Besluit omzetbelasting toelichting tabel I
Waar gaat deze regeling over?
Dit besluit actualiseert de toelichting op Tabel I van de Wet op de omzetbelasting 1968, waarin goederen en diensten staan waarvoor het verlaagde btw-tarief geldt. Het bevat tekstuele wijzigingen en nieuwe inhoudelijke aanwijzingen, met name over het vervallen van diverse posten per 1 januari 2025 en 1 januari 2026.
Voor wie: Bedrijven en personen die goederen leveren of diensten verrichten die onder Tabel I vallen; Belastingplichtigen die te maken hebben met het verlaagde btw-tarief.
In één oogopslag
- Land
- Nederland
- Rechtsgebied
- Belastingrecht
- Paragrafen
- 18
- Bron
- wetten.overheid.nl
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- De reikwijdte en toepassing van Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968.
- Welke goederen en diensten in aanmerking komen voor het verlaagde btw-tarief.
- De behandeling van samengestelde prestaties voor de toepassing van het btw-tarief.
- Specifieke aanwijzingen voor diverse posten in Tabel I, zoals voedingsmiddelen, diergeneesmiddelen en diensten.
Voor wie geldt deze regeling?
- Bedrijven en personen die goederen leveren of diensten verrichten die onder Tabel I vallen.
- Belastingplichtigen die te maken hebben met het verlaagde btw-tarief.
Wat zijn de kernpunten?
- Verschillende posten in Tabel I, zoals granen, peulvruchten, rundvlees, kunstvoorwerpen, boeken en sportbeoefening, vervallen per 1 januari 2025 of 1 januari 2026.
- Voor prestaties die onder de per 1 januari 2026 vervallende posten vallen, geldt het algemene tarief als betalingen in 2025 plaatsvinden voor prestaties op of na 1 januari 2026.
- Vanaf 1 juli 2025 geldt voor schilderen en stukadoren van panden die deels woning en deels bedrijfspand zijn, het verlaagde btw-tarief alleen voor het deel dat voor particuliere bewoning wordt gebruikt.
- Vanaf 1 januari 2025 is de reikwijdte van het geven van gelegenheid tot kamperen beperkt tot het beschikbaar stellen van een perceel op een kampeerterrein.
Belastingrecht
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (18)
- § 1 Inleiding
- § 2 Gebruikte begrippen en afkortingen
- § 3 Algemene opmerkingen bij de tabelposten
- § 3.1 Btw-tarief bij invoer
- § 3.2 Samengestelde prestaties
- § 3.2.1 Algemeen
- § 3.2.2 Bijkomende prestaties bij een hoofdprestatie
- § 3.2.3 Eén ondeelbare economische prestatie
- § 3.2.4 Splitsen vergoeding
- § 4 Bijzondere situaties
- § 4.1 Verpakkingen
- § 4.2 Verpakte combinaties van goederen
- § 4.3 Candy novelties
- § 4.4 Pensionstalling van paarden
- § 4.5 Bezorgkosten
- § 5 Toelichting op de tabelposten
- § 6 Ingetrokken regelingen
- § 7 Inwerkingtreding en citeertitel
Besluit omzetbelasting toelichting tabel I Besluit omzetbelasting toelichting tabel I De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.
Dit besluit actualiseert het besluit van 31 maart 2022, nr. 2022-6334 (Stcrt. 2022, 9114) met ingang van 1 januari 2025. Er is een aantal tekstuele wijzigingen en nieuwe inhoudelijke aanwijzingen opgenomen.
§ 1Inleiding
Dit besluit geeft een toelichting op de reikwijdte en toepassing van Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968. In deze tabel zijn goederen en diensten opgenomen waarvoor het verlaagde btw-tarief geldt.
De relevante inhoudelijke aanwijzingen betreffen: – de toelichting op de volgende posten vervallen per 1 januari 2025: post a 2 (granen en peulvruchten die niet zijn te rangschikken onder post a 1), post a 3 (pootgoed bestemd voor de teelt van groenten en fruit), post a 4 (rundvlees, schapen, geiten, varkens en paarden enz.), post a 40 (beetwortelen), post a 41 (land- en tuinbouwzaden voor zover dienende voor de teelt van de in deze tabel genoemde producten en oliehoudende zaden), post a 43 (rondhout), post a 44 (stro en veevoeders), post a 45 (vlas) en post a 46 (wol, ruw en ongewassen) in verband met het afschaffen van deze posten in Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968; – de toelichting op de volgende posten vervallen per 1 januari 2026: post a 29 (kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen enz.), a 30 (boeken, digitale educatieve informatie enz.), post b 2 (de uitlening van de in de post a 30 bedoelde goederen), post b 3 (het geven van gelegenheid tot sportbeoefening en baden), post b 11 (het verstrekken van logies binnen het kader van het hotel-, pension- en vakantiebestedingsbedrijf enz.), post b 14, onderdelen c, d en f (het verlenen van toegang tot openbare musea e.d., muziek- en toneeluitvoeringen, sportwedstrijden, sportdemonstraties e.d.), post b 17 (het optreden door uitvoerende kunstenaars) en post b 21 (het langs elektronische weg leveren of uitlenen van uitgaven als bedoeld in post a 30 e.d.) in verband met het afschaffen van deze posten in Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968; – op grond van artikel LXII van de Wet van 18 december 2024 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2025) (Stb 2024, 434) geldt voor bovenstaande posten die per 1 januari 2026 vervallen, het algemene tarief in geval van betalingen in 2025 voor prestaties die op of na 1 januari 2026 plaatsvinden; het algemene tarief geldt ook voor de btw die in 2025 verschuldigd is vanwege de overdracht van een voucher voor enkelvoudig gebruik als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel u, van de Wet op de omzetbelasting 1968, wanneer de voucher betrekking heeft op prestaties omschreven in bovenstaande posten die per 1 januari 2026 vervallen en het tijdstip van de feitelijke prestatie tegen inlevering van de voucher plaatsvindt op of na 1 januari 2026; – post a 1 (voedingsmiddelen voor menselijke consumptie): naar aanleiding van jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Hoge Raad zijn nadere aanwijzingen gegeven over het begrip voedingsmiddelen;
§ 2Gebruikte begrippen en afkortingen
Waar in het besluit het begrip ‘levering’ wordt gebruikt, moeten daaronder ook de intracommunautaire verwerving en invoer worden begrepen.
De in dit besluit gehanteerde term ‘aan de hand van het spraakgebruik’ moet worden gelezen als synoniem van ‘naar maatschappelijke opvattingen’.
Btw Omzetbelasting Btw-richtlijn Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU 2006, L 347) HvJ Hof van Justitie van de Europese Unie HR Hoge Raad Uitvoeringsbeschikking Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 Uitvoeringsbesluit Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 Kg ob Kennisgroep omzetbelasting Wet Wet op de omzetbelasting 1968
§ 3Algemene opmerkingen bij de tabelposten
§ 3.1Btw-tarief bij invoer
De manier waarop het btw-tarief bij invoer wordt bepaald, is vastgelegd in artikel 20 van de wet. Uit dit artikel blijkt dat voor de bepaling van het btw-tarief de omzetbelastingwetgeving (en niet de douanewetgeving) bepalend is. Het verlaagde btw-tarief bij invoer is van toepassing als de goederen zijn te rangschikken onder één van de posten van Tabel I. De douanewetgeving is alleen van belang als daar uitdrukkelijk bij wordt aangesloten.
§ 3.2Samengestelde prestaties
§ 3.2.1Algemeen
Bij transacties die uit meerdere leveringen en/of diensten bestaan (samengestelde prestaties) moet voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van Tabel I eerst worden bepaald of sprake is van één levering of één dienst of van meerdere afzonderlijke leveringen en/of diensten.
Elke prestatie (levering of dienst) moet normaliter als onderscheiden en zelfstandig worden beschouwd. Op dit uitgangspunt bestaan twee uitzonderingen. Er is sprake van één enkele prestatie als (1) een prestatie bijkomend is bij een hoofdprestatie en (2) als prestaties één ondeelbare economische prestatie vormen.3Zie in dit verband HvJ 5 oktober 2023, C-505/22 (Deco Proteste), ECLI:EU:C:2023:731, r.o. 19–24 en de daarin aangehaalde rechtspraak.
Voor de beoordeling of sprake is van één of meer prestaties is het feit dat door de leverancier van de goederen of diensten één prijs in rekening wordt gebracht niet van doorslaggevende betekenis.4Zie in dit verband HvJ 25 februari 1999, C-349/96 (Card Protection Plan), ECLI:EU:C:1999:93, r.o. 31. Het gaat om de zienswijze van de modale consument. Het berekenen van één prijs kan wel een aanwijzing zijn.
Bij een samengestelde prestatie bepalen de meest kenmerkende elementen van die prestatie of het geheel is aan te merken als één enkele prestatie en hoe die prestatie moet worden gekwalificeerd, rekening houdend met de zienswijze van de modale consument.
§ 3.2.2Bijkomende prestaties bij een hoofdprestatie
Bijkomende prestaties zijn prestaties die voor de modale consument geen doel op zich vormen, maar een middel zijn om de hoofdprestatie optimaal te kunnen gebruiken of om deze zo aantrekkelijk mogelijk te maken. De omstandigheid dat één vaste prijs wordt berekend ongeacht of naast de hoofdprestatie ook andere prestaties worden afgenomen, zal er sneller toe leiden dat die andere prestaties als bijkomende prestaties worden aangemerkt.
Als binnen de kring van afnemers van de hoofdprestatie het belang bij het afnemen van de bijkomende prestatie onderling verschilt, is dat een aanwijzing dat geen sprake is van een bijkomende prestatie. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat een afzonderlijke vergoeding voor de bijkomende prestatie wordt berekend en voor de omstandigheid dat de afnemer een keuze heeft om de bijkomende prestatie al dan niet af te nemen.
Als sprake is van één enkele prestatie die bestaat uit twee te onderscheiden elementen waarvan het ene het hoofdelement en het andere het bijkomende element vormt en waarvoor – als zij afzonderlijk werden verricht – verschillende tarieven zouden gelden, moet die enkele prestatie worden belast naar het btw-tarief dat geldt voor de hoofdprestatie.
§ 3.2.3Eén ondeelbare economische prestatie
Prestaties kunnen zo nauw met elkaar verbonden zijn dat zij vanuit de positie van de modale consument, objectief gezien één ondeelbare economische prestatie vormen, waarvan splitsing kunstmatig zou zijn. Een aanwijzing daarvoor is dat de prestaties afzonderlijk niet het vereiste praktische nut hebben voor de afnemer.
Eén ondeelbare economische prestatie moet worden belast naar het btw-tarief dat geldt voor de overheersende prestatie. De overheersende prestatie bepaalt het karakter van de prestatie.
§ 3.2.4Splitsen vergoeding
Bij een samengestelde prestatie tegen één vergoeding die voor de tarieftoepassing in zelfstandige delen moet worden gesplitst, bestaan voor de methode van splitsing de volgende mogelijkheden:5Deze mogelijkheden voor de splitsing van de vergoeding gelden ook wanneer meerdere prestaties tegen één vergoeding worden verricht. – de toerekening vindt plaats op basis van de gangbare prijzen (marktwaardemethode); – de vergoedingen voor de verschillende deelprestaties zijn in beginsel evenredig aan de bedragen die voor de verschillende prestaties als zodanig in rekening zijn gebracht/ontvangen; – de vergoeding kan aan de verschillende deelprestaties worden toegerekend op basis van de verhouding van de inkoopprijzen of kostprijzen; – de toerekening van de vergoeding aan de verschillende deelprestaties moet worden geschat op basis van een methodiek die een objectief en reëel beeld geeft van de waarde van de afzonderlijke prestaties.
