/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR743250 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0299/2025/Regeling84bc94acd9c045abb43e9e4756ab8fb5 /join/id/stop/work_019 2025-11-04 2025-11-04 /akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR743250/nld@2025-06-26 /join/id/proces/gm0299/2025/procedureed33298301114b8bbae50042ec948ac2 /join/id/proces/gm0299/2025/procedure2c4095cd065f423c9d75c896ab20ac99 2025-06-26 2025-06-26 /akn/nl/act/gm0299/2025/Regeling84bc94acd9c045abb43e9e4756ab8fb5/nld@2025-11-03;13523708 /akn/nl/act/gm0299/2025/Regeling84bc94acd9c045abb43e9e4756ab8fb5 /akn/nl/act/gm0299/2025/Regeling84bc94acd9c045abb43e9e4756ab8fb5/nld@2025-11-03;13523708 /join/id/stop/work_019 2 Omgevingsvisie Zevenaar 2040 1 Algemeen 1.1 Voorwoord Voor u ligt de Omgevingsvisie van de gemeente Zevenaar. Hoe willen we dat onze gemeente er over circa 20 jaar uitziet? Welke ontwikkelingen komen er op ons af? Hoe zorgen we dat we dan nog steeds een aantrekkelijke leefomgeving hebben? Waar zijn we trots op en waar moeten we echt wat aan doen? Hoe gaan we dat samen doen? Wie bepaalt of een idee ook een goed idee is? Hoe gaan we om met nieuwe initiatieven? Met voorliggende omgevingsvisie zetten we in op een wensbeeld op hoofdlijnen dat uitnodigend is, inspireert, verbindt en tegelijkertijd duidelijk is over wat waar kan en wat niet. Hiermee willen we richting geven aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied waar goede kansen liggen om een bijdrage te leveren aan ambities zonder afbreuk te doen aan de bestaande kwaliteiten en identiteit van dat gebied. In de omgevingsvisie beschrijven wij de opgaven en ambities die wij in de gemeente willen realiseren. Voorbeelden zijn het verbeteren van mobiliteit, het behoud en ontwikkelen van een aantrekkelijk groen landschap of richting geven aan een woningbouwopgave. Daarnaast wordt gekeken hoe keuzes in de fysieke omgeving kunnen bijdragen aan het realiseren van opgaven uit het sociaal domein. Een voorbeeld is meer ruimte voor beweging en ontspanning in de buitenruimte. Het is belangrijk om aan te geven dat het combineren van verschillende ambities en belangen niet altijd en overal kan. We kunnen nooit overal en tegelijkertijd alle belangen 100 procent bedienen: keuzes zijn noodzakelijk. De druk op de leefomgeving vraagt voortdurend om een afweging van verschillende belangen. Het is daarbij belangrijk dat we met elkaar vaststellen wat we belangrijk vinden, wat we graag willen beschermen, maar ook waar we ruimte zien voor nieuwe ontwikkelingen. Zo werken we samen aan een duurzame, veilige en gezonde gemeente waar het zowel nu als in de toekomst prettig is om te wonen, werken en te verblijven. Zevenaar, mei 2025 Aad van OrdenWethouder Ruimtelijke Ordening 1.2 Leeswijzer Een beknopte introductie van de gemeente Zevenaar treft u aan in hoofdstuk
- In hoofdstuk 3 wordt kort aangegeven waar Zevenaar nu voor staat en wat de kenmerken zijn van de gemeente Zevenaar in
- In hoofdstuk 4 komen de acht ambities van de gemeente aan bod. In hoofdstuk 5 gaan we vervolgens nader in op vier ‘bouwstenen’. De visie voor de gemeente Zevenaar richting 2040 wordt beschreven aan de hand van de bouwstenen Wonen, Werken, Mobiliteit en Leefomgeving, zoals ook in regionaal beleid wordt gehanteerd. In dit hoofdstuk worden de hoofdlijnen en de generiek van toepassing zijnde onderdelen per bouwsteen beschreven. In de hierna volgende hoofdstukken 6 tot en met 13 worden vervolgens per deelgebied de bouwstenen verder uitgediept. De deelgebieden worden hierbij van noordelijke naar zuidelijke richting doorlopen. Een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie vormt het landschapskader. Dit kader is in de deelgebieden verwerkt om te gebruiken bij het beoordelen of nieuwe initiatieven voldoende bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit. Hoe we de ambities en doelen van de omgevingsvisie willen uitvoeren, wordt tot slot in hoofdstuk 14 beschreven. De definitie van kleinschalig/grootschalig dient in deze omgevingsvisie te worden vertaald als de impact (invloed) die een ontwikkeling heeft op de omgeving en zijn inwoners, economie en infrastructuur. Waarom we een omgevingsvisie hebben opgesteld en hoe het proces van totstandkoming ervan is verlopen, is beschreven in een los document: ‘Proces om te komen tot de Omgevingsvisie Zevenaar 2040’. 1.3 Abstractieniveau In deze omgevingsvisie kijken we vanuit een hoger abstractieniveau naar de toekomst van Zevenaar. We kiezen daarmee niet voor een gedetailleerd eindbeeld, waarin nauwkeurig is geformuleerd wat wel en niet mag en of de regelgeving dit wel mogelijk maakt. Het gaat om ambities waar we over willen dromen en waarvan er een aantal werkelijkheid kunnen worden met de middelen die we hebben. Door de opgaven en ambities die we nastreven op hoofdlijnen te beschrijven, kunnen initiatieven minder zwart-wit beoordeeld worden (het kan wel of kan niet). De inzet is er met name op gericht om plannen die in hoofdlijnen stroken met de gemeentelijke uitgangspunten verder te kunnen faciliteren richting concrete realisatie. Door de vraag te beoordelen of initiatieven bijdragen aan de gestelde doelen uit de omgevingsvisie, ontstaat meer bewegingsruimte. Vaak zal bepalend zijn hoe het initiatief wordt uitgevoerd. We willen dat initiatieven zo worden ingekleed dat deze bijdragen aan meerdere doelen die we met elkaar hebben vastgesteld. We onderscheiden in deze omgevingsvisie de vier bouwstenen Wonen, Werken, Mobiliteit en Leefomgeving en een onderverdeling van de gemeente in acht deelgebieden. Het gehanteerde hogere abstractieniveau leidt tot meer flexibiliteit, mogelijkheden voor maatwerk en creativiteit van initiatiefnemers. Deze toekomstvisie is geen blauwdruk waarin exact staat wat er op straatniveau gaat veranderen, maar beschrijft wel wat de ambities zijn voor toekomstige ontwikkelingen. De omgevingsvisie is een parapludocument. De omgevingsvisie bundelt de verschillende beleidsterreinen tot één richtinggevende visie voor de hele fysieke leefomgeving; zowel boven- als ondergronds. Op sommige punten is de omgevingsvisie heel concreet. Bijvoorbeeld als het gaat om gebieden die we op het oog hebben voor woningbouw. Op andere punten staan ambities beschreven die we later uitwerken. Het is niet zo dat de omgevingsvisie al het bestaande beleid vervangt. Deze visie bouwt voort op belangrijke eerdere vastgestelde beleidsdocumenten en geeft een meer integrale richting aan toekomstig beleid. We hebben het opstellen van de visie aangegrepen om bestaand beleid waar mogelijk nog concreter te maken. Ook zijn er beleidsdocumenten die zijn opgesteld tijdens het maken van de omgevingsvisie. Deze zijn op elkaar afgestemd. Een overzicht van alle relevante beleidsstukken is als bijlage opgenomen. 2 Een introductie 2.1 Identiteit Zevenaar Door de strategische ligging kent het grondgebied van de gemeente Zevenaar een zeer lange bewoningsgeschiedenis waarbij de nog immer aanwezige sporen ver terug gaan in de tijd. Vanuit die basis heeft Zevenaar zich ontwikkeld tot wat het nu is: de centrumgemeente binnen de Liemers (Doesburg, Duiven, Montferland, Westervoort en Zevenaar) met hierbinnen de stadskern Zevenaar. Gelegen binnen het oostelijk gedeelte van het Nederlandse rivierenlandschap is Zevenaar door verschillende gemeentelijke herindelingen uitgegroeid tot de grootste gemeente van de Liemers met circa 45.000 inwoners. Het is een verstedelijkt gebied, dat nauw verbonden is met de stad Arnhem en na gereedkomen van de A15 ook met de stad Nijmegen. Ook is er een nadrukkelijke relatie met de direct aangrenzende regio Achterhoek en de Duitse buurgemeente Emmerich am Rhein. In de stad Zevenaar komen verschillende voorzieningen en functies samen. Het is een bundeling van diverse woon- en werkgebieden, cultuur (museum, schouwburg, galeries, horeca en landgoederen), winkelcentra, voorzieningen (zwembad, ziekenhuis, verpleeghuizen (voortgezet) onderwijs en allerlei andere centrumfuncties. Deze waardevolle centrumrol willen we behouden en waar mogelijk verder uitbouwen. Om dit te bereiken willen we nadrukkelijk ook de kracht van de regio hierbij benutten en relevante samenwerkingsverbanden aangaan. Niet alleen met omliggende gemeenten, maar ook met het naastgelegen Duitsland. Juist de tegenstellingen tussen de stad Zevenaar en de kernen en het afwisselende landschap met haar functies zorgen voor de bijzondere identiteit. Het is dan ook belangrijk om deze diversiteit te behouden en verder te versterken. Daarbij is het van belang om de verschillende gebieden zo goed mogelijk met elkaar te verbinden, zodat er eenvoudig een uitwisseling tussen de verschillende gebieden kan plaatsvinden. Zo kunnen de kernen vanuit het oogpunt van leefbaarheid voor veel voorzieningen terugvallen op de stad Zevenaar en biedt het buitengebied mogelijkheden voor landschapsbeleving. Zevenaar is …… ‘Een blauwe ader in de groene metropool’ De gemeente Zevenaar heeft een aantrekkelijk en gevarieerd landschap dat door de eeuwen heen is gevormd door de invloed van de natuur, het water en de mens. De herinneringen aan de rijke geschiedenis, de kernkwaliteiten en de kenmerkende verschillen tussen de landschappen moeten bij ruimtelijke ontwikkelingen zo goed mogelijk behouden blijven en versterkt worden. (bron: Koersdocument) De identiteit van Zevenaar wordt mede bepaald door de kwaliteiten van de acht in deze visie te onderscheiden deelgebieden:
- Uiterwaarden IJssel
- Dorpen IJsselzone
- Het Broek
- Stedelijke zone
- Dorpen middengebied
- De Rijnstrangen
- Dorpen Gelders Eiland
- Uiterwaarden langs de Rijn Deze deelgebieden vinden hun basis in de landschappelijke kenmerken en het hieruit voortvloeiende landgebruik. Deze indeling is reeds eerder gehanteerd in de ‘Kwaliteitsgids Landschap’ die een uitvoerige beschrijving biedt van het huidige grondgebied en de kwaliteiten en kansen benoemt. Dit document vormt dan ook een waardevolle bron van informatie aanvullend op deze Omgevingsvisie. In een enkel geval zijn de deelgebieden met het oog op het toekomstige beeld iets gewijzigd, met name door de hogere verstedelijkingsgraad én door uitbreidingen van woongebieden en bedrijventerreinen (werklocaties). In veel gevallen zijn de grenzen van de deelgebieden herkenbaar en buiten ook duidelijk waarneembaar in de vorm van dijken, de snelweg en sterk verschillend grondgebruik. In de Kwaliteitsgids Landschap is de culturele basiskwaliteit bepaald voor Zevenaar. Dit is de optelsom van cultuurhistorische waarden en belevingswaarden plus de kwaliteit van de leefomgeving, waarbij onder andere de bruikbaarheid en toegankelijkheid van belang zijn. De culturele waarden van het landschap laten zich lezen als verschillende lagen, die elkaar overlappen. Denk aan lagen als landgebruik, infrastructuur, reliëf, bodem, hydrologie, grote landschapsstructuren, kleine landschapselementen en erfgoed. Waar veel waarden samenkomen en het landschapstype goed herkenbaar is, kan gesproken worden van een hogere culturele basiskwaliteit van het landschap. Maar ook landschappen met een lagere basiskwaliteit bezitten culturele lagen die behouden moet blijven en/of van betekenis zijn voor een groter geheel. Ook lagen die nu minder sterk zijn, kunnen versterkt worden bij ontwikkeling. Grotere dragers van het landschap zijn onder meer de rivieren, de weteringen en oude en nieuwe dijken. Eveneens landschappelijk beeldbepalend en functioneel waardevol zijn de spoorlijnen, de A12 en ook de Rivierweg. Tegelijkertijd zijn dit door hun aard en omvang elementen die een barrièrewerking opleveren bij het verbinden en beleven van het landschap. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen alle karakteristieken meegewogen te worden, waardoor ook het nieuwe herkenbaar is als typisch van de plek, straat of regio. Een belangrijk streven is om oude historische elementen en structuren weer herkenbaar te maken omdat het verbindende schakels zijn tussen verschillende landschapstypen en een relatie te leggen met recreatie. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan het UNESCO Werelderfgoed (de Neder-Germaanse limes), de Bijland, de burcht van Zevenaar, landgoed Sevenaer, de Aa (en andere rivierdoorbraken), middeleeuwse versterkte torens, verdedigingslinies, redoutes (wachttorens) en kleine verdedigingswerken. Zevenaar stimuleert ontwikkelingsplannen die bijdragen aan het behoud, het herstel en de beleving van archeologisch en cultureel erfgoed. 3 Opgaven Zevenaar vanuit verleden richting 2040 3.1 Zevenaar - de historie als basis De gemeente Zevenaar heeft een aantrekkelijk en gevarieerd landschap dat door de eeuwen heen is gevormd door de invloed van de natuur, het water en de mens. De herinneringen aan de rijke geschiedenis, de kernkwaliteiten en de kenmerkende verschillen tussen de landschappen moeten bij ruimtelijke ontwikkelingen zo goed mogelijk behouden blijven en versterkt worden. Landschappelijke waarden vormen een waardevolle basis voor de omgevingsvisie. Cultuurhistorie is één van de pijlers waardoor het landschap is gevormd. Gemeente Zevenaar kent een divers cultuurhistorisch landschap waarbij bebouwing, structuren en landschap individueel en als ensemble een belangrijke kwaliteit vormen. Een zichtbare cultuurhistorie is belangrijk voor de identiteit van de gemeente en helpt het landschap te begrijpen en te ervaren. Gebeurtenissen uit bijvoorbeeld de Romeinse Tijd (Limes) en de Tachtigjarige Oorlog (Mauritslinie) en de eeuwenlange strijd tegen het water hebben een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het landschap en vormen daarom een belangrijk onderdeel van de cultuurhistorie. Andere voorbeelden zijn de ontwikkelingen van de landgoederen die grote invloed hebben gehad op het landschap, en de invloed van de uitleg van de historische binnenstad van Zevenaar op de totstandkoming van de huidige stad. De cultuurhistorische waarden zijn niet los te zien van hun omgeving en bieden kansen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteiten. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, zolang de aanwezige cultuurhistorische waarden worden behouden en/of versterkt. Oude, nog bestaande historische elementen en structuren zijn verbindende schakels tussen verschillende landschapstypen en dienen weer herkenbaar te worden gemaakt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan (oude) dijken, geulen, (oude) wegen, weteringen als de Hengelder Leigraaf en de Angerlose wetering. Het zichtbaar maken en houden van deze (historische) structuren maakt de verschillende ontstaansverhalen van de landschapstypen zichtbaar en versterkt de identiteit van Zevenaar. Door behoud en versterking van de cultuurhistorische waarden bij nieuwe ontwikkelingen worden gebiedseigen plannen gecreëerd, met bijzondere en herkenbare plekken. De identificatie met en de beleving van onze leefomgeving neemt erdoor toe waardoor een aantrekkelijk landschap wordt gecreëerd waarin het fijn wonen, werken en recreëren is. 3.2 Zevenaar nu De gemeente Zevenaar heeft binnen de regio een eigen lokale kleur met specifieke opgaven en te behouden kernkwaliteiten. De specifieke kernkwaliteiten vormen het vertrekpunt voor de aanpak van de opgaven voor de toekomst en de onderwerpen die daarbij voor Zevenaar van belang zijn. Zowel vanuit cultuurhistorisch perspectief als ter bevordering van het leefklimaat is het belangrijk om deze kernkwaliteiten te behouden en (indien mogelijk) te versterken. Kernkwaliteiten: Zevenaar …………… vormt het hart van de Liemers: een prachtig landschap dat verscholen ligt tussen de heuvels van de Veluwe en Montferland en de rivieren Rijn, IJssel, Oude IJssel en het Pannerdensch Kanaal; is een landelijke gemeente met een hoge kwaliteit van wonen, werken, leven en recreëren; heeft een bruisende stad en verschillende kleine kernen met een eigen identiteit en sterke sociale cohesie (gemeenschapszin); is een groene leefomgeving ; heeft een sterke gemeenschapszin; is een evenementengemeente met een hoge recreatieve waarde; zet in op maakindustrie, logistiek en vrijetijdseconomie binnen de gemeente die belangrijk zijn voor de werkgelegenheid en de leefbaarheid, maar die ook een zorgvuldige inpassing vergen; heeft waardevolle cultuurhistorische en ecologisch waardevolle elementen in het gebied. (Bron: ‘Koersdocument Omgevingsvisie Zevenaar 2040’) 3.3 Zevenaar in 2040 Richting 2040 staan we voor een aantal opgaven om de kernkwaliteiten van de gemeente te behouden dan wel te versterken. Daarom zetten we in op een brede, integrale omgevingsvisie met duidelijke ambities. Op basis van prognoses heeft Zevenaar in 2040 ruim 48.150 inwoners en 23.250 huishoudens (nu 45.050 inwoners en 20.570 huishoudens). In de omgevingsvisie komen de verschillende opgaven samen in acht integrale hoofdambities. Met de ambities geven we aan waar we voor staan en waar we in de toekomst naar toe willen. Daarnaast plaatsen we onze ambities in regionaal perspectief. Ambities: Zevenaar ………. is een fijne woongemeente in een dynamische omgeving met een goed woningaanbod (voor jong en oud). kent een onderwijsaanbod en werkgelegenheid passend bij de beroepsbevolking. heeft mooie landschappen en natuur en beleefbare cultuurhistorie, waar het fijn recreëren is. is een gezonde, veilige en schone leefomgeving. is een klimaat neutrale gemeente. heeft een voorzieningenniveau passend bij de regiofunctie. zet in op een goede bereikbaarheid als noodzakelijke basisvoorwaarde voor de leefbaarheid en vitaliteit. staat voor saamhorigheid in de kernen, ruimte voor ontmoeting en initiatieven. 4 De acht ambities van Zevenaar 4.1 Algemeen De acht samenhangende ambities die we beschrijven in deze omgevingsvisie vragen om keuzes richting
- Waar en hoe krijgen deze opgaven een plek? We streven naar meervoudig ruimtegebruik en kijken hoe we kunnen voortbouwen op de huidige opzet van de gemeente, het centrum, de wijken, de dorpen en het buitengebied. Hieronder beschrijven we de ruimtelijke hoofdkeuzes van Zevenaar per ambitie.
