← Nederland

Omgevingsvisie gemeente Rijswijk (Rijswijk)

In het kort

Deze omgevingsvisie beschrijft de langetermijnvisie (tot 2050) van de gemeente Rijswijk voor de fysieke leefomgeving, met als doel een "gezonde buitenplaats in de metropool" te zijn. Het document richt zich op het behoud en de verbetering van de leefkwaliteit door middel van weloverwogen keuzes voor ontwikkeling, bescherming en beheer.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR743400 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0603/2025/omgevingsvisie /join/id/stop/work_019 2025-08-15 2025-08-15 /akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR743400/nld@2025-08-15 /join/id/proces/gm0603/2025/1_11_nieuweregeling 2025-08-15 2025-08-15 /akn/nl/act/gm0603/2025/omgevingsvisie/nld@11 /akn/nl/act/gm0603/2025/omgevingsvisie /akn/nl/act/gm0603/2025/omgevingsvisie/nld@11 /join/id/stop/work_019 v1 Omgevingsvisie gemeente Rijswijk Gezonde buitenplaats in de metropool Voorwoord Voor u ligt de omgevingsvisie ‘Rijswijk; gezonde buitenplaats in de metropool’. De omgevingsvisie is onze visie op de toekomst van de leefomgeving van Rijswijk. Daarbij gaat het om de lange termijn

(2050)en om de ‘fysieke leefomgeving’. Dit gaat over de ruimte om ons heen: ruimte voor bijvoorbeeld wonen, werken, infrastructuur en natuur, maar ook voor gezondheid en cultureel erfgoed. Rijswijk heeft al heel veel om trots op te zijn, maar ook om onze bestaande kwaliteiten te behouden moeten we aan de slag. De wereld is namelijk continu in verandering: er komen allerlei trends en ontwikkelingen op ons af. Dit vraagt om een heldere visie op de toekomst waar we als Rijswijk naartoe willen. Omdat de ruimte beperkt is, moeten we scherpe keuzes maken: niet alles kan overal. Het gaat om keuzes over waar we ruimte zien voor ontwikkelingen, maar ook wat we waardevol vinden en willen beschermen. Ik ben ontzettend blij met het grote enthousiasme waarmee de samenleving heeft meegedacht. Inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere (semi)overheden hebben meerdere malen intensief meegedacht, zoals over de verschillende ontwikkelrichtingen over de toekomst. Mede op basis daarvan kiezen we ervoor dat in 2050 de hele samenleving van Rijswijk een brede welvaart heeft. Dit gaat over het welzijn van mensen. Naast materiële welvaart zijn zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale samenhang, persoonlijke ontplooiing en veiligheid daarvoor minstens even belangrijk. We stellen alle ontwikkelingen tot 2050 in dienst van die brede welvaart. Dat betekent dat bijvoorbeeld economische groei of bereikbaarheid geen doelen op zich zijn, maar moeten bijdragen aan het welzijn van de Rijswijkers. Om de groei van de stad te combineren met die gewenste groei in kwaliteit, moeten we een innovatieve (vernieuwende) ontwikkelrichting inslaan. Daarom kiezen we er ook voor om te verdichten én te vergroenen en gaandeweg naar een andere, duurzamere vorm van mobiliteit te gaan. De milieueffectrapportage die we hebben laten uitvoeren bevestigt dat zo de kwaliteit van de omgeving omhoog gaat. Wel zullen we samen onze schouders eronder moeten zetten om deze ambities te realiseren. Sandra van de Waart Wethouder Stadsontwikkeling, mobiliteit, grondzaken en participatiebeleid 1 Inleiding 1.1 De omgevingsvisie van Rijswijk Wat is de omgevingsvisie? Deze omgevingsvisie is onze integrale visie op de toekomst van de fysieke leefomgeving van Rijswijk. Hierin beschrijven we als gemeente ons strategisch beleid voor de gehele fysieke leefomgeving op de lange termijn
(2050). De ‘fysieke leefomgeving’ is het centrale begrip uit de Omgevingswet (zie 1.2 De Omgevingswet), en gaat in feite over de ruimte om ons heen: ruimte voor bijvoorbeeld wonen, werken, infrastructuur, natuur, maar ook aspecten als milieu en cultureel erfgoed. Fysieke en sociale leefomgeving De fysieke leefomgeving is niet los te zien van de sociale leefomgeving. De omgevingsvisie gaat over de plek waar mensen wonen en werken, hun vrije tijd besteden en elkaar ontmoeten. De manier waarop we onze gebouwde omgeving en buitenruimte vormgeven is van grote invloed op de sociale samenhang en manier waarop we samen leven. Zeker in een stad die de komende jaren nog verder zal groeien, betekent dat een grote verantwoordelijkheid. De omgevingsvisie laat zien waar we de ruimte vinden om goed samen te kunnen wonen, werken en recreëren. Afbeelding 1.1: de fysieke en sociale leefomgeving (bron: KuiperCompagnons). Een stip op de horizon Rijswijk heeft al heel veel om trots op te zijn, maar ook om onze bestaande kwaliteiten te behouden moeten we aan de slag. De wereld is namelijk continu in verandering: er komen allerlei trends en ontwikkelingen op ons af. De kwaliteit van onze leefomgeving hangt af van de manier waarop we inspelen op die veranderingen. Dit vraagt om een heldere visie op de toekomst waar we als Rijswijk naartoe willen. Omdat de ruimte beperkt is, moeten we scherpe keuzes maken: niet alles kan overal. Het gaat om keuzes over wat we waardevol vinden en willen beschermen, maar ook over waar we kansen kunnen benutten om de kwaliteit in een gebied te verhogen. Met deze omgevingsvisie zetten we een ‘stip op de horizon’: hoe willen we dat Rijswijk er in 2050 uitziet? Daarbij beschrijven we de keuzes die we vandaag moeten maken om daar te komen. De omgevingsvisie geeft op die manier richting aan ruimtelijke ontwikkelingen en de kwaliteit van gebieden. Wij gaan aan de slag met de handvatten die de omgevingsvisie biedt. We voeren beleid uit en gebruiken de visie tegelijk als inspiratie- en afwegingskader voor initiatieven van anderen die aan ons toekomstbeeld kunnen bijdragen. De omgevingsvisie is een zelfbindend document. Dat wil zeggen dat het alleen het bestuursorgaan bindt dat de omgevingsvisie heeft vastgesteld. 1.2 De Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Deze wet bundelt verschillende wetten en regels voor onder meer ruimtelijke ordening, bouwen, natuur, water en milieu. De Omgevingswet gaat over de fysieke leefomgeving, en activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving. Dit is een breed begrip, en omvat in ieder geval bouwwerken, infrastructuur, water en watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur en erfgoed. Daarbij bepaalt de wet uitdrukkelijk dat gevolgen voor de fysieke leefomgeving ook gevolgen voor de mens zijn; het gaat dus ook over onderwerpen als gezondheid en veiligheid. De Omgevingswet is gericht op het in onderlinge samenhang ‘bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit’; en ‘doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving’ (artikel 1.3). De wetgever beoogt daarmee een balans tussen het bieden van ruimte voor ontwikkeling en het waarborgen van de kwaliteit van de leefomgeving. Een belangrijk uitgangspunt van het nieuwe stelsel is om de fysieke leefomgeving integraal te benaderen. De bundeling van wetgeving zorgt voor inzichtelijkere regels. Daarbij moet de wet zorgen voor snellere besluitvorming en meer ruimte bieden voor lokaal maatwerk. Het idee daarachter is om meer ruimte te bieden aan initiatieven, volgens het principe van ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’. Dit vraagt om een andere denk- en werkwijze van ons als gemeente, andere overheden, burgers en bedrijven. De Omgevingswet kent een aantal ‘kerninstrumenten’ waarmee overheden de doelen van de wet in de praktijk kunnen brengen. Één van de verplichte instrumenten voor gemeenten is de omgevingsvisie. De Omgevingswet bepaalt dat iedere gemeente voor het gehele eigen grondgebied een omgevingsvisie moet hebben. De omgevingsvisie is een vormvrij instrument, maar bevat volgens de wet (artikel 3.2): een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied; en de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. Deze onderdelen komen in de volgende hoofdstukken van deze omgevingsvisie, toegespitst op Rijswijk, aan bod. 1.3 Proces Welke stappen hebben we gezet? Om tot deze omgevingsvisie te komen hebben we verschillende stappen doorlopen, te zien in afbeelding 1.
  1. Inhoudelijk zijn we gestart met een ‘verkenning’ van de huidige staat van de gemeente. Het bestaande beleid was hiervoor belangrijke input, aangevuld met geografische en andere data, actuele trends en ontwikkelingen en de inbreng vanuit alle vakgebieden binnen de gemeente. Gelijktijdig hebben we voor het MER (zie kader) in deze fase de Leefomgevingsfoto laten opstellen. Dit is een inventarisatie van de ‘huidige situatie en autonome ontwikkelingen’ (dat wat er zal gebeuren als er geen nieuw beleid komt). De leefomgevingsfoto gaat specifieker in op de indicatoren voor het MER en helpt bij het beoordelen van de effecten van de omgevingsvisie. Een milieueffectrapportage (mer) brengt de milieueffecten van een plan of project in beeld. De verwachte gevolgen worden beschreven in een milieueffectrapport (MER). Zo kan (het bestuur van) de gemeente de milieueffecten meenemen bij haar besluit over het plan of project. In Rijswijk hebben we gekozen voor een ontwerpende mer, wat inhoudt dat niet alleen de milieueffecten van de ontwerpomgevingsvisie worden beschreven maar ook die van de alternatieven. Afbeelding 1.2: Stappenplan omgevingsvisie. In de volgende fase hebben we onze koers (visie) voor de toekomst bepaald. Met de informatie en aandachtspunten uit de verkenning hebben we alternatieve ontwikkelrichtingen bepaald. Die zijn vervolgens getoetst op milieueffecten (deel I van het MER). Daarnaast hebben we hier inwoners, organisaties en experts laten meedenken. Op basis van alle input hebben we onze voorkeur geformuleerd: welke kant willen we als Rijswijk op? Daarin komen onze kwaliteiten, aandachtspunten en ambities samen. Deze visie op de toekomst van Rijswijk hebben we vervolgens verder uitgewerkt per thema en per deelgebied binnen de gemeente. Participatieronde I In het najaar van 2023 hebben we een eerste participatieronde georganiseerd. Daarin hebben inwoners, organisaties en experts hun meningen en ideeën gegeven over Rijswijk nu en in de toekomst. Dat hebben we allereerst gedaan met een vragenlijst, die door 772 mensen is ingevuld. In een aparte bijeenkomst was er de gelegenheid voor inwoners om meer verdiepend het gesprek aan te gaan over de toekomst van de stad. Afbeelding 1.3 toont een beeldverslag met de belangrijkste uitkomsten van dit stadsgesprek. Op vergelijkbare manier zijn we in twee sessies het gesprek aangegaan met experts van (regionale) ketenpartners, en met (maatschappelijke) organisaties en ondernemers die in Rijswijk actief zijn. Om ook de Rijswijkers van de toekomst aan te spreken, hebben we in twee sessies met kinderrechtenambassadeurs onze jeugd naar hun ideeën voor de stad gevraagd. Participatieronde II In de tweede participatieronde, gehouden van april tot juni 2024, werd het concept-ontwerp van de omgevingsvisie verder uitgewerkt en teruggekoppeld aan de stad. Via online consultaties, buurtbakfietsdagen, expertsessies en de ‘Rijswijkse Remix’ werden aanvullende ideeën en wensen verzameld. De input uit deze ronde hielp bij het verrijken en aanscherpen van de omgevingsvisie. De focus lag in deze ronde op het aanvullen van de participatie in de wijken en leeftijdsgroepen die de eerste ronde minder bereikt waren. Resultaten en toepassing De resultaten van beide participatierondes bieden een duidelijk beeld van de prioriteiten van de inwoners van Rijswijk. Er is een sterke voorkeur voor een groene en leefbare stad met voldoende speel- en beweegruimte, en beperkte lokale bedrijvigheid. Historische waarde en leefbaarheid worden hoog gewaardeerd, evenals mobiliteit en toegang tot groen. De diversiteit in prioriteiten per wijk benadrukt de noodzaak van een wijkgerichte benadering bij beleidsbeslissingen. De waardevolle inzichten uit deze participatierondes zijn gebruikt om de omgevingsvisie verder te ontwikkelen en te implementeren. De betrokkenheid van de Rijswijkse inwoners en ondernemers heeft gezorgd voor een beter gedragen visie, wat bijdraagt aan een soepeler ontwikkelings- en besluitvormingsproces. Een uitgebreider participatieverslag is te vinden in losse Bijlage VI Participatieverslag omgevingsvisie Rijswijk (2024-10-30). Afbeelding 1.3: Beeldverslag stadsgesprek. 1.4 Leeswijzer In deze paragraaf hebben we de opbouw van de omgevingsvisie beschreven. De omgevingsvisie is een instrument dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Daarom spreken we in de ‘wij-vorm’ waarbij we de gemeenteraad bedoelen. Hoofdstuk 2 Verkenning: waar staat Rijswijk nu? omvat een beschrijving van de identiteit van de gemeente Rijswijk vanuit historisch en geografisch perspectief. Ook hebben we in dit hoofdstuk de opgaven voor de toekomst benoemd. Dit hoofdstuk vormt het vertrekpunt voor de toekomst. In hoofdstuk 3 Visie op de toekomst van Rijswijk is de langetermijnvisie beschreven. Dit is de stip op de horizon waar we op koersen. In hoofdstuk 4 Uitwerking visie per thema hebben we die visie thematisch uitgewerkt. Hier worden de belangrijkste ambities per thema of onderwerp beschreven. In dit hoofdstuk staat de omgevingsvisiekaart. Op deze kaart zijn de voornaamste ambities, kansen en uitdagingen voor onze gemeente weergegeven. In hoofdstuk 5 Uitwerking visie per deelgebied hebben we de langetermijnvisie uitwerkt voor de verschillende deelgebieden. Dit is belangrijk als opmaat voor het omgevingsplan. Hoofdstuk 6 Uitvoering: werken met de omgevingsvisie geeft een toelichting op de manier waarop we de ambities uit de omgevingsvisie kunnen realiseren. We beschrijven de doorwerking in andere Omgevingswetinstrumenten en de wijze waarop de omgevingsvisie jaarlijks wordt gemonitord en geactualiseerd. Verder zijn in dit hoofdstuk de programma’s opgenomen waar we aan werken. 2 Verkenning: waar staat Rijswijk nu? 2.1 Inleiding Rijswijk heeft veel om trots op te zijn, maar er liggen ook serieuze vraagstukken die om aandacht vragen. Om te kunnen bepalen waar we in de toekomst naartoe willen, moeten we eerst weten waar we vandaan komen en waar we nu staan. Dit hoofdstuk gaat daarop in. Eerst schetsen we de context: hoe is Rijswijk ontstaan en door de jaren heen gegroeid (2.2 Historie van Rijswijk)? En hoe verhoudt Rijswijk zich tot de regio om ons heen (2.3 Rijswijk in de regio)? Vervolgens beschrijft dit hoofdstuk de bestaande situatie en kwaliteiten van Rijswijk (2.4 Bestaande situatie en kwaliteiten van Rijswijk). Hoe staan we er nu voor? Wat zijn de kwaliteiten van Rijswijk die we willen behouden of versterken? Op basis van de bestaande situatie identificeren we per thema de aandachtspunten voor de toekomst (2.5 Aandachtspunten voor de toekomst). 2.2 Historie van Rijswijk De ontwikkeling van Rijswijk tot méér dan zomaar een dorp begint in de Gouden Eeuw. Langs de toenmalige Zandweg en het water van de Vliet waren het lawaai en de stank van de grote stad ver weg. Dus bouwden de nieuwe rijken uit Den Haag, Delft en Rotterdam hier – op de strandwal – hun buitenplaatsen, landhuizen, die meestal waren omringd door een mooie tuin volgens de laatste mode. Rijswijk heeft nog steeds die kwaliteit, als groen alternatief voor de drukte van de grote stad. Indirect was het ook die ligging die Rijswijk na de Tweede Wereldoorlog zijn stadse gezicht gaf. In de jaren ’50 gaf burgemeester Bogaardt, om te voorkomen dat het dorp door Den Haag zou worden ingelijfd, de aanzet tot een ongekende bouwgolf die het aantal inwoners van Rijswijk verdubbelde tot meer dan 50.
