← Nederland

Omgevingsvisie Westland 2.0 (Westland)

In het kort

Deze wet, genaamd Omgevingsvisie Westland 2.0, is een strategisch plan voor de toekomst van de fysieke leefomgeving in de gemeente Westland, met een focus op 2030 en een doorkijk naar 2040. Het doel is het verhogen van de leefkwaliteit door een balans te vinden tussen wonen, werken en recreëren, met aandacht voor duurzaamheid, gezondheid en veiligheid.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR749646 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm1783/2025/Regelingc94c796fe3e4480a90b10f107f4593c5 /join/id/stop/work_019 2025-12-11 2025-12-11 /akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR749646/nld@2025-12-11 /join/id/proces/gm1783/2023/procedurefe2fada7985740df9ccc6af6cce11ebe 2025-12-11 2025-12-11 /akn/nl/act/gm1783/2025/Regelingc94c796fe3e4480a90b10f107f4593c5/nld@2025-12-10;10480283 /akn/nl/act/gm1783/2025/Regelingc94c796fe3e4480a90b10f107f4593c5 /akn/nl/act/gm1783/2025/Regelingc94c796fe3e4480a90b10f107f4593c5/nld@2025-12-10;10480283 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie Westland 2.0 1 Toelichting 1.1 Voorwoord In Westland is het goed wonen, werken en recreëren. Dat is voor iedereen belangrijk. Het college van burgemeester en wethouders heeft aan de inwoners van Westland gevraagd wat zij belangrijk vinden voor Westland in de toekomst. Ze geven aan dat ze graag in een gemeente wonen waar je je thuis voelt en waar volop kansen zijn om je te ontwikkelen en te ontplooien. Dit is een wens van alle tijden en we willen graag zorgen dat ook onze kinderen en kleinkinderen deze kansen krijgen. Zo willen we zorgen dat deze gemeente ook voor toekomstige generaties een fijne en gezonde plek is. Maar hoe zorgen we er nu voor dat Westland in de toekomst nog steeds een fijne gemeente is om te wonen, werken en recreëren? Als college bieden we iedereen die trots is op Westland graag een aantrekkelijk perspectief. Dat doen we met het instrument Omgevingsvisie. Hierin brengen we het geheel aan gemeentebeleid samen dat te maken heeft met de fysieke leefomgeving. Als rode draad zijn daar de onderwerpen duurzaamheid, gezondheid en veiligheid in verweven. Een Omgevingsvisie kun je als gemeente niet alléén maken. Het gaat over thema's die iedereen raken, bijvoorbeeld gezondheid en veiligheid. En het gaat soms verder dan onze gemeentegrens, denk hierbij aan water, klimaatadaptatie en infrastructuur. Samen met inwoners, bedrijfsleven, experts, buurgemeenten en andere stakeholders (zoals waterschap, veiligheidsregio etc.) is deze visie tot stand gebracht. We hebben vragen aan hen gesteld, informatie opgehaald en onze ideeën voor Westland aan hen voorgelegd. De belangrijkste opgave voor het college is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland. Het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster verliezen we daarbij niet uit het oog. Én we willen de oorspronkelijke structuren in het landschap behouden, net als de gemeenschapszin in de dorpen. In deze Omgevingsvisie heeft het gemeentebestuur, in samenspraak met de samenleving, de koers verder aangescherpt en belangrijke bestuurlijke keuzes gemaakt. Zo ligt er nu een Omgevingsvisie die particuliere initiatieven gericht kan stimuleren en waar nodig reguleren. En waarin we oplossingen zoeken voor vraagstukken als de ruimtedruk, een passende woningvoorraad, de de bereikbaarheid, klimaat- en energie-opgaven, de arbeidsmarktproblematiek en de leefbaarheid. De wereld om ons heen verandert razendsnel. Soms sneller dan we onze plannen kunnen uitvoeren. De economie, de samenleving, de technologie: alles ontwikkelt in rap tempo. Gedurende het opstellen van dit stuk ontstond ook het corona-virus: een ontwikkeling waarvan de gevolgen nog niet goed te overzien zijn. Het is lastig voorspellen hoe de toekomst er exact uit komt te zien. En toch willen we in deze Omgevingsvisie een routekaart schetsen waar we met elkaar naar toe gaan. Het is een levend document dat zal worden aangepast als grote ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. Deze visie vervangt de "Structuurvisie Westland 2025" en is daarmee richtinggevend voor nieuwe initiatieven. Het college vertrouwt erop dat we samen met de gemeenteraad en andere betrokkenen kunnen werken aan een mooi en toekomstbestendig Westland. Wethouder Cobie Gardien 1.2 Samenvatting In deze Omgevingsvisie van gemeente Westland leest u de rode draad voor de ruimtelijke plannen in Westland de komende jaren. Onze focus blijft op het tuinbouwcluster liggen, maar we zoeken daarin een betere balans met de leefomgeving. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn. Dat realiseren we vanuit een People-Planet-Profit benadering. People gaat over de sterke samenleving die wij in Westland kennen. De grootste kracht achter de Westlandse identiteit: onze inwoners. Hoe creëren we voor hen een zo'n prettig mogelijke omgeving, zodat we hier nog jaren met plezier kunnen wonen en leven Een leefomgeving waarin men elkaar steunt en zich inzet voor zijn omgeving. Waar ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen, met aandacht voor behoud van onze cultuur. Een gemeente waar iedereen gelijke kansen heeft op het gebied van gezondheid en de jeugd zich optimaal kan ontwikkelen en veilig kan opgroeien. Daarvoor is vergroening nodig en nieuwe woningen die toekomstbestendig zijn. We houden groene gebieden groen door zoveel mogelijk in de dorpen uit te breiden en behouden zo kenmerkende historische landschapsstructuren voor onze toekomstige bewoners. Ook koesteren we cultuurhistorische elementen. We bereiken een betere balans tussen People, Planet en Profit door het toevoegen van extra groen in Westland. Vergroening vindt vooral plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken. In de Omgevingsvisie is aangegeven op welke plaatsen groengebieden aangelegd en groene verbindingen afgemaakt worden. Ook zijn een groennorm voor nieuwbouwwijken en een extra vergroeningsopgave in de dorpen geformuleerd. Tenslotte gaan we initiatiefnemers en ontwikkelaars vragen groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Door een klimaatbestendig beleid te voeren, is het onderdeel Planet verweven in alle plannen van Westland voor de toekomst. Ruimtelijke inrichting, nieuwbouw, verkeersmaatregelen. Allemaal thema's die we duurzaam willen benaderen. We zetten in op het benutten van bodemwarmte en sluiten aan op warmtenetten in de regio. Zo dragen we als Westland ons steentje bij aan het verbeteren van de kwaliteit van onze leefomgeving en gaan zorgvuldig en verantwoord met de grondstoffen van de aarde om. Profit speelt een belangrijke factor bij al deze ontwikkelingen. Het glastuinbouwcluster blijft hierbij een belangrijke rol spelen. Daar zijn we trots op, want deze bedrijven en hun medewerkers vormen een groot deel van de Westlandse identiteit. We zetten in op bereikbaarheid en willen internationaal een toonaangevende rol spelen op gebied van kennis, innovatie, duurzaamheid en gezondheid in onze Greenport. Onze kennis en logistiek zijn bronnen voor een economie die oplossingen biedt voor wereldproblemen. Daarbij moet ruimte blijven bestaan om te ondernemen, zodat we gezamenlijk kansen kunnen benutten om Westland optimaal op de kaart te zetten. Natuurlijk staat deze Omgevingsvisie niet op zichzelf. Zoals u in Hoofdstuk 1.1 kunt lezen, hebben we hier met veel partners binnen de gemeente en uit de omgeving aan gewerkt. Door deze prettige samenwerking is een goede voorbereiding ontstaan op de Omgevingswet. In deze Omgevingsvisie 2.0 hebben we de uitgezette lijn in de visie 1.0 doorvertaald naar de verschillende dorpen en gebieden binnen Westland. Deze Omgevingsvisie is een routekaart, maar tegelijk een levend document, dat zal worden aangepast als grote ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. 1.3 Inleiding De gemeente Westland is volop in ontwikkeling. We willen het glastuinbouwcluster de ruimte geven hier te kunnen blijven bloeien. Volgens verschillende prognoses komen er de komende jaren duizenden nieuwe inwoners bij. Maar hoe blijft een snelgroeiende gemeente aantrekkelijk, leefbaar en gezond voor álle inwoners? Met deze Omgevingsvisie, gericht op 2030 met een doorkijk naar 2040, geeft de gemeente Westland richting aan deze ontwikkelingen. Verhoging van de Westlandse leefkwaliteit is het centrale thema van deze visie. Vooruitlopend op de Omgevingswet die in werking treedt op een nog te bepalen datum, heeft het college een Omgevingsvisie gemaakt voor de gemeente Westland. Daarin geven we een strategische blik op de toekomst van de fysieke leefomgeving van Westland. Een kapstok om richting te geven aan het omgevingsprogramma en het gebiedsdekkende omgevingsplan, met een optimale kwaliteit van de fysieke leefomgeving als einddoel. Dit doen wij met inachtneming van de beginselen genoemd in artikel 3.3. van de Omgevingswet, te weten: het voorzorgsbeginsel, het preventiebeginsel, het beginsel dat milieu-aantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden en het beginsel dat de vervuiler betaalt. De nieuwe Omgevingswet biedt kansen voor meer integraliteit en het leggen van dwarsverbanden tussen diverse thema's. In deze visie brengen we verschillende opgaven bij elkaar: groen en de ontwikkeling van woningbouw koppelen we aan sociale en ruimtelijke onderwerpen, zoals gezondheid, klimaatadaptatie en energietransitie. Gezondheid en veiligheid zijn nieuwe thema's in de Omgevingswet en krijgen dus een prominente plek in deze visie. Nadat de Omgevingsvisie in 2020 is vastgesteld, vervangt deze enkele beleidsstukken. Bijvoorbeeld de Structuurvisie en de Duurzaamheidsagenda. Totdat de Omgevingswet in werking treedt vormen de bestaande wet- en regelgeving het kader. De nieuwe visie bouwt deels voort op bestaand beleid, daarnaast wordt een nieuwe koers ingezet. Ook dat vindt u terug in de Omgevingsvisie. De ambitie in deze visie is groot. Het maken ervan was een intensief proces dat tijd vroeg van de gemeente, inwoners en bedrijven uit Westland en ketenpartners. De wereld om ons heen kan snel veranderen. Soms sneller dan we onze plannen kunnen uitvoeren. Het is dan ook lastig voorspellen hoe de toekomst er exact uit komt te zien. En toch willen we in deze Omgevingsvisie een routekaart schetsen waar we met elkaar naar toe gaan. Het is een levend document dat zal worden aangepast als grote ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. 1.4 Bevlogen besturen Westland is een gemeente met een krachtige economie en een sterke gemeenschapszin. Het is goed toeven aan de kust, op en rond de vele watergangen en in de levendige dorpen. De Westlandse bevolking is ondernemend en altijd op zoek naar mogelijkheden om verder te komen. We maken als gemeente graag gebruik van dat ondernemerschap, zowel op gebied van economie, samenleving als leefomgeving. We bieden binnen duidelijke kaders ruimte aan eigen initiatieven, vanuit de overtuiging dat onze inwoners en ondernemers als geen ander weten wat Westland nodig heeft om welvarender, sterker en leefbaarder te worden. Wij vinden open, betrouwbaar, geloofwaardig en herkenbaar besturen belangrijk. Een wendbare, deskundige en betrouwbare ambtelijke organisatie is een voorwaarde voor alles waar de gemeente Westland voor staat. Investeren in voldoende bekwame medewerkers is een must, net als investeren in adequate technologische ondersteuning. We zijn gestart met het realiseren van een veranderorganisatie op het terrein van ICT en het ontwikkelen van innovatieve dienstverleningsconcepten. Onze ambitie is een lerende organisatie neer te zetten, waar ieders talent wordt gestimuleerd en gewaardeerd, waar iedereen gezamenlijk bijdraagt aan het oplossen van veelal complexe problemen en daarbij open staat voor vernieuwende ideeën. Daar waar wij beleid ontwikkelen, gaan wij in dialoog met onze inwoners en partners. Zo worden we een organisatie waar sensitiviteit voor de maatschappelijke veranderingen en de bestuurlijke en politieke werkelijkheid in de genen zit. En vooral: een organisatie waar met plezier gewerkt wordt. We streven naar een evenwichtige financiële positie, die ons in staat stelt onze ambities te realiseren en slagkracht biedt om met tegenvallers om te gaan. Zowel nu als in de komende jaren. Geld van de gemeente moet ten gunste komen van de gemeenschap. We willen als gemeente financieel in balans blijven, ondanks alle uitdagingen en vraagstukken die op ons afkomen. 1.5 Van visie naar uitvoering 1.5.1 Aanpak voor de uitvoering Alle belangrijke ruimtelijke thema's voor Westland zijn terug te vinden in deze Omgevingsvisie. De plannen van de gemeente op het gebied van people, planet en profit staan uitgebreid beschreven. Maar wat gebeurt er hierna? Hoe zorgen we ervoor dat de langetermijnvisie in al onze beleidsplannen wordt opgenomen, zodat we daadwerkelijk stap voor stap naar onze stip op de Westlandse horizon kunnen toewerken? 1.5.2 De Omgevingsvisie als onderdeel van de beleidscyclus De Omgevingsvisie schetst het verhaal van de toekomst van Westland, voor de lange termijn (10 tot 20 jaar). Daarbij kiezen we een juiste mix tussen betrouwbaarheid, continuïteit en flexibiliteit. Leidende ambities en kernopgaven voor Westland 2030 en 2040 vormen het strategisch beleid, dat voor langere termijn wordt vastgelegd. Het is een (wens)beeld voor de toekomst, zonder dat het eindbeeld vastligt. Zo behouden we voldoende ruimte om op externe ontwikkelingen te reageren, initiatieven te ontplooien en afwegingen te maken. Na de vaststelling in de Raad zal de Omgevingsvisie 2.0, tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet, fungeren als gemeentelijke Structuurvisie als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie is na vaststelling een juridisch bindend document voor de gemeente Westland. Een jaar na het vaststellen evalueren we of de Omgevingsvisie in de praktijk voldoende handvatten biedt. Indien nodig zullen we de visie bijstellen. Deze Omgevingsvisie is een routekaart, maar tegelijk een levend document, dat zal worden aangepast als grote ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. 1.5.3 Omgevingsprogramma en Omgevingsplan We maken één integraal inhoudelijk Omgevingsprogramma voor de uitwerking van beleid, met concretere doelen, aanpak en fases. Dit schetst op hoofdlijnen het 'hoe' van de visie en kan periodiek, bijvoorbeeld elke vier jaar, geactualiseerd worden, zodat een nieuw college accenten kan aanbrengen in de realisatie van de visie. De verschillende thema's en sectoren blijven wel afzonderlijk zichtbaar, zodat een eventuele herziening op onderdelen zonder al te veel problemen kan plaatsvinden. Het omgevingsprogramma stelt het College pas vast, nadat de Raad daarover is geconsulteerd. Het Omgevingsplan is een kaderstellend plan. Het bevat regels die juridisch bindend zijn voor inwoners en bedrijven en beschrijft kaders waarbinnen initiatieven kunnen worden ontplooid en afgewogen. Tegelijk is het een dynamisch plan met voldoende ruimte om veranderende wensen en behoeften op te vangen. 