/akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR742786 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0637/2024/programma-20241118-141928 /join/id/stop/work_019 2025-07-24 2025-07-24 /akn/nl/act/gemeente/2025/CVDR742786/nld@2025-07-25 /join/id/proces/gm0637/2025/doel_202_ca12e768fbd7450cb847bdc4c7d43e98 2025-07-25 2025-07-25 /akn/nl/act/gm0637/2024/programma-20241118-141928/nld@2025-07-24;1 /akn/nl/act/gm0637/2024/programma-20241118-141928 /akn/nl/act/gm0637/2024/programma-20241118-141928/nld@2025-07-24;1 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsprogramma gemeente Zoetermeer Gebied Entree Voorwoord Het Entreegebied wordt de rode loper naar het hart van Zoetermeer! Met trots presenteren we het Omgevingsprogramma Entree, waarin we onze gezamenlijke visie op de toekomst van dit unieke gebied vastleggen. Dit programma bundelt alle belangrijke plannen, zoals de ontwikkelvisie en het beeldkwaliteitsplan, en vormt daarmee de basis voor een sterke, samenhangende herontwikkeling. In dit Omgevingsprogramma brengen we niet alleen onze ambities in kaart, maar leggen we ook de spelregels vast om deze ambities waar te maken. Het biedt een helder kader voor de ruimtelijke, sociale en economische vernieuwingen die we nastreven. Door de koppeling tussen beleid en uitvoering wordt het een praktisch en bruikbaar document voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling van Entree: van beleidsmakers en ontwikkelaars tot bewoners en ondernemers. Met deze aanpak zorgen we voor een evenwichtige en toekomstbestendige ontwikkeling. Denk aan hoogwaardige architectuur, een levendig gebied en een dynamische mix van wonen, werken en verblijven. Dit programma biedt de handvatten om het gebied niet alleen te laten voldoen aan onze verwachtingen, maar deze zelfs te overtreffen. Ik nodig u van harte uit om verder te lezen en samen met ons te bouwen aan een krachtig, aantrekkelijk en vernieuwend Entreegebied. De rode loper ligt uit, laten we er samen overheen lopen! Jan IedemaWethouder 1 Inleiding Omgevingsprogramma Entree 1.1 Aanleiding en achtergrond Omgevingsprogramma Entree Zoetermeer groeit en werkt zelfbewust aan een nieuwe schaalsprong: van groeikern naar volwassen stad. Onderdeel van deze ontwikkeling is de gebiedstransformatie Omgevingsprogramma gemeente Zoetermeer gebied Entree: de realisatie van een nieuwe stadswijk met allure, midden in de bestaande stad. De gemeente Zoetermeer gebruikt de huidige verstedelijkingsopgave met een inzet op vooral binnenstedelijke verdichting om een stedelijke kwaliteitssprong te maken en voegt nieuwe onderscheidende stedelijke leefmilieus toe aan de woningvoorraad. In 2019 heeft de gemeenteraad van Zoetermeer hiervoor het Masterplan De Entree ("Masterplan") vastgesteld. Dit Masterplan is uitgewerkt in het Project Uitwerkingskader Entree (“PUK”) dat in februari 2021 is vastgesteld door de gemeenteraad. In navolging van het PUK is in februari 2022 het (ontwerp)bestemmingsplan Entree Midden, inclusief Plan-MER en exploitatieplan, ter inzage gelegd. Diverse ontwikkelingen daarna hebben ertoe geleid dat er in juni 2023 een pas op de plaats moest worden gemaakt en het plan voor Entree moest worden herzien. Het (ontwerp-)bestemmingsplan moest wezenlijk aangepast worden. Met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 was de tijd te kort om deze wijzigingen nog onder het oude recht te verwerken. Hiermee is de doorstart en ontwikkeling van Entree onder de Omgevingswet komen te vallen. Zowel de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 2040 en het gemeentebreede Omgevingsplan Zoetermeer zijn nog volop in ontwikkeling. Tegelijkertijd gaat de ontwikkeling van Entree voortvarend door en kan niet gewacht worden op de definitieve uitwerking van deze instrumenten. De gemeente zet daarom in op een vrijwillig Omgevingsprogramma Entree. In het Omgevingsprogramma Entree is het beleidskader voor de ontwikkeling van Entree opgenomen. De eerder in het Masterplan van 2019 opgenomen visie en ambities voor het gebied zijn leidend voor de verdere uitwerking geweest. Met de Ontwikkelvisie en het Beeldkwaliteitsplan Entree en de verbijzondering van het beleid op het gebied van geluid en parkeren wordt een overkoepelend toetsingskader geboden voor de uitwerking van de bouwplannen per plot. Deze beleidsstukken zijn belangrijke bouwstenen van het Omgevingsprogramma Entree, maar zullen hier pas deel uit van maken, nadat de raad hierover besloten heeft. Dit besluit is in Q3 2025 voorzien. Vervolgens kan het college het definitieve Omgevingsprogramma Entree inclusief deze beleidsstukken integraal vaststellen. 1.2 Het (Omgevings-)programma binnen de Omgevingswet Het Omgevingsprogramma is zoals hiervoor aangegeven een vrijwillig programma, dat wil zeggen dat een gemeente niet verplicht is voor een gebied een programma op te stellen. De inhoud van een vrijwillig Omgevingsprogramma is daarnaast vormvrij. Dat betekent dat de Omgevingswet weinig eisen aan de opzet en inhoud van een programma stelt. De gemeente zet het Omgevingsprogramma in om sturing te geven aan de ontwikkelingen in Entree. Het betreft dus een gebiedsprogramma. De ambities, zoals vastgesteld in het Masterplan, vormen de basis. Het Omgevingsprogramma beschrijft de overkoepelende beleidsambities uit deze documenten en een vertaling daarvan in beleidsregels. Deze beleidsregels worden toegepast bij de ontwikkeling van bouwplannen en vergunningverlening per plot en bieden daarmee de handvaten om de leefomgeving te beschermen, te beheren, te gebruiken en te ontwikkelen. De beleidsstukken die aan dit Omgevingsprogramma Entree ten grondslag liggen worden straks na vaststelling als een integrale bijlage toegevoegd. In de teksten van het Omgevingsprogramma worden de hoofdzaken benoemd en kort toegelicht. Wilt u meer (achtergrond) informatie of nadere duiding dan kunt u dit vinden in de bijlagen. In de bijlagen vindt u de volgende beleidsdocumenten: ● De Ontwikkelvisie Entree; ● Het Beeldkwaliteitsplan Entree; ● Het Geluidskader Entree ● De Nota Maatwerk Parkeernormen en Uitvoeringsregels Entree. 1.3 Milieueffectrapportage (mer) Een milieueffectrapportage (mer) is een procedure die wordt gevolgd bij de besluitvorming over projecten die mogelijk nadelige effecten kunnen hebben op het milieu. Het doel van de procedure is om de milieueffecten van een project in kaart te brengen en te beoordelen, zodat deze in de bestuurlijke besluitvorming kunnen worden meegewogen. Tegelijk met het ontwerp-Omgevingsprogramma wordt een ontwerp Plan-Mer ter inzage gelegd. De uitkomsten hiervan zijn verwerkt in het Omgevingsprogramma. Een samenvatting en conclusie van het Plan-Mer staat in hoofdstuk
- In bijlage IV vindt u een samenvatting van het Plan-Mer, het volledige Plan-Mer is te vinden op de website Entree Zoetermeer. 1.4 Plotsgewijze uitwerking via omgevingsvergunningen (bopa’s) Doordat het onderliggende planologische regime (d.w.z. de vigerende bestemmingen en bouwmogelijkheden in Entree) niet zal veranderen door het vaststellen van een Omgevingsprogramma, zijn aanvragen om omgevingsvergunningen nodig om de ontwikkelingen in Entree juridisch mogelijk te maken. Die aanvragen die dan ingediend worden door de grondeigenaren en/of ontwikkelaars worden bopa’s genoemd; een afkorting voor buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De gemeente heeft beslissingsruimte om wel of niet mee te werken aan een vergunningaanvraag. De gemeente maakt dan een afweging tussen het belang van de aanvrager bij de vergunning en het algemeen belang. Om vooraf duidelijkheid te geven hoe de gemeente met deze beslisruimte omgaat, stelt zij beleidsregels vast. Beleidsregels gelden alleen voor de gemeente en geven regels over het gebruik van een bevoegdheid (in dit geval wanneer een omgevingsvergunning wel of niet wordt verleend). In hoofdstuk 3 wordt dit verder toegelicht. 1.5 Projectgebied Het projectgebied Entree is ongeveer 45 hectare groot en bestaat globaal uit het gebied rondom de Afrikaweg, gelegen tussen het stadscentrum van Zoetermeer in het noorden en de snelweg A12 in het zuiden. Ten oosten wordt Entree begrensd door de Boerhaavelaan en de woonwijk Driemanspolder en ten westen door de Bredewater en de woonwijk Meerzicht. Het gebied bestaat nu voornamelijk uit kantoren die voor een groot deel leeg staan of een tijdelijke programmatische invulling hebben, infrastructuur en braakliggende grond. Dwars door het plangebied loopt de Afrikaweg die Zoetermeer ontsluit vanaf de A
- In onderstaande figuur is de begrenzing van het Omgevingsprogramma Entree opgenomen. De gebiedsontwikkeling Entree is verdeeld in Entree Midden en Entreepoort, met een eigen ruimtelijk kader en ontwikkeltraject. Entree Midden betreft het gebied tussen het station en de binnenstad en wordt opgebouwd uit stedelijke blokken gelegen langs de Afrikaweg. Entreepoort vormt de feitelijke entree van het gebied vanaf en direct naast station en zal in nauwe samenhang worden ontwikkeld met de vernieuwing daarvan. Entreepoort voorziet in een levendig gebied als ontvangstruimte van de reiziger in Zoetermeer en kent een andere opzet en schaal dan de stedelijke blokken in Entree Midden. 1.6 Procedure, participatie en zienswijzen Het Omgevingsprogramma wordt vastgesteld met de uitgebreide procedure van de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat eerst een ontwerp-Omgevingsprogramma ter inzage is gelegd, gecombineerd met het ontwerp van de Plan-MER. Deze documenten met alle relevante bijlagen hebben van 28 maart 2025 tot en met 10 april 2025 ter inzage gelegen. In hoofdstuk 9 van dit Omgevingsprogramma Entree wordt hierop uitgebreider ingegaan en op het vaststellingsproces. In dat hoofdstuk wordt ook een korte toelichting gegeven van het proces van de zienswijzen op het (ontwerp)bestemmingsplan Entree Midden en ontwerp Plan-MER Entree Midden dat eerder heeft plaatsgevonden. De beantwoording van die zienswijzen zijn in te zien op de gemeentelijke website Entree Zoetermeer. Op die website staat ook het eindverslag van de participatie die gedurende Q2/Q3 2024 heeft plaatsgevonden. 2 Entree nu en in de toekomst 2.1 Entree nu In het gebied fungeert de infrastructuur momenteel als ruimtelijk ordenend principe: respectievelijk Boerhaavelaan en Bredewater vormen de harde grens tussen de woonwijken Driemanspolder, Meerzicht en de kantoorwijk aan weerszijden langs de Afrikaweg. De Afrikaweg splijt het gebied in tweeën doordat ze letterlijk boven op het maaiveld ligt. De weg vormt hierdoor een sterke barrière die in het plangebied slechts op drie plaatsen voor de voetganger en fietser oversteekbaar is middels twee voetganger/fiets tunnels en één onderdoorgang onder het viaduct Afrikaweg. Entree is nu een monofunctioneel gebied. Gedateerde kantoorpanden, die gedeeltelijk leegstaan en gedeeltelijk tijdelijk in gebruik zijn genomen, braakliggende (parkeer)terreinen en een grote anonieme openbare ruimte vormen een onaantrekkelijk niemandsland dat een barrière vormt tussen de omringende wijken en een kwalitatief volwaardige verbinding tussen het station en centrum in de weg staat. Entree is een belangrijke schakel voor de stad Zoetermeer: het is de toegangspoort tussen snelweg en station enerzijds en de binnenstad anderzijds. Een kwalitatieve verbinding ontbreekt op dit moment, zeker voor de voetganger en fietser is de route erg gefragmenteerd. Ook op de schaal van de stad en het omringende landschap is Entree een onmisbare schakel in het versterken en verbinden van de groenstructuren en langzaam verkeersroutes die nu onvoldoende wordt benut. 2.2 Entree in de toekomst, ambitie Masterplan Zoetermeer heeft de ambitie om met Entree een levendige stadswijk te maken. Een levendige stadswijk waarbij gezondheid, duurzame mobiliteit en toekomstbestendigheid belangrijke waarden zijn. Dit kan alleen worden bereikt met een gebiedsgerichte integrale aanpak. Het vertrekpunt van deze gebiedsgerichte aanpak is het formuleren van een aantal eigenschappen geweest, die de identiteit en de eigenheid van het gebied bepaalt. In het Masterplan staan vijf eigenschappen die de identiteit van Entree bepalen benoemd: Uitnodigend, Actief, Verbindend, Vernieuwend en Gezond. Entree in de toekomst 2.3 Programma Programmatisch levert Entree een duidelijke bijdrage aan het tekort van woningen in Zoetermeer en de regio. Het totale programma voor Entree zal tussen de 6.750 en 7.250 nieuwe woningen bedragen in een hoog stedelijk gebied voor verschillende doelgroepen met de bijbehorende voorzieningen en eveneens een aantal stedelijke voorzieningen die een groter gebied bedienen. De na te streven functiemix zorgt voor de nodige dynamiek, maar maakt de ruimtelijke organisatie en het ontwerp uitdagend. In paragraaf 3.1 en paragraaf 4.7 en in de bijlage II leest u meer over het programma voor Entree. 2.4 Overig relevant/ samenhangend beleid Zoetermeer ontwikkelt zich op verschillende schaalniveaus. Dit vindt plaats door middel van (gebieds-)programma’s. Op regionaal en stedelijk schaalniveau wordt er gewerkt aan de vertaling van het Programma Zoetermeer 2040 in de vorm van een ruimtelijk strategische agenda (Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 2040) en voor Binnenstad en Meerzicht zijn er gebiedsprogramma’s opgestart. Tevens biedt het ‘Programma Woningbouw als Aanjager’ een belangrijke bouwsteen voor Entree. Het Omgevingsprogramma is afgestemd en in overeenstemming met dit beleid (dat deels ook nog in ontwikkeling is). Ruimtelijk Strategische agenda Zoetermeer 2040 Entree raakt een aantal gebiedoverstijgende thema’s, zoals het gekozen verdichtingsmodel (de introductie van de stadstraat), mobiliteit, programmering en bouwhoogte. De keuzes die voor Entree worden gemaakt sluiten aan bij de thema’s en keuzes uit de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer
- Programma Woningbouw als aanjager Zoetermeer heeft tussen 2024 en 2040 10.375 nieuwe woningen nodig en heeft plannen voor 16.000 woningen. Zonder de forse bijdrage van Entree kunnen deze doelen niet worden gehaald. Het programma benoemt doelgroepen als jongeren, huishoudens die afhankelijk zijn van sociale huur, stedelijke huishoudens, gezinnen en senioren. Elk van deze doelgroepen zal in Entree bediend worden. Visie Binnenstad 2040 en Gebiedsprogramma BinnenstadDe ambitie van het Gebiedsprogramma Binnenstad is het doorontwikkelen van een levendige, gezonde en aantrekkelijke binnenstad met een goede verblijfs- en woonkwaliteit. Met de ontwikkeling van Entree is hiermee rekening gehouden, er zal worden gezorgd dat de twee ontwikkelingen elkaar versterken en niet elkaar beconcurreren. Gebiedsprogramma MeerzichtHet gebiedsprogramma Meerzicht richt zich vooral op sociaal - maatschappelijke aspecten en is een wijkontwikkelingsopgave. Het verbeteren van de buurten, het verduurzamen van de flats en woningen, het zorgen voor doorstroming door toevoegen van woningen zijn belangrijke onderdelen van het programma. 