Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 september 2021, gelet op artikel 83 en 149 van de Gemeentewet, gezien de inspraakreacties, de uitkomsten van de enquête en de Reactienota uitkomsten inspraak en participatie bij de voorgenomen Hoofdlijnen bestuurlijk stelsel vanaf 2022, de adviezen van de dagelijks besturen van de bestuurscommissies van stadsdelen, overwegende dat het wenselijk is het bestuurlijk stelsel te versterken en te verbeteren door een heldere inrichting, met meer zeggenschap van het lokaal bestuur met inbegrip van het budget, duidelijke bevoegdheden, goede sturingsmogelijkheden, controle en tegenspraak op stadsdeelniveau en verbeterde invloed van de bewoners, besluit de volgende verordening vast te stellen: HOOFDSTUK1- INLEIDENDE BEPALINGEN Artikel1:de stadsdelen 1.De gemeente Amsterdam kent de volgende stadsdelen en één stadsgebied Weesp die zijn onderverdeeld in de volgende gebieden: Centrum; Centrum-West; Centrum-Oost; West; Westerpark; Bos en Lommer; Oud-West, De Baarsjes; Nieuw-West; Geuzenveld, Slotermeer; Osdorp; De Aker, Sloten, Nieuw-Sloten; Slotervaart; Sloterdijk Nieuw-West; Zuid; Oud-Zuid; Buitenveldert, Zuidas; De Pijp, Rivierenbuurt; Oost; Oud-Oost; Indische Buurt, Oostelijk Havengebied; Watergraafsmeer; IJburg, Zeeburgereiland; Noord; Noord-West; Oud-Noord; Noord-Oost; Zuidoost; Bijlmer-Centrum; Bijlmer-Oost; Bijlmer-West; Gaasperdam; Weesp; Weesp, Driemond. 2.De grenzen van de gebieden, de stadsdelen en het stadsgebied zijn aangegeven op de bij deze verordening behorende kaartbijlage. HOOFDSTUK2- INRICHTING EN SAMENSTELLING DAGELIJKS BESTUUR STADSDELEN Paragraaf1- Samenstelling en benoeming dagelijks bestuur stadsdelen Artikel2:dagelijks bestuur 1.In elk stadsdeel is er een bestuurscommissie als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet, die optreedt als verlengd lokaal bestuur van het college. 2.De bestuurscommissie bestaat uit een dagelijks bestuur met drie leden die op voordracht van het college door de raad, gehoord de stadsdeelcommissie, worden benoemd en ontslagen. De voorzitter wordt op dezelfde wijze benoemd en ontslagen. 3.De stadsdeelcommissieleden stemmen naar aanleiding van de hoorzitting van de kandidaat-bestuursleden individueel en anoniem over de kandidaten. Indien één of meerdere kandidaten geen meerderheid behaalt, krijgen de leden van de stadsdeelcommissie de gelegenheid om deze keuze te motiveren in een raadscommissie. De raad betrekt het advies van de stadsdeelcommissie bij de benoeming. Artikel3:onverenigbare betrekkingen, verboden handelingen en nevenfuncties 1.Op een lid van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 36a, 36b, 41b en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘wethouder’ wordt gelezen: ‘voorzitter of lid van het dagelijks bestuur’’ en waarbij in het tweede lid van artikel 36a, 41b en 41c, eerste lid, voor ‘raad’ wordt gelezen: ‘college’. 2.De gemeenteraad stelt voor de leden van het dagelijks bestuur een gedragscode vast. Artikel4:eed of verklaring en belofte
- Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de leden van het dagelijks bestuur ten overstaan van de burgemeester de verklaring en belofte of eed af in de gemeenteraad. Artikel 41a van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘wethouder’ wordt gelezen ‘voorzitter of lid van het dagelijks bestuur’.
- De leden van het dagelijks bestuur leggen de verklaring en belofte of eed af samen met de leden van het college of ten hoogste één vergadering later, tenzij het een tussentijdse benoeming betreft. Artikel5:reglement van orde en adviescommissies 1.Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en zijn andere werkzaamheden. 2.Het dagelijks bestuur kan adviescommissies instellen. De artikelen 84, 87, 88, vierde lid, en 89 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel6:vergaderingen 1.Op de vergaderingen en stemmingen van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 53, 53a, 54 en 56 tot en met 59a van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘burgemeester’ en ‘college’ wordt gelezen: ‘voorzitter van het dagelijks bestuur’ en ‘dagelijks bestuur’. Artikel7:bestuurssecretaris 1.Elk dagelijks bestuur heeft een bestuurssecretaris. Deze staat de voorzitter en het dagelijks bestuur bij de uitoefening van hun taak terzijde. 2.De bestuurssecretaris wordt aangesteld door het college op voordracht van de gemeentesecretaris en in overeenstemming met het dagelijks bestuur. 3.Op de bestuurssecretaris is artikel 15, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘ lid van de raad’ en ‘gedeputeerde staten’ wordt gelezen: ‘bestuurssecretaris’ en ‘raad’. 4.Het college stelt nadere regels over de taken en bevoegdheden en de vervanging van de bestuurssecretaris. Artikel8:beëindiging lidmaatschap en tijdelijke vervanging 1.Op de beëindiging van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur zijn de bepalingen uit artikel 42, 43 en 46 tot en met 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘de verkiezing’, ‘wethouder’ en 'artikel 36' wordt gelezen: ‘de benoeming’, ‘voorzitter of lid van het dagelijks bestuur’ en 'artikel 2, tweede lid van deze verordening'. 2.Ten aanzien van de tijdelijke vervanging van een lid van het dagelijks bestuur is artikel 45, 45a en 45b van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘wethouder’, ‘raad’ en ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘voorzitter of lid van het dagelijks bestuur’, ‘college’ en ‘voorzitter van het dagelijks bestuur’. Paragraaf2- taken en bevoegdheden dagelijks bestuur Artikel9:taken en bevoegdheden dagelijks bestuur 1.Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse bestuur- en beheerstaken in het stadsdeel en oefent de taken en bevoegdheden uit die het college aan hem heeft opgedragen. 2.De taken en bevoegdheden die door het college en de burgemeester aan het dagelijks bestuur respectievelijk de voorzitter zijn opgedragen zijn vermeld in de bij deze verordening behorende bijlage 2 (taken) en bijlage 3 (bevoegdheden). 3.De bijlagen kunnen bij collegebesluit en burgemeestersbesluit worden gewijzigd, elk voor zover het de eigen taken en bevoegdheden van het college of de burgemeester betreft. Artikel10:taken en bevoegdheden voorzitter 1.De voorzitter van het dagelijks bestuur heeft de leiding over de vergaderingen van het dagelijks bestuur en oefent de taken en bevoegdheden uit die de burgemeester aan hem heeft gemandateerd. 2.Op de voorzitter is artikel 170, eerste lid, onder a, c, d en e van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘voorzitter van het dagelijks bestuur’. 3.Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter worden zijn taken en bevoegdheden waargenomen door een door het dagelijks bestuur uit haar midden aangewezen plaatsvervangend voorzitter. Artikel11:bekendmaking besluiten Besluiten van het dagelijks bestuur en de voorzitter worden gepubliceerd in het gemeenteblad, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Bekendmakingswet. De artikelen 8 en 10 van die wet en artikel 145 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Paragraaf3- de verhouding tot het college en de burgemeester Artikel12:advies 1.Het college en de burgemeester betrekken het dagelijks bestuur bij de voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur of het dagelijks bestuur een rol krijgt in de uitvoering van die kaders. 2.Als het college of de burgemeester voornemens is over de stedelijke kaders een besluit te nemen of voornemens is een ander besluit te nemen waarbij de belangen van één of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij het voorbereiden van bestemmingsplannen dan wel het voorbereiden van een wijziging van het omgevingsplan, wordt het dagelijks bestuur in de gelegenheid gesteld om advies te geven. 3.Bij het inwinnen van advies verstrekt het college en de burgemeester de informatie die nodig is om het voorstel te kunnen beoordelen. Het college en de burgemeester kunnen ten aanzien van de informatie en het voorstel geheimhouding opleggen. 4.Het college of de burgemeester stelt voor het advies een termijn vast. Deze termijn bedraagt minimaal zes weken, waarbij recesperiodes niet worden meegeteld. In uitzonderlijke gevallen kan het college of de burgemeester gemotiveerd besluiten een kortere termijn vast te stellen. 5.Het college of de burgemeester legt de volledige adviezen van het dagelijks bestuur en de stadsdeelcommissie samen met het voorstel aan het college en de raad voor. Indien het college of de burgemeester in het voorstel afwijkt van het advies van het dagelijks bestuur, motiveert het schriftelijk waarom van het advies wordt afgeweken. Artikel13:toelichting dagelijks bestuur Indien in een vergadering van het college een onderwerp wordt behandeld waarbij de belangen van een stadsdeel betrokken zijn, kan, op verzoek van het college of de burgemeester, een of meer leden van het dagelijks bestuur de behandeling bijwonen en het standpunt van het dagelijks bestuur toelichten. Artikel14:inlichtingen college en burgemeester 1.Indien het college of de burgemeester inlichtingen wenst, kunnen zij deze inlichtingen aan het dagelijks bestuur vragen. Tevens kunnen de burgemeester, de wethouder of de gemeentesecretaris inlichtingen inwinnen bij de secretaris van het dagelijks bestuur. 2.De in het eerste lid van dit artikel bedoelde inlichtingen worden verstrekt binnen vier weken na ontvangst van het verzoek. Indien dat om technische of juridische redenen niet mogelijk blijkt te zijn, wordt daarvan, onder opgaaf van redenen, mededeling gedaan. 3.Het college en de burgemeester zijn ook bevoegd het dagelijks bestuur op te dragen systematisch informatie te verstrekken over aangelegenheden waaromtrent zij bevoegd zijn. Artikel15:terugnemen bevoegdheden 1.Indien daar naar het oordeel van het college of de burgemeester aanleiding toe is, neemt het college of de burgemeester de gedelegeerde taken en bevoegdheden terug, ieder voor zover het de door hen overgedragen taken en bevoegdheden betreft. 2.In het besluit waarmee de delegatie van de taken en bevoegdheden wordt ingetrokken, wordt bepaald welke taken en bevoegdheden worden teruggenomen, voor welke periode dit geldt en welk dagelijks bestuur het betreft. 3.Over het terugnemen van de taken en bevoegdheden vindt vooraf overleg met het betrokken dagelijks bestuur plaats. Artikel16:indeplaatsstelling 1.Wanneer het dagelijks bestuur een bij of krachtens deze of een andere verordening gevorderde beslissing niet of niet naar behoren neemt, een bij of krachtens deze of een andere verordening gevorderde handeling niet of niet naar behoren verricht of anderszins een bij of krachtens deze of een andere verordening gevorderd resultaat niet, niet tijdig of niet naar behoren tot stand brengt, voorziet het college of de burgemeester daar namens en ten laste van het dagelijks bestuur in. Ieder voor zover het de door hen overgedragen taken en bevoegdheden betreft. 2.Spoedeisende gevallen uitgezonderd, voert het college of de burgemeester het besluit tot indeplaatsstelling niet uit dan nadat een in het besluit genoemde termijn is verstreken, waarbinnen het dagelijks bestuur de gelegenheid heeft alsnog te voorzien in hetgeen het besluit vordert. 3.Indien het besluit tot indeplaatsstelling een bij of krachtens deze of een andere regeling gevorderd resultaat betreft dat niet tijdig tot stand zal worden gebracht, geeft het college of de burgemeester in het besluit tot indeplaatsstelling aan welke beslissingen, handelingen of resultaten moeten zijn uitgevoerd binnen de in het tweede lid bedoelde termijn. Voor verschillende beslissingen, handelingen of resultaten kunnen daarbij verschillende termijnen worden gesteld. Indien het dagelijks bestuur niet binnen die termijn heeft voorzien in hetgeen het besluit van hem vordert, voorziet het college of de burgemeester in het tot stand brengen van het gevorderde resultaat. 4.Van een besluit tot indeplaatsstelling, alsmede van het voornemen tot het nemen van een dergelijk besluit, wordt mededeling gedaan in een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Een afschrift van het besluit en van het voornemen wordt gezonden aan de gemeenteraad. Indien de situatie dermate spoedeisend is dat het college of de burgemeester de beslissing om over te gaan tot indeplaatsstelling niet tevoren op schrift kan stellen, wordt alsnog zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling en bekendmaking gezorgd. Artikel17:schorsing en vernietiging 1.De besluiten van het dagelijks bestuur inzake gedelegeerde taken en bevoegdheden kunnen door het college worden vernietigd voor zover zij in strijd zijn met het recht of met het algemeen stedelijk belang. 2.Hangende het onderzoek of er reden is tot vernietiging over te gaan, kan een besluit door het college worden geschorst. Binnen twee maanden na het schorsingsbesluit draagt het dagelijks bestuur het geschorste besluit ter vernietiging voor aan het college. 3.Voordat een besluit tot vernietiging wordt genomen, wordt het dagelijks bestuur de gelegenheid tot overleg geboden. 4.Het besluit tot vernietiging wordt met redenen omkleed. Het besluit tot vernietiging, schorsing, opheffing of verlenging van de schorsing wordt in het Gemeenteblad gepubliceerd. Paragraaf4- de verhouding tot de raad en de stadsdeelcommissie Artikel18:toelichting dagelijks bestuur 1.Indien in een vergadering van de raadscommissies van de raad een onderwerp wordt behandeld waarbij de belangen van het dagelijks bestuur betrokken zijn, kan op verzoek van het college of de burgemeester, een of meer leden van het dagelijks bestuur de behandeling bijwonen en het standpunt van het dagelijks bestuur toelichten. 2.Het dagelijks bestuur ontleent zijn bevoegdheden aan het college. De raad kan het college verzoeken om aanwezigheid van een of meer leden van het dagelijks bestuur. Artikel19:verhouding dagelijks bestuur tot de stadsdeelcommissie 1.Het dagelijks bestuur legt alle adviesvragen van het college, bedoeld in artikel 12, eerste en tweede lid, voor aan de stadsdeelcommissie. De stadsdeelcommissie kan besluiten advies uit te brengen over een adviesaanvraag. 2.Het dagelijks bestuur vraagt de stadsdeelcommissie om advies als het voornemens is gebiedsopgaven met de belangrijkste vierjaren doelstellingen vast te stellen, alsmede de zo nodig jaarlijkse herijking daarvan of op eigen initiatief een taak of bevoegdheid uit te oefenen waarbij een uniforme openbare voorbereidingsprocedure in de zin van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht aan de orde is. In die gevallen: maakt het dagelijks bestuur met de stadsdeelcommissie afspraken over de wijze waarop burgers en ondernemers bij de voorbereiding van de besluitvorming worden betrokken; wordt de stadsdeelcommissie in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen. 3.Bij het inwinnen van advies verstrekt het dagelijks bestuur de informatie die nodig is om het voorstel te kunnen beoordelen. 4.Het dagelijks bestuur stelt voor het advies, bedoeld in het tweede lid, een termijn vast. Indien het advies tijdens de terinzagelegging of de inspraakperiode wordt gevraagd, is de termijn gelijk aan de periode van terinzagelegging of inspraak. In alle andere gevallen bedraagt de termijn minimaal een periode waarbinnen twee overlegvergaderingen van de stadsdeelcommissie vallen, of vier weken, indien binnen die termijn minder dan twee overlegvergaderingen vallen. In uitzonderlijke gevallen kan het dagelijks bestuur gemotiveerd besluiten een kortere termijn vast te stellen. 5.Bij de besluitvorming maakt het dagelijks bestuur inzichtelijk wat het advies van de stadsdeelcommissie is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in artikel 30, derde lid, zijn verwerkt. Het dagelijks bestuur neemt een advies, motie of een voorstel van de stadsdeelcommissie over indien het advies, de motie of het voorstel is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de stedelijke en budgettaire kaders past. Het dagelijks bestuur kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van een advies of voorstel van de stadsdeelcommissie.
