← Nederland

Omgevingsvisie gemeente Steenwijkerland (Steenwijkerland)

In het kort

Deze wet, de Omgevingsvisie gemeente Steenwijkerland, beschrijft de langetermijnvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Steenwijkerland. Het is een richtinggevend document dat aangeeft hoe de gemeente haar leefomgeving wil ontwikkelen en behouden tot 2050 en verder.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR759987 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm1708/2025/omgevingsvisie /join/id/stop/work_019 2026-04-02 2026-04-02 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR759987/nld@2026-04-02 /join/id/proces/gm1708/2026/1_40_nieuweregeling 2026-04-02 2026-04-02 /akn/nl/act/gm1708/2025/omgevingsvisie/nld@40 /akn/nl/act/gm1708/2025/omgevingsvisie /akn/nl/act/gm1708/2025/omgevingsvisie/nld@40 /join/id/stop/work_019 v1 Omgevingsvisie gemeente Steenwijkerland 1 Inleiding 1.1 De toekomst van Steenwijkerland Onze leefomgeving verandert. Omdat we nieuwe wensen hebben, ruimte zoeken om te ondernemen, goed te wonen en te ontspannen. Maar ook omdat we voor een aantal opgaven staan die ruimte vragen en soms grote gevolgen hebben voor hoe we onze leefomgeving in de nabije toekomst kunnen gebruiken. Denk alleen al aan vraagstukken op thema’s als energie, bodemdaling en gezondheid. Hoe Steenwijkerland er in 2050 precies uitziet, kunnen we niet voorspellen. Laat staan in

  1. Wél weten we wat we van waarde vinden in Steenwijkerland, waar opgaven en kansen liggen om onze gemeente leefbaar en vitaal te houden, kortom: waar we op hoofdlijnen ruimte voor willen houden en maken. Dit heeft een plek gekregen in onze omgevingsvisie. 1.2 Plangebied Het plangebied van deze omgevingsvisie beslaat het gehele grondgebied van de gemeente Steenwijkerland. Tegelijkertijd kijken we ook breder. Dit doen we omdat ontwikkelingen in Steenwijkerland niet los kunnen worden gezien van bijvoorbeeld ontwikkelingen in onze buurgemeenten en -provincies. En dat geldt natuurlijk ook andersom. Een voorbeeld is de samenhang in het watersysteem: bovenstrooms ingrijpen in Drenthe kan benedenstrooms gevolgen hebben in Steenwijkerland. Op een aantal grote opgaven vindt dan ook in verschillende regionale samenwerkingsverbanden visie- en strategieontwikkeling plaats, en kijken we met buurgemeenten en -provincies over bestuurlijke en geografische grenzen heen. Voorbeelden zijn de Regionale Adaptatie Strategie (RAS) in Fluvius-verband, de Regionale Energie Strategie (RES) met de regio West-Overijssel, en de Gebiedsgerichte Aanpak Noordwest-Overijssel voor de veenweidestrategie. 1.3 Wat is een omgevingsvisie? Een omgevingsvisie is een belangrijk onderdeel van ons ruimtelijk beleid. In deze strategische langetermijnvisie bakenen we af wat we van belang vinden voor de leefomgeving in Steenwijkerland. We beschrijven de noodzakelijke en gewenste ontwikkeling van onze leefomgeving en hoe wij ons daar als gemeente de komende jaren voor inzetten. De omgevingsvisie moet worden gezien als de paraplu voor alle andere beleidsdocumenten, programma’s en projecten in het ruimtelijk domein. Onze omgevingsvisie is daarmee ook een toetsingskader voor nieuwe initiatieven en verdere uitwerking van opgaven in Steenwijkerland. De omgevingsvisie heeft een wettelijke basis in de Omgevingswet en staat primair in dienst van de ruimtelijke sociaaleconomische ontwikkeling van Steenwijkerland. Ontwikkeling die nodig is om de gemeente toekomstbestendig te houden. Onze omgevingsvisie is geen blauwdruk, maar een richtinggevend document voor de toekomstige ontwikkeling van Steenwijkerland. Binnen het raamwerk van de visie moet voldoende flexibiliteit zijn om in te kunnen spelen op de behoeftes van het moment. Periodiek bekijken we dan ook of de visie nog actueel is of wellicht moet worden bijgesteld. 1.4 Waarom een omgevingsvisie? Onze omgevingsvisie bestaat uit een samenhang van verschillende strategische beleidsstukken voor de fysieke leefomgeving in Steenwijkerland. Daarmee wordt ons omgevingsbeleid overzichtelijker en bieden we duidelijkheid over de speelruimte waarbinnen initiatieven tot bloei kunnen komen en bij kunnen dragen aan het realiseren van ambities van en voor de gemeente Steenwijkerland. Met de visie kunnen we bovendien sturen op samenhang, en daarmee de kwaliteit van de leefomgeving in Steenwijkerland borgen en zorgdragen voor een kwalitatieve groei van Steenwijkerland. 1.5 Rol van de gemeente in uitvoering van beleid De gemeente speelt een centrale rol in het vormgeven van de fysieke leefomgeving. Als lokale overheid zijn wij verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening en het maken van keuzes die bijdragen aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Daarbij scheppen wij randvoorwaarden: we bieden ruimte voor initiatieven, maar stellen ook duidelijke kaders om belangen te beschermen, zoals veiligheid, gezondheid en leefkwaliteit. Onze rol kent verschillende gezichten. Enerzijds zijn wij partner voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties, waarbij we samenwerken aan lokale opgaven. Anderzijds zijn wij uitvoerder van wettelijke taken en gebonden aan kaders die door het rijk en de provincie worden gesteld. Dit zorgt soms voor spanning: tussen lokaal maatwerk en landelijke regelgeving, tussen flexibiliteit en normstelling. Binnen deze dynamiek zoeken wij steeds naar balans. Wij verbinden beleid met uitvoering, stemmen af met andere bestuurslagen en zorgen ervoor dat de belangen van onze gemeenschap centraal staan in de ruimtelijke keuzes die we maken. 1.6 Participatie als fundament De Omgevingsvisie Steenwijkerland is niet achter een bureau geschreven. Deze visie is het resultaat van een intensief en zorgvuldig traject waarin inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, agrariërs en vele andere betrokkenen samen met de gemeente hebben nagedacht over de toekomst van Steenwijkerland. Vanaf het begin is ervoor gekozen dit proces breed en open in te steken. Niet de gemeente alleen, maar de samenleving in al haar diversiteit moest een stem krijgen in de koers die wordt uitgezet. Dat zoveel mensen bereid waren om tijd en energie te investeren in dit proces, is indrukwekkend en van grote betekenis. Kinderen tekenden hun droombuurt en leerden nadenken over de toekomst. Inwoners deelden hun zorgen en wensen tijdens bijeenkomsten, straathoeksessies en inloopmomenten. Veel inwoners vulden de enquête in. Ondernemers, agrariërs en maatschappelijke organisaties brachten hun kennis en belangen in tijdens verdiepende gesprekken en workshops. Al deze bijdragen hebben het beeld van Steenwijkerland rijker en completer gemaakt. Voor die inzet en betrokkenheid spreekt de gemeente haar oprechte dank uit. Tegelijkertijd is het belangrijk om helder te zijn over wat participatie wel en niet betekent. Participatie is geen optelsom van individuele wensen en ook geen garantie dat iedereen zijn of haar zin krijgt. Wat participatie wél doet, is belangen zichtbaar maken, verschillen en overeenkomsten naar voren brengen en zorgen bespreekbaar maken. Het helpt inzicht te krijgen in welke waarden, verwachtingen en vragen er leven. Daarmee vormt participatie de basis voor een zorgvuldiger en transparanter proces van afweging, waarin keuzes worden gemaakt die recht doen aan de diversiteit van de samenleving. Niet alle suggesties zijn letterlijk overgenomen, maar iedere stem is gehoord en iedere bijdrage heeft meegewogen in de afwegingen die tot deze visie hebben geleid. Daarbij geldt dat de uitkomsten van participatie niet de enige werkelijkheid vormen. De gemeente heeft wettelijke taken en maatschappelijke doelen waar zij aan moet voldoen. Steenwijkerland maakt bovendien deel uit van een regio en werkt samen met omliggende gemeenten. Daarnaast zijn er provinciale, landelijke en Europese beleidskaders die richtinggevend zijn en waar niet van kan worden afgeweken. De Omgevingsvisie is daarom het resultaat van een samenspel: de waardevolle inbreng van de samenleving, gecombineerd met de bestuurlijke, juridische en beleidsmatige kaders die ons binden. Opvallend in dit proces is dat inwoners vaak spraken over sociale thema’s: over ontmoeten, samenhorigheid, leefbaarheid en geluk. Dat laat zien wat voor mensen in Steenwijkerland van waarde is in hun dagelijks leven. Deze sociale signalen verdienen erkenning. Tegelijkertijd vraagt de aard van de Omgevingsvisie om een focus op de fysieke leefomgeving: ruimte, wonen, infrastructuur, natuur en landschap. Dat betekent dat niet alle sociale thema’s letterlijk in dit document zijn opgenomen. Toch zijn ze van groot belang. Zij vormen de onderstroom die richting geeft aan de fysieke keuzes en herinneren eraan dat ruimtelijke ontwikkeling nooit losstaat van de sociale werkelijkheid van de dorpen, de stad en het buitengebied. Door dit participatieproces is een Omgevingsvisie tot stand gekomen die niet alleen stoelt op beleidsmatige en wettelijke kaders, maar ook op de inzichten en ervaringen uit de samenleving. Participatie heeft het beeld van wat er leeft in Steenwijkerland verdiept en verrijkt, en daarmee een belangrijke rol gespeeld in de keuzes die zijn gemaakt. Tegelijkertijd vormt participatie één van de vele pijlers waarop deze visie rust: naast de inbreng van inwoners en stakeholders zijn ook wettelijke verplichtingen, provinciale en landelijke richtlijnen en regionale samenwerking bepalend geweest. De gemeente spreekt grote waardering uit voor de brede betrokkenheid en inzet die tijdens het proces is getoond. De opbrengst van participatie heeft de visie versterkt en er mede voor gezorgd dat de gemaakte keuzes beter aansluiten bij de werkelijkheid van Steenwijkerland. 1.7 Uitgangspunten van de omgevingsvisie De ontwerp Omgevingsvisie Steenwijkerland 2025 biedt een integrale langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling van onze gemeente. De visie is gebaseerd op brede participatie en sluit aan bij regionale en landelijke opgaven. De volgende kernpunten vormen de basis van de omgevingsvisie: De omgevingsvisie richt zich op het benutten van van nature hoger gelegen gronden voor stedelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw en voorzieningen De omgevingsvisie stimuleert een aanpak waarin natuur, water en bodem als uitgangspunt worden meegenomen in ruimtelijke ontwikkelingen De omgevingsvisie zet in op het behoud, herstel en de versterking van deze landschappelijke en historische waarden De omgevingsvisie zet in op een toekomstbestendig platteland waarin de functies landbouw, natuur, recreatie en wonen elkaar versterken en in balans zijn We ontwikkelen de ‘entreekernen van de gemeente’ als aantrekkelijke schakels met de regio De omgevingsvisie biedt ruimte aan de energietransitie en klimaatadaptatie De omgevingsvisie richt zich op het versterken van onze bedrijventerreinen door in te zetten op vitaliteit, bereikbaarheid en toekomstbestendigheid We zetten in op een inrichting van de leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeting, bewegen, spelen, leren en ontspanning We kiezen voor een zorgvuldige overgang naar het nieuwe stelsel van de Omgevingswet 1.8 Leeswijzer In hoofdstuk 2 Visie op Steenwijkerland werken we de visie inhoudelijk uit en geven we antwoord op de vraag: waar willen we naartoe met Steenwijkerland? Dit krijgt in de hoofdstukken die daarop volgen nadere uitwerking; in hoofdstuk 3 Vitaal plattenland voor ons platteland, in hoofdstuk 4 Leefbare steden en kernen voor de steden en kernen. Zowel in hoofdstuk 3 Vitaal plattenland als in hoofdstuk 4 Leefbare steden en kernen zoomen we in op een aantal onderscheiden deelgebieden. Bepaalde onderdelen van onze visie komen in meerdere deelgebieden terug. De teksten voor de deelgebieden zijn zo geschreven dat deze ook afzonderlijk te lezen zijn, bijvoorbeeld bij toetsing van een principeverzoek. De omgevingsvisie schetst niet alleen onze visie op de ruimte in Steenwijkerland, maar ook hoe wij ons als gemeente daar de komende jaren voor inzetten. Dit is beschreven in hoofdstuk 5 Uitvoeringsparagraaf. Tenslotte geven de bijlagen verdieping over het participatietraject dat we bij de totstandkoming van onze omgevingsvisie doorlopen hebben. 2 Visie op Steenwijkerland In 2050 is… Steenwijkerland rijk aan verscheidenheid Steenwijkerland is rijk aan verscheidenheid. De natuurlijke ondergrond kent een grote verscheidenheid in bodem, reliëf en waterhuishouding. In Steenwijkerland zijn er stuwwallen, beekdalen, zeeklei en veenmoerassen. De gemeente heeft grote verschillen tussen enerzijds hoog en droog en anderzijds laag en nat, met hoogteverschillen van +20m NAP tot -2m NAP. De verscheidenheid in landschappen zie je ook terug in de mensen. De aard van de bevolking, de gebruiken, de cultuurhistorie en het cultureel erfgoed verschillen per kern en gebied. Het unieke karakter van Steenwijkerland combineert landschappelijke rijkdom met de meer stedelijke cultuur van Steenwijk. In 2050 heeft… Steenwijkerland nog steeds internationale aantrekkingskracht Dat is niet verwonderlijk met iconen als het Nationaal Park de Weerribben-Wieden en de toeristische trekpleister Giethoorn. Steenwijkerland kent in aanvulling op de beschermde natuurgebieden van de Weerribben-Wieden ook een rijk palet aan landbouwlandschappen en karakteristieke dorpen en stadjes. De gemeente is rijk aan cultuur en erfgoed. Het karakter van onze gemeente is veelzijdig en afwisselend. Precies dat is de kracht van Steenwijkerland: de diversiteit aan landschappen, kernen en mensen. Vooral de contrasten in de gemeente worden bijzonder gewaardeerd: afwisseling tussen hoog en laag, tussen meer dynamische en luwere gebieden, en tussen natte en droge gebieden. In 2050 is… het groenblauwe hart is onmisbaar Natuur is in Steenwijkerland overal. Vanzelfsprekend in het landschappelijke hart van onze gemeente, de Groene Schatkamer van Weerribben en Wieden. Maar ook langs de groenblauwe dooradering in het landelijk en het Groenblauwe Raamwerk in het stedelijk gebied is de natuur te beleven. Natuur zien we in Steenwijkerland als een onmisbaar onderdeel van onze leefomgeving. Het is een leverancier van schoon water en schone lucht, en het zorgt voor opslag van CO