3 Beleidskeuzes en beleidsregels 3.1 Beleidskeuzes Om de gebiedsontwikkeling Entree mogelijk te maken is het noodzakelijk om op onderdelen aanpassingen door te voeren ten opzichte van eerdere besluitvorming over Entree zelf of van huidig gemeentebreed beleid. Dat is enerzijds het gevolg van het wegvallen van de kantoorbehoefte dat invloed heeft op de programmering, de eerder ingediende zienswijzen en het voorlopig advies van de Commissie mer op het ontwerp-bestemmingsplan. Anderzijds is dit een gevolg van voortschrijdend inzicht en een nadere uitwerking in de Ontwikkelvisie en het Omgevingsprogramma. De wijzigingen hebben in hoofdlijnen betrekking op de volgende onderdelen: De wijzigingen hebben in hoofdlijnen betrekking op de volgende onderdelen: ● Programma. ● Stedenbouwkundige principes/ Openbare ruimte. ● Mobiliteit, in het bijzonder parkeren. ● Geluid. Programma Het Entreegebied transformeert tot een nieuwe en levendige stadswijk, waar gezondheid, duurzame mobiliteit en toekomstbestendigheid belangrijke waarden zijn. Een belangrijk kenmerk hiervan is de menging van functies. Een mix van wonen, werken en voorzieningen in een hoge kwaliteit. Op 8 juli 2024 heeft de gemeenteraad een belangrijk besluit genomen over de (her)programmering van Entree ten opzichte van het PUK. De wijzigingen hebben betrekking op de uitgangspunten van het aantal woningen, verdeling van de woningsegmenten, de gemiddelde grootte van de woningen in het woonprogramma en de bandbreedte van de niet-woonfuncties, waaronder een forse neerwaartse bijstelling het kantoorprogramma. In Entree worden tussen de 6.750 en 7.250 nieuwe woningen gerealiseerd, inclusief de woningen in het project Terra Nova (ontwikkellocatie Entree - Oost 7). Daarnaast komen er kantoren, bedrijven (zoals retail en kleine kantoorunits) en maatschappelijke voorzieningen. Uit de diverse onderzoeken blijkt dat voor de ondergrens van het aantal woningen minimaal 6.750 kan worden gehanteerd. Dit wordt dan ook als minimaal aantal voor de gebiedsontwikkeling aangehouden. Overzichtstabel programma Entree De totale omvang van het programma in Entree wordt enerzijds bepaald door de maximale dichtheid en maximale hoogtes waarbij nog een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving is te realiseren en anderzijds door mogelijke beperkingen vanuit milieueffecten (met name geluid, verkeer en luchtkwaliteit). Stedenbouwkundig is het totale programma maximaal gesteld op circa 735.000 m2 bvo. Binnen de plangrenzen van Entree is ook een aantal bestaande gebouwen opgenomen. Deze behoren echter niet tot de ontwikkellocaties. Het programma voor Entree is nieuw, adaptief, en flexibel. Het programma wordt over een periode van tenminste 10 – 15 jaar gerealiseerd en bevat daarom op de verschillende onderdelen bandbreedtes, zodat Entree in de komende jaren met verschillende (markt-)omstandigheden kan groeien naar het uiteindelijke eindbeeld. Door adaptieve gebiedsontwikkeling met vooraf afspraken over het binnen bandbreedtes kunnen aanpassen van het programma (qua inhoud, fasering en snelheid van realiseren) zullen de partijen de continuïteit in de voortgang van de gebiedsontwikkeling voldoende moeten kunnen waarborgen. De bandbreedtes zijn zo gekozen dat zij voldoende flexibiliteit houden op de verschillende programmaonderdelen maar tegelijk ook zorgen dat het totale programma in balans blijft. En dat dit in de toekomst ruimte biedt om nieuwe wensen, ideeën te kunnen opnemen. In paragraaf 4.7 wordt dit onderdeel verder uitgewerkt. Stedenbouwkundige principes en openbare ruimte De ontwikkeling van Entree gaat uit van twee deelgebieden: Entreepoort en Entree Midden. Voor beide delen zijn er spelregels opgesteld voor een verdere uitwerking. Deze spelregels hebben onder andere betrekking op de ruimtelijke uitwerking, zoals de hoogtes van de gebouwen, maar ook op de verdeling van het niet- wonen programma. Zowel op basis van de zienswijzen op het ontwerp-bestemmingsplan Entree als voortschrijdend inzicht zijn de maximale hoogtes voor de bebouwing van Entree naar beneden bijgesteld. Deze zijn in de nieuwe spelregels (middels een spelregelkaart) opgenomen. Daarnaast wordt er voor wat betreft het niet-wonen programma uitgegaan van een zonering. Daarbij worden commerciële functies geclusterd rondom een aantal knooppunten in het gebied, de plek waar vanwege de kruising van verbindingen de meeste mensen zullen samenkomen. Dit is het geval rondom het station en het kruispunt halverwege het plangebied, ter hoogte van de Centrumstraat van Entree. Het voorlopig toetsingsadvies van de Commissie mer heeft ertoe geleid dat het profiel van de ruggengraat van Entree, de stadsstraat Afrikaweg, is gewijzigd. Daarbij is uitgegaan van het maximaliseren van het verblijfsklimaat in de stadsstraat. De verblijfsgebieden, in de vorm van brede trottoirs en fietspaden voor het langzaam verkeer zijn daartoe vergroot en de geplande ventwegen langs de Afrikaweg zijn komen te vervallen. Dit geeft de kans een kwalitatieve entree voor de stad te maken: hier kom je thuis in Zoetermeer en in Entree, waar verblijf, ontmoeting en levendigheid voorop staat. De auto-ontsluitingsstructuur van het gebied is daarbij verschoven naar de buitenzijde van het plangebied; een logische keuze vanuit het perspectief het langzaam verkeer het primaat te geven aan de hoofdstructuur. Mobiliteit en parkeren Entree wordt ontwikkeld vanuit de hoofdprinicipes van duurzame mobiliteit. Er wordt meer ruimte gemaakt voor voetgangers en fietsers, onder andere door lagere snelheden voor het autoverkeer, betere oversteekbaarheid van wegen, het parkeren zoveel mogelijk te beperken en op te lossen op eigen terrein in de bouwblokken en herinrichting van de openbare ruimte. Maar ook door de infrastructuur voor de auto's in lijn te brengen met het gebruik, dus geen grootschalige overcapaciteit aanleggen. Voor Entree is een verbijzondering van ten opzichte van het vigerende beleid uit 2019 opgesteld: De Nota maatwerk parkeernormen en uitvoeringsregels Entree (bijlage VI). Deze nota is bedoeld om uiteindelijk toe te groeien naar het ambitiescenario waarbinnen lagere parkeernormen gelden voor zowel auto's als fietsen ten opzichte van de Nota parkeerbeleid van 2019 en er meer ingezet wordt op deelmobiliteit. De volgende onderdelen van het geactualiseerde parkeerbeleid zijn van belang: ● Zoetermeer draagt middels haar parkeernormenbeleid bij aan de duurzame verstedelijkingsopgave. In de komende jaren worden in Zoetermeer duizenden woningen aan de woningvoorraad toegevoegd. Bij al deze woningen dient de parkeerbehoefte van auto en fiets gebiedsgericht gefaciliteerd te worden. ● Zoetermeer zet in op duurzame mobiliteit hetgeen enerzijds betekent dat nieuwe mobiliteitsconcepten (zoals deelauto’s en deelfietsen) mogelijk worden gemaakt en anderzijds ook parkeervoorzieningen voor de fiets voldoende en ruimtelijk goed worden ingepast bij nieuwe gebouwen en transformaties van bestaande gebouwen. ● Zoetermeer borgt het economisch vestigings- en winkelklimaat, wat ertoe leidt dat nieuwe bedrijven over voldoende parkeermogelijkheden beschikken en bezoekers in voldoende mate worden gefaciliteerd in het snel en eenvoudig vinden van een geschikte parkeerplaats. Deze nota vormt een nadere uitwerking van de Beleidsnota Parkeerbeleid
- Het geactualiseerde parkeerbeleid zoals beschreven in de Beleidsnota Parkeerbeleid 2019 blijft het vertrekpunt vormen voor de Nota maatwerk parkeernormen en uitvoeringsregels Entree. Hieronder zijn de belangrijkste verschillen tussen de Nota parkeerbeleid van 2019 en de Nota Maatwerk Parkeernormen en Uitvoeringsregels Entree toegelicht (bijlage VI). Parkeren auto’s Als gevolg van de verbijzondering van het vigerende beleid is dat een keuzemogelijkheid is geïntroduceerd voor de indiener van een bouwplan. De parkeernorm ligt dan 0,1 tot 0,2 lager dan bij het normscenario en daarbinnen is het aandeel bezoek iets afgenomen (0,15 naar 0,1). Het ambitiescenario sluit ook beter aan bij de ruimtelijke en programmatische ambitie van Entree. De indiener moet bij indiening van de Bopa aangeven of volledig van het normscenario of volledig van het ambitiescenario gebruik te maken. Een combinatie van de twee is niet mogelijk. Parkeren fietsen De fietsparkeernorm blijft van bezoekers en bewoners samen voor de fietsparkeerplaatsen (fpp) gelijk. Alleen wordt de verdeling meer in lijn gebracht met de praktijk. Bij een fietsparkeernorm van bijvoorbeeld 5,0 fpp/woning is in de huidige nota
(2019)opgedeeld in 4 fpp voor bewoners en 1 fpp voor bezoekers. Dan wordt voor de parkeernormennota van Entree 2025 bij 5,0 fpp/woning: 4,5 fpp voor bewoners en 0,5 fpp voor bezoekers. Het totale aantal benodigde fietsplekken verandert niet, maar de verschuiving betekent wel dat meer inpandige fietsparkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. Laden/ lossen Entree maakt gebruik van de mogelijkheid in de bestaande parkeernormennota
(2019)om het laden en lossen te laten plaatsvinden in de openbare ruimte. Ruimtelijk en programmatisch is het inpandig oplossen niet mogelijk. In het buitenruimte ontwerp van Entree wordt ruimte voor deze logistieke functie expliciet aangegeven, daarmee wordt voorkomen dat laden en lossen op locaties buiten Entree wordt opgevangen. In de Ontwikkelvisie zijn ontwerpprincipes hiervoor opgenomen. De “Nota Maatwerk Parkeernormen en Uitvoeringsregels Entree” (bijlage VI) is verder zoveel mogelijk gelijk gehouden aan de huidige beleidsregels parkeernormen
- Wel zijn er op basis van de huidige inzichten enkele omissies voor het dagelijks gebruikt verbeterd. Geluid Entree is gesitueerd in een geluidaandachtsgebied vanwege de ligging direct naast de A12 en de doorgaande Afrikaweg in het plangebied. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (“Bkl”) zijn voorwaarden voor het realiseren van geluidgevoelige gebouwen in een geluidaandachtsgebied opgenomen. In de basis wordt uitgegaan wordt van een stelsel van standaardwaarden en grenswaarden. Vanaf 1 januari 2024 geldt het ‘Afwegingskader geluid (weg, rail en industrie) tussen standaardwaarde en grenswaarde (Omgevingswet), hierna te noemen: Afwegingskader geluid Zoetermeer. Het afwegingskader bevat de voorwaarden waarmee, als nadere invulling van de wettelijke voorwaarden volgens het Bkl, een overschrijding van de standaardwaarden kan worden toegestaan. Als die mogelijkheden zijn uitgeput, fungeert het Geluidkader Entree als laatste mogelijkheid om ontwikkelingen mogelijk te maken. Voor delen van het plangebied Entree geldt dat sprake is van overschrijdingen van de grenswaarden volgens Bkl 5.78u t/m 5.78y. Het geluid dat afkomstig van de A12 is zorgt ervoor dat gebruik gemaakt moet worden van de mogelijkheid om alsnog meer geluid toe te staan dan de grenswaarden (op grond van Bkl artikel 5.78aa). De gemeente heeft in de motivering voor afwijken van grenswaarden voor de gebiedsontwikkeling van Entree, gemotiveerd dat sprake is van zwaarwegende belangen. Deze motivatie is te vinden op de website van Entree Zoetermeer. Bovendien is het niet mogelijk gebleken om het geluid tot de grenswaarde terug te brengen met maatregelen. In het Geluidkader Entree wordt aangegeven hoe, ondanks de grenswaardeoverschrijding door de A12, alsnog een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Het Geluidkader Entree heeft betrekking op nieuwe geluidgevoelige gebouwen in het Entreegebied waar niet aan de standaardwaarden kan worden voldaan. Het vertrekpunt is dus voldoen aan de standaardwaarden uit het Bkl. Als hieraan niet kan worden voldaan, komen de grenswaarden en het Afwegingskader geluid Zoetermeer in beeld. Pas als hier, goed gemotiveerd en onderbouwd, niet aan kan worden voldaan, komt het Geluidkader Entree in beeld. De afweging tot toepassing hiervan vindt plaats in overleg met het college op het niveau van het bouwplan. Het gebruiken van het Geluidkader Entree biedt mogelijkheden – met daarbinnen alternatieven en afwijkingen – om af te kunnen wijken van grenswaarden in het Bkl of het Afwegingskader geluid Zoetermeer. Deze mogelijkheden zijn echter niet onbegrensd en dienen onderbouwd gemotiveerd te worden. Het is een extra stap die mogelijk wordt gemaakt om door middel van compensatie (op andere onderdelen) toch de ontwikkeling mogelijk te maken binnen een vooraf gesteld kader. Deze mogelijkheid is een afwijkingsmogelijkheid die als daarvan gebruik van wordt gemaakt, gemotiveerd en onderbouwd moet worden. De afweging tot toepassing hiervan vindt plaats in overleg met het college op het niveau van het bouwplan. In het volgende schema is in hoofdlijnen aangegeven welke stappen moeten worden doorlopen om te beoordelen of een plan voor het aspect geluid uitvoerbaar is. Voor een uitgebreide toelichting op het geluidkader en de toepassing daarvan wordt verwezen naar bijlage V. Stappenplan op hoofdlijnen - Geluidskader Entree 3.2 Beleidsregels Het Omgevingsprogramma Entree loopt in tijd vooruit op het omgevingsplan voor geheel Zoetermeer, voor meer informatie zie hoofdstuk
- Met voorliggend omgevingsprogramma voor Entree wordt een nieuw beleidskader vastgesteld dat sturing geeft aan de ontwikkeling van Entree tot een nieuwe, levendige en duurzame stadswijk met de daarbij benodigde voorzieningen. Om dit vorm te geven en te zorgen dat de aanvragen van de vergunningen voldoen aan de doelstelling en ambities voor Entree wordt gebruik gemaakt van beleidsregels die hieraan invulling geven. Beleid opgenomen in een programma is in beginsel zelfbindend :het bindt alleen de overheid die het heeft vastgesteld. Voor beleidsregels is dat anders. Beleidsregels zijn regels over het gebruik van een bevoegdheid door een bestuursorgaan (hierna: gemeente). Burgers kunnen dan ook bij het bij het bestuursorgaan en de rechter een beroep doen op beleidsregels. Het bestuursorgaan kan alleen van de beleidsregel afwijken als dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Met beleidsregels is het niet mogelijk om rechtstreeks verplichtingen aan burgers of bedrijven op te leggen. Beleidsregels zijn bedoeld voor de gemeente en kunnen gaan over: ● de afweging van belangen (een beleidsregel kan gaan over de inhoud van de belangenafweging en over de manier waarop die afweging tot stand moet komen); ● de vaststelling van feiten (een beleidsregel kan de wijze bepalen waarop de gemeente de feiten vaststelt die nodig zijn om een besluit te nemen); of ● de uitleg van wettelijke voorschriften (een beleidsregel kan uitleg geven over de begrippen en wettelijke criteria in wettelijke voorschriften). Daar waar sprake is van beleidsregels in dit programma is dat duidelijk aangegeven in een kader. 4 Ontwikkeling van Entree tot levendige stadswijk De Ontwikkelvisie Entree beschrijft het doel om binnen het plangebied Entree een levendige stadswijk te realiseren, waar gezondheid, duurzame mobiliteit en toekomstbestendigheid belangrijke waarden zijn. Entree is een belangrijke schakel voor de stad: als nieuwe toegangspoort tussen snelweg en station enerzijds en de binnenstad anderzijds. De gebiedsontwikkeling Entree is verdeeld in Entree Midden en Entreepoort. Initiatieven worden getoetst aan de Ontwikkelvisie Entree. Daartoe zijn beleidsregels opgesteld. Een aantal daarvan geldt voor het hele plangebied, dus ongeacht of een initiatief in Entree Midden of Entreepoort ligt. Deze beleidsregels zien toe op: Deze beleidsregels zien toe op: ● Ontwikkelvisie Entree ● Binnentuinen ● Binnentuinenroute ● De Dwarsstraten ● Levendige, gemengde stadswijk ● Klimaatadaptatie ● Natuurinclusiviteit en biodiversiteit ● Energie ● Geluid ● Gezond en vitaliteit ● Beeldkwaliteit De beleidsregels die in aanvulling daarop specifiek gelden voor Entree Midden en Entreepoort zijn opgenomen in de paragraven 4.4.1 Entree Midden en 4.4.2 Entreepoort. 4.1 Ontwikkelvisie Entree De Ontwikkelvisie vormt één van de kaders waarbinnen de ontwikkeling van Entree plaatsvindt. Met andere woorden: zowel de ontwikkeling van de stedelijke blokken binnen het plangebied als de openbare ruimte worden getoetst aan de essenties en doelen, uitgewerkt in ontwerpprincipes, die in de Ontwikkelvisie Entree zijn beschreven. Een belangrijk onderdeel van het Omgevingsprogramma Entree zijn de beleidsregels (zie 3.2 Beleidsregels). Aan de hand van de beleidsregels toetst de gemeente Zoetermeer of de aankomende bouwplannen en ontwerpen passen in en bijdragen aan de doelen en ambities voor Entree. De beleidsregels in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de essenties, doelen en ontwerpprincipes die in de Ontwikkelvisie Entree staan beschreven. Niet alle ontwerpprincipes uit de ontwikkelvisie zijn doorvertaald in beleidsregels. De keuze is gemaakt om de ontwerpprincipes die in grote mate bepalend zijn voor de ontwikkeling van Entree door te vertalen naar een specifieke beleidsregel. Hierbij is vooral gekeken naar de kwantificeerbare onderdelen, zoals hoogten, rooilijnen, die op de spelregelkaart zijn opgenomen, aangevuld met andere onderdelen. Essentieel blijft dat een plan en ontwerp in zijn geheel dient te voldoen aan de Ontwikkelvisie Entree. Dus ook als er geen specifieke beleidsregel in het omgevingsprogramma is opgenomen, zal een initiatiefnemer aantoonbaar moeten maken dat aan de kaders van de Ontwikkelvisie Entree wordt voldaan. Dat uitgangspunt is in de volgende beleidsregel vertaald. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Entree wordt ontwikkeld volgens en binnen de kaders van de Ontwikkelvisie Entree. Als voor specifieke onderwerpen beleidsregels zijn opgenomen zijn deze leidend, voor overige thema’s zal de planontwikkeling getoetst worden aan de essenties en doelen van de Ontwikkelvisie Entree. Binnen dit Omgevingsprogramma zijn diverse specifieke beleidsregels opgenomen. Naast deze specifieke regels per thema/ onderwerp is ook in een algemene beleidsregel voorzien die invulling geeft aan de benodigde flexibiliteit en adaptieve karakter van het Omgevingsprogramma en de langjarige planontwikkeling in Entree. In een langdurig planproces is het goed voorstelbaar dat inzichten wijzigen, naar aanleiding van uitwerking van de stedelijke blokken, of omdat (externe) omstandigheden wijzigen (wettelijke normen, materialen e.d.). Ook kan het voorkomen dat een initiatiefnemer meent dat met toepassing van andere ontwerpprincipes een vergelijkbare of verbeterde invulling van de essenties en doelen worden bereikt die voor Entree worden beoogd. Ook kunnen ondergeschikte bouwdelen en klimaatmaatregelen op het dak ervoor zorgen dat de toegestane hoogte in beperkte mate wordt overschreden. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald.
