In het kort
Deze verordening regelt de fysieke leefomgeving in Flevoland, met name op het gebied van gesloten stortplaatsen, afvalwater en bodemsanering. Het doel is om de verordening aan te passen aan de Waterwet en deze te actualiseren.
Wat het reguleert
- De activiteiten op, in, onder of over gesloten stortplaatsen waar nazorg wordt uitgevoerd.
- De aanvraag van ontheffingen voor de zorgplicht met betrekking tot afvalwater.
- De wijze van melden en de inhoud van saneringsplannen voor bodemsanering.
- De meldingsplichten tijdens de uitvoering van bodemsanering.
Wie het betreft
- Personen of instanties die activiteiten uitvoeren op of rond gesloten stortplaatsen.
- Aanvragers van ontheffingen voor de zorgplicht voor afvalwater.
- Degene die een zakelijk of persoonlijk recht heeft op verontreinigd grondgebied en de gebruiker daarvan.
- Degene in wiens opdracht of door wie de bodemsanering feitelijk wordt uitgevoerd.
Kernpunten
- Het is verboden om werken te maken of te behouden, stoffen of voorwerpen te storten, plaatsen of neer te leggen, of andere handelingen te verrichten die de uitvoering van nazorgmaatregelen voor gesloten stortplaatsen kunnen belemmeren of nazorgvoorzieningen kunnen beschadigen (Artikel 2.1, eerste lid).
- Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van dit verbod als het belang dat de stortplaats geen nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt, zich daartegen niet verzet (Artikel 2.2).
- Rapporten en plannen voor bodemsanering moeten in enkelvoud worden ingediend op een vastgesteld formulier en moeten specifieke gegevens bevatten, zoals adres, kadastrale aanduiding en ligging van de verontreiniging (Artikel 3.1, eerste en tweede lid).
- Degene die de sanering uitvoert, moet uiterlijk twee weken voor de aanvang van de grondsanering of grondwatersanering de aanvangsdatum en specificatie van betrokken bedrijven en instanties schriftelijk melden aan gedeputeerde staten (Artikel 3.3, eerste lid).
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.