  2. Ons landschap is een plek voor rust en ruimte om te ontspannen. Onze natuur is medebepalend voor het aantrekkelijke vestigingsklimaat voor wonen en werken in Steenwijkerland. Het is bovendien het fundament voor onze toeristische aantrekkingskracht, en daarmee een belangrijk onderdeel van onze regionale economie. In 2050 zijn we… erin geslaagd om de grote ruimtelijke opgaven aan te pakken De doorontwikkeling van het Nationaal Park de Weerribben-Wieden heeft ruimte geboden voor oplossingen voor grote ruimtelijke opgaven als biodiversiteitsherstel en waterbeheer. Stikstof- en CO2-reductie waren voorwaardelijk voor het realiseren van de de woningbouwopgave en de omschakeling naar een circulaire economie. Zo weten we in samenwerkingsverband stappen te zetten voor het aanpakken van de klimaatopgave en het herstel van de natuur. We hebben samen met boeren en andere partners in het landelijk gebied gewerkt aan een toekomstperspectief voor de agrarische sector. In innovatieve koploperprojecten en gebiedsprocessen. De leefbaarheid in het stedelijk en landelijk gebied is verbeterd. Van opgaven maakten we kansen. Een voorbeeld is het samen laten gaan van een klimaatbestendig en waterrobuust Steenwijkerland met de ontwikkeling van waterrecreatie, rietlanden en uitbreiding van het vaarlandschap. Met de inzet van water als motor voor ontwikkeling versterkten we zo het onderscheidende profiel van onze gemeente. In 2050… zijn onze identiteit en gemeenschappelijke verhalen beleefbaar Initiatieven in onze leefomgeving weten we te verbinden met de kwaliteit en eigenheid van Steenwijkerland. Dat doen we niet alleen door het beschermen van de bestaande kwaliteiten van onze gemeente. Juist ook het versterken en vernieuwen van onze karakteristieke omgeving, gebruiken en cultuur heeft ons de wendbaarheid gegeven om belangrijke opgaven aan te pakken. Met het leggen van verbindingen tussen bestaande kwaliteiten en nieuwe initiatieven in gebiedsprocessen zijn kansen ontstaan voor een duurzame omgeving geënt op onze lokale identiteit. Zo hebben we het karakteristieke ambacht van de rietsnijders op een eigentijdse manier ingezet voor het beschermen van de bijzondere natuurlijke ecosystemen in onze gemeente. Op deze manier blijft Steenwijkerland onderscheidend op het vlak van natuur, landschap en cultuurhistorie. In 2050…. Gaat wonen, werken en toerisme hand in hand hand op het Hoge land en in het gebied rondom het groenblauwe hart. Ruimte voor uitbreiding van toekomstig wonen, werken en toeristisch aanbod zagen we in de schil rond de beschermde natuurgebieden. Ruimte voor wonen zijn er vooral in of in aansluiting op de goed bereikbare voorzieningenkernen op het Hoge Land, omdat we rekening houden met het bodem- en watersysteem. Het accent lag daarbij op Steenwijk, een belangrijk knooppunt in het mobiliteitsnetwerk en daardoor goed verbonden met de regio. Ruimte voor regionale uitbreiding van bedrijvigheid koppelden we ook aan dit mobiliteitsnetwerk: in de A32-corridor tussen Steenwijk en Meppel. Een voorbeeld van duurzame economische ontwikkeling waar we trots op zijn, niet in het minst omdat we hier innovatief werk hebben gemaakt van de energietransitie. Het bedrijventerrein is zowel producent, buffer als leverancier van duurzaam opgewekte energie. In 2050 is… Steenwijkerland sociaal sterk en verbonden Steenwijkerland is een gemeente waar mensen naar elkaar omkijken en waar iedereen mee kan doen. De kracht van onze gemeenschap zit in de onderlinge verbondenheid, de diversiteit aan leefvormen en de bereidheid om samen verantwoordelijkheid te dragen. In 2050 is dit stevig verankerd in de lokale samenleving: zorg en ondersteuning zijn dichtbij, toegankelijk en afgestemd op wat mensen echt nodig hebben, is de openbare ruimte ingericht op bewegen en ontmoeten, bevorderen we de gezondheid en gaan we eenzaamheid tegen. We bouwen voort op de traditie van gemeenschapszin en versterken deze met nieuwe vormen van samenwerking tussen inwoners, professionals, vrijwilligers en ondernemers. Zo blijft Steenwijkerland een plek waar iedereen zich thuis voelt en kansen krijgt om mee te doen. In 2050…. Zijn de goed bereikbare kernen entreekernen naar ons Nationaal Park Nieuwe Stijl Met de groei van het aantal toeristen en recreanten hebben we sterk ingezet op het verleiden om Steenwijkerland breder te ontdekken. Daarnaast hebben we ingezet op het stimuleren van aanbodontwikkeling in de goed bereikbare kernen in de schil om het groenblauwe hart: de entreekernen naar ons Nationaal Park Nieuwe Stijl. Zo hebben we het draagvlak voor voorzieningen weten te versterken. Steenwijk, Oldemarkt en Kuinre bruisen, en deze laatste is door de succesvolle realisatie van de Lelylijn nog beter bereikbaar. Bezoekers versterken de lokale economie, en zorgen daarmee voor banen en behoud van voorzieningen. Bezoekers laten de auto liever staan en verkennen onze gemeente te voet, per fiets of per boot. Met het verdichten van het recreatief routenetwerk is de verbinding met en de beleefbaarheid van ons Nationaal Park Nieuwe Stijl uitstekend. Onze inwoners gebruiken deze routes bovendien voor sport en beweging. In 2050…. Entreekernen Nationaal Park Nieuwe Stijlals schakels in de verbinding met de regio De entreekernen naar ons Nationaal Park Nieuwe Stijl verbinden de bredere regio met het hart van onze gemeente. Dit is van groot belang omdat kernen als Emmeloord, Wolvega, Heerenveen, Meppel en Zwolle een belangrijke functie vervullen in het bredere regionale netwerk. Onder andere op het gebied van werkgelegenheid en uiteenlopende voorzieningen als zorg, onderwijs en detailhandel vormt Steenwijkerland één stedelijk netwerk met deze buren. Door een sterk mobiliteitsnetwerk heeft onze economie zich regionaal ontwikkeld. In de regio werken we intensief samen om de zorg voor alle inwoners van de regio te organiseren. We vullen elkaar aan, en maken gebruik van elkaars expertise om ook voor onze inwoners met een zorgvraag een goed woon- en leefklimaat te bieden. In 2050… Veel om trots op te zijn, maar het allerbelangrijkst… de inwoners en ondernemers Steenwijkerland heeft veel om trots op te zijn. Denk aan het Corso in Vollenhove en Sint Jansklooster, UNESCO Werelderfgoed waar mensen van buiten de gemeente speciaal voor afreizen. Ook de gondelvaarten in Belt-Schutsloot, Dwarsgracht en Giethoorn, Kopje Cultuur en het Dicky Woodstock Popfestival in Steenwijkerwold zijn uniek. Dit cultureel kapitaal hebben we vooral te danken aan de lokale gemeenschap. Het is deze gemeenschap die aan de basis heeft gestaan van ons waardevaste landschap; het zijn de mensen die Steenwijkerland verrijken, dragen en doorgeven aan de volgende generaties. De mensen die van oudsher niet alleen voor hun leefomgeving zorgen, maar ook voor elkaar en ondernemers die al generaties lang met hun betrokkenheid en initiatieven bijdragen aan levendigheid en het voorzieningenniveau.Het feit dat de mensen elkaar kennen, contacten onderhouden met de buurt, ondernemen en elkaar helpen als het nodig is en in actie komen als er problemen zijn, is van enorme betekenis voor de leefbaarheid in de gemeente. Dit alles maakt Steenwijkerland in 2050 een fijne plek om te wonen, werken, ondernemen en ontspannen. 3 Vitaal plattenland 3.1 Beleefbaar landschap in Steenwijkerland 3.1.1 Introductie In dit hoofdstuk beschrijven we waar we ruimte voor willen houden en maken in de landschappen van onze gemeente. In paragraaf 3.2 De landschappen van het vitale platteland gaan we nader in op onderscheiden deelgebieden en hun gebiedseigen kwaliteiten. We schetsen een perspectief op de opgaven, kansen en ambities die we per deelgebied zien voor de fysieke leefomgeving. 3.1.2 De landschappen, elk met een eigen karakter Op weg naar 2050… In Steenwijkerland staan we voor een toekomst waarin we de kracht van ons landschap opnieuw leren waarderen. We benaderen het alseen levend systeem, als drager van identiteit en als richtinggevendkader. Water en bodem krijgen weer een sturende rol. We houden er rekening mee dat kwetsbare veengebieden moeten worden gebufferd, om verdroging te voorkomen. De landbouw krijgt toekomstkracht door vernieuwing en verbreding, en natuur en biodiversiteit bloeien op door herstelde structuren. Tegelijkertijd maken we het landschap beter beleefbaar en bereikbaar: voor inwoners, bezoekers en ondernemers. We verankeren rust, donkerte en stilte opnieuw, juist door zorgvuldig ruimte te geven aan verandering. En vooral: we doen dit niet alleen. Door gebiedsgericht samen te werken, verbinden we de grote opgaven van deze tijd aan de unieke kwaliteiten van onze landschappen. We bouwen aan een samenhangend mozaïek van herkenbare en beleefbare landschappen, waarin natuur, water, landbouw, erfgoed en recreatie met elkaar in balans zijn. Van de stuwwallen op het Hoge Land tot de waterrijke stilte van de Groene Schatkamer. Ieder gebiedsdeel vertelt zijn eigen verhaal, draagt zijn eigen karakter en levert zijn eigen bijdrage aan onze klimaatbestendige, gezonde en vitale leefomgeving. Samen vormen deze landschappen het verhaal van Steenwijkerland. Landschap als drager van identiteit, beleving en biodiversiteit We zetten in op behoud en herstel van het unieke karakter van onze landschapstypen. We stimuleren dat kenmerkende elementen zoals houtwallen, petgaten, essen en beekdalen worden hersteld, behouden of opnieuw aangelegd. Daarmee creëren we ook ruimte voor flora en fauna. In de Groene Schatkamer verweven we natuurontwikkeling met cultuurhistorie en duurzame recreatie. Tradities zoals het rietsnijden en de gondelvaarten krijgen nieuwe betekenis in een veranderende samenleving. Het landschap vertelt een samenhangend verhaal van veen en water, van dijken en droogmakerijen. Inwoners en bezoekers zullen het landschap steeds meer beleven als een plek voor rust, ontspanning en inspiratie. Landschap als vitale leefomgeving Het landschap van Steenwijkerland blijft een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven. We brengen de natuur dichterbij door nieuwe routes, kleinschalige verblijfsplekken en beleefbare erfgoedlijnen. Door recreatieve routes te versterken, dorpen te verbinden met het buitengebied en kleinschalige recreatie zorgvuldig in te passen, maken we het buitengebied toegankelijker. Door het versterken van tradities en landschappelijke identiteit krijgt het landschap ook sociaal meer betekenis. Tegelijkertijd behouden we de rust en kleinschaligheid die Steenwijkerland zo kenmerken. Bodem en water sturend: klimaat als katalysator voor vernieuwing In aansluiting op rijks- en provinciaal beleid maken we de omslag naar een water- en bodembewuste inrichting van onze leefomgeving. Het landschap gaat weer werken als een spons: hoger gelegen gebieden zoals het Hoge Land houden water langer vast, in beekdalen wordt piekafvoer vertraagd en de natste gebieden krijgen ruimte om te overstromen. In polders en veenweidegebieden is peilverhoging een maatregel om CO₂-uitstoot terug te dringen. Zo wordt ook schade door droogte, bodemdaling en wateroverlast beperkt. Deze transities zijn complex, maar worden mogelijk door goede samenwerking en tijdig vooruitdenken. Het aanpakken van klimaatverandering dient zo als aanjager van kwaliteit, innovatie en bewustzijn, op weg naar een robuust landschap. Nieuwe bedrijvigheid voor een vitaal platteland Op weg naar 2050 ontwikkelt de landbouw in Steenwijkerland zich door naar een veerkrachtig en toekomstbestendig systeem. Boeren combineren steeds vaker voedselproductie met natuurbeheer, streekproductie, recreatie of energiewinning. Erven worden vaker plekken van meervoudig gebruik: knooppunten waar landschapsonderhoud, lokaal ondernemerschap en natuurbeleving samenkomen. In polders en grensgebieden ontstaan innovatieve vormen van landgebruik, zoals natte teelten, nieuwe plantaardige teelten en groene grondstoffen. Op geschikte locaties combineren boeren hun bedrijf met verblijfstoerisme of natuureducatie. Zo wordt het landschap van Steenwijkerland niet alleen mooier, maar ook economisch veerkrachtiger. 3.2 De landschappen van het vitale platteland 3.2.0 Introductie Het landelijk gebied in Steenwijkerland hebben we - onder andere op basis van de analyse van de opgaven en de ruimtelijke en functionele verschillen tussen gebieden - nader onderverdeeld. Deze onderverdeling doet recht aan de verschillende ‘gezichten’ van het landelijk gebied in Steenwijkerland. In deze paragraaf zoomen we in op de onderscheiden deelgebieden en geven we antwoord op vragen als: Wat is onze ambitie? Welke ruimte zien we voor ontwikkeling? Bepaalde onderdelen komen in verschillende deelgebieden terug; de teksten van de onderscheiden deelgebieden zijn zo geschreven dat deze – bijvoorbeeld bij toetsing van een principeverzoek – afzonderlijk te lezen zijn. De onderscheiden deelgebieden in het landelijk gebied zijn: a. Het Hoge Land b. De groene Schatkamer c. Op de grens van het Oude en Nieuwe Land d. Het slagenlandschap zonder Veen e. De Beekdalen f. De Polders rondom Scheerwolde 3.2.1 Het Hoge Land 3.2.1.1 Deelgebiedskaart “Waar eerst ruimte was voor natuur en recreatie, zoals de Bult, zie je nu woningen verschijnen.” 3.2.1.2 Identiteit en kernkwaliteiten Het Hoge Land is een afwisselend, kleinschalig landschap met houtwallen, bosjes, solitaire bomen, lanen, zandpaden, weilanden, akkers, kleinschalige erven, monumentale landgoederen en beken. De hoge, droge ligging van de stuwwallen maakt dat dit gebied al eeuwenlang bewoond is. De landschappelijke kwaliteit van de stuwwallen is aanzienlijk door de relatief grote hoogteverschillen en de fraaie zichten over het omringende, lager gelegen open landschap. Dit samenspel creëert een kenmerkend contrast tussen enerzijds een hoog en besloten landschap en anderzijds een laag en open landschap. Ook bevinden zich in het gebied verschillende beken, zoals de Reune. De kenmerkende bodemopbouw en waterhuishouding is zichtbaar in specifieke flora en fauna. De aanwezigheid van landschapselementen als houtwallen, bosjes, bloemrijke graslanden, beken, poelen, solitaire bomen en lanen is niet alleen van waarde voor de ruimtelijke kwaliteit maar ook voor de groene dooradering van het gebied, en daarmee voor de biodiversiteit. Oorspronkelijk bestond het Hoge Land uit dichtbeboste gebieden. Later ontstond hier kleinschalige landbouw met akkers, weides, houtwallen en bosjes. De erven bevinden zich in linten langs de wegen, vrijliggend in het landschap of geclusterd in groepjes rondom een wegsplitsing. Op de hoogste delen werden landgoederen aangelegd. De Eese, de Woldberg en de Oldenhof zijn beeldbepalende plekken geworden met landhuizen en soms eeuwenoude bossen, lanen en tuinen. Op het landgoed de Eese en de Woldberg zijn verschillende grafheuvels te vinden. Het Hoge Land heeft ook een hoge cultuurhistorische waarde,zichtbaar in bijvoorbeeld de koloniehuisjes en modelboerderijen in deKoloniën van Weldadigheid, de landgoederen met monumentalelandhuizen en historische parken, en de historische boerderijen.Bijzonder zijn de essen op de Steenwijker- en Zuiderkamp, met hunkarakteristieke bolle ligging, steilranden en groene mantel. De wegen in dit gebied zijn afwisselend recht en slingerend, en voorzien van laanbeplanting. Er is een grote diversiteit aan boerderijtypen en andere karakteristieke bedrijfsgebouwen. De kavels en percelen worden veelal begrensd door houtwallen en singels. In het Hoge Land zien we het agrarische gebruik sterk terug in het landschap. Daarnaast vinden we er verspreid over het gebied ook verschillende woonkernen, natuur, verblijfsrecreatiegebieden en andere bedrijvigheid. Het gebied is door haar kenmerkende landschap, cultuurhistorische waarden en natuurwaarden ook van toeristisch-recreatieve en economische waarde. Het gebiedstype Hoge Land vinden we op twee plekken in de gemeente, in het noorden en in het zuiden, met ieder hun eigen kernen en buurtschappen. In het Hoge Land Noord liggen Tuk, Steenwijkerwold, Marijenkampen, Paasloo, Witte Paarden, Oldemarkt, Basse Willemsoord, IJsselham, Baars, De Bult, Eesveen, De Pol, Halfweg en deels Kallenkote. Bovendien ligt Steenwijk op de grens met het Hoge Land Noord. Omdat de stad haar eigen stempel drukt op het landschap, behandelen we Steenwijk onder de paragrafen 4.2.3 Historische vesting Steenwijk en 4.2.5 Woonwijken in de Stedelijke Laag. In het Hoge Land Zuid liggen Vollenhove, Sint Jansklooster, Heetveld, Kadoelen, Poepershoek, Barsbeek, Leeuwte en De Krieger. 3.2.1.3 Ambitie Een aantrekkelijk, gezond, klimaatbestendig, duurzaam en kleinschalig mixlandschap waarin de oorspronkelijke structuren, contrasten en cultuurhistorische waarden herkenbaar en beleefbaar zijn. Het gebied is aantrekkelijk om te wonen, werken en recreëren. 