Bouwverordening Zandvoort 2010Vastgesteld door de gemeenteraad van : d.d. 07 september 2010 Zandvoort Gepubliceerd in de Zandvoortse Courant : d.d. 30 september 2010 Inwerkingtreding : d.d. 01 oktober
Art. 4
, lid 1, sub b 8.2.2, lid 1,
Art.4
,lid 2,subb,c,d en e 8.2.2, lid 1, suba,b,d en e Art.4,lid 3,suba,b enc8.2.1,lid 1,sub aen b Art. 5 8.3.3, lid 3 vervallen Art. 6 1.1 (Begripsbepaling) Art. 7 H. 8, Toelichting Algemeen brochure VROM nog niet gereed Art. 8, lid 1 8.3.5, lid 1 en 2 Art. 8, lid 2 Min. Besluit is er nog niet Art. 10, letter a 8.1.1 Art. 10, letter b 8.1.2, lid 3,
Art. 10, letter c 8.2.1 Art.
10, letter d 8.2.1, lid 7 Art. 10, letter e 8.2.1, lid 8 Art. 10, letter f 8.2.1, lid 9 Art. 10, letter g 8.2.1, lid 8 Art. 10, letter h 8.2.1, lid 12 Art. 10, letter i 8.1.4, lid 2 Art. 10, letter j 8.1.2, lid 4 Art. 10, letters k, l, m en n 8.3.3, lid 1 t/m 4 Art. 11 12.1, lid 1 en 2 9 Welstand Artikel 9.1 De advisering door de welstandscommissie 1.De welstandscommissie adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in artikel 44, eerste lid onder d van de Woningwet. De welstandscommissie baseert haar advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria. 2.Burgemeester en wethouders beoordelen zonder advies van de welstandscommissie of licht-vergunningplichtige bouwwerken niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Burgemeester en wethouders baseren hun standpunt op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria. Artikel 9.2 Samenstelling van de welstandscommissie 1.De welstandscommissie bestaat ten minste uit drie leden, waaronder een voorzitter en een secretaris, waarvan ten minste drie leden deskundig zijn op het gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit dan wel cultuurhistorie. 2.Voor de leden worden plaatsvervangers aangewezen. 3.De welstandscommissie kan slechts adviezen uitbrengen indien ten minste drie leden aanwezig zijn en waarvan ten minste twee leden beschikken over deskundigheid op het gebied van welstand. 4.De leden van de commissie zijn onafhankelijk van het gemeentebestuur. 5.In de welstandscommissie kan een ingezetene van de gemeente anders als bedoeld in het eerste lid zitting hebben. Artikel 9.3 Benoeming en zittingsduur 1.De voorzitter, de secretaris en de overige leden van de welstandscommissie en hun plaatsvervangers worden op voorstel van de burgemeester en wethouders benoemd en ontslagen door de gemeenteraad. 2.De leden van de welstandscommissie kunnen ten hoogste voor een termijn van drie jaar worden benoemd. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar. 3.Het reglement van orde van de welstandscommissie dat als bij deze verordening is vastgesteld, bevat, binnen het gestelde in de voorgaande leden, nadere benoemingsprocedures. Artikel 9.4 Jaarlijkse verantwoording De welstandscommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt: -op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota; de werkwijze van de welstandscommissie; op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen; de aard van de beoordeelde plannen; de bijzondere projecten. -De welstandscommissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzienvan het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder. Artikel 9.5 Termijn van advisering 1.De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen vier weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. 2.De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen indien deze vergunning betrekking heeft op een deel van een project of een gefaseerde aanvraag betreft. 3.Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de welstandscommissie een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wat algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel 9.6 Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting 1.De behandeling van bouwplannen door de welstandscommissie is openbaar. De agenda voor de vergadering van de welstandscommissie wordt tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuwsof huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Indien burgemeester en wethouders -al dan niet op verzoek van de aanvrager -een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2.Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen heeft verzocht, wordt deze door of namens de welstandscommissie in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan. 3.In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld. 4.Belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht. Het reglement van orde van de welstandscommissie dat als bijlage 9 bij deze verordening is vastgesteld, voorziet in een procedurele opzet, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht in de toelichtende fase en de beraadslagingen. Artikel 9.7 Afdoening bij mandaat 1.De welstandscommissie kan de advisering over een aanvraag om advies mandateren aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. De aangewezen leden (voorzitter en/of secretaris) adviseren over bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de welstandscommissie als bekend mag worden verondersteld. 2.In elk geval van twijfel legt de gemandateerde het bouwplan als bedoeld in het vorige lid alsnog voor aan de welstandscommissie. 3.Behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar. Indien burgemeester en wethouders -al dan niet op verzoek van de aanvrager -een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. Artikel 9.8 Vorm waarin het advies wordt uitgebracht 1.De welstandscommissie adviseert en motiveert haar advies schriftelijk. 2.Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen. Artikel 9.9 Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken 1.Indien de raad op grond van artikel 12 van de Woningwet het voornemen heeft een gebied van de gemeente of een categorie bouwwerken uit te sluiten van welstandstoezicht, neemt de raad het daartoe strekkende besluit niet dan nadat: a. op het voornemen inspraak is verleend; b. het advies van de welstandscommissie is ingewonnen. 2.De inspraak als bedoeld in het eerste lid vindt plaats op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 Gemeentewet vastgestelde verordening. 10 Overige administratieve bepalingen Artikel 10.1 (vervallen) Artikel 10.2 De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen (vervallen) Artikel 10.3 (vervallen) Artikel 10.4 Overdragen mededeling (vervallen) Artikel 10.5 Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen (vervallen) Artikel 10.6 Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening -of in de bij deze verordening behorende bijlagen -wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd. 11 Handhaving Artikel 11.1 Stilleggen van de bouw (vervallen) Artikel 11.2 Overtreding van het verbod tot ingebruikneming (vervallen) Artikel 11.3 Stilleggen van het slopen (vervallen) Artikel 11.4 Onderzoek naar een gebrek (vervallen) 12 Straf-, overgangs-en slotbepalingen Artikel 12.1 Strafbare feiten (vervallen) Artikel 12.2 Overgangsbepaling bodemonderzoek Indien ten behoeve van de bouw van een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, in enig ander verband dan de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen indicatief bodemonderzoek is verricht, geldt dit indicatieve bodemonderzoek als het in artikel 2.1.5 bedoelde verkennende bodemonderzoek, tenzij burgemeester en wethouders van mening zijn dat het indicatieve bodemonderzoek niet meer als een recent onderzoek kan worden gezien. Artikel 12.3 Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen Het bepaalde in de artikelen 5.1.2 en 5.1.3 inzake de bereikbaarheid van gebouwen is niet van toepassing op een gebouw, dat gebouwd is of wordt op basis van een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Woningwet van 12 juli 1962, tenzij bij een latere vergunning op grond van artikel 40 van de Woningwet eisen aan de bereikbaarheid van dat gebouw zijn gesteld. Artikel 12.4 (vervallen) Artikel 12.5 Overgangsbepaling sloopmelding (vervallen) Artikel 12.6 Slotbepaling 1.Deze wijzigingsverordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt. 2.Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de bouwverordening, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 8 december 2009 en alle daarin aangebrachte wijzigingen; 3.Deze verordening kan worden aangehaald als de “bouwverordening Zandvoort 2010”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 september 2010, De voorzitter, De griffier, Bijlage 1 tot en met 6 (vervallen) Bijlage 7 Kwaliteitseisen voor buizen en hulpstukken van de buitenriolering op erven en terreinen Bijlage als bedoeld in artikel 2.7.6 De NEN-normen, bedoeld in artikel 2.7.6, zesde lid, zijn de volgende: a. NEN 7002, uitgave 1968, 'Centrifugaal gegoten gietijzeren afvoerbuizen' (met correctieblad d.d. december 1979); b. NEN 7003, uitgave 1968, 'Hulpstukken voor gietijzeren afvoerbuizen' (met correctieblad d.d. december 1979); c. NEN 7013, uitgave 1980, 'Expansiestukken van PVC en ABS voor binnen-en buitenrioleringen'; d. NEN-EN 1401-1, uitgave 2009, 'Kunststofleidingsystemen voor vrij verval buitenriolering -Ongeplasticeerd PVC (PVC-U) -Deel
