← Nederland

Erfgoedvisie gemeente Haarlemmermeer 2020-2030: 'Erfgoed omarmen en beleven' (Haarlemmermeer)

In het kort

Deze wet gaat over het erfgoedbeleid van de gemeente Haarlemmermeer voor de periode 2020-2030, met als doel erfgoed te omarmen en te beleven. Het richt zich op het zichtbaar en beleefbaar maken, behouden en beschermen, en verbinden van erfgoed met ruimtelijke ontwikkelingen.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

Erfgoedvisie gemeente Haarlemmermeer 2020-2030: 'Erfgoed omarmen en beleven'De raad van de gemeente Haarlemmermeer; gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 21 januari 2020 nummer 2020.0000051; besluit: de Erfgoedvisie Haarlemmermeer 2020-2030: 'Erfgoed omarmen en beleven' vast te stellen, met als speerpunten: het verder uitwerken van het verhaal van Haarlemmermeer, om erfgoed beter zichtbaar en beleefbaar te maken; het erfgoed - onze parels - te behouden en beschermen; het verbinden van erfgoed en ruimtelijke ontwikkelingen; de nota Erfgoed op de Kaart (2010.0049739), met uitzondering van het daarin weergegevene ten aanzien van archeologie, in te trekken; het onderdeel archeologie uit nota Erfgoed op de Kaart (2010.0049739) van toepassing te verklaren voor het grondgebied van de voormalige gemeente Haarlemmermeer; het onderdeel archeologie uit de Beleidsnota Archeologie van de voormalige gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude (RUI 11/001) van toepassing te verklaren voor het grondgebied van de voormalige gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude. Vastgesteld in de openbare vergadering van 5 maart

  1. De griffier, J. van der Rhee, B.Ha De voorzitter, M.H.F. Schuurmans-Wijdeven 2.Samenvatting Wat willen we bereiken? Erfgoed versterkt onze identiteit en onze verbondenheid. Erfgoed is een tastbare herinnering aan het leven van toen. Een oude stolpboerderij, een kerk of een buiten werking gesteld gemaal: allemaal stille getuigen van onze geschiedenis. Haarlemmermeer is een dynamische gemeente midden in de Randstad. Een gemeente met veel ruimtelijke ontwikkelingen. Juist vanwege deze dynamiek is behoud van erfgoed belangrijk om ons te verdiepen in onze geschiedenis en om het verhaal van Haarlemmermeer te bewaren. Visie Met erfgoed, kunst en cultuur kunnen we de samenleving versterken. Erfgoed is een van de dragende en verbindende krachten voor opgaven en ontwikkelingen binnen onze gemeente. Erfgoed draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving, de aantrekkelijkheid van de gemeente als bezoeklocatie en aan een aangenaam vestigingsklimaat. Wij streven naar een actief gebruik van erfgoed waar zoveel mogelijk mensen van kunnen genieten zonder ontwikkelingen tegen te houden. Ambitie Onze ambitie is om erfgoed te omarmen en te beleven. Omarmen door ons erfgoed in stand te houden en waar nodig te beschermen. Beleven door het verhaal van Haarlemmermeer beter zichtbaar en toegankelijk te maken en in te zetten als inspiratie bij economische, ruimtelijke en culturele ontwikkelingen van onze gemeente. De basis is het verhaal van Haarlemmermeer met de kernwaarden 'Water en pionieren' en 'Transport en logistiek'. Wij willen dat het verhaal van Haarlemmermeer ook in de toekomst voor zoveel mogelijk mensen goed zichtbaar, beleefbaar en toegankelijk blijft. Wat gaan we daarvoor doen? Om onze ambitie te bereiken hebben we drie speerpunten geformuleerd: lnspireren: Het verhaal van Haarlemmermeer beter zichtbaar en beleefbaar maken. Een levend verleden draagt bij aan de versterking van de identiteit, onze verbondenheid en de herkenbaarheid van de gemeente. Door het verhaal van Haarlemmermeer goed voor het voetlicht te brengen wordt het bruikbaar voor bijvoorbeeld architecten, stedenbouwers, (toeristische) ondernemers, marketeers maar ook verenigingen, andere maatschappelijke organisaties en inwoners Instandhouden:Heterfgoed-onzeparels-behoudenenbeschermen Het in stand houden van erfgoed is de kerntaak van gemeentelijk erfgoedbeleid. Het is van wezenlijk belang dat we goed nadenken voordat we een besluit nemen over het al dan niet voortbestaan van erfgoed. Om tot een zorgvuldige omgang met ons erfgoed te komen is het in de eerste plaats noodzakelijk een overzicht te hebben van het erfgoed binnen onze gemeente, vervolgens dat erfgoed te waarderen om tenslotte aan te geven hoe we met de verschillende categorieen erfgoed omgaan, bijvoorbeeld beschermen of verder ontwikkelen. Ontwikkelen: Het verbinden van erfgoed en ruimtelijke ontwikkelingen. De ruimtelijke omgeving van Haarlemmermeer is altijd in ontwikkeling en vormt daarmee een levende en veranderende omgeving. Erfgoed maakt hier onderdeel van uit en verandert dus mee. De overblijfselen van het verleden dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit ervan. Voor een goed verlopend ruimtelijk planproces is het essentieel om cultuurhistorische waarden zo vroeg mogelijk te identificeren en mee te wegen. Belangrijke instrumenten hierbij zijn de Verordening Fysiek domein, de welstandsnota, bestemmingsplannen en de omgevingsvisie in wording. De drie speerpunten bevatten in totaal veertien activiteiten (zie
  2. Uitwerking). In een uitvoeringsprogramma dat in het najaar van 2020 verschijnt, geven wij aan wanneer realisatie van deze activiteiten gepland is en wat wij daarvoor willen doen. Zo actualiseren wij dit jaar het archeologiebeleid en maken een nieuwe handleiding voor eigenaren van gemeentelijke monumenten. Wat mag het kosten? De kosten die voortvloeien uit deze erfgoedvisie bedragen € 171.
  3. Zij bestaan uit subsidies ter grootte van€ 141.900, die verstrekt worden op basis van de Subsidieverordening restauratie gemeentelijk erfgoed 2020, en kosten voor promotie, onderzoek en publiciteit ter grootte van € 30.
  4. De kosten worden gedekt door het in de Programmabegroting beschikbare budget van beleidsdoel 'lnwoners nemen deel aan een breed aanbod van culturele activiteiten en maken kennis met de culturele historie van Haarlemmermeer, waarvoor wij het cultureel erfgoed behouden' van programma Maatschappelijke ontwikkeling, taakveld 5.
  5. Wie is daarvoor verantwoordelijk? Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om de kaders van nieuw beleid vast te stellen. Het college is eerste aanspreekpunt voor de uitwerking van de beleidskaders en uitvoering van de beleidsvoornemens. De portefeuillehouder Cultuur is voor dit onderwerp eerste aanspreekpunt binnen het college. Wanneer en hoe zal de road over de voortgang worden geinformeerd? In het najaar van 2020 komt er een uitvoeringsprogramma dat ter informatie aan de gemeenteraad wordt gestuurd. 3.Uitwerking Inleiding Door de gemeentelijke herindeling van 1 januari 2019 is de eeuwenoude geschiedenis van Haarlemmerliede en Spaarnwoude verbonden met de polderhistorie van Haarlemmermeer. De herindeling biedt kansen voor een stevigere positionering van de gemeente in de Randstedelijke omgeving. Een positionering waarin de unieke waarden van erfgoed een belangrijke verbindende en stimulerende rol spelen. Onze gemeente telt nu 148 monumenten (36 rijksmonumenten, 33 provinciale monumenten en 79 gemeentelijke monumenten) en 2 beschermde dorpsgezichten Spaarndam en kern Hoofddorp). De gehele Stelling van Amsterdam heeft de status van UNESCO Werelderfgoed. Erfgoed omarmen betekent geen stilstand. De omgeving waarin ons erfgoed zich bevindt verandert voortdurend. Dat betekent dat onze erfgoedwaarden ook steeds aan verandering onderhevig zijn. Door de tijd heen is het gebruik gewijzigd en ook tegenwoordig krijgt erfgoed nieuwe functies. Het blijft echter herkenbaar en de verhalen blijven leesbaar. Sterker nog, er worden zelfs nieuwe verhalen aan toegevoegd. Denk bijvoorbeeld aan Kunstfort Vijfhuizen, de batterij aan de Sloterweg met ateliers, de vele schoolkinderen die op bezoek komen in het gemaal in Cruquius en appels plukken op de Olmenhorst. Erfgoed inspireert en voegt waarde en betekenis toe aan de leefomgeving. 3.1Wat willen we bereiken? Doel Letterlijk is erfgoed dat wat onze voorouders ons hebben nagelaten. Wij willen deze erfenis niet alleen goed beheren en bewaren voor toekomstige generaties, maar de kracht van ons erfgoed ook benutten voor de economische, ruimtelijke en culturele ontwikkeling van onze gemeente. Visie Met erfgoed, kunst en cultuur kunnen we de samenleving versterken. Erfgoed is een van de dragende en verbindende krachten voor opgaven en ontwikkelingen binnen onze gemeente. Erfgoed draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving, de aantrekkelijkheid van de gemeente als bezoeklocatie en aan een aangenaam vestigingsklimaat. Wij streven naar een actief gebruik van erfgoed waar zoveel mogelijk mensen van kunnen genieten zonder ontwikkelingen tegen te houden. Proces Voor de totstandkoming van de Erfgoedvisie zijn twee werkconferenties gehouden in De Stampe Toren in Spaarnwoude (respectievelijk op 17 mei 2017 en 31 oktober 2018). Tijdens deze conferenties zijn we in gesprek gegaan met een brede vertegenwoordiging van bij erfgoed betrokken partijen: Gilde van de Stampe Toren, Historische werkgroep Halfweg, Historisch Museum De Cruquius, Vrienden Stoomgemaal Halfweg, Podium voor Architectuur, Cultuurgebouw, Kunstfort Vijfhuizen, Oorlogs- en Verzetsmuseum CRASH, Landgoed de Olmenhorst, Sugar City, Mooi Noord-Holland, NMF Erfgoedadvies, Provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap van Rijnland, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, leden van de Erfgoedcommissie. De belangrijkste conclusies zijn, dat de kennis over erfgoed beter toegankelijk gemaakt moet warden en de Omgevingswet benut moet warden om erfgoed beter in te bedden in het ruimtelijk beleid. Met deze Erfgoedvisie komt de erfgoednota Erfgoed op de Kaart (2010.00499739) te vervallen, met uitzondering van het daarin weergegevene ten aanzien van archeologie. Ambitie Onze ambitie is erfgoed omarmen en beleven. Omarmen door ans erfgoed in stand te houden en waar nodig te beschermen. Beleven door het verhaal beter zichtbaar en beleefbaar te maken en in te zetten als inspiratie bij de economische, ruimtelijke en culturele ontwikkeling van onze gemeente. De basis is het verhaal van Haarlemmermeer met de kernwaarden 'Water en pionieren' en 'Transport en logistiek'. Wij willen dat het verhaal van Haarlemmermeer oak in de toekomst goed zichtbaar, beleefbaar en voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk blijft. 3.2Wat gaan we daarvoor doen? Het verhaal van Haarlemmermeer beter zichtbaar en beleefbaar maken. Uitwerken van het verhaal van Haarlemmermeer in verhaallijnen die benut kunnen worden door onder andere ontwerpers, ondernemers en inwoners. Wij willen beide kernwaarden (Water en pionieren, Transport en logistiek) verder uitwerken tot verhaallijnen met plekken, verhalen en de kwaliteiten waar zij voor staan. Dat geeft architecten, stedenbouwers, (toeristische) ondernemers, marketeers maar ook verenigingen en andere maatschappelijke organisaties de mogelijkheid om het verhaal van Haarlemmermeer beter toe te passen bij ruimtelijke en economische projecten en ontwikkelingen. Op deze manier versterken wij de identiteit van onze gemeente. Verder beleid ontwikkelen om de museale infrastructuur in onze gemeente te versterken. Wij willen musea met subsidie ondersteunen die een bijdrage leveren aan het zichtbaar en beleefbaar maken van het verhaal van Haarlemmermeer. Op dit moment warden vier musea ondersteund, die elk een deel van het verhaal vertellen en ontsluiten voor een breed publiek (Haarlemmermeermuseum De Cruquius, Kunstfort Vijfhuizen, Luchtoorlog­ en verzetsmuseum Crash en Museum Stoomgemaal Halfweg). Wij staan open voor gesprekken met nieuwe initiatieven, mits zij aansluiten bij het verhaal van Haarlemmermeer. Eventuele ondersteuning van nieuwe initiatieven dient binnen het huidige budget voor subsidie aan musea te vallen. Erfgoed promoten door Open Monumentendag en Monument van het jaar. Wij willen jaarlijks meer en nieuwe activiteiten/openstellingen stimuleren op Open Monumentendag, zodat het evenement groter en bekender, en daarmee beter bezocht, wordt. Om dit te bereiken zetten wij ons in om een Comite Open Monumentendag in het leven te roepen dat - net als in de meeste andere gemeenten - de organisatie van dit evenement op zich neemt. Verder zetten wij het sinds 2015 bestaande initiatief voort van de jaarlijkse verkiezing Monument van het Jaar. Erfgoededucatie: doorgaande leerlijn, erfgoedplatform en kinderboekje. In Haarlemmermeer is Erfgoededucatie onderdeel van het bredere vak Cultuureducatie, waarbij scholen in het basisonderwijs erfgoed als onderwerp kunnen kiezen. Centrum voor Kunst en Cultuur Pier K biedt de leerlijn erfgoed aan, in samenwerking met de erfgoedinstellingen binnen de gemeente. Voor overleg en afstemming heeft Pier K een Platform erfgoededucatie in het leven geroepen met alle erfgoedinstellingen. Ook geven wij een kinderboekje uit dat ouders bij de aangifte van geboorte meekrijgen. Het Noord­ Hollands Archief te Haarlem, waar de archieven van de voormalige gemeenten Haarlemmermeer en Haarlemmerliede & Spaarnwoude liggen opgeslagen, dient betrokken te worden bij dit platform zodat leerlingen ook in aanraking komen met het papieren erfgoed van onze gemeente (Archiefverordening gemeente Haarlemmermeer 2019.000554). Het erfgoed - onze parels - behouden en beschermen Opstellen van een Erfgoedkaart, inclusief cultuurlandschappen, als integraal onderdeel van ons erfgoed In onze Geoviewer zijn digitale kaarten voorhanden waar de beschermde monumenten op vermeld staan. Samen vormen deze bestanden een digitale erfgoedkaart van Haarlemmermeer. Om tot een volledige erfgoedkaart te komen dienen deze gegevens samengevoegd te worden met andere - vaak al beschikbare informatie - over onder andere archeologie, cultuurlandschappen, agrarische bebouwing en erfgoed langs de Ringdijk. Eenduidig archeologiebeleid vaststellen voor de hele gemeente Op grond van het Verdrag van Malta

(1992)en de Wet op de archeologische monumentenzorg
