← Nederland

Specifiek interventiebeleid NVWA voedselveiligheid bij horeca, ambachtelijke productie, retail en instellingen (IB02-SPEC 37, versie 06)

Kort samengevat

Dit beleid beschrijft de aanpak van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bij het toezicht op voedselveiligheid in horeca, ambachtelijke productie, retail en instellingen, en welke maatregelen zij neemt bij overtredingen. Het doel is de volksgezondheid te beschermen door naleving van voedselveiligheidsregels af te dwingen.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

Besluit van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit namens de Minister voor Medische Zorg en Sport van 6 mei 2021 tot vaststelling van het Specifiek interventiebeleid toezicht op voedselveiligheid bij horeca, ambachtelijke productie, retail en instellingen (IB02-SPEC 37, versie 06) Specifiek interventiebeleid NVWA voedselveiligheid bij horeca, ambachtelijke productie, retail en instellingen (IB02-SPEC 37, versie 06) De Minister voor Medische Zorg en Sport, Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 25 van de Warenwet, artikel 10, eerste lid, onderdeel d, en artikel 13 van de Mandaatregeling VWS en het Algemeen Interventiebeleid Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; Besluit vast te stellen de volgende beleidsregel: 1 Onderwerp Het Specifiek interventiebeleid toezicht op voedselveiligheid bij horeca, ambachtelijke productie, retail en instellingen beschrijft, binnen de kaders van het Algemeen Interventiebeleid NVWA-IB02 en de Warenwet, de interventies voor het betreffende werkterrein. Het interventiebeleid is van toepassing op bedrijven die op grond van artikel 6 van Verordening (EG) nr. 852/2004 geregistreerd zijn (of zouden moeten zijn) en die rechtstreeks leveren aan de eindverbruiker en/of – eventueel als nevenactiviteit – leveren aan andere detailhandel en/of horeca. Overtredingen die door de inspecteur/ toezichthouder worden waargenomen en die niet in IB02-SPEC 37 zijn opgenomen, worden voorgelegd aan de Afdeling Expertise van de Directie Handhaven teneinde een interventie te bepalen. 2 Definities en wettelijke basis 2.1 Definities Voor algemene definities wordt verwezen naar het Algemeen Interventiebeleid (NVWA-IB02) en de Verordening (EG) Nr. 852/2004. Hieronder is een aantal specifieke definities opgenomen in aanvulling op de definities en begrippen uit het Algemeen Interventiebeleid (NVWA-IB02). Incidentele waarneming: waarneming op dat moment, eenmalig voorkomend, geen aanwijzing dat de situatie vaker of structureel voorkomt. Structurele waarneming: vastgesteld wordt dat de situatie geen incident is, maar vaker voorkomt op basis van feitelijke waarneming eventueel in combinatie met een interview en/of documentcontrole: – vaker voorkomt in de tijd/ periode. Dit kan zijn voorafgaand of tijdens de inspectie; en/of – voorkomt op meerdere punten in het bedrijf. Spoedsituatie: situatie die direct gevaar voor de volksgezondheid oplevert waarbij direct ingrijpen vereist is. 2.2 Wettelijke basis Voor toezicht op de voedselveiligheid gelden zowel Europese als nationale regels. De wettelijke basis voor het Specifiek interventiebeleid toezicht op voedselveiligheid bij horeca, ambachtelijke productie, retail en instellingen is de Warenwet, met onderliggende besluiten en regelingen, in het bijzonder: − Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen (BBL); − Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen; − Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden; − Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne; − Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne; − Verordening (EU) 2017/625 van het Europees parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen; − Verordening (EG) nr. 2073/2005 van de Commissie van 15 november 2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen; − Verordening (EG) nr. 1169/2011 van het Europees parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten; − Warenwetregeling allergeneninformatie niet-voorverpakte levensmiddelen; − Warenwetbesluit informatie levensmiddelen; − Wet natuurbescherming. Strafbaarstelling is opgenomen in artikel 1a onder 2° van de Wet economische delicten; 3 Werkwijze 3.1 Het bepalen van de ernst van de overtreding Overtredingen worden ingedeeld naar de klassen zoals gedefinieerd in het Algemeen Interventiebeleid NVWA-IB02. De belangrijkste wegingsfactor bij een overtreding is het gezondheidsrisico voor mens of dier. Het gaat daarbij om de aard (ernst) van het risico dat ontstaat als het zich voordoet. Uitgangspunt voor de ernst van de overtreding is een veilig (eind)product. Dit kan ook een halffabricaat of grondstof zijn. De veiligheid heeft betrekking op de volksgezondheid, zoals vastgelegd in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 178/2002. Afwijken van de in dit document voorgeschreven interventie is alleen mogelijk in overleg met en na akkoord van het afdelingshoofd. De onderbouwing van de reden om af te wijken wordt vastgelegd. 3.2 Het bepalen van interventies bij een overtreding Sanctionerende interventie Overtredingen van de Warenwet worden in de regel bestuurlijk afgedaan. Dit houdt in dat overtredingen van deze wet doorgaans worden gehandhaafd met een bestuurlijke boete en niet via het strafrecht. Ingeval van overtreding van de Wet natuurbescherming wordt een Bestuurlijke strafbeschikking (Bsb) opgemaakt. Een overtreding van de Warenwet kan echter niet met een bestuurlijke boete worden afgedaan als voor die overtreding op basis van de Wet op de economische delicten een hogere geldboete kan worden opgelegd dan de in de bijlage ter zake van de overtreding voorziene bestuurlijke boete, en indien de opzettelijke of roekeloze overtreding een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft óf de in de bijlage ter zake van de overtreding voorziene bestuurlijke boete aanmerkelijk wordt overschreden door het met de overtreding behaalde economisch voordeel (artikel 32a, derde lid, Warenwet). Daarnaast is in de Richtlijn voor strafvordering Warenwet een aantal situaties beschreven die zich lenen voor enkel strafrechtelijke afdoening. Strafrechtelijke afdoening is niet voorbehouden aan een vooraf aan te geven overtreding van een bepaald voorschrift, maar kan in beginsel bij alle overtredingen van de bij of krachtens de Warenwet gestelde voorschriften noodzakelijk zijn. De kolommen ‘Interventie bij eerste overtreding’ en ‘Interventie bij herhaalde overtreding’ in de bijlage van dit document vermelden uitsluitend de bestuurlijke boete als sanctionerende interventie die doorgaans wordt toegepast. Dit laat onverlet dat, als een overtreding zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk kan worden afgedaan, op grond van de specifieke feiten en omstandigheden kan worden besloten om in plaats van een bestuurlijke boete een proces-verbaal op te maken ten behoeve van strafrechtelijke afdoening. Op voorhand is niet in de bijlage van dit document aan te geven wanneer wordt overgegaan tot een strafrechtelijke sanctionerende interventie. Daarom vormt deze paragraaf een aanvulling op bovengenoemde kolommen in de bijlage. In alle gevallen geldt overigens dat een strafrechtelijke sanctionerende interventie (een proces-verbaal) te allen tijde kan worden gecombineerd met een bestuursrechtelijke corrigerende interventie (een herstelmaatregel). Corrigerende interventie Corrigerende interventies kunnen naast of in plaats van sanctionerende interventies worden ingezet. Dat kan nuttig zijn zodra blijkt dat sanctionerende interventies (alleen) onvoldoende leiden tot naleving van de regelgeving. Corrigerende interventies hebben als doel te bevorderen dat de overtreder zijn bedrijfsprocessen blijvend beheerst zodat bestaande overtredingen worden beëindigd en nieuwe worden voorkomen. Een corrigerende interventie moet proportioneel zijn, toegesneden op de specifieke situatie van de overtreder. Een corrigerende interventie mag niet ingrijpender voor de overtreder zijn dan strikt noodzakelijk om de overtreding te beëindigen of herhaling ervan te voorkomen. Mogelijke maatregelen in dit kader zijn te vinden in Verordening (EU) 2017/625. Daarbij valt onder andere te denken aan het sluiten van (een deel van) een onderneming of het stilleggen van een bepaald bedrijfsproces. Specifieke corrigerende interventie Als een of meer overtredingen worden geconstateerd die in ernst, aantal en tijdsbestek een corrigerende interventie rechtvaardigen wordt met een specifieke corrigerende interventie in het bedrijfsproces ingegrepen. Dit ingrijpen kan betrekking hebben op: a. beëindiging van een overtreding of b. voorkoming van nieuwe overtredingen. Aan een specifieke corrigerende interventie kan een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang worden verbonden. Als opnieuw overtredingen worden geconstateerd, wordt opnieuw een specifieke corrigerende interventie ingezet. Zo nodig met meer ingrijpende maatregelen of een hogere dwangsom, indien ernst, aantal en tijdsbestek van de overtreding(

  1. en)dit rechtvaardigen. Generieke corrigerende interventie Mocht de overtreder ondanks een of meer specifieke corrigerende interventies nieuwe overtredingen blijven begaan die in ernst, aantal en tijdsbestek ingrijpen rechtvaardigen, kan worden overgegaan tot een generieke corrigerende interventie. Hiertoe kan ook meteen worden overgegaan als er weliswaar nog geen (herhaalde) specifieke corrigerende interventie is opgelegd, maar er op voorhand aanwijzingen zijn dat deze onvoldoende tot naleving zullen leiden. Bij het bepalen van nut en noodzaak van een generieke interventie wordt integraal bekeken in hoeverre de overtreder, afgezien van de wetgeving over voedselveiligheid, andere wettelijke eisen naleeft waarop de NVWA toezicht houdt. Formulebedrijven Bij formulebedrijven met meerdere locaties kunnen overtredingen een locatie overstijgend karakter hebben omdat de formule de voedselveiligheid op uniforme wijze borgt bijvoorbeeld met een hygiënecode of een zelf opgesteld voedselveiligheidssysteem. Voor formulebedrijven is een passende toezichtmethode beschikbaar. Deze methode wordt formuleaanpak genoemd en is te vinden op de NVWA website in het webdossier: Aanpak formulebedrijven levensmiddelen (https://www.nvwa.nl/over-de-nvwa/inhoud/hoe-de-nvwa-werkt/toezicht-maatregelen-en-boetes/aanpak-formulebedrijven-levensmiddelen). Voor de formuleaanpak geldt: − Tijdens een handhavende steekproef wordt voor iedere overtreding klasse B of C altijd een bestuurlijke boete opgelegd. − Bij formulebedrijven met het oordeel “voldoet” wordt bij de uitvoering van een inspectie in het kader van verminderd toezicht alleen bij overtreding van klasse B een bestuurlijke boete opgelegd. Overtredingen van klasse C en D worden vastgelegd en gecommuniceerd met de belanghebbende. − Binnen de formuleaanpak vinden alleen herinspecties en/of herbemonsteringen plaats na constatering van een overtreding klasse B. Aangemelde bedrijven conform het privaat orgaan controlesysteem (POC) In haar risicogerichte toezicht maakt de NVWA gebruik van geaccepteerde private systemen – de zogenaamde zelfcontrolesystemen – die conform een door de NVWA vastgestelde systematiek controleren. Dit systeem vervangt het toezicht niet, maar kan van invloed zijn op de bezoekfrequentie, de diepgang, de tijdbesteding en de maatregelen in het bedrijf. Via onderstaande link is meer informatie te vinden over deze POC systematiek. https://www.nvwa.nl/onderwerpen/kwaliteitssystemen-zelfcontrolesystemen-en-toezicht-nvwa/horeca-ambacht-zorginstellingen-retail-voedselveiligheid-haccp/zelfcontrolesystemen-horeca-ambacht-zorginstellingen-retail-en-toezicht-nvwa. Voor deze POC systematiek gelden de volgende afwijkingen van het interventiebeleid: − Tijdens de steekproef (ter verificatie van de werking van het systeem in de praktijk) wordt alleen bij overtreding van klasse B een sanctionerende interventie toegepast. Bij overtredingen van klasse C en D worden geen corrigerende interventies toegepast. Wel worden deze vastgelegd en gecommuniceerd met ondernemer en de betreffende POC. − Tijdens de steekproef (ter verificatie van de werking van het systeem in de praktijk) wordt bij constatering van herhaalde overtredingen niet opgeschaald. Alle POC steekproefinspecties worden afzonderlijk van elkaar beoordeeld. − Ook bij herinspectie en herbemonstering na een eerdere overtreding geconstateerd bij een POC steekproefinspectie gelden de bovenstaande afwijkingen. 