← Nederland

Regels subsidieverordening vitaal Gelderland 2011 (Gelderland)

Kort samengevat

Deze regeling beschrijft de voorwaarden voor het verstrekken van subsidies in de provincie Gelderland, met een focus op definities en algemene bepalingen, en specifieke regels voor natuur- en leefomgevingsprojecten. Het doel is het ondersteunen van activiteiten die bijdragen aan een vitaal Gelderland.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Gelet op artikel 1.2, tweede lid, van de Subsidieverordening vitaal Gelderland 2011; BESLUITEN Vast te stellen de volgende gewijzigde regeling: Regels subsidieverord

Artikel 4

.1.1.1 Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: goederenvervoer: vervoer van goederen over de weg en over water; halteplaats: punt van het regionet met wacht- en informatievoorziening waar de reiziger kan in- en uitstappen; mobiliteitsmanagement: alle activiteiten gericht op het afstemmen van vraag en aanbod van verkeer en vervoer gericht op het keuzeproces en bewustwording van de reiziger en goederen; openbaar vervoer: vervoer per trein, bus, tram of regiotaxi dat wordt verzorgd door een vervoerder waaraan op grond van de Wet personenvervoer 2000 een concessie is verleend; regionet: netwerk van buslijnen, buurtbusvervoer en regiotaxi ter ontsluiting van dorpen, steden en regio's met een inwonertal; snelnet: netwerk van snelle buslijnen en regionale railverbindingen die zowel de belangrijkste relaties binnen regio's als de relaties met belangrijke bovenregionale centra binnen en buiten de provincie op hoogwaardige manier verbinden; sociale veiligheid: objectieve veiligheid en het gevoel van veiligheid onder reizigers en personeel, ten aanzien van misdaad en wangedrag binnen het openbaar vervoer, bij transferpunten en halteplaatsen; toegankelijkheid: toegankelijkheid van voertuigen, halteplaatsen en de route naar halteplaatsen voor openbaar vervoer voor mensen met een mobiliteitsbeperking; transferpunt: punt van het snelnet met wacht- en informatievoorziening waar de reiziger kan in-, uit- of overstappen op andere vormen van vervoer; vervoerder: de rechtspersoon die openbaar vervoer verricht, waaronder begrepen regiotaxi. Paragraaf 4.1.2 Gemeentelijke projecten in het kader van de Brede Doeluitkering (BDU) Artikel 4.1.2.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: infrastructuur projecten; intergemeentelijke niet-infrastructuur projecten. Artikel 4.1.2.2 Criteria Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.2.1 wordt slechts verstrekt voor projecten die zijn opgenomen in het Bestedingsplan Brede Doeluitkering als bedoeld in artikel 6 van de Wet BDU Verkeer en Vervoer. Artikel 4.1.2.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten en gemeenschappelijke regelingen die rechtspersoonlijkheid bezitten. Artikel 4.1.2.3 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste: 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 50.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.2.1, aanhef en onder a; 75% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.2.1, aanhef en onder b. 2 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Paragraaf 4.1.3 Verkeersveiligheid Artikel 4.1.3.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder b, van de SvG kan worden verstrekt voor niet-infrastructurele verkeersveiligheidsactiviteiten. Artikel 4.1.3.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt als de niet infrastructurele activiteiten voldoen aan eisen vermeld in het werkplan van het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Oost-Nederland. Artikel 4.1.3.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan rechtspersonen die zich krachtens hun statutaire doelstellingen en feitelijke werkzaamheden inzetten voor de verkeersveiligheid in Oost-Nederland. Artikel 4.1.3.5 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 1.000,-. 2 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Paragraaf 4.1.4 Openbaar vervoer waaronder begrepen regiotaxi Artikel 4.1.4.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder e, van de SvG kan worden verstrekt voor het verrichten van: openbaar vervoer; of vervoer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Artikel 4.1.4.2 Criteria Subsidie voor het verrichten van openbaar vervoer wordt slechts verstrekt voor de duur van de concessie of voor de duur van de overeenkomst tussen de provincie en vervoerder. Artikel 4.1.4.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: vervoerders voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.4.1, aanhef en onder a; gemeenten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.4.1, aanhef en onder b. Artikel 4.1.4.4 Hoogte van de subsidie De subsidie, als bedoeld in artikel 4.1.4.1, aanhef en onder a, bedraagt maximaal het bedrag zoals is overeengekomen in de concessie. De subsidie wordt jaarlijks geïndexeerd. Paragraaf 4.1.5 Infrastructurele openbaarvervoervoorzieningen Artikel 4.1.5.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder f, van de SvG kan worden verstrekt voor: de aanpassing van bestaande treinstations; de aanpassing van de omgeving van bestaande treinstations; nieuwe of te verplaatsen treinstations; planstudies voor nieuwe of te verplaatsen treinstations; het verbeteren van de doorstroming van het openbaar vervoer op het snelnet; de aanleg of verbetering van transferpunten op de routes van het snelnet; de aanleg of verbetering van halteplaatsen op de routes van het regionet; de plaatsing van zuilen en panelen voor reisinformatie voor reizigers van het openbaar vervoer bij transferpunten en halteplaatsen; uitbreiding van fietsenstallingen bij stations in het kader van het programma van Ruimte voor de Fiets van Prorail. Artikel 4.1.5.2 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan publiekrechtelijke rechtspersonen, vervoerders en rechtspersonen die zich krachtens hun statuten inzetten voor het openbaar vervoer in Gelderland. Artikel 4.1.5.3 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste 66% van subsidiabele kosten tot een maximum van € 350.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.5.1, aanhef en onder a tot en met d; 90% van subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.5.1, aanhef en onder e; 50% van subsidiabele kosten tot een maximum van € 45.000,- per transferpunt voor activiteiten als bedoeld artikel 4.1.5.1, aanhef en onder f; 35% van subsidiabele kosten voor tot een maximum van € 10.000,- per halteplaats voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.5.1, aanhef en onder g; 100% van subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.5.1, aanhef en onder h; 40% van subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.5.1, aanhef en onder i. 2 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Paragraaf 4.1.6 Sociale veiligheid en toegankelijkheid Artikel 4.1.6.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder g en h, van de SvG kan worden verstrekt voor activiteiten ter verbetering van de: sociale veiligheid; en toegankelijkheid. Artikel 4.1.6.2 Criteria Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die plaatsvinden in gebieden waar en ten behoeve van bus- en treinlijnen waarvoor de provincie Gelderland bij of krachtens de Wet personenvervoer 2000 verantwoordelijk is voor het openbaar vervoer. Artikel 4.1.6.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten en vervoerders. Artikel 4.1.6.4 Hoogte van de subsidie 1 Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.6.1, aanhef en onder a, bedraagt ten hoogste 80% van de subsidiabele kosten. 2 Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.6.1, aanhef en onder b, bedraagt ten hoogste: 80% van de subsidiabele kosten voor vervoerders; 90% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 5.400,- per halteplaats voor gemeenten; 90% van de subsidiabele kosten tot een minimum van € 5.400,- en een maximum van € 13.500,- per moeilijk aanpasbare halte voor gemeenten; 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 250,- per geplaatst bankje bij een halteplaats. 3 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Paragraaf 4.1.7 Fietsvoorzieningen Artikel 4.1.7.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder i, van de SvG 2011 kan worden verstrekt voor: het aanleggen van funderingen, verhardingen, kunstwerken, oversteekvoorzieningen, bermen, taluds en bermsloten; het aanbrengen van verlichting ten behoeve van vrij liggende fietspaden; het plaatsen van verkeerstekens behorende bij een fietsreconstructie, oversteekvoorzieningen en verkeersregelinstallaties. Artikel 4.1.7.2 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten. Artikel 4.1.7.3 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste: 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 35.000,- en een maximum van € 500.000,-; 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 750.000,- voor nieuwe, vrijliggende fietspaden, fietstunnels of fietsbruggen. 2 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Paragraaf 4.1.8 Mobiliteitsprojecten Artikel 4.1.8.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder j, van de SvG kan worden verstrekt voor haalbaarheidsstudies, onderzoek, pilots en promotieprojecten gericht op mobiliteitsmanagement. Artikel 4.1.8.2 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: gemeenten; privaatrechtelijke rechtspersonen: voor zover de activiteit gericht is op de eigen organisatie en uitsluitend voor eigen gebruik is; of die zich krachtens hun statuten inzetten voor de bevordering van mobiliteitsmanagement. Artikel 4.1.8.3 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000,- en een maximum van € 50.000,-. Paragraaf 4.1.9 Goederenvervoer Artikel 4.1.9.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.1, aanhef en onder l, van de SvG kan worden verstrekt voor: haalbaarheids- en onderzoeksstudies voor multimodaal of efficiënt en schoon goederenvervoer; investeringsprojecten infrastructuur ten behoeve van overslagvoorzieningen voor multimodaal goederenvervoer; pilots of praktijkproeven voor multimodaal of efficiënt en schoon goederenvervoer. Artikel 4.1.9.2 Criteria Subsidie als bedoeld in artikel 4.1.9.1 wordt slechts verstrekt indien: de activiteiten worden uitgevoerd in de provincie Gelderland dan wel, in geval van een provinciegrensoverschrijdende goederenvervoerstroom, het eind- of beginpunt in Gelderland ligt; de activiteiten passen binnen het strategisch uitvoeringsprogramma logistiek en Goederenvervoer 2012-2015; en voor zover het een activiteit betreft als bedoeld in artikel 4.1.9.1, onder c, de beoogde innovatie een bijdrage of besparing oplevert voor de Gelderse logistieke sector. Artikel 4.1.9.3 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.9.1, aanhef en onder a, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000,- en een maximum van € 100.000,-. 2 De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.9.1, aanhef en onder b, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000,- en een maximum van € 1.000.000,-. 3 De subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.1.9.1, aanhef en onder c, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000,- en een maximum van: € 100.000,- voor zover deze betrekking hebben op transport over de weg; € 200.000,- voor zover deze geen betrekking hebben op transport over de weg; € 300.000,- voor zover deze worden uitgevoerd door publiekrechtelijke rechtspersonen of publiekrechtelijke instellingen. 4 Kosten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht worden tot maximaal 15% meegerekend in de subsidiabele kosten. Titel 4.2 Gelderse Gebiedsontwikkeling Paragraaf 4.2.