(2007)hebben beide voormalige gemeenten eigen archeologiebeleid opgesteld. Bij het raadsvoorstel van 2 januari 2019 (2019.0001182) is de Nota Erfgoed op de Kaart (van 17 februari 2011, 2010.0049739) die geschreven was voor de voormalige gemeente Haarlemmermeer, voor het gehele gebied van de nieuwe gemeente Haarlemmermeer van toepassing verklaard. Bij datzelfde besluit is echter ook de Beleidsnota Archeologie van de voormalige gemeente Haarlemmerliede & Spaarnwoude (20 december 2011, RUI 11/001) voor de hele gemeente Haarlemmermeer van toepassing verklaard. Het is nooit de bedoeling geweest om twee (ook nog onderling verschillende) regimes tegelijkertijd voor de gemeente van toepassing te verklaren. In de loop van dit jaar wordt het gewenste archeologiebeleid zoals dat zou moeten gaan gelden voor de gehele gemeente, ontwikkeld. De beide beleidskaarten (bijlagen 3 en 4) worden samengevoegd en geactualiseerd met nieuwe kennis en inzichten. Tot die tijd is het gewenst om voor het grondgebied van de voormalige gemeente Haarlemmerliede & Spaarnwoude, en voor het grondgebied van de voormalige gemeente Haarlemmermeer, hun oorspronkelijke beleid te laten gelden. Met de vaststelling in de loop van dit jaar van nieuw beleid wordt deze situatie omgevormd tot gelijkluidend beleid voor de gehele gemeente. Benutten van de erfgoedcommissie als adviseur van de gemeente De Erfgoedcommissie toetst vergunningaanvragen bij monumenten en adviseert het college gevraagd en ongevraagd over de omgang met erfgoed binnen de gemeente, waaronder de aanwijzing van monumenten. De erfgoedcommissie bestaat uit vijf leden met deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie, bouw-/architectuurhistorie, restauratie en landschap/stedenbouw. De commissie maakt een jaarverslag dat ter informatie aan de raad wordt aangeboden. lnformatievoorziening aan beheerders en eigenaren Wij streven naar een actieve informatievoorziening richting monumenteigenaren over relevante informatie als erfgoedbeleid, wet- en regelgeving, subsidiemogelijkheden en eventueel ook voorlichting over duurzaamheid. Eigenaren worden zoveel mogelijk gestimuleerd om vooraf met de Erfgoedcommissie te overleggen. Wij houden een openbaar monumentenregister bij met alle rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten. Voor eigenaren van gemeentelijke monumenten is een aparte handleiding beschikbaar. De huidige CultuurAtlas wordt uitgebreid met al ons erfgoed zodat deze informatie toegankelijk is voor een groot publiek. Beleid ontwikkelen voor duurzame monumentenzorg Monumenten vormen een specifieke opgave binnen het thema verduurzaming van gebouwen. Wij gaan eigenaren voorlichting geven over verduurzaming van monumenten. In het Uitvoeringsprogramma werken wij dit thema verder uit tot een concreet stappenplan om te komen tot een duurzame monumentenzorg. Bredere inzet van de subsidieregeling restauratie monumenten In Haarlemmermeer kunnen eigenaren van gemeentelijke monumenten een beroep doen op de gemeentelijke tegemoetkomingsregeling Subsidieverordening gemeente Haarlemmermeer. Met de nieuwe Subsidieverordening restauratie gemeentelijk erfgoed 2020 (2020-0000078) wordt de regeling aangepast zodat ook middelen beschikbaar komen voor onderzoek en promotie van erfgoed. Deze aanpassing van de Subsidieverordening restauratie gemeentelijk erfgoed wordt tegelijk met deze erfgoedvisie voorgelegd aan de raad. Het verbinden van erfgoed en ruimtelijke ontwikkeling. lnbedding van erfgoed in de Omgevingsvisie De gemeentelijke Omgevingsvisie is het beleidsinstrument om de identiteit van de gemeente te positioneren en de inbreng van erfgoed zo vroeg mogelijk te waarborgen. Door de erfgoedwaarden goed te borgen in de Omgevingsvisie kunnen zij herkenbaar blijven, zowel afzonderlijk als in samenhang met andere ruimtelijke opgaven. Voor ons meest belangrijke erfgoed streven we naar een juridische status als beschermd erfgoed. De uitgangspunten voor bescherming en de uitwerking van selectiecriteria en de selectie gaan we doen in het uitvoeringsprogramma. We streven ernaar jaarlijks minimaal drie nieuwe gemeentelijke monumenten aan te wijzen. Opstellen van ontwikkelprincipes voor ruimtelijke ingrepen In het uitvoeringsprogramma stellen wij een aanpak vast om ontwikkelprincipes op te stellen die het verhaal van Haarlemmermeer ondersteunen en versterken. Deze principes zijn handreikingen bij het ontwerp van ruimtelijke ingrepen in een gebied of langs belangrijke lijnen in het landschap. Dael is om het karakter en de eigenheid van een gebied te versterken door richting te geven aan hoe een nieuwe ontwikkeling kan passen in dat bestaande karakter. Ontwikkelingen zijn soms onvermijdelijk en noodzakelijk om een gebied of gebouw een nieuwe toekomst te geven. Naast het bestemmingsplan kunnen ontwikkelprincipes een middel vormen om erfgoed en het karakter van een gebied te behouden of te versterken. Het welstandsregime biedt onder andere houvast voor het formuleren van ontwikkelprincipes. Stimuleren van herbestemming en transformatie van erfgoed In de herbestemming van erfgoed ligt een opgave om de gemeenschap vitaal en leefbaar te houden. Voor de duurzame instandhouding van gebouwd erfgoed is passende herbestemming van belang. Wij stellen ons actief op bij het vinden van een passende nieuwe functie voor monumenten. Erfgoed inzetten als inspiratie en referentie bij (ruimtelijke) ontwikkelingen Om de erfgoedwaarden waar mogelijk te behouden en te versterken, attenderen wij bij ontwikkelingen (als bouw, verbouw, aanleg, inrichting, sloop, kap) de initiatiefnemer op de bijzondere waarden van het eigendom. Dit gebeurt door een vermelding in de te raadplegen Geoviewer, maar ook door instrumenten als de omgevingsvisie, het bestemmingsplan, de welstandsnota en de uit te werken ontwikkelprincipes. De gemeente verzoekt de initiatiefnemer na te denken over inpassing van deze waarden in de planvorming. Er wordt waarde gehecht aan inspiratie, overtuigingskracht en aan verantwoordelijkheidsgevoel bij de initiatiefnemer. In een uitvoeringsprogramma dat in het najaar van 2020 verschijnt, geven wij aan wanneer realisatie van deze activiteiten gepland is en wat wij daarvoor willen doen. Dit programma sturen wij ter kennisname aan de raad. 3.3Wat mag het kosten? De kosten die voortvloeien uit deze erfgoedvisie bedragen € 171.
  1. Zij bestaan uit subsidies ter grootte van€ 141.900, die verstrekt warden op basis van de Subsidieverordening restauratie gemeentelijk erfgoed 2020, en kosten voor promotie, onderzoek en publiciteit ter grootte van € 30.
  2. De kosten woden gedekt door het in de Programmabegroting beschikbare budget van beleidsdoel 'lnwoners nemen deel aan een breed aanbod van culturele activiteiten en maken kennis met de culturele historie van Haarlemmermeer, waarvoor wij het cultureel erfgoed behouden' van programma Maatschappelijke ontwikkeling, taakveld 5.
  3. 3.4Wie is daarvoor verantwoordelijk? Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad om de kaders van nieuw beleid vast te stellen. Het college is eerste aanspreekpunt voor de uitwerking van de beleidskaders en uitvoering van de beleidsvoornemens. De portefeuillehouder Cultuur is voor dit onderwerp eerste aanspreekpunt binnen het college. 3.5Welke overige relevante informatie is beschikbaar? Voor de totstandkoming van de erfgoedvisie zijn twee werkconferenties gehouden in De Stampe Toren in Spaarnwoude (respectievelijk 17 mei 2017 en 31 oktober 2018). Tijdens deze conferenties zijn we in gesprek gegaan met een brede vertegenwoordiging van bij erfgoed betrokken partijen, zoals historische verenigingen, eigenaren van erfgoed, provinciale adviesorganen, etc. De uitgangspunten van de visie zijn besproken in de erfgoedcommissie. In de lnforMeer komt een artikel over de erfgoedvisie. 3.6Wanneer en hoe zou de raad/het college over de voortgang worden geinformeerd? In het najaar van 2020 komt er een uitvoeringsprogramma dat ter informatie aan de gemeenteraad wordt gestuurd. 4.Ondertekening Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, de secretaris, drs. Carel Brugman de burgemeester, Marianne Schuurmans-Wijdeven Bijlage(n): Erfgoedvisie Haarlemmermeer 2020-2030: 'Erfgoed omarmen en beleven' Bijlage
  4. Het verhaal van Haarlemmermeer Bijlage
  5. lnstrumentarium erfgoed Haarlemmermeer Bijlage
  6. Archeologiebeleid voormalige gemeente Haarlemmermeer Bijlage
  7. Archeologiebeleid voormalige gemeente Haarlemmerliede & Spaarnwoude Erfgoedvisie gemeente Haarlemmermeer 2020-2030januari 2020 V O O R W O O R D Ons erfgoed is waardevol en geeft Haarlemmermeer karakter, het zijn stille getuigen van onze geschiedenis, tastbare herinneringen aan het leven van toen. Van onze overwinning op het water. Ook al bestaat de gemeente uit 31 kernen, het overwinnen van het water verbindt ons. De mentaliteit van aanpakken. In Haarlemmermeer gaan de vliegtuigen boven ons hoofd, raast het verkeer over de snelwegen en staat naast ons erfgoed soms een fabriek of een autosloperij. In dat erfgoed komt soms een restaurant of een kantoor. We leven én ondernemen, in en met dat erfgoed. Het staat niet buiten ons, maar het is van ons. Als een kans om iets te doen, of om iets moois te maken. Als een kans om iedereen mee in contact te brengen, opdat de verhalen worden verteld, en her-verteld en het verhaal van Haarlemmermeer behouden blijft. Er is in onze gemeente zoveel om trots op te zijn van vroeger en nu. We vinden het nog maar al te vaak gewoon en vanzelfsprekend. Wat zou het mooi zijn wanneer iedereen elkaar weet te verleiden en inspireren met mooie plekjes én producten uit de eigen kern. Dat we uitwisselen en ons met elkaar verbonden voelen. Ik denk daarbij aan de koekjes uit Spaarndam, de bessen uit Abbenes en het bier uit Vijfhuizen. Of het brood gebakken met oergranen uit Nieuw-Vennep. Er is nog zoveel te ontdekken in ons mooie Haarlemmermeer. Ik wil ons erfgoed omarmen en door zoveel mogelijk mensen laten beleven. Zodat de historie, identiteit en herkenbaarheid van ons erfgoed vanzelfsprekend is voor de inwoners van Haarlemmermeer. Marja Ruigrok Wethouder cultuur Kaart van de Haarlemmer of Leidsemeer, door Melchior Bolstra;
  8. S A M E N V A T T I N G Doel Letterlijk is erfgoed dat wat onze voorouders ons hebben nagelaten. Wij willen deze erfenis niet alleen goed beheren en bewaren voor toekomstige generaties maar de kracht van ons erfgoed ook benutten voor de economische, ruimtelijke en culturele ontwikkeling van onze gemeente. Visie Met erfgoed, kunst en cultuur kunnen we de samenleving versterken. Erfgoed is een van de dragende en verbindende krachten voor opgaven en ontwikkelingen binnen onze gemeente. Erfgoed draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving, de aantrekkelijkheid van de gemeente als bezoeklocatie en aan een aangenaam vestigingsklimaat. Wij streven naar een actief gebruik van erfgoed waar zoveel mogelijk mensen van kunnen genieten zonder ontwikkelingen tegen te houden. Proces De Erfgoedvisie is tot stand gekomen met inbreng van een brede vertegenwoordiging van bij erfgoed betrokken partijen en personen. In 2017 en 2018 hebben twee werkconferenties plaatsgevonden in De Stompe Toren in Spaarnwoude. De belangrijkste conclusies zijn dat de kennis over erfgoed beter toegankelijk wordt gemaakt en de Omgevingswet benut moet worden om erfgoed meer in te bedden in het ruimtelijk beleid. De leden van de erfgoedcommissie zijn in verschillende fases van het proces betrokken bij de totstandkoming van deze erfgoedvisie. Ambitie Onze ambitie is om erfgoed te omarmen en te beleven. Omarmen door ons erfgoed in stand te houden en waar nodig te beschermen. Beleven door het verhaal van Haarlemmermeer beter zichtbaar en toegankelijk te maken en in te zetten als inspiratie bij economische, ruimtelijke en culturele ontwikkelingen van onze gemeente. De basis is het verhaal van Haarlemmermeer met de kernwaarden ‘Water en pionieren’ en ‘ Transport en logistiek’. Wij willen dat het verhaal van Haarlemmermeer ook in de toekomst voor zoveel mogelijk mensen goed zichtbaar, beleefbaar en toegankelijk blijft. Speerpunten Om deze ambitie te realiseren zetten wij in op drie speerpunten: Inspireren – Het verhaal van Haarlemmermeer beter zichtbaar en beleefbaar maken door: Uitwerken van het verhaal van Haarlemmermeer in verhaallijnen die benut kunnen worden door onder andere ontwerpers, ondernemers en inwoners Verder ontwikkelen museale infrastructuur Erfgoed promoten waaronder Open Monumentendag en Monument van het jaar Erfgoededucatie: doorgaande leerlijn, erfgoedplatform en kinderboekje In stand houden - erfgoedparels in ere houden door: Het opstellen van een Erfgoedkaart Cultuurlandschappen opnemen als integraal onderdeel van ons erfgoed Eenduidig archeologiebeleid vaststellen voor de hele gemeente Benutten van de erfgoedcommissie als adviseur van de gemeente Informatievoorziening verstrekken aan beheerders en eigenaren Beleid ontwikkelen voor duurzame monumentenzorg De subsidieregeling restauratie monumenten breder inzetten Ontwikkelen - verbinden van erfgoed en ruimtelijke ontwikkelingen door: Inbedding van erfgoed in de omgevingsvisie Opstellen van ontwikkelprincipes voor ruimtelijke ingrepen Stimuleren van herbestemming en transformatie van erfgoed Erfgoed in te zetten als inspiratie en referentie bij (ruimtelijke) ontwikkelingen De speerpunten worden verder uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma dat in het najaar van 2020 verschijnt. 1I N L E I D I N G Wethouder cultuur Marja Ruigrok verwoordt het belang van erfgoed aldus: ‘Erfgoed versterkt onze identiteit en onze verbondenheid. Erfgoed is een tastbare herinnering aan het leven van toen. Een oude stolpboerderij, een kerk of een buiten werking gesteld gemaal: allemaal stille getuigen van onze geschiedenis. En er komt nog steeds erfgoed bij. Denk aan de Calatravabruggen en de bijzondere kunst in de openbare ruimte. Haarlemmermeer is een zeer dynamische gemeente midden in de Randstad. Een gemeente met veel ruimtelijke ontwikkelingen. Juist vanwege deze dynamiek is behoud van erfgoed belangrijk om ons te verdiepen in onze geschiedenis en om het verhaal van Haarlemmermeer te bewaren’. Door de gemeentelijke herindeling van 1 januari 2019 is de eeuwenoude geschiedenis van Haarlemmerliede en Spaarnwoude verbonden met de polderhistorie van Haarlemmermeer. De herindeling biedt kansen voor een stevigere positionering van de gemeente in de Randstedelijke omgeving. Een positionering waarin de unieke waarden van erfgoed een belangrijke verbindende en stimulerende rol spelen. De nieuwe gemeente beslaat een groot gebied dat loopt van het Noordzeekanaal tot aan de Kagerplassen, met eigen, identiteitsbepalende, historische kenmerken, landschapselementen en verhalen. Onze Geniedijk en onze vijf forten van de Stelling van Amsterdam behoren tot het Unesco werelderfgoed en de Stompe Toren van Spaarnwoude bevindt zich op een van de oudste strandwallen van ons land. Het gemaal Cruquius staat zelfs in miniatuurversie in Madurodam. En wat te denken van de vele andere gebouwen, dijken, landschappen, die laten zien wat onze ontstaansgeschiedenis is. Ze vormen gezamenlijk de zichtbare en onzichtbare sporen van het Haarlemmermeers verleden; zowel materieel erfgoed, archeologische vondsten, infrastructurele elementen, cultuurlandschappen, gebouwde of groene monumenten als immaterieel erfgoed zoals verhalen en tradities. Erfgoed om trots en zuinig op te zijn. Erfgoed omarmen betekent geen stilstand. De omgeving waarin ons erfgoed zich bevindt, verandert voortdurend. Dat betekent dat onze erfgoedwaarden ook steeds aan verandering onderhevig zijn. Door de tijd heen is het gebruik gewijzigd en ook tegenwoordig krijgt erfgoed nieuwe functies. Het blijft echter herkenbaar en de verhalen blijven leesbaar. Sterker nog, er worden zelfs nieuwe verhalen aan toegevoegd. Denk bijvoorbeeld aan Kunstfort Vijfhuizen, de batterij aan de Sloterweg met ateliers, de vele schoolkinderen die op bezoek komen in het gemaal De Cruquius of appels plukken op de Olmenhorst. Erfgoed inspireert en voegt waarde en betekenis toe aan de leefomgeving. WAAROM EEN NIEUWE ERFGOEDVISIE? In 2010 is de erfgoednota Erfgoed op de Kaart vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Haarlemmermeer (2010.0049739). In de voormalige gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude was geen erfgoednota van kracht, maar wel archeologiebeleid. Met de herindeling per 1 januari 2019 is het erfgoed van beide gemeenten samengevoegd zodat een nieuw en groter verhaal is ontstaan dat vraagt om nieuw beleid. Wij willen met deze nota het Haarlemmermeers erfgoed duurzaam in stand houden en nog beter benutten. Met deze nieuwe Erfgoedvisie komt de oude nota Erfgoed op de Kaart te vervallen. De nadruk in de oude erfgoednota lag op behoud van en kennis vergroten over erfgoed. Met deze nieuwe visie verschuift de focus naar erfgoed als inspiratie en motor voor nieuwe ontwikkelingen. Het is van belang vast te leggen hoe we als gemeente voor nu en in de toekomst het Haarlemmermeers erfgoed kunnen behouden, versterken en de (maatschappelijke) meerwaarde kunnen inzetten. Daartoe vormt deze integrale Erfgoedvisie, met het verhaal van Haarlemmermeer als verhalend fundament, de leidraad. De kern is dat erfgoed een belangrijke drager en vertrekpunt wordt voor allerlei hedendaagse thema’s en ontwikkelingen (identiteit, landschaps- en gebiedsontwikkeling, verstedelijking, ontkerkelijking, toekomst van veenweidegebieden, etc.). Erfgoed kan daarvoor waardevolle inspiratie en ervaringen bieden. Onder erfgoed verstaan wij de sporen uit het verleden in het heden die zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn. Deze sporen kunnen uit materieel erfgoed bestaan, in de vorm van gebouwen en landschappen, maar ook archeologische vondsten, archieven en voorwerpen in musea. De sporen kunnen ook bestaan uit immaterieel erfgoed zoals verhalen, gewoonten en gebruiken. Een klein deel van ons erfgoed heeft een status als (beschermd) monument. Erfgoed en archeologie zijn als het ware onze vensters op het verleden. Ze zijn tastbaar en spreken tot de verbeelding. Deze overblijfselen zijn de aanleiding of verleiding tot verdere verdieping in het erfgoed door achterliggende verhalen, legendes en tradities, zijnde het levende immateriële erfgoed. Tegenwoordig worden deze verhalen van even grote, misschien zelfs wel grotere, waarde geacht om erfgoed beleefbaar en toegankelijk te maken. Samen geven ze inzicht in het verhaal van de plek en vervullen daarmee de rol van drager of vertrekpunt. Erfgoed is ook een aanjager voor de lokale economie. Gemeenten met veel erfgoed zijn aantrekkelijk als woonlocatie; erfgoed heeft een waardevermeerderend effect op de omgeving en op vastgoed. Gemeenten met een historische kern zijn bovendien aantrekkelijk als toeristische bestemming. Dit laat de maatschappelijke waarde van erfgoed zien. Ook vormt erfgoed een stimulans voor het voorzieningenapparaat door de uitgaven van toeristen. PARTNERS IN ERFGOED In Haarlemmermeer zijn diverse organisaties en stakeholders als belanghebbenden nauw verbonden bij de instandhouding van erfgoed. Dit zijn in de eerste plaats de eigenaren en beheerders van erfgoed, onze musea en verenigingen met de vele vrijwilligers die zich inzetten voor behoud van ons erfgoed. De meesten staan hieronder bij de werkconferenties genoemd. Ook Schiphol is een van onze erfgoedpartners. De gemeente zelf heeft vanuit verschillende hoedanigheden een cruciale rol: als eigenaar van erfgoed (bijvoorbeeld kunst in de openbare ruimte), als uitvoerder van de wettelijke erfgoedtaken en als aanjager/facilitator. Ook provincie en Rijk (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) zijn belangrijke spelers. De gemeentelijke Erfgoedcommissie functioneert als adviesorgaan voor de gemeente. Werkconferenties Voor de totstandkoming van de Erfgoedvisie zijn twee werkconferenties gehouden in De Stompe Toren in Spaarnwoude (respectievelijk op 17 mei 2017 en 31 oktober 2018). Tijdens deze conferenties zijn we in gesprek gegaan met een brede vertegenwoordiging van bij erfgoed betrokken partijen: Gilde van de Stompe Toren, Historische werkgroep Halfweg, Historisch Museum De Cruquius, Vrienden Stoomgemaal Halfweg, Podium voor Architectuur, Cultuurgebouw, Kunstfort Vijfhuizen, Oorlogs- en Verzetsmuseum CRASH, Landgoed de Olmenhorst, Sugar City, Mooi Noord-Holland, NMF Erfgoedadvies, Provincie Noord-Holland, Hoogheemraadschap van Rijnland, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, leden van de Erfgoedcommissie. De resultaten van deze sessies zijn meegenomen in deze visie. Belangrijke conclusies zijn, dat de kennis over erfgoed toegankelijker wordt en de Omgevingswet benut moet worden om erfgoed beter in te bedden in het ruimtelijk beleid. De (leden van de) Erfgoedcommissie zijn in verschillende fases van het proces betrokken bij de totstandkoming van deze Erfgoedvisie. De Erfgoedvisie bevat vier bijlagen die integraal onderdeel uitmaken van de visie, namelijk een beschrijving van het verhaal van Haarlemmermeer, het instrumentarium dat ons ter beschikking staat voor de omgang met erfgoed en het nog steeds geldende archeologiebeleid van de voormalige gemeenten Haarlemmermeer en Haarlemmerliede & Spaarnwoude. 2HET VERHAAL VAN HAARLEMMERMEER Om een visie te formuleren hoe om te gaan met het Haarlemmermeers erfgoed en waar op in te zetten, is het allereerst van belang te weten wat het erfgoed van Haarlemmermeer behelst. Om het karakter van Haarlemmermeer als samenhangend geheel proberen te begrijpen. Welke kenmerken en eigenschappen hebben in de ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis van Haarlemmermeer een rol gespeeld en welke verdienen bijzondere aandacht bij maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen? Deze karakterschets vormt het fundament voor de visie. Het erfgoed is een betekenisvolle identiteitsdrager. Gebouwde en archeologische monumenten, infrastructuren, polderlandschappen, verkaveling patronen en dergelijke vormen waardevolle elementen en uitingen van deze identiteit. Het verhaal van Haarlemmermeer is een verhaal van pioniers, durvers en doeners. Van mensen die van een meer een van de meest welvarende en dynamische plekken van ons land hebben gemaakt. Met de samenvoeging van de gemeenten Haarlemmerliede & Spaarnwoude en Haarlemmermeer is meer bij elkaar gebracht dan enkel twee stukken land en twee groepen inwoners. De samenvoeging brengt twee gebieden bij elkaar die een unieke gezamenlijke historie hebben. Zij delen een belangrijke rol in de ontwikkeling van dit deel van Nederland. Het nieuwe Haarlemmermeer staat al eeuwenlang voor verbinding. Tussen mens en natuur, tussen dorpen, steden en (water-)wegen en tegenwoordig tussen Nederland en de rest van de wereld. Het verhaal van Haarlemmermeer is er een van strijd en ontwikkeling, van pionieren en innovatie, de basis van grootschalig watermanagement en agrarische en economische ontwikkeling. Het heeft ons van niets naar een toonaangevende economische regio gebracht. Maar het is vooral het verhaal van mensen; niet alleen afkomstig uit de verschillende kernen, maar ook van heinde en verre. Oorspronkelijk en nieuw; samen hebben zij Haarlemmermeer vormgegeven. Tot aan de dag van vandaag groeit Haarlemmermeer door. Oude en nieuwe inwoners blijven zich dagelijks aan Haarlemmermeer verbinden, zoals Haarlemmermeer de Randstad verbindt. Een uniek verhaal dus. Twee kernwaarden Uit alle studies, beleidsdocumenten en publicaties, maar ook de uitkomsten van de werkconferenties, komen een tweetal kernwaarden steeds weer terug: water en pionieren, transport en logistiek. Vanuit deze kernwaarden kunnen wij een sterk en onderscheidend verhaal vertellen dat de identiteit van Haarlemmermeer vormt. Beide kernwaarden worden hieronder beknopt genoemd. Ze moeten verder uitgewerkt worden in verhaallijnen die niet alleen bruikbaar zijn voor ontwerpers en ondernemers, maar ook voor verenigingen en inwoners van onze gemeente. De visie op de Ringdijk uit 2017 is daar een goed voorbeeld van. WATER & PIONIEREN De ambivalente relatie van Nederland met water speelt een belangrijke rol in de Haarlemmermeerse geschiedenis. Onze veiligheid stond voortdurend onder druk van het water, maar aan de andere kant had het water een belangrijke rol in bloeiperioden. Deze tegengestelde relatie met het water is herkenbaar in het Nederlandse landschap; enerzijds is het een bedreiging en anderzijds een zegen. Via het water kwamen de Nederlanders in iedere uithoek van de wereld, met perioden van economische voorspoed tot gevolg. Maar dat de zee ook tot zich neemt, blijkt uit de manier waarop waterstaatkundige werken ons landschap hebben beïnvloed. Het land stroomde over, werd weer drooggemaakt voor agrarische doeleinden of juist doelbewust onder water gezet om de vijand buiten de deur te houden. De tegenstrijdige verhouding tot het water – en de uiteindelijke beheersing van het water – is voor de ontstaansgeschiedenis van Haarlemmermeer van doorslaggevende betekenis geweest. Het landschap kenmerkt zich door de droogmakerij van het Haarlemmermeer met als evidente en bepalende landschapsstructuren de ringvaart en ringdijk. Zij vormen samen het begin van de Haarlemmermeerpolder en het einde van het Haarlemmermeer. Andere relevante overblijfselen zijn de gemalen (zoals De Leeghwater, De Cruquius en De Lijnden), de sluizen bij Halfweg, de Stelling van Amsterdam, molens (o.a. De Eersteling in Hoofddorp) en boerderijen. Dagloners uit het hele land trokken naar Haarlemmermeer omdat er werk was. De bewoners van het nieuwe land, die zich voornamelijk vestigden bij de overgangen naar het oude land, moesten onder vaak erbarmelijke omstandigheden zichzelf in leven zien te houden. Zo ontstond noodgedwongen een pionierende volksaard met een blik op de toekomst (zie Visie Ringdijk en Ringvaart Haarlemmermeer). TRANSPORT EN LOGISTIEK Anderzijds is de ligging tussen de grote steden Amsterdam, Haarlem en Leiden kenmerkend voor de gemeente. Een positie die zorgt voor een nauwe, en soms gespannen, band tussen stad en platteland. Die gunstige ligging leidt tot kernwaarden als transport en logistiek. Het Penningsveer was al sinds de Middeleeuwen onderdeel van de kortste route tussen Haarlem en Amsterdam. Eerst met een pont en sinds 1521 met een brug die in de Tachtigjarige Oorlog een belangrijke rol speelde. Halfweg ontstond dankzij de twee trekvaarten tussen Haarlem en Amsterdam, waar halverwege moest worden overgestapt. Dat verklaart ook de vele cafés aldaar toentertijd. Langs die route werd de eerste Nederlandse treinverbinding aangelegd. Ook de aanleg van Schiphol en aanverwante bedrijvigheid, als landelijk centrum van transport en logistiek, passen bij deze kernwaarden. Overblijfselen, die herinneren aan deze kernwaarden, zijn onder meer de gietijzeren spoorbrug in Halfweg (in de spoorlijn Amsterdam- Haarlem van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij) en station Vijfhuizen. Het fascinerende verhaal van Haarlemmermeer staat meer uitgebreid beschreven in Bijlage
  9. KIEZEN VOOR KARAKTER De identiteitsbepalende kernwaarden komen ook tot uiting in de belangrijkste erfgoedontwikkelingen binnen de gemeente, waarmee het unieke karakter van Haarlemmermeer wordt versterkt: Visie Geniedijk De Stelling van Amsterdam is in 1996 op de UNESCO Werelderfgoedlijst geplaatst. Met onze visie Geniedijk
(2009)willen wij de vijf forten van de Stelling van Amsterdam beter toegankelijk maken en restauratie van onderdelen zoals de batterijen stimuleren. Op dit moment hebben of krijgen alle forten een bestemming die ze toegankelijk maakt voor een breed publiek, net als de meeste historische gemalen. Visie ringdijk en ringvaart
(2017)Als gemeente willen we de Ringdijk en Ringvaart tot ons gemeentelijk erfgoed verklaren en onderzoeken hoe we de ringdijk en ringvaart kunnen voordragen voor provinciaal erfgoed of (inter)nationaal erfgoed. De visie heeft een vervolg gekregen in een uitvoeringsprogramma dat loopt tot eind
  1. Onderdeel is onder andere een onderzoek naar het erfgoed, inventarisatie en waardering en het opstellen van ontwikkelprincipes om het karakter van de Ringdijk te versterken. Haarlemmermeermuseum De Cruquius Het gemaal Cruquius is een van de best bewaard gebleven getuigen van de waterstaatkundige geschiedenis van ons land. In het gemaal en de voorgenomen nieuwbouw van Haarlemmermeermuseum De Cruquius wordt het verhaal van ontstaan en ontwikkeling van onze gemeente vertelt. Het museum is ontstaan uit een fusie tussen het Cruquius Museum, het Historisch Museum en de historische vereniging Meer-Historie. Stoomgemaal Halfweg Het Stoomgemaal Halfweg is kort na de drooglegging van de Haarlemmermeer gebouwd om het boezemwater zo snel mogelijk naar zee af te voeren. Met het verdwijnen van het Haarlemmermeer was de capaciteit voor waterberging met 80% afgenomen zodat bij hoogwater overstromingen dreigden. Het gemaal heeft tot 1977 dienst gedaan en daarna een nieuwe functie gekregen. Het is nu een museum dat het verhaal vertelt van de waterstaatkundige ontwikkelingen in verleden en heden. Historische polderlinten De Structuurvisie Haarlemmermeer 2030 bevat als doel de polderlinten verkeerskundig af te waarderen en landschappelijk te versterken. Om nieuwe planvorming langs de polderlinten goed te kunnen beoordelen, is sterk behoefte aan een ruimtelijk kader in de vorm van ontwikkelprincipes. Om die reden wordt het mogelijk waardevolle erfgoed langs de historische polderlinten geïnventariseerd en uitgewerkt, en daarbij wordt bovendien een verzameling van actuele foto’s van de historische structuren opgebouwd. Een aantal cultuurhistorisch waardevolle hoeven heeft al een succesvolle herbestemming gekregen, zoals Hoeve De Vogel aan de Rijnlanderweg 916 (herbestemd tot kantoor voor C-Bèta) en Hoeve Den Burgh aan de Rijnlanderweg 878 (herbestemd tot restaurant). Zij kunnen dienen als voorbeeld voor de aanpak van andere waardevolle boerderijen die uit deze inventarisatie naar voren komen. De Stompe Toren, Spaarnwoude Het kerkje De Stompe Toren is een van de mooiste monumenten van onze gemeente. Het gebouw is al meer dan honderd jaar niet meer in gebruik als kerk maar heeft nog steeds een belangrijke functie voor de gemeenschap als ruimte voor culturele activiteiten en bijeenkomsten. Het is daarmee een vroeg voorbeeld van herbestemming van kerkgebouwen, mogelijk gemaakt door de vele vrijwilligers. SugarCity, Halfweg Een sprekend voorbeeld van de dynamiek en waarde van erfgoed is de Suikerfabriek. Ontstaan kort na de drooglegging was het al snel een van de belangrijkste economische dragers voor de bevolking in de nieuwe polder. Nadat de suikerfabriek in 1992 de deuren moest sluiten, wordt het terrein nu herontwikkeld tot een evenementlocatie, in combinatie met kantoren, een outlet en leisure, onder de naam SugarCity. Het complex is opgenomen in de HollandRoute van de Europese Route voor Industrieel Erfgoed. Modern erfgoed Er komt nog steeds erfgoed bij in onze gemeente. Wij hebben in de loop der jaren een uitgebreide collectie kunst in de openbare ruimte opgebouwd, veelal gemaakt door gerenommeerde kunstenaars. En ons modern erfgoed bestaat niet alleen uit buitenkunst maar ook uit moderne gebouwen en nieuwe werken zoals de bruggen van de Spaanse architect Calatrava. Zo voegen we steeds nieuw erfgoed toe aan bestaande landschappen en monumenten. Benutten van het verhaal van Haarlemmermeer Deze recente erfgoedontwikkelingen zijn een goed voorbeeld van de mogelijkheden die het verhaal en erfgoed van Haarlemmermeer bieden voor het versterken van de leefomgeving, het vestigingsklimaat en de toeristische ontwikkeling van onze gemeente. Wij willen beide kernwaarden verder uitwerken tot verhaallijnen met plekken, verhalen en de kwaliteiten waar zij voor staan. Dat geeft architecten, stedenbouwers, (toeristisch) ondernemers, marketeers maar ook verenigingen en andere maatschappelijke organisaties de mogelijkheid om het verhaal van Haarlemmermeer beter toe te passen bij ruimtelijke en economische projecten en ontwikkelingen. Op deze manier versterken wij de identiteit van onze gemeente. 