← Nederland

Omgevingsvisie provincie Groningen (Groningen)

Kort samengevat

Deze wet, de Omgevingsvisie provincie Groningen, is een toekomstplan voor de fysieke leefomgeving van de provincie Groningen, met een blik op 2050 en richtinggevende keuzes voor 2035. Het doel is om de brede welvaart voor alle Groningers te verbeteren door ontwikkeling en behoud van waardevolle aspecten.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/provincie/2026/CVDR762541 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/pv20/2026/omgevingsvisie /join/id/stop/work_019 2026-06-05 2026-06-05 /akn/nl/act/provincie/2026/CVDR762541/nld@2026-06-06 /join/id/proces/pv20/2026/1_2064_nieuweregeling 2026-06-06 2026-06-06 /akn/nl/act/pv20/2026/omgevingsvisie/nld@2064 /akn/nl/act/pv20/2026/omgevingsvisie /akn/nl/act/pv20/2026/omgevingsvisie/nld@2064 /join/id/stop/work_019 v1 Omgevingsvisie provincie Groningen Voorwoord Dit is Groningen.Een provincie van nuchtere, oprechte mensen, waar noaberschap is en ruimte. Uniek met een grote diversiteit aan landschappen op minder dan 3.000 km2, zoals het wierdenlandschap, de Veenkoloniën en het kleinschalige coulisselandschap. En met een sterke identiteit: we voelen ons ‘echte Groningers’. Tegelijkertijd staat onze provincie voor grote uitdagingen, mede als gevolg van de gaswinning en wereldwijde klimaatverandering, transities, zoals, van de landbouw, de energie en de economie. Om al deze ontwikkelingen een plek te kunnen geven, met behoud van onze geliefde landschappen, de rust en de ruimte, moeten we de juiste keuzes maken. Slimme keuzes, met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit. En daar biedt deze omgevingsvisie de kaders voor. Met deze omgevingsvisie ‘Dit wordt Groningen’ kijken we vooruit naar

  1. We maken keuzes die richting geven aan de toekomst van onze fysieke leefomgeving. Keuzes die bijdragen aan brede welvaart voor alle Groningers, of je nu in de stad woont of in een dorp, jong bent of oud, ondernemer of werknemer, boer of natuurbeheerder. We kiezen voor ontwikkeling én voor het behoud van wat waardevol is. Dit doen we vanuit waardering voor onze inwoners, ons landschap en onze cultuurhistorie. Deze visie is niet in beton gegoten, het is een kompas. De wereld verandert, en wij veranderen mee. Daarin nemen we onze verantwoordelijkheid: niet alles kan overal en scherpe keuzes zijn nodig. Bij elke ontwikkeling stellen we onszelf de vraag: draagt dit bij aan een leefbaar, economisch sterk en toekomstbestendig Groningen? De visie is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de Groninger gemeenten, met maatschappelijke organisaties, bedrijven en onze inwoners. Hun ideeën en ambities, maar ook hun zorgen, vormen het fundament van deze visie. Want de toekomst van Groningen maken we samen. Dat vraagt om vertrouwen, samenwerking en een overheid die verbindend en richtinggevend is. Deze omgevingsvisie vormt samen met de Economische Visie en de Leefbaarheidsvisie de basis voor ons beleid. Het helpt ons om in samenhang te werken aan onze beleidsthema’s zoals wonen, water, economie, energie, milieu, landbouw, natuur en leefbaarheid, Daarom is dit, meer nog dan een toekomstbeeld voor onze provincie, een oproep tot samenwerking. Om naar elkaar te luisteren, van elkaar te leren en samen te bouwen aan een provincie waarin het ook in 2050 goed leven is. Namens het college, Pascal RoemersGedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling Deel A - Visie Disclaimer stikstof Conform de Omgevingswet is, naast een planMER, een passende beoordeling uitgevoerd op de ontwerp Omgevingsvisie die is afgerond vóór december
  2. Op 18 december 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State belangrijke uitspraken gedaan (Rendac/Amer) die directe gevolgen hebben voor de manier waarop passende beoordelingen moeten worden uitgevoerd. Intern salderen is daarin niet mogelijk als niet aan het additionaliteitsbeginsel wordt voldaan. Voor projecten geldt sindsdien een aangescherpte additionaliteitstoets voor het verkrijgen van een Omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit, terwijl geborgde maatregelpakketten voor natuurherstel ontbreken. Door de gerechtelijke uitspraken zijn er in de omgevingsvisie opgenomen gewenste ontwikkelingen die op dit moment niet vergunbaar zijn binnen de geldende stikstofkaders. Een deel van Noord-Oost Groningen, waaronder de Eemshaven en Oosterhorn, bevindt zich op grotere afstand dan 25 km van vergunningplichtige stikstofoverbelaste Natura 2000-gebieden. Hier zijn de stikstofkaders niet beperkend. Echter, vergunningverlening op korte afstand van stikstofoverbelaste Natura 2000- gebieden is daarentegen momenteel vrijwel niet mogelijk. Het kabinet Jetten heeft een stevig stikstofbeleid als inzet met als doel op relatief korte termijn Nederland van het stikstofslot te krijgen. Daarnaast is de provincie Groningen bezig met de ontwikkeling van haar eigen stikstofreductiebeleid (de Groningse aanpak Stikstof) met datzelfde doel. Wij gaan er, gelet op de rijks en provinciale inspanningen, vanuit dat binnen afzienbare termijn de stikstofkaders kunnen worden verruimd zodat vergunningverlening weer mogelijk wordt.
  3. Waardevol Groningen Groningen is waardevol. Vanwege het landschap dat sporen kent van vele tijdlagen, vanwege de cultuur, de manier waarop Groningers samenleven, vanwege de veerkracht die Groningers keer op keer weten te tonen. Dat verdient een visie met een brede blik. Niet alleen op de leefomgeving, maar op de samenleving als geheel.Vanuit de gedachte van brede welvaart stellen we ambities voor de hele provincie.De kwaliteit van onze leefomgeving is daarbij ons uitgangspunt. Wij noemen dat Waardevol Groningen. Waardevol Groningen is onze basis; alles wat wij nu en in de toekomst doen moet bijdragen aan het behouden en versterken van Waardevol Groningen. Divers landschap Als je een Groninger vraagt “wat maakt Groningen, Groningen?”, dan zal dikwijls het antwoord zijn: “het landschap”. Groningen heeft een zeer divers landschap met wierden aan de kust, houtsingels in het westen en het Veenkoloniale landschap in het oosten. Een landschap waarin de kenmerken van 2500 jaar bewoning herkenbaar zijn. Een landschap met meer dan honderd middeleeuwse kerken, vaak op wierden, in even oude dorpen in karakteristieke landschappen. En dit alles gelegen aan het UNESCO-werelderfgoed gebied van de Waddenzee. Hier kennen we nog stilte en donkere plekken. Dat landschap maakt "Groningers" tot wie ze zijn, het zit onder hun huid, het vormt mede hun aard. Groningers hechten belang aan hun leefomgeving. Daarom is de kwaliteit van de ontwikkelingen die onze leefomgeving bepalen uitermate belangrijk. Slechte inpassing in de fysieke omgeving dreigt karakteristieken verloren te laten gaan. De recente geschiedenis leert dat dat een serieuze bedreiging vormt voor de brede welvaart van Groningers. Voortbouwen op een sterke basis Naast de kwaliteit van het landschap, de dorpen en de stad, gaat het ook om de cultuur, de manier van samenleven, natuur, milieu en onze sterke economische sectoren en innovatiekracht. We bouwen voort op een sterke basis. Groningen is en blijft een landbouwprovincie met wereldspelers in de agrofoodsector. Het chemiecluster, de energyport; de scheepsbouw, de zeehavens van Eemshaven en Delfzijl zijn van internationaal belang en de campussen binnen en buiten de stad Groningen vormen een indrukwekkend kennis- en scholingsgeheel. Zelfredzaam en voortvarend Onze provincie toont karakter. Niet alleen vanwege het unieke landschap, maar ook vanwege de taal en identiteit die ermee verbonden zijn. Het zijn Groningers zelf die de provincie vorm en karakter geven, al eeuwenlang. Ondertussen gebeurt en verandert er van alles, ook al eeuwenlang. Wij Groningers zijn zelfredzaam, ondernemend en vindingrijk en hebben belangrijke, innovatieve economische sectoren en sterk onderwijs opgebouwd. En inmiddels bouwen we voortvarend aan een nieuw perspectief voor Groningen, na de periode van de gaswinning. Niet alles kan overal Groningen is dunner bevolkt en minder bebouwd dan veel andere provincies, maar leeg is het allerminst. Alle ruimte in Groningen wordt gebruikt, dus het vinden van ruimte voor het ene belang gaat vaak ten koste van ruimte voor een ander belang. De fysieke leefomgeving is meer dan het vinden van ruimte voor al die verschillende belangen: het is een afweging tussen verschillende claims op dezelfde ruimte. Niet alles kan overal. In die afweging stellen wij de brede welvaart van Groningers centraal. Brede welvaart als kompas Brede welvaart is ons kompas voor onze koers naar de toekomst. Ons doel is om de brede welvaart in onze provincie te verbeteren. Brede welvaart gaat over alles wat het leven 'de moeite waard maakt'. Het gaat over inkomen en werk en ook over de woonkwaliteit, gezondheid, vrijetijdseconomie en het welbevinden van mensen. En over natuur, milieu en veiligheid. Werken en denken vanuit brede welvaart vraagt om een integrale blik op onze provincie en laat zien dat geen enkele ontwikkeling op zichzelf staat. Brede welvaart als koers betekent dat we een samenleving hebben waarin iedereen mee kan doen, zich thuis voelt en gelukkig kan zijn. We willen een gezonde, schone, veilige, duurzame en leefbare omgeving. Een leefomgeving waar gezond opgroeien en gezond oud worden heel gewoon is, waar voldoende passend werk of een zinnige tijdsbesteding voorhanden is, evenals een woning. Dat alles in een leefomgeving van hoge kwaliteit. Groninger waarden en kwaliteiten centraal We stellen Groningse waarden en kwaliteiten centraal. Dit gaat niet alleen om de sporen van het verleden, maar ook om de kwaliteiten van de toekomst. Ontwikkelingen in onze tijd moeten bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving van Groningers. Mooie voorbeelden daarvan zijn Blauwestad, 't Roegwold, Forum, het Groninger museum en de innovatieve landbouw. We kiezen voor de oplossing die ons het dichtst brengt bij wat wij belangrijk vinden: behouden van onze Groningse identiteit en onze landschappelijke en culturele waarden én gelijktijdig het realiseren van een stevige basis die veerkrachtig en toekomstbestendig is. Want alleen zo kunnen we brede welvaart voor Groningers behouden en versterken. Ruimtelijke structuur versterken Met kwaliteit als basis kiezen we voor maatregelen die Groningen verder ontwikkelen en de ruimtelijke structuur versterken. We creëren hoogwaardige groenblauwe verbindingen, waar vrijetijdseconomie, natuur en landbouw worden ontwikkeld en elkaar versterken. Er zijn straks vijf regionale bedrijventerreinen die geschikt zijn voor XXL-bedrijven, elk met een eigen profiel. Eén daarvan is nieuw. We nemen initiatieven om bedrijventerreinen en wijken te herstructureren en bedrijven van een betere plek te voorzien. De dragende kernen in de provincie krijgen een kwaliteitsimpuls. We verruimen de mogelijkheden om te bouwen in het buitengebied met gelijktijdige bescherming van de ruimtelijke kwaliteit. En we starten gebiedsprocessen op plekken in de provincie waar we een complexe stapeling van ruimtelijke uitdagingen zien. Figuur: kaart van Waardevol Groningen, met bijbehorende legenda
  4. Over deze omgevingsvisie De omgevingsvisie maak je niet zomaar. We doen dit om te laten laat zien op welke manier we de Groningse kwaliteiten in samenhang kunnen behouden, en tegelijk kunnen bouwen aan het Groningen van morgen. Er zijn veel stappen voorafgegaan aan deze visie. De visie zal ook leiden tot nieuwe stappen in beleid, programma’s en projecten, allemaal voor een beter, nóg waardevoller Groningen. 2.1 Waarom een omgevingsvisie? Een compleet toekomstperspectief In deze omgevingsvisie leggen we vast wat we willen met onze leefomgeving. We kijken daarbij naar 2050, maar beschrijven ook richtinggevende keuzes voor
  5. Het is van belang om met een brede blik naar onze leefomgeving, onze maatschappij en onze economie te kijken. Daarom gaat de visie uit van brede welvaart en hangt ze samen met onze leefbaarheidsvisie en economische visie. Samen vormen deze een compleet toekomstperspectief richting
  6. Lokaal beleid, provinciale regels, programma’s en projecten zijn van deze visies afgeleid. Dat helpt ons en onze partners bij het maken van grote en kleine keuzes over de leefomgeving. Tegelijk zet het Groningen op de kaart als een unieke plek in Nederland, met een strategische positie naar het noordoosten van Europa. Hoe is deze visie te gebruiken en te lezen? De omgevingsvisie valt uiteen in 3 delen: Deel A - Visie zoekt de breedte op. Hierin vindt u onze opgaven en ambities in kort bestek en de meest opvallende keuzes die we maken (hoofdstuk
  7. Over deze omgevingsvisie). Ook leest u hoe we werken aan deze ambities (hoofdstuk
