Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen Integraal Accommodatieplan 1Inleiding Bij de behandeling van het Integraal Accommodatieplan 2020 (2019.0058287) op 11 juni 2020 (hierna IAP) heeft de raad de behoefte uitgesproken om een taakstellend toetsingskader op te stellen op basis waarvan kan worden bepaald hoe een maatschappelijke voorziening functioneert. Bij de besluitvorming over het IAP heeft de raad dit als volgt geformuleerd in het amendement: Het college komt, voordat er gestart wordt met de wijkanalyses in Q3 2020, met een taakstellend toetsingskader en legt deze ter goedkeuring voor aan de raad. Met dit Beoordelingskader Maatschappelijke Voorzieningen IAP (hierna: Beoordelingskader) geven wij invulling aan het taakstellende toetsingskader uit het amendement. Dit doen wij als volgt: Het IAP is een procesbeschrijving waarbij we kijken naar hoe de maatschappelijke voorzieningen in een wijk/kern functioneren. Om onze maatschappelijke voorzieningen objectief te beoordelen, stellen wij een beoordelingskader voor met de volgende richtlijnen: Ruimtelijke richtlijn: hebben we voldoende m2 van een voorziening (hoofdstuk 2) Vastgoed richtlijnen: functioneert het vastgoed in technische en financiële zin (hoofdstuk 3) Beleidsmatige richtlijnen: draagt de invulling van het vastgoed (programmering) bij aan onze beleidsdoelen (hoofdstuk 4) De richtlijnen in het Beoordelingskader zijn ontwikkeld als hulpmiddel bij de wijkanalyses van het IAP. Met deze richtlijnen zijn wij in staat om onze voorzieningen te beoordelen en te bekijken of deze doelmatig en doeltreffend worden ingezet. De uitkomsten van de beoordeling geven ons inzichten in waar nog verbeteringen mogelijk zijn. Deze uitkomsten nemen we mee in de actieplannen als resultaat van de uitkomsten van een wijkanalyse conform de aanpak als verwoord in het IAP. Tijdens het opstellen van het Beoordelingskader is het meerjarenbeeld gewijzigd. Als het beleid of de koers van gemeente in de toekomst wijzigt, kan dit beoordelingskader meebewegen. In de volgende hoofdstukken lichten wij de invulling van de richtlijnen, de toepassing en de kanttekeningen verder toe. In bijlage I is een begrippenlijst opgenomen met definities van veelgebruikte begrippen die in dit Beoordelingskader aan bod komen. 2Ruimtelijke richtlijn voor maatschappelijke voorzieningen 2.1Aanleiding Maatschappelijke voorzieningen zijn van belang voor de sociale duurzaamheid en een leefbare en aantrekkelijke woonomgeving. Wat de ruimtebehoefte voor bepaalde voorzieningen is, is lastig te in te schatten. Dit doen wij aan de hand van zogenoemde referentienormen. Een referentienorm is een vertaling van de indicatieve ruimtebehoefte aan maatschappelijke voorziening uitgedrukt in m
- Door referentienormen vast te stellen, kunnen we een kwantitatieve beoordeling maken van de voorzieningen in een wijk of kern. Hieronder zetten wij uiteen hoe wij de referentienormen hebben bepaald. Verder merken wij op dat de referentienorm slechts één van de richtlijnen is op basis waarvan we bepalen hoe de maatschappelijke voorzieningen in een kern functioneren. Te veel of te weinig m2 van een voorziening in een kern betekent niet automatisch dat een voorziening gesloten respectievelijk uitgebreid dient te worden. 2.2Referentienormen ruimtebehoefte maatschappelijke voorzieningen In samenwerking met onderzoeksbureaus STIPO en Springco Urban Analytics hebben wij referentienormen geformuleerd. Dit heeft geleid tot de rapportage in bijlage II (hierna: de rapportage). In de rapportage is per voorziening een referentienorm weergegeven, oftewel het gewenste aantal m2 van een voorziening per woning. Deze zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten: een ruimtelijke vertaling van bestaand beleid gemeente Haarlemmermeer; landelijke normen en trends; een vergelijking van de aanwezige maatschappelijke voorzieningen in een drietal vergelijkbare gemeenten; de vierkante meters aan maatschappelijke voorzieningen in Haarlemmermeer op dit moment. Er is gekozen voor een referentienorm per woning, maar om recht te doen aan de verscheidenheid van de kernen van onze gemeente zal deze bij de wijkanalyse omgerekend worden naar een referentienorm per inwoner. De referentienorm delen wij door gemiddelde bezetting van een woning in Haarlemmermeer en vermenigvuldigen we met het aantal inwoners van een specifieke kern. De drie gemeenten die wij als benchmark hebben gebruikt zijn Zaanstad, Zoetermeer en Almere (hierna: benchmarkgemeentes). Deze zijn gekozen omdat ze qua opbouw lijken op Haarlemmermeer. In de collegenota Schaalsprong Wonen (2018.0061852), staat dat het voorzieningenniveau minimaal hetzelfde moet blijven om het aantrekkelijke woon- en vestigingsklimaat te behouden. Daarom hebben wij de actuele omvang van de maatschappelijke voorzieningen in Haarlemmermeer meegenomen in de totstandkoming van de referentienormen. Hierbij merken wij nog wel het volgende op. Het betreffen soms schattingen van de werkelijke hoeveelheid vierkante meters aan voorzieningen, omdat niet alle informatie via deskresearch eenduidig te reproduceren was. Verder zijn de referentienormen soms op een verschillende wijze tot stand gekomen, bijvoorbeeld wanneer een gemeente sterk afweek in het aantal vierkante meters. Zo zitten sommige referentienormen qua getal tussen het gemiddelde van de drie benchmarkgemeenten en de huidige vierkante meters in Haarlemmermeer in. Andere referentienormen komen voort uit het gemiddelde van twee benchmark- gemeentes en de huidige vierkante meters in Haarlemmermeer of zijn juist gebaseerd op het gemiddelde van de drie benchmarkgemeentes inclusief de vierkante meters in Haarlemmermeer. Ook is een aantal referentienormen niet op basis van een benchmark, maar op basis van cijfers van brancheverenigingen tot stand gekomen. In tabel A is dit samengevat. Onder de tabel is een korte toelichting toegevoegd. Voor een uitgebreide toelichting op de totstandkoming per referentienorm verwijzen wij naar de rapportage. Tabel A. Referentienormen Categorie Subcategorie Steekproef 3 gemeentes m2 per woning Haarlemmer- meer m2 per woning Referentienorm (m2 per woning) (W)ijkgebonden (B)ovenwijks (G)emeentelijk Subsidie/ inkoop rol gemeente Ontmoeten en welzijn Dorps- en wijkcentra 0,154 0,203 0,18 W Ja Jongerencentra 0,011 0,025 0,02 B Ja Ontmoetingsgroepen (vrij toegankelijk) Geen onderdeel steekproef 0,05 W Ja Maatschappelijke dienstverlening* Geen onderdeel steekproef 0,012 0,013 W Ja Cultuur Bibliotheken 0,105 0,144 0,12 B Ja Ateliers & Expositieruimtes 0,033 0,021**** 0,033 B Ja Cultuureducatie 0,070 0,124 0,10 W Ja Podia 0,169 0,158 0,17 G Ja Recreatie, groen en ontspanning Scoutings 0,227 perceel 0,031 gebouw 0,326 perceel 0,036 gebouw 0,28 perceel 0,033 gebouw B Ja Avonturenspeeltuinen en Speeltuinverenigingen 0,351 0,654 0,50 B Ja Kinderboerderijen (erf) 0,483 0,493 0,51 B Ja Natuureducatie (gebouw) 0,010 0,016 0,014 B Ja Sport Binnensport (gymzalen, sportzalen en sporthallen) Geen onderdeel steekproef 0,8 B Ja Buitensport (velden)** Geen onderdeel steekproef 15,5 B Ja Recreatie, groen en ontspanning Volkstuinen 4,365 2,347 2,69 B Nee Kinder- opvang Kinderdagopvang (0-4jaar) Geen onderdeel steekproef 0,131 0,263 W Ja Buitenschoolse opvang (4-12 jaar) Geen onderdeel steekproef 0,161 0,24 W Nee Zorg – eerstelijns Huisarts Geen onderdeel steekproef 0,100 0,15 W Nee Fysiotherapeut Geen onderdeel steekproef 0,111 0,04 W Nee Tandarts Geen onderdeel steekproef 0,092 0,09 W Nee Apotheek Geen onderdeelsteekproef 0,057 0,088 B Nee Diëtist 0,003 0,003 B Nee Logopedist*** 0,004 0,004 B Nee Verloskundige 0,008 0,008 B Nee Steunpunt Mantelzorg 0,002 0,002 B Ja Zorg Eerstelijns (Basis) GGZ*** 0,009 0,009 B Nee Geïndiceerde Dagbesteding*** 0,025 0,025 B Ja Hospice*** Geen onderdeel steekproef 0,010 B Nee Ziekenhuis 0,670 0,670 G Nee Verslaafdenzorg MGGZ*** 0,053 0,053 B Ja Maatschappelijk werk, sociale raadlieden en ouderenadvies. Sportgrond (exclusief wandelpaden, clubhuizen, tribunes, extra groen, parkeerterreinen). Advies van de onderzoeksbureaus is om in het gebruik van deze referentienorm een afweging te maken op basis de huidige m2 in Haarlemmermeer (in de weergegeven referentienorm is dat nog niet meegenomen). De vierkante meters van ateliers in het Kunstfort Vijfhuizen en Fort Hoofddorp ontbreken hierin: het daadwerkelijke aantal m2 in Haarlemmermeer is daardoor hoger. Toelichting op Tabel A De toevoeging van bovenwijks, wijkgebonden of gemeentelijk geeft aan waar je de voorziening idealiter wilt positioneren (afstand tot de woningen). Dit is van meerdere factoren afhankelijk. In de tabel is ook aangegeven hoeveel m2 per woning van een bepaalde voorziening in Haarlemmermeer aanwezig is. Daar waar niets staat ingevuld (zoals bij ziekenhuis, logopedist, verloskundige, geïndiceerde dagbesteding, verslavingszorg e.d.), is dit niet onderzocht. Bij een toekomstige uitbreiding van deze voorzieningen adviseren wij bij gebruik van deze referentienorm de huidige m2 per woning te onderzoeken. Om een goede vergelijking mogelijk te maken hebben wij ook het gemiddelde getal van de drie benchmarkgemeentes opgenomen. Witte gearceerde voorzieningen zijn de voorzieningen waar wij bepaalde mate van invloed hebben in de zin van vastgoedeigenaar en/of subsidie of exploitatievergoeding verstrekker. Wettelijk is de gemeente alleen verantwoordelijk voor de huisvesting van (bewegings)onderwijs. De grijs gearceerde referentienormen kunnen ook worden gebruikt bij de wijkanalyses van het IAP, maar hierin heeft gemeente een beperktere rol en minder invloed op de totstandkoming van de voorziening, omdat wij geen eigenaar van het vastgoed worden en/of geen subsidie of exploitatievergoeding verstekken. De gemeente heeft wel belang bij voldoende niveau van deze voorzieningen, zoals bijvoorbeeld huisartsen, eerstelijnszorg en de totstandkoming van integrale kindcentra (IKC). Voor sport is in 2019 de huisvestingsopgave voor Haarlemmermeer door het Mulier Instituut onderzocht. Zij hebben beoordeeld hoeveel m2 per sport gewenst is gelet op de huidige aanwezige voorzieningen, landelijke normen en de ontwikkeling van de betreffende sport. In bijlage III en IV zijn de volledige rapportages van het Mulier Instituut opgenomen. Op basis van deze rapportages zijn de referentienormen voor binnen- en buitensport vertaald in de tabel. Voor het bepalen van de ruimtebehoefte voor sport voor de wijkanalyses worden de uitkomsten van het Mulier Instituut als vertrekpunt gebruikt. Voor een aantal categorieën is in de rapportage ook onderscheid gemaakt tussen de verschillende woonmilieus1Woonmilieu 1 stedelijk centrum Woonmilieu 2 centrum dorps Woonmilieu 3 landelijk die Haarlemmermeer heeft. De verschillende normeringen per woonmilieu gebruiken wij alleen bij de afweging of we de referentienorm naar boven of beneden willen afronden. Ook staan in de rapportage bij sommige voorzieningen standaardgroottes genoemd. Deze gebruiken wij als indicatie van wat de minimale omvang van een voorziening zou moeten zijn. Tot slot merken we nog op dat de volgende categorieën niet zijn meegenomen in Tabel A omdat voor: onderwijshuisvesting de normen en de hieruit voortvloeiende opgave al in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) zijn opgenomen; binnenwijks groen en speelruimte de normen zijn opgenomen in de Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR); bovenwijks groen de normen zijn opgenomen in de Actualisatie recreatie en landschap (in Q1 2021 behandeling in raad voorzien); wonen met zorg de huisvestingopgave door adviesbureau Companen is onderzocht. De uitkomsten hiervan zijn in Q4 2020 door middel van een informatiebrief met de raad gedeeld. 2.3Toepassing referentienormen De referentienormen moeten gezien worden als een eerste richtlijn bij de wijkanalyses van het IAP om te bepalen of een wijk of kern voldoende m2 aan maatschappelijke voorzieningen heeft. Verdere inkleuring per wijk of kern is altijd noodzakelijk. De al aanwezige voorzieningen (of het tekort hieraan), zowel binnen de wijkgrenzen als aangrenzend, worden meegenomen in het bepalen van de concrete opgave bij de wijkanalyses. Wat betreft de status van deze referentienormen is het uitdrukkelijk niet zo dat als een wijk of kern een tekort heeft (in m2) van een bepaalde voorziening conform de norm, automatisch volgt dat de opgave is om bij te bouwen. Andersom betekent een overschot (aan m2) van een bepaalde voorziening niet dat er automatisch voorzieningen moeten worden gesloten. Afwijkingen van meer dan 20% op de referentienormen lichten wij verder toe in het actieplan als resultaat van de IAP wijkanalyse. Ook andere factoren, zoals de mogelijkheid om meerdere voorzieningen in één gebouw te organiseren of leegstaande ruimte in de omgeving beter te benutten, spelen een belangrijke rol. Op deze wijze wordt het vastgoed optimaal benut, hetgeen ten goede kan komen aan de exploitatie en de subsidieafhankelijkheid kan verminderen. De referentienormen worden daarom niet gezien als een hard gegeven, maar als een startpunt voor het bepalen van de juiste omvang en het in beeld brengen van verbeteringen. Bij het opstellen van de referentienormen hebben we voor een aantal voorzieningen gekeken in hoeverre de huidige aanwezigheid zich verhoudt tot de nu opgestelde normen. Hieruit is gebleken dat we bij de meeste categorieën in onze vastgoedportefeuille, waarvoor de gemeente een huisvestings- of subsidierol heeft, minimaal aan de referentienorm voldoen. Bij de wijkanalyses van het IAP richten wij ons voornamelijk op de maatschappelijke voorzieningen waar wij als gemeente een actieve huisvestings- of subsidierol hebben (zoals bij ontmoeting-, cultuur of sport, etc.). In de wijkanalyses kijken we zijdelings naar de maatschappelijke voorzieningen waarbij we deze actieve rol niet hebben. De referentienormen kunnen ook als één van de uitgangspunten bij de ruimtereserveringen voor maatschappelijke voorzieningen in een gebiedsontwikkeling worden gebruikt. Voor voorzieningen waar wij geen actieve rol hebben kan de referentienorm ook gebruikt worden om de benodigde ruimte te (laten) reserveren. In 2021 leggen wij verder een visie en uitvoeringsprogramma sociale infrastructuur ter bespreking aan de raad voor. Hierin wordt de ruimtebehoefte aan maatschappelijke voorzieningen geformuleerd op basis van deze referentienormen en overige uitgangspunten. Ook wordt omschreven welke maatschappelijke voorzieningen waar en wanneer benodigd zijn, met een beschrijving van de planning, kostenopgave en organisatie rondom de schaalsprong. In de nota Verkennend onderzoek voor een uitvoeringsstrategie schaalsprong wonen (2020.0001424) is al een eerste inzicht gegeven in de benodigde investeringen ten behoeve van de schaalsprong op het gebied van fysieke infrastructuur, groen en recreatie en maatschappelijke voorzieningen. 