De belastingplichtige moet bij de splitsing van een vergoeding de marktwaardemethode hanteren. Als dat niet mogelijk is of wordt aangetoond dat splitsing op basis van de werkelijke kosten of op basis van een andere methode een objectief en reëel beeld geeft van de vergoeding voor de afzonderlijke prestaties, kan de vergoeding via een andere methode gesplitst worden.6Zie in dit verband HR 23 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ9108.
§ 4Bijzondere situaties
§ 4.1Verpakkingen
Verpakkingen dienen als omhulsel voor (andere) producten. Bij het begrip ‘verpakkingen’ kan worden gedacht aan: – wegwerpverpakkingen (bijv. het plastic, papieren, kartonnen, glazen of kunststof omhulsel van goederen); – kratten.
Verpakkingen zijn voor de modale afnemer niet meer dan een onderdeel van de producten die hij koopt. De verpakking gaat op in de levering van het product. Cadeauverpakkingen zijn in de regel een vorm van bijkomend dienstbetoon.
Bijzondere verpakkingen die voor de consument een zelfstandige gebruikswaarde hebben, moeten onder omstandigheden wel afzonderlijk worden beschouwd. Dat is bijvoorbeeld het geval als de verpakking een geldswaarde vertegenwoordigt die gelet op de waarde van het verpakte product aanzienlijk is (en die ook tot uitdrukking komt in de verkoopprijs van de combinatie).
§ 4.2Verpakte combinaties van goederen
Combinaties van goederen kunnen ook samen verpakt worden aangeboden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een kerstpakket dat een verpakte combinatie vormt van onder post a 1 vallende eet- en drinkwaren (verlaagd btw-tarief), alcoholische dranken (algemeen btw-tarief) en gebruiks- of cadeauartikelen (algemeen btw-tarief). Voor de tarieftoepassing moeten de goederen die tot de combinatie behoren steeds afzonderlijk in aanmerking worden genomen, mits deze goederen ook afzonderlijk voor de modale consument te verkrijgen zijn.
§ 4.3Candy novelties
‘Candy novelties’ bestaan uit een combinatie van goederen waarbij bepaalde goederen onder het verlaagde btw-tarief vallen (meestal snoepgoed) en andere goederen (meestal speelgoed) onder het algemene btw-tarief. Candy novelties worden voor één prijs verkocht en op verschillende manieren aangeboden. Het komt voor dat het snoepgoed in het speelgoed is ‘verpakt’, maar de omgekeerde situatie is ook mogelijk. In een aantal gevallen wordt het snoepgoed en het speelgoed los van elkaar, maar als één combinatie, aangeboden.
Candy novelties hebben betrekking op een breed assortiment goederen waarbij de waarde van de samenstellende delen sterk kan variëren. Bijvoorbeeld: – chocolade-eieren die speelgoedfiguurtjes bevatten; – speelgoedfiguurtjes waaraan snoepgoed is bevestigd; – plastic vormpjes met bijgeleverde bakmix, chocolade, kleurmiddelen e.d., waarmee kinderen zelf koekjes, figuurtjes en dergelijke kunnen maken; – ‘feest’pakketjes voor kinderen, bestaande uit zakjes die gevuld zijn met snoepgoed, kauwgom en dergelijke en speelgoedpoppetjes of ballonnen.
Voor de tarieftoepassing op een als candy novelty aan te merken combinatie van goederen geldt als uitgangspunt dat de verschillende delen (het snoepgoed en het speelgoed) afzonderlijk worden beoordeeld. Dit geldt niet als de zelfstandigheid van de delen verloren is gegaan of als één der delen ten opzichte van de andere delen zodanig belangrijk is dat de andere delen daarin kunnen worden geacht te zijn opgegaan. Als een ondernemer geen splitsing kan of wil aanbrengen tussen het snoepgoed en het speelgoed, moet de candy novelty worden belast naar het algemene btw-tarief.
Als de verkoopprijs (inclusief btw) van een candy novelty minder dan € 1,50 bedraagt, kan op de levering ervan het verlaagde btw-tarief worden toegepast. Voor deze gevallen wordt er door de in de praktijk opgedane ervaringen van uitgegaan dat het snoepgoed het kenmerkende element van de prestatie is en het bijgeleverde speelgoedfiguurtje alleen is bedoeld om het snoepgoed aantrekkelijker te maken. Dit geldt ook bij grootverpakkingen als de individuele candy novelty als zodanig op de markt wordt gebracht voor een prijs die lager is dan € 1,50.
§ 4.4Pensionstalling van paarden
De door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch bepaalde driedeling in acht nemende, kan de ondernemer uitgaan van de navolgende toedeling van het bedrag dat aan de klant in rekening wordt gebracht voor de pensionstalling van paarden.7Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 20 maart 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008BD1421.
Winst beogende ruitersportcentra met pensionstalling met zowel een buiten- als een binnenrijbaan (rijaccommodatie) voor prestaties die tot en met 31 december 2025 worden verricht: – 1/3 verhuur box vrijgesteld van btw – 1/3 gelegenheid geven tot sportbeoefening verlaagd btw-tarief8 – 1/3 overige prestaties algemeen btw-tarief Winst beogende ruitersportcentra met pensionstalling met alleen een buitenrijbaan: – 35% verhuur box vrijgesteld van btw – 12,5% gelegenheid geven tot sportbeoefening verlaagd btw-tarief9 – 52,5% overige prestaties algemeen btw-tarief Pensionstalling met alleen stalling en géén rijbaan: – 35% verhuur box vrijgesteld van btw – 65% overige prestaties algemeen btw-tarief 8 Bij niet winst beogende ruitersportcentra is het gelegenheid bieden tot sportbeoefening mogelijk vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel e, van de wet.
9 Zie voorgaande voetnoot.
Het betreft hier een met de branche overeengekomen richtlijn. Wanneer een ondernemer van deze richtlijn wenst af te wijken omdat naar zijn mening de bij hem aanwezige situatie wezenlijk afwijkt van de hiervoor opgenomen richtlijnen, dient hij dit aannemelijk te maken.
Post b 3 (het geven van gelegenheid tot sportbeoefening en baden) vervalt per 1 januari 2026. Hierdoor vervalt het verlaagde btw-tarief voor het gelegenheid geven van sportbeoefening. Bij de berekening van de driedeling voor prestaties verricht op en na 1 januari 2026 dienen de volgende tarieven te worden toegepast:
Winst beogende ruitersportcentra met pensionstalling met zowel een buiten- als een binnenrijbaan (rijaccommodatie): – 1/3 verhuur box vrijgesteld van btw – 1/3 gelegenheid geven tot sportbeoefening algemeen btw-tarief10 – 1/3 overige prestaties algemeen btw-tarief Winst beogende ruitersportcentra met pensionstalling met alleen een buitenrijbaan: – 35% verhuur box vrijgesteld van btw – 12,5% gelegenheid geven tot sportbeoefening algemeen btw-tarief11 – 52,5% overige prestaties algemeen btw-tarief Pensionstalling met alleen stalling en géén rijbaan: – 35% verhuur box vrijgesteld van btw – 65% overige prestaties algemeen btw-tarief 10 Bij niet winst beogende ruitersportcentra is het gelegenheid bieden tot sportbeoefening mogelijk vrijgesteld op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel e, van de wet.
11 Zie voorgaande voetnoot.
Op grond van artikel LXII van de Wet van 18 december 2024 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2025) (Stb 2024, 434) geldt voor post b 3 een overgangsregeling voor betalingen in 2025 voor prestaties die plaatsvinden op of na 1 januari 2026. Op deze betalingen is het algemene tarief van toepassing. Betalingen in 2025 voor prestaties die voor 1 januari 2026 aanvangen en die op of na deze datum doorlopen, kunnen voor de tarieftoepassing tijdsevenredig worden gesplitst.
§ 4.5Bezorgkosten
Als de ondernemer goederen levert en hij ook degene is die zich verbonden heeft de goederen bij de klant te bezorgen, is voor wat de bezorging betreft sprake van een bijkomende prestatie die opgaat in de levering van de goederen. Bij levering van goederen naar verschillende btw-tarieven moeten de bezorgkosten naar verhouding van de vergoedingen exclusief de bezorgkosten worden toegerekend.
§ 5Toelichting op de tabelposten
Hierna worden de tabelposten waar nodig toegelicht.
POST A 1 1. Inhoud van de post voedingsmiddelen, te weten: a. eet- en drinkwaren die plegen te worden aangewend voor menselijke consumptie; b. producten die kennelijk zijn bestemd om te worden aangewend voor de bereiding van de onder a bedoelde eet- en drinkwaren en daarin geheel of ten dele opgaan; c. producten die zijn bestemd om te worden aangewend als aanvulling op dan wel ter vervanging van de onder a bedoelde eet- en drinkwaren; met dien verstande dat tot de voedingsmiddelen niet worden gerekend alcoholhoudende dranken;
De verstrekking van voedingsmiddelen in snackbars, snackwagens of bioscoopfoyers vormt een levering van goederen. Als de diensten overheersen waarmee de levering van de eetwaren gepaard gaat, is sprake van een dienst.
De activiteiten van een partyservice vormen dienstverrichtingen tenzij spijzen worden geleverd zonder verder aanvullend dienstbetoon of wanneer blijkens andere bijzondere omstandigheden de levering van de spijzen het overheersende bestanddeel van de handeling is.12HvJ 10 maart 2011, C-497/09, C-499/09, C-501/09 en C-502/09 (Manfred Bog), ECLI:EU:C:2011:135.
2.2 Voedingsmiddelen Voor de uitleg van het begrip ‘voedingsmiddelen’ zijn de maatschappelijke opvattingen in combinatie met de doel en strekking van de wet leidend.13Zie in dit verband HvJ 1 oktober 2020, C-331/19 (Staatssecretaris van Financiën), ECLI:EU:C:2020:786. In de jurisprudentie van het HvJ14HvJ C-331/19 (Staatssecretaris van Financiën), eerder aangehaald. en de HR15HR 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2082. is bepaald aan welke voorwaarden een product moet voldoen om als voedingsmiddel te worden aangemerkt. Zo moeten de producten: – als zodanig geschikt zijn voor menselijke consumptie; – voedingsstoffen bezitten die dienen voor de opbouw, energievoorziening en ontwikkeling van het menselijke organisme en noodzakelijk zijn voor de instandhouding, de werking en de ontwikkeling van dat organisme; en – vanwege die voedingsstoffen geconsumeerd worden.
Producten die bij de verkoop kennelijk niet als voedingsmiddel worden aangeprezen en/of producten die niet primair als voedingsmiddel worden samengesteld en verkocht, vallen niet onder de post.
De vorm van de voedingsmiddelen is niet van belang; zowel verse, bereide als verduurzaamde voedingsmiddelen vallen onder de post, net als producten die als zodanig pas geschikt zijn voor menselijke consumptie na een bepaalde bewerking (zoals het ontdoen van de schil) of na bereiding (toevoeging van water, koken, opwarmen en dergelijke).
De onderdelen b en c van de post zijn opgenomen om te bereiken dat de in die onderdelen genoemde producten, als zij niet rechtstreeks kunnen worden aangemerkt als eet- en drinkwaren, ook kunnen vallen onder het begrip voedingsmiddelen.
Producten die een gebruiksfunctie hebben en gemaakt zijn van voedingsstoffen, kunnen onder de post worden gerangschikt wanneer deze producten vanwege de gebruikte voedingsstoffen, naast het gebruiksdoel, samengesteld en bestemd zijn om te worden geconsumeerd.16Standpunt kg ob, KG:209:2024:2. Daarbij kan gedacht worden aan eetbare rietjes, die bedoeld zijn om in combinatie met ander eet- en drinkwaar te worden geconsumeerd.
