In het kort
Deze verordening, de Bouwverordening 1996 van de gemeente Apeldoorn, regelt de bouwactiviteiten binnen de gemeente. Het stelt regels vast voor onder andere bodemonderzoek, het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem, en de bereikbaarheid van bouwwerken.
Wat het reguleert
- De definitie van diverse begrippen die relevant zijn voor bouwactiviteiten, zoals "asbest", "bouwwerk" en "straatpeil".
- De vereisten voor bodemonderzoek bij aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen.
- Het verbod op bouwen op verontreinigde bodem en de voorwaarden waaronder hiervan kan worden afgeweken.
- De bereikbaarheidseisen voor bouwwerken voor wegverkeer en gehandicapten, inclusief brandblusvoorzieningen.
Wie het aangaat
- Iedereen die een omgevingsvergunning voor het bouwen aanvraagt in de gemeente Apeldoorn.
- Burgemeester en wethouders als "bevoegd gezag" voor het verlenen van vergunningen en het toezicht.
Kernpunten
- Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen is een milieuhygiënisch bodemonderzoek volgens NEN 5740 (uitgave 2009) verplicht, en bij vermoeden van asbest ook volgens NEN 5707 (uitgave 2003).
- Bouwen op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar voor de gezondheid te verwachten is, is verboden voor bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven en die de grond raken.
- De toegang tot een bouwwerk dat voor mensen is bestemd en meer dan 10 meter van een openbare weg ligt, moet een verbindingsweg hebben die geschikt is voor diverse voertuigen (o.a. brandweerauto's) met een breedte van ten minste 4,5 m en een vrije hoogte van ten minste 4,2 m.
- Voor woningen of woongebouwen en gebouwen met een toegankelijkheidssector moet een voor gehandicapten begaanbare weg of pad aanwezig zijn tussen de toegang en de openbare weg, met een breedte van ten minste 1,10 m en een vrije doorgang van niet kleiner dan 0,85 m.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.