3Vastgoed richtlijnen maatschappelijke voorzieningen De ruimtelijke richtlijn vormt het startpunt van het beoordelingskader. In hoofdstuk 2 hebben we deze en de toepassing daarvan verder toegelicht. Voor de maatschappelijke voorzieningen waar wij eigenaar van zijn, gaan we aan de hand van vastgoed richtlijnen beoordelen of het gebouw financieel en technisch presteert zoals wij dat zouden willen. Hierbij maken wij gebruik van zogenoemde prestatie-indicatoren. Het betreffen voorlopige prestatie-indicatoren, zodat in de wijkanalyses op basis hiervan het vastgoed alvast beoordeeld kan worden. 3.1Financiële prestatie-indicatoren Met de financiële prestatie-indicatoren krijgen we objectief in beeld hoe ons vastgoed financieel presteert. We kijken naar welke financiële ruimte er beschikbaar is voor investeringen en/of welke verbeteringen in de exploitatie (zoals het aanpassen van de huur en/of de kosten) nodig zijn. Deze prestatie-indicatoren vormen belangrijke input in de afweging of en welke maatregelen uitgevoerd kunnen worden. Tabel B. Financiële prestatie-indicatoren Financiële prestatie-indicatoren Indicator Toelichting Ambitie Exploitatieresultaat Het verschil tussen de begrote kosten(onderhoudskosten uit het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP)), belastingen, verzekering en kapitaallasten) en begrote baten (huurprijs)van een gebouw. Exploitatieresultaat is groter dan of gelijk aan 0 Onderhoudskosten De geplande meerjarige onderhoudskosten per m2 (over periode van 10 jaar) worden vergeleken met een genormeerde bandbreedte voor onderhoud, zodat inzichtelijk wordt of het onderhoud van een objectrealistisch is. 11 – 17 €/m2 bvo2Afgeleid van Benchmark gemeentelijk vastgoed 2019, TIAS School for Business en Republiq.(bruto vloeroppervlakte) Huurprijs De werkelijke huurprijs per m2 wordt vergeleken met de gemiddelde huurprijs vansoortgelijke voorzieningen binnenonze eigen portefeuille. Bij grote afwijkingen kan dit aanleiding zijnvoor aanpassingen. huurprijs binnen een bandbreedte van 10% van degemiddelde huur Boekwaarde De boekwaarde wordt vergeleken met de WOZ-waarde3Voor de WOZ-waarde wordt voor maatschappelijk vastgoed gebruik gemaakt van de gecorrigeerde vervangingswaarde.. Is de boekwaarde hoger,dan kan afboeking een optie zijn. boekwaarde kleiner of gelijk aande WOZ-waarde Het kan zijn dat afwijkende resultaten een logische verklaring hebben en niet noodzakelijk leiden tot aanpassingen. In die gevallen zal bij de wijkanalyse hierover een extra toelichting worden gegeven. 3.2Technische prestatie-indicatoren Met de technische prestatie-indicatoren kunnen we bepalen of een gebouw eenvoudig is aan te passen (flexibele indeling, in- en uitbreiding goed mogelijk) of dat sloop en nieuwbouw een betere optie is. Daarbij kijken we naar de onderhoudsconditie en de leeftijd van het gebouw. Dit geeft een indicatie of vervanging technisch noodzakelijk kan zijn. De uitkomsten van deze gegevens moeten in de afweging in samenhang gezien worden met de financiële prestaties van een gebouw. Daarnaast zal op basis van het Klimaatakkoord van ons verwacht worden, dat onze vastgoedportefeuille presteert conform de afspraken van dit akkoord. En als gemeente willen wij optimaal bijdragen aan een inclusieve maatschappij. Dit houdt in dat ons vastgoed ook toegankelijk moet zijn voor mensen met een beperking. In onderstaande tabel zijn de prestatie-indicatoren nader toegelicht en is een eerste aanzet gegeven van onze ambities. Tabel C. Technische prestatie-indicatoren Technische prestatie-indicatoren Indicator Toelichting Ambitie Gebouwconditie Voor ons onderhoud maken we gebruik van een meerjaren onderhoudsplan op basis van de NEN27674Conditiemeting van gebouwen, terreinen en installaties is in Nederland de meting van de staat van onderhoud conform de NEN 2767 standaard. Dit gebeurt door middel van een vastgelegde meet- en registreermethode. Bij de inspectie van ieder materiaal, elk element en iedere detaillering wordt gecontroleerd op eventuele gebreken, de omvang daarvan en de intensiteit. De score loopt van 1 tot 6, daarbij is 1 zeer goed en 6 zeer slecht. Een conditiescore van 3 is naar de maatstaf van de meeste vastgoedportefeuillehouders of gebruikers voldoende.. Wij onderhouden onsvastgoed sober en doelmatig. Minimaal conditieniveau 3 (NEN2767) Leeftijd Het bouwjaar geeft aan hoe oud een gebouw is en zegt ietsover de mogelijk resterende boekwaarde en of er investeringsruimte is. Een gebouw ouder dan 20 jaar komt eerder in aanmerking voorrenovatie, sloop of nieuwbouw Duurzaamheid Op basisvan het Klimaatakkoord moet al het vastgoed in 2050 energieneutraal zijn. Hiervoor wordt een Routekaart Maatschappelijk Vastgoed Haarlemmermeer uitgewerkt. Vooruitlopend op dezeRoutekaart wordt nu alvast een prestatiedoel benoemd. Ten minste Energielabel C5In het Klimaatakkoord is aangegeven dat alle kantoorpanden in 2023 label C moeten hebben. Deze ambitie geldt (nog) niet voor maatschappelijke voorzieningen en is sterk afhankelijk van hoe rendabel duurzaamheidsinvesteringen zijn.. Toegankelijkheid Voor de toegankelijkheid van gebouwen is nog geen landelijk of gemeentelijk beleidgeformuleerd. Momenteel is er ook nog geen vastomlijnde landelijke NEN-methodiek vastgesteld. Bij de introductie van de Omgevingsvisie wordt het landelijk Bouwbesluit wel (beperkt) aangepast voor (ver-)bouw van woningen en openbare gebouwen. Vooruitlopend op duidelijke centrale richtlijnen voor toegankelijkheid benoemen we hier wel alvast ons ambitieniveau. De verdere uitwerking van toegankelijkheid van onze voorzieningen wordt meegenomen in het beleidskader Vastgoed. Hierin zal beschreven worden wat de minimaleeisen zijn wat betreft bereikbaarheid, bewegingsvrijheid en verblijfscomfort6Bij het ontbreken van een eenduidige NEN-normering maken wij gebruik van het Handboek voor Toegankelijkheid. Het handboek is 9 doorontwikkeld in samenwerking met cliënten- en patiëntenorganisaties. Het Keurmerk Nationale Toegankelijkheid, ontwikkeld en getoetst door de organisatie van Ongehinderd, maakt hier ook gebruik van, net als de toekomstige NEN-normering.. Onze voorzieningen zijn zonder belemmering voor iedereen toegankelijk Bezoekers moetenzonder belemmering kunnen bewegen in onze voorzieningen Bezoekers kunnen zonder belemmering verblijven in onze voorzieningen 4Beleidsmatige richtlijnen maatschappelijke voorzieningen 4.1Prestatie-indicatoren voor beleidsmatige richtlijnen Als de maatschappelijke voorzieningen aan de hand van de ruimtelijke richtlijn en de vastgoedrichtlijnen zijn beoordeeld, gaan we tijdens de IAP wijkanalyse aan de hand van beleidsmatige richtlijnen beoordelen of de invulling van het gebouw (programmering) presteert zoals wij dat zouden willen. Het doel is immers dat de programmering bijdraagt aan onze beleidsdoelen (maatschappelijke meerwaarde oplevert). Het meten van een maatschappelijke meerwaarde is een lastige opgave, omdat het niet eenvoudig objectief meetbaar is. Om deze prestatie toch te beoordelen, stellen wij voor om het gebruik en de tevredenheid van de gebruiker van de maatschappelijke voorziening te meten aan de hand van de volgende prestatie-indicatoren: Voor gebruik: Het werkelijke gebruik van een ruimte, waar mogelijk in % afgezet tegen het maximaal mogelijke gebruik (bezettingsgraad) per type accommodatie. Het totaal aantal bezoekers gemiddeld per week. Voor tevredenheid: Tevredenheid gebruikers uit tevredenheidsonderzoeken. 4.2Uitwerking We gaan per type voorziening nog een passende methode en ambitie over gebruik en tevredenheid formuleren. Het gebruik van een bibliotheek is immers anders te meten dan van een sporthal, dat vraagt om maatwerk. Ook zijn wij hiervoor afhankelijk van de informatie die onze maatschappelijke partners (stichting Maatvast, stichting Het Cultuurgebouw en Sportfondsen NV) kunnen aanleveren. Samen met hen stellen wij een passende methode en ambitie vast. Dit gaan we in de komende tijd verder uitwerken. Hierbij wordt ook gekeken naar het onderscheid tussen grote en kleine kernen. Maatschappelijke meerwaarde is vanzelfsprekend meer dan alleen het resultaat van bezetting, aantal bezoekers en de tevredenheid. Maar door deze prestaties meetbaar te maken krijgen we wel inzicht in de mogelijkheden om het gebruik van de maatschappelijke voorzieningen te optimaliseren. Bij de vraag of de ruimte meer gebruikt zou kunnen worden, speelt ook de afweging welke extra kosten het uitbreiden van programmering of extra uren beheer met zich meebrengt. Hieronder is een eerste uitwerking van de prestatie- indicatoren gebruik en tevredenheid weergegeven. Tabel D. Prestatie-indicatoren bij beleidsmatige richtlijn Categorie Subcategorie Gebruik van het vastgoed Tevredenheid gebruiker Bezettingsgraad % op jaarbasis* Bezoekers per week Ontmoeten en welzijn Dorps- en wijkcentra Aantal uren verhuur 5.096 uur per jaar als 100% bezetting Aantal bezoekers Klant tevredenheidsonderzoek door Maatvast (1x per 2 jaar) Cijfers minimaal 7 Jongerencentra Aantal uren verhuur 5.096 uur per jaar als 100% bezetting Aantal bezoekers Klant tevredenheidsonderzoek door Maatvast (1x per 2 jaar) Cijfers minimaal 7 Cultuur Bibliotheken 5.096 uur per jaar als 100% bezetting. De openingsuren zijn bekend. Verdere afstemming benodigd over ambitieniveau. Bezoekersaantallen met onderscheid tussen bibliotheken van groter en kleiner dan 750 m2 Verdere afstemming benodigd over ambitieniveau. Nader af te stemmen. Wellicht een terugkerend tevredenheidsonderzoek door het Cultuurgebouw Ateliers & expositieruimtes 5.096 uur per jaar als 100% bezetting. Verdere afstemming benodigd over berekening bezettingsgraad en ambitieniveau. Bezoekersaantallen per locatie. Verdere afstemming benodigd over ambitieniveau voor alle locaties. Nader af te stemmen. Wellicht een terugkerend tevredenheidsonderzoek door het Cultuurgebouw Cultuureducatie 5.096 uur per jaar als 100% bezetting. Verdere afstemming benodigd over berekening bezettingsgraad en ambitieniveau. Bezoekersaantallen per locatie. Verdere afstemming benodigd over ambitieniveau voor alle locaties. Nader af te stemmen. Wellicht een terugkerend tevredenheidsonderzoek door het Cultuurgebouw Podia 5.096 uur per jaar als 100% bezetting. Verdere afstemming benodigd over berekening bezettingsgraad en ambitieniveau. Bezoekersaantallen per locatie. Verdere afstemming benodigd over ambitieniveau voor alle locaties. Nader af te stemmen. Wellicht een terugkerend tevredenheidsonderzoek door het Cultuurgebouw Sport Sporthal < 35% = optimaliseren of verklaren > 35% = voldoende 1000 Onderzoek Mulier (en later wellicht Sportfondsen) beoordeling gemiddeld minimaal voldoende Sportzaal < 50% = optimaliseren of verklaren > 50% = voldoende 400 Onderzoek Mulier (en later wellicht Sportfondsen) beoordeling gemiddeld minimaal voldoende Gymzaal < 25% = optimaliseren of verklaren > 25% = voldoende 400 Onderzoek Mulier (en later wellicht Sportfondsen) beoordeling gemiddeld minimaal voldoende Maximale bezetting is van 9:00-23:00 uur. Dit is 14 uur per dag en daarmee 14 uur x 365 dagen is 5.096 uur op jaarbasis = 100%. 5Context In juni 2020 is het IAP geamendeerd vastgesteld. Tijdens het opstellen van het Beoordelingskader is meerjarenbeeld gewijzigd. Het vaststellen van dit beoordelingskader heeft nu echter verder geen financiële consequenties. Dit beoordelingskader is de invulling van het amendement en van toepassing bij de wijkanalyses van het IAP. Uit de wijkanalyses van het IAP komen per kern actieplannen, deze actieplannen worden ter informatie of besluitvorming, afhankelijk van een eventuele investeringsvraag, aan de raad voorgelegd en meegenomen in Meerjaren Perspectief vastgoed (MPV). Het eerste MPV zal eind 2021 gereed zijn. Binnenkort zal ook visie en uitvoeringsprogramma sociale infrastructuur ter bespreking aan de raad worden aangeboden. Hierin wordt de ruimtebehoefte aan maatschappelijke voorzieningen geformuleerd met een beschrijving van de planning, kostenopgave en organisatie die past bij de gewenste schaalsprong van ongeveer 20.000 extra woningen. De samenhang tussen de diverse stukken kan als volgt worden weergegeven: 6Uitwerking en evaluatie Net als het IAP 2020, is het Beoordelingskader Maatschappelijk Voorzieningen IAP een document dat we moeten evalueren op basis van de toepassing in de praktijk. Van belang is te beoordelen hoe de referentienormen en de richtlijnen in de praktijk uitwerken. Tegelijkertijd willen we ook de eerste wijkanalyses gebruiken om te toetsen of de richtlijnen die we hier hebben opgenomen realistisch en eenvoudig toepasbaar zijn en dienen de volgende prestatie-indicatoren nog verder te worden uitgewerkt: Duurzaamheid Toegankelijkheid Gebruik Tevredenheid Duurzaamheid en toegankelijkheid nemen we mee in het Beleidskader Vastgoed en gebruik en tevredenheid worden meegenomen in de prestatieafspraken bij de subsidieverlening/overeenkomsten met onze maatschappelijke partners. Het beoordelingskader is onderdeel van de evaluatie van het IAP. Bij de raadssessie eind 2021 informeren wij de raad over de voortgang en eind 2022 evalueren we het IAP. Begrippenlijst Maatschappelijke activiteiten: Dit zijn bezigheden die voortkomen uit de maatschappelijke behoeften van mensen of een groep mensen. Maatschappelijke voorzieningen: Een combinatie van functies, activiteiten en accommodaties die zijn gericht op het bewerkstelligen van specifieke behoeften en doelstellingen van doelgroepen. Maatschappelijke accommodaties: Vastgoedobjecten met een maatschappelijke bestemming, die worden ingezet voor de beleidsdoelstellingen van onderwijs, welzijn, zorg, sport en cultuur. De bestemming van de accommodatie (het object) is bepalend, niet het eigendom van het object. Bovenwijkse maatschappelijke voorziening: Een maatschappelijke voorziening waarvan het nut zich uitstrekt over een groter gebied dan de wijk of kern waar de maatschappelijke voorziening is gevestigd Referentienormen: Ruimtebehoefte in m2 per woning of inwoner voor een bepaalde maatschappelijke voorziening. Wij zien de referentienormen als een vertaling van de indicatieve ruimtebehoefte aan maatschappelijke voorziening uitgedrukt in m
