← Nederland

Detailhandelvisie Terneuzen (versie 280514) (Terneuzen)

In het kort

Deze wet gaat over de Detailhandelvisie Terneuzen 2014, een plan om de detailhandel in de gemeente Terneuzen te versterken en aan te passen aan de veranderende marktomstandigheden. Het doel is om Terneuzen te positioneren als een aantrekkelijke winkelstad met regionale aantrekkingskracht.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

Detailhandelvisie Terneuzen (versie 280514)Voorwoord Voor u ligt de detailhandelvisie Terneuzen

  1. De huidige ontwikkelingen in het detailhandelslandschap vragen om ingrijpen. Om keuzes te kunnen maken en tot gerichte actie te komen is een visie nodig. Of de visie inspirerend is, laat ik aan u ter beoordeling. Het schept in ieder geval een ambitieus doch realistisch beeld van de detailhandel in onze gemeente in de toekomst. De gemeente Terneuzen ligt in de industriële Kanaalzone, waar werk is in techniek, logistiek en haven gerelateerde activiteiten. Daarnaast heeft Terneuzen een unieke propositie in de zorg, waarin de komende tientallen jaren vraag naar arbeid zal zijn. Deze arbeid zullen wij ook moeten ‘importeren’ uit andere regio’s in Nederland, Vlaanderen en Europa. In het aantrekken van arbeid is een aantrekkelijke binnenstad van doorslaggevend belang. Zonder een aantrekkelijk stadscentrum met een voldoende kwalitatief aanbod aan winkels, horeca, cultuur, kennispodia, evenementen en voorzieningen is het aantrekken van nieuwe werknemers én bewoners een bijna onmogelijke opgave. Het een kan niet zonder het ander. Nieuwe bewoners, en dus klanten, komen alleen indien zij hier een baan kunnen vinden. Terneuzen als aantrekkelijke (winkel)stad is geen droom of wens, maar een noodzaak om als economisch vitale gemeente te overleven. Het kunnen ‘winkelen’ is een essentieel onderdeel van een aantrekkelijke stad. Hiermee is deze detailhandelvisie ook in een breder kader te plaatsen. Het is een afgeleide van de missie in het beleidsplan economie Terneuzen 2012-2015 ‘Terneuzen, het centrum van werkgelegenheid in Zeeuws-Vlaanderen’. Zonder de ambitie van Terneuzen als winkelstad zal, met de huidige detailhandelsontwikkelingen in het achterhoofd, het woon- en leefklimaat in de gemeente Terneuzen fors aan kwaliteit inboeten en dreigt onze economie erg eenzijdig te worden. De noodzaak tot een detailhandelvisie met een realistisch plan van aanpak hoe het ongunstige tij in het (lokale) detailhandelslandschap te keren is dan ook evident. Met deze visie wil de gemeente Terneuzen zekerheid bieden aan investeerders en ondernemers in de detailhandel en horeca. Maar we willen ook aan werkgevers in de Kanaalzone laten zien dat we samen met hen investeren in een aangenaam woon- en leefklimaat voor hun werknemers. Zoals ook burgers van de gemeente Terneuzen belang hebben bij een aantrekkelijk stadshart. Zeker naarmate de leeftijd toeneemt, is er meer behoefte om dicht bij huis te kunnen winkelen en vertier te zoeken. Voor starters op de arbeidsmarkt is een levendig stadscentrum bepalend in de keuze van hun woonomgeving. Met het plan van aanpak willen we de hardwerkende middenstand een hart onder de riem steken en bijdragen aan een lucratieve voortzetting van het ondernemerschap of bedrijfsoverdracht. Uiteraard kan de gemeente dit niet alleen. Alleen samenwerking tussen winkeliers, horecaondernemers, vastgoedeigenaren en gemeente kan tot een gunstig ondernemersklimaat in de detailhandel leiden. En dat is waar wij voor gaan! Wij wensen u veel wijsheid en inspiratie bij het lezen van de detailhandelvisie Terneuzen
  2. Dat het u aan mag zetten om van Terneuzen een winkelstad met een regionale aantrekkingskracht te maken, waar werkgelegenheid in detailhandel en horeca hoogtij viert en waar het aangenaam verblijven is. Terneuzen, 29 april 2014 Jack Begijn Wethouder MKB & Marktzaken MANAGEMENT SAMENVATTING Sinds het begin van de economische crisis in 2008 zijn de groei- en omzetcijfers in de Nederlandse detailhandel over het algemeen negatief. Op korte termijn wordt geen herstel van de particuliere consumptie verwacht, want de detailhandel wordt negatief beïnvloed door sombere consumenten. Zij worden geconfronteerd met afnemende koopkracht, toenemende werkloosheid en aanhoudende onzekerheid over de eigen financiële positie. Naast een veranderd economisch klimaat heeft de detailhandel te maken met een veranderende samenstelling van zijn klantengroep. De Nederlandse bevolking groeit nauwelijks, maar wordt vooral snel ouder. Deze vergrijzing kan de bestedingen richting 2020 remmen. Niet alleen de bevolkingssamenstelling, maar ook de leefomgeving is aan het veranderen. Zo verhuizen steeds meer mensen naar de stad. Krimpgebieden krijgen te maken met dalende bezoekersaantallen en bestedingen, waardoor de omzetten voor de lokale detailhandel afnemen. Deze tendens is ook op lokaal niveau waar te nemen. Het online winkelen is de afgelopen jaren sterk gegroeid. En door de komst van internet weet de consument precies waar wat te koop is en tegen welke prijs. Consumenten kiezen voor dié retailer die hen de beste prijs-kwaliteitverhouding biedt. De komst van de bol.coms van deze wereld maken het moeilijk voor fysieke retailers om zich op prijs te onderscheiden. Het leveren van toegevoegde waarde, zoals extra service en/of beleving, zal voor veel retailers de enige manier zijn om onderscheidend te zijn. Consumenten kiezen zelf waar het product wordt gekocht, ontvangen of afgehaald. De retailer die op het juiste moment de beste oplossing biedt, wint. Het is de combinatie van transparantie, cross channel en sociale media die er voor zorgt dat de consument aan het stuur zit. De economische tegenwind, demografische ontwikkelingen, groeiende populariteit van het online kanaal en de kans om te onderscheiden op beleving, zullen de winkel en het winkelgebied de komende jaren sterk doen veranderen. Zo neemt het aantal fysieke winkels in Nederland al jaren af en de leegstand loopt op. Verschillende deskundigen voorspellen dat deze trend voorlopig blijft doorzetten. Afhankelijk van de unieke kenmerken van een winkelgebied, zal de vitaliteit en (daarmee) de leefbaarheid (verder) onder druk komen te staan. Hoewel de leefbaarheid op kernniveau niet afhankelijk is van de aanwezigheid van winkels, is het dat op gemeenteniveau wel. Burgers willen wel op redelijke afstand van hun woonomgeving deze voorzieningen hebben. Onder invloed van technologische toepassingen is het koopgedrag van de moderne mens veranderd. Mits goed toegepast kunnen deze toepassingen de overlevingkans van de (kleine) winkelier vergroten. Al deze ontwikkelingen vroegen om een update van de structuurvisie detailhandel 2008 en een gemeentebrede visie waarin detailhandel strategisch wordt ingezet. Ook de uitgangspunten van detailhandelsbeleid veranderen mee. De verwachting voor de komende jaren is dat het accent, in de beleidsvorming en –uitvoering, minder op meer meters, en meer op betere meters zal komen te liggen. De ontwikkelingen vragen om concentratie van het winkelaanbod. Hiervoor moet de overheid (maatschappelijke) keuzes maken; waar is leegstand het minst erg? Kwantiteit en kwaliteit zijn voor consumenten de belangrijkste factoren die bepalen welk winkelgebied ze bezoeken. Bezoekmotief, bereikbaarheid, parkeren, inrichting van de openbare ruimte, sfeer en beleving spelen een doorslaggevende rol in de keuze. Globaal kan een onderscheid worden gemaakt tussen "boodschappen doen", "recreatief winkelen" en het doen van "gerichte aankopen". Betere meters vragen om investeringen in een winkelgebied en dat is alleen (economisch) interessant als er genoeg massa is. Het kernwinkelgebied van Terneuzen heeft het meeste potentieel om uit te groeien tot het recreatief winkelgebied van de gemeente i.c. de regio. De missie is dan ook: Terneuzen is dé centrale winkelstad van de gemeente. Deze missie borduurt voort op wat de markt al heeft bepaald. Echter, door hier op te focussen voorkomt de gemeente dat het nog vele jaren duurt vooraleer deze ontwikkeling zich heeft uitgekristalliseerd. Met een lange periode van algehele malaise tot gevolg voor zowel de ondernemers als de inwoners van de gemeente. Het uit de weg gaan van keuzes of het ‘geleidelijk zelf laten afsterven’ leidt tot lange onzekerheid, stagnatie en leegstand. Vanuit het publieke belang kan de gemeente zich dat niet veroorloven. Daarvoor is detailhandel in economisch opzicht te belangrijk voor de gemeente. Het draagt voor ruim 10% bij in de werkgelegenheid, zorgt voor diversiteit in het werkaanbod, draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving en heeft een indirect werkgelegenheidseffect. Een goed ontwikkeld winkelbestand in een aantrekkelijke binnenstad is een belangrijke factor voor het woon- en leefmilieu en dus het vestigingsklimaat in gemeenten met een werkgelegenheidsfunctie. De kwaliteit van dit vestigingsklimaat beïnvloedt het keuzeproces van (grotere) bedrijven bij het bepalen van hun vestigingsplaats. Immers werkgevers hebben werknemers nodig en in krimpgebieden is er sprake van een afnemende potentiële beroepsbevolking. Het aantrekken van werknemers wordt eenvoudiger als Terneuzen een kernstad is, waar alle voorzieningen en functies samenkomen. Daar of in de directe omgeving daarvan willen mensen graag wonen. Maar ze komen alleen als er ook zicht is op een baan. En daarmee is de cirkel rond. Door concentratie van het winkelaanbod zal er ook ‘bewuste’ leegstand ontstaan. Er moeten oplossingen gezocht worden voor de leegstand in met name Axel, Sas van Gent en Terneuzen. Gedacht kan worden aan het creatief vullen van lege etalages, herbestemmen of sloop. Verpaupering kan voorkomen worden door regelgeving of door in gesprek te gaan met eigenaren. Axel biedt als volwaardig boodschappen-plus centrum perspectief. In de wat grotere kernen wordt behoud van de boodschappenfunctie nagestreefd. Zaamslag neemt een aparte positie in als specialistisch winkelplein. Het recreatief winkelgebied in Terneuzen kan versterkt worden door invulling van de Kop van de Noordstraat en Kennedylaan-West. De eerste als belangrijke schakel tussen het kernwinkelgebied en de GDV/PDV-locatie, de tweede als aanvulling op wat er reeds is en voorziend in een marktvraag. Het gebied Zuidpoort/ Leisurecenter fungeert als overloopgebied voor Kennedylaan-West of als alternatieve locatie als de plannen definitief niet doorgaan. Het waarborgen van de detailhandelsstructuur is een belangrijke taak van de overheid. Evenals het beschermen van het recreatief kernwinkelgebied. Hiervoor zijn nadere regels gesteld met betrekking tot beperkte mogelijkheden voor detailhandel van huis uit, detailhandel op bedrijventerreinen en voor de vestigingslocaties van internetwinkels. De overheid geeft op die manier duidelijkheid aan de markt en schept de kaders en randvoorwaarden in het ruimtelijk detailhandelsbeleid. Ondernemers en marktpartijen worden zo gestimuleerd om te investeren in kansrijke locaties. Om de missie te realiseren moet er nog heel wat gebeuren. In het plan van aanpak zitten sturende - en stimulerende elementen. Tot de eerste categorie behoren het bestemmings- en leegstandsbeleid. Tot de tweede categorie horen een aantrekkelijk parkeerregime, bevorderen van kantoorhuisvesting in en om het centrum, creatie van beleving in de buitenruimte, toepassen van de technologische mogelijkheden in het winkelgebied, opzetten van een collectief digitaal platform en de inzet van citymarketing. De gemeente wil graag het initiatief nemen, soms de kar trekken en actief bijsturen, maar van de ondernemers wordt ook heel wat verwacht. Alleen in samenwerking en eensgezindheid met alle betrokken partijen kan het een succes worden. BEGRIPPENLIJST ABC-goederen: Auto, Boten, Caravan Bruto Binnenlands Product (BBP) De totale geldwaarde van alle in een land geproduceerde finale goederen en diensten gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar). Bedrijfsvloer-oppervlakte (BVO): Bedrijfsvloeroppervlakte; dit betreft het voor consumenten toegankelijke en zichtbare deel van de winkel plus magazijn, kantoor, sociale en technische ruimten. Cross channel: Gebruik maken van samenwerkende distributiekanalen, bv. fysieke – en internetwinkel. Crowdsourcing: Een recente ontwikkeling, waarin organisaties (overheid, bedrijven, instituten) of personen gebruikmaken van een grote groep niet vooraf gespecificeerde individuen (professionals, vrijwilligers, geïnteresseerden) voor consultancy, innovatie, beleidsvorming en onderzoek. Customization: Product aanpassen aan de (persoonlijke) wens van de klant. Detailhandel: Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. HNW: et Nieuwe Winkelen; een winkelgebied maakt gebruik van allerlei moderne technologieën, zoals de inzet van Google+ (Google Places), Social Media of het gebruik van QR-codes. Kernwinkelgebied: Het winkelgebied Noordstraat, Markt, Havenstraat, het ABC-complex, Oud-Terneuzen, Schuttershof (en Kennedylaan-West na realisatie). Kinectsensor: Dit creëert een game- en ontspanningservaring zonder controller. MKBA: Maatschappelijke Kosten-Batenanalyse; geeft het rendement van een investering voor de gehele maatschappij weer. PDV/GDV: Perifere Detailhandels Vestigingen (geen minimale metrage) Grootschalige Detailhandels Vestigingen (> 1.000 m2 BVO) Perifere Detailhandel (PDV): Winkelvestigingen met goederen die veelal volumineus zijn, zoals ABC-goederen en goederen voor “in-en-om-het-huis”, zoals meubels, doe-het-zelf, woninginrichting, tuin. Productiegebonden detailhandel: Detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. Showrooming: Het fenomeen dat consumenten winkels bezoeken om producten te bekijken en te testen om ze later elders - vaak online - te kopen. Winkelvloer-Oppervlakte (WVO): Dit betreft het voor consumenten toegankelijke en zichtbare deel van de winkel. Circa 80-85% van het BVO. 1INLEIDING 1.1Aanleiding Nieuwe detailhandelsontwikkelingen waren voor D66 aanleiding om tijdens de raadsvergadering van 15 december 2011 een motie in te dienen voor het opstellen van een winkelvisie. Deze motie wordt ingetrokken na toezegging van wethouder Broekhuysen dat deze visie in april 2012 tegemoet kan worden gezien. In het parafenbesluit van 31 januari 2012 No 15 is vervolgens besloten dat de prioriteit gelegd zou worden bij het opstellen van het economisch beleidsplan, waarover de raad middels een brief is geïnformeerd. Een van de acties in het Beleidsplan Economie Terneuzen 2012-2015 is het opstellen van update structuurvisie detailhandel
