Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 24 januari 2022, nr. 29713506, houdende vaststelling van het onderwijsaccountantsprotocol voor de sectoren PO, VO, MBO en HO (Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2021) Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2021 De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Gelet op artikel 157, vierde lid, tweede volzin, van de Wet op de expertisecentra, artikel 171, vierde lid, tweede volzin, van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 18, derde lid, en 24, zevende lid, van het Besluit bekostiging WVO 2021, artikel 5.2.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB en artikel 4.4, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008; Besluit: Artikel 1 Vaststelling onderwijsaccountantsprotocol OCW Het protocol voor de controle en onderzoek door de accountant over het jaar 2021 wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij deze regeling. Artikel 2 Intrekking Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZ 2015 De Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZ 2015 wordt ingetrokken. Artikel 3 Inwerkingtreding 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2021. 2 Deze regeling heeft betrekking op het jaar 2021 en vervalt met ingang van 1 januari 2028. Artikel 4 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2021. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.H. Dijkgraaf Bijlage bij de Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2021 Versie 6 december 2021 Inleiding 1 december 2021 Dit is het onderwijsaccountantsprotocol OCW 2021, hierna te noemen accountantsprotocol. In het accountantsprotocol wordt aangesloten op de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. In overleg met o.a. de vertegenwoordigers van de accountantskantoren heeft de inspectie besloten de juliversie van het accountantsprotocol 2021 alleen beschikbaar te stellen op de website van de inspectie en niet als ministeriële regeling te publiceren in de Staatscourant. De reden hiervoor was dat er op dat moment nog een aantal onderwerpen verder in ontwikkeling waren met gevolgen voor het accountantsprotocol 2021. De in december vastgestelde versie van het accountantsprotocol 2021 wordt beschikbaar gesteld op de website van de Inspectie van het Onderwijs. Vervolgens wordt begin 2022 het accountantsprotocol 2021 geformaliseerd met een ministeriële regeling in de Staatscourant. Bij elk onderwerp is de datum vermeld waarop de tekst voor het laatst is gewijzigd. Deze datum wordt overigens niet gewijzigd als het een verhoging betreft van de jaartallen in de tekst met 1 ten opzichte van het definitieve accountantsprotocol van het voorgaande jaar. INHOUD Inleiding 2 1 Algemene uitgangspunten 3 1.1 Algemeen 3 1.1.1 Doelstelling van het accountantsprotocol 3 1.1.2 Indeling van het accountantsprotocol 3 1.1.3 Accountantsproducten / Rapportering 4 1.1.4 Melding niet-naleving (NV NOCLAR) 5 1.1.5 Eindafrekening van een opgeheven onderwijsinstelling (sector mbo en
(2020)door het bevoegd gezag van de school of instelling een niet goedkeurende controleverklaring en/of een verslag van bevindingen van de instellingsaccountant bij DUO is ingediend. Daarnaast is het mogelijk dat in door de inspectie uitgebrachte rapporten een herstelopdracht is opgenomen, die betrekking heeft op het jaarverslag. Via de link, https://toezichtresultaten.onderwijsinspectie.nl/, kunt u per instelling zien welke rapporten de inspectie heeft uitgebracht en daar kennis van nemen. 2.1.7 Steunen op de werkzaamheden van een AK en gegevensgerichte werkzaamheden 1 december 2018 Schoolbesturen in het PO hebben in veel gevallen hun administratie uitbesteed aan een administratiekantoor (AK). In mindere mate geldt dit ook voor VO-scholen. De AK’s verrichten ten behoeve van deze schoolbesturen en de onder hen ressorterende scholen veelal de financiële, personele en salarisadministratie en vervaardigen de jaarrekening van de besturen. Het bevoegd gezag van de school of instelling levert daartoe zijn primaire vastleggingen (inkoopfacturen, mutaties ten aanzien van in- en uitdiensttredingen en andere mutaties in salarissen) aan de AK’s. De AK’s verrichten hierop controle op o.a. deugdelijkheid en autorisatie en verwerken deze. Op onder andere deze controles en op verwerkingscontroles van AK’s steunen instellingsaccountants bij de controle van de GGL en de jaarrekening. Bij de toepassing van risicoanalyse bij de accountantscontrole dient de instellingsaccountant voor het bepalen van de aard en omvang van het risico van een afwijking van materieel belang onder andere kennis te verkrijgen van de entiteit en haar omgeving. Onder de entiteit wordt hier, ook in geval van een AK-gerichte aanpak, de organisatie van de school en het schoolbestuur verstaan. De interne beheersingsomgeving wordt in geval van een AK-gerichte aanpak hoofdzakelijk op het niveau van een administratiekantoor (en niet per afzonderlijk schoolbestuur) ingericht. De instellingsaccountant toetst daarom op dit niveau of hij kan steunen op de getroffen maatregelen van interne beheersing. (Een en ander hoeft niet te betekenen dat iedere afzonderlijke school in de systeemcontrole dient te worden betrokken). Bij de toetsing van de maatregelen van IB dient hij rekening te houden met verschillen in de zogenaamde ‘service level agreement’ tussen het AK en de individuele besturen. Ook dient hij na te gaan of de controle van het AK alle rechtmatigheidsaspecten van het accountantsprotocol raakt. Indien dit niet het geval is zal de instellingsaccountant ook andere controles (dan gericht op het AK) moeten verrichten. Ongeacht het ingeschat risico van een afwijking van materieel belang en ongeacht de keuze voor hetzij een bestuur-gerichte, hetzij een AK-gerichte controleaanpak dient de instellingsaccountant gegevensgerichte werkzaamheden op te zetten en uit te voeren voor elke transactiestroom, post van de jaarrekening en elk onderdeel van de toelichting op de jaarrekening van materieel belang. Dit laatste is van toepassing voor alle sectoren, zowel t.b.v. de getrouwheid als de financiële rechtmatigheid op het niveau van de betreffende jaarrekening. Het is aan de instellingsaccountant om hier door opvolging van de beroepsvoorschriften adequate invulling aan te geven en die werkzaamheden te kiezen die passend zijn bij de specifieke omstandigheden. Voorbeelden van gegevensgerichte werkzaamheden voor personele kosten door de instellingaccountant zijn: • Kritische analyse van de formatieoverzichten en de verzamelloonstaat. In deze analyse kunnen worden betrokken: salarisschalen, de omvang en samenstelling van eventuele niet norm-functies binnen de formatie, de betrekkingsomvang van de dienstbetrekkingen en ongebruikelijke beloningen. Deze analyse wordt uitgevoerd op bestuursniveau. • Uitvoeren van een cijferbeoordeling op de personele kosten, in relatie tot de begroting en de jaarrekening van het voorgaande jaar. Bij sterke fluctuaties en ongebruikelijke saldi controleert de instellingsaccountant met detailstukken. De cijferbeoordeling vindt plaats op bestuursniveau. 2.2 Getrouwheid • Verslaggevingscriteria • Bestuursverslag 2.2.1 Verslaggevingscriteria 1 juli 2021 De verslaggevingscriteria vloeien voornamelijk voort uit de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, maar in een aantal gevallen kan ook andere wet- en regelgeving (zoals de WNT) bepalingen bevatten over de wijze waarop een bevoegd gezag verslag doet. De rechtspersoon richt het jaarverslag in op basis van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (Rjo). Voor de instellingsaccountant vormt de regeling een verslaggevingscriterium. De instellingsaccountant stelt vast dat het jaarverslag aan de Regeling jaarverslaggeving onderwijs voldoet. Voor de zorginstellingen met onderwijscomponent zijn de afspraken uit de brief van 15 mei 2009 met kenmerk 113787 ten aanzien van de jaarverslaggeving van toepassing. Voor instellingen voor Jeugd en Opvoedhulp waaraan bekostigd onderwijs vanuit het Ministerie van OCW is verbonden zijn de afspraken uit de brief van 25 april 2012 met kenmerk 389858 van toepassing. Ook stelt de instellingsaccountant vast dat het jaarverslag aan de Wet normering topinkomens (WNT)(en de daarmee samenhangende wet- en regelgeving) voldoet. Hierbij volgt de instellingsaccountant het door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) opgestelde controleprotocol WNT. 2.2.2 Bestuursverslag 1 december 2021 Aanvullende verslaggevingscriteria: Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten; Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016; WPO, artikel 17c, lid 1 onder e en artikel 171, lid 1, onder a; WEC, artikel 28i, lid 1, onder e en artikel 157, lid 1, onder a; WVO, artikel 24 e1, lid 1, onder e en artikel 103, lid 1, onder a; WEB, artikel 2.5.4, artikel 6.1.2a, lid 2, artikel 6.1.3, lid 4 en artikel 7.2.7, lid 3, 4 en 10; WHW, artikel 9.8, lid 1, 9.51, lid 2, 10.3d en 11.6; Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs, artikel 17o, lid 5 en artikel 32, lid 2; Besluit experiment vraagfinanciering hoger onderwijs, artikel 9, lid 5; Besluit experiment promotieonderwijs, artikel 12, lid 1, onder b. Algemeen • Specifieke elementen • Rapportering Algemeen 1 december 2021 Met betrekking tot het bestuursverslag stelt de instellingsaccountant vast dat: • het bestuursverslag alle wettelijk verplichte elementen (op grond van de Rjo en opgenomen in paragraaf 2.2.2 Bestuursverslag) bevat (aanwezigheidstoets); • de in de jaarrekening en in het bestuursverslag opgenomen informatie op elkaar aansluit (consistentietoets) en • de inhoud van het bestuursverslag overeenkomt met de opgedane kennis van de instelling, waaronder de bevindingen over de interne beheersing (signaleren materiële onjuistheden bestuursverslag). Ten aanzien van rapportering is hetgeen aan het einde van deze paragraaf is opgenomen ook op voorgaande bepalingen van toepassing. Voor instellingen in de sector ho is in het kader van de kwaliteitsafspraken een verplichting tot opname van informatie in het jaarverslag opgenomen (respectievelijk artikel 3, lid f1 en l1 van de Rjo). De rol van de accountant beperkt zich hierbij tot de gebruikelijke in het kader van standaard 720 ‘De verantwoordelijkheden van de accountant bij andere informatie’. Dit is door de Minister ook aan de instellingen gecommuniceerd met de brief d.d. 14 oktober 2019 met kenmerk 7889752. In artikel 4, lid 6, van de Rjo is opgenomen dat de Minister van OCW jaarlijks thema’s kan aanwijzen, waarover het bevoegd gezag in het bestuursverslag rapporteert met betrekking tot de wijze waarop middelen zijn ingezet en de resultaten die daarmee zijn behaald. In de sectoren po