← Nederland

Warmteprogramma Zwolle Aardgasvrij 2026-2036 (Zwolle)

In het kort

Dit Warmteprogramma beschrijft hoe de gemeente Zwolle de komende tien jaar de overgang van aardgas naar duurzame warmtebronnen aanpakt, met als doel Zwolle aardgasvrij te maken. Het programma is opgebouwd uit een strategie, een aanpak en een uitvoeringsplan.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR758610 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0193/2025/Regelingc48139bce4be47968b98db6a5275e1fb /join/id/stop/work_019 2026-03-12 2026-03-12 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR758610/nld@2026-03-13 /join/id/proces/gm0193/2025/procedured6d29562a8164c868e43b7294864dae7 2026-03-13 2026-03-13 /akn/nl/act/gm0193/2025/Regelingc48139bce4be47968b98db6a5275e1fb/nld@2026-03-05;15074887 /akn/nl/act/gm0193/2025/Regelingc48139bce4be47968b98db6a5275e1fb /akn/nl/act/gm0193/2025/Regelingc48139bce4be47968b98db6a5275e1fb/nld@2026-03-05;15074887 /join/id/stop/work_019 1 Warmteprogramma Zwolle Aardgasvrij 2026-2036 1 Samenvatting 1.1 Het warmteprogramma in het kort, de samenvatting In 2050 willen we in heel Nederland van het aardgas zijn. Vanuit het Rijk krijgen alle gemeenten de opdracht om een Warmteprogramma op te stellen voor de komende tien jaar. Het Warmteprogramma beschrijft in welke gebieden we in de gemeente binnen nu en tien jaar aan de slag gaan met de warmtetransitie, dus hoe Zwolle van het aardgas af gaat. Dit is veelomvattend. Het Warmteprogramma is daarom ook een omvangrijk stuk. We ontwikkelen het stapsgewijs, waarbij de onderdelen onderling met elkaar samenhangen en van elkaar afhankelijk zijn. In deze leeswijzer leggen we uit hoe het Warmteprogramma wordt opgebouwd. Het Warmteprogramma bestaat uit 3 niveaus; strategie, aanpak en uitvoering. Opbouw van het Zwolse Warmteprogramma Als eerste stellen we vast op basis van welke leidende principes we de warmtetransitie in Zwolle vormgeven; de Zwolse warmtestrategie. Met behulp van deze principes stellen we een aanpak op. Die aanpak bestaat uit bouwstenen met beleidsuitgangspunten voor een aardgasvrij Zwolle. Doel is om te komen tot een handelingsperspectief (uitvoering) voor inwoners op wijk/buurtniveau voor de komende 10 jaar, als het gaat om een duurzaam alternatief voor aardgas. Dit perspectief wordt op een kaart gezet, de zogenaamde Warmtetransitiekaart. Daaraan koppelen we een uitvoeringsagenda, dit is voor de gebieden waarin we de aankomende vijf jaar aan de slag gaan. Toelichting strategie Zwolse Warmtestrategie: bepaalt de hoofdkoers De basis van het Warmteprogramma is de strategie. Hierin staan leidende principes en uitgangspunten die bepalend zijn voor hoe we in Zwolle de warmtetransitie vormgeven. Daarin staat ook beschreven hoe we met partijen en stakeholders in de stad samenwerken om de transitieopgave voor elkaar te krijgen. De strategie werkt door in de aanpak van verschillende bouwstenen van het Warmteprogramma. De leidende principes komen voort uit het bestaande beleid, de Transitievisie warmte 2020, de lessen die we geleerd hebben in de afgelopen jaren in de samenwerking bij warmtetransitie-projecten, zoals in de wijken Assendorp, Dieze, Holtenbroek, Aa-landen en Berkum én de wettelijke kaders die gemeenten meekrijgen vanuit het Rijk. De input voor het onderdeel de Zwolse Warmtestrategie De Wet collectieve Warmte en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie maken het mogelijk voor gemeenten om instrumenten (bijvoorbeeld oprichten Warmtebedrijf) te ontwikkelen en in te zetten om de versnelling in de warmtetransitie te ondersteunen. Ontwikkelkader Warmtebedrijf: maakt collectieve warmtevoorziening mogelijk De oprichting van een publiek warmtebedrijf is één van de mogelijkheden om een betaalbare en haalbare warmteoplossing voor delen van de stad te realiseren. Met de op handen zijnde Wet collectieve warmte (Wcw) krijgen gemeenten de mogelijkheid om hier optimaal invulling aan te geven. Daarom het Ontwikkelkader Warmtebedrijf vastgesteld en het oprichtingsbesluit voor Warmtebedrijf Zwolle Holding b.v. genomen (raadsbesluit d.d. 13 juli 2024). Toelichting Aanpak De leidende principes vertalen zich door in bouwstenen. Daarin staan beleidsuitgangspunten. We omschrijven in de bouwstenen hoe we omgaan met duurzame bronnen, welke onderdelen we opnemen in een Warmteplan, welke rol we spelen bij energie-infrastructuur en netcongestie voor de warmtetransitie, hoe we samenwerken in en met de stad en hoe we het besparen van energie en isoleren van de gebouwde omgeving aanpakken. Schaalniveau aanpak; de bouwstenen van het Zwolse Warmteprogramma Isolatie & besparing: hoe we de stad helpen bij energie besparen? Alternatieve bronnen zijn schaars. Energie die we niet gebruiken hoeven we ook niet ander op te wekken. Onderdeel van het Warmteprogramma is daarom de stadsbrede Isolatie & besparingsaanpak, waarin staat hoe we inwoners (financieel) helpen bij het besparen van energie, o.a. door isolatie. Warmteplankader: hoe we komen tot gedragen plannen per gebied In Zwolle maken we altijd eerst een Warmteplan voor een gebied voordat we een concreet besluit nemen over wanneer aardgas niet meer beschikbaar is. Dat doen we samen met inwoners, bedrijven en andere partijen in het gebied. In het Warmteplankader staat beschreven waar een Warmteplan minimaal aan moet voldoen om vastgesteld te worden. Ook staat in het kader hoe we door deze manier van werken ervoor zorgen dat iedereen mee kan doen. Duurzame bronnen: Welke warmtebronnen hebben we? Er zijn verschillende alternatieven in Zwolle beschikbaar waarmee de warmtevraag van een wijk of, buurt duurzaam kan worden ingevuld. Onderzocht wordt welke duurzame bronnen we in Zwolle hebben, de potentie. Maar in deze aanpak staat ook beschreven hoeveel warmtevraag er in Zwolle is. En hoe krijgen we vraag en aanbod bij elkaar? Dit onderdeel is verplicht om in het Warmteprogramma op te nemen. Infrastructuur en netcongestie: hoe is het technisch mogelijk? Om van het aardgas af te gaan, zullen we veel meer elektriciteit gaan gebruiken. Bijvoorbeeld doordat we onze gebouwen voor een deel met warmtepompen zullen verwarmen. Ons netwerk is daar nog niet voldoende voor uitgerust. In de aanpak Infrastructuur en netcongestie staat hoe we er in samenwerking met andere partijen voor zorgen dat de infrastructuur klaar is voor een aardgasvrije toekomst en of we bijvoorbeeld door het realiseren van een warmtenet het elektriciteitsnet kunnen ontlasten. Samenwerking met de Stad : wat spreken we daar over af? In de verschillende bouwstenen is uiteraard ruimte voor participatie en samenwerking met partijen die betrokken zijn bij de totstandkoming van de bouwsteen of er mee aan de slag gaan. Maar daarnaast is het belangrijk dat er opgroeiruimte is voor de bewonersinitiatieven in onze stad en op welke wijze we deze (financieel) ondersteunen. Hoe gaan we aan de slag met ondernemers op een bedrijventerrein? Of waar kunnen we samenwerking vinden met woningcorporaties. Onder het instrument Samenwerking met de Stad geven we hier invulling aan. Toelichting uitvoering Schaalniveau Uitvoering; de Warmtetransitiekaart en de Uitvoeringsagenda Warmtetransitiekaart: wanneer is welk gebied aan de beurt en welke oplossing wordt voorzien? De Warmtetransitiekaart geeft aan wanneer welke gebieden tot 2036 aan de beurt zijn voor het opstellen van een Warmteplan en waar een einddatum voor aardgas is voorzien. Ook staat er welke voorkeursoplossing voor aardgas er voorzien wordt per gebied. Uitvoeringsagenda: inzet van capaciteit en financiële middelen Hoe zorgen we ervoor dat de keuzes en het handelingsperspectief dat we geven in de Warmtetransitiekaart ook ten uitvoer wordt gebracht? Hiervoor maken we een uitvoeringsagenda waarin de inzet van financiële middelen en capaciteit inzichtelijk worden gemaakt in een planning en prioritering tot 2030. 2 Bouwsteen: De Zwolse Warmtestrategie 2.1 Waarom een Zwols Warmteprogramma? 2.1.1 Algemeen Warmtestrategie De klimaatcrisis, de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en de noodzaak om energie duurzamer en betaalbaarder te maken, zijn urgente redenen om anders te gaan leven en wonen. Een essentiële stap daarin is om in Zwolle van het aardgas af te gaan en zo de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Dit is met alle gemeenten, andere overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties afgesproken in het landelijke Klimaatakkoord in 2019. De gevolgen van klimaatverandering zijn merkbaar. Denk aan extremere regenval en hitte. Zwolle, is er als laaggelegen, historische Hanzestad in open verbinding met het IJsselmeer, extra kwetsbaar voor. Door de fysiek-ruimtelijke opgave die de warmtetransitie met zich meebrengt, ontstaan kansen voor meer groen en klimaatadaptatie. Kansen om de stad duurzamer in te richten. Op dit moment wordt in de meeste gebouwen nog aardgas gebruikt. Dat is niet duurzaam en kan anders. De overgang van aardgas naar alternatieve bronnen noemen we de warmtetransitie. De warmtetransitie is de opgave om in 2050 landelijk circa zeven miljoen bestaande woningen en een miljoen andere bestaande gebouwen te verwarmen met hernieuwbare energie in plaats van aardgas of andere fossiele brandstoffen. Een grote operatie met gevolgen voor iedereen. Er gaan straten opengebroken worden om warmtenetten aan te leggen of elektriciteitsnetten te verzwaren. Gebouwen moeten extra worden geïsoleerd om ze voor te bereiden op een alternatieve manier van verwarmen. En voor inwoners en ondernemers kan het gebruik van energie en het betalen er anders uit gaan zien. Het is ook een enorme kans voor Zwolle. Door voortvarend aan de slag gaan, kunnen we niet alleen de klimaatdoelen halen, maar ook de kwaliteit van leven voor toekomstige generaties verbeteren. De warmtetransitie is een opgave voor iedereen, niet alleen voor de gemeente. Inwoners, woningcorporaties, netbeheerders, bedrijven, instellingen en gebouweigenaren: we hebben allemaal een verantwoordelijkheid. Dit vraagt om goede samenwerking. En ook duidelijkheid over waar, hoe en wanneer we samen welke stappen zetten. We stellen daarom een Warmteprogramma op, waarin staat hoe we dit aanpakken. Het Warmteprogramma geeft iedereen zo veel mogelijk duidelijkheid. De warmtetransitie als kans: Zwolle loopt voorop We willen in Zwolle graag voorloper zijn in de warmtetransitie. Zwolle heeft daar alle ingrediënten voor in huis. Een stad met een sterk sociaal netwerk en actieve, betrokken inwoners. Een economie met innovatieve bedrijven. En een groeiende gemeenschap die duurzaamheid omarmt en daar zelf het voortouw in neemt. Zomaar een aantal cruciale elementen voor de warmtetransitie. Door geen aardgas meer te gebruiken, maar duurzame alternatieven als warmtepompen, duurzame warmtenetten en duurzaam gas, wordt Zwolle steeds meer zelfvoorzienend. Dit maakt ons minder kwetsbaar voor invloeden van buiten, zoals een gasprijsstijging. Door te investeren in lokale energie en verduurzaming, kan Zwolle een economisch sterke stad blijven. Bovenal leidt verduurzaming in brede zin tot een fijnere stad om in te leven. Een groene stad, met schone lucht, een hoge biodiversiteit en een fijn leefklimaat. Een plek waar Zwollenaren graag zijn. 2.1.2 De ambitie van Zwolle In Zwolle zijn we al een aantal jaren volop bezig met de warmtetransitie. Vooral door het realiseren van energiebesparing, het verduurzamen van woningen, bedrijven en instellingen en het zetten van stappen naar een aardgasvrije stad. Beleidsstappen tot nu toe Voor de warmtetransitie hebben we de volgende beleidsstappen genomen en vastgesteld; Warmtegids

(2019)=> Transitievisie Warmte 2020 => en nu op weg naar het Warmteprogramma 2026-2036 Besluiten tot nu toe Coalitieakkoord “Samen voor een waarde(n)volle toekomst 2022-2026 “Een belangrijk onderdeel van de energietransitie is het aardgasvrij maken van (bestaande) wijken. De komende jaren gaat dit proces verder vorm krijgen. Dat vraagt optimaal gebruik van duurzame bronnen en aanleg van warmtenetten. We zijn, net als het Rijk, bereid hier een financiële bijdrage aan te leveren. Bij de exploitatie van toekomstige warmtenetten zien wij een duidelijke publieke taak. Alleen zo kunnen we bij deze ontwikkeling blijven sturen op publieke waarden. Ook willen we kijken hoe inwonersinitiatieven een plek kunnen krijgen in het warmtenet. Door onderdeel te worden van een groter project, zoals mogelijk Holtenbroek en Aa-landen. Of door zelf de mogelijkheid te krijgen een ‘warmteschap’ op te zetten, bijvoorbeeld in Dieze en Assendorp. Om wijkinitiatieven de kans te geven een rol te spelen bij de energietransitie, willen we ze de tijd en ruimte geven om te groeien in hun rol en uiteindelijk een professionele organisatie te worden. Een soort opgroeirecht. We gaan kijken hoe we dit kunnen vormgeven". Op 13 juli 2024 heeft de Raad het Ontwikkelkader Warmtebedrijf Zwolle vastgesteld. Op basis van dit kader heeft het college een oprichtingsbesluit genomen om te komen tot Warmtebedrijf Holding Zwolle B.V. De raad van de gemeente Zwolle heeft in haar Ambitiepakket voor de Energietransitie 2025-2030 (juni 2024) uitgesproken, dat het Warmteprogramma noodzakelijk is. Dit heeft geleid tot financiële ondersteuning van € 200.000 voor de ontwikkeling van het Warmteprogramma. Aangenomen motie tijdens de behandeling van Perspectiefnota 2025-2028, extra investeren in bewonersinitiatieven energietransitie. Bewonersinitiatieven belangrijk zijn voor lokaal draagvlak en versnelling van de energietransitie. Voor de verduurzaming in de wijken Assendorp en Dieze is in de begroting voor 2025 is de motie aangenomen om totaal € 300.000 te investeren in de initiatieven 50 Tinten Groen en Wijbedrijf Dieze. Praktijkstappen tot nu toe In de wijken Holtenbroek, Aa-landen en Berkum wordt er sinds de Transitievisie Warmte uit 2020, gewerkt aan het opstellen van warmteplannen met bewoners en partners. Een Warmteplan is een plan waarin staat hoe een gebied aardgasvrij kan worden. Deze wordt opgesteld door de gemeente, inwoners en partners samen. Hierin staat onder meer wat het alternatief voor aardgas is, welke isolatie nodig is en wat de einddatum voor aardgas is. Het kan gaan om een buurt of een wijk of meerdere. In de gebieden Sallandsweide in Assendorp en Hogenkamp in Dieze, werken lokale bewonersinitiatieven aan een buurtenergieplan en een actieonderzoek voor VvE’s om de gebieden te verduurzamen in de brede zin (ook mobiliteit, vergroening en wijkverbetering). In deze vijf gebieden in Zwolle leren we daardoor steeds beter wat wel en wat niet werkt. En wat er nodig is om te versnellen. De praktijk is nog weerbarstig en de wetgeving is nog in ontwikkeling. De warmtetransitie heeft dagelijks met nieuws, wijzigingen, nieuwe inzichten en ontwikkelingen te maken. Maar we willen door, want er staat ons nog veel te doen. 2.1.3 Wat moet er in het Warmteprogramma? De