  3. Het onderhavige rapport rondt dit actiepunt af. 1.2Doel van dit rapport Naast de beoogde detailhandelsontwikkelingen bij het leisurecenter lopen er in 2013 nog twee concrete projecten met betrekking tot de ontwikkeling van (nieuwe) winkelgebieden. Het betreft de herontwikkeling van de kop van de Noordstraat en de ontwikkeling van een PDV/GDV-locatie aan de Kennedylaan-West in Terneuzen. Daarnaast zijn er met enige regelmaat vestigingsaanvragen voor detailhandel buiten de voorziene winkelgebieden. Dit kan zijn op bedrijventerreinen, waar het dan conform bestemmingsplannen niet toegestaan is. Maar ook in aanloopstraten, waar het vanuit concentratieoogpunt onwenselijk is. In beide gevallen geldt, wat willen we en wat kunnen we ermee. Indien de gemeente niet mee wil gaan in bepaalde aanvragen, is het wenselijk alternatieve vestigingslocaties te kunnen aandragen. Dit alles met het oog op overlevingskansen op de langere termijn van zowel de individuele ondernemer als Terneuzen als winkelstad. Het belangrijkste doel van dit rapport is het verschaffen van duidelijkheid over de gewenste detailhandel ontwikkelrichting in de gemeente Terneuzen en de belangen die daarin zijn meegewogen. De gemeente zet hiermee voor zichzelf een koers uit en biedt hierdoor een frame waarop bij detailhandel betrokken partijen als ondernemers, ontwikkelaars, eigenaren en beleggers hun strategie en investeringen kunnen afstemmen. 1.3Leeswijzer Hoofdstuk 2 behandelt de ontwikkelingen en trends die invloed hebben op het retaillandschap. Hoofdstuk 3 gaat in op het belang van detailhandel voor Terneuzen. Hoofdstuk 4 besteedt aandacht aan de verschillende schaalniveaus waarin Terneuzen te plaatsen is. Tevens worden de verschillende winkellocaties daarin geduid. Hoofdstuk 5 omvat beleid voor internetwinkels, detailhandel aan huis en op bedrijventerreinen. In hoofdstuk 6 treft u de visie, missie en strategische doelstellingen aan. Hoofdstuk 7 omvat het plan van aanpak. De laatste 2 hoofdstukken omvatten het nawoord en het bronnenoverzicht. Deel 1 (hoofdstukken 2 t/m 5) is bedoeld voor de lezer die behoefte heeft aan meer inzicht en diepgang in de retailproblematiek. Deel 2 (hoofdstukken 6 en 7) gaat direct in op de marsroute (welke richting kiezen we?) en het plan van aanpak (en wat kunnen we dan doen?). Indien gesproken wordt over Terneuzen zonder specifieke aanduiding van de hoedanigheid wordt hier het kernwinkelgebied Terneuzen bedoeld. Lezers die in een oogopslag een overzicht van deze detailhandelvisie willen krijgen, kunnen de mindmap in bijlage 1 raadplegen. Deze mindmap heeft als vertrekpunt gediend. DEEL 1 2 ONTWIKKELING EN TRENDS 2.1Economie op landelijk niveau 2.1.1 Nederland‘De Nederlandse economie krimpt in 2013 sterker dan gedacht (- 0,8%). Consumenten houden de hand op de knip en de werkloosheid loopt verder op tot 6,9 procent van de beroepsbevolking. Die verwachting spreekt de Europese Commissie uit in de zogeheten lenteprognoses voor economische groei. Nederland krijgt een jaar extra om aan de begrotingsregels te voldoen. Het begrotingstekort moet in 2014 onder de 3 procent worden gebracht’ (nu.nl, 3 mei 2013). Het IMF wijst er begin mei 2013 op dat Nederland kampt met hoge schulden, aanzienlijke problemen in de financiële sector, dalende huizenprijzen en een zwakke binnenlandse vraag. Die factoren zorgen ervoor dat de groei van de economie en werkgelegenheid minder is dan in andere relatief sterke eurolanden. De inflatie loopt verder op. In september 2013 bepaalt de overheid welke aanvullende bezuinigingsmaatregelen nodig zijn om de begrotingsnorm te behalen. Dergelijke sombere berichten duikelen in 2013 over elkaar heen en geven de burger weinig vertrouwen in de nabije toekomst. Financiële meevallers worden veelal gebruikt om schulden af te lossen of te sparen en niet zoals ondernemend Nederland hoopt om te besteden. De consumptieve bestedingen dalen al twee jaar op rij vrijwel onafgebroken en ook voor 2014 wordt een daling verwacht met 1,8%. Het is voor het eerst in 60 jaar dat de consumptie tenminste 3 jaar op rij afneemt. In 2013 daalt de gemiddelde koopkracht 1,75% (retailnews, 12 juni, 2 juli en 30 augustus 2013). De koopkracht daalt al 4 jaar op rij. Volgens ABN AMRO zullen de particuliere consumptie en koopkrachtontwikkeling tot 2018 gemiddeld een ‘nullijn’ volgen (vastgoedmarkt.nl, 15 februari 2013). De cijfers vliegen ons om de oren. Brussel verwacht dat in de loop van 2014 de economie weer langzaam zal aantrekken met 0,9% groei (verwachting in mei 2013). Als dit zo is, is het de vraag of dit de benodigde kentering zal betekenen in het economische tij, waardoor consumenten weer bereid zijn de euro’s te laten rollen. Er zijn af en toe lichtpuntjes zoals een troonswisseling, die de (oranje)bestedingen aanjakkert. Supermarkten hebben in de week voorafgaand aan Koninginnedag tien miljoen euro extra omzet gedraaid dankzij oranjeproducten. De impact van dergelijke gebeurtenissen is groot, ook voor het positieve gevoel, maar brengt uiteraard niet de oplossing. ______________________________________________________________ Belangrijkste cijfers Prinsjesdag uitgelekt De Nederlander verliest volgend jaar 0,5% aan koopkracht. De groei van de Nederlandse economie zal uitkomen op 0,5%. Het begrotingstekort komt in 2014 uit op 3,3%. De werkloosheid stijgt naar 7,5% volgens de definitie van het CPB (9,25% volgens de CBS-definitie). Bron: nu.nl, 15 september 2013____________________________________ Na het zomerreces 2013 komt er wat gematigde positieve berichtgeving. De krimp van de Nederlandse economie vlakt af, maar het land bevindt zich nog steeds in een recessie. Nederland is een exportland en Duitsland, België, Frankrijk en Groot-Brittannië zijn onze grootste afnemers. De Duitse en Franse economieën groeien weer, dus dat is hoopgevend. Door de crisis zijn de overheidsfinanciën de afgelopen jaren sterk verslechterd. In 2008 was er nog een klein overschot op de begroting, maar nu leeft Nederland op de pof. We geven dag in, dag uit meer uit dan er binnenkomt. Gezien de hoge schuldenpositie van Nederland en de rentelast die daarmee samenhangt (11 miljard euro per jaar) kiest het kabinet ervoor door te gaan met hervormingen die de economie versterken en de overheidsfinanciën op orde brengen. De troonrede bracht derhalve geen kentering in het negatieve sentiment. En dat blijkt het heikele punt te zijn. Alle hoopgevende speldenprikken ten spijt, ‘de kooplust van de consument wordt voor een belangrijk deel bepaald door de stemming. Met die stemming, ook wel consumentenvertrouwen genoemd, gaat het ronduit slecht met als dieptepunt in februari 2013 (-41). Ook al stijgt dit vertrouwen in augustus, de koopbereidheid blijft wel onverminderd laag. De conjunctuurindicator van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stelt elke maand vragen aan ongeveer 1.000 Nederlanders: hoe zij hun eigen financiële situatie voor de komende 12 maanden inschatten en of het nu wel of niet een goede tijd is om grote aankopen te doen? De indicator van het consumentenvertrouwen (-33 in augustus 2013) ligt al een tijdje lager dan ooit, met uitzondering van begin jaren tachtig. Consumenten lijken economisch verlamd door onzekerheid. Vooralsnog behouden de meeste mensen hun baan, pensioen en huis en wordt de crisis tot september 2013 niet onoverkomelijk gevoeld in de eigen portemonnee. Maar burgers maken zich zorgen over wat er komen gaat. Er zijn relevante zaken structureel veranderd in Nederland. Bijvoorbeeld, de zekerheid dat huizenprijzen altijd stijgen, is gesneuveld en komt waarschijnlijk niet meer terug. De fiscaal voordelige spaar- en beleggingshypotheken zijn verdwenen. Ook de arbeidsmarkt verandert structureel; het aantal zzp’ers groeit en het aantal Nederlanders met een vast arbeidscontract daalt. Ook het pensioen is niet langer 100 procent gegarandeerd’ (intermediair.nl, 21 september 2012). Pas als de burger deze structurele veranderingen heeft geaccepteerd, kan er weer ruimte ontstaan voor een positief sentiment. Zoals in ieder emotioneel proces kost deze acceptatie tijd. En tot het zover is, hebben de ondernemers in de detailhandel en horeca last van dit lage consumentenvertrouwen. 2.1.2 BelgiëAangezien de Zeeuws-Vlaamse detailhandel en horeca mede afhankelijk is van de bestedingen van Vlamingen is het interessant om te weten hoe de economie in België ervoor staat. De Belgische economie lijkt sinds het eerste kwartaal van 2011 in een lange winterslaap verzonken. Voor 2013 voorspelt de Nationale Bank nog steeds een nulgroei. ‘In 2014 moet de Belgische economie met 1,1 procent gaan groeien. Die groei is volledig te danken aan de buitenlandse vraag, aldus de centrale bank. De werkloosheid in België komt dit jaar naar verwachting uit op 8,3 procent. In 2014 zal de werkloosheid gemiddeld op 8,7 procent uitkomen. Het Belgische begrotingstekort zal dit jaar uitkomen op 2,9 procent van het bruto binnenlands product (bbp). In 2014 loopt het tekort volgens de centrale bank op naar 3,3 procent van het bbp’ (detelegraaf.nl, 7 juni 2013). De indicator van het consumentenvertrouwen vertoont sinds april een opmerkelijk herstel en is in mei 2013 enigszins verder gestegen. Voor elk van de 4 onderliggende componenten van de indicator kwam een geringe verbetering tot uiting. De vooruitzichten betreffende de algemene economische ontwikkelingen en de werkloosheid werden aldus tegenover april een fractie positiever. Daarnaast schatten de gezinnen ook hun toekomstige financiële situatie en hun spaarmogelijkheden ietwat gunstiger in. De economische crisis heeft niet een zodanig negatief effect op het consumentenvertrouwen als in Nederland. Dit bevestigt dat het consumentenvertrouwen in Nederland vooral leidt onder de structurele veranderingen. 2.2Branche-ontwikkelingen detailhandel 2.2.1 Detailhandel algemeenMet ontwikkelingen worden hier geleidelijke veranderingen in een zekere richting bedoeld. Veranderingen dus die er niet van de een op de andere dag zijn, maar die zich al een tijdje in een zekere richting bewegen en waarschijnlijk nog wel even voortduren. Zoals: Omzetdaling De omzet in de detailhandel daalt. Voor 2013 wordt de omzetontwikkeling van de detailhandel geraamd op -3%. Ook in 2012 kromp de omzet al met 1% ondanks de prijsstijging van bijna 2% (HBD, 2012). Een prijsstijging van 2% kon de volumekrimp dus niet compenseren. Voor de omzetdaling zijn verschillende redenen aan te wijzen. Bijvoorbeeld de btw-verhoging, die in de detailhandel heeft geleid tot minder aankopen, daling van de werkgelegenheid en meer faillissementen (retailnews, 11 juli 2013). Andere redenen zijn geschetst in paragraaf 2.1.
  4. Samen te vatten als door de crisis geeft de consument minder geld uit. Verschuiving naar online winkelen Ook al zou de ontwikkeling van omzetdaling gekeerd worden, dan nog is het de vraag of winkeliers in de straat daarvan profiteren. Steeds meer consumenten schaffen producten aan via het internet vanwege het gemak, de prijs en omdat kopen via internet steeds vertrouwder, veiliger en betrouwbaarder wordt. Er is dus een verschuiving naar online winkelen. ‘De omzet op internet steeg van 2,8 miljard euro in 2005 tot 9,8 miljard in 2012, inclusief de online verkoop van reizen en verzekeringen (12% van de consumentenbestedingen). Het online verkopen in Nederland staat nog slechts in de kinderschoenen’ (Steenbergen e.a., 2013). Vooral middelgrote stadscentra met een regionaal verzorgingsgebied merken dat het aantal bezoekers terugloopt (Seinpost, 2012). De Nederlandse online markt groeit dit jaar met 8% tot 10,5 miljard euro. Het aantal bestellingen steeg met 10% naar 46 miljoen. In de eerste zes maanden plaatste de consument gemiddeld vijf orders voor 109 euro per bestelling. De groei van de online markt komt met name door ervaren shoppers (retailnews, 16 september 2013). De komst van internet betekent een teruggang van 20% aan winkeloppervlakte de komende 8 jaar (CBW-Mitex). Naast extra verdringingseffecten voor fysieke winkels biedt internet nieuwe kansen om het voorzieningenniveau en de leefbaarheid in krimp- en anticipeergebieden op peil te houden. Er zitten dus 2 kanten aan. De consument kan nu toch aan goederen komen, die voorheen afhankelijk waren van de aanwezigheid van een fysieke winkel in de kern. Toenemend aantal faillissementen Er is geen twijfel dat het bovenstaande sommige winkeliers en winkelketens de kop kost. Zeker in branches die gevoelig zijn voor online kopen. Maar ook voor ondernemers die niet mee (kunnen) gaan in de ontwikkelingen. Het aantal faillissementen is in 2012 met 21,7% toegenomen ten opzichte van 2011 (CBS). In 2012 zijn er in Nederland 758 bedrijven failliet verklaard. Vooral kledingwinkels, meubelzaken, lampenwinkels en doe-het-zelfzaken (elsevier.nl, 23 februari 2013). In het 1e halfjaar van 2013 gingen in Nederland in totaal 530 winkelbedrijven failliet. Vorig jaar waren dat er in diezelfde periode 482 (retailnews, 30 augustus 2013). Oplopende leegstand Landelijk gezien neemt de vraag naar winkelvastgoed af door de groei van internetaankopen. Gecombineerd met het voorgaande is het logisch dat de leegstand oploopt. Dat wordt voornamelijk zichtbaar in de aanloopstraten en op B- of C-locaties. ‘Het aantal passanten op A-locaties blijft redelijk op peil’ (Locatus, 2012). ‘Landelijke prognoses wijzen erop dat de huidige leegstand van 10% zonder passende maatregelen tot 20% zal oplopen’ (Steenbergen e.a., 2013). Gaten in winkelstraten maken het winkelen onaantrekkelijk dus wordt er naarstig naar allerlei manieren gezocht om de leegstand tegen te gaan of minder zichtbaar te maken. De toenemende leegstand heeft het proces van herbestemmen naar wonen of kantoren en tijdelijke invullingen aangewakkerd. Overschot aan winkelruimte De toename van leegstand wordt ook beïnvloed door de overheid, namelijk door het toestaan van de bouw van nieuwe winkelcentra in de buurt van al bestaande centra. Het winkelaanbod in Nederland is tussen 2002 en 2012 met 25% gegroeid tot 27,9 miljoen m2 wvo (DTnP, 2013). Deze enorme toename is het gevolg van realisatie van veel nieuwe winkelprojecten zoals grote meubelboulevards en doe-het-zelfzaken aan de randen van steden. Inmiddels is er een groot overschot aan winkelruimte. Het nog steeds toevoegen van m2 wvo kan de leegstand in bepaalde winkelgebieden verergeren. De modebranche heeft een overschot van 480.000 m2 (ofwel 15%) aan winkeloppervlak. Dat overschot zal tot 2020 geleidelijk verdwijnen en vooral ten koste gaan van de kleinere hoofdwinkelgebieden (vastgoedmarkt.nl, 15 februari 2013). Toenemende concurrentie tussen winkels en winkelgebieden De stijging van dit aanbod m2 wvo gaat gestaag door als gevolg van centrumontwikkelingen en uitbreidingen aan de rand van de stad. Dit leidt tot groeiende concurrentie tussen winkels en winkelgebieden. Deze groeiende concurrentie en de opkomst van internet treffen vooral de winkelcentra met weinig koopkrachtbinding en/of onderscheidend vermogen. De leegstand rukt daarom sneller op in kleine kernen en middelgrote gemeenten met een regiofunctie. De verwachting is dat een saneringslag optreedt in buurtcentra, kleine kernen en aanloopstraten (Seinpost adviesbureau). In de winkelstructuur als geheel vindt dus schaalvergroting (opschaling) plaats: Grote centra worden groter, ten koste van kleinere winkelcentra. Schaalvergroting Afname dus van het aantal fysieke winkels (inclusief tankstations), maar de (nieuwe) winkels worden wel steeds groter. Een gemiddelde winkel had in 2005 nog 228 m2, in 2008 251m2 wvo en in 2012 is dat 271m2 (retailnews, 2 november 2012). Filialisering en schaalvergroting zetten door. Het aandeel filiaalbedrijven nam toe van 26% in 2002 tot 37% in
