recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water De recidiveregeling gedocumenteerde snelheidsovertredingen water wordt toegepast bij snelheidsovertredingen op het water, begaan door kleine schepen, bij overschrijding van de maximum toegestane snelheid vanaf 25 kilometer per uur. De recidiveregeling luidt als volgt:
Van recidive is alleen sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na betaling van een transactie, of als er sprake is van een onherroepelijke veroordeling voor één van de vorige gedocumenteerde snelheidsovertreding(en).
De recidiveregeling voor kleine schepen is weergegeven in het overzicht water.
De tarieven die in de overzichten zijn weergegeven hebben betrekking op de overschrijding van de maximum toegestane snelheid.
Overzicht water Recidiveregeling snelheidsovertredingen water23 De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes en de tarieventabel zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.
Categorie 1:
Gezagvoerder/schipper klein schip Snelheidsovertredingen met een overschrijding van:
25 tot 35 km/h 35 tot 45 km/h 45 km/h of meer eerste overtreding:
OM-transactie Vast tarief Vast tarief Vast tarief eis ter zitting € 270,– € 420,– € 600,– tweede overtreding:
OM-transactie € 270,– € 420,– € 600,– eis ter zitting € 320,– € 500,– € 700,,– derde overtreding:
OM-transactie Nvt Nvt Nvt eis ter zitting > € 390,– en voorwaardelijke hechtenis > € 600,– en voorwaardelijke hechtenis > € 800,- en voorwaardelijke hechtenis vierde overtreding:
OM-transactie Nvt Nvt Nvt eis ter zitting > € 460,– en onvoorwaardelijke hechtenis > € 700,– en onvoorwaardelijke hechtenis > € 950,– en onvoorwaardelijke hechtenis 5 Overtredingen begaan door militairen op militaire terreinen 5.1 Beperkte bevoegdheid Op grond van het bepaalde in artikel 3 onder c van het Transactiebesluit 1994 is de transactiebevoegdheid in handen van de Koninklijke Marechaussee (KMAR) op militaire terreinen beperkt tot verdachten die militair zijn.24Zie tevens ad. 2 in de paragraaf ‘SAMENVATTING’.Voorts beperkt de transactiebevoegdheid zich tot uitsluitend die feiten die zijn opgenomen in de bijlage van het Transactiebesluit 1994. Met de inwerkingtreding van de WAHV zijn veel feiten vanuit de diverse Transactiebesluiten, waaronder het Besluit transactie Koninklijke Marechaussee ondergebracht in de bijlage van de WAHV. Deze bijlage is met uitzondering van de feitcodes K 035, K 040 a t/m e, K 075 t/m K 106, K 120, K 140, K 155 niet van toepassing op militaire terreinen. Voornoemde feitcodes zijn uitgezonderd, doordat het begrip ‘weg’ niet van toepassing is op deze codes.
Het is echter gewenst dat de afdoening van deze zaken zoveel mogelijk via de geautomatiseerde systemen bij de KMAR en het CJIB verloopt, waarna de zaakgegevens (bij niet betalen) elektronisch worden overgedragen aan het Openbaar Ministerie.
5.2 Specifieke werkwijze Om de verwerking via de geautomatiseerde systemen mogelijk te maken wordt bij het opmaken van een mini proces-verbaal gebruik gemaakt van dezelfde feitcodes als in de bijlage bij de WAHV, onder toevoeging van de hoofdletter K. Bijv. De feitcode R 549a (niet stoppen bij een stopbord) wordt KR 549a. De verbaliserende ambtenaar van de KMAR maakt na het constateren van een overtreding een mini proces-verbaal op en reikt bij staandehouding een afschrift uit aan de verdachte. Vanwege het feit dat het een OM-transactie betreft wordt geen tarief ingevuld op het mini proces-verbaal.
Indien de verdachte niet (volledig) betaalt binnen de daarvoor gestelde termijn, wordt een proces-verbaal opgemaakt dat, met tussenkomst van het CJIB, via de gebruikelijke wijze aan het Openbaar Ministerie te Arnhem, unit militaire zaken, wordt aangeboden.
5.3 Artikel 3, onder c, van het Transactiebesluit 1994 Artikel 3, onder c, van het Transactiebesluit 1994 blijft van kracht omdat het voorziet in de mogelijke verwerking van enige strafbare feiten (bijvoorbeeld fout parkeren van een fiets, feitcode R 412) die niet als gedraging in de bijlage bij de WAHV zijn opgenomen.
Overgangsrecht Deze richtlijn voor strafvordering is van toepassing op feiten gepleegd op en na 1 januari 2011.
Bijlagen De OM-feiten en p-feiten met bijbehorende tarieven zijn niet als bijlage bij deze richtlijn voor strafvordering opgenomen, maar geïntegreerd opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen. In deze bundel worden de zaken die afkomstig zijn uit de bijlage met OM-feiten en tarieven worden voorafgegaan door een * (asterisk). De politietransigabele feiten/overtredingen waarvoor een politiestrafbeschikking kan worden uitgevaardigd, worden voorafgegaan door de (kleine) letter p.
Bijlage bij het Besluit OM-afdoening/Transactiebesluit 1994 met tarieven Afdeling A Verkeer te land Categorie-indeling B:
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Gezagvoerders/schippers;
8 – Een ieder.
