← Nederland

Huisvestingsverordening gemeente Zaanstad 2025 (Zaanstad)

Kort samengevat

Deze wet regelt de verdeling van woonruimte in de gemeente Zaanstad en stelt voorwaarden vast voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning. Het doel is om een evenwichtige verdeling van woningen te waarborgen.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

Huisvestingsverordening gemeente Zaanstad 2025Gebaseerd op Regionaal model huisvestingsverordening van de vm. Stadsregio Amsterdam versie 6 september 2016, Modelbepalingen voor verwerking gewijzigd beleid: voorstel nieuwe woonruimteverdeling, volgens het format van de: Integrale tekst Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013 met ingang van 1 juli 20151, finale versie waarin nagekomen wijzigingen zijn verwerkt en Draftbepalingen Voorrang (mede) vanwege lokale binding. (Wijziging van) Modelbepalingen voor verwerking gewijzigd beleid: voorstel nieuwe woonruimteverdeling, volgens het format van de: Integrale tekst Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013 met ingang van 1 juli 2015, 1 September 2022 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: Aanbodinstrument: een aanbodinstrument als bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, waarop door corporaties woonruimte, aangewezen in artikel 2.1.1 te huur wordt aangeboden; Aangepaste woning of een woning bijzonder geschikt voor de huisvesting van personen met medische beperkingen: een woning bestemd voor huishoudens in het bezit van een indicatie waaruit blijkt dat de specifieke eigenschappen van de woonruimte tegemoetkomen aan de medische beperkingen (zowel fysiek als psychisch) van één of meerdere leden van het huishouden. Hieronder kunnen vallen aanleunwoningen, zorgwoningen, rolstoelwoningen, woningen voor mensen met een geringe ergonomische beperking. Adres: het adres als geregistreerd in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG); Basisadministratie: de basisadministratie bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen; Bed & Breakfast: verhuur van een deel van een zelfstandige woonruimte voor kort verblijf bij de aanwezigheid van (de vertegenwoordiger van) de hoofdbewoner van de betreffende woonruimte, al dan niet met ontbijt; Bezettingsnormen: de in artikel 2.3.4 vastgestelde voorrangsregels; Bindingscriterium: bindingscriterium op grond van artikel 2.3.5 gesteld aan woningzoekenden, om in aanmerking te komen voor voorrang bij de verlening van een huisvestingsvergunning; Burgemeester en wethouders: het College van burgemeester en wethouders; Complex: een aaneengesloten groep woonruimten die door burgemeester en wethouders is aangewezen; COA-voorziening: als bedoeld in artikel 2 van de Wet Centraal orgaan opvang asielzoekers; Corporaties: toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 19, eerste lid van de Woningwet die werkzaam zijn in één of meer gemeenten van de woningmarktregio; DAEB-norm: het in artikel 4, eerste lid aanhef en onder a, van de Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting genoemde bedrag, of, als Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting (kamerstuk dossiernummer 32769) in werking is getreden: de inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet; Digitaal platform: degene die een dienst van de informatiemaatschappij verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur; Directe bemiddeling: het rechtstreeks aan een woningzoekende aanbieden van woonruimte zonder dat die woonruimte via het aanbodinstrument te huur is aangeboden; Eigenaar van een woonruimte: de juridisch eigenaar van een woonruimte die door middel van een notariële akte eigenaar is geworden; Gebruiksoppervlak: gebruiksoppervlak(

  1. te)als bedoeld in NEN 2580; Hoofdbewoner: een natuurlijk persoon die blijkens een inschrijving in basisregistratie en/of een huurovereenkomst als bewoner van een woning aangemerkt wordt en daarmee onder andere verantwoordelijk is voor het betalen van bepaalde lasten en/of de verschuldigde huurprijs; Hoofdverblijf: het adres waar iemand in enige periode overheersend verblijft en waar het middelpunt van diens levensbelangen ligt; Hospitaverhuur: de situatie van bewoning waarbij een huurder of eigenaar een deel van de woning waar hij zelf zijn hoofdverblijf heeft, aan één andere persoon (onder)verhuurt. De inwonende persoon woont in dit geval onzelfstandig; Huishouden: één persoon of groep van personen die een langdurige gemeenschappelijke huishouding voeren en willen voeren waarbij sprake is van een onderlinge met een gezinsverband vergelijkbare verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. Een groep van kamerhuurders wordt hieronder niet begrepen; Huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet; Huurprijs: de prijs die bij huur of verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte of standplaats voor een woonwagen, uitgedrukt in een bedrag per maand berekend volgens het woningwaarderingstelsel behorende bij het Besluit huurprijzen woonruimte; Indicatie: een beoordeling van de medische beperkingen van een woningzoekende, afgegeven door burgemeester en wethouders of een door hen aan te wijzen adviseur en overeenkomstig eventueel door hen vast te stellen wijze, ter voorbereiding van een door hen te nemen beslissing op een aanvraag om een huisvestingsvergunning; Inkomen: rekeninkomen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder i van de Wet op de huurtoeslag; Inschrijving: het ingeschreven staan als woningzoekende; Inwoning: de situatie dat een persoon rechtmatig inwoont bij een huishouden die rechthebbende is op de woning; Jongere: onder jongere wordt verstaan een volwassene tot een leeftijd van 28 jaar; Instelling voor maatschappelijke opvang: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; Liberalisatiegrens: het huurbedrag genoemd in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet op de huurtoeslag; Mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, waarbij de mantelzorgrelatie kan worden aangetoond met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medische adviseur, conform bijlage II Besluit Omgevingsrecht; Omzettingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 21, onder c van de wet; Ontvangende regiogemeente: de regiogemeente waarnaar een houder van een urgentieverklaring wil verhuizen, als bedoeld in artikel 2.5.4, derde lid; Onzelfstandige woonruimte: woonruimte, welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en sanitaire voorzieningen; Oorspronkelijk hoofdgebouw: het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd; Particuliere vakantieverhuur: verhuur van woonruimte bij afwezigheid van degene die de woning rechtsgeldig aanbiedt; Passende woonruimte: woonruimte die voldoet aan het in artikel 2.5.3, eerste lid, bedoelde zoekprofiel; Passendheidscriterium: passendheidscriterium op grond van artikel 2.3.4, tweede lid gesteld aan woningzoekenden, om in aanmerking te komen voor voorrang bij de verlening van een huisvestingsvergunning; Peildatum: de door burgemeester en wethouders vast te stellen datum, bedoeld in artikel 2.5.8, tweede lid; Platform: het Platform Woningcorporaties Noordvleugel Randstad. Rangordecriterium: een rangordecriterium als bedoeld in artikel 2.3.8; Regiogemeenten: de gemeenten die deel uitmaken van de woningmarktregio; Rekenhuur: de prijs die bij huur en verhuur per maand is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte zoals omschreven in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag; Regionaal overleg Wonen: het overleg bestaande uit een vertegenwoordiging van burgemeester en wethouders van de regiogemeenten; Student: studenten als bedoeld in artikel 7:274d lid 2 van het Burgerlijk Wetboek bij hogescholen of universiteiten gevestigd binnen het gebied van de woningmarktregio, alsmede voltijdspromovendi bij binnen het gebied van de woningmarktregio gevestigde universiteiten; Studentenwoning: woonruimte krachtens de daarop betrekking hebbende huurovereenkomst bestemd voor studenten indien: in de huurovereenkomst is bepaald dat de woonruimte na beëindiging van de huurovereenkomst opnieuw aan een student zal worden verhuurd; en, die woonruimte door het college van burgemeester en wethouders in de regiogemeente waarin de woonruimte is gelegen na overleg met de eigenaar is erkend als studentenwoning; SV-urgentieverklaring: een urgentieverklaring waarmee een woningzoekende is ingedeeld in de in artikel 2.5.8, eerste lid aanhef en onder c bedoelde urgentiecategorie; Toeristische verhuur: in een woonruimte tegen betaling bieden van verblijf aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen; Traditionele doelgroep: de groep (degenen) die volgens de bepalingen in artikel 18 van de voormalige Woonwagenwet voor een bewonersverklaring in aanmerking kon (konden) komen; Urgentieverklaring: de beschikking, verleend door burgemeester en wethouders van een tot de woningmarktregio behorende gemeente, waarmee een woningzoekende in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de wet wordt ingedeeld; Vergunninghouders: de vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014; Voorliggende voorziening: een voorziening die gelet op haar aard en doel, wordt geacht voor het oplossen van het huisvestingsprobleem van belanghebbende toereikend en passend te zijn; Wet: de Huisvestingswet 2014; Woningmarktregio: het gebied waarbinnen de gemeente Zaanstad een evenwichtige regionale verdeling van woonruimten afstemt als bedoeld in artikel 1 van de Huisvestingswet, bestaande uit de gemeenten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Edam-Volendam, Diemen, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad. Woning: een zelfstandige woonruimte, of een geheel aan onzelfstandige woonruimten die onderdeel maken van hetzelfde adres; Woningruil: ruil waarbij twee of meer huishoudens zich daadwerkelijk vestigen in elkaars woning; Woningtype: de ingevolge het bepaalde in artikel 2.5.3, tweede lid, in het zoekprofiel van een urgentieverklaring op te nemen categorie woonruimte; Woningvormingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 21, onder d van de wet; Woonfraude: elke vorm van onrechtmatige bewoning, onrechtmatige doorverhuur, onrechtmatig gebruik en/of overbewoning. Woonoppervlak: het gezamenlijk oppervlak van de vertrekken zoals dat wordt berekend volgens het Besluit huurprijzen woonruimte. Woonpunten: het totaal van punten dat door een woningzoekende wordt opgebouwd, bestaande uit maximaal vier soorten punten: wachtpunten, zoekpunten, situatiepunten en startpunten; Woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; Woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst. Zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte; Zelfredzaamheid: het naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende zelfstandig redzaam zijn om zelfstandig te kunnen wonen; Zelfstandige huurwoning: zelfstandige woonruimte, welke verhuurd wordt; Zoekgebied: het zoekgebied als bedoeld in artikel 2.5.3, derde lid en artikel 2.5.4; Zoekprofiel: het zoekprofiel als bedoeld in artikel 2.5.3, eerste lid; Hoofdstuk2Woonruimteverdeling Paragraaf2.1Werkingsgebied Artikel2.1.1Werkingsgebied In de gemeente Zaanstad worden als woonruimten als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de wet aangewezen: alle zelfstandige huurwoningen met een huur die niet hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag (maximale huurgrens) in eigendom van corporaties; de huurwoningen in eigendom van corporaties in de vrije sector, die zijn gelegen in het gebied genoemd in bijlage 2; de particuliere huurwoningen, die zijn gelegen in het gebied genoemd in bijlage 2; onzelfstandige woonruimte en woonruimte gebruikt voor inwoning in huurwoningen in eigendom van corporaties in de vrije sector, die zijn gelegen in het gebied genoemd in bijlage 2; onzelfstandige woonruimte en woonruimte gebruikt voor inwoning in particuliere huurwoningen, die zijn gelegen in het gebied genoemd in bijlage 2. In afwijking van het eerste lid sub a. is het bepaalde in deze afdeling niet van toepassing op: onzelfstandige woonruimte en woonruimte gebruikt voor inwoning; woonschepen; woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onder a tot en met c, van de Leegstandwet; woonruimten in eigendom van woningcorporaties die middels intermediaire verhuur door een zorginstelling worden bemiddeld of worden verhuurd met een huurcontract dat onlosmakelijk verbonden is met een zorgcontract van een zorginstelling; studentenwoningen; woonruimte in de tijdelijke woonunits langs de Noorderveenweg. In afwijking van het eerste lid is het bepaalde in deze afdeling niet van toepassing op: woningen in voormalige verzorgingshuizen met een geïntegreerd concept voor wonen, zorg en welzijn. Artikel2.1.2Reikwijdte vergunningplicht Het is verboden om woonruimte die is aangewezen krachtens artikel 2.1.1 voor bewoning in gebruik te nemen zonder huisvestingsvergunning. Het is verboden om woonruimte die is aangewezen krachtens artikel 2.1.1 voor bewoning in gebruik te geven aan een persoon die niet beschikt over een huisvestingsvergunning. Paragraaf2.2Toelating tot het aangewezen deel van de woningmarkt Artikel2.2.1Toelatingscriteria Om in aanmerking te komen voor een huisvestingsvergunning dient de woningzoekende te voldoen aan de volgende voorwaarden: tenminste één van de leden van het huishouden van de woningzoekende is niet minderjarig als bedoeld in artikel 1:233 van het Burgerlijk Wetboek; de leden van het huishouden van de woningzoekende bezitten de Nederlandse nationaliteit of worden op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander behandeld of zijn vreemdeling en verblijven rechtmatig in Nederland als bedoeld in artikel 8, a t/m e en l van de Vreemdelingenwet 2000. Artikel2.2.2Aanbieden van woonruimte Corporaties bieden hun voor verhuur beschikbare woonruimten eenduidig en transparant te huur aan via een aanbodinstrument of via meerdere aanbodinstrumenten. Bij het aanbieden van woonruimte wordt vermeld aan welke eisen de woningzoekende moet voldoen om in aanmerking te komen voor de aangeboden woonruimte. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op directe bemiddeling. Artikel2.2.3Woningzoekenden en inschrijving Personen van 18 jaar en ouder kunnen zich als woningzoekende inschrijven via het in artikel 2.2.2, eerste lid, bedoelde aanbodinstrument in de woningmarktregio. De inschrijving in een in de regio gebruikte aanbodinstrument geldt als inschrijving in elk in de regio gebruikt aanbodinstrument. De inschrijving eindigt nadat een woningzoekende als huurder woonruimte aangewezen in artikel 2.1.1 eerste lid onder a. in gebruik heeft genomen, waarbij alle aan de inschrijving verbonden woonpunten vervallen. Wachtpunten die zijn verkregen op basis van de Overgangsregeling of Coulance-regeling vervallen woonduur, gelden uitsluitend als de kandidaat nog woont in de woonruimte waar de wachtpunten zijn opgebouwd en deze leeg oplevert bij verhuizing. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid eindigt een inschrijving niet, en blijven de opgebouwde wachtpunten behouden: indien een jongere een jongerenwoning in gebruik heeft genomen met een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 274 eerste lid onder c van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; indien een huurder na 1 juli 2016 een woonruimte in gebruik heeft genomen met een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 271, eerste lid, tweede volzin, van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; indien een huurder een woonruimte in gebruik heeft genomen met een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 274, eerste lid, onder g. van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; voor meeverhuizende inwonende kinderen die lid zijn van een huishouden; nadat de huurovereenkomst is ontbonden in verband met sloop of ingrijpende renovatie of herstructurering van het gebied waarin de complexen zijn gelegen. Na beëindiging van een inschrijving als bedoeld in het tweede lid kan een woningzoekende zich opnieuw inschrijven in een in de regio gebruikt aanbodinstrument. Inschrijfduur die is verkregen op basis van de Overgangsregeling- of Coulanceregeling vervallen woonduur, geldt uitsluitend als de kandidaat nog woont in de woonruimte waar de woonduur is opgebouwd en deze leeg oplevert bij verhuizing. Artikel2.2.4Voorwaarden aan inschrijving via het aanbodinstrument Door of namens de corporatie die verantwoordelijk is voor een aanbodinstrument als bedoeld in artikel 2.2.2, eerste lid, kunnen voorwaarden aan de in artikel 2.2.3 eerste lid bedoelde inschrijving worden verbonden. De voorwaarden zijn openbaar en te raadplegen via de website van het aanbodinstrument. Artikel2.2.5Aanvraag vergunning en in te dienen bescheiden Op een aanvraag om een huisvestingsvergunning beslissen burgemeester en wethouders. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende bewijsstukken: meest recente inkomensgegevens van de woningzoekende, verstrekt door diens werkgever, uitkeringsinstantie of pensioeninstantie dan wel de meest recente aanslag inkomstenbelasting of een accountantsverklaring indien aanvrager zelfstandig werkzaam is; een uittreksel uit Basisregistratie Personen (BRP) van de woonplaats van aanvrager; en, een kopie van een geldig verblijfsdocument indien de woningzoekende en de overige leden van het huishouden waarop de aanvraag betrekking heeft niet de Nederlandse nationaliteit bezitten. een bereidverklaring van de eigenaar en de hoofdhuurder waaruit blijkt dat zij instemmen met het medegebruik van de woning door de aanvrager, indien artikel 2.3.13 eerste of tweede lid van toepassing is; een geldig identiteitsbewijs van alle leden van het huishouden waarop de aanvraag betrekking heeft. Indien aanvrager een huisvestingsvergunning aanvraagt voor woonruimte als bedoeld in artikel 2.3.4, tweede lid, eerste kolom, zevende rij, dient de aanvraag tevens vergezeld te gaan van een indicatie op basis waarvan beoordeeld kan worden of de specifieke eigenschappen van de woonruimte tegemoetkomen aan de vastgestelde medische beperkingen van één of meerdere leden van het huishouden. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere gegevens te vragen die nodig zijn om de aanvraag te beoordelen. Artikel2.2.6Beslistermijn Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na datum van indiening op de aanvraag voor een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2.5. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de beslistermijn eenmalig te verlengen met zes weken. Artikel2.2.7Gegevens op vergunning De beschikking op de aanvraag bevat tenminste: de persoonsgegevens van de aanvrager; de samenstelling van het huishouden dat de woonruimte wil betrekken; het adres van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft; het voorschrift houdende dat binnen vier weken na verlening van de vergunning de woonruimte in gebruik wordt genomen. Burgemeester en wethouders kunnen in de beschikking tevens opnemen dat de vergunning slechts geldig is indien het gehele huishouden waarvoor de vergunning is verleend, de woonruimte betrekt. Paragraaf2.3Toewijzing en vergunningverlening Artikel2.3.1Reikwijdte paragraaf 2.3 De artikelen 2.3.4 t/m artikel 2.3.10 zijn uitsluitend van toepassing op ingevolge artikel 2.1.1 aangewezen woonruimte die eigendom is van een corporatie. Artikel2.3.2Weigeringsgronden van de huisvestingsvergunning Burgemeester en wethouders weigeren de huisvestingsvergunning indien: het huishouden niet voldoet aan de toelatingscriteria genoemd in artikel 2.2.1; het huishouden op grond van het bepaalde in artikel 2.3.6 niet voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komt; het niet aannemelijk is dat het huishouden de woonruimte in gebruik zal nemen; of, de corporatie, gelet op haar taak als toegelaten instelling of haar belang als verhuurder, daaronder mede begrepen haar verantwoordelijkheid voor de bescherming van de belangen van de overige huurders en voor de waarborging van het woongenot, redelijkerwijs het sluiten van een huurovereenkomst met aanvrager heeft kunnen weigeren; deze wordt aangevraagd voor onzelfstandige woonruimte in een woning zonder omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 3.1.2 lid 1, behoudens de vrijstellingen op de vergunningplicht, als genoemd is artikel 3.1.3.; deze wordt aangevraagd voor onzelfstandige woonruimte in een woning waarvoor een omzettingsvergunning is verleend en de woning waarin de onzelfstandige woonruimte zich bevindt, reeds wordt verhuurd aan het op grond van de omzettingsvergunning maximaal aantal toegestane personen; het huishouden op grond van het bepaalde in artikel 2.3.11a, 2.3.12 en 2.3.13 niet voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komt. Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning indien geen van de in het eerste lid genoemde weigeringsgronden zich voordoen. Artikel2.3.3Intrekken vergunning Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien: het huishouden de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen de genoemde termijn in gebruik heeft genomen; de vergunning is verleend op grond van door de houder van de vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren. Als burgemeester en wethouders een huisvestingsvergunning verlenen ten behoeve van een huishouden dat al over een huisvestingsvergunning beschikt, wordt de eerdere huisvestingsvergunning gelijktijdig ingetrokken. Artikel2.3.4Passendheidscriteria: voorrang gelet op de aard, grootte en prijs van woonruimte Als categorieën woonruimte als bedoeld in artikel 11 van de wet worden aangewezen de categorieën woonruimte beschreven in kolom 1 van de in het tweede lid opgenomen tabel. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimte die behoort tot een in kolom 1 genoemde categorie woonruimte wordt voorrang gegeven aan de categorieën woningzoekenden genoemd in kolom 2 achter de desbetreffende categorie woonruimte. Kolom 1: Categorie woonruimte (labels) Kolom 2: Categorie woningzoekenden (voorrangsgroepen) Woonruimte met een huurprijs onder de aftoppingsgrens die voor de woningzoekende geldt (voorrang lage inkomens) Huishoudens met een inkomen tot maximaal het norminkomen van de huurtoeslag. Woonruimte met een huurprijs onder het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag/ de maximale huurgrens (voorrang hoger inkomen) (maximaal 15% van de jaarlijks aangeboden woonruimten) Huishoudens met een inkomen boven het norminkomen van de huurtoeslag Woonruimte in het bijzonder geschikt voor de huisvesting van senioren label seniorenwoning, voorrang 65plus) Achtereenvolgens: - woningzoekenden met een leeftijd van tenminste 65 jaar, dan wel huishoudens waarvan tenminste één lid deze leeftijd heeft bereikt - woningzoekenden met een leeftijd van tenminste 55 jaar, dan wel huishoudens waarvan tenminste één lid deze leeftijd heeft bereikt Woonruimte in het bijzonder geschikt voor de huisvesting van senioren label seniorenwoning, voorrang 75plus) Achtereenvolgens: - woningzoekenden met een leeftijd van tenminste 75 jaar, dan wel huishoudens waarvan tenminste één lid deze leeftijd heeft bereikt - woningzoekenden met een leeftijd van tenminste 65 jaar, dan wel huishoudens waarvan tenminste één lid deze leeftijd heeft bereikt, - woningzoekenden met een leeftijd van tenminste 55 jaar, dan wel huishoudens waarvan tenminste één lid deze leeftijd heeft bereikt Woonruimte in het bijzonder geschikt voor de huisvesting van jongeren (t/m 22) huishoudens waarvan alle volwassen personen een leeftijd hebben van ten minste 18 en ten hoogste 22 jaar Woonruimte in het bijzonder geschikt voor de huisvesting van jongeren (t/m 27) huishoudens waarvan alle volwassen personen een leeftijd hebben van ten minste 23 en ten hoogste 27 jaar Woonruimte in het bijzonder geschikt voor de huisvesting van personen met medische beperkingen/ aangepaste woningen huishoudens in het bezit van een indicatie waaruit blijkt dat de specifieke eigenschappen van de woonruimte tegemoetkomen aan medische beperkingen (zowel fysiek als psychisch) van één of meerdere leden van het huishouden Woonruimte in het bijzonder geschikt voor de huisvesting van huishoudens zonder kinderen Huishoudens zonder minderjarige kinderen Door de corporatie geselecteerde woonruimte in het bijzonder geschikt voor de huisvesting van senioren (label 55+ voordeelregeling) Huurders van 55 jaar of ouder die willen verhuizen naar een beter passende woning. Als categorie woonruimte als bedoeld in artikel 11 van de wet wordt voorts aangewezen: woonruimte in het bijzonder geschikt voor de huisvesting van kleine gezinnen en grote gezinnen. Kolom 1: Categorie woonruimte (labels) Kolom 2: Categorie woningzoekenden (voorrangsgroepen) Woonruimte met drie of meer kamers (kleine gezinnen) huishoudens met één of twee minderjarige kinderen Woonruimte met vier of meer kamers (grote gezinnen) huishoudens met drie of meer minderjarige kinderen Voorts wordt bij het verlenen van een huisvestingsvergunning overeenkomstig het bepaalde in de tabel (bezettingsnorm) voorrang verleend. Van deze bezettingsnorm kan worden afgeweken in het belang van een snelle huisvesting van urgente woningzoekenden, label van de woning, gehorigheid van de woning en incourante maten van kamers. Tabel Bezettingsnorm Woning met aantal kamers Huishoudens met minimaal Huishoudens met maximaal 1 kamer 1 persoon 1 persoon 2 kamers 1 persoon 2 personen, geen kinderen 3 kamers of meer kleiner dan 60 m2 1 persoon 2 personen met 2 kinderen 3 kamers of meer ten minste 60 m2 1 persoon - 4 kamers of meer ten minste 70 m2 2 kinderen - Een minderjarig kind behoort voor de toepassing van dit artikel tot het huishouden van woningzoekende als het als ingezetene op het woonadres van woningzoekende staat ingeschreven in de basisregistratie personen of, in geval van co-ouderschap, aantoonbaar tenminste drie hele dagen per week bij woningzoekende woont. Artikel2.3.4a Aanvraag indicatie woonruimte in het bijzonder geschikt voor de huisvesting van personen met medische beperkingen De belanghebbende die op grond van de huisvestingsverordening een indicatie aanvraagt is verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de beoordeling van de aanvraag. Meewerken aan een sociaal/medisch onderzoek, alsmede een huisbezoek, kan van de belanghebbende redelijkerwijs gevergd worden. Het college trekt een indicatie in, indien uit onderzoek blijkt dat de aanvrager niet bereid is te verhuizen. Burgemeester en wethouders trekken de indicatie in indien bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en er, indien juiste of volledige gegevens verstrekt zouden zijn geweest, de indicatie niet zou zijn afgegeven; De indicatie vervalt na verloop van een termijn van 52 weken na verlening van de indicatie. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten dat de indicatie een langere termijn dan die bedoeld in het vierde lid geldig blijft, indien de houder van de indicatie zich nog steeds bevindt in de situatie die aanleiding was voor verlening van de indicatie. Met inbegrip van de in het vorige lid bedoelde verlenging vervalt een indicatie na het verstrijken van een periode van 2 maal 52 weken na het moment waarop zij verleend is. Het college kan aan de indicatie aangepaste woning de status "urgent"; "zeer urgent" of "acuut" verbinden Het college kan bij de indicatie aangepaste woning aangeven dat deze in het bijzonder ziet op bemiddeling naar een woning in een aangewezen deel van de gemeente. Artikel2.3.5Voorrang (mede) vanwege lokale binding Bij de verlening van huisvestingsvergunningen komen alle zelfstandige huurwoningen met een rekenhuur tot de liberalisatiegrens in eigendom van corporaties in aanmerking voor voorrang voor woningzoekenden met lokale binding voor ten hoogste de in lid 2 gestelde limiet. De verlening van huisvestingsvergunningen met toepassing van voorrang op grond van regionale en lokale binding wordt toegepast binnen de limieten als bepaald in artikel 14, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de toepassing van het tweede lid. Woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan Zaanstad als bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet, kunnen voorrang krijgen bij de verlening van huisvestingsvergunningen voor woonruimte die voor de eerste maal te huur wordt aangeboden, tenzij dit tot gevolg heeft dat in strijd met het in het eerste of tweede lid van dit artikel bepaalde wordt gehandeld. Artikel2.3.6Algemene volgordebepaling Indien woonruimte te huur wordt aangeboden via een aanbodinstrument wordt de volgorde waarin de woningzoekenden die op het aanbod gereageerd hebben in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning bepaald overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.3.6 tot en met 2.3.8. Voor een huisvestingsvergunning komen achtereenvolgens de volgende groepen woningzoekenden in aanmerking: de woningzoekenden die voldoen aan de toepasselijke passendheids- en bindingscriteria; de woningzoekenden die voldoen aan de toepasselijke passendheidscriteria; de woningzoekenden die voldoen aan de toepasselijke bindingscriteria; de overige woningzoekenden. Artikel2.3.7Volgorde van houders van een urgentieverklaring Van de woningzoekenden die zijn ingedeeld in één van de in artikel 2.3.6, tweede lid aanhef en onder a tot en met