In het kort
Deze regeling beschrijft de procedures en voorschriften voor de douanecontrole op schepen, andere vervoermiddelen en personen, en de afhandeling van goederen die Nederland binnenkomen via zee of lucht.
Wat het regelt
- De manier waarop de douane een schip of ander vervoermiddel kan sommeren te stoppen voor visitatie.
- De formaliteiten voor het aanbrengen en de summiere aangifte van goederen die over zee of door de lucht worden binnengebracht.
- De aanwijzing van vaarwaters, douanekantoren en internationale luchthavens voor de douaneafhandeling.
- De voorwaarden voor het overladen van goederen.
Wie het aangaat
- Reders en kapiteins van schepen.
- Bestuurders van andere vervoermiddelen dan schepen of luchtvaartuigen.
- Personen die goederen vervoeren die zich niet in of op een vervoermiddel bevinden.
- Ambtenaren van de Belastingdienst/Douane en de Algemene Inspectie Dienst.
Kernpunten
- Een vordering tot vaart verminderen, bijdraaien, stilhouden of aanleggen van een schip moet duidelijk en verstaanbaar zijn, eventueel via radiotelefonie, en vermelden dat deze door de douane wordt gedaan.
- De inspecteur die de vordering doet, moet in uniform zijn of vergezeld zijn van een inspecteur of politieambtenaar in uniform, tenzij hij gebruik maakt van radiotelefonie of een kenbaar vaartuig van de Belastingdienst/Douane.
- Voor andere vervoermiddelen dan schepen of luchtvaartuigen wordt een stopteken gebruikt (ronde witte schijf met rode rand en 'DOUANE' bij dag, rood licht dat snel verticaal op en neer beweegt bij nacht).
- De formaliteit van het aanbrengen van een schip wordt vervuld door de inlevering van de generale verklaring (IMO/FAL 1) en de summiere aangifte door inlevering van volglijsten (Douane 11) en de scheepsvoorradenaangifte (IMO/FAL 3).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.