- Eisen voor buizen, hulpstukken en het systeem' (Engelstalig); e. NEN-EN 295-1, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval, met inbegrip van de aanvullingsbladen A1, uitgegeven 1996, A2, uitgegeven 1997, en A3, uitgegeven 1999 -Deel
- Eisen' (Engelstalig); f. NEN-EN 295-2, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval, met inbegrip van aanvullingsblad A1, uitgegeven 1999 -Deel
- Kwaliteitscontrole en monstername' (Engelstalig); g. NEN-EN 295-3, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval -Deel
- Beproevingsmethoden' (Engelstalig). Bijlage 8 Checklist voor de visuele inspectie van woningen en daarmee vergelijkbare bouwwerken op de aanwezigheid van asbest . Bijlage behorende bij artikel 8.1.2 Asbestcementproducten en overige producten waarin asbest in hechtgebonden vorm voorkomt (N.B. De aanduiding 'hechtgebonden' geldt voor het nieuwe product. Door slijtage kan de hechtgebondenheid van deze producten in de loop der tijd afnemen.) Product Mogelijk toegepast in Mate waarin het is toegepast Uiterlijk Asbestcement, vlakke plaat Gevels, dakbeschot, rondom schoorstenen Vaak Grijze plaat van 3 tot 8 mm dik, vaak aan een kant ‘wafelstructuur' Asbestcement, vlakke gevelplaat met coating Decoratieve buitengevels, galerij Vrij algemeen in flats Als vlakke plaat maar met aan een kant gekleurde geëmailleerde of gespoten coating Asbestcement, schoorsteen of luchtkanaal Bij kachel of CV- installatie, ventilatiekanalen Vaak Rond of vierkant kanaal, verder als vlakke plaat Asbestcement, bloembak Zowel buiten als binnen, balkons Vaak In diverse vormen, verder als vlakke plaat, meestal dunner dan betonnen bak Asbestcement, golfplaat Daken van schuren en garages Vaak Als golfplaat, in diverse dikten Asbestcement met cellulosevezels (asbestboard) Alleen geschikt voor binnentoepassingen, aftimmeringen, inpandige kasten Soms Geelbruine, dunne plaat, lijkt op hardboard Asbestcement, dakleien Imitatieleien In Nederland weinig toegepast Vlakke plaatjes, aan één zijde gecoat Asbestcement, standleidingen Afvoer toilet Vaak Als luchtkanaal, maar dikker Asbestcement, imitatiemarmer Vensterbanken en schoorsteenmantels Soms Als marmer, in breuk of zaagvlakken zijn witte vezels zichtbaar Harde asbesthoudende vinyltegels Toiletten, keukens Soms, meestal bij de bouw gelegd Harde tegel met meestal een wit gevlamd motief Producten waarin asbest in een niet-hechtgebonden vorm voorkomt. Afdichtkoord Afdichting schoorstenen kachelruitjes en deurtjes, in oude haarden en allesbranders, Regelmatig Wit tot vuilgrijs pluizig koord Asbesthoudend stucwerk Op (vochtige) muren en plafonds Nauwelijks Vezelige korrelstructuur Brandwerend board Onder CV-ketels, wanden CV-kast, stoppenkast, plafonds, trapbeschot Regelmatig, vooral in flats en grotere complexen Lichtbruin tot geel, zachtboardachtig Asbestkarton Bekleding zoldering Weinig Lichtgrijs, kartonachtig Vinylzeil met asbesthoudende onderlaag Keukens, trappen enz., geproduceerd voor 1983 Zeer vaak Zeer divers, alleen te herkennen door analyse onderlaag Toelichting tabel Herkennen van asbest Alleen in een laboratorium kan met 100 procent zekerheid worden vastgesteld of een materiaal of een product asbest bevat. Wel kunt u materialen herkennen waarin mogelijk asbest zit. Het bovenstaande overzicht helpt daarbij. Dit overzicht is niet volledig. Voor de herkenning van vinylvloertegels en vinylvloerbedekking (in de volksmond zeil) waarin mogelijk asbest zit, kan de volgende informatie worden gegeven: Asbesthoudende vinylvloertegels Tot omstreeks 1985 waren vinylvloertegels te koop, die verstevigd zijn met asbest. Meestal zijn deze kunststoftegels al tijdens de bouw gelegd. Vinylvloertegels zijn veelal toegepast in vochtige ruimten, zoals toiletten en keukens. Vinylvloertegels zijn hard en een beetje glanzend, vaak met een wit 'gevlamde' decoratie. Asbesthoudende vinylvloerbedekking Vinylvloerbedekking met asbest was tussen 1968 en 1983 te koop. Het is veel gebruikt in keukens en op trappen. De toplaag is van PVC en in de onderlaag zit asbest. Deze viltachtige onderlaag lijkt op karton en is lichtgrijs tot lichtbeige en soms lichtgroen. Asbest zit bijna nooit in de volgende soorten vloerbedekking: vloerbedekking van textiel (tapijt); ondertapijt van vilt; breekbaar, dun zeil met een doffe, zwarte of wijnrode onderkant; stijve, zeilachtige vloerbedekkingen met een harde, ruwe onderzijde met daarin een grofmazig juteweefsel, zoals