- Andere ontwerpprincipes dan uitgewerkt in de Ontwikkelvisie, als gevolg van de uitwerking van de stedelijke blokken of door (externe) wijziging van omstandigheden, zijn toegestaan als deze een vergelijkbare of verbeterde invulling van de essenties en doelen opgenomen in de Ontwikkelvisie Entree bereiken, onder de voorwaarde dat dit goed gemotiveerd is en voorzien is van een positief advies van het Q-team.
- Hogere hoogten dan opgenomen in de beleidsregels over hoogten zijn toegestaan, uitsluitend voor zover dit gaat om ondergeschikte bouwdelen, zoals liftopbouwen en installaties, en voor klimaatadaptieve maatregelen, zoals groene daken en waterberging. 4.2 Zeven essenties Het ruimtelijk concept van Entree is opgebouwd uit zeven essenties. Deze zeven essenties zijn de structuurdragers van het plan, en vormende komende periode een leidraad bij de stapsgewijze ontwikkeling van de nieuwe wijk. De zeven essenties zijn als volgt:
- De nieuwe stadsentree: Entree vormt straks voor vele reizigers het eerste beeld van Zoetermeer: een wijk met stedelijke allure. Met de hoogbouw langs de A12 als eerste blikvangers en een attractief stationsplein als ontvangstruimte van de wijk en de stad. Met de voortzetting van bebouwing met hoogteaccenten langs de Afrikaweg wordt Entree met de binnenstad verbonden. De Afrikaweg zelf wordt daarbij getransformeerd tot een stadsstraat, waarmee je thuiskomt in Zoetermeer. De wijk krijgt een karakter dat echt stedelijk van aard is en tegelijkertijd heeft het de kwaliteiten van een groene en duurzame leefomgeving. De combinatie van een stadse bebouwingsdichtheid, mix van functies (wonen, werken en voorzieningen) met hedendaags stedelijk groen in de openbare ruimte, binnenhoven, daken en gevels, toont het Zoetermeer van de 21ste eeuw.
- Verbindende schakel: Entree is op zo’n manier gesitueerd dat het een verbindende schakel vormt tussen de omliggende wijken in álle windrichtingen: het creëert een fijnmazig weefsel dat de wijken Meerzicht, Driemanspolder, de Binnenstad en Rokkeveen met elkaar verbindt. De stadsstraat Afrikaweg wordt voorzien van riante trottoirs, fietspaden en vrije busbanen. Vanaf de omliggende wijken worden de bestaande fiets- en voetgangersroutes opgepakt en aangesloten op de stadsstraat. Een tweetal aantrekkelijk en veilig vormgegeven oversteekplaatsen op het niveau van de stadsstraat heffen de huidige barrièrewerking van de Afrikaweg op.
- Menselijke maat en schaal: Entree Midden is opgebouwd uit samengestelde stedelijke blokken met groene, ruime binnentuinen, die betreedbaar zijn voor bewoners en bezoekers. In de stedelijke blokken bevindt zich een grote mix aan functies: wonen, werken en voorzieningen. De diversiteit in programma komt gedeeltelijk tot uiting in de pandwijze opzet, waardoor de grote stedelijke blokken opgedeeld worden in volumes in een herkenbare maat en schaal. Hoogteaccenten worden voorzien van een eigen onderbouw waardoor het eigenlijke hoogteaccent iets terug ligt vanaf de openbare ruimte. In de plint zullen diverse stedelijke voorzieningen worden ingepast, zoals winkels, horeca en bedrijfsruimten.
- Levendige stadsstraat: De Afrikaweg vormt de ruggengraat van Entree en wordt getransformeerd naar een levendige en uitnodigende stadsstraat. De straat wordt begeleid door robuuste bomenrijen over de gehele lengte van de stadsstraat. Tussen de straatwanden biedt het royale profiel ruimte voor zowel verblijven als bewegen. Een gemengd plintprogramma zorgt voor de gewenste levendigheid op straat en een gevarieerd straatbeeld. De bestaande wijkcentra van Meerzicht en Driemanspolder worden via de Centrumstraat dwars door Entree met elkaar verbonden. De kruising van de Centrumstraat en de stadsstraat vormt een stedelijk ankerpunt als kerngebied voor de stedelijke voorzieningen in het gebied. Een tweede ankerpunt bevindt zich rondom het nieuwe stationsplein van station Zoetermeer.
- Robuuste groen-blauw raamwerk: Primair onderdeel van dit raamwerk is de 'Groene Kraag', een parkzone die nieuwe stedelijke blokken van Entree omkadert en tevens de bestaande wijken Meerzicht en Driemanspolder met langzaamverkeers-routes verbindt. In dit gebied staan de natuurlijke stad en natuurbeleving centraal. De Afrikaweg vormt als groene stadsstraat met laanbomen, ruime plantvakken en groene bermen een robuuste groene verbinding. Ook de tussenstraten worden groen ingerichte voetgangersdomeinen. Het raamwerk loopt ook verder door in het plan door groen ingerichte binnentuinen, balkons, daktuinen en groene stoepen. Waar mogelijk dragen open waterstructuren met ecologische oevers bij aan de creëren van ecologisch waardevolle plekken met aantrekkelijke verblijfskwaliteit.
- Gezonde en toekomstbestendige leefomgeving: Het integreren van en rekening houden met klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid in het ontwerp is de routekaart naar het creëren van een gezonde wijk. Hierbij kan het Entreegebied worden beschouwd als één stedelijk organisme, waarbij de stedelijke blokken, de binnentuinen, infrastructuur en openbare ruimte nauw met elkaar verweven zijn en functioneren als één systeem. Belangrijke basis zijn de recreatief-ecologische groenstructuren. De openbare ruimte en de stedelijke blokken worden klimaatadaptief ontworpen. Daarnaast wordt bij het ontwerp van Entree ingezet op een mobiliteitstransitie waarin de voetganger en de fietser centraal worden gesteld, het gebruik van de (deel)fiets, het openbaar vervoer en deelauto gestimuleerd worden en het gebruik van de auto wordt ontmoedigd. Een aantrekkelijke openbare ruimte zorgt voor uitnodiging tot een gezond leven waarin bewegen en sporten mogelijk zijn.
- Gelaagde stad: Entree komt gefaseerd, stapsgewijs tot stand. Daarbij begint Entree niet vanaf nul door de bestaande gebouwen en functies. Hierdoor worden als vanzelf nieuwe lagen toegevoegd die zullen voortbouwen op het lokale karakter en de Zoetermeerse identiteit: het DNA van Zoetermeer. Het gesloten stedelijk blok vormt het model voor de bebouwing langs de Afrikaweg. Ook in de verkeerskundige opzet wordt een nieuwe laag toegevoegd, waarbij het verhoogde dijklichaam van de Afrikaweg, als onderdeel van de Zoetermeerse hoofdstructuur (de zogenaamde H-structuur) intact blijft en wordt gecombineerd met gebruik door andere modaliteiten. Op blokniveau wordt ruimte voor innovatie en experiment geboden. Een uitgebreidere toelichting op deze essenties is te vinden in hoofdstuk 3 van de Ontwikkelvisie Entree (bijlage II). 4.3 Gebiedsgerichte aanpak De ambitie om van Entree een levendige stadswijk te maken waarin gezondheid, duurzame mobiliteit en toekomstbestendigheid belangrijke waarden zijn, kan alleen worden bereikt met een gebiedsgerichte integrale aanpak. Maar in een langdurige gebiedsontwikkeling van deze omvang is het ook van belang om duidelijkheid te bieden door een helder kader. Dit kader moet robuust zijn om de kwaliteit ook langjarig te borgen, maar voldoende flexibel om toekomstvast te zijn. De belangrijkste kaders (de minimale basis) zijn vastgeklikt door hier beleidsregels voor te formuleren. Deze vormen samen met de uitvoerig beschreven doelen, essenties en uitwerkingen in principes in de ontwikkelvisie een solide basis. Tegelijkertijd blijft maatwerk mogelijk. Niet alles is in detail vastgelegd in de beleidsregels. Dit is een bewuste keuze en geeft flexibiliteit op verschillende thema’s die aankomende jaren nog volop in ontwikkeling zullen zijn (zoals duurzaamheid, maar ook de programmatische invulling van het gebied). Ook is afwijking van de beleidsregels mogelijk. De kaders waarbinnen dit mogelijk is, zijn of al uitgewerkt in de ontwikkelvisie of moeten – als dat niet zo is – per geval gemotiveerd worden. Uitgangspunt is en blijft dat afwijking uitsluitend mogelijk is als dit passend is bij de doelstelling van Entree zoals hiervoor beschreven. Om te komen tot deze belangrijke waarden én een levendige stadswijk te maken gaat het Omgevingsprogramma uit van een integrale aanpak op de volgende onderdelen: ● Principe van het stedelijk blok. ● Duurzame mobiliteit. ● Gezonde en levendige buitenruimte. ● Levendige, gemengde stadswijk. ● Intrinsieke duurzame wijk. 4.4 Spelregelkaart De Spelregelkaart voor Entree geeft een overzicht van de belangrijkste ontwerpprincipes op schaal van de wijk. Hierin is het stedenbouwkundig concept voor Entree zichtbaar. Het biedt een ruimtelijk kader voor de ontwikkeling van de nieuwe wijk. Om de gewenste stedelijkheid met hoge kwaliteit en levendigheid te bieden is hiervoor een compact eigentijds stedenbouwkundig concept ontwikkeld. Het bestaat uit duidelijk herkenbare stedelijk blokken die afgewisseld of gecombineerd kunnen worden met bestaande, getransformeerde (kantoor-)panden. Elk stedelijk blok is op zo’n manier uitgewerkt dat het ruimtelijk en programmatisch aansluit op zijn omgeving, zoals het hoogteverschil dat ontstaat door de ligging tegen het bestaande dijklichaam van de Afrikaweg, maar ook de omliggende bebouwing. Elk blok is samengesteld uit panden variërend in breedte en hoogte, aflopend van de Afrikaweg naar de omliggende straten. In de volgende afbeelding is de spelregelkaart weergegeven. In de Ontwikkelvisie Entree (bijlage II) paragraaf 4.