- Een fijne woongemeente in een dynamische omgeving met een goed woningaanbod (voor jong en oud) Ruim 80% van de nieuwe woningen bouwen we in de stedelijke zone. De dorpen ontwikkelen mee in de woningbouwopgave, passend bij schaal en omvang. We kiezen daarbij voor een mix van type woningen, passend bij de kenmerken van elk dorp/ elke kern. Als we bouwen buiten de kernen, dan willen we dat de woningen goed worden ingepast in de omgeving (landschapsversterking). We differentiëren naar doelgroepen en kijken naar passende woonmilieus per gebiedsopgave. We willen dat 2/3 deel van de nieuw toe te voegen woningen betaalbaar is. 1/3 deel van de totaal toe te voegen woningen valt in de sociale huurcategorie waarbij wij wel de balans in onze woningvoorraad in het oog houden. Naast het uitbreiden van nieuwbouw, met name kleinere eenheden, richten we ons ook actief op mogelijkheden binnen de bestaande woningvoorraad. We verdichten en vergroenen door ook de hoogte in te gaan in de stedelijke zone. We willen adaptief kunnen blijven programmeren: aantallen en typologie laten meegroeien met de vraag/behoefte. We zien kansen voor conceptueel circulair bouwen. We willen meer betaalbare woningen en kleinere woningen. We bevorderen passend aanbod voor senioren en doorstroming. Inwoners met en zonder ondersteunings- of zorgvraag kunnen in iedere kern wonen en passende ondersteuning en zorg ontvangen. We stellen ons op als een faciliterende gemeente waarbij we proactief schakelen, stimuleren, agenderen en verbinden om woonvormen te ontwikkelen die bijdragen aan het vergroten van het woningaanbod en/of passend wonen van inwoners. Een goed wegennet en goede bereikbaarheid is randvoorwaardelijk.
- Een onderwijsaanbod en werkgelegenheid passend bij de beroepsbevolking Bestaande en soms minder passende bedrijvigheid binnen de stedelijke zone willen we geleidelijk verplaatsen of vervangen door passende functies: transformatie naar woongebieden. Zuidspoor is het meest voor de hand liggende voor een gefaseerde transformatie. Mercurion: geleidelijke transformatie. Tatelaar: inzetten op deels transformatie en deels revitalisering. Nieuwe bedrijfslocaties sluiten aan op de structuur van de stad. Nieuwe (logistieke) bedrijfslocaties willen we plaatsen langs de A
- We blijven inzetten op vrijetijdseconomie, (ondersteunende) logistiek, agrarische economie en maakindustrie. Daarbij is innovatie belangrijk. Ook zien we mogelijkheden voor het faciliteren van hightech bedrijven. We willen starters en werkenden de mogelijkheid geven om een leven lang door te ontwikkelen. Daarmee zijn bedrijven én inwoners geholpen. Nieuwe werkgelegenheid faciliteren we, waarbij we juist de combinatie werken en onderwijs willen versterken. We geven ruimte aan bijzondere samenwerkingsvormen zoals een technische campus (te denken valt aan voorbeelden als Fieldlab of Technoforum). We willen toekomstbestendige werklocaties, zowel wat betreft klimaatadaptatie, de energietransitie en circulariteit. Bereikbaarheid van de werklocaties blijft heel belangrijk, voor zowel fiets, auto en openbaar vervoer. We willen als gemeente inzetten op het stimuleren van de fiets in de vorm van goede (lokale en regionale) fietsverbindingen voor woon-werkverkeer en goede verbindingen vanuit het station met de werklocaties, inclusief voldoende fietsvoorzieningen op het station en de werklocaties. We willen dat er meer collectief wordt gekeken naar mogelijkheden om gezamenlijk bij het uitgeven van de werklocaties verschillende opgaven op te lossen aan de voorkant. Een nieuwe kijk op de inrichting van werklocaties. We staan geen nieuwvestiging van agrarische bedrijven toe. Bestaande agrariërs die een nieuwe locatie willen, kunnen gebruik maken van een bestaande leegstaande agrarische locatie, mits deze op een passende locatie ligt. Voor huidige agrariërs die willen doorgaan, zetten we in op het faciliteren van mogelijkheden die in te passen zijn binnen de ambities voor het landschap, verduurzaming en kringlooplandbouw. Voor bedrijven waar beëindigen van de agrarische activiteiten is voorzien, denken we mee in de mogelijkheden voor transformatie. We stellen nieuw beleid op voor vrijkomende agrarische bebouwing. We hebben als Zevenaar een sterke connectie met het omliggende water en watergebonden bedrijvigheid.
- Mooie landschappen en natuur en beleefbare cultuurhistorie, waar het fijn recreëren is We willen de groenblauwe gebieden en structuren binnen en buiten de stedelijke zone versterken en deze nog meer met elkaar verbinden. Hiermee zijn de landschapswaarden overal in de stedelijke zone nabij en kunnen deze bijdragen aan een goed woon en leefklimaat, de energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid. We gaan verdroging tegen door bufferzones aan te leggen waar we water vasthouden. Streven is de 3-30-300 richtlijn om het gebied groener, gezonder en aangenamer te maken. Het streven is 3 bomen zichtbaar vanuit elk huis, 30 procent bladerdek in elke wijk en 300 meter tot de dichtstbijzijnde groene ruimte. We geven uitvoering aan de bossenstrategie; meer bomen en bos in het landelijk gebied en in dorpen en steden. De komende jaren wordt ingezet op het versterken van recreatie en toerisme met de focus op de beleving van water, natuur, cultuurhistorie en winkelen. We zetten in op het beleven van de cultuurhistorie door drie verhaallijnen Strijd tegen het water Leven van het water Romeinse Limes Cultuurhistorie en erfgoed spelen een grote rol in de beleving, identiteit, herkenbaarheid en aantrekkelijkheid van de stad. Deze spelen een rol bij de ontwikkeling van onze identiteit en zijn een inspiratiebron voor het maken van ruimtelijke plannen. We behouden en versterken, daar waar mogelijk, de cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Dit betekent dat we bepaalde gebieden ook vrijwaren van nieuwe ontwikkelingen. Verblijfsrecreatie: We dagen ondernemers uit om een meer hoogwaardig aanbod te creëren. Een hotel (niet in gebruik voor opvang) nabij de A12 is wenselijk en er liggen kansen om de locatie Carvium Novum in te vullen als aantrekkelijk recreatief verblijfsgebied. We zien verder geen grootschalige mogelijkheden voor verblijfsaccommodaties binnen onze gemeente. Wel willen we meer kleinschalige initiatieven, die aanvullend zijn op het bestaande aanbod. We stimuleren biodiversiteit. Kinderen kunnen zoveel mogelijk dichtbij huis naar de peuteropvang en naar school. We willen een divers en kwalitatief cultureel aanbod dat de aantrekkingskracht van de gemeente Zevenaar versterkt.
- Een gezonde, veilige en schone leefomgeving In en tegen de stedelijke zone willen we een groot ‘stadspark’ als tegenhanger voor de verstedelijking (hoogbouw in spoorzone). We vergroenen de openbare ruimte en creëren een uitnodigend karakter. Zo willen we onze bewoners verleiden tot meer bewegen, gezond gedrag en veilige sociale interactie. Een openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen, spelen, elkaar ontmoeten en het groen beleven. Dit draagt bij aan de gezondheid van onze inwoners en voorkomt sociaal isolement. We zorgen voor een goede openbare veiligheid, een veilige omgeving met veilige gebouwen, voor zelf- en samen redzame inwoners, voor bescherming van kwetsbaren en voor effectieve hulpverlening. We stimuleren een veilig leefklimaat door samenwerking tussen bewoners en organisaties. Het hebben en houden van een prettig en veilig leefklimaat is een taak van iedereen. Bij besluiten over ruimtelijke ontwikkelingen zijn veiligheid en gezondheid (bescherming én bevordering) een integraal onderdeel van de belangenafweging. De bescherming tegen een schadelijke luchtkwaliteit is belangrijk voor de gezondheid en leefbaarheid van de stad. Daarnaast draagt de verbetering van de luchtkwaliteit bij aan herstel van de natuurwaarden. Door meer opvanggebieden voor regenwater aan te leggen, willen we wateroverlast bij hevige regenbuien voorkomen.
- Een klimaatneutrale gemeente Voor windenergie (als onderdeel van de RES opgave) zien we mogelijkheden nabij bestaande locaties en langs de A12 (energiecorridor). Tot 2030 zetten we in op zon en wind. Na 2030 bepalen we dit op grond van keuze voor energiebron en de laatste stand der techniek. We geven zoekzones aan waar we mogelijkheden zien voor grootschalige opwek. We zetten in op zon op daken. Ook op windturbines, mits goed ingepast eventueel in combinatie met zon. We hechten veel waarde aan klimaatadaptief bouwen. We willen voorbereid zijn op extreme neerslag, zeespiegelstijging, hitte en droogte. Dit doen we door nieuwbouw en bestaande bouw, en de omgeving hiervan, klimaatadaptief in te richten en met beheer in stand te houden. We willen een handelingsperspectief voor energiebesparing aan inwoners en bedrijven. Doorontwikkeling van het warmtenet. Een belangrijk onderdeel van de energietransitie is de warmtetransitie, de verduurzaming van de warmtevraag van wijken, die per definitie een wijkgerichte aanpak vraagt. We willen zo goed mogelijk invulling geven aan afspraken in het Klimaatakkoord. Circulariteit bij gebiedsontwikkeling. De bouw in Nederland is voor de helft verantwoordelijk voor het Nederlandse materiaalgebruik. De productie van bouwmaterialen draagt significant bij aan de uitstoot van onder meer CO
- Daarom krijgt circulair bouwen steeds meer de aandacht vanuit de overheid en de bouwsector. Circulair bouwen houdt in dat bij de bouw, sloop en renovatie van gebouwen principes uit de circulaire economie worden. Uitbreidingen van het elektriciteitsnet in beeld brengen en deze programmeren/afstemmen met andere ontwikkelingen.
- Een voorzieningenniveau passend bij de regiofunctie In de stedelijke zone zien we ruimte voor forse groeiambitie in wonen en werken. We zijn met onze woonopgave regiobreed georiënteerd. We zetten met de kern Zevenaar in op regionale voorzieningen voor zorg, onderwijs en vrije tijd, op evenementen en de markt. Winkels en andere veel gebruikte voorzieningen hebben of krijgen hun plek zoveel mogelijk in het centrum van de kern Zevenaar. We gebruiken de omgeving van het station vooral voor wonen en voor voorzieningen waar veel mensen gebruik van maken, ook om de noodzaak van autobezit te beperken. We kijken hoe we de functie van de stad voor de omgeving nog sterker kunnen maken.
- Een goede bereikbaarheid als noodzakelijke basisvoorwaarde voor de leefbaarheid en vitaliteit We koersen op meer autoluw met minder parkeren in het straatbeeld door andere vervoersmiddelen te stimuleren en auto’s te verleiden andere routes te nemen. Fietsers en voetgangers krijgen prioriteit en duurzaam openbaar vervoer wordt dé vervoerswijze waar dit kan. Inzet op verbeteren van de spoorzone. Veiliger maken en beter aansluiten van het station. Ook willen we de bereikbaar vanuit de zuidzijde van de spoorlijn mogelijk maken met voorzieningen zoals shared mobility-faciliteiten en parkeren. We zetten in op een gebiedsaanpak waarbij de visie op verkeer en parkeren en de woon(zorg)visie (met daarin tevens de mogelijkheden voor meer gestapelde bouw) samenkomen. Hoogwaardig openbaar vervoer en fietsvoorzieningen zijn daarbij harde randvoorwaarden. We willen meer maatwerk in ons parkeerbeleid. We zullen moeten investeren in uitbreiding en verbetering van het wegennetwerk om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. Het gaat daarbij om een mix aan maatregelen. We willen vervoersarmoede zoveel mogelijk tegengaan. We willen een hoofdstructuur parallel aan de A
- Insteek is adaptief te handelen bij lopende ontwikkelingen op basis van de visie en mogelijkheden open te houden binnen de ontwikkelingen. Verdere ontwikkeling van de stad maakt nut en noodzaak en daarmee haalbaarheid uiteindelijk groter. Een mooie en functionele fiets- en loopbrug over de IJssel ter hoogte van de Marsweg. Deze brug zien we als waardevolle toevoeging voor het Rivierklimaatpark IJsselpoort, maar ook voor de verbinding tussen de gemeenten Rheden en Zevenaar. Deze brug ook als onderdeel van een aantrekkelijk verbinding door Het Broek naar Zevenaar.