- Het begrip referentienorm wordt door meerdere gemeenten gehanteerd. Referentienormen Voorzieningen Haarlemmermeer Springco Urban Analytics & Stipo, 19 januari 2021 Overzichtsmatrix (m2 per woning) Advies Stipo 2019 Steekproef 2020 Maatsch. vastgoed Hlmr 2020 Normering 2020 Reikwijdte voorziening Ontmoetingsruimte 0,29 0,154 0,203 0,18 Wijkgebonden Jongerencentrum 0,011 0,025 0,02 Bovenwijks Bibliotheek 0,105 0,144 0,12 Bovenwijks Atelier (gesubsidieerd) 0,033 0,021 0,033 Bovenwijks Cultuureducatie 0,070 0,124 0,10 Wijkgebonden Podia 0,169 0,158 0,17 Gemeentelijk Scoutings (perceel) 0,227 0,326 0,28 Bovenwijks Scoutings (gebouw) 0,031 0,036 0,033 Bovenwijks (Avonturen)speeltuinen en speeltuinverenigingen 0,351 0,654 0,50 Bovenwijks Kinderboerderijen 0,483 0,493 0,51 Bovenwijks Volkstuinen 4,365 2,347 2,69 Bovenwijks Natuureducatie (gebouw) 0,010 0,016 0,012 Bovenwijks Eerstelijns (Basis) GGZ 0,009 0,009 Bovenwijks Diëtist 0,003 0,003 Bovenwijks Logopedist 0,004 0,004 Bovenwijks Steunpunt Mantelzorg 0,002 0,002 Bovenwijks Verloskundige (behandelruimte) 0,008 0,008 Bovenwijks Ziekenhuis 0,670 0,67 Gemeentelijk Geïndiceerde dagbesteding 0,025 0,025 Bovenwijks Verslavingszorg MGGZ 0,053 0,05 Bovenwijks Huisarts 0,15 0,100 0,15 Wijkgebonden Fysiotherapeut 0,04 0,111 0,04 Wijkgebonden Tandarts 0,09 0,092 0,09 Wijkgebonden Apotheek 0,088 0,057 0,088 Bovenwijks Maatschappelijke dienstverlening 0,012 0,013 Wijkgebonden Wijkzorg 0,016 Wijkgebonden Kinderdagopvang 0,263 * 0,131 0,263 Wijkgebonden Buitenschoolse opvang 0,240 0,161 0,240 Wijkgebonden Hospice 0,010 0,010 Bovenwijks Ontmoetingsgroepen (vrij toegankelijk) 0,05 0,05 Bovenwijks Stipo’s kengetallen voor kinderdagopvang en peuterspeelzalen uit 2019 bij elkaar opgeteld (nieuwe wetgeving) Inleiding De gemeente Haarlemmermeer heeft Stipo gevraagd om in navolging van Stipo’s rapportage uit 2019 (Update Kengetallen voorzieningen Haarlemmermeer, 15 februari 2019) meer inzicht te bieden in de benodigde vierkante meters voor een aantal maatschappelijke voorzieningen. Stipo heeft Springco Urban Analytics gevraagd om hierin als onderzoeker te participeren. Bij veel gemeenten is de wens groot om meer inzicht te krijgen in de normen die worden gebruikt om het ruimtebeslag van maatschappelijke voorzieningen te berekenen en te beoordelen. Van normen die gemeenten al jarenlang gebruiken in hun stedelijke ontwikkeling is soms onduidelijk hoe deze ooit tot stand zijn gekomen. Ook bestaat de behoefte om het huidige niveau naast dat van vergelijkbare gemeenten te leggen. Dit rapport met bijbehorend advies voor referentienormen biedt een antwoord op bovengenoemde vragen en dient als objectieve onderbouwing voor de beoordeling van bestaande maatschappelijke voorzieningen en voor ruimtereserveringen van maatschappelijke voorzieningen bij gebiedsontwikkelingen. Per voorziening is al een indeling (wijkgebonden, bovendijks of gemeentelijk) gemaakt die de reikwijdte (afstand voor inwoners tot een voorziening) van een voorziening beschrijft. Deze komt terug in de Overzichtsmatrix aan het begin van dit rapport. Zeker in de huidige context, waarin de gemeente Haarlemmermeer voor een grote stadsuitbreiding staat, is dit zeer relevante informatie. In de Nota Schaalsprong Wonen (2018.0061852) staat dat het huidige voorzieningenniveau in de gemeente Haarlemmermeer goed voldoet, en dat de huidige voorzieningen naar verhouding van de groei van de gemeente moeten meegroeien. Daarom is in dit onderzoek ook gekeken naar het huidige bezit aan maatschappelijke voorzieningen in Haarlemmermeer en is dit meegewogen om tot een advies referentienorm te komen. Omdat landelijke kengetallen of referentienormen niet of nauwelijks voorkomen is gekozen voor een onderzoeksintensieve aanpak met drie vergelijkbare steekproefgemeenten. Hierbij moet worden opgemerkt dat met deze aanpak een benadering van de werkelijkheid wordt gegeven. Toch heeft het resulterende getal veel waarde gehad, omdat het in combinatie met ambtelijke beleidskennis tot een betrouwbare definitieve referentienorm heeft geleid. Methode Stipo’s rapportage uit 2019 en deze gezamenlijke rapportage van Springco Urban Analytics en Stipo gebruiken verschillende methodieken. De eerste ging uit van een theoretische benadering, waarin cijfers van brancheverenigingen, een voorzieningenmodel uit Amsterdam en een kennisbank Van Mensen Naar Meters gecombineerd zijn met beleid van de gemeente Haarlemmermeer. Door de werkelijke locaties en vierkante meters van voorzieningen te achterhalen in zowel de gemeente Haarlemmermeer als drie steekproefgemeenten, en hieruit een reële referentienorm te berekenen (praktische benadering), vult dit onderzoek de cijfers uit 2019 aan. In deze rapportage zijn allereerst drie steekproefgemeenten (Almere, Zaanstad en Zoetermeer) onder de loep genomen. De keuze voor deze evenals Haarlemmermeer polycentrische steekproefgemeenten wordt verder toegelicht in Bijlage
- De verschillende voorzieningen werden door middel van bureauonderzoek (bv. Google Maps, OpenStreetMaps), beleidsanalyse (bv. subsidieregisters) en ‘web scrapes’7Een ‘web scrape’ is een computertechniek waarbij software wordt gebruikt om informatie van webpagina's (bv. landelijke branchecijfers) te extraheren. in kaart gebracht. Vervolgens zijn voor alle gevonden voorzieningen de hoeveelheid vierkante meters op verschillende manieren berekend. Per locatie is gekozen voor de methode waarmee een zo accuraat mogelijke benadering van de werkelijke oppervlakte kon worden verkregen. De volgende methoden werden gebruikt: Zo kon in het geval van een gebouw met ‘dedicated space’ het aantal vierkante meters van Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) worden gehaald. Deze methode is alleen mogelijk als het verblijfsobject uitsluitend voor genoemde functie wordt gebruikt (bv. een gebouw dat alleen dienstdoet als fysiotherapiepraktijk en niet ook als sportschool). Omdat de BAG gebruiksoppervlakte aangeeft in plaats van bruto vloeroppervlakte (hierna BVO) zijn deze vierkante meters omgerekend naar BVO (zie Bijlage 2). Als er bij een verblijfsobject geen sprake was van ‘dedicated space’ zijn de getallen op de volgende twee manieren tot stand gekomen: Indien er sprake was van standaardgroottes die konden worden afgeleid uit de vakliteratuur, is de grootte van gevonden locaties op deze manier worden ingevuld Als standaardgrootte niet bekend was is gebruik gemaakt van het gemiddelde van de locaties mét ‘dedicated space’. In het geval van een erf (scouting, kinderboerderij, avonturenspeeltuin) is de hoeveelheid vierkante meters berekend op basis van satellietbeelden. Voor sommige voorzieningen was al een referentienorm bekend uit
- De gevonden vierkante meters in steekproefgemeenten en/of de gemeente Haarlemmermeer maakt een vergelijking mogelijk. Dit is per voorziening beschreven in de duiding. Zichtbare verschillen zijn vaak het gevolg van specifieke beleidskeuzes in de desbetreffende gemeente, wat ook te zien is in de verschillen tussen de drie steekproefgemeenten onderling. Als een steekproefgemeente in een bepaalde categorie overduidelijk afweek van het normale patroon, is deze als ‘outlier’ bestempeld en niet opgenomen in de uiteindelijke berekening. In de meeste gevallen zien we echter – op enkele uitschieters na - dat veel getallen grotendeels overeenkomen. De metrage van avonturenspeeltuin Jeugdland Nieuw-Vennep werd op basis van satellietbeelden bepaald De getallen zijn op verzoek van de gemeente berekend per woning. Mocht de wens bestaan dit te vertalen naar een getal per bewoner dan kan dat met de gemiddelde woningbezetting van het jaar waarin het kengetal werd opgesteld (2,39 in 2019 en 2,43 in 2020). Toelichting referentienormen Ruimte voor Meedoen Ontmoetingsruimte (dorps- en wijkcentrum) Referentienorm 0,18m2 BVO per woning Toelichting In de landelijke Taxatiewijzer voor overheidsgebouwen hanteert VNG
(2019)voor een ‘Dorpshuis, 1980 en ouder, traditionele bouw’ een bruto BVO van 600m² en voor een ‘Standaard wijk- en buurtcentrum, 1980 en ouder, traditionele bouw’ een BVO van 1.000m². Voor alternatieve archetypes van wijk- en buurtcentra gelden in de Taxatiewijzer andere vloeroppervlaktes.8Voor ‘Dorpshuis, 1980 en ouder, traditionele bouw’ geldt 600m², voor ‘Wijkbuurtcentrum, 1981 t/m 2000, multifunctionele accommodatie’ en ‘Wijkbuurtcentrum, 2001 en nieuwer, modern’ geldt beide ook 1000m², voor ‘Wijkbuurtcentrum, 1981 t/m 2000, standaard’ geldt 1500m², en voor ‘Wijkbuurtcentrum, 2001 en nieuwer, multifunctionele accommodatie’ geldt 2000m² (VNG, 2019). In een eerder onderzoek naar de wijkonderneming, die Wijkplaats
(2012)in opdracht van Bouwstenen voor Sociaal en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitvoerde, wordt een BVO van 600m2 gehanteerd. Omdat deze standaard grootte in twee verschillende onderzoeken naar voren komt, wordt bij wijkcentra zonder ‘dedicated space’ uitgegaan van 600m
- Dat is bij 10 van de 56 gevonden buurtcentra het geval. Bron steekproef Locatiespecifiek: Zoetermeerwijzer, Sociale Kaart Flevoland, Subsidieregeling buurthuizen Zaanstad Generiek: Google Maps,Sociale Kaart Nederland Berekening In Almere zijn 24 locaties, met totaal BVO van 14.683m
- In 2020 had de stad 85.977 woningen.Dit betekent 14.683/85.977=0,171m2 per woning. In Zaanstad zijn 18 locaties, met totaal BVO van 13.294m
- In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 13.294/68.947=0,193m2 per woning. In Zoetermeer zijn14 locaties, met totaalBVO van 4.661m
- In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 4.661/56.458=0,083m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn dit dus 56 locaties, met een BVO van 32.638m
- In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 32.638/211.382=0,154m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 28 locaties, met totaal BVO13.015m
- In totaalzijn er 64.195 woningen. Ditbetekent 13.015/64.195=0,203m2 per woning. In totaal zijn dit dus 84 locaties, met een BVO van 45.653m
- In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 45.653/275.577=0,166m2 per woning. Omdat de gevonden hoeveelheid vierkante meters in de gemeente Zoetermeer significant afwijkt van de resterende gemeenten en deze gemeente een ander beleid aangaande buurthuizen lijkt te hanteren, adviseren Stipo en Springco deze gemeente niet op te nemen in de benchmark. In Almere, Zaanstad en Haarlemmermeer zijn in totaal 70 locaties, met een BVO van 40.992m
- In totaal zijn er 219.119 woningen. Dit betekent 40.992/219.119=0,187m2 per woning. Duiding en advies vervolgkeuze Dit cijfer is sterk afhankelijk van het lokaal beleid. In 2005 is er een landelijk kengetal opgezet door de VU van 0,1 buurtcentrum per 1.000 inwoners. Met de grootte van 600 m2 per ontmoetingsruimte en verrekend naar een getal per woning betekent dit voor Haarlemmermeer 0,146m2 per woning (600m2 per 10.000 inwoners en een woonbezetting van 2,43 inwoners per woning. 600/10.000=0,06m2 per inwoner. 0,06x2,43=0,1458 m2 per woning). De uitkomst van Stipo’s onderzoek in 2019 was 0,29m2 per woning, dat betekent bij een woningbezetting van 2,39 in 2019 dan 0,12m2 per inwoner (0,29/2,39). Bij de berekening is gekeken naar de meest overeenkomende huidige norm van de Haarlemmermeer ‘Sociaalcultureel werk (wijkcentra/dorpshuizen)’ waarbij 240m2 per 1000 inwoners wordt gehanteerd op niveau van kleine kern en 120m2 per 1000 inwoners op wijk/gemeente niveau. Dat staat gelijk aan: 240/1000*2,39 = 0,57m2 per woning en 120/1000*2,39 = 0,29m2 per woning. Uit de trends blijkt dat buurthuizen in functionaliteit een verrijking ondergaan (zorg, dagbesteding, activiteiten), waardoor het ons advies is om niet te besparen op deze voorziening. Door ruimte voor aanvullende functies vast te stellen in deze norm, kan dat effect hebben op bijvoorbeeld voorziening laagdrempelige dagbesteding. Voor het cijfer van 0,29 m2 per woning uit 2019 is door Stipo de toen bestaande norm van de gemeente Haarlemmermeer als uitgangspunt genomen. Die norm stamt uit
- Sindsdien is er veel veranderd in de buurthuizen. Van de bandbreedte in die norm heeft Stipo daarom in 2019 het lage cijfer genomen vanwege de trend meer combinaties op te zoeken met andere maatschappelijke gebouwen. Dat lage cijfer is vertaald naar een cijfer per woning. In alle drie steekproefgemeenten in het huidige onderzoek ligt de gevonden oppervlakte lager dan de lage norm van de gemeente Haarlemmermeer zelf. Op basis van de steekproefgemeenten is ook een woonmilieu-specifieke berekening gemaakt (zie Bijlage 1b). Zoetermeer is van de drie steekproefgemeente zeer laag, en dat haalt het gemiddelde van 0,154 fors omlaag. Vandaar dat Stipo en Springco adviseren deze gemeente niet op te nemen in de benchmark. Gezien de lage oppervlakte van Zoetermeer het gevolg van gemeentelijk beleid lijkt en deze gemeente daarom niet wordt meegenomen in de benchmark, en na gesprekken met beleidsadviseurs en analyse van beleidsstukken in de Haarlemmermeer, adviseren Stipo en Springco een referentienorm van 0,18m2 per woning. Ruimte voor ontmoeten en welzijn Jongerencentrum Referentienorm 0,02m2 BVO per woning Toelichting Voor het oppervlak per jongerencentrum zijn geen landelijke statistieken of referentienormen beschikbaar. In Stipo’s Kennisbank Voorzieningenscan
(2012)is daarom indicatief uitgegaan van 600m² voor ‘jongerencentra/poppodia’. Op basis van de case study van jongerencentra in de Taxatiewijzer Overheidsgebouwen van VNG
(2019)kan een standaardgrootte van BVO van 350 m2 worden afgeleid. In het licht van de daadwerkelijke vloeroppervlakte van gevonden jongerencentra in de drie steekproefgemeenten is die laatste standaardgrootte de meest logische keuze. Daarom wordt bij jongerencentra zonder ‘dedicated space’ uitgegaan van een BVO van 350m
- Dat is bij 3 van de 13 gevonden jongerencentra het geval. Bron steekproef Locatiespecifiek: Zoetermeerwijzer, Sociale Kaart FlevolandGeneriek: Google Maps, Sociale Kaart Nederland Berekening In Almere zijn 6 locaties, met totaal BVO van 1.451m
- In 2020 had de stad 85.977 woningen.Dit betekent 1.451/85.977=0,017m2 perwoning. In Zaanstad is 1 locatie, met totaal BVO van 232m
- In 2020 had de gemeente 68.947 woningen.Dit betekent 232/68.947=0,003m2 per woning. In Zoetermeer zijn 3 locaties, met totaal BVO van 666m
- In 2020 had de stad 56.458 woningen.Dit betekent 666/56.458=0,012m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn dit dus 10 locaties, met een BVO van 2.349m
- In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 2.349/211.382=0,011m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 6 locaties, met totaal BVO van 1.624m
- In 2020 had Haarlemmermeer 64.195woningen. Dit betekent 1.624/64.195=0,025m2 per woning. In totaal zijn dit dus 16 locaties, met een BVO van 3.973m
- In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 3.973/275.577=0,014m2 per woning. Omdat de gevonden hoeveelheid vierkante meters in de gemeente Zaanstad significant afwijkt van de resterende gemeenten en deze gemeente een ander beleid aangaande jongerencentra hanteert, adviseren Stipo en Springco deze gemeente niet op te nemen in de benchmark. In Almere, Zoetermeer en Haarlemmermeer zijn in totaal 15 locaties, met een BVO van 3.141m
- In totaal zijn er 206.630 woningen. Dit betekent 3.141/206.630=0,015m2 per woning. Duiding en advies vervolgkeuze Dit cijfer is sterk afhankelijk van het lokaalbeleid. Zaanstad is van de drie steekproefgemeente zeer laag, maar hanteert ook ander beleid. Dit haalt het gemiddelde van omlaag. Vandaar dat Stipo enSpringco adviseren dezegemeente niet op te nemenin de benchmark. In 2005 is er een landelijk kengetal door de VU opgesteld van 0,1 jongerencentrum per 1.000 inwoners. Met de groottevan 350m2 per jongerencentrum en verrekend naar een getal per woning betekent dit 0,085m2 per woning (woonbezetting van 2,43 inwoners per woning in 2020 en 350/10.000 en 2,43x0,035=0,085). In 2009 was er een norm van 1 sociaal-culturele accommodatie specifiek voor jongeren wanneer er in een kern 3.500 12 t/m 23 jarigen woonden (deze norm bevatte geen metrage). In het voorzieningenkader uit 2010 stond 160m2 per 1.000 12-18 jarigen met een minimum van 40 m