1.5.4 De rol van de gemeente Gemeente Westland wil de dienstverlening - alle interactie met burgers, bedrijven en instellingen - zo goed mogelijk vormgeven. We staan open voor de initiatieven die we via veel verschillende kanalen binnen krijgen. Om te voorkomen dat onduidelijk is hoe een initiatief wordt opgepakt, maken we één toegang op de website voor het indienen van initiatieven. Complexe initiatieven, die tot uiting komen in de fysieke leefomgeving, handelen we af via de Initiatieven Tafel Westland (ITW). De initiatiefnemer mag zijn plan daar toelichten en in gesprek gaan met inhoudelijk specialisten en ketenpartners. Hierdoor is het mogelijk in korte tijd een zo goed mogelijk beeld te krijgen van het initiatief. De tafel doet eerst een uitspraak over de wenselijkheid en vervolgens over de haalbaarheid. Dit alles zal leiden tot een integraal advies, kortere doorlooptijden en betere kwaliteit van het advies. Op het gebied van directe klantcontacten scoren we goed, maar we zien mogelijkheden tot verbetering. Onder andere bij de samenwerking tussen afdelingen en de digitale dienstverlening. Voor de gemeentelijke dienstverlening hebben we de volgende doelstellingen bepaald, de 5 B's: Betrouwbaarheid; Betrokkenheid; Bereikbaarheid; Brede blik; Burger-, bedrijven en instellingengerichtheid. Medewerkers van Westland spelen een cruciale rol bij het realiseren van die doelstellingen. Ons gedrag en handelen wordt gekenmerkt door een houding van samenwerking, oplossingsgerichtheid en alertheid op de belangen van de inwoners, bedrijven en instellingen. Dat betekent een slim georganiseerde dienstverlening, afgestemd op de doelgroepen en procedures die niet belemmeren, maar wel beschermen. Eind 2019 is de Gemeentewet gewijzigd, zodat we participatie nog veel breder in kunnen zetten. In 2020 komt er een modelverordening over de betrokkenheid van inwoners bij verschillende beleidsfasen. Ook stellen we als gemeente Westland een inspraak- en participatieverordening op, in overleg met de raadswerkgroep Omgevingswet. In deze verordening wordt onder andere aangegeven hoe Westland de omgeving betrekt bij besluitvorming over plannen, hoe zij daarvan op de hoogte wordt gesteld en op welke manier we dit proces verantwoorden. Door de ambities in deze Omgevingsvisie ontstaat een extra ruimtevraag. Die extra ruimtevraag voor mobiliteit, bedrijventerreinen, groene verbindingen, extra groen in de wijken, wonen en waterberging bedraagt ongeveer 260 hectare. Voor een gedeelte van deze ontwikkelingen zijn al afspraken gemaakt met de grondeigenaren. Voor het overige deel gaan wij nog in gesprek met de eigenaren van de gronden om deze ontwikkelingen in de komende 20 jaar mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen zullen extra ruimte vragen. Wij zullen waar mogelijk slimme combinaties van functies maken om de ruimtevraag zo effectief en efficiënt mogelijk in te passen in het landschap. De ruimtevraag zal ook inbreuk doen op het glastuinbouwareaal. Wij zullen proberen deze ontwikkelingen zoveel mogelijk hand in hand te laten gaan met herstructurering van het glastuinbouwgebied. Daarom gaan wij met Glastuinbouw Nederland in gesprek over de gebieden die zich het beste lenen voor een nieuwe invulling. De ontwikkelingen hebben niet alleen een lokaal belang maar dragen ook bij aan doelstellingen van hogere overheden en wensen uit de markt. De gemeente Westland gaat daarom de samenwerking aan met partijen als het Rijk, de provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Delfland en het bedrijfsleven om deze ontwikkelingen (ook financieel) mogelijk te maken. 1.5.5 Kostenverhaal In het omgevingsprogramma geeft de gemeente aan wat we doen om de ambities uit de visie te bereiken. De uitvoering van projecten kost geld. In de wet staan een aantal instrumenten om kostenverhaal voor kosten die gemoeid zijn met grondexploitaties mogelijk te maken. Kostenverhaal vindt verplicht plaats als in een nieuw bestemmingsplan nieuwe bouwmogelijkheden voor een aangewezen bouwplan (conform het Bro, artikel 6.2.1) gecreëerd worden. Kostenverhaal houdt in dat de kosten die verbonden zijn aan de ontwikkeling van een bepaald plangebied zoveel mogelijk worden betaald uit de opbrengsten van deze ontwikkeling. Het gaat dan onder andere om de kosten van grondverwerving, onderzoek, bodemsanering en grondverzet, de aanleg van voorzieningen, ambtelijke kosten en de kosten van planschade. Tegenover deze kosten staan de opbrengsten, in het bijzonder de opbrengsten uit grondverkoop en bijdragen en subsidies van derden. Bij een gemeentelijke grondexploitatie is de gemeente eigenaar van de gronden en worden de genoemde kosten betaald uit de gemeentelijke grondexploitatie. Als de kosten hoger zijn dan de opbrengsten, moet de gemeente voor een aanvullende dekking zorgen. Bij een facilitair project zijn de gronden in eigendom bij een bouwonderneming of een particulier. De kosten worden dan verhaald door een anterieure overeenkomst of een exploitatieplan. De regels hiervoor zijn vastgelegd in Afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening. De uitgangspunten voor het gemeentelijk grondbeleid legt de gemeente vast in een Nota Grondbeleid. Werken, werkzaamheden en maatregelen De kosten van werken, werkzaamheden en maatregelen die noodzakelijk zijn voor het in ontwikkeling brengen van een plangebied kunnen verhaald worden bij de initiatiefnemers. Om aan te geven welke kosten verhaalbaar zijn, wordt meestal verwezen naar de kostensoortenlijst die is opgenomen in landelijke wetgeving (artikel 6.2.3 tot met 6.2.5, een vergelijkbare lijst zal worden opgenomen in het Omgevingsbesluit). Alhoewel deze opsomming alléén dwingend van toepassing is op het publiekrechtelijk kostenverhaal via het exploitatieplan, heeft deze opsomming ook bredere toepassing gevonden bij de actieve, gemeentelijke grondexploitaties en bij het kostenverhaal via de anterieure overeenkomst. Verhaalbaarheid van de kosten Kosten kunnen aan een bepaalde ontwikkeling worden toegerekend als voldaan wordt aan drie criteria: profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit. Profijt Van profijt is sprake als de ontwikkeling nut ondervindt van de werken, werkzaamheden en maatregelen. Als het werk, de werkzaamheid of de maatregel in zijn geheel, gedeeltelijk of op een bepaalde aangepaste wijze wordt aangelegd of uitgevoerd vanwege één of meerdere nieuwe ontwikkelingen, dan kan gezegd worden dat de ontwikkeling er profijt van heeft. Daarmee is aan het eerste criterium voldaan. Toerekenbaarheid De kosten zijn vervolgens alleen toerekenbaar voor zover ze niet al op een andere wijze gefinancierd worden. Zijn de kosten, of een deel ervan, al via een andere weg gedekt? Dan zijn die kosten voor dat deel niet toerekenbaar. Dat doet zich bijvoorbeeld voor bij voorzieningen voor zover die worden gefinancierd door bijdragen of subsidies van derden, en ook bij nutsvoorzieningen voor gas, water en elektra en bij gebouwde parkeervoorzieningen. De kosten zijn bovendien alleen toerekenbaar als een causaal verband bestaat tussen de ontwikkeling en de gemaakte kosten. Anders gezegd, als de kosten ook gemaakt zouden worden zonder de ontwikkeling, dan is er geen sprake van toerekenbaarheid van de kosten. Proportionaliteit De te verhalen kosten voor de bovenwijkse voorzieningen worden verdeeld over de ontwikkelingen naar mate van proportionaliteit. Ze worden, voor zover ze toerekenbaar zijn, naar rato verdeeld over de ontwikkelingen die van deze bovenwijkse voorzieningen profijt hebben. Als ook de bestaande bebouwing profijt heeft van de bovenwijkse voorziening, dan doet deze ook mee in de rato-berekening. Het samenspel van deze drie criteria bepaalt welke kosten verhaald kunnen worden bij een ontwikkeling, en in welke mate. Gebiedseigen kosten en gebiedsoverstijgende kosten Een onderscheid moet vervolgens worden gemaakt tussen gebiedseigen en gebiedsoverstijgende werken, werkzaamheden en maatregelen. Gebiedseigen werken, werkzaamheden en maatregelen zijn nodig om één bepaald plangebied in ontwikkeling te brengen. Deze hoeven overigens niet binnen de grenzen van het plangebied te liggen cq. te worden uitgevoerd. Het criterium is dat de voorzieningen alléén worden aangelegd cq. uitgevoerd ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling. Van gebiedsoverstijgende werken, werkzaamheden en maatregelen heeft een exploitatiegebied of een gedeelte daarvan profijt. De kosten moeten over meerdere exploitatiegebieden worden verdeeld omdat ook andere gebieden van de voorziening profijt hebben. Gebiedsoverstijgende werken, werkzaamheden en maatregelen kunnen overigens prima in een exploitatiegebied aangelegd cq. uitgevoerd worden. Het criterium is dat ze profijt leveren voor meer dan het exploitatiegebied alleen. Voor het verhalen van deze kosten is geen nadere grondslag cq. onderbouwing nodig in de Omgevingsvisie. Het beleid voor het verhalen van de gebiedsoverstijgende kosten heeft de gemeente Westland vastgelegd in de Nota kostenverhaal. Financiële bijdrage aan een ontwikkeling (in een anterieure overeenkomst) Naast de wettelijk te verhalen kosten heeft de gemeente ook de mogelijkheid om aan een ontwikkelaar een financiële bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen te vragen. Dit kan de gemeente doen door daarover afspraken te maken in een anterieure overeenkomst. Voorwaarde om deze bijdrage te kunnen vragen is een vastgestelde structuurvisie. Met deze regeling worden marktpartijen gestimuleerd om mee te werken aan de ontwikkeling van een gebied. Een financiële bijdrage van een initiatiefnemer kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de aanleg van belangrijke maatschappelijke functies, zoals natuur, recreatie, sport, waterberging, infrastructuur, culturele voorzieningen, of op de uitvoering van reconstructies in het gebied. Aangezien het hier om een vrijwillige bijdrage gaat, zijn de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit hierop niet van toepassing. Financiële bijdrage aan een ontwikkeling (in het omgevingsplan) Nieuw in de Omgevingswet ten opzichte van de Wet ruimtelijke ordening is de mogelijkheid om in het omgevingsplan te bepalen, dat een financiële bijdrage, anders dan het wettelijk kostenverhaal, kan worden verhaald op een initiatiefnemer. Als voorbeelden worden daarbij genoemd kwalitatieve verbeteringen aan het landschap, natuur, water of de stikstofbalans, de aanleg of aanpassingen van wegen, de aanleg van een park of een recreatiegebied, de realisatie van compenserende sociale woningbouw buiten het exploitatiegebied, een bijdrage voor sloop van woningen of verouderde stallen. Voorwaarden daarbij zijn, dat er een functionele samenhang is tussen de activiteit en de ontwikkeling waarvoor de kosten worden verhaald. De kosten van de ontwikkeling zijn niet anderszins verzekerd. De bijdragen mogen bovendien alleen gebruikt worden voor de geoormerkte doelstelling. Op het moment van schrijven wordt deze regeling door de wetgever nog verder uitgewerkt. De ontwikkelingen waarvoor financiële bijdragen kunnen worden verhaald moeten vooraf zijn vastgelegd in een omgevingsplan. Een nadere grondslag in de omgevingsvisie is niet vereist. We zullen de uitwerking van deze regeling oppakken binnen ons omgevingsplan. 1.6 Bronnen 1. Westlandse Energie Opgave 2019-20222. Sociaal Beleidskader3. Berto 2014; Fan et al. 2011; Nielsen and Hansen 2007; Stigsdotter et al. 2010; van den Berg and Custers 2011; van den Berg et al. 2010; Ward Thompson et al. 20164. Fjortoft 2001; Kellert 20055. Hoogspanningslijnen en gezondheid deel I: kanker bij kinderen. Nr. 2018/086. Plan van aanpak eenzaamheid7. Duurzaamheidsagenda 2012-20208. Cultuurkoers 20309. Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs Westland; Een visie op de toekomst 2018-203310. Verkenning van de woningbehoefte in de gemeente Westland tot 204011. Deelvisie Wonen, 201912. Klimaatlas Westland13. Verslag participatietraject omgevingsvisie14. Woonvisie15. Weerbaar Westland16. Beleef Westland17. van den Berg 201518. PZH Visie rijke groenblauwe leefomgeving19. Dilemmanotitie Bodem 201920. Waterklimaatplan21. Gezondheidsmonitor22. Westlands Veiligheidsbeleid 2019-202223. De economische opgave voor Westland 2019-202224. Werkboek Westland25. B&Wnota Onderbouwing locaties nieuw bedrijventerrein tot 203026. Duurzaamheidsbenchmark voor Gemeente Westland 2018, Telos27. Detailhandelstructuurvisie en MKB Westland Visie retailstructuur28. Mobiliteitsplan Westland 204029. Visie op Wateringen30. Eindrapportage Pilot Omgevingsplan Participatietraject Poeldijk Centrum31. CBS Landbouwtelling 201832. Ruimtelijk Kader Kinderopvang33. Geef ze de Ruimte!! Speelruimtebeleidsplan Gemeente Westland34. GGD Leefomgeving35. Schatting van Glastuinbouw Nederland en Uitzendorganisaties36. OCAP Nederland 2 Een Omgevingsvisie maak je niet alléén 2.1 Sterk in samenwerking Deze Omgevingsvisie gaat niet alléén over de gemeente Westland. Sommige onderwerpen houden nu eenmaal niet op bij de gemeentegrens. Denk daarbij aan het wegen- en warmtenetwerk en recreatie. Daarom stemmen we onze visie af met die van het Rijk, de provincie, buur- en regiogemeenten en ketenpartners. Via verordeningen werken nationale en provinciale omgevingsvisies uiteindelijk door in de Westlandse visie. We zien de Westlandse Omgevingsvisie als een kans. We kunnen hiermee de leefkwaliteit in Westland in de nabije en verre toekomst verbeteren. Natuurlijk lossen niet alle knelpunten en problemen op door deze nieuwe visie en we kunnen als gemeente alléén geen ijzer met handen breken. Voor sommige substantiële verbeteringen en oplossingen hebben we de medewerking en inzet nodig van diverse overheden en andere partijen. 2.2 Participatie Een omgevingsvisie maak je niet alléén. Het gaat tenslotte over de toekomst van de leefomgeving van inwoners en bedrijfsleven. In 2018 en 2019 hebben we interne en externe betrokkenen bevraagd tijdens een uitgebreid participatietraject. We zijn met een brede groep inwoners, bedrijven en organisaties het gesprek aangegaan over Westland, hun eigen dorp en de dilemma's en keuzes die voortkomen uit onze ambities. De input uit deze gesprekken is meegenomen in deze visie. 2.3 Over de gemeentegrenzen heen Samenwerken en een integrale aanpak staan voorop bij de Omgevingswet. Elke gemeente is op haar eigen wijze bezig met de invoering van die wet. De grensgebieden tussen gemeenten vragen daarbij speciale aandacht: Grote opgaven stoppen niet bij de gemeentegrens. Denk aan warmtenetten, wateropgaven, infrastructuur, verstedelijkingsopgave, groenblauwe verbindingen etc. Ruimtelijk zijn grenzen niet altijd zichtbaar, bijvoorbeeld voor ondernemers. Veel bedrijven hebben een regionale functie, dus is het handig de spelregels regionaal goed af te stemmen. Ruimtelijke plannen van de ene gemeente moeten ontwikkelingen van de andere gemeente niet dwarsbomen. Met medewerkers van verschillende omliggende gemeenten en ketenpartners hebben we een verdiepingsslag gemaakt voor verschillende thema's. We hebben gezamenlijk bepaald in welke mate en bij welke thema's samenwerking en afstemming zeer gewenst en soms zelfs noodzakelijk is. 3 Hoe komen we tot een Omgevingsvisie? 