  2. Vanuit het oude dorp breidde Rijswijk in de decennia na de oorlog gestaag richting het zuidwesten uit: van de naoorlogse woonwijken zoals Stervoorde, bedrijventerrein Plaspoelpolder, het nieuwe centrum In de Bogaard (nu Bogaard stadscentrum) tot de laatste uitbreiding van RijswijkBuiten. Daarmee is de stad gegroeid tot aan de west- en zuidgrens van de gemeente. Deze ontwikkeling maakte van Rijswijk een stad met twee gezichten: enerzijds de historische dorpskern en de landgoederenzone, anderzijds de verstedelijking van de naoorlogse en latere uitbreidingswijken, Plaspoelpolder en het nieuwe Bogaard stadscentrum. De sterke groei heeft er ook voor gezorgd dat Rijswijk altijd zelfstandig heeft kunnen blijven, en definieert ons profiel tot de dag van vandaag. Deze uitersten karakteriseren het DNA van Rijswijk: het is modern én historisch, druk én rustig, grijs én groen, stad én dorp. Afbeelding 2.1: Ontwikkeling van Rijswijk tussen 1900 en 2015 (bron: Stadsvisie, 2016). 2.3 Rijswijk in de regio 2.3.1 Regionale ligging en ruimtelijke structuren Rijswijk maakt deel uit van de Haagse regio, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) en de zuidvleugel van de Randstad. De stad ligt aan de Oude Lijn[1] en aan de ‘kennisas’ Rotterdam-Leiden. Verder ingezoomd, ligt de stad ingeklemd tussen het stedelijk gebied van Den Haag en Delft. Rijswijk wordt doorkruist door verschillende infrastructurele lijnen, veel met een regionale functie. Van zuidwest naar noordoost loopt de rijksweg A4, met haaks daarop de Prinses Beatrixlaan en spoorlijn als verbindingen tussen Den Haag en Delft. Aan de oostkant loopt het Rijn-Schiekanaal (de Vliet) van zuid naar noord. In het zuidoosten grenst Rijswijk aan de rijksweg A
  3. Ten noorden van de A4 bevinden zich de twee centra van Rijswijk: het oude dorpscentrum van Oud-Rijswijk in het noordoosten, het nieuwere stadscentrum Bogaard stadscentrum richting het westen. Globaal daartussen ligt het grote en regionaal belangrijke bedrijventerrein Plaspoelpolder. Ten zuiden van de A4 is Rijswijk met de grootschalige uitbreidingswijk RijswijkBuiten inmiddels doorgegroeid tot aan Delft. Het bebouwd gebied van Rijswijk wordt gemarkeerd door twee grote groenstructuren: de Landgoederenzone aan de noordkant en de stadsparkzone in het zuiden. Afbeelding 2.2: Schematische weergave Rijswijk in de regio (bron: KuiperCompagnons). [1] De oudste spoorlijn van Nederland tussen Amsterdam en Rotterdam; tegenwoordig wordt hiermee de spoorlijn tussen Leiden en Dordrecht aangeduid. 2.3.2 Rijswijk in regionale context Rijswijk staat niet op zichzelf, maar is onlosmakelijk verbonden met de regio. Rijswijk ligt midden in de metropoolregio, het stedelijk gebied van Rotterdam tot en met Den Haag. In dit gebied is de behoefte aan extra woningen en bedrijfsruimte erg groot. Er worden de komende jaren dan ook veel woningen gebouwd en bedrijfsruimte toegevoegd. Tegelijk willen we in de regio de bestaande kwaliteiten behouden en waar mogelijk kwaliteit toevoegen. Het groene buitengebied willen we open houden, we moeten ons voorbereiden op klimaatverandering en de milieukwaliteit, leefbaarheid en sociale samenhang in steden verbeteren. Deze opgaven overstijgen de gemeentegrenzen. Ook voor opgaven zoals de drinkwatervoorziening en energienetwerken (zoals het warmtetransportnet) zijn relaties met de omgeving van groot belang. Rijswijk wil daarom ook samen optrekken met de regio om deze uitdagingen aan te pakken. De gemeenten in de metropoolregio vullen elkaar aan en voegen allemaal kwaliteit toe aan het geheel. Regionaal wordt daarom ingezet om de gemeenten nog beter met elkaar te verbinden. Rijswijk biedt de regio zowel dorps als stedelijk wonen, met daarbovenop ruimte voor de verwachte bevolkingsgroei door een forse woningbouwopgave op zich te nemen. Rijswijk is met de huidige programmering zelfs één van de sterkst groeiende gemeentes van het land. Daarbij bieden we een plek om te recreëren met onze groene buitenplaatsen, op één van de drukste plekken van Nederland. Daarnaast biedt Rijswijk ruimte voor kleine en grote bedrijven om te ondernemen in een regio die steeds minder ruimte heeft. Zeker in verhouding tot zijn omvang heeft Rijswijk veel bedrijven en arbeidsplaatsen en daarmee een belangrijke economische functie in de regio. 2.3.3 Regionale samenwerking Op regionaal niveau vindt veel overleg plaats over de opgaven op het gebied van de fysieke leefomgeving. Zo is er overleg met de MRDH over de regionale ontwikkeling op het gebied van mobiliteit en economie, met de provincie over het Ruimtelijk voorstel en de vervolgstappen die daarbij worden gezet, met de zuidelijke Randstad over het NOVEX-gebied Zuidelijke Randstad en met de Haagse regio over de handreiking voor de ruimtelijke puzzel en de agendapunten die voor de Haagse regio van belang zijn. Rijswijk neemt actief deel aan deze overleggen en de agendapunten die daarbij aan de orde komen zijn ook van invloed op de opgaven voor de fysieke leefomgeving in Rijswijk. Ze zijn daarmee ook van invloed op de Rijswijkse omgevingsvisie. In de bijlage staan we stil bij deze opgaven die verwerkt zijn in onze omgevingsvisie. 2.4 Bestaande situatie en kwaliteiten van Rijswijk 2.4.1 De staat van de fysieke leefomgeving Om onze ambities voor de toekomst vorm te kunnen geven, is het noodzakelijk om de bestaande situatie in beeld te hebben. Dat is ons vertrekpunt. We hebben dat in twee sporen gedaan. Ten eerste hebben we een zogenaamde ‘Leefomgevingsfoto’ gemaakt. Hierin zijn de huidige situatie en autonome ontwikkelingen in kaart gebracht. Samen vormen die de ‘referentiesituatie’: wat de situatie is en wordt zónder deze omgevingsvisie. In de milieueffectrapportage wordt dit dan ook gebruikt om de effecten van de omgevingsvisie mee te vergelijken. De Leefomgevingsfoto bevat verschillende indicatoren om de staat van de fysieke leefomgeving meetbaar te maken. Hierin wordt de fysieke leefomgeving breed beschouwd, met een nadruk op diverse milieuaspecten. De Leefomgevingsfoto is te vinden in als onderdeel van het milieueffectrapport in de losse Bijlage IV PlanMER. De belangrijkste aandachtspunten die daaruit naar voren komen waarmee we in deze omgevingsvisie rekening moeten houden, komen aan de orde in paragraaf 2.5 Aandachtspunten voor de toekomst. Daarnaast hebben we een ‘Verkenning’ gemaakt van de bestaande situatie en kwaliteiten van Rijswijk. Daarin zitten raakvlakken met de Leefomgevingsfoto, maar hebben we vooral gefocust op de ruimtelijke en kwalitatieve aspecten. Hoe ziet Rijswijk er nu uit, wat zijn de belangrijkste kwaliteiten van onze fysieke leefomgeving en wat is er nodig om die te behouden? Op basis van die analyse zien we een aantal onderscheidende kernkwaliteiten van Rijswijk. Het zijn eigenschappen die onze kracht aangeven en onze identiteit bepalen: ze maken Rijswijk tot Rijswijk en onderscheiden ons van andere gemeenten. Dit zijn dan ook de kwaliteiten die we in de toekomst in ieder geval willen behouden. 2.4.2 De kernkwaliteiten van Rijswijk Buitenplaats, dorp, stad: historische groei geeft meerdere gezichten Rijswijk is sinds de jaren ’50 uitgegroeid van een dorp tot een stad (zoals beschreven in paragraaf 2.2 Historie van Rijswijk), met ongeveer 60.000 inwoners[2]. De ontwikkeling van Rijswijk is mooi terug te zien in de bebouwing van de stad. De sterke groei die de stad heeft doorgemaakt is ook bepalend voor het profiel van Rijswijk vandaag. Enerzijds het dorpse karakter van de historische dorpskern Oud-Rijswijk. Anderzijds het stedelijke karakter van de naoorlogse wijken, bedrijventerrein Plaspoelpolder, Bogaard stadscentrum en RijswijkBuiten. Tegelijk is Rijswijk van oorsprong al een heel groene stad, met zijn buitenplaatsen en parken. Deze uitersten karakteriseren Rijswijk: het is modern én historisch, druk én rustig, grijs én groen, stad én dorp. Rijswijk kent daardoor ook een mix van verschillende woonmilieus. Die maken Rijswijk voor veel mensen tot een aantrekkelijke woonplaats. Door het grote aandeel naoorlogse bouw heeft Rijswijk een relatief betaalbare en toegankelijke woningvoorraad, die al van oudsher veel mensen naar Rijswijk trekt. Ook spelen daarbij de goede werkgelegenheid, uitstekende verbindingen met de regio, de voorzieningen in de twee centra en wijken, en het vele groen in de buitenplaatsen, parken en wijken een rol. Hoewel niet altijd even bekend en zichtbaar, heeft Rijswijk een rijkdom aan cultureel erfgoed (gebouwde en aangelegde groene monumenten en archeologische monumenten en waarden). Het erfgoed levert een belangrijke bijdrage aan de beleving van Rijswijk en is bepalend voor de identiteit van de Rijswijkers. Zo is er de historische dorpskern met fraaie middeleeuwse kerk en oud-Hollandse gevels. We hebben de Landgoederenzone met de statige landhuizen met het weelderige groen eromheen. Er zijn archeologische vindplaatsen zoals de fundamenten van Huis ter Nieuburch, het paleis van de Oranjes waar de Vrede van Rijswijk werd gesloten en waar het Rijswijkse Bos en de Naald van Rijswijk nog aan refereren. Maar ook de stadsparkzone en royale aanleg van de naoorlogse wijken met groenstroken, waterlopen en plantsoenen zijn waardevol erfgoed. De buitenplaatsen en parken zijn ook landschappelijk en recreatief van waarde. Samen zorgt dit in Rijswijk voor een gevoel van ‘buiten’ leven. Groene longen van de stad Rijswijk is van oorsprong, met zijn buitenplaatsen en parken, een heel groene stad. Nog steeds behoort Rijswijk tot de groenste gemeenten van deze sterk verstedelijkte regio. Bijna één vijfde van Rijswijk bestaat uit parken en plantsoenen. Al dat groen maakt Rijswijk tot een prettige leefomgeving voor mens, plant en dier. Naast de vele groen opgezette wijken, kent Rijswijk twee grote groengebieden: De Landgoederenzone aan de noordkant, met onder andere Park de Voorde en Overvoorde, landgoed Te Werve, het Julianapark en het Rijswijkse Bos. De stadsparkzone aan de zuidkant, met onder andere het Hoekpolderpark, het Wilhelminapark, Elsenburgerbos en de Zweth-Vlietzone. Deze groengebieden vormen een duidelijke tegenhanger van de bebouwde delen van de stad. De Rijswijkers waarderen de buitenplaatsen en parken enorm. Het zijn de longen van onze stad, en is al van oudsher een kwaliteit en onderdeel van onze identiteit. Verspreid door de stad liggen bomenlanen, oude buitenplaatsen, wijkparken, buurtgroen, begraafplaatsen, singels, volkstuinen, verbindingszones, binnentuinen, losse groenelementen en monumentale bomen. Deze elementen verbinden de twee grote groengebieden met elkaar en met de stad. Het vele groen is iets waarmee Rijswijk zich in de – sterk verstedelijkte – regio onderscheidt. Ondernemende werkstad Rijswijk is een echte werkgemeente, met relatief veel banen ten opzichte van Nederland en de regio[3]. Er is een ruim aanbod aan werkgelegenheid voor zowel theoretisch als praktisch opgeleiden. Rijswijk kent verschillende economische kerngebieden: diverse werklocaties (bedrijventerreinen, kantoorlocaties en gemengde werklocaties); twee hoofdcentra (Oud-Rijswijk en Bogaard stadscentrum); verschillende buurt(winkel)centra. Gezamenlijk bieden ze een compleet en divers aanbod aan voorzieningen en werkgelegenheid. Die diversiteit van de Rijswijkse economie is een gevolg van de centrale ligging in de metropoolregio. Met de werkgelegenheid die deze werklocaties bieden, heeft Rijswijk een belangrijke economische functie in de regio. Voor zijn omvang huisvest Rijswijk veel bedrijven en zijn er veel arbeidsplaatsen. De beschikbare ruimte voor werken is een belangrijke kwaliteit van Rijswijk in de regio, waar veel vraag maar de ruimte schaars is. Het middelpunt van de economische activiteit is bedrijventerrein Plaspoelpolder, een van de grootste werklocaties van de metropoolregio. Daar en elders in Rijswijk zijn er uitstekende plekken beschikbaar voor start-ups, mkb en grote bedrijven. Rijswijk ondersteunt de doorgroei van bedrijven. Rijswijk is aantrekkelijk voor bedrijven om zich te vestigen door onze werklocaties en centrale ligging. Maar ook bijvoorbeeld de goede ondergrond voor geothermie, de goede voorzieningen in de verschillende centra, het vele groen in een drukke regio en de aantrekkelijke woonmilieus voor werknemers dragen hieraan bij. Goed verbonden midden in de metropoolregio Rijswijk is uitstekend bereikbaar en verbonden met de regio. Er lopen door en rondom Rijswijk verschillende grote infrastructurele verbindingen. Zo vormen de rijkswegen A4, A13, op korte afstand A12 en de Prinses Beatrixlaan voor goede autobereikbaarheid en -verbindingen met de regio (o.a. Den Haag, Delft en Rotterdam). Met een treinstation op de spoorlijn Den Haag – Delft is Rijswijk ook goed per openbaar vervoer bereikbaar. Ook is Rijswijk aangesloten op het tramnetwerk van Den Haag. Dit maakt Rijswijk voor veel mensen een aantrekkelijke plaats om te wonen. Ook voor veel bedrijven is het een onderscheidende kwaliteit om zich hier te vestigen. Naast de grote (auto)verbindingen kent Rijswijk ook een fijnmaziger netwerk voor langzaam verkeer, van fiets- en wandelroutes. Deze zorgen onder meer voor verbindingen binnen de stad en met de verschillende groengebieden. [2] 59.642 inwoners op 1 januari 2024; 60.544 op 1 december 2024 (voorlopige cijfers). Bron: CBS, januari
  4. [3] Bron: Rijswijk in cijfers / LISA
(2022). 2.5 Aandachtspunten voor de toekomst 2.5.1 Inleiding Uit de vorige paragraaf blijkt dat we veel kwaliteiten bezitten die de moeite waard zijn om te behouden. Tegelijk zien we ook de nodige aandachtspunten, waar we richting de toekomst nog mee aan de slag moeten. Het kan zijn dat er kwaliteiten ontbreken of ruimte voor verbetering is, maar ook dat trends en ontwikkelingen bestaande kwaliteiten onder druk zetten of juist kansen bieden om kwaliteiten toe te voegen. Daar waar meerdere ontwikkelingen samenkomen kunnen ook dilemma’s of koppelkansen aan het licht komen. Kortom: alles waar we in de volgende hoofdstukken een antwoord op moeten formuleren. 2.5.2 Wonen en samenleving Demografische ontwikkelingen Rijswijk en de regio groeien fors. We verwachten op dit moment een bevolkingsontwikkeling van ongeveer 60.000 inwoners (29.000 huishoudens) in 2024[4], tot ongeveer 84.000 inwoners (41.000 huishoudens) in 2040[5]. Enerzijds wonen in Rijswijk gemiddeld wat meer ouderen dan in veel andere gemeentes. Bovendien worden mensen ouder door betere zorg en levensomstandigheden. Voor Rijswijk is de verwachting dat het aantal inwoners van 75 jaar en ouder verdubbelt tussen 2022 en