en vo heeft de Minister voor het verslagjaar 2021 een aantal maatschappelijke thema’s aangewezen middels een brief aan het bestuur, waarbij in de bijlage is aangegeven welke informatie gevraagd wordt (brief Maatschappelijke thema’s jaarverslag 2021 sector po, d.d. 11 november 2021 met kenmerk 30016435, brief Maatschappelijke thema’s jaarverslaggeving 2021 sector vo, d.d. 11 november 2021 met kenmerk 30014514) In de sector mbo heeft de Minister de verantwoording over de kwaliteitsafspraken en het NP Onderwijs als maatschappelijk thema aangewezen (brief Maatschappelijke thema’s jaarverslag 2021 en 2022 d.d. 9 november 2021). In de sector ho heeft de Minister het Nationaal Programma Onderwijs en corona als maatschappelijk thema aangewezen (brief hogescholen d.d. 1 juli 2021 met kenmerk 28398454 m.b.t. verantwoording,brief universiteiten en universitaire medische centra d.d. 1 juli met kenmerk 28396141 m.b.t. verantwoording). WPO artikel 17c, lid 1, onder a , WEC artikel 28i, lid 1, onder a , WVO artikel 24e1, lid 1, onder a , WEB artikel 9.1.4, lid 3, onder c en WHW artikel 9.8, lid 1, onder c , artikel 10.3d, lid 2, onder c of artikel 11.6, lid 1, onder c . In bijlage 3 van de Rjo is de set van gegevens ten behoeve van de continuïteitsparagraaf als onderdeel van het bestuursverslag opgenomen. Voor dit onderdeel van het bestuursverslag wordt, in aanvulling op bovenstaande werkzaamheden nog specifiek van de instellingsaccountant gevraagd vast te stellen dat: • de meerjarenbegroting is ontleend aan de planning & control cyclus en • de meerjarenbegroting is goedgekeurd door de Raad van Toezicht (RvT). In het kader van ontleend aan de planning & control cyclus stelt de instellingsaccountant minimaal de aansluiting vast tussen de interne informatie en de informatie, die is opgenomen in de continuïteitsparagraaf (reconstrueerbaarheid van de informatie). Met de Raad van Toezicht wordt in de sectoren primair en voortgezet onderwijs bedoeld de intern toezichthouder of het intern toezichthoudende orgaan, zoals beschreven in de WPO, artikel 17c, WEC, artikel 28i en WVO, artikel 24e1 Indien de instellingsaccountant vaststelt dat de meerjarenbegroting hieraan niet voldoet, dan neemt de instellingsaccountant dit op in een verslag van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten / rapportering. Specifieke elementen 1 december 2021 • Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten (sector mbo en
- ho)De instellingsaccountant stelt vast dat aan de in artikel 3, lid 7 van de hiervoor genoemde beleidsregel opgenomen verantwoordingseis in het bestuursverslag is voldaan. In afwijking op de beleidsregel heeft OCW middels een brief aangegeven dat het is toegestaan om over het verslagjaar 2021 nog te verantwoorden conform thema 2 van de oude notities Helderheid. Brief OCW van 28 september 2021. • Artikel 10, van de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 (Externe verantwoording) De instellingsaccountant stelt vast dat de instelling in de jaarverslaggeving heeft voldaan aan de verslaggevingseisen uit artikel 10 van de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016. • Sector PO en VO ( WPO, artikel 17c, lid 1, onder e en artikel 171, lid 1, onder a; WEC, artikel 28i, lid 1, onder e en artikel 157, lid 1, onder a ; WVO artikel 24 e1, lid 1, onder eenartikel 103, lid 1, onder
- a)De instellingsaccountant stelt vast dat het bevoegd gezag van de school of het samenwerkingsverband in het bestuursverslag: ○ een verslag van de interne toezichthouder of het interne toezichthoudende orgaan heeft opgenomen, waarin deze verantwoording aflegt over de uitvoering van haar taken en bevoegdheden; ○ de gehanteerde code voor goed bestuur wordt vermeld, alsmede verantwoording over afwijkingen van die code voor goed bestuur. • Regeling bijzondere en aanvullende bekostiging uitvoering Nationaal Programma Onderwijs PO en VO (artikel 10 nieuwkomersbekostiging in de sector vo en artikel 12 verantwoording in de sector po en
- vo)De instellingsaccountants stelt vast dat het bevoegd gezag van de school in het bestuursverslag verantwoording aflegt over wat is gedaan om nieuwkomers op de ISK (Internationale Schakelklas) extra te ondersteunen en wat zij hebben gedaan om de nieuwkomers, die zijn doorgestroomd naar het reguliere onderwijs extra te ondersteunen. Deze verslaggevingseis blijkt uit de toelichting op artikel 10. De instellingsaccountant stelt vast dat het bevoegd gezag van de school in het bestuursverslag verantwoording aflegt over het maatschappelijke thema Nationaal Programma Onderwijs. Deze verslaggevingseis blijkt uit de toelichting op artikel 12. • Regeling bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders (artikel 4 en toelichting besteding en verantwoording) (sector
- po)De instellingsaccountant stelt vast dat de gevraagde verantwoording in het bestuursverslag aanwezig is. • Branche code Goed bestuur in het mbo ( WEB, artikel 2.5.4 .) De instellingsaccountant stelt vast dat de instelling in het bestuursverslag: ○ verantwoording aflegt over het omgaan met de branche code; ○ als de instelling afwijkt van het hoofdmodel RvT/CvB dan zijn de redenen daarvoor verantwoord in het bestuursverslag. • Sector MBO Verantwoording wijzigingen opleidingenaanbod met betrekking tot het arbeidsmarktperspectief en de doelmatige verzorging van een opleiding ( WEB, artikel 6.1.3, lid 4 ) De instellingsaccountant stelt vast dat indien van toepassing is voldaan is aan de verslaggevingseisen WEB, artikel 6.1.3, lid 4 . • Sector MBO Verantwoording onderwijsprogramma met minder uren ( WEB, artikel 7.2.7, lid 3 en 4 ) De instellingsaccountant stelt vast dat indien van toepassing is voldaan is aan de verslaggevingseisen WEB, artikel 7.2.7, lid 3 en 4 . • Sector MBO Verantwoording afwijking koppeling keuzedelen aan de kwalificatie van de opleiding WEB, artikel 7.2.7, lid 10 De instellingsaccountant stelt vast dat indien van toepassing is voldaan is aan de verslaggevingseisen WEB, artikel 7.2.7, lid 10 . • Sector MBO Verantwoording keuzedelen ( WEB, artikel 6.1.2a, lid 2 ) De instellingsaccountant stelt vast dat indien van toepassing voldaan is aan de verslaggevingseisen WEB, artikel 6.1.2a, lid 2. • Sector HO ( WHW, artikel 9.8, lid 1 , artikel 9.51, lid 2 en artikel 10.3d en artikel 11.6 ) De instellingsaccountant stelt vast dat de instelling in het bestuursverslag: ○ een verslag van de Raad van Toezicht heeft opgenomen, waarin deze verantwoording aflegt over de uitvoering van haar taken en bevoegdheden; ○ als de instelling afwijkt van het hoofdmodel RvT/CvB dan zijn de redenen daarvoor verantwoord in het bestuursverslag. • Sector HO Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs artikel 17o, lid 5 en artikel 32, lid 2 De instellingsaccountant stelt vast dat de gevraagde rapportages in het bestuursverslag van een deelnemende bekostigde instelling aanwezig zijn. • Sector HO Besluit experiment vraagfinanciering hoger onderwijs, artikel 9, lid 5 De instellingsaccountant stelt vast dat de gevraagde rapportages en gegevens in het bestuursverslag van een deelnemende bekostigde instelling aanwezig zijn. • Sector HO Besluit experiment promotieonderwijs, artikel 12, lid 1, onder b De instellingsaccountant stelt vast dat de gevraagde rapportage en gegevens in het bestuursverslag van een deelnemende instelling aanwezig zijn. Rapportering 1 december 2016 De instellingsaccountant neemt, indien niet voldaan is aan de wettelijke bepalingen, een tekstpassage hieromtrent op in de controleverklaring onder de ‘Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie’. 2.3 Financiële rechtmatigheid • Referentiekader • Treasurybeleid • Samenwerking universiteit en academisch ziekenhuis • Geoormerkte aanvullende subsidies met een bestedingsverplichting • NWO-subsidies (alle sectoren) • Contractactiviteiten voor derden (overige baten) • Aftrekposten bekostiging PO • Declaraties sector HO • Aanvullende bekostiging eerste opvang nieuwkomers vo • Kosten opleidingen in het buitenland HO • Afrekening bij beëindiging bekostiging of opheffing (sector PO en VO) 2.3.1 Referentiekader 1 december 2021 De volgende wet- en regelgeving valt onder de reikwijdte van het oordeel van de instellingsaccountant over de financiële rechtmatigheid: • de relevante bepalingen in de onderwijswet- en regelgeving, deze zijn in detail opgenomen in bijlage I van dit protocol; • de relevante bepalingen in (onderwijs) wet- en regelgeving, zoals die als controlecriteria zijn opgenomen in hoofdstuk 2.3; • aanbestedingswetgeving (zowel Europees, als nationaal: Aanbestedingswet 2012, Aanbestedingsbesluit en Gids Proportionaliteit) en • individuele subsidiebeschikkingen waaruit blijkt dat deze verantwoord moeten worden in model G onder 2 (zie ook paragraaf 2.3.5). De overige van toepassing zijnde wet- en regelgeving, zoals de belastingwetgeving valt dus buiten het kader voor de financiële rechtmatigheid. Deze overige wet- en regelgeving neemt de instellingsaccountant wel mee in zijn werkzaamheden ten aanzien van de getrouw beeld verklaring in het kader van Standaard 250 ‘Het belang van wet- en regelgeving bij de controle van financiële overzichten’. In de hierboven genoemde bijlage I zijn de bepalingen uit de Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten opgenomen. Deze bepalingen zijn van toepassing vanaf 15 april 2021. Voor deze beleidsregel geldt (alleen voor 2021) een kwalitatieve materialiteit. Hiermee wordt bedoeld dat de instellingsaccountant de AO/IB rondom deze beleidsregel beoordeelt en daarover (ingeval van niet voldoen) rapporteert in de management letter en/of het accountantsrapport (dit is niet de uitzonderingsrapportage, zoals in paragraaf 1.1.3 genoemd) aan de RvT en/of het bestuur. Voor aanbestedingen die boven de Europese drempelbedragen vallen geldt de gebruikelijke materialiteit. Daarnaast is sprake van een specifieke rapportagegrens van 3%. De fout komt bij overschrijding van de gebruikelijke materialiteit en rapportagegrens alleen tot uitdrukking in de controleverklaring (dus niet in een VvB). Een nadere uitleg van de foutenevaluatie bij aanbestedingen (boven de Europese drempelwaarden) is opgenomen in bijlage III. Voor de aanbestedingen onder de Europese drempelbedragen geldt een kwalitatieve materialiteit. Hiermee wordt bedoeld dat de instellingsaccountant de AO/IB rondom deze aanbestedingen beoordeelt en daarover (ingeval van niet voldoen) rapporteert in de management letter en/of het accountantsrapport (dit is niet de uitzonderingsrapportage, zoals in paragraaf 1.1.3 genoemd) aan de RvT en/of het bestuur. Toelichting Kader Financiële Rechtmatigheid OCW wet- en regelgeving Het kader, als opgenomen in bijlage I van dit protocol, bevat bepalingen (gehele