← Nederland

Gemeentelijk geluidbeleid Duiven (Duiven)

Kort gezegd

Dit beleid geeft de gemeente Duiven de mogelijkheid om zelf keuzes en prioriteiten te stellen over geluid, om zo de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en te verbeteren. Het is op 4 oktober 2010 vastgesteld en richt zich op nieuwe situaties en ontwikkelingen.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

Gemeentelijk geluidbeleid DuivenGeluidhinder is lokaal van aard. De gemeenten hebben in 2007 meer verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen de kaders van de Wet geluidhinder gekregen. Dit biedt de gemeente meer gelegenheid om naar eigen inzicht te werken en maatwerk te leveren. Hiervoor geldt de voorwaarde dat het gemeentelijke geluidsbeleid is vastgesteld. Binnen dit beleid geeft het geluidbeleid de gemeente de mogelijkheid om eigen keuzes te maken en eigen prioriteiten te stellen. Op het raakvlak van milieu en ruimtelijke ontwikkeling kan de gemeente daarmee flexibeler en slagvaardiger opereren. Het ‘Gemeentelijk geluidbeleid Duiven 2010’ is op 4 oktober 2010 door de raad van de gemeente Duiven vastgesteld. De nieuwe normen zijn alleen van toepassing op nieuwe situaties/ontwikkelingen. Reeds afgegeven vergunningen/ontheffingen blijven onverwijld van kracht. Nota geluidbeleid Samenvatting Deze nota bevat het gemeentelijke geluidbeleid. De uitwerking van dit beleid is gebaseerd op een aantal uitgangspunten. In de hoofdnota is het beleid op basis van deze uitgangspunten nader uitgewerkt. In de bijlage zijn deelnota‟s (Nota hogere grenswaarden, Nota Bedrijven en Geluid, Nota Bouwlawaai en Nota Evenementen en Geluid) opgenomen waarin diverse deelonderwerpen zijn uitgewerkt. De doelstelling van het beleid is het behouden van de goede kwaliteit van de leefomgeving en het benutten van kansen om, daar waar het mogelijk en noodzakelijk is, de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Een belangrijke subdoelstelling is het realiseren van een passende geluidskwaliteit in elk gebied. Voor verschillende gebieden binnen de gemeente is de geambieerde geluidskwaliteit vastgesteld. Hiervoor is de gemeente ingedeeld in gebieden. Hiervoor is de landelijke MILO-systematiek als basis gebruikt. Voor de verschillende deelgebieden is de geluidsambitie bepaald en is aangegeven tot welke bovengrens, bij (hoge) uitzondering, daarvan mag worden afgeweken. Geluidhinder is daarbij lokaal van aard. De gemeente wordt daarom primair verantwoordelijk geacht voor het geluidbeleid. De gemeente hebben daarvoor in 2007 meer verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen de kaders van de Wet geluidhinder gekregen. Dit biedt de gemeente meer gelegenheid om naar eigen inzicht te werken en maatwerk te leveren. Hiervoor geldt de voorwaarde dat het gemeentelijke geluidbeleid is vastgesteld. De verschuiving van verantwoordelijkheden en bevoegdheden biedt de gemeente de mogelijkheid om eigen keuzes te maken en eigen prioriteiten te stellen. Op het raakvlak tussen milieu en ruimtelijke ontwikkeling kan de gemeente daarmee flexibeler en slagvaardiger opereren. In het geluidbeleid zijn ambities vastgesteld. Dit leidt tot de consequentie dat op het gemeentelijk grondgebied woningen zijn waar niet aan deze ambities wordt voldaan. Voor wat betreft het geluid vanwege weg- en railverkeer zijn deze woningen geïnventariseerd. Het wegnemen van deze geluidsbelasting vindt zo veel mogelijk plaats op momenten dat reconstructie- of onderhoudswerkzaamheden plaatsvinden. Door het daarbij toepassen van bronmaatregelen (bijvoorbeeld stiller asfalt) is het mogelijk de geluidsbelasting terug te brengen. Naast de wettelijke beschermde objecten en functies wil de gemeente Duiven ook nieuw te vestigen kinderdagverblijven beschermen. Kerken en begraafplaatsen worden tijdens plechtigheden beschermd tegen bouwlawaai of geluid als gevolg van een evenement. gebiedstypering geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) weg- en railverkeer bedrijven vogelrichtlijn- en stiltegebieden zeer rustig redelijk rustig zeer rustig rustig dorpskern en overig woongebied Loo rustig onrustig rustig redelijk rustig uiterwaarden en overig deel buitengebied rustig onrustig rustig redelijk rustig dorpskern en overig woongebied Groessen rustig onrustig rustig redelijk rustig woongebieden kern Duiven rustig onrustig rustig 2) redelijk rustig zeer onrustig 1) historische lintbebouwing in buitengebied redelijk rustig zeer onrustig redelijk rustig 2) redelijk rustig historische lintbebouwing in Duiven redelijk rustig lawaaiig redelijk rustig 2) onrustig spoorzone Duiven redelijk rustig lawaaiig redelijk rustig 2) redelijk rustig centrum stedelijk (centrum Duiven) redelijk rustig onrustig redelijk rustig 2) onrustig lawaaiig 1) Remigiusplein (horeca-omgeving) onrustig onrustig bedrijventerreinen onrustig lawaaiig onrustig lawaaiig gezoneerd industrieterrein (Roelofshoeve) n.v.t. (geen woningen) n.v.t. (geen woningen) bij opvullen open plaats, bij vervangende nieuwbouw of bij nieuwbouw langs hoofdinfrastructuur geluidsluwe zijde 1 of 2 geluidsklassen stiller Het geluidbeleid heeft vooral betrekking op nieuwe situaties zoals de aanleg van nieuwe wegen en woonwijken. Met name voor deze ontwikkelingen gelden de vastgestelde ambities. In de ontwikkelingsfase kan daarmee immers rekening worden gehouden. Om deze ambities te realiseren worden ter beperking van de geluidhinder maatregelen genomen. Hierbij wordt een voorkeursvolgorde gehanteerd: eerst de maatregelen bij de bron van het geluid, dan in de overdracht en als laatste maatregelen bij de ontvanger. Bij het nemen van maatregelen wordt naast de kostenefficiëntie ook de duurzaamheid van de maatregel beoordeeld. Het geluidbeleid wordt om de vier jaar geëvalueerd en zonodig bijgesteld. Hiervoor is het noodzakelijk dat de uitvoering wordt gemonitord. De huidige geluidssituatie van de gebieden wordt daarvoor vastgelegd in een geluidsprofiel. Door de geluidsprofielen regelmatig te actualiseren kan worden vastgesteld of de doelstellingen van het geluidbeleid wordt gehaald. 1.Inleiding Voor u ligt de Nota Geluidbeleid van de gemeente Duiven. Met deze nota wordt invulling gegeven aan de wens om een transparant document voorhanden te hebben waarmee niet alleen de beleidsmaker mee uit de voeten kan maar ook bijvoorbeeld een projectontwikkelaar, de handhaver, de vergunningverlener of een bedrijf dat zich in Duiven wil vestigen. De veelal complexe en aan specialisten voorbehouden discussie over akoestiek, voorkeurswaarden, etc. is vertaald naar een begrijpelijk samenhangend beleid. 1.1Waarom geluidbeleid? Met een Nota geluidbeleid wordt bewerkstelligd dat de verschillende partijen met elkaar het beoordelingskader voor geluid scherp hebben. Men kan bij de beoordeling de juiste afwegingen maken doordat men vooraf weet waar ruimte zit voor toekomstige ontwikkelingen. Dit zorgt binnen de gemeentelijke organisatie voor een betere afstemming tussen „milieu‟ en „ruimtelijke ordening‟. Een tweede belangrijke oorzaak voor de behoefte aan geluidbeleid is de gewijzigde Wet geluidhinder (Staatsblad 350, 2006), die op 1 januari 2007 van kracht is geworden. De gemeenten hebben een grotere beleidsvrijheid dan voorheen. Zij kunnen deze beleidsvrijheid gebruiken om een geluidbeleid te ontwikkelen dat is toegespitst op de plaatselijke omstandigheden. Met andere woorden: de bevoegdheid om geluidsnormen te stellen verschuift van het Rijk naar de gemeenten. Met de wijziging van de Wet geluidhinder wordt onder andere de bevoegdheid tot het vaststellen van hogere grenswaarden (op enkele uitzonderingen na) gedecentraliseerd. De beleidsvrijheid die de nieuwe Wet geluidhinder biedt gaat gepaard met een verhoogde motiveringsplicht. In plaats van lastige ad hoc motivering, waarmee juridische afbreukrisico‟s worden gelopen, is het wenselijk consistent en transparant beleid te formuleren om keuzen te onderbouwen. 1.2Voordelen van een gemeentelijk geluidbeleid Het formuleren van een eigen geluidbeleid levert de volgende voordelen op: Het stimuleert een systematische werkwijze van het vaststellen van ambities voor de geluidskwaliteit voor de verschillende delen van de gemeente en bevordert op deze wijze de verbetering en de versterking van deze kwaliteiten. Wanneer ambities voor een gebied zijn bepaald, dan kunnen deze al in een vroegtijdig stadium van een ruimtelijk planproces worden meegenomen en gewogen. Het levert, in samenwerking met andere beleidsterreinen, ambities en beleid voor geluid op als onderdeel van de leefomgevingskwaliteit. Dit bevordert een goede afstemming en maakt een transparante afweging mogelijk tussen de verschillende visies op kwaliteiten en belangen in een gebied. Het beleid krijgt, door de wensen van de betrokken actoren serieus mee te wegen, een breder draagvlak met meer kans van slagen. Geluid krijgt een steviger positie in de lastige, integrale afwegingsprocessen die spelen bij de stedelijke herstructureringsprogramma‟s. Wanneer gebiedsgerichte visies en ambities beschikbaar zijn vóór het stadium van planvorming dan kunnen andere spelers en partijen hiermee beter rekening houden. Bij vergunningverlening ontstaat meer duidelijkheid over de te hanteren akoestische uitgangspunten en normen. De Nota geluidbeleid geeft ook het gemeentelijk beleid weer met betrekking tot industrie. Hierdoor wordt de juridische basis van de (milieu)vergunning versterkt. 1.3Actoren binnen het beleidsveld Geluidbeleid is relevant voor diverse actoren binnen de gemeente Duiven, zoals: Gemeentelijke organisatie en de politiek Het geluidbeleidsplan bevat het gemeentelijke beleid en is vastgesteld door de gemeenteraad. De ambities en de doelstellingen in dit plan sluiten aan bij de gangbare praktijk in de gemeente. Er is gebruik gemaakt van en er heeft afstemming plaatsgevonden met relevante beleidsplannen en heersende beleidsuitgangspunten, zie ook hoofdstuk

  1. Het plan geeft voor alle betrokken afdelingen en beleidsterreinen de geluidskaders die gehanteerd worden voor de uitvoering van gemeentelijk beleid. Het gaat dan vooral om de afdeling Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Grondzaken, de afdeling Milieu en Bouwzaken en de afdeling Openbare Werken. Burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties Het geluidbeleidsplan is bedoeld voor burgers, bedrijven en maatschappelijke groeperingen van allerlei aard. Het beleidsplan geeft inzicht in de ambities van de gemeente en de initiatieven die de gemeente de komende jaren gaat ontplooien om de huidige geluidskwaliteiten te behouden of te verbeteren. Overige belanghebbenden en externe partijen Het beleidsplan is tenslotte een belangrijk document voor andere overheden, intermediairs en belangenorganisaties. Voor deze organisaties vervult het plan een belangrijke doorwerkende of afstemmende (informatieve) functie. 1.4Doelstelling De gemeente Duiven streeft niet overal dezelfde geluidsniveaus na. De ambities zijn afhankelijk van de eigenheden van de lokale situatie. Het functionele gebruik speelt daarbij een belangrijke rol bij het toekennen van de geluidskwaliteiten en -ambities voor een gebied. Geluidsbelastingniveaus die passen bij een verstedelijkt centrum (centrumgebied van Duiven) of een gebied met een mengvorm van wonen en werken (bijvoorbeeld de historische invalswegen van en naar de dorpskernen) kunnen en mogen afwijken van die voor woonwijken of voor een landelijk gebied en/of natuurgebieden. Doel van het beleid: Het doel van het gemeentelijke geluidbeleid is het behouden van de goede kwaliteiten en het benutten van kansen om voor de gebieden de geluidskwaliteit te verbeteren. Een belangrijke subdoelstelling is het realiseren van een per gebied passende geluidskwaliteit. Het project levert de volgende documenten op: Een algemene Nota Geluidbeleid waarin de uitgangspunten, het huidige beleid en het nieuwe gebiedsgerichte geluidsambities aan bod komen (de onderliggende nota). Een separate Nota hogere grenswaarden waarin de ambities, de ontheffingscriteria en de visie van de provincie Gelderland zijn verwerkt. Een Nota Bedrijven en Geluid waarin is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met het geluidsaspect bij bedrijven. Een Nota Bouwen en Geluid waarin is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met het geluidsaspect bij (grootschalige) bouw- en sloopwerkzaamheden. Een Nota Evenementen en Geluid waarin is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met het geluidsaspect bij evenementen. Een separaat zonebeheersplan voor het industrieterrein Roelofshoeve, die afspraken bevat over de milieukwaliteiten geur en geluid in de omgeving van het terrein, de inzet aan instrumenten om de milieukwaliteit te bepalen, te bereiken en te bewaken en de manier waarop de gemeente als zonebeheerder andere betrokken partijen aanstuurt, bevraagt, informeert en de overige betrokken partijen (onder andere de provincie) dat ook doen richting de gemeente. Een inventarisatiedocument (de zogenaamde Eindmelding) waarin de wettelijke saneringswoningen (voor zowel weg- als railverkeer) zijn opgenomen. Gemeentelijke geluidverordening met betrekking tot de buitengebieden. 1.5Opbouw van de nota In deze nota wordt in hoofdstuk 1 het belang van het gemeentelijke geluidbeleid beschreven en wordt de doelstelling van het plan aangegeven. Hoofdstuk 2 beschrijft de gezondheidseffecten van geluid in de leefomgeving. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het algemene beleidskader en het wettelijke kader. Het bestaand beleid van de gemeente Duiven wat relevant is voor het geluidbeleid wordt in hoofdstuk 4 samengevat. Hoofdstuk 5 beschrijft de algemene uitgangspunten. Hoofdstuk 6 geeft de gebiedstyperingen en bijhorende ambities. In hoofdstuk 7 wordt het thema verkeer conform de modelnota van de regiogemeenten uitgewerkt. Hoofdstuk 9 geeft een overzicht van de beleidsuitgangspunten. 