- is meer te lezen over de Spelregelkaart. Spelregelkaart De gebiedsontwikkeling Entree is verdeeld in twee deelgebieden, Entree Midden en Entreepoort (dit is het gebied dat tussen de spoorlijn en de wegen Bredewater en Boerhaavelaan). Deze twee gebieden hebben elk hun eigen ontwikkeltraject, met ook elk hun eigen tijdpad. Entreepoort vormt een apart onderdeel van Entree met een andere opzet en schaal dan de stedelijke blokken aan de stadsstraat in Entree Midden. Tegelijkertijd is er sprake van een belangrijke ruimtelijke samenhang. 4.4.1 Entree Midden Een van de belangrijke pijlers voor het stedenbouwkundige concept van deze levendige stadswijk is het stedelijk blok. De belangrijkste principes voor het stedelijk blok in Entree Midden zijn: ● De ingangen van de gebouwen liggen in de straatwanden van elk blok. ● De pandsgewijze opbouw van het stedelijk blok. ● De aflopende bouwhoogte vanaf de stadsstraat naar de omliggende wijken. ● De toegankelijke binnentuinen. ● De variatie in bouwhoogte waardoor er licht en lucht in elk blok wordt gecreëerd. ● De menselijke maat in de beleving van de stad op ooghoogte. Hieronder is een overzicht opgenomen van de principes waarvoor beleidsregels worden vastgesteld. Wilt u meer lezen over de volledige uitwerking van de principes dan kan dit in hoofdstuk 4 van de Ontwikkelvisie Entree (bijlage II). Voor de volledigheid, de ontwikkelingen binnen Entree worden niet alleen aan de beleidsregels uit dit Omgevingsprogramma Entree getoetst, de Ontwikkelvisie Entree als geheel geldt onverkort ook als toetsingskader. Voor het gebied Entree Midden gelden beleidsregels over de volgende onderwerpen: ● Basishoogte. ● Plint en parkeerlaag. ● Hoogteaccenten: ○ Positie en bouwhoogte hoogteaccent. ○ Sokkel en setback hoogteaccent. ○ Footprint van het hoogteaccent. ● Panden: ○ Positie van de panden. ○ Aantal panden. ○ Entrees voordeuren. ● Verbijzondering van het stedelijk blok: ○ Pleinruimte verbijzondering. ○ Centrumstraat en West 6 & West
- ● Bijzonder programma. 4.4.1.1 Basishoogte Het beoogde doel van deze beleidsregel is er aan bij te dragen dat er doorlopende straatwanden worden gecreëerd, die in een prettige verhouding staan tot de aangrenzende openbare ruimte. Hierdoor werken deze straatwanden als heldere begeleiding en tevens worden de buitenruimtes en omliggende bebouwing niet substantieel overschaduwd. De menselijke maat en de beleving van de voetganger op straat is hierbij van groot belang. De essentie van de beleidsregel is dat de basishoogte van het stedelijk blok per blokzijde verschilt en in verhouding staat tot de context: de hoogte is bepaald mede op basis van de aangrenzende openbare ruimte. Zo is in de basishoogte de straatwand maximaal 1 meter hoger dan de breedte van de straat. Ook is bij het bepalen van de basishoogte rekening gehouden met de maat en schaal van de omliggende bebouwing. Om de effecten met betrekking tot windhinder en bezonning goed mee te kunnen wegen, zal de ontwikkelende partij bij de aanvraag omgevingsvergunning een windhinderonderzoek op basis van NEN norm 8100 en een bezonningsonderzoek op basis van de lichte TNO norm moeten overleggen. Deze bepaling geldt in elk geval voor gebouwen (en hoogteaccenten) vanaf 30 meter hoogte. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. De maximale bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven a. ter plaatse van de locatie 'Bouwhoogte 17 meter Entree Midden', maximaal 17 meter; b. ter plaatse van de locatie 'Bouwhoogte 20 meter Entree Midden', maximaal 20 meter; c. ter plaatse van de locatie 'Bouwhoogte 25 meter Entree Midden', maximaal 25 meter; d. ter plaatse van de locatie 'Bouwhoogte 32 meter Entree Midden', maximaal 32 meter. Bij het meten van de bouwhoogte geldt de bepaling dat: a. de bouwhoogte wordt gemeten vanuit het maaiveld ter plekke, met dien verstande dat in de dwarsstraten de hoogte het verloop van het hellend maaiveld volgt. In het kader van een goede beoordeling van de gebouwen op bezonning en windhinder wordt: a. bij gebouwen met een bouwhoogte van 30 meter een windhinderonderzoek cf. NEN norm 8100 en bezonningsonderzoek cf. lichte TNO Norm opgesteld; b. dit onderzoek maakt deel uit van de aanvraag omgevingsvergunning; c. deze bepaling geldt ook voor de hoogteaccenten als bedoeld in de beleidsregel in paragraaf 4.4.1.3 Hoogteaccenten Entree Midden. 4.4.1.2 Plint en parkeerlaag Het doel is dat langs de stadsstraat Afrikaweg, de Centrumstraat en aan het Stationsplein een levendige doorlopende plint wordt gecreëerd. Door uitgangspunten vast te leggen voor deze plint wordt flexibiliteit gecreëerd voor verschillende programmatische invullingen door de jaren heen. Door ook zorg te dragen voor een zorgvuldig vormgegeven overgangszone tussen binnen & buiten middels de Zoetermeerse stoep, worden de optimale condities gecreëerd voor een stedelijk interactiemilieu op straatniveau. Het optimaal functioneren van het programma op de begane grond rondom het stedelijk blok is bepalend voor de maximale afmetingen van de parkeerlaag. Ontwerpprincipes Plint en parkeerlaag. Met de plint worden de onderste lagen van het stedelijk blok bedoeld. Het zijn de bouwlagen waar de meeste interactie tussen binnen en buiten plaatsvindt en waar het niet-woonprogramma zich voornamelijk concentreert. In Entree zijn bepaalde plinten onderscheidend van de rest van het blok qua programma, formaat en uitstraling. In Entree wordt de verhoogde ligging van de stadsstraat benut door een éénlaagse parkeergarage te creëren waarvan het dak aansluit op het straatniveau van de stadsstraat. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Met betrekking tot de plint en parkeerlaag is het volgende bepaald: a. de minimale hoogte van de plint ter plaatse van de locatie 'Plint minimale hoogte 7,5 meter', bedraagt 7,5 meter.
- de plint kan in één of twee lagen worden onderverdeeld of
- er kan sprake zijn van een gedeeltelijke onderverdeling, als een entresol of vide. b. de minimale hoogte van de plint ter plaatse van de locatie 'Plint minimale hoogte 4 meter', bedraagt 4 meter. c. de overgangszone tussen openbaar en privé wordt zorgvuldig vormgegeven en heeft rondom het blok een maat van 1,5 meter buiten de perceelsgrens: de Zoetermeerse Stoep. d. waar geen plint wordt gerealiseerd, houd een parkeerlaag minimaal 6 meter afstand tot deze blokzijde. 4.4.1.3 Hoogteaccenten Entree Midden Het doel is te komen tot een zorgvuldige compositie van hoogteaccenten die de skyline van Entree en Zoetermeer als geheel versterken. Daarnaast is het doel te zorgen voor een zorgvuldige inpassing van het beoogde gebiedsprogramma, gebruikmakend van de verdichtingsmogelijkheid die een toren biedt op een daarvoor geschikte locatie. Een zorgvuldige inpassing van het volume draagt bij aan een prettige beleving van het accent vanaf straatniveau en in de directe omgeving. In Entree vormen de accenten toevoegingen aan de basishoogte van het stedelijk blok die specifieke plekken en routes tussen de stedelijke blokken binnen de Entree benadrukken. Tevens dragen zij bij aan de intensivering van het programma op een daarvoor geschikte locatie en zorgen ze voor een bijzondere woonvorm die afwijkt van de bebouwing in de basishoogte. De beleidsregels met betrekking tot de hoogteaccenten zien toe op: ● Positie en bouwhoogte. ● Sokkel en setback. ● Footprint. In de navolgende afbeeldingen zijn de ontwerpprincipes m.b.t. de hoogteaccenten weergegeven. De paragraven 4.4.1.3.1, 4.4.1.3.2 en 4.4.1.3.3 bevatten de bijbehorende beleidsregels. Ontwerpprincipes stedelijk blok: accenten Ontwerpprincipes stedelijk blok accenten Opbouw van een accent 4.4.1.3.1 Positie en bouwhoogte hoogteaccent De positie van de hoogteaccenten is middels een ster indicatief aangegeven op de spelregelkaart. De exacte positie is onderdeel van nadere uitwerking. De ster is in de beleidsregel vertaald naar een zoekgebied voor het hoogteaccent, met bijbehorende bouwhoogte daarbij aangegeven. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Een hoogteaccent is mogelijk ter plaatse van: a. de locatie ‘Zoekgebied hoogteaccent 35 meter Entree Midden, met een bouwhoogte van maximaal 35 meter; b. de locatie 'Zoekgebied hoogteaccent 40 meter Entree Midden', met een bouwhoogte van maximaal 40 meter; c. de locatie 'Zoekgebied hoogteaccent 50 meter Entree Midden', met een bouwhoogte van maximaal 50 meter; d. de locatie 'Zoekgebied hoogteaccent 60 meter Entree Midden', met een bouwhoogte van maximaal 60 meter; e. de locatie 'Zoekgebied hoogteaccent 70 meter Entree Midden', met een bouwhoogte van maximaal 70 meter. Bij de bepaling van de positie van het hoogteaccent binnen het zoekgebied wordt: a. rekening gehouden met de specifieke context; b. de bestaande situatie of de toekomstige uitwerkingsmogelijkheden. Bij het meten van de bouwhoogte van een hoogteaccent geldt de bepaling dat de bouwhoogte van een hoogteaccent: a. gelegen aan de Afrikaweg, gemeten wordt vanaf het maaiveld van de Afrikaweg; b. gelegen aan de Boerhaavelaan, gemeten wordt vanaf het maaiveld van de Boerhaavelaan; c. gelegen aan Bredewater, gemeten wordt vanaf het maaiveld van Bredewater. 4.4.1.3.2 Sokkel en setback hoogteaccent Om te komen tot een prettige inpassing van de hoogteaccenten worden deze terugliggend geplaatst vanaf de rooilijn van het stedelijk blok en op een zogenaamde sokkel geplaatst. De sokkel is het onderste gedeelte van het volume. De sokkel staat in de rooilijn van het stedelijk blok en vormt daarmee in de beleving vanaf de straat een voorzetting van de basislaag van het stedelijk blok. De accenten steken daar bovenuit, en dragen bij aan de beleving op grotere afstand en het markeren van de stedelijke structuren. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Hoogteaccenten worden op een sokkel geplaats waarbij sprake is van een setback, zoals is aangegeven binnen de locatie 'Sokkel en Setback Entree Midden' gelden de volgende regels: a. accenten staan ten opzichte van de sokkel in een setback (horizontale terugligging) van minimaal 2,5 meter vanaf de rooilijn gemeten; b. wanneer een accent op de hoek van het blok wordt geplaatst betekent dit dat een setback aan beide zijden van het blok gerealiseerd dient te worden; c. accenten van 50 tot 70 meter bevatten een sokkel van maximaal 4 bouwlagen exclusief de plint. De minimumhoogte van de sokkel is 12 meter; d. accenten van 35 tot 40 meter bevatten een sokkel van maximaal 4 bouwlagen. De minimumhoogte van de sokkel is 6 meter. 4.4.1.3.3 Footprint van het hoogteaccent De positie van een hoogteaccent is onderdeel van nadere uitwerking. Ongeacht waarbinnen het zoekgebied (zie de beleidsregel m.b.t. de positie en bouwhoogte hoogteaccent) is de footprint van een hoogteaccent gebonden aan een aantal regels. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. De footprint van hoogteaccent dat wordt gerealiseerd binnen de locatie 'Footprint hoogteaccent Entree Midden', voldoet aan de volgende regels: a. de diagonaal van de footprint van een hoogteaccent bedraagt maximaal 38,5 meter; b. de zijden van de footprint mogen maximaal 34 meter breed zijn; c. de voorwaarde is dat de rankheid van het gebouw overtuigend wordt uitgewerkt, middels het benadrukken van de verticaliteit het volume. 4.4.1.4 Panden Door de stedelijke blokken binnen Entree op te delen in individuele, kleinere panden ontstaat een schaal die in de beleving vanaf de straat en in de omgeving, maar ook in de gebouwen prettig en herkenbaar is door de menselijke maat en afwisseling. De onderverdeling in meerdere panden zorgt daarnaast voor een goede spreiding van de levendigheid aan alle zijden van het samengestelde stedelijke blok. De onderstaande afbeeldingen geven de ontwerpprincipes met betrekking tot de panden in het stedelijk blok weer. In de navolgende paragraven 4.4.1.4.1, 4.4.1.4.2 en 4.4.1.4.3 zijn de bijhorende beleidsregels opgenomen. Ontwerpprincipes stedelijk blok: panden 4.4.1.4.1 Positie van de panden De verschillende stedelijke blokken staan in vaste rooilijnen. Hierdoor ontstaat een heldere begeleiding van de openbare ruimte en wegen. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. De panden binnen Entree worden binnen de locatie 'Rooilijn vast' gerealiseerd en liggen in die rooilijn, daarbij gelden de volgende regels: a. Panden vormen gezamenlijk een aangesloten blok. Openingen in dat blok zijn enkel toegestaan voor:
- Poorten en entrees ten behoeve van binnentuinen;
- Entrees van in het blok gelegen functies en/ of (parkeer)garages en
- Waarbij aan het bepaalde in de beleidsregel 4.4.1.4.3 Entrees Voordeuren dient te worden voldaan. b. In afwijking van de bepaling dat panden in de rooilijn moeten worden gebouwd geldt dat:
- Per zijde van het blok 1 terugliggend pand toegestaan, waarbij de maximale terugligging vanaf de locatie Rooilijn vast: i. langs de Afrikaweg max 4 m bedraagt. ii. langs de overige blokzijdes max 2 m bedraagt.
- Hoekpanden en de in de spelregelkaart aangegeven verbijzonderingen (zie 4.4.1.5 Verbijzondering van het stedelijk blok) in de rooilijn vormen hierop een uitzondering. c. De diepte van de panden bedraagt maximaal 22 meter, gerekend vanaf de openbare ruimte, met dien verstande
- dat panden die een sokkel met accent vormen van deze regel zijn uitgezonderd.
- voor bijzonder programma het bepaalde in beleidsregel 4.4.1.6 Bijzonder Programma van toepassing is. 4.4.1.4.2 Aantal panden Om te zorgen dat er voldoende panden per stedelijk blok gemaakt worden is het aantal panden berekend dat per gevelwand van een stedelijk blok mag worden gerealiseerd. Voor de achterliggende berekening wordt verwezen naar paragraaf 4.3 van de Ontwikkelvisie Entree. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Het aantal panden binnen een blok in Entree is als volgt bepaald: a. Per blok en per gevel/ zijde/ wand wordt minimaal het aantal panden gerealiseerd:
- er plaatse van de locatie 'Minimaal aantal panden 1', minimaal 1 pand;
- ter plaatse van de locatie 'Minimaal aantal panden 2', minimaal 2 panden;
- ter plaatse van de locatie 'Minimaal aantal panden 3', minimaal 3 panden;
- ter plaatse van de locatie 'Minimaal aantal panden 4', minimaal 4 panden;
- ter plaatse van de locatie 'Minimaal aantal panden 5', minimaal 5 panden;
- ter plaatse van de locatie 'Minimaal aantal panden 6', minimaal 6 panden;
- ter plaatse van de locatie 'Minimaal aantal panden 7', minimaal 7 panden;
- ter plaatse van de locatie 'Minimaal aantal panden 8', minimaal 8 panden. b. Met betrekking tot hoekpanden geldt in aanvulling op het bepaalde onder sub a het volgende:
- hoekpanden tellen qua aantal en breedte bij beide straten mee in het aantal te realiseren panden;
- uitstraling en functie gaat ‘de hoek om’, zodat blinde niet-actieve gevels worden voorkomen. 4.4.1.4.3 Entrees voordeuren Door een zorgvuldige positionering van de entree van een stedelijk blok wordt maximale levendigheid op straat bereikt. Alle zijden van het stedelijk blok worden zo goed geactiveerd en een te hoge concentratie of conflict tussen verschillende functies of verkeersbewegingen in, uit of rondom het stedelijk blok wordt voorkomen. De in- en uitgangen rondom het stedelijk blok vormen bronpunten en bestemmingen voor activiteiten in het gebied en zijn vanwege de herkenbaarheid en stimuleren van een levendige buitenruimte naar de openbare ruimte toe gericht. Dit kan een winkelpui of kantoorentree zijn van niet-woonprogramma in de plint, een gezamenlijke entreehal van een appartementencomplex en toegangen tot nuts- of parkeerprogramma. Ook kan een entree de directe voordeur van een woning zijn die op de begane grond altijd aan de openbare ruimte gelegen is. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Binnen de locatie 'Entree voordeuren' worden de entrees en voordeuren van functies binnen Entree beoordeeld op een zorgvuldige positionering in het blok, daarbij gelden de volgende regels: a. Entrees woningen:
- per zijde van het blok is er minimaal 1 entreehal van de woningen van de bovenliggende verdiepingen;
- woningen en functies die op de begane grond aan de buitenzijde van het stedelijk blok liggen hebben hun voordeuren aan de openbare ruimte;
- er is sprake van een overtuigende oplossing voor de verbinding tussen de collectieve entrees, de binnentuin en parkeergarage, vanuit het oogpunt van ontmoeting en interactie tussen bewoners in het blok. b. Entrees autoparkeergarage & fietsenstalling:
- autoparkeren van zowel en bewoners, werknemers en bezoekers gebeurt inpandig;
- fietsparkeren voor bewoners en werknemers gebeurt inpandig; voor bezoekers in het openbaar gebied;
- autogarage-entrees zijn zoveel mogelijk opgenomen in de straatwand aan Bredewater en Boerhaavelaan, met minimale onderbreking in de gevel;
- vlakstand en voorzieningen t.b.v. garage (slagboom/automaat, etc.) dienen binnen de rooilijn opgelost te worden.
