Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Subsidieregeling natuur Noord-Brabant (Noord-Brabant)

Waar gaat deze regeling over?

Deze wet regelt de subsidieverlening voor projecten die bijdragen aan het behoud en herstel van natuur en landschap in Noord-Brabant, met een focus op vennen en Natura 2000-gebieden. Het doel is het realiseren van de natuurdoelstellingen zoals vastgelegd in de nota "Brabant uitnodigend groen".

Voor wie: Rechtspersonen en samenwerkingsverbanden van rechtspersonen en/of natuurlijke personen die projecten uitvoeren in de provincie Noord-Brabant; De Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, als verstrekker van de subsidies.

In één oogopslag

Land
Nederland
Rechtsgebied
Belastingrecht
Artikelen
242
Bron
cvdr.overheid.nl
Tekst opgehaald op
Uitleg bijgewerkt op

Wat regelt deze regeling?

  • Subsidies voor projecten gericht op behoud of herstel van vennen met specifieke ecotooptypen (V1, V2, V3 of V6).
  • Subsidies voor uitvoeringsprojecten en onderzoeksprojecten ter voorbereiding daarop.
  • De voorwaarden waaronder subsidie wordt verleend, geweigerd en verantwoord moet worden.
  • De aanvraagtijdvakken en subsidieplafonds voor de verschillende jaren.

Voor wie geldt deze regeling?

  • Rechtspersonen en samenwerkingsverbanden van rechtspersonen en/of natuurlijke personen die projecten uitvoeren in de provincie Noord-Brabant.
  • De Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, als verstrekker van de subsidies.

Wat zijn de kernpunten?

  • De aangevraagde subsidie moet minimaal € 25.000 bedragen.
  • Projecten moeten binnen vijf jaar na de startdatum worden afgerond.
  • De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.
  • Subsidieaanvragen worden verdeeld op volgorde van binnenkomst.

Belastingrecht

8

Belastingrecht

Wettekst

Wettekst
Inhoudsopgave (242)
  1. §1 Herstel en behoud vennen; uitvoering en onderzoek
  2. Artikel1.1 Begripsbepalingen
  3. Artikel1.2 Doelgroep
  4. Artikel1.3 Subsidievorm
  5. Artikel1.4 Subsidiabele activiteiten
  6. Artikel1.5 Weigeringsgronden
  7. Artikel1.6 Subsidievereisten
  8. Artikel1.7 Subsidiabele kosten
  9. Artikel1.8 Niet subsidiabele kosten
  10. Artikel1.9 Aanvraagtijdvak
  11. Artikel1.10 Subsidieplafond
  12. Artikel1.11 Subsidiehoogte
  13. Artikel1.12 Verdelingswijzen
  14. Artikel1.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  15. Artikel1.14 Verantwoording
  16. Artikel1.15 Bevoorschotting en betaling
  17. Artikel1.16 Evaluatie
  18. § 2 Instandhouding Natura 2000
  19. Artikel 2.1 Begripsbepalingen
  20. Artikel 2.2 Doelgroep
  21. Artikel 2.3 Subsidievorm
  22. Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten
  23. Artikel 2.5 Weigeringsgronden
  24. Artikel 2.6 Subsidievereisten
  25. Artikel 2.7 Subsidiabele kosten
  26. Artikel 2.8 Niet subsidiabele kosten
  27. Artikel 2.9 Aanvraagtijdvak
  28. Artikel 2.10 Subsidieplafond
  29. Artikel 2.11 Subsidiehoogte
  30. Artikel 2.12 Verdeelcriteria
  31. Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  32. Artikel 2.14 Prestatieverantwoording
  33. Artikel 2.15 Bevoorschotting en betaling
  34. Artikel 2.15a Vaststelling subsidies tot € 125.000
  35. Artikel 2.16 Evaluatie
  36. § 3 Aanleg landschapselement en herstel cultuurhistorisch landschapselemen
  37. Artikel 3.1 Begripsbepalingen
  38. Artikel 3.2 Doelgroep
  39. Artikel 3.3 Subsidevorm
  40. Artikel3.4 Subsidiabele activiteiten
  41. Artikel 3.5 Weigeringsgronden
  42. Artikel 3.6 Subsidievereisten
  43. Artikel 3.7 Subsidiabele kosten
  44. Artikel 3.8 Niet subsidiabele kosten
  45. Artikel 3.9 Aanvraagtijdvak
  46. Artikel3.10 Subsidieplafond
  47. Artikel3.11 Subsidiehoogte
  48. Artikel 3.12 Verdelingswijze
  49. Artikel 3.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  50. Artikel3.14 Prestatieverantwoording
  51. Artikel 3.15 Bevoorschotting en betaling
  52. Artikel 3.16 Evaluatie
  53. § 4 Aanleg faunavoorzieningen gemeentewegen
  54. Artikel 4.1 Begripsbepalingen
  55. Artikel 4.2 Doelgroep
  56. Artikel4.3 Subsidievorm
  57. Artikel 4.4 Subsidiabele activiteiten
  58. Artikel 4.5 Weigeringsgronden
  59. Artikel 4.6 Subsidievereisten
  60. Artikel 4.7 Subsidiabele kosten
  61. Artikel 4.8 Niet subsidiabele kosten
  62. Artikel4.9 Aanvraagtijdvak
  63. Artikel 4.10 Subsidieplafond
  64. Artikel 4.11 Subsidiehoogte
  65. Artikel 4.12 Verdeelcriteria
  66. Artikel 4.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  67. Artikel4.14 Prestatieverantwoording
  68. Artikel 4.15 Bevoorschotting
  69. Artikel 4.16 Subsidievaststelling
  70. Artikel 4.17 Evaluatie
  71. §5 Voedselbossen
  72. Artikel5.1 Begripsbepalingen
  73. Artikel5.2 Doelgroep
  74. Artikel5.3 Subsidievorm
  75. Artikel5.4 Subsidiabele activiteiten
  76. Artikel5.5 Weigeringsgronden
  77. Artikel5.6 Subsidievereisten
  78. Artikel5.7 Subsidiabele kosten
  79. Artikel5.8 Aanvraagtijdvak
  80. Artikel5.9 Subsidieplafond
  81. Artikel5.10 Subsidiehoogte
  82. Artikel5.11 Verdelingswijze
  83. Artikel5.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  84. Artikel5.13 Verantwoording
  85. Artikel5.14 Bevoorschotting en betaling
  86. Artikel5.15 Subsidievaststelling
  87. Artikel5.16 Evaluatie
  88. § 6 Cofinanciering natuur N279 GOB
  89. § 7 Realisatie natuur N279
  90. § 8 Leefgebied van de bij
  91. §9 Biodiversiteit en leefgebieden; uitvoering
  92. Artikel9.1 Begripsbepalingen
  93. Artikel9.2 Doelgroep
  94. Artikel9.3 Subsidievorm
  95. Artikel9.4 Subsidiabele activiteiten
  96. Artikel 9.5 Weigeringsgronden
  97. Artikel 9.6 Subsidievereisten
  98. Artikel 9.7 Subsidiabele kosten
  99. Artikel9.8 Niet subsidiabele kosten
  100. Artikel 9.9 Aanvraagtijdvak
  101. Artikel9.10 Subsidieplafond
  102. Artikel9.11 Subsidiehoogte
  103. Artikel 9.12 Verdelingswijzen
  104. Artikel 9.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  105. Artikel 9.14 Verantwoording
  106. Artikel 9.15 Bevoorschotting en betaling
  107. Artikel 9.16 Evaluatie
  108. § 10 Biodiversiteit en leefgebieden; bosrevitalisering
  109. Artikel 10.1 Begripsbepalingen
  110. Artikel 10.2 Doelgroep
  111. Artikel 10.3 Subsidievorm
  112. Artikel 10.4 Subsidiabele activiteiten
  113. Artikel 10.5 Weigeringsgronden
  114. Artikel 10.6 Subsidievereisten bosrevitalisering en hydrologische maatregelen
  115. Artikel 10.7 Aanvullende subsidievereisten bosrevitalisering
  116. Artikel 10.8 Aanvullende subsidievereisten hydrologisch onderzoek
  117. Artikel10.9 Subsidiabele kosten
  118. Artikel10.10 Niet subsidiabele kosten
  119. Artikel 10.11 Aanvraagtijdvak
  120. Artikel 10.12 Subsidieplafond
  121. Artikel 10.13 Subsidiehoogte
  122. Artikel 10.14 Verdelingswijze
  123. Artikel10.15 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  124. Artikel 10.16 Verantwoording
  125. Artikel10.17 Bevoorschotting en betaling
  126. Artikel 10.18 Evaluatie
  127. § 11 Biodiversiteit en leefgebieden; onderzoek
  128. Artikel 11.1 Begripsbepalingen
  129. Artikel 11.2 Doelgroep
  130. Artikel 11.3 Subsidievorm
  131. Artikel11.4 Subsidiale activiteiten
  132. Artikel 11.5 Weigeringsgronden
  133. Artikel 11.6 Subsidievereisten
  134. Artikel 11.7 Subsidiabele kosten
  135. Artikel 11.8 Niet subsidiabele kosten
  136. Artikel 11.9 Aanvraagtijdvak
  137. Artikel 11.10 Subsidieplafond
  138. Artikel 11.11 Subsidiehoogte
  139. Artikel 11.12 Verdelingswijze
  140. Artikel 11.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  141. Artikel 11.14 Verantwoording
  142. Artikel11.15 Bevoorschotting en betaling
  143. Artikel11.16 Evaluatie
  144. §12 Bestrijding invasieve exoten
  145. § 13 Bestrijding invasieve exoten Natura-2000
  146. Artikel13.1 Begripsbepalingen
  147. Artikel13.2 Doelgroep
  148. Artikel13.3 Subsidievorm
  149. Artikel13.4 Subsidiabele activiteiten
  150. Artikel13.5 Weigeringsgronden
  151. Artikel13.6 Subsidievereisten
  152. Artikel13.7 Subsidiabele kosten
  153. Artikel13.8 Niet subsidiabele kosten
  154. Artikel13.9 Aanvraagtijdvak
  155. Artikel13.10 Subsidieplafond
  156. Artikel13.11 Subsidiehoogte
  157. Artikel13.12 Verdelingswijze
  158. Artikel13.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  159. Artikel13.14 Verantwoording
  160. Artikel13.15 Bevoorschotting en betaling
  161. § 14 Versnelling herstel stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden
  162. Artikel 14.1 Begripsbepalingen
  163. Artikel14.2 Doelgroep
  164. Artikel 14.3 Subsidievorm
  165. Artikel 14.4 Subsidiabele activiteiten
  166. Artikel 14.5 Weigeringsgronden
  167. Artikel 14.6 Algemene subsidievereisten
  168. Artikel 14.7 Aanvullende vereisten bosrevitalisering
  169. Artikel 14.8 Aanvullende vereisten andere kwaliteitsmaatregelen
  170. Artikel 14.9 Aanvullende vereisten hydrologische maatregelen
  171. Artikel 14.10 Subsidiabele kosten
  172. Artikel 14.11 Niet subsidiabele kosten
  173. Artikel 14.12 Aanvraagtijdvak
  174. Artikel 14.13 Subsidieplafond
  175. Artikel 14.14 Subsidiehoogte
  176. Artikel 14.15 Verdelingswijze
  177. Artikel 14.16 Subsidieverlening
  178. Artikel 14.17 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  179. Artikel 14.17a Uitzondering verplichtingen subsidieontvanger
  180. Artikel 14.18 Verantwoording
  181. Artikel 14.19 Bevoorschotting en betaling
  182. Artikel 14.20 Vaststelling subsidies tot € 125.000
  183. Artikel14.21 Evaluatie
  184. §15 Preventieve maatregelen wolvenschade
  185. Artikel 15.1 Begripsbepalingen
  186. Artikel15.2 Doelgroep
  187. Artikel 15.3 Subsidievorm
  188. Artikel 15.4 Subsidiabele activiteiten
  189. Artikel 15.5 Weigeringsgronden
  190. Artikel 15.6 Subsidievereisten
  191. Artikel15.7 Subsidiabele kosten
  192. Artikel 15.8 Niet subsidiabele kosten
  193. Artikel 15.9 Aanvraagtijdvak
  194. Artikel15.10 Subsidieplafond
  195. Artikel 15.11 Subsidiehoogte
  196. Artikel 15.12 Verdelingswijze
  197. Artikel 15.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  198. Artikel 15.14 Verantwoording
  199. Artikel 15.15 Subsidievaststelling
  200. Artikel 15.16 Evaluatie
  201. § 16 Regievoering GGA landelijk programma natuur
  202. Artikel 16.1 Begripsbepalingen
  203. Artikel 16.2 Doelgroep
  204. Artikel 16.3 Subsidievorm
  205. Artikel 16.4 Subsidiabele activiteiten
  206. Artikel 16.5 Weigeringsgronden
  207. Artikel 16.6 Subsidievereisten
  208. Artikel 16.7 Subsidiabele kosten
  209. Artikel 16.8 Niet subsidiabele kosten
  210. Artikel 16.9 Aanvraagtijdvak
  211. Artikel16.10 Subsidieplafond
  212. Artikel16.11 Subsidiehoogte
  213. Artikel 16.12 Verdelingswijze
  214. Artikel 16.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  215. Artikel 16.14 Verantwoording
  216. Artikel 16.15 Bevoorschotting en betaling
  217. Artikel 16.16 Subsidievaststelling
  218. Artikel 16.17 Evaluatie
  219. § 17 Boscompensatie buiten Natuurnetwerk Nederland
  220. Artikel 17.1 Begripsbepalingen
  221. Artikel17.2 Doelgroep
  222. Artikel17.3 Subsidievorm
  223. Artikel17.4 Subsidiabele activiteiten
  224. Artikel 17.5 Weigeringsgronden
  225. Artikel 17.6 Subsidievereisten
  226. Artikel17.7 Subsidiabele kosten
  227. Artikel 17.8 Niet-subsidiabele kosten
  228. Artikel 17.9 Aanvraagtijdvak
  229. Artikel17.10 Subsidieplafond
  230. Artikel17.11 Subsidiehoogte
  231. Artikel 17.12 Verdelingswijze
  232. Artikel 17.13 Subsidieverlening
  233. Artikel 17.14 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  234. Artikel 17.14a Uitzondering verplichtingen subsidieontvanger
  235. Artikel 17.15 Verantwoording
  236. Artikel 17.16 Bevoorschotting en betaling
  237. Artikel 17.17 Vaststelling subsidies tot € 125.000
  238. Artikel 17.18 Evaluatie
  239. § 18 Slotbepalingen
  240. Artikel18.2 Overgangsrecht
  241. Artikel18.3 Inwerkingtreding
  242. Artikel 18.4 Citeertitel