  5. Filialisering is een vorm van schaalvergroting (meer winkels biedt schaalvoordelen). De schaalvergroting is vooral te zien bij supermarkten. De groente-, kaas- en broodafdeling groeiden mee en gingen zo meer concurreren met speciaalzaken. Hierdoor verdwenen vele speciaalzaken en dat leidde tot meer leegstand in de winkelstraten van oudsher. Tot nu toe beïnvloeden de ontwikkelingen elkaar in negatieve zin. Hierna een voorbeeld van een positieve kruisbestuiving. Supermarkt als trekker Als ware collaborateurs zoeken de speciaalzaken nu de supermarkten op. En niet alleen de speciaalzaken. Ook vele winkelketens willen juist daar zitten waar de supermarkt zit die veel loop genereert. De wijkwinkelcentra varen er wel bij, maar zijn er ook afhankelijk van. Collaborateur heeft een negatieve klank, maar het is afgeleid van het Franse werkwoord collaborer dat samenwerken betekent. En in die betekenis is het hier zeker van toepassing. Nu helpen goedlopende supermarkten winkeliers aan een boterham (bv. in Zuidpolder). Afnemend detaillistenvertrouwen Met genoemde ontwikkelingen in het achterhoofd is het niet vreemd dat het vertrouwen een deuk heeft gekregen. Het detaillistenvertrouwen daalt eind 2011 in een klap van -4 naar -34 (HBD, 2012). ‘De schaalvergroting in de detailhandel leidt, in combinatie met gelijkblijvende of dalende bestedingen, in winkels tot een afname van de gemiddelde omzet per m². De druk op een kostenefficiënte bedrijfsvoering wordt hierdoor steeds groter. De investeringen voor internetverkoop (‘cross-channeling’, logistiek) zijn hoog. Vooral minder innovatieve en kleinere spelers worden verdrongen. In het najaar 2013 waren veel ondernemers somber gestemd vanwege extra bezuinigingen van de regering’ (DTnP, 2013). 2.2.2 Detailhandel sectoraalIn deze paragraaf wordt nader ingezoomd op de omzetdaling. Is dat over de gehele linie? Of zijn er verschillen te duiden tussen sectoren? En moeten we ons zorgen maken over de toekomst van fysieke winkels in sommige sectoren? In 2013 nemen naar verwachting de verkopen in de detailhandel met 3% af. Winkels zullen naar verwachting hun winst met 10,25% zien dalen en voor 2014 is de prognose -14,25%. In 2008 bestond van de totale detailhandel nog 94,2% uit fysieke winkels en 5,8% uit webwinkels. In 2013 is het percentage fysieke winkels met 8,2% afgenomen en ten gunste van het aandeel webwinkels. ‘In figuur 1 op de volgende bladzijde is de ontwikkeling van de bestedingen in de detailhandel weergegeven naar sector. Hieruit valt af te leiden dat vooral de winkelbestedingen aan niet-dagelijkse goederen de laatste jaren zijn teruggelopen na een snelle stijging tot
  6. De winkelbestedingen aan dagelijkse goederen zijn de afgelopen jaren min of meer gelijk gebleven. Het verschil in ontwikkeling van de winkelbestedingen tussen beide sectoren kent twee oorzaken: bestedingen aan dagelijkse goederen zijn minder conjunctuurgevoelig (‘mensen moeten immers eten’) en winkels in dagelijkse goederen snoepen omzet weg bij de horeca; dagelijkse goederen zijn minder geschikt voor verkoop via internet’. Figuur 1 Ontwikkeling winkelbestedingen naar sector en in totaal (HBD, juni 2012) Bron: RBOI, 18 februari 2013 uit advies Epe-Centrum Food De foodsector (behalve de speciaalzaken) noteert een omzetstijging. Dit vraagt echter om een nuance. De supermarktomzet is in 2012 met slechts 1% gegroeid. Gecorrigeerd voor inflatie is de omzet dus gedaald. Dat is voor het eerst in de geschiedenis (Cor Molenaar, 9 december 2012). De helft van de Nederlandse huishoudens bezuinigt op de dagelijkse boodschappen. Bijna een derde van de huishoudens zegt de afgelopen twaalf maanden minder uit te hebben gegeven aan dagelijkse boodschappen (retailnews, 8 november 2013). Er is extra oog voor aanbiedingen, goedkopere supermarkten en huismerken. Het meest wordt bezuinigd op snoep en snacks (retailnews, 2 juli 2013). Bestedingen aan biologisch voedsel blijven (fors) stijgen. Non-food De hardste klappen vallen in de non-foodbranche; alleen de drogisterijen weten de dans te ontspringen. Ze sneden flink in de kosten, maar desondanks leed 48% van de non-food retailers het eerste halfjaar van 2013 verlies. Winkels in de consumentenelektronica en de doe-het- zelfbranche zien de verkopen het hardst teruglopen (retailnews, 16 juli 2013). Consumenten geven minder uit aan schoenen, woninginrichting, huishoudelijke artikelen en apparaten (retailnews, 30 augustus 2013). Consumenten zijn vooral terughoudend in het kopen van duurzame goederen (HBD, 2012). De verwachting is dat in 2020 tussen 20% en 25% van de non-food verkopen via internet zullen gaan (Cor Molenaar, 9 december 2012). De bestedingen aan mode lagen in de eerste helft van 2013 6% lager dan de eerste helft vorig jaar. Vooral zelfstandige modezaken hebben het lastig. Deze groep liep 11% achter. Dit komt vooral door minder verkochte stuks, want het gemiddeld besteed bedrag neemt wel toe. Bij de overige modewinkels ligt de besteding 5% lager. Daarbij werd vooral minder herenkleding gekocht (-8%) (retailnews, 30 augustus 2013). Nu even terug naar het aantal m2 wvo, maar dan specifiek in de modebranche. Wat betekent deze omzetontwikkeling nu voor de fysieke winkels? Want een winkelstad zonder kledingwinkels is als een huis zonder meubilair. ‘Tussen 2004 en 2012, zo berekende ABN op basis van Locatus-cijfers, is het aantal m2 modewinkels met 21% toegenomen tot 3,2 miljoen m
  7. De vloerproductiviteit is echter afgenomen van 3.300 euro per m2 tussen 2004 en 2007 naar 2.800 euro nu. Gezien de huidige krappe exploitatie van veel modewinkels en het nog groeiende aandeel internetverkopen is dat 15% teveel m2 winkels’ (ABN AMRO, 2013). Een specifieke situatie geldt voor (tabaks)winkels in de grensstreken. Zij hebben het namelijk extra zwaar te verduren. De omzet van veel Nederlandse tabakswinkeliers in de grensstreken is na de laatste accijnsverhoging meer dan gehalveerd. De sterke omzetdaling wordt veroorzaakt doordat Nederlanders massaal net over de grens in België hun tabakswaren kopen. Daar gooien ze ook de tank van hun auto vol en slaan tevens bier in. Door de hoge accijnzen in Nederland is dat in België allemaal veel goedkoper (retailnews, 30 augustus 2013). De impact hiervan mag niet onderschat worden. Winkels die naast tabak ook andere zaken verkopen zoals kranten, kaarten, snoep zijn vaak niet levensvatbaar zonder de verkoop van tabak. Internetwinkels/postorderbedrijven Postorderbedrijven en pure online players zagen hun verkoopcijfers in het 2e kwartaal 2013 wederom stijgen (+11%) (retailnews, 30 augustus 2013). Ruim de helft van de online omzet wordt behaald uit de verkoop van producten als kleding en boeken. Maar ook de standaard generieke producten als cd's, dvd's, elektronica en textiel verkopen goed via internet. Net als online diensten als vakanties, verzekeringen en tickets. Speelgoed is met +24% de snelst groeiende productgroep in de online verkopen (retailnews,16 september 2013). 2.3Trends in de detailhandel Een trend is een ontwikkeling van een bepaalde richting op langere termijn, maar het kan voortkomen uit een rage. Het online winkelen ‘an-sich’ als bedreiging van de fysieke winkels is al weer bijna achterhaald. En ook de winkelier in de straat met een website of zelfs een webshop loopt alweer achter. De ontwikkelingen gaan razendsnel. Om dit te duiden hierna een fragment uit de nieuwsbrief van Cor Molenaar d.d. 15 september 2013: Leerervaringen studiereis Shopping 2020 naar Silicon Valley Een twintigtal ondernemers hebben een studiereis gemaakt naar Silicon Valley. Top bedrijven als Apple, Google, Facebook en Adobe werden bezocht om trends te onderkennen. In het kader van het project Shopping 2020 van Thuiswinkel.org worden ontwikkelingen bestudeerd: hoe koopt de klant in 2020? Een enerverende reis die iedereen deed beseffen dat de toekomst er nog sneller aankomt dan gedacht. Niet webwinkels of winkels hebben de toekomst maar nieuwe hybride aanbieders met een geïntegreerd aanbod. Mobiele "devices' worden het communicatiemedium en klantgegevens tijdens het koopproces worden cruciaal om een koop te stimuleren. Het wordt niet meer zoals het was; aanpassen is de enige manier om te overleven. Bestaande winkels moeten internet integreren binnen het business model en online winkels moeten services verbeteren tot “same day deliver”, timebased. Enkele dominante trends: Mobiele “devices” worden de basis van zakendoen en het particuliere leven. Moment gedreven, snelheid in alle aspecten tot levering aan toe. De verwachtingen van klanten nemen steeds meer toe, eerst levering thuis, toen levering de volgende dag, dezelfde dag en nu al levering binnen 1 uur.E-commerce is niet langer meer gericht kopen, maar steeds meer gericht op inspiratie zonder exact te weten wat je wilt. Alle ontwikkelingen zijn gebaseerd op individuele klanten, faciliteiten en mobiele toepassingen. Bron: Cor Molenaar Technologische ontwikkelingen Steeds meer retailondernemers hebben een website. Maar dan nog is het de vraag of de winkelier door de klant gevonden wordt op internet. ‘Vooral voor kleinere winkeliers in de binnenstad blijkt dit lastig te zijn. Soms omdat ze geen site hebben. Of omdat het niet meevalt om een redelijke website te runnen en die op te laten vallen op het wereldwijde web’ (Westerterp, 2012). Hierdoor ontstaan her en der collectieve digitale platforms. De kracht van een gezamenlijk podium op het net blijkt beter te werken in het aantrekken van nieuwe bezoekers dan enkel een individuele website. Dit is logisch, gezien het feit dat een klant vaak op zoek is naar een product en niet naar een specifieke winkel. Ook breiden steeds meer winkeliers hun fysieke winkel uit met een webshop. Er komt echter heel wat bij kijken om dit goed georganiseerd te krijgen. Denk aan de logistiek, het retourproces, de voorraadbeheersing en het betalingssysteem. De ervaring is dat dit goed geregeld moet zijn, omdat het anders geen vooruitgang betekent voor de ondernemer. En zoals hiervoor al duidelijk werd, staan de ontwikkelingen niet stil. ‘Het grootste struikelblok voor retailers om gebruik te maken van de (technische) mogelijkheden is het ontbreken van praktische kennis. Winkeliers zouden op collectief niveau wegwijs moeten worden gemaakt in deze materie. Dit kan bijvoorbeeld door het opzetten van educatieve programma’s. De vastgoedbeheerder of het management van een winkelcentrum kan hierbij een faciliterende rol spelen of winkeliers moeten zich hiervoor verenigingen’ (retailnews, 17 september 2013). ‘Het Nieuwe Winkelen’ (HNW) is een begrip in Nederland, waarbij de kracht van de stad of het winkelgebied wordt aangevuld met moderne technologieën. Denk aan een collectief digitaal platform, stadsApp, loyaliteitsprogramma, gezamenlijk distributiecentrum/bezorgservice, met de smartphone betalen, soundscapes en toepassing van verlichtingstechnieken in de stad. Voorwaarde van HNW is dat ondernemers in een winkelgebied zich verenigingen, want het gaat om de kracht van het geheel. Het is een totaalconcept van winkelen, waarbij nieuwe technieken en belevenis een grote rol spelen. De nieuwe digitale klantrelatie is een must voor retailers. Er zijn diverse mogelijkheden voor het digitale klantcontact van fysieke winkels. Bijvoorbeeld de QR-technologie. Die is niet alleen interessant voor aankopen, maar ook voor de vindbaarheid van winkels. Een andere mogelijkheid is ‘location based marketing’. Een voorbeeld hiervan is een winkelcentrum waarbij de bezoeker op één digitale plek terecht kan voor alle aanbiedingen. Ook het via de smartphone herkennen van trouwe klanten die de winkel binnenkomen, biedt interessante mogelijkheden. Hoe de Bijenkorf de fysieke en virtuele winkelvloer integreert met het oog op ‘premium experience’ is te lezen in bijlage
  8. Veranderend gedrag van de consument ‘Het online bestellen en vergelijken via smartphone en tablet is een grote ‘driver’ voor de markt. Tweederde van de Nederlandse bevolking geeft toe een zogenaamde showroomconsument te zijn. Vier op de tien Nederlandse showroomconsumenten gebruiken de mobiele telefoon tijdens het showroomen. Dit geeft merken en retailers waardevolle kansen om met de consument te communiceren en van kijkers kopers te maken’ (tns-nipo.com, 30 mei 2013). ‘Consumenten downloaden massaal Apps, ook van winkelcentra, winkels en andere aanbieders van koopjes en berichten. Het is mogelijk met ‘location based services’ klanten, die in de buurt van de winkel zijn, te attenderen op de aanbiedingen. Social media, Apps en daarmee ook de smartphone zijn een integraal onderdeel geworden van het fysieke koopgedrag’ (Cor Molenaar, 9 december 2012). Het is goed om te weten dat ‘het type consument het internetkoopgedrag bepaalt en niet de beschikbaarheid van winkels. Inwoners van landelijke regio’s kopen minder via internet dan inwoners van stedelijke gebieden. Het zijn vooral jongeren die actief zijn op internet en vaak online kopen. En dan vooral de jonge alleenstaande consument. De gevestigde winkelier doet er dus verstandig aan zijn doelgroep goed te bepalen. Richt hij zich op de jongere consument dan is er een goede online strategie noodzakelijk. De retailer met een fysieke winkel in een niet-stedelijk gebied en een oudere doelgroep verkoopt (nu nog) minder online, maar zijn klanten oriënteren zich vaak wel online. Ook die retailer kan dus niet om een online strategie heen’ (Rabobank, 24 september 2012). Ook interessant is dat ‘consumenten daar kopen waar dat het voordeligst of handigst is en zich niet verantwoordelijk voelen voor het behoud van een gevarieerd winkelaanbod in stad of buurt’ (elsevier.nl, 23 februari 2012). ‘Het aantal Nederlanders dat online koopt, stijgt van 73,8% in 2012 naar 76,2% vijf jaar later. Daarmee ligt het ruim boven het wereldwijde gemiddelde van 45,1%’ (retailnews, 2 juli 2013). ‘Prijs is niet het enige argument voor online aankopen. Uit een onderzoek van Thuiswinkel.org en Blaauw Research in 2012 bleek dat 37% de tijdsbesparing en 37% het gemak van 24/7 winkelen als reden opgaf waarom op internet werd gekocht. Terwijl 31% het prijsniveau als reden gaf ‘(Cor Molenaar, 9 december 2012). ‘Naast verkoopkanaal wordt internet ook massaal gebruikt voor product- en prijsvergelijkingen, waardoor de klant als expert in de winkel komt. Niet alleen heeft hij al kennis over het product verzameld, ook weet hij wat de goedkoopste prijs is. Rekening houdend met het feit dat consumenten uit alle sociale lagen van de bevolking koopjesjagers zijn geworden, zal de winkelier hier op in moeten springen’ (retailnews, 16 mei 2013). Dat hoeft overigens niet per sé met de prijs te zijn, mits de klant maar een meerwaarde ervaart. De gunfactor speelt een belangrijke rol in het lokaal winkelen. De winkelier die