Voorbeelden van goederen die niet onder de post vallen zijn: – pruimtabak en dergelijke genotmiddelen; – hallucinerende middelen en dergelijke genotmiddelen (zoals magische truffels/sclerotia); – (seks) lustopwekkende middelen (zoals afrodisiaca);17HR 18 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:2082, eerder aangehaald. – producten die in het algemeen niet door mensen worden geconsumeerd, zoals bevroren spiering die als aasvis wordt verkocht aan sportvissers; – colloïdaal edelmetaalwater: water dat heel kleine deeltjes edelmetaal bevat en dat daardoor niet is bestemd om te drinken en dat ook niet is aan te merken als een product ter aanvulling op of ter vervanging van eet- en drinkwaren; – pootgoed voor de teelt van groente en fruit, zoals pootaardappelen, omdat pootgoed niet bestemd is voor menselijke consumptie.
Met het begrip bereiding wordt gedoeld op zowel de huishoudelijke als de industriële bereiding van eet- en drinkwaren. Voor de voedingsmiddelenindustrie gaat het om producten als vruchtenpulp, diverse extracten, conserveringsmiddelen en geur-, kleur- en smaakstoffen. Meer in het algemeen kan worden gedacht aan producten als gist, meel, bak- en braadmiddelen, kruiden, specerijen, zout, aroma's en essences.
Bij ingrediënten gaat het om een breed scala aan producten: niet alleen producten die zijn vervaardigd uit natuurlijke grondstoffen maar ook producten die zijn vervaardigd uit chemische grondstoffen. Producten waarvan alleen bepaalde – bijvoorbeeld aromatische – bestanddelen opgaan in de eet- en drinkwaren zijn ook aan te merken als ingrediënten (zoals koffie, thee, kruidnagels en laurierbladeren).
Soms moet binnen een groep producten een onderscheid worden gemaakt tussen producten die kennelijk wél voor menselijke consumptie zijn bestemd (verlaagd btw-tarief) en producten die kennelijk niet voor menselijke consumptie zijn bestemd (algemeen btw-tarief).
Voorbeelden:
Wel bestemd voor menselijke consumptie Niet bestemd voor menselijke consumptie Tafelazijn Schoonmaakazijn koolzuurgas (CO2) dat, gelet op de cilinder waarin het wordt geleverd, uitsluitend kan worden aangewend voor de bereiding van koolzuurhoudende frisdranken waarin het opgaat koolzuurgas voor andere toepassingen tuinkruiden: tuinkruiden die plegen te worden aangewend voor menselijke consumptie tuinkruiden die (vrijwel) uitsluitend worden aangewend als grondstof voor de bereiding van geneesmiddelen kaascoating die ter conservering op de kaaskorst wordt aangebracht en die geschikt is voor consumptie kaascoating, zoals ‘plasticoat’, die niet geschikt is voor menselijke consumptie Niet onder de post vallen essentiële oliën (ook wel etherische oliën genoemd) omdat ze gewoonlijk niet zijn bestemd voor de bereiding van eet- en drinkwaren. Het gaat hier om sterk geurende oliën, bereid uit kruiden, planten of bomen, die worden gebruikt als luchtverfrisser, bij de lichaamsverzorging en in het kader van aromatherapie.
Ook plantaardige olie die wordt geleverd om te worden gebruikt als motorbrandstof valt niet onder de post.
Haarlemmerolie, een product dat wordt aangeprezen als een huismiddel ter bestrijding van tal van kwalen en ongemakken bij mens en dier, is vanwege de vele aanwendingsmogelijkheden niet aan te merken als een voedingspreparaat.
5.2 Kruidenpreparaten Kruidenpreparaten die een aanvulling of vervanging zijn van de in onder post a 1, letter a bedoelde eet- en drinkwaren vallen onder de post. Voorbeelden van kruidenpreparaten die onder de post kunnen vallen zijn: – kruidenextracten waarvan volgens de gebruiksaanwijzing per keer enige druppels in water moeten worden opgelost; – kruidenhoestsiropen; – door homeopaten verstrekte (kruiden)preparaten die niet zijn aan te merken als geneesmiddel in de zin van post a 6 van Tabel I; – CBD-olie: olie waarin Cannabidiol, dat door extractie uit vezelhennep wordt gewonnen, is opgelost.
Bloesem- en bloemenremedies waarmee menselijke emoties worden beïnvloed vallen niet onder de post, omdat deze niet geconsumeerd worden vanwege de voedingsstoffen, maar voor de beïnvloeding van menselijke emotie. Bloesem- en bloemenremedies worden ook niet als voedingsmiddel aangeprezen, samengesteld en verkocht.
Als de hiervoor opgesomde producten in vloeibare vorm worden geleverd, bevatten zij soms alcohol. Als volgens het gebruiksvoorschrift slechts enkele malen per dag een kleine hoeveelheid mag worden ingenomen – bijvoorbeeld enkele druppels of een lepel – worden zij niet als alcoholhoudende dranken aangemerkt.
Kruidenpreparaten die opgelost in alcohol in de handel worden gebracht, vallen niet onder de post. Deze producten worden aangemerkt als alcoholhoudende dranken. Te denken valt aan kruidenwijn en op likeuren lijkende kruidenextracten. Kruidendranken met een alcoholgehalte van niet meer dan 1,2% worden niet aangemerkt als alcoholhoudende dranken.
6.2 Alcoholhoudende essences Alcoholhoudende essences worden niet als alcoholhoudende dranken aangemerkt. Als zij kennelijk zijn bestemd voor de bereiding van de onder post a 1, onderdeel a bedoelde eet- en drinkwaren, vallen zij onder het verlaagde btw-tarief.
POST A 2 t/m A 4 (vervallen) POST A 6 1. Inhoud van de post Geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Geneesmiddelenwet waarvoor een handelsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel lll, van die wet of waarvoor geen handelsvergunning is vereist ingevolge artikel 40, derde lid, onderdelen a tot en met g, van die wet, alsmede voorbehoedsmiddelen, infusievloeistoffen, nierdialyseconcentraten en kennelijk voor geneeskundige doeleinden bestemde inhalatiegassen;
Onder de definitie van het begrip ‘geneesmiddel’ als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Geneesmiddelenwet vallen ook in dat artikel met name genoemde geneesmiddelen zoals ‘geneesmiddelen voor geavanceerde therapie‘, ‘immunologische geneesmiddelen’ en ‘geneesmiddelen voor onderzoek’ die zijn genoemd in andere onderdelen van artikel 1, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet., Het verlaagde btw-tarief geldt ook voor homeopathische geneesmiddelen en kruidengeneesmiddelen waarvoor een handelsvergunning is verleend. De door het College ter beoordeling van geneesmiddelen voor Nederland toegelaten geneesmiddelen zijn voorzien van een registratienummer. Voor de reguliere geneesmiddelen is dit een RVG-nummer, voor homeopathische geneesmiddelen is dit een RVH-nummer. In de Regeling Geneesmiddelenwet is aangegeven aan welke voorwaarden (ten aanzien van aanduiding en dergelijke) homeopatische geneesmiddelen moeten voldoen.
Radiofarmaceuticum Met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hardheidsclausule) keur ik het volgende goed:
Goedkeuring Ik keur goed dat de levering van een radiofarmaceuticum waarvoor op grond van artikel 40, derde lid, onderdeel i, van de Geneesmiddelenwet geen handelsvergunning is vereist als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel lll, van die wet, kan delen in de toepassing van het verlaagde btw-tarief.
Deze goedkeuring werkt terug tot 1 januari 2019. Indien de leverancier een verzoek doet op een teruggaaf van de btw op grond van deze goedkeuring, dient de aan de afnemer uitgereikte factuur te worden gecorrigeerd. Voor de correctie van de factuur is het bepaalde in onderdeel 3.5.1 van het besluit Omzetbelasting, administratieve-, facturerings- en andere verplichtingen van overeenkomstige toepassing.
Glijmiddelen kunnen niet onder de post worden gerangschikt. Uit praktische overwegingen keur ik het volgende goed.
Goedkeuring Ik keur goed dat glijmiddelen die samen met één of meerdere condooms in één verpakking voor één prijs worden geleverd, delen in de toepassing van het verlaagde btw-tarief.
Vloeibare voeding die via een sonde aan de mens wordt toegediend, is op grond van post a 1 onderworpen aan het verlaagde btw-tarief.
Goedkeuring Onder de volgende voorwaarden keur ik goed dat steriele medische hulpmiddelen voor eenmalig gebruik onder het verlaagde btw-tarief worden gerangschikt.
Voorwaarden – de hulpmiddelen zijn uitsluitend bestemd voor het transport en/of de opslag van bloed, bloedcomponenten en/of infusievloeistoffen en komen daarmee in aanraking; en – de hulpmiddelen voldoen aan de eisen die zijn gesteld in Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen.20Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen, tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 178/2002 en Verordening (EG) nr. 1223/2009, en tot intrekking van Richtlijnen 90/385/EEG en 93/42/EEG van de Raad (PbEU 2017, L 117).
Onder de in dit onderdeel van de post bedoelde steriele medische hulpmiddelen kunnen worden gerangschikt steriele, voor eenmalig gebruik bestemde: – infusiesets; – transfusiesets; – verlengslangen; – infusiekranen; – infuus- en bloedfilters; – drukmeetsets waarmee uitsluitend druk wordt gemeten met behulp van infusievloeistoffen;21Standpunt kg ob, KG:209:2024:1. – adaptors; – lege zakken; – bloedafnamehulpmiddelen zoals bloedlijnen voor hartlongmachines; – wafers: hulpstukken waarmee de slangen van verschillende bloedzakken worden doorgesneden en aan elkaar kunnen worden gelast.22Gerechtshof Amsterdam 10 juli 2002, ECLI:NL:GHAMS:2002:AE6642.
Ook de verwerkingsset van het intercept blood system valt onder de post. Deze set is een steriel medisch hulpmiddel voor eenmalig gebruik en bestaat uit verschillende zakken, een chemische stof en een filter. De verwerkingsset wordt als één geheel verkocht en is bestemd voor de opslag en het transport van bloedbestanddelen.23Rechtbank Haarlem 23 april 2009, ECLI:RBHAA:2009:BK0375.
De plasma disposable set (wegwerpset) is een steriel medisch hulpmiddel dat eenmalig wordt gebruikt om bloedplasma uit afgenomen donorbloed te filteren en op te slaan in één van de tot de set behorende zakken. De overige bestanddelen van het bloed gaan via de andere zak van de set weer terug naar de donor. De set valt onder de post. De set wordt aangemerkt als een moderne variant van een hulpmiddel voor de afname en bewaring van bloed of een bloedcomponent. Het filter in de set is een bloedfilter. Gedurende het proces wordt het bloedplasma weliswaar in de tot de set behorende filter gescheiden van de overige bloedbestanddelen, maar dat is noodzakelijk voor en ondergeschikt aan de hoofdfunctie van de set: het afnemen, het opslaan en het transport van het bloedplasma.
Losse herbruikbare naalden, katheters en dergelijke die worden gebruikt om stoffen aan de patiënt toe te dienen worden, omdat hierbij de wensen van de gebruikers een zeer belangrijke rol spelen, nooit in een totaalsysteem geleverd. Losse katheters kunnen onder post a 37 vallen. Losse naalden vallen onder het algemene btw-tarief. (Wegwerp)naalden die onlosmakelijk zijn verbonden met bloedlijnen of infusiesets vallen onder deze post.
Voorbeelden van producten en productgroepen die niet onder de in dit onderdeel bedoelde steriele medische hulpmiddelen kunnen worden gerangschikt zijn: – infuuspompen; – bloedscheidingsapparatuur; – beluchters; – controllers of volumeregeling; – lege, niet steriele infuuszakken; – toedieningsystemen voor enterale voeding; – voedingssondes; – katheterspoellijnen; – sealapparatuur; – bloedbank hulpmateriaal, zoals tangetjes, klemmen en persen; – afsluitstopjes en -kapjes; – mandrijnen; – ampullen.
Blaasspoellijnen, katheterspoellijnen, intraveneuze katheters, afzuigkatheters, urologiekatheters, toedieningssystemen voor enterale voeding en voedingssondes vallen onder post a 37, mits ze op productniveau voldoen aan de daar gestelde voorwaarden.