3.2.1.4 Richting voor de toekomst a. We zetten in op woningbouw op van nature hoger gelegen gebieden, zoals het Hoge Land. b. We onderschrijven de warme harten-strategie en de inzet opinbreiding. In diverse kernen in Steenwijkerland is de woningbouwbehoefte echter groot en zijn de mogelijkhedenvoor inbreiding beperkt. Om de toekomstigewoningbouwopgave te realiseren en de leefbaarheid van dekernen te garanderen zijn ook uitleglocaties nodig. c. Er wordt gebouwd naar behoefte en voor de juiste doelgroep. d. Bouwen gebeurt natuurinclusief. e. Ontwikkelingen in het Hoge Land dragen bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van het karakteristieke landschap met de hoogteverschillen, en versterkt de beleving van de overgang tussen het Hoge Land en de omgeving. f. We zetten in op het behoud van bestaande agrarische bedrijven en stimuleren multifunctionele landbouw. g. Initiatieven voor schaalvergroting buiten het bouwvlak moetenaansluiten bij de kernkwaliteiten én het water- en bodemperspectief vanhet Hoge Land. h. We bieden ruimte voor transformatie van vrijkomende agrarischebebouwing (VAB), bijvoorbeeld in de vorm van knooperven. Bij knooperven gaat het om het hernieuwd gebruik en eigenaarschap van de vrijkomende agrarische erven. i. We bieden ruimte voor nieuwe landgoederen op het Hoge Land. j. Op het Hoge Land houden we rekening met de noodzaak (regen)water langer vast te houden. Dit betekent onder andere dat we bij initiatieven voor nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing rekening houden met de (mogelijk) toekomstig benodigde ruimte voor het vasthouden van water in de (beek)dalen op het Hoge Land. k. Bij woonfuncties is er ruimte voor bed & breakfast-concepten als nevenactiviteit. Hiertoe zijn ook mogelijkheden op de landgoederen, bijvoorbeeld in het landhuis, op vrijkomende historische erven en in andere gebouwen op het landgoed. l. We bieden geen ruimte voor het omzetten van op verblijfsrecreatieterrein gelegen recreatiewoningen naar permanente bewoning. m. Nieuwe campings en recreatiewoningen staan we niet toe. Uitbreiding van bestaande terreinen wel, als dit vanuit economisch perspectief noodzakelijk is. n. We streven naar agrarisch grondgebruik dat past in een gezonde leefomgeving. Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, met name bij lelieteelt, wordt kritisch bekeken. o. Uitbreiding van bedrijventerreinen op het Hoge Land kan alleen als er behoefte aan extra werklocaties is vanuit de lokale vraag. Voor regionale bedrijventerreinen zetten we in op de zone rond de A
  3. p. We zetten in op het duurzaam behoud van bomen en boomstructuren. q. We willen de samenwerking met de bij de Koloniën van Weldadigheid betrokken partijen versterken om potentiële bezoekers in een breder recreatieaanbod te voorzien. 3.2.1.5 Toelichting ad a Het Hoge Land is door zijn hoge ligging volgens het principe van water- en bodemsturing geschikt voor bebouwing. ad b Het idee van ‘warme harten’ is gebaseerd op het uitgangspunt dat als je bouwt waarde mensen al zijn, dit als hefboom kan werken voor de grote opgaven in diebestaande gebouwde omgeving. Dit draagt bij aan de sociale samenhang, hetdraagvlak voor voorzieningen, de economie en de mobiliteitstransitie. Bovendienkan er bij nieuwbouw mee worden geïnvesteerd in klimaatadaptatie en energietransitie.We geven voorrang aan inbreiding voor uitbreiding. We onderschrijven dewarme harten-strategie en de inzet op inbreiding. In diverse kernen inSteenwijkerland is de woningbouwbehoefte echter groot en zijn de mogelijkhedenvoor inbreiding beperkt. Om de toekomstige woningbouwopgave te realiseren ende leefbaarheid van de kernen te garanderen zijn ook uitleglocaties nodig. ad c We willen een passende woning voor iedereen. Om te bepalen welke woningennodig zijn, voeren we eens in de vier à vijf jaar een woonwens- en woonbehoefteonderzoek uit. ad d Natuurinclusief bouwen is essentieel om gebouwbewonende soorten zoals vogels en vleermuizen te beschermen. Dit draagt bij aan biodiversiteit en ruimtelijke kwaliteit. ad e Het Hoge Land kent een goed beleefbare geschiedenis en landschapsinrichting, zoals stuwwallen, Beekdalen op het Hoge Land, essenlandschap en hoevenlandschap. Ontwikkelingen in het gebied versterken de beleving van hoogteverschillen en de overgang naar omliggende gebieden. Dit draagt bij aan de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van Steenwijkerland ad f We willen dat het platteland leefbaar en vitaal blijft. Daarbij hoort een robuuste grondgebonden agrarische sector die zorgt voor voedselproductie, beheer van het landschap, maatschappelijke diensten en bredere werkgelegenheid. De agrarische sector op het Hoge Land zal zich moeten doorontwikkelen om zich aan te kunnen passen aan de huidige en toekomstige milieueisen op het gebied van natuur, waterkwaliteit, waterbeschikbaarheid, stikstof en klimaat. We zien daarbij kansen in multifunctionele landbouw. Boeren combineren dan de productie van voedsel en grondstoffen met andere diensten aan de samenleving, zoals natuurbeheer, recreatie en zorglandbouw. Dit is goed voor de economische vitaliteit van de bedrijven, maar ook goed voor een (be)leefbaar duurzaam platteland. Boeren combineren dan de productie van voedsel en grondstoffen met andere diensten aan de samenleving, zoals natuurbeheer, recreatie en zorglandbouw. Dit is goed voor de economische vitaliteit van de bedrijven, maar ook goed voor een (be)leefbaar duurzaam platteland. ad g Doorontwikkeling van agrarische bedrijven (zowel in de primaire productie als in de verbreding) kan gepaard gaan met schaalvergroting. Met initiatieven voor nieuwe bebouwing of activiteiten buiten het bouwvlak gaan we zorgvuldig om. De kernkwaliteit van het Hoge Land is dat het kleinschalig, aantrekkelijk, en cultuurhistorisch waardevol is. Het perspectief voor water en bodem is dat water langer moet worden vastgehouden en dat we rekening moeten houden met droogte. De nieuwe ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan deze kernkwaliteiten en perspectief. Dit staat los van de kwaliteitimpuls die wordt gevraagd. ad h Voormalig agrarische gebouwen, binnen een agrarische bouwkavel, die niet meer als zodanig in gebruik zijn bieden we perspectief. Om te voorkomen dat deze gebouwen verpauperen en om ondermijning tegen te gaan, maken we transformatie onder voorwaarden mogelijk. Bijvoorbeeld in de vorm van knooperven: hernieuwd gebruik met eigenaarschap . De nieuwe bewoners dragen daarbij zorg voor het omliggende landschap, de recreatieve toegankelijkheid en de versterking van eigenschappen van het landschap. Hiermee worden landschappelijke kwaliteiten versterkt en vindt er geen extra verstening plaats. ad i Een nieuw landgoed is een openbaar toegankelijk boscomplex, al dan niet met overige gronden, met daarin een woongebouw ‘van allure’. Nieuwe landgoederen helpen bij het realiseren van ‘groene doelen’, waarin een klein beetje rood acceptabel is. Hierdoor ontstaat een winwin situatie voor zowel de natuur als voor de bevolking, omdat 90% van een nieuw landgoed voor het publiek opengesteld moet zijn. ad j De landbouw en natuur op het Hoge Land zijn kwetsbaar voor droogte. Dit komt doordat op het Hoge Land geen wateraanvoer mogelijk is; de landbouw en natuur zijn hier afhankelijk van neerslag en grondwater. Met de toename van het aantal droge zomers waarin er geen of nauwelijks neerslag valt (en dus geen of nauwelijks wateraanvoer is), meer verdamping plaatsvindt en de grondwaterstanden dalen (ook door beregening van landbouwgronden), neemt het risico op droogteschade en het risico op natuurbranden toe. Bij aanhoudende droogte hebben we bovendien geen garantie dat er in de toekomst altijd voldoende drinkwater beschikbaar is. Het langer vasthouden van water op het Hoge Land zorgt ervoor dat het water de kans krijgt om in de bodem te infiltreren en zo droogteschade of erger voorkomen wordt. De (beek)dalen op het Hoge Land zijn open laagtes waar het water van nature naartoe stroomt. Hier liggen mogelijkheden om het water langer vast te houden, bijvoorbeeld door het stremmen, stuwen of verontdiepen van beken als de Reune. Door hier bij initiatieven voor nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing rekening mee te houden blijft de bestaande ruimte beschikbaar. Zo voorkomen we bovendien een toename van het risico op wateroverlast en behouden we de afvoerfunctie van de beekdalen. Zeker gezien de klimaatverandering, waarbij naast de toename van het aantal droge zomers ook de extreme buien toenemen, is het van belang dat de bestaande ruimte in stand blijft en niet verder ingesnoerd wordt door bebouwing. ad k Bij woonfuncties is er ruimte voor bed & breakfast-concepten als nevenactiviteit. Dit geldt ook voor landgoederen, waar verblijfsmogelijkheden in het landhuis of op historische erven bijdragen aan recreatie en behoud van erfgoed. Landgoederen zoals De Bult, De Eese en De Oldenhof zijn cultuurhistorisch belangrijk. Gebruik van historische erven en gebouwen voor verblijfsmogelijkheden versterkt de duurzame instandhouding van deze landgoederen. Nieuwe perspectieven, zoals bijzondere belevingsvormen van erfgoed, zijn nodig voor beheer en onderhoud. We zien kansen voor het uitbreiden van het aanbod aan unieke verblijfsmogelijkheden in Steenwijkerland. Denk dan niet alleen aan mogelijkheden in het hoofdgebouw, maar ook aan vrijkomende historische agrarische erven en andere gebouwen op het landgoed. ad l Permanente bewoning op recreatieterreinen maakt deze minder aantrekkelijk voor recreanten. Daarom staan we geen omzetting van recreatiewoningen naar permanente bewoning toe. ad m Nieuwe campings en recreatiewoningen worden niet toegestaan. Zie ook paragraaf 4.2.8 Verblijfsrecreatiegebieden. Voor bestaande recreatieterreinen geldt dat deze mogelijk kunnen uitbreiden mits aangetoond kan worden dat dit voor een gezonde bedrijfsvoering noodzakelijk is. ad n Inwoners maken zich zorgen over de gezondheidsrisico’s van met name gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt. Gemeenten hebben weliswaar sturingsmogelijkheden, maar de juridische instrumenten zijn divers en complex. We verwachten van het Rijk wetenschappelijk onderbouwd beleid; welke gewasbeschermingsmiddelen niet langer zijn toegestaan op specifieke locaties. En we verwachten van het Rijk juridische ondersteuning. Met name om het risico van nadeelcompensatie bij een niet-sluitende juridische aanpak uit te kunnen sluiten. Zodra er richtlijnen van Rijk en provincie zijn op dit vlak, zullen we maatregelen doorvoeren. Op onze eigen pachtgronden staan we geen sierteelt toe. ad o Bedrijventerreinen op het Hoge Land bieden alleen ruimte voor nieuwe werklocaties bij lokale behoefte. Voor regionale bedrijfslocaties zetten we in op de zone rond de A
  4. In Oldemarkt en Vollenhove is er vraag naar ruimte voor lokale bedrijvigheid. Zie ook paragraaf 4.2.6 Bedrijventerreinen. ad p Bomen en boomstructuren dragen bij aan herkenbaarheid, identiteit, leefbaarheid, klimaatadaptatie, CO₂-binding en biodiversiteit. Door wisselende klimatologische omstandigheden en aanhoudende droogte staan bomen, zoals beuken en eiken, onder druk. Goed beheer en herstel van landschapselementen zoals houtwallen, heggen en singels is cruciaal. Onzorgvuldige omgang met deze landschappelijke elementen willen we voorkomen; het onderhoud is afhankelijk van subsidies en vrijwilligers. We zien kansen in de bossenstrategie van Rijk en provincie, onder andere in de combinatie met landbouw (agroforestry en voedselbossen). De bossenstrategie moet zorgen voor meer bomen in Nederland, ten dienste van het vastleggen van extra broeikasgassen uit de atmosfeer. ad q Steenwijkerland is omgeven door meerdere aantrekkelijke recreatieve bestemmingen in de aangrenzende provincies, zoals de Koloniën van Weldadigheid in Westerveld. Willemsoord is een van de drie vrije Koloniën van Weldadigheid. Samenwerking met betrokken partijen biedt kansen om bezoekers een breder recreatieaanbod te bieden en erfgoed beleefbaar te maken. 3.2.2 De Groene Schatkamer 3.2.2.1 Deelgebiedskaart “Toerisme biedt kansen voor de regio, maar vraagt wel om duidelijke sturing. Zonder goede sturing komt er druk te liggen op kwetsbare natuurgebieden.” 3.2.2.2 Identiteit en kernkwaliteiten Onze Groene Schatkamer heeft internationale aantrekkingskracht op natuurliefhebbers en -recreanten. Het is het grootste aaneengesloten laagveenmoeras in Noordwest-Europa. Het betreft een unieke natuur met endemische soorten en het is een paradijs voor weidevogels, ganzen, de roerdomp, de purperreiger, de otter, insecten en (vuur)vlinders. Dit laagveenmoeras is niet alleen van betekenis voor het behoud van de bijzondere plant- en diersoorten die hier leven. Met de hoge water-, natuur- en landschappelijke kwaliteit is het gebied ook van grote betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving in Steenwijkerland, voor een goed vestigingsklimaat voor wonen en werken, en voor het toerisme. Het landschap is een afwisseling van petgaten, legakkers, kraggen, rietland, moerasbos, open water en wei- en hooiland. Dit landschap is ontstaan door onder andere vervening, door de oogst van riet en door begrazing. De vaartdorpen en de structuren die ze onderling verbinden zijn van hoge cultuurhistorische waarde. In het landschap zijn ook nog Tjaskers, kleine watermolens, te vinden. De hoofdfunctie van het gebied is natuur. Verankerd in dit unieke landschap liggen karakteristieke vaartdorpen: organisch gegroeide linten van erven en bebouwing aan een natuurlijke of gegraven waterloop. Voorbeelden daarvan zijn de beschermde dorpsgezichten Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen. Ook de dorpen en buurtschappen Belt-Schutsloot, Kalenberg, Ossenzijl, Muggenbeet, Ronduite, Blauwe Hand en Zuideinde zijn gelegen in De Groene Schatkamer. Giethoorn is het bekendste dorp in de Groene Schatkamer. Oorspronkelijk was dit een nederzetting van veenontginners en was Giethoorn meer naar het westen gelegen. In de loop der jaren is het dorp verplaatst. Het dorp is vooral bekend door de waterwegen, de bruggetjes en de punters. Giethoorn wordt door de vele bruggetjes ook wel Hollands Venetië genoemd. In Dwarsgracht, Giethoorn en Belt-Schutsloot vindt jaarlijks een gondelvaart plaats. Deze traditie is een mooi voorbeeld van de gemeenschapszin van de dorpen. Er worden veel uren gestoken in de bouw van de gondels. Dit gaat over van generatie tot generatie, en de saamhorigheid van de bouwgroepen is dan ook groot. De gondelvaart van Belt-Schutsloot is bovendien uniek door het gebruik van bloemen. 3.2.2.3 Ambitie We streven naar een robuust natuurlandschap, waarin het goed wonen, werken en recreëren is, met rust en ruimte om te ontspannen. Binnen de kaders van de beschermde natuurwaarden is de natuurbeleving uitstekend, zo is in het donker bijvoorbeeld de sterrenhemel te zien. De cultuurhistorische waarden zijn herkenbaar en beleefbaar. 