2.Geluid en gezondheid Geluid hoort bij het leven en is zelfs onmisbaar bij de communicatie tussen mensen. De acceptatie van geluid is vaak subjectief; de één geniet van een metalconcert en de ander ervaart het als een aanslag op het gehoor. Door wetenschappelijk onderzoek is de laatste jaren meer bekend geworden over de gevolgen van geluid voor de gezondheid. Geluidsoverlast kan slaapverstoring, stress en ergernis veroorzaken, kan het vegetatieve zenuwstelsel aantasten en het gehoororgaan beschadigen. De Gezondheidsraad heeft in 1994 vijf categorieën effecten onderscheiden waarbij de relatie tussen blootstelling aan geluid en nadelige gezondheidseffecten wetenschappelijk is aangetoond. De vijf categorieën zijn: hinder (uitgewerkt in paragraaf 2.1); slaapverstoring (uitgewerkt in paragraaf 2.2); aan stress gerelateerde ziekten; functionele effecten; gehoorschade. De onderstaande figuur laat de verschillende geluidsbronnen en -effecten zien. Figuur 1 Effecten van verschillende geluidsbronnen 2.1Hinder Wanneer geluid hinderlijk is noemen wij dit meestal lawaai. Lawaai werkt verstorend, is ongewenst en is daarom een probleem. De belangrijkste factoren daarbij zijn: Het geluidsniveau Hoe hoger het geluidsniveau hoe meer verstoring van onze gesprekken en hoe meer irritatie en stress. Het geluid eist te veel aandacht op en dat gaat ten koste van andere taken. Het soort geluid Ruisende bomen of een bulderende branding, ze zijn natuurlijk en niemand kan er iets aan veranderen. De acceptatie is daarom groot ondanks de hoge geluidsniveaus. Een zeer laag geluidsniveau housemuziek, afkomstig van walkman van een andere passagier, in een rustige treincoupé kan echter als zeer hinderlijk worden ervaren. De voorspelbaarheid Onvoorspelbare en onregelmatige geluiden zijn vaak hinderlijker dan voorspelbare en constante geluiden. Hoe onvoorspelbaarder een geluid is hoe meer irritatie en stress er kan ontstaan. Het gevoel van beheersbaarheid Als er geen gevoel van beheersbaarheid is dan ontstaat er ook steeds meer prikkeling en stress. Daarnaast neemt de geluidhinderbeleving toe als er sprake is van één of meer van de volgende meer subjectieve factoren: het geluid wordt als onnodig en/of niet nuttig ervaren; de geluidsveroorzakers schijnen zich niets aan te trekken van anderen; de gedachte dat het geluid schadelijk is voor de gezondheid; de associatie van het geluid met gevaar; de ontevredenheid over andere aspecten uit de omgeving. Strikt genomen heeft alleen het geluidsniveau direct met het geluid zelf te maken; de andere zijn zogenaamde “niet akoestische” factoren. Communicatie speelt een belangrijke rol bij de beheersing van het geluidsklimaat. Als geluidsveroorzakers aan hun omgeving duidelijk maken wat ze doen en waarom, dan draagt dit bij tot acceptatie en het kunnen verdragen van geluid. In figuur 4 is voor een aantal bronnen weergegeven hoeveel geluid ze gemiddeld produceren. Een geluidsniveau van 60 dB(A) is vergelijkbaar met het voeren van een gesprek op de werkplek. Figuur 2 Vergelijking dB(A) en soort geluid 2.2Slaapverstoring Mensen kunnen door geluid moeilijker in slaap vallen en „s nachts vaker wakker worden. De Gezondheidsraad heeft in 2004 onderzoek gedaan naar de effecten van geluid op slaap en gezondheid. Deze effecten zijn niet bij ieder mens gelijk en hangen af van persoonlijke en omgevingsfactoren. Belangrijke effecten van omgevingsgeluiden tijdens de slaap zijn: verminderde slaapkwaliteit; verminderd algemeen welbevinden; hogere prikkelbaarheid; verminderde concentratie en prestatie; voortijdige sterfte door hartziekten en verhoogde bloeddruk. Figuur 3 voornaamste veroorzakers van slaapverstoring 3.(Wettelijke en beleidsmatige) Kaders 3.1Algemeen De Nederlandse wet- en regelgeving op het gebied van geluid is aan verandering onderhevig. MIG is de afkorting van Modernisering Instrumentatrium Geluidbeleid. Doel van het MIG-beleid is stap voor stap het huidige geluidbeleid te moderniseren. Met de op 18 juli 2002 gepubliceerde Europese Richtlijn Omgevingslawaai wordt het principe van MIG overeind gehouden. Deze richtlijn is bepalend voor ondermeer het gemeentelijke geluidbeleid. Per 18 juli 2004 is de richtlijn in de Nederlandse wetgeving opgenomen1Door het opnemen van een nieuw hoofdstuk IX in de Wet geluidhinder en aanpassingen van de Spoorwegwet en de Luchtvaartwet.. Als gevolg hiervan heeft een deel van de Nederlandse gemeenten verplichtingen tot het maken van geluidskaarten, het opstellen van actieplannen2Voor een aantal agglomeraties (meer dan 250.000 inwoners) en een deel van de betrokken verkeersinfrastructuur moeten de eerste geluidsbelastingkaarten gereed zijn in 2007 en de eerste actieplannen in
  2. Voor de overige agglomeraties (meer dan 100.000 inwoners) en de overige betrokken verkeersinfrastructuur moeten de eerste geluidsbelastingkaarten gereed zijn in 2012 en de eerste actieplannen in
  3. en het geven van voorlichting aan het publiek en het geven van inspraak. De gemeente geeft met een Nota Geluidbeleid tevens duidelijkheid over de wijze waarop zij omgaat met de bevoegdheid om hogere geluidswaarden vast te stellen. Deze bevoegdheid hebben de gemeenten gekregen na de wijziging van de Wet geluidhinder. De gewijzigde Wet geluidhinder is van kracht sinds 1 januari
  4. Het beperken en voorkomen van geluidsoverlast is grotendeels een gemeentelijke taak. De gemeente beschikt hiervoor over een juridisch- en beleidskader op verschillende bestuursniveaus: Rijksniveau: beleid, wetten, algemene maatregelen van bestuur (AMvB‟s)en circulaires; provinciaal niveau: Provinciale Milieuverordening Gelderland (PmG); gemeentelijk niveau: Algemene Plaatselijke Verordening (APV), gemeentelijk geluidbeleid. 3.2Rijksniveau Nationaal Milieubeleidsplan (NMP) [18] In het NMP4 wordt de 'aantasting van de leefomgeving' als één van de zeven hardnekkige milieuproblemen genoemd. Al deze milieuproblemen hebben een relatie met de volksgezondheid. Het NMP4 geeft de volgende doelstellingen weer: In 2010 een geluidsbelasting van 70 dB(A) op woningen niet meer wordt overschreden. De 'akoestische kwaliteit' in het stedelijke en landelijke gebied in 2030 gerealiseerd moet zijn, onder andere door de aanpak van de rijksinfrastructuur (lees: autowegen en spoorwegen). De 'akoestische kwaliteit' in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) in 2030 is gerealiseerd. De situatie in 2010 ten opzichte van die van 2000 niet is verslechterd. Het Rijk heeft in het NMP4 gebiedsgericht geluidbeleid als strategie voorgesteld om bovenstaande doelstellingen te halen. Zo kan men maatwerk leveren om bij te dragen aan de lokale akoestische kwaliteit. De aanpak die men hier voor ogen heeft is brongericht beleid. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de best toepasbare technieken, waarbij aandacht zal zijn voor een redelijke verhouding tussen de kosten en baten. Om de haalbaarheid van de doelstellingen te vergroten zal het Rijk inzetten op innovatie. Een voorbeeld hiervan is stiller asfalt. „Vaste waarden, nieuwe vormen: Milieubeleid 2002-2006' [17] Deze notitie van VROM gaat alleen in op die onderwerpen van het NMP4, waaronder geluid, waarvoor gezien de gewijzigde economische en politieke omstandigheden aanpassing noodzakelijk is. Het gaat daarbij vooral om het Innovatieprogramma Geluid. De beoogde doelstellingen worden, zonder extra financiële middelen, niet allemaal in 2010 gehaald. Burgers worden dus langer aan meer geluid blootgesteld. Het kabinet werkt echter aan alternatieve maatregelen. In het 'Nationaal Verkeers- en Vervoersplan' (NVVP) en in de 'Nota Verkeer en emissies' zal daarom een pakket aan alternatieve maatregelen en acties worden gepresenteerd. Door VROM wordt een aangescherpt handhavingsbeleid nagestreefd ter beperking van geluidhinder in de woonomgeving. Wet geluidhinder (Wgh) [20] De Wet geluidhinder heeft tot doel de mens te beschermen tegen geluidhinder. In de wet staan regels voor weg- en railverkeerslawaai en voor gezoneerde industrieterreinen (waarop zich bedrijven kunnen vestigen die in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken). Een belangrijk principe uit de wet is dat maatregelen zo dicht mogelijk bij de geluidsbron moeten worden genomen. De wet werkt verder met zones. Dit zijn gebieden rond geluidsbronnen waarbinnen regels en normen gelden om de negatieve gevolgen van geluidhinder te beperken. Besluit geluidhinder (Bg) [15] Dit besluit is gebaseerd op de Wet geluidhinder en is op 1 januari 2007 in werking getreden. Op grond van dit besluit is onder meer de bevoegdheid tot het vaststellen van hogere grenswaarden grotendeels overgegaan van de provincie naar de gemeente. Tevens bevat het een nieuwe regelgeving over industrielawaai en over het geluid van weg- en railverkeer. Richtlijn omgevingslawaai [19] De Europese richtlijn omgevingslawaai is voor de Nederlandse situatie omgezet in de Richtlijn omgevingslawaai. Voor Duiven zal deze richtlijn nog geen directe gevolgen hebben. De richtlijn richt zich namelijk op agglomeraties, inrichtingen en wegbeheerders. De inwerkingtreding zal in twee tranches plaatsvinden. De eerste tranche richt zich op: agglomeraties met een bevolking van meer dan 250.000 inwoners; beheerders van hoofdspoorwegen waarop jaarlijks meer dan 60.000 treinen passeren; beheerders van wegen waarop jaarlijks meer dan 6 miljoen voertuigen passeren; beheerders van burgerluchthavens met jaarlijks meer dan 50.000 vliegtuigbewegingen. Zij moeten in 2007 een geluidsbelastingkaart aanleveren en in 2008 een actieplan hebben opgesteld. De tweede tranche richt zich op agglomeraties met een bevolking van meer dan 100.000 inwoners en (spoor-) wegen en vliegvelden met een lagere intensiteit (resp. 3 miljoen auto's, 30.000 treinen of 50.000 vliegtuigen). Zij moeten in 2012 een geluidsbelastingkaart aanleveren en in 2013 actieplannen hebben opgesteld. Wet ruimtelijke ordening (Wro) [22] De Wro bepaalt dat de ruimtelijke inrichting van Duiven moet voldoen aan de eis van een “goede ruimtelijke ordening”. Verschillende functies mogen elkaar niet onaanvaardbaar negatief beïnvloeden en moeten op elkaar worden afgestemd. Door onder andere milieuzonering worden milieubelastende en milieugevoelige functies gescheiden. De Wro bepaalt verder dat de gemeente de geluidszonering uit de Wet geluidhinder in acht moet nemen. Als de gemeente via een bestemmingsplanwijziging, een geluidsgevoelige bestemming in de zone van een weg mogelijk wil maken dan kan dit alleen als de geluidsbelasting, bepaald door middel van een akoestisch onderzoek, wordt getoetst aan de geluidsnormen uit de Wet geluidhinder. Wet milieubeheer (Wm) [21] Bijna alle bedrijven vallen onder de regels van de Wet milieubeheer. Dit betekent dat er geluidsnormen op de bedrijven van toepassing zijn om de woonomgeving te beschermen tegen geluidhinder. Vergunningsplichtige bedrijven hebben te maken met op maat gesneden geluidsvoorschriften en de geluidsnormen (grenswaarden) die gebaseerd zijn op de Circulaire Industrielawaai

(1979)of de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening
(1998)van VROM. Een groot aantal bedrijven valt sinds 1 januari 2008 onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer), tenzij ze zijn opgenomen in een limitatieve lijst van vergunningsplichtige bedrijven (bijlage 1 van het besluit). Op basis van art. 8.40 Wm zijn (geluids-)voorschriften van toepassing op deze inrichtingen. Op een aantal inrichtingen blijven de bestaande algemene maatregelen van bestuur (AMvB‟
  1. s)met de bijbehorende (geluids-)voorschriften van toepassing (zoals Besluit landbouw milieubeheer). De gemeente heeft de bevoegdheid om bij overtredingen van de geluidsvoorschriften te handhaven. Woningwet [23] Op basis van de Woningwet worden bouwvergunningen verleend. De geluidprestatie-eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen zijn opgenomen in het Bouwbesluit. Bij de toetsing van de bouwaanvraag en het toezicht tijdens de bouw dient de gemeente er op toe te zien dat de prestatie-eisen worden gerealiseerd. Het gaat hierbij om: de geluidsisolerende eigenschappen van de gevel voor geluid van buiten; het beperken van geluidsoverlast tussen woningen; het geluid dat veroorzaakt wordt door installaties zoals ventilatie en de CV. 3.3Provinciaal niveau De provincie Gelderland heeft een aantal taken die relevant zijn voor dit geluidsplan: beheer, aanleg en onderhoud van provinciale wegen; verlening en handhaving van milieuvergunningen voor de grotere bedrijven; vaststelling van streekplannen; het ruimtelijke kader van de WRO; goedkeuring van bestemmingsplannen. In het Gelderse Milieuplan (GMP-3, 2004) is een visie opgenomen hoe de provincie Gelderland met deze taken om gaat. Het behoud of herstel van de kwaliteit van de leefomgeving staat daarbij centraal. De sectorale aanpak van individuele bronnen wordt niet langer toereikend geacht. De maatregelen in het GMP-3 zijn gericht op het bereiken van een bepaalde basiskwaliteit in 2010. 3.4Gemeentelijk niveau De gemeente heeft een aantal taken die relevant zijn voor deze geluidnota: beheer, aanleg en onderhoud van gemeentelijke wegen; verlening en handhaving Wm- milieuvergunningen voor bedrijven; vaststelling van het ruimtelijke beleid en de bestemmingsplannen. Algemene Plaatselijke Verordening (APV) In de APV van Duiven zijn voor een aantal situaties regels opgenomen om overlast te beperken. Het gaat hierbij onder andere om het verbod om overlast te veroorzaken zonder ontheffing en de regeling op grond waarvan horecabedrijven individueel en eventueel tijdens collectief aangewezen festiviteitendagen, niet gehouden zijn aan de reguliere geluidnormen. Op basis hiervan worden evenementenvergunningen verleend en moet bij bouw- en sloopactiviteiten rekening worden gehouden met de geluidseffecten op de omgeving. Ook wordt de APV als vangnet gebruikt indien overlast optreedt waarin andere regelingen niet voorzien. De handhaving daarvan ligt vaak in het verlengde van het handhaven van de openbare orde. 4.Bestaand beleid in de gemeente Duiven Het geluidbeleid van Duiven is niet alleen van toepassing op nieuwe situaties. Er dient ook rekening te worden gehouden met de bestaande (beleids)stukken en ruimtelijke ontwikkelingen. Deze kunnen van invloed zijn op het geluidbeleid, maar het geluidbeleid kan (en moet) soms ook invloed hebben op deze aspecten. Dit hoofdstuk omschrijft de betrokkenheid van het bestaand beleid in de gemeente Duiven ten aanzien van geluid. 4.1Structuur visie De structuur visie Duiven beschrijft de toekomst van Duiven met, in hoofdlijnen, de ruimtelijke uitbreidingsmogelijkheden en de bijbehorende en infrastructuur. Ten tijden van het opstellen van het gemeentelijk geluidbeleid werd tevens gewerkt aan de structuur visie. Met betrekking tot geluid stelt het document dat een stand-still en step forward de uitgangspunten zijn voor het geluidbeleid. Dit houdt in, dat – in tegenstelling tot het huidige beleid – lokaal de geluidsituatie mag verslechteren zolang de geluidsituatie op gebiedsniveau maar niet verslechterd. 4.2Duivens Verkeers en Vervoers Plan (DVVP) Dit Duivens Verkeers- en Vervoerplan (DVVP) schetst de hoofdlijnen van het verkeers- en vervoerbeleid voor de komende tien jaar. De maatregelen en het beleid in dit plan zijn echter gebaseerd op een doorkijk verder dan tien jaar. Voorkomen is beter dan genezen. Het plan schetst eerst de uitgangssituatie en de ontwikkelingen die mogen worden verwacht. Van daaruit geeft dit DVVP de beleidskeuzen voor de toekomst weer. Het plan mondt uit in een concrete aanpak en een projectenlijst. Zo biedt dit DVVP beleidsmatige en concrete handvatten voor wat Duiven wil met verkeer en vervoer. 4.3Zonebeheer Binnen het grondgebied van Duiven ligt één op basis van de Wet geluidhinder, gezoneerd industrieterrein, Roelofshoeve. Voor dit industrieterreinen is een zonebeheer model gemaakt. Op 22 april 2008 zijn de beleidsregels en de verkavelingkaart voor de verdeling van de geur- en geluidruimte van bedrijventerrein de Roelofshoeve in Duiven vastgesteld. Door deze nieuwe manier van verdelen van de milieuruimte hebben bedrijven én de omgeving zekerheid over de maximale belasting vanuit het gehele bedrijventerrein. 