← Nederland

Omgevingsvisie 2050 Leidschendam-Voorburg (Leidschendam-Voorburg)

In het kort

Deze wet, genaamd Omgevingsvisie 2050 Leidschendam-Voorburg, is een leidraad voor de ontwikkeling van de gemeente Leidschendam-Voorburg in de komende decennia, met als doel de kwaliteit van leven te behouden en te verbeteren.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

/akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR762159 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm1916/2025/Regelingc0e775297a41494598a2a099cc6cb7d3 /join/id/stop/work_019 2026-05-28 2026-05-28 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR762159/nld@2026-05-29 /join/id/proces/gm1916/2025/procedure06e0efbadc4445ceb158ffe5d1faa2ce 2026-05-29 2026-05-29 /akn/nl/act/gm1916/2025/Regelingc0e775297a41494598a2a099cc6cb7d3/nld@2026-05-27;08041983 /akn/nl/act/gm1916/2025/Regelingc0e775297a41494598a2a099cc6cb7d3 /akn/nl/act/gm1916/2025/Regelingc0e775297a41494598a2a099cc6cb7d3/nld@2026-05-27;08041983 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie 2050 Leidschendam-Voorburg Voorwoord Vooruit denken om kwaliteit te behouden Wat voor gemeente willen we zijn? Die vraag stond centraal bij het werken aan deze Omgevingsvisie. Een visie die niet alleen verplicht is in de nieuwe Omgevingswet, maar vooral als leidraad dient voor de ontwikkeling van Leidschendam-Voorburg in de komende decennia. Vele data, analyses, bouwstenen, beleidstukken, participatie-opbrengsten, debatten en een koersnotitie liggen aan deze visie ten grondslag. Veel van dit materiaal is terug te vinden in de komende pagina’s. En daarmee wordt de essentie gaandeweg duidelijk. In de kern gaat het om het verhaal van onze gemeente. Dat verhaal begon al in de tijd van de Romeinen en Kaninefaten. Zij begrepen dat het hier goed toeven is en stichtten bebouwing langs de contouren van de strandwal aan het veen. Een nieuw kanaal versterkte de bereikbaarheid. De nederzetting werd een Forum: een economisch centrum. Vele jaren later ontstonden de dorpen, landgoederen, tuinderijen, weidegebieden en uitbreidingswijken die we nu kennen. Het is hier altijd al een prachtige omgeving geweest om te wonen en werken. En het werd steeds beter. Het forum van ooit is de Mall van tegenwoordig. De trekschuiten over de Vliet worden nu Sprinter en Randstadrail genoemd. Waar geploeterd werd in het veen, wordt nu gerecreëerd. Ons historisch erfgoed vormt een prachtig decor. Essesteijn gemeente Leidschendam-Voorburg Waar gaat dit heen? De meeste mensen in Leidschendam-Voorburg zijn het erover eens: we willen geen compleet nieuw verhaal. Het gaat erom ons lopende verhaal verder te vertellen. We blijven ons verbeteren en versterken om op een prettige manier te wonen, werken en recreëren. Alles wat nodig is om goed te leven, van jongs af aan tot en met de oude dag, vinden we in onze gemeente of vlak daarbij. Het dorpse karakter is zichtbaar en voelbaar. Hier zijn we thuis en ontmoeten we elkaar. Het groen, winkels en voorzieningen zijn nooit ver weg. Tegelijkertijd zijn we verbonden met de regio en – dankzij de uitmuntende rail- en wegverbindingen – ver daarbuiten. De uitdaging is om dat goede woon- en vestigingsklimaat vast te houden in de ontwikkelingen van de komende tijd. De samenstelling van ons als inwoners van Leidschendam-Voorburg verandert. Er komt een dubbele vergrijzing aan. Bovendien willen steeds meer mensen zich vestigen in de Randstad en dus ook in onze gemeente. Ook mensen van ver weg. Stompwijk moet vitaal blijven als dorp. Het klimaat verandert. We schakelen over op andere vormen van energie en warmte, zowel in de winning als verspreiding daarvan. Wonen en werken zullen veranderen en ook vaker deels worden gecombineerd, dankzij technologische ontwikkelingen. Al deze opgaven vragen ruimte. En die is schaars in onze gemeente. Daarom zullen we ruimteclaims moeten afwegen én combineren. Met lef en creativiteit. Sluisgebied gemeente Leidschendam-Voorburg Damlaan gemeente Leidschendam-Voorburg Het behouden van onze kwaliteit vergt dus vooruitgang. En vooruitgang vraagt om vooruit te denken. Dat is precies wat we doen met deze omgevingsvisie. Dit is geen blauwdruk, maar een leidraad om verder te werken aan onze gemeente en daarin keuzes te maken. Er zal veel veranderen, en veel zal hetzelfde blijven. Want juist dat is de aard van Leidschendam-Voorburg: een hoogwaardige gemeente die zich blijft ontwikkelen om het mooie karakter te behouden en te benutten. Dát is de essentie van deze visie. Geen nieuw verhaal, maar wel een nieuw hoofdstuk. Veel leesplezier, en daarna: verder aan de slag! Philip van VellerWethouder Wethouder Philip van Veller gemeente Leidschendam-Voorburg Samenvatting Als we willen dat alles blijft zoals het is, moet alles anders worden’ – Tomasi di Lampedusa, 1958 Een gemeente om trots op te blijven! Voor een zinvolle visie op het Leidschendam-Voorburg van 2050 is het essentieel om te kijken naar de kwaliteiten die ons anno 2025 zo trots maken op onze gemeente. Die kwaliteiten willen we in de periode 2025 - 2050 behouden en versterken. Dit is geen eenvoudige opgave. In ‘De tijgerkat’ (Il gattopardo), een roman uit 1958 van de Italiaanse schrijver Giuseppe Tomasi di Lampedusa en verfilmd door Luigi Visconti, wordt gezegd dat ‘alles moet veranderen om hetzelfde te blijven’. Natuurlijk is het niet de bedoeling alles te veranderen in de gemeente, maar een blik op de opgaven en ontwikkelingen die de komende 25 jaar op ons afkomen maakt duidelijk dat het constante aandacht en een heldere visie vraagt om ‘hetzelfde te blijven’ en onze bijzondere kwaliteiten te behouden. Leidschendam-Voorburg is een zeer aantrekkelijke, kwalitatief hoogwaardige, gemeente om te wonen. De inwoners vormen een hechte gemeenschap met grote maatschappelijke kracht. Inwoners uit de sterke wijken ondersteunen inwoners uit zwakkere wijken. Inwoners doen mee en ontmoeten elkaar bij allerlei activiteiten. Een kenmerk is het rijke verenigingsleven. Het is een fantastische plek om op te groeien, met veel scholen en sportverenigingen. De gemeente ligt op een knooppunt van snelwegen, spoorlijnen en snelle fietsroutes. Hierdoor zijn veel voorzieningen, werk- en onderwijslocaties in de randstad ideaal bereikbaar. Voor de werk- en winkelgebieden in de gemeente is dit een pré. Historisch was dit al zo met het Forum Hadriani. De naam werd gegeven door keizer Hadrianus die de plaats marktrechten verleende. Om de zelfde reden is hier de Mall of the Netherlands gekomen, waarvan de bereikbaarheid helaas nog punt van aandacht is. Kenmerkend is het vele groen binnen het stedelijk gebied en natuurlijk daarbuiten. Het voorzieningenniveau in de gemeente als geheel, in de drie kernen en in de wijken is hoog. Vier levendige centrumgebieden, zes bedrijventerreinen met lichte bedrijvigheid en een scala aan voorzieningen en buurtcentra in de woonwijken zorgen voor levendigheid en bedrijvigheid. Maar ook de activiteiten in het buitengebied, met een sterke melkveehouderij en het glastuinbouwgebied is van waarde. Er is grootschalige en kleinschalige bebouwing: van Mall tot Huygenskwartier. Het geheel is divers en de delen zijn complementair: stad en land, stedelijk gebied en dorp Stompwijk, klein en grootschalig, sterke wijken en ook aandachtswijken. Door dit alles is onze gemeente zeer onderscheidend en waardevol voor het internationale vestigingsklimaat van deze hoogstedelijke regio. De drie kernen van onze gemeente Leidschendam gemeente Leidschendam-Voorburg Voorburg gemeente Leidschendam-Voorburg Stompwijk gemeente Leidschendam-Voorburg Invloed vanuit de regio en de samenleving. Verschillende maatschappelijke uitdagingen spelen de komende tijd een grote rol. Er zijn in de regio veel woningen nodig en we willen hier een eerlijke bijdrage aan leveren. Bereikbaarheid, voorzieningenniveau en werkgelegenheid moeten gelijke tred houden met de groei van het aantal inwoners. De gebouwde omgeving moet aangepast worden aan het veranderende klimaat en de energietransitie. De overgang naar een circulaire economie verdient onze aandacht. Ook geopolitieke en technologische ontwikkelingen gaan hun invloed uitoefenen. Direct aan onze gemeentegrenzen verrijzen hoogstedelijke regionale woonwerklocaties, zoals de Binckhorst en het Central Innovation District (CID), die ook een impact op onze gemeente hebben. Lokaal spelen ook andere uitdagingen: in Leidschendam Noord leven gemeenschappen los van elkaar. Onze inwoners en andere belanghebbenden zien dit ook. Zij benadrukken onder andere het belang van voldoende woningen, behoud van voorzieningen, het niet bouwen in het groen, de verkeersveiligheid en de toekomst van de agrarische erven in het buitengebied. Om in dit krachtenveld onze kwaliteiten te waarborgen en dus hetzelfde te blijven moet er inderdaad veel veranderen. Hierbij willen we op zoek naar dynamische kwaliteit, zoals beschreven in het boek Zen en de Kunst van het Motoronderhoud van Robert M. Pirsig, waarbij we samen op zoek gaan naar welke kwaliteit we willen, dit hebben we zo gedaan met deze omgevingsvisie en dit willen we zo blijven doen. Visie Leidschendam-Voorburg 2050 Leidschendam-Voorburg lijkt af. De ruimte om de uitdagingen aan te gaan is beperkt. Ruimte die essentieel is om het karakter van onze gemeente te behouden. Dit betekent dat we goed moeten afwegen wat we willen doen met de beschikbare ruimte, we kunnen alleen vervangen. We zullen het ruimtegebruik moeten intensiveren. Hierbij kunnen we profiteren van onze ligging nabij meerdere hoogstedelijke locaties; we hoeven immers niet alles binnen onze eigen gemeentegrenzen onder te brengen. We zullen ook functies moeten combineren. Waar dit goed kan is in de openbare ruimte. Daar kunnen we verharding weghalen, de hoeveelheid en kwaliteit van het groen verbeteren, hittestress verminderen, natuurwaarden toevoegen en ruimte voor ontmoeten en bewegen creëren. De impact hiervan is groot en hebben we als gemeente in onze eigen hand. Op ontwikkellocaties ligt de prioriteit bij het realiseren van woningen en ruimte voor werken en voorzieningen. Hier zijn vooral andere partijen aan zet. We situeren die ontwikkellocaties binnen het bestaande bebouwde gebied, vooral rond bestaande stationsomgevingen en centra. Dit betekent dat we soms ook de hoogte ingaan, daar waar we dit goed aan kunnen laten sluiten bij de bestaande stedenbouwkundige kwaliteiten. We houden het buitengebied juist vrij van nieuwe verstedelijking. Zo blijft het haar agrarische rol spelen en fungeren als groene tegenhanger van de stad. Met deze benadering maken we de volgende vijf ambities waar. Plek van en voor iedereen We zijn in 2050 een sociale en inclusieve samenleving met gelijke kansen voor iedereen. Dat begint met het voorzien in voldoende passende woonruimte. Met prioriteit voor de aandachtgroepen en voor het zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. We realiseren daarom 6.000 nieuwe woningen ten opzichte van 2025. Maar we benutten ook de bestaande woningen beter voor de doelgroepen waar de woningen geschikt voor (kunnen) zijn. We laten daarnaast het voorzieningenaanbod op basis van richtlijnen per inwoner meegroeien met het inwonertal. Prioriteit geven we aan de basisvoorzieningen (basisscholen, ontmoetingscentra, huisartsenpraktijken, supermarkten), maar we vergeten ook de overige voorzieningen niet. Mede door bij ontwikkellocaties minimaal 5% ruimte te reserveren voor niet-woonfuncties dragen we hier zorg voor. Economisch vitaal Door slim te bouwen behouden we onze groene en historische kwaliteiten en zijn we in 2050 nog steeds een waardevolle woongemeente met een onderscheidend vestigingsklimaat in deze regio. Onze eigen bedrijvigheid en economische activiteiten brengen we op de juiste plek onder en laten we meegroeien met het inwonertal. Onze vier centrumgebieden worden, ieder op hun eigen manier, compacte, prettige, levendige centra waar historie, detailhandel en horeca, bereikbaarheid en verblijfskwaliteit samenkomen. Onze zes bedrijventerrein maken we duurzaam en toekomstbestendig en richten we op schone, stadsverzorgende, ambachtelijke bedrijvigheid. In onze woonwijken zorgen we voor een evenwichtig aanbod aan hubs voor mobiliteit, bedrijvigheid en ontmoeting en aan vitale buurtwinkelcentra. Ook zorgen we voor een sterke binding met de stedelijke werkgebieden direct over onze gemeentegrenzen. In het buitengebied zetten we in op een duurzame melkveehouderij en glastuinbouw met ruimte voor aanvullende functies op het gebied van recreatie, voorzieningen, natuur en waterberging. Hoogwaardig verblijfsklimaat We hebben in 2050 nog steeds een prettige, gezonde en veilige leefomgeving om in te verblijven. Voor mens plant en dier. Dat betekent ruimte geven aan groen en water als voorwaarde voor versterking van biodiversiteit, klimaatadaptatie en ontmoeting en beweging in de buitenruimte. We beschermen onze hoofdgroenstructuur door hier niet te bouwen en door deze in te richten met aandacht voor natuur, ecologie en biodiversiteit. We hanteren bij grote ontwikkellocaties de 3-30-300 regel als richtlijn, gaan uit van natuurinclusief bouwen en werken naar 10% meer biodiversiteit in 2035 en 50% meer stadsnatuur in 2050. We gaan actief op zoek naar vergroeningsmogelijkheden. We beschermen daarnaast ons historisch erfgoed, bovengronds én ondergronds en maken dit beter herkenbaar en beleefbaar. We werken aan verbetering van de water-, bodem- en luchtkwaliteit en vermindering van geluidsoverlast zodat we voldoen aan de landelijke richtlijnen. We houden bij de inrichting van onze leefomgeving rekening met veiligheid volgens de uitgangspunten binnen de regio Haaglanden. Daarbij geven we specifieke aandacht aan kwetsbare groepen. Goed verbonden We zijn in 2050 nog steeds goed bereikbaar. Maar wel op een duurzame manier. Dit bereiken we niet alleen met behoud van goede verbindingen. Minstens zo belangrijk is het zorgen voor nabijheid van wonen, werken en voorzieningen. Daarom werken we met het concept van de 15-minuten stad. Ook hanteren we het STOMP-principe, waarbij we achtereenvolgens prioriteit geven aan Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a service en dan pas de Privéauto. We zetten daarom in op voetgangersparels, een evenwichtig netwerk aan (door)fietsroutes, goed benutte OV-locaties en voldoende ruimte voor deelmobiliteit. We beperken de snelheid van 50km/u tot enkele hoofdwegen en richten overige wegen in als 30km/u en 15km/u gebieden. Andere maatregelen zijn mobiliteitshubs, maatwerk bieden bij onze parkeernormen en het continu inspelen op innovatieve, technologische ontwikkelingen op het gebied van slimme mobiliteit. Duurzaam toekomstbestendig We nemen onze verantwoordelijkheid om in 2050 CO2-neutraal, klimaatbestendig en zoveel mogelijk circulair te zijn. Samen met onze inwoners en andere belanghebbenden. We laten bodem en water sturend zijn. Door verstandig om te gaan met ruimteclaims in en op de bodem en te werken aan een schonere bodem. We zorgen voor een grotere waterkwantiteit om overlast en