regelingen of individuele (delen van) artikelen) uit de wet- en regelgeving van OCW voor onderwijsinstellingen. Opgenomen zijn bepalingen die de uitkomsten van de financiële transactie beïnvloeden. Deze bepalingen geven aan welke uitgaven (en incidenteel: inkomsten) zijn toegestaan. Het kader vervangt voor de scholen en instellingen niet de gehele wet- en regelgeving. Beoogd is om volledig te zijn, maar het abusievelijk niet opnemen van een bepaling betekent niet dat een school of instelling zich er niet aan hoeft te houden. Wel betekent het dat de instellingsaccountant bij zijn controle kan uitgaan van het kader. Slechts als de instellingsaccountant kennis krijgt van het niet naleven van relevante en materiële, niet opgenomen, bepalingen dient de instellingsaccountant in overeenstemming met de beroepsvoorschriften (Standaard 240 en Standaard 250) te handelen. Het kader bevat dus niet: • bepalingen voor de inrichting van het onderwijs; • bepalingen voor het verkrijgen van bekostiging (bekostigingsparameters, aanvragen, termijnen etc.) tenzij deze specifiek zijn opgenomen in hoofdstuk 2.3; • bepalingen voor derden zoals gemeenten; • bepalingen over hoe OCW om moet gaan met de (rechten van) het bevoegd gezag van de school of instelling; • bepalingen voor het afleggen van verantwoording (voor jaarrekening, bestuursverslag, specifieke subsidieverantwoordingen); • bepalingen voor het inrichten van administraties. De bepalingen vallen uiteen in de volgende categorieën: • de activiteiten waarvoor kosten mogen worden gemaakt; • de toegestane kostensoorten; • de maximale hoogte van bepaalde uitgaven; • de maximale en minimale hoogte van bepaalde inkomsten; • invloed op balansmutaties. Als er sprake is van algemene bepalingen voor toegestane uitgaven, dan zijn ook de bepalingen opgenomen die de algemene bepalingen beperken, doch niet de bepalingen die een verruiming bieden. Als een instellingsaccountant vast kan stellen (positieve controle) dat de verruimende bepaling van toepassing is, kan hij de uitgaven of inkomsten alsnog goedkeuren. Soms wordt in een opgenomen bepaling verwezen naar een andere bepaling (artikel). Die is voor de overzichtelijkheid van het kader dan niet opgenomen. Niet voor alle bepalingen die zijn opgenomen in het kader zijn expliciet minimale werkzaamheden opgenomen. Van de instellingsaccountant wordt verwacht dat hij zijn controle in het kader van de financiële rechtmatigheid zo inricht, dat hij met inachtneming van de gegeven materialiteit tot een oordeel over de financiële rechtmatigheid kan komen. 2.3.2 Treasurybeleid 1 juli 2019 Aanvullend controlecriterium: Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016. De instellingsaccountant stelt vast dat aan artikel 4, artikel 5, lid 4 en 5, artikel 6, 7, 8, 9 en 12, lid 1, van de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 is voldaan. Voor opname in een VvB zijn de volgende aanwijzingen van toepassing: Het niet voldoen van een belegging, lening of derivaat aan de Regeling wordt gemeld aan het bestuur en opgenomen in een VvB. Zolang sprake is van het niet voldoen van een belegging, lening of derivaat aan de Regeling moet dit elk jaar in een VvB gemeld worden. Alleen in het jaar dat de belegging, lening of het derivaat is aangeschaft dient de betreffende waarde meegeteld te worden voor de foutbepaling van de strekking van de controleverklaring over de financiële rechtmatigheid. In geval een belegging bij aanschaf (onder de Regeling B&B 2010) aan de ratingseisen voldeed, maar inmiddels niet meer, maar de betreffende rating voldoet wel aan de eisen uit de regeling van 2016 dan kan opname in een VvB achterwege blijven. In geval een belegging bij aanschaf (onder de Regeling B&B 2010 of de Regeling 2016) voldeed aan de ratingseisen, maar inmiddels niet meer voldoet aan de ratingseisen uit de regeling van 2016 dan dient wel opname in het VvB plaats te vinden. Omdat geen sprake is van een onrechtmatige beheershandeling hoeft de omvang niet meegeteld te worden voor de foutbepaling van de strekking van de controleverklaring over de financiële rechtmatigheid. 2.3.3 Samenwerking universiteit en academisch ziekenhuis 1 juli 2010 Aanvullend controlecriterium: academische ziekenhuizen: artikel 2.12, van de WHW. Dit controlepunt geldt alleen voor universiteiten, waaraan een academisch ziekenhuis is verbonden. De universiteit die ondersteund wordt door het academisch ziekenhuis bij het verzorgen van geneeskundig onderwijs en onderzoek, krijgt hiervoor een rijksbijdrage toegekend. De instellingsaccountant controleert of deze bijdrage onverwijld aan het academisch ziekenhuis is doorbetaald. 2.3.4 Geoormerkte aanvullende subsidies met een bestedingsverplichting 1 december 2018 De instellingsaccountant stelt op grond van de bekostigings-/subsidievoorwaarden/subsidieverplichtingen vast dat de (geoormerkte) aanvullende bekostiging/subsidie met bestedingsverplichting rechtmatig is besteed. Dit betreft de in model G onder G2 verantwoorde subsidies. Voor nog te besteden (geoormerkte) aanvullende bekostiging/subsidies uit voorgaande jaren blijven de aanwijzingen uit voorgaande accountantsprotocollen van kracht. In alle gevallen zijn de aanwijzingen in de individuele subsidiebeschikkingen ten aanzien van verantwoorden leidend. Voor deze post geldt een specifieke materialiteit en specifieke rapportagegrens (zie Algemeen voor een toelichting en zie Materialiteitstabel voor de betreffende specifieke materialiteit en specifieke rapportagegrens). Het totaalbedrag van de bestedingen (in het controlejaar) van de geoormerkte aanvullende bekostiging/subsidies met een bestedingsverplichting vormt een afzonderlijke massa waarop de specifieke materialiteit voor de controle van de bestedingen moeten worden toegepast. De instellingsaccountant richt zijn controle zodanig in dat hij een redelijke mate van zekerheid kan verkrijgen dat geen onrechtmatige bestedingen voorkomen met een belang dat groter is dan 3% van de totale bestedingen van de (geoormerkte) aanvullende bekostiging/subsidies met bestedingsverplichting in het betreffende controlejaar. Als deze specifieke materialiteit wordt overschreden, maar de materialiteit voor de jaarrekeningcontrole niet, dan heeft dit geen invloed op de controleverklaring bij de jaarrekening. Zie voor een nadere toelichting Algemeen. Het kan eventueel voor de school/instelling wel consequenties hebben voor terugbetalingsverplichtingen, zoals uit de desbetreffende regeling blijkt. Als de instellingsaccountant bestedingen constateert die in strijd zijn met de subsidievoorwaarden dan wel bekostigingsvoorwaarden of subsidieverplichtingen en deze hebben mogelijk invloed op de totale omvang van de (geoormerkte) aanvullende subsidies/bekostiging, dan moet het bevoegd gezag deze corrigeren. Indien de instellingsaccountant constateert dat de bekostiging niet rechtmatig is, dan ziet de instellingsaccountant erop toe dat het bevoegd gezag dit corrigeert. Indien de correctie niet plaatsvindt dan neemt de instellingsaccountant dat op in een verslag van bevindingen zoals vermeld in Omgaan met fouten. 2.3.5 Nwo-subsidies (alle sectoren) 1 juli 2020 Naast OCW verstrekt ook de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) subsidies aan onderwijsinstellingen. Onder deze subsidies worden ook begrepen de subsidies van Technologiestichting STW (STW) en Zorg Organisatie Nederland en Medische wetenschap (ZonMw), voor zover de NWO subsidievoorwaarden van kracht zijn. De financiële verantwoording over deze subsidies vindt plaats via de jaarrekening van de onderwijsinstellingen. Op grond van een akkoord gesloten tussen de Vereniging van Universiteiten (VSNU), NWO en de vereniging Sectie Gezondheidsfondsen (SGF) kunnen ook de subsidies van de gezondheidsfondsen aangesloten bij deze vereniging op deze wijze worden verantwoord (alleen universiteiten). Voor deze post geldt een specifieke materialiteit en specifieke rapportagegrens (zie Algemeen voor een toelichting en zie Materialiteitstabel voor de betreffende specifieke materialiteit en specifieke rapportagegrens). De toepassing hiervan is zoals vermeld in de paragraaf voor de besteding van geoormerkte aanvullende subsidies. Deze subsidies worden gezien als een afgescheiden controlemassa los van de verantwoorde subsidies op G2. De controlecriteria vloeien voort uit de afzonderlijke subsidiebeschikkingen. De instellingsaccountant controleert de rechtmatigheid van de besteding van deze subsidiegelden. In afwijking van hetgeen is opgenomen in Accountantsproducten / rapportering, stuurt de instelling, indien van toepassing, een verslag van bevindingen naar de NWO. 2.3.6 Contractactiviteiten voor derden (overige baten) 1 juli 2019 Aanvullend controlecriterium: EU verdrag oneerlijke concurrentie. Overheidsgelden mogen niet zodanig worden aangewend dat er oneerlijke concurrentie ontstaat. Van de instellingsaccountant wordt geen marktonderzoek verlangd. Wel stelt hij vast dat minimaal een kostendekkend tarief is berekend. 2.3.7 Aftrekposten bekostiging PO 1 juli 2021 Specifieke controlecriteria: artikel 138 en 139, van de WPO en artikel 132 en 133, van de WEC, Regeling achterwege laten vermindering van de bekostiging bij niet-herbenoeming ontslaguitkeringsgerechtigde ex-werknemers primair onderwijs Wachtgelden PO De instellingsaccountant controleert of het bevoegd gezag de bepalingen over voorrang bij benoemingen (eigenwachtgelderbepalingen) naleeft. Als deze bepalingen niet worden nageleefd controleert de instellingsaccountant of op de bekostiging in mindering gebracht is: de salarissen, toelagen, uitkeringen of andere bijdragen waarop aanspraak wordt gemaakt door personeel dat is benoemd met voorbijgaan aan de eigenwachtgelderbepalingen of aan personeel dat gebruik maakt van een regeling voor onvrijwillige werkloosheid of taakvermindering. De instellingsaccountant stelt in geval van vacatures waarvoor een (toekomstige) ontslaguitkeringsgerechtigde ex-werknemer (‘eigen wachtgelder waarop geen ontheffing van toepassing is’) beschikbaar is, vast dat: • geen nieuw personeel is benoemd; • van geen enkel personeelslid de betrekkingsomvang is uitgebreid; • van geen enkel personeelslid de tijdelijke benoeming is verlengd; • van geen enkel personeelslid de tijdelijke benoeming is omgezet in een vast dienstverband. Als blijkt dat een bevoegd gezag zich niet aan de herbenoemingsverplichting van uitkeringsgerechtigde ex-werknemers heeft gehouden, neemt de instellingsaccountant dit op in een verslag van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering. De instellingsaccountant vermeldt de financiële gevolgen van het niet-naleven van deze bepaling. Document: • de ‘Regeling achterwege laten vermindering van de bekostiging bij niet-herbenoeming ontslaguitkeringsgerechtigde ex-werknemers primair onderwijs’ ; • de publicatie ‘Toepassing bepaling eigen wachtgelders’ van 1 november 1995 met kenmerk CFI/FPV-95/1680 (Uitleg/Gele Katern 1995, nummer 26 van 8 november 1995). Vermindering bekostiging negatieve toetsingen PO 1 juli 2018 Specifieke controlecriteria: artikel 138, lid 2 en 139, lid 4, van de WPO en artikel 132, lid 2 van de WEC. De instellingsaccountant controleert of het bevoegd gezag rekening houdt met de vermindering op de bekostiging van de kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet, die DUO uitvoert in het kader van de instroom van de werkloosheidsuitkeringen. Deze vermindering op de bekostiging is niet van toepassing, indien het Participatiefonds heeft ingestemd met het ten laste van het Participatiefonds brengen van de kosten van uitkeringen of suppleties als bedoeld in de eerste volzin. Als blijkt dat een bevoegd gezag zich niet aan de regelgeving heeft gehouden, neemt de instellingsaccountant dit op in een verslag van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten / rapportering. De instellingsaccountant vermeldt de financiële gevolgen van het niet-naleven van deze bepalingen. 