- Saamhorigheid in de kernen, ruimte voor ontmoeting en initiatieven We realiseren gemengde woonwijken met een gevarieerd woningaanbod. We willen het maatschappelijke voorzieningenniveau (winkels, horeca, werk, zorg, onderwijs, sport, cultuur en vrijetijds-besteding), waar mogelijk, op peil en bereikbaar hebben. Voorzieningen in de buurt zorgen voor een sterke sociale infrastructuur. Vooral detailhandel en horeca zijn belangrijk voor de leefbaarheid van de kernen. Deze voorzieningen willen we graag behouden per kern. We realiseren groen en een uitnodigende buitenruimte op wijkniveau. We willen een mooie openbare ruimte die uitnodigt tot spelen, bewegen en ontmoeten. Een openbare ruimte die toegankelijk en inclusief is en gericht op alle leeftijden (ommetje, fietsrouting, fitness in de openbare ruimte, skating, etc.). Een thuis voor iedereen door mensen mee te laten doen in de samenleving en passende huisvesting te bieden. Waarin omzien naar elkaar centraal staat. We willen veerkrachtige dorpen en buurten met mensen die samen leven, elkaar ontmoeten en naar elkaar omkijken zodat iedereen mee kan doen. Uitgangspunt is inzet op positieve gezondheid door sociale netwerken, beweging, ontmoeting, basisvoorzieningen (nabij of thuisgebracht) en een toegankelijke omgeving. Voldoende ruimte bieden aan voorzieningen en daarbij streven naar multifunctioneel ruimtegebruik. Het gaat om een breed palet aan basisvoorzieningen. Per project hanteren we normgetallen voor voldoende voorzieningen, waarbij we altijd zoeken naar mogelijkheden voor multifunctioneel gebruik. We onderzoeken of we dit kunnen vastleggen in het omgevingsplan. 5 De visie in bouwstenen 5.1 Algemeen 5.1.1 Algemeen We werken in de omgevingsvisie met algemene bouwstenen en meer gebiedsgericht bouwstenen. In dit hoofdstuk gaan we nader in op de vier bouwstenen zoals deze ook in regionaal beleid worden gehanteerd, te weten:
- Leefomgeving
- Wonen
- Economie
- MobiliteitBijbehorende bouwsteenkaarten zijn in bijlage II opgenomen. 5.1.2 Brede welvaart Aanvullend op deze bouwstenen gaan we in deze omgevingsvisie ook nader in op het begrip ‘brede welvaart’. Brede welvaart is een overkoepelend begrip en gaat over ‘de kwaliteit van leven in het hier en nu en de mate waarin deze ten koste gaat van die van latere generaties of van die van mensen elders in de wereld’ (definitie CBS). In de nationale politiek en op diverse plekken in de samenleving klinkt al langer een roep om een ruimere blik op welvaart dan het gebruikelijke perspectief van economische groei. Welvaart is meer dan het hebben van een inkomen en een dak boven ons hoofd. Door te bouwen aan brede welvaart zetten we in op het verbeteren van de levenskwaliteit, de leefomgeving, de welvaart én het welzijn van mensen. Het begrip brede welvaart gaat dus óók over gezondheid, leefbaarheid, onderwijs, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en veiligheid. We richten ons op positieve gezondheid, veiligheid en zoveel mogelijk eigen regie voeren. De omgeving waar je woont, leefgewoonten en gezondheid hebben veel met elkaar te maken. Een vitale wijk of dorp helpt inwoners om gezond te blijven. Zowel fysiek, mentaal als sociaal-emotioneel. We willen de leefomgeving zo inrichten dat we sport, beweging en gezond gedrag stimuleren. Ons doel is om de gezondheid van onze inwoners zoveel mogelijk te verbeteren. Met een goede veiligheid willen we de risico’s die mensen lopen in hun leefomgeving zoveel mogelijk beperken. Denk bijvoorbeeld aan de opslag, productie, gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen, bodem, licht, lucht, stof, geur, geluid, trillingen en windhinder. Deze aspecten zijn van invloed op de gezondheid en het welbevinden van onze inwoners. De onderdelen vanuit de ‘brede welvaart’ komen aan bod in de verschillende bouwstenen van deze omgevingsvisie en dienen in samenhang met elkaar te worden gezien. 5.1.3 Regionale context: Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Zevenaar is gelegen binnen de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. De afgelopen jaren is er vanuit de regio, in samenwerking met de provincie en het Rijk ruimtelijk beleid opgesteld: de Verstedelijkingsstrategie. Dit is ook door de gemeenteraad vastgesteld. Daarin staan de ambities, doelen en opgaven voor de fysieke leefomgeving voor de regio weergegeven. Deze stukken zijn, voor zover relevant, verwerkt in deze omgevingsvisie. Kaart verstedelijkingsstrategie 2022 In het Verstedelijkingsakkoord ‘Meer landschap meer stad’ zijn samen met de Regio Foodvalley, provincies Gelderland en Utrecht en drie waterschappen afspraken gemaakt met het Rijk om tot en met 2040 in beide regio’s de leefomgeving, economie en bereikbaarheid te versterken en 100.000 nieuwe woningen te bouwen (november 2022).https://www.gmr.nl/media/vuzn0qs5/230112_onderzoeksagenda-gebiedsuitwerkingen_definitief_jan2023.pdf 5.1.4 Provinciale context: regioarrangement Het Rijk wilde eind 2023 met alle provincies afspraken maken over hoe elke provincie de opgaven op het gebied van wonen, bereikbaarheid, energie, economie, landbouw en natuur goed ruimtelijk kan inpassen. De provincie Gelderland heeft besloten haar ruimtelijk voorstel vanuit haar zeven regio’s op te bouwen via regioarrangementen. Het regioarrangement Groene Metropoolregio beschrijft de ambities, doelen en opgaven voor de fysieke leefomgeving rondom de hoofdopgaven energie/economie, verstedelijking/wonen (incl. mobiliteit) en landelijk gebied. https://gelderland.stateninformatie.nl/document/13580662/1 Kaart Regioarrangement 2023 5.1.5 Landelijke context: NOVEX Arnhem-Nijmegen-Foodvalley Naast de ruimtelijke regie per provincie wordt ook ingezet op een gebiedsgerichte regie in NOVEX-gebieden. Het gaat hier om gebiedsontwikkelingen waar nationale opgaven in het fysieke domein zodanig stapelen dat een gebiedsgerichte ordening en prioritering van verschillende nationale opgaven noodzakelijk is om te kunnen komen tot de gewenste herbestemming en/of ingrijpende herinrichting. Dit met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en Regio Foodvalley vormen samen het NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley. In dit gebied werken 26 gemeenten, 3 waterschappen, 2 provincies en het Rijk samen aan de toekomst van dit gebied. Het is een gebied met stedelijk en landelijk gebied, met grote rivieren, de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. In het gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley komen een aantal grote nationale opgaven bij elkaar: een woningbouwopgave, een forse herstelopgave van natuur- en watersystemen en de noodzakelijke transitie van de landbouw. Deze opgaven concurreren in ruimte en hebben onderling effect op en afhankelijkheden van elkaar. Het is dus belangrijk om deze opgaven integraal te bekijken en aan te pakken. Het Rijk heeft daarom het gebied aangemerkt als één van de NOVEX-gebieden in Nederland. In deze gebieden zullen Rijk en regio als partners gebieds- en opgavegericht nauw samenwerken. Met de verstedelijkingsstrategieën hebben de samenwerkende overheden in de afgelopen periode veel ervaring opgedaan met deze manier van werken. Het Rijk treedt op als actieve partner in de gebieden door capaciteit en middelen in te zetten om tot die strategieën te komen. Ook zal het Rijk actief meedoen bij de uitwerking naar een gezamenlijk gedragen programmering en bestuurlijke afspraken: het NOVEX-Ontwikkelperspectief.https://www.gmr.nl/projecten/novex-arnhem-nijmegen-foodvalley/ 5.2 Bouwsteen Leefomgeving 5.2.1 Algemeen De bouwsteen ‘leefomgeving’ is de meest diverse en meest omvattende bouwsteen. Binnen deze bouwsteen krijgen vrijwel alle onderwerpen die effect ondervinden van de fysieke inrichting of juist effect hebben op het functioneren ervan, een plaats. Om hier een logische structuur in te krijgen, hebben we gekozen voor de volgende indeling: De uitnodigende leefomgeving De gezonde leefomgeving De sociale leefomgeving De duurzame leefomgeving Link naar de Bouwsteenkaart Leefomgeving 5.2.2 Uitnodigende Leefomgeving 5.2.2.1 Water/ droogte/ klimaatadaptatie Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen van grote invloed zijn op de waterhuishouding in een gebied. Ze kunnen gevolgen hebben voor de waterkwantiteit, de waterkwaliteit en de waterveiligheid. Ook andersom zijn er gevolgen zoals verdroging, verzakkingen en drinkwatertekorten. Water is van oudsher een belangrijke factor geweest bij het in cultuur brengen van het Liemerse en dus Zevenaarse landschap. Dit landschap is gevormd en getekend door het omgaan met water dat ooit bekend stond om zijn ondoordringbare moerassen. Klimaatverandering maakt wateropgaven weer actueel. Het watersysteem van Zevenaar reageert sterk op de waterstanden van de rivieren Rijn en IJssel, waarbij hoge rivierstanden ervoor zorgen dat sloten sneller vol lopen en lage rivierstanden juist droogval veroorzaken. In bijgevoegde kaart is de invloedssfeer van de grote rivieren op het watersysteem van de Liemers weergegeven bij lage waterstanden. Hieruit is op te maken dat ongeveer de helft van de Liemers invloed van de grote rivieren ondervindt op het watersysteem. Hoe donkerder de kleur, hoe groter het effect. Belangrijkste conclusies vanuit het rapport Feitenbeeld de Liemers (juni 2023) De opgave: grondwater weer op peil brengen en slim omgaan met het neerslagoverschot en de rivierinvloeden Jaarrond is er water genoeg, maar in (winter)periodes met veel regen voeren we dit water grotendeels af waardoor we dit in (zomer)periodes met meer droogte niet kunnen benutten. Als gevolg wordt er flink beslag gelegd op de grondwatervoorraden, waardoor de grondwaterstand steeds dieper weg zakt. Daarnaast moeten we ook slim omgaan met toenemende rivierinvloed en piekbuien om overlast te voorkomen. Om het watersysteem van de Liemers en dus gemeente Zevenaar weer in balans te krijgen zal er meer watervoorraad aan het systeem moeten worden toegevoegd. De meest kansrijke zoekrichting is het toevoegen van extra watervoorraad in het bodemprofiel: waterberging. Waar kan aan gedacht worden als het gaat om het vergroten van waterberging? Waar mogelijk het strategisch verlagen van groenstroken; Meer elementenverharding en vermindering van nodeloze verharding; Uitvoering van revitaliseringsprojecten tot 2037 uitgaande van een klimaatrobuust ontwerp van het watersysteem en de waterketen (riolering) van de kernen; Waterberging in landelijk gebied vergroten na (geohydrologisch onderzoek naar waterbalans). Het watersysteem staat voor grote opgaven wat betreft watertekorten in droge periodes, wateroverschotten bij extreme neerslag, verzakkingen, dijkversterking, drinkwater, natuur en waterkwaliteit. Met de opgaven in het achterhoofd zullen er met de omliggende gemeenten, provincie en waterschap keuzes moeten worden gemaakt om de opgaven zoveel mogelijk integraal aan te pakken. Deze keuzes zullen de komende tijd in beeld worden gebracht. Als gemeente zetten we in op verschillende onderdelen om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan en de biodiversiteit te verhogen: Het voorkomen van wateroverlast bij hevige regenbuien door meer opvanggebieden voor regenwater aan te leggen. Dit kan ook in bestaande crevassegeulen (oeverdoorbraakgeulen van rivieren) of waterplassen die zijn ontstaan na de doorbraak van dijken; Het voorkomen van droogte door bijvoorbeeld regenwater op te vangen en naar het grondwater te laten zakken; Het beperken van hittestress door: meer schaduw door het aanplanten van bomen; het stimuleren van groene daken; meer groen en minder verharding en waar mogelijk toepassing van semi-verharding; Het stimuleren van verticaal groen/geveltuinen; Accepteren dat gewenste vergroening en efficiënt ruimtegebruik soms gepaard gaat met langere loopafstand naar de auto; Het stimuleren van de biodiversiteit door bijv. ons maaibeleid aan te passen en in te zetten op rijkere beplantingsvormen. De inzet kan bijvoorbeeld bloemrijk grasland zijn in plaats van strak gemaaid gras. We stellen een biodiversiteitsplan op om vorm te geven aan de ambities die we hebben. 5.2.2.2 Cultureel erfgoed 5.2.2.2.1 Algemeen Het cultureel erfgoed bestaat uit het cultuurlandschap met de gebouwde monumenten en de ondergrondse archeologische resten. Het cultuurlandschap wordt gevormd door dijken, watergangen, wegen, verkavelingen en dergelijke. Deze plekken dragen bij aan de identificatie met de straat, het dorp/ de stad, de streek en het land waarin wij wonen. Deze identificatie met een plaats, en de gemeenschapszin daarvan, wordt onder andere versterkt door de folklore, schutterijen, muziekverenigingen, carnaval, kermissen en sagen. De gemeente hecht veel belang aan het behoud van haar monumentwaardige gebouwen, historische structuren en erfgoed. Voor het duiden van ons cultureel erfgoed hanteren wij de Handreiking begrippenkader cultureel erfgoed onder de Omgevingswet, uitgegeven door de Rijksdienst van Cultureel Erfgoed. Gemeenten kunnen door het eenduidig toepassen van de wettelijke begrippen voor cultureel erfgoed in omgevingsplannen het cultureel erfgoed beter beschermen. En ook optimaal gebruikmaken van enkele landelijke bepalingen voor het behoud ervan.https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2020/01/01/handreiking-begrippenkader-cultureel-erfgoed-onder-de-omgevingswet. Cultureel erfgoed bestaat dus uit monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en ander cultureel erfgoed. Dat andere cultureel erfgoed is roerend cultureel erfgoed zoals historische schepen in een historische haven, of immaterieel cultureel erfgoed dat aan een specifieke plek gebonden is, zoals het molenaarsambacht. Ook het werelderfgoed en de omgeving van een beschermd monument is een aandachtspunt. De vijf elementen van cultureel erfgoed als onderdeel van de leefomgeving, opgenomen in het begrippenkader Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden alle cultuurhistorische karakteristieken (monument, landschap en archeologie) meegewogen. Hierdoor is ook het nieuwe herkenbaar als typisch van deze streek, regio of plek. Met de toegenomen diversiteit, neemt ook de kwaliteit in onze leefomgeving toe. De onderstaande cultuurhistorische waardenkaarten en de ‘Kwaliteitsgids Landschap’ zijn hierbij belangrijke richtinggevende documenten. Wij hechten veel belang aan het behoud van ons cultureel erfgoed, materieel en immaterieel. Ons cultureel erfgoed vertelt ons wie wij zijn, waar wij vandaan komen en waar we naar toe willen gaan. Het heeft een intrinsieke waarde. Het is boeiend, is mooi en geeft plezier.Ook heeft het een economische waarde, die een gevolg is van haar bijdrage aan de kwaliteit van onze leefomgeving en haar aantrekkelijkheid voor toerisme en recreatie. De afgelopen jaren is er een belangrijke verschuiving te zien naar het besef van de sociale waarde van cultureel erfgoed. Cultureel erfgoed brengt mensen samen, omdat activiteiten samen bezocht of georganiseerd worden. Cultuur en erfgoed dragen bij aan persoonlijke ontwikkeling en mentale gezondheid. Bij culturele en erfgoedinstellingen en -verenigingen zijn vele vrijwilligers actief, die zingeving en plezier halen uit hun werk. Het is een goede manier om anderen te ontmoeten, actief te blijven en betrokken te zijn bij de maatschappij. Erfgoed en kunstbeoefening en -beleving zijn belangrijke middelen om doelstellingen vanuit het sociaal domein te realiseren. 