Subsidieregeling natuur Noord-BrabantGedeputeerde Staten van Noord-Brabant, Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

Overwegende dat Provinciale Staten op 21 september 2012 de nota “Brabant uitnodigend groen” hebben vastgesteld, waarin de doelstellingen van het beleid voor natuur en landschap zijn opgenomen;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten deze doelstellingen willen bereiken door onder andere subsidie te verlenen aan projecten die aan realisering daarvan bijdragen;

Overwegende dat Provinciale Staten in de nota “Brabant uitnodigend groen” hebben bepaald dat de uitvoering van het soortenbeleid binnen de provincie Noord-Brabant uitgaat van een leefgebiedenbenadering met als doel behoud en herstel van biodiversiteit;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 24 september 2013 het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit en Leefgebieden hebben vastgesteld, waarin ook alle leefgebieden en maatregelkaarten zijn opgenomen;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 15 december 2015 de Subsidieregeling Biodiversiteit Noord-Brabant hebben vastgesteld;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten die regeling op enkele onderdelen inhoudelijk wensen te wijzigen;

Overwegende dat Gedeputeerde alle subsidies die gericht zijn op realisering van de natuurdoelstellingen wensen te bundelen in één subsidieregeling die tegelijk aanbouwregeling is voor door Gedeputeerde Staten nader te bepalen paragrafen binnen de kaders van de nota “Brabant uitnodigend groen”;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten de noodzakelijke wijziging van de Subsidieregeling Biodiversiteit Noord-Brabant aangrijpen om die nieuwe aanbouwsubsidieregeling voor natuur in te richten;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

§1Herstel en behoud vennen; uitvoering en onderzoek

Artikel1.1Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; file geodatabase: bestand dat geschikt is voor opname in een geografisch informatiesysteem;

Maatregelenkaart: maatregelenkaart voor biodiversiteit en leefgebieden, opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling;

Toelichting Maatregelenkaart: toelichting op de Maatregelenkaart, opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling.

Artikel1.2Doelgroep

1.Subsidie kan worden aangevraagd voor: rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke personen.
2.Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder b of c, geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid; draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsovereenkomst.

Artikel1.3Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.

Artikel1.4Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het behoud of herstel van vennen met ecotooptype V1, V2, V3 of V6 als bedoeld op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart, in de vorm van: uitvoeringsprojecten; onderzoeksprojecten ter voorbereiding op projecten als bedoeld onder a.

Artikel1.5Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien: reeds voor indiening van de aanvraag is begonnen met de uitvoering van het project; de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000; het project behoort tot de wettelijke taken van de subsidieaanvrager; voor het project reeds provinciale subsidie is verstrekt; voor het project subsidie kan worden aangevraagd op grond van paragraaf 2 van deze regeling.

Artikel1.6Subsidievereisten

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kaart van de projectlocatie of projectlocaties; het project is gericht op het behoud of herstel van een of meer vennen; het project heeft betrekking op een ven met ecotooptype V1, V2, V3 of V6; het project betreft een maatregel als opgenomen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart; de subsidieaanvrager kan het project binnen vijf jaar na de startdatum afronden, blijkend uit een realistische planning; de subsidieaanvrager monitort projecten gericht op behoud of herstel gedurende de looptijd van het project, blijkend uit een monitoringsplan dat voldoet aan de vereisten, opgenomen in bijlage 9, behorende bij deze regeling; aan het project ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende en realistische begroting.

Artikel1.7Subsidiabele kosten

1.Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten voor de uitvoering van of onderzoek naar de fysieke maatregelen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart; kosten voor de voorbereiding van de fysieke uitvoering; kilometervergoedingen voor de werkzaamheden, bedoeld onder a of b, tot een maximum van € 0,23 per kilometer, inclusief btw.

2.Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager, past de subsidieaanvrager de berekeningssystematiek genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van: € 60 voor werkzaamheden op MBO-niveau; € 90 voor werkzaamheden op HBO-niveau; € 110 voor werkzaamheden op WO-niveau.

3.Indien de kosten van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a of b, uitgevoerd worden door derden, bedraagt het maximum € 99 per uur, vermeerderd met eventuele niet verrekenbare of niet compensabele btw.
4.Indien de kosten van de werkzaamheden, bedoeld onder a of b, uitgevoerd worden door vrijwilligers, stagiaires of studenten, bedraagt het maximum € 5,00 per uur.

Artikel1.8Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 1.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: kosten voor gebieden die niet op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart staan; kosten als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onder a of c, gemaakt voor de verlening van de subsidie; kosten als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onder b, gemaakt tot een jaar voor de subsidieaanvraag; kosten waarvoor reeds op grond van een andere regeling subsidie is verleend; kosten voor stelposten of onvoorziene omstandigheden; kosten voor wettelijke taken.

Artikel1.9Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen worden ingediend van:

15 januari 2021 tot en met 30 november 2021;

3 januari 2022 tot en met 2 december 2022;

3 januari 2023 tot en met 15 december 2023;

4 januari 2024 tot en met 17 december 2024;

3 maart 2025 tot en met 15 december 2025.

Artikel1.10Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 1.4 vast op: € 2.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder a; € 1.500.000 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder b; € 1.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder c; € 750.000 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder d; € 790.994 voor de periode, genoemd in artikel 1.9, onder e.

Artikel1.11Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten.

Artikel1.12Verdelingswijzen

1.Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

2.Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3.Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

4.De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.

5.De subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen in de rangschikking die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel1.13Verplichtingen van de subsidieontvanger

1.De subsidieontvanger: start het project binnen vier maanden na verlening van de subsidie; de subsidieaanvrager monitort projecten gericht op behoud of herstel gedurende de looptijd van het project; rondt het project af binnen vijf jaar na de in het projectplan opgenomen startdatum; overlegt na afloop van het project aan Gedeputeerde Staten een file geodatabase met de exacte locatie van de uitgevoerde maatregel, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant; maakt de bevindingen en resultaten van het project toegankelijk voor derden; overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt; houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten; en laat eventuele opbrengsten van economische activiteiten van het project ten goede komen aan het project.
2.Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder c, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.
3.Indien de veldcheck of herhalingsmeetronde, bedoeld in bijlage 9 bij deze regeling, wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, of bedoeld in het tweede lid, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging van de termijn voor het afronden van de veldcheck of herhalingsmeetronde met maximaal vier jaar.

Artikel1.14Verantwoording

1.Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; indien van toepassing, de resultaten van de monitoring, bedoeld in artikel 1.13, onder b; indien sprake is van economische activiteiten, een overzicht van de wijze waarop de opbrengsten, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid, onder h, ten goede zijn gekomen aan het project.

2.Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; indien van toepassing, de resultaten van de monitoring, bedoeld in artikel 1.13, onder b; een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1°, van de Asv; een controleverklaring, als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 2°, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; indien sprake is van economische activiteiten, een overzicht van de wijze waarop de opbrengsten, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid, onder h, ten goede zijn gekomen aan het project.

Artikel1.15Bevoorschotting en betaling

1.Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.

2.Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.

Artikel1.16Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2023 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.

§ 2Instandhouding Natura 2000

Artikel 2.1Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder: algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187); ambitiekaart: kaart als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016; file geodatabase: bestand dat geschikt is voor opname in een geografisch informatiesysteem; gebiedsanalyse: een analyse van een stikstofgevoelig Natura-2000 gebied,, waarin maatregelen zijn opgenomen die voorkomen dat de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden van soorten verbetert of niet verder achteruit gaat; kosten derden: kosten die op factuur aantoonbaar en aan derden verschuldigd zijn en die direct voor de subsidiabele activiteit worden gemaakt;

Natura 2000: Natura 2000 als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;

Natura 2000-beheerplan: plan waarin is vastgelegd hoe en wanneer de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied gehaald worden;

Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;

Natura 2000-maatregelen: maatregelen om de instandhoudingsdoelstellingen te behalen, zoals beschreven in het Natura 2000-beheerplan, voor zover dat betrekking heeft op de eerste fase;

Natuur Netwerk Brabant: samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant; nieuwe natuur: opgave nieuwe natuur zoals aangeduid op de actuele kaart vastgesteld in het Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant;

OGOR: optimaal grond- en oppervlaktewaterregime;

Regionaal Water en Bodem Programma: door Provinciale Staten op 3 december 2021 vastgesteld Regionaal Water en Bodem Programma Noord-Brabant 2022-2027; voor Natura 2000 benodigde percelen: door Gedeputeerde Staten aangewezen percelen, vastgelegd in een provinciaal inpassingsplan of bestemmingsplan, waarvoor het voornemen bestaat deze zo nodig te onteigenen ten behoeve van de uitvoering van Natura 2000-maatregelen.