3.1 Vernieuwend werken aan de Omgevingswet We hebben bij de start van het traject rond de Omgevingswet in 2016 afspraken gemaakt over ons ambitieniveau. Hierbij hanteren we als leidraad: Dingen die al goed gaan, koesteren we. De resultaten van de participatie bij het traject Strategische Agenda en de analyse van het bestaande beleid, waar brede interactieve processen aan vooraf zijn gegaan, hebben we gebruikt als input voor deze visie; We bouwen ruimte in om te experimenteren en te leren op bepaalde onderwerpen. Bijvoorbeeld bij het maken van een afwegingsinstrument en op het gebied van integraal werken, wat bij deze Omgevingsvisie voor het eerst zo nadrukkelijk gebeurt; We kiezen voor omdenken en vernieuwen waar het kan. We gebruiken vernieuwende tools bij participatie, en maken richtinggevende keuzes. 3.2 Van Omgevingsvisie 1.0 naar 2.0 In de Omgevingsvisie 1.0 heeft Westland een eerste stap gezet richting integrale sturing op kwaliteit van de leefomgeving. We zijn gestart met het formuleren van de visie, ambities en kernopgaven. Bij het opstellen van de visie is de input vanuit enquêtes onder onze inwoners gebruikt, hebben we sessies gehouden met leden van de gemeenteraad en hebben we themasessies georganiseerd met diverse experts en ketenpartners. Alle input is besproken. Vervolgens hebben de belangrijkste onderwerpen een plek gekregen in de visie. Om ons goed voor te bereiden op de Omgevingswet is de Omgevingsvisie 1.0 in het najaar van 2019 verder ontwikkeld: Er is een ruimtelijke uitwerking gemaakt voor de verschillende dorpen in Westland. Ook zijn de ambities op het gebied van de glastuinbouw, bedrijventerreinen, natuur, water en groen uitgewerkt en op de kaart van Westland ingetekend. We hebben een toets van de bestaande leefomgevingskwaliteit uitgevoerd, met aandacht voor milieukwaliteit en -effecten (MER). De toets van de bestaande leefomgevingskwaliteit geldt als nulmeting voor de monitoring van het omgevingsbeleid en voor toekomstige kwaliteitsverbetering. We zijn met een brede groep inwoners, bedrijven en organisaties het gesprek aangegaan over de dilemma's en keuzes die voortkomen uit de ambities in deze visie. Wat betekenen de ambities uit de visie voor de woon- en werkomgeving van onze inwoners en bedrijven? Wat zijn hun ideeën hierbij? Dit deden we aan de hand van de grote ruimtevragers in Westland: de glastuinbouw, wonen en voorzieningen, mobiliteit, groen en water, energietransitie en klimaatadaptatie. Deze onderwerpen komen in deze visie 2.0 aan de orde, in de hoofdstukken over geheel Westland en veelal nogmaals in de uitwerking per dorp. Daarbij zijn tevens eerdere uitkomsten van participatie, afgenomen enquêtes en kaderstelling van de raad meegenomen. 3.3 Milieueffectrapportage (m.e.r.) De nieuwe Omgevingsvisie is kaderstellend voor activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn. Dat betreft projecten en activiteiten met grote milieugevolgen, zoals bijvoorbeeld grote woningbouwprojecten. Om alle mogelijke effecten (kansen en risico'

  1. s)duidelijk in beeld te brengen, hebben we een milieueffectrapport (planMER) laten opstellen. Dit gaf ons de kans gedurende het opstellen van de Omgevingsvisie, om effecten van verschillende onderdelen beter te overzien en, indien nodig, de koers tijdig bij te sturen. Zo verkenden we de verschillende hoeken van het speelveld, wat hielp om tot een goede afweging te komen en de haalbaarheid van onze ambities en effecten daarvan te bepalen. Als vertrekpunt voor het planMER is een 'Foto van de leefomgeving' opgesteld. In dit document dat onderdeel uitmaakt van de planMER, zie je de huidige situatie van de leefomgeving en de verwachte toekomstige situatie (in 2030 en waar mogelijk 2040). De voorspellingen zijn gebaseerd op bekende autonome ontwikkelingen (trends) zoals klimaatverandering, voortzetting van het vigerende omgevingsbeleid en belangrijke fysiek ruimtelijke ingrepen waarover al een besluit is genomen. De huidige situatie en deze autonome ontwikkelingen vormen tezamen het referentiekader voor het planMER. Daarnaast brengt de foto in beeld waar knelpunten en opgaven liggen. Het verschil tussen de referentiesituatie en de huidige situatie laat zien welke aspecten in de toekomst meer of minder onder druk komen te staan. Hiermee draagt de foto bij aan het maken van keuzes in de Omgevingsvisie. De huidige situatie en de referentiesituatie zijn weergegeven in het 'Rad van de leefomgeving'. In het 'Rad van de leefomgeving' zie je alle thema's en indicatoren rondom beschreven staan. Het transparante witte vlak geeft de huidige situatie weer, de gele stippellijn de te verwachten toekomstige situatie (referentiesituatie). De meest negatieve waarde die kan voorkomen, vormt het nulpunt (slechter kan niet, het rode gebied). Aan het andere uiterste van de schaallat staat de streefwaarde (het maximum), het buitenste groene gebied). De pijlen geven de kansen (groen) en risico's (rood) weer. Zo is te zien dat er meer kansen op positieve effecten zijn dan risico's op negatieve effecten (ca. twee keer zo veel kansen als risico's). In het rad kun je zien dat de volgende onderdelen verslechteren, als we niet ingrijpen en slechts ons huidige vastgestelde beleid uitvoeren: passend woningaanbod; openbaar vervoer; kwaliteit van de openbare ruimte; geluid- en lichthinder; sociale samenhang; bodemdaling; wateroverlast; hitte; droogte; cultuurhistorie; energiebesparing; veiligheid; werkgelegenheid; kennis; innovatie; infrastructuur. Op basis van het ingezette beleid is een verbetering te verwachten op de onderdelen lucht- en bodemkwaliteit, natuurgebieden, circulariteit, economische zelfredzaamheid, fietsverkeer en duurzame mobiliteit. Deze Omgevingsvisie biedt ons de kans ons beleid op tijd bij te sturen zodat de negatieve trends zoveel mogelijk worden gekeerd. We gaan de effecten van ons beleid om het jaar monitoren via het Rad van de leefomgeving en stellen op basis daarvan zo nodig het beleid bij. Naast de beoordeling van de referentiesituatie zijn in het planMER van de Omgevingvisie van Westland de effecten van de Omgevingsvisie op de leefomgeving bekeken aan de hand van alternatieven. De belangrijkste keuzes die gemaakt moesten worden, liggen in de woningbouwopgave in combinatie met maatregelen voor klimaatadaptatie en vergroening. Er zijn drie alternatieven beschouwd: 1. Alternatief 'Laag': geen woningbouw realiseren (we gaan de harde én zachte plancapaciteit voor woningbouw niet verder invullen);2. Alternatief 'Midden': inbreiden (we accommoderen de autonome groei van onze inwoners en maken een kwaliteitssprong voor wat betreft de mismatch in woningen en de groene/blauwe inrichting);3. Alternatief 'Hoog': uitbreiden (we maken extra groei van het aantal woningen en inwoners in 2040 mogelijk met extra transformatie van glastuinbouw naar woningbouw). Keuze voor alternatief 'Midden' In het planMER hebben we de effecten van de alternatieven in beeld gebracht en gekeken naar de bijdragen van de alternatieven aan de beleidsambities (zie de tabel, doelbereik). Mede op basis van de resultaten uit het planMER hebben we keuzes gemaakt ten aanzien van de ruimtelijke inrichting van de gemeente Westland. Gekozen is voor alternatief 'Midden', met de meeste positieve effecten, waarin de autonome groei van inwoners geaccommodeerd wordt door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw (naast de harde plannen die reeds planologisch geregeld zijn). Dit gebeurt in combinatie met inbreiding door bijvoorbeeld hoger te bouwen. Als we tijdig ingrijpen in bestaande plannen kan de mismatch in type beschikbare woningen afnemen. Ook verbeteren we de kwaliteit van de omgeving met de zogenaamde groene/blauwe inrichting, zoals de aanleg van groene daken, beleefbaar groen en waterberging. In dit alternatief voorzien we ook een hoogwaardig openbaar vervoersverbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn en richting Delft, gesymboliseerd door de pijl. Hoe de verbinding er precies uit komt te zien, is nog niet duidelijk. In het planMER zijn de effecten van dit (voorkeurs)alternatief op de leefomgeving verder in kaart gebracht en geprojecteerd op het Rad van de Leefomgeving. De pijlen geven de kansen (groen) en risico's (rood) weer. Zo is te zien dat er meer kansen op positieve effecten zijn dan risico's op negatieve effecten (ca. twee keer zo veel kansen als risico's). Aandachtspunten uit de effectbeoordeling zijn meegenomen bij verdere uitwerking van deze Omgevingsvisie of worden meegegeven aan het op te stellen Omgevingsplan en Omgevingsprogramma. 3.4 Omgevingsprogramma Wanneer de Omgevingsvisie, inclusief de gebiedsuitwerkingen door de gemeenteraad is vastgesteld, gaan we alle nieuwe ontwikkelingen en maatregelen verder uitwerken in een omgevingsprogramma en een omgevingsplan. Daarin komen duidelijke beschrijvingen hoe en op welke locatie(
  2. s)de ambities concreet uitgevoerd worden. 3.5 Beleid dat opgaat in deze Omgevingsvisie De nieuwe Omgevingsvisie is breder, omvangrijker en integraler dan elke eerdere beleidsnota of -visie van Westland. We kijken voor alle werkvelden naar de toekomst en beschrijven dat in de Omgevingsvisie. Het beleid dat aangeeft wat de gemeente precies gaat doen om dat toekomstbeeld te bereiken, brengen we onder in het integrale omgevingsprogramma. Na het vaststellen van deze Omgevingsvisie worden verschillende beleidsnota's, waaronder de structuurvisie, ingetrokken. De structuurvisie voor de Driesprong in Kwintsheul blijft wel gelden. Ook moet elk nieuw beleid binnen dit geschetste toekomstbeeld passen en zullen we de inhoud ervan toevoegen aan het omgevingsprogramma. 4 Trends en ontwikkelingen 4.1 Trends in Westland De wereld om ons heen verandert razendsnel. Soms sneller dan we onze plannen kunnen uitvoeren. De economie, de samenleving, de technologie: alles ontwikkelt in rap tempo. De verwachting is dat het aantal megasteden de komende tientallen jaren behoorlijk zal groeien. Het belang van gezond en veilig voedsel neemt een steeds prominentere plek in. Sociale media zijn niet meer weg te denken in onze samenleving. Het corona-virus, de Brexit: twee ontwikkelingen waarvan de gevolgen nog niet goed te overzien zijn. Het is lastig voorspellen hoe de toekomst er exact uit komt te zien. En toch willen we in deze Omgevingsvisie een routekaart schetsen waar we met elkaar naar toe gaan. Tegelijk is deze Omgevingsvisie een levend document, dat zal worden aangepast als grote ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. Westland heeft zich de afgelopen eeuwen ontwikkeld tot een wereldwijde hotspot als het gaat om glastuinbouw. We kunnen inspelen op datgene waarvan we weten dat het de komende jaren gaat veranderen, maar moeten ook rekening houden met (nu nog) onbekende veranderingen die eraan (kunnen) komen. Al met al een grote uitdaging om de koers richting de toekomst te bepalen en toch flexibel te blijven om onverwachte ontwikkelingen op te vangen. Met de Westlandse Omgevingsvisie bieden we een perspectief hoe we op die veranderingen kunnen reageren, ze kunnen beïnvloeden of zelfs gebruiken in ons voordeel. Een belangrijke stap daarbij is het Westlandse ruimtelijk-economische domein te verbinden met het sociaal-maatschappelijke domein. 4.2 De trends met de grootste impact op Westland 4.2.1 Toenemende geopolitieke instabiliteit en economische onzekerheid Nederland is vervlochten met de wereldeconomie en heeft ook financiële belangen in regio's met geopolitieke spanningen. Economische en politieke confrontaties tussen wereldmachten en het uithollen van handelsverdragen brengen grote risico's voor het bedrijfsleven met zich mee. Politieke verdeeldheid zorgt voor geopolitieke instabiliteit, die ook in Nederland zijn uitwerking heeft. Een conflict in het Midden-Oosten kan bijvoorbeeld leiden tot een flink hogere olieprijs. De impact van een daadwerkelijke geopolitieke gebeurtenis kan fors zijn. 4.2.2 Individualisme en nieuwe sociale verbanden Sinds het begin van deze eeuw heeft de trend dat minder mensen trouwen en de kerk bezoeken zich doorgezet. Op andere terreinen, zoals bij sociale contacten, lijkt sprake van een verandering in vorm. Jongere generaties wonen steeds vaker ongehuwd samen. Ze kiezen voor andere vormen van samenwonen of voor een geregistreerd partnerschap. Het aandeel alleenstaanden is verder gegroeid, net als het aantal scheidingen. Een eeuw geleden ging bijna iedereen naar de kerk. Dit veranderde met de ontzuiling sinds eind jaren zestig. In 2015 bezocht 16 procent van de mensen maandelijks een kerk of een levensbeschouwelijke bijeenkomst. Het percentage personen dat lid is van een vakbond daalt eveneens. De tijd dat de man de enige kostwinner was van het huishouden, is voorbij. In 2014 was bijna de helft van de vrouwen tussen 15 en 65 jaar economisch zelfstandig, ten opzichte van twee derde van de mannen. De omvang van sociale contacten van Nederlanders en de maatschappelijke participatie van burgers laten over de afgelopen jaren een stabiel patroon zien. Het zijn signalen dat 'individualistisch' niet automatisch 'ieder voor zich' betekent. De meeste Nederlanders hebben regelmatig contact met familie en vrienden. Wel is er een groei in het aantal sociale contacten via internet. Tussen 2012 en 2017 is het aandeel personen dat via internet communiceert gestegen van 57 naar 84 procent. Ook is internet een belangrijk middel geworden om bijvoorbeeld een partner te vinden of om je maatschappelijke betrokkenheid vorm te geven. De segmentatie en fragmentatie in de samenleving nemen toe en zorgen voor differentiatie naar factoren zoals leefstijl, waarden, stijl, smaak en symboliek ("soort zoekt soort"). Er ontstaat een behoefte om met gelijkgestemden te kunnen (samen)wonen. Gelijkgestemd qua etniciteit, levensfase (gezinnen die bij elkaar wonen en bijvoorbeeld een binnentuin delen), het delen van hobby's of het hebben van een bepaalde overtuiging (zoals in duurzame woonwijken). 4.2.3 Gezonder en ouder We leven in het algemeen gezonder en worden ouder dan voorheen. Een mooie winst, omdat veel mensen bewust kiezen voor een gezonde levensstijl. We zien hierdoor wel de vergrijzing toenemen, wat soms leidt tot meer eenzaamheid en isolement. 