Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwenHet college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 4:23, eerste lid van de Algemene Wet Bestuursrecht en artikel 3, tweede lid van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013, gezien de op 3 maart 2020 door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050, gezien de op 14 december 2016 vastgestelde ‘Strategie naar een Stad zonder Aardgas’''. besluit de volgende regeling vast te stellen: Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen Hoofdstuk1Algemene bepalingen met betrekking tot gebiedsgericht aardgasvrij Artikel1.1Begripsomschrijvingen In hoofdstukken 1 tot 4 van deze subsidieregeling wordt verstaan onder: aardgasvrij: een verblijfsobject waar de aardgasaansluiting op het door de netbeheerder beheerde aardgasnet verwijderd is, waar de aanwezige gebouwgebonden collectieve, voor ruimte- of waterverwarming bedoelde gasverbrandingsinstallaties uitsluitend gebruik maken van groen gas en waar gekookt wordt zonder fossiele brandstof op een manier die niet meer fijnstofuitstoot veroorzaakt dan aardgas; aardgasvrij datum: de beoogde datum waarop vastgoed binnen een gebied aardgasvrij zal zijn; afsluiting: het door de netbeheerder (laten) verwijderen van de aardgasaansluiting waardoor een verblijfsobject of gebouw geen gebruik meer kan maken van aardgas; ASA 2013: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013; bestaand: een gebouw dat niet als nieuwbouw wordt aangemerkt; bedrijfsmiddel: een instrument of apparaat dat gebruikt wordt voor de bedrijfsvoering of uitoefening van de publieke functie binnen of nabij een verblijfsobject, niet zijnde een ruimte- of tapwaterverwarmingsinstallaties; bedrijfsruimte: een verblijfsobject dat bedrijfsmatig gebruikt wordt en waarvan het gebruiksdoel niet wonen is; collectieve gasaansluiting: de door de netbeheerder beheerde aansluiting op het aardgasnet die de collectieve installatie van aardgas voorziet. collectieve installatie: een installatie de meerdere verblijfsobjecten binnen één pand met meerdere woningen of meerdere aan elkaar verbonden panden met meerdere woningen voorziet van ruimtewarming of warm tapwater; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; [vervallen] DAEB-vrijstellingsbesluit: het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011, betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor openbare dienst, verleend aan bepaalde, met beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (PbEU C9380)), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; de-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB EU L 352 van 24.
- 2013), met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen; dochtermaatschappij; een maatschappij is een dochtermaatschappij van een andere rechtspersoon, als die andere rechtspersoon (de moeder) meer dan de helft van de stemrechten in de algemene vergadering kan uitoefenen, of als de moeder meer dan de helft van de bestuurders of commissarissen kan benoemen of ontslaan; fysieke gebouwgebonden voorziening: voorziening die op of aan een gebouw of op de bijbehorende gronden worden getroffen; gebied: Een door denkbeeldige lijnen begrensd deel van grondgebied van de gemeente Amsterdam; goedkeuringsverplichting: De huurrechtelijke verplichtingen van de huurder op grond van artikel 7:220, derde lid, BW; groen gas: voor inpandige verbranding bedoeld gas dat niet gewonnen of opgewekt is uit fossiele brandstoffen, tenzij de bij die winning of opwek vrijkomende koolstofdioxide en koolstofmonooxide duurzaam opgeslagen zijn; individuele installatie: een installatie die een enkel verblijfsobject binnen één pand met meerdere woningen of meerdere aan elkaar verbonden panden met meerdere woningen voorziet van ruimtewarming of warm tapwater; kleinschalige transformatie: het realiseren van maximaal 25 woningen in een gebouw dat eerst geen woning was; maatschappelijk vastgoed: een verblijfsobject met een publieke functie op het gebied van onderwijs, sport, cultuur, welzijn, religie, maatschappelijke opvang of zorg. kookvoorziening: een toestel waarop een pan geplaatst kan worden om via verwarming van de pan de inhoud van de pan op te warmen, te koken of te bakken zoals een kookplaat, comfort of fornuis; netbeheerder: een vennootschap die op grond van artikel 2 van de Gaswet door de minister is aangewezen is om een wettelijke taak omtrent de gasdistributie uit te voeren; nieuwbouw; een bouwwerk waarvoor nog geen melding of kennisgeving van de gereedkoming van bouw, zoals genoemd in artikel 7, lid g van het Besluit basisregistratie adressen en gebouwen en vereist volgens artikel 1.25, lid 2 van het Bouwbesluit 2012 is gedaan; Organisatie met publieke functie: een rechtspersoon zonder winstoogmerk, statutair gericht op een maatschappelijk belang met een publieke functie op het gebied van sport, cultuur, welzijn, religie, maatschappelijke opvang, zorg of onderwijs; onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de de-minimisverordening, uitgezonderd woningcorporaties; ruimteverwarmingsinstallatie: technisch bouwsysteem waarin warmte wordt opgewekt, gedistribueerd of afgegeven of een combinatie daarvan, zoals bedoeld in de omschrijving van een verwarmingssysteem in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012; schoolgebouw: gebouw van een school voor basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs, zoals bedoeld in artikel 1.1, onderdeel cc van de Verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs Amsterdam 2020 of een nevenvestiging of een dislocatie daarvan gelegen op het grondgebied van de gemeente Amsterdam; tapwaterinstallatie: technisch bouwsysteem waarin warmtapwater wordt opgewekt, gedistribueerd of afgegeven of een combinatie daarvan, zoals bedoeld in de omschrijving van een warmtapwatersysteem in artikel 1.1 van het Bouwbesluit 2012; verblijfsobject: kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is, zoals bedoeld in artikel 1, lid m van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen; woning: een adresseerbaar object dat in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen geregistreerd is met het gebruiksdoel woonfunctie woningcorporatie: Toegelaten instellingen zoals bedoeld in artikel 19 van de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting
- woonboot: een woonboot met een ligplaatsvergunning, zoals bedoeld in Hoofdstuk 2, paragraaf 3, van de Verordening op het binnenwater 2010 of een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; pand met meerdere woningen: meerdere verblijfsobjecten bestemd voor bewoning binnen hetzelfde gebouw; Artikel1.2Toepasselijkheid ASA 2013 De ASA 2013 is van toepassing op hoofdstukken 1 tot 4 van deze subsidieregeling, tenzij daarvan in deze subsidieregeling uitdrukkelijk van wordt afgeweken. Artikel1.3Doel van de regeling in hoofdstukken 1 tot 4 De hoofdstukken 1 tot 4 van deze subsidieregeling hebben tot doel het gebiedsgericht terugdringen van het gebruik van aardgas van bestaande gebouwen door stimulering van de transitie naar een aardgasvrij en klimaatneutraal Amsterdam. Artikel1.4Europees kader bij subsidie aan woningcorporaties Voor zover een woningcorporatie activiteiten uitvoert die op grond van hoofdstukken 1 tot 4 van deze subsidieregeling voor subsidie in aanmerking komen, betreffen het Diensten van Algemeen Economisch belang als bedoeld in artikel 47 van de Woningwet. Het betreft een additionele, specifieke vergoeding in aanvulling op de compensatie die is genoemd in het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting
- Artikel1.5Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens 1.In aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de ASA 2013 worden bij de subsidieaanvraag, in het kader van hoofdstukken 1 tot 4 van deze regeling de volgende gegevens en stukken overgelegd: overzicht van de te treffen voorzieningen inclusief een kostenraming; offertes voor uitvoering van de subsidiabele activiteiten, waarop het deel van de kosten die subsidiabel zijn voldoende duidelijk uitgesplitst en aangemerkt zijn; bewijs dat de bankrekening, waarop de aangevraagde subsidie ontvangen wordt, op naam staat van de aanvrager; een overzicht van eventuele andere aangevraagde of verleende subsidies voor dezelfde subsidiabele activiteiten; een schriftelijke, door de eigenaar of tekenbevoegde natuurlijke persoon getekende, intentieverklaring waaruit blijkt dat de eigenaar van het vastgoed waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft al zijn of haar vastgoed in het vastgestelde gebied vóór de vastgestelde datum aardgasvrij zal maken; voor de ondernemers en ondernemingen, niet zijnde de woningcorporatie, een volledig ingevulde verklaring De-minimissteun; voor verhuurders, bewijs dat er voldaan is aan geldende goedkeuringsverplichtingen. 2.Indien de aanvrager niet de eigenaar is van het vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft worden in aanvulling op artikel 5, tweede lid, van de ASA 2013 bij de subsidieaanvraag, in het kader van hoofdstukken 1 tot 4 van deze regeling de volgende gegevens en stukken overlegd: een schriftelijke bewijs van instemming van eigenaar dat de bedoelde aanvrager de binnen deze regeling als subsidiabel aangemerkte activiteiten in het betreffende gebouw mag gaan uitvoeren of een vonnis van de kantonrechter dat de verhuurder op grond van artikel 7:243BW of artikel 7:215BW medewerking met de voorgestelde voorzieningen oplegt. een huur-, gebruiks- of uitvoeringsovereenkomst die betrekking heeft op het vastgoed waar de subsidiabele activiteit plaatsvindt, waaruit blijkt dat de aanvrager belang heeft bij de uit te voeren activiteiten. Artikel1.6Weigeringsgronden 1.In aanvulling op artikel 9, eerste lid, van de ASA 2013 weigert het college een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten in hoofdstukken 1 tot 4 van deze regeling, indien: reeds begonnen is met het uitvoeren van de fysieke gebouwgebonden voorzieningen voordat een aanvraag voor subsidieverlening is ingediend. 2.In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten in hoofdstukken 1 tot 4 van deze regeling als: De kosten voor de uitvoering van de voorzieningen waarvoor een subsidieaanvraag wordt gedaan naar het oordeel van het college niet in redelijke verhouding staan tot het beoogde resultaat; De subsidieaanvraag de maximale subsidiehoogte overschrijdt; Gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de eigenaar niet de intentie heeft om al zijn of haar vastgoed in het vastgestelde gebied voor de aardgasvrijdatum aardgasvrij te maken; Gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de eigenaar van het vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft zich aan verplichtingen uit deze regeling, zoals bedoeld in artikel 1.5, eerste lid en artikel 1.7 onttrekt door dochtermaatschappijen, huurders of gebruikers te stimuleren om in zijn plaats de subsidie aan te vragen; De activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet bijdragen aan de realisatie van het doel van de regeling; Met betrekking tot het onderhavige vastgoed al eerder subsidie is verleend door middel van een incidentele subsidie of op basis één van de volgende subsidieregelingen: Subsidieregeling Nul op de meter Subsidieregeling Amsterdam aardgasloos Subsidieregeling Amsterdam aardgasvrij Subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij Amsterdam Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen de ondernemer, niet zijnde de woningcorporatie, niet aan de vrijstellingsvoorwaarden van de de-minimisverordening voldoet. Artikel1.7Aanvullende verplichtingen Naast de verplichtingen op grond van artikelen 10 en 11 van de ASA 2013, zijn aan de subsidie in het kader van hoofdstukken 1 tot 4 van deze regeling de volgende verplichtingen verbonden: De voorzieningen dienen binnen één jaar na verleningsbeschikking volledig te zijn getroffen, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een passende verklaring, binnen de gestelde termijn ontvangt. De subsidieontvanger zal de afsluiting van de gasaansluiting niet ongedaan maken. Een door de gemeente aangestelde inspecteur wordt op verzoek van die inspecteur in de gelegenheid gesteld de uitgevoerde werkzaamheden ter plaatse te inspecteren. voor zover vereist, het verkrijgen van de vergunningen voor de subsidiabele activiteiten. De woningcorporatie administreert de netto kosten, bedoeld in artikel 5 van het DAEB-vrijstellingsbesluit, die zijn verbonden met de activiteiten bedoeld in artikel 5, op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de voor deze activiteiten verstrekte subsidie. In geval van gehuurd vastgoed, dient de verhuurder te borgen dat het voor huurders niet mogelijk is om de woning in de toekomst van aardgas te voorzien. Artikel1.8Verantwoording en vaststelling van de subsidie In aanvulling op artikel 14, tweede lid, van de ASA 2013 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling in het kader van hoofdstukken 1 tot 4 van deze regeling: De betaalde facturen voor de voorzieningen, waarop het deel van de kosten die subsidiabel zijn voldoende duidelijk uitgesplitst en aangemerkt zijn; inclusief betaalbewijzen; Een overzicht van eventuele andere aangevraagde of verleende subsidies voor dezelfde subsidiabele activiteiten. Artikel 1.9 Directe vaststelling 1.Subsidies op basis van hoofdstukken 1 tot 4 worden niet direct vastgesteld.
- Aanvragen tot vaststelling van subsidies die € 5.000,- of minder bedragen, die op basis van hoofdstukken 1 tot 4 zijn verleend, dienen op hetzelfde moment ingediend te worden als in artikel 15, tweede lid van de ASA 2013 voorgeschreven wordt voor eenmalige subsidieverleningen die meer bedragen dan €5.000,-, maar niet hoger zijn dan €50.000,-. Hoofdstuk2Stadsbrede subsidie Artikel2.1Gebieds- en aardgasvrij datum bepaling 1.Het gebied waarbinnen subsidiabele activiteiten in dit hoofdstuk, zoals bedoeld in artikel 2.3, plaats dienen te vinden is gelijk aan de gemeentegrenzen van de gemeente Amsterdam met uitzondering van gebieden die in de andere hoofdstukken zijn aangewezen. 2.De beoogde datum waarop al het vastgoed binnen het onder het eerste lid bepaalde gebied aardgasvrij zal zijn is 31 december
- Artikel2.2Subsidieplafond
- Het subsidieplafond voor de in artikel 2.3, onder 1, 2 en 3 genoemde activiteiten is vastgesteld op €3.000.000,-.
- Het subsidieplafond voor de in artikel 2.3, onder 4 tot en met 6 genoemde activiteiten is vastgesteld op €500.000,-. Artikel2.3Subsidiabele activiteiten Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het, binnen het in artikel 2.1 bepaalde gebied, treffen van de volgende fysieke gebouwgebonden voorzieningen: In een bestaande woning of bestaand pand met meerdere woningen, welke daardoor aardgasvrij wordt: De gasgestookte ruimteverwarmingsinstallatie omzetten naar een aardgasvrije ruimteverwarmingsinstallatie; De gasgestookte tapwaterinstallatie omzetten naar een aardgasvrije tapwaterinstallatie; De gasgestookte kookvoorziening omzetten naar aardgasvrije kookvoorziening; Het laten afsluiten van het aardgasnet. Bij een kleinschalige transformatie, waardoor de bij de transformatie gerealiseerde woningen aardgasvrij worden: Realiseren van een aardgasvrije ruimteverwarmingsinstallatie; Realiseren van een aardgasvrije tapwaterinstallatie; Realiseren van een aardgasvrije kookvoorziening. In een pand met meerdere woningen, welke daardoor ten dele aardgasvrij wordt: Een collectieve gasgestookte ruimteverwarmingsinstallatie omzetten naar een aardgasvrije; Een collectieve gasgestookte tapwaterinstallatie omzetten naar een aardgasvrije; Het laten afsluiten van een collectieve aansluiting aan het aardgasnet. In bestaand maatschappelijk vastgoed, welke daardoor aardgasvrij wordt, de gasgestookte ruimte- en/of tapwaterverwarmingsinstallatie omzetten naar een aardgasvrije ruimte- en/of tapwaterverwarmingsinstallatie en/of het door de netbeheerder laten verwijderen van de aardgasaansluiting. In een bestaande bedrijfsruimte, welke daardoor aardgasvrij wordt, de gasgestookte ruimte- en/of tapwaterverwarmingsinstallatie omzetten naar een aardgasvrije ruimte- en/of tapwaterverwarmingsinstallatie en/of het door de netbeheerder laten verwijderen van de aardgasaansluiting. In een bestaande bedrijfsruimte of bestaand maatschappelijk vastgoed, welke daardoor aardgasvrij wordt, omzetten van aardgasverbruikende bedrijfsmiddelen naar bedrijfsmiddelen die dezelfde functie vervullen zonder aardgas te verbruiken. Artikel2.4Subsidiabele kosten
- Voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 2.3, onderdelen 1 tot en met 5 komen de gemaakte kosten voor het treffen van de voorzieningen in aanmerking voor de subsidie.
- Voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 2.3, onderdeel 6 komt het verschil tussen de investeringskosten voor een vervangend aardgas verbruikend bedrijfsmiddel dat de functie van het bestaande bedrijfsmiddel kan vervullen en het duurdere bedrijfsmiddel dat die functie vervult zonder aardgas te verbruiken in aanmerking voor subsidie.
- Voor alle activiteiten in dit hoofdstuk geldt dat de volgende kosten niet aanmerking komen voor subsidie: de kosten voor zelf verrichte arbeid, indien de voorzieningen door de aanvrager zelf worden getroffen; de kosten voor isolatievoorziening; de kosten voor zonnepanelen; de kosten voor biomassaverbrandingsketels, hout- of pelletkachels; de kosten voor installaties of fornuizen op fossiele brandstoffen als kolen, olie, butaangas of andere brandstoffen die bij verbranding meer fijnstof produceren dan aardgas; de kosten voor pannen en ander keukengerei; de kosten voor voorzieningen die gericht zijn op het voldoen aan wettelijke verplichtingen. Artikel2.5Hoogte van de subsidie 1.Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 2.3, onder 1, geldt dat: Voor activiteiten onder a de subsidie maximaal €2000,- per woning bedraagt; Voor activiteiten onder b de subsidie maximaal €500,- per woning bedraagt; Voor activiteiten onder c de subsidie maximaal €500,- per woning bedraagt; Voor activiteiten onder d de subsidie alle door de netbeheerder in rekening gebrachte kosten voor de afsluiting bedraagt. 2.Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 2.3, onder 2, geldt dat: Voor activiteiten onder a de subsidie maximaal €2000,- per woning bedraagt; Voor activiteiten onder b de subsidie maximaal €500,- per woning bedraagt; Voor activiteiten onder c de subsidie maximaal €500,- per woning bedraagt. 3.Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 2.3, onder 3, geldt dat: Voor activiteiten onder a de subsidie bedraagt de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 2.4, vermenigvuldigd met het aantal aardgasvrije woningen in het pand met meerdere woningen na het treffen van de voorzieningen, gedeeld door het aantal woningen in het pand met meerdere woningen dat vóór het treffen van de voorzieningen gebruik maakt van de gasgestookte verwarmingsinstallatie, met een maximum van €2000,- per aardgasvrije woning; Voor activiteiten onder b de subsidie bedraagt de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 2.4, vermenigvuldigd met het aantal aardgasvrije woningen in het pand met meerdere woningen na het treffen van de voorzieningen, gedeeld door het aantal woningen in het pand met meerdere woningen dat vóór het treffen van de voorzieningen gebruik maakt van de gasgestookte tapwaterinstallatie met een maximum van €500,- per aardgasvrije woning; Voor activiteiten onder c de subsidie alle door de netbeheerder in rekening gebrachte kosten voor de afsluiting bedraagt. 4.Voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.3, onder 4, bedraagt de subsidie 50% van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 2.4, eerste en derde lid, waarbij het laagste van de volgende subsidiebedragen geldt: € 3,- per jaarlijks bespaarde kubieke meter aardgas; en € 60.000,- per verblijfsobject.
- Voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.3, onder 5, bedraagt de subsidie 25% van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 2.4, eerste en derde lid, waarbij het laagste van de volgende subsidiebedragen geldt: € 3,- per jaarlijks bespaarde kubieke meter aardgas; en € 30.000,- per verblijfsobject.
- Voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.3, onder 6, bedraagt de subsidie 50% van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 2.4, tweede en derde lid, waarbij een maximum van €1000,- per verblijfsobject geldt.
- Indien de aanvrager of de eigenaar van het vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft voor dezelfde activiteiten een andere subsidie ontvangt wordt de hoogte van de subsidie zodanig berekend dat de totale subsidie niet meer bedraagt dan 100% van de werkelijke kosten. Artikel2.6De aanvrager
- Subsidie voor activiteiten genoemd in artikel 2.3, onder 3, kan uitsluitend worden aangevraagd door de volgende personen: eigenaar van het verblijfsobject; en verenigingen van Eigenaren, een coöperatieve flatvereniging en een ander rechtspersoon met leden waarbij de leden binnen een gebouw van die rechtspersoon gebruik maken van een verblijfsobject.
- Subsidie voor activiteiten genoemd in artikel 2.3, onder 4, 5 en 6, kan uitsluitend worden aangevraagd door de volgende personen: eigenaar van het verblijfsobject; en verenigingen van Eigenaren en een ander rechtspersoon met leden waarbij de leden binnen een gebouw van die rechtspersoon gebruik maken van een verblijfsobject. Artikel2.7Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens 1.In aanvulling op artikel 1.5 worden bij de subsidieaanvraag voor activiteiten met betrekking tot collectieve installaties, zoals bedoeld in artikel 2.3, onder 3, de volgende gegevens en stukken overlegd: een overzicht van de aan de collectieve installatie verbonden verblijfsobjecten; een overzicht van de aanwezigheid van gasaansluitingen in de verblijfsobjecten; een overzicht waaruit blijkt welk van de verschillende eigenaren en huurders de intentie heeft om de individuele woning gebonden gasaansluiting, zoals bedoeld onder b, binnen 1 jaar af te sluiten; bewijs dat de aanvrager gemachtigd is de aanvraag te doen.
- In aanvulling op artikel 1.5 wordt bij een subsidieaanvraag ten behoeve van het aardgasvrij maken van maatschappelijk vastgoed of een bedrijfsruimte, zoals bedoeld in artikel 2.3, vierde en vijfde lid, de energierekening van het afgelopen jaar of het jaar daarvoor, voor een periode van maximaal één jaar.
- In aanvulling op artikel 1.5 wordt bij een subsidieaanvraag ten behoeve van aardgasvrije bedrijfsmiddelen, zoals bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, een met een recente offerte of unieke productomschrijving onderbouwde raming van de investeringskosten voor een aardgasverbruikend bedrijfsmiddel, dat de functie van het bestaande te vervangen bedrijfsmiddel kan vervullen. 4.In afwijking van artikel 1.5, eerste lid onder e, is het voor subsidieaanvragers die geen eigenaar zijn en die subsidie aanvragen voor activiteiten in dit hoofdstuk niet verplicht een intentieverklaring met betrekking tot het vastgoed van de eigenaar in te dienen. Artikel2.8Weigeringsgronden 1.In aanvulling op de in artikel 1.6 genoemde weigeringsgronden weigert het college subsidie voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 2.3 te verlenen indien de aanvraag na 31 december 2022 is ingediend. 2.In aanvulling op de in artikel 1.6 genoemde weigeringsgronden weigert het college subsidie te verlenen voor een woning die onderdeel is van een pand met meerdere woningen voor activiteiten aan individuele installaties, zoals bedoeld in artikel 2.3, onder 1a en 1b, indien er een functionerende collectieve installatie voor het pand met meerdere woningen bestaat. 3.In aanvulling op de in artikel 1.6 genoemde weigeringsgronden weigert het college subsidie voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.3, vijfde lid te verlenen indien er voor dezelfde activiteiten ook subsidie aangevraagd is op grond van artikel 2.3, vierde lid en het college voornemens is de subsidie op grond artikel 2.3, vierde lid te verlenen.
- In aanvulling op de in artikel 1.6 genoemde weigeringsgronden kan het college subsidie voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2.3, zesde lid geheel of gedeeltelijk weigeren te verlenen als de raming van de investeringskosten voor een aardgasverbruikend bedrijfsmiddel niet in redelijke verhouding staat tot de investeringskosten voor het vervangende aardgasvrij bedrijfsmiddel als gevolg van: het niet meerekenen van alle relevante kosten; het selecteren van een aardgasverbruikend bedrijfsmiddel dat aanmerkelijk minder functioneel is dan het vervangende aardgasvrije bedrijfsmiddel; of een nadelig verschil in de technische levensduur tussen het aardgasverbruikend en aardgasvrije bedrijfsmiddel. Artikel2.9Verantwoording en vaststelling van de subsidie In aanvulling op artikel 1.8 wordt bij de aanvraag tot vaststelling voor activiteiten met betrekking tot collectieve installaties, zoals bedoeld in artikel 2.3, derde lid, een overzicht inclusief bewijzen overlegd, waaruit blijkt welk van de verschillende eigenaren en huurders de aanwezige individuele woning gebonden gasaansluiting heeft afgesloten. Hoofdstuk3Wildemanbuurt Artikel3.1Gebieds- en aardgasvrij datum bepaling 1.Het gebied waarbinnen subsidiabele activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3.3, plaats dienen te vinden wordt als volgt begrensd: Aan de Westzijde, tussen de Ookmeerweg en de Osdorpergracht, door de Hoekenesgracht; Aan de Westzijde, tussen de Osdorpergracht en de winkelstraat binnen het Osdorpplein ten zuiden van bouwblokken GH15 en GH64, de westzijde van het Osdorpplein; Aan de zuidzijde, tussen de Hoekenesgracht en de westzijde van het Osdorpplein, door de Osdorpergracht; Aan de zuidzijde, tussen de westzijde van het Osdorpplein en de Meer en Vaart, door de winkelstraat binnen het Osdorpplein ten zuiden van bouwblokken GH15 en GH64; Aan de oostzijde, tussen de winkelstraat binnen het Osdorpplein ten zuiden van bouwblokken GH15 en GH 64 en de Osdorperban, de Meer en Vaart; Aan de oostzijde, tussen de Osdorperban en de Ookmeerweg, de Geer Ban; Aan de noordzijde, tussen de Meer en Vaart en de Geer ban, de Osdorperban; Aan de noordzijde, tussen de Geer Ban en de Hoekenesgracht, de Ookmeerweg. 2.De beoogde datum waarop al het vastgoed binnen het onder het eerste lid bepaalde gebied aardgasvrij zal zijn is 31 december
- Artikel3.2Subsidieplafond Het subsidieplafond voor de in artikel 3.3 genoemde activiteiten is vastgesteld op €2.823.
- Artikel3.3Subsidiabele activiteiten Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het treffen van de volgende fysieke gebouwgebonden voorzieningen in het in artikel 3.1 bepaalde gebied in een bestaande woning of pand met meerdere woningen: De gasgestookte ruimteverwarmingsinstallatie en tapwaterinstallatie omzetten naar aardgasvrije installaties; De gasgestookte kookvoorziening omzetten naar aardgasvrije kookvoorziening en het laten afsluiten van het aardgasnet, zodat de woning aardgasvrij wordt. Artikel3.4Subsidiabele kosten
- In aanmerking voor subsidie komen de gemaakte kosten voor de uitvoering van de in dit hoofdstuk bepaalde activiteiten met uitzondering van: de kosten voor zelf verrichte arbeid, indien de voorzieningen door de aanvrager zelf worden getroffen; de kosten voor isolatievoorziening; de kosten voor zonnepanelen; de kosten voor biomassaverbrandingsketels, hout- of pelletkachels; de kosten voor installaties of fornuizen op fossiele brandstoffen als kolen, olie, butaangas of andere brandstoffen die bij verbranding meer fijnstof produceren dan aardgas; de kosten voor pannen en ander keukengerei; de kosten voor voorzieningen die gericht zijn op het voldoen aan wettelijke verplichtingen; De kosten voor voorzieningen die gericht zijn op het voldoen aan de gangbare minimum kwaliteitseisen.
- In aanvulling op de in het eerste lid genoemde subsidiabele kosten komen de subsidiabele kosten voor de uitvoering van subsidiabele activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3.3, in andere woningen of panden met meerdere woningen van dezelfde eigenaar, in aanmerking voor subsidie, voor zo ver: die andere woningen of panden met meerdere woningen ook aardgasvrij worden; die kosten hoger zijn dan het maximum subsidiebedrag dat voor die activiteit geldt. Artikel3.5Hoogte van de subsidie 1.Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3.3, onder 1 geldt dat de subsidie maximaal €3000,- bedraagt; 2.Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3.3, onder 2 geldt dat de subsidie maximaal €500,- bedraagt; 3.Indien de aanvrager of de eigenaar van het vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft voor dezelfde activiteiten een andere subsidie ontvangt wordt de hoogte van de subsidie zodanig berekend dat de totale subsidie niet meer bedraagt dan 100% van de werkelijke kosten. 4.[vervallen] Artikel3.6Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens In afwijking van artikel 1.5, eerste, lid onder e is het voor subsidieaanvragers die geen eigenaar zijn en die subsidie aanvragen voor activiteiten, zoals bedoeld artikel 3.3, niet verplicht om een schriftelijke, door de eigenaar of een namens de eigenaar gemachtigde natuurlijke persoon getekende, intentieverklaring waaruit blijkt dat de eigenaar al zijn of haar vastgoed in het vastgestelde gebied voor de vastgestelde datum aardgasvrij zal proberen te maken te overleggen. Artikel3.7Weigeringsgronden 1.In aanvulling op de in artikel 1.6 genoemde weigeringsgronden weigert het college subsidie voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3.3 te verlenen indien de aanvraag na 31 december 2024 is ingediend. 2.In afwijking van artikel 1.6, eerste lid, onder a kan het college subsidie verlenen voor de subsidiabele activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3.3, onder 2 voor voorzieningen die niet langer dan 16 maanden voor de aanvraagdatum en niet eerder dan de inwerkingtredingsdatum van de Subsidieregeling Wildemanbuurt zijn getroffen, mits de aanvraag betrekking heeft op meerdere woningen. Hoofdstuk 3a Bernard Loderbuurt Artikel3a.1 Gebied en datumbepaling
- Het gebied waarbinnen subsidiabele activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3a.3, plaats dienen te vinden wordt als volgt begrensd: Aan de noordzijde door de Antony Moddermanstraat, tussen de Jan de Louterstraat en de Burgemeester de Vlughtlaan; Aan de noord- en oostzijde door de Slotermeerlaan, tussen aan de westzijde de burgemeester de Vlughtlaan en aan de zuidzijde de burgemeester Vening Meineszlaan; Aan de noordzijde door de Burgemeester Vening Meineszlaan, tussen de Slotermeerlaan en de Jacob Melkmanstraat; Aan de oostzijde door de Jacob Melkmanstraat, tussen de Burgemeester Vening Meineszlaan en de David Vosstraat; Aan de zuidzijde door een lijn die zowel het noordelijke uiteinde van de David Vosstraat en het oostelijke uiteinde van de Nieuwenhuysenstraat raakt, tussen de Slotermeerlaan en Jacob Melkmanstraat; Aan de oostzijde door de Slotermeerlaan, tussen de Nieuwenhuysenstraat en Jan de Louterstraat; Aan de zuid- en westzijde door de Jan de Louterstraat.