Het komt voor dat in één set goederen worden geleverd die aan verschillende tarieven zijn onderworpen en die hun zelfstandigheid hebben behouden. In dat geval dient de vergoeding voor de set te worden gesplitst in een aan het verlaagde btw-tarief en een aan het algemene btw-tarief onderworpen deel. Wanneer een ondernemer geen splitsing wil aanbrengen, wordt de totale vergoeding belast naar het algemene btw-tarief.
Goederen die (ook) worden gebruikt voor diagnostische doeleinden vallen niet onder de goedkeuring. Daardoor vallen bloedbuisjes waarin afgenomen bloed wordt opgevangen en die bepaalde additieven, reagentia of testmiddelen bevatten, onder het algemene btw-tarief. Dat geldt ook als het doel van de in de bloedbuisjes aanwezige middelen niet verder reikt dan het afgenomen bloed geschikt te maken voor verder onderzoek, bijvoorbeeld door het voorkomen van stolling of door het afsplitsen van bestanddelen.
Bij de levering van zuurstof is voor de tarieftoepassing niet van belang in welke vorm (gas of vloeibaar) de zuurstof wordt aangeboden. Het verlaagde btw-tarief is ook van toepassing op de (eventuele) vergoeding die aan de gebruikers in rekening wordt gebracht voor de terbeschikkingstelling van zuurstofcilinders, -vaten en dergelijke. Zie verder de toelichting op post a 37.
Inhalatiegas voor de behandeling van pulmonaire hypertensie bij pasgeborenen valt onder de post. De levering van dit gas in combinatie met de terbeschikkingstelling van het daarbij behorende toedieningssysteem, tegen een vastgestelde vergoeding per uur van toediening, wordt als één prestatie aangemerkt, namelijk als de levering van medisch inhalatiegas. Het toedieningssysteem is onontbeerlijk voor de juiste toediening van het inhalatiegas en wordt enkel voor dat doel ter beschikking gesteld door de leverancier.
Goedkeuring Ik keur goed dat de vergoeding voor administratiekosten van apothekers voor geleverde genees- en verbandmiddelen in zijn geheel wordt geacht deel uit te maken van de vergoeding voor zover op die middelen het verlaagde btw-tarief van toepassing is.
POST A 7 1. Inhoud van de post diergeneesmiddelen als zijn bedoeld in de Wet dieren, met uitzondering van diergeneesmiddelen voor in vitro gebruik;
Als de dierenarts na de behandeling van het zieke dier aan de verzorger van het dier diergeneesmiddelen levert, verricht de dierenarts een afzonderlijke levering van diergeneesmiddelen die is onderworpen aan het verlaagde btw-tarief.
In gevallen waarin het op correcte wijze splitsen van de aan de afzonderlijke levering van diergeneesmiddelen toe te rekenen omzet vanuit de administratie onmogelijk is, kan de inspecteur een praktische regeling treffen. Een in dat kader aan te brengen forfaitaire splitsing van de omzet moet zijn gebaseerd op de praktijkgegevens van de betrokken dierenarts en dient daarbij zo nauwkeurig mogelijk aan te sluiten.
POST A 8 1. Inhoud van de post verbandmiddelen zoals watten, windsels, gaas, hechtmiddelen, pleisters, tampons, spalken en daarmee gelijk te stellen artikelen die kennelijk zijn bestemd voor geneeskundige doeleinden, alsmede gevulde verbanddozen, damesverband, kraammatrassen en incontinentiematerialen;
Voor een ‘open’ omschrijving van het begrip verbandmiddelen is gekozen om ook de nieuwste artikelen op het gebied van de verbandmiddelen onder de post te kunnen laten vallen.
Het begrip verbandmiddel omvat naar spraakgebruik producten die ertoe dienen een beschadigd (in het bijzonder: gewond) of ziek lichaamsdeel te bedekken.
Verbandmiddelen die worden gebruikt in de diergeneeskunde vallen ook onder de post (zie onderdeel 15 van de toelichting op deze post).
De zogenoemde bandagelens, een lens die na een oogoperatie wordt gebruikt om het oog af te dekken en die dient als verband, valt onder de post.
Geen verbandmiddelen zijn: – gebruiksartikelen zoals kleding, schoeisel en verbandsokken die ook een therapeutische werking bezitten. Een voorbeeld hiervan is een beha met vochtafdrijvende werking voor de vermindering van klachten van lymfoedeem;25Standpunt kg ob, KG:209:2023:5. – een zogenoemd scheur-, krab- of verbandpak. Dit product is aan te merken als een gebruiksartikel. Een scheur-, krab- of verbandpak dat uit één stuk bestaat en dient ter fixatie van incontinentiemateriaal valt onder de post.26Rechtbank Gelderland 16 april 2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:BZ7232.
Goedkeuring Ik keur goed dat witte watten die voor allerlei huishoudelijke doeleinden (waaronder geneeskundige) worden gebruikt, onder de post worden gerangschikt.
Voorbeelden van goederen die onder de post vallen: – immobiliserende verbandsystemen (bijvoorbeeld een tricot kous waarin een twee-componenten-vloeistof wordt gegoten) die na het aanleggen dienen om het te fixeren lichaamsdeel te verharden; – al dan niet elastische kniebanden, dijbeenbanden, enkelbanden, elleboogbanden, zachte halskragen, rugbandages en polsbanden; – elastische kousen die door bedlegerige patiënten worden gedragen ter voorkoming van trombose; – elastische kousen met een drukwaarde van tenminste 25 mm kwik (indeling in klasse 2 of hoger van de zogenoemde lijst van Bernink); – flexibele (kunst)stof omhulsels gevuld met een substantie die na verhitting of koeling als warmte- of koudekompres om (delen van) armen, benen en dergelijke worden gewikkeld om blessures te behandelen. Daarbij geldt de voorwaarde dat zij als (warmte- of koude) kompres in de handel worden gebracht; – zogenoemde stompsokken van wol, tricot enz. Dit zijn speciaal vervaardigde hoesjes die een gebruiker in staat stellen om een prothese permanent te gebruiken.
Een redelijke wetstoepassing brengt met zich mee dat ook oefenverbanden, ofwel dikke windsels die als oefenmateriaal worden gebruikt bij o.a. EHBO-cursussen, onder de post vallen.
Producten die naar uiterlijk en gebruiksmogelijkheden als een kant-en -klaar kledingstuk moeten worden aangemerkt, vallen niet onder de post. Voorbeelden hiervan zijn compressiekousen (steunkousen) en -tubes, ongeacht de drukwaarde van deze producten. Aan compressiekousen en -tubes wordt een preventieve en genezende werking voor kuitklachten, spierverrekkingen en verkrampingen toegeschreven en worden daarom veel gebruikt door sporters. Deze producten staan niet op de lijst van Bernink.
Een siliconen wondcontactlaag met een geperforeerde structuur die dient voor het afdekken van wonden en aandoeningen valt onder de post. De geperforeerde structuur laat het toe om wondexsudaat te draineren en dit product kan mede gebruikt worden voor het dragen en aanbrengen van zalven en preparaten.
Goedkeuring Ik keur goed dat incisiefolie (een uiterst dunne kleeffolie die op de huid van patiënten wordt aangebracht voordat de incisie wordt gemaakt), wondfolie en infusiefolie onder de post worden gerangschikt.
Goedkeuring Bij de levering van hechtdraad wordt de naald soms vast aan de hechtdraad meegeleverd. Ik keur goed dat draad en naald dan als één geheel als hechtmiddel onder de post valt.
Voor het aanbrengen van nietjes en clips wordt zogenoemde hechtapparatuur (nietmachines) gebruikt. Deze hechtapparatuur kan niet delen in het verlaagde btw-tarief voor hechtmiddelen. Ook de bij hechtapparatuur behorende instrumenten zoals een verwijdertang en een weefselmeetinstrument kunnen niet delen in het verlaagde btw-tarief voor hechtmiddelen. Vaak wordt een hechtapparaat samen met nietjes of clips tegen één vergoeding geleverd. De nietjes of clips, die meestal zijn vervaardigd van titanium of chirurgisch staal, vertegenwoordigen daarbij een niet onaanzienlijke waarde. Voor de tarieftoepassing moet de vergoeding worden gesplitst in een naar het verlaagde btw-tarief te belasten deel (de nietjes en/of clips) en een naar het algemene btw-tarief te belasten deel (het hechtapparaat). Voor het vaststellen van het naar het verlaagde btw-tarief te belasten deel van de vergoeding kan de prijs die voor een los te leveren cassette nietjes of clips in rekening wordt gebracht als richtsnoer dienen. Als een splitsing van de vergoeding niet mogelijk is, is op het gehele apparaat, inclusief nietjes, het algemene btw-tarief van toepassing.
Embolisatieproducten die worden gebruikt ter reparatie van een vaatwand of voor het stoppen dan wel voorkomen van een inwendige (na)bloeding hebben dezelfde functie en/of toepassing als hechtmiddelen en vallen onder de post.
Als hechtmiddelen in de zin van de post zijn niet aan te merken: – een electrode die of een ander product dat wordt gebruikt voor het dichtbranden (sealen) van een wond; – de zogenoemde vesselsealer die wordt gebruikt voor het sealen van bloedvaten en lichaamsweefsel waardoor het bloeden stopt; – producten die als functie hebben het dichtbranden van gedurende een ingreep ontstane beschadigingen van het lichaam.
Aften-gel, waarvan de ingrediënten zorgen voor een verzachting of verdoving van de wondpijn is, ook naar spraakgebruik, niet aan te merken als een pleister of daarmee gelijk te stellen product.
De bij radio-embolisatie gebruikte embolisatieproducten die qua functie op één lijn kunnen worden gesteld met tampons vallen onder de post. Net als bij tampons is het daarbij niet van belang of al dan niet via de producten geneesmiddelen worden toegediend aan het lichaam.
Een redressiehelm die wordt gebruikt om schedelafwijkingen van een baby of jong kind te corrigeren, is geen spalk in de zin van de post. Ook loopsteunen, producten die luxatie van de heup voorkomen en producten die de knie ondersteunen als de kruis- of kniebanden zijn gescheurd, zijn geen spalken. Deze producten voldoen niet aan de voorwaarde dat zij een gewricht fixeren.
Drukverdelende gelpads en gelstrips ter voorkoming van decubitus Drukverdelende gelpads en gelstrips worden gebruikt om beschadigde en kwetsbare huidoppervlakten te beschermen tegen decubitus (doorligwonden). Doordat deze pads en strips de contouren van het lichaam aannemen worden piekdrukken op de huid over een breder huidoppervlak verdeeld. Deze drukverdelende gelpads en gelstrips vallen onder de post.
Procedure trays Procedure trays (ook wel aangeduid als behandelmodules of O.K.-setjes) zijn pakketten die diverse artikelen bevatten die bij operaties worden gebruikt zoals verbandmiddelen, afdekmaterialen, een operatiejas, handdoekjes, kleef- en steristrips en dergelijke. Omdat wordt aangenomen dat de samenstellende delen hun zelfstandigheid hebben behouden, geldt voor de verbandmiddelen in het pakket het verlaagde en voor de andere artikelen het algemene btw-tarief.
VAC De Vacuum Assisted Closure (VAC) is een set bestaande uit een steriel verpakte polyurethaan wondbedekker met bijbehorende slangenset, pomp en wondfolie en/of opvangbeker. De wondbedekker zorgt voor het ontstaan van onderdruk in de wondholte of onder een huidtransplantaat of -flap, waardoor de wondranden naar het centrum van de wond worden getrokken wat de genezing van de wond bevordert. Het wondvocht wordt verzameld in de bij de set behorende opvangbeker. De set valt niet onder de post.