- Het Dagelijks Bestuur legt significante ruimtelijke herinrichtingsprojecten tijdig voor advisering voor aan de stadsdeelcommissie. Paragraaf5- De financiën van het dagelijks bestuur Artikel20:budget voor het dagelijks bestuur 1.Het dagelijks bestuur ontvangt jaarlijks een budget. 2.Het budget van het dagelijks bestuur wordt vastgesteld in de gemeentebegroting. Artikel21:gebiedsopgaven in de begrotingscyclus 1.De gebiedsopgaven maken onderdeel uit van de jaarlijkse begrotingscyclus. Daarbij wordt inzichtelijk gemaakt welke middelen voor deze opgaven beschikbaar zijn. 2.Het dagelijks bestuur stelt voor elk gebied de gebiedsopgaven vast met de belangrijkste vierjaren doelstellingen en legt dit conform de werkwijze in artikel 19 voor aan de stadsdeelcommissie. Deze kunnen zo nodig jaarlijks herijkt worden. 3.Voorafgaand aan het vaststellen van de begroting, overleggen college en DB over de middelen die voor de gebiedsopgaven beschikbaar zijn. Het college beslist hierover en verwerkt het in de begroting. 4.Het dagelijks bestuur stuurt op de uitvoering van de gebiedsopgaven en doet jaarlijks verslag over de realisatie van gebiedsdoelstellingen aan stadsdeelcommissie en college.’ Artikel22:verordening ex artikel 212 Gemeentewet In de Financiële verordening gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde beleidsnota's en uitvoeringsbesluiten worden de overige financiële regels voor de dagelijks besturen vastgelegd. HOOFDSTUK3- INRICHTING EN SAMENSTELLING STADSDEELCOMMISSIE IN DE STADSDELEN Paragraaf1- Samenstelling en verkiezing stadsdeelcommissie in de stadsdelen Artikel23:leden en voorzitter stadsdeelcommissie 1.In elk stadsdeel is er een bestuurscommissie als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet met taken en bevoegdheden van de raad. 2.Voor de samenstelling van de stadsdeelcommissie worden per stadsdeel verkiezingen gehouden. Per stadsdeel wordt het volgende aantal leden gekozen: Centrum: 11 West: 15 Nieuw-West: 17 Zuid: 15 Oost: 15 Noord: 11 Zuidoost: 11 3.De leden van de stadsdeelcommissie kiezen uit hun midden een voorzitter. 4.De verkiezingen voor de leden van de stadsdeelcommissie vinden elke vier jaar gelijktijdig met de gemeenteraadsverkiezingen plaats. De leden van de stadsdeelcommissie die aftreden in verband met nieuwe verkiezingen, zijn dadelijk herkiesbaar. 5.Voor de toepassing van het tweede lid, is het inwonertal van het stadsdeel bepalend, zoals dit voorkomt in de van gemeentewege openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar van de verkiezingen voor de stadsdeelcommissie. Verwachte inwonersgroei in een stadsdeel vanwege opgeleverde woningbouw in de daaropvolgende vier jaren wordt betrokken bij de vaststelling van het aantal leden van de stadsdeelcommissie, indien de omvang van de verwachte inwonersgroei dit rechtvaardigt. Artikel24:verkiezingen stadsdeelcommissie 1.Ten aanzien van de verkiezingen zijn de bepalingen uit de Kieswet betreffende de verkiezing van de leden van de raad van overeenkomstige toepassing, waarbij voor ‘gemeente’, ‘gemeenteraad’, ‘burgemeester en wethouders’ en ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘stadsdeel, ‘stadsdeelcommissie’, ‘dagelijks bestuur’ en ‘voorzitter van het dagelijks bestuur’. 2.In afwijking van hetgeen in het eerste lid is bepaald, wordt de leeftijd, bedoeld in artikel B 3, tweede lid, onder b, van de Kieswet vastgesteld op 16 jaar en wordt de periode, bedoeld in het tweede lid, onder b, van de Kieswet voor de verkiezingen voor de stadsdeelcommissie vastgesteld op twee jaar. 3.In afwijking van hetgeen in het eerste lid is bepaald, wordt het hoofdstembureau in de zin van artikel E 7 van de Kieswet en het centraal stembureau in de zin van artikel E 11 van de Kieswet per stadsdeel ingesteld. 4.In afwijking van hetgeen in het eerste lid is bepaald, wordt bij de verdeling van restzetels het percentage, bedoeld in artikel P 8, tweede lid, van de Kieswet vastgesteld op 25% van de kiesdeler. 5.In aanvulling op hetgeen in artikel G 3 van de Kieswet is bepaald, kunnen niet-politieke groeperingen en stichtingen zich voor de verkiezingen laten registreren. Artikel G 3, derde lid onder a en b is op deze groeperingen en stichtingen niet van toepassing. 6.In afwijking van hetgeen in artikel G 3, tweede lid en artikel H 14, eerste lid van de Kieswet is bepaald, is voor de registratie en de kandidaatstelling geen waarborgsom verschuldigd. 7.Het college stelt voor de verkiezing nadere regels vast. Voor zover dat voor een ordelijk verloop van de verkiezing noodzakelijk is, kan het college daarbij afwijken van de in het eerste lid bedoelde bepalingen. 8.Ten aanzien van het vervullen van een opengevallen plaats is hoofdstuk W van de Kieswet van overeenkomstige toepassing. 9.In aanvulling op hetgeen in het achtste lid is bepaald, is artikel W 4, eerste lid, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing als zich een vergelijkbare situatie voordoet als omschreven in dat artikel. 10.In afwijking van artikel O 1, eerste lid, van de Kieswet, houdt het hoofdstembureau drie werkdagen na de stemming om 10.00 uur een openbare zitting. Artikel25:passief kiesrecht stadsdeelcommissie Om lid te kunnen zijn van de stadsdeelcommissie is vereist dat men ingezetene is van het stadsdeel waarvoor men gekozen is, de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, niet is uitgesloten van het kiesrecht en voldoet aan de vereisten voor het lidmaatschap van de raad, zoals opgenomen in artikel 10, tweede en derde lid van de Gemeentewet. Dit met dien verstande dat de periode, bedoeld in het tweede lid, onder b, van dit artikel wordt vastgesteld op twee jaar. Artikel26:vereisten lidmaatschap stadsdeelcommissie, onverenigbare betrekkingen, verboden handelingen en nevenfuncties 1.Op een lid van de stadsdeelcommissie zijn de artikelen 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘raad’ en 'wethouder' wordt gelezen ‘stadsdeelcommissie’ en 'wethouder, lid van de raad of lid van het dagelijks bestuur'. 2.De gemeenteraad stelt voor de leden van de stadsdeelcommissies een gedragscode vast. Artikel27:eed of verklaring en belofte 1.Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de stadsdeelcommissie samen met de nieuwe leden van de raad ten overstaan van de burgemeester de verklaring en belofte of eed af. Op de verklaring en belofte of eed is artikel 14 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘raad’ wordt gelezen ‘stadsdeelcommissie’. 2.Bij een tijdelijke vervanging of een tussentijdse benoeming wordt de verklaring en belofte of eed afgelegd in handen van de voorzitter van de stadsdeelcommissie. Bij een tijdelijke vervanging of tussentijdse benoeming is artikel V4 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing, waarbij voor ‘vertegenwoordigend orgaan’ ‘stadsdeelcommissie’ wordt gelezen. Artikel28:beëindiging lidmaatschap en tijdelijke vervanging Op de beëindiging van het lidmaatschap en de tijdelijke vervanging van de leden van de stadsdeelcommissie zijn de bepalingen uit hoofdstuk X van de Kieswet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘vertegenwoordigend orgaan’ en ‘gemeenteraad’ wordt gelezen: ‘stadsdeelcommissie’. Artikel29:reglement van orde De stadsdeelcommissie stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en de andere werkzaamheden vast. Paragraaf2- Taken en bevoegdheden, vergaderingen en secretaris Artikel30:taken en bevoegdheden en instrumenten 1.De stadsdeelcommissie oefent de taken en bevoegdheden uit die de raad aan haar heeft overgedragen, zoals opgenomen in bijlagen 2 en 3 bij deze verordening. 2.De stadsdeelcommissie brengt gevraagd of ongevraagd advies uit aan het dagelijks bestuur over aangelegenheden die het stadsdeel betreffen. 3.De stadsdeelcommissie kan moties en voorstellen indienen bij het dagelijks bestuur en kan vragen stellen over de wijze waarop het dagelijks bestuur zijn taken en bevoegdheden uitoefent. 4.De stadsdeelcommissie agendeert tevens voor de overlegvergaderingen met het dagelijks bestuur de overige onderwerpen die naar het oordeel van de stadsdeelcommissie noodzakelijk zijn en die het stadsdeel betreffen. 5.Als de standpunten van de leden van de stadsdeelcommissie bij het uitbrengen van een advies uiteenlopen, worden in het advies standaard alle verschillende standpunten binnen de commissie kenbaar gemaakt. Artikel31:financiën 1.Het college maakt jaarlijks tegelijk met het vaststellen van de gemeentebegroting transparant welke budgetten beschikbaar worden gesteld aan de stadsdelen voor welke doeleinden. 2.Het dagelijks bestuur informeert de stadsdeelcommissie vooraf over de inzet van de middelen en de stadsdeelcommissie wordt in de gelegenheid gesteld daar advies over uit te brengen, waaronder voorstellen voor een andere inzet. 3.Het dagelijks bestuur informeert de stadsdeelcommissie over de daadwerkelijke inzet van de middelen en licht afwijkingen toe. Artikel32:overlegvergaderingen tussen stadsdeelcommissie en dagelijks bestuur 1.De stadsdeelcommissie schrijft, buiten de recesperiodes van de raad, elke maand één of twee vergaderingen uit waarin de stadsdeelcommissie met het dagelijks bestuur overlegt. 2.De voorzitter van de stadsdeelcommissie zit de overlegvergaderingen tussen de stadsdeelcommissie en het dagelijks bestuur voor. De voorzitter en de leden van het dagelijks bestuur nemen aan de beraadslaging deel. 3.Tijdens de vergaderingen worden de adviezen vastgesteld die het dagelijks bestuur op grond van artikel 19 heeft gevraagd. 4.Voor de vergaderingen worden daarnaast de volgende onderwerpen geagendeerd: de adviezen die het dagelijks bestuur op grond van artikel 19 tweede lid, heeft gevraagd en die nog in voorbereiding zijn; de onderwerpen die op grond van artikel 30, vierde lid, op initiatief van de stadsdeelcommissie op de agenda zijn geplaatst. de adviesaanvragen waarover de stadsdeelcommissie op grond van artikel 19, heeft besloten om advies uit te brengen. 5.De vergaderingen zijn openbaar en vinden plaats op het stadsdeelkantoor of een andere door de stadsdeelcommissie gekozen voor publiek toegankelijke plek binnen het stadsdeel. Tijdens de vergadering op het stadsdeelkantoor worden er geluid- en beeldregistraties gemaakt. Deze worden live uitgezonden en na afloop van de vergadering in het raadsinformatiesysteem geplaatst. 6.Op de vergaderingen zijn de artikelen 19 en 20 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘raad’ en ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘stadsdeelcommissie’ en ‘voorzitter van de stadsdeelcommissie’. Artikel33:overige vergaderingen stadsdeelcommissie 1.De voorzitter van de stadsdeelcommissie schrijft de overige vergaderingen van de stadsdeelcommissie uit. De voorzitter van de stadsdeelcommissie zit die vergaderingen voor. 2.De vergaderingen zijn openbaar en vinden plaats op het stadsdeelkantoor of een andere door de stadsdeelcommissie gekozen voor publiek toegankelijke plek binnen het stadsdeel. 3.Op de vergaderingen is artikel 17 tot en met 20 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘raad’ en ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘stadsdeelcommissie’ en ‘voorzitter van het dagelijks bestuur’. Artikel34:commissiesecretaris 1.Voor elke stadsdeelcommissie wordt een ambtelijk commissiesecretaris aangewezen. Deze staat de voorzitter en de stadsdeelcommissie bij de uitoefening van hun taak terzijde. 2.De commissiesecretaris wordt aangesteld door het college op voordracht van de gemeentesecretaris en in overeenstemming met de stadsdeelcommissie. Paragraaf3- de verhouding tot het dagelijks bestuur en de raad Artikel35:informatie dagelijks bestuur 1.Als de stadsdeelcommissie voornemens is een onderwerp op grond van artikel 30, vierde lid voor de overlegvergaderingen met het dagelijks bestuur te agenderen, dan maakt de stadsdeelcommissie dit aan het dagelijks bestuur kenbaar. 2.Het dagelijks bestuur verstrekt aan de stadsdeelcommissie de informatie die nodig is om dit onderwerp voor de overlegvergadering te agenderen. 3.Als het onderwerp op een overlegvergadering met het dagelijks bestuur is besproken, dan maakt het dagelijks bestuur inzichtelijk wat met de uitkomst van die bespreking is gedaan. Artikel36:toelichting en agendering raadscommissie 1.Indien in een vergadering van een raadscommissie een onderwerp behandeld wordt: waarover de stadsdeelcommissie advies heeft uitgebracht; waarover het dagelijks bestuur de stadsdeelcommissie om advies had moeten vragen op grond van artikel 19, eerste of tweede lid, maar dit niet is gebeurd of dat naar aanleiding van initiatief van de stadsdeelcommissie op grond van artikel 30, vierde lid voor de vergadering van de raadscommissie is geagendeerd, kunnen één of meer leden van de stadsdeelcommissie op eigen verzoek op of verzoek van de raadscommissie de behandeling bijwonen en het standpunt van de stadsdeelcommissie toelichten. 