3.2.2.4 Richting voor de toekomst a. We zetten in op de doorontwikkeling van Nationaal Park Weerribben Wieden naar een Nationaal Park, waarbij we het unieke natuurgebied in verbinding brengen met het omliggende landschap en andere natuurgebieden. b. We zetten in op het behoud van bestaande agrarische bedrijven en stimuleren multifunctionele landbouw. Initiatieven voor schaalvergroting buiten het bouwvlak moeten aansluiten bij de kernkwaliteiten en het water- en bodemperspectief van De Groene Schatkamer, dit vraagt om zuinig ruimtegebruik en een zorgvuldige afweging. c. We bieden ruimte om solitaire recreatiewoningen om te zetten naar woonfuncties. d. We stimuleren dat tradities zoals de gondelvaart worden voortgezet. e. We zetten in op verrijking van de bezoekerservaring door het beter verbinden van onze trekpleisters. f. Het ambacht van rietsnijden koesteren we. g. Een unieke kwaliteit die we blijven beschermen, is de nachtelijke donkerte in de gemeente: een zeldzaam goed dat zowel mens als dier ten goede komt. h. We versterken de groenblauwe dooradering in samenwerking met andere partijen. i. In De Groene Schatkamer houden we rekening met de noodzaak meer water vast te houden, als voorraad voor droge perioden. Dit betekent onder andere dat we de mogelijkheden onderzoeken om de lage plekken in het gebied in te zetten, waar een hoger waterpeil niet tot problemen leidt. 3.2.2.5 Toelichting ad a De natuurgebieden Weerribben en De Wieden vormen samen een uniek Natura 2000-gebied binnen het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden. Nederland heeft zich verplicht tot het behoud van biodiversiteit door leefgebieden van planten en dieren te beschermen. Deze bescherming is essentieel voor de ecologische kwaliteit en voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Het ambacht van rietsnijden is van grote cultuurhistorische waarde en cruciaal voor het behoud van het karakteristieke landschap. Tegelijkertijd is werkelijk ecosysteemherstel complex. Door de afsluiting van de Zuiderzee is de natuurlijke dynamiek en nutriëntenuitwisseling verloren gegaan. Zeldzame soorten in voedselarme moerassen zijn afhankelijk van intensief beheer zoals rietsnijden, het graven van petgaten en het maaien van hooilanden. Het rapport Bouwstenen Veenweidestrategie 2.0 biedt handvatten voor toekomstgerichte keuzes. ad b We willen dat het platteland leefbaar en vitaal blijft. Daarbij hoort een robuuste grondgebonden agrarische sector die zorgt voor voedselproductie, beheer van het landschap, maatschappelijke diensten, en bredere werkgelegenheid. De agrarische sector in De Groene Schatkamer zal zich moeten doorontwikkelen om zich aan te kunnen passen aan de huidige en toekomstige milieueisen op het gebied van natuur, waterkwaliteit, waterbeschikbaarheid, stikstof, klimaat en veenweide. We zien daarbij kansen in multifunctionele landbouw. Boeren combineren de productie van voedsel en grondstoffen met andere diensten aan de samenleving, zoals natuurbeheer, recreatie en zorglandbouw. Dit is goed voor de economische vitaliteit van de bedrijven, maar ook goed voor een (be)leefbaar duurzaam platteland. Doorontwikkeling (zowel in de primaire productie als in de verbreding) kan gepaard gaan met schaalvergroting. Met initiatieven voor nieuwe bebouwing of activiteiten buiten het bouwvlak gaan we zorgvuldig om. De kernkwaliteit van De Groene Schatkamer is dat het ecologische en cultuurhistorisch waardevol is. Het perspectief voor water en bodem is dat water langer moet worden vastgehouden om verbranding van het veen te voorkomen. De provincie stelt dit perspectief vast met de actualisatie van het beheerplan Natura2000 en de Veenweidestrategie 2.
  5. De nieuwe ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan deze kernkwaliteiten en perspectief. Dit staat los van de kwaliteitimpuls die wordt gevraagd. ad c Om de leefbaarheid en functionaliteit van het gebied te vergroten, is het mogelijk solitaire recreatiewoningen om te zetten naar wonen. Hierdoor creëren we nieuwe woonmogelijkheden zonder de natuur te (veel te) belasten. Vanwege de lage ligging en de bijzondere ecologische en cultuurhistorische waarden van De Groene Schatkamer zijn er beperkte mogelijkheden voor woningbouw. De Groene Schatkamer ligt laag en is ecologisch en cultuurhistorisch zeer waardevol. Verdroging van veengronden leidt tot bodemdaling, verzakkingen van infrastructuur en extra CO₂-uitstoot door veenoxidatie. Het gebied ligt circa een meter hoger dan de aangrenzende polders, waardoor grondwater wegzijgt naar deze diep ontwaterde gebieden. Dit versterkt het verdrogingsproces. Alleen door het inpompen van oppervlaktewater vanuit het IJsselmeer via het Vollenhovermeer blijft het gebied nat. Dit water is echter voedselrijk, wat zeldzame plantengemeenschappen verstoort. Transformatie van bestaande agrarische bebouwing naar wonen is wenselijk, maar nieuwbouw is slechts beperkt mogelijk. ad d Tradities zoals gondelvaarten en corso’s zijn waardevol immaterieel erfgoed. Ze versterken de culturele identiteit van de regio en dragen bij aan sociale cohesie en het karakter van De Groene Schatkamer. ad e De Groene Schatkamer kent piekbelasting door toerisme, wat druk zet op natuur en leefbaarheid. Door in te zetten op verrijking van de bezoekerservaring door het verbinden van onze parels en door bezoekers via entreekernen naar ons Nationaal Park Nieuwe Stijl en met duurzame vervoersmiddelen het gebied te laten verkennen, behouden we rust en ruimte. Het verbinden van de entreekernen met iconen zoals Giethoorn en het Nationaal Park verrijkt de bezoekerservaring en versterkt de vrijetijdseconomie. ad f Het ambacht van rietsnijden is cultuurhistorisch waardevol. Het is belangrijk voor het behoud van het karakteristieke landschap enook essentieel voor het beheer van voedselarme moerassen. Zeldzame soorten zijn afhankelijk van actief onderhoud. Zonder dit beheer verdwijnen karakteristieke vegetaties en verliest het landschap zijn unieke identiteit. ad g Nachtelijke donkerte is een zeldzame kwaliteit die bijdraagt aan ecologische balans, rustbeleving en gezondheid. Behoud van duisternis vraagt om zorgvuldige afweging bij ruimtelijke ontwikkelingen en verlichting, zodat mens en dier profiteren van deze natuurlijke waarde. ad h Het versterken van het groenblauwe raamwerk biedt kansen om unieke soorten en habitats van het laagveen te behouden. Door natuur en landschap beter met elkaar te verbinden, blijven de biodiversiteit en het kenmerkende karakter van het gebied behouden. Herstel van voedselarme moerassen is afhankelijk van intensief beheer. Zonder natuurlijke dynamiek blijft het ecosysteem kwetsbaar en afhankelijk van menselijk ingrijpen. ad i In droge zomers is nu al aanvoer van IJsselmeerwater (vanuit het Vollenhovermeer) nodig om verdroging van de veenbodem in De Groene Schatkamer te voorkomen. We moeten rekening houden met de mogelijkheid dat dit water in de toekomst minder of niet altijd beschikbaar is, onder andere door de toename van het aantal droge zomers en de toenemende vraag naar grondwater voor drinkwater door bevolkingsgroei. Verdroging van de veenbodem is een probleem omdat dit zorgt voor bodemdaling, met verzakkingen van wegen, riolering en mogelijk ook gebouwen als gevolg. Daarnaast treedt extra CO2-uitstoot op door veenoxidatie. CO2 is een broeikasgas dat bijdraagt aan de klimaatverandering. Figuur 1: Het risico op verdroging van de veenbodem in de groene schatkamer heeft o.a. te maken met het feit dat het gebied circa een meter hoger ligt dan de aangrenzende polders. Deze hogere ligging én het verschil in de grondwaterstanden tussen de veenmoerassen en de aangrenzende - diep ontwaterde - polders zorgen voor wegzijging (of: het weglekken) van grondwater naar de lager gelegen polders. (Bron: Land van melk én honing; ruimtelijke verkenning naar een vitaal buitengebied voor Steenwijkerland; augustus 2024) De mogelijkheden om meer water vast te houden om droge periodes te overbruggen zijn binnen de Groene Schatkamer beperkt; de laag liggende bebouwing hier is kwetsbaar voor wateroverlast. Om wateroverlast te voorkomen zijn de Beulakerpolder en de polders Wetering-Oost en -West ingericht om periodiek water op te kunnen vangen. Mogelijk is het een optie om deze polders ook in te zetten om water vast te houden; water dat dan gebruikt kan worden in perioden van droogte. Dit vraagt nader onderzoek. Daarbij vinden we het ook belangrijk om een relatie te leggen met de keuzes of ‘structurerende maatregelen’ die nog onderzocht worden om de bestaande problemen met bodemdaling en veenoxidatie aan te pakken; mogelijk kan het vasthouden van water hier ook een bijdrage leveren in de aanpak van de veenweideproblematiek (zie paragraaf 3.2.6 De Polders rondom scheerwolde). De integrale afweging met andere functies en opgaven moet nog plaatsvinden. Daarin denken we als gemeente mee en brengen we de belangen van onze inwoners en ondernemers in. Naar verwachting nemen Provinciale Staten eind 2026 een besluit over de structurerende maatregelen. 3.2.3 Op de grens van het Oude en Nieuwe Land 3.2.3.1 Deelgebiedskaart “Het is hier echt mooi, met natuur, landbouw en toerisme, maar je merkt wel dat die balans begint te schuiven.” 3.2.3.2 Identiteit en kernkwaliteiten Het gebied ‘Op de grens van het Oude en Nieuwe Land’ vormt de overgangszone tussen het 'oude land' langs de historische Zuiderzeekust en het 'nieuwe land' van de Noordoostpolder, drooggelegd in de 20e eeuw. Het gebied weerspiegelt een rijke geschiedenis van natuurlijke processen en menselijke ingrepen. De vorming van de Zuiderzee en de inpoldering (1937-1942) transformeerden dit ooit welvarende kustgebied met havenstadjes tot een landinwaarts gelegen gebied met verdrogingsproblemen door het ontbreken van een randmeer. Dit unieke landschap draagt sporen van veenontginningen, heeft een maritiem verleden en heeft een abrupte overgang naar polderland. Steenwijkerland lag ooit aan de Zuiderzee. Dit gebied was toen de kust, een overgangszone tussen land en water. Klei en zand werden over elkaar en over veenmoerassen afgezet. Het veen in het achterland klonk door ontginning in, en kwam lager te liggen terwijl de zeespiegel steeg. Om het land te beschermen werd de Zuiderzeedijk aangelegd. Er ontwikkelden zich Zuiderzeestadjes: Vollenhove, Blokzijl en Kuinre. In 1918 werd de Zuiderzeewet aangenomen, waarmee werd besloten tot de aanleg en inpoldering van de Zuiderzee tot de IJsselmeerpolders. Hierdoor veranderde het karakter van het gebied: de stadjes lagen niet langer aan zee. Doordat het veen is ingeklonken, is de voormalige zeekust een hoger gelegen zone in het landschap geworden. Dit gebied kenmerkt zich nu door een open landschap met een uitgesproken agrarisch karakter. De door het gebied slingerende en nog steeds herkenbare voormalige Zuiderzeedijk markeert de grens tussen het Oude en Nieuwe Land. Ook nog aanwezig in het landschap zijn een groot aantal kolken, restanten van dijkdoorbraken. De grens van Steenwijkerland ligt aan de westzijde van de dijk, waardoor ook een klein deel van het nieuwe land in de gemeente ligt. Het hoofdgebruik van dit deelgebied is agrarisch. Daarnaast zijn er verspreid ook de functies wonen, recreatie, natuur en niet-agrarische bedrijvigheid te vinden. Het open landschap van dit gebied is van belang voor weidevogels. 3.2.3.3 Ambitie Een klimaatbestendig, leefbaar en economisch vitaal gebied met een duurzaam agrarisch toekomstperspectief en een zorgvuldige inpassing van wonen, recreatie en natuur. 3.2.3.4 Richting voor de toekomst a. Er is ruimte voor de doorontwikkeling naar een innovatieve en circulaire landbouwsector, waarbij economische rendabiliteit hand in hand gaat met natuurbehoud, leefbaarheid en landschapskwaliteit. b. We zetten in op het behoud van bestaande agrarische bedrijven en stimuleren multifunctionele landbouw. Initiatieven voor schaalvergroting buiten het bouwvlak moeten aansluiten bij de kernkwaliteiten en het water- en bodemperspectief van het gebied 'Op de grens van het oude en nieuwe land', dit vraagt om zuinig ruimtegebruik en een zorgvuldige afweging. c. Vrijkomende erven kunnen een andere functie krijgen, zoals voor nieuwe woonfuncties of voor toeristische functies. We houden hierbij rekening met een toekomstbestendig agrarisch perspectief van het gebied. d. Bij ontwikkelingen houden we de beleving van de oude Zuiderzeedijk en (de beleving van) het contrast tussen het oude en het nieuwe land in stand. e. Bij ontwikkelingen houden we rekening met de weidevogelgebieden en andere natuurwaarden. Ontwikkelingen passen binnen dat kader. We houden rekening met het provinciale streven naar grotere aaneengesloten weidevogelgebieden met actief weidevogelbeheer om de grutto en andere soorten weidevogels te beschermen. f. We streven naar een agrarisch grondgebruik dat past in een gezonde leefomgeving , voor inwoners en recreanten. Op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor met name lelieteelt zijn we kritisch. g. Het rijke cultuurhistorisch erfgoed, met de voormalige Zuiderzeestadjes, de oude Zuiderzeedijk en de kolken, vormt een uitstekende basis voor de ontwikkeling van duurzaam erfgoedtoerisme. Het verbinden van deze toeristische elementen, het uitbreiden van het recreatieve aanbod in de kernen en de ontwikkeling van de voormalige Zuiderzeedijk als bloemrijk lint door het landschap, kan de aantrekkelijkheid van de regio als toeristische en ecologisch waardevolle bestemming vergroten. h. Door in te zetten op bezoekers die geïnteresseerd zijn in cultuur en natuur kan een duurzame vorm van toerisme worden ontwikkeld. Het verbeteren van de kwaliteit en toegankelijkheid van jachthavens en het ontwikkelen van belevingsconcepten langs het water bieden eveneens mogelijkheden. Daarnaast kan de herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing voor recreatieve doeleinden een nieuwe dynamiek in het gebied creëren. i. We houden rekening met de noodzaak om op termijn het weglekken van (grond)water naar de lager gelegen gronden van het nieuwe land en de grote veenpolder in Friesland te beperken. Dit betekent onder andere dat we bij initiatieven voor nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing initiatiefnemers informeren over de keuzes die voorliggen in het kader van de veenweidestrategie. 3.2.3.5 Toelichting ad a. Het rapport Bouwstenen Veenweidestrategie 2.0 biedt inzicht in mogelijke keuzes of ‘structurerende maatregelen’ om de bestaande problemen met bodemdaling en veenoxidatie in het gebied aan te pakken. Door te investeren in circulaire en natuurinclusieve landbouw ontstaat ruimte voor economische rendabiliteit en herstel van bodem en waterkwaliteit. ad b. We willen dat het platteland leefbaar en vitaal blijft. Daarbij hoort een robuuste grondgebonden agrarische sector die zorgt voor voedselproductie, beheer van het landschap, maatschappelijke diensten, en bredere werkgelegenheid. De agrarische sector in het gebied 'Op de grens van het oude en nieuwe land' zal zich moeten doorontwikkelen om zich aan te kunnen passen aan de huidige en toekomstige milieueisen op het gebied van met name natuur (weidevogels), stikstof, klimaat en veenweide. We zien daarbij kansen in multifunctionele landbouw. Boeren combineren de productie van voedsel en grondstoffen met andere diensten aan de samenleving, zoals natuurbeheer, recreatie en zorglandbouw. Dit is goed voor de economische vitaliteit van de bedrijven, maar ook goed voor een (be)leefbaar duurzaam platteland. Doorontwikkeling (zowel in de primaire productie als in de verbreding) kan gepaard gaan met schaalvergroting. Met initiatieven voor nieuwe bebouwing of activiteiten buiten het bouwvlak gaan we zorgvuldig om. Deze moten aansluiten bij de kernkwaliteit en perspectief van het gebied. De kernkwaliteit van het gebied 'Op het Oude en Nieuwe land' is de wijdsheid en cultuurhistorisch waardevolle verkaveling. Het perspectief voor water en bodem is dat water moet worden vastgehouden, om verbranding van het veen en verdroging van de natuur in de Weerribben te voorkomen. De provincie stelt dit perspectief vast met de actualisatie van het beheerplan Natura2000 en de Veenweidestrategie 2.