Artikel 4

.2.1.1 Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: cultuurhistorisch object: elk object behorende tot tenminste een van de volgende categorieën: andere objecten dan de waterlinieforten genoemd in artikel 4.2.1.1 onder e en die een functie hadden in de militaire werking van de Nieuwe Hollandse Waterlinie; relicten van landschappelijke veranderingen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie tot en met 1945 die direct het gevolg zijn van doorbraken van een kade of dijk van een inundatiekom; relicten van maatregelen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie tot en met 1945 om schade als gevolg van een doorbraak van kade of dijk van een inundatiekom te herstellen; relicten van menselijke ingrepen in het landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie als onderdeel van ontginningen voor landbouwkundig gebruik tot en met 1945. normaal onderhoud: regulier onderhoud dat noodzakelijk is om de functie en zichtbare kenmerken van een object te behouden; restauratie: werkzaamheden die het normale onderhoud te boven gaan en noodzakelijk zijn voor het herstel van een object of om verval van een object te voorkomen; voorbereiding: alle handelingen, die nodig zijn om met de uitvoering van werkzaamheden te kunnen starten, inclusief het aanvragen van vergunningen; waterliniefort: een van de navolgende objecten: Complex Fort bij Asperen; Complex Fort aan de Nieuwe Steeg; Complex Fort bij Vuren; Complex Werk op de Spoorweg bij de Diefdijk; Complex Batterij onder Poederoijen; Complex Batterij onder Brakel; Complex Fort Everdingen. Paragraaf 4.2.2 Ontwikkeling forten Artikel 4.2.2.1 Subsidiabele activiteiten Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: de restauratie of voorbereiding van de restauratie van een waterliniefort; het voorbereiden of het realiseren van fysieke veranderingen aan een waterliniefort. Artikel 4.2.2.2 Criteria Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.2.1, aanhef en onder a, wordt slechts verstrekt indien: de wijze van uitvoering van de werkzaamheden voldoet aan de door Gedeputeerde Staten vastgestelde Uitvoeringsvoorschriften ten behoeve van duurzame instandhouding cultuurhistorische waarden, en; de werkzaamheden worden uitgevoerd met behulp van een leerlingbouwplaats of opleidingsplaats voor leerlingen in de restauratiebouw. Artikel 4.2.2.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar van een waterliniefort. Artikel 4.2.2.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste: 100% van de subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.2.2.1, aanhef en onder a, ten behoeve van de waterlinieforten genoemd in artikel 4.2.1.1, aanhef en onder e, onderdelen i tot en met vi; 50% van de subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.2.2.1, aanhef en onder a, ten behoeve van het waterliniefort genoemd in artikel 4.2.1.1, aanhef en onder e, onderdeel vii, met uitzondering van monumentnummers 531684, 531664 en 531666; 75% van de subsidiabele kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.2.2.1, aanhef en onder b. Artikel 4.2.2.5 Communautair toetsingskader Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.2.2.1, aanhef en onder a, wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd zijn met Beschikking N 606/2009 van de Europese Commissie van 15 december 2009 inzake de Nationale regeling voor de instandhouding en het herstel van beschermde historische monumenten. Paragraaf 4.2.3 Gebiedsontwikkeling Artikel 4.2.3.1 Subsidiabele activiteiten Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de SvG kan worden verstrekt voor de voorbereiding of uitvoering van werkzaamheden waarmee: een cultuurhistorisch object wordt gerestaureerd; bewegwijzering of straatmeubilair wordt aangeschaft en geplaatst; informatiepanelen worden aangeschaft en geplaatst; straatverlichting wordt aangeschaft en geplaatst; wandel- of rolstoelpaden worden aangelegd of aangepast; aanleg of aanpassingen worden gerealiseerd van parkeerplaatsen; landschappelijke of bouwkundige aanpassingen worden gerealiseerd ten gunste van het overwinteren, het zwermen of migreren van vleermuizen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Artikel 4.2.3.2 Criteria 1 Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder a, wordt slechts verstrekt indien: de wijze van uitvoering van de werkzaamheden voldoet aan de door Gedeputeerde Staten vastgestelde Uitvoeringsvoorschriften ten behoeve van duurzame instandhouding cultuurhistorische waarden; en de werkzaamheden worden uitgevoerd met behulp van een leerlingbouwplaats of opleidingsplaats voor leerlingen in de restauratiebouw. 2 Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder b, wordt slechts verstrekt indien: de plaatsing van de bewegwijzering of het straatmeubilair gebeurt op openbaar terrein in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, en; de bewegwijzering of het straatmeubilair worden geproduceerd in de vormgeving zoals ontwikkeld voor het Nationaal Project Nieuwe Hollandse Waterlinie. 3 Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder c, wordt slechts verstrekt indien: de informatiepalen worden geplaatst op openbaar terrein in de Nieuwe Hollandse Waterlinie; de informatiepanelen worden geproduceerd in de vormgeving zoals ontwikkeld voor het Nationaal Project Nieuwe Hollandse Waterlinie; en de informatiepanelen bevatten informatie over het historische, militaire systeem de Nieuwe Hollandse Waterlinie. 4 Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder d, wordt slechts verstrekt indien: de straatverlichting wordt geplaatst op openbaar terrein aan de Diefdijk in de gemeenten Vianen en Leerdam, de Meerdijk, de Nieuwe Zuiderlingedijk of de Zuiderlingedijk in de gemeente Lingewaal; en de straatverlichting wordt geproduceerd in de vormgeving zoals ontwikkeld voor het Nationaal Project Nieuwe Hollandse Waterlinie. 5 Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder e, wordt slechts verstrekt indien: de wandel- of rolstoelpaden openbaar toegankelijk zijn; en de wandel- of rolstoelpaden leiden naar een cultuurhistorisch object of vormen een aaneengesloten route om een cultuurhistorisch object. 6 Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder f, wordt slechts verstrekt indien: de parkeerplaatsen openbaar toegankelijk zijn; en de ingang van de parkeerplaatsen is gelegen op een afstand van minder dan 200 meter van objecten die zijn aangewezen als Rijksmonumenten en die een functie hadden in de militaire werking van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Artikel 4.2.3.3 Aanvrager 1 Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder a en g, wordt verstrekt aan de eigenaar van het cultuurhistorisch object. 2 Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder b tot en met f, wordt verstrekt aan de eigenaar van het terrein waarop de werkzaamheden plaatsvinden of de materialen worden geplaatst. Artikel 4.2.3.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten. Artikel 4.2.3.5 Communautair toetsingskader Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 4.2.3.1, aanhef en onder a, wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd zijn met Beschikking N 606/2009 van de Europese Commissie van 15 december 2009 inzake de Nationale regeling voor de instandhouding en het herstel van beschermde historische monumenten. Paragraaf 4.2.4 Beleef de Waal Artikel 4.2.4.1 Begripsomschrijvingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: Beleef de Waal: het deelproject van het Uitvoeringsprogramma WaalWeelde 2013 - 2017 zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 5 maart 2013; samenwerking "Rondje Pontje": een samenwerkingsverband van ondernemers en initiatiefnemers rond twee pontjes en de routes daartussen op de beide oevers van de Waal; vertierplek: plek aan de Waal die met minimale aanpassingen zodanig is ingericht dat er toegang is tot de oever en gelegenheid om aan het water te recreëren; WaalWeeldegebied: het gebied omvattende het grondgebied van de gemeenten Beuningen, Druten, Lingewaal, Lingewaard, Maasdriel, Millingen a/d Rijn, Neerijnen, Neder- Betuwe, Nijmegen, Overbetuwe, Rijnwaarden, Tiel, Ubbergen, West Maas en Waal en Zaltbommel. Artikel 4.2.4.2 Subsidiabele activiteiten 1 Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.1, eerste lid, van de SvG kan worden verstrekt voor: de voorbereiding van de aanleg en de realisatie van vertierplekken en veerstoepen en de ontwikkeling, productie en plaatsing van informatievoorzieningen; de ontwikkeling van producten en arrangementen op het gebied van duurzaam toerisme; het opzetten en ontwikkelen van de samenwerking "Rondje Pontje"; het ontwikkelen en organiseren van evenementen en manifestaties. 2 Geen subsidie wordt verstrekt voor de aanleg of wijziging van wegen of dijken. Artikel 4.2.4.3 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt voor activiteiten die: worden uitgevoerd in het WaalWeeldegebied; passen binnen de doelstellingen van Beleef de Waal; positief zijn beoordeeld door burgemeester en wethouders van de gemeente in het WaalWeeldegebied waar de activiteit plaatsvindt, voor zover het activiteiten betreft als bedoeld in artikel 4.2.4.2, eerste lid, aanhef en onder a, b en d; en passen in een duurzame ontwikkeling van het WaalWeeldegebied. Artikel 4.2.4.