De voor éénmalig gebruik bestemde onderdelen van de VAC (de wondbedekker met slangenset, de wondfolie en de opvangbeker) kunnen onder de post kunnen worden gerangschikt. Voor pompen geldt het verlaagde btw-tarief alleen als zij: – geen andere bestemming kennen dan te worden gebruikt als onderdeel van de VAC en – uitsluitend zijn bestemd voor éénmalig gebruik door één patiënt.
Botregeneratie-membraan en ander botvervangend materiaal Een botregeneratie-membraan is een soort vliesje dat door de tandarts/kaakchirurg onder het worteloppervlak van een tand of kies in het kaakbot wordt geïmplanteerd ter afsluiting van een defect in – onder meer – het kaakbot. Botregeneratie-membranen kunnen van verschillende materialen zijn vervaardigd (kunststof, maar ook dierlijk of humaan weefsel). De membranen zijn al dan niet door het menselijk lichaam afbreekbaar. Gelet op hun eigenschappen en toepassingsmogelijkheden zijn de membranen op één lijn te stellen met verband- of hechtmiddelen. Ze kunnen daarom onder de post worden gerangschikt.
Ook ander botvervangend materiaal dat zorgt voor het bijeenhouden van omliggend bot en dat nieuw eigen lichaamsbot laat opkomen op plaatsen waar het botvervangend materiaal is aangebracht (omdat daar bot is weggeslagen) kan onder de post worden gerangschikt.
Tourniquet De zogenoemde tourniquet valt onder de post. De tourniquet bestaat uit een band met een klemfunctie en zorgt ervoor dat beschadigd weefsel op die plaats zodanig wordt dichtgedrukt dat de (slag)ader stopt met bloeden.
Voorbeelden van goederen die niet onder de post vallen: – operatielakens, slopen, afdekdoeken en dergelijke afdekmaterialen (al dan niet steriel en/of voor eenmalig gebruik of voorzien van een stukje incisiefolie), operatiemaskers, operatiekapjes, overtrekken, spuugdoekjes en dergelijke; – gebruiksartikelen met een bepaalde therapeutische en/of (veronderstelde) heilzame werking zoals speciale (reuma)hemden, steunkousen, ‘medische’ schapenvachten, beha’s met vochtafdrijvende werking voor de vermindering van klachten van lymfoedeem27Standpunt kg ob, KG:209:2023:5. e.d.; – huidbeschermende preparaten, inclusief barrièrefilms, die worden gebruikt als onderlaag voor verband om de huid bij verwijdering van dat verband te beschermen tegen beschadiging, irritatie, bloeding of ontsteking; – proprioceptieve inlegzolen ter verbetering van de lichaamshouding en beweging (zie ook onderdelen 7.2 en 11 bij post a 35).
Goedkeuring Ik keur goed dat ook zoogkompressen, kraampakketten (met o.a. kraamverband) en sluitlakens onder de post worden gerangschikt. Ook herbruikbare zoogkompressen van siliconen vallen onder de post.
Bij incontinentiematerialen gaat het zowel om absorberende producten als om producten die juist voorkomen dat absorberende producten moeten worden gebruikt.
Voorbeelden van absorberende producten zijn: – (pyjama)luierbroekjes die speciaal zijn ontwikkeld voor kinderen vanaf vier jaar en/of met een gewichtsklasse van 17 tot 30 kilogram; – speciale luiers voor incontinente gehandicapte kinderen die op recept van een arts door apothekers worden verstrekt. Hierbij dient de apotheker met behulp van het recept van een arts aannemelijk te maken dat het verlaagde btw-tarief van toepassing is; – badslips die bij het zwemmen door incontinente personen worden gedragen.
Voorbeelden van producten die voorkomen dat absorberende producten moeten worden gebruikt zijn incontinentieklemmen en urethrastoppen.
Speciale slips of broeken (zogenoemde fixatie- of netbroeken) die ten doel hebben incontinentieluiers die niet zijn voorzien van bevestigingspunten op hun plaats te houden, vallen onder de post. De post is ook van toepassing op de levering van zogenoemde anti-scheurpakken die in hoofdzaak zijn bestemd voor het op zijn plaats houden van incontinentiemateriaal.28Rechtbank Gelderland 16 april 2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:BZ7232, eerder aangehaald.
De levering van de tot plaswekkersets (sets die ertoe dienen bedplassen bij kinderen van zes jaar en ouder op te heffen) behorende plasbroekjes en plasmatten kunnen onder de post worden gerangschikt. De speciale plasbroekjes en -matten geven aan de plaswekker het signaal dat er urine in het plasbroekje of op de plasmat terecht is gekomen.
Goedkeuring Ik keur goed dat als plaswekkersets als één geheel worden geleverd het verlaagde btw-tarief toepassing vindt op het geheel.
Goedkeuring Ik keur goed dat op de levering van een losse plaswekker het verlaagde btw-tarief wordt toegepast, ongeacht of hij op batterijen werkt of niet. Voorwaarde voor toepassing van deze goedkeuring is dat de wekker uitsluitend is ontworpen en gefabriceerd om samen met speciale broekjes te worden gebruikt voor de training om bedplassen te voorkomen en dat de wekker ook daartoe wordt aangeboden.
De verhuur van een plaswekker is aan het algemene btw-tarief onderworpen.
Voorbeelden van goederen die niet onder de post vallen: – speciaal voor incontinente personen bestemde hygiënische middelen als speciale zepen en spray; – reguliere babyluiers; – matrassen en dergelijke die zijn bekleed met materiaal dat incontinentiebestendig is. De matrassen zijn bedoeld om op te slapen en hebben niet de primaire functie om de (gevolgen van) incontinentie tegen te gaan; – producten die niet specifiek zijn ontwikkeld om incontinentie te voorkomen, te verlichten of tegen te gaan maar alleen een (al dan niet verondersteld) zijdelings effect hierop hebben, zoals medische schapenvachten; – ondersteekzakken die worden gebruikt in beddenpannen (steken) en toiletstoelen voor de opvang van urine, ontlasting en braaksel. De zakken dienen niet om de gevolgen van incontinentie bij de patiënt te verlichten, te voorkomen of te fixeren maar om een hygiënische afvoer van uitscheiding te bewerkstelligen.
Paardenbandages hebben in hoofdzaak een preventieve functie (voorkomen van blessures e.d.) en zijn daarom niet als dierverbandmiddelen aan te merken.
Rompertjes voor huisdieren vallen niet onder de post omdat die producten behalve voor het bedekken van wonden of het warmhouden van een dier na een operatie ook (kunnen) worden aangewend als hulpmiddel bij loopsheid of incontinentie of als bescherming tegen koude. Als de producten uitsluitend de functie hebben van verbandmiddel vallen zij onder de post.
Goedkeuring Ik keur goed dat een set die is samengesteld uit verbandmiddelen, een bakje of schaaltje voor eenmalig gebruik en ten hoogste twee pincetten voor eenmalig gebruik, wordt gerangschikt onder het verlaagde btw-tarief.
POST A 9 t/m A 27 (vervallen) POST A 28 1. Inhoud van de post water;
Onder de post vallen ook gedestilleerd water en warm water.
Goedkeuring Ik keur goed dat ‘ander’ water, ook wel aangeduid als B-water, grijs water of huishoud-/industrie-/landbouwwater, onder het verlaagde btw-tarief valt. Het gaat hier om in mindere mate gezuiverd oppervlaktewater dat niet voor menselijke consumptie geschikt is maar dat wel bruikbaar is voor niet-consumptieve doeleinden zoals spoelwerkzaamheden en beregening van gewassen. Onder ander water kan ook regenwater worden begrepen.
Niet onder de post vallen: – gedemineraliseerd, ontijzerd en onthard water; – zeewater en rivierwater, al dan niet bestemd voor wetenschappelijke doeleinden; – ijs en stoom; – colloïdaal edelmetaalwater.
Water dat wordt aangemerkt als voedingsmiddel, zoals gedemineraliseerd en gesteriliseerd water, is op grond van post a 1 onderworpen aan het verlaagde btw-tarief.
De bijkomende verrichtingen van de waterleverancier die rechtstreeks verband houden met de levering van water delen in de toepassing van het verlaagde btw-tarief. Het betreft onder meer de volgende vergoedingen/kosten: – de meterhuur voor het (ver)plaatsen, onderhouden en herstellen van watermeters; – de onder de benaming ‘leidinghuur’, ‘onderhoud dienstleiding’, ‘aansluitkosten’ en dergelijke aan de afnemers berekende kosten voor aanleg, aansluiting en onderhoud van een dienstleiding; – de vergoeding voor het aansluiten van een woonhuis op het openbare leidingnet; – de vergoeding voor het aanleggen van een tijdelijke aansluiting; – de vergoeding voor het plaatsen, verhuren, onderhouden en herstellen van brand- en bouwleidingen die als dienstleiding fungeren; – de vergoeding voor het beschikbaar houden van brandbluscapaciteit; – de vergoeding voor het plaatsen, verhuren, onderhouden en herstellen van standpijpen; – de vergoeding voor het inspecteren van binnenhuisaansluitingen en het controleren van watermeetinrichtingen; – de vergoeding voor het openen en sluiten van een dienstkraan bij de aanvang of de beëindiging van de levering van water; – de transport- en arbeidskosten voor de levering van water aan schepen, land- en tuinbouwbedrijven, of voor tijdelijke aansluitingen; – de vergoeding die wordt voldaan om te voorkomen dat de watertoevoer wordt afgesloten wegens wanbetaling.
Het verlaagde btw-tarief is niet van toepassing op: – het plaatsen, onderhouden en beproeven van brandkranen; – het aansluiten van een binnenleiding op een brandleiding; – het beproeven van tanks en meetinstrumenten; – het verrichten van laboratoriumwerkzaamheden; – het tegen vergoeding inspecteren van waterleidingen en/of installaties op de aanwezigheid van legionellabacteriën door een waterleidingbedrijf.
POST A 29 1. Inhoud van de post a. kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, voor zover deze worden ingevoerd; b. kunstvoorwerpen voor zover deze worden geleverd door:
1°. de maker of diens rechtverkrijgende onder algemene titel; of 2°. een ondernemer, andere dan een wederverkoper, die ingevolge artikel 15, eerste lid, de belasting ter zake van zijn verkrijging volledig in aftrek brengt;
Post a 29 heeft blijkens de categorieën genoemd in bijlage J uitsluitend betrekking op de levering van goederen. Digitale kunst, al dan niet langs elektronisch weg geleverd door middel van een zogeheten NFT (Non Fungible Token), vormt geen voor menselijke beheersing vatbaar stoffelijk object (artikel 3, zevende lid, van de wet). Om die reden kan bij digitale kunst geen sprake zijn van een levering van een goed voor de btw. De levering van een digitaal kunstobject kan daardoor niet onder de post worden gerangschikt.29Standpunt kg ob, KG:209:2023:2.
4.2 Kunstenaar De kunstenaar is de ontwerper en maker van een kunstvoorwerp. Voor de beoordeling of iemand kunstenaar is, is bepalend of deze persoon schilderijen, beeldhouwwerken en dergelijke ontwerpt die naar maatschappelijke opvattingen als kunstvoorwerp worden aangemerkt.
Derden die een kunstvoorwerp in opdracht van de kunstenaar vervaardigen, zijn niet aan te merken als kunstenaar. De levering van een kunstvoorwerp door deze derden valt niet onder het verlaagde btw-tarief.
Op de levering van een kunstwerk door de kunstenaar vanuit een rechtspersoon (bijvoorbeeld een BV) is het verlaagde btw-tarief van toepassing. Daarbij gelden de voorwaarden dat het kunstwerk feitelijk geheel van de hand van de betreffende kunstenaar is, dat het als zodanig herkenbaar is en dat het kwalificeert als een kunstwerk. Onder dergelijke omstandigheden kan de rechtspersoon worden vereenzelvigd met de maker.