Artikel 2.2Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door: natuurlijke personen; rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke personen.

Indien het samenwerkingsverband, bedoeld in het eerste lid, onder c of d, geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid; draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband.

Artikel 2.3Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.

Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 2.4Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op: het uitvoeren van Natura 2000-maatregelen; de inrichting van nieuwe natuur op de voor Natura 2000 benodigde percelen.

Artikel 2.5Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien: het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 25.000 bedraagt; reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project; ten aanzien van aanvrager een bevel tot terugvordering als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, uitstaat; de aanvrager een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, is.

Artikel 2.6Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: de activiteiten komen ten goede aan Natura 2000-gebieden in de provincie Noord-Brabant; de aanvrager heeft: zeggenschap over de grond waarop de activiteiten plaatsvinden middels eigendom of erfpacht; toestemming van de eigenaar of erfpachter van de grond waarop de activiteiten plaatsvinden; activiteiten zijn opgenomen in de door Gedeputeerde Staten vastgestelde, of in ontwerp vastgestelde: gebiedsanalyses;

Natura 2000-beheerplannen; aan de aanvraag ligt ten grondslag: een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende begroting; een file geodatabase met de exacte locatie van de te treffen maatregelen, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant; een beschrijving van aard en omvang van het resultaat van de maatregelen op de betreffende habitattypen of soorten; een beschrijving van het te voeren beheer nadat de maatregelen zijn uitgevoerd; een beschrijving van monitoring van Natura 2000-maatregelen; een opgave van de totale oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd; een planning van de uitvoering.

Onverminderd het eerste lid wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: voor zover de percelen zijn gelegen binnen het Natuur Netwerk Brabant, de nieuwe natuur wordt gerealiseerd overeenkomstig de beheertypen, zoals aangegeven op de ambitiekaart; voor zover de percelen zijn gelegen buiten het Natuur Netwerk Brabant, door subsidieaanvrager wordt aangetoond dat het te realiseren natuurbeheertype: zich goed verhoudt met het regime dat van toepassing is op het naastliggende, binnen het Natuur Netwerk Brabant gelegen, perceel; landschappelijk inpasbaar is; aansluit bij of in overeenstemming is met de cultuurhistorische waarden; past in de leefgebiedenbenadering.

Onverminderd het eerste en tweede lid zijn, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, projecten voor verdrogingsbestrijding gericht op het bereiken van het OGOR dat nodig is voor de bescherming en instandhouding van de habitattypen en soorten.

Onverminderd het eerste lid en tweede lid wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, bij projecten voor beek- en kreekherstel voldaan aan de volgende vereisten: het project voldoet aan de parameters voor de na te streven waterkwaliteit en de ecologische potenties van het watersysteem behorende bij de functie zoals omschreven in bijlage 3 en bijlage 4 van het Regionaal Water en Bodem Programma; het project is gericht op het bereiken van het OGOR dat nodig is voor de bescherming en instandhouding van de habitattypen en soorten.

Artikel 2.7Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen in ieder geval de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten ten behoeve van de uitvoering van Natura 2000-maatregelen; kosten ten behoeve van de inrichting van nieuwe natuur op de voor Natura 2000 percelen; voorbereidingskosten gemaakt vanaf 1 januari 2024; onderzoekskosten zoals omschreven in de gebiedsanalyses en Natura 2000-beheerplannen; kosten voor onderzoek in het kader van de uitvoering; kosten ten behoeve van de communicatie; kosten voor nadeelcompensatie als gevolg van natschade; kosten van monitoring; kosten derden tot maximaal € 99 per uur, vermeerderd met eventuele niet verrekenbare of niet compensabele BTW; kosten ten behoeve van kilometervergoeding maximaal € 0,19, inclusief eventuele niet verrekenbare of niet compensabele BTW.

Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager past de subsidieaanvrager de berekeningswijze, genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van: € 60 voor werkzaamheden op MBO-niveau; € 90 voor werkzaamheden op HBO-niveau; € 110 voor werkzaamheden op WO-niveau.

3.Als de subsidieontvanger beschikt over een geldende goedkeuring van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor het hanteren van de zogenaamde Integrale Kosten Systematiek, kan de subsidieontvanger, in afwijking van het tweede lid, de berekeningswijze, bedoeld in de artikelen 1.4, eerste lid, onder a, en 1.5 van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toepassen en deze systematiek en de uit deze systematiek voortvloeiende jaarlijkse uurtarieven hanteren.

Artikel 2.8Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 2.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: kosten voor grondverwerving, functiewijziging, pachtafkoop of erfpachtafkoop; kosten voor regulier beheer en onderhoud; kosten voor de aanschaf van machines; uitvoeringskosten gemaakt voor indiening van de aanvraag; arbeids- en personeelsuren van, en inhuurkosten van projectleiders door, de waterschappen.

Artikel 2.9Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen worden ingediend van:

15 februari 2019 tot en met 3 december 2019;

5 februari 2020 tot en met 3 december 2020;

15 januari 2021 tot en met 30 november 2021;

3 januari 2022 tot en met 2 december 2022;

3 januari 2023 tot en met 15 december 2023;

4 januari 2024 tot en met 17 december 2024;

7 januari 2025 tot en met 28 november 2025.

Artikel 2.10Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.4 vast op: € 3.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder a; € 3.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder b; € 7.650.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder c; € 9.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder d; € 1.500.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder e; € 1.500.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder f; € 15.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 2.9, onder g.

Artikel 2.11Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.4, onder a, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van 4.000.000.

De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.4, onder b, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 30.000.

Indien toepassing van het eerste of tweede lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 2.12Verdeelcriteria

Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt in volgorde van trekking.

De subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen in de rangschikking die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel 2.13Verplichtingen van de subsidieontvanger

1.De subsidieontvanger: rondt het project af: uiterlijk 31 december 2024, indien subsidie is verleend vóór 1 juli 2022; uiterlijk 31 december 2026, indien subsidie is verleend na 1 juli 2022; uiterlijk 31 december 2027, indien subsidie is verleend na 7 januari 2025. overlegt na afloop van het project aan Gedeputeerde Staten een file geodatabase met de exacte locatie van de uitgevoerde maatregel, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant; overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt; houdt bij subsidies tot € 125.000 een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.
2.Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal twee jaar.

Artikel 2.14Prestatieverantwoording

Bij subsidies tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag, waarin in ieder geval een file geodatabase is opgenomen, waarin de exacte locatie van de uitgevoerde maatregelen is weergegeven; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering; bewijsstukken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening waaruit de gerealiseerde kosten blijken; een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel 21, zevende lid, van de Asv, met gebruikmaking van de daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelverklaring.

Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag, waarin in ieder geval een file geodatabase is opgenomen, waarin de exacte locatie van de uitgevoerde maatregelen is weergegeven; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1°, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, zevende, onderdeel a, onder 2°, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.

Artikel 2.15Bevoorschotting en betaling

Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.

Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt betaald in jaarlijks gelijke gedeelten gedurende de looptijd van het project.

Artikel 2.15aVaststelling subsidies tot € 125.000

Bij subsidies tot € 125.000 stellen Gedeputeerde Staten de subsidie ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, vast op basis van prestaties en gerealiseerde kosten.

Artikel 2.16Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.

§ 3Aanleg landschapselement en herstel cultuurhistorisch landschapselement

Artikel 3.1Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder: accoladeprofiel: verdiepte natte bufferzone die op of net boven het waterpeil van waterloop ligt; amfibieënbiotoop: biotoop specifiek voor amfibieën, bestaande uit een poel voor voortplanting, niet zijnde een poel waarin vissen of watervogels zijn uitgezet of hemelwater wordt opgevangen, en een ruigte waarin geleefd kan worden; basisbiotoop: biotoop specifiek voor boomkikkers;. bebouwde kom: gebied als bedoeld in artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; biotoop: natuurlijke omgeving waarin geleefd en voortgeplant kan worden; cultuurhistorisch landschapselement: streekeigen groenelement in de vorm van beplantingselement met inheemse soorten of waterelement met een ecologische functie dat voor 1950 is aangelegd; ecologische verbindingszone: ecologische verbindingszone als bedoeld in bijlage I van de Omgevingsverordening Noord-Brabant; erf: geheel aan gronden dat behoort bij een gebouw en dat in functioneel opzicht is ingericht ten dienste van dat gebouw, zoals aangeduid in het omgevingsplan; groenblauwe mantel: gebieden die zijn aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant, die een belangrijke nevenfunctie voor natuur en water hebben en overwegend grenzen aan het Natuurnetwerk Brabant en ecologische verbindingszones of deze verbinden; landschapselement: natuurelement in het cultuurlandschap met een natuurwetenschappelijke, landschappelijke, cultuurhistorische of archeologische betekenis;

Natuurnetwerk Brabant: samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant; natuurvriendelijke oever: oever langs een waterhoudende bestaande waterloop in de vorm van een plas- of drasberm of flauw talud; schraalland: landbouwgrond waarvan de voedselrijke bovenlaag is verwijderd met als doel het creëren van een voedselarme uitgangssituatie voor natte of droge kruidenrijke vegetatie; financiële verantwoording Sisa-medeoverheden: financiële verantwoording voor mede-overheden die volgt uit de beschikking van de specifieke uitkering van het Rijk.

Artikel 3.2Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door: natuurlijke personen; privaatrechtelijke rechtspersonen; publiekrechtelijke rechtspersonen.

Artikel 3.3Subsidevorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.

Artikel3.4Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op: de aanleg van een landschapselement in de vorm van: beplanting; een poel; een natuurvriendelijke oever. het herstel van een cultuurhistorisch landschapselement; of aanleg van schraalland in combinatie met onderdeel a of b.

Artikel 3.5Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien: reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project; het project geheel of gedeeltelijk behoort tot de wettelijke taken of verplichtingen van de subsidieaanvrager; voor het project reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt.

Artikel 3.6Subsidievereisten

1.Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant; het project wordt uitgevoerd: buiten de bebouwde kom op grond, waarop overeenkomstig het geldende omgevingsplan, de functie natuur of agrarisch rust; of binnen de bebouwde kom op grond, waarop overeenkomstig het geldende omgevingsplan, de functie agrarisch rust; het project wordt uitgevoerd buiten het Natuurnetwerk Brabant; het project wordt uitgevoerd buiten een erf; de subsidieaanvrager is eigenaar van de grond; aan het project ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende en realistische begroting; een inrichtingsplan waarin in ieder geval de inrichtingsmaatregelen en daarbij behorende kadastrale aanduidingen en rijksdriehoekscoördinaten zijn opgenomen.
2.Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel a, onder 1°, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: het betreft uitsluitend plantmateriaal als opgenomen in bijlage 2; de aanleg van beplantingen gebeurt overeenkomstig de vereisten, opgenomen in bijlage 3.
3.Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel a, onder 2°, in aanmerking te komen voldaan aan de volgende vereisten: de projectlocatie voor een poel is gelegen binnen: een straal van 100 meter van een bestaand of aan te leggen bos, struweel, houtsingel of moeras met een minimale oppervlakte van 1 hectare; de groenblauwe mantel; of 300 meter vanaf een poel waarin een of meerdere soorten amfibieën voorkomen; de projectlocatie is geschikt voor poelaanleg; de grondwaterstand van de projectlocatie is tijdens de zomerperiode niet lager dan 120 cm onder het maaiveld; de poel is uitsluitend bestemd voor een amfibieënbiotoop; in de poel worden geen invasieve uitheemse water- of oeverplanten aangeplant die zijn opgenomen op de Unielijst, bedoeld in Verordening (EU) 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PbEU 2014, L 317); meer dan 50% van de taludlengte van de poel is flauw en: minimaal 1:3, indien het een amfibieënbiotoop, niet zijnde een basisbiotoop, betreft; minimaal 1:8 en maximaal 1:10, indien het een basisbiotoop betreft; de diepte van de poel is maximaal:

1,7 meter, indien het een amfibieënbiotoop, niet zijn een basisbiotoop, betreft;

1,5 meter, indien het een basisbiotoop betreft. de poel heeft gemeten vanuit de insteek van het talud: een oppervlakte van maximaal 500 m2 en een inhoud van maximaal 500 m3, indien het een amfibieënbiotoop, niet zijnde een basisbiotoop, betreft; een oppervlakte van maximaal 2000 m2 en een inhoud van maximaal 700 m3, indien het een basisbiotoop betreft.