3.3 Herhaalde overtreding en verscherpt toezicht Herhaalde overtreding Er is sprake van een herhaalde overtreding wanneer tijdens een (her)inspectie opnieuw een overtreding wordt geconstateerd van dezelfde wettelijke norm, of van een wettelijke norm die hetzelfde doel beoogt, waarvoor tegen de overtreder in de daaraan voorafgaande periode van drie jaar reeds een interventie werd toegepast. Een herhaalde overtreding is beperkt tot dezelfde locatie. Wettelijke normen die hetzelfde doel beogen hebben bijvoorbeeld betrekking op acties gericht op: 1. procesbeheersing 2. hygiëne 3. bouwkundige zaken 4. onderhoud van apparatuur 5. warmteborging 6. koelketen 7. vriesketen 8. onveilige producten 9. kwaliteit drinkwater gebruik 10. voorkoming van verontreiniging van levensmiddelen door huisdieren 11. wering, bestrijding of voorkoming van ongedierte in algemene zin 12. informatievoorziening. Herinspectie Na het constateren van een overtreding klasse B of C wordt een extra inspectie uitgevoerd om na te gaan of gemaakte afspraken over het opheffen van de overtreding zijn nagekomen. 1) Overtreding klasse B: Ernstige overtreding De overtreding en het daadwerkelijke risico moeten onmiddellijk door de ondernemer worden opgeheven of binnen een aantoonbaar afgesproken termijn. De bevindingen worden vastgelegd in het bedrijfsdossier. Er wordt binnen een termijn van drie maanden een retribueerbare fysieke herinspectie of herbemonstering uitgevoerd. 2) Overtreding klasse C: Overtreding De overtreding en het daadwerkelijke risico moeten onmiddellijk door de ondernemer worden opgeheven of binnen een aantoonbaar afgesproken termijn. Er wordt bij een eerste overtreding een schriftelijke waarschuwing gegeven. De ondernemer krijgt de mogelijkheid om binnen een afgesproken termijn schriftelijk (digitaal) te reageren op de schriftelijke waarschuwing. In deze reactie beschrijft en/ of toont de ondernemer aan welke acties zijn ondernomen om de overtreding op te heffen. De bevindingen worden vastgelegd in het bedrijfsdossier. Voor bedrijven die vallen in het traject van verscherpt toezicht geldt maatwerk. Er wordt binnen een termijn van drie maanden een retribueerbare fysieke herinspectie of herbemonstering uitgevoerd, tenzij • door de inspecteur onderbouwd en beargumenteerd een andere termijn is afgesproken met de overtreder; • de schriftelijke (digitale) reactie van de ondernemer op de schriftelijke waarschuwing heeft geleid tot adequate opheffing van de overtreding. 3) Overtreding klasse D: Geringe overtreding Er wordt geen herinspectie en/of herbemonstering uitgevoerd. De bevindingen worden vastgelegd in het bedrijfsdossier. Tijdens de volgende inspectie wordt beoordeeld of de geringe overtreding is opgeheven. Het al dan niet opgeheven zijn van de geringe overtreding wordt in het bedrijfsdossier vastgelegd. Stapeling Tijdens een (her)inspectie kunnen meerdere overtredingen van verschillende wettelijke voorschriften en van verschillende overtredingsklassen geconstateerd worden. Voor het handelen in dergelijke situaties zie 2.3 van het Algemeen Interventiebeleid. Ten aanzien van het stapelen van overtredingen geldt dat bij het opleggen van de bestuurlijke boete er wordt uitgegaan van maximaal 5 overtredingen per overtreder, per controlemoment en per locatie. Verscherpt toezicht Als bij één of meerdere opeenvolgende (her)inspecties blijkt dat overtredingen zich blijven voordoen of er is sprake van overtredingen die dermate ernstig zijn dat een direct gevaar voor de volksgezondheid bestaat, kan de NVWA besluiten verscherpt toezicht in te stellen. Dit wordt aan de overtreder medegedeeld. Verscherpt toezicht houdt in dat de NVWA vaker inspecteert en, indien zij overtredingen constateert, naast een sanctionerende interventie ook corrigerende interventies kan opleggen die passend zijn om de geconstateerde overtreding(
  2. en)te beëindigen of herhaling ervan te voorkomen. Per overtreder wordt een maatwerkaanpak opgesteld. Na afloop van een van tevoren vastgestelde periode wordt geëvalueerd of voortzetting van het verscherpt toezicht wenselijk is. Ook dit wordt gecommuniceerd met de overtreder. 3.4 Internettoezicht Op internet worden op handelssites (digitale platforms) geregeld advertenties geplaatst met verboden content. De NVWA kan in die gevallen gegevens bij zowel de aanbieder als de beheerder van de handelssite vorderen op basis van de Algemene wet bestuursrecht. Beheerders van handelssites kunnen de NVWA alternatieven bieden om te interveniëren, zoals het verwijderen van advertenties. In dergelijke gevallen kan de NVWA volstaan met nalevingshulp aan de aanbieder bijvoorbeeld vlak nadat de advertentie is verwijderd. Is er sprake van herhaling dan kunnen alsnog gegevens worden gevorderd en kan worden opgeschaald in de handhaving. 4 Arbo, Milieu en Veiligheid Niet van toepassing. 5 Diversen Vervanging Deze beleidsregel vervangt het op 15 februari 2017 vastgestelde Specifiek interventiebeleid toezicht op voedselveiligheid bij Horeca, Ambachtelijke Productie, Retail en Instellingen (IB02-SPEC 37, versie 05). Ten opzichte van versie 05 zijn de wettelijke normen en overtredingsklassen vollediger en eenduidiger geformuleerd. Bestaande regels in de bijlage met meerdere wettelijke normen zijn waar nodig uitgesplitst naar evenzovele regels, het hoofddocument en de bijlage ingericht volgens een uniforme opzet, geldend voor alle domeinen. Daarnaast is het Specifiek interventiebeleid formuleaanpak IB02-SPEC 38 geïntegreerd in deze beleidsregel. De criteria omtrent verscherpt toezicht zijn gewijzigd en gelijksoortige acties en de POC-aanpak zijn toegevoegd. De terminologie is geharmoniseerd en in lijn gebracht met de nieuwe NVWA organisatie. Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Specifiek interventiebeleid NVWA voedselveiligheid bij horeca, ambachtelijke productie, retail en instellingen (IB02-SPEC 37, versie 06)”. Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 juli 2021. Bijlage Bijlage bij IB02-SPEC 37, versie 6: Tabel Specifiek interventiebeleid NVWA voedselveiligheid bij horeca, ambachtelijke productie, retail en instellingen. Deze beleidsregel wordt in de Staatscourant geplaatst. De Minister voor Medische Zorg en Sport, namens deze: De inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, M.A. Ruys ID regel Normadressaat Normbeschrijving Wet- en regelgeving Afwijking van de norm Overtredingsklasse Motivering overtredingsklasse Interventie bij eerste overtreding Interventie bij herhaalde overtreding doormelding cross compliance (in het kader van gemeenschappelijk landbouwbeleid) 37R002810 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Een ieder die een in het wild levend dier doodt of vangt voorkomt dat het dier onnodig lijdt. Wet Natuurbescherming artikel 3.24 eerste lid Wet op de economische delicten artikel 1a, onder 2 B (Risico
  3. op)ernstig gevaar voor dierkwelling Bestuurlijke strafbeschikking en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke strafbeschikking en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R004110 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten plafonds (of waar plafonds ontbreken, de binnenkant van het dak) en voorzieningen aan het plafond zo zijn ontworpen en uitgevoerd dat zich geen vuil kan ophopen en dat condens, ongewenste schimmelvorming en het loskomen van deeltjes worden beperkt. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel c Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. B (Risico
  4. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R004120 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten plafonds (of waar plafonds ontbreken, de binnenkant van het dak) en voorzieningen aan het plafond zo zijn ontworpen en uitgevoerd dat zich geen vuil kan ophopen en dat condens, ongewenste schimmelvorming en het loskomen van deeltjes worden beperkt. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel c Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  5. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R004130 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten plafonds (of waar plafonds ontbreken, de binnenkant van het dak) en voorzieningen aan het plafond zo zijn ontworpen en uitgevoerd dat zich geen vuil kan ophopen en dat condens, ongewenste schimmelvorming en het loskomen van deeltjes worden beperkt. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel c Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  6. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R004210 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten plafonds (of waar plafonds ontbreken, de binnenkant van het dak) en voorzieningen aan het plafond zo zijn ontworpen en uitgevoerd dat zich geen vuil kan ophopen en dat condens, ongewenste schimmelvorming en het loskomen van deeltjes worden beperkt. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel c Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. B (Risico
  7. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R004220 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten plafonds (of waar plafonds ontbreken, de binnenkant van het dak) en voorzieningen aan het plafond zo zijn ontworpen en uitgevoerd dat zich geen vuil kan ophopen en dat condens, ongewenste schimmelvorming en het loskomen van deeltjes worden beperkt. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel c Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  8. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R004230 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten plafonds (of waar plafonds ontbreken, de binnenkant van het dak) en voorzieningen aan het plafond zo zijn ontworpen en uitgevoerd dat zich geen vuil kan ophopen en dat condens, ongewenste schimmelvorming en het loskomen van deeltjes worden beperkt. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel c Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  9. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R004310 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten plafonds (of waar plafonds ontbreken, de binnenkant van het dak) en voorzieningen aan het plafond zo zijn ontworpen en uitgevoerd dat zich geen vuil kan ophopen en dat condens, ongewenste schimmelvorming en het loskomen van deeltjes worden beperkt. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel c Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. B (Risico