linoleum; buigzaam zeil met een dikke, bruine, harige onderzijde; soepel zeil met een onderkant van kunststof (plastic) of foam (schuim). Ten slotte is het van belang het volgende te weten: Toepassing en verkoop van asbest is sinds 1 juli 1993 nagenoeg verboden. Na 1983 is vrijwel geen losgebonden asbest meer toegepast. Sinds enkele jaren zijn ook asbestvrije cementplaten (bijvoorbeeld golfplaten) op de markt. De in Nederland gefabriceerde asbestvrije cementplaten zijn te herkennen aan de opdruk NT aan de onderzijde van de plaat. Bijlage 8 Keuzetabel voor de vaststelling van deelstromen bij sloop niveau I minimumscheiding niveau I-plus minimumscheiding niveau II niveau III maximumscheiding gevaarlijke afvalstoffen (voorheen: chemische of chemisch verontreinigde afvalstromen) gevaarlijke afvalstoffen (voorheen: chemische of chemisch verontreinigde afvalstromen) olieproducten -------------- overig gevaarlijk afval afgewerkte olie brandstofrestanten ---------------------- batterijen accu's ---------------------- schoorsteenkanalen rookkanalen overig chemisch belast puin verontreinigde leidingen oliehoudende elementen coatings, kitten bitumineuze materialen zeefzand tl-buizen/starters halogeen lampen niet uitputtende lijst, voor overzicht zie EURAL asbest en asbesthoudende afvalstromen asbest en asbesthoudende afvalstromen asbestprodukten ------------------ met asbest en asbeststof verontreinigd sloopafval golfplaat spouwbladen brandwerende platen isolatiemateriaal produkten niet elders genoemd ---------------------- met asbest en asbeststof verontreinigd sloopafval metalen metalen ferro constructiebalken e.d. metalen trappen e.d. betonijzer schroot tanks, silo's ferro niet elders genoemd non ferro aluminium (kozijnen, constructies) lood (buis, slabben) zink (regenpijp, dakgoot) niveau I minimumscheiding niveau I-plus minimumscheiding niveau II niveau III maximumscheiding koperbuis non ferro niet elders genoemd elektriciteitskabels kabels 220 V kabels > 220 V steenachtig afval i.c. betonpuin en baksteenpuin steenachtig afval i.c. betonpuin en baksteenpuin beton gewapend beton schuimbeton gasbeton staalvezelbeton hoge sterkte beton betonprodukten beton niet elders genoemd metselwerk metselwerkpuin metselmortel kalkzandsteen metselwerkpuin bouwblokken dakpannen/bedekking (beton, keramiek, leisteen) intacte dakpannen gebroken dakpannen dakleien keramiek wandtegels plavuizen sanitair gipshoudende elementen gipsplaat stucwerk anhydriet vloeren gipsvezelplaat gipshoudende elementen asfalt asfaltbeton asfaltpuin freesafval steelwol steenwol steenwol glaswol glaswol glaswol massief hout (zonder verduurzamingsmidde len, direct herbruikbaar) massief hout (zonder verduurzamingsmidde len, direct herbruikbaar) massief hout (direct herbruikbaar) balken vloerdelen trapelementen dakbeschot regels/tengels pallets schoon hout niet elders genoemd geverfd/gelakt hout gevelelementen kozijnen deuren parketvloeren niveau I minimumscheiding niveau I-plus minimumscheiding niveau II niveau III maximumscheiding geverfd/gelakt hout niet elders genoemd verlijmd hout (plaatmateriaal) spaanplaat multiplex hardboard vezelplaat houtwolcementplaat bekistingsmateriaal vloerplaat plaatmateriaal niet elders genoemd geïmpregneerd hout tuinhout bielzen geïmpregneerd hout niet elders genoemd overig afval kunststof gevelelementen kunststof gevelelementen kunststof gevelelementen PVC-en PE-leidingen PVC leidingsystemen (riolering, afvoer) PP en PE leidingsystemen (riolering, afvoer) dakfolies wandfolies vlak glas vlak glas vlak glas draadglas spiegelglas dubbelglas HR-en LE-glas papier en karton papier en karton papier karton overig afval LDPE/HDPE dakfolies wandfolies leidingsystemen XPS/EPS vloerisolatie dakisolatie wandisolatie PUR isolatieplaten PUR-produkten niet elders genoemd overige kunststoffen gemengd EPDM overige kunststoffen gemengd cellulose isolaties cellulose isolaties niveau I minimumscheiding niveau I-plus minimumscheiding niveau II niveau III maximumscheiding textiel gordijnen vloerbedekking door vuil voor hergebruik ongeschikte materialen folies met aanhangend vuil papier/karton met aanhangend vuil textiel met aanhangend vuil glas met kitresten composiet-materialen beton met PS-platen sandwich-panelen metselwerk met stucwerk beton met stucwerk thermohardende kunststoffen meterkasten deurknoppen overig afval overig afval Toelichting tabel In de tabel worden drie niveaus onderscheiden. Niveau I en niveau I-plus staan voor de vereiste minimumscheiding zoals bedoeld in artikel 8.4.