4.Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel a, onder 3°, in aanmerking te komen voldaan aan het vereiste dat de natuurvriendelijke oever een talud heeft van minimaal 1:3 of is ingericht met een accoladeprofiel.
6.Onverminderd het eerste lid wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel a, onder c, in aanmerking te komen voldaan aan het vereiste dat de locatie waar het project wordt uitgevoerd, wordt ontgraven ten behoeve van het ontstaan van schraalland.
5.Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onder b, in aanmerking te komen voldaan aan de volgende vereisten: het cultuurhistorisch landschapselement wordt als zodanig weer herkenbaar; het cultuurhistorisch landschapselement is voor 1950 aangelegd.

Artikel 3.7Subsidiabele kosten

1.Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidies als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel a, onder 1°, de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten voor de aanleg van het landschapselement overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4; kosten voor het plaatsen dan wel verplaatsen van een raster ter bescherming van het landschapselement in geval van beweiding overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4; kosten van de inhuur van een adviesbureau en leges tot een maximum van 20% van de kosten van de aanleg van de beplanting.
2.Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidies als bedoeld in artikel 3.4, onderdeel a, onder 2° en 3° en onderdeel c de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten voor grondverzet voor het uitgraven van de poel, natuurvriendelijke oever of het afgraven ten behoeve van schraalland overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4; kosten voor aanbrengen van rasters ter bescherming van de poel of natuurvriendelijke oever overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4; kosten van de inhuur van een adviesbureau en leges tot een maximum van 10% van kosten van het grondverzet.
4.Onverminderd het tweede lid komen voor subsidies als bedoeld in artikel 3.4, onder c, voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, kosten voor de ontgraving van een oppervlak in aanmerking, voor zover zij betrekking hebben op een oppervlakte van maximaal 1000 m2 en een inhoud van maximaal 250 m3.

3.Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, onder b, de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten voor het verwijderen van uitheemse boom- en struiksoorten inclusief twee jaar nazorg; kosten voor herstel van Maasheggen door het vrijzetten van oude meidoornstruiken of het verwijderen van soorten die meidoornstruiken zodanig overwoekeren dat het karakteristieke uiterlijk van de betreffende Maasheg verloren gaat; kosten voor herstel van het landschapselement door het aanplanten van inheemse boom- of struiksoorten overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4; kosten voor herstel van een houtwal door middel van het aanvullen van de grondwal; kosten voor herstel van een waterelement door baggeren en herstel van taluds; kosten voor het verplaatsen van een bestaand raster of plaatsen van een nieuw raster indien bestaand raster verplaatst moet worden ter bescherming van het landschapselement overeenkomstig de lump sum bedragen, opgenomen in bijlage 4; kosten van de inhuur van een adviesbureau en leges tot een maximum van 10% van de subsidiabele kosten.

Artikel 3.8Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 3.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: kosten die uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd; kosten voor reguliere aanleg van een raster; kosten die verband houden met de uitvoering van wettelijke taken of verplichtingen van de subsidieaanvrager; kosten van aanleg van landschapselementen die worden gerealiseerd op bermen langs openbare, verharde wegen; kosten voor achterstallig onderhoud; kosten voor de inzet van personele capaciteit en de inhuur van extra personele capaciteit door de subsidieaanvrager; kosten voor reguliere activiteiten van de aanvrager; kosten voor economische activiteiten; kosten voor vervanging van de in bijlage 2 van deze regeling opgenomen beplantingsgroepen.

Artikel 3.9Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen worden ingediend van:

15 februari 2019 tot en met 3 december 2019;

5 februari 2020 tot en met 3 december 2020;

15 januari 2021 tot en met 30 november 2021;

3 januari 2022 tot en met 2 december 2022;

3 januari 2023 tot en met 15 december 2023;

1 mei 2025 tot en met 15 december 2025;

11 februari 2026 tot en met 14 oktober 2026.

Artikel3.10Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 3.4 vast op: € 255.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder a; € 255.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder b; € 255.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder c; € 255.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder d; € 269.603 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder e; € 400.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder f; € 400.000 voor de periode, genoemd in artikel 3.9, onder g.

Artikel3.11Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 3.4, bedraagt: voor natuurlijke personen als bedoeld in artikel 3.2, onder a, 80% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 10.000; voor privaatrechtelijke rechtspersonen als bedoeld in artikel 3.2, onder b, 80% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 75.000; voor publiekrechtelijke rechtspersonen als bedoeld in artikel 3.2, onder c, 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 75.000.

Artikel 3.12Verdelingswijze

1.Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

2.Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3.Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4.De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.
5.De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die: opeenvolgend zijn in de rangschikking; en die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel 3.13Verplichtingen van de subsidieontvanger

1.De subsidieontvanger: rondt het project, bedoeld in artikel 3.4, onder a, en indien van toepassing in combinatie met een project als bedoeld in artikel 3.4, onder c, af binnen een jaar na verlening van de subsidie; rondt het project, bedoeld in artikel 3.4, onder b, en indien van toepassing in combinatie met een project als bedoeld in artikel 3.4, onder c, af binnen twee jaar na verlening van de subsidie; overlegt bij subsidies van € 25.000 en hoger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt; houdt ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening een administratie bij van de gerealiseerde kosten en bewaart de daarbij behorende bewijsstukken voor een periode van tien jaar na vaststelling van de subsidie; laat eventuele opbrengsten van economische activiteiten van het project ten goede komen aan het project; houdt het project, in aanvulling op artikel 16, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, tenminste 10 jaar na vaststelling van de subsidie in stand.
2.Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a of b, kan de subsidieontvanger uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.

Artikel3.14Prestatieverantwoording

1.Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
2.Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, onder d; indien van toepassing foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
3.In afwijking van de voorgaande leden, toont een subsidieontvanger die een gemeente is, bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; een financiële verantwoording voor Sisa-medeoverheden op grond van artikel 17a van de Financiële verhoudingswet.

Artikel 3.15Bevoorschotting en betaling

1.Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.

2.Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.

Artikel 3.16Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.

§ 4Aanleg faunavoorzieningen gemeentewegen

Artikel 4.1Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder: aanpassen faunavoorziening: het wijzigen van een reeds bestaande faunavoorziening teneinde de werking van de voorziening te verbeteren dan wel deze geschikt te maken voor een andere faunasoort; ecologische verbindingszone: gebied van groene schakels die natuurgebieden in het Natuurnetwerk Brabant verbinden, welk gebied is opgenomen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant; faunavoorziening: voorziening bij een gemeentelijke weg, niet zijnde een ecoduct, om de uit de weg voortvloeiende negatieve gevolgen voor de fauna zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken; herstel faunavoorziening: in zodanige staat brengen van een reeds bestaande faunavoorziening dat deze gedurende tenminste tien jaar in stand kan worden gehouden; ontsnippering: aanleg, aanpassing of herstel van faunavoorzieningen bij gemeentelijke wegen met als doel het opheffen van de barrièrewerking van deze wegen voor de fauna.

Artikel 4.2Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door: gemeenten; waterschappen.

Artikel4.3Subsidievorm

1.Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.
2.Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 4.4Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op ontsnippering door middel van: de aanleg van faunavoorzieningen; het aanpassen van faunavoorzieningen; herstel van faunavoorzieningen.

Artikel 4.5Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd: indien met de uitvoering van het project is begonnen voor 1 juli 2024; de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 7.500.

Artikel 4.6Subsidievereisten

1.Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in Noord-Brabant; de te realiseren, aan te passen dan wel te herstellen faunavoorziening is geschikt voor de desbetreffende faunasoort; het onderhoud van de voorziening wordt geborgd voor een periode van minimaal 10 jaar; aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende begroting, waarbij de kosten zijn uitgesplitst per faunavoorziening.
2.Onverminderd het eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 4.4, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan een van de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in of nabij een gebied dat als knelpunt is opgenomen op de Knelpuntenkaart ontsnippering provincie Noord-Brabant, opgenomen in bijlage 4a bij deze regeling; het project heeft betrekking op een bestaande weg of waterloop, in beheer bij gemeente of waterschap, die een ecologische verbindingszone kruist of raakt; het project heeft betrekking op een bestaande weg of waterloop, in beheer bij gemeente of waterschap, in de provincie Noord-Brabant, waar aantoonbaar sprake is van een situatie waar fauna frequent ten prooi valt aan het verkeer; of uit een onderbouwing door een ecologisch deskundige blijkt dat de faunavoorziening noodzakelijk is.

Artikel 4.7Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten voor aanleg, aanpassing of herstel van een faunavoorziening; kosten voor onderzoek naar kabels en leidingen ten behoeve van de aanleg van de faunavoorziening; kosten derden, ten behoeve van het opstellen en uitwerken van een plan voor een project als bedoeld in artikel 4.4, en gemaakt voorafgaand aan de uitvoering van dat project, tegen een tarief van maximaal € 99 per uur, te vermeerderen met niet-verrekenbare en niet-compensabele btw, tot een maximum van 15% van de totale subsidiabele kosten.

Artikel 4.8Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 4.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking: kosten die uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd; kosten voor uitvoering van een bestaand convenant of een bestaande regeling of afspraak; kosten voor onderhoud en andere reguliere activiteiten van de aanvrager.

Artikel4.9Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen worden ingediend van:

15 februari 2019 tot en met 3 december 2019;

5 februari 2020 tot en met 3 juli 2020;

5 januari 2021 tot en met 30 november 2021;

3 januari 2022 tot en met 15 december 2023;

4 januari 2024 tot en met 17 december 2024;

3 maart 2025 tot en met 15 december 2025.

Artikel 4.10Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4.4 vast op: € 250.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder a; € 250.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder b; € 250.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder c; € 2.750.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder d; € 1.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder e; € 1.003.666 voor de periode, genoemd in artikel 4.9, onder, f.

Artikel 4.11Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie bedraagt 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum per faunavoorziening van € 75.000.

Artikel 4.12Verdeelcriteria

1.Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2.Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3.Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4.De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.
5.De subsidie wordt overeenkomstig de rangschikking verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel 4.13Verplichtingen van de subsidieontvanger

1.De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen: het project wordt binnen twee jaar na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening gerealiseerd, met een verlengingsmogelijkheid van maximaal 2 jaar; het project wordt binnen zes maanden na ontvangst van de beschikking tot subsidieverlening gestart; in aanvulling op artikel 16, eerste lid, onder b, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant neemt de subsidieaanvrager een aanvullende instandhoudingsperiode van nog eens 5 jaar in acht.
2.Een verzoek tot verlenging als bedoeld in het eerste lid, onder a, kan door de subsidieontvanger gemotiveerd worden ingediend bij Gedeputeerde Staten, uiterlijk een dag voor het verstrijken van de termijn.

Artikel4.14Prestatieverantwoording

1.Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.
2.Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag; foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.

3.Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger op grond van artikel 22, dertiende lid, van de Asv bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag; foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; indien van toepassing een proces verbaal van oplevering.

Artikel 4.15Bevoorschotting

1.Bij subsidies tot € 25.000 verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 100 % van het verleende subsidiebedrag, overeenkomstig artikel 23, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.
2.Gedeputeerde Staten betalen het voorschot, bedoeld in het eerste lid, in een keer, overeenkomstig artikel 23, derde lid, van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant.
3.Bij subsidies van €25.000 en hoger verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag en betalen het in een keer uit.