- De beoogde datum waarop al het vastgoed binnen het onder het eerste lid bepaalde gebied aardgasvrij zal zijn, is 31 december
- Artikel3a.2 Subsidieplafond Het subsidieplafond voor verlening van subsidie voor de in artikel 3a.3 genoemde activiteiten voor het tijdvak lopende van 2 juni 2020 tot en met 31 december 2025 bedraagt €1.450.
- Artikel3a.3 Subsidiabele activiteiten Mits de woning hiermee aardgasvrij wordt kan het college een eenmalige subsidie verlenen voor het treffen van de volgende fysieke gebouwgebonden voorzieningen in het in artikel 3a.1 bepaalde gebied in een bestaande woning of pand met meerdere woningen: Omzetting van een gasgestookte ruimteverwarmings- en tapwaterinstallatie naar een aardgasvrije; Omzetting van een gasgestookte kookvoorziening van een woning naar een aardgasvrije; Verwijderen van de gasaansluiting door de netbeheerder. Artikel3a.4 Subsidiabele kosten In aanmerking voor subsidie komen de gemaakte kosten voor de uitvoering van de in dit hoofdstuk bepaalde activiteiten met uitzondering van: de kosten voor zelf verrichte arbeid, indien de voorzieningen door de aanvrager zelf worden getroffen; de kosten voor isolatievoorziening; de kosten voor zonnepanelen; de kosten voor biomassaverbrandingsketels, hout- of pelletkachels; de kosten voor installaties of fornuizen op fossiele brandstoffen als kolen, olie, butaangas of andere brandstoffen die bij verbranding meer fijnstof produceren dan aardgas; de kosten voor pannen en ander keukengerei; de kosten voor voorzieningen die gericht zijn op het voldoen aan wettelijke verplichtingen; De kosten voor voorzieningen die gericht zijn op het voldoen aan de gangbare minimum kwaliteitseisen. Artikel3a.5 Hoogte van de subsidie
- Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3a.3, onder 1, worden voor het bepalen van de hoogte van de subsidie de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 3a.4, verminderd met €2500 per woning. Van het resterende bedrag komt 50% in aanmerking voor subsidie. Deze subsidie bedraagt maximaal €4500,- per woning.
- Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3a.3, onder 2, worden voor het bepalen van de hoogte van de subsidie in aanmerking genomen 50% van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 3a.
- Deze subsidie bedraagt maximaal €500,- per woning.
- Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3a.3, onder 3, geldt dat de hoogte van de subsidie gelijk is aan de kosten die door de netbeheerder in rekening worden gebracht voor het verwijderen van de gasaansluiting.
- Indien de aanvrager of de eigenaar van het vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft voor dezelfde activiteiten een andere subsidie ontvangt, wordt de hoogte van de subsidie zo berekend dat de totale subsidie niet meer bedraagt dan 100% van de werkelijke kosten. Artikel3a.6 Weigeringsgronden In aanvulling op de in artikel 1.6 genoemde weigeringsgronden weigert het college subsidie voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3a.3 te verlenen indien de aanvraag na 31 december 2024 is ingediend. Artikel3a.7 Reeds gestarte of uitgevoerde activiteiten In afwijking van artikel 1.6, eerste lid, onder a kan het college subsidie verlenen voor subsidiabele activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3a.3, voor voorzieningen die zijn getroffen in de periode tussen 20 april 2020 en de datum van inwerkingtreding van de Wijzigingsbesluit subsidie duurzame Amsterdamse gebouwen waarvoor de aanvraag is ingediend binnen 60 dagen na de inwerkingtreding van de Wijzigingsbesluit subsidie duurzame Amsterdamse gebouwen. Hoofdstuk 3b Reimerswaalbuurt Artikel3b.1 Gebied en datumbepaling
- Het gebied waarbinnen subsidiabele activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3b.3, plaats dienen te vinden, wordt als volgt begrensd: aan de noordzijde door de Ookmeerweg; aan de oostzijde door het Wevelswalepad; aan de zuidzijde door de Osdorperban; en aan de Westzijde door de Baden Powellweg.
- De beoogde datum waarop al het vastgoed binnen het onder het eerste lid bepaalde gebied aardgasvrij zal zijn is 31 december
- Artikel3b.2 Subsidieplafond Het subsidieplafond voor verlening van subsidie voor de in artikel 3b.3 genoemde activiteiten voor het tijdvak lopende van 2 juni 2020 tot en met 31 december 2025 bedraagt €2.077.
- Artikel3b.3 Subsidiabele activiteiten Mits de woning hiermee aardgasvrij wordt, kan het college een eenmalige subsidie verlenen voor het treffen van de volgende fysieke gebouwgebonden voorzieningen in het in artikel 3a.1 bepaalde gebied in een bestaande woning of pand met meerdere woningen: Omzetting van een gasgestookte ruimteverwarmings- en tapwaterinstallatie naar een aardgasvrije; Omzetting van een gasgestookte kookvoorziening van een woning naar een aardgasvrije; Verwijderen van de gasaansluiting door de netbeheerder. Artikel3b.4 Subsidiabele kosten In aanmerking voor subsidie komen de gemaakte kosten voor de uitvoering van de in dit hoofdstuk bepaalde activiteiten met uitzondering van: de kosten voor zelf verrichte arbeid, indien de voorzieningen door de aanvrager zelf worden getroffen; de kosten voor isolatievoorziening; de kosten voor zonnepanelen; de kosten voor biomassaverbrandingsketels, hout- of pelletkachels; de kosten voor installaties of fornuizen op fossiele brandstoffen als kolen, olie, butaangas of andere brandstoffen die bij verbranding meer fijnstof produceren dan aardgas; de kosten voor pannen en ander keukengerei; de kosten voor voorzieningen die gericht zijn op het voldoen aan wettelijke verplichtingen; De kosten voor voorzieningen die gericht zijn op het voldoen aan de gangbare minimum kwaliteitseisen. Artikel3b.5 Hoogte van de subsidie
- Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3b.3, onder 1, worden voor het bepalen van de hoogte van de subsidie de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 3b.4, verminderd met €2500 per woning. Van het resterende bedrag komt 50% in aanmerking voor subsidie. Deze subsidie bedraagt maximaal €4500,- per woning.
- Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3b.3, onder 2, worden voor het bepalen van de hoogte van de subsidie in aanmerking genomen 50% van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 3b.
- Deze subsidie bedraagt verder maximaal €500,- per woning.
- Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3b.3, onder 3, geldt dat de hoogte van de subsidie gelijk is aan de kosten die door de netbeheerder in rekening worden gebracht voor het verwijderen van de gasaansluiting.
- Indien de aanvrager of de eigenaar van het vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft voor dezelfde activiteiten een andere subsidie ontvangt, wordt de hoogte van de subsidie zodanig berekend dat de totale subsidie niet meer bedraagt dan 100% van de werkelijke kosten. Artikel3b.6 Weigeringsgronden In aanvulling op de in artikel 1.6 genoemde weigeringsgronden weigert het college subsidie voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3b.3 te verlenen indien de aanvraag na 31 december 2024 is ingediend. Artikel3b.7 Reeds gestarte of uitgevoerde werkzaamheden [vervallen] Hoofdstuk 3c Banne Noord Artikel 3c.1 Gebied en datumbepaling
- Het gebied waarbinnen subsidiabele activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3c.3, plaats dienen te vinden, wordt als volgt begrensd: aan de zuidwestzijde door de IJdoornlaan; aan de zuidoostzijde door het Noord-Hollandsch Kanaal; aan de noordoostzijde door de Ringweg A10; en aan de noordwestzijde door de sloot die overbrugd wordt door de bruggen met nummers 1729, en
- De beoogde datum waarop al het vastgoed binnen het onder het eerste lid bepaalde gebied aardgasvrij zal zijn, is 31 december
- Artikel3c.2 Subsidieplafond Het subsidieplafond voor verlening van subsidie voor de in artikel 3c.3 genoemde activiteiten voor het tijdvak lopende van de datum van de inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit subsidie duurzame Amsterdamse gebouwen tot en met 31 december 2025 bedraagt €790.
- Artikel 3c.3 Subsidiabele activiteiten Op voorwaarde dat de woning hiermee aardgasvrij wordt kan het college een eenmalige subsidie verlenen voor het treffen van de volgende fysieke gebouwgebonden voorzieningen in het in artikel 3c.1 bepaalde gebied in een bestaande woning of in een pand met meerdere woningen: Omzetting van een gasgestookte ruimteverwarmings- en tapwaterinstallatie naar een aardgasvrije; Omzetting van een gasgestookte kookvoorziening van een woning naar een aardgasvrije; Verwijderen van de gasaansluiting door de netbeheerder. Artikel 3c.4 Subsidiabele kosten In aanmerking voor subsidie komen de gemaakte kosten voor de uitvoering van de in dit hoofdstuk bepaalde activiteiten met uitzondering van: de kosten voor zelf verrichte arbeid, indien de voorzieningen door de aanvrager zelf worden getroffen; de kosten voor isolatievoorziening; de kosten voor zonnepanelen; de kosten voor biomassaverbrandingsketels, hout- of pelletkachels; de kosten voor installaties of fornuizen op fossiele brandstoffen als kolen, olie, butaangas of andere brandstoffen die bij verbranding meer fijnstof produceren dan aardgas; de kosten voor pannen en ander keukengerei; en de kosten voor voorzieningen die gericht zijn op het voldoen aan wettelijke verplichtingen. Artikel 3c.5 Hoogte van de subsidie
- Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3c.3, onder 1, worden voor het bepalen van de hoogte van de subsidie de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 3c.4, verminderd met €2500 per woning. Van het resterende bedrag komt 50% in aanmerking voor subsidie. Deze subsidie bedraagt maximaal €3750,- per woning.
- Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3c.3, onder 2, worden voor het bepalen van de hoogte van de subsidie in aanmerking genomen 50% van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 3c.
- Deze subsidie bedraagt maximaal €500,- per woning.
- Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3c.3, onder 3, geldt dat de hoogte van de subsidie gelijk is aan de kosten die door de netbeheerder in rekening worden gebracht voor het verwijderen van de gasaansluiting.
- Indien de aanvrager of de eigenaar van het vastgoed waarop de aanvraag betrekking heeft voor dezelfde activiteiten een andere subsidie ontvangt, wordt de hoogte van de subsidie zo berekend dat de totale subsidie niet meer bedraagt dan 100% van de werkelijke kosten. Artikel 3c.6 Weigeringsgronden
- In aanvulling op de in artikel 1.6 genoemde weigeringsgronden weigert het college subsidie voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3c.3 te verlenen indien de aanvraag na 31 december 2025 is ingediend.
- In afwijking van artikel 1.6, eerste lid, onder a, kan het college subsidie verlenen voor de subsidiabele activiteiten in artikel 3c.3 voor voorzieningen die zijn getroffen in de periode tussen 1 juli 2021 en de éénennegentigste dag na de inwerkingtredingsdatum van het Wijzigingsbesluit subsidie duurzame Amsterdamse gebouwen. Een aanvraag hiervoor moet binnen 90 dagen na de inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit subsidie Duurzame Amsterdamse gebouwen ingediend zijn. Hoofdstuk 3d Molenwijk Artikel 3d.1 Gebied en datumbepaling
- Het gebied Molenwijk, waarbinnen subsidiabele activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3d.3, plaats dienen te vinden is als volgt begrenst: aan de noordzijde door de Molenaarsweg; aan de oostzijde, door de Molenaarsweg; tussen de Molenaarsweg en de Stellingweg door de sloot tussen basisschool de Krijtmolen en de gebouwen aan het Zuideinde ligt; door de delen van de Stellingweg die niet bij de Molenflats eindigen; aan de zuid- en westzijde door de delen van de Stellingweg die niet bij de Molenflats eindigen.
- De beoogde datum waarop al het vastgoed binnen het onder het eerste lid bepaalde gebied aardgasvrij zal zijn, is 31 december
- In afwijking op artikel 2.1, eerste lid wordt een bedrijfsruimte en maatschappelijk vastgoed, dat gelegen is binnen het in het eerste lid beschreven gebied, bij een subsidieaanvraag op grond van artikel 2.3 geacht binnen het in het artikel 2.1 bepaalde gebied te liggen. Bedrijfsruimten en maatschappelijk vastgoed binnen het in het eerste lid beschreven gebied zijn daardoor niet als gevolg van die gebiedsaanwijzing uitgesloten van de subsidie in hoofdstuk
- Artikel3d.2 Subsidieplafond Het subsidieplafond voor verlening van subsidie voor de in artikel 3d.3 genoemde activiteiten voor het tijdvak lopende van de inwerkingtreding Wijzigingsbesluit aardgasvrijsubsidie Molenwijk tot en met 31 december 2026 bedraagt €3.600.
- Artikel 3d.3 Subsidiabele activiteiten Op voorwaarde dat het vastgoed hiermee aardgasvrij wordt kan het college een eenmalige subsidie verlenen voor het treffen van één of meerdere van de volgende fysieke gebouwgebonden voorzieningen in een bestaande woning: omzetten van de aardgasgestookte ruimteverwarmingsinstallatie naar een aardgasvrije ; en/of omzetten van de aardgasgestookte tapwaterinstallatie naar een aardgasvrije ; en/of omzetten van de aardgasgestookte kookvoorziening naar een aardgasvrije kookvoorziening; en/of verwijderen van de gasaansluiting door de netbeheerder. Artikel 3d.4 Subsidiabele kosten In aanmerking voor subsidie komen de gemaakte kosten voor de uitvoering van de in dit hoofdstuk bepaalde activiteiten met uitzondering van: de kosten voor zelf verrichte arbeid, indien de voorzieningen door de aanvrager zelf worden getroffen; de kosten voor isolatievoorziening; de kosten voor zonnepanelen; de kosten voor biomassaverbrandingsketels, hout- of pelletkachels; de kosten voor installaties of fornuizen op fossiele brandstoffen als kolen, olie, butaangas of andere brandstoffen die bij verbranding meer fijnstof produceren dan aardgas; de kosten voor pannen en ander keukengerei; de kosten voor voorzieningen die gericht zijn op het voldoen aan wettelijke verplichtingen. Artikel 3d.5 Hoogte van de subsidie
- Voor activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3d.3, onder a en b, wordt voor het bepalen van de hoogte van de subsidie de som van de subsidiabele kosten voor deze activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3d.4, verminderd met €3750,- per woning. Van het resterende bedrag komt 50% in aanmerking voor subsidie. Deze subsidie bedraagt maximaal €4500,- per woning.
- Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3d.3, onder c worden voor het bepalen van de hoogte van de subsidie in aanmerking genomen 50% van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 3d.
- Deze subsidie bedraagt maximaal €500,- per woning.
- Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3d.3, onder d geldt dat de hoogte van de subsidie gelijk is aan de kosten die door de netbeheerder in rekening worden gebracht voor het verwijderen van de gasaansluiting, maar in ieder geval niet hoger is dan €1000,- per aansluiting.