- Dit minimumniveau correspondeert met artikel 4.11 waarin de vereiste minimum-scheiding van bouwafval is vastgelegd. Het bestaan van twee niveaus, respectievelijk I en I-plus, is nodig omdat de gemeente-raad bij de vaststelling van artikel 4.11 juncto 8.4.1, een keuze heeft uit twee alternatieven. Niveau III geeft een optimaal scenario weer, waarin sprake is van een maximale scheiding. Niveau II is te beschouwen als een tussenstap, waarmee een verder inzicht wordt verkregen in het opsplitsen naar de verschillende afvalstromen. De verschillende categorieën van afvalstoffen die in niveau II worden onderscheiden, kunnen niet worden opgevat als definitieve oplossingen met betrekking tot scheiden. Hierna wordt kort beschreven op welke wijze de tabel kan worden gebruikt als hulpmiddel. • Gevaarlijke afvalstoffen; chemische en chemisch belaste afvalstromen: Op het gevaarlijke afval is het Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen van toepassing (EURAL). Het scheiden van de herbruikbare componenten uit het gevaarlijke afval heeft alleen zin indien deze gescheiden worden op niveau III. • Asbest en asbesthoudende afvalstromen Het scheiden van asbestprodukten tot op niveau III is niet zinvol. Volstaan kan worden met het apart houden van asbest en asbesthoudende produkten in één afvalstroom, omdat asbest altijd moet worden gestort. • Overige afvalstromen Het scheiden van de diverse componenten is alleen zinvol indien hiermee een afvalstroom wordt verkregen die in aanmerking komt voor hergebruik en waarvoor inzamel-en verwerkings-of bewerkingscapaciteit bestaan. Voor sommige componenten betekent dit dat gescheiden dient te worden tot niveau III (bijvoorbeeld bepaalde betonprodukten, steenachtige isolatiematerialen, dakpannen, metalen, kunststoffen, glas, schoon hout). Voor andere componenten kan ook worden volstaan met scheiding op niveau II (asfalt, metselwerk, kalkzandsteen, geverfd en gelakt hout, verlijmd hout, papier en karton, textiel, kabels). • Niet-herbruikbare niet-gevaarlijke (c.q. chemisch verontreinigde) afvalstromen In verband met het stortverbod voor bouw-en sloopafval, moet ook deze categorie worden beschouwd als overig afval en worden afgevoerd naar de sorteerinrichting. De tabel is niet meer dan een hulpmiddel voor de gemeente bij het bepalen van de mate van scheiding die zal worden voorgeschreven in de sloopvergunning. Er is bewust voor gekozen om geen indicatie te geven voor de verschillende inzamelstructuren en bewerkings-of verwerkingsstructuren, omdat deze regionaal of lokaal kunnen verschillen en aan wijzigingen onderhevig zijn. Het is daarom noodzakelijk dat de desbetreffende ambtenaar, verantwoordelijk voor de controle van de vergunningaanvraag, op de hoogte is van de lokale en regionale verwerkingscapaciteit voor de bij sloop vrijkomende afvalstromen. Al dan niet verontreinigde grond is niet in deze tabel opgenomen. Grond die tijdens of na het slopen wordt afgevoerd, is geen sloopafval en kan dus geen onderwerp zijn in een voorschrift van de sloopvergunning. Toch verdient het aanbeveling alert te zijn op de afvoer van (verontreinigde) grond. Voor informatie betreffende de bewerkings-en verwerkingscapaciteit en lokaties van bewerkings-en verwerkingsinstallaties kunnen onder meer de volgende publikaties worden geraadpleegd: -Vademecum voor afvalverwerkingsdiensten (uitgeverij VAD BV, Alphen aan denRijn, 1993) -SBR-brochure 230-b Bouw-afvalstoffengids, Rotterdam 1991 Bijlage 9 tot en met 12 (vervallen) Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van.7 september 2010 De griffier, De voorzitter, Toelichting op de bouwverordening Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen Asbest Het Asbestverwijderingsbesluit 2005 (Stb. 2005, 704) verstaat onder asbest: de vezelachtige silicaten actinoliet (Cas-nummer 77536-66-4), amosiet (Cas-nummer 12172-73-5), anthofylliet (Cas-nummer 77536-67-5), chrysotiel (Cas-nummer 12001-29-5), crocidoliet (Cas-nummer 12001-28-4) en tremoliet (Cas-nummer 77536-68-6), alsmede producten waarin die vezelachtige silicaten zijn verwerkt. Voor de overige begrippen wordt verwezen naar het Asbestverwijderingsbesluit 2005 en de daarbij behorende toelichting. Regeling omgevingsrecht (Mor) Met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vervalt het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning (Biab). Hiervoor komt in de plaats de Regeling omgevingsrecht (Mor). Hierin staan de indieningsvereisten voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. Besluit