- aan diverse zijden van het blok zijn, per blok, zorgvuldig vormgegeven en uitnodigende toegangen tot fietsenstalling ontworpen: i. waarbij de specifieke ingangen afhankelijk zijn van de grootte en positie van het blok in het raamwerk; ii. uitgangspunt is dat de entrees logisch aansluiten op het omliggende fietsnetwerk (waaronder de Afrikaweg), waardoor fietsgebruik zoveel mogelijk wordt gestimuleerd. 4.4.1.5 Verbijzondering van het stedelijk blok 4.4.1.5.1 Pleinruimte verbijzondering Rondom de stedelijke blokken West 4, West 7.2, Oost 1 en Oost 4.2 (zie voor de positie van deze stedelijke blokken de Spelregelkaart) zijn verbijzonderingen met betrekking tot de vaste rooilijn aangegeven. Op deze plekken is een uitsparing in de vaste rooilijn voorgeschreven. Die uitsparing, of anders genoemd: pleinruimte verbijzondering, is bedoeld om extra ruimte te bieden in de openbare ruimte aan bijvoorbeeld extra groen, beweegruimte of ruimte voor verblijven. Pleinruimte verbijzondering Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Ten behoeve van extra oppervlakte voor de openbare ruimte ligt de rooilijn van het stedelijk terug, ter plaatse van: a. de locatie 'Pleinruimte verbijzondering, minimaal 100 m2' met dien vestande dat:
- de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven;
- de ruimte ook kan worden ingezet voor een voetgangersopgang van het stationsplein richting de Afrikaweg. Deze mag een overbouwing krijgen van de bovenliggende bebouwing, mits de onderdoorgang van ruime hoogte is (minimaal 5 meter). b. de locatie 'Pleinruimte verbijzondering, minimaal 300 m2', met dien vestande dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven; c. de locatie 'Pleinruimte verbijzondering, minimaal 600 m2', met dien vestande dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven; d. de locatie 'Pleinruimte verbijzondering, minimaal 1.000 m2', met dien vestande dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven; e. de pleinruimtes als bedoeld onder sub b tot en met d mogen niet worden overbouwd. De exacte maat waarin de rooilijn van het stedelijk blok terug ligt, is onderdeel van nadere uitwerking van het ontwerp van de stedelijke blokken, waarbij geldt dat bij het terugleggen van de rooilijn:
- de diepte van het stedelijk blok 22 meter mag blijven bedragen, met uitzondering van bijzonder programma zoals bepaald in beleidsregel 4.4.1.6 Bijzonder Programma;
- de maximale hoogte van dit deel van het stedelijk blok niet hoger is dan de hoogte van de direct aansluitende gelegen maximale bouwhoogte, niet zijnde een hoogteaccent. 4.4.1.5.2 Centrumstraat en West 6 & West 7 Op de spelregelkaart is de ligging van de stedelijke blokken ter plaatse van West 6 en 7 bepaald en daarmee ook de ligging van de Centrumstraat. In de volgende afbeelding is dit tevens weergegeven. Zuidelijke ligging Centrumstraat zoals opgenomen in Spelregelkaart Voor deze plots en ligging van de Centrumstraatzijn andere uitwerkingen denkbaar als alternatief, om een betere verbinding met de wijk Meerzicht via de Meerzichtlaan te maken. Daarbij is het denkbaar dat bij de uitwerking van de stedelijke blokken 6 en 7 een verschuiving van de Centrumstraat plaatsvindt. De stadsnis wordt in dat geval ook anders vormgegeven. Alternatieve varianten ligging Centrumstraat Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Binnen de locatie aangewezen als 'Centrumstraat en West 6 & West 7' zijn alternatieve uitwerkingen van de stedelijke blokken, de ligging van de Centrumstraat en de stedelijke blokken mogelijk. Een alternatieve ligging dient te passen binnen essenties en doelen van de Ontwikkelvisie Entree. 4.4.1.5.3 Experiment Per blok worden ontwikkelaars uitgenodigd tot het introduceren van een (maatschappelijk gemotiveerd) experiment (zoals bijvoorbeeld een bijzondere typologie, collectiviteit, doelgroepen, duurzaamheid, etc). Het experiment kan als middel worden gebruikt om het blok eigenheid te geven. De plek van het experiment binnen het blok is niet vastgelegd. 4.4.1.6 Bijzonder programma Het doel is te komen tot een zorgvuldige en kwalitatief hoogwaardige inpassing van het totale programma, zodat ook in het stedelijk blok de juiste condities worden gecreëerd om het bijzondere programma, dat niet altijd standaard in de plint of ontwerpprincipes past, in te passen. De stedelijke blokken van Entree bestaan uit een gemengd programma van wonen, werken en diverse voorzieningen. Bij dit programma komt een breed scala aan activiteiten kijken die passen bij een gemengde stadswijk. Een groot deel van dit niet-woonprogramma zal ingepast worden in de plinten. Enkele bijzondere functies vragen om een specifieke inpassing. Samengevat wordt dit als volgt in de beleidsregel vertaald. Groot niet-woonprogramma dat in de stedelijke blokken wordt gerealiseerd voldoet aan de volgende bepalingen: a. groot werkprogramma: in principe is met de standaard plinthoogte van minimaal 7,5 m rekening gehouden met de mogelijkheid tot hoge bedrijfshallen of bedrijfsverzamelgebouwen; b. groot maatschappelijk programma: vormt een logisch onderdeel van het stedelijk blok, en wordt als plint uitgevoerd (al dan niet met extra bovenliggende lagen). Indien gekozen wordt erboven geen woonprogramma uit te voeren, dient het volume van voldoende hoogte te zijn (minimaal 3 lagen) om de continuïteit van de bouwwand te garanderen; c. groot kantoorprogramma: indien er ten behoeve van een marktconforme footprint voor een kantoortoren een grotere diagonaal noodzakelijk is, kan daar gemotiveerd van worden afgeweken. De voorwaarde is ook dat de rankheid van het gebouw overtuigend wordt uitgewerkt, middels het benadrukken van de verticaliteit het volume; d. Voor bijzonder programma van meer dan 500 m2 b.v.o. (bruto vloeroppervlakte) op de begane grond gelden specifieke regels:
- Wanneer de maximale blokdiepte van 22 m onvoldoende blijkt, is lokaal een uitbouw die de binnentuin insteekt mogelijk.
- Bij grote uitbouwen van meer dan 400 m2 is om de impact op de binnentuin te beperken hier geen tweede plintlaag toegestaan en dient gezorgd te worden voor een collectief groen dak dat tevens toegankelijk is vanaf de binnentuin.
- Voor kleinere uitbouwen tot 200 m2 is een tweede laag en een niet-collectieve invulling van het groene dak ook een optie. 4.4.2 Entreepoort De toekomstige bebouwing van Entreepoort bestaat in essentie uit een langwerpig plintgebouw dat evenwijdig loopt aan de verkeersstromen van de randstadrail, de A12 en het spoor. Op dit plintgebouw staat een serie hoogteaccenten die een duidelijke zichtlocatie vormt en bijdraagt aan de beleving van Zoetermeer vanuit de voorbijrijdende trein, auto, tram of bus. Tegelijkertijd maken ze onderdeel uit van de beleving vanaf de stadsstraat, als markering van de stedelijke bebouwing van Entree, komend vanuit het noorden over de Afrikaweg. Deze accenten zorgen voor een compositie van aparte volumes, als een verwijzing naar de panden van het stedelijk blok in Entree Midden. De serie volumes heeft eveneens een afschermende werking van spoor- en snelweggeluid richting Entree Midden. Met de Ontwikkelvisie Entree wordt een aantal belangrijke ontwerpprincipes op niveau van het deelgebied vastgesteld. Deze principes geven helderheid over de globale stedenbouwkundige opzet in relatie tot de omliggende bebouwing, van Entree Midden en de omliggende buurten. Het gaat er daarbij om helderheid te creëren over de maximale hoogtes, de vaste rooilijnen en de principes van de ontsluiting de Entreepoort. Deze ontwerpprincipes vormen het vertrekpunt voor een verdere planuitwerking in afstemming met de verschillende kaveleigenaren in het gebied. De opgedane inzichten kunnen leiden tot een verdere aanscherping van uitgangspunten. Voor Entreepoort gelden de volgende beleidsregels ● Plintgebouw ○ Het plintgebouw ○ Bouwhoogtes ● Hoogteaccent Entreepoort ○ Positie en bouwhoogte hoogteaccent ○ Compositie van het hoogteaccent ○ Footprint van het hoogteaccent ● Binnentuinen en binnentuinenroute ○ Binnentuinen ○ Binnentuinenroute Principe compositie accenten Principes van de accenten Entree Poort 4.4.2.1 Plintgebouw 4.4.2.1.1 Het plintgebouw De toekomstige bebouwing van Entreepoort bestaat in essentie uit een langwerpig plintgebouw. Op dit plintgebouw staat een serie hoogteaccenten die een duidelijke zichtlocatie vormt en bijdraagt aan de beleving van Zoetermeer. Het plintgebouw is onderdeel van de nadere uitwerking van Entreepoort. Bij die nadere uitwerking van het plintgebouw wordt in elk geval de onderstaande beleidsregel in acht genomen. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Binnen de locatie 'Plintgebouw Entreepoort' wordt een plintgebouw gerealiseerd: a. het plintgebouw van bestaat uit twee lagen; b. het daklandschap sluit in hoogte aan op de Afrikaweg; c. een groot gedeelte van het plintgebouw mag bestaan uit parkeer (auto en fiets)- en logistiek programma dat in twee lagen mogelijk is. 4.4.2.1.2 Bouwhoogtes Het beoogde doel van deze beleidsregel is om, in aanvulling op de beleidsregel beschreven in paragraaf 4.4.2.1 'Het plintgebouw', helderheid te scheppen over de bouwhoogtes van het plintgebouw. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. De maximale bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven: a. locatie ‘Bouwhoogte 8 meter Entreepoort', maximaal 8 meter; b. locatie 'Bouwhoogte 17 meter Entreepoort', maximaal 17 meter; c. locatie 'Bouwhoogte 20 meter Entreepoort', maximaal 20 meter. 4.4.2.2 Hoogteaccenten Entreepoort 4.4.2.2.1 Positie en bouwhoogte van het hoogteaccent. De positie van de hoogteaccenten is middels een ster indicatief aangegeven op de spelregelkaart. De exacte positie is onderdeel van nadere uitwerking. De ster is in de beleidsregel vertaald naar een zoekgebied voor het hoogteaccent, met bijbehorende maximale bouwhoogte daarbij aangegeven. Bij de nadere uitwerking gelden de maximale bouwhoogten die in deze beleidsregel zijn aangegeven. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Binnen het gebied Entreepoort kunnen hoogteaccenten worden gerealiseerd. Daarbij gelden de volgende regels: a. een hoogteaccent is mogelijk ter plaatse van:
- de locatie ‘Zoekgebied hoogteaccent 35 meter Entreepoort', kan een hoogteaccent worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 35 meter;
- de locatie 'Zoekgebied hoogteaccent 50 meter Entreepoort, kan een hoogteaccent worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 50 meter;
- de locatie 'Zoekgebied hoogteaccent 60 meter Entreepoort', kan een hoogteaccent worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 60 meter;
- de locatie 'Zoekgebied hoogteaccent 70 meter Entreepoort', kan een hoogteaccent worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 70 meter; b. bij hoogteaccenten van meer dan 50 meter hoogte, is sprake van minimaal 3 bouwlagen verschillen ten opzichte van naastgelegen accenten. 4.4.2.2.2 Compositie van de hoogteaccenten De hoogteaccenten binnen het deelgebied Entreepoort zorgen voor een compositie van losstaande volumes, als een verwijzing naar de panden van het stedelijk blok in Entree Midden. Bij de nadere uitwerking van het deelgebied Entreepoort wordt daar middels onderstaande beleidsregels invulling aan gegeven. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Binnen de locatie 'Compositie van de hoogteaccenten' is sprake van een zorgvuldige compositie van losstaande volumes door in de uitwerking het volgende in acht te nemen: a. accenten lopen aan uiterste oost- en westzijde in hoogte af, zodat er een geleidelijke overgang richting de parken (o.a. Arianepark) vormgegeven kan worden; b. de compositie wordt in samenhang ontworpen met de bestaande volumes en structuren in de omgeving, zoals het Poortgebouw en het viaduct van de Afrikaweg; c. de compositie wordt in samenhang ontworpen met het plan voor Entree midden zodat het beleefd wordt als een integraal plan; d. de accenten hebben een onderlinge afstand van tenminste 12 meter; e. de accenten laten aan de noordzijde ten minste 7,5 meter vrije breedte op het dak van het plintgebouw voor een openbaar toegankelijke daktuin die een aantrekkelijke extra route vormt tussen de bovenliggende programma’s in de torens en richting het Arianepark; f. aanvullende maatregelen boven het plintgebouw om verdere geluidsbelasting te voorkomen kunnen in het gebouwontwerp worden meegenomen middels een geïntegreerd geluidsscherm of via zogenoemde ‘vleugels’ of een volledige opbouw van maximaal 4 bouwlagen boven op het plintgebouw, zodanig dat dit geen afbreuk doet aan de beleving van de compositie van afzonderlijke torens. 4.4.2.2.3 Footprint van het hoogteaccent De positie van een hoogteaccent is onderdeel van nadere uitwerking. De hoogteaccenten hebben een ranke opzet. Ongeacht waarbinnen het zoekgebied (zie de beleidsregel m.b.t. de positie en bouwhoogte hoogteaccent) wordt bij de uitwerking van het deelgebied Entreepoort de onderstaande beleidsregel in acht genomen. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. De footprint van hoogteaccent dat wordt gerealiseerd binnen de locatie 'Footprint hoogteaccent Entreepoort', voldoet aan de volgende regels: a. de diameter van de footprint bedraagt maximaal 45 meter in diameter; b. de breedte van de footprint bedraagt maximaal 40 meter; c. accenten hoger dan 50 meter verjongen naar boven toe, met minimaal 4 meter breedte of diepte, vanaf ongeveer 2/3e van de totale hoogte. 4.4.3 Binnentuinen en binnentuinenroute 4.4.3.1 Binnentuinen Het doel is te komen tot een robuuste groene inrichting van de binnentuinen. De overgangen tussen privé en collectief zijn zorgvuldig vormgegeven, zodat ze uitnodigen tot gebruik en het collectieve karakter van de tuin versterken en tegelijk de privacy van de eigen woonruimte garanderen. Daarnaast is de binnentuin uitnodigend voor bezoekers die de tuin via enkele doorsteken of poorten kunnen bereiken. De stedelijke blokken van Entree zijn gesloten blokken met gebouwd programma rondom een binnentuin met een collectief karakter, en nodigen uit tot gebruik door de direct omwonenden in het blok. Diverse toegangen rondom maken het echter ook mogelijk om als bezoeker te gast de binnentuin te bezoeken. De tuinen vormen een oase van rust ten opzichte van de reuring en ruis aan de buitenzijde van het stedelijk blok. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. De binnentuinen en de toegankelijkheid daarvan voldoen aan de volgende bepalingen: a. het formaat van de binnentuin is zodanig dat er een prettige binnenruimte ontstaat, in goede verhouding tot de wanden van de gebouwen, met voldoende bezonning en ruimte voor een groene inrichting en collectief gebruik door het blok; b. met betrekking tot de toegankelijkheid van de binnentuinen geldt het volgende:
- de binnentuinen zijn in principe voor collectief gebruik en ook ingericht als zodanig, maar overdag tenminste openbaar toegankelijk en uitnodigend voor spelende kinderen, bezoekers en toevallige passanten. Overdag zijn de tuinen dus niet afgesloten met hekken om passanten te weren, maar omwille van de beheersbaarheid kunnen deze kunnen ’s avonds worden afgesloten.