- Bij het bepalen van de hoogte van de op grond van dit hoofdstuk vast te stellen subsidie zijn de bedragen uit leden 1 tot en met 3 van toepassing, maar de subsidie is in geen geval hoger dan de, met andere voor de subsidiabele activiteiten verleende of vastgestelde subsidies verminderde, daadwerkelijk gemaakte kosten voor het realiseren van de subsidiabele activiteiten. Indien aannemelijk is dat een andere verleende subsidie lager vastgesteld zal worden brengt het college het verwachte lagere bedrag in mindering in de plaats van het verleende bedrag. Artikel 3d.6 Weigeringsgronden
- In aanvulling op de in artikel 1.6 genoemde weigeringsgronden weigert het college subsidie voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3d.3 te verlenen indien de aanvraag na 31 december 2026 is ingediend.
- In afwijking van artikel 1.6, eerste lid, onder a, kan het college subsidie verlenen voor de subsidiabele activiteiten in artikel 3d.3 voor voorzieningen die zijn getroffen in de periode tussen 1 juli 2021 en de éénennegentigste dag na de inwerkingtredingsdatum van het Wijzigingsbesluit aardgasvrijsubsidie Molenwijk. Een aanvraag hiervoor moet binnen 90 dagen na de inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit aardgasvrijsubsidie Molenwijk ingediend zijn. Hoofdstuk 3e Gentiaanbuurt Artikel 3e.1 Gebied en datumbepaling
- Het gebied waarbinnen subsidiabele activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3e.3, plaats dienen te vinden is al volgt begrenst: aan de noordwestzijde door de Gentiaanstraat; aan de noordoostzijde door het Mosveld; aan de zuidoostzijde door de Wingerdweg; aan de westzijde door de Hagedoornweg.
- De beoogde datum waarop al het vastgoed binnen het onder het eerste lid bepaalde gebied aardgasvrij zal zijn, is 31 december
- In afwijking op artikel 2.1, eerste lid wordt een bedrijfsruimte of maatschappelijk vastgoed, dat gelegen is binnen het in artikel 3.1, eerste lid beschreven gebied, bij een subsidieaanvraag op grond van artikel 2.3 geacht binnen het in het artikel 2.1 bepaalde gebied te liggen. Bedrijfsruimten en maatschappelijk vastgoed binnen het in artikel 3.1, eerste lid beschreven gebied is daardoor niet als gevolg van de gebiedsaanwijzing in artikel 3.1, eerste lid uitgesloten van de subsidie in hoofdstuk
- Artikel 3e.2 Subsidieplafond Het subsidieplafond voor verlening van subsidie voor de in artikel 3e.3 genoemde activiteiten voor het tijdvak lopende van de inwerkingtreding het Wijzigingsbesluit aardgasvrijsubsidie Gentiaanbuurt tot en met 31 december 2026 bedraagt €1.155.
- Artikel 3e.3 Subsidiabele activiteiten Op voorwaarde dat het vastgoed hiermee aardgasvrij wordt kan het college een eenmalige subsidie verlenen voor het, binnen het in artikel 3e.1, eerste lid bepaalde gebied, treffen van de volgende fysieke gebouwgebonden voorzieningen: het omzetten van de aardgasgestookte ruimteverwarmingsinstallatie naar een aardgasvrije; en/of het omzetten van de aardgasgestookte tapwaterinstallatie naar een aardgasvrije; en/of het omzetten van de aardgasgestookte kookvoorziening naar een aardgasvrije kookvoorziening; en/of het verwijderen van de gasaansluiting door de netbeheerder. Artikel 3e.4 Subsidiabele kosten
- In aanmerking voor subsidie komen de gemaakte kosten voor de uitvoering van de in dit hoofdstuk bepaalde activiteiten met uitzondering van: de kosten voor zelf verrichte arbeid, indien de voorzieningen door de aanvrager zelf worden getroffen; de kosten voor isolatievoorziening; de kosten voor zonnepanelen; de kosten voor biomassaverbrandingsketels, hout- of pelletkachels; de kosten voor installaties of fornuizen op fossiele brandstoffen als kolen, olie, butaangas of andere brandstoffen die bij verbranding meer fijnstof produceren dan aardgas; de kosten voor pannen en ander keukengerei; de kosten voor voorzieningen die gericht zijn op het voldoen aan wettelijke verplichtingen;
- In aanvulling op de in het eerste lid genoemde kosten komen die kosten die aan alle van de volgende criteria voldoen in aanmerking voor subsidie: gemaakt na 31 juni 2021 en gemaakt voor de aanvraagdatum van de subsidie; gemaakt door de aanvrager van de subsidie; de uitvoeringsdatum buiten beschouwing latende, aan te merken zijn als een onderdeel van subsidiabele kosten die gemaakt zijn om in een woning gelegen in het in artikel 3e.1, eerste lid bepaalde gebied de gasgestookte ruimteverwarmings- en tapwaterinstallatie om te zetten naar een aardgasvrije door middel van een aansluiting op het stadswarmtenet; eerder dan de aanvraagdatum zijn gemaakt, omdat ze voor activiteiten zijn die om bouwtechnische of daarmee samenhangende financiële redenen in combinatie met een renovatie uitgevoerd moesten worden. Artikel 3e.5 Hoogte van de subsidie
- Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3e.3, onder a en b aan een woning worden voor het bepalen van de hoogte van de subsidie de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 3e.4, verminderd met € 4850,- per woning. Van het resterende bedrag komt 50% in aanmerking voor subsidie. Deze subsidie bedraagt maximaal €4500,- per woning.
- Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3e.3, onder c worden voor het bepalen van de hoogte van de subsidie in aanmerking genomen 50% van de subsidiabele kosten, zoals bedoeld in artikel 3e.4, eerste lid. Deze subsidie bedraagt maximaal €500,- per woning.
- Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3e.3, onder d geldt dat de hoogte van de subsidie gelijk is aan de kosten die door de netbeheerder in rekening worden gebracht voor het verwijderen van de gasaansluiting, maar in ieder geval niet hoger is dan €1000,- per aansluiting.
- Bij het bepalen van de hoogte van de op grond van dit hoofdstuk vast te stellen subsidie zijn de bedragen uit leden 1 tot en met 3 van toepassing, maar de subsidie is in geen geval hoger dan de, met andere voor de subsidiabele activiteiten verleende of vastgestelde subsidies verminderde, daadwerkelijk gemaakte kosten voor het realiseren van de subsidiabele activiteiten. Indien aannemelijk is dat een andere verleende subsidie lager vastgesteld zal worden brengt het college het verwachte lagere bedrag in mindering in de plaats van het verleende bedrag. Artikel 3e.6 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegeven In aanvulling op de in artikel 1.5 genoemde gegevens en stukken wordt bij een subsidieaanvraag waar op grond van artikel 3e.4, tweede lid subsidiabele kosten worden opgevoerd de volgende gegevens en stukken ingediend: facturen voor de activiteiten waarvoor deze kosten zijn gemaakt, waarop de subsidiabele kosten voldoende duidelijk zijn uitgesplitst en aangemerkt, inclusief betaalbewijzen; een schriftelijke toelichting die de volgende zaken omschrijft: de activiteiten die tegen deze kosten zijn uitgevoerd; de aard en omvang van de renovatie aan de woning; bouwtechnische en daarmee samenhangende financiële redenen dat de uitvoering van de activiteiten die tot deze kosten hebben geleid in combinatie met een renovatie uitgevoerd moest worden. Artikel 3e.7 Weigeringsgronden
- In aanvulling op de in artikel 1.6 genoemde weigeringsgronden weigert het college subsidie voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3e.3 te verlenen indien de aanvraag na 31 december 2026 is ingediend.
- In afwijking van artikel 1.6, eerste lid, onder a, kan het college subsidie verlenen voor de subsidiabele activiteiten in artikel 3e.3 voor voorzieningen die zijn getroffen in de periode tussen 1 juli 2021 en de éénennegentigste dag na de inwerkingtredingsdatum van het Wijzigingsbesluit aardgasvrijsubsidie Gentiaanbuurt. Een aanvraag hiervoor moet binnen 90 dagen na de inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit aardgasvrijsubsidie Gentiaanbuurt ingediend zijn. Hoofdstuk 5 Duurzame nieuwbouw Artikel 5.1 Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: ASA 2013: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013; Buiksloterham: Het plangebied van de investeringsnota Buiksloterham 2020, zoals dat gedefinieerd is in afbeelding 1.2.1 op pagina 7 van de Investeringsnota Buiksloterham 2020, zoals deze op 12 november 2020 als bijlage A in het Gemeenteblad, afdeling 3A, onder nummer 189 / 1195 is gepubliceerd. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; DAEB-vrijstellingsbesluit: het Besluit van de Europese Commissie van 20 december 2011, betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor openbare dienst, verleend aan bepaalde, met beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (PbEU C9380)), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; energielabel: een in de officiële landelijke database, EP-online.nl, opgenomen registratie van de energieprestaties van een gebouw, zoals bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van het besluit energieprestatie gebouwen; energieneutrale woning: een woning met een, volgens NTA 8800 bepaalde, energiebehoefte van maximaal 60 kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar, een primair fossiel energieverbruik van maximaal 0 kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar, een aandeel hernieuwbare energie van minimaal 100%; gebied: Een door denkbeeldige lijnen begrensd deel van grondgebied van de gemeente Amsterdam; gebruiksoppervlak: Het op basis van NEN 2580 bepaalde nuttig bruikbare oppervlak van een verblijfsobject; milieuprestatiegebouwwaarde: een getal dat uitdrukking geeft aan de milieukosten van een gebouw en dat berekend is volgens de Bepalingsmethode Milieuprestaties Bouwwerken, zoals deze, op basis van de EN15804/A2 en EN15978 normen, is opgesteld door de Stichting Bouwkwaliteit. Daarbij geldt dat bij het berekenen van deze waarde alleen die zonnepanelen meetellen, die op het moment van de aanvraag van de omgevingsvergunning nodig zijn om de voor vergunningverlening vereiste energieprestaties te behalen. nieuwbouw: een bouwwerk of plan om een bouwwerk te realiseren waarvoor nog geen melding of kennisgeving van de gereedkomen van bouw, zoals genoemd in artikel 7, lid g van het Besluit basisregistratie adressen en gebouwen en vereist volgens artikel 1.25, lid 2 van het Bouwbesluit 2012 is gedaan; nul-op-de-meter woning: een woning met een, volgens NTA 8800 bepaalde, energiebehoefte van maximaal 60 kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar, een primair fossiel energieverbruik van maximaal -15 kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar, een aandeel hernieuwbare energie van minimaal 135%; sociale huurwoning: een woning die wordt verhuurd door een in Amsterdam toegelaten woningcorporatie, waarvoor geldt dat de netto huurprijs onder de liberaliseringsgrens ligt; Strandeiland: Het gehele plangebied van de grondexploitatie Inrichting 1 fase Strandeiland, zoals weergeven in de investeringsnota Inrichting 1e fase Strandeiland, vastgesteld op vaststelling raad 7 november 2019, gepubliceerd in het Gemeenteblad, afdeling 3a, onder nummer 280 / 1835; verblijfsobject: kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is, zoals bedoeld in artikel 1, lid m van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen; voedselvermalersysteem: versnijdende en vermalende apparatuur in de woning en de bijbehorende transport-, bewerkings- en opslaginstallatie, die de inzameling of het hergebruik van groente- fruit- en andere etensresten faciliteert. Het systeem voorkomt lozing, zoals bedoeld in artikel 6 en artikel 1, onderdeel c van het Besluit lozing afvalwater huishoudens; woning: een adresseerbaar verblijfsobject dat in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen geregistreerd zal kunnen worden met het gebruiksdoel woonfunctie; woningcorporatie: Toegelaten instellingen zoals bedoeld in artikel 19 van de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting
- Artikel 5.2 Toepasselijkheid ASA 2013 De ASA2013 is van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij daarvan in dit hoofdstuk uitdrukkelijk van wordt afgeweken. Artikel5.3 Doel van in het hoofdstuk omschreven subsidie Het doel van dit hoofdstuk is het in specifieke gebieden stimuleren van de realisatie van duurzame sociale nieuwbouw die bijzonder gunstige eigenschappen heeft qua energiehuishouding en een bijzonder lage milieubelasting tot gevolg heeft. Artikel5.4 Europees kader bij subsidie aan woningcorporaties Voor zover een woningcorporatie activiteiten uitvoert die op grond van dit hoofdstuk voor subsidie in aanmerking komen, betreffen het Diensten van Algemeen Economisch belang als bedoeld in artikel 47 van de Woningwet. Het betreft een additionele, specifieke vergoeding in aanvulling op de compensatie die is genoemd in het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting
- Artikel 5.5 Subsidiabele activiteiten
- Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het binnen het gebied Buiksloterham treffen van de volgende maatregelen aan een nieuwbouw sociale huurwoning: de woning op een zodanige manier realiseren dat deze een milieuprestatiegebouwwaarde kleiner of gelijk aan 0,5 heeft en energieneutraal is; of de woning op een zodanige manier realiseren dat deze een milieuprestatiegebouwwaarde kleiner of gelijk aan 0,5 heeft en nul-op-de meter is; en in aanvulling op de in onderdeel a of b genoemde maatregelen in de woning een voedselvermalersysteem toepassen.
- Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het binnen het gebied Strandeiland realiseren van een nieuwbouw sociale huurwoning op een zodanige manier dat deze een milieuprestatiegebouwwaarde van kleiner of gelijk aan 0,5 heeft en nul-op-de-meter is. Artikel5.6 Hoogte van de subsidie
- De hoogte van de te verlenen maximale subsidie op grond van dit hoofdstuk is als volgt: Voor het op een zodanige manier realiseren van een woning dat deze een milieuprestatiegebouwwaarde kleiner of gelijk aan 0,5 heeft en energieneutraal is, zoals bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, onderdeel a, geldt dat de subsidie € 50,- per vierkante meter gebruiksoppervlak van de woning bedraagt met een maximum van € 5000,- per woning; Voor op een zodanige manier realiseren van woning dat deze een milieuprestatiegebouwwaarde kleiner of gelijk aan 0,5 heeft en nul-op-de-meter is, zoals bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, onderdeel b en artikel 5.5, tweede lid, geldt dat de subsidie € 75,- per vierkante meter gebruiksoppervlak van de woning bedraagt met een maximum van € 7500,- per woning; Voor het toepassen van een voedselvermalersysteem, zoals bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, onderdeel c geldt dat de subsidie maximaal € 750,- per woning bedraagt;
- De hoogte van de vast te stellen subsidie op grond van dit hoofdstuk is als volgt: de in het eerste lid, onder a, b en c genoemde bedragen zijn van toepassing, maar 70% van het subsidiebedrag van andere verleende of vastgestelde subsidies voor de subsidiabele activiteiten wordt in mindering gebracht op de hoogte van de subsidie. Indien aannemelijk is dat een andere verleende subsidie lager vastgesteld zal worden brengt het college het verwachte lagere bedrag voor 70% in mindering in de plaats van het verleende bedrag; de subsidie is niet hoger dan de, met andere voor de subsidiabele activiteiten verleende of vastgestelde subsidies verminderde, daadwerkelijk gemaakte kosten voor het realiseren van de subsidiabele activiteiten. Indien aannemelijk is dat een andere verleende subsidie lager vastgesteld zal worden brengt het college het verwachte lagere bedrag in mindering in de plaats van het verleende bedrag. Artikel 5.8 Subsidieplafond
- Het subsidieplafond voor activiteiten binnen het gebied Buiksloterham, zoals bedoeld in artikel 5.5, eerste lid, is vastgesteld op €6.050.000,-; en
- Het subsidieplafond voor activiteiten binnen het gebied Strandeiland, zoals bedoeld in artikel 5.5, tweede lid, is vastgesteld op €5.150.000,-. Artikel 5.9 De aanvrager De subsidie in dit hoofdstuk kan uitsluitend worden aangevraagd door woningcorporaties. Artikel5.10 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
- In aanvulling op artikel 5, tweede lid van de ASA 2013 worden bij de subsidieaanvraag op basis van dit hoofdstuk de volgende gegevens en stukken overlegd: een bewijs dat de bankrekening waarop de subsidie of het subsidievoorschot overgemaakt dient te worden op naam van de aanvrager staat; een schriftelijke verklaring of andere documenten waaruit blijkt welke, conform NTA8800 te bepalen, energieprestaties voor de woning beoogd is, waarbij de volgende waarden expliciet benoemd worden: de maximale energiebehoefte in kWh per m² per jaar; het primair fossiel energiegebruik in kWh per m² per jaar; en het aandeel (%) hernieuwbare energie; een schriftelijke verklaring of andere documenten waaruit blijkt welke milieuprestatiegebouwwaarde beoogd is voor de woning; indien subsidie wordt aangevraagd voor het toepassen van een voedselvermalersysteem: een schriftelijke verklaring of andere documenten waaruit blijkt dat beoogd is een voedselvermalersysteem toe passen in de woning.