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen feit artikel tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Nummers K 006 – K 175:
Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR) als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl krachtens de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9 lid 8 WVW 1994 K 006 a
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Schippers;
8 – Een ieder.
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen feit artikel tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 XI. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen R 412 een (brom)fiets plaatsen anders dan op het trottoir, voetpad, in de berm of door het bevoegde gezag aangewezen plaatsen 27 RVV 1990 45 25
Hoofdstuk 3. Verkeerstekens
II. Verkeersborden R 587 een (brom)fiets plaatsen in strijd met bord E3 (verbod (brom)fietsen te plaatsen) 62 jo. bord E3 RVV 1990 45 25
Hoofdstuk 4. Aanwijzingen
I. Verplichtingen weggebruikers als weggebruiker niet stoppen voor een stopteken 83 RVV 1990 R 628 c
3 – bedrijfsauto's;
3a – bussen;
4 – motorfietsen;
5 – driewielige motorrijtuigen;
6 – bromfietsen;
7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid;
8 – land- of bosbouwtrekkers;
9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV);
10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie en gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor;
11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie;
12 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg achter personenauto's, bedrijfsauto's, bussen en driewielige motorrijtuigen;
13 – aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg achter personenauto's, bedrijfsauto's, bussen en driewielige motorrijtuigen;
14 – aanhangwagens en verwisselbare getrokken machines achter landbouw- of bosbouwtrekkers en achter motorrijtuigen met beperkte snelheid;
15 – aanhangwagens achter motorfietsen (15a) of bromfietsen (15b);
16 – aanhangwagens achter fietsen op twee wielen;
17 – wagens.
Noot Regeling Voertuigen (RV): – De feiten met betrekking tot de Regeling Voertuigen zijn in 17 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de Regeling Voertuigen. – Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld. categorie: 15A – motorfiets categorie: 15B – bromfiets – Indien bij ‘artikel’ een ‘*’ staat vermeld, dan dient dit teken te worden vervangen door het nummer van de categorie waarop de feitcode betrekking heeft, om zo het op die categorie betrekking hebbende artikel van de Regeling Voertuigen te verkrijgen. – De feiten in deze afdeling die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 856. – Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van de Regeling Voertuigen in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven. – Voor feiten gebaseerd op de Regeling Voertuigen geldt dat deze feiten niet slechts op kenteken kunnen worden geconstateerd. (Dit volgt uit de voor de eerste feitcode geplaatste koptekst, geldend voor de gehele Regeling voertuigen: ’Als bestuurder rijden terwijl...’.) feit artikel tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 3a 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15a/b 16 17 Regeling Voertuigen Als bestuurder van een voertuig rijden (terwijl):
4 – Krachtoverbrenging N 150 b dan wel als eigenaar of houder doen of laten rijden terwijl de na 31-12-1987 in gebruik genomen bedrijfsauto, met een toegestane maximum massa van meer dan 12.000 kg niet is voorzien van een snelheidsbegrenzer 5.3.15 lid 2 RV 2200 N 150 bb dan wel als eigenaar of houder doen of laten rijden terwijl de na 30-09-2001 doch voor 01-01-2005 in gebruik genomen bedrijfsauto met een dieselmotor, met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg doch niet meer dan 12.000 kg, niet is voorzien van een snelheidsbegrenzer 5.3.15 lid 2 RV 2200 N 150 d dan wel als eigenaar of houder doen of laten rijden terwijl de snelheidsbegrenzer niet aan de eisen voldoet. (bedrijfsauto bestemd voor het vervoer van goederen niet meer dan 90 km/h en een bus maximaal 100 km/h) 5.*.15 lid 3 en 4 RV 650 650 8 – Reminrichting niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat 12 toegestane maximum massa minder dan 3500 kg); de vermindering bedraagt 5.*.38 RV N 381 c
De overige overschrijdingen worden als bevinding eveneens in het proces-verbaal vermeld.
Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading Noot: Lengte trekker met oplegger max. 16,50 m; bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max.18,75 m; personenauto/ driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis– /circusvoertuigen max. 24 m; rijdend werktuig met aanhangwagen 20 m; land– bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare getrokken machines 18 m de maximum toegestane lengte van het samenstel van voertuigen wordt overschreden, met een overschrijding 5.18.11 en 5.18.20 RV P 111 c
2 – bestuurder;
3 – bemanningslid;
4 – waterskiër;
5 – werkgever;
6 – exploitant;
7 – eigenaar of houder;
8 – een ieder.