Artikel 4.16Subsidievaststelling

1.Bij subsidies tot € 25.000 stellen Gedeputeerde Staten de subsidie op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv ambtshalve vast.

2.Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 stellen Gedeputeerde Staten de subsidie vast overeenkomstig artikel 21 van de Asv.

3.Bij subsidies van € 125.000 en hoger stellen Gedeputeerde Staten de subsidie op grond van artikel 22, dertiende lid, van de Asv, vast overeenkomstig artikel 21 van de Asv.

Artikel 4.17Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2019 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.

§5Voedselbossen

Artikel5.1Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352);

Natuurbeheerplan: plan als bedoeld in bijlage I van de Omgevingsverordening Noord-Brabant;

NNB: Natuurnetwerk Brabant, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant; open grasland: open grasland, te raadplegen via de website: https://arcg.is/1CmSKP; voedselbos: door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige of houtige soorten, waarvan delen zoals vruchten, zaden, bladeren en stengels voor de mens als voedsel dienen.

Artikel5.2Doelgroep

1.Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door: natuurlijke personen; privaatrechtelijke rechtspersonen; publiekrechtelijke rechtspersonen; een samenwerkingsverband van aanvragers als bedoeld in het eerste lid, onder a, b of c.

2.Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder d, geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid; en draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsverklaring.

Artikel5.3Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.

Artikel5.4Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de aanleg van een voedselbos.

Artikel5.5Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien: reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de aanplant van het voedselbos; het project een aaneengesloten oppervlakte van minder dan 1 hectare omvat; de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 14.000; voor dezelfde activiteit reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt op grond van deze regeling of een andere regeling; de aanvrager het maximumbedrag aan de-minimissteun van € 50.000 al heeft overschreden berekend over het lopende kalenderjaar en de twee daaraan voorafgaande kalenderjaren.

Artikel5.6Subsidievereisten

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kadastrale omschrijving van de grond en een kaart met topografische ondergrond, met een schaal van ten hoogste 1:10.000, met daarop de ligging van het voedselbos; het project is gericht op de aanleg van een voedselbos; het project voldoet aan de vereisten opgenomen in bijlage 4b, onder sub B en sub C, bij deze regeling; in de eerste 5 jaar na de verlening van de subsidie worden de kroonlaag, lagere bomenlaag en struiklaag gerealiseerd, alsmede de windhagen, ecologische hagen en pioniersbomen, blijkend uit een realistische planning; in het project worden geen invasieve exoten verwerkt die zijn opgenomen in het Plan van aanpak Invasieve exoten Noord-Brabant; het project wordt uitgevoerd op grond gelegen buiten het NNB; het project wordt uitgevoerd op grond die niet is gelegen binnen de in het Natuurbeheerplan aangeduide agrarische leefgebied/zoekgebieden voor open grasland; het project wordt gerealiseerd op grond: waar dit volgens het geldende omgevingsplan rechtstreeks is toegestaan; waarvoor een schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente is afgegeven; of waarvoor uit een ander bewijsstuk blijkt dat het is toegestaan; de subsidieontvanger heeft: zeggenschap op basis van eigendom over de grond waarop het project betrekking heeft; of schriftelijke toestemming van de eigenaar van de grond waarop het project betrekking heeft; het project kan binnen 7 jaar na de start worden afgerond; aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; de verplichte onderdelen bedoeld in onderdeel A van bijlage 4b, een sluitende en realistische begroting; een beschrijving van de wijze waarop de instandhouding van het voedselbos wordt gewaarborgd gedurende 5 jaar na de afronding van het project; een onderbouwing van de maatregelen ter beheersing van natuurbranden indien het project wordt uitgevoerd in of binnen een straal van een kilometer van een of meer van de in bijlage 14 bij deze regeling bedoelde natuurgebieden; een volledig ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring.

Artikel5.7Subsidiabele kosten

Voor subsidie gelden lumpsum bedragen.

Artikel5.8Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen worden ingediend van 20 augustus 2025 tot en met 30 september 2027.

Artikel5.9Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 5.8, vast op € 1.000.000.

Artikel5.10Subsidiehoogte

1.De hoogte van de subsidie bedraagt per subsidieaanvraag een vast bedrag van € 3.000 plus € 11.000 per hectare tot een maximum van in totaal € 50.000.

2.Als al eerder op grond van deze regeling subsidie is verstrekt aan dezelfde aanvrager, wordt in afwijking van het eerste lid slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt € 50.000.

3.In afwijking van de voorgaande leden, wordt aan de aanvrager maximaal een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het plafond voor de-minimissteun niet wordt overschreden, berekend over het lopende kalenderjaar en de twee kalenderjaren daaraan voorafgaand.

4.Indien toepassing van het tweede of derde lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 14.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel5.11Verdelingswijze

1.Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

2.Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

3.Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

4.De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.

5.De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die: opeenvolgend zijn in de rangschikking; en die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel5.12Verplichtingen van de subsidieontvanger

1.De subsidieontvanger: start het project binnen één jaar na verlening van de subsidie; rondt het project af binnen 7 jaar na de start van het project; houdt het voedselbos tenminste 5 jaar na afronding van het project in stand; overlegt bij subsidies van € 25.000 en hoger jaarlijks een voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt.

2.Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal één jaar.

Artikel5.13Verantwoording

1.Bij subsidies tot € 25.000 toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; een gespecificeerde factuur of facturen voor het project.

2.Bij subsidies van € 25.000 tot € 100.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; foto- of videomateriaal van de situatie voor en na het project; een gespecificeerde factuur of facturen voor het project.

Artikel5.14Bevoorschotting en betaling

1.Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.

2.Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in één keer betaald.

Artikel5.15Subsidievaststelling

Bij subsidies tot € 25.000 wordt de subsidie op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv ambtshalve vastgesteld.

Artikel5.16Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2028 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk

§ 6Cofinanciering natuur N279 GOB

[vervallen]

§ 7Realisatie natuur N279

[vervallen]

§ 8Leefgebied van de bij

[vervallen]

§9Biodiversiteit en leefgebieden; uitvoering

Artikel9.1Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder: algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);

Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; file geodatabase: specifiek bestand dat geschikt is voor opname in een geografisch informatiesysteem; hydrologisch onderzoek: onderzoek van de kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de kringloop van grond- en oppervlaktewater, gericht op hydrologisch systeemherstel en het tegengaan van verdroging;

LESA: LandschapsEcologische SysteemAnalyse, bedoeld om meer inzicht te krijgen in het ontstaan en het huidig functioneren van een natuurgebied of een beheertype in historisch, fysisch-geografisch, hydrologisch en ecologisch opzicht;

Maatregelenkaart: maatregelenkaart voor biodiversiteit en leefgebieden in Noord-Brabant, opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling; prioritaire soorten: plant- of diersoorten, opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling;

Toelichting Maatregelenkaart: toelichting op de Maatregelenkaart, opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling.

Artikel9.2Doelgroep

1.Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door: rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke personen.
2.Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder b of c, geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid; draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsverklaring.

Artikel9.3Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.

Artikel9.4Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de uitvoering van maatregelen ten behoeve van het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden: in steden; in agrarische landschappen; in overige gebieden.

Artikel 9.5Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien: reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project; de aangevraagde subsidie meer bedraagt dan € 400.000; de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000; het project deels behoort tot de wettelijke taken van de subsidieaanvrager, tenzij er sprake is van een herplantplicht als bedoeld in artikel 3.93 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant die direct verbonden is met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten. het project gericht is op bosrevitalisering; voor het project andere provinciale subsidie kan worden aangevraagd; ten aanzien van de aanvrager een bevel tot terugvordering als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, uitstaat; de aanvrager een onderneming in financiële moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, is.

Artikel 9.6Subsidievereisten

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in of is gericht op de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kaart van de projectlocatie of de projectlocaties; het project is gericht op de uitvoering van maatregelen ten behoeve van het behoud en herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden; het project betreft een maatregel als opgenomen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart; de subsidieaanvrager monitort het project, indien het project gericht is op herstel van leefgebied, blijkend uit een monitoringsplan; de subsidieaanvrager kan het project binnen vijf jaar na de startdatum afronden, blijkend uit een realistische planning; aan het project ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende en realistische begroting.

Artikel 9.7Subsidiabele kosten

1.Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten van de uitvoeringswerkzaamheden voor zover deze betrekking hebben op maatregelen als opgenomen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart; kosten voor uitvoering van hydrologisch onderzoek of een LESA, tot een maximum van € 50.000; indirecte kosten, niet zijnde de kosten onder b, tot een maximum van 30% van de totale subsidiabele kosten; kilometervergoedingen voor de werkzaamheden, bedoeld onder a of b, tot een maximum van € 0,23 per kilometer, inclusief btw; aanplantkosten buiten het projectgebied tot een maximum van € 20.000 per hectare, indien als onderdeel van het project het vellen van een houtopstand nodig is.

2.Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, b, c of e arbeids- of personeelsuren van de subsidieaanvrager betreffen, past de subsidieaanvrager de berekeningswijze, genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van: € 60 voor werkzaamheden op MBO-niveau; € 90 voor werkzaamheden op HBO-niveau; € 110 voor werkzaamheden op WO-niveau.
3.Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, b, c of e uitgevoerd worden door derden, bedraagt het maximum € 99 per uur, te vermeerderen met niet-compensabele en niet-verrekenbare btw.
4.Indien de werkzaamheden, bedoeld onder a, b, c of e uitgevoerd worden door vrijwilligers, stagiaires of studenten, bedraagt het maximum € 5,00 per uur.

Artikel9.8Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 9.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking: kosten gemaakt voor de verlening van de subsidie; kosten waarvoor reeds op grond van een andere regeling subsidie is verleend; kosten voor stelposten of onvoorziene omstandigheden; kosten voor wettelijke taken, tenzij er sprake is van een herplantplicht als bedoeld in artikel 3.93 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant die direct verbonden is met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.

Artikel 9.9Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen worden ingediend van:

15 januari 2021 tot en met 1 april 2021;

3 januari 2022 tot en met 2 december 2022;

27 februari 2023 tot en met 15 december 2023;

11 januari 2024 tot en met 17 december 2024;

3 maart 2025 tot en met 15 december 2025.

Artikel9.10Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies voor de periode genoemd in: artikel 9.9, onder a, vast op: € 397.630 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a; € 399.750 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder b; € 2.332.850 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c. artikel 9.9, onder b, vast op: € 400.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a; € 400.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder b; € 2.500.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c. artikel 9.9, onder c, vast op: € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a; € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder b; € 1.200.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c; artikel 9.9, onder d, vast op: € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a; € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder b; € 1.200.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c; artikel 9.9, onder e, vast op: € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a; € 250.000 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder b; € 2.325.234 voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c.

Artikel9.11Subsidiehoogte

1.De hoogte van de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder a en b, bedraagt 90% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 250.000.

2.De hoogte van de subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 9.4, onder c, bedraagt 90% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 400.000.

Artikel 9.12Verdelingswijzen

1.Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2.Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3.Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4.De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.
5.De subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen in de rangschikking die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel 9.13Verplichtingen van de subsidieontvanger

1.De subsidieontvanger: start het project binnen vier maanden na verlening van de subsidie; rondt het project af binnen vijf jaar na de in het projectplan opgenomen startdatum; maakt de bevindingen en resultaten van het project toegankelijk voor derden; overlegt na afloop van het project aan Gedeputeerde Staten een file geodatabase met de exacte locatie van de uitgevoerde maatregel, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant; houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten; en laat eventuele opbrengsten van economische activiteiten van het project ten goede komen aan het project.

