Kort samengevat
Deze wet regelt milieuzaken in de provincie Noord-Holland, met een focus op het actualiseren van bestaande regels en het beschermen van specifieke gebieden tegen geluidsoverlast en andere milieubedreigingen. Het omvat bepalingen voor inspraak, ontheffingen van rioleringsplicht en het gebruik van gesloten stortplaatsen.
Wat het regelt
- De procedure voor inspraak bij de voorbereiding van provinciaal milieubeleid en wijzigingen daarvan.
- De voorwaarden voor ontheffing van de rioleringsplicht.
- Het gebruik van gesloten stortplaatsen na 1996 en de bijbehorende nazorg.
- Het voorkomen of beperken van geluidhinder in aangewezen stiltegebieden.
Wie het aangaat
- De Provinciale Staten van Noord-Holland en Gedeputeerde Staten.
- Gemeenten en beheerders van waterwegen.
- Iedereen die handelingen verricht in of nabij gesloten stortplaatsen of stiltegebieden.
Kernpunten
- De wet definieert "milieubeschermingsgebieden" als gebieden die bijzondere bescherming behoeven en die zijn aangewezen in de artikelen 4.1.2, 5.1.2 en 6.1 van deze verordening.
- De inspraakprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een provinciaal milieubeleidsplan, een provinciaal milieuprogramma en wijzigingen van de provinciale milieuverordening.
- In stiltegebieden geldt een richtwaarde voor het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 35 dB(A) LAeq,24h op 50 meter van de geluidsbron.
- Het is verboden in een stiltegebied een toestel te gebruiken dat de ervaring van natuurlijke geluiden kan verstoren, zoals airguns, motorisch aangedreven werktuigen bij seismologisch onderzoek, omroepinstallaties, modelvliegtuigen met verbrandingsmotor, vuurwapens en gemotoriseerde luchtvaartuigen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.