- We adviseren op grond van het landelijk kengetal en de gemeentelijke beleidsdoelen van de gemeente Haarlemmermeer om de uitkomst uit de steekproefgemeenten naar boven op te schroeven. Stipo en Springco komen dan uit op 0,02m2 per woning als referentienorm. Ruimte voor cultuur Bibliotheek Referentienorm 0,12m2 BVO per woning Toelichting Er wordt geen gebruik gemaakt van de standaardgrootte uit de Taxatiewijzer Cultuur van VNG
(2019), omdat hierin slechts één getal (BVO van 1500 m2) wordt gehanteerd. Dit sluit niet aan bij het divergente karakter van hoofd- en nevenvestigingen. In een onderzoek van VNG
(2011)naar het subsidiebeleid van openbare bibliotheken wordt expliciet verwezen naar een APE-onderzoek uit 2007 waarin de groottes van vestigingen zijn onderzocht. Hierin komt naar voren dat in gemeenten met tussen de 100.00 en 150.000 inwoners (Zoetermeer) een hoofdvestiging circa 3500m2 en een nevenvestiging circa 1500m2 beslaat. Voor gemeenten met meer dan 150.000 inwoners (Almere, Zaanstad) geldt dat een hoofdvestiging circa 4500m2 en een nevenvestiging circa 2250m2 beslaat. Hierbij moet worden opgemerkt dat deze oppervlakten slechts indicatief zijn. Van de 9 bibliotheken uit de steekproef zijn er 2 op deze manier worden ingevuld, bij de overige 7 was sprake van ‘dedicated space’. Binnen deze referentienorm zijn alleen openbare bibliotheken die voor iedereen toegankelijk zijn meegenomen, en dus geen bibliotheken die alleen voor een bepaalde doelgroep (bijvoorbeeld schoolkinderen) zijn bestemd. Bron steekproef Generiek: Google Maps,Vereniging van Openbare Bibliotheken Berekening In Almere zijn 4 bibliotheken, met totaal BVO van 13.664m
- In 2020 had de stad 85.977 woningen.Dit betekent 13.664/85.977=0,159m2 per woning. In Zaanstad zijn 2 bibliotheken, met totaal BVO van 3.987m
- In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Ditbetekent 3.987/68.947=0,058m2 per woning. In Zoetermeer zijn3 bibliotheken, met totaal BVO van 4.564m
- In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 4.564/56.458=0,081m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn dit dus 9 bibliotheken, met een BVO van22.216m
- In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 22.216/211.382=0,105m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 6 bibliotheken, met totaal BVO van 9.272m
- In 2020 had degemeente 64.195 woningen. Dit betekent 9.272/64.195=0,144m2 per woning. In totaal zijndit dus 15 bibliotheken, met een BVO van 31.488m
- In totaal zijn er 275.577woningen. Dit betekent 31.488/275.577=0,114m2 per woning. Omdat de gemeenten Zaanstad in haar beleid aangaande bibliotheken significant afwijkt van de resterende gemeenten, adviseren Stipo en Springco deze gemeente niet op te nemen in de benchmark. In Almere, Zoetermeer en Haarlemmermeer zijn in totaal 13 bibliotheken, met een BVO van 27.500m
- In totaal zijn er 206.630 woningen. Dit betekent 27.500/206.630=0,133m2 per woning. Duiding en advies vervolgkeuze Er is geen zuiver landelijk getal voor bibliotheken. De steekproefgemeenten laten grote verschillen zien. Het gat tussen Zaanstad met een relatief laag getal en Almere met een relatief hoog getal is groot. Op basis van de drie steekproefgemeenten is ook een woonmilieu- specifieke berekening gemaakt, die ook grote verschillen toont (zie Bijlage 1b). Dit cijfer is sterk afhankelijk van het lokaal beleid. Stipo en Springco hebben uitgebreide data-analyse uitgevoerd om tot een advies voor bibliotheken te komen. Op basis van het huidige aantal huishoudens woonachtig in de gemeente Haarlemmermeer, en een reisafstand van 1,25-4km (geldt voor 80% van de Nederlanders) lijkt een aantal van drie tot acht (hoofd- of neven)vestigingen een passend gemeentelijk streven voor bibliotheken. Zaanstad heeft van de drie steekproefgemeenten een significant lagere oppervlakte, wat het gemiddelde fors omlaag haalt. Omdat de gemeente Zaanstad een wezenlijk ander beleid voert op het gebied van bibliotheken adviseren Stipo en Springco de gemeente niet op te nemen in de benchmark. We adviseren op basis van correspondentie met beleidsadviseurs om voor de referentienorm uit te gaan van 0,12m2 per woning, wat aansluit bij het gemiddelde van alle vier gemeenten. Ruimte voor cultuur Atelier & Expositieruimte Referentienorm 0,033m2 BVO per woning Toelichting standaardgrootte Voor het oppervlak per atelier of expositieruimte zijn geen landelijke statistieken of referentienormen beschikbaar. Daarom worden de missende oppervlaktes in de drie steekproefgemeenten ingevuld door het gemiddelde van de locaties met ‘dedicated space’ te berekenen. Voor deze locaties geldt op basis van informatie uit de BAG (geconverteerd van GO naar BVO, zie Bijlage 2) een gemiddelde BVO van 500m
- Van de 12 locaties uit de steekproef moesten er 4 op deze manier worden ingevuld, en een bureauonderzoek op Google Maps kan bevestigen dat deze schatting voor de gevonden locaties accuraat is. Bron steekproef Locatiespecifiek: Cultuurplan Almere, Cultuurfonds Almere, Toekomstagenda Cultuur Zaanstad, Subsidiekader Zoetermeer, Cultuurfonds Zoetermeer Generiek: Subsidieregisters, GoogleMaps Berekening In Almere zijn7 (deels) gesubsidieerde locaties met ateliers/expositieruimten, mettotaal BVO van 2.141m
- In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 2.141/85.977=0,025m2 per woning. In Zaanstad zijn 4 (deels) gesubsidieerde locaties met ateliers/expositieruimten, met totaal BVO van 2.227m
- In 2020 had de stad 68.947 woningen. Dit betekent 2.227/68.947=0,032m2 per woning. In Zoetermeer zijn 2 (deels) gesubsidieerd locaties met ateliers/expositieruimten, met totaal BVO van 2.613m
- In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 2.613/56.458=0,046m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn dit dus 13 (deels) gesubsidieerde ateliers/expositieruimten, met een BVO van 6.982m
- In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 6.982/211.382=0,033m2 perwoning. In Haarlemmermeer zijn 4 ateliers, met totaal BVO van 1.335m
- In 2020 had degemeente 64.195 woningen. Dit betekent 1.335/64.195=0,021m2 per woning.9 De vierkante meters van ateliers in het Kunstfort Vijfhuizen en Fort Hoofddorp missen in deze berekening In totaal zijn dit dus 17 ateliers, met een BVO van 8.317m
- In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 8.317/275.577=0,030m2 per woning. Duiding en advies vervolgactie Er bestaat voorateliers geen landelijke referentienorm. De gemiddelde oppervlakte bij de drie steekproefgemeenten ligt dicht bij elkaar. Dit cijfer is sterk afhankelijk van het lokaalbeleid. We adviseren als referentienorm het gemiddelde van de drie steekproefgemeenten te nemen, wat neerkomt op 0,033m2 per woning. Ruimte voor cultuur Cultuureducatie Referentienorm 0,10m2 BVOper woning Toelichting standaardgrootte Voor het oppervlak per locatie voor cultuureducatie zijn geen landelijke statistieken of referentienormen beschikbaar. De brancheorganisatie LKCA geeft slechts een overzicht van de aangesloten organisaties, en hierin mist een groot deel van de gesubsidieerde instellingen voor cultuureducatie in de drie steekproefgemeenten. Daarom worden de missende oppervlaktes ingevuld doorhet gemiddelde van de locaties met ‘dedicated space’ te berekenen. Voor deze locaties geldt op basis van informatie uit de BAG een gemiddelde BVO van 2.050m
- Van de 8 locaties uit de steekproef moesten er 3 in Almere op deze manier worden ingevuld, en een bureauonderzoek op Google Maps kan bevestigen dat deze schatting van de drie Almeerse locaties accuraat is. Bron steekproef Locatiespecifiek: Cultuurplan Almere, Cultuurfonds Almere, Toekomstagenda Cultuur Zaanstad, Subsidiekader Zoetermeer, Cultuurfonds Zoetermeer Generiek: Google Maps,Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst Berekening In Almere zijn 4 locaties bestemdvoor cultuureducatie, met totaal BVO van 7.387m
- In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 7.387/85.977=0,086m2 per woning. In Zaanstad zijn 3 locaties bestemd voor cultuureducatie, met totaal BVO van 3.093m
- In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 3.093/68.947=0,045m2 per woning. In Zoetermeer is 1 locatie bestemd voor cultuureducatie, met totaal BVO van 4.289m
- In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 4.289/56.458=0,076m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn dit dus 8 locaties bestemd voor cultuureducatie, met een BVO van 14.769m
- In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 14.769/211.382=0,070m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 2 locaties bestemd voor cultuureducatie met totaal BVO van 7.937m
- In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent 7.937/64.195=0,124m2 per woning. In totaal zijn dit dus 10 locaties bestemd voor cultuureducatie, met een BVO van 22.706m
- In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 22.706/275.577=0,082m2 per woning. Omdat de gemeente Zaanstad significant afwijkt van de resterende gemeenten wordt geadviseerd deze niet op te nemen in de benchmark. In Almere, Zoetermeer en Haarlemmermeer zijn in totaal 7 locaties bestemd voor cultuureducatie, met een BVO van 19.613m
- In totaal zijn er 206.630 woningen. Dit betekent 19.613/206.630=0,095m2 per woning. Duiding en advies vervolgactie Er is voor cultuureducatie geen betrouwbare landelijke referentienorm voorhanden. Er zijn grote verschillen tussen de daadwerkelijk aangetroffen oppervlaktes in de drie steekproefgemeenten, met Zaanstad als gemeente met een laag cijfer en Zoetermeer met een hoog cijfer. Op basis van de drie steekproefgemeenten is ook een woonmilieu- specifieke berekening gemaakt, die ook grote verschillen toont (zie Bijlage 1b). Dit cijfer is sterk afhankelijk van het lokaal beleid. Daarom adviseren wij de gemeente Zaanstad niet op te nemen in de benchmark, wat betekent dat het gemiddelde van Almere, Zoetermeer en Haarlemmermeer een afgeronde referentienorm van 0,10m2 per woning oplevert. Ruimte voor cultuur Podia Referentienorm 0,17m2 BVO per woning Toelichting standaardgrootte VNG
(2019)maakt in de Taxatiewijzer Cultuur onderscheid tussen schouwburgen, concertzalen en theaters die gebouwd zijn vóór 1986 (BVO van 2500 m2) en daarna (BVO van 10.000 m2). Van de acht accommodaties uit de steekproef werd alleen het KAF in Almere ingevuld volgens een standaard metrage. Omdat het een multifunctioneel gebouw uit 2006 betreft is de laatste standaard grootte van 10.000 m2 overgenomen, wat na een bureauonderzoek een geschikte benadering voor dit specifieke gebouw lijkt. Bij de overige zeven schouwburgen en poppodia was sprake van ‘dedicated space’. Bron steekproef Locatiespecifiek:Nota Cultuurbeleid Almere,Cultuurfonds Almere, Toekomstagenda Cultuur Zaanstad, Subsidiekader Zoetermeer, Cultuurfonds Zoetermeer Generiek: Google Maps,Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties Berekening In Almere zijn 4 podia, met totaal BVO van 13.710m
- In 2020 had de stad 85.977 woningen.Dit betekent 13.710/85.977=0,159m2 perwoning. In Zaanstad zijn 3 podia, met totaal BVO van 13.639m
- In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 13.639/68.947=0,198m2 per woning. In Zoetermeer zijn 2 podia, met totaal BVO van 8.283m
- In 2020 had de stad 56.458 woningen.Dit betekent 8.283/56.458=0,147m2 per woning. In totaal zijn dit dus 9 podia, met een BVO van 35.632m
- In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 35.632/211.382=0,169m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 5 podia totaal BVO van 10.173m
- In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent 10.173/64.195=0,158m2 per woning. Dus als Haarlemmermeer hieraan wordt toegevoegd betekent dit een totaal van 14 ruimtes, met een BVO van 45.805m2
- In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 45.805/275.577=0,166m2 per woning. Duiding en advies vervolgkeuze Voor podia is geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De gemeten verschillen in oppervlaktes tussen de drie steekproefgemeenten en Haarlemmermeer vallen relatief mee, en daarom adviseren we om het gemiddelde van de vier gemeenten als referentienorm te kiezen, wat afgerond 0,17m2 BVO per woning zou betekenen. Ruimte voor recreatie, groen en ontspanning Scoutings Referentienorm 0,28m2 perceelof 0,033m2 BVOscoutinggebouw per woning Toelichting standaardgrootte In haar richtlijnen gebruikt Scouting Nederland
(2020)drie indicatieve scoutinggebouwen die verschillen van grootte.10Een ‘gebouw met 3 groepsruimten die geschikt zijn voor 115 personen’ heeft een BVO van 344m2, een ‘gebouw met 4 groepsruimten die geschikt zijn voor 155 personen’ heeft een BVO van 428m2, een ‘gebouw met 5 groepsruimtendiegeschikt zijn voor192 personen’ is heeft een BVO van 580m2 (Scouting Nederland, 2020). Omdat het niet te achterhalen is hoeveel groepsruimten de scoutinggebouwen in de vier steekproefgemeenten hebben wordt de standaardgrootte van het middelgrote gebouw genomen als leidraad. Dit levert een BVO van 428m2 per scoutinggebouw op, die bij 5 van de 15 gevonden locaties op deze manier is ingevuld. Om de oppervlakte van het perceel te achterhalen zijn satellietbeelden van de 21 locaties nader bekeken, indien er sprake was van een omliggend perceel. Bron steekproef Scouting Nederland, GoogleMaps Berekening In Almere zijn 7 scoutings, met 2.889m2 BVO voor de gebouwen en 24.790m2 voor de percelen. In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent een BVO van 2.889/85.977=0,039m2 gebouw per woningen 0,288m2 perceel per woning. In Zaanstad zijn 4 scoutings, met 2.181m2 BVO voor de gebouwen en 9.115m2 voor de percelen. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen Dit betekent een BVO van 2.181/68.947=0,032m2 gebouw per woning en 0,132m2 perceel per woning. In Zoetermeer zijn 4 scoutings, met 1.395m2 BVO voor de gebouwen en 14.119m2 voor de percelen. In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent een BVO van1.395/56.458=0,025m2 gebouw per woning en 0,250m2 perceel per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn 15 scoutings, met 6.465m2 BVO voor de gebouwen en 48.024m2 voorde percelen. In totaal zijn er in deze gemeenten 211.382 woningen. Dit betekent 6.465/211.382=0,031m2 gebouw per woning, en 48.024/211.382=0,227m2 perceel per woning. In Haarlemmermeer zijn 6 scoutings, met 2.282m2 BVO voor de gebouwen en 20.920m2 voor de percelen. In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Ditbetekent een BVO van 2.282/64.195=0,036m2 gebouw per woningen 20.920/64.195=0,326m2 perceel per woning. In totaal zijn dit dus 21 scoutings, met 8.747m2 BVO voor de gebouwen en 68.944m2 voor de percelen. In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 8.747/275.577=0,032m2 gebouw per woning, en 68.944/275.577=0,250m2 perceel per woning. Duiding en advies vervolgactie Er is voor scouting geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. Deze referentienorm is sterk afhankelijk van het lokaalbeleid. Het gemiddelde van de drie steekproefgemeenten, en ook de hoogste oppervlakte per woning van die drie valt lager uit dan de huidige oppervlakte in de Haarlemmermeer. We adviseren op basis van het beleid van Haarlemmermeer qua referentienorm tussen de huidige aanwezige meters in Haarlemmermeer en de situatie in de drie steekproefgemeenten te gaan zitten. De referentienorm komt dan uit op 0,28m2 perceel per woning en 0,033m2 gebouw. Hierbij moet worden opgemerkt dat de berekende percelen niet altijd gebaseerd zijn op het formele eigendom van de scoutingvereniging, maar soms ook op een natuurlijke grens van het perceel die is opgemerkt op basis van satellietbeelden. Dit is een enigszins arbitraire grens, en daarom wordt een ruime afwijking van deze norm door Stipo en Springco acceptabel geacht. Ruimte voor recreatie, groen en ontspanning Avonturenspeeltuinen en Speeltuinverenigingen Referentienorm 0,50m2 per woning Toelichting standaardgrootte De avonturenspeeltuin(vereniging)en met betaalde entree zijn gevonden door een uitgebreid bureauonderzoek. Omdat een kenmerk van een avonturenspeeltuin is dat het kind opgaat in de natuur, is de scheidslijn tussen bos en speeltuin vaak onzichtbaar. Dat maakte het bepalen van de oppervlakte op basis van satellietbeelden soms lastig. De gemiddelde oppervlakte van een avonturenspeeltuin(vereniging) is 6.440m2. Bron steekproef Locatiespecifiek:Speelruimtebeleidsplan Gemeente Zaanstad, Zoetermeer Actief, Kidsproof Flevoland Generiek: Google Maps,OpenStreetMap, Measure Map Online Berekening In Almere zijn 3 avonturenspeeltuin(vereniging)en, met een BVO van 33.647m2. In 2020 had de stad 85.977woningen. Dit betekent 33.647/85.977=0,391m2 per woning. In Zaanstad zijn 6 avonturenspeeltuin(vereniging)en, met een BVO van 28.577m2. In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 28.577/68.947=0,414m2 per woning. In Zoetermeer zijn 3 avonturenspeeltuin(vereniging)en, met een BVO van 12.016m2. In 2020 had de stad 56.458woningen. Dit betekent 12.016/56.458=0,213m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn 12 avonturenspeeltuin(vereniging)en, met een BVO van 74.240m2. In totaal zijn er in deze gemeenten 211.382 woningen. Dit betekent 74.240/211.382=0,351m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 4 avonturenspeeltuin(vereniging)en, met een BVO van 41.973m2. In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent een BVO van 41.973/64.195=0,654m2 per woning. In totaal zijn dit dus 16 avonturenspeeltuin(vereniging)en, met een BVO van 116.213m2. In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 116.213/275.577=0,422m2 per woning. Duiding en advies vervolgstap Er is voor avonturenspeeltuinen en speeltuinverenigingen geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De NUSO voorziet niet in een norm voor deze specifieke categorie. De referentienorm is sterk afhankelijk van het lokaalbeleid. De verschillen tussen de drie steekproefgemeenten zijn groot, maar de gevonden oppervlakte in de Haarlemmermeer is nog veelgroter. We adviseren op basis van het beleid van Haarlemmermeer qua referentienorm tussen de huidige aanwezige meters in Haarlemmermeer en de situatie in de drie steekproefgemeenten te gaan zitten. De referentienorm komtuit op 0,50m2 perwoning. Ruimte voor recreatie, groen en ontspanning Kinderboerderijen Referentienorm 0,51m2 erf per woning Toelichting standaardgrootte De kinderboerderijen zijn gevonden door middel van een ‘web scrape’ van OpenStreetMap
(2020). Sommige locaties staan in deze database slechts vermeld met de coördinaten in plaats van als polygoon, en daarom kon de erfoppervlakte niet automatisch worden gedetecteerd. Deze missende getallen zijn ingevuld op basis van de satellietbeelden in 12 van de 15 gevallen. Het gemiddelde erf heeft eenoppervlakte van 8.920m2. Het VNG
(2019)hanteert in de Taxatiewijzer voor kinderboerderijen verschillende BVO-kengetallen voor de gebouwen op het erf (stallen, nachtverblijven, volières, etc.), maar omdat de oppervlakte van het erf relevanter is voor de gemeente zijn dezeniet gebruikt. Bron steekproef Generiek: Google Maps,OpenStreetMap Berekening In Almere zijn 3 kinderboerderijen, waarvan de erven optellen tot een oppervlakte van 15.796m
- In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 15.796/85.977=0,184m2 per woning. In Zaanstad zijn 5 kinderboerderijen, waarvan de erven optellen tot een oppervlakte van 36.464m
- In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 36.464/68.947=0,529m2 per woning. In Zoetermeer zijn 3 kinderboerderijen, waarvan de erven optellen tot een oppervlakte van 49.870m
- In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 49.870/56.458=0,883m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn 11 kinderboerderijen, waarvan de ervenoptellen tot een oppervlakte van 102.130m
- In totaal zijn er in deze gemeenten 211.382 woningen. Dit betekent 102.130/211.382=0,483m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 4 kinderboerderijen, waarvan de erven optellen tot een oppervlakte van 31.669m
- In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent een BVO van 31.669/64.195=0,493m2 per woning. In totaal zijn dit dus 15 kinderboerderijen, waarvan de erven optellen tot een oppervlakte van 133.799m
- In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 133.799/275.577=0,486m2 per woning. Omdat de gemeente Almere significant afwijkt naar beneden en de gemeente Zoetermeer naar boven in vergelijking met de resterende gemeenten wordt geadviseerd beide niet op te nemen in de benchmark. In Zaanstad en Haarlemmermeer zijn in totaal 9 kinderboerderijen, waarvan de erven optellen tot een oppervlakte van 68.133m
- In totaal zijn hier 133.142 woningen. Dit betekent 68.133m2/133.142=0,512m2 per woning. Duiding en advies vervolgstap Er is voor kinderboerderijen geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De SKN voorziet hier niet in. De referentienorm is sterk afhankelijk van het lokaal beleid. De verschillen tussen de drie steekproefgemeenten zijn zeer groot. De gemeentes Almere en Zoetermeer wijken significant af. Amsterdam hanteert een norm van 0,175m2 erf per woning, maar is een veel dichter bebouwde gemeente met veel minder open ruimte. Omdat de oppervlakte van kinderboerderijen in Almere en Zoetermeer dusdanig verschilt van de resterende gemeenten, kan worden uitgegaan van een wezenlijk ander beleid in deze twee gemeenten. Daarom worden zij niet opgenomen in de benchmark, en komt de referentienorm afgerond uit op 0,51m2 per woning. Ruimte voor recreatie, groen en ontspanning Volkstuinen Referentienorm 2,68m2 BVO per woning(Landelijk: 3,19m2 BVO per woning11Op basis van het gemiddelde van alle gemeenten mét volkstuinen. Zie het tabblad ‘Volkstuinen landelijk’ in de spreadsheet.) Toelichting standaardgrootte De volkstuinen zijn gevonden door middel van een ‘web scrape’ van OpenStreetMap
(2020). Hierin zijn geen natuurtuinen en private tuinen opgenomen, maar alleen de door de gemeente gefaciliteerde volkstuin voor recreatief gebruik. Omdat bij alle 49 gevonden volkstuinen de oppervlakte gedetecteerd is hoeft er voor deze norm geen standaardgrootte worden gebruikt. De gemiddelde volkstuin in de vier steekproefgemeenten heeft een BVO van 17.597m2, wat hoger ligt dan het landelijk gemiddelde (BVO van circa 12.000m2). Dat wordt mede veroorzaakt door de aanwezigheid van de Waterlandse Tuinen in Almere, met 296.099m2 één van de grootste volkstuincomplexen van Nederland. Voor een overzicht van de volkstuinen in heel Nederland (die zichtbaar zijn in OpenStreetMap) is een extra tabblad toegevoegd aan de spreadsheet. Omdat alle oppervlakten bekend zijn is bij 0 van de 60 volkstuinen een standaard grootteingevuld. Bron steekproef Generiek: Google Maps,OpenStreetMap Berekening In Almere zijn 22 tuincomplexen, met een BVO van 564.676m
- In 2020 had de stad 85.977 woningen.Dit betekent 564.676/85.977=6,568m2 per woning. In Zaanstad zijn 17 tuincomplexen, met een BVO van 257.705m
- In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 257.705/68.947=3,738m2 per woning. In Zoetermeer zijn 10 tuincomplexen, met een BVO van 100.379m
- In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 100.379/56.458=1,778m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn 49 tuincomplexen, met een BVO van 922.760m
- In totaal zijn er in deze gemeenten 211.382 woningen. Dit betekent 922.760/211.382=4,365m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn 11 tuincomplexen, met een BVO van 150.663m
- In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent een BVO van 150.663/64.195=2,347m2 per woning. In totaal zijn dit dus 60 tuincomplexen, met een BVO van 1.073.423m
- In totaal zijn er275.577 woningen. Ditbetekent 1.073.423/275.577=3,895m2 per woning. Omdat de gemeente Almere, zoals aangegeven in de toelichting, met deWaterlandse Tuinen het gemiddelde zwaar omhoog trekt, adviseren wij deze gemeente niet op te nemen in de benchmark. In Zaanstad, Zoetermeer en Haarlemmermeer zijn in totaal 38 tuincomplexen, met een BVO 508.747m
- In totaal zijn er 189.600 woningen. Dit betekent 508.747/189.600=2,683m2 per woning. Duiding en advies vervolgstap Er is voor volkstuinen geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De referentienorm is sterk afhankelijk van het lokaal beleid. De verschillen tussen de drie steekproefgemeenten zijn groot, met Almere als uitschieter vanwege de aanwezigheid van een uitzonderlijk groot volkstuinencomplex. We adviseren daarom de gemeente Almere niet op te nemen in de benchmark, en als referentienorm het gemiddelde van Zaanstad, Zoetermeer en Haarlemmermeer (2,69m2 per woning) te nemen. Ruimte voor recreatie, groen en ontspanning Natuureducatie (gebouw) Referentienorm 0,012m2 BVO per woning Toelichting standaardgrootte Voor de oppervlakte per gebouw bestemd voor natuureducatie zijn geen landelijke statistieken of referentienormen beschikbaar. De brancheorganisatie (IVN) geeft slechts een overzicht van de aangesloten organisaties. De gesubsidieerde organisaties die natuureducatie verzorgen in de vier steekproefgemeenten worden vaak vanuit huis geleid door vrijwilligers. In die gevallen is het moeilijk een standaard grootte toe te wijzen. In het geval van een ‘belevingstuin’ is gekozen alleen de BVO van bijbehorende gebouwen op te nemen, omdat de grote metrages van deze tuinen anders een vertekenend beeld zouden geven. Toch zijn er zeven locaties gevonden die zich specifiek richten op natuureducatie, waarvan er één geen ‘dedicated space’ heeft. Omdat voor de resterende vier locaties op basis van informatie uit de BAG een gemiddelde BVO van 454m2 geldt is de ontbrekendeoppervlakte met dat getal ingevuld. Bron steekproef Locatiespecifiek:Stad & NatuurAlmere Generiek: Google Maps,OpenStreetMap, NME Gids,IVN Berekening In Almere zijn 3 locaties bestemd voor natuureducatie, met een BVO van 1.248m
- In 2020 had de stad 85.977woningen. Dit betekent 1.248/85.977=0,015m2 per woning. In Zaanstad is 1 locatie bestemd voor natuureducatie, met een BVO van 478m
- In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 478/68.947=0,007m2 per woning. In Zoetermeer is 1 locatie bestemd voor natuureducatie, met een BVO van 454m
- In 2020 had de stad 56.458woningen. Dit betekent454/56.458=0,008m2 per woning. In de drie steekproefgemeenten zijn 5 locaties bestemd voor natuureducatie, met een BVO van 2.180m
- In totaal zijn er in deze gemeenten 211.382 woningen. Dit betekent 2.180/211.382=0,010m2 per woning. In Haarlemmermeer zijn2 locaties bestemdvoor natuureducatie, met een BVO van 996m
- In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent een BVO van 996/64.195=0,016m2 per woning. In totaal zijn dit dus 7 locaties bestemd voor natuureducatie, met een BVO van 3.176m
- In totaal zijn er 275.577 woningen. Dit betekent 3.176/275.577=0,012m2 per woning. Duiding en advies vervolgstap Er is voor natuureducatie geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De referentienorm is sterk afhankelijk van het lokaal beleid. De verschillen tussen de vier gemeenten zijn groot: Zaanstad en Zoetermeer hebben de helft van de oppervlakte van Almere en Haarlemmermeer. We adviseren daarom om op basis van het eigen beleid een keuze te maken voor een definitieve referentienorm, waarin wij het gemiddelde van 0,012 m2 van de vier gemeenten adviseren. Ruimte voor zorg en gezondheid | Eerstelijnszorg Eerstelijns (basis) GGZ Referentienorm 0,009m2 per woning, waarbijgebruik is gemaaktvan een standaardgrootte Standaardgrootte 26m2 BVO per FTE Bron standaardgrootte Capaciteitsorgaan
(2018). Capaciteitsplan 2020-2024 Beroepen Geestelijke Gezondheid. Nederlandse Zorgautoriteit
(2019). Verantwoording tarieven ggz en fz 2020. Nivel
(2018). Zorglandschap en zorggebruik in een veranderende eerste lijn. Toelichting standaardgrootte Bij deze referentienorm wordt uitgegaan van de generalistische basis GGZ die door basispsychologen en GZ-psychologen wordt verleend, en niet de gespecialiseerde GGZ(Nivel 2018). Tijdens de ‘web scrape’ van Zorgkaart Nederland werden klinisch psychologen, psychotherapeuten en psychiaters dus uitgesloten. Dit leverde in Almere behoorlijk veel meer werkzame eerstelijns GGZ-verleners op. Gemiddeld werkt een GZ- psycholoog 0,84 FTE (Capaciteitsorgaan 2018). In haar verantwoording van de kosten voor generalistische basis-ggz geeft de Nederlandse Zorgautoriteit
(2019)aan dat voor deze zorg een gemiddelde BVO van 31m2 geldt. Hier zitten alle faciliteiten (behandelkamer, wachtkamer, sanitair) bij inbegrepen. Een vermenigvuldiging(0,84*31) levert een BVO van 26m2 per werkzame eerstelijns GGZ zorgverlener op. De oppervlakte is bij alle gevonden GGZ-verleners op deze manier ingevuld, omdat gebruik van ‘dedicated spaces’ vertekenend zou zijn in de gekozen methode. Bron steekproef Generiek: Google Maps,Zorgkaart Nederland Berekening In Almere zijn 48 (en dus 40,3 FTE) werkzame eerstelijns GGZ-verleners, met een totale geschatte BVO van 1.248m
- In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 1.248/85.977=0,015m2 per woning. In Zaanstad zijn 14 (en dus 11,8 FTE) werkzame eerstelijns GGZ-verleners, met een totale geschatte BVO van 364m
- In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Ditbetekent 364/68.947=0,005m2 per woning. In Zoetermeer zijn 14 (en dus 11,8 FTE) werkzame eerstelijns GGZ-verleners, met een totale geschatte BVO van 566m
- In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 566/56.458=0,006m2 per woning. In totaal zijn dit dus 76 (63,9 FTE) werkzame eerstelijns GGZ-verleners, met een totale geschatte BVO van 1.976m
- In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 1.976/211.382=0,009m2 per woning. Duiding en advies vervolgstap Er is voor Eerstelijns GGZ geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De verschillen tussen de drie steekproefgemeenten zijn groot. Zaanstad en Zoetermeer hebben 1/3 van de geschatte BVO in Almere. Er is voor dit cijfer geen berekening gemaakt voor de huidige daadwerkelijke oppervlakte in de gemeente Haarlemmermeer. Dat zou nog een goede stap zijn om de huidige situatie, waarover de raad tevreden is, te vergelijken met deze referentienorm. We adviseren de gemiddelde hoeveelheid vierkante meters in de drie steekproefgemeenten te gebruiken als referentienorm. Hier is de huidige hoeveelheid meters in Haarlemmermeer niet meegenomen. We adviseren daarom op basis van het eigen beleid en het inzicht in de eigen oppervlakte een afweging te maken in het gebruik van deze referentienorm. Ruimte voor zorg en gezondheid | Eerstelijnszorg Diëtist Referentienorm 0,003m2 BVO per woning, waarbij gebruikis gemaakt van een standaardgrootte Standaardgrootte 13m2 BVO per FTE Bron standaardgrootte Nederlandse Vereniging van Diëtisten