  1. Deze vergrijzing brengt op diverse vlakken uitdagingen met zich mee. Anderzijds is het aandeel kinderen (tot 14 jaar) in Rijswijk iets hoger dan het landelijk gemiddelde, nu en in
  2. Naast de autonome demografische ontwikkelingen kunnen ook andere factoren van invloed zijn op de inwonerssamenstelling van Rijswijk. Met de bouw van grote aantallen kleine woningen gericht op studenten, young professionals en kenniswerkers trekt Rijswijk jongere éénpersoonshuishoudens aan. Grote internationale werkgevers in Rijswijk en de regio zorgen voor een relatief grote internationale gemeenschap in Rijswijk. Woningbouwopgave In Nederland is sinds de kredietcrisis de woningbouw achtergebleven bij de groei van het aantal huishoudens. Hierdoor is er nu een groot tekort aan woonruimte. In de afgelopen jaren heeft het Rijk de regie weer naar zich toegetrokken om de woningbouw te versnellen, onder meer met de Nationale Woon- en Bouwagenda en de aankomende Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv). In de regio (Haaglanden) is een regionaal woningbouwprogramma afgesproken en vastgelegd in de Regionale realisatieagenda Wonen (RRA Wonen). Voor Rijswijk (en de regio) ligt er een forse opgave om hieraan te voldoen. Deze regionale afspraken geven we de komende periode meer vorm, in overleg met provincie en andere gemeenten. Ons actuele woningbouwprogramma tot 2040 bestaat uit circa 10.000-11.000 woningen. In ons actuele woningbouwprogramma streven we naar een totale voorraad sociale huurwoningen van 30% van de totale woningvoorraad. Hoofdvraag op dit punt is in hoeverre we na 2040 blijven inzetten op groei of op een bepaald aantal woningen stabiliseren. Onze huidige woningbouwopgave is gebaseerd op de beschikbare locaties voor woningbouw. Gezien onze beperkte ruimte en wens om het groen te behouden, ligt er voornamelijk een opgave voor transformatie en verdichting van de bestaande stad. Belangrijk is om daarbij een balans te houden tussen de ontwikkeling van het aantal inwoners en de leefbaarheid van de stad. Kwalitatieve woningbehoefte We zien landelijk en in Rijswijk een veranderende vraag naar woonvormen. De grootste vraag in de toekomst komt van kleinere huishoudens. Er zijn meer inwoners die alleen wonen, en meer ouderen (vergrijzing) die langer zelfstandig blijven wonen. Hierdoor is er steeds meer behoefte aan woningen en appartementen voor kleinere huishoudens die geschikt zijn voor alle leeftijden (levensloopbestendig). Er is ook een groeiende behoefte aan woonruimte voor bijzondere doelgroepen en aandachtsgroepen; dat kan bijvoorbeeld door flexibele en tijdelijke woonvormen. Om te zorgen voor een evenwichtige bevolkingsopbouw is het realiseren van verschillende woonmilieus van belang. Op basis van ons woonbeleid (en dat van hogere overheden) ligt de opgave in het bijzonder in het bouwen van betaalbare koop- en huurwoningen in het middensegment en het toevoegen van sociale huurwoningen. Er is steeds meer behoefte aan goede, betaalbare en duurzame woningen waar ouderen en mensen met een beperking zelfstandig in een veilige omgeving kunnen wonen. Dit heeft te maken met de vergrijzing, maar ook met (landelijke) veranderingen in de zorg. Uitgangspunt van het landelijk beleid is dat senioren langer zelfstandig thuis wonen, en kwetsbare mensen die nu in instellingen verblijven uitstromen naar zelfstandige woningen. Onze actuele opgave om te zorgen voor voldoende woonzorgaanbod voor ouderen en andere aandachtsgroepen is opgenomen in onze lokale woonzorgvisie en in regionale afspraken. Voor deze groeiende groepen zijn ook voldoende en toegankelijke voorzieningen, zorg en ondersteuning nodig. Dit vraagt ook om wijken, woningen en voorzieningen die hierop zijn ingericht. Maatschappelijke voorzieningen Een belangrijke opgave is om de maatschappelijke voorzieningen (zorg en welzijn, onderwijs, sport, andere maatschappelijke voorzieningen) in wijken en buurten op peil te houden, en mee te laten groeien met de groei van de stad. Er is in ieder geval sprake van een tekort aan eerstelijnsvoorzieningen (zoals huisartsen) in bepaalde wijken. Dit tekort zal tot 2030 in sommige wijken nog groter worden. De ruimtevraag voor basisonderwijs en sportvoorzieningen hebben we in beeld, voor andere voorzieningen wordt die ruimtevraag op het moment van schrijven onderzocht. Aandachtspunt voor nieuwe ontwikkelingen is ruimte voor voldoende voorzieningen en sturing op welke voorzieningen waar landen, rekening houdend met een veranderende doelgroep. Dit geldt ook voor winkelvoorzieningen (zie 2.5.4 Economie en vrije tijd). Leefbaarheid Rijswijkers zijn over het algemeen redelijk tot zeer tevreden met hun buurt, maar we zien wel dat in sommige buurten dit achteruitgaat en de leefbaarheid onder druk staat. De bevolkingsgroei en verdichting (meer mensen die gebruik maken van dezelfde ruimte) in relatie tot de leefbaarheid en veiligheid is een aandachtspunt, met name in de kwetsbare wijken. Daarom is belangrijk dat gebouwen en openbare ruimte zo ingericht worden dat mensen zich veilig voelen en zo min mogelijk overlast ervaren van elkaar en andere functies. Verdichting en transformatie kunnen zo ook de stedelijke kant van Rijswijk kansen bieden om de leefbaarheid in een gebied te verbeteren. Wel zullen mensen, gezien de toenemende drukte, een beperkte mate van overlast ook moeten accepteren. De aanwezigheid van ontmoetingsruimten, al dan niet met begeleiding is van groot belang voor wijken waar veel verschillende doelgroepen bij elkaar komen. Gezondheid en milieukwaliteit Gezondheidsbescherming en -bevordering staan hoog op de agenda, ook in Rijswijk. Preventie en positieve gezondheid krijgen op dit gebied steeds meer aandacht. Daarvoor is onder meer van belang dat de leefomgeving uitnodigt tot gezond gedrag, mogelijkheden biedt om elkaar te ontmoeten (binnen en buiten) en voor iedereen bereikbaar en toegankelijk is. Ook de voedselomgeving speelt een rol. Zo’n 50% van de volwassen inwoners van Rijswijk kampt met (ernstig) overgewicht (Gezondheidsgids GGD Haaglanden, 2022). Naast consequenties voor de kwaliteit van leven leiden overgewicht en obesitas ook tot kosten voor de maatschappij. Hierbij spelen verschillende leefstijlfactoren een rol, waaronder het voedingspatroon. Vanaf juni 2024 is Rijswijk een JOGG-gemeente (jongeren op gezond gewicht, 0-23 jaar) geworden. Hiermee proberen we onder meer de fysieke en sociale leefomgeving van kinderen en jongeren gezonder te maken. Voor het weren van bepaalde voedselaanbieders vanwege gezondheid en het stellen van regels daarover in het omgevingsplan biedt de Omgevingswet echter geen wettelijke grondslag. Dit gaat vooral over gezondheidsbevordering. Voor gezondheidsbescherming is de milieukwaliteit in Rijswijk een aandachtspunt, met name de effecten van luchtkwaliteit en geluidhinder. Dit blijkt ook uit de Leefomgevingsfoto. De groei van de stad brengt op dit gebied extra opgaven met zich mee. Omgevingsfactoren zoals slechte luchtkwaliteit en geluidbelasting, maar ook externe veiligheid, hebben invloed op de leefbaarheid en de ontwikkelmogelijkheden van Rijswijk. Het is daarom zoeken naar een balans tussen enerzijds de groei van de stad en anderzijds het toewerken naar een gezonde leefomgeving. Groei van de stad kan betekenen dat niet overal dezelfde milieukwaliteit kan worden behaald. De kwaliteit van de lucht waarin we leven is van invloed op onze volksgezondheid. Een slechte luchtkwaliteit leidt onder andere tot luchtwegklachten en hart- en vaatziekten. De luchtkwaliteit in Rijswijk voldoet aan de Europese normen en is de afgelopen jaren al wel verbeterd, maar is nog steeds slecht vergeleken met veel andere delen van Nederland. Dit komt mede door de rijksweg A4 en veel andere doorgaande wegen die Rijswijk doorkruisen. Andere lokale bronnen zijn houtstook en de inzet van mobiele werktuigen. Als ondertekenaar van het Schone Lucht Akkoord hebben we een blijvende inspanningsverplichting om de luchtkwaliteit te verbeteren. Blootstelling aan hoge geluidsniveaus kan invloed hebben op de gezondheid. Dit beïnvloedt hoe mensen hun woonomgeving ervaren en kan nadelige gezondheidseffecten veroorzaken. Met name de verschillende (spoor)wegen vormen bronnen van overlast (verkeerslawaai). Uit de geluidbelastingkaart opgesteld in 2022 blijkt dat meer dan 7.000 inwoners in Rijswijk ernstige hinder ondervinden van het wegverkeer en dan met name van de gemeentelijke wegen. De verdere groei van de stad vormt een extra opgave door zowel de toename van het aantal blootgestelden als de groei van het aantal verplaatsingen. Ook het mengen van functies wonen en werken vraagt extra aandacht op het aspect van geluid. Het voorkomen of beperken van geluidhinder is in de bestaande woonomgeving en bij alle bouwprojecten een belangrijk aandachtspunt. Sociaaleconomische gezondheidsverschillen zijn fors. Het verschil in levensverwachting tussen mensen met een lage en hoge sociaaleconomische positie is ongeveer zes jaar. Het verschil in het aantal jaren dat mensen in goed ervaren gezondheid leven bedraagt vijftien jaar. Dat geldt ook voor Rijswijk. Bovendien blijken de plekken waar mensen met een lage sociaaleconomische positie wonen in de praktijk onevenredig vaak een relatief hoge milieubelasting en slechte omgevingskwaliteit te hebben. Het bestrijden van deze situatie is ook een opgave vanuit ruimtelijke ordening en omgevingsbeleid. Omgevingsveiligheid Onder de Ow is een veilige leefomgeving een belangrijk onderwerp; externe veiligheid is daarvan een onderdeel. Externe veiligheid gaat over activiteiten met gevaarlijke stoffen die tot rampen kunnen leiden met potentiële schade voor mens en maatschappij. In Rijswijk betreft het de opslag van vuurwerk en LPG, de aanwezigheid van hoge druk aardgasleidingen en het transport van gevaarlijke stoffen over aangewezen routes waaronder de A4 en A
  3. Omgevingsveiligheid is breder en kan ook gaan om risico’s van andere branden, rampen en crises. Te denken valt aan brandgevaar bij elektrische auto’s of buurtbatterijen – zaken die in aantallen zullen toenemen. Ruimte voor woningbouw en bedrijvigheid is schaars. Dit betekent dat meer mensen dicht op elkaar wonen en werken, en mogelijk niet altijd op grote afstand tot risicobronnen. Ook omgevingsveiligheid is daarom een aandachtspunt in relatie tot de groei van de stad. [4] Bron: CBS/PBL
(2024). [5] Deze prognose is gebaseerd op het actuele aantal inwoners en huishoudens, het actuele woningbouwprogramma en op basis daarvan een professionele inschatting van de gemiddelde huishoudensgrootte. 2.5.3 Groen en natuur Groen en verstedelijking Groengebieden en -structuren zijn belangrijk voor een goede balans tussen verstedelijkte ruimte en groene ruimte, en een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Het bestaande groen is een belangrijke kwaliteit van Rijswijk (zie 2.4.2 De kernkwaliteiten van Rijswijk). In Rijswijk is de geplande groei van de stad met de bijbehorende bouwopgave een grote ontwikkeling. Daardoor kan de ruimte voor groen en natuur onder druk komen te staan. Om een groene woonstad te blijven, is het daarom zaak om een balans te vinden tussen het groene karakter en de verstedelijkingsopgave van Rijswijk. Tegelijk bieden verdichting en gebiedsontwikkeling ook kansen om extra groen aan de stad toe te voegen, en om bij het bouwen van gebouwen en het inrichten van de buitenruimte rekening te houden met natuur in de stad (natuurinclusief bouwen). Dat gaat bovendien hand in hand met het aanpassen aan klimaatverandering. Aandachtspunten in ons huidige raamwerk van groen en water zijn het invullen van ontbrekende schakels en het versterken van groene verbindingen (te beginnen met primaire natuurverbindingen); het versterken van de boomstructuur; en het verbeteren van de groenkwaliteit (ten behoeve van mens en natuur). Biodiversiteit en klimaatverandering Er is sprake van een afname van de biodiversiteit (variatie in planten en dieren) in heel Nederland en in Rijswijk. Dit wordt mede veroorzaakt en versterkt door klimaatverandering. Toenemende hitte, droogte en extreme neerslag hebben ook gevolgen voor groengebieden en natuur. Groenkwaliteit Nog meer dan het vergroten van de groenkwantiteit, is het versterken van de kwaliteit van groen een belangrijke opgave. Door de afnemende biodiversiteit is het verbeteren van natuurwaarden van belang; want ook de natuur maakt onderdeel uit van de stad. Dit kan onder meer door gebouwen en de buitenruimte natuurinclusief in te richten. Voor de groenkwaliteit is ook de levensduur van straatbomen en beplanting van belang. Die wordt vaak verkort door beperkende groeiomstandigheden, zoals de toenemende drukte in de ondergrond (zoals kabels, leidingen en warmtenetten). Met voldoende ondergrondse groeiruimte kunnen bomen uitgroeien tot volwassen exemplaren, wat belangrijk is voor een klimaatbestendige stad. Ook door rekening te houden met de groeiomstandigheden van de locatie (grondsoort, grondwaterstand, wind en zonbelasting) kunnen we de levensduur van beplanting verlengen. Beide zijn belangrijk voor de klimaatbestendigheid van de stad. Daarnaast is het voor de groenkwaliteit belangrijk te zorgen voor diversiteit in het groen (variatie aan bomen, heesters, planten). De kwaliteit van groen is ook afhankelijk van de locatie en functie van het groengebied. Voor het gebruik en de belevingswaarde van groen is ook de bereikbaarheid en toegankelijkheid voor iedereen een belangrijk aandachtspunt. Water en bodem Het water- en bodemsysteem loopt steeds vaker tegen zijn grenzen aan. De kwaliteit en beschikbaarheid van water en bodem staan op veel plekken onder druk. De kwaliteit van de bodem gaat hand in hand met de biodiversiteit onder en boven de grond. Bodemdaling is geen wijdverspreid probleem in Rijswijk, maar kan lokaal wel voorkomen en schade veroorzaken aan gebouwen. Het veranderende klimaat zet alles verder op scherp. Het Rijk en de provincie maken juist daarom water en bodem sturend bij keuzes over de inrichting van de ruimte. In ieder geval betekent het dat de aanwezige bodemkenmerken en waterhuishouding doorwerken in ontwerpkeuzes ‘bovengronds’. In 2027 moet de waterkwaliteit voldoen aan de Europese normen (KRW 2027). De vraag is of dit haalbaar is; dit lijkt niet haalbaar, en kan tot een nieuwe crisis gaan leiden omdat bouwprojecten kunnen worden geblokkeerd of stilgelegd. Er ligt dan ook een belangrijke taak om de waterkwaliteit te verbeteren. Het Hoogheemraadschap van Delfland monitort de waterkwaliteit om de actuele situatie op het gebied van de fysisch-chemische en ecologische waterkwaliteit in beeld te brengen en de ontwikkeling hiervan in de tijd te volgen. De parameters stikstof en fosfaat en doorzicht zijn een probleem. Ook overschrijden een aantal metalen, bestrijdingsmiddelen, PFAS en ammonium de norm. Op basis van het "one-out-all-out-principe" voldoet geen van de waterlichamen aan de KRW-normen voor chemische waterkwaliteit. Voor een aantal waterlichamen voldoet de ecologische toestand bijna aan de doelstelling, maar voor andere waterlichamen ligt nog een forse opgave. De ontwikkeling van de ecologische parameters verloopt traag. Belangrijke gebiedsbrede knelpunten voor het behalen van de ecologische doelen zijn de beperkte leefruimte voor soorten (structuur/habitat) en menselijke verstoring. Daarnaast is de hoeveelheid meststoffen te hoog en kan de zuurstofhuishouding lokaal verbeterd worden. De vraag naar drinkwater zal de komende jaren blijven stijgen. Door klimaatverandering en verontreiniging staat het aanbod onder druk. Nu al komen er regionaal tekorten voor, waaronder in het westelijk deel van Zuid-Holland. 