verdroging te voorkomen. Maar ook voor een betere waterkwaliteit om de ecologische waarde en de biodiversiteit te versterken. Verder maken we het water beter beleefbaar in onze leefomgeving. Op het gebied van klimaatbestendigheid zetten we gebiedsgericht in op het voorkomen van droogte, hittestress, wateroverlast en bodemdaling. We werken aan de energietransitie door in te zetten op besparing. Maar minstens zo belangrijk is de omschakeling naar hernieuwbare bronnen. Hierin laten we de lokale energiestrategie (LES) leidend zijn. De belangrijkste bron voor lokale energie is zonne-energie. De zonne-energie wekken we op door het daklandschap te benutten voor zonnepanelen, evenals stroken langs onze infrastructuur. Er is geen ruimte voor grote zonnevelden in ons landschap. Tot slot zetten we in op hergebruik van grondstoffen, circulair bouwen en toepassing van biobased materialen. Gebiedsgerichte prioriteiten en afwegingsleidraad Concrete projecten en initiatieven maken de ambities uit deze omgevingsvisie waar. Om af te wegen of dit voldoende gebeurt bevat deze omgevingsvisie een afwegingsleidraad. Een hulpmiddel om het gesprek aan te gaan en een initiatief zo goed mogelijk op deze visie aan te laten sluiten. Per gebied wisselen de ambities waar we prioriteit aan geven. Daarom hebben we gebiedsgerichte doorwerking van de ambities in deze omgevingsvisie opgenomen. We hanteren in lijn met het omgevingsplan de volgende gebiedstypen: Levendige centrumgebieden >> economische vitaliteit, historische kwaliteit, goede bereikbaarheid en autoluwe verblijfsgebieden zijn hier belangrijk. Groene woonwijken >> versterken van het bestaande, vaak groene woonmilieu en daarbij ruimte bieden aan gelijke kansen voor iedereen, sociale cohesie en voldoende voorzieningen spelen hier een grote rol. De accenten wisselen per type woonwijk. Dit gebiedstype is daarom onderverdeeld in vijf type woongebieden; historische linten en oude woongebieden, tuinstad, suburbaan, recente inbreidingen en villaparken. Bedrijventerreinen >> hier geven we vooral aandacht aan verduurzaming, circulariteit, ruimte voor de juiste bedrijven en een goede duurzame bereikbaarheid. Kern Stompwijk >> Behoud van de sociale dorpse woonomgeving, de leefbaarheid en het voorzieningenniveau is hier de grootste uitdaging. Buitengebied >> Ruimte voor duurzame landbouw en glastuinbouw, behoud van cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische kwaliteiten, recreatie en waterberging hebben hier prioriteit. Dit wisselt per gebied in het buitengebied. Het buitengebied is daarom onderverdeeld in vier gebiedstypen: ‘landschap, linten en erven’, natuurgebieden, recreatiegebied en glastuinbouwgebied. Ontwikkellocaties >> Bij deze grote nieuwe ontwikkelingen willen we zoveel mogelijk ambities waarmaken. Prioriteit is hier echter het bieden van ruimte aan nieuwe woningen, werkplekken en voorzieningen, passend bij de directe omgeving. Doordat inzichtelijk is welke ambities in welk gebied prioriteit hebben is de afwegingsleidraad gebiedsgericht toe te passen. Voor de erven aan de linten in het buitengebied is een afwegingsleidraad op maat gemaakt. Deze omgevingsvisie geeft richting aan de sociale en fysieke leefomgeving van het Leidschendam-Voorburg van 2050. Voor specifieke opgaven of gebieden is een nadere uitwerking nodig. Dit doen we na vaststelling van de omgevingsvisie door meerdere omgevingsprogramma’s op te stellen, zoals een programma volkshuisvesting, een programma milieu- en klimaatbestendige leefomgeving en een programma beleefbare Vliet / Vlietpark (voor een voorlopige lijst aan programma’s zie tabel in hoofdstuk 7). Deze programma’s maken we in de geest van de omgevingsvisie. De afwegingsleidraad laten we daarom ook aan deze programma’s ten grondslag liggen. Om in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen en voortschrijdende inzichten willen we de omgevingsvisie één keer per bestuursperiode evalueren en (gedeeltelijk) actualiseren waar en wanneer nodig. Na vaststelling van de visie blijven we permanent in dialoog met de samenleving en blijven we werken aan de uitvoering van de visie via onze programma’s. Buitengebied gemeente Leidschendam-Voorburg 1 Inleiding 1.1 Thuis in een groene gemeente aan de Vliet Een gemeente om trots op te zijn en te blijven We zijn met recht trots op onze gemeente. Onze leefomgeving is groen en rijk aan historie en biedt ruimte aan rustig, stedelijk en hoogwaardig wonen. Het voorzieningenniveau is hoog, we dragen bij aan een gezonde regio met een goed vestigingsklimaat en we zijn goed bereikbaar vanuit de hele Randstad en andersom. Onze drie kernen Voorburg, Stompwijk en Leidschendam onderscheiden zich van elkaar met ieder hun eigen kwaliteiten. We maken deze omgevingsvisie om in 2050 nóg trotser te zijn en onze inwoners een thuis te blijven bieden in onze groene gemeente aan de Vliet. Daarvoor moeten we wel anticiperen op de wereldwijde en maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op onze leefomgeving. Denk hierbij aan de klimaatverandering, de woningbouwopgave, het stikstofvraagstuk of de toenemende druk op de groene ruimte. Sociale basis De kernvraag voor deze Omgevingsvisie is: Wat voor gemeente willen we zijn in 2050? Dat gaat in de eerste plaats over mensen. Hoe kunnen we met zijn allen ook in de toekomst prettig wonen, werken en leven in Leidschendam, Stompwijk en Voorburg? En dan denken we vooral aan onze jeugd. Hoe kunnen we zorgen dat onze jeugd veilig, gezond en prettig kan opgroeien met onder andere goede scholen, prettige ontmoetingsplekken, voldoende sportvoorzieningen en veilig verkeer. Maar ook aan onze senioren. Hoe kunnen zij veilig en gezond genieten van hun oude dag? En tot slot aan andere doelgroepen, die af en toe een steuntje in de rug nodig hebben. Via de fysieke leefomgeving proberen we de randvoorwaarden te creëren voor een fijne omgeving om in te wonen, werken en leven. De fysieke omgeving draagt bij aan het versterken van de pedagogische basis door ontmoeting, onderlinge afstemming en gemeenschapszin te stimuleren. Een leefomgeving waarin het gewone leven – onderwijs, (risicovol) spel, uitdaging en ontplooiing – vanzelfsprekend en nabij is. Centrum aan de Vliet gemeente Leidschendam-Voorburg Minstens zo belangrijk als de ruimtelijke verschijningsvorm van onze gemeente is de sociale basis van onze gemeenschap. Daarbij gaat het om de sociale samenhang en de maatschappelijke kracht in de gemeenschap zelf. Met elkaar, inwoners, groepen, verenigingen en organisaties kunnen we zorgen voor een leefbare omgeving waarin iedereen mee kan doen en zich veilig voelt. De sociale basis bestaat uit meerdere sferen (naar het model van Verwey-Jonker). a. De persoonlijke sfeer, waarin het individu en diens netwerk centraal staat. Het gaat om de relaties en wat de persoon zelf kan. De rol van de gemeente is vooral te zorgen dat de noodzakelijke voorzieningen er zijn. b. De gemeenschappelijke sfeer, daarin zit het meedoen, inwoners die elkaar opzoeken, verenigen. De rol van de gemeente is hierin faciliterend, ondersteunend en stimulerend. c. De institutionele sfeer, die bestaat uit de georganiseerde, professionele inzet en voorzieningen. Hierin heeft de gemeente een meer sturende rol. We zullen ons ook in de toekomst sterk maken voor een goede verbinding tussen de fysieke leefomgeving en de sociale basis in onze gemeente. Figuur 1: Een sociale basis gemeente Leidschendam-Voorburg 1.2 Leidschendam-Voorburg in 2050 Waar komen we vandaan? Om vijfentwintig jaar vooruit te kijken kan het helpen om terug te kijken. In 2000 zag een groot deel van de gemeente er ruimtelijk niet eens zo heel anders uit. Maar er zijn ook grote, vooral lokale, verschillen. Leidschendam en Voorburg waren nog twee gemeenten. De Tedingerbroekpolder, waar de bouw van Vinex-wijk Leidschenveen en bedrijventerrein Forepark zijn gestart, is nog onderdeel van Leidschendam. Grote kantoorgebouwen (CBS, Damsigt) zijn nog vol in gebruik, Leidsenhage is een goedlopend regionaal winkelcentrum en de kassen in de Duivenvoordecorridor staan vol met courgettes en snijbloemen. Op de ‘Hofpleinlijn’ (nu Randstadrail) rijden treinen en op het Damplein (veel groter dan

  1. nu)en langs de sluis wordt nog geparkeerd. Ook technologisch zijn er grote ontwikkelingen. Auto’s rijden in 2000 nog op benzine, de elektrische auto verschijnt pas vanaf 2008 in het straatbeeld. Met een mobiele telefoon kon je in 2000 nog niet veel meer dan bellen en een sms-bericht versturen. Internetverkoop ontwikkelde zich vanaf de jaren 90, telewerken (thuiswerken via internet) vanaf 2005. Beide kregen geleidelijk zichtbare ruimtelijke gevolgen door minder kleine winkels en kantoor- en bedrijfsruimtes in de directe woonomgeving. Deze tendens is door de Covid-19 pandemie versneld. Vanaf 2010 verschijnen de eerste zonnepanelen op daken en in 2016 verrijst de eerste windturbine aan onze gemeentegrens. In vijfentwintig jaar kan er dus best veel veranderen. Maar het is niet eenvoudig te voorspellen wat deze veranderingen precies zijn en wat daarvan ‘buiten’ zichtbaar wordt in onze leefomgeving. Wel zijn er een aantal tendensen en mogelijke scenario’s te onderscheiden. Wat brengt de toekomst? In 2050 wonen in Leidschendam-Voorburg meer mensen en zijn er meer maar kleinere huizen. De verwachting is dat de bevolking van Nederland groeit, in de Haagse regio meer dan in de periferie. Waarschijnlijk zal de gemiddelde grootte van huishoudens verder afnemen in tegenstelling tot de prijs per vierkante meter. De openbare ruimte gaat er anders uitzien. Deze wordt groener door onderkenning van het belang hiervan voor klimaatadaptatie en woongenot. Maar ook omdat hier plek voor ontstaat doordat er aan de auto minder ruimte wordt geboden en autoverkeer deels ondergronds afgewikkeld kan worden wanneer de Huygenstunnel er komt. Verdere ontwikkeling van navigatiesystemen kan tot gevolg hebben dat verkeersborden in het straatbeeld overbodig worden. Zelfrijdende auto’s kunnen dichter op elkaar rijden en parkeren. Wegen kunnen naar verwachting smaller en parkeerterreinen en garages kleiner en efficiënter. De gevolgen van technologische ontwikkelingen voor werken zijn lastig voorspelbaar. Het kan zijn dat wij door artificiële intelligentie en robotisering in 2050 minder werken en dit vooral vanuit huis doen. Zodra we digitaal werken in een virtuele omgeving het zelfde ervaren als bij een echt kantoor of bedrijfshal kan dit enorme ruimtelijke gevolgen hebben. Bedrijfs- en kantoorlocaties worden aanzienlijk kleiner en het woon-werk verkeer neemt navenant af. Omdat fysiek ontmoeten waarschijnlijk belangrijk blijft voor ons welbevinden worden ontmoetingsplekken en voorzieningen nog belangrijker. Centraal op voor iedereen makkelijk bereikbare plekken zoals de voorzieningencentra en stationsgebieden van Den Haag. Maar ook in de directe woonomgeving, binnen loopafstand van de eigen thuiswerkplek. Mogelijk worden huidige grote kantorenlocaties als het Beatrixkwartier wel herontwikkeld tot gemengde stadswijken met dit soort ontmoetingsplekken, voorzieningen, woningen en veel groen. De ontwikkelingen op het gebied van vrije tijd zijn wellicht nog wel het minst voorspelbaar. Misschien hebben we in 2050 meer vrije tijd en besteden we deze tijd meer en meer in de digitale wereld. Mogelijk gaan we straks virtueel op vakantie. Wellicht wordt onze vrije tijd wel het meest bepalend voor gebruik en inrichting van de fysieke ruimte. We weten het nog niet. Met deze omgevingsvisie geven we met ambities aan wat voor soort gemeente we willen zijn in 2050. Dit spiegelen we continu aan actuele, onvoorspelbare ontwikkelingen waarvan we nu nog geen weet hebben zoals hierboven omschreven. Zo willen we deze ontwikkelingen ons niet alleen maar laten overkomen, maar juist sturen op de kansen die ze opleveren om onze ambities voor de leefomgeving waar te maken. 1.3 Relatie met ander omgevingsbeleid Omgevingsbeleid van het Rijk De ontwikkelingen in Leidschendam-Voorburg staan niet op zichzelf. Het omgevingsbeleid van het Rijk is ook bepalend. Dat omgevingsbeleid staat nu nog opgetekend in de nationale omgevingsvisie (NOVI). De Nota Ruimte zal de NOVI binnenkort vervangen. We hanteren daarom de ‘Voorontwerp Nota Ruimte’ als uitgangspunt. Deze gaat uit van ‘sterker maken wat sterk moet zijn’ en speelt zo in op de ruimtelijke opgaven en veranderingen waar Nederland voor staat. In de nota uit zich dat in de principes: Recht doen aan de volgende generaties. Problemen niet afwentelen maar nu oplossen en daarbij een eerlijke verdeling van de lusten en lasten hanteren; Recht doen aan schaarste. Nastreven van efficiënt en meervoudig ruimtegebruik en slimme combinaties met behoud van ruimtelijke kwaliteit; Recht doen aan eigenheid: Gebiedskenmerken centraal stellen en beschermen en benutten van de bestaande kwaliteiten. Ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten en lokaal passende oplossingen. Deze omgevingsvisie voor Leidschendam-Voorburg onderschrijft deze principes van harte. De ontwikkelingsrichting en de ambities in deze visie voor 2050 sluiten daar dan ook op aan. Hiermee dragen we op onze eigen wijze bij aan het waarmaken van een deel van de beleidsvoornemens van het Rijk. Omgevingsbeleid van de provincie De provincie Zuid-Holland heeft haar beleidsvoornemens voor de leefomgeving vervat in de ‘Omgevingsvisie Zuid-Holland’. Die visie definieert een ruimtelijke hoofdstructuur en bevat zeven ambities: Samenwerken aan Zuid-Holland; Bereikbaar Zuid-Holland; Schone energie voor iedereen; Een concurrerend Zuid-Holland; Versterken natuur in Zuid-Holland; Sterke steden en dorpen; Gezond en veilig Zuid-Holland. Daarnaast doet de ‘Omgevingsvisie Zuid-Holland’ specifieke uitspraken over onze gemeente. Leidschendam-Voorburg wordt beschouwd als deel van het stedelijk landschap van de Haagse agglomeratie. De visie zet in op het behouden van de ‘Mall of the Netherlands’ (hierna Mall) als onderdeel van de provinciale detailhandelstructuur. Tot slot gaat de visie uit van het beschermen, beleven en benutten van erfgoed, waaronder de delen van de Neder-Germaanse Limes en het buitengebied binnen onze gemeente. We onderschrijven de zeven ambities van de provincie en laten deze terugkomen in onze omgevingsvisie. Omgevingsbeleid van de regio. Er bestaan meerdere beleidsambities voor de regio waarvan we deel uitmaken. Deze staan onder andere in de ‘Regionale Realisatieagenda Wonen Haaglanden’, de ‘NOVEX Zuidelijke Randstad’, de ‘Bedrijventerreinenstrategie MRDH’, de ‘Handreiking Haagse regio voor de ruimtelijke puzzel’, het beleid van het Hoogheemraadschap van Delfland en Rijnland en de “Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag (RES). Dit regionale beleid is meegewogen bij deze omgevingsvisie voor Leidschendam-Voorburg. Uitvoering geven aan de Omgevingswet De omgevingsvisie is één van de kerninstrumenten van de Omgevingswet en is verplicht voor alle gemeenten. De grondslag van de gemeentelijke omgevingsvisie ligt in Artikel 3.2 dat samengevat stelt dat een omgevingsvisie een beschrijving bevat van: De hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied; De hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. Gemeentehuis gemeente Leidschendam-Voorburg De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie vast. Voor Leidschendam-Voorburg is de omgevingsvisie de opvolger van de structuurvisie ‘Ruimte voor Wensen 2040’. De omgevingsvisie is een stip op de horizon met ambities om te komen tot een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Daarbij hebben we in de geest van de Omgevingswet een koppeling gelegd met de opgaven die spelen in het sociaal domein. 