  8. Dit wordt Groningen), onze 4.1 Sturingsfilosofie en onze drie Houvast via uitgangspunten: ruimtelijke kwaliteit als basis, water en bodem sturend en verbindende netwerken. Dit deel is vooral bedoeld om relatief eenvoudig een beeld te vormen van wat van belang is in en voor Groningen, wat de provincie wil en hoe zij hieraan werkt. Deel B - Verdieping gaat de diepte in. Hierin komen de ambities afzonderlijk aan bod. Per ambitie geven we het beeld voor 2050, de richtinggevende keuzes die nodig zijn om dit te realiseren en de provinciale belangen die hiermee gediend zijn. Vervolgens komen tal van (sub)onderwerpen aan de orde. In dit deel toont de omgevingsvisie zijn kaderstellende functie op tal van onderwerpen. Vanuit gemeenten, interne beleidsprogramma’s en projecten zal vooral dit deel vaak worden geraadpleegd en antwoord geven op vragen over de visie en positie van de provincie over allerlei onderwerpen. Deel C - Visie in de praktijk laat zien hoe de omgevingsvisie in de praktijk wordt toegepast. Het beschrijft de beleidscyclus en de instrumenten die we in handen hebben om te werken aan de ambities uit de omgevingsvisie. Het gaat in op de omgevingsprogramma’s en biedt handvatten voor specifieker beleid over bepaalde gebieden of bepaalde onderwerpen. 2.2 Totstandkoming van de omgevingsvisie Tussenstappen om te komen tot een omgevingsvisie Deze omgevingsvisie is zorgvuldig tot stand gekomen. Stap voor stap hebben we toegewerkt naar een samenhangende en eenduidige koers voor onze leefomgeving. Dit startte in 2020 met het opstellen van een startnotitie. Onderstaand overzicht laat zien welke stappen er sindsdien zijn gezet en welke documenten daarbij horen: Document Toelichting Periode Startnotitie Bepaling voor soort en karakter omgevingsvisie Najaar 2020 Vier onderzoeken als onderbouwing te maken keuzes 2021 Staat van Groningen Alle monitoringsinformatie over de leefomgeving in één digitaal systeem 2021 Gids voor Gesprek voor de omgevingsvisie De Gids gaf richting aan het verdere gesprek en de inhoud van de omgevingsvisie Januari 2022 Koersdocument omgevingsvisie. Bevat 4 opgaven en afwegingsprincipes Najaar 2022, vastgesteld door Provinciale Staten Ruimtelijk voorstel 'Dit is Groningen, waardevol Groningen' Het ruimtelijk voorstel van de provincie naar het Rijk, in het kader van het programma NOVEX. December 2023 Concept ontwerp omgevingsvisie ‘Dit wordt Groningen’ De eerste versie van de omgevingsvisie ter bespreking in PS Voorjaar 2025 Ontwerp omgevingsvisie 2025 2050 ‘Dit wordt Groningen’ Terinzagelegging van de ontwerp omgevingsvisie Najaar 2025 Omgevingsvisie 2026-2050 ‘Dit wordt Groningen’ Vaststelling van de omgevingsvisie mei 2026 Tabel: stappen en documenten op weg naar de omgevingsvisie 2.3 Milieueffectrapport Ter ondersteuning van de visievorming en de besluitvorming over de omgevingsvisie is een m.e.r.-procedure doorlopen. Een m.e.r -procedure is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvormingsprocedure een plaats te geven. Een Milieueffectrapport (plan-MER: het rapport) brengt op voorgeschreven wijze de milieugevolgen van een plan of project in beeld voordat het besluit wordt genomen of het plan wordt vastgesteld. Zo kan het bevoegd gezag de milieugevolgen bij zijn afwegingen betrekken en krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming over projecten en plannen met mogelijk aanzienlijke gevolgen voor het milieu. In de plan-MER, de rapportage waarin de resultaten van de plan- m.e.r -procedure worden vastgelegd, en ook in de Passende Beoordeling worden de gevolgen van het beleid voor de Groningse leefomgeving inzichtelijk gemaakt. Hierbij is gekeken naar de gevolgen van de besluitvorming voor de Brede Welvaart. Dit betekent dat er niet alleen gekeken is naar de gevolgen voor het milieu, maar ook naar de gevolgen voor bijvoorbeeld wonen en sociale inclusiviteit. Deze brede integrale beoordeling past bij de Omgevingswet. In de plan-MER is een beoordelingskader, het Rad van de Brede Welvaart, gebruikt als rode draad in voorliggend MER. Het Rad bestaat uit vier kwadranten met daaronder een groot aantal subthema's en criteria. De onderzoeksaanpak van de plan- m.e.r -procedure is omschreven in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en is vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 5 maart 2024 en ter informatie met Provinciale Staten gedeeld. Met de effectbeoordeling van alle beleidskeuzes en alternatieven beschouwd en is gekomen tot een voorkeursalternatief (VKA). Dit VKA is vervolgens integraal beoordeeld. Het plan-MER en de achtergronddocumenten zijn als Bijlage 3 Hoofdrapport planMER toegevoegd. In onderstaande afbeelding is de effectbeoordeling van het VKA versimpeld weergegeven. Figuur: Effecten voorkeursalternatief Plan-MER Vanuit de uitgevoerde m.e.r -procedure inclusief de opgestelde Passende Beoordeling[1], concluderen wij dat er op dit moment geen aanleiding bestaat om tot een heroverweging van de beleidsvoornemens te komen. In het plan-MER is ten aanzien van de diverse op milieueffecten beoordeelde voornemens/maatregelen wel een aantal kanttekeningen geplaatst, die vooral bij de nadere uitwerking van die voornemens aan de orde zullen/moeten komen. De in het plan-MER geconstateerde milieueffecten zijn niet zodanig dat op basis daarvan nu reeds op voorhand zou moeten worden besloten van die voornemens af te zien. De provincie heeft de keuzes om tot een Brede Welvaart te komen samengebracht in vijf integrale ambities die allemaal raken aan delen van Brede Welvaart. In het plan-MER wordt geconcludeerd dat het VKA bijdraagt aan de vijf ambities van de provincie Groningen. Het VKA heeft hoge potentie om ambities 1, 3 en 4 te behalen en een positieve bijdrage aan het behalen van ambitie 2 en
  9. Hiermee voldoet het VKA op hoofdlijnen aan de realisatie van Brede Welvaart in de provincie Groningen. Bij grootschalige ruimtelijke ingrepen nabij geografische grenzen (zoals de landsgrens of provinciegrens) kunnen de geconstateerde effecten in het plan-MER ook optreden in de buurregio’s van de provincie Groningen. Hierbij kan gedacht worden aan beleving van ruimtelijke kwaliteit, milieugezondheidseffecten en verkeerseffecten. Nieuwe industrieën en uitbreiding van infrastructuur kunnen bijvoorbeeld een toename van stikstofdepositie veroorzaken op zowel Natura 2000-gebieden binnen als buiten de provincie Groningen. Het VKA bevat ook bouwstenen die gevolgen kunnen hebben voor het bodem- en watersysteem. Het versterken van de regionaal economische situatie grensgebieden kan positieve effecten hebben op werkgelegenheid en sociale cohesie. Bij vertaling van de omgevingsvisie naar concrete projecten is een aandachtspunt voor de provincie om bij bouwstenen met veel risico’s te onderzoeken welke mitigerende maatregelen genomen kunnen worden om risico’s te verminderen. Het VKA is nagenoeg gelijk aan de omgevingsvisie. De plan-MER heeft specifiek op de volgende punten concrete input gegeven voor de omgevingsvisie: Realisatie gemaal Lauwersoog voor een toekomstbestendige afvoer van te veel water Verdroging kan worden voorkomen door in het ontwerp van het nieuwe gemaal bij Lauwersoog onnodige versnelde afvoer van water, onmogelijk of alleen in uiterste noodgevallen mogelijk te maken. Hierdoor wordt voorkomen dat stroomopwaarts gelegen Natura 2000-gebieden te maken kunnen krijgen met extra verdroging. Deze maatregel was in eerste instantie niet opgenomen in de omgevingsvisie, maar levert volgens de plan-MER dermate veel kansen op voor de Brede Welvaart dat wij deze maatregel alsnog hebben toegevoegd aan de omgevingsvisie. Hoogte windturbines Op grond van de huidige omgevingsverordening geldt voor kleine windturbines een ashoogte van maximaal 15 meter. Uit de plan-MER volgt dat het verhogen van de ashoogte tot risico's kan leiden voor de herkenbaarheid van het Groninger landschap, geluidhinder, beschermde soorten en zorgt voor een lokale toename van externe veiligheidsrisico's, terwijl de kansen op bijv. een toename van het opwekken van hernieuwbare energie beperkt zijn. Of en hoe kleine windturbines bijdragen aan de energiedoelen willen wij eerst nader onderzoeken in het programma energie. Minimaal 50% lokaal eigendom bij energieprojecten Volgend uit de plan-MER kan een harde eis van ‘minimaal 50 % lokaal eigendom’ een risico vormen voor de uitvoerbaarheid van energieprojecten, omdat de rol van de provincie daarin te beperkt is. Voor initiatieven voor energie-coöperaties voor zonne-energie en repowering is het uitgangspunt dat 50% van de nettowinst ten goede komt aan de Groningers. Het beleid voor lokale initiateven wordt nader uitgewerkt in het Programma Energie en in de provinciale omgevingsverordening. Lokaal negatieve effecten voor milieu- en gezondheidsbescherming Enkele bouwstenen uit het VKA, bijvoorbeeld als het gaat om bedrijventerrein, energieprojecten en infrastructuur, bevatten een nader te bepalen milieugebruiksruimte. Uit de plan-MER volgt dat daaruit lokale risico's kunnen ontstaan voor de milieu- en de gezondheidsbescherming van onze inwoners. Daar waar we de milieudruk laten oplopen, doen we dat op een verantwoorde wijze: we houden rekening met afwenteling naar het hier en nu, later en elders (voorzorgsprincipe). We streven op termijn naar een economische ontwikkeling die de stapeling van milieudruk in onze provincie niet doet oplopen en de gezondheid niet schaadt. Ook in ‘rustiger’ gebieden sturen we actief op milieudruk. Hierbij ligt onze prioriteit bij het beschermen en verbeteren van de bestaande milieukwaliteit en het verlagen van de milieudruk in de provincie Groningen. Hierbij zetten we de uitkomsten van de plan-MER in, om tot een zorgvuldige afweging te komen, daar waar er mogelijk lokaal negatieve milieueffecten optreden. Indien nodig mitigeren en/of compenseren we deze effecten op basis van bijvoorbeeld een te ontwikkelen afwegingskader. Om de Brede Welvaart voor iedereen in de provincie Groningen te verbeteren moet een aantal aandachtspunten in acht worden genomen bij de uitwerking van concreet vervolgbeleid (zoals programma's en de provinciale omgevingsverordening), waaronder:

(1)de samenwerking met andere overheden bij grensoverschrijdende maatregelen,
(2)lokale effecten en de verdeling van positieve en negatieve effecten over de gehele provincie,
(3)mitigerende maatregelen om negatieve effecten te verlichten en
(4)het bewaken van de samenhang en strijdigheden tussen de bouwstenen en de belangen binnen de Brede Welvaart. De plan-MER concludeert dat water, energie, infrastructuur en milieu(gebruiksruimte) sturend zijn bij de verdere uitwerking van maatregelen in de omgevingsvisie. Wij betrekken de resultaten van de plan-MER bij de uitwerking van de omgevingsvisie in relevante programma's en de provinciale omgevingsverordening en betrekken daarbij ook de relevante stakeholders. Voor de Omgevingsvisie is de verplichte milieueffectrapportage (m.e.r.) doorlopen en is een milieueffectrapport (MER) opgesteld. De Commissie voor de milieueffectrapportage heeft het MER beoordeeld op 18 december
  1. Er is volgens de Commissie volledigheid van het MER. Het MER heeft een belangrijke m.e.r. veel aandacht besteed aan de rol gespeeld in verschillende stappen van het proces om de Omgevingsvisie op te stellen. De Commissie voor de milieueffectrapportage concludeert dat het MER veel waardevolle informatie bevat, maar dat deze informatie beter geordend zou moeten worden om Provinciale Staten goed te ondersteunen bij hun besluitvorming over de Omgevingsvisie. De Commissie heeft daarom geadviseerd om voorafgaand aan de besluitvorming, een aanvulling op het MER op te stellen waarin de bestaande informatie beter is geordend en geduid. De Commissie benadrukt daarbij dat geen ordenen en expliciet maken van nieuw onderzoek nodig is, maar dat het vooral gaat om het de bestaande informatie uit het MER en de daarbij behorende achtergrondrapporten. Wij hebben op basis van het advies plegnotitie opgesteld. Deze Oplegnotitie maakt evenals het PlanMER als bijlage onderdeel uit van deze Omgevingsvisie. [1] Zie ook ‘disclaimer stikstof’ onder Deel A Visie. 2.4 Participatie De omgevingsvisie is voor de hele provincie. Bij het opstellen ervan was inbreng van inwoners, ondernemers, partners en medeoverheden belangrijk. Dankzij hun betrokkenheid is deze visie rijker en vollediger geworden. Hier zijn we trots op. Er is gewerkt met verschillende instrumenten en bijeenkomsten. Hierbij zochten we aansluiting bij participatie rondom andere beleidstrajecten, zoals het Ruimtelijk Voorstel en Toekomst Landelijk Gebied.Onze participatieaanpak hebben we vormgegeven conform het op 14 december 2022 door PS vastgestelde document 'Werken aan participatie'. Het meervoudige doel van participatie bij deze omgevingsvisie is conform ons participatiebeleid: belangen in beeld: verzamelen van belangen, perspectieven en argumenten; vergroten kwaliteit van beleid en aanpak: lokale kennis en ervaring aanboren, collectieve wijsheid gebruiken, oproep doen tot innovaties; legitimiteit: acceptatie op genomen beslissingen vergroten of onbehagen verminderen; eigenaarschap: vergroten eigen verantwoordelijkheid; wat kunnen en willen inwoners, maatschappelijke partners en medeoverheden zelf? In de eerste twee fases is breed opgehaald voor een zo compleet mogelijke beeldvorming en oordeelsvorming. Vanwege Covid-19 kon dit niet in publieke bijeenkomsten. Hiervoor is de online tool Stemvanprovinciegroningen.nl gebruikt. In de laatste fase is vooral gekozen voor verdiepende sessies en gesprekken met betrokken belanghebbenden, gemeenten en waterschappen. Verdiepende bijeenkomsten per regio en per thema gaven waardevolle informatie. Dit soort bijeenkomsten vormt de voedingsbodem voor de samenwerking die ook na het vaststellen van de omgevingsvisie essentieel is. Op basis van reacties van gemeenten en waterschappen is de ontwerp omgevingsvisie verder aangescherpt. We hebben in de bijlage een overzicht opgenomen van participatiemomenten. Bijlage 2 Verantwoording participatie geeft een overzicht van participatiestappen en momenten die we organiseerden in het kader van deze omgevingsvisie. 2.5 Status, doorwerking en procedurele aspecten Vaststelling De omgevingsvisie is vastgesteld door Provinciale Staten op 27 mei
  2. Juridische status Het opstellen van een omgevingsvisie is bij wet verplicht (Omgevingswet, artikel 3.1). De visie voldoet daarom aan de eisen die de wet hieraan stelt. De visie gaat over het hele grondgebied van de provincie Groningen en richt zich op de fysieke leefomgeving, maar kijkt ook breder en stelt daarom ‘brede welvaart’ centraal. De omgevingsvisie is zelfbindend, maar richt zich wel tot andere partijen zoals gemeenten, waterschappen en het Rijk. Deze omgevingsvisie stelt opnieuw het provinciaal beleid op hoofdlijnen vast. Hiermee vervalt het beleid uit de omgevingsvisie 2016-
  3. Effecten op de omgeving In de omgevingsvisie maken we keuzes over de leefomgeving. Deze keuzes kunnen allerlei effecten hebben op de brede welvaart in onze provincie. Denk aan milieugevolgen, maar ook aan gevolgen voor wonen of sociale inclusiviteit. Deze effecten hebben we in beeld gebracht, samen met maatregelen om negatieve effecten te verminderen. Dit komt samen in een voorkeursalternatief. Deze inzichten zijn verwerkt in de omgevingsvisie zelf. Dit staat in de milieueffectrapportage (plan-MER) die bij deze omgevingsvisie hoort. Samenhang met ander beleid In deze visie hebben we rekening gehouden met relevante provinciale beleidsnota’s en plannen, zoals het ruimtelijk voorstel NOVEX en de strategische milieuagenda. Ook houden we rekening met beleid van de Groningse gemeenten, de provincies Drenthe en Fryslân, de waterschappen en het Rijk. Doorwerking De omgevingsvisie is een document om te gebruiken. Ze werkt door in de provinciale beleidsplannen, omgevingsprogramma’s en projecten. Daarnaast is er ook sprake van doorwerking naar de omgevingsvisies van de Groningse gemeenten via de omgevingsverordening. Meer hierover leest u in hoofdstuk 10 Gebruik van de omgevingsvisie.