iets ‘extra’ biedt ten opzichte van internet, kan loyaliteit van de klant verdienen. Denk aan reparatieservice in het weekend, gerichte duidelijke informatie, gastvrije ontvangst en persoonlijke herkenning. ‘De webwinkels bieden het gemak van 24/7 winkelen en de stenen winkels worden bezocht voor beleving en kennismaking met nieuwe producten. Beleving in de winkel kan het winnen van prijs via internet. Maar dan moet het geen beleving op een ‘Disneyland-manier’ zijn. Het gaat om het kunnen ervaren van producten’ (retailnews, 16 mei 2013). Foodretailers hechten minder waarde aan de winkel als plek voor ontdekkingen en nieuwe ervaringen. Grote foodretailers vinden de fysieke winkel nu wel belangrijker dan de afgelopen 3 jaar. De verwachting is dat in de toekomst winkels een kwart van hun omzet uit online halen en driekwart uit offline. Uit een onderzoek onder consumenten in Engeland bleek dat 48% meer winkeldiversiteit en zelfstandige retailers wil. Ook wil 79% meer kortingen en loyaliteitsprogramma’s in fysieke winkels. Klanten worden tijdens hun koopjesjacht geholpen en gestuurd via social media met Facebook aan top. Retailers kunnen ook een Facebook klantenkring opbouwen. Fans worden via Facebook op de hoogte gehouden van nieuwe artikelen en evenementen in de winkel. Een nieuw fenomeen is de ‘cash mob’, waarbij consumenten via internet opgetrommeld worden om allemaal op hetzelfde moment geld uit te geven in een bepaalde winkel. ‘Een belangrijk argument voor frequenter bezoek aan het winkelgebied zijn langere openingstijden’ (retailnews, 2 juli 2013). Verandering in logistieke modellen Er zijn initiatieven vanuit winkelketens om de wekelijkse zondagopenstelling te bevorderen om tegenwicht te kunnen bieden aan de concurrentie van het ‘24/7 model’. Dit komt tegemoet aan de vraag naar andere openingstijden door de consument, eventueel in combinatie met de winkel als ophaalplek van online gekochte producten. Dit voorkomt dat kopers hun spullen bij (onbekende) buren moeten ophalen. Voor de winkelier is dit interessant, omdat de klant dan alsnog in de fysieke winkel komt. Als het op bezorging aankomt, hebben ‘consumenten steeds hogere verwachtingen. ‘Same day delivery’ en gratis verzending worden algemeen goed. Uit onderzoek blijkt dat drie van de vier mogelijke bestellingen uiteindelijk niet wordt geplaatst, omdat de consument verzendkosten moet betalen. Om gratis en snelle verzending te kunnen bieden moeten retailers hun logistieke kosten zo laag mogelijk houden. Regionale distributiecentra zijn hier het antwoord op’ (retailnews, 2 oktober 2012). ‘Winkeliers verwachten dat zij in de toekomst meer winkelruimte nodig hebben door e-commerce activiteiten. De retailers verwachten namelijk dat de winkel een belangrijke rol gaat spelen in de verwerking van online aankopen. In verband met het anders managen van de voorraad verwachten detailhandelaren dat zij in hun totale winkelnetwerk meer winkelruimte nodig hebben om spullen op te slaan’ (retailnews, 21 september 2012). Dat kan dus ook een regionaal distributiecentrum zijn op een bedrijventerrein. In dat geval zouden juist kleinere winkels mogelijk zijn. Ook kunnen er afspraken gemaakt worden met fabrikanten en/of leveranciers over rechtstreekse levering aan de klant. Gecombineerd met het afrekenen bij de lokale winkelier biedt dit juist kansen. Wel de omzet, maar niet het voorraadbeheer en de voorraadfinanciering. Zonder dergelijke afspraken is het noodzakelijk dat bedrijven volledig inzicht hebben in hun winkelvoorraden en dat die overeenkomen met de voorraden op internet. Veel retailers die verschillende verkoopkanalen willen integreren tot één (merk)beleving voor de consument, zogenaamde omnichannelretailers, zijn echter nog lang niet zover. ‘Schort het aan de betrouwbaarheid van informatie, dan haken consumenten af. Ze vinden het niet erg om tussen negen en tien uur ’s ochtends thuis te zijn, als ze maar zeker weten dat het pakket dan wordt afgeleverd’ (retailnews, 17 september 2013). Ook is er de opkomst van ophaalbalies en ophaalpunten. Soms zelfs een kluisjeswand aan de rand van de stad, waar de forens de lokaal gekochte spullen ophaalt vooraleer hij terug naar zijn woonplaats rijdt. De nieuwe technieken veranderen het koopgedrag en de distributiestructuur (bv. virtueel passen, thuisbezorgen van in een fysieke winkel gekochte artikelen, winkelier heeft juist meer of niet meer zoveel voorraad nodig in de winkel). Ander gedrag van fabrikanten ‘Fabrikanten verkopen ook steeds vaker direct aan de consument. In dit geval dus zonder tussenkomt van de (lokale) winkelier. Een grotere omzet is niet de enige beweegreden. Bij rechtstreekse verkoop kan de fabrikant zelf data van de consument verzamelen en analyseren, zoals fysieke kenmerken, productvoorkeur en koopgedrag. Daarbij kan de fabrikant dan gemakkelijker een sterk merk creëren en behouden. Met de eigen webshop kunnen ze consumenten verder makkelijker betrekken bij innovatie, via ‘crowdsourcing’ of ‘customization’. En ze hebben de service zelf in de hand en kunnen deze verhogen’ (retailnews,16 mei 2013). Andere manieren van etalageaankleding Er komen steeds meer aantrekkelijke manieren om leegstaande panden aan te kleden. Dat kan zijn met raamfolies waarop een winkelinrichting of juist een attractie uit de binnenstad te zien is, al dan niet met QR-codes die informatie geven over evenementen en activiteiten in de stad. Soms kunnen er via deze QR-code producten gekocht en betaald worden, waarbij het artikel thuis wordt afgeleverd. ‘Ook zijn er interactieve etalages met flatscreens en een kinectsensor. Voorbijgangers kunnen op een stip voor de etalage gaan staan om even te ‘gamen’ tijdens het winkelen. Behalve spellen kunnen de schermen ook gebruikt worden voor foto’s, filmpjes en reclame’ (retailnews, 30 augustus 2013). Maar niet alleen de etalages van leegstaande panden worden anders aangekleed. Ook zijn er winkels die via ‘beleving’ in de etalages de klant prikkelen om de winkel binnen te stappen. Een bijzondere vorm van etalageaankleding vormt de ‘boxverhuur aan kleine online ondernemers. Zij hebben vaak moeite met het trekken van publiek en zoeken een manier om bij de klant te komen. Webshopplatform Boqz biedt hen de mogelijkheid een box in een fysieke winkel te huren, die ze vullen met spullen uit hun eigen webshop. Dit wordt dan een winkel vol mini-etalages’ (retailnews, 30 augustus 2013). _______________________________________________________________ Virtuele paskamer bij Zalando Webwinkel Zalando is druk met de ontwikkeling van nieuwe technologie voor virtuele paskamers. Het zogenaamde Metail systeem helpt bezoekers bij het vinden van de juiste maat voor kleding in de online shop. Met deze ontwikkeling wil Zalando het aantal retouren reduceren. Consumenten kunnen met hun webcam en de bijbehorende software op de site van Zalando twee foto’s van zichzelf uploaden. Op basis van deze foto’s en de door de gebruiker ingevoerde meetgegevens vertelt het programma welke maat het beste past. Daarbij toont het programma ook hoe de gekozen kleding valt, waarbij aangegeven wordt of de kleding een goede pasvorm heeft of dat deze te groot is of te strak zit. Het systeem wordt momenteel getest op de productpagina’s van tweehonderd items van de eigen merken van de webwinkel. Consumenten kunnen na het virtueel passen hun foto’s delen via sociale media als Facebook en Twitter. Bron: retailnews.nl______________________________________________ 2.4Beschouwing Er is een grote verandering gaande in het retaillandschap met internet als grote stoorzender, maar ook als basis van veranderingen. Dit fenomeen kan aangegrepen worden om het tij gunstig te keren. De crisis is niet zozeer de veroorzaker van alle ellende in de detailhandel, maar juist de structurele veranderingen. De oplossing is dan ook zeker niet wachten tot de crisis voorbij gaat. Nee, de oplossing ligt in het inspelen op deze structurele veranderingen door aanpassing van o.a. logistieke modellen, verkooptechnieken en openingstijden. Maar ook aanpassingen in de openbare ruimte met belevingselementen zijn nodig om de klant naar het winkelgebied te trekken. Funshoppen, dat is wat de consument nog over de streep trekt om naar de stad te komen. En dat gaat dus veel verder dan alleen het winkelaanbod, maar een bepaald minimum aanbod en voldoende diversiteit is wel noodzakelijk om überhaupt in aanmerking te komen als interessant winkelgebied. Kortom, aanpassen aan de wensen van de consument. De klant is weer koning, een oude eenvoudige marketingles, want de klant heeft alternatieven te over. Met internet ligt de wereld aan zijn voeten. Het belang van aanpassingsgerichte actie voor de retailondernemer is duidelijk. Zonder klanten in zijn winkel houdt het snel op. Maar wat is het belang voor de gemeente. Wat is het publieke belang? Is ingrijpen door de lokale overheid gewenst? Hierover gaat het volgende hoofdstuk. 3 BELANG DETAILHANDEL VOOR DE GEMEENTE 3.1Aandeel detailhandel in lokale werkgelegenheid Eerst iets over de lokale economie in bredere zin. De bedrijvigheid in de Kanaalzone met de haven gerelateerde -, logistieke en industriële activiteiten levert een hoge economische toegevoegde waarde op. De industrie blijft fors investeren in de havenregio. Enig punt van zorg is de energieproblematiek (schaliegas). Er is genoeg economische dynamiek al helt het wel over naar de pure technische arbeidsmarkt. De gemeente Terneuzen telt in 2012 3.917 vestigingen, goed voor 27.448 arbeidsplaatsen. De industrie levert de meeste banen op. Daarnaast zijn de zorgsector én de detailhandel de belangrijkste werkgevers. In de periode 1996-2010 is de werkgelegenheid per saldo stabiel gebleven, daarna neemt het aantal banen af. De werkloosheid is 7,3% in september
  9. Gemeente Terneuzen 2010 2011 2012 vestigingen banen vestigingen banen vestigingen banen % banen Landbouw en visserij 426 963 422 1.022 427 1.015 3,70 Industrie 219 7.651 228 7.698 246 7.739 28,20 Bouwnijverheid 269 1.716 274 1.764 279 1.688 6,15 Groothandel 254 1.030 265 1.060 254 1.018 3,71 Detailhandel 570 3.043 565 3.004 546 2.881 10,50 Horeca 186 1.077 181 1.016 190 909 3,31 Vervoer / opslag en communicatie 409 2.207 415 2.188 433 2.183 7,95 Financiële diensten 78 385 67 404 65 368 1,34 Zakelijke diensten 676 1.933 636 1.907 656 1.897 6,91 Overige diensten 318 679 317 682 350 699 2,55 Overheden / openbaar bestuur 8 1.079 7 1.044 7 1.000 3,64 Onderwijs 139 1.307 132 1.302 140 1.341 4,89 Zorg en welzijn 307 4.557 296 4.579 324 4.710 17,16 Totaal Gemeente Terneuzen 3.859 27.627 3.805 27.670 3.917 27.448 100,00 Tabel 1: aantal vestigingen en banen naar sector in de gemeente Terneuzen van 2010 t/m 2012 Detailhandel is een belangrijke pijler van de Terneuzense economie; goed voor 14% van de totale bedrijvigheid en 10,5% van de totale werkgelegenheid. In absolute zin gaat het om 546 vestigingen en 2.881 arbeidsplaatsen. Om de diversiteit in het banenpotentieel te behouden, en dus minder afhankelijk te zijn van techniek en zorg, is het behoud van een gezonde detailhandel in de gemeente essentieel. 3.2Detailhandel in krimpgebieden 3.2.1 Effecten bevolkingskrimp op detailhandel‘De bevolking in Zeeuws-Vlaanderen is de laatste acht jaar licht gedaald. Uitgaande van de bevolkingsprognose van de Provincie Zeeland zal het aantal huishoudens tot 2020 licht stijgen, licht dalen in de periode 2020-2030 en na 2030 fors krimpen’ (EIB, 2013). Hoewel er in de MKBA als gevolg van de Belgische immigratie met een krimpdempingsscenario rekening wordt gehouden, blijft het inwoneraantal dalen. ‘In deze ontwikkeling staat Zeeuws Vlaanderen niet op zichzelf. Zowel in Nederland (van Delfzijl tot Heerlen) als in Europa (van Spanje tot Denemarken) hebben verschillende regio’s te maken met teruglopende inwonersaantallen en een verouderende bevolking. Momenteel is dit fenomeen alleen voorbehouden aan relatief perifere regio’s, maar in de toekomst zal het in grotere delen van Europa opduiken. Over twintig jaar heeft bijvoorbeeld meer dan de helft van de Nederlandse gemeenten te kampen met teruglopende bevolkingsaantallen’ (Bakker, 2012). De inschatting is dat op Zeeuws-Vlaams niveau de huishoudendaling in Terneuzen het laagst is in de periode tot
  10. Dit bevestigt dat de wereldwijde trend van trek naar de stad ook op lokaal niveau speelt. Deze trek naar de stad is vooral ingegeven door arbeid en voorzieningen. Bij de krimpvoorspellingen voor onze regio valt nog een nuance te maken. De lokale demografische ontwikkelingen zullen mede afhankelijk zijn van de (des)investeringen van de wereldwijde industriële spelers in de Kanaalzone. Werk trekt namelijk inwoners, mits het gebied ook aantrekkelijk is om te wonen. Daarnaast is vergrijzing een tendens waar we rekening mee moeten houden. ‘Want de gemiddelde 65-plusser besteedt 33% minder in de detailhandel dan personen tussen de 45 en 65 jaar’ (CBS). Figuur 2 schematisch overzicht effecten bevolkingskrimp op detailhandel ( DTNP, 2013) In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft Droogh Trommelen en Partners (DTnP) onderzoek gedaan naar detailhandel in krimpgebieden. Doel van dit onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de relatie tussen demografische verandering en detailhandel, en in de invloed van detailhandel op de leefbaarheid in krimpgebieden. Het Ministerie van BZK richt zich in het programma Bevolkingsdaling op 3 pijlers: Wonen en ruimte, Economische vitaliteit en Voorzieningen. Alle 3 zijn ze relevant voor de leefbaarheid. Zoals in figuur 2 gevisualiseerd komen daar nog de autonome trends in de detailhandel bij en is het geheel in samenhang te zien. ‘Conclusie is dat de detailhandelskrimp in krimpgebieden ‘kwadratisch’ optreedt: de effecten van de structureel gewijzigde detailhandelsector worden daar versterkt met de effecten uit de 3 thema’s van het (bevolkings)krimpbeleid. De gevolgen voor de detailhandel in deze gebieden zijn dan extra ook groot (krimp x krimp = krimp²). Samenvattend: een afnemende en vergrijzende bevolking heeft negatieve effecten voor het draagvlak van winkels de afnemende economische vitaliteit in krimpgebieden heeft negatieve effecten op het vestigingsklimaat voor winkels het verdwijnen van andere voorzieningen, zoals onderwijs, zorgt ervoor dat synergie-effecten verdwijnen’ (DTnP, 2013). 