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: een natuurlijk persoon die woonachtig is in het WaalWeeldegebied; een gemeente in het WaalWeeldegebied; rechtspersonen die blijkens hun statutaire doelen en activiteiten een bijdrage kan leveren aan Beleef de Waal. Artikel 4.2.4.5 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG worden bij de aanvraag in elk geval de volgende gegevens verstrekt: een schriftelijke verklaring van burgemeester en wethouders waaruit blijkt dat de betreffende subsidiabele activiteit positief is beoordeeld, voor zover het een activiteit als bedoeld in artikel 4.2.4.2, eerste lid, aanhef en onder a, b of d betreft; een uiteenzetting dat de betreffende subsidiabele activiteit past in een duurzame ontwikkeling van het WaalWeeldegebied. Artikel 4.2.4.6 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000,- en een maximum van € 75.000,-. Artikel 4.2.4.7 Weigeringsgrond Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.3.2, eerste lid, aanhef en onder b tot en met d, wordt geweigerd voor zover fysieke voorzieningen niet worden aangelegd of gewijzigd op grond die in eigendom is van publiekrechtelijke rechtspersonen. Paragraaf 4.2.5 Waalpleisterplaatsen Artikel 4.2.5.1 Begripsomschrijvingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: Beleef de Waal: het deelproject van het Uitvoeringsprogramma WaalWeelde 2013 - 2017 zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 5 maart 2013; WaalWeelde-gebied: het gebied omvattende het grondgebied van de gemeenten Beuningen, Druten, Lingewaal, Lingewaard, Maasdriel, Millingen a/d Rijn, Neerijnen, Neder-Betuwe, Nijmegen, Overbetuwe, Rijnwaarden, Tiel, Ubbergen, West Maas en Waal en Zaltbommel; knooppunt in de recreatieve infrastructuur: een plaats bij een veerverbinding over de Boven-Rijn, het Bijlandsch Kanaal of de Waal waar wandel- en fietsroutes en struinpaden samenkomen en die bereikbaar is met de auto; openbare voorzieningen: picknicktafel; ten minste één bank en prullenbak op de veerstoep; watertappunt; parkeerplaats liggend op of aan de veerdam of direct achter de dijk; elektriciteitsaansluiting; openbaar toilet; camperplaatsen; aanlegsteiger recreatieve vaartuigen. Artikel 4.2.5.2 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.1, eerste lid, van de SvG kan worden verstrekt voor de aanleg van openbare voorzieningen aan een knooppunt in de recreatieve infrastructuur. Artikel 4.2.5.3 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover: het knooppunt in de recreatieve infrastructuur gelegen is in het WaalWeeldegebied; niet alle openbare voorzieningen als genoemd in artikel 4.2.5.1, aanhef en onder d, onderdelen i tot en met iv, reeds op het knooppunt in de recreatieve infrastructuur aanwezig zijn; alle openbare voorzieningen als genoemd in artikel 4.2.5.1, aanhef en onder d, onderdelen i tot en met iv, na afronding van de subsidiabele activiteit op het knooppunt in de recreatieve infrastructuur aanwezig zullen zijn; de aan te leggen openbare voorzieningen tegen hoogwater bestendig zijn, dan wel dat deze gedurende hoogwater tijdelijk verwijderd kunnen worden; de activiteit positief is beoordeeld door burgemeester en wethouders van de gemeente in het Waalweelde-gebied waar de activiteit plaatsvindt. Artikel 4.2.5.4 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag in elk geval een schriftelijke verklaring van burgemeester en wethouders verstrekt waaruit blijkt dat de betreffende subsidiabele activiteit positief is beoordeeld. Artikel 4.2.5.5 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt maximaal 50 % van de subsidiabele kosten met een minimum van € 10.000,- en een maximum van € 100.000,-. Artikel 4.2.5.6 Weigeringsgrond Subsidie wordt geweigerd indien er binnen dezelfde gemeente reeds subsidie is verstrekt ten behoeve van de in artikel 4.2.5.2 genoemde activiteit. Artikel 4.2.5.7 Verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de openbare voorzieningen gedurende ten minste vijf jaar na de vaststelling van de subsidie te beheren en te onderhouden. Titel 4.3 Ruimtelijke Ontwikkeling Gereserveerd Titel 4.4 Collectief Particulier Opdrachtgeverschap Paragraaf 4.4.1 Collectief Particulier Opdrachtgeverschap Artikel 4.4.1.1 Begripsomschrijvingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: collectief: een groep natuurlijke personen die zich verenigd hebben in een rechtspersoon die beoogt hun belangen in een CPO-woningbouwproject te behartigen. CPO: Collectief Particulier Opdrachtgeverschap; CPO-woningbouwproject: de bouw en realisatie van minimaal 3 woningen door een collectief. Artikel 4.4.1.2 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1 van de SvG kan worden verstrekt ten behoeve van: procesbegeleidingsactiviteiten door een procesbegeleider of architect met ervaring in procesbegeleiding; ontwerpactiviteiten door een deskundige voor woningbouwprojecten die gerealiseerd worden door middel van CPO; eenmalige niet-reguliere activiteiten ter stimulering van woningbouw met CPO. Artikel 4.4.1.3 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de omgevingsvergunning, onderdeel bouwen, nog niet verleend is; de maximale koopprijs van de woningen binnen een CPO-woningbouwproject bij indienen van de aanvraag beneden de grens van de Nationale Hypotheekgarantie ligt; en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente een positief advies heeft afgegeven ten behoeve van het CPO-woningbouwproject. Artikel 4.4.1.4 Aanvrager 1 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1.2, aanhef en onder a en b, wordt verstrekt aan een collectief. 2 Subsidie als bedoeld in artikel 4.4.1.2, aanhef en onder c, wordt verstrekt aan gemeenten. Artikel 4.4.1.5 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie, als bedoeld in artikel 4.4.1.2, aanhef en onder a en b, bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten en maximaal: € 5.000,- per woning, tot een maximum van € 50.000,- per CPO-woningbouwproject indien het nieuwbouw betreft; € 8.000,- per woning, tot een maximum van € 80.000,- per CPO-woningbouwproject indien het bestaande bouw betreft of sloop met nieuwbouw. 2 De subsidie, als bedoeld in artikel 4.4.1.2, aanhef en onder c, bedraagt ten hoogste 50% van de kosten van niet reguliere werkzaamheden, tot een maximum van € 25.000,- per gemeente. Titel 4.5 Impulsplan Wonen Paragraaf 4.5.1 Procesondersteuning Impulsplan Wonen Artikel 4.5.1.1 Begripsomschrijvingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: domotica: technische hulpmiddelen in woningen om de kwaliteit van wonen en leven op peil te houden; Gelderse huistest: een mede door de provincie Gelderland ontwikkeld instrument waarmee ouderen en mensen met een beperking zelf de geschiktheid van hun woning voor hun situatie kunnen bepalen; Impulsplan Gelderse Woningmarkt: beleidsplan vastgesteld door Provinciale Staten d.d. 26 september 2012, PS2012-656, inzake het stimuleren van projecten op het gebied van binnenstedelijk wonen, functieverandering van leegstaande gebouwen, herstructurering als verdunningsopgave, revitalisering van kernen in krimpgebieden of gebieden met soortgelijke problematiek, langer zelfstandig wonen en innovatieve initiatieven; intentieovereenkomst: overeenkomst waarin partijen de intentie vastleggen een project gezamenlijk te realiseren; kleinschalige voorziening: voorziening waar een bewonersgroep samen met het personeel een gezamenlijke huishouding voert, ondersteund met zorg; project: activiteit die voldoet aan de inhoudelijke criteria uit het Vervolgvoorstel Uitwerking Impulsplan Gelderse Woningmarkt (PS 2012-656). Artikel 4.5.1.2 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 4.5.1 van de SvG kan worden verstrekt voor: het verrichten van een studie naar de technische haalbaarheid van een project; het verrichten van een studie naar de financiële uitvoerbaarheid van een project; het opstellen van een plan van aanpak voor de uitvoering van een project. Artikel 4.5.1.3 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt: wanneer de aanvrager met deelnemende partijen een intentieovereenkomst heeft gesloten; voor zover de aanvraag een project op het gebied van langer zelfstandig wonen betreft, sprake is van een samenhangende aanpak van wonen, welzijn en zorg; de voorgestelde maatregelen op grond van de Gelderse huistest en met toepassing van domotica, leiden tot woon- en zorgtechnologische aanpassingen; en de voorgestelde maatregelen leiden tot een kleinschalige woonvoorziening voor dementerenden; voor zover de aanvraag een project op het gebied van leegstaande gebouwen betreft en aannemelijk is dat: revitalisering bijdraagt aan de vermindering van de leegstand; de uitvoering van de voorgestelde maatregelen leidt tot een functieverandering van de gebouwen; de voorgestelde maatregelen de functiewijziging mogelijk maken. Artikel 4.5.1.4 Subsidiabele kosten De kosten die voorafgaand aan het sluiten van de intentieovereenkomst worden gemaakt, komen niet voor subsidie in aanmerking. Artikel 4.5.1.5 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten. Artikel 4.5.1.6 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag een ondertekende intentieovereenkomst overgelegd waarin zijn opgenomen de aanleiding van de overeenkomst, het doel van het te realiseren project, de werkwijze waarlangs partijen tot realisering van het project willen komen, de financiering van het project en een planning van de werkzaamheden. Artikel 4.5.1.7 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 50.000,- per aanvraag en tot een maximum van € 100.000,- per gemeenten per jaar. Hoofdstuk 5 Economie en Samenleving Titel 5.1 Cultuur Gereserveerd Titel 5.2 Erfgoed Paragraaf 5.2.