juridische context In het Warmteprogramma staan de plannen voor het verduurzamen en aardgasvrij maken van gebieden in Zwolle voor de komende tien jaar. Niet alleen de plannen en werkzaamheden vanuit de gemeente, maar ook van andere partners waarmee we samenwerken, zoals bewonersinitiatieven, netbeheerders en bedrijven. Het Warmteprogramma laat zien in welke gebieden partijen de komende jaren aan de slag gaan en wat daar op hoofdlijn de aanpak is voor het alternatief voor aardgas en de planning. Dit Warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet en geeft duidelijkheid omtrent de warmtetransitie voor alle betrokkenen (denk aan professionele partners, bewoners, ondernemers en andere gebouweigenaren). Het is ook de basis voor een gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie in de warmteplannen. Op dit moment ligt er landelijk een wet die het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving kan versnellen. Deze wet heet de ‘Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)’. De Wgiw geeft gemeenten bevoegdheden om meer regie te nemen in de warmtetransitie. Zo kunnen gemeente zodra de Wgiw in werking treedt (verwacht medio 2026) de datum vaststellen waarop de levering van aardgas in een gebied stopt. Dit noemen we de ‘aanwijsbevoegdheid’. De aanwijsbevoegdheid is de juridische mogelijkheid voor gemeenten om in het Omgevingsplan een einddatum op te nemen voor de levering van aardgas. Deze bevoegdheid is onderdeel van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (beoogde inwerkingtreding in 1 januari 2026). In de figuur hieronder zijn de stappen naar aardgasvrij beschreven, vanuit het juridische kader. Uiterlijk 31 december 2027 moet elke gemeente het eerste Warmteprogramma vaststellen. Doel Warmteprogramma naar Aardgasvrij Zwolle, de juridische context Onderdeel van de Wgiw is de verplichting iedere vijf jaar een Warmteprogramma op of bij te stellen. Er zijn verschillende eisen waar zo’n Warmteprogramma aan moet voldoen. Inhoudelijke vereisten staan opgenomen in het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw). Zo moet er participatie hebben plaatsgevonden. Ook geeft de wet veel kaders en randvoorwaarden mee. De aanwijsbevoegdheid mag bijvoorbeeld alleen worden gebruikt als de aanpak betaalbaar en haalbaar is, en er een redelijke termijn zit tussen het aanwijzen van een gebied en het stoppen met aardgaslevering. Dit moet minimaal in een Warmteprogramma staan: Een planning tot 2035 die aangeeft met welke gebieden de gemeente aan de slag gaat met de warmtetransitie. Dit kan zowel gaan over verduurzamen (isoleren) als de overstap naar een duurzaam alternatief voor aardgas. Alleen voor de in de planning aangegeven gebieden kan de aanwijsbevoegdheid worden ingezet. Staat een gebied niet in die planning, dan geeft dat zekerheid dat de komende 10 jaar nog aardgas beschikbaar is. Deze planning vertalen we in de Warmtetransitiekaart. Deze laat zien in welke gebieden, wanneer, partijen aan de slag gaan (of al zijn) met bijvoorbeeld het opstellen van warmteplannen, en in welke gebieden een einddatum voor de levering van aardgas wordt voorzien. In dat geval maken we gebruik van nieuwe bevoegdheden vanuit de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), namelijk de aanwijsbevoegdheid De duurzame alternatieven voor aardgas per gebied die de gemeente overweegt, met daarbij een voorkeursoptie. Dit wordt bepaald op basis van de laagste maatschappelijke kosten, kosten voor de eindgebruiker en de beschikbaarheid van de warmtebron. De uiteindelijk keuze voor het alternatief wordt gemaakt in een uitvoeringsplan (in Zwolle Warmteplan genoemd) en is pas juridisch bindend voor inwoners, ondernemers en anderen bij het wijzigen van het Omgevingsplan. Wanneer wordt gekozen voor een andere optie dan het alternatief met de laagste totale kosten voor de maatschappij, moet dit expliciet worden gemotiveerd. Het aantal gebouwen dat in de periode tot en met 2035 naar verwachting zal worden geïsoleerd, van het aardgas afgaat en de verwachte warmtebehoefte. Bij elke herijking is terugkijken op de doelen en vooruitkijken vereist. Dit vraagt van de gemeente data(verzameling), analyse en monitoring Een planMER (milieueffectrapportage). Dit is vereist nu het Warmteprogramma een wettelijk voorgeschreven plan is onder de Omgevingswet en het kader vormt voor onder meer de aanleg van buisleidingen voor warm water en diepboringen voor geothermie. Dit zijn mer-(beoordelingsplichtige) activiteiten. Een milieueffectrapportage (mer) brengt de milieueffecten hiervan in beeld. In het kader van dit programma is een planMER uitgevoerd. De betreffende rapportage vindt u in PlanMER Warmteprogramma gemeente Zwolle. Een verplichting onder het Warmteprogramma is dat de voortgang van de warmtetransitie wordt gemonitord en we elke vijf jaar de balans opmaken. Na (maximaal) vijf jaar herijken we het Warmteprogramma en laten dan zien welke resultaten er bereikt zijn en wat we als stad de jaren erna willen bereiken. In het Warmteprogramma waar we de komende jaren verder onderzoek naar doen en wat het handelingsperspectief is voor gebouweigenaren in alle gebieden, ook als deze niet op de Warmtetransitiekaart staan (en er dus pas na 2035 warmteplannen worden opgesteld). 2.1.4 In stappen naar een Warmteprogramma Het Warmteprogramma is omvangrijk. Het gaat over grote strategische keuzes, en ook over concrete uitvoerende projecten en de inzet van middelen en capaciteit. Kortom, over alles wat nodig is om aardgasvrij te worden, en waar mogelijk meer dan dat. Dit Warmteprogramma gaat over de tijdsperiode 2026 tot 2036, waar mogelijk geven we een doorkijk na
  1. Om het geheel behapbaar te houden, bouwen we het programma in delen op. We zien drie belangrijke niveaus: strategie, aanpak opgesteld in de vorm van verschillende bouwstenen, en de uitvoering. Onderstaande figuur laat deze opbouw van het Zwolse Warmteprogramma zien. De onderdelen zijn niet in één keer vastgesteld, maar in stappen en vormen uiteindelijk samen het Zwolse Warmteprogramma. Het Ontwikkelkader voor het Warmtebedrijf Zwolle is op 13 juli 2024 reeds vastgesteld. Begin 2025 werd de Zwolse Warmtestrategie aangeboden aan het college en de raad. Daarna volgden de bouwstenen Warmteplannen Kader, Isolatie & besparing, de Bronnenstrategie, Infrastructuur & Netcongestie en de Samenwerking met de Stad. Begin 2026 wordt het Warmteprogramma als geheel vastgesteld door het college en aan de Raad voorgelegd. Het Warmteprogramma vervangt vanaf dat moment de vigerende Transitievisie Warmte Zwolle, uit
  2. Het Warmteprogramma kijkt tien jaar vooruit (2026 – 2036). Na vijf jaar moet een Warmteprogramma herijkt worden. Indien nodig kan dit eerder bijvoorbeeld door gewijzigde wetgeving, innovatie of kansen voor het ontwikkelen van nieuwe warmtebronnen. Hier houden we in het Warmteprogramma rekening mee door ruimte in te bouwen voor ontwikkelingen. We houden voortdurend in de gaten of bijstellen nodig is. Het Zwolse Warmteprogramma zien we dan ook als een groeidocument welke, als ontwikkelingen erom vragen, tussentijds kan worden aangevuld en aangepast. Zo zijn we in staat te reageren op ontwikkelingen en kunnen we nieuwe lessen direct meenemen in ons werk. De opbouw van het Warmteprogramma Strategie In de Zwolse Warmtestrategie staan de leidende principes en strategische uitgangspunten van waaruit we werken centraal, die aangeven hoe we in Zwolle de warmtetransitie aanpakken. De Zwolse Warmtestrategie staat in hoofdstuk
  3. Onze vier leidende principes die in het hele Warmteprogramma terug te vinden zijn, zijn: We leren al doende en maken zoveel mogelijk gebruik van wat er al is; We reageren zo flexibel mogelijk op wat nodig is; We vullen een regierol in passend bij de situatie: sturend indien nodig; We willen klaar zijn voor toekomstige ontwikkelingen. Aanpak De leidende principes vertalen zich door in bouwstenen. Daarin staan beleidsuitgangspunten. We omschrijven in de bouwstenen hoe we omgaan met duurzame bronnen, welke onderdelen we opnemen in een Warmteplan, welke voorwaarden we stellen aan een publiek warmtebedrijf, welke rol we spelen bij energie-infrastructuur en netcongestie voor de warmtetransitie, hoe we samenwerken in en met de stad en hoe we het besparen van energie en isoleren van de gebouwde omgeving aanpakken. Met deze bouwstenen maken we de Warmtetransitiekaart. Deze kaart geeft per gebied tot 2035 aan waar we aan de slag gaan en waar voorlopig nog aardgas is. Aan de kaart wordt een tabel toegevoegd die onder meer aangeeft wat de voorkeursoptie voor de warmtebron ter vervanging van aardgas is. Uitvoering Bovenstaande geeft richting aan de uitvoering. In de Uitvoeringsagenda 2026-2031 staan de planning en prioritering van projecten en activiteiten voor de eerste vijf jaar. Hierin staat ook een overzicht van benodigde middelen en capaciteit. 2.1.5 Totstandkoming Zwolse Warmteprogramma Bij de ontwikkeling van dit Zwolse Warmteprogramma nemen we voortdurend input mee vanuit verschillende bijeenkomsten, gesprekken en onderzoeken met partners, inwoners en ondernemers. Voorbeelden zijn de wijkbijeenkomsten en werksessies met bewoners in de wijken Holtenbroek, Aa-landen en Berkum. De gesprekken met inwoners, ondernemers, woningcorporaties en bewonersinitiatieven in lopende warmteprojecten in Assendorp en Dieze. Er is daarnaast een gemeentebrede peiling uitgevoerd onder inwoners en ondernemers over de warmtetransitie. In de aanloop naar het Ambitiepakket voor de Energietransitie 2025-2030 (juni 2024) zijn stakeholdergesprekken gevoerd waarin het Warmteprogramma en de warmtetransitie zijn besproken. Over de verschillende onderdelen van het Warmteprogramma wordt overlegd met vertegenwoordigers van de duurzame bewonersinitiatieven, georganiseerd in Platform Duurzaam Zwolle. Op deze wijze zijn we continu in gesprek met elkaar. We sluiten veelal aan bij lopende projecten en participatietrajecten, zowel vanuit de energietransitie als breder, zoals het Burgerberaad over eerlijke klimaatneutrale stad (sept 2023- juli 2024), de nieuwe Omgevingsvisie en waardevolle lessen vanuit het project Warm Thuis voor inwoners met energiearmoede. Daarnaast is expertise vergaard bij deelname aan werkgroepen van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie en G40 en delen we kennis met andere gemeenten. De verkregen inzichten zijn verwerkt in deze nota. Het college van burgemeester en wethouders en de Zwolse gemeenteraad zijn de afgelopen jaren meerdere keren geïnformeerd en gevraagd te adviseren over de warmtetransitie. Deze input is ook belangrijk geweest in de opzet en gemaakte keuzes in het Warmteprogramma. Alle betrokken partijen, activiteiten en bijeenkomsten met de stad, welke hebben bijgedragen aan dit Warmteprogramma, zijn opgenomen in het Participatiejournaal Warmteprogramma. 2.2 Zwolse Warmtestrategie – de leidende principes 2.2.1 Inleiding In het Warmteprogramma Zwolle Aardgasvrij staat hoe we de komende jaren de gebouwde omgeving steeds minder afhankelijk maken van aardgas. Dit is niet nieuw: in de praktijk zijn we al een tijdje samen met inwoners, ondernemers en partijen aan de slag en hebben ervaring opgedaan (de geleerde lessen). We leggen in dit deel, de Zwolse Warmtestrategie, vast vanuit welke leidende principes we werken, en in de toekomst willen werken. Want er is nog veel te doen. De Warmtestrategie gaat dus over de vraag “Op welke wijze?”. Dit werkt vervolgens door in de verschillende onderdelen van het Warmteprogramma: de bouwstenen. Daar staat “Wat” we doen en gaan doen. De Warmtestrategie is adaptief opgesteld. We bevinden ons immers in een dagelijks veranderende wereld. De Zwolse Warmtestrategie is daarom een belangrijke stip op de horizon, met de nodige wendbaarheid. 2.2.2 Hoe we werken: leidende principes Hieronder staan de vier leidende principes voor het hele Warmteprogramma, die we overal in meenemen. Dit is de manier hoe we in Zwolle werken en willen werken aan de warmtetransitie. Dit zien we nu in de lopende ontwikkelingen en projecten en willen we vastleggen voor de komende jaren. Het zijn principes die we nu meenemen op de korte termijn en die ons op de lange termijn helpen om doelstellingen te halen.
  4. We leren al doende en maken zoveel mogelijk gebruik van wat er al is De warmtetransitie is complex en voor ons allemaal nieuw. Naast nieuwe technieken zijn er nieuwe werkwijzen, samenwerkingsvormen en kaders nodig. Er zijn nog maar weinig voorbeelden om van te leren. Waar mogelijk borduren we voort op ervaringen van anderen en kennis die al ontwikkeld is. Landelijk en van de Proeftuinen Aardgasvrij Wijken (PAW), bij andere gemeenten en bij kennispartijen. Maar daarmee komen we er niet. We hebben geleerd dat de warmtetransitie een lokale transitie is. In veel gevallen is maatwerk, persoonlijk contact en lokale binding nodig om resultaat te boeken. We leren dus vooral door te doen. Geen lange plannen schrijven, maar pionieren met de voeten in de klei, met veel aandacht voor het lerende effect. Zoveel als mogelijk maken we resultaten meetbaar, zodat we leren welke aanpak werkt en welke niet. Wat werkt blijven we doen en laten we groeien. Werkt het niet, dan is het ook nodig tijdig koers te wijzigen of te stoppen met een project. Wat we hebben geleerd verwerken we ook in ons beleid. Op dit moment is dat de in 2020 vastgestelde Transitievisie Warmte (TVW). Het Warmteprogramma vervangt de TVW, maar uitgangspunten en vertrekpunten die nog steeds gelden, nemen we mee. Deze staan in hoofdstuk 2 van de Transitievisie Warmte en hebben we ook in de bijlage Uitgangspunten en vertrekpunten uit de Transitievisie Warmte (TVW) Zwolle 2020 opgenomen. Op een aantal punten stellen we een aanscherping voor, die ook in de bijlage is toegelicht.
  5. We reageren zo flexibel mogelijk op wat nodig is In een transitie verandert veel tegelijkertijd. Zo ook in de warmtetransitie. De overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame bronnen gaat over veel meer dan techniek. Het gaat over mensen, over economie, sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen en over hoe we met elkaar samen leven. Elk met eigen dynamiek, die op zijn beurt effect heeft op de manier waarop we naar een aardgasvrije stad toe werken of de snelheid waarmee we kunnen veranderen. Dit kunnen we niet ver vooruit voorspellen. In het Warmteprogramma stippelen we een lange termijn koers uit, met als horizon tien jaar. Een periode waarin veel kan veranderen. De houdbaarheid van dit programma is alleen gegarandeerd als er ruimte is om tussentijds bij te sturen. Om adaptief te reageren als ontwikkelingen daarom vragen. We willen voorkomen dat het gemeentelijk beleid de vertragende factor is. Een voorbeeld is dat hybride nu nog een goede tussenoplossing is en stap in de verduurzaming, maar zodra duidelijk is wat de eindoplossing is in een gebied niet meer.
