← Nederland

Welstandsnota Gemeente Westerwolde (Westerwolde)

In het kort

Deze wet verklaart de welstandsnota's van de voormalige gemeenten Bellingwedde en Vlagtwedde van toepassing op de grondgebieden van de gemeente Westerwolde. Het doel is om duidelijke richtlijnen te geven voor het uiterlijk van bouwwerken en de plaatsing ervan in de omgeving.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

Welstandsnota Gemeente WesterwoldeDe raad van de gemeente Westerwolde; op voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 2 juli 2019, no. Z/19/084983/DV.19-139, afdeling Ruimte; besluit: De welstandsnota's van de voormalige gemeenten Bellingwedde en Vlagtwedde van toepassing te verklaren op de betreffende grondgebieden van de gemeente Westerwolde. Welstandsnota Bellingwedde HOOFDSTUK0VASTSTELLING EN VOORWOORD ArtikelA:Beleidsregels De raad der gemeente Bellingwedde. Gezien het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 4 mei 2004 Gelet op artikel 9.1, lid 2 van de gemeentelijke bouwverordening en gelet op artikel 12a, lid 1 van de Woningwet. besluit: De voorliggende welstandsnota Bellingwedde vast te stellen. ArtikelB:Overgangsbepalingen Op een aanvraag om bouwvergunning, vrijstelling of toestemming anderszins, die is ingediend voor het tijdstip waarop deze beleidsregels van kracht worden en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van de bouwverordening van toepassing, zoals deze luidden voor de vaststelling van de onderhavige beleidsregels, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de onderhavige beleidsregels worden toegepast. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad der gemeente Bellingwedde, d.d. 24 juni

  1. De griffier, H.G. Stoel-Snater De voorzitter, drs. E. Drenth Voorwoord Als een bouwwerk met pilaren een hang naar classicisme uitstraalt en een gebouw met veel glas en staal moderne transparantie verbeeldt, hoe dan te oordelen over een ontwerp dat èn pilaren èn glas èn staal in zich verenigt. Is dat dan modern classicisme of neigt het meer naar klassieke transparantie? Of is dat gewoon, zoals de nuchtere Groninger het zou zeggen, 'wel wat apaarts'? Deze welstandsnota poogt handreikingen te geven over wat wel en niet kan in de bebouwde omgeving in relatie met cultuurhistorische, sociaal-maatschappelijke en functionele randvoorwaarden. De glazen piramide voor het Louvre was er als het aan mij lag nooit gekomen, maar wordt door mensen die er voor doorgeleerd hebben geprezen 'vanwege de gedurfde contradictie met de bestaande fysieke omgeving'. Of dichter bij huis: was dat oude kruidentuintje met die deels afgebroken muren bij het klooster in Ter Apel nou niet veel mooier, dan die nieuwe vleugel die (ik verzin maar wat) in een duidelijk in de ontstaanstijd te traceren opponerende bouwstijl is verwezenlijkt geïnspireerd door de Toscaanse baksteencultuur? Peregrinus en de zijnen, de monniken van weleer, zouden zo'n omschrijving een kloostermop hebben genoemd. Kortom, welstand is meer dan een kwestie van smaak. Welstandseisen mogen nooit leiden tot uniformiteit en het alleen maar doorborduren op beproefde concepten. Als u iets gaat bouwen laat dan vooral uw gevoel spreken. En gevoel heeft altijd weer te maken met fantasie. Ga deze nota niet zien als een beperking van uw gevoel of fantasie. Want er is altijd ruimte voor 'wat apaarts'. Eén ding staat namelijk overeind: een goed ontwerp houdt altijd wel stond. M. Wachtmeester, wethouder. HOOFDSTUK1INLEIDING 1.1Inleiding Deze nota bevat het welstandsbeleid voor het gehele grondgebied van de gemeente Bellingwedde. Een welstandsnota is een nieuw verschijnsel dat voortkomt uit de wijziging van de Woningwet die in het jaar 2003 in werking is getreden. Na de inwerkingtreding van deze wet zijn de gemeentelijke welstandscriteria niet meer vastgelegd in de bouwverordening. Naast het opstellen van een welstandsnota zal dus ook de gemeentelijke bouwverordening aangepast dienen te worden. Welstand Wat is nu welstand? Het begrip is letterlijk het "wel staan" van bouwwerken in hun omgeving. Vanaf 1962 werd het gemeenten verplicht om een welstandscommissie in het leven te roepen. Volgens artikel 12 van de Woningwet is de welstandsbeoordeling gericht op het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk. Het bouwwerk wordt niet alleen beoordeeld op de kenmerken van het object maar ook in relatie tot de omgeving. Dit wordt gedaan vanuit de overtuiging dat de bebouwing passend moet zijn in haar omgeving en voor een belangrijk deel het beeld van de publieke ruimte bepaalt. Iedere bouwaanvraag in Nederland wordt dus getoetst op "redelijke eisen van welstand" door de plaatselijke welstandscommissie. De gemeente Bellingwedde heeft de welstandscommissie ondergebracht bij welstands- en monumentenzorg Libau. Waarom een welstandsnota? De betekenis van het begrip welstand was tot nu toe niet eenduidig; de indruk werd soms gewekt dat de welstandscommissie per bouwaanvraag inhoud aan het begrip zou geven. Andere punten van kritiek hadden betrekking op de "willekeur" bij de beoordeling van plannen en het feit dat de vergaderingen niet openbaar waren. Naar aanleiding van deze constateringen werd gepleit voor meer maatschappelijk draagvlak en meer politieke betrokkenheid bij het welstandstoezicht. Ook was de rechtszekerheid en een meer transparante manier van het toezicht op welstand gewenst. Deze wensen hebben ertoe geleid dat welstandseisen in het vervolg slechts nog mogen worden gesteld op basis van een document dat juridisch, procedureel en inhoudelijk voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld in de gewijzigde Woningwet. Dit document is het nieuwe fenomeen "Welstandsnota". Gemeente Bellingwedde De "Welstandsnota" zal op een heldere en klantvriendelijke manier de welstandseisen duidelijk maken voor zowel de aanvragers van een bouwvergunning, de architect/aannemer, de aanwonenden als de welstandscommissie. Het is voor alle partijen vooraf duidelijk aan welke criteria een bouwwerk zal moeten voldoen. Bouwplannen die niet voldoen aan redelijke eisen van welstand zullen zo geweerd worden. Het doel van de welstandsnota is een bijdrage te leveren aan het behouden van, en daar waar nodig, het versterken van de schoonheid en aantrekkelijkheid van de gemeente Bellingwedde. De nota maakt deel uit van het integrale ruimtelijke kwaliteitsbeleid en zal daarom afgestemd worden op de bestemmingsplannen. 1.2Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie ten aanzien van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid van de gemeente en de werkwijze van de welstandscommissie beschreven. Daarna volgt in hoofdstuk 3 een uiteenzetting van de wijzigingen in de Woningwet, waarna in hoofdstuk 4 de (nieuwe) verantwoordelijkheden van de gemeente bij respectievelijk de vaststelling en uitvoering van het welstandsbeleid worden beschreven. Ook komt de inhoud van het welstandsadvies en de werkwijze van de welstandscommissie in dit hoofdstuk aan de orde. Hoofdstuk 5 bevat zowel de algemene welstandscriteria als ook de gebiedsgerichte welstandscriteria en vormt als zo danig het deel van de nota dat gebruikt zal worden voor het toetsen van bouwplannen. Op basis van dit hoofdstuk wordt door de welstandscommissie advies uit gebracht en door het college van B en W een oordeel gegeven over welstand. HOOFDSTUK2RUIMTELIJK KWALITEITSBELEID Het globale ruimtelijke beleid voor de gemeente Bellingwedde is vastgelegd in het Provinciaal Omgevingsplan (POP) van de provincie Groningen. De uitwerking van het POP wat betreft de woningbouw is vastgelegd in het Woonplan voor de gemeente Bellingwedde. Hierin wordt zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het wonen aangegeven. Tevens is het ruimtelijk beleid in het bestemmingsplan een uitwerking van het POP. 2.1Welstandsbeleid De gemeente Bellingwedde maakt voor de advisering op het gebied van de welstandszorg al vele jaren gebruik van de diensten van de Provinciale Groningse Schoonheidscommissie. Thans is deze welstandscommissie ondergebracht bij welstandsen monumentenzorg Libau. De organisatie adviseert alle gemeenten in de provincie Groningen over welstands- en monumentenzaken. De adviezen van Libau worden op dit moment gebaseerd op het door de gemeente gevoerde ruimtelijk beleid zoals dit is vastgesteld in bestemmingsplannen, structuurplannen en eventueel beeldkwaliteitsplannen. Daarnaast zijn in de gemeentelijke bouwverordening algemene welstandscriteria vastgelegd. De beoordeling van bouwplannen op redelijke eisen van welstand hebben betrekking op het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk. Het gaat hierbij niet alleen om het gebouw zelf, maar ook om de relatie tot de omgeving en eventueel te verwachten ontwikkelingen in deze omgeving. De aanvaardbaarheid van het bouwwerk wordt bepaald door de reeds aanwezige bebouwing, de openbare ruimte en de stedenbouwkundige context. Massa, materiaal, schaal, detaillering en kleurstelling spelen hierbij een rol. De vergadering van de welstandscommissie, die bestaat uit onafhankelijke deskundigen, wordt eens per veertien dagen gehouden in het pakhuis Libau aan het Hoge der A 5 in Groningen. De rayonarchitect is het aanspreekpunt voor de welstandscommissie en bezoekt tenminste eens per veertien dagen de gemeente. De vaste bezoekdag geldt ook als spreekuur voor de betrokkenen bij een bouwplan. Daarnaast worden de ingekomen bouwplannen besproken met het bureau bouw- en woningtoezicht van de gemeente Bellingwedde. Daarbij geven de ambtenaren de benodigde (achtergrond)informatie aan de rayonarchitect en wordt de situatie vaak ter plekke bekeken en gefotografeerd. De commissie brengt vervolgens een schriftelijk advies over de bouwplannen uit. Voor kleine bouwplannen brengt de welstandscommissie geen advies uit, deze worden direct bij de aanvraag getoetst op basis van de zogenaamde loketcriteria door het bureau bouw- en woningtoezicht. Bouwaanvragen voor kleine bouwplannen kunnen zo sneller worden afgehandeld. 2.2Monumentenbeleid De gemeente Bellingwedde kende in eerste instantie 37 monumenten, te weten: acht boerderijen; vijf kerken; vijf molens; vier woningen; drie eenvoudige panden; twee dwarshuizen; één oorspronkelijk raadhuis; één blokvormig pand; één rechthuis; één oldambster heerd; één molenaarshuis; één fleche de leehte; één huis te Wedde; één bastion/kerkhof; één vestinggracht Aa; één kruitbastion. Op 19 juni 2001 zijn daaraan 26 monumenten toegevoegd die naar voren zijn gekomen dankzij het monumenten selectie project (MSP). Het gaat hier om: vijf dwarshuisboerderijen; vier rentenierswoningen; vier villaboerderijen; drie woonhuizen; twee keuterboerderijen; één arbeiderswoning; één marechausseekazerne; één oldambster boerderij; één pastorie; één winkelwoning; één herenhuis; één ontginningsboerderij; één villa. Het grootste deel van de monumenten is te vinden aan de Hoofdweg te Bellingwolde. Oudeschans is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Oudeschans is 1593 gesticht als vesting aan de Dollard en in de 17e eeuw aanmerkelijk versterkt en uitgebreid. Na de ontmanteling in het begin van de 19e eeuw heeft een dorpsstructuur zich ontwikkeld waarin zowel het compacte van de oude schansbebouwing als de daar omheen gelegen voormalige vestingswerken herkenbaar zijn gebleven. 2.3Relatie tussen de welstandsnota en de verschillende beleidsdocumenten Uit het voorgaande blijkt dat de gemeente Bellingwedde werkt met verschillende beleidsinstrumenten die het ruimtelijk beleid vorm geven. Het is van groot belang de verschillende instrumenten op elkaar te laten aansluiten. Van elk document moet duidelijk zijn wat de reikwijdte is en hoe het verweven is met de andere documenten. De welstandsnota kent in het geheel van ruimtelijke plannen vooral een relatie met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan regelt de functie en het ruimtebeslag van de bouwwerken; de welstandsnota bepaalt het uiterlijk, de vormgeving. Gelet op de jurisprudentie is welstandsbeleid ondergeschikt aan het bestemmingsplan. De ruimte die het bestemmingsplan biedt kan dus niet worden beperkt in een welstandsnota. Bij strijdigheid tussen welstandscriteria en bestemmingsplanvoorschriften gaan de voorschriften uit het bestemmingsplan voor. De architectonische vormgeving van bouwwerken is met de wijziging van de Woningwet niet langer het domein van het bestemmingsplan. Dit is het terrein van de welstandsnota, ofwel beeldkwaliteitsplannen. In de welstandsnota kan wel worden verwezen naar welstandscriteria die zijn opgenomen in andere beleidsdocumenten, bijvoorbeeld een beeldkwaliteitsplan. Een dergelijke verwijzing betekent dat het betreffende document geacht wordt deel uit te maken van de welstandsnota. Uiteraard gelden voor deze documenten dezelfde inhoudelijke en procedurele eisen als voor de welstandsnota. Een regelmatige herziening van de welstandsnota is gelet op nieuwe ontwikkelingen noodzakelijk. HOOFDSTUK3WIJZIGING WONINGWET 3.1Algemeen Volgens de gewijzigde Woningwet is een toetsing van bouwwerken aan redelijke eisen van welstand nog slechts mogelijk indien die eisen nader zijn geconcretiseerd in een door de gemeenteraad vast te stellen welstandsnota. Volgens de Memorie van Toelichting moeten de criteria in de welstandsnota zo concreet mogelijk zijn en zoveel mogelijk toegespitst op concrete gebieden. Vóór de vaststelling van de welstandsnota dient gelegenheid te worden geboden tot inspraak conform de gemeentelijke inspraakverordening. De gewijzigde Woningwet kent een nieuwe categorie-indeling in bouwwerken. De oorspronkelijke driedeling in vergunningplichtige, meldingsplichtige en vergunningsvrije bouwwerken is vervangen door een tweedeling van vergunningplichtige en vergunningvrije bouwwerken. Binnen de vergunningplichtige bouwwerken wordt onderscheid gemaakt in regulier vergunningplichtige en licht vergunningplichtige bouwwerken. De opsomming van de vergunningvrije en licht vergunningplichtige bouwwerken is - in verband met de omvang en gedetailleerdheid - niet in de wet zelf opgenomen, maar in het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken. Dit zijn dermate concrete welstandscriteria dat een aspirant-bouwer zelf kan zien of zijn bouwplan aan die criteria voldoet en, indien dat het geval is, de vergunning niet om redenen van welstand mag worden gewijzigd. 