  10. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R004320 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten plafonds (of waar plafonds ontbreken, de binnenkant van het dak) en voorzieningen aan het plafond zo zijn ontworpen en uitgevoerd dat zich geen vuil kan ophopen en dat condens, ongewenste schimmelvorming en het loskomen van deeltjes worden beperkt. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel c Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  11. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R004330 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten plafonds (of waar plafonds ontbreken, de binnenkant van het dak) en voorzieningen aan het plafond zo zijn ontworpen en uitgevoerd dat zich geen vuil kan ophopen en dat condens, ongewenste schimmelvorming en het loskomen van deeltjes worden beperkt. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel c Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  12. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R004410 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten plafonds (of waar plafonds ontbreken, de binnenkant van het dak) en voorzieningen aan het plafond zo zijn ontworpen en uitgevoerd dat zich geen vuil kan ophopen en dat condens, ongewenste schimmelvorming en het loskomen van deeltjes worden beperkt. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel c Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. B (Risico
  13. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R004420 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten plafonds (of waar plafonds ontbreken, de binnenkant van het dak) en voorzieningen aan het plafond zo zijn ontworpen en uitgevoerd dat zich geen vuil kan ophopen en dat condens, ongewenste schimmelvorming en het loskomen van deeltjes worden beperkt. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel c Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  14. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R004430 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten plafonds (of waar plafonds ontbreken, de binnenkant van het dak) en voorzieningen aan het plafond zo zijn ontworpen en uitgevoerd dat zich geen vuil kan ophopen en dat condens, ongewenste schimmelvorming en het loskomen van deeltjes worden beperkt. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel c Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  15. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R006120 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Bij levensmiddelen die uit microbiologisch oogpunt zeer bederfelijk zijn en derhalve na korte tijd een onmiddellijk gevaar voor de menselijke gezondheid kunnen opleveren, wordt de datum van minimale houdbaarheid vervangen door de uiterste consumptiedatum. Na de uiterste consumptiedatum wordt een levensmiddel onveilig en/of schadelijk geacht overeenkomstig artikel 14, tweede lid onder a en b., van Verordening (EG) Nr. 178/2002. Verordening (EU) Nr. 1169/2011 artikel 24, eerste lid Warenwetbesluit informatie levensmiddelen artikel 2, zesde lid C (Risico
  16. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R006220 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Voor niet-voorverpakte levensmiddelen zijn de vermeldingen van elke stof of technische hulpstof, welk(
  17. e)allergieën of intoleranties veroorzaakt, verplicht. Verordening (EU) Nr. 1169/2011, artikel 9, eerste lid, onder c Verordening (EU) Nr. 1169/2011, artikel 44, eerste lid, onder a, Warenwetbesluit informatie levensmiddelen, artikel 2, zesde lid C (Risico
  18. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R010320 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Eenieder die werkzaam is in een ruimte waar producten worden gehanteerd, dient een zeer goede persoonlijke hygiëne in acht te nemen en dient passende, schone en, voorzover dat nodig is, beschermende kleding te dragen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk VIII, onder 1 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  19. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R010330 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Eenieder die werkzaam is in een ruimte waar producten worden gehanteerd, dient een zeer goede persoonlijke hygiëne in acht te nemen en dient passende, schone en, voorzover dat nodig is, beschermende kleding te dragen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk VIII, onder 1 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  20. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R010420 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Eenieder die werkzaam is in een ruimte waar producten worden gehanteerd, dient een zeer goede persoonlijke hygiëne in acht te nemen en dient passende, schone en, voorzover dat nodig is, beschermende kleding te dragen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk VIII, onder 1 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  21. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R010430 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Eenieder die werkzaam is in een ruimte waar producten worden gehanteerd, dient een zeer goede persoonlijke hygiëne in acht te nemen en dient passende, schone en, voorzover dat nodig is, beschermende kleding te dragen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk VIII, onder 1 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  22. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R010830 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In alle stadia van de productie, verwerking en distributie moeten levensmiddelen worden beschermd tegen elke vorm van verontreiniging waardoor de levensmiddelen ongeschikt kunnen worden voor menselijke consumptie, schadelijk worden voor de gezondheid, dan wel op een zodanige wijze kunnen worden verontreinigd dat zij redelijkerwijze niet meer in die staat kunnen worden geconsumeerd. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk IX, onder 3 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  23. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R010920 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In alle stadia van de productie, verwerking en distributie moeten levensmiddelen worden beschermd tegen elke vorm van verontreiniging waardoor de levensmiddelen ongeschikt kunnen worden voor menselijke consumptie, schadelijk worden voor de gezondheid, dan wel op een zodanige wijze kunnen worden verontreinigd dat zij redelijkerwijze niet meer in die staat kunnen worden geconsumeerd. Bij de beoordeling of een levensmiddel schadelijk voor de gezondheid is, worden de volgende punten in aanmerking genomen: 1) niet alleen het vermoedelijke onmiddellijke en/of kortetermijn- en/of langetermijneffect dat het levensmiddel heeft op de gezondheid van iemand die het consumeert, maar ook het effect op diens nakomelingen 2) de vermoedelijke cumulatieve toxische effecten 3) de bijzondere fysieke gevoeligheden van een specifieke categorie consumenten ingeval het levensmiddel voor die categorie consumenten bestemd is. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk IX, onder 3 Verordening (EG) nr.178/2002, artikel 14, vierde lid Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  24. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R011210 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Adequate maatregelen moeten worden getroffen om schadelijke organismen te bestrijden. Er moeten ook adequate maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat huisdieren op plaatsen kunnen komen waar levensmiddelen worden bewerkt, gehanteerd of opgeslagen (of, indien de bevoegde autoriteiten zulks in speciale gevallen toestaan, om te voorkomen dat huisdieren die daar wel komen verontreiniging van de levensmiddelen veroorzaken). Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk IX, onder 4 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. B (Risico
  25. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R011230 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Adequate maatregelen moeten worden getroffen om schadelijke organismen te bestrijden. Er moeten ook adequate maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat huisdieren op plaatsen kunnen komen waar levensmiddelen worden bewerkt, gehanteerd of opgeslagen (of, indien de bevoegde autoriteiten zulks in speciale gevallen toestaan, om te voorkomen dat huisdieren die daar wel komen verontreiniging van de levensmiddelen veroorzaken). Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk IX, onder 4 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  26. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R013510 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Exploitanten van levensmiddelenbedrijven dragen zorg voor de invoering, de uitvoering en de handhaving van een of meer permanente procedures die gebaseerd zijn op de HACCP-beginselen [Microbiologische richtwaarden, gerelateerd aan de kritische controlepunten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van Verordening (EG) Nr. 852/2004 bruikbaar voor sector zoals opgenomen in een hygiënecode.] Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 4, tweede lid onder c Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 5 overschrijding van meer dan 30x de norm voor microbiologische richtwaarden zoals genoemd in hygiënecode B (Risico
  27. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R013520 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Exploitanten van levensmiddelenbedrijven dragen zorg voor de invoering, de uitvoering en de handhaving van een of meer permanente procedures die gebaseerd zijn op de HACCP-beginselen [Microbiologische richtwaarden, gerelateerd aan de kritische controlepunten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van Verordening (EG) Nr. 852/2004 bruikbaar voor sector zoals opgenomen in een hygiënecode.] Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 4, tweede lid onder c Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 5 overschrijding van meer dan 3x en maximaal 30x de norm voor microbiologische richtwaarden zoals genoemd in hygiënecode C (Risico
  28. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R013530 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Exploitanten van levensmiddelenbedrijven dragen zorg voor de invoering, de uitvoering en de handhaving van een of meer permanente procedures die gebaseerd zijn op de HACCP-beginselen [Microbiologische richtwaarden, gerelateerd aan de kritische controlepunten, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van Verordening (EG) Nr. 852/2004 bruikbaar voor sector zoals opgenomen in een hygiënecode.] Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 4, tweede lid onder c Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 5 overschrijding van maximaal 3x de norm voor microbiologische richtwaarden zoals genoemd in hygiënecode D (Risico
  29. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R015020 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De exploitant van een levensmiddelenbedrijf stelt de bevoegde autoriteit op de door haar met het oog op registratie voorgeschreven wijze op de hoogte van elke inrichting die onder zijn beheer enigerlei activiteit in de stadia van de productie, verwerking en distributie van levensmiddelen uitvoert en zorgen er tevens voor dat de bevoegde autoriteit altijd over actuele informatie over de inrichtingen beschikt, onder meer door elke wezenlijke wijziging van de activiteiten en elke sluiting van een bestaande inrichting te melden. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 6, tweede lid. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  30. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp n.v.t. 37R015120 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De exploitant van een levensmiddelenbedrijf stelt de bevoegde autoriteit op de door haar met het oog op registratie voorgeschreven wijze op de hoogte van elke inrichting die onder zijn beheer enigerlei activiteit in de stadia van de productie, verwerking en distributie van levensmiddelen uitvoert en zorgen er tevens voor dat de bevoegde autoriteit altijd over actuele informatie over de inrichtingen beschikt, onder meer door elke wezenlijke wijziging van de activiteiten en elke sluiting van een bestaande inrichting te melden. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 6, tweede lid. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  31. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp n.v.t. 37R030110 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Pluimveevlees wordt uitsluitend in een verpakking aan de consument verkocht of afgeleverd. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, achtste lid en artikel 4a, eerste lid B (Risico