4.2.4 Bevolkingsgroei We verwachten een groei van de bevolking in Westland. Diverse prognoses laten een toename van duizenden extra inwoners zien tot 2040. De omvang van het migratiesaldo heeft belangrijke effecten op langere termijn. Westland zal naar verwachting ook vele buitenlandse migranten moeten opnemen. Dit zal ongetwijfeld effecten hebben op het onderwijs en andere voorzieningen. Het gemeentebestuur maakt in deze Omgevingsvisie de keuze zich te concentreren op het verbeteren van de woon-, werk- en leefomgeving en bepaalt in hoeverre ze de bevolkingsgroei accommodeert. In tegenstelling tot veel andere gemeenten, verwachten we geen afname van het aantal jongeren in Westland, maar tot 2040 juist een forse groei van de potentiële beroepsbevolking (nu 0-15 jaar). Dit geeft druk op de jongerenvoorzieningen, maar kan tegelijkertijd allerlei kansen bieden voor een welvarend Westland: dynamiek, vernieuwingsgezindheid, innovativiteit en ondernemerschap. Ook voorspelt de provincie een substantiële vergrijzing: het aantal 80-plussers neemt met ruim 100% toe. Aan ons de taak de zorg voor deze groep in de wijk, buurt, dorp en kern goed te regelen. Provinciale prognose BP2016 voor de provincie ZH, regio 'Delft en Westland' 4.2.5 Digitalisering De impact van digitalisering op de economie en de samenleving is groot. Er zijn groeikansen voor de hightech sector zelf, maar denk ook aan ontwikkelingen op het gebied van robotica, kunstmatige intelligentie, blockchain, 3D printing en Internet of Things. In het tuinbouwcluster is digitalisering ondersteunend en onmisbaar aan het primaire proces. De gevolgen van de technologische ontwikkelingen zijn op veel gebieden nog onzeker. In veel sectoren verwachten we in Westland nog groei van werkgelegenheid, zeker voor lager opgeleiden. Aan de andere kant zullen er beroepen verdwijnen en er komen nieuwe beroepen voor terug, waarbij onbekend is hoe het saldo uitpakt. Bij maatschappelijke opgaven, zoals mobiliteit en gezondheidszorg, kan digitalisering uitkomst bieden. Goede digitale bereikbaarheid is dan van groot belang. 4.2.6 Klimaatverandering De gevolgen van de mondiale klimaatverandering zijn ook voor Westland groot. Boven Westland vallen relatief veel zware buien. We zijn aan het einde van de delta gesitueerd en hebben een intensief grondgebruik. Onze opgaven op dit gebied zijn dan ook groot. 4.2.7 Verduurzaming Onze regio kent een bovengemiddeld hoge uitstoot van CO2. Een snelle verduurzaming van onze economie is essentieel, onder andere voor het behoud vaneen goede concurrentiepositie. Het gaat vooral om de transitie naar schone energie en een circulaire economie, met slimme energiesystemen, schone technologieën en plantaardige materialen. 4.2.8 Schonere en slimmere mobiliteit De manier waarop we omgaan met mobiliteit is aan het veranderen. Auto's krijgen steeds schonere motoren en het aantal elektrische auto's en e-bikes groeit explosief. We verwachten dat onze inwoners en bezoekers een combinatie van mobiliteitsvormen zullen blijven gebruiken, bijvoorbeeld met de fiets naar een OV-halte of -station om daar een bus of trein te nemen. Goed openbaar vervoer blijft van belang, met name voor de groepen die hiervan afhankelijk zijn, zoals ouderen studenten en werkenden. Betrouwbare en overzichtelijke (digitale) informatie helpt mensen bij het maken van een keuze tussen vervoersmiddelen. Met een e-bike kunnen mensen grotere afstanden per fiets blijven afleggen. Maar door versnelling van het 'langzame verkeer', neemt het risico op meer ongevallen met letsel toe. 4.2.9 Functiemenging en gemengde woonwerkmilieus 'Quality of living', de kwaliteit van de woningen en de variatie in woonmilieus worden steeds belangrijker. De woning is in toenemende mate de plek om te werken, te recreëren of om zorg te ontvangen. Deze toenemende menging van functies maakt dat woning en woonomgeving meer dan vroeger als een twee-eenheid worden gezien en dat allerlei nieuwe vormen van dienstverlening de woning en de woonomgeving binnenkomen. Daarbij kan worden gedacht aan zorgdiensten en recreatieve mogelijkheden. Door functiemenging mogelijk te maken kan op deze ontwikkeling ingespeeld worden. 5 Missie en Ambitie 5.1 Missie Door de ingezette bevolkingsgroei in Westland komt de kwaliteit van de fysieke leefomgeving steeds meer onder druk te staan. Westlanders laten hun ontevredenheid over de kwaliteit van de leefomgeving horen in enquêtes en bij participatiebijeenkomsten. De onderzoeksgegevens uit de Duurzaamheidsmonitor onderbouwen dit. De gemeente brengt al vijf jaar de balans tussen economie, sociaal en leefomgeving in kaart op basis van meer dan 100 indicatoren. Economie (profit) scoort zeer hoog, de sociale indicatoren (people) vrij goed en leefomgevingsfactoren (planet) ondergemiddeld. In onze missie hebben wij de keuze gemaakt voor duurzame ontwikkeling, zodat planet meer in balans komt met people en profit. Deze missie is in december 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. De missie Westland is een gemeente waar het welzijn en de welvaart van onze inwoners voorop staan. We zorgen daarbij goed voor onze leefomgeving en duurzaamheid heeft een prominente plek. We werken samen met onze inwoners en ondernemers aan een optimale balans tussen de ecologische, economische en de sociale belangen binnen onze gemeente. Het streven is om in 2030 een ideaal Westlands evenwicht bereikt te hebben tussen deze belangen. De Omgevingsvisie moet ervoor zorgen dat toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen ons dichter bij dit geschetste perspectief brengen. En zorgen voor een goede mix tussen betrouwbaarheid, continuïteit en flexibiliteit. 5.2 Ambities Bij het uitvoeren van deze missie blijven we ons uiteraard bewust van onze belangrijkste dragers: de kracht van ons DNA/de Westlandse mentaliteit (het menselijk kapitaal, van origine verbonden aan het tuinbouwcluster) én de Westlandse leefomgeving (de kwaliteiten van de bestaande ruimte en haar natuurlijke omgeving). Dat is ons fundament. Menselijk kapitaal gaat over de mensen die in Westland wonen, werken of verblijven. Westland is de plek waar mensen elkaar graag ontmoeten, waar iets te beleven valt en waar je je verbonden voelt met de mensen om je heen. Samen creëren we een gemeente met sterke verbindingen, fysiek en sociaal. Zodat de gemeenschap een echt netwerk wordt. Voor het Westland van morgen hebben we alle creativiteit en innovatiekracht nodig die in de maatschappij aanwezig is. Zowel bij inwoners als bedrijven. De fysieke Westlandse leefomgeving is onze basis. Historische elementen zorgen voor een sterke identiteit en een gezamenlijke trots. Dat is van onschatbare waarde voor onze toekomst. Die kwaliteiten willen we behouden en versterken. We hebben dit visueel gemaakt in het 'Westland van Morgen'. Elk onderdeel leidt tot een ambitie. Zo wordt helder wat ons de komende jaren te doen staat. Deze gedeelde waarden worden richtinggevend voor ons handelen en gelden als basis voor integraal werken. De ambities in de omgevingsvisie zijn: 1. Westland werkt samen aan vitale, sociaal krachtige, gezonde en duurzame dorpen;2. Westland versterkt haar economie en bestendigt haar (economische) toppositie als regio;3. Westland versterkt en benut het menselijk kapitaal van de gemeente;4. Westland behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten;5. Westland is in 2040 klimaatbestendig. Onze missie en de ambities gaan de kern vormen van de Omgevingsvisie. 6 Ruimtelijke, sociale en economische belangen in evenwicht 6.1 Westlandse balans In deze visie hebben we keuzes gemaakt om tot een ideale Westlandse balans te komen tussen de vele ambities die de gemeente heeft. De Westlandse identiteit is start- en uitgangspunt van alle ontwikkelingen. Op de vraag wat onze inwoners kenmerkend vinden voor Westland, kwamen de antwoorden die hierboven in de figuur staan als meest prominent aan de orde. De vele ambities op het gebied van wonen, werken en leefomgeving staan hier en daar met elkaar op gespannen voet, waardoor het moeilijk is alle beleidsdoelen te realiseren. Door de hoeveelheid en diversiteit van ambities zijn wij gedwongen concretere langetermijnkeuzes te maken. 6.2 De focus van Westland Een ruimtelijke inrichting, waarbij aandacht is voor het karakter van het gebied. Dat kunnen historische landschapsstructuren zijn (zoals de oude zandgronden of grote watergangen) maar ook cultuurhistorische elementen; Een betere balans tussen people, planet en profit door het toevoegen van extra groen. Vergroening vindt plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken. In de Omgevingsvisie is aangegeven op welke plaatsen groengebieden aangelegd en groene verbindingen afgemaakt worden. Ook zijn een groennorm voor nieuwbouwwijken en een extra vergroeningsopgave in de dorpen geformuleerd. Tenslotte gaan we initiatiefnemers en ontwikkelaars vragen groeninclusief te ontwerpen en in te richten; Voldoende plek voor de grote ruimtevragers, de kleinere ruimtevragers liften mee; Regie vanuit de gemeente bij de inrichting van de beperkte ruimte in Westland; Het tuinbouwcluster, met meer aandacht voor verbetering van de leefomgeving; Nieuwe initiatieven die bijdragen aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving; Groei op economisch en woningbouwgebied, zoveel mogelijk binnen bestaande locaties. We houden groene gebieden groen; Groeninclusief bouwen, bijvoorbeeld bestaand groen inpassen in nieuwe bouwprojecten, nieuwe groengebieden aanleggen, groene daken en gevels toepassen of gebruik maken van technische maatregelen om hittestress en wateroverlast tegen te gaan; Inpassen van ruimtelijke opgaven bij het draagvermogen, het profiel van het betreffende dorp en de plek in Westland; Het enthousiasmeren van niet-werkenden in Westland en de regio om kansen in de tuinbouwsector te pakken. Een goede bereikbaarheid en goed openbaar vervoer. Het realiseren van een goede HOV-verbinding met Rotterdam en Den Haag krijgt hoge prioriteit. En we zien kansen voor een goede HOV-verbinding met Delft. 7 Sterke samenleving 7.1 Samenleving 45.859 huishoudens 1.120 geboortes per jaar 16% geeft mantelzorg 32% doet vrijwilligerswerk 30,9% alleenstaande ouders 1.190 in de bijstand Iedereen in Westland doet mee, participeert en draagt bij aan een sterke Westlandse samenleving. Dit doel heeft de gemeente zich gesteld en is vastgesteld in het Sociaal Beleidskader. Het uitgangspunt daarbij is dat mensen zelf de regie voeren over hun leven. En als dit niet lukt of wanneer iemand in de problemen raakt, staan zij er niet alléén voor. We beschikken over goede voorzieningen, inwoners steunen elkaar en zetten zich in voor hun omgeving. Alle inwoners hebben gelijke kansen op gebied van gezondheid en de jeugd kan zich optimaal ontwikkelen. In Westland kun je veilig en gezond opgroeien. Westland is een gemeente met internationale betekenis en uitstraling en heeft daaraan gekoppelde stedelijke opgaven. Voor de inwoners heeft Westland tegelijkertijd het dorpsgevoel behorend bij de diverse woonkernen weten te behouden. De dorpskernen hebben een eigen dorpse structuur en cultuur. Net als bij andere thema's willen we dit vertalen naar een Ruimtelijke visie op 2030. Maar het sociale beleid van onze gemeente kent geen pauze, blijft continu in ontwikkeling en het werk is nooit af. Een meetbaar punt in de toekomst blijkt lastig vast te stellen. Omdat we weten dat de bevolking de komende jaren gaat toenemen, blijft het een uitdaging onze doelen te behalen. We beschrijven in deze Omgevingsvisie alle onderdelen binnen het sociale beleid die betrekking hebben op de leefomgeving. De decentralisaties in de zorg hebben het sociaal domein veranderd. De gemeente staat aan het roer. We zijn van uitvoeringsorganisatie een ontwikkelorganisatie geworden. Dit biedt kansen om zorg en ondersteuning dicht(er)bij te organiseren2. 7.2 Kansen op goede gezondheid 7.2.1 Gezondheid Levensverwachting 82,9 jaar 72,9% voelt zich fit en gezond 18% rookt 8% (18+) drinkt overmatig 13% obesitas 14,2% met een chronische aandoening 7.2.2 Visie Om gezond en gelukkig te kunnen leven, is een aantal primaire levensbehoeften onontbeerlijk, zoals water, voedsel, onderdak, kleding en medische hulp. Daarnaast ervaren mensen een gezonde leefomgeving als prettig, wat uitnodigt tot gezond gedrag, sporten, spelen en elkaar ontmoeten. De gezonde fysieke leefomgeving die we in Westland kennen, houden we in stand. We gaan kijken waar verbeteringen door te voeren zijn voor een nog betere omgevingskwaliteit. Voldoende groen speelt daarbij een sleutelrol. Ook het stimuleren van fietsen en wandelen hoort daarbij. We kijken niet alleen naar de algemene behoefte van onze inwoners, maar ook naar specifieke bevolkingsgroepen, zoals kinderen en ouderen. 7.2.3 Analyse 7.2.3.1 Gezonde leefomgeving Een gezonde leefomgeving heeft in elk geval de volgende kenmerken: Een schoon en veilig milieu, zoals toegang tot schoon en veilig drinkwater, goede luchtkwaliteit en een woonomgeving zonder hinder van geluid of stank; Voldoende groen, natuur en water op wandel- en fietsafstand van de woning; Aandacht voor de (mogelijke) gevolgen van klimaatverandering. Denk daarbij aan het voorkomen van hitte-eilanden; Gezonde en duurzame woningen; Aantrekkelijke, toegankelijke en gevarieerde openbare ruimten met ruimte voor spelen en ontmoeten voor alle leeftijden; Een gevarieerd voorzieningenaanbod, dat goed en veilig bereikbaar is; Goede bereikbaarheid, waarbij de mogelijkheden voor gezonde mobiliteit voorop staan. Voldoende groen speelt een sleutelrol bij een gezonde fysieke leefomgeving, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Contact met groen heeft een gunstige invloed op de gezondheid van mensen en wel om twee redenen: 7.2.3.2 Groen reduceert stress Contact met groen kan helpen bij het herstel van stress en het tegengaan van (chronische) stress. Meer groen in de nabijheid gaat gepaard met een betere gezondheid en een lagere overlijdenskans. De gezondheid van onze inwoners heeft dus baat bij uitbreiding van de mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding in de natuur. Alléén al het uitzicht op groen bevordert de gezondheid aanzienlijk. Vergroening van de leefomgeving leidt tot 10% afname van het gebruik van antidepressiva en ADHD-medicijnen. Ook huisartsbezoek daalt in groenere gebieden, vooral bij kinderen. Tot slot neemt ook het aantal ontmoetingen, en daarmee de sociale contacten, toe3. 7.2.3.3 Groen zet aan tot bewegen Een tweede belangrijk punt is dat nabije natuur een actieve levensstijl en buitenspelen stimuleert. De motoriek bij kinderen verbetert, doordat ze buiten kunnen spelen in het groen. Groen zorgt voor 15% afname van overgewicht en obesitas, evenals hiermee samenhangende ziekten als diabetes en hart- en vaatziekten. In Nederland sport 39% van de inwoners op wekelijkse basis. We zien een verandering in sportbeleving; men sport minder in verenigingsverband en maakt meer gebruik van de openbare ruimte om te bewegen. Denk daarbij aan o.a. wielrennen, hardlopen en bootcamp. Deze trend kan invloed hebben op de manier waarop we de ruimte vormgeven. Aanwezigheid van hardloop- en fietsroutes, fitnesspleinen en groene schoolpleinen wordt steeds belangrijker. Ook de toepassing van kleine uitdagende oefeningen in de woonomgeving (ook wel 'sneaky fitness' genoemd) kan de drempel om te gaan bewegen verlagen1.6. 