  4. Dit wordt Groningen De leefomgeving van onze provincie verandert. Verandering gaat in kleine stapjes, maar verloopt langs grote lijnen. Dit hoofdstuk laat vooral de grote lijnen zien: de opgaven waar we voor staan, de ambities die we nastreven en de keuzes die we hierbij willen maken. 3.1 Onze opgaven Opgaven in een veranderende context We staan in Groningen voor een aantal grote opgaven in de fysieke leefomgeving. In ons Koersdocument ‘Dit is Groningen’ zijn deze ruimtelijke opgaven benoemd.Het Koersdocument en het Ruimtelijk Voorstel 'Dit is Groningen Waardevol Groningen' zijn belangrijke bouwstenen voor deze omgevingsvisie. We werken aan deze opgaven in een sterk veranderende context. Er is steeds minder zoetwater beschikbaar. Er zijn uitdagingen rondom waterveiligheid, droogte en klimaatverandering. Er zijn grenzen aan de milieugebruiksruimte, er is sprake van netcongestie, Defensie vraagt ruimte en we hebben te maken met de gevolgen van de gaswinning. Ook de gevolgen van zoutwinning vragen aandacht. Zoetwater, waterveiligheid, klimaatverandering Veel opgaven zijn afhankelijk van voldoende zoetwater. De vraag neemt toe terwijl de beschikbaarheid onder druk komt te staan door verdroging. We zijn in zomerperiodes grotendeels afhankelijk van het water uit het IJsselmeer. Steeds meer provincies leggen een groter beslag op deze nationale regenton. Ook de beschikbaarheid van drinkwater, voor het grootste deel gewonnen uit grondwater, wordt steeds nijpender. Het RIVM wijst erop dat het nu niet zeker is of er in 2030 genoeg (grond)water is voor de productie van drinkwater. Het aanbod en de schaarste van water en het watersysteem bepalen mede waar nog ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn. Klimaatverandering leidt tot meer en heviger neerslag dan waarop onze systemen nu zijn ingericht. Daarnaast vraagt de stijgende zeespiegel op de lange termijn om een andere kustverdediging en maatregelen om verzilting tegen te gaan. Zo wordt gewerkt aan een breed kustlandschap, waarin bestaande functies een plek hebben, maar zich wel op de lange termijn moeten aanpassen. Deze functies worden geïntegreerd met waterveiligheid. Dit wordt onder andere gedaan door het ophogen van laag gelegen delen met kwalitatief geschikt slib uit de Eems-Dollard. Het is belangrijk om in het brede kustlandschap vooraf goed na te denken over multifunctioneel ruimtegebruik, zodat er alleen infrastructuur en/of objecten worden aangelegd die goed samengaan met de functie waterveiligheid. Daarnaast leidt klimaatverandering tot droogte met meer en grotere natuurbranden tot gevolg. Ook in natuurgebieden is het daarom van belang vooraf goed na te denken over multifunctioneel ruimtegebruik, zodat alleen infrastructuur en/of objecten worden aangelegd die niet kwetsbaar/gevoelig zijn voor natuurbrand. Energietransitie, netcongestie Onze provincie heeft al flinke stappen gezet in de energietransitie, bijvoorbeeld in de vorm van zonneparken en windenergie. De omslag van fossiele brandstoffen naar met name elektriciteit brengt ook nieuwe vraagstukken met zich mee. Ons elektriciteitsnetwerk is nog lang niet op sterkte om aan de vraag en het aanbod van elektriciteit te voldoen. Een van de opgaven is dan ook om dit netwerk op orde te krijgen. Problemen met het energienetwerk (bijvoorbeeld netcongestie) moeten we voorkomen. Gevolgen van de gaswinning De gaswinning in het Groningenveld is gestopt. De Rijksoverheid en de oliemaatschappijen hebben door de gaswinning onze provincie ontwricht. De parlementaire enquêtecommissie Gaswinning Groningen heeft haarfijn blootgelegd hoe enerzijds het sturen op geld verdienen en anderzijds het beheersbaar houden van de kosten hebben geleid tot een onhoudbare situatie in onze provincie. Met ‘Nij Begun: op weg naar erkenning, herstel en perspectief’ investeert het rijk in onze provincie. We vinden het belangrijk dat de middelen van onder andere het Nationaal Programma Groningen en Nij Begun terechtkomen bij onze inwoners. Deze maatregelen bieden weliswaar eerste handvatten, maar zijn niet genoeg voor de ambitie van een nieuw begin. Wij willen werken via een integrale en gebiedsgerichte aanpak, vanuit vertrouwen en oplossingsgericht denken. Groningers moeten er daadwerkelijk op vooruitgaan. Verduurzaming en een aardgasvrij Groningen zijn belangrijke doelen. Als eerste stap werken we de komende tien jaar aan het isoleren van alle woningen in de provincie Groningen. Naast de hersteloperatie Groningen is een toekomstperspectief in brede zin noodzakelijk om de provincie weer veerkrachtig te maken. Daarvoor is het nodig om onze economische en sociale structuur te versterken en kansen te bieden aan toekomstige generaties. Zoutwinning In verschillende delen van de provincie Groningen heeft zoutwinning invloed op de ondergrond. Dit kan leiden tot bodemdaling en veranderingen in de grondwaterhuishouding. Deze ontwikkelingen kunnen gevolgen hebben voor gebouwen, infrastructuur en het landschap. Daarnaast bestaat er onzekerheid over de mate en het tempo van toekomstige bodembeweging, wat maakt dat een zorgvuldige monitoring hiervan noodzakelijk is. De provincie werkt samen met het rijk, gemeenten en uitvoerende partijen om de effecten van zoutwinning in beeld te brengen en waar nodig maatregelen te nemen. Daarbij staan transparantie, onafhankelijke beoordeling en het voorkomen van risico’s centraal. Het is belangrijk dat mogelijke schade tijdig wordt herkend en op een duidelijke en betrouwbare manier wordt beoordeeld en afgehandeld. Ook hier willen wij werken via een integrale en gebiedsgerichte aanpak. Milieukwaliteit en milieugebruiksruimte Het verbeteren van de milieukwaliteit is fundamenteel voor het behalen van de doelen voor waterkwaliteit en natuur. Maar ook voor opgaven op het gebied van woningbouw, klimaatadaptatie, veiligheid en gezondheid is een robuust en veerkrachtig milieusysteem een belangrijke randvoorwaarde. Ook in Groningen is de milieugebruiksruimte schaars, terwijl dit randvoorwaardelijk is voor het realiseren van onze ambities. Voorzorg We hanteren het voorzorgsbeginsel, waarbij we milieu, waterkwaliteit, gezondheid, ecologie en veiligheid aan de voorkant meenemen in onze besluitvorming. De inzet van het voorzorgsbeginsel start vanuit een signaal over ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving met mogelijke bovenstaande aspecten. De inzet geldt alleen voor ontwikkelingen, stoffen en technologieën, waarvan de effecten niet binnen bestaande kaders en normen kunnen worden beoordeeld en/of er nieuwe wetenschappelijke inzichten over potentieel schadelijke effecten relevant zijn. We passen het voorzorgsbeginsel toe in de volgende situaties: het gaat om blootstelling aan een nieuwe stof en/of activiteit; het (mogelijke) effect op milieu, waterkwaliteit, natuur en gezondheid is nieuw; er is (nog) geen wetenschappelijke overeenstemming over het effect van de blootstelling op de gezondheid en de natuur; er is nieuwe kennis over al bestaande blootstellingen en/of effecten; er is een risico als mogelijk gevolg van de aard en schaal van de ontwikkelingen (een verwachting); er is bezorgdheid in de maatschappij. Ruimte voor Defensie De veranderende geopolitieke situatie maakt dat het ministerie van Defensie momenteel werkt aan de uitbreiding van de krijgsmacht en het vergroten van de weerbaarheid. Met het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) heeft het kabinet de extra ruimtebehoefte in kaart gebracht. Het NPRD gaat over de extra ruimtevraag voor de toekomstige basis gereedstelling. In geval van toenemende dreiging zal er nog meer ruimte nodig zijn. Voor de provincie Groningen zijn verschillende ruimtebehoeften onderzocht. De verwachting is dat deze ruimtebehoeften van Defensie gevolgen hebben voor andere opgaven en ruimtevragers vanwege de beperkte fysieke en milieugebruiksruimte in deze gebieden. Het NPRD is in december 2025 vastgesteld. De wet op de defensiegereedheid heeft het kabinet in voorbereiding om de uitvoering van het NPRD te versnellen. We denken mee met mogelijke ontwikkelingen buiten onze provinciegrens, zoals de Kollumerwaard. Vanwege de veranderende veiligheidssituatie in de wereld begrijpen wij dat Defensie behoefte heeft aan meer ruimte. Daarnaast werkt het kabinet aan de weerbaarheidsopgave, waarbij in beeld wordt gebracht wat er voor de samenleving, de economie en de overheid nodig is om weerbaar te zijn tegen militaire of hybride dreigingen. Dit beleid is erop gericht ontwrichting van de samenleving te beperken en de maatschappij voor te bereiden op ontwrichting. De verwachting is dat dit nieuwe beleid gevolgen heeft in prioritering en ruimtevraag van andere opgaven. We vinden het belangrijk dat de defensie-opgaven samen met andere nationale en regionale ruimtelijke opgaven worden afgewogen. De ruimte is tenslotte schaars in onze provincie. We zien ook kansen voor Groningen bij de ontwikkelingen die noodzakelijk zijn voor onze nationale veiligheid en willen meewerken aan defensieplannen waar het positief bijdraagt aan de Brede Welvaart in onze provincie. 3.2 Groningen in 2050 figuur: visiekaart provincie groningen 2050 + bijbehorende legenda. De kaarten van de omgevingsvisie zijn een schematische indicatieve weergave van de visie op de schaal van de provincie. Aanduidingen en begrenzingen kunnen niet op perceelniveau geïnterpreteerd worden. Ambitie 1: een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving We zijn trots op onze Groninger leefomgeving. Het is de plek waar we ons thuis voelen en naar elkaar omzien. Onze leefomgeving is schoon, gezond, veilig en aantrekkelijk. Dat komt doordat we in staat zijn geweest een stevig fundament te bouwen van landschaps- en natuurwaarden die niet alleen aantrekkelijk zijn voor mens en dier, maar ook de basis leggen voor een robuuste biodiversiteit en een toekomstbestendig watersysteem. Ons landschap, erfgoed en onze cultuur zijn belangrijke trekpleisters voor zowel inwoners als toeristen. Grote ruimtelijke veranderingen zijn gerealiseerd met ruimtelijke kwaliteit voorop en zijn onderdeel van fraaie doorontwikkeling van het landschap. Stevige groene en blauwe structuren bieden een klimaatadaptieve structuur in de provincie en zijn belangrijk als recreatieve, waterrijke en natuurlijke verbindingen. Stilte en duisternis zijn kernkwaliteiten die in grote delen van de provincie worden gekoesterd. Ook in onze steden en woonkernen is de lichthinder afgenomen. We hebben een gezonde bodem, een goede waterkwaliteit, voldoende drinkwater en gezonde lucht. Mens en natuur ondervinden vrijwel geen negatieve effecten door verontreiniging of hinder. De leefomgeving is zo ingericht dat deze bijdraagt aan de gezondheid van haar gebruikers: mens, dier en plant kunnen zich op natuurlijke wijze ontplooien. Veiligheid is en blijft een basisvoorwaarde voor alle Groningers. Onze keuzes voor een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving: a. in waardevolle provinciale cultuurlandschappen spannen we ons extra in om de bijzondere kwaliteiten te borgen en te ontwikkelen; b. we investeren extra in de ruimtelijke kwaliteit van gebieden die onder druk staan door grootschalige industriële activiteit; c. we realiseren recreatief aantrekkelijke groenblauwe verbindingen, grenzend aan bestaande natuur; d. we richten onze leefomgeving zo veilig mogelijk in, verbeteren de verkeersveiligheid en voorkomen dat risico’s zich opstapelen; e. we zetten in op het verder verbeteren van de lucht-, bodem- en grond- en oppervlaktewaterkwaliteit om een robuust en veerkrachtig milieusysteem te realiseren; f. we sturen op milieugebruiksruimte. Ambitie 2: vitale en duurzaam bereikbare steden en dorpen Onze buurten, dorpen en steden hebben een enorme kwaliteitssprong gemaakt. Er is veel geïnvesteerd in de herstructurering van de openbare ruimte, bedrijventerreinen en woningen. Alle woningen en utiliteitsgebouwen zijn aardgasvrij en de versterkingsoperatie is uitgevoerd met oog voor ruimtelijke kwaliteit en het klimaat. Het schadeherstel verloopt onverminderd eenvoudig en mensgericht. Onze inwoners voelen zich thuis in hun woning en in hun buurt. Als het nodig is, is er een andere passende woning in het dorp of in de stad. Er is precies gebouwd waar dat nodig was: op plaatsen met een grote woningvraag, rondom OV-knooppunten en op plaatsen waar nieuwe woningen bijdragen aan instandhouding van voorzieningen en bijdragen aan de leefbaarheid en kwaliteit van stad en dorp. Een groot deel van de woningen is gebouwd in de regio Groningen-Assen en regionale centra langs vooral de A7 en de A
  5. Die hebben daardoor een enorme kwaliteitssprong gemaakt. Hoogezand-Sappemeer heeft zijn positie als de aantrekkelijke poort van Oost-Groningen versterkt. Nieuwe woonbuurten en wijken zijn klimaatadaptief gebouwd en ingericht. Onze (inter)nationale bereikbaarheid is sterk verbeterd: de Nedersaksenlijn heeft oostelijk Groningen een boost gegeven. De Lelylijn zorgt voor een snelle verbinding met de Randstad. Verbeteringen op het bestaand spoor en publieke mobiliteit op maat zorgen voor een fijnmazig ov-netwerk binnen de provincie. Onze hoofdwegenstructuur voldoet aan de behoefte van zijn tijd en er is geïnvesteerd in laadinfrastructuur, nieuwe doorfietsroutes en recreatieve wandel- en fietsroutes. Ook de vaarwegen met de sluizen en bruggen zijn op orde gebracht en dragen bij aan een verbeterde bereikbaarheid. Deze ontwikkelingen hebben een stevige impuls gegeven aan de regionale economie maar ook aan de aantrekkingskracht van Groningen als provincie waar het goed wonen en leven is. Onze keuzes voor vitale en duurzaam bereikbare steden en dorpen: a. een schadevrij, veilig en duurzaam huis voor iedere Groninger; b. regiokernen voorop: samen met gemeenten investeren we in 11 regionale centra om het voorzieningenniveau op peil te brengen; c. kwaliteitsverbetering door herstructurering van kernen en buurten; d. we bouwen naar woningbehoefte zodat er voor iedere Groninger een geschikte woning is, waarbij geldt: inbreiding gaat voor uitbreiding; e. inwoners kunnen gebruik maken van betaalbare, gezonde en duurzame mobiliteit; f. verbetering van de bereikbaarheid van de stad en de regio, ook via het Deltaplan voor Noordelijk Nederland met de Nedersaksenlijn, Lelylijn, Wunderline en verbeteringen op bestaand spoor; g. we realiseren zero-emissie en circulaire mobiliteit en infrastructuur; h. woningbouwlocaties zijn klimaatadaptief gebouwd en ingericht. Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in laaggelegen gebied geldt een motiveringsplicht vanuit water en bodem sturend. Ambitie 3: een sterke structuur voor innovatie, kennis en werkgelegenheid In 2050 hebben we een eigentijdse economie die past bij onze Groningse identiteit. Onderwijsinstellingen en bovenregionale bedrijven werken samen met het MKB, de cultuursector, de zorg, de maakindustrie, vrijetijdseconomie en de landbouw. Die onderlinge verbondenheid geeft onze economie een robuuste basis. Onze economie wordt steeds meer circulair, gifvrij, hindervrij en veilig, waarbij de waarde van materialen en hulpbronnen zo lang mogelijk in stand blijft. Dat zorgt voor duurzame werkgelegenheid. XXL-bedrijventerreinen (bedrijventerreinen voor de huisvesting van grote XXL-bedrijven) herbergen bedrijvigheid die past bij de plek en de daar beschikbare energie, water en infrastructuur. Er is ingespeeld op de beschikbare milieugebruiksruimte en arbeidskracht waardoor de terreinen optimaal zijn ontwikkeld. Een aantal bestaande bedrijventerreinen is opnieuw ingericht. Milieuknelpunten zijn daardoor opgelost en de leefomgeving is erop vooruitgegaan. Daardoor zijn er binnen de bebouwde kom meer woningen gebouwd. Onze keuzes voor een sterke structuur voor innovatie, kennis en werkgelegenheid: a. we geven ruimte aan vijf XXL-bedrijventerreinen. Ieder bedrijventerrein heeft zijn eigen profiel; Eemshaven, Oosterhorn en op termijn A7/N33 zijn naast het regionale belang daarbij ook van nationaal belang; b. water, energie, infrastructuur, ruimtelijke kwaliteit en milieu zijn bepalend voor de mogelijkheden en locaties voor bedrijvigheid, niet andersom; c. we ondersteunen bij het herstructureren, herontwikkelen en/of heroriënteren van regionale bedrijventerreinen; d. we verkennen de mogelijkheden en wenselijkheid van verplaatsing van bedrijven die knel zitten op hun huidige locatie. We ondersteunen hierbij met oog voor de belangen van het bedrijf en zijn omgeving; e. we stellen ons actief op in de ontwikkeling van circulaire economie; f. we ontwikkelen meerdere regionale campussen verspreid over de provincie; Zo stimuleren we kennis en innovatie; g. we investeren in cultuur en vrijetijdseconomie. Ambitie 4: een toekomstbestendig landelijk gebied Ons landelijk gebied is ook in 2050 één van de belangrijkste dragers van onze identiteit. De diversiteit van onze landschappen is nog steeds groot. Ontwikkelingen van het landelijk gebied hebben geleid tot nieuwe landschappelijke kwaliteiten, tot een evenwichtige functiemix met landschap en landbouw als dragers. Dit is landbouw die in de best passende vorm lang en duurzaam vooruit kan en een belangrijke pijler blijft voor de Groningse economie, met voedselproductie van internationaal niveau. Hiermee dragen wij bij aan de voedselzekerheid. Ons landelijk gebied is veerkrachtig en bepalend voor de kwaliteit van de leefomgeving voor mens, dier en plant. Onze kuststrook is robuust en veilig. Onze biodiversiteit is groot. We hebben een stevig netwerk van verbonden natuurgebieden. Overal is er een basiskwaliteit natuur. Onze waterstructuur past bij wat klimaatverandering vraagt. We besparen water, houden meer water vast en geven water de ruimte. In perioden van (extreme) neerslag kunnen we zo water bergen en in perioden van langdurige droogte hebben we juist water beschikbaar. De wateraanvoer vanuit het IJsselmeer is meestal stabiel, maar niet volledig gegarandeerd. We hebben voldoende zoetwater beschikbaar van goede kwaliteit om ons landschap, onze natuur en onze landbouw in stand te houden en onze drinkwatervoorraad is groot genoeg om aan de behoefte te voldoen. Onze keuzes voor een toekomstbestendig landelijk gebied: a. we realiseren versterkte landschappelijk waarden; b. we bieden ruimte voor toekomstbestendige landbouw; c. we brengen de natuur op orde; d. we bieden ruimte voor een klimaatadaptieve en dynamische kustzone; e. we zorgen voor schoon water en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Ambitie 5: naar betaalbare en duurzame energie Groningen speelt nog steeds een belangrijke rol in de energievoorziening van Nederland. Onze inwoners en bedrijven profiteren optimaal van het nieuwe energiesysteem. Het is zorgvuldig in- en aangepast aan onze waardevolle landschappen. We bieden, via de zonneladder, ruimte aan kleinschalige zonneparken. Nieuwe hoogspanningslijnen zijn ondergronds aangelegd. Onze XXL-bedrijventerreinen, maar ook veel regionale bedrijventerreinen, zijn op het waterstofnetwerk aangesloten. Ons energiesysteem is betaalbaar, betrouwbaar, beschikbaar en bestendig. De woningen in onze provincie zijn geïsoleerd en aangepast op moderne energiesystemen en we hebben minder energie nodig in ons dagelijks leven. Onze keuzes voor betaalbare en duurzame energie: a. alle Groningers hebben toegang tot betaalbare en duurzame energie; b. energie-infrastructuur wordt zoveel mogelijk ondergronds aangelegd; c. we bieden, onder voorwaarden, ruimte aan kleinschalige zonneparken en kleine windmolens; we beperken grootschalige wind- en zonneparken tot wat is afgesproken in de RES; d. in de warmtetransitie kijken we eerst naar isoleren en het benutten van restwarmte en dus naar warmtenetten.