2.Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.

Artikel 9.14Verantwoording

1.Bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel 21, zevende lid, van de Asv, met gebruikmaking van de daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelverklaring; indien sprake is van economische activiteiten, een overzicht van de wijze waarop de opbrengsten, bedoeld in artikel 9.13, eerste lid, onder f, ten goede zijn gekomen aan het project.

2.Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1°, van de Asv; een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 2°, van de Asv; indien sprake is van economische activiteiten, een overzicht van de wijze waarop de opbrengsten, bedoeld in artikel 9.13, eerste lid, onder f, ten goede zijn gekomen aan het project.

Artikel 9.15Bevoorschotting en betaling

1.Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.

2.Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.

Artikel 9.16Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2023 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.

§ 10Biodiversiteit en leefgebieden; bosrevitalisering

Artikel 10.1Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder: agrarische onderneming: onderneming die actief is in de primaire landbouwproductie of de verwerking of afzet van landbouwproducten; algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);

Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; bodemonderzoek: onderzoek om te bepalen welke bodemverbeteraars in welke samenstelling nodig zijn ten behoeve van bosrevitalisering, inzicht gevend in pH (NaCl)-waarde, de basenverzadiging, CEC en Al/Ca-ratio (aluminium-calcium ratio) van de bodem; bodemverbeteraars: stoffen of materialen die aan de bodem worden toegevoegd met als doel de bodemkwaliteit te verbeteren, in het bijzonder door het vergroten van de buffercapaciteit en het verbeteren van de beschikbaarheid van nutriënten en mineralen; bossen op arme zandgronden: bossen aangeduid als natuurtypen N01.04, N15 en N16.03, als opgenomen in de Index Natuur en Landschap; bossen op rijke zandgronden:bossen aangeduid als natuurtypen N01.03, N14 en N16.04, als opgenomen in de index Natuur en Landschap; bosrevitalisering: maatregelen gericht op het herstel en de verbetering van de bodemkwaliteit en op het bijsturen van de boomsoortensamenstelling en bosstructuur; extensieve omvorming: het in relatief lage dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen; file geodatabase: [vervallen] geopackage: bestand dat een database vormt voor geografische informatie; hydrologisch onderzoek: onderzoek naar de kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen en processen van het grond- en oppervlaktewatersysteem, met als doel inzicht te verkrijgen voor hydrologisch systeemherstel en het tegengaan van verdroging;

Index Natuur en Landschap: index die inzicht biedt in de ontwikkeling van de natuur- en landschapskwaliteit, te raadplegen via de website: https://www.bij12.nl/onderwerp/natuursubsidies/index-natuur-en-landschap/; intensieve omvorming: het in relatief hoge dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen; kalk: bodemverbeteraar bestaande uit fijngemalen calcium- of magnesiumcarbonaat, toegepast als snelwerkende bufferende stof ter verbetering van de zuurgraad en basenverzadiging van de bodem; kostenregeling: [vervallen] LESA: landschapsecologische systeemanalyse: methode om inzicht te krijgen in het ontstaan en het huidige functioneren van een natuurgebied of beheertype vanuit historisch, fysisch-geografisch, hydrologisch en ecologisch perspectief;

Maatregelenkaart: [vervallen] Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in bijlage 1 bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;

NNB: Natuurnetwerk Brabant, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is aangewezen en begrensd in de Omgevingsverordening Noord-Brabant;

OAD netwerk: netwerk van oude, aftakelende en dode bomen; prioritaire soorten: [vervallen] rode lijst: [vervallen] schelpengruis: bodemverbeteraar bestaande uit fijngemalen schelpen, toegepast als snelwerkende bufferende stof ter verbetering van de zuurgraad en basenverzadiging van de bodem; standaard omvorming: het in standaard dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen: steenmeel: bodemverbeteraar bestaande uit fijngemalen gesteente, toegepast als langzaam werkende bufferende stof en als bron van nutriënten, ter verbetering van de zuurgraad, basenverzadiging, nutriëntenbeschikbaarheid en bodemstructuur van de bodem;

Toelichting Maatregelenkaart: [vervallen]

Artikel 10.2Doelgroep

1.Subsidie kan worden aangevraagd door: rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke personen.

2.Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder b of c, geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid; draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsverklaring.

Artikel 10.3Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 10.4Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de ontwikkeling of instandhouding van gezonde en toekomstbestendige bossen, bestaande uit: bosrevitalisering; hydrologische maatregelen.

Artikel 10.5Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien: de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000; de aangevraagde subsidie € 1.000.000 of meer bedraagt; de subsidieaanvrager een agrarische onderneming is; voor het project reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt op grond van deze of een andere provinciale regeling; het project gericht is op verwerving, functiewijziging, pachtvrij of erfpachtvrij maken of beheer van gronden; ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; de subsidieaanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 10.6Subsidievereisten bosrevitalisering en hydrologische maatregelen

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 10.4, onder a en b, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in het NNB en buiten Natura 2000-gebied in de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kaart van de projectlocatie of de projectlocaties; het project is gericht op de ontwikkeling of instandhouding van gezonde en toekomstbestendige bossen, bestaande uit: bosrevitalisering; hydrologische maatregelen; de subsidieaanvrager heeft zeggenschap over de grond doormiddel van eigendom of schriftelijke toestemming van de eigenaar voor het uitvoeren van het project, blijkend uit een eigendomsverklaring of ander bewijsstuk; het project kan uiterlijk 31 december 2028 worden afgerond, blijkend uit een realistische planning; aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in dit artikel; een sluitende en realistische begroting; een realistische planning; een beschrijving van de in de projectperiode uit te voeren maatregelen, inclusief een overzicht van de indicatieve oppervlakte in hectare waarop ieder type maatregel wordt toegepast; één geopackage met de beoogde locatie van de maatregelen of onderzoeken, opgesteld op basis van de in het subsidieloket beschikbaar gestelde template geodatabase, ten behoeve van invoer in het registratiesysteem GIS-subsidies natuur Noord-Brabant.

Artikel 10.7Aanvullende subsidievereisten bosrevitalisering

Onverminderd artikel 10.6 wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 10.4, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: indien het project gericht is op bossen op arme zandgronden worden de volgende omvormingsmethoden toegepast:

5% per hectare voor intensieve omvorming;

45% per hectare voor standaard omvorming;

40% per hectare voor extensieve omvorming;

10% per hectare voor omvorming tot een OAD netwerk; een behandeling van maximaal 90% van het projectgebied met bodemverbeteraars, waarbij de te behandelen oppervlakte en de samenstelling van kalk, schelpengruis en steenmeel en dosering van de toe te passen bodemverbeteraars in overeenstemming zijn met de uitkomsten van het bodemonderzoek; indien het project gericht is op bossen op rijke zandgronden worden de volgende omvormingsmethoden toegepast:

0% per hectare voor intensieve omvorming;

50% per hectare voor standaard omvorming;

40% per hectare voor extensieve omvorming;

10% per hectare voor omvorming tot een OAD netwerk; indien het project plaatsvindt in een landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen, zoals aangegeven op de kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, opgenomen in bijlage 8a bij deze regeling, mag uitsluitend worden aangeplant met soorten die zijn vermeld in bijlage 8b bij deze regeling, tenzij hiervan gemotiveerd wordt afgeweken; indien het project plaatsvindt buiten een landschap met oude boskernen, houtwallen en heggen, zoals aangegeven op de kaart Groen Erfgoed van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, opgenomen in bijlage 8a van deze regeling, mag uitsluitend worden aangeplant met soorten die zijn vermeld in bijlage 8c bij deze regeling, tenzij hiervan gemotiveerd wordt afgeweken.

Artikel 10.8Aanvullende subsidievereisten hydrologisch onderzoek

Onverminderd artikel 10.6, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 10.4, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan het vereiste dat de hydrologische onderbouwing van het project is afgestemd met het waterschap, hetgeen blijkt uit een verklaring van het waterschap.

Artikel10.9Subsidiabele kosten

1.Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten die direct verband houden met de uitvoering van het project; voorbereidingskosten die zijn gemaakt vanaf 1 januari 2025; kosten voor onderzoek voor de voorbereiding of uitvoering van maatregelen, gemaakt vanaf 1 januari 2025, voor: bodemonderzoek; hydrologisch onderzoek;

LESA-onderzoek; archeologisch onderzoek; onderzoek naar niet-gesprongen explosieven; kosten voor communicatie over de uitvoering van het project; legeskosten; kosten van mitigerende maatregelen ter voorkoming van schade als gevolg van vernattingsmaatregelen; kosten voor stelposten, reserveringen of onvoorziene uitgaven tot een maximum van 10% van de totale subsidiabele kosten; kosten derden op uurbasis ten behoeve van het project tot een maximum van € 99 per uur, vermeerderd met eventuele niet-verrekenbare of niet-compensabele btw.

2.In afwijking van het eerste lid, onder a, zijn de kosten die direct verband houden met de uitvoering van projecten als bedoeld in artikel 10.4, onder a, subsidiabel: tot een maximum van € 2.640 per hectare voor de omvorming van bossen op arme zandgronden; tot een maximum van € 3.200 per hectare voor het toedienen van bodemverbeteraars; tot een maximum van € 1.860 per hectare voor de omvorming van bossen op rijke zandgronden.
3.Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieaanvrager, past de subsidieaanvrager, met uitzondering van gemeenten, de berekeningssystematiek genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van: € 70 voor werkzaamheden op MBO-niveau; € 100 voor werkzaamheden op HBO-niveau; € 120 voor werkzaamheden op WO-niveau.

4.Indien de subsidieontvanger beschikt over een geldige goedkeuring van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor het gebruik van de Integrale Kostensystematiek, kan hij — in afwijking van het derde lid — de berekeningswijze toepassen als bedoeld in artikel 1.4, eerste lid, onderdeel a, en artikel 1.5 van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant. In dat geval mag de subsidieontvanger deze systematiek en de daaruit voortvloeiende jaarlijkse uurtarieven hanteren.

Artikel10.10Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 10.9 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking: kosten voor de aanschaf en afschrijvingskosten van machines; kosten die zijn gemaakt voor 1 januari 2025; kosten waarvoor reeds subsidie of een bijdrage is verstrekt; kosten voor onderhoud of andere reguliere taken van de aanvrager; kosten die verband houden met de uitvoering van wettelijke taken of verplichtingen van de subsidieaanvrager; kosten voor monitoring.

Artikel 10.11Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen worden ingediend van:

15 januari 2021 tot en met 1 april 2021;

3 januari 2022 tot en met 2 december 2022;

3 januari 2023 tot en met 15 december 2023;

1 april 2026 tot en met 12 november 2026.

Artikel 10.12Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 10.4 vast op: € 1.619.770 voor de periode genoemd in artikel 10.11, onder a; € 1.000.000 voor de periode genoemd in artikel 10.11, onder b; € 1.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 10.11, onder c; € 4.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 10.11, onder d.

Artikel 10.13Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 1.000.000.

Artikel 10.14Verdelingswijze

1.Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

2.Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3.Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4.De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.
5.De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die: opeenvolgend zijn in de rangschikking; en die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel10.15Verplichtingen van de subsidieontvanger

1.De subsidieontvanger: start het project binnen vier maanden na verlening van de subsidie; rondt het project uiterlijk 31 december 2028 af; maakt op de projectlocatie(s) geen gebruik van kunstmest, drijfmest of bestrijdingsmiddelen; past bij aanplant geen soorten toe die zijn vermeld in bijlage 8d van deze regeling of in bijlage Vc bij artikel 3.67 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, meer dan twaalf maanden bedraagt; overlegt één geopackage met de exacte locatie van de maatregelen en eventuele onderzoeken, opgesteld op basis van de in het subsidieloket beschikbaar gestelde template geodatabase, ten behoeve van invoer in het registratiesysteem GIS-subsidies natuur Noord-Brabant; houdt ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening een administratie bij van de gerealiseerde kosten en bewaart de daarbij behorende bewijsstukken voor een periode van tien jaar na vaststelling van de subsidie; laat eventuele opbrengsten van economische activiteiten van het project ten goede komen aan het project.