d bedoelde groepen, komen als eerste in aanmerking voor een huisvestingsvergunning de houders van een urgentieverklaring indien de woonruimte voldoet aan het in de urgentieverklaring opgenomen zoekprofiel. Indien op grond van het eerste lid meerdere houders van een urgentieverklaring als eerste in aanmerking zouden komen voor een huisvestingsvergunning, komt als eerste in aanmerking het huishouden waarvan de urgentieverklaring als eerste is verleend of waarvoor voorziening in de behoefte aan woonruimte naar het oordeel van burgemeester en wethouders het meest dringend noodzakelijk is. De houders van een urgentieverklaring, verleend ter indeling in één van de in artikel 2.5.6 genoemde gronden, worden geacht te voldoen aan de bindingscriteria. Het bepaalde in de voorgaande leden is alleen van toepassing op houders van een SV-urgentieverklaring indien het door burgemeester en wethouders voor het desbetreffende tijdvak maximaal te huisvesten aantal houders van een SV-urgentieverklaring nog niet bereikt is. Burgemeester en wethouders stellen het in het vorige lid bedoelde aantal niet eerder vast dan na overleg met de overige gemeenten van de Woningmarktregio. Artikel2.3.8Volgorde van de overige woningzoekenden De volgorde waarin woningzoekenden, niet zijnde houders van een urgentieverklaring, die behoren tot één van de in artikel 2.3.6, tweede lid, aanhef en onder a tot en met d, bedoelde groepen, in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning, wordt bepaald aan de hand van een in de volgende leden beschreven rangordecriterium. De volgende rangordecriteria kunnen worden toegepast: woonpunten. De woningzoekende met de meeste woonpunten komt als eerste in aanmerking voor de huisvestingsvergunning. Loting. Bij loting wordt door de corporatie op elektronische of andere geschikte wijze bepaald in welke volgorde de aan de loting deelnemende woningzoekenden voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komen. Daarbij heeft elk deelnemende woningzoekende een gelijke kans op elke plek in de totale rangorde. Per kalenderjaar wordt ten hoogste 20 % van door corporaties te huur aangeboden woonruimten het rangordecriterium loting toegepast. Artikel2.3.8aToewijzing woonruimte op basis van punten Vanaf de datum van inschrijving bij een eerste aanbodinstrument als bedoeld in artikel 2.2.2 bouwt een woningzoekende woonpunten op die relevant zijn voor de volgorde van toewijzing van woonruimte. Woonpunten worden opgebouwd in de volgende categorieën: Type punt en opbouw Voorwaarden voor opbouwen inzet punten Wachtpunten: opbouw één punt per jaar, bij deel van een jaar naar rato berekend. Er geldt geen maximum aantal punten. Woningzoekende heeft een geldige inschrijving bij een aanbodinstrument. Zoekpunten: opbouw één punt per kalendermaand met een maximum van dertig punten. Een woningzoekende kan ingevolge artikel 2.2.3b punten opbouwen en verliezen. Woningzoekende reageert in een kalendermaand tenminste vier keer op een conform artikel 2.3.4 passende woonruimte. Situatiepunten: opbouw één punt per verstreken maand vanaf de datum toekenning verklaring, met een maximum van twaalf punten. Situatiepunten zijn maximaal drie jaar geldig, tenzij verlenging is toegekend. Woningzoekende heeft een geldige verklaring ‘opbouw situatiepunten’. Situatiepunten kunnen worden ingezet bij 50% van de jaarlijks aangeboden woonruimten. Situatiepunten voor jongeren: opbouw één punt per verstreken maand vanaf de datum toekenning verklaring, met een maximum van twaalf punten. Situatiepunten zijn maximaal drie jaar geldig, tenzij verlenging is toegekend. Woningzoekende heeft een geldige verklaring ‘opbouw situatiepunten voor jongeren’. Situatiepunten voor jongeren kunnen worden ingezet bij 50% van de jaarlijks aangeboden woonruimten. Startpunten voor jongeren: 10 startpunten. Startpunten zijn maximaal 2,5 jaar geldig. Woningzoekende heeft een geldige verklaring startpunten. Startpunten kunnen alleen worden ingezet voor woonruimte in de eigen gemeente. Artikel2.3.8bOpbouw en afname van zoekpunten Zoekpunten worden opgebouwd met één punt per kalendermaand indien een woningzoekende in de betreffende kalendermaand ten minste vier keer op een conform artikel 2.8.1 passende woonruimte heeft gereageerd, tot een maximum van dertig zoekpunten. Op opgebouwde zoekpunten komen zoekpunten in mindering als volgt: Voor iedere maand waarin een woningzoekende niet reageert op passende woonruimte volgt één punt aftrek; Bij weigering van of niet reageren op een uitnodiging voor bezichtiging van een woonruimte waarop een woningzoekende heeft gereageerd volgt één punt aftrek; Bij afmelding van een afgesproken bezichtiging vóór het tijdstip van de bezichtiging of het intrekken van de interesse voor de woning na het tijdstip van de bezichtiging, volgt één punt aftrek; Bij weigering van of niet reageren op een aangeboden woning door een woningzoekende volgt één punt aftrek; Bij niet op komen dagen bij een bezichtiging na aanvaarding van een uitnodiging door een woningzoekende volgt één punt aftrek; Bij de tweede weigering van een aangeboden woning door een woningzoekende en bij de tweede keer niet op komen dagen bij een bezichtiging na aanvaarding van een uitnodiging door een woningzoekende, zoals bedoeld onder sub d. en e. binnen twee jaar trekken burgemeester en wethouders alle zoekpunten in; In afwijking van het tweede lid wordt een zoekpuntensaldo niet lager dan nihil. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de toepassing dit artikel. Artikel2.3.8cHardheidsclausule woonpunten Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin regels en besluiten met betrekking tot woonpunten naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken. Artikel2.3.9Directe bemiddeling In afwijking van het bepaalde in artikel 2.2.2, eerste lid, kan de woonruimte via directe bemiddeling worden aangeboden indien het betreft de huisvesting van woningzoekenden voor wie geldt dat het naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet doelmatig is om hen via een aanbodinstrument naar woonruimte te laten zoeken. Dit betreft in ieder geval: vergunninghouders; houders van een urgentieverklaring; huishoudens bedoeld in artikel 2.3.10; doorstromers, bedoeld in artikel 2.3.10 lid 3; en kan ook betreffen: houders van een urgentieverklaring stadsvernieuwing; geïndiceerden voor aangepaste woningen; kandidaten via coöptatie; kandidaten voor woningruil; woningzoekenden met begeleidingsplan/ begeleidingscontract die in aanmerking kunnen komen voor woonruimte in het bijzonder geschikt voor de huisvesting voor mensen met persoonlijke begeleiding en/of zorgbehoefte via een zorginstelling (al dan niet met een huurcontract op naam van de cliënt) en verhuur aan zorginstellingen als sprake is van een geïntegreerd concept voor wonen, zorg en welzijn. Artikel2.3.10Bijzondere gevallen en doorstroming Op verzoek van corporaties kan bij de huisvesting van huishoudens in bijzondere gevallen die voldoen aan de volgende voorwaarden, direct bemiddeld worden: het betreft de huisvesting van huishoudens wier specifieke situatie vraagt om een oplossing op maat, welke niet kan worden geboden met toepassing van het bepaalde in deze verordening. Het aantal huisvestingen op grond van dit artikel lid 1 bedraagt per kalenderjaar ten hoogste vijf procent van de met toepassing van het bepaalde in deze verordening te verhuren woonruimte. Corporaties kunnen bepalen dat doorstromers in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning. Onder doorstromer wordt verstaan: een huishouden dat een voor verhuur bestemde zelfstandige huurwoning die eigendom is van een corporatie achterlaat. om te verhuizen naar een beter passende woning, met als uitgangspunt van groot naar beter. De verhuringen op grond van dit artikel worden geregistreerd en jaarlijks gerapporteerd aan burgemeester en wethouders. Artikel2.3.11Reikwijdte bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek Het bepaalde in artikel 2.3.11a is van toepassing op ingevolge artikel 2.1.1 aangewezen particuliere huurwoningen die zijn gelegen in het gebied zoals benoemd in bijlage 1 bij deze verordening, Het bepaalde in artikel 2.3.13 is van toepassing op ingevolge artikel 2.1.1 aangewezen woonruimte die eigendom is van een corporatie inclusief vrije sector huurwoningen en particuliere huurwoningen die zijn gelegen in het gebied zoals benoemd in bijlage 2 bij deze verordening, Van deze aanwijzing worden uitgezonderd: woningen die zijn gelabeld als aangepaste woningen, woningen die zijn gelabeld voor mensen met persoonlijke begeleiding, woningen in een complex met een geïntegreerd concept van wonen, zorg en welzijn, waaronder woningen voor verblijf in beschermd wonen worden, en woningen voor stadsvernieuwingsurgenten uit Poelenburg en Peldersveld; In afwijking van het eerste en tweede lid is het bepaalde in artikel 2.3.11a en 2.3.12 niet van toepassing voor woningen voor bewoners uit Poelenburg en Peldersveld die voorafgaand aan de aanvraag van een huisvestingsvergunning zijn ingeschreven in de basisregistratie personen. Artikel2.3.12Weigering op basis van sociaal-economische kenmerken Overeenkomstig artikel 8 Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek komen woningzoekenden slechts voor een huisvestingsvergunning in aanmerking indien zij beschikken over: een inkomen op grond van het in dienstbetrekking verrichten van arbeid; een inkomen uit zelfstandig beroep of bedrijf; een inkomen op grond van een regeling voor vrijwillig vervroegd uittreden; een ouderdomspensioen als bedoeld in de Algemene Ouderdomswet; een ouderdoms- of nabestaandenpensioen als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964, of een aanspraak op studiefinanciering als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000. Burgemeester en wethouders kunnen aan een woningzoekende die niet voldoet aan de eisen, genoemd in het eerste lid, een huisvestingsvergunning voor het in gebruik nemen van woonruimte als bedoeld in dat lid verlenen, indien het weigeren van die huisvestingsvergunning tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden. Artikel2.3.13Weigering op basis van onderzoek politiegegevens De aanvrager komt slechts in aanmerking voor een huisvestingsvergunning, indien op grond van het onderzoek op basis van politiegegevens, bedoeld in artikel 10a van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, blijkt dat er geen gegrond vermoeden is, dat het huisvesten van de personen van 16 jaar en ouder die zich in de woonruimte willen huisvesten, zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in die straat. Daarnaast is een bereidheidsverklaring vereist van de particuliere eigenaar, niet zijnde een corporatie, waaruit blijkt dat hij instemt met het gebruik van de woning door de aanvrager. Een persoon van 16 jaar en ouder die zich op een later tijdstip bij de houder van een huisvestingsvergunning als bedoeld in het eerste lid, wil huisvesten, dient over een huisvestingsvergunning te beschikken. Zulk een huisvestingsvergunning wordt slechts verleend, indien op grond van het in het eerste lid bedoelde onderzoek blijkt, dat er geen gegrond vermoeden is dat zijn huisvesting zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in de straat waarin de woonruimte van de houder van de huisvestingsvergunning is gelegen. Daarnaast zijn bereidheidsverklaringen vereist van de eigenaar en de hoofdhuurder van de woning, waaruit blijkt dat zij instemmen met het medegebruik van de woning door de aanvrager. Bij een onderzoek als bedoeld in het eerste en het tweede lid kan uitsluitend rekening worden gehouden met de volgende gedragingen uit de politiegegevens: Het veroorzaken van overlast die hinderlijk of schadelijk is voor personen of een gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid van personen door: Geluid of trillingen; Het plaatsen, werpen of hebben van stoffen of voorwerpen; Het verrichten van handelingen waardoor op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm, stof, stank of irriterend materiaal wordt verspreid; Vervuiling, verontreiniging of schadelijk of hinderlijk gedierte in de woning of directe omgeving ervan; Onrechtmatig gebruik van de woning; Gebruik van beledigende of discriminerende taal of uitingen jegens of intimidatie van omwonenden of bezoekers; Gewelddadigheden of openlijke geweldpleging tegen, dan wel bedreiging of mishandeling van omwonenden of bezoekers; Activiteiten die strafbaar zijn gesteld op grond van de Opiumwet in of in de omgeving van de woning; Openbare dronkenschap in de omgeving van de woning; Het plegen van vermogensdelicten met een directe relatie tot de woonomgeving; Brandstichting, vernieling en vandalisme in de omgeving van de woning; Radicaliserende, extremistische of terroristische gedragingen die strafbaar zijn gesteld op grond van het Wetboek van Strafrecht. Een onderzoek als bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 10b van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. Indien de in dat artikel bedoelde woonverklaring van de burgemeester negatief is, wordt de huisvestingsvergunning geweigerd, behoudens de gevallen als bedoeld in artikel 15, lid 2 van de wet. Indien aan de in het vorige lid bedoelde woonverklaring voorschriften zijn verbonden, worden deze voorschriften opgenomen in de huisvestingsvergunning. Bij overtreding van deze voorschriften kan een bestuurlijke boete worden opgelegd. Artikel2.3.14Bestuurlijke boete Overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 8 van de wet, of het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de wet of overtreding van voorschriften bedoeld in artikel 10 lid 4 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, kan worden beboet met een bestuurlijke boete. In afwijking van het eerste lid is de bestuurlijke boete niet van toepassing op het in gebruik geven van woonruimte door corporaties; De boete voor overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 8 van de wet, of voor het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de wet, bedraagt maximaal € 27.500,- (per 1 januari 2026). De boete voor de eerste overtreding bedragen die in de tabel (bestuurlijke boete) zijn opgenomen in de kolom ‘1e overtreding’, De boete voor de tweede en volgende overtreding bedragen die in de tabel zijn opgenomen in de kolommen ‘2e overtreding’, ‘3e overtreding’ en ‘4e overtreding e.v.’