3KANSEN VOOR ERFGOED KANSEN VOOR ERFGOED Wij willen ons erfgoed omarmen en door zoveel mogelijk mensen laten beleven. Dit hoofdstuk beschrijft de manier waarop Haarlemmermeer de kansen voor erfgoed wil verzilveren. ERFGOEDVISIE Het Haarlemmermeers erfgoed vormt het fundament voor het verhaal van Haarlemmermeer. Musea, kunst, architectuur en cultuurhistorie leggen verbindingen tussen de sporen uit het verleden en de hedendaagse en toekomstige ontwikkelingen in onze gemeente. Erfgoed is zo een dragende en verbindende kracht voor opgaven en ontwikkelingen binnen onze gemeente. Dit gebeurt door erfgoed als middel in te zetten als inspiratiebron tijdens een ontwerpproces. Op deze manier draagt erfgoed bij aan de kwaliteit van de leefomgeving, de aantrekkelijkheid van de gemeente als bezoeklocatie en aan een aangenaam vestigingsklimaat. Als economische factor is erfgoed van belang voor de vitaliteit van onze gemeente. Erfgoed is ook een waarde op zich. Mensen ontlenen er een gevoel van trots en verbondenheid aan. Het geeft identiteit, op basis van een gezamenlijk verleden. Het is dan ook belangrijk dat iedereen toegang heeft tot die specifieke kennis over erfgoed en bovenal dat erfgoed zichtbaar en toegankelijk is. AMBITIE Onze ambitie is om erfgoed te omarmen en te beleven. Omarmen door ons erfgoed in stand te houden en waar nodig te beschermen. Beleven door het verhaal beter zichtbaar en toegankelijk te maken en in te zetten als inspiratie bij de economische, ruimtelijke en culturele ontwikkelingen van onze gemeente. De basis is het verhaal van Haarlemmermeer met de kernwaarden ‘Water en pionieren’ en ‘ Transport en logistiek’. Wij willen dat het bijzondere verhaal van Haarlemmermeer ook in de toekomst voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk blijft. De kansen voor erfgoed worden benut door: Het verhaal van Haarlemmermeer beter zichtbaar en beleefbaar te maken voor inwoners, ondernemers en bezoekers; In te zetten op het in stand houden en versterken van het nog aanwezige erfgoed, zowel boven- als ondergronds; Verbindingen met erfgoed te leggen bij stedelijke- en landschappelijke ontwikkelingen; Het verbinden van materieel en immaterieel erfgoed; Het versterken van de synergie tussen landschap, erfgoed, monumenten en kunst, zoals verwoord in de nota Ruimte voor cultuur, Kansen voor ondernemerschap (2012.0016382) – programmalijn Landschap en geschiedenis als inspiratiebron; Hergebruik en herbestemmen van erfgoed verder te stimuleren; Een integrale benadering -door aansluiting en inbedding te zoeken van erfgoed bij andere beleidsterreinen als vrijetijdseconomie, ruimtelijke ontwikkeling en het sociale domein. In het volgende hoofdstuk worden de erfgoedambities verder uitgewerkt in een drietal speerpunten. Concrete acties en projecten nemen we op in een uitvoeringsprogramma dat najaar 2020 gereed is 4SPEERPUNTEN VOOR ERFGOED Wij vullen de Erfgoedvisie in met de volgende speerpunten: Inspireren – Het verhaal van Haarlemmermeer beter zichtbaar en beleefbaar te maken voor inwoners, ondernemers en bezoekers; In stand houden - erfgoedparels in ere houden; Ontwikkelen - verbinden van erfgoed en ruimtelijke ontwikkelingen. De speerpunten zijn beleidsvoornemens die het kader vormen voor uitvoering van het erfgoedbeleid. In het uitvoeringsprogramma dat najaar 2020 verschijnt, worden concrete acties en projecten opgenomen en geven wij aan wanneer de uitvoering en voltooiing plaatsvindt. INSPIREREN Een levend verleden draagt bij aan de versterking van de identiteit, onze verbondenheid en de herkenbaarheid van de gemeente. Erfgoedbeleving is niet meer weg te denken uit het huidige cultuur- en erfgoedbeleid. Gezien het ruime aanbod, bestaat er een levendige belangstelling voor alles dat met het verleden of de restanten daarvan te maken heeft. Cultuurtoerisme kan bijdragen aan de instandhouding van erfgoed, maar draagt tevens bij aan werkgelegenheid. Daarom is het belangrijk om informatie over ons erfgoed toegankelijk te maken voor inwoners, ondernemers, monumenteigenaren en bezoekers. Maar ook aandacht en bewustwording van erfgoed binnen de bestuurlijke en ambtelijke organisatie is van wezenlijk belang. Het verhaal van Haarlemmermeer uitwerken De Erfgoedvisie kent aan het Haarlemmermeers erfgoed belangrijke waarden toe: unique selling point voor economie en toerisme, een referentie voor sociale verbinding en identiteit en een bron van inspiratie voor ruimtelijke ontwikkeling. Wij werken het verhaal van Haarlemmermeer, zoals in hoofdstuk 2 beknopt in kernwaarden aangestipt, verder uit tot verhaallijnen. Met daarbij aanknopingspunten om de profilering van Haarlemmermeer te versterken vanuit citymarketing en toeristisch-recreatieve ondernemers. Ontwikkelen van museale infrastructuur Op dit moment ondersteunen wij vier musea, die elk een deel van het verhaal van Haarlemmermeer vertellen en ontsluiten voor een breed publiek: Haarlemmermeer Museum De Cruquius, waarin het historische gemaal en het historisch museum zijn opgegaan. Kunstfort bij Vijfhuizen, dat moderne kunst laat zien die reageert en reflecteert op het landschap en de (vesting) achtergrond van de omgeving. Luchtoorlog- en verzetsmuseum Crash in het Fort bij Aalsmeer, dat de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog vertelt met de nadruk op de vele in de Haarlemmermeer neergestorte militaire vliegtuigen. Museum Stoomgemaal Halfweg, dat uitleg geeft over de waterstaatkundige geschiedenis van Halfweg. Daarnaast ontvangt het Nederlands Transport Museum, tijdelijk gehuisvest in Nieuw-Vennep, incidentele bijdragen voor de organisatie van activiteiten zoals 100 jaar Luchtvaart en 75 jaar Bevrijding. De gemeente wil musea ondersteunen die een bijdrage leveren aan het zichtbaar en beleefbaar maken van minimaal één van de kernwaarden, zoals omschreven in hoofdstuk
  2. Dat zijn in ieder geval de bestaande musea maar de gemeente staat ook open voor gesprekken met nieuwe initiatieven, mits zij aansluiten bij het verhaal van Haarlemmermeer. Erfgoedpromotie Open Monumentendag is een prachtig landelijk initiatief, dat sinds 1987 in Nederland bestaat. Aan de hand van landelijke thema’s wordt breed aandacht gevraagd voor cultureel erfgoed. Met een bezoekersaantal van ongeveer een miljoen is dit het grootste culturele evenement in ons land. Ook de gemeente Haarlemmermeer doet mee aan Open Monumentendag. De ambitie is om jaarlijks meer en nieuwe activiteiten/openstellingen te stimuleren, zodat het evenement groter en bekender, en daarmee beter bezocht, wordt. Om dit te bereiken zetten wij ons in om een Comité Open Monumentendag in het leven te roepen dat - net als in de meeste andere gemeenten – de organisatie van dit evenement op zich neemt, inclusief de openstelling van monumenten en aanvullende activiteiten. Monument van het Jaar is een sinds 2015 bestaand initiatief van de jaarlijkse verkiezing Monument van het Jaar. Hiermee wordt beoogd de bekendheid van het erfgoed te vergroten. In 2019 kwam het Oude Raadhuis te Hoofddorp als winnaar uit de verkiezing waaraan meer dan 1000 mensen deelnamen. Erfgoededucatie Met erfgoededucatie doen leerlingen aan de hand van sporen uit het verleden kennis en vaardigheden op en ontwikkelen zij inlevingsvermogen en persoonlijk, cultureel en historisch bewustzijn. Leerlijn erfgoededucatie,In Haarlemmermeer is Erfgoededucatie onderdeel van het bredere vak Cultuureducatie, waarbij scholen in het basisonderwijs erfgoed als onderwerp kunnen kiezen. Centrum voor Kunst en Cultuur Pier K biedt de leerlijn erfgoed aan, in samenwerking met de erfgoedinstellingen binnen de gemeente. Deze instellingen verzorgen het programma voor de leerlingen. Platform erfgoededucatie,Voor overleg en afstemming heeft Pier K een Platform erfgoededucatie in het leven geroepen. Musea en andere instellingen die voor subsidie in aanmerking wensen te komen, dienen zich aan te sluiten bij dit platform en educatieve activiteiten voor het onderwijs aan te bieden. Het Noord-Hollands Archief te Haarlem, waar de archieven van de voormalige gemeenten Haarlemmermeer en Haarlemmerliede & Spaarnwoude liggen opgeslagen, dient betrokken te worden bij dit platform zodat leerlingen ook in aanraking komen met het papieren erfgoed van onze gemeente (Archiefverordening 2019 gemeente Haarlemmermeer, 2019.000554). Kinderboekje, Ieder kind dat in Haarlemmermeer wordt geboren krijgt bij geboorteaangifte een boekje dat op een speelse en leuke manier het verhaal van Haarlemmermeer vertelt. Het maakt het verhaal van onze gemeente voor ouders en kind zichtbaar en beleefbaar. IN STAND HOUDEN Het in stand houden van erfgoed is de kerntaak van het gemeentelijke erfgoedbeleid. Om tot een zorgvuldige omgang met ons erfgoed te komen is het in de eerste plaats noodzakelijk een overzicht te hebben van het erfgoed binnen onze gemeente, vervolgens dat erfgoed te waarderen om tenslotte aan te geven hoe we met de verschillende categorieën erfgoed omgaan. Beleidsinstrumentarium Voor de omgang met het erfgoed heeft de gemeente Haarlemmermeer de beschikking over een beleidsinstrumentarium dat staat beschreven in Bijlage
  3. Voor het erfgoedbeleid stellen wij onderstaande actiepunten vast. Erfgoedkaart en -registratie Als gemeente houden we ons erfgoed bij in een registratie. Deze kan gepresenteerd worden in de Geoviewer. Om tot een volledige erfgoedregistratie in de geest van de Omgevingswet te komen, dienen gegevens samengevoegd te worden met andere – vaak al beschikbare informatie – over onder andere archeologie, agrarische bebouwing en beschermd erfgoed. Deze data worden gebruikt in belangrijke (primaire) processen binnen de gemeente zoals vergunningverlening, bestemmingsplannen, Omgevingswet, etc. Het is van belang om deze data continu te updaten, waarbij samenwerking met de lokale erfgoedorganisaties en burgers gezocht zal worden. Cultuurlandschappen Waardevolle cultuurlandschappen behoren tot het Haarlemmermeers erfgoed. Haarlemmermeer is onderdeel van het woon- en werklandschap van de Metropool Regio Amsterdam (MRA). In het Narratief voor de MRA (Steenhuis/Meurs, 2019) staat dit aldus verwoord: ‘Het landschap vertelt verhalen, biedt onthaasting en schoonheid en is belangrijk voor het mentale welbevinden. Het is geladen met culturele betekenis, die we terugvinden in landschappelijke structuren en onze gebouwde omgeving, maar ook in schilderijen, gebruiksvoorwerpen, documenten, romans en gedichten, muzikale composities en hedendaagse kunst.’ Voor sommige van onze landschappen zijn aparte visies opgesteld, bijvoorbeeld voor de Ringdijk en de Geniedijk. Ook in de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart is een lijst aan landschappelijke elementen en gebieden uit onze gemeente aanwezig. Deze landschappelijke elementen dienen opgenomen te worden op de bovengenoemde Erfgoedkaart en in de Omgevingsvisie, zodat bij ontwikkelingen rekening gehouden kan worden met en inspiratie gevonden kan worden in deze elementen. Archeologie Haarlemmermeer is niet alleen bovengronds interessant, ook ondergronds zijn bijzondere sporen uit het verleden bewaard. Op grond van het Verdrag van Malta
(1992)en de Wet op de archeologische monumentenzorg
(2007)hebben beide voormalige gemeenten een eigen archeologiebeleid opgesteld dat nog steeds geldig is. Dit betekent dat de gemeente op dit moment afzonderlijk archeologisch beleid, beleidskaarten en archeologische regimes kent voor het grondgebied van de voormalige gemeenten (zie bijlagen 3 en 4). In 2020 starten wij met het opstellen van archeologisch beleid en een eenduidig archeologisch regime voor de hele gemeente. De beide beleidskaarten worden samengevoegd en geactualiseerd met nieuwe kennis en inzichten die onder andere verkregen zijn uit opgravingen van de afgelopen jaren. Doelen archeologiebeleid Met ons archeologiebeleid streven wij de realisering van de volgende doelen na: Bescherming van het bodemarchief door archeologische waarden mee te laten wegen in ruimtelijke planprocedures. Wij willen dit realiseren door de archeologische waarden op te nemen in bestemmingsplannen. Waar opname in het bestemmingsplan niet meteen mogelijk is, omdat een bestemmingsplan bijvoorbeeld nog niet aan herziening toe is, regelen wij de bescherming van de archeologische waarden via de erfgoedverordening. Hoe omgang met archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen precies vast te leggen is beschreven in bijlage 3, Ruimtelijk Beleid en Archeologie. In deze bijlage worden de mogelijkheden om archeologie in het bestemmingsplan op te nemen, het vergunningenstelsel, en de processen die komen kijken bij het doen van archeologisch onderzoek, uiteengezet. Prioriteit geven aan het ter plaatse (‘in situ’) bewaren van archeologische waarden. Als gemeente hebben wij het voornemen om alleen in gevallen waar vernietiging van archeologische waarden niet voorkomen kan worden, aan de verstoorder te verplichten deze veilig te stellen door archeologisch veldonderzoek te doen en opgravingswerkzaamheden te verrichten (behoud ‘ex situ’). De initiatiefnemer van het project dat tot bodemverstorende activiteiten leidt (de verstoorder) is in dat geval verantwoordelijk voor de kosten van archeologisch onderzoek en opgravingswerkzaamheden. Indien er excessieve kosten gemaakt moeten worden, kan de gemeente overwegen bij te dragen. Kennisvermeerdering van het Haarlemmermeers bodemarchief als behoud op de plek zelf niet mogelijk is (‘ex situ’). Kennis vergaren over wat er zich in de grond bevindt is belangrijk voor het realiseren van een goede kwaliteit van archeologische monumentenzorg. Kennis is noodzakelijk om het archeologisch beleid een kader te geven en te sturen. Eventuele archeologische vondsten dienen aangemeld en overgedragen te worden aan het Provinciaal depot voor bodemvondsten Noord- Holland. Dit om wetenschappelijk onderzoek en behoud mogelijk te maken. Beleidskaarten archeologie Om de kwaliteit en omvang van het bodemarchief inzichtelijk te maken en de archeologische belangenafweging in het ruimtelijk ordeningsproces zo werkbaar mogelijk te houden, voegen wij samen en actualiseren wij de Archeologische Beleidskaarten van Haarlemmermliede & Spaarnwoude en Haarlemmermeer. Met deze kaart geven wij aan in welke gebieden grondverstorende activiteiten van een bepaalde omvang vergunningplichtig zijn. De beleidskaart is de onderlegger voor