3.2De Welstandsnota De gewijzigde Woningwet geeft meer verantwoordelijkheid aan het gemeentebestuur. Zo is de gemeenteraad verantwoordelijk voor het opstellen en vastleggen van de welstandstoetsingskaders en houden burgemeester en wethouders de bevoegdheid om in bepaalde gevallen af te wijken van het advies van de welstandscommissie. Vaststelling door de gemeenteraad De gemeentelijke welstandsnota wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Vanaf het moment van vaststelling zal de welstandsbeoordeling van nieuwe bouwplannen gebaseerd zijn op de criteria zoals die in de welstandsnota zijn neergelegd. Na de vaststelling van de welstandsnota zal de werking ervan door de gemeenteraad worden geëvalueerd. Jaarlijks brengen burgemeester en wethouders hiertoe een verslag uit over de wijze waarop zij uitvoering hebben gegeven aan het welst andstoezicht. In dit verslag komen aan de orde: de wijze waarop burgemeester en wethouders zijn omgegaan met de welstandsadviezen; welke aanvragen voor licht vergunningplichtige bouwwerken niet zijn voorgelegd aan de welstandscommissie en op welke wijze zij in die gevallen zelf toepassing hebben gegeven aan de welstandscriteria; in welke gevallen zij zijn overgegaan tot aanschrijving (en bestuursdwang) op grond van ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand. Naar aanleiding van de evaluatie kan de gemeenteraad besluiten dat aanpassing van de welstandsnota noodzakelijk is. Uitvoering door burgemeester en wethouders De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het afgeven van de bouwvergunning ligt in de gewijzigde Woningwet - net als voorheen - bij burgemeester en wethouders. Zij hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het welstandsoordeel dat tot stand komt aan de hand van de in de welstandsnota opgenomen criteria. In vele gevallen speelt het advies van de onafhankelijke en deskundige welstandscommissie daarbij een belangrijke rol. Bij elke reguliere bouwvergunningaanvraag dienen burgemeester en wethouders advies in te winnen bij de welstandscommissie. Wat betreft de bouwvergunningaanvragen die onder de lichte vergunningsprocedure vallen, vragen burgemeester en wethouders geen advies aan de welstandscommissie als voor het bouwplan de loketcriteria van toepassing zijn en het bouwplan daar zonder meer aan voldoet. De ambtenaar van bouw- en woningtoezicht is voor die gevallen door burgemeester en wethouders gemandateerd om een positief advies uit te brengen. Bij de overige licht vergunningplichtige bouwaanvragen wordt het bouwplan wel aan de welstandscommissie voor gelegd. Burgemeester en wethouders volgen in hun oordeel in principe het advies van de welstandscommissie. In een aantal uitzonderlijke gevallen kunnen zij afwijken van dit advies. Tot slot geeft artikel 44, lid 1, sub d van de Woningwet burgemeester en wethouders de mogelijkheid een bouwvergunning te verlenen aan een bouwplan dat strijdig is met redelijke eisen van welstand op grond van andere zwaarwegende redenen van bijvoorbeeld economische of maatschappelijke aard. Afwijkingen van het welstandsadvies worden in de beslissing op de bouwvergunningaanvraag gemotiveerd en ter kennis gebracht aan de welstandscommissie. Welstandscommissie De belangrijkste wettelijke taak van de welstandscommissie is het uitbrengen van advies aan burgemeester en wethouders ten aanzien van de vraag of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk - waarvoor een aanvraag om bouwvergunning is ingediend - in strijd is met redelijke eisen van welstand. Als tweede wettelijke taak dient jaarlijks een verslag opgesteld te worden van de werkzaamheden van de commissie als bedoeld in artikel 126, lid 3 van de Woningwet. De commissie kan daarbij onder meer aanbevelingen doen ter bijstelling van de welstandsnota ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Excessenregeling Ook bouwwerken waarvoor geen bouwvergunning nodig is moeten aan minimale welstandeisen voldoen. Op grond van artikel 19 van de Woningwet kunnen burgemeester en wethouders repressief optreden door de eigenaar van een bouwwerk dat "in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand" aan te schrijven om die strijdigheid op te heffen. De welstandscriteria zijn dezelfde als die voor vergunningplichtige bouwwerken. De excessenregeling is niet bedoeld om de plaatsing van vergunningsvrije bouwwerken tegen te gaan. HOOFDSTUK4WELSTANDSZORG IN DE GEMEENTE BELLINGWEDDE In het voorgaande hoofdstuk zijn de belangrijkste veranderingen in de Woningwet beschreven. Als gevolg van de wetswijziging ondergaat het welstandstoezicht in de gemeente Bellingwedde een verandering. In dit hoofdstuk wordt de nieuwe organisatie en werkwijze van de welstandszorg uiteengezet. 4.1De welstandscommissie De welstandscommissie is een door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke commissie die aan burgemeester en wethouders advies uitbrengt inzake de welstand conform de Woningwet. Mede op grond van haar contract met Libau wijst de gemeente de Stichting Libau, Welstands- en Monumentenzorg Groningen, kortweg Libau, aan als de organisatie onder wienst verantwoordelijkheid de welstandscommissie van de gemeente functioneert. Taakomschrijving Naast de in de wet genoemde taken heeft de welstandscommissie in Bellingwedde tevens de volgende token: het onder regie van de gemeente voeren van (voor)overleg met betrokkenen bij de voorbereiding van bouwplannen; het beoordelen van aanvragen voor een reclamevergunning; het uitbrengen van adviezen over de welstandsaspecten van in voorbereiding zijnde ruimtelijke plannen en andere relevante beleidsstukken; stimuleren en bijdragen in de ontwikkeling en vormgeving van het welstandsbeleid; het voeren van regelmatig overleg met het gemeentebestuur en betrokken ambtelijke afdelingen; het bevorderen van de openbaarheid van de welstandszorg en het voorzien in voorlichting daarover ten behoeve van kennis en maatschappelijk draagvlak; het gevraagd en ongevraagd signaleren van stedenbouwkundige en architectonische ontwikkelingen die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente; op verzoek van de gemeente adviseren over excessen, dat wil zeggen buitensporigheden in het uiterlijk van bouwwerken die ook voor niet-deskundigen evident zijn (zie paragraaf 4.3). Samenstelling van de welstandscommissie De welstandscommissie is een onafhankelijke commissie conform artikel 1, lid 1, sub r van de Woningwet. De welstandscommissie voor de gemeente Bellingwedde bestaat uit vijf "stemgerechtigde" commissieleden, te weten: een voorzitter, twee architect leden, een stedenbouwkundig lid en de secretaris, zijnde de rayonarchitect van Libau voor de gemeente Bellingwedde. De commissieleden worden benoemd voor een periode van drie jaar met een mogelijke verlenging van eenzelfde termijn. Zij maken deel uit van een grotere groep van commissieleden die op basis van een roulatieschema afwisselend in de commissie optreden. Een rooster van aftreden zorgt ervoor dat continuïteit is gewaarborgd. De commissieleden zijn onafhankelijk en onpartijdig. Indien in een commissievergadering plannen aan de orde komen waarbij een commissielid is betrokken, neemt dit lid geen deel aan de vergadering. Van de leden van de welstandscommissie wordt verwacht dat zij geïnteresseerd zijn in ruimtelijke kwaliteit, communicatief zijn ingesteld en in staat zijn om hun welstandsoordeel adeuaat te kunnen verwoorden. Zij moeten over bouwplannen kunnen communiceren en oordelen zonder te vervallen in architectuurkritiek of preoccupaties ten aanzien van stijlen en trends. De architecten en stedenbouwkundigen in de commissie dienen kennis te hebben van de geschiedenis van de bouwkunst en de hedendaagse ontwikkelingen daarvan. Naast primaire eisen van verstandig vakmanschap is sprake van een inkleuring op diverse aspecten van het breder vakgebied, zoals stedenbouwkunde, architectuur, landschapsarchitectuur en monumentenzorg. De voorzitter is in eerste instantie verantwoordelijk voor het functioneren van de commissie en de algemene kwaliteit van de oordeelsvorming. Daarnaast is bestuurlijke ervaring, inzicht in lokale besluitvormingsprocessen, alsmede kennis van de ontwikkelingen op het terrein van de welstandszorg in de provincie Groningen van belang. Het secretariaat van de commissie wordt vervuld door de betreffende rayonarchitect van Libau. Deze zorgt ervoor dat de commissie openbaar kan vergaderen aan de hand van een agenda en op grond van voldoende planinformatie, kent de locaties waarin geadviseerd moet worden en zorgt voor voldoende beeldinformatie. Daarnaast onderhoudt de rayonarchitect een functioneel netwerk binnen de gemeente op grond waarvan adeuate achtergrondinformatie kan worden verstrekt en droogt zorg voor de vertaling van de bevindingen van de commissie naar de betrokkenen in de vorm van een schriftelijk advies en eventuele mondelinge toelichting. Hij of zij is het eerste aanspreekpunt van de commissie en zorgt als geheugen van de commissie voor een consistente advisering en uitvoering van het welstandsbeleid. Tot slot bereidt de rayonarchitect de inhoud en uitvoering van het jaarverslag voor. Mandaat De rayonarchitect is lid van de commissie en is gemandateerd om zelfstandig bepaalde categorieën van bouwaanvragen af te handelen. Het gaat daarbij om: zaken waarvan de mening van de commissie bekend mag worden verondersteld, op grond van advisering in eerdere vergelijkbare gevallen; licht-vergunningplichtige, andere bescheiden bouwwerken en herhalingsplannen kunnen door het gemandateerde lid ter plaatse worden afgehandeld; in elk geval van twijfel wordt het bouwplan alsnog voorgelegd aan de commissie. Eén gemandateerd lid kan over reguliere bouwvergunningaanvragen zelfstandig alleen positief adviseren. Negatieve adviezen steunen altijd op het oordeel van ten minste twee gemandateerde leden; De behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar. Het college van burgemeester en wethouders kunnen een gemeentelijk ambtenaar mandateren om namens hen het welstandsoordeel te geven voor licht-vergunningsplichtige bouwwerken waarvoor in de welstandsnota ambtelijke toetsingscriteria zijn gegeven. Plannen die van de gemandateerde ambtenaar geen positief advies krijgen, worden voorgelegd aan de commissie, dan wel aan een gemandateerd commissielid. Indien er sprake is van een bijzondere situatie of indien er gerede twijfel bestaat over de toepasbaarheid van de ambtelijke toetsingscriteria, legt de gemandateerde ambtenaar het voor advies voor aan de welstandscommissie, dan wel aan een gemandateerd commissielid. Als gemandateerde commissieleden vormen de rayonarchitecten twee aan twee een zgn. kleine commissie. Deze kleine commissie behandelt alle adviesaanvragen die niet ter plaat_se zijn afgehandeld door middel van een positief advies. Negatieve adviezen dienen door meer dan één persoon te worden gesteund. De kleine commissie heeft als taak om: adviesaanvragen te selecteren die aan de "grote" welstandscommissie van externe deskundigen worden voorgelegd; adviesaanvragen te beoordelen waarvan de mening van de commissie op grond van eerdere ervaringen bekend verondersteld kan worden; adviesaanvragen te beoordelen die mede in het kader van de gebiedsgerichte welstandscriteria geen discussie oproepen; vervolgplannen te beoordelen die eerder door de commissie zijn behandeld; vooroverleg te voeren met de aanvrager (bij bijzondere plannen); met inachtneming van de welstandscriteria de afstemming van adviezen in de verschillende rayons te bevorderen. In geval van twijfel wordt de bouwaanvraag alsnog voorgelegd aan de grote commissie van externe deskundigen. 4.2Het welstandsadvies Inhoud en strekking Conform artikel 12 van de Woningwet wordt in het welstandsadvies door de commissie uitgesproken of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk, zowel op zichzelf als in relatie met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand. De commissie baseert zich daarbij op de criteria zoals deze zijn opgenomen in deze welstandsnota. Het welstandsadvies wordt altijd schriftelijk uitgebracht in begrijpelijke taal. Zowel een positief als negatief advies is voorzien van een leesbare en deugdelijke motivatie. Het advies vormt de basis van elk overleg met betrokkenen. Uit oogpunt van rechtszekerheid van de betrokkenen kunnen in een vervolgstadium geen nieuwe opmerkingen meer worden ingebracht, die in een eerder stadium al onderkend hadden kunnen worden, tenzij wijzigingen in het bouwplan daartoe aanleiding geven. Het advies spreekt zich uit over de welstandsaspecten van het ingediende bouwplan, daarbij kunnen dus geen andere argumenten worden aangevoerd dan die welke de welstand raken. In een welstandsadvies moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen bezwaren die ondervangen dienen te worden of suggesties die de kwaliteit van het plan ten goede kunnen komen. Naar aanleiding van een bepaalde bouwaanvraag kunnen adviezen ook meer algemene beleidszaken betreffen. In adviezen zal echter steeds de bouwaanvraag als uitgangspunt worden genomen. Persoonlijke voorkeuren van commissieleden, alsook opmerkingen die de persoon van de aanvrager of de ontwerper roken, horen in een welstandsadvies niet thuis. Het welstandsadvies kan de volgende uitkomsten hebben: een bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand; er kunnen vrijblijvende suggesties gedaan worden die de ruimtelijke kwaliteit van het bouwwerk ten goede kunnen komen; een bouwwerk voldoet niet aan redelijke eisen van welstand tenzij de expliciet aangegeven bezwaren worden onder vangen. In het advies wordt aangegeven of de commissie de gekozen aanpassing nog wiI beoordelen of dat deze door het bureau bouw- en woningtoezicht kan worden afgehandeld. een bouwwerk voldoet niet aan redelijke eisen van welstand en behoeft een ingrijpende wijziging in uitwerking of uitgangspunten om aan redelijke eisen van welstand te kunnen voldoen; binnen de wettelijke beslistermijnen kan de welstandscommissie het welstandsadvies aanhouden indien meer informatie of een toelichting van de ontwerper wenselijk is of om de ontwerper de gelegenheid te geven zijn plan aan te passen. Gezien de korte afhandelingstermijn van lichtvergunningplichtige plannen (6 weken) zal het in de praktijk nauwelijks mogelijk zijn deze plannen aan te houden. Alle adviezen worden opgesteld door de rayonarchitecten. Hoewel er naar gestreefd wordt om de adviezen voor iedereen duidelijk en begrijpbaar te formuleren bestaat er altijd ruimte om een nadere toelichting over een advies te verkrijgen of om over het advies te overleggen. In principe vindt een dergelijke overleg plaats tijdens het bezoek van de rayonarchitect aan de gemeente Bellingwedde. Betrokkenen kunnen ook de openbare vergaderingen van de welstandscommissie bezoeken. Werkwijze De rayonarchitect van Libau bezoekt de gemeente tenminste eens per veertien dagen op een vaste dag en neemt met het bureau bouwen woningtoezicht binnengekomen bouwinitiatieven en aanvragen door. De betreffende locaties worden zonodig ter plaatse verkend en zonodig gedocumenteerd in beelden. Er worden achtergronden met betrekking tot de adviesaanvragen ingewonnen, eventueel door middel van overleg met de initiatiefnemers. Het rayonbezoek fungeert tevens als spreekuur. De rayonarchitect is gemandateerd om een deel van de adviesaanvragen ter plaatse af te handelen (zie ook mandaat). Plannen die passen binnen geformuleerde loketcriteria kunnen direct door een gemandateerde ambtenaar van het bureau bouw- en woningtoezicht worden af gedaan. De adviesaanvragen die niet ter gemeente zijn afgehandeld worden meegenomen naar het bureau van Libau. Daar worden de plannen in de openbare kleine of openbare grote commissie behandeld. De agenda's voor de grote commissievergaderingen worden naar de gemeente gemaild en op de website van Libau gezet. Wanneer u een zitting wilt bijwonen om uw bouwplan toe te lichten, kunt u telefonisch een afspraak maken. Hiervoor kunt u bellen met telefoonnummer 0597-