5.Algemene uitgangspunten In dit hoofdstuk worden de algemene principes en uitgangspunten beschreven die worden gehanteerd in het gemeentelijke geluidbeleid. 5.1Afbakening geluidthema’s De keuze voor geluidsonderwerpen hangt samen met de vraag of het noodzakelijk of wenselijk is om voor bepaald type geluidsonderwerpen beleid te ontwikkelen. Een thema is opgenomen wanneer het een belangrijk probleemveld betreft en de investering voor het ontwikkelen van het thematische beleid in verhouding staat tot de winst die met het ontwikkelde beleid kan worden gehaald (bijvoorbeeld verkorting van procedures, het ontwikkelen van een goede leefomgevingkwaliteit, duidelijkheid voor alle betrokkenen). Beleidsuitspraak: De gemeente Duiven stelt beleid op voor de volgende geluidthema‟s: wegverkeer; railverkeer; bedrijven (incl. horeca); bouwlawaai; evenementen; hogere grenswaarden. 5.2Beschermde objecten en functies Onderstaande objecten en functies worden vanuit de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer beschermd: woningen; geluidsgevoelige gebouwen: onderwijsgebouwen; ziekenhuizen en verpleeghuizen; verzorgingstehuizen; psychiatrische inrichtingen; medische centra; poliklinieken; medische kleuterdagverblijven. Geluidsgevoelige terreinen: terreinen die behoren bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene, categorale en academische ziekenhuizen; terreinen die behoren bij verpleeghuizen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg; woonwagenstandplaatsen; gebieden die beschermd worden volgens een provinciale milieuverordening (als bedoeld in artikel 1.2 lid 2 van de Wet milieubeheer). Beleidsuitspraak: Naast de objecten die door de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer worden beschermd, beschermt de gemeente Duiven ook nieuw te vestigen kinderdagverblijven. Kerken en begraafplaatsen worden tijdens plechtigheden beschermd tegen bouwlawaai of geluid als gevolg van een evenement. 5.3Maatregelen: bron – overdracht – ontvanger Bij het nemen van maatregelen ter beperking van geluidhinder wordt al van oudsher de prioriteit gelegd bij maatregelen aan de bron. Als daarmee onvoldoende effect wordt bereikt komen maatregelen in de overdrachtssfeer (wallen of schermen) in aanmerking. Als laatste worden maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld gevelisolatie) overwogen. Figuur 4 mogelijke maatregelen (bron – overdracht – ontvanger) De achtergrondgedachte van deze volgorde is een zo klein mogelijk gebied aan een hoog geluidsniveau bloot te stellen. Dit leidt tot een efficiënt gebruik van de ruimte. De aandacht voor dit leidende principe is een wezenlijk element in de Wet geluidhinder. Beleidsuitspraak: In bestaande situaties hanteert de gemeente Duiven bij het nemen van maatregelen ter beperking van geluidhinder in beginsel de voorkeursvolgorde: maatregelen bij de bron; maatregelen in de overdracht; maatregelen bij de ontvanger. Van deze standaard volgorde kan slechts gemotiveerd worden afgeweken. Als het gaat om de geluidsemissie van auto's en treinen kan de gemeente deze moeilijk in directe zin beïnvloeden. Hiervoor is het Rijk (en op een hoger niveau: de Europese Unie) verantwoordelijk. Het Rijk bepaalt de eisen voor de typekeuring en is daarin op zijn beurt weer afhankelijk van de afspraken op Europees niveau. Er zijn maatregelen die ook tot de “maatregelen bij de bron” behoren en waarop een gemeente, voor zover het gemeentelijke wegen betreft, invloed heeft. Dit zijn: de tracékeuze; de verkeersintensiteit; de maximumsnelheid; de samenstelling van het verkeer (bijvoorbeeld het percentage vrachtwagens); de uitvoering van het wegdek. Bij nieuwe situaties, bijvoorbeeld een weg of woningbouwplan, dan is het vaak mogelijk om bij het ontwerp rekening te houden met het aspect geluid. In die gevallen is het wenselijk eerst te kijken naar overdrachtsmaatregelen of gevelmaatregelen alvorens gekozen wordt voor een bronmaatregel. Bij het hanteren van deze voorkeursvolgorde kan in de toekomst, wanneer alsnog sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, makkelijker een maatregel getroffen worden. Beleidsuitspraak: Bij nieuwe situaties hanteert de gemeente Duiven bij het nemen van maatregelen ter beperking van geluidhinder in beginsel de voorkeursvolgorde: Maatregelen in de overdracht. Maatregelen bij de ontvanger. Maatregelen bij de bron. Van deze standaard volgorde kan slechts gemotiveerd worden afgeweken. Ter verduidelijking wordt de situatie aangehaald dat een eenmaal geplaatst geluidsscherm in een later stadium slechts tegen zeer hoge kosten kan worden opgehoogd. In specifieke gevallen zal dat aanleiding kunnen zijn bij het ontwerp van een nieuwe wijk duurzamere maatregelen bij de woningen te treffen. Iets vergelijkbaars geldt eveneens voor het toepassen van stille wegdekken. Duiven hecht belang aan het behouden van „wisselgeld', dat in een later stadium kan worden ingezet om bijvoorbeeld de effecten van een verdere mobiliteitsgroei te compenseren. Wanneer het gaat om geluidsemissie bij bedrijven wordt de verplichting om maatregelen bij de bron te nemen middels vergunningvoorschriften of algemene regels (het Besluit Algemene Regels voor Inrichtingen Wet Milieubeheer) bij het bedrijf neergelegd. De gemeente controleert de naleving van de vergunningvoorschriften en de algemene regels. Maatregelen in de overdracht (zoals schermen of wallen) hebben als voordeel dat de buitenruimte van woningen ook wordt beschermd. Een evident probleem van deze voorzieningen is de inpasbaarheid in een stedelijke omgeving vanwege de beperkte ruimte. Het is daar vaak niet mogelijk een scherm in te passen. Ook indien er wel ruimte is voor afscherming bestaat er vaak weerstand tegen het idee van een scherm of een wal. Met de conventionele uitvoeringen hiervan krijgen zowel de wijk als de weg een afgesloten karakter. Bovendien hebben veel mensen het beeld bij een geluidsscherm van een saai scherm van ongeveer twintig jaar geleden, al dan niet voorzien van graffiti. Inmiddels zijn oplossingen bedacht die ook visueel aantrekkelijk kunnen zijn, bijvoorbeeld in de vorm van een wallenstelsel als een fraai parklandschap3Bijvoorbeeld Leidscheveen, zie „Afscherming met uitzicht‟, Geluid 1999/1, p. 23 e.v., ir. E. Hofschreuder. Ook kan in sommige gevallen een verdiepte ligging van de weg uitkomst bieden. Maatregelen bij de ontvanger (zoals gevelisolatie) zorgen ervoor dat in ieder geval in de woning een goed woonklimaat is gewaarborgd. Speciale geluidsisolerende beglazing en geluidswerende ventilatievoorzieningen zijn de meest toegepaste middelen om de gevelisolatie te verbeteren. Uitgangspunt voor voldoende geluidswering is de aanname dat de ramen gesloten worden gehouden. Ventilatie wordt bereikt met suskasten nabij de ramen. Wil de bewoner een raam openzetten, dan heeft dit uiteraard tot gevolg dat geluid de woning binnendringt. Dit is een minpunt van een dergelijke oplossing. 5.4Oude en nieuwe situaties Het ministerie van VROM hanteert 1 maart 1986 als peildatum om te bepalen of een vanwege het wegverkeer hoogbelaste woning wel of niet gesaneerd moet worden. Voor railverkeer geldt als peiljaardatum 1987. Onderdeel van het geluidplan is de inventarisatie van deze sanerings-woningen ten behoeve van de zogenaamde eindmelding aan het ministerie van VROM. Woningen die na die data een te hoge belasting hebben gekregen worden niet op kosten van VROM gesaneerd. Als gevolg van de beleidsmatige keuzen liggen er woningen in gebieden waarbij de geluidsbelasting niet overeenkomt met de ambitie die voor het betrokken gebied is vastgesteld. Beleidsuitspraak: De gemeente brengt alle hoogbelaste woningen in beeld. Het gaat hierbij om zowel de wettelijke saneringswoningen als de woningen die ten gevolge van autonome groei na 1986 respectievelijk hoogbelast zijn geworden. Aan de hand van de geluidskaarten en de geformuleerde ambities voor de verschillende gebiedstypen zal in 2009 een definitief voorstel met scenario‟s voor de aanpak van deze situaties worden gemaakt. Bij de afweging voor het aanpakken c.q. oplossen van de knelpuntsituaties wordt in het vervolg van dit project gekeken naar: de (sanerings)normstelling die de gemeente wil hanteren; de recente data van geluidsbelastingen; de effecten van toekomstige ingrepen in de verkeersinfrastructuur, vooral voor die wegen waar de belasting in de toekomst toeneemt door een hogere intensiteit. Beleidsuitspraak: De gemeente Duiven gaat de bouwakoestische normen zoals vastgelegd in het Bouwbesluit niet aanscherpen. 5.5Woningkwaliteit Uit alle landelijke onderzoeken die op het gebied van geluidhinder zijn verricht blijkt dat overlast door het geluid van de „buren‟ hoog scoort. Men hoeft slechts te denken aan het geluid van de muziekinstallatie en het getik van naaldhakken op een parketvloer. Niet zelden leiden dergelijke geluiden uiteindelijk tot verstoorde verhoudingen tussen buren. Circa 40% van de Nederlanders wordt regelmatig door geluiden van de buren gehinderd, waarvan 22% zelfs ernstig. Het aantal Nederlandse huishoudens dat geluidhinder ondervindt van de buren is in vijf jaar tijd met meer dan 50% toegenomen. Dit landelijke beeld wordt bevestigd door het door Intomart uitgevoerde onderzoek naar Leefbaarheid en Veiligheid in de regio Gelderland-Midden, in opdracht van de politie Regio Gelderland-Midden4. Voor een deel heeft het probleem een sociale component. Er is echter ook een technische invalshoek: hoe beter de geluidsisolatie tussen woningen is, des te kleiner is de kans op geluidhinder. In bestaande woningen is de geluidsisolatie een gegeven; hier liggen voor de gemeente geen of nauwelijks aangrijpingspunten voor verbetering. In nog te bouwen woningen is dat anders. De eisen voor nieuwbouwwoningen zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Hierin worden onder meer eisen gesteld aan isolatie van luchtgeluid en van contactgeluid tussen aangrenzende woningen. Betere geluidsisolatie tussen woningen kan leiden tot afname van het aantal gehinderde. Dit is gedeeltelijk te bewerkstelligen door hogere technische eisen5Zie: Handboek Woonkeur, Nationaal certificaat voor nieuwbouwwoningen, mei 2000, ISBN 90-5293-167-X, Pluspakket gebruikskwaliteit, W.1, geluidsisolatie te stellen aan de geluidsisolatie tussen woningen. Het Bouwbesluit6Bouwbesluit 7 augustus 2001, Stb. 410, 2001, afdeling 3.5 („Bouwbesluit 2003‟) voorziet hierin voor een deel: vanaf 1 april 2002 is de norm ten aanzien van de isolatie van contactgeluid verscherpt. De Duivense praktijkervaring is dat bij eengezinswoningen (zowel voor de vrije sector als voor de betaalbare bouw) geen noemenswaardige klachten over een slechte akoestische woningkwaliteit (gehorige woningen) worden ervaren. Dit is de reden waarom aan bouwvergunningen voor deze typen woningen de gemeente geen nadere aandacht aan dit aspect wil besteden. Beleidsuitspraak: De gemeente Duiven gaat geen actie ondernemen om bij bestaande bouw de akoestische woningkwaliteit te verbeteren. Bij bouwvergunningverlening voor appartementencomplexen en voor hoogbelaste woningen (waarvoor hogere grenswaarden zijn vastgesteld) wil Duiven wel extra aandacht besteden aan dit aspect. De meerwaarde hiervoor kan gevonden worden bij het verlangen van nadere detaillering (onder andere ontkoppeling van vloerdelen bij appartementen, dit kan bij de plantoetsing geschieden. Meer details aanleveren en daarop toetsen kost geen extra menskracht. Beleidsuitspraak: Bij de bouw van hoogbelaste woningen en appartementencomplexen wordt van de bouwaanvrager nadere akoestisch relevante detaillering verlangd; Bij bouwplantoetsing en bij het houden van toezicht op de bouwplaats besteedt Duiven uitdrukkelijk aandacht aan deze akoestisch relevante detaillering Vergunningsvrije bouwwerken of bouwwerken waar een lichte bouwvergunning aan ten grondslag ligt, zullen niet nader worden getoetst op akoestische eisen. Ook niet indien de woning binnen de zone van een weg ligt of langs een drukke 30 km/uurweg. Dit zou immers een relatief grote inspanning van het ambtelijk apparaat vereisen zonder dat dit een grote meerwaarde tot gevolg heeft. 5.6Cumulatie Soms wordt een woning door meerdere bronnen belast, bijvoorbeeld door wegverkeer én railverkeer. Als die belasting betrekking heeft op eenzelfde gevel dan dient conform de strekking van de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer de gemeente rekening te houden met deze cumulatie. Hoe de gemeente dat doet is niet op voorhand aan te geven, daar zijn de mogelijkheden te divers voor. Ook in het kader van een goede ruimtelijke ordening verdient cumulatie van geluid de benodigde aandacht. De gemeente houdt in dit soort situaties bij het ontwerpen van de gevelisolatie rekening met de hogere geluidsbelasting. Dit is immers de situatie waar een bewoner mee te maken heeft. In bijlage 1 behorende bij het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 is een rekenmethode beschreven voor de cumulatieve geluidsbelasting. Beleidsuitspraak: De gemeente Duiven houdt rekening met cumulatie van geluid, zowel bij het akoestisch ontwerpen van nieuwe woongebieden als bij het bepalen van de noodzakelijke geluidwering van gevels. 5.7Compensatie Niet alleen decibellen op de gevel bepalen of iemand geluidhinder ondervindt. Compenserende factoren kunnen de ervaren hinder doen afnemen. Het nadeel van een hoge geluidsbelasting kan worden gecompenseerd door factoren die ook in de akoestische sfeer liggen. Daarbij kan gedacht worden aan de volgende zaken: een geluidsluwe gevel; een 'privé-gebied' (een tuin, balkon of park) aan de rustige kant van het huis; aangepaste indeling van de woning; gevelisolatie (met ventilatievoorzieningen grotere woning. Naast de akoestische compensatie, die gedeeltelijk wettelijk is verankerd, zijn er ook niet-akoestische compenserende factoren die als positief element kunnen worden gezien in een omgeving. Het gaat dan bijvoorbeeld om: veel stedelijk groen, in de vorm van een park, uitloopgebieden, etc.; goede openbaar vervoervoorzieningen; een kinderspeelplaats. In de literatuur wordt dit wel aangeduid als 'niet-akoestische compensatie'. Deze niet-akoestische compensatie heeft echter geen wettelijke grondslag. De juridische verankering van compensatie vindt vooral plaats in de procedure hogere grenswaarden (zie Nota hogere grenswaarden). Beleidsuitspraak: In het ontwerpstadium wordt het nadeel van een hoog geluidsniveau beperkt door koestische compensatie en aanvullend door niet-akoestische compensatie. Hoe hoger het geluidsniveau, hoe meer compensatie wordt toegepast. 5.830 km/uurwegen In het gemeentelijke verkeersbeleid is vastgelegd dat 30 km/uurwegen als zodanig worden uitgevoerd. In de praktijk kan dit betekenen dat in de “verblijfsgebieden” het asfalt wordt vervangen door klinkerbestrating en de maximum snelheid wordt verlaagd tot 30 km/uur. Bij te hoge gevelbelastingen kunnen vervolgens nog “fluisterklinkers” worden toegepast. Als deze bronmaatregelen niet voldoen dan kunnen maatregelen aan de woning worden genomen. 