  6. We vullen een regierol in passend bij de situatie: sturen op doelen indien nodig Als gemeente hebben we de regierol in de warmtetransitie. Dat is in het Klimaatakkoord afgesproken. We zijn voor het merendeel afhankelijk van andere partijen, netbeheerders, inwoners en bedrijven die zelfstandig beslissingen kunnen nemen. Als regisseur voelen we ons ervoor verantwoordelijk dat de optelsom van die beslissingen klopt. Daarvoor treden we soms op als procesregisseur, waarbij we verbindingen leggen tussen partijen, intensief samenwerken, co-creëren met stakeholders of participeren in ontwikkelingen van anderen. Maar waar nodig treden we ook sturend op en stellen we het resultaat naar een aardgasvrije stad voorop. De meer sturende, presterende rol vertaalt zich onder andere in de positie die de gemeente Zwolle inneemt bij de ontwikkeling van warmtenetten, de oprichting van het Warmtebedrijf Zwolle en waar mogelijk het toepassen van de aanwijsbevoegdheid. In alle gevallen geldt dat we doelgericht aan de slag gaan, sturen op effectiviteit, efficiency en het behalen van meetbare resultaten. We geven richting en stellen heldere kaders en randvoorwaarden richting partners in de stad waarmee we samenwerken. We stimuleren en faciliteren in de richting van de gestelde doelen. En we durven risico te nemen door te investeren in de juiste richting. Met passende rolneming, afhankelijk van wat de situatie vraagt, verwachten we sneller aardgasvrij te kunnen worden.
  7. We willen klaar zijn voor toekomstige ontwikkelingen Dit is het eerste Warmteprogramma in Zwolle en beleid en wet- en regelgeving die nodig zijn om te versnellen zijn nog in ontwikkeling. Niet alleen gemeentelijk beleid, maar vooral ook landelijk beleid. Dat betekent dat we steeds vooruitkijken en alvast rekening houden met wat komen gaat. Met het Warmteprogramma willen we onder andere voorbereid zijn op de mogelijkheden die de in ontwikkeling zijnde wetgeving gaat bieden. Dit zijn de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en de Wet collectieve warmte (Wcw). De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is op 23 april 2024 door de Tweede Kamer aangenomen en op 10 december 2024 door de Eerste Kamer. De wet treedt naar verwachting in 2026 gefaseerd in werking. Dit geldt ook voor de Wet collectieve warmte (Wcw). In ons beleid en in de uitvoering handelen wij alvast in de geest van deze nieuwe wetten en bijbehorende (deels nog in ontwikkeling zijnde) besluiten. We maken keuzes die erop voorsorteren, wetende dat op detailniveau nog verdere invulling zal komen. Dit zorgt ervoor dat we tijdig de juiste instrumenten kunnen inzetten, zoals de aanwijsbevoegdheid om gebieden aardgasvrij te maken. Door deze wetten nu al als uitgangspunt te nemen, zorgen we ervoor dat de Zwolse koers in lijn is met de landelijke en dat wat we doen juridisch klopt. Nog niet alles is bekend vanuit het Rijk. Dat betekent dat er voorlopig randvoorwaarden zijn om ons huidige beleid te kunnen uitvoeren. Zo staat er in de Wgiw dat in een Warmteplan (die daarna dient als onderbouwing voor wijziging Omgevingsplan) een einddatum voor de levering van aardgas moet staan. Een gemeente kan die einddatum alleen handhaven als er een handelingsperspectief is voor alle gebouweigenaren. Dat het voor inwoners en de maatschappij betaalbaar en uitvoerbaar is. De uitwerking en definitie van betaalbaarheid volgt nog. Die uitwerking is randvoorwaardelijk om ons beleid te kunnen uitvoeren en handhaven. 2.3 Zwolse Warmtestrategie – de strategische uitgangspunten 2.3.1 Inleiding Waar de leidende principes hierboven beschrijven hoe we werken, geven de strategische uitgangspunten hieronder meer kleuring aan de inhoudelijke bouwstenen van het Warmteprogramma. Deze zijn niet limitatief. Bij de vaststelling van de individuele bouwstenen kunnen nog aanvullende uitgangspunten voorgelegd worden, die nu nog in ontwikkeling zijn. Uitgangspunten zijn opgesteld vanuit ervaring van de afgelopen jaren, lopende projecten, landelijke ontwikkelingen en regionale en stedelijke gesprekken, zoals met de gemeenteraad: De warmtevraag terugdringen 2.3.2; Warmteplanproces in en met de buurt 2.3.3; Alternatieven voor aardgas 2.3.4; De Warmtetransitiekaart het eindbeeld waar me naar toe werken 2.3.
  8. 2.3.2 De warmtevraag terugdringen Het is onze ambitie alle inwoners passend te helpen met energiebesparing en een voldoende geïsoleerde woning, ongeacht warmteoplossing In de bouwsteen Isolatie & besparing (hierna isolatieaanpak) staat hoe we inwoners ondersteunen bij energiebesparing en het isoleren van woningen. Een aantal strategische uitgangspunten voor deze isolatieaanpak zijn hieronder beschreven. Het terugdringen van de warmtevraag door bewustwording en energiebesparend gedrag zien we als integraal onderdeel van de aanpak. Duurzame bronnen zijn schaars, en niet gebruikte energie hoeven we ook niet alternatief in te vullen. Daarnaast resulteert energiebesparing direct in een lagere CO2-uitstoot. Daarom is het onze ambitie alle inwoners passend te helpen naar een voldoende geïsoleerde woning, onafhankelijk van de warmteoplossing. Ter illustratie: we leggen de lat qua isolatieniveau niet lager in gebieden waar een hoge temperatuur warmtenet is voorzien, dan in gebieden waar elektrische warmtepompen de voorkeurstechniek is. De isolatieaanpak kan voor gebieden die op de Warmtetransitiekaart (komende 10 jaar) staan, intensiever zijn dan in gebieden die niet zijn opgenomen op de Warmtetransitiekaart. De wijze van isoleren is afhankelijk van de gekozen warmteoplossing. In een gebied met een hoge temperatuur warmtenet kan de aanpak ook na overstappen geïntensiveerd worden, aangezien een goed geïsoleerde woning geen randvoorwaarde is voor aansluiting. Er zijn verschillende manieren om te kijken naar wat “voldoende geïsoleerd” is. Zo is de landelijke Standaard onderdeel van het huidige energielabel (vastgesteld met de rekenmethodiek NTA 8800) en geeft deze een indicatie of een woning technisch gezien goed genoeg geïsoleerd is om van het aardgas af te kunnen. Dit wordt berekend op basis van een theoretische warmtevraag. Deze methode kan goed worden gebruikt voor het vergelijken van gebouwen, maar neemt comfortbeleving en gedrag van de inwoner niet mee. Op dit moment zien we de volgende uitgangspunten voor de isolatieaanpak: We hanteren de landelijke Standaard als uitgangspunt voor voldoende geïsoleerd. Inwoners kunnen er altijd voor kiezen om zelfstandig verder te isoleren dan de Standaard; In wijkgerichte inzet en lokale buurtprocessen streven we naar maatwerk, waarin comfort en gedrag van inwoners ook worden meegenomen. De isolatieaanpak is gericht op alle inwoners en woningen in de gemeente Zwolle. Zodra we in een gebied aan de slag gaan met een Warmteplan kan deze aanpak lokaal intensiever worden. Dat is maatwerk. De ondersteuning die nodig is hangt af van de inwoners, de organisatiegraad van de inwoners en sociaaleconomische kenmerken van het gebied, de bouwkundige kenmerken van gebouwen en de mate waarin deze al geïsoleerd zijn. De gebiedsgerichte isolatieaanpak is daarom onderdeel van het opstellen van het Warmteplan en vindt altijd plaats in samenwerking met inwoners, partners en bedrijven. De middelen die hiervoor beschikbaar worden gesteld kunnen per gebied en doelgroep verschillen. Als we moeten prioriteren, kiezen we voor: Kwetsbare inwoners die onze steun en middelen het hardste nodig hebben, vanuit het principe dat iedereen mee moet kunnen; Isolatiemaatregelen aan de slechtst geïsoleerde woningen en de lastigste isolatieroutes (denk aan VvE’s en oudere woningen). Warmtevraag van bedrijven en instellingen (werklocaties) Voor het verduurzamen van de bedrijven en instellingen kiezen we voor een bredere duurzaamheidsaanpak waarin warmtetransitie, mobiliteit en energiebesparing, netcongestie en energie-opwek worden gecombineerd. In 2025 stellen we een aanpak op hoe we de diverse werklocaties waaronder de bedrijventerreinen willen verduurzamen. Deze aanpak heeft verschillende raakvlakken met de Zwolse warmtestrategie en het kader warmteplannen. Er wordt gekozen voor de aparte doelgroep benadering van bedrijven en instellingen om de volgende redenen: Bedrijven en instellingen maken ook gebruik van aardgas voor hun processen. Op dit moment zijn er nog te weinig betaalbare alternatieven voor het aardgas zodat bedrijven nog niet kunnen over stappen naar een andere bron voor hun processen; Veel bedrijven zijn zogenaamde grootverbruikers als het gaat om elektriciteitsverbruik. Vanwege netcongestie kunnen deze bedrijven geen grotere elektriciteitsaansluiting krijgen. Dit staat hun verduurzaming in de weg, omdat zij niet kunnen overstappen naar all-electric oplossingen; Logistiek wordt een belangrijk onderdeel bij bedrijven. Bedrijven kijken daarom naast het verduurzamen van het gebouw ook naar het verduurzamen van de logistiek, bijvoorbeeld het elektrisch laden. Om bedrijven integraal te verduurzamen kiezen we voor een doelgroep aanpak, inclusief het logistieke deel; Vanwege netcongestie en het ontbreken van alternatieve duurzame bronnen voor proceswarmte zijn er nog geen bedrijventerreinen aangewezen waar we aan de slag gaan met een Warmteplan. De strategische uitgangspunten van de isolatieaanpak voor inwoners gelden ook voor de bedrijven en instellingen. We vinden dat bedrijven en instellingen zelf verantwoordelijk zijn voor het nemen van isolatie maatregelen. Daarbij hebben bedrijven ook wetgeving waar ze aan moeten voldoen. Als gemeente willen we bedrijven wel ondersteunen in het informeren over de mogelijkheden en verplichtingen van de energietransitie. Ook werken we samen met bedrijven aan collectieve oplossingen om netcongestie te verminderen om verduurzaming mogelijk te maken. Dit onder de paraplu van de aanpak toekomst bestendige bedrijventerreinen. Hiervoor is in 2023 het Masterplan toekomstbestendige bedrijventerreinen Zwolle vastgesteld. Zodra ook voor de bedrijven en instellingen een alternatief is voor aardgas, kan ook voor de bedrijventerreinen een Warmteplan worden opgesteld. Daarbij kan ook een einddatum voor de levering van aardgas worden opgenomen. 2.3.3 Warmteplanproces in en met de buurt We kiezen ervoor om het instrument Warmteplan in te zetten Het opstellen van een Warmteplan (in de nieuwe wet Uitvoeringsplan genoemd) is niet verplicht, maar een keuze. Met de betrokkenen leggen we in dit plan vast wat het haalbare duurzame warmtealternatief is, welke kosten dat met zich meebrengt, welke stappen gebouweigenaren kunnen zetten en wanneer de levering van aardgas stopt. Het opstellen van dit plan kan zowel door ons als gemeente of door partijen in de stad worden gedaan. Het handelingsperspectief voor de inwoners en gebruikers van het gebied heeft een prominente plek in een Warmteplan. Het vaststellen van Warmteplannen doen we minimaal op CBS-buurtniveau, vanwege juridische en wettelijke verplichtingen, en het kunnen toetsen van betaalbaarheid en uitvoerbaarheid van plannen. In het Kader Warmteplannen staat (deze keuze voor) CBS-buurtniveau verder toegelicht. Een CBS-buurt voelt niet altijd logisch. Zo kennen warmteoplossingen vaak een andere schaal. Dit kan kleiner zijn dan dit buurtniveau, of juist over grenzen van buurten heengaan. In buurtprocessen laten we deze indeling daarom zoveel mogelijk los. We maken plannen voor gebieden die logisch zijn. Gaan we naar besluitvorming om het plan vast te stellen en het Omgevingsplan te wijzigen, dan is de CBS-buurt de minimale omvang van het Warmteplan. Dit kan daarmee ook een verzameling zijn van plannen voor gebieden die gezamenlijk één CBS-buurt vormen. Wij kiezen ervoor om het instrument Warmteplan in te zetten, omdat we op deze wijze zeggenschap, duidelijkheid en inzicht geven aan alle partijen in een gebied. Inwoners(initiatieven), ondernemers, verhuurders en woningcorporaties zijn de stakeholders in een gebied waarmee samen een Warmteplan wordt opgesteld. Door ruimte te maken voor participatie en constructief samen te werken komen we tot zo breed mogelijk gedragen plannen. Het alternatief is om de plannen alleen juridisch vast te leggen in planregels in het Omgevingsplan. Daarmee zou een belangrijke stap met inwoners en anderen in het proces naar aardgasvrij over worden geslagen. Wij ondersteunen in de uitvoering met maatwerk De warmtetransitie is omvangrijk en heeft gevolgen voor iedereen. Het komt letterlijk achter de voordeur en vraagt van ons allemaal een verandering. We vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen in deze transitie, maar zien grote lokale verschillen in wat daarvoor nodig is. Door te werken met Warmteplannen zijn we in staat maatwerk te bieden per gebied. In Warmteplannen werken we de nodige ondersteuning uit op basis van logische doelgroepen. Dit kan verschillen op basis van bijvoorbeeld financiële situaties en sociaal-maatschappelijk achtergronden van inwoners, eigendomssituaties en kenmerken van woningen. Ieder Warmteplan kent een einddatum voor de levering van aardgas Eén van de onderdelen van een Warmteplan is dat we beschrijven hoe en wanneer we in een gebied overstappen op een duurzaam alternatief. Daarbij geven we in ieder Warmteplan aan wanneer de levering van aardgas eindigt. Daarvoor hanteren wij een periode van 8 jaar na wijziging van het Omgevingsplan, in lijn met de Wgiw. Het college stelt deze einddatum vast als onderdeel van het Warmteplan. Pas met de wijziging van het Omgevingsplan wordt deze datum bindend voor iedereen in het betreffende gebied en gaat de uitvoeringsperiode van start. In de praktijk is de uitvoering vaak al bezig in een gebied, zeker op het moment dat de Warmteplannen samen met inwoners en stakeholders worden opgesteld. In deze fase brengen we iedereen op de hoogte van de verwachte planning. Ook worden de gebieden al eerder opgenomen in de Warmtetransitiekaart. Inwoners, bedrijven en partners weten vanaf dat moment de verwachte einddatum, maar deze is dan nog niet definitief. De totale tijd tussen het