3.2.2 Effecten detailhandelskrimp op krimpgebiedenIn de gemeente Terneuzen is er een positief aspect in tegenstelling tot vele andere krimpgemeenten. De economische vitaliteit staat ook hier onder spanning, denk aan het energievraagstuk, maar is vooralsnog goed te noemen. Sterker nog, er wordt volop geïnvesteerd in de havens en industrie. Een probleem is echter wel dat in krimpgebieden sprake is van een afnemende potentiële beroepsbevolking. Onvoldoende aanbod van passend personeel leidt tot een minder aantrekkelijk vestigingsmilieu voor bedrijven. Minder bedrijvigheid (werk) kan weer leiden tot werkloosheid. Het is voor de economische vitaliteit van essentieel belang dat het gebied gunstig is om arbeid te importeren. Het aantrekken van werknemers wordt eenvoudiger als het hier aantrekkelijk wonen en leven is. Een aantrekkelijk centrum met voldoende aantrekkelijk winkelaanbod speelt daar een rol in. En de cirkel is rond. Ook de Brabants-Zeeuwse werkgeversvereniging maakt zich hier sterk voor (zie bijlage 3).Een sterke en goed functionerende economische structuur en arbeidsmarkt worden gezien als belangrijke randvoorwaarden voor de leefbaarheid. Het (dreigende) vertrek van (semi)-overheidsinstellingen is een negatieve ontwikkeling, omdat het de economische structuur en de diversiteit aan arbeid negatief beïnvloedt. Detailhandel is dus een van de basisvoorzieningen, die een belangrijke bijdrage leveren aan de leefbaarheid. Maar ook, detailhandelskrimp is een bedreiging voor de economische vitaliteit. Er ligt dus een directe relatie tussen detailhandel en de 2 andere pijlers: Wonen en ruimte en Economische vitaliteit. Zo bepaalt detailhandel mede het woon- en leefklimaat voor inwoners (én potentiële werknemers) en het vestigingsmilieu voor overige bedrijven. Het is bovendien een belangrijke werkgever voor de lokale arbeidsmarkt. ‘Het meest directe effect van het verdwijnen van winkels voor de economische vitaliteit in een gebied is het verdwijnen van het aantal arbeidsplaatsen in de detailhandelssector. Juist in gebieden met beperkte economische vitaliteit is de detailhandelssector nu nog groot (meer dan 10% van de banen, veelal lokale werknemers). Afname van het aantal winkels heeft in deze regio’s relatief grote gevolgen, met name voor lager opgeleiden. Daarnaast heeft de afname van het aantal winkels ook een indirect werkgelegenheidseffect. De aanwezigheid van winkels zorgt er namelijk voor dat er ook ruimte is voor andere bedrijven. Dit zijn enerzijds bedrijven die profiteren van de aantrekkingskracht van consumenten door de aanwezigheid van winkels (zoals horeca). Anderzijds zijn het bedrijven die de detailhandel als klant hebben (bank, accountant, schilder, etc.). Een afname van de detailhandel leidt dan ook tot minder werkgelegenheid voor dit type bedrijven. Winkelvoorzieningen dragen direct bij aan het vestigingsmilieu voor andere bedrijven. De aanwezigheid van winkels zorgt voor drukte en levendigheid in een centrum, voor een positief imago en voor een goed woon- en leefklimaat. Door het verdwijnen van winkels en toename van leegstand neemt ook het vestigingsklimaat voor andere winkels en bedrijven af’ (DTnP, 2013). Daar komt nog bij dat een groot deel van de zelfstandige winkeliers (babyboomgeneratie) de komende jaren met pensioen gaat. Circa 40% van de zelfstandige mkb-ers is ouder dan 50, eenzesde is zelfs ouder dan 60 jaar. Meer dan voorheen gaan zelfstandigen komende jaren stoppen. Jongere generaties kunnen of willen de winkel niet automatisch overnemen. Het aantal starters is beperkt door het ongunstige toekomstperspectief. De vergrijzing leidt dus de komende jaren tot het sluiten van veel winkels zonder opvolging. Niet alleen betekent dat een toenemende leegstand maar ook een toenemende werkloosheid voor zover er personeel in dienst was. 3.2.3 Detailhandel en leefbaarheid‘Onder het begrip leefbaarheid wordt verstaan ‘de mate waarin de leefomgeving aansluit bij de voorwaarden en behoeften die er door de mens aan worden gesteld’. Leefbaarheid is dus een subjectief begrip. Er is al veel onderzoek gedaan naar de perceptie van bewoners over leefbaarheid. Hieruit komt naar voren dat de tevredenheid met de woonomgeving (leefbaarheid) slechts in beperkte mate wordt bepaald door de aanwezigheid van winkels in de buurt. Dit geldt in heel Nederland, maar ook specifiek in krimpgebieden. Voor de meeste bewoners is de aanwezigheid (nabijheid) van (winkel)voorzieningen geen harde randvoorwaarde voor de leefbaarheid. De beschikbaarheid (bereikbaarheid en toegankelijkheid) van voorzieningen is dat wel. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het verdwijnen van winkels niet rechtstreeks hoeft te leiden tot problemen op het gebied van leefbaarheid, mits er op aanvaardbare afstand van de woonomgeving (voldoende) winkels beschikbaar zijn. Voor specifieke groepen kan het wegvallen van voorzieningen wel tot knelpunten leiden. Voor bewoners met een geringe mobiliteit (vaak ouderen en/of bewoners met een laag inkomen) betekent het wegvallen van winkels ook het wegvallen van de beschikbaarheid ervan. Het verdwijnen van winkels is voor hen wel een directe afname van de leefbaarheid. Bij een te klein en afkalvend draagvlak is het aanwezig houden van winkels ten behoeve van de leefbaarheid vaak geen optie (meer). Voor de kwetsbare bevolkingsgroepen, voor wie de leefbaarheid afneemt door afwezigheid van winkels, zijn dan ook andere oplossingen nodig. Het gaat hierbij om een breder sociaal-maatschappelijk vraagstuk. Mogelijk bieden op deze groepen toegespitste internettoepassingen, afhaalpunten, bezorgdiensten en woon-winkelvervoer op maat oplossingen om winkelvoorzieningen toegankelijk te houden. Er zijn dus oplossingen voor het toch kunnen doen van aankopen ondanks de directe afwezigheid van winkels. Maar een ander aspect kan niet zomaar opgevangen worden. Winkels hebben ook een sociale ontmoetingsfunctie. Een buurthuis o.i.d. kan dit wellicht nog vervangen. Maar winkeliers hebben van oudsher een belangrijke functie in het verenigingsleven. Denk bijvoorbeeld aan sponsoring. Met het verdwijnen van winkels verdwijnt ook een deel van deze sociale infrastructuur’ (DTnP, 2013). 3.2.4 Detailhandel en beschikbaarheid‘In veel krimpgebieden wordt (ook op afstand van de woonomgeving) de kwaliteit en compleetheid en daarmee de beschikbaarheid van winkels bedreigd. Als in een hele gemeente het winkelaanbod afkalft, komt ook de leefbaarheid voor alle (ook ‘niet kwetsbare’) groepen onder druk te staan’ (DTnP, 2013). Het is dus zaak ervoor te zorgen dat de beschikbaarheid van detailhandel in de gemeente Terneuzen overeind blijft. Maar hoe moet dat dan? Volgens DTnP moet dat door vooral te investeren in kansrijke winkelgebieden en tegelijk kansarme locaties af te bouwen, waardoor weer een gezonde en meer aantrekkelijke winkelstructuur ontstaat. Dat roept dan meteen de vraag op wat de kansrijke en wat de kansarme winkelgebieden dan zijn. Om deze vraag te beantwoorden lijkt het zinvol eerst te kijken naar de functies van winkelgebieden. De consument kiest elke keer weer zijn winkel of winkelgebied, afhankelijk van zijn motief op dat moment. Zoekt hij sfeer of vooral veel keuze? Of moet het vooral snel en efficiënt? 4 typen consumentengedrag (of bezoekmotieven) domineren: Recreatief winkelen: ontspanning, vermaak en beleving in een sfeervolle ambiance (binnensteden en andere grote centra) Vergelijkend winkelen: oriëntatie, aankoop van een smaak- of keuzegevoelig artikel (woonboulevards en factory outletcentra) Boodschappen doen: frequent gekochte artikelen, deels vers, gemak en nabijheid belangrijk (dorps-, buurt- en wijkcentra) Doelgericht kopen: artikel al in het hoofd, snelheid, efficiëntie en verkrijgbaarheid bepalend (GDV/PDV-locaties) De ontwikkelingen in de winkelmarkt hebben verschillende gevolgen per type bezoekmotief en type winkelgebied. Kwetsbaar zijn de buurt- en dorpscentra met een te klein draagvlak, en de ‘kleurloze’ centra van middelgrote kernen. Winkelgebieden die in staat zijn in te spelen op één of meer populaire bezoekmotieven zijn kansrijk. Omdat vergelijkend winkelen (oriënteren en kopen van keuzegevoelige artikelen) meer en meer via internet gebeurt, wordt ‘beleving’ steeds belangrijker (recreatief winkelen). Dit vraagt om stedenbouwkundig aantrekkelijke gebieden met verrassend en onderscheidend aanbod, kritische massa (keuze, variëteit) en (daarmee) een groot verzorgingsgebied. Daarnaast is een prettige, bijzondere ambiance steeds meer cruciaal. Ook in deze kansrijke centra moet overigens rekening worden gehouden met afnemende behoefte aan winkels (o.a. in aanloopzones). Mits compact en compleet (en op aanvaardbare afstand van voldoende inwoners) hebben de grote boodschappencentra goede kansen, mede door overname van de rol van kleinere centra (opschaling). Minder makkelijk, maar cruciaal, is (delen van) winkelgebieden waar geen of onvoldoende perspectief voor is, benoemen en vervolgens af te bouwen of te bevriezen. Dit biedt extra draagvlak voor de meer kansrijke winkelgebieden. Belangrijker nog is dat niet langer zonder bedrijfseconomisch en zinvol maatschappelijk rendement wordt geïnvesteerd in winkels op kansarme locaties. Door de winkelfunctie hier actief af te bouwen, worden bovenal verloederde winkelpanden en langdurige leegstand opgeruimd. Dit levert de meest directe bijdrage aan de leefbaarheid. De uitdaging is de leefbaarheid in gebieden te behouden en te verbeteren door een actieve aanpak van winkellocaties. Kansrijke locaties (die aantrekkelijk zijn voor consumenten en ondernemers) kunnen worden versterkt. Zo wordt voorzien in de beschikbaarheid van een compleet winkelaanbod op aanvaardbare afstand van de woonomgeving’ (DTnP, 2013). 3.3Beschouwing Detailhandel en winkelgebieden zijn sterk bepalend voor het woon- en leefklimaat voor inwoners, het vestigingsmilieu voor overige bedrijven en voor de lokale werkgelegenheid. Aandacht voor behoud van aanbod en kwaliteit in detailhandel lijkt dan ook vanzelfsprekend. Hoewel de aanwezigheid van winkels niet altijd direct cruciaal is voor de leefbaarheid, is dat indirect wel het geval. Sterke detailhandelsvoorzieningen hebben daarmee een sleutelpositie in het krimpbeleid. Detailhandel kan daardoor strategisch ingezet worden, bijvoorbeeld als middel om krimpgebieden leefbaar te houden. Dat vereist echter wel (maatschappelijke) keuzes van de overheid, want niet alle winkellocaties hebben nog kansen. Waar is leegstand het minst erg? In reguliere winkelgebieden, op GDV/PDV-clusters of op verspreid gelegen locaties? In alle gevallen wordt ervan uitgegaan dat er wel ergens leegstand is of ontstaat. Voor de structurele leegstand dient gezocht te worden naar oplossingen. Met ruimtelijk detailhandelsbeleid kan voor inwoners van de gemeente Terneuzen ook op langere termijn een voldoende voorzieningenniveau worden gewaarborgd. Waarbij rekening wordt gehouden met hef feit dat sommige mensen bewust kiezen om in een dorp te wonen ondanks dat voorzieningen daar minder zijn dan in de stad. Mits deze voorzieningen op aanvaardbare afstand aanwezig zijn, wordt dat niet als een probleem ervaren. Inspanningen kunnen er mede op gericht zijn om de lokale klant bewust te maken van het feit dat de leefbaarheid in de eigen woongemeente afhankelijk is van het voorbestaan van winkels en horeca. En dat lokale bestedingen hard nodig zijn voor de overlevingskansen van deze winkels. Maar zoals eerder aangegeven, dan zal het winkelgebied toch echt iets te bieden moeten hebben. De gemiddelde lokale klant is namelijk niet gevoelig voor het behoud van het winkelaanbod. Er wordt via internet net zo makkelijk een op maat gemaakte jurk besteld die in Thailand wordt gemaakt. Gewoon vanwege het gemak. Een dagtoerist heeft hoe dan ook geen boodschap aan behoud van het lokale winkelaanbod. Die gaat daar naar toe, waar hij zich een dag kan vermaken. Waar een totaalaanbod is van beleving met voldoende gevarieerde winkels, horeca, cultuur, evenementen, aantrekkelijk parkeren, technologische toepassingen in de openbare ruimte en ‘things to see’ oftewel ontdekplekjes. In de gemeente Terneuzen heeft de stad Terneuzen het meeste potentieel om uit te groeien tot recreatief winkelgebied van de gemeente. Door in te zetten op een sterke centrale kern wordt voorkomen dat heel de gemeente in dat opzicht wegzakt. Zonder keuzes houden ondernemers en projectontwikkelaars de hand op de knip. Investeerders hebben behoefte aan een richting van de overheid. Het uit de weg gaan van keuzes of het ‘geleidelijk zelf laten afsterven’ leidt tot lange onzekerheid, stagnatie en leegstand. De markt heeft de richting al bepaald. De overheid kan er alleen zorg voor dragen dat deze ontwikkelrichting zich versnelt en dat er zoveel mogelijk maatschappelijke schade wordt voorkomen. Hiermee wordt ook versnippering voorkomen over te veel locaties met elk te weinig kritische massa en attractiviteit. In regionaal opzicht heeft de stad Terneuzen ook de meeste troeven in handen om (dag)toeristen te trekken met trekkers als de Westerschelde en het sluizencomplex. Met meer bezoekers en de kansen op functiesynergie zijn investeringen eerder haalbaar en ontstaat meer draagvlak voor specialisme en kwaliteit. Maar hoe moet dat alles verbonden en verkocht worden om aantrekkelijk te zijn als winkelstad. Hoe te concurreren met omliggende winkelsteden? Verschilt de inzet van de kaarten naar gelang het schaalniveau? Met andere woorden, hoe is de stad Terneuzen te plaatsen in de grote regio (grofweg Zeeland en het Vlaams gewest)? En hoe in Zeeuws-Vlaanderen? En op gemeentelijk niveau? Over dit onderscheid naar gelang het perspectief gaat het volgende hoofdstuk. Het zal niet verwonderlijk zijn dat hier ook een link met citymarketing te leggen valt. 4 TERNEUZEN OP SCHAALNIVEAUS 4.1Regio + Het gedeelte van Zeeland tussen de Westerschelde en Oosterschelde in en het gedeelte van Vlaanderen wat buiten het secundaire verzorgingsgebied (> 30 km afstand) valt, noemen we regio +. Het gaat om het gebied wat niet ingekleurd is in figuur