Artikel 5

.2.1.1 Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: cultuurparticipatie: niet-professionele bemoeienis met de kunsten en deelname aan het culturele leven; vrijetijdseconomie: economie die bestaat uit ondernemingen die zich in hoofdzaak bezighouden met dienstverlening ten behoeve van recreanten en toeristen; waardenkaart: een besluit van een gemeentebestuur waarin de cultuurhistorische of archeologische waarden binnen het gehele grondgebied van de gemeente zijn weergegeven en dat gebruikt kan worden bij het voorbereiden van ruimtelijke planvorming; draaipremie: subsidie verstrekt voor het jaar 2012 op grond van artikel 7 van de Verordening Cultuurhistorie Gelderland; instandhouding: activiteiten die worden uitgevoerd overeenkomstig de Uitvoeringsvoorschriften Duurzame Instandhouding Cultuurhistorische Waarden (PB 2006/17) en de Lijst met subsidiabele kosten en werkzaamheden ten behoeve van de berekening van de subsidiabele instandhoudingskosten (PB 2006/18); gemeentelijk monument: een object dat op grond van een gemeentelijke verordening bescherming geniet vanwege bijzondere cultuurhistorische of architectonische waarden; historische molen: een door wind, water of ros aangedreven krachtwerktuig inclusief het bouwwerk, geschikt of bedoeld voor een historisch maal- productieactiviteitbedrijf; stoomgemaal: een door stoom aangedreven krachtwerktuig bedoeld voor het bemalen van een polder. Paragraaf 5.2.2 Cultuur- en erfgoedpacten Artikel 5.2.2.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.2.2 van de SvG kan worden verstrekt voor de uitvoering van een intergemeentelijk meerjarenprogramma 2014-2016 dat is gericht op de versterking van de vrijetijdseconomie of cultuurparticipatie. Artikel 5.2.2.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: De aanvrager samen met één of meer andere gemeenten uitvoering geeft aan de subsidiabele activiteit; het programma de gezamenlijke doelen van de participerende gemeenten, gericht op versterking van vrijetijdseconomie of cultuurparticipatie beschrijft; het programma beschrijft hoe de gemeenten de in b. genoemde doelen met inzet van cultuur of erfgoed willen realiseren; en het programma beschrijft hoe de programmaresultaten bij beëindiging van het programma is geborgd. Artikel 5.2.2.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan de gemeente die blijkens de aanvraag optreedt als penvoerder van de samenwerkende gemeenten. Artikel 5.2.2.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten in de periode 2014-2016 tot een maximum van € 41.000,- per gemeente. Paragraaf 5.2.3 Instandhouding gemeentelijke monumenten, historische molens en stoomgemalen Artikel 5.2.3.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.2.1, onder e en f van de SvG kan worden verstrekt voor: het verstrekken van subsidie voor de instandhouding van gemeentelijke monumenten; het verstrekken van subsidie voor de instandhouding van historische molens en stoomgemalen; het opstellen van een archeologische of cultuurhistorische waardenkaart. Artikel 5.2.3.2 Criteria 1 Subsidie wordt slechts verstrekt indien de aanvrager beschikt over een subsidieregeling op grond waarvan aan een: eigenaar van een gemeentelijk monument subsidie kan worden verstrekt voor het instandhouden van het monument; eigenaar van een historische molen of stoomgemaal subsidie kan worden verstrekt voor het instandhouden van de historische molen of stoomgemaal. 2 Subsidie wordt voor het vervaardigen van een archeologische of cultuurhistorische waardenkaart slechts eenmaal verstrekt. Artikel 5.2.3.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan gemeenten. Artikel 5.2.3.4 Hoogte van de subsidie 1 De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 5.2.3.1 onder a bedraagt niet meer dan 50% van de door de aanvrager op grond van de in artikel 5.2.3.2, eerste lid, bedoelde regeling verstrekte subsidie. 2 De subsidie als bedoeld in artikel 5.2.3.1 onder b bedraagt € 2.100,- per historische molen of stoomgemaal die een draaipremie heeft ontvangen. 3 De subsidie als bedoeld in artikel 5.2.3.1 onder c bedraagt niet meer dan € 10.000,- per type waardenkaart. Artikel 5.2.3.5 Verplichtingen De aanvrager is verplicht om in de subsidieregeling als bedoeld in artikel 5.2.3.2 te bepalen dat: de subsidie aangevraagd wordt door de eigenaar van het monument of de molen waaraan de subsidie ten goede komt; de subsidie aangevraagd wordt tussen 1 maart 2014 en 31 december 2016; de subsidie uitsluitend wordt verstrekt voor de instandhouding van monumenten; de subsidie uitsluitend wordt verstrekt aan eigenaren van historische molens of stoomgemalen die een provinciale draaipremie hebben ontvangen; de subsidie als bedoeld in artikel 5.2.3.1, onder a en c, niet wordt verstrekt aan een gemeente, een provincie of de Staat. Paragraaf 5.2.4 Draaisubsidie Artikel 5.2.4.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.2.1 onderdeel f van de SvG kan worden verstrekt voor de asomwenteling van een monumentale molen. Artikel 5.2.4.2 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan de eigenaar of beheerder van een monumentale molen. Artikel 5.2.4.3 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt: € 1,- per 300 asomwentelingen voor molens met kleppen; of € 1,- per 200 asomwentelingen voor molens met zeilen tot een maximum van € 1.200,- per jaar. 2 De subsidie voor het jaar waarvoor de aanvraag wordt ingediend wordt verstrekt op basis van het aantal asomwentelingen dat de molen heeft gemaakt in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 3 De draaisubsidie voor een molen die niet door wind wordt aangedreven bedraagt € 450,- per jaar en wordt verstrekt indien er naar het oordeel van Gedeputeerde Staten sprake is van het regelmatig draaien van deze molen. Artikel 5.2.4.4 Weigeringsgrond Geen subsidie wordt verstrekt, indien het subsidiebedrag op grond van artikel 5.2.1.3 eerste lid minder dan € 70,- zou bedragen. Artikel 5.2.4.5 Indieningstermijn aanvraag De aanvraag wordt ingediend voor 1 april. Titel 5.3 Sociaal Profiel Paragraaf 5.3.1 Sociaal Profiel Artikel 5.3.1.1 Begripsomschrijvingen In deze paragraaf wordt verstaan onder: Beleidskader Sociaal Profiel: bijlage 3 bij het Statenvoorstel Beleidsuitwerkingen Uitdagend Gelderland (PS2011-644), met uitzondering van de thema’s Leefbaarheid en Gemeenschapsvoorzieningen; Uitvoeringsagenda: de Uitvoeringsagenda 2015: Verbinden, verbreden, versnellen (PS2014-484) met uitzondering van het thema Leefbaarheid en Gemeenschapsvoorzieningen; doelgroep: gebruikers of vertegenwoordigers van gebruikers van zorg en welzijn, kwetsbare groepen in de samenleving en burgers of groepen burgers die deelnemen aan en verantwoordelijkheid dragen voor de uitvoering van publieke taken binnen het sociale domein; preventieve zorg: preventiemaatregelen ter voorkoming of vermindering van zorg; eerstelijns zorg: rechtstreeks toegankelijke zorg; anderhalvelijns zorg: eerstelijnszorg die gegeven wordt door een specialist uit de tweede lijn; tweedelijnszorg: zorg die slechts toegankelijk is na verwijzing; kwetsbare groepen: groepen in de samenleving die om wat voor reden dan ook de aansluiting met de samenleving dreigen te verliezen, zoals beschreven in de Uitvoeringsagenda; actief burgerschap: het deelnemen aan en verantwoordelijkheid dragen voor de uitvoering van publieke taken binnen het sociale domein. Artikel 5.3.1.2 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.3.1 van de SvG kan worden verstrekt voor projecten waarin werkwijzen worden ontwikkeld die: gericht zijn op een verbeterde aansluiting tussen preventieve zorg, eerstelijnszorg, anderhalvelijnszorg en tweedelijnszorg; gericht zijn op een verbeterde economische of maatschappelijke participatie van kwetsbare groepen; of actief burgerschap bevorderen. Artikel 5.3.1.3 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt voor activiteiten die aantoonbaar: passen binnen het Beleidskader Sociaal Profiel en de Uitvoeringsagenda; uitzicht bieden op structurele voortzetting of overname van de ontwikkelde werkwijze; en een leereffect of voorbeeldwerking opleveren die aan derden kan worden overgedragen. Artikel 5.3.1.4 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: de kosten voor inzet van uren van de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit; de kosten voor inzet van externe ondersteuning in opdracht van de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd is aan de subsidiabele activiteit; inzet van goederen en diensten door de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit. Artikel 5.3.1.5 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon. Artikel 5.3.1.6 Aanvraag 1 De subsidie wordt aangevraagd voor 22 april 2015. 2 Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag in elk geval een verklaring verstrekt van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd, waarin het college verklaart geen bezwaar te hebben tegen de subsidiabele activiteit. Artikel 5.3.1.7 Selectiecriteria Bij de verdeling van de beschikbare middelen krijgen die activiteiten voorrang die: aantoonbaar bijdragen aan de doelstellingen uit de Uitvoeringsagenda; elders binnen Gelderland kunnen worden toegepast; op korte termijn tot resultaat leiden; geïnitieerd en uitgevoerd worden in samenwerking tussen verschillende partijen, met name gemeenten, maatschappelijke organisaties en burgers; nog niet eerder in Gelderland zijn uitgevoerd; en de doelgroep actief betrekken bij de voorbereiding en realisatie van de subsidiabele activiteit. Artikel 5.3.1.8 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 20.000,- en een maximum van € 100.000,-. Artikel 5.3.1.9 Weigeringsgrond Subsidie wordt geweigerd: indien er sprake is van uitvoering van wettelijke taken; aan een rechtspersoon die subsidie ontvangt op grond van het besluit van Provinciale Staten (PS2011-787, onder 6). Titel 5.4 Jeugd Paragraaf 5.4.1 Vervallen per 1 januari 2015 Titel 5.5 Leefbaarheid en gemeenschapsvoorzieningen Paragraaf 5.5.