  6. De nieuwe ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan deze kernkwaliteiten en perspectief. Dit staat los van de kwaliteitimpuls die wordt gevraagd. ad c. Er wordt meer leegstand van agrarische bebouwing verwacht. Herbestemming naar wonen of recreatie is kansrijk, mits het toekomstperspectief van de landbouw behouden blijft en ruimtelijke kwaliteit wordt geborgd. ad d. Het behoud van het open karakter van het polderlandschap en het zicht op de oude Zuiderzeedijk is essentieel voor het beleefbaar houden van het cultuurhistorische contrast tussen oud en nieuw land. Dit draagt bij aan de identiteit van het gebied en versterkt de landschappelijke samenhang. ad e. Hegaat slecht met de weidevogels en weidevogelgebieden staan onder druk door verdroging. Actief weidevogelbeheer en het streven naar grotere aaneengesloten weidevogelgebieden zijn noodzakelijk om soorten als de grutto te beschermen. ad f. Inwoners maken zich zorgen over de gezondheidsrisico’s van met name gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt. Gemeenten hebben weliswaar sturingsmogelijkheden, maar de juridische instrumenten zijn divers en complex. We verwachten van het Rijk wetenschappelijk onderbouwd beleid; welke gewasbeschermingsmiddelen niet langer zijn toegestaan op specifieke locaties. En we verwachten van het Rijk juridische ondersteuning. Met name om het risico van nadeelcompensatie bij een niet-sluitende juridische aanpak uit te kunnen sluiten. Zodra er richtlijnen van Rijk en provincie zijn op dit vlak, zullen we maatregelen doorvoeren. Op onze eigen pachtgronden staan we geen sierteelt toe. ad g. Het cultuurhistorisch erfgoed, zoals de voormalige Zuiderzeestadjes, de kolken en de Zuiderzeedijk, biedt kansen voor duurzaam toerisme. Door deze elementen te verbinden en te versterken ontstaat een ecologisch en recreatief waardevolle bestemming. ad h. Bezoekers met interesse in cultuur en natuur kunnen bijdragen aan een duurzame toeristische ontwikkeling. Herbestemming van agrarische bebouwing en het verbeteren van jachthavens en belevingsconcepten langs het water zorgen voor nieuwe dynamiek. ad i. Het weglekken van (grond)water van het oude naar het nieuwe land is een probleem, omdat dit in perioden van langdurige droogte het proces van veenoxidatie op het oude land versnelt. Veenoxidatie leidt tot bodemdaling (met verzakkingen van wegen, riolering en mogelijk ook gebouwen tot gevolg) en uitstoot van CO2 (een broeikasgas dat bijdraagt aan de klimaatverandering). Het weglekken van het (grond)water wordt veroorzaakt door het verschil in peil tussen het oude land en het enkele meters lager gelegen nieuwe land, dat grotendeels gelegen is in de gemeente Noordoostpolder. De intensieve ontwatering voor de landbouw hier versterkt dit effect. Om de schade te beperken is aanvoer van ‘vreemd’ IJsselmeerwater nodig om het veen vochtig te houden, een situatie die steeds lastiger wordt bij toenemende droogte/toename van het aantal droge zomers en druk op de zoetwaterbuffer van het IJsselmeergebied. De in beeld gebrachte ‘structurerende maatregelen’ om het weglekken van (grond)water van het oude naar het nieuwe land te remmen, hebben impact op het toekomstig gebruik van de ruimte hier. Door initiatiefnemers te informeren over de keuzes die voorliggen, willen we voorkomen dat initiatiefnemers hier investeringen doen die op termijn desinvesteringen blijken te zijn. Naar verwachting nemen Provinciale Staten eind 2026 een besluit over de structurerende maatregelen. Figuur 2: Structurerende maatregelen voor Blokzijl (bron: Bouwstenen voor veenweidestrategie 2.0, februari 2024) 3.2.4 Slagenlandschap zonder Veen 3.2.4.1 Deelgebiedskaart “Dit gebied is met de handen opgebouwd, met hardwerken en met de natuur. We zijn eigenwijs en nuchter, maar we staan voor elkaar klaar en weten van aanpakken.” 3.2.4.2 Identiteit en kernkwaliteiten Het Slagenlandschap zonder Veen ligt aan de oostzijde van de gemeente en is van oorsprong een nat landschap. Waar de veenlaag verdwenen is, kunnen de gronden nu tamelijk droog zijn. Het landschap heeft echter wel nog duidelijk de kenmerken van de veenontginningen, zoals de strokenstructuur en de lintbebouwingen. Het landschap wordt gekenmerkt door weidse vergezichten. De belangrijkste gebruiksfunctie van het slagenlandschap is agrarisch. Daarnaast zijn ook wonen, recreatie en niet-agrarische bedrijvigheid verspreide functies in het gebied. Er bestaat een concentratie van verblijfsrecreatie rond Wanneperveen. Oorspronkelijk was dit gebied een veenmoeras. Vanaf de 10e eeuw is het planmatig ontgonnen voor de landbouw. Loodrecht op de Sethe, nu het Meppelerdiep, werden honderden meters lange sloten in het veen gegraven. De sloten zorgden ervoor dat het water uit het veen liep, waardoor het begaanbaar en bewerkbaar werd. Zo ontstonden de langgerekte, smalle percelen die nu nog vrijwel overal in het landschap te herkennen zijn. Mogelijk werden er al voor de grootschalige veenontginningen ook veengronden ontgonnen vanaf de stuwwallen. Vaak waren dit kortere stroken de laagte in. In dit deelgebied is dit te zien bij Zuidveen. De ontginners maakten gebruik van geringe, van nature aanwezige hoogteverschillen in het veenmoeras. De lintbebouwingen van de veenontginningen, vaak aangeduid als streekdorpen, komen vooral voor op plekken waar de veenlaag is verdwenen of waar deze dun is. Een voorbeeld is Wanneperveen op de iets hogere en drogere gedeelten, ongeveer 0,5m boven NAP. De wegen hebben een licht kronkelend verloop. Waarschijnlijk stonden de eerste boerderijen van de veenontginning Wanneperveen op korte afstand van de Sethe en vormden ze daar een bebouwingslint. Naarmate het veen natter werd, werden stroken verder naar het noorden het veen in verlengd, en werden ook de boerderijen verplaatst. Langs de verplaatste boerderijen werd een weg aangelegd, en zo ontstond een lintbebouwing. Het huidige Wanneperveen is de laatste fase van deze dorpsverschuiving. Iets ten noordoosten hiervan werden ook nog enkele boerderijen gebouwd. De gronden waren daar droger. 3.2.4.3 Ambitie Het slagenlandschap wordt behouden als een open en cultuurhistorisch waardevol landschap waarbij de landbouw en de waterhuishouding worden verbeterd. Kleinschalige en goed ingepaste recreatieve- en woonmogelijkheden worden omarmd, mits deze de unieke ruimtelijke structuur van het slagenlandschap respecteren. Ontwikkelingen dragen bij aan het beschermen van h et culturele en natuurlijke erfgoed, en het verbeteren van de klimaatbestendigheid. 3.2.4.4 Richting voor de toekomst a. We vergroten de beleving van het slagenlandschap voor de recreant. Door wandel- en fietspaden aan te leggen langs bestaande wegen en sloten, maken we dit historische landschap toegankelijk zonder de kenmerkende openheid te verstoren. b. We zetten in op het behoud van bestaande agrarische bedrijven en stimuleren multifunctionele landbouw. Initiatieven voor schaalvergroting buiten het bouwvlak moeten aansluiten bij de kernkwaliteiten en het water- en bodemperspectief van het Slagenlandschap zonder veen, dit vraagt om zuinig ruimtegebruik en een zorgvuldige afweging. c. Mogelijkheden voor woningbouw zien we in de bestaande kernen of op vrijkomende agrarische erven. Inbreiding in de kernen en transformatie van vrijkomende agrarische bebouwing of maatschappelijk vastgoed zoals scholen, gaan voor uitbreiding buiten de kern. Er wordt gebouwd naar behoefte en voor de juiste doelgroep, zoals opgenomen in het woonbeleid. Natuurinclusief bouwen is nodig om te zorgen dat het voortbestaan van gebouwbewonende soorten, zoals vogels en vleermuizen, gewaarborgd wordt. d. Er wordt gebouwd naar behoefte en voor de juiste doelgroep. e. Bouwen gebeurt natuurinclusief. f. We koesteren de bestaande linten aan de Veneweg in Wanneperveen, en zien woningbouwontwikkelingen in de vorm van bijvoorbeeld ‘generatie-erven’ als een positieve ontwikkeling. Woningbouw in de vorm van stedelijke ontwikkeling in de agrarische linten is alleen mogelijk als er binnen de bestaande kernen geen mogelijkheden meer zijn. Nieuwbouw kan hier alleen met inachtneming van de landschapsstructuur van erven, afgewisseld met open ruimte en doorzichten. g. We bieden ruimte voor een mogelijke omzetting van solitaire recreatieve bebouwing naar een woonfunctie. Uitgangspunt is dat recreatieve bebouwing ook recreatief wordt gebruikt. h. Vrijkomende verblijfsrecreatieterreinen kunnen worden getransformeerd naar een andere functie, waarbij een goed woon- en leefklimaat en een goede ruimtelijke inpassing altijd het uitgangspunt is. i. In het slagenlandschap zonder veen houden we bij initiatieven rekening met de noodzaak om op termijn water langer vast te houden. Bij initiatieven voor nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing gebruiken wij de maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. 3.2.4.5 Toelichting ad a. De aanleg van nieuwe Gewenste fietspaden langs bestaande wegen en sloten verhoogt de toegankelijkheid van het slagenlandschap zonder het historische vergezicht aan te tasten. Door routes nauwkeurig in het verkavelingspatroon in te passen, blijft de open structuur intact en krijgen dagrecreanten een direct ervaarbare verbinding met de eeuwenoude greppels en percelen. ad b. We willen dat het platteland leefbaar en vitaal blijft. Daarbij hoort een robuuste grondgebonden agrarische sector die zorgt voor voedselproductie, beheer van het landschap, maatschappelijke diensten, en bredere werkgelegenheid. De agrarische sector in het gebied 'Slagenlandschap zonder veen' zal zich moeten doorontwikkelen om zich aan te kunnen passen aan de huidige en toekomstige milieueisen op het gebied van met name natuur, stikstof en klimaat. We zien daarbij kansen in multifunctionele landbouw. Boeren combineren de productie van voedsel en grondstoffen met andere diensten aan de samenleving, zoals natuurbeheer, recreatie en zorglandbouw. Dit is goed voor de economische vitaliteit van de bedrijven, maar ook goed voor een (be)leefbaar duurzaam platteland. Doorontwikkeling (zowel in de primaire productie als in de verbreding) kan gepaard gaan met schaalvergroting. Met initiatieven voor nieuwe bebouwing of activiteiten buiten het bouwvlak gaan we zorgvuldig om. Deze moeten aansluiten bij de kernkwaliteit en perspectief van het gebied. De kernkwaliteit van het gebied 'Slagenlandschap zonder veen' is de kleinschalige verkaveling. Het perspectief voor water en bodem is dat water moet worden vastgehouden om verdroging van de natuur in de Weerribben te voorkomen. De provincie stelt dit perspectief vast met de actualisatie van het beheerplan Natura2000 en de Veenweidestrategie 2.