7.2.4 Huidige situatie In de Duurzaamheidsbalans 2018 wordt op Gezondheid wisselend gescoord. Het aantal zware rokers is afgenomen, ten opzichte van de vorige GGD gezondheidsmonitor. Overmatig alcoholgebruik is iets toegenomen en aan de hoge kant. Ook het aantal mensen met obesitas is licht toegenomen; daarmee volgt Westland de landelijke trend. Andere opvallende punten zijn de toename van verwarde personen (passend in een landelijke trend), de afname in het medicijngebruik en de uitstekende scores voor levensverwachting, afstand tot ziekenhuis en afstand tot huisarts. Toelichting taartdiagram In de volgende paragrafen staan taartdiagrammen die gebruikt zijn in de Duurzaamheidsmonitor. Elk diagram geeft per indicator aan hoe dicht het duurzaamheidsdoel benaderd wordt. Hoe dichter bij het doel, hoe meer de kleur verandert van rood, naar oranje, naar groen, naar goud. De mate waarin de taartpunt gevuld is (de straal), geeft de feitelijke waarde aan. Hoe groter de straal, hoe beter de score. De pijltjes in de taartpunt geven de ontwikkeling aan tussen 2014 en nu. Een pijltje naar binnen betekent een achteruitgang, een pijltje naar buiten betekent een positieve ontwikkeling. Telos 2018, Figuur gezondheid Alle informatie in de taartdiagrammen is afkomstig uit de Nationale Monitor Duurzaamheid 2018. De gebruikte indicatoren zijn afkomstig van diverse bronnen, zijnde het CBS, POLS,WoON, Nationale zorgatlas, UWV, Rijksdienst cultureel erfgoed, erfgoed databank, GGD, politie.nl, Elsevier, DUO, inspectie voor het onderwijs, Vektis, Verwey Jonker Instituut -Kinderen in Tel, Corpodata DVI, European Environmental Agency, KRW portaal, Emissieregistratie, Inspectie voor de Leefomgeving, RIVM, NOAA/NGDC, Risicokaart.nl, KNMI, Nationale Databank Flora en Fauna, Rijkswaterstaat, RVO bewerking door ABF Research, Informatiehuis Water, BlueLabel, Windstats.nl, Bosch & Van Rijn, EP-Online, Kamer van Koophandel, Stichting LISA, IBIS, BAK, bewerking PBL (www.clo.nl), Locatus bewerking PBL (www.clo.nl), CROW, Compendium van de Leefomgeving, gtfs.ovapi en de klimaatmonitor. 7.2.5 Blik op de toekomst 7.2.5.1 Bewustwording Een gezondere leefomgeving creëren, begint met bewustwording. Bij kinderen die enthousiast zijn over groene schoolpleinen, wilde bijen en vogels of over natuurexpedities. Bij ouders die via kinderen in aanraking komen met duurzame oplossingen. Wanneer jongeren zich verbonden voelen met hun leefomgeving, koesteren zij die omgeving en het bijbehorende natuurlijk kapitaal. De gemeente blijft om die reden natuur- en milieu-educatie ondersteunen, zodat kinderen meer in het groen komen en in contact treden met hun directe omgeving. Daarnaast stimuleren we het vergroenen van tuinen en gezonde voeding, wat bijdraagt aan die bewustwording. 7.2.5.2 Milieufactoren en gezondheid Een gezonde samenleving vraagt om een gezonde leefomgeving. Diverse factoren kunnen inwoners overlast bezorgen. Denk aan geluid, geur, elektromagnetische straling, etc. Te veel overlast leidt tot gezondheidsklachten. Als gemeente zijn we verantwoordelijk hier goed mee om te gaan en richtlijnen te bepalen die klachten tegengaan of zelfs wegnemen. Daarmee geven we invulling aan het preventie- en voorzorgsbeginsel van artikel 3.3 van de Omgevingswet. Ook 'de vervuiler betaalt' is een belangrijk uitgangspunt. 7.2.5.3 Geluidsoverlast Geluiden in de omgeving kunnen een grote bijdrage leveren aan de beleving van de leefomgeving. Te veel geluid is onwenselijk of zelfs schadelijk. Gezondheidseffecten als slaapverstoring, gehoorschade, risico op hart- en vaatziekten of verminderd prestatievermogen en leerproblemen bij kinderen willen we uiteraard zoveel mogelijk voorkomen. In de Gezondheidsenquête 2016 gaf 37% van onze inwoners aan matige tot ernstige geluidhinder te ervaren. Overlast wordt met name rond de dorpen gemeld, vooral veroorzaakt door horeca en laad- en los-activiteiten. Westland zal samen met de ondernemers tot een goede balans moeten komen, waarbij bedrijven hun werkzaamheden kunnen blijven uitvoeren, zonder te veel overlast te veroorzaken voor omwonenden. 7.2.5.4 Harde muziek Gehoorschade onder jongeren is een groeiend probleem. Ieder jaar komen er landelijk meer dan 20.000 jongeren bij met gehoorschade door vrijetijdslawaai. Voor ongeveer de helft wordt dit opgelopen tijdens het uitgaan. Ook het beluisteren van muziek via koptelefoons met een te hoog volume is een belangrijke oorzaak van gehoorschade. Vaak is de gehoorschade onomkeerbaar; het kan zelfs leiden tot levenslange arbeidsongeschiktheid. Ook hier ligt een uitdaging om samen met de horeca in Westland en organisatoren van evenementen tot goede afspraken te komen. We zien als trend ook de 'geluiddeken' toenemen, door meer verkeer, meer woningen en de vele evenementen. Langs wegen nemen we maatregelen om het wegverkeerslawaai te verminderen. Daarnaast wil Westland zorgen dat stille plekken, waar mensen tot rust kunnen komen, blijven bestaan. Ook zouden alle woningen minimaal één aangename, geluidsluwe zijde moeten hebben. De Omgevingswet maakt onderscheid tussen regels voor de emissie (wat een geluidsbron uitstoot) en de immissie (geluid dat de ontvanger op een bepaalde plaats bereikt) van geluid. De emissieregels zijn vastgesteld in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van het Rijk. Nieuw in de Omgevingswet is dat er ruimte is voor lokale afwegingsruimte op gebied van immissie. Binnen de gemeente zullen we op bepaalde plekken meer ruimte willen bieden aan bedrijvigheid, terwijl op andere locaties de kwaliteit van de leefomgeving zwaarder weegt. Voor bedrijven is dit een belangrijke verandering. Om te beoordelen hoeveel geluid zij op een bepaalde locatie mogen produceren, kunnen zij straks het gemeentelijke omgevingsplan raadplegen. 7.2.5.5 Luchtkwaliteit Bij luchtkwaliteit gaat het om de mate waarin luchtverontreiniging voorkomt. Luchtverontreiniging is het in de lucht voorkomen van stoffen die daar van nature niet - of in mindere mate - thuis horen. Dit kan het gevolg zijn van natuurlijke oorzaken (bijvoorbeeld opwaaiend stof) of menselijke oorzaken. Luchtverontreiniging beïnvloedt de gezondheid. De meest relevante componenten zijn hierbij stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10, PM2,5, ultrafijnstof, roet) en ozon. Ook relatief lage concentraties blijken bij langdurige blootstelling ernstige effecten te kunnen veroorzaken, zoals longfunctie- vermindering, ontstaan of verergering van luchtwegklachten/-infecties en astma, hart- en vaatziekten en longkanker. Ook al worden de Europese luchtkwaliteitsnormen voor NO2 en fijnstof in Westland overal behaald, het blijft belangrijk om te werken aan verbetering van de luchtkwaliteit. Ook binnen deze normen zijn er namelijk nog belangrijke gezondheidseffecten. Voor de lokale luchtkwaliteit is houtstook een toenemend probleem; naast de emissie van fijnstof leidt dit ook tot hinder bij een deel van de omwonenden. De gemiddelde concentratie van NO2 en fijnstof vertoont in de regio Haaglanden een langzaam dalende trend. Een gezamenlijke aanpak van de bronnen van luchtverontreiniging op alle schaalniveaus blijft echter nodig voor een verdere verbetering van de luchtkwaliteit, bijvoorbeeld door versneld toe te werken naar WHO-advieswaarden voor fijnstof. We gaan extra aandacht besteden aan de (lucht)kwaliteit van de directe woonomgeving en locaties van scholen en kinderopvang. Maar ook het verduurzamen van het verkeer staat op het programma, door het stimuleren van een schonere transportsector en het plaatsen van oplaadpalen. Hierbij wordt als voorwaarde opgenomen dat alleen groene stroom mag worden geleverd. De uitstoot van onze glastuinbouw wordt geregeld via wettelijke bepalingen (Activiteitenbesluit). Hier verwachten we op korte termijn sterke reducties in uitstoot. 7.2.5.6 Geur Ook geur (stankoverlast) kan bijdragen aan gezondheidsproblemen bij inwoners. Het provinciaal geurbeleid stelt dat ernstige geurhinder nooit is toegestaan. In de Gezondheidsenquête 2016 gaf 23% van onze inwoners aan de afgelopen 12 maanden matige tot ernstige geurhinder te hebben ervaren van met name (hout)stook. In Westland willen we geurhinder in de woonomgeving zoveel mogelijk beperken. Indien nodig moeten technische maatregelen worden genomen voor verdergaande beperking van geuremissie. 7.2.5.7 Elektromagnetische velden Nederland gebruikt hoogspanning van 380 kilovolt (kV), 220 kV, 150 kV, 110 kV en 50 kV. De spanning op de draden van een hoogspanningslijn veroorzaakt een elektrisch veld. Als er stroom door de draden loopt, is er ook een magnetisch veld. De afgelopen jaren zijn verscheidene onderzoeken uitgevoerd naar mogelijke risico's van het wonen rond hoogspanningslijnen. Uit die onderzoeken blijkt dat kinderen die in de buurt van hoogspanningslijnen wonen mogelijk een verhoogde kans hebben op leukemie. Dit is de basis van het huidige voorzorgbeleid, waarin geadviseerd wordt om te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen. De Gezondheidsraad wil het bestaande voorzorgbeleid uitbreiden naar ondergrondse hoogspanningskabels en andere bronnen van langdurige blootstelling aan magnetische velden uit het elektriciteitsnetwerk, zoals transformatorstations en transformatorhuisjes. Voor nieuwe tracés is de magneetveldzone vaak veel kleiner dan van traditionele masten. Als gevolg van de energietransitie, gasloos bouwen en elektrisch rijden zal de vraag naar elektriciteit sterk toenemen en daarmee ook de behoefte aan transportleidingen en de bijbehorende infrastructuur. Tenslotte is het nodig, door de vervanging van het huidige mobiele 4G netwerk door 5G, om meer kleinere antennes te plaatsen. 7.2.5.8 Lichtuitstoot Assimilatielampen in kassen, en in mindere mate ook lampen op sportvelden, verlichten onze gemeente in donkere periodes. Deze belichting beperkt zich niet tot de directe omgeving van de kas, maar is op grote afstand merkbaar. Dit kan invloed hebben op de menselijke gezondheid, door verstoring van het bioritme. Ook kan het negatieve effecten hebben op de natuur. Regelgeving ten aanzien van lichtuitstoot is momenteel vastgelegd met het Activiteitenbesluit. Er zijn standaardregels die onder alle omstandigheden gelden, maar het Activiteitenbesluit biedt ook mogelijkheden voor maatwerk om hiervan af te wijken. Met name de rozenteelt heeft behoefte aan maatwerk: met de standaardregels is de teelt van kwaliteitsrozen niet mogelijk. Steeds meer teelten worden belicht. Mogelijk neemt de lichtuitstoot toe, hoewel er ook innovaties gaande zijn op het gebied van LED verlichting. LED verlichting vergt niet alleen minder energie, er ontstaat ook veel minder warmte zodat schermen langer dicht kunnen blijven, waardoor de lichtuitstoot beperkt kan worden. De gemeente Westland wil lichtuitstoot voor mens en natuur acceptabel houden. Daarbij houden we rekening met de tijd van de dag, de tijd in het jaar, de wijze waarop uitstraling plaats vindt en met het gewenste leefklimaat. De regels hiervoor nemen we op in het Omgevingsplan. 7.2.5.9 PFAS De afkorting PFAS staat voor poly- en perfluoralkylstoffen. Dit zijn door de mens gemaakte stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. PFAS kunnen schadelijke effecten geven aan mens en milieu (de stof is toxisch), ze verspreiden zich gemakkelijk en snel in het milieu (de stof is mobiel) en ze hopen zich op in het menselijk lichaam, dieren en planten (de stof is bioaccumulerend). Het Rijk verwacht in de loop van 2020 definitieve normen voor PFAS te bepalen. Vooruitlopend daarop is de gemeente bezig de situatie omtrent PFAS in Westland in kaart te brengen. 7.2.5.10 Andere schadelijke stoffen In Westland zijn nog vele asbesthoudende daken aanwezig. Ook is inmiddels duidelijk dat in met name oude woningen de kans bestaat dat er nog stukken loden waterleiding aanwezig zijn. Een actieve aanpak van asbest en de laatste stukken loden leiding is gewenst om de kans op blootstelling aan deze schadelijke stoffen te minimaliseren. 7.3 Betrokken inwoners zetten zich in voor hun omgeving 7.3.1 Voorzieningen 1.253 winkels 5 zwembaden 11 dorpskernen 6 bibliotheken en 4 nevenvestigingen 40 basisscholen 1 theater 7.3.2 Visie Wij zijn als gemeente trots op onze inwoners en willen de sociaal-maatschappelijke betrokkenheid behouden en stimuleren waar mogelijk. Onze wens voor de toekomst is dat de inwoners van Westland met plezier in de dorpen blijven wonen, werken en recreëren. Om dat te bereiken, gaan we voor een levendige detailhandel en vrijetijdsbesteding (sporten, spelen, cultuur en ontspanning) en voor goede sociale voorzieningen (zorg en ontmoeting). 7.3.3 Analyse Onze dorpen zijn van groot belang voor de leefbaarheid van Westland: daar woont het grootste deel van de inwoners, zijn de voorzieningen geconcentreerd en is uiteenlopende vrijetijdsbesteding te vinden. De elf Westlandse dorpen hebben elk hun eigen identiteit, maar kennen ook veel overeenkomsten, zoals de sociale verbondenheid en betrokkenheid. Zo is er een sterk verenigingsleven, zijn er veel buurtpreventen en zijn overal veel vrijwilligers actief. Omdat mensen steeds langer leven, verwachten we een toename in de behoefte aan zorg. Er is in Westland relatief veel sprake van mantelzorg, waardoor de mogelijkheid om te blijven meedoen in de samenleving toeneemt. 7.3.4 Huidige situatie Voor wat betreft maatschappelijke participatie vertoont Westland een wisselend beeld. Hoewel het aantal sociale contacten goed scoort en veel mensen actief zijn binnen verenigingen neemt eenzaamheid in Westland toe. Matige en ernstige eenzaamheid kwam in 2016 in Westland voor bij 38% van de volwassenen. In 2009 was dit nog 30%. Daarnaast is te zien dat het aantal personen dat mantelzorg verleent erg hoog is. Het percentage respondenten dat aangeeft vertrouwen te hebben in andere mensen scoort laag. Telos 2018, Figuur maatschappelijke participatie 7.3.5 Blik op de toekomst We hebben aandacht voor alle verschillende leeftijdsgroepen: van kleine kinderen die in de buurt moeten kunnen spelen tot ouderen die de mogelijkheid moeten hebben om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen wonen en anderen te kunnen ontmoeten. Hiervoor is een goed voorzieningenniveau nodig. In Westland zijn accommodaties en voorzieningen afgestemd per dorp. Dat betekent een dekkend pakket dat toekomstbestendig, bereikbaar, gevarieerd en van goede kwaliteit is. Zo blijven de dorpskernen elk op hun eigen niveau vitaal. In 2016 is een Motie kleine kernen aangenomen door de gemeenteraad. Deze is inmiddels volop in uitvoering: zo worden er nieuwe woningen in Kwintsheul voorbereid (locaties Wittebrug en Driesprong), evenals in Heenweg. Uit het participatietraject bleek dat onze inwoners met name zorgvoorzieningen missen in hun dorp. Om de centra van de dorpen levendig te houden, bundelen we de voorzieningen zo veel mogelijk met detailhandel. Bovenkernse voorzieningen moeten voor alle inwoners van Westland bereikbaar zijn, dus een goed bereikbare locatie heeft de voorkeur. Dit sluit aan bij de provinciale Omgevingsvisie, waarin de provincie Zuid-Holland inzet op het zoveel mogelijk concentreren van bovenregionale en regionale (centrum)voorzieningen in kernen. Wijkcentra zetten we effectief in om ontmoetingen tussen verschillende doelgroepen te stimuleren. De gemeente wil scholen, bibliotheken, sportcomplexen en buurthuizen multifunctioneel en voor verschillende gebruikers inzetten. Ook stimuleren we woonzorgcombinaties. Huurders van corporatiewoningen worden betrokken in de toekomstplannen (huurdersparticipatie), wat niet alleen bijdraagt aan een betere woonomgeving maar ook aan het meedoen in de samenleving en zelfredzaamheid. Het voorkomen en tegengaan van eenzaamheid is een actueel en urgent onderwerp geworden in Westland. Eenzaamheid kan nooit helemaal opgelost worden, maar in de komende jaren willen we eenzaamheid wél zoveel mogelijk tegengaan. We pakken dit samen met betrokken partijen aan; de gemeente neemt de regierol op zich en faciliteert het netwerk. Op de korte termijn ondersteunt de gemeente bewustwording en agendeert het onderwerp. Voor de lange termijn zet de gemeente in op een effectief netwerk van mensen en organisaties uit alle domeinen, dat samen keuzes maakt om eenzaamheid te voorkomen en tegen te gaan6. 