Artikel 5

.5.1.1 Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: burgerinitiatief: een rechtspersoon die tot doel heeft de leefbaarheid van een gemeenschap te bevorderen of te verbeteren; dorpscontactpersoon: persoon die, in opdracht van een dorpsraad of een bestuur van een gemeenschapsvoorziening, tot taak heeft voor een dorp activiteiten te bevorderen die leiden tot verbetering van de leefbaarheid; dorpsraad: een rechtspersoon die de belangen in brede zin van een dorp en zijn omgeving behartigt en zich richt op versterking van de sociale structuur van een dorpsgemeenschap; gemeenschapsvoorziening: openbaar toegankelijk multifunctioneel gebouw of gedeelte van een gebouw met ruime openstellingstijden waarin structureel ruimte wordt geboden aan overwegend non-profit organisaties voor het uitvoeren van activiteiten door en voor bewoners van één of meer dorpen; leefbaarheid: de mate van aantrekkelijkheid van het sociale en bestuurlijke klimaat in een dorp en de omgeving; ontmoetingsplek: kosteloos toegankelijke multifunctionele publieke openluchtvoorziening binnen of direct grenzend aan de bebouwde kom waar bewoners elkaar ontmoeten, bijeenkomsten houden en activiteiten organiseren; vernieuwing: ontwikkeling van voor Gelderland nieuwe activiteiten ten behoeve van verbetering van de leefbaarheid binnen een kern of meerdere kernen of ter verhoging van de kwaliteit of doelmatigheid van activiteiten op dit terrein; zelf organiserend vermogen: de mate waarin burgers zelf vorm geven aan hun leefomgeving; bestuurlijke samenwerking: afstemming van taken en activiteiten tussen: een dorpsraad; een burgerinitiatief; een gemeente; een rechtspersoon die tot doel of mede tot doel heeft een gemeenschapsvoorziening te beheren en in stand te houden; of andere maatschappelijke organisaties. Artikel 5.5.1.2 Indieningstermijn Subsidie op grond van deze titel kan worden aangevraagd voor 19 maart 2015. Artikel 5.5.1.3 Selectiecriteria Bij de verdeling van de beschikbare middelen krijgen die activiteiten voorrang: die aantoonbaar breed draagvlak hebben in dorp en regio; die mede ontwikkeld, uitgevoerd en bekostigd worden door bewoners en leden van lokale organisaties; die mede uitvoering geven aan de voor gemeenten nieuwe gedecentraliseerde taken op het terrein van (jeugd)zorg, participatie en ondersteuning; die een vernieuwend karakter hebben; die voorzien in activiteiten die voor de langere tijd zijn geborgd; die niet-concurrerend zijn met nabij gelegen gelijksoortige voorzieningen; waarbij gebruik wordt gemaakt van nieuwe technologieën; waarvoor niet eerder subsidie is ontvangen; die bijdragen aan een evenredige spreiding van de subsidiabele activiteit over de provincie Gelderland. Paragraaf 5.5.2 Versterken van duurzame exploitatie van gemeenschapsvoorzieningen Artikel 5.5.2.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.5.1 van de SvG kan worden verstrekt voor de: ondersteuning bij het opstellen van een exploitatiebegroting voor ten minste twee jaar van een gemeenschapsvoorziening die voor meerdere jaren dekkend en realistisch is; ondersteuning bij het opstellen van een programma voor ten minste twee jaar van een gemeenschapsvoorziening; ontwikkeling binnen een gemeenschapsvoorziening van vernieuwende vormen van: exploitatie; bestuurlijke samenwerking; beheer; of programmering. Artikel 5.5.2.2 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: de kosten voor inzet van uren van de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit; de kosten voor inzet van externe ondersteuning in opdracht van de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit; ontwikkelingskosten gemaakt door de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit. Artikel 5.5.2.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon die tot doel of mede tot doel heeft een gemeenschapsvoorziening te beheren en in stand te houden. Artikel 5.5.2.4 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag in elk geval een verklaring verstrekt van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd, waarin het college verklaart geen bezwaar te hebben tegen de subsidiabele activiteit. Artikel 5.5.2.5 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 10.000,- en een maximum van € 20.000-. Paragraaf 5.5.3 Creëren van samenhang van functies en voorzieningen Artikel 5.5.3.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.5.1 van de SvG wordt verstrekt voor de voorbereiding en uitwerking van afspraken tussen dorpsraden, bestuurders van gemeenschapsvoorzieningen, burgerinitiatieven, gemeente en mogelijke andere partners over afstemming van functies en voorzieningen. Artikel 5.5.3.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien bij de subsidiabele activiteiten minste drie van de volgende functies zijn betrokken: welzijn, educatie, cultuur, zorg, maatschappelijke dienstverlening en zakelijke dienstverlening. Artikel 5.5.3.3 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: de kosten voor inzet van uren van de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit; de kosten voor inzet van externe ondersteuning in opdracht van de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit. Artikel 5.5.3.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: een dorpsraad; een rechtspersoon die tot doel of mede tot doel heeft een gemeenschapsvoorziening te beheren en in stand te houden; een burgerinitiatief; of een gemeente. Artikel 5.5.3.5 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag in elk geval een verklaring verstrekt van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd, waarin het college verklaart geen bezwaar te hebben tegen de subsidiabele activiteit. Artikel 5.5.3.6 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 10.000,- en een maximum van € 20.000,-. Paragraaf 5.5.4 Versterken van zelforganiserend vermogen Artikel 5.5.4.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.5.1 van de SvG wordt verstrekt voor: de ondersteuning bij het opstellen van een activiteitenprogramma voor één of meer woonkernen met als doel de leefbaarheid te bevorderen; de activiteiten van een dorpscontactpersoon voor een periode van maximaal twee jaar; de ondersteuning bij de opzet en ontwikkeling van een burgerinitiatief voor een of meer dorpen met als doel de leefbaarheid te bevorderen. Artikel 5.5.4.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien sprake is van structurele verankering van activiteiten. Artikel 5.5.4.3 Subsidiabele kosten 1 Voor subsidie als bedoeld in artikel 5.5.4.1, aanhef onder a en c, komen de volgende kosten in aanmerking: de kosten voor inzet van uren van de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit; de kosten voor inzet van externe ondersteuning in opdracht van de subsidieontvanger welke aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit. 2 Voor subsidie als bedoeld in artikel 5.5.4.1, aanhef onder b, komen de kosten van een dorpscontactpersoon in aanmerking. Artikel 5.5.4.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: een dorpsraad; een rechtspersoon die tot doel heeft of mede tot doel heeft een gemeenschapsvoorziening te beheren en in stand te houden; een burgerinitiatief. Artikel 5.5.4.5 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG wordt bij de aanvraag in elk geval een verklaring verstrekt van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd, waarin het college verklaart geen bezwaar te hebben tegen de subsidiabele activiteit. Artikel 5.5.4.6 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 10.000,- en een maximum van € 20.000,-. Paragraaf 5.5.5 Investering in een gemeenschapsvoorziening Artikel 5.5.5.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.5.1 van de SvG wordt verstrekt voor: de ombouw van bestaand vastgoed tot een gemeenschapsvoorziening; de verbouw van een bestaande gemeenschapsvoorziening; of vervangende nieuwbouw van een bestaande gemeenschapsvoorziening. Artikel 5.5.5.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien bij de subsidiabele activiteit ten minste drie van de volgende functies zijn betrokken: welzijn, educatie, cultuur, zorg, sport, maatschappelijke dienstverlening en zakelijke dienstverlening. Artikel 5.5.5.3 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: de kosten voor inzet van externe ondersteuning in opdracht van de subsidieontvanger die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteit; de kosten voor het verrichten van grond- en bouwwerkzaamheden van een gemeenschapsvoorziening. Artikel 5.5.5.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon die tot doel of mede tot doel heeft een gemeenschapsvoorziening te beheren en in stand te houden. Artikel 5.5.5.5 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG worden bij de aanvraag in elk geval de volgende gegevens verstrekt: een verklaring van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd, waarin het college verklaart geen bezwaar te hebben tegen de subsidiabele activiteit; een realistische en dekkende exploitatiebegroting voor een periode van ten minste twee jaar; en een programma voor ten minste twee jaar waarin aangegeven wordt welke partners structureel aan de subsidiabele activiteit deelnemen. Artikel 5.5.5.6 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 20.000,- en een maximum van € 100.000,-. Paragraaf 5.5.6 Ontmoetingsplek Artikel 5.5.6.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.5.1 van de SvG wordt verstrekt voor de aanleg of verbetering van een ontmoetingsplek. Artikel 5.5.6.2 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: kosten voor het ontwerp van de ontmoetingsplek; kosten voor werkzaamheden die aantoonbaar gerelateerd kunnen worden aan grond- en bouwwerken en (her)inrichting van een ontmoetingsplek. Artikel 5.5.6.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan een dorpsraad; een rechtspersoon die tot doel of mede tot doel heeft een gemeenschapsvoorziening te beheren en in stand te houden. Artikel 5.5.6.4 Aanvraag Onverminderd artikel 2.1, tweede lid, van de AsG worden bij de aanvraag in elk geval de volgende gegevens verstrekt: een verklaring van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de subsidiabele activiteit wordt uitgevoerd, waarin het college verklaart geen bezwaar te hebben tegen de subsidiabele activiteit. een programma voor ten minste twee jaar voor het gebruik van de ontmoetingsplek waarin aangegeven wordt welke activiteiten plaatsvinden op de ontmoetingsplek. Artikel 5.5.6.5 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 20.000,- en een maximum van € 75.000,-. Titel 5.6 Sport Paragraaf 5.6.