2.5.4 Economie en vrije tijd Snelle economische en technologische ontwikkelingen De economie heeft een grote invloed op de maatschappij, maar is onvoorspelbaar. Dit werd vanaf 2020 zicht- en voelbaar toen de coronapandemie uitbrak. Maar ook nieuwe crises (denk aan de oorlog in Oekraïne, energieprijzen, inflatie, et cetera) hebben gevolgen voor de economie. Wat de lange termijneffecten hiervan zijn, is nog onbekend. Technologische ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op, en zijn direct of indirect van invloed op onze manier van leven en ondernemen. Denk aan digitalisering, automatisering, robotisering, artificial intelligence (AI). Nieuwe technologieën hebben invloed op de bedrijvigheid in Rijswijk, maar ook op de manier waarop we winkelen, met elkaar omgaan, onze vrije tijd besteden en hoe we voor elkaar zorgen. Daarnaast is er steeds meer aandacht voor verduurzaming, zoals de overgang naar duurzame (hernieuwbare) bronnen van energie en een circulaire economie (waarin gebruikte producten en materialen opnieuw worden gebruikt als grondstof voor nieuwe productie). Ook hebben trends in mobiliteit, zoals de groei van duurzame mobiliteit en stadsdistributie, invloed op de economie. Werklocaties We zien steeds vaker transformaties van werklocaties en -functies (bijvoorbeeld bedrijventerreinen en kantoren) naar wonen, mede door de grote woningvraag. Maar er blijft ruimte voor stadsverzorgende bedrijven en werken nodig, in lijn met de groei van inwoners en woningen. Er is sprake van afnemende vraag naar ruimtes voor detailhandel en kantoren. Dit leidt soms tot (structurele) leegstand. In winkelgebieden speelt de opkomst van internetwinkelen daarbij een rol, en komt de focus steeds meer te liggen op ontmoeten in plaats van winkelen. Op de kantorenmarkt zien we een verandering in huisvestingswensen van bedrijven. Zo verandert de behoefte aan kantoorruimte van traditionele kantoorlocaties naar steeds meer gemengde gebieden met verschillende functies. Bereikbaarheid speelt daarin ook een belangrijke rol. Ook is er een groei van flexibele kantoorconcepten zichtbaar (bijvoorbeeld verzamelgebouwen met meerdere en wisselende huurders). Om met onze economie in te spelen op actuele trends en ons regionaal te kunnen blijven profileren, is het van belang om ons diverse aanbod aan werklocaties te behouden, en innovaties en bedrijven te stimuleren. Voor toekomstbestendige werklocaties hebben we per werklocatie al een ontwikkelrichting bepaald[6]. Een grote actuele opgave is de gedeeltelijke transformatie van Plaspoelpolder tot gemengd werk-woongebied. Revitaliseren van andere bedrijventerreinen is een opgave voor een langere periode, net als het onderzoeken of we meer ruimte kunnen vinden voor bedrijven door bestaande terreinen beter te benutten of door uitbreidingslocaties aan te wijzen. Horeca en detailhandel Voor toekomstbestendige horeca en detailhandel is de belangrijkste opgave het bieden van een compleet en divers voorzieningenaanbod, dat aansluit bij de behoefte van de groeiende bevolking. Dat geldt zowel voor de twee grote centra met hun eigen profiel (Oud-Rijswijk en Bogaard stadscentrum) als voor de verschillende buurtwinkelcentra. Aandachtspunt is dat voorzieningen voor iedereen toegankelijk zijn. Het recent vastgestelde retail- en horecabeleid[7] gaat hier nader op in. Cultuurhistorie, beleving en recreatie Voor de presentatie van ons erfgoed is beheer en onderhoud belangrijk. Om te komen tot beter beleid en beheer heeft de gemeenteraad in 2024 de Erfgoednota vastgesteld. Qua beleving en recreatie is de opgave een breed aanbod aan mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding te bieden, aansluitend bij de groeiende bevolking. Aandachtspunten zijn de toegankelijkheid voor iedereen en specifiek het aanbod voor jeugd en jongeren. Circulariteit De circulaire economie (economie waarin gebruikte producten en materialen opnieuw worden gebruikt als grondstof voor nieuwe productie) zal naar verwachting extra ruimte vragen, vooral op werklocaties. Om kringlopen te sluiten is extra energie nodig. Nieuwe ontwikkelingen vormen een kans om op een circulaire manier te bouwen en de openbare ruimte in te richten. Op dit vlak moeten we nog beleid ontwikkelen in Rijswijk. Ook in het beleid van Rijk en provincie krijgt dit steeds nadrukkelijker een plaats. Doel van het Rijk is een volledig circulaire economie in 2050. [6] Toekomstbestendige werklocaties – Economische analyse en strategie
(2023). [7] Gemeente Rijswijk – Retail- en horecabeleid
(2023). 2.5.5 Klimaat en energie Klimaatverandering Klimaatverandering vormt een uitdaging in combinatie met de huidige en geplande verdichting van onze stad richting
  1. Het wordt heter, natter én droger. Dit verhoogt het risico op schade aan gebouwen en infrastructuur en heeft een impact op de natuur en de biodiversiteit. Al deze ontwikkelingen vormen risico’s voor de leefbaarheid van Rijswijk. Door de temperatuurstijging en de toename van hittegolven zijn de klimaatrisico's voor Rijswijk urgent. De afgelopen jaren zien we steeds warmere zomers en periodes van extreme (record-)hitte. De verwachting is dat dergelijke hittegolven in de toekomst steeds vaker gaan voorkomen. Bovendien worden de periodes van hitte langer, wat kan leiden tot periodes van droogte en watertekorten. Door de stijging van de temperatuur neemt de hoeveelheid waterdamp in de lucht toe, wat uiteindelijk leidt tot meer neerslag. Dit veroorzaakt vaker extreme regenval, vooral in kustprovincies en dus ook in Rijswijk. Deze weersextremen zullen in de toekomst vaker optreden. Lokale effecten en aandachtspunten De Leefomgevingsfoto (als onderdeel van het MER) beschrijft voor Rijswijk de autonome ontwikkelingen op het gebied van wateroverlast, droogte en hittestress. Wateroverlast Wateroverlast door hevige neerslag levert op een aantal plekken een aanzienlijke waterdiepte op. Het risico op water in panden is zeer beperkt aanwezig. Hoewel wateroverlast door klimaatverandering vaker zal voorkomen wordt de autonome ontwikkeling in de Leefomgevingsfoto als goed beoordeeld; dat vraagt van ons wel dat we de doelen en maatregelen uit ons bestaande beleid op dit punt uitvoeren. Aandachtspunt hierbij is ook de geplande groei van de stad, en de bebouwing en infrastructuur die daarvoor nodig is. Droogte In 2050 is naar verwachting heel Rijswijk onderhevig aan droogtestress, het zuidoostelijk deel heeft een hoog risico. Gebieden met in de bestaande situatie matige kans op droogte, zullen zonder maatregelen in omvang en aantal toenemen. Een aantal gebieden heeft kans op wegzakkend grondwater met gevolgen voor funderingen. Het kan ook leiden tot grotere behoefte aan bewatering van groen door verdorring. Hitte Aanhoudende hitte kan leiden tot serieuze gezondheidsklachten zoals uitdroging en hittestress, soms met sterfte tot gevolg. Een toenemend aantal hittegolven vormt vooral voor broze ouderen (75+), chronisch zieken, mensen met overgewicht, mensen in een sociaal isolement, zwangeren en jonge kinderen een risico. De komende jaren neemt bovendien in Rijswijk het aantal ouderen en jonge kinderen toe, groepen die extra gevoelig zijn voor hittestress. Hittestress is daarom in Rijswijk een grote uitdaging, zeker in de delen van de stad met veel bebouwing, weinig groen en gebrek aan koelteplekken. Deze zogenaamde ‘hitte-eilanden’ brengen extra gezondheidsrisico’s met zich mee. Het zijn tegelijk de gebieden waar veel nieuwe bouwontwikkelingen plaatsvinden. Dit biedt ook kansen om de inrichting hierop aan te passen. Hiernaast zorgen mildere winters ervoor dat bepaalde planten die gezondheidsproblemen veroorzaken beter gedijen. Samen met hogere temperaturen en hogere concentraties van CO2 in de lucht kan dat leiden tot een langer pollenseizoen en hogere pollenconcentraties in de lucht. Om hittestress te voorkomen, is het belangrijk om tijdens zomerperiodes de woningen 's nachts goed te ventileren. Mensen met hooikoortsallergie doen dit echter vaak niet en blijven ook overdag binnen. Dit verhoogt het risico op hittestress. Daarnaast heeft Rijswijk te maken met veel verouderde bestaande appartementencomplexen, die slecht geïsoleerd zijn en slecht aangepast om hittestress te voorkomen, denk aan gebrek aan zonwering, koeling en ventilatie. Dat maakt vooral de kwetsbare doelgroepen die daar wonen extra kwetsbaar. Veel van deze wooncomplexen worden de komende jaren verduurzaamd en gerenoveerd, en dit biedt ook kansen voor klimaatadaptatie. Klimaatadaptatie Klimaatverandering vraagt om aanpassing, vooral aan de toename van weersextremen zoals hitte, droogte en wateroverlast. Dit heet klimaatadaptatie. In Nederland zorgen waterschappen al eeuwenlang voor veilige en stevige dijken. Maar klimaatopwarming brengt nieuwe uitdagingen zoals hittestress, droogte en wateroverlast door hevige neerslag met zich mee. Naast het waterschap is klimaatadaptatie tegenwoordig een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Rijk en medeoverheden, waarbij gemeenten ook een rol hebben. Ons gezamenlijk doel is een waterrobuuste en klimaatbestendige omgeving, zoals vastgelegd in de Nationale Adaptatiestrategie (NAS) en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA). Deze landelijke ambitie komt voort uit de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie van 2015, waarin werd besloten dat het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen samen ervoor zorgen dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Dat is ook voor Rijswijk de opgave. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten klimaatbestendig zijn om te zorgen dat risico’s door extreem weer en overstromingen niet verder toenemen, terwijl ook de bestaande ruimte zo beheerd en onderhouden moet worden dat de kans op schade en slachtoffers afneemt. Energietransitie We kunnen ons aanpassen aan klimaatverandering, maar ook bijdragen aan het afremmen ervan. Een van de belangrijkste ontwikkelingen en opgaven is dan ook de energietransitie: het verkleinen van de energiebehoefte en de overgang van fossiele naar duurzame (hernieuwbare) bronnen van energie en warmte. In een Regionale Energie Strategie (RES) vertalen gemeenten in energieregio’s (voor ons: Rotterdam Den Haag) afspraken uit het landelijke Klimaatakkoord in regionale ambities en oplossingsrichtingen. De RES is de basis om lokaal beleid uit te werken. Nederland heeft de doelen van het klimaatverdrag vertaalt in het Klimaatakkoord
  2. Één van de afspraken in het Klimaatakkoord is dat er in 2050 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af moeten zijn. Als eerste stap staat in het klimaatakkoord dat in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd moeten zijn. Het Klimaatakkoord legt de regie voor de uitvoering bij gemeenten, zo ook bij Rijswijk. Onderdeel van de energietransitie is de noodzaak tot het duurzaam verwarmen van woningen en andere gebouwen. Belangrijk aandachtpunt voor de toekomst is het aardgasvrij maken van de bebouwde omgeving. Die opgave is groot en complex. Onze Transitievisie Warmte beschrijft al op welke wijze, stapsgewijs richting 2050, wijken worden afgeschakeld van het aardgas en worden voorzien van een duurzame warmtebron (warmtetransitie). Circa 70%[8] van de woningen in Rijswijk heeft een geregistreerd energielabel, de verdeling daarvan is duidelijk weerspiegeld in de leeftijd van de bebouwing. Ten opzichte van het landelijk gemiddelde ligt Rijswijk nog wat achter op dit vlak, met name in de naoorlogse wijken en Oud-Rijswijk. Woningcorporaties zijn hier wel bezig met een inhaalslag. Voor de energietransitie is het ook van belang om zoveel mogelijk energie duurzaam op te wekken, binnen onze beperkte fysieke ruimte. Het aandeel hernieuwbare[9] energie in Rijswijk blijft nu nog achter bij het landelijk gemiddelde. Lag onze focus in het verleden vooral bij opwek door zonnepanelen, we willen nu meer naar inzicht in de potentie en risico’s van bodemenergie en geothermie. Belangrijk aandachtspunt is dat het elektriciteitsnet zwaar onder druk staat. In de regio is al sprake van netcongestie[10], wat betekent dat het elektriciteitsnet vol is. In Rijswijk is dat op dit moment nog niet het geval, maar de komende tijd zal de druk op ons net alleen maar toenemen. Bij de uitvoering van de energietransitie zijn verdere aandachtspunten onder andere de toegankelijkheid en betaalbaarheid voor iedereen (het voorkomen energiearmoede) en de benodigde ruimte in de ondergrond. Ook actuele ontwikkelingen zoals de aanleg van WarmtelinQ (die per 2025 langs de Prinses Beatrixlaan komt te lopen) en overige energie-infrastructuur zoals de verdere aanleg van warmtenetten, het doortrekken van WarmtelinQ naar Leiden, de aanleg van geothermie/ hoge temperatuuropslag en de uitbreiding van het Stedin-netwerk spelen hierbij een belangrijke rol. Verder wordt onderzoek gedaan naar een goede plaatsing van een warmteoverdrachtsstation (WOS), en naar meekoppelkansen: bijvoorbeeld het combineren van de aanleg van nieuwe energiebronnen of -netwerken met herinrichting van de openbare ruimte, groen en klimaatadaptatie. [8] Rijswijk in Cijfers - Woningen - Rijswijk [https://rijswijk.incijfers.nl/dashboard/woningen]. [9] DASHBOARD - Energie-installaties - Rijswijk [https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/energie-installaties]. [10] https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl/. 