  32. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030120 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Pluimveevlees wordt uitsluitend in een verpakking aan de consument verkocht of afgeleverd. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, achtste lid en artikel 4a, eerste lid C (Risico
  33. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030130 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Pluimveevlees wordt uitsluitend in een verpakking aan de consument verkocht of afgeleverd. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, achtste lid en artikel 4a, eerste lid D (Risico
  34. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R030210 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Op de verpakte eetwaar van pluimveevlees wordt in een apart kader met contrasterende kleuren eenvoudig leesbaar de navolgende vermelding gebezigd: ‘Let op, geef schadelijke bacteriën geen kans. Zorg daarom dat deze bacteriën niet via de verpakking, uw handen of het keukengerei in uw eten terecht komen. Maak dit vlees door en door gaar om deze bacteriën uit te schakelen.’ Deze vermelding wordt aangebracht: a. voor zover de waar is voorverpakt, in het zelfde gezichtsveld als de aanduiding van de waar; of b. voor zover de waar niet is voorverpakt, op de voor- en achterzijde van de verpakking van de waar. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, achtste lid en artikel 4a, tweede lid B (Risico
  35. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030220 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Op de verpakte eetwaar van pluimveevlees wordt in een apart kader met contrasterende kleuren eenvoudig leesbaar de navolgende vermelding gebezigd: ‘Let op, geef schadelijke bacteriën geen kans. Zorg daarom dat deze bacteriën niet via de verpakking, uw handen of het keukengerei in uw eten terecht komen. Maak dit vlees door en door gaar om deze bacteriën uit te schakelen.’ Deze vermelding wordt aangebracht: a. voor zover de waar is voorverpakt, in het zelfde gezichtsveld als de aanduiding van de waar; of b. voor zover de waar niet is voorverpakt, op de voor- en achterzijde van de verpakking van de waar. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, achtste lid en artikel 4a, tweede lid C (Risico
  36. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030230 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Op de verpakte eetwaar van pluimveevlees wordt in een apart kader met contrasterende kleuren eenvoudig leesbaar de navolgende vermelding gebezigd: ‘Let op, geef schadelijke bacteriën geen kans. Zorg daarom dat deze bacteriën niet via de verpakking, uw handen of het keukengerei in uw eten terecht komen. Maak dit vlees door en door gaar om deze bacteriën uit te schakelen.’ Deze vermelding wordt aangebracht: a. voor zover de waar is voorverpakt, in het zelfde gezichtsveld als de aanduiding van de waar; of b. voor zover de waar niet is voorverpakt, op de voor- en achterzijde van de verpakking van de waar. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, achtste lid en artikel 4a, tweede lid D (Risico
  37. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R030310 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Het roken van eetwaren mag uitsluitend geschieden met rook, verkregen uit hout of houtachtige gewassen in onbehandelde staat, onder de voorwaarde dat de waar hierdoor de kenmerkende geur-, kleur- en smaakeffecten van het rookproces verkrijgt. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid en artikel 8, eerste lid B (Risico
  38. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030320 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Het roken van eetwaren mag uitsluitend geschieden met rook, verkregen uit hout of houtachtige gewassen in onbehandelde staat, onder de voorwaarde dat de waar hierdoor de kenmerkende geur-, kleur- en smaakeffecten van het rookproces verkrijgt. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid en artikel 8, eerste lid C (Risico
  39. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030330 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Het roken van eetwaren mag uitsluitend geschieden met rook, verkregen uit hout of houtachtige gewassen in onbehandelde staat, onder de voorwaarde dat de waar hierdoor de kenmerkende geur-, kleur- en smaakeffecten van het rookproces verkrijgt. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid en artikel 8, eerste lid D (Risico
  40. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R030410 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In bedrijfsruimten mogen, ten behoeve van het roken van eetwaren, uitsluitend hout of houtachtige gewassen in voorraad of voorhanden worden gehouden indien dat hout, onderscheidenlijk die houtachtige gewassen, in natuurlijke of onbehandelde staat verkeert, onderscheidenlijk verkeren. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid en artikel 8 derde lid B (Risico
  41. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030420 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In bedrijfsruimten mogen, ten behoeve van het roken van eetwaren, uitsluitend hout of houtachtige gewassen in voorraad of voorhanden worden gehouden indien dat hout, onderscheidenlijk die houtachtige gewassen, in natuurlijke of onbehandelde staat verkeert, onderscheidenlijk verkeren. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid en artikel 8 derde lid C (Risico
  42. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030430 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In bedrijfsruimten mogen, ten behoeve van het roken van eetwaren, uitsluitend hout of houtachtige gewassen in voorraad of voorhanden worden gehouden indien dat hout, onderscheidenlijk die houtachtige gewassen, in natuurlijke of onbehandelde staat verkeert, onderscheidenlijk verkeren. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid en artikel 8 derde lid D (Risico
  43. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R030510 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In bereidplaatsen, kennelijk bestemd voor het roken van eetwaren, mag onderscheidenlijk mogen geen ander hout of houtachtige gewassen in voorraad of voorhanden worden gehouden dan hout of houtachtige gewassen, bedoeld in het derde lid. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid en artikel 8 vierde lid B (Risico
  44. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030520 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In bereidplaatsen, kennelijk bestemd voor het roken van eetwaren, mag onderscheidenlijk mogen geen ander hout of houtachtige gewassen in voorraad of voorhanden worden gehouden dan hout of houtachtige gewassen, bedoeld in het derde lid. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid en artikel 8 vierde lid C (Risico
  45. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030530 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In bereidplaatsen, kennelijk bestemd voor het roken van eetwaren, mag onderscheidenlijk mogen geen ander hout of houtachtige gewassen in voorraad of voorhanden worden gehouden dan hout of houtachtige gewassen, bedoeld in het derde lid. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid en artikel 8 vierde lid D (Risico
  46. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R030610 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In bereidplaatsen, kennelijk bestemd voor het bakken of frituren van eetwaren, mag geen andere olie of ander vet voorhanden of in voorraad worden gehouden dan olie of vet, dat voldoet aan het eerste en tweede lid. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid en artikel 9 derde lid B (Risico
  47. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030620 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In bereidplaatsen, kennelijk bestemd voor het bakken of frituren van eetwaren, mag geen andere olie of ander vet voorhanden of in voorraad worden gehouden dan olie of vet, dat voldoet aan het eerste en tweede lid. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid en artikel 9 derde lid C (Risico
  48. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030630 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In bereidplaatsen, kennelijk bestemd voor het bakken of frituren van eetwaren, mag geen andere olie of ander vet voorhanden of in voorraad worden gehouden dan olie of vet, dat voldoet aan het eerste en tweede lid. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid en artikel 9 derde lid D (Risico
  49. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R030710 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Eet- of drinkwaren of grondstoffen, welke gekoeld moeten worden bewaard teneinde microbiologisch bederf of de uitgroei van pathogene bacteriën tegen te gaan, moeten voor zover het betreft voorverpakte eet- of drinkwaren of grondstoffen, zodanig in voorraad worden gehouden dat de temperatuur van de waar ten hoogste de door de bereider aangegeven temperatuur bedraagt. Warenwetbesluit Bereiding en Behandeling van Levensmiddelen artikel 15, eerste lid, onder a en artikel 2, eerste lid. De afwijking is structureel B (Risico
  50. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030720 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Eet- of drinkwaren of grondstoffen, welke gekoeld moeten worden bewaard teneinde microbiologisch bederf of de uitgroei van pathogene bacteriën tegen te gaan, moeten voor zover het betreft voorverpakte eet- of drinkwaren of grondstoffen, zodanig in voorraad worden gehouden dat de temperatuur van de waar ten hoogste de door de bereider aangegeven temperatuur bedraagt. Warenwetbesluit Bereiding en Behandeling van Levensmiddelen artikel 15, eerste lid, onder a en artikel 2, eerste lid. > 4°C boven de bewaartemperatuur C (Risico
  51. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030730 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Eet- of drinkwaren of grondstoffen, welke gekoeld moeten worden bewaard teneinde microbiologisch bederf of de uitgroei van pathogene bacteriën tegen te gaan, moeten voor zover het betreft voorverpakte eet- of drinkwaren of grondstoffen, zodanig in voorraad worden gehouden dat de temperatuur van de waar ten hoogste de door de bereider aangegeven temperatuur bedraagt. Warenwetbesluit Bereiding en Behandeling van Levensmiddelen artikel 15, eerste lid, onder a en artikel 2, eerste lid. Tussen de 0 en 4°C boven de bewaartemperatuur D (Risico
  52. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R030810 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Eet- of drinkwaren of grondstoffen, welke gekoeld moeten worden bewaard teneinde microbiologisch bederf of de uitgroei van pathogene bacteriën tegen te gaan, moeten voor zover door de bereider geen bijzondere bewaartemperatuur op de voorverpakking is vermeld of de waar niet is voorverpakt, zodanig in voorraad worden gehouden dat de temperatuur van de waar ten hoogste 7°C bedraagt. Warenwetbesluit Bereiding en Behandeling van Levensmiddelen artikel 15, eerste lid, onder b en artikel 2, eerste lid. De afwijking is structureel B (Risico