Artikel 5

.6.1.1 Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: Actieplan Ruimte voor Buitensport: plan van de buitensportbonden, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de doelstelling om meer mensen meer te laten bewegen en sporten; breedtesport: sport die wordt beoefend door grote groepen uit alle lagen van de bevolking vanwege de sportieve, gezonde en sociale functie ervan; buitensportbonden: sportbonden die zich richten op sport of andere vormen van sportieve recreatie in de buitenruimte; evenementenkalender: een door Gedeputeerde Staten vastgestelde lijst met sportevenementen welke in 2015 en 2016 voor subsidie in aanmerking kunnen komen; FieldLab: locatie voor veldonderzoek in de topsport onder de hoede van Stichting InnosportNL; InnoSportlab: test- en onderzoeksfaciliteiten om innovatieve activiteiten ten uitvoer te brengen onder de hoede van Stichting InnosportNL, de landelijke organisatie die sport, bedrijfsleven en kennisinstellingen bij elkaar brengt teneinde sportinnovaties tot stand te brengen; interventie: elke planmatige en doelgerichte aanpak om het gedrag van burgers te veranderen en hun omstandigheden te beïnvloeden, met als doel de kwaliteit van het leven of het samenleven te vergroten; jongeren: personen jongeren dan 18 jaar; kernsport: de zes sporten atletiek, hippische sport, wielersport, volleybal, judo en tennis, zoals aangewezen door Provinciale Staten op 30 juni 2010 in het document ‘Gelderland Sportland: Programma 2010-2016’ en op 11 december 2013 in het document Uitvoeringsprogramma Gelderland Sport! 2014; kernsportbond: de atletiek: Koninklijke Nederlandse Atletiekinie (KNAU); KNBLO Wandelsportorganisatie Nederland (KNBLO-NL) Nederlandse Wandelsportbond (NWB); de hippische sport: Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS); de wielersport: Koninklijke Nederlandsche Wielrenunie (KNWU); Nederlandse Toerfietsunie (NTFU); het volleybal: Nederlandse Volleybalbond (Nevobo); de judosport: Judobond Nederland (JBN); de tennissport: Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB); mensen met een functiebeperking: personen die in het dagelijks leven beperkingen ondervinden door chronische problemen van lichamelijke, psychische of verstandelijke aard; niet-economische activiteit: activiteiten waarbij geen goederen of diensten op een bepaalde markt worden aangeboden; onrendabele top: berekening van de contante waarde van de projectkosten voor realisering van een accommodatie minus de contante waarde van de netto inkomsten gedurende een periode van twintig jaar, waarbij een discontovoet van 5,5% wordt gehanteerd; regionaal talentencentrum: een organisatievorm waarin voor een geselecteerde groep talenten in een kernsport in hun directe leefomgeving onafhankelijk van en aanvullend op hun eigen vereniging extra faciliteiten worden georganiseerd; RIVM: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; RIVM Centrum voor Gezond Leven: Rijksorganisatie die de kwaliteit van lokale gezondheidsbevordering versterkt, onder meer door interventies te beoordelen op effectiviteit; senioren: personen van 55 jaar en ouder; side event: stimuleringsevenement voor Gelderse burgers, dat georganiseerd wordt rondom een topsportevenement of topsportwedstrijd met als doel de participatie in de sport te verbeteren; spin-off: bestedingen door burgers en organisaties, of investeringen door bedrijven die zonder de te subsidiëren activiteit niet zouden plaatsvinden; sportevenement: evenement dat tot de categorie internationaal topevenement f landelijk kampioenschap behoort, of tot de categorie breedtesport, waarbij verbindingen worden gemaakt met sport, economie en ruimte; sporttalent: Gelderse sporter waaraan NOC*NSF of Topsport Gelderland de talentenstatus heeft toegekend; topaccommodatie: sportaccommodatie die ten behoeve van de te beoefenen kernsporten voldoet aan de in de betreffende tak van sport, door de betreffende sportbond, gestelde wedstrijdeisen; tweede ring van potentiële kernsporten: de sporten golf, gymnastiek, handbal, hockey, schaatsen (inclusief skeeleren), schermen, vrouwenvoetbal, waterpolo en zwemmen die zijn aangewezen door Provinciale Staten op 30 juni 2010 in het document Gelderland Sportland: Programma 2010-2016 (besluit PS2010-510; zaaknummer 2010-009055) als mogelijke toekomstige kernsport; Uitvoeringsprogramma: een door een kernsportbond opgesteld plan waarin de bond aangeeft voor welke samenhangende activiteiten subsidie wordt aangevraagd; vitale bedrijven: bedrijven of instellingen die activiteiten ondernemen met betrekking tot vitaliteitsmanagement binnen hun organisatie; vitale werknemers: werknemers in dienst bij bedrijven of instellingen gevestigd in Gelderland die activiteiten of maatregelen ondernemen ter bevordering van hun eigen gezondheid of levensstijl. Artikel 5.6.1.1a Indieningstermijn Subsidie op grond van deze titel kan worden aangevraagd binnen een bij nader besluit door Gedeputeerde Staten te bepalen tijdvak. Paragraaf 5.6.2 Vitale samenleving - sportieve bewegingsruimte Artikel 5.6.2.1 Subsidiabele activiteiten Subsidie als bedoeld in artikel 5.6.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor de aanleg van nieuwe beachvolleybalvelden in de buitenruimte. Artikel 5.6.2.2 Criteria Onverminderd artikel 2.1, tweede lid van de AsG wordt slechts subsidie verstrekt indien: er ten minste drie velden op één locatie worden aangelegd; de velden in aanmerking komen voor classificatie door de Nevobo; ten aanzien van de materiële veldeisen, de materiële zandeisen en de veldafmetingen ten minste de B-status kan worden verkregen van de Nevobo; een bij de Nevobo aangesloten vereniging toeziet op het gebruik, het onderhoud en de veiligheid van de velden; de voorzieningen passen binnen het gemeentelijk sportbeleid. Artikel 5.6.2.3 Aanvrager Subsidie als bedoeld in artikel 5.6.2.1, wordt verstrekt aan: een volleybalvereniging die is aangesloten bij de Nevobo; een gemeente. Artikel 5.6.2.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 25.000,-. Paragraaf 5.6.3 Vervallen per 1 januari 2015 Paragraaf 5.6.4 Vervallen per 1 januari 2015 Paragraaf 5.6.5 Vitale samenleving - sport en gezondheid bij mensen met een lage sociaal- economische status Gereserveerd Paragraaf 5.6.6 Vervallen per 1 januari 2015 Paragraaf 5.6.7 Vervallen per 1 januari 2015 Paragraaf 5.6.8 Excellente prestaties - Accommodaties Artikel 5.6.8.1 Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor: de bouw van een topaccommodatie; de verbouw van een accommodatie tot een topaccommodatie; vervallen per 1 augustus