2.3.8 Declaraties sector HO 1 december 2019 Aanvullend controlecriterium: Regeling declaraties en bestuurskosten CvB-leden bekostigde Nederlandse hogescholen, Declaratieregeling CvB-leden Nederlandse universiteiten. Voor deze post geldt een specifieke materialiteit en specifieke rapportagegrens (zie Algemeen voor een toelichting en zie Materialiteitstabel voor de betreffende specifieke materialiteit en rapportagegrens). Het totaalbedrag van de declaraties (voor alle CvB-leden tezamen, zoals opgenomen in het overzicht verantwoording declaraties CvB-leden in het bestuursverslag) vormt een afzonderlijke massa waarop de specifieke materialiteit voor de controle van de declaraties moeten worden toegepast. De instellingsaccountant richt zijn controle zodanig in dat hij een redelijke mate van zekerheid kan verkrijgen dat geen vergoedingen voorkomen met een belang dat groter is dan 3% van de totale omvang van de declaraties, die niet in overeenstemming zijn met de Regeling declaraties en bestuurskosten CvB-leden bekostigde Nederlandse hogescholen of de Declaratieregeling CvB-leden Nederlandse universiteiten. Als deze specifieke materialiteit wordt overschreden, maar de materialiteit voor de jaarrekeningcontrole niet, dan heeft dit geen invloed op de controleverklaring bij de jaarrekening. Zie voor een nadere toelichting Algemeen. 2.3.9 Aanvullende bekostiging eerste opvang nieuwkomers vo 1 december 2021 Aanvullend controlecriterium: Regeling aanvullende bekostiging eerste opvang nieuwkomers vo artikel 3, lid 2, Overzichten Financiële Beschikkingen 2021 van de school. Uit de Overzichten Financiële Beschikkingen over 2021 blijkt of een school op grond van artikel 3, lid 2 van de hiervoor genoemde regeling aanvullende bekostiging voor eerste opvang heeft ontvangen. Ingeval de school aanvullende bekostiging voor eerste opvang heeft ontvangen stelt de instellingsaccountant vast dat een verklaring van de gemeente, waaruit blijkt dat de school nog niet eerder aanvullende bekostiging van de gemeente heeft ontvangen voor de organisatie van eerste opvang aanwezig is in de administratie van de school. Indien de gevraagde verklaring van de gemeente niet aanwezig is, dan neemt de instellingsaccountant dit op in het verslag van bevindingen. 2.3.10 Kosten opleidingen in het buitenland sector HO 1 juli 2019 Aanvullend controlecriterium: Uitvoeringsbesluit WHW 2008 artikel 6.8 (lid 1 tot en met 3), dit artikel is ook van toepassing op de voorbereidingskosten (voor of zonder aanvraag voor toestemming bij Onze Minister) Voor dit onderwerp geldt een specifieke materialiteit en specifieke rapportagegrens (zie Algemeen voor een toelichting en zie Materialiteitstabel voor de betreffende specifieke materialiteit en rapportagegrens). De accountant stelt vast dat publieke middelen (zoals gedefinieerd in artikel 6.8, lid 1 ) niet zijn aangewend voor de kosten van een opleiding in het buitenland of voor de kosten van voorbereiding op het verzorgen van die opleiding in het buitenland of voor de kosten voor het indienen van een aanvraag. De accountant stelt vast dat in voorkomende gevallen sprake is van een afzonderlijke boekhouding voor activiteiten betreffende de opleiding in het buitenland enerzijds en de activiteiten bedoeld in artikel 1.3, van de WHW anderzijds ( artikel 6.8, lid 2 ). Indien OCW op grond van artikel 6.8, lid 3 nadere voorschriften heeft gesteld met betrekking tot de financiële verantwoording, dan stelt de accountant vast dat aan die voorschriften is voldaan. In geval van fouten of dat de boekhouding of financiële verantwoording niet voldoet dan neemt de accountant die bevindingen op in een Verslag van Bevindingen, zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering. 2.3.11 Afrekening bij beëindiging bekostiging of opheffing (sector PO en VO) 1 juli 2021 Aanvullend controlecriterium: WPO artikel 163a, Besluit bekostiging WPO, artikel 34c, lid 2, WVO artikel 110a, Besluit bekostiging WVO 2021 artikel 31 De instellingsaccountant stelt vast dat een (eventueel) exploitatieoverschot juist en volledig is opgenomen op de eindbalans. 2.4 Overige rechtmatigheid • Treasurybeleid • Verklaring omtrent het gedrag PO, VO en MBO • Studenten die opleiding voor een groot gedeelte op de werkplek volgen ingeschreven bij opleidingsscholen (alle sectoren) 2.4.1 Treasurybeleid 1 juli 2018 Aanvullend controlecriterium: Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 Voor het onderwerp ao/ib geldt een specifieke materialiteit en specifieke rapportagegrens (zie Algemeen voor een toelichting). Het voorschrijven van een specifieke materialiteit en specifieke rapportagegrens verhoudt zich lastig tot werkzaamheden van de instellingsaccountant die zijn gericht op het vaststellen van elementen van administratieve organisatie en interne beheersing. In dit geval wordt hiermee bedoeld dat de instellingsaccountant ongeacht de materialiteit vaststelt dat de school/instelling de hieronder bedoelde vastlegging toereikend heeft uitgevoerd. Indien dit niet het geval is dan neemt de instellingsaccountant dit op in een verslag van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten / rapportering. De instellingsaccountant stelt vast dat aan artikel 3, lid 1 en artikel 5, lid 3 , van de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 is voldaan. 2.4.2 Verklaring omtrent het gedrag PO, VO en MBO 1 december 2021 Aanvullende controlecriteria: • PO: artikel 3, lid 1, onder a, artikel 3a, lid 1, onder a, artikel 32, lid 2, onder a, onder 1 en lid 9, van de WPO • PO: artikel 3, lid 1 onder a, artikel 3a, lid 1, onder a en artikel 32, lid 2, onder a, onder 1 en lid 9, van de WEC • VO: artikel 33, lid 1, onder a, artikel 34, lid 1, onder a en artikel 35, lid 1 onder a, van de WVO • MBO: artikel 4.2.1, lid 2, onder a, artikel 4.2.2, lid 1, onder a, artikel 4.2a.1, van de WEB. Voor dit onderwerp geldt een specifieke materialiteit en specifieke rapportagegrens (zie Algemeen voor een toelichting en zie Materialiteitstabel voor de betreffende specifieke materialiteit en specifieke rapportagegrens). De instellingsaccountant stelt vast dat de verklaring omtrent het gedrag (die voldoet aan de wettelijke eisen) -met inachtneming van de specifieke materialiteit- is opgenomen in het personeelsdossier voor alle personeelsleden in loondienst bij het bevoegd gezag of de instelling, waarvoor dit wettelijk vereist is. Voor de controle op de tijdigheid kan de accountant uitgaan van de datum van afgifte van de VOG. Indien dit niet het geval is (zowel ontbreken, als niet tijdig) dan neemt de instellingsaccountant dit op in een verslag van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering. Hierin vermeldt de instellingsaccountant het personeelsnummer van de betrokkenen, het aantal ontbrekende en niet tijdige verklaringen omtrent het gedrag per categorie personeel (directie in de sector PO,EC en VO), onderwijsgevend personeel (alle sectoren), onderwijsondersteunend personeel (alle sectoren) en overig personeel (sector MBO) per school of onderwijsinstelling(instellingscode) en de reden voor het ontbreken van de verklaringen. 2.4.3 Studenten die opleiding voor een groot gedeelte op de werkplek volgen ingeschreven bij een opleidingsschool (alle sectoren) 1 december 2020 Aanvullend controlecriterium: Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsscholen 2019 Voor dit onderwerp geldt een specifieke materialiteit en specifieke rapportagegrens (zie Algemeen voor een toelichting en zie Materialiteitstabel voor de betreffende specifieke materialiteit en specifieke rapportagegrens). De instellingsaccountant stelt, aan de hand van de uiterlijk op 30 september 2021 verstrekte opgave ( artikel 8, lid 3 ) vast dat de hierin opgenomen gegevens ten aanzien van het aantal studenten zoals bedoeld in artikel 1 juist zijn. Indien dit niet het geval is dan neemt de instellingsaccountant dit op in een verslag van bevindingen zoals vermeld in Accountantsproducten/rapportering. Op grond van de regeling is dit alleen van toepassing voor de penvoerder. 2.5 Controleverklaring bij het jaarverslag • Algemeen • Voorbeeldtekst goedkeurende controleverklaring Algemeen 1 juli 2021 Als de instellingsaccountant op grond van zijn bevindingen een andere dan een goedkeurende verklaring afgeeft, moet hij een afwijkende tekst hanteren. Het feit dat hij een andere dan een goedkeurende verklaring heeft afgegeven, gebruik maakt van een paragraaf ter benadrukking van aangelegenheden en/of paragraaf inzake overige aangelegenheden moet hij vermelden op het zogenoemde Aanbiedingsformulier, dat bij de indiening van de jaarrekening bij DUO moet worden gebruikt. Ook geeft de instellingsaccountant op het Aanbiedingsformulier aan of er een afzonderlijk verslag van bevindingen (zie paragraaf 1.1.3) is opgesteld. Als de instellingsaccountant een andere dan een goedkeurende verklaring afgeeft, dan sluit hij voor wat betreft de oordeelsparagraaf aan bij de teksten van deel 3 sectie II van de HRA (deel Voorbeeldteksten), uitgegeven door de NBA. Instellingsaccountants kunnen vrijwillig gebruik maken van de uitgebreidere controleverklaring (zie Standaard 700.31) in overleg met de betreffende instelling. Hiervoor zijn optionele passages in de voorbeeld verklaring opgenomen. Bij toepassing van de uitgebreidere controleverklaring volgt de instellingsaccountant de aanwijzingen in de beroepsstandaarden. Meer informatie over de uitgebreidere controleverklaring is te vinden op de website van de NBA: De uitgebreide controleverklaring (nba.