NB Categorie bemanningslid of een ieder geldt in voorkomend geval mede voor een bemanningslid of ieder ander persoon die tijdelijk zelfstandig koers en snelheid schip bepaalt (1.03 lid 3 BPR/RPR) feit artikel Tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Nummers W 500 – W 530; W 065 – W 182:
Binnenvaartpolitiereglement (BPR), Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (BABS), Scheepvaartreglement Eemsmonding (SRE), Plaatselijk geldende verordeningen (Pl.V) Snelle motorboten als schipper van een snelle motorboot aan de scheepvaart deelnemen zonder dat, dan wel als eigenaar of houder er niet mede zorg voor hebben gedragen dat W 500 a
Binnenvaartwet (BVW), Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR), Binnenvaartpolitiereglement (BPR) als schipper van een schip op binnenwateren varen zonder in het bezit te zijn van een geldig 25 lid 4 BVW jo. 17 BVB W 300 b
Binnenvaartpolitiereglement (BPR), Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer (BABS), Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR), Scheepvaartreglement voor het kanaal van Gent naar Terneuzen (SRKGT), Scheepsvaartreglement Gemeenschappelijke Maas (SRGM), Scheepvaartreglement Westerschelde 1990 (SRW), Scheepvaartreglement Eemsmonding (SRE) Verkeerstekens. Bijlage 7 BPR A. Verbodstekens W 601 a met een schip in– uit- of doorvaren waar dat verboden is (verkeersteken A.1) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.1 cq bekendmaking 13 BABS 270 270 270 W 601 b met een schip varen waar dat verboden is (verkeersteken A.1 a) (uitgezonderd klein schip, zonder motor) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.1a cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 602 a met een groot schip het verbod voorbijlopen negeren (verkeersteken A.2) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.2 cq bekendmaking 13 BABS 270 270 270 W 602 b met een klein schip het verbod voorbijlopen negeren (verkeersteken A.2) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.2 cq bekendmaking 13 BABS 150 150 150 W 603 met een samenstel het verbod voorbijlopen voor samenstellen onderling negeren (verkeersteken A.3) (nvt als één van beide een duwstel is dat kleiner is dan 110 x 12 m) 5.01 BPR/RPR en 51 SRKGT alle jo. verkeersteken A.3 cq bekendmaking 13 BABS 270 270 270 W 604 a met een groot schip het verbod ontmoeten en voorbijlopen bij engte negeren (verkeersteken A.4) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.4 cq bekendmaking 13 BABS 270 270 270 W 604 b met een klein schip het verbod ontmoeten en voorbijlopen bij engte negeren (verkeersteken A.4) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.4 cq bekendmaking 13 BABS 150 150 150 W 605 a met een schip het verbod ligplaats te nemen (ankeren en meren) aan de zijde van de vaarweg waar bord is geplaatst negeren (verkeersteken A.5) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.5 cq bekendmaking 13 BABS 150 150 150 W 605 b met een schip het verbod ligplaats te nemen (ankeren en meren) binnen de in meters aangegeven breedte te rekenen vanaf het bord negeren (verkeersteken A.5.1) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.5.1 cq bekendmaking 13 BABS 150 150 150 W 606 met een schip het verbod te ankeren negeren of negeren van het verbod ankers, kabels en kettingen laten slepen aan de zijde van de vaarweg waar het bord is geplaatst (verkeersteken A.6) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.6 cq bekendmaking 13 BABS 270 270 270 W 607 met een schip het verbod te meren negeren aan de zijde van de vaarweg waar het bord is geplaatst (verkeersteken A.7)
5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.7 cq bekendmaking 13 BABS 150 150 150 W 608 met een schip het verbod te keren negeren (verkeersteken A.8) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.8 cq bekendmaking 13 BABS 270 270 270 W 609 met een schip het verbod hinderlijke waterbeweging te veroorzaken negeren (verkeersteken A.9) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.9 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 610 met een schip het verbod buiten de aangegeven begrenzing te varen negeren (verkeersteken A.10) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.10 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 611 a met een schip het verbod in-, uit- of doorvaren negeren (wordt aanstonds toegestaan) (verkeersteken A.11) 5.01 BPR/RPR en 51 SRKGT alle jo. verkeersteken A.11 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 611 b met een schip het verbod doorvaren negeren, terwijl stilhouden redelijkerwijs mogelijk was (verkeersteken A.11.1) 5.01 BPR/RPR en 51 SRKGT alle jo. verkeersteken A.11.1 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 612 met een motorschip het verbod voor motorschepen negeren (verkeersteken A.12) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.12 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 613 met een klein schip het verbod voor kleine schepen negeren (verkeersteken A.13) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.13 cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 614 met een schip het verbod te waterskiën negeren (verkeersteken A.14) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.14 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 615 met een zeilschip het verbod voor zeilschepen negeren (verkeersteken A.15) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.15 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 616 met een door spierkracht voortbewogen schip het verbod voor door spierkracht voortbewogen schepen negeren (verkeersteken A.16) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.16 cq bekendmaking 13 BABS 70 70 70 W 617 met een zeilplank het verbod voor zeilplanken negeren (verkeersteken A.17) 5.01 BPR/RPR/SRGM en 51SRKGT alle jo. verkeersteken A.17 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 618 met een snelle motorboot het verbod einde van het vaarweggedeelte waar door snelle motorboten zonder beperking van de snelheid mag worden gevaren negeren (verkeersteken A.18) 5.01 BPR/ SRGM beide jo. verkeersteken A.18 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 619 met een waterscooter het verbod voor waterscooters negeren (verkeersteken A.19) 5.01 BPR/ RPR beide jo. verkeersteken A.19 cq bekendmaking 13 BABS 180 180 B. Gebodstekens en -regels W 701