  53. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030820 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Eet- of drinkwaren of grondstoffen, welke gekoeld moeten worden bewaard teneinde microbiologisch bederf of de uitgroei van pathogene bacteriën tegen te gaan, moeten voor zover door de bereider geen bijzondere bewaartemperatuur op de voorverpakking is vermeld of de waar niet is voorverpakt, zodanig in voorraad worden gehouden dat de temperatuur van de waar ten hoogste 7°C bedraagt. Warenwetbesluit Bereiding en Behandeling van Levensmiddelen artikel 15, eerste lid, onder b en artikel 2, eerste lid. > 4°C boven de bewaartemperatuur C (Risico
  54. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030830 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Eet- of drinkwaren of grondstoffen, welke gekoeld moeten worden bewaard teneinde microbiologisch bederf of de uitgroei van pathogene bacteriën tegen te gaan, moeten voor zover door de bereider geen bijzondere bewaartemperatuur op de voorverpakking is vermeld of de waar niet is voorverpakt, zodanig in voorraad worden gehouden dat de temperatuur van de waar ten hoogste 7°C bedraagt. Warenwetbesluit Bereiding en Behandeling van Levensmiddelen artikel 15, eerste lid, onder b en artikel 2, eerste lid. Tussen de 0 en 4°C boven de bewaartemperatuur D (Risico
  55. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R030910 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Bederfelijke eet- of drinkwaren, die zodanig verhit zijn dat zij geschikt zijn voor onmiddellijke consumptie door de eindverbruiker, mogen tevens ter rechtstreekse aflevering aan de eindverbruiker voorhanden worden gehouden indien de temperatuur van de waar ten minste 60°C bedraagt. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen artikel 15, vierde lid en artikel 2, eerste lid. Afwijking structureel – bewaartemperatuur beneden 50°C (60°C wettelijke norm) B (Risico
  56. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030920 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Bederfelijke eet- of drinkwaren, die zodanig verhit zijn dat zij geschikt zijn voor onmiddellijke consumptie door de eindverbruiker, mogen tevens ter rechtstreekse aflevering aan de eindverbruiker voorhanden worden gehouden indien de temperatuur van de waar ten minste 60°C bedraagt. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen artikel 15, vierde lid en artikel 2, eerste lid. Afwijking incidenteel- bewaartemperatuur beneden 50°C (60°C wettelijke norm) C (Risico
  57. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R030930 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Bederfelijke eet- of drinkwaren, die zodanig verhit zijn dat zij geschikt zijn voor onmiddellijke consumptie door de eindverbruiker, mogen tevens ter rechtstreekse aflevering aan de eindverbruiker voorhanden worden gehouden indien de temperatuur van de waar ten minste 60°C bedraagt. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen artikel 15, vierde lid en artikel 2, eerste lid. Afwijking incidenteel – bewaartemperatuur tussen 0 en 10°C D (Risico
  58. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R031020 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De temperatuur van diepgevroren levensmiddelen wordt tijdens de verhandeling overal in het produkt op ten hoogste –18°C gehandhaafd. Zij blijft tevens stabiel. Warenwetregeling Diepgevroren Levensmiddelen artikel 4, eerste lid Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, Artikel 14 C: bewaartemperatuur > -7°C C (Risico
  59. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R065210 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven 1. Levensmiddelen worden niet in de handel gebracht indien zij onveilig zijn. 2. Levensmiddelen worden geacht onveilig te zijn indien zij worden beschouwd als:
  60. b)ongeschikt voor menselijke consumptie Verordening (EG) Nr. 178/2002 artikel 14, eerste lid en artikel 14, tweede lid, onder b. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen artikel 2, tiende lid. B (Risico
  61. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R065410 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De exploitanten van levensmiddelenbedrijven en diervoederbedrijven moeten kunnen nagaan wie hun levensmiddelen, diervoeders, voedselproducerende dieren of andere stoffen die bestemd zijn om in levensmiddelen of diervoeders te worden verwerkt of waarvan kan worden verwacht dat zij daarin worden verwerkt, heeft geleverd. Hiertoe moeten deze exploitanten beschikken over systemen en procedures met behulp waarvan deze informatie op verzoek aan de bevoegde autoriteiten kan worden verstrekt. Verordening (EG) Nr. 178/2002 artikel 18, tweede lid, eerste volzin Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen artikel 2, tiende lid B (Risico
  62. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R065420 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De exploitanten van levensmiddelenbedrijven en diervoederbedrijven moeten kunnen nagaan wie hun levensmiddelen, diervoeders, voedselproducerende dieren of andere stoffen die bestemd zijn om in levensmiddelen of diervoeders te worden verwerkt of waarvan kan worden verwacht dat zij daarin worden verwerkt, heeft geleverd. Hiertoe moeten deze exploitanten beschikken over systemen en procedures met behulp waarvan deze informatie op verzoek aan de bevoegde autoriteiten kan worden verstrekt. Verordening (EG) Nr. 178/2002 artikel 18, tweede lid, eerste volzin Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen artikel 2, tiende lid C (Risico
  63. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R065520 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De exploitanten van levensmiddelenbedrijven en diervoederbedrijven moeten kunnen nagaan wie hun levensmiddelen, diervoeders, voedselproducerende dieren of andere stoffen die bestemd zijn om in levensmiddelen of diervoeders te worden verwerkt of waarvan kan worden verwacht dat zij daarin worden verwerkt, heeft geleverd. Hiertoe moeten deze exploitanten beschikken over systemen en procedures met behulp waarvan deze informatie op verzoek aan de bevoegde autoriteiten kan worden verstrekt. Verordening (EG) Nr. 178/2002 artikel 18, tweede lid, eerste volzin Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, tiende lid B (Risico
  64. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete Corrigerende interventie Afspraak herstel + termijn Bestuurlijke boete Corrigerende interventie Gerichte aanpak n.v.t. 37R066210 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Indien een exploitant van een levensmiddelenbedrijf van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een levensmiddel dat hij ingevoerd, geproduceerd, verwerkt, vervaardigd of gedistribueerd heeft niet aan de voedselveiligheidsvoorschriften voldoet, leidt hij onmiddellijk de procedures in om het betrokken levensmiddel uit de handel te nemen wanneer dit de directe controle van de exploitant van een levensmiddelenbedrijf heeft verlaten, en de bevoegde autoriteiten daarvan in kennis te stellen. Indien het product de consument bereikt kan hebben, stelt de exploitant de consumenten op doeltreffende en nauwkeurige wijze in kennis van de redenen voor het uit de handel nemen en roept zo nodig, wanneer andere maatregelen niet volstaan om een hoog niveau van gezondheidsbescherming te verwezenlijken, de reeds aan consumenten geleverde producten terug. Verordening (EG) Nr. 178/2002 artikel 19, eerste lid. Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen artikel 2, tiende lid. B (Risico
  65. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R071020 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Op de plaats waar niet-voorverpakte levensmiddelen te koop worden aangeboden, wordt duidelijk zichtbaar vermeld waar de allergeneninformatie over deze niet-voorverpakte levensmiddelen beschikbaar is. Warenwetregeling allergeneninformatie niet voor verpakte levensmiddelen, artikel 2, eerste lid Warenwetbesluit informatie levensmiddelen, artikel 2, tweede lid C (Risico
  66. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp C: wordt bij herhaalde overtreding B. n.v.t. 37R072020 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Indien niet-voorverpakte levensmiddelen te koop worden aangeboden op meerdere plaatsen binnen eenzelfde pand, wordt de vermelding, bedoeld in het eerste lid, aangebracht op elk van deze plaatsen afzonderlijk. Warenwetregeling allergeneninformatie niet voor verpakte levensmiddelen, artikel 2, tweede lid Warenwetbesluit informatie levensmiddelen, artikel 2, tweede lid C (Risico
  67. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp C: wordt bij herhaalde overtreding B. n.v.t. 37R073020 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De allergeneninformatie, bedoeld in het eerste lid, wordt op de plaats van verkoop van deze levensmiddelen schriftelijk of elektronisch beschikbaar gesteld en is vrij toegankelijk, begrijpelijk en duidelijk leesbaar. Warenwetregeling allergeneninformatie niet voor verpakte levensmiddelen, artikel 2, derde lid Warenwetbesluit informatie levensmiddelen, artikel 2, tweede lid C (Risico
  68. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp C: wordt bij herhaalde overtreding B. n.v.t. 37R074020 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Allergeneninformatie op de plaats van verkoop van niet-voorverpakte levensmiddelen mag mondeling worden medegedeeld indien: a. de allergeneninformatie te allen tijde door de eigenaar of een werknemer onverwijld en op een juiste manier aan de consument kan worden medegedeeld voordat de aankoop plaatsvindt Warenwetregeling allergeneninformatie niet voor verpakte levensmiddelen, artikel 3, onder a Warenwetbesluit informatie levensmiddelen, artikel 2, tweede lid C (Risico
  69. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp C: wordt bij herhaalde overtreding B. n.v.t. 37R075020 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Allergeneninformatie op de plaats van verkoop van niet-voorverpakte levensmiddelen mag mondeling worden medegedeeld indien de allergeneninformatie te allen tijde schriftelijk of elektronisch beschikbaar is voor het personeel en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Warenwetregeling allergeneninformatie niet voor verpakte levensmiddelen, artikel 3, onder b Warenwetbesluit informatie levensmiddelen, artikel 2, zesde lid C (Risico
  70. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp C: wordt bij herhaalde overtreding B. n.v.t. 37R076030 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Allergeneninformatie op de plaats van verkoop van niet-voorverpakte levensmiddelen mag mondeling worden medegedeeld indien op de plaats van verkoop wordt een duidelijk zichtbare vermelding aangebracht waarbij de consument wordt verzocht zich voor de allergeneninformatie te wenden tot het personeel. Warenwetregeling allergeneninformatie niet voor verpakte levensmiddelen, artikel 3, aanhef en onder c Warenwetbesluit informatie levensmiddelen, artikel 2, tweede lid D (Risico
  71. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 37R080110 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Na het doden van grof vrij wild moet binnen een redelijke tijd met koeling worden begonnen en moet er gekoeld worden tot een temperatuur die overal in het vlees ten hoogste 7°C bedraagt. Actieve koeling is niet nodig wanneer de weersomstandigheden dit toelaten. Verordening (EG) Nr. 853/2004, artikel 3, eerste lid, in samenhang met bijlage III, sectie IV, hoofdstuk II, onder 5 Besluit dierlijke producten, artikel 2.3, eerste lid Wet dieren, artikel 3.1, eerste en tweede lid, onder a (Risico
