In het kort
Deze verordening van de gemeente Ede regelt de procedures en voorwaarden voor het bouwen binnen de gemeentegrenzen, met speciale aandacht voor bodemonderzoek en de bereikbaarheid van bouwwerken. Het doel is om veilig en verantwoord bouwen te waarborgen.
Wat het reguleert
- De definitie van diverse begrippen die relevant zijn voor bouwactiviteiten, zoals "bouwwerk" en "asbest".
- De vereisten voor bodemonderzoek bij aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen.
- Voorwaarden voor het bouwen op verontreinigde grond.
- Stedenbouwkundige voorschriften, waaronder de bereikbaarheid van bouwwerken en de ligging van de voorgevelrooilijn.
Wie het aangaat
- Iedereen die een bouwwerk wil realiseren waarvoor een omgevingsvergunning nodig is in de gemeente Ede.
- Eigenaren van percelen waar gebouwd wordt, met name als er sprake is van bodemverontreiniging.
Kernpunten
- Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen is een milieuhygiënisch bodemonderzoek vereist volgens NEN 5740 (2009), en bij vermoeden van asbest ook volgens NEN 5707 (2003).
- Bouwen op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar voor de gezondheid te verwachten is, is verboden voor bouwwerken waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven.
- De toegang tot een bouwwerk dat voor het verblijf van mensen is bestemd, moet bereikbaar zijn via een verbindingsweg die geschikt is voor hulpdiensten en ander verkeer, met een breedte van ten minste 4,5 m en een vrije hoogte van ten minste 4,2 m.
- De voorgevelrooilijn mag in principe niet overschreden worden, tenzij het gaat om specifieke onderdelen zoals ondergrondse uitsteeksels, stoepen die de grens van de weg met niet meer dan 0,3 m overschrijden, of erkers en serres die de voorgevelrooilijn met niet meer dan 1,50 m overschrijden.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.