- elke binnentuin is direct vanaf de openbare ruimte bereikbaar vanaf beide dwarsstraten, zoals bedoeld in paragraaf 4.4.4.2, plus één extra zijde (met uitzondering van de percelen aangeduid op de spelkaart: O1, O6, O8 en W8), daarbij geldt het volgende: i. Dwarsstraten: zorgvuldig vormgegeven doorsteek als onderbreking in straatwand of als poort (beide minimaal 4 meter breed). ii. Stadsstraat/Buitenstraten: doorgang enkel met poort (minimaal 4 meter breed) als uitsparing in het blok, en van royale hoogte zodat het uitnodigend is maar geluidsoverlast wordt voorkomen. iii. Via minimaal één van deze routes is de daktuin vanaf de openbare ruimte obstakelvrij (dus zonder trap of steile helling) te bereiken voor mindervaliden. 4.4.3.2 Binnentuinenroute Door de aaneenschakeling van doorsteken ontstaat de mogelijkheid om via de collectieve binnentuinen Entree op een bijzondere manier te voet te verkennen. Deze binnentuinenroute vormt een aanvulling op het formele netwerk van voetgangersroutes in de openbare ruimte en maakt het netwerk fijnmaziger Binnentuinenroute Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Daar waar een locatie 'Binnentuinenroute' is opgenomen, wordt binnen de blokken in Entree een route als onderdeel van de binnentuinenroute Entree gerealiseerd. Daarbij gelden de volgende regels. a. de route weergegeven door de locatie 'Binnentuinenroute', is indicatief; b. de exacte ligging en breedte van de binnentuinenroute is nadere uitwerking; c. de entrees in de dwarsstraten liggen in elkaars zicht, zodat er een logische en aantrekkelijke route ontstaat. 4.5 Duurzaam gebiedsgericht mobiliteitsbeleid Entree is een ambitieuze en duurzame gebiedsontwikkeling, gericht op een gezonde, groene leefomgeving. Hiertoe is een mobiliteitsstrategie Entree opgesteld. De focus ligt op mobiliteit met lage milieubelasting, zoals lopen, fietsen, en het gebruik van openbaar vervoer, met de volgende uitgangspunten:
- Aantrekken van bewoners en ondernemers die kiezen voor gezondheid en de nabijheid van openbaar vervoer.
- Vermijden van onnodige verplaatsingen door thuiswerken en voorzieningen dichtbij huis.
- Mobiliteit met prioriteit voor voetgangers, fietsers, en openbaar vervoer, terwijl autoverkeer minder ruimte krijgt.
- Stimuleren van gedragsverandering om gezond verplaatsingsgedrag te bevorderen. De openbare ruimte in Entree is gericht op gezond bewegen en leefbaarheid. De wijk is inclusief, met voorzieningen voor verschillende doelgroepen, zoals senioren en mensen met een beperking. Door voldoende voorzieningen op loop- of fietsafstand, werkruimtes aan huis en goed georganiseerde vervoersvoorzieningen wordt de behoefte aan (auto-) mobiliteit verminderd. Maar ook marketing om de juiste huishoudens aan te spreken die onder deze specifieke omstandigheden zich in Entree willen vestigingen. Voor bijzondere verkeersbehoeften, zoals hulpdiensten en bezorgdiensten, zijn speciale voorzieningen en logistieke oplossingen, zoals ‘bezorghubs’, in de plannen opgenomen. Het voetgangersnetwerk is gebaseerd op een fijnmazig stelsel van paden en trottoirs, met brede trottoirs langs de Afrikaweg en gelijkvloerse voetgangersoversteekplaatsen. Het netwerk zorgt voor veilige en comfortabele verbindingen voor voetgangers. Het fietsnetwerk wordt geoptimaliseerd, zowel voor doorgaand fietsverkeer als fietsverkeer naar en van bestemmingen in Entree. Fietspaden worden breed en vrijliggend aangelegd, met stallingsmogelijkheden in de openbare ruimte voor bezoekers die voetgangers niet hinderen. Bewoners kunnen inpandig hun fiets veilig parkeren. Er wordt ingezet op het verminderen van het autobezit door deelautosystemen, met de ontwikkeling van Mobility Hubs en MaaS-diensten (Mobility as a Service). Hiermee worden duurzamere mobiliteitskeuzes, zoals het delen van auto’s en fietsen, en het gebruik van MaaS-diensten gestimuleerd. Dit draagt bij aan het verminderen van de parkeervraag en het gebruik van de auto in het gebied. Er wordt gestreefd naar het verminderen van het autobezit en autogebruik in en door Entree. De Afrikaweg blijft wel als belangrijke verbindingsroute voor autoverkeer bestaan, maar wordt onderdeel van Entree als stadsstraat. Door een rem op het autogebruik te zetten ontstaat er op deze weg capaciteit om gelijkvloers over te steken waarmee de leefbaarheid in Entree wordt versterkt. Door de infrastructuur voor autoverkeer te beperken wordt ruimte gemaakt voor fietser en voetganger, maar ook voor andere functies als groen, water en spelen. De Afrikaweg blijft een belangrijke verkeersader. Parkeren wordt in die mate gefaciliteerd, dat de ruimtelijke en programmatische ambitie kan worden gerealiseerd. Het auto parkeren voor bewoners en bezoekers dient opgelost te worden binnen de stedelijke blokken. Dit geldt ook voor het fietsparkeren van bewoners. Het fietsparkeren voor bezoekers zal wel grotendeels plaatsvinden in de openbare ruimte. Daartoe zijn specifiek voor Entree parkeernormen benoemd, wordt maximaal ingezet op deelmobiliteit en marketing gericht op deze doelgroepen. Hierdoor wordt voorkomen dat de openbare ruimte wordt overbelast met parkeerplaatsen. Er wordt een balans gevonden tussen de ruimte die nodig is voor het parkeren van privéauto’s in combinatie met het stimuleren van andere vormen van mobiliteit. In Entree is de bevoorrading, afvalinzameling en onderhoud efficiënt geregeld, waardoor logistiek autoverkeer in de voetgangerszone rondom het stedelijk blok zo veel mogelijk wordt beperkt en hinder op de omgeving wordt voorkomen. Inpandige voorzieningen ten behoeve van de logistiek zijn vanaf de openbare ruimte goed toegankelijk, en zorgvuldig ingepast in de gevel. De logistiek wordt zo om de stedelijke blokken gepositioneerd dat de voorzieningen en het wonen in de stedelijke blokken goed kunnen functioneren en waarbij de hinder hiervan in de buitenruimte wordt beperkt. In hoofdstuk 5 van de Ontwikkelvisie Entree zijn deze principes meer in detail uitgewerkt en in paragraaf 3.1 onder het kopje: Mobiliteit en parkeren. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Het gebied wordt zodanig ontwikkeld dat invulling wordt gegeven aan de ambities m.b.t. duurzaam gebiedsgerichte mobiliteit, met daarbij de focus op mobiliteit met lage milieubelasting, zoals lopen, fietsen, en het gebruik van openbaar vervoer, met de volgende uitgangspunten: a. aantrekken van bewoners en ondernemers die kiezen voor gezondheid en de nabijheid van openbaar vervoer; b. vermijden van onnodige verplaatsingen door thuiswerken en voorzieningen dichtbij huis; c. mobiliteit met prioriteit voor voetgangers, fietsers, en openbaar vervoer, terwijl autoverkeer minder ruimte krijgt; d. stimuleren van gedragsverandering om gezond verplaatsingsgedrag te bevorderen; e. het parkeren van fietsen en auto's wordt als volgt opgelost:
- met toepassing van de bepalingen uit de Nota Maatwerk Parkeernormen en Uitvoeringsregels Entree (bijlage VI) met dien verstande dat: i. het toepassen van maatwerk (ambitiescenario, zie bijlage VI) is mogelijk, waarbij de gehele Nota Maatwerk Parkeernormen en uitvoeringsregels Entree onverkort geldt en ii. bij het toepassen van maatwerk, als bedoeld onder 2, de initiatiefnemer geen gebruikt maakt van de bepalingen uit de Nota Parkeernormen en Uitvoeringsregels Zoetermeer
- 4.6 Gezonde en levendige buitenruimte De hoge bebouwingsdichtheid van Entree, met veel activiteit, veel voorzieningen, beweging en reuring, vraagt om een inrichting van de buitenruimte waar ook voldoende groen aanwezig is en ruimte voor ontspanning. De inzet voor de buitenruimte van Entree is een prettige woonomgeving, die qua ambitie past bij de uitstraling van de gebouwen, en bij het hoogstedelijk karakter van Entree. Veel mensen maken gebruik van de buitenruimte, om te verblijven, te ontmoeten, om te sporten en buiten te spelen. In de stadsstraat is reuring, rustiger zijn de groene binnentuinen van de stedelijke blokken, de woonerven in de tussenstraten en de nabij gelegen parken. 4.6.1 Openbare ruimte De essentie van de openbare ruimte in Entree wordt gevormd door: ● Een robuust groen-blauw raamwerk in verbinding met omgeving. ● Levendige en verbindende stedelijke openbare ruimte/ verblijf en ontmoeting altijd dichtbij. Robuust groen-blauw raamwerk Het robuuste raamwerk bestaat uit de groen-blauwe kraag rondom Entree en de sterke bomenstructuur van de stadsstraat. Binnen Entree worden stedelijke groenvakken op de Afrikaweg en in de tussenstraten verbonden met de nieuw aan te leggen groene binnenterreinen, de daktuinen en de groene gevels. De groen-blauwe kraag wordt aangesloten op bestaande groengebieden als het Prinses Arianepark, het Westerpark, het Bossenpark en het plantsoen in de kop Waterbuurt. De uitbreiding van de waterstructuur in de groen-blauwe kraag sluit aan op bestaande waterlopen en er worden nieuwe verbindingen gemaakt. De groen-blauwe kraag is belangrijk voor de compensatie van het toevoegen van verhardingen, het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering (hitte, droogte, wateroverlast) in natuurlijke systemen (zie ook ‘intrinsieke duurzame wijk’). Levendige en verbindende stedelijke openbare ruimte Entree is een woonwijk met adressen en voorzieningen aan een centrale stadsstraat, die het stationsgebied met Centrum West en de Binnenstad verbindt. De verschillende plekken en pleinen met de stedelijke blokken worden verbonden door een aaneengesloten voetgangersgebied met eenduidige materialisatie. De openbare ruimte aan de Afrikaweg, waar de voetganger het primaat heeft, ademt kwaliteit uit met een vriendelijk ogende elementenverharding. De eenduidige uitstraling van de bestrating is rondom heel Entree te herkennen. De trottoirs zijn breed, zodat er ruimte is voor groen, verblijf en ontmoeting en zijn in verhouding met de bebouwingshoogte. De buitenruimte is toegankelijk en gebruiksvriendelijk, onder meer door de niveauverschillen goed op te lossen. Verblijf en ontmoeting altijd dichtbij Groen op loopafstand is kenmerkend voor de Zoetermeerse wijken. Zo ook in Entree: groen is om de hoek, evenals plekken voor ontmoeting, verblijf, sporten en spelen binnen de nieuwe wijk. Verschillende typen en groottes van plekken bevinden zich op korte afstand van de woning. Naast een eigen plekje binnen private buitenruimtes, de collectieve daken en de Zoetermeerse Stoep, is iedere bewoner zo in de semi-openbare, groene binnentuin. Kinderen hebben hier de mogelijkheid om veilig te spelen zonder een straat over te steken. Verschillende onderdelen kennen een eigen inrichting De groen-blauwe kraag kan opgedeeld worden in verschillende zones, met elk een ander sfeer, beplanting, doelsoorten en inrichtingsprincipes. De verschillende overgangen zorgen voor grotere leefgebieden van planten en dieren en meer biodiversiteit. Waar mogelijk blijven bestaande groenstructuren behouden en worden zij ingepast in de nieuwe ontwikkeling. Dat zal vooral langs de randen van Entree zijn, langs de Boerhaavelaan en het Bredewater. Delen van die bestaande structuren bestaan uit grote oude bomen die in hoge mate het groene aanzicht van het kenmerkende straatbeeld bepalen. Veel van deze bomen zijn dermate oud dat behoud op de lange termijn niet verantwoord is. Deze bomen blijven in Entree behouden zolang dit verantwoord is terwijl jonge nieuw aangeplante bomen in die tijd steeds meer in volume toenemen. Dit zorgt ervoor dat tijdens de realisatie van de nieuwe ontwikkelingen blijft het totale volume van boomkronen zo groot als mogelijk is. Er zijn ook deelgebieden die een nieuwe inrichting krijgen. Doordat de wijk in het nieuwe plan aan twee zijden (oost en west) geleidelijk oploopt naar de Afrikaweg wordt er veel veranderd in de hoogtepeilen en de infrastructuur van het gebied. Dat zorgt voor beperkingen bij het inpassen van het bestaande groen, waardoor niet veel van het bestaande groen behouden kan worden. Een groot deel van de wateropgave zal worden gerealiseerd op de kavels door middel van maatregelen in de kelder, in de binnentuinen en ook deels op de daken. Het overige deel van de wateropgave wordt in de openbare ruimte opgelost in de vorm van extra oppervlaktewater. Het water draagt bij aan de natuurlijke beleving en past bij de identiteit van Zoetermeer. Ook levert het een bijdrage aan het ecologische systeem. De plantvakken in de Afrikaweg zijn deels verhoogd, zodat de randen ervan ook zitelementen zijn. In de bakken staat vaste beplanting van diverse groottes, bomen en meerstammige struiken. Sierwaarde en seizoensbeleving zijn het uitgangspunten. Het gevelgroen wordt bij voorkeur geplant in de volle grond, waardoor het levensvatbaar is. Deze beplantingen dragen bij aan verkoeling en aan vergroening. De binnentuinen zetten de beplantingen en bomen/ meerstammige struiken van de plantvakken in de tussenstraten door. 4.6.2 Spelen en sport In Entree wordt vol ingezet op gezondheid; actief bewegen en natuurlijk spelen dragen hieraan bij. Een natuurspeelplek, sportveldjes en -voorzieningen bevinden zich in deels in de groene kraag, zodat deze vanaf iedere woning goed te bereiken zijn. De realisatie van speelvoorzieningen voor de leeftijd 0-12 jaar vindt plaats binnen de stedelijk blokken en ligt bij de ontwikkelaar van de kavels. Een aantal speelvoorzieningen voor oudere kinderen (12+) wordt in de openbare ruimte van Entree gerealiseerd. 4.6.3 De wegen in Entree De stadsstraat Afrikaweg De openbare ruimte van de stadsstraat Afrikaweg wordt gedefinieerd door de bebouwing aan weerszijden. De gebouwen staan in principe in een vaste rooilijn, waardoor het profiel van de stadsstraat herkenbaar wordt. Op specifieke plekken, daar waar de stadsstraat wordt gekruist door oversteken, vindt er een uitzondering plaats door middel van een sterke verspringing in de rooilijn, waardoor er pleinruimtes worden gevormd. De stadsstraat zal voor voetgangers een fijne plek zijn. Een aangenaam verblijfsklimaat is voor een geslaagde stadsstraat een essentiële kwaliteit. De hoeveelheid verkeer op de Afrikaweg blijft groot, maar het profiel krijgt een andere indeling waarbij er minder ruimte voor de auto is. Basiseisen voor de inrichting van de Afrikaweg zijn: verblijfsplekken waar je in de luwte van het verkeer kunt zitten, een afwisseling van schaduw en zon, veel groen, bescherming tegen windhinder en obstakelvrije looproutes. De gebouwen langs de stadsstraat worden allen voorzien van een plint. Deze biedt ruimte aan voorzieningen die levendigheid brengen op de straat en binnen de gebouwen. Er vindt een duidelijke uitwisseling plaats tussen gebouw en openbare ruimte. Dit is de ruimte bij uitstek waar ontmoeting en verblijven plaatsvinden. De Dwarsstraten De dwarsstraten zijn de verbindende straten tussen de blokken in, die dwars op de Afrikaweg uitkomen. Meer over de Dwarsstraten in paragraaf 4.6.