- nl)Voorbeeldtekst goedkeurende controleverklaring 1 december 2020 De voorbeeldtekst goedkeurende controleverklaring voor de onderwijssector is opgenomen op de website van de NBA (https://www.nba.nl/tools-en-voorbeelden/voorbeeldteksten-en-verklaringen/) in HRA deel 3. De accountant is verplicht de voorbeeldtekst op de website van de NBA te volgen. De voorbeeldtekst is voor een enkelvoudige jaarrekening (inclusief eventueel groepsrelaties), ingeval sprake is van een geconsolideerde jaarrekening met een enkelvoudige jaarrekening, dan dient de voorbeeldtekst daar conform de beroepsvoorschriften op aangepast te worden. 3 Inleiding onderzoeksprocedure GGL en Register onderwijsdeelnemers 1 juli 2021 De gegevens in het Register onderwijsdeelnemers (ROD) bepalen voor de sectoren VO, MBO en HO in belangrijke mate de hoogte van de bekostiging/rijksbijdrage en zijn in de sectoren MBO en HO eveneens van belang bij het verstrekken van studiefinanciering. Daarnaast kunnen deze gegevens ook voor andere beleidsdoelen worden gebruikt. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant de juistheid van deze gegevens vaststelt. Voor de sector PO beperkt het onderzoek zich tot de GGL. De instellingsaccountant geeft over zijn onderzoek een afzonderlijk assurance-rapport af. Krachtens de onderwijswetgeving wordt een accountantsverklaring bij deze gegevens gevraagd. Door de wijziging van het verklaringenstelsel geeft de instellingsaccountant vanaf 2007 echter niet langer een accountantsverklaring af bij deze gegevens maar een assurance-rapport. Deze rapportagevorm wordt gebruikt als andere aspecten dan alleen de getrouwheid van de financiële informatie moeten worden getoetst en als het andere informatie dan historische financiële informatie betreft, zoals bij deze gegevens het geval is. Voor een assurance-rapport is Standaard 3000A leidend, waarbij OCW bepaalt dat het assurance-rapport hetzelfde zekerheidsniveau dient te verschaffen als voorheen de accountantsverklaring. Assurance-opdrachten die leiden tot een assurance-rapport moeten aan vergelijkbare kwaliteitseisen voldoen als assurance-opdrachten die leiden tot een controleverklaring. In dit accountantsprotocol wordt voor elke sector in een afzonderlijk gedeelte ingegaan op de meest relevante wet- en regelgeving voor het onderzoek van de GGL in de sector PO en het Register onderwijsdeelnemers in de overige sectoren. Aan het einde van elk onderdeel is de tekst van het af te geven goedkeurende assurance-rapport opgenomen. Voor het omgaan met geconstateerde fouten met betrekking tot de juistheid geldt voor het accountantsonderzoek van de gegevens dat alle fouten moeten worden gecorrigeerd door de school/instelling. Als deze fouten niet door de school/instelling kunnen worden gecorrigeerd dan informeert de instellingsaccountant het bevoegd gezag/bestuur en het interne toezichthoudende orgaan hierover conform de geldende beroepsvoorschriften en handelt als volgt: • bij materiële fouten (≥ 2% per soort gegeven(s)): materiële fouten hebben invloed op de strekking van het assurance-rapport en worden uit dien hoofde in het assurance-rapport toegelicht; • bij niet-materiële fouten (< 2% per soort gegeven(s)): niet-materiële fouten worden opgenomen in een verslag van bevindingen zoals uiteengezet in Accountantsproducten / rapportering. Omdat OCW het uitgangspunt hanteert dat fouten door de school/instelling moeten worden gecorrigeerd is dit rapport een uitzonderingsrapportage. DUO zal indien nodig op basis van het rapport overgaan tot bijstelling van de gegevens (en/of bekostiging) van de school/instelling. Het is de verantwoordelijkheid van de school/instelling in de sectoren VO, MBO en HO om de gegevens in het Register onderwijsdeelnemers te voorzien van een goedkeurend assurance-rapport bij DUO vestiging Groningen in te dienen. DUO vestiging Groningen accepteert alleen goedkeurende assurance-rapporten. DUO vestiging Groningen kan en zal geen interpretatie doen van de gestuurde gegevens. Niet-goedkeurende assurance-rapporten en verslagen van bevindingen die niet voldoen aan de eisen van dit accountantsprotocol, worden door DUO vestiging Groningen teruggestuurd naar de school/instelling. De school/instelling is ervoor verantwoordelijk dat er alsnog binnen de gestelde termijn een assurance-rapport wordt ingestuurd dat voldoet aan de eisen van dit accountantsprotocol. De scholen in de sector PO sturen het assurance-rapport naar DUO vestiging Den Haag. DUO vestiging Den Haag accepteert alleen goedkeurende assurance-rapporten en verslagen van bevindingen met fouten die niet door de school/instelling gecorrigeerd kunnen worden. DUO vestiging Den Haag kan en zal geen interpretatie doen van de gestuurde gegevens. Niet-goedkeurende assurance-rapporten en verslagen van bevindingen die niet voldoen aan de eisen van dit accountantsprotocol, worden door DUO vestiging Den Haag teruggestuurd naar de school/instelling. De school/instelling is ervoor verantwoordelijk dat er alsnog binnen de gestelde termijn een assurance-rapport wordt ingestuurd dat voldoet aan de eisen van dit accountantsprotocol. Als de instellingsaccountant een ander dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft of een eventueel separaat verslag van bevindingen moet hij dat duidelijk aangeven op de aanbiedingsbrief bij het assurance-rapport en het aanbiedingsformulier dat bij de indiening van de gegevens bij DUO moet worden gebruikt. Daarbij worden alle fouten, onjuistheden en onzekerheden opgenomen. Indien van toepassing, dan dient per bevinding het burgerservicenummer (of onderwijsnummer), de erkende opleidingscode en een toelichting te worden opgenomen. Tot slot wordt opgemerkt dat bij het ontbreken van een tijdig of onvolledig ingediend goedkeurend assurance-rapport voor de betreffende scholen/instellingen het sanctiebeleid van toepassing is. In de hoofdstukken 5,6 en 7 voor de sectoren VO, MBO en HO is met ingang van het OAP OCW 2017 een nieuwe tabel toegevoegd m.b.t. de omvang van gegevensgerichte werkzaamheden in geval van toepassing van deelpopulaties per soort gegeven. Ter toelichting hierop is een stroomschema opgenomen in bijlage II. 4 Onderzoeksprocedure bekostigingsgegevens sector PO 4.1 Algemeen 1 juli 2021 Het accountantsprotocol voor de sector PO is een leidraad/regeling als bedoeld in artikel 171, lid 4, van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en in artikel 157, lid 4, van de Wet op de Expertisecentra (WEC). Het accountantsprotocol bevat de vertaalslag van de bekostigingsvoorwaarden uit de wet- en regelgeving naar de minimale onderzoekswerkzaamheden die ten grondslag liggen aan het afgeven van het assurance-rapport (voorheen accountantsverklaring), zoals genoemd in artikel 172, lid 1, van de WPO en artikel 158, lid 1, van de Wet op de Expertisecentra. Voor de tekst van het assurance-rapport is een format opgenomen dat door de instellingsaccountant moet worden gebruikt. Het onderzoek van de instellingsaccountant heeft betrekking op de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de rijksbijdrage conform de WPO en de WEC. Het assurance-rapport kan primair alleen gebruikt worden voor de vaststelling van de rijksbijdrage. Het staat het ministerie vrij om de GGL, en het assurance-rapport daarbij, ook voor andere beleidsdoeleinden te gebruiken als zij van mening is dat de werkzaamheden, zoals in dit accountantsprotocol voorgeschreven, voldoende zijn om de data te interpreteren voor eventueel andere beleidsdoeleinden. Het onderdeel onderzoek bekostigingsgegevens PO is van toepassing op (artikel 1, van de WPO): • basisscholen; • speciale scholen voor basisonderwijs; • scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. De voor het onderzoek van de bekostigingsgegevens relevante wet- en regelgeving bestaat uit: • de Wet op het Primair Onderwijs (WPO); • de Wet op de Expertisecentra (WEC); • het besluit bekostiging WPO; • het besluit bekostiging WEC; • De Regeling informatievoorziening WPO/WEC. De wet- en regelgeving is ook terug te vinden op: https://www.overheid.nl In januari 2022 ontvangt het bevoegd gezag van een school van DUO een informatiebrief over de gewogen gemiddelde leeftijd met instructies over de uitwisseling van gegevens met DUO. Het is noodzakelijk dat de instellingsaccountant op de hoogte is van de inhoud van deze brief. 4.2 Onderzoek bekostigingsgegevens 4.2.1 Object van onderzoek 1 juli 2016 De bekostigingsgegevens bepalen in belangrijke mate de hoogte van de rijksbijdrage. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van de definitieve bekostigingsgegevens vaststelt. De instellingsaccountant geeft daarover een assurance-rapport af. De instellingsaccountant richt het onderzoek zodanig in dat onjuistheden groter dan 2% (per soort gegevens) worden ontdekt. Uiteraard moeten alle geconstateerde fouten, ongeacht het materiële belang, worden gecorrigeerd. Het voor de bekostiging relevante soort gegeven betreft de gewogen gemiddelde leeftijd (GGL) van de leraren per 1 oktober 2021. Voor zijn onderzoek maakt de instellingsaccountant gebruik van de volgende informatie: • Het door de besturen aan DUO in te zenden formulier ‘Aanbieding Bekostigingsgegevens PO 2021’ met daarin opgenomen de gegevens over de ‘Gewogen Gemiddelde Leeftijd per 1 oktober 2021 ‘. 4.2.2 Minimale werkzaamheden 1 juli 2021 Gewogen Gemiddelde Leeftijd leraren 1-10-2021 Bij het onderzoek op de juistheid van de geregistreerde leeftijden en betrekkingsomvang van de leraren die voor de GGL van belang zijn, stelt de instellingsaccountant op niveau van het bevoegd gezag vast dat: Tabel 4.2.2a werkzaamheden gewogen gemiddelde leeftijd leraren per 1-10-2021 Item Te verrichten werkzaamheden GGL • de personeelsleden die zijn uitgezonderd op het begrip leraar buiten de gegevens voor de berekening zijn gelaten; • alle personeelsleden die bij de berekening betrokken moeten worden ook daadwerkelijk in de berekeningen zijn opgenomen; • (in het geval van meerdere instellingscodes) de leraar op de teldatum ook daadwerkelijk werkzaam is op de school (instellingscode) waar hij voor de berekening van de GGL is opgenomen. De werkelijke inzet van de leraar op een instellingscode is vast te stellen aan de hand van een op de teldatum geldend lesrooster. Indien de instellingsaccountant gebruik maakt van een ander controlemiddel moet in elk geval het vaststellen van de werkelijke combinatie leraar- instellingscode op de teldatum zijn inbegrepen; • direct voor de teldatum leraren zijn ontslagen c.q. direct na de teldatum leraren zijn benoemd. Als de instellingsaccountant hierbij acties constateert die uitsluitend de bedoeling hebben om de GGL positief te beïnvloeden of bij twijfel hierover, dan neemt de instellingsaccountant dat op in een verslag van bevindingen; • de leeftijd (rekening houdend met minimum en maximum leeftijd) juist is opgenomen; • de berekeningen rekenkundig juist zijn; • eventuele correcties uit voorgaande jaren door DUO juist zijn verwerkt. Overzicht GGL • het overzicht is ondertekend door het bevoegd gezag van de school. Naast bovengenoemde werkzaamheden zal de instellingsaccountant ook werkzaamheden moeten verrichten om de juistheid van de betrekkingsomvang en de juistheid van de opgenomen leeftijd vast te stellen. Hiervoor kan de instellingsaccountant steunen op werkzaamheden, die hij al verricht heeft in het kader van de jaarrekeningcontrole, waarbij wel rekening gehouden moet worden met de specifieke onderzoekseisen voor de bekostiging en de afwijkende materialiteit. Het bevoegd gezag van de school kan ervoor kiezen om het onderzoek