2.In die gevallen waarin een onderwerp niet op grond van het eerste lid in de vergadering van een raadscommissie aan de orde komt, kan de stadsdeelcommissie een advies over dit onderwerp voor een vergadering van een raadscommissie ter agendering aandragen. Indien het onderwerp vervolgens tijdens een vergadering van de raadscommissie behandeld wordt, kunnen één of meer leden van de stadsdeelcommissie op eigen verzoek of op verzoek van de raadscommissie de behandeling bijwonen en het standpunt van de stadsdeelcommissie toelichten. Artikel37Bekendmaking besluiten Artikel 11 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing op besluiten van de stadsdeelcommissie. Artikel38Stadsdeelpanels 1.De stadsdeelcommissie stelt via loting een stadsdeelpanel in om de commissie te adviseren over onderwerpen of thema’s die relevant zijn voor het stadsdeel. De stadsdeelcommissie kan besluiten hiervoor een ander participatie-instrument in te zetten. 2.Het stadsdeelpanel bestaat uit inwoners uit het desbetreffende stadsdeel. 3.Het aantal deelnemers van het stadsdeelpanel is ten minste 250 leden. 4.Het voltallige stadsdeelpanel adviseert minimaal tweemaal per jaar. 5.De stadsdeelcommissie, de gemeenteraad en burgers woonachtig in het stadsdeel kunnen kwesties aan het stadsdeelpanel, dan wel leden daarvan voorleggen. 6.Om tot een gewogen oordeelsvorming te komen kan het stadsdeelpanel ondersteund worden door een deskundige op het gebied van participatie. 7.Leden van het stadsdeelpanel krijgen voor het bijwonen van een bijeenkomst, bedoeld in het vierde lid, een vacatie vergoeding van maximaal €100,-. 8.Het stadsdeelpanel brengt schriftelijk advies uit aan de stadsdeelcommissie, gemeenteraad of burgers binnen maximaal vier weken nadat de kwestie is voorgelegd. HOOFDSTUK4- Inrichting en samenstelling bestuurscommissie stadsgebied Weesp Paragraaf1- Samenstelling en verkiezing bestuurscommissie stadsgebied Weesp Artikel39:bestuurscommissie 1.In het stadsgebied Weesp is een bestuurscommissie als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet. De bestuurscommissie treedt op als verlengd lokaal bestuur van het college en zorgt binnen de stedelijke kaders voor participatie in het stadsgebied. 2.De bestuurscommissie bestaat uit elf leden. 3.Voor de samenstelling van de bestuurscommissie worden verkiezingen gehouden in het stadsgebied Weesp. 4.De verkiezingen voor de leden van de bestuurscommissie vinden elke vier jaar gelijktijdig met de gemeenteraadsverkiezingen plaats. De leden van de bestuurscommissie die aftreden in verband met nieuwe verkiezingen, zijn dadelijk herkiesbaar. Artikel40:verkiezingen bestuurscommissie 1.Ten aanzien van de verkiezingen zijn de bepalingen uit de Kieswet betreffende de verkiezing van de leden van de raad van overeenkomstige toepassing, waarbij voor ‘gemeente’, ‘gemeenteraad’, ‘burgemeester en wethouders’ en ‘burgemeester’ wordt gelezen: ‘stadsgebied’, ‘bestuurscommissie’, ‘bestuurscommissie’ en ‘voorzitter van de bestuurscommissie’. 2.In afwijking van hetgeen in het eerste lid is bepaald, wordt de leeftijd, bedoeld in artikel B 3, eerste lid, van de Kieswet vastgesteld op 16 jaar en wordt de periode bedoeld in het tweede lid, onder b, van de Kieswet voor de verkiezingen voor de bestuurscommissie vastgesteld op twee jaar. 3.In afwijking van hetgeen in het eerste lid is bepaald, wordt bij de verdeling van restzetels het percentage, bedoeld in artikel P 8, tweede lid, van de Kieswet vastgesteld op 25% van de kiesdeler. 4.In aanvulling op hetgeen in artikel G 3 van de Kieswet is bepaald, kunnen niet-politieke groeperingen en stichtingen zich voor de verkiezingen laten registreren. Artikel G 3, derde lid onder a en b is op deze groeperingen en stichtingen niet van toepassing. 5.In afwijking van hetgeen in artikel G 3, tweede lid en artikel H 14, eerste lid van de Kieswet is bepaald, is voor de registratie en de kandidaatstelling geen waarborgsom verschuldigd. 6.Het college stelt voor de verkiezing nadere regels vast. Voor zover dat voor een ordelijk verloop van de verkiezing noodzakelijk is, kan het college daarbij afwijken van de in het eerste lid bedoelde bepalingen. 7.Ten aanzien van het vervullen van een opengevallen plaats is hoofdstuk W van de Kieswet van overeenkomstige toepassing. 8.In aanvulling op hetgeen in het zevende lid is bepaald, is artikel W 4, eerste lid, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing als zich een vergelijkbare situatie voordoet als omschreven in dat artikel. 9.In afwijking van artikel O 1, eerste lid, van de Kieswet, houdt het hoofdstembureau drie werkdagen na de stemming om 10.00 uur een openbare zitting. Artikel41:passief kiesrecht van de bestuurscommissie Om lid te kunnen zijn van de bestuurscommissie is vereist dat men ingezetene is van Weesp of Driemond, de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, niet is uitgesloten van het kiesrecht en voldoet aan de vereisten voor het lidmaatschap van de raad, zoals opgenomen in artikel 36a van de Gemeentewet. Dit met dien verstande dat de periode, bedoeld in het tweede lid, onder b, van artikel 10 Gemeentewet waarnaar wordt verwezen, wordt vastgesteld op twee jaar. Artikel42:vereisten lidmaatschap bestuurscommissie, onverenigbare betrekkingen, verboden handelingen en nevenfuncties
- Op een lid van de bestuurscommissie zijn de artikelen 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘raad’ en 'wethouder' wordt gelezen ‘bestuurscommissie’ en voor 'wethouder’ ‘lid van de raad of lid van de bestuurscommissie'.
- De gemeenteraad stelt voor de leden van de bestuurscommissie een gedragscode vast. Artikel43:eed of verklaring en belofte 1.Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de bestuurscommissie ten overstaan van de burgemeester de verklaring en belofte of eed af. Op de verklaring en belofte of eed is artikel 14 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘raad’ wordt gelezen ‘bestuurscommissie’. 2.Bij een tijdelijke vervanging of een tussentijdse benoeming wordt de verklaring en belofte of eed afgelegd ten overstaan van de voorzitter van de bestuurscommissie. Artikel44:beëindiging lidmaatschap en tijdelijke vervanging 1.Op de beëindiging van het lidmaatschap van de bestuurscommissie zijn de bepalingen uit de eerste en tweede paragraaf van hoofdstuk X van de Kieswet van overeenkomstige toepassing. 2.Ten aanzien van de tijdelijke vervanging van een lid van de bestuurscommissie is de derde paragraaf van hoofdstuk X van de Kieswet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat een lid van de bestuurscommissie niet tijdelijk wordt ontslagen wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, maar verlof opneemt. 3.Gedurende het verlof, bedoeld in het tweede lid, is het lid dat met verlof gaat, ontheven van zijn taken en bevoegdheden en kan het lid geen gebruik maken van zijn stemrecht. De bestuurscommissie wordt gedurende het verlof met een tijdelijke vervanger aangevuld. Artikel45:reglement van orde en adviescommissies 1.De bestuurscommissie stelt een reglement van orde vast voor haar vergaderingen en haar andere werkzaamheden. 2.De bestuurscommissie kan adviescommissies instellen. Artikel 84 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Paragraaf2- Samenstelling en benoeming dagelijks bestuur stadsgebied Weesp Artikel46:dagelijks bestuur en voorzitter
- De bestuurscommissie heeft een dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur bestaat uit een voorzitter en twee andere leden.
- De leden van het dagelijks bestuur en de voorzitter worden door de bestuurscommissie uit haar midden benoemd. Artikel47: onverenigbare betrekkingen, verboden handelingen en nevenfuncties leden dagelijks bestuur Op een lid van een dagelijks bestuur zijn de artikelen 11, 36b, 41b en 41c, eerste lid van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Dit met uitzondering van hetgeen in artikel 36b, onder l, van de Gemeentewet is bepaald. Daarbij wordt voor ‘wethouder’ gelezen: ‘voorzitter of lid van het dagelijks bestuur’ en in het tweede lid van artikel 36b, 41b en 41c, eerste lid, wordt voor ‘raad’ gelezen: ‘bestuurscommissie’. Artikel 48: benoeming dagelijks bestuur
- De bestuurscommissie benoemt, na de periodieke verkiezing, in haar eerste vergadering een tijdelijk voorzitter van het dagelijks bestuur.
- Als bij stemming geen der kandidaten de volstrekte meerderheid behaalt, wordt een tweede stemming gehouden tussen de twee kandidaten die bij de eerste stemming de meeste stemmen hebben verkregen. Als bij tweede stemming geen der kandidaten de volstrekte meerderheid behaalt, dan vervult de lijsttrekker van de in de bestuurscommissie gekozen fractie waarop de meeste stemmen zijn uitgebracht, tijdelijk deze functie.
- De twee overige leden van het dagelijks bestuur worden benoemd op de tweede maandag volgend op de datum waarop de bestuurscommissie is geïnstalleerd. Op die dag vindt ook de definitieve benoeming van de voorzitter plaats.
- Voor ieder te benoemen lid van het dagelijks bestuur geldt: als bij stemming geen der kandidaten de volstrekte meerderheid behaalt, wordt een tweede stemming gehouden tussen de twee kandidaten die bij de eerste stemming de meeste stemmen hebben verkregen.
- Ten aanzien van de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 38, 40 en 42 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
- De benoeming ter vervulling van een plaats die tussentijds openvalt, geschiedt zo spoedig mogelijk. Artikel 49: ontslag en tijdelijke vervanging leden dagelijks bestuur
- Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de bestuurscommissie. Artikel 43, tweede lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. Een lid van het dagelijks bestuur kan ook door de bestuurscommissie worden ontslagen.
- Een lid van het dagelijks bestuur kan bij zwangerschap en bevalling of ziekte verlof opnemen en gedurende die periode tijdelijk worden vervangen. De artikelen 45, 45a en 45b van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 50: taken voorzitter De voorzitter is zowel voorzitter van de bestuurscommissie als voorzitter van het dagelijks bestuur. De artikelen 32a, 53, 59a en 74 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 51: verhindering of ontstentenis voorzitter en leden dagelijks bestuur
- Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter van het dagelijks bestuur wordt zijn ambt waargenomen door een door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van het dagelijks bestuur.
- Bij verhindering of ontstentenis van alle leden van het dagelijks bestuur wordt het ambt waargenomen door een door de bestuurscommissie aan te wijzen lid van de bestuurscommissie. Artikel 52: reglement van orde dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Paragraaf3- Taken en bevoegdheden, vergaderingen en secretaris Artikel53:taken en bevoegdheden bestuurscommissie
- De artikelen 9 tot en met 11 zijn van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘dagelijks bestuur’ ‘bestuurscommissie’ wordt gelezen.
- Waar in de bijlagen 2 en 3 (takenlijst en bevoegdhedenregister) behorend bij deze verordening staat genoemd ‘DB’ of ‘dagelijks bestuur’ wordt voor het stadsgebied Weesp gelezen: bestuurscommissie. Artikel 54: vergaderingen
- Op de vergaderingen en stemmingen van de bestuurscommissie zijn de artikelen 17 tot en met 20, 24 en 26 tot en met 32 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘burgemeester’ en ‘raad’ wordt gelezen: ‘voorzitter van de bestuurscommissie’ en ‘bestuurscommissie’.
- De vergaderingen zijn openbaar en vinden plaats op het stadsgebiedkantoor of een andere door de bestuurscommissie gekozen voor publiek toegankelijke plek binnen het stadsgebied.
- Tijdens de vergadering op het stadsgebiedkantoor worden er geluid- en beeldregistraties gemaakt. Deze worden live uitgezonden en na afloop van de vergadering in het raadsinformatiesysteem geplaatst.
- Op de vergaderingen van het dagelijks bestuur is artikel 6, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
- In afwijking van hetgeen in artikel 32, vierde tot en met het zesde lid, van de Gemeentewet is bepaald, heeft de voorzitter een doorslaggevende stem indien de stemmen binnen de bestuurscommissie staken. Artikel 55: bestuurssecretaris
- De bestuurscommissie heeft een secretaris. De bestuurssecretaris staat de voorzitter, het dagelijks bestuur en de bestuurscommissie bij de uitoefening van hun taak terzijde.
- De bestuurssecretaris wordt aangesteld door het college op voordracht van de gemeentesecretaris en in overeenstemming met de bestuurscommissie.
- Op de bestuurssecretaris is artikel 15, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘ lid van de raad’ en ‘gedeputeerde staten’ wordt gelezen: ‘bestuurssecretaris’ en ‘raad’.