  7. De nieuwe ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan deze kernkwaliteiten en perspectief. Dit staat los van de kwaliteitimpuls die wordt gevraagd. ad c. De kernen in het slagenlandschap, met hun compacte bebouwing, vormen de beste locaties voor nieuwe woningen. Inbreiding en hergebruik van vrijkomende schuren, stallen of schoolgebouwen voorkomen uitbreiding in open veld en maximaliseren het gebruik van bestaande infrastructuur. Natuurinclusieve bouwmethoden zoals geïntegreerde nestvoorzieningen borgen het voortbestaan van gebouwbewonende soorten. ad d. We willen een passende woning voor iedereen. Om te bepalen welke woningen nodig zijn, voeren we eens in de vier à vijf jaar een woonwens- en woonbehoefte onderzoek uit. ad e. Natuurinclusieve bouwmethoden zoals geïntegreerde nestvoorzieningen borgen het voortbestaan van gebouwbewonende soorten. Natuurinclusief bouwen draagt bij aan biodiversiteit en ruimtelijke kwaliteit. ad f. Alleen wanneer kernen volledig benut zijn, komt kleinschalige uitbreiding in de lintbebouwing in beeld. Door nieuwe clusters bewust af te wisselen met open ruimte en doorzichtlijnen blijven de lineaire lijnen en historische doorzichten bewaard, waardoor het typische veldpatroon volledig herkenbaar blijft. Op deze wijze blijft de kenmerkende open ruimte tussen de erven behouden, maar kan er wel worden gewerkt aan de ontwikkeling van woningen. ‘Generatie-erven’ langs de Veneweg bieden ruimte voor meerdere huishoudens op één erf zonder concessies te doen aan het originele vergezicht. Door erfclusters te ontwerpen met behoud van brede doorzichten blijft de kenmerkende openheid voelbaar en ontstaat tegelijkertijd woonruimte voor verschillende leeftijden en gezinsvormen ad g. Solitaire vakantiewoningen zijn bestemd voor seizoensverhuur, maar kunnen worden omgezet naar permanente bewoning. Deze omzetting beperkt de druk op het landschap ad h. Vrijkomende verblijfsrecreatieterreinen bieden kansen voor transformatie naar woongebieden, mits ze zorgvuldig in het landschap worden ingepast met ruime groenvoorzieningen en hoge eisen aan woon- en leefklimaat. Zo krijgen vakantieparken een tweede leven zonder dat het open karakter van het slagenlandschap verloren gaat. ad i. De toename van het aantal droge zomers maakt het noodzakelijk water langer vast te houden in Steenwijkerland, ook in dit deelgebied. Dit helpt om droge periodes - ook in de toekomst - te (kunnen) overbruggen. De maatlat laat zien hoe klimaatadaptief gebouwd kan worden. 3.2.5 De Beekdalen 3.2.5.1 Deelgebiedskaart “De druk op het watersysteem neemt toe. Water vasthouden en bodemdaling tegengaan vraagt om meer dan technische oplossingen, het begint bij ruimtelijke keuzes.” 3.2.5.2 Identiteit en kernkwaliteiten In de gemeente bevinden zich twee gebieden die tot De Beekdalen behoren: het gebied rond Ossenzijl en het gebied tussen Kallenkote, Eesveen en Steenwijk. Kallenkote en Eesveen vallen gedeeltelijk binnen het Beekdal. Het Beekdal bij Ossenzijl grenst aan de Rottige Meente. De Beekdalen kenmerken zich door open laagtes waar het water van nature naartoe stroomt. Hier hebben zich in het verleden waterstromen gevormd, zoals in het stroomdal van de Steenwijker Aa en de Linde. We zien hier hoogteverschillen en meanderende waterlopen. Het landschap wordt sterk gekenmerkt door de openheid en weidse vergezichten, en door het contrast tussen de open laagtes en de hogere verdichte randen. De laagtes van de beekdalen zijn van groot belang voor de weidevogelpopulaties in het gebied. Door deze ruimtelijke verschillen is de landschappelijke kwaliteit van de beekdalen hoog. De waterlopen vormen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier. Bovendien hebben ze een belangrijke afvoerfunctie bij grote hoeveelheden neerslag, en spelen ze daarmee een rol bij het voorkomen van wateroverlast elders. De kenmerkende bodemopbouw en waterhuishouding uiten zich in specifieke flora en fauna. Het beekdalengebied was van oorsprong een dynamisch landschap. ‘s Winters traden de Linde en de Steenwijker Aa geregeld buiten hun oevers. Bij hoogwater reikte het water van de Steenwijker Aa tot Eesveen, en het water van de Linde tot de Ossenzijlerweg. Door de tijd heen zijn deze oorspronkelijk meanderende waterstromen deels rechtgetrokken en gereguleerd om gronden sneller te ontwateren ten behoeve van de moderne landbouw. Direct aan de rechte wegen door het gebied bevinden zich enkele moderne erven, als eilanden in het open weidelandschap. Er is sprake van regelmatige strokenverkaveling. De Beekdalen zijn grotendeels agrarisch in gebruik. 3.2.5.3 Ambitie De Beekdalen vormen een belangrijk onderdeel van een robuust waterstelsel voor de berging en afvoer van water, in het bijzonder in situaties van extreme neerslag. Oude waterlopen worden op een eigentijdse manier ingezet als natuurlijke waterafvoer en waar mogelijk hersteld. De Beekdalen vormen beleefbare verbindingen voor mens, plant en dier. Hiermee dragen ze bij aan de natuurwaarden en de groenblauwe dooradering. 3.2.5.4 Richting voor de toekomst a. In de beekdalen van de Linde en de Steenwijker Aa houden we rekening met de noodzaak water langer vast te houden. Dit betekent onder andere dat we hier geen ruimte zien voor gebruik en functies die het waterbergend vermogen beperken. b. We zetten in op het behoud van bestaande agrarische bedrijven en stimuleren multifunctionele landbouw. Initiatieven voor schaalvergroting buiten het bouwvlak moeten aansluiten bij de kernkwaliteiten en het water- en bodemperspectief van de Beekdalen. Dit vraagt om zuinig ruimtegebruik en een zorgvuldige afweging. c. In de laaggelegen gronden in De Beekdalen voegen we geen woningen toe. Op de grens van De Beekdalen is verdichting mogelijk langs de bestaande hoger gelegen linten, met respect voor cultuurhistorie. We bouwen natuurinclusief. d. Op vrijkomende erven in de laagte van de Beekdalen zien we geen ruimte om bij sloop terug te bouwen op hetzelfde erf. Daarvoor maken we een kwaliteitsimpuls ter plaatse mogelijk tegen het ruimte bieden van een ontwikkeling op een andere, meer geschikte locatie, zoals op percelen in het Hoge Land. e. In Ossenzijl willen we ruimte maken voor eventuele verplaatsing van functies naar de randen van het dorp om zo mogelijkheden te creeëren voor inbreiding in de kern. f. De aanleg van de ecologische verbinding tussen de Weerribben en de Rottige Meente biedt kansen voor mens en natuur. Het vergroten van het opvangvermogen van de Linde kan samengaan met herstel van de dynamiek van het landschap, en daarmee van de beleving van de Linde. g. We willen de kansen benutten om de oude Steenwijker Aa weer te herstellen. Hiermee kan de kwaliteit van de leefomgeving worden vergroot, de biodiversiteit worden versterkt en kunnen de effecten van klimaatverandering worden beperkt. Dit biedt ook kansen om de historische Vestingstad Steenwijk op verschillende schaalniveaus weer te verbinden met het water. h. In het beekdal van de Linde houden we rekening met de noodzaak om op termijn het weglekken van (grond)water naar de lager gelegen grote veenpolder in Friesland te beperken. Dit betekent onder andere dat we bij initiatieven voor nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing initiatiefnemers informeren over de keuzes die voorliggen in het kader van de veenweidestrategie. 3.2.5.5 Toelichting ad a. Klimaatverandering zorgt wereldwijd voor natter, droger, warmer en extremer weer. Dit betekent aan de ene kant dat het risico op wateroverlast toeneemt, aan de andere kant ook het risico op schade door droogte. Denk aan schade aan infrastructuur, gebouwen, dieren en planten, onze voedselvoorziening, en onze gezondheid. Met de toename van het aantal droge zomers waarin er geen of nauwelijks neerslag valt, meer verdamping plaatsvindt en de grondwaterstanden dalen (ook door beregening van landbouwgronden) neemt het risico op droogteschade en het risico op natuurbranden toe. Bij aanhoudende droogte hebben we bovendien geen garantie dat er in de toekomst altijd voldoende drinkwater beschikbaar is. De beekdalen van de Steenwijker Aa en de Linde zijn open laagtes waar het water van nature naartoe stroomt en mogelijkheden liggen om het water langer vast te houden, bijvoorbeeld door herstel van oorspronkelijke meanders. Mogelijk kunnen delen van de beekdalen van de Steenwijker Aa en Linde op termijn ook structureel worden ingezet om water te bergen, dat dan gebruikt kan worden in perioden van droogte. De gedachte is dat dit in het beekdal van de Linde bovendien een bijdrage kan leveren in de aanpak van de veenweideproblematiek. Door gebruik en functies te weren die het waterbergend vermogen beperken, blijft niet alleen de bestaande ruimte beschikbaar om water te bergen om droge periodes te overbruggen, we voorkomen tegelijkertijd ook een toename van het risico op wateroverlast en behouden de afvoerfunctie van de beekdalen van de Steenwijker Aa en de Linde. Zeker gezien de toename van het aantal extreme buien is het van belang dat de bestaande ruimte in stand blijft en niet verder ingesnoerd wordt door bijvoorbeeld bebouwing. Om wateroverlast in Steenwijk te voorkomen, heeft de provincie Overijssel het overgrote deel van het stroomdal van de Steenwijker Aa aangewezen als primair watergebied. Primaire watergebieden zijn als zodanig aangewezen laaggelegen gebieden die bij hevige neerslag ruimte bieden voor waterberging. Het vollopen van deze gebieden voorkomt dat waterafvoersystemen overbelast raken en wateroverlast optreedt op plaatsen waar dit meer schade veroorzaakt, bijvoorbeeld in delen van Steenwijk. ad b. We willen dat het platteland leefbaar en vitaal blijft. Daarbij hoort een robuuste grondgebonden agrarische sector die zorgt voor voedselproductie, beheer van het landschap, maatschappelijke diensten, en bredere werkgelegenheid. De agrarische sector in de Polders rondom Scheerwolde zal zich moeten doorontwikkelen om zich aan te kunnen passen aan de huidige en toekomstige milieueisen op het gebied van met name natuur (weidevogels), stikstof, klimaat, waterberging en veenweide. We zien daarbij kansen in multifunctionele landbouw. Boeren combineren de productie van voedsel en grondstoffen met andere diensten aan de samenleving, zoals natuurbeheer, recreatie en zorglandbouw. Dit is goed voor de economische vitaliteit van de bedrijven, maar ook goed voor een (be)leefbaar duurzaam platteland. Doorontwikkeling (zowel in de primaire productie als in de verbreding) kan gepaard gaan met schaalvergroting. Met initiatieven voor nieuwe bebouwing of activiteiten buiten het bouwvlak gaan we zorgvuldig om. Deze moeten aansluiten bij de kernkwaliteit en perspectief van het gebied. De kernkwaliteit van de Beekdalen is het weidse open landschap. Het perspectief voor water en bodem is dat water moet kunnen worden opgevangen in de laagste delen en dat op de veenweidegronden water moet worden vastgehouden om verbranding van het veen en verdroging van de natuur in de Weerribben te voorkomen. De provincie stelt dit perspectief vast met de actualisatie van het beheerplan Natura2000 en de Veenweidestrategie 2.
  8. De nieuwe ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan deze kernkwaliteiten en perspectief. Dit staat los van de kwaliteitsimpuls die wordt gevraagd. ad c. In de laaggelegen delen van de Beekdalen komen geen nieuwe woningen, vanwege de kwetsbaarheid voor wateroverlast en kwel. Op de hogere linten is langs de randen juist verdichting mogelijk, gekoppeld aan energieopgaven en natuurinclusief bouwen. Zo behoudt het stroomdal zijn waterfunctie en groeit de woonkwaliteit op drogere, beter beheersbare locaties. ad d. Wanneer een boerenerf vrijkomt, stimuleren we geen directe herbouw op dezelfde plek. In plaats daarvan bieden we een kwaliteitsimpuls op het oude erf in ruil voor herontwikkeling op een beter passende locatie, bijvoorbeeld in het Hoge Land. Dit versterkt zowel de ruimtelijke samenhang van het landschap als de robuustheid van het watersysteem. ad e. Klimaatadaptatie en economische ontwikkeling verbinden we als drijvende kracht voor gebiedsvernieuwing. Bijvoorbeeld door Steenwijk op verschillende schaalniveaus opnieuw met het water te verbinden of door langs het water multifunctionele randen in te richten. Waterfuncties kunnen zo fungeren als kwaliteitsimpuls en nieuwe economische kansen bieden. ad f. De nieuwe koppeling tussen Weerribben en Rottige draagt bij aan de Natura2000 doelstelling voor natte habitats. Het ondersteunt de migratie van flora en fauna en versterkt de beleving van natte natuur voor recreanten. De integratie van riet en bufferzones vergroot de robuustheid tegen piekbuien en draagt bij aan weidevogelherstel. ad g. Het herstel van de oorspronkelijke loop van de Steenwijker Aa verbetert de waterkwaliteit, biodiversiteit en cultuurhistorische beleving van het gebied. Door meanders terug te brengen en verbindingszones te creëren, koppelen we de vestingstad Steenwijk weer aan het water, wat zowel toeristisch als ecologisch waardevol is. Bijvoorbeeld door Steenwijk op verschillende schaalniveaus opnieuw met het water te verbinden of door langs het water multifunctionele randen in te richten. Waterfuncties kunnen zo fungeren als kwaliteitsimpuls en nieuwe economische kansen bieden. ad h. Het weglekken van (grond)water is een probleem omdat dit in perioden van langdurige droogte het proces van veenoxidatie in het beekdal van de Linde versnelt. Veenoxidatie leidt tot bodemdaling (met verzakkingen van wegen, riolering en mogelijk ook gebouwen tot gevolg) en uitstoot van CO2 (een broeikasgas dat bijdraagt aan de klimaatverandering). Het weglekken van het (grond)water wordt veroorzaakt door het verschil in peil met het aangrenzende lager gelegen gebied. Eén van de in beeld gebrachte ‘structurerende maatregelen’ om het weglekken van (grond)water naar de lager gelegen grote veenpolder in Friesland te remmen, heeft impact op het toekomstig gebruik van de ruimte in de Broekpolders. Door initiatiefnemers te informeren over de keuzes die voorliggen, willen we voorkomen dat initiatiefnemers desinvesteringen doen. Naar verwachting nemen Provinciale Staten eind 2026 een besluit over de structurerende maatregelen. Figuur 3: Structurerende maatregelen voor de Beekdalen (bron: Bouwstenen voor veenweidestrategie 2.0, februari 2024) 3.2.6 De Polders rondom scheerwolde 3.2.6.1 Deelgebiedskaart “Er is behoefte aan een balans tussen bereikbaarheid, recreatie en bescherming van het landschap, met oog voor de leefkwaliteit van bewoners en bezoekers.” 3.2.6.2 Identiteit en kernkwaliteiten In het laagstgelegen deel van het buitengebied van Steenwijkerland, waar het maaiveld soms op wel -2,5 NAP ligt, liggen de Polders rondom Scheerwolde. Rond 1900 bestond dit gebied uit veenmoeras dat werd ontgonnen voor de landbouw. Later is het gebied vrijwel geheel verveend, waarna het rond 1925 werd drooggelegd en voor de tweede keer werd ontgonnen. In deze periode is het gebied omgevormd tot de planmatig ingerichte polders met goede landbouwgrond zoals we deze nu kennen.De hoofdfunctie in dit gebied is agrarisch gebruik. Daarnaast is er verspreid ook ruimte voor de functies wonen, recreatie en niet-agrarische bedrijvigheid. De polders bestaan uit een jong ontginningslandschap met lange rechte lijnen, lanen en karakteristieke domeinboerderijen. Deze staan op regelmatige afstand van elkaar als groene bewoonde eilanden in het open landschap. De boerderijen zijn georiënteerd op de door bomen gemarkeerde lanen, en bieden ruimte aan zowel veeteelt als akkerbouwbedrijven. Rond de polders liggen kades met daaromheen ringsloten. Daar waar buiten de polders nog een kraggenlandschap ligt, is het markante contrast zichtbaar tussen het lager gelegen droge land van de polder en het hoger gelegen natte landschap met riet, water en moerasbos. Oorspronkelijk bestonden er plannen om in dit gebied bewoningskernen te realiseren voor de landarbeiders die in de nieuwe polders in de omgeving zouden gaan werken. Als gevolg van de daling van de behoefte aan arbeidskrachten door de gelijktijdig intredende landbouwmechanisatie is het aantal bewoningskernen beperkt gebleven. Alleen het ontworpen dorp Scheerwolde kwam tot stand. De lange lijnen van de polder Giethoorn komen voort uit de ontginningsgeschiedenis van het oorspronkelijke veengebied en verwijzen naar het ontstaan van de vaartdorpen Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen. De historische grachten uit de tijd van de oorspronkelijke vervening van het gebied zijn grotendeels nog zichtbaar. Daarmee is het gebied cultuurhistorisch en landschappelijk van grote waarde. De openheid en weidse vergezichten van het landschap, de innovatieve ondernemers en inrichting voor de voedselproductie zijn karakteristiek voor deze polders. 