aanwijzen van een gebied in de Warmtetransitiekaart en daadwerkelijk stop van aardgaslevering is daarmee gemiddeld 10 tot 15 jaar. Om een einddatum vast te stellen, moet volgens de Wgiw de uitvoerbaarheid, haalbaarheid en betaalbaarheid van de plannen zijn aangetoond. Dat betekent dat het overstappen voor iedereen mogelijk moet zijn en er voor iedere doelgroep handelingsperspectief is. Wij zijn daarbij voor een groot deel afhankelijk van ontwikkelingen op Rijksniveau. De definitie van betaalbaarheid is nog in wording daarover moet het Rijk nog een besluit nemen. Onder 2.3.3 staat beschreven hoe wij als gemeente Zwolle nu tegen betaalbaarheid aan kijken en dit vormgeven in de lopende Warmteplannen. Gedurende de uitvoeringsperiode zal de gemeente inwoners en ondernemers ondersteunen in de transitie en monitoren hoe dat verloopt. Een gemeente is verplicht zich bij het stoppen van de aardgaslevering ervan te verzekeren, dat iedereen de mogelijkheid heeft gehad over te stappen op een duurzaam warmtealternatief. De termijn van 8 jaar kan verlengd worden als daar reden voor is. We kijken breder dan het nieuwbouwplot, meer gebiedsgericht / kan de duurzame bron ook voor bestaande bouw worden ingezet? In de Wet voortgang Energietransitie (Wet VET) is opgenomen dat alle nieuwbouw in de gebouwde omgeving aardgasvrij moet worden gerealiseerd en dus moet worden voorzien van duurzame warmte. Wanneer er bij nieuwbouwprojecten of herstructureringsprojecten wordt ingezet op een collectief warmtesysteem kan dit een kans zijn voor het uitbreiden van het systeem naar omliggende bestaande bebouwing om deze ook van het aardgas te krijgen. We werken samen met de stad, lokaal en van onderop waar mogelijk De warmtetransitie is omvangrijk en heeft gevolgen voor iedereen. Dit betekent dat partners in de stad zoals bewoners, ondernemers, woningcorporaties en instellingen ook zelf het initiatief nemen om aan de slag te gaan. Dit kan gaan over het infomeren en faciliteren van aardgasvrij wonen en ondernemen, maar ook over het opstellen van een warmteplan, of het realiseren van een duurzame warmte-oplossing zoals bijvoorbeeld een warmtenet. Deze initiatieven ondersteunen wij en zijn zeer belangrijk voor het creëren van draagvlak voor de warmtetransitie in de stad. Hoe meer mensen werken aan de warmtetransitie, hoe sneller de ambitie van aardgasvrij Zwolle dichterbij komt. In de bouwsteen “Samenwerking met de stad” worden de principes waar langs we deze samenwerking vormgeven, samen met de partners, ingevuld. In het in 2023 vastgestelde Masterplan toekomstbestendige bedrijventerreinen Zwolle is ook beschreven hoe we de organisatiegraad op de bedrijventerreinen willen versterken. Daar wordt samen met de bedrijventerreinen aan gewerkt. De vier bedrijventerreinen hebben allemaal een ondernemersvereniging en een parkmanager. Dit zijn naast de individuele bedrijven en instellingen belangrijke partners om mee samen te werken. Dit om de bedrijventerreinen te verduurzamen en straks ook Warmteplannen op te stellen. Daarnaast zijn in andere gebieden bedrijven en instellingen ook vaak georganiseerd via een ondernemersvereniging, zoals bijvoorbeeld de binnenstad en winkelcentrum Zwolle-Zuid. Deze verenigingen zijn ook een belangrijke stakeholder om te betrekken bij het opstellen van de Warmteplannen. 2.3.4 Alternatieven voor aardgas Hybride (gas gecombineerd met elektriciteit) is bijna nergens een eindoplossing Onderdeel van de huidige Transitievisie Warmte
(2020)is een kaart met voorkeursopties per buurt. Daarin staan (oranje) gebieden als hybride aangemerkt. Dat betekent dat in die gebieden het alternatief voor aardgas uiteindelijk een combinatie zal zijn van elektriciteit aangevuld met een duurzaam gas (waterstof of groen gas). Voor het halen van de Klimaatakkoord-doelstelling van 2 miljard kuub groen gas in 2030, is landelijk nog een vertienvoudiging nodig in productie (Meerjarenplan Platform Groen Gas). En daarmee is slechts 4 % van de landelijke warmtevraag gedekt. De huidige beperkte beschikbaarheid van groen gas met daar tegenover de grote vraag van zowel industrie, bedrijven als woonwijken maken dat we te weinig duurzaam gas voorzien om hybride gemeentebreed als eindoplossing mogelijk te maken. In de bouwsteen bronnenstrategie wordt de ontwikkeling van een groengasinstallatie en het effect op de gebouwde omgeving in Zwolle nader bekeken. Vanwege de beperkte beschikbaarheid van groen gas zien wij hybride gemeentebreed niet als een eindoplossing voor de gebouwde omgeving. Uitzonderingen zijn denkbaar voor de binnenstad, waar alternatieven gezien de fysieke omstandigheden niet reëel zijn, en specifieke bedrijven en industriële processen die niet zonder gas kunnen en/of hele hoge temperaturen vragen. Tevens loopt het onderzoek naar de inzet van hybride warmtepompen met groen gas in Berkum naar aanleiding van de bewonersraadpleging. Als er geen mogelijkheid voor een collectief (kleinschalig) warmtenet in een gebied is, blijft de volledig elektrische warmtepomp, die gebruik kan maken van warmte uit de lucht, water en de bodem, over als meest geschikte techniek voor een gebouw. We kijken naar aanwezige bronnen voor een warmtenet en anders naar de stappen die nodig zijn om naar all-electric warmtepompen toe te staan. Bij beide zijn kleinschalige collectieven voor meerdere gebouwen mogelijk. Uitzonderingen zijn de binnenstad en bepaalde bedrijven en industrie. Een geleerde les sinds de Transitievisie Warmte is dat hybride niet passend en beschikbaar is voor de meeste woongebieden. In de bouwsteen Duurzame bronnen wordt aangegeven hoe we beschikbaar duurzaam gas strategisch inzetten binnen de gemeente. Voor gebieden waar het naar verwachting langer dan 15 jaar duurt voordat de levering van aardgas eindigt, is een hybride warmtepomp een goede tussenoplossing om aardgas te besparen. Het publiek warmtebedrijf als instrument om warmtenetten te ontwikkelen Om uitvoering te geven aan de regierol in de warmtetransitie hebben we het Warmtebedrijf Zwolle Holding b.v. opgericht (juli 2024). De oprichting van een publiek warmtebedrijf is een van de mogelijkheden om een betaalbare en haalbare warmtenetten voor delen van de stad te realiseren. Met de op handen zijnde Wet collectieve warmte (Wcw) krijgen gemeenten ook de instrumenten om hier optimaal invulling aan te geven. Naast de Wet collectieve warmte, vormen onze publieke waarden; betaalbaar, vertrouwen, draagvlak, toekomstbesteding en betrouwbaarheid (Transitievisie Warmte 2020) de basis. Warmtenetten kunnen zowel door het Warmtebedrijf als bewonerscollectieven worden ontwikkeld. In de verdere ontwikkeling van de bouwsteen Warmtebedrijf wordt vastgelegd op wijze bewonerscollectieven een rol hebben in het warmtebedrijf. De aardgaslevering in een gebied kan pas stoppen als iedereen de kans heeft gehad over te stappen naar een voor hem/ haar betaalbaar alternatief De warmtetransitie moet betaalbaar zijn voor de gebouweigenaren in Zwolle. Dat willen we als gemeente, maar is ook een wettelijke verplichting: een Warmteplan moet uitvoerbaar en haalbaar zijn, en dat is alleen het geval als het ook betaalbaar is. Betaalbaarheid is een complex begrip. Er zijn diverse definities van betaalbaarheid, zoals het niet-meer-dan-anders principe, woonlastenneutraal en kostprijsplus. Het Rijk werkt nog aan een Besluit bij de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) waarin staat hoe we als gemeente er op kunnen vertrouwen dat de overstap voor iedereen in het gebied betaalbaar is. Als gemeente moeten wij de betaalbaarheid in de Warmtetransitiekaart en in de uitvoering van de Warmteplannen borgen. Zolang de definitie vanuit het Rijk nog niet bekend is, zien wij betaalbaarheid als volgt: In de bouwsteen Duurzame bronnen staat per gebied aangegeven wat de voorkeursoptie voor duurzame warmte is met de laagste maatschappelijke kosten (met inachtneming van de aanwezigheid van warmtebronnen). Dit borgt de betaalbaarheid voor de samenleving als geheel. De basis voor de laagst maatschappelijke kosten zit in de PBL Startanalyse. In de Warmteplannen vinden verdere berekeningen plaats; Bij het opstellen van Warmteplannen worden eindgebruikerskosten van inwoners, bedrijven en instellingen berekend. Die bestaan enerzijds uit de investering- en aanschafkosten anderzijds uit de daaropvolgende maandelijkse lasten. De maandelijkse lasten bestaan op hun beurt weer uit een vast en een variabel deel. Op basis hiervan werken wij in een Warmteplan het handelingsperspectief per doelgroep uit. Dit kan verschillen voor woningtypes, eigendom situatie en de persoonlijke (financiële) situatie. Onderdeel van het handelingsperspectief is een overzicht van beschikbare subsidies en leningen, een laagdrempelig informatieloket en een maatwerkadvies over de te volgen stappen per type woning. We geven ook duidelijk de baten aan van investeringen, zoals meerwaarde (stijging woningprijs), comfort en een lagere energierekening; Als via een wijziging van het Omgevingsplan de einddatum voor aardgaslevering wordt vastgelegd, onderbouwen wij hoe iedereen ondersteund wordt. Om het Omgevingsplan te kunnen vaststellen moet de uitvoerbaarheid zijn aangetoond. Hiervoor zijn wij nog afhankelijk van het Rijk voor een definitie en middelen. 2.3.5 Warmtetransitiekaart – eindbeeld waar we naartoe werken Leidende principes vertaald in de Warmtetransitiekaart De Warmtetransitiekaart in hoofdstuk 8.3 is een van de belangrijkste onderdelen van het Warmteprogramma dat handelingsperspectief geeft aan onder meer inwoners, ondernemers, de netbeheerder en de woningcorporaties. De leidende principes helpen in het aanwijzen van de gebieden waar we de komende tien jaar aan de slag gaan, het tijdspad dat gebieden doorlopen en hoe we die tijd willen inrichten. We leren al doende en maken zoveel mogelijk gebruik van wat er al is / We gaan door met de vijf gebieden Holtenbroek, Aa-landen, Berkum, Sallandsweide (Assendorp), Hogenkamp (Diezerpoort) om geleerde lessen te kunnen toepassen, bestaand draagvlak te stimuleren en kansen en verwachtingen waar te maken; We reageren zo flexibel mogelijk op wat nodig is / We bouwen flexibiliteit in de planning voor collectieve kansen, zowel vanuit de techniek als vanuit energie in de samenleving; We vullen een regierol in passend bij de situatie: sturend indien nodig / We geven prioriteit aan gebieden waar collectieve oplossingen de voorkeur hebben, om het momentum niet te missen en CO2-reductie te bevorderen; We willen klaar zijn voor toekomstige ontwikkelingen / We geven duidelijkheid en handelingsperspectief in gebieden waar het voorkeursalternatief een individuele oplossing is, zo versnellen we en zorgen we ervoor dat gebouweigenaren geen desinvesteringen doen. 3 Bouwsteen: Isolatie en besparing 3.1 Inleiding Bouwsteen Isolatie en besparing De Zwolse Isolatie & besparingsaanpak 2025-2030 is een coproductie van gemeente, buurtinitiatieven, inwoners, vrijwilligers, maatschappelijke organisaties. Ook zijn leden van de klankbordgroep Burgerberaad geconsulteerd. Het is in gezamenlijkheid tot stand gekomen en na het vaststellen betrekken we al deze partners bij de uitvoering. In dit plan staat de Zwollenaar centraal. We ondersteunen inwoners in het proces dat nodig is om woningen te isoleren en energie te besparen, als cruciale stap op weg naar een aardgasvrije toekomst. Hiermee bedoelen we ook ventileren en stimuleren van energiebewust gedrag. Rijksbeleid ondersteunt momenteel op hoofdlijnen de verduurzaming van de gebouwde omgeving met bijvoorbeeld de ISDE-subsidie voor woningeigenaren en vergelijkbare alternatieven voor verhuurders en VvE’s. De gemeente is nu aan zet om lokaal de aanpak te intensiveren en inwoners met de oudste en slechtst geïsoleerde woningen verder te ondersteunen bij isolatie en energie besparen. De Isolatie & besparingsaanpak beschrijft hoe de gemeente haar inwoners de komende jaren gaat ondersteunen bij het isoleren van hun woning en het besparen van energie. We zien Warm Thuis als een onderdeel hiervan (zie voorstel evaluatie en toekomst Warm Thuis). Het uitgangspunt is, dat iedere woning en ieder huishouden anders is, en dat we iedereen passend willen ondersteunen. Dit beleid is daarom ook geen beleid dat in beton gegoten is. We houden ruimte om door opgedane ervaringen en interactie met onze inwoners te kunnen aanpassen, zodat we zoveel mogelijk aansluiten bij de actualiteit. Om deze reden streven we ook naar een zo regelluw mogelijk beleid. Om te komen tot dit beleid, is geput uit de ervaringen die de afgelopen jaren zijn opgedaan in bijvoorbeeld Assendorp, Berkum, Dieze, Holtenbroek en Aa-landen. Hier is heel nauw samengewerkt met groepen inwoners en het lokale bewonersinitiatief. Ook is de inhoud van een groot deel van de adviezen uit het Burgerberaad Klimaat Zwolle terug te vinden in dit beleid. Vooraf en tijdens het opstellen van dit voorstel hebben we de stad geraadpleegd; de Zwolse bewonersinitiatieven (Platform Duurzaam Zwolle), diverse inwoners, de energiecoaches, maatschappelijke partners en leden van de klankbordgroep van het Burgerberaad. Lokale aanpak Nationaal Isolatie Programma Deze aanpak wordt voor een groot deel gefinancierd uit middelen afkomstig van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP, SPUK-LAI). Dit programma heeft als doel landelijk tot 2030 2,5 miljoen woningen te isoleren. Daarbij ligt de nadruk op de 1,5 miljoen slechtst geïsoleerde woningen. Een van de actielijnen van dit programma is de “Lokale aanpak”, met als doel koopwoningen te isoleren, samen met gemeenten (landelijk 750.000 woningen). Zwolle heeft in totaal op dit moment 4,7 miljoen euro ontvangen via Specifieke Uitkeringen (SPUK’s). Dit is 1.8 miljoen uit tranche 1 met initiële looptijd eind 2026 (3 keer met één jaar ter verlengen) en 2,9 uit tranche 2 met looptijd tot eind 2027 (2 keer met één jaar te verlengen). Tranche 3 komt medio mei 2025 beschikbaar, dit is naar schatting 2 miljoen voor Zwolle, zie onderstaande figuur. Looptijd middelen De middelen zijn primair bedoeld voor het nemen van isolatiemaatregelen aan tenminste 2.384 slecht geïsoleerde koopwoningen, of gemengde VvE’s met een lage WOZ-waarde (onder het gemiddelde van de Zwolse koopwoning, dit is 443.000 per peildatum 1 januari 2024). Voor dit aantal woningen konden we middelen aanvragen in Zwolle. Bij niet halen van deze doelstelling voor het einde van de looptijd, moeten middelen die zijn aangevraagd gedeeltelijk worden terugbetaald. Deze voorwaarden is daardoor ook medebepalend voor keuzes in beleid. Dit geeft invulling aan hoe we deze gelden in Zwolle optimaal willen benutten. 