omgevingsrecht (Bor) Bij de inwerkingtreding van de Wabo en het Besluit omgevingsrecht (Bor) vervalt het Besluit bouwvergunningvrije en licht bouwvergunningplichtige bouwwerken (Bblb). De categorie licht bouwvergunningplichtige bouwwerken verdwijnt geheel. De vergunningvrije bouwwerken staan in bijlage II van het Bor. Bevoegd gezag In verband met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is in de bouwverordening waar nodig ‘burgemeester en wethouders’ gewijzigd in ‘bevoegd gezag’ en is in artikel 1.1 de begripsomschrijving voor bevoegd gezag opgenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van de tekst van het gewijzigde artikel 1, eerste lid, onderdeel e van de Woningwet. De bevoegdheden voor het verlenen, wijzigen en intrekken van vergunningen, als bedoeld in de bouwverordening, blijven gelijk. De meldingen vallen buiten de reikwijdte van de Wabo. Dit betekent dat de sloopmelding in hoofdstuk 8 van de bouwverordening niet wordt afgestemd met de Wabo. De diverse meldingen en mededelingen aan het bouwtoezicht, die moeten worden gedaan door de vergunninghouder, of namens deze door degene die bouwt of sloopt, blijven eveneens ongewijzigd. De melding in het kader van het Gebruiksbesluit wordt gedaan bij het bestuursorgaan waar de aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend. In het geval dit bestuursorgaan niet burgemeester en wethouders is, zendt het bestuursorgaan de melding door naar burgemeester en wethouders. Bouwbesluit 2003 Het Bouwbesluit (Stb. 2001, 410). Correcties en aanvullingen van het geconverteerde Bouwbesluit en tevens de aanpassing van andere besluiten aan het Bouwbesluit zijn gepubliceerd in Stb. 2002,
- In deze besluiten zijn de technische bouwvoorschriften op grond van de Woningwet (Stb. 2001, 518) opgenomen. Bouwtoezicht De Woningwet geeft in artikel 92 expliciet de opdracht aan burgemeester en wethouders om zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk I tot en met IV van de Woningwet. Op grond van artikel 5.10, lid 3 Wabo wijzen burgemeester en wethouders ambtenaren aan die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk I tot en met III van de Woningwet. Artikel 5.10 Wabo heeft betrekking op alle vormen van toezicht (op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau). Alle bestuurslagen kunnen in beginsel bevoegd gezag zijn onder de Wabo. Dit werkt ook door in de toezichtsbevoegdheden. Ook ambtenaren op provinciaal of op rijksniveau kunnen onder omstandigheden als “bouwtoezicht” worden aangemerkt. Gebruiksoppervlakte Het begrip gebruiksoppervlakte is ontleend aan het Bouwbesluit, artikel 1, lid 2 begripsbepalingen. De gebruiksoppervlakte is van belang bij de bepalingen omtrent overbevolking (hoofdstuk 7, paragraaf 1). Bouwwerk en gebouw De definitie van bouwen in artikel 1 van de Woningwet maakt gebruik van de als bekend veronderstelde term bouwwerk. De inhoud van de term bouwwerk wordt bepaald door de begripsomschrijving in de bouwverordening en de jurisprudentie. De Woningwet maakt op diverse plaatsen onderscheid tussen gebouwen en bouwwerken, niet zijnde een gebouw. Het begrip gebouw is bepaald in artikel 1 van de Woningwet. Deskundig bedrijf Het begrip deskundig bedrijf is uitsluitend van belang voor de toepassing van hoofdstuk 8 van deze verordening. Het begrip is gekoppeld aan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 6, eerste lid van het Asbestverwijderingsbesluit
- En dit is: een bedrijf dat in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 4.54d, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Voor een uiteenzetting over de certificering van bedrijven wordt verwezen naar de algemene toelichting op het Asbestverwijderingsbesluit
- Zie hiervoor www.ascert.nl Omgevingsvergunning In de bouwverordening worden de begrippen ‘omgevingsvergunning voor het bouwen’ en ‘omgevingsvergunning voor het slopen’ gebruikt voor de in de begripsomschrijving genoemde activiteiten. Uiteraard bestaat maar één omgevingsvergunning, geen twee Vergunningvrij bouwen Met de komst van de Wabo is ook de Woningwet ingrijpend gewijzigd. Voor welke activiteiten geen omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist staat in bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor). Dit besluit is gebaseerd op de Wabo en vervangt het Besluit bouwvergunningvrije en licht bouwvergunningplichtige bouwwerken (Bblb). Op hoofdlijnen omvat de verruiming van het vergunningvrije bouwen de volgende onderdelen: -De categorie lichte bouwvergunning komt te vervallen. Een activiteit, zoals hetbouwen, is nu vergunningvrij of vergunningplichtig; -De categorie ‘omgevingsvergunningvrije’ bouwwerken wordt verder verruimdwaarbij twee categorieën vergunningvrij bouwen worden onderscheiden: 1.een categorie waarop de bebouwingsregeling van het bestemmingsplan of debeheersverordening (of andere planologische regelingen) wel van toepassing is (art. 3) en