- Het college stelt nadere regels over de taken en bevoegdheden en de vervanging van de bestuurssecretaris. Artikel 56: de verhouding tot het college en de burgemeester De artikelen 12 tot en met 17 zijn van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘dagelijks bestuur’ ‘bestuurscommissie’ en voor ‘stadsdeel’ ‘stadsgebied’ wordt gelezen. Artikel 57: de financiën van de bestuurscommissie De artikelen 20 tot en met 22 zijn van overeenkomstige toepassing waarbij voor ‘dagelijks bestuur’ ‘bestuurscommissie’ wordt gelezen. Artikel 58: stadsgebiedpanels Artikel 38 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing op het stadsgebied Weesp, met dien verstande dat voor “stelt via loting een stadsdeelpanel in”, in het eerste lid moet worden gelezen “kan via loting een stadsdeelpanel instellen”, dat voor “stadsdeelpanel” moet worden gelezen “stadsgebiedpanel” en dat voor “stadsdeelcommissie” moet worden gelezen “bestuurscommissie”. HOOFDSTUK5- OVERGANGSBEPALINGEN Paragraaf1- de verkiezingen van de leden van de stadsdeelcommissies Artikel59:verkiezingen stadsdeelcommissies Deze paragraaf is van toepassing op de eerste verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissies. Deze vindt plaats op 16 maart
- Artikel60:voorbereiding van de verkiezingen 1.De bestuurscommissies die zijn ingesteld op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam zijn belast met de organisatie van de in artikel 24 bedoelde verkiezing. Elke bestuurscommissie is verantwoordelijk voor de verkiezing van de stadsdeelcommissie die voor zijn grondgebied wordt ingesteld. 2.De bestuurscommissies zijn in verband met de organisatie van de verkiezing van de leden van stadsdeelcommissies belast met de uitvoering van de artikel E 4 tot en met P 26 alsmede hoofdstuk V van de Kieswet, met dien verstande dat het hoofdstembureau in de zin van artikel E 7 en het centraal stembureau in de zin van artikel E 11 per stadsdeel wordt ingesteld. Artikel61:registratie groepering 1.Aan de registratievereisten op grond van artikel G 3 van de Kieswet is voldaan, als de aanduiding van een groepering is geregistreerd voor de verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissie zoals die op grond van de Verordening op het lokaal bestuur werd gehouden. 2.In afwijking van artikel G 3, zevende lid, onder d, van de Kieswet wordt de aanduiding van de in het eerste lid bedoelde groepering geschrapt indien voor de verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissies geen geldige kandidatenlijst wordt ingeleverd. Artikel62:groeperingen De laatst gehouden verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissie zoals die op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam werd gehouden, wordt voor de toepassing van de bepalingen uit de Kieswet en het Verkiezingsreglement aangemerkt als de laatst gehouden verkiezing van de leden van stadsdeelcommissies. Artikel63:zitting centraal stembureau In afwijking van de bepalingen uit de Kieswet vindt de zitting van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissies, waar een beslissing wordt genomen over de nummering van de kandidatenlijsten plaats op de zevende dag na de kandidaatstelling in een openbare zitting om tien uur. Artikel64:Aanwijzing bijzonder stemlokaal 1.Het college kan besluiten dat kiezers kunnen stemmen in een of meer stemlokalen die liggen in de gemeente, maar buiten het gebied van de stadsdeelcommissie waarvoor de verkiezing wordt gehouden. 2.Het college kan tevens besluiten dat kiezers kunnen stemmen voor de bestuurscommissie van het stadsgebied Weesp in één of meer stemlokalen in de gemeente Amsterdam. Paragraaf2– waarneming, regelgeving en taken en bevoegdheden Artikel65:waarneming voorzitter en dagelijks bestuur bestuurscommissies 1.Degenen die op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam waren benoemd als de voorzitter en de overige leden van het dagelijks bestuur van de bestuurscommissies treden tot het moment dat de leden van dagelijks bestuur op grond van artikel 4, eerste lid worden benoemd als waarnemers op. Als de waarnemers ontslag nemen of worden ontslagen, kan het college een vervanger benoemen. 2.Over de periode van 16 maart 2022 tot op het moment dat de leden van het dagelijks bestuur op grond van artikel 4, eerste lid worden benoemd, worden de taken en bevoegdheden die op grond van deze verordening aan het dagelijks bestuur worden opgedragen, opgedragen aan de waarnemers en hun eventuele vervangers. Zij nemen gedurende deze periode geen beslissingen als bedoeld onder punt 3 in de Algemene bepalingen en beperkingen in Bijlage 3 bij deze verordening (het bevoegdhedenregister). 3.De waarnemers en hun eventuele vervangers kunnen voor de taken en bevoegdheden ondermandaat verlenen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. 4.Gedurende de in het tweede lid genoemde periode, blijft voor de bezoldiging van de waarnemers de verordening voorzieningen bestuurscommissieleden van toepassing zoals die op 15 maart 2022 gold. Artikel66:aanblijven bestuurssecretaris De aanstelling van een bestuurssecretaris op grond van artikel 7, tweede lid van de Verordening op het lokaal bestuur, zoals deze gold op 15 maart 2022, geldt als een aanstelling als bedoeld in artikel 7, tweede lid van deze verordening. Artikel67:regelgeving bestuurscommissies De taken en bevoegdheden in de verordeningen, beleidsregels of overige voorschriften die door de gemeenteraad, het college, de burgemeester of de bestuurscommissies op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam zijn vastgesteld en die zijn toegekend aan het algemeen of dagelijks bestuur van de bestuurscommissies die op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam zijn ingesteld, worden vanaf 16 maart 2022 uitgeoefend door het dagelijks bestuur in dat stadsdeel. Dit geldt voor zover deze taken en bevoegdheden op grond van de deze verordening ook aan het dagelijks bestuur zijn toegekend. Artikel68:beheer van besluiten, rechten en plichten van de gemeente, subsidies en procedures en rechtsgedingen 1.De besluiten die door een bestuurscommissie op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam zijn genomen, kunnen met ingang van 16 maart 2022 worden gewijzigd of ingetrokken door het dagelijks bestuur, voor zover die taken en bevoegdheden op grond van deze verordening ook aan het dagelijks bestuur zijn toegekend. 2.De rechten en plichten die door een besluit van een bestuurscommissie op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam op de gemeente rusten, gaan met ingang van 16 maart 2022 over op het dagelijks bestuur, voor zover die taken en bevoegdheden op grond van deze verordening ook aan het dagelijks bestuur zijn toegekend. 3.Een subsidie die door een bestuurscommissie op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam is verleend, kan met ingang van 16 maart 2022 worden vastgesteld door het dagelijks bestuur, voor zover de subsidie ziet op taken en bevoegdheden op grond van deze verordening ook aan het dagelijks bestuur zijn toegekend. 4.De wettelijke en bestuursrechtelijke procedures en rechtsgedingen waarbij de gemeente op basis van de besluitvorming van een bestuurscommissie op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam is betrokken, gaan met ingang van 16 maart 2022 over op het dagelijks bestuur. Dit voor zover die taken en bevoegdheden op grond van deze verordening ook aan het dagelijks bestuur zijn toegekend. Paragraaf3:de verkiezing van de bestuurscommissie van het stadsgebied Weesp Artikel69:verkiezingen bestuurscommissie Weesp Dit artikel is van toepassing op de eerste verkiezing van de leden van de bestuurscommissie van het stadsgebied Weesp. Deze vindt plaats op 16 maart
- Artikel70:voorbereiding van de verkiezingen 1.Het hoofdstembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Amsterdam, bedoeld in artikel E 7 van de Kieswet, is bevoegd op te treden als hoofdstembureau voor de in artikel 40 bedoelde verkiezing. 2.Het hoofdstembureau is in verband met de organisatie van de verkiezing van de leden van de bestuurscommissie belast met de uitvoering van de artikel E 4 tot en met P 26 alsmede hoofdstuk V van de Kieswet. 3.Voor de in artikel 40 bedoelde verkiezing treedt het hoofdstembureau tevens als centraal stembureau op. Artikel71:registratie groepering Artikel 62 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing. Artikel72:groeperingen De laatst gehouden verkiezing van de leden gemeenteraad van Weesp, wordt voor de toepassing van de bepalingen uit de Kieswet en het Verkiezingsreglement aangemerkt als de laatst gehouden verkiezing van de leden van de bestuurscommissie. Artikel73:zitting centraal stembureau Artikel 63 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing. HOOFDSTUK6- SLOTBEPALINGEN Artikel74:intrekking verordening op het lokaal bestuur De verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam wordt met ingang van 16 maart 2022 ingetrokken. Artikel75:inwerkingtreding 1.Hoofdstuk 1, 2, 3 en 5 treden op 16 maart 2022 in werking, met uitzondering van de paragrafen 1 en 3 van hoofdstuk 5, die drie dagen na publicatie in het Gemeenteblad in werking treden. 2.Hoofdstuk 4 treedt op 24 maart 2022 in werking, met uitzondering van paragraaf 1, die drie dagen na publicatie in het Gemeenteblad in werking treedt. Artikel76:citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam
- Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 11 november 2021.De plaatsvervangend voorzitterRik TornDe raadsgriffierJolien Houtman Bijlage1:Kaart Amsterdam met indeling stadsdelen en gebieden Bijlage 2:TAKENLIJST Inhoudsopgave
- Algemene werkwijze Stadsdeelcommissie Dagelijks bestuur
- Gebiedsontwikkeling en ruimtelijk beheer
- Openbare ruimte, groen en parken
- Afval en grondstoffen
- Monumenten en archeologie
- Wonen
- Economie
- Milieu (VTH)
- Wegen
- Betaald parkeren en parkeergarages
- Gemeentelijk vastgoed
- Waterbeheer
- Sociale Basis
- Samenwerking zorg, werk & inkomen en onderwijs
- Diversiteit
- Kunst en cultuur
- Sport
- Beheer en exploitatie begraafplaatsen en crematoria
- Burgerparticipatie, inspraak en initiatief
- Subsidieverlening
- Veiligheid en leefbaarheid
- Verkiezingen stadsdelen en stadsgebied
- Basis- en kernregistraties
- Stadsdeelcommissies
- Omgevingswet Algemene bepalingen en beperkingen Voor alle taken in deze takenlijst geldt de beperking dat hiervan slechts gebruik kan worden gemaakt voor zover dit plaatsvindt binnen de door de (oorspronkelijk) bevoegde bestuursorganen vastgestelde stedelijke kaders, vastgelegd in verordeningen, reglementen, beleidsregels, beleidsnota’s, beleidsvisies, budgetten etc. Om te verduidelijken wat er onder de taken wordt verstaan, wat de rol van het dagelijks bestuur is, hoe de bestuurlijke samenwerking en hoe de samenwerking tussen stadsdelen en directies in de praktijk wordt vormgegeven, worden per taak handleidingen opgesteld. De principes op basis waarvan de taken en bevoegdheden zijn verdeeld zijn te vinden in het algemeen afwegingskader. Het dagelijks bestuur kan in aanvulling op een stedelijk kader zelf beleid vaststellen voor zover dat beleid betrekking heeft op de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de aan hen opgedragen taken en bevoegdheden. Als in het stedelijk kader uitputtend is vastgelegd hoe de bestuurscommissies het beleid dienen uit te voeren, dan bestaat deze beleidsvrijheid niet.
- Algemene werkwijze Stadsdeelcommissie In deze takenlijst staan – naast de door het college en de burgemeester aan het dagelijks bestuur en de voorzitter opgedragen taken – ook de taken die door de raad aan de stadsdeelcommissies zijn overgedragen. Voor wat betreft de adviserende, richtinggevende en controlerende taken van de stadsdeelcommissie, geldt dat deze taken al in de verordening zijn opgenomen. Deze taken hoeven daarom niet nogmaals in de takenlijst van bijlage 2 te worden opgenomen. Ook hoeven deze taken niet overgedragen te worden, want de taken volgen al uit de verordening. Het gaat dan bijvoorbeeld om het geven van gevraagd en ongevraagd advies aan het dagelijks bestuur, en het indienen van voorstellen en moties bij het dagelijks bestuur wat onderdeel vormt van de controlerende taak van de stadsdeelcommissie. Het dagelijks bestuur neemt voorstellen en moties van de stadsdeelcommissie over en kan hier alleen met zwaarwegende redenen schriftelijk van afwijken. Voor zover er taken van de stadsdeelcommissie in deze takenlijst zijn opgenomen, betreffen het taken van de stadsdeelcommissie die niet in de verordening zijn opgenomen. De desbetreffende taken worden overgedragen aan de stadsdeelcommissie door deze te benoemen in de takenlijst. Dagelijks bestuur Als ambassadeur van het college is het dagelijks bestuur de verbinder. Het dagelijks bestuur onderhoudt contacten met bewoners, bewonersorganisaties, buurtgroepen, ondernemersorganisaties, maatschappelijke instellingen en dergelijke; Als adviseur van het college signaleert het dagelijks bestuur de ontwikkelingen in de buurten en wijken en informeert het college daarover, en het levert input voor de stedelijke kaders. Zij zijn de oren en ogen van het college; Als beslissers binnen hun mandaat, zoals vastgelegd in de takenlijst en het bevoegdhedenregister, besluit het dagelijks bestuur over de uitvoering van taken en bevoegdheden en het leveren van maatwerk als de maatschappelijke context daar om vraagt; Als uitvoerder in de dagelijkse praktijk voert het dagelijks bestuur de regie op eventuele extra stedelijke inzet in buurten en wijken na besluitvorming in het college. Ze vertalen stedelijke beleidskaders naar uitvoering op gebiedsniveau; Het dagelijks bestuur geeft vorm aan burgerparticipatie volgens de uitgangspunten en principes van het beleidskader participatie en het stimuleren en faciliteren van actief burgerschap en bewonersinitiatieven; Het dagelijks bestuur stelt de volgende instrumenten op: gebiedsopgaven met vierjaren doelstellingen en verantwoording over de realisatie van de doelstellingen. De gebiedsopgaven maken onderdeel uit van de jaarlijkse begrotingscyclus. Voorafgaand aan het vaststellen van de begroting, overleggen college en dagelijks bestuur over de middelen die voor de gebiedsopgaven beschikbaar zijn. Het college beslist hierover en verwerkt het in de begroting; Het dagelijks bestuur doet ten behoeve van de uitvoering van de taken en rollen zoals in deze lijst omschreven, al datgene dat noodzakelijk is ter verwezenlijking van de publieke taak op stadsdeelniveau.
- Gebiedsontwikkeling en ruimtelijk beheer Aanvullend op de algemene beperkingen in het bevoegdhedenregister: Deze taken gelden niet voor stedelijke gebieden, projecten, belangen en inrichtingen. In bijlage A bij het bevoegdhedenregister wordt met een kaart een overzicht gegeven van de gebieden die stedelijk zijn en de verdeling van de wabobevoegdheid. Deze kaart wordt één keer per kalender jaar geactualiseerd en ter vaststelling voorgelegd aan het college. Voor alle nieuwe projecten wordt in de initiatieffase bepaald welk bestuur verantwoordelijk is. Richtlijn daarbij is dat minder complexe en/of minder risicovolle projecten tot de bevoegdheid van het dagelijks bestuur behoren. Dagelijks beheer van de stedelijke gebieden geschiedt door het dagelijks bestuur Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 1.1 het voorbereiden van een bestemmingsplan, uitwerkings- en wijzigingsplan vaststelling van een bestemmingsplan vindt plaats door de raad; vaststelling van een uitwerkings- en wijzigingsplan door het college een deel van de taken in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan of uitwerking of wijziging daarvan kan door dagelijks bestuur worden verricht voorbereiding vindt plaats bij het dagelijks bestuur tot het besluit tot vrijgave voor terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, ontwerpuitwerkings- en ontwerpwijzigingsplan; voorbereiding vindt daarna (vanaf besluit tot kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, ontwerpuitwerkings- en ontwerpwijzigingsplan) stedelijk plaats Het dagelijks bestuur wordt enkel in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen aan het college over het concept vast te stellen bestemmingsplan, uitwerkings- en wijzigingsplan wanneer één of meer wijzigingen worden voorgesteld welke zijn aan te merken als wijzigingen van wezenlijke onderdelen of aard ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, ontwerpuitwerkings- en ontwerpwijzigingsplan 1.2 initiëren principebesluit is taak zowel van dagelijks bestuur als van College B&W stedelijk ligt de bevoegdheid om bij gelegenheid van een principebesluit een project als stedelijk aan te wijzen. Bij het principebesluit wordt vastgelegd wat de grenzen zijn van het gebied. In voorkomende gevallen wordt gebruik gemaakt van de voorgestelde grenzen van de toekomstige grondexploitatie (grex) 1.3 bestuurlijke opdrachtgever van gebiedsontwikkeling en -uitvoering van minder complexe en/of minder risicovolle projecten afhankelijk van omvang, risico, complexiteit en stedelijk belang 1.4 dagelijks bestuur huurt bij projecten verplicht capaciteit/expertise in van de directie Grond & Ontwikkeling bij onderhandelingen en contractvorming aangezien de financiële verantwoording over de gebiedsontwikkeling centraal ligt (Vereveningsfonds/Erfpachtresultaat) 1.5 samenhangende besluiten: onder andere bij bestemmingsplannen zijn er veel samenhangende besluiten (bijvoorbeeld hogere waarden, exploitatieplan, milieu-effectenrapportage, beoordeling milieu-effecterapportage, (aanmeld)notitie vormvrij mer-beoordeling) 1.6 alle taken rond de milieu-effectenrapportage volgen de taken rond gebiedsontwikkeling c.q. taken rond inrichtingen indien sprake is van een milieu-effecten-rapportagebeoordelingsplichtige of milieu-effectenrappartageplichtige activiteit is gemandateerd aan het dagelijks bestuur, worden de bevoegdheden en taken met betrekking tot de beoordeling van de milieu-effecten-rapportage of de milieu-effectenrapportage eveneens gemandateerd 1.7 realisatie watercompensatie het realiseren van watercompensatie volgt uit een bestemmingsplan of omgevingsvergunning, de realisatie daarvan ligt bij degene die ontwikkelt. Vaak is dat een ontwikkelaar of een projectontwikkeling vanuit de gemeente. Bij gemeentelijke projecten/-gebiedsontwikkelingen dient het project (namens de gemeente) op zoek te gaan naar een compensatielocatie. Bij gebiedsontwikkeling dat onder stadsdeelbevoegdheid uitgevoerd wordt heeft het DB de regie over de realisatie watercompensatie
- Openbare ruimte, groen en parken Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 2.1 het inrichten van de openbare ruimte, groen, speelplekken, oevers en parken (exclusief het Amsterdamse Bos) binnen de beleidskaders 2.2 het realiseren van het door de gemeenteraad vastgestelde onderhoudsniveau 2.3 uitvoeren van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (voor bevoegdheidsverdeling wegen, zie taak wegen) 2.4 voorbereiden van de programmering groot onderhoud, binnen de (financiële) kaders 2.5 het aanbrengen, onderhouden, wijzigen of verwijderen van naam- en (huis)nummerborden 2.6 het verlenen van instemmingsbesluit en vergunning WIOR, waarmee wordt geregeld: de inpassing en locatie van kabel- en leidingnetwerken in de openbare ruimte en het medegebruik, opruimen en verleggen hiervan; het tijdstip en de wijze waarop werkzaamheden in de openbare ruimte plaatsvinden en de daarbij te treffen bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie (BLVC-maatregelen). 2.7 het verlenen van vergunningen in relatie tot de openbare ruimte zoals een kapvergunning en objectvergunning 2.8 initiatieven (buurtrechten en medebeheer) van bewoners en ondernemers in de openbare ruimte stimuleren en faciliteren 2.9 het aanwijzen van locaties in de openbare ruimte waar sprake is van hardnekkige problematiek in beheer en gebruik en een opgave gerichte en integrale aanpak noodzakelijk is
- Afval en grondstoffen Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 3.1 inzameling huishoudelijk afval en inzameling reinigingsrecht binnen de beleidskaders 3.2 inzameling bedrijfsafval (incl. afsluiten contracten) binnen de beleidskaders 3.3 vaststellen aanbiedlocaties (inzamelingsvoorzieningen, grof afval) binnen stedelijk kader 3.4 vaststellen van het uitvoeringsbesluit en de uitwerking daarvan in de afvalwijzer (regels voor bewoners en ondernemers voor het aanbieden van afval) en het Informeren van bewoners en ondernemers. 3.5 vaststellen van gebiedsgerichte uitwerkingen in aansluiting op de gebiedsopgave 3.6 gebiedsgerichte campagnes en communicatie op het gebied van inzameling van afval en grondstoffen
- Monumenten en archeologie Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 4.1 inwinnen van kennis en advies over boven- en ondergrondse cultuurhistorische waarden t.b.v. de voorbereiding en het opstellen van (gebieds-) ontwikkelplannen, bestemmingsplannen (onder meer in het kader van 3.1.