  6. Zo werken we in Groningen We geven op onze eigen Groningse manier richting aan de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, samen met de Groningse gemeenten, waterschappen, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. In dit hoofdstuk staat welke sturingsfilosofie we hierbij gebruiken, en welke ruimtelijke uitgangspunten voor ons centraal staan. 4.1 Sturingsfilosofie We werken aan brede welvaart.. Ons leidend principe is: Ontwikkelingen in Stad en Ommeland moeten bijdragen aan de Groningse identiteit2, aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en moeten ten goede komen aan de brede welvaart van de inwoners van de provincie Groningen. [2] De fysieke leefomgeving, het Groninger landschap, en Groningers die er wonen en werken, vormen samen de identiteit van de provincie. ...maar altijd samen Mede door de herindelingen in onze provincie is er afgelopen jaren meer slagkracht bij de Groningse gemeenten ontstaan. Daarom staat de provincie pal voor het principe 'decentraal wat kan, centraal wat moet'. Onze sturingsfilosofie luidt: “waar kan lokaal, waar nodig provinciaal, maar altijd samen”. Ruimte bieden, betrokkenheid vragen Als we werken aan de opgaven en aan onze ambities bieden we ruimte aan de expertise, kennis en ervaring van onze medeoverheden en samenwerkingspartners. We werken samen aan het behouden en versterken van onze cultuur en identiteit, onze innovatiekracht, onze manier van samenleven, onze sterke economische sectoren; kortom onze brede welvaart. Voor een aantal opgaven pakken wij als provincie de regie, maar dat doen we altijd in samenwerking met onze medeoverheden en samenwerkingspartners. Van hen verwachten we dat ze ons ook vroegtijdig betrekken hun beleid, ruimtelijke dilemma’s en te maken keuzes, zodat we nog meer als een gezamenlijke overheid kunnen werken. De mate van sturing Als provincie sturen we soms strak, en soms laten we meer los. Dat is afhankelijk van het onderwerp. Op sommige onderdelen hebben we wettelijke taken of zien we regionale uitdagingen. Dan zullen we meer regulerende instrumenten inzetten. Op andere onderwerpen gaan we juist meer faciliterend of stimulerend te werk. In lijn met de Omgevingswet zijn we terughoudend. We zetten onze instrumenten alleen in als er een provinciaal belang is en bijbehorende taken niet doeltreffend of doelmatig door gemeenten kunnen worden uitgevoerd. Op de volgende pagina is weergegeven welke rollen we hierbij als provincie kunnen aannemen. Rollen Vanuit onze sturingsfilosofie en gestelde ambities onderscheiden we vier rollen die we kunnen vervullen. In iedere rol zetten we ons samen met onze partners in om een bepaald doel te bereiken. Onderstaande diagram geeft ze weer: Faciliteren: we maken het voor anderen mogelijk hun werk te doen door kennis, middelen of hulpmiddelen ter beschikking stellen die nodig zijn bij de uitvoering van taken en werkzaamheden. Stimuleren: we ondernemen actie om zaken te bevorderen bijvoorbeeld door subsidies te verstrekken, onderwerpen te agenderen, drempels weg te nemen. Realiseren: we zijn zelf leidend, ondernemend, aansturend, we maken prestatieafspraken, zorgen ervoor dat een project of beleid samen met belanghebbenden tot stand komt. Reguleren: we stellen regels vanuit ons provinciaal belang en onze wettelijke taken. Houvast via uitgangspunten De opgaven voor Groningen zijn veelzijdig en de ambities zijn divers. Maar allemaal leggen ze in meer of mindere mate een beslag op de schaarse (milieu)ruimte en het Groninger landschap. Daarom stellen we ruimtelijke uitgangspunten vast. Deze zijn te beschouwen als ontwerpcriteria. Ze bieden houvast en geven ruimte, maar stellen ook grenzen. Dit doen we voor zaken die we als provincie zo wezenlijk vinden, dat we daar uitspraken over willen doen die ook effect kunnen hebben op beleid van onze medeoverheden. De volgende 3 uitgangspunten komen in de volgende paragrafen aan de orde: a. Ruimtelijke kwaliteit als basis; b. Water en bodem sturend; c. Verbindende netwerken. 4.2 Ruimtelijke kwaliteit als basis Vier uitgangspunten voor ruimtelijke kwaliteit De karakteristieke eigenschappen van onze leefomgeving worden enorm gewaardeerd. De verschillende waarden die we aan onze leefomgeving toekennen vatten we samen onder de noemer ‘ruimtelijke kwaliteit’. In de inzet hieronder lees je hier meer over. We willen zorgvuldig met onze ruimte omgaan en de kwaliteiten ervan behouden en versterken. Nieuwe ontwikkelingen passen zodanig in het landschap dat dit herkenbaar en waardevol blijft en wordt. We hanteren hierbij de volgende vier ruimtelijke uitgangspunten: a. herkenbare en logische ordening; b. zorgvuldig meervoudig ruimtegebruik; c. aanpasbaar ontwerpen; d. meerwaarde creëren. Herkenbare en logische ordening De verschillende landschappen in Groningen zijn te herkennen aan de karakteristieke patronen en structuren zoals bossen, bebouwing en sloten, vaarten en wegen. Die structuren en ensembles (dat is het samenhangende landschap) stammen uit verschillende tijdsperioden en kennen daardoor een zekere gelaagdheid. Samen maken ze het landschap ‘leesbaar’. Openheid is ook een beeldbepalende kwaliteit en hier gaat het juist om het ontbreken van patronen van verdichting, zoals groen of bebouwing. Deze structuren zijn beeldbepalend en we kunnen ze gebruiken om nieuwe ontwikkelingen een streekeigen karakter te geven.Elke ruimtelijke ontwikkeling heeft te maken met een functionele logische ordening. Het is van belang om een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een plaats te geven die past binnen de herkenbare karakteristieken van het landschap, om rekening te houden met de logische ordening waar ze bij hoort. Ruimtelijke kwaliteit Ruimtelijke kwaliteit zien we als het geheel van herkomstwaarde, gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Herkomstwaarde: het gaat om de historisch gegroeide landschappelijke structuur, ruimtelijke erfgoedwaarden en archeologische waarden. Deze waarden zijn ontstaan vanuit een natuurlijke basis, onder invloed van mensen die hier zijn gaan wonen, werken en leven. Dit is de oorsprong van onze leefomgeving. Gebruikswaarde: het draait om een efficiënte inrichting van het gebied voor uitoefening van de daaraan toegekende of toe te kennen functies. We willen onze leefomgeving optimaal gebruiken voor de beoogde doelen. Belevingswaarde: centraal staan imago, uitstraling en aantrekkingskracht van het landschap, de steden, dorpen en bouwwerken, waaronder het gebouwd cultuurhistorisch erfgoed. De herkenbaarheid van de historisch gegroeide stedenbouwkundige en landschappelijke structuur is daarbij van groot belang. Het gaat over alles wat we als mens kunnen beleven: zien, horen, voelen en ruiken. Toekomstwaarde: het gaat om de toekomstbestendigheid van de maatregelen die ten behoeve van de gebruiks- en de belevingswaarde worden genomen. Alles wat we doen en ontwikkelen, doen we robuust, klimaatbestendig en duurzaam, zodat het niet alleen voor onszelf, maar ook voor toekomstige generaties beschikbaar is. Figuur: ruimtelijke kwaliteit uitgewerkt in een figuur met herkomstwaarde, gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde Zorgvuldig meervoudig ruimtegebruik Door met een brede blik te kijken naar ontwikkelingen, kunnen we zien welke ontwikkelingen elkaar beïnvloeden en ook bezien of bepaalde functies gecombineerd kunnen worden. Zo kunnen we slim omgaan met ruimte, bijvoorbeeld door concentreren en bundelen van functies. We kijken altijd of meervoudig ruimtegebruik meerwaarde biedt voor de kwaliteit van de plek. Aanpasbaar ontwerpen Rekening houden met de generaties na ons betekent dat we bijvoorbeeld kiezen voor circulair bouwen, aanpasbaar bouwen en dat we rekening houden met de langere termijn. Het combineren van een ruimtelijke ontwikkeling met het toevoegen van water en groen is goed voor de klimaatopgave en voor het welbevinden van mensen. Herbestemming en hergebruik van bestaande panden draagt bij aan circulariteit. Meerwaarde creëren Wij geven onze ruimtelijke opgaven vorm samen met en voor Groningers. Dat betekent dat ruimtelijke opgaven in samenspraak met omwonenden en belanghebbenden tot stand komen. Door in een vroeg stadium van het planproces ideeën over en weer te bespreken wordt het mogelijk om meerwaarde voor omwonenden en belanghebbenden te realiseren. Dat kan door slimme combinaties, een creatieve blik en een ontwerpgerichte aanpak van begin tot eind. Zo ontstaan verrassende nieuwe ideeën. 4.3 Water en bodem sturend Basis voor onze leefomgeving Onze bodem en ons watersysteem vormen samen de basis voor onze leefomgeving. Alle andere functies zijn ervan afhankelijk en zijn afgestemd op de kwaliteit en condities van ons water en onze bodem. Het landgebruik volgt het natuurlijke watersysteem en niet andersom. Dat was al zo bij onze voorouders en moet in de toekomst zo blijven. Samen zorgen we ervoor. Effecten van klimaatverandering en bodemdaling Water en bodem worden op allerlei manieren bedreigd. Zeespiegelstijging als gevolg van klimaatverandering heeft effecten op waterkwaliteit en waterveiligheid. Extreme buien komen vaker voor, zijn intensiever en vragen om ruimte voor waterbuffers. Verdroging kan blijvende effecten hebben op de bodem. Daarnaast leiden zout- en gaswinning tot bodemdaling. Lagere grondwaterpeilen leiden tot oxidatie van veengebieden met inklinking en bodemdaling tot gevolg. Om Groningen leefbaar te houden is een klimaatbestendige fysieke leefomgeving en inrichting noodzakelijk. Keuzes voor de leefomgeving De zorg voor waterveiligheid, het beperken van en omgaan met wateroverlast en eventuele keteneffecten op vitale functies, een goede buffering (sponswerking) van de bodem, het slim omgaan met zoetwater en het zorgen voor een goede waterkwaliteit: de zorg voor de leefomgeving vraagt voortdurend om keuzes die rekening houden met water en bodem. Zo kunnen we schade en persoonlijk leed in de (nabije) toekomst beperken. Daarom is het van belang dat de eigenschappen van water en bodem leidend zijn bij de keuzes die we maken over de leefomgeving. Investeringen voor de lange termijn Het afstemmen van ruimtelijke keuzes over woningbouw, energietransitie, natuur, landbouw, infrastructuur en economie op de staat en de kwaliteit van de ondergrond en de natuurlijke dynamiek van het water leidt tot een toekomstbestendige ruimtelijke inrichting, die weerbaarder is tegen weersextremen. Keuzes over de leefomgeving zijn vaak investeringen voor de lange termijn. Het is van belang dat hiermee rekening wordt gehouden bij besluitvorming. Zo kunnen desinvesteringen en afwenteling van kosten naar andere gebieden en generaties worden voorkomen. Voorbeeld: niet bouwen op de laagstgelegen plekken Woningen en andere vitale functies worden niet gepland op de laagstgelegen plekken van de provincie. Alleen met goede argumenten kan worden afgeweken van dit uitgangspunt. In dat geval zijn voorzorgsmaatregelen en/of mitigerende maatregelen noodzakelijk. Deze moeten onderdeel zijn van de investeringsbeslissing en de risico’s en kosten ervan kunnen niet worden afgewenteld op de samenleving. Samen met onze partners werken we aan het robuuste water- en bodemsysteem van de toekomst. Dit doen we door ruimte te reserveren langs het gehele watersysteem, vooral in de lagere delen van het watersysteem, zoals langs de stad Groningen. Het Groningse water- en bodemsysteem Ons water- en bodemsysteem bestaat uit drie onderdelen: het grondwater, de bodem en het oppervlaktewater. Deze zijn op allerlei manieren met elkaar verbonden en zijn niet los van elkaar te zien. Grondwater Zoete grondwaterstromen stromen ondergronds vanaf de hoge zandgronden richting de laagten. Vanaf zee stromen zoute grondwaterstromen landinwaarts. Deze stromen houden elkaar in balans en zorgen ervoor dat de zoutgrens niet te ver landinwaarts kom te liggen. De afbeelding hieronder geeft dit weer. Bodem De Groningse bodem bestaat uit zand, veen, klei op veen en klei. In het zuiden vinden we de hogere zandgronden: uitlopers van het Drents Plateau. Noordwaarts lopen deze langzaam over naar de lagere veengebieden. In honderden jaren zijn door overstromingen verschillende schakeringen van de kleischil ontstaan, klei op veen, de zware kalkloze klei en de kalkhoudende klei en zavel tegen de Waddendijk aan. Elke bodemsoort heeft een eigen vormingsgeschiedenis en eigen kenmerken. En daarmee een andere geschiktheid voor het landgebruik. Waterbeheer/peilbeheer Het waterbeheer is de belangrijkste 'knop' om het water- en bodemsysteem te beïnvloeden. Met gemalen, sluizen en stuwen wordt het oppervlaktewatersysteem gereguleerd, wordt water afgevoerd bij een teveel aan (regen)water en aangevoerd in droge tijden. Het watersysteem van Groningen wordt beheerd door de waterschappen Noorderzijlvest, Hunze en Aa's, en Wetterskip Fryslân. Vanaf de hogere zandgronden loopt het water onder vrij verval en via gemalen naar het boezemsysteem. Waarna het via gemalen en spuisluizen in zee komt. Via het inlaatwerk Gaarkeuken wordt water vanuit het IJsselmeer ingelaten om te verdelen over de provincie, via de boezem tot in Oldambt, Veenkoloniën, Westerwolde en de Noordelijke kleischil. Hoe water, bodem en ruimtegebruik elkaar beïnvloeden In de veengebieden speelt inklinking. Hierbij komt CO2 vrij. Inklinking kan worden geminimaliseerd door het waterpeil in de veengebieden te verhogen. Dit heeft effecten op de schaal van het hele watersysteem van de provincie. Een hoge waterstand in het veengebied biedt de noodzakelijke tegendruk om verdroging van de hogere zandgronden te voorkomen en verzilting langs de kust te verminderen. Zo kan een hogere waterstand in de veengebieden de (landbouw-)functies in de zand- en kleigebieden ten goede komen. Om het waterpeil in de veengebieden hoog te houden is in droge perioden (extra) wateraanvoer noodzakelijk. Figuur: Kaart waarop het watersysteem van Noord-Nederland is weergegeven. 