- 2.een categorie waarop de bebouwingsregeling van het planologisch regime niet van toepassing is. Een en ander hangt samen met het in de Wabo opgaan van planologische afwijkingsbesluiten; -Alle uitbreidingen van en bijgebouwen bij een hoofdgebouw worden onder een nieuw begrip ‘bijbehorend bouwwerk’ gebracht; -Vergunningvrij bouwen wordt mogelijk bij alle typen gebouwen (was alleen bij woningen en woongebouwen); - Vervallen maximale maatvoering van 2,5 m voor diepte van een aan-of uitbouw; - Bouwen in, aan, op of bij een monument blijft vergunningplichtig; Artikel 1.3 Indeling van het gebied van de gemeente Algemeen Sinds 1 juli 2008 geldt de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In afwijking van de daarvoor geldende Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) moet op grond van de nieuwe wet ook een bestemmingsplan worden vastgesteld voor de bebouwde kom. Ook bestaat de mogelijkheid een beheersverordening vast te stellen, indien voor het betreffende gebied geen grote veranderingen worden verwacht. Een beheersverordening vervangt een bestemmingsplan. Op grond van overgangsrecht dient uiterlijk op 1 juli 2013 een bestemmingsplan nieuwe stijl of beheersverordening te gelden voor alle gebieden van de gemeente. De bouwverordening voorziet in hoofdstuk 2 in de stedenbouwkundige bepalingen voor gebieden waar geen bestemmingsplan geldt. Artikel 9 van de Woningwet bevat een afstemmingsregeling tussen bestemmingsplan en bouwverordening. Zolang geen bestemmingsplan of beheersverordening voor de bebouwde kom van kracht is, kan het oude artikel 1.3 worden gehandhaafd. Het vaststellen van een bestemmingsplan voor de bebouwde kom kan gevolgen hebben voor dit artikel en de daarop gebaseerde kaartbijlagen. Wanneer voor de bebouwde kom een bestemmingsplan wordt vastgesteld, dient te worden bezien of en in hoeverre artikel 1.3 van de bouwverordening daarop moet worden afgestemd of wellicht overbodig is geworden. Hoofdstuk 2 Omgevingsvergunning voor het bouwen Algemeen Regeling omgevingsrecht. In hoofdstuk 2 van de bouwverordening zijn alle artikelen verzameld die betrekking hebben op de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen. De indieningsvereisten staan in de Regeling omgevingsrecht. Deze Regeling vervangt het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning. Wet BIBOB De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (BIBOB), Stb. 2002, 347, en het daaraan gekoppelde Besluit BIBOB, Stb. 2003, 180 zijn per 1 juni 2003 in werking getreden (Stb. 2003, 216). Deze wet houdt in dat na ontvangst van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, door het bevoegd gezag wordt beoordeeld of omtrent de aanvrager een integriteitadvies wordt gevraagd bij het Bureau BIBOB. Dit bureau ressorteert onder het ministerie van Justitie en is bevoegd om onderzoek te doen naar de antecedenten van de aanvrager -zowel natuurlijke als rechtspersonen-en naar de herkomst van de gelden waarmee het bouwproject wordt gefinancierd. Een negatief advies kan voor het bevoegd gezag aanleiding zijn de omgevingsvergunning te weigeren. Het vragen van een advies door het bevoegd gezag is facultatief. Indien een advies bij het Bureau BIBOB wordt gevraagd, schort de termijn voor de behandeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen met maximaal acht weken op. Awb De Algemene wet bestuursrecht (Awb) geeft algemene regels voor het rechtsverkeer tussen burger en overheid. Ook de rechtsbescherming tegen besluiten van de overheid is in de Awb opgenomen. De Awb is bij de voorbereiding van besluiten van belang voor de te volgen procedure. Dit geldt onder meer voor de gevallen waarin Afdeling 3.4 over de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Wro Op 1 juli 2008 trad de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking ter vervanging van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). De Invoeringswet Wro gaf aanleiding tot discussie over het al dan niet kunnen voortbestaan van enkele stedenbouwkundige voorschriften uit paragraaf 2.5 van dit hoofdstuk. Dit betreft het