2.5.6 Mobiliteit Trends in mobiliteitsvormen We zien een trend dat autogebruik vooralsnog blijft toenemen, autobezit groeit wel minder hard dan voorheen. De elektrische auto is in opmars. Ook het fiets- en openbaar vervoergebruik groeit. De elektrische fiets of e-bike is als alternatief naar voren gekomen, en wordt steeds vaker gebruikt voor woon-werkverkeer. Ook wordt steeds meer gebruik gemaakt van deelmobiliteit en vervoer op afroep via digitale platforms. Negatieve effecten van mobiliteit Autoverkeer heeft negatieve effecten op de milieukwaliteit en gezondheid. Rijswijk kent een relatief slechte luchtkwaliteit en op verschillende plekken geluidhinder, waar (vracht)autoverkeer een belangrijke rol in speelt (zie ook 2.5.2 Wonen en samenleving). Met het oog op klimaatdoelen[11] en leefbare steden is er steeds meer aandacht voor duurzaam vervoer, bijvoorbeeld door het weren van auto’s (autoluwe zones, zero emissie milieuzones), het stimuleren van elektrisch rijden of andere duurzame mobiliteitsvormen. Nieuwe en elektrische mobiliteitsvormen zorgen voor minder CO2-uitstoot en een schonere lucht. Wel brengen ze opgaven in infrastructuur met zich mee. Denk aan ruimte voor laadpalen, deelmobiliteit en betere fietsvoorzieningen. Ook stadsdistributie is een aandachtspunt, zeker gezien de groei in internetverkopen en bezorgdiensten. Brede en doorgaande wegen vormen ruimtelijke barrières en knelpunten qua veiligheid en leefbaarheid. We zijn al bezig met herinrichten van wegen om dit aan te pakken, afschalen van wegen onderzoeken we als optie. Aandachtspunt is de bereikbaarheid voor bedrijven/ondernemers. We zien een toenemende verkeersonveiligheid: het aantal verkeersslachtoffers neemt de laatste jaren toe, mede door de toename van autoverkeer en snellere typen (brom)fietsen. Rijswijk scoort relatief hoog op het aantal ongevallen per inwoner. Zeker gezien de groeiende verkeersdruk is het verbeteren van de verkeersveiligheid een opgave. Groei in inwoners en verplaatsingen Mobiliteit groeit mee met de groei van de bevolking en economie. In Rijswijk nam het verkeer de afgelopen jaren daardoor al toe. De bereikbaarheid komt daardoor steeds meer onder druk te staan. Met name tijdens de spits zorgt de drukte bij kruisingen en verkeerslichten soms al voor lange wachttijden, zeker bij toegangswegen naar de stad zoals de Prinses Beatrixlaan en Haagweg. Door de forse groei in inwoners en banen in Rijswijk en de regio wordt het drukker in de stad. Dit zorgt voor meer verplaatsingen, ook met de auto. Door de verwachte groei zal het totale aantal auto’s in de gemeente toenemen. Dit heeft niet per se gevolgen voor de parkeerdruk (bij nieuwbouw worden ook parkeerplaatsen aangelegd), maar wel voor het wegennetwerk. Bovendien maken weggebruikers van omringende steden en dorpen gebruik van onze infrastructuur (en andersom). Ook in de omliggende gemeenten wordt een flink aantal woningen bijgebouwd (onder andere grote aantallen in Den Haag Zuidwest, CID/Binckhorst, Delft, Leidschendam-Voorburg en Westland). Deze toename van mensen zorgt ervoor dat het drukker wordt in een gebied waar de ruimte schaars is. Grote ontwikkelingen in de regio zijn dus ook van invloed op de infrastructuur en bereikbaarheid van Rijswijk. Onze bestaande infrastructuur veroudert, terwijl het gebruik toeneemt. Bovendien stelt klimaatverandering andere eisen aan de infrastructuur door hevige neerslag, droogte en hitte. Dit zorgt voor een opgave op het gebied van vervanging en renovatie. Groei zet mobiliteit onder druk Bij ongewijzigd beleid zal de verwachte groei en dus verkeerstoename ervoor zorgen dat knelpunten en negatieve effecten van mobiliteit toenemen; zoals een verminderde doorstroming en langere reistijd met de auto (vooral tijdens spitstijden), relatief groot extra ruimtebeslag voor parkeren, grotere verkeersonveiligheid, verslechtering van luchtkwaliteit en toename van hinder. Dit vraagt om maatregelen in infrastructuur en ander mobiliteitsgebruik. Er is een spanningsveld tussen de ruimte voor verstedelijking en nieuwe functies (wonen, economie, groen, etc.) en ruimte voor autoverkeer. In een groeiende stad moeten we daarom een nieuw evenwicht vinden tussen bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. Om Rijswijk bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor iedereen zullen alternatieven voor de auto (lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit) aantrekkelijker moeten worden. Een verschuiving naar andere vervoerswijzen gaat niet vanzelf. Het vraagt om verschillende maatregelen, zoals alternatieven voor de auto te verbeteren en te zorgen voor een gedragsverandering bij bewoners, werknemers en werkgevers. Om mensen daartoe te verleiden zijn goede verbindingen en voorzieningen voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer noodzakelijk. Openbaar vervoer en voorzieningen voor langzaam verkeer moeten betaalbaar en toegankelijk zijn voor ouderen en mensen met een beperking. Ontwikkelingen rondom OV Rondom station Rijswijk is het van belang om de stationsomgeving aantrekkelijker en veiliger in te richten met name voor voetganger en fietser, en hier een aantrekkelijk woon- en verblijfsgebied te ontwikkelen. Zodoende kan het station zijn centrale rol spelen in het mogelijk maken van de mobiliteitstransitie en het opvangen van de groei aan reizigers. Ook een opgave is het realiseren van een ov-station RijswijkBuiten als hub voor het nieuwe woongebied. Daarnaast is een nieuwe tramverbinding tussen Den Haag en Delft via Rijswijk als voorkeursalternatief naar voren gekomen uit een MIRT-verkenning voor het project CID-Binckhorst. Dit wordt in de planning- en studiefase nog verder uitgewerkt en onderzocht. [11] In het Klimaatakkoord
(2019)is de doelstelling de totale CO2-uitstoot in Nederland met 49% te verminderen in 2030 en toe te werken naar een uitstootvrije samenleving in
  1. Voor Rijswijk is dit o.a. vertaald in het Actieplan CO2 reductie Mobiliteit Rijswijk 2020-
  2. 3 Visie op de toekomst van Rijswijk 3.1 Inleiding Om te zorgen dat Rijswijk ook in 2050 een prettige stad is om te wonen, werken en verblijven willen we in ieder geval de kwaliteiten die we al hebben (paragraaf 2.4 Bestaande situatie en kwaliteiten van Rijswijk) behouden en versterken. Tegelijk willen we ook kwaliteiten toevoegen en moeten we inspelen op de trends en ontwikkelingen die op ons afkomen (paragraaf 2.5 Aandachtspunten voor de toekomst). De groei van de stad biedt daarvoor veel kansen, maar zorgt ook voor uitdagingen. Om een bijdrage te leveren aan het oplossen van de grote woningnood, bouwen we nieuwe woningen. Bovendien pakken we leegstand en verloedering aan door leegstaande winkels en kantoren te transformeren naar woningen en voorzieningen. Daardoor zal de stad verder groeien. Dat kunnen we aangrijpen om tegelijk het welzijn van de Rijswijkers te verbeteren, bijvoorbeeld door de stad mooier, groener en veiliger te maken met meer voorzieningen en beter openbaar vervoer. 3.2 Kern van de visie Brede welvaart In 2050 kent de hele samenleving van Rijswijk een brede welvaart. Met het begrip ‘brede welvaart’ wordt bedoeld dat welvaart niet alleen draait om materiële welstand, maar ook om zaken als een goede gezondheidszorg, een veilige leefomgeving, een schoon milieu en goed onderwijs. Het is een maatstaf voor alles wat mensen van waarde vinden. Brede welvaartsontwikkeling vertoont overeenkomsten met het begrip ‘duurzame ontwikkeling’ dat de VN hanteert (Sustainable Development Goals (SDG)). We stellen alle ontwikkelingen tot 2050 in dienst van die brede welvaart. Dat betekent dat bijvoorbeeld economische groei of bereikbaarheid geen doelen op zich zijn, maar moeten bijdragen aan het welzijn van de inwoners van Rijswijk en omgeving. Vernieuwing met de geplande woningbouw In de Stadsvisie stond nog de vraag centraal in welke mate we ruimte willen bieden voor hoogstedelijke ontwikkelingen en een sterke groei van het aantal woningen in de stad. In deze omgevingsvisie leggen we de nadruk meer op de kwalitatieve ontwikkeling van de stad. Om de groei van de stad te combineren met die gewenste groei in kwaliteit, moeten we een innovatieve (vernieuwende) ontwikkelrichting inslaan. Dit sluit aan bij de resultaten uit de participatie en effectbeoordeling in de milieueffectrapportage (zie kader). Die innovatieve ontwikkelrichting uit zich niet zozeer in het stellen van nieuwe beleidsdoelen. Veelal vastgestelde sectorale doelen zijn nog steeds actueel. Het uit zich in de prioritering van die doelen. De innovatie uit zich ook in het meer integraal werken aan het behalen van de beleidsdoelen. In deze omgevingsvisie is voor het eerst het sectorale beleid tot op een hoog detailniveau naast elkaar gezet. Daardoor vormt het een integraal toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. De verdere groei van de stad is alleen mogelijk als de ruimtelijke kwaliteit op orde is. Om te zorgen dat de groei niet ten koste gaat van onze kwaliteiten, richten we ons op het uitvoeren van het geplande woningbouwprogramma tot
  3. Tegelijk is er een grote behoefte aan woningen in Rijswijk die mogelijk ook daarna nog aanhoudt, zoals ook werd erkend in de participatie. Juist het voorzien in die behoefte aan betaalbare woningen is een belangrijk onderdeel van het streven naar brede welvaart. Ook kunnen nieuwe ontwikkelingen juist een middel zijn om andere – innovatieve – ambities te realiseren. Om hieraan recht te kunnen doen en op alle situaties voorbereid te zijn, pinnen we ons op voorhand niet op een harde bovengrens voor een verdere groei van het aantal woningen na 2040 vast. Wél pinnen we ons vast op kwaliteit: ontwikkelingen zijn alleen mogelijk binnen duidelijke randvoorwaarden (bijvoorbeeld voor groen en milieu) die we daarvoor stellen. Daarmee maken we de groei in kwaliteit leidend. Hoe we tot de kern van de visie gekomen zijn Twee hoofdkeuzes, vier ontwikkelrichtingen Op basis van onze analyses van waar Rijswijk nu staat, zien we twee belangrijke strategische keuzes voor onze koers richting de toekomst. Al in de Stadsvisie (2016, de voorganger van deze omgevingsvisie) stelden we onszelf een forse woningbouwopgave tot doel. Omdat de behoefte in Rijswijk en de regio sindsdien alleen maar is toegenomen, hebben we in ons actuele woningbouwprogramma tot 2040 een opgave van circa 10.000-11.000 woningen afgesproken. Maar wat als daarná de vraag naar woningen nog steeds aanhoudt: willen en kunnen we daar dan aan tegemoet komen, of is Rijswijk na het realiseren van het huidige programma ‘af’? Een tweede keuze die we moeten maken is hoe we invulling gaan geven aan deze groeiopgave, samen met alle aandachtspunten voor de toekomst die we constateren (paragraaf 2.5). Zetten we de lijn van ons bestaande beleid voort of gaan we op een vernieuwender manier te werk? Dat wil niet zeggen dat ons bestaande beleid helemaal niet innovatief is, maar op sommige vlakken is een stap verder mogelijk. Vier ontwikkelrichtingen Door deze strategische vragen te plaatsen op kruisende assen ontstaan vier kwadranten, die staan voor mogelijke ontwikkelrichtingen van Rijswijk (zie afbeelding 3.1). Samen vormen ze als het ware de ‘uitersten van het speelveld’. Per ontwikkelrichting hebben we (in kaart en tekst) uitgewerkt wat dit op hoofdlijnen voor verschillende onderwerpen zou betekenen. Om deze goed te kunnen beoordelen en vergelijken zijn de ontwikkelrichtingen ook beoordeeld op de effecten op de omgeving (deel I van het MER). Afbeelding 3.1: Vier ontwikkelrichtingen (bron: KuiperCompagnons). Naar één ontwikkelrichting: gesprek over de toekomst van Rijswijk De vier ontwikkelrichtingen hebben we vervolgens gebruikt om met elkaar het gesprek aan te gaan over de toekomst van Rijswijk, intern maar ook met de samenleving. In een eerste participatieronde hebben inwoners, organisaties en experts meegedacht en hun ideeën en voorkeuren voor de toekomstige ontwikkeling van de stad aangegeven. De uitkomsten daarvan zijn terug te vinden in het participatieverslag (zie Bijlage VI Participatieverslag omgevingsvisie Rijswijk (2024-10-30)). Het doel was om te komen tot een breed gedragen ‘voorkeursrichting’: van vier mogelijke ontwikkelrichtingen tot dé ontwikkelrichting voor Rijswijk. Die vormt vervolgens de basis voor de kern van de omgevingsvisie. Uit de inbreng van de deelnemers komt duidelijk een voorkeur voor een innovatieve ontwikkelrichting naar voren, als de beste manier om onze aandachtspunten voor de toekomst aan te pakken. Dat uit zich bijvoorbeeld in een verdergaande vergroening van de stad, in het extra stimuleren van ov en andere maatregelen om negatieve effecten van autoverkeer te beperken of in het zoeken naar nieuwe en slimme oplossingen voor klimaatbestendige gebouwen en buitenruimte. Deelnemers zagen in een innovatieve ontwikkelrichting de beste manier om onze aandachtspunten voor de toekomst aan te pakken. Dit strookt ook met de resultaten uit de effectbeoordeling (zie Bijlage IV PlanMER), waarin deze richtingen (in het bijzonder in combinatie met de geplande groei) overwegend het beste scoren. Daarnaast was onder de deelnemers een voorkeur zichtbaar om in principe te richten op de nu geplande woningbouw, waarbij we allereerst moeten zorgen voor een kwalitatieve ontwikkeling van de stad. Kortom, het behouden en versterken van onze kwaliteiten en het aanpakken van aandachtspunten gaat voor op een kwantitatieve groei. Maar ook gingen er, mede gelet op de grote woningbehoefte in Rijswijk en de regio, geluiden op om de optie voor verdere groei in de toekomst wel open te houden. Dit kan namelijk ook bijdragen aan het realiseren van andere ambities. Wel werd hierbij opgemerkt dat extra groei ook kan leiden tot extra aandachtspunten op het gebied van groen, milieu en verkeer. Naast het realiseren van de geplande woningbouw zal daarom goed bekeken moeten worden of, wanneer en waar meer groei mogelijk is. 3.3 Drie kernambities Een duurzame balans Brede welvaart en een kwalitatieve verbetering van onze fysieke leefomgeving is alleen maar mogelijk als er sprake is van een duurzame balans tussen onze samenleving, onze leefomgeving en onze (materiële) welvaart. Nu, maar ook in de toekomst. Binnen, maar ook buiten de gemeentegrenzen. Dit vatten we samen onder de noemer ‘Gezonde buitenplaats in de metropool’. Met onze kwaliteiten als vertrekpunt en onze blik op de toekomst vertalen we dit in de volgende drie kernambities: Gezonde buitenplaats voor iedereen Groene stad voor nu en later Creatieve werkplaats voor de regio Samen vormen deze drie kernambities onze koers voor Rijswijk tot