  2. De vergaderingen van de commissie voor de gemeente Bellingwedde vinden eens per veertien dagen plaats en worden gebruikelijk gehouden in Pakhuis Libau, Hoge der A 5 te Groningen. Openbaarheid De vergaderingen van de welstandscommissie zijn openbaar, tenzij er zwaarwegende redenen zijn dit niet te doen (art. 10, Wet Openbaarheid van Best uur ). Zowel de beraadslagingen als de besluitvorming en de schriftelijke adviezen zijn openbaar. Betrokkenen kunnen ter vergadering inspreken of een toelichting op hun plannen geven. Zij dienen daartoe een af spraak te maken met het secretariaat van de commissie. Belangstellenden hebben vrij toegang tot de publieke tribune. Vooroverleg De gemeente Bellingwedde biedt initiatiefnemers de mogelijkheid om in een vroeg stadium over hun plannen te overleggen, ook inzake de welstandsaspecten. Dergelijk vooroverleg over voorlopige plannen is altijd mogelijk en volgt voor de welstandsadvisering dezelfde route als de adviesaanvragen waarvoor formeel een bouwvergunning is aangevraagd. Elk vooroverleg wordt vastgelegd in een schriftelijk advies of schriftelijk verslag van het overleg. Supervisie De gemeente kan voor de ontwikkeling van een bepaald gebied een supervisor aanstellen, die als taak kan krijgen de ruimtelijke kwaliteit te stimuleren en initiatiefnemers in een vroeg stadium te informeren en te begeleiden. De supervisor treedt niet in de plaats van de welstandscommissie. Het is daarom van belang dat er een goede afstemming bestaat tussen beide en dat deze in voorkomende gevallen vooraf schriftelijk wordt vastgelegd. 4.3Excessenregeling Deze nota geeft de regels voor het welstandstoezicht in de gemeente Bellingwedde. De gemeente zal zich inspannen om deze regels ook daadwerkelijk na te leven. Bij de handhaving van het gemeentelijk beleid ligt de prioriteit bij het opsporen van illegale bouwactiviteiten en het bouwen in afwijking van de vergunning (inclusief welstandstoets). Ook bouwwerken waarvoor geen bouwvergunning hoeft te worden aangevraagd moeten aan minimale welstandseisen voldoen. Indien het uiterlijk van een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar van het betreffende bouwwerk verzoeken om binnen een door hen te bepalen termijn die strijdigheid op te heffen. Een bouwwerk is in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand indien sprake is van excessen. Hiervan is sprake indien flagrante strijdigheid bestaat met de in deze welstandsnota opgenomen criteria. Van excessen kan bijvoorbeeld sprake zijn bij te opdringerige reclame-uitingen, toepassing van felle of contrasterende kleuren en/of armoedig materiaalgebruik. Bij het repressieve welstandstoezicht ligt, conform het gemeentelijke handhavingsbeleid, een hoge prioriteit bij het voorkomen van excessen in de kwetsbare gebieden: het Beschermd dorpsgezicht Oudeschans en het buitengebied. HOOFDSTUK5WELSTANDSCRITERIA In dit hoofdstuk worden de welstandscriteria genoemd die worden gebruikt voor de kleine en middelgrote bouwplannen die zich voegen binnen de bestaande ruimtelijke structuur van de gemeente Bellingwedde. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen algemene en gebiedsgerichte criteria. De algemene criteria liggen ten grondslag aan elke planbeoordeling, omdat ze het uitgangspunt vormen voor de uitwerking van de gebiedsgerichte welstandscriteria. De welstandsnota bevat geen welstandscriteria voor ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dergelijke welstandscriteria kunnen immers niet worden opgesteld zonder dat er een concreet stedenbouwkundig plan aan ten grondslag ligt. Voorheen was het gebruikelijk de eisen voor de stedenbouwkundige en architectonische vorm en structuur in een "beeldkwaliteitsplan" te benoemen. Bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding zal voortaan tevens - in overleg met de welstandscommissie - bekeken worden of voor de projectontwikkeling nieuwe welstandscriteria vastgelegd moeten worden. Voor dergelijke aanvullingen geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding. Na afronding van de ontwikkelingsfase worden voor de betreffende gebieden reguliere welstandscriteria opgesteld die gericht zijn op he beheer van het gebied. 5.1Algemene criteria Kwaliteitskader In bijzondere situaties, wanneer de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te grijpen op meer algemene welstandscriteria. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een bouwplan is aangepast aan de gebiedsgerichte welstandscriteria, maar het bouwwerk zelf zo onder de maat blijft dat het zijn omgeving negatief zal beïnvloeden. Ook wanneer een bouwplan afwijkt van de bestaande of toekomstige omgeving, maar door bijzondere schoonheid wel een kwalitatieve toevoeging aan zijn omgeving vormt, kan worden teruggegrepen op algemene welstandscriteria. De welstandscommissie kan burgemeester en wethouders in zo'n geval gemotiveerd adviseren van de hardheidsclausule gebruik te maken en af te wijken van de gebiedsgerichte of objectgerichte welstandscriteria. In de praktijk betekent dit dat het betreffende plan alleen op grond van de algemene welstandscriteria wordt beoordeeld en dat de bijzondere schoonheid van het plan met deze criteria overtuigend kan worden aangetoond. Het niveau van "redelijke eisen van welstand" ligt dan uiteraard hoog, het is immers redelijk dat er hogere eisen worden gesteld aan de zeggingskracht en het architectonisch vakmanschap naarmate een bouwwerk zich sterker van zijn omgeving onderscheidt. Relatie tussen vorm, gebruik en constructie Hoewel het welstandstoezicht is gericht op de uiterlijke verschijningsvorm, kan de vorm van het bouwwerk niet los worden gedacht van de eisen vanuit het gebruik en de mogelijkheden die materialen en technieken bieden om een doelmatige constructie te maken. Daarmee is nog niet gezegd dat de vorm altijd ondergeschikt is aan het gebruik of de constructie. De verschijningsvorm is méér dan een rechtstreekse optelsom van gebruik en constructie. Relatie tussen bouwwerk en omgeving Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Waar het om gaat, is dat het gebouw een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan. Betekenis van vormen in de sociaal-culturele context Voor vormgeving gelden bepaalde regels. Die regels zijn geen wetten en moeten ter discussie kunnen staan. In iedere bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en associaties naar wat eerder of elders reeds aanwezig was of naar wat in de toekomst wordt ver wacht. Een ontwerp kan worden geïnspireerd door een bepaalde tijdsperiode, maar dat is iets anders dan het imiteren van stijlen, vormen en detailleringen uit het verleden. Het is belangrijk om ook bij nieuwe bouwplannen zorgvuldig met stijlvormen om te gaan. Schaal en maatverhoudingen Ieder bouwwerk heeft een schaal die voortkomt uit de grootte of de betekenis van de betreffende bouwopgave. De afmetingen en verhoudingen van gevelelementen vormen tezamen de compositie van het gevelvlak. Als toegevoegde elementen (zoals een dakkapel, een aanbouw of een zonnecollector) te dominant zijn ten opzichte van de hoofdmassa en/of vlakverdeling, verstoren zij het beeld niet alleen van het object zelf, maar ook van de omgeving waarin het is geplaatst. Materiaal, textuur, kleur en licht De keuze van materialen en kleuren is tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal en ambachtelijke kennis voorhanden is. Als materialen en kleuren teveel los staan van het ontwerp, maar slechts worden gekozen op grond van decoratieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en kan het afbreuk doen. 5.2Gebiedsgerichte criteria Voor het maken van een gebiedsindeling, die als ondergrond voor een doeltreffend welstandsbeleid kan fungeren, is het van belang te komen tot een typering van de landschappelijke gegevendheden met de aanwezige structuurlijnen en de hiermee in verband staande concentraties van bebouwing. Immers de bebouwing vormt vaak een verband met voornoemde zaken. Een ander aspect is de leeftijd van de bebouwing, omdat hieraan veel kenmerkende eigenschappen zijn te herkennen. Een derde aspect is het te verwachten aantal initiatieven en de impact ervan op de omgeving, waardoor een apart gebied kan worden benoemd. Het grondgebied van de gemeente Bellingwedde bevindt zich ten zuidoosten van de gemeente Winschoten en wordt begrensd door de gemeenten Winschoten, Pekela, Stadskanaal, Vlagtwedde en Reiderland. Bellingwedde is een grensgemeente en grenst aan Duitse zijde aan de gemeente Rhede. Van doorslaggevende betekenis voor de huidige ruimtelijke en functionele structuur van de gemeente Bellingwedde zijn geweest de lijnen, die in de loop van de geschiedenis zijn getrokken door de grens tussen water en land. Een eerste lijn wordt gevormd door de grens tussen Dollard en het vaste land van Groningen. De uiterste grens van de Dollardinbraak werd gevormd door een min of meer hoefijzervormige zandrug. Deze is nog steeds duidelijk waarneembaar en loopt ongeveer van Blijham in het noordwesten en via Wedde en Vriescheloo in het zuiden naar Bellingwolde als noordoostelijke begrenzing. In de loop van de tijd is door indijkingen de Dollard steeds verder teruggedrongen. Op deze zandrug is momenteel het merendeel van de woningen geconcentreerd. Gepaard aan deze bebouwing gaat een duidelijke intensivering van beplantingen. Fraaie laan- en erfbeplantingen bepalen momenteel in belangrijke mate het aantrekkelijke karakter van deze zandrug. De tweede lijn heeft te maken met de Westerwoldse Aa die van zuid naar noord door het gemeentelijk grondgebied stroomt en daar vroeger op natuurlijke wijze in de Dollard uitmondde. De Westerwoldse Aa vormt de kern van het karakteristieke en waardevolle stroomdallandschap in Westerwolde met zijn essen, esdorpen en stroomdalen. Buiten dit stroomdalgebied strekten zich aan weerszijden heide- en veengebieden uit. Het zijn deze uitgestrekte veengebieden geweest, die gezorgd hebben voor de eeuwenlange min of meer geïsoleerde ligging van het gebied. Door steeds verdergaande ingrepen van de mens zijn in de loop der tijd de natuurlijke invloeden teruggedrongen. Er is een cultuurlandschap ontstaan; ten noorden van de zandrug hoofdzakelijk door inpoldering en aan de zuidzijde hoofdzakelijk door vervening en peilverlaging. In samenhang hiermee ontwikkelden zich zogenaamde randvervening haaks op de zandrug aanvullende bebouwingsassen met de daarbij behorende beplanting. Deze assen ontstonden langs de veldwegen (lanen), die ten gevolge van de Dollardinbraak eenzijdig in de richting van het veen en niet in de richting van het Dollard lopen. Door deze grootschalige coulissen heeft dit voormalige veengebied een duidelijk ander karakter dan het bijna geheel open grootschalige kleigebied aan de noordkant, en ook anders dan de meer grootschalige verveningen daarbuiten. Ingrijpend voor de uiteindelijke situatie zijn ook de uitgebreide kanalen- en wijkenstelsels geweest, die met name in deze laatste gebieden werden aangelegd. Zoals uit het voorgaande blijkt kent de gemeente Bellingwedde een grote landschappelijke verscheidenheid. Globaal gesproken kent Bellingwedde een vijftal verschillende landschapstypes. In de eerste plaats het oude esdorpenlandschap rond het stroomdalgebied van de Westerwoldse Aa. Daarna is er het kenmerkende open dijkenlandschap ter plaatse van de vroegere Dollard-inbraak. Vervolgens is er het streekdorpenlandschap op de hogere zandruggen, een gebied waar de kernen Bellingwolde, Vriescheloo en Blijham liggen. Voorts is in het zuidoosten van de gemeente het veenkoloniaal landschap van de veenontginningen. Dit gebied kan onderverdeeld worden in het randveenontginningslandschap, op de overgang van de dorpen naar het vroegere veengebied en het veenkoloniale gebied. Voor het raadplegen van de welstandscriteria gelden zowel de uitgebreide gebiedsschema's (zie bijlage I voor de uitleg van de systematiek en het begrippenkader), als wel de beschrijving per gebied (paragraaf 5.3). In de gebiedsschema's staat concreet per deelaspect welke keuze is gemaakt voor het te hanteren welstandsbeleid. Globaal zijn de volgende beleidsregiems te onderscheiden: Handhaven Hierbij gaat het om de intentie om het bestaande ruimtelijk beeld als zodanig zoveel mogelijk te handhaven en als uitgangspunt te hanteren voor verdere ont wikkelingen. Respecteren Bij dit beleid staat het zorgvuldig omgaan met bestaande waarden voorop. Deze hoeven niet altijd letterlijk in stand te blijven, maar dienen met respect te worden geïnterpreteerd bij nieuwe ontwikkelingen. Incidenteel wijzigen Hier krijgt het continue transformatieproces de ruimte, waarbij de bestaande situatie weliswaar als leidraad wordt genomen, maar gaandeweg wordt vervangen door nieuwe oplossingen en nieuwe beelden. Planmatig wijzigen Dit beleid is gericht op verandering. Het gaat hier om een bewuste verandering van het ruimtelijk beeld en de ruimtelijke kwaliteit. In verband met het verdelen van de gebieden in grotere eenheden zijn er geen gebieden die geheel in deze categorie vallen. Bij transformatie van een gebiedsonderdeel - bijvoorbeeld voor de aanleg van een nieuwe woonwijk - worden tegelijk met het maken van een stedenbouwkundig plan gebiedscriteria geformuleerd die voor de bouwkundige plannen van toepassing zijn. 5.3Beschrijving per gebied GEBIED1DIVERSE WEGEN IN HET BUITENGEBIED Analyse gebied Algemeen De dekzandruggen in het gebied zijn bepalend geweest voor de huidige nederzettingenstructuur. Om aan de woonbehoeften te kunnen voldoen hebben uitbreidingen en verdichtingen zich voorgedaan, wat heeft geleid tot de huidige verschijningsvorm van het half open landschap. Ruimte Het betreft hier landwegen in een half open landschap van een hoogwaardige kwaliteit, bebouwd met verspreide woonhuizen en boerderijtjes, gebouwd rond