. De bedragen in tabel als bedoeld in het derde lid worden geïndexeerd overeenkomstig de boetemaxima uit artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht. Voor boetebedragen onder een maximum geldt dat deze relatief worden geïndexeerd overeenkomstig de boetemaxima als bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht. Tabel Bestuurlijke boete (prijspeil per 1 januari 2026) 1e overtreding 2e overtreding 3e overtreding 4e overtreding e.v. In gebruik nemen van woonruimte zonder huisvestingsvergunning (huurder) € 550 € 550 € 550 € 550 In gebruik geven van woonruimte zonder huisvestingsvergunning (verhuurder) met één woonruimte in de verhuur € 2.750 € 5.500 € 11.000 € 11.000 In gebruik geven van woonruimte zonder vergunning (verhuurder) met meer dan één woonruimte in de verhuur € 5.500 € 11.000 € 22.000 € 27.500 het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften in de Huisvestingsvergunning € 550 € 550 € 550 € 550 Paragraaf2.4Experimenten woonruimteverdeling Artikel2.4.1Algemeen Bij een experiment worden de effecten onderzocht van een wijze van in gebruik geven van woonruimte, welke niet in of op grond van deze verordening is geregeld maar wel in een op grond van de Huisvestingswet 2014 vast te stellen verordening geregeld zou kunnen worden. De wijze van in gebruik geven van woonruimte als bedoeld in het eerste lid staat ten dienste van een rechtvaardige, doelmatige, evenwichtige en transparante verdeling van woonruimte. Artikel2.4.2Experimenten met woonruimten van corporaties Corporaties en één of meer regiogemeenten kunnen een experiment organiseren. Zij stellen daartoe de opzet van het experiment vast, welke tenminste het volgende bevat: een beschrijving van het doel en de inhoud van het experiment; en, het toepassingsbereik van het experiment; en, de tijdsduur van het experiment; en, de wijze van begeleiding van het experiment gedurende de duur van het experiment; en, de wijze en punten waarop het experiment geëvalueerd wordt. Een experiment heeft een maximale duur van drie jaar en betreft per jaar maximaal tien procent van de in dat jaar toe te wijzen woonruimten van de corporaties die bij het experiment betrokken zijn. Een experiment vangt pas aan nadat goedkeuring is verkregen van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de woningmarktregio. Bij de beslissing tot goed- dan wel afkeuring van het experiment worden de belangen van een evenwichtige, rechtvaardige, doelmatige en transparante verdeling van woonruimte in acht genomen. Paragraaf2.5Urgentie Artikel2.5.1Bevoegdheid tot beslissen op een aanvraag om een urgentieverklaring Op een aanvraag om een urgentieverklaring beslissen burgemeester en wethouders bij wie de aanvraag ingevolge artikel 2.5.2, eerste lid, wordt ingediend. Artikel2.5.2Aanvraag om een urgentieverklaring Een urgentieverklaring wordt aangevraagd: bij burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de aanvrager blijkens diens inschrijving in de basisregistratie zijn woonadres heeft; of, bij burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de aanvrager wil gaan wonen, als de aanvrager niet in de woningmarktregio woont. Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Zij kunnen deze termijn eenmaal verlengen met ten hoogste vier weken en maken hun besluit daartoe bekend binnen de in de vorige zin genoemde termijn. De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden: stukken waaruit blijkt dat de aanvrager als woningzoekende is ingeschreven in een aanbodinstrument; informatie over de aard en de oorsprong van het huisvestingsprobleem dat aan de aanvraag ten grondslag ligt; en informatie over het inkomen en het vermogen van het huishouden van aanvrager. Het bepaalde in het vorige lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing op een aanvraag die een verzoek om indeling in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 2.5.6 inhoudt. Artikel2.5.3Inhoud van de urgentieverklaring De urgentieverklaring bevat een zoekprofiel voor woonruimte. Het zoekprofiel bevat het qua ligging, grootte, en aard meest sobere woningtype of de meest sobere woningtypen, naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk voor het oplossen van het huisvestingsprobleem. Het zoekprofiel bevat voorts het zoekgebied waarvoor de urgentieverklaring geldig is. De urgentieverklaring bevat verder de volgende informatie: de naam, het adres en de woonplaats van aanvrager; de geboortedatum van aanvrager; het dossiernummer van de aanvraag; de termijn gedurende welke de urgentieverklaring geldig is. Artikel2.5.4Het zoekgebied Het zoekgebied omvat de gemeente van burgemeester en wethouders die de urgentieverklaring hebben verleend. Het bepaalde in de volgende leden is uitsluitend van toepassing op een urgentieverklaring waarmee de woningzoekende is ingedeeld in een in artikel 2.5.8 genoemde urgentiecategorie. Indien de houder van de urgentieverklaring wil verhuizen naar een andere regiogemeente dan die waar de urgentieverklaring is afgegeven, kunnen burgemeester en wethouders van de ontvangende regiogemeente: het zoekgebied wijzigen zodat het hun gemeente omvat. Met de wijziging van het zoekgebied komt een eerder in het zoekprofiel opgenomen zoekgebied te vervallen; en, de in het zoekprofiel opgenomen woningtypen wijzigen in het voor de ontvangende gemeente, gelet op de toepasselijke urgentiecategorie, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2.5.3, tweede lid, gangbare woningtype of woningtypen. Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede lid bedoelde wijziging van het zoekgebied weigeren indien naar hun oordeel de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte daartoe nopen. Burgemeester en wethouders beslissen binnen een termijn van vier weken op een verzoek om wijziging van het zoekgebied, bedoeld in het tweede lid. Artikel2.5.5Algemene weigeringsgronden urgentieverklaring Burgemeester en wethouders weigeren de urgentieverklaring indien naar hun oordeel sprake is van één of meerdere van de volgende omstandigheden: het huishouden van de aanvrager voldoet niet aan de in artikel 2.2.1 genoemde eisen; er is geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem; de aanvrager kon het huisvestingsprobleem redelijkerwijs voorkomen of kan het huisvestingsprobleem redelijkerwijs op een andere wijze oplossen; het huisvestingsprobleem kon worden voorkomen of kan worden opgelost door gebruik te maken van een voorliggende voorziening; het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingsprobleem is ontstaan als gevolg van een verwijtbaar doen of nalaten van aanvrager of een lid van zijn huishouden; het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingsprobleem kan niet of in onvoldoende mate opgelost worden met verhuizing naar zelfstandige woonruimte of andere zelfstandige woonruimte; de aanvraag is ingediend binnen twee jaar nadat een eerder aan aanvrager of een lid van zijn huishouden verleende urgentieverklaring is vervallen of ingetrokken met toepassing van artikel 2.5.9 of 2.5.10; de aanvrager is niet in staat om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige woonruimte te voorzien; de aanvrager in de periode direct voorafgaand aan het indienen van de aanvraag blijkens diens inschrijving in de basisadministratie niet tenminste twee jaar onafgebroken in de gemeente waar de urgentieverklaring wordt aangevraagd woonachtig was; het huishoudinkomen de DAEB-norm overschrijdt. Indien de aanvraag betrekking heeft op indeling in een urgentiecategorie bedoeld in artikel 2.5.8, eerste lid, kunnen burgemeester en wethouders vervolgens het aangevraagde weigeren indien de aanvrager gedurende de in het vorige lid, onder i, bedoelde termijn niet heeft gewoond in een zelfstandige en krachtens een besluit op grond van de Omgevingswet voor permanente bewoning bestemde woonruimte. Burgemeester en wethouders weigeren vervolgens het aangevraagde indien de aanvrager niet valt onder één van de in artikel 2.5.6 tot en met 2.5.8 opgenomen urgentiecategorieën. Artikel2.5.6Wettelijke urgentiecategorieën en vergunninghouders Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 2.5.5, eerste lid, aanhef en onder a tot en met h en j genoemde omstandigheden voordoet en de aanvrager tot tenminste één van de volgende urgentiecategorieën behoort: woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten en waarvan de uitstroom uit die voorziening aanstaande is, indien de behoefte aan in de desbetreffende regiogemeente gelegen woonruimte als gevolg van die uitstroom naar het oordeel van burgemeester en wethouders dringend noodzakelijk is; woningzoekenden waarvan de voorziening in de behoefte aan woonruimte als gevolg van het verlenen of ontvangen van mantelzorg naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor aanvrager dringend noodzakelijk is. Een urgentieverklaring kan worden verleend aan een vergunninghouder die, gelet op de in artikel 28 van de wet genoemde taakstelling, gehuisvest moet worden door het college van burgemeester en wethouders waar de urgentieverklaring wordt aangevraagd indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: de woningzoekende is niet door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers als bedoeld in artikel 2 van de Wet Centraal orgaan opvang asielzoekers bij een andere gemeente voorgedragen voor huisvesting; en, de woningzoekende heeft niet eerder aangeboden woonruimte geweigerd. Artikel2.5.7Urgentiecategorie uitstroom Een urgentieverklaring kan worden verleend aan een woningzoekende die moet omzien naar woonruimte aansluitend op verblijf in een instelling voor maatschappelijke opvang, een psychiatrische instelling of een erkende hulp- of dienstverleningsinstelling, indien: de aanvrager tenminste twee van de drie jaren direct voorafgaand aan het verblijf in de instelling blijkens de inschrijving in de basisadministratie woonachtig was in de woningmarktregio; geen van de in artikel 2.5.5, eerste lid, aanhef en onder a, c, d, f, h of j genoemde omstandigheden zich voordoet; en, de aanvrager, naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende zelfredzaam is. Indien een urgentieverklaring als bedoeld in het eerste lid wordt aangevraagd door een woningzoekende die verblijft in een in de woningmarktregio gelegen instelling als bedoeld in het eerste lid, zijn de volgende leden van toepassing. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.5.1. en artikel 2.5.2, eerste lid, wordt op een aanvraag om een urgentieverklaring waarmee een woningzoekende wordt ingedeeld in een urgentiecategorie als bedoeld in het vorige lid, besloten door burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de locatie van de opvanginstelling waar de woningzoekende verblijft resideert. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.5.4, eerste lid, omvat het in de urgentieverklaring op te nemen zoekgebied de regiogemeente waarin aanvrager tenminste twee van de drie jaren direct voorafgaand aan het verblijf in de instelling blijkens de inschrijving in de basisadministratie woonachtig was, tenzij burgemeester en wethouders gelet op de problematiek van aanvrager een andere regiogemeente in het zoekgebied opnemen. Het college van burgemeester en wethouders van de regiogemeente die tot het in de urgentieverklaring opgenomen zoekgebied behoort, stelt het in de urgentieverklaring op te nemen woningtype vast, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.5.3, tweede lid. Artikel2.5.8Overige regionale urgentiecategorieën Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 2.5.5, eerste en tweede lid, genoemde omstandigheden voordoet en de aanvrager tot tenminste één van de volgende urgentiecategorieën behoort: woningzoekenden die in een acute noodsituatie verkeren; woningzoekenden, met inbegrip van de situatie waarin dit slechts geldt voor één lid van het huishouden van de woningzoekende, die zich naar het oordeel van burgemeester en wethouders op grond van medische of sociale omstandigheden in een levensontwrichtende woonsituatie bevindt, welke alleen beëindigd kan worden door verhuizing naar andere zelfstandige woonruimte, voor zover zij niet behoren tot de in artikel 2.5.7 bedoelde urgentiecategorie; woningzoekenden waarvan de huidige woonruimte behoort tot een door burgemeester en wethouders op grond van het tweede lid aangewezen complex. woningzoekenden waarvan de binnen de gemeente gelegen zelfstandige woonruimte als gevolg van een calamiteit naar het oordeel van burgemeester en wethouders duurzaam ongeschikt is voor bewoning. Burgemeester en wethouders kunnen complexen aanwijzen waarvan de bewoners in verband met sloop of ingrijpende renovatie of herstructurering van het gebied waarin de complexen zijn gelegen, redelijkerwijs binnen twee jaar niet meer in hun huidige woonruimte kunnen blijven wonen. Burgemeester en wethouders stellen daarbij een datum vast met ingang waarvan de bewoners van de aangewezen complexen een SV-urgentieverklaring kunnen aanvragen. Op de urgentiecategorieën bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a en c, is het bepaalde in artikel 2.5.5, eerste lid aanhef en onder j en het bepaalde in artikel 2.5.3, tweede lid, niet van toepassing. Artikel2.5.8aSociaal medische urgentie Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 2.5.5, eerste en tweede lid, genoemde omstandigheden voordoet en de aanvrager, het huishouden van aanvrager of een lid van dat huishouden zich naar het oordeel van burgemeester en wethouders op grond van medische of sociale omstandigheden in een levensontwrichtende woonsituatie bevindt, welke alleen beëindigd kan worden door verhuizing naar andere zelfstandige woonruimte. Van een levensontwrichtende woonsituatie als bedoeld in het eerste lid is sprake: indien een of meerdere leden van het huishouden van aanvrager ernstige medische beperkingen heeft; bij dakloosheid of dreigende dakloosheid van een huishouden waarvan minderjarige kinderen deel uitmaken; indien een of meerdere leden van het huishouden van aanvrager met geweld bedreigd wordt of het slachtoffer is van geweld; of, indien het huishouden naar het oordeel van burgemeester en wethouders onevenredig hoge woonlasten heeft. Artikel2.5.9Geldigheid van de urgentieverklaring Het bepaalde in het tweede lid, aanhef en onder b, en in het derde en vierde lid van dit artikel is niet van toepassing op de SV-urgentieverklaring en de urgentieverklaringen waarmee een woningzoekende is ingedeeld in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 2.5.6, tweede lid, of artikel 2.5.7, eerste lid. De urgentieverklaring vervalt: nadat de houder ervan niet meer behoort tot de urgentiecategorie welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring; of, na verloop van een termijn van 26 weken na verlening van de urgentieverklaring. Burgemeester en wethouders van de gemeente die tot het in de urgentieverklaring vermelde zoekgebied behoort, kunnen besluiten dat de urgentieverklaring een langere termijn dan die bedoeld in het tweede lid geldig blijft indien: de omstandigheden bedoeld in artikel 2.5.5, eerste lid, zich niet voordoen; de houder van de urgentieverklaring nog steeds valt in de urgentiecategorie welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring. Met inbegrip van de in het vorige lid bedoelde verlenging vervalt een urgentieverklaring na het verstrijken van een periode van 52 weken na het moment waarop zij verleend is. Artikel2.5.10Wijzigen en intrekken van de urgentieverklaring Burgemeester en wethouders trekken de urgentieverklaring in indien: bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en er, indien juiste of volledige gegevens verstrekt zouden zijn geweest, de urgentieverklaring zou zijn geweigerd; de houder van de urgentieverklaring niet meer behoort tot de urgentiecategorie welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring of zich één of meer toepasselijke, in artikel 2.5.5, eerste lid, opgenomen en op de desbetreffende urgentiecategorie toepasselijke weigeringsgronden voordoen; de houder van de urgentieverklaring daartoe verzoekt; of, de houder van de urgentieverklaring passende woonruimte heeft geweigerd of zich anderszins onvoldoende heeft ingespannen om zijn huisvestingsprobleem op te lossen. Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring wijzigen indien: bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en er, indien juiste of volledige gegevens verstrekt zouden zijn geweest, de urgentieverklaring niet zou zijn geweigerd maar anders op de aanvraag zou zijn besloten; of de houder van de urgentieverklaring behoort tot een andere urgentiecategorie dan die welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring. Ter voorbereiding van een besluit tot intrekking of wijziging van de urgentieverklaring kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een ter zake deskundig persoon. Indien burgemeester en wethouders een voorwaarde aan de urgentieverklaring hebben verbonden, treedt de urgentieverklaring pas in werking als aan de voorwaarde is voldaan. Artikel2.5.11Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders zijn, indien toepassing van deze verordening zou leiden tot weigering van een urgentieverklaring, bevoegd om toch een urgentieverklaring toe te kennen indien: weigering van een urgentieverklaring leidt tot een schrijnende situatie; en, sprake is van bijzondere, bij het vaststellen van de verordening onvoorziene, omstandigheden die gelet op het doel van de verordening redelijkerwijs toch een grond voor de verlening van een urgentieverklaring zouden kunnen zijn. Burgemeester en wethouders registreren de gevallen waarin met toepassing van het in het eerste lid bepaalde een urgentieverklaring wordt verleend. De registratie bevat tenminste de datum waarop de urgentieverklaring wordt verleend en de specifieke omstandigheden van het geval die leiden tot de verlening van de urgentieverklaring. Artikel2.5.12Overgangsrecht urgentieverklaringen Urgentieverklaringen die zijn verleend voor inwerkingtreding van onderhavige verordening, worden gelijkgesteld met de op grond van artikel 2.5.1 van deze verordening te verlenen urgentieverklaringen. Paragraaf2.6Opbouw situatiepunten Artikel2.6.1Aanvraag om een verklaring opbouw situatiepunten Een verklaring opbouw situatiepunten wordt aangevraagd bij burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Zij kunnen deze termijn eenmaal verlengen met ten hoogste vier weken en maken hun besluit daartoe bekend binnen de in de vorige zin genoemde termijn. De aanvraag wordt schriftelijk ingediend bij het college met behulp van een door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier. Artikel2.6.2Toelatingscriteria opbouw situatiepunten Een woningzoekende kan in aanmerking komen voor een verklaring opbouw situatiepunten indien hij verkeert in een van de volgende situaties: hij woont met zijn huishouden sinds ten minste een jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag, in bij een persoon die rechthebbende is op de woning en die geen deel uitmaakt van het huishouden van woningzoekende; of, hij verkeert in een situatie van echtscheiding of relatiebreuk en kan niet in de voormalig gezamenlijke woning blijven wonen en kan niet over zelfstandige woonruimte beschikken, De woningzoekende die verkeert in een situatie als bedoeld in het eerste lid onder a. dient te voldoen aan de volgende voorwaarden: de woningzoekende is in de twee jaar, voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken woonachtig geweest in de woningmarktregio blijkend uit een inschrijving op een adres in de regio in de basisregistratie personen; de woningzoekende vormt een huishouden met ten minste één minderjarig kind; en, de woningzoekende staat sinds ten minste één jaar, voorafgaand aan de datum van aanvraag, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres van de persoon bij wie hij inwoont. De woningzoekende die verkeert in een situatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dient te voldoen aan de volgende voorwaarden: de woningzoekende is in de twee jaar, voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken woonachtig geweest in de woningmarktregio blijkend uit een inschrijving op een adres in de regio in de basisregistratie personen; de woningzoekende heeft in de drie jaren voorafgaand aan de datum van de aanvraag, ten minste twee jaar aaneensluitend ingeschreven gestaan in de basisregistratie personen op het adres van de gezamenlijke woning; en, de woningzoekende heeft (mede)gezag over en de zorg voor ten minste 1 dag per week voor ten minste één minderjarig kind. Artikel2.6.3Opbouw en intrekking van situatiepunten Situatiepunten worden opgebouwd met één punt per maand vanaf de eerste dag van de kalendermaand volgend op de datum toekenning verklaring opbouw situatiepunten, met een maximum van twaalf situatiepunten. Als op grond van artikel 2.3.8b tweede lid onder f. alle zoekpunten worden ingetrokken, trekken burgemeester en wethouders tevens alle opgebouwde situatiepunten in. Artikel2.6.4Geldigheidsduur en verlenging situatiepunten De verklaring opbouw situatiepunten heeft een geldigheidsduur van drie jaar vanaf de datum waarop deze is afgegeven. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten tot verlenging van de verklaring situatiepunten opbouw voor een tweede termijn van drie jaar indien de aanvrager nog steeds aan de criteria voldoet op grond waarvan de verklaring opbouw situatiepunten is verleend. Een aanvraag tot verlenging kan worden ingediend voordat de geldigheidstermijn van de verklaring is verstreken maar niet eerder dan twee jaar en zes maanden nadat de verklaring is verleend. Artikel2.6.5Algemene weigeringsgronden verklaring opbouw situatiepunten Burgemeester en wethouders weigeren de verklaring opbouw situatiepunten indien naar hun oordeel de aanvrager niet voldoet aan de in artikel 2.6.2 genoemde eisen. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de toepassing van deze paragraaf. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin toepassing van deze paragraaf naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van de bepalingen in deze paragraaf. Paragraaf2.7Opbouw situatiepunten voor jongeren Artikel2.7.1Van overeenkomstige toepassingverklaring Op een aanvraag om een verklaring opbouw situatiepunten voor jongeren zijn de artikelen 2.6.1, 2.6.3 en 2.6.4 van overeenkomstige toepassing. Artikel2.7.2Toelatingscriteria opbouw situatiepunten voor jongeren Om in aanmerking te komen voor een verklaring opbouw situatiepunten voor jongeren dient de woningzoekende te voldoen aan de volgende voorwaarden: De woningzoekende verkeert in een van de volgende situaties: hij is opgenomen in een pleeggezin of gezinshuis; of, hij ontvangt WMO ondersteuning voor ambulante zorg sinds een jaar of langer en de WMO ondersteuning loopt nog door voor een totale duur van ten minste 2 jaar; De woningzoekende is op de datum van aanvraag meerderjarig maar heeft nog niet de leeftijd van vijfendertig jaar bereikt; en De woningzoekende staat ten minste twee jaar, voorafgaand aan de datum van aanvraag, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres van de ouder, pleegouder of het gezinshuis; en De woningzoekende is in de twee jaar, voorafgaand aan de aanvraag onafgebroken woonachtig geweest in de woningmarktregio blijkend uit een inschrijving op een adres in de regio in de basisregistratie personen; en Een verklaring opbouw situatiepunten voor jongeren wordt niet verstrekt naast een verklaring opbouw situatiepunten als bedoeld in artikel 2.6.2. Artikel2.7.3Opbouw van situatiepunten voor jongeren Situatiepunten voor jongeren kunnen worden opgebouwd tot de datum dat de woningzoekende de leeftijd van vijfendertig jaar bereikt. Artikel2.7.4Algemene weigeringsgronden verklaring opbouw situatiepunten voor jongeren Burgemeester en wethouders weigeren de verklaring opbouw situatiepunten indien naar hun oordeel de aanvrager niet voldoet aan de in artikel 2.7.2 genoemde eisen. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de toepassing van deze paragraaf. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin toepassing van deze paragraaf naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van de bepalingen in deze paragraaf. Paragraaf2.8Tijdelijk experiment startpunten voor jongeren Artikel2.8.1Aanvraag om een verklaring startpunten Een verklaring opbouw startpunten wordt aangevraagd bij burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Zij kunnen deze termijn eenmaal verlengen met ten hoogste vier weken en maken hun besluit daartoe bekend binnen de in de vorige zin genoemde termijn. De aanvraag wordt schriftelijk ingediend bij het college met behulp van een door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier. Artikel2.8.2Toelatingscriteria startpunten Om in aanmerking te komen voor een verklaring startpunten dient de woningzoekende te voldoen aan de volgende voorwaarden: de woningzoekende is een jongere met een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 2.2.3, vierde lid, onderdeel a, met betrekking tot een jongerenwoning die wordt gehuurd van een woningcorporatie in de gemeente Zaanstad; en, de woningzoekende staat ten minste vier jaar en zes maanden, voorafgaand aan de datum van aanvraag, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres waarop de huurovereenkomst als bedoeld in onderdeel a, betrekking heeft; en, het huishoudinkomen van woningzoekende bedraagt maximaal het bij of krachtens artikel 48 Woningwet bepaalde; en, de woningzoekende heeft aantoonbaar maximale inspanning gepleegd om op eigen kracht andere woonruimte te vinden; of, de woningzoekende heeft een inwonend kind of kinderen waarvan er één de leeftijd van vijf jaar nog niet heeft bereikt. Artikel2.8.3Toekenning, verval en geldigheidsduur startpunten Bij toekenning van de verklaring startpunten krijgt de woningzoekende tien startpunten per de eerste van de kalendermaand volgend op de datum toekenning startpunten. De verklaring startpunten heeft een geldigheidsduur van twee jaar en zes maanden, vanaf het moment dat de punten zijn verstrekt. Startpunten kunnen alleen worden ingezet voor een woonruimte in de gemeente waar de startpunten zijn toegekend en worden in die gemeente toegevoegd aan de woonpunten als bedoeld in artikel 1, onderdeel eee. Startpunten kunnen worden ingezet voor een woonruimte die wordt verhuurd voor onbepaalde tijd en voor een woonruimte als bedoeld in artikel 2.2.3, vierde lid, onderdeel a. Als op grond van artikel 2.3.8b tweede lid onder f. alle zoekpunten worden ingetrokken trekken burgemeester en wethouders tevens alle startpunten in. Artikel2.8.4Algemene weigeringsgronden verklaring opbouw startpunten Burgemeester en wethouders weigeren de verklaring opbouw startpunten indien naar hun oordeel de aanvrager niet voldoet aan de in artikel 2.8.3 genoemde eisen. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de toepassing van deze paragraaf. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin toepassing van deze paragraaf naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van de bepalingen in deze paragraaf. Hoofdstuk3Wijziging van de woningvoorraad Afdeling I Omzetting en woningvorming Paragraaf3.1Werkingsgebied Artikel3.1.1Werkingsgebied Met het oog op het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad wordt de volgende categorie woonruimte aangewezen: woonruimte in de gemeente Zaanstad. In afwijking van het eerste lid is deze afdeling niet van toepassing op woonruimte in eigendom van corporaties. Artikel3.1.2Reikwijdte vergunningplicht Verbod op omzetting in onzelfstandige woonruimte/ kamergewijze verhuur zonder vergunning Het is verboden om woonruimte, aangewezen in artikel 3.1.1 zonder vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder c, van de wet van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden, in het algemeen spraakgebruik ook wel aangeduid als kamergewijze verhuur. Verbod op woningvorming/ bouwkundig splitsen zonder vergunning Het is verboden om woonruimte, aangewezen in artikel 3.1.1 zonder vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de wet tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in verbouwde staat te houden, in deze verordening ook wel aangeduid als zijnde woningvorming en in het algemeen spraakgebruik ook wel bekend als zijnde bouwkundig splitsen. De vergunning is niet overdraagbaar: deze is gebonden aan de vergunninghouder en de specifieke woonruimte. Artikel3.1.3Vrijstelling van de vergunningsplicht Omzetting ten behoeve van in gebruik geven aan één persoon/ hospitabewoning Voor het omzetten of gedeeltelijk omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte ten behoeve van inwoning is geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder c, van de wet vereist mits en zolang: degene die de woonruimte in gebruik geeft zelf zijn hoofdverblijf in de betreffende woonruimte heeft; er sprake is van onderverhuur aan, of inwoning door, één persoon. Omzetting bij in gebruik geven aan twee personen Voor het omzetten of gedeeltelijk omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte is geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder c, van de wet vereist mits en zolang de woonruimte in gebruik wordt gegeven aan ten hoogste twee personen en degene die de woonruimte in gebruik geeft niet ook zelf in de woonruimte woonachtig is. Woningvorming ten behoeve van mantelzorgwoning Voor de woningvorming is geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder d, van de wet vereist mits en zolang de woningvorming noodzakelijk is voor mantelzorg. Woningvorming met eerder verleende omgevingsvergunning Voor de woningvorming is geen vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder d, van de wet vereist mits voor de woningvorming een omgevingsvergunning is verleend voor het aflopen van de geldigheid van het voorbereidingsbesluit t.w. 1 april 2021. Paragraaf3.2Procedure aanvraag omzettingsvergunning en woningvormingsvergunning Artikel3.2.1Aanvraag vergunning De aanvraag wordt ingediend door de eigenaar van de woonruimte. Een aanvraag langs elektronische weg wordt gedaan met gebruikmaking van het elektronische formulier dat op de datum van indiening van de aanvraag beschikbaar is via de gemeentelijke website. Artikel3.2.2In te dienen bescheiden Burgemeester en wethouders vermelden op of bij het aanvraagformulier welke gegevens of stukken de aanvrager moet verstrekken. Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: dagtekening; de naam en het adres van de eigenaar; het adres waar de aanvraag betrekking op heeft; de tekeningen van de oorspronkelijke situatie, de bestaande situatie en de beoogde situatie (op schaal) met duidelijke maatvoering, waar tevens het gebruiksoppervlak en de gebruiksfunctie per ruimte op is aangegeven; de staat van het onderhoud; de motivering van het verzoek. Artikel3.2.3Beslistermijn Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na datum van indiening op de aanvraag voor een woningvormings- of omzettingsvergunning. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze beslistermijn eenmalig te verlengen met zes weken. Artikel3.2.4In de vergunning op te nemen gegevens De vergunning bevat tenminste de volgende gegevens: de woonruimte(