het opstellen en herzien van bestemmingsplannen en dient tevens als onderlegger voor de besluitvorming bij vergunningverlening. In de digitale versie van de beleidskaart is informatie op te vragen over de achtergronden van toegekende waardes. De kaart is ook raadpleegbaar voor externe partijen die te maken hebben met ruimtelijke ontwikkelingen zodat bij alle betrokkenen bekend is op basis van welke cultuurhistorische waarden plannen worden getoetst en de kaders vooraf duidelijk zijn. Gemeentelijke erfgoedcommissie De Erfgoedcommissie toetst vergunningaanvragen bij monumenten en adviseert het college gevraagd en ongevraagd over de omgang met erfgoed binnen de gemeente, waaronder de aanwijzing van gemeentelijke monumenten. De commissie komt maandelijks bijeen en is door deze frequentie in staat advies te geven binnen de termijnen die gelden voor het afhandelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen voor monumenten en voor gebouwen in de monumentenzone (welstandsregime). De Erfgoedcommissie bestaat uit vijf leden met deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratie en landschap/ stedenbouw. De commissie maakt een jaarverslag dat ter informatie aan de raad wordt aangeboden. Informatievoorziening De gemeente streeft naar een actieve informatievoorziening richting monumenteigenaren over relevante informatie als erfgoedbeleid, wet- en regelgeving, subsidiemogelijkheden en eventueel ook voorlichting over duurzaamheid. Eigenaren worden zoveel mogelijk gestimuleerd om vooraf met de Erfgoedcommissie te overleggen. De gemeente houdt een openbaar monumentenregister bij met alle rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten. Voor eigenaren van gemeentelijke monumenten is een aparte handleiding beschikbaar. De huidige CultuurAtlas wordt uitgebreid met al ons erfgoed zodat deze informatie toegankelijk is voor een groot publiek. Hier vinden ook de bestaande verhalenpalen in de gemeente een plek. Duurzame monumentenzorg De verduurzaming van gebouwen is een steeds belangrijker thema geworden. Daarbinnen vormen monumenten een specifieke opgave. Monumenten zijn op zichzelf genomen door hun lange levensduur, en de wijze waarop ze vroeger zijn geconstrueerd, feitelijk al duurzaam, maar eigenaren willen de panden graag verder verduurzamen, al was het maar om de energielasten te verlagen. Dat begint bij voorlichting over gedrag: veel energie kan worden bespaard door zogenaamde quick wins. In het Uitvoeringsprogramma wordt dit thema verder uitgewerkt tot een concreet stappenplan om te komen tot een duurzame monumentenzorg. Gemeentelijke subsidieverordening In Haarlemmermeer kunnen eigenaren van gemeentelijke monumenten een beroep doen op de gemeentelijke tegemoetkomingsregeling Subsidieverordening gemeente Haarlemmermeer. Met de nieuwe Subsidieverordening restauratie gemeentelijk erfgoed 2020 wordt de regeling aangepast zodat ook middelen beschikbaar komen voor onderzoek en promotie van erfgoed. ONTWIKKELEN De ruimtelijke omgeving van Haarlemmermeer is altijd in ontwikkeling en vormt daarmee een levende en veranderende omgeving. Erfgoed maakt hier onderdeel van uit en verandert dus mee. Het kan ingezet worden als inspiratie en referentie voor een kwaliteitsimpuls bij (ruimtelijke) ontwikkelingen. Bij elke nieuwe ontwikkeling worden in feite nieuwe lagen van vitaliteit aan de bestaande lagen toegevoegd. Erfgoed legt op deze manier de verbinding tussen heden, verleden en toekomst van een plek. De overblijfselen van het verleden vertellen over de identiteit van een gebied en dragen in belangrijke mate bij aan de ruimtelijke kwaliteit ervan. Door het in stand houden, benutten en versterken van de karakteristiek van een specifieke plek wordt de diversiteit in het landschap en een interessante woon-, werk- en verblijfsomgeving gecreëerd en vergroot. Voor een goed verlopend ruimtelijk planproces is het essentieel om cultuurhistorische waarden zo vroeg mogelijk te identificeren en mee te wegen. Belangrijke beleidsdocumenten hierbij zijn de Verordening Fysiek Domein, de welstandsnota, bestemmingsplannen en de omgevingsvisie. Inbedding van erfgoed in omgevingsvisie De gemeentelijke Omgevingsvisie is hét beleidsinstrument om de identiteit van de gemeente te positioneren en de inbreng van erfgoed zo vroeg mogelijk te waarborgen. Een plek met een unieke identiteit, waar materiele en immateriële erfgoedwaarden een belangrijke bouwsteen voor vormen, trekt (indien gewenst) meer bewoners, bedrijven en bezoekers. Door de erfgoedwaarden goed te borgen in de omgevingsvisie kunnen zij herkenbaar blijven, zowel afzonderlijk als in samenhang met andere elementen en ruimtelijke opgaven. Voor ons meest belangrijke erfgoed streven we naar een juridische status als beschermd erfgoed. De uitgangspunten voor bescherming, de uitwerking van selectiecriteria en de wijze van selecteren nemen we op in het uitvoeringsprogramma. We streven ernaar jaarlijks drie nieuwe gemeentelijke monumenten aan te wijzen. Deze Erfgoedvisie is een integraal onderdeel van de Omgevingsvisie. Hiermee wordt erfgoed op een goede manier geborgd in ons ruimtelijk beleid. In het Raadsvoorstel Omgevingswet: Contouren voor de omgevingsvisie Haarlemmermeer zijn onder Thema
  1. ‘Woningbouw, verstedelijking en landschap’ de aanknopingspunten voor erfgoed als identiteitsbepalende factor zichtbaar: ‘Onze kwaliteiten – zoals de diversiteit aan kernen, onze recreatiegebieden, onze vergezichten, onzewerkgelegenheidspositie en onze ligging en bereikbaarheid – zetten we nog beter in ten bate van doelen als het bieden van een aantrekkelijk vestigingsklimaat of versterking van ons imago en onze identiteit. De diversiteitaan landschappen die de gemeente Haarlemmermeer (kan) herbergen is groot; cultuurhistorisch waardevolopen polderlandschap, woonlandschap, recreatielandschap, luchtvaartlandschap, voedselproductielandschap,energieproductielandschap. We maken bewuste keuzes in waar we welke waarden versterken en hoe we de diverse landschappen met elkaar verbinden’. Voor het duiden van de kracht van erfgoed zijn het verhaal van Haarlemmermeer en de Erfgoedkaart belangrijke instrumenten. Hiermee wordt inzichtelijk wat de cultuurhistorische kernwaarden zijn. Vandaar dat zowel voor de Omgevingsvisie als voor het zichtbaar en beleefbaar maken van erfgoed het opstellen en uitwerken van dit verhaal zo belangrijk is. Opstellen van ontwikkelprincipes voor ruimtelijk ontwerp In het uitvoeringsprogramma wordt een aanpak vastgesteld om ontwikkelprincipes te formuleren die het verhaal van Haarlemmermeer ondersteunen en versterken. Deze principes zijn handreikingen bij het ontwerp van ruimtelijke ingrepen in een gebied of langs belangrijke lijnen in het landschap. Doel is om het karakter en de eigenheid van een gebied te versterken door richting te geven aan hoe nieuwe ontwikkelingen aan te passen in dat bestaande karakter. Ontwikkelingen zijn soms onvermijdelijk en noodzakelijk om een gebied of gebouw een nieuwe toekomst te geven. Naast het bestemmingsplan kunnen ontwikkelprincipes een middel vormen om erfgoed en het karakter van een gebied te behouden of te versterken. Zo gaan de ontwikkelprincipes die voor de Ringdijk worden gemaakt in op belangrijke typerende kenmerken, zoals de positionering in het lint ten opzichte van de dijk, de dakvorm, oriëntatie, de hoogte van de bebouwing, de typologie, de invulling van de voortuinen en het behoud van de landschappelijke waarden zoals het dijktalud. Bij het opstellen van ontwikkelprincipes wordt op deze belangrijke kenmerken ingezet. Het welstandsregime (vastgelegd in nota’s voor beide voormalige gemeenten) en biedt onder andere houvast voor het formuleren van ontwikkelprincipes. Stimulans herbestemming en transformatie naar nieuwe functie In de herbestemming van erfgoed ligt een opgave om de gemeenschap vitaal en leefbaar te houden. Voor duurzame instandhouding van gebouwd erfgoed is het vinden van een passende (nieuwe) functie van belang. Wij stellen ons actief op bij het vinden van een passende nieuwe functie van monumenten. Voorbeelden zijn de instandhouding van het Fort bij Aalsmeer, het Fort bij Hoofddorp en het Stoomgemaal Halfweg, dat een museale functie heeft gekregen. Erfgoed als inspiratie en referentie Om de erfgoedwaarden waar mogelijk te behouden en te versterken, attendeert de gemeente bij ontwikkelingen (als bouw, verbouw, aanleg, inrichting, sloop, kap) de initiatiefnemer op de bijzondere waarden van het eigendom. Dit gebeurt door een vermelding in de te raadplegen Geoviewer, maar ook door instrumenten als de Omgevingsvisie, bestemmingsplannen, de Welstandsnota en de uit te werken ontwikkelprincipes. De gemeente verzoekt de initiatiefnemer na te denken over inpassing van deze waarden in de planvorming. Er wordt waarde gehecht aan inspiratie, overtuigingskracht, en aan verantwoordelijkheidsgevoel bij de initiatiefnemer. Een voorbeeld is het gebied tussen Hoofddorp en Nieuw- Vennep dat de komende jaren voor recreatiedoeleinden wordt ingericht onder de naam ‘PARK21’. Binnen PARK21 is het voormalige eiland Beinsdorp een opvallend ruimtelijk-archeologisch verschijnsel dat aanknopingspunten kan bieden voor de inrichting van dat deel van het park. 5U I T W E R K I N G In het vorige hoofdstuk zijn de drie speerpunten voor het erfgoedbeleid beschreven, evenals de activiteiten per speerpunt om die ambities te realiseren. Kort samengevat omvatten ze: Inspireren – Het verhaal van Haarlemmermeer beter zichtbaar en beleefbaar maken door: Uitwerken van het verhaal van Haarlemmermeer in verhaallijnen die benut kunnen worden door onder andere ontwerpers, ondernemers en inwoners Verder ontwikkelen museale infrastructuur Erfgoed promoten waaronder Open Monumentendag en Monument van het jaar Erfgoededucatie: doorgaande leerlijn, erfgoedplatform en kinderboekje In stand houden - erfgoedparels in ere houden door: Het opstellen van een Erfgoedkaart Cultuurlandschappen opnemen als integraal onderdeel van ons erfgoed Eenduidig archeologiebeleid vaststellen voor de hele gemeente Benutten van de erfgoedcommissie als adviseur van de gemeente Informatievoorziening verstrekken aan beheerders en eigenaren Beleid ontwikkelen voor duurzame monumentenzorg De subsidieregeling restauratie monumenten breder inzetten Ontwikkelen - verbinden van erfgoed en ruimtelijke ontwikkelingen door: Inbedding van erfgoed in de omgevingsvisie Opstellen van ontwikkelprincipes voor ruimtelijke ingrepen Stimuleren van herbestemming en transformatie van erfgoed Erfgoed in te zetten als inspiratie en referentie bij (ruimtelijke) ontwikkelingen Deze speerpunten zijn beleidsvoornemens. Een aantal activiteiten is al in gang gezet (onder andere het kinderboekje, de samenwerking tussen historische verenigingen en musea, de uitwerking van de Visie op de Ringvaart) terwijl anderen nog moeten starten. In het uitvoeringsprogramma dat najaar 2020 verschijnt, wordt aangegeven wanneer welke activiteiten starten en voltooid zullen zijn. Dit zal mede afhangen van beschikbaar budget en capaciteit. Omdat Het verhaal van Haarlemmermeer de kern is van ons erfgoedbeleid, zal in 2020 de verdere uitwerking hiervan als eerste opgepakt worden. De samenvoeging van de archeologienota’s en -kaarten van beide voormalige gemeenten heeft prioriteit en zal ook in 2020 gestart worden. Uitwerking van de speerpunten zal waar mogelijk gebeuren in samenwerking met het erfgoedveld in onze gemeente en onze collega’s bij provincie en Rijk. BIJLAGE1Erfgoedvisie Haarlemmermeer 2020-2030 Het verhaal van Haarlemmermeer INLEIDING De samenvoeging van de gemeenten Haarlemmerliede & Spaarnwoude en Haarlemmermeer brengt twee gebieden bij elkaar die samen een unieke historie hebben. Zij delen een belangrijke rol in de ontwikkeling van dit deel van Nederland. Het nieuwe Haarlemmermeer staat al heel lang voor verbinding. Tussen mens en natuur, tussen dorpen, steden en (water-)wegen en tegenwoordig tussen Nederland en de rest van de wereld. Het verhaal van Haarlemmermeer is een verhaal van strijd en ontwikkeling, van pionieren en innovatie, de basis van grootschalig watermanagement en agrarische en economische ontwikkeling. Maar het is vooral het verhaal van mensen. Afkomstig uit de kernen en van ver weg. Oorspronkelijk en nieuw. Samen hebben zij Haarlemmermeer vormgegeven. Tot aan de dag van vandaag groeit Haarlemmermeer door. Oude en nieuwe inwoners blijven zich dagelijks aan Haarlemmermeer verbinden, zoals Haarlemmermeer de Randstad verbindt. De gemeente toont zich nu als een rijk cultureel landschap met bekende monumenten als de Stompe Toren en de Stelling van Amsterdam (UNESCO werelderfgoed). Haarlemmermeer is het toonbeeld van de eeuwenoude strijd tegen het water. Cultuurhistorisch erfgoed als stoomgemaal en museum De Cruquius en het schepradstoomgemaal Halfweg vertellen dit oer- Hollandse verhaal. Kortom, Haarlemmermeer is op vele gebieden een aantrekkelijke bestemming voor (buitenlandse) bezoekers uit Amsterdam. HET VERHAAL VAN HAARLEMMERMEER De vorming van een strandwal ca. 5000 jaar geleden was de basis voor onze gebiedsontwikkeling. De wal vormde zich op een moerasbos tijdens de kustvorming in het westen van Nederland. Dit gebied werd door de eerste bewoners Spaarnwoude genoemd en dat betekent ‘bos bij de rivier het Spaarne’. Rond het jaar 1000 na Christus hebben deze akkerbouwers uit de omgeving van Haarlem en Velsen het gebied ontgonnen. Ze staken het veen weg als brandstof en groeven slootjes. Deze zijn nog steeds goed zichtbaar in het landschap. Op de strandwal bouwden ze hun boerderijtjes en ook een houten kapel (ca. 1040). Zo ontstond het dorp Spaarnwoude. Spaarnwoude is daarmee de oudste kern van Haarlemmermeer. In Spaarnwoude staat het kerkgebouw De Stompe Toren, dat dateert uit de dertiende eeuw. En zo was Penningsveer al sinds de Middeleeuwen onderdeel van de kortste route tussen Haarlem en Amsterdam. Eerst met een pont en sinds 1521 met een brug die in de Tachtigjarige Oorlog een belangrijke rol speelde. Halfweg ontstond dankzij twee trekvaarten tussen Amsterdam en Haarlem in 1632, waar halverwege overgestapt moest worden. Honderd jaar later werd er naast deze vaart een weg aangelegd en kon men naast de trekschuit ook met paard en wagen reizen. Langs die route werd de eerste Nederlandse spoorlijn gelegd in