1.4 Een gedragen omgevingsvisie We hebben de afgelopen jaren veel stappen gezet om te komen tot een gedragen omgevingsvisie. In het voortraject hebben we meerdere beleidsstukken opgesteld. Als eerste het Toekomstbeeld Leidschendam-Voorburg op de kaart. Voor het ‘Kompas van de Leefomgeving’ is vervolgens uitgebreid gesproken met inwoners en belanghebbenden. Voor de vier sectorale bouwstenen ‘Groene woongemeente (13 juli 2021)’, ‘Mobiliteit en bereikbaarheid’ (10 november 2021), ‘Economie en bedrijvigheid’ (10 november 2021) en ‘Transitievisie warmte en Lokale energiestrategie’ (7 december 2021) is onder meer gesproken met de bestuurlijke partners. Deze beleidsstukken vormen de basis voor de omgevingsvisie. Al deze input is vervolgens op een integrale wijze vervat in de ‘Koersnotitie omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg’. De koersnotitie is in oktober 2024 als opmaat naar deze omgevingsvisie vastgesteld en bevat belangrijke keuzen en ambities die we in deze omgevingsvisie terug laten komen en verder uitwerken. In de voorbereiding op de omgevingsvisie is er in verschillende fasen uitgebreid gesproken met inwoners, belanghebbenden en de gemeenteraad. In hoofdstuk 4 is weergegeven welke participatiemomenten dit zijn geweest. Naast brede avonden en sessies is er ook een specifiek, via loting tot stand gekomen, inwonerspanel van 75 inwoners opgericht. Daarmee willen we onze inwoners structureel betrekken bij de keuzes die we maken voor Leidschendam, Voorburg, Stompwijk en het buitengebied. De belangrijkste resultaten van de participatie hebben we meegewogen en verwerkt. Een uitgebreid overzicht daarvan is opgenomen in een separaat participatieverslag: Bijlage 1 Participatieverslag / verslagen. 1.5 Leeswijzer Deze omgevingsvisie is opgebouwd uit 7 hoofdstukken. In dit inleidende hoofdstuk 1 leggen we uit waarom we de omgevingsvisie hebben gemaakt en via welke stappen. De omgevingsvisie voor 2050 is gebaseerd op de huidige kenmerken en kwaliteiten van onze gemeente. Deze brengen in hoofdstuk 2 ‘Een gemeente om trots op te blijven’ in beeld. Hoofdstuk 3 ‘Een gemeente in een dynamische omgeving’ gaat in op beleidsmatige en maatschappelijke ontwikkelingen van buitenaf. In hoofdstuk 4 ‘Een samenleving met ideeën’ beschrijven we in hoofdlijnen het participatietraject dat heeft plaatsgevonden. Deze 4 hoofdstukken vormen allemaal de opmaat naar de twee hoofdstukken die het hart deze visie vormen: hoofdstuk 5 ‘Visie Leidschendam-Voorburg 2050’ en hoofdstuk 6 ‘Visie per deelgebied’. De omgevingsvisie eindigt met hoofdstuk 7 waarin we ingaan op de uitvoering en monitoring van de visie. 2 Een gemeente om trots op te blijven We zijn een prachtige gemeente. Dooraderd met groen en historie. Met een hoogwaardig voorzieningenniveau en een gunstige ligging; enerzijds in een gevarieerd groen landschap en anderzijds goed bereikbaar midden in een hoogstedelijke regio en direct tegen Den Haag. We zijn erg trots op onze gemeente. Daarom ligt de grondslag voor onze toekomstambities ook in de huidige kenmerken en de kwaliteiten van onze gemeente. Die kenmerken en kwaliteiten zijn in de loop der tijd ontstaan en hebben geleid tot drie kernen met ieder een eigen karakter. In 2002 is Leidschendam- Voorburg één gemeente geworden, maar het gebied kent een lange geschiedenis waarin het fundament is gelegd voor de ruimtelijke opbouw. Dat fundament is nog steeds herkenbaar en bepalend voor de ruimtelijke kwaliteiten. Kwaliteiten die niet ophouden bij de gemeentegrens. Leidschendam-Voorburg is onderdeel van een bredere regio, is hiermee verbonden en heeft hierin haar eigen rol. Dit hoofdstuk behandelt de belangrijkste kenmerken en kwaliteiten van Leidschendam- Voorburg, eerst in de regionale context en vervolgens op het schaalniveau van de gemeente. 2.1 Leidschendam-Voorburg in de regio Bijdragen aan het (internationale) vestigingsklimaat Leidschendam-Voorburg ligt in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), het NOVEX-gebied Zuidelijke Randstad en de Haagse regio. De regio kenmerkt zich door een unieke combinatie van internationale kennis- en bestuurscentra, aangevuld met een kustzone die rijk is aan natuur en robuuste landschappelijke structuren. De dynamiek in combinatie met de uitstekende bereikbaarheid en gevarieerde natuur, maakt het een ideale omgeving om te wonen, werken en recreëren. Als een van de dichtstbevolkte gebieden van Nederland, is de regio levendig en veelzijdig. Dit brengt de uitdaging met zich mee om groei te balanceren met het behoud van kwaliteit van leven. Op het grensvlak van stad en landschap biedt Leidschendam-Voorburg een hoogwaardige woonomgeving waar cultuurhistorie, groen en stedelijke voorzieningen samenkomen. Hiermee levert onze gemeente een actieve bijdrage aan het (inter)nationale vestigingsklimaat van de regio. Neherpark, Leidschendam gemeente Leidschendam-Voorburg Voortbouwen op de ruimtelijke kwaliteiten en historie De ligging in de kuststreek en het strandwallenlandschap is bepalend geweest voor de ruimtelijke opbouw. Bodem en water speelden een essentiële rol: hoogteverschillen en ondergrondstructuren leidden tot de kenmerkende corridorontwikkeling, evenwijdig aan de kust. Bebouwing, landschap en infrastructuur volgen nog steeds deze richting. In de Landgoederenzone legden stedelijke elites in de 17e en 18e eeuw op de oude strandwallen hun buitenverblijven aan. Haaks hier op verbinden infrastructuren de verschillende ruimtelijke eenheden. De aanleg van spoorverbinding ‘De Oude Lijn’ in de 19e eeuw gaf een sterke impuls aan de ontwikkeling van de regio. Deze verbinding vormt nog steeds de ruggengraat van het stedelijk gebied tussen Leiden, Den Haag en Rotterdam. Figuur 2: Leidschendam-Voorburg in de regio Buro SRO Hoogwaardige woonomgeving nabij stedelijke centra Diverse woonkernen en woonwijken met ieder hun eigen karakter vormen de basis voor de dynamische stedelijke omgeving. Niet alleen in Leidschendam–Voorburg, maar ook in Wassenaar, Rijswijk, Pijnacker – Nootdorp, Den Haag, Zoetermeer, Midden-Delfland, Westland en Delft. Deze vormen samen het aaneengesloten stedelijk weefsel van de regio. Leidschendam-Voorburg ligt aan de rand daarvan en is daarmee een belangrijke schakel. Niet alleen de stedelijke dynamiek van het westen heeft invloed, maar ook de open landschappen en ruimtelijke structuren ten noorden en oosten geven richting aan het gebied. Ten noordoosten van Leidschendam ligt de woonkern Voorschoten met daarachter Leiden met haar universiteit, musea en historische binnenstad. Stompwijk ligt in het Groene Hart en heeft veel sociale interactie met buurkern Zoeterwoude. De karakteristieke woonkernen van Leidschendam, Voorburg en het landelijke Stompwijk dragen bij aan de diversiteit en kwaliteit van leven in de regio. Met uitstekende voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, cultuur en sport, en het winkelgebied Mall of the Netherlands, is Leidschendam-Voorburg goed uitgerust voor een hoogwaardig leven. In de omliggende gebieden is de grootstedelijke dynamiek vooral in Den Haag te vinden. Hier bevindt zich de grootste concentratie van voorzieningen, werkgelegenheid en woningen. Hier komen bestuursinstituten, rechtspraak en internationale samenwerking samen, met de binnenstad en het Central Innovation District (CID) als de gebieden met de hoogste dynamiek. Delft, met haar historische centrum en hoog aangeschreven technische universiteit, maakt eveneens deel uit van de regio. In Zoetermeer bevinden zich diverse leisure-voorzieningen die het aanbod verder versterken. Daarnaast zijn de glastuinbouwsector in Pijnacker-Nootdorp en het Westland van mondiaal belang. De regio heeft uitstekende verbindingen met Schiphol en de haven van Rotterdam, wat bijdraagt aan haar internationale aantrekkingskracht. Mall of the Netherlands gemeente Leidschendam-Voorburg Landschappelijke inbedding De gemeente heeft directe toegang tot belangrijke regionale groenstructuren zoals de Vlietzone, het Groene Hart en het Duin-, Horst- en Weidegebied. Het landschap vormt dan ook een belangrijke tegenhanger van de stad. Bewoners, werknemers en bezoekers vinden er rust en ruimte. De Vliet draagt zorg voor de aanvoer van water vanuit de grote rivieren en de afvoer naar zee via Katwijk (Rijnland) en via Scheveningen (Delfland). Het landschap is gevarieerd zoals de naam Duin, Horst & Weide al zegt. Op basis van het bodem- en watersysteem gaat de strandwallenondergrond met haar afgetopte duinen en rijke natuur richting het oosten via de horsten over in een landschap van polders en droogmakerijen. Een kenmerkende landschappelijke en ecologische overgang. Grote delen behoren tot beschermd NNN-gebied (Natuurnetwerk Nederland). Door bebouwing is dit landschap wel gefragmenteerd. Open gebieden, zoals de Duivenvoordecorridor, zorgen voor een groene verbinding en zijn van wezenlijk belang. Zeker omdat ze nog maar sporadisch voorkomen. Aandachtspunt zijn de infrastructurele barrières die op meerdere plekken het landschap doorsnijden en uitwisseling van populaties ernstig beperken. Uitstekende bereikbaarheid Leidschendam–Voorburg is goed verbonden met de regio en de gebieden daaromheen. De noord-zuid gerichte tracés zoals de A4, A44, N206 en de spoorlijnen zorgen voor snelle verbindingen naar Leiden, Schiphol en Amsterdam enerzijds en Delft en Rotterdam anderzijds. Haaks hierop zorgen verbindingen, zoals de A12, N14 en de Rotterdamsebaan voor een goede bereikbaarheid van Den Haag en Utrecht. De verbindingen leiden wel tot milieuoverlast en negatieve gevolgen voor de gezondheid. Door de ligging aan zee raken de wegen ook zwaarder belast en sneller overbelast. Drie treinstations en de HOV-knooppunten en lijnen van Randstadrail en RET complementeren het netwerk. Voor langzaam verkeer is er een fijnmazig netwerk aan regionale en lokale fietsroutes die voor verbinding met de regio zorgen. Hierin zijn er nog wel ontbrekende schakels en vormt de auto-infrastructuur regelmatig een barrière. De Vliet is een beroepsvaartverbinding tussen Rotterdam-Den Haag, Leiden en Amsterdam. Het sloepennetwerk waar de Vliet onderdeel van is, heeft een belangrijke recreatieve functie. Rol Leidschendam-Voorburg Leidschendam-Voorburg maakt als woongemeente met een groot buitengebied deel uit van een regionaal ‘Daily Urban System1'. De grootstedelijke dynamiek speelt zich met name af om ons heen. De dynamiek van CID en Binckhorst loopt echter door in onze gemeente. Met de Mall, de oude kernen, de Nieuwe Driemanspolder en het recreatie- en natuurgebied Vlietland hebben we zelf (boven)regionale publiekstrekkers. Leidschendam–Voorburg vormt een schakel tussen de dynamiek van de stad en de rust van het landschap. We bieden groene woonwijken aan de rand van de grote stad met snelle verbindingen daarnaartoe. Ons buitengebied is een belangrijk deel van een verbonden landschap dat als uitloopgebied voor de regio en poort naar het Groene Hart fungeert. In regionale samenwerkingen brengt Leidschendam-Voorburg haar kwaliteiten actief in, met de focus op een evenwichtige groei, bereikbaarheid en het behoud van landschappelijke waarden. Zo draagt de gemeente bij aan een regio waar stedelijke dynamiek en kwaliteit van leven hand in hand gaan. 1 'Daily Urban System': Het gebied rond een stad waarbinnen de belangrijkste dagelijkse woon-werkverplaatsingen zich afspelen. Station Voorburg gemeente Leidschendam-Voorburg Kenmerken en kwaliteiten gemeentebreed Leidschendam-Voorburg is bij uitstek een aantrekkelijke groene woongemeente. De drie kernen Voorburg, Leidschendam en Stompwijk dragen hier ieder op eigen wijze aan bij. Kenmerkende kwaliteiten van onze gemeente als geheel zijn: Gevarieerd groen en rijk aan historie; Rustig stedelijk en hoogwaardig wonen; Hoog niveau aan voorzieningen (zorg, onderwijs, cultuur, sport, winkels); Goede bereikbaarheid van de hele Randstad. Die kwaliteiten uiten zich in de ruimtelijke opbouw van de bebouwde gebieden, de openbare ruimten en de individuele gebouwen die samen onze mooie leefomgeving vormen. Hieronder beschrijven we dit aan de hand van vijf lagen: ‘historie’, ‘landschap en groen’, ‘functies en voorzieningen’, ‘verbindingen en mobiliteit’ en ‘gezondheid en samenleving’. Deze lagen zijn onderling verbonden en vullen elkaar aan. Historie De bodemopbouw van hogere strandwallen en lagere strandvlakten is bepalend geweest voor het ontstaan en de groei van Leidschendam-Voorburg. De hogere droge delen raakten al in de prehistorie bewoond, zoals archeologische onderzoek bij de Mall liet zien. In de lagere nattere delen groeide veen en in de Romeinse tijd werd op de overgang van strandwal naar veen het Kanaal van Corbulo aangelegd met daaraan de stad Forum Hadriani. Vier locaties in onze gemeenten zijn archeologisch zo waardevol dat ze zijn aangewezen tot Unesco Werelderfgoed Limes, de grens van het Romeinse Rijk. De archeologische resten zitten verstopt in de bodem en zijn niet herkenbaar in het straatbeeld.In de middeleeuwen ontstonden op de hogere delen, de kernen Voorburg, Veur en Leidschendam met de bijbehorende ontginningslinten. Een noord-zuid gericht lint verbond de kernen met elkaar en met Leiden en Delft. Eind 12e begin 13e eeuw werd evenwijdig hieraan de Vliet aangelegd en ontstond de landscheiding. In 1632 werd de Vliet verbreed tot trekvaart, met haaks daarop de trekvaart naar Den Haag. Aan de overzijde van de Vliet werd het veengebied ontgonnen en ontstonden de buurtschappen Stompwijk en Wilsveen met bijbehorende ontginningslinten. De historische kernen, de linten en de Vliet met bijbehorend sluiscomplex en bruggen vormen nog steeds fraaie identiteitsbepalende dragers van onze leefomgeving. Grote delen hebben de status van rijksbeschermd dorpsgezicht of monument. Hofwijck en trekschuit gemeente Leidschendam-Voorburg Na de middeleeuwen legden rijkere stadsbewoners buitenplaatsen aan op de overblijfselen van middeleeuwse hofsteden, kastelen en boerderijen zoals de voormalige ridderhofstede De Loo, kasteel De Binckhorst, kasteel Te Werve en boerderij Middenburg. Later werden buitenplaatsen opgericht op de strandwal of in het veengebied. Hoewel er veel buitenplaatsen zijn verdwenen is er nog steeds sprake van een waardevolle en beeldbepalende landgoederenzone waarvan een aantal landgoederen in gebruik zijn als openbaar park. Het veengebied ten oosten van de Vliet werd in verschillende fasen, grotendeels