3.2 Uitgangspunten Al jaren ondersteunen we inwoners bij het besparen van energie en isoleren van hun woning. Er staat een stevige en groeiende samenwerking met bewonersinitiatieven, maatschappelijke partners en woningcorporaties. Hierin hebben we veel geleerd over hoe we effectief kunnen samenwerken en wat er nodig is om te versnellen. We hanteren voor zowel de Zwolse Isolatie & besparingsaanpak als Warm Thuis een aantal uitgangspunten. Vanzelfsprekend gelden ook voor deze aanpak, de leidende principes zoals vastgesteld in de Zwolse Warmtestrategie: We leren al doende en maken zoveel mogelijk gebruik van wat er al is; We reageren zo flexibel mogelijk op wat nodig is; We vullen een regierol in, passend bij de situatie en sturend indien nodig; We willen klaar zijn voor toekomstige ontwikkelingen. Daarnaast worden de uitgangspunten vanuit de nieuwe Koers van het Sociaal Domein en het programma De Menselijke Maat meegenomen: Samenwerking en vertrouwen: we werken samen met inwoners en partners aan oplossingen voor maatschappelijke problemen, verkennen vraagstukken in de leefwereld en benutten ervaringen; Duurzame oplossingen: we zoeken naar duurzame en samenhangende oplossingen, ondersteunen initiatieven vanuit de wijk en dragen bij aan bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezondheid; Vertrouwde communicatie: we sluiten aan op de vragen en behoeften van inwoners. We zorgen dat inwoners weten hoe ze ondersteuning kunnen krijgen; Duidelijke communicatie: we communiceren helder en begrijpelijk en zorgen voor toegankelijke diensten en producten voor iedereen. Verder zijn aanvullende uitgangspunten gevormd, gebaseerd op feedback die we krijgen vanuit inwoners en samenwerkingspartners, eigen ervaringen en de ontwikkelingen in de maatschappij. Deze uitgangspunten staan hieronder uiteengezet. Uitgangspunten We doen het samen De warmtetransitie slaagt alleen als we het samen doen met onze partners in de stad. Dat geldt ook voor isoleren en het besparen van energie. We zien Inwoners en partners als actieve mede-vormgevers van de verandering die nodig is. Zij hebben de kennis over hun eigen leefomgeving, energieverbruik en mogelijkheden voor verduurzaming. Ze hebben ideeën, kennis, en capaciteiten die essentieel zijn voor het slagen van de energietransitie. We zijn daarom met elkaar in verbinding, stellen samen plannen op en voeren samen uit. De gemeente faciliteert de uitvoering door haar partners, versnelt waar mogelijk, maar kan niet in geheel sturen. Samen bouwen we aan een duurzame en blijvende samenwerking en stevigere gemeenschappen. Mensen die elkaar weten te vinden, zijn samen sterker. We leveren maatwerk en energie-rechtvaardigheid, met focus op woningeigenaren De Zwolse Isolatie & besparingsaanpak is erop gericht dat de meest kwetsbare inwoners de meeste ondersteuning ontvangen en draagt eraan bij dat energiearmoede in de stad niet toeneemt. We zorgen ervoor dat iedereen mee kan doen. Iedere woning is anders en elke bewoner gebruikt zijn/ haar huis op een andere manier. Ieder huishouden heeft een eigen financiële situatie. Daardoor heeft ook elke woning een eigen ‘business case’ en is er in de praktijk maatwerk nodig. Daarin staat dus niet het energielabel van een woning centraal, maar de comfortbeleving, de energiebesparing en het gedrag van de inwoner. De primaire focus van de Zwolse Isolatie & besparingsaanpak ligt op het ondersteunen van woningeigenaren. Woningcorporaties en particuliere verhuurders zijn wettelijk verplicht om in 2028 al hun woningen te isoleren tot label C. De gemeente kan hierbij niet direct ondersteunen of financieren; dat is staatssteun. Woningeigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor het verduurzamen van hun huis. Voor wat betreft financiële steun voor het uitvoeren van isolatie- en ventilatiemaatregelen richten we ons daarom op het ondersteunen van woningeigenaren. Uitzondering zijn particuliere verhuurders in een gemengde VvE, waar ook woningeigenaren onderdeel van uitmaken. Ook de meest kwetsbare huurders blijven we ondersteunen met gratis hulp van Warm Thuis. Extra aandacht voor de “lastigste isolatieroutes" Verschillende woningen zijn lastiger te isoleren. Dat kan te maken hebben met de leeftijd van de woning, maar ook met organisatorische of juridische aspecten. Denk aan: Appartementen in een gebouw met een Vereniging van Eigenaren. Daar spelen verschillende organisatorische, juridische en bouwkundige aspecten waardoor isoleren lastiger is. Eigenaren kunnen niet zelf over isolatie beslissen, maar moeten dit als collectief doen. Dat zijn vaak lange, complexe processen die vragen om ondersteuning. Monumenten en gebouwen met cultuurhistorische waarde. Bij deze woningen vraagt isoleren meer aandacht en maatwerk, om de waarde van gebouwen te behouden. Niet alles kan en mag: er gelden meer regels. Oudere woningen of woningen in een slechte staat. Bij deze woningen moeten er meer (complexe) aanpassingen worden gedaan om ze voor te bereiden op aardgasvrij wonen. Woningen die om andere redenen lastiger te isoleren zijn, zoals woonboten en woonschepen en woonwagens. Dit vraagt om meer investeringen en beslissingen van inwoners. Hiervoor hebben we extra aandacht. Versnellen van de warmtetransitie Deze Zwolse Isolatie & besparingsaanpak is onderdeel van het Warmteprogramma. In steeds meer gebieden gaat de gemeente de komende jaren aan de slag met het opstellen van een Warmteplan. Hierin staat hoe de wijk stap voor stap van het aardgas gaat en welke alternatieve warmteoplossingen er zijn. Met de Isolatie & besparingsaanpak willen we het mogelijk maken extra ondersteuning te bieden in gebieden die stappen gaan zetten. Hoe die ondersteuning eruit ziet wordt uitgewerkt in het betreffende Warmteplan. Denk bijvoorbeeld aan extra subsidie voor inwoners in gebieden die als eerste van het aardgas af moeten en daarom extra investeringen moeten doen in isolatiemaatregelen. Of extra informatie en persoonlijke begeleiding voor inwoners. Met de Warmtetransitiekaart wordt vastgesteld welk gebied wanneer aan de beurt is. In de Warmtestrategie legden we al vast dat we de lat qua isolatieniveau niet afhankelijk maken van de warmteoplossing in een gebied. Wel zien we dat in gebieden waar all-electric de voorkeursoplossing wordt, er soms meer ondersteuning nodig is, zeker als een einddatum voor aardgaslevering in beeld komt. Er zijn hoge investeringen nodig om de woningen genoeg te isoleren. Bij gebieden waar een hoge temperatuur warmtenet komt is een hoog isolatieniveau niet direct noodzakelijk, en kan dat ook later. Natuurvriendelijk en bio-based isoleren Het isoleren van woningen is een belangrijke stap in het besparen van energie. Helaas kan dit een bedreiging vormen voor kwetsbare diersoorten als de vleermuis, gierzwaluw en de huismus, die zich ook in de woningen hebben gehuisvest. Door natuurvriendelijk te isoleren en soorten actief te beschermen met een soortenmanagementplan (SMP) gaan verduurzaming en soortenbescherming hand in hand. De gemeente maakt het per 1 april 2025 voor inwoners en isolatiebedrijven mogelijk om op een legale natuurvriendelijke manier te isoleren en renoveren, met een Soortenmanagement Plan (SMP). Inwoners en bedrijven kunnen gebruik maken van de ontheffing op de Omgevingswet voor isolatie-en renovatiewerkzaamheden, als ze zich houden aan de in het SMP voorgeschreven werkwijze. Vanzelfsprekend is deze werkwijze leidend bij alle activiteiten die onderdeel zijn van deze Zwolse Isolatie & besparingsaanpak. We informeren inwoners en bedrijven actief hierover, in samenwerking met de provincie Overijssel (bevoegd gezag). Naast natuurvriendelijk, willen we extra aandacht vragen voor bio-based isoleren. Bio-based isolatie wordt vervaardigd uit natuurlijke, hernieuwbare grondstoffen zoals hennep, stro en vlas. Dit materiaal heeft veel voordelen en kan duurzaam worden geproduceerd. De markt hiervoor is volop in beweging, en we onderzoeken hoe we de keuze voor bio-based kunnen stimuleren. We verbinden met andere ontwikkelingen We behalen de doelen van de energietransitie niet zonder verbinding met andere thema’s. Andersom biedt de energietransitie ook kansen om op andere thema's het verschil te maken. Waar mogelijk koppelen we isolatie en energiebesparing met andere opgaven, zoals woningbouw, klimaatadaptatie en wijkverbetering. Maar ook doelen op het gebied van bestaanszekerheid, inclusie en circulariteit. Als voorbeeld: we zien isoleren niet alleen als een maatregel om huizen met minder energie te verwarmen, maar ook om ze klimaatbestendig te maken tijdens een hete zomer. We monitoren en sturen op voortgang We monitoren de voortgang van de Isolatie- en besparingsaanpak continu. Dat doen we zowel kwantitatief (door gebruik te maken van data en inzichten) als kwalitatief (door inwoners te vragen naar ervaringen). Dit is niet alleen nodig om de voorwaarden van de ontvangen middelen uit het Nationaal Isolatie Programma (NIP) te bewaken, maar het leert ons ook wat goed werkt en wat minder. En welke effecten onze inspanningen hebben in de transitie naar een aardgasvrije stad. Niet alle inzichten die we nodig hebben zijn direct voorhanden. We ontwikkelen daarom nieuwe oplossingen, bijvoorbeeld in samenwerking met de Alliantie Smart Zwolle. Die integreren we in de Zwolse energiemonitor, die openbaar beschikbaar is en frequent met de raad wordt gedeeld. 3.3 Data en doelstellingen Op dit moment telt Zwolle ruim 60.000 woningen. We hebben als gemeente beperkt inzicht in hoeverre deze woningen zijn verduurzaamd. Bouwjaren en energielabels geven geen goed beeld van de werkelijkheid. Inwoners nemen soms met directe of indirecte steun van ons, maar veelal onafhankelijk maatregelen aan hun woning. Die hebben wij (nog niet) niet in beeld. Wel kunnen we aannames doen en door het combineren van data meer inzicht krijgen in doelgroepen, inspanningen en effecten. Wat we wel weten: er is nog genoeg te doen de komende jaren. Doelgroep Nationaal Isolatie Programma De helft van de Zwolse woningen (30.000) heeft label B of lager, of is (bij ontbreken van energie label) voor 1992 gebouwd (Woningen na 1992 zijn bij de bouw al redelijk geïsoleerd, omdat dit in het Bouwbesluit van toen is opgenomen. Er is vaak nog wel verbetering mogelijk (en nodig) om energieneutraal te worden). Dit zijn woningen waar op gebied van isolatie de meeste winst te behalen is. Voor de slechtst geïsoleerde woningen worden er vanuit het Nationaal Isolatieprogramma verschillende actielijnen opgezet om de isolatie, zowel koop als huur, te versnellen. Waaronder de lokale aanpak waar we zelf als gemeente invulling aan mogen geven. Lokale aanpak in Zwolle De middelen die we hebben ontvangen voor de Lokale aanpak in Zwolle (SPUK-LAI), zijn bedoeld voor maatregelen aan slecht geïsoleerde koopwoningen en woningen in (gemengde) Vereniging van Eigenaren, met een onder gemiddelde WOZ-waarde (443.000 peildatum 1-1-2024). In Zwolle gaat dat om circa 7.500 koopwoningen en 3.000 woningen in een Vereniging van Eigenaren. In onze stad zijn volgens het CBS 800 huishoudens met een koopwoning en een inkomen onder de 150 procent van bijstandsniveau. We denken op basis van ervaringen, dat het merendeel hiervan ook te maken heeft met een slecht geïsoleerde woning en dus onder de doelgroep met een grote kans op energiearmoede valt (schatting 500). In onderstaande figuur zijn doelgroepen en aantallen inzichtelijk gemaakt. Doelgroepen en aantallen De doelgroep van deze Isolatie- en besparingsaanpak gaat verder dan de 10.500 die onder de doelgroep SPUK-LAI vallen, we willen iedereen passend ondersteunen. Dat betekent dus ook de duizenden woningeigenaren die wel zelf middelen hebben, maar informatie en ondersteuning nodig hebben om de juiste keuzes te maken. En de ruim 3.000 particuliere huurders in een slecht geïsoleerde woning die niet zelf aan het stuur zitten, maar afhankelijk zijn van hun verhuurder. En niet te vergeten: de kwetsbare inwoners met en laagste inkomens die niet mee kunnen doen in de energietransitie, en waar vaak ook meer problemen spelen. Op basis van onze ervaringen van de afgelopen jaren en de bij ons bekende inzichten, hebben we doelen geformuleerd waaraan we de komende jaren verder werken. Doelstelling 1: Isoleren van minimaal 2.384 slechtst geïsoleerde koopwoningen en gebouwen met VvE De ontvangen middelen uit het NIP moeten met deze aanpak leiden tot isolatiemaatregelen aan tenminste 2.384 slecht geïsoleerde koopwoningen voor
  1. Dit is een doelstelling die we kunnen meten en monitoren: inwoners vragen namelijk via ons steun aan. De 2.384 woningen zijn als volgt onderverdeeld: 1.000 woningen in een VvE: We ondersteunen eigenaren van woningen die lastiger te isoleren zijn extra. Hierbij ligt de focus in eerste instantie op woningen die onderdeel uitmaken van een complex met een Vereniging van Eigenaren (VvE’s). Zij lopen achter als het gaat om verduurzaming. In Zwolle zijn ongeveer 3.000 slecht geïsoleerde koop- of particuliere huurwoningen met een lage WOZ-waarde onderdeel van een VvE. We hebben als doel dat er 1.000 een maatregel nemen voor