zgn. parkeerartikel (2.5.30), de toegangsweg (2.5.3; van belang voor voertuigen van hulpverleningsdiensten om een bouwwerk te kunnen bereiken) en de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten (2.5.4). Twijfel bestaat of een even effectieve en flexibele regeling (parkeren) in een bestemmingsplan kan worden gerealiseerd. Besloten is dat artikel 9.1.4, vijfde lid van de Invoeringswet Wro vooralsnog niet in werking treedt. Het gevolg hiervan is dat de stedenbouwkundige voorschriften van dit hoofdstuk vooralsnog blijven bestaan. De artikelen 8, vijfde lid, 9 en 10 Woningwet blijven bestaan totdat het gemelde probleem is opgelost. WOB en de openbaarheid van gegevens aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen De aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen ligt op grond van art. 3.8 Wabo voor een ieder ter inzage. Bij het indienen van een verzoek om eenomgevingsvergunning voor het bouwen kan de aanvrager gemotiveerd verzoeken bepaalde gegevens niet openbaar ter inzage te leggen. De gegevens die op grond van de Wabo ter inzage liggen zijn de zakelijke gegevens die nodig zijn bij de beoordeling van het ingediende bouwplan. De gegevens die de gemeente inwint op grond van de Wet BIBOB liggen niet ter inzage. Deze gegevens hebben een persoonlijk karakter. Zij betreffen de antecedenten van de aanvrager, van degene die bouwt en van degene die in het te bouwen bouwwerk bepaalde activiteiten onderneemt. Deze gegevens zijn gevoelig voor misbruik en liggen niet ter inzage. Wabo De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) introduceert de omgevingsvergunning. De bouwvergunning en de sloopvergunning op grond van hoofdstuk 8 van de bouwverordening maken deel uit van de omgevingsvergunning en worden in de bouwverordening aangeduid als omgevingsvergunning voor het bouwen (art. 2.1 Wabo) en omgevingsvergunning voor het slopen (art. 2.2, lid 1, onder a. Wabo). De Wabo heeft gevolgen voor de vergunningen en ontheffingen van de bouwverordening. Deze bouwverordening is met de 13e serie van wijzigingen zgn. Wabo-proof gemaakt. De gefaseerde behandeling van een vergunningaanvraag en de vergunningverlening zoals bekend onder de Woningwet, is ook onder de Wabo mogelijk ten aanzien van de omgevingsvergunning. Voorwaarden voor bouwafval in de omgevingsvergunning voor het bouwen Aan de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen voorwaarden worden verbonden over de wijze van scheiden in fracties, over het tijdelijk op de bouwplaats opslaan en over het afvoeren c.q. het zich ontdoen van het bouwafval. Deze voorwaarden dienen ter uitvoering van hetgeen is bepaald in artikel 4.11 van de bouwverordening. Veelal is het nodig voor de fractie gevaarlijk afval aan te geven welke (chemische) stoffen niet bij elkaar mogen. Een voorwaarde voor de opslag kan betreffen het in een afgesloten ruimte bewaren van het afval. Voor de opslag en de afvoer kan gedacht worden aan een voorwaarde voor de verpakking. Paragraaf 1 Gegevens en bescheiden Artikel 2.1.5 Bodemonderzoek Inleiding De artikelen over het bodemonderzoek in de bouwverordening hebben tot doel te bevorderen dat niet wordt gebouwd op verontreinigde grond. Artikel 2.4.1 bevat het verbod tot bouwen op verontreinigde grond. Bij dit artikel is een uitvoerige toelichting geplaatst waarin de hele route van een bodemonderzoek wordt beschreven, de van toepassing zijnde normen en de relatie wordt aangeduid met de voorschriften uit de Woningwet en de Regeling omgevingsrecht. De hierna vermelde toelichting per artikellid is beknopt. Een uitvoeriger beschrijving van het hele proces staat vermeld in de toelichting bij artikel 2.4.
- Men gelieve beide toelichtingen in combinatie met elkaar te lezen. Lid 1 Uit de systematiek van NEN 5740 volgt dat voorafgaand aan het milieuhygiënisch bodemonderzoek eerst een vooronderzoek volgens NEN 5725 wordt uitgevoerd ook wel historisch onderzoek genoemd -ten behoeve van het formuleren van de onderzoekshypothese en een eventuele onderverdeling van het terrein. Indien het vooronderzoek naar de historie en de bodemgesteldheid uitwijst dat de locatie onverdacht is, kan het bevoegd gezag op basis van het derde lid besluiten af te wijken van de verplichting tot het uitvoeren van het verkennend onderzoek. Letter c richt zich specifiek op het onderzoek naar asbest in de grond. Het bodemonderzoek volgens NEN 5740 is niet toereikend om asbest in grond te onderzoeken. Daartoe is de NEN 5707, uitgave 2003 ontwikkeld. Niet langer is in dit artike