in de 17e eeuw ingepolderd. Deze polders werden vervolgens, grotendeels in de 18e en 19e eeuw, droogmakerijen. De Vliet en de Stompwijkse Vaart gingen als boezemvaart fungeren. Het landschap kwam in gebruik als weidelandschap en kenmerkt zich nog steeds door zijn waardevolle openheid, uitgestrekte kavels en rechtlijnige kavelsloten. Aan de oostzijde van onze gemeente ligt er nabij Stompwijk nog een deel niet uitgeveend landschap. Eind 19e eeuw en begin 20e eeuw groeide Leidschendam-Voorburg verder met meerdere woonwijken. Aanvankelijk direct achter en tussen het lint, de Vliet en de Broeksloot, maar in de loop der tijd steeds verder in de lagere delen ten westen hiervan. Al deze wijken kenmerken zich door de tijd waarin ze gebouwd zijn. Soms is er daarbij sprake van een bijzonder stedenbouwkundig en architectonisch concept dat cultuurhistorisch zeer waardevol is, zoals bij de Heuvel en Prinsenhof. De hiervoor beschreven structuren en gebieden zijn allemaal historisch waardevol vanwege de herkenbaarheid als geheel. Meerdere individuele bouwwerken en objecten dragen daar gezamenlijk aan bij. Molens, boerderijen, hofsteden, buitenplaatsen, ondergronds erfgoed en andere objecten. Onze gemeente kent dan ook veel monumenten, waaronder ruim 160 rijksmonumenten en niet te vergeten de groene monumenten in de vorm van waardevolle parken en bomen. Historische kaart omgeving Leidschendam-Voorburg uit 1575 gemeente Leidschendam-Voorburg Landschap en groen Bodem en water Bodem en water zijn bepalend voor de opbouw van ons landschap en onze groenzones. Ook hierin is de corridorwerking te herkennen. Ten oosten van de strandwal ligt de lage, waterrijke veenpolder met kleigronden diep onder zeeniveau. Het bebouwde gebied op de strandwal ligt hoger, is minder waterrijk en de bodem bestaat uit zand met tussen de strandwallen veen. Het bebouwd gebied ten westen van de strandwal ligt iets lager en heeft een bodem van veen op klei op zand. Vanwege de zogeheten landscheiding ligt onze gemeente op een grens van twee hoogheemraadschappen. In noordelijke richting stroomt het water naar Katwijk en in zuidwestelijke richting naar Scheveningen. Het oppervlaktewater voldoet momenteel niet aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Het grotere aaneengesloten oppervlaktewater in Vlietland heeft betekenis op het gebied van zowel natuur als landschappelijk ingepaste verblijfsrecreatie en sport. De Nieuwe Driemanspolder is belangrijk voor waterberging, natuur en extensieve recreatie. Landschap en buitengebied Ons buitengebied is voornamelijk een droogmakerij- en polderlandschap. Het is vooral de ‘weide’ in het landschap Duin, Horst & Weide. Via de Duivenvoordecorridor is het buitengebied verbonden met het duinlandschap. Aan de noordoostzijde is er de verbinding met het Groene Hart. De kwaliteiten van ons droogmakerij- en polderlandschap zitten hem, naast deze verbindingen, in de openheid, het waterrijke karakter, de oudste ringdijk bij de Zoetermeersemeerpolder, het kavelpatroon en het contrast van de hogere boezems en de lagere weiden. Hier liggen uitdagingen op het gebied van verbetering van de waterkwaliteit, vermindering van de stikstofuitstoot en herstel van de weidevogelstand. Aan de noordzijde vertoont ons landschap met de afwisseling van de weiden in de Duivenvoordse- en Veenzijdse polder en de open plassen en bosrijke randen van Vlietland (recreatie) en de Vogelplas Starrevaart (natuur) een ander karakter. Hier wisselen besloten bospercelen en open weiden elkaar af. Hoewel dit het landschap recreatief aantrekkelijk maakt is de stad-land relatie in onze gemeente niet zo sterk als in vergelijkbare gebieden. Stedelijke groenstructuur Ook de stedelijke groenstructuur is hoofdzakelijk noord-zuid gericht. Zes noord-zuidgerichte zones dooraderen onze bebouwde omgeving. Ieder met een ander karakter: het waterspoorpark, de infra-as, de centrale verbindingszone met daarbij de Broeksloot, de landgoederenzone, de Vlietzone en de Stompwijksevaart. De centrale verbindingszone is gefragmenteerd zonder eenduidig inrichtingsconcept. Haaks op deze structuren is er sprake van vier oost-west gerichte groenzones; de Loo-zone, Sijtwende, het Randstadrail tracé en regionale groenverbinding bij de Duivenvoordecorridor. Daarmee is er sprake van een netwerk van groen, evenwichtig verdeeld over de bebouwde omgeving. Op sommige locaties zijn de onderlinge verbindingen en de verbindingen met het groen buiten het stedelijk gebied nog niet optimaal. Dit maakt de toekomstbestendigheid en de biodiversiteit kwetsbaar. Sijtwende is een eigentijds parklandschap op de tunnel(
  2. s)van de N14. De Loo-zone is een prachtig ouder parkgebied vernoemd naar buitenplaats ’t Loo en vormt een zichtlijn van Huis ten Bosch naar park Vreugd en Rust. Naast dit aaneengesloten netwerk dragen de vele overige parken, lanen en groengebieden buiten deze zones bij aan het groene karakter. Buitenplaatsen, sportgebieden, volkstuinen en begraafplaatsen zijn over het algemeen aan de hoofdgroenstructuur gekoppeld of maken hier deel van uit. Tussen de groenzones en deze gebieden onderling liggen er nog verschillende mogelijkheden voor verbetering op het gebied van ecologische en recreatieve verbindingen. Buiten het hoofdnetwerk zijn de groene straten en lanen en de groene plekken in de wijk belangrijke kwaliteiten. Voorburg kent met name klassieke, wijken met een helder onderscheid tussen groen en bebouwing. In het meer tuinstedelijke Leidschendam zijn groen en bebouwing meer met elkaar verweven. Daarnaast is er sprake van enkele villaparken met royale tuinen die voor een groen beeld zorgen. Stompwijk staat los van de rest van het stedelijk gebied en staat vanwege haar kleinere omvang meer in contact met het landschap. In het bebouwde gebied vormen de Stompwijkse Vaart de Meerlaan, de Groote Tocht en de Jan Koenensloot structurerende groenzones en/of waterverbindingen. Functionele structuur - wonen Leidschendam-Voorburg is vooral een woongemeente. Onze drie kernen bevatten ieder hun eigen wijken met een aantrekkelijke variatie aan woonmilieus. Rond de historische kernen van Leidschendam en Voorburg liggen klassieke woonwijken van eind 19e en begin 20e eeuw, te typeren als ‘Rooilijnstedenbouw’, ‘Stratenplan’, en ‘Stadsblokken’’. Ze kenmerken zich door een klassieke opzet en een duidelijke scheiding van bebouwing en openbaar groen. Voorburg bevat de meeste van dit soort wijken. Hier rondom liggen zogeheten ‘Villaparken’ uit meerdere perioden, zowel in Leidschendam als in Voorburg. Deze kenmerken zich door de ruime opzet met veel groen op de kavels. Een slag verder naar het westen liggen de woonmilieus uit de tweede helft van de vorige eeuw, te typeren als ‘Tuinstad’ en ‘Suburbaan’. Ze kenmerken zich met groen dat is verweven met het woongebied als geheel. Leidschendam bevat veel van dit soort woonmilieus. Na het eind van de vorige eeuw vond er geen uitbreiding meer plaats en verliep nieuwbouw vrijwel volledig via transformatie en inbreiding. Met name in Leidschendam heeft dit tot meerdere inbreidingen geleid. Het bebouwde gebied van Voorburg en Leidschendam kenmerkt zich door een mix van grondgebonden woningen (vrijstaande-, twee-onder-één-kap- en rijwoningen) en gestapelde bebouwing. De hogere bebouwing concentreert zich in grofweg twee zones: In het gebied rond het centrum en het knooppunt A4/N14 en tussen de ‘centrale verbindingszone’ en de ‘infra-as’, met name rond winkelcentrum Julianabaan. De bouwhoogtes zijn overwegend 15-30 meter en er zijn incidenteel gebouwen met een hoogte van meer dan 30 meter, maar nooit hoger dan 60 meter. Stompwijk staat los van het stedelijk gebied en kent een veel eenvoudiger en kleinschaligere opzet. Hiermee herbergt onze gemeente ook een aantrekkelijk en dorps woonmilieu. Rond het centrum is er sprake van lintbebouwing. Ten zuiden daarvan liggen aan weerszijden van de Meerlaan twee dorpse woonwijken met voornamelijk grondgebonden woningen. Functionele structuur - economie Hoewel Leidschendam-Voorburg vooral een woongemeente is, zijn er meerdere ‘economische clusters’ waarmee we ook een sterke lokale economie in huis hebben. Het accent ligt op de bedrijfstakken detailhandel, zorg en zakelijke dienstverlening. De clusters liggen verspreid over de gemeente. Daarnaast is het aandeel ZZP’ers, dat vaak vanuit de eigen woonomgeving werkt, groot in onze gemeente. De winkelclusters bestaan uit vier kernwinkelgebieden: de Mall, Leidschendam centrum (ook wel Damcentrum genoemd), Huygenskwartier en Julianabaan en uit wijk- en buurtverzorgende winkelgebieden. Ook bevat de gemeente zes bedrijventerreinen: De Star in Leidschendam, Essesteyn, Prinses Irenelaan en de Tennet-locatie in Voorburg en de Veenpoldersweg en het Klaverblad in Stompwijk. Kantoren concentreren zich rond het knooppunt A4/N14. De belangrijkste voorzieningen in de zorgsector zijn het Antoniushove ziekenhuis, onze verpleeghuizen, gezondheidscentra en de huisartsenpraktijken. In het buitengebied speelt bedrijvigheid een wezenlijke rol met de melkveehouderij, de glastuinbouw, pluimveebedrijven en agrarische loonbedrijven. Direct rond de grenzen van de gemeente liggen er meerdere gebieden met dynamische, stedelijke voorzieningen en bedrijvigheid. Met name het CID en de Binckhorst hebben en krijgen een hoge dynamiek aan activiteiten. Ook de bedrijventerreinen en kantorenparken direct rond het snelwegknooppunt A4/A12, Westvlietweg en Forepark, liggen in onze invloedssfeer. Figuur 3: Bouwsteen groene woongemeente geamendeerd gemeente Leidschendam-Voorburg Functionele structuur - voorzieningen We hebben een hoogwaardig voorzieningenniveau. Onder andere in de vorm van belangrijke basisvoorzieningen: (basis)scholen, huisartsenpraktijken, buurt- en wijkcentra en supermarkten. Maar we herbergen ook meerdere voorzieningen op het gebied van kunst en cultuur, recreatie en toerisme, sport, zorg en onderwijs. Dit betreft onder andere twee theaters en één bibliotheek met meerdere vestigingen. Verder zijn er in Leidschendam-Voorburg meerdere sportvoorzieningen verspreid over het gebied aanwezig zoals sportvelden, sporthallen en diverse verenigingen. In het buitengebied is er sprake van intensieve recreatie en watersport in Vlietland en in extensievere vorm in de Nieuwe Driemanspolder, Leidschendammerhout en Vlietland-West. De Vlietzone vervult een rol op het gebied van zowel georganiseerd als ongeorganiseerd sporten. We huisvesten relatief veel (middelbare) scholen en vervullen daarmee ook binnen de regio een belangrijke rol. Herenstraat, Voorburg gemeente Leidschendam-Voorburg Verbindingen en mobiliteit De A4 en de A12 vormen de belangrijkste uitvalsroutes naar de regio en de rest van het land. Een uitgebreid stelsel van noord-zuid gerichte lange verbindingen met kortere verbindingen haaks daarop ontsluiten het bebouwd gebied op deze twee routes. Dit zorgt over het algemeen voor een goede bereikbaarheid, maar deze staat wel onder toenemende druk. Naast de lusten brengt de infrastructuur ook lasten met zich mee. Verkeersaders zijn soms dominant aanwezig, zorgen voor geluidsoverlast, luchtverontreiniging, gezondheidsschade, barrières voor groen en langzaam verkeer en onveilige kruispunten. Op de N14 en de Rotterdamsebaan, zijn hierin verbeteringen getroffen door tunnels met een bestaand of compleet nieuw stedelijk landschap daarboven. Samengevat is het hoofdwegennet erg druk en neemt, als we niets doen, die druk verder toe en de leefbaarheid af. Fiets- en wandelverkeer is in deze stedelijke regio belangrijk voor een goede, veilige en gezonde mobiliteit. Onze gemeente beschikt over goede wandelmogelijkheden in de parken, de landgoederen, de winkelcentra en de groene verbindingen. Er zijn twee belangrijke fietsroutes in noord-zuid richting; de metropolitane route Velostrada langs het spoor en de regionale route langs de Vliet. Beide zijn nog niet geheel gereed. Daarnaast is er een raamwerk van regionale en lokale fietsroutes. Zo zijn er meerdere oost-west gerichte routes zoals die over de Nieuwe Tolbrug naar Den Haag. Soms doorbreken de fietsroutes de barrièrewerking van de drukke verkeersaders met veilige en ongelijkvloerse oversteekmogelijkheden. Op andere punten blijven de verkeersaders barrières of zijn er knelpunten, zoals bij de Nieuwe Tolbrug. De kwaliteit van de paden wisselt en het aantal fietsparkeervoorzieningen is op meerdere plekken beperkt. Een goede ontsluiting met het openbaar vervoer in deze stedelijke regio is onmisbaar. In en direct rond onze gemeente liggen meerdere stations en HOV-knooppunten die hiervoor zorgen. Het landelijke treinnetwerk, de randstadrail en de RET met snelle verbindingen naar Den Haag, Rotterdam, Leiden en Zoetermeer zijn daarmee goed toegankelijk vanuit een groot deel van het stedelijk gebied. Er zijn echter ook gebieden die per openbaar vervoer minder goed bereikbaar zijn, zoals Leidschendam-Zuid. Stompwijk ligt geïsoleerd van Leidschendam en Voorburg. Zowel wat betreft autoverkeer, fietsverkeer en openbaar vervoer is Stompwijk via de N206 meer gericht op Leiden/Zoeterwoude en Zoetermeer. Met de LeiZo-verbinding zal dat toenemen. De verbinding naar Leidschendam en Voorburg via de Stompwijkseweg / Doctor van Noortstraat is voor autoverkeer ondergeschikt, voor fietsverkeer onaantrekkelijk en voor openbaar vervoer zelfs afwezig. Dit tracé is ter hoogte van het dorp deels ontlast van vrachtverkeer door de aanleg van de Veenpoldersweg, waarmee de overlast van doorgaand vrachtverkeer in de kern is verminderd. Gezonde leefomgeving Op onze bedrijventerreinen vindt vrijwel geen zware bedrijvigheid plaats. Milieuhinder van deze bedrijventerreinen speelt hierdoor geen grote rol in onze gemeente. Geluidshinder van de vele doorgaande wegen is wel een aandachtspunt. Een deel van onze inwoners ervaart matige tot ernstige geluidshinder. Daarnaast zorgen zowel het verkeer als de houtstook voor uitstoot van stikstof en fijnstof waardoor de WHO-advieswaarden 2021 voor luchtkwaliteit in onze gemeente overschreden worden. Het treinverkeer veroorzaakt trillingen en geluid en is daarmee ook van invloed op een gezonde leefomgeving. De vergrijzing in onze gemeente neemt toe. Er is dan ook een tekort aan seniorenwoningen en een behoefte aan verjonging om het draagvlak voor voorzieningen te borgen. Op sociaal gebied gaat het met de meeste inwoners gemiddeld genomen goed. Er zijn echter enkele aandachtsgebieden waar het minder goed gaat, zoals in de Heuvel, Amstelwijk, Prinsenhof, Bovenveen Midden en Voorburg Midden noord. Hier is de arbeidsparticipatie, het opleidingsniveau en het veiligheidsgevoel lager en is het aandeel jongeren met een verhoogd risico op problemen en de sociale overlast hoger dan gemiddeld in onze gemeente. Daarnaast is er een aantal wijken waar het net wat beter gaat, maar waar het risico bestaat dat zij zonder extra aandacht afglijden. Toch is er in het algemeen sprake van brede welvaart. Specifieke behoefte is er wel aan voorzieningen voor jongeren en centra waar meerdere gezondheidsvoorzieningen, waaronder