- wet BRO), stedenbouwkundige plannen en inrichtings- en beheerplannen 4.2 inwinnen van kennis en advies wat betreft restauratie, renovatie, herbestemming, verduurzaming en transformatie 4.3 inwinnen kennis en advies in het kader van de omgevingsvergunning en opnemen van voorwaarden wat betreft een zorgvuldige omgang met boven- en ondergrondse cultuurhistorische waarden 4.4 deskundige begeleiding, advisering en toetsing bij de uitvoering van werkzaamheden aan monumenten en inspectie naar aanleiding van een verleende monumentenvergunning (omgevingsvergunning op het aspect monumenten) 4.5 inlassen van een servicemoment/vooroverleg met Monumenten en Archeologie voor iedereen die gerechtigd is om een omgevingsvergunning (aspect monumenten) in te dienen 4.6 de werkzaamheden uitgevoerd door het Bureau Werelderfgoed op het gebied van de UNESCO werelderfgoed status van de grachtengordel worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de gemeente Amsterdam (Monumenten en Archeologie en stadsdeel Centrum als siteholder) 4.7 het verlenen, weigeren en intrekken van omgevingsvergunningen bij monumenten 4.8 het aanwijzen, intrekken en wijzigen van een gemeentelijk monument 4.9 bij een overtreding (overeenkomstig bijstelling handhavingsbeleid): vaststellen monumentale waarde vaststellen omvang van de schade en aantasting adviseren herstelmogelijkheid aan bouwtoezicht
- Wonen Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 5.1 adviseren over en uitvoering geven aan stedelijk woonbeleid in de lokale context, waaronder de Huisvestingverordening 5.2 adviseren over herhuisvesting bij het vaststellen van de peildatum bij sloop of renovatie van woningen en tijdelijke verhuur 5.3 programmeren en uitvoeren op gebieds- en projectniveau van stedelijk woonbeleid en het inbrengen van kennis van de lokale context in (nieuwe) stedelijke beleidsontwikkeling en beleidsevaluatie in projecten waar de dagelijks besturen zelf verantwoordelijk voor zijn 5.4 vergunningverlening Huisvestingsverordening voor zover opgenomen in het bevoegdhedenregister (met name woonruimtevoorraad) en uitvoering geven aan bevoegdheden die betrekking hebben op woningkwaliteit 5.5 betrekken van woonbeleid in de voorbereiding van bestemmingsplannen voor zover ruimtelijk relevant 5.6 het onderhouden van contacten met burgers, corporaties, vastgoedeigenaren en ontwikkelaars, etc. in relatie tot woonbeleid
- Economie Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 6.1 het agenderen en (laten) uitvoeren van economische opgaven in specifieke gebieden, als uitwerking van de stedelijke beleidskaders, in samenwerking met onder andere ondernemers, bewoners en andere belanghebbenden 6.2 het vervullen van een ambassadeursfunctie als het dagelijks bestuur richting ondernemers, vastgoedeigenaren en andere betrokkenen in het economisch domein 6.3 het in behandeling laten nemen van vragen en nieuwe initiatieven van ondernemers binnen de gemeentelijke organisatie 6.4 het binnen de stedelijke kaders toepassen van de gedelegeerde en gemandateerde bevoegdheden uit de Marktverordening en de Verordening staan- en ligplaatsen buiten de markt en venten
- Milieu (VTH) Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 7.1 alle taken rond inrichtingen (bedrijven) gaan over naar de dagelijks besturen met uitzondering van vergunningverlening, toetsing en handhaving bij zwaardere en complexe milieu zaken bij de taakverdeling wordt dezelfde richtlijn gehanteerd als bij het oprichten van de landelijke omgevingsdiensten voor het bepalen van het zogenaamde basispakket milieu. Deze gaat uit van het principe dat voor complexe inrichtingen de vergunningverlening (incl. meldingen Activiteitenbesluit milieubeheer), toezicht en handhaving een stedelijke bevoegdheid is. De bevoegdheid over de minder complexe inrichtingen ligt bij de dagelijks besturen. Het toezicht en de handhaving bij inrichtingen binnen bedrijfstakken met specialistische regelgeving wordt stedelijk gehouden. Hierbij gaat het om: besluit externe veiligheid voor inrichtingen, besluit risico zware ongevallen, besluit opslag propaan, vuurwerkbesluit, besluit lpg-tankstations, besluit landbouw milieubeheer, besluit mestbassins, besluit glastuinbouw 7.2 het toezicht en de handhaving met betrekking tot alle cafés, restaurants, fastfoodzaken en basisscholen ook als de betreffende inrichting kan worden aangeduid als complexe inrichting het toezicht en de handhaving bij inrichtingen binnen bedrijfstakken met specialistische regelgeving wordt stedelijk gehouden. Zie verder onder 7.1 7.3 het beoordelen van meldingen en toezicht en handhaving op AMvB inrichtingen is in principe een bevoegdheid van de dagelijks besturen zie uitzonderingen onder 7.1 7.4 de bedrijfsgegevens worden in een gezamenlijk bedrijfsbestand geregistreerd, onder centraal beheer. In de praktijk betekent dit dat het beheer en een deel van de registratieplicht ligt bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (de inrichtingen waarvoor de OD NZKG in mandaat de taken namens Amsterdam uitvoert).Voor dat deel waar de bestuurscommissies bevoegd gezag zijn, ligt de registratieplicht bij de stadsdeelorganisaties 7.5 geluidhinder (Wet milieubeheer): vergunningverlening, toezicht en handhaving voor het activiteitenbesluit wet geluidshinder zijn een bevoegdheid van de dagelijks besturen, voor zover het niet gaat om inrichtingen die onder stedelijke bevoegdheid vallen. In dat geval zijn vergunningverlening, toezicht en handhaving stedelijke taken. De stedelijke taken betreffen ook de beleidskaders en het beheer van de geluidszones (voor zover deze niet in beheer zijn bij de provincie)
- Wegen Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 8.1 uitvoeren van het beheer en onderhoud van wegen 8.2 het inrichten van de wegen binnen beleidskaders 8.3 handhaving bij de fietsparkeervoorzieningen 8.4 aanleg van o.a. taxistandplaatsen, touringcarplaatsen, voorzieningen alternatief personenvervoer met uitzondering van Plusnet / corridor auto 8.5 prioriteren van de te nemen (fysieke) maatregelen voor het verbeteren van de verkeersveiligheid zoals het aanleggen van drempels en veilige oversteekplaatsen, maar ook gedragsbeïnvloeding 8.6 het realiseren van het door de gemeenteraad vastgestelde onderhoudsniveau 8.7 het nemen van verkeersbesluiten en van tijdelijke verkeersmaatregelen en het plaatsen van verkeersborden op het onderliggende wegennet met uitzondering van hoofdnet auto, plusnet /corridor auto, hoofdnet tram en plusnet tram. Potentieel gevoelige of impactvolle verkeersbesluiten die genomen moeten worden over wegen die onder de uitzondering vallen moeten vooraf besproken worden met de stadsdeelbesturen
- Betaald parkeren en parkeergarages Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 9.1 beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart alsmede het beperken van de geldigheidsduur, het verstrekken van een duplicaat en het ongeldig verklaren van een dergelijke kaart
- Gemeentelijk vastgoed Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 10.1 het Dagelijks Bestuur wordt in staat gesteld om actief mee te sturen op de ontwikkeling en het gebruik van huidig en nieuw gemeentelijk vastgoed ter realisatie van de integrale maatschappelijke opgave in het stadsdeel
- Waterbeheer Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 11.1 het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het fysiek dagelijks beheer van water. Exclusief wateren waar deze verantwoordelijkheid bij andere overheden is belegd (zoals Waterschappen, Rijk of Provincie). beheer omvat de volgende verantwoordelijkheden: het dagelijks onderhoud van watergangen inclusief oevers, watersystemen en waterobjecten als ook het onderhoud van sloten/waterkanten, drijfvuilvissen, het maaien van het talud en kademuren en baggeren afhandelen en verwerken van klachten en meldingen waterbeheer de kaart ‘wateren’ wordt later in 2022 vastgesteld en laat zien welke water onder de verantwoordelijkheid van de gemeente valt 11.2 mede adviseren bij projecten in en met betrekking tot water(beheer) 11.3 inrichten en onderhouden ecologische oevers 11.4 onderhouden en aanbrengen van de oeverbeschermingen (hout, staal, beton en metselwerk) 11.5 onderhouden van schouwpaden 11.6 beheer water kwaliteiten en kwantiteit (schonen sloten en kanalen)
- Sociale basis Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 12.1 het stimuleren en faciliteren van integrale uitvoering en samenwerking in gebieden: aanspreekpunt/ gesprekspartner voor gebiedsgerichte uitvoering, ook als sturing op financiën en resultaten elders is belegd verbinden en samenbrengen van inhoud op verschillende domeinen versterken van het netwerk in gebieden het met partners opstellen van afspraken over gebiedsgerichte uitvoering 12.2 het stimuleren en faciliteren van samenredzaamheid, zelfredzaamheid en ontplooiing van Amsterdammers: Stimuleren en faciliteren van: spelinloop waarbij het gaat om laagdrempelige activiteiten gericht op samen spelen, ontmoeten en bewegen voor ouders en kinderen in combinatie met ondersteuning bij opvoed- en ontwikkelingsvragen activiteiten buiten het curriculum van scholen ( buiten onderwijstijd) voor en door jeugdigen op gebied van de thema's sport en gezondheid, kunst en cultuur, natuur en techniek, media en communicatie en burgerschapsvorming en beroepsoriëntatie in het kader van brede talentontwikkeling informatie, advies en voorlichting voor jeugdigen door jongerenservicepunt jongereninformatiepunt over relevante thema’s, of om een hulp- of informatievraag te verhelderen, en daarover eventueel het gesprek te voeren (met ouders) om de weg naar hulp of ondersteuning te vinden laagdrempelige begeleiding of coaching voor jeugdigen die extra aandacht nodig hebben of kunnen gebruiken bij hun algemene persoonlijke en cognitieve ontwikkeling activiteiten voor jeugdigen gericht op het versterken van de eigen identiteit, (online) veerkracht, weerbaarheid, zelfvertrouwen en emancipatie Professioneel kinder- en jongerenwerk: het kinderwerk (4-12 jaar) richt zich op het begeleiden van kinderen bij het opgroeien in de samenleving, met extra aandacht voor kwetsbare kinderen. Kinderwerkers stimuleren de talentontwikkeling van kinderen tijdens leuke en leerzame activiteiten op veilige plekken in de wijk. Daarnaast signaleren zij problemen van kinderen en zorgen ervoor dat die worden opgepakt het jongerenwerk (10-23 jaar) biedt begeleiding aan jongeren bij het volwassen worden in de samenleving. Het biedt jongeren een veilige, leuke plek waar zij deel kunnen nemen aan groepsactiviteiten en terecht kunnen voor praktische hulp of individuele begeleiding. Jongerenwerkers signaleren, motiveren, voeden op, activeren en leiden toe naar hulp, werk of opleiding het veldwerk richt zich op de zelfredzaamheid en psychosociale ontwikkeling van risicojongeren en jongvolwassenen met meervoudige problematiek in de leeftijd van 12-30 jaar. Veldwerkers onderhouden gevraagd én ongevraagd contact met de doelgroep en motiveren hen om zelf de problemen op te pakken. Toeleiding naar zorg of andere vormen van ondersteuning, scholing en werk zijn hier onderdeel van Voorportaal schuldhulpverlening: activiteiten gericht op het voorkomen van schulden en het bieden van laagdrempelige ondersteuning bij financiële problemen in aanvulling op de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Hierbij wordt ingezet op het stimuleren van deelname en het toeleiden van Amsterdammers naar schuldhulpverlening of intensieve schuldhulpverlening voor jongeren sport en bewegen: zie taak 19: deels uitgevoerd vanuit subsidiemiddelen sociale basis, deels buiten sociale basis beheer en exploitatie van sociale accommodaties en de coördinatie van programmering het gebiedsgericht ondersteunen en faciliteren van vrijwilligersorganisaties en bewoners(groepen) bij het organiseren van activiteiten het gebiedsgericht stimuleren van vrijwillige inzet en het werven, matchen, toerusten en begeleiden van vrijwilligers het gebiedsgericht ontvangen, verwijzen, begeleiden en toeleiden van Amsterdammers, waaronder mantelzorgers, naar passende activiteiten en/of voorzieningen activiteiten in het kader van preventie en vroegsignalering om problemen van Amsterdammers snel in beeld te krijgen en te voorkomen dat zij zwaardere vormen van zorg en ondersteuning nodig hebben , o.a.. gericht op het voorkomen van schulden, huiselijk geweld en kindermishandeling het organiseren van groepsgericht aanbod voor volwassenen gericht op het bieden van praktische hulp en steun, het stimuleren van ontmoeting en het vergroten en onderhouden van vaardigheden die nodig zijn voor zelfredzaamheid met specifieke focus op: taal/digitaal (basisvaardigheden), armoede/schulden (financiële vaardigheden), eenzaamheid, gezondheid, bewegen en gezonde leefstijl, activering en empowerment 12.3 het opstellen en vastleggen van de opgave op het sociaal domein in gebieden in samenspraak met het veld waaronder Buurtteams, OKT’s de eerste lijn en bewoners 12.4 verbondenheid en betrokkenheid: het betrekken van bewoners bij het vastleggen van de opgave in de gebieden en het benutten en versterken van de kracht en oplossingen die bewoners en maatschappelijke initiatieven aandragen voor die opgaven binnen de sociale basis het stimuleren van een verbonden stad en een kansrijke omgeving waarin iedereen in gelijke mate mee kan doen en zichzelf kan zijn door elkaar te ontmoeten, van en over elkaar te leren en netwerken te vormen 12.5 [vervallen] 12.6 [vervallen]
- Samenwerking zorg, werk & inkomen en onderwijs Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 13.1 het stelsel vraagt samenhang tussen de sociale basis, Buurtteams en specialistische aanbieders. Daarvoor is verbinding en gezamenlijkheid nodig het initiëren en onderhouden van contact en overleg tussen samenwerkende partners, zoals de Eerste lijn, Buurtteams, Ouderkindteams, scholen en zorg. Daarnaast vindt ook bestuurlijke afstemming plaats in de portefeuillehoudersoverleggen het signaleren en agenderen van kansen en knelpunten op het gebied van zorg, werk & inkomen en onderwijs op basis van de integrale gebiedsopgave in opdracht van het college sturing geven aan gebiedsgerichte maatwerkopdrachten op het gebied van zorg, werk & inkomen en onderwijs, bijvoorbeeld in de rol als gedelegeerd opdrachtgever of lid van een stuurgroep