3.2.6.3 Ambitie Een gezond, vitaal en klimaat robuust voedselproductielandschap waar vernieuwende initiatieven, technologieën en samenwerkingen samenkomen om duurzame oplossingen te ontwikkelen voor maatschappelijke, economische of ecologische uitdagingen, met economische perspectief en leefbaarheid als belangrijkste speerpunten. 3.2.6.4 Richting voor de toekomst a. In De Polders rondom Scheerwolde houden we rekening met de noodzaak om op de resterende veengronden de bodemdaling te remmen. Daarbij komt de noodzaak om op termijn het weglekken van (grond)water uit het aangrenzende natuurgebied richting de polders te beperken en water te bergen. Dit betekent onder andere dat we bij initiatieven voor nieuwbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing initiatiefnemers informeren over de keuzes die voorliggen in het kader van de veenweidestrategie. b. We zetten in op het behoud van bestaande agrarische bedrijven en stimuleren multifunctionele landbouw. . c. Agrarische initiatieven voor schaalvergroting buiten het bouwvlak en kapitaalintensieve functies moeten aansluiten bij de kernkwaliteiten en het water- en bodemperspectief van De Polders rondom Scheerwolde, dit vraagt om zuinig ruimtegebruik en een zorgvuldige afweging. d. We werken samen met ondernemers en inwoners aan een toekomstperspectief. e. We zetten in op het versterken van het landschappelijk raamwerk en zien ruimte voor meervoudig ruimtegebruik. 3.2.6.5 Toelichting ad a. Het weglekken van (grond)water uit het aangrenzende natuurgebied is een probleem omdat dit in perioden van langdurige droogte het proces van veenoxidatie in het natuurgebied versnelt. Daar heeft niet alleen de bijzondere natuur in de Weerribben-Wieden onder te lijden: veenoxidatie leidt ook tot bodemdaling (met verzakkingen van wegen, riolering en mogelijk ook gebouwen tot gevolg) en uitstoot van CO2 (een broeikasgas dat bijdraagt aan de klimaatverandering). Om de schade te beperken is aanvoer van ‘vreemd’ IJsselmeerwater nodig om het veen vochtig te houden, een situatie die steeds lastiger wordt bij toenemende droogte/toename van het aantal droge zomers en druk op de zoetwaterbuffer van het IJsselmeergebied. Figuur 4: Structurerende maatregelen voor de polders rondom Scheerwolde (bron: Bouwstenen voor Veenweidestrategie 2.0, februari 2024) De gedachte is dat eventuele maatregelen om het weglekken van (grond)water te beperken in de polders rondom Scheerwolde samen kunnen gaan met het bergen van water om zo een buffer te hebben voor periodes van langdurige droogte. De toename van het aantal droge zomers en de druk op de zoetwaterbuffer van het IJsselmeergebied maakt namelijk ook dat de landbouw in de polders bij langdurige droogte kwetsbaar is. Dit onder andere omdat de grondwaterstanden hier door de intensieve ontwatering voor de landbouw al relatief laag zijn en in droge perioden, als de beregening uit grondwater toeneemt, dat nog een extra verlagende impact heeft op de grondwaterstanden. Dit kan betekenen dat beregening tijdelijk ingeperkt wordt, zeker als de bovenstroomse aanvoer van water dan ook laag is. Andersom, bij piekneerslag, zijn de polders door de lage ligging kwetsbaar voor wateroverlast. Wateroverlast kan in het gebied verder vergroot worden door toekomstige aanpassingen aan het peilbeheer in het IJsselmeergebied. Dit heeft invloed op de belasting en afwatering van het stroomgebied Stroink. Het bergen van water heeft dus niet alleen betrekking op het bergen van water om droge periodes te overbruggen, maar ook op het bergen van water om wateroverlast te voorkomen op plaatsen waar dit meer schade veroorzaakt. De in beeld gebrachte ‘structurerende maatregelen’ om het weglekken van (grond)water te remmen/stoppen, hebben impact op het toekomstig gebruik van (een deel van) de ruimte in de polders. Door initiatiefnemers te informeren over de keuzes die voorliggen, willen we voorkomen dat initiatiefnemers hier investeringen doen die op termijn desinvesteringen blijken te zijn. Naar verwachting nemen Provinciale Staten eind 2026 een besluit over de structurerende maatregelen. ad b. We willen dat het platteland leefbaar en vitaal blijft. Daarbij hoort een robuuste grondgebonden agrarische sector die zorgt voor voedselproductie, beheer van het landschap, maatschappelijke diensten, en bredere werkgelegenheid. De agrarische sector in de Beekdalen zal zich moeten doorontwikkelen om zich aan te kunnen passen aan de huidige en toekomstige milieueisen op het gebied van met name natuur (weidevogels), stikstof, klimaat, waterberging en veenweide. We zien daarbij kansen in multifunctionele landbouw. Boeren combineren de productie van voedsel en grondstoffen met andere diensten aan de samenleving, zoals natuurbeheer, recreatie en zorglandbouw. Dit is goed voor de economische vitaliteit van de bedrijven, maar ook goed voor een (be)leefbaar duurzaam platteland. Doorontwikkeling (zowel in de primaire productie als in de verbreding) kan gepaard gaan met schaalvergroting. Met initiatieven voor nieuwe bebouwing of activiteiten buiten het bouwvlak gaan we zorgvuldig om. Deze moeten aansluiten bij de kernkwaliteit en perspectief van het gebied. De kernkwaliteit van de Beekdalen is het weidse open landschap. Het perspectief voor water en bodem is dat water moet kunnen worden opgevangen in de laagste delen en dat op de veenweidegronden water moet worden vastgehouden om verbranding van het veen en verdroging van de natuur in de Weerribben te voorkomen. De provincie stelt dit perspectief vast met de actualisatie van het beheerplan Natura2000 en de Veenweidestrategie 2.
  9. De nieuwe ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan deze kernkwaliteiten en perspectief. Dit staat los van de kwaliteitimpuls die wordt gevraagd.\ ad c. Doorontwikkeling (zowel in de primaire productie als in de verbreding) kan gepaard gaan met schaalvergroting. Met initiatieven voor nieuwe bebouwing of activiteiten buiten het bouwvlak gaan we zorgvuldig om. Deze moeten aansluiten bij de kernkwaliteit en perspectief van het gebied. De kernkwaliteit van de Polders rondom Scheerwolde is het weidse open landschap. Het perspectief voor water en bodem is dat water moet kunnen worden opgevangen in de laagste delen en dat op de veenweidegronden water moet worden vastgehouden om verbranding van het veen en verdroging van de natuur in de Weerribben te voorkomen. De provincie stelt dit perspectief vast met de actualisatie van het beheerplan Natura2000 en de Veenweidestrategie 2.
  10. De nieuwe ontwikkeling mag geen afbreuk doen aan deze kernkwaliteiten en perspectief. Dit staat los van de kwaliteitimpuls die wordt gevraagd. ad d. We stimuleren dat ondernemers en inwoners in gebiedsprocessen hun toekomstperspectief verkennen. We denken daarin mee vanuit de kaders en ambities in deze Omgevingsvisie. We hebben oog voor de diversiteit van de bedrijven (akkerbouw/veeteelt), voor de verschillende condities in het gebied (veen/zandgrond) en voor de verschillende opgaven (natuur, stikstof, veenweide). ad e. Door het landschappelijk raamwerk (lange lijnen, weidsheid en robuuste erven) te versterken ontstaat een robuuster en toekomstbestendiger landschap. Het landschappelijk raamwerk biedt ruimte voor een nieuwe invulling, en verschillende agrarische perspectieven. Dit draagt bij aan het behoud van de sociale en culturele waarde van het gebied en biedt perspectief voor bewoners die zich verbonden voelen met het polderlandschap. De opgaven vanuit natuur en veenweide vragen met name aan de westzijde van de Polders rondom Scheerwolde om meervoudig ruimtegebruik, bijvoorbeeld de combinatie van natuur, landbouw en recreatie. 4 Leefbare steden en kernen 4.1 Leefbare kernen en steden in Steenwijkerland 4.1.1 Introductie In dit hoofdstuk gaan we nader in op de kernen in Steenwijkerland. De gemeente kent een tal van waardevolle dorpen, steden, buurtschappen en andere woonkernen, ieder met hun eigen identiteit en kwaliteiten. In dit hoofdstuk beschrijven we waar we ruimte voor willen houden en maken in de kernen binnen onze gemeente. In paragraaf 4.2 De kernen en steden gaan we nader in op deze deelgebieden en hun gebiedseigen kwaliteiten. We schetsen een perspectief op de opgaven, kansen en ambities die we per deelgebied zien voor de fysieke leefomgeving. 4.1.2 De kernen, elk met eigen kleur 4.1.2.1 Op weg naar 2050... In 2050 wil Steenwijkerland met een verscheidenheid aan ontspannen woonmilieus een belangrijke aanvulling vormen op de regio. We streven naar steden, dorpen en buurtschappen die elk een eigen kleur en profiel hebben, met een karakteristieke ruimtelijke, sociale en functionele opbouw, eigen kwaliteiten en een eigen inbedding in het landschap. Hier werken we bewust aan. We blijven zuinig op het bestaande, maar benutten tegelijkertijd ruimte voor het toevoegen van nieuwe kwaliteiten. We sorteren voor op veranderingen in ons woonmilieu. Zo realiseren we samen met innovatieve ontwikkelaars en corporaties onderscheidende, klimaatadaptieve en gezonde woonmilieus. Creativiteit en innovatie kenmerken deze ontwikkelingen, bijvoorbeeld door het realiseren van levensloopbestendige woningen door nieuwbouw en transformatie. Een mix van activiteiten laat onze woonwijken bruisen, onder andere door het sterke verenigingsleven dat onze woonkernen nog altijd kenmerkt. Onze inwoners, van jong tot oud, vinden hier een passende woning, maar ook voor nieuwe bewoners is er voldoende te kiezen. We zetten goed in op de bouw van voldoende sociale huurwoningen en betaalbare koopwoningen, zodat iedereen nog steeds zijn of haar plek vindt in Steenwijkerland. 4.1.2.2 Wonen als vliegwiel voor de aanpak van andere maatschappelijke opgaven Ruimte voor het toevoegen van nieuwe woningen zoeken we zoveel mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied of in aansluiting daarop. We versterken hiermee de bestaande kernen in het hart. Daarmee gebruiken we de woonopgave als vliegwiel voor de aanpak van andere maatschappelijke opgaven in het bebouwd gebied. Zo pakken we transitieopgaven op thema’s als klimaat, energie, circulariteit en mobiliteit samen aan. Nieuwbouw zetten we ook in als vliegwiel voor verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. We zetten sterk in op vergroening en verduurzaming in kernen.. De succesvolle omslag naar duurzaam vervoer draagt bij aan het schoonhouden van onze lucht, en creëert bovendien ruimte voor groen, ontmoeting en beweging in onze straten. Met duurzame en natuurinclusieve bouwmethoden creëren we in onze woonbuurten meer ruimte voor flora en fauna. Buurten zijn divers, zowel in hun bevolkingsopbouw als in de typen eigendom. 4.1.2.3 Voorzieningen op niveau We zetten ons in voor toekomstbestendige voorzieningen, omdat de druk op de gezondheidszorg toeneemt en de beschikbaarheid van huisartsen in alle kernen niet vanzelfsprekend is. Daarom zetten we ons in om deze essentiële zorg toegankelijk te houden voor al onze inwoners. Tegelijkertijd investeren we in duurzame onderwijshuisvesting, waarbij we inzetten op de samenhang tussen onderwijs en opvang. Door te bouwen aan kindcentra en slimme clustering van functies, spelen we in op veranderende behoeften en versterken we de leefbaarheid in onze dorpen en stad. 4.1.2.4 Meeste woningbouw op het hoge land, elders ook ruimte voor de lokale vraag Onze ambitie is te voldoen aan de lokale woningvraag, en daarnaast een bijdrage te leveren aan de regionale behoefte. Ruimte voor de regionale opgave vinden we vooral in de goed bereikbare kernen op het Hoge Land, met het accent op Steenwijk. In de kleine kernen buiten het Hoge Land zoeken we ruimte voor de lokale woningvraag, zodat bewoners ook in de toekomst kunnen blijven wonen in hun eigen dorp of kern. We bouwen klimaatadaptief en natuurinclusief. Bovendien versterken we de diversiteit aan woonomgevingen in onze gemeente door nieuwe milieus te verbinden met bestaande buurten. Daarbij sluiten we aan op het eigen karakter van de buurt. 4.1.2.5 In 2045 is Steenwijkerland aardgasvrij Stappen zetten op de energie- en klimaatopgaven is noodzakelijk. In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat Nederland in 2050 van het aardgas af moet zijn. Gemeenten houden de regie en bepalen welke wijk wanneer aan de beurt is en wat de alternatieve voorkeursbron wordt voor aardgas. De Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmte geeft ons daarbij handvatten. In onze gemeente ligt de weg naar een aardgasvrije gebouwde omgeving bij individuele oplossingen. Dit betekent dat huiseigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het stapsgewijs verduurzamen van hun woning. Met input van netbeheerders en woningcorporaties scherpen we de uitgangspunten uit de Transitievisie Warmte 2021 aan. Deze uitgangspunten dienen als leidraad voor de warmtetransitie; we beoordelen elke stap hierop om een duurzame toekomst te waarborgen.
  11. Focus op besparen: isoleren en gedrag Het terugdringen van de warmtevraag is een noodzakelijke stap om de overstap naar duurzame warmte mogelijk te maken. Goede isolatie vormt daarbij de basis: alleen met voldoende isolatie kunnen gebouwen op een comfortabele manier verwarmd worden met duurzame, aardgasvrije oplossingen. Daarnaast speelt gedrag een steeds belangrijkere rol. Een graadje lager stoken of bewuster omgaan met energieverbruik zijn eenvoudige maar effectieve maatregelen die direct verschil maken, zowel voor het energieverbruik als voor de belasting van het energienet. De gemeente ondersteunt inwoners met zowel grote als kleine stappen om hiermee aan de slag te gaan. We bieden passende ondersteuning, zowel op individueel niveau als over de hele gemeente, waarbij kennisdeling, begeleiding en het wegnemen van drempels centraal staan. Zo zorgen we ervoor dat iedereen stapsgewijs de warmtevraag kan verlagen en zich kan voorbereiden op een toekomst zonder aardgas.
  12. De juiste energiedrager op de juiste plek In Steenwijkerland is een grootschalig collectief warmtenet niet haalbaar. De woningdichtheid is te laag en de variatie in bebouwing, van historische kernen tot het uitgestrekte buitengebied, maakt een uniforme grootschalige aanpak lastig. Daarom ligt de focus in het grootste deel van de gemeente op individuele oplossingen. In wijken met een complexe opbouw, zoals historische centra, blijft klimaatneutraal gas naar verwachting nodig. De route richting aardgasvrij verschilt per buurt en woningtype. In nieuwbouwwijken stimuleren we de directe overstap naar duurzame warmte, omdat deze snel haalbaar is. In oudere wijken zetten we eerst in op het 'aardgasvrij-ready' maken van woningen, met prioriteit voor isolatie. Een hybride warmtepomp biedt daarvoor een praktische tussenoplossing: deze vermindert het aardgasverbruik en de CO₂-uitstoot aanzienlijk, en ontlast bovendien het elektriciteitsnet tijdens piekmomenten. De gemeente ondersteunt en faciliteert lokale initiatieven, zoals kleinschalige warmtenetten, die bijdragen aan een toekomstbestendige energievoorziening en die het energienet ontlasten.
  13. Iedereen kan meedoen De betaalbaarheid van de warmtetransitie is voor veel inwoners een belangrijk aandachtspunt. Energie wordt naar verwachting duurder en de kosten van verschillende warmteoplossingen zijn nog niet volledig voorspelbaar. Hoewel dit warmteprogramma niet alle onzekerheden kan wegnemen, maken we wel duidelijke keuzes. We geven prioriteit aan warmteoplossingen met zo laag mogelijke eindgebruikerskosten, en houden we rekening met de totale kosten voor de samenleving. De warmtewissel moet voor iedereen haalbaar en betaalbaar zijn, ongeacht het inkomen. Daarom streven we naar oplossingen die ook voor mensen met een laag inkomen binnen bereik liggen. De gemeente zet zich hier actief voor in, onder andere via lobby richting het Rijk om voldoende ondersteuning en middelen beschikbaar te krijgen.