  2. n)waarop de beschikking betrekking heeft, aangeduid met de straat, het huisnummer of de kadastrale ligging, waarbij voor het overige kan worden verwezen naar de bijgevoegde bescheiden als bedoeld in artikel 3.2.2; de van toepassing zijnde voorwaarden en voorschriften als bedoeld in artikel 3.3.2; de mededeling dat in beginsel binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden van de vergunning moet worden gebruikgemaakt en van de termijn in geval van een tijdelijke vergunning. Paragraaf3.3Vergunningverlening voorraadvergunningen Artikel3.3.1Weigeringsgronden omzettingsvergunning en woningvormingsvergunning (algemeen) Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet wordt in elk geval geweigerd indien vergunningverlening zou leiden tot strijd met het bestemmingsplan, omgevingsplan of beheersverordening. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan in ieder geval worden geweigerd indien: naar het oordeel van burgemeester en wethouders omzetting of woningvorming een negatief effect heeft op de leefbaarheid en dit niet voldoende kan worden voorkomen door het stellen van voorwaarden dan wel voorschriften aan de vergunning; er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen; het onderhoudsniveau onvoldoende is.; vergunningverlening zou leiden tot strijd met de voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Artikel3.3.1aWeigeringsgronden omzettingsvergunning Geen omzettingsvergunning in aangewezen wijken Burgemeester en wethouders verlenen geen omzettingsvergunningen in de gebieden die zijn opgenomen in bijlage 3. Overige weigeringsgronden Burgemeester en wethouders weigeren de omzettingsvergunning indien: het per persoon beschikbare gebruiksoppervlak in de woning gemiddeld genomen kleiner is dan 25m2; de woning in gebruik wordt gegeven aan 5 of meer personen; bij woonruimten die niet behoren tot een appartementencomplex, er binnen een straal van 100 meter al een omzettingsvergunning of woningvormingsvergunning is verleend; bij appartementencomplexen voor meer dan 10% van de woningen in het complex een omzettingsvergunning of woningvormingsvergunning is verleend. Daarnaast kan de omzettingsvergunning worden geweigerd indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de aanvrager van de vergunning niet aan de criteria van goed verhuurderschap voldoet. Artikel3.3.1bWeigeringsgronden woningvormingsvergunning Burgemeester en wethouders weigeren de woningvormingsvergunning indien: het gebruiksoppervlak van het oorspronkelijke hoofdgebouw voor splitsing kleiner is dan 140 m2, waarbij het bij hoofdgebouwen met meerdere functies gaat om de woonruimte of het gebruiksoppervlak van de woonruimten na de voorgenomen splitsing kleiner is dan 50 m2. bij woonruimten die niet behoren tot een appartementencomplex, er binnen een straal van 100 meter al een omzettingsvergunning of woningvormingsvergunning is verleend; bij appartementencomplexen voor meer dan 10% van de woningen in het complex een omzettingsvergunning of woningvormingsvergunning is verleend. Artikel3.3.2Voorwaarden en voorschriften Voor een vergunning voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in meerdere onzelfstandige woonruimten gelden de volgende voorschriften: elke onzelfstandige woonruimte wordt door maximaal één persoon bewoond; elke bewoner staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen van de gemeente Zaanstad; de kamerverhuur mag alleen in het hoofdgebouw plaatsvinden; Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kunnen burgemeester en wethouders aanvullende voorwaarden en voorschriften verbinden, over onder andere: de periode waarbinnen van de vergunning gebruik gemaakt moet worden; de geldingsduur van de vergunning, indien de vergunning voorziet in een tijdelijke behoefte; de leefbaarheid; goed verhuurdersschap; het onderhoudsniveau. Artikel3.3.3Intrekken vergunning Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.2, intrekken indien: niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot omzetting of woningvorming; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; niet wordt voldaan aan de ingevolge dit hoofdstuk bij de vergunning gestelde voorwaarden en voorschriften; er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; of, de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de vergunning geen gebruik meer te willen maken. Burgemeester en wethouders gaan niet tot intrekking van de vergunning over, voordat degene tegen wie het besluit tot intrekking wordt genomen, in kennis is gesteld van het voornemen tot intrekking van de vergunning, en deze in de gelegenheid is gesteld tot het geven van een zienswijze. Wanneer de omzettings- of woningvormingsvergunning als bedoeld in artikel 3.1.2 is ingetrokken, dient de woonruimte die respectievelijk is omgezet in onzelfstandige woonruimten of bouwkundig is gesplitst weer als zelfstandige woonruimte in gebruik te worden genomen. In het geval van een situatie als bedoeld in artikel 3.1.2, is daarna opnieuw een vergunning vereist. Paragraaf3.4Bestuurlijke boete omzettingsvergunning en woningvormingsvergunning Artikel3.4.1Bestuurlijke boete Overtreding van de verboden, bedoeld in de artikelen 21 onder c en d van de wet, of het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de wet, kan worden beboet met een bestuurlijke boete. In afwijking van het eerste lid is de bestuurlijke boete niet van toepassing op het in gebruik geven van woonruimte door corporaties; De boete voor overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 21 van de wet, of voor het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 24 van de wet, bedraagt maximaal € 27.500 (per 1 januari 2026). De boete voor de eerste overtreding staat in de ‘Tabel bestuurlijke boete omzetting en woningvorming' in de kolom ‘1e overtreding’, Indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod, bedraagt de boete het bedrag in de kolom ‘recidive’. De bedragen in tabel als bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid worden geïndexeerd overeenkomstig de boetemaxima uit artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht. Voor boetebedragen onder een maximum geldt dat deze relatief worden geïndexeerd overeenkomstig de boetemaxima als bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht. Tabel Bestuurlijke boete omzetting en woningvorming (prijspeil per 1 januari 2026) Overtreden van de verboden 1e overtreding Recidive Omzetten van één woonruimte/ woning zonder omzettingsvergunning (artikel 3.1.2, eerste lid, obv artikel 21 onder c van de wet) en Bouwkundig splitsen van één woonruimte/ woning zonder woningvormingsvergunning (artikel 3.1.2, tweede lid obv artikel 21 onder d van de wet) € 5.500 € 11.000 Omzetten van meerdere woonruimten/ woningen zonder omzettingsvergunning (obv artikel 21 onder c van de wet) en Bouwkundig splitsen van meerdere woonruimtes/ woningen zonder woningvormingsvergunning (artikel 3.1.2, tweede lid obv artikel 21 onder d van de wet) € 11.000 € 27.500 Afdeling II Toeristische verhuur van woonruimte Paragraaf3.5Werkingsgebied Artikel3.5.1(obv artikel 22) gewijzigde Huisvestingswet) Werkingsgebied Met het oog op het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad en het behoud van de leefbaarheid van de woonomgeving worden de volgende categorieën woonruimte aangewezen: Woonruimte, al dan niet gedeelte van een woonruimte, in de gemeente Vormen van toeristische verhuur zijn: Particuliere vakantieverhuur en Bed & Breakfast. Artikel3.5.2(obv artikel 23a) Verbod verhuur en verbod publiceren zonder registratienummer Het is verboden om een woonruimte of deel daarvan, behorend tot artikel 3.5.1, voor toeristische verhuur aan te bieden zonder het registratienummer van die woonruimte te vermelden bij iedere aanbieding van die woonruimte voor toeristische verhuur. Een registratienummer als bedoeld in het eerste lid, wordt aangevraagd door degene die een woonruimte of deel daarvan aanbiedt voor toeristische verhuur. Het is verboden om een aanbod tot het gebruik van een woonruimte of deel daarvan, als bedoeld in het eerste lid, voor toeristische verhuur te publiceren zonder dat daarbij een registratienummer is vermeld. Artikel3.5.3(obv artikel 23b) Verbod verhuur meer dan 30 nachten en verbod verhuur zonder melding vooraf voor particuliere vakantieverhuur Het is verboden een woonruimte voor particuliere vakantieverhuur meer dan 30 nachten per kalenderjaar in gebruik te geven voor particuliere vakantieverhuur. Het is verboden de woonruimte in gebruik te geven voor particuliere vakantieverhuur, zonder deze verhuring vooraf te melden bij burgemeester en wethouders. Een melding als bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan door degene die de woonruimte in gebruik geeft voor particuliere vakantieverhuur. Artikel3.5.4(obv artikel 23d) Dienstverlener informeert aanbieder over verboden Degene die een dienst verleent gericht op het publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur van woonruimte, dient degene die een woonruimte aanbiedt voor toeristische verhuur te informeren over de verboden, bedoeld in artikel 23a, eerste lid en artikel 23b, eerste en tweede lid. Artikel3.5.5(obv artikel 23
  3. e)Verbod op publiceren voor dienstverlener indien in kennis gesteld over verhuur woonruimte meer dan 30 nachten Het is verboden dat degene die een dienst verleent, zoals genoemd in artikel 3.5.4, een aanbieding voor particuliere vakantieverhuur toont gedurende de rest van het kalenderjaar, indien diegene door burgemeester en wethouders ervan in kennis is gesteld dat de woonruimte die wordt aangeboden reeds voor 30 nachten in dat kalenderjaar in gebruik is gegeven voor particuliere vakantieverhuur. Paragraaf3.6Procedure aanvraag registratie en melding Artikel3.6.1(obv artikel 23f) Aanvraag registratienummer Het registratienummer, bedoeld in artikel 23a, kan uitsluitend via elektronische weg worden aangevraagd. Burgemeester en wethouders zijn verantwoordelijk voor de inrichting van het systeem ten behoeve van het afgeven van het registratienummer, bedoeld in artikel 23a, en voor de verwerking van persoonsgegevens in dit systeem. De persoonsgegevens die verwerkt worden in het kader van de aanvraag van het registratienummer, bedoeld in artikel 23a, kunnen ook verwerkt worden voor: het toezicht op de naleving van de krachtens artikel 2 van de Woningwet (of indien artikel 4.3 van de Omgevingswet in werking treedt of is getreden, de krachtens artikel 4.3 van de Omgevingswet) gegeven voorschriften vanuit het oogpunt van veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid van de woonruimte, en de heffing en invordering van de toeristenbelasting, bedoeld in artikel 224 van de Gemeentewet. Artikel3.6.2Te verstrekken gegevens voor registratienummer Bij de aanvraag van het registratienummer worden de volgende gegevens verstrekt: de naam, het adres en de woonplaats en het telefoonnummer van de aanvrager in Nederland, alsmede het; e-mailadres van de aanvrager de straat, het huisnummer waarop de aanvraag betrekking heeft; of de aanvraag betrekking heeft op particuliere vakantieverhuur of Bed and Breakfast. Artikel3.6.3(obv artikel 23g) Melding particuliere vakantieverhuur De melding, bedoeld in artikel 3.5.3 , tweede lid, kan uitsluitend via elektronische weg worden gedaan. Burgemeester en wethouders zijn verantwoordelijk voor de inrichting van het systeem ten behoeve van de melding, bedoeld in artikel 3.5.3, tweede lid, en voor de verwerking van persoonsgegevens in dit systeem. De persoonsgegevens die verwerkt worden in het kader van de melding, bedoeld in artikel 23b, tweede lid, kunnen ook verwerkt worden voor de heffing en invordering van de toeristenbelasting, bedoeld in artikel 224 van de Gemeentewet. Artikel3.6.4Intrekking en verval registratie Burgemeester en wethouders kunnen de registratie intrekken, indien: de aanvrager de in de registratie vermelde woonruimte niet meer in gebruik geeft voor toeristische verhuur; Als burgemeester en wethouders een woonruimte registreert voor toeristische verhuur als men al beschikt over een registratienummer, wordt de eerdere registratie gelijktijdig ingetrokken. Paragraaf3.7Sancties toeristische verhuur Artikel3.7.1Bestuurlijke boete toeristische verhuur en last onder dwangsom Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van de verboden bedoeld in artikel 23a, 23 b, 23 d en 23 e van de wet. Indien burgemeester en wethouders gebruikmaken van de bevoegdheid uit het eerste lid leggen zij een boete op: voor overtredingen in de zin van artikel 23a, 23 b, 23 d en 23 e van de Huisvestingswet overeenkomstig de ‘Tabel Bestuurlijke boete toeristische verhuur’. De bedragen in de ‘Tabel Bestuurlijke boete’ als bedoeld in het tweede lid worden geïndexeerd overeenkomstig de boetemaxima uit artikel 23 van het Wetboek van Strafecht. Voor boetebedragen onder een maximumbedrag geldt dat deze relatief worden geïndexeerd overeenkomstig de boetemaxima als bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht. Tabel Bestuurlijke boete toeristische verhuur (prijspeil per 1 januari 2026) Overtreden van de verboden Boete Boetemaxima Verhuur zonder registratienummer (artikel 3.5.2, eerste lid