4.4 Verbindende netwerken als sleutel Sleutel voor brede welvaart Onze verbindende netwerken vormen de sleutel voor onze brede welvaart. Niet alleen onze fysieke netwerken, zoals wegen, kanalen of buisleidingen, maar ook de bestuurlijke en internationale netwerken waarin we opereren. Goede netwerken verbinden onze provincie met de wijde omgeving. Ze bieden niet alleen bereikbaarheid, maar werken ook in de 21e eeuw structurerend voor toekomstige ontwikkelingen zoals bedrijventerreinen, woningbouw en onze vrijetijdseconomie. Netwerken van gemeenschappen, organisaties, bedrijven en (internationale) partners dragen bij aan verbinding, participatie en identiteitsvorming. Onze netwerken Wie aan netwerken denkt, denkt al snel aan het systeem van auto-, spoor- en vaarwegen. Tot diep in de twintigste eeuw waren deze netwerken het meest sturend voor de inrichting van onze leefomgeving. Langs de netwerken ontstonden dorpen en steden, en later bedrijfsterreinen en woonwijken. Inmiddels bekijken we de netwerken in samenhang. Het netwerk van infrastructuur is structurerend voor de leefomgeving, maar hangt samen met het watersysteem, de ecologische structuur en het energienetwerk. Ons watersysteem zorgt voor voldoende watertoevoer en -afvoer en voor een goede drinkwatervoorziening. Onze ecologische structuur met zijn gebieden en verbindingen is belangrijk voor natuur, recreatie, cultuurbeleving en landschap. En tot slot is ons energienetwerk de afgelopen decennia steeds belangrijker geworden voor ons dagelijks bestaan en onze economische ontwikkeling. Elk van deze systemen heeft zijn uitdagingen met gevolgen voor de brede welvaart. De uitstraling en inrichting van deze systemen hebben invloed op de beleving ervan. Via placemaking kunnen we deze verbeteren. Dat wil zeggen dat we de aandacht voor ontwerp, cultuur en programmering versterken. Europese netwerken Onze positie in Europa speelt in ons beleid een steeds grotere rol. Europees beleid beïnvloedt direct en indirect de keuzes die we in Groningen maken. Samen met partners zoals bedrijfsleven en kennisinstellingen benutten we de kansen die Europa biedt actief. Samen met andere provincies (IPO) beïnvloeden we Europees beleid. Noord-Nederland heeft specifieke belangen. Daarom werken we samen met Drenthe en Fryslân in het Samenwerkingsverband Noord Nederland (SNN). Ook de Eemsdollardregio (EDR) is een belangrijk internationaal samenwerkingsverband met onze Oosterburen. We zorgen dat onze regio vertegenwoordigd is in internationale bestuurlijke netwerken, bijvoorbeeld rondom de Waddenzee of de Noordzee. Mede doordat we samenwerken in een grensoverschrijdende regio kunnen we ons sterker profileren in Brussel en aanspraak maken op Europese fondsen. Zo is de Lelylijn onlangs geïntegreerd in het Trans-European Transport Network (TEN-T). Duitsland Duitsland is zeer belangrijk voor de Nederlandse economie. Voor Groningen is Nedersaksen, en specifiek het Weser-Ems Gebied, een logische samenwerkingspartner. Kennisinstellingen, bedrijven en overheden uit de grensoverschrijdende regio voeren veel projecten samen uit, al dan niet in Interreg-verband. Er zijn samenwerkingen op het vlak van de arbeidsmarkt, onderwijs, energie, natuur en milieu, water, infrastructuur en gezondheid. Via de Wunderline werken we aan een betere spoorverbinding van Groningen, via Winschoten, met Duitsland. Scandinavië Naast Duitsland richten we ons op Scandinavië en de Baltische staten. De economische ontwikkelingen in het Baltisch gebied bieden mogelijkheden voor samenwerking, investeringen en marktuitbreiding. De Scandinavische landen bieden door hun hoge welvaart en kennisintensieve economie veel kansen voor samenwerking op het gebied van innovatieve ontwikkelingen. Deel B - Verdieping
  7. Een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving Ons Groninger landschap is prachtig en dat moet zo blijven. We willen de kwaliteiten van onze leefomgeving, ons erfgoed en ons landschap behouden en versterken. Tegelijk werken we aan een gezonde en veilige leefomgeving, waar milieugebruiksruimte past bij de activiteiten en functies in de omgeving, waar negatieve effecten door verontreiniging of hinder tot een minimum zijn beperkt. 5.1 Onze leefomgeving in 2050 We zijn trots op onze Groninger leefomgeving. Het is de plek waar we ons thuis voelen en naar elkaar omzien. Onze leefomgeving is schoon, gezond, veilig en aantrekkelijk. Dat komt doordat we in staat zijn geweest een stevig fundament te bouwen van landschaps- en natuurwaarden die niet alleen aantrekkelijk zijn voor mens en dier, maar ook de basis leggen voor een robuuste biodiversiteit en een toekomstbestendig watersysteem. Ons landschap, erfgoed en onze cultuur zijn een belangrijke trekpleister voor zowel toeristen als inwoners. Grote ruimtelijke veranderingen zijn gerealiseerd met ruimtelijke kwaliteit voorop en zijn onderdeel van fraaie doorontwikkeling van het landschap. Stevige groene en blauwe structuren bieden een klimaatadaptieve structuur in de provincie en zijn belangrijk als recreatieve, waterrijke en natuurlijke verbindingen. Stilte en duisternis zijn kernkwaliteiten in grote delen van de provincie en worden gekoesterd. We hebben een gezonde bodem, een goede waterkwaliteit, voldoende drinkwater en gezonde lucht. Mens en natuur ondervinden vrijwel geen negatieve effecten door verontreiniging of hinder. De leefomgeving is zo ingericht dat deze bijdraagt aan de gezondheid van haar gebruikers: mens, dier en plant kunnen zich op natuurlijke wijze ontplooien. Veiligheid is en blijft een basisvoorwaarde voor alle Groningers. Figuur: Ambitie 1 – gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving 5.2 Richtinggevende keuzes voor 2035 a. In waardevolle provinciale cultuurlandschappen spannen we ons extra in om de bijzondere kwaliteiten te borgen en te ontwikkelen. b. We investeren extra in de ruimtelijke kwaliteit van gebieden die onder druk staan door grootschalige industriële activiteit. c. We realiseren recreatief aantrekkelijke groen-blauwe verbindingen, grenzend aan bestaande natuur. d. We verbeteren de omgevingsveiligheid. e. We zetten in op het verder verbeteren van de lucht-, bodem-, grond- en oppervlaktewaterkwaliteit om een robuust en veerkrachtig milieusysteem te realiseren. f. We sturen op milieugebruiksruimte. g. We zetten ons in voor een veilige en inclusieve leefomgeving. Keuze 1: We spannen ons in voor waardevolle cultuurlandschappen Groningen kent cultuurlandschappen met veel cultuurhistorische, archeologische, aardkundige, landschappelijke en natuurwaarden. Dit geeft ze een hoge belevingswaarde. Ze zijn van extra groot belang voor de diversiteit en identiteit van Groningen en zijn belangrijk kapitaal voor de kwaliteit van onze woon- en leefomgeving en onze vrijetijdseconomie. Daar willen we extra zorgvuldig mee omgaan. Daarom onderzoeken we de mogelijkheid (delen van) deze landschappen een aparte status te geven. Het gaat om: het binnendijks Waddengebied; de kustpolders en het wierdenlandschap, inclusief het Nationaal Landschap Middag Humsterland; het houtsingelgebied en de beekdalen van het Zuidelijk Westerkwartier; het Gorecht; de Dollardpolders in het Oldambt; de Veenkoloniën; het beekdal, esdorpen- en esgehuchtenlandschap van Westerwolde. We zetten bestaande programma's en agenda's zoveel mogelijk in voor de verdere ontwikkeling van deze gebieden. We behouden de vitaliteit en unieke kwaliteiten en stimuleren het toevoegen van nieuwe kwaliteiten in deze gebieden. We onderzoeken op welke manier we dit het beste kunnen doen. Er is en blijft hier ruimte voor een toekomstbestendige landbouw. We benutten regelingen op gebied van agrarisch natuurbeheer. Dit vergroot de biodiversiteit, versterkt de kwaliteiten van het landschap en maakt het beter beleefbaar. Keuze 2: We investeren extra in kwaliteitsverbetering van gebieden onder druk In sommige gebieden hebben grote ontwikkelingen gezorgd voor aantasting van de kwaliteit van de leefomgeving, leefbaarheid, landschap en erfgoed. Het gaat om gebieden rondom de Eemshaven, De westflank van de stad, Oosterhorn en bij de A7/N33 rondom Meeden. Hier gaan we actief de kwaliteit verbeteren en werken daar samen met onze partners aan. We zorgen voor een kwaliteitsimpuls voor de leefomgeving. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten daar kwaliteiten aan toevoegen. Als het kan, worden verloren gegane waarden hersteld. Generiek geldt dat wij bij grote ruimtelijke ingrepen de leefbaarheid van het gebied centraal stellen. Ze moeten gepaard gaan met grote landschappelijke investeringen. En anders beginnen we er niet aan. Keuze 3: We realiseren recreatief aantrekkelijke groenblauwe verbindingen Als provincie realiseren we recreatief aantrekkelijke groenblauwe verbindingen, die de kwaliteit van het landschap en biodiversiteit versterken en gebieden met elkaar verbinden. Deze kunnen grenzen aan bestaande natuurgebieden, maar ook kunnen ook voortkomen uit een combinatie van waardevolle cultuurlandschappen en vrijetijdseconomie en meer ruimte voor water. Groenblauwe dooradering is een fijnmazig netwerk van kleine natuur- en landschapselementen die ons landschap in belangrijke mate vormgeven. Door op verschillende schaalniveaus aan groenblauwe structuren te werken, verbinden we ruimte voor water en biodiversiteit met landschappelijke kwaliteit, schone lucht en recreatieve aantrekkelijkheid, samen met landbouw en natuur. Het gaat hier om het realiseren van verbindingen op een regionaal schaalniveau. Een groene en aantrekkelijke leefomgeving stimuleert gezond gedrag. Een mooie en toegankelijke omgeving nodigt uit om naar buiten te gaan, te bewegen en te ontdekken. En zeker in Groningen, waar we nu onder het landelijk gemiddelde scoren op het gezondheidsaspect van brede welvaart, moeten en willen we het voor iedereen gemakkelijk maken om te sporten, te bewegen en naar buiten te gaan. We doen dat langs het Reitdiep aan de westflank van Groningen vanaf de Onlanden richting Lauwersmeer, de Hondsrug/Hunzedal, in het Duurswold, Oldambt, langs de Ruiten Aa en langs de kust. Deze verbindingszones liggen verspreid over de provincie waardoor ze voor iedereen binnen handbereik zijn. Daarnaast is in het Zuidelijk Westerkwartier al een groenblauwe verbinding gerealiseerd. In deze gebieden willen we een sterke structuur van aantrekkelijke, recreatieve, lange afstandsverbindingen op provinciaal niveau realiseren, met fraaie (culturele) trekpleisters en voorzieningen voor de vrijetijdseconomie. Daarmee geven we de omgeving direct meerwaarde voor Groningers, maar zorgen we ook voor extra aantrekkingskracht voor bezoekers van buiten de provincie. Keuze 4: We verbeteren de omgevingsveiligheid Voor onze kwaliteit van leven en een gezonde levensverwachting is veiligheid van doorslaggevend belang. Groningen scoort relatief laag op dit vlak. Dat weten we maar al te goed nu veel Groningers de gevolgen van de gaswinning aan den lijve ondervinden. Met kleine gasvelden worden in feite alle gasvelden, behalve het Groningen gasveld bedoeld. Gaswinning uit het Groninger veld is gestopt. Het kabinet borgt de gasleveringszekerheid, aangezien gas ook de komende jaren nog een belangrijke rol speelt in de nationale energievoorziening. Wij werken niet mee aan de ontwikkeling van nieuwe gasvelden of de aanleg van nieuwe putten in bestaande gasvelden. Wij beschouwen de verlenging van aardgaswinning uit kleine gasvelden als onwenselijk, vooral vanwege de subjectieve veiligheid. Daarom zijn wij tegen de uitbreiding van gaswinning uit kleine velden in onze provincie. Wij pleiten voor het minimaliseren van overlast, zo spoedig en volledig mogelijk herstel van eventuele schade en creëren van maatschappelijke voordelen als compensatie voor overlast van winning. De huidige risico’s rond omgevingsveiligheid mogen niet groter worden. We zetten ons in voor een verbetering van de omgevingsveiligheid, zeker ondergronds. We geven prioriteit aan de vergunningen van bedrijven en ontwikkelingen met (mogelijk) grote gevolgen voor de leefomgeving. Het is van belang dat ze actueel zijn en dat toezicht en handhaving op orde zijn. Bij het onderwerp omgevingsveiligheid zijn we extra kritisch. Het gaat dan om risico's op het gebied van explosies, branden en gifwolken en de stapeling daarvan. Onder omgevingsveiligheid valt ook het onderwerp verkeersveiligheid. Het aantal ongelukken op onze wegen en fietspaden neemt toe. We zetten ons daarom blijvend in voor een daling van het aantal verkeersslachtoffers. Keuze 5: We zetten in op het verder verbeteren van de lucht-, bodem-, grond- en oppervlaktewaterkwaliteit om een robuust en veerkrachtig milieusysteem te realiseren Het verbeteren van de milieukwaliteit is een overkoepelende een overkoepelende opgave. Een gezonde leefomgeving gaat over een goed woon- en leefklimaat uit het oogpunt van milieu: zonder ongezonde overlast van geluid, geur, trillingen of gevaar. Maar ook een schone bodem en lucht. We zetten daarom in op een veerkrachtig en robuust milieusysteem: lucht, water en bodem hebben een goede kwaliteit en dragen zo bij aan het realiseren van onze opgaves. We gaan uit van ‘voorzorg’: vanaf de start van een project nemen we milieu, gezondheid en veiligheid mee als we besluiten nemen. We werken gebiedsgericht aan het verder verbeteren van de milieukwaliteit in onze provincie door een goede ruimtelijke ordening en strenge normen en regels voor bedrijven die schadelijke stoffen uitstoten en hinder veroorzaken. Immers lucht- en waterverontreiniging beperken zich niet tot een bedrijventerrein, maar kunnen impact hebben op de hele provincie en zelfs daarbuiten. We verbinden ons daarom aan nationale en Europese ambities. We stimuleren koplopers die durven te innoveren op het gebied van gezondheid en veiligheid. En we zijn streng voor de achterblijvers. Keuze 6: We sturen op milieugebruiksruimte We beseffen dat niet altijd en overal een verbetering van de milieukwaliteit, veiligheid en de gezondheid kan worden gerealiseerd, maar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen niet leiden tot aantoonbare verslechtering van het milieu, de veiligheid en van de gezondheid van onze inwoners, nu niet en in de toekomst niet. Daar waar we de milieudruk laten oplopen, doen we dat op een verantwoorde wijze.We doen onderzoek om beter inzicht te krijgen in de huidige milieu- en leefomgevingskwaliteit en de gevolgen van ruimtelijke of economische ontwikkelingen hierop. We leggen daarbij prioriteit op de vijf XXL-bedrijventerreinen. Samen met gemeenten en waterschappen onderzoeken we hoe we kunnen sturen op milieugebruiksruimte