- De beschrijving van activiteiten, zoals genoemd in artikel 5, tweede lid, onderdeel a van de ASA 2013 bevat bij een subsidieaanvraag op basis van dit hoofdstuk in ieder geval: een overzicht met een weergave van de namen en KvK-nummers van en opdrachtgeversrelaties tussen de beoogde partijen, die in opdracht van de aanvrager, de subsidiabele nieuwbouw zullen bouwen; en de naam van het projectgebied en de kavelnummers waarbinnen de subsidiabele nieuwbouw gerealiseerd zal worden; het aantal woningen waar de subsidiabele activiteiten in uitgevoerd zullen worden; het gebruiksoppervlak van de woningen waar de subsidiabele activiteiten uitgevoerd zullen worden; voor elk van woningen waar de subsidiabele activiteiten uitgevoerd zullen worden de datum waarop de start van de bouw plaatsvind of heeft plaatsgevonden. Artikel 5.11 Weigeringsgronden 1.In aanvulling op artikel 9, eerste lid, van de ASA 2013 weigert het college een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten in dit hoofdstuk, indien: de aanvraag voor subsidieverlening later dan 6 maanden na de start van de bouw van de nieuwbouw waarop de aanvraag betrekking heeft is ingediend; de aanvraag voor subsidie ontvangen is na 31 december 2027; er voor 10 november 2020 afspraken met de gemeente Amsterdam met betrekking tot de realisatie van gebouwen op het kavel waar de beoogde gebouwen gerealiseerd zullen worden bestonden; 2.In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten in dit hoofdstuk, indien: er vóór de subsidieaanvraag schriftelijk vastgelegde afspraken bestaan tussen de gemeente en derden, waaronder begrepen projectontwikkelaars, bouwers, eigenaren en erfpachtgerechtigden, allen niet zijnde de subsidieaanvrager, over het realiseren van de in artikel 5.5 gestelde vereisten aan de nieuwbouw waarop de aanvraag betrekking heeft; de subsidieaanvraag de maximale subsidiehoogte overschrijdt; de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet bijdragen aan de realisatie van het doel van dit hoofdstuk. Artikel5.12Aanvullende verplichtingen subsidieverlening Naast de verplichtingen op grond van artikelen 10 en 11 van de ASA 2013, zijn aan de subsidie op grond van dit hoofdstuk de volgende verplichtingen verbonden: de start van de bouw van de gesubsidieerde nieuwbouw dient uiterlijk binnen 12 maanden na de datum van de verleningsbeschikking te zijn begonnen, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een onderbouwing, vóór het verstrijken van de voor start van de bouw gestelde termijn ontvangt. de oplevering van de gesubsidieerde nieuwbouw, zoals bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit energieprestaties gebouwen, dient uiterlijk binnen 36 maanden na datum van de verleningsbeschikking te hebben plaatsgevonden, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een onderbouwing, vóór het verstrijken van de voor oplevering gestelde termijn ontvangt. een door de gemeente aangestelde inspecteur wordt op verzoek van die inspecteur in de gelegenheid gesteld de uitgevoerde werkzaamheden ter plaatse te inspecteren. de woningcorporatie administreert de netto kosten, bedoeld in artikel 5 van het DAEB-vrijstellingsbesluit, die zijn verbonden met de activiteiten bedoeld in artikel 5, op een zodanige wijze dat inzicht kan worden verkregen in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering, in relatie tot de voor deze activiteiten verstrekte subsidie. het energielabel voor de gesubsidieerde nieuwbouw bevat tenminste een de berekende energiebehoefte in, kWh per m2 per jaar, het berekende primair fossiel energiegebruik in kWh per m2 per jaar en het berekende aandeel hernieuwbare energie in procenten. de aanvrager administreert alle informatie met betrekking tot de daadwerkelijk toegepaste materialen die nodig is om de milieuprestatiegebouwwaarde van het gerealiseerde gebouw te kunnen bepalen. Artikel 5.13Verantwoording van de subsidie 1.Het activiteitenverslag, zoals bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a van de ASA 2013 bevat voor subsidies op grond van dit hoofdstuk in ieder geval een overzicht waaruit voor ieder van de gesubsidieerde nieuwbouwverblijfsobjecten blijkt: de postcode, het huisnummer en de huisnummertoevoeging; de milieuprestatiegebouwwaarde; het aantal vierkante meter gebruiksoppervlak. 2.Het financieel verslag, dan wel de jaarrekening, zoals bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel b van de ASA2013, dat onderdeel uitmaakt van een aanvraag tot subsidievaststelling op grond van dit hoofdstuk bevat in ieder geval: een overzicht waaruit blijkt welke kosten aan de subsidiabele activiteiten zijn verbonden, dat inzicht verschaft in de hoogte van deze kosten, zulks afgescheiden van de reguliere bedrijfsvoering; en een overzicht van eventuele andere verleende of vastgestelde subsidies en subsidiebedragen voor dezelfde subsidiabele activiteiten en indien een lagere vaststelling van een andere verleende subsidie wordt verwacht een onderbouwing van die verwachting. 3.In aanvulling op artikel 14, tweede lid, van de ASA 2013 bevat de aanvraag tot subsidievaststelling op grond van dit hoofdstuk, indien er subsidie is verleend voor het toepassen van een voedselvermalersysteem, kopieën van de betaalde facturen voor de realisatie van het voedselvermalersysteem waaruit voldoende blijkt in welke woningen het systeem gerealiseerd is. 4.In aanvulling op artikel 14, tweede lid van de ASA 2013 kan het college gedurende de beoordeling van een aanvraag tot vaststelling van subsidie op grond van dit hoofdstuk verzoeken dat de volgende gegevens binnen twee weken worden overlegd: de verlenings- of vaststellingsbeschikkingen van andere subsidies voor dezelfde subsidiabele activiteiten; de gegevens die aan de grondslag liggen van de bepaling van het energielabel van het gebouw, zoals bedoeld in artikel 5.12, onderdeel e; de gegevens die aan de grondslag van de berekening van de milieuprestatiegebouwwaarde, zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, liggen, die tenminste bestaan uit: een overzicht van de soorten en hoeveelheden toegepaste materialen; een overzicht van de soorten en hoeveelheden toegepaste materialen die gedurende de levensloop van het gebouw naar verwachting ter vervanging gebruikt zullen worden; en de naam van het toegepaste gevalideerde rekeninstrument. Betaalbewijzen met betrekking tot aangeleverde facturen. 5.bij de toepassing van artikel 15, tweede en vijfde lid van de ASA 2013 op subsidies op grond van dit hoofdstuk merkt het college de oplevering, zoals bedoeld in artikel 2.1, van het besluit energieprestaties gebouwen aan als het moment waarop de subsidiabele activiteiten afgelopen zijn. Hoofdstuk 6 Verduurzamende Woningverbetering Artikel 6.1 Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: achterstallig onderhoud: een zodanige tekortkoming van een bouwwerk dat er op grond van artikel 1a, 1b, 7b 13 of 13a van de Woningwet voorzieningen aan dat bouwwerk noodzakelijk zijn, dan wel een tekortkoming van een bouwwerk die krachtens artikel 7:241 Burgerlijk wetboek als een gebrek heeft te gelden; bestaand gebouw: een bouwwerk waarvoor een melding of kennisgeving van de gereedkomen van bouw, zoals genoemd in artikel 7, lid g van het Besluit basisregistratie adressen en gebouwen en vereist volgens artikel 1.25, lid 2 van het Bouwbesluit 2012 is gedaan; BRL 9500: door de Stichting Kwaliteit voor Installaties Nederland bindend verklaarde Nationale Beoordelingsrichtlijn 9500, zoals vastgesteld op 31 augustus 2011, inclusief latere wijzigingen; certificaathouder: certificaathouder als bedoeld in BRL 9500, deel 02; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; maatwerkadviesrapport: maatwerkadviesrapport als bedoeld in BRL 9500, deel 02; energielabel: een in de officiële landelijke database, EP-online.nl, opgenomen registratie van de energieprestaties van een gebouw, zoals bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van het besluit energieprestatie gebouwen; EPA-adviseur: een persoon die voldoet aan de eisen aan de vakbekwaamheid van ‘EPA-adviseur’ conform bijlage 2 van BRL 9500, deel 2; gebied: een door denkbeeldige lijnen begrensd deel van grondgebied van de gemeente Amsterdam; labelstap: de verbetering van het energielabel van een gebouw of woning door de verbetering van de met één letter of lettercombinatie uitgedrukte weergave van de energieprestaties met één stap; bijvoorbeeld de stap van energielabel F naar energielabel E of van energielabel A+ naar energielabel A++. verblijfsobject: kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is, zoals bedoeld in artikel 1, lid m van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen; verduurzamende woningverbetering: een combinatie van fysieke maatregelen aan een bestaand gebouw die ertoe leiden dat er geen sprake meer is van achterstallig onderhoud, gebrekkig functionerende inpandige installaties en bovendien leiden tot een vermindering van de hoeveelheid energie die nodig is om het gebouw geschikt te houden voor verblijf en gebruik door personen. vereniging van eigenaren: een vereniging van eigenaren en andere rechtspersonen met leden waarbij het gebouw in eigendom van die rechtspersoon is en de leden een exclusief en verhandelbaar recht hebben tot bewoning van woningen in dat gebouw, zoals coöperatieve flatverenigingen. vve: zie vereniging van eigenaren; woning: een adresseerbaar verblijfsobject dat in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen geregistreerd zal kunnen worden met het gebruiksdoel woonfunctie; woning in particulier bezit: een woning die eigendom is van een natuurlijke persoon of een woning waarvoor geldt dat het eigendom van de exclusieve en verhandelbare bewonings- of appartementsrechten bij een natuurlijke persoon liggen, zoals een vereniging van eigenaren; woning in corporatiebezit: een woning die eigendom is van een woningcorporatie of een woning waarvoor geldt dat het eigendom van de exclusieve en verhandelbare bewonings- of appartementsrechten bij een woningcorporatie liggen; woningcorporatie: Toegelaten instellingen zoals bedoeld in artikel 19 van de Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting
- Artikel 6.2 Toepasselijkheid ASA 2013 De ASA2013 is van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij daarvan in dit hoofdstuk uitdrukkelijk van wordt afgeweken. Artikel6.3 Doel van de in het hoofdstuk omschreven subsidie Het doel van dit hoofdstuk is het in specifieke gebieden in Zuidoost stimuleren van de realisatie van verduurzamende woningverbetering door vve’s met in ieder geval particuliere woningbezitters. Artikel6.4 Gebiedsbepaling Het gebied waarbinnen de subsidiabele activiteiten in dit hoofdstuk plaats dienen te vinden om in aanmerking te komen voor subsidie bestaat uit de volgende in Bijlage III omschreven deelgebieden: Kantershof Rechte H-buurt Hakfoort-Huigenbos Hoptille G-buurt oost Reigersbos noord Reigersbos centrum Venserpolder west Venserpolder oost Artikel 6.5 Subsidiabele activiteiten Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor het, binnen het in artikel 6.4 bepaalde gebied, uitvoeren van maatregelen die onder de verantwoordelijkheid van de aanvrager vallen aan alle woningen binnen een bestaand gebouw die tot gevolg hebben dat: geen sprake meer is van achterstallig onderhoud; en ten minste drie labelstappen worden gemaakt of het energielabel B is bereikt; en inpandige installaties naar behoren functioneren. Artikel 6.6 Subsidiabele kosten In aanmerking voor subsidie op grond van dit hoofdstuk komen 70% van de kosten voor de uitvoering van de in artikel 6.5 bedoelde maatregelen. Artikel 6.7 Hoogte van de subsidie De hoogte van de subsidie voor de in artikel 6.5 genoemde subsidiabele activiteiten bedraagt ten hoogste de voor subsidie in aanmerking komende kosten, zoals bedoeld in artikel 6.6 en is niet hoger dan: € 9.400,- per woning in particulier bezit in het gebouw; en € 6.000,- per woning in corporatie bezit in het gebouw, voor zover de subsidie als gevolg van corporatiebezit niet meer is dan één vierde van het bedrag dat uit onderdeel a volgt. Artikel 6.8 Subsidieplafond Het subsidieplafond gedurende de periode tussen de inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit subsidie verduurzamende woningverbetering Zuidoost en 31 december 2028 voor de subsidiabele activiteiten in artikel 6.5 bedraagt € 29.099.737,-. Artikel6.9 de aanvrager De subsidie in dit hoofdstuk kan uitsluitend worden aangevraagd door verenigingen van eigenaren. Artikel 6.10 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
- De beschrijving van activiteiten, zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a van de ASA 2013, bevat bij aanvragen op grond van dit hoofdstuk in ieder geval een overzichtstabel die de volgende zaken met betrekking tot de woningen waaraan de subsidiabele activiteiten plaats zullen vinden bevat: straatnaam; huisnummer; huisnummertoevoeging; postcode; de juridisch eigenaar van de woning of het appartementsrecht; en het huidige energielabel;
- In aanvulling op artikel 5, tweede lid van de ASA 2013 worden bij de subsidieaanvraag op basis van dit hoofdstuk de volgende gegevens en stukken overlegd: een meerjaren onderhoudsplan (MJOP) dat voldoet aan de volgende vereisten: is opgesteld conform NEN 2767; omvat alle collectieve gebouwelementen en onderbouwt de collectiviteit van die elementen met behulp van een verwijzing naar het specifieke artikel in de splitsingsakte of andere documenten waarin de verdeling van eigendom en verantwoordelijkheden tussen de leden is vastgelegd; voorziet in een plan voor het onderhoud voor alle collectieve gebouwelementen voor een periode van minimaal 30 jaar en voor het casco voor een periode van minimaal 50 jaar; bevat een detailleerde tabel die voor ieder jaar op basis van de onderhouds- en vervangingscyclus van alle collectieve gebouwelementen voor een periode van 30 jaar inzichtelijk maakt welke werkzaamheden moeten gebeuren en welke kosten daaraan zijn verbonden en waarvoor verder geldt dat: de omschrijving van de werkzaamheden en de geraamde kosten in deze tabel in ieder geval gekwantificeerd onderbouwd worden door vermelding van het aantal eenheden, het aantal strekkende meter of het aantal vierkante meter van de werkzaamheden en de eenheidsprijzen voor de aan die werkzaamheden verbonden eenheden, strekkende meters of vierkante meters; en de vervangingscyclus in deze tabel er niet toe leidt dat de vervanging gebouwelementen op een later moment gepland wordt dan uit de theoretische levensduur van het gebouwelement volgt. bevat voldoende, duidelijke en gedetailleerde foto’s die de conditiemeting onderbouwen; benoemt welke collectieve gebouwelementen die niet visueel geïnspecteerd konden worden, welk aanvullende onderzoek plaatsgevonden heeft met betrekking tot die elementen en hoe de benodigde maatregelen die uit het aanvullend onderzoek volgden opgenomen zijn opgenomen zijn in het MJOP. een maatwerkadviesrapport, dat tenminste de volgende kenmerken heeft: het beschrijft welke maatregelen nodig zijn om ten minste drie labelstappen te maken of het energielabel B te bereiken met de woningen waarvoor subsidie wordt aangevraagd; het is niet eerder is opgesteld dan 1 september 2016; het bevat de naam en het adres van de EPA-adviseur die de woningen heeft opgenomen ten behoeve dit rapport; en het bevat de naam, het adres, het inschrijfnummer bij de Kamer van Koophandel en het nummer van het certificaat van de certificaathouder waarvoor de in onderdeel iii genoemde EPA-adviseur werkt; een bewijs dat de rekening waarop het subsidiebedrag gestort zal worden op naam van de aanvrager staat, zoals een bankrekeningafschrift of een bankpas. een kopie van de vigerende splitsingsakte of indien die niet bestaat andere documenten waarin de verdeling van eigendom en verantwoordelijkheden tussen de leden is vastgelegd. Artikel6.11 Weigeringsgronden
- In aanvulling op artikel 9, eerste lid, van de ASA 2013 weigert het college een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten in dit hoofdstuk, indien: reeds begonnen is met het treffen van de maatregelen voordat de subsidieaanvraag is ingediend; de aanvraag voor subsidie ontvangen is na 31 december 2028;
- In aanvulling op artikel 9, tweede lid, van de ASA 2013 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen voor de subsidiabele activiteiten in dit hoofdstuk, indien: de subsidieaanvraag de maximale subsidiehoogte overschrijdt; de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet bijdragen aan de realisatie van het doel van dit hoofdstuk; al eerder subsidie is aangevraagd op basis van deze regeling voor dezelfde activiteit; het maatwerkrapport of het meerjarig onderhoudsplan, zoals bedoeld in respectievelijk artikel 6.10, tweede lid, onderdelen a en b niet voldoende informatie bieden om de noodzaak of de subsidiabele kosten van de uit te voeren maatregelen te bepalen. Artikel6.12 Bevoorschotting
- Een verzoek tot verlening van een voorschot op een subsidie op grond van dit hoofdstuk gaat gepaard met offertes voor de realisatie van de subsidiabele activiteiten waarop de kosten voor de realisatie van de subsidiabele activiteiten voldoende duidelijk zijn uitgesplitst en aangemerkt.