7.4 Iedereen doet mee 7.4.1 Visie Als gemeente geloven we in de eigen kracht van het individu, samen met het sociale netwerk. Wanneer dit niet voldoende is, biedt de gemeente aanvullende ondersteuning. Zo zijn er in alle dorpen mogelijkheden tot ontmoeting, zorgen we voor goede en toegankelijke sport- en zorgvoorzieningen en is er een sterk ontwikkeld verenigingsleven. We ontwikkelen geschikte woningen om zelfstandig te kunnen wonen. Voor kwetsbare inwoners moeten deze geschikt en betaalbaar zijn. Dit is een gezamenlijke inspanning van onze partners op het gebied van zorg, wonen en bouwen. Inwoners zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het vinden en behouden van een betaalde baan. Wanneer zij hier niet op eigen kracht in slagen, biedt de gemeente ondersteuning bij het vinden van werk, door begeleiding naar werk en activering tot maatschappelijke participatie. We kijken niet naar de beperkingen van mensen, maar liever naar talenten en kansen2. 7.4.2 Analyse 7.4.2.1 Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin iemand in staat is voor zichzelf en eventuele gezinsleden te zorgen. Inwoners die minder zelfredzaam zijn, bijvoorbeeld door verminderde mentale gezondheid, kunnen minder welzijn ervaren, fysieke aandoeningen krijgen of minder participeren in de samenleving. 7.4.2.2 Het arbeidsethos Werk heeft een positieve uitwerking op het welbevinden van inwoners. Betaald werk bevordert het meedoen in de samenleving en vermindert het beroep op zorg en ondersteuning. Gezonde mensen zijn productiever en nemen vaker en langer deel aan het arbeidsproces. In Westland zit een gezond arbeidsethos in onze genen. De werkloosheid ligt dan ook onder het landelijk gemiddelde. 7.4.2.3 Cultuur verrijkt Westland kent vele culturele stichtingen, verenigingen en particuliere initiatieven. Bijna elk dorp heeft van oudsher zijn eigen harmonie, koor of theatervereniging. Daarnaast zijn verschillende historische werkgroepen actief. 'Iets cultureels doen' gaat samen met het ontmoeten van andere mensen met eenzelfde passie en leidt tot sociale samenhang. Cultuur verrijkt het leven en geeft de ruimte om ongekende talenten te ontdekken. 7.4.2.4 Huizen van de buurt Vitis Welzijn en Bibliotheek Westland hebben de ambitie uitgesproken te gaan samenwerken in 'Huizen van de Buurt', van waaruit ze beide hun programma aanbieden. Deze 'Huizen van de Buurt' worden multifunctionele plekken die zo ingericht zijn dat ontmoeting tussen kwetsbare en zelfredzame doelgroepen op een natuurlijke manier plaatsvindt, wat de stap om binnen te lopen bij één van de organisaties vergemakkelijkt. We zien kansen om in meerdere Westlandse dorpen dit concept bij bestaande ontwikkelingen te realiseren. 7.4.3 Huidige situatie Op economische participatie is de score achteruit gegaan ten opzichte van voorgaande jaren. Met name het vermogen van huishoudens is flink gedaald; dit is een landelijke trend. Het gaat daarbij om het aantal huishoudens met een vermogen boven de 5.000 euro. Het aantal arme huishoudens is iets toegenomen maar is nog steeds relatief laag. Dit geldt ook voor het aantal gezinnen met een bijstandsuitkering, ook die trend is landelijk zichtbaar. Het aantal werklozen is iets toegenomen. Telos 2018, Figuur economische participatie 7.4.4 Blik op de toekomst In de gesprekken die de gemeente voert met zorgpartners wordt de wens van zorg dichtbij continu benadrukt. We zetten in op voldoende plaatsen in Westlandse verpleeghuizen en zoeken naar innovatieve oplossingen2. Het tuinbouwcluster in Westland is met haar internationale karakter een belangrijke economische motor. Wie wil werken, is welkom in Westland. Arbeidsmigranten leveren een belangrijke bijdrage aan de Westlandse tuinbouweconomie en maken korte of langere tijd deel uit van onze samenleving. De gemeente Westland neemt haar verantwoordelijkheid om te zorgen dat arbeidsmigranten hun plek in de Westlandse samenleving vinden en degelijke huisvesting beschikbaar is7. Daarnaast benutten we graag het beschikbare arbeidspotentieel in de regio, om deze mensen in Westland te laten werken. Wij hebben de ambitie cultuur een vast onderdeel te maken van maatschappelijke uitdagingen in de gemeente, met als doel zoveel mogelijk Westlanders in aanraking te laten komen met cultuur. Cultuur levert een meerwaarde op diverse domeinen Binnen het onderwijs kan cultuur als basis dienen voor een leven lang leren. Ons doel is jonge inwoners vanaf de voorschoolse opvang tot aan het mbo met cultuur in aanraking te laten komen: van taalontwikkeling tot leesplezier en van culturele hoogtepunten in je woonomgeving tot zang en dans. De aansluiting naar cultuur in de vrije tijd komt zo makkelijker tot stand. In relatie tot zorg en welzijn draagt cultuur bij aan sociale verbondenheid en aan een zinvolle dagbesteding voor (kwetsbare) groepen, bijvoorbeeld bij eenzaamheid, ouderdom en leven met een beperking. Wij hebben de ambitie om het aanbod te verbreden en zichtbaar te maken, waarbij wij uiteraard graag aansluiten bij het netwerk dat er al is. In de openbare ruimte raakt erfgoed aan ruimtelijke opgaven, zoals de energietransitie en woningbouw. Dit moet goed worden afgestemd bij het maken van nieuwe ruimtelijke plannen. Een omgeving van cultuurhistorische elementen in combinatie met de hypermoderne glastuinbouw kan het toerisme bevorderen, wat bijdraagt aan de economie8. 7.5 Jeud kan zich optimaal ontwikkelen 7.5.1 Visie De leefstijl van jonge inwoners is een belangrijke voorspeller van hun verdere ontwikkeling en gezondheid. In Westland zien we in dat verband uitdagingen als overgewicht, onvoldoende bewegen en alcohol- en drugsgebruik. We willen ervoor zorgen dat meer Westlandse jongeren gezond gaan leven. Westland streeft naar goed onderwijs: divers en verspreid over de gemeente. Goede onderwijshuisvesting is daarvoor een onmisbare voorwaarde. Gemeente en schoolbesturen werken samen aan toekomstbestendige onderwijsgebouwen: functionele, duurzame, gezonde en flexibele huisvesting. We gaan voor een gezond binnenmilieu in de scholen, wat bijdraagt aan de gezondheid van de kinderen en leerkrachten9. Ook een uitdagende buitenruimte is een belangrijk onderdeel van de onderwijshuisvesting. Naast een groene uitstraling biedt de buitenruimte mogelijkheden tot fysieke beweging voor kinderen. Ook bewegend leren past hier goed bij. Ook de kinderopvang is een belangrijke maatschappelijke voorziening. Kinderopvang is in de eerste plaats de plek waar kinderen gelijke kansen krijgen om zich in een veilige en geborgen omgeving cognitief, sociaal en fysiek te kunnen ontwikkelen. De taalontwikkeling in het kader van de voorschoolse educatie voor de 0 tot 4-jarigen is hierbij erg belangrijk. In de tweede plaats maakt de opvang het ouders mogelijk hun zorgtaken te combineren met werk. Westland wil de kinderopvang actief steunen in het realiseren van opvanglocaties en het effectief gebruiken van schoolaccommodaties, zodat het aanbod en de vraag beter in evenwicht gebracht worden32. 7.5.2 Analyse Een goed onderwijsaanbod verschaft een gemeenschappelijke basis voor optimale talentontwikkeling, vervolgonderwijs en participatie in de maatschappij. Het bereidt jongeren voor op een succesvolle loopbaan en levert een bijdrage aan het versterken van de saamhorigheid. Dit doet het onderwijs door een rijke sociale context te vormen voor kinderen: ze leren deel uit te maken van een gemeenschap, omgaan met verwachtingen van de samenleving en daarbinnen een eigen identiteit te vormen. Ook is er aandacht voor burgerschap. Kinderen doen kennis op over gemeenschappelijke normen en waarden en ontdekken hoe die een rol spelen in de omgang met anderen, ook wanneer opvattingen botsen9. De economie ontwikkelt zich van een kenniseconomie naar 'een lerende economie'; een economie die niet alleen kennis produceert, maar ook optimaal toepast. Meer technologie, IT-toepassingen en digitalisering zorgen voor veranderingen op de arbeidsmarkt. Het aantal banen met routinematig productiewerk neemt af, terwijl er steeds meer vraag is naar banen waar flexibiliteit en probleemoplossend vermogen nodig is (21st century skills). 7.5.3 Huidige situatie Voor wat betreft onderwijs worden in de Duurzaamheidsbalans 2018 vooral positieve resultaten gescoord. Er zijn minder voortijdige schoolverlaters en de jeugdwerkloosheid is sterk afgenomen. De afstanden tot onderwijsinstellingen zijn relatief kort. Het gemiddelde opleidingsniveau blijft aan de lage kant. Telos 2018, Figuur onderwijs 7.5.4 Blik op de toekomst De gemeente Westland draagt bij aan een gedegen fundament van algemene voorzieningen, zoals de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureaus) en toegankelijkheid van culturele en sportvoorzieningen. Ook willen wij de buitenruimte zo inrichten dat deze verleidt tot gezond gedrag, beweging en sporten2. Gemeente en schoolbesturen werken samen aan toekomstbestendige onderwijsgebouwen. Schoolbesturen willen het onderwijsaanbod zodanig inrichten dat er kind-nabij-onderwijs wordt gegeven. Het onderwijs stelt alle kinderen, ongeacht afkomst, capaciteit en begaafdheid, in staat zich optimaal te ontwikkelen. Scholen zijn toegerust om kinderen met lichamelijke handicap te ontvangen en voor leerlingen met speciale ondersteuningsbehoeften is gespecialiseerd onderwijs beschikbaar. Passende onderwijshuisvesting is een voorwaarde voor een vitale onderwijsstructuur die de economische, culturele en maatschappelijke structuur versterkt. Op de scholen in Westland doen kinderen kennis op die hen voorbereidt op de economie en arbeidsmarkt van de 21e eeuw. Schoolbesturen stellen kinderen daarnaast in staat vroeg kennis te maken met de praktijk, bijvoorbeeld met technologie en de Greenport. De economische en maatschappelijke structuur van het Westland is een belangrijk referentiekader voor het leren van vaardigheden. In samenwerking met onze partners in het onderwijs, de kinderopvang, Westland Natuur en Techniek Web, Westland Cultuurweb en Bibliotheek Westland maken we in een Lokaal Educatieve Agenda afspraken om gezamenlijk te zorgen dat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Dit moet zorgen voor een betere aansluiting tussen onderwijszorg en jeugdzorg, een betere taalstimulering voor jonge kinderen en anderstaligen, brede (talent)ontwikkeling van kinderen en jongeren en sterke verbindingen en doorgaande lijnen tot aan de arbeidsmarkt. 8 Goed toeven 8.1 Wonen in Westland 44.441 woningen 110.252 inwoners gem. WOZ waarde €282.000 Toenemend aantal jongeren 66% koop 25% sociale huur Het is in 2040 goed wonen, werken en recreëren in Westland. Kwaliteit van de openbare ruimte en een schone, veilige leefomgeving staan hierbij voorop. We gaan voor een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving, met kwalitatief goed groen, erfgoed en water. Een klimaatbestendige leefomgeving waar aandacht is voor lichamelijke en mentale gezondheid. In 2040 zijn bestaande en nieuw te ontwikkelen gebieden hier goed op ingericht. 8.2 Wonen 8.2.1 Visie Om te zorgen dat het nu en in de toekomst goed blijft gaan met Westland moeten we blijven investeren in onze leefomgeving. Nieuwe plekken creëren, bestaande gebieden herontwikkelen of bestaande buurten toekomstbestendig aanpassen. In de toekomst ligt de drijfveer bij bouwen in het creëren van maatschappelijke meerwaarde. Westland werkt aan een beheersbare groei van het aantal woningen, zodat het aanbod aansluit bij de behoeften van de Westlandse bevolking en mensen die economisch verbonden zijn met de gemeente. Het woonmilieu in Westland is onderscheidend ten opzichte van de omliggende steden en sluit aan bij het dorpse leefklimaat. De woningen in Westland zijn in 2040 zoveel mogelijk energieneutraal: goed geïsoleerd en indien mogelijk aangesloten op duurzame warmte. We streven naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. Leefkwaliteit staat voorop en is belangrijker dan de groei van het aantal woningen of inwoners. 