obv artikel 23a, eerste lid van de wet) € 11.000 Het bedrag dat is vastgesteld voor de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor overtreding van het verbod, bedoeld in de artikelen 23a, eerste of derde lid, 23b, tweede lid, 23d of 23e Publiceren zonder registratienummer (artikel 3.5.2, derde lid obv artikel 23 a, derde lid van de wet) € 11.000 Het bedrag voor derde categorie. Particuliere vakantieverhuur meer dan 30 nachten per kalenderjaar (artikel 3.5.3, eerste lid obv artikel 23b, eerste lid van de wet) € 27.500 Het bedrag dat is vastgesteld voor de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 8, tweede lid, artikel 21, artikel 22, eerste lid, artikel 23b, eerste lid, of artikel 23c, eerste lid, of voor het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 26 Particuliere vakantieverhuur meer dan 30 nachten per kalenderjaar (artikel 3.5.3, eerste lid obv artikel 23b, eerste lid van de wet), indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod. € 27.500 Het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor overtreding van een verbod als bedoeld in artikel 8, tweede lid, artikel 21, artikel 23b, eerste lid, of artikel 23c, eerste lid, indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering door een ambtenaar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod. Particuliere vakantieverhuur zonder melding (artikel 3.5.3, tweede lid obv artikel 23b, tweede lid van de wet) € 11.000 Het bedrag voor derde categorie. Dienstverlenen gericht op publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur zonder informeren van aanbieder over verboden (artikel 3.5.4 obv artikel 23d van de wet) € 11.000 Het bedrag voor derde categorie. Dienstverlenen gericht op publiceren van aanbiedingen voor toeristische verhuur indien in kennis gesteld over verhuur woonruimte meer dan 30 nachten (artikel 3.5.5 obv artikel 23e van de wet) € 11.000 Het bedrag voor derde categorie. Burgemeester en wethouders kunnen een last onder bestuursdwang ter handhaving van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opleggen, voor zover het betreft de verplichting tot het verlenen van medewerking aan de krachtens artikel 4.2.2 aangewezen ambtenaren. Artikel3.7.2(obv artikel 33a) Verbod toeristische verhuur en aanwijzing digitaal platform na opleggen bestuurlijke boetes Burgemeester en wethouders kunnen: een verbod tot het in gebruik geven van een woonruimte voor toeristische verhuur opleggen voor ten hoogste een jaar aan een aanbieder indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de constatering door een ambtenaar als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van een overtreding van de bij deze huisvestingsverordening aan toeristische verhuur gestelde eisen, ten minste twee maal een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van de bij deze huisvestingsverordening aan toeristische verhuur gestelde eisen; een aanwijzing kunnen geven aan een digitaal platform om de aanbieding voor toeristische verhuur van de aanbieder aan wie een verbod tot het in gebruik geven van een woning voor toeristische verhuur als bedoeld in het eerste lid is opgelegd te blokkeren. Afdeling III Tijdelijke regeling inzake opkoopbescherming Paragraaf3.8Werkingsgebied, verbod en vergunningplicht opkoopbescherming Artikel3.8.1Werkingsgebied Als woonruimte waarvoor de vergunningplicht, als bedoeld in artikel 41 van de wet, geldt, zijn de volgende categorieën woonruimten aangewezen: woonruimten die op het moment van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering aan de nieuwe eigenaar een WOZ-waarde hebben van onder of gelijk aan de landelijk vastgestelde betaalbaarheidsgrens € 420.000 prijspeil 2026). Woonruimten als bedoeld in het vorige lid vallen alleen onder het werkingsgebied indien: de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte ligt na 21 mei 2024. de woonruimte op de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar: vrij is van huur en gebruik; in verhuurde staat is voor een periode van minder dan zes maanden; of, verhuurd is met een vergunning als bedoeld in artikel 3.8.2. Woonruimten zijn uitgesloten van het werkingsgebied als bedoeld in het eerste lid indien, op de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering, sprake is van een woonruimte: die na 21 mei 2024 is opgeleverd door nieuwbouw of transformatie met de bestemming dan wel het gebruik huurwoonruimte of waar op basis van een anterieure overeenkomst met burgemeester en wethouders is overeengekomen dat verhuur van die woonruimte is toegestaan of is verplicht; in eigendom verkregen door een woningcorporatie ten behoeve van verhuur; in eigendom verkregen door een zorgpartij die beschikt over een zorgcontract met de gemeente Zaanstad ten behoeve van bewoning door cliënten waaraan deze partij zorg verleent. Als gebied waarvoor de vergunningplicht geldt als bedoeld in artikel 41 van de wet zijn de volgende wijken aangewezen: Assendelft-Noord Assendelft-Zuid Kogerveldwijk Krommenie West Krommenie Oost Nieuw West Oud Koog aan de Zaan Oud Zaandijk Oude Haven Peldersveld- en Hoornseveld Poelenburg Rooswijk Rosmolenwijk Westerkoog Westzaan Wormerveer Zaandam Noord ('t Kalf) Zaandam West Zaandam Zuid Artikel3.8.2Verbod op en vergunning opkoopbescherming voor in gebruik geven van binnen de opkoopbescherming aangewezen woonruimten (vergunning opkoopbescherming) Het is verboden om zonder vergunning een woonruimte aangewezen in artikel 3.8.1 in gebruik te geven binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte als bedoeld artikel 3.8.1 tweede lid, onderdeel a. De vergunning als bedoeld in het eerste lid, wordt verleend indien er geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de wet en er sprake is van een van de volgende situaties: de woonruimte wordt in gebruik gegeven aan een woningzoekende die een bloed- of aanverwantschap in de eerste of tweede graad heeft met de eigenaar; de eigenaar heeft na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan hem, ten minste twaalf maanden zijn woonadres als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel o, onder 1°, van de Wet basisregistratie personen, in die woonruimte en de eigenaar komt met een woningzoekende schriftelijk overeen dat de woningzoekende de woonruimte voor een termijn van ten hoogste twaalf maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik neemt; of, de woonruimte maakt onlosmakelijk deel uit van een winkel-, kantoor of bedrijfsruimte. De vergunning is niet overdraagbaar: deze is gebonden aan de vergunninghouder en de specifieke woonruimte. Paragraaf3.9Vergunningverlening Artikel3.9.1Aanvraag vergunning opkoopbescherming Een vergunning opkoopbescherming, als bedoeld in artikel 3.8.2 kan slechts worden aangevraagd door de eigenaar van de woonruimte. Aanvragen worden gedaan middels een door burgemeester en wethouders voorgeschreven elektronisch formulier. Artikel3.9.2Te verstrekken gegevens en bescheiden vergunning opkoopbescherming Bij een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 3.8.2 worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: de naam en het adres van de eigenaar(s); het adres waar de aanvraag betrekking op heeft; bewijs van inschrijving van de akte van levering bij het kadaster; de motivering van het verzoek. In het geval dat een aanvraag ziet op een verleningsgrond als bedoeld in artikel 3.8.2, tweede lid, onderdeel a, en indien de aanvrager en de verwant zijn ingeschreven in de Basisregistratie personen, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: het Burgerservicenummer (BSN) van de aanvrager, het Burgerservicenummer (BSN) van de betreffende verwant en de relatie tussen de betreffende verwanten. Indien de aanvrager of de verwant niet zijn ingeschreven in de Basisregistratie personen, dient de aanvrager informatie te verstrekken waaruit het verwantschap blijkt. In het geval dat een aanvraag ziet op een verleningsgrond als bedoeld in artikel 3.8.2, tweede lid, onderdeel b, wordt mede aangeleverd: een schriftelijke overeenkomst waaruit blijkt dat de woonruimte voor een termijn van ten hoogste twaalf maanden, anders dan voor toeristische verhuur, in gebruik wordt gegeven. In het geval dat een aanvraag ziet op een verleningsgrond als bedoeld in artikel 3.8.2, tweede lid, onderdeel c, worden bescheiden aangeleverd waaruit blijkt dat de woonruimte onlosmakelijk deel uitmaakt van een winkel-, kantoor of bedrijfsruimte. Burgmeester en wethouders kunnen het overleggen van anderen bescheiden die zij voor de beoordeling van de aanvraag nodig achten verlangen. Artikel3.9.3Beslistermijn Burgemeester en wethouders beslissen op aanvragen binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Burgemeester en wethouders kunnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen. Artikel3.9.4Beschikkingsvereisten Een vergunning als bedoeld in artikel 3.8.2 bevat ten minste de volgende gegevens: de woonruimte waarop de beschikking betrekking heeft, aangeduid met de straat, het huisnummer of de kadastrale ligging van de woonruimte, waarbij voor het overige kan worden verwezen naar de bijgevoegde bescheiden als bedoeld in artikel 3.9.2; de naam van de eigenaar(
  4. s)van de woonruimte, tevens vergunninghouder(s); en, de mededeling dat deze vergunning alleen geldt, mits en zolang de woning in gebruik wordt gegeven. Artikel3.9.5Intrekkingsgronden Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 3.8.2, intrekken indien: de woonruimte niet (meer) in gebruik wordt gegeven; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; of, de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven geen gebruik meer te willen maken van de vergunning. Burgemeester en wethouders gaan niet tot intrekking van de vergunning over, voordat degene tegen wie het besluit tot intrekking wordt genomen, in kennis is gesteld van het voornemen tot intrekking van de vergunning, en deze in de gelegenheid is gesteld tot het geven van een zienswijze. Paragraaf3.10Bestuurlijke boete opkoopbescherming Artikel 3.10.1 Bestuurlijke boete Overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de wet kan worden beboet met een bestuurlijke boete. De boete voor overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de wet bedraagt maximaal € 27.500 (prijspeil per januari 2026). De boete voor de eerste overtreding staat in de ‘Tabel bestuurlijke boete opkoopbescherming' in de kolom ‘1e overtreding’, Indien binnen een tijdvak van vier jaar voorafgaand aan de constatering van die overtreding een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van hetzelfde verbod, bedraagt de boete het bedrag in de kolom ‘recidive’. De bedragen in tabel als bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid worden geïndexeerd overeenkomstig de boetemaxima uit artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht. Voor boetebedragen onder een maximum geldt dat deze relatief worden geïndexeerd overeenkomstig de boetemaxima als bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht. Tabel Bestuurlijke boete opkoopbescherming (prijspeil per 1 januari 2026) Overtreden van de verboden 1e overtreding Recidive In gebruik geven van een binnen de opkoopbescherming aangewezen woonruimte zonder vergunning (artikel 41, eerste lid, 45 van de wet) Legaliseerbare overtreding (administratief): Geen vergunning, maar wel te verkrijgen voor overtreden situatie. € 5.500 € 11.000 In gebruik geven van een binnen de opkoopbescherming aangewezen woonruimte zonder vergunning (artikel 41, eerste lid, 45 van de wet) Niet legaliseerbare overtreding: Geen vergunning en ook niet te verkrijgen voor overtreden situatie. € 11.000 € 27.500 In gebruik geven van een binnen de opkoopbescherming aangewezen woonruimte met vergunning, maar schending van de gebruiksvorm waarvoor de vergunning is verleend (artikel 41, eerste lid, 45 van de wet) Schending van de gebruiksvorm waarvoor de vergunning is verleend. € 11.000 € 27.500 Hoofdstuk4Verdere bepalingen Paragraaf4.1Handhaving en toezicht Artikel4.1.1Handelen zonder of in strijd met een vergunning Hij die handelt in strijd met enig aan de vergunning als bedoeld in artikel 8, 21, 22 of 41 van de wet verbonden voorschrift, wordt geacht zonder vergunning te hebben gehandeld. Artikel4.1.2Toezicht Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de daartoe door het college op grond van artikel 33, eerste lid van de wet aangewezen ambtenaren. Paragraaf4.2Wijzigingen Artikel4.2.1Overleg bij wijziging Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening plegen burgemeester en wethouders overleg met de colleges van burgemeester en wethouders van de andere regiogemeenten, met de in de woningmarktregio werkzame corporaties en met andere daarvoor naar zijn oordeel in aanmerking komende organisaties die binnen de woningmarktregio werkzaam zijn op het gebied van de volkshuisvesting. Paragraaf4.3Verslaglegging en monitoring Artikel4.3.1Verstrekken van inlichtingen Burgemeester en wethouders verstrekken burgemeester en wethouders van de andere gemeenten in de woningmarktregio de inlichtingen, die nodig zijn voor een juiste afstemming over de wijze waarop burgemeester en wethouders deze verordening uitvoeren. Jaarlijks, in de eerste helft van het jaar, dragen corporaties die werkzaam zijn in Zaanstad er zorg voor dat op heldere en toegankelijke wijze aan burgemeester en wethouders de gegevens kenbaar worden gemaakt over de verhuringen, waaronder de in deze verordening genoemde doelgroepen en voorrangskandidaten. Paragraaf4.4Restbepaling Artikel4.4.1Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening. Hoofdstuk5Overgangs- en slotbepalingen Artikel5.1Overgangsbepalingen beschikkingen Vergunningen, toestemmingen, urgentieverklaringen, met inbegrip van daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening verleend, gelden als vergunningen, toestemmingen, urgentieverklaringen en indicaties, met inbegrip van daaraan verbonden voorwaarden en voorschriften als bedoeld in deze verordening. Het recht zoals dat gold onmiddellijk voor inwerkingtreding van onderhavige verordening blijft van toepassing op een huisvestingsvergunning een beschikking tot weigering, wijziging of intrekking daarvan, die nog niet onherroepelijk is. Het recht zoals dat gold onmiddellijk voor inwerkingtreding van onderhavige verordening blijft van toepassing op een beschikking tot toepassing van een bestuurlijke sanctie, genomen wegens de overtreding van het bepaalde bij of krachtens de Huisvestingswet, of een beschikking tot weigering, wijziging of intrekking daarvan, die nog niet onherroepelijk is. De inschrijfduur van een woningzoekende als bedoeld in artikel 2.2.3 tweede lid wordt bij de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening omgezet naar wachtpunten in de verhouding 1:1. Artikel5.2Overgangsbepalingen en coulanceregeling omzetten woonduur naar inschrijfduur Indien een woningzoekende zich in de periode van 1 januari 2016 tot 1 juli 2019 als zodanig inschrijft, wordt de woonduur die hij heeft opgebouwd onmiddellijk voorafgaand aan 31 december 2015, omgezet naar inschrijfduur indien de woningzoekende bij of na die inschrijving bij de beheerder van het aanbodinstrument of bij een corporatie aangegeven heeft dat bedoelde woonduur omgezet moet worden naar inschrijfduur. De in het eerste lid bedoelde omzetting van woonduur naar inschrijfduur vindt plaats in een verhouding van 1:1. De inschrijfduur die met toepassing van de vorige leden is ontstaan door omzetting van woonduur vervalt op 1 juli 2030. Wachtpunten als gevolg van omgezette woonduur gelden uitsluitend als de kandidaat nog woont in de woonruimte waar de woonduur is opgebouwd en deze leeg oplevert bij verhuizing. De wachtpunten die zijn ontstaan door in inschrijfduur omgezette woonduur vervallen op 1 juli 2030. Artikel5.3Overgangsbepaling registratie toeristische verhuur Voor aanbieders die hun woonruimte al voor de inwerkingtreding van het verbod aanboden voor toeristische verhuur, geldt het verbod bedoeld in artikel 3.5.2 (obv artikel 23a van de wet) niet eerder dan zes maanden na de inwerkingtreding van deze Wijzigingsverordening. Artikel5.4Overgangsbepaling omzetting Artikel 5.4 zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van de vierde wijziging van de Huisvestingsverordening 2021 blijft van toepassing op de aanvragen die op grond van dat artikel zijn ingediend tot op de aanvraag onherroepelijk is beslist. In afwijking van het eerste lid geldt voor aanvragers die hun woonruimte al voor de inwerkingtreding van het verbod bedoeld in artikel 3.1.2 eerste lid, aantoonbaar verhuurden en de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem op 18 april 2023 ten aanzien van het door hen ingestelde beroep een uitspraak heeft gedaan (zaaknummers HA A 22/2478, 22,2479, 22/2519, 22/2521, 22/2525, 22/2666, 22/ 2667, 22/ 2668, 22/2669, 22/2670, 22/2671, 22/2672 en 22/2673), geldt het verbod als bedoeld in artikel 3.1.2 eerste lid niet eerder dan zes maanden na inwerkingtreding van de 6e wijziging van de Huisvestingsverordening 2021. Voor aanvragers zoals omschreven in het tweede lid, geldt dat zij worden uitgezonderd van de weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 3.3.1a, tweede lid onder a en b, met dien verstande dat aan de vergunningverlening de voorwaarde zal worden verbonden dat zij binnen twee jaar na vergunningverlening hun verhuur in lijn hebben gebracht met de toegestane situatie. Voor aanvragers zoals omschreven in het tweede lid, geldt dat zij uitgezonderd worden van de weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 3.3.1a, tweede lid onder c of d. Bijlage 3, behorend bij artikel 3.3.1a, zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van de zevende wijziging van de Huisvestingsverordening 2021 blijft van toepassing op de aanvragen voor een omzettingsvergunning die voor 21 mei 2024 zijn ingediend tot op de aanvraag onherroepelijk is beslist. Artikel5.5Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Huisvestingsverordening gemeente Zaanstad 2025. Artikel5.6Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en vervalt na 4 jaar. De artikelen 2.3.11 tot en met 2.3.14 blijven ook na 17 maart 2030 in werking op voorwaarde dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken akkoord is met verlenging op grond van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. Bijlage1 Toepassingsgebied Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek De postcodegebieden/straten voor toepassing art 8 van de Wbmgp bij verhuur in particuliere woningen. Behorende bij artikel 2.3.11 lid 1 Wijk Postcode Straat Rosmolenwijk 1502 DH Heijermansstraat 1502 DJ Heijermansstraat 1502 DN Heijermansstraat 1502 NN Vergiliusstraat 1502 NP Vergiliusstraat 1502 VL Lijns Tewisz Roggeplein Pelders Hoornseveld 1503 AM Klipperstraat 1503 BD Karveelstraat 1503 BH Brikstraat 1503 BJ Brikstraat 1503 BK Brikstraat 1503 BL Brikstraat 1503 GA Perim 1503 GB Perim 1503 GC Perim 1503 GD Perim 1503 GE Perim 1503 EA Pharus 1503 EB Pharus 1503 EC Pharus 1503 ED Pharus 1503 EE Pharus 1503 TC Pinasstraat 1503 TD Pinasstraat 1503 TE Pinasstraat 1503 TG Pinasstraat 1503 TH Bezaanstraat 1503 TJ Galeistraat 1503 TK Barkstraat 1503 TN Rode Zee 1503 TP Rode Zee 1503 TR Rode Zee 1503 TS Rode Zee Poelenburg 1503 AD Twiskeweg 1503 AE Twiskeweg 1503 AH Twiskeweg 1503 AJ Twiskeweg 1504 AG De Weer 1504 AH De Weer 1504 AM Smitsven 1504 CR Wachterstraat 1504 DG Ds. Martin Luther Kingweg 1504 EH Lobeliusstraat 1504 EJ Lobeliusstraat 1504 GG Jaspersstraat 1504 GH Jaspersstraat 1504 JB E. Heijmansstraat 1504 JC E. Heimansstraat 1504 JN Bloemkorf 1504 KK Dodonaeusstraat 1504 LB Thijssestraat 1504 LC Thijssestraat 1504 LD Thijssestraat 1504 LE Thijssestraat 1504 LG Thijssestraat 1504 LH Thijssestraat 1504 NA Poelenburg 1504 NB Poelenburg 1504 NV Poelenburg 1504 NW Poelenburg Zaandam-Zuid 1505 BG Boendermaker 1505 BJ Boendermaker 1505 BL Boendermaker 1505 DE Zuiddijk 1505 HD Zuiddijk 1501 CA Zuiddijk 1501 CC Zuiddijk 1501 CD Zuiddijk 1501 CE Zuiddijk 1501 CK Zuiddijk 1501 CL Zuiddijk 1501 CM Zuiddijk 1501 CN Zuiddijk 1501 CR Zuiddijk 1501 CS Zuiddijk 1501 NL Touwslagersstraat 1505 TJ Lijsterbesstraat 1505 TK Lijsterbesstraat 1505 TL Lijsterbesstraat 1505 TM Abeelstraat 1505 TN Abeelstraat 1505 TP Abeelstraat Kogerveldwijk 1508 AA Fluitekruidweg 1508 AB Fluitekruidweg 1508 AC Fluitekruidweg 1508 AD Fluitekruidweg 1508 AE Fluitekruidweg 1508 AG Fluitekruidweg 1508 AH Fluitekruidweg 1508 AJ Fluitekruidweg 1508 AK Fluitekruidweg 1508 AL Fluitekruidweg 1508 AM Fluitekruidweg 1508 AN Fluitekruidweg 1508 AP Fluitekruidweg 1508 AR Fluitekruidweg 1508 BK Koekoeksbloemweg 1508 BL Koekoeksbloemweg 1508 BM Pinksterbloemweg 1508 BP Pinksterbloemweg 1508 BR Pinksterbloemweg 1508 BS Pinksterbloemweg 1508 BT Pinksterbloemweg 1508 BV Pinksterbloemweg 1508 WB Leverkruidweg 1508 WC Leverkruidweg 1508 WD Leverkruidweg 1508 WE Leverkruidweg 1508 WG Leverkruidweg 1508 WH Leverkruidweg 1508 WJ Leverkruidweg 1508 WK Leverkruidweg 1508 WL Leverkruidweg 1508 WN Leverkruidweg 1508 WP Leverkruidweg Bijlage2 Toepassingsgebied Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek De postcodegebieden/straten voor toepassing van artikel 10 van de Wbmgp (particuliere huur,corporatiehuur, inwonend 16+) Behorende bij artikel 2.3.11 lid 3 Wijk Postcode Straat Rosmolenwijk 1502 DH Heijermansstraat 1502 DJ Heijermansstraat 1502 DN Heijermansstraat 1502 NN Vergiliusstraat (alleen particulier) 1502 NP Vergiliusstraat 1502 TC Molenmakersstraat 1502 TC Molenmakersstraat 1502 TC Molenmakersstraat 1502 TC Molenmakersstraat 1502 VL Lijns Tewisz Roggeplein 1502 VM Lijns Tewisz Roggeplein 1502 VN Lijns Tewisz Roggeplein 1502 VX Redersstraat 1502 VZ Redersstraat Pelders- Hoornseveld 1503 AM Klipperstraat 1503 BD Karveelstraat 1503 BE Karveelstraat 1503 BH Brikstraat 1503 BJ Brikstraat 1503 BK Brikstraat 1503 BL Brikstraat 1503 CA Brandaris 1503 CB Brandaris 1503 CC Brandaris 1503 CD Brandaris 1503 CE Brandaris 1503 MD Bergblauwstraat 1503 ME Bergblauwstraat 1503 MG Bergblauwstraat 1503 MH Bergblauwstraat 1503 MJ Bergblauwstraat 1503 MK Bergblauwstraat 1503 ML Bergblauwstraat 1503 MP Vermiljoenweg 1503 MR Vermiljoenweg 1503 MS Vermiljoenweg 1503 MT Vermiljoenweg 1503 MV Vermiljoenweg 1503 MX Vermiljoenweg 1503 MZ Vermiljoenweg 1503 NB Indigostraat 1503 NC Indigostraat 1503 ND Indigostraat 1503 NE Indigostraat 1503 NG Indigostraat 1503 NH Indigostraat 1503 NJ Indigostraat 1503 GA Perim (alleen particulier) 1503 GB Perim (alleen particulier) 1503 GC Perim (alleen particulier) 1503 GD Perim (alleen particulier) 1503 GE Perim (alleen particulier) 1503 EA Pharus (alleen particulier) 1503 EB Pharus (alleen particulier) 1503 EC Pharus (alleen particulier) 1503 ED Pharus (alleen particulier) 1503 EE Pharus (alleen particulier) 1503 TC Pinasstraat 1503 TD Pinasstraat 1503 TE Pinasstraat 1503 TG Pinasstraat 1503 TH Bezaanstraat 1503 TJ Galeistraat 1503 TK Barkstraat 1503 TN Rode Zee 1503 TP Rode Zee 1503 TR Rode Zee 1503 TS Rode Zee 1503 XA Panneroodstraat 1503 XB Panneroodstraat 1503 XC Panneroodstraat 1503 XD Panneroodstraat 1503 XE Panneroodstraat 1503 XG Panneroodstraat 1503 XH Panneroodstraat Poelenburg 1503 AC Twiskeweg 1503 AD Twiskeweg 1503 AE Twiskeweg 1503 AH Twiskeweg 1503 AJ Twiskeweg 1504 AG De Weer 1504 AH De Weer 1504 AM Smitsven 1504 CR Wachterstraat 1504 DG Ds. Martin Luther Kingweg 1504 EA Abraham Kloosstraat 1504 EB Abraham Kloosstraat 1504 EH Lobeliusstraat 1504 EJ Lobeliusstraat 1504 EK Lobeliusstraat 1504 EL Lobeliusstraat 1504 EN Lobeliusstraat 1504 ES Heinsiusstraat 1504 ET Heinsiusstraat 1504 GD Jaspersstraat 1504 GE Jaspersstraat 1504 GG Jaspersstraat 1504 GH Jaspersstraat 1504 GJ Jaspersstraat 1504 GK Jaspersstraat 1504 GL Jaspersstraat 1504 HE Clusiusstraat (nr 73 t/m 167) 1504 HG Clusiusstraat (nr 73 t/m 167) 1504 HN Suringarstraat (nr 4 tm 106) 1504 HP Suringarstraat (nr 4 t/m 106) 1504 JC E. Heimansstraat 1504 JG E. Heimansstraat 1504 JH E. Heimansstraat 1504 JN Bloemkorf 1504 JK Goethartstraat 1504 JL Goethartstraat 1504 KG Dodonaeusstraat (nr 73 tm 167) 1504 KH Dodonaeusstraat (nr 73 tm 167) 1504 KK Dodonaeusstraat 1504 LB Thijssestraat 1504 LC Thijssestraat 1504 LD Thijssestraat 1504 LE Thijssestraat 1504 LG Thijssestraat 1504 LH Thijssestraat 1504 LL Thijssestraat 1504 LM Thijssestraat 1504 LN Thijssestraat 1504 NA Poelenburg 1504 NB Poelenburg 1504 NM Poelenburg 1504 NN Poelenburg 1504 NV Poelenburg 1504 NW Poelenburg 1504 NW Sportpark Poelenburg (realisatie 2026) Zaandam-Zuid 1505 BG Boendermaker 1505 BH Boendermaker 1505 BJ Boendermaker 1505 BK Boendermaker 1505 BL Boendermaker 1505 CG Wibautstraat 1505 CH Wibautstraat 1505 CJ Wibautstraat 1505 CK Wibautstraat 1505 CL Wibautstraat 1505 CM Wibautstraat 1505 CN Harpoeniersstraat 1505 CP Harpoeniersstraat 1505 CR Harpoeniersstraat 1505 CS Harpoeniersstraat 1505 CT Commandeursstraat 1505 CV Commandeursstraat 1505 CW Commandeursstraat 1505 DE Zuiddijk 1505 HD Zuiddijk 1501 CA Zuiddijk 1501 CC Zuiddijk 1501 CD Zuiddijk 1501 CE Zuiddijk 1501 CK Zuiddijk 1501 CL Zuiddijk 1501 CM Zuiddijk 1501 CN Zuiddijk 1501 CR Zuiddijk 1501 CS Zuiddijk 1501 NL Touwslagersstraat 1505 TJ Lijsterbesstraat 1505 TK Lijsterbesstraat 1505 TL Lijsterbesstraat 1505 TM Abeelstraat 1505 TN Abeelstraat 1505 TP Abeelstraat Kogerveldwijk 1508 AA Fluitekruidweg 1508 AB Fluitekruidweg 1508 AC Fluitekruidweg 1508 AD Fluitekruidweg 1508 AE Fluitekruidweg 1508 AG Fluitekruidweg 1508 AH Fluitekruidweg 1508 AJ Fluitekruidweg 1508 AK Fluitekruidweg 1508 AL Fluitekruidweg 1508 AM Fluitekruidweg 1508 AN Fluitekruidweg 1508 AP Fluitekruidweg 1508 AR Fluitekruidweg 1508 BK Koekoeksbloemweg 1508 BL Koekoeksbloemweg 1508 BM Pinksterbloemweg 1508 BP Pinksterbloemweg 1508 BR Pinksterbloemweg 1508 BS Pinksterbloemweg 1508 BT Pinksterbloemweg 1508 BV Pinksterbloemweg 1508 WB Leverkruidweg 1508 WC Leverkruidweg 1508 WD Leverkruidweg 1508 WE Leverkruidweg 1508 WG Leverkruidweg 1508 WH Leverkruidweg 1508 WJ Leverkruidweg 1508 WK Leverkruidweg 1508 WL Leverkruidweg 1508 WN Leverkruidweg 1508 WP Leverkruidweg 1508 XC Hof van Zaenden 1508 XD Hof van Zaenden 1508 XE Hof van Zaenden 1508 XG Hof van Zaenden 1508 XH Hof van Zaenden 1508 XJ Hof van Zaenden 1508 XW Hof van Blois 1508 XX Hof van Blois 1508 XZ Hof van Blois Bijlage3 Gebieden waar geen omzettingsvergunningen worden verleend: De vijf wijken van Zaandam-Oost (Poelenburg, Pelders- en Hoornseveld, Kogerveldwijk, Rosmolenwijk en Zaandam Zuid) en de Russische buurt (overeenkomstig de wijk- en buurtindeling van de gemeente Zaanstad). Behorende bij artikel 3.3.1a Toelichting 1. Algemene toelichting 1.1. Aanleiding Als gevolg van de Wet afschaffing plusregio’s is de Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013 vervallen per 1 januari 2016. Dit betekende dat voor die datum nieuwe regels over de verdeling van woonruimte en, desgewenst, over woonruimtevoorraadbeheer door de gemeenteraden van de regiogemeenten vastgesteld moesten zijn. In regionaal verband is er toen voor gekozen om de gemeenteraden van de afzonderlijke regiogemeenten te verzoeken de woonruimteverdelingsregels uit de meest recente versie van de Regionale Huisvestingsverordening Stadsregio Amsterdam 2013 vast te stellen. Stadsregio Amsterdam. Dit model was de basis voor de Huisvestingsverordening gemeente Zaanstad 2016 (HVV) Deze toelichting is in belangrijke mate gebaseerd op de toelichting uit 2013. Een nieuw regionaal woonruimteverdelingssysteem voor sociale huurwoningen van woningcorporaties Er is schaarste in het aantal beschikbare sociale huurwoningen in de regio Amsterdam. Om die schaarse woningen eerlijk te verdelen zijn er regels voor woonruimteverdeling die regionaal gelden. Voor 16 januari 2023 werden sociale huurwoningen op basis van inschrijfduur verdeeld. Binnen dat systeem was het voor huishoudens met een dringende behoefte of noodzaak om in de regio te komen wonen of binnen de regio te verhuizen nu erg lastig om woonruimte in de regio te vinden. Soms veranderen omstandigheden plotseling waardoor een spoedvraag naar een nieuwe woning ontstaat. Om hier meer rekening mee te kunnen houden is regionaal nieuw beleid voor woonruimteverdeling ontwikkeld. Dit heeft opengestaan voor inspraak in de zomer van 2020 en de uitkomsten daarvan worden nu geïmplementeerd. Hiervoor moest ook de Huisvestingsverordening worden aangepast. In het nieuwe systeem kunnen spoed-, zoek- en wachtpunten worden opgebouwd. Deze punten tezamen worden woonpunten genoemd en bepalen wie in aanmerking komt voor een beschikbare sociale huurwoning. Er zijn groepen woningzoekenden die niet in aanmerking komen voor een urgentieverklaring maar voor wie de noodzaak om te verhuizen wel groter is dan voor anderen: in geval van echtscheiding of een relatiebreuk waarbij minderjarige kinderen betrokken zijn; woningzoekenden met kinderen die in het geheel niet beschikken over eigen woonruimte en inwonen bij anderen; jongeren die nog thuis wonen en voor wie dit door de omstandigheden problematisch is geworden. Deze woningzoekenden kunnen een aanvraag doen om situatiepunten te kunnen opbouwen. Door de versnelde opbouw van extra punten komen zij sneller in aanmerking voor een woning. Woningzoekenden kunnen daarnaast hun kans op een woning gaan beïnvloeden door actief te zoeken: dan worden zoekpunten opgebouwd. In het nieuwe systeem is tot slot

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.