← Nederland

Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad (VFL) (Zaanstad)

Kort samengevat

Deze verordening van de gemeente Zaanstad bundelt regels over de fysieke leefomgeving, zoals bouwwerken, water, bodem, natuur en cultureel erfgoed, ter voorbereiding op de Omgevingswet. Het doel is het beschermen en beheren van deze leefomgeving door middel van diverse zorgplichten en verboden.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst
Obsah (6)Artikel 2Artikel 4Artikel 7Artikel 3Artikel 10Artikel 5

wet, artikel 8 van de Woningwet, artikel 3.16 van de Erfgoedwet, de artikelen 39, 39c, 39d van de Wet bodembescherming, het Besluit aanwijzing bevoegdgezaggemeenten Wet bodembescherming. Besluit: Vast

Artikel 2

:10 (vergunning) Artikel 5.50 (vergunning) Artikel 2:11 (vergunning) Artikel 5.51 (vergunning) Artikel 2:12 (vergunning) Artikel 5.52 (vergunning) Artikel 2:22 (ontheffing) Artikel 5.20 (ontheffing) Artikel 4:6 (ontheffing) Artikel 5.43 (ontheffing) Artikel 4:11 (vergunning) Artikel 5.80 en artikel 5.84 (vergunning) Artikel 4:11a (ontheffing) Artikel 5.85 (ontheffing) Artikel 4:13 (vergunning) Artikel 5.44 (vergunning) Artikel 5:24 (vergunning) Artikel 5.61 (vergunning) Artikel 5:25 (ontheffing) Artikel 5.62 (ontheffing) Artikel 5:37 (ontheffing) Artikel 5.64 (ontheffing) Artikel 5:38 (ontheffing) Artikel 5.65 (ontheffing) Artikel 5:39 (vergunning) Artikel 5.66 (vergunning) Artikel 5:40 (vergunning) Artikel 5.67 (vergunning) Artikel 5:41 (vergunning) Artikel 5.68 (vergunning) Artikel 5:43b (ontheffing) Artikel 5.69 (ontheffing) Meldingen gedaan op grond van de Algemene plaatselijke verordening Zaanstad (‘oud’), gelden als melding op grond van deze verordening (‘nieuw’) volgens het volgende schema:

Artikel 4

:3 (melding) Artikel 5.40 (melding) Artikel 4:11 (melding) Artikel 5.80 (melding) Vergunningen verleend op grond van de Bouwverordening Zaanstad 2008 (‘oud’), gelden als vergunning op grond van deze verordening (‘nieuw’) volgens het volgende schema:

Artikel 7

.3.1 (vergunning) Artikel 5.77 (vergunning) Aanwijzingen op grond van de Erfgoedverordening 2010 gemeente Zaanstad (‘oud’), gelden als aanwijzingen op grond van deze verordening (‘nieuw’) volgens het volgende schema:

Artikel 3

(aanwijzing) Artikel 4.2 (aanwijzing) Artikel 4 (aanwijzing) Artikel 4.6 (aanwijzing) Artikel 8 (aanwijzing) Artikel 4.7 (aanwijzing) Artikel 20 (aanwijzing) Artikel 4.8 (aanwijzing) Vergunningen verleend op grond van de Erfgoedverordening 2010 gemeente Zaanstad (‘oud’), gelden als vergunning op grond van deze verordening (‘nieuw’) volgens het volgende schema:

Artikel 10

(vergunning) Artikel 5.72 (vergunning) Artikel 16 (vergunning) Artikel 5.73 (vergunning) Artikel 17 (vergunning) Artikel 5.76 (vergunning) Artikel 23 (vergunning) Artikel 5.75 (vergunning) Meldingen gedaan op grond van de Verordening bodemsanering Zaanstad 2017 (‘oud’), gelden als vergunning op grond van deze verordening (‘nieuw’) volgens het volgende schema:

Artikel 5

(melding) Artikel 5.7 (melding) Artikel 6 (melding) Artikel 5.8 (melding) Vergunningen verleend op grond van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Zaanstad (‘oud’), gelden als vergunning op grond van deze verordening (‘nieuw’) volgens het volgende schema:

Artikel 2

.1 (vergunning) Artikelen 5.22 (vergunning) Instemmingsbesluiten verleend op grond van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Zaanstad (‘oud’), gelden als instemmingsbesluit op grond van deze verordening (‘nieuw’) volgens het volgende schema:

Artikel 2

.1 (instemmingsbesluit) Artikel 5.12 (instemmingsbesluit) Meldingen gedaan op grond van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur Zaanstad (‘oud’), gelden als melding op grond van deze verordening (‘nieuw’) volgens het volgende schema:

Artikel 2

.1 lid 2 (melding) Artikel 5.12 of 5.22 (melding) Artikel 8.5 Bouwverordening De artikelen 3.7, 5.3, 5.4, 5.77 en 5.78 gelden als Bouwverordening in de zin van artikel 8 van de Woningwet. Artikel8.6Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking per 1 januari

  1. Artikel8.7Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad. Aldus besloten in de vergadering van de raad van de gemeente Zaanstad, 12 december
  2. De griffier, De voorzitter, Bijlagen bij de Verordening fysieke leefomgeving Zaanstad Bijlage 5.6 Aanvullende gegevens voor het bodemsaneringsplan a. algemene gegevens: het adres, de kadastrale aanduiding en de ligging van het grondgebied waarop de verontreiniging zich bevindt; een recente (maximum 3 maanden oude) kadastrale kaart, waarop het geval van bodemverontreiniging en de oppervlakte van het te saneren gedeelte is aangegeven; een uittreksel van het kadaster waaruit de eigendomssituatie blijkt en dat niet langer dan drie maanden voor de indiening van het bodemsaneringsplan door het kadaster is afgegeven; het huidig en toekomstig gebruik van de bodem; de naam en het adres van degene die een zakelijk of een persoonlijk recht heeft op het grondgebied bedoeld onder 1, alsmede van de gebruiker daarvan; de naam en het adres van degene in wiens opdracht de bodemsanering zal plaatsvinden; een tijdschema met een eventuele fasering, waarbij in ieder geval de datum waarop met de bodemsanering naar verwachting zal worden begonnen is aangegeven; een specificatie van de bij de uitvoering van de bodemsanering betrokken bedrijven en instanties, voor zover deze ten tijde van het indienen van het bodemsaneringsplan bekend zijn; een overzicht van de benodigde vergunningen, meldingen en instemmingen om het werk te kunnen uitvoeren; de wijze waarop belanghebbenden bij de uitvoering van de bodemsanering zullen worden betrokken; de wijze van milieukundige begeleiding; b. keuze bodemsaneringsvariant: indien slechts een deel van de verontreiniging wordt verplaatst: het verzoek om een besluit te nemen op grond van artikel 40, eerste lid, van de wet; indien na de bodemsanering restverontreiniging in de bodem aanwezig blijft: een argumentatie op grond waarvan dit gebeurt; c. de te nemen maatregelen: een beschrijving van de te treffen (geo)hydrologische en technische voorzieningen met de gekozen dimensionering en de invloed hiervan op de omgeving; een beschrijving van de veiligheids- en arbeidshygiënische aspecten; een beschrijving van de maatregelen die milieuhygiënisch ongewenste effecten en overlast als gevolg van de bodemsanering voorkomen of zoveel mogelijk beperken; gegevens over de kwaliteit van het eventueel te gebruiken aanvulmateriaal; grondbalans; Bijlage 5.9 Aanvullende gegevens voor het bodemevaluatieverslag a. algemene gegevens: adres van de locatie; naam, adres van de opdrachtgever; naam van de locatie met kadastrale gegevens, coördinaten van het werk en de oppervlakte van het gesaneerde deel; samenvatting van de verontreinigingssituatie, de bodemopbouw en de geohydrologie, volgend uit bodemonderzoeken (met rapportnummers); type bodemsanering: deelsanering / gefaseerde bodemsanering / volledige bodemsanering; doelstelling van de bodemsanering voor grond en/of grondwater, met verwijzing naar het (goedgekeurde) bodemsaneringsplan (met rapportnummer) en de beschikking (met nummer) waarmee ingestemd wordt met het bodemsaneringsplan; naam, adres directievoerder, aannemer, milieukundige begeleider, tanksaneerder; nummer bestek, indien er een bestek bestaat; veiligheidsklassen, veiligheids- en gezondheidsplan (ontwerpfase en uitvoeringsfase); b. vergunningen: opsomming van vergunningen en meldingen die van belang waren voor de uitvoering van de bodemsanering (ook meldingen aan