  72. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid B (Risico
  73. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R080120 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Na het doden van grof vrij wild moet binnen een redelijke tijd met koeling worden begonnen en moet er gekoeld worden tot een temperatuur die overal in het vlees ten hoogste 7°C bedraagt. Actieve koeling is niet nodig wanneer de weersomstandigheden dit toelaten. Verordening (EG) Nr. 853/2004, artikel 3, eerste lid, in samenhang met bijlage III, sectie IV, hoofdstuk II, onder 5 Besluit dierlijke producten, artikel 2.3, eerste lid Wet dieren, artikel 3.1, eerste en tweede lid, onder a (Risico
  74. op)gevaar voor de volksgezondheid C (Risico
  75. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R080210 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Na het doden van klein vrij wild moet binnen een redelijke tijd met koeling worden begonnen en moet er gekoeld worden tot een temperatuur die overal in het vlees ten hoogste 4°C bedraagt. Actieve koeling is niet nodig wanneer de weersomstandigheden dit toelaten. Verordening (EG) Nr. 853/2004, artikel 3, eerste lid, in samenhang met bijlage III, sectie IV, hoofdstuk III, onder 4 Besluit dierlijke producten, artikel 2.3, tweede lid Wet dieren, artikel 3.1, eerste en tweede lid, onder a (Risico
  76. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid B (Risico
  77. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R080220 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Na het doden van klein vrij wild moet binnen een redelijke tijd met koeling worden begonnen en moet er gekoeld worden tot een temperatuur die overal in het vlees ten hoogste 4°C bedraagt. Actieve koeling is niet nodig wanneer de weersomstandigheden dit toelaten. Verordening (EG) Nr. 853/2004, artikel 3, eerste lid, in samenhang met bijlage III, sectie IV, hoofdstuk III, onder 4 Besluit dierlijke producten, artikel 2.3, tweede lid Wet dieren, artikel 3.1, eerste en tweede lid, onder a (Risico
  78. op)gevaar voor de volksgezondheid C (Risico
  79. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R080310 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Levensmiddelen worden niet in de handel gebracht indien zij onveilig zijn. Verordening (EG) Nr. 178/2002, artikel 14, eerste lid Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, tiende lid In geval van ernstige bezoedeling van het wild B (Risico
  80. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R080320 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Levensmiddelen worden niet in de handel gebracht indien zij onveilig zijn. Verordening (EG) Nr. 178/2002, artikel 14, eerste lid Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, artikel 2, tiende lid In geval van bezoedeling van het wild C (Risico
  81. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R080410 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Een karkas van een wild zwijn of een deel daarvan wordt slechts in de handel gebracht bij een negatieve uitslag van het onderzoek, bedoeld in het tweede lid [van artikel 2.4, van het Besluit dierlijke producten], en gaat bij levering vergezeld van een kopie van de uitslag van het onderzoek of een elektronisch bewijs waaruit de uitslag van het onderzoek blijkt. Besluit dierlijke producten, artikel 2.4, vierde lid, in samenhang met artikel 2.4, tweede lid Wet dieren, artikel 3.1, eerste en tweede lid, onder a In de handel brengen van karkas van een wild zwijn bij een positieve uitslag (aanwezigheid) van trichine. B (Risico
  82. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R080420 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Een karkas van een wild zwijn of een deel daarvan wordt slechts in de handel gebracht bij een negatieve uitslag van het onderzoek, bedoeld in het tweede lid [van artikel 2.4, van het Besluit dierlijke producten], en gaat bij levering vergezeld van een kopie van de uitslag van het onderzoek of een elektronisch bewijs waaruit de uitslag van het onderzoek blijkt. Besluit dierlijke producten, artikel 2.4, vierde lid, in samenhang met artikel 2.4, tweede lid Wet dieren, artikel 3.1, eerste en tweede lid, onder a In het geval dat het karkas nog niet is verwerkt én trichine resultaat nog niet bekend is C (Risico
  83. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R080510 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De uitslag van het onderzoek, bedoeld in het tweede lid [van artikel 2.4, van het Besluit dierlijke producten], wordt ten minste drie jaar bewaard door degene die het monster voor onderzoek heeft aangeboden. Besluit dierlijke producten, artikel 2.4, zesde lid, in samenhang met artikel 2.4, tweede lid Wet dieren, artikel 3.1, eerste en tweede lid, onder c B (Risico
  84. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 37R080520 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De uitslag van het onderzoek, bedoeld in het tweede lid [van artikel 2.4, van het Besluit dierlijke producten], wordt ten minste drie jaar bewaard door degene die het monster voor onderzoek heeft aangeboden. Besluit dierlijke producten, artikel 2.4, zesde lid, in samenhang met artikel 2.4, tweede lid Wet dieren, artikel 3.1, eerste en tweede lid, onder c C (Risico
  85. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R000110 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Bedrijfsruimten voor levensmiddelen moeten schoon zijn en goed worden onderhouden. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 1 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. B (Risico
  86. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R000120 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Bedrijfsruimten voor levensmiddelen moeten schoon zijn en goed worden onderhouden. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 1 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  87. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R000130 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Bedrijfsruimten voor levensmiddelen moeten schoon zijn en goed worden onderhouden. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 1 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  88. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 39R000210 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Bedrijfsruimten voor levensmiddelen moeten schoon zijn en goed worden onderhouden. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 1 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. B (Risico
  89. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R000220 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Bedrijfsruimten voor levensmiddelen moeten schoon zijn en goed worden onderhouden. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 1 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  90. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R000230 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Bedrijfsruimten voor levensmiddelen moeten schoon zijn en goed worden onderhouden. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 1 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  91. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 39R000320 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Reinigings- en ontsmettingsmiddelen mogen niet worden opgeslagen in een ruimte waar levensmiddelen worden gehanteerd. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 10. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  92. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R000330 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Reinigings- en ontsmettingsmiddelen mogen niet worden opgeslagen in een ruimte waar levensmiddelen worden gehanteerd. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 10. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  93. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 39R000410 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat onderhoud, reiniging en/of ontsmetting op een adequate wijze kunnen worden uitgevoerd, verontreiniging door de lucht zoveel mogelijk wordt voorkomen en voldoende werkruimte beschikbaar is om alle bewerkingen op een bevredigende wijze te kunnen uitvoeren. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. B (Risico
  94. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R000420 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat onderhoud, reiniging en/of ontsmetting op een adequate wijze kunnen worden uitgevoerd, verontreiniging door de lucht zoveel mogelijk wordt voorkomen en voldoende werkruimte beschikbaar is om alle bewerkingen op een bevredigende wijze te kunnen uitvoeren. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  95. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R000430 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat onderhoud, reiniging en/of ontsmetting op een adequate wijze kunnen worden uitgevoerd, verontreiniging door de lucht zoveel mogelijk wordt voorkomen en voldoende werkruimte beschikbaar is om alle bewerkingen op een bevredigende wijze te kunnen uitvoeren. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  96. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 39R000510 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat onderhoud, reiniging en/of ontsmetting op een adequate wijze kunnen worden uitgevoerd, verontreiniging door de lucht zoveel mogelijk wordt voorkomen en voldoende werkruimte beschikbaar is om alle bewerkingen op een bevredigende wijze te kunnen uitvoeren. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2, onderdeel a Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. B (Risico
  97. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R000520 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat onderhoud, reiniging en/of ontsmetting op een adequate wijze kunnen worden uitgevoerd, verontreiniging door de lucht zoveel mogelijk wordt voorkomen en voldoende werkruimte beschikbaar is om alle bewerkingen op een bevredigende wijze te kunnen uitvoeren. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2, onderdeel a Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  98. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R000530 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat onderhoud, reiniging en/of ontsmetting op een adequate wijze kunnen worden uitgevoerd, verontreiniging door de lucht zoveel mogelijk wordt voorkomen en voldoende werkruimte beschikbaar is om alle bewerkingen op een bevredigende wijze te kunnen uitvoeren. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2, onderdeel a Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  99. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 39R000620 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat onderhoud, reiniging en/of ontsmetting op een adequate wijze kunnen worden uitgevoerd, verontreiniging door de lucht zoveel mogelijk wordt voorkomen en voldoende werkruimte beschikbaar is om alle bewerkingen op een bevredigende wijze te kunnen uitvoeren. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2, onderdeel a Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  100. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R000710 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat de ophoping van vuil, het contact met toxische materialen, het terechtkomen van deeltjes in levensmiddelen en de vorming van condens of ongewenste schimmel op oppervlakken worden voorkomen. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2, onderdeel b Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. B (Risico