  14. Alle inwoners krijgen een duidelijk handelingsperspectief Om inwoners te helpen bij de overstap naar duurzame warmte, biedt de gemeente een helder handelingsperspectief per woningtype en wijk. Zo zien bewoners welke stappen zij kunnen nemen om hun woning voor te bereiden op een toekomst zonder aardgas, van isoleren tot het kiezen van een geschikt alternatief als een warmtepomp of een aansluiting op een kleinschalig warmtenet. We maken daarbij ook inzichtelijk waar je terecht kan voor onafhankelijk advies en technische ondersteuning, en welke subsidies beschikbaar zijn om de kosten te verlagen. Denk aan energieloketten, landelijke regelingen of collectieve inkoopacties. Door deze informatie overzichtelijk en toegankelijk aan te bieden, maken we het makkelijker om goed geïnformeerde keuzes te maken, in uw eigen tempo.
  15. Gefaseerde warmtewissel Gemeenten krijgen via de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmte de aanwijsbevoegdheid om gebieden aan te wijzen die voor een bepaalde datum aardgasvrij moeten zijn, en overgaan op duurzame warmte. In dit warmteprogramma kiest de gemeente er bewust voor om de aanwijsbevoegdheid nog niet in te zetten. Omdat het eindbeeld voor het overgrote deel van Steenwijkerland individueel is, vinden we het belangrijk dat iedereen in eigen tempo kan overstappen. Geen enkele wijk wordt op dit moment verplicht om eerder dan 2045 van het aardgas af te gaan. Wel blijft 2045 het einddoel voor de gehele gemeente. We onderzoeken of, hoe en wanneer we de aanwijsbevoegdheid richting 2045 verantwoord toepassen. Denk daarbij aan situaties waarin het overgrote deel van een wijk al is overgestapt naar een duurzame warmteoplossing en slechts een klein deel nog volgt. In zulke gevallen leidt het blijven faciliteren van dubbele infrastructuur tot hogere maatschappelijke kosten, die uiteindelijk ook op gebruikers drukken. Daarom verkennen we zorgvuldig hoe deze bevoegdheid passend en doelgericht wordt ingezet. 4.1.2.6 Energietransitie De energietransitie vraagt om ingrijpende aanpassingen in zowel de openbare ruimte als de ondergrond. Het huidige energienetwerk in Nederland heeft onvoldoende capaciteit om de groeiende vraag en het wisselende aanbod van energie op termijn goed op te vangen. Verzwaring en uitbreiding van het netwerk zijn noodzakelijk om de capaciteitsknelpunten op te lossen, ook in bestaande wijken. Bij al onze ontwikkelingen reserveren we daarom ruimte voor netversterking en een zorgvuldige inpassing in de omgeving. Tegelijkertijd leidt de stijgende energieprijs tot toenemende druk op huishoudens. Steeds meer mensen hebben moeite om hun energierekening te betalen. De energiearmoede in Steenwijkerland ligt boven het landelijk gemiddelde, met name bij bewoners van slecht geïsoleerde woningen. Verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en energiebesparing zijn daarom cruciaal. Ze zorgen voor een lagere energierekening en verkleinen de energievraag: wat niet wordt verbruikt, hoeft ook niet te worden opgewekt. Het vergroenen van de openbare ruimte, vooral in de oude binnenstad, draagt bij aan meerdere doelen: het tegengaan van hittestress en wateroverlast, het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit en het bevorderen van biodiversiteit. Natuurinclusief bouwen speelt hierin een belangrijke rol. Deze aanpak, vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), is inmiddels wettelijk verankerd. Ook het zuinig omgaan met grondstoffen is verplicht. In lijn met het Klimaatakkoord en het Nationaal Programma Circulaire Economie werken we toe naar een volledig circulaire economie in 2050, waarbij het verbruik van primaire grondstoffen is gehalveerd. 4.1.2.7 Onze succesvolle ontwikkelings en vestigingsfactoren voor bedrijvigheid. Duurzaamheid... Om onze bedrijventerreinen in Steenwijkerland vitaal en aantrekkelijk te houden, investeren we fors in hernieuwbare energie, de circulaire economie en een natuurinclusieve omgeving. We faciliteren ondernemers bij het toepassen van efficiëntere productiewijzen en -processen, waar mogelijk binnen de kaders van een duurzame en klimaatadaptieve leefomgeving. Zo vangen we structurele tekorten op de arbeidsmarkt op. In 2050 zijn onze bedrijventerreinen duurzaam en gezond, en sluiten ze goed aan bij de vestigingseisen van bedrijven. We stimuleren ondernemers en eigenaren van bedrijventerreinen om duurzaamheid tot een onderscheidend kenmerk van bedrijventerreinen in Steenwijkerland te maken. Een mooi voorbeeld hiervan is de bedrijvigheid in de zone langs de A32 tussen Steenwijk en Meppel: hier fungeren bedrijven als producent, buffer en leverancier van energie. We zetten in op een vitale en toekomstbestendige binnenstad van Steenwijk, waarin retail, horeca en andere functies elkaar versterken. Door leegstand tegen te gaan, de beleving te verbeteren en samenwerking tussen ondernemers te stimuleren, creëren we een levendig centrum dat bijdraagt aan de economische veerkracht en sociale samenhang van de gemeente. 4.1.2.8 ... en goede bereikbaarheid Goede bereikbaarheid is een belangrijke vestigingsvoorwaarde. Het zorgt voor economische dynamiek en welvaart. Dit is een van de redenen dat we inzetten op de ontwikkeling van bedrijvigheid in de zone langs de A
  16. Door werkgelegenheid te creëren aan een bestaande corridor voor autoverkeer en openbaar vervoer brengen we balans in de werknemerspendel vanuit Steenwijk. Daarnaast zetten we in op het doortrekken van de snelfietsroute van Zwolle en Meppel naar Steenwijk en Heerenveen om mensen te bewegen ook voor woon-werkverkeer vaker op de fiets te stappen en de auto te laten staan. Dit levert een belangrijke bijdrage aan een schoner leefmilieu en een verbeterde gezondheid. 4.1.2.9 Wonen en werken robuust verbonden met het landelijk gebied en de natuur om de hoek Uitbreiding van wonen en werken gaat in Steenwijkerland samen met uitbreiding van water en groen. Hiermee bieden we ruimte aan sport, spel, beweging, ontmoeting, cultuur en ontspanning. We creëren ruimte om effecten van klimaatverandering als wateroverlast en hittestress te beperken. De toegankelijkheid van onze buitenruimte krijgt daarbij in het bijzonder een impuls: iedereen kan naar wens en vermogen meedoen. Met het toevoegen van ontbrekende schakels werken we toe naar een continu, samenhangend groenblauw raamwerk en brengen we de natuur tot aan de voordeur. We zorgen voor groene en blauwe verbindingen tussen de kernen en het land van Weerribben en Wieden, ontwikkelen water- en bodemsturend en waar rust en ruimte is om het hoofd leeg te maken. 4.1.2.10 Robuust en veelzijdig mobiliteitssysteem, verkeersveiligheid en ontwikkeling spoorzone Om onze steden en kernen bruisend en toegankelijk te houden, investeren we in een robuust en veelzijdig mobiliteitssysteem. Dit betekent dat we streven naar een samenhangend netwerk van openbaar vervoer, fietsvoorzieningen en autowegen dat aansluit op de behoeften van inwoners, ondernemers en bezoekers. We stimuleren de inrichting van multimodale knooppunten waar verschillende vormen van vervoer naadloos op elkaar aansluiten. Denk hierbij aan verbeterde OV-verbindingen, zoals frequentere bus- en treindiensten, en de aanleg van hoogwaardige fietsroutes. Daarnaast onderzoeken we slimme mobiliteitsoplossingen, zoals deelvervoer en mobiliteitshubs, om de bereikbaarheid te vergroten en tegelijkertijd de druk op het wegennet te verminderen. Verkeersveiligheid is een prioriteit in onze visie, met specifieke aandacht voor de interactie tussen landbouwverkeer en andere weggebruikers. Landbouwvoertuigen spelen een belangrijke rol in onze regio, maar kunnen risico’s opleveren op smalle wegen of in drukke kernen. De spoorzone in Steenwijk biedt unieke kansen voor economische, ruimtelijke en sociale ontwikkeling. We zetten in op de transformatie van dit gebied tot een levendig knooppunt dat wonen, werken en recreëren combineert. Een sleutelonderdeel van deze ontwikkeling is het verbeteren van de bereikbaarheid en veiligheid rondom het intercitystation in Steenwijk. Hiertoe wordt een fietstunnel gerealiseerd die een veilige en snelle verbinding biedt voor fietsers en voetgangers tussen beide zijden van het spoor. Daarnaast investeren we in de spoorzone in een hoogwaardige openbare ruimte, duurzame woningbouw en ruimte voor ondernemerschap, passend bij de identiteit van Steenwijk. Door deze maatregelen wordt de spoorzone een aantrekkelijke entree van de stad en een katalysator voor regionale ontwikkeling. 4.2 De kernen en steden 4.2.0 Introductie Binnen de kernen en steden hebben we – op basis van de analyse van de opgaven én de ruimtelijke en functionele verschillen tussen gebieden – gekozen voor een nadere onderverdeling. In deze paragraaf zoomen we in op de onderscheiden deelgebieden en geven we antwoord op vragen als: Wat is onze ambitie? Welke opgaven en kansen zien we? En: Welke ruimte zien we voor ontwikkeling? Bepaalde onderdelen komen in verschillende deelgebieden terug; de teksten van de onderscheiden deelgebieden zijn zo geschreven dat deze – bijvoorbeeld bij toetsing van een principeverzoek – afzonderlijk te lezen zijn. De onderscheiden deelgebieden binnen de kernen en steden zijn: a. Beschermde stadsgezichten Vollenhove en Blokzijl b. Beschermd dorpsgezicht Giethoorn c. Historische vesting Steenwijk d. Cultuurhistorisch waardevolle linten, kernen en gebieden e. Woonwijken 1955 f. Bedrijventerreinen g. Groenblauwe raamwerk h. Verblijfsrecreatiegebieden i. Entreekernen j. Beoogde ontwikkel- en zoeklocaties 4.2.1 Beschermde stadsgezichten Vollenhove en Blokzijl 4.2.1.1 Deelgebiedskaart “Wat meer plekken waar mensen elkaar kunnen tegenkomen zou geen kwaad kunnen. Niet per se weer een supermarkt, maar iets waar de buurt samenkomt of kan komen.” 4.2.1.2 Identiteit en kernkwaliteiten Bij Rijksbeschermde stadsgezichten gaat het om gebieden met een bijzonder historisch karakter. Dat karakter kan in de loop van eeuwen zijn gegroeid, zoals een historische binnenstad. Het kan ook gaan om ontworpen gebieden, bijvoorbeeld een vooroorlogse arbeiderswijk. De gemeente moet deze gebieden beschermen. Deze bescherming is bedoeld om de cultuurhistorische identiteit van een gebied te behouden en te benutten als kwaliteit bij ontwikkelingen. De beleving van het bijzondere karakter reikt verder dan het begrensde gebied. Het is belangrijk ook zichtlijnen en open terreinen rond het beschermde gezicht te betrekken: het gaat om de historische structuur en de samenhang in en om het gebied, en om het samenspel tussen bebouwing en openbare ruimtes. In Steenwijkerland kennen we twee Rijksbeschermde stadsgezichten: de Beschermde stadsgezichten Vollenhove en Blokzijl. Vollenhove is een compacte stad, met de historische kern als centrale identiteitsdrager. De stad is strategisch gelegen op de uitloper van een stuwwal. Deze hoogteverschillen zijn nog goed waarneembaar, zeker daar waar bebouwing ontbreekt. De hoofdstructuur van de stad wordt bepaald door de oude haven en de daarop aansluitende parallelle straten die onderling verbonden zijn door stegen. Karakteristiek voor de structuur zijn hier ook de hoge tuinmuren. Vollenhove wordt gekenmerkt door smalle straatjes, de karakteristieke panden en monumenten, en aan andere erfgoeddragers, zoals de ruïne van Toutenburg, de Binnenhaven, Park Oldruitenborgh, de restanten van historische havezaten, de stadsboerderijen,de grote kerk en Mariakerk. Maar ook aan het groen in de stad: de oude lanen, de grote bomen en het stadspark. Allen bakens in de tijd die het verhaal van ‘Veno’ vertellen. Dit vormt een fraai decor voor het corso, de Survivalrun, Typisch Vollenhove en andere mooie evenementen die van ver bezoekers trekken. De historische kern vormt ook in andere opzichten het hart van de stad. Het sociale hart, omdat je elkaar hier ontmoet: bij de bakker, de groenteboer, op de markt of in de supermarkt. En het functionele hart: in en rond de historische kern vind je de meeste voorzieningen. Deze concentratie aan voorzieningen draagt bij aan de levendigheid in de kern en zorgt voor combinatiebezoeken met andere publieksfuncties, waardoor de kern veel bezoekers trekt. De combinatie van voorzieningen, ontmoetingen en typerende evenementen zorgt voor een sterk gemeenschapsgevoel in Vollenhove. Ook bij Blokzijl denkt men allereerst aan de historische kern. Blokzijl biedt een authentieke blik op het Nederland van de Gouden Eeuw. De kern kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 14e eeuw en heeft veel van zijn historische charme behouden. Blikvangers zijn de centraal gelegen havenkolk en sluizen omgeven door karakteristieke monumentale panden, in het bijzonder de rijke koopmanshuizen aan de Bierkade en de bomenstructuur aan de kolk. De smalle gebogen straatjes met historische panden, de hoge kerktoren en natuurlijk de 17e-eeuwse vestingwerken rond de compacte historische kern. Blokzijl ontstond aan de monding van de Steenwijker Aa. Vooral de turf die in het achterland gewonnen werd, zorgde in de havenkolk voor veel bedrijvigheid. Die bedrijvigheid vind je nog steeds in en om de havenkolk, maar nu gericht op watersportliefhebbers. Vooral in de zomerperiode trekt Blokzijl veel bezoekers. Ook de ligging in de buurt van Weerribben-Wieden, met de nabije hoogwaardige natuur en boerenlandschappen, vergroot de aantrekkingskracht op bezoekers. 4.2.1.3 Ambitie Leefbare, vitale en aantrekkelijke kernen met een uitgesproken en herkenbaar historisch karakter, met duurzame woningen en een klimaatadaptieve openbare ruimte waar gezondheid van mensen en biodiversiteit voorop staan. In de stadskernen is het goed samenleven, wonen, werken, ondernemen en ontspannen; nu en in de toekomst. 4.2.1.4 Richting voor de toekomst a. De Beschermde stadsgezichten Vollenhove en Blokzijl zijn waardevol, en we koesteren het behoud van de woonfunctie. Bij het beoordelen van nieuwe initiatieven kijken we niet alleen naar het belang van de initiatiefnemer, maar wegen we ook draagvlak, de monumentale waarde en het behoud van een goed woon- en leefklimaat nadrukkelijk mee. b. Er is ruimte voor ontwikkeling op locaties waar de cultuurhistorische waarde in het bebouwingsbeeld of de ruimtelijke structuur is aangetast. Hier zien we kansen voor transformatie of herstructurering die aansluit bij de cultuurhistorische waarde van het omringende gebied. Door in te zetten op zulke projecten versterken we de herkenbaarheid en kwaliteit van de beschermde stadsgezichten, waardoor hun historische identiteit wordt benadrukt en verbeterd. c. Nieuwe ontwikkelingen binnen de beschermde stadsgezichten worden zorgvuldig afgestemd op de bestaande maat en schaal van de bebouwing. Hierbij vragen we bijzondere aandacht voor vormgeving, materiaalkeuze en integratie in het stedelijk landschap. Dit betekent dat nieuwe projecten harmonieus moeten aansluiten bij het bestaande karakter, met respect voor de historische context en visuele samenhang. d. In Vollenhove en Blokzijl zien we ruimte voor uitbreiding van op toeristen gerichte detailhandel, horeca, verblijfsrecreatie en cultuur. Bij de beoordeling van deze initiatieven houden we rekening met draagvlak en het bela

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.