a met een schip de verplichting te varen in de richting aangegeven door de pijl negeren (verkeersteken B.1a) 6.12/5.01 BPR/ RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B.1a cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 701 b met een schip de verplichting te varen in de richting aangegeven door de pijl negeren (verkeersteken B.1b) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B.1b cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 702 a met een groot schip de verplichting zich naar de bakboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2a) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2a cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 702 b met een groot schip de verplichting zich naar de stuurboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2b) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2b cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 702 c met een klein schip de verplichting zich naar de bakboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2a) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2a cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 702 d met een klein schip de verplichting zich naar de stuurboordszijde van het vaarwater te begeven negeren (verkeersteken B.2b) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 2b cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 703 a met een groot schip de verplichting de bakboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3a) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3a cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 703 b met een groot schip de verplichting de stuurboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3b) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3b cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 703 c met een klein schip de verplichting de bakboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3a) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3a cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 703 d met een klein schip de verplichting de stuurboordszijde van het vaarwater te houden negeren (verkeersteken B.3b) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM alle jo. verkeersteken B. 3b cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 703 e met een schip bij slecht zicht niet zo veel mogelijk aan de stuurboordszijde van het vaarwater varen 6.30 lid 2 BPR, 9.11 RPR, 6.30 lid 6 SRGM 270 270 270 W 703 f met een klein schip niet zoveel mogelijk aan stuurboordszijde van het vaarwater varen op een aangegeven vaarweg van bijlage 15 onder a BPR 9.04 lid 2 jo. bijlage 15 onder a BPR
100 100 100 W 703 g met een afvarend schip vóór het invaren van het boventoeleidingskanaal van de sluizen bij Grave en Limmel niet zo dicht mogelijk langs de rechteroever varen 11.01 lid 1 tweede volzin BPR 180 180 180 W 703 h met een afvarend schip vóór het invaren van de boventoeleidingskanalen van de sluizen bij Roermond, Belfeld en Sambeek alsmede bij het bevaren van het boventoeleidingskanaal van de sluizen bij Roermond niet zo dicht mogelijk langs de linkeroever varen 11.01 lid 1 eerste volzin BPR 180 180 180 W 703 i met een schip dat in het kanaal van Gent naar Terneuzen vaart en de richting ervan volgt, niet zo dicht als veilig en uitvoerbaar is, de oever van het kanaal aan stuurboordszijde houden 9 lid 1 SRKGT 180 W 703 k met een schip dat in een vaargeul vaart en de richting ervan volgt niet, zo dicht als veilig en uitvoerbaar is, de rand van de vaargeul aan stuurboordszijde houden (Westerschelde) 9 lid 1 SRW 180 W 703 l met een schip met een lengte van 12 m of meer dat stroomopwaarts van het Oude Hoofd van Walsoorden buiten de vaargeul vaart en de richting ervan volgt niet, zo dicht als veilig en uitvoerbaar is, stuurboordswal houden 9 lid 2 SRW 180 W 703 m zich met een schip met een lengte van minder dan 12 m, niet uit de hoofdvaargeul verwijderd houden, terwijl dit veilig en uitvoerbaar is (stroomopwaarts van het Oude Hoofd van Walsoorden of in de Sardijngeul en het Oostgat tussen de parallel van het licht ’Noorderhoofd’ en de parallel van het licht ’Leugenaar’) 9 lid 3 SRW 100 W 703 o met een schip in het vaarwater van de Eemsmonding niet zoveel mogelijk aan de rechterzijde varen 15 lid 1 SRE 180 W 704 a met een groot schip de verplichting het vaarwater over te steken naar bakboord negeren (verkeersteken B.4a) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGMT jo. verkeersteken B.4a cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 704 b met een groot schip de verplichting het vaarwater over te steken naar stuurboord negeren (verkeersteken B.4b) 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGMT jo. verkeersteken B.4b cq bekendmaking 13 BABS 180 180 180 W 704 c met een klein schip de verplichting het vaarwater over te steken naar bakboord negeren (verkeersteken B.4a) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.4a cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 704 d met een klein schip de verplichting het vaarwater over te steken naar stuurboord negeren (verkeersteken B.4b) 6.12/5.01 BPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.4b cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 W 705 met een schip de verplichting vóór het bord stil te houden onder bepaalde omstandigheden negeren (verkeersteken B.5)
6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.5 cq bekendmaking 13 BABS 100 100 100 met een groot schip geen gevolg geven aan de verplichting om de vaarsnelheid te beperken zoals is aangegeven door middel van verkeersteken B.6 (in km/h); overschrijding 6.12/5.01 BPR/RPR, 51 SRKGT, 5.01 SRGM jo. verkeersteken B.6 W 706 a
Afdeling C
Milieu Categorie-indeling B:
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Gezagvoerders/schippers;
8 – Een ieder.