5.2.2.2.2 Het verdrag van Faro De centrale vraag in het verdrag van Faro luidt: voor wie en waarom hebben we erfgoed? Het zijn onze inwoners en bedrijven die betekenis geven aan ons erfgoed. Erfgoed is alles wat mensen willen doorgeven aan volgende generaties. Het is dus belangrijk dat iedereen die dat wil ook toegang heeft, kan meedoen en meebepalen. Het betreft zowel materieel als immaterieel erfgoed. Bijvoorbeeld publieksarcheologie, meewerken aan de carnavalsoptocht en andere lokale tradities als kermis, oogstfeesten, schutterijen en processies. Maar ook, het verzamelen van verhalen en historisch onderzoek doen naar lokale geschiedenis. Het is belangrijk dat jongeren actief betrokken worden. Er is een verschuiving gaande waarbij de focus verplaatst van experts die bepalen wat erfgoed is naar betrokkenheid vanuit de gemeenschap. Erfgoed laat ons nadenken over wie we zijn als samenleving, over wat ons bindt aan elkaar en aan de plek waar we leven. Over hoe we daar gezamenlijk vorm aan kunnen geven: overheid, inwoners en alles wat daartussen zit. Erfgoed kan zo een belangrijke rol spelen in een nieuwe relatie tussen onze inwoners en overheid of instellingen. Uit de participatie bij de omgevingsvisie kwam naar voren dat inwoners monumentale panden en landgoederen en de strijd met en tegen het water het belangrijkst vinden als het gaat om beleving van het landschap, cultuurhistorie en/of erfgoed. Als het gaat om cultureel erfgoed staat Zevenaar voor: a. het beschermen, behouden en versterken van de monumenten. b. het beschermen, behouden en versterken van het cultuurhistorisch landschap. c. monumenten die als onderdeel van hun omgeving, door hun omgeving beschermd worden tegen ontsiering en beschadiging. d. het behouden en uitdragen van de uitzonderlijke universele waarde van ons werelderfgoed Herwen – De Bijland binnen de Neder-Germaanse Limes. e. te ontwikkelen plannen dragen bij aan behoud, herstel en beleving van ons cultureel erfgoed. f. publieksparticipatie. g. erfgoededucatie. h. cultureel erfgoed enerzijds en recreatie en toerisme anderzijds profiteren van en versterken elkaar. 5.2.2.3 Landschap We willen in Zevenaar aantrekkelijke, gevarieerde en herkenbare landschappen. De verschillende karakteristieken van het landschap dragen in belangrijke mate bij aan de identiteit van Zevenaar. Denk hierbij aan het landgoederenlandschap rond Bingerden, het open kommengebied in Het Broek, de oeverwallen met de kernen en verspreide bebouwing en de uiterwaarden langs de rivier. De gebieden bieden bewoners een aantrekkelijk uitloopgebied, waarin ruimte is voor mens en natuur en waarbij we kwetsbare natuurgebieden ontzien. Door het natuurlijk systeem te versterken, kunnen we de negatieve effecten van klimaatverandering minimaliseren en de biodiversiteit versterken. Ook de groene openbare ruimte in stedelijk gebied heeft waarde voor natuur, kwalitatieve uitstraling en verkoeling. Met de steeds verdere verstedelijking staat de groene ruimte echter nog steeds onder druk. Naast alle plannen in deze omgevingsvisie voor verdere bouw, willen we werken aan de groene ruimte. Deze twee ontwikkelingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en zouden zodoende in de fase van planvorming samen opgepakt moeten worden. Hierbij aansluitend bij het motto uit de verstedelijkingsstrategie van de regio: “Meer stad, meer landschap”. 5.2.2.4 Natuur Langs de randen van de gemeente Zevenaar vormen de uiterwaarden van de Rijn en IJssel en de Rijnstrangen een groot samenhangend, grensoverschrijdend en bijzonder natuurgebied. Deze natuurgebieden zijn onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en overlappen grotendeels met het Natura2000-gebied Rijntakken. De Gelderse Poort in het zuiden en de IJsselpoort in het noorden maken hier deel van uit. Gebieden van het GNN in het noorden van Zevenaar zijn onderdeel van de Groene ontwikkelingszone (GO)/ecologische verbinding tussen de natuurgebieden op de Veluwezoom en Montferland. Het GNN heeft een belangrijke functie voor de verspreiding en instandhouding van dieren en planten. GNN en GO wordt op onderstaande afbeelding nader weergegeven. Natuur is overal om ons heen en in velerlei opzichten waardevol. Behalve de ecologische waarde, omdat er sprake is van een leefgebied waar planten en dieren leven, vormt het ook een economische en sociale waarde. Een natuurlijke omgeving is nog steeds de basis voor onze voedselproductie. Dit draagt bij aan het verminderen van hittestress en is positief voor onze gezondheid. Natuur, water en klimaatadaptatie hangen nauw met elkaar samen voor het creëren van een leefbare omgeving en een robuust landschap. Voor klimaatadaptatie is een veerkrachtig landschap van belang. Dit betekent een goede biodiversiteit en goede ecologische dwarsverbindingen bij gradiënten, watergangen/weteringen en over de rivier tussen bosrijke en natuurkerngebieden. Hier liggen kansen om natuur, rivier en landbouw met elkaar te verweven. Per landschapszone kan worden gekeken naar de karakteristieke landschapselementen voor het creëren van groenelementen die tegelijkertijd het bestaande landschap, de waterhuishouding, natuur en biodiversiteit versterken. 5.2.2.5 Groen 5.2.2.5.1 Algemeen We vinden het belangrijk dat er voldoende groen is in en rond onze kernen en dat onze waardevolle groenstructuren beschermd zijn. We zorgen hiermee voor een goede balans tussen groen en steen. Zo vermindert groen de kans op wateroverlast, biedt groen verkoeling tijdens warme dagen en draagt groen bij aan een betere gezondheid en hoger welzijn. Het bepaalt mede hoe we onze leefomgeving waarderen. Daarnaast levert groen een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit en legt het CO2 vast. 5.2.2.5.2 Stedelijk groen In het stedelijke gebied van de kern Zevenaar bepalen met name enkele waardevolle groengebieden door hun kwaliteit en omvang de huidige groenstructuur, zijnde: Landgoed Sevenaer Freulebos Stationsplein Gimbornhof Oude Wal Begraafplaats Arnhemseweg Begraafplaats met park Rosorum Omgeving sportpark Hengelder Daarnaast zijn de groene wegprofielen van de grotere wegen en singels sterk bepalend in de groenbeleving. Hier is veelal ruimte voor hele grote bomen die in hoge mate bijdragen aan de structuur van de stad. Bij nieuwe ontwikkelingen en herontwikkelingen liggen er kansen om deze structuur van bomen te versterken. Dit belang is veel groter dan alleen de visuele beleving. Bomen dragen namelijk bij aan de leefbaarheid en de inzet is erop gericht het raamwerk van de groenstructuur in het stedelijk gebied uit te breiden en ook aan te laten sluiten op de groenblauwe structuren buiten de stad. De meer kleinere groenvoorzieningen op wijkniveau zorgen voor een extra groenbeleving, waarbij gevarieerd groen is afgestemd op de omgeving. Structuurbepalend groen draagt in hoge mate bij aan de functies van het (openbaar) groen. Uitgangspunt vormt de 3-30-300 richtlijn. De richtlijn is bedoeld om het stedelijk gebied groener, gezonder en aangenamer te maken. Het houdt in dat we streven naar 3 bomen zichtbaar vanuit elk huis, 30 procent bladerdek in elke wijk en 300 meter tot de dichtstbijzijnde groene ruimte. 5.2.2.5.3 Landelijk gebied In het landelijke gebied zijn het vooral de natuurgebieden, bossen en uiterwaarden die onze groene omgeving bepalen. In het agrarisch gebied wordt de groene omgeving vooral gevormd door bomenrijen, bermen en houtopstanden/ houtwallen. Deze vormen belangrijke ecologische verbindingen in het agrarisch gebied en zijn beeldbepalend. 5.2.2.6 Ontgronden Onder ontgronden valt het afgraven en daardoor verlagen van de bodem. Dit geldt voor land (het maaiveld) en de waterbodem. Hierbij wordt een grondlaag zoals klei, veen, zand of grind weggehaald. Vaak wordt dit gedaan voor zandwinning. We willen dat elke ontgronding, met of zonder winning van bouwgrondstoffen, moet bijdragen aan het realiseren van een maatschappelijk gewenste functie of aan het verbeteren van het functioneren van een maatschappelijk gewenste functie. Daarbij moet het eindbeeld bijdragen aan een landschappelijke versterking, besef van cultuurhistorische waarden en uiteindelijk logisch aansluiten op het omliggend landschap. Het enkel achterlaten van waterplassen onder de noemer ‘nieuwe natuur’ is onvoldoende. Het is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer(s) om te zorgen voor zoveel mogelijk draagvlak in de omgeving. Nut en noodzaak van winning moet worden aangetoond in het licht van de gewenste transformatie. Wij wegen de betrokken belangen bij besluitvorming over ontgrondingen zorgvuldig af. De winning van bouwgrondstoffen moet plaatsvinden als onderdeel van een project met een meervoudige doelstelling, een zo groot mogelijk maatschappelijke meerwaarde én voldoende draagvlak. Ontgronden kan zowel binnendijkse (aan de landzijde van de rivier) als buitendijkse (aan de rivierzijde van de dijk). Binnendijkse locaties voor ontgronding zorgen in de regel voor meer overlast dan buitendijkse locaties. Wij gaan dus terughoudend om met de winning van bouwgrondstoffen, met name binnendijks. 5.2.2.7 Groenblauwe raamwerk Zoals opgenomen in het NOVEX Ontwikkelperspectief, bestaat de ambitie om 3.000 hectare recreatief uitloopgebied te realiseren in de regio: multifunctionele plekken waar huidige en toekomstige inwoners kunnen genieten en bewegen in het groen. We geven als gemeente uitvoering aan een deel van deze opgave binnen het “Groenblauwe raamwerk”. Het groenblauwe raamwerk is het geheel van paden, bossen, natuurterreinen, watergangen, dijken, polders en andere ‘groene’ en ‘blauwe’ gebieden. Voor Zevenaar betekent dit dat we de groenblauwe gebieden en structuren binnen en buiten de stedelijke zone willen versterken en deze nog meer met elkaar willen verbinden, zodat landschapswaarden overal in de stedelijke zone nabij zijn. Hierbij wordt ingestoken op het creëren en versterken van recreatieve en ecologische verbindingen. Daarbij gaan we op zoek naar slimme combinaties van functies om de ruimtevraag te verminderen. In de Liemers zien we vanuit het groenblauwe raamwerk kansen voor Het Broek, de groene gebieden tussen de dorpen (waaronder de landgoederenzone) en de verbinding met het rivierengebied bij de Rijnstrangen en de IJssel (zie ook de Gelderse Poort). In deze focusgebieden liggen verschillende opgaven voor een robuust water- en bodemsysteem (inclusief aanpak droogte) en het inpassen van meervoudige ruimteclaims, waaronder toekomstbestendige en natuurinclusieve landbouw en recreatief uitloopgebied. We zetten in Zevenaar en de Liemers ook in op een bossenstrategie (al dan niet in de vorm van een voedselbos). Momenteel loopt er al een programma tot en met 2026 om in een periode van 4 jaar 1.600 extra bomen aan te planten in Zevenaar. De bossenstrategie gaat echter verder. Het draagt bij aan de reductie van CO2 en zorgt ervoor dat er robuuste recreatieve uitloopgebieden komen die er weer voor zorgen dat het aantrekkelijk wonen, werken en verblijven is in Zevenaar. Kansrijke gebieden hiervoor liggen tussen de kernen van Westervoort, Duiven en Zevenaar. Ook de zone ten zuiden van de noordelijke kernen die als landgoederenzone is opgenomen op de visiekaart, kan hierin een rol spelen. We willen als Zevenaar en regio aantrekkelijk zijn voor toeristen en eigen inwoners, met toegankelijke recreatieve en toeristische voorzieningen die passen bij de groeiende vraag naar recreatief uitloopgebied. Dit ook door de forse woningbouwopgave in de regio. We gaan met het groenblauwe raamwerk nog verder onderzoeken wat we precies verstaan onder recreatief uitloopgebied en hoe en waar we deze ambitie een plek geven. Door middel van uitbreiding van de padenstructuur en toeristische overstappunten kan het stedelijk uitloopgebied beter bereikbaar worden vanuit de woonomgeving. Op veel plekken in de regio is er ruimte voor (extra) recreatie, maar er zijn ook plekken waar de natuur verstoord en beschadigd wordt door de recreatiedruk. Door het groenblauwe raamwerk te ontwikkelen en te koppelen aan een goed recreatief routenetwerk en projecten voor recreatie(spreiding), zorgen we voor een betere verdeling van de bezoekers over de regio. We zien mogelijkheden om samen met buurgemeenten op te trekken, bijvoorbeeld met de aanleg van de brug over de IJssel om de omgeving van Rhederlaag en Het Broek te koppelen met Rheden en de Veluwezoom. 