- De Centrumstraat De Centrumstaat is een bijzondere dwarsstraat en met 20 meter breedte, breder dan de overige dwarsstraten. De straat vormt de belangrijkste oost-west verbinding die de wijken Meerzicht en Driemanspolder met elkaar en met Entree verbindt. De straat vormt ook belangrijke plek voor niet- woonprogramma op de begane grond. De veilige en comfortabele oversteek van de Afrikaweg geeft betekenis aan de stadsstraat, terwijl deze ook nog een druk bereden autoverbinding zal blijven. Daarom is een bijzondere vormgeving van deze plek essentieel. Dat vraagt om een integraal stedenbouwkundig ontwerp van de bebouwing, de inrichting van het maaiveld, het programma en het verkeersontwerp. Bij de bebouwing gaat het dan over de stadsnissen, de plinten, de pleinwanden inclusief de juiste plaatsing van de hoogteaccenten. De inrichting van het maaiveld betreft de bestratingen, beplantingen (inclusief bomen), verlichting en overig straatmeubilair zodat alle functies die op een stadsplein thuishoren er een plek kunnen vinden. Het verkeersontwerp levert in eerste instantie een veilige oversteek op die qua vormgeving en technische voorzieningen duidelijk maakt dat in dit gebied het autoverkeer zich dient te richten naar de veiligheid en het comfort van de voetganger. De kruising tussen de Centrumstaat en Afrikaweg wordt vormgegeven door een stadsnis. Hier ligt de rooilijn flink terug en wordt er een verblijfsplein gevormd. Dit is de plek voor groen en zitelementen, om horeca met terrassen en speciaal programma in de plint te programmeren, dat zorgt voor levendigheid en reuring. 4.6.4 De Dwarsstraten De dwarsstraten zijn de verbindende straten tussen de blokken in, die dwars op de Afrikaweg uitkomen. In basis een hellende straat, die het hoogteverschil tussen het Bredewater/ Boerhaavelaan en de Afrikaweg overbrugt. Door de flauwe hellingen blijft de wijk op deze manier toegankelijk voor mindervaliden. Een klein aantal dwarsstraten zal een deel hellend en een deel vlak worden uitgevoerd en op hoogte van de Afrikaweg worden aangelegd. Dit heeft als voordeel dat een eventuele parkeervoorziening onder de straat kan worden doorgetrokken. In dit geval zal de bereikbaarheid middels trappen en dwarsliggende hellingbaan verlopen. Ter plaatse van de pleinruimte is het mogelijk dat deze onderbouwd wordt t.b.v. de parkeervoorziening bij het bouwblok. De dwarsstraten die gekoppeld worden aan oversteken over de Afrikaweg en die op het schaalniveau tussen de wijken een rol vervullen, zullen altijd hellend worden uitgevoerd, waardoor er ook fietsers gebruik kunnen maken om de Afrikaweg te kunnen bereiken vanuit de omliggende wijken. De dwarsstraat is 16 meter breed, is voetganger vriendelijk en biedt toegangen tot de binnentuinen van de woonblokken, waar grotere, groene speel- en verblijfsplekken zijn voor de buurt. Ze zijn toegankelijk voor hulpdiensten en andere voertuigen die incidenteel van de straat gebruik maken. Deze straten worden ingericht als 15 km/u-gebied/ woonerf, waardoor er geen verhoogde stoepen nodig te zijn. De straten hebben voor het grootste gedeelte een woonfunctie; ze bieden toegang tot de voordeuren van woningen, en tot de binnenterreinen. De Zoetermeerse stoep, met geveltuinen en bankjes voor de gevel zorgen voor eigenaarschap op deze woonerven. De straat oogt groen en vriendelijk, met groenvakken en bomen. Dwarsstraten Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Bij de inrichting van de dwarsstraten en de openbare ruimte van deze straten zijn de essenties en doelen van de Ontwikkelvisie leidend. 4.7 Levendige, gemengde stadswijk In Entree wordt stedelijkheid gebouwd in een voor Zoetermeer flink hogere dichtheid. De tijd van functiescheiding is voorbij, de levendige stad wordt juist door functiemenging gekarakteriseerd. De programmering in Entree is een van de belangrijkste onderdelen van de gebiedsontwikkeling om te komen tot een nieuw en levendig stadsgebied. De doelstellingen voor de programmering: ● Creëren van een aantrekkelijke mix met stedelijke allure van hoogwaardige, (betaalbare) woningen, voorzieningen en bedrijfsruimten. ● Het invullen van een groot deel van de woningopgave van Zoetermeer en de regio ● Ruimte bieden voor de groeiende behoefte aan bedrijfsruimte in de regio en schuifruimte voor de huidige bedrijventerreinen. De programmering van Entree is afgestemd met de programma’s Ruimtelijke Strategie 2040 en Woningbouw als Aanjager om zodoende voor wonen en andere functies de juiste vertaling te maken op de schaalniveaus regio, Zoetermeer, Entree en overige wijken. Ter ondersteuning van het totale programma van Entree is een behoefte-onderzoek (Laddertoets) opgesteld door onderzoeksbureau Stec, deze is in te zien op de website Entree Zoetermeer. Onder begeleiding van woningonderzoekbureau Companen is een Visie op Wonen opgesteld, deze is in te zien op de website Entree Zoetermeer. Deze visie bevat onder andere een doelgroepenanalyse met vertaling naar een woonbibliotheek. Deze is gebruikt tijdens de participatie en heeft uiteindelijk geresulteerd in de woonbibliotheek, zoals opgenomen in de Ontwikkelvisie. Entree biedt een grote verscheidenheid aan huisvesting voor diverse doelgroepen, en er zal veel aandacht gaan naar specifiek drie doelgroepen: jongeren, stedelijke huishoudens en senioren. Dit alles heeft geresulteerd in de volgende programmering op hoofdlijnen voor Entree: Overzichtstabel programma Entree De totale woningopgave binnen de totale gebiedsontwikkeling is verdeeld in 3 hoofdsegmenten met voor elk een bandbreedte: ● Goedkope huur/Sociale huur: 27% - 30% ● Middeldure-huur woonruimten/ Betaalbare koop: 25% - 35% ● Vrij voor overig woonprogramma: 35% - 48% Om een levendige stadsstraat en een goede leefbare stadswijk te maken is een goede basis van voorzieningen nodig voor de woningen. Qua voorzieningen is een mix van verschillende functies nodig die op verschillende tijden (’s ochtends tot ’s avonds) activiteit laten zien. Entree alleen in de buitenruimte maar ook door de positionering van woningen ten opzichte van de andere functies. Een levendige plint ontstaat niet vanzelf, maar is wel cruciaal voor het slagen van de stadsstraat. Hiervoor is een plintenstrategie opgesteld, deze is in te zien op de website Entree Zoetermeer. De plintenstrategie richt zich op de positionering, de programma-mix in de plint, plintenkaart en proces om ambitie en doelstellingen te bereiken. Ruimtelijk gezien zijn de plinten die voor interactie zorgen met de openbare ruimte – en dus adequaat ontworpen en gevuld met toepasselijk programma - vooral belangrijk langs beide zijden van de Afrikaweg, langs de Centrumstraat en aan het Stationsplein. Commerciële functies zoals detailhandel en horeca vormen ‘brandpunten’ bij de kruising Afrikaweg-Centrumstraat en nabij het station. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Binnen het plangebied Entree past de invulling van de programmering binnen de volgende bandbreedte: 4.8 Intrinsiek duurzame wijk Om de biodiversiteit te behouden en versterken in Zoetermeer wordt Entree natuurinclusief ontwikkeld. Daarbij wordt ingezet op het behoud en de versterking van natuur, het verbinden van groen-blauwe structuren, habitatrealisatie, en het realiseren van voldoende ruimte voor natuur in het plangebied. De duurzaamheidsthema’s staan niet op zichzelf en kunnen elkaar versterken, de som is meer dan de losse delen. Het integreren en combineren van deze duurzaamheidsthema’s in het stedenbouwkundig ontwerp biedt de kans om van Entree een intrinsieke duurzame wijk te maken. De doelen van de duurzaamheidsthema’s zijn samen te vatten in een hoofddoel namelijk: ‘Groen tenzij’. Deze maatregel draagt bij aan meerdere facetten van duurzame ontwikkeling. Het toevoegen van groen draagt bij aan klimaatadaptatie, aan biodiversiteit en natuurinclusief, aan de gezondheid (stressreductie, eerder herstel na ziekte). Daarnaast draagt groen ook bij aan de energieopgave. Door de verkoelende werking van groen wordt het rendement van zonnepanelen verhoogd. Vanuit circulair oogpunt zorgt groen voor een langere levensduur van de dakbedekking. Tenslotte heeft groen ook een positief effect op de vastgoedwaarde. Met Entree wil de gemeente Zoetermeer een intrinsieke duurzame wijk realiseren. Hierbij zijn – in navolging van het convenant Toekomstbestendig bouwen van de Provincie Zuid Holland - zes verschillende thema’s nader uitgewerkt: ● klimaatadaptatie; ● natuurinclusiviteit en biodiversiteit; ● duurzame mobiliteit (zie ‘duurzaam gericht mobiliteitsbeleid’); ● energie; ● circulariteit; ● gezonde leefomgeving. Hierna zijn per thema beknopt de doelstellingen en essenties weergegeven. Deze zijn in de ontwikkelvisie nader uitgewerkt in principes. Daar waar eisen gelden die een opgave zijn voor de gemeente (openbaar gebied) of ontwikkelaars (private gronden) is dit in een beleidsregel vertaalt. Een deel van de principes zijn ambities die in de toekomst mogelijk verder kunnen uitgewerkt en opgepakt. Daarom is een algemene beleidsregel opgenomen dat per bouwplan – in samenspraak met ontwikkelaar – wordt bekeken of een verdere invulling van deze ambities mogelijk is. In de Ontwikkelvisie is dit ook verwoord door het streven om geleidelijk een hogere prestatieniveaus te bereiken. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Om invulling te geven aan de ambities ten aanzien van een 'Intrinsiek duurzame wijk' wordt per bouwplan - in samenspraak met de ontwikkelaar - bekeken of en hoe verdere invulling van deze ambities betrokken kunnen worden. 4.8.1 Klimaatadaptatie Het gebied wordt klimaatadaptief ontwikkeld, wat betekent dat het droogtebestendig, hitte-proof en waterrobuust is, zodat het gebied zowel leefbaar als veilig blijft voor bewoners, ook tijdens extreme weersomstandigheden. Het doel is enerzijds om de stad weerbaar te maken tegen de negatieve effecten van watertekorten en hitte, maar ook te zorgen voor een veerkrachtige waterhuishouding. Ook is het streven om het drinkwater verbruik te verminderen zonder in te boeten op de kwaliteit van leven of de gezondheid van de bewoners. Voor een veerkrachtige waterhuishouding die die het vermogen van de stad versterkt om met extreme weersomstandigheden om te gaan. Naast de al wettelijke eisen van het waterschap en rijksregels voor duurzaamheid (BENG-eisen en bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving) wordt in Entree ingezet op voldoende schaduw, koele (inpandige) verblijfsplaatsen, robuuste groenvoorzieningen en een waterrobuuste inrichting. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Entree wordt klimaatadaptief ontwikkeld. Hier wordt onder verstaan: ● Het realiseren van 30% schaduw in de openbare ruimte en in de binnenterreinen van het plangebied waarbij als gevolg van groei dit gefaseerd plaats kan vinden om tot het eindbeeld te komen. ● Op maximaal 300 meter loopafstand is een openbaar toegankelijk, in de buitenruimte of inpandig, koele, schaduwrijke verblijfsplek. ● Groenvoorzieningen in de openbare ruimte moeten zo veel als mogelijk bestand zijn tegen de hitte. ● De koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs)ruimte in de directe omgeving en er moeten maatregelen worden getroffen om de opwarming van de binnentemperatuur te voorkomen in de voorkeursvolgorde:
- Een koele omgeving.
- Warmte weren door het gebouwontwerp.
- Passief koelen.