30 km/uur wegen zijn wettelijk niet gezoneerd en vallen daarmee niet onder de Wet geluidhinder. De geluidsbelastingen van geluidsgevoelige bestemmingen hoeven op basis van de Wet geluidhinder bij nieuwbouw en/of reconstructie van wegen niet onderzocht te worden. In verband met "een goede ruimtelijke ordening" dient bij ruimtelijke ontwikkelingen aandacht te worden besteed (inzichtelijk te worden gemaakt) aan de geluidssituatie (AbRvS 3 september 2003, 200203751/1). 30 km/uur wegen nemen vanwege duurzame verkeersveiligheid in aantal toe. Beleidsuitspraak: Duiven beschouwt 30 km/uurwegen voor wat betreft het aspect geluid als “gewone” wegen. Dit betekent dat voor deze wegen, bij het veranderen van bijvoorbeeld de weg of het realiseren van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, onderzoek wordt gedaan naar de akoestische effecten en/of gevolgen. Dit uitgangspunt geldt alleen voor de 30 km/uurwegen die zijn opgenomen in de RVMK. Bij het in beeld brengen van bestaande knelpuntsituaties wordt eveneens gekeken naar de 30 km/uurgebieden. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat bij het oplossen van deze knelpunten gekeken kan worden naar het toepassen van fluisterklinkers. Als de belasting bij oude woningen dan nog te hoog is, kan vervolgens overwogen worden om te sturen op akoestische of niet-akoestische compensatie. 6.Gebiedstyperingen en gebiedsgerichte ambities 6.1De gebiedstypen Het doel van het gemeentelijke geluidbeleid is het behouden van de goede kwaliteiten en het benutten van kansen om voor de gebieden de geluidskwaliteit te verbeteren. Een belangrijke subdoelstelling is het realiseren van een per gebied passende geluidskwaliteit. Het functioneel ruimtelijk gebruik van de betreffende gebieden is bepalend voor de indeling van de gebiedstypen en leidend voor het benoemen van algemeen geformuleerde geluidskwaliteiten. De functies in een gebied bepalen immers welke kwaliteiten gewenst, maar ook mogelijk zijn. Daarom is gekozen voor een gebiedstype indeling die is gebaseerd op de zogenoemde MILO-systematiek7Het doel van MILO is het versterken van de bijdrage van het milieubeleid aan de leefomgevingskwaliteit in een gebiedsgerichte benadering., zoals deze door de VNG, het IPO, de UvW en het ministerie van VROM is ontwikkeld in het kader van het MILO-project (milieukwaliteiten in de leefomgeving). Deze systematiek is een landelijk gangbare systematiek voor gebiedsgericht beleid. Dit hoofdstuk is een beschrijving van de gebiedstypen en de gebiedsgerichte ambities. Maar het beschrijven alleen van de gewenste geluidskwaliteit is niet voldoende. De ambities moeten ook tastbaar worden door ze terug te laten komen in ruimtelijke plannen. Het gebiedsgericht geluidbeleid moet er toe leiden dat geluid nog vaker vanaf het prille begin van een ruimtelijke ontwikkeling wordt meegenomen. Voor de gemeente Duiven zijn 11 gebiedstypen geïdentificeerd, die in paragraaf 6.3 worden beschreven. De daaraan gekoppelde ambities zijn in een tabel weergegeven. Achter tabblad 6 is kaart met daarop de geografische afbakening van de gebiedstypen weergegeven. 6.2De systematiek Op een geluidskaart worden de geluidsniveaus van de bronnen wegverkeer, railverkeer en industrie weergegeven. Aan technici geeft een dergelijke kaart met getallen veel inzicht. Een samenhangende beoordeling is echter niet mogelijk. In het schema hieronder zijn geluidsniveaus vertaald in geluidsklassen, die zijn weergegeven met een getal, een woord en een kleur. Per geluidsklasse staan bij iedere geluidssoort verschillende getallen. Dit heeft te maken met het feit dat het geluid van verschillende bronnen verschillend wordt ervaren. Het geluid van een trein wordt bijvoorbeeld als minder hinderlijk ervaren dan dat van auto‟s. Op deze wijze is voor een breder publiek een eenvoudiger weergave mogelijk. Door de gebruikte bandbreedte hebben deze kaarten een indicatieve status. Om de ambities per gebiedstype vast te stellen is voor de herkenbaarheid en werkbaarheid dan ook deze systematiek toegepast. De dosismaat voor weg- en railverkeerslawaai is Lden8Lden: dosismaat over een etmaal, voor de dag-, avond- en nachtperiode.. Dit is de dosismaat die na 1 januari 2007 in de gewijzigde Wet geluidhinder wordt gebruikt. Als dosismaat voor het geluid van bedrijven is Letmaal gehanteerd. Duiven heeft ervoor gekozen om voor railverkeerslawaai geen beleid te formuleren, omdat zij geen beheerder zijn van de sporen die op het grondgebied van de gemeente Duiven zijn gelegen. De keuze van de klassen stemt overeen met wat landelijk gebruikelijk is en sluit bovendien aan op het systeem van de Wet geluidhinder. Het volstaat niet om alleen de ambitie van een gebied aan te geven. Dit heeft te maken met het feit dat langs en door iedere woonwijk, zeker in stedelijk gebied, wegen met veel verkeer kunnen lopen. De realiteit gebiedt te erkennen dat ook in een „stille‟ woonwijk langs de rand hogere geluidsniveaus kunnen optreden. Hierdoor is het noodzakelijk de maximaal mogelijke afwijking van het ambitieniveau per gebiedstype aan te geven (bovengrens). Bij woongebieden, centrumgebieden en werkgebieden gaat het om de bescherming van woningen en overige objecten. Voor de gebiedstypen in het buitengebied (natuur- & extensiveringsgebied en verwevings- & landbouwontwikkelingsgebied) gaat het daarnaast ook om bescherming van het gebied zelf. gebiedstypering geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) weg- en railverkeer bedrijven vogelrichtlijn- en stiltegebieden zeer rustig redelijk rustig zeer rustig rustig dorpskern en overig woongebied Loo rustig onrustig rustig redelijk rustig uiterwaarden en overig deel buitengebied rustig onrustig rustig redelijk rustig dorpskern en overig woongebied Groessen rustig onrustig rustig redelijk rustig woongebieden kern Duiven rustig onrustig rustig 2) redelijk rustig zeer onrustig 1) historische lintbebouwing in buitengebied redelijk rustig zeer onrustig redelijk rustig 2) redelijk rustig historische lintbebouwing in Duiven redelijk rustig lawaaiig redelijk rustig 2) onrustig spoorzone Duiven redelijk rustig lawaaiig redelijk rustig 2) redelijk rustig Centrum stedelijk (centrum Duiven) redelijk rustig onrustig redelijk rustig 2) onrustig lawaaiig 1) Remigiusplein (horeca-omgeving) onrustig onrustig Bedrijventerreinen onrustig lawaaiig onrustig lawaaiig Gezoneerd industrieterrein (Roelofshoeve) n.v.t. (geen woningen) n.v.t. (geen woningen) bij opvullen open plaats, bij vervangende nieuwbouw of bij nieuwbouw langs hoofdinfrastructuur geluidsluwe zijde 1 of 2 geluidsklassen stiller De ambitietabel geeft per gebiedstype twee mogelijkheden aan: Ambitiewaarde: betreft de basiskwaliteit in een gebied. Deze omvat de na te streven geluidsklasse voor de te beschermen objecten en functies in een bepaald gebied. Bovengrens: deze geluidsklasse wordt bij (hoge) uitzondering toegepast en mag niet worden overschreden. Aan de toepasselijke norm van de Wet geluidhinder kan nog juist worden voldaan. Akoestische compensatie is hierbij vereist (zie Nota hogere grenswaarden). 6.3Indeling gebiedstypen 6.3.1Vogelrichtlijn- en stiltegebieden Onder vogelrichtlijn- en stiltegebieden worden de vastgestelde gebieden verstaan; deze gebieden hebben een speciale status. De typering kan verder uiteenlopen van natuurgebied met een hoge ecologische waarde zonder nevenfuncties tot meer robuustere natuurgebieden met een sterkere functiemenging met bijvoorbeeld recreatie en waterwinning. De milieukwaliteitwaarde is voornamelijk afhankelijk van de menselijke (mede)gebruiker met betrekking tot extensieve recreatie. Voor natuur zelf zijn deze aspecten minder relevant, de referentie aan voor geluid geeft de behoefte aan het in stilte kunnen genieten van de natuur. De algemene kwalificatie voor de geluidsambitie in de vogelrichtlijn- en stiltegebieden is “zeer rustig”, zowel voor verkeerslawaai als het geluid van bedrijven. Vogelrichtlijn- en stiltegebieden zijn de rustigste gebieden van de gemeente. In deze gebieden, aan de zuidrand van de gemeente, wordt voornamelijk scheepvaartgeluid waargenomen. In de vogelrichtlijngebieden wordt niet de woonfunctie maar de gebruiker van het gebied beschermd. gebiedstypering geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) weg- en railverkeer bedrijven Vogelrichtlijn- en stiltegebieden zeer rustig redelijk rustig zeer rustig rustig 6.3.2Dorpskern en overig woongebied Loo Bij het dorpswonen in Loo gaat het om een overwegend rustige gebied met een overwegende woonfunctie. De woonfunctie is deels gemengd met kleinschalige (agrarische) bedrijvigheid. In omvang is dit gebied kleiner dan de woongebieden in de kern Duiven en gaat het om lintbebouwing en kleinschalige geplande ontwikkelingen. De dichtheid is lager dan in de woongebieden in de kern Duiven, het aandeel vrijstaande woningen is relatief groot. Het aanbod is in grote mate gericht op eengezinshuishoudens. Gestreefd wordt echter naar (beperkte) ontwikkeling van woningen. Het woonmilieu is te karakteriseren als een dorps woonmilieu. Vervoer is overwegend individueel, auto en fiets. Ten opzichte van de woongebieden in de kern Duiven is er minder aangelegd groen aanwezig. Speelplekken zijn echter wel aanwezig, en de aanwezigheid van het omringende platteland geeft een groen, open en landelijk gevoel. Tussen de oude linten zijn open plekken wat maakt dat de dorpsomgeving met het achterliggende landelijk gebied op veel plaatsen zicht- en „voelbaar‟ is. Daarnaast zijn er functionele open plekken in de zin van speelvoorzieningen en hebben sommige open plekken een agrarische functie. Het instandhouden van voorzieningen is van belang om zorg te dragen voor de leefbaarheid en de kernen aantrekkelijk te houden voor jong en oud. De algemene kwalificatie voor de geluidsambitie in dit gebied is “rustig” voor zowel verkeerslawaai en het geluid van bedrijven. De wegen in het gebied kunnen een belangrijke invloed hebben op de geluidniveaus. gebiedstypering geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) weg- en railverkeer bedrijven dorpskern en overig woongebied Loo rustig onrustig rustig redelijk rustig 6.3.3Uiterwaarden en overig deel van het buitengebied De uiterwaarden zijn vaak uitloopgebied voor diverse gebruikers. Voor het grootste deel is sprake van een rustig gebied, waar incidenteel als gevolg van diverse activiteiten wat lawaai kan ontstaan. Onder dit gebiedstype wordt eveneens het overige deel van het buitengebied verstaan. Een kenmerk van dit gebied, die agrarische activiteiten als hoofdfunctie hebben, is de lage dichtheid en lage gebruiksintensiteit. In deze gebieden komt menging met andere functies voor, zoals wonen en waterberging. De grondgebonden landbouw is dominant. Daarbij gaat het om akkerbouw, bollenteelt en groenteteelt van de koude grond en veehouderij met beweiding. De hoofdfunctie landbouw stelt weinig specifieke eisen aan milieukwaliteiten. De algemene kwalificatie voor de geluidsambities in het buitengebied/uiterwaarden is “rustig”. Wanneer er voor de agrarische sector een drukke periode is, bijvoorbeeld oogstseizoen, dan kunnen ook hogere geluidniveaus optreden, de geluidskwaliteit wordt dan ook beïnvloed door het wegverkeer. gebiedstypering geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) weg- en railverkeer bedrijven uiterwaarden en overig deel buitengebied rustig onrustig rustig redelijk rustig 6.3.4Dorpskern en overig woongebied Groessen Bij het dorpswonen in Groessen gaat het eveneens om een overwegend rustig gebiedstype met een overwegende woonfunctie. De woonfunctie is deels gemengd met kleinschalige (agrarische) bedrijvigheid. In omvang is dit gebied kleiner dan de woongebieden in de kern Duiven en gaat het om lintbebouwing en kleinschalige geplande ontwikkelingen. De dichtheid is lager dan in de woongebieden in de kern Duiven, het aandeel vrijstaande woningen is relatief groot. Het aanbod is in grote mate gericht op eensgezinshuishoudens. Gestreefd wordt echter naar (beperkte) ontwikkeling van woningen voor senioren. Het woonmilieu is te karakteriseren als een dorps woonmilieu. Vervoer is overwegend individueel, auto en fiets. Ten opzichte van de woongebieden in de kern Duiven is er minder aangelegd groen aanwezig. Speelplekken zijn echter wel aanwezig, en de aanwezigheid van het omringende platteland geeft een groen, open en landelijk gevoel. Tussen de oude linten zijn open plekken wat maakt dat de dorpsomgeving met het achterliggende landelijk gebied op veel plaatsen zicht- en „voelbaar‟ is. Daarnaast zijn er functionele open plekken in de zin van speelvoorzieningen en hebben sommige open plekken een agrarische functie. Het instandhouden van voorzieningen is van belang om zorg te dragen voor de leefbaarheid en de kernen aantrekkelijk te houden voor jong en oud. De algemene kwalificatie voor de geluidsambitie in dit gebied is “rustig” voor zowel verkeerslawaai en het geluid van bedrijven. De enige weg door het gebied is meteen ook de drukste weg door het gebied, omdat buiten dit gebied landbouwgebieden zijn gelegen zal tijdens de oogstseizoenen meer zwaar verkeer door het gebied rijden. De drukke wegen in het gebied kunnen een belangrijke invloed hebben op de geluidsniveaus. gebiedstypering geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) weg- en railverkeer bedrijven dorpskern en overig woongebied Groessen rustig onrustig rustig redelijk rustig 6.3.5De woongebieden van de kern Duiven De woongebieden liggen tussen het centrum, het buitengebied en de werkgebieden (bedrijven en industrieterreinen). Het gaat hier om rustige, ruim opgezette gebieden met een overwegende woonfunctie, ingebed in een groene structuur. De dichtheid varieert van laag (circa 20 woningen per hectare) tot relatief hoog (circa 30 woningen per hectare). De verschijningsvorm varieert tussen vrijstaand, geschakeld, rijen en appartementen. In dit suburbane woongebied ligt de nadruk op bewoning door eensgezinshuishoudens, op een aantal plaatsen komt seniorenhuisvesting voor. Het woonmilieu is te typeren als suburbaan. De aanwezige voorzieningen zijn voornamelijk scholen en kleinschalige detailhandel. Er zijn ook woon- en werkmilieus voor specifieke doelgroepen. Vervoer is overwegend individueel, auto en fiets. Een fietsnetwerk verbindt de wijken met het centrum en het buitengebied. Door de wijken en langs de hoofdwegen rijden bussen. De verkeersfunctie is ondergeschikt aan de verblijfsfunctie van het gebied. Groen en water zijn nadrukkelijk als kwaliteiten in de wijken aanwezig, vormen een groene structuur. Deze structuur heeft een belangrijke recreatieve waarde (spelen, wandelen, hond uitlaten, vissen) voor de bewoners in de buurten. Extra aandacht gaat uit naar de leefbaarheid en de sociale veiligheid in de buurten. Open plekken in dit gebiedsprofiel hebben veelal een functie als onderdeel van de groene structuur