(2020). Branche-informatie. Toelichting standaardgrootte Bij deze referentienorm wordtvan dezelfde standaardgrootte (BVO 31m2 voor behandelkamer, wachtruimte en sanitaire voorzieningen) uitgegaan als bij de eerstelijns GGZ, omdat dit qua zorghuisvesting gelijkende normen zijn. Tijdens de ‘web scrape’ van Zorgkaart Nederland werd op het beroep ‘diëtist’ gezocht, en de resultaten zijn meer in verhouding dan bij de eerstelijns GGZ. Ook hier moet de gemiddelde FTE worden berekend. De richtlijn vanuit zorgverzekeraar Achmea is 1FTE diëtist per 800 diabetespatiënten. In totaal zijn er 1.186.400 mensen met diabetes in Nederland (VWS), dus dat betekent dat er 1483 FTE diëtisten nodig zijn. In het Kwaliteitsregister Paramedici staan 3488 diëtisten die voldoen aan de kwaliteitscriteria (Nederlandse Vereniging van Diëtisten). Gemiddeld is per gecertificeerde diëtist vraag naar 0,43 FTE. Een vermenigvuldiging (0,43*31) leverteenBVO van ca 13m2 per werkzame diëtistop. De oppervlakte is bij alle gevonden diëtisten op deze manier ingevuld, omdat gebruik van ‘dedicated spaces’ vertekenend zou zijn in de gekozen methode. Bron steekproef Generiek: Zorgkaart Nederland, Google Maps Berekening In Almere zijn 19 (en dus 8,2 FTE) werkzame diëtisten, met een totale geschatte BVO van 253m
- In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 253/85.977=0,003m2 behandelruimte per woning. In Zaanstad zijn 16 (en dus 6,9 FTE) werkzame diëtisten, met een totale geschatte BVO van 213m
- In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 213/68.947=0,003m2 behandelruimte per woning. In Zoetermeer zijn 14 (en dus 6,0 FTE) werkzame diëtisten, met een totale geschatte BVO van 187m
- In 2020 had de gemeente 56.458 woningen. Dit betekent 187/56.458=0,003m2 behandelruimte per woning. In totaal zijn dit dus 39 (21,1 FTE) werkzame diëtisten, met een totale geschatte BVO van 653m
- In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 653/211.382=0,003m2 behandelruimte per woning. Duiding en advies vervolgactie De daadwerkelijke oppervlakte zijn dermate gelijk in de driesteekproefgemeenten dat we adviseren de 0,003 m2 als referentienorm tehanteren. Er is voor dit cijfer geen berekening gemaakt voor de huidige daadwerkelijke oppervlakte in de gemeente Haarlemmermeer. Dat zou nog een goede stap zijn om de huidige situatie, waarover de raad tevredenis, te vergelijken met deze referentienorm. Ruimte voor zorg en gezondheid | Eerstelijnszorg Logopedist Referentienorm 0,004m2 behandelruimte per woning, waarbij gebruik is gemaakt van een standaardgrootte Standaardgrootte 15,5m2 BVO per FTE Bron standaardgrootte Nivel
(2003). Logopedie in de extramurale gezondheidszorg: stand van zaken in 2002. Toelichting standaardgrootte Bij deze referentienorm wordtvan dezelfde standaardgrootte (BVO 31m2 voor behandelkamer, wachtruimte en sanitaire voorzieningen) uitgegaan als bij de eerstelijns GGZ, omdat dit qua zorghuisvesting gelijkende normen zijn. Tijdens de ‘web scrape’ van Zorgkaart Nederland werd op het beroep ‘logopedist’ gezocht, en net als bij de eerstelijns GGZ werden er behoorlijk veel meer van deze zorgverleners in Almere gevonden dan in de andere twee steekproef-gemeenten. Ook hier is de gemiddelde FTE nodig om tot een finale standaardgrootte te komen. Een onderzoek van Nivel
(2003)onder werkzame logopedisten kwam uit op een gemiddelde FTEvan 0,5. Omdat dit een oud onderzoek betreft moet deze referentienorm worden vernieuwd, maarnu wordt hiervan uitgegaan. Een vermenigvuldiging (0,5*31) levert een BVO van 15,5m2 per werkzame logopedistop. De oppervlakte is bij alle gevonden logopedisten op deze manier ingevuld, omdat gebruik van ‘dedicated spaces’ vertekenend zou zijn in de gekozen methode. Bron steekproef Zorgkaart Nederland
(2020)Berekening In Almere zijn 35 (en dus 17,5 FTE) werkzame logopedisten, met een totale geschatte BVO van 543m
- In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 543/85.977=0,006m2 behandelruimte per woning. In Zaanstad zijn 10 (en dus 5,0 FTE) werkzame logopedisten, met een totale geschatte BVO van 155m
- In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 155/68.947=0,002m2 behandelruimte per woning. In Zoetermeer zijn 10 (en dus 5,0 FTE) werkzame logopedisten, met een totale geschatte BVO van 155m
- In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 155/56.458=0,003m2 behandelruimte per woning. In totaal zijn dit dus 55 (27,5 FTE) werkzame logopedisten, met een totale geschatte BVO van 449m
- In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 449/211.382=0,004m2 behandelruimte per woning. Duiding en advies vervolgactie Er is voor logopedisten geen actuele landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De verschillen tussen de drie steekproefgemeenten zijn groot. Zaanstad en Zoetermeer hebben 1/3 respectievelijk 1/2 van de totale geschatte BVO in Almere. Er is voor dit cijfer geen berekening gemaakt voor de huidige daadwerkelijke oppervlakte in de gemeente Haarlemmermeer. Dat zou een nodige stap zijn om de huidige situatie, waarover de raad tevreden is, te vergelijken met deze referentienorm. We adviseren de gemiddelde hoeveelheid vierkante meters in de drie steekproefgemeenten te gebruiken als referentienorm. Hier is de huidige hoeveelheid meters in Haarlemmermeer niet meegenomen. Daarom adviseren daarom op basis van het eigen beleid en het inzicht in de eigen oppervlakte (en ruimtevraag) een afweging te maken in het gebruik van deze referentienorm. Ruimte voor zorg en gezondheid | Eerstelijnszorg Steunpunt Mantelzorg Referentienorm 0,002m2 per woning, waarbij gebruik is gemaakt van een standaardgrootte Standaardgrootte 35m2 BVO per FTE Bron standaardgrootte Basisregistraties Adressen en Gebouwen
(2020)VMCA
(2020). Jaarverslag 2019. Toelichting standaardgrootte Voor de standaardgrootte van een steunpunt voor mantelzorgers zijn geen landelijke statistieken of referentienormen beschikbaar. De brancheorganisatie Mantelzorg NL geeft slechts een overzicht van de aangesloten organisaties. Toch biedt de ‘dedicated space’ van de Vrijwilligers en Mantelzorg Centrale Almere een manier om tot een standaardgrootte te komen. Uit het meestrecente jaarverslag van VMCA
(2020)blijkt dat de acht consulenten gemiddeld 0,75 FTE invullen, dus in totaal 6 FTE. VMCA’s uit de BAG getraceerde BVO van circa 209m2 betekent dus een BVO van 35m2 per FTE mantelzorgondersteuner (209/35). De oppervlakte is bij de 5 locaties zonder ‘dedicated space’ op deze manier ingevuld. Hierbij is gekeken naar de mantelzorgondersteuners die werkzaam zijn in de steekproefgemeenten. Dat gebeurt niet alleen op locaties die uitsluitend bedoeldzijn als steunpunt mantelzorg, maar kan ook bijvoorbeeld ook vanuit gebouwen die bestemd zijn voor algemene maatschappelijke dienstverlening. Bron steekproef Locatiespecifiek: VMCA,SMD, Palet Welzijn Generiek: Mantelzorg NL, Google Maps Berekening In Almere is 1 steunpunt voor (6FTE) begeleiders van mantelzorgers, met een totale geschatte BVO van 209m
- In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 209/85.977=0,002m2 perwoning. In Zaanstad zijn2 steunpunten voor(4FTE) begeleiders van mantelzorgers, meteen totale geschatte BVO van 139m
- In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 139/68.947=0,002m2 per woning. In Zoetermeer zijn 3 steunpunten voor (4FTE) begeleiders van mantelzorgers, met een totale geschatte BVO van 139m
- In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 139/56.458=0,002m2 per woning. In totaal zijn dit dus 6 steunpunten voor (14 FTE) begeleiders van mantelzorgers, met een totale geschatte BVO van 488m
- In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 488/211.382=0,002m2 per woning. Duiding en advies vervolgactie De daadwerkelijke oppervlakte zijn dermate gelijk in de driesteekproefgemeenten dat we adviseren de 0,002 m2 als referentienorm tehanteren. Er is voor dit cijfer geen berekening gemaakt voor de huidige daadwerkelijke oppervlakte in de gemeente Haarlemmermeer. Dat zou nog een goede stap zijn om de huidige situatie, waarover de raad tevreden is, te vergelijken met deze referentienorm. Ruimte voor zorg en gezondheid | Eerstelijnszorg Verloskundige Referentienorm 0,008m2 BVO behandelruimte per woning, waarbij gebruik is gemaakt van een standaardgrootte Standaardgrootte 40m2 BVO per FTE Bron standaardgrootte Nivel
(2017). Cijfers uit de registratie van verloskundigen. Stipo
(2012). Kennisbank Voorzieningenscan. Toelichting standaardgrootte De gemiddelde verloskundige werkt gemiddeld 0,83 fte (Nivel 2017). De KNOV, de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen, gaat uit van 40m2 BVO praktijkruimte per FTE (Stipo 2012). Na een vermenigvuldiging (0,83*44) is duidelijk dat per gevonden verloskundige op Zorgkaart Nederland zonder ‘dedicated space’, uitgegaan kan worden van een BVO van 33,2m
- Tijdens de ‘web scrape’ van Zorgkaart Nederland werd op het beroep ‘verloskundige’ gezocht, en ook bij deze zoekterm werden relatief veel zorgverleners in Almere gevonden. Omdat hier ook naar verhouding meer vrouwen (15-45 jaar) wonen is dit gerechtvaardigd. De oppervlakte is bij alle gevonden verloskundigen op deze manier ingevuld, omdat gebruik van ‘dedicatedspaces’ vertekenend zouzijn in de gekozen methode. Bron steekproef Generiek: Google Maps,Zorgkaart Nederland Berekening In Almere zijn 26 (en dus 21,6 FTE) werkzame verloskundigen, met een totale geschatte BVO van 863m
- In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 863/85.977=0,010m2 behandelruimte per woning. In Zaanstad zijn 15 (en dus 12,5 FTE) werkzame verloskundigen, met een totale geschatte BVO van 498m
- In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 498/68.947=0,007m2 behandelruimte per woning. In Zoetermeer zijn 12 (en dus 10,0 FTE) werkzame verloskundigen, met een totale geschatte BVO van 398m
- In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 398/56.458=0,007m2 behandelruimte per woning. In totaal zijn dit dus 53 (44,0 FTE) werkzame verloskundigen, met een totale geschatte BVO van 1760m
- In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 1760/211.382=0,008m2 behandelruimte per woning. Duiding en advies vervolgactie Er is voor verloskundige geen actuele landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De verschillen tussende drie gemeenten zijn niet heel groot, met Almere aan dehoge kant. We adviseren op grond hiervan om voor de referentienorm het gemiddelde van0,008 m2 per woning te hanteren. Er is voor dit cijfer geen berekening gemaakt voor de huidige daadwerkelijke oppervlakte in de gemeente Haarlemmermeer. Dat zou nog een goede stap zijn om de huidige situatie, waarover de raad tevreden is, te vergelijken met deze referentienorm. Ruimte voor zorg en gezondheid | Tweedelijnszorg Ziekenhuis (incl. buitenpoliklinieken) Referentienorm 0,67m2 per woning Toelichting In de drie steekproefgemeenten kon worden uitgegaan van de BVO van de drie ziekenhuislocaties en de drie bijbehorende buitenpoliklinieken in de BAG, omdat de accommodaties ‘dedicatedspaces’ zijn. Bron steekproef Generiek: Google Maps,Zorgkaart Nederland Berekening In Almere is 1 ziekenhuis met 1 buitenpolikliniek, met een BVO van 66.732m
- In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 66.732/85.977=0,776m2 per woning. In Zaanstad is 1 ziekenhuis met 1 buitenpolikliniek, met een BVO van 42.160m
- In 2020 hadde gemeente 68.947woningen. Dit betekent 42.160/68.947=0,611m2 per woning. In Zoetermeer is 1 ziekenhuis met 1 buitenpolikliniek, met een BVO van 32.637m
- In 2020 had de stad 56.458woningen. Dit betekent 32.637/56.458=0,578m2 per woning. In totaal zijn dit dus 3 ziekenhuizen met 3 buitenpoliklinieken, met een totaal BVO van 141.529m
- In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 141.529/211.382=0,670m2 per woning. Duiding en advies vervolgactie Er is voor ziekenhuizen geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De verschillen tussen de drie gemeenten zijn niet heel groot, met Almere aan de hoge kant en Zoetermeer aan delage kant. We adviseren op grond hiervan om voor de referentienorm het gemiddelde van0,67 m2 per woning te hanteren. Er is voor dit cijfer geen berekening gemaakt voor de huidige daadwerkelijke oppervlakte in de gemeente Haarlemmermeer. Dat zou nog een goede stap zijn om de huidige situatie, waarover de raad tevredenis, te vergelijken met deze referentienorm. Ruimte voor zorg en gezondheid | Tweedelijnszorg Geïndiceerde dagbesteding (18-64 jaar) Referentienorm 0,025m2 per woning, waarbij gebruik is gemaakt van een standaardgrootte Standaardgrootte 150m² BVO Bron standaardgrootte Adviescentrum voor Zorghuisvesting
(2017). Handreiking Kengetallen Benchmark Zorgvastgoed. Nederlandse Zorgautoriteit
(2019). Prestatiebeschrijvingen en tarieven dagbesteding en vervoer AWBZ. VNG
(2019). Taxatiewijzer en kengetallen: Verzorging. Toelichting standaardgrootte In de landelijke Taxatiewijzer Verzorging hanteert VNG
(2019)voor ‘Dagverblijf voor bezigheidstherapie en lichte werkzaamheden’ een BVO van 1500m2. De berekening van deze standaardgrootte sluit echter niet aan bij het gebruik in dit onderzoek,omdat duidelijk blijkt dat het hier om grote complexen gaat die uitsluitend voor dagbesteding worden gebruikt. De standaardgrootte wordt in dit onderzoek juist gebruikt voor accommodaties die niet in ‘dedicated spaces’ zijn geherbergd. Het Adviescentrum voor Zorghuisvesting
(2017)hanteert voor ‘dagbesteding in geestelijke gezondheidszorg’ een BVO van 13,5-24m² per deelnemer. Het gemiddelde hiervan is per deelnemer een BVO van 18,75m². Als er bekend is hoeveel deelnemers in de locatie worden ontvangen wordt dit getal vermenigvuldigd met deze oppervlakte. Mocht dit niet zo zijn, is er nog een andere manier. De Nederlandse Zorgautoriteit
(2019)schat in dat de groepsgrootte van eengeïndiceerde dagactiviteit “groter of gelijk aan 8” deelnemers is. Volgens de conservatieve inschatting dus 8*18,75m²=150m² BVO per geïndiceerde dagbesteding. Dit sluit aan bij de gebruikte standaardgrootte van de Gemeente Amsterdam. De oppervlakte is bij 4 van de 12 gevonden locaties op deze manier ingevuld. Bron steekproef Locatiespecifiek: Triade Flevoland, Woonzorg Flevoland, Sociaal Wijkteam Zaanstad, Zoetermeerwijzer Generiek: Google Maps,Zorgkaart Nederland Berekening In Almere zijn 7 locaties, met een totale geschatte BVO van 2.222m
- In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 2.222/85.977=0,026m2 per woning. In Zaanstad zijn 3 locaties, met een totale geschatte BVO van 1.013m
- In 2020 had degemeente 68.947 woningen. Dit betekent 1.013/68.947=0,015m2 per woning. In Zoetermeer zijn 2 locaties, met een totale geschatte BVO van 1.970m