2.Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder a, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.

Artikel 10.16Verantwoording

1.Bij subsidies tot € 125.000 toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag; bewijsstukken die duidelijk, gespecificeerd en actueel zijn als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, waaruit de gerealiseerde kosten blijken; indien sprake is van economische activiteiten, een overzicht van de wijze waarop de opbrengsten, bedoeld in artikel 10.15, eerste lid, onder h, ten goede zijn gekomen aan het project.

2.Bij subsidies van € 125.000 en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: een activiteitenverslag; een financieel verslag als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 1°, van de Asv; een controleverklaring als bedoeld in artikel 22, zevende lid, onderdeel a, onder 2°, van de Asv.

Artikel10.17Bevoorschotting en betaling

1.Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag.

2.Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.

Artikel 10.18Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2029 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.

§ 11Biodiversiteit en leefgebieden; onderzoek

Artikel 11.1Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; file geodatabase: specifiek bestand dat geschikt is voor opname in een geografisch informatiesysteem;

Maatregelenkaart: Maatregelenkaart voor biodiversiteit en leefgebieden in Noord-Brabant, opgenomen in bijlage 7 bij deze regeling; prioritaire soorten: soorten, opgenomen in bijlage 1, behorende bij deze regeling; rode lijst: nationale lijst van verdwenen, ernstig bedreigde, bedreigde, kwetsbare en gevoelige dier- en plantensoorten, waaraan bijzondere aandacht moet worden besteed voor de instandhouding, als bijlage opgenomen bij het Besluit Rode lijsten flora en fauna;

Toelichting Maatregelenkaart: Toelichting op de Maatregelenkaart, opgenomen in bijlage 8 bij deze regeling.

Artikel 11.2Doelgroep

1.Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door: rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen en natuurlijke personen.

2.Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder b of c, geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid; draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsverklaring.

Artikel 11.3Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.

Artikel11.4Subsidiale activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op onderzoek naar het behoud of herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden.

Artikel 11.5Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien: reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project; de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000; het project behoort tot de wettelijke taken van de subsidieaanvrager; voor het project andere provinciale subsidie kan worden aangevraagd.

Artikel 11.6Subsidievereisten

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in of is gericht op de provincie Noord-Brabant, blijkend uit een kaart van de onderzoekslocatie of onderzoekslocaties; het project is gericht op onderzoek naar het behoud of herstel van prioritaire soorten en hun leefgebieden; het onderzoeksvoorstel draagt bij aan de doelen als opgenomen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart; het onderzoek resulteert in nieuwe kennis. de subsidieaanvrager heeft aantoonbaar ervaring met en kennis van het onderwerp van het onderzoek; de subsidieaanvrager kan het project binnen vijf jaar na de startdatum afronden, blijkend uit een realistische planning; aan het project ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende en realistische begroting.

Artikel 11.7Subsidiabele kosten

1.Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking: kosten van de onderzoekswerkzaamheden voor zover deze betrekking hebben op maatregelen als opgenomen op de Maatregelenkaart of in de Toelichting Maatregelenkaart; kilometervergoedingen voor de werkzaamheden, bedoeld onder a, tot een maximum van € 0,23 per kilometer, inclusief btw.

2.Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, arbeids- of personeelsuren van de subsidieaanvrager betreffen, past de subsidieaanvrager de berekeningswijze, genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van: € 60 voor werkzaamheden op MBO-niveau; € 90 voor werkzaamheden op HBO-niveau; € 110 voor werkzaamheden op WO-niveau;
3.Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, uitgevoerd worden door derden, bedraagt het maximum € 99 per uur, vermeerderd met eventuele niet verrekenbare of niet compensabele btw.

4.Indien de werkzaamheden, bedoeld onder a, uitgevoerd worden door vrijwilligers, stagiaires of studenten, bedraagt het maximum € 5,00 per uur.

Artikel 11.8Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 11.7 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking: kosten gemaakt voor de verlening van de subsidie; kosten waarvoor reeds op grond van een andere regeling subsidie is verleend; kosten voor stelposten of onvoorziene omstandigheden; kosten voor wettelijke taken.

Artikel 11.9Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen worden ingediend van;

15 januari 2021 tot en met 15 februari 2021;

10 januari 2022 tot en met 4 februari 2022;

27 februari 2023 tot en met 15 december 2023;

4 januari 2024 tot en met 17 december 2024;

3 maart 2025 tot en met 15 december 2025.

Artikel 11.10Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 11.4 vast op: € 500.000 voor de periode genoemd in artikel 11.9, onder a; € 500.000 voor de periode genoemd in artikel 11.9 onder b; € 300.000 voor de periode genoemd in artikel 11.9, onder c; € 300.000 voor de periode, genoemd in artikel 11.9, onder d; € 300.000 voor de periode, genoemd in artikel 11.9, onder e.

Artikel 11.11Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000.

Artikel 11.12Verdelingswijze

1.Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2.Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3.Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4.De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.
5.De subsidie wordt verdeeld overeenkomstig de rangschikking over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel 11.13Verplichtingen van de subsidieontvanger

1.De subsidieontvanger: start het project binnen vier maanden na verlening van de subsidie; rondt het project af binnen vijf jaar na de in het projectplan opgenomen startdatum; maakt de bevindingen en resultaten van het project toegankelijk voor derden; overlegt na afloop van het project aan Gedeputeerde Staten een file geodatabase met de exacte locatie van het uitgevoerde onderzoek, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant; houdt ingevolge artikel 21, achtste lid, van de Asv, een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.

2.Indien het project wegens onvoorziene omstandigheden niet kan worden afgerond binnen de termijn, genoemd in het eerste lid, onder b, en de subsidieontvanger verlenging van die termijn wenselijk acht, kan hij uiterlijk de dag voor het verstrijken van die termijn schriftelijk een gemotiveerd verzoek indienen bij Gedeputeerde Staten tot verlenging met maximaal een jaar.

Artikel 11.14Verantwoording

De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteitenverslag; het onderzoeksrapport; een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten als bedoeld in artikel 21, zevende lid, van de Asv, met gebruikmaking van de daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelverklaring.

Artikel11.15Bevoorschotting en betaling

1.Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.

2.Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.

Artikel11.16Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2023 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.

§12Bestrijding invasieve exoten

[vervallen]

§ 13Bestrijding invasieve exoten Natura-2000

Artikel13.1Begripsbepalingen

[Vervallen]

Artikel13.2Doelgroep

[Vervallen]

Artikel13.3Subsidievorm

[Vervallen]

Artikel13.4Subsidiabele activiteiten

[Vervallen]

Artikel13.5Weigeringsgronden

[Vervallen]

Artikel13.6Subsidievereisten

[Vervallen]

Artikel13.7Subsidiabele kosten

[Vervallen]

Artikel13.8Niet subsidiabele kosten

[Vervallen]

Artikel13.9Aanvraagtijdvak

[Vervallen]

Artikel13.10Subsidieplafond

[Vervallen]

Artikel13.11Subsidiehoogte

[Vervallen]

Artikel13.12Verdelingswijze

[Vervallen]

Artikel13.13Verplichtingen van de subsidieontvanger

[Vervallen]

Artikel13.14Verantwoording

[Vervallen]

Artikel13.15Bevoorschotting en betaling

[Vervallen]

§ 14Versnelling herstel stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden

Artikel 14.1Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder: agrarische onderneming: onderneming actief in de primaire landbouwproductie of de verwerking of afzet van landbouwproducten; algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187); ambitiekaart: kaart als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016;

Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; bestaande natuur: bestaande natuur als aangeduid in het Natuurbeheerplan; bevel tot terugvordering: bevel als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of artikel 1, vijfde lid, onder a, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening; bossen op arme zandgronden: bossen van het natuurtype N01.04, N15 en N16.03 als bedoeld in de Index natuur en landschap; bossen op rijke zandgronden: bossen van het natuurtype N01.03, N14 en N16.04 als bedoeld in de Index natuur en landschap;

EVZ: ecologische verbindingszone zijnde een langgerekt gebied waarbinnen natuur- en landschapselementen zijn of worden gerealiseerd, gericht op het verbinden van natuurgebieden als opgenomen en begrensd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant; extensieve omvorming: in relatief lage aantallen vervangende boomsoorten en struiksoorten aanbrengen; file geodatabase: specifiek bestand dat geschikt is voor opname in een geografisch informatiestysteem; habitattypen en soorten: natuurlijke habitats, habitats van soorten en de dier- en plantensoorten die op grond van de Vogel- en habitatrichtlijn worden beschermd;

Index natuur en landschap: beschrijving van natuur- en landschapstypen, te raadplegen via de website: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-en-landschap/; intensieve omvorming: in relatief hoge dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen; kosten derden: kosten die op factuur aantoonbaar en aan derden verschuldigd zijn en die direct voor de subsidiabele activiteit worden gemaakt;

KRW: kaderrichtlijn water, die als doel heeft de kwaliteit van oppervlakte- en grondwater in Europa te waarborgen (richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 (PBEU 200, L327); landbouwgroepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193); mede-overheid: overheid als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Regeling informatieverstrekking sisa of waterschap;

MKB-onderneming: kleine, middelgrote of micro-onderneming als bedoeld in bijlage I bij de landbouwvrijstellingsverordening;

Natura 2000-beheerplan: plan als bedoeld in artikel 3.8, derde lid, van de Omgevingswet;

Natura 2000-gebied: gebied als bedoeld in bijlage 1 bij artikel 1.1 van de Omgevingswet;

Natura 2000-maatregelen; maatregelen om de instandhoudingsdoelstellingen te behalen, zoals beschreven in het Natura 2000-beheerplan;

NNB: Natuur Netwerk Brabant, zijnde een samenhangend netwerk van natuurgebieden, dat van nationaal en internationaal belang is en het veiligstellen van ecosystemen als doel heeft, en is opgenomen en begrensd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant;

Natuurbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 1.2 van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant 2016;

Natuurpact: tussen het Rijk en de provincies op 18 september 2013 gesloten Natuurpact ontwikkeling en beheer van de natuur in Nederland, waarin de ambities en financiering van het natuurbeleid zijn vastgelegd voor de periode tot en met 2027 (Kamerstukken II 2013/14, 33 576, nr. 6); niet-productieve investeringen: investeringen die niet leiden tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van een agrarische onderneming;

OAD-netwerk: netwerk van oude, aftakelende en dode bomen; standaard omvorming: in standaard dichtheid vervangende boomsoorten of struiksoorten aanbrengen;

OGOR: optimaal grond- en oppervlaktewaterregime; onderneming in moeilijkheden: onderneming als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of artikel 2, onder 14, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening; provinciaal uitvoeringsprogramma: programma van de provincie Noord-Brabant, waarin staat aangegeven hoe gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan het realiseren van de condities, die nodig zijn voor een landelijk gunstige staat van instandhouding op de locaties, waar bij aanvang van het programma sprake is van een te hoge stikstofdepositie voor stikstofgevoelige soorten en habitats;

Regionaal Water en Bodem Programma: door Provinciale Staten op 3 december 2021 vastgesteld Regionaal Water en Bodem Programma Noord-Brabant 2022-2027; steenmeel: fijngemalen gesteente dat gebruikt wordt als bodemverbeteraar en meststof ineen, waardoor de bodemvruchtbaarheid en de bodemstructuur verbeteren;

Vogel- en Habitatrichtlijn: richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU 2010 L 20) en richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEU 1992 L 206); waterbeheerplan: door een waterschap op grond van de Waterwet of de Omgevingswet vastgesteld beheerplan of beheerprogramma met daarin de doelstellingen voor de periode 2022-2027 voor het waterschap en de wijze waarop aan die doelstellingen invulling wordt gegeven.