  8. Als dat kan werken we via gebiedsgericht beleid. Dit doen we bijvoorbeeld in onze aandachtsgebieden stilte en duisternis Middag-Humsterland en Westerwolde. We houden zo rekening met afwenteling naar het hier en nu, later en elders. Hierbij zetten we de uitkomsten van de plan-MER in, om tot een zorgvuldige afweging te komen, daar waar er mogelijk lokaal negatieve milieueffecten optreden. Indien nodig mitigeren en/of compenseren we deze effecten op basis van een te ontwikkelen afwegingskader. Op enkele plekken in de provincie is sprake van cumulatie van milieueffecten door bijvoorbeeld luchtverontreiniging, geluid en geur. Op die plekken onderzoeken we welke milieugebruiksruimte beschikbaar is voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen met het oog op gezondheidseffecten. Ook investeren we hier extra in de leefbaarheid van het gebied. 4 Milieugebruiksruimte is de ruimte voor toekomstige ontwikkelingen in een plangebied, gelet op de milieueffecten en randvoorwaarden door bestaande activiteiten en activiteiten waarvan het zeker is dat ze in de toekomst gaan plaatsvinden. Binnen deze ruimte zijn activiteiten mogelijk zonder dat er doelen in het gedrang komen of dat er niet voldaan wordt aan omgevingswaarden. Keuze 7: We zetten ons in voor een veilige en inclusieve leefomgeving Sociale veiligheid is belangrijk voor de inrichting van de leefomgeving. Hierbij hebben we aandacht voor specifieke groepen die dat nodig hebben. We hebben oog voor toegankelijkheid, ontmoeting en verblijf in de openbare ruimte. Door perspectieven van specifieke groepen actief te betrekken bij ruimtelijke ontwikkelingen, zorgen we voor een aantrekkelijke leefomgeving waar iedereen zich veilig en welkom kan voelen. 5.3 Ruimtelijke kwaliteit, landschap en erfgoed Dragers van een gevoel van verbondenheid Onze provincie kent veel verschillende landschappen met elk hun eigen belangrijke waarden op het gebied van ruimte, natuur, cultuurhistorie, cultureel en ruimtelijk erfgoed, landschap, archeologie en natuurlijke ondergrond. Daarnaast hechten we waarde aan landschappelijke kwaliteiten als weidsheid, diversiteit, beleefbaarheid en herkenbaarheid. Herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde zijn dragers van een gevoel van verbondenheid met en eigenheid van de streek. Ze dragen bij aan een aantrekkelijke provincie om te wonen, werken en recreëren en vormen belangrijke onderleggers voor ons beleid, beleidsuitvoering en ruimtelijke ontwikkelingen. We willen dat ontwikkelingen met kwalitatief hoogwaardig behoud en verbetering van de leefomgeving plaatsvinden. Bij de uitvoering van grote landschappelijke en infrastructurele projecten kijken we of kunst- en cultuurmakers uit Groningen kunnen worden ingeschakeld via bijvoorbeeld een éénprocent regeling. De belangrijkste beleidsdoelen op het thema Ruimtelijke kwaliteit, Landschap en Erfgoed zijn: Hogere ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving; Beschermen, ontwikkelen en versterken van de kenmerkende landschapsstructuren en het ruimtelijk cultureel erfgoed dat bijdraagt aan de identiteit en de variëteit van de diverse landschappen in onze provincie. Ruimtelijke kwaliteit, landschap en erfgoed: wat doet de provincie overkoepelend? We ontwikkelen het Beleidsprogramma erfgoed ruimtelijke kwaliteit en landschap en de Uitvoeringsagenda Mooi Groningen om de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving sterker te positioneren. Hiermee vragen we structureel aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en de inzet van ontwerp door (landschaps) architecten, kunstenaars en stedenbouwkundigen en ‘placemaking’ als methodiek bij grote en kleine ruimtelijke opgaves. Niet alleen om aanwezige kwaliteiten en waarden als vertrekpunt te nemen, maar ook om nieuwe kwaliteiten en waarden toe te voegen. Vanuit ons Uitvoeringsprogramma Erfgoed, ruimtelijke kwaliteit en landschap (ERL) werken we aan extra inzet en kwaliteit via projecten, subsidies en ideeën die een plus vormen op onze beleidsdoelen. Dit doen we onder andere via de verdere ontwikkeling van de Kwaliteitsgids Groningen waarbij wij ons richten op de verbeelding van het verhaal van Groningen, waarbij de landschappelijke, cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteiten als inspiratie voor een goed ontwerp van ruimtelijke ontwikkelingen dienen. Via onze natuur-, erfgoed- en landschapsmonitoring (www.staatvangroningen.nl) houden we de staat van deze waarden in de provincie in het oog. Op deze manier kijken we of ons beleid werkt en of (ongewenste) veranderingen zichtbaar zijn. We zetten extra in op ontwikkelingen vanuit de herkenbaarheid en kwaliteit van de landschappen met bijzondere natuur-, landschaps- en recreatiewaarden. Wanneer we grote landschappelijke projecten uitvoeren, of in de infrastructuur, kijken we of kunst- en cultuurmakers uit Groningen bijvoorbeeld via een éénprocent regeling ingeschakeld kunnen worden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten de verschillende waarden daarom zo vroeg mogelijk in beeld komen, zodat die tijdig deel uitmaken van de planvorming en afwegingen. Mooi Groningen: Ruimtelijke kwaliteit en inzet van ontwerpkracht Wij zetten ons in voor een leefomgeving met een hogere ruimtelijke kwaliteit. Dit gaat om ons landschap, maar ook om de uitstraling van bedrijventerreinen, woningbouwlocaties, binnensteden en recreatiegebieden. Ontwerpend onderzoek is een van de manieren om ruimtelijke kwaliteit een volwaardige plaats te geven naast functionaliteit en kostenefficiency. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zetten we daarom deskundige ontwerpers in zoals landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen. Daarom willen we dat elk project dit meeneemt in de projectbegroting. We vragen onze partners hetzelfde te doen. Grote ruimtelijke ontwikkelingen moeten gepaard gaan met eveneens grote landschappelijke investeringen. Bij grootschalige ontwikkelingen zoals de ontwikkeling van de XXL-bedrijventerreinen stellen wij eisen aan de kwaliteit van de ontwikkeling zelf en aan de investeringen in de directe omgeving.Via het Masterplan Regiocentra dragen we bij aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de 11 regiocentra. Ons landschap is van waarde In bepaalde delen van de provincie zijn de landschappelijke kwaliteiten zo bijzonder dat het landschap waarde heeft voor vrijetijdseconomie en woonkwaliteit. Deze waarde willen we benutten. Dat betekent nieuwe ontwikkelingen in het domein van toerisme en wonen. Elke ontwikkeling moet hierin bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het gebied als geheel. Zo dragen we bij aan de recreatieve waarde van Groningen en verbeteren we tegelijk het landschap. Wanneer we grote landschappelijke projecten of infrastructuur projecten uitvoeren, kijken we of kunst- en cultuurmakers uit Groningen, bijvoorbeeld via een éénprocent regeling, ingeschakeld kunnen worden. Ruimtelijke kwaliteit: wat doet de provincie? In het buitengebied overstijgen de landschappelijke kwaliteiten vaak gemeentegrenzen. Als provincie benutten we hier onze meerwaarde met onze overkoepelende blik. In samenwerking met andere overheden en gebiedspartners nemen we hierin vaker het initiatief om de ruimtelijke kwaliteit te versterken. In het stedelijk gebied zijn de gemeenten primair verantwoordelijk voor de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Als het nodig is nemen we hier het initiatief en brengen we belanghebbende partijen samen rondom dit doel. We koppelen de inzet van ontwerpkracht en gebiedsontwikkelingen aan landschappelijke investeringen. We zetten ontwerpend onderzoek in om inhoudelijke thema's, zoals bijvoorbeeld boerderijen en erven, wonen in het buitengebied en energietransitie verder te verkennen en toekomstscenario's te verbeelden. We vertalen dit naar kwaliteitskaders, inspiratiedocumenten, kwaliteitskaders en handreikingen. We gebruiken de maatwerkmethode voor landschappelijke inpassing of schrijven deze voor bij specifieke ontwikkelingen in het buitengebied. Via diverse programma's, projecten en samenwerkingen versterken we de ruimtelijke kwaliteit van onze leefomgeving. Voorbeelden zijn het Beleidsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit en Landschap, het uitvoeringsprogramma ERL, projecten die we samen met gemeenten en NCG uitvoeren in het kader van de versterkingsopgave. Met de subsidie ruimtelijke kwaliteit stimuleren wij overheden, maatschappelijke partners en initiatiefnemers om plannen te ontwikkelen die bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van onze provincie en dit onder de aandacht te brengen. In de omgevingsverordening staat wat wij van gemeenten verwachten op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Hierin staan ook de begrenzingen van het stedelijk gebied en buitengebied. Deze actualiseren we periodiek op basis van nieuwe ontwikkelingen. Wij ondersteunen gemeenten en waterschappen om beter zorg te kunnen dragen voor de ruimtelijke kwaliteit in onze provincie, bijvoorbeeld via het steunpunt Ruimtelijke Kwaliteit STERK. Een samenhangende landschapsstructuur Het 'Groningse landschap’ is meer dan een losse wierde, het wad, een houtwal of een karakteristiek als ‘weidsheid’. Het geheel is meer dan de som der delen: het is de samenhangende structuur van al die verschillende elementen en karakteristieken die samen het landschap vormen. Wij willen het karakter, de diversiteit en de belevingswaarde van het landschap versterken. Dit doen we door te werken aan die samenhangende landschapsstructuur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen voegen we er kwaliteiten aan toe. Daarnaast behouden we landschappelijke, cultuurhistorische, natuurlijke, archeologische en aardkundige waarden en versterken deze als onderdeel van de samenhangende landschapsstructuur.We kijken naar de samenhangende structuur via zeven deelgebieden en zeven kernkwaliteiten. Zeven deelgebieden We onderscheiden de volgende zeven landschappelijke deelgebieden. Deze hebben elk hun eigen kenmerken, maar vormen tegelijk een samenhangend geheel. a. Wierdenland en Waddenkust; b. Oldambt; c. Zuidelijk Westerkwartier; d. Westerwolde; e. Veenkoloniën; f. Gorecht; g. Centrale Woldgebied en Duurswold. Onze zeven deelgebieden uit de kwaliteitsgids Het Landschap van Groningen Wij zien ons landschap als een verhaal van het verleden naar de toekomst, waarin elke tijd zijn eigen karakteristieken nalaat en de ontwikkelingen van nu de kwaliteiten van de toekomst vormen. Onze provincie kent verscheidene landschapstypen met elk hun karakteristieke ensemble aan natuurlijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden. Groningers hechten grote waarde aan de bijzondere kwaliteiten van het landschap, zoals de weidsheid, de diversiteit, het ruimtelijk erfgoed en de herkenbaarheid. Het Groninger landschap met al haar waarden en kernkwaliteiten vormt dan ook een belangrijke onderlegger voor de kwaliteit van de leefomgeving. De Provincie Groningen kent diverse landschapstypen, die grofweg verdeeld kunnen worden in zeven deelgebieden. Elk van deze deelgebieden kent haar eigen samenhangende landschapsstructuur met eigen specifieke kwaliteiten en kernkwaliteiten, maar vormt tegelijk een samenhangend geheel. Wat is landschap? Landschap is wat wij als mensen waarnemen aan ondergrondse en bovengrondse sporen van natuurlijke ontwikkeling en menselijke activiteiten en de interactie daartussen. Het is als het ware de driehoek tussen natuur (ecologische waarden), mens (cultuurhistorische waarden) en aarde (aardkundige waarden). Deze waarden vormen samen de kernkwaliteiten en kernkarakteristieken van ons unieke en diverse Groningse landschap. Provincie Groningen kent diverse landschapstypen, die grofweg verdeeld kunnen worden in onderstaande zeven deelgebieden. Elk van deze deelgebieden kent haar eigen specifieke kenmerken en karakteristieken, die in onze Kwaliteitsgids staan beschreven en verbeeld en die de basis vormen van ons beleid. Het doel van ons huidige landschapsbeleid is het beschermen en versterken van de kenmerken en structuren die bijdragen aan identiteit en variëteit van deze diverse landschappen. Landschap is daarbij niet statisch, maar juist een dynamisch geheel. Het landschap vormt een verhaal van het verleden naar de toekomst, waarin elke tijd zijn eigen karakteristieken nalaat en de ontwikkelingen van nu de kwaliteiten van de toekomst vormen, met het landschap als inspiratiebron. Wierdenland en Waddenkust Het deelgebied Wierdenland en Waddenkust wordt gekenmerkt door grote open ruimten, wierde (dorpen) langs natuurlijke waterlopen in de kerngebieden en wierden in reeksen aan/langs oude dijken en kustlijnen, in een door zeeklei gevormd landschap. We hechten waarde aan het contrast tussen de grootschalige open kweldervlaktes, de wierdedorpen en de meer besloten dorpen op de kwelderwallen. De historisch gegroeide dorpsstructuur kent doorzichten op het landschap vanuit de dorpslinten en andersom. De ritmiek van boerderijreeksen met erven in het groen en tussenliggende open ruimten met agrarische bebouwing liggen als groene eilanden in de ruimte. De opstrekkende verkaveling van het dijkenlandschap wordt afgewisseld met de onregelmatige verkaveling van het wierdenlandschap. Het verbindend systeem van waterlopen (maren), dat aansluit op wierdedorpen en een stelsel van trekvaarten en wegen, zijn tastbare sporen van het eeuwenoude gebruikerslandschap van het wierdengebied. De Waddenkust is een grootschalig open dijkenlandschap van parallelle dijken met boerderijreeksen langs slaperdijken. De Waddenzee (UNESCO-werelderfgoed) wordt gekenmerkt door een natuurlijke dynamiek met verplaatsende getijdegeulen, zandplaten en eilanden.Waarden zijn het kronkelend verloop van de natuurlijke waterlopen, zoals voormalige kweldergeulen en rivier- en beeksystemen van het Reitdiep, de Fivel en Lauwers. Het gebied is met reliëf doorweven door voormalige zee- en inbraakgebieden. De monumentale boerderijen, borgen, kerken en borg-, kerk- en kloosterterreinen zijn onlosmakelijk verbonden met het landschap. Oldambt Het Oldambt is een jong zeekleigebied in Noordoost-Groningen, dat zich kenmerkt door een weids polderlandschap met grootschalige akkerbouw, dijken en een gevarieerde bebouwing waaraan het verschil in rijkdom is af te lezen. Het gebied was in de negentiende eeuw – net als het Hogeland – de graanschuur van Europa en is nog steeds herkenbaar aan haar uitgestrekte graanvelden en andere akkerbouwgewassen in de polders. De eindeloze horizon wordt hier enkel doorbroken door de bekende statige boerderijen, dorpjes en groene linten van bomenrijen langs de wegen. Kenmerkend voor het Oldambt is het grote contrast