op de juistheid van de berekening van de GGL door de instellingsaccountant te laten ondersteunen door een third party mededeling (TPM) over de juistheid van de berekening door het salarispakket. Op basis van de bevindingen van de instellingsaccountant brengt het bevoegd gezag op het formulier ‘Aanbieding Bekostigingsgegevens PO 2021’ de correcties GGL voor de peildatum 1 oktober 2021 aan. De gegevens over de gewogen gemiddelde leeftijd worden in januari 2022 op de site van DUO onder instellingsinformatie bij bekostigingsinformatie beschikbaar gesteld. De instellingsaccountant ondertekent het formulier waarin de GGL van alle scholen ressorterend onder het bevoegd gezag zijn weergegeven. Het bevoegd gezag zendt enkel het formulier ‘Aanbieding Bekostigingsgegevens PO 2021’ en het assurance-rapport vóór 1 juli 2022 in. 4.3 Assurance-rapport • Algemeen • Assurance-rapport PO Algemeen 1 juli 2021 De assurance-rapporten voor PO worden opgesteld op bestuursniveau (niveau bevoegd gezag). De aan het oordeel ten grondslag liggende bevindingen moeten echter herleidbaar zijn tot op schoolniveau. Als de instellingsaccountant op grond van zijn bevindingen een ander dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft, moet hij een afwijkende tekst hanteren. Zie hiervoor Standaard 3000A vanaf paragraaf 51 van de ‘Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS)’ van de NBA. Goedkeurend assurance-rapport PO 1 juli 2021 Voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de Opgave van de bekostigingsgegevens voor scholen voor Primair Onderwijs Assurance-rapport van de onafhankelijke accountant Aan: Opdrachtgever (indien van toepassing raad van toezicht3Voor een instelling op grond van WPO of WEC raad van toezicht vervangen door intern toezichthouder of intern toezichthoudend orgaan (zoals bedoeld in WPO, artikel 17a, 17b en 17c en WEC, artikel 28g, 28h en 28i). Voor een openbare school zonder raad van toezicht vervangen door ‘gemeenteraad’ (of gemeenteraden) op grond van de WPO, artikel 47 en 48. noemen) Ons oordeel Wij hebben het bijgevoegde en door ons gewaarmerkte formulier ‘Overzicht Gewogen Gemiddelde Leeftijd’ van de bekostigingsgegevens van... (naam bevoegd gezag) te ... (zetel bevoegd gezag) per 1 oktober 2021 (hierna: de Opgave) onderzocht. Naar ons oordeel is de Opgave van de bekostigingsgegevens van ... (naam bevoegd gezag) in alle van materieel belang zijnde aspecten juist opgesteld in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria. De basis voor ons oordeel Wij hebben ons onderzoek uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Standaard 3000A ‘Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (attest-opdrachten)’. Deze opdracht is gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor het onderzoek over de Opgave’. Wij zijn onafhankelijk van ... (naam bevoegd gezag) zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Daarnaast hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Van toepassing zijnde criteria Voor deze opdracht gelden de volgende criteria: • de voor de juistheid van de gegevens relevante bepalingen bij of krachtens de Wet op het primair onderwijs respectievelijk de Wet op de expertisecentra2Opnemen in de verklaring hetgeen van toepassing is op het betreffende bestuur.; en • de hoofdstukken 3 en 4 van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2021. Beperking in gebruik en verspreidingskring De Opgave van de bekostigingsgegevens is opgesteld voor de Minister van OCW met als doel de berekening van de rijksbijdrage van 2022, als bedoeld in artikel 69, lid 1, van de Wet op het primair onderwijs, respectievelijk artikel 70, lid 1, van de Wet op de expertisecentra2Opnemen in de verklaring hetgeen van toepassing is op het betreffende bestuur. voor ... (naam bevoegd gezag) vast te stellen. Hierdoor is de Opgave van de bekostigingsgegevens mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Ons assurance-rapport is derhalve uitsluitend bestemd voor ... (naam bevoegd gezag) en de Minister van OCW en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen. Verantwoordelijkheden van het bestuur en de raad van toezicht3Voor een instelling op grond van WPO of WEC raad van toezicht vervangen door intern toezichthouder of intern toezichthoudend orgaan (zoals bedoeld in WPO, artikel 17a, 17b en 17c en WEC, artikel 28g, 28h en 28i). Voor een openbare school zonder raad van toezicht vervangen door ‘gemeenteraad’ (of gemeenteraden) op grond van de WPO, artikel 47 en 48. voor de Opgave Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de Opgave in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria. Het bestuur is ook verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opstellen van de Opgave mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. De raad van toezicht3Voor een instelling op grond van WPO of WEC raad van toezicht vervangen door intern toezichthouder of intern toezichthoudend orgaan (zoals bedoeld in WPO, artikel 17a, 17b en 17c en WEC, artikel 28g, 28h en 28i). Voor een openbare school zonder raad van toezicht vervangen door ‘gemeenteraad’ (of gemeenteraden) op grond van de WPO, artikel 47 en 48.) is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van het opstellen van de Opgave van de bekostigingsgegevens op grond van de van toepassing zijnde criteria als onderdeel van zijn toezicht op de rechtmatige verwerving van de middelen. Onze verantwoordelijkheden voor het onderzoek over de Opgave Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van ons onderzoek dat wij daarmee voldoende en geschikte assurance-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Ons onderzoek is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens ons onderzoek niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Wij passen de ‘Nadere voorschriften kwaliteitssystemen’ (NVKS) toe. Op grond daarvan beschikken wij over een samenhangend stelsel van kwaliteitsbeheersing inclusief vastgelegde richtlijnen en procedures inzake naleving van ethische voorschriften, professionele standaarden en andere relevante wet- en regelgeving. Ons onderzoek bestond onder andere uit: • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de Opgave van de bekostigingsgegevens afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van assurance-werkzaamheden en het verkrijgen van assurance-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van interne beheersing; • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor het onderzoek met als doel assurance-werkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de instelling; • het tenminste uitvoeren van de in het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2021 opgenomen werkzaamheden in de hoofdstukken 3 en 4. Plaats en datum Naam accountantspraktijk Naam accountant Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden: 5 Onderzoeksprocedure Register onderwijsdeelnemers sector VO 5.1 Algemeen 1 december 2021 Het accountantsprotocol voor de sector VO wordt conform artikel 18, lid 3 en artikel 24, lid 7, van het Besluit bekostiging WVO 2021 vastgesteld bij ministeriële regeling. Het accountantsprotocol bevat de vertaalslag van de bekostigingsvoorwaarden uit de wet- en regelgeving naar de minimale onderzoekswerkzaamheden die ten grondslag liggen aan het afgeven van het assurance-rapport (voorheen accountantsverklaring), zoals genoemd in artikel 18, lid 2, van het Besluit bekostiging WVO 2021. Voor de tekst van het assurance-rapport is een format opgenomen dat door de instellingsaccountant moet worden gebruikt. Het onderzoek van de instellingsaccountant heeft betrekking op de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de rijksbijdrage conform de WVO. Het assurance-rapport kan primair alleen gebruikt worden voor de vaststelling van de rijksbijdrage. Het staat het ministerie vrij om de relevante gegevens in het OBO, en het assurance-rapport daarbij, ook voor andere beleidsdoeleinden te gebruiken als zij van mening is dat de werkzaamheden, zoals in dit accountantsprotocol voorgeschreven, voldoende zijn om de data te interpreteren voor eventueel andere beleidsdoeleinden. Het onderdeel onderzoek Register onderwijsdeelnemers sector VO is van toepassing op de in artikel 5, van de WVO vermelde schoolsoorten: • een school voor praktijkonderwijs; • een school voor vbo; • een school voor mavo; • een school voor havo; • een school voor vwo; • andere vormen van voortgezet onderwijs; • een scholengemeenschap waarin twee of meer van deze scholen zijn samengevoegd. De voor het onderzoek van het Register onderwijsdeelnemers relevante wet- en regelgeving bestaat uit: • de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO); • het Besluit bekostiging WVO 2021; • het Inrichtingsbesluit WVO; • het Besluit Informatievoorziening WVO; • de Leerplichtwet 1969; • de Regeling leerplusarrangement vo; • het Besluit vbo-groen in een AOC 2016; • het Besluit samenwerking VO-BVE; • de Regeling register onderwijsdeelnemers; • de Regeling voorzieningenplanning vo 2020; • de Beleidsregel IGVO 2021; • de Regeling bekostiging van leerlingen die tijdelijk buiten de school worden geplaatst; • het Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014-2022; • de Regeling aanvullende bekostiging eerste opvang nieuwkomers vo. De wet en regelgeving is ook terug te vinden op: https://www.overheid.nl Op de website van DUO is meer informatie te vinden over de toepassing van de regeling aanvullende bekostiging eerste opvang nieuwkomers vo (https://duo.nl/zakelijk/voortgezet-onderwijs/bekostiging-en-subsidies/aanvullende-bekostiging-aanvragen/nieuwkomersbekostiging.jsp). De te onderzoeken gegevens worden ontleend aan het Register onderwijsdeelnemers dat wordt beheerd door DUO. De procedures ten aanzien van de levering en registratie van de gegevens en de uitwisseling hierover met DUO is beschreven in het ‘Programma van Eisen VO-instellingen‘ (het is mogelijk dat na publicatie van het protocol nog een bijgestelde versie van het PvE beschikbaar wordt gesteld, waardoor de genoemde link niet meer werkt). De actuele versie van het PvE is steeds te vinden op de website van DUO. De gegevens uit Register onderwijsdeelnemers van DUO die benodigd zijn voor het onderzoek Register onderwijsdeelnemers VO worden door DUO geleverd in de vorm van het Overzicht Basis- en diplomagegevens Onderzoek (OBO). Deze wordt gemaakt op aanvraag (via de beveiligde site van DUO) van de school. Daags na aanvraag wordt het OBO klaargezet op de beveiligde site van DUO. De school krijgt hiervan een bericht. Indien de instellingsaccountant constateert dat er mutaties moeten worden uitgevoerd op de gegevens in Register onderwijsdeelnemers, dan moet de school deze via de reguliere weg aanleveren aan DUO. Na het doorvoeren van alle gevraagde mutaties moet de school opnieuw het OBO opvragen. Deze wordt dan geleverd met een lijst met verschillen tussen het nieuwe en vorige OBO. De instellingsaccountant stelt vast dat de mutaties juist en volledig zijn doorgevoerd en keurt het nieuwe OBO goed. De goedkeuring wordt geleverd in de vorm van een assurance-rapport bij het OBO. Het assurance-rapport vermeldt welk OBO (van welke datum) is gebruikt. In het OBO zijn meer gegevens opgenomen, dan die waarop het onderzoek van het Register onderwijsdeelnemers van de instellingsaccountant is gericht. Om de gegevens die relevant zijn voor het onderzoek van de instellingsaccountant te selecteren volgt de instellingsaccountant de aanwijzingen die in het PvE VO-instellingen zijn opgenomen voor de instellingsaccountant. Bij onderzoeken van de juistheid van