- Diversiteit Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 14.1 het uitvoeren van vastgesteld beleid en programma’s op het gebied van emancipatie, dialoog, ontmoeting, herdenken en vieren en dit vervolgens door vertalen naar lokale opgaven per stadsdeel
- Kunst en cultuur Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 15.1 het signaleren en agenderen van kansen en knelpunten op het gebied van kunst en cultuur, zowel op basis van de integrale gebiedsopgave als van signalen van individuele culturele instellingen of initiatieven 15.2 in opdracht van het college sturing geven aan de ontwikkeling van kunst en cultuurvoorzieningen met grote lokale impact, bijvoorbeeld in de rol als gedelegeerd opdrachtgever of lid van een stuurgroep 15.3 een aanspreekpunt zijn voor de kunst- en cultuursector met als doel het onderhouden van een lokaal kunst- en cultuurnetwerk 15.4 het geven van opdracht tot realisatie van kunst in de openbare ruimte binnen het stadsdeelgebied (exclusief de ontwikkelgebieden die niet tot de bevoegdheid van een stadsdeel behoren), gevolgd door overdracht van de kunstwerken aan het gemeentelijk asset management (directie Verkeer & Openbare Ruimte) ten behoeve van het beheer en onderhoud. Het geven van advies over kunstopdrachten binnen ontwikkelgebieden in het stadsdeel, die niet tot de bevoegdheid van het stadsdeel behoren 15.5 het actueel houden (dan wel aanvullen bij mutaties / nieuwe objecten) van inhoudelijke informatie over objecten uit het beheersariaal kunst in de openbare ruimte (collectie buitenkunst) op de website amsterdam.kunstwacht.nl. Hierbij behoort ook het verwijzen naar gerelateerde sites, informatie en media. Tevens toezien dat de fysieke objecten ook voorzien zijn van informatie ter plaatse, welke verwijst naar de online informatie. 15.6 samen met het college uitvoering geven aan het stedelijk kunst- en cultuurbeleid (Kunstenplan) 15.7 uitvoering geven aan de subsidieregeling Gebiedsgebonden kunst- en cultuuractiviteiten binnen het beleidskader van het Kunstenplan door het signaleren en faciliteren van (nieuwe) creatieve ontwikkelingen en talentontwikkeling gericht op bestaande en nieuwe doelgroepen 15.8 voorbereiden op de verzelfstandiging van Centrum voor Beeldende Kunst Amsterdam (FactorIJ) in stadsdeel Oost deze taak beperkt zich tot stadsdeel Oost
- Sport Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 16.1 agenderen van en adviseren op de ontwikkeling en gebruik van sportvoorzieningen, zowel vanuit de integrale gebiedsopgave als op basis van individuele signalen van lokale sportpartners wordt deels onder taak 12 sociale basis uitgevoerd. 16.2 in opdracht van het college sturing geven aan de ontwikkeling van sportvoorzieningen met grote lokale impact, bijvoorbeeld in de rol als gedelegeerd opdrachtgever of als lid van een stuurgroep wordt deels onder taak 12 sociale basis uitgevoerd. 16.3 organiseren van activiteiten gericht op jeugd en volwassenen, met als doel sporten en bewegen te stimuleren 16.4 aanspreekpunt voor sportaanbieders, sportverenigingen en sportinitiatieven, met als doel het creëren en onderhouden van een lokaal sportnetwerk 16.5 representeren van de wethouder sport bij activiteiten in het stadsdeel of contacten richting sportaanbieders en sportverenigingen. 16.6 stimuleren van het inzetten van sport als middel (onder andere voor ontmoeting) via sportaanbieders en verenigingen, in de verbinding met andere opgaven in het gebied
- Beheer en exploitatie begraafplaatsen en crematoria Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 17.1 beheer, ontwikkeling en exploitatie van gemeentelijke begraafplaatsen en crematoria 17.2 verzorgen uitvaarten van gemeentewege (eenzame uitvaarten) begraafplaatsen en crematoria vallen onder de Nieuwe Ooster
- Burgerparticipatie, inspraak en initiatief Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 18.1 participatie: bepalen van het participatieniveau, geeft opdracht tot het organiseren en uitvoeren van participatie bij besluiten en projecten waar het dagelijks bestuur opdrachtgever voor is (zoals gebiedsontwikkeling en projecten in de openbare ruimte) Burgerparticipatie vormgeven volgens de voorschriften uit de Participatieverordening gemeente Amsterdam en de uitgangspunten en principes van het beleidskader participatie waaronder het opstellen en publiceren van participatieplannen. 18.2 adviseren van het college bij de voorbereiding van besluiten en projecten waar het college opdrachtgever voor is (zoals gebiedsontwikkeling en projecten in de openbare ruimte) over welk participatieniveau gewenst is, welke bewoners te betrekken, welke aandachtspunten leven op het onderwerp en in het gebied. Dit advies wordt verwerkt in het gezamenlijk op te stellen participatieplan de beschikbare kennis en ervaring inzetten bij de communicatie strategie 18.3 onderhouden van contacten met bewoners, bewonersorganisaties, buurtgroepen, ondernemersorganisaties, maatschappelijke instellingen en dergelijke met als doel agenderen, betrekken en signaleren van ontwikkelingen uit het stadsdeel naar het college van B&W (de ogen- en oren- functie) 18.4 democratisering: stimuleren en faciliteren van actief burgerschap/bewonersinitiatieven om bij te dragen aan de opgave in de buurt en verantwoordelijkheid te nemen voor de kwaliteit van de leefomgeving, zelfbeheer, buurtveiligheid en sociaal en maatschappelijke inzet van bewoners door inzet van buurtbudgetten, maatschappelijk initiatief en bewonersinitiatief en het doorgeleiden van buurtrechten naar Bureau Maatschappelijk Initiatief 18.5 organiseren en uitvoeren van de wettelijke taken bij inspraak en communicatie bij: gebiedsontwikkeling de voorbereiding van bestemmingsplannen, uitwerkingsbesluiten, wijzigingsbesluiten en projectafwijkingsbesluiten de inrichting en het (groot)onderhoud van de openbare ruimte, groen, parken en wegen; de inbreng bij de voorbereiding van gebiedsgericht beleid vraagstukken omtrent afval en schone stad
- Subsidieverlening Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 19.1 uitvoeren van subsidieverordeningen en subsidieregelingen zie voor nadere specificatie het bevoegdhedenregister W1 t/m W4
- Veiligheid en leefbaarheid Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 20.1 aanleveren van prioriteiten voor het jaarlijkse Actieplan Handhaving Openbare Ruimte en adviseren op het eindconcept. Prioriteren via het periodieke inzetplan voor de lokale sturing. Binnen de vastgestelde capaciteit per gebied, inspelen op de actualiteit. Ingeval van knelpunten wordt bestuurlijk opgeschaald naar de burgemeester 20.2 het voeren van klantcontact op het derde niveau waarbij specialistische kennis nodig is, inclusief brieven en besluiten er zijn drie niveaus van dienstverlening: generalistische dienstverlening: algemene informatie, standaard taken en producten en eenvoudige persoonlijke informatie specialistische dienstverlening: specialistische informatie, specialistische producten, beantwoorden van complexere vragen over brieven en dossiers afhandeling door behandelaar: afhandeling waar beleidsvrijheid is of waar de behandelaar onderdeel is van het te leveren product (klant manager, accountmanager 20.3 beheren van de backofficesystemen (derde niveau) die voorwaardelijk zijn voor een goede levering van producten 20.4 het strategische, tactisch en functioneel beheren van systemen die nodig zijn om het derde niveau van dienstverlening op alle kanalen (telefonie, loket, online en post) te kunnen realiseren het dagelijks bestuur mandateert de organisatie dienstverlening voor deze subtaak 20.5 preventie signaleren en rapporteren gebreken aan de inrichting van de openbare ruimte 20.6 verlening, handhaving en registratie inzake: vergunningverlening bij (niet categorie c) evenementen vergunningsverlening categorie c evenementen door stedelijk evenementenbureau (SEB) 20.7 verkeersregelend optreden op eigen initiatief of op verzoek van de politie 20.8 Aanwijzen alcoholverbodsgebied (door stadsdeelvoorzitter) 20.9 maatregelen tegen overlast te water 20.10 aanspreken gebruikers openbare ruimte op onwenselijk/gevaarlijk gedrag (overlast) 20.11 toezicht op en handhaving van artikel 2.25 a APV: de meldingsplicht sensoren het houden van toezicht en het handhaven van de meldingsplicht sensoren, waaronder het in behandeling nemen van klachten en verzoeken om handhaving van ondernemers of instellingen in Amsterdam over sensoren die met een professioneel doel data inwinnen op of aan de weg, voertuig of vaartuig of in een voor publiek toegankelijk gebouw, en die niet tijdig (tenminste vijf dagen tevoren) gemeld zijn en opgenomen zijn in het sensorenregister 20.12 informatieverzameling en dossieropbouw inzake Voetbalwet en verwijderingsbevelen 20.13 advisering inzake (dealer)overlastgebieden, veiligheidsrisicogebieden en verwijderingsbevelen. advisering inzake het opleggen door de burgemeester van een gedragsaanwijzing aan de gebruiker van een woning of daarbij behorend erf in geval van ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden veroorzaakt 20.14 verlening, handhaving en registratie inzake: exploitatie-, drank- en horecavergunningen, Alcoholwetvergunningen, terrasvergunningen, geluidsontheffingen, ontheffingen 5+12 dagen en leeftijdsgrens DHW uitvoering geschiedt binnen centrale regie en in afstemming met het centraal-stedelijke beleid. Er is een specifieke mandaatinstructie voor stadsdeelvoorzitters m.b.t horecahandhaving 20.15 verlening, handhaving en registratie inzake: speelautomaten- en speelautomatenhallenvergunningen 20.16 veiligheidsoverleggen: voorzitterschap en secretariaat opstellen en uitvoeren lokaal veiligheidsplan, i.s.m. lokale veiligheidspartners en binnen kader Regionaal Veiligheidsplan (1 x per 4 jaar) onder de lokale veiligheidspartners vallen in ieder geval politie, het Openbaar Ministerie, de directie THOR en een strategisch adviseur van OOV afstemming en uitvoering lokale veiligheidsaanpak op basis van het lokale veiligheidsbeeld (2 x per jaar) nadere regels en aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie; stedelijke driehoek leidend 20.17 signaleren, analyseren, benoemen, nemen van preventieve maatregelen en leveren van nazorg ten aanzien van overlastsituaties door personen, zoals overlast: in straten, op pleinen en op kades door hinderlijk gedrag op straten en bij gebouwen door samenscholing en samenkomsten die (potentieel) leiden tot ongeregeldheden of ordeverstoringen van alcoholisten, dak- en thuislozen door uitgaanspubliek door drugsgebruik, drugshandel en klanten van coffeeshops door omwonenden en burenruzies signaleren, analyseren, benoemen, nemen van preventieve maatregelen en leveren van nazorg ten aanzien van overlastsituaties door bedrijven zoals: coffeeshops horeca detailhandel signaleren, analyseren, benoemen, nemen van preventieve maatregelen en leveren van nazorg ten aanzien van problemen rondom de veiligheid van: ondernemers en winkeliers winkelgebieden. signaleren, analyseren, benoemen, nemen van preventieve maatregelen en leveren van nazorg ten aanzien van onveilige of onveilig ervaren plekken, zoals: pleinen en schoolpleinen parken tunnels en viaducten openbare groen- of buitengebieden Gebiedsaanpakken voor High Impact Crimes als straatroven, woninginbraken en overvallen wellicht nadere regels en aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie, vooral bij uitvoering van taken voor schoon, heel en veilig 20.18 top 600/ top 400 stadsdelen leveren regisseurs specifiek gericht op casus stadsdelen zijn betrokken op het moment dat personen uitstromen aanbieden van interventies leveren van informatie bijvoorbeeld over jeugdgroepen betere stroomlijning programma’s, beter op elkaar aansluiten top 600, veiligheidshuis, Hic, groepsaanpak 20.19 Actiecentrum Veiligheid & Zorg stadsdelen leveren lokale verbindingsfunctionarissen Veiligheid en Zorg (VFVZ) met taken op het snijvlak van het veiligheids- en zorgdomein binnen de stadsdelen met betrekking tot minderjarigen stadsdelen leveren expertise op het gebied van groepsaanpak en overlastsignalen en nieuwe ontwikkelingen in jeugd/straat cultuur vanuit de stadsdelen. Deze expertise wordt ingezet bij verschillende Persoonsgerichte aanpakken en pilots van het AcVZ, zoals bij de TOP400 en TOP600, SISG en Schoolveiligheid stadsdelen zijn betrokken bij instroom Top 400/ 600 en hebben een rol bij de begeleiding en borging van de uitstroom van Top400/ 600 personen stadsdelen zijn betrokken bij de T&B-gesprekken stadsdelen leveren informatie over jeugdige verdachten in het kader van Detentie & Terugkeer en nazorg betere stroomlijning programma’s, beter op elkaar aansluiten top 600, veiligheidshuis, Hic, groepsaanpak 20.20 jeugd en veiligheid: inzet en coördinatie in de persoons- en straatgerichte werkwijze voor de groepsaanpak en jeugdnetwerken 12+ deelname Stedelijke adviestafel J&V (ism OM, politie, Top 600) preventief aanpakken van jeugdoverlast aanpak veiligheid in en om scholen opdrachtgeverschap jongerenwerk opdrachtgeverschap Permens operationele regie over inzet straatcoaches SAOA in stadsdeel thematieken: afpersingsaanpak, meidenaanpak, bemiddelingspool jeugdprofessionals, aanpak online interventies, maatwerkgroep, wapenaanpak nadere regels en aanvullende criteria; stedelijke regie ten behoeve van meer stedelijke aandacht voor criminele elementen binnen de groepen 20.21 prostitutie: het team VTH Prostitutie, ondergebracht bij stadsdeel Centrum, voert de taken op het gebied van exploitatievergunningen en toezicht en handhaving op de regels van de APV namens alle stadsdelen uit betreft seksinrichtingen en prostitutiebedrijven, inclusief illegale prostitutie deelname aan werkgroepen onder meer over vergunningverlening, toezicht en handhaving nadere regels en aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie 20.22 bestuurlijke aanpak ondermijning en (overige) georganiseerde misdaad informatieverzameling, dossieropbouw en signaleringsfunctie vaststellen van lokale stadsdeelprioriteiten binnen de bestuurlijke aanpak coördinatie en uitvoering geven aan de vastgestelde