  1. Artikel 5.6.8.2 Criteria 1 Accommodaties als bedoeld in artikel 5.6.8.1: worden ten minste gebruikt voor de beoefening van een kernsport; zijn geschikt voor de beoefening van sport door zowel sporters met als zonder functiebeperking; worden ten minste gebruikt door inwoners uit ten minste twee Gelderse gemeenten; worden voor minimaal 80% ter beschikking gesteld aan gebruikers die niet-economische activiteiten verrichten tegen tarieven die ten hoogste kostprijs dekkend zijn; worden onverminderd het bepaalde onder d ter beschikking gesteld aan gebruikers die economische activiteiten verrichten tegen tarieven die ten minste marktconform zijn; en komen slechts voor subsidie in aanmerking indien de accommodatie past binnen het provinciaal sportbeleid en het sportbeleid van de gemeente waarin de accommodatie wordt gerealiseerd dan wel de gemeenten waarvoor de accommodatie bestemd is. 2 Subsidieverstrekking voor accommodaties als bedoeld in artikel 5.6.8.1 heeft een stimulerend effect. Dit is het geval: Indien het gaat om kleine- of middelgrote ondernemingen: wanneer de subsidieaanvrager een subsidieaanvraag heeft ingediend voordat de werkzaamheden aan het project zijn begonnen; Indien het gaat om grote ondernemingen: wanneer wordt voldaan aan de voorwaarde genoemd onder a; indien de subsidieverstrekking een wezenlijke toename van de omvang en de reikwijdte van het project tot gevolg heeft; en indien de subsidieverstrekking zorgt voor een wezenlijke toename van de totale uitgaven van de subsidieontvanger voor het project en zorgt voor een wezenlijke toename van de snelheid waarmee het project wordt voltooid. Artikel 5.6.8.3 Subsidiabele kosten 1 Voor subsidie komen kosten die rechtstreeks betrekking hebben op de bouw of verbouw van de accommodatie die voldoet aan de door de sportbonden gestelde eisen om wedstrijden breedtesporten te kunnen beoefenen in aanmerking. 2 Niet voor subsidie komen in aanmerking kosten die betrekking hebben op: de aankoop van grond, eventuele opstallen en de waarde van de grond; de aanleg van parkeervoorzieningen; de aanleg van groenvoorzieningen; de aanleg van voorzieningen die niet op de bouwkavel zijn gelegen waar de accommodatie wordt gerealiseerd dan wel verbouwd; de inrichting van de accommodatie, welke niet aard- en nagelvast met de accommodatie zijn verbonden. Artikel 5.6.8.4 Weigeringsgrond Geen subsidie wordt verstrekt voor: de verbouw van of de aanbouw aan bestaande accommodaties, tenzij er sprake is van het bepaalde in artikel 5.6.8.1, aanhef en onder b; de bouw of verbouw van een accommodatie in een gemeente waar in de vijf jaren voorafgaand aan de aanvraag reeds voor een accommodatie ten behoeve van dezelfde kernsport subsidie is verstrekt. vervallen per 1 januari
  2. ondernemingen ten aanzien waarvan er een uitstaand bevel tot terugvordering is ingevolge een eerdere beschikking van de Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard. Artikel 5.6.8.5 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 3.000.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.8.1, aanhef en onder a en b. 2 Het subsidiebedrag als bedoeld in het eerste lid bedraagt ten hoogste de onrendabele top die het gevolg is van het bepaalde in artikel 5.6.8.2, eerste lid, aanhef en onder d. 3 Ter vaststelling van de onrendabele top dient de subsidieaanvrager een realistisch onderbouwd bedrijfsplan te overleggen. In dit bedrijfsplan is ten minste een bezettingsindicatie, een risicoparagraaf en een investerings- en exploitatiebegroting opgenomen. 4 De subsidieaanvrager is verplicht een gescheiden boekhouding te voeren dan wel een ander monitoringssysteem te hanteren waaruit blijkt dat er geen sprake is van overcompensatie. Artikel 5.6.8.6 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: Gemeente Ede; Gemeente Tiel; gemeente Nunspeet; KNLTB. Artikel 5.6.8.7 Verplichtingen 1 De subsidieontvanger is verplicht de inkomsten die boven de geraamde inkomsten worden gegenereerd terug te betalen aan de provincie naar evenredigheid van de verleende subsidie. Deze inkomsten worden daarbij vermeerderd met die overstijgende inkomsten, die ten goede komen aan een subsidieontvanger. 2 Tot de topaccommodatie wordt op transparante en niet discriminerende basis toegang verleend. 3 Ondernemingen die ten minste 30% van de investeringskosten van de topaccommodatie hebben gefinancierd, kunnen bevoorrechte toegang krijgen op gunstigere voorwaarden, mits die voorwaarden publiek beschikbaar worden gesteld. 4 Indien de subsidieontvanger gebruik maakt van derden om de accommodatie te bouwen, verbouwen of te exploiteren, neemt hij hierbij de geldende aanbestedingsregels in acht. Paragraaf 5.6.9 Economische impact - Sportevenementen Artikel 5.6.9.1 Evenementenkalender Gedeputeerde Staten stellen voor de jaren 2015 en 2016 een evenementenkalender vast. Artikel 5.6.9.2 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.6.1, aanhef en onder b van de SvG kan worden verstrekt voor de organisatie van sportevenementen die op de evenementenkalender staan indien er een programma van breedtesportstimuleringsactiviteiten rondom het evenement wordt georganiseerd. Artikel 5.6.9.3 Hoogte van de subsidie 1 De subsidie voor nationale en internationale kernsportevenementen, sportevenementen ofregionale breedtesportevenementen op het gebied van de tweede ring van potentiële kernsporten bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van: € 75.000,- voor een Nederlands Kampioenschap of een evenement met een vergelijkbare status op het hoogste nationale niveau van sportbeoefening; € 150.000,- voor een Europees Kampioenschap of een evenement met een vergelijkbare status op het hoogste Europese niveau van sportbeoefening; € 200.000,- voor een Wereldkampioenschap of een evenement met een vergelijkbare status op het hoogste wereldniveau van sportbeoefening; € 35.000,- voor regionale breedtesportevenementen. 2 De subsidie kan met € 20.000,- worden verhoogd voor het organiseren van activiteiten die zijn gericht op het vergroten van de economische impact van het evenement. Artikel 5.6.9.4 Verplichtingen Bij een subsidie van meer dan € 25.000,- voor activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.9.2, is de subsidieontvanger verplicht binnen zes maanden na het einde van het evenement een onderzoeksrapport te overleggen, met de resultaten van een onderzoek naar de economische spin-off van het evenement voor het bedrijfsleven in Gelderland conform de methodiek van de landelijke Werkgroep Evaluatie Sportevenementen. Artikel 5.6.9.5 Weigeringsgrond 1 Geen subsidie wordt verstrekt op grond van 5.6.9.3 lid 2 indien voor dezelfde subsidiabele activiteit reeds subsidie is verstrektop grond van artikel 5.6.
  3. 2 Indien aan een kernsportbond subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf kan aan diezelfde kernsportbond geen subsidie worden verstrekt op grond van paragraaf 5.6.
  4. Paragraaf 5.6.10 Economische impact - Kennis en innovatie Artikel 5.6.10.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.6.1 van de SvG kan worden verstrekt voor: activiteiten die bijdragen aan de toepassing van innovatie op het gebied van top en breedtesport in Gelderland; de realisering van een FieldLab of InnoSportLab in de provincie Gelderland dat zich richt op een kernsport of de tweede ring van potentiële kernsporten. Artikel 5.6.10.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.10.1, aanhef en onder a, betrekking hebben op een kernsport of een sport uit de tweede ring van potentiële kernsporten; ten aanzien van de activiteiten als bedoeld in artikel 5.6.10.1, aanhef en onder b, een positief advies is uitgebracht door de betrokken sportbond(en) en door InnosportNL; uit de aanvraag blijkt dat de resultaten van een innovatie in eerste instantie ten goede komen aan Gelderse sporttalenten. Artikel 5.6.10.3 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 50.000 per activiteit. Artikel 5.6.10.4 Weigeringsgronden 1 Geen subsidie wordt verstrekt voor het verrichten van fundamenteel onderzoek. 2 Indien aan een kernsportbond subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf kan aan diezelfde kernsportbond geen subsidie worden verstrekt op grond van paragraaf 5.6.
  5. Paragraaf 5.6.11 Economische impact - Vitale bedrijven, vitale werknemers Artikel 5.6.11.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.6.1 van de SvG kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op het verspreiden van kennis, het verbinden en bijeen brengen van bedrijven of instellingen met betrekking tot het thema vitaliteit en gezondheid van werknemers. Artikel 5.6.11.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt voor het organiseren van bijeenkomsten, waar ten minste vijf bedrijven of instellingen, welke in Gelderland gevestigd zijn, aan deelnemen. Artikel 5.6.11.3 Subsidiabele kosten Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking: het organiseren van bijeenkomsten; het inhuren van sprekers of deskundigen; of het opstellen dan wel laten opstellen van communicatie uitingen. Artikel 5.6.11.4 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan de organisator van een bijeenkomst. Artikel 5.6.11.5 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 25.000 per bijeenkomst. Artikel 5.6.11.6 Weigeringsgrond 1 Geen subsidie wordt verstrekt indien voor dezelfde subsidiabele activiteit reeds subsidie is verstrekt op grond van artikel 5.6.9.3 lid
  6. 2 Indien aan een kernsportbond subsidie is verstrekt op grond van deze paragraaf kan aan diezelfde kernsportbond geen subsidie worden verstrekt op grond van paragraaf 5.6.
  7. Paragraaf 5.6.12 Programmatische subsidiëring Artikel 5.6.12.1 Subsidiabele activiteiten 1 Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die zijn opgenomen in eenuitvoeringsprogramma van de aanvrager. 2 Het uitvoeringsprogramma omschrijft de wijze waarop wordt bijgedragen aan het realiseren van de navolgende provinciale programmadoelen: sportieve bewegingsruimte; actieve senioren; sport en gezondheid bij jeugd; sport en gezondheid bij mensen met een functiebeperking; talentontwikkeling; sportevenementen. Artikel 5.6.12.2 Sportieve bewegingsruimte 1 Subsidie voor sportieve bewegingsruimte kan verstrekt worden voor: activiteiten die uitvoering geven aan een Gelderse invulling van het Actieplan Ruimte voor Buitensport; activiteiten die zijn gericht op het realiseren van sportieve buitenruimte overeenkomstig de resultaatdoelstellingen uit minimaal twee kernsportplannen. 2 Onverminderd artikel 2.1, tweede lid van de AsG wordt slechts subsidie verstrekt indien: de subsidiabele activiteit tot doel heeft het gebruik van de sportieve buitenruimte te bevorderen het onderhoud en beheer na uitvoering van de subsidiabele activiteit zijn verzekerd; en er een programma is opgesteld met afspraken over het gebruik van de gerealiseerde voorziening en de te organiseren activiteiten. 3 De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten. Artikel 5.6.12.3 Actieve senioren 1 Subsidie voor actieve senioren kan verstrekt worden voor: activiteiten die gericht zijn op sport-en beweeginterventies uitgevoerd in meer dan één gemeente; activiteiten die gericht zijn op valpreventie in combinatie met bewegings-of sportactiviteiten uitgevoerd in meer dan één gemeente; activiteiten die gericht zijn op het opleiden van docenten in combinatie met een interventie uitgevoerd in meer dan één gemeente. 2 De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten. Artikel 5.6.12.4 Sport en gezondheid bij jeugd 1 Subsidie voor sport en gezondheid bij jeugd kan verstrekt worden voor activiteiten in meer danéén gemeente waarbij leefstijlinterventies gericht op sporten en bewegen uit de Interventiedatabase van het Loket Gezond Leven van het RIVM of van de Menukaart van het samenwerkingsverband Effectief Actief worden ingezet. 2 De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten. Artikel 5.6.12.5 Sport en gezondheid voor mensen met een functiebeperking Subsidie voor sport en gezondheid voor mensen met een functiebeperking kan verstrekt worden voor: activieteiten in meer dan één gemeente die zijn gericht op mensen met een zodanige functiebeperking dat zij niet in staat zijn om een reguliere vorm van een sport te beoefenen; of activiteiten in meer dan een gemeente die bijdragen aan een goede sportinfrastructuur voor aangepast sporten voor mensen met een functiebeperking. Artikel 5.6.12.6 Talentontwikkeling 1 Subsidie voor talentontwikkeling kan verstrekt worden voor: het oprichten en opstarten van een Regionaal Talenten Centrum ten behoeve van één van de kernsporten; de opleiding van coaches tot topsportcoach; de begeleiding van het kader van sportverenigingen t.b.v. de ondersteuning van sporttalenten. 2 De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten. Artikel 5.6.12.7 Sportevenementen 1 Subsidie voor sportevenementen kan worden verstrekt voor de organisatie vansportevenementen die op de evenementenkalender staan indien er een programma van breedtesportstimuleringsactiviteiten rondom het evenement wordt georganiseerd. 2 De subsidie voor nationale en internationale kernsportevenementen bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van: € 75.000,- voor een Nederlands Kampioenschap of een evenement met een vergelijkbare status op het hoogste nationale niveau van sportbeoefening; € 150.000,- voor een Europees Kampioenschap of een evenement met een vergelijkbare status op het hoogste Europese niveau van sportbeoefening; € 200.000,- voor een Wereldkampioenschap of een evenement met een vergelijkbare status op het hoogste wereldniveau van sportbeoefening; € 35.000,- voor regionale breedtesportevenementen. 3 De subsidie kan met € 20.000,- worden verhoogd voor het organiseren van activiteiten die zijn gericht op het vergroten van de economische impact van het evenement. 4 Bij een subsidie van meer dan € 25.000,- voor activiteiten als bedoeld in eerste lid is de ontvanger verplicht binnen zes maanden na het einde van het evenement een onderzoeksrapport te overleggen, met de resultaten van een onderzoek naar de economische spin-off van het evenement voor het bedrijfsleven in Gelderland conform de methodiek van de landelijke Werkgroep Evaluatie Sportevenementen. Artikel 5.6.12.8 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan kernsportbonden. Artikel 5.6.12.9 Weigeringsgrond Indien aan een kernsportbond subsidie is verstrekt op grond van de paragrafen 5.6.8, 5.6.9, 5.6.10 en 5.6.11 kan aan diezelfde kernsportbond geen subsidie worden verstrekt op grond van deze paragraaf. Titel 5.7 Topsectoren en Innovatie Paragraaf 5.7.