de gegevens van AOC’s in het Register onderwijsdeelnemers. Het voorbereidend beroepsonderwijs (vbo) in een AOC wordt geheel bekostigd op grond van de WEB, overeenkomstig artikel 2.3.2, van het Uitvoeringsbesluit WEB. In tegenstelling tot het MBO wordt voor het vbo in een AOC uitgegaan van de teldatum t-1. Voor het onderzoek van de gegevens van een vbo en mavo binnen een AOC gelden de onderzoeksitems van de sector VO. 5.2 Onderzoek Register onderwijsdeelnemers 5.2.1 Object van onderzoek 1 juli 2021 De gegevens inzake inschrijvingen bepalen in belangrijke mate de hoogte van de rijksbijdrage. Het is daarom van groot belang dat de instellingsaccountant primair de juistheid van deze gegevens vaststelt. De instellingsaccountant geeft daarover een assurance-rapport af. De instellingsaccountant richt het onderzoek zodanig in dat onjuistheden groter dan 2% (per soort gegevens) worden ontdekt. Uiteraard moeten alle geconstateerde fouten, ongeacht het materiële belang, worden gecorrigeerd. Het voor het onderzoek relevante soort gegeven van de scholen betreft: • ingeschreven aantal nieuwkomers en leerlingen per 1 oktober 2021. De nieuwkomers en de leerlingen per 1 oktober 2021 worden als één relevante soort gegeven aangemerkt. Daarnaast worden voor nieuwkomers op de peildatum 1 januari 2021, 1 april 2021, 1 juli 2021 en 1 oktober 2021 algemene werkzaamheden gevraagd. Voor het OBO onderzoek is een nieuwkomer in het OBO herkenbaar aan een PER met een datum in NL die op de peildatum (1 januari 2021, 1 april 2021, 1 juli 2021 of 1 oktober 2021) korter is dan 2 jaar en waarbij ofwel een BSN in het PER staat en een NAT die niet Nederlands is, ofwel een onderwijsnummer in het PER staat. Gelet op deze gegevens, vormt het object van onderzoek van de instellingsaccountant: • de gegevens over deelname aan het voortgezet onderwijs op 1 januari 2021, 1 april 2021, op 1 juli 2021 en op 1 oktober 2021 zoals die zijn verstrekt door instellingen voor registratie in het Register onderwijsdeelnemers dat wordt beheerd door DUO en zijn opgenomen in het OBO. Voor zijn onderzoek maakt de instellingsaccountant gebruik van de volgende informatie: Bij de scholen • (leerlingen)administratie van de te onderzoeken school; • de in het Register onderwijsdeelnemers geregistreerde leerlingengegevens; • voor zover van toepassing de goedkeuringsbrief van OCW voor het gebruik van een nevenvestiging en het onderwijsaanbod op die vestiging. Voor de betekenis van de door DUO uitgevoerde controles en eventuele signalen bij de verwerking van de inschrijfgegevens in het Register onderwijsdeelnemers wordt verwezen naar de handleiding Register onderwijsdeelnemers VO, deze is beschikbaar op de website van DUO. 5.2.2 Omvang werkzaamheden van de instellingsaccountant 1 december 2021 Risicoanalyse De instellingsaccountant voert een risicoanalyse uit en legt zijn bevindingen en conclusie vast in zijn dossier. Hierin wordt minimaal aandacht besteed aan alle toetsingspunten (zoals genoemd in paragraaf 5.2.3 minimale werkzaamheden onder de werkzaamheden voor nieuwkomers en leerlingen op de betreffende teldata in 2021) en moet per toetsingspunt duidelijk zijn of er al dan niet sprake is van een significant risico. De instellingsaccountant betrekt in deze risicoanalyse onder andere Standaard 240. De werkzaamheden verricht door een administratiekantoor of een interne controle-afdeling van de school kunnen niet de door de instellingsaccountant te verrichten werkzaamheden vervangen. De werkzaamheden van het administratiekantoor of de interne controle- afdeling maken onderdeel uit van de interne beheersingsstructuur van het onderzoeksobject. Bepaling wel/niet afzonderlijke onderzoekpopulaties De instellingsaccountant definieert indien mogelijk op grond van zijn risicoanalyse afzonderlijke onderzoekpopulaties binnen de relevante soorten gegevens, zoals genoemd in paragraaf 5.2.1. Dit betekent dat delen van een populatie op grond van de risicoanalyse van de instellingsaccountant ofwel systeemgericht (steunen op IB) ofwel gegevensgericht onderzocht kunnen worden. Dit kan per toetsingspunt verschillend zijn. Toetsingspunten, die centraal geverifieerd zijn door DUO kunnen buiten beschouwing blijven. Indien de instellingsaccountant gebruik maakt van afzonderlijke onderzoekpopulaties bij het relevante soort gegeven nieuwkomers en leerlingen per 1-10-2021, dan wordt in ieder geval een afzonderlijke onderzoekpopulatie gedefinieerd voor nieuwe inschrijvingen kort voor 1-10-2021 en voor uitschrijvingen kort na 1-10-2021. Het risico van deze afzonderlijke onderzoekpopulaties is afhankelijk van de situatie hoger of significant. Steunen op IB (indien van toepassing per onderzoekpopulatie) Indien de instellingsaccountant voornemens is te steunen op de effectieve werking van specifieke IB, dan dient hij deze interne beheersingsmaatregelen op werking te toetsen. Onder toepassing van de controlestandaarden (waaronder Standaard 315 en 330) is het toegestaan dit roulerend te doen (eens in de 3 controles). Interne beheersingsmaatregelen voor een risico dat significant is dienen in de lopende controleperiode getoetst te worden. Om vast te stellen of de instellingsaccountant kan steunen op de aanwezige IB dient hij werkzaamheden uit te voeren gericht op de opzet, het bestaan en de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen. De omvang van deze toetsing is afhankelijk van de frequentie van de betreffende maatregel en kan dan ook per maatregel verschillend zijn. De instellingsaccountant voert per interne beheersingsmaatregel minimaal de volgende omvang proceduretesten uit: Tabel 5.2.2a omvang proceduretesten Frequentie Omvang proceduretesten Meerdere malen per dag 25 Dagelijks 15 Wekelijks 10 Maandelijks 3 Elk kwartaal 2 Jaarlijks 1 Uit de vastlegging van deze werkzaamheden moet blijken welke relevante risico’s en toetsingspunten (zoals genoemd in paragraaf 5.2.3. minimale werkzaamheden onder de werkzaamheden voor nieuwkomers en leerlingen op de betreffende teldata in 2021) door de betreffende IB maatregel zijn afgedekt. Indien bij het onderzoek gesteund wordt op geautomatiseerde gegevensverwerking, dan dient de betrouwbaarheid hiervan vastgesteld te worden. Indien vastgesteld kan worden dat er gedurende de onderzoeksperiode geen wijzigingen zijn geweest in die geautomatiseerde gegevensverwerking met een mogelijke impact op de te onderzoeken toetsingspunten(dit moet uit het onderzoekdossier van de instellingsaccountant blijken) dan kan volstaan worden met 1 (lijncontrole) test. Indien één interne beheersingsmaatregel op dezelfde wijze van toepassing is bij meerdere instellingscodes dan wordt bedoeld dat voor de toetsing van die betreffende maatregel volstaan kan worden met het minimum aantal testen uit de tabel, tenzij de instelling meer dan 25 instellingscodes omvat. De testwerkzaamheden dienen dusdanig gespreid te worden dat de relevante instellingscodes, doch minimaal 1 keer bij meer dan 25 instellingscodes, in voldoende mate in de toetsing worden meegenomen. Indien de instellingsaccountant naar aanleiding van de risicoanalyse en de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot de werking van de IB tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de goede werking van de IB, dient in het onderzoekdossier vast te liggen op grond waarvan de instellingsaccountant tot deze conclusie komt. Gegevensgerichte werkzaamheden Ongeacht de inschatting van risico’s op een afwijking van materieel belang dient de instellingsaccountant gegevensgerichte controles op te zetten en uit te voeren voor alle soorten relevante gegevens zoals genoemd in paragraaf 5.2.1. De aantallen gegevensgerichte werkzaamheden in tabel 5.2.2b of 5.2.2c of het aantal in een statistische steekproef is per soortgegeven per instellingscode. Tot de gegevensgerichte werkzaamheden worden NIET de bij de toetsing van de werking van de IB uitgevoerde werkzaamheden gerekend. Indien in de gegevensgerichte werkzaamheden fouten worden gevonden, dan maakt het voor de evaluatie en het uitvoeren van aanvullende werkzaamheden niet uit of de fout wel of niet gevolgen heeft voor de bekostiging. Als bijvoorbeeld de datum inschrijving (record ISG) op 1 september staat, maar het moet 15 september zijn, dan is dit een fout. A. Situatie waarin geen afzonderlijke onderzoekpopulaties binnen relevante soorten gegevens zijn gedefinieerd. Indien de instellingsaccountant op grond van zijn verrichte werkzaamheden tot de conclusie komt dat hij kan steunen op de effectieve werking van de IB, kan de instellingsaccountant zijn gegevensgerichte werkzaamheden (per soort gegevens) beperken tot: Tabel 5.2.2b omvang gegevensgerichte werkzaamheden Aantal records Omvang gegevensgerichte werkzaamheden < 101 5 deelwaarnemingen >100 en < 501 10 deelwaarnemingen >500 en < 1001 15 deelwaarnemingen >1000 en < 5001 20 deelwaarnemingen >5000 25 deelwaarnemingen Bij de verdeling van het aantal uit de tabel houdt de instellingsaccountant rekening met zijn risico-inschatting. Het ligt voor de hand de werkzaamheden te richten op meer risicovolle records. Per gekozen record dienen alle toetsingspunten geraakt te worden. Als bij de beperkte gegevensgerichte werkzaamheden fouten door de instellingsaccountant worden geconstateerd, wordt het onderzoek uitgebreid naar een onderzoek met een omvang op grond waarvan een uitspraak over de gehele massa kan worden gedaan (statistisch bepaalde steekproef omvang). Indien de uitkomst van de risicoanalyse aangeeft dat de instellingsaccountant NIET kan steunen op de aanwezige IB of bij een gegevensgerichte onderzoekaanpak, wordt gebruik gemaakt van een statistisch bepaalde steekproef omvang. Indien de instellingsaccountant geen toetsing van de interne beheersingsmaatregelen uitvoert, kan zijn risico-inschatting van de effectieve werking van de interne beheersingsmaatregelen niet worden verlaagd (Standaard 530) bij de bepaling van de omvang van de steekproef. In geval van een statistische steekproef dient minimaal in het onderzoekdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn: • bepaling van de massa; • bepaling van de steekproefomvang, waaronder een inschatting van de verwachte fout en een onderbouwing van deze inschatting; • wijze van selectie van de posten; • een foutenevaluatie. B. Situatie waarin afzonderlijke onderzoekpopulaties binnen relevante soorten gegevens zijn gedefinieerd. Bij de bepaling van de omvang van de gegevensgerichte werkzaamheden per gedefinieerde onderzoekpopulatie hanteert de instellingsaccountant op basis van Standaard 530 (bijlage 4) de volgende minimum aantallen indien geen fouten worden verwacht en aangetroffen: Tabel 5.2.2c afzonderlijke onderzoekspopulaties binnen relevante soorten gegevens Populatie / aantal keer materialiteit Laag risico Hoger risico Significant risico Steunen op IB Niet steunen op IB Steunen op IB Niet steunen op IB Steunen op IB Niet steunen op IB 1 1 1 1 2 2 4 2 1 2 1 3 2 6 3 1 2 2 5 4 10 4 1 3 2 6 4 12 5 1 3 3 8 6 16 6 2 4 3 9 6 18 7 2 5 4 11 8 22 8 2 5 4 12 8 24 9 2 6 5 14 10 28 10 2 6 5 15 10 30 15 3 9 8 23 16 46 20 4 12 10 30 20 60 25 5 15 13 38 26 76 30 6 18 15 45 30 90 40 8 24 20 60 40 120 50 10 30 25 75 50 150 Indien de berekening van de ‘populatie/aantal keer materialiteit’ uitkomt op een getal tussen twee opgenomen waarden in de tabel, dan moet altijd naar boven afgerond worden om op de toe te passen regel uit te komen. Indien fouten worden aangetroffen dienen deze in overeenstemming met Standaard 450 te worden geëvalueerd en aanvullende werkzaamheden te worden bepaald om voldoende zekerheid te verkrijgen over de betreffende populatie. In geval van een steekproef op basis van bovenstaande tabel dient minimaal in het onderzoekdossier van de instellingsaccountant aanwezig te zijn: • bepaling van de massa; • bepaling van de steekproefomvang, waaronder een inschatting van de verwachte fout en een onderbouwing van deze inschatting; • wijze van selectie van de posten; • een foutenevaluatie. 