huisartsenpraktijken, gezamenlijk zijn gevestigd. Ook kan de toegankelijkheid van onze voorzieningen voor mensen met een fysieke beperking worden verbeterd. Kruispunt N14 gemeente Leidschendam-Voorburg Interactie tussen de lagen: versterken en verhinderen De kenmerken en kwaliteiten op het gebied van historie, ‘groen en landschap’, ‘functies en voorzieningen’, ‘verbindingen en mobiliteit’ en ‘gezondheid en samenleving’ gaan vaak goed met elkaar samen en versterken elkaar. De historische kwaliteiten zijn sterk gekoppeld aan het groen, de recreatieve functies en de fietsverbindingen. Economische clusters zijn regelmatig gekoppeld aan verkeersaders en/of HOV-knooppunten. Woongebieden zijn vervlochten met het groene raamwerk en herbergen eigen voorzieningen en werkgelegenheid. Sportgebieden liggen in het groen op goed bereikbare locaties in de woonomgeving. Juist deze combinaties maken onze gemeente zo aantrekkelijk. Er zijn echter ook situaties waar deze verschillende lagen elkaar hinderen. Verbindingen voor autoverkeer en openbaar vervoer werpen barrières op voor groen, langzaam verkeer en recreatief gebruik van de openbare ruimte. Het rijke aanbod aan retailvoorzieningen brengt ruimtebeslag voor parkeervoorzieningen met zich mee wat conflicteert met de groene ruimte. Verkeersaders hebben impact op de leefbaarheid en veiligheid. Er liggen kansen om dit soort conflicten op te lossen en dit gebeurt ook al. De Sytwendetunnel met daarboven ruimte voor openbaar toegankelijk groen, wonen, recreatie, sport en beweging is hiervan een mooi voorbeeld. Sluisgebied, Leidschendam gemeente Leidschendam-Voorburg Figuur 4: Kenmerken en kwaliteitenkaart Buro SRO 3 Een gemeente in een dynamische omgeving 3.1 Invloed vanuit de regio We hebben de ambitie om een hoogwaardige woon- werk en leefgemeente te blijven binnen de regio. In de nabijheid van het stedelijke hart van Den Haag en kenniscentra zoals Leiden en Delft, biedt onze gemeente een gevarieerd woningaanbod, van betaalbare woningen tot het topsegment, met uitstekende bereikbaarheid. Het voorzieningenaanbod (waaronder de Mall), monumentale panden, landgoederen en groene gebieden zoals de Nieuwe Driemanspolder, het Leidschendammerhout en de Vlietzone, verhogen de aantrekkingskracht van de gemeente als woon- en werkomgeving. Maar de regio staat voor aanzienlijke uitdagingen door de druk van grote bouwopgaven en de noodzaak om extra voorzieningen en infrastructuur te realiseren. De transitie naar een circulaire economie vereist gezamenlijke initiatieven voor de herontwikkeling van verouderde industriegebieden en verduurzaming van de bestaande bebouwing inclusief maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie. Deze opgaven kunnen alleen worden aangepakt door intensieve samenwerking tussen gemeenten, regio’s en andere partners, met een integrale benadering van stedelijke ontwikkeling, duurzaamheid en leefbaarheid. (Hoog)stedelijke ontwikkelingen aan onze stadsranden In de zuidelijke randstad wordt de Oude Lijn (spoorlijn Dordrecht – Rotterdam – Den Haag – Leiden) nog meer de verbindende structuur waarlangs ontwikkelingen zich concentreren. Dit uit zich ook in het beleid van Den Haag dat inzet op hoogstedelijke ontwikkeling van meerdere gebieden aan deze lijn; de zone Binckhorst/CID en de drie stationsomgevingen Mariahoeve, Laan van NOI en Moerwijk. Juist aan onze stadsranden vinden dus ambitieuze stedelijke ontwikkelingen van de regio plaats die uitstralen op onze gemeente. Hier komen gemengde omgevingen met in totaal tienduizenden extra nieuwe woningen, arbeidsplaatsen en meerdere kennis- en culturele voorzieningen. Met een hoogwaardige openbare ruimte gericht op fietsers en voetgangers. Daarnaast zijn er plannen voor ontwikkeling en wijkvernieuwing van de Haagse wijk Mariahoeve, gericht op het versterken en verduurzamen van de wijk en het toevoegen van woningen en/of bedrijvigheid. Terwijl deze ontwikkelingen in volle gang zijn, is het essentieel dat de A12 en Spoorzone de aandacht krijgen die ze verdienen. Onderzoek van het Kennis- en Innovatieplatform Stedelijke Snelwegen & Ruimtelijke Ontwikkeling (SSRO), in samenwerking met Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Zoetermeer, toont aan dat ondertunneling en overkluizing van snelweg en spoor aanzienlijke gezondheids-, ruimtelijke, milieutechnische en economische voordelen opleveren. Een unieke kans om in het hart van de agglomeratie ruimte te maken voor verstedelijking en groen. Deze ontwikkelingen bieden Leidschendam-Voorburg de gelegenheid om haar positie binnen de regio verder te versterken. Door strategisch in te spelen op de kansen die de nabijheid van deze ontwikkelingen biedt, kunnen we een toekomstgerichte, goed bereikbare en duurzame leefomgeving blijven realiseren voor onze gemeente en haar regio. Leidschendam-Voorburg werkt daarom actief aan de ontwikkeling van de gebieden grenzend aan Den Haag, met de nadruk op het verbeteren van de bereikbaarheid, het behoud van groene ruimtes en het verhogen van de kwaliteit van leven en de gezondheid. Kerkstraat, Voorburg gemeente Leidschendam-Voorburg Figuur 5: Invloeden vanuit de regio Buro SRO Economische clusters Een andere opgave is de herstructurering en revitalisering van meerdere bedrijventerreinen. Voor de bedrijventerreinen in de regio bestaat er vanuit de MRDH de ambitie om te komen tot toekomstbestendige bedrijventerreinen; door kwaliteitsimpulsen, klimaatadaptieve maatregelen, energietransitie en ruimte voor circulariteit. Voor onze gemeente zijn de terreinen Essesteijn (inclusief ’t Loo/Prinses Irenelaan), De Star en Veenpoldersweg aangegeven als terreinen om te revitaliseren, beter te benutten en te verdichten. Het Klaverblad heeft als aanduiding “Schoon, heel en veilig”. Voor de A4-Vlietzone, grotendeels net over onze gemeentegrens, bestaat het voornemen tot herontwikkeling naar een duurzaam werk- en recreatielandschap. Hierbij is een sterke relatie tussen de Vlietzone, Voorburg en Binckhorst een belangrijke opgave. Rond onze gemeentegrens zijn er meerdere economische en circulaire hubs voorzien zoals Westvlietweg en Forepark. Ook komen er meerdere gebieden tot ontwikkeling als intensieve economische clusters zoals in de Binckhorst, rond station Laan van NOI en station Mariahoeve. Al deze gebieden zijn of worden ook belangrijk voor ondernemers en werknemers uit onze gemeente. Vanuit de provincie is het behouden van de Mall een essentieel onderdeel van de provinciale detailhandelsstructuur. Tot slot is een deel van de Meeslouwerpolder aangewezen als kernzone glastuinbouwgebied. Leidschendam-Voorburg steunt de versterking van de regionale economie door een duurzaam ondernemersklimaat te creëren en bedrijven te faciliteren met aantrekkelijke locaties. Stedelijke groene en blauwe verbindingen In deze dichtbevolkte regio is het belang van groen onmiskenbaar, inclusief de regionale waarde van het Groene Hart, de Vlietzone en de Duin-, Horst- en Weidegebieden. Deze gebieden zijn van cruciaal belang voor de ecologische verbinding in de regio en dragen significant bij aan de leefbaarheid. Sinds 2019 werken de provincie en de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Hoogheemraadschap Delfland, Rijswijk en Leiden aan een Toekomstbeeld voor de Vlietzone, dat eind 2022 is vastgesteld. Dit toekomstbeeld positioneert de Vlietzone als een gebied dat ruimte biedt voor sport, recreatie, geschiedenis, cultuur en groenblauwe structuren. Essentieel voor het welzijn van de inwoners, inclusief die van de Binckhorst. Ontwikkelingen in deze zone dienen Vlietwaardig te zijn. Het belang van het groen en onbebouwd buitengebied en het bevorderen van robuuste stedelijke groenverbindingen wordt regionaal erkend. Specifiek van belang is het Haagse uitgangspunt ‘slechten van barrières’. Dit speelt aan de westrand (spoortracé), de zuidrand (spoor- en snelwegtracé A12 en de oostrand (snelwegtracé A4). Door het slechten van deze barrières wordt een aaneengesloten netwerk van groene verbindingen voor natuur en langzaam verkeer mogelijk. In het bijzonder de stedelijke en regionale ‘Groene Ruit’ die gericht is op klimaatadaptieve stadsnatuur met recreatief medegebruik. Voor Leidschendam-Voorburg betekent dit dat we een actieve rol spelen in het versterken van de regionale ecologische verbindingen, door de waarde van onze groenblauwe structuren te waarborgen en de stedelijke en regionale groene en blauwe netwerken verder uit te breiden, wat bijdraagt aan een duurzame en leefbare omgeving voor onze inwoners. Stompwijk gemeente Leidschendam-Voorburg Ruimtevragers duurzame energie Om een dichtbevolkte regio duurzaam te ontwikkelen is er veel ruimte nodig. Ruimte voor opwek en distributie van duurzame energie en ruimte voor hergebruik en circulariteit. In en om onze gemeente is hier vanuit de regio dan ook potentiële ruimte voor gereserveerd. Maar er zal ook binnen de gemeente extra ruimte moeten worden gemaakt voor bijvoorbeeld elektriciteitsstations en buurtdistributiestations. Een eerste inschatting is dat versterking van het lokale elektriciteitsnetwerk de komende 10 jaar bovengronds al minimaal 6.500 m2 aan ruimtevraag betreft. Naast een algemene ruimtebehoefte om aan duurzaamheidsdoelstellingen te kunnen voldoen gaat het concreet om een nieuw tracé van de regionale warmtetransportleiding WarmtelinQ en een zoekgebied voor duurzame energie (zon) langs het snelwegtracé A4. Den Haag voorziet op meerdere locaties rond onze gemeente circulaire materialenhubs en bronnen voor geothermie, zoals in de Vlietzone. Wij willen als gemeente samenwerken om dit soort voorzieningen in deze grensgebieden optimaal in te zetten. Bij de inpassing van deze ruimtevraag zullen we aandacht besteden aan een goede landschappelijke inpassing. Aandacht voor bescherming groene, natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Vanuit de regio is er ook veel aandacht voor het beschermen en het behouden van bestaande waarden. Voor Leidschendam-Voorburg gaat het daarbij om het Werelderfgoed Neder-Germaanse Limes, waarvan zowel de kernzones als de bufferzone in onze gemeente liggen, de Vlietzone als geheel en de trekvaarten. Maar ook het kroonjuweel ‘Landgoederenzone Wassenaar / Voorschoten / Leidschendam’ heeft een beschermde status. Daarnaast is vrijwel ons hele buitengebied door de provincie Zuid-Holland aangewezen als beschermd gebied (Omgevingsbeleid beschermingscategorie 2). Binnen dit gebied bevinden zich meerdere NNN-gebieden, belangrijke weidevogelgebieden, groene buffers, ecologische verbindingszones en gebieden voor waternatuur. Voor Leidschendam-Voorburg betekent dit dat we ons inzetten voor het behoud van zowel onze rijke cultuurhistorische waarden als onze natuurlijke rijkdommen om zo een ecologisch en cultureel waardevolle en duurzame leefomgeving te waarborgen voor toekomstige generaties. 3.2 Maatschappelijke ontwikkelingen Ook de actuele maatschappelijke ontwikkelingen zijn van invloed op hoe we onze leefomgeving op lange termijn in willen richten. In deze paragraaf gaan we in op enkele van de belangrijkste ontwikkelingen. Sociaal Veranderende rol van de gemeente De gemeente opereert in een krachtenveld van hogere overheden en inwoners. De rol van de gemeente in dit krachtenveld verandert. Soms is er daarbij sprake van krachten met tegengestelde richting. Er gaan steeds meer taken en bevoegdheden van het rijk naar gemeenten, maar dit gaat niet altijd gepaard met meer bevoegdheden en beleidsruimte. Ook leiden crisissen er soms toe dat de regie terug gaat naar hogere overheden. Een andere beweging is die van de overheid naar de inwoners. De zeggenschap van inwoners over hun directe leefomgeving neemt toe. Aan de ene kant door de toenemende aandacht voor inwonerparticipatie, stevig verankerd in de Omgevingswet. Aan de andere kant door meer ruimte voor initiatieven uit de samenleving, waarbij het initiatief steeds vaker ook echt bij de initiatiefnemers wordt gelaten. Met de komst van de Omgevingswet liggen de daarin opgenomen verbeterdoelen en maatschappelijke doelen voortaan ten grondslag aan de afwegingen en keuzes die we als gemeente maken. Demografische ontwikkeling De bevolking groeit door en in Leidschendam-Voorburg vestigen er zich meer mensen dan er vertrekken. Het aantal inwoners vanaf 75 jaar en ouder neemt flink toe. Ook zal het aantal mensen met dementie toenemen. Ouderen wonen langer zelfstandig, worden ouder en hebben vaak langdurige zorg thuis nodig. Dit betekent een toenemende zorgvraag en het combineren van werken en mantelzorgen. Dit betekent ook dat zorg en wonen integraal moet worden opgepakt. Daarnaast is de verwachting dat het aantal personen per woning verder afneemt en het aantal eenpersoonshuishoudens toeneemt. Tot slot neemt het aantal expats met name in de wijken tegen Den Haag snel toe. Dit kan effect hebben op de sociale cohesie in onze wijken. Positieve gezondheid De gezondheid van de bevolking is onderhevig aan diverse ontwikkelingen zoals de toename van het aantal mensen met bijvoorbeeld obesitas, mentale problemen en zingevingsstress onder jongeren en startende werkers. Het milieu, toenemende bevolkingsdichtheid en verstening hebben een negatief effect op de gezondheid. Gezondheid is dan ook één van de belangrijke thema’s van de Omgevingswet. Dit wordt met het begrip ‘positieve gezondheid’ steeds breder beschouwd. Zowel lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren tellen mee. Ruimte voor ontmoeting: versterken sociale cohesie De diversiteit in de samenleving neemt toe en ook individualisering zet door. Mensen leven steeds vaker op zichzelf en maken eigen keuzes los van traditionele structuren zoals familie, religie of buurtgemeenschappen. Tegelijkertijd neemt de behoefte aan ontmoeting toe, mede doordat er steeds vaker sprake is van eenzaamheid, vooral onder ouderen en jongeren. In deze context wordt sociale cohesie – de mate waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en zich inzetten voor het gemeenschappelijk belang – steeds belangrijker. Veiligheid Veiligheid van de leefomgeving is één van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. Er is daarbij sprake van verbreding van het begrip veiligheid. Zowel aspecten als externe veiligheid, verkeersveiligheid, sociale veiligheid, sociale cohesie, saamhorigheid en preventie spelen een rol. We zien in de gemeente, net als in de rest van Nederland, een toenemend aantal (ernstige) verkeersongevallen. Figuur 6: Bevolkingssamenstelling gemeente Leidschendam-Voorburg Sport en beweging Omdat de aandacht voor geestelijk en lichamelijk welbevinden toeneemt, wordt sport en beweging voor veel mensen belangrijker. Individualisering zorgt ervoor dat sporten zelfstandiger wordt; mensen bepalen vaker zelf met wie en wanneer ze sporten en zijn minder afhankelijk van verenigingen en vaste tijdstippen. De vergrijzing en de toename van mensen met een chronische aandoening leiden tot verandering in het sportaanbod, waar we met de inrichting van onze sportgebieden en openbare ruimte rekening mee