  2. DRIE MEREN Rond de 13de eeuw, waren er in het gebied tussen de steden Amsterdam, Haarlem en Leiden drie veenmeren ontstaan door ontginning van de veengronden. Het Spieringmeer in het noorden, het (oude) Haarlemmermeer in het midden en het Leidsemeer in het zuiden. Door stormvloeden ontstonden open verbindingen tussen de meren. Omstreeks 1477 vormde zich bij De Vennip en Beinsdorp een open verbinding tussen het Oude Haarlemmermeer en het Leidsemeer, waarschijnlijk als gevolg van de stormvloed van 27 september 1477 waarbij ook de Spaarndammerdijk doorbrak. In de daaropvolgende decennia verdwenen steeds meer restanten van de landengte tussen de beide meren. In 1508 werden de laatste restanten van de landbrug die het Oude Haarlemmermeer en het Spieringmeer van elkaar scheidden weggespoeld waardoor er uiteindelijk een groot meer werd gevormd, het Haarlemmermeer. Hierbij ging tevens de belangrijkste verbinding over land tussen Haarlem en Amsterdam via Sloten verloren, waarna nog slechts de route via de Spaarndammerdijk overbleef. Ook de landverbinding die het Haarlemmermeer van het IJ scheidde dreigde verloren te gaan, maar met veel moeite kon in de jaren na 1509 de Spaarndammerdijk hersteld worden, waardoor het Haarlemmermeer uiteindelijk geen deel ging uitmaken van de zeearm met zout water die zich vanaf de Zuiderzee westwaarts via het IJ uitstrekte. Het Haarlemmermeer zorgde voor economische groei voor steden als Haarlem, Amsterdam en Leiden. Door het meer was er handel, visvangst, tolgelden, botenbouw, voedseltransport en het water vormde een belangrijke verbinding tussen de steden. Tegelijkertijd was het water ook hun grootste vijand, vandaar kreeg het meer ook de bijnaam ‘de Waterwolf’. Het grote woeste oppervlak verzwolg met stormen steeds meer land en bedreigde regelmatig de grote omliggende steden en overstroomden dorpen langs de oevers. Vanaf de vroege zeventiende eeuw werden er visies ontwikkeld om het Haarlemmermeer droog te pompen. Deze bleken lange tijd onuitvoerbaar of te kostbaar. Eind 1836 hadden twee stormen het water opgejaagd tot de poorten van Amsterdam en van Leiden, waarna koning Willem I in 1837 besloot dat het meer moest worden drooggemalen. In 1840 begonnen de ‘polderjongens’, die uit alle hoeken van het land kwamen, bij Hillegom met het graven van de Ringvaart en het bouwen van de dijk rondom het Haarlemmermeer. Om kronkels in de vaart te voorkomen, werd de vaart soms ook door oud land heen gegraven, zoals in Vijfhuizen en Lisserbroek. Na acht jaar graven was het meer volledig afgesloten door een ringvaart en ringdijk van 59,5 km lengte en 0,70 tot 1,70 m hoogte. In 1845 werd eerst een proefstoomtuig gebouwd, het Gemaal De Leeghwater (bij de Kaag), dat in 1848 begon met het droogmalen. In 1849 werden de andere twee stoomgemalen in gebruik genomen: Gemaal De Cruquius (bij Heemstede) en Gemaal De Lynden (bij Osdorp). Uiteindelijk viel het meer op 1 juli 1852 droog. Ligging van de Spieringmeer, (oude) Haarlemmermeer en Leidsemeer, op een kaart. LANDBOUW De eerste bewoners van het nieuwe ingepolderde land moesten zichzelf vaak onder erbarmelijke omstandigheden zien te redden. Zo ontstond een volksaard van pionieren en naar de toekomst kijken. In het open landschap ontstond, met name aan de polderranden, een mozaïek aan hechte dorpsgemeenschappen. Het waren de achtergebleven polderjongens, landarbeiders, en machinisten en stokers van gemalen die daar woonden. De Ringvaart fungeerde als belangrijke transportroute. De centrale overheid zag het niet als haar taak om het nieuwe land in te richten. Enkel uit militair oogpunt deed zij met de Stelling van Amsterdam een landschappelijke ingreep. Het nieuwe land zorgde voor een andere beschermingsbehoefte van Amsterdam. Het waren particulieren zoals visionair en landbouwer Amersfoordt die visies ontwikkelden op de ruimtelijke ordening en het verbeteren van de leefsituatie. In 1854 kocht Amersfoordt een stuk land van zo’n 200 hectare in het noorden van de net drooggevallen Haarlemmermeer, vlak bij Sloten. Hier vestigde hij een modern landbouwbedrijf: de Badhoeve. De Badhoeve was een modelboerderij en had door het experimentele karakter en de - voor die tijd - zeer moderne machines veel invloed op de mechanisatie van de Nederlandse landbouw. De uitgestrektheid van het polderland werkt als een magneet op agrarische vernieuwers. Boeren uit het hele land bouwden in hun eigen, oorspronkelijke stijl boerderijen in de polder. Zo kwamen er Friese ‘Kop-staart’, Brabantse ‘Peel’ en Noord-Hollandse Stolpen in het landschap te staan. Ook ontstond een eigen Haarlemmermeers type schuur met een extra verdieping. Zij transformeerden Haarlemmermeer tot innovatief land- en tuinbouwgebied. In het hart van de polder werden twee dorpen gesticht. Het eerste dorp was Kruisdorp, gesticht op het kruispunt van Hoofdvaart en Kruisvaart, tussen Heemstede en Aalsmeer. Al snel was Kruisdorp door de gunstige ligging en met de komst van een veemarkt en raadhuis het belangrijkste dorp in de nieuwe polder en werd daarom in 1868 omgedoopt tot Hoofddorp. Het tweede dorp was Venneperdorp dat in hetzelfde jaar werd omgedoopt in Nieuw-Vennep. De malaise in de pioniersjaren van Haarlemmermeer werd een kleine eeuw later een belangrijke leerschool voor de kolonisatie van de Zuiderzeeprojecten. INDUSTRIE EN UNIEKE VERBINDINGEN Tijdens de Eerste Wereldoorlog ging de Nederlandse legerleiding op zoek naar een goedkope locatie voor een militair vliegveld binnen de Stelling van Amsterdam. Hun oog viel op de grond van boer Knibbe, dat gelegen is langs de Ringvaart en fort Schiphol. Op 19 september landden daar de eerste wankele militaire vliegtuigjes. In 1920 ging Schiphol open voor de burgerluchtvaart. Ruim een eeuw stond de agrarische sector centraal in gemeente Haarlemmermeer. Na 1945 maakte Haarlemmermeer stormachtige ontwikkelingen door. Van traditionele landbouw groeide de industrie. Wegen werden aangelegd om rond de grote steden sneller te kunnen reizen en vervoeren. Met de groei van Schiphol verminderde het belang van de landbouw. Het belang van diverse snelle verbindingen groeide juist snel. Snelwegen werden aangelegd en met de opening van het aquaduct in de A4 in 1961, werd de polder pas echt goed voor verkeer ontsloten. In 1978 werd het eerste deel van de Schiphollijn voor treinen geopend, tussen Station Schiphol en Station Amsterdam Zuid. In de jaren erna volgden snel meer baanvakken, onder andere naar Leiden. Tegenwoordig raast de Thalys over dit spoor van Amsterdam naar Parijs. De verbindingen in en om Haarlemmermeer maken dat onze gemeente zich stormachtig heeft ontwikkeld van een landbouwgemeente tot een bedrijfseconomische mainport in de metropoolregio. Schiphol vormt de ‘Holland-gateway’ met de rest van de wereld. Veel internationale bedrijven hebben daarom hier een vestiging. WONINGBOUW In de jaren zeventig van de vorige eeuw kwam woningbouw vooraan te staan. Voorheen reikten de golven van de woeste Waterwolf tot aan de poorten van de omliggende steden. Een eeuw later was het juist de ‘stad’ die het polderland dreigt te overspoelen. Door sterke bevolkingsgroei en toenemende werkgelegenheid op de luchthaven, groeide de behoefte aan woonruimte. Stedelingen staken de Ringvaart over en vestigden zich in Badhoevedorp en Zwanenburg. Toen ook Haarlemmermeer en vooral Hoofddorp aangewezen werd als groeikern ging het snel. Nieuwe wijken verrezen snel. De bouw van de Hoofddorpse wijk Graag voor Visch werd de eerste met grootschalige woningbouw in Haarlemmermeer. Agrariërs, schipholwerkers en netwerkstedelingen kregen naast elkaar een plek. Hierdoor ontstonden er contrasten in leefstijl. Nieuwe stad, oud agrarisch land en luchthaven zijn naast elkaar gegroeid en met elkaar verstrengeld geraakt. De inwoners wonen in buurtschappen, dorpen en in enkele kernen die stadse proporties beginnen aan te nemen met een eigen identiteit. In het noordelijke deel (voormalig Haarlemmerliede & Spaarnwoude) was de groei bescheiden. Alleen Spaarndam (nu gemeente Haarlem) groeide uit zijn jas. Het nieuwe Spaarndam Oost verrees aan de overkant van het water op grond van Haarlemmerliede & Spaarnwoude en is daarmee onderdeel geworden van het nieuwe Haarlemmermeer. Zo is in 2019 een krachtige gemeente ontstaan met circa 155.000 inwoners. Deze inwoners wonen in 31 buurtschappen, dorpen en in enkele centrale kernen. De kleinere dorpen aan de zuidkant hebben hetzelfde landelijke en dorpse karakter als de dorpen in het noorden en de centrale kernen groeien uit tot stadse proporties. Allen onderling verbonden door verkavelingslijnen, dijken, vaarten, verdedigingslinies en wegen. Daarmee heeft Haarlemmermeer een sterke eigen identiteit, divers en vol contrast. LANDMARKS EN MONUMENTEN Historische gebouwen Onze geschiedenis heeft door zijn unieke ontstaan ook even unieke landmarks voortgebracht. Zij sieren ons landschap en geven Haarlemmermeer ‘smoel’. Markant herkenningspunt is het kerkje De Stompe Toren van Spaarnwoude. De toren zelf dateert uit de 13e eeuw en is gebouwd op de plaats van de oorspronkelijke houten kapel. Het huidige kerkje is in 1764 gebouwd aan de oude toren. De toren had een spits, maar in 1844 werd de spitse toren en een verdieping van de kerktoren gesloopt. Er moest namelijk nodig gerestaureerd worden, maar het geld daarvoor ontbrak. De toren kreeg een laag dakje van hout en werd voorzien van dakpannen. Zo is de toren aan zijn naam gekomen: Stompe Toren. Het is nu ons oudste monument. Naast de markante Stompe Toren vormt ons industriële erfgoed een belangrijke groep. Onze vier stoomgemalen: De Leeghwater, Lynden, Halfweg en Cruquius - als grootste stoommachine ter wereld ooit - staan model voor de grootste landontwikkeling van de 19de eeuw. Land voor water bracht veiligheid en werd de basis voor doorontwikkeling van het noordelijk deel van onze hedendaagse Randstad. Niet lang na de drooglegging werd in Halfweg aan de trekvaart en de spoorlijn Haarlem-Amsterdam in 1863 de eerste suikerfabriek geopend. Deze fabriek groeide uiteindelijk uit tot de N.V. Suikerfabriek Holland. Met de sluiting van de suikerfabriek in 1992 was het grondoppervlak vrijgekomen voor herbestemming. SugarCity, zoals het terrein met de markante twee torens nu wordt genoemd, is als gebied historisch waardevol en onderdeel van ons industrieel erfgoed. In 2007 is SugarCity net als gemaal De Cruquius, opgenomen in de HollandRoute van de Europese Route van het Industrieel Erfgoed. Zij behoren tot de belangrijkste landmarks van Haarlemmermeer. Stelling van Amsterdam Na de droogmaking ging in 1880 de aanleg van de Stelling van Amsterdam van start. Het nieuwe land zorgde immers voor een andere behoefte aan bescherming van Amsterdam. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 was de stelling voltooid. De Stelling van Amsterdam was een prachtig ontwerp maar is nooit gebruikt. In de Tweede Wereldoorlog bleek de linie van geen nut. Forten en onderwaterzettingen (inundaties) bleken geen partij in moderne oorlogsvoering. In 1960 stelde men de Stelling van Amsterdam officieel buiten werking; de militaire status werd in 1963 opgeheven. Dankzij de Stelling is een prachtige groene gordel rond Amsterdam ontstaan. In onze gemeente loopt de stelling van Spaarndam via Penningsveer, Haarlemmerliede, Vijfhuizen door Hoofddorp naar Aalsmeerderbrug. De karakteristieke Geniedijk met zijn bomenrijen verbindt de forten bij Penningsveer, Liebrug, Vijfhuizen, Hoofddorp en Aalsmeer, en vormt mede ons landschap. De forten op hun beurt vervullen hun rol als bijzondere pleisterplaatsen, museum of horecaetablissement. Mede dankzij de gordel konden grote recreatiegebieden ontstaan, zoals bij ons nu recreatiegebied Spaarnwoude. De Stelling is UNESCO erfgoed zodat onze forten en de Geniedijk iconische landmarks zijn geworden van Haarlemmermeer. Watererfgoed De 20 km lange Hoofdvaart vormde sinds de droogmaking van het Haarlemmermeer in 1852 de as van de polder. De vaart is van belang voor de waterhuishouding: dwarsvaarten komen uit in de Hoofdvaart, en twee gemalen, Leeghwater in het zuiden en Lijnden in het noorden, pompen het water uit de Hoofdvaart de polder uit. Bovendien loopt aan weerszijden de Hoofdweg een belangrijke verbinding voor lokaal noord-zuidverkeer. Over de Hoofdvaart zijn begin deze eeuw drie nieuwe bruggen in gebruik genomen, ontworpen door de Spaanse architect Santiago Calatrava. De bruggen van Calatrava zijn bedoeld om deze ruggengraat van de polder te markeren met prominente objecten. De bruggen zijn wereldberoemd om hun witte tui-ontwerpen, elk met een hellende stalen pyloon die zowel een esthetische als een constructieve functie heeft. Dat is typerend voor het werk van de Spanjaard. De bruggen kregen vanwege de op snaren gelijkende tuien de namen van de instrumenten Harp, Citer en Luit. Voor die namen werd gekozen na een door de gemeente uitgeschreven prijsvraag. De bruggen werden in 2003 opgeleverd en op 1 juli 2004 officieel in gebruik genomen door koningin Beatrix. De Calatravabruggen vormen unieke verbindingen in het landschap van Haarlemmermeer. Iconische infrastructuur In 1916 verkocht boer Knibbe 12 hectare land aan de Landmacht voor de Nederlandse Luchtvaart Afdeling. Het drassige land heette Schiphol, gelegen in de noordoostelijke hoek van het Haarlemmermeer. Op 19 september 1916 landden de eerste wankele militaire vliegtuigjes op de drassige grasweide in de noordoostelijke hoek van de polder bij Fort bij Schiphol. In 1919 werd de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en Koloniën opgericht, de KLM. Op 17 mei van het jaar daarop landde de eerste commerciële vlucht vanuit Londen op Schiphol. Aan boord waren twee passagiers, journalisten van The Times, en zakken post. In 1920 ging Schiphol open voor de burgerluchtvaart. De eerste lijndienstvlucht van de KLM landde op Schiphol. In de jaren twintig gingen zelden meer dan tien passagiers per dag de lucht in; net voor de Tweede Wereldoorlog waren het er al een paar honderd. Anno 2020 zijn dat er al ruim 500.000 per jaar. De groei van het aantal lucht passagiers dwong tot een verbetering van alle verbindingen voor de Randstad, met name tussen Amsterdam en Schiphol. Er werden nieuwe autowegen aangelegd (A4, A9 en recenter de A5). Een spoorweg zou tot 1978 moeten wachten. De passagiers stroomden toe, evenals een groot aantal dagjesmensen en vliegtuigspotters. Inmiddels is Schiphol een van de belangrijkste Europese luchtknooppunten en dé economische motor van de regio. De verkeerstoren van Schiphol is de iconische landmark die aangeeft waar Nederland met de rest van de wereld is verbonden. ONS HAARLEMMERMEER Onze verbindingen maken en bepalen al eeuwenlang ons landschap. Ze verbinden ons historisch, cultureel, landschappelijk, sociaal en economisch. Ondanks het belang voor industrie en infrastructuur vormen we nog steeds een groene buffer tussen de oude Hollandse steden Amsterdam, Haarlem en Leiden. Dit gebied, van het Noordzeekanaal tot aan de Kagerplassen, blijft uniek in zijn vele contrasten. A-typisch met 31 kernen, waarvan sommige met stadse proporties en andere met een authentiek dorps karakter. Verbonden door gezichtsbepalende elementen, zoals de waterlopen en uitgestrekte groengebieden, maar ook onze historische landmarks. Haarlemmermeer gecreëerd door pioniers, die niet alleen de fysieke bodem hebben gelegd voor een vruchtbare en zorgzame samenleving, maar ook het gedachtengoed hebben gevormd dat voor deze gemeente zo kenmerkend is. Een plek waar oud en nieuw samenkomen in bedrijvigheid, innovaties en bijzondere woonmilieus. Haarlemmermeer wordt door mensen dagelijks meer vormgegeven, voor nu en later, in het kloppend hart van de Randstad. Zij werken verder aan ons unieke verhaal. B I J L A G E 2 Erfgoedvisie Haarlemmermeer 2020-2030 Instrumentarium
  3. VAN VISIE NAAR UITVOERING In deze bijlage van de erfgoednota wordt uiteengezet welke beleidsstukken, wetten en regels we hanteren om tot de gestelde ambities en doelen te komen.