  101. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R000720 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat de ophoping van vuil, het contact met toxische materialen, het terechtkomen van deeltjes in levensmiddelen en de vorming van condens of ongewenste schimmel op oppervlakken worden voorkomen. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2, onderdeel b Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  102. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R000730 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat de ophoping van vuil, het contact met toxische materialen, het terechtkomen van deeltjes in levensmiddelen en de vorming van condens of ongewenste schimmel op oppervlakken worden voorkomen. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2, onderdeel b Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  103. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 39R000810 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat de ophoping van vuil, het contact met toxische materialen, het terechtkomen van deeltjes in levensmiddelen en de vorming van condens of ongewenste schimmel op oppervlakken worden voorkomen. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2, onderdeel b Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. B (Risico
  104. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R000820 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat de ophoping van vuil, het contact met toxische materialen, het terechtkomen van deeltjes in levensmiddelen en de vorming van condens of ongewenste schimmel op oppervlakken worden voorkomen. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2, onderdeel b Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  105. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R000830 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat de ophoping van vuil, het contact met toxische materialen, het terechtkomen van deeltjes in levensmiddelen en de vorming van condens of ongewenste schimmel op oppervlakken worden voorkomen. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2, onderdeel b Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  106. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 39R000910 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat de ophoping van vuil, het contact met toxische materialen, het terechtkomen van deeltjes in levensmiddelen en de vorming van condens of ongewenste schimmel op oppervlakken worden voorkomen. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2, onderdeel b Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. B (Risico
  107. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R000920 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat de ophoping van vuil, het contact met toxische materialen, het terechtkomen van deeltjes in levensmiddelen en de vorming van condens of ongewenste schimmel op oppervlakken worden voorkomen. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2, onderdeel b Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  108. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R000930 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat de ophoping van vuil, het contact met toxische materialen, het terechtkomen van deeltjes in levensmiddelen en de vorming van condens of ongewenste schimmel op oppervlakken worden voorkomen. Verordening (EG) Nr. 852/2004, artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2, onderdeel b Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  109. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 39R001010 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat de ophoping van vuil, het contact met toxische materialen, het terechtkomen van deeltjes in levensmiddelen en de vorming van condens of ongewenste schimmel op oppervlakken worden voorkomen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2 onderdeel b. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. B (Risico
  110. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R001020 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat de ophoping van vuil, het contact met toxische materialen, het terechtkomen van deeltjes in levensmiddelen en de vorming van condens of ongewenste schimmel op oppervlakken worden voorkomen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2 onderdeel b. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  111. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R001030 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat de ophoping van vuil, het contact met toxische materialen, het terechtkomen van deeltjes in levensmiddelen en de vorming van condens of ongewenste schimmel op oppervlakken worden voorkomen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2 onderdeel b. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  112. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 39R001110 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat de ophoping van vuil, het contact met toxische materialen, het terechtkomen van deeltjes in levensmiddelen en de vorming van condens of ongewenste schimmel op oppervlakken worden voorkomen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2 onderdeel b. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. B (Risico
  113. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R001120 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat de ophoping van vuil, het contact met toxische materialen, het terechtkomen van deeltjes in levensmiddelen en de vorming van condens of ongewenste schimmel op oppervlakken worden voorkomen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2 onderdeel b. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  114. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R001130 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat de ophoping van vuil, het contact met toxische materialen, het terechtkomen van deeltjes in levensmiddelen en de vorming van condens of ongewenste schimmel op oppervlakken worden voorkomen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2 onderdeel b. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  115. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 39R001210 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat goede hygiënische praktijken mogelijk zijn, onder andere door bescherming tegen verontreiniging, en met name bestrijding van schadelijke organismen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2, onderdeel c. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. B (Risico
  116. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R001220 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat goede hygiënische praktijken mogelijk zijn, onder andere door bescherming tegen verontreiniging, en met name bestrijding van schadelijke organismen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2, onderdeel c. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  117. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R001320 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat voorzover dit nodig is, passende hanteringsomstandigheden en voldoende opslagruimte aanwezig zijn met een zodanige temperatuurregeling dat de levensmiddelen op de vereiste temperatuur kunnen worden gehouden, en met de nodige voorzieningen om de temperatuur te bewaken en zo nodig te registreren. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2, onderdeel d. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  118. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R001420 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven De indeling, het ontwerp, de constructie, de ligging en de afmetingen van ruimtes voor levensmiddelen moeten zodanig zijn dat voorzover dit nodig is, passende hanteringsomstandigheden en voldoende opslagruimte aanwezig zijn met een zodanige temperatuurregeling dat de levensmiddelen op de vereiste temperatuur kunnen worden gehouden, en met de nodige voorzieningen om de temperatuur te bewaken en zo nodig te registreren. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 2 onderdeel d. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  119. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R001520 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Er moet een voldoende aantal toiletten met spoeling aanwezig zijn die aangesloten zijn op een adequaat afvoersysteem. Toiletruimten mogen niet rechtstreeks uitkomen in ruimten waar voedsel wordt gehanteerd. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 3. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  120. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R001620 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Er moet een voldoende aantal toiletten met spoeling aanwezig zijn die aangesloten zijn op een adequaat afvoersysteem. Toiletruimten mogen niet rechtstreeks uitkomen in ruimten waar voedsel wordt gehanteerd. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 3. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  121. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R001720 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Er moet een voldoende aantal toiletten met spoeling aanwezig zijn die aangesloten zijn op een adequaat afvoersysteem. Toiletruimten mogen niet rechtstreeks uitkomen in ruimten waar voedsel wordt gehanteerd. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 3. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  122. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R001820 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Er moet een voldoende aantal goed geplaatste en gemarkeerde wasbakken voor het reinigen van de handen aanwezig zijn. De wasbakken voor het reinigen van de handen moeten voorzien zijn van warm en koud stromend water en van middelen voor het reinigen en hygiënisch drogen van de handen. Voorzover dat nodig is moeten de voorzieningen voor het wassen van de levensmiddelen gescheiden zijn van de wasbakken voor het reinigen van de handen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 4 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  123. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R001920 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Er moet een voldoende aantal goed geplaatste en gemarkeerde wasbakken voor het reinigen van de handen aanwezig zijn. De wasbakken voor het reinigen van de handen moeten voorzien zijn van warm en koud stromend water en van middelen voor het reinigen en hygiënisch drogen van de handen. Voorzover dat nodig is moeten de voorzieningen voor het wassen van de levensmiddelen gescheiden zijn van de wasbakken voor het reinigen van de handen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 4 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  124. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R002020 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Er moet een voldoende aantal goed geplaatste en gemarkeerde wasbakken voor het reinigen van de handen aanwezig zijn. De wasbakken voor het reinigen van de handen moeten voorzien zijn van warm en koud stromend water en van middelen voor het reinigen en hygiënisch drogen van de handen. Voorzover dat nodig is moeten de voorzieningen voor het wassen van de levensmiddelen gescheiden zijn van de wasbakken voor het reinigen van de handen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 4 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  125. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R002120 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Er moet een voldoende aantal goed geplaatste en gemarkeerde wasbakken voor het reinigen van de handen aanwezig zijn. De wasbakken voor het reinigen van de handen moeten voorzien zijn van warm en koud stromend water en van middelen voor het reinigen en hygiënisch drogen van de handen. Voorzover dat nodig is moeten de voorzieningen voor het wassen van de levensmiddelen gescheiden zijn van de wasbakken voor het reinigen van de handen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 4 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  126. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R002220 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Er moet een voldoende aantal goed geplaatste en gemarkeerde wasbakken voor het reinigen van de handen aanwezig zijn. De wasbakken voor het reinigen van de handen moeten voorzien zijn van warm en koud stromend water en van middelen voor het reinigen en hygiënisch drogen van de handen. Voorzover dat nodig is moeten de voorzieningen voor het wassen van de levensmiddelen gescheiden zijn van de wasbakken voor het reinigen van de handen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 4 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  127. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R002320 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Er moet een voldoende aantal goed geplaatste en gemarkeerde wasbakken voor het reinigen van de handen aanwezig zijn. De wasbakken voor het reinigen van de handen moeten voorzien zijn van warm en koud stromend water en van middelen voor het reinigen en hygiënisch drogen van de handen. Voorzover dat nodig is moeten de voorzieningen voor het wassen van de levensmiddelen gescheiden zijn van de wasbakken voor het reinigen van de handen. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 4 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  128. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R002420 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Er moeten voldoende en aangepaste mechanische, dan wel natuurlijke ventilatievoorzieningen aanwezig zijn. Door mechanische ventilatie veroorzaakte luchtstromen van besmette naar schone ruimten moeten worden vermeden. De ventilatiesystemen moeten zodanig zijn geconstrueerd dat filters en andere onderdelen die regelmatig schoongemaakt of vervangen moeten worden, gemakkelijk toegankelijk zijn. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 5. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  129. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R002520 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Er moeten voldoende en aangepaste mechanische, dan wel natuurlijke ventilatievoorzieningen aanwezig zijn. Door mechanische ventilatie veroorzaakte luchtstromen van besmette naar schone ruimten moeten worden vermeden. De ventilatiesystemen moeten zodanig zijn geconstrueerd dat filters en andere onderdelen die regelmatig schoongemaakt of vervangen moeten worden, gemakkelijk toegankelijk zijn. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 5. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  130. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R002620 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Er moeten voldoende en aangepaste mechanische, dan wel natuurlijke ventilatievoorzieningen aanwezig zijn. Door mechanische ventilatie veroorzaakte luchtstromen van besmette naar schone ruimten moeten worden vermeden. De ventilatiesystemen moeten zodanig zijn geconstrueerd dat filters en andere onderdelen die regelmatig schoongemaakt of vervangen moeten worden, gemakkelijk toegankelijk zijn. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 5. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  131. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R002720 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Alle sanitaire installaties moeten voorzien zijn van adequate natuurlijke of mechanische ventilatie. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 6. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  132. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R002820 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Inrichtingen moeten voldoende door daglicht en/of kunstlicht worden verlicht. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 7. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  133. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R002920 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Afvoervoorzieningen moeten geschikt zijn voor het beoogde doel. Zij moeten zo zijn ontworpen en geconstrueerd dat elk risico van verontreiniging wordt voorkomen. Wanneer afvoerkanalen geheel of gedeeltelijk open zijn, moeten zij zo zijn ontworpen dat het afval niet van een verontreinigde zone kan stromen naar een schone zone, met name niet naar een zone waar wordt omgegaan met levensmiddelen die een aanzienlijk risico kunnen inhouden voor de consument. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 8. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  134. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R003020 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Afvoervoorzieningen moeten geschikt zijn voor het beoogde doel. Zij moeten zo zijn ontworpen en geconstrueerd dat elk risico van verontreiniging wordt voorkomen. Wanneer afvoerkanalen geheel of gedeeltelijk open zijn, moeten zij zo zijn ontworpen dat het afval niet van een verontreinigde zone kan stromen naar een schone zone, met name niet naar een zone waar wordt omgegaan met levensmiddelen die een aanzienlijk risico kunnen inhouden voor de consument. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 8. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  135. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R003120 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Afvoervoorzieningen moeten geschikt zijn voor het beoogde doel. Zij moeten zo zijn ontworpen en geconstrueerd dat elk risico van verontreiniging wordt voorkomen. Wanneer afvoerkanalen geheel of gedeeltelijk open zijn, moeten zij zo zijn ontworpen dat het afval niet van een verontreinigde zone kan stromen naar een schone zone, met name niet naar een zone waar wordt omgegaan met levensmiddelen die een aanzienlijk risico kunnen inhouden voor de consument. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 9. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  136. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R003220 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven Indien nodig moet worden gezorgd voor de adequate voorzieningen waar het personeel zich kan omkleden. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk I, onder 9. Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  137. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R003310 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten vloeroppervlakken goed worden onderhouden en moeten gemakkelijk kunnen worden schoongemaakt en, indien nodig, ontsmet. Dit houdt in dat ondoordringbaar, niet-absorberend, afwasbaar en niet-toxisch materiaal moet worden gebruikt, tenzij de exploitanten van levensmiddelenbedrijven ten genoegen van de bevoegde autoriteit kunnen aantonen dat andere gebruikte materialen voldoen. Waar passend moeten vloeren een goede afvoer via het vloeroppervlak mogelijk maken. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel a Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. B (Risico
  138. op)ernstig gevaar voor de volksgezondheid Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R003320 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten vloeroppervlakken goed worden onderhouden en moeten gemakkelijk kunnen worden schoongemaakt en, indien nodig, ontsmet. Dit houdt in dat ondoordringbaar, niet-absorberend, afwasbaar en niet-toxisch materiaal moet worden gebruikt, tenzij de exploitanten van levensmiddelenbedrijven ten genoegen van de bevoegde autoriteit kunnen aantonen dat andere gebruikte materialen voldoen. Waar passend moeten vloeren een goede afvoer via het vloeroppervlak mogelijk maken. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel a Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  139. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R003330 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten vloeroppervlakken goed worden onderhouden en moeten gemakkelijk kunnen worden schoongemaakt en, indien nodig, ontsmet. Dit houdt in dat ondoordringbaar, niet-absorberend, afwasbaar en niet-toxisch materiaal moet worden gebruikt, tenzij de exploitanten van levensmiddelenbedrijven ten genoegen van de bevoegde autoriteit kunnen aantonen dat andere gebruikte materialen voldoen. Waar passend moeten vloeren een goede afvoer via het vloeroppervlak mogelijk maken. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel a Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. D (Risico
  140. op)gering gevaar voor de volksgezondheid Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. Mededeling ter plaatse en/of nalevingshulp. n.v.t. 39R003420 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten vloeroppervlakken goed worden onderhouden en moeten gemakkelijk kunnen worden schoongemaakt en, indien nodig, ontsmet. Dit houdt in dat ondoordringbaar, niet-absorberend, afwasbaar en niet-toxisch materiaal moet worden gebruikt, tenzij de exploitanten van levensmiddelenbedrijven ten genoegen van de bevoegde autoriteit kunnen aantonen dat andere gebruikte materialen voldoen. Waar passend moeten vloeren een goede afvoer via het vloeroppervlak mogelijk maken. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel a Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  141. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R003520 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten vloeroppervlakken goed worden onderhouden en moeten gemakkelijk kunnen worden schoongemaakt en, indien nodig, ontsmet. Dit houdt in dat ondoordringbaar, niet-absorberend, afwasbaar en niet-toxisch materiaal moet worden gebruikt, tenzij de exploitanten van levensmiddelenbedrijven ten genoegen van de bevoegde autoriteit kunnen aantonen dat andere gebruikte materialen voldoen. Waar passend moeten vloeren een goede afvoer via het vloeroppervlak mogelijk maken. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel a Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  142. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R003620 Exploitanten van levensmiddelenbedrijven In ruimten waar levensmiddelen worden bereid, behandeld of verwerkt (met uitzondering van restauratieruimten en de in de titel van hoofdstuk III genoemde ruimten, maar met inbegrip van ruimten in vervoermiddelen), moeten vloeroppervlakken goed worden onderhouden en moeten gemakkelijk kunnen worden schoongemaakt en, indien nodig, ontsmet. Dit houdt in dat ondoordringbaar, niet-absorberend, afwasbaar en niet-toxisch materiaal moet worden gebruikt, tenzij de exploitanten van levensmiddelenbedrijven ten genoegen van de bevoegde autoriteit kunnen aantonen dat andere gebruikte materialen voldoen. Waar passend moeten vloeren een goede afvoer via het vloeroppervlak mogelijk maken. Verordening (EG) Nr. 852/2004 artikel 4, tweede lid, in samenhang met bijlage II, hoofdstuk II, onder 1, onderdeel a Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 2, eerste lid. C (Risico
  143. op)gevaar voor de volksgezondheid Schriftelijke waarschuwing, en/of corrigerende interventie en/of nalevingshulp Bestuurlijke boete en eventueel corrigerende interventie n.v.t. 39R003720 Exploitanten v

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.