moeten houden. Ruimtelijk Woningtekort Vanwege de woningnood, de kleiner wordende huishoudens en de toename van urgente groepen blijft ‘wonen’ een belangrijke ruimtevrager. Onze woningvoorraad sluit onvoldoende aan bij de behoefte. Er is een groot tekort aan woningen voor senioren (met zorg), jonge gezinnen, jongeren, en urgente groepen. Er is sprake van extramuralisering (het langer zelfstandig wonen van steeds meer zorg- en hulpbehoevenden) en het huisvesten van statushouders is een belangrijke maatschappelijke opgave. De concentratie van deze aandachtsgroepen in wijken waar weinig woningen beschikbaar zijn zet de leefbaarheid onder druk. Sinds 2012 is het aantal goedkope huurwoningen sterk afgenomen, zodat jongeren steeds moeilijker aan een woning kunnen komen. De behoefte aan meer betaalbare huurwoningen is zowel urgent voor de reguliere woningzoekenden (starters en jonge gezinnen) als voor aandachtsgroepen en ouderen. Ook de komende jaren blijft de vraag naar woningen in het goedkope en middeldure segment onverminderd groot en zijn er meer betaalbare woningen nodig. We kampen daarnaast met stijgende koopprijzen, hoge grondprijzen en speculatie zodat voor veel mensen een koopwoning onbereikbaar is. De investeringsruimte is beperkt door de hogere kosten voor nieuwbouw, een tekort aan personeel en materiaal. De bouw van meer woningen zorgt voor meer auto’s en voorzieningen. Doordat de ruimte beperkt is, staat het toevoegen van woningen onder druk. Randstadrail halte Leidschendam-Voorburg gemeente Leidschendam-Voorburg Voorzieningen Door de toename van het aantal inwoners neemt ook de behoefte aan voorzieningen toe. Tegelijkertijd staan de maatschappelijke voorzieningen onder druk omdat de ruimte beperkt is, de huur- en vastgoedprijzen hoog zijn, andere functies vaak meer opleveren en er een tekort aan personeel is. Toename meervoudig ruimtegebruik Verschillende functies als energietransitie, klimaatadaptatie, mobiliteit, groen, water, wonen en werken vragen in toenemende mate om ruimte en zullen dit blijven doen. De noodzaak tot dubbel ruimtegebruik en functiemenging zal daardoor toenemen. Technologische innovatie, slimme stad Steden worden slimmer en informatietechnologie speelt een steeds grotere rol bij het functioneren, de inrichting, het beheer en het bestuur van de stad. Onderdelen van de stad raken met elkaar verbonden via een informatienetwerk. Zelfrijdende auto’s, vraaggestuurde energievoorziening (smart grid), batterijopslag, informatievoorziening en laadpunten zijn uitingen hiervan in de dagelijkse leefomgeving. Toekomstbestendige vitale lokale economie Het belang van een toekomstbestendige, lokale economie neemt toe. Mede met het oog op het terugdringen van reistijd en autogebruik is het daarom van belang om werkgelegenheid te blijven faciliteren in of nabij de eigen woonomgeving. Voor ondernemers en werknemers speelt lokale omgevingskwaliteit daarom een steeds grotere rol. Het concept van pure woonkernen nabij de grote stad als werkplek raakt steeds meer achterhaald. Om de lokale economie van Leidschendam-Voorburg duurzaam en vitaal te houden is er dan ook behoefte aan ruimte voor nieuwe arbeidsplaatsen en werkgelegenheid. Daarnaast wordt het begrip arbeidsplaats breder met de toename van het aantal zzp’ers, parttimers, flexwerkers en thuiswerkers. Van belang is ook de blijvende behoefte aan werkplekken voor praktisch opgeleiden en stadsverzorgende bedrijvigheid. Omgevingskwaliteit Een goede omgevingskwaliteit is één van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. Omgevingskwaliteit gaat over het belang van onderwerpen als cultureel erfgoed, architectuur, stedenbouw, milieu, landschap, water en natuur. Omgevingskwaliteit gaat dus over de waarden en identiteit van een plek en hoe wij dit als samenleving ervaren. Hierbij zijn ook culturele en sociale factoren van invloed. Daarbij zijn ook de meer onzichtbare factoren zoals de kwaliteit van water, bodem, lucht en geluid belangrijk voor de kwaliteit van de omgeving. Het is niet prettig te verblijven in een gebied waar dit niet op orde is. Mobiliteit Mobiliteit is aan verandering onderhevig. Er is een belangrijke duurzaamheidsopgave waardoor de rol van het openbaar vervoer en elektrische auto’s toeneemt, met bijbehorende ruimtelijke effecten. Tegelijkertijd staat de betrouwbaarheid en de betaalbaarheid van het openbaar vervoer onder druk. Nieuwe mobiliteitsconcepten zoals deelauto’s en elektrische fietsen zijn nog steeds in opkomst. Andere ontwikkelingen zijn de opkomst van diverse typen kleine elektrische voertuigen (LEV’s), STOMP, mobiliteit als dienst (MaaS), van bezit naar gebruik, smart city / smart mobility en autonome, zelfrijdende voertuigen. Tot slot vindt er technologische innovatie plaats, bijvoorbeeld op het gebied van kunstmatige intelligentie, zelfrijdende auto’s en distributie met drones. Cultuur en Erfgoed Mensen hebben meer tijd en geld beschikbaar voor kunst en cultuur. Door de vergrijzing is er sprake van een verandering in de culturele behoeften van inwoners. Er is ook steeds meer aandacht voor het belang van cultuurhistorie en erfgoed, mede op basis van het Verdrag van Faro. Behoud, hergebruik en het herkenbaar maken van historische objecten en locaties is steeds vaker aan de orde en geeft betekenis aan de omgeving. Tegelijkertijd staan deze zaken door toenemende druk op de ruimte ook steeds vaker onder druk. Recreatie en toerisme Ouderen blijven langer vitaal, hebben meer vrije tijd en maken meer gebruik van recreatieve voorzieningen. Er is een algemene trend tot kleinschaliger toerisme en een focus op lokale kenmerken. De verkoop van streekproducten en de opkomst van kleinschalige voorzieningen zijn voorbeelden hiervan. Daarnaast is er een toenemend accent op recreatie in natuur en landschap, vaak actieve en gezonde vormen van recreatie die gepaard gaan met het verkleinen van de ecologische footprint van de toerist. Klimaat Klimaatverandering Het weer wordt extremer, wat zich uit in hevigere regenbuien. De frequentie van (grond)wateroverlast en kans op overstromingen neemt hierdoor toe. Door hogere temperaturen en vaker voorkomende hittegolven neemt de kans op hittestress toe. Dit kan gevaarlijk zijn voor kwetsbare mensen en vormt een risico voor de zoetwaterkwaliteit (opwarming) en -beschikbaarheid (verdamping). Omdat het weer extremer wordt, is er ook vaker sprake van droge perioden. Hierdoor neemt de biodiversiteit af. Dit heeft ook nadelige gevolgen voor het menselijk welzijn. Door droogte dalen de grondwaterstanden. Dit heeft schadelijke gevolgen voor de bomen. In zettingsgevoelige gebieden kan het bovendien tot een versnelde bodemdaling leiden wat weer kan resulteren in ernstige schade aan infrastructuur en funderingen. Door verstedelijking en intensivering van de landbouw treedt er versnippering van ecologisch leefgebied op. Energietransitie Om klimaatverandering en de gevolgen ervan te beperken, moeten we ons energieverbruik verminderen en overstappen op hernieuwbare energiebronnen. Deze verandering vraagt op korte termijn om maatregelen om energie te besparen en om efficiënt om te gaan met de energie. Naast het zo goed mogelijk isoleren van de bestaande woningvoorraad wordt ingezet op zo goed mogelijk benutten van lokale warmtebronnen via bodemwarmtesystemen, aquathermie of luchtwarmtepompen. Door lokale opwek met zon en de toenemende elektrificatie van verkeer en verwarming zal het elektriciteitsnetwerk op alle niveaus uitgebreid moeten worden. Bij de uitwerking van de energietransitie zullen we aandacht besteden aan omgevingsveiligheid. Leidschendam gemeente Leidschendam-Voorburg Duurzame landbouw De landbouw bevindt zich in een overgangsfase. Het aantal landbouwbedrijven neemt landelijk af, bedrijven worden duurzamer, soms ook extensiever en gaan steeds vaker combinaties aan met andere functies zoals natuur en recreatie. Vermindering van de stikstofuitstoot, biologisch boeren, vernatting en agrariërs als beheerders van het landschap zijn andere belangrijke ontwikkelingen. Circulariteit We bevinden ons in de overgang naar een meer circulaire economie. Dit biedt nieuwe economische kansen, maakt ons minder afhankelijk van de import van schaarse grondstoffen en draagt bij aan een schoner milieu. Dit vraagt ook de nodige ruimte. PV-panelen gemeente Leidschendam-Voorburg 4 Een gemeenschap met ideeën In dit hoofdstuk volgt een beknopt overzicht van de belangrijkste resultaten van het participatietraject bij deze omgevingsvisie. Daarbij is veel opgehaald. Bruikbare ideeën en herkenbare wensen en zorgen. Er is een rode draad per thema te herleiden, die hieronder kort wordt toegelicht. Een uitgebreider overzicht is opgenomen in een separaat participatieverslag: Bijlage 1 Participatieverslag / verslagen. 4.1 Sociaal Ontmoeting Er is onder onze inwoners behoefte aan publieke ontmoetingsplekken, zowel binnen als buiten. Bijvoorbeeld extra buitenruimtes, wijkgebouwen, sportplekken, bankjes en picknicktafels. Vooral voor jongeren en ouderen die niet in een verzorgingstehuis wonen. Jongeren geven aan dat zij graag meer buitenplekken zouden zien zoals kleine parken en plekken die altijd open zijn. Er is ook behoefte aan een buurthuis en locaties voor familiebijeenkomsten. Vrouwen in Leidschendam Noord pleiten voor sportplekken speciaal voor vrouwen zoals fitness en zwemmen. Hoogwaardige voorzieningen Door inwoners werd de behoefte aan voorzieningen die aansluiten bij de bevolkingsgroei vaak genoemd. Voorzieningen voor ouderen en inwoners in een kwetsbare situatie. Van belang is dat deze gelijkmatig over de gemeente worden verdeeld. Ook bij de bouw van nieuwe wijken moeten er nieuwe basisvoorzieningen komen. Verder is het belang van het verenigingsleven voor sociale interactie benadrukt en is het Huygensmuseum specifiek onder de aandacht gebracht. Contact met gemeente Er is behoefte aan beter contact met de gemeente als sparringpartner bij ruimtelijke initiatieven van bewoners en ondernemers. Ook wanneer initiatieven niet voldaan aan het beleid is een meedenkende houding vanuit de gemeente wenselijk. Met name in Stompwijk wordt dit contact momenteel gemist. Figuur 7: Kort overzicht van de participatie die plaats heeft gevonden Buro SRO 4.2 Ruimtelijk Belang van (niet bouwen in het) groen Het groen is een van de sterkste punten van onze gemeente. Het blijkt dat de inwoners dit groen zo veel mogelijk willen behouden en waar mogelijk vergroten of versterken. Dit gaat zowel om het groen in de wijken als buiten de stad. Ook de samenhang van groen binnen de bebouwde kom en dat in het buitengebied is onderstreept. Tot slot wordt er aandacht gevraagd voor het versterken van de natuurlijke kwaliteit van het groen. Samenhangend hiermee hebben de inwoners aangegeven dat de groene polders in het buitengebied en de groene gebieden in de stad bewaard moeten blijven en dat er niet in het groen gebouwd mag worden. Woningvoorraad Veel inwoners zijn het er over eens dat er meer woningen nodig zijn. Wel is er discussie over de hoeveelheid. Er moeten vooral woningen voor starters en ouderen (1 of 2 personen) komen. Dit laatste kan zorgen voor doorstroming. Specifiek moet er aandacht zijn voor betaalbare woningen en voor een seniorenhof. Daarnaast moet de leegstand van vervallen boerderijen, een algemene trend die leidt tot verrommeling en ondermijning, aangepakt worden. Tot slot is er een voorkeur voor nieuwbouw in de kern in plaats van aan de randen uitgesproken. Bestaande bebouwingskwaliteit Bij de bouw van nieuwe woningen moeten bestaande ruimtelijke kwaliteiten behouden blijven. Specifiek gaat het daarbij om behouden van de beschermde dorpsgezichten en de losstaande monumenten. Meer in het algemeen gaat het om een passende bouwhoogte in aansluiting op bestaande wijken. Verkeersveiligheid, fietsverbindingen en parkeren Verkeersveiligheid van voetgangers en fietsers moet voorop staan. Op sommige plekken is de verkeersveiligheid nu matig, zoals op de Stompwijkseweg, de Westvlietweg, de A12 en in de spoorzone. Ook is er veel verkeersdrukte, vooral rondom de Mall. Op meerdere plekken spelen er parkeerproblemen. Als suggesties worden geopperd: een autoluw Leidschendam centrum, meer fietsstraten waar de auto te gast is en vaker het fietspad scheiden van de autoweg. Tot slot wordt er aandacht gevraagd voor een betere toegankelijkheid voor mindervaliden en mensen in rolstoel of scootmobiel. Toekomst van agrarische erven in het buitengebied Inwoners van Stompwijk uitten de wens om boeren de mogelijkheid te bieden nevenactiviteiten te ontplooien. Voorbeeld zijn het ontwikkelen van woningen, kinderopvang en theehuizen op hun erven. Regelgeving vormt nu vaak een belemmering voor deze initiatieven. De inwoners benadrukten de rol van de gemeente om deze initiatieven mogelijk te maken met aandacht voor zowel vernieuwd gebruik van de erven als het behoud van agrarische activiteiten. Daarnaast is er behoefte aan meer of bredere ontwikkelmogelijkheden die bijdragen aan de economische levensvatbaarheid van bestaande agrarische bedrijven. Vlietland Inwoners van Leidschendam-Noord uiten zorgen over te intensieve ontwikkelingen op het gebied van recreatie in Vlietland. Ze geven aan dat dit ten koste kan gaan van natuur, landschap en rust. Goede, duurzame bereikbaarheid Duurzame bereikbaarheid binnen de 15 minutenstad vonden veel deelnemers aan de participatiebijeenkomsten essentieel. Daarbij wordt gevraagd om vooral veel ruimte voor fietsers, maar ook om goede OV-verbindingen bij nieuwe wijken. Voor Stompwijk is het belangrijk dat er een goede bereikbaarheid is naar Leidschendam en met de bus via de N206 naar Leiden en Zoetermeer. Verder zijn suggesties gedaan voor een maximumsnelheid van 30 km/u voor auto’s en bredere fietsstroken en -straten, eenrichtingsverkeer en wachttijdvoorspellers bij verkeerslichten. Informatietechnologie kan daarbij, bijvoorbeeld door een slimme stad, een rol spelen. Ook het opstellen van regels voor elektrische fietsen en controle daarop is als belangrijk benoemd. Ruimte voor ondernemers Er werd aandacht gevraagd voor de positie van ondernemers. Vooral in het Damcentrum. Er is met name een behoefte aan ruimte. 