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen feit artikel Tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Nummers H 002 – H 110:
Wet Milieubeheer (Wm), Wet Bodembescherming (WBB), Wet verontreiniging oppervlakte wateren (WVO), de Model-Algemene plaatselijke verordening of Modelafvalstoffenverordening (Pl. V) Afvalstoffen Aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen H 002 huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aanbieden, terwijl men geen gebruiker van het perceel is Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 003 a de aangewezen categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanbieden aan anderen dan de aangewezen inzameldienst of inzamelaar Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 004 huishoudelijke afvalstoffen anders aanbieden dan via het aangewezen of verstrekte inzamelmiddel Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 005 andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via inzamelmiddel aanbieden, dan waarvoor het is bestemd Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 006 huishoudelijke afvalstoffen niet op de voorgeschreven wijze aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 007 afvalstoffen via het voor dat perceel toegewezen inzamelmiddel aanbieden, terwijl men niet de gebruiker van dat perceel is Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 008 via een inzamelvoorziening voor groep percelen of op wijkniveau andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanbieden, dan de categorie waarvoor de inzamelvoorziening bestemd is Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 009 huishoudelijke afvalstoffen niet op de voorgeschreven wijzen via een inzamelvoorziening voor groep percelen of op wijkniveau aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 010 via een brengdepot op lokaal of regionaal niveau andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanbieden, dan de categorie waarvoor het brengdepot bestemd is Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 011 huishoudelijke afvalstoffen niet op de voorgeschreven wijzen via brengdepot op lokaal of regionaal niveau aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 012 categorieën huishoudelijke afvalstoffen, die zonder inzamelmiddel moeten worden aangeboden, niet op de voorgeschreven wijze ter inzameling aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 013 huishoudelijke afvalstoffen op andere dan de vastgestelde dagen en tijden ter inzameling aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 Aanbieden van andere dan huishoudelijke afvalstoffen H 014 andere categorieën van afvalstoffen dan huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 H 015 de door het College aangewezen categorieën van afvalstoffen, niet zijnde huishoudelijke afvalstoffen, niet op de voorgeschreven wijze ter inzameling aanbieden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 70 Doorzoeken van afvalstoffen H 016 afvalstoffen die ter inzameling gereed staan doorzoeken en verspreiden Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm
100 Handelingen verrichten waardoor zwerfafval kan ontstaan (door een particulier) H 017 andere afvalstoffen dan straatafval achterlaten in daartoe van gemeentewege geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 100 H 020 afvalstoffen, stoffen of voorwerpen laden, lossen, vervoeren of andere werkzaamheden verrichten, zodanig dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beïnvloed Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 100 H 022 straatafval achterlaten in de openbare ruimte zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 100 H 096 als particulier een afvalstof, stof of voorwerp buiten een daarvoor bestemde plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer op of in de bodem houden, achterlaten of anderszins plaatsen op een zodanige wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 180 Afvalstoffen storten of op of in bodem brengen (buiten een inrichting) H 025 als particulier zich van een afvalstof ontdoen door deze buiten een inrichting te storten, op of in de bodem te brengen of te verbranden (betreft kleine hoeveelheden afvalstoffen zoals klein consumptieafval, papier, peuken etc.) 10.2 Wm 180 Afvalstoffen verbranden op bedekte bodem (buiten een inrichting) H 101 als particulier verbranden van afval waardoor de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, zonder maatregelen te nemen die verontreiniging of aantasting voorkomen, beperken of ongedaan maken 13 WBB en 10.2 Wm 360 Huishoudelijke afvalstoffen in riolering H 099 als particulier zich van afvalwater of afvalstoffen ontdoen door deze anders dan vanuit een inrichting te laten weglopen in een rioolput 10.30 lid 1 Wm 360 Huishoudelijk afval in oppervlaktewateren door particulier (in niet kwetsbaar gebied) H 098 als particulier een stof in een oppervlaktewaterlichaam brengen 6.2 lid 1 Waterwet 100 opslaan van afvalstoffen buiten een inrichting H 019 afvalstoffen op voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer opslaan of opgeslagen hebben Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 180 Wrakken H 107 een voertuigwrak plaatsen of aanwezig hebben op de weg Pl.V 180 H 109 zich als eigenaar of kentekenhouder ontdoen van een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit Beheer Autowrakken Pl.V jo. 10.23 lid 1 Wm 270 Handelingen verrichten met betrekking tot een voertuig waardoor de bodem kan worden verontreinigd
H 100 als particulier handelingen verrichten, met betrekking tot een voertuig, waardoor de bodem wordt/kan worden verontreinigd of aangetast zonder maatregelen te nemen die verontreiniging of aantasting te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken 13 WBB 360 H 103 niet voldoen aan de lozingsvoorschriften gesteld bij of krachtens het lozingsbesluit open teelt en veehouderij 4, 5 en 19 LBOTV 340 niet voldoen aan de lozingsvoorschriften gesteld bij of krachtens H 528 a
Visserijwet 1963 (ViW), Besluit verbod gebruik van levende aasvis (BLVA), Reglement voor de Binnenvisserij 1985 (RB) en Reglement minimummaten en gesloten tijden 1985 (RMGT) Noot: De op de visserijwetgeving betrekking hebbende feitcodes zijn uitsluitend van toepassing op door particulieren gepleegde overtredingen. Indien sprake is van beroepsmatig handelen dan moet proces-verbaal worden opgemaakt Kustvisserij Documenten de kustvisserij uitoefenen zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht van dat water, met 7 lid 1 ViW H 631 a
Wetboek van strafrecht (WvSr), Plaatselijke verordeningen (Pl.V) H 200 rumoer of burengerucht verwekken waardoor de nachtrust kan worden verstoord 431 WvSr 100 H 205 als particulier met toestellen of geluidsapparaten dan wel op andere wijze handelingen verrichten, waardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt, of toelaten dat deze handelingen worden verricht Pl.V 100 Nummers H 300 – H 325c: Plaatselijke verordeningen (Pl.V) H 300 zonder daartoe bevoegd te zijn zich bevinden buiten wegen of paden, die liggen in/op voor publiek toegankelijke parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken dan wel in/tussen aanplantingen, bloemperken, heester- of struikgewassen, die op of aan de weg liggen Pl.V 35 H 305 zonder daartoe bevoegd te zijn schade toebrengen aan bomen, heesters, bloemen of grasperken in een park, een bos of op andere dergelijke plaatsen Pl.V 100 H 310 met een voertuig rijden door een park/plantsoen of op een niet van de weg deel uitmakende, van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook Pl.V 100 100 70 40 40 H 311 met een voertuig rijden (crossen) door een park/ plantsoen of op een niet van de weg deel uitmakende, van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook Pl.V 180 180 120 70 70 H 315 roken in bos, duin dan wel andere dergelijke gebieden op tijd en plaats waarop dit niet is toegestaan Pl.V 100 H 320 in de openlucht vuur aanleggen, stoken of hebben Pl.V 200 als eigenaar of houder van een hond er niet voor zorgen dat deze hond zich niet van uitwerpselen ontdoet Pl.V H 325 a
Afdeling D
Wetboek van strafrecht Categorie-indeling B:
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Gezagvoerders/schippers;
8 – Eenieder.