- Een voorschot op een subsidie op grond van dit hoofdstuk is niet hoger dan 70% van de, in het eerste lid bedoelde, op offertes uitgesplitste en aangemerkte kosten voor de realisatie van de subsidiabele activiteiten en ook niet hoger dan 100% van het in de verleningsbeschikking bepaalde subsidiebedrag.
- Een tijdsplanning voor uitvoering van de subsidiabele activiteiten die bij voorkeur gebaseerd is op de door de aannemer opgestelde uitvoeringsplanning. Artikel 6.13 Aanvullende verplichtingen subsidieverlening Naast de verplichtingen op grond van artikelen 10 en 11 van de ASA 2013, zijn aan de subsidie op grond van dit hoofdstuk de volgende verplichtingen verbonden: de start van de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten dient uiterlijk binnen 2 jaar na de datum van de verleningsbeschikking te zijn begonnen, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een onderbouwing, vóór het verstrijken van de voor start van uitvoering gestelde termijn ontvangt. de gesubsidieerde activiteiten dienen uiterlijk binnen drie jaar na datum van de verleningsbeschikking te hebben plaatsgevonden, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een onderbouwing, vóór het verstrijken van de voor oplevering gestelde termijn ontvangt. een door de gemeente aangestelde inspecteur wordt op verzoek van die inspecteur in de gelegenheid gesteld de uitgevoerde werkzaamheden ter plaatse te inspecteren. na uitvoering van de subsidiabele activiteiten draagt de aanvrager er zorg voor dat het energielabel van de woning correspondeert met de werkelijke energieprestaties van de woning. de aanvrager draagt zorgt voor de vaststelling van een herzien meerjarig onderhoudsplan, dat: is opgesteld conform NEN 2767; alle collectieve gebouwelementen omvat en de collectiviteit van die elementen onderbouwt met behulp van een verwijzing naar het specifieke artikel in de splitsingsakte of andere documenten waarin de verdeling van eigendom en verantwoordelijkheden tussen de leden is vastgelegd; voorziet in een plan voor het onderhoud voor alle collectieve gebouwelementen voor een periode van minimaal 30 jaar en voor het casco voor een periode van minimaal 50 jaar; een detailleerde tabel bevat die voor ieder jaar op basis van de onderhouds- en vervangingscyclus van alle collectieve gebouwelementen voor een periode van 30 jaar inzichtelijk maakt welke werkzaamheden moeten gebeuren en welke kosten daaraan zijn verbonden en waarvoor verder geldt dat: de omschrijving van de werkzaamheden en de geraamde kosten in deze tabel in ieder geval gekwantificeerd onderbouwd worden door vermelding van het aantal eenheden, het aantal strekkende meter of het aantal vierkante meter van de werkzaamheden en de eenheidsprijzen voor de aan die werkzaamheden verbonden eenheden, strekkende meters of vierkante meters; en de vervangingscyclus in deze tabel er niet toe leidt dat de vervanging gebouwelementen op een later moment gepland wordt dan uit de theoretische levensduur van het gebouwelement volgt. voldoende, duidelijke en gedetailleerde foto’s bevat die de conditiemeting onderbouwen; benoemt welke collectieve gebouwelementen die niet visueel geïnspecteerd konden worden, welk aanvullende onderzoek plaatsgevonden heeft met betrekking tot die elementen en hoe de benodigde maatregelen die uit het aanvullend onderzoek volgden opgenomen zijn opgenomen zijn in het MJOP; voor een periode van 5 jaar, na de uitvoering van de subsidiabele activiteiten, geen onderhoudsactiviteiten bevat die aan te merken zijn als het wegwerken van achterstallig onderhoud. Artikel6.14 Verantwoording van de subsidie
- Het activiteitenverslag, zoals bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a van de ASA 2013 bevat voor subsidies op grond van dit hoofdstuk in ieder geval een overzicht waaruit voor ieder van de woningen waaraan de subsidiabele activiteiten zijn uitgevoerd blijkt: straatnaam; huisnummer; huisnummertoevoeging; postcode; de juridisch eigenaar van de woning of het appartementsrecht; en het energielabel na de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.
- Het financieel verslag, dan wel de jaarrekening, zoals bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel b van de ASA2013, dat onderdeel uitmaakt van een aanvraag tot subsidievaststelling op grond van dit hoofdstuk bevat in ieder geval een overzicht waaruit blijkt welke kosten aan de subsidiabele activiteiten zijn verbonden en verschaft inzicht in de hoogte van deze kosten.
- In aanvulling op artikel 14, tweede lid van de ASA 2013 bevat een aanvraag tot vaststelling van subsidie op grond van dit hoofdstuk tevens: de betaalde facturen voor de uitgevoerde subsidiabele activiteiten, waarop de subsidiabele kosten voldoende duidelijk zijn uitgesplitst en opgemerkt, inclusief betaalbewijzen; en het herzien meerjarig onderhoudsplan, zoals bedoeld wordt in artikel 6.13, onderdeel e. Hoofdstuk7 Slotbepalingen Artikel7.1Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Artikel7.2Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen. Aldus vastgesteld in de vergadering van 19 november
- De voorzitterFemke HalsemaDe gemeentesecretarisPeter Teesink Bijlage II In artikel 6.4 van de subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen wordt verwezen naar deze bijlage voor het bepalen van de deelgebieden. Inhoudsoverzicht Kantershof Rechte H-buurt Hakfoort-Huigenbos Hoptille G-buurt oost Reigersbos noord Reigersbos centrum Venserpolder west Venserpolder oost Deelgebieden A. Kantershof Het deelgebied Kantershof wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, in artikel 6.4, onderdeel a aangewezen. Dit deelgebied wordt als volgt begrensd: aan de zuidoostzijde: tussen de denkbeeldige lijn die door de wegas van de ’s Gravendijkdreef loopt en de denkbeeldige lijn die loopt door de wegas van het deel van de Kouwenoordweg dat parallel ligt aan het Geerdinkhofpad, door het Kantershofpad; tussen de denkbeeldig lijn die loopt door de wegas van het deel van de Kouwenoordweg dat parallel ligt aan het Geerdinkhofpad en de Weespertrekvaart, door de Gaasperdammerweg (A9); aan de noordoostzijde door de Weespertrekvaart; aan de noordwestzijde door een denkbeeldige lijn die door de middelpunten van de bruggen met nummers 1134 en 1135 loopt; aan de zuidwestzijde: tussen de brug met nummer 1135 en het Kantershofpad, door een denkbeeldige lijn die door de wegas van de ’s Gravendijkdreef loopt; tussen het Kantershofpad en de Gaasperdammerweg (A9), door een denkbeeldige lijn die loopt door de wegas van het deel van de Kouwenoordweg dat parallel ligt aan het Geerdinkhofpad. De volgende postcode en huisnummercombinaties worden geacht binnen de Kantershof te vallen: Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer 1103 RR alle 1104 GN alle 1104 HH alle 1103 SB 46 1104 GP alle 1104 HJ alle 1104 DN alle 1104 GR alle 1104 JA alle 1104 DP alle 1104 GS alle 1104 JB alle 1104 GA alle 1104 GT alle 1104 JC alle 1104 GB alle 1104 GV alle 1104 JD alle 1104 GC alle 1104 GW alle 1104 JE alle 1104 GD alle 1104 GX alle 1104 JG alle 1104 GE alle 1104 GZ alle 1104 JJ alle 1104 GG alle 1104 HA alle 1104 JH alle 1104 GH alle 1104 HB alle 1104 JK alle 1104 GJ alle 1104 HC alle 1104 JL alle 1104 GK alle 1104 HD alle 1104 JM alle 1104 GL alle 1104 HE alle 1104 JN alle 1104 GM alle 1104 HG alle 1104 RA alle Afbeelding 6.4.a.a – Ligging Kantershof in Amsterdam Afbeelding 6.4.a.b – Detailweergave van Kantershof B. Rechte H-buurt Het deelgebied Rechte H-buurt wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, in artikel 6.4, onderdeel b aangewezen. Dit deelgebied wordt als volgt begrensd: aan noordwestzijde door de Hoogoorddreef; aan de noordoostzijde door de Flierbosdreef; aan de zuidoostzijde door de Karspeldreef; en aan de zuidwestzijde door het Abcouderpad. De volgende postcode en huisnummercombinaties worden geacht binnen de Rechte H-buurt te vallen: Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer 1102 CA alle 1102 EH alle 1102 GM alle 1102 CB alle 1102 EJ alle 1102 GN alle 1102 CC alle 1102 EK alle 1102 GP alle 1102 CD alle 1102 EL alle 1102 GR alle 1102 CE alle 1102 EM alle 1102 HA alle 1102 CG alle 1102 EN alle 1102 HB alle 1102 CH alle 1102 EP alle 1102 HC alle 1102 CJ alle 1102 ER alle 1102 HD alle 1102 CK alle 1102 GA alle 1102 HE alle 1102 CL alle 1102 GB alle 1102 HG alle 1102 CM alle 1102 GC alle 1102 HH alle 1102 CN alle 1102 GD alle 1102 HJ alle 1102 EA alle 1102 GE alle 1102 HK alle 1102 EB alle 1102 GG alle 1102 HL alle 1102 EC alle 1102 GH alle 1102 HM alle 1102 ED alle 1102 GJ alle 1102 HN alle 1102 EE alle 1102 GK alle 1102 EG alle 1102 GL alle Afbeelding 6.4.b.a – Ligging Rechte H-buurt in Amsterdam Afbeelding 6.4.b.b – Detailweergave van de Rechte H-buurt C. Hakfoort-Huigenbos Het deelgebied Hakfoort-Huigenbos wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, in artikel 6.4, onderdeel c aangewezen. Dit deelgebied wordt als volgt begrensd: aan de noordnoordwestzijde door de Karspeldreef; aan de oostnoordoostzijde door de Huntumdreef; aan de zuidzuidoostzijde door de autosnelweg A9; en aan de westzuidwestzijde door het metrospoor waaraan het station Bullewijk is gelegen. De volgende postcode en huisnummercombinaties worden geacht binnen Hakfoort-Huigenbos te vallen: Postcode Huisnummer 1102 BX alle 1102 KA alle 1102 LA alle 1102 LB alle 1102 SB alle 1102 SC alle 1102 SE alle Afbeelding 6.4.c.a – Ligging Hakfoort-Huigenbos in Amsterdam Afbeelding 6.4.c.b – Detailweergave van Hakfoort-Huigenbos D. Hoptille Het deelgebied Hoptille wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, in artikel 6.4, onderdeel d aangewezen. Dit deelgebied wordt als volgt begrensd: aan de noordnoordwestzijde door de Hoogoorddreef; aan de oostnoordoostzijde door het Abcouderspad; aan de zuidzuidoostzijde door de Karspeldreef; en aan de westzuidwestzijde door het metrospoor waaraan het station Bullewijk is gelegen. De volgende postcode en huisnummercombinaties worden geacht binnen Hoptille te vallen: Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer 1102 BK alle 1102 NH alle 1102 PG alle 1102 BS alle 1102 NJ alle 1102 PH alle 1102 CS alle 1102 NK alle 1102 PJ alle 1102 CX alle 1102 NL alle 1102 PL alle 1102 CZ alle 1102 NM alle 1102 PN alle 1102 NA alle 1102 NN alle 1102 PP alle 1102 NB alle 1102 NP alle 1102 PR alle 1102 NC alle 1102 PA alle 1102 PS alle 1102 ND alle 1102 PB alle 1102 PT alle 1102 NE alle 1102 PC alle 1102 NG alle 1102 PE alle Afbeelding 6.4.d.a – Ligging Hoptille in Amsterdam Afbeelding 6.4.d.b – Detailweergave van Hoptille E. G-buurt oost Het deelgebied G-buurt oost wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, in artikel 6.4, onderdeel e aangewezen. Dit deelgebied wordt als volgt begrensd: aan de noordwestzijde door het deel van de Provinciale weg dat in noordoostelijke richting loopt; aan de noordoostzijde door de Weespertrekvaart; aan de zuidoostzijde: tussen de Weespertrekvaart en ’s Gravendijkdreef door een denkbeeldige lijn die door de middelpunten van de bruggen met nummers 1134 en 1135 loopt; tussen de ’s Gravendijkdreef en het metrospoor waaraan het station Ganzenhoef ligt door de Bijlmerdreef aan de zuidwestzijde: tussen een denkbeeldige lijn die door de middelpunten van de bruggen met nummers 1134 en 1135 loopt en de Bijlmerdreef door ’s Gravendijkdreef; tussen de Bijlmerdreef en het deel van de Provinciale weg dat in noordoostelijke richting loopt door het metrospoor waaraan het station Ganzenhoef ligt. De volgende postcode en huisnummercombinaties worden geacht binnen G-buurt oost te vallen: Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer 1103 JZ alle 1103 LG alle 1103 PL alle 1103 KA alle 1103 LH alle 1103 PM alle 1103 KB alle 1103 LJ alle 1103 PN alle 1103 KC alle 1103 LK alle 1103 PP alle 1103 KD alle 1103 LL alle 1103 PR alle 1103 KE alle 1103 LM alle 1103 PS alle 1103 KG alle 1103 LN alle 1103 PT alle 1103 KH alle 1103 LP alle 1103 PV alle 1103 KJ alle 1103 LR alle 1103 PW alle 1103 KK alle 1103 LS alle 1103 PX alle 1103 KL alle 1103 LT alle 1103 PZ alle 1103 KM alle 1103 LV alle 1103 RA alle 1103 KN alle 1103 LW alle 1103 RB alle 1103 KP alle 1103 LX alle 1103 RC alle 1103 KR alle 1103 LZ alle 1103 RD alle 1103 KS alle 1103 NA alle 1103 RE alle 1103 KT alle 1103 NB alle 1103 RG alle 1103 KV alle 1103 PA alle 1103 RH alle 1103 KW alle 1103 PB alle 1103 RJ alle 1103 KX alle 1103 PC alle 1103 RK alle 1103 KZ alle 1103 PD alle 1103 RL alle 1103 LA alle 1103 PE alle 1103 RM alle 1103 LB alle 1103 PG alle 1103 RN alle 1103 LC alle 1103 PH alle 1103 RP alle 1103 LD alle 1103 PJ alle 1103 SB Alle, behalve 46 1103 LE alle 1103 PK alle 1103 SE alle Afbeelding 6.4.e.a – Ligging G-buurt oost in Amsterdam Afbeelding 6.4.e.b – Detailweergave van G-buurt oost