- Actief koelen. ● Een waterrobuuste inrichting met vloerpeilen hoger dan de wegen en aanleg van gevoelige nutsvoorzieningen boven maaiveld/peilhoogte. 4.8.2 Natuurinclusiviteit en biodiversiteit De ontwikkeling van de wijk Entree heeft als doel een robuuste ecologische structuur te creëren die de biodiversiteit bevordert, natuur en stedelijkheid met elkaar verbindt en de ecologische hoofdstructuren van Zoetermeer versterkt. Het gebied is belangrijk voor zowel flora als fauna en speelt een cruciale rol in de ecologische verbinding tussen natuurgebieden buiten de stad en stedelijke parken. Door natuurinclusief bouwen en het versterken van bestaande ecologische kwaliteiten, wordt het gebied een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving voor zowel mensen als dieren. Het gebied wordt zodanig ontwikkeld dat de ecologische hoofdstructuur wordt versterkt en de natuur in de wijk wordt behouden en versterkt. Hier wordt onder verstaan: ● Rondom Entree wordt een nieuwe blauw-groene kraag gerealiseerd die een ecologische verbindingszone vormt tussen de wijk en omliggende natuurgebieden. Binnen Entree vormen de binnentuinen als ecologisch kralen. Zowel de blauw-groene kraag als de ecologische kralen worden aangelegd volgens het inrichtingsplan. ● Ecologische lijnen en bestaande natuurwaarden worden zoveel als mogelijk behouden. Als dat niet mogelijk is, zal de nieuwe inrichting moeten voldoen aan het (nog op te stellen) inrichtingsplan. ● Menselijke verstoringen in de ecologische structuren wordt zoveel als mogelijk voorkomen. Aanleg vindt plaats volgens het (nog op te stellen) inrichtingsplan. ● De inrichting van het gebied richt zich op het creëren van habitats voor vijf belangrijke doelsoorten, waaronder struik-broedende vogels, vleermuizen, egel, watergebonden soorten en wilde bijen. Aanleg van deze habitats vindt plaats volgens het (nog op te stellen) inrichtingsplan. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Het gebied wordt zodanig ontwikkeld dat de ecologische hoofdstructuur wordt versterkt, de natuur in de wijk wordt behouden en versterkt waardoor de biodiversiteit wordt versterkt. Hiervoor wordt een (ecologische) gebiedsaanpak en inrichtingsplan opgesteld waaraan de aanleg van de openbare ruimte en de binnentuinen en het instandhouden daarvan aan moet voldoen. 4.8.3 Energie De wijk Entree wordt ontworpen met een sterke focus op duurzame energie, waarbij hernieuwbare bronnen zoals zonnepanelen en bodemenergie (WKO) de basis vormen voor het energieverbruik. De wijk is aardgasvrij met een optimaal en gezond binnenklimaat met aandacht voor koeling en ventilatie en dat wordt gevoed door duurzame energie. De ontwikkeling speelt in op innovaties zoals zonnepanelen in gevels, bodemwarmte en mogelijk aquathermie en buurtbatterijen. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Het gebied wordt ontwikkeld met een sterke focus op energie. Hier wordt onder verstaan: ● Bodemenergieplan met WKO-systemen die verwarmen en koelen. ● De mogelijkheden van een collectief warmtenet wordt onderzocht. ● Beschikbaar dakoppervlak en gevels worden benut voor zonnepanelen, lagere daken primair groen/blauw, hogere daken energiedaken (met zo mogelijk maatregelen voor water). ● Woningen zijn goed geïsoleerd en voorzien van ventilatiesysteem voor gezond binnenklimaat. ● Inzet op passieve zonne-energie en zonwering om oververhitting te voorkomen. 4.8.4 Circulair Circulair bouwen betekent het ontwerpen en realiseren van bouwwerken die aan het einde van hun levensduur eenvoudig gedemonteerd, hergebruikt of gerecycled kunnen worden. Dit vraagt om innovatieve en toekomstgerichte bouwpraktijken die aansluiten op wet- en regelgeving en maatschappelijke ambities. Het doel is het realiseren van een stadswijk die duurzaam omgaat met grondstoffen door waar mogelijk materialen te hergebruiken, CO₂-uitstoot te minimaliseren en afval te voorkomen. De ontwerpprincipes zijn overgenomen uit Het Nieuwe Normaal, dat ook is opgenomen in Convenant Toekomstbestendig Bouwen 2.0 (4-10-2024) en dient als inspiratie voor verdere uitwerking van de plannen. 4.8.5 Gezonde leefomgeving 4.8.5.1 Geluid Het gebied Entree ondergaat een transformatie van een verouderd kantoren- en parkeerterrein naar een levendige stadswijk. Vanwege de aanwezigheid van verschillende geluidbronnen ((snel)weg(en), spoorwegen en milieubelastende activiteiten) die het gebied omringen, is de waarde van geluid in delen van het plangebied hoog. Dit vereist een zorgvuldige aanpak om de geluidsimpact zoveel mogelijk te beperken en een zo goed mogelijk woon- en leefklimaat te realiseren. Het geluidbeleid is vastgelegd in het 'Afwegingskader geluid [1] Afwegingskader geluid (weg, rail en industrie) tussen standaardwaarde en grenswaarde (Omgevingswet) | Lokale wet- en regelgeving en het Geluidskader Entree (bijlage V) om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling voldoet aan het wettelijk kader en gezondheidsoverwegingen. In paragraaf 3.1 wordt verder ingegaan op het thema ‘geluid’. Het doel is om geluidsoverlast te beheersen en zo veel mogelijk te beperken bij de ontwikkeling van het gebied Entree. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Om de waarde van geluid te beheersen en zo veel mogelijk te beperken bij de ontwikkeling van het gebied Entree is het volgende bepaald: ● Akoestisch ontwerpen is de basis. ● Bij overschrijding van de standaardwaarden vindt een nadere afweging plaats op grond van het Afwegingskader Geluid en Geluidskader Entree. 4.8.5.2 Luchtkwaliteit Vanwege de aanwezigheid van verschillende lokale bronnen zoals (snel)wegen en de heersende achtergrondconcentraties is de luchtkwaliteit in het plangebied een belangrijk aandachtspunt. Dit vereist een zorgvuldige aanpak om de luchtkwaliteit in het gebied zo goed mogelijk te krijgen en een goed woon- en leefklimaat te realiseren. Voor enkele activiteiten moet de overheid de luchtkwaliteit altijd beoordelen. Dit volgt uit de taak tot het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (ETFAL). Het gaat hierbij onder andere om een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit. De gemeente moet beoordelen of de luchtkwaliteit aanvaardbaar is. Voor nieuwe ontwikkelingen, zoals nieuwe woningen, toetst de gemeente in het kader van ETFAL aan de rijksomgevingswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Hierbij moet toetsing plaatsvinden op locaties waar zich mensen voor langere tijd bevinden (blootstellingscriterium). 4.8.5.3 Gezond en vitaliteit Een belangrijke ambitie van Entree is het realiseren van een leefomgeving die mensen stimuleert om actief te bewegen, elkaar te ontmoeten, en te genieten van een gezond en aangenaam klimaat. Het is belangrijk dat de openbare ruimte zodanig wordt ingericht dat die daartoe uitnodigt en toegankelijk voor is. Samengevat wordt dit in de volgende beleidsregel vertaald. Het gebied wordt zodanig ontwikkeld een leefomgeving wordt gerealiseerd die stimuleert tot bewegen, ontmoeten en van een gezond en aangenaam klimaat kan worden genoten. Dit wordt bereikt door in te zetten op:
- Beweging: ontwerp dat uitnodigt tot fysieke activiteit, zoals wandel- en fietspaden.
- Ontmoeting: creëren van openbare ruimtes en ruimtes in gebouwen waar sociale interactie vanzelfsprekend is.
- Schoonheid en leefklimaat: zorg voor een zo schoon mogelijke lucht, een prettige temperatuur, en visueel aantrekkelijke groene elementen.
- Toegankelijkheid: basisvoorzieningen dichtbij en gemakkelijk bereikbaar voor iedereen.
- Duurzaamheid en verbinding: energiezuinigheid, klimaat adaptief ontwerp, en biodiversiteit versterken de vitaliteit door een betere luchtkwaliteit, stressreductie en bescherming tegen hittestress. 5 Beeldkwaliteitsplan 5.1 Inleiding Naast de Ontwikkelvisie Entree is het Beeldkwaliteitsplan Entree (bijlage III) opgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan gaat in op de gewenste ruimtelijke en architectonische kwaliteit van de bebouwing in Entree en legt de beoogde kwaliteit vast. Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld en wijzigt daarmee de Welstandsnota Zoetermeer 2012, voor zover het de gronden van het plangebied Entree betreft. Op grond van de Welstandsnota Zoetermeer 2012 geldt ter plaatse van Entree het volgende: ● Intensief welstandsniveau. ● Welstandsgebied Snelweg Hoofdwegenstuctuur. ● Beeldkwaliteitsplan Boerhaavelaan. In de volgende figuur is dit weergegeven: links de gronden van Entree, midden de gebieden Snelweg-Hoofdwegenstructuur’ (blauw), ‘Meerzicht’ (lichtgeel) en een klein deel van het gebied ‘Historische Linten’ (oranje) en rechts Beeldkwaliteitsplan Boerhaavelaan (blauw) en Beeldkwaliteitsplan Voorweg (oranje). Afbeelding welstandsafbeelding beeldkwaliteitsplan Entree volgens de Welstandsnota Zoetermeer 2012 In essentie blijft het intensieve welstandsniveau gelden. Volgens de welstandsnota betreft dit: 'In welstandsintensieve gebieden is behoud of zelfs herstel van de structuur en het bebouwingsbeeld uitgangspunt. Er worden hogere eisen gesteld aan het ontwerp en de relatie met de omgeving. Er dient te worden voortgebouwd op de oorspronkelijke context; dit kan traditioneel of vernieuwend, met gebruikmaking van nieuwe interpretaties'. Met de vaststelling van het Beeldkwaliteitsplan Entree (bijlage III) wordt een nieuwe invulling van het toetsingskader voor welstand voor het gehele gebied vastgesteld. Met andere woorden toekomstige ontwikkelingen en plannen binnen Entree worden voor wat betreft beeldkwaliteit en openbare ruimte getoetst aan het Beeldkwaliteitsplan Entree. Dat heeft als gevolg dat het Beeldkwaliteitsplan Boerhaavelaan wordt ingetrokken. En dat ter plaatse van de gronden binnen Entree waar geen beeldkwaliteitsplan voor was vastgesteld, deze gronden vallen onder het Beeldkwaliteitsplan Entree. Beeldkwaliteitsplan als toetsingskader Onder de Omgevingswet loopt het welstandstoezicht via het omgevingsplan. In het omgevingsplan kunnen regels worden opgenomen over het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken. Hebben deze regels over het uiterlijk van bouwwerken uitleg nodig, dan is de gemeenteraad verplicht om op grond van artikel 4.19 van de Omgevingswet beleidsregels vast te stellen. Indien daar sprak van is, dan strekt de beleidsregel over het uiterlijk van bouwwerken zich tot materialisering, kleurgebruik, maatvoering en vormgeving. De plaatsing van de bouwwerken is ook onder de Omgevingswet nog steeds onderdeel van de welstandsbeoordeling (artikel 22.29 Bruidsschat - binnenplanse omgevingsvergunning). In het nieuwe deel van het omgevingsplan kunnen regels over de plaatsing van bouwwerken zoveel met de ruimtelijke planregels worden geïntegreerd. De specifieke invulling van de regels voor plaatsing kan dan in een aanvullende beleidsregels staan. Ter plaatse van Entree geldt het tijdelijke Omgevingsplan. Er zijn ten tijde van het opstellen van het Omgevingsprogramma Entree geen regels in het omgevingsplan opgenomen omtrent het uiterlijk van bouwwerken (behoudens de bruidsschatregels) en de regels met betrekking tot de plaatsing van bouwwerken zijn niet toegesneden op de actuele ontwikkeling. Om die reden zal Entree mogelijk worden gemaakt middels omgevingsvergunningen voor een Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit (BOPA, zie ook hoofdstuk 10 Vervolg). In die gevallen kan het college van Burgemeester en wethouders de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) om advies vragen. De CRK gebruikt het Beeldkwaliteitsplan Entree dan als toetsingskader. Naast de voorgenoemde toets in het formele traject van een aanvraag omgevingsvergunning, is het ook de bedoeld dat het Beeldkwaliteitsplan Entree als inspiratie- en toetsingskader wordt gebruikt in de fase van idee tot planvorming (zie ook hoofdstuk 10). Daarom wordt er een beleidsregel opgenomen die er zorg voor draagt dat het Beeldkwaliteitsplan Entree als zodanig wordt toegepast. Samengevat wordt dit als volgt in de beleidsregel vertaald. Met oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit, en het behalen van de na te streven beeldkwaliteit van de gebouwen en openbare ruimte binnen Entree, wordt het Beeldkwaliteitsplan Entree betrokken bij zowel de ontwerpfase als de toetsingsfase van de omgevingsvergunning. Daarmee is het Beeldkwaliteitsplan Entree (bijlage III) voor de initiatiefnemer, de gemeente, de CRK en het Q team Entree het inspiratie- en toetsingskader. 5.2 De essenties van het beeldkwaliteitsplan Met Entree voegt Zoetermeer een nieuwe wijk aan de stad toe. In lijn met de Zoetermeerse traditie krijgt ze een eigen karakter en onderscheidende beeldkwaliteit, waar bewoners en gebruikers zich mee kunnen identificeren. In Entree wordt gestuurd op samenhang vanuit familiaire kenmerken. Daarmee overstijgt de identiteit van het gebied de identiteit van een individueel stedelijk blok, pand, object of plek. In het Beeldkwaliteitsplan Entree (bijlage III) zijn deze zeven planessenties uit de Ontwikkelvisie vertaald in ruimtelijke (architectonische) essenties en ontwerpprincipes voor de beeldkwaliteit in Entree Midden. De essenties geven voldoende richting voor een kwalitatieve ontwikkeling van Entree, maar laten vanwege de langjarige ontwikkeling, bewust ruimte voor interpretatie en nieuwe inzichten. Zoals ook al is aangegeven in paragraaf 4.3.2 volgt het gebied Entreepoort een andere ontwikkelpad in tijd dan Entree Midden. In het Beeldkwaliteitsplan Entree zijn dan voor Entreepoort dan ook nog geen essenties en ontwerpprincipes opgenomen. De essenties voor Entree Midden vormen later het vertrekpunt en leggen de basis voor de beeldkwaliteit in de omgeving Entreepoort. In een later stadium worden de essenties voor de omgeving geschreven en aan het Beeldkwaliteitsplan Entree toegevoegd In de navolgende alinea's volgt een samenvatting van de essenties voor de gewenste beeldkwaliteit voor Entree. Deze essenties vormen de criteria op basis waarvan ontwerpen worden beoordeeld. Voor een uitgebreidere toelichting op de essenties en de bijbehorende ontwerpprincipes wordt verwezen naar het Beeldkwaliteitsplan Entree in de bijlage III bij dit Omgevingsprogramma Entree. De 18 essenties zijn als volgt
- Ontwerp integraal en in samenhang: Door te sturen op de samenhang tussen het stedelijk blok, de panden, de buitenruimte, het landschap en de programmering, krijgt de identiteit van het gebied meer betekenis dan die van een individueel object, gebouw of plek. De bebouwing en buitenruimte worden in Entree gelijktijdig als één geheel ontworpen en zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als een driedimensionaal stadslandschap is de buitenruimte verweven met de gelaagde opbouw van de panden en de stedelijke blokken. Familiaire kenmerken in architectuur, materiaalgebruik, kleur en volumetrische gelaagdheid creëren samenhang binnen het ensemble van panden met een afwisselende korrel.
- Afrikaweg als levendige stadsstraat: Entree Midden wordt een nieuwe stadsentree, met de levendige Afrikaweg als centrale stadsstraat. Deze straat krijgt een groen karakter en biedt een hoge verblijfskwaliteit. De straatwanden, geaccentueerd door hoogteaccenten, hebben een levendige en actieve plint, met een mix van voorzieningen, kantoren en woningen. Er is veel aandacht voor de menselijke maat en schaal. Kenmerkend voor Entree Midden zijn de ruime entrees en poorten die toegang geven tot de binnentuinen, waarbij de interactie tussen binnen en buiten centraal staat.
- De stedelijke blokken zijn samengesteld en divers: Entree Midden wordt gekenmerkt door stedelijke blokken met verrassende, collectieve binnentuinen. Deze blokken verschillen in vorm en grootte, maar vertonen een gelijke diversiteit in de samenstelling van panden. De panden in de stedelijke blokken variëren bijvoorbeeld in hoogte, korrel en architecturale uitstraling, zonder dat het contrast wordt opgevoerd. Dit draagt niet alleen bij aan een menselijke maat, maar geeft de wijk ook een unieke uitstraling.
- Een goede stad op ooghoogte: De Zoetermeerse laag is bepalend voor de menselijke schaal en maat, zowel van de bebouwing als van de openbare ruimte. De stedelijke laag (sokkel) wordt ontworpen in relatie tot de straat, waarbij de interactie tussen binnen en buiten en de schaalverkleining in de gevel een leidende rol spelen op ooghoogte.
- Bijzondere entrees, openingen en poorten: De openingen in de gevelwanden worden vormgegeven als bijzondere entrees, stegen, poorten of paden, die duidelijk markeren dat je een informeel binnengebied betreedt. Deze entrees zijn opvallende en beeldbepalende elementen in Entree en verbinden het interieur met het exterieur, zowel op de schaal van het stedelijk blok als van het individuele pand. Ze zorgen voor levendigheid en interactie en nodigen bewoners, ondernemers en bezoekers uit. Langs de dwarsstraten bevinden zich voordeuren.
- Groene, collectieve en toegankelijke binnentuinen: De binnentuinen van de stedelijke blokken zijn groene, collectieve ruimtes die uitnodigen tot ontmoeting en spel voor de direct omwonenden. Deze binnenhoven zijn overdag openbaar toegankelijk en maken deel uit van een netwerk van straten, pleinen en parken, wat leidt tot de ontwikkeling van een secundair, informeel routenetwerk: de binnentuinenroute. De openingen in de gevelwanden - vormgegeven als poort, steeg of pad - markeren duidelijk de overgang naar deze informele binnenruimtes, die als een verbindende schakel fungeren tussen de openbare ruimte en de beslotenheid van de tuinen.
- Natuurinclusief en onderdeel van het stedelijk ecosysteem: In Entree Midden wordt natuurinclusief gebouwd. Elke ruimte – van dak en gevel tot de collectieve binnentuin – draagt zoveel mogelijk bij aan de biodiversiteit en de beleving van stadsnatuur. Samen creëren deze ruimtes een goed functionerend ecosysteem, bestaande uit verschillende biotopen en habitats, die niet alleen gunstig zijn voor planten en dieren