5.2.2.8 Ambities uitnodigende leefomgeving Water/ droogte/ klimaatadaptatie: Water, waterkeringen, door het water gevormde landschapselementen en waardevolle gebiedsbepalende elementen dragen in hoge mate bij aan de identiteit van het landschap en zijn dus belangrijk. De beleving van het bijzondere waterrijke landschap is onderdeel van infrastructurele opgaven en uitbreiding van de padenstructuur. We willen dat de openbare ruimte bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering zoals hitte, droogte en wateroverlast. Ook in het buitengebied zijn er gevolgen vanuit klimaatverandering, maar hier liggen ook kansen om bij te dragen in de oplossing van hieruit voortvloeiende problemen. We passen onze omgeving aan op de gevolgen van klimaatverandering door meer groen en (infiltratie van) water mogelijk te maken. Dit is niet alleen goed voor onze gezondheid en welzijn, maar ook voor de ruimtelijke kwaliteit en natuur. Cultuurhistorie: De cultuurhistorische waarden dienen als inspiratiebron voor behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Onze inwoners vinden monumentale panden en landgoederen en de strijd met en tegen het water het meest belangrijk als het gaat om de beleving van landschap, cultuurhistorie en/of erfgoed. De aanwezigheid van deze waarden is bij planontwikkeling een essentieel aandachtspunt. We geven invulling aan de sociale waarde van cultureel erfgoed (vanuit het Verdrag van Faro), met vooral inzet op jongeren. Landschap: We zetten in op versterking van de landschapsstructuren in combinatie met de landbouwtransitie en het creëren van een grotere beleefbaarheid van het landschap voor de inwoner, de recreant en toerist. We zien in het buitengebied kansen voor het creëren van uitloopgebieden in relatie tot het stedelijk gebied. De kwaliteit van het landschap is de basis voor toekomstige ontwikkelingen in Zevenaar. Het is de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de kwaliteit en identiteit van het Zevenaarse landschap versterken. Natuur: We zien kansen voor een bossenstrategie. De bossenstrategie draagt onder andere bij aan klimaatdoelen als CO2-reductie, voorkomen van hittestress, versterken van biodiversiteit en draagt bij aan een uitbreiding van recreatieve uitlooploopgebieden dicht bij het stedelijk gebied. Het openbaar groen stimuleert de biodiversiteit, zowel flora als fauna. We willen de biodiversiteit vergroten en het bestaande behouden. We kunnen de natuur niet meer naar onze hand te zetten, maar de natuur wel zoveel mogelijk laten aansluiten bij het natuurlijke water- en bodemsysteem. Om deze omslag te maken, zijn er ingrijpende keuzes nodig in de ruimtelijke inrichting van ons land. Rijksbeleid Water en Bodem Sturend (WBS) ziet op zeven uitgangspunten/ principes die zijn vertaald naar 33 keuzes en 55 bijbehorende maatregelen. Deze passen we zo goed mogelijk toe. Groen: We hanteren de richtlijn 3-30-300 voor het groen in de openbare ruimte, waarbij we inzetten op robuust groen dat bij voorkeur aansluit bij omliggende grotere structuren. Als kansen zich voordoen (bij herinrichtingsprojecten) willen we de groenstructuren versterken met voorzieningen om te spelen en te ontmoeten. We willen in de gemeente op prominente plekken het groen meer beleefbaar maken voor onze inwoners. Hier kan een intensiever te onderhouden beplanting deel van uitmaken. We zetten ook in op voldoende hondenvoorziening (speel- en/of losloopplekken) op een gewenste afstand tot woningen. Versterken van de ommetjes, waar dit mogelijk is. Ommetjes voor een kleine wandeling met of zonder de hond worden als zeer waardevol gezien door onze inwoners. De openbare ruimte nodigt waar mogelijk uit tot zelfbeheer. Het groen sluit aan op bestaande en vastgestelde structuren en op de omgeving met de structuren van het omliggende landschap. Ontgronden: Wij wegen de betrokken belangen zorgvuldig af. Terughoudendheid is gepast. De winning van bouwgrondstoffen moet plaatsvinden als onderdeel van een project met een meervoudige doelstelling, een zo groot mogelijk maatschappelijke meerwaarde én voldoende draagvlak. Groenblauwe raamwerk: We geven als Zevenaar uitvoering aan het ontwikkelen van een robuust “Groenblauw raamwerk” waar veel van bovengenoemde ambities kunnen samenkomen en elkaar versterken. 5.2.3 Gezonde Leefomgeving 5.2.3.1 Algemeen Gezondheid is meer dan de afwezigheid van ziekte. Of je je gezond voelt, hangt ook af van de mate waarin je je nuttig of gewaardeerd voelt, of je controle hebt over je leven en de kwaliteit van sociale contacten en je leefomgeving. Als je je gezond voelt, kun je meer aan en ben je beter in staat de uitdagingen van het leven aan te gaan. Goede ruimtelijke keuzes in de woon- en werkomgeving kunnen de gezondheid beschermen en bevorderen. Het aspect gezondheid dient een vast onderdeel te zijn in de belangenafweging bij de inrichting van de openbare ruimte. We willen onze groene ruimte uitnodigend en bereikbaar houden voor een ieder en daar waar mogelijk versterken. 5.2.3.2 Bewegen en sport Sport en bewegen bevorderen een gezonde en actieve levensstijl. Daarnaast zorgen sport en bewegen voor sociale samenhang en leefbaarheid in wijk en dorp en bevordert het de deelname van mensen aan de samenleving. Het voorkomt dat mensen in een isolement raken. Door bij te dragen aan het welbevinden van inwoners voorkomt of beperkt sport en bewegen een beroep op zorg en ondersteuning.Daarom is ons sport- en beweegbeleid primair gericht op een zo hoog mogelijke deelname aan sport- en beweegactiviteiten van onze inwoners. Sportplekken dragen daarnaast ook bij aan ontmoeting en sociale samenhang. Dit kan worden versterkt door laagdrempelige toegang en een prettige koppeling met omliggende buitenruimte. We geven als gemeente veel ruimte voor initiatieven van inwoners, buurten, verenigingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties en zetten ons in om de voorzieningen op niveau te houden/brengen. Als gemeente willen we hierbij verbinden, stimuleren en faciliteren. 5.2.3.3 Veiligheid Functies en voorzieningen die veiligheidsrisico’s opleveren liggen soms dicht bij functies waar mensen wonen, werken, verblijven of naar school gaan. In onze gemeente gaat het bijvoorbeeld om vervoer van gevaarlijke stoffen (snelwegen, spoor, gastransportleidingen) of specifieke bedrijvigheid. Zowel voor veiligheid als voor gezondheid gaan we uit van het voorzorgsprincipe. We houden afstand tussen gevoelige bestemmingen (kinderopvang, scholen, woningen en medische voorzieningen zoals verpleeg en verzorgingshuizen) en activiteiten die veiligheids- en gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Daarnaast streven we ook naar een schonere en gezondere lucht in onze gemeente. Hiervoor sluit de gemeente zich aan bij het Schone Lucht Akkoord. Wij proberen, samen met het Rijk en de provincie, hiermee een gezondheidswinst te behalen van 50% ten opzichte van
- De volgende milieuaspecten kennen milieuzones: geluid, trillingen, externe veiligheid, luchtkwaliteit, licht, water, bodem, ondergrond en tenslotte geur. In het omgevingsplan worden deze zones nader uitgewerkt en vindt de vertaling naar kwaliteitseisen voor gebiedsgericht milieubeleid plaats. 5.2.3.4 Ambities Gezonde Leefomgeving Bewegen: We willen een mooie openbare ruimte die uitnodigt tot spelen, bewegen en ontmoeten. Een openbare ruimte die toegankelijk en inclusief is en gericht op alle leeftijden (ommetje, fietsrouting, fitness in de openbare ruimte, skating, etc.). In het Integraal beleidsplan openbare ruimte 2022-2032 (IBOR) zijn hiervoor doelstellingen opgenomen. De inrichting van de openbare ruimte is functioneel, herkenbaar en afleesbaar. Sport: Stimuleren van sport- en beweegdeelname onder verschillende doelgroepen, met specifieke aandacht voor jongeren, ouderen en mensen met een beperking. Ruimte voor sport en bewegen, ook door het stimuleren van fietsen en lopen voor korte afstanden in de directe nabijheid van de woonomgeving. We willen het sporten en bewegen stimuleren in de openbare ruimte. Speelplekken worden gesitueerd op plaatsen waar sociale controle mogelijk is. In elke wijk zijn er natuurlijke speelplekken aanwezig. We willen vitale sportverenigingen en sportaanbieders. Sportaccommodaties hebben een brede maatschappelijke doelstelling en bieden naast goede en laagdrempelige sportmogelijkheden een aantrekkelijke ontmoetingsplek voor zo veel mogelijk doelgroepen. Vanuit dit perspectief wordt ook Sportpark Hengelder omgevormd voor de toekomst. Veiligheid: Bij besluiten over ruimtelijke ontwikkelingen zijn veiligheid en gezondheid (bescherming én bevordering) een integraal onderdeel van de belangenafweging. We zorgen voor een gezonde fysieke leefomgeving die we schoner maken en waarin we milieuhinder beperken tot een acceptabel niveau. We zorgen voor een goede openbare veiligheid, een veilige omgeving met veilige gebouwen, voor zelf- en samen redzame inwoners, voor bescherming van kwetsbaren en voor effectieve hulpverlening. Luchtkwaliteit: Wij proberen, samen met het Rijk en de provincie een gezondheidswinst te behalen van 50% ten opzichte van
- 5.2.4 Sociale leefomgeving 5.2.4.1 Visie en integrale beleidsnota Sociaal Domein 2024-2040 “In de gemeente Zevenaar staan het sociale netwerk, gezondheden leefbaarheid centraal. We werken aan de mogelijkheden voor iedereen om een eigen, zelfstandig en betekenisvol leven te leiden. Dit vanuit een stabiele (financiële) basis en gelijke kansen voor iedereen. In een prettige en gezonde leefomgeving. Met en voor elkaar. Zo maken we Zevenaar een nog fijnere plek om te wonen, werken en leven!” Deze visie en integrale nota: geven aan wat voor gemeente we willen zijn; geven richting aan beleid en uitvoering binnen het sociaal domein; sluiten aan op de woon-zorg visie, omgevingsvisie en onze visie op dienstverlening. Om het beleid en de uitvoering vorm te geven, hebben we zes bouwstenen beschreven.
- Bestaanszekerheid
- Sociale basis
- Leefbaarheid
- Gezondere leefstijl
- Kansrijk en veilig opgroeien
- Veerkrachtig ouder worden De concrete vertaling van alle doelen, keuzes en uitdagingen in de bouwstenen uit zich in de uitvoeringsplannen. Bij de uitwerking houden we rekening met de volgende uitgangspunten: iedereen doet ertoe en is van waarde (inclusie); de mens staat centraal (positieve gezondheid); voorkomen is beter dan genezen (preventie); niet ieder probleem vraagt om een professional voor de oplossing (normaliseren); de kosten soms voor de baten uitgaan (investeren); ‘we maken het mogelijk-houding’ (we denken in oplossingen). 5.2.4.2 Spreiding voorzieningen In het Integraal Accommodatieplan (IAP 2020-2040) zijn door de gemeente uitgangspunten geformuleerd voor de geografische spreiding van diverse hoofdfuncties. In dit Integraal Accommodatieplan wordt de meest ideale geografische spreiding van functies over de verschillende kernen van de gemeente Zevenaar geschetst. Onderstaande uitgangspunten zijn hierbij van toepassing: Kernen hebben een basis aan cultuur en welzijn. Dit aanbod is zo veel mogelijk multifunctioneel georganiseerd (in dorpshuis of gelijkwaardig) en vanuit het initiatief van de inwoners. Op drie locaties (Zevenaar, Giesbeek en Lobith/Tolkamer) is een uitgebreider aanbod van cultuur en welzijn. Dit aanbod is deels parallel en deels complementair aan elkaar. Het primair onderwijs (PO) is verspreid over de kernen, waar de leerlingenaantallen dat toelaten. De schoollocaties zijn goed bereikbaar (te voet of per fiets). Het voortgezet onderwijs (VO) ligt centraal in Zevenaar / Groot Holthuizen (zoals in de bestaande situatie). De schoollocaties zijn goed bereikbaar per fiets. De spreiding VO is deels gemeente overstijgend. Alle kernen hebben basisvoorzieningen voor sport en bewegingsonderwijs (als er een school is). Op vier locaties (in de kernen Zevenaar, Giesbeek, Pannerden en Lobith/ Tolkamer) zijn bredere sportvoorzieningen aanwezig (multisport-sporthal gecombineerd met buitensport). Op een centrale locatie is het bijzondere sportaanbod gehuisvest. De trend van clustering van voorzieningen om het huidige niveau te behouden voor de toekomst zal doorzetten. Dit is noodzakelijk voor de leefbaarheid in de kernen. 5.2.4.3 Openbare ruimte Zevenaar heeft vanuit het Integraal beleidsplan openbare ruimte (IBOR 2022-2032) ambities bepaald voor het verbeteren van de openbare ruimte. De ambities en doelstellingen moeten leiden tot een prettige en toekomstbestendige openbare ruimte voor onze inwoners. Onze ambities voor de openbare ruimte: We willen biodiversiteit vergroten en het bestaande behouden. We willen dat de openbare ruimte bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering zoals hitte, droogte en wateroverlast. We willen een duurzame en circulaire openbare ruimte. We willen een mooie openbare ruimte die uitnodigt tot spelen, bewegen en ontmoeten en die toegankelijk en inclusief is. We willen dat inwoners tevreden zijn met de openbare ruimte en zich betrokken voelen. 5.2.4.4 Leefbaarheid en vitaliteit kernen 5.2.4.4.1 Algemeen De dorpen in onze gemeente zijn onderscheidend ten opzichte van elkaar en hebben hun eigen identiteit. Dit koesteren we door nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk aan te laten sluiten op en in te steken vanuit die eigen identiteit. Een aantal ambities is overkoepelend en geldt voor alle dorpen. Zo willen we graag inzetten op sociale betrokkenheid en sociale voorzieningen in de kernen om het samenhorigheidsgevoel, de maatschappelijke betrokkenheid, de dorps- en wijkinitiatieven en het dorpsgericht werken te stimuleren. Van belang is de lokale aanwezigheid van een aanbod aan sociaal-maatschappelijke voorzieningen, verenigingen en buurthuizen waar men elkaar kan ontmoeten. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat dit in het ene dorp makkelijker is te realiseren dan in het andere dorp. De dorpen verschillen van elkaar in omvang en als het gaat om al aanwezige voorzieningen. Belangrijk is dat er in elke kern een plek is voor ontmoeting. Door het clusteren van voorzieningen en daarin de samenwerking op te zoeken, kan een zo hoog mogelijk voorzieningenniveau bereikt worden. In een tijd waarin er veel individualiteit is, willen we een gemeente zijn die mensen uitnodigt om elkaar te ontmoeten en zich met elkaar te verbinden. Hiervoor is het belangrijk dat zowel de gebouwde voorzieningen als de openbare ruimte uitnodigen tot ontmoeting. We zoeken en benutten logische ontmoetingsplekken en kijken naar nieuwe digitale mogelijkheden. Daarnaast richten we ons op (de groep) mensen die langer dan voorheen in de eigen omgeving blijven wonen. Wat is er voor deze, vaak kwetsbaardere, mensen nodig om ontmoeting en verbinding te stimuleren? Woningbouw in de kleinere kernen zal niet zomaar bijdragen aan het behoud van deze voorzieningen (afhankelijk van de omvang van de woningbouw). Wanneer voorzieningen niet aanwezig zijn in een kern, moet de bereikbaarheid van voorzieningen elders zo optimaal mogelijk zijn. We zetten vooral in op een goede bereikbaarheid van voorzieningen door goede verbindingen en slimme mobiliteits-oplossingen voor alle inwoners. Vanuit onze inwoners is aangegeven dat er voornamelijk behoefte is aan zorgvoorzieningen voor ouderen. Ouderen hebben behoefte aan voorzieningen dichtbij. Woningbouw voor (toekomstige) senioren vindt dan ook bij voorkeur plaats nabij voorzieningen als winkels, zorg en/of openbaar vervoer. Ook openbaar vervoer en winkels voor dagelijkse boodschappen worden als een gewenste voorzieningen voor de kernen en omgeving gezien. Mede dankzij toeristen kan een deel van het winkelbestand (en sommige andere voorzieningen) wellicht blijven bestaan. Daarmee draagt detailhandel dus ook bij aan leefbaarheid. Ook worden groen en wandelpaden genoemd als gewenste voorzieningen in de buitenruimte. Daarnaast zetten we in op sport-, spel- en recreatieve functies en activiteiten, gericht op de jeugd, die openbaar toegankelijk zijn. In veel gevallen zijn die te koppelen aan een aantrekkelijke groene buitenruimte. De aanwezigheid van beleefbaar en onbebouwd groen gebied in kernen en lintstructuren is waardevol. Het volbouwen van open plekken in de structuur van een dorp kan veel kwaliteit onomkeerbaar teniet doen waardoor hier terughoudend mee omgegaan moet worden. Als gemeente willen we initiatieven en activiteiten die ontmoeting bevorderen maximaal faciliteren. In sommige kernen liggen er mogelijkheden om de functie ontmoeting te combineren met sport, primair onderwijs en/of zorg. Dit betekent dat we onze voorzieningen voor iedereen toegankelijk, veilig en leefbaar maken. Toegankelijkheid gaat niet alleen over de fysieke kant. Een voorziening moet ook uitnodigen tot naar binnen gaan, je er thuis voelen om mee te doen. Dit betekent ook toegankelijkheid van voorzieningen in de openbare ruimte voor alle doelgroepen en mensen met beperkingen. 5.2.4.4.2 Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Gemeenten en GGD’en, zorgverzekeraars en het Rijk werken samen aan een gezond en actief leven voor iedereen. In het GALA-akkoord staat hoe in 2040 een gezonde generatie opgroeit. In een gezonde leefomgeving met een sterk sociaal netwerk. En welke stappen gezet worden om de volgende doelen te bereiken: terugdringen gezondheidsachterstanden (waaronder Kansrijke Start); een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten; het versterken van (de verbinding met) de sociale basis en gezonde leefstijl; versterking van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid; vitaal ouder worden. 5.2.4.5 Dorpenvisies De dorpen zijn uitgenodigd om voor hun dorp een toekomstvisie op te stellen. De uitkomsten van reeds lopende processen zijn verwerkt in deze omgevingsvisie en de inhoud van deze dorpsvisies zal in de verschillende deelgebieden zo goed mogelijk een plek krijgen voor zover dit past binnen het abstractieniveau van deze omgevingsvisie. 5.2.4.6 Cultuur Een divers en kwalitatief cultureel aanbod kenmerkt de kracht van de gemeente Zevenaar. Het kunst-, cultuur- en evenementenbeleid moet zich richten op het faciliteren van bestaande cultuur en ook open staan voor nieuwe culturele activiteiten. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor Kunstwerk! (samenvoeging van het Musiater, Liemers Museum, Muziekschool, Lab12 en de Bibliotheek). Veel inwoners nemen deel aan culturele activiteiten, individueel of in verenigingsverband. In onze gemeente zijn betrokken inwoners en creatieve vrijwilligers belangrijk voor het culturele leven. We willen in Zevenaar het cultuuraanbod behouden, versterken en verbinden en daarom zetten we in op: Cultuureducatie Cultuureducatie draagt bij aan het verwerven van meer sociale, motorische en creatieve vaardigheden. Het stimuleert onderzoekend leren, creatief denken en samenwerken. Tevens geeft cultuureducatie inzicht in allerlei mogelijkheden voor zelfontplooiing en ontdekking. We willen samenwerking tussen scholen en aanbieders blijven stimuleren en cultuureducatie in de gemeente verder door ontwikkelen. Investeren in vrijwilligers. Vrijwilligersorganisaties zijn ons sociale kapitaal en onmisbaar. We willen samenwerking stimuleren, uitwisselen van kennis en ervaring mogelijk maken en kleine culturele initiatieven ondersteunen. De Turmac Cultuurfabriek als sociaal-cultureel hart. De Turmac Cultuurfabriek heeft een rol als maatschappelijk en cultureel informatie- en ontmoetingspunt. Erfgoed en evenementen ter versterking van de lokale identiteit. Cultuurhistorie, immaterieel en materieel erfgoed zijn belangrijke pijlers van de lokale identiteit. Naast musea en monumenten (materieel erfgoed) zorgt ook immaterieel erfgoed voor reuring en levendigheid in de kernen. Denk daarbij aan evenementen zoals de festivals van Muziekstad en Buitenblik. Ze spelen een belangrijke rol bij de sociale cohesie en als publiekstrekkers vormen zij een economische stimulans. 5.2.4.7 Onderwijs Goed onderwijs is voor alle kinderen belangrijk. Ieder kind in Zevenaar verdient de kans op een succesvolle onderwijsontwikkeling en een passende en fijne plek in de maatschappij. De juiste ondersteuning bij de ontwikkeling van een kind doet er toe. In de gemeente Zevenaar willen wij alle kinderen optimale ontwikkelkansen bieden, ongeacht het gezin of de buurt waarin ze opgroeien. Het is voor henzelf en voor de samenleving van groot belang dat kinderen gelijke kansen krijgen en hun talenten kunnen ontwikkelen. We investeren daarom in een voorspoedige schoolloopbaan van kinderen, vanaf de voorschoolse periode tot en met de overgang naar werk. We bieden kinderen en hun ouders (waar nodig) extra hulp en zetten in op het voorkomen van achterstanden. In sommige kernen is meer behoefte aan voor- en vroegschoolse educatie (VVE) dan in andere. Met het onderwijskansenbeleid stemmen we af welke scholen behoefte hebben aan meer inzet of ondersteuning van onderwijs- en zorg. Kinderopvang en het onderwijsveld zijn belangrijk voor de economie. Werknemers hebben goede opvang nodig voor hun kinderen om te kunnen werken. De kinderen willen we goed opleiden zodat zij goed voorbereid zijn op hun toekomst en de bedrijven over goed opgeleide werknemers kunnen beschikken. 5.2.4.8 Ambities sociale leefomgeving Spreiding voorzieningen: We gebruiken uitgangspunten vanuit het Integraal Accommodatieplan voor de meest ideale geografische spreiding van functies over de verschillende kernen van de gemeente. Openbare ruimte: We zien de openbare ruimte als een van de belangrijkste ontmoetingsplekken van de samenleving. De buitenruimte is een plek waar mensen elkaar ontmoeten, waar mensen kunnen bewegen, evenementen bijwonen, sporten of van de natuur genieten en tot rust komen. Faciliteren als gemeente in de behoefte aan (meer) voorzieningen/ ontmoetingsplekken voor jeugd en ouderen zoals natuurlijke ontmoetingsplekken (beweegtuinen, gezamenlijke moestuinen, bankjes, jeugdhonken, buurthuizen, scouting, bibliotheken, (voldoende) huisartsen, openbaar vervoer. Leefbaarheid en vitaliteit kernen: Passende voorzieningen per kern. Voor ouders en kinderen en andere inwoners willen we ontmoetingsmogelijkheden, laagdrempelig in de wijk of het dorp. Er is een goede routing voor fietsers en voetgangers. In het kader van GALA en de daarin opgenomen push voor “sociale basis” is met Caleidoz in 2023 een pilot algemene voorziening sociale basis en ontmoeting gestart met “Thuiskamers in Zevenaar en Lobith”. Het idee is dit soort ontmoetingsplekken in meer kernen te faciliteren in bijvoorbeeld dorpshuizen en daarbij aan te sluiten bij wat er al is of wat inwoners graag willen opzetten.. Bij het ontwerpen van nieuwe openbare ruimte houden we rekening met inclusiviteit; iedereen moet de openbare ruimte kunnen gebruiken. Ook mensen met een fysieke beperking. Cultuur We willen een divers en kwalitatief cultureel aanbod dat de aantrekkingskracht van de gemeente Zevenaar versterkt. Onderwijs Versterking van voor- en vroegschoolse educatie. Kinderen kunnen zoveel mogelijk dichtbij huis naar de opvang/ school. Gezamenlijke focus op taalontwikkeling en leesbevordering met ouders. Betere aansluiting kinderopvang, onderwijs met gemeentelijke hulp. Doorgaande en succesvolle schoolloopbaan voor onze kinderen. De ambitie is om zoveel mogelijk kinderen en ouders op een goede manier te kunnen ondersteunen voor een goede start op de basisschool. Dit betekent dat wij met onze netwerkpartners werken aan de uitvoering van de wettelijke taken op het terrein van voor- en vroegschoolse educatie. We stellen samen met de onderwijsorganisaties een nieuw Integraal Huisvestings Plan (IHP) 2024-2044 op met aandacht voor een goede spreiding van de schoollocaties, zo dicht mogelijk bij waar kinderen wonen, rekening houdend met toekomstige woningbouw. We kijken eerst nadrukkelijk naar leegstaande lokalen en gebouwen, voordat we overgaan tot (vervangende) nieuwbouw of uitbreiding. We stimuleren verduurzaming. 5.2.5 Duurzame Leefomgeving 5.2.5.1 Duurzaamheid Gemeente Zevenaar vindt duurzaamheid erg belangrijk. Samen met inwoners en ondernemers willen we ervoor zorgen dat we duurzaam kunnen wonen, werken en leven. Met evenwicht tussen mens, milieu en economie. Voor nu en voor straks. Zodat ook onze kinderen en kleinkinderen goed kunnen leven. Een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Er speelt momenteel veel op het gebied van klimaat, energie en (circulaire) economie. Al deze ontwikkelingen hebben impact op de ruimte en het ruimtegebruik. Zevenaar wil ook een bijdrage leveren op verschillende manieren. Een bijdrage aan het terugdringen van de CO2-uitstoot, onder andere via de Regionale Energie Strategie (RES). De geringe capaciteit op het elektriciteitsnet is een beperkende factor voor ruimtelijke ontwikkelingen en vormt een ernstige bedreiging voor het behalen van onze doelen. We werken aan toekomstbestendige en duurzame werklocaties (herstructurering, circulariteit en logistiek), investeren in onderwijs (Liemerse Ambassade) en gaan een nieuw, toekomstbestendig Regionaal Programma Werklocaties (RPW) maken. Met circulariteit wordt de omslag naar een circulaire economie bedoeld. In een circulaire economie is er nauwelijks afval en worden producten en grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. 5.2.5.2 Energietransitie 5.2.5.2.1 Algemeen De energietransitie vraagt om de omschakeling van fossiele energiebronnen naar het gebruik van hernieuwbare energie zoals zonne-energie en windenergie. Vooralsnog is de gemeentelijke inzet opwek op basis van zon en wind. Het gemeentelijke beleid uit mei 2020 (het "Toets- en afwegingskader grootschalige duurzame opwekking (zon en wind)") heeft zoekzones en initiatieven voor zonne-akkers opgeleverd. Echter, een herziening van dit beleid is gewenst. Met name ten aanzien van wind, want inmiddels is er meer draagvlak voor windenergie in Zevenaar dan zonne-akkers op de grond. Dat betekent dat ook de hoogtebeperking van 50 meter voor windturbines zal worden losgelaten. Zoals ook is gebleken vanuit de participatie met onze inwoners, wordt het plaatsen van zonnepanelen op daken van bedrijven (en woningen) als meest wenselijk gezien. Als mogelijke locatie voor windenergie wordt een deel van de A12 genoemd: een energiecorridor, al dan niet in combinatie met zonneschermen tegen de snelweg. Ook plaatsing van extra windturbines bij bestaande locaties is voorstelbaar. Hierbij wordt gekeken naar een zo optimaal mogelijke opbrengst, in relatie tot de ruimtelijke impact. Nader onderzoek hiernaar is nog noodzakelijk. Als gemeente zullen we alle opties voor de opwek van energie in acht moeten nemen om de ambitie voor 2040 (om aardgasvrij te zijn) te kunnen realiseren. Ook andere vormen van opwek of inzetbaarheid energie zoals uitbreiding van het warmtenet, kernenergie en het gebruik van waterstof zullen onderdeel zijn van nader onderzoek. Als gemeente Zevenaar hebben we duidelijke doelen gesteld. Het is belangrijk om in te zetten op duurzame energie en het is de wens om meer zonnepanelen op (bedrijfs)daken te plaatsen. Op deze manier hoeven er geen of minder zonneparken gebouwd te worden en kan de grond beschikbaar blijven voor andere vormen van grondgebruik (bijvoorbeeld biologische en kleinschalige landbouw). Ook wordt negatieve impact op het landschap voorkomen. Daarnaast willen we in Zevenaar gebieden aanwijzen om te experimenteren met de opwek, opslag of andere nieuwe vormen van energie. Een duurzame gemeente is een gemeente die rekening houdt met toekomstige generaties.Bij projecten voor grootschalige opwek streven we als gemeente naar lokaal eigendom. Op welke wijze we hieraan uitvoering willen geven, moet nog nader onderzocht worden. Dit zal worden meegenomen in het te wijzigen "Toets- en afwegingskader grootschalige duurzame opwekking (zon en wind)". 5.2.5.2.2 RES (Regionale Energie Strategie) Arnhem-Nijmegen Vanwege de onbalans tussen zon en windenergie, hebben gemeenten en provincie in de RES afgesproken om onderzoek te doen naar extra zoekgebieden voor windenergie. Het afgelopen jaar is een milieueffectonderzoek uitgevoerd met de gehele regio als onderzoeksgebied. Daarin is gekeken naar de volle breedte van de RES, namelijk de mogelijkheden voor wind-, zonne-energie en warmtebronnen. Deze vraag is in drie stappen beantwoord. Uit het onderzoek bleek dat zonne-energie qua milieuaspecten bijna overal mogelijk is. Voor windenergie liggen er mogelijke gebieden langs grote doorgaande wegen en in een aantal buitengebieden die niet zijn aangemerkt als cultuurhistorische plek, bos of natuurgebied. De afspraken uit RES 1.