F. Reigersbos Noord Het deelgebied Reigersbos Noord wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, in artikel 6.4, onderdeel f aangewezen. Dit deelgebied wordt als volgt begrensd: aan de noordnoordoostzijde: tussen het metrospoor waaraan het station Holendrecht ligt en het Abcouderpad door de Holendrechtdreef; tussen het Abcouderpad en de Meerkerkdreef door het Meibergpad; aan de oostnoordoostzijde tussen de Holendrechtdreef en Meibergpad door het Abcouderpad; aan de oostnoordoosttzijde en aan de noordzijde tussen het Meibergpad en de Reigersbosdreef door de Meerkerkdreef; aan de oostzijde door de Reigersbosdreef; aan de zuidzijde door het metrospoor waaraan het station Reigersbos is gelegen; aan de westzuidwestzijde door het metrospoor waaraan het station Holendrecht is gelegen. De volgende postcode en huisnummercombinaties worden geacht binnen Reigersbos noord te vallen: Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer 1106 HX alle 1106 KS alle 1106 VE alle 1106 HZ alle 1106 KT alle 1106 VG alle 1106 JA alle 1106 KV alle 1106 VH alle 1106 JB alle 1106 KW alle 1106 VJ alle 1106 JC alle 1106 KX alle 1106 VK alle 1106 JD alle 1106 KZ alle 1106 VL alle 1106 JE alle 1106 LA alle 1106 VM alle 1106 JG alle 1106 LB alle 1106 VN alle 1106 JH alle 1106 LC alle 1106 VP alle 1106 JJ alle 1106 LD alle 1106 VR alle 1106 JK alle 1106 LE alle 1106 VS alle 1106 JL alle 1106 LG alle 1106 VT alle 1106 JM alle 1106 LH alle 1106 VV alle 1106 JN alle 1106 LJ alle 1106 VW alle 1106 JP alle 1106 LK alle 1106 VX alle 1106 JR alle 1106 LL alle 1106 VZ alle 1106 JS alle 1106 LM alle 1106 XA alle 1106 JT alle 1106 TG alle 1106 XB alle 1106 JV alle 1106 TH alle 1106 XC alle 1106 JW alle 1106 TJ alle 1106 XD alle 1106 JX alle 1106 TK alle 1106 XE alle 1106 JZ alle 1106 TL alle 1106 XG alle 1106 KA alle 1106 TM alle 1106 XH alle 1106 KB alle 1106 TN alle 1106 XJ alle 1106 KC alle 1106 TP alle 1106 XK alle 1106 KD alle 1106 TR alle 1106 XL alle 1106 KE alle 1106 TS alle 1106 XM alle 1106 KG alle 1106 TT alle 1106 XN alle 1106 KH alle 1106 TV alle 1106 XP alle 1106 KJ alle 1106 TW alle 1106 XR alle 1106 KK alle 1106 TX alle 1106 XS alle 1106 KL alle 1106 TZ alle 1106 XT alle 1106 KM alle 1106 VA alle 1106 XV alle 1106 KN alle 1106 VB alle 1106 XW alle 1106 KP alle 1106 VC alle 1106 XX alle 1106 KR alle 1106 VD alle 1106 XZ alle Afbeelding 6.4.f.a – Ligging Reigersbos noord in Amsterdam Afbeelding 6.4.f.b – Detailweergave van Reigersbos noord G. Reigersbos centrum Het deelgebied Reigersbos centrum wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, in artikel 6.4, onderdeel g aangewezen. Dit deelgebied wordt als volgt begrensd: aan de noordzijde door het Ruiseveenpad totdat deze samengaat met het Puiflijkpad, daarna door het Puiflijkpad; aan de oostzijde door het Ravenswaaipad ; aan de westzijde door de Reigersbosdreef; aan de zuidzijde en oostzijde door het waterlichaam met de naam Snellerwaardgracht. De volgende postcode en huisnummercombinaties worden geacht binnen Reigersbos Centrum te vallen: Postcode huisnummer Postcode huisnummer 1106 AM alle 1107 EB alle 1106 AN alle 1107 EC alle 1106 AP alle 1107 EG alle 1106 AR alle 1107 EJ 3, 7, 9, 11 1106 AS alle 1107 ES alle 1106 AT alle 1107 ET alle 1106 AV alle 1107 EV alle 1106 AX alle 1107 EW alle 1107 EA alle 1107 EX alle Afbeelding 6.4.g.a – Ligging Reigersbos centrum in Amsterdam Afbeelding 6.4.g.b – Detailweergave van Reigersbos centrum H. Venserpolder west Het deelgebied Venserpolder west wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, in artikel 6.4, onderdeel h aangewezen. Dit deelgebied wordt als volgt begrensd: Aan de zuidwestzijde door het treinspoor dat in noordwestelijke richting door het station Duivendrecht loopt. aan de westzijde door het uit zuidoostelijk richting komende in oostelijke richting afbuigende treinspoor dat het dichtst tegen de Dalsteindreef, de Alexander Dumaslaan en de Boris Pasternakstraat aan ligt en dat de treinsporen die in noordwestelijke en noordoostelijke richting lopen verbindt; aan de noordwestzijde door het trein spoor dat in noordoostelijke richting vanuit het station Duivendrecht loopt; aan de noordoostzijde door de Dolingadreef; en aan de zuidoostzijde door de Burgemeester Stramanweg; De volgende postcode en huisnummercombinaties worden geacht binnen Venserpolder west te vallen: Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer 1102 RA alle 1102 TC alle 1102 VH alle 1102 RB alle 1102 TD alle 1102 VJ alle 1102 RC alle 1102 TE alle 1102 VK alle 1102 RD alle 1102 TG alle 1102 VN alle 1102 RE alle 1102 TH alle 1102 VM alle 1102 RG alle 1102 TJ alle 1102 VL alle 1102 RH alle 1102 TK alle 1102 VP alle 1102 RJ alle 1102 TL alle 1102 VR alle 1102 RK alle 1102 TM alle 1102 VS alle 1102 RL alle 1102 TN alle 1102 VT alle 1102 RM alle 1102 TP alle 1102 VV alle 1102 RS alle 1102 TR alle 1102 VX alle 1102 RT alle 1102 TS alle 1102 VW alle 1102 RV alle 1102 TT alle 1102 VZ alle 1102 RW alle 1102 TV alle 1102 WB alle 1102 RX alle 1102 TW alle 1102 WD alle 1102 RZ alle 1102 TX alle 1102 WE alle 1102 SR alle 1102 TZ alle 1102 WG alle 1102 ST alle 1102 VA alle 1102 WH alle 1102 SV alle 1102 VB alle 1102 WJ alle 1102 SW alle 1102 VC alle 1102 WK alle 1102 SX alle 1102 VD alle 1102 WL alle 1102 TA alle 1102 VE alle 1102 WN alle 1102 TB alle 1102 VG alle Afbeelding 6.4.h.a – Ligging Venserpolder west in Amsterdam Afbeelding 6.4.h.b – Detailweergave van de Venserpolder west I. Venserpolder oost Het deelgebied Venserpolder oost wordt, onder verwijzing naar deze bijlage, in artikel 6.4, onderdeel i aangewezen. Dit deelgebied wordt als volgt begrensd: aan de noordwestzijde door de Dalsteindreef; aan de zuidwestzijde door de Dollingadreef; aan de zuidoostzijde door de Daalwijkdreef; aan de noordoostzijde door de Dubbelinkdreef; De volgende postcode en huisnummercombinaties worden geacht binnen Venserpolder oost te vallen: Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer Postcode Huisnummer 1102 AG alle 1102 XE alle 1102 ZA alle 1102 AJ alle 1102 XG alle 1102 ZB alle 1102 AL alle 1102 XH alle 1102 ZC alle 1102 AM alle 1102 XJ alle 1102 ZD alle 1102 AR alle 1102 XK alle 1102 ZE alle 1102 AS alle 1102 XL alle 1102 ZG alle 1102 WP alle 1102 XM alle 1102 ZH alle 1102 WR alle 1102 XN alle 1102 ZJ alle 1102 WS alle 1102 XP alle 1102 ZK alle 1102 WT alle 1102 XR alle 1102 ZL alle 1102 WV alle 1102 XS alle 1102 ZM alle 1102 WX alle 1102 XT alle 1102 ZN alle 1102 WZ alle 1102 XV alle 1102 ZP alle 1102 XA alle 1102 XW alle 1102 ZR alle 1102 XB alle 1102 XX alle 1102 ZS alle 1102 XC alle 1102 XZ alle 1102 ZT alle 1102 XD alle Afbeelding 6.4.i.a – Ligging Venserpolder oost in Amsterdam Afbeelding 6.4.i.b – Detailweergave van de Venserpolder oost Toelichting Inleiding De gemeente Amsterdam wil de verduurzaming van de stad versnellen. De op 3 maart 2020 door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 geeft uitdrukking aan die ambitie en stippelt de weg erheen aan de hand van een viertal transitiepaden uit. Het woord transitie verwijst naar de transitie van CO2 (en equivalenten) uitstotende manieren van dingen doen naar manieren van dingen doen die geen CO2 (of equivalenten) uitstoten en daarmee een vrijwel verwaarloosbare invloed op het klimaat hebben, ook wel klimaatneutraal genoemd. De gebouwde omgeving is één van die transitiepaden. Dit transitiepad is verantwoordelijk voor 25% van de Amsterdamse CO2 uitstoot. Deze subsidieregeling is er op gericht om de versnelling op dit transitiepad te realiseren. In de verschillende hoofdstukken van deze regeling worden subsidies voor verschillende doelgroepen en verschillende aspecten van deze verduurzaming van de gebouwde omgeving geregeld. Voorgeschiedenis De gemeente Amsterdam heeft al jaren verschillende subsidies beschikbaar om mensen aan te moedigen om hun in Amsterdam gelegen vastgoed te verduurzamen of het nu ging om isolatie, dubbel glas, duurzame nieuwbouw of aardgasvrij. De regeling zelf is het resultaat van een naamswijziging van de, op 19 november 2019 door het college van B&W vastgestelde, subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij Amsterdam, naar subsidieregeling duurzame Amsterdamse gebouwen. Deze naamswijziging was nodig om de subsidieregeling een naam te geven die bredere inhoud (breder dan aardgasvrij) van de regeling en de toekomstige ontwikkelingen op dit gebied dekt. Ook komt de regeling dan beter te passen in het subsidielandschap op het gebied van duurzaamheid dat bestaat uit: Subsidieregeling duurzame Amsterdamse energie, duurzame Amsterdamse vervoersmiddelen, duurzame Amsterdamse gebouwen en Groen in Amsterdam. Het verdient noot dat de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij Amsterdam op zichzelf al een opvolger was van de subsidieregeling Amsterdam aardgasvrij, die op 31 december 2019 is komen te vervallen en die op zichzelf weer het resultaat was van een naamswijziging van de subsidieregeling Amsterdam aardgasloos. Aardgasvrij Met de laatste naamswijziging zijn de structuur en inhoud van de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij behouden gebleven. De aardgasvrij regeling heeft zijn plaats gekregen in hoofdstuk 1 tot 4 van deze regeling. Het gaat nadrukkelijk om tot 4, zodat hoofdstuk 4 en de eventuele vervolghoofdstukken er geen onderdeel van zijn, maar de hoofdstukken 3a, 3b, 3c enzovoort wel. Deze regeling blijft voorzien in de ambitie om specifieke uitwerkingen van de regeling mogelijk te maken voor nader te bepalen gebieden in Amsterdam. De eerste gebiedsgerichte uitwerking is opgenomen in hoofdstuk 3 Wildeman en verder uitwerkingen in hoofdstukken 3a, 3b, 3c enzovoort. Binnen een gebiedsgerichte uitwerking kunnen afwijkende subsidievoorwaarden voor een gebied bepaald worden. Het bepalen van die afwijkende subsidievoorwaarden gebeurt op basis van de uitkomsten van de voor dat gebied bepaalde wijkaanpak. In de wijkaanpak wordt samen met de eigenaren, gebruikers en partijen die de infrastructuur aanleggen en beheren gezocht naar de beste oplossing voor de hele wijk om de stap (en eventuele tussenstappen) naar aardgasvrij te maken. Dit vraagt om een complexe belangenafweging met betrekking tot de volgende zaken: de breed gedragen voorkeuren van eigenaren en gebruikers in een gebied voor een specifiek alternatief; de isolatiegraad van bestaand vastgoed; het beschermde of monumentale karakter van het bestaand vastgoed; renovatieplannen van vastgoedeigenaren; de geschiktheid van inpandige installaties in bestaand vastgoed voor bepaalde aardgas alternatieven; de geschiktheid van bestaande bouwkundige constructies voor bepaalde aardgas alternatieven; de mate van afschrijving die gedaan is op de aanwezige aardgasverbrandingsinstallaties; de mate waarin het eigendom van bestaande gebouwen is gefragmenteerd; de investeringsbereidheid en -gereedheid van eigenaren van de bestaande gebouwen; de mate waarin verhuurders instemming van huurders nodig hebben en kunnen krijgen voor alternatieven voor aardgas; de uitvoeringscapaciteit van installatiebedrijven; de ligging en nabijheid van potentiële alternatieve warmtebronnen; de beperkte beschikbaarheid van potentiële alternatieve warmtebronnen; de ontwikkeling en stimulering van alternatieve warmtebronnen; de ligging en nabijheid van potentiële alternatieve energieinfrastructuur; de geschiktheid van bestaande energieinfrastructuur voor de implementatie van alternatieven; de hoeveelheid vastgoed of het percentage van vastgoed dat minimaal moet kiezen voor een collectieve oplossing om de aanleg ervan rendabel en betaalbaar te maken. de mate van afschrijving op de bestaande energieinfrastructuur; de investeringsbereidheid en -gereedheid van partijen die energieinfrastructuur aanleggen en beheren; de uitvoeringscapaciteit bij de partijen die de energieinfrastructuur aanleggen en beheren; de onderhoudsplanning voor bestaande ondergrondse infrastructuur; de mate waarin de bestaande inrichting van de openbare ruimte is afgeschreven; de onderhoudsplanning voor de openbare ruimte in het gebied; de hoeveelheid beschikbare ruimte in de ondergrond voor de aanleg van alternatieve of supplementaire energieinfrastructuur; de ontwikkelingsplannen van de gemeente in nabijgelegen gebieden; de verkeerkundige consequenties van de aanleg van alternatieve infrastructuur; de bedrijfsvoeringsconsequenties voor bestaande ondernemers van de aanleg van alternatieve infrastructuur. het wettelijke kader en de beschikbare juridische instrumenten die betrekking hebben op de energietransitie; de algemene stand van de techniek voor alternatieve warmtebronnen. Daarnaast zijn er nog zaken die niet specifiek zijn voor ieder gebied, maar met het verstrijken van tijd kunnen veranderen en kunnen leiden tot