5.2.3 Minimale werkzaamheden 1 december 2021 Algemene werkzaamheden scholen De instellingsaccountant stelt vast dat: Tabel 5.2.3a algemene werkzaamheden Item Te verrichten werkzaamheden Voldoen leerlingen- administratie (artikel 13 t/m 16, van Besluit bekostiging WVO 2021) • de leerlingenadministratie voldoet aan de minimaal daaraan te stellen eisen en aan de bewaartermijn (de gegevens die in de leerlingenadministratie zijn opgenomen, blijven daarvan in ieder geval deel uitmaken gedurende 5 jaar nadat de desbetreffende leerling van de school is uitgeschreven). Vaststellen ongeoorloofd verzuim. (artikel 9, lid 1 onder a en lid 2, van Besluit bekostiging WVO 2021) • alle leerlingen die vanaf het begin van het schooljaar (de eerste werkelijke schooldag) tot de teldatum meer dan de helft van het aantal schooldagen zonder geldige reden hebben verzuimd niet mee tellen voor de bekostiging (het veld ‘indicatie bekostigbaar’ (van het record inschrijvingsperiode (ISP))moet op N staan. Deze werkzaamheden zijn niet van toepassing voor nieuwkomers. Verplichte melding ongeoorloofd verzuim aan DUO vestiging Groningen (artikel 27a1, lid 5, van de WVO) • het bevoegd gezag een procedure omtrent de verplichte melding aan DUO vestiging Groningen volgt en indien noodzakelijk meldingen doet over alle leerlingen (van 18 jaar en ouder) die zonder opgave van geldige reden gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken niet aan het onderwijs hebben deelgenomen. De instelling gebruikt voor deze meldingen het formulier melding afwezigheid scholier/student. Deze werkzaamheden zijn niet van toepassing voor nieuwkomers. Licenties (artikel 65 t/m 68 en art 72, van de WVO) • het bevoegd gezag op de vestigingen van de school alleen onderwijs aanbiedt zoals per vestiging is geregistreerd in de Registratie Instellingen en opleidingen. Dit doet de instellingsaccountant aan de hand van informatie waaruit de daadwerkelijk aangeboden onderwijssoort per vestiging blijkt; zoals de schoolgids en de internetsite van de school. Regeling Leerplusarrangement VO, artikel 4, lid 5 • het veld postcodecijfers (van het record PER) juist is opgenomen in het Register onderwijsdeelnemers. Deze werkzaamheden worden alleen integraal uitgevoerd als geen verificatie door DUO heeft plaatsgevonden via BRP, dat wil zeggen als het veld onderwijsnummer is gevuld en het veld BSN niet. De juistheid van de postcode moet blijken uit een document dat in de administratie van de school aanwezig is. Deze werkzaamheden zijn niet van toepassing voor nieuwkomers. Verblijfstermijn in Nederland (artikel 4, lid 5, van de regeling aanvullende bekostiging nieuwkomers
- vo)• het veld datum binnenkomst in NL volgens de instelling juist is opgenomen in het Register onderwijsdeelnemers in het record PER. Deze werkzaamheden worden alleen integraal uitgevoerd als geen verificatie door DUO heeft plaatsgevonden via BRP of als de school van de BRP wil afwijken, dat wil zeggen als dit veld gevuld is. De juistheid van de datum binnenkomst in NL volgens de instelling moet blijken uit een document dat in de administratie van de school aanwezig is. Op de website van DUO is informatie te vinden ten aanzien van mogelijke bewijsstukken (niet uitputtend) https://duo.nl/zakelijk/voortgezet-onderwijs/bekostiging-en-subsidies/aanvullende-bekostiging-aanvragen/nieuwkomersbekostiging.jsp Deze werkzaamheden worden alleen uitgevoerd voor nieuwkomers op de peildata 1-1, 1-4, 1-7 en 1-10. Vreemdeling (artikel 1, van de regeling aanvullende bekostiging nieuwkomers
- vo)• dat de nieuwkomer vreemdeling is als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000. Deze werkzaamheden worden alleen integraal uitgevoerd als er geen BRP verificatie door DUO heeft plaatsgevonden, dat wil zeggen als het veld onderwijsnummer is gevuld en het veld BSN niet en het veld datum binnenkomst in NL volgens de instelling is gevuld. De accountant stelt dan aan de hand van bewijstukken bij de instelling vast dat het om een Vreemdeling als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet gaat. Indien dit niet vastgesteld kan worden, dan moet het veld datum binnenkomst in NL volgens de instelling leeg blijven. Nieuwkomers en leerlingen per 1-10-2021 Van de ingeschreven nieuwkomers en leerlingen per 1 oktober 2021 stelt de instellingsaccountant vast dat: Tabel 5.2.3b werkzaamheden ingeschreven nieuwkomers en leerlingen per 1-10-2021 Item Te verrichten werkzaamheden Juistheid velden persoonsrecord (PER) • het veld geboortedatum juist is opgenomen in het Register onderwijsdeelnemers in het record PER. Deze werkzaamheden worden alleen uitgevoerd als geen verificatie door DUO heeft plaatsgevonden via BRP, dat wil zeggen als het veld onderwijsnummer is gevuld en het veld BSN niet. De juistheid van de geboortedatum moet blijken uit een document dat in de administratie van de school aanwezig is. Juistheid velden inschrijvingsrecord (ISG) en inschrijvingsperiode (ISP) Daadwerkelijk schoolgaand (artikel 8, lid 1, van het Besluit bekostiging WVO 2021 en de regeling bekostiging leerlingen die tijdelijk buiten de school worden geplaatst) Licenties (artikel 65 t/m 68 en artikel 72, van de WVO) Datum in- en uitschrijving (artikel 18, lid 2, van het Besluit bekostiging WVO 2021) Fase (artikel 10b14 van de WVO) Leerjaar (artikel 18, lid 2, van het Besluit bekostiging WVO 2021). • de volgende velden in het Register onderwijsdeelnemers in het record ISG juist zijn opgenomen: ○datum inschrijving; en ○ datum uitschrijving (indien van toepassing). • de volgende velden in het Register onderwijsdeelnemers in het record ISP juist zijn opgenomen: ○ erkende opleidingcode; ○ indicatie bekostigbaar; ○ fase (alleen indien van toepassing); ○ vestigingscode; en ○ leerjaar. De gebruikte erkende opleidingscode en het leerjaar moeten overeenstemmen met het daadwerkelijk door de leerling gevolgde onderwijs. Het veld índicatie bekostigbaar’ mag alleen op ‘J’ staan als de leerling daadwerkelijk schoolgaand is op de school (instellings- en vestigingscode) of met toepassing van de regelgeving tijdelijk buiten de school waar ze zijn ingeschreven, zijn geplaatst. Het daadwerkelijk schoolgaand zijn dient vastgesteld te worden door een positieve controle aan de hand van onder andere het leerlingendossier, cijferlijsten en roosters. De werkzaamheden m.b.t. daadwerkelijk schoolgaand zijn niet van toepassing voor nieuwkomers. De werkzaamheden m.b.t. de juistheid van het veld datum uitschrijving zijn niet van toepassing voor nieuwkomers. Daadwerkelijk schoolgaand leerlingen samenwerkingsverbanden VO/BVE (artikel 25a, van de WVO) (Indien uit de erkende opleidingscode volgt dat de leerling onderwijs volgt aan een andere school op grond van een samenwerkingsovereenkomst) • de leerling op basis van de samenwerkingsovereenkomst daadwerkelijk schoolgaand is. De instellingsaccountant kan hierbij gebruik maken van het record VAI (verblijf andere instelling), hierin is de Registratie Instellingen en Opleidingen opgenomen van de school waarmee er dan een samenwerkingsovereenkomst is gesloten. Het daadwerkelijk schoolgaand zijn dient vastgesteld te worden door een positieve controle aan de hand van onder andere het leerlingendossier, cijferlijsten en roosters. De VO -school vraagt deze stukken op bij het ROC. Een niet onderbouwde bevestiging door het ROC van de aanwezigheid volstaat niet. De werkzaamheden m.b.t. daadwerkelijk schoolgaand zijn niet van toepassing voor nieuwkomers. Praktijkonderwijs/LWOO (artikel 10, van het Besluit bekostiging WVO 2021). • het samenwerkingsverband voor leerlingen die per 1 oktober 2021 voor het eerst als leerling pro of lwoo staan ingeschreven, voor de teldatum een beschikking heeft afgegeven waaruit blijkt dat betrokkene toelaatbaar is; • de leerling rechtmatig (artikel 27, lid2f, van de WVO) is ingeschreven op het praktijkonderwijs. Werkzaamheden in verband met de te bepalen controlegetallen Bij het accountantsonderzoek wordt vastgesteld dat de inhoud van het actuele OBO voldoet aan de eisen. Hierin moeten eventuele mutaties naar aanleiding van het accountantsonderzoek door de school via de reguliere weg aan DUO worden geleverd. Na verwerking en terugmelding door DUO moet de school het actuele OBO opvragen. Deze wordt geleverd met een lijst van verschillen tussen het nieuwe en vorige OBO. De instellingsaccountant stelt vast dat de mutaties juist en volledig zijn doorgevoerd. De instellingsaccountant stelt een assurance-rapport op bij dit actuele OBO. In het Programma van Eisen VO-instellingen (PvE) van het Register onderwijsdeelnemers is beschreven hoe de controletotalen worden bepaald. 5.3 Assurance-rapport • Algemeen • Goedkeurend assurance-rapport VO Algemeen 1 december 2020 Als de instellingsaccountant op grond van zijn bevindingen een ander dan een goedkeurend assurance-rapport afgeeft, moet hij een afwijkende tekst hanteren. Zie hiervoor Standaard 3000A vanaf paragraaf 51 van de ‘Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden (NV COS)’ van de NBA. Goedkeurend assurance-rapport VO 1 december 2021 De hieronder voorgeschreven tekst voor het goedkeurende assurance-rapport over de juistheid van de relevante gegevens in het OBO voor de VO-instellingen wordt ook opgenomen op de website van DUO in een pdf. Door gebruik te maken van die pdf wordt de voorgeschreven tekst gehanteerd. De accountant vult het format aan met de specifieke kenmerken van de instelling en de benodigde gegevens voor ondertekening, inclusief een digitale handtekening. (Assurance-rapport - Voortgezet onderwijs - DUO Zakelijk) Het proces van indienen bij DUO door de onderwijsinstelling is niet gewijzigd. Assurance-rapport van de onafhankelijke accountant Aan: Opdrachtgever (indien van toepassing raad van toezicht4Voor een instelling op grond van WVO raad van toezicht vervangen door intern toezichthouder of intern toezichthoudend orgaan (zoals bedoeld in WVO, artikel 24d, 24e en 24e1) noemen) Ons oordeel Wij hebben de relevante gegevens in het OBO inzake inschrijvingen van... (naam vo-school) met instellingscode... te... (zetel) (hierna: de Gegevens) onderzocht. Naar ons oordeel zijn de Gegevens van... (naam vo-school) met instellingscode... in alle van materieel belang zijnde aspecten juist in overeenstemming met de van toepassing zijnde criteria. Het OBO (datum uit de bestandsnaam OBO) van DUO betreft de inschrijvingen en sluit met de volgende controlegetallen: Controlegetal Totaal aantal inschrijvingsrecords Totaal aantal inschrijvingsperioderecords Totaal aantal inschrijvingsperioderecords met indicatie bekostigbaar ‘J’ Totaal erkende opleidingscodes Totaal generaal De basis voor ons oordeel Wij hebben ons onderzoek uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Standaard 3000A ‘Assurance-opdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie (attest-opdrachten)’. Deze opdracht is gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor het onderzoek over de Gegevens’. Wij zijn onafhankelijk van... (naam vo-school) met instellingscode... zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Daarnaast hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Van toepassing zijnde criteria Voor deze opdracht ge