4.3 Klimaat Duurzaamheid en klimaat Voor het onderwerp duurzaamheid en klimaat werd er met name gepleit voor het vergroten van de biodiversiteit. Dit betreft het toevoegen van divers groen, dat verder gaat dan alleen het planten van bomen. Er zijn ideeën geopperd om tuineigenaren te stimuleren om hun tuinen groener en biodiverser te maken en gevels en daken te vergroenen. Waterkwaliteit Inwoners maken zich zorgen om de kwaliteit van het water. Ze vinden dat gemeente en inwoners hier samen meer aan moeten doen. Met name in Leidschendam is dit een aandachtspunt. Park ’t Loo en het Waterspoorpark gemeente Leidschendam-Voorburg 5 Visie Leidschendam-Voorburg 2050 De kenmerken en kwaliteiten die onze gemeente bijzonder maken (hoofdstuk 2) willen we koesteren en verder versterken. Daarbij spelen we in op wat er vanuit de regio op ons af komt en op de maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de leefomgeving (hoofdstuk 3). Ook kijken we goed naar wat onze inwoners en andere belanghebbenden belangrijk vinden (hoofdstuk 4). Zo zorgen we ervoor dat we in 2050 nog steeds over een hoogwaardig verblijfsklimaat beschikken, goed verbonden zijn met onze omgeving en een plek bieden aan iedereen. We maken waar dat onze woongemeente ook economisch vitaal is met arbeidsplaatsen en voorzieningen die meegroeien met het inwonertal. Dit alles landt in een groene en aantrekkelijke leefomgeving die we duurzaam en toekomstbestendig inrichten en waarin het unieke, historische en onderscheidende karakter van onze drie kernen: Stompwijk, Voorburg en Leidschendam onverminderd herkenbaar is. 5.1 Een plek van en voor iedereen Algemeen Om onze gemeente een plek van en voor iedereen te laten zijn, willen we een eerlijke bijdrage leveren aan de woningbehoefte van de regio en voor al onze inwoners passende woonruimte beschikbaar hebben. Met al onze inwoners bedoelen we nadrukkelijk óók de aandachtsgroepen en ouderen in onze gemeente. Onze aandachtsgroepen zijn uitstromers (uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang en jeugdzorg), statushouders, arbeidsmigranten, woonwagenbewoners, studenten en ouderen van 75+ met en zonder zorg- of ondersteuningsvraag. Maar een plek van en voor iedereen betekent ook dat we de leefomgeving en de openbare ruimte zien als plek waar iedereen zich thuis moet voelen. We willen een inclusieve en sociale samenleving zijn waarin iedereen op een gelijkwaardige manier welkom is en dezelfde kansen krijgt om mee te doen. Een samenleving waarin inwoners elkaar en de gemeente volop vertrouwen. Een samenleving waarin ieder kind ook in 2050 veilig, gezond en kansrijk kan opgroeien en zich kan ontwikkelen. Tot slot vinden we een hoogwaardig voorzieningenaanbod een belangrijk onderdeel om met recht een plek van en voor iedereen te kunnen zijn. Aandachtsgroepen wonen Binnen de aandachtsgroepen is de huisvesting van uitstromers en sociaal/medisch urgenten verplicht. In lijn met het wetsvoorstel ‘Versterking regie volkshuisvesting’ en de regionale afspraken daarover sturen we op een evenwichtige verdeling van de aandachtsgroepen door middel van gemixt wonen. Binnen deze aandachtsgroepen hebben de urgente groepen voorrang op een woning. We werken actief aan het realiseren van voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen. Deze geven we zo nodig de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Ook stimuleren we collectieve woonvoorzieningen en initiatieven en gaan we soepel om met aanvragen voor mantelzorgwoningen. Nieuwbouw Gezien het grote en urgente tekort aan betaalbare woningen is het nodig om extra woningen te bouwen. Dit leeft ook erg breed onder onze inwoners. Om sneller en goedkoper te bouwen staan we open voor flexibele, conceptuele en modulaire bouwconcepten. Met het Rijk, de provincie, de gemeenten in de regio Haaglanden en Sociale Verhuurders Haaglanden hebben we afgesproken om minimaal 2/3 betaalbaar, waarvan minimaal 30% sociale huur, te bouwen. We willen extra aandacht geven aan passende woningen voor mensen met een laag inkomen. Daarom maken we afspraken met de woningcorporaties over de bouw en toewijzing van (on)zelfstandige woonruimten voor deze groepen en de begeleiding daarbij. We werken toe naar meer balans in onze woningvoorraad en naar 30% sociale huurwoningen binnen onze totale woningvoorraad, evenwichtiger verdeeld over de wijken in de gemeente maar met behoud van de bestaande identiteit van de wijk. Om te zorgen dat er voor iedereen zo veel mogelijk een passende woning beschikbaar komt bouwen we zo’n 6.000 nieuwe woningen ten opzichte van 2025. Oplopend van circa 2.300 woningen tot 2030, circa 5.000 woningen tot 2040 en circa 6.000 woningen tot 2050. Bij het realiseren van deze woningbouwopgave spelen de sociale verhuurders een essentiële rol. Duidelijk is dat de woningnood in de gemeente en de regio groot is. Een reële inschatting op basis van de ontwikkellocaties, de ruimte voor optoppen, splitsen en inbreiding en de ambitie om passend bij de bestaande context te ontwikkelen leidt tot circa 6.000 woningen van 1-1-2025 tot 2050. De effecten daarvan worden onderzocht in de OER (omgevingseffectrapportage). We gaan in 2025 en 2026 behoefteonderzoek doen om een scherper beeld te krijgen van de exacte behoefte aan aantallen en typen woningen. We sturen actief en gebiedsgericht op het woningbouwprogramma (prijs, typologie en doelgroep) dat tot stand komt. Zo werken we naar een evenwichtige bevolkingsopbouw en gedifferentieerde, levensloopbestendige woonwijken met voldoende betaalbare woningen. Het accent leggen we duidelijker op woningen voor jongeren en gezinnen, maar ook op ouderen. We sturen via een brede aanpak gebiedsgericht op de woningen die deze doelgroepen nodig hebben. Dit betekent veel betaalbare woningen voor kleinere huishoudens. Grondgebonden woningen liggen minder voor de hand in verband met schaarste en hoge grondprijzen. Met deze sturing op woningtypen proberen we doorstroming te stimuleren en in de bestaande woningvoorraad grondgebonden woningen voor gezinnen vrij te spelen. Voor aandachtsgroepen en ouderen zetten we in op innovatieve, betaalbare woonzorgconcepten. Zie ook bijlage: Bijlage 2 Onderbouwing aantal woningen en Bijlage 3 Tabel inschatting aantal woningen Figuur 8: Een plek voor iedereen Buro SRO Bestaande woningvoorraad Naast nieuwbouw vervult de bestaande woningvoorraad een belangrijke rol om te komen tot passende woningen. We streven ernaar dat bestaande woningen bewoond worden door doelgroepen waar die woning geschikt voor is of geschikt voor wordt gemaakt. Dit doen we door het stimuleren van collectieve woningaanpassingen en het faciliteren van collectieve scootmobiel stallingen. We sturen op uitbreiding van de bestaande woningvoorraad door het faciliteren van optopping, kamerverhuur en woningsplitsing en nemen daarbij een flexibele houding aan ten aanzien van parkeeroplossingen om dit mogelijk te maken. Voor kavels waarbij het maximaal aantal vierkante meters vergunningsvrij bouwen is toegestaan willen we per kavel maximaal 1 ondergeschikte woning in een van de bijgebouwen toestaan. Deze woning is ruimtelijk ondergeschikt aan de hoofdwoning en beschikt dan ook niet over eigen buitenruimtes. Figuur 9: Toevoeging aan de woningvoorraad ABF - Primos Demografie 2024 Langer zelfstandig wonen Het aantal inwoners vanaf 75 jaar en ouder neemt de komende jaren toe en het aantal inwoners met beperkingen verdubbelt de komende 10 jaar. Daarnaast is de verwachting dat het aantal mensen met dementie de komende 30 jaar vrijwel zal verdubbelen. Ouderen met een zorgvraag vormen in Leidschendam-Voorburg de grootste groep binnen de doelgroep die langer zelfstandig of weer thuis wil of moet wonen. We willen onze zorgafhankelijke inwoners de mogelijkheid bieden om zelfstandig in Leidschendam-Voorburg te blijven wonen. Dit om meer mensen zo lang mogelijk zelfstandig te laten functioneren en de regie over hun eigen leven te houden. Er is echter een groot tekort aan geschikte zelfstandige woonruimte in een leefomgeving die de zelfstandigheid stimuleert. Dit leidt tot wachttijden en heeft grote financiële en maatschappelijke consequenties. We nemen als gemeente onze verantwoordelijkheid om de benodigde voorzieningen en geschikte woningen voor langer zelfstandig thuis wonen beschikbaar te maken. Daarom werken we aan het realiseren van geschikte woningen voor ouderen en aandachtsgroepen en mensen met een zorgvraag en maken we ruimte voor extra huisartsenpraktijken. We willen woningen en woongebouwen toegankelijk maken voor senioren en mindervaliden. Ook willen we werken aan innovatieve woonzorgvormen voor inwoners met een zorgvraag met daarbij de juiste ondersteuning. Binnen de bestaande woningvoorraad hebben de sociale verhuurders een belangrijke rol om geschikte woonvormen te realiseren. Als gemeente ondersteunen we dat door te zorgen voor aanvullende begeleiding thuis, doorstroommakelaars en flatcoaches te faciliteren en door ons in te zetten in het vergroten van de zelfredzaamheid. Leefomgeving met kansen voor iedereen We zijn geen slaapstad; onze omgeving is een levendige omgeving waar inwoners zich veilig, welkom en thuis moeten voelen en zich kunnen ontplooien. Waar het voor onze jeugd fijn, veilig en gezond is om op te groeien. Waar het voor ouderen en kwetsbaren ook in de toekomst prettig wonen is. Een hoogwaardig aanbod aan voorzieningen is daarbij essentieel. Zeker voor de basisvoorzieningen. Dit zijn basisscholen, ontmoetingscentra (buurt- en wijkcentra), huisartsenpraktijken en supermarkten. Hier willen als gemeente prioriteit aan geven, meer de regie nemen en zorgen dat er een kwalitatief en kwantitatief goed aanbod blijft of komt. Onder een kwantitatief goed aanbod verstaan we: 1 basisschool per 2.320 woningen; 125 m2 vloeroppervlakte voor ontmoetingscentra per 1.000 woningen; 1 huisarts per 2.095 inwoners; 1 (kleine) supermarkt per 4.000 inwoners. Een plek voor iedereen The Bassin de la Villette, Archdaily, August 15, 2024 Maar ook andere maatschappelijke voorzieningen, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, sport en gezondheid zijn belangrijk. Daarnaast zijn er voor specifieke kwetsbare groepen voorzieningen nodig zoals verpleeghuizen, zorginstellingen, ggz-instellingen en een werkleerbedrijf. Voor al dit soort voorzieningen werken we voortaan met richtlijnen voor de omvang en hoeveelheid per inwoner. Deze richtlijnen zijn aangegeven in de bijlage bij deze omgevingsvisie: Bijlage 4 Indicatief richtlijnenkader voorzieningen. Zo willen we, mede in verband met de vergrijzing en toenemende gezondheidsproblemen, zorgdragen voor extra huisartsenpraktijken of gezondheidscentra. Wijkgebouwen, scholen, religieuze gebouwen en gebedshuizen, verenigingsgebouwen, parken, pleinen en speelplekken, voorzieningen voor kunst en cultuur en bijvoorbeeld een koffiezaakje met een terras zijn essentieel voor ontmoeting en ontplooiing. We zorgen er dan ook voor dat dit aanbod beschikbaar is in onze gemeente. Dit aanbod willen we evenwichtig verdelen, mee laten groeien met het inwonertal en toegankelijk en inclusief houden en maken. Als een wijk erom vraagt, bijvoorbeeld als deze sociaal achterblijft of veel 75-plussers herbergt, zetten we in op extra voorzieningen. Als indicator voor een sociale leefomgeving hanteren we de vitaliteitsprofielen op basis van onze wijkatlassen. Dit vraagt om ruimte die schaars is. Als gemeente nemen we onze rol om maatschappelijke en niet-commerciële activiteiten te ondersteunen en hier waar nodig actief op te sturen. Dit zit deels in de richtlijn voor 5% ruimte voor economische en maatschappelijke voorzieningen die we bij nieuwbouw hanteren. Maar ook zullen we bij herbestemming van kerken altijd voorkeur geven aan een maatschappelijke bestemming. Daarnaast zullen we onze scholen verbreden. Voor te stellen is dat in 2050 de kinderopvang een publieke voorziening is, gericht op de ontwikkeling van alle kinderen en ter bevordering van kansengelijkheid. De gemeente zal structureel ruimte moeten reserveren voor kinderopvang en zet daarom nog meer in op de vorming van integrale kindcentra (IKC’
  3. s)waarin opvang, onderwijs en andere functies onder één dak samenkomen. In Leidschendam en Voorburg ontwikkelen we de bibliotheek van de toekomst als culturele en sociale huiskamer van de gemeente. Een hoogwaardig cultureel veld draagt bij aan talentontwikkeling, verrijkt het voorzieningenniveau en het welzijn van de inwoners. Dit zorgt voor sociale cohesie. Tot slot erkennen we de belangrijke waarde van het verenigingsleven en sportfaciliteiten. Hiervoor willen we, ook bij toename van het aantal inwoners, voldoende faciliteiten beschikbaar houden. We zetten in op intensiever gebruik van bestaande sportvoorzieningen en -complexen door meervoudig ruimtegebruik. Met meer schaduwrijke kunstgrasvelden, multifunctionele, vitale sportparken als ontmoetingsplek voor de wijk, meervoudig gebruik en bijvoorbeeld sporten op daken kunnen we dit mogelijk maken in onze gemeente. Daarnaast is er een belangrijke rol weggelegd voor sporten en bewegen in de groene openbare ruimte. Tot slot komt er bij de ontwikkeling van de Vlietzone, net over de grens van onze gemeente, extra ruimte voor sportvelden, waar ook de inwoners van onze gemeente van kunnen profiteren. Met bovenstaande beleidslijn en bijbehorende voorbeelden geven we gehoor aan het signaal van onze inwoners over het behoud van vitaliteit. 5.2 Economisch vitale woongemeente Algemeen Als woongemeente dragen we bij aan de werkgelegenheid met onze aantrekkelijke woonomgeving voor werknemers in de regio en daarmee aan een goede vestigingsklimaat voor bedrijven. Maar we zijn zeker niet alleen een woongemeente. We koesteren ook de bedrijvigheid en overige economische activiteiten. Om een levendige gemeente te blijven, zetten we in op het faciliteren van een kwalitatief uitstekend en divers aanbod aan economische functies en aantrekkelijke winkelgebieden met een divers aanbod. Zo zorgen we voor werkplekken voor zowel praktisch als hoger opgeleiden en voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Hierbij streven we naar 2.000 extra banen tot 2030. Daarna willen we het voorzieningenniveau en de werkgelegenheid in gelijke tred mee laten groeien met het inwoneraantal. We gaan uit van circa 1% groei van het aantal banen per jaar, wat leidt tot circa 3.000 tot 4.000 extra banen in 2050. We gaan vooral voor een structurele en kwalitatieve groei in de sectoren waarin we nu al sterk zijn: dienstverlening, retail en zorg in combinatie met stadsverzorgende, ambachtelijke diensten en met een sterke agrarische sector in de vorm van melkveehouderij in het buitengebied en glastuinbouw in de Meeslouwerpolder. Figuur 10: Economisch vitaal, passend bij een woongemeente Buro SRO Met een breed aanbod aan opleidingen stimuleren we praktische beroepen. Zo koppelen we onderwijs en bedrijfsleven zo goed mogelijk aan elkaar. We spelen in op innovatieve ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van automatisering en kunstmatige intelligentie waar dit kansen biedt voor doelmatigere bedrijven en kwalitatieve verbeteringen. Niet alles hoeft binnen onze eigen gemeente te liggen: we hebben net buiten onze gemeente met CID, Binckhorst, Westvlietweg en Forepark ook gebieden binnen handbereik waar veel werkplekken en stedelijke voorzieningen aanwezig zijn of ontwikkeld worden. Hier profiteren we ook van. Figuur 11: Top 5 grootste sectoren en landbouw - aantal banen in 2023 LISA, 2023 Ruimte voor nieuwe bedrijvigheid en voorzieningen op de juiste plek Voor vitale en circulaire economische activiteiten en dynamiek is het zaak om ruimte te geven aan bedrijvigheid en in te zetten op een zekere groei die meebeweegt met de bevolkingsontwikkeling. Die ruimte willen we bieden, verspreid over de gemeente. Daarbij blijft een eigen rol weggelegd voor: Zes toekomstbestendige