aanzienlijke verschillen tussen gebieden. Veel van de voorgenoemde zaken treffen belangen die aanmerkelijk breder zijn dan het belang van de eigenaar of gebruiker van het vastgoed die subsidie kan aanvragen op basis van een gebiedsgerichte uitwerking. Deze belangen in overweging nemende, is het te rechtvaardigen dat verschillende voorwaarden worden bepaald in verschillende gebieden. Voorbeelden van voorwaarden waarin gebiedspecifieke uitwerkingen gevarieerd kunnen worden, zijn: De hoogte van het subsidieplafond voor een gebied, zodat dat aansluit bij het aantal gebouwen in het gebied en de te verwachten te verlenen subsidie per gebouw. Dit is ter voorkoming van reservering van grote hoeveelheden gemeentemiddelen voor gebouwen in (delen van) gebieden waarvan de uitvoering niet binnen afzienbare tijd zal beginnen of waar subsidieaanvragen niet mogelijk zijn. De activiteiten waarvoor subsidie aangevraagd kan worden, zodat gericht voorkeursalternatieven kunnen worden gestimuleerd en het subsidiëren van tussenoplossingen en deeloplossingen mogelijk wordt. De hoogte van de subsidie, zodat deze beter aansluit bij de te verwachten kosten voor de installatie van het voorkeursalternatief in het vastgoed in het gebied of zodat een vast subsidiebedrag in plaats van een maximaal subsidiebedrag bepaald kan worden. De functies van de gebouwen waarvoor subsidie beschikbaar gesteld kan worden, zodat naast woningen ook bestaande maatschappelijke organisaties of kleine ondernemingen in een bepaald gebied gestimuleerd kunnen worden om de transitie te maken. De aanvragers, zodat bijvoorbeeld uitgesloten kan worden dat aanvragers een winstoogmerk hebben of zodat verzekerd kan worden dat aanvragen uitsluitend vanuit VvE verband gedaan kunnen worden om de besturen van de in het gebied aanwezige VvE’s in een stevigere positie te brengen ten opzichte van de deeleigenaren. De in te dienen gegevens, zodat deze aansluiten bij de afwijkende activiteiten. De weigeringsgronden, zodat deze beter aansluiten bij de concrete plannen en afspraken die uit de wijkaanpak volgen. De termijn waarbinnen de subsidie kan worden aangevraagd, zodat eigenaren en bewoners in een gebied gestimuleerd worden om snel de overstap naar het alternatief te maken en de kosten die gemoeid zijn met een functionerend maar deels gebruikte alternatieve verwarmingsinstallatie worden vermeden. De aanvullende verplichtingen, zodat deze beter aansluiten bij eventuele andere activiteiten en de concrete afspraken die uit de wijkaanpak volgen. De-minimisverklaring en staatssteun Op 2 juni 2020 heeft het college van B&W met het oog op grotere aanvragen van vastgoedbezitters voor aardgasvrij subsidie (zoals geregeld in hoofdstukken 1 tot 4) besloten om minder dwingend te zijn met betrekking tot de de-minimisverklaring. Als gevolg daarvan is de de-minimisverklaring in deze gevallen geen gedwongen weigeringsgrond meer. Het voldoen aan de de-minimisvereisten is een ‘kan’ bepaling geworden. De bedoeling hiervan is dat het college aanvragers van subsidie, geen toegelaten instellingen zijnde, die subsidie aanvragen voor meerdere woningen of meerdere bedrijfs- of maatschappelijke ruimten, waardoor er meer dan €200.000,- gemoeid zou zijn, niet direct meer weigert. In de plaats daarvan onderzoekt en bepaalt het college in die individuele gevallen of er vanuit de artikel 107 of 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (of daarop gebaseerde regelgeving en richtlijnen) beperkingen worden opgelegd. Het college zal bij de verlening rekening houden met deze beperkingen en daardoor de subsidie mogelijk lager of zelfs op nihil verlenen. Stadsbrede subsidie De eerste en uitzonderlijke gebiedsgerichte aardgasvrije subsidie ligt besloten in hoofdstuk
- Het werkingsgebied voor dit hoofdstuk betreft de gehele stad, met uitzondering van gebieden die in andere hoofdstukken zijn aangewezen. Zodra er een gebiedsgerichte uitwerking voor een gebied bestaat, is het voor eigenaren en gebruikers van vastgoed in dat gebied dus in principe niet meer mogelijk om subsidie aan te vragen voor dat vastgoed op basis van de stadsbrede regeling in hoofdstuk
- Als vanzelfsprekend is het ook niet mogelijk om subsidie aan te vragen op basis van de voorwaarden die voor een ander gebied gelden. Het stadsbrede hoofdstuk fungeert als een waarborg dat iedereen die slechts een appartement of enkele gebouwen bezit aanspraak kan maken op subsidie voor het aardgasvrij maken van zijn of haar gebouwen. Grote vastgoedbezitter zijn in de praktijk aangewezen op de gebiedsgerichte uitwerkingen. Het grote werkingsgebied laat dit hoofdstuk weinig ruimte voor maatwerk en de maximale subsidiebedragen zijn aan de lage kant. Bij de inwerkingtreding van de subsidieregeling gebiedsgericht aardgasvrij voorzag de stadsbrede regeling uitsluitend in subsidie voor het aardgasvrij maken van woningen. Met de inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit duurzame Amsterdamse gebouwen is het ook voor bedrijven en maatschappelijke organisaties, binnen het werkingsgebied van hoofdstuk 2, mogelijk geworden om aanspraak te maken op subsidie voor het aardgasvrij maken van bedrijfsruimten en maatschappelijk vastgoed. Scholen zijn uitgesloten van deze subsidie, omdat voor deze groep een andere subsidie is voorzien. De bedoeling is dat nieuwe gebiedsgerichte uitwerkingen ook zullen voorzien in subsidie voor bedrijfsruimten en maatschappelijk vastgoed. De Wildemanbuurt Op 19 november 2019 heeft het college van B&W met het oog op de concrete plannen en afspraken die voorlagen voor het aardgasvrij maken van grote delen van het vastgoed in de Wildemanbuurt, besloten om een specifieke (i.e. op die buurt gerichte) uitwerking vast te stellen. Deze subsidie is opgenomen in hoofdstuk 3 van deze regeling. De in hoofdstuk 3 voor de Wildemanbuurt bepaalde subsidiabele activiteiten wijken af van die in hoofdstuk
- Door deze afwijking ontstaat de mogelijkheid om de verwarmings- en warmwaterinstallatie van een woning met subsidie aan te passen naar een aardgasvrije, zonder dat ook de direct de gasgestookte kookvoorziening omgezet moet worden. De omzetting van de gasgestookte kookvoorziening is ook subsidiabel, maar die subsidie kan onafhankelijk van de subsidie voor de verwarmingsinstallatie worden aangevraagd door huurders en eigenaren. In de wijkaanpak voor de Wildemanbuurt is afgesproken dat huurders van de bewoonde sociale huurwoningen gestimuleerd worden om deze omzetting zelf te doen. Als huurders dat niet doen, dan zet de verhuurder deze kookvoorzieningen om als een nieuwe huurder de woning betrekt (mutatie). Om te voorkomen dat verhuurders bij iedere afzonderlijke mutatie een subsidieaanvraag in moeten dienen is in deze gebiedsgerichte uitwerking voorzien in een afwijking van de weigeringsgronden, zodat verhuurders (en andere partijen) ook achteraf subsidie aan kunnen vragen als ze meerdere kookgasmutaties hebben uitgevoerd. Het subsidieplafond voor de Wildemanbuurt sluit aan bij de som van de op basis van de afspraken en concrete plannen voor deze buurt verwachte aanvragen gedurende de beperkte periode dat het mogelijk is om de subsidie aan te vragen. Bernard Loderbuurt Op 2 juni 2020 heeft het college van B&W met het oog op de concrete plannen en afspraken die mede vanuit het City Deal “Naar een Stad zonder Aardgas” samenwerkingsverband voorlagen voor het aardgasvrij maken van grote delen van het vastgoed in de Bernard Loderbuurt, besloten om een specifieke (i.e. op die buurt gerichte) uitwerking vast te stellen. Deze subsidie is opgenomen in hoofdstuk 3a van deze regeling. Het subsidieplafond voor de Bernard Loderbuurt sluit aan bij de op basis van de afspraken en concrete plannen voor deze buurt verwachte aanvragen gedurende de beperkte periode dat het mogelijk is om de subsidie aan te vragen. Reimerswaalbuurt Op 2 juni 2020 heeft het college van B&W met het oog op de concrete plannen en afspraken die vanuit het City Deal “Naar een Stad zonder Aardgas” samenwerkingsverband voorlagen voor het aardgasvrij maken van grote delen van het vastgoed in de Reimerswaalbuurt, besloten om een specifieke (i.e. op die buurt gerichte) uitwerking vast te stellen. Deze subsidie is opgenomen in hoofdstuk 3b van deze regeling. Het subsidieplafond voor de Reimerswaalbuurt sluit aan bij de op basis van de afspraken en concrete plannen voor deze buurt verwachte aanvragen gedurende de beperkte periode dat het mogelijk is om de subsidie aan te vragen. De Molenwijk Op 18 januari 2022 heeft het college van B&W met het oog op de concrete plannen en afspraken die voorlagen voor het aardgasvrij maken van delen van het vastgoed in de Molenwijk, besloten om een specifieke (i.e. op die buurt gerichte) uitwerking vast te stellen. Deze subsidie is opgenomen in hoofdstuk 3d. Voor bedrijven en maatschappelijke organisatie geldt dat zij aanspraak kunnen blijven maken op de stadsbrede subsidie voor wat betreft het vastgoed in de Molenwijk. Er wordt een potentieel hoger subsidiebedrag beschikbaar gesteld voor het aardgasvrij maken van woningen in deze buurt, maar om aanspraak te kunnen maken op dit hogere bedrag zullen ook aanzienlijk hogere subsidiabele kosten opgevoerd moeten worden. Dit is het gevolg van het feit dat in de Molenwijk, net als in de Bernard Loderbuurt en de Reimerwaalbuurt een forfaitair bedrag in mindering wordt gebracht. In de Molenwijk is dit forfaitair bedrag hoger dan in de voorgaande buurten. Net als in de Bernard Loderbuurt en de Reimerswaalbuurt is, na het in mindering brengen van dit forfaitaire bedrag, slechts 50% van de resterende kosten subsidiabel. Het subsidieplafond voor de Molenwijk sluit aan bij de som van de op basis van de afspraken en concrete plannen voor deze buurt verwachte aanvragen gedurende de beperkte periode dat het mogelijk is om subsidie aan te vragen. In samenhang met het besluit om subsidie te verlenen voor deze buurt is ook besloten om het gebied aan te wijzen als gebied waar de netbeheerder geen taak heeft aanvragers van een kleinverbruik gasaansluiting te voorzien. Consequentie daarvan is dat het niet meer mogelijk is om een kleinverbruik gasaansluiting te krijgen en op die manier het aardgasvrij maken van vastgoed in dit gebouw ongedaan te maken. Gentiaanbuurt Op 18 januari 2022 heeft het college van B&W besloten, om met het oog op de zeer concrete plannen die mede vanuit het City Deal “Naar een Stad zonder Aardgas” samenwerkingsverband voorlagen voor het aardgasvrij maken van een klein deel van het vastgoed in de Van der Pekbuurt en vergevorderde planvorming voor een de rest van het vastgoed in die buurt, om vooruitlopend op een vastgestelde wijkaanpak of investeringsnota een specifieke (i.e. op de Gentiaanbuurt gerichte) uitwerking vast te stellen. Deze uitwerking is opgenomen in hoofdstuk 3e van deze regeling. Deze gebiedsgerichte uitwerking bevat in artikel 3e.5, tweede lid en artikel 3e.6 een speciale voorziening die er op gericht is om de kopers van recent gerenoveerde woningen in staat te stellen om bij een latere subsidieaanvraag kosten op te voeren die zij tijdens de renovatie maken om de woning meer geschikt te maken voor aansluiting op het stadswarmtenet. Het was voor een aantal kopers in de van der Pekbuurt op het moment van de renovatie niet mogelijk om subsidie aan te vragen voor aansluiting aan het stadwarmtenet, omdat de exploitant van het stadwarmtenet voor hen niet tijdig een aanbod kon maken. Tegelijkertijd waren er aanzienlijke kosten gemoeid met de vereiste voorbereidende werkzaamheden. Zonder een specifieke bepaling zouden de kosten die deze vooruitziende kopers maken niet subsidiabel zijn, waardoor de subsidie die zij zouden krijgen bij een uiteindelijke overstap naar het stadwarmtenet mogelijk lager uit zou vallen. Banne Noord Op 26 oktober 2021 heeft het college van B&W besloten om, met het oog op de zeer concrete plannen die mede vanuit het City Deal “Naar een Stad zonder Aardgas” samenwerkingsverband voorlagen voor het aardgasvrij maken van een deel van het vastgoed in de Banne Noord en vergevorderde planvorming voor de rest van het vastgoed in die buurt, de gebiedsgericht uitwerking vast te stellen. Deze uitwerking is opgenomen in hoofdstuk 3c van deze regeling. Hoofdstuk 5 Duurzame nieuwbouw Uit de Routekaart naar een Klimaatneutrale stad blijken de zeer hoge ambities van de gemeente Amsterdam op het gebied van de duurzaamheid van nieuwbouw. In vele gevallen leiden deze ambities ertoe dat de eisen die gemeente Amsterdam stelt aan deze gebouwen ver boven de wettelijke vereisten liggen. De bovenwettelijke maatregelen zijn vaak duur en voor organisatie die te maken hebben met maximale huurprijzen zijn de kosten voor het realiseren van deze gemeentelijke ambities moeilijk op te brengen.