met een recreatieve en esthetische functie. De algemene kwalificatie voor de geluidsambitie in dit gebiedstype “rustig”. Het verkeerslawaai als gevolg van de ontsluiting van deze gebieden is voornamelijk dominant. Verkeer in het gebied is ondergeschikt, hierdoor kan in de kernen van deze gebieden een rustiger ambitieniveau gehanteerd worden. gebiedstypering geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) weg- en railverkeer bedrijven woongebieden kern Duiven rustig onrustig rustig 2) redelijk rustig zeer onrustig 1) bij opvullen open plaats, bij vervangende nieuwbouw of bij nieuwbouw langs hoofdinfrastructuur geluidsluwe zijde 1 of 2 geluidsklassen stiller 6.3.6Lintbebouwing in het buitengebied De lintbebouwing is gelegen langs de van oudsher belangrijke wegen in het buitengebied. De bebouwing langs deze wegen bestaat veelal uit enkel een eerste lijnsbebouwing. Hieronder vallen buurtschappen en woonkernen in het buitengebied. Wonen is slechts een van de voorkomende functies, vaak zijn er bij de woningen kleinschalige bedrijven gelegen. De milieukwaliteitwaarde van de lintbebouwing is voornamelijk afhankelijk van de gevestigde bedrijven en/of de wegen waarlangs de lintbebouwing gesitueerd is. De algemene kwalificatie voor de geluidsambitie in de lintbebouwing is “redelijk rustig”. De enige weg door het gebied is meteen ook de drukste weg door het gebied, omdat buiten de kernen vaak landbouw gebieden zijn gelegen zal tijdens de oogstseizoenen meer zwaar verkeer door het gebied rijden. De drukke wegen in het gebied kunnen een belangrijke invloed hebben op de geluidniveaus aan de rand van het gebied. gebiedstypering geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) weg- en railverkeer bedrijven historische lintbebouwing in buitengebied redelijk rustig zeer onrustig redelijk rustig 2) redelijk rustig 2) geluidsluwe zijde 1 of 2 geluidsklassen stiller 6.3.7Historische lintbebouwing in Duiven Het lint heeft een historisch gegroeid stedenbouwkundig karakteristiek, uit verschillende typen bestaande bebouwing uit diverse periodes. De bebouwing dateert van het begin van de 20e eeuw tot heden. Wonen aan de Rijksweg heeft een divers karakter: naast vrijstaande en aaneengesloten woningen komen combinaties van wonen en werken voor. Als gevolg van de functie die de Rijksweg heeft als toegangsweg naar Duiven is sprake van een levendige (woon)omgeving. Het historisch lint dient behouden te blijven en versterkt te worden als onderdeel van de identiteit van Duiven. Kleinschalige inbreiding is mogelijk binnen de bestaande structuur. Hierbij dient aandacht uit te gaan naar de inrichting van de openbare ruimte, het laankarakter en het stedenbouwkundige ritme en de structuur. Evenals bij het centrum van Duiven is voor wat betreft het wonen sprake van een gemengd milieu. Het versterken van de Rijksweg als historisch lint met diverse soorten bebouwing maakt onderdeel uit van de planvorming rond de woonwijk De Ploen. Delen van het lint worden bestemd voor wonen, andere delen worden bestemd voor werken. De algemene kwalificatie voor de geluidsambitie in dit gebiedstype is “redelijk rustig”. Het verkeerslawaai als gevolg van de ontsluiting van het centrum en de woongebieden van Duiven is voornamelijk dominant. gebiedstypering geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) weg- en railverkeer bedrijven historische lintbebouwing in Duiven redelijk rustig lawaaiig redelijk rustig 2) onrustig 2) geluidsluwe zijde 1 of 2 geluidsklassen stiller 6.3.8De spoorzone De spoorzone (“ontwikkelingszone”) wordt gekenmerkt door de menging van een groot aantal functies. Dit zijn bijvoorbeeld scholen, kantoren, binnensport en cultuur-voorzieningen, het O.V.-knooppunt en wonen. Voor de toekomst wordt een verdere ontwikkeling van voorzieningen met een (boven)lokaal verzorgingsniveau voorzien. Een en ander is mede afhankelijk van de ontwikkelingen rondom de aanleg van eventuele nieuwe spoorverbindingen en/of intensivering van het gebruik van de huidige spoorlijn. Het wonen in de spoorzone komt voor in combinatie met andere functies. Daarom wordt dit getypeerd als een gemengd woonmilieu. De algemene kwalificatie voor de geluidsambitie in de spoorzone is “redelijk rustig”. Ook het geluid van bedrijven is mede van belang. gebiedstypering geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) weg- en railverkeer bedrijven spoorzone Duiven redelijk rustig lawaaiig redelijk rustig 2) redelijk rustig 2) geluidsluwe zijde 1 of 2 geluidsklassen stiller 6.3.9 Centrum Duiven Het centrumgebied biedt allerlei voorzieningen zoals koopcentra en uitgaansgelegenheden, maar ook kleinschalige kantoren en zorgcentra. Er is dus een hoge functiemenging, het ruimtegebruik is vaak meervoudig. De identiteit van deze gebieden wordt bepaald door de stedenbouwkundige kwaliteit en de kwaliteit van de architectuur. Als de fysieke leefomgeving voor iemand „leesbaar‟ is, zal deze persoon de omgeving ook herinneren. Er zijn duidelijke oriëntatiepunten en een duidelijke structuur. De aanwezigheid van een oude historische kern geeft een positieve bijdrage aan een hoge ruimtelijke kwaliteit van het gebied. De hoge dichtheid en gebruiksintensiteit zorgen ervoor dat er een relatief lage omgevingskwaliteit aanwezig is, dit betekent dat met name de geluidniveaus hoger zijn dan in andere gebiedstypen. De algemene kwalificatie voor de geluidsambitie in het centrum van Duiven is “redelijk rustig”. Ook het geluid van bedrijven is van belang omdat op een aantal plaatsen horecabedrijven bepalend zijn voor de geluidkwaliteit. Voor het gebied rond het Remigiusplein is daarom voor het geluid van horecabedrijven een ambitie “onrustig” geformuleerd. Wie met de auto door het centrum rijdt of op zaterdagavond door het gebied loopt denkt al snel dat hier alleen lawaai heerst. Toch kent het centrum ook relatief rustige plekken. Niet alle wegen in het centrum zijn drukke, doorgaande wegen en de horeca is niet overal. Bovendien worden door de compacte bouw veel binnenterreinen afgeschermd, zodat daar een aangename rust heerst. Al met al is het centrum een gebied van uitersten: aan de ene kant drukke wegen en horeca, aan de andere kant redelijk rustige binnengebieden. gebiedstypering geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) weg- en railverkeer bedrijven centrum stedelijk (centrum Duiven) redelijk rustig onrustig redelijk rustig 2) onrustig lawaaiig 1) bij opvullen open plaats, bij vervangende nieuwbouw of bij nieuwbouw langs hoofdinfrastructuur geluidsluwe zijde 1 of 2 geluidsklassen stiller gebiedstypering geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) weg- en railverkeer bedrijven Remigiusplein (horecaomgeving) onrustig onrustig 6.3.10 Bedrijventerreinen Binnen dit gebiedstype vallen zowel de grootschalige bedrijventerreinen (Centerpoort-Noord en - Zuid en –Nieuwgraaf) als de kleinschaliger terreinen (‟t Holland, De Helhoek, De Nieuweling en Graafstaete). De eerstgenoemde hebben een overwegend monofunctioneel karakter. Het gaat om gebieden met een divers aanbod aan bedrijven waar de (boven)regionale functie de gemeenschappelijke karakteristiek is. De bedrijvenfuncties variëren van volumineuze detailhandel tot bedrijven uit de transport- en logistieke sector. Deze terreinen zijn ruim van opzet, maar waar mogelijk wordt intensivering van het grondgebruik. De ontsluiting ten behoeve van het autoverkeer is goed, gericht op zowel de A12 als op provinciale wegen. De bezoekersaantallen van de terreinen Centerpoort-Noord en –Zuid zijn beperkt, openbaar vervoer is hier niet aanwezig. Nieuwgraaf kent echter grotere bezoekersaantallen. Het gaat hier overwegend om autobezoekers maar het gebied is wel ontsloten per openbaar vervoer. De aanwezige open plekken hebben een groene functie of maken deel uit van de parkeervoorzieningen. De kleinschaliger bedrijventerreinen hebben als gemeenschappelijke karakteristiek primair een lokale functie, in sommige gevallen in combinatie met een bedrijfswoning. Het streven is om op de nieuwe terreinen dienstwoningen wel mogelijk te maken, maar niet alleen in de traditionele vorm van een bedrijfshal met een woning. Meer gedacht zal worden aan gecombineerde woon-/werklocaties waar de bedrijfs- en woonbebouwing geïntegreerd zijn. Omdat het werken op deze locaties gecombineerd wordt met wonen, is dit te kenschetsen als een gemengd woonmilieu. De terreinen zijn gelegen aan lokale ontsluitingswegen en daarmee voor lokaal auto- én fietsverkeer goed bereikbaar. Streven is naar verdere verbetering van de fietsbereikbaarheid. Ontsluiting per openbaar vervoer is aanwezig alhoewel de noodzaak hiervoor niet groot is. De aanwezige open plekken hebben een parkeerfunctie. De activiteiten binnen dit gebiedstype stellen weinig eisen aan de milieukwaliteit maar kunnen wel belangrijke negatieve effecten op de milieukwaliteit in de omgeving van het gebied hebben. De algemene kwalificatie voor de geluidsambities voor deze terreinen is “onrustig”. In tegenstelling tot het centrum en de woongebieden bevinden zich op de industrie- en bedrijventerreinen nauwelijks geluidsgevoelige objecten. De woningen op deze terreinen zijn vaak bedrijfswoningen. Door de drukke wegen en het zware verkeer kan er sprake van hoge geluidniveaus. gebiedstypering geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) weg- en railverkeer bedrijven bedrijventerreinen onrustig lawaaiig onrustig lawaaiig 6.3.11 Industrieterrein Roelofshoeve Het gaat hier om een monofunctioneel en grootschalig gebied met relatief lage aantallen werknemers per hectare en weinig bezoekers. Het terrein biedt plaats aan bedrijven uit de zwaardere milieucategorieën (4 en 5). Door middel van een scheiding van milieugevoelige functies én milieuafspraken met de individuele bedrijven wordt getracht de belasting van de omgeving tot een aanvaardbaar niveau beperkt te houden. Belangrijke vestingers zijn een afvalverbrandingsinstallatie en de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Thans wordt het terrein aan de noordoostzijde uitgebreid zijn met netto 20 hectare. Bij de locatiekeuze en de uitwerking van het ontwerp zal ruimschoots aandacht worden besteed aan de overgang naar het aangrenzende bedrijventerrein oostelijk van Roelofshoeve. Gewerkt zal worden met een bufferzone om hinder tot een aanvaardbaar niveau beperkt te houden. Het gebied is voor autoverkeer goed ontsloten op de A12. Omdat het terrein met geringe bezoekersaantallen te maken heeft, is sprake van een beperkte openbaar vervoeraansluiting. Aanwezige open plekken zijn functioneel: parkeervoorzieningen en groene ruimte ten behoeve van de bufferzone. Duurzaam beheer van het terrein is gericht op de controle op naleving milieuafspraken. Op het industrieterrein Roelofshoeve zijn geen geluidsgevoelige objecten gesitueerd. Voor dit industrieterreinen is een zonebeheermodel gemaakt. Op 22 april 2008 zijn de beleidsregels en de verkavelingkaart voor de verdeling van de geur- en geluidsruimte van bedrijventerrein de Roelofshoeve in Duiven vastgesteld. Door deze nieuwe manier van verdelen van de milieuruimte hebben bedrijven én de omgeving zekerheid over de maximale belasting vanuit het gehele bedrijventerrein. gebiedstypering geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) weg- en railverkeer bedrijven gezoneerd industrieterrein (Roelofshoeve) n.v.t. (geen woningen) n.v.t. (geen woningen) 7.Verkeer Als gevolg van de groei van het wegverkeer neemt de geluidsbelasting ook toe. Er wordt weliswaar rekening gehouden met technische innovaties waardoor voertuigen steeds stiller worden, maar dit zal niet voldoende zijn om de groei van de geluidsbelasting tegen te gaan. Voor een aantal situaties zijn dan ook verdergaande maatregelen wenselijk. In de gemeente Duiven worden hoge geluidbelastingen gemeten rondom de hoofdinfrastructuur zoals de A12, de Westsingel, de Oostsingel en de Rijksweg. In de zuidrand liggen de meest rustige gebieden; EHS en de Vogelrichtlijn-, en stilte gebieden. De gemeente Duiven heeft een aantal mogelijkheden om de geluidsbelasting terug te dringen, waaronder maatregelen in de verkeersstructuur, type wegdek, aanpassing van functies en invulling van een plangebied. Een groot deel van die maatregelen heeft de gemeente Duiven vertaald in haar verkeers- en vervoersplan. Voor een optimale toepassing van verkeersmaatregelen is het vroegtijdig betrekken van geluidsaspecten bij de verkeersinrichting en beheer en onderhoud van het wegennet essentieel. Geluid zal dan ook een vast onderdeel moeten zijn van de integrale afweging. Door de gemeente Duiven lopen twee spoorlijnen. De gemeente Duiven kan weinig invloed uit oefenen op de geluidhinder die hierdoor ontstaat. Het beheer van de spoorlijnen ligt in de handen van ProRail. 7.1Geluidscontourenkaarten Aan de hand van geluidskaarten voor de huidige en toekomstige situatie is de geluidssituatie in beeld gebracht. Deze kaarten zijn gemaakt voor zowel het wegverkeerslawaai als het railverkeerslawaai. De kaarten hebben betrekking op het hele gemeentelijke grondgebied. Voor het geluid vanwege het weg- en het railverkeer zijn kaarten gemaakt met de geluidscontouren van de etmaalwaarde. De geluidscontouren zijn bepaald voor de huidige situatie en de toekomstige situatie. Bij het bepalen van de geluidscontouren is rekening gehouden met afscherming door clusters van woningen en bedrijven en door geluidsschermen. Beleidsuitspraak De gemeente Duiven zal twee jaarlijks een update maken van de geluidskaarten om een middel in handen te hebben voor een snelle ruimtelijke afweging. 7.2Ambitiewaarden voor de geluidsniveaus De geluidsbelasting vanwege het verkeer in de gemeente Duiven is groot; het streven is dan ook om voor verkeer aan de voorkeurswaarde van 48 dB (redelijk rustig) te voldoen. In de buurten waar voornamelijk gewoond wordt, ligt de ambitie wat hoger: „rustig‟. gebiedstypering geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) weg- en railverkeer vogelrichtlijn- en stiltegebieden zeer rustig redelijk rustig dorpskern en overig woongebied Loo rustig onrustig uiterwaarden en overig deel buitengebied rustig onrustig dorpskern en overig woongebied Groessen rustig onrustig woongebieden kern Duiven rustig onrustig zeer onrustig 1) historische lintbebouwing in buitengebied redelijk rustig zeer onrustig historische lintbebouwing in Duiven redelijk rustig lawaaiig spoorzone Duiven redelijk rustig lawaaiig Centrum stedelijk (centrum Duiven) redelijk rustig onrustig lawaaiig 1) Remigiusplein (horecaomgeving) Bedrijventerreinen onrustig lawaaiig Gezoneerd industrieterrein (Roelofshoeve) n.v.t. (geen woningen) bij opvullen open plaats, bij vervangende nieuwbouw of bij nieuwbouw langs hoofdinfrastructuur geluidsluwe zijde 1 of 2 geluidsklassen stiller De kaarten met de gebiedstyperingen zijn opgenomen als figuren in bijlage 3. Hieruit kan voor ieder gebied de basiskwaliteit voor geluid vanwege verkeer bepaald worden. Hierbij wordt opgemerkt dat de basiskwaliteiten gelden voor zowel woningen als voor andere geluidgevoelige objecten. Om aan de ambities met betrekking tot verkeersgeluid te kunnen voldoen worden in de volgende paragrafen een aantal uitgangspunten verder uitgewerkt: autonome ontwikkelingen; mogelijke maatregelen; saneringsprogramma voor weg- en railverkeer; toepassing stillere wegdektypen. 