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen feit artikel tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Nummers D 505 – D 537:
Boek 3 Wetboek van Strafrecht (WvSr)
D 530 zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevinden 453 WvSr 70 D 515 door het bevoegd gezag naar zijn identiteitsgegevens gevraagd, een valse naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats, adres waarop hij in de basisadministratie persoonsgegevens als ingezetene staat ingeschreven, of woon- of verblijfplaats opgeven 435, onder 4 WvSr 270 zonder daartoe gerechtigd te zijn zich bevinden 460 WvSr D 535 i
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Gezagvoerders/schippers;
8 – Eenieder.
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen feit artikel tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Nummers E 100 – E 162:
Wet personenvervoer 2000 (Wp 2000), Besluit personenvervoer 2000 (Bp 2000), Spoorwegwet (Spww) en Algemeen Reglement Vervoer (ARV), Reglement Dienst Hoofd en Lokaalspoorwegen (RDHL) Vervoerder/bestuurder Noot:
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) E 320 a niet voldoen aan vordering van toezichthouder 34 lid 1, onderdeel a WAHV 180 E 320 b onjuiste gegevens opgeven, na vordering van toezichthouder 34 lid 1, onderdeel b WAHV 180 E 320 c niet voldoen aan de vordering van de officier van justitie het rijbewijs op een bepaalde tijd en aangewezen plaats in te leveren 34 lid 1, onderdeel c WAHV 180 Nummers E 801 – E 837:
Vreemdelingenwet 2000 (VrW 2000) en Vreemdelingenbesluit 2000 (VB 2000) E 801 als vreemdeling die Nederland in- of uitreist zich niet begeven langs een doorlaatpost, binnen de tijd dat deze is opengesteld, en zich niet aldaar vervoegen bij een ambtenaar, belast met de grensbewaking 4 lid 1 SGC 70 E 803 zich op of nabij een plaats bevinden, waar een grensdoorlaatpost is gevestigd, zonder zich te houden aan de aldaar door de ambtenaren, belast met de grensbewaking, in het belang van de uitoefening van hun taak gegeven aanwijzingen 4.6 VB 2000 180 E 805 d als gezagvoerder van een zeeschip of in diens plaats de natuurlijke of rechtspersoon die de reder in al zijn functies als reder vertegenwoordigd, bij aankomst in de Nederlandse haven niet onmiddellijk aan grenswachters een bemanningslijst dan wel passagierslijst in tweevoud afgeven 3.1.2. bijlage VI SGC 100 E 808 als gezagvoerder van een zeeschip niet tijdig van het voorgenomen vertrek van zijn schip uit Nederland kennis geven aan het hoofd van de grensdoorlaatpost 4.13 lid 1 VB 2000 100 als vreemdeling niet op vordering van de korpschef van het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar de vreemdeling verblijft, namens de Minister van Justitie, binnen de in de vordering aangegeven tijd E 817 a
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Gezagvoerders/schippers;
8 – Eenieder.