  4. LANDELIJK BELEID Een groot deel van het gemeentelijke erfgoedbeleid komt direct voort uit het beleid dat het Rijk heeft bepaald. De lokale overheid geeft uitvoering aan de door het Rijk vastgestelde wetten en regels. Het is daarom van belang te weten wat er in de afgelopen jaren is besloten op rijksniveau, omdat dit grotendeels het lokale beleid en het dagelijks handelen verklaart. Het laatste decennium is er sprake van een toenemende decentralisatie van taken vanuit de overheid en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed naar de lokale overheden. De Rijksdienst wordt steeds meer een kennis- en adviescentrum, terwijl gemeenten de uitvoering van wetten, regels, vergunningaanvragen et cetera op zich nemen. Waar vroeger de Rijksdienst altijd mee adviseerde op bouwaanvragen voor Rijksmonumenten, doet zij dat nu nog maar in enkele gevallen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed adviseert de Tweede Kamer bij het herzien van de regelgeving. Ook adviseert zij lokale overheden en provincies door middel van publicaties, cursussen en workshops. In de wetgeving is in de afgelopen jaren het een en ander gewijzigd dat directe invloed heeft op het lokale erfgoedbeleid. Voor de uitvoerende gemeenten hebben de wetswijzigingen geresulteerd in een belangrijke taakwijziging en geven aanleiding tot actualisatie van het gemeentelijke erfgoedbeleid. In dit hoofdstuk worden onderstaande punten nader toegelicht: Landelijke wijzigingen: Vaststelling Wet op de Archeologische Monumentenzorg: sinds 2007 zijn gemeentes wettelijk verplicht om archeologisch beleid op te nemen in de bestemmingsplannen; Vaststelling van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) ten behoeve van een eenvoudiger en krachtigere wetgeving en vergunningprocedures; Vaststelling van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) waardoor gemeentes verplicht zijn cultuurhistorie op te nemen in de bestemmingsplannen; Vaststelling van de Erfgoedwet in
  5. Deze vervangt de Monumentenwet
  6. Een deel van de regels uit de Monumentenwet gaan over in de Omgevingswet. Streven naar behoud in situ van archeologische waarden. De bodem is de beste garantie voor een goede conservering van archeologische resten (artikel 4). Tijdig rekening houden in de ruimtelijke ordening met de mogelijkheid of aanwezigheid van archeologische waarden, zodat er nog ruimte is voor archeologievriendelijke alternatieven (artikel 5). Zo wordt voorgesteld om steeds vooraf onderzoek te laten doen naar de mogelijke aanwezigheid van archeologische waar den om het bodemarchief beter te beschermen en om onzekerheden tijdens de bouw van bijvoorbeeld nieuwe wijken te beperken. Op deze manier kan daar bij de ontwikkeling van de plannen zo veel mogelijk rekening mee worden gehouden. De verstoorder betaalt voor het doen van opgravingen en het documenteren van archeologische waarde, wanneer behoud in situ niet mogelijk is (artikel 6). Het Verdrag van Malta werd in 1992 ondertekend door de lidstaten van de Raad van Europa. Nadat het wetsvoorstel in 2006 werd goedgekeurd door de Tweede Kamer trad in 2007 de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (waarbij de Monumentenwet 1988 werd gewijzigd) in werking. 2.3 WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (afgekort Wabo) is op 1 oktober 2010 ingevoerd. Met de Wabo is een groot aantal vergunningen, ontheffingen en meldingen geïntegreerd tot één omgevingsvergunning. De dienstverlening aan burger en bedrijf is hiermee vereenvoudigd en versneld; één omgevingsvergunning leidt tot de invoering van één loket, één (digitaal) aanvraagformulier, één bevoegd gezag (één aanspreekpunt), één uniforme en in het algemeen ook kortere procedure, één procedure voor bezwaar en beroep en één handhavend bestuursorgaan. In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn de vergunningen voor gebouwde monumenten ondergebracht, gebundeld in de omgevingsvergunning. Voor alle monumenten behalve de archeologische rijksmonumenten is een omgevingsvergunning vereist. Voor het wijzigen, verstoren, slopen of verplaatsen van een beschermd monument is altijd een vergunning nodig. De gemeente is de aangewezen instantie om eigenaren en beheerders van monumenten te informeren en te begeleiden bij eventuele gewenste wijzigingen van hun monument. 2.3 BESLUIT RUIMTELIJKE ORDENING Het is sinds januari 2014 wettelijk verplicht om in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden (artikel 3.1.6 lid 2 sub a Bro). In de Nota van Toelichting op de wijziging van het Bro staat dat deze verplichting betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. Dat verankeren gebeurt op de verbeelding (bestemmingsplankaart) en in de regels. Doel hiervan is een meer generieke borging van cultuurhistorie vooraf in het planproces van de ruimtelijke ordening. 2.4 ERFGOEDWET EN OMGEVINGSWET Medio 2016 komt er voor het eerst één integrale Erfgoedwet die betrekking heeft op al ons culturele erfgoed: onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Samen met de nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk door het bundelen van bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de huidige wetten en regelingen gelden tenminste worden gehandhaafd. Het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed is nu geregeld in zes verschillende wetten en een regeling. Hierin hebben roerend, onroerend en archeologisch erfgoed allemaal hun eigen specifieke definities, procedures en beschermingsmaatregelen. Deze sectorale versnippering van de erfgoedwetgeving en de noodzakelijke aanpassingen van bestaande wetten zijn de redenen om één integrale Erfgoedwet op te stellen, waarin deze specifieke wetten en regelingen zijn geïntegreerd. De Erfgoedwet gaat samen met de nieuwe Omgevingswet vanaf medio 2018 het fundament vormen voor de bescherming van Rijksmonumentale objecten. Alle erfgoed-gerelateerde zaken die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zullen worden opgenomen in de Omgevingswet. De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de nieuwe Omgevingswet is: Roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van Rijksmonumenten staat in de Erfgoedwet; De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads- en dorpsgezichten en cultuur landschappen) en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving komt in de Omgevingswet; De omgang met Archeologische waarden en bijbehorende regels staan vermeld in de bestemmingsplannen; dit is geregeld in de omgevingswet; De algemene uitgangspunten met betrekking tot archeologie, voortkomend uit het verdrag van Malta, blijven als basis vermeld staan in de Erfgoedwet. 3.0 GEMEENTELIJK BELEID Naast de uitvoering van landelijk beleid kent de gemeente Haarlemmermeer ook eigen weten en regels met betrekking tot erfgoed. 3.1 VERORDENING FYSIEK DOMEIN Om hier op een juiste en duidelijke manier uitvoering te geven aan haar omgang met het lokale erfgoed, werkt de gemeente met een aantal beleidsdocumenten waarin het erfgoedbeleid wordt geregeld. De juridische basis voor de omgang met het Haarlemmermeerse erfgoed, en dan met name die van de gemeentelijke monumenten, gemeentelijke beschermde dorpsgezichten en archeologische (waardevolle) verwachtingsgebieden, staat in de Verordening Fysiek Domein. Deze verordening is te zien als een lokale Erfgoedwet. Hierin zijn regels opgenomen met betrekking tot het aanwijzen en afvoeren van gemeentelijke monumenten. Ook zijn hierin regels opgenomen die het verbieden om zonder vergunning (toestemming van de gemeente) schade toe te brengen aan een monument (sloop, verbouw, wijzigingen) of een pand binnen een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht. Ook zijn in de Erfgoedverordening regels opgenomen ten behoeve van de bescherming van archeologische waardevolle gebieden. Hierin is verboden om een archeologisch monument, of terreinen met (hoge) archeologische verwachtingswaarden, zonder vergunning te verstoren. 3.2 ARCHEOLOGISCH BELEID Sinds de vaststelling van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in 2007 hebben de voormalige gemeenten Haarlemmerliede & Spaarnwoude
(2009)en Haarlemmermeer
(2010)hun archeologisch beleid en bijbehorende archeologische beleidsadvieskaart vastgesteld. Met de erfgoednota ‘De ziel van Haarlemmermeer’ is voor de nieuwe gemeente een eenduidig archeologiebeleid vastgesteld dat in Bijlage 2, Archeologiebeleid Haarlemmermeer, staat beschreven. 3.3 BESTEMMINGSPLANNEN Het bestemmingsplan bepaalt wat er binnen een bepaald gebied met de ruimte mag gebeuren. Het is een juridisch uitvoeringsinstrument dat bindende regels geeft voor het bebouwen en gebruiken van gronden. Een bestemmingsplan bestaat altijd uit drie delen: de verbeelding (plankaart), de regels en de toelichting. De bestemmingen en het gebruik worden aangegeven op de verbeelding, door middel van bouwvlakken, bouwaanduidingen, maatvoeringsaanduidingen, functieaanduidingen, gebiedsaanduidingen en figuren. Op een gebied kunnen bovendien twee onafhankelijke bestemmingen tegelijkertijd liggen, met behulp van een zogeheten dubbelbestemming. Sinds 1 januari 2012 is het verplicht om in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden (art. 3.1.6 lid 2 sub a Bro). Deze waarden zijn uitgesplitst in cultuurhistorische waarden (weergegeven op de cultuurhistorische waardenkaart), archeologisch beleid (weergegeven op de archeologische beleidsadvieskaart) en de in het gebied aanwezige monumenten. De uitwerking van deze inventarisatie en waardering, in de vorm van een verbeelding op de plankaart en in de regels, vindt uiteindelijk plaats bij de herziening van het betreffende bestemmingsplan. De cultuurhistorische beschrijving zal worden opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. 3.4 DE OMGEVINGSVERGUNNING VOOR MONUMENTEN EN BESCHERMDE STADS- EN DORPSGEZICHTEN Met de komst van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht in oktober 2010 is een vergunning voor de verbouwing van een monument in de bredere omgevingsvergunning opgenomen, die is aan te vragen via het zogeheten ‘Omgevingsloket Online (OLO)’. In plaats van een monumentenvergunning én een bouwvergunning kan nu volstaan worden met één omgevingsvergunning. Voor gemeentelijke monumenten en gemeentelijke beschermde dorpsgezichten is een reguliere omgevingsvergunning vereist, met een vergunningstermijn van 8 weken (en een eenmalige mogelijkheid tot verlenging met maximaal 6 weken). Voor een vergunningsaanvraag voor een Rijksmonument of een pand binnen een Rijksbeschermd dorpsgezicht staat een uitgebreide procedure van maximaal 26 weken, omdat hierbij in sommige gevallen extern advies moet worden aangevraagd bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Voor wijzigingen aan een Rijksmonument die geen betrekking hebben op gedeeltelijke sloop, functiewijziging of grootschalige wijzigingen aan het exterieur geldt de reguliere procedure. Vergunningaanvragen met betrekking tot monumenten en beschermde dorpsgezichten worden getoetst door de onafhankelijke leden, deskundig op het gebied van bouwhistorie en architectuurgeschiedenis, van de Erfgoedcommissie. Dit onafhankelijke advies van deskundigen is een verplichting die in de Erfgoedwet en de gemeentelijke Erfgoedverordening is opgenomen. Bij panden binnen een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht zijn alleen wijzigingen aan de gevels en dakvlakken die gekeerd zijn naar de openbare ruimte vergunningplichtig voor het onderdeel monument. Dit geldt ook voor wijzigingen aan erfafscheidingen en bijgebouwen die binnen dit beschermde gebied staan, en zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. Voor onderdelen die niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte, gelden de gewone regels uit de omgevingswet, evenals de eventuele vergunningsvrije activiteiten. Het interieur van een pand binnen een gemeentelijk of Rijksbeschermd dorpsgezicht valt niet binnen de monumentale bescherming. Bij de behandeling van aanvragen voor wijzigingen binnen een gemeentelijk beschermd dorps- of stadsgezicht hanteren wij de regels van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Deze zijn vastgelegd in de brochure ‘Vergunningvrij. Informatie voor professionals. 3.5 BOUWPLANADVISERING Voor de welstandsbeoordeling van bouw- en verbouwaanvragen toetst de welstandscommissie het bouwplan aan de algemene en gebiedspecifieke criteria, zoals vastgesteld in de welstandsnota. Bij de advisering over een bouwplan met betrekking tot een monument is dat veel lastiger. Omdat elk monument anders is, en monumenten veelal op zichzelf staande objecten zijn, is het onmogelijk om algemene criteria te formuleren voor de omgang met monumenten. Het streven is niet langer om een monument ‘onaantastbaar’ te laten zijn, en elke wijziging aan de beschermde onderdelen te verbieden. Zodoende zou de kans groot zijn dat het gebouw op den duur niet meer voldoet aan de geldende gebruikswensen en daardoor haar functie verliest. Het credo ‘behoud door ontwikkeling’ is hier van toepassing, waarbij wel wordt toegezien op zo veel mogelijk behoud van de monumentale onderdelen. De vraag blijft bij elke aanvraag, wanneer is de verbouw of renovatie van een monument een ongewenste aantasting of verstoring, en in welke gevallen kan wél een vergunning worden verleend voor de beoogde wijzigingen van een monument? Hoewel we geen criteria kunnen geven voor de omgang met monumenten, geven enkele documenten wel enig inzicht over de advisering en omgang met monumenten. Ten eerste is van elk monument een zogeheten redengevende beschrijving opgesteld. Hierin wordt het monument beschreven, evenals de reden tot aanwijzing als monument. Ook worden de specifiek beschermenswaardige onderdelen van een monument beschreven, waarnaar met extra zorg wordt gekeken bij de vergunningverlening. Daarnaast gaat de Erfgoedcommissie bij haar advisering uit van de algemeen gebruikte uitgangspunten in de omgang met monumenten. 