  11. Figuur 3: Verzorgingsgebied winkelstad Terneuzen Bron: Basisregistratie Topografie Achtergrondkaart, 2012; bewerking Bureau Stedelijke Planning. In deze zogenaamde grote regio plaatsen we de stad Terneuzen. Welke rol kan Terneuzen daarin spelen? Met welke ontwikkelingen in deze regio+ moeten we rekening houden? De fysieke afstand vanuit dit gebied naar Terneuzen is niet groot. Vlissingen, Middelburg en Goes liggen op een half uur rijden van Terneuzen. De mentale afstand is echter wel groot. Het gedeelte in Vlaanderen dat in deze analyse wordt meegenomen, ligt tot op ongeveer 3 kwartier/een uur rijden van Terneuzen. Hier ook een fysieke afstand die de hedendaagse consument niet als een belemmering ervaart. Echter, met plaatsen als Antwerpen, Sint-Niklaas, Gent, Brugge en Knokke in dit gebied is de concurrentie op het eerste zicht te groot. Tenzij Terneuzen daar een heel eigen positie in kan innemen, wat een uitdaging is tegenover deze groteske, historische steden. Wat kan dan toch interessant genoeg zijn voor de consumenten in dit gebied om Terneuzen te prefereren voor een (mid)dagje ‘uit’? 4.1.1 Vlaams gewestAangezien het dagtoerisme vanuit België een interessant perspectief biedt, worden de pijlen hier eerst op gericht. Onze gemeente grenst aan België, dus is het zinvol te bezien welke detailhandelsontwikkelingen er over de grens zijn. Waar ligt de concurrentie van Terneuzen in de strijd om de spenderende Belg? Een euro kan immers maar een keer uitgegeven worden. En waar liggen de kansen van Terneuzen? In figuur 4 een kaart van België met de belangrijkste plaatsen. Figuur 4: België in beeld met in roze het Vlaams Gewest In 2007 (DTnP) bleek al dat het kernwinkelgebied aantrekkingskracht heeft op de Belgische consument. In de loop van de jaren weten steeds meer Belgen het winkelcentrum van Terneuzen te vinden. Dit blijkt uit navraag bij de winkeliers en horecazaken en de waarneming van Belgische kentekens op de parkeerplaatsen (terwijl de toeloop naar koffieshop Checkpoint verdwenen is). De relatieve rust en het gemakkelijk kunnen parkeren in Terneuzen blijken voor de Belgische bezoekers een pré te zijn. Ook vindt de Belg ‘ons’ vriendelijk. De uitdaging is om deze Belgische bezoekers te fêteren en ze tot ambassadeurs te maken. Terneuzen is dus in trek bij de Belgen en de uitdaging is om ook buiten het primaire en secundaire verzorgingsgebied aantrekkingskracht uit te oefenen. Hier ligt een groot potentieel aan bezoekers met 6,3 mln inwoners in het Vlaams Gewest (zie het rode gedeelte in figuur 5). Figuur 5: het Vlaams Gewest De Belgische detailhandel wordt fors uitgebreid en gemoderniseerd. Voorbeelden onder de rook van Zeeuws-Vlaanderen zijn te vinden in het West-Vlaamse Knokke-Heist, Damme en het Oost-Vlaamse Eeklo, Gent, Lokeren en Sint-Niklaas. Waarbij Knokke-Heist vooral door de combinatie met de boulevard aantrekkelijk is (dus meer in het voorjaar en de zomer) en Sint-Niklaas vooral door het overdekte Waasland Shopping Center (dus meer in het najaar en de winter). Een voorbeeld van wat de impact kan zijn van een nieuwe winkellocatie buiten het centrum van de stad is te zien in Sint-Niklaas. Hier is het voormalige kernwinkelgebied onderuit gegaan als gevolg van het Waasland Shopping Center. ‘In de Stationsstraat daalde het aantal passanten van 70.000 tot 40.000 en staat inmiddels meer dan een kwart van de panden leeg. Evenals in Merksem trouwens. De problematiek lijkt in België niet anders dan in Nederland. Ondanks de toenemende leegstand, 8,78% in Vlaanderen zijnde een stijging van 40% in 3 jaar tijd, worden er nog steeds m2 detailhandel bijgebouwd’ (Sleurs, 2013). Net ten zuiden van de grensgemeenten komen we in Vlaanderen een aantal plaatsen tegen met een meer dan lokaal verzorgend winkelaanbod. Denk aan Antwerpen, Gent en Brugge. Genoemde plaatsen zijn te beschouwen als directe concurrenten van Terneuzen. In de strijd om de spenderende Vlaming spelen er meer zaken een rol dan concurrentie van winkelsteden. In het kader van dit rapport beperken we ons echter tot dit gegeven. We vinden dit te verantwoorden vanuit het culturele perspectief dat de Vlaming er graag een middag op uit trekt, vooral op zondag, om te winkelen, te drinken en te eten. Waarbij vooral dit laatste van niet te onderschatten waarde is. Een ander aandachtspunt is het volgende. Na realisatie van de infrastructurele werken (Sluiskiltunnel, Tractaatweg) ligt Terneuzen aan de doorgaande route Goes-Gent. Twee concurrerende steden in de omgeving waar we rekening mee moeten houden en slim op in moeten spelen. Door in Terneuzen iets te bieden wat ze elders niet hebben en interessant genoeg is om bezoekers te verleiden de afslag Terneuzen te nemen. Goede bewegwijzering vanuit de verschillende invalswegen (Westerscheldetunnel, sluizencomplex en N61/N62 na voltooiing van de Sluiskiltunnel) is belangrijk om de weg naar het centrum te vinden. Een goede, blijvende bereikbaarheid van Terneuzen Centrum behoeft specifieke aandacht tijdens en na de bouw van de nieuwe zeesluis. Goede afslagmogelijkheden met de bijbehorende infrastructuur zijn van overlevingsbelang voor de winkels en horeca in de binnenstad. Onderscheidend is de nabijheid van de Scheldeboulevard en het sluizencomplex nabij het stadscentrum. Maar alleen wandelen en kijken is niet voldoende. Zoals eerder aangegeven zal de horeca hierop in moeten spelen. Zonder veel en aantrekkelijke horeca is de strijd om de Bourgondische Vlaming bij voorbaat al verloren. Het leisurecenter met de skihal heeft het potentieel uit te groeien tot een interessante regionale trekker. Hoe de kruisbestuiving met het stadscentrum beter tot zijn recht kan komen, is nog een vraagstuk. Een optie is een gratis busverbinding met het centrum, waardoor een interessante combinatie ontstaat van gratis parkeren en makkelijke bereikbaarheid van het centrum. 90% van de bezoekers van de skihal zijn Belgen en zondag is de drukste dag. Het ligt voor de hand hier op in te haken, zodat deze bezoekers ook het centrum van Terneuzen aandoen. 4.1.2 Zeeland tussen de Westerschelde en OosterscheldeGoes, Middelburg en Vlissingen zijn concurrerende steden, die ieder hun eigen positie innemen. Goes bekleedt de functie van regionaal winkelcentrum uitstekend. Het is een woon- en werkstad, die van oudsher het imago heeft van winkelstad. Het is een goed voorbeeld van wat een imago voor een stad kan betekenen, mits er geïnvesteerd blijft worden in dit imago. Het winkelaanbod (zie tabel 2) overtreft ruim het aanbod van Terneuzen. Qua sfeer en activiteiten zijn Goes en Terneuzen vergelijkbaar. Een ‘dagje Goes’ komt bij de meeste Zeeuwen spontaner op het netvlies dan een ‘dagje Terneuzen’. Zelfs bij vele Zeeuws-Vlamingen. Het is interessant te onderzoeken hoe dit komt. Ligt dit puur aan het winkelaanbod of is het een kwestie van imago? De binnenstad van Goes heeft de functie van recreatief winkelen. Goes kent ook een woonboulevard, Marconi, voor doelgerichte aankopen. Op loopafstand van het centrum kan geparkeerd worden tegen een maximaal dagtarief van € 3,20 (Hollandiaplein) en in de parkeergarage in het centrum is het 3e en 4e uur gratis parkeren. Vlissingen staat vrij solitair, maar heeft wel het voordeel van studentenstad te zijn en over toeristische aantrekkingskracht te beschikken. Het strand en de boulevard zijn aantrekkelijk. Qua detailhandel heeft Vlissingen het moeilijk met een stad als Middelburg (maar ook Goes) zo dicht in de buurt. Vlissingen levert in Nederland positievere associaties op dan Terneuzen. Hierin speelt historie een rol en ook evenementen zoals het bevrijdingsfestival en Film by the Sea, die Vlissingen landelijk op de kaart hebben gezet. Qua winkelaanbod doet Terneuzen niet onder voor Vlissingen, maar de merkbeleving is in Vlissingen beter vorm gegeven. Zo is het DNA-profiel van Vlissingen uitgewerkt in de openbare ruimte wat het maritieme imago onderstreept. Vlissingen heeft het net als Terneuzen lastig om de functie van recreatief winkelgebied in te vullen. Het is nog veelal een mix met de boodschappenfunctie, maar ook daar wordt hard gewerkt aan de beleving en gastvrijheid (bv. 3 uur gratis parkeren) in het centrum. De bezoekersaantallen (zie tabel 2) in Vlissingen overschrijden de aantallen in Terneuzen ruimschoots. Middelburg neemt als provinciestad en met zijn historische gebouwen een aantrekkelijke positie in. Qua centrumfunctie en qua m2 winkelaanbod in het kernwinkelgebied is Middelburg wel te vergelijken met Terneuzen. Middelburg heeft wel de trekker H&M. Het historische stadshart biedt hier extra beleving, waardoor de functie van recreatief winkelen beter ingevuld kan worden. In de m2 wvo is PDV/GDV-locatie, de Mortiere opgenomen. De Mortiere heeft een regionale aantrekkingskracht, maar combinatiebezoeken met het centrum zijn niet vanzelfsprekend. De afstand kan niet te voet overbrugd worden en de functies, doelgericht kopen en recreatief winkelen, zijn nogal verschillend. Vaak komt de consument of voor het een of voor het ander. Het ZEP heeft het moeilijk. Tegenvallende bezoekersaantallen zorgen ervoor dat het voetbalmuseum verdwijnt. Qua toerisme is het een pré dat alle drie de steden een treinstation hebben. Hierna volgt een overzicht van de 4 grootste steden van Zeeland op basis van Locatusgegevens. Terneuzen Goes Vlissingen Middelburg laatste locatus telling 2013 2013 2011 2013 m2 wvo 30.500 51.000 29.800 61.500 verkooppunten 150 290 200 360 aantal bezoekers op jaarbasis 2.4 miljoen 4,6 miljoen 4 miljoen 8,2 miljoen daling aantal bezoekers t.o.v. voorlaatste telling 17% 20% 9% ? wekelijkse passanten per 1.000 m2 wvo 1.500 1.700 2.600 2.600 leegstand in kernwinkelgebied 14% 9% 15% 10% Tabel 2: vier grote steden in Zeeland vergeleken op basis van Locatuscijfers 4.1.3 Visie regio +Terneuzen in de functie als dé winkelstad in de regio+ is niet realistisch. Hiervoor zijn er te veel concurrerende steden in de buurt die een aantrekkelijker winkelaanbod en/of historische binnenstad bieden. Zaken die van belang zijn in de keuze van de consument. Hoewel Terneuzen zeker historie heeft, denk aan de vestingwerken en de binnenvaart, is dit onvoldoende terug te vinden in de openbare ruimte. De band met het water is nog sterk aanwezig, maar is vooral haven- en werk gerelateerd. Hoewel dit een boeiend schouwspel oplevert, mist het water een ‘warme’ kant. Hoe kan het water ook recreatief en toeristisch ingezet worden? Het verbinden van het project Veerhaven, het toekomstige nieuwe sluizencomplex en het haveninformatiecentrum Portaal van Vlaanderen aan het centrum biedt kansen. Ook het creëren van kunstmatige vestingen, het terugbrengen van water in de stad (kan ook met fonteinen of soundscapes) of het uitdiepen van een thema zoals de Vliegende Hollander past in dit verband. Terneuzen, de stad van De Vliegende Hollander biedt een verhaal, een identiteit, maar vooral een vermaakthema dat de naar beleving zoekende consument aantrekt. Het moet dan wel groots en breed uitgedragen worden, zowel in de openbare ruimte als in de winkels en horeca, opdat de bezoeker dit verhaal bevestigd krijgt op verschillende manieren. 4.2Zeeuws-Vlaanderen Terneuzen ligt centraal in het verzorgingsgebied Zeeuws-Vlaanderen met 106.235

(2012)inwoners. Zoals in figuur 3 (pagina 26) al duidelijk werd hoort ook een deel van Oost-Vlaanderen tot het secundaire verzorgingsgebied. Het gaat om het gedeelte binnen een straal van 30 km van Terneuzen, waar ruim 56.000 Belgen (uit de gemeenten Assenede, Zelzate, Wachtebeke, Moerbeke en Stekene) wonen. Hoewel het gedeelte aan de andere kant van de Westerschelde ook grotendeels binnen een straal van 30 km ligt, wordt dit niet tot het secundaire verzorgingsgebied gerekend. Ondanks de Westerscheldetunnel (of misschien wel dankzij gezien de tolheffing) is het water een grote barrière gebleken. 4.2.1 Koopcentra in Zeeuws-VlaanderenTerneuzen is de gemeente met de meeste inwoners (54.705 inwoners op 1 januari 2013) en de grootste kern (24.845 inwoners) in Zeeuws-Vlaanderen. En daarmee tevens de grootste centrumgemeente binnen de regio. De ontwikkelrichting van Terneuzen als winkel concentratiegebied wordt onderstreept door initiatieven van projectontwikkelaars in deze stad. Steeds meer ketens kiezen voor een vestiging in het marktgebied Zeeuws-Vlaanderen en wel in de grootste kern. Centrumbranches profiteren van elkaars aanwezigheid, waardoor er sprake is van een verdergaande concentratie in Terneuzen. Figuur 6 toont de koopcentra in Zeeuws-Vlaanderen. Alle genoemde plaatsen hebben een verzorgingsgebied dat boven het eigen inwonertal uitstijgt. Figuur 6: koopcentra in Zeeuws-Vlaanderen Kleinere centrumgemeenten in Zeeuws-Vlaanderen zijn Hulst en Sluis. Beiden hebben een specifiek profiel als kooptoeristisch winkelgebied. De supermarkten in deze kernen, evenals in Axel en Sas van Gent, trekken nog steeds veel Vlamingen aan. Het wegvallen van het banktoerisme als reden om deze kernen te bezoeken is weggevallen en eigenlijk is alleen Sluis er goed in geslaagd om de Vlaming te behouden voor een ‘dagje uit’. Dit levert kansen op voor Terneuzen. Een Vlaming gaat er altijd op uit en water blijft trekken. Doordat de Vlaming niet meer gebonden is aan een bepaalde (persoon van een) bank is hij veel vrijer in de keuze van zijn ‘dagje uit’. Als Terneuzen hier goed op inspeelt met interessante winkels & openingstijden en goede horeca liggen hier groeikansen qua bezoekersaantallen. ‘Behalve in de sector ‘in-en-om-het-huis’ (woonwinkels, bouwmarkten, tuincentra e.d.) heeft Terneuzen het grootste winkelaanbod in Zeeuws-Vlaanderen (figuur 7). Voor een regiofunctie van een kern is een breed (en diep) aanbod in alle sectoren belangrijk. Het aanbod in de andere kernen is vooral in diep in een beperkt aantal branches en gericht op ‘specifieke segmenten’: Axel: Pot Interieur, Hulst: Morres, Sluis: mode & luxe. De omvang van het winkelaanbod in Oostburg indiceert een kleiner marktbereik en functie voor boodschappen en frequent benodigde goederen van inwoners van deze kern en de directe omgeving’ (RBOI, 2012). Figuur 7: Omvang winkelaanbod van de belangrijkste winkelplaatsen in Zeeuws-Vlaanderen vergeleken (Locatus, maart 2012) Als we puur naar het centrum kijken van de grootste koopcentra, aangezien hier het recreatief winkelen plaatsvindt, ziet de situatie er als volgt uit: Koopcentra Zeeuws-Vlaanderen m2 wvo Aantal verkooppunten Hulst 12.980 85 Terneuzen 29.063 200 Sluis 27.479 155 Tabel 3: Recreatieve winkelgebieden Zeeuws-Vlaanderen vergeleken (weerbaarheidsanalyses KvK, 2012) Hierna zoomen we wat dieper in op de koopcentra in Zeeuws-Vlaanderen: Hulst Hulst heeft van oudsher een sterke positie in de woonbranche en met de uitbreidingsplannen rondom Morres, het zogenaamde Life Style Village, wordt dit speerpunt verder ontwikkeld. Het onzekere effect hiervan op de binnenstad zet het vizier van de binnenstadondernemers en de Provincie op scherp. Discussie was er vooral over het tussengebied tussen Morres en de binnenstad. Wel of geen kleinere winkels dan 1.000 m2 wvo toestaan? In het op 19 september 2013 vastgestelde bestemmingsplan ‘De Statie herziening Life Style Village’ is dit tussengebied niet meegenomen. Life Style Village moet als grote bovenregionale trekker voor Hulst gaan functioneren en zal de functie van vergelijkend winkelen innemen. De Mandemakers Groep, waartoe Morres behoort, is van plan om in 2014 te starten met het verbouwen van Opslag 7 en aansluitend de verdere ontwikkeling en realisatie van het Life Style Village ter hand te nemen. Ontwikkelplan Life Style Village, Hulst Hulst heeft een knus stadscentrum omringd door wallen en een mooie basiliek in het hart. Het stadje heeft een vriendelijke uitstraling en het vervult een centrumfunctie in Oost-Zeeuws-Vlaanderen. Hulsterse binnenstadondernemers hebben zich gegroepeerd in Hulst vestingstad. De contacten met de gemeente zijn intensief. In het najaar 2013 is Hulst Online als collectief digitaal platform de lucht in gegaan. Hiermee wordt vooral getracht de lokale bestedingen te stimuleren. Want Hulst heeft niet meer die functie van recreatief winkelen zoals het dat vroeger had. De knusheid van het stadje, de wallen, de basiliek en de in 2013 opgeleverde nieuwe Bierkaai zorgen voor (historische) beleving die niet zonder meer te evenaren is. Daardoor zal het stadje wel altijd een bepaalde aantrekkingskracht blijven behouden. En er wordt nog volop geïnvesteerd in het centrum, zoals aan de Bierkaai. Dit project heeft een impuls gegeven aan de binnenstad door het slopen van m2 wvo en het toevoegen van kwaliteit aan de buitenruimte. Bierkaai, Hulst Door de concentratie