In het kort
Deze verordening actualiseert de Provinciale Milieuverordening Noord-Holland en stelt regels vast voor milieubescherming, inspraakprocedures, algemeen provinciaal milieubeleid en het voorkomen of beperken van geluidhinder, met name in stiltegebieden.
Wat het reguleert
- De procedures voor inspraak bij de voorbereiding van provinciaal milieubeleidsplan en -programma, en wijzigingen van de provinciale milieuverordening.
- De aanvraag en besluitvorming over ontheffingen van de rioleringsplicht.
- Het gebruik van gesloten stortplaatsen en de bijbehorende nazorgvoorzieningen.
- Het voorkomen of beperken van geluidhinder in specifiek aangewezen stiltegebieden.
Wie het aangaat
- De Provinciale Staten van Noord-Holland en Gedeputeerde Staten.
- Gemeenten en beheerders van waterwegen.
- Iedereen die handelingen verricht in of nabij stiltegebieden of gesloten stortplaatsen.
Kernpunten
- Milieubeschermingsgebieden, zoals stiltegebieden en waterwingebieden, zijn specifiek aangewezen en worden elektronisch bekendgemaakt.
- Voor de voorbereiding van milieubeleidsplannen en -programma's is de inspraakprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, inclusief terinzagelegging bij gemeenten.
- Het is verboden om werken te maken, stoffen te storten of handelingen te verrichten die de nazorgvoorzieningen van gesloten stortplaatsen kunnen belemmeren of beschadigen, tenzij ontheffing is verleend.
- In stiltegebieden geldt een zorgplicht om verstoring van de natuurlijke rust te voorkomen, en er zijn verboden op het gebruik van bepaalde geluidproducerende toestellen, zoals motorisch aangedreven werktuigen en omroepinstallaties.
- De richtwaarde voor het maximaal toelaatbare geluidsniveau in stiltegebieden is 35 dB(A) LAeq,24h op 50 meter van de geluidsbron of inrichtingsgrens, waarvan alleen kan worden afgeweken bij zwaarwegende maatschappelijke belangen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.