  2. 500 woningen van inwoners met een inkomen tot 150 procent van het sociaal minimum: Dit is de doelgroep van inwoners met een koopwoning die in aanmerking komen voor steun via Warm Thuis. Bij ruim 80 van deze koopwoningen zijn inmiddels al grote isolatiemaatregelen genomen. 900 oudere, lastiger te isoleren koopwoningen (geen VvE) met een lage WOZ-waarde. Dit is de doelgroep van de huidige Subsidieregeling Woningisolatie. In bijna 250 hiervan zijn inmiddels maatregelen genomen. In gebieden die eerder van het aardgas gaan, aangewezen in de Warmtetransitiekaart, intensiveren we de aanpak en ondersteuning op basis van wat in het gebied nodig is. Speciale aandacht hebben we voor monumenten en woningen in beschermd stadsgezicht. Isoleren vraagt hier extra aandacht. Tegelijkertijd hebben deze woningen vaak een hogere WOZ-waarde, waardoor de doelgroep die in aanmerking komt voor directe steun voor isolatiemaatregelen beperkt is. De ambitie in Zwolle ligt hoger dan het halen van deze aantallen die aan de ontvangen middelen zijn gekoppeld. Gezien de organisatiekracht van de Zwolse bewonersinitiatieven, onze partners en het draagvlak in de Zwolse samenleving hebben, kunnen we meer bereiken. Daarbij komen gedurende de looptijd van dit beleid waarschijnlijk aanvullende Rijksmiddelen beschikbaar (tranche 3), waardoor de doelstelling wordt aangepast. Dit houden we goed in de gaten. Doelstelling 2: Tegengaan van energiearmoede De Zwolse aanpak zorgt ervoor dat energie-ongelijkheid en energiearmoede niet groter wordt. Het nemen van maatregelen in minimaal 500 koopwoningen van huishoudens met een laag inkomen is een concrete uitwerking daarvan. We monitoren energiearmoede ook, via de landelijk ontwikkelde energiearmoede monitor (TNO), wetende dat deze getallen slechts een indicatie zijn van de ontwikkelingen in de stad. De praktijk kan altijd anders zijn. In 2022 was het aandeel energiearmoede 0,5 % onder koopwoningeigenaren, 6,9 % onder sociale huurders en 5,9 % onder particuliere huurders (volgens de definitie LILEK, laag inkomen, lage energiekwaliteit van de woning of LIHE, laag inkomen en hoge energierekening). In 2025 waarschuwt TNO opnieuw voor een grote toename van energiearmoede. Mocht dit van invloed zijn op het voorliggende beleid, dan gaan we hier flexibel mee om. Doelstelling 3: Energie besparen Hoe minder energie wordt verbruikt, hoe minder duurzame energie we hoeven op te wekken en hoe lager de energierekening wordt. Dit hangt ook steeds meer samen met het moment waarop huishoudens de energie gebruiken. Naast een geïsoleerde woning, vraagt energie besparen om kennis en blijvende gedragsverandering. De afgelopen jaren is het energieverbruik in Zwolle fors gedaald (zie onderstaande figuur). Energieverbruik in Zwolle Steeds meer inwoners nemen maatregelen en gaan bewuster om met energie. Ook maatschappelijke ontwikkelingen als de gasprijsstijging dragen hieraan bij. De verwachting is dat het totale energieverbruik de komende jaren zal toenemen, door de groei van de stad en de toename van elektriciteitsverbruik van huishoudens. In de loop van 2025 wordt een nieuwe energiebesparingsdoelstelling tot en met 2030 vastgesteld voor het gehele programma Energietransitie. Deze aanpak zal hier een belangrijke bijdrage aan leveren. Monitoring via de Energiemonitor We hebben de afgelopen jaren al veel gedaan om inwoners ondersteunen. Het huidige bereik hiervan is behoorlijk en brengen we momenteel in kaart als onderdeel van de Zwolse energiemonitor, op stad- en buurtniveau. Zo zijn via Warm Thuis al ruim 2.000 huishoudens bereikt en zijn vele maatregelen genomen om de woningen energetisch te verbeteren. Met behulp van de Subsidieregeling voor Woningisolatie zijn op dit moment al 300 isolatiemaatregelen aan 250 koopwoningen uitgevoerd. Ook de eerste VvE’s bereiden nu werkzaamheden voor met hulp van deze subsidie. Door de jaren heen zijn vele honderden energiecoachgesprekken gevoerd, waardoor inwoners op weg zijn geholpen naar een volgende stap in verduurzaming. En via de collectieve inkoopacties in samenwerking met bewonersinitiatieven zijn inmiddels vele maatregelen uitgevoerd of in uitvoering. We maken afspraken over uitwisseling van data en nemen deze op in de Energiemonitor, die we delen met de Raad, partners en inwoners. Daarnaast gaan we isolatie en energiebesparing intensiever monitoren in gebieden die vanuit het Warmteprogramma zijn aangewezen en waar Warmteplannen worden opgesteld. Dit is ook wettelijk verplicht, om de voortgang, betaalbaarheid en haalbaarheid van de warmtetransitie te kunnen bewaken. 3.4 Doelgroepen en ondersteuning 3.4.1 Algemeen De Zwolse Isolatie & besparingsaanpak richt zich op heel Zwolle, woningeigenaren en huurders. De mate van steun verschilt per doelgroep. Er is generieke ondersteuning beschikbaar (voor iedereen hetzelfde) en intensievere steun voor inwoners die dat nodig hebben. Voor gerichte doelgroepen, zoals lagere inkomens en woningeigenaren, bieden we extra ondersteuning. Het merendeel, maar niet alles, is nu al beschikbaar. Onderdelen worden de komende periode doorontwikkeld of uitgebreid. We sluiten aan bij de volgende ondersteuningsbehoeften in de stad: Zelfredzame inwoner: “Ik regel en betaal het zelf” Er zijn zelfredzame inwoners, die weten hoe ze informatie moeten zoeken om eigen keuzes te maken als het gaat om het isoleren van hun woning. Zij hebben de financiële middelen om de maatregelen te betalen of de meest gunstige financieringsoptie te kiezen. Weten hoe ze offertes op kunnen vragen en waarop te letten. De ondersteuningsbehoefte is dus laag. De gemeente helpt deze groep door onafhankelijke informatie laagdrempelig aan te bieden via het Energieloket. Landelijk is de ISDE-subsidie beschikbaar (en voor VvE’s de SVVE en verhuurders de SVOH). Verdwaalde inwoner: “Ik wil hulp bij het regelen en betaal zelf” Veel inwoners hebben behoefte aan meer hulp. Ze zien door de bomen het bos niet meer als het gaat om keuzes, materialen, subsidies en leveranciers. Ze weten niet waar ze moeten beginnen als het gaat over isolatie en verduurzaming van hun huis, of zijn vastgelopen in het proces. De ondersteuning die we bieden is bijvoorbeeld hulp van een bewonersinitiatief, het opzetten van een inkoopactie, op weg geholpen worden door een energie- of VvE-coach belangrijk. Deze inwoners gaan we meer aan de hand nemen bij het maken van de juiste keuzes of het begeleiden in het proces. De gemeente steunt intensiever met en via partners. We faciliteren en stimuleren proactief. Inwoner die ondersteuning nodig heeft: “Ik heb hulp nodig bij het regelen en de financiering” Deze groep heeft in aanvulling op de doelgroep hierboven óók een financiële vraag. Zij hebben niet alle middelen voor handen om zelf de maatregelen te betalen. Dat kunnen lagere inkomens zijn, maar ook groepen waarvoor de investering simpelweg hoger is. Bijvoorbeeld omdat ze in een gebied wonen die eerder van het aardgas zal worden afgesloten of omdat ze in een moeilijker te isoleren woning wonen. Hier is de gemeente proactief in het aanbieden van hulp bij financiering (ondersteuning bij en inzicht in financieringsmogelijkheden, voorschietfonds), of het verstrekken van subsidie voor maatregelen. Bovenop de ondersteuning die al genoemd is. Kwetsbare inwoner: "Ik heb hulp nodig bij alle stappen" Inwoners met een kleine portemonnee kunnen niet zomaar meedoen in de energietransitie. De hulp die nodig is gaat veel verder. Daarom neemt Warm Thuis woningeigenaren met een inkomen tot 150 % van het sociaal minimum alles uit handen en bekijkt per adres wat nodig is. De sociaal medewerker van Warm Thuis helpt en verwijst door in het geval er nog andersoortige hulp nodig is. De aanpak van Warm Thuis wordt toegelicht in het voorstel ‘evaluatie en toekomst Warm Thuis’. Niet-willers: “ik wil niet verduurzamen” We hebben de afgelopen jaren ook geleerd dat inwoners die niet willen verduurzamen ook niet door ons gesteund of geholpen willen worden. Voor deze doelgroep is een andere aanpak vereist, die geen onderdeel uitmaakt van deze aanpak. 3.4.2 Blijvende basisondersteuning voor iedereen Voor alle Zwollenaren (huurders en woningeigenaren, in alle soorten woningen en alle inkomens) die energie willen besparen is en blijft er gratis hulp. We hebben het dan over: Een Energieloket voor gratis onafhankelijk advies van professionele energieadviseurs en tips bij het verduurzamen van je huis, isoleren en ventileren en energiebesparend gedrag (telefonisch of digitaal); Gratis een gesprek aan huis met een energiecoach die je op weg kan helpen bij verduurzamen en energiebesparing (via de bewonersinitiatieven); Meedoen aan zorgvuldig opgezette inkoopacties in de buurt en stadsbreed; Campagnes over isolatie en energie besparen: de gemeente organiseert campagnes over energiebesparend gedrag. We doen dit deels wijkgericht op basis van wat er speelt in bijvoorbeeld de wijken waar warmteplannen worden opgesteld. En we sluiten aan bij evenementen en acties van bijvoorbeeld de buurtinitiatieven. Ook doen we dit stadsbreed, waarbij we gebruik maken van online en offline media, en bestaande evenementen. Doelgroepen en ondersteuning Dit aanbod breiden we in 2025/2026 uit met: Fysiek informatiepunt. Hier kunnen inwoners terecht voor advies en gratis kleine materialen. We onderzoeken nog of dit een vaste inloopplek moet worden, of dat we kiezen voor een mobiel adviespunt. Deze kan bijvoorbeeld op markten, bewonersavonden of andere bijeenkomsten aanwezig zijn. We doen dit in overleg met de bewonersinitiatieven. Bereik nieuwe doelgroepen door intensivering persoonlijk contact en netwerken. Er is al veel ervaring opgedaan met het bereiken van de verschillende doelgroepen en het bereik onder Zwollenaren is groot. Daarom blijven we doorgaan met investeren in het benaderen van alle Zwollenaren, onder andere via de bewonersinitiatieven. We breiden het bereik richting de doelgroepen uit via contacten met de geloofsgemeenschappen, maatschappelijke organisaties en andere bevolkingsgroepen in de stad. Zo willen we, met een persoonlijke benadering, ook in de haarvaten van buurten en wijken treden om inwoners niet we nog niet bereiken, wél te bereiken. 3.4.3 Activiteiten op basis van doelgroepen en woonsituatie Het jaar 2025 (en voor sommige activiteiten 2026) is een ontwikkeljaar waarin we verschillende nieuwe vormen van ondersteuning en communicatie inrichten, die we de komende jaren blijven gebruiken en door ontwikkelen. We zetten dit op mede aan de hand van de stadsgesprekken en de input vanuit het Burgerberaad (aangeven met B), en doen dit samen met onze partners. De in de tabel genoemde activiteiten zijn inclusief Warm Thuis, zoals beschreven in het “Voorstel evaluatie en toekomst Warm Thuis”. Ondersteuning voor woningeigenaren Wat is er al? Voor wie? Omschrijving werkzaamheden 2025 Opmerking Subsidie Woningisolatie: tot 1.300 euro subsidie op een isolatiemaatregel. Hierbij kunnen inwoners zelfstandig maatregelen nemen, zelf klussen of meedoen aan een collectieve inkoopacties. Eigenaar-bewoners van een slecht geïsoleerde woningen met een WOZ-waarde van maximaal 443.000 (01-01-2024) De verruiming van de Rijksregels gekoppeld aan de SPUK-LAI implementeren in de huidige subsidieregeling. a. WOZ-waarde update b. Energielabel loslaten c. Ook subsidie voor kleinere woningen en werkzaamheden buiten de thermische schil B Conform Burgerberaad advies 1.1.
  3. 1.1.2 en 1.1.3, 2.4 Met uitzondering van Berkum, vanwege de PAW-subsidie. Voor inwoners van Berkum is de BEN-subsidie beschikbaar (maximaal 3.750 per woning, waarvan ongeveer de helft voor isolatiemaatregelen). Woningeigenaren in Berkum Opzetten van collectieve inkoopacties voor isolatie met aanvullende ondersteuning door Berkum Energie Neutraal. Warm Thuis: een gratis grote isolatiemaatregel, kleine besparende maatregelen en advies en tips. Ontzorging in het proces door Warm Thuis. Eigenaren met lagere inkomens tot 130 procent van het sociaal minimum De doelgroep van Warm Thuis uitbreiden (zie voorstel ‘evaluatie & toekomst Warm Thuis’ en per woningeigenaar meer ondersteuning bieden. Energieloket (nu ingevuld door Duurzaam Bouwloket) Woningeigenaren Het vergroten van de bekendheid van het Energieloket als het gratis, onafhankelijk adviespunt voor woningeigenaren, o.a. door gerichte on- en offline campagnes en inkoopacties. Ondersteuning eigenaren van monumenten, erfgoed en beschermd stadgezicht via Energieloket, Groene grachten en team Erfgoed Woningeigenaren monumenten Het verduurzamen van woningen kan bijna altijd, maar in geval van monumenten, beschermd stadsgezicht en erfgoed kan maatwerk nodig zijn en dat kost geld. We willen dit verder ondersteunen door advies laagdrempelig (gesubsidieerd) beschikbaar te maken. 2026 Nieuw Financieringsondersteuning/ hulp laagdrempelig beschikbaar maken en teams instrueren om op de juiste wijze door te verwijzen. Woningeigenaren Onderzoek naar inrichting onafhankelijk financiële ondersteuning voor woningeigenaren die dit nodig hebben voor de verduurzaming van hun woning. Gestart, voorstel medio 2025 gereed B Advies 1.2 en 1.3 Nieuw Onderzoek visie en stimuleren bio-based isoleren Woningeigenaren De kosten voor isoleren met natuurlijk materiaal als hennep of wol zijn hoger dan andere methodes. We onderzoeken daarom hoe we het gebruik van bio-based materiaal extra kunnen stimuleren. 2026 Ondersteuning voor huurders én woningeigenaren Wat is er al Voor wie Omschrijving werkzaamheden 2025 Opmerking Gratis energiecoaches (via de bewonersinitiatieven) Alle woningeigenaren en huurders Continueren van het werven, opleiden en inzetten van energiecoaches en vergroten van de diversiteit. B Advies 2.6 Communicatiecampagnes over energiebesparing, isolatie, ventilatie en het vinden van de juiste informatie (handelingsperspectief) inclusief versterken van acties van bewonersinitiatieven Alle woningeigenaren en huurders Vanaf 2025 extra gemeentelijke communicatie en gebiedsgerichte campagnes over energie besparen, inkoopacties van inwonersinitiatieven, en hulp bij verduurzamen. B Conform advies 1.3, 1.4, 2.2, 2.4, 2.3, 2.6 Gratis kleine maatregelen en advies via Warm Thuis Woningeigenaren en huurders lage inkomens Via Warm Thuis, de klussers brengen de maatregelen ook aan. B Advies 1.1.