8.2.2 Analyse Vanaf 2008 heeft de woningbouw zeven jaar vrijwel stilgelegen door de financiële crisis. Ondanks dat er in deze periode wel betaalbare woningen zijn gebouwd, blijft er een grote vraag naar betaalbare woningen. De afgelopen jaren is de woningmarkt sterk aangetrokken, waardoor prijzen van particuliere koop- en huurwoningen een enorme vlucht omhoog hebben genomen en de betaalbaarheid van woningen onder druk is komen te staan. De afgelopen jaren is het aantal inwoners van de gemeente Westland fors gegroeid. Westland kent relatief veel huishoudens met een leeftijd tussen 45 en 65 jaar, veel 75-plussers en relatief veel huishoudens met een hoog inkomen. Met name voor jonge starters op de woningmarkt, ouderen die langer zelfstandig willen wonen en nieuwkomers is het lastig aan een betaalbare woning te komen. De opgaven op het gebied van wonen worden in regionaal verband afgestemd. Huurwoningen vormen slechts een derde deel van de totale woningvoorraad in Westland. Driekwart hiervan behoort tot de sociale huursector. De meeste woningen in Westland zijn eengezins-koopwoningen. De koopvoorraad is bovendien naar verhouding duur. De vraag naar koopwoningen is al jaren groter dan het beschikbare aanbod, met als gevolg stijgende woningprijzen. Dit zorgt ervoor dat ook de vraag naar huurwoningen enorm is, met lange wachtlijsten als resultaat. Nieuwe woningen zijn broodnodig, maar door nieuwe regels, bijvoorbeeld ten aanzien van stikstof, zijn projecten vertraagd. Dus de druk op de woningmarkt zal voorlopig wel aanhouden10. De groei doet zich onder alle typen huishoudens voor, met het aantal oudere huishoudens, alleenstaand of samenwonend, voorop. Deze oudere huishoudens richten zich vooral op woningen die gemakkelijk toegankelijk zijn en waarbij voorzien wordt in sociale omgeving, dienstverlening en eventueel zorg. Daarom zien we een grote uitbreidingsbehoefte aan geclusterde ouderenwoningen, nultredenwoningen, waarbij de basisvoorzieningen gelijkvloers zijn, en aangepaste woningen in Westland. Voor een deel kunnen we bestaande woningen aanpassen om hieraan tegemoet te komen. Daarnaast is nieuwbouw mogelijk om de opgave van geschikte woningen te realiseren10. Infographic Groei woningvoorraad Westland Woonvisie Westland 2020 - 2030 De gemeente heeft in haar woningbouwprogramma veel meer eengezinswoningen gepland dan volgens de woningbouwbehoefte gewenst is. Vooral bij de dure grondgebonden koopwoningen is de afwijking tussen de gemeentelijke plannen en de volgens het woningmarktmodel gewenste nieuwbouw zeer groot. Bij de nieuwbouw van appartementen zijn meer sociale huurwoningen gewenst dan nu opgenomen zijn in het programma van de gemeente10. Er werken dagelijks 12.000 tot 13.000 arbeidsmigranten binnen de gemeente Westland, het aantal geregistreerde arbeidsmigranten ligt rond de 450035. Er is dus een groot verschil tussen aantallen werkzame arbeidsmigranten en overnachtingsruimte binnen de gemeente. Vooral arbeidsmigranten met een kort verblijfsperspectief zoeken tijdelijke woonruimte. We verwachten dat ook steeds meer arbeidsmigranten permanente inwoners worden. Zij zoeken reguliere woningen in gewone woonwijken10. In de periode 2015-2018 heeft de gemeente Westland in totaal 708 statushouders gehuisvest. Bijna 60% hiervan was afkomstig uit Syrië. Voor de toekomst verwacht het CBS een verdere stijging van de immigratie. Dat hoeft niet per definitie een toename van statushouders te betekenen. In hoeverre deze ontwikkelingen in de wereld van invloed zijn op de huisvesting van asielzoekers en statushouders in Westland is op dit moment niet in te schatten10. We hebben in het glastuinbouwgebied circa 1200 bedrijfswoningen die, als de kans zich voordoet, verplaatst moeten worden, omdat ze modernisering van de glastuinbouw in de weg staan. Het verplaatsen van deze woningen -voornamelijk richting de woonkernen- kan voor zowel het glastuinbouwgebied als de woonkernen positieve effecten hebben. Door de nieuwe woningen die gebouwd moeten worden, en de beperkt beschikbare ruimte daarvoor, lijkt het woonklimaat in het gedrang te komen. Door alleen binnen de dorpskernen te bouwen kan dat ten koste gaan van groen. Een ongewenste situatie, als we kijken naar onze ambities op gebied van klimaat, leefbaarheid en veiligheid. Er zal dus hoger gebouwd moeten gaan worden. In de gebouwde omgeving hebben woningen in Westland het grootste aandeel in het energieverbruik1. Van slechts een derde deel van de woningen is een definitief energielabel bekend. Circa 70% heeft een label C of lager. De uitstoot vanuit de gebouwde omgeving is vergelijkbaar met andere gemeenten van dezelfde omvang. Ook het draagvlak bij woningeigenaren voor energietransitie is in Westland gelijk aan het gemiddelde in Nederland: circa 70% vindt maatregelen tegen klimaatverandering belangrijk. Zij geven aan een regierol van de gemeente te verwachten en willen investeren in betaalbare duurzame opties11. Er liggen kansen voor energie- en klimaataanpassingen. Bijvoorbeeld wanneer de gemeente haar plannen voor de buitenruimte afstemt met plannen voor nieuwbouw, renovatie en groot onderhoud bij woningcorporaties of verenigingen van eigenaren. Een natuurlijk 'koppelmoment' is nieuwbouw en de aanwezigheid van een alternatieve warmtebron. In Westland is dankzij de aardwarmtebronnen een warmtenet waarschijnlijk voor veel woningen financieel het voordeligste alternatief voor aardgas12. Daarom biedt de warmterotonde, die wordt ontwikkeld om de steden Den Haag, Leiden en Rotterdam met warmte uit het Rotterdamse havencluster te voorzien, ook kansen voor Westland. De eerste leidingen zijn naar verwachting in 2023 in gebruik. We vroegen inwoners hoe we het beste woningen kunnen bijbouwen in Westland. 22% van de respondenten antwoordt dat er geen ruimte is voor meer woningen, 16% wil meer woningen in het centrum mogelijk maken bovenop winkels of bedrijven, 15% wil bestaande winkels en bedrijven in het centrum vervangen door woningen en 14% wil grotere parkeerterreinen bebouwen en ondergronds parkeren realiseren. De meest gemiste woningtypen zijn appartementen, sociale huurwoningen, mantelzorg- en rijtjeswoningen. Jongeren hebben wat andere voorkeuren. Zij geven aan vooral woonboten, rijtjeswoningen, appartementen en tinyhouses te missen. Ook zouden zij meer studentenwoningen willen13. Telos 2018, Figuur woonomgeving 8.2.3 Huidige situatie De woonomgeving laat een positief beeld zien: er staan minder woningen leeg, er zijn meer nieuwbouwwoningen en er is een positief migratiesaldo. Dit houdt in dat er meer mensen in de gemeente Westland komen wonen dan dat er mensen vanuit Westland naar een andere gemeente verhuizen. Maar we zien ook dat inwoners minder tevreden zijn over woningen en dat het aantal betaalbare huurwoningen is gedaald. De tevredenheid over de woonomgeving is gestegen, terwijl de tevredenheid over winkels is afgenomen. Positief is dat vrijwel alle indicatoren een relatief hoge score laten zien. 8.2.4 Blik op de toekomst 8.2.4.1 Passend wonen Om met het woningbouwprogramma beter aan te sluiten bij de behoefte van onze inwoners, passen we het huidige programma tot 2030, waar mogelijk, aan. Zorgwoningen, betaalbare woningen, huisvesting voor arbeidsmigranten, en flexwoningen maken onderdeel uit van de programmering. Er gelden randvoorwaarden voor de ontwikkeling van woningbouwlocaties: bijvoorbeeld de verhouding tussen huur en koopwoningen. Daarmee zorgen we voor meer levensloopbestendige woningen, gelijkvloerse appartementen en betaalbare woningen. Ook hopen we op deze manier flexwoningen en creatieve woonvormen voor starters en kleine huishoudens te stimuleren11. Flexwoningen worden bijvoorbeeld verhuurd met tijdelijke contracten en zijn bestemd voor mensen die nu tussen wal en schip vallen op de woningmarkt: zij staan te kort ingeschreven om snel voor een sociale huurwoning in aanmerking te komen en verdienen te weinig om een woning te kunnen kopen. Tenslotte reserveren we vierkante meters tegen een maatschappelijk tarief voor de ontwikkeling van de opgave voor woningen en woonconcepten voor zorg- en ondersteuningsgroepen (V&V, GZ, GGZ, Wmo en Jeugdzorg). Vooral de opgave rondom verpleeghuisbedden is fors te noemen. Zo wordt de opgave voor 2025 en 2030 geschat op ongeveer 1138 en 1323 benodigde plaatsen. Dat vergt t.o.v. de huidige capaciteit een geschatte ontwikkelopgave van ongeveer 400 tot 600 extra te realiseren intramurale verpleeghuisplaatsen in 2030. Nieuw te bouwen woningen zullen we vooral realiseren in en aansluitend aan de bestaande woonkernen. Dat betekent verdichting en hoger bouwen en de druk op de rest van het gebied beperken omdat bouwgrond en bouwlocaties steeds schaarser worden. Deze manier van bouwen zorgt er wel voor dat we het voorzieningenniveau in de dorpen op peil kunnen houden en we beperken de druk op de rest van het gebied, wat zorgt voor een goede kwaliteit van de leefomgeving. Het is belangrijk dat hoogte en diepte passen in de leefomgeving. We houden daarbij o.a. rekening met bijzondere dorpsgezichten en karakteristieke gebieden en gaan vroegtijdig in gesprek met historische verenigingen over ontwikkelingen die een mogelijke erfgoedcomponent hebben. Veiligheid is een belangrijke factor bij dit intensievere ruimtegebruik. De invloed van de woningbouwlocatie op de omgeving, zoals extra druk op het verkeersysteem of het rioolstelsel, wordt in de planontwikkeling meegenomen. Bij deze opgave letten we op voldoende differentiatie en levensloopbestendig (ver)bouwen. Er is door de vergrijzing een toenemende behoefte aan goede en veilige huisvesting van ouderen (uitbreidingsbehoefte van bijna 2500 woningen tot 2040). Voor senioren onderzoeken we vooral hoe we de huidige woningvoorraad kunnen aanpassen aan hun wensen. Daarnaast willen we nieuw- of verbouw in de centra van de dorpskernen levensloopbestendig maken, bij voorkeur in combinatie met een passend (zorg)voorzieningenaanbod. Maar ook nieuwe woonvormen zijn mogelijk, waardoor mensen langer zelfstandig kunnen blijven wonen14. De gemeente wil niet alleen senioren, maar ook mensen met een beperking en zorgbehoevenden in staat stellen zo lang mogelijk zelfstandig te wonen. Daarvoor werken we actief samen met bewoners, omliggende gemeenten en andere partijen die een rol kunnen spelen. Bij de bouw van woningen en andere gebouwen moet te allen tijde rekening gehouden worden met fysieke toegankelijkheid voor mensen met een beperking of die moeilijk ter been zijn. We streven naar bereikbare, toegankelijke en bruikbare gebouwen voor iedereen. 8.2.4.2 Betaalbaar wonen Westland wil meer dan 8000 woningen voor verschillende groepen gebruikers realiseren. Met daarin een grote opgave betaalbaar wonen met meer dan 20% sociale huurwoningen. Maar ook aandacht voor goedkope koopwoningen en middenhuur. Onze ambitie bij nieuwbouw is om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de toekomstige vraag en behoeften van de inwoners van Westland. Dit betekent een divers woningaanbod, zowel koop als huur, in verschillende vormen. Zo kunnen ouderen, starters en kleine huishoudens passende woningen en appartementen vinden, bij voorkeur in hun eigen dorp en anders elders binnen Westland. 8.2.4.3 Groen-inclusief wonen Nieuwbouw geeft kansen voor groen en water, die te combineren zijn met slimme inrichtingen, om gezond te kunnen leven. Westland stelt randvoorwaarden voor groen-inclusief bouwen: innovatief, met meer ruimte voor groen, water en natuur. Als we dit op een slimme manier doen, kan er hoger gebouwd worden en kan toch een bijdrage worden geleverd aan een aantrekkelijke leefomgeving. Wijken worden zo ingericht dat deze aangepast zijn aan de verwachte weersveranderingen. Meer groen en water ter afkoeling en minder 'steen', zodat regenwater beter opgenomen wordt tijdens regendagen. Bij projectontwikkelingen hanteren we zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen15. 8.2.4.4 Duurzaam wonen In Westland kiezen we voor een goed, veilig en gezond woon- en leefklimaat. Daarom bouwen we duurzame woningen met een gezond binnenklimaat, stemmen we de omvang en inrichting (verblijfskwaliteit) van de openbare ruimte af op het aantal huishoudens en bieden we voldoende mogelijkheden voor buurtbewoners om te bewegen, ontspannen en elkaar te ontmoeten. Er liggen kansen als we kijken naar het potentieel aan aardwarmte in Westland en de mogelijkheid om aan te sluiten op de restwarmte van de Rotterdamse haven. We kunnen zo een groot deel van de woningen aansluiten op het warmtenet. Westland werkt aan een Warmtevisie. Wanneer we alle informatie op een rijtje hebben gezet, volgen gesprekken met inwoners om ze te informeren over alternatieven voor aardgas1. 8.2.4.5 Aardgasvrij wonen Uitgangspunt in de wet is bij nieuwbouw niet langer gebruik te maken van fossiele brandstoffen. Daarmee dringen we het energiegebruik in de gebouwde omgeving drastisch terug. Bij bestaande bebouwing kijken we, naast goed isoleren, naar de mogelijkheden voor het aardgasvrij maken en aansluiten op duurzame warmtebronnen. Zo willen we bijdragen aan de landelijke ambitie. Gemeenten hebben echter nu nog geen bevoegdheden of middelen om wijken af te sluiten van aardgas en geen middelen om betaalbare alternatieven te ontwikkelen. Draagvlak onder inwoners en 'woonlasten-neutraliteit' zijn voorwaarden om de transitie in de woonwijken mogelijk te maken. Daarom ligt de focus van gemeente Westland op draagvlak creëren en initiatieven van bewoners of bedrijven mogelijk maken1. We onderzoeken of het mogelijk is om in uitbreidingswijken, waar al een aardgasleiding aanwezig is, het gasnetwerk te behouden voor de nieuwbouwwoningen aldaar, om bewoners een extra keuze-alternatief te bieden. Het streven is zo snel mogelijk meetbare energietransitie-afspraken met woningcorporaties vast te leggen in gemeentelijke prestatieafspraken. Iets minder dan 10 procent van de Westlandse woningvoorraad is onderdeel van een vereniging van eigenaren. VvE's moeten gestimuleerd worden door de gemeente, met maatwerk en faciliteiten, te bewegen richting aardgasvrije complexen1. 8.3 Beleven en genieten van de leefomgeving 8.3.1 Openbare ruimte 90 km2 oppervlakte 85% inwoners tevreden over woonomgeving 58% van het oppervlakte is verhard 1.354 inwoners per km2 6,6% bos en natuurlijk terrein 11 km2 wateroppervlak 8.3.2 Visie Als we vooruitblikken naar 2040, is duidelijk zichtbaar dat we hebben gekozen voor een optimale balans tussen economische belangen en ruimtelijke kwaliteit van de omgeving als het gaat om inrichting van onze gemeente. Het leefklimaat is in evenwicht met de ontwikkeling van de Greenport. De groenblauwe hoofdstructuur neemt een prominente plek in, als het gaat om natuur en recreatie. Deze hoofdstructuren zijn in 2040 uitgegroeid tot gebieden waar je ruimte ervaart en voelt dat je in het groen bent. Daarvoor hebben de huidige groengebieden en de geplande ecologische verbindingszones een kwalitatieve impuls en meer ruimte nodig. Ook de dorpen zijn in 2040 groener geworden, zichtbaar en beleefbaar. Westland heeft de ambitie om daarvoor meer verblijfsgroen te realiseren in bestaand gebied én in nieuwbouwwijken. Hierbij gaan we niet alleen voor kwantiteit, maar voor de kwaliteit van het groen. We zetten in op innovatieve manieren van groen en groen-inclusief bouwen. Het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouwareaal. Maar het blijft van belang om voldoende kritische massa aan duurzaam bestemd glas ofwel productie-areaal te behouden zodat Westland een innovatieve glastuinbouwgemeente blijft. In 2030 treffen we langs de kust een strand dat uitblinkt in rust en ruimte. Mensen die willen wandelen, zwemmen, watersporten of uitwaaien vinden er hun plek. Er is een goede balans tussen natuur en recreatie16. Het verhaal van het verleden en de fysieke overblijfselen hiervan zijn onderdeel van het DNA van Westland. Veel inwoners willen het oude 'streekgevoel' behouden, een cultuurhistorisch verleden waar men trots op is. Historische structuren of elementen dienen dan ook zoveel mogelijk als vertrekpunt voor grote ruimtelijke opgaven. 