Artikel 5

.7.1.1 Begripsomschrijvingen In deze titel wordt verstaan onder: arbeidsmarktdiscrepantie: kwalitatief of kwantitatief verschil tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt; basisvoorwaarden: voorwaarden waaraan een business case moet voldoen, zijnde duidelijkheid omtrent een beproefde techniek, aangetoonde marktkansen, een beschouwing van de financiering van de marktintroductie en de organisatorische inbedding van de marktintroductie; bedrijfsverzamelgebouw: een gebouw bedoeld voor de huisvesting van meerdere afzonderlijke ondernemingen die in dezelfde sector of fase in het bestaan van de onderneming actief zijn; concept: een schriftelijke uitwerking van een innovatie met een onderbouwing ter voldoening aan ten minste één van de basisvoorwaarden; incubator: broedplaats die tot doel heeft om startende ondernemingen te ondersteunen in hun groei naar gezonde, goed draaiende ondernemingen, door hen huisvesting, seedcapital, administratie, technische ondersteuning, contacten en managementadvies te bieden; kennisinstelling: universiteiten, hogescholen en academische ziekenhuizen, instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en onderzoeksinstellingen die zonder winstoogmerk onderzoek en ontwikkeling verrichten en voor minimaal 10% meerjarig structureel door de overheid worden gefinancierd; maakindustrie: het met behulp van machines bedrijfsmatig bewerken van grondstoffen en produceren van halffabricaten en eindproducten voor de commerciële markt; marktfalen: situatie waarin ondernemingen activiteiten niet of niet voldoende zouden verrichten als zij alleen naar de signalen van de markt zouden kijken; marktintroductie: overgang van de eindfase van het innovatieproces naar de pioniersfase van ondernemerschap; fase waarin afnemers en producenten van innovatieve producten overeenkomsten aangaan; MKB-onderneming: een onderneming die behoort tot de categorie kleine, middelgrote en micro-ondernemingen in de zin van artikel 2 van de bijlage bij de Aanbeveling (EG) nr. 2003/361 van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU L 124); proeftuinen: fysieke of virtuele proefomgeving voor meerdere onafhankelijke ondernemingen en organisaties waar eindgebruikers van innovatieprojecten of innovatieprocessen in participeren teneinde te komen tot versnelde marktintroducties van een innovatief product; programma: samenhangende reeks van projecten en activiteiten met een gezamenlijk doel; Regionale Centra voor Technologie: de stichting Achterhoeks Centrum voor Technologie te Doetinchem, de stichting Platform Creatieve Technologie te Arnhem, de stichting RCT Rivierenland te Tiel, de stichting RCT Vallei te Ede, stichting Regionaal Nijmeegs Centrum voor Technologie te Nijmegen, stichting Innovatienetwerk Stedendriehoek te Apeldoorn, de stichting Veluws Centrum voor Technologie te Nunspeet; technische haalbaarheidsstudie: een studie naar de technische onzekerheden bij de ontwikkeling van producten, processen of diensten teneinde de slagingskans van een innovatie te vergroten. Paragraaf 5.7.2 Versnellen van innovaties Food, Health en Maakindustrie Artikel 5.7.2.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor het ten behoeve van MKB-ondernemingen laten doen van onderzoek gericht op: de fase van het innovatieproces waarbinnen ideeën worden omgezet in concepten; deelname aan programma's van de Europese Unie. Artikel 5.7.2.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie. Artikel 5.7.2.3 Aanvrager Subsidie wordt verstrekt aan: Valleybureaus; Regionale Centra voor Technologie. Artikel 5.7.2.4 Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste € 500.000,-. Artikel 5.7.2.5 Weigeringsgrond Subsidie wordt geweigerd indien de subsidiabele activiteit betrekking heeft op fundamenteel onderzoek. Artikel 5.7.2.6 Verplichtingen De subsidieontvanger is verplicht de subsidie zodanig aan te wenden dat per kalenderjaar per onderneming ten behoeve waarvan het onderzoek wordt uitgevoerd maximaal € 10.000 wordt aangewend en maximaal 50% van de onderzoekskosten wordt vergoed. Paragraaf 5.7.3 Collectief onderzoek Artikel 5.7.3.1 Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 5.7.1, aanhef en onder a, van de SvG kan worden verstrekt voor: industrieel onderzoek; experimentele ontwikkeling; haalbaarheidsstudies. Artikel 5.7.3.2 Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt indien: de subsidiabele activiteit plaatsvindt in de sectoren Food, Health en Maakindustrie; de subsidiabele activiteit daadwerkelijke samenwerking behelst: tussen ondernemingen waarvan er ten minste één MKB is en geen van de ondernemingen neemt meer dan 70% van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening, of tussen een onderneming en één of meer organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding, waarbij deze organisaties ten minste 10% van de in aanmerking komende kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren; en de aanvrager aannemelijk maakt dat hij in staat is zelf de productie ter hand te nemen na een eventuele succesvolle marktintroductie in vervolg op de subsidiabele activiteit. Artikel 5.7.3.3 Subsidiabele kosten 1 Voor subsidie als bedoeld in artikel 5.7.3.1, aanhef en onder a en b, komen in aanmerking: personeelskosten voor onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met het onderzoeksproject bezighouden; kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Indien deze apparatuur en uitrusting niet tijdens hun volledige levensduur voor het onderzoeksproject worden gebruikt, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd; kosten van gebouwen en grond voor zover en voor zolang zij voor het onderzoeksproject worden gebruikt. Wat gebouwen betreft, worden alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten beschouwd. Wat grond betreft, komen de kosten voor de comme

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.