  4. Afbeelding 3.2 geeft de kernambities in een diagram weer. Die hebben we daaronder verder uitgewerkt. Afbeelding 3.2: Drie kernambities voor Rijswijk in
  5. Gezonde buitenplaats voor iedereen Rijswijk is in 2050 een gezonde buitenplaats voor iedereen. Ooit was dit de plek waar de adel, regenten en rijke kooplieden uit Den Haag vanwege het fraaie landschap op de strandwal en de gezonde lucht hun buitenplaatsen vestigden. In 2050 is Rijswijk uitgegroeid tot een gezond ‘buiten’ met plaats voor iedereen. Het ‘buiten’ zie je terug in het enorm groene karakter van de stad. ‘Voor iedereen’ betekent dat in Rijswijk het voor alle verschillende doelgroepen mogelijk is om geschikte en betaalbare woonruimte te vinden en te wonen, werken en recreëren in een prettige en gezonde leefomgeving. Ook kwetsbare Rijswijkers hebben de mogelijkheid om in de stad te (blijven) wonen door een woon- en zorgaanbod dat aansluit op de vraag van de (toekomstige) inwoners. Bij de groei van de stad stond en staat altijd de brede welvaart centraal. Rijswijk heeft in 2050 veilige en leefbare wijken waar inwoners zich prettig en voor elkaar verantwoordelijk voelen. Daarbij hebben alle Rijswijkers in hun directe omgeving voldoende en goed toegankelijke maatschappelijke voorzieningen en ontmoetingsplekken. De openbare ruimte is zo ingericht dat ook mensen met een beperking zich zelfstandig kunnen verplaatsen. De afgelopen jaren hebben we, binnen onze mogelijkheden in een drukke en groeiende stedelijke regio, ons ook sterk ingezet voor een veilige en gezonde leefomgeving. Door verschillende maatregelen en de grotere rol voor schone vormen van mobiliteit en bouw is de gezondheidsschade door luchtvervuiling en geluidhinder zo veel mogelijk beperkt. Tegelijk stimuleert de inrichting van de leefomgeving iedereen tot een gezonde leefstijl, beweging en ontmoeting. Groene stad voor nu en later Met het oog op de brede welvaart is Rijswijk een groene stad voor nu en later. Rijswijk was lang alleen een groen dorp. Die groene identiteit heeft het dankzij Oud-Rijswijk en de landgoederenzone nog steeds. Daar is na de Tweede Wereldoorlog een heel eigen stadse identiteit aan toegevoegd. Belangrijk onderdeel zijn ook de grote stadsparken aan de andere kant van de A
  6. In 2050 zijn deze parken (stadsparkzone) en de landgoederenzone nog altijd de ‘groene longen’ van de stad. De verschillende groene netwerken daartussen maken Rijswijk extra groen tot diep in de haarvaten van wijken en buurten. Door het natuurinclusief bouwen en inrichten van buitenruimtes (zo veel mogelijk rekening houdend met natuurwaarden) zijn de groenkwaliteit en biodiversiteit (variatie in plant- en diersoorten) aanzienlijk verbeterd. Hierdoor is Rijswijk een goed functionerende stadsbiotoop: een stad waar mensen, planten en dieren een thuis hebben. Onze rijke geschiedenis, van de eeuwenoude buitenplaatsen tot de moderne stedenbouw, is bepalend voor de identiteit van Rijswijk. Ons erfgoed hebben we beter toegankelijk en beleefbaar gemaakt. Nieuwe ontwikkelingen hebben we bovendien zorgvuldig ingepast in de ruimtelijke structuur van de stad: binnen bestaand bebouwd gebied (om ons groen en erfgoed te sparen) en met stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit (waaronder hoogbouw) die bijdraagt aan de betekenis van de plek. In 2050 is Rijswijk klimaatbestendig: onze leefomgeving is goed bestand tegen lokale weersextremen, zoals hittestress en droogte maar ook langdurige en zware regenval. Dat hebben we gedaan door de inrichting van de buitenruimte en alle nieuwe (her)bouwontwikkelingen daarop aan te passen. Waar vernieuwende oplossingen zich aandienden hebben we die ingezet. Tegelijk dragen we bij aan het tegengaan van klimaatverandering: in 2050 is Rijswijk klimaatneutraal. Dat realiseren we door het verkleinen van de energiebehoefte en een overgang van fossiele naar duurzame (hernieuwbare) bronnen van warmte en energie. Zo is onze gebouwde omgeving aardgasvrij, zijn grote delen van de stad aangesloten op een warmtenet en wekken we duurzame elektriciteit op passend binnen de compacte stad. In deze energietransitie hebben we als gemeente de regie genomen en gezorgd dat iedereen mee kan doen. Creatieve werkplaats voor de regio Rijswijk is in 2050 een ‘creatieve werkplaats voor de regio’. Hier worden innovaties uit de ‘kennisas’ Leiden-Rotterdam in de praktijk toegepast, en vinden mensen een baan die bij hen past. Rijswijk heeft een belangrijke economische functie, niet alleen voor inwoners van de stad, maar voor de hele regio. Onze werklocaties huisvesten verschillende soorten bedrijven en daarmee banen, met de nadruk op innovatie, techniek en energie. Samen met bedrijven, kennisinstellingen en onderwijs hebben we de krachten gebundeld om met de toepassing van kennis en slimme technieken de verschuiving naar duurzame warmte en energie te realiseren en kansen te zoeken voor circulariteit. De Plaspoelpolder heeft een unieke positie als broedplaats voor toegepaste innovatie. Die hebben we versterkt door de doorontwikkeling van de campus Kessler Park / At the Park in combinatie met het middengebied met (uitvoerende) bedrijvigheid gekoppeld aan een duurzaam werk-, verblijfs- en woonklimaat. Het middengebied van de Plaspoelpolder is geïntensiveerd en beter benut. De randen van de Plaspoelpolder zijn verkleurd van bedrijven naar woningbouw. Rijswijk heeft in 2050 zijn strategische economische positie versterkt, mede door onze strategische ligging in de regio en onze uitstekende bereikbaarheid. We hebben onze kwaliteit als aantrekkelijke woon- en werkstad kunnen behouden doordat we de Rijswijkse mobiliteit toekomstbestendig hebben gemaakt. Zo is het aantrekkelijk geworden om vervoermiddelen te gebruiken die schoon zijn en weinig ruimte innemen. We nemen allerlei (gebiedsgerichte) maatregelen volgens het ‘STOMP-principe’ (Stappen – Trappen – Openbaar vervoer – ‘Mobiliteit als dienst’ – Privéauto). In dat principe krijgen de meer duurzame vormen van mobiliteit meer nadruk dan de minder duurzame vormen. Dat past bij een compacte stad. Zo staat de mens centraal. Het gevolg is dat veel Rijswijkers ervoor kiezen om te lopen, te fietsen, het openbaar vervoer en andere collectieve vormen van vervoer te gebruiken. Dit is ook dankzij het nieuwe station RijswijkBuiten en de opwaardering van station Rijswijk. Omdat er meer mensen rondom de stations wonen, stoppen er ook meer treinen. Daardoor hebben we negatieve effecten (vastlopen van wegen, overlast, gezondheidsschade, ongevallen) zo veel mogelijk voorkomen, en meer ruimte overgehouden om de stad te vergroenen. Dit heeft bijgedragen aan een brede welvaart. Ruimte is schaars. Om alle ambities een plek te kunnen geven, moeten we ook kritisch kijken naar de beschikbare ruimte en het gebruik daarvan. Voor vier locaties is er nog geen visie uitgewerkt, maar zien we wel nadrukkelijk kansen om deze beter te benutten voor opgaven waarvoor Rijswijk aan de lat staat, zoals de achteruitgang van de biodiversiteit en een tekort aan ruimte voor werken. Het gaat om de TNO-locatie aan de Lange Kleiweg, het golfbaanterrein, Event Plaza en Hof van Elsenburg. Beter benutten kan in theorie met behoud van de huidige functie (door de golfbaan meer biodivers in te richten), maar ook andere functies zoals een natuurgebied of economische functie kunnen worden onderzocht. We hebben onze ambities voor 2050 verbeeld in onderstaande collage en kaart. Daarin zijn die ambities nog niet heel specifiek gemaakt. De kaart geeft op hoofdlijnen ons toekomstbeeld van de stad weer. De verdere uitwerking hiervan is te zien op de omgevingsvisiekaart en beschreven in het volgende hoofdstuk. Afbeelding 3.3: Toekomstvisie voor Rijswijk op hoofdlijnen (bron: KuiperCompagnons). 4 Uitwerking visie per thema 4.1 Inleiding Drie kernambities, negen thema’s In hoofdstuk 3 Visie op de toekomst van Rijswijk hebben we de kern van onze visie op de toekomst van Rijswijk bepaald, vertaald in drie kernambities. Al onze doelen en uitgangspunten om die kernambitie te kunnen realiseren, hebben we in verschillende thema’s nader uitgewerkt. Afbeelding 4.1 geeft de negen thema’s in een diagram weer. Gezamenlijk dragen de doelen op die thema’s bij aan een duurzame balans tussen onze drie kernambities – en daarmee de brede welvaart van onze samenleving. In afbeelding 4.1 staan de drie kernambities in de ‘binnenring’, met daaromheen een ‘buitenring’ van negen thema’s. Een thema draagt niet uitsluitend bij aan één van de kernambities, maar kan aan meerdere kernambities bijdragen. Soms zal een thema wel meer raakvlakken hebben met de ene kernambitie dan met de andere. In afbeelding 4.1 heeft de buitenring daarom een startpositie, maar kan die als het ware flexibel draaien rondom de binnenring van de kernambities. De pijl in het diagram illustreert de draaiende buitenring. Bijvoorbeeld: een duurzame energievoorziening is belangrijk voor onze creatieve werkplaats en verbindingen met de regio, maar klimaatneutraliteit draagt samen met klimaatbestendigheid ook bij aan een groene stad voor nu en later. Afbeelding 4.1: Diagram met de drie kernambities (binnenring) en negen thema’s (buitenring). Toelichting op de visiekaarten Onze ambities en doelen in dit hoofdstuk hebben we vertaald in een omgevingsvisiekaart. De kaart verbeeldt de tekst, de tekst geeft uitleg bij de kaart. Tekst en kaart moeten dan ook in samenhang worden gelezen. De omgevingsvisiekaart geeft het beoogde toekomstbeeld van Rijswijk weer. Het is dus een combinatie van bestaande dingen die we willen behouden, en ontwikkelingen en veranderingen die we willen realiseren. Voor elk van de negen thema’s hebben we een thematische kaart uitgewerkt, die staat aan het eind van de paragraaf. De kaarten per thema hebben we samengevoegd tot één integrale omgevingsvisiekaart, die is te vinden in paragraaf 4.11 Integrale omgevingsvisiekaart. De themakaarten bevatten soms meer en gedetailleerdere informatie. Omdat dit samen op één kaart onleesbaar zou worden, hebben we in de integrale omgevingsvisiekaart de belangrijkste elementen daaruit opgenomen. 4.2 Passend woon- en zorgaanbod Woningbouw en woningvoorraad Onze ambitie is dat het in Rijswijk voor verschillende doelgroepen mogelijk is om geschikte en betaalbare woonruimte te vinden en te wonen in een prettige en gezonde leefomgeving. Oftewel, een ‘gezonde buitenplaats voor iedereen’. Gezien de grote vraag naar woningen in Rijswijk realiseren we een woningbouwprogramma van circa 10.000-11.000 woningen tot 2040, zoals afgesproken binnen de regio (zie ook 3.1 Inleiding). Omdat de ruimte beperkt is en we ons groen willen behouden, ligt de focus bij het realiseren van nieuwe woningen op binnenstedelijk verdichten en transformatie, zoveel mogelijk nabij ov-knooppunten. Ons huidige woningbouwprogramma zal voornamelijk op een aantal locaties terecht komen: transformatie van Bogaard stadscentrum en omgeving, delen van de Plaspoelpolder (Havenkwartier, Kessler Park, Te Werve-Oost en overige locaties), het stationskwartier en de afronding van RijswijkBuiten. Afbeelding 4.2 geeft de belangrijkste ontwikkellocaties weer (kaart: ‘transformatie- en ontwikkellocaties’ | ‘kwaliteitsverbetering Prinses Beatrixlaan’). De gevulde kleur daarbinnen geeft de toekomstige functie weer. Deze ontwikkelingen zijn deels al gaande, veelal op basis van daarvoor opgestelde masterplannen of ontwikkelkaders. Hoofdstuk 5 Uitwerking visie per deelgebied) gaat specifieker op verschillende deelgebieden in. Door de realisatie van verschillende woonmilieus willen we zorgen voor een evenwichtige bevolkingsopbouw in leeftijden, achtergronden en inkomens. Daarom zetten we in het bijzonder in op het bouwen van betaalbare koop- en huurwoningen in het middensegment, en het toevoegen van sociale huurwoningen. Hiermee volgen we ook de beleidslijn die door het rijk en de provincie zijn uitgezet. In het totale woningaanbod sturen we op 30% sociale huur. De nadruk ligt hierbij op betaalbaarheid. We streven naar een diverse woningvoorraad. De toename van eenpersoonshuishoudens betekent een grotere behoefte aan betaalbare kleinere woonruimten en appartementen. Om tegemoet te komen aan de woonbehoeften van verschillende doelgroepen, willen we naast kleine appartementen voor alleenstaanden ook grotere woonruimten voor bijvoorbeeld gezinnen toevoegen. Dat bevordert ook de doorstroming op de woningmarkt. Ook het toevoegen van middeldure en duurdere woningen in bestaande wijken met een hoog percentage betaalbare woningen kan bijdragen aan gemêleerde wijken. De precieze gewenste differentiatie in woningbouwcategorieën werken we in onze nieuwe woonvisie of het volkshuisvestingsprogramma nader uit. Daarnaast zorgen we voor meer regulering binnen de volkshuisvesting van Rijswijk, onder meer door opkoopbescherming, zelfbewoningsplicht en toepassing van de beleidsregel ‘Wijzigen samenstelling woonruimtevoorraad’ bij omzetting, splitsing of samenvoeging van woonruimten. Huisvesting aandachtsgroepen We zien een groeiende woonvraag van een aantal doelgroepen met een specifieke huisvestingsbehoefte, ook wel aangeduid als ‘aandachtsgroepen’. Dat zijn onder meer ouderen en mensen met een zorgbehoefte, maar ook onder andere uitstromers uit instellingen, arbeidsmigranten, statushouders en woonwagenbewoners. Ook zullen in Rijswijk meer urgent woningzoekenden gehuisvest moeten worden (mede vanuit de Wet Versterking regie volkshuisvesting). Om aan deze huisvestingsvraag tegemoet te komen, bouwen we voor verschillende doelgroepen, voegen we sociale nieuwbouw toe en zorgen we voor flexibele en tijdelijke woonvormen/huisvesting en collectieve woonvormen (een gebouw waarbij meerdere zelfstandige huishoudens samenwonen en/of voorzieningen met elkaar delen) Er worden een regionale afspraken opgesteld die zich breed zullen richten op deze aandachtsgroepen. Hierin wordt onder meer regionaal een verdeling afgesproken voor de huisvesting van deze doelgroepen en maken we afspraken om in samenwerking en met uitruil van opgaves te komen tot een regionaal aanbod en efficiënte spreiding. Dit werken we lokaal uit in onze nieuwe woonvisie. Die zal te zijner tijd weer worden verwerkt in de omgevingsvisie 2.