7.3Autonome ontwikkelingen De geluidsbelasting in een gebied is geen statisch gegeven. De algemene lijn is dat de wegverkeersintensiteit in de tijd - zonder het treffen van maatregelen - zal toenemen. Wanneer niet met deze autonome ontwikkelingen rekening wordt gehouden zal de geluidsbelasting als gevolg van verkeerswegen, die nu nog aan de geluidsnormen voldoen, op termijn de geluidsnormen overschrijden. Ook bestaan situaties die ooit zijn ontworpen met een bepaalde geluidsbelasting, maar waar als gevolg van de autonome toename van het wegverkeer de geluidsbelasting hoger is geworden (het zogenaamde handhavingsgat). In de paragraaf over stille wegdekken (verderop) is aangegeven dat toepassing van stille wegdekken in stedelijk gebied een kosteneffectief middel is, dan wel kan zijn, om het geluidsniveau terug te brengen. 7.4Toepassing stille wegdektypen In bestaande situaties word bij de bestrijding van geluidhinder bij voorkeur eerst gekeken of men bronmaatregelen kan treffen. Een voorbeeld van een bronmaatregel is het gebruik van stille wegdektypen. Stille wegdektypen zijn relatief gezien duurder in aanleg en onderhoud ten opzichte van de gebruikelijke wegdektypen. Toch kan de toepassing van stille wegdektypen kostenefficiënter zijn. Vaak moet men bij de gebruikelijke wegdektypen toch geluidsmaatregelen treffen. Voorbeelden hiervan zijn plaatsing van schermen of het isoleren van de gevels van woningen. Ook kan een stiller wegdektype uitkomst bieden in situaties waar de hiervoor genoemde maatregelen niet mogelijk zijn. Zo zijn in een stedelijke omgeving geluidsschermen vaak moeilijk in te passen. De extra maatregelen, zoals een geluidsscherm, kunnen met de aanleg van een stil wegdektype gedeeltelijk of volledig worden uitgespaard. De milieuwinst in termen van reductie van het totale aantal geluidgehinderde en de totale geluidsbelasting die toepassing van stillere wegdektypen oplevert komt hier nog eens extra bij. Beleidsuitspraak Wanneer groot onderhoud plaatsvindt op de gebiedsontsluitingswegen, welke in beheer zijn van de gemeente, zal het bestaande wegdektype zoveel mogelijk vervangen worden door een stil wegdektype (indien kostenefficiënt en doelmatig). Wanneer op basis van de geluidkaarten van Duiven blijkt dat mogelijk sprake is van een knelpunt dienen in ieder geval de geluidvoordelen akoestisch in beeld gebracht te worden. Bij 30 km/uurwegen worden, indien er voor geluid knelpunten zijn, zo mogelijk stille klinkers of stil asfalt toegepast (waar dit past bij het karakter van de omgeving). Het ministerie van VROM heeft in 2002 de „Richtlijn stille wegdekken‟ opgesteld. Deze richtlijn geeft onder andere aan waar men op moet letten bij de keuze voor een type stil wegdek en wat de meerkosten zijn van een stil wegdektype. De regeling is te vinden op www.stillerverkeer.nl. 7.5Trillingen Om trillingsproblemen te voorkomen besluit de gemeente Duiven, conform het advies uit de CROW-publicatie 172 'Richtlijn Verkeersdrempels', in kritische gevallen de trillingsgevolgen van een voorgenomen aanleg van verkeersdrempels vooraf in kaart te brengen. Dit geldt in ieder geval voor de aanleg van drempels binnen 20 meter vanuit de gevel en nabij woningen in slechte bouwtechnische staat. Uit de opgedane ervaringen blijkt dat de prognoseberekening, mits voorzien van juiste input, en mits er toepassing wordt gegeven aan de veiligheidsfactor in verband met de betrouwbaarheid van de berekening, voldoende resultaten oplevert. 8.Wat nog verder? 8.1Separate Beleidsnota’s De gemeente heeft per geluidsthema (zie paragraaf 5.1) separaat een beleidsnota opgesteld. Voor de inhoud van deze nota's wordt naar de deelnota's verwezen. Hieronder wordt van elke deelnota een korte weergave van de inhoud gegeven. Nota Hogere grenswaardenbeleid In deze nota is vastgelegd onder welke voorwaarden van de geformuleerde ambitieniveaus kan worden afgeweken. De ambities zijn per gebied vastgesteld. Het hogere grenswaardenbeleid is hierop afgestemd. Nota Bedrijven en Geluid (inclusief horeca) In deze nota is het gemeentelijke geluidbeleid vastgelegd voor het gebiedsgericht beoordelen van het aspect geluid bij bedrijven in het kader van milieuvergunningen en algemene regels die gelden voor bedrijven (AMvB's). Nota Bouwlawaai In deze nota is het gemeentelijke beleid vastgelegd voor het beoordelen van het aspect geluid bij (grootschalige) bouw- en sloopwerkzaamheden. Nota Evenementen en Geluid Deze nota heeft betrekking op het aspect geluid bij evenementen. Hiermee wordt een duidelijk kader vastgelegd voor het voorkomen en beperken van geluidoverlast bij evenementen. 8.2Uitwerking beleid De in deze nota vastgelegde ambities zijn uitgewerkt in een gebiedsgericht beleid. Het formuleren van de ambities verplicht tegelijk tot het maken van een knelpuntenanalyse. Deze analyse zal in begin 2009 worden uitgevoerd als het gaat om de hoogbelaste woningen ten gevolge van het wegverkeer. Het oplossen van deze knelpunten (hoge overschrijdingen ten opzichte van het ambitieniveau) vindt zoveel mogelijk plaats bij reconstructie en onderhoud van de betrokken wegen. De planning van de uitvoering van deze sanering zal daarom gelijke tred houden met de onderhoudsplanning van de betrokken wegen. Daarnaast is ten behoeve van de eindmelding aan VROM een inventarisatie uitgevoerd van de saneringswoningen die met geld van VROM zullen worden gesaneerd. Hierbij gaat het om woningen die voor 1986 als hoogbelast zijn aangemerkt. Deze woningsaneringen hebben overigens geen relatie met het in deze nota vastgestelde geluidbeleid. Verder zijn in verband met de uitvoering en de monitoring van het beleid geluidsprofielen van de gebieden opgesteld. Hierbij wordt per gebied de aantallen woningen binnen de verschillende geluidsklassen in beeld gebracht. Deze geluidsprofielen worden elke vier jaar opgesteld. Hiermee kan worden vastgesteld of met de beleidsuitvoering de geformuleerde ambities en kwaliteitsverbeteringen worden gerealiseerd. Dit biedt de mogelijkheid om het geluidbeleid gericht te evalueren en zonodig bij te sturen. Beleidsuitspraak Het geluidbeleid wordt om de vier jaar geëvalueerd en zonodig bijgesteld. 9.Overzicht beleidsuitgangspunten Beleidsuitspraak: De gemeente Duiven stelt beleid op voor de volgende geluidthema‟s: wegverkeer; railverkeer; bedrijven (incl. horeca); bouwlawaai; evenementen; hogere grenswaarden. Beleidsuitspraak: Naast de objecten die door de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer worden beschermd, beschermt de gemeente Duiven ook nieuw te vestigen kinderdagverblijven. Kerken en begraafplaatsen worden tijdens plechtigheden beschermd tegen bouwlawaai of geluid als gevolg van een evenement. Beleidsuitspraak: De gemeente Duiven gaat geen actie ondernemen om bij bestaande bouw de akoestischewoningkwaliteit te verbeteren. Beleidsuitspraak: In bestaande situaties hanteert de gemeente Duiven bij het nemen van maatregelen ter beperking van geluidhinder in beginsel de voorkeursvolgorde: maatregelen bij de bron; maatregelen in de overdracht; maatregelen bij de ontvanger. Van deze standaard volgorde kan slechts gemotiveerd worden afgeweken. Beleidsuitspraak: Bij de bouw van hoogbelaste woningen en appartementencomplexen wordt van de bouwaanvrager nadere akoestisch relevante detaillering verlangd; Bij bouwplantoetsing en bij het houden van toezicht op de bouwplaats besteedt Duivenuitdrukkelijk aandacht aan deze akoestisch relevante detaillering Beleidsuitspraak: Duiven beschouwt 30 km/uurwegen voor wat betreft het aspect geluid als “gewone” wegen. Dit betekent dat voor deze wegen, bij het veranderen van bijvoorbeeld de weg of het realiseren van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, onderzoek wordt gedaan naar de akoestische effecten en/of gevolgen. Dit uitgangspunt geldt alleen voor de 30km/uur-wegen die zijn opgenomen in de RVMK. Beleidsuitspraak: De gemeente brengt alle hoogbelaste woningen in beeld. Het gaat hierbij om zowel de wettelijke saneringswoningen als de woningen die ten gevolge van autonome groei na 1986 respectievelijk hoogbelast zijn geworden. Beleidsuitspraak: De gemeente Duiven gaat de bouwakoestische normen zoals vastgelegd in het Bouwbesluit niet aanscherpen. Beleidsuitspraak De gemeente Duiven zal twee jaarlijks een update maken van de geluidskaarten om een middel in handen te hebben voor een snelle ruimtelijke afweging. Beleidsuitspraak: De gemeente Duiven houdt rekening met cumulatie van geluid, zowel bij het akoestisch ontwerpen van nieuwe woongebieden als bij het bepalen van de noodzakelijke geluidwering van gevels. Beleidsuitspraak: In het ontwerpstadium wordt het nadeel van een hoog geluidsniveau beperkt door akoestische compensatie en aanvullend door niet-akoestische compensatie; Hoe hoger het geluidsniveau, hoe meer compensatie wordt toegepast. Beleidsuitspraak: Bij nieuwe situaties hanteert de gemeente Duiven bij het nemen van maatregelen ter beperking van geluidhinder in beginsel de voorkeursvolgorde: maatregelen in de overdracht; maatregelen bij de ontvanger; maatregelen bij de bron. Van deze standaard volgorde kan slechts gemotiveerd worden afgeweken. Beleidsuitspraak Wanneer groot onderhoud plaatsvindt op de gebiedsontsluitingswegen, welke in beheer zijn van de gemeente, zal het bestaande wegdektype zoveel mogelijk vervangen worden door een stil wegdektype (indien kostenefficiënt en doelmatig). Wanneer op basis van de geluidkaarten van Duiven blijkt dat mogelijk sprake is van een knelpunt dienen in ieder geval de geluidvoordelen akoestisch in beeld gebracht te worden. Bij 30 km/uurwegen worden, indien er voor geluid knelpunten zijn, zo mogelijk stille klinkers of stil asfalt toegepast (waar dit past bij het karakter van de omgeving). Beleidsuitspraak Het geluidbeleid wordt om de vier jaar geëvalueerd en zonodig bijgesteld. Arnhem, 19 januari 2010 DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Nota hogere grenswaarden Gemeente Duiven Samenvatting Met de wijziging van de Wet geluidhinder is sinds 1 januari 2007 de bevoegdheid tot het vaststellen van hogere grenswaarden (op enkele uitzonderingen
  2. na)gedecentraliseerd naar de gemeente. Ook is het merendeel van de wettelijke ontheffingscriteria en randvoorwaarden vervallen: de gemeente zal het vaststellen van hogere grenswaarden zelf moeten motiveren Deze nota bevat het hogere grenswaardenbeleid van de gemeente Duiven en is gebaseerd op de nieuwe Wet geluidhinder en de gemeentelijke beleidsuitgangspunten (Nota geluidbeleid). De Nota geluidbeleid beschrijft welke geluidsambities de gemeente Duiven heeft met betrekking tot verkeer en bedrijven. Deze nota beschrijft voor de gemeente Duiven de ontheffingscriteria en de aandachtspunten voor de uitvoeringspraktijk (hoofdstukken 3 en 4). De ontheffingscriteria en aandachtspunten zijn toegespitst op de lokale situatie. In hoofdstuk 5 wordt vorm gegeven aan de procesmatige inbedding van het beleid en wordt aangegeven wanneer in de hogere grenswaarde procedure welk deelonderwerp aan bod komt. 1.Inleiding De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van hinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn in dit stelsel voor verschillende geluidsbronnen grenswaarden opgenomen, waarbij een ondergrens (de voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (de maximaal toelaatbare geluidsbelasting) gelden. In het gebied tussen de onder- en de bovengrens kan voor woningen (en andere geluidsgevoelige bestemmingen) een zogenaamde hogere waarde worden vastgesteld. De hogere waarde procedure is de procedure die gevolgd moet worden voor het vaststellen van een geluidsbelasting waar deze, in een specifieke situatie, hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. In de gewijzigde Wet geluidhinder (Staatsblad 350, 2006) hebben gemeenten een grotere beleidsvrijheid dan voorheen gekregen, die zij kunnen gebruiken om een geluidbeleid te ontwikkelen dat is toegespitst op de plaatselijke omstandigheden. Met de wijziging van de Wet geluidhinder wordt het vaststellen van hogere grenswaarden (op enkele uitzonderingen
  3. na)gedecentraliseerd. Ook vervalt het merendeel van de ontheffingscriteria en randvoorwaarden: de gemeente zal het vaststellen van hogere grenswaarden zelf moeten motiveren. Met de voorliggende nota en de daaraan verbonden bijlagen, is de uitwerking gemaakt van het gemeentebrede, gebiedsgerichte geluidbeleid. 1.1De hoofdlijnen van het Duivense geluidbeleid Het doel van het geformuleerde beleid is het zoveel mogelijk beperken van het aantal gehinderden en het aantal hinderlijke situaties. Daarnaast staat bij nieuwe ontwikkelingen de geluidskwaliteit centraal. Geluidskwaliteit is hierbij een breder begrip dan het slechts toetsen aan de geluidsnormering in de Wet geluidhinder. Uiteraard is er bij het opstellen van het gemeentelijk geluidbeleid uitvoering gegeven aan de wet-en regelgeving en het reeds geformuleerde beleid. Dit is vastgelegd in de Wet geluidhinder. In deze wet is een voorkeursgrenswaarde en een maximale grenswaarde opgenomen. Duiven kiest er niet automatisch voor altijd gebruik te maken van het wettelijk toegestane maximum geluidsniveau. Bij het invullen van de bandbreedtes die de Wet geluidhinder biedt wordt getracht, daar waar mogelijk, de voorkeurswaarden aan te houden. Ook bij het treffen van geluidsreducerende maatregelen wordt bij bestaande situaties in eerste instantie uitgegaan van de voorkeursvolgorde 'bron, overdracht, ontvanger1Voorbeelden zijn:1. bron: beïnvloeden van de vervoersstromen, het toepassen van geluidsarm asfalt op de hoofdwegen en „fluisterklinkers‟ op 30 km/uurwegen met een grote verkeersintensiteit;2. overdracht: afscherming door aarden wallen, schermen en/of niet-geluidsgevoelige gebouwen. In speciale gevallen afschermende bebouwing door middel van woningen; dit is alleen mogelijk indien de hogere geluidsbelasting van deze woningen wordt gecompenseerd door de bouw van een groot aantal woningen met een lagere geluidsbelasting3. ontvanger: naast de klassieke gevelisolatie wordt ook de indeling van de woningen en een geluidsluwe zijde hierbij betrokken. '. Bij nieuwe situaties, bijvoorbeeld een weg of woningbouwplan, is het vaak mogelijk om bij het ontwerp rekening te houden met het aspect geluid. In die gevallen is het wenselijk eerst te kijken naar overdrachtsmaatregelen of gevelmaatregelen alvorens gekozen wordt voor een bronmaatregel. Bij het hanteren van deze voorkeursvolgorde kan in de toekomst, wanneer alsnog sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, makkelijker een maatregel getroffen worden. Ter verduidelijking wordt de situatie aangehaald dat een eenmaal geplaatst geluidsscherm in een later stadium slechts tegen zeer hoge kosten kan worden opgehoogd. In specifieke gevallen zal dat aanleiding kunnen zijn, bij het ontwerp van een nieuwe wijk, duurzamere maatregelen bij de woningen te treffen. Iets vergelijkbaars geldt eveneens voor het toepassen van stille wegdekken. Duiven hecht belang aan het behouden van „wisselgeld‟, dat in een later stadium kan worden ingezet om bijvoorbeeld de effecten van een verdere mobiliteitsgroei te compenseren. Indien bronmaatregelen onvoldoende effect hebben, kunnen overdrachtsmaatregelen worden overwogen Als laatste komen maatregelen aan geluidsgevoelige bestemmingen aan de orde, zoals het isoleren van woningen. De gemeente Duiven kiest er echter uitdrukkelijk voor om bij nieuwe situaties naast de kostenefficiëntie ook de duurzaamheid van de maatregel(