- gelden nog steeds als kader. Daar waar dat relevant is, is een opmerking of stand van zaken ten aanzien van de afspraak toegevoegd. Vanaf 2024 wordt in de regio uitgegaan van de herijking: de RES
- Kansenkaart wind RES 2024 (gele arcering) uit PlanMer 5.2.5.3 Warmtetransitie Inwoners van Zevenaar spelen een belangrijke rol in de overgang naar een 100% aardgasvrije gemeente in
- Samen met inwoners, ondernemers, organisaties en belanghebbenden gaan we hier invulling aan geven door een Warmteprogramma en mogelijk uitvoeringsplannen per gebied op te stellen. Met de gebiedsgerichte aanpak binnen het Warmteprogramma geven we invulling aan de afspraken in het Klimaatakkoord. In het Warmteprogramma wordt beschreven hoe we tot een aardgasvrije gemeente willen komen, met wie er samengewerkt gaat worden en hoe we het wettelijke instrumentarium gaan toepassen (zoals de aanwijsbevoegdheid uit de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)). Het geeft inzicht in alternatieven voor aardgas en geeft een globale planning van de gebiedsgerichte aanpak. De verdere concretisering van het Warmteprogramma kan per (nog aan te wijzen) gebied in uitvoeringsplannen worden uitgewerkt. De gemaakte afspraken worden opgenomen als (maatwerk)regels in het omgevingsplan. We gaan niet verder met het bestaande plan om een warmtenet in het centrum van Zevenaar aan te leggen, totdat duidelijk is wat de juridische gevolgen zijn voor bewoners en de gemeente. 5.2.5.4 Elektriciteitsnetwerk De marges in de ondergrondse ruimte raken snel op. Met name de ondiepe ondergrond in het stedelijk gebied ligt vol kabels, leidingen, afvalcontainers, funderingen, archeologische vindplaatsen en/ of boomwortels en nog meer, of wordt benut voor het opwekken van bodemenergie. De druk op de ondergrondse ruimte zal door verstedelijking, klimaatverandering en energietransitie nog verder toenemen. De verdichting van de bebouwing die hiervan het gevolg is, leidt tot concurrentie van ondergrondse functies en tot een slag om de ruimte zowel boven als ondergronds. De ruimte onder de grond dreigt zo een knelpunt te worden voor de ambities en de opgaven waar we aan werken. De oplossing voor de beperkte ondergrondse ruimte voor boomwortels, kabels en leidingen moet in samenhang met het bovengrondse gebruik gezocht worden. Het huidige elektriciteitsnetwerk heeft dus onvoldoende capaciteit (netcongestie) om aan de toekomstige vraag naar elektriciteit te voldoen, of om alle zonne- en windenergieparken aan te sluiten. Naast energie opwek raakt het ook andere opgaven (zoals wonen/ economie etc.) én heeft dit effect op de warmtenetten (in verband met pompen die draaien op elektra). Daarmee is netcongestie een beperkende factor geworden voor ruimtelijke ontwikkelingen. We werken in regionaal verband samen aan een Gelderse energieinfrastructuur (GEIS) van de toekomst. Daarvoor maakt de provincie een Energievisie in nauwe samenwerking met gemeenten in de Groene Metropoolregio en netbeheerders. Hierin staat hoe en waar de regio’s energie kunnen besparen, duurzame energie kunnen opwekken en de infrastructuur kunnen aanpassen. 5.2.5.5 Elektrische laadpalen Vanuit het Klimaatakkoord is één van de afspraken dat gemeenten zorgen voor een integrale laadvisie en plaatsingsbeleid. Om te zorgen dat er tijdig voldoende laadpunten zijn, is de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) opgesteld, een bijlage van het nationale Klimaatakkoord. Voor gemeente Zevenaar geeft de integrale laadvisie de komende jaren richting aan de ontwikkeling van een dekkend, toegankelijk, betaalbaar en veilig netwerk van laadinfrastructuur voor de meeste elektrische voertuigen. Deze visie dient daarmee als basis om de plannen rondom de uitvoering en uitrol van laadinfra mee op te kunnen stellen. 5.2.5.6 Ambities duurzame leefomgeving Algemeen: We kiezen ervoor om meerdere kleine, concrete en haalbare projecten uit te voeren om 55% CO2-reductie in 2030 te halen. We gaan met woningcorporaties in gesprek over hoe zij op korte termijn het energielabel van huurwoningen kunnen verbeteren. Te beginnen bij het beter isoleren van woningen. In 2040 willen we aardgasvrij zijn en in 2050 energieneutraal. Wij denken mee met onze agrarische ondernemers die hun bedrijf duurzamer willen maken. We geven voorlichting om meer milieuvriendelijker te stoken en onderzoeken wat er mogelijk is aan subsidie voor rookfilters op houtkachels. Zo verbeteren we de luchtkwaliteit. Inzet op natuurinclusief bouwen geldt voor de gehele bebouwde omgeving. Inzet is circulair bouwen binnen een klimaatadaptief ingerichte omgeving. Energie We nemen in deze visie zoekzones op waar we mogelijkheden zien voor grootschalige opwek in de vorm van zon op daken en windturbines, mits goed ingepast. We houden ons aan de afspraken geformuleerd in de RES. We onderzoeken hoeveel duurzame energie we nodig hebben om onze doelen te halen. Samen met inwoners kijken we welke alternatieve energiebronnen wenselijk zijn en waar deze moeten komen. Om ook het bedrijfsleven de kans te geven groener te worden, zetten we in op een waterstoftankstation in de gemeente. Bij voorkeur op 7Poort. Warmte We helpen inwoners die van het gas af willen. Ook de vrijwillige energiecoördinatoren helpen hen bij de contacten met andere overheden, instanties en met het krijgen van subsidies. Zij benaderen ook actief inwoners en ondernemers als we kansen zien voor duurzaamheidsprojecten in onze gemeente. Elektriciteitsnetwerk We moeten komen tot een toekomstbestendige situatie waarbij de mogelijkheden van de benodigde infrastructuur en de eigen opwekmogelijkheden optimaal worden benut en op elkaar zijn afgestemd uitgaande van schone energiebronnen. Uitbreidingen van het elektriciteitsnet in beeld brengen en deze programmeren/afstemmen met andere ontwikkelingen. Elektrisch opladen We zetten in op voldoende openbare laadpunten in Zevenaar. 5.3 Bouwsteen Wonen 5.3.1 Algemeen 5.3.1.1 Algemeen De bouwsteen Wonen behandelt uitgebreid waar en hoe er gewoond wordt en geeft richting aan de verdere verstedelijkingsopgave, die onlosmakelijk verbonden is met de andere bouwstenen. Om de gestelde doelen voor de woonopgave te bereiken, moet er ook aandacht zijn voor bereikbaarheid, leefbaarheid, vitaliteit en gezondheid. In deze bouwsteen gaan we ook kort in op de visie voor het sociaal domein en de woonzorgvisie, die beide in 2024 zijn vastgesteld. De gemeente Zevenaar heeft een bovengemiddelde groeiambitie binnen de Liemers, waarbij het zwaartepunt voor uitbreiding ligt in de stedelijke zone, grofweg gelegen tussen A12 en de Betuweroute. Hier is de concentratie aan voorzieningen het hoogst, is de bereikbaarheid met verschillende vervoersmiddelen het beste en kunnen nieuwe infrastructuur, woningen en bedrijvigheid worden gecombineerd. Link naar de Bouwsteenkaart Wonen Richting 2040 zien we een mogelijke groei van tussen de 4.000 tot 6.000 extra nieuwe woningen. Binnen de stedelijke zone willen we hiermee nadrukkelijk een rol pakken in de groeiambities van de regio. De voornaamste locaties zijn te vatten in een drietal grote clustergebieden woningbouw: Spoorzone A12 Zone Zevenaar Oost Bij de ontwikkeling hiervan wil de gemeente Zevenaar sterker inzetten op duurzaam ruimtegebruik, verdichting nabij de voorzieningen en het stimuleren van alternatieven voor autogebruik. Zevenaar wil hiermee ook vorm geven aan de wens om het centrum van de Liemers te zijn met alle voorzieningen die daarbij horen. Met name in het gebied van de spoorzone en het centrum gaat dit gepaard met het terugdringen van het autogebruik en de inzet op openbaar vervoer en fiets. Als tegenhanger van de verstedelijking en om een aantrekkelijke woonomgeving te kunnen bieden, wordt tegelijkertijd ingezet op het verbinden en versterken van de (groene) verblijfsgebieden in de nabijheid. Ook worden de kansen voor woningbouw in samenhang gezien met het verplaatsen van bestaande bedrijvigheid (op de oudere bedrijventerreinen Zuidspoor en Tatelaar) naar vandaag de dag meer logische locaties. Onlosmakelijk gekoppeld aan de woninguitbreiding zijn er de nodige uitdagingen waarbij steun vanuit de regio en hogere overheden belangrijk is om hier voortvarend mee aan de slag te kunnen. Hierbij valt te denken aan benodigde infrastructurele ingrepen, voorzieningen en medewerking bij transformaties. Waar het stedelijk gebied ook veel ruimte biedt voor nieuwe vestigers in de gemeente, wordt er voor de noordelijke en zuidelijke kernen in eerste instantie vooral ingezet op de opvang van lokale groei met slechts een beperkte plus. Binnen wonen gaat het bouwen naar behoefte verder dan enkel het kijken naar aantallen, maar ook naar doelgroepen, woonwensen en betaalbaarheid. De continu wisselende vraag vanuit de markt maakt dat niet voor alle locaties en voor de gehele scope van de visie vooraf kan worden aangegeven waar de focus op ligt. Dit vergt met regelmaat de nodige aandacht en waar nodig heroverweging van het volkshuisvestelijk programma. Veel bijzondere doelgroepen die tijdelijk dan wel permanent woonruimte zoeken, worden het meest op hun plek geacht in de stedelijke zone nabijheid van voorzieningen op goed bereikbare locaties. Maar de kleinere kernen met eigen voorzieningen spelen ook een rol in de opgave. Wat betreft aantal en typologie zal de woningbouw passend moeten zijn naar aard en omvang van de kernen en de ambities per kern. In deze omgevingsvisie worden de grootste en meest in het oog springende locaties per kern aangestipt. De lijst is echter nooit volledig door de vele ontwikkelingen en factoren die van invloed zijn op de voortgang. Voor de periode tot 2030 ligt de focus op een aantal grote locaties om zo de beoogde woningaantallen te kunnen behalen. Daarnaast zijn er nog tal van reeds opgestarte kleinere bouwplannen die al met al ook een substantiële bijdrage leveren. Na 2030 zet de gemeente nog steeds in op ‘inbreiding’ boven ‘uitbreiding’. De spoorzone rondom het huidige station is een plek waar nader onderzoek plaatsvindt naar mogelijkheden voor extra woningbouw tot
- 5.3.1.2 Open ruimtes in bebouwingstructuren (Lintbebouwing) Binnen bestaande bebouwingsstructuren dragen open en/of onbebouwde plekken nadrukkelijk bij aan de uitstraling van een gebied. Ook variatie binnen zowel stedelijk als landelijk gebied vormt in de regel een kwaliteit die ook iets kan vertellen over de historie en de ontwikkeling. Daarbij zijn dit de plekken die bij kunnen dragen aan een leefbare en groene wereld. Het ontbreken van bebouwing kan daarbij ook de beleving van het omliggende landschap versterken met doorzichten en ruimte voor landschapselementen. Juist de afwisseling in bebouwingsdichtheden en daarmee de afwisseling in het landschapsbeeld wordt voor het overgrote deel van de gemeente als kenmerkend gezien. Het zonder meer volbouwen van open plekken binnen ruimtelijke structuren zoals bebouwingslinten en kernen is daarmee zeker geen doel op zich. In de basis is medewerking aan initiatieven die inzetten op verdere verdichting enkel mogelijk als de totale kwaliteitswinst op zowel het vlak van stedenbouw, landschap en overige omgevingskwaliteit nadrukkelijk aanwezig is. Om dit te bereiken zal een bouwplan nadrukkelijk in een bredere context worden beschouwd met de afweging tussen het individuele belang en het belang voor de grotere omgeving. Medewerking kan daarnaast ook voortvloeien uit mogelijkheden voortkomend uit bestaand beleid (bijvoorbeeld het beleid Vrijkomende agrarische bebouwing). 5.3.2 Woonzorgvisie 5.3.2.1 Algemeen De veranderingen in de woningmarkt worden niet alleen beïnvloed door lokale factoren, maar ook door veranderingen in het landelijke beleid. Het Rijk heeft in de afgelopen jaren een meer sturende rol aangenomen. Hierin wordt de versnelling van de woningbouw, met specifieke aandacht voor voldoende betaalbare woningen, als prioritair gezien. Deze landelijke prioriteiten worden vervolgens vertaald naar provinciaal en regionaal niveau, waarbij landelijke wet- en regelgeving de nationale kaders bepalen. Zo zijn gemeenten verplicht om een Woon(zorg)visie (tot 2026) en een Volkshuisvestelijk programma (vanaf 2026) te hebben. Daarnaast moeten Rijksprogramma's zoals 'Een thuis voor iedereen' en 'Wonen en zorg voor ouderen' lokaal worden uitgewerkt. Het programma ‘Een thuis voor iedereen’ heeft als doel te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Het programma Wonen en zorg voor ouderen biedt houvast en achtergronden bij de huisvestingsopgave van ouderen. We doen dit niet alleen, maar trekken samen met de regio op. Het realiseren van onze ambities op het gebied van wonen kunnen we alleen samen met onze betrokken lokale partners doen. Daarom hebben we de Woonzorgvisie samen met hen vormgegeven. 5.3.2.2 Leefbare wijken en buurten De omgeving waarin je huis staat, doet iets met de ervaren woonkwaliteit: de voorzieningen, het groen, de infrastructuur en de mensen om je heen. Het is fijn wonen in onze gemeente. Inwoners geven aan dat met name de woorden rust, veiligheid, groen, gezelligheid en ruimte passend zijn bij het wonen in hun buurt. Daarbij is de meerderheid tevreden over de leefbaarheid van hun buurt. Toch zijn er ook zorgen en deze richten zich met name op de beperkte aanwezigheid van voorzieningen in kleine kernen. Ook de bereikbaarheid staat onder druk. Op het Gelders Eiland is een aantal wijken met potentiële leefbaarheidsproblemen. Zoals een licht hogere zorgvraag die verband houdt met de sociaaleconomische status. Deze wijken met mogelijke leefbaarheidsproblemen zijn ook zichtbaar op de leefbaarheidskaarten van Leefbarometer. Daarentegen zien we dat er veel organisatiekracht aanwezig is bij bewoners in Zevenaar. We moeten hier optimaal gebruik van maken in onze inspanningen om leefbare wijken te behouden en verbeteren. 5.3.2.3 Wonen met welzijn en zorg voor ouderen Het aantal ouderen in de gemeente Zevenaar groeit. Dusdanig, dat ook het aandeel ouderen op de totale bevolking sterk toeneemt. In 2022 was ongeveer 15% van de huishoudens 75 jaar of ouder. Naar verwachting zal in 2040 22% van de bevolking 75 jaar of ouder zijn. Dit heet dubbele vergrijzing; de groep ouderen wordt ouder én groter. Dat betekent dat er een flinke toename is in de vraag naar woningen die voor ouderen geschikt zijn. Hoewel veel ouderen gelukkig steeds langer vitaal en zelfstandig blijven, neemt door de vergrijzing de vraag naar zorg en ondersteuning toe. Tegelijkertijd staan we voor grote uitdagingen in de zorg. De roep om personeel in de zorg is groter dan ooit. Het tekort aan zorgpersoneel zal op lange termijn alleen maar groeien. Dit vraagt om anders nadenken over zorg in de toekomst. Dit in combinatie met de vergrijzing is een grote uitdaging. Er komt zoveel druk op de zorg dat het houden bij het oude geen optie is. We moeten nadenken hoe we de zorg toch zo goed mogelijk kunnen organiseren voor degenen die het straks het hardst nodig hebben. Ook vraagt dit van ouderen om anders te denken over de zorg. Er zal meer gevraagd worden van de ouderen van morgen dan de huidige ouderen. Het langer en weer zelfstandig wonen van ouderen met een ondersteunings- of zorgvraag staat centraal, ingegeven door rijksbeleid. Toch is er een kleine groep ouderen die niet volledig zelfstandig kan wonen. Hier is 24-uurszorg nodig, vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). Dit zal vooral in de eigen omgeving moeten. Enkel voor mensen die zeer specialistische zorg nodig hebben, is nog plek in een intramurale setting. Ingegeven door rijksbeleid komen er (voorlopig) geen nieuwe verpleeghuisplekken bij. Er zijn in Zevenaar in 2040 1.180 extra reguliere woningen nodig voor ouderen. Daarnaast zijn er 970 extra geclusterde woningen nodig. Geclusterde woningen zijn bepaalde seniorenwoningen (allen gelijkvloers en levensloopbestendig) met daarbij een ontmoetingsruimte voor senioren met een zorgbehoefte. Het kan ook in combinatie met woningen voor andere doelgroepen of senioren zonder een zorgbehoefte zijn. 5.3.2.4 Een thuis voor iedereen Vanuit het Rijksprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ wordt gemeenten gevraagd zich in te zetten voor de huisvesting van aandachtsgroepen. Dit programma benoemt de volgende aandachtsgroepen die in het volkshuisvestingsprogramma aandacht verdienen: Aandachtsgroepen: Mensen die uitstromen uit een intramurale setting, zoals Beschermd Wonen (BW), Maatschappelijke Opvang (MO), of jeugdhulp met verblijf; Daklozen en thuisloze mensen; Sociaal urgenten en dreigende daklozen; Medisch urgenten en rolstoelafhankelijke mensen (waar ook de zorgbehoeftige ouderen deel van uitmaken); Statushouders; Arbeidsmigranten; Studenten (mbo, hbo en wo); Stoppende sekswerkers; Woonwagenbewoners. Een deel van deze mensen heeft niet alleen een dak boven hun hoofd nodig, maar ook behoefte aan zorg of ondersteuning. Bij arbeidsmigranten, statushouders, studenten en woonwagenbewoners is de behoefte aan woonruimte niet altijd direct gekoppeld aan een zorgvraag. Veel van de aandachtsgroepen zijn vanwege een laag inkomen aangewezen op de sociale huursector. Een aanzienlijk deel hiervan komt alleen in aanmerking voor het goedkoopste deel van de sociale huurwoningvoorraad. De huisvestingsopgave van deze groepen vraagt een deel van de vrijkomende sociale huurwoningen. Een deel van de vraag van de aandachtsgroepen richt zich op woonzorgvormen, onzelfstandige woonruimten, shortstayplekken en standplaatsen. In de Metropoolregio Arnhem-Nijmegen wordt momenteel gewerkt aan een regionale woonzorgvisie. Hierin zullen afspraken worden opgenomen over de huisvestingsbehoeften van verschillende aandachtsgroepen en ieders verantwoordelijkheid hierbij. Deze afspraken moeten op regionaal niveau worden afgestemd. 