In het kort
Dit besluit stelt algemene voorschriften vast voor melkrundveehouderijen die gevestigd zijn in grondwaterbeschermingsgebieden in Limburg, met als doel het grondwater te beschermen tegen verontreiniging. Het regelt de opslag van mest, veevoer en diverse vloeistoffen en chemicaliën.
Wat het regelt
- De oprichting, uitbreiding of wijziging van melkrundveehouderijen in grondwaterbeschermingsgebieden.
- De technische eisen voor mestopslagvoorzieningen, zoals mestkelders, mestsilo's en opslag van vaste mest.
- De opslag van kunstmest, organische meststoffen (niet zijnde dierlijke mest) en kuilvoer.
- Het bewaren van bestrijdingsmiddelen, K1, K2 en K3 vloeistoffen en chemicaliën in emballage.
- De opslag van licht ontvlambare, ontvlambare en brandbare vloeistoffen in ondergrondse stalen tanks.
Wie het aangaat
- Melkrundveehouderijen die vallen onder het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer en gelegen zijn in een grondwaterbeschermingsgebied in Limburg.
- Iedereen die voornemens is een melkrundveehouderij op te richten, uit te breiden of te wijzigen in zo'n gebied.
Kernpunten
- Foliebassins voor mestopslag zijn niet toegestaan in grondwaterbeschermingsgebieden.
- Nieuwe ondergrondse tanks voor de opslag van licht ontvlambare, ontvlambare en brandbare vloeistoffen zijn niet toegestaan.
- Bestaande ondergrondse tanks die 20 jaar of langer geleden zijn geplaatst, moeten uiterlijk binnen twee jaar na inwerkingtreding van dit besluit buiten gebruik worden gesteld en verwijderd.
- Mestopslagen moeten eens per 10 jaar door een onafhankelijke instantie worden geïnspecteerd op technische staat en vloeistofdichtheid.
- Bij de opslag van K1, K2, K3 vloeistoffen en chemicaliën in emballage van meer dan 25 liter moeten bodembeschermende voorzieningen volgens CPR 15-1 worden getroffen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.