4.3 Gebruiksvoorwerpen Voorwerpen die het karakter hebben van een gebruiksvoorwerp (met uitzondering van lijfsieraden die zijn aan te merken als beeldhouwwerk) vallen niet onder de post. Dit is het geval als het kunstzinnige karakter van de voorwerpen ondergeschikt is aan de gebruiksfunctie ervan.
Voorbeelden van voorwerpen die niet als kunstvoorwerp maar als gebruiksvoorwerp worden aangemerkt: – kunstzinnig vervaardigde tafels of stoelen; – namaakdieren van kunstbont die het karakter hebben van knuffeldier/speelgoed; – kledingstukken die door een kunstenaar zijn beschilderd, maar die naar hun functie zijn bestemd om als kleding te worden gedragen; – lijkkisten, urnen en kleding die door kunstenaars worden vervaardigd ter herdenking van overledenen of voor gebruik bij begrafenissen en crematies; – objecten die een soortgelijke functie vervullen als amuletten. Deze objecten worden aangeschaft vanwege de (veronderstelde) werking en niet zozeer vanwege een artistieke waarde; – rollen behang waarop per rol een gesigneerde zeefdruk is aangebracht door een kunstenaar.
4.4 Schilderijen, collages en dergelijke decoratieve platen e.d. (post 1, onderdeel a, bijlage J) Of een voorwerp kan worden aangemerkt als een schilderij moet naar het spraakgebruik worden beoordeeld. Beschilderde goederen zijn pas dan als schilderijen in de zin van de post aan te merken als zij het karakter hebben van schilderijen. Hierbij geldt de voorwaarde dat het eventuele overige gebruik dat van die goederen kan worden gemaakt onbetekenend van aard is.
Collages en dergelijke decoratieve platen bestaan uit verschillende materialen die door een kunstenaar zijn samen- en aangebracht op een drager op een zodanige wijze dat het geheel een beeldend of decoratief motief vormt. Een unieke decoratieve mozaïekplaat van stukjes keramische tegel is soortgelijk aan een collage en valt onder de post.
4.5 Originele gravures, etsen en litho's (post 1, onderdeel b, bijlage J) Goedkeuring Ik keur goed dat onder de post worden gerangschikt: – originele houtsneden; – zeefdrukken die door een kunstenaar – al dan niet in samenwerking met een zeefdrukker – handmatig zijn vervaardigd, mits zij door de kunstenaar handmatig zijn genummerd en gesigneerd in een maximale oplage van 250 exemplaren. Als de oplage hoger is dan 250 exemplaren geldt voor de gehele oplage het algemene btw-tarief.
Giclée art prints worden aangemerkt als een moderne variant van zeefdrukken en kunnen delen in de goedkeuring voor zeefdrukken wanneer deze prints in samenwerking met de kunstenaar zijn afgedrukt, handmatig door de kunstenaar zijn genummerd en gesigneerd in een maximale oplage van 250 exemplaren. Een giclée is een druktechniek waarbij een inkjetprinter wordt gebruikt. Bij deze techniek wordt gebruikgemaakt van ononderbroken inktstralen die verschillende kleurlagen op het papier aanbrengen. De techniek wordt vooral gebruikt om reproducties van kunstwerken te maken.
4.6 Originele standbeelden en origineel beeldhouwwerk (post 1, onderdeel c, bijlage J) Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief maakt het niet uit van welk materiaal de standbeelden of het beeldhouwwerk zijn vervaardigd.
Lijfsieraden en ander ambachtswerk met een commercieel karakter en in serie vervaardigde reproducties en afgietsels van metaal, gips enz. met een commercieel karakter kunnen niet worden gerangschikt onder de post.
Een beeldhouwwerk met een commercieel karakter valt niet onder de post, zelfs niet als het is ontworpen of vervaardigd door kunstenaars. Er is sprake van een beeldhouwwerk met een commercieel karakter als dat werk naar maatschappelijke opvattingen uiterlijke gelijkenis vertoont met industriële of ambachtelijke producten. Daarbij zijn de vormgeving, de afmetingen, de materiaalkeuze, de kleur enz. van dat werk bepalend voor de beoordeling/waarneming van de gelijkenis. Door de gelijkenis moet voor de toepassing van het btw-tarief worden aangenomen dat het beeldhouwwerk concurreert met gelijkaardige industriële of ambachtelijke producten waarvoor het algemene btw-tarief geldt. In dergelijke gevallen is niet van belang of het betreffende beeldhouwwerk in een museumcollectie wordt opgenomen en of de prijs aanmerkelijk verschilt van de industrieel of ambachtelijk vervaardigde, gelijkaardige producten. Voorbeeld: een kunstenaar levert een door hem ontworpen gouden ring met edelstenen die alleen qua kleur van de edelstenen verschilt van een ambachtelijk vervaardigde gouden ring. Doorgaans zal er geen uiterlijke gelijkenis bestaan waar het gaat om volstrekt persoonlijke en unieke creaties waarmee de kunstenaar een esthetisch ideaal tot uitdrukking brengt.
Een door een kunstenaar ontworpen en geleverde gedenksteen is niet aan te merken als een beeldhouwwerk in de zin van de post. Omdat de gedenksteen uiterlijke gelijkenis vertoont met industriële of ambachtelijke gedenkstenen is de steen aan te merken als een grafmonument. Het verlaagde btw-tarief is daarop niet van toepassing.
Naar maatschappelijke opvattingen zijn beelden die door een houtsnijder met een kettingzaag worden vervaardigd uit blokken hout en boomstammen aan te merken als kunstvoorwerpen (beeldhouwwerk) in de zin van de post als ze niet zijn te vergelijken met industriële of ambachtelijke producten. De levering van dergelijke kunstvoorwerpen door de houtsnijder zelf is op grond van de post belast naar het verlaagde btw-tarief.
De levering van een opgezet dier door een taxidermist is naar maatschappelijke opvattingen geen levering van een kunstvoorwerp/beeldhouwwerk in de zin van de post. De taxidermist behandelt het dode dier enkel zó dat het er levensecht uitziet en dat voor lange tijd.
4.7 Unieke voorwerpen van keramiek, geheel van de hand van de kunstenaar en door hem gesigneerd (post 1, onderdeel e, bijlage J) Het criterium dat de keramische voorwerpen uniek moeten zijn, houdt in dat van het uiteindelijke voorwerp geen tweede nagenoeg identiek exemplaar is of zal worden vervaardigd. Dit betekent dat in serie gemaakte producten waarbij de ambachtelijke vaardigheid het artistiek scheppend vermogen overheerst niet als kunstvoorwerpen in de zin van de post kunnen worden aangemerkt. Een serie met de hand vervaardigde vrijwel identieke bekers (bijvoorbeeld voorzien van een beschildering van een kat) is niet aan te merken als een serie unieke voorwerpen van keramiek.
4.8 Verhuur van kunstvoorwerpen Goedkeuring Ik keur tot en met 31 december 2025 goed dat de verhuur (of het op een andere manier tegen vergoeding ter beschikking stellen) van kunstvoorwerpen door de kunstenaar onder het verlaagde btw-tarief valt. Per 1 januari 2026 vervalt post a 29 en daarmee ook deze goedkeuring. Betalingen in 2025 voor huren die voor 1 januari 2026 aanvangen en die na deze datum doorlopen, kunnen in verband met het vervallen van deze goedkeuring per 1 januari 2026 voor de tarieftoepassing tijdsevenredig worden gesplitst.
Het verlaagde btw-tarief is niet van toepassing als kunstwerken worden verhuurd of uitgeleend door een ander dan de kunstenaar die het kunstwerk heeft vervaardigd. De uitleen van kunstwerken door instellingen voor kunstuitleen is daarom onderworpen aan het algemene btw-tarief.
Instellingen voor kunstuitleen stellen zich ten doel hedendaagse beeldende kunstwerken onder een zo groot mogelijk publiek te verspreiden. Daartoe verwerven deze instellingen werken van kunstenaars die zij tegen vergoeding uitlenen. Dat gebeurt in het algemeen op basis van een abonnement. Als de abonnementhouder dat wil, kan hij het kunstwerk op termijn kopen. De instelling voor kunstuitleen brengt bij verkoop van het kunstwerk aan de abonnementhouder soms een deel van het betaalde abonnementsgeld in mindering op de verkoopprijs. Dit deel wordt ook wel aangeduid als spaar- of kooptegoed. Een ondernemer die kunstwerken uitleent, moet btw voldoen over het totale abonnementsgeld (dus inclusief het zogenoemde spaar-of kooptegoed). Bij een eventuele aankoop van een kunstwerk door de abonnementhouder vormt het zogenoemde spaar- of kooptegoed een korting die buiten de btw-heffing blijft. De verkopende ondernemer is btw verschuldigd ter zake van de levering van het kunstwerk over de eventuele bijbetaling door de abonnementhouder.
Tot de inwerkingtreding van het Besluit toelichting tabel I van 28 augustus 201730Besluit van 28 augustus 2017, nr. 2017-168377 (Stcr. 2017, 50520). werd goedgekeurd dat geen btw wordt geheven over het gedeelte van het abonnementsgeld dat de abonnementhouder met het oog op de toekomstige aankoop van een kunstwerk als spaartegoed bij een instelling voor kunstuitleen aanhoudt. In die situatie is wel btw verschuldigd over het spaartegoed dat bij de eventuele aankoop van het kunstwerk in aanmerking wordt genomen. Lopende contracten (dus contracten die afgesloten zijn vóór 9 september 2017) met abonnementhouders die gebruik maakten van deze goedkeuring worden gerespecteerd. Met ingang van 1 januari 2026 eindigt de goedkeuring voor de hiervoor bedoelde lopende contracten van vóór 9 september 2017. De voorwaarde dat over het zonder btw opgebouwde deel van het spaartegoed btw verschuldigd is bij de aankoop van een kunstwerk door de abonnementhouder blijft onverminderd van toepassing. Opgebouwd spaartegoed waarover omzetbelasting is voldaan, blijft bij de toekomstige aankoop van kunst als korting buiten de maatstaf van heffing.
5.2 Postzegels enz. (post 2, onderdeel a, bijlage J) Ongestempelde postzegels vallen alleen onder de post als zij niet (meer) voor het frankeren van poststukken kunnen worden gebruikt. De levering door PostNL van postzegels die in Nederland kunnen worden gebruikt voor het frankeren van poststukken valt onder de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel m, van de wet.
5.3 Andere verzamelingen (post 2, onderdeel b, bijlage J) De levering van bankbiljetten en munten die in enig land de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben, is vrijgesteld tenzij de bankbiljetten en munten gewoonlijk niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt of verzamelwaarde hebben (artikel 11, eerste lid, letter i van de wet). Munten met verzamelwaarde kunnen worden ondergebracht in een verzameling van numismatisch belang in de zin van de post als zij: – de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben en bovendien verzamelwaarde hebben; – de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben verloren en verzamelwaarde hebben; of – nooit de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben gehad en uitsluitend verzamelwaarde hebben.
Bankbiljetten behoren tot (voorwerpen voor) verzamelingen van numismatisch belang als aan de hiervoor genoemde voorwaarden is voldaan.
Historische landkaarten kunnen onder ‘verzamelvoorwerpen van historisch belang’ worden gerangschikt.
POST A 30 1. Inhoud van de post boeken, met inbegrip van alle andere dan papieren fysieke dragers waarop de inhoud van een boek is aangebracht; digitale educatieve informatie die is aangebracht op fysieke dragers en die kennelijk uitsluitend of nagenoeg uitsluitend is bestemd voor informatieoverdracht in het onderwijs; dagbladen, weekbladen, tijdschriften en andere tenminste driemaal per jaar periodiek verschijnende uitgaven;
De hoedanigheid van de leverancier is niet van belang.
Losbladige boeken en losse banden voor boeken die samen met de inhoud worden geleverd, kunnen onder de post worden gerangschikt. Van belang is daarbij dat de inhoud van deze uitgaven voor iedere afnemer gelijk is en dat de tekst en afbeeldingen op de afzonderlijke bladzijden samenhang vertonen.