tussen de groene bebouwingslinten op de hoger gelegen glaciale ruggen en de grootschalige open Dollardpolders met een structuur van opeenvolgende (voormalige) slaperdijken en boerderijreeksen. Een bijzondere ontwikkeling in dit gebied is Blauwestad. Het zuidelijke gedeelte van Oldambt wordt getypeerd door de langgerekte bebouwingslinten die overgaan in dichte bebouwingslinten. Karakteristieke Oldambster boerderijen, slingertuinen, dijkcoupures, schotbalkenhuisjes en kolken zijn kenmerkende cultuurlandschappelijke parels van het Oldambt. Zuidelijk Westerkwartier Het Zuidelijk Westerkwartier kent een afwisseling van besloten parallelle zandruggen en open veengebieden. Zeer kenmerkend is het coulisselandschap met houtsingels en tussenliggende langgerekte kavels op de zandruggen en de verwevenheid van de wegdorpen met dit landschap. Het Zuidelijk Westerkwartier is een bijzonder en kleinschalig landschap, met veel cultuurhistorisch en landschappelijk waardevolle elementen zoals borgen en kerken, maar ook pingoruïnes en petgaten. karakter van Karakteristieke structuren in dit gebied zijn het verkavelingspatroon met houtsingels en sloten en het lineaire de wegen en kanalen in Westerwolde de veenkoloniale zuidpunt. Westerwolde Westerwolde bestaat uit een esdorpenlandschap in een langgerekte zone langs de Westerwoldse Aa, de Ruiten Aa en de Mussel Aa, met daaromheen een gebied met een jonger landschap van heideontginningen. Tegen de Duitse grens liggen twee gebieden met een veenkoloniaal landschap. In Westerwolde hechten we provinciale waarde en belang aan het contrast tussen het kleinschalig besloten esdorpenlandschap en het meer rationele, open heideontginningslandschap. Het esdorpenlandschap wordt gekenmerkt door de kleinschalige beslotenheid met afwisselend esgehuchten, esdorpen, essen op dekzandkoppen met akkercomplexen, hooilanden in de beekdalen, kleine bosjes en houtwallen. De verspreide bebouwing in esgehuchten en de esdorpen markeren de randen van het beekdal. De wegen en paden met hun meanderend verloop; de bossen op de armste en reliëfrijkste zandgronden maken deel uit van dit esdorpenlandschap. Het rationeel meer verkavelde jonge heideontginningslandschap met rechtere wegen en lanen, verspreid liggende agrarische bebouwing en plaatselijk bos zijn eveneens van provinciale waarde. Veenkoloniën Kenmerkend voor de Veenkoloniën is het grootschalig open landschap met een rationele verkavelingsstructuur van langgerekte kanalen en wijken. Kenmerkend is de samenhang tussen langgerekte bebouwingslinten, kanalen en wijken met planmatige opzet en de herkenningspunten in de linten: zoals bruggen, sluizen, fabrieken en watertorens. De linten hebben karakteristieke doorkijken naar het open landschap, terwijl het lint bij bruggen, sluizen en fabrieken juist is verdicht. Het contrast tussen het kleinschalige lint en het grootschalige open landschap is een typisch kenmerk van de Veenkoloniën. Gorecht Het Gorecht bestaat uit het parkachtig esdorpenlandschap op de flanken van de Hondsrug met twee reeksen esdorpen die overgaan in de open beekdalvlakten van de Hunze en de Drentsche Aa, waarin vrijwel geen bebouwing voorkomt. Bijzonder is het contrast tussen het kleinschalige besloten landschap op de hoger gelegen Hondsrug en de aan weerszijden laaggelegen open beekdalen van de Drentsche Aa en Hunze. Daarnaast is de parkachtige esdorpenstructuur op de Hondsrug met afwisselend essen, bossen, graslanden en statige bebouwing waardevol, net als het reliëf van de glaciale ruggen en essen. In het Gorecht zijn vele natte landschapselementen in de vorm van pingoruïnes en petgaten aanwezig. Centrale Woldgebied en Duurswold Het deelgebied Centrale Woldgebied en Duurswold wordt vooral gekenmerkt door grootschalig open landschap met reeksen boerderijen op huiswierden of inversieruggen. Duurswold heeft een grootschalig open landschap met daarin lintdorpen (groene linten) op flauwe zandruggen. De reeksen boerderijen, deels op huiswierden en/of oeverwallen zijn typerend. In het Centrale Woldgebied is zogenaamde Meedenverkaveling in de vorm van sloten en medenlanen haaks op de kwelderwal zeer kenmerkend. In Duurswold zijn de flauwe glaciale zandruggen met dorpen als groene linten overgaand in een grootschalig landschap typerend, net als de wegdorpen op zich, met boerderijen, erfbeplanting met slingertuinen en soms forse wegbeplanting.Tot slot kent het gebied vele klooster- en kerkterreinen, molens en een borg met landgoedbossen. Zeven kernkwaliteiten Wij onderscheiden binnen de deelgebieden de volgende landschappelijke kernkwaliteiten: a. Openheid en beslotenheid: De afwisseling en het contrast tussen de open en besloten gebieden draagt bij aan de diversiteit van het landschap. We kennen in de provincie gebieden met een waardevol grootschalig, open karakter en gebieden met een waardevol besloten en/of kleinschalig karakter. De beslotenheid wordt veelal gevormd door een concentratie van ensembles met bosjes, houtsingels, houtwallen en (meidoorn)hagen; b. Duisternis en stilte: We beschermen en zorgen met extra aandacht voor de kernkarakteristiek van het donkere landschap in onze provincie (zie 5.5); c. Aardkundig reliëf: Op verschillende plaatsen in onze provincie zijn duidelijke hoogteverschillen in het landschap aanwezig die te maken hebben met de aardkundige geschiedenis. Het betreft onder andere: glaciale ruggen, dekzandruggen, oeverwallen en natuurlijke laagten die samenhangen met karakteristieke kreken en pingoruïnes; d. Water, wegen en verkaveling: Deze infrastructuren zijn bepalend voor het cultuurhistorische karakter van het landschap van Groningen. Het betreft onder andere: maren, voormalige kreken en prielen en riviersystemen, meanderende waterlopen en diepen, (veenkoloniale) kanalen en wijken, cultuurhistorisch waardevolle gegraven kanalen en trekvaarten, karakteristieke wegen en herkenbaar oorspronkelijk verkavelingspatroon; e. Karakteristieke nederzettingen: In onze provincie liggen veel karakteristieke nederzettingen waarvan de ruimtelijke structuur nauw verbonden is met het omliggende landschap. Het gaat om onder andere: wierdedorpen, esdorpen en esgehuchten, groene linten, overige lintbebouwing (wegdorpen, dijkdorpen en kanaaldorpen) en borg- en vestingterreinen; f. Wierden, essen en dijken: Het gaat hierbij onder andere om: reliëf in het (polder-)landschap en de essen als ook het archeologisch bodemarchief van wierden, het zicht op de wierden, reliëf en archeologisch bodemarchief van essen, de openheid van essen, (slaper)dijken en daarmee samenhangende elementen zoals kolken, drinkdobben, coupures en schotbalkenhuisjes), herkenbare dijktracés en leidijken; g. Gebouwd erfgoed en archeologie: Deze zijn medebepalend voor het landschap, de beleving van ruimtelijke kwaliteit en de identiteit van onze provincie. Het betreft onder andere: monumentale en karakteristieke bebouwing en bebouwing in beschermde gebieden. Maar ook erven (onder andere slingertuinen), traditionele windmolens, landgoederen, borgen en borgterreinen, kerken, kerkhoven en begraafplaatsen en archeologie. Nationale parken en beschermde landschappen Een aantal nationale parken en beschermde landschappen is op internationaal, nationaal en provinciaal niveau extra beschermd. Dit zijn het UNESCO-werelderfgoed Waddenzee, UNESCO Geopark de Hondsrug, Nationaal Park Drentsche Aa en Nationaal Park Lauwersmeer. Daarnaast kennen we het provinciaal waardevolle Nationaal Landschap Middag-Humsterland. Landschap: wat doet de provincie? Wij onderzoeken de mogelijkheden om waardevolle cultuurlandschappen een status te geven. Daarbij onderzoeken we of we het instrument Bijzondere Provinciale Landschappen gaan inzetten. Zo kunnen we de samenhangende landschapsstructuur van kwetsbare landschappen beter doorontwikkelen en beschermen. We actualiseren onze kennis van en beleid over ons landschap, ruimtelijk erfgoed en landschappelijke kernkwaliteiten. Hierbij hebben we aandacht voor onder andere de volgende thema’s: groen erfgoed, monumentenbiotopen en jonge (landschaps)geschiedenis van de 20ste eeuw (architectuur, stedenbouw en landschap van na 1965)). Dit verwerken we in ons beleidsprogramma Ruimtelijke kwaliteit en landschap. We evalueren en actualiseren onze landschappelijke kernkwaliteiten. Via diverse programma's, projecten en samenwerkingen behouden en versterken we de landschappelijke kernkwaliteiten en samenhangende landschapsstructuur. Voorbeelden zijn: Programma Ruimtelijke Kwaliteit en Landschap en Uitvoeringsagenda Mooi Groningen, het Programma Landelijk Gebied, Uitvoeringsprogramma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap (ERL), het Programma Bos en Hout en de subsidies ANLB en SNL. Ook zijn we betrokken bij initiatieven vanuit Nij Begun en Toukomst (De Landschapswerkplaats) vanuit het Nationaal Programma Groningen (NPG). Vanuit ons provinciaal belang stellen we kaders in onze omgevingsverordening om de samenhangende landschapsstructuren en kernkwaliteiten te beschermen en versterken. Binnen die kaders is ruimte voor gebiedsinitiatieven en maatwerk. Dit zien we als één van de kerntaken van de provincie. We denken mee met onze partners over de bescherming en ontwikkeling van het landschap en stellen middelen beschikbaar voor het herstel en ontwikkeling van onze landschapsstructuren en kernkwaliteiten. Cultureel, gebouwd en ruimtelijk erfgoed Groningen beschikt over een grote diversiteit aan cultureel erfgoed. De zogeheten 'Collectie Groningen’ omvat alle erfgoeddisciplines: archieven, gebouwd erfgoed, musea, borgen, archeologie, regionale cultuur en bibliotheken. Samen vertellen zij de verhalen die representatief zijn voor de geschiedenis van Groningen. In de context van de leefomgeving focussen we vooral op ons ruimtelijk erfgoed: gebouwd erfgoed en archeologie. Dit heeft altijd een relatie met de ruimtelijke context: een (ingericht) landschap, een dorpsgezicht, een stedenbouwkundige structuur. Ons erfgoed staat onder druk Ons cultureel erfgoed heeft maatschappelijke en economische waarde en is belangrijk voor de identiteit, leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit van onze provincie. Maar leegstand en achterstallig onderhoud vormen een bedreiging. Schade als gevolg van de gaswinning zet naast de demografische ontwikkelingen het erfgoed onder druk. Veranderingen in de bodem vanwege ruimtelijke ontwikkelingen kunnen het bodemarchief bedreigen. Het is daarom van belang dat erfgoed in stand wordt gehouden, wordt beschermd en wordt hersteld waar dat kan. Dit kan bijvoorbeeld door restauratie, herbestemming van gebouwd erfgoed, zoals (Rijks)monumenten, industrieel erfgoed, agrarische bebouwing of karakteristieke erven. Ook herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke omgeving van het erfgoed kan hieraan bijdragen door herstel of uitbreiding van karakteristieke landschapselementen, erfbeplanting en boomstructuren. Kennis delen Erfgoed is vaak in particulier bezit. Kennis over onderhoud en instandhouding ervan is vaak versplinterd. Het is van belang dat kennis en ervaringen hierover breed worden gedeeld. Innovatie en vakmanschap in de erfgoedsector is van belang. Via het uitvoeringsprogramma cultuur en het erfgoedprogramma stimuleren we dit. Dit laatste programma is een samenwerking van provincie, gemeenten, NCG en het ministerie van OCW en is ontstaan vanuit de afhandeling aardbevingsschade. Onderlegger Om ons erfgoed te kunnen behouden voor toekomstige generaties is het van belang dat we het begrijpen in zijn context: gebouwen in de context van de landschappelijke of stedenbouwkundige structuur, archeologie in de context van bodem, verkaveling, landschap en geschiedenis. We willen deze ruimtelijke context zodanig begrijpen en beschrijven dat hij als onderlegger gebruikt kan worden voor keuzes over behoud, herstel en ontwikkeling van het erfgoed en van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Erfgoed en panden met cultuurhistorische waarde die niet worden benut, lopen groot risico in verval te raken. Daarom is het ook in het buitengebied van belang dat een balans wordt gevonden tussen functiemogelijkheden en beschermen van de waarden van het buitengebied. Hierbij kunnen we activiteiten t.b.v. vrijetijdseconomie een waardevolle invulling geven. Het is van belang dat beleidmakers en initiatiefnemers in een vroeg stadium oog hebben voor cultuurhistorische, landschappelijke en archeologische waarden en ontwerpkracht inzetten om deze tot hun recht te laten komen in plannen en projecten. Daarnaast is eigenaarschap van belang. Inwoners identificeren zich vaak met het erfgoed in hun woonplaats. Door hen te betrekken bij nieuwe plannen ontstaat er grotere betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel voor ons erfgoed. Ruimtelijk erfgoed: wat doet de provincie? Via diverse programma'sen projecten bevorderen we instandhouding, behoud en herstel van gebouwd erfgoed, zoals monumenten, boerderijen en karakteristieke erven. Dit zijn: beleidskader cultuur, uitvoeringsprogramma cultuur, beleidsprogramma Ruimtelijke kwaliteit en Landschap, uitvoeringsagenda Mooi Groningen en het programma Bos en Hout. Via het gezamenlijke erfgoedprogramma ondersteunen we eigenaren in hun onderhoudsbehoefte en stimuleren we het breder delen van kennis en ervaringen. Het Steunpunt Cultureel Erfgoed ondersteunt gemeenten in hun (wettelijke) taken, vervult een platformfunctie en organiseert afstemming tussen erfgoedpartijen in de provincie. Komende jaren ontwikkelen we een provinciale Onderzoeksagenda Archeologie Groningen. Hierin staat welke thema's extra aandacht verdienen bij (verplicht) archeologisch onderzoek. Via subsidieregelingen bevorderen we presentatie van erfgoed, en onderhoud, restauratie en verduurzaming van erfgoedpanden door particulieren. In onze omgevingsverordening staan regels over de bescherming van door de gemeente aangewezen karakteristieke gebouwen. Ook zijn er regels om karakteristieke en beeldbepalende bebouwing in het buitengebied te inventariseren en beschermen en te ontwikkelen. Binnen het aardbevingsgebied gaat het ook om karakteristieke en beeldbepalende bebouwing binnen de kernen. We vragen de gemeenten om ook de beeldbepalende, karakteristieke bebouwing binnen de kernen buiten het aardbevingsgebied te inventariseren en te beschermen. 5.4 Klimaatadaptatie Klimaatadaptieve inrichting door regionale samenwerking Klimaatverandering heeft grote gevolgen voor onze landbouw, natuur, wonen, bedrijven, water en infrastructuur. Daarom willen we een klimaatbestendige en waterrobuuste provincie zijn in