Artikel14.2Doelgroep

1.Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door: rechtspersonen; een samenwerkingsverband van rechtspersonen of natuurlijke personen.
2.Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt subsidie aangevraagd door een deelnemer van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid; en draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband.

Artikel 14.3Subsidievorm

Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 14.4Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het versterken of verbeteren van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden of stikstofgevoelige habitattypen of soorten door middel van: bosrevitalisering; maatregelen ter verbetering van de kwaliteit van natuurgebieden, anders dan bedoeld onder a; hydrologische maatregelen; onderzoek ten behoeve van maatregelen als bedoeld in de onderdelen a tot en met c.

Artikel 14.5Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien: reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project; voor het project reeds eerder een subsidie of bijdrage is verleend; het project gericht is op verwerving, functiewijziging, pachtvrij of erfpachtvrij maken of beheer van gronden; het project gericht is op bosrevitalisering en voor het projectgebied reeds eerder subsidie is verstrekt ten behoeve van bosrevitalisering; de subsidieaanvrager een agrarische onderneming is die geen MKB-onderneming is; ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat; de subsidieaanvrager een onderneming in moeilijkheden is; de aangevraagde subsidie minder bedraagt dan € 25.000.

Artikel 14.6Algemene subsidievereisten

1.Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 14.4 onderdelen a tot en met c, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het project wordt uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant, op maximaal 2000 meter afstand van een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, blijkend uit een kaart van de projectlocatie of de projectlocaties; de maatregelen die onderdeel uitmaken van het project zijn additioneel aan de uitvoeringsactiviteiten die worden uitgevoerd in het kader van het Natuurpact;. het project is gericht op herstel de daarin voorkomende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden dan wel de daarin voorkomende stikstofgevoelige habitattypen of soorten, blijkend uit: een beschrijving van het type maatregelen dat wordt genomen in de projectperiode, de doelen, die daarbij worden nagestreefd en welke drukfactoren, bedoeld in bijlage 11, worden aangepakt; per categorie maatregelen als bedoeld in artikel 14.4, een overzicht van de indicatieve oppervlakten in hectare per natuurgebied; aard en omvang van het verwachte effect van het project op de betreffende habitattypen of soorten; de subsidieaanvrager heeft: zeggenschap op basis van eigendom over de grond waarop het project betrekking heeft; of schriftelijke van de eigenaar van de grond waarop het project betrekking heeft; het project is niet strijdig met een of meer provinciale natuur- en waterdoelstellingen; het project heeft als doel om bij te dragen aan vermindering van de drukfactoren, bedoeld in bijlage 11 bij deze regeling;. het project kan uiterlijk 30 maart 2028 worden afgerond, blijkend uit een realistische planning; indien relevant, is de onderbouwing van het project in relatie tot hydrologie afgestemd met het waterschap, blijkend uit een verklaring van het waterschap; aan de aanvraag ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende begroting; een file geodatabase met de beoogde locatie van de te treffen maatregelen, opgebouwd volgens het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde modelregistratieformulier ten behoeve van het vullen van het registratiesysteem GIS subsidies natuur Noord-Brabant; een beschrijving van de nul-situatie; een beschrijving van het te voeren beheer nadat het project is uitgevoerd; een beschrijving van de wijze van monitoring van zowel de voortgang van het project als het effect van de maatregelen;

2.Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 14.4, onderdeel d, in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: het onderzoek wordt uitgevoerd ten behoeve van de provincie Noord-Brabant; het onderzoek draagt bij aan de totstandkoming van de te verrichten activiteiten, bedoeld in artikel 14.4, onderdelen a, b of c of een combinatie van twee of meer onderdelen; het onderzoek kan uiterlijk 30 maart 2028 worden afgerond, blijkend uit een realistische planning; aan de aanvraag ligt een projectplan ten grondslag, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende begroting; een file geodatabase met de ligging van het onderzoeksgebied.

Artikel 14.7Aanvullende vereisten bosrevitalisering

Onverminderd artikel 14.6, eerste lid, wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 14.4, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: het project is gericht op bosrevitalisering ten behoeve van versterken of verbeteren van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden dan wel van stikstofgevoelige habitattypen of soorten; het project is gericht op bestaande bossen op arme of rijke zandgronden; indien het project gericht is op bossen op arme zandgronden worden de volgende omvormingsmethoden toegepast:

5% per hectare voor intensieve omvorming;

45% per hectare voor standaard omvorming;

40% per hectare voor extensieve omvorming;

10% per hectare voor omvorming tot een OAD netwerk; een behandeling van 90% van het projectgebied met steenmeel, uitgaande van 10 ton steenmeel per volledig te behandelen hectare tenzij uit een bij de aanvraag overgelegd bodemonderzoek blijkt dat hiervan moet worden afgeweken; indien het project gericht is op bossen op rijke zandgronden worden de volgende omvormingsmethoden toegepast:

0% per hectare voor intensieve omvorming;

50% per hectare voor standaard omvorming;

40% per hectare voor extensieve omvorming;

10% per hectare voor omvorming tot een OAD netwerk.

Artikel 14.8Aanvullende vereisten andere kwaliteitsmaatregelen

[vervallen]

Artikel 14.9Aanvullende vereisten hydrologische maatregelen

Onverminderd artikel 14.6, eerste lid, wordt om voor subsidie als bedoeld in artikel 14.4, onder c, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: het project draagt bij aan het versterken of verbeteren van stikstofgevoelige N2000-gebieden, blijkend uit een ecologische en hydrologische onderbouwing; het project is additioneel ten opzichte van de KRW-maatregelen uit het waterbeheerplan van het betreffende waterschap; het project is gericht op het bereiken van het OGOR dat nodig is voor de bescherming en instandhouding van de habitattypen en soorten.

Artikel 14.10Subsidiabele kosten

1.Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten in ieder geval voor subsidie in aanmerking: kosten ten behoeve van de uitvoering van het project; voorbereidingskosten gemaakt vanaf 1 januari 2024; kosten voor onderzoek ten behoeve van de uitvoering van maatregelen als bedoeld in artikel 14.4, onder a tot en met c; kosten voor een LESA-onderzoek; kosten voor communicatie ten behoeve van de uitvoering van het project; legeskosten; kosten voor aanleg van voorzieningen ten behoeve van de monitoring van maatregelen, voor zover additioneel ten opzichte van bestaande monitoring; kosten van mitigerende maatregelen ter voorkoming van schade als gevolg van vernattingsmaatregelen; kosten derden, tot een maximum van € 99 per uur, vermeerderd met niet verrekenbare en niet compensabele btw; kosten als bedoeld onder a tot en met i, van agrarische ondernemingen, voor zover deze uitgaven voor niet-productieve investeringen betreffen. kosten van arbeids- en personeelsuren van een gemeente, niet meer dan € 100 per uur mits besteed aan extra werkzaamheden die direct toerekenbaar zijn aan het project.
2.In afwijking van het eerste lid, onder a, zijn kosten voor de uitvoering van projecten als bedoeld in artikel 14.4, onder a, subsidiabel: tot een maximum van € 2.560 per hectare, indien het kosten voor de omvorming van bossen op arme zandgronden betreft; tot een maximum van € 2.900 per hectare, indien het kosten voor steenmeel betreft; tot een maximum van € 1.800 per hectare, indien het kosten voor de omvorming van bossen op rijke zandgronden betreft.
3.Voor de berekening van subsidiabele uurtarieven van arbeids- en personeelsuren van de subsidieontvanger, anders dan een gemeente, past deze de berekeningswijze, genoemd in artikel 1.4, eerste lid, onder c, van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toe en hanteert daarbij een uurtarief van: € 70 voor werkzaamheden op MBO-niveau; € 100 voor werkzaamheden op HBO-niveau; € 120 voor werkzaamheden op WO-niveau.
4.Als de subsidieontvanger beschikt over een geldende goedkeuring van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voor het hanteren van de zogenaamde Integrale Kosten Systematiek, kan de subsidieontvanger, in afwijking van het derde lid, de berekeningswijze, bedoeld in de artikelen 1.4, eerste lid, onder a, en 1.5 van de Regeling algemene subsidienormen Noord-Brabant toepassen en deze systematiek en de uit deze systematiek voortvloeiende jaarlijkse uurtarieven hanteren.

Artikel 14.11Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 14.10 komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking: kosten voor regulier beheer en onderhoud; kosten voor de aanschaf en afschrijvingskosten van machines; uitvoeringskosten gemaakt vóór indiening van de aanvraag; kosten waarvoor reeds een subsidie of bijdrage is verleend; kosten voor de uitvoering van wettelijke taken of regelingen; kosten voor de uitvoering van monitoring; kosten gemaakt door agrarische ondernemingen voor: de aankoop van productierechten; de aanplant van eenjarige gewassen; afwateringswerkzaamheden; de aankoop van dieren; investeringen om aan geldende EU-normen te voldoen.

Artikel 14.12Aanvraagtijdvak

Subsidieaanvragen worden ingediend: van 22 november 2021 tot en met 29 juni 2023 en 21 september 2023 tot en met 31 oktober 2023; van 3 februari 2025 tot en met 1 december 2025.

Artikel 14.13Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond vast op: € 53.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 14.12, onder a; € 10.000.000 voor de periode, genoemd in artikel 14.12, onder b.

Artikel 14.14Subsidiehoogte

1.De hoogte van de subsidie bedraagt:

100% van de subsidiabele kosten tot de maximale bedragen per ha, genoemd in artikel 14.10, tweede lid, voor projecten als bedoeld in artikel 14.4, onder a;

100% van de subsidiabele kosten, voor projecten als bedoeld in artikel 14.4, onder b, c en d.

2.De maximale hoogte van de subsidie als bedoeld in het eerste lid is: voor agrarische ondernemingen, € 500.000 per project; voor overige subsidieontvangers, € 2.000.000 per project.
3.Indien toepassing van het eerste en tweede lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 14.15Verdelingswijze

1.Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.
2.Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.
3.Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.
4.De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen van hoog naar laag worden gerangschikt in volgorde van trekking.
5.De subsidie wordt verdeeld overeenkomstig de rangschikking over aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel 14.16Subsidieverlening

[vervallen]

Artikel 14.17Verplichtingen van de subsidieontvanger

1.De subsidieontvanger: rondt het project uiterlijk 30 maart 2028 af; verricht op de ingerichte grond duurzaam natuur-, water-, bodem-, en landschapsbeheer; gebruikt op de ingerichte grond geen kunstmest, drijfmest of bestrijdingsmiddelen; gebruikt bij de uitvoering van maatregelen geen beplantingssoorten genoemd in bijlage 15 bij deze regeling of in Bijlage Vc. bij artikel 3.67 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; besteedt eventuele opbrengsten uit een door deze paragraaf gesubsidieerde investering aan kwaliteitsverbetering of beheer van natuurgebieden, indien hij een niet-agrarische onderneming is; verleent medewerking aan de landelijke monitoring, voor zover de provincie hiertoe verplicht is op grond van de Spuk versneld natuurherstel; de ontvanger schrijft na afronding van de activiteiten een reflectie op de eindsituatie ten opzichte van de nulsituatie; overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, meer dan twaalf maanden bedraagt; houdt bij subsidies tot € 125.000, ingevolge artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening of artikel 7, eerste lid, van de landbouwgroepsvrijstellingsverordening, een administratie bij van gerealiseerde kosten, gestaafd met gespecificeerde en actuele bewijsstukken;
Verder lezen ↓

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.