3.6 ERFGOEDCOMMISSIE De landelijke Erfgoedwet (artikel 4.20) en de Verordening Fysiek Domein (artikel 2.5) schrijven voor dat aanvragen met betrekking tot beschermde monumenten en beschermde stads- of dorpsgezichten voor advies worden voorgelegd aan een adviescommissie op het gebied van de monumentenzorg. Zij hebben de taak het college op verzoek te adviseren over de toepassing van de Erfgoedwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Erfgoedverordening en het monumentenbeleid. De gemeente Haarlemmermeer legt aanvragen met betrekking tot monumenten voor aan een onafhankelijke en deskundige adviescommissie op het gebied van de monumentenzorg. Deze Erfgoedcommissie maakt op basis van het gemeentelijke erfgoedbeleid en waar mogelijk met de betrokken partijen een zorgvuldige afweging van de impact van voorgestelde wijzigingen op aanwezige monumentale en cultuurhistorische waarden. De Erfgoedcommissie adviseert schriftelijk en vergadert eens in de vier weken. De vergaderingen zijn openbaar toegankelijk. De commissie stelt het op prijs dat aanvragers en/of ontwerpers een toelichting geven bij het plan. 3.7 ONDERHOUD AAN MONUMENTEN Onderhoud aan monumenten en aan panden binnen een beschermd dorpsgezicht is vaak vergunningvrij. De stelregel in de omgang met monumenten is, dat wanneer het uiterlijk aanzien van een monument niet wijzigt, de werkzaamheden tot het reguliere onderhoud behoren, en vergunningsvrij kunnen worden uitgevoerd. Denk daarbij aan schilderwerkzaamheden in dezelfde kleur, gedeeltelijk vervangen van voegwerk met dezelfde detaillering en kleur, het gedeeltelijk vervangen van dezelfde dakpannen etc. Bij grootschalige restauraties, bijvoorbeeld van de constructieve onderdelen of bij het geheel vervangen van de dakbedekking of het voegwerk, zijn de werkzaamheden wel vergunningplichtig. Hierbij wordt uitgegaan van de regels zoals vastgesteld door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Deze zijn vastgelegd in de brochure ‘Vergunningvrij. Informatie voor professionals’. Bij verbouwingen en renovaties van monumenten gaat het om werkzaamheden waarbij het uiterlijk aanzien van het monument wel wijzigt, zoals uitbouwen, opbouwen en het plaatsen van dakkapellen. Deze aanvragen zijn per definitie vergunningplichtig. Bij panden binnen een gemeentelijk beschermd stads- en/of dorpsgezichten geldt een beschermde status voor de gevels en dakvlakken die zichtbaar zijn vanaf het openbaar gebied. Alle wijzigingen aan deze gevels zijn dan ook vergunningplichtig. Bij twijfel over vergunningplicht of de juiste uitvoering van de werkzaamheden kunt u contact opnemen met de adviseur Erfgoed van de gemeente Haarlemmermeer. Zie verder Bijlage 3, Handleiding gemeentelijke monumenten. 3.8 SUBSIDIE VOOR ONDERHOUD EN RESTAURATIE De gemeente Haarlemmermeer kent subsidie toe ten behoeve van onderhoud en restauratie van gemeentelijke monumenten. Omdat gemeentelijke monumenten worden aangewezen in het algemeen belang, draagt de gemeente bij aan de mogelijk hogere onderhoudskosten van haar monumenten. Voor de nadere Regels voor subsidiëring ten behoeve van de instandhouding van gemeentelijke monumenten zie Bijlage 3, Handleiding gemeentelijke monumenten. BIJLAGE3Beleidsnotitie Ruimtelijk Beleid en Archeologie Samenvatting De beleidsnotitie Ruimtelijk Beleid en Archeologie Gemeente Haarlemmermeer zet uiteen op welke wijze de gemeente, naar aanleiding van de herziening van de Monumentenwet 1988, verantwoordelijkheid neemt voor het eigen bodemarchief. Met de wetsherziening is het voor gemeenten verplicht bij bodemingrepen van enige omvang het behoud van archeologische waarden af te wegen tegen andere belangen. De bescherming van archeologische resten wordt zo veel mogelijk gekoppeld aan het reeds bestaande, aan de Archeologische Monumentenzorg aangepaste, beleids- instrumentarium. Bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor ruimtelijke ingrepen wordt nagegaan of archeologische resten worden bedreigd. Indien archeologisch onderzoek noodzakelijk is, komen de kosten ten laste van de initiatiefnemer van de bodemverstorende activiteit. Door bij het ontwikkelen van nieuwe of het aanpassen van bestaande bestemmings- plannen archeologische waarden en verwachtingen op te nemen en in de toelichting te verwijzen naar het gemeentelijk archeologiebeleid kunnen de kosten van eventueel archeologisch onderzoek worden verhaald op de verstoorder van het bodemarchief. In het bestemmingsplan wordt ook voorgeschreven welke verplichtingen de vergunning- aanvrager heeft op het gebied van de archeologische monumentenzorg. Voor een juiste regeling van de archeologische monumentenzorg in bestemmings- plannen is in het kader van deze notitie een inventarisatie van het gemeentelijk bodemarchief uitgevoerd. Daarbij is onderzocht welke archeologische waarden reeds bekend zijn en welke waarden verwacht worden. Op basis hiervan is de gemeente verdeeld in verschillende archeologiegebieden, die bepalen bij welke planomvang rekening moet worden gehouden met archeologie. Bij het vaststellen van de grens is rekening gehouden met de aard van het bodemarchief. De regimes zijn weergegeven op de Archeologische Beleidskaart Haarlemmermeer. De kosten die de archeologische monumentenzorg voor de gemeente met zich mee- brengt, zijn moeilijk te voorspellen. Kosten die gemaakt worden in het geval van ruimtelijke ontwikkelingen op initiatief van de gemeente worden in principe opgenomen in de begroting van het betreffende project. Ook zijn er bijvoorbeeld de bestuurslasten als gevolg van de archeologische taken en verantwoordelijkheden en het mitigeren van kosten van archeologisch onderzoek die redelijkerwijs niet kunnen worden toebedeeld aan degenen aan wie door de gemeente de archeologische onderzoeksplicht is opgelegd. Het gemeentelijk monumenten- en archeologie beleid wordt uiteengezet in de Beleids- nota “Erfgoed op de Kaart”. De beleidsnotitie Ruimtelijk Beleid en Archeologie Gemeente Haarlemmermeer gaat specifiek in op de bescherming van het bodemarchief bij ruimtelijke planprocedures. 1 Inleiding De gemeente Haarlemmermeer zet in de voorliggende notitie uiteen hoe de gemeente omgaat met de archeologische zorgplicht in het ruimtelijk beleid. Geformuleerd vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het publieke belang van het kwetsbare en waardevolle archeologische erfgoed dient te behartigen. Dit beleid is een uitvloeisel van het in 1992 door Nederland mede ondertekende Verdrag van Malta, waarvan de uitgangspunten in september 2007 in de nationale wetgeving van kracht zijn geworden. Deze archeologienotitie wordt na vier jaar geëvalueerd en zo nodig aangepast. 1.1 Verdrag van Malta De afgelopen decennia is het besef gegroeid dat als gevolg van de bodemverstorende ingrepen het bodemarchief uitgeput kan raken. In Nederland is meer dan de helft van de archeologische resten vooral in de 20ste eeuw ongezien verloren gegaan. Een zorgvuldige omgang met het bodemarchief is daarom in het Europese Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed, ook wel Conventie van Valletta of Verdrag van Malta genoemd, tot stand gekomen. Het voornaamste doel van dit verdrag is behoud van archeologische resten in de bodem. Waar behoud niet mogelijk blijkt, moet de informatie uit het bodemarchief vóór de vernietiging ervan worden gedocumenteerd door middel van archeologisch onderzoek. Een ander belangrijk punt van het Verdrag van Malta is het principe dat de veroorzaker, de initiatiefnemer van bodemverstorende activiteiten waarbij het bodemarchief vernietigd wordt, de kosten van archeologisch onderzoek moet betalen. Deze twee uitgangspunten kunnen volgens het verdrag het beste gestalte krijgen door de archeologische belangen tijdig en volwaardig in het ruimtelijke planproces op te nemen. De uitgangspunten van het Verdrag van Malta zijn in de Nederlandse Monumentenwet en enkele andere wetten ten behoeve van de archeologische monumentenzorg in september 2007 van kracht geworden. De wijzigingswet die geleid heeft tot de herziening van de Monumentenwet 1988 wordt aangehaald als Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMz). In de WAMz is het bestemmingsplan aangewezen als het meest geëigende instrument om het archeologisch erfgoed te beschermen en daarmee is de gemeente aangewezen als primair verantwoordelijk voor het behoud van het bodemarchief. 1.2 Herziening Monumentenwet Omdat de herziene Monumentenwet 1988 gemeenten beleidsruimte biedt om, binnen de kaders van rijks- en provinciaal beleid, naar eigen behoefte financieel en beleidsmatig invulling te geven aan de archeologische monumentenzorg op gemeentelijk grondgebied, is het doel van deze notitie het ontwikkelen en concretiseren van een eigen gemeentelijk archeologiebeleid. De intentie van het archeologiebeleid is om op een werkbare, kenbare en doelmatige manier zorg te dragen voor het bodemarchief. Daarom hanteert het gemeentebestuur in de beleidsnotitie Ruimtelijk Beleid Archeologie in Haarlemmermeer en op bijbehorende Archeologische Beleidskaart ontheffingsgrenzen, die aangeven wanneer ruimtelijke plannen zijn vrijgesteld van de archeologische onderzoeksplicht. Het uitgangspunt bij het bepalen van de ontheffingsgrenzen is om een maatschappelijk aanvaardbare balans aan te brengen tussen de ruimtelijke ordening en het zorgvuldig beheer van het bodemarchief. Archeologie heeft een duidelijke publieksfunctie. Veel mensen hebben belangstelling voor het leven dat zich vroeger afspeelde in hun eigen dorp, stad, wijk of straat. Vooral het archeologisch onderzoek, zoals een opgraving, trekt vaak veel belangstelling. De gemeente kent daarom in haar archeologiebeleid een belangrijke rol toe aan publieksparticipatie en -educatie. Wij zien deze twee aspecten tevens als belangrijke voorwaarde voor het welslagen van haar archeologiebeleid. Vanwege de nieuwe wetgeving zal in de gemeente in de (nabije) toekomst steeds meer archeologisch onderzoek gedaan worden naar het bodemarchief. De resultaten ervan kunnen benut worden als bron van inspiratie voor het ontwerp en de inrichting van de publieke ruimte. Door een verband te leggen tussen verleden en heden kan worden bewerkstelligd dat die ruimte van het begin af aan een eigen identiteit wordt meegegeven. De resultaten van archeologisch onderzoek kunnen dus op een positieve manier bijdragen aan de verhoging van de kwaliteit van de dagelijkse leefomgeving. De gemeente heeft daarom het voornemen om het archeologisch verleden als inspiratiebron te benutten bij grote ruimtelijke inrichtingsprojecten indien uit het betreffende gebied archeologische gegevens bekend zijn. 1.3 Het bodemarchief van Haarlemmermeer Op basis van de bodemopbouw zijn er binnen de gemeente Haarlemmermeer archeologische sporen te verwachten uit het Neolithicum, de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Op grote diepte zijn mogelijk sporen uit het Paleolithicum en Mesolithicum aanwezig. Het uiterste zuiden en de westelijke rand van de Haarlemmermeer hebben een wat andere karakter. Deze twee locaties worden apart besproken. het landschap uit een dekzandvlakte waar jagers en verzamelaars incidenteel gebruik van maakten. De kampementen van deze groepjes mensen kunnen aan het oppervlak van het Pleistocene landschap bewaard zijn gebleven, voor zover ze niet zijn geërodeerd door het latere geulensysteem. Resten van dergelijke kampementen zijn gering en moeilijk traceerbaar. Bovendien bevindt het Pleistocene landschap zich op een diepte van minimaal 8 meter onder NAP (in een groot deel van de gemeente nog dieper). De kans op het aantreffen van sporen uit deze periode is uiterst gering. Archeologische tijdschaal Periode Datering Nieuwe Tijd 1500 – heden Late Middeleeuwen 1050 – 1500 na Chr. Vroege Middeleeuwen 450 – 1050 na Chr. Romeinse Tijd 12 voor Chr. – 450 na Chr. IJzertijd 800 – 12 voor Chr. Bronstijd 2000 – 800 voor Chr. Neolithicum 5300 – 2000 voor Chr. Mesolithicum 8800 – 4900 voor Chr. Paleolithicum 300000 - 8800 voor Chr. Neolithische sporen zijn te verwachten op de kreekruggen en oeverwallen van het sterk vertakte geulensysteem dat ten tijde van het Hoofddorp-zeegat ontstond. Het veen, dat later over deze afzettingen heen groeide, is inmiddels weer geheel verdwenen waardoor deze afzettingen aan het huidige oppervlak liggen. In het landschap zijn op sommige plaatsen nog welvingen zichtbaar. De relatief hoge oeverwallen en de laagtes van de oorspronkelijke geulen zijn ook herkenbaar op hoogtekaarten, zoals het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). De kreekruggen en oeverwallen waren in het Neolithicum geschikt voor bewoning en gebruik. Ondanks de ligging van dit vroege landschap aan het oppervlak en het intensieve gebruik van een groot deel van de Haarlemmermeer voor landbouwdoeleinden is tot op heden slechts één vondst uit deze periode bekend. Het betreft een vuurstenen bijl (ARCHIS nummer 45552) die nabij Abbenes werd gevonden. Er mag dan ook geconcludeerd worden dat, ondanks de vermoedelijke bruikbaarheid van het landschap in het Neolithicum, daadwerkelijk gebruik niet of nauwelijks heeft plaatsgevonden. De archeologische verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen uit deze periode is dan ook laag. Daarbij komt nog dat al vanaf 1945 in de Haarlemmermeerpolder wordt gediepploegd om de grond te verbeteren voor akkerbouw. Dit betekent dat de eventueel nog aanwezige archeologische sporen door landbouwwerkzaamheden kunnen zijn aangetast. Na ca. 3000 voor Chr. was het grondgebied van de Haarlemmermeer, en feitelijk van vrijwel geheel West-Nederland, onbewoonbaar door uitgebreide veengroei. In het veen ontstonden de veenmeren die uiteindelijk zouden uitgroeien tot het Haarlemmermeer. Waarschijnlijk werd het veengebied vanaf de 10e of 11e eeuw ontgonnen. De ontginners groeven afwateringssloten in het veen en de zo ontwaterde bodem werd in gebruik genomen voor landbouw en veeteelt. Door de latere afslag en erosie van het veen resteren er uit deze periode alleen nog vondsten in secundaire context. De vondsten van laatmiddeleeuws aardewerk op diverse plaatsen in de Haarlemmermeer maken duidelijk dat bewoning op veel plaatsen voorkwam. Informatie over levenswijzen en nederzettingsvormen geven deze vondsten echter niet omdat hun oorspronkelijke context verloren is gegaan. Uit de periode dat de Haarlemmermeer inderdaad een meer was, gedurende de Nieuwe Tijd, kunnen archeologische vondsten van scheepvaart en visserij worden verwacht. De locatie van dergelijke sporen, scheepswrakken/scheepsonderdelen/gebruiksvoorwerpen, is niet voorspelbaar en de kans op het aantreffen ervan is klein. Nabij Cruquius en Vijfhuizen is in het verleden wel een aantal van dergelijk vondsten gedaan: een scheepsmast (ARCHIS nummer 42803), scheepsonderdelen (ARCHIS nummers 211184 en 211492) en bootmansfluitjes. Uit de Nieuwe Tijd dateert het enige terrein dat binnen de gemeente Haarlemmermeer is opgenomen op de AMK van de Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed: het Fort aan het Nieuwe Meer. De aanwijzing van deze locatie berust op de atlas van Menno van Coehoorn. Ten tijde van de aanleg van de ringdijk was een tweetal forten langs het traject van de dijk aanwezig: het Fort aan de Liede en een fort vlakbij het stoomgemaal De Cruquius. Oorspronkelijk was de dijk om de forten heen gelegd. Later zijn de forten gesloopt en is het traject van de dijk rechtgetrokken. Op deze plaatsen zijn mogelijk nog sporen van de forten in de ondergrond aanwezig. In de ringdijk van de Haarlemmermeer is ook een vondst uit de Nieuwe Tijd Bekend: een baardmankruik ui

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.