Een drukwerk bestaande uit een bundel kaarten die in een hoek is voorzien van een hechtpin waardoor de kaarten tot een waaier kunnen worden gedraaid, kan door de verschijningsvorm niet als een boek worden aangemerkt. Ditzelfde geldt voor een bundel aaneengehechte bladen als het de bedoeling is dat de bladen door de gebruiker worden losgemaakt.
Voorbeelden van drukwerken die onder de post kunnen worden gerangschikt: a. een ‘boekbol’: een boek dat opengeslagen de vorm van een 3D-bol heeft en bevestigd op een standaard draaiend te lezen is; b. borduur- en handwerkpatronen, voor zover bestaande uit een samenstel van meerdere aan de rug samen gehechte pagina’s, vervat in een verharde kaft en met een omvang van minimaal 8 pagina’s. De pagina’s zijn genummerd en er wordt informatie gegeven over de schrijver/ontwerper van de patronen en de uitgever. De borduur- en handwerkpatronen hebben de uiterlijke verschijningsvorm van een boek; c. catalogi voor leesbibliotheken en boekhandelaren; d. digitale fotoboeken; e. fotoboeken met door een professionele fotograaf ingeplakte foto’s; f. fotoboeken met foto’s van bijvoorbeeld een bruiloft of afscheid. Het maken van de reportage is een bijkomstige prestatie bij de levering van het fotoalbum. Het geheel is onderworpen aan het verlaagde btw-tarief; g. jaarverslagen van bedrijven; h. kleurboeken, al dan niet voorzien van teksten en/of versjes en dergelijke, mits zij de uiterlijke verschijningsvorm van een boek hebben; i. losbladige uitgaven die zonder band worden geleverd en die door de gebruiker zelf worden opgeborgen in een band naar keuze. Het moet dan gaan om uitgaven die aan de hiervoor genoemde kenmerken van een boek voldoen, als zij van een band zouden zijn voorzien; j. losse muziekuitgaven; k. spoorboekjes en dienstregelingen voor autobusondernemingen van minimaal 8 pagina's; l. standaard collegedictaten; m. stripboeken; n. supplementen op boeken; o. voor kinderen bestemde producten (ongeacht het materiaal waarvan ze zijn vervaardigd) die de uiterlijke verschijningsvorm hebben van een boek, ook als ze speelse elementen bevatten; p. voorbedrukte postzegelalbums; q. zogenoemde blinde atlassen.
Voorbeelden van drukwerken die niet onder de post vallen: r. bestekken voor woningbouw en dergelijke; s. blocnotes; t. dagscheurkalenders, bestaande uit een schild met daarop bevestigd een kalenderblok, en losse blocs van dagscheurkalenders. Dit geldt ook als op de voorzijde van de kalenderbladen behalve de datum een religieuze tekst met een verklarend woord is vermeld of op de achterzijde van de kalenderbladen vervolgverhalen met een religieuze strekking zijn opgenomen; u. huishoudelijke reglementen en statuten van verenigingen of stichtingen; v. kantoor-, zak- of schoolagenda's, al dan niet voorzien van een informatief gedeelte; w. lege fotoalbums; x. losse banden voor boeken en stofomslagen voor boeken; y. met tekst en/of illustraties bedrukte planovellen, die deel gaan uitmaken van een werk dat in gerede staat als een boek kan worden aangemerkt; z. muziekschrijfboeken; aa. muntalbums bestaande uit ringbanden met transparante plastic opbergvellen die voorbedrukte kaarten met afbeeldingen van originelen kunnen bevatten; bb. notitieboekjes; cc. plakboeken; dd. poëziealbums; ee. postcard books, dit zijn in boekvorm gebundelde kaarten met afbeeldingen van door een bepaalde kunstenaar vervaardigde kunstwerken (meestal schilderijen). De kaarten kunnen zonder verdere beschadiging uit de bundel worden verwijderd en vervolgens als ansicht-/wenskaart worden gebruikt. Er bestaat geen samenhang tussen de in de bundel opgenomen tekst en de op de kaarten afgedrukte afbeeldingen; ff. schetsboeken; gg. schoolboekenlijsten.
Drukwerken die hoofdzakelijk zijn aan te merken als reclamemateriaal vallen niet onder de post, zie ook onderdeel 6.
3.2 Schoolboeken e.d.
3.2.1 Algemeen Uitgevers van schoolboeken en ander lesmateriaal voor het primair-, voortgezet-, middelbaar beroeps- en hoger onderwijs bieden hun producten aan in de vorm van een leerpakket (leermethode) aan onderwijsinstellingen of rechtstreeks aan de leerlingen c.q. studenten van die instellingen. De leerpakketten bevatten dikwijls een leerboek, een werkboek of werkschrift, een docentenboek met eventueel cd-roms, maar ook andere artikelen zoals een kopieerboek, wandplaten, bewaarmappen en ringbanden.
3.2.2 Werkboeken en werkschriften Een werkboek met de uiterlijke verschijningsvorm van een boek kan worden aangemerkt als een boek in de zin van de post. Dat is het geval als dat boek leerstof en/of leeropdrachten bevat waarbij alleen op de desbetreffende pagina of de naastgelegen pagina ruimte is opengelaten voor het maken van aantekeningen en/of het uitwerken van opdrachten.
Werkschriften die niet de uiterlijke verschijningsvorm hebben van een boek vallen onder het verlaagde btw-tarief als ze uit minimaal 32 pagina’s bestaan (aaneengehecht). Bovendien moeten ze zijn voorzien van een omslag en leerstof en/of leeropdrachten bevatten waarbij ruimte is opengelaten voor het maken van aantekeningen en/of het uitwerken van leeropdrachten.
3.2.3 Kopieerboeken Kopieerboeken zijn losbladige uitgaven met te kopiëren lesmateriaal. Kopieerboeken worden opgeborgen in een ringband en het gekopieerde lesmateriaal wordt gebruikt in de lessen. Kopieerboeken vallen onder het verlaagde btw-tarief. Een eventueel bijgeleverde ringband kan delen in het verlaagde btw-tarief als het kopieerboek en de ringband als één geheel worden geleverd en de omslag (bijvoorbeeld de opdruk) daarvan specifiek is ontworpen voor het desbetreffende kopieerboek (dit is bijvoorbeeld niet het geval als de ringband is voorzien van een insteekhoes).
3.3 Brochures Brochures kunnen als boeken in de zin van de post worden aangemerkt als zij bestaan uit minimaal 32 pagina’s die zijn voorzien van een omslag en die als een geheel zijn aaneengehecht.
3.4 Inbinden en repareren Als een boek opnieuw wordt ingebonden of gekartonneerd, verricht de binder een (inbind)dienst die is belast naar het algemene btw-tarief. Is na het inbinden een nieuw boek ontstaan, dat wil zeggen een boek dat daarvoor niet bestond, dan verricht de binder een dienst die bestaat uit het opleveren van een nieuw boek. Deze dienst valt op grond van post b 16 onder het verlaagde btw-tarief.
Het inbinden van een aantal tijdschriften – bijvoorbeeld een jaargang – wordt aangemerkt als de oplevering van een nieuw boek. Deze dienst valt op grond van post b 16 onder het verlaagde btw-tarief.
3.5 Boeken op andere dan papieren fysieke dragers De tabelpost geldt ook voor andere dan papieren fysieke dragers waarop de inhoud van een boek is aangebracht (zoals het geval is bij luisterboeken en digitale boeken op cd, cd-rom en USB-stick) en de inhoud daarvan niet uitsluitend of hoofdzakelijk uit reclamemateriaal, video-inhoud of beluisterbare muziek bestaat. Met video-inhoud wordt (bewegend) beeld bedoeld, al dan niet voorzien van geluid. Met beluisterbare muziek wordt niet een luisterboek bedoeld.
3.6 Samengesteld product: levering boek met cd, cd-rom of dvd e.d.
Als bij een boek een andere dan papieren fysieke drager (zoals een cd, cd-rom of dvd e.d.) met een andere inhoud dan die van het boek is bijgevoegd ter informatie en/of ter vermaak, valt de levering van de cd, cd-rom of dvd e.d. in beginsel onder het algemene btw-tarief. Dit is alleen anders als de fysieke drager educatieve informatie bevat die kennelijk uitsluitend of nagenoeg uitsluitend is bestemd voor informatieoverdracht in het onderwijs (zie onderdeel 4 hierna).
De bij een boek gevoegde cd, cd-rom of dvd e.d. kan qua prijs een substantieel onderdeel vormen van het totale pakket. De levering van die cd, cd-rom of dvd e.d. kan dan niet als bijkomstig worden aangemerkt.31Zie in dit verband HvJ EG 25 februari 1999, C-349/96 (Card Protection Plan), ECLI:EU:C:1999:93, eerder aangehaald. Voor de btw-heffing is dan sprake van de levering van twee afzonderlijke goederen (splitsing van prestaties). Op de levering van de cd, cd-rom of dvd e.d. is het algemene btw-tarief van toepassing. Hieraan doet niet af dat slechts één prijs in rekening wordt gebracht. Als de levering van een boek met cd e.d. tegen één prijs wordt aangeboden, moet de vergoeding worden gesplitst op basis van de gangbare prijzen die de uitgever voor elk van de artikelen vraagt. In het geval het boek en de cd e.d. niet ook afzonderlijk worden aangeboden, kan de vergoeding worden gesplitst op basis van de gemaakte kosten en de aan elk artikel toe te rekenen winstopslag. Bij het toerekenen van de winstopslag wordt de verhouding van de gemaakte kosten als maatstaf gehanteerd.
Bij de levering van digitale educatieve informatie op fysieke dragers geldt het volgende:
1.
Vóór het op de markt brengen van een nieuw digitaal educatief product op een fysieke drager beoordeelt de uitgever, zo nodig in samenspraak met de Belastingdienst, of dat product voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van het verlaagde btw-tarief (zie punt 2). Zolang aan de voorwaarden wordt voldaan kan dat product, ook door andere ondernemers, onder het verlaagde btw-tarief worden geleverd.
2.
Als noodzakelijke voorwaarde voor toepassing van het verlaagde btw-tarief geldt dat het product is/wordt voorgeschreven door een onderwijsinstelling (zie punt 6). Op verzoek moet de uitgever van het product aannemelijk maken dat het product is/wordt ontwikkeld voor de onderwijsmarkt. Hiermee wordt bedoeld dat het product (nagenoeg) uitsluitend is ontwikkeld met het oog op opname in de lespakketten van onderwijsinstellingen. Dit zal onder meer kunnen blijken uit zaken als gepleegd marktonderzoek en marketing. ‘Nagenoeg uitsluitend’ betekent voor minstens 90%. Dat criterium heeft hier betrekking op ‘bestemd voor’ en niet op het daadwerkelijke gebruik voor informatieoverdracht in het onderwijs. Dit impliceert dat de digitale educatieve informatie op fysieke dragers op zeer beperkte schaal ook aan anderen tegen het verlaagde btw-tarief kan worden geleverd. Daarbij kan worden gedacht aan de levering van een digitaal educatief product op een fysieke drager, dat is/wordt voorgeschreven door een onderwijsinstelling, aan de ouders van leerlingen bijvoorbeeld om zo samen met hun kind(eren) te kunnen oefenen.
3.
De voorwaarde dat de inhoud van boeken op fysieke dragers niet uitsluitend of hoofdzakelijk uit video-inhoud of beluisterbare muziek mag bestaan, geldt niet voor digitale educatieve informatie op fysieke dragers die voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van het verlaagde btw-tarief.
De update moet worden aangemerkt als een bijkomende prestatie bij het basisproduct en is als zodanig niet zelfstandig te gebruiken. In dat geval is het verlaagde btw-tarief van toepassing als de update wordt geleverd op een fysieke drager; b.