  4. 1.1.2 en 1.3 Nieuw Fysiek (mobiel) informatiepunt. Vanuit wijkcentrum actiegericht kleine maatregelen in de wijk/ buurt verspreiden samen met klussers Woningeigenaren en huurders Zorgt voor fysieke aanwezigheid in bijv. prioritaire wijken door aanwezig te zijn bij events, bijeenkomsten of op een markt in de wijk. Gereed eind 2025 B Advies 1.1.1, 1.3 Nieuw Nieuwe doelgroepen bereiken Woningeigenaren en huurders Via geloofsgemeenschappen, sportverenigingen, andere informele netwerken, sleutelfiguren hiervan en maatschappelijke organisaties. Onderzoek geloofs-gemeen-schappen is gereed, uitvoering inrichten/ plan klaar vanaf 2025 B Advies 2.4 Nieuw Ondersteuning inwoners in geprioriteerde gebieden Inwoners van gebieden waar een Warmteplan wordt opgesteld Extra ondersteuning bieden bij het isoleren van woningen. Deze steun is afgestemd op de mate waarin steun (in de vorm van subsidie, ontzorging of informatie) voor inwoners nodig is om betaalbaar over te stappen naar de warmteoplossing in het gebied. Dit wordt in de Warmteplannen verder uitgewerkt. Nieuw Meer klushulp (kleine maatregelen) door activeringsplekken statushouders Woningeigenaren en huurders Via Warm Thuis klusteam (activeringsplekken statushouders i.s.m. landelijke FIX-brigade). Gaat om het aanbrengen van kleine maatregelen. Gestart, voorstel gereed medio 2025 B Advies 1.1.1 Ondersteuning voor VvE’s Wat is er al Voor wie Omschrijving werkzaamheden 2025 Opmerking Subsidie VvE’s: subsidie op isolatiemaatregelen tot 1.600 euro per appartement in het gebouw Voor (samenwerkende) VvE’s met een slecht geïsoleerd gebouw, waarbinnen zich tenminste één woning bevindt die wordt bewoond door de eigenaar. Opzetten communicatiecampagne om de regeling breed bekend te maken onder VvE’s in de stad. Nieuw Opzet netwerk met VvE-coaches die VvE’s op weg helpen bij verduurzaming. Nader te bepalen doelgroep VvE’s Opzetten van een ondersteuningsteam met coaches voor VvE’s. Dit Team zorgt voor kennisoverdracht, expertise, wijst de weg en ontzorgt. Wordt vanuit de praktijk ontwikkeld gedurende
  5. 2025/2026 Ondersteuning voor particuliere huurders Wat is er al Voor wie Omschrijving werkzaamheden 2025 Opmerking Nieuw Meldpunt particuliere verhuur inrichten Particuliere huurders Toevoegen mogelijkheid/ klacht over energie-gerelateerd thema aan huidig meldpunt voor huurders. Communicatiecampagne om meldpunt bekender te maken. 2025/ 2026 Ondersteuning voor bewonersinitiatieven/ partners Wat is er al Voor wie Omschrijving werkzaamheden 2025 Opmerking Faciliteren Platform Duurzaam Zwolle, als orgaan om bewonersinitiatieven verder te helpen ontwikkelen Bewonersinitiatieven Community of Practice (CoP) om samenwerking gemeente en Platform te versterken. B Conform advies 1.5, 2.2 burgerberaad Stimuleren en faciliteren bewonersinitiatieven Bewonersinitiatieven Uitvoering subsidieregeling voor bewonersinitiatieven, voor financiering van basistaken (Basisfinanciering) en continuïteit. Data & monitoring via Energiemonitor en dashboards Gemeente en partners Inzetten op nog meer datagedreven werken door uitbreiding datasets, maken van afspraken met elkaar voor data-uitwisseling en doorontwikkeling inzichten in energiearmoede (bijv. data over betalingsachterstanden). Slim gebruik maken van data die beschikbaar is en verder verbeteren Energiemonitor en rapportages. Continu Nieuw Onafhankelijk energie-advies laagdrempelig beschikbaar maken voor groepen inwoners die samen willen verduurzamen Collectieven van woningeigenaren/ bewonersinitiatieven Laagdrempelig maatwerk-advies voor verduurzaming van groep vergelijkbare woningen van een onafhankelijk energieadviseur 3.5 Uitvoering: samen met de stad 3.5.1 Algemeen In Zwolle investeren we al jaren in een gelijkwaardige samenwerking tussen inwoners, vrijwilligers, bewonersinitiatieven, maatschappelijke organisaties en gemeente. De Zwolse Isolatie & besparingsaanpak inclusief Warm Thuis is dan ook een coproductie tussen al deze partijen. En iedereen is nodig om het plan uit te voeren. 3.5.2 Mobilisatie via netwerken en gemeenschappen We weten door ervaring dat de warme contacten met deze partners in de stad essentieel zijn voor het behalen van onze doelen. Hierdoor willen we verder in de haarvaten treden van de Zwolse buurten en het contact met inwoners intensiveren. De manier van communicatie is hierbij belangrijk. Sleutelfiguren uit de wijk kunnen vaak helpen om de juiste boodschap te communiceren naar de doelgroep. We benutten naast bestaande duurzaamheidsnetwerken, ook netwerken van kerken, moskeeën, sportverenigingen en andere maatschappelijke organisaties om bewoners te informeren over energiebesparende maatregelen en subsidies. Deze organisaties hebben vaak een sterke band met hun achterban en kunnen de boodschap op een vertrouwde manier overbrengen. We kunnen die uitbreiden met een ambassadeursprogramma, waarbij actieve leden van maatschappelijke organisaties getraind worden om als energietransitie-ambassadeurs op te treden binnen hun gemeenschap. Zij kunnen bewoners inspireren en begeleiden bij het nemen van verduurzamingsmaatregelen. We stimuleren inwoners om collectief aan de slag te gaan met verduurzamen en ondersteunen waar mogelijk inkoopacties. Na vaststellen van deze Isolatie- en besparingsaanpak gaan we met de uitvoeringspartners om tafel om een plan te maken voor de uitvoering. 3.5.3 Communicatie De communicatie voor de Zwolse Isolatie- en besparingsaanpak richt zich op woningeigenaren, VvE’s, particuliere huurders en kwetsbare inwoners in energiearmoede. Hen gaan we informeren over de beschikbare ondersteuning en het belang van isolatie en energiebesparing. Ons uitgangspunt hierbij is dat we communiceren op een laagdrempelige, herkenbare en betrouwbare manier. We werken met verschillende aanpakken op basis van behoeften, drijfveren en wensen en houden rekening met kennisniveau, burgerschapsstijlen en culturele achtergronden. We geven met de aanpak invulling aan de adviezen uit het Burgerberaad die hier ook over gaan. Kernboodschap in communicatie De kernboodschap van de Zwolse Isolatie- en besparingsaanpak is dat isolatie en energie besparen noodzakelijk zijn voor een toekomstbestendig, duurzaam en aardgasvrij huis. Het is een belangrijke onderdeel naar een aardgasvrije stad. Door isolatiemaatregelen te nemen krijgen inwoners een lagere energierekening, meer wooncomfort en wordt hun huis meer waard. De gemeente biedt inwoners ondersteuning in de vorm van subsidies, advies (op maat) en versterkt lokale initiatieven en collectieve inkoopacties, zodat iedereen mee kan doen. Monitoring van bereik We weten dat het bereiken van (kwetsbare) inwoners een uitdaging is. We meten daarom het effect van onze communicatie-uitingen kwantitatief via media-analyses, eventuele vragen die binnenkomen bij het klantcontactcentrum en reacties op sociale media. Ook kijken we naar de bezoekcijfers van de gemeentelijke website en het Energieloket. We meten ook kwalitatief, door inwoners te vragen hoe ze het contact met ons ervaren en hoe een uiting ontvangen is. In gesprekken en tijdens bijeenkomsten. We vragen voortdurend feedback. Hierdoor leren we wat werkt en wat niet werkt, en kunnen we bijsturen in de strategie. 3.5.4 Rol gemeente en partners Zoals gezegd trekken we veel samen op met samenwerkingspartners in de stad, zoals bewonersinitiatieven en maatschappelijke partners. Maar we zien ook een duidelijke gemeentelijke rol in het beschikbaar stellen van feitelijke, onafhankelijke informatie over isolatie en energie besparen, beschikbare subsidies en de huidige plannen voor een aardgasvrij Zwolle (Warmteprogramma). Het Energieloket is daarvoor een belangrijk middel. We willen ook als gemeente meer zichtbaar zijn in de stad. We zijn aanwezig bij informatieavonden, wijkcentra en andere activiteiten in de wijk. We organiseren (samen met partners) activiteiten in de buurt, zijn zichtbaar bij een (mobiel) informatiepunt. We breiden ons netwerk in de stad uit. Onze partners hebben intensieve contacten met inwoners. Zij weten wat er speelt, en kunnen daarop inhaken. Ze organiseren inkoopacties, inloopspreekuren en informatieavonden, helpen elkaar op weg door de inzet van energiecoaches. Ze delen ervaringen en zetten acties op touw. Wij faciliteren en waar mogelijk versterken we als gemeente deze activiteiten, via onze gemeentelijke kanalen, bijvoorbeeld via het Energieloket of social media 3.6 Financiën Het Rijk verstrekt structurele en incidentele middelen die deze voorgestelde Isolatie- en besparingsaanpak voor een groot deel kunnen financieren tot 2030, via het Nationaal Isolatie Programma (Lokale Aanpak, NIP). Dit zijn de SPUK energiearmoede en de SPUK-LAI. Deze middelen worden aangevuld met al beschikbaar gestelde gemeentelijke middelen voor energiearmoede, het Burgerberaad, het programmabudget Energietransitie en CDOKE. De aanpak is in veel gevallen een intensivering van ondersteuning die we al bieden. Dit kan niet zonder de inzet van extra capaciteit. We zien dan ook een extra toename van de proceskosten, zowel ambtelijk als in de inzet van derden (inkoop en subsidies). Ondanks dit, is het streven zoveel mogelijk budget te besteden aan concrete isolatiemaatregelen in de woningen. Dat is ook nodig om terugbetaling van de gelden vanuit NIP te voorkomen; bij het niet halen van de doelstellingen moet naar rato worden terugbetaald. De activiteiten die betrekking hebben op uitvoering (grote isolatiemaatregelen) en ondersteuning richting woningeigenaren en VvE’s kunnen grotendeels uit de gelden van de SPUK-LAI worden betaald, aangevuld met CDOKE en programmabudget. Dit geldt ook voor gratis isolatiemaatregelen aan koopwoningeigenaren, die Warm Thuis aanbiedt. Om dit moment is tot en met 2026 financiering voor de voorgestelde activiteiten van Warm Thuis door het combineren van beschikbare budgetten. Bij het behouden van Warm Thuis na 2026 moeten de witgoedregeling, het budget voor kleine besparende maatregelen en de organisatie van de werkorganisatie Warm Thuis (coördinator, sociaal medewerker en de klussers) uit andere financiële middelen worden betaald. In 2026 vindt bij het voorjaarsmoment een actualisatie plaats van de Energietransitie-middelen. Dan maken we inzichtelijk wat de budgettaire consequenties zijn van het voortzetten van Warm Thuis t/m 2030, zodat dit meegenomen kan worden in het begrotingsproces. Zie hiervoor ook het voorstel ‘evaluatie & toekomst Warm Thuis. De beschikbare budgetten hebben verschillende looptijden en voorwaarden (zie onderstaande figuur). We monitoren de budgetten voortdurend om te zien of we alle werkzaamheden tot en met 2030 kunnen continueren, of er tussentijds aanvullende budgetten aangevraagd moeten worden Budgetten voor uitvoering Isolatie- en besparingsaanpak 3.7 Participatie Deze Zwolse Isolatie- en besparingsaanpak is een coproductie van inwoners, gemeente en partners. Op verschillende momenten en via verschillende kanalen is input opgehaald en getoetst. Een overzicht: Aan de raad overgedragen Burgerberaad adviezen voor een Eerlijk en Klimaatneutraal Zwolle (najaar 2024) Meedenkavond Isolatie en Besparen in Odeon, met inwoners, energiecoaches en klankbordgroep Burgerberaad (oktober 2024) Terugkomavond Isolatie en Besparen in De Nieuwe Keuken Assendorp, met energiecoaches, Platform Duurzaam Zwolle en bewonersinitiatieven (februari 2025) Brainstorm Warm Thuis met bewonersinitiatieven, Stichting Voor Elkaar Zwolle, partners en Blauwvinger Energie (september 2024) Energiecoachavond over isoleren, waarin adviezen zijn opgehaald over wat inwoners nodig hebben om te isoleren (oktober 2024) Gesprekken met stakeholders in de aanloop naar het opstellen van Ambitiepakket Energietransitie (voorjaar 2024) 6-wekelijkse gesprekken met Participatie Coalitie, die in samenwerking met bewonersinitiatieven inkoopacties in Zwolle organiseert Opgehaalde feedback met de social mediacampagne als gevolg van de motie “Wegnemen belemmeringen bij verduurzamen” (najaar 2024) Advies van Energieloket Duurzaam Bouwloket als onderdeel uitvoering van de motie “Wegnemen belemmeringen bij verduurzamen” (najaar 2024) Advies van Platform Duurzaam Zwolle als onderdeel van uitvoering motie “Wegnemen belemmeringen bij verduurzamen” (najaar 2024) Verschillende gesprekken met Platform Duurzaam Zwolle, waaronder CoP-bijeenkomst Vreugdehoeve (januari 2025) Gesprekken met inwoners op de Stadshart-markt in samenwerking met energiecoaches (juni 2024) Gesprekken met inwoners op de Warme Woning Markten in Aa-landen en Holtenbroek (najaar 2024) 4 Bouwsteen: Warmteplankader 4.1 Inleiding Bouwsteen Warmteplankader Van Warmteprogramma naar Warmteplan Het Warmteprogramma is de start van de gebiedsgerichte aanpak en geeft aan waar er de komende tien jaar gewerkt wordt aan de warmtetransitie en concreet waar we aan de slag gaan met het opstellen van Warmteplannen en de uitvoering daarvan (De in ontwikkeling zijnde wetgeving en het NPLW (Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie) noemt een Warmteplan een Uitvoeringsplan. In de gemeente Zwolle kiezen we voor de term Warmteplan om betere duiding aan de inhoud ervan te kunnen geven). Dit Warmteplankader geeft aan hoe we in de gemeente Zwolle warmteplannen aan willen pakken. Onderstaande afbeelding geeft de beleidscyclus weer van het Warmteprogramma, naar Warmteplan, naar (wijziging) omgevingsplan en uiteindelijk naar de uitvoering en het einde van aardgaslevering. Deze stappen doorlopen we op weg naar een aardgasvrije toekomst. Dit Warmteplankader gaat over stap
  6. Beleidscyclus van Warmteprogramma tot einde aardgaslevering De wettelijke instrumenten die nodig zijn om deze stappen juridisch te kunnen vastleggen (stap 3) zijn onderdeel van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). In het bijbehorende besluit Bgiw staan inhoudelijke vereisten voor de verschillende onderdelen en de uitwerking daarvan. Gemeenten moeten hierin bijvoorbeeld de betaalbaarheid en uitvoerbaarheid van het Warmteplan waarborgen. De Wgiw is in 2024 aangenomen. De wet treedt gefaseerd in werking (wijzigingen in de warmtewet, de gaswet en de omgevingswet). De wijziging van de warmtewet is per 1 januari 2025 in werking getreden. De rest van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) treedt naar verwachting in 2026 gefaseerd in werking, waarbij veel onderdelen zijn voorzien per 1 juli
  7. Het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) is in ontwerp gepubliceerd en werkt de Wgiw nader uit. Publicatie van het definitieve besluit en inwerkingtreding worden in 2026 verwacht. Een kader voor het opstellen van Warmteplannen Dit Warmteplankader geeft invulling voor hoe en wanneer we in Zwolle Warmteplannen opstellen. Het gaat zowel over de omvang, de inhoud als het proces. Het Warmteplankader is ontstaan vanuit een aantal onderdelen, die terugkomen in dit stuk. De regels die we krijgen vanuit het Rijk en de handreikingen van het NPLW (Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie), de nieuwe wetgeving en ons Zwolse kader met input en ervaring uit de stad. Samen vormen zij deze bouwsteen. In de tabel in bijlage Overzicht uitgangspunten per bron staat aangegeven welke onderdelen vanuit welke ‘bron’ komen. Deze bouwsteen is een niet-limitatieve lijst, omdat het de highlights weergeeft. Zo staan er in de handreiking Uitvoeringsplan van het NPLW veel meer inhoudelijke aandachtspunten. Input en bouwstenen voor het Warmteplankader Basis in de Zwolse Warmtestrategie We hanteren voor het opstellen van het Kader Warmteplan de vier leidende principes, zoals deze zijn vastgesteld in de Zwolse Warmtestrategie: We leren al doende en maken zoveel mogelijk gebruik van wat er al is; We reageren zo flexibel mogelijk op wat nodig is; We vullen een regierol in, passend bij de situatie en sturend indien nodig; We willen klaar zijn voor toekomstige ontwikkelingen. Vanuit deze leidende principes zijn een aantal beleidsuitgangspunten uitgewerkt voor deze bouwsteen. Zo is er de keuze gemaakt om het beleidsinstrument Warmteplannen in te zetten. Het opstellen van een Warmteplan is namelijk geen verplichting vanuit de Wet gemeentelijke instrumenten Warmtetransitie (Wgiw). Met het opstellen van een Warmteplan zorgen we voor een samenwerkingsproces met de betrokken partijen in een gebied, zoals bewoners, ondernemers, woningcorporaties, netbeheerder en overige gebiedsontwikkelingen. Het zorgt ervoor dat we participatie zo breed en constructief mogelijk vormgeven en het proces voorspelbaarder is. Een ander uitgangspunt in de Zwolse Warmtestrategie is om alvast te werken conform de in ontwikkeling zijnde wetgeving. Vanuit het leidende principe om klaar te zijn voor toekomstige ontwikkelingen en voortgang te behouden in de warmtetransitie. Zo moeten we in de Warmteplannen beschrijven hoe en wanneer we in een gebied overstappen op een duurzaam alternatief voor aardgas. Daarbij geven we aan wanneer de levering van aardgas eindigt. Daarvoor hanteren wij, conform de Wgiw, de redelijke termijn van 8 jaar, ná wijziging van het Omgevingsplan als uitvoeringsperiode. Daarnaast gebruiken we voor de onderbouwing van betaalbaarheid, de beschikbare handreikingen van het Rijk die er zijn. De juridische definitie voor het onderbouwen van de betaalbaarheid is opgenomen in het ontwerpbesluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw), dat in juli 2025 ter voorhang aan de Staten-Generaal is aangeboden. De verwachting is dat het definitieve besluit medio 2026 wordt vastgesteld en in werking treedt. Rolverdeling partijen Gemeenten hebben vanuit het Klimaatakkoord de regierol gekregen om de CO2-reductie doelstellingen in de gebouwde omgeving te behalen en aardgasvrij te worden. Dat betekent niet dat andere partijen geen initiatiefnemer kunnen zijn om een Warmteplan op te stellen. Bij het toewerken naar of opstellen van een Warmteplan denken de betrokken partners in het plangebied na over de verschillen rollen. Zo kan de rol van de gemeente bij de ontwikkeling van een collectieve bron, zoals een grootschalig warmtenet, meer presterend en rechtmatig zijn dan bij een gebied waar de overgang naar een warmtepomp wordt gestimuleerd. Vaak zal het gaan om een invulling van meerdere rollen door de partners. Warmteplannen en de samenwerking met het Zwolse Warmtebedrijf Het Warmtebedrijf Zwolle speelt een rol in de uitvoering van Warmteplannen waarin het voorkeursalternatief voor aardgas een warmtenet is. De missie van het Warmtebedrijf is “de realisatie van een betaalbare duurzame warmtevoorziening voor inwoners en bedrijven. Dit doen we door de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van duurzame collectieve warmtesystemen.” Het Warmtebedrijf kan bij het opstellen van een Warmteplan aan tafel zitten als stakeholder wanneer duidelijk wordt dat een warmtenet een haalbaar en betaalbaar alternatief kan zijn voor aardgas. Dit kan zowel gelden voor Warmteplannen waarbij de gemeente initiatiefnemer is, maar ook als een andere partij het initiatief neemt. Dit kunnen bijvoorbeeld inwoners zijn die de haalbaarheid in hun buurt willen onderzoeken voor een warmtenet. In de uitvoering van het Warmteplan beoordeelt het Warmtebedrijf het projectvoorstel van de gemeente of bewonerscollectief op basis van het Warmteplan. 