stadsdeel- en stadsdeeloverstijgende prioriteiten, straatgerichte aanpakken en lokale casuïstiek; lokale bijdrage leveren aan stedelijke aanpakken Ambtelijke en bestuurlijke vertegenwoordiging bij RIEC project- en stuurgroepen en Handhavingsknelpunten. stimuleren van signalering binnen interne en externe netwerken betere stroomlijning programma’s, beter op elkaar aansluiten top 600, veiligheidshuis, Hic, groepsaanpak 20.23 Bibob uitvoering eerste Bibob-toets in het kader van de vergunningen-procedure klankbordfunctie en input voor ontwikkeling Bibob-formulieren en beleid besluiten tot weigering c.q. intrekking op grond van de Wet Bibob voeren van bezwaar-, en beroepsprocedures nadere regels en aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie 20.24 treiteraanpak: leveren stadsdeelregisseur die regie voert op de treiterzaak op stadsdeelniveau informatieverzameling en dossieropbouw door informatiemakelaars van het Meldpunt Zorg- en Woonoverlast betere stroomlijning programma’s, beter op elkaar aansluiten top 600, veiligheidshuis, Hic, groepsaanpak 20.25 herdenkingen: uitvoeren van maatregelen in openbare ruimte (plaatsing hekken, toiletten, verkeersregelaars, informeren bewoners,(ver)plaatsing afvalbakken), nemen van verkeersmaatregelen, schoonmaak dezelfde verhouding centraal-decentraal: wellicht aanscherping criteria evenementenbeleid in verband met spanning lokale rust versus stedelijke uitstraling en soms in verband gevaarzetting. Na aanscherping, discussie over mate en wijze handhaven 20.26 kraken en ontruimingen controle op de ingebruikname 20.27 demonstraties, manifestaties en optochten demoloket: aanmelding demo’s verlenen objectvergunningen aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie bij stedelijke uitstraling (ook bij illegale betreding gedenktekens en plaatsen spandoek) 20.28 brandveiligheid: bijdrage aan zoeklicht, controle brandveilig gebruik gebouwen, meldingen, vergunningverlening, controle, toezicht en handhaving informatieverzameling en dossieropbouw 20.29 crisisbeheersing deels uitvoerende rol bij de gemeentelijke processen bij de crisisbeheersing Stadsdeelvoorzitter, BWT-inspecteurs, voorlichting, beleidsmedewerker en stadsdeel directeur hebben hard piket gemeentelijke actiecentrum publieke zorg: in samenwerking met cluster sociaal, opvang, verzorging, voorzien in primaire levensbehoeften crisiscommunicatie op lokaal niveau (bijv. bewonersbrief) calamiteitendienst in samenwerking met cluster stadswerken (opruimen etc) opleiden en oefenen nazorg incidenten nauwere samenwerking 23.30 radicalisering: signaleren en informatieverzameling uitvoering radicaliseringsbeleid door radicaliseringsmedewerker opbouw en onderhoud netwerken draaiboek vrede onder stedelijke regie en passend binnen het stedelijk uitvoeringsplan, en tegelijkertijd inspelend op de lokale context 20.31 het uitoefenen van bevoegdheden en de handhaving en het toezicht op deze bevoegdheden in het kader van de openbare orde en veiligheid in het algemeen en de horeca en evenementen in het bijzonder in het Havengebied. Deze taak ziet alleen op de stadsdelen West en Nieuw-West (evt. als toevoeging: conform het apart hiervoor genomen besluit van 14 resp. 22 september 2015, gepubliceerd in het Gemeenteblad 2015, 91553) aanvullende criteria ten behoeve van stedelijke regie 20.32 toezien op de naleving van de regels t.a.v. beklemming, vruchtgebruik en opstal Natuurmonumenten 20.33 signaleringsfunctie met betrekking tot de naleving van de regels over het onttrekken van woonruimte (al dan niet ten behoeve van short stay), het samenvoegen van woonruimte, het omzetten van woonruimte en het verkrijgen van woonruimte op grond van de Huisvestingswet en de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 VTH verleent de vergunningen; toezicht en handhaving doet de directie Wonen
- Verkiezingen stadsdelen en stadsgebied Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 21.1 het organiseren van de verkiezingen van de stadsdeelcommissies zoals bedoeld in artikel 24 en van de bestuurscommissie zoals bedoeld in artikel 40 van de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022
- Basis- en kernregistraties De bevoegdheden zijn opgenomen onder “B” Gebiedsontwikkeling en ruimtelijk beheer Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 22.1 het vervullen van de taken van bronleverancier als genoemd in het Reglement basisinformatie 2018 22.2 het bijhouden van de kernregistratie Gevoelige objecten als genoemd in Bijlage 1 van het Reglement basisinformatie 2018
- Stadsdeelcommissies De volgende taken worden naast de in de artikelen van de verordening benoemde taken aan de stadsdeelcommissies toebedeeld door de gemeenteraad. Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 23.1 Aanwijzen van trouwlocaties
- Omgevingswet De Algemene bepalingen en beperkingen en de algemene werkwijze, zoals genoemd boven aan Bijlage 2, zijn onverminderd van toepassing. In aanvulling daarop gelden voor onderdeel 24 de navolgende algemene beperkingen. Algemene beperkingen: De uitvoering van deze taken worden niet overgedragen voor zover het gaat om de uitoefening van taken ten aanzien van bevoegdheden die vallen onder de algemene beperkingen zoals genoemd onder “Algemene beperkingen” in onderdeel 24, Omgevingswet van Bijlage 3: Bevoegdhedenregister. Nr. Omschrijving taak Bijzonderheden en beperkingen 24.1 Omgevingsplan Amsterdam Het voorbereiden van een wijziging van het omgevingsplan. De voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan binnen een gebied dat niet is aangewezen als stedelijk gebied of project, ligt tot de vrijgave van het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan bij het dagelijks bestuur. Als afronding van de voorbereiding geeft het dagelijks bestuur advies aan het college betreffende het ter inzage leggen van de ontwerpwijziging. Het dagelijks bestuur betrekt het advies van de stadsdeelcommissie of de bestuurscommissie van Weesp bij dit advies. Vanaf het besluit tot terinzagelegging van de ontwerpwijziging van het omgevingsplan ligt de voorbereiding bij de centrale stad. Onder het voorbereiden van een wijziging van het omgevingsplan vallen alle voorbereidende handelingen die nodig zijn voor het opstellen van een wijziging van het omgevingsplan. Tot de voorbereiding behoort in ieder geval het uitzetten en beoordelen van de benodigde onderzoeken, het opstellen van de ontwerpregels en de toelichting op het ontwerp wijzigingsbesluit, het voeren van vooroverleg met de betrokken overlegpartners en participatie. Onder de voorbereiding valt ook het inwinnen van kennis en advies over boven- en ondergrondse cultuurhistorische waarden en het betrekken en toepassen van het vastgestelde beleid. In de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan wordt het dagelijks bestuur in de gelegenheid gesteld om over de Nota van uitgangspunten of het (voor)ontwerp van de wijziging advies te geven. Het dagelijks bestuur betrekt het advies van de stadsdeelcommissie of de bestuurscommissie van Weesp bij dit advies. Het dagelijks bestuur wordt bij zowel stedelijke als lokale plannen enkel in de gelegenheid gesteld om opnieuw advies uit te brengen aan het college over het concept vast te stellen wijziging van het omgevingsplan, wanneer één of meer wijzigingen worden voorgesteld die zijn aante merken als wijzigingen van wezenlijke onderdelen of aard ten opzichte van het ontwerp omgevingsplan waarover advies is uitgebracht. 24.2 Taken die behoren bij samenhangende besluiten Als de voorbereiding van de (ontwerp)wijziging van het omgevingsplan bij het dagelijks bestuur ligt en er moeten ten behoeve van de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan samenhangende besluiten worden voorbereid, dan ligt deze voorbereiding ook bij het dagelijks bestuur. Hierbij kan gedacht worden aan het (gecoördineerd) voorbereiden van besluiten m.b.t. tot een milieueffectbeoordeling, het toestaan van een hogere geluidbelasting of het treffen van geluidmaatregelen, kostenverhaal of nadeelcompensatie. 24.3 Omgevingsvergunningen, meldingen en maatwerk Alle taken en feitelijke voorbereidingshandelingen die voortvloeien en nodig zijn voor uitoefenen van de bevoegdheden voor het verlenen, wijzigen of weigeren van omgevingsvergunningen, meldingen en maatwerkvoorschriften. 24.4 Toezicht en handhaving Het uitvoeren van alle taken die verband houden met de toezicht en handhaving van bevoegdheden die aan het dagelijks bestuur zijn gemandateerd. 24.5 Bindend adviesrecht Het dagelijks bestuur vraagt advies aan de stadsdeelcommissie of de bestuurscommissie van Weesp bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij een bindend advies van de raad benodigd is De stadsdeelcommissie of de bestuurscommissie van Weesp adviseert de raad bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij een bindend advies van de raad benodigd is. Dit geldt ook voor gevallen waarbij de Omgevingsdienst in mandaat namens het college, de buitenplanse omgevingsvergunning waarvoor een bindend advies noodzakelijk is, verleent. 24.6 Het realiseren van watercompensatie Het realiseren van watercompensatie volgt uit (een wijziging van) het omgevingsplan of een omgevingsvergunning. De realisatie daarvan ligt bij degene die ontwikkelt. Vaak is dat een ontwikkelaar of een projectontwikkeling vanuit de gemeente. Bij gemeentelijke projecten/-gebiedsontwikkelingen dient het project (namens de gemeente) op zoek te gaan naar een compensatielocatie. Bij gebiedsontwikkeling dat onder stadsdeelbevoegdheid uitgevoerd wordt heeft het dagelijks bestuur de regie over de realisatie watercompensatie. Bijlage 3:BEVOEGDHEDENREGISTER Inhoudsopgave Algemene bepalingen en beperkingen o. Algemene bevoegdheden
- Gebiedsontwikkeling en ruimtelijk beheer
- Openbare ruimte, groen en parken
- Afval en grondstoffen
- Monumenten en archeologie
- Wonen
- Economie
- Milieu (VTH)
- Wegen
- Betaald parkeren en parkeergarages
- Gemeentelijk vastgoed
- Waterbeheer
- Sociale Basis
- Samenwerking zorg, werk & inkomen en onderwijs
- Diversiteit
- Kunst en cultuur
- Sport
- Beheer en exploitatie begraafplaatsen en crematoria
- Burgerparticipatie, inspraak en initiatief
- Subsidieverlening
- Veiligheid en leefbaarheid
- Verkiezingen
- Basis- en kernregistraties
- Overige gedelegeerde en gemandateerde bevoegdheden
- Omgevingswet Algemene bepalingen en beperkingen Voor alle bevoegdheden in dit bevoegdhedenregister geldt de beperking dat hiervan slechts gebruik kan worden gemaakt voor zover dit plaatsvindt binnen de door de (oorspronkelijk) bevoegde bestuursorganen vastgestelde stedelijke kaders, vastgelegd in verordeningen, reglementen, beleidsregels, beleidsnota’s, beleidsvisies, budgetten etc. Het dagelijks bestuur kan in aanvulling op een stedelijk kader zelf beleid vaststellen voor zover dat beleid betrekking heeft op de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de aan hen opgedragen taken en bevoegdheden. Als in het stedelijk kader uitputtend is vastgelegd hoe het dagelijks bestuur het beleid dient uit te voeren, dan bestaat deze beleidsvrijheid niet. Ingeval van het opstellen van subsidieregelingen geldt dat het dagelijks bestuur daartoe uitsluitend bevoegd is als die bevoegdheid daartoe expliciet in een stedelijk kader aan het dagelijks bestuur is gegeven (zie hierna W.3). In aanvulling op de beperking die onder
- opgenomen is, geldt voor de gemandateerde bevoegdheden het volgende. Bij mandaat blijft het bestuursorgaan dat de bevoegdheid mandateert voor de bevoegdheid verantwoordelijk. Dit betekent dat het bestuursorgaan dat het mandaat verleent ook altijd de bevoegdheid houdt om deze zelf uit te oefenen. Verder kunnen bij mandaat instructies worden gegeven of voorwaarden worden gesteld. Dit kunnen instructies en voorwaarden zijn die in algemene zin bij het verlenen van het mandaat ten aanzien van de bevoegdheid worden meegegeven, maar ook instructies of voorwaarden in concrete situaties. Deze kunnen bovendien zowel schriftelijk als mondeling worden gegeven. Het bestuursorgaan dat de bevoegdheid in mandaat uitoefent dient zich ook aan de gestelde instructies en voorwaarden te houden. Het dagelijks bestuur betrekt het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan bij het gebruik maken van de bevoegdheden indien sprake is van politiek gevoelige onderwerpen. Onder politiek gevoelige onderwerpen wordt in ieder geval verstaan, onderwerpen waarbij: hoge afbreukrisico’s aanwezig zijn; stadsdeeloverstijgende belangen spelen; uniforme besluitvorming gewenst is; strategische belangen van het stadsbestuur in het geding zijn; expertise nodig is die op stadsdeelniveau niet goed is ontwikkeld. De behandeling van en de beslissing op bezwaarschriften gericht tegen besluiten die op grond van een gedelegeerde bevoegdheid zijn genomen of op basis van een bevoegdheid die door het college aan het dagelijks bestuur is gemandateerd, vindt door het dagelijks bestuur plaats overeenkomstig de Regeling bezwaar en beroep (college en burgemeester). Het dagelijks bestuur betrekt het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan bij de besluitvorming indien tegen een door het dagelijks bestuur genomen beslissing op een bezwaarschrift beroep of hoger beroep wordt ingesteld bij de bestuursrechter en het bestuursorgaan betrokken was op grond van de overwegingen onder