De update kan niet worden aangemerkt als bijkomend maar heeft een zelfstandige gebruiksfunctie. Als de inhoud van de update wordt geleverd op een fysieke drager en ook overigens voldoet aan de voorwaarden van de tabelpost is daarop het verlaagde btw-tarief van toepassing.
5.
Als gelijktijdig met de levering van de fysieke drager de op dat moment beschikbare updates worden ‘meegeleverd’ is op het geheel het verlaagde btw-tarief van toepassing. Als na dat moment updates worden geleverd geldt hetgeen onder punt 4 wordt opgemerkt.
7.
Digitale leermiddelen worden in toenemende mate door aanbieders langs elektronische weg aangeboden. Onderwijsinstellingen schaffen een licentie aan en leerlingen/studenten krijgen daarvoor toegang tot de leermiddelen. Het gaat hier om dienstverlening langs elektronische weg waarbij geen sprake is van een fysieke drager. Voor dergelijke elektronische diensten wordt verwezen naar de toelichting op post b 21, onderdeel 4.2.
Uitgaven die regelmatig verschijnen, zullen doorgaans een aanwijzing bevatten waaruit die regelmaat blijkt, bijvoorbeeld de vermelding: ‘verschijnt x maal per jaar’.
Onder de post vallen ook: – uitgaven die gedurende één of meer gedeelten van het jaar – bijvoorbeeld gedurende bepaalde seizoenen – regelmatig verschijnen; – uitgaven die met onregelmatige tussenpozen, maar wel elk kalenderjaar op dezelfde tijdstippen of over dezelfde tijdvakken, verschijnen.
Onder de post vallen de gewone dagbladen, weekbladen en tijdschriften. Ook uitgaven waarin prijspuzzels zijn opgenomen, vallen onder de post.
Verder kunnen bijvoorbeeld – als aan de hiervoor genoemde voorwaarden is voldaan – onder de post worden gerangschikt: – gidsen van woningbureaus; – kwartaalverslagen en dergelijke van bedrijven; – oude exemplaren van tijdschriften (ook als het tijdschrift niet meer verschijnt); – personeelsbladen; – verenigingsbladen.
Brieven met een doseerkalender voor individuele patiënten over de dosering van hun medicatie die periodiek wordt toegezonden, vallen niet onder de post. In dat geval is geen sprake van een uitgave in de zin van de post, omdat iedere brief op de persoon gerichte gegevens bevat en daardoor per afnemer verschilt.
Gemeenten en organisaties reserveren soms één of meer advertentiepagina’s in huis-aan-huisbladen. Dergelijke pagina’s zijn niet aan te merken als een zelfstandige periodieke uitgave, ook niet als zij zijn voorzien van een eigen kop, een afzonderlijke jaargang- en nummeraanduiding en een colofon.
De door een loterij periodiek verzorgde lotnummercorrespondentie voor deelnemers valt niet onder de post.32Rechtbank Gelderland 13 december 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:6620.
5.2 Dagbladen, weekbladen, tijdschriften enz. op andere dan papieren fysieke dragers De tabelpost geldt ook voor andere dan papieren fysieke dragers waarop de inhoud van dagbladen, weekbladen, tijdschriften en andere minstens driemaal per jaar periodiek verschijnende uitgaven in de zin van deze post is aangebracht (zoals het geval is bij kranten en tijdschriften op cd of cd-rom voor blinden en zeer slechtzienden) en waarvan de inhoud niet uitsluitend of hoofdzakelijk uit reclamemateriaal, video-inhoud of beluisterbare muziek bestaat (zie onderdeel 3.5).
5.3 Bijvoegsels Het komt voor dat dagbladen, weekbladen, tijdschriften e.d. samen met een bijvoegsel, bijvoorbeeld een receptenboekje, kortingsbonnen, of een andere dan papieren fysieke drager (zoals cd’s, cd-roms of dvd’s e.d.) in één (plastic) verpakking worden geleverd. De beoordeling of sprake is van één of meer leveringen gebeurt met inachtneming van de criteria die het HvJ heeft aangelegd.33Zie in dit verband HvJ C-349/96 (Card Protection Plan), eerder aangehaald. Dat zal in nagenoeg alle gevallen betekenen dat de vergoeding moet worden gesplitst in een deel dat betrekking heeft op het tijdschrift (verlaagd btw- tarief) en een deel dat betrekking heeft op de cd, cd-rom of dvd e.d. (in beginsel algemeen btw-tarief, zie onderdeel 3.6). Bij relatief kleine en/of eenvoudige bijgevoegde artikelen als receptenboekjes zal doorgaans sprake zijn van bijkomstige leveringen. De hele vergoeding is dan onderworpen aan het verlaagde btw-tarief.
Reisgidsen, hotelgidsen en campinggidsen zijn geen reclamematerialen als zij een min of meer algemene omschrijving bevatten van bijvoorbeeld de bezienswaardigheden en accommodaties in een bepaalde streek en dus informatief van aard zijn. Studiegidsen van universiteiten zijn ook niet aan te merken als reclamemateriaal. Dit geldt ook als het gaat om gidsen van volksuniversiteiten en dergelijke die een overzicht geven van de cursussen waarvoor men zich kan inschrijven en de kosten van die cursussen. De hiervoor genoemde gidsen kunnen delen in het verlaagde btw-tarief als zij voldoen aan de kenmerken van een boek.
Het bedrag dat voor de verzendwerkzaamheden in rekening wordt gebracht, inclusief porto- of frankeerkosten, wordt gerekend tot de vergoeding voor de levering van het drukwerk of de andere uitgaven in de zin van deze post. Dit geldt ook als er voor de werkzaamheden op de factuur een afzonderlijk bedrag in rekening wordt gebracht. Als het geleverde product onder post a 30 of a 31 valt, is ook de vergoeding voor de verzendwerkzaamheden onderworpen aan het verlaagde btw-tarief.
Als niet de ondernemer die het drukwerk of de andere uitgaven levert de opdracht tot terpostbezorging heeft gekregen maar die prestatie plaatsvindt op grond van een overeenkomst tussen de postbezorger en de persoon voor wie de post wordt bezorgd, kan het verlaagde btw-tarief ter zake geen toepassing vinden.
Als de porto- of frankeerkosten betrekking hebben op vrijgesteld postvervoer (op grond van artikel 11, eerste lid, letter m van de wet) kunnen die kosten worden behandeld als met doorlopende posten gelijk te stellen bedragen. Dit kan ook als de ondernemer in opdracht van de opdrachtgever drukwerk of andere uitgaven in de zin van de post verzendt dat hij niet zelf heeft vervaardigd. Zie artikel 8, vijfde lid, letter a van de wet en artikel 4, eerste lid letter c van het uitvoeringsbesluit. Hieraan zijn de volgende voorwaarden verbonden: – de opdrachtnemer moet het bedrag voor de postverzending afzonderlijk aan zijn opdrachtgever in rekening brengen; en – dat bedrag moet gelijk zijn aan het bedrag dat de opdrachtnemer voor de postverzending daadwerkelijk aan een verlener van de universele postdienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel g, van de Postwet 2009 heeft betaald.
POST A 31 1. Inhoud van de post braille-papier, braille-folie, braille-drukwerk, braille-schrijfmachines, braille-handschrijfhulpmiddelen en dergelijke braille-artikelen; uurwerken, optische leesapparaten, t.v.-leesloepen, leesplateaus, oriëntatie-hulpmiddelen, steun-, tast- en herkenningsstokken speciaal ontworpen voor persoonlijk gebruik door blinden en slechtzienden; blindengeleidehonden; andere bij ministeriële regeling aan te wijzen hulpmiddelen die speciaal zijn ontworpen dan wel bestemd voor het exclusieve en persoonlijke gebruik door blinden en slechtzienden; leespennen en andere apparatuur met een vergelijkbare functie, alsmede programmatuur, die speciaal zijn ontworpen voor gebruik door dyslectici;
Blindengeleidehonden vallen onder de post; voor zogenoemde hulphonden zie onderdeel 16 van de toelichting op post a 35.
De lijst van de onder de post opgenomen hulpmiddelen kan worden aangevuld en aangepast bij ministeriële regeling (artikel 34 van de Uitvoeringsbeschikking).
Braillehardware en -software kunnen onder de post worden ingedeeld als het gaat om los leverbare brailleaanpassingen voor computerapparatuur en mobiele telefoons. Voorbeelden hiervan zijn brailleleesregels, -printers en -toetsenborden.
Een notebookcomputer waaraan met klittenband een brailleleesregel is bevestigd, valt niet onder de post. Braillezetmachines vallen niet onder de post omdat zij niet zijn ontwikkeld voor het persoonlijke gebruik door visueel gehandicapten zelf.
Een elektronische handloep die speciaal is bestemd voor slechtzienden en die uitsluitend geschikt en ontworpen is voor die doelgroep valt onder de post.
Accessoires voor optische leesapparaten vallen niet onder de post. Zo valt de afzonderlijke levering van een dockingstation voor een elektronische handloep niet onder de post.
5.2 Speciale computerhulpmiddelen (onderdelen b, c, d en e) 5.2.1 Spraaksoftware en -apparatuur (onderdeel b) Het gaat hierbij om computertoepassingen die visueel gehandicapten in staat stellen met computers te werken door een volledig sprekende besturing. De spraakoutput wordt gebruikt om teksten beter te lezen of als hulpmiddel om via een computer verzonden berichten (e-mail) te kunnen ontcijferen c.q. verstaan zonder eerst andere toepassingen te moeten afsluiten.
5.2.2 Vertaalsoftware (onderdeel c) Deze software maakt het mogelijk om (grafische) besturingssystemen die doorgaans werken met vensters en iconen om te zetten in een voor visueel gehandicapten toegankelijk besturingssysteem. De door de computer verstrekte informatie wordt gelezen en/of gebruikt in combinatie met een brailleleesregel of een spraakoutput.
5.2.3 OCR (Optical Character Recognition, onderdeel d) Met behulp van een scanner worden door OCR traditioneel gedrukte documenten geconverteerd in tekstbestanden. Deze tekstbestanden worden vervolgens geschikt en toegankelijk gemaakt voor computergebruik door visueel gehandicapten.
5.2.4 Grootlettersoftware (onderdeel e) Deze software wijzigt de oorspronkelijke presentatie op het beeldscherm. De wijziging is zodanig dat niet-visueel gehandicapten niet kunnen werken met deze speciale presentatie.
5.3 Bijzondere gezichtshulpmiddelen (onderdeel f) De aangewezen bijzondere gezichtshulpmiddelen zijn bestemd voor (ernstig) slechtzienden. Voor alle in onderdeel f genoemde hulpmiddelen geldt de voorwaarde dat deze gewoonlijk door een arts of een optometrist worden voorgeschreven en individueel worden aangemeten.
Telescoop- en prismaloepsystemen worden apart in of op een bril gemonteerd. Een telescoopsysteem heeft een vergroting tot binoculair Nanometer (hierna: nm.) 3x en een prismaloep vergroot tot binoculair nm. 8x. Deze vergrotingswaarden komen pas tot uitdrukking als het hulpmiddel individueel is afgesteld.
Monoculaire vergrotingsystemen maken het mogelijk om ver weg te kijken en zodoende bewegwijzering en straatnamen te lezen. In deze categorie worden ook aangewezen kijker-/loepsystemen die een gezichtsveldverbredende werking hebben. Hierbij valt te denken aan het groothoeksysteem, het Galileisysteem en een aplanatisch systeem. Een omgekeerd Galileisysteem verruimt het gezichtsveld voor de groep slechtzienden die een kokergezichtsveld hebben, zoals bij Tapeto Retinale Dystrofie.
Verder zijn aangewezen filterlenzen en filterglazen met een selectieve absorptie van het licht met een korte golflengte, al dan niet fotochromatisch, mede gebruikt voor monochromasie van de blauwe kegeltjes en albinisme. Deze absorptie reikt verder dan enkel filtering van de UVB – UVA-straling.