  4. en)te beoordelen. De gemeente Duiven heeft het geluidbeleid gebiedsgericht ontwikkeld. Het grondgebied van de gemeente Duiven is onderverdeeld in een elftal gebiedstypen. De ruimtelijke- en functionele kenmerken zijn hierbij bepalend geweest. Per gebied is voor geluid een ambitie vastgesteld. Bij ontwikkelen binnen deze gebieden vormt deze ambitie naast de wettelijke voorkeursgrenswaarde dan ook het toetsingskader. Uiteraard moet afwijking van de ambitie voor het gebied tot de maximale grenswaarde mogelijk blijven. In die gevallen moet, evenals nu het geval is, wel een hogere grenswaarde worden aangevraagd. Deze nota gaat in onder welke voorwaarden afwijking van de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder c.q. onze ambitie mogelijk moet zijn. 1.2Waarom een hogere grenswaardenbeleid? De Wet geluidhinder in haar huidige vorm kent een stelsel van normen ter voorkoming van hinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen is voor de verschillende geluidsbronnen (wegverkeer, railverkeer en industrie) een voorkeursgrenswaarde opgenomen en een maximaal toelaatbare geluidsbelasting als bovengrens. In het gebied tussen de voorkeursgrenswaarde en de bovengrens kan voor woningen (en andere geluidsgevoelige bestemmingen) een zogenaamde hogere waarde worden vastgesteld. Door de wijziging van de Wet geluidhinder (opgenomen in Staatsblad 350, 2006) is het vaststellen van hogere grenswaarden (op enkele uitzonderingen
  5. na)gedecentraliseerd. De gemeente krijgt ten aanzien van het vaststellen van een hogere waarde veel meer beleidsvrijheid. Ook vervalt het merendeel van de ontheffingscriteria en randvoorwaarden: De gemeente zal het vaststellen van hogere grenswaarden zelf moeten motiveren. Met de voorliggende nota en de daaraan verbonden bijlagen, is de uitwerking gemaakt van het gemeentebrede, gebiedsgerichte beleid voor het vaststellen van hogere grenswaarden. Per gebied wordt beschreven welke ambitie de gemeente Duiven heeft voor geluid en onder welke voorwaarden hiervan mag worden afgeweken (ontheffingscriteria). 1.3Opbouw van de nota In hoofdstuk 2 staat een nadere toelichting op de wettelijke procedure met betrekking tot het vaststellen van hogere grenswaarden. In het daarop volgende hoofdstuk komen de gebiedsgerichte ambities en ontheffingscriteria aan bod. In hoofdstuk 4 worden de aandachtspunten voor de gemeentelijke uitvoeringspraktijk beschreven. Tenslotte beschrijft het laatste hoofdstuk de procesmatige inbedding van de beleidsuitvoering. 2.Nadere toelichting hogere grenswaarden procedure In dit hoofdstuk worden de algemene kaders voor de beoordeling van hogere grenswaarden beschreven. 2.1Inleiding Procedures voor hogere grenswaarden zijn mogelijk aan de orde wanneer de gemeente een bestemmingsplan vaststelt, herziet of wijzigt, of wanneer een vrijstelling van het bestemmingsplan wordt verleend, waarbij (een gedeelte van) het plan ligt binnen de zone van een weg, een spoorlijn en/of een gezoneerd industrieterrein. Na de inwerkingtreding van de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening vanaf 1 juli 2008, kunnen hogere waarden procedures eveneens aan de orde komen bij de vaststelling van een projectbesluit. Dit kan zowel een bestaande als een geprojecteerde weg, spoorlijn of industrieterrein zijn. Ook bij de aanleg of wijziging van een weg of spoorweg en bij de aanleg of wijziging van een zoneringsplichtig industrieterrein kan een hogere grenswaarden procedure aan de orde zijn. In de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zijn normen en grenswaarden opgenomen voor de toelaatbare geluidsbelasting van onder meer industrielawaai en weg- en railverkeerslawaai. Een geluidsbelasting onder de voorkeurswaarde is in het algemeen toelaatbaar. De effecten van geluid worden dan aanvaardbaar geacht. Voorop staat dat Duiven terughoudend om wil gaan met het verlenen van hogere waarden. Met het inzetten van ruimtelijke ordeningsmaatregelen (bijvoorbeeld het vergroten van de afstand) is het immers in veel gevallen mogelijk bouwplannen te realiseren zonder dat voor veel nieuwe woningen afgeweken wordt van de wettelijke voorkeurswaarde. Een geluidsbelasting hoger dan de maximale ontheffingswaarde is niet toelaatbaar. In het gebied tussen de voorkeurswaarde en de maximale ontheffingswaarde is de geluidsbelasting alleen toelaatbaar na bestuurlijke afweging. Dit afwegingsproces heeft vorm gekregen in de zogenoemde hogere waarden-procedure. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de huidige normstellingen en procedures rond het verlenen van hogere waarden. Relatie met de ruimtelijke ordening Indien voor een nieuw bestemmingsplan geluidsgevoelige bestemmingen worden vastgesteld, of een bestaand bestemmingsplan wordt herzien binnen de geluidszones langs wegen, spoor of industrieterreinen, dan moet een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. Gemeenten moeten zorgen voor een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat in het kader van een bestemmingsplan bekeken moet worden of het vanuit het aspect geluid mogelijk is om een bepaalde functie op een bepaalde plek te bestemmen. Als uit onderzoek blijkt dat bij geluidsgevoelige bestemmingen de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde, dient een hogere grenswaarde te worden vastgesteld. Voor de reconstructie van bestaande wegen en bestaande spoorwegen kan in sommige situaties ook een procedure hogere grenswaarde noodzakelijk zijn, zonder dat sprake is van een herziening (of projectbesluit) van het bestemmingsplan. De geluidszones van de Wet geluidhinder Wegen, spoorwegen en zoneringsplichtige industrieterreinen kennen een geluidszone. De geluidszone is het gebied, waarbinnen de normen en grenswaarden van de Wet geluidhinder en de daarbij behorende uitvoeringsbesluiten van toepassing zijn. De breedte van de zone langs wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken. De breedte van de zones zijn wettelijk vastgesteld in de Wet geluidhinder. Bij railverkeer zijn de zonebreedtes eveneens vastgesteld per traject. Deze zijn te vinden in het Besluit geluidhinder. De geluidszones voor gezoneerde industrieterreinen zijn voor ieder afzonderlijk industrieterrein vastgelegd door middel van zonebesluiten met zonekaarten of door middel van bestemmingsplannen of bestemmingsplankaarten. Niet ieder industrieterrein is zoneringsplichtig. Zoneringsplichtig zijn alleen die industrieterreinen waarop bepaalde soorten bedrijven aanwezig zijn of zich kunnen vestigen (deze categorieën zijn aangewezen in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer). 2.2Wettelijk kader voor de procedure hogere grenswaarde De basis voor de hogere grenswaardenbesluiten wordt gevormd door de Wet geluidhinder en de daarbij behorende uitvoeringsbesluiten. Het vaststellen of herzien van een hogere grenswaarde gaat altijd gelijktijdig met het vast te stellen of te herzien bestemmingsplan. Tabel 1 Samenvatting wettelijke kaders geluidsbron relevante artikelen Wgh uitvoeringsbesluit wegverkeerslawaai (VL) railverkeerslawaai (RL) industrielawaai (IL) art. 82, 85, 89, 100b en 104 art. 105, 107 en 129 art. 44, 47, 49, 50, 51, 59, 65 en 66 Besluit geluidhinder Besluit geluidhinder Besluit geluidhinder 2.2.1Wegverkeerslawaai De voorkeurswaarde voor woningen bedraagt 48 dB. Onder deze waarde hoeft wettelijk gezien aan verkeerslawaai geen aandacht te worden besteed. Voor het toestaan van hogere grenswaarden dan de voorkeurswaarde bestaan bepaalde bandbreedtes. Hierbij geldt als hoofdregel: bij nieuwe situaties gelden strengere eisen dan bij bestaande; in buitenstedelijke2buitenstedelijk: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII (Wgh) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg. situaties gelden strengere eisen dan in stedelijke situaties; indien de voorkeurswaarde wordt overschreden, kunnen eisen worden gesteld aan de indeling van de woningen. In de volgende tabel zijn de voorkeurswaarden en maximale ontheffingswaarden voor wegverkeerslawaai opgenomen bij nieuwe woningbouw binnen de geluidszone van een bestaande weg en bij de aanleg van een nieuwe weg langs bestaande woningen. Tabel 2 Voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarde wegverkeerslawaai nieuwe situaties (in dB) situatie geluidsgevoelige bestemming voorkeurswaarde ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting hoogst toelaatbaar binnenniveau stedelijk woningen 48 63 33 scholen en ziekenhuizen/ verpleeghuizen 48 63 28 andere gezondheidszorggebouwen 48 53 33 woonwagenstandplaatsen 48 53 28 andere geluidsgevoelige terreinen3 terreinen die behoren bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene, categorale en academische ziekenhuizen, alsmede verpleeghuizen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg (definitie Wgh) 53 58 buitenstedelijk woningen 48 53 bij nieuwe bestemming 33 scholen en ziekenhuizen/ verpleeghuizen 48 53 bij nieuwe bestemming 28 58 bij aanleg/wijzig. weg andere gezondheidszorggebouwen 48 53 33 woonwagenstandplaatsen 48 53 28 andere geluidsgevoelige terreinen 53 58 De Wet geluidhinder kent een afzonderlijke beoordelingssystematiek voor de reconstructie van wegen. Er is sprake van een reconstructie van een weg, indien: een bestaande weg wordt gewijzigd en aanliggende woningen een verhoging van de geluidsbelasting ondervinden van 2 dB of meer tengevolge van deze wijziging. Indien uitgangssituatie en eindsituatie hoger is dan 48 dB. Het effect van de wijziging wordt daarbij gebaseerd op akoestisch onderzoek, waarbij de akoestische situatie 10 jaar na reconstructie wordt vergeleken met de akoestische situatie vóór reconstructie. In tabel 3 is een verkorte weergave gegeven van de voorkeurswaarde en hoogst toelaatbare geluidsbelasting na ontheffing. situatie voorkeursgrenswaarde maximale ontheffings- waarde (wettelijk) hoogst toelaatbaar binnenniveau heersende geluidsbelasting < 48 48 33 eerder is een hogere waarde vastgesteld laagste van: heersende waarde voor reconstructie hogere vastgestelde waarde 63 (stedelijk) 58 (buiten- stedelijk) niet eerder hogere waarde vastgesteld en geluidsbelasting < 53 Heersende waarde vóór reconstructie 63 (stedelijk) 58 (buiten- stedelijk) eerder is een hogere waarde vastgesteld in het kader van sanering hogere vastgestelde waarde door minister VROM 68 geluidsreductie elders, ten minste gelijk aantal woningen een vermindering met dezelfde waarde als de toename t.p.v. reconstructie 68 niet eerder hogere waarde vastgesteld en geluidsbelasting >53 53 dB(A) 68 43 2.2.2Railverkeerslawaai De voorkeurswaarde voor woningen ten gevolge van railverkeerslawaai bedraagt 55 dB. Onder deze waarde hoeft wettelijk gezien aan railverkeerslawaai in feite geen aandacht te worden besteed. Voor het toestaan van hogere grenswaarden dan de voorkeurswaarde bestaan bepaalde bandbreedtes. Hierbij wordt in vergelijking met wegverkeerslawaai geen onderscheid gemaakt tussen nieuwe en bestaande situaties en binnen- en buitenstedelijke situaties. Indien de voorkeurswaarde wordt overschreden, kunnen eisen worden gesteld aan de indeling van de woningen. In de onderstaande tabel zijn de voorkeurswaarden en maximale ontheffingswaarden voor railverkeerslawaai opgenomen voor nieuwe woningbouw binnen de geluidszone van een spoorlijn en bij de aanleg van een nieuwe spoorlijn langs bestaande woningen. Tabel 4 Railverkeerslawaai (in dB) situatie voorkeurs- grenswaarde maximale ontheffings- waarde hoogst toelaatbaar binnenniveau alle situaties: nieuwe woningen langs bestaand spoor; nieuwe spoorwegen langs bestaande woningen; wijziging aan de spoorweg 55 68 35 2.2.3Industrielawaai Sinds september 1982 dient op grond van de Wet geluidhinder4De officiële benaming hiervoor luidt: „inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken‟, zoals is opgenomen in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer. Daarnaast worden ook termen als „Wgh-bedrijven‟ of „A-inrichtingen‟ gebruikt. een zone te worden vastgesteld rondom industrieterreinen waarop de zogenaamde „grote lawaaimakers‟ zijn of mogen worden gevestigd. Ook terreinen met andersoortige lawaaimakers kunnen worden gezoneerd. In de onderstaande tabel zijn de voorkeurswaarden en maximale ontheffingswaarden voor Industrielawaai opgenomen. Tabel 5 Voorkeurswaarde en maximale grenswaarde Industrielawaai (in dB(A)) situatie woning op moment zonevaststelling voorkeurs- grenswaarde maximale ontheffingswaarde hoogst toelaatbaar binnenniveau woningen/woonwagenstandplaatsen 50 55 30 onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en 50 60 35 verpleeghuizen andere gezondheidsgebouwen 50 55 30 geluidsgevoelige terreinen 50 55 In de gemeente Duiven ligt één geluidsgezoneerd industrieterrein; het gaat hierbij om het industrieterrein Roelofshoeve. Dit terrein is gesitueerd ten noorden van de A12. De zone is een aandachtsgebied rondom een industrieterrein, waarbuiten door de bedrijven op dat terrein gezamenlijk geen hogere geluidsbelasting dan 50 dB(A) mag worden veroorzaakt. De zone ligt tussen de grens van het industrieterrein en de vastgestelde zonegrens (het industrieterrein zelf maakt geen deel uit van de zone). Dit betekent dus dat de ruimte tussen de vergunde 50 dB(A)-contour en de vastgestelde zone in feite de beleidsruimte is, die de betrokken overheden hebben ten aanzien van de vestiging van nieuwe bedrijven of uitbreiding van bestaande bedrijven (zie tekening). Figuur 2: zone rond een industrieterrein Met het vaststellen van de geluidszone rond een industrieterrein, is ook de in totaal beschikbare geluidsruimte voor dat industrieterrein vastgelegd. Immers, buiten de zone mag de geluidsbelasting niet hoger worden dan 50 dB(A). Samengevat: de zone werkt twee kanten op. In de eerste plaats in de richting van de industrie. Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) moeten bij het beschikken op een aanvraag voor het verlenen van een milieuvergunning de uit de zonering voortvloeiende grenswaarden in acht worden genomen. We noemen dit het toetsen aan de geluidszone. In de tweede plaats gelden binnen de zone beperkingen voor woningbouw, immers hoe dichter bij het industrieterrein, des te hoger de geluidsbelasting. Als hoofdregel geldt hier: buiten de zone zijn er geen belemmeringen voor woningbouw; bij nieuwe situaties gelden strengere eisen dan bij bestaande; binnen de zone (daar wordt de voorkeurswaarde van 50 dB(A) overschreden), worden eisen gesteld aan het binnenniveau in de woningen. Op het gezoneerde industrieterrein zelf is bouw van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen niet mogelijk. 