van grootschalige winkels en supermarkten aan de Statie is er weliswaar goed invulling gegeven aan de centrumfunctie, het houdt echter bezoekers uit de stad. In 2011 is het aantal bezoekers geteld en verdisconteerd op jaarbasis; 2,6 mln aan de Statie, 2,1 mln in de binnenstad en 750.000 bij Morres. Het parkeerregime voor bezoekers van Hulst is nogal gevarieerd; van parkeerschijfvergunningen (€ 35,= per jaar voor dagelijks maximaal 4 uur parkeren) tot parkeerkraskaarten (€ 1,50 voor een dagdeel) voor inwoners van de gemeente. Bezoekers in het algemeen kunnen een kaartje kopen aan de parkeerautomaat tegen € 0,80 tot € 1,30 per uur. Een parkeerpas voor bedrijven/detailhandel kost € 120,= per jaar. Bij afname van meer dan 5 parkeerpassen zijn de kosten € 130,- per jaar. Sluis Sluis heeft een grote toeristische aantrekkingskracht door een sterke positie in de modische- en luxe branches gecombineerd met een ruim en gevarieerd horeca aanbod (van eenvoudig tot een zeer hoog niveau). Vooral door die combinatie weten nog heel veel Vlamingen Sluis goed te vinden, met name op zondag als dagje uit. Sluis heeft overduidelijk een veel groter aanbod dan past bij het inwoneraantal. In het zomerseizoen trekt het stadje vele toeristen, die aan de West-Zeeuws-Vlaamse kust verblijven. Sluis leeft van het kooptoerisme. Het aantal bezoekers op jaarbasis overtreft Hulst ruimschoots. Sluis kent nauwelijks leegstand. Sterker nog, landelijke ketens tonen nog steeds interesse om zich daar te vestigen. Gemeente, vastgoedeigenaren en de ondernemers hebben zich verenigd middels een convenant Binnenstadsmanagement Sluis, waaruit goede samenwerkings-initiatieven komen. Zo zijn er onlangs twee digitale welkomstborden geplaatst bij de entree van de stad en zijn er in het centrum twee digitale informatieborden te vinden. Lokale ondernemers kunnen hier hun informatie en aanbiedingen op kwijt, maar ook evenementen worden hierop aangekondigd. Consumenten worden op die manier verleid om te besteden en terug te komen. Sluis is een recreatief winkelgebied. Gezien de vele bezoekers kent Sluis een parkeerprobleem, waardoor het parkeerbeleid zal worden aangepast. Sluis kent een zogenaamd progressief parkeersysteem. Dat wil zeggen: hoe verder u van het centrum parkeert, hoe lager het tarief. Het maximale dagtarief is € 3,50 op de grote parkings rond het centrum. In het centrum betaalt de bezoeker € 1,50 per uur. Een parkeervergunning voor bewoners of ondernemers in de kern kost € 50,= per jaar. Oostburg Oostburg is geen centrumgemeente, maar vervult wel een centrumfunctie. Van alle koopcentra in Zeeuws-Vlaanderen heeft Oostburg het kleinste winkelaanbod. Dit aanbod is passend bij het inwoneraantal van de kern en de beperkte centrumfunctie van Oostburg. De kern is onlangs uitgebreid met een Hema en er zijn plannen om te investeren in het centrum. Hiervoor is de reclamebelasting in het leven geroepen. Ook het vrij parkeren in Oostburg is mogelijk gemaakt door invoering van deze belasting. Gezien de boodschappenfunctie van Oostburg is hiermee een belangrijke stap gezet. Cadzand/Breskens Hoewel geen koopcentra willen we niet aan de ontwikkelingen in Cadzand en Breskens voorbij gaan. In deze dorpen wordt veel geïnvesteerd door ondernemers en de overheid. Cadzand is vele vakantiewoningen rijker, o.a. door kustpark ‘Noordzee Résidence Cadzand Bad’ (de Roompot) en heeft hierdoor een veel groter potentieel aan verblijfstoerisme gekregen. Hierdoor wordt het ook voor andere ondernemers weer interessant om te investeren. Ook zijn er plannen voor de ontwikkeling van een jachthaven. Cadzand-Bad heeft alle ingrediënten in huis om uit te groeien tot een natuurlijke, stijlvolle badplaats. Een kwaliteitslag zal de badplaats verder versterken. Met restaurant Pure-C heeft de horeca al een kwaliteitsimpuls gekregen. Ook Breskens staat weer op de kaart. Er is veel geïnvesteerd in de buitenruimte wat duidelijk vruchten heeft afgeworpen voor de ondernemers. De horeca op het Spuiplein vaart er wel bij. En er zijn nog plannen om het maritieme en visserijkarakter beter te benutten door ook hier een kwaliteitsslag te maken. Deze ontwikkelingen laten zien dat door een duidelijke profilering in segmentatie (verblijfstoeristen in Cadzand) of thema (visserij in Breskens) er nog kansen liggen voor groei, zelfs in dorpen. Uitwerking maritiem thema, Breskens 4.2.2 Visie Zeeuws-VlaanderenTerneuzen heeft het grootste aanbod aan winkels op Zeeuws-Vlaams niveau. Desondanks heeft Terneuzen op het gebied van detailhandel nog niet bereikt wat het op maatschappelijk en cultureel vlak overduidelijk wel heeft bereikt. Daarin heeft ze namelijk een regionale centrumfunctie met voorzieningen als ziekenhuis De Honte, Scheldetheater, bioscoop Cinecity, skidome, Porgy & Bess en De Pit. _______________________________________________________________ Terneuzen is aangewezen als het regionale centrum van Zeeuws-Vlaanderen met een verzorgingsgebied van 75.000 tot 100.000 inwoners. Dit betekent dat ook de regionale consument bediend moet kunnen worden. Uitgangspunt is het realiseren van een goed aanbod welke is afgestemd op het totale verzorgingsgebied. Bron: structuurvisie binnenstad Terneuzen, 26 januari 2012______________ Bovendien is Terneuzen al dé werkstad van Zeeuws-Vlaanderen. Figuur 8 laat deze werkgelegenheidsfunctie (verhouding tussen werkgelegenheid en de werkzame beroepsbevolking) zien. Figuur 8: banen (per 1.000 inw. in de leeftijd 15 t/m 64 jaar) in Nederland in 2012 Maar op detailhandelsgebied wordt blijkbaar de regionale consument (gevoelsmatig) niet bediend. En hoewel grotere winkelketens kiezen voor de grootste kern in de regio koppelt de regionale consument winkelen vanuit de funfunctie niet direct aan Terneuzen. Bijzonder, omdat het totaalpakket (cultuur, voorzieningen, werk, recreëren) in Terneuzen wel aanwezig is. Enerzijds lijkt het (nog) niet voor de hand te liggen om Terneuzen als dé winkelstad van de regio neer te zetten. Anderzijds is een kwalitatief goed aanbod aan winkels en horeca noodzakelijk om de functie van kernstad in te nemen. Het hoort erbij. De uitdaging is hoe de functie van kernstad in de regio beter in te vullen? Terneuzen zou zich in dit verband vooral als voorzieningen- en werkstad moeten profileren. De missie uit het Beleidsplan Economie 2012-2015 ‘Terneuzen is het centrum van werkgelegenheid in Zeeuws-Vlaanderen’ komt hier terug. Dit is al een feit en kan uitgediept worden zonder dat het een papieren tijger blijft. Hoe we dit marketingtechnisch het beste kunnen aanpakken, Terneuzen als industriestad, centrumstad of als cultureel podium?, zal beantwoord moeten worden in het citymarketingplan. 4.3Gemeente Terneuzen Het primaire verzorgingsgebied van detailhandel in het centrum van Terneuzen is de gemeente Terneuzen (zie figuur 3 op pagina 27). Deze bestaat uit 13 kernen. Hierna worden de verschillende winkellocaties en kernen benoemd en getypeerd naar functie. De subparagraaf met winkellocaties wordt steeds afgesloten met een overzicht van de karakteristieke punten van de desbetreffende paragraaf. Het is geen samenvatting. De lezer die sneller door dit hoofdstuk heen wil, kan wel volstaan met het lezen van deze grijze blokken. 4.3.1 Winkellocatie Terneuzen centrumWe maken hier een onderscheid naar hoofd-, aanloop- en zijstraten, aangezien dit in de detailhandelsstructuur (hoofdstuk 5) terugkomt. Het kernwinkelgebied in het centrum wordt gevormd door: De hoofdstraten Noordstraat, Markt, Havenstraat en het ABC-complex; vooral kleding, schoenen en huishoudelijke artikelen. Dit gebied is de aangewezen plaats voor recreatief winkelen. De Noordstraat is een lange en smalle straat en is daardoor kleinschaliger van karakter. In de Noordstraat zitten 2 zaken met meer dan 1.000 m2 wvo; C&A en Rademakers. De kop van de Noordstraat is een belangrijke entree van het kernwinkelgebied. De Markt is tevens de (huidige) locatie van de weekmarkt en een horecaconcentratiegebied. Voor het marktgebied verdient het aanbeveling om medewerking te verlenen aan vestiging van een dagzaak en/of restaurant. Het horecabedrijf moet wel versterking betekenen voor de uitstraling van de Markt. Door de aanwezigheid van terrasblokken en banieren in het zomerseizoen (1/4 tot 1/11) heeft het gebied sinds 2011 een sfeerimpuls gekregen. Hierdoor wordt de grootte van het plein wat gebroken. De terrassen zorgen voor een natuurlijk rustpunt in het winkelgebied. In de structuurvisie binnenstad is de Markt tevens omschreven als het evenementen- en marktplein. Het Steenen Beer aan de Havenstraat is een meer grootschalige ontwikkeling. Aangezien parkeergarage Oostkolk een belangrijk bronpunt is, is het Steenen Beer van die zijde de toegang tot het kernwinkelgebied. Het is een aantrekkelijk ingerichte winkellocatie met een (kleine) HEMA als belangrijke trekker. Het ABC-complex aan de Arsenaalstraat functioneert door de aanwezigheid van grote trekkers goed. Echter, het is een potentieel zwak gebied. Parkeergarage Theaterplein ligt, vooral gevoelsmatig, een eind weg van de winkelstraat en wordt daardoor niet veel gebruikt door het winkelende publiek. Bovendien zijn de entrees vanaf de noord- en westzijde onaantrekkelijk. Het is nu dus vooral een eindbestemming van een betrekkelijk lange winkelstraat. Als belangrijke trekkers als Action en/of C&A verdwijnen, kan dat veel invloed hebben op het functioneren van deze winkellocatie. Esthetisch is het ABC-complex een blokkade naar een fraai Arsenaalplein. Hoewel Schuttershof meer als een winkelcentrum te typeren is, plaatsen we Schuttershof onder hoofdstraten. Beleidsmatig willen we hier dus hetzelfde mee omgaan als de hoofdstraten. Winkelcentrum Schuttershof heeft een supermarkt als trekker, maar ook landelijke ketens (o.a. Marskramer, Xenos, Gall & Gall). Hoewel dit winkelcentrum in eerste instantie complementair moest zijn aan het aanbod in de Noordstraat en Steenen Beer heeft dit in de praktijk anders uitgewerkt. Nu is het dus zaak dit winkelcentrum goed aan te laten sluiten op de hoofdwinkelstraten, zodat de klant het als één winkelgebied ervaart. Het is momenteel een winkelcentrum voor food en frequent benodigd non-food. Het is het onderzoeken waard of dit winkelcentrum steeds meer de functie van verscentrum kan krijgen door leegstaande panden in te vullen met speciaalzaken in koffie, groenten, fruit, kaas, vlees e.d. Hierdoor zou het centrum een specifieke invulling krijgen die complementair is aan het kernwinkelgebied en wat in een behoefte voorziet van binnenstadbewoners. De verszaken zouden elkaar versterken. De aanloopstraten Axelsestraat, De Blokken, Herengracht zijn zeer verschillend qua invulling. De Axelsestraat is meer een aanrij- dan een aanloopstraat, maar dat komt omdat het ook een belangrijke verkeersader is voor bewoners van de kern Terneuzen. Het is een belangrijke aanloopstraat naar het centrum met zelfstandige winkeliers in (vers)speciaalzaken, (afhaal)horeca en dienstverlening. De Blokken is een belangrijke straat voor het aanzien van de binnenstad met hoofdzakelijk de bestemming wonen. De rij karakteristieke huizen aan de Oostkolk stralen een sfeer van historie uit. Vandaar dat deze panden ook tot de gemeentelijke monumenten behoren. Vanaf het Java of vanuit de parkeergarage (uitgang De Zeeuwse Hoek) passeer je De Blokken. Momenteel huizen er een 2-tal horecazaken, wat een toegevoegde waarde biedt voor deze straat. Vanuit de bibliotheek is er een fraai uitzicht op De Blokken. De Herengracht huisvest voornamelijk kantoren van makelaars, advocaten en banken. De straat heeft een ruime opzet met betaald parkeren voor de deur en ligt aan een mooi aangelegde gracht met bomen en bankjes. Het is letterlijk een warm gedeelte van de binnenstad en is een potentieel interessant gebied voor terrassen (à la Bierkaai in Hulst), wonen in woonboten en een mooie schakel om het ‘rondje’ binnenstad te kunnen maken. In de structuurvisie binnenstad is horeca hier niet voorzien. De Herengracht zou als binnenrand van het centrum meer ‘aangekleed’ kunnen worden, waardoor het water een belevingsfunctie krijgt. Daarnaast zijn er een aantal zijstraten, zoals De Jongestraat, Brouwerijstraat, Oud Terneuzen en Vlooswijkstraat (behalve gedeelte direct grenzend aan de Kop van de Noordstraat). In De Jongestraat staat een opvallend pand, waarin momenteel een kwaliteit speciaalzaak gehuisvest is. Aan De Jongestraat is anno 2013 een logiesfunctie te vinden, namelijk in het voormalige bankgebouw. De Brouwerijstraat is een karakteristieke straat met kleinere pandjes. Het ligt wat verscholen achter de Markt, waardoor het voor detailhandel onaantrekkelijk is. Een specifiek horecaconcept met aankleding in de buitenruimte kan de straat een impuls geven, waardoor het geen vergeten ‘stukje’ wordt. Oud-Terneuzen is apart door de ligging achter de Markt en de Noordstraat en de kleinschaligheid van het gebied en de pandjes. Het huisvest momenteel een klein theater, diverse kleinschalige horeca, een tweedehands winkel en een bed & breakfast. Het gebied is per definitie interessant voor (combinaties van) kleinschalige horeca en cultuur. De Vlooswijkstraat is van oudsher een winkelstraat, maar heeft de laatste jaren flink aan kwaliteit ingeboet. Er zijn leegstaande en verpauperde panden. Deze straat wordt vaak genoemd als mogelijke vestigingslocatie voor de ‘kraamkamer’ waar startende ondernemers goedkoop kunnen proberen een zaak op te zetten. _______________________________________________________________ De gemeente Terneuzen kiest ervoor de centrumfunctie van de Terneuzense binnenstad, zowel binnen de gemeente als regionaal, uit te bouwen. De binnenstad en omgeving moeten aantrekkelijk zijn voor bewoners, bezoekers, ondernemers en instellingen. Doelstelling is dat de binnenstad aan het einde van de structuurvisieperiode een bruisende mix van wonen, werken, recreëren, winkelen, uitgaan, cultuurproeven, etc. is, waar investeerders zorgen voor een continue vernieuwing. De ambitie is een vitale binnenstad, waarbij de functies optimaal op elkaar afgestemd zijn en tot hun recht komen. Een kwaliteitsimpuls in toegankelijkheid, beleving en ruimtelijke kwaliteit is noodzakelijk. Een goed winkelaanbod, gekoppeld aan een goed aanbod van horeca, is voor veel mensen een voorwaarde om een stad te bezoeken. De detailhandel in de binnenstad is geconcentreerd aan de Noordstraat en de Havenstraat. Een verdere concentratie van detailhandel in deze twee straten is het uitgangspunt. Daarbij is het van belang de schaal van de binnenstad in acht te nemen (geen detailhandel in volumineuze goederen) en de zelfstandigheid van winkeliers (los van de landelijke winkelketens) te stimuleren. Bron: structuurvisie binnenstad Terneuzen, 26 januari 2012_____________ Qua horeca maakt Terneuzen een groei door. Zolang er nog steeds nieuwe doelgroepen aangesproken worden, is dat een goede ontwikkeling. In de structuurvisie binnenstad Terneuzen worden 3 concentratiegebieden voor de horeca aangeduid, namelijk de Markt, Nieuwstraat/Arsenaalplein