  7. Wonen en zorg Op het gebied van wonen en zorg is onze ambitie om kwetsbare Rijswijkers de mogelijkheid te bieden om in Rijswijk te (blijven) wonen. Om dit te realiseren willen we zorgen voor voldoende woonzorgaanbod, dat anticipeert op de woon- en zorgvraag van (toekomstige) inwoners. Voor de huisvestingsbehoefte van senioren, mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychische kwetsbaarheid hebben we onze doelen opgenomen in een lokale woonzorgvisie. Voor de groeiende vraag naar seniorenhuisvesting willen we onder meer geclusterde woonvormen voor senioren toevoegen (vrije sector en sociale huur), en moeten er nieuwe zorgwoningen bij komen. Ook voor mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychische kwetsbaarheid moeten wooneenheden worden bijgebouwd. Bij de plannen voor nieuwbouw moet in dit licht worden beoordeeld of er bijzondere doelgroepen in gehuisvest kunnen worden. Daarnaast is het belangrijk om de doorstroming van ouderen en andere aandachtsgroepen te bevorderen. In dit kader moeten nieuw te bouwen woonruimten aanpasbaar en levensloopbestendig worden ontworpen. We vinden het belangrijk dat woningen en gebouwen toegankelijk zijn voor iedereen. Voor nieuwe bouwprojecten schrijven we daarom de nieuwe bouwnorm NEN9120 voor. Senioren die langer zelfstandig wonen en kwetsbare mensen die vanuit instellingen uitstromen naar zelfstandige woningen hebben (toegang tot) voorzieningen, zorg en ondersteuning nodig. Bij de inrichting van wijken en gebiedsontwikkelingen moet hiermee rekening worden gehouden. Aan de Woonzorgtafel komen gemeente, woningcorporaties, zorgaanbieders en marktpartijen periodiek bij elkaar om kansrijke locaties voor woonzorgaanbod te bespreken. Hiertoe is onder andere een 'kansenkaart' opgesteld naar aanleiding waarvan mogelijke locaties onderzocht worden. Onder andere deze kaart zal de komende jaren de leidraad vormen voor de zoektocht naar geschikte locaties voor wonen en zorg[12]. Doelen Een gezonde buitenplaats voor iedereen: voor verschillende doelgroepen een geschikte en betaalbare woonruimte in een prettige en gezonde leefomgeving. Realiseren van verschillende woonmilieus, met een diverse woningvoorraad. Tegemoetkomen aan de huisvestingsvraag van doelgroepen met een specifieke huisvestingsbehoefte (‘aandachtsgroepen’). Dit wordt verder uitgewerkt in regionale afspraken en de lokale woonzorgvisie. Wonen en zorg: kwetsbare Rijswijkers de mogelijkheid bieden om in Rijswijk te (blijven) wonen, door voldoende woonzorgaanbod dat anticipeert op de woon- en zorgvraag van (toekomstige) inwoners. Randvoorwaarden / uitgangspunten Realiseren van woningbouwprogramma van circa 10.000-11.000 woningen tot 2040, met focus op binnenstedelijk verdichten en transformatie (nabij ov-knooppunten); voornamelijk op een aantal ontwikkellocaties. Inzet op bouwen van betaalbare koop- en huurwoningen in het middensegment en toevoegen van sociale huurwoningen; sturen op 30% sociale huur in het totale woningaanbod; precieze gewenste differentiatie in woningbouwcategorieën worden uitgewerkt in nieuwe woonvisie / volkshuisvestingsprogramma. Huisvestingsvraag aandachtsgroepen: bouwen voor verschillende doelgroepen, toevoegen sociale nieuwbouw, zorgen voor flexibele en tijdelijke woonvormen/huisvesting en collectieve woonvormen. Wonen en zorg: toevoeging geclusterde woonvormen en nieuwe zorgwoningen voor senioren, en wooneenheden voor mensen met verstandelijke beperking en psychische kwetsbaarheid, Nieuw te bouwen woonruimten worden aanpasbaar en levensloopbestendig ontworpen. Woningen en gebouwen zijn toegankelijk voor iedereen; bouwnorm NEN9120 bij nieuwe bouwprojecten. Bij de inrichting van wijken en gebiedsontwikkelingen wordt rekening gehouden met (toegang tot) voorzieningen, zorg en ondersteuning. Afbeelding 4.2: Thematische visiekaart ‘Passend woon- en zorgaanbod’. [12] De genoemde kansenkaart is niet de kaart hiernaast; dit is de thematische visiekaart ‘Passend woon- en zorgaanbod’. 4.3 Gezonde leefomgeving Een gezonde leefomgeving door gezondheidsbevordering en -bescherming We streven naar een gezonde leefomgeving door het: a. beperken van gezondheidsschade door milieufactoren (gezondheidsbescherming); b. bevorderen van welbevinden en verleiden tot een gezonde leefstijl door de inrichting van de leefomgeving (gezondheidsbevordering); c. vergroten van het gezondheidspotentieel (dat wil zeggen de gezondheidswinst die behaald kan worden of het gezondheidsverlies dat vermeden kan worden) van kwetsbare groepen (gezondheidsbevordering). Substantiële gezondheidsbescherming en -bevordering vragen om ambitie boven wat wettelijk is vereist. Werken aan gezondheid vergt inzet vanuit zowel het fysieke als het sociale domein: enerzijds zorgdragen dat de fysieke leefomgeving de juiste randvoorwaarden biedt voor mensen en anderzijds het ondersteunen van mensen en stimuleren van gezond gedrag. Bijvoorbeeld: we kunnen wel fietspaden aanleggen maar als mensen niet kunnen fietsen of zich geen fiets kunnen veroorloven gaan ze nog steeds niet fietsen. Of: het is goed om te zorgen voor ontmoetingsplekken voor meer sociale cohesie, maar om eenzame mensen uit een isolement te halen is meer nodig. Hiervoor is een integrale blik en ontschotting van middelen nodig. Gezondheid is dan ook een thema dat in alle beleidsterreinen en ambities van deze omgevingsvisie een rol speelt. Milieukwaliteit (gezondheidsbescherming) We streven naar een schone, veilige en gezonde leefomgeving waarbij gezondheidsschade door milieufactoren (geluid- en geurhinder, onvoldoende lucht-, bodem- en waterkwaliteit en ontoereikende omgevingsveiligheid) – binnen onze mogelijkheden in een drukke en groeiende stedelijke regio – wordt beperkt. Met onze verstedelijkingsopgave is het zoeken naar een balans tussen enerzijds de groei van de stad en anderzijds het toewerken naar een gezonde leefomgeving. Onze inzet is een toename van milieuhinder zoveel mogelijk te voorkomen en waar nodig maatregelen te treffen om de milieukwaliteit te verbeteren. Daarbij zien we dat er locaties zijn waar ruimte is voor verdichting maar waar nieuwe functies qua milieuhinder niet ideaal zijn. De keuze voor groei van de stad kan betekenen dat niet overal dezelfde milieukwaliteit kan worden nagestreefd, maar dat het kwaliteitsniveau wordt bepaald op basis van de situatie in het gebied. We voeren daarom een gebiedsgericht milieubeleid, waarbij de milieukwaliteit passend is voor de functie van het gebied. In de overwegingen heeft gezondheid een belangrijke rol. De wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen vormen daarbij het minimale niveau voor de gemeente. Bij de bescherming en verbetering van het milieu hanteren we een ketenbenadering: aanpak bij de bron heeft in principe de voorkeur. Daarom streven we bijvoorbeeld in regionaal verband naar een vermindering van het autogebruik. Maatregelen in het overdrachtsgebied en bij de ontvanger worden bij de afweging over de te bereiken milieukwaliteit integraal meegewogen. Luchtkwaliteit Zoals blijkt uit paragraaf 2.5.2 Wonen en samenleving en de Leefomgevingsfoto is de luchtkwaliteit in Rijswijk relatief slecht. Belangrijke bronnen zijn de rijksweg A4 en andere doorgaande wegen en lokaal onder meer houtstook en de inzet van mobiele werktuigen. Daarom hebben we een Actieplan luchtkwaliteit opgesteld met maatregelen die bijdragen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Ons streven is om de luchtkwaliteit de komende jaren te blijven verbeteren. Als ondertekenaar van het Schone Lucht Akkoord zien we het verbeteren van de luchtkwaliteit als een blijvende inspanningsverplichting, en werken we aan het uitvoeren van de gemaakte afspraken en behalen van de doelen uit het akkoord. Dit gaan we doen door maatregelen te treffen die de lokale bijdrage aan stikstofdioxide en fijnstof in de lucht verminderen. Ondanks alle inspanningen lukt het niet om op korte termijn aan de WHO-advieswaarden te voldoen. Niettemin blijft dit de ambitie voor de langere termijn. Onze ambitie in 2050 is geen uitstoot door mobiliteit door het verschonen van vervoer. Hieraan geven we invulling door het uitbreiden van de milieuzones, het onderzoeken van mogelijkheden voor stapsgewijze invoering van zero-emissiezones, het stimuleren van elektrificatie van het wagenpark en brede uitrol van laadinfrastructuur (kaart: ‘zero-emissiezone’). We stellen samen met de GGD richtlijnen op om te voorkomen dat gevoelige functies voor zeer kwetsbare personen zoals scholen en kinderdagverblijven zich te dicht bij drukke wegen vestigen. Met betrekking tot houtstook zetten we in op het beperken van overlast en het ontmoedigen van houtkachels in nieuwe woningen. Omgevingslawaai Met name wegverkeer vormt een belangrijke bron van omgevingslawaai, zoals blijkt uit paragraaf 2.5.2 Wonen en samenleving en de Leefomgevingsfoto. In het Actieplan geluid zijn de locaties met een te hoge geluidsbelasting aangegeven. Onze inzet is om geluidbelasting te verlagen door verlaging van de maximale snelheid binnen de wijken en de wegen daarop aan te passen. Voor de doorgaande wegen wordt bij groot onderhoud en bij nieuwe ontwikkelingen bezien of het aanbrengen van een stiller wegdek technisch en financieel doelmatig is. De criteria hiervoor worden nader uitgewerkt. We ontwikkelen een plan om de aanpak van plekken met een te hoge geluidbelasting te versnellen. Verder stellen we een afwegingskader op om bij nieuw te bouwen woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te realiseren met inachtneming van het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel. Voor de verstedelijkingsopgave stellen we waar nodig gebiedsgericht beleid op. Uitgangspunt daarbij is het vinden van een balans tussen het behouden van geluidsruimte voor geluidhinder veroorzakende functies zoals bedrijvigheid enerzijds en het waarborgen van de leefbaarheid voor de geluidgevoelige functies zoals wonen anderzijds. Dit speelt met name daar waar functiemenging is voorzien (zoals het Havenkwartier en de woon-werkranden van de PPP). Bij woningbouw sturen we op bronmaatregelen, slim ontwerp van gebouwen, maatregelen in de woonomgeving en bij de woningen zelf. Omgevingsveiligheid Doel van ons veiligheidsbeleid is om te zorgen dat onnodige risico’s worden geëlimineerd, grote risico’s worden vermeden en het aanvaardbaarheidsniveau van risico’s wordt benoemd. Met de gemeenten in de regio Haaglanden hebben we bouwstenen voor beleidsvorming opgesteld; nadere beleidskeuzes vormen de basis voor regels in het omgevingsplan. Sommige ontwikkellocaties bevinden zich in de aandachtsgebieden van risicobronnen. Binnen de aandachtsgebieden wordt het groepsrisico afgewogen, waarbij rekening wordt gehouden met externe veiligheid door bewaren van voldoende afstand tot de risicobron, vrije doorgang voor hulpdiensten en extra aandacht voor zeer kwetsbare personen. In de concrete uitwerking van plannen worden maatregelen meegenomen die de negatieve effecten verminderen. Bij het realiseren van nieuwe functies voor zeer kwetsbare personen zorgen we dat deze zoveel mogelijk buiten een aandachtsgebied worden gerealiseerd. Daar waar dit gelet op de schaarse ruimte niet mogelijk is worden deze functies binnen het aandachtsgebied zo ver mogelijk van de risicobron af gesitueerd. Bodemkwaliteit Veel locaties in Rijswijk waar de bodem (door historisch gebruik en bedrijfsactiviteiten) verontreinigd is geraakt, zijn al aangepakt door deze te saneren of gebiedsgericht te beheren. Gebiedsontwikkeling is een natuurlijk moment om nog aanwezige historische verontreiniging te saneren. Ons milieuhygiënische bodembeleid is vastgelegd in de Nota Bodembeheer uit
  8. Dit beleid zoekt een balans tussen benutten en beschermen van de bodem. Hoofddoel is dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit niet mag verslechteren (‘standstill’-principe). De aanwezigheid van lood in de grond kan effect hebben op de gezondheid van met name jonge kinderen. We minimaliseren daarom de blootstelling aan lood door gevoelige functies (kinderspeelplaatsen, moestuinen et cetera) alleen toe te laten op plekken met een gezondheidskundig voldoende tot matige bodemkwaliteit. Op openbare plekken waar kinderen (tot 7 jaar) kunnen spelen en bij volkstuinen is de bodem onderzocht op lood, waar nodig zijn of worden sanerende maatregelen getroffen. Voor nieuw aan te leggen speelplaatsen wordt aangesloten bij de advieswaarden van de GGD. Hieraan verwant starten we ook een gemeentelijke aanpak om loden leidingen in kindlocaties en huurwoningen op te sporen en te verwijderen, vooruitlopend op een wettelijk verbod. We volgen de ontwikkelingen met betrekking tot ‘nieuwe’ stoffen die mogelijk schadelijk zijn voor de gezondheid (zoals recent PFAS), en passen waar nodig ons beleid daarop aan. Geur Binnen Rijswijk zijn er maar enkele bedrijven waar sprake is van significante verspreiding van geur. Ook bij DSM in Delft en de afvalwaterzuivering Harnaschpolder naast Rijswijkbuiten is sprake van geuremissie. De verwachting is dat de geuremissie in de tijd afneemt door verplichte toepassing van de best beschikbare technieken. Als geurbeleid voor nieuwe ontwikkelingen hanteren we nu het geurhinderbeleid van de provincie Zuid-Holland. In lijn met de Omgevingswet ontwikkelen we onze eigen regels die landen in het integrale omgevingsplan. Gezondheidsbevordering Door een gezond ingerichte leefomgeving bevorderen we het welbevinden van mensen en verleiden we hen tot een gezonde leefstijl. Een gezonde leefomgeving is een veilige, beweegvriendelijke en groene omgeving, die mensen stimuleert om te bewegen, sporten, spelen en uitnodigt tot ontmoeten en contact. Dat vraagt onder meer om aantrekkelijke, toegankelijke en gevarieerde openbare ruimten, maar ook bereikbare voorzieningen, toegankelijke zorg, voldoende ontmoetingsplaatsen en aanbod van sport en cultuur (kaart: ‘sportterrein’ | ‘sporthal’ | ‘belangrijke ontmoetingsruimte’) (zie 4.4 Leefbare en veilige wijken). Dit betekent ook dat het budget voor bijvoorbeeld welzijnswerk moet meegroeien met het aantal inwoners. Daarnaast stellen we schone en actieve vormen van mobiliteit voorop, door lopen en fietsen te stimuleren (zie 4.10 Goede bereikbaarheid). Bij de inrichting van een gezonde leefomgeving hebben we ook aandacht voor de (mogelijke) gevolgen van klimaatverandering. Klimaatadaptatie en met name het tegengaan van hittestress (verminderen van het hitte-eilandeffect) is van belang voor de gezondheid van inwoners (zie 4.6 Groene stadsbiotoop). Een gezonde leefomgeving betekent ook gezonde woningen. Dat betekent onder meer dat woningen een gezond binnenklimaat moeten hebben met goede luchtkwaliteit, ventilatie en koeling. Met de inrichting van de leefomgeving houden we in het bijzonder rekening met de behoefte van specifieke en kwetsbare doelgroepen (zoals kinderen of ouderen), om hun gezondheid en welbevinden te bevorderen. Dat kan bijvoorbeeld door toegankelijke voorzieningen in de directe nabijheid van de woonomgeving of door sociale maatregelen om eenzaamheid te voorkomen te ondersteunen met fysieke inrichtingsmaatregelen zoals ruimte voor ontmoeting. Doelen Gezondheidsbescherming: een schone, veilige en gezonde leefomgeving waarbij gezondheidsschade door milieufactoren – binnen onze mogelijkheden in een drukke en groeiende stedelijke regio –wordt beperkt. Gezondheidsbevordering: bevorderen van welbevinden en verleiden tot een gezonde leefstijl van mensen door de inrichting van een gezonde leefomgeving. Randvoorwaarden / uitgangspunten Inzet om toename milieuhinder zoveel mogelijk te voorkomen, waar nodig maatregelen treffen om milieukwaliteit te verbeteren. Gebiedsgericht milieubeleid: milieukwaliteit is passend bij de situatie en functie van het gebied. In de overwegingen heeft gezondheid een belangrijke rol. Wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen vormen het minimale niveau voor de gemeente. Ketenbenadering: aanpak bij de bron heeft de voorkeur; maatregelen in overdrachtsgebied en bij ontvanger worden bij de afweging over de milieukwaliteit integraal meegewogen. Luchtkwaliteit: voorkomen dat gevoelige functies (zoals scholen en kinderdagverblijven) te dicht bij drukke wegen vestigen; we stellen samen met de GGD richtlijnen op. Omgevingslawaai: balans tussen behouden van geluidruimte voor geluidhinder veroorzakende functies en waarborgen van leefbaarheid voor geluidgevoelige functies. Bij woningbouw sturen op bronmaatregelen, slim ontwerp van gebouwen, maatregelen in woonomgeving en bij woning zelf. Omgevingsveiligheid: ontwikkellocaties binnen aandachtsgebieden: afweging groepsrisico, in uitwerking van plannen worden maatregelen meegenomen die negatieve effecten verminderen. Omgevingsveiligheid: nieuwe functies voor zeer kwetsbare personen zoveel mogelijk buiten een aandachtsgebied, of waar niet mogelijk zo ver mogelijk van de risicobron af. Bodemkwaliteit: de milieuhygiënische bodemkwaliteit mag niet verslechteren (‘standstill’-principe). Gevoelige functies alleen toelaten op plekken met gezondheidskundig voldoende tot matige bodemkwaliteit. Op openbare plekken waar kinderen kunnen spelen en bij volkstuinen is de bodem onderzocht op lood. Advieswaarden GGD voor nieuw aan te leggen speelplaatsen. Geur: voor nieuwe ontwikkelingen hanteren we nu het geurhinderbeleid van de provincie. Gezonde leefomgeving: aantrekkelijke, toegankelijke en gevarieerde openbare ruimten, bereikbare voorzieningen, toegankelijke zorg, voldoende ontmoetingsplaatsen en aanbod van sport en cultuur. Schone en actieve vormen van mobiliteit voorop: stimuleren lopen en fietsen. Woningen moeten een gezond binnenklimaat hebben met goede luchtkwaliteit, ventilatie en koeling. Aandacht voor de gevolgen van klimaatverandering (zoals hittestress) bij de inrichting van een gezonde leefomgeving. Rekening houden met de behoefte van kwetsbare doelgroepen met de inrichting van de leefomgeving; bijvoorbeeld door toegankelijke voorzieningen in de directe nabijheid of fysieke inrichtingsmaatregelen zoals ruimte voor ontmoeting. Afbeelding 4 . 