  3. Er is sprake van een sterke betrokkenheid tussen landschap en bebouwing. Plaatsing Kenmerkend is dat de bebouwing in wisselende positie ten opzichte van elkaar, in een gevarieerde af stand tot de weg staat, waarbij de tussenafstand vaak aanzienlijk is. De bijgebouwen zijn in het algemeen zichtbaar vanaf de weg achter de hoofdmassa en bezitten eveneens een wisselende richting. Hoofdvorm/aanzichten/opmaak De bebouwing is van het type één laag met kap en is overwegend kleinschalig. Geleding en plastiek zijn van oorsprong eenvoudig, waarbij de krimp bij de arbeiderswoningen een opvallend kenmerk is. In de periode na 1900 is door verdichting en vervanging in samenhang met de heersende bouwstijl de geleding en plastiek toegenomen. Traditionele stijl, verticaal aanzicht en gesloten gevelopbouw overheersen, maar jongere bouwstijlen zijn ook prominent aanwezig. De kleuren worden overwegend bepaald door rode baksteen en rode dakpannen, terwijl de bijgebouwen veelal zijn uitgevoerd in donkere tinten. Waardering De waarde wordt bepaald door de rustgevende uitstraling van het half open landschap, waarbij de woonhuizen en boerderijtjes hieraan geen afbreuk doen. Eveneens wordt gewaardeerd de diversiteit die dit gebied in zich herbergt. Beleidsintenties Het beleid voor de bebouwing is gericht op "respecteren". Welstandscriteria Plaatsing Afstand tot de weg en de onderlinge af stand worden bepaald door grootte, functie en plaats. Bijgebouwen zichtbaar, maar terugliggend ten opzichte van het hoofdgebouw. Richting haaks of evenwijdig op de weg. Hoofdvorm Eén laag met kap. Geleding en plastiek voor kleine gebouwen sober, voor grotere gebouwen meer samengesteld en minder sober. Aanzichten Stijl traditioneel. Overwegend verticale of wisselende compositie. Gevels gesloten. Opmaak Rode/roodbruine baksteen. Rode, grijze of zwarte dakpannen. Kleurstelling middentoon. GEBIED2RECREATIEVE DOELEINDEN Analyse gebied Algemeen De recreatieve voorzieningen zijn in de gemeente Bellingwedde geconcentreerd in het gebied de Wedderbergen. In het gebied zijn de volgende recreatieparken aanwezig. De Camping Wedderbergen ligt tegen de N368 en de Westerwoldse Aa aan. Op deze camping zijn trekkershutten, jaar-, seizoens-, tent- en bootligplaatsen aanwezig. Het Villapark Weddermeer, in dit park zijn 109 recreatiewoningen gerealiseerd. Tegenover het Villapark staat het complex waar 12 zomerhuizen zijn gesitueerd (dit wordt verder aangeduid als Buitenplaats). Verder zijn er voorzieningen die bij recreatieparken horen aanwezig, zoals een zwembad, restaurants, speeltoestellen, toiletgebouwen, kampwinkel, etc. Ruimte De bebouwing is gerealiseerd in een natuurlandschap. De verschijningsvorm heeft een recreatief karakter, waarbij veel aandacht wordt geschonken aan inpassing in het landschappelijk recreatief gebied. Plaatsing De bebouwing staat in het algemeen verspringend. De af stand tot de weg is onbepaald. Op alledrie de recreatieparken is sprake van een overwegend gesloten bebouwing. Met betrekking tot de bouwvorm kan gesteld worden dat er sprake is van veel variaties. In het Villapark Weddermeer zijn de zomerbungalows gesitueerd aan het water. Bij de Buitenplaats staan de huizen geclusterd aan de Wedderbergenweg. Op de camping Wedderbergen staan alle mogelijke kampeermiddelen op kampeervelden in een natuurlijke omgeving, welke door een groensingel is afgescheiden van de N368 en de Westerwoldse Aa. Hoofdvorm/aanzichten/opmaak De bebouwing is overwegend één bouwlaag met kap of plat. De omvang van de bebouwing kent enige onderlinge verschillen. De recreatiewoningen op het Villapark Weddermeer zijn ruimer van opzet dan de woningen van de Buitenplaats en ook weer verschillend met de kampeervormen op de Camping Wedderbergen. Aanwezige bebouwing is overwegend enkelvoudig van aard. De bebouwing kenmerkt zich door een sobere plastiek. De stijl en compositie zijn als je alledrie de recreatieparken in beschouwing neemt divers. In het Villapark Weddermeer hebben alle bungalows witte gevels en een rood/oranjeachtig dak en een speels karakter. Bij de Buitenplaats hebben de woningen witte gevels en een zwarte dakrand en op het dak zwarte asbestcement golfplaten en een sober en eenvoudig uiterlijk. Op de Camping Wedderbergen is er een verscheidenheid aan kampeervormen te vinden, zoals trekkershutten, stacaravans, tenten, etc. De bebouwing is overwegend van steen- of houtachtige materialen en in een lichte kleurtoon. De kleur over het hele recreatiegebied is divers te noemen zoals reeds bovenomschreven. Waardering De waarde wordt bepaald door de diversiteit die de drie recreatieparken in zich bergen. Het natuurlijk evenwicht tussen recreatie en natuur wordt als positief ervaren. Beleidsintenties Als beleid geldt hier "respecteren" waarbij ruimte en plaatsing vooral worden gehandhaafd. Hoofdvorm, aanzicht en opmaak worden gerespecteerd. De recreatiebouw moet aandacht hebben voor landschappelijke inpassing. Voorzieningen die betrekking hebben op recreatie, zoals zwembad, toiletgebouwen, etc. moeten passend zijn binnen de reeds gerealiseerde voorzieningen. Welstandscriteria Plaatsing Relatieve positie wisselend. Afstand tot de weg onbepaald. De bebouwing moet een geheel vormen met de overige bebouwing, waarbij bestaande bebouwing wordt versterkt. Richting bouwvorm gevarieerd. Hoofdvorm Twee type's: één bouwlaag met kap (Villapark Weddermeer en Buitenplaats), één bouwlaag plat (Camping Wedderbergen). Per recreatiepark is enig onderling verschil mogelijk. Grote ingrepen worden afgestemd op recreatieparkniveau en zal aansluiting hebben op bestaande waarden. Voorzieningen die betrekking hebben op recreatie moeten worden afgestemd op reeds gerealiseerde voorzieningen. Geleding en plastiek zijn enkelvoudig en sober. Aanzichten Bij Villapark Weddermeer rekening houden met speels karakter. Bij Buitenplaats rekening houden met sober en eenvoudig uiterlijk. Bij Camping Wedderbergen stijl divers. Transparantie gevels open. Opmaak Bij Villapark Weddermeer: witte gevels en rood/oranje dakpannen. Bij Buitenplaats: witte gevels en zwarte dakrand en zwarte dakbedekking. Bij Camping Wedderbergen: divers. Materiaal steen- of houtachtig. GEBIED3NATUURLANDSCHAP Analyse gebied Algemeen De natuurwaarden zijn vooral gekoppeld aan het stroomdalgebied van de Westerwoldse Aa. Het natuurgebied De Gaast, dit maakt deel uit van de oeverlanden rond de Westerwoldse Aa, belangrijk als weidevogelgebied en vanwege de slootvegetatie, ligt tegen de Camping Wedderbergen aan en loopt vervolgens richting het Veendiep. In aansluiting daarop fungeren ook de oeverzones van het Veendiep als een ecologisch waardevol gebied. Ruimte Het gebied natuurlandschap betreft voornamelijk het stroomdalgebied van de Westerwoldse Aa, het natuurgebied de Gaast en het Veendiep. Het meerendeel van het gebied natuurlandschap maakt deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur. In het Provinciaal Omgevingsplan heeft dit de functie natuur gekregen. De doelstelling voor dit gebied is behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige natuur- en landschapswaarden en benutten van de mogelijkheden voor natuurontwikkeling. Waardering Juist het ontbreken van bebouwing en de weidsheid alsmede de gaafheid ervan worden positief gewaardeerd. Beleidsintenties Gelet op het ontbreken van dynamiek in deze gebieden is er geen beleid voor bouwwerken. Voor de natuurlijke waarden geldt een beleidsvoornemen van "handhaven". GEBIED4LINT Analyse gebied Algemeen Door vervening en inpoldering steeg de werkgelegenheid in de landbouw. Naast verdichting van het historische lint ontstaat de behoefte aan nieuwe woongebieden voor arbeiderswoningen. Vanaf ongeveer 1900 tot 1940 zijn deze gerealiseerd in de vorm van verbindingslinten. Deze vormen een verbinding tussen bestaande dorpen binnen en buiten het gemeentelijk gebied. De linten komen voor in een deel van het zogenaamde hoefijzerprofiel (de oude dekzandrug met bebouwing, die de oude Dollard inbraak begrensde) en als verbindingslint richting Duitsland, Bourtange, Pekela en Winschoten. Ruimte De ruimte bestaat uit een doorgaande weg, veelal van asfalt (Dorpsstraat in Vriescheloo is klinkerbestrating), met deels zeer karakteristieke boombeplanting in hoofdzaak aan beide zijden van de weg. In de meeste gevallen is een eenzijdig fietspad of een secundaire weg aanwezig (deel Rhederweg). In het lint zijn voornamelijk arbeidersbehuizingen en boerderijen te vinden. Incidenteel is er sprake van andere gebruiksvormen van de gebouwen, zoals detailhandel. In het lint zijn open niet bebouwde gedeelten aanwezig. Plaatsing De positie van de bebouwing wordt bepaald door de functie en door de plaats in het lint. Eenvoudige woonhuizen zijn dichter op de weg geplaatst dan de boerderijen. De afstand tot de weg is zeer wisselend. Er is sprake van een open bebouwing, welke overwegend haaks op de weg, dan wel evenwijdig aan de kavelrichting is gesitueerd. Naar het centrum van de dorpen neemt de bebouwingsdichtheid toe en ook de afstand tot de weg wordt kleiner. De erfbeplanting en tuinen hebben in veel gevallen een representatieve functie. Hoofdvorm/aanzichten/opmaak De bebouwing is overwegend één bouwlaag met kap. De omvang van de bebouwing kent onderling veel verschil. De boerderijen zijn groter van omvang dan de oudere arbeiderswoningen. De andere woningen en gebouwen met andere functies liggen in omvang hier tussen in of zijn incidenteel groter of gelijkwaardig aan boerderijen. Geleding en plastiek is van oorsprong enkelvoudig en gemiddeld. Aan de boerderijen is de "rijkdom" van de gronden af te lezen. Vanaf de gebiedsduiding bijzonder lint, verdwijnt de symmetrie langzamerhand uit de gevels. Ook de centrale ingangspartijen komen in zuidelijke richting nagenoeg niet meer voor. Traditionele stijl, verticaal aanzicht en een tamelijk gesloten gevelopbouw overheersen in het lint. Jongere bouwstijlen zijn ook aanwezig. Kleuren worden overwegend bepaald door rood/roodbruine baksteen en rode of zwarte dakpannen. Incidenteel komen panden voor met houten gevels en rietgedekt. Waardering De waarde wordt bepaald door de afleesbaarheid van de ontwikkelingsgeschieden.is Het contrast tussen de bebouwingsvolumes, de aansluiting bij de toen heersende bouwstijl en de verbondenheid met de structuur en maat van het omliggende landschap zijn belangrijk. De relatie tussen plaatsing van de bebouwing op de erven met de erfbeplanting en het openbaar gebied met de boombeplanting is zeer karakteristiek. Beleidsintenties Het beleid is gericht op het "respecteren" van de hiervoor aangegeven waarden. Nieuwbouw, verbouw en uitbreiding is mogelijk wanneer plaatsing en hoofdvorm van de bestaande structuur worden gerespecteerd. Eigentijdse vormgeving en een zekere mate van contrast tussen de gebouwen behoort tot de mogelijkheden. Voor reclame- en attentieborden geldt een terughoudend beleid. Welstandscriteria Plaatsing Afstand tot de weg en de onderlinge afstand worden bepaald door grootte, functie en plaats in het lint. Bijgebouwen terugliggend ten opzichte van het hoofdgebouw. Richting afhankelijk van de kavelvorm, bij voorkeur evenwijdig aan de kavelrichting. Hoofdvorm Eén bouwlaag met kap, op ruime kavel afhankelijk van de plaats in het lint is ook twee verdiepingen met kap mogelijk. Geleding en plastiek voor kleine bouwwerken sober, voor grotere gebouwen minder sober en meer samengesteld. Aanzichten Stijl verbouw in samenhang met het bestaande. Overwegend verticale of wisselende compositie. Gevels tamelijk gesloten. Opmaak Rood/roodbruine baksteen. Rode, grijze of zwarte dakpannen. Detaillering en ornamenten voor kleine gebouwen sober, voor grotere gebouwen is ook enigszins rijk mogelijk. GEBIED5VERDICHT LINT Analyse gebied Algemeen De dekzandruggen zijn bepalend geweest voor de huidige nederzettingenstructuur. Vanuit deze zandruggen werd het omliggende land in cultuur gebracht. De ruggen met hun slingerend verloop, overwegend in de hoefijzervorm in het landschap gesitueerd, vormen de hoofdstructuur. Latere uitbreidingen en verdichting hebben in het lint geleid tot komvorming. De dorpen Vriescheloo en Blijham worden deels als verdicht lint aangemerkt, evenals het komdorp Wedde. Dit dorp heeft een andere ontstaansgeschiedenis. Gelegen aan een doorwaadbare plaats (wedde) in de rivier de Westerwoldse Aa, was dit ook zeer strategisch gelegen, om het door hoogveen omgeven gebied Westerwolde te beheersen. De Burcht in Wedde dankt hieraan mede haar ontstaan. Het dorp De dorpen hadden tot circa 1950 een belangrijke detailhandel en voorzieningen functie. Ruimte De ruimte bestaat voornamelijk uit doorgaande asfaltwegen (incidenteel klinkerbestrating) met in Wedde en Blijham deels een eenzijdig trottoir. In de wegbermen staan bomen. Plaatsing De bebouwing staat over het algemeen in een strakke voorgevelrooilijn op enige afstand van de weg. De woningen hebben een kleine voortuin. De onderlinge afstand tussen de woningen is gelijkmatig en het geheel van de straatwand maakt een tamelijk gesloten indruk. Dit beeld wordt versterkt door het gegeven, dat in enkele gevallen er sprake is van bebouwing direct aan het trottoir of het openbare gebied. Wedde is een duidelijk voor beeld. Bijgebouwen bevinden zich in hoofdzaak achter de woning. De hoofdrichting van de woning is in hoofdzaak evenwijdig aan de weg. In iets opener gebieden (Vriescheloo en Blijham) is er ook sprake van hoofdrichting aan het verkavelingspatroon. Dit geeft een erg open ruimtelijk beeld, terwijl er sprake is van vrij dichte bebouwing. Hoofdvorm/aanzichten/opmaak In dit lint zijn panden aanwezig met zeer verschillende gebruiksfuncties. De woningen zijn voor het grootste deel één laag met kap en zijn ua vormgeving en architectuur zeer divers. De oudere huizen hebben soms kenmerken van de neorenaissance, dat wil zeggen: horizontale gepleisterde banden en versieringen boven ramen en deuren. De jongere typen uit de jaren dertig zijn strakker van opzet evenals de nieuwere bebouwing uit de vijftiger jaren. Gevels kennen in hoofdzaak een verticale geleding en zijn tamelijk gesloten. De woningen zijn gebouwd van roodbruine (oudere) tot helderrode (jongere) baksteen en afgedekt met rode, roodbruine, grijze of zwarte pannen. Kozijnen en daklijsten zijn veelal in een zeer lichte kleur (wit) geschilderd. Incidenteel komen ook panden voor met een afwijkende lichte kleurstelling. Waardering Er is waardering voor de gesloten lintvorm als gebouwde structuur en voor de karakteristieke samenhang van de verschillende bebouwingsvormen. Bovendien is er waardering voor de positie en hoofdrichting van de bebouwing in dit lint. Soms is de detaillering dusdanig dat verbouwde panden afbreuk doen aan het totaalbeeld. Beleidsintenties Als beleid geldt hier "respecteren" waarbij ruimte en plaatsing vooral worden gehandhaafd. Hoofdvorm, aanzicht en opmaak worden gerespecteerd. Eigentijds bouwen, mits dit zich voegt in maat en schaal van de directe omgeving wordt niet uitgesloten. Welstandscriteria Plaatsing Voorgevel in bestaande rooilijn. Onderlinge afstand regelmatig. Bijgebouwen terugliggend ten opzichte van hoofdgebouw. Richting afhankelijk van kavelvorm, meestal evenwijdig aan de kavelrichting en haaks op de weg. Hoofdvorm Eén verdieping met kap. Steiler of flauwer dak mogelijk. Geleding enkelvoudig. Sobere plastiek. Aanzichten Stijl in samenhang met het bestaande en met respect voor het type. Overwegend verticale compositie. Gevels tamelijk gesloten. Opmaak Rode/roodbruine baksteen. Rode, grijze of zwarte pannen. Bescheiden detaillering en ornamenten. Algemeen Eigentijds bouwen, mits zich dit voegt in maat en schaal van de directe omgeving. GEBIED6BIJZONDER LINT Analyse gebied Algemeen Bellingwolde De ruimtelijke structuur van het bijzonder lint wordt bepaald door het enigszins bochtige verloop van de Hoofdweg, dat een pleistocene dekzandrug volgt. De Hoofdweg vormt de ruggengraat van de dichte bebouwing die aan weerszijden ervan is gelegen. De Hoofdweg met zijn karakteristieke gebakken klinkerbestrating heeft een groen profiel dat met name wordt veroorzaakt door de siertuinen van de boerderijen en de begeleidende boombeplanting aan weerszijden van de weg die slechts op een paar plaatsen wordt onderbroken. De tuinen hebben meestal kenmerken van de landschapsstijl en geven het lint een zekere allure. Aan de westzijde van de weg ligt een betonstenen voetpad. De erfafscheidingen tot de openbare weg zijn wisselend: een stenen muurtje, een gietijzeren hekwerk, een hek of niets. Blijham De ruimtelijke structuur is in dit bijzonder lint bepaald door de begrenzing van de oude Dollard inbraak. Door reconstructie van zowel de Winschoterweg als het Oosteinde is de karakteristieke plaatsing van de gebouwen ten opzichte van de wegen verstoord. De doorgaande wegen bestaan uit een asfaltverharding, met aan één zijde (Oosteinde) of beide zijden (Winschoterweg) secundaire asfaltwegen. In de tussenbermen is boombeplanting aanwezig. Het openbare gebied wordt van de particuliere terreinen gescheiden door sloten. Incidenteel zijn de grote siertuinen nog aanwezig. Ruimte Bellingwolde De dichte bebouwing aan weerszijden van het lint zorgt samen met de beplanting voor een gesloten karakter. De bebouwing is wisselend van schaal en haaks of schuin op de weg georiënteerd. Ze weerspiegelt heel duidelijk de economische, sociale en culturele ontwikkelingen in het gebied in de periode 1850-