- Verder betrekt het dagelijks bestuur het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan bij de besluitvorming indien zij voornemens is tegen een uitspraak van de bestuursrechter hoger beroep dan wel incidenteel hoger beroep in te stellen. Het beroep en het hoger beroep worden in overeenstemming met DJZ door het dagelijks bestuur behandeld. De bevoegdheid om te beslissen op bezwaarschriften ingediend tegen besluiten die zijn genomen op grond van een bevoegdheid die door de burgemeester aan de voorzitter van het dagelijks bestuur is gemandateerd, is in beginsel niet gemandateerd. In de Regeling bezwaar en beroep (college en burgemeester) wordt nader geregeld in welke situaties welk bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de voorbereiding van de beslissing op bezwaar en de beslissing op bezwaar zelf. Het dagelijks bestuur is bevoegd de gedelegeerde bevoegdheden te mandateren, waarbij ondermandaat aan anderen is toegestaan. Het dagelijks bestuur en de voorzitter van het dagelijks bestuur zijn bevoegd om voor de gemandateerde bevoegdheden ondermandaat te verlenen. De mandaatnemer is bevoegd de aan hem gemandateerde bevoegdheden onder te mandateren aan anderen. Het voorgaande geldt ook als sprake is van volmacht en machtiging. Als de wet- en regelgeving waarop een verleende bevoegdheid berust wijzigt, wordt de bevoegdheid geacht te zijn verleend op grond van de bepalingen uit de gewijzigde wet- en regelgeving. De wijzigingen worden zo spoedig mogelijk in het register verwerkt; Het mandaat voor het uitoefenen van een bevoegdheid omvat tevens alle direct met de gemandateerde bevoegdheid -al dan niet in de Awb opgenomen- samenhangende handelingen en besluiten zoals, maar niet beperkt tot het verrichten van alle benodigde (feitelijke) voorbereidings- en uitvoeringshandelingen en voeren van correspondentie; het verstrekken van mondelinge of schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard; het ondertekenen van de betreffende stukken; het voldoen aan publicatieverplichtingen; het verdagen (verlengen) c.q. opschorten van beslistermijnen inzake te nemen besluiten overeenkomstig van toepassing zijnde regelgeving, voor zover niet opgenomen in het mandaatregister; het beslissen op ingebrekestellingen wegens het niet tijdig beslissen als bedoeld in paragraaf 4.1.3.2 Algemene wet bestuursrecht; het vragen van adviezen en het inwinnen van inlichtingen. De mandaatverlening omvat in ieder geval de bevoegdheid om, ter zake van de bevoegdheden opgenomen in dit bevoegdhedenregister, te weigeren, in te trekken, te wijzigen, voorschriften of voorwaarden te stellen, niet in behandeling te nemen, te verzoeken om aanvullende gegevens te verstrekken e.e.a. voor zover niet reeds opgenomen in het bevoegdhedenregister en mits niet uitdrukkelijk uitgesloten of beperkt is. o. Algemene bevoegdheden Nr. Omschrijving bevoegdheid Grondslag Bevoegd bestuurs-orgaan Soort overdracht Verleend aan Bijzonderheden en beperkingen A.1 besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente art. 160, lid 1, aanhef en onder d, Gemeentewet college mandaat DB geldt niet voor het oprichten of deelneming in een rechtspersoon financiële dekking moet aanwezig zijn in de vorm van een daarvoor bestemde begrotingspost het aangaan van de rechtshandeling moet voortvloeien uit de aan het dagelijks bestuur expliciet opgedragen taken en bevoegdheden de rechtshandelingen vinden plaats binnen stedelijke kaders, dit betekent in elk geval in lijn met de nota inkopen en aanbesteden, de aanbestedings-instructies, de nota 10 wegen, het leningen- en garantiebeleid, de nota doelgericht op afstand
- het aangaan van een rechtshandeling heeft betrekking op het verhaal van kosten van de grondexploitatie bij een ruimtelijk besluit, als bedoeld in artikel 6.24 Wro. A.2 verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen (waaronder het ondertekenen van overeenkomsten) art. 171 Gemeente-wet burge-meester volmacht VZ zie de bijzonderheden bij A.1 betreft privaatrechtelijke rechtshandelingen voortvloeiend uit de bevoegdheid bij A.1 A.3 beslissen op aansprakelijk-stellingen van derden, voor zover deze betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van de bestuurscommissie art. 160, lid 1, aanhef en onder d, Gemeentewet college delegatie DB A.4 Beslissen op verzoeken in het kader van de algemene verordening nadeelcompensatie Art. 2 Algemene verordening nadeelcompensatie college/ burge-meester mandaat DB/ VZ mandaat geldt uitsluitend indien het (vermeend) schadeveroorzakende besluit in mandaat door de het dagelijks bestuur is genomen en er niet wordt afgeweken van het advies van de schadecommissie A.5 Beslissen op verzoeken om schadevergoeding art. 8:90, tweede lid Awb college/ burge-meester mandaat DB/ VZ mandaat geldt uitsluitend indien het (vermeend) schadeveroorzakende besluit in mandaat door het dagelijks bestuur is genomen A.6 besluiten om een derde aansprakelijk te stellen, in gebreke te stellen in het kader van een door het dagelijks bestuur ingestelde (rechts-) vordering, voor zover deze vordering, aansprakelijkstelling, ingebrekestelling betrekking heeft op de taken en bevoegd-heden van het dagelijks bestuur art. 160, lid 1, aanhef en onder d, Gemeentewet college delegatie DB A.7 behandelen en afdoen van klachten als bedoeld in titel 9.1 Awb, voor zover die betrekking hebben op een aangelegenheid opgenomen in de takenlijst en het bevoegdheden-register titel 9.1 Awb college en burge-meester machtiging DB de machtiging omvat niet de verantwoordelijkheid voor een zorgvuldige klachtbehandeling. De kaders voor zorgvuldige klachtbehandeling worden vastgesteld in een stedelijke regeling A.8 besluiten om tegen een uitspraak van de bestuursrechter hoger beroep dan wel incidenteel hoger beroep in te stellen, incl. het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening te treffen art. 8: 104, lid 1 Awb; art. 8:110, lid 1 Awb college mandaat DB A.9 vertegenwoordigen van het college en Bm bij procedures bij de bestuursrechter waarbij besluiten aan de orde zijn die op grond van een gemandateerde bevoegdheid zijn genomen college/ burge-meester machtiging DB A.10 beslissen op verzoeken om verstrekking van informatie m.b.t. bestuurlijke aangelegenheden als bedoeld in art. 4.1 Wet open overheid voor zover die betrekking hebben op de in dit bevoegdhedenregister opgenomen bevoegdheden art. 4.1 Woo college/ burge-meester mandaat DB A.11 beslissen inzake het uit eigen beweging verstrekken van informatie m.b.t. bestuurlijke aangelegenheden zoals bedoeld in art. 3.1 Wet open overheid, voor zover die betrekking hebben op de in dit bevoegdhedenregister opgenomen bevoegdheden art. 3.1 Woo college/ burge-meester mandaat DB A.12 beslissen op bezwaarschriften tegen in ondermandaat van het DB genomen besluiten art. 7:11 Awb college/ burge-meester mandaat/ ondermandaat DB A.13 Vervangen door reproducties, en vervreemden van archiefbescheiden en opmaken van een verklaring van vervanging door reproducties, en vervreemding van archiefbescheiden art. 7, 8, eerste en tweede lid, Archiefwet art. 6, eerste en tweede lid, 7, eerste en tweede lid, 8, Archiefbesluit college mandaat DB mandaat is beperkt tot de archiefbescheiden die zien op de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur A.14 overbrengen en vervroegd over-brengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats en het opmaken van een verklaring van overbrenging art. 12, eerste lid, art. 13, eerste lid, Archiefwet en art. 9, , Archiefbesluit college mandaat DB mandaat is beperkt tot de archiefbescheiden die zien op de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur A.15 verzoeken om een machtiging van Gedeputeerde Staten om overbrenging naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats op te schorten art. 13, derde en vierde lid, Archiefwet college mandaat DB mandaat is beperkt tot de archiefbescheiden die zien op de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur A.16 opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden art. 8, Archiefbesluit college mandaat DB mandaat is beperkt tot de archiefbescheiden die zien op de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur A.17 stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden art. 15, eerste en tweede lid en art. 16, tweede lid, Archiefwet en art. 10, Archiefbesluit college mandaat DB mandaat is beperkt tot de archiefbescheiden die zien op de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur A.18 overdragen van archiefbescheiden van een organisatie-onderdeel aan een ander organisatie-onderdeel art. 4, onder d, van het Besluit informatie-beheer 2010 college mandaat DB mandaat is beperkt tot de archiefbescheiden die zien op de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur A.19 bevoegdheden die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkene als bedoeld in hoofdstuk III Artikelen 12 tot en met 23 Algemene Verordening Gegevens-bescherming College/ BM Mandaat/machtiging DB/VZ A.20 het doen van een mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene Artikel 34 Algemene Verordening Gegevens-bescherming college/BM mandaat/machtiging DB/VZ A.21 het doen van een voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoonsgegevens Artikel 36 Algemene Verordening Gegevens-bescherming college/BM mandaat/machtiging DB/VZ
- Gebiedsontwikkeling en ruimtelijk beheer Algemene beperkingen: Mandaat geldt niet voor stedelijke gebieden, projecten en belangen, zoals nader aangegeven op bij dit register behorende kaart bijlage A. Deze kaart wordt jaarlijks geactualiseerd en ter vaststelling voorgelegd aan het college. Een uitzondering hierop vormen de taken en bevoegdheden op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht met betrekking tot woonboten en bedrijfsvaartuigen waar een ligplaatsvergunning voor is vereist. Als een ligplaatsvergunningen is vereist, is het dagelijks bestuur wel bevoegd. Mandaat is beperkt tot die projecten waarvan het dagelijks bestuur opdrachtgever is. Voor alle nieuwe projecten wordt in de initiatieffase bepaald welk bestuur verantwoordelijk is. Richtlijn daarbij is dat de minder complexe en/of minder risicovolle projecten tot de bevoegdheid van het dagelijks bestuur behoren. Als op grond van onderdeel 7 (Milieu en duurzaamheid) de bevoegdheden o.g.v. de Wabo en milieuregelgeving niet gemandateerd worden, dan zijn de bevoegdheden genoemd in de onderdelen B.12 tot en met B.17 ook niet gemandateerd. Mandaat geldt niet als de vergunningverlening betrekking heeft op tunnels. Mandaat geldt niet als de vergunningverlening betrekking heeft op een of meer windturbines met een opgeteld vermogen van 3 MW of meer. Nr. Omschrijving bevoegdheid Grondslag Bevoegd bestuurs-orgaan Soort over-dracht Ver-leend aan Bijzonderheden en beperkingen B.1 doen van een kennisgeving van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden art. 1.3.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening college mandaat DB B.2 plegen van vooroverleg art. 3.1.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening college mandaat DB B.3 plegen van vooroverleg i.v.m. voorbereiden van het vaststellen van een wijzigingsplan art. 3.9a Wet ruimtelijke ordening, art. 3.1.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening college mandaat DB B.4 plegen van vooroverleg i.v.m. voorbereiden van het vaststellen van een uitwerkingsplan art. 3.9a Wet ruimtelijke ordening, art. 3.1.1, lid 1 Besluit ruimtelijke ordening college mandaat DB B.5 besluiten tot het stellen van nadere eisen art. 3.6, lid 1, aanhef en onder d en lid 4 Wet ruimtelijke ordening college mandaat DB B.6 beslissen tot het toepassen van de coördinatieregeling art. 3.30, lid 2 en lid 3 en art. 3.31 Wet ruimtelijke ordening college mandaat DB soort overdracht is afhankelijk van en volgt de bevoegdheid van de te coördineren bevoegdheden Voor zover een van de te coördineren besluiten een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan betreft, heeft mandaat uitsluitend betrekking op: de beslissing om de coördinatieregeling toe te passen beslissingen en handelingen die samenvallen/samen-lopen met beslissingen in het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan, wijzigings- en uitwerkingsplan B.7 beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een vergoeding voor planschade (incl. sluiten van een overeenkomst) art. 6.1 (m.u.v. het bepaalde onder lid 2, aanhef en onder a) en 6.4a Wet ruimtelijke ordening, art. 6.1.3.1 en 6.1.3.2 Besluit ruimtelijke ordening college mandaat DB mandaat geldt alleen als het schadeveroorzakend besluit door het dagelijks bestuur in mandaat genomen is, als het schadeveroorzakend besluit door een voormalige deelgemeente genomen is, is het college bevoegd B.8 verbinden voorschriften exploitatiebijdrage aan omgevings-vergunning en stellen termijn exploitatie-bijdrage art. 6.17 Wet ruimtelijke ordening college mandaat DB mandaat geldt alleen als het schadeveroorzakend besluit door het dagelijks bestuur in mandaat genomen is B.9 stilleggen bouw bij niet voldoen betalen exploitatiebijdrage art. 6.21, lid 1, Wet ruimtelijke ordening college mandaat DB mandaat geldt alleen als het schadeveroorzakend besluit door het dagelijks bestuur in mandaat genomen is B.10 invorderen exploitatiebijdrage bij dwangbevel art. 6.21, lid 2, Wet ruimtelijke ordening college mandaat DB mandaat geldt alleen als het schadeveroorzakend besluit door het dagelijks bestuur in mandaat genomen is B.11 geheel of gedeeltelijk intrekken van een omgevingsvergunning bij niet betalen van exploitatiebijdrage art. 6.21, lid 3, Wet ruimtelijke ordening college mandaat DB mandaat geldt alleen als het schadeveroorzakend besluit door het dagelijks bestuur in mandaat genomen is B.12 het opnemen van de in artikel 6.24 Wro genoemde bepalingen in (anterieure en posterieure) overeenkomsten; het publiceren van de kennisgeving van de overeenkomst; het ter inzage leggen van een zakelijke beschrijving van de inhoud van de overeenkomst art. 6.24 Wet ruimtelijke ordening en art. 6.2.12 Besluit ruimtelijke ordening college en burge-meester mandaat en machti-ging DB B.13 beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevings-vergunning voor het bouwen van een bouwwerk (incl. weigeren, wijzigen, stellen van voorschriften, aanhouden beslissing, over-dracht, verlengen beslistermijn en alle voorbereidende en uitvoerende besluiten) art. 2.1, lid 1, aanhef en onder a, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.20, lid 1, art. 2.22, art. 2.23, art. 2.24, 2.25, lid 3, art. 2.26, art. 2.29, art. 2.31, art. 3.1 t/m 3.6, art. 3.8, art. 3.9, art. 3.10, art. 3.11, art. 3.12, art. 3.15 Wabo college mandaat DB B.14 beslissen op aanvragen voor het verkrijgen van een omgevings-vergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheers-verordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald (incl. weigeren, wijzigen, stellen van voor-schriften, aanhouden beslissing, overdracht, verlengen beslistermijn en alle voorbereidende en uitvoerende besluiten) art. 2.1, lid 1, aanhef en onder b, art. 2.5, art. 2.6, art. 2.20, lid 1,