- In 2020 had de stad 56.458woningen. Dit betekent 1.970/56.458=0,035m2 per woning. In totaal zijn dit dus 12 locaties, met een totale geschatte BVO van 5.206m
- In totaalzijn er 211.382 woningen. Dit betekent 5.206/211.382=0,025m2 per woning. Duiding en advies vervolgactie Er is voor geïndiceerde dagbesteding geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De verschillen tussen de drie gemeenten zijn vrij groot, met Zoetermeer aan de hoge kant en Zaanstad aan de lage kant. Er is voor dit cijfer geen berekening gemaakt voor de huidige daadwerkelijke oppervlakte in de gemeente Haarlemmermeer. Dat zou een nodige stap zijn om de huidige situatie, waarover de raad tevreden is, te vergelijken met deze referentienorm. We adviseren de gemiddelde hoeveelheid vierkante meters in de steekproefgemeenten als referentienorm te hanteren, maar in het gebruik hiervan een afweging te maken op basis van de huidige situatie in Haarlemmermeer. De vierkante meters in Haarlemmermeer zijn namelijk niet meegenomen in de totstandkoming van deze referentienorm. Ruimte voor zorg en gezondheid | Tweedelijnszorg Verslavingszorg MGGZ Referentienorm 0,053m2 per woning, waarbij gebruik is gemaakt van een standaardgrootte Standaardgrootte 3.000m2 BVO voor grootcentrum, 110m2 BVO voor forensische kliniek Bron standaardgrootte VNG
(2019). Taxatiewijzer en kengetallen: Ziekenhuizen. Toelichting standaardgrootte In de landelijke Taxatiewijzer Ziekenhuizen hanteert VNG
(2019)voor ‘Centrum voor verslavingszorg’ een BVO van 3.000m
- Het gaat hier om zorgvoorziening in de geestelijke gezondheidszorg die (ambulante) hulp en begeleiding biedt aan verslaafden, dan wel waar verslaafden verblijven en behandeld worden, tevens gericht op het geven van voorlichting en preventie ten aanzien van verslavingsproblematiek. Wat opvalt in de beschreven case studies is dat de BVO’s enorm fluctueren, van 692m2 tot 14.000m
- Indien het een forensische verslavingskliniek betreft is er nog een anderestandaardgrootte bekend. Zo berekende het Adviescentrum voor Zorghuisvesting dat een ‘forensische psychiatrische verslavingskliniek’ een gemiddelde BVO van 110m² had. Van de 7 zorginstellingen voor verslavingszorg uit de steekproef moesten er 5 op deze manier worden ingevuld, bij de overige 2 was sprake van ‘dedicated space’. Drie instellingen in Almere, Zaanstad en Zoetermeer worden gezien als centra, waarvoor een BVO van 3.000m2 geldt. Twee andere instellingen in Almere worden gezien als kliniek, waarvoor een BVO van 110m² geldt. Omdat deze oppervlakten zo ver van elkaar af liggen en zij op arbitraire wijze worden ingevuld, is deze referentienorm slechts tendele een benadering van de realiteit. Bron steekproef Generiek: Google Maps,Zorgkaart Nederland Berekening In Almere zijn 5 locaties voor verslavingszorg, met totaal geschatte BVO van 5.158m
- In 2020 had de stad 85.977 woningen. Dit betekent 5.158/85.977=0,060m2 per woning. In Zaanstad is 1 locaties voor verslavingszorg, met totaal geschatte BVO van 3.00m
- In 2020 had de gemeente 68.947 woningen. Dit betekent 3.000/68.947=0,044m2 per woning. In Zoetermeer is 1 locaties voor verslavingszorg, met totaal geschatte BVO van 3.000m
- In 2020 had de stad 56.458 woningen. Dit betekent 3.000/56.458=0,053m2 per woning. In totaal zijn dit dus 7 locaties voor verslavingszorg, met een totaal geschatte BVO van 11.158m
- In totaal zijn er 211.382 woningen. Dit betekent 11.158/211.382=0,053m2 per woning. Duiding en advies vervolgactie Er is voor verslavingszorg geen betrouwbare landelijke referentienorm per woning beschikbaar. De verschillen tussen de drie gemeenten zijn vrij groot, met Almere aan de hoge kant en Zaanstad aan de lage kant. Er is voor dit cijfer geen berekening gemaakt voor de huidige daadwerkelijke oppervlakte in de gemeente Haarlemmermeer. Dat zou een nodige stap zijn om de huidige situatie, waarover de raad tevreden is, te vergelijken met deze referentienorm. We adviseren de gemiddelde hoeveelheid vierkante meters in de steekproefgemeenten als referentienorm te hanteren, maar in het gebruik hiervan een afweging te maken op basis van de huidige situatie in Haarlemmermeer. De vierkante meters in Haarlemmermeer zijn namelijk niet meegenomen in de totstandkoming van deze referentienorm. Extra Haarlemmermeer In 2019 heeft Stipo in opdracht van de gemeente Haarlemmermeer voor een aantal voorzieningen kengetallen ontwikkeld op basis van landelijke cijfers (van verscheidene brancheverenigingen, het Voorzieningenmodel Amsterdam, Stipo’s Mensen naar Meters, Module Kengetallen - Wolters Kluwer, het Bouwbesluit, waarstaatjegemeente, etc.). Deze kengetallen zijn direct overgenomen in de overzichtsmatrix op pagina 2 van deze rapportage. Voor een aantal kengetallen uit het onderzoek uit 2019 heeft inmiddels een actualisatie plaatsgevonden; deze zijn niet in dit onderzoek opgenomen. In dit onderzoek is een inschatting gemaakt van de werkelijke hoeveelheid vierkante meters die voor deze voorzieningen zijn gereserveerd in de Haarlemmermeer. Huisarts Referentienorm 0,15m2 BVO per woning (Stipo, 2019) Gevonden m2 steekproef in Haarlemmermeer 0,100m2 BVO per woning Bron steekproef Haarlemmermeer Zorgkaart Nederland Berekening gevonden m2 in Haarlemmermeer In Haarlemmermeer zijn volgens Zorgkaart Nederland 72 huisartsen werkzaam met een totale geschatte BVO van 72*88,8=6.393,6m
- In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent 6.393,6/64.195=0,100m2 per woning, waarbij moet worden opgemerkt dat dit een benadering van de werkelijke situatie is. Standaardgrootte ca. 89m2 BVOper werkzame huisarts Bron standaardgrootte LHV
(2014). Praktijk met Toekomst bouwadviesgroep-LHV. NIVEL
(2018). De werkweek vande Nederlandse huisarts in 2018. Toelichting standaardgrootte (geschat) De branchevereniging LHV hanteert als standaardgrootte voor een huisartsenpraktijk 300m2 BVO, waarin zij uitgaat van 2,5 FTE huisarts. Dit betekent 120m2 per FTE huisarts (300/2,5). Dit komt grotendeels overeen met de in 2019 gehanteerde metrage van een normpraktijk (128m2). Uit een grootschalige enquêtering onder huisartsen door NIVEL in 2018 is gebleken dat een werkzame huisarts gemiddeld 0,74 FTE invult. Dit betekent dat ca. 3,4 werkzame huisartsen gebruik maken van de 300m2 BVO (2,5/0,74), wat neerkomt op 88,8m2 BVO per werkzame huisarts (300/3,4). Conclusie De gevonden vierkante meters in Haarlemmermeer (0,101m2 per woning) verschillen wezenlijk van de referentienorm uit 2019 (0,15m2 per woning). De referentienorm uit 2019 is op de volgende manier tot stand gekomen: het bestaande kengetal dat de Gemeente Haarlemmermeer zelf al in 2010had opgesteld van 1 FTE per 2350bewoners is als vertrekpunt vergeleken met het aantalhuisartsen dat er in 2019in de Haarlemmermeer was
(59)en dat getal kwam nog steeds overeen met het kengetal uit 2010. Dat bleek vervolgens ook overeen te komen met het systeem ‘Van Mensen naar Meters’ (met als bronnen RIVM en Nivel 2008) en met de module 'Kengetallen van Wolters Kluwers. Voor de oppervlakte is uitgegaan van de Normcijfers van het LHV. De omvang van een normpraktijk was volgens LHV 128m2 (uitgaande van een huisarts, een POH-GGZ en een assistent). Vervolgens was de berekening: 2095 mensen per normpraktijk (LHV), 2,39 was woningbezetting Haarlemmermeer in 2019, omvang normpraktijk 128m2, dus 2095/2,39 = 877 woningen per normpraktijk, 128/877 = 0,15 m2 per woning. Aangezien de gevonden hoeveelheid vierkante meter een fors tekort laat zien ten opzichte van het landelijke kengetal, adviseren Stipo en Springco in toekomstige gebiedsuitbreiding meer rekening te houden met de ruimtevraag van huisartsen. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat inwoners van in Haarlemmermeer ook gebruik maken van huisartsen in nabijgelegen steden en kernen (bijvoorbeeld bij de zogeheten dubbeldorpen). Fysiotherapeut Referentienorm 0,04m2 BVO per woning(Stipo, 2019) Gevonden m2 steekproef in Haarlemmermeer 0,111m2 BVO per woning Bron steekproef Haarlemmermeer Zorgkaart Nederland Berekening gevonden m2 in Haarlemmermeer In Haarlemmermeer zijn 160 fysiotherapeuten (113,6 FTE) met een totale geschatte BVO van 7.100m2 (113,6 x 62,5m2). In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent 7.100/64.195=0,111m2 per woning, waarbij moet worden opgemerkt dat dit een benadering van de werkelijkheid is. Standaardgrootte 150m² voor 1 praktijk (62,5m²per FTE) Bron standaardgrootte NIVEL
(2017). Capaciteitsraming Fysiotherapie. Royal Haskoning DHV
(2017). Onderzoek naar behoefte voorzieningen: Dubbeldorp Lisse& Lisserbroek. RVO
(2017). Referentie gebouwen BENG. Toelichting standaardgrootte (geschat) In haar behoefteraming voor de gemeente Haarlemmermeer rekent RoyalHaskoning DHV voorde gemiddelde fysiotherapiepraktijk een BVO van 150m² metdaarin plaats voor 2,4 FTE fysiotherapeut. Dit komt overeen met het gemiddelde van de twee standaardgrootten die RVO gebruikt (100m² voor één verdieping en 200m²voor twee verdiepingen). Per FTE komt ditdus neer op eenBVO van 150/2,4=62,5m². Op Zorgkaart Nederland zijn 160 werkzame fysiotherapeuten te vinden binnen de gemeente Haarlemmermeer. De gemiddelde fysiotherapeut vult 0,71 FTE (NIVEL 2017), wat dus neerkomt op 0,71*160=113,6 FTE fysiotherapeut. Conclusie De gevonden vierkante meters in Haarlemmermeer (0,112m2 per woning) verschillen enorm van de referentienorm uit 2019 (0,04m2 per woning). De referentienorm uit 2019 is toen op de volgende manier berekend: 75m2 per praktijk (bron: noord.amsterdam.nl, Mensen naar Meters, 2009) wat neerkomt, met gemiddeld 3,9 fysiotherapeuten per praktijk (Rabobank Brancheinformatie), op 75/3,9 = 19 m2 per fte. 19x2,27= 43m2 per 1000 woningen / 1000 = 0,04 m2 per woning. Aangezien de gevonden hoeveelheid vierkante meter een fors overschot laat zien ten opzichte van het landelijke kengetal, adviseren Stipo en Springco in toekomstige gebiedsuitbreiding minder ruimte voor fysiotherapeuten te reserveren dan de referentienorm indiceert. Tandarts Referentienorm 0,09m2 BVO per woning(Stipo, 2019) Gevonden m2 steekproef in Haarlemmermeer 0,092m2 BVO per woning Bron steekproef Haarlemmermeer Google Maps, Zorgkaart Nederland Berekening gevonden m2 in Haarlemmermeer In Haarlemmermeer zijn 42 tandartspraktijken met een totale geschatte BVO geschatte van 5.925m
- In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent 5.925/64.195=0,092m2 per woning. Toelichting standaardgrootte (geschat) Omdat de meeste tandartspraktijken ‘dedicated spaces’ zijn, en het zonde zou zijn om dan uit te gaan van een standaardgrootte, zijn de missende oppervlaktes ingevuld door het gemiddelde van de locaties met ‘dedicated space’ te berekenen. Voor deze locaties geldt op basis van informatie uit de BAG een gemiddelde BVO van 141m
- Vande 42 locaties moesten er 8 op dezemanier worden ingevuld. Conclusie De uitkomst van dit onderzoek (0,093m2per woning) strookt in zijn geheel met de referentienorm uit 2019 (0,09m2 per woning). De referentienorm uit 2019 is toen op de volgende manier berekend: de norm ligt op 131m2 per praktijk (in Mensen naar Meters, NMT gemiddelde oppervlakte tandartspraktijken 2006) met 1,5 tandarts per praktijk (bron: KNMT). Dat komt neer op 131/1,5 = 87,33m2 per FTE, gedeeld door 0,001 fte per woning (huidig kengetal van Haarlemmermeer vertaald naar fte) geeft 0,09m2 per woning. In de berekening van 2019 is dus gekeken naar landelijke gemiddelden. Omdat de KNMT heel gericht stuurt op geografische spreiding komt dit gemiddelde ook overeen met de lokalepraktijk. Daarom adviseren Stipo en Springco om de referentienorm van 0,09m2 per woning strak te hanteren. Apotheek Referentienorm 0,088m2 BVO per woning (Stipo, 2019) Gevonden m2 steekproef in Haarlemmermeer 0,057m2 BVO per woning Bron steekproef Haarlemmermeer HLMRMEER.nl Berekening gevonden m2 in Haarlemmermeer In Haarlemmermeer zijn 13 apotheken (buitenhet ziekenhuis) meteen totale geschatte BVO van 3.637m
- In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Ditbetekent 3.637/64.195=0,057m2 per woning. Toelichting standaardgrootte (geschat) Ook bij deze categorie is bij locaties zonder ‘dedicated space’ het gemiddelde van de locaties mét ‘dedicated space’ genomen. Dit gemiddelde bleek op basis van cijfers uit de BAG 280m2 BVO te zijn. Uiteindelijk moesten 5 van de 13 apotheken op deze manier worden ingevuld. In Hoofddorp is één ziekenhuisapotheek (SAHZ) niet opgenomen in de referentienorm, omdat ziekenhuis/polikliniek een expliciet anderecategorie is in de uitvraag. Conclusie De gevonden vierkante meters apotheek in dit onderzoek (0,057m2 per woning) verschillen nogal van de referentienorm uit 2019 (0,088m2 per woning). De referentienorm uit 2019 is toen op de volgende manier berekend: 1 per 7500 inwoners = 7500 / 2.39 = 1 per 3.138 woningen (gemeente Haarlemmermeer Voorzieningenkader 2010), 275m2 / 3.138 = 0,088m2 per woning. De 275m2 komtuit de ModuleKengetallen van Wolters Kluwer. Omdat de gevonden vierkante meters in Haarlemmermeer onder dereferentienorm liggen wordt door Stipo en Springco geadviseerd in toekomstige gebiedsuitbreiding rekening te houden met de ruimtevraag van apotheken. Maatschappelijke dienstverlening Referentienorm 0,013m2 BVO per woning (Stipo, 2019) Gevonden m2 steekproef in Haarlemmermeer 0,012m2 BVO per woning(zie toelichting) Bron steekproef Haarlemmermeer Sociale Kaart Haarlemmermeer Berekening gevonden m2 in Haarlemmermeer In Haarlemmermeer zijn 6 locaties voor maatschappelijke dienstverlening met een totale BVO van 2.767m
- In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent 2.767/64.195=0,043m2 per woning. Als alleen de MeerWaarde locaties worden meegeteld – en dus niet de seniorenverenigingen – is de totale BVO 2.002m
- Dan komen wij uit op 2.002/64.195=0,031m2 per woning. Daarvan is echter het kantoor van MeerWaarde een hoge uitschieter met 1.609 m
- MeerWaarde biedt meer diensten aan dan alleen de maatschappelijke dienstverlening. Als we een schatting doen en ervan uitgaan dat van dit kantoor 25% is toe te rekenen aan maatschappelijke dienstverlening dan komen we op een totale oppervlakte van 795 m
- Dit zou uitkomen op 795/64.195=0,012m2 per woning, vergelijkbaar met de eerder opgegeven norm. Conclusie De gevonden vierkante meters voor maatschappelijke dienstverlening in dit onderzoek (deels gebaseerd op een schatting) liggen met 0,012m2 per woning dicht in de buurt van de referentienorm van 0,013m2 per woning. De referentienorm uit 2019 is toen op de volgende manier berekend: Amsterdamse norm is in oppervlakte 0,01m2 per woning, wat zich vertaalt naar de 0,01 / 1,83 (woningbezetting A’dam in 2019) = 0,0055 per inwoner * 2,39 (woningbezetting Haarlemmermeer in 2019) = 0,013m2 per woning. De Amsterdamse norm bestaat uit maatschappelijke dienstverlening en wijkzorg: spreekkamers, cursusruimte, kantoorruimte. Ook in Stipo’s eerdere rapport Mensen naar Meters kwam 0,01m2 per woning naar voren. In Stipo’s berekening in Mensen naar Meters zijn maatschappelijk werk, sociale raadlieden en ouderenadvies meegenomen, maar niet de wijkzorglocaties. In dit onderzoek zijn op verzoek van de gemeente ook seniorenverenigingen meegenomen. In werkelijkheid dienen deze niet alleen een zorgtaak, maar ook een gemeenschapstaak. Zonder seniorenverenigingen zou het getal op 0,031m2 uitkomen. Dit getal pakt nog steeds zeer hoog uit. Dit is grotendeels te verklaren door het grote oppervlakte van het MeerWaarde kantoor (1609m2 BVO). We adviseren de referentienorm van 0,013m2 te hanteren. Wijkzorg Referentienorm - Gevonden m2 steekproef in Haarlemmermeer 0,016m2 BVO per woning Bron steekproef Haarlemmermeer Sociale Kaart Haarlemmermeer, Amstelring Wijkzorg Berekening gevonden m2 in Haarlemmermeer In Haarlemmermeer zijn 15 wijkzorgteams actief, die gebruik maakten van een totale geschatte BVO van 1.011m