  4. Statige boerderijen op ruime kavels worden afgewisseld door kleinschalige bebouwing bestaande uit woonhuizen, woonwinkelpanden en bedrijfspanden. Blijham De statige boerderijen af gewisseld met grote herenbehuizingen zijn gelegen op ruime kavels. Aan het Oosteinde bevindt zich een dichter bebouwd gebied, bestaande uit woningen, waar in het verleden de voorzieningen als bakkerij, smederij, winkel, e.d. waren ondergebracht. Deze cluster bebouwing staat dicht op de weg. Plaatsing Bellingwolde De boerderijen zijn meestal zo'n 25 meter van de weg gelegen en hebben een royale tuin voor en soms ook opzij van het voorhuis. De meeste boerderijen zijn oorspronkelijk van het Oldambster type. Vanaf de laatste decennia van de negentiende eeuw verzelfstandigt het voorhuis steeds meer tot een villa. De stijl waarin het voorhuis van de boerderijen en ook de rentenierswoningen en villa's werden ontworpen varieerde van eclectisch rond 1880 tot een regionale variant op de Amsterdamse school rond
  5. De kleinschalige bebouwing is veel dichter op de weg gelegen, niet hoger don één bouwlaag met kap en in veel gevallen verbouwd of vervangen. Toch is het karakter ervan ua schaal, vormgeving en situering nog redelijk authentiek. Tussen kleinere panden staan grotere rentenierswoningen, villa's, een molen, kerken en openbare gebouwen. Het gebied rondom de hervormde kerk vormt een onderbreking van het bebouwingsritme. De kerk is gelegen, net daar waar de Hoofdweg af buigt naar het westen. De kerk en vrijstaande toren staan in een open gebied beplant met loofbomen. Naast de kerk staat het zeventiende eeuwse rechthuis, een naoorlogs schoolgebouw en een voormalige pastorie. In het bijzonder lint zijn meerdere panden van Rijkswege beschermd. Op korte termijn zal de Hoofdweg Bellingwolde vanwege haar bijzondere eigenschappen aangewezen worden als beschermd dorpsgezicht. Blijham Door de wegreconstructie, is de afstand tot de weg kleiner geworden. De boerderijen van het Oldambster type staan echter nog op een behoorlijke afstand van de weg en hebben zowel voor als aan de zijkant royale tuinen. De stijl van het voorhuis van de boerderijen en de rentenierswoningen is vergelijkbaar met het bijzonder lint Bellingwolde. De kleinschalige bebouwing is veel dichter aan de weg gelegen en niet hoger dan één laag met kap en in veel gevallen verbouwd of vervangen. Hoofdvorm/aanzichten/opmaak De bebouwing is overwegend één verdieping met kap. In omvang zijn boerderijen, renteniersbehuizingen, arbeiderswoningen en overige woningen in drie groepen te onderscheiden. De eerste groep is fors van omvang en arbeiderswoningen zijn in verhouding klein van omvang. Andere woningen en andere functies liggen in omvang hier tussen in. Geleding en plastiek zijn van oorsprong eenvoudig, waarbij de krimp bij arbeiderswoningen een opvallend kenmerk is. Bij verdichting en vervanging na 1900 nemen in samenhang met de heersende bouwstijl de geleding en plastiek toe. Traditionele stijl, verticaal aanzicht en een gesloten gevelopbouw overheersen. Jongere bouwstijlen zijn ook aanwezig. Vooral boerderijen van rond 1900 kennen rijke ornamenten en versieringen. Kleuren worden overwegend bepaald door rood/roodbruine baksteen en rode of zwarte dakpannen. Incidenteel zijn grotere bouwwerken wit gestucadoord. Waardering Bellingwolde Het bijzonder lint Bellingwolde is van nationaal belang vanwege zijn grote cultuurhistorische, ruimtelijk-historische en architectuurhistorische waarden en de hoge mate van gaafheid en zeldzaamheid. Haar oorspronkelijk gesloten en groen karakter is goed bewaard. De grootschalige bebouwingselementen, de boerderijen en hun erven bezitten een grote architectuurhistorische kwaliteit. Deze is het gevolg van de enorme rijkdom die in de periode 1850-1940 de herenboeren ten deel viel. De ruimtelijke kwaliteit wordt met name bepaald door de bebouwing met erfbeplanting en door het authentiek wegprofiel met klinkerbestrating en begeleidende loofboombeplanting. Blijham Het bijzonder lint Blijham is ondanks de reconstructie van de weg bijzonder waardevol vanwege dezelfde eigenschappen als het bijzonder lint Bellingwolde. De ruimtelijke kwaliteit wordt bepaald door de omvang van de bebouwing met de erfbeplanting en de plaatsing op het erf grenzend aan het open landschap. Beleidsintenties Hier geldt een beleid van vooral handhaven van het bijzondere ensemble van ruimte, prominente bebouwing en landschap, terwijl afzonderlijke elementen, voorzover niet beschermd onder voorwaarde van variatie en architectonische kwaliteit, vrij veranderd kunnen worden. Eigentijdse vormgeving en een zekere mate van contrast tussen de gebouwen behoort tot de mogelijkheden. Voor reclame- en attentieborden geldt een terughoudend beleid. Welstandscriteria Plaatsing (Sterk) wisselend. Enige tot grote afstand tot de weg. Tamelijk open bebouwing. Hoofdgebouw prominent, bijgebouwen zichtbaar. Voornamelijk haaks op de weg. Opvallend veel monumenten. Hoofdvorm Eén of meer bouwlagen met kap. Veel onderling verschil. Samengestelde geleding van de massa. Aanzichten Gevarieerd traditioneel. Verticaal (wisselende) compositie. Gemiddeld tot rijk gedetailleerde ornamenten. Tamelijk gesloten gevels. Opmaak Gevels overwegend steenachtig, gevarieerd in lichte en donkere kleuren. Kleur/materiaal ua helderheid globaal in middentonen. Witte ornamenten worden niet uitgesloten. Reclame-/attentieborden ingepast in het totaalbeeld. GEBIED7AGRARISCH LINT Analyse gebied Algemeen Lagen boerderijen eerst in de historische linten, door vervening, afwatering en ruilverkaveling schoof de boerderijbebouwing verder van de (historische) linten af en kwam te liggen langs ruilverkavelingswegen en langs de kanalen. Dit is van toepassing voor zowel het randveenontginningsgebied als het open klei landschap. Ruimte De bebouwing is veelal geconcentreerd langs vrij smalle doorgaande asfaltwegen. Aan weerszijden van deze wegen bevinden zich grasbermen met kanaal of sloot, waarna de uitgestrekte landbouwgronden beginnen. In de bermen staan enkele of dubbele rijen bomen soms gecombineerd met onderbeplanting of zoals langs de J. Buiskoolweg een rijke heesterbeplanting. Bebouwing bestaat in hoofdzaak uit boerderijen, afgewisseld met een of meer zogenaamde arbeidersbehuizingen. Plaatsing De bebouwing staat in het algemeen op door bomen, boomsingels en sloten afgekaderde rechthoekige vlakken, grenzend aan de weg en omgeven door het wijde land. Boerderijen hebben redelijke diepe tuinen aan de voorkant van het huis. Burgerwoningen staan solitair verspreid tussen de boerderijen en hebben dezelfde plaatsingseigenschappen als de boerderijen. Bebouwing staat haaks op de weg en het voorhuis is gericht op de weg en het achterhuis is gericht op het land. Hoofdvorm/aanzichten/opmaak Boerderijen en burgerbehuizing bestaan veelal uit één laag met kap. Incidenteel komt ook twee lagen met kap voor. Hoewel boerderijen en burgerwoningen in hoofdvorm veel overeenstemming vertonen, is het verschil in omvang groot. Oudere burgerwoningen zijn veelal van het krimpjestype. De stijl van de boerderijen is verschillend afhankelijk van de ontwikkelperiode. In het verveende gebied is er sprake van de jaren twintig en der tig bouwstijl. In de ruilverkavelingsgebieden kan worden gesproken van een jaren zestig bouwstijl en in de oudere linten is de heersende bouwstijl van rond negentienhonderd. Verticale geleding en een tamelijk gesloten gevelopbouw overheersen. Gevels zijn van rode, rood/bruine of rood/gele baksteen. Daken zijn bedekt met rode of zwarte dakpannen. Daken van schuren waren oorspronkelijk bedekt met rode pannen, die nu in veel gevallen zijn vervangen door golfplaten. Waardering De waarde van de bebouwing ligt in de grote omvang en vormgeving van de boerderijen in contrast met de kleine behuizingen en in relatie met de veelal centrale situering op het erf. Beleidsintenties Hier geldt een beleid van "handhaving" waarbij een opdeling gemaakt wordt naar plaatsing "handhaven" en hoofdvorm en aanzichten "respecteren". Welstandscriteria Plaatsing Boerderijen in het algemeen op ruime afstand van de weg. Kleinere woningen sterk wisselen van redelijk dicht tot enige afstand van de weg. Bijgebouwen terugliggend ten opzichte van het hoofdgebouw. Richting afhankelijk van de kavelvorm, overwegend haaks op de weg of evenwijdig aan de weg. Onderling verband is open tot solitair. Hoofdvorm Boerderijen één tot twee verdiepingen met kap, woonhuizen één verdieping met kap. Relatieve omvang per gebouwtype onderling verschillend, per reeks onderling meer overeenkomstig. Geleding en plastiek voor kleinere gebouwen sober, voor grote gebouwen meer samengesteld en minder sober. Aanzichten Stijl voornamelijk traditioneel. Compositie en transparantie ondergeschikt aan de gekozen stijl, voornamelijk verticaal gericht en tamelijk gesloten. Nieuwe schuren direct aansluitend op en in harmonie met de bestaande bebouwing. Opmaak Rode/roodbruine baksteen. Rode, grijze of zwarte dakpannen, grote schuren in donkere tinten dakplaten. Detaillering en ornamenten eenvoudig c.q. bescheiden. GEBIED8LANDELIJKE BEBOUWINGSCLUSTERS Analyse gebied Algemeen In het buitengebied komen drie bijzondere typerende woongebiedjes voor. Het gaat om kleine bebouwingsclusters die hoofdzakelijk bestaan uit landarbeiderswoningen, gebouwd tussen 1900 en
  6. Deze gebiedjes zijn: Morige/Zandstroom, Osse-/Weddermarke en De Lethe. De beeldtypering is dermate kenmerkend dat de clusters zich in sterke mate onderscheiden van het overig buitengebied. Het gaat om kleinschalige woongebiedjes in een half open tot gesloten landschap met een landelijk karakter. De clusters voorzien in de behoefte aan woonprivacy en bieden ruimte voor het hobbymatig houden van bijvoorbeeld paarden, schapen en geiten. Kenmerkend is het voorkomen van onverharde lanen. Ruimte De Morige/Zandstroom onderscheidt zich door op onderling korte afstand van en parallel aan elkaar gelegen smalle lanen. Hoewel het gebied een half open en fijnmazig landelijk karakter heeft, is in dit gebied in mindere mate sprake van privacy en wonen in het groen dan in de landelijke bebouwingsclusters Osse- en Weddermarke en De Lethe het geval is. Vooral in De Lethe is sprake van privacy en wonen in een natuurlijke en bosrijke omgeving. Bosschages en kleine weilandjes vormen belangrijke beelddragers in de Osse-/Weddermarke. Alledrie de landelijke bebouwingsclusters ademen een behagelijke sfeer uit. Plaatsing De positie van de in de cluster voorkomende bebouwing is kenmerkend te noemen. Bijzonder is de positie van de bebouwing in de Morige/Zandstroom. De oriëntatie van de voorgevel richting de oorspronkelijke ontginningsas (Hoofdweg) is zeer kenmerkend. Even kenmerkend zijn de langsgevels die het beloop van de smalle lanen en de kavelrichting volgen. De situering van de bebouwing direct aan de smalle lanen versterken het kleinschalig karakter. In de Osse-/Weddermarke en De Lethe wisselt de plaatsing van de bebouwing ten opzichte van de weg sterk. Er is overwegend sprake van solitaire bebouwing. Sommige woonerven zijn vanaf de weg niet zichtbaar en bieden zoveel privacy alsof ze zich van het openbare leven hebben afgezonderd. In de landelijke bebouwingsclusters is het hoofdgebouw steeds het meest vooruitgeschoven bouwwerk en ua omvang het meest prominent. Hoofdvorm/aanzichten/opmaak De bebouwing is altijd één bouwlaag met kap. De omvang van de bebouwing kent onderling weinig verschil. De landarbeidersbehuizing kenmerkt zich overwegend door een enkelvoudige bouwmassa. Er is sprake van één afleesbaar volume. Zeer kenmerkend en beeldbepalend zijn de lage goten en grote dakvlakken. Het eenvoudige bestaan van de landarbeider komt in de architectuur tot uitdrukking door de traditionele stijl, de sobere plastiek en het (vrijwel) ontbreken van detail en ornament. De verticale geleding van de voorgevel, zoals deze zichtbaar is in de vorm van kozijnen, is opvallend, evenals het tamelijk gesloten karakter ervan. Hoewel de hoofdkleur van de gevels en daken vaak rood is, zijn sommige daken voorzien van grijze of zwarte pannen. De gevels van enkele landarbeiderswoningen zijn wit geschilderd. Ander materiaal dan steen, uitgezonderd houten bijgebouwen, komt niet of nauwelijks voor. Waardering De waarde wordt bepaald door het kleinschalig en landelijk karakter. De onverharde lanen, bossen, bosschages, kleine weilandjes en natuurlijke tuin- en erfscheidingen vormen met de bescheiden bebouwing een aantrekkelijk ensemble. In de Morige/Zandstroom is de opstrekkende kleinschalige verkaveling goed leesbaar. De smalle lanen en langsgevel direct aan de laan worden uit landschappelijk oogpunt erg gewaardeerd. De waarde van De Lethe wordt hoofdzakelijk bepaald door het sterk besloten landschap. De verscholen ligging van de woonerven in het bos maken dit gebied tot een uniek woongebiedje. Beleidsintenties Het beleid is gericht op het behoud van het landelijk en kleinschalig karakter. Plaatsing, hoofdvorm en omvang van de bebouwing dienen zoveel mogelijk te worden gehandhaafd. Daarbinnen biedt het beleid ruimte voor noviteiten. Eigenzinnige architectuur kan het verrassend karakter van de landelijke bebouwingsclusters versterken. Er dient dan sprake te zijn van een hoge mate van originaliteit en onderscheidendheid. De zichtbare relatie