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen feit artikel tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Nummers F 050 – F 310: Plaatselijk geldende verordeningen (Pl.V) F 070 a zonder vergunning van de burgemeester op of aan de weg een evenement, feest of wedstrijd geven of houden Pl.V 70 F 070 b zonder vergunning van de burgemeester een georganiseerde dropping houden of daaraan deelnemen op een ander terrein dan een daarvoor bestemd sportterrein Pl.V 70 F 095 zonder vergunning op of aan de weg als dienstverlener optreden of zijn diensten als zodanig aanbieden Pl.V 140 F 100 als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids voor publiek optreden op of aan door de burgemeester aangewezen (gedeelte van een) weg, waar dit niet is toegestaan Pl.V 140 F 101 zonder vergunning of anders dan de daarin gestelde voorwaarden de weg of weggedeelte gebruiken anders dan overeenkomstig de bestemming (bijv. terrasverbod, reclameborden) Pl.V 180 F 105 als houder van een horecabedrijf, dit voor bezoekers geopend hebben of aldaar bezoekers toelaten of laten verblijven, buiten de vastgestelde openingstijden Pl.V 200 F 110 a de weg of dat gedeelte van een onroerend goed dat vanaf de weg zichtbaar is bekrassen of bekladden Pl.V 100 F 110 b de weg of dat gedeelte van een onroerend goed dat vanaf de weg zichtbaar is, zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding dan wel met enigerlei stof enige afbeelding, letter, cijfer of teken hierop aanplakken of op andere wijze aanbrengen Pl.V 100 F 111 op of aan door het College aangewezen wegen of gedeelten daarvan gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek verspreiden dan wel openlijk aanbieden, aanbevelen of bekendmaken Pl.V 100 F 114 de weg of op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent of soortgelijk ander onderkomen als slaapplaats gebruiken Pl.V 100 F 115 tijdens uren waarop het niet is toegestaan op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben Pl.V 100 F 118 op de weg (binnen een door het College aangewezen gebied) skaten of skateboarden Pl.V 70 F 120 a op of aan de weg klimmen of zich bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, heining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd straatmeubilair
Pl.V 70 F 120 b op of aan de weg zich zodanig ophouden dat voor weggebruikers of bewoners van nabij de weg gelegen woningen onnodige overlast of hinder wordt veroorzaakt Pl.V 100 F 121 a op de weg (binnen een door de het College aangewezen gebied) alcoholhoudende drank nuttigen Pl.V 70 F 121 b op de weg (binnen een door het College aangewezen gebied) aangebroken flessen, blikjes e.d. met alcoholhoudende drank bij zich hebben Pl.V 70 F 125 a zonder redelijk doel in een portiek of poort ophouden of in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw zitten of liggen Pl.V 70 F 125 b
Pl.V 100 F 145 c als eigenaar of houder van een hond, deze laten verblijven of laten lopen op een weg zonder dat de hond is voorzien van een halsband of een door middel van tatoeage aangebracht identificatiemerk, die de eigenaar of houder van de hond duidelijk doet kennen Pl.V 70 F 145 d als eigenaar of houder van een hond, deze laten verblijven of laten lopen op een weg zonder een deugdelijk middel dat is bestemd voor het verwijderen van uitwerpselen bij zich te dragen en/of dit middel niet op eerste vordering tonen aan de met het toezicht belaste ambtenaar Pl.V 70 F 150 a als eigenaar of houder van een hond deze laten verblijven/lopen op of aan de weg of op een terrein van een ander, terwijl na schriftelijke aanzegging van het College deze hond niet op of aan de weg of op een terrein van een ander, terwijl na schriftelijke aanzegging van het College deze hond niet kort is aangelijnd Pl.V 180 F 150 b als eigenaar of houder van een hond deze laten verblijven/lopen op of aan de weg of op een terrein van een ander, terwijl na schriftelijke aanzegging van het College deze hond niet op of aan de weg of op een terrein van een ander, terwijl na schriftelijke aanzegging van het College deze hond niet kort is aangelijnd en gemuilkorfd Pl.V 180 F 151 als degene die één of meer dieren onder zijn hoede heeft, niet door voorzorgsmaatregelen die van hem mogen worden verwacht, voorkomen dat deze dieren voor de omgeving hinderlijk zijn Pl.V 100 F 155 als rechthebbende er niet voor zorgen dat zodanige maatregelen worden getroffen dat het vee/pluimvee in een aan een weg liggend weiland of terrein, die weg niet kan bereiken Pl.V 100 F 171 a op de weg of weggedeelte (binnen een door het College aangewezen gebied) softdrugs gebruiken of voorhanden hebben Pl.V 70 F 180 a de weg niet (doen) reinigen na een verontreiniging ontstaan bij het laden, lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen of bij andere werkzaamheden terstond, bij gevaar voor de verkeersveiligheid of bij gevaar voor beschadiging van het wegdek Pl.V 180 F 180 b de weg niet (doen) reinigen na een verontreiniging ontstaan bij het laden, lossen of vervoeren van stoffen of voorwerpen of bij andere werkzaamheden na het beëindigen van de werkzaamheden (iedere dag) in overige situaties Pl.V 100 F 185 binnen de bebouwde kom buiten een daarvoor bestemde inrichting/plaats op of aan de weg zijn natuurlijke behoefte doen Pl.V 100 F 190 een geparkeerd voertuig op een aangewezen weg of weggedeelte, waar dit niet is toegestaan, te koop aanbieden of verhandelen Pl.V 140 F 195 een defect voertuig op een weg, langer dan de vastgestelde termijn