5.3.2.5 Voldoende woningen bouwen Sinds 2014 kent de gemeente Zevenaar een forse groei van het aantal inwoners. Jarenlang werd de groei vooral veroorzaakt door hoge geboortecijfers. Nu is daar de instroom van nieuwvestigers als belangrijke tweede factor bijgekomen. Mensen van binnen én buiten de gemeente zoeken een huis in Zevenaar. In Zevenaar is de druk op de woningmarkt flink voelbaar en niet iedereen vindt gemakkelijk een passend thuis. Deze schaarste is merkbaar in de sociale huursector, waar oplopende wachttijden de norm zijn. Ook in de koopsector, waar de transactieprijzen van huizen de afgelopen jaren aanzienlijk zijn gestegen. Voor starters is de situatie problematisch, wat uitgebreid naar voren kwam tijdens de contacten met onze inwoners. Het is van groot belang om meer woningen te realiseren om tegemoet te komen aan de behoeften van onze eigen inwoners die op zoek zijn naar een huis. De uitdaging wordt verder vergroot door achterblijvende woningbouw in andere gemeenten, wat een aantrekkend effect heeft op Zevenaar en de druk op de woningmarkt verder verhoogt. Hoewel de plancapaciteit voor woningbouw op het eerste gezicht ruim lijkt, moeten er nog veel plannen concreet worden gemaakt en echt worden gerealiseerd om aan de groeiende behoeften te voldoen. 5.3.2.6 Passende woningen en doorstroming Op dit moment is de druk op de woningmarkt zodanig dat er in vrijwel elk segment wel ruimte is om woningen toe te voegen. Maar er zijn wel diverse doelgroepen op de woningmarkt voor wie het vinden van een geschikte woning extra lastig is. De wachttijden voor sociale huurwoningen zijn lang. Daarbovenop vraagt de toenemende vergrijzing om een aanpassing van de woningvoorraad; de komende jaren zijn er meer levensloopgeschikte woningen nodig om ervoor te zorgen dat onze inwoners ook op latere leeftijd prettig kunnen wonen in een huis dat past bij hun behoefte. Uit onderzoek blijken tekorten in verschillende segmenten van de woningmarkt. Zo is er in Zevenaar een aanzienlijke vraag naar sociale en betaalbare woningen. Van de totale woningbehoefte betreft 75% een sociale huur-, middeldure huur- of koopwoning in de middeldure sector. Binnen de middeldure huursector is er specifiek behoefte aan extra appartementen/ levensloop-geschikte woningen. Deze vraag is vooral afkomstig van ouderen. Er is dus behoefte aan woningen die zijn aangepast aan de veranderende behoeften van de vergrijzende bevolking. Binnen het segment van goedkope koopwoningen is behoefte aan appartementen (voor ouderen en jongeren) en grondgebonden woningen (voor starters). Onze inwoners vragen de gemeente om prioriteit te geven aan starters en jongeren op de woningmarkt bij het plannen van woningbouw. Een groot deel is ook van mening dat ouderen voorrang zouden moeten krijgen. De gemeente deelt de opvatting dat het belangrijk is om starters en jongeren kansen te bieden op de woningmarkt. Echter, er is ook het belang van doorstroming en het creëren van mogelijkheden voor ouderen. Dit helpt ook juist de jongere doelgroep in het vinden van een passende woning. Vanuit rijksbeleid wordt elke gemeente gevraagd om 30% van de woningvoorraad te laten bestaat uit sociale huur. In de gemeente Zevenaar is dit percentage nu 27%
(2024). De sociale huur is niet evenwichtig verdeeld over de kernen. Dit maakt niet alle kernen even toegankelijk voor mensen met een benedenmodaal inkomen of voor verschillende aandachtsgroepen met een laag inkomen. 5.3.2.7 Duurzame wijken Het belang van verduurzaming wordt steeds meer gevoeld. Landelijk én lokaal zijn er doelen gesteld om de CO2 -uitstoot te verlagen en een duurzame woningvoorraad te realiseren. Op landelijk niveau met de Klimaatwet en het Klimaatakkoord. Lokaal met onze Transitievisie Warmte. Daarnaast stelt het coalitieakkoord 2022-2026 de ambitie om in ieder geval in 2050 als gemeente energieneutraal te zijn en 55% van haar CO2-uitstoot wil reduceren tot 2030. Een duurzame woning heeft lagere energielasten en kan daarom ook een grote bijdrage leveren aan het voorkomen en bestrijden van energiearmoede. In de nieuwbouw zijn er al duidelijke kaders voor verduurzaming; nieuwbouw moet minimaal Bijna Energieneutraal (BENG) en aardgasvrij zijn. Wel liggen er nog grote opgaven op het gebied van circulair bouwen, bouwen met aandacht voor de biodiversiteit, klimaatadaptatie en schoon en emissieloos bouwen (SEB). Wat betreft verduurzamen is er een grote opgave in de bestaande voorraad. Isolatiemaatregelen in sociale huur lopen voorop, deels gestimuleerd door nationale prestatieafspraken, terwijl deze in koop- en particuliere huurwoningen achterblijven. Bovendien maakt het merendeel van de woningen in de gemeente Zevenaar nog gebruik van aardgas, hoewel er bijvoorbeeld in de nieuwbouwwijk Groot Holthuizen al een lokaal warmtenet aanwezig is. Een groot deel van de koopwoningvoorraad heeft geen vastgesteld energielabel. Er zijn in werkelijkheid dus veel meer woningen met een isolatiegraad die vergelijkbaar is met een D, E, F of G label. Voor de koopwoningvoorraad is de inschatting dat het om 4.000 woningen gaat (circa 32% van de koopwoningvoorraad). We willen nieuwe vernieuwende woonvormen stimuleren die aansluiten bij de behoeften vanuit de samenleving. We zijn bezig ons beleid aan te passen waardoor er meer kansen ontstaan in de bestaande woningvoorraad, zoals extra bouwen op het erf, splitsen, meer-generatiewoningen en hospitaverhuur. 5.3.2.8 Transitie van wonen naar volkshuisvesting We zien dat de woningbouwopgave niet meer alleen gaat om het bouwen van woningen, maar om een goede volkshuisvesting. We zien dat overheden weer moeten kunnen sturen op hoeveel, waar en voor wie zij gaan bouwen. Het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting maakt dit mogelijk. De wet geeft inhoud aan de wens om de regie op de volkshuisvesting te hernemen. Hiermee verankert de regering de volkshuisvestelijke taak van alle overheden in regelgeving en wordt het instrumentarium van overheden versterkt om regie te kunnen voeren. Iedereen moet goed kunnen wonen. Op dit moment is dit helaas niet altijd het geval. De beschikbaarheid van een passende woning staat voor veel mensen onder druk: mensen zijn onvoldoende in staat om snel een woning te vinden die bij hen past. Dit hangt sterk samen met de betaalbaarheid van wonen: veel mensen hebben moeite met hun woonlasten of kunnen geen voor hen betaalbare woning vinden. Daarnaast is de kwaliteit in toenemende mate een probleem: veel woningen passen niet bij de levensfase of woonbehoefte, zijn niet duurzaam of staan in een wijk waar sprake is van slecht onderhoud of waar de kwaliteit van de leefomgeving onder druk staat.Ook moeten we als gemeente meer inzetten om bij nieuwbouw en bij bestaande bouw plekken te creëren om ontmoeten mogelijk te maken en sociale netwerken te laten ontstaan. Zevenaar wil veerkrachtige dorpen en buurten met mensen die samen leven, elkaar ontmoeten en naar elkaar omkijken, zodat iedereen mee kan doen. Zowel in de vorm van een gebouwde voorzieningen zoals een dorpshuis, sportvoorziening of soos, als in de openbare ruimte. Bij ontwikkelingen voor woningbouw wordt gestreefd naar integrale plannen waarin de ambities vanuit de verschillende bouwstenen samenkomen. De gewenste kwaliteit en kwantiteit van groen geldt hierbij als een van de uitgangspunten. Infographic inwonersavonden Woonzorgvisie 5.3.3 Ambities Wonen Algemeen Adaptief kunnen blijven programmeren: aantallen laten meegroeien met de vraag/ behoefte. En goede mix van type woningen, passend bij de kenmerken van elk dorp. Inzet op verschillende typen doelgroepen en woonvormen. Ook de huisvesting van aandachtsgroepen een logische plek geven op een daarvoor geschikte plek. Conceptueel circulair bouwen; daar willen we meer op inzetten. Meer betaalbare woningen en kleinere woningen. Passend aanbod voor senioren en doorstroming bevorderen: geclusterde woonzorgvormen en hofjeswoningen en kijken waar kansen zich voordoen. Werken met een woningcoach om verhuizen te stimuleren. Veerkrachtige dorpen en buurten met mensen die samen leven, elkaar ontmoeten en naar elkaar omkijken, zodat iedereen mee kan doen. We geven dit gebiedsgericht vorm door te streven naar meer diversiteit in de woningvoorraad van eenzijdige wijken. Tegelijkertijd richten we ons op het realiseren, behouden of anders organiseren van ontmoetingsplekken en activiteiten in alle wijken en dorpen, met erkenning voor de eigenheid van iedere kern. Inwoners met en zonder ondersteunings- of zorgvraag kunnen in iedere kern wonen en passende ondersteuning en zorg ontvangen. Uitgangspunt is inzet op positieve gezondheid door sociale netwerken, beweging, ontmoeting, basisvoorzieningen (nabij of thuisgebracht) en een toegankelijke omgeving. Een thuis voor iedereen door mensen mee te laten doen in de samenleving en passende huisvesting te bieden. Waarin omzien naar elkaar centraal staat. We stellen ons op als een faciliterende gemeente waarbij we proactief schakelen, stimuleren, agenderen en verbinden om woonvormen te ontwikkelen die bijdragen aan het vergroten van het woningaanbod en/of passend wonen van inwoners. We willen op een groene en gezonde manier de kernen blijven verdichten en bouwen voor de verschillende segmenten en doelgroepen. Daarbij blijven we sturen op betaalbaarheid. De juiste woning op de juiste plek voor de juiste prijs en de juiste doelgroep. Nieuwbouw Inbreiding kernen en verdere uitbreiding Zevenaar Oost, A12-zone en Spoorzone (hoogbouw). In de stedelijke zone wordt gebouwd voor de bovenlokale vraag. In de andere gebieden zetten we in op bouwen voor mensen met een lokale binding. We zetten in op versnelling van de woningbouw om aan de groeiende vraag naar woningen te voldoen. Bij nieuwe woningbouwprojecten willen we dat een deel van het gebied bestaat uit groen, water en spelen. Bestaande bouw Kansen benutten in de bestaande woningvoorraad (zoals bijvoorbeeld splitsen, deelwonen, hospitaverhuur). Verduurzaming en vernieuwing van de bestaande woningvoorraad, inclusief aanpak openbare ruimte/leefomgeving met het oog op vergroening, aanpak hittestress/klimaatadaptatie en het realiseren van ontmoetingsplekken met het oog op het “omzien naar elkaar”. De woningvoorraad en de woonomgeving zijn duurzaam volgens de ambities uit de Transitievisie Warmte Gemeente Zevenaar. 5.4 Bouwsteen Economie 5.4.1 Algemeen Binnen de bouwsteen Economie komt het brede spectrum aan bod van bedrijvigheid en dienstverlening binnen de gemeente. Dit behelst uiteraard de bedrijventerreinen en de detailhandel, maar ook de horeca, de gezondheidssector, vrijetijdseconomie en de buiten de bedrijventerreinen gelegen economische activiteiten, waaronder de steenfabrieken en landbouw. De branches bouw, gezondheid, industrie, landbouw en detailhandel zijn goed vertegenwoordigd in Zevenaar, zoals blijkt uit onderstaande gegevens. Link naar de Bouwsteenkaart Economie 5.4.2 Werklocaties (bedrijventerreinen) 5.4.2.1 Algemeen Door de ligging aan de A12 (toekomstig A15), de Rijn en IJssel en het spoor is Zevenaar interessant als vestigingsplaats voor bedrijven. De werkgelegenheid in Zevenaar is voor circa 40% te vinden op de bedrijventerreinen. Op dit moment telt Zevenaar ruim tien bedrijventerreinen, sterk verschillend in leeftijd, omvang en ter plekke plaatsvindende activiteiten. Het sociaaleconomische speelveld is sterk in beweging. Ook in Zevenaar staat de gemeente, samen met haar publieke en private partners, voor stevige uitdagingen om te zorgen voor een toekomstbestendige economische ontwikkeling. Beschikbaarheid van voldoende en goed geschoolde arbeidskrachten bijvoorbeeld, is een vestigingsplaatsfactor voor bedrijven waar niet altijd goed genoeg in kan worden voorzien. De economie van Zevenaar maakt deel uit van de regionaal-economische ontwikkeling van de Liemers, Gelderland en de regio Emmerich. De arbeidsmarkt is regionaal, de detailhandel heeft een (boven)regionale aantrekkingskracht en verbeteringen in de regionale infrastructuur hebben positieve consequenties voor Zevenaar. Om bedrijven aan te trekken en gevestigd te houden in de gemeente is het van belang om een goed vestigingsklimaat te scheppen en te behouden. Een van de belangrijkste aspecten hiervan is een goede bereikbaarheid. Ook de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de lokale wet- en regelgeving spelen een belangrijke rol. Voor de locaties Zevenaar Hengelder en Tatelaar ligt er voor Zevenaar een verplichting vanuit de provincie om de bestaande Perifere Detailhandels Vestigingen (PDV) op Tatelaar te herstructureren en die te concentreren op Hengelder. Dit in verband met aanpassingen aan de infrastructuur (ontsluiting A12). De planologische mogelijkheden voor uitbreiding of versterking hiervan zijn beperkt. Toch is het wenselijk om de dynamiek (vernieuwing, verplaatsing, uitbreiding) juist op deze plekken mogelijk te maken. Om dit te faciliteren moeten de (planologische) mogelijkheden voor herstructurering, herinvulling en herontwikkeling verkend worden. Ook worden transformatiemogelijkheden gezien bij Zuidspoor, Mercurion, een deel van Tatelaar, het bedrijventerrein Herwen en de gemeentewerf. Bij het transformeren van de bedrijfsbestemmingen dient de ruimte die daarbij vrij komt elders terug te komen als nieuwe ruimte voor economie. 5.4.2.2 Wonen en werken en bedrijvigheid 1 en 2 Wonen en werken combineren heeft een positief effect op de ruimtevraag. Ook al is dit niet overal mogelijk. Qua type bedrijvigheid denken wij aan bedrijven binnen de milieu categorie 1 en 2 (adviesbureaus, kleinschalige solitaire kantoorfuncties, etc.) die zich goed laten combineren met woonfuncties. Qua locaties kan gedacht worden aan ruimte binnen zowel bestaande, maar vooral binnen nieuwe woningbouw ontwikkelingen (bijvoorbeeld het invullen van de plint voor werken). Daarnaast kan gedacht worden aan de functie werken in (leegstaande) winkelpanden in de binnenstad. Het combineren van wonen en werken heeft niet alleen een positief effect op de ruimtevraag, maar ook op de leefbaarheid van de woonomgeving. De lijn is dat we deze categorie 1 en 2 bedrijven niet meer willen op bedrijventerreinen. 5.4.2.3 Regionale samenwerking De volgende samenwerkingsverbanden op regionaal en subregionaal niveau zijn goed om hieronder nader te duiden. Regionaal programma werklocaties (RPW Arnhem-Nijmegen): inzet hiervan is afstemming van werklocaties (het juiste bedrijf op de juiste plek). Liemerse Economische Visie: Beter benutten van ontwikkelkansen en economische potentie van de Liemers door het regionaal inzetten en leveren van extra inspanningen op de speerpunten. Liemerse Ambassade: samenwerking ondernemers, overheid, onderwijs en inwoners met de focus op vrijetijdseconomie, logistiek, agrarische economie en maakindustrie. 5.4.2.4 Detailhandel Zevenaar heeft één sterk kernwinkelgebied in de kern Zevenaar. We streven naar een divers (groot en klein, keten en niet-keten, etc.) winkelaanbod en voldoende plekken waar men elkaar informeel kan ontmoeten. In de binnenstad dringen we de leegstand terug. Enerzijds door voorzieningen aan te bieden voor een breed publiek, en anderzijds door ruimte te bieden voor functieverandering. Het winkelgebied in Zevenaar moet kleiner worden om leegstand tegen te gaan. We hebben het gebied tussen grofweg de Grietsestraat en de Marktstraat aangewezen als kernwinkelgebied. Voor de locaties buiten het kernwinkelgebied faciliteren we een transformatie richting woonfuncties of andere passende functies die een relatie hebben met het centrumgebied. Echte buurt- en wijkw