tussen bebouwing en openbare ruimte wordt erg belangrijk gevonden. Voorts is het beleid gericht op het vergroten van de recreatieve aantrekkelijkheid van het landschap. In verband hiermee richt het beleid zich op het behoud van bosschages, onverharde lanen en solitaire bomen. Welstandscriteria Plaatsing In de Morige/Zandstroom oriëntatie van de voorgevel richting de Hoofdweg, en situering van de langsgevel in de rooilijn direct aan de laan. Enig tot grote afstand van de weg in De Lethe en Osse-/Weddermarke. Bijgebouwen achter hoofdgebouw (met uitzondering van verscholen woonerven in De Lethe). Sterk wisselende onderlinge positie van de bebouwing in De Lethe en Osse-/Weddermarke ten opzichte van de rooilijn. In een half open tot gesloten landschap. Hoofdvorm Bebouwing van bescheiden omvang. Groot dakvlak. Eén bouwlaag met kap. Platte afdekking in uitzonderlijk geval toegestaan. Enkelvoudige samenstelling van bouwmassa. Sobere plastiek. Aanzichten Stijl in samenhang met het bestaande en met respect voor het type. Verticale geleding van de voorgevel. Tamelijk gesloten voorgevel. Aanbouwen onderdeel van de hoofdvorm. Opmaak Lage mate van detaillering en versiering. Gradatie van helderheid in het materiaal en kleurgebruik: middentoon. GEBIED9OUDE NIEUWBOUW Analyse gebied Algemeen Na de Tweede Wereldoorlog bestond er grote behoefte aan huisvesting. Deze behoefte werd ingelost door woningbouwcorporaties en verenigingen die op projectmatige wijze woningbouw hebben gerealiseerd. De tot dan toe meest gebruikte wijze om langs bestaande wegen lintbebouwing te realiseren werd losgelaten en woningbouw werd op planmatige wijze in de vorm van rijtjeswoningen tot stand gebracht. In de jaren vijftig tot zeventig werden de woningen in strakke blokken en in een strak gelid gebouwd. In de jaren daarna tot de tachtiger jaren werd het wegenpatroon wat losser en speelser en werden de woningen ook veelvormiger. Deze projectmatige woningbouw kwam tot stand in de dorpen Bellingwolde, Blijham, Vriescheloo, Wedde en in de kern Rhederbrug. In de meeste gevallen werd er direct gebouwd achter het oude lint. Ruimte De straten zijn in de eerste plaats woonstraten, de straatprofielen zijn over het algemeen ruim van opzet met een trottoir aan éénzijde soms aan weerszijden van de straat. Er zijn vaak ruime plekken aanwezig voor groen en om te spelen. Parkeren vind plaats langs de straat, op aangelegde plekken of op eigen in- of oprit. Menging van functies komt nauwelijks voor. Wonen in rijtjeswoningen is de hoofdfunctie in Wedde, Blijham en in de kern Rhederbrug. Toch is in Wedde en de kern Rhederbrug een school ingepast en in Blijham het zorgcentrum De Blanckenbörg. Plaatsing De bebouwing staat in een strakke rooilijn die soms per cluster verspringt of verdraait. De woningen hebben allemaal een voortuin die varieert in een diepte van 3 tot 10 meter. De onderlinge afstand tussen de bouwvlakken is gelijkmatig en maakt een gesloten indruk. Bijgebouwen, aangebouwd of losstaand, bevinden zich bij drie of meerdere woningen aaneengebouwd achter het bouwblok en bij woningen twee onder een kap naast achter het bouwblok (garage). De hoofdrichting van de bouwvlakken is evenwijdig aan de weg. In de jaren zeventig en tachtig staat de hoofdrichting per cluster soms verdraaid ten opzichte van de wegas. Hoofdvorm/aanzichten/opmaak De woningen zijn in twee type' s te onderscheiden, namelijk hoge gootlijn twee verdiepingen met een vlak hellend dak en lage gootlijn één verdieping met kap (dakhelling tussen de 30 en 60 graden). De omvang vertoont per cluster veel overeenkomst. De woonblokken vertonen nauwelijks geleding. In de jaren vijftig lijken de ramen gaten in de baksteengevel, is er een overgang van een verticaal naar een horizontale compositie, de gevels maken nog steeds een vrij gesloten indruk, er zijn wel detaiIs aanwezig zoals gootklossen, omranding om voordeurkozijn, schoorstenen die kenmerkend zijn. De kleuren van de gevels zijn overwegend rood en van de dakpannen rood of grijs. In de zeventiger jaren wordt een begin gemaakt naar een horizontale compositie, waarbij schoorstenen verdwijnen en de gevels opener worden en de goten strakker. Om de gevels levendiger te maken werden deze soms bekleed met hout of een ander plaatmateriaal. De kleuren zijn dan verschillend. Waardering De waarde wordt bepaald door de heldere stedenbouwkundige opzet en de project gerichte aanpak waarbij de ruime opzet met veel groen en speelruimte als positief wordt ervaren, daarentegen worden de bouwblokken met de gesloten gevels als minder aantrekkelijk gewaardeerd. Beleidsintenties Er geldt hier een beleid van "incidenteel wijzigen" van alle onderdelen. Indien ingrijpende gevelwijzigingen plaatsvinden, zal de uitvoering bloksgewijs zijn. Welstandscriteria Plaatsing Voorgevel in bestaande rooilijn of per cluster in gewijzigde rooilijn. Onderlinge afstand gelijkmatig en beperkt, waardoor het gesloten beeld blijft bestaan. Bijgebouwen terugliggend of achter het hoofdgebouw. Hoofdvorm Drie type's: één verdieping met kap, twee verdiepingen met kap, incidenteel drie verdiepingen plat. Enig onderling verschil in omvang is mogelijk. Geleding en plastiek van enkelvoudig en sober tot samengesteld en gemiddeld, bij drie verdiepingen onderscheidt de derde zich. Grotere ingrepen worden op blokniveau afgestemd. Aanzichten Stijl eigentijds. Compositie wisselend. Transparantie van gesloten naar enigszins open. Opmaak Van rode/roodbruine baksteen tot gevelpuien en panelen in gedempte kleurtonen. Roodbruine, grijze of zwarte dakpannen. GEBIED10JONGE NIEUWBOUW Analyse gebied Algemeen In de jaren tachtig tot heden werden woonwijken ontwikkeld waar vrijstaande of twee onder een kap woningen de boventoon voeren. Soms wordt één woning of een cluster woningen gebouwd in opdracht van particulieren, projectontwikkelaars of wooncorporaties. Deze woonwijken komen voor in de dorpen Bellingwolde, Blijham en Wedde en zijn gebouwd achter de oude linten. Recentelijk zijn er op drie locatie's appartementencomplexen gerealiseerd met drie of meer bouwlagen. Ruimte De straten zijn ontworpen woonstraten en maken een ruime indruk, de grote voortuinen en de vrijstaande woningen hebben in dit gegeven een grote rol. Meestal is er aan één kant van de weg een trottoir soms aan beide kanten en in één locatie grenzen de grote voortuinen aan de weg. De functie wonen heeft verreweg de overhand, andere functies komen nauwelijks voor. Plaatsing De woningen staan in de rooilijn soms enigszins verspringend en hebben behalve de appartementen allemaal voortuinen van 4 tot 12 meter diep. Ook onderling worden de vrijstaande of twee onder een kap woningen van elkaar gescheiden door een zijtuin. Het hoofdgebouw is altijd prominent naar de weg gekeerd, de bijgebouwen staan meestal naast en achter de woning en zijn via een inrit vanaf de weg bereikbaar. De nokrichting is altijd haaks of evenwijdig aan de weg. Hoofdvorm/aanzichten/opmaak De woningen bestaan meestal uit één bouwlaag met een forse kap. In de kap bevinden zich de slaapvertrekken. Soms komt twee ver diepingen met een kleinere kap voor en is het onderlinge verschil met andere woningen vrij groot, appartementcomplexen zijn allemaal voorzien van een platte afdekking. De compositie van de gevels is wisselend, zowel verticaal als horizontaal en soms maken gevels een transparante indruk. Als materiaal worden in hoofdzaak baksteen en dakpannen gebruikt, soms komt houtbouw voor of worden delen van gevels met hout of plaatmateriaal bekleed. De kleuren zijn overwegend in de middentoon te vinden, maar soms zijn er zowel in steen, dakpannen en overige onderdelen uitschieters naar lichte of donkere kleurtonen en felle kleuren. Waardering De waarde wordt bepaald door de grote verscheidenheid van de verschijningsvormen en de royale kavels waarop is gebouwd, deze combinatie word positief ervaren. Beleidsintenties Er geldt hier een beleid van "incidenteel wijzigen", waarbij de plaatsing wordt gerespecteerd, maar hoofdvorm, aanzicht en opmaak kunnen worden gewijzigd. Indien ingrijpende gevelwijzigingen plaatsvinden, zal de uitvoering bloksgewijs zijn. Welstandscriteria Plaatsing Voorgevel enigszins verspringend op 4 tot 12 meter uit de weg. Onderlinge af stand enigszins wisselend en ruim, waardoor er een tamelijk open beeld ontstaat. Bijgebouwen terugliggend ten opzichte van de voorgevel van het hoofdgebouw. Hoofdvorm Eén of twee verdiepingen met kap, incidenteel drie of meer bouwlagen met platdak. Onderling verschil in bouwomvang is mogelijk. Geleding en plastiek van enkelvoudig en sober tot samengesteld en complex. Grotere ingrepen worden op blokniveau afgestemd. Aanzichten Stijl verschillend. Compositie wisselend. Transparantie van tamelijk gesloten tot open. Opmaak Rode/roodbruine baksteen en/of aansluiten bij de omliggende bebouwing. Roodbruine, grijze of zwarte dakpannen. Variatie aan vormen, kleuren en materialen. GEBIED11OUDESCHANS Analyse gebied Algemeen Vanwege de strategische ligging van de Bellingwolderzijl (de Westerwoldse Aa stroomde hier in de Dollard) is in 1593 de vesting, later genoemd Oudeschans aangelegd. Na dichtslibbing van de Dollard heeft de schans de functie als havenvesting verloren en is een versterkte garnizoenplaats geworden. Tussen 1815 en 1819 is de vesting geslecht. In 1976 is Oudeschans aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Deze aanwijzing heeft de kansen op instandhouding en verbetering van het dorp in cultuurhistorisch belang vergroot. Het dorp is op een zodanige wijze gereconstrueerd dat het wonen de belangrijkste peiler is gebleven. Ruimte Het dorp vormt als het ware een bebouwd en beplant gebied in een open landschap. Door de herkenbare omwalling met waterloop en het historische stratenpatroon, enkele monumenten, een aantal beeldbepalende panden, niet monumenten zijnde en het geboomte, vormt Oudeschans een gesloten stedenbouwkundige totaliteit. Ter nadere accentuering van de wallen en bastions is opgaande beplanting aanwezig. De visuele relatie met het buitengebied wordt gehandhaafd door een open groenstructuur. De wegen zijn voor wat betreft hun bestrating, zoveel mogelijk aangepast aan het historisch karakter en bestaat uit klinkers en veldkeien. Plaatsing De bebouwing in de historische kern staat in de rooilijn of enigszins verspringend en direct op de weg of gescheiden van de weg door een kleine voortuin. De onderlinge afstand is zeer dicht tot aaneengesloten. Het geheel maakt van de straatwand een gesloten indruk. De hoofdrichting van de woningen is zowel evenwijdig aan de weg als haaks op de weg, afhankelijk van het woningtype. De bebouwing aan de uitvalslinten heeft een opener karakter. De panden zijn verder van de weg af gesitueerd en hebben een voor- en zijtuin. De hoofdrichting van deze woningen is in hoofdzaak haaks op de weg. Hoofdvorm/aanzichten/opmaak Een groot deel van de bebouwing is van een typisch noordelijk karakter en beeldbepalend te noemen. De woningen bestaan voor het grootste deel uit één laag met kap. Omdat het dorp een hoge leeftijd heeft, is in de loop van de tijd enige vervangende nieuwbouw gepleegd en kennen de omvang, het aanzicht en de opmaak enig onderling verschil. Het verschil wordt daarbij sterk bepaald door de leeftijd en de bij die stijl passende bouwstijl. Contour en omvang liggen bij elkaar in de buurt. Gevels zijn over het algemeen tamelijk gesloten en de gebouwen zijn gemaakt van roodbruine en gele (friese) steen. De jongere bebouwing is helder rood van kleur. De daken zijn gedekt met rode, roodbruine, grijze of zwarte dakpannen. Kozijnen en daklijsten zijn van hout en veelal wit geschilderd. Waardering De waarde wordt bepaald door het samenspel van herkenbare omwalling met de bastions, het historische stratenpatroon en de kenmerkende oude bebouwing, tezamen met enkele monumenten welke tezamen het beschermd dorpsgezicht bepalen. Beleidsintenties Het beleid is gericht op het behouden en versterken van het waardevolle historische karakter van het dorp en beoogt een extra accentuering van de historische, waardevolle ruimtelijke vormgeving en zal - voor wat betreft de functie - ook betekenis moeten hebben voor de directe woonomgeving alsmede in recreatieve zin. Welstandscriteria Plaatsing Voorgevel in bestaande rooilijn. Onderlinge afstand regelmatig tot gesloten. Bijgebouwen achter het hoofdgebouw. Richting meestal evenwijdig aan de kavelrichting en haaks op de weg. Hoofdvorm Eén verdieping met kap. Geleding enkelvoudig. Sobere plastiek. Aanzichten Stijl in samenhang met het bestaande en met respect voor het type. Overwegend verticale compositie. Gevels tamelijk gesloten. Opmaak Rode/roodbruine (incidenteel fries gele) baksteen. Rode, grijze of zwarte gebakken pannen. Bescheiden detaillering en ornamenten. Overwegend wit geschilderde lijsten en kozijnen. GEBIED12BEDRIJFSDOELEINDEN Analyse gebied Algemeen Er zijn van oorsprong drie locatie's waar bedrijfsmatig is gewerkt met name de terreinen van de steenfabriek (Winschoter Hogebrug) en aardappelmeelfabriek (Veelerveen) zijn van ver vóór de Tweede Wereldoorlog en de gordijnfabriek Ado (Rhederbrug) direct erna. Voor alledrie de locatie' s geldt dat de gebouwen een andere bestemming hebben gekregen. Op de locatie Veelerveen zijn de gebouwen dusdanig vervallen dat sloop op termijn nog de enige optie is. Ruimte De ruimte bestaat uit weggetjes geasfalteerd in een bepaald patroon en die ruim in de omgeving zijn gesitueerd. Plaatsing De bebouwing staat meestal enigszins verspringend op enige afstand van de weg. Door de ruime afstand tussen de bebouwing ontstaat een open bebouwingsbeeld, waarbij geldt voor de locatie's Winschoter Hogebrug en Veelerveen, dat de verschillende onderdelen zijn geclusterd op het terrein en het representatieve deel naar de weg is gekeerd. Daarentegen zijn alle kleinschalige bedrijven bij de Rhederbrug als een lint naast elkaar gebouwd. Hoofdvorm/aanzichten/opmaak De bebouwing bestaat voornamelijk uit één, soms uit twee verdiepingen, meestal met platdak soms flauw hellend. Tussen de onderlinge bedrijven is er veel verschil in omvang. De geleding is meestal enkelvoudig, soms samengesteld door het in elkaar schuiven van verschillende bouwvolumes, de plastiek neemt dan toe. De stijl is aan te duiden als blokvormig met een voorkeur voor een horizontale compositie en een enigszins open gevelopbouw. De kleuren zijn hoofdzakelijk rood en rood/bruin voor de gevels en donkergrijs voor de daken. Waardering De waarde wordt bepaald door de ruime opzet, welke als positief wordt ervaren. Negatieve waardering is er voor de rommelige indruk die de locatie Veelerveen uitstraalt. Beleidsintenties Er is een beleid van "incidenteel wijzigen" voor plaatsing hoofdvorm, aanzicht en opmaak. Voor Veelerveen geldt "uit te werken bedrijfsdoeleinden" het gaat dan om lichte, kleinschalige bedrijvigheid, met name gericht op recreatief-toeristische en aanverwante bedrijvigheid, ook kunnen bedrijfswoningen en aan- en uitbouwen worden gerealiseerd. Welstandscriteria Plaatsing Plaatsing in de rooilijn of enigszins verspringend. Onderlinge afstand dusdanig dat het open beeld blijft bestaan. Hoofdrichting evenwijdig of haaks op de weg. Noodzakelijke bedrijfsopslag zoveel mogelijk uit het zicht. Hoofdvorm Eén of twee verdiepingen plat of met kap. Eenvoudige hoofdvorm. Geleding en plasticiteit gebruiken om grote gevelvlakken in te delen. Aanzichten Stijl eigentijds. Zowel horizontale als verticale compositie is mogelijk. Gevelopbouw kan zowel gesloten als open. Opmaak Rode/roodbruine steen, eventueel aansluiten bij bestaande omliggende bebouwing. Gevelpuien en panelen in gedempte kleuren. Grijze of zwarte beplating en glas op hellende daken. Terughoudendheid in kleurstelling bij eenvoudige doosvormige volumes. 