Pl.V 70 F 205 een kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, keetwagen, aanhangwagen of ander dergelijk voertuig op een aangewezen weg waar dit niet is toegestaan, langer dan de vastgestelde termijn doen of laten staan Pl.V 70 F 210 een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op een weg parkeren met als doel handelsreclame te maken Pl.V 140 F 212 a een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door het parkeren of aanwezig hebben van een voertuig of vaartuig Pl.V 70 70 45 25 25 70 70 F 212 b een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied anders dan tot doel van dagrecreatie Pl.V 100 F 212 c een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door met geluid voortbrengende apparatuur overlast te veroorzaken Pl.V 100 F 212 d een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door te graven of te spitten of doen graven of spitten op buiten het strand, de zandhelling, speelkuilen of zandbakken gelegen gedeelten Pl.V 100 F 212 e een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door anders dan in de aanwezige afvalbakken wegwerpen, neerleggen en/of achterlaten van afval, vuilnis, resten van levensmiddelen, papier, blikken, flessen of verpakkingsmateriaal Pl.V 100 F 212 f een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door een afvalmand, -bak of soortgelijk voorwerp op andere wijze te gebruiken dan tot het deponeren van klein afval Pl.V 100 F 212 g een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door zich als eigenaar of houder van een hond zich met die hond in een vastgestelde periode te bevinden buiten een aangewezen gebied, waar het verblijf van de hond is toegestaan Pl.V 70 F 216 een voertuig parkeren of enig ander voorwerp plaatsen of laten staan op een weggedeelte waarvan door het bevoegde gezag is bekend gemaakt dat dit niet is toegestaan op de in die bekendmaking genoemde dagen en tijden (markt, evenement, kermis enz) Pl.V 70 70 45 25 25 70 F 235 met of voor een vaartuig een ligplaats innemen, hebben of beschikbaar stellen op een gedeelte van een openbaar water waar dit niet is toegestaan Pl.V 70 70 F 236 a het zonder ontheffing van het College varen, doen of laten varen met enig vaartuig Pl.V 70 70 F 237 a het varen, doen of laten varen zonder dat de ontheffing in het vaartuig aanwezig is of zonder dat de corresponderende sticker op de juiste wijze is bevestigd Pl.V 70 70 F 240 als bader of zwemmer in openbaar water zich zodanig gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden
Pl.V 100 F 245 zich zonder redelijk doel aan, op, of in een vaartuig in openbaar water vasthouden, klimmen, begeven of bevinden Pl.V 70 F 250 a zich in/op voor publiek toegankelijke natuurgebieden, bossen, parken, plantsoenen of recreatieterreinen bevinden ten aanzien waarvan door het bevoegde gezag is verklaard dat het gebruik van een motorvoertuig, bromfiets, fiets, rij- of trekdier overlast kan veroorzaken of schade kan berokkenen aan milieuwaarden, te weten met een vervoermiddel in gesloten tijd of gesloten gebied Pl.V 100 100 70 40 40 F 250 b zich in/op voor publiek toegankelijke natuurgebieden, bossen, parken, plantsoenen of recreatieterreinen bevinden ten aanzien waarvan door het bevoegde gezag is verklaard dat het gebruik van een motorvoertuig, bromfiets, fiets, rij- of trekdier overlast kan veroorzaken of schade kan berokkenen aan milieuwaarden, te weten met een motorvoertuig, bromfiets, fiets of paard buiten de (onverharde) wegen of gemarkeerde paden Pl.V 100 100 70 40 40 F 250 c zich in/op voor publiek toegankelijke natuurgebieden, bossen, parken, plantsoenen of recreatieterreinen bevinden ten aanzien waarvan door het bevoegde gezag is verklaard dat het gebruik van een motorvoertuig, bromfiets, fiets, rij- of trekdier overlast kan veroorzaken of schade kan berokkenen aan milieuwaarden, te weten met een rij- of trekdier buiten de daarvoor bestemde paden Pl.V 40 F 260 a met een motorrijtuig gebruik maken van een weg in strijd met de verordening tot het bevorderen van ongestoord wetenschappelijk onderzoek van de RadioSterrenWacht (storingsvrije zone), te weten rijdend Pl.V 100 100 70 40 F 260 b met een motorrijtuig gebruik maken van een weg in strijd met de verordening tot het bevorderen van ongestoord wetenschappelijk onderzoek van de RadioSterrenWacht (storingsvrije zone), te weten parkeren danwel laten staan Pl.V 70 70 45 25 Afdeling G Misdrijven Categorie-indeling B:
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Gezagvoerders/schippers;
8 – Eenieder.
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen feit artikel tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Nummers G 050 – G 100:
Boek 2 Wetboek van Strafrecht (WvSr)
goederen uit een winkel/vanaf een benzinestation wegnemen/toe-eigenen waarde van het ontvreemde goed 310/321 WvSr G 100 a
1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;
2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;
3 – Bromfietsers en snorfietsers;
4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;
5 – Voetgangers;
6 – Overige weggebruikers;
7 – Gezagvoerders/schippers;
8 – Een ieder.
NB De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen feit artikel tarief in Euro per feit en per categorie 1 2 3 4 5 6 7 8 Nummers K 006 – K 175:
Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR) als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl krachtens de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 9 lid 8 WVW 1994 K 006 b
K 024 een voertuig dat ingevolge art. 21 lid 1 WVW 1994 dient te zijn goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg laten staan of daarmee rijden terwijl dit voertuig niet is goedgekeurd voor toelating tot het verkeer op de weg (geldt niet voor een voertuig waarvoor een geldig kentekenbewijs is afgegeven) 33 WVW 1994 280 ma 280 ma 190 ma 280 ma een motorrijtuig of een aanhangwagen, waarvoor een kenteken(bewijs) ingevolge de WVW 1994 is vereist, laten staan of daarmee rijden, terwijl voor dat voertuig geen kenteken is opgegeven, geen kentekenbewijs is afgegeven of het kentekenbewijs zijn geldigheid heeft verloren 36 lid 1/3 WVW 1994 K 026 a