3Gebiedsgerichte ambities en ontheffingscriteria hogere waarden De gemeente Duiven heeft een gebiedsgericht geluidbeleid ontwikkeld. Binnen het grondgebied van de gemeente Duiven worden elf gebiedtypen onderscheiden. Per gebied is voor geluid een ambitie vastgesteld die dus in de plaats komt voor de voorkeursgrenswaarde. Alvorens in te gaan op de ontheffingscriteria die bij een verzoek om hogere grenswaarde worden gehanteerd, zal in paragraaf 3.1 van dit hoofdstuk de ambities die per gebiedstype zijn vastgesteld worden beschreven en in hoeverre wij afwijking van deze gestelde ambitie willen accepteren. Vervolgens wordt in paragraaf 3.2 beschreven onder welke voorwaarden dan vinden dat afwijking mogelijk is. 3.1Gebiedsgerichte aanpak Zoals beschreven in de algemene nota geluidbeleid hanteert de een gebiedsgerichte aanpak. Immers, het ene gebied is het andere niet en de ambities voor de verschillende gebieden zijn dan ook gedifferentieerd geformuleerd. Om de communicatie rondom ambities makkelijker te maken is ervoor gekozen om de ambities van de gebiedstype aan te geven in een geluidsklasse en niet met normen c.q. getallen. Uiteraard is de geluidsklasse wel gekoppeld aan een traditionele geluidnormen die we kennen uit de Wet geluidhinder. De voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder komt dus overeen met redelijk rustig. In de figuur hierboven is dit aangegeven. Binnen de gemeente Duiven worden de volgende gebiedstypen onderscheiden. De daaraan gekoppelde ambities zijn in de onderstaande tabel weergegeven. gebiedstypering geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) geluidsklasse (ambitie) geluidsklasse (bovengrens) weg- en railverkeer bedrijven vogelrichtlijn- en stiltegebieden zeer rustig redelijk rustig zeer rustig rustig dorpskern en overig woongebied Loo rustig onrustig rustig redelijk rustig uiterwaarden en overig deel buitengebied rustig onrustig rustig redelijk rustig dorpskern en overig woongebied Groessen rustig onrustig rustig redelijk rustig woongebieden kern Duiven rustig onrustig rustig 2) redelijk rustig zeer onrustig 1) historische lintbebouwing in buitengebied redelijk rustig zeer onrustig redelijk rustig 2) redelijk rustig historische lintbebouwing in Duiven redelijk rustig lawaaiig redelijk rustig 2) onrustig spoorzone Duiven redelijk rustig lawaaiig redelijk rustig 2) redelijk rustig Centrum stedelijk (centrum Duiven) redelijk rustig onrustig redelijk rustig 2) onrustig lawaaiig 1) Remigiusplein (horecaomgeving) onrustig onrustig Bedrijventerreinen onrustig lawaaiig onrustig lawaaiig Gezoneerd industrieterrein (Roelofshoeve) n.v.t. (geen woningen) n.v.t. (geen woningen) 1) bij opvullen open plaats, bij vervangende nieuwbouw of bij nieuwbouw langs hoofdinfrastructuur 2) geluidsluwe zijde 1 of 2 geluidsklassen stiller De ambitie ten aanzien van geluid is gekoppeld aan het onderscheiden gebiedstype. Hierbij is het karakter van het gebiedstype bepalend voor de ambitie. Bij de hoogdynamische gebieden, zoals woonwijken en centrumgebieden gaat het om de bescherming van woningen. In de laagdynamische functies (natuur en agrarisch) gaat het niet om specifiek om de woningen maar om het gebied zelf. De aangegeven geluidsklassen hebben door de gehanteerde bandbreedte een indicatieve status. Op figuur 1 is de geografische afbakening van de gebiedstypen weergegeven. De geografische afbakening wekt de schijn van nauwkeurigheid. Het is echter uitdrukkelijk van belang dat de huidige situatie en de nu bekende ruimtelijke ontwikkelingen zijn gedefinieerd en getypeerd. In de gehanteerde systematiek wordt onderscheid gemaakt tussen ambities en bovengrenzen. De maximale afwijking is als een bovengrens per gebiedstype aangegeven. Bij het toekennen van een hogere waarde zal op basis van de criteria in paragraaf 3.2 een afweging gemaakt moeten worden. Het toetsen aan de ambities zoals die zijn opgenomen in tabel 5 zijn overigens alleen van toepassing voor de nieuwe situaties. Hiermee wordt bedoeld: de aanleg van een nieuwe weg of spoorlijn bij bestaande woningen; de bouw van woningen bij een bestaande weg of spoorlijn; de vestiging van een bedrijf bij bestaande woningen; de bouw van woningen bij een bestaand bedrijf. In deze situaties is het immers mogelijk om keuzes te maken ten aanzien van het situeren van een geluidsgevoelige bestemming ten opzichte van een geluidsbron. Dit zijn overigens veel voorkomende situaties. Daarnaast komt het natuurlijk ook voor dat er geheel nieuwe woongebieden worden ontwikkeld. Op dat moment ontstaat de situatie dat zowel de woningen als de weg nieuw zijn. Voor de bronnen weg- en railverkeer zijn de ambities en de daaraan gekoppelde ontheffingswaarden in dit document vastgelegd. Voor industrielawaai wordt hierop in Nota Bedrijven en Geluid verder ingegaan. 3.2Criteria voor hogere grenswaarden: Slechts wanneer voldoende gemotiveerd wordt aangetoond dat toepassing van een maatregel niet doeltreffend is of niet aan de hoofd- en of locatie specifieke criteria kan worden voldaan, kan een hogere grenswaarde worden toegekend. In deze paragraaf worden de criteria beschreven, waaraan een hogere grenswaarde afweging wordt getoetst en wat de overwegingen zijn om een verzoek al dan niet toe te kennen. 3.2.1Hoofdcriteria In artikel 110a lid 5 van de Wet geluidhinder is bepaald dat een hogere grenswaarde alleen kan worden verleend indien: Toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein, de weg o f spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen onderscheidenlijk aan de grens van de betrokken geluidsgevoelige terreinen tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. In hoofdstuk 4 is vastgelegd wat de gemeente Duiven hieronder verstaat. Naast deze harde hoofdcriteria heeft de gemeente Duiven een ontheffingenbeleid in voorliggende nota opgesteld dat deze criteria verder invult en tevens is gebaseerd op de uitgangspunten uit de Nota geluidbeleid van de gemeente Duiven ( met onder andere de gebiedsgerichte ambities). 3.2.2Ontheffingscriteria Ieder verzoek om hogere grenswaarde wordt in ieder geval aan de voornoemde criteria getoetst. Daarnaast worden bij de afweging over het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde ook de ontheffingscriteria betrokken. Beleidsuitspraak: Naast de hoofdcriteria toetst de gemeente Duiven een verzoek tot een hogere grenswaarde aan de ontheffingscriteria zoals deze op 31 december 2006 (oude Wet geluidhinder) geldig waren. Deze criteria zijn goed bruikbaar en doen recht aan de problematiek. Wegverkeerslawaai Nog niet geprojecteerde woningen buiten de bebouwde kom: Woningen zijn / worden verspreid gesitueerd buiten de bebouwde kom: hierbij moet worden gedacht aan woningen buiten de bebouwde kom, waarbij de afstand tot de dichtstbijzijnde bestaande woningen minimaal 50 meter is en waarbij vergroten van de afstand tot de weg (om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde) niet haalbaar is. Woningen zijn noodzakelijk vanwege grond- of bedrijfsgebondenheid: hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan (agrarische) bedrijfswoningen of aanleunwoningen. De noodzaak moet worden aangetoond/onderbouwd. Woningen vullen open plaats tussen aanwezige bebouwing op: hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een planmatige verdichting met één of meerdere woningen van een bestaande buitenstedelijke structuur (bijvoorbeeld bestaande lintbebouwing); aan meerdere zijden begrensd door bestaande bebouwing en ter verbetering van die stedenbouwkundige structuur. Een stedenbouwkundige onderbouwing dient te worden aangeleverd. Woningen worden gesitueerd als vervanging van bestaande bebouwing: het gaat hierbij bijvoorbeeld om woningen die gebouwd worden op de plaats van reeds bestaande bebouwing (bijvoorbeeld bestaande schuur wordt afgebroken en er komen woningen voor terug, zoals bij rood voor rood regeling). Nog niet geprojecteerde woningen binnen de bebouwde kom: Woningen welke in een stads- of dorpsvernieuwingsplan worden opgenomen: hierbij gaat het om grootschalige ruimtelijke projecten waarbij sprake is van een algehele vernieuwing/verbetering van de bestaande woonomgeving. Woningen vervullen doelmatige akoestische afscherming: het gaat hierbij bijvoorbeeld om woningen als gevolg waarvan het afschermende effect minimaal 3 dB bedraagt voor andere bestaande of nieuw te bouwen woningen, waarbij het aantal af te schermen woningen minimaal 50% bedraagt van het aantal betrokken woningen. Woningen zijn noodzakelijk vanwege grond- of bedrijfsgebondenheid: hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan bedrijfswoningen of aanleunwoningen. De noodzaak moet worden aangetoond. Woningen vullen open plaats tussen aanwezige bebouwing op: hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan woningen, die een gevelrij sluitend maken of een planmatige verdichting met enige woningen van een bestaande stedelijke structuur; aan meerdere zijden begrensd door bestaande bebouwing en ter verbetering van die stedenbouwkundige structuur. Een stedenbouwkundige onderbouwing dient te worden aangeleverd. Woningen worden gesitueerd als vervanging van bestaande bebouwing: het gaat hierbij bijvoorbeeld om woningen die gebouwd worden op de plaats van reeds bestaande bebouwing (bijvoorbeeld bestaande school wordt afgebroken en er komen woningen voor terug). Geprojecteerde, in aanbouw zijnde of aanwezige woningen en een nog niet geprojecteerde weg, voor zover die weg: Weg vervult noodzakelijke verkeer- en vervoersfunctie: een cijfermatige onderbouwing aan de hand van ruimtelijke of verkeerskundige plannen of nota‟s kan hierover duidelijkheid verschaffen. Weg vervult verkeersverzamelfunctie zodat elders lagere geluidsbelastingen optreden: ook hier kan een cijfermatige onderbouwing met aantallen woningen en/of veranderingen in geluidsbelastingen duidelijkheid verschaffen. Industrielawaai Ontheffingsgronden, conform het voormalig Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen: het referentieniveau ter plaatse van de uitwendige scheidingsconstructie van de woningen waarvoor de hogere waarde is verzocht, hoger is dan of gelijk is aan het equivalente geluidsniveau vanwege het betrokken industrieterrein; de woningen ter plaatse noodzakelijk zijn om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid; de woningen in een dorps- of stadsvernieuwingsplan worden opgenomen, dan wel door de gekozen situering een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen; de ligging van de geluidsbronnen op het betrokken industrieterrein zodanig is dat de geluidsbelasting, vanwege dit industrieterrein en vanwege andere geluidsbronnen, van ten minste één uitwendige scheidingsconstructie van elk van de woningen lager is dan of gelijk is aan 50 dB(A); de woningen ter plaatse gesitueerd worden als vervanging van bestaande bebouwing. Railverkeerslawaai Ontheffingsgronden, conform het voormalig Besluit geluidhinder spoorwegen: nog niet geprojecteerde dan wel geprojecteerde woningen, die: in de omgeving van een station of halte gesitueerd worden; verspreid gesitueerd worden buiten de bebouwde kom; ter plaatse noodzakelijk zijn om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid; ter plaatse gesitueerd worden ter vervanging van bestaande bebouwing; in een stads- of dorpsvernieuwingsplan worden opgenomen; door de gekozen situering of bouwvorm een doelmatige akoestisch afschermende functie gaan vervullen voor andere woningen - in aantal ten minste de helft van het aantal woningen waaraan de afschermende functie wordt toegekend - of voor andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen; door de gekozen situering een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen. Een nog niet geprojecteerde, geprojecteerde of te wijzigen spoorweg, voor zover deze spoorweg een noodzakelijke verkeers- en vervoersfunctie zal vervullen. 3.2.3Voorwaarden voor het verlenen van een hogere grenswaarde Wanneer het verzoek tot een hogere grenswaarde getoetst is op de hiervoor genoemde hoofdcriteria en de ontheffingscriteria wordt gekeken aan welke voorwaarden moet worden voldaan voor het verlenen van een hogere grenswaarde. Deze kleinste schaal, de woning, richt zich voornamelijk op akoestische maatregelen aan het huis. Voor het verlenen van een hogere grenswaarde in de situaties genoemd in paragraaf 3.1, moet gekeken worden naar alle mogelijk te nemen maatregelen op alle niveaus. Beleidsuitspraak: Indien aangetoond is dat het verzoek tot een hogere grenswaarde voldoet aan de hoofd- en ontheffingscriteria kan onder voorwaarden een hogere grenswaarde worden verleend. De gemeente Duiven past hierbij primair akoestische compensatiemaatregelen toe. Deze zijn per geluidsklasse verschillend. Locatie specifieke criteria Ieder verzoek om hogere grenswaarde wordt in ieder geval aan de voornoemde criteria getoetst. Daarnaast wordt bij de afweging over het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde ook de locatiespecifieke kenmerken betrokken. De gemeente Duiven kiest ervoor om de onderstaande locatiespecifieke kenmerken in de overwegingen als positief aspect mee te nemen dan wel als zwaarwegend argument mee te nemen. de locatie bevindt zich in de nabijheid van een trein- of busstation; de nieuwbouw is ter plaatse noodzakelijk om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid; de nieuwbouw ter plaatse dient ter vervanging van bestaande bebouwing; de locatie is opgenomen in herstructureringsplannen; de nieuwbouw vult een open plaats op tussen aanwezige bebouwing; met de ontwikkeling van de betreffende locatie worden één of meerdere andere milieuknelpunten (bijv. luchtkwaliteit, bodemsanering) elders opgelost. Voorwaarden voor het toekennen van een hogere waarde tot en met de geluidsklasse „onrustig‟ (is tot VL 53 dB / RL 58 dB): Bij het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde voor geluidsgevoelige bestemmingen tot en met de geluidsklasse „onrustig‟ worden aanvullend ook de volgende voorwaarden bij de afweging betrokken: indien mogelijk bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere asfalttypen) treffen; indien mogelijk de afstand tussen de geluidsbron en de nieuwe woning(
  6. en)vergroten; in ieder geval dient bij woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied; getracht wordt het stedenbouwkundig ontwerp zodanig vorm te geven om zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied te creëren; vanaf de geluidsklasse „onrustig‟ dient bij een aanvraag om bouwvergunning voor een woning en andere geluidsgevoelige bestemmingen een bouw

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.