bedrijventerreinen; Vier levendige kernwinkelgebieden; Ondersteunende buurtcentra (winkels en maatschappelijke voorzieningen) in de wijken, die we multifunctioneel willen gebruiken; Een vitaal buitengebied met daarin het glastuinbouwgebied en vitale (voormalige) erven; Dynamische nieuwe ontwikkellocaties met wonen, werken en voorzieningen; Ruimte voor bedrijfsverzamelgebouwen voor startups en scale ups. En ruimte voor kleinschalige zelfstandige kantoorruimte conform de regionale afspraken op basis van de Kantorenvisie MRDH 2025-2030. We zorgen voor ruimte voor voorzieningen en werk, óók in de buurt, door hierover afspraken te maken met elkaar. Zo is onze gemeente niet alleen prettig om in te wonen, maar ook om er te werken en er gebruik te maken van de diensten en voorzieningen. We zorgen er voor dat de ruimte voor niet-woonfuncties (werken, culturele en maatschappelijke voorzieningen) in de gemeente met 5% van het oppervlak meegroeit met de woningbouw. Ruimte is schaars in onze gemeente, dus om ervoor te zorgen dat er genoeg plek is voor niet-woonfuncties, stellen we een streven van gemiddeld 10% ruimtereservering voor. Bij grote ontwikkelingsprojecten is de 10% een richtlijn. Met name in de plinten (de begane grond van gebouwen) zien we goede kansen hiervoor omdat deze functies op die manier bijdragen aan de leefbaarheid en sociale veiligheid van de omgeving. We maken gebiedsgerichte afspraken hierover bij het programmeren van toekomstige ontwikkellocaties in de gemeente. We maken ook gebiedsgerichte afspraken over behoud van solitaire werklocaties in de gemeente. Ook dit soort locaties, zoals het kantoor van de AIVD die weer naar Leidschendam komt en de transformatie van Vlietland, zijn belangrijk in het kader van nieuwe arbeidsplaatsen. Figuur 12: Een hoogwaardig verblijfsklimaat Buro SRO Recreatie en toerisme Een niet te onderschatten onderdeel van onze economische waarde is recreatie en toerisme. Op dat vlak hebben we veel te bieden, maar willen we ons sterker en duidelijker profileren. Onze historie, ons netwerk van wandel, fiets- en vaarverbindingen, onze landschaps- en natuurbeleving en onze ‘shopping’ faciliteiten zetten we hiervoor in. We verbeteren de toegankelijkheid en beleefbaarheid. Ook dragen we zorg voor een goede zonering van de recreatieve en toeristische activiteit in onze gemeente. Evenementen op de daarvoor bestemde locaties laten we bijdragen aan onze aantrekkingskracht voor inwoners en bezoekers. 5.3 Een hoogwaardig verblijfsklimaat Algemeen Met de ambitie ‘een hoogwaardig verblijfsklimaat’ streven we naar een prettige, gezonde, kwalitatieve en veilige leefomgeving om in te verblijven. Voor de inwoners, ondernemers, werknemers en bezoekers van onze gemeente. Maar ook voor de planten en dieren die hier leven. Dit bereiken we met de inrichting van onze leefomgeving en met aandacht voor beheer, onderhoud en handhaving. Groene leefomgeving voor mens, plant en dier We behouden en versterken onze groene leefomgeving voor zowel mens, plant als dier. Beleefbaar en kwalitatief groen en water is essentieel voor een hoogwaardig verblijfsklimaat. Het zorgt voor een betere kwaliteit van leven en versterkt de positieve gezondheid doordat het uitnodigt tot bewegen, sporten, ontspannen en ontmoeten. Een groene omgeving draagt bij aan een grotere biodiversiteit, het verminderen van hittestress, het voorkomen van wateroverlast en heeft het een rol bij het vastleggen van CO2. We leveren naar vermogen een bijdrage aan de doelen van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn en Natuurherstelwet. Met ons groenactieplan 2024-2026 doen we nu al een aanzet. Dit blijven we zo doen omdat vergroenen van de openbare ruimte de grootste impact heeft. We werken daarbij aan een kwalitatieve toename van ons groen. We streven naar 10% meer biodiversiteit in 2035 en 50% meer stadsnatuur in 2050 en dragen hier als gemeente substantieel aan bij in de gebieden waar we zelf aan zet zijn. Bij de grote ontwikkellocaties hanteren we de 3-30-3001 richtlijn. Het streven is binnen de locatieontwikkeling invulling te geven aan de 3-30-300 richtlijn. Als partijen gezamenlijk concluderen dat dit niet mogelijk is, zal achtereenvolgens in de omliggende buurt, wijk, kern en de rest van de gemeente vanuit de locatie-ontwikkeling een bijdrage worden geleverd aan realisatie van de 3-30-300 richtlijn. We denken en ontwikkelen zoveel mogelijk natuurinclusief. Bij kleinere ontwikkelingen en in de bestaande omgeving kijken we per gebied wat wenselijk en haalbaar is. Bij projecten waarbij de openbare ruimte wordt heringericht zetten we in op vergroening. Meer groen vraagt meer water in een droge hete zomer en levert ook verkoeling. De toenemende watervraag door vergroening betekent een opgave voor de hoogheemraadschappen. We beschermen onze hoofdgroenstructuur en richten deze in met het oog op sociale veiligheid. Daar waar het kan geven we meer ruimte en meer kwaliteit aan de natuur. Als indicatoren hiervoor kijken we naar de vijf v’s; voedsel, voortplanting, veiligheid, verbinden en variatie. Daarbij zetten we in op onze 10 icoonsoorten (huismus, scholekster, driedoornige stekelbaars, glassnijder, weidehommel, gewonepad, egel, rosse vleermuis, kattenstaart, gewoon biggenkruid). Dit vanuit de wetenschap dat als het met deze soorten goed gaat, het met heel veel soorten goed gaat. Daarnaast willen we overal minimaal voldoen aan de condities voor de basiskwaliteit natuur2 en waar mogelijk beter. We zorgen in samenwerking met de hoogheemraadschappen voor meer natuurvriendelijke oevers, zorgen voor donkere zones in delen van onze parken en groenzones, voor slimme verlichting in het buitengebied en de ecologische verbindingen in de stad. Ook verbeteren we de verbindingen tussen het groen onderling én tussen het groen en de bebouwde omgeving. In de Loozone en de Centrale Groenzone zijn we al gestart met verbetering van de doorgaande ecologische en recreatieve structuur door het wegnemen van barrières en het steviger maken van de zone door aanhechting en robuuster maken. We onderzoeken actief concrete projecten die bijdragen aan vergroening. Zo maken we van de Parkweg ook echt een PARKweg door hier substantieel te ontharden en ruimte te maken voor langzaam verkeer en groen. Hetzelfde geldt voor de Koningin Julianalaan en het tracé Heuvelweg – Monseigneur van Steellaan. We kijken samen met onze buren naar groene initiatieven in het buitengebied, zoals het versterken van de landschappelijke waarde van de Landscheidingsdijk en de Schenkzone. 1 'De 3-30-300 richtlijn': de 3-30-300 richtlijn houdt in dat elke woning op minimaal 3 bomen uitkijkt, dat de buurt minstens 30% bedekking met boomkronen heeft en dat er binnen 300 meter van iedere woning een parkje is. Zie ook vastgestelde Bomenbeleidsplan 2026 - 2036. 2 'Basiskwaliteit Natuur': is de set van condities (abiotiek, inrichting en beheer) die algemene soorten nodig hebben om algemeen te blijven of worden. Zonder deze condities zullen de algemene soorten achteruitgaan. Basiskwaliteit Natuur richt met name zich op het landelijk en stedelijk gebied, waar natuur niet de primaire functie is. Koesteren van historische en ruimtelijke kwaliteiten Onze geschiedenis maakt ons uniek. Daarom willen we onze historische kwaliteiten behouden en nog beter dan nu beschermen. Ook willen we dit beter herkenbaar maken en als leidende kernwaarde hanteren bij ruimtelijke initiatieven en als onderlegger benutten bij andere thema’s. We willen het erfgoed beter zichtbaar maken in de stedelijke structuur, zowel het ondergrondse, archeologische erfgoed als het zichtbare erfgoed bovengronds. Op basis van ons erfgoedbeleid beschermen we ons ondergrondse en bovengrondse erfgoed. We maken ook het ondergrondse erfgoed zichtbaar. Dit door middel van interactieve informatievoorziening en door het herkenbaar maken van het ondergrondse erfgoed in de inrichting van de buitenruimte, zoals bij het kanaal van Corbulo. We spelen daarnaast in op erfgoed met de inrichting van de openbare ruimte en met de routes tussen de historische iconen en gebieden, zoals de beschermde stadsgezichten, de buitenplaatsen en het sluiscomplex. Door dit te combineren met routes en activiteiten op het gebied van winkelen, recreatie en natuurbeleving maken we de historie beter beleefbaar. Bijvoorbeeld met een wandelroute in het stedelijk gebied evenwijdig aan de Vliet. We werken aan gericht beleid en richtlijnen om het behoud en de bescherming van archeologische waarden en ander erfgoed te verzekeren. Maar onze identiteit bestaat niet alleen uit erfgoed en historische kenmerken. Ieder gebied heeft haar eigen kenmerken, haar eigen karakter en haar eigen ruimtelijke kwaliteiten. Zowel de bebouwde omgeving als het landschap. Die identiteit en ruimtelijke kwaliteit laten we leidend zijn bij de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving. Gezonde leefomgeving Een hoogwaardig verblijfsklimaat betekent ook een gezonde en veilige leefomgeving voor mens en dier. We zetten ons in voor verbetering van de waterkwaliteit (KRW), bodemkwaliteit, luchtkwaliteit en zo min mogelijk geluidsoverlast. Doel is om hierbij te voldoen aan wettelijk kwaliteitsnormen- en richtlijnen. Dit is al een grote uitdaging voor onze gemeente. Hoewel we dus geen strengere milieunormen vaststellen zullen we daar waar we nog betere en nog schonere waarden kunnen bereiken dit zeker niet nalaten. Onze ambitie is een stand- still voor geluid, waar mogelijk de geluidssituatie verbeteren en nieuwe knelpunten voorkomen. Bij een geluidbelasting boven 53dB nemen we maatregelen of doen we onderzoek. De maatregelen hebben we uitgewerkt in ons Actieplan geluid 2024 – 2028. Als gemeente hebben we minder invloed op het geluid van rijkswegen, provinciale wegen en spoorwegen. De bronbeheerders daarvan hebben op hun beurt echter ook een stand-still verplichting op basis van het Bkl. Bij nieuwbouw van voorzieningen voor kwetsbare groepen zoals kinderen en ouderen houden we zo veel als mogelijk passende afstand van spoorwegen en ontsluitingswegen en treffen we de juiste bouwkundige maatregelen voor een gezond geluids- en luchtklimaat. We zetten in op ondertunnelen en overkluizen om overlast te beperken. Ook geven we aandacht aan geluidsabsorberende wegdekken en gevels. We zetten daarnaast in op meer groenvoorzieningen en bomenrijen met een geluiddempende werking langs wegen om gevoelige functies te beschermen. Met deze groenvoorzieningen, maar ook met ecoverbindingen en faunatunnels, zetten we een extra stap voor zowel mens als dier. De mogelijkheden onderzoeken we in de programma’s voor groen, mobiliteit en geluid. Op het gebied van luchtkwaliteit volgen we als volgt de normen vanuit de Europese Unie (zie tabel): In 2025 voldoen aan huidige EU-grenswaarden In 2030 voldoen aan aangescherpte EU-grenswaarden In 2050 voldoen aan WHO-advieswaarden uit 2025 Figuur 13: Normen vanuit de Europese Unie Informatiepunt Leefomgeving (IPLO), bewerking Buro SRO We richten ons vooralsnog op brongerichte maatregelen en het voorkomen van kwetsbare functies in gebieden met een slechte luchtkwaliteit. Daarnaast passen we luchtzuivering toe om emissie van milieubelastende activiteiten te voorkomen. Denk hierbij aan geurfilters bij rioolgemalen of schoorstenen van restaurants. We dringen houtstook terug. Tot slot zijn we als gemeente deelnemer aan het Schone Lucht Akkoord (SLA). We stimuleren een gezonde, duurzame energiehuishouding (zie paragraaf 5.5) en we bevorderen duurzame mobiliteit (zie paragraaf 5.4). We verbeteren de bodemkwaliteit, actualiseren de nota bodembeheer en werken beleid voor bodemdaling uit. Daar waar nieuwe ontwikkelingen als kostendrager kunnen fungeren saneren we verontreinigde gebieden. Kleinschalige verontreinigingen pakken we aan bij graafwerkzaamheden ter plaatse. We werken aan de juiste grondwaterstanden om vochtige woningen, bodemdaling en aantasting van houten paalfunderingen zoveel mogelijk te voorkomen. Dit leidt tot een opgave voor de hoogheemraadschappen om in een droge zomer meer water aan te voeren. Op het gebied van geur is de overlast in onze gemeente beperkt. Hier volgen we de algemene regelgeving en verkennen we, daar waar functiewijzigingen of natuurbescherming er om vraagt, de mogelijkheden tot emissiebeperkingen. We zorgen voor een gezonde voedselomgeving. Dit is een omgeving die zo is ingericht dat alle inwoners een gezonde en duurzame voedselkeuze kunnen maken. We richten onze openbare ruimte zodanig in dat de gezonde keuze de makkelijke en logische keuze is. Met de inrichting van de leefomgeving stimuleren we sporten, bewegen en ontmoeten om zo bij te dragen aan een gezonde leefstijl. Onze sportvoorzieningen en verenigingen hebben hierin ook een grote rol. Deze willen we daarom behouden - ook waar deze midden in de woongebieden liggen - en met het oog op de ruimtedruk intensiever benutten en efficiënter inrichten. Waar dat uiteindelijk onvoldoende blijkt, zoeken we in en buiten de gemeente naar ruimte voor nieuwe voorzieningen. Veilige leefomgeving en weerbaarheid We zorgen voor een veilige leefomgeving. Veiligheid vatten we hierbij in brede zin op. Dat wil zeggen dat zowel verkeersveiligheid, sociale veiligheid, omgevingsveiligheid en water- en klimaatveiligheid een rol spelen1. We werken wijk- en mensgericht en op basis van de informatie uit onze wijkveiligheidsscans. We sluiten ons op het gebied van omgevingsveiligheid aan op enkele in de regio Haaglanden breed gedragen uitgangspunten: a. Veiligheid laten we medebepalend zijn voor de kwaliteit van de leefomgeving; b. We werken samen aan een veilige fysieke leefomgeving; c. We geven de fysieke leefomgeving mede vorm volgens de ontwerpprincipes voor veiligheid (voorkomen, afstand houden, beschermen, vluchtmogelijkheden, toegang hulpdiensten, passende zorg bij crisis): d. We zorgen ervoor dat mensen bekend zijn met de veiligheidsrisico’s en weten hoe te handelen bij gevaar. We geven specifiek aandacht aan (locaties en voorzieningen voor) kwetsbare groepen zoals kinderen, ouderen, mensen met een fysieke of verstandelijke beperking en schoolomgevingen. We voorkomen gevaar waar dit kan en zorgen voor voldoende afstand tussen risicobronnen en kwetsbare functies. Dit stemmen we onder andere af op de brand- en explosieaandachtsgebieden. Ook de energietransitie laten we gepaard gaan met het waarborgen van een veilige leefomgeving. We anticiperen op toekomstige ontwikkelingen en richten onze omgeving op een sociaal veilige manier in. Sociale veiligheid laten we een bepalende rol spelen bij het ontwerp van nieuw groen en het beheer van bestaand groen. Het realiseren van plinten (de begane grond van een gebouw) waar activiteit plaatsvindt speelt hierin ook een belangrijke rol. We werken aan sociaal veiligere wijken en focussen ons hierbij op de wijken die nu de meeste sociale problemen kennen. Hierbij geven we aandacht aan jongeren en aan positieve gezondheid als onderdeel van brede welvaart2. De inri

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.