- In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Ditbetekent 1.011/64.195=0,016m2 per woning, waarbij moet worden vermeld dat dit een benadering van de werkelijkheid is (zie toelichting standaardgrootte). Standaardgrootte 84m2 BVO Bron standaardgrootte BAG Toelichting standaardgrootte (geschat) In totaal zijn er in de gemeente Haarlemmermeer 15 wijkzorgteams actief, waarvan er 12 een ruimtevraag vertegenwoordigen. De andere 3 zijn werkzaam vanuit respectievelijk een kerk of een woonhuis. Van de wijkzorgteams die de ruimtevraag vertegenwoordigen, kon de locatie bij 6 van de 12 uit de BAG worden gehaald omdat er sprake was van ‘dedicated space’. De overige 6 wijkzorgteams waren gevestigd in bredere (gezondheids-)centra. Deze locaties zonder ‘dedicated space’ zijn ingevuld door het gemiddelde van de wijkzorglocaties mét ‘dedicated space’ in te vullen. Dit kwam neer op een BVO van 84m
- Conclusie Er is nog geen referentienorm voor wijkzorg bepaald door de gemeente Haarlemmermeer. Wij adviseren om deze referentienorm voor wijkzorg te bepalen door middel van de in dit onderzoek gebruikte steekproefmethode. Hoewel er nog geen specifieke referentienorm voor wijkzorg is bepaald, heeft deze categorie veel te maken met de eerder genoemde categorieën in de eerstelijnszorg en maatschappelijke dienstverlening. Het toevoegen van wijkzorglocaties met bescheiden oppervlakte kost niet veel ruimte en is misschien wel nodig blijkt gezien de groeiende zorgvraag in de gemeente Haarlemmermeer (Stipo 2019). Kinderdagopvang Referentienorm 0,263m2 BVO per woning (Stipo, 2019) Gevonden m2 steekproef in Haarlemmermeer 0,131m2 BVO per woning Bron steekproef Haarlemmermeer Landelijk Register Kinderopvang Berekening gevonden m2 in Haarlemmermeer In Haarlemmermeer zijn 72 kinderdagverblijven met een totale geschatte BVO van 8.424m
- In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent 8.424/64.195=0,131m2 per woning. Standaardgrootte 117m2 BVO Bron standaardgrootte Waarborgfonds Kinderopvang
(2019). Kwaliteitscriteria voor voorzieningen in de Kinderopvang: Huisvesting vanuit kindperspectief. Toelichting standaardgrootte (geschat) Omdat alle peuterspeelzalen per 1 januari 2018 kinderdagverblijven werden, is na overleg tussen de auteurs en de opdrachtgever besloten ook peuterspeelzalen binnen deze categorie op te nemen. Gastouderopvang is niet opgenomen, niet alleen omdat deze dienst vaak aan huis wordt geleverd maar ook omdat dit als een fundamenteel andere categorie wordt gezien. Omdat kinderdagverblijven vaak in scholen zijn gevestigd en het BAG hierin geen onderscheid maakt, worden alle 60 locaties ingevuld met een standaardgrootte. Het Waarborgfonds Kinderopvang gaat in kengetallen uit van ca. 108-126m² BVO, en daarvan is het gemiddelde 117m
- Indien de locatie zowel kinderdagopvang (0-4 jaar) als buitenschoolse opvang (4-12 jaar) aanbiedt is de bij beide categorieën de helft van de oppervlakte geteld. Conclusie De gevonden vierkante meters voor kinderdagopvang in dit onderzoek liggen met 0,133m2 per woning ver onder de referentienorm van 0,263m2 per woning (referentienormen van kinderopvang en peuterspeelzalen uit 2019 bij elkaar opgeteld, omdat deze tegenwoordig als één worden gezien). De referentienorm uit 2019 is toen op de volgende manier berekend: aantal kindplaatsen (1,8 op basis van CBS cijfers) = 2.102,75 kindplaatsen in de Haarlemmermeer voor hele dagopvang. Vervolgens komt dat neer op 2.102,75 / 60.621 (aantal woningen) = 0,035 kindplaatsen per woning. Per kindplaats wordt 6,5m2 gerekend (Bouwbesluit Rijksoverheid 2012), waarmee de ruimtelijke vertaling uitkomt op (0,034 x 6,5m2) =0,225m2 per woning. Omdat de gevonden vierkante meters in Haarlemmermeer ver onder de referentienorm liggen wordt door Stipo en Springco geadviseerd in toekomstige gebiedsuitbreiding meer ruimte te reserveren voor kinderdagopvang, of hiervoor ruimtedeling te organiseren. Buitenschoolse Opvang (BSO) Referentienorm 0,240m2 BVO per woning (Stipo, 2019) Gevonden m2 steekproef in Haarlemmermeer 0,161m2 BVO per woning Bron steekproef Haarlemmermeer Landelijk Register Kinderopvang Berekening gevonden m2 in Haarlemmermeer In Haarlemmermeer zijn 69 Buitenschoolse Opvanglocaties met een totalegeschatte BVO van 10.350m
- In 2020 had de gemeente 64.195 woningen. Dit betekent 10.350/64.195=0,161m2 per woning. Standaardgrootte 150m2BVO Bron standaardgrootte Waarborgfonds Kinderopvang
(2019). Kwaliteitscriteria voor voorzieningen in de Kinderopvang: Huisvesting vanuit kindperspectief. Toelichting standaardgrootte (geschat) Omdat Buitenschoolse Opvanglocaties vaak in scholen zijn gevestigd en het BAG hierin geen onderscheid maakt, worden alle 15 locaties ingevuld met een standaardgrootte. Het Waarborgfonds Kinderopvang gaat in haar kengetallen uit van ca. 140-160m² BVO, en daarvan is het gemiddelde van 150m2 BVO genomen. Indien de locatie zowel kinderdagopvang (0-4 jaar) als buitenschoolse opvang (4-12 jaar) aanbiedt is de bij beide categorieën de helft van de oppervlakte geteld. Conclusie De gevonden vierkante meters voor BSO in dit onderzoek liggen met 0,163m2 per woning ver onder de referentienorm van 0,240m2 per woning. De referentienorm uit 2019 is toen op de volgende manier berekend: aantal kindplaatsen (1,8 op basis van CBS cijfers) = 2.238,75 kindplaatsen in de Haarlemmermeer, vervolgens komt dat neer op 2.238,75 / 60.621 (aantal woningen) = 0,037 kindplaatsen per woning. Per kindplaats wordt 6,5m2 gerekend (Bouwbesluit Rijksoverheid 2012, waarmee de ruimtelijke vertaling uitkomt op (0,037 x 6,5m2) =0,240m2 per woning. Omdat de gevonden vierkante meters in Haarlemmermeer onder de referentienorm liggen wordt door Stipo en Springco geadviseerd in toekomstige gebiedsuitbreiding meer ruimte te reserveren voor buitenschoolse opvang, of hiervoor ruimtedeling te organiseren. Stipo 2019 Tot slot zijn er twee categorieën in de overzichtsmatrix op pagina 2 opgenomen die uit Stipo’s rapport van 2019 stammen, maar waarvan geen inschatting van de werkelijke hoeveelheid vierkante meters in Haarlemmermeer of de drie steekproefgemeenten is gemaakt. Om de verantwoording van de referentienormen compleet te maken wordt de berekening die toentertijd is gemaakt hieronder herhaald. Hospice Referentienorm 0,010m2 BVO per woning (Stipo, 2019) Berekening in 2019 In de berekening van Stipo wordt gerefereerd aan de Amsterdamse Referentienormen en de norm van Zorgverzekeraars Nederland. Hierin wordt uitgegaan van een BVO van 350m2 als richtlijn voor een hospice. Op basis van de Amsterdamse referentienormen is vervolgens berekend: 0,008m2 / 1,83 (woningbezetting Amsterdam) * 2,39 (woningbezetting Haarlemmermeer in 2019) = 0,010m2 per woning. Voor de oppervlakte van een hospice is in 2019 wel een lokale inventarisatie gedaan van de huidige hospices. Als er in Amsterdam een norm van 1 hospice (4-6 bedden) per 100.000 inwoners wordt gehanteerd, kom je met 2 hospices in de gemeente Haarlemmermeer uit op 0,011m2 per 1000inwoners. Daaruit wordtde conclusie getrokken dat de gemeente Haarlemmermeer vergeleken met Amsterdam ruim zit in het aanbod voor palliatieve zorg. Tot slot werd geadviseerd om de capaciteit van de bestaande hospice- locaties te monitoren, en rekening te houden de toenemende vergrijzing en de daarmee gepaard gaande groeiende behoefte naar hospice- locaties. Ontmoetingsgroepen (vrij toegankelijk) Referentienorm 0,05m2 BVO per woning(Stipo, 2019) Berekening in 2019 In de berekening van Stipo wordt gerefereerd aan de Amsterdamse Referentienormen en cijfers van het CBS. Volgens het CBSis het totaalaantal inwoners dat in aanmerking komt voor dagbesteding binnen WMO in Haarlemmermeer: 2651,08 inwoners van 147.282 inwoners totaal (18 x 147,282 = 2651,08) = 0,018 procent van de bevolking Haarlemmermeer. In Amsterdam is dit 14 x 854,047 = 11.957 = 0,014 procent van de bevolking (11.957 / 854,047). Dit leidt totde volgende vertalingsberekening: Norm Amsterdam: 0,03 m2 BVO per woning Vertaling van andere gemiddelde woningbezetting (GWB) GWB Amsterdam: 1,83 in 2019 GWB Haarlemmeer: 2,39 in 2019 Amsterdamse norm van 0,03 per woning = 0,01639 per bewoner > is in de Haarlemmermeer 0,03918 m2 BVO per woning Vertaling van aandeel bewoners dat komt in aanmerking voor dagbesteding WMO: Amsterdam: 1,40% Haarlemmermeer: 1,79% 0,03918 m2 BVO / 1,4 x 1,79 = 0,0500 m2 BVO Tot slot werd geadviseerd om deze voorziening te koppelen aan de (ruimtelijke) invulling van die van buurthuizen, omdat het niet alleen ruimte bespaart maar ook de kracht van laagdrempeligheid met zich meebrengt. Bijlage
- Steekproefgemeenten en woonmilieus Bijlage 1a. Toelichting van methodiek Er zijn voor de gevraagde categorieën geen landelijke referentienormen bekend. Daarom zijn er drie steekproef- gemeenten gekozen om toch een beeld te krijgen van wat er in de rest van Nederland aan maatschappelijke voorzieningen is. De gemeenten Almere (211.893 inwoners, 85.977 woningen), Zaanstad (156.794 inwoners, 68.947 woningen) en Zoetermeer (125.285 inwoners, 56.458 woningen) zijn niet zonder reden gekozen voor deze steekproef. Net als de gemeente Haarlemmermeer (156.039 inwoners, 64.195 woningen) zijn het middelgrote gemeenten. Daarnaast delen zij het polycentrisme wat Haarlemmermeer kenmerkt. Ook qua demografie sluiten de steekproefgemeenten goed aan op de Haarlemmermeerse realiteit. Voor sommige voorzieningen zijn ook woonmilieu-specifieke referentienormen berekend (zie Bijlage 2). Deze zullen niet leidend zijn als definitief referentiegetal, maar kunnen wel dienen als verklarende factor wanneer wordt afgeweken van de generieke referentienorm. Woonmilieu 1 bestaat uit dichtbevolkte stadskernen met een relatief hoog voorzieningenniveau en een hoofdzakelijk gestapelde woningvoorraad. Woonmilieu 2 bestaat met name uit uitbreidingen van bestaande landelijke kernen met een redelijk voorzieningenniveau. Woonmilieu 3 bestaat uit dunner bevolkte landelijke gebieden zonder veel voorzieningen. Bijlage 1b. Woonmilieu-specifieke inventarisatie gevonden m2 De gemeente Haarlemmermeer wenste voor vier specifieke voorzieningen een indicatief beeld van de vierkante meters per woonmilieu (op basis van de drie steekproefgemeenten), omdat dit deels binnenwijkse voorzieningen zijn. Deze woonmilieu-specifieke referentienormen zullen niet leidend zijn in beleid, maar kunnen verklaren waarom de gemeente in beleid afwijkt van de generieke referentienormen. De totstandkoming van de woonmilieus in de drie steekproefgemeenten en Haarlemmermeer zijn in de bijlage ‘Steekproefgemeenten en Woonmilieus’ nader toegelicht. Voor deze woonmilieu-specifieke referentienormen is dezelfde methodiek gebruikt als bij de generieke referentienormen (m2/woning). In het geval van ontmoetingsruimten bleek er in Almere, Zaanstad en Zoetermeer 13.512m2 op 101.987 woningen in Woonmilieu 1 te zijn, dus 0,133m2 per woning. Dit was 13.901 m2 op 90.354 woningen in Woonmilieu 2, dus 0,154m2 per woning (toevallig ook het algemene referentienormen voor alle woonmilieus). Omdat er geen locaties voor cultuureducatie en bibliotheken zijn gevonden in Woonmilieu 3 komt deze referentienorm op 0 m2 uit. Ontmoetingsruimten In Woonmilieu 1 zijn 28 locaties, met een BVO van 13.513m
- In totaal zijn er in WM1101.987 woningen. Dit betekent 13.513/101.987=0,133m2 per woning. In Woonmilieu 2 zijn 22 locaties, met een BVO van 13.901m
- In totaal zijn er in WM2 90.354woningen. Dit betekent 13.901/90.354=0,154m2 per woning. In Woonmilieu 3 zijn 6 locaties, met een BVO van 5.523m
- In totaalzijn er in WM2 23.342 woningen. Dit betekent 5.523/23.342=0,237m2 per woning. Jongerencentra In Woonmilieu 1 zijn 5 jongerencentra, met een BVO van 1.420m
- In totaal zijn er in WM1 101.987woningen. Dit betekent 1.420/101.987=0,014m2 per woning. In Woonmilieu 2 zijn 7 jongerencentra, met een BVO van 1.884m
- In totaal zijn er in WM2 90.354 woningen. Dit betekent 1.884/90.354=0,021m2 per woning. In Woonmilieu 3 is 1 jongerencentrum, met een BVO van 84m
- In totaal zijn er in WM2 23.342woningen. Dit betekent84/23.342=0,004m2 per woning. Bibliotheken In Woonmilieu 1 zijn 5 bibliotheken, met een BVO van 16.713m
- In totaal zijn er in WM1 101.987woningen. Dit betekent 16.713/101.987=0,164m2 per woning. In Woonmilieu 2 zijn 4 bibliotheken, met een BVO van 7.239m
- In totaal zijn er in WM2 90.354woningen. Dit betekent7.239/90.354=0,080m2 per woning. In Woonmilieu 3 zijngeen bibliotheken. Dit betekent dus 0m2 per woning. Cultuureducatie In Woonmilieu 1 zijn 7 locaties bestemd voor cultuureducatie, met een BVO van 15.915m
- In totaal zijn er in WM1 101.987 woningen. Dit betekent 15.915/101.987=0,156m2 per woning. In Woonmilieu 2 is 1 locatiebestemd voor cultuureducatie, met een BVO van 487m
- In totaal zijn er in WM2 90.354 woningen. Dit betekent 487/90.354=0,005m2 per woning. In Woonmilieu 3 zijn geen locaties bestemdvoor cultuureducatie. Dit betekent dus 0m2 per woning. Bijlage
- Bruto-vloeroppervlakte (BVO) In deze rapportage worden de referentienormen gecommuniceerd in bruto-vloeroppervlakte (BVO). De BVO is de som van de buitenwerks gemeten vloeroppervlakte van alle bouwlagen (in België wordt dan ook gesproken over de "buitenmuurse oppervlakte"). Dit is de gangbare eenheid die gehanteerd wordt in gebouwanalyses en investeringsramingen. Voor de gemeente Haarlemmermeer is relevant hoeveel bouwruimte gereserveerd moet worden voor de verschillende maatschappelijke voorzieningen, en omdat kengetallen over bouwkosten beschikbaar zijn op basis van BVO is dit de meest nuttige eenheid. Het kadaster van Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) maakt gebruik van de gebruiksoppervlakte (GO) volgens NEN 2580:
- Tot de GO van een verblijfsobject wordt dus uitsluitend de binnenruimte gerekend.12BZK geeft wel aan dat in afwijking van NEN 2580:2007 gemeenschappelijke ruimten (zoals een trappenhuis in het geval van een gedeeld kantoorpand) geen onderdeel uit van de oppervlakte van een verblijfsobject. Dit is in deze analyse minder relevant, omdat de BAG alleen wordt geraadpleegd in het geval van ‘dedicated use’.Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(2018). Catalogus Basisregistratie Adressen en Gebouwen. https://www.geobasisregistraties.nl/binaries/basisregistraties-ienm/documenten/publicatie/2018/03/12/cat