en de Kop van de Noordstraat. De horecaconcentraties zullen verder versterkt moeten worden, waarbij de verschillende concentraties verschillende doelgroepen zouden kunnen bedienen. De nacht(uitgaans)horeca is voornamelijk voorzien in de Nieuwstraat tot Dijkgang en het Arsenaalplein. Met ‘Oud-Terneuzen’ is er in feite een 4e concentratiegebied voor kleinschalige horeca, al dan niet in combinatie met cultuur, bijgekomen. Deze groei mag omarmd worden. Om Terneuzen echt op de kaart te zetten als recreatief winkelgebied is voldoende gevarieerd aanbod van horeca essentieel. De aanwezigheid van daghoreca in de winkelstraten is een mooie aanvulling. De consument zoekt een winkelgebied waar wat te beleven valt, waar mensen ontmoet kunnen worden, waar gegeten en gedronken kan worden, waar wat te zien is en dan is hij bereid daar ook te gaan winkelen als ‘dagje uit’. Voor enkel de aankoop van spullen is hij namelijk niet genoodzaakt om naar de stad te komen. Dat kan via internet ook. Aan de andere kant profiteert de horeca ook van de aanwezigheid van een veelzijdig aanbod aan detailhandel. De wisselwerking is optimaal als de openingstijden van de winkels goed aansluiten op het tijdstip van aperitief en/of diner. Dat de openstelling van winkels een boost geeft aan het horecabezoek blijkt wel op de laatste zondag van de maand. Qua detailhandel is er terugval te constateren, waardoor er meer leegstand ontstaat. De leegstand in het winkelconcentratiegebied in Terneuzen is 14% per 1 november 2013 (zie bijlage 4). Het gemiddelde in Nederland is 8%. Een zorgwekkende ontwikkeling. Tot deze peildatum zijn er weinig panden die langer dan 6 maanden leeg staan. Echter, de panden die langdurig leeg staan, zijn veelal wel beeldbepalend (o.a. voormalig Fortispand Markt, oud stadhuis Noordstraat). Qua differentiatie in het winkelaanbod staat Terneuzen op de 104e plaats van de 408 gemeenten. We hebben zelf een steekproef gehouden naar het winkelaanbod in referentiesteden (zie bijlage 5) De landelijke retail- en horecaketens die wel in referentiesteden zitten en nog niet in Terneuzen zijn in de eerste helft van 2013 benaderd met een enquête (zie bijlage 6 en 7). We noemen dit een acquirerend onderzoek. Van de 88 benaderde ketens hebben er 28 gereageerd. Uit dit onderzoek komt vooral naar voren dat Terneuzen bij meer dan de helft van de ketens niet bekend is. De ketens waarbij Terneuzen wel bekend is, omschrijven Terneuzen vooral als een solitair, klein en afgebakende plaats waar het kil en saai is. De meeste ketens willen zich op voorhand al niet vestigen in Terneuzen omdat het primaire verzorgingsgebied te klein is. Het verzorgingsgebied blijkt een belangrijke factor te zijn in het kiezen van een vestigingsplaats voor de grotere ketens, maar niet de enige factor. Andere factoren zijn: logistieke redenen en of er al vestigingen in omliggende steden zijn. Om het winkelaanbod te kunnen vergroten, lijken 3 zaken aan de orde: vergroting van de bekendheid, verbetering van het imago en acquisitie (overtuigen dat Terneuzen een groot bezoekerspotentieel heeft met op steenworp afstand de Randstad van België). _______________________________________________________________ Winkellocatie Terneuzen centrum: Een aantal zelfstandige winkeliers zoeken bedrijfsopvolging Horecabeleving groeit qua diversiteit en professionaliteit Weekmarkt is te klein om als trekker te functioneren Voldoende aanbod aan parkeerplaatsen voor bezoekers Overheersing van het lagere - en middensegment Gemis aan een grote horecatrekker van naam in het hogere segment Met slechts 1 warenhuis in het centrum is deze functie ondervertegenwoordigd De winkelroute is relatief lang en er ontbreekt een zogenaamd ‘rondje’ Uitstraling kernwinkelgebied is kil en saai Blokkade tussen de hoofdwinkelstraat en het Arsenaalplein Kop van de Noordstraat een doorn in het oog van het kernwinkelgebied Geen logische en herkenbare verbinding tussen de Noordstraat en Schuttershof Geen logische en aantrekkelijke verbinding tussen het kernwinkelgebied en de Scheldeboulevard_____________________ 4.3.2 Winkellocaties Terneuzen buiten het centrumIn de kern Terneuzen zijn er nog diverse winkelcentra, namelijk: Zuidpolder; een zelfstandig functionerend winkelcentrum met de groter trekker AH, landelijke formules (o.a. Kijkshop, Bruna, Scapino, Handyman, Delifrance, Beter Horen) en een aantal zelfstandige winkeliers. Door de aanwezigheid van 2 supermarkten zijn er veel en gratis parkeerplaatsen rondom het winkelcentrum. De weekmarkt in Zuidpolder functioneert goed. Door de grootte en aantrekkelijkheid van het winkelcentrum is de reikwijdte verder dan de buurt. Het winkelcentrum is zelfs competitief voor het kernwinkelgebied. Eind 2013 is er geen leegstand. Serlippens; een buurtwinkelcentrum met als grote trekker Jumbo supermarkt. St. Anna/Vlietstraat; een klein buurtwinkelcentrum met zelfstandige ondernemers. Othene; een klein buurtwinkelcentrum met een Aldi. Daarnaast zijn er 3 locaties voor GDV/PDV-branches: Autoboulevard Handelspoort; de detailhandel in auto’s is hier geconcentreerd. En er is ruimte voor de verkoop van motoren, boten, caravans. Dit betreft een groot concentratiegebied voor vergelijkend winkelen. Kennedylaan-Oost; hier zijn de branches bruin- en witgoed, doe-het-zelf en wonen vertegenwoordigd. Het is een kleinschalig GDV/PDV concentratiegebied voor gerichte aankopen aan de rand van het kernwinkelgebied. Hughersluys; met een Boerenbond en een tuincentrum. Het gebied is echter te klein om van een concentratiegebied te kunnen spreken _______________________________________________________________ Winkellocaties buiten het centrum: Winkelcentrum Zuidpolder is concurrentie voor de binnenstad qua winkelvoorziening en weekmarkt Er ontbreekt een ontwikkelde grootschalige GDV/PDV-locatie (anno januari 2014)_____________________________________________ 4.3.3 Detailhandel in de overige kernenIn het Masterplan Voorzieningen wordt gestreefd naar behoud van basisvoorzieningen in de kernen. Qua detailhandel betekent dat behoud van een lokaal verzorgend aanbod in de wat grotere kernen. Kleinere kernen leunen wat dit betreft op de grotere kernen. Zoals we in hoofdstuk 3 hebben gezien is de beschikbaarheid van winkels in de nabijheid belangrijker dan de directe aanwezigheid van winkels in de (kleinere) kernen. De kern Zaamslag neemt een bijzondere positie in. Daar is zowel in kwalitatieve als in kwantitatieve zin detailhandel gevestigd waarvan het aanbod de eigen kern overstijgt. Ook in fysieke zin is het plein een aantrekkelijk winkelgebied. Zaamslag valt niet onder de standaard functie-indelingen van winkelgebieden; het is een winkelplein met specialistische winkels. In Axel is het lokaal verzorgende aspect zeker aanwezig. Sterker nog, de supermarkten en Pot (vergelijkend winkelen) trekken klanten van buitenaf aan. Een probleem hier is het grote overschot aan m2 wvo. Vanuit historisch perspectief zijn de vele m2 goed te verklaren. In het hedendaagse perspectief passen de m2 wvo niet meer bij een kern van deze grootte. Axel heeft een boodschappen-plus functie. Het bredere aanbod en de toevloeiing uit de omgeving maken van het centrum meer dan een boodschappengebied. Het niet-dagelijkse aanbod is echter weinig onderscheidend. Axel biedt als volwaardig boodschappencentrum perspectief. De boodschappen-plus functie van Axel betekent dat er bepaalde eisen aan het winkelgebied gesteld moeten worden, zoals een zekere mate van compactheid en een goede parkeergelegenheid en bereikbaarheid. De trekkers van het winkelgebied zijn de supermarkten. De overige winkels, ook de winkels in recreatieve branches als mode en huishoudelijke artikelen, profiteren van de trekkracht die de supermarkten genereren. De trekkers dienen daarom idealiter midden in het winkelgebied te liggen, met goede directe verbindingen met de andere winkels om combinatiebezoek te vergemakkelijken. Voor Axel betekent dit een concentratie van het winkelgebied rondom het Szydlowksiplein. In het meest ideale plaatje wordt de Noordstraat bij dit plein betrokken door sloop van enkele panden aan de Noordstraat-Oost. Ook ‘sanering van de leegstaande panden ‘Passage’ teneinde het winkelgebied compacter te maken en het verblijfsklimaat te versterken is gewenst’ (KvK, 2012) Dit lost tegelijkertijd een deel van de overcapaciteit aan m2 wvo op. De voorkanten van de winkels dienen bij voorkeur aan het Szydlowkisplein te liggen. Noordstraat, Axel Ook in Sas van Gent is het lokaal verzorgende aspect aanwezig. Hoewel ook hier een overschot aan m2 wvo is vanuit het verleden, is de problematiek hier beduidend minder dan in Axel. ‘Het boodschappenaanbod heeft een goede uitgangspositie. Het verblijfsklimaat is gedeeltelijk aantrekkelijk en heeft door de historische uitstraling in combinatie met een levendig havenfront goede perspectieven’ (KvK, 2012). Een probleem in Sas van Gent is de verspreiding van de winkels. Idealiter is concentratie van winkels ook hier gewenst. Een winkelrondje is goed vorm te geven langs de Westkade, Gentsestraat en de Markt. Concentratie heeft als gevolg dat andere panden leeg komen te staan en hiervoor zal een oplossing gezocht moeten worden. Westkade en Markt, Sas van Gent In de kernen Axel en Sas van Gent wordt de leegstand als zeer zorgelijk ervaren en het ligt in de lijn der verwachting dat deze leegstand alleen nog maar toeneemt. Niet alleen de leegstand is een zorg, maar ook de status van deze leegstaande panden is veelal ernstig te noemen. Dergelijke verpauperde panden verlagen niet alleen de aantrekkingskracht van een winkelgebied, maar ook van de kern als geheel. In het verlengde van deze detailhandelvisie vraagt dit bijzondere aandacht. Voor leegstaande panden buiten het winkelconcentratiegebied kan gedacht worden aan flexibele herbestemming en/of sloop. Op gemeenteniveau bedraagt de gemiddelde leegstand 8,2% en ligt dus ongeveer op het gemiddelde van Nederland (8%). Zie tabel 4 voor het totaaloverzicht. Kern leegstand VKP leegstand WVO totaal VKP totaal WVO % leegstand VKP checkdatum Axel 17 3427 164 31977* 10,3 Mei-13 Biervliet 2 373 20 836 10 Mei-13 Hoek 0 0 20 1912 0 Mei-13 Koewacht 0 0 26 1376 0 Mei-13 Overslag 0 0 1 130 0 Mei-13 Philippine 2 260 28 790 7,1 Mei-13 Sas van Gent 10 1414 73 6554 13,7 Mei-13 Sluiskil 1 95 19 1384 5,2 Mei-13 Terneuzen 47 7900 529 72660 8,8 Mei-13 Westdorpe 0 0 11 1146 0 Mei-13 Zaamslag 1 110 39 2457 2,5 Mei-13 Zuiddorpe 0 0 6 250 0 Mei-13 80 13579 936 121472 8,2 VKP = verkooppunt WVO = winkelvloeroppervlakte Tabel 4: leegstand in de gemeente Terneuzen (bron: Locatus) *Na aftrek van Meubelzaak POT (15.225 m2 wvo ) resteert er nog 16.752 m2 wvo in Axel. Op basis hiervan bedraagt het leegstandspercentage 20,4%. De bijlagen 8 en 9 tonen een gedetailleerd overzicht van de leegstand in Axel en Sas van Gent. Ongeveer de helft van de kernen heeft nog boodschappenfunctie door de aanwezigheid van een (kleine) supermarkt, bakker en/of slager. In sommige kernen is het een uitdaging om een lokaal verzorgend aanbod te behouden. Het is de vraag wat de rol van de lokale overheid hierin moet zijn. Een belangrijk uitgangspunt is dat een ondernemer zelf bepaalt waar hij zijn onderneming drijft, mits de bestemming het toelaat. Een andere aanname is dat inwoners van een kern zelf een rol spelen in de levensvatbaarheid van een winkel in hun kern, namelijk door er te besteden. Enkel de functie van ‘vergeten boodschappen’ zal de levensvatbaarheid van een winkel niet ten goede komen. ‘Mogelijk heeft de uitbreiding van het supermarktvolume in de kern Terneuzen invloed op de levensvatbaarheid van supermarkten in kernen rondom Terneuzen waar een buurtsupermarkt aanwezig is als enige supermarkt ‘ (RBOI, 2008). In afgeslankte vorm, bv. een bakker die ook wijn, eieren e.d. verkoopt zijn er wellicht wel mogelijkheden tot behoud van de boodschappenfunctie in deze kernen. En het is te verwachten dat er ook andere, nieuwe vormen van detailhandel zullen ontstaan. Van boodschappen afhalen bij een lokaal café tot de opleving van de mobiele buurtsuper. Het wettelijke kader stelt dat er aan de eisen van ruimtelijke ordening wordt voldaan als inwoners binnen redelijke afstand aan hun dagelijkse goederen kunnen komen. Hier wordt in alle gevallen aan voldaan. We hebben eerder gezien dat de leefbaarheid in een dorpskern niet lijdt onder de afwezigheid van winkels mits ze maar in de buurt beschikbaar zijn. Een goed voorbeeld hiervan is Spui; een levende kern zonder winkels. Voor een overzicht van de supermarkten in de gemeente Terneuzen, zie bijlage 10. Volgens economisch geograaf Gert-Jan Hospers (PZC, 22 november 2013) zijn de dorpelingen zelf vaak veel verder dan de dorpsraden die nog een compleet dorp najagen met bakker, slager, kruidenier, enz. ‘Dorpen moeten ophouden met navelstaren en kijken wat er in de regio aan voorzieningen is’, aldus Hospers. De dorpsproblematiek stelt hoe dan ook niet veel voor, zo relativeert hij, want Nederland kent geen perifere plaatsjes die van de buitenwereld afgesloten zijn. Daarvoor is Nederland veel te klein. Hij heeft wel een tip voor de dorpsraden, namelijk investeer in de digitale bereikbaarheid van een dorp. _______________________________________________________________ Detailhandel in de overige kernen: Groot overschot aan m2 detailhandel in Axel en Sas van Gent Ernstig verpauperde panden in Axel en Sas van Gent Concentratie van detailhandel gewenst in Axel en Sas van Gent door middel van logisch looprondje Aantrekkelijke horeca in de diverse kernen Goed functionerend winkelplein in Zaamslag Behoud van basisvoorzieningen in de kernen niet vanzelfsprekend Kansen voor zelfstandige ondernemers die zich onderscheiden in kwaliteit en beleving Oplossingen nodig voor de leegstaande winkelpanden____________ 4.3.4 Ontwikkellocaties TerneuzenDe mogelijke ontwikkellocaties voor detailhandel zijn de Kop van de Noordstraat, Kennedylaan-West en het gebied Zuidpoort met het leisurecentrum. Alle drie nemen zij een aparte positie in. 4.3.4.1 Kop van de Noordstraat In het Masterplan Axelsedam neemt de kop van de Noordstraat een prominente plaats in als een hoogwaardig aanloopgebied voor de binnenstad. De Kop van de Noordstraat is de zuidelijke entree naar het centrum van Terneuzen. Het gebied heeft al jaren een rommelige uitstraling door verpauperde leegstaande panden. In 2013 is een deel van de voormalige bebouwing gesloopt, waardoor er een ruime doorkijk is ontstaan vanaf de Noordstraat naar de Beurtvaartkade. De Noordstraat zelf is een van de twee belangrijke winkelstraten van Terneuzen, ten westen van de markt leidend naar het noordelijk gelegen ABC-Complex. De beoogde ontwikkeling ligt ingeklemd tussen het boodschappencentrum Schuttershof en de perifere concentratie van detailhandelsvestigingen op de Kennedylaan enerzijds en de Noordstraat anderzijds. Als entree naar het oorspronkelijke kernwinkelgebied verdient de openbare ruimte hier een extra kwalite

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.