8.3.3 Analyse Het beoordelingskader Groen in de stad gaat ervanuit dat binnen de bebouwde kom gemiddeld 75 m2 openbaar groen (in de vorm van parken en plantsoenen) per woning aanwezig moet zijn. Uitgangspunt bij deze norm is groen in de vorm van parken en plantsoenen, dat toegankelijk is om er te kunnen recreëren, omdat daar door het verstedelijken van de omgeving steeds meer behoefte aan is. Het gemiddelde in Westland ligt substantieel lager. Als we elk stukje groen (behalve het strand) binnen én buiten de bebouwde kom meenemen, komen we op een oppervlak van 79 m2 per huishouden in Westland (waarvan 43 m2 binnen de bebouwde kom). Hoewel we een prachtige kust hebben en groengebieden binnen onze eigen gemeentegrenzen en net daarbuiten, blijft de hoeveelheid toegankelijk openbaar groen in Westland relatief laag, met name binnen de dorpen. Een gemiddelde nieuwbouwwijk in Westland heeft ongeveer 15% groen. Dat bestaat overwegend uit sloot- en wegbermen, smalle taluds, kleine plantvakken, boomplantgaten, haagjes en reststrookjes. Het overige verblijfsgroen is vooral speelvoorziening. Inwoners waarderen groen in hun directe woonomgeving als zeer positief. Ook de waarde van woningen in de buurt van water en groen ligt hoger. Beplanting, groenstroken en parken maken het aantrekkelijk om naar buiten te gaan. Het samen onderhouden van groen of moestuinen is bevorderlijk voor de sociale cohesie. Goed voor ontspanning, stressreductie en beweging. En een groenblauwe buitenruimte maakt kinderen van jongs af aan vertrouwd met de natuur17. Onze inwoners geven aan vooral groen in de straat en het centrum te missen en groen om in te fietsen en te wandelen. De jongeren missen vooral groen in het centrum, groen om in te sporten, groen om naar te kijken of een park13. Recreatie zorgt voor ontspanning en bevordert bewegen en ontmoeten. Door de verwachte bevolkingsgroei zal ook meer behoefte ontstaan aan ruimte voor recreatie en sport. Naast de kustlijn met het strand zijn er twee zwemplassen, een ecologische water- en groenhoofdstructuur en een fijnmazig netwerk van sloten en vaarten. Onder cultureel erfgoed scharen we archeologie, gebouwd erfgoed en cultuurlandschap. De land- en tuinbouw heeft een enorme invloed gehad op de vorming van het Westlandse landschap. Schaalvergroting en de industrialisering van agrarische bedrijven domineren inmiddels grote delen van het buitengebied. 8.3.4 Blik op de toekomst 8.3.4.1 Groener Westland We willen in onze gemeente substantieel meer groen aanleggen, hoewel we ons realiseren dat dit flinke kosten met zich meebrengt. Westland gaat voor de haalbare ambitie om voor 2040 één extra vierkante meter verblijfsgroen per huishouden te realiseren (groen binnen een bebouwde kom en/of binnen 500 meter van een bebouwde kom. Groenblauwe verbindingen binnen deze afstandsmaat worden hierbij meegenomen). In nieuwbouwwijken geven we een norm mee van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Hierbij houden we rekening met voldoende ruimte voor bomen in het straatprofiel en gaan we vooral voor kwalitatief goed groen. Omdat op sommige plekken niet voldoende ruimte is voor meer bomen en groen op straatniveau, zetten we ook in op innovatieve manieren van groen, zoals groene daken en gevels. Voor nieuwbouwwijken waarvoor al afspraken gemaakt zijn, zal het niet altijd mogelijk zijn al deze ambities nog in te passen. Ook bedrijven op bedrijventerreinen en in glastuinbouwgebieden willen bijdragen aan een groener Westland. 8.3.4.2 Recreëren in Westland Westland wil, samen met de buurgemeenten, sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruikersgroepen (wandelaars, fietsers, skaters, ruiters en waterrecreanten). We denken daarbij aan robuuste groen-blauwe aders (met voldoende omvang zodat ze een functie voor zowel flora, fauna als recreatie kunnen vervullen) door het gebied en langs cultuurhistorisch erfgoed, horeca en natuur- en/of recreatiegebieden. Deze verbindingen dienen zowel de recreant als de flora en fauna. De Westlandse stranden blijven rustig en maken deel uit van het Natuur Netwerk Nederland. Met forse investeringen van met name Rijk, Provincie en Hoogheemraadschap blijft de kust veilig en nemen de bereikbaarheid, natuurlijkheid en aantrekkelijkheid toe. De gemeente en het waterschap werken samen aan het verbeteren van voorzieningen om de water- en groenstructuur te optimaliseren. De kunst is de balans tussen ecologie, recreatie en een robuust watersysteem goed in de gaten te houden16. 8.3.4.3 Erfgoed in ruimtelijke opgaven Het integrale karakter van de Omgevingsvisie biedt kansen om vanuit dit cultureel erfgoed opgaven uit andere sectoren met elkaar te verbinden. Erfgoed is geen aparte opgave, maar een identiteitsdrager van het gebied. Historische structuren of elementen dienen waar mogelijk als vertrekpunt voor grote ruimtelijke opgaven. Ook kan erfgoed, zoals bunkers, een thuis bieden aan bijzondere flora en fauna. Westland heeft twee archeologische Rijksmonumenten op haar grondgebied (nabij het Hofpark in Wateringen en nabij de Wateringseweg in Poeldijk) en 23 terreinen van hoge tot zeer hoge archeologische waarde. We beperken bij deze gebieden bodemingrepen, zodat de aanwezige archeologische waarden behouden blijven. We hebben een overzicht waar bekende en verwachte archeologisch waardevolle gebieden zijn. Nieuwe omgevingsplannen zullen altijd hieraan getoetst worden, zodat dit erfgoed behouden blijft. Erfgoed in Westland ATLANTIKWALL Tijdens de Tweede Wereldoorlog bouwde nazi-Duitsland de 6200 kilometer lange Atlantikwall, bedoeld om een geallieerde invasie te kunnen verijdelen. De linie liep langs de kust van Noorwegen tot de grens met Spanje en bestond uit bunkers, batterijen met luchtafweergeschut, radarinstallaties, versperringen en (natuurlijke) hindernissen. Deze linie loopt ook door Westland. Een 11 kilometer lange tankgracht met 13 stellingen loopt dwars door ons gebied en is nog goed zichtbaar in het landschap. Hoewel de gracht na de oorlog grotendeels is gedempt, zijn er van 11 stellingen bunkers bewaard gebleven. De resterende delen van de gracht zijn een belangrijk onderdeel van de Westlandse waterrecreatie geworden. Toch zijn niet veel Westlanders zich bewust van de geschiedenis waar ze op en langs varen, fietsen, wandelen of rijden. Bij ontwikkelingen gebruiken we de tankgracht en bunkercomplexen van de voormalige Atlantikwall als uitgangspunt, om de zichtbaarheid van de Atlantikwall in het Westland te vergroten, zodat de verschillende verhalen erachter beter verteld kunnen worden. MOLENS Westland heeft enkele historische windmolens, die echte blikvangers zijn in het landschap. De provincie stelt regels, de zogenaamde 'molenbiotoopregels', die het monumentale object en de omgeving van de molen beschermen. Onder andere door het behouden van vrij zicht en voldoende windvang. Molenbelang kan echter niet alle ruimtelijke ontwikkelingen tegenhouden, bestuurlijke afweging is mogelijk. 8.4 Duurzaam 8.4.1 Energie Gem. 3130 kWh elektriciteit per huishouden 50.000 zonnepanelen op bedrijfsdaken Gemiddeld 1.220 m3 gas per huishouden 735 Tjoule opgewekt met geothermie 120 WKO-installaties 2,4% hernieuwbare energie 8.4.2 Visie Energie is van cruciaal belang voor het functioneren van onze samenleving. De behoefte aan grondstoffen en energie neemt de komende jaren verder toe. Door klimaatverandering en de afnemende beschikbaarheid van fossiele brandstoffen, zullen we zuiniger om moeten gaan met energie en op zoek gaan naar alternatieve en hernieuwbare bronnen. In Westland, waar onze bedrijven veel energie gebruiken, is dit van groot belang. In 2040 gebruiken we de ondergrond voor water- en energiekringlopen en energietransitie. Westland is dan koploper op het gebied van warmtenetten en smart grids. Ook gaan we efficiënt om met grondstoffen en materialen, door deze hoogwaardig te benutten en te hergebruiken. Onze goed geïsoleerde toekomstige woningen maken in de toekomst gebruik van verschillende bronnen, zoals restwarmte en energie van glastuinbouw, afvalverwerkers en het havengebied. Deze ontwikkelingen zorgen voor een betere luchtkwaliteit en daarmee een gezondere leefomgeving. 8.4.3 Analyse Energietransitie is een van de grote, strategische opgaven voor een toekomstbestendig Nederland. De doelstellingen uit het Klimaatakkoord van Parijs, het Energieakkoord en de Energieagenda zijn duidelijk: de regering wil de CO2-uitstoot in 2030 met 49% verminderen ten opzichte van 1990. In 2050 moet de CO2-uitstoot minimaal 95% minder zijn1. Alle woningen zijn dan aardgasvrij en dus aangesloten op een alternatieve, duurzame bron. Zuid-Holland kent een unieke bestaande infrastructuur voor warmte en CO2. Ook beschikt de regio over een overschot aan (rest)warmte en andere warmtebronnen. En in de nabije toekomst komt, door de snelle ontwikkeling op het gebied van offshore wind, meer duurzame elektriciteit beschikbaar. Dit zijn belangrijke ingrediënten die de energietransitie versnellen. We verwachten een groot deel van Westland te voorzien van duurzame warmte uit geothermie of restwarmte. Er zijn al zes geothermiebronnen in Westland gerealiseerd en er staan de komende vijf jaar zeker acht nieuwe doubletten op stapel. Een geothermisch doublet is een combinatie van twee naast elkaar liggende diepe boringen. Warm water wordt opgepompt en het afgekoelde water wordt via het tweede boorgat in dezelfde watervoerende laag teruggevoerd op enkele kilometers afstand van de inlaat. Inzet van rest- en aardwarmte kan in belangrijke mate bijdragen aan de CO2-besparingsdoelstellingen. Een slimme en schone economie waar fossiele bronnen zijn vervangen door hernieuwbare bronnen, brengt ook nieuwe verdienmodellen, exportproducten en banen met zich mee. Bovendien maakt het ons minder kwetsbaar voor geopolitieke ontwikkelingen. Ook draagt de kentering bij aan een gezondere leefomgeving. Westland heeft de eerste stappen gezet: de gemeente is koploper in aardwarmte en de eerste woningen zijn aardgasvrij opgeleverd. En de totale productie van zonnestroom is gestegen van 1 TJ in 2010 naar 25 TJ in 20151. Nieuwbouwlocaties bieden de grootste kans voor energie-efficiency. In het participatietraject gaven onze inwoners aan dat betaalbaarheid de belangrijkste voorwaarde is om aan te sluiten op een warmtenet. Daarnaast geven zij aan het meest open te staan voor zonnepanelen, gevolgd door extra isolatie en groene daken. Westland staat nog aan het begin van de transitie naar een circulaire economie. We ondersteunen enkele pilots met tuinbouw-restafvalstromen en zijn betrokken bij een Europees programma om circulariteit te bevorderen. Huishoudelijk afval bevat veel waardevolle grondstoffen die goed benut kunnen worden. Zo sparen we grondstoffen en energie uit en er wordt minder afval verbrand of gestort. Scheiding van afvalstoffen bij de bron, die daarna een nuttige toepassing krijgen, heeft kostenvoordelen. Niet gescheiden huishoudelijk afval is nu eenmaal duurder om te verwerken. Telso 2018, Figuur energie; Telos 2018, Figuur afval 8.4.4 Huidige situatie Ondanks de matige tot zeer ongunstige score van energie-indicatoren in de Duurzaamheidsbalans 2018, is deze de afgelopen jaren al wel verbeterd. Het energiegebruik binnen gemeente Westland bedroeg in 2015 ruim 39.000 TJ. De duurzame energieproductie bedroeg in hetzelfde jaar 2%. Door toepassing van aardwarmte en energiebesparing in de tuinbouwsector en gebouwde omgeving zal in 2020 de duurzame energieproductie ongeveer 11% van het totale energiegebruik bedragen. Het energiegebruik is tussen 2010 en 2015 met ongeveer 16% gedaald, met name in de tuinbouwsector. Ook het energiegebruik in woningen is gedaald ten opzichte van 20101. Windenergie speelt in Westland een beperkte rol, omdat het gebied een hoge bebouwingsdichtheid heeft en er weinig geschikte locaties voor windturbines overblijven. Het afvalscheidingspercentage in Westland is 54%. Daarmee halen we het doel uit de Duurzaamheidsagenda niet: 75% afvalscheiding in 2020. De hoeveelheid huishoudelijk restafval is de afgelopen jaren gelijk gebleven en is vergeleken met andere gemeenten iets boven gemiddeld. Vooral op de gescheiden inzameling van GFT en Plastic, Blik en Drinkpakken (PBD) scoort Westland nog erg ongunstig. Westland wil op dit gebied dan ook grote stappen gaan maken. 8.4.5 Blik op de toekomst De gemeente neemt maatregelen om energie te besparen en het gebruik van aardgas drastisch te verminderen. Onder andere door de warmtenetten uit te breiden. De Warmterotonde is de verbinding tussen aanbieders en gebruikers van warmte; prima geschikt om kassen, dorpen en steden te verwarmen. De gemeente pakt voor het realiseren van duurzame warmte voor de glastuinbouw een regierol, om problemen in de drukke ondergrond te voorkomen. De koppelkansen worden benut, waardoor een Westlanddekkend warmtesysteem (WSW), waar alle Westlandse dorpen op aan kunnen sluiten, betaalbaar wordt. De belangrijkste punten voor de gemeente zijn: Ruimtelijk mogelijk maken van het warmtesysteem en geothermieboringen; Faciliteren van het gebruik van restwarmte (inclusief infrastructuur); Stimuleren van initiatieven; WSW actief onder de aandacht brengen bij regio en nationale politiek; Voorbereiden op toekomstige wettelijke taken, zoals het aardgasvrij maken van wijken. De gemeente Westland werkt daarvoor samen met haar partners. De glastuinbouwsector, met 83% van het energieverbruik de grootverbruiker in Westland, heeft de ambitie uitgesproken in 2040 klimaatneutraal te willen zijn. De gemeente is blij met de ambities van de glastuinbouwsector en kijkt waar zij kan faciliteren om dit waar te maken. De rol van de gemeente is echter beperkt: de gemeente is geen speler op de energiemarkt en investeringen gaan gepaard met grote bedragen, terwijl de risico's vooralsnog hoog zijn. De gemeente zal daarom niet actief investeren in de verduurzaming zelf, maar met name informatie-partner voor de inwoners zijn1. Indirect speelt de gemeente wel degelijk een rol bij de verduurzaming van Westland, vanwege bijvoorbeeld haar aandelenpositie in een partij als N.V. Juva, die forse investeringen in aardwarmte doet. Alle nieuwe woningen worden energiezuinig of energieneutraal gebouwd. Westland heeft de plicht om in 2021 een warmtetransitievisie gereed te hebben voor de bebouwde omgeving. Daarin staat in welke volgorde wijken aardgasvrij worden en welke techniek de beste oplossing lijkt per wijk. We maken afspraken met woningbouwcorporaties over het verduurzamen van woningen tijdens renovatierondes. Het gemeentelijk vastgoed is in 2040 volledig energieneutraal. De gemeente Westland wil voorsorteren op de extra verplichtingen die zij krijgt om de energietransitie vorm te geven. Intensieve samenwerking met maatschappelijke partners, inwoners en marktpartijen is essentieel voor een versnelling van de lokale energietransitie. Ook letten we op kansen om de uitvoering slim en integraal te koppelen aan gemeentelijke projecten in de openbare ruimte. Een energieneutrale regio (waarbij de gebruikte energie ook duurzaam wordt opgewekt in de regio) is voorlopig niet haalbaar, althans niet op basis van reeds bewezen technieken1. We houden de nieuwe ontwikkelingen voor energieopwekking en -opslag uiteraard nauwlettend in de gaten. Windenergie In de provincie Zuid-Holland moet in 2020 735,5 MW opgesteld vermogen gerealiseerd zijn aan windenergie. Hiervoor zijn 'locaties windenergie' aangewezen en vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening. In Westland ligt een van deze locaties op bedrijventerrein Leehove en een andere bij de aangrenzende strook langs de A20, in het grensgebied met Midden-Delfland. De provincie verwacht van de betrokken gemeenten dat zij het plaatsen van windturbines binnen deze locaties mogelijk maken, en zal indien nodig haar bevoegdheden daarvoor gebruiken. Dat is tot op heden nog niet gebeurd voor de locatie A20. Er is ruimte voor kleinere windturbines. Turbines met een ashoogte tot 15 meter mogen binnen en buiten bestaand stads- en dorpsgebied worden geplaatst en turbines tot 45 meter binnen bestaand stads- en dorpsgebied of binnen het glastuinbouwgebied, voor zover dat past bij de lokale situatie. Dit

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.