5.4Objectgerichte criteria De gemeente stelt voor licht bouwvergunningplichtige bouwwerken zulke gedetailleerde eisen op, dat er geen misverstand over kan bestaan hoe er moet worden gebouwd om aan de welstandseisen te voldoen. Voor de volgende bouwwerken zijn gedetailleerde eisen opgesteld: bij een woning of woongebouw op de grond staande aan- of uitbouwen van ten hoogste één bouwlaag met een maximale hoogte van 5 m; bij een woning of woongebouw op de grond staande bijgebouwen en overkappingen bestaande uit één bouwlaag, met een maximale hoogte van 5 m en een bruto vloeroppervlakte van maximaal 50 m2; het veranderen van een kozijn, kozijnvulling, luik of gevelpaneel van een woning of woongebouw of bij een woning of woongebouw behorend bijgebouw; dakkapellen op een gebouw (zowel op woningen als niet-woningen); erf- en perceelafscheidingen. De plannen voor deze bouwwerken kunnen (aan het loket) door een gemandateerde ambtenaar worden afgedaan indien ze aan alle gestelde eisen voldoen. Wat is bouwvergunningvrij bouwen? Als uw bouwplan voldoet aan de voorwaarden voor bouwvergunningvrij bouwen, mag u zonder bouwvergunning bouwen. De regels in het bestemmingsplan, de gemeentelijke bouwverordening en in principe ook de gemeentelijke welstandseisen zijn in dat geval niet van toepassing. De regels met betrekking tot onder meer veiligheid en gezondheid uit het Bouwbesluit 2002 en het burenrecht zoals vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek gelden echter wel. Als u gaat (ver)bouwen moet u er zelf voor zorgen dat u aan deze regels voldoet. Monumenten Bouwt u in, op, aan of bij een monument dat door het Rijk, de provincie of de gemeente is aangewezen of in een door het Rijk aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht, don mag dat nooit bouwvergunningvrij. Voor bouwvergunningvrije bouwwerken is dan altijd toch een bouwvergunning nodig. Bestemmingsplan In het bestemmingsplan legt de gemeente regels vast voor de ruimtelijke ordening. Deze pionnen zijn bindend voor u als burger. Daar staat precies in welke bestemming de grond heeft, bijvoorbeeld woningbouw, industrie, winkels, recreatie of kantoren. Die verschillende bestemmingen staan op een kaart aangegeven. Het plan geeft ook bouw- en gebruiksvoorschriften die bij de verschillende bestemmingen horen. Uw bouwplan moet in principe altijd passen binnen het bestemmingsplan van uw gemeente. Wanneer u iets (ver)bouwt dat bouwvergunningvrij is, gelden echter alleen de voorschriften uit het bestemmingsplan met betrekking tot het gebruik. Wanneer u het gebouwde no uitvoering van de bouwplannen wilt gaan gebruiken voor een doel dat op grond van het bestemmingsplan niet is toegestaan, moet u hier, ook al betreft het een in principe bouwvergunningvrij bouwwerk, vrijstelling van het bestemmingsplan voor aanvragen. Welstand De gemeente zelf mag een licht bouwvergunningplichtig bouwplan aan "redelijke eisen van welstand" toetsen of het bouwplan voorleggen aan de welstandscommissie. Bij een regulier bouwvergunningplichtig bouwwerk is het advies van de welstandscommissie verplicht. Bij de toets aan de welstandseisen wordt gekeken of de plaatsing, de vorm en het materiaal- en kleurgebruik van het bouwwerk binnen de directe omgeving post. Om u als burger vooraf zoveel mogelijk duidelijkheid te geven moet de gemeente in een welstandsnota zo concreet mogelijke welstandseisen aangeven. Bij een aantal bouwwerken (aan-/uitbouwen, bijgebouwen/overkappingen, kozijn- en gevelwijzigingen, dakkapellen en erfafscheidingen) moeten de welstandseisen zo gedetailleerd en duidelijk zijn, dat er geen enkel misverstand over kan bestaan hoe er moet worden gebouwd om aan de welstandseisen te voldoen. Die verplichte gedetailleerde eisen worden "loketcriteria" genoemd. Iedere gemeente moet haar welstandsnota en loketcriteria uiterlijk 1 juli 2004 hebben vastgesteld. Tot die tijd hoeft de welstandsbeoordeling nog niet op een welstandsnota te zijn gebaseerd. Bouwvergunningvrije bouwwerken worden niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Voor uitzonderingsgevallen is echter een zogenoemde "excessenregeling" ingesteld, want men kan bouwsels maken die "in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand". En wel zodanig dat de gemeente zich genoodzaakt voelt om in te grijpen. De eigenaar wordt dan verzocht het uiterlijk van het bouwsel aan te passen, ondanks het feit dat het bouwsel bouwvergunningvrij is. Bouwbesluit 2002: hoe te bouwen Bij het bouwen of verbouwen moet altijd worden voldaan aan het Bouwbesluit
  7. In het Bouwbesluit 2002 staan minimumeisen op technisch gebied die voor heel Nederland gelden. Ze staan garant voor uw veiligheid en gezondheid en houden rekening met het milieu en het gebruikscomfort. Of er nu volgens een reguliere bouwvergunning, een lichte bouwvergunning of bouwvergunningvrij wordt gebouwd: het bouwwerk moet altijd voldoen aan het Bouwbesluit
  8. Daarvoor draagt iedereen zelf de verantwoordelijkheid. Verplicht rekening houden met buren Behalve de regels rondom het bouwen, heeft iedereen ook te maken met het zogeheten burenrecht dat in het Burgerlijk Wetboek is geregeld. Daarmee is feitelijk niets anders vastgelegd dan de gebruikelijke omgangsvormen. Ze geven (wettelijk) houvast als er onenigheid met de buren ontstaat. Het belangrijkste advies is om eerst met de buren te overleggen, ze in te lichten over de voorgenomen bouwplannen. In veel gevallen wordt er een compromis gesloten, wellicht na een kleine aanpassing van het plan. Wat betekent een bouwvergunning? Bij een aanvraag voor een lichte bouwvergunning wordt de volgende procedure doorlopen: Stap 1: Het bouwplan wordt ingediend bij de gemeente op een standaardformulier volgens standaard indieningsvereisten. Het formulier is te verkrijgen bij de gemeente en van het internet te halen (www.vrom.nl\woningwet). In de bijlage bij het aanvraagformulier staat welke stukken moeten worden ingeleverd. Stap 2: Blijkt dat er nog stukken ontbreken na indiening van het plan, dan moet de gemeente dat binnen vier weken melden. De gemeente zal aangeven binnen welke termijn de ontbrekende stukken alsnog kunnen worden aangeleverd (de maximale termijn hiervoor is eveneens vier weken). Als er binnen vier weken na indiening van de aanvraag op dat punt niets is vernomen van de gemeente, dan kan er van worden uitgegaan dat de aanvraag compleet is. Stap 3: De gemeente beoordeelt het plan met name op zijn ruimtelijke kwaliteit volgens de voorschriften van het bestemmingsplan en de stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening en de welstandsvoorschriften. Het plan wordt voorts op constructieve veiligheid getoetst volgens de technische minimumeisen uit het Bouwbesluit
  9. Stap 4: De gemeente geeft binnen zes weken uitsluitsel of er wel of niet een lichte bouwvergunning wordt af gegeven. Voor de reguliere bouwvergunningsprocedure gelden uitgebreidere toetsingspunten en een langere beslistermijn van twaalf weken (deze termijn is daarbij eenmalig met zes weken te verlengen). Vraag het de gemeente Naast een bouwvergunning kunnen bij het (ver)bouwen ook andere vergunningen nodig zijn. Zo is er misschien geen bouwvergunning nodig, maar bijvoorbeeld wel een milieuvergunning, een uitritvergunning, een sloopvergunning of kapvergunning. Het is daarom verstandig bij ieder bouwplan contact op te nemen met de gemeente. AAN- EN UITBOUWEN ALGEMEEN Wat is een aan- en uitbouw? Een aan- en uitbouw is een bouwwerk dat u tegen uw bestaande woning aanbouwt en dat direct in verbinding staat met het woonhuis. Dit kan een garage of een berging zijn, maar ook een uitbouw van uw woonkamer in de vorm van een serre of een uitbouw aan de keuken. Er wordt in de regelgeving ook over "bijgebouwen" gesproken. Dit kan ook een garage of berging zijn, maar dan kan deze alleen worden bereikt via een aparte toegangsdeur (dus niet rechtstreeks vanuit de woning). Excessenregeling Als een aan- en uitbouw vergunningvrij mag worden gebouwd, dan wordt deze niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Voor uitzonderingsgevallen is echter een zogenoemde "excessenregeling" ingesteld, want men kan bouwsels maken die "in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand". En wel zodanig dat de gemeente zich genoodzaakt voelt om in te grijpen. De eigenaar wordt dan verzocht het uiterlijk van het bouwsel aan te passen, ondanks het feit dat het bouwsel bouwvergunningvrij is. Toetsing Bij alle plannen is ten eerste het bestemmingsplan maatgevend. Een regulier vergunningplichtig plan moet altijd ter beoordeling worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Een licht vergunningplichtig plan mag door een gemandateerde ambtenaar worden getoetst en (eventueel) worden goedgekeurd op basis van de hierna genoemde welstandseisen. Voldoet het plan niet aan deze welstandseisen, of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat over de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt het plan alsnog aan de welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling tevens gebruikmaakt van de gebiedsgerichte en de algemene welstandscriteria. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen beschermde monumenten. Standaardplan Een aan- en uitbouw voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als het eerder als zodanig door de welstandscommissie is goedgekeurd voor een identiek plan voor hetzelfde bouwblok of in een vergelijkbare situatie (bijvoorbeeld in dezelfde straat). Informatie over standaardplannen is verkrijgbaar bij de gemeente. WILT U EEN AAN- OF UITBOUW BOUWEN? AAN- OF UITBOUW OP HET ACHTERERF OF ZIJERF Als er geen standaardplan is, voldoet een aan- of uitbouw op een achtererf of zijerf in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Conform eerder goedgekeurde uitbouw na 1 juli 2004 Gelijk aan of lager dan de oorspronkelijke goothoogte hoofdgebouw met een maximum van 3,25 m hoog Maximaal 4 m diep, haaks op de oorspronkelijke gevel Maximaal 5 m diep, haaks op de oorspronkelijke gevel, indien 3m of meer uit de erfgrens Niet breder dan de woning, of indien naast de woning, 3 m achter de voorgevelrooilijn Rechthoekig van vorm Indien op zijerf gericht aan de openbare kant, 2 m diep haaks op de oorspronkelijke gevel In steen of hout conform kleuren woning Detaillering zonder boei of met boeirand van maximaal 0,20 m breedte Gevel geleding conform bestaande gevels. BIJGEBOUWEN ALGEMEEN Wat is een bijgebouw? Er wordt onderscheid gemaakt tussen aan- en uitbouwen en bijgebouwen. Aan- en uitbouwen zijn aan de woning vastgebouwd en staan direct in verbinding met het woonhuis, zoals een serre, een bijkeuken of soms een garage. Heeft zo'n garage of ander bouwwerk echter geen directe verbinding met het woonhuis, dan wordt gesproken over bijgebouwen. Excessenregeling AIs een bijgebouw of overkapping vergunningvrij mag worden gebouwd, dan wordt deze niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Voor uitzonderingsgevallen is echter een zogenoemde "excessenregeling" ingesteld, want men kan bouwsels maken die "in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand". En wel zodanig dat de gemeente zich genoodzaakt voelt om in te grijpen. De eigenaar wordt dan verzocht het uiterlijk van het bouwsel aan te passen, ondanks het feit dat het bouwsel bouwvergunningvrij is. Toetsing Bij alle plannen is ten eerste het bestemmingsplan maatgevend. Een regulier vergunningplichtig plan moet altijd ter beoordeling worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Een licht vergunningplichtig plan mag door een gemandateerde ambtenaar worden getoetst en (eventueel) worden goedgekeurd op basis van de hierna genoemde welstandseisen. Voldoet het plan niet aan deze welstandseisen, of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat over de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt het plan alsnog aan de welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling tevens gebruikmaakt van de gebiedsgerichte en de algemene welstandscriteria. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen beschermde monumenten. Standaardplan Een bijgebouw of overkapping voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als het eerder als zodanig door de welstandscommissie is goedgekeurd voor een identiek pion voor hetzelfde bouwblok of in een vergelijkbare situatie (bijvoorbeeld in dezelfde straat). Informatie over standaardplannen is verkrijgbaar bij de gemeente. WILT U EEN BIJGEBOUW OF EEN OVERKAPPING BOUWEN? BIJGEBOUW OP HET ACHTER- OF ZIJERF Als er geen standaardplan is, voldoet een bijgebouw op het achtererf of het zijerf in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Conform eerder goedgekeurde bijgebouwen na 1 juli 2004 Minimaal 3 m achter de voorgevelrooilijn Maximaal 50% van het zij- of achtererf bebouwd Oppervlakte maximaal 50 m2 1 m uit de erfscheiding Goothoogte maximaal 2,5 m nokhoogte maximaal 5,5 m Dakhelling 20-60° In steen of hout conform kleuren woning Dakbedekking pannen, golfplaat of gelijkwaardig in donkere kleur OVERKAPPINGEN ALGEMEEN Wat is een overkapping? Een overkapping is een grondgebonden element van één bouwlaag. De overkapping staat los op het erf of tegen het hoofdgebouw aan en is meestal bedoeld als carport. Excessenregeling AIs een overkapping vergunningvrij mag worden gebouwd, don wordt deze niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Voor uitzonderingsgevallen is echter een zogenoemde "excessenregeling" ingesteld, want men kon bouwsels maken die "in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand". En wel zodanig dat de gemeente zich genoodzaakt voelt om in te grijpen. De eigenaar wordt dan verzocht het uiterlijk van het bouwsel aan te passen, ondanks het feit dat het bouwsel bouwvergunningvrij is. Toetsing Bij alle plannen is ten eerste het bestemmingsplan maatgevend. Een regulier vergunningplichtig plan moet altijd ter beoordeling worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Een licht vergunningplichtig plan mag door een gemandateerde ambtenaar worden getoetst en (eventueel) worden goedgekeurd op basis van de hierna genoemde welstandseisen. Voldoet het plan niet aan deze welstandseisen, of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat over de toepasbaarheid van de criteria, don wordt het pion alsnog aan de welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling tevens gebruikmaakt van de gebiedsgerichte en de algemene welstandscriteria. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen beschermde monumenten. Standaardplan Een overkapping voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als het eerder als zodanig door de welstandscommissie is goedgekeurd voor een identiek plan voor het zelf de bouwblok of in een vergelijkbare situatie (bijvoorbeeld in dezelfde straat). Informatie over standaardplannen is verkrijgbaar bij de gemeente. OVERKAPPINGEN OP HET ACHTER- OF ZIJERF Als er geen standaardplan is, voldoet een overkapping op het achtererf of zijerf in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Conform eerder goedgekeurde overkappingen na 1 juli 2004 Minimaal 3 m achter de voorgevelrooilijn Maximaal 50% van het zij- of achtererf bebouwd Oppervlakte maximaal 50 m2 1 m uit de erfgrens Gelijk of lager dan goothoogte hoofdgebouw met maximaal 3 m hoog Detaillering zonder boei of met boeirand van maximaal 0,20 m breedte Kleur conform hoofdgebouw of een gedekte kleur KOZIJN- EN GEVELWIJZIGINGEN ALGEMEEN Wat is een kozijn- en gevelwijziging? Van een kozijn- en gevelwijziging is sprake wanneer een kozijn, venster, raam, deur of gevelpaneel wordt verplaatst of er iets aan de vorm, de afmeting, de indeling of het materiaal wordt veranderd. Excessenregeling Als een kozijn- en gevelwijziging vergunningvrij mag worden gebouwd, dan wordt deze niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Voor uitzonderingsgevallen is echter een zogenoemde "excessenregeling" ingesteld, want men kan bouwsels maken die "in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand". En wel zodanig dat de gemeente zich genoodzaakt voelt om in te gr ij pen. De eigenaar wordt dan verzocht het uiterlijk van het bouwsel aan te passen, ondanks het feit dat het bouwsel bouwvergunningvrij is. Toetsing Bij alle plannen is ten eerste het bestemmingsplan maatgevend. Een regulier vergunningplichting plan moet altijd ter beoordeling worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Een licht vergunningplichtig plan mag door een gemandateerde ambtenaar worden getoetst en (eventueel) goedgekeurd worden op basis van de hierna genoemde welstandseisen. Voldoet het plan niet aan deze welstandseisen, of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat over de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt het plan alsnog aan de welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling tevens gebruikmaakt van de gebiedsgerichte en de algemene welstandscriteria. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen beschermde monumenten. Standaardplan Een kozijn- en gevelwijziging voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als het eerder als zodanig door de welstandscommissie is goedgekeurd voor een identiek plan voor hetzelfde bouwblok of in een vergelijkbare situatie (bijvoorbeeld in dezelfde straat). Informatie over standaardplannen is verkrijgbaar bij de gemeente. WILT U EEN KOZIJN, KOZIJNINVULLING, LUIK OF GEVELPANEEL VERANDEREN? KOZIJN- EN GEVEL WIJZIGINGEN Als er geen standaardplan is, voldoet een kozijn- en gevelwijziging in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Maximale grootte van 2 m2 DAKKAPELLEN ALGEMEEN Wat is een dakkapel? Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap, bedoeld om de lichttoevoer te verbeteren en het bruikbare woonoppervlak te vergroten. Excessenregeling Als een dakkapel vergunningvrij mag worden gebouwd, dan wordt deze niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Voor uitzonderingsgevallen is echter een zogenoemde "excessenregeling" ingesteld, want men kan bouwsels maken die "in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand". En wel zodanig dat de gemeente zich genoodzaakt voelt om in te grijpen. De eigenaar wordt dan verzocht het uiterlijk van het bouwsel aan te passen, ondanks het feit dat het bouwsel bouwvergunningvrij is. Toetsing Bij alle plannen is ten eerste het bestemmingsplan maatgevend. Een regulier vergunningplichtig plan moet altijd ter beoordeling worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Een licht vergunningplichtig plan mag door een gemandateerde ambtenaar worden getoetst en (eventueel) worden goedgekeurd op basis van de hierna genoemde welstandseisen. Voldoet het plan niet aan deze welstandseisen, of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat over de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt het plan alsnog aan de welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling tevens gebruikmaakt van de gebiedsgerichte en de algemene welstandscriteria. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen beschermde monumenten. Standaardplan Een dakkapel voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als het eerder als zodanig door de welstandscommissie is goedgekeurd voor een identiek plan voor hetzelfde bouwblok of in een vergelijkbare situatie (bijvoorbeeld in dezelfde straat). Informatie over standaardplannen is verkrijgbaar bij de gemeente. WILT U EEN DAKKAPEL PLAATSEN? DAKKAPEL OP VOOR-, ZIJ- EN ACHTERDAKVLAK Als er geen standaardplan is, voldoet een dakkapel op het voordakvlak, plat af gedekt, in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Conform eerder goedgekeurde dakkapellen na 1 juli 2004 Per woning niet meer dan één dakkapel per dakvlak Maximale breedte 1 m Maximale hoogte 1 m Rondom minimaal 1 m dakpannen overblijvend, ook ten opzichte van hoekkepers Plaatsing op maximaal 1 m uit onderzijde dakvlak Zijwanden gesloten, donker gekleurd Als er geen standaardplan is, voldoet een dakkapel op het zij- en achtervlak, plat afgedekt of desgewenst met aangesleept dakje, in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Conform eerder goedgekeurde kapellen na 1 juli 2004 Dakhelling hoofddak minimaal 45° Niet meer dan 0,5 dakvlak beslaand Maximale kozijnhoogte 1 m Rondom minimaal 0,5 m dakpannen overblijvend, ook ten opzichte van de bouwmuur Bij zijgevel dakvlak 3 m af stand uit voorzijde dakvlak Zijwanden recht, gesloten, donker gekleurd Gootboei maximaal 0,2 m breed Plaatsing op maximaal 1 m uit onderzijde dakvlak DAKRAMEN ALGEMEEN Wat is een dakraam? Een dakraam is een raam, aangebracht in het dakvlak, waarbij de hoofdvorm van het dakvlak behouden blijft en rondom dakpannen aanwezig zijn of andere dakbedekking. Excessenregeling Als een dakraam vergunningvrij mag worden gebouwd, dan wordt deze niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Voor uitzonderingsgevallen is echter een zogenoemde "excessenregeling" ingesteld, want men kon bouwsels maken die "in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand". En wel zodanig dat de gemeente zich genoodzaakt voelt om in te grijpen. De eigenaar wordt dan verzocht het uiterlijk van het bouwsel aan te passen, ondanks het feit dat het bouwsel bouwvergunningvrij is. Toetsing Bij alle plannen is ten eerste het bestemmingsplan maatgevend. Een regulier vergunningplichtig plan moet altijd ter beoordeling worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Een licht vergunningplichtig plan mag door een gemandateerde ambtenaar worden getoetst en (eventueel) worden goedgekeurd op basis van de hierna genoemde welstandseisen. Voldoet het plan niet aan deze welstandseisen, of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat over de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt het plan alsnog aan de welstandscommissie voor gelegd, die bij de beoordeling tevens gebruikmaakt van de gebiedsgerichte en de algemene welstandscriteria. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen beschermde monumenten. Standaardplan Een dakraam voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als het eerder als zodanig door de welstandscommissie is goedgekeurd voor een identiek plan voor hetzelfde bouwblok of in een vergelijkbare situatie (bijvoorbeeld in dezelfde straat). Informatie over standaardplannen is verkrijgbaar bij de gemeente. WILT U EEN DAKRAAM PLAATSEN? DAKRAAM IN ACHTER- OF ZIJDAKVLAK Dakraam in het achterdakvlak of het zijdakvlak aan een zijde van het gebouw waarvan de gevel of het erf niet direct grenst aan de weg of openbaar groen. Als er geen standaardplan is, voldoet een dakraam in het achterdakvlak of het zijdakvlak aan een zijde van het gebouw waarvan de gevel of het erf niet direct grenst aan de weg of openbaar groen in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Maatvoering: Niet meer dan de helft van het dakvlak waarin het dakraam wordt aangebracht mag in beslag worden genomen door dakkapellen of dakramen. Bij meerdere dakramen op een doorgaand dakvlak regelmatige rangschikking op horizontale lijn met een minimale tussenruimte van 1 m. Breedte: niet meer dan 3 m. Hoogte: verticaal gemeten niet meer dan 1 m. Dakraam in zij dakvlak: af stand tot voorgevellijn niet minder dan 3 m. Dakraam in achterdakvlak: afstand tot zijgevellijn, indien de zijgevel ligt aan een zijerf dat direct grenst aan de weg of openbaar groen, niet minder dan 3 m. Afstand van dakraam tot overige zijkanten van het dakvlak of hart bouwmuur: niet minder dan 0,5 m. Af stand van dakraam tot noklijn: niet minder dan 0,5 m. Afstand van dakraam tot goot: niet minder dan 0,5 m. Afstand tot de hoekkepers en kilkepers (in geval van piramide- of schilddak): niet minder dan 1 m. Vorm: Rechthoekig. Verzonken in het dakvlak. Materiaal en kleur: Materiaal, kleur en detaillering afgestemd op het hoofdgebouw. Overige: Het dakraam voldoet aan de eventuele aanvul lende criteria voor dakramen in het gebiedsgerichte beoordelingskader. DAKRAAM IN VOOR- OF ZIJDAKVLAK Dakraam in het voordakvlak of het zijdakvlak aan een zijde van het gebouw waarvan de gevel of het erf direct grenst aan de weg of openbaar groen. Als er geen standaardplan is, voldoet een dakraam in het voordakvlak of het zijdakvlak aan een zijde van het gebouw waarvan de gevel of het erf direct grenst aan de weg of openbaar groen in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan. Maatvoering: Niet meer dan één dakkapel of dakraam per dakvlak. Bij meerdere dakramen in een doorgaand dakvlak regelmatige rangschikking op horizontale lijn met een minimale tussenruimte van 1 m. Breedte: niet meer dan eenderde van de breedte van het dakvlak (hart bouwmuur tot hart bouwmuur) en niet meer dan 2 m. Hoogte: verticaal gemeten niet meer dan 1 m. Dakraam in zij dakvlak: af stand tot voorgevellijn niet minder dan 3 m. Afstand van dakraam tot overige zijkanten van het dakvlak of hart bouwmuur: niet minder dan 0,9 m. Afstand van dakraam tot noklijn: niet minder dan 0,5 m. Afstand van dakraam tot goot: niet minder dan 0,5 m. Afstand tot de hoekkepers en kilkepers (in geval van piramide- of schilddak): niet minder dan 1 m. Vorm: Rechthoekig. Verzonken in het dakvlak. Materiaal en kleur: Materiaal, kleur en detaillering afgestemd op het hoofdgebouw. Overige Het dakraam voldoet aan de eventuele aanvullende criteria voor dakramen in het gebiedsgerichte beoordelingskader. LAGE BOUWWERKEN ALGEMEEN Wat is een laag bouwwerk? Een laag bouwwerk is een losstaand bouwwerk op het erf met een beperkt oppervlakte en een beperkte hoogte. Excessenregeling Als een laag bouwwerk vergunningvrij mag worden gebouwd, dan wordt deze niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Voor uitzonderingsgevallen is echter een zogenoemde "excessenregeling" ingesteld, want men kan bouwsels maken die "in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand". En wel zodanig dat de gemeente zich genoodzaakt voelt om in te grijpen. De eigenaar wordt dan verzocht het uiterlijk van het bouwsel aan te passen, ondanks het feit dat het bouwsel bouwvergunningvrij is. Toetsing Bij alle plannen is ten eerste het bestemmingsplan maatgevend. Een regulier vergunningplichtig plan moet altijd ter beoordeling worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Een licht vergunningplichtig plan mag door een gemandateerde ambtenaar worden getoetst en (eventueel) worden goedgekeurd op basis van de hierna genoemde welstandseisen. Voldoet het plan niet aan deze welstandseisen, of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat over de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt het plan alsnog aan de welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling tevens gebruikmaakt van de gebiedsgerichte en de algemene welstandscriteria. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen beschermde monumenten. Standaardplan Een laag bouwwerk voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als het eerder als zodanig door de welstandscommissie is goedgekeurd voor een identiek plan voor hetzelfde bouwblok of in een vergelijkbare situatie (bijvoorbeeld in dezelfde straat ). Informatie over standaardplannen is verkrijgbaar bij de gemeente. WILT U EEN KLEIN LOSSTAAND BOUWWERK OP UW ERF BOUWEN? (BIJVOORBEELD EEN PLANTENKASJE OF EEN HONDENHOK) ERF- EN PERCEELSAFSCHEIDINGEN ALGEMEEN Wat is een erf- of perceelafscheiding? Een erf- of perceelafscheiding kan een tuinmuur of schutting zijn van beton of hout, maar ook een vlechtscherm of een andere kant-en-klare erfafscheiding zijn bouwwerken die bouwvergunningplichtig kunnen zijn. Echter in veel gevallen zal de erfafscheiding bouwvergunningvrij mogen worden geplaatst. Excessenregeling Als een erf- en perceelafscheiding vergunningvrij mag worden gebouwd, dan wordt deze niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Voor uitzonderingsgevallen is echter een zogenoemde "excessenregeling" ingesteld, want men kan bouwsels maken die "in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand". En wel zodanig dat de gemeente zich genoodzaakt voelt om in te grijpen. De eigenaar wordt dan verzocht het uiterlijk van het bouwsel aan te passen, ondanks het feit dat het bouwsel bouwvergunningvrij is. Toetsing Bij alle plannen is ten eerste het bestemmingsplan maat gevend. Een regulier vergunningplichtig plan moet altijd ter beoordeling worden voorgelegd aan de welstandscommissie. Een licht vergunningplichtig plan mag door een gemandateerde ambtenaar worden getoetst en (eventueel) worden goedgekeurd op basis van de hierna genoemde welstandseisen. Voldoet het plan niet aan deze welstandseisen, of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat over de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt het plan alsnog aan de welstandscommissie voorgelegd, die bij de beoordeling tevens gebruikmaakt van de gebiedsgerichte en de algemene welstandscriteria. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij door het Rijk, de provincie of de gemeente aangewezen beschermde monumenten. Standaardplan Een erf- en perceelafscheiding voldoet in ieder geval aan redelijke eisen van welstand als het eerder als zodanig door de welstandscommi

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.