3 : Thematische visiekaart ‘Gezonde leefomgeving’. 4.4 Leefbare en veilige wijken Leefbaarheid en veiligheid als gezamenlijke verantwoordelijkheid Rijswijk blijft groeien in inwoneraantal maar niet in oppervlakte. Hierdoor maken meer inwoners gebruik van dezelfde ruimte. Door het intensievere gebruik van de ruimte is het nodig om extra aandacht te schenken aan het leefbaar en veilig houden van de stad. Leefbaarheid en veiligheid in onze groeiende stad is ieders verantwoordelijkheid. Inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen en de overheid dragen allen naar eigen kennis, kunde en draagkracht bij om Rijswijk vertrouwd, leefbaar en veilig te houden. Een leefbare stad is een aangename plek om te leven (oftewel: die bijdraagt aan de brede welvaart van inwoners). Dit raakt aan veel van de andere thema’s in dit hoofdstuk. In ieder geval betekent het een omgeving waar alle inwoners prettig samen kunnen wonen. Daaronder scharen we ook alle maatschappelijke voorzieningen onder de woonomgeving. Belangrijk onderdeel ervan is ook de fysieke en sociale veiligheid van de leefomgeving[13]. Sociale betrokkenheid en prettige woonomgeving Goed wonen in leefbare wijken vraagt om sociale betrokkenheid en een prettige woonomgeving. We stellen de mens centraal: we streven naar leefbare wijken waar inwoners zich prettig voelen, betrokken zijn en zich verantwoordelijk voelen voor elkaar. We willen dat mensen zich verbonden voelen aan Rijswijk, er gelukkig zijn en graag kunnen blijven wonen. We richten de leefomgeving op zo’n manier in dat het de gezondheid van inwoners bevordert en dat iedereen mee kan doen. Dat betekent onder meer dat de buitenruimte en gebouwen fysiek toegankelijk zijn, ook voor mensen met een beperking. Zo zorgen we samen voor een inclusieve samenleving. We stimuleren inwoners om naar vermogen actief deel te nemen aan het maatschappelijk leven (verenigingen, sport en bewegen, betaald en/of onbetaald werk). We bevorderen de eigen kracht en regie van mensen en bieden waar nodig ondersteuning. Dit doen we op maat en in samenhang: we bieden individuen lichte hulp waar mogelijk en zwaardere hulp waar nodig. Hierbij hebben we extra aandacht voor mensen met een sociaaleconomische achterstand en zetten we in op een toekomstbestendig, fijn en veilig thuis voor kwetsbare mensen. Zo willen we ook ervoor zorgen dat er geen kwetsbare wijken zijn of ontstaan in Rijswijk. Ons doel is dat de leefbaarheids- of veiligheidsindexen tenminste ‘voldoende’ blijven voor alle wijken in Rijswijk. We onderzoeken de mogelijkheden die de Wet Versterking regie volkshuisvesting biedt om hierbij te helpen. We onderkennen het belang van samenwerking om de vraagstukken en de maatschappelijke opgaven van de toekomst de baas te zijn. De gemeente Rijswijk is een toegankelijke, betrouwbare partner om mee samen te werken, zowel voor de strategische partners in het veiligheidsdomein als voor inwoners die met eigen initiatieven komen. Samen maken we de stad. Sociale en fysieke veiligheid Fysieke en sociale veiligheid zijn bepalend voor de leefbaarheid van woonomgeving. Toename van de bevolking moet gepaard gaan met extra capaciteit voor de hulpdiensten zodat fysieke en sociale veiligheid gewaarborgd kan zijn. Ook de handhavingscapaciteit van de gemeente moet op orde zijn om het gewenste niveau qua veiligheid en leefbaarheid te kunnen waarborgen. Meer bewoners en bezoekers binnen dezelfde (openbare) ruimte kan meer geluid- en woonoverlast betekenen. Dit raakt de gezondheid, leefbaarheid en veiligheid van bewoners. Door een toename van gemengde woon- en werkfuncties komen de leefwerelden van de gebruikers in die gebieden samen, wat mogelijk leidt tot een toename van klachten van bewoners over hinder door bedrijfsactiviteiten. Het is hierbij van belang dat bewoners en bedrijven oog hebben voor elkaars belangen. Bedrijven moeten onnodige overlast voorkomen en bewoners moeten een bepaalde mate van hinder accepteren passend binnen de voor de bedrijven geldende normen. Dit vraagt om zorgvuldige communicatie en eenduidige regels. Bij renovatie van bestaande woningen en bouw van nieuwe woningen zullen isolerende maatregelen worden toegepast zodat voldaan wordt aan het binnenniveau dat bij nieuwbouw geldt. Om de fysieke veiligheid te bewaken zijn verschillende maatregelen mogelijk. Allereerst vergroot de afstand tot risico’s de veiligheid, waarbij speciaal aandacht moet zijn voor kwetsbare groepen[14]. Er kan gedacht worden aan maatregelen in bouwwerken en omgeving die bescherming bieden, en er moeten mogelijkheden zijn om bouwwerken of gebieden snel en veilig te verlaten. Daarnaast maakt de omgeving snel en effectief optreden van hulpdiensten mogelijk (bereikbaarheid, bluswatervoorziening), en zijn zorgvoorzieningen toegankelijk voor en afgestemd op inwoners en bezoekers (ook bij incidenten). Om hiervoor te zorgen werken wij nauw samen met de veiligheidsregio. Voor de sociale veiligheid is het van belang dat gebouwen, straten en pleinen dusdanig ingericht worden dat bewoners en bezoekers zich veilig voelen. Dit kan bijvoorbeeld door een hoge kwaliteit inrichting met hoogwaardige en duurzame materialen, maar ook door goed onderhoud, zodat de openbare ruimte schoon en heel is. Ook een hoge mate van sociale verbondenheid en betrokkenheid (dorpsgevoel) draagt bij aan de leefbaarheid en het veiligheidsgevoel van bewoners. Maatschappelijke voorzieningen We zorgen ervoor dat alle Rijswijkers voldoende en goed toegankelijke maatschappelijke voorzieningen[15] en ontmoetingsplekken hebben in hun directe omgeving (kaart: ‘belangrijke ontmoetingsruimte’ | ‘culturele voorziening’ | ‘uitbreiding/nieuwbouw van scholen / sport’). Dit draagt bij aan de sociale samenhang en ontmoeting, wat binnen de lokale gemeenschap en in een groeiende stad van groot belang is. Ook winkelvoorzieningen spelen hierin een rol, dit komt verder aan bod in paragraaf 4.9 Innovatieve economie. Door hiermee rekening te houden bij de inrichting van het fysieke domein kunnen problemen in het sociale domein deels worden voorkomen. De groei en veranderende samenstelling (onder andere vergrijzing) van de bevolking werkt door in de behoefte aan het aantal en type maatschappelijke voorzieningen. Voor basisonderwijs en sportvoorzieningen hebben we die behoefte in beeld, voor andere voorzieningen (zoals zorg, ontmoetingsplekken en culturele voorzieningen) onderzoeken we die nog en ontwikkelen we een realisatiestrategie. We zorgen dat er passende voorzieningen zijn op basis van objectieve omgevingskenmerken, maar ook op basis van woonbeleving en waarden van inwoners. Bij nieuw te ontwikkelen gebieden moet rekening worden gehouden met ruimte voor voldoende maatschappelijke voorzieningen, voor huidige en toekomstige doelgroepen. Dit geldt ook voor winkelvoorzieningen (zie 4.9 Innovatieve economie). Bij ontwikkelingen hanteren we referentiewaarden/normen om een goed niveau van deze voorzieningen te waarborgen. Daarbij vergeten we de bestaande (en in het bijzonder kwetsbare) wijken niet. Daarnaast zorgen we – met name voor inwoners die minder goed ter been zijn – voor een goede toegankelijkheid van voorzieningen en van de openbare ruimte. Met het project voorzieningenniveau wordt geïnventariseerd welke maatschappelijke voorzieningen er in de gemeente aanwezig zijn, en welke nodig zijn met de groei van de stad. Tevens voorziet dit project in een uitvoeringsstrategie waarin wordt aangegeven hoe het voorzieningenniveau in balans blijft met de groei van de stad. Sportvoorzieningen Ons doel is om te zorgen voor een breed palet van sportactiviteiten in Rijswijk. Daarvoor is het nodig dat het aanbod aan binnen- en buitensportvoorzieningen gelijk oploopt met het aantal inwoners. Op korte termijn betekent dit bijvoorbeeld het realiseren van meer zaalruimte om een – door de bevolkingsgroei toenemend – tekort aan te pakken (kaart: ‘sportterrein’ | ‘sporthal’ | ‘uitbreiding/ nieuwbouw van sport’). Voor buitensportaccommodaties zal de groei van het aantal inwoners naar verwachting voorlopig geen capaciteitsproblemen opleveren. Op basis van recent onderzoek met verschillende scenario’s voor een optimale inzet van de sportparken binnen de gemeente[16] werken we nog een aanpak uit. Onderwijs en kinderopvang We zorgen voor voldoende ruimte voor onderwijshuisvesting. Op basis van de huidige capaciteit, geplande woningbouwontwikkelingen en leerlingenprognoses kan de toekomstige huisvestingsbehoefte worden bepaald. Op diverse plekken in Rijswijk moet de onderwijshuisvestingscapaciteit worden uitgebreid. Zo is vanwege de grote woningbouwontwikkeling in de omgeving van de Plaspoelpolder een nieuwe school noodzakelijk. De benodigde onderwijsvoorzieningen nemen we mee in ons Integraal Huisvestingsplan Onderwijs. Het bieden van kinderopvang(kinderdagverblijf, peuteropvang en buitenschoolse opvang) wordt in principe aan de markt overgelaten. Er bestaat echter wel een nauwe samenwerking met het onderwijs. Om die samenwerking optimaal te laten verlopen zijn vestigingsmogelijkheden in de directe nabijheid of in het schoolgebouw bijna een voorwaarde. Hoewel er nog geen knelpunten in het aantal beschikbare plaatsen zijn, kunnen die bij de groei van de gemeente wel ontstaan. Vanwege de nauwe samenwerking en samenhang tussen onderwijs en kinderopvang is het noodzakelijk om bij het realiseren van onderwijshuisvesting ook rekening te houden met ruimte voor kinderopvang. Eerstelijnszorg Voor elke 2.400 inwoners is een voltijd huisarts nodig. Gelet op de huidige capaciteit zal moeten worden voorzien in uitbreiding van huisartsenzorg. Op dit moment zijn er al huisartsen die op zoek zijn naar grotere praktijkruimtes. We zorgen voor een toegankelijk eerstelijns zorgaanbod door de vorming en exploitatie van gezondheidscentra te stimuleren, met prioriteit voor de nieuwe ontwikkelgebieden naast de blijvende aandacht voor de bestaande wijken. Zo nodig vervult de gemeente een actieve rol hierin, bijvoorbeeld door het reserveren van ruimte in ontwikkelplannen en het stimuleren van ruimte voor gezondheidsfuncties in overleg met de zorgverzekeraars. Belangrijk is verder aandacht te hebben voor speciale woonvoorzieningen voor kwetsbare ouderen, waar veel zorg wordt verwacht. Voor de huisvesting van huisartsen moet bij elk nieuwbouwproject gezorgd worden voor voldoende praktijkruimte, in afstemming met de huisartsen. Verbinding met andere eerstelijnsvoorzieningen en gemeentelijke voorzieningen als welzijn, wmo en jeugdzorg is daarbij essentieel. Het planologisch mogelijk maken van voldoende ruimte hangt nauw samen met de groei van de stad en zal daarom meegenomen moeten worden bij gebiedsontwikkelingen en wijzigingen van het omgevingsplan. Ontmoetingsruimten We willen in Rijswijk voldoende kwalitatieve en multifunctionele ruimte bieden voor verblijf, (spontane) ontmoeting, beweging en meedoen. Zulke voorzieningen moeten goed verspreid en op korte loop- en fietsafstanden in de wijken aanwezig zijn (kaart: ‘belangrijke ontmoetingsruimte’). Doelen Inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen en overheid dragen naar eigen kennis, kunde en draagkracht bij om Rijswijk vertrouwd, leefbaar en veilig te houden. Leefbare en veilige wijken, waar inwoners zich prettig voelen, betrokken zijn en zich verantwoordelijk voelen voor elkaar. Zorgen dat er geen kwetsbare wijken zijn of ontstaan in Rijswijk (leefbaarheids- of veiligheidsindexen tenminste ‘voldoende’ voor alle wijken); een toekomstbestendig, fijn en veilig thuis voor kwetsbare mensen. Maatschappelijke voorzieningen: zorgen dat alle Rijswijkers voldoende en goed toegankelijke maatschappelijke voorzieningen en ontmoetingsplekken hebben in hun directe omgeving. Randvoorwaarden / uitgangspunten Inrichten van de leefomgeving op zo’n manier dat het de gezondheid van inwoners bevordert en dat iedereen mee kan doen. Bewaken van de fysieke veiligheid door maatregelen in bouwwerken en de leefomgeving die bescherming bieden, vluchten en snel/effectief handelen van hulpdiensten mogelijk maken. Bewaken van de sociale veiligheid door gebouwen en de leefomgeving dusdanig in te richten dat bewoners en bezoekers zich veilig voelen. Zorgen voor passende voorzieningen op basis van objectieve omgevingskenmerken, woonbeleving en waarden van inwoners. Bij gebiedsontwikkeling rekening houden met ruimte voor voldoende maatschappelijke en winkelvoorzieningen, voor huidige en toekomstige doelgroepen. Goede toegankelijkheid van voorzieningen en de openbare ruimte. Sport: breed palet van sportactiviteiten, aanbod binnen- en buitensportvoorzieningen gelijk oplopend met aantal inwoners. Voldoende ruimte voor onderwijshuisvesting. Bij realiseren onderwijshuisvesting rekening houden met ruimte voor kinderopvang. Vestigingsmogelijkheden kinderopvang in (directe nabijheid van) schoolgebouw bijna een voorwaarde. Zorg: toegankelijk eerstelijns zorgaanbod door stimuleren gezondheidscentra en reserveren van ruimte in ontwikkelplannen voor gezondheidsfuncties; voldoende ruimte voor huisvesting van huisartsen moet worden meegenomen bij gebiedsontwikkelingen en wijzigingen van het omgevingsplan. Ontmoetingsruimten: voldoende kwalitatieve en multifunctionele ruimte voor verblijf, ontmoeting, bewegen en meedoen; goed verspreid en op korte loop- en fietsafstanden in de wijken. Afbeelding 4.4: Thematische visiekaart ‘Leefbare en veilige wijken’. [13] Sociale veiligheid gaat over bedreigingen door handelingen van mensen, fysieke veiligheid over bedreigingen door niet-menselijke bronnen. Omgevingsveiligheid gaat over risico’s van branden, rampen en crises. Onderdeel daarvan is externe veiligheid, voor zover het gaat om risico’s door gevaarlijke stoffen. Dit komt aan bod in paragraaf 4.3 Gezonde leefomgeving. [14] Dit raakt nadrukkelijk aan het begrip omgevingsveiligheid; zie daarvoor ook paragraaf 4.3 Gezonde leefomgeving [15] Voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, welzijn, sport, kunst en cultuur. [16] Toekomstbestendige sportruimte in Rijswijk (maart 2024). 4.5 Zichtbare historie en ruimtelijke kwaliteit Cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit van Rijswijk Rijswijk heeft een rijkdom aan cultureel erfgoed (zie ook hoofdstuk 2). Cultureel erfgoed is essentieel voor het beleven van de kwaliteit van de leefomgeving. Onze h

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.