4.2 Zwols Warmteplankader Definitie Warmteplan In een Warmteplan legt de gemeente met de betrokkenen vast wat het beste duurzame warmte alternatief is (voor ruimteverwarming, koken en tapwater), welke kosten dat met zich meebrengt, wat de uitgangspunten voor het participatieproces zijn, de keuze voor een specifieke ondersteuningsaanpak en wanneer de levering van aardgas stopt. Hierbij hoort ook een planning voor de uitvoering en realisatie. Het Warmteplan wordt vastgesteld door het college en is daarmee juridisch bindend voor de gemeente. Het Warmteplan biedt de noodzakelijke onderbouwing om voor een gebied het Omgevingsplan aan te kunnen passen door inzicht te bieden in belangrijke aspecten zoals betaalbaarheid, doorlooptijden, participatie van bewoners en ondernemers, gebouweigenaren en andere gebruikers, afstemming met netbeheerders, eventueel het warmtebedrijf, en de haalbaarheid van het aardgasalternatief. Het Omgevingsplan is juridisch bindend voor iedere inwoner en ondernemer van Zwolle. De gemeente is vanuit het Rijk aangewezen om vanuit de gebiedsgerichte aanpak Warmteplannen op te stellen in de gebieden die staan opgenomen in de Warmtetransitiekaart. Dit kan zowel zonder als met een einddatum voor levering van aardgas. Om in een gebied het aardgas te kunnen afsluiten dient de gemeente de aanwijsbevoegdheid te gebruiken. Deze bevoegdheid is onderdeel van de in ontwikkeling zijnde Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie. In de Warmtetransitiekaart, als onderdeel van het Warmteprogramma, moet het gebied staan opgenomen om deze bevoegdheid in te kunnen zetten. Omvang van een Warmteplan De termen wijkgerichte aanpak en gebiedsgerichte aanpak worden soms door elkaar gebruikt. Vaak wordt een wijk genoemd als schaalniveau, maar gemeenten kunnen zelf kiezen welk schaalniveau passend is. Naast (CBS-)wijken kunnen ook (CBS-)buurten, dorpskernen, bedrijfsterreinen of andersoortige gebieden logische afbakeningen zijn voor het gebied waar een aanpak wordt ontwikkeld. Daarom spreken we van gebiedsgerichte aanpak. Het NPLW gaat uit van een plan voor een buurt, wijk of vergelijkbare omvang. Een Warmteplan gaat over het aardgasvrij maken van de warmte opgave (verwarming, douchen, koken) in de gebouwde omgeving. Het gaat bijvoorbeeld niet over de proceswarmte van bedrijven. Expliciet gaat het over de bestaande bouw, voor zover die nog niet aardgasvrij is. En het gaat zowel over gebouwen met een woonfunctie als andere functies. Het gaat niet over nieuwbouw, dat moet al aardgasvrij gebouwd worden. Wel onderzoeken we in een Warmteplan of eventuele nieuwbouwplannen, gebiedsontwikkelingen of ontwikkelingen bij bedrijven in de omgeving iets kunnen betekenen voor de bestaande bouw en vice versa. De wens is om ook meer regie vanuit de gemeente te hebben over duurzame warmtesystemen bij nieuwbouw- en gebiedsontwikkelingen, om ook daar de bredere maatschappelijke betaalbaarheid en uitvoerbaarheid voor de buurt te waarborgen. Dit komt terug in de Uitvoeringsagenda 2026-
  8. Een belangrijk uitgangspunt is dat juridisch vast te stellen Warmteplannen minimaal de grenzen van één of meerdere CBS-buurten (en minimaal 100 woningen) moeten omvatten. Dit zorgt ervoor dat het college plannen van een zekere omvang kan vaststellen en maakt het mogelijk om de betaalbaarheid en uitvoerbaarheid van een plan aan te tonen en te monitoren. De instrumenten en wetgeving vanuit het Rijk maken het nu niet mogelijk om de aanwijsbevoegdheid in te zetten en de betaalbaarheid te waarborgen voor een gebied anders dan een CBS buurt. Zolang dit het geval is werken wij daarom zo veel als mogelijk met CBS buurtindelingen. Zodra dit ook anders kan, bewegen wij hierin mee, omdat wij merken dat deze administratieve grenzen in de praktijk niet altijd goed passen. Bij het vaststellen moet aangetoond worden dat de warmte-oplossing de laagste maatschappelijk kosten heeft (of onderbouwd afwijkt), de basis daarvan ligt in de PBL Startanalyse, die beschikbaar is op CBS buurtniveau. De Startanalyse geeft globale resultaten van de nationale kosten voor alternatieven voor aardgas per buurt. Het hanteren van de CBS-buurtgrens maakt het mogelijk voor de gemeente om de maatschappelijke verantwoordelijkheid te kunnen vormgeven door niet alleen de meest haalbare en betaalbare optie voor een aantal straten te beschouwen, maar ook voor de gehele buurt. Dit gaat niet alleen over betaalbaarheid, maar ook beschikbaarheid van alternatieve warmteoplossing en de ruimtelijke inpassing daarvan. Dit is tevens een wijze om bijvoorbeeld ‘cherrypicking’ te voorkomen. De inzet is namelijk een inclusieve warmtetransitie waarbij zowel rendabele delen van een buurt of wijk worden voorzien van een betaalbare warmteoplossing (bijvoorbeeld door middel van een kleinschalig warmtenet). 4.3 Verkenning naar een Warmteplan 4.3.1 Algemeen In de verkenningsfase hoeft nog niet voldaan te worden aan alle vereisten en verplichtingen vanuit het Rijk, de nieuwe wetgeving of dit Warmteplankader. Er wordt wel gewerkt op basis van kennis van die vereisten om goede afwegingen te kunnen maken. Zo doen we onderzoek naar het warmte alternatief, draagvlak en de isolatieopgave. Deze fase is niet altijd nodig, een partij kan ook direct starten met het opstellen van een Warmteplan dat voldoet aan alle vereisten. De gemeente zal dat doen in de gebieden die op de Warmtetransitiekaart staan aangegeven. Na de verkenningsfase kun je bepalen of het wel of niet een juridisch Warmteplan gaat worden (zie afbeelding 3 op pagina 9). Ieder Warmteplan is maatwerk. Ieder gebied heeft een andere warmte-oplossing, bewoners, ruimtelijke inrichting en partijen in de uitvoering. Tegelijkertijd werken we in de gemeente aan meerdere Warmteplannen tegelijk en vinden we het belangrijk de geleerde lessen daaruit mee te nemen naar de ‘nieuwe’ Warmteplannen. Dit doen we door zowel intern als extern daar de afstemming en kennisdeling van te organiseren. De gemeente heeft de regierol gekregen vanuit het Rijk om Warmteplannen op en vast te stellen, gezien de verplichtingen die eruit voortvloeien. Daarom is de gemeente vaak initiatiefnemer voor het opstellen van een Warmteplan. Daarnaast kan een bewonersinitiatief of een bedrijvencollectief, een plan maken voor een gebied. We maken dan onderscheid tussen juridisch vast te stellen Warmteplannen en Warmteplannen die niet juridisch vastgesteld kunnen worden. Aan die laatste worden vaak andere namen gegeven dan een Warmteplan en gaat soms over meer dan alleen de warmtetransitie. Het verschil tussen een Warmteplan dat voldoet aan de juridische vereisten (wetgeving, NPLW en dit kader) en een plan dat daar niet aan voldoet, is de mogelijke inzet van de aanwijsbevoegdheid. Een niet juridisch vastgesteld plan kan alleen doorwerking vinden op vrijwillige basis. Het college is het enige bevoegd gezag om een Warmteplan juridisch vast te stellen en daarmee een einddatum aardgas in te voeren. Omdat initiatieven vaak ontstaan met het uitwerken van een warmtesysteem dat kleiner is dan een CBS-buurt of andere grenzen volgt, is het logisch dat deze plannen niet direct voldoen aan de eisen van een juridisch Warmteplan, zoals de gemeente het opstelt. Deze plannen staan vaak in een buurtenergieplan of wijkverbeterplan, passend bij het gebied. Vaak is er ook een bredere scope dan de warmtetransitie van de gebouwen in het gebied. Dit maakt voor de verkenning naar een Warmteplan niet uit, pas bij het juridisch willen laten vaststellen ervan is het belangrijk dat het aan alle eisen voldoet. Het kan zijn dat er Warmteplannen worden opgesteld die nog niet kunnen voldoen aan alle vereisten uit dit kader, wetgeving en richtlijnen van het NPLW. Om diverse redenen, zoals onzekerheid over de daadwerkelijke potentie van een warmtebron, de aanwijsbevoegdheid nog niet wettelijk mogelijk is of er nog niet wordt voldaan aan de CBS buurtgrens. Dan is er een soort voorloper op een Warmteplan. Het geeft wel al richting en inwoners kunnen zich zo tijdig voorbereiden, maar omdat nog niet alle randvoorwaarden zijn ingevuld is er nog geen juridische status mogelijk. Om uiteindelijk alle gebouwen in de gemeente Zwolle aardgasvrij te maken verwachten we dat het nodig is om op termijn in alle buurten de aanwijsbevoegdheid in te zetten. Dan worden ook de ‘vrijwillige’ plannen onderdeel van een juridisch Warmteplan. Alleen op die manier is het voor de gemeente mogelijk de levering van aardgas te beëindigen in alle buurten. De afbeelding hieronder laat zien op welke manier er gewerkt kan worden aan het aardgasvrij worden in buurten. Samenwerking Zoals onderstaande afbeelding laat zien, zijn er meerdere manieren om in een gebied aan de slag te gaan met isoleren, over te stappen op een duurzame en betaalbare warmte-oplossing en aardgaslevering beëindigen. Denk aan onderstaande punten: De initiatiefnemer kan een bewonerscollectief, bedrijvencollectief of de gemeente zijn. Of een samenwerking tussen deze initiatiefnemers zijn. Er kan wel of niet voldaan worden aan de juridische vereisten voor een Warmteplan dat juridische doorwerking kan krijgen, zoals de minimale omvang van een CBS-buurt. Dit kan in de tijd veranderen. Het college van B&W stelt een juridisch Warmteplan vast en de raad legt een wijziging in het omgevingsplan vast. Het plan kan op basis van vrijwilligheid worden uitgevoerd of via een wijziging in het omgevingsplan met een vastgelegd warmtealternatief en einddatum voor de levering van aardgas. Een vrijwillig plangebied zal op termijn onderdeel worden van een juridisch Warmteplan om de levering van aardgas in het gebied te kunnen beëindigen. De weg naar een juridisch warmteplan De paragrafen hieronder werken de aandachtspunten uit voor de verschillende initiatiefnemers in de verkenningsfase. 4.3.2 Verkenningsfase vanuit de gemeente In de Warmtetransitiekaart zijn straks voor de komende tien jaar gebiedenopgenomen waarvoor de gemeente een warmteplan opstelt. Dit geeft transparantie en duidelijkheid voor inwoners en andere betrokkenen. Herijking is iedere vijf jaar verplicht. In gebieden die nog niet op de kaart staan kunnen we wel al beginnen met de verkenning, het gebiedsproces en het Warmteplan opstellen, maar het kan pas juridisch worden vastgesteld bij de herijking van de Warmtetransitiekaart. Ook een nieuwbouwproject of een inbreidingslocatie kan een aanleiding zijn om in een gebied aan de slag te gaan. Bij het onderzoeken van warmte-oplossingen in een gebied starten we vanuit de Zwolle brede bronnenanalyse (Bronnenanalyse kaart met voorkeursoplossingen per buurt). Hiermee is de basis gelegd voor de warmte alternatieven die beschikbaar zijn en de laagst maatschappelijke kosten vertegenwoordigen. De systematiek en de uitgangspunten ten aanzien van de rekenmodellen en bijbehorende kengetallen staan in de Bouwsteen duurzame bronnen. Hierin is onderzocht wat op basis van beschikbare warmtebronnen en type bebouwing, het meest haalbare, betaalbare alternatief voor aardgas is, per buurt. Een ander belangrijk beginpunt is het meenemen van de milieugevolgen van een eventueel warmte alternatief in het proces. Vanuit het MER voor het Warmteprogramma is daar onderzoek naar gedaan en zijn er factsheets per bron en techniek beschikbaar over de milieugevolgen en mitigerende maatregelen. De gemeente kan vanuit een bronontwikkeling werken aan een warmtesysteem dat gedeeltelijk buiten de grenzen van een gebiedsaanpak op de Warmtetransitiekaart valt, omdat het mogelijk meerdere CBS-buurten bevat. Voor het gebied dat er buiten valt wordt ook een Warmteplan opgesteld, mogelijk op een later moment. Passend bij de planning op de Warmtetransitiekaart. Binnen een CBS-buurt kunnen ook meerdere warmte-oplossingen mogelijk zijn. 4.3.3 Verkenningsfase vanuit een bewonersinitiatief of andere initiatiefnemers Vanuit de bouwsteen “Samenwerking met de stad” ondersteunen we initiatieven uit de stad. Als er energie in een gebied is kan een bewoners- of bedrijveninitiatief de handschoen oppakken om aan de slag te gaan met het verkennen van de mogelijkheden naar aardgasvrij. Zo kan worden onderzocht welke warmte alternatieven passend zijn en hoe de omgeving daarin mee wil en kan werken met een oriënterend onderzoek. Een resultaat hiervan kan een Koersdocument zijn voor een haalbaarheidsonderzoek. En daarna een ontwerp of aanpak. Na het oriënterend onderzoek kan een bewonersinitiatief ervoor kiezen om verder te gaan met de planvorming. Dit kan gezamenlijk met de gemeente als het gebied op de Warmtetransitiekaart is opgenomen of er andere redenen voor de gemeente zijn om aan te sluiten in het gebied, zoals vanuit het waarborgen van het algemene belang voor degenen die niet mee kunnen doen. Het is een moment om te bepalen of men wel of niet een juridische status aan een Warmteplan kan of wil hangen. In de Uitvoeringsagenda voor 2026-2031 komt te staan welke financiële middelen en ambtelijke capaciteit er beschikbaar is voor het ondersteunen van bewonersinitiatieven. Dit loopt grotendeels via een subsidieregeling (Subsidieregeling warmtetransitie Zwolle 2025) voor de warmtetransitie. Per activiteit/fase (verkenning, haalbaarheid, ontwerp) en gebied kunnen, dan financiële middelen worden aangevraagd. Indien een groep bewoners of bedrijven/instellingen gezamenlijk een klein collectief wil ontwikkelen (bijvoorbeeld WKO of buurtwarmtepomp) dan ligt de regie bij de initiatiefnemer en kijkt de gemeente hoe er gefaciliteerd kan worden, bijvoorbeeld in het beschikbaar stellen van gemeentelijke grond voor de bouw van een installatie, maar eventueel ook de samenwerking met het gemeentelijk Warmtebedrijf Zwolle. 4.3.4 Gezamenlijke verkenningsfase - Gemeente en initiatief Indien de gemeente aan de slag gaat met een Warmteplan in een gebied dat is opgenomen op de Warmtetransitiekaart en daar is ook een bewonersinitiatief is dat werkt aan een plan, dan onderzoeken we hoe we daarin gezamenlijk kunnen optrekken. Een initiatief dat een warmteplan juridisch wil laten vaststellen in verband met het inzetten van de aanwijsbevoegdheid, maar niet voldoet aan een van de vereisten (bijvoorbeeld minimaal CBS buurtniveau), gaat onderdeel uitmaken van een Warmteplan dat de gemeente dan opstelt met de juiste vereisten. In het proces worden dan afspraken gemaakt over de rolverdeling. Een ander voorbeeld is wanneer een bewonersinitiatief een Warmteplan wil opstellen in een gebied waar de gemeente werkt aan een Warmteplan. Ook dan kijken we hoe we samen kunnen optrekken. Indien er meerdere initiatieven en Warmteplannen in een gebied zijn, is de gemeente Zwolle ervoor verantwoordelijk om deze bij elkaar te brengen en te laten samenwerken. Daarbij draagt de gemeente Zwolle er zorg voor dat de warmte-oplossing met de laagste maatschappelijke kosten, en daarmee in de meeste gevallen de beste optie voor alle inwoners en gebruikers in het gebied, beschikbaa

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.