  9. Om dit te bereiken werken we samen met Rijk, waterschappen, drinkwaterbedrijven en gemeenten. Dit moet leiden tot een integrale aanpak van klimaatadaptatie en een klimaatadaptieve inrichting van de regio Groningen/Noord-Drenthe. Als provincie coördineren we deze samenwerking. Via stresstesten zijn de kwetsbaarheden en risico's in beeld gebracht. Mede op basis hiervan is de regionale adaptatiestrategie (RAS) opgesteld. Hierin staan afspraken over doelen, maatregelen en de verdeling van verantwoordelijkheden. Deze is uitgewerkt in een regionale uitwerkingsagenda (RUA). Daarin ligt de focus op kennisopbouw en kennisdeling, onderzoek en ontwikkeling, bewustwording, samenwerking en afstemming. Hittestress Extreem hoge temperaturen kunnen leiden tot gezondheidsklachten. Dit noemen we hittestress en dit komt vooral voor in stedelijk gebied. Een groene omgeving heeft een verkoelend effect. Dit verkleint het risico op hittestress. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de bebouwde omgeving. Samen met hen werken we aan vergroening van bebouwd gebied. Sinds 2023 is er een landelijke maatlat voor groene klimaatadaptieve bebouwing. We adviseren en ondersteunen gemeenten met kennis bij de toepassing van deze maatlat als uitgangspunt voor vergroening en verbetering van de leefkwaliteit van het stedelijk gebied. Wateroverlast Extreme buien kunnen leiden tot overstromingen en wateroverlast. Samen met de waterschappen zorgen we ervoor dat de dijken in onze provincie op orde zijn. Zo minimaliseren we risico’s op overstromingen vanuit beken en boezemsystemen en regionale wateren (zie ook 8.3). Om de gevolgen van eventuele overstromingen te beperken richten wij de leefomgeving klimaatrobuust in en beschermen we vitale functies extra goed. We leggen vast welke gebieden beschermd worden door de regionale keringen en de normen voor de keringen. Binnen deze gebieden werken we met waterschappen, gemeenten en de Veiligheidsregio samen aan de gevolgenbeperking bij overstromingen. De laagste delen van de provincie duiden we aan als laaggelegen gebied en gevoelig voor wateroverlast. Hier is alleen plaats voor nieuwe woningen of andere en gevoelig vitale functies indien er voorzorgsmaatregelen worden genomen die wateroverlast voor deze functies minimaliseren (“mitigerende maatregelen”). Deze moeten onderdeel zijn van de investeringsbeslissing en risico's en kosten ervan kunnen niet worden afgewenteld op de samenleving. Klimaatadaptatie: wat doet de provincie? We hebben een coördinerende rol bij de uitvoering van de regionale adaptatiestrategie (RAS) via de regionale uitvoeringsagenda. We adviseren gemeenten bij het vergroenen van het stedelijk gebied aan de hand van de maatlat klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Samen met onze regionale partners wijzen we gebieden aan die beschermd worden door regionale keringen. In onze omgevingsverordening nemen we regels op over wateroverlastgevoelige gebieden ofwel laaggelegen gebieden. Daarbij maken we gebruik van het landelijke afwegingskader voor een klimaatadaptieve gebouwde omgeving. 5.5 Milieu Doelen voor het thema milieu Wij streven naar een gezonde, veilige en leefbare omgeving, zonder noemenswaardige (milieu)hinder. In 2050 mag er geen sprake meer zijn van stapeling van geur, luchtverontreiniging, lichtvervuiling of geluidbelasting, die tot ontoelaatbare negatieve gezondheidseffecten of onaanvaardbare risico's leidt. Het aantal gezonde levensjaren mag niet worden beperkt door deze vormen van hinder en milieubelasting. We streven, in lijn met de Europese ambities, naar een goede milieukwaliteit in 2050 in onze provincie voor bodem, lucht en (grond)water. Verontreinigende stoffen zijn tot een verwaarloosbaar niveau teruggebracht (waarbij geen negatieve gevolgen voor mens, natuur en milieu optreden); we voldoen aan de Europese richtlijnen. Regie van de provincie is nodig Hoewel de Omgevingswet uitgaat van het principe “decentraal, tenzij…”, vraagt de milieu-opgave en specifiek het thema gezondheidsbescherming, een grotere betrokkenheid van de provincie. Milieubelasting overschrijdt in veel gevallen de gemeentegrenzen en kan vragen om regionale (gebieds)coördinatie. De energietransitie en circulaire economie vragen om regie van de provincie op het vlak van ruimtelijke ordening én milieu. We willen eraan bijdragen dat ingrepen in het kader van deze opgaven bijdragen aan een goede milieukwaliteit in Groningen. Ontkoppeling economie en milieudruk We streven op termijn naar een economische ontwikkeling die de stapeling van milieudruk in onze provincie niet doet oplopen en de gezondheid niet schaadt. Dit staat ook in onze Economische visie. Samen met gemeenten formuleren we gebiedsgericht milieubeleid als dat nodig is, als het kan op basis van de beschikbare milieugebruiksruimte. Daar waar gemeenten dit zelf samen kunnen, stellen we ons terughoudend op. Vanuit economisch perspectief accepteren we dat de milieudruk op en rondom grote bedrijventerreinen hoger is en in de toekomst mogelijk nog verder oploopt. We zien dit vooral nabij Farmsum en de westkant van de stad Groningen. We zorgen er echter voor dat dit verantwoord gebeurt, met zo min mogelijk risico's voor de gezondheid en de veiligheid (voorzorgsprincipe). Ook in ‘rustiger’ gebieden sturen we actief op milieudruk. Hierbij ligt onze prioriteit bij het beschermen en verbeteren van de bestaande milieukwaliteit en het verlagen van de milieudruk in de provincie Groningen. We leggen in deze gebieden de nadruk op het beschermen en verbeteren van stilte en duisternis, vooral in de aandachtsgebieden voor duisternis en de stiltegebieden. Stapeling van milieueffecten Soms vormen meerdere milieueffecten samen grotere gezondheidseffecten dan elk effect individueel zou doen. Door stapeling van effecten te verminderen is dus gezondheidswinst te behalen. We geven prioriteit aan het verminderen van de gezondheidseffecten door milieubelasting op de volgende thema’s: geuroverlast van bedrijven, geluid van wegverkeer en luchtverontreiniging. In 2050 mag een stapeling van geur- luchtkwaliteits-, of geluidseffecten niet tot ontoelaatbare hinder leiden. We stimuleren daarom initiatieven waarmee informatie over de leefomgeving toegankelijker wordt en beter en sneller kan worden uitgewisseld tussen inwoners, bedrijven en overheden. Als dat nodig is stellen we omgevingswaarden vast voor bepaalde gebieden, zodat hinder door een stapeling van effecten niet voor kan komen. Milieu: wat doet de provincie? In het milieuprogramma maken we ons milieubeleid concreet in maatregelen en beleidsregels, waaronder een prioriteringskader voor de bepaling van milieugebruiksruimte. Als dat nodig of wenselijk is leggen we regels en omgevingswaarden vast in onze omgevingsverordening. Als er sprake is van een provinciaal belang stellen we instructieregels voor gemeenten vast. Als bevoegd gezag verlenen we vergunningen aan bedrijven en zorgen we voor toezicht en handhaving ervan. Belangrijk onderdeel hiervan is het verminderen van uitstoot en risico's en het stimuleren van duurzaamheid door het gebruik van de beste beschikbare technieken. We adviseren gemeenten bij Omgevingsplannen vanuit de verschillende milieuaspecten. We monitoren verschillende milieuthema's en doen onderzoek naar milieukwaliteit. Luchtkwaliteit Schone lucht is van groot belang voor een goede gezondheid. Daarom is het belangrijk dat de uitstoot van industrie, landbouw en verkeer vermindert. Dat kunnen we niet alleen: fijnstof en stikstofdioxide houden zich niet aan provinciegrenzen. Daarom is de samenwerking met het Rijk en andere provincies essentieel. We hebben ons gecommitteerd aan het maatregelenpakket van het landelijke Schone Lucht Akkoord (SLA) uit
  10. Dit heeft als doel om in 2030 50% gezondheidswinst uit binnenlandse bronnen te behalen ten opzichte van
  11. In 2021 publiceerde de World Health Organisation (WHO) nieuwe, ambitieuzere, advieswaarden. De Europese richtlijn Luchtkwaliteit is hierop gebaseerd. Deze kijkt naar 2050 en bevat ook aangescherpte grenswaarden voor
  12. We willen ongewenste normopvulling voorkomen. Binnen onze mogelijkheden streven we ernaar om zoveel mogelijk de nieuwe WHO-advieswaarden te benaderen voor fijnstof en stikstofdioxide. Op de plaatsen waar we nog niet aan de toekomstige Europese grenswaarden voldoen richten we ons op de Europese grenswaarden die vanaf 2030 van kracht zijn. Waar we al wel voldoen aan deze toekomstige grenswaarden richten we ons op de nieuwe WHO-advieswaarden voor
  13. Geluid Geluidhinder geeft gezondheidseffecten. We stellen daarom waar mogelijk grenzen aan geluid en nemen maatregelen om geluidhinder zoveel mogelijk te beperken. Als in één gebied verschillende geluidsbronnen voor mogelijke (stapeling van) geluidshinder kunnen zorgen, stellen we gebiedsgerichte geluidsnormen vast. Hierbij kijken we vooral naar onze bovenregionale bedrijventerreinen en grootschalige windparken. Met name in het gebied van de structuurvisie Eemsmond-Delfzijl (vastgesteld in 2017) is sprake van stapeling van geluid afkomstig van verschillende bronnen. Hierdoor kan meer geluidshinder optreden. Daarom hanteren we in dit gebied aanvullende en specifieke normen voor geluid van windturbines. Windturbines kunnen een bron van geluidshinder zijn. Zeker in geval van meerdere turbines in een windpark. Om te voorkomen dat het geluid van alle turbines van een park ongewenst hoog wordt, nemen we in de omgevingsverordening bepalingen op voor windparken waarvoor niet integraal geluidsnormen zijn vastgesteld. Zodra weer landelijk geluidnormen voor windturbines van kracht gaan zijn, worden deze gehanteerd. Voor windparken en windturbines die voor deze datum zijn vergund of gemeld blijven de eerder vastgestelde normen gelden. Geur Met streng en duidelijk geurhinderbeleid willen we ernstige geurhinder oplossen en nieuwe hinder voorkomen. Farmsum is het opvallendste industrieel knelpunt van geurhinder. We stellen normen aan de geureffecten van complexe, risicovolle bedrijven. Hierbij houden we rekening met de bedrijfssituaties (bestaand versus nieuw) en gebiedskenmerken (stedelijk of landelijk gebied). Stapeling van geureffecten kan leiden tot hoge geurbelasting in bepaalde gebieden. Hiervoor werken we samen met gemeenten aan gebiedsgericht geurbeleid. Luchtkwaliteit, geluid en geur: wat doet de provincie? We hebben een regisserende, regulerende en faciliterende rol bij gebiedsgericht geurbeleid, zoals in het Structuurvisiegebied Eemsmond-Delfzijl. We stellen geluidproductieplafonds vast voor provinciale wegen. Als dat nodig is stellen we ze bij. Met behulp van 5-jaarlijkse geluidbelastingkaarten en actieplannen geluid zorgen we ervoor dat plafonds niet worden overschreden. In onze omgevingsverordening stellen we gebiedsgerichte geluidnormen vast. Hierbij kijken we vooral naar onze bovenregionale bedrijventerreinen en grootschalige windparken. Een voorbeeld is het gebied (van de voormalige structuurvisie) Eemsmond-Delfzijl. Via onze omgevingsverordening stellen we regels op over luchtkwaliteit, geluid en geur. Als bevoegd gezag zijn we verantwoordelijk voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving bij bedrijven die onder de Richtlijn Industriële Emissies (RIE) en de Seveso-richtlijn vallen. We sturen op het voldoen aan deze richtlijnen door strenge regels en normen te stellen. Hiermee verplichten we bedrijven om uitstoot van luchtverontreinigende stoffen maximaal terug te dringen en geluid en/of geurhinder te beperken, onder andere via het toepassen van de best beschikbare technieken. Externe veiligheid (omgevingsveiligheid) Inwoners van onze provincie worden zo min mogelijk blootgesteld aan veiligheidsrisico’s door de opslag, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarom richten we onze omgeving zo veilig mogelijk in. Voor inwoners mogen de risico’s op het gebied van externe (omgevings)veiligheid niet groter worden dan ze nu zijn. We richten ons vooral op het scheiden van bron en ontvanger, het concentreren van risicovolle activiteiten en het vermijden van domino-effecten. Soms hebben externe veiligheidsrisico’s een regionaal karakter. In dat geval heeft de provincie een coördinerende rol. In de omgevingsverordening nemen we regels op om ervoor te zorgen dat in gebieden waar veiligheidsrisico's samenkomen, deze zoveel mogelijk worden beheerst. Bij nieuwe plannen en ontwikkelingen nemen we het onderwerp externe veiligheid (omgevingsveiligheid) zo vroeg mogelijk mee als ontwerpprincipe. Denk aan het gebruik van waterstof in de energietransitie. De (technologische) ontwikkelingen op dit vlak gaan snel en de gevolgen voor de omgevingsveiligheid zijn nog niet altijd duidelijk. Gevaarlijke stoffen Gevaarlijke stoffen zijn een verzamelnaam voor stoffen met (potentieel) gevaarlijke eigenschappen voor mens en natuur. Denk aan zware metalen en PFAS, maar ook andere (‘opkomende’) stoffen worden steeds vaker en meer in het milieu aangetroffen. Vooral de zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) vormen een structurele bedreiging. Op verschillende manieren worden mens en natuur hieraan blootgesteld: via lucht, bodem, (drink)water, voedsel en producten. Ook blijven de stoffen circuleren in het milieu, waardoor de bodem- en waterkwaliteit op termijn achteruitgaan. Dit heeft nadelige gezondheids- en sociaaleconomische effecten, vaak met een onomkeerbaar karakter. We streven ernaar dat in 2035 concentraties van gevaarlijke stoffen in de lucht en in het water zijn teruggebracht, zodat ze slechts een verwaarloosbaar risico vormen. Dit is in lijn met de Europese ambitie. We richten ons in het bijzonder op het verminderen van de uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Omgevingsveiligheid & gevaarlijke stoffen: wat doet de provincie? We stimuleren onze partners om externe veiligheid (omgevingsveiligheid) zo vroeg mogelijk in plannen en projecten mee te nemen en doen dit ook in onze eigen projecten. Samen met gemeenten, de Veiligheidsregio en de GGD werken we aan het beperken en beheersen van omgevingsrisico's van bedrijven voor de leefomgeving, specifiek rondom Zeer Zorgwekkende Stoffen. Hierbij hebben we een stimulerende rol, maar zijn we soms ook bevoeg

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.