arbeidsinspectie, verkeerspolitie, wegbeheerder, besluit bodemkwaliteit etc); data van verstrekking en inwerkingtreding van deze vergunningen (nummer vermelden); verstrekte afvalstroomnummers; c. werkzaamheden voor grondsanering: start en einddatum van de periode waarop het bodemevaluatieverslag betrekking heeft, alsmede de totale duur van de grondsanering; beschrijving van de voorbereidende werkzaamheden, zoals sloop van opstallen, inrichting van werkterrein en uitvoering van verkeersmaatregelen, overleg met omgeving of projectgroep; maatregelen voor kabels en leidingen; wijze van bemalen en zuiveren van het grondwater voor ontgraving in den droge (filterstelling, debiet, invloed op de omgeving zoals zettingen en influentconcentraties); overzicht van de hoeveelheid vrijgekomen grond (uitgedrukt in tonnen en kubieke meters) en de bestemming daarvan (inclusief de wijze van verwerking en afvalstroomnummers) verdeeld in de volgende categorieën: ongereinigd storten reinigen ongereinigd hergebruiken tijdelijke opslag overzicht van de hoeveelheden overige vrijgekomen materialen (zoals eventueel vrijkomende verontreinigde klinkers en ondergrondse tanks) en hun bestemmingen; afmetingen van de ontgravingen; inrichting van gronddepot(s); beschrijving van de tijdens de uitvoering aangetroffen afwijkingen ten opzichte van de in het bodemsaneringsplan beschreven situatie en gegevens waaruit blijkt dat dit gemeld is bij Burgemeester en Wethouders; eventueel aangelegd onttrekkingssysteem voor een nog uit te voeren grondwatersanering; d. grondwatersanering / bodemluchtonttrekking: start en einddatum van de periode waarop het bodemevaluatieverslag betrekking heeft, alsmede de totale duur van de grondwatersanering; wijze van injecteren, onttrekken en zuiveren van water en lucht bij in-situ-technieken (bijvoorbeeld filterstelling, debieten en vrachten verontreiniging); beschrijving van de tijdens de uitvoering aangetroffen afwijkingen ten opzichte van de in het bodemsaneringsplan beschreven situatie of prognoses; wijze van onttrekken en zuiveren van het grondwater; e. bemonstering bij grondsanering: bespreking van analyseresultaten controlemonsters en de consequenties daarvan; bespreking analyseresultaten van de depotmonsters, monsters van de afgevoerde grond e.d. en de consequenties daarvan; bespreking van analyseresultaten van de effluentmonsters (bouwputmaling) in relatie tot de verleende vergunning(en); certificaten van kwaliteitsgegevens van de aanvulgrond en steenachtige bouwmaterialen; f. bemonstering bij grondwatersanering: bespreking van analyseresultaten van de influentmonsters voor het volgen van het verloop van de bodemsanering; bespreking analyseresultaten van de effluentmonsters in relatie tot de verleende vergunning(en); bespreking analyseresultaten van de grondwatermonsters uit peilbuizen; g. conclusies en aanbevelingen: uiteenzetting of is voldaan aan de doelstellingen van de bodemsanering zoals die zijn geformuleerd in het bodemsaneringsplan en de beschikking van de instemming; omschrijving redenen van eventuele afwijkingen van het bodemsaneringsplan; h. bijlagen en tabellen bij het bodemevaluatieverslag: locatiekaart; begrenzing van het bodemsaneringsterrein met een uittreksel uit het kadaster; verontreinigingsituatie uit het nader onderzoek of bodemsaneringsplan; ontgraving volgens het bodemsaneringsplan; kaart met het tijdens de bodemsanering ontgraven gebied met dieptes en talud ingetekend; kaart locatie van bemaling en lozingspunt tijdens de grondsanering; overzicht het in-situ-maatregelen; overzicht grondwateronttrekking (debieten, totale onttrokken hoeveelheid, eventueel de vracht aan onttrokken verontreinigen); eventueel grafische weergave van de analyseresultaten, debieten, onttrokken vracht etc.; kaart met locatie van onttrekkingssysteem voor grondwatersanering of in-situ-sanering; kaart met locaties van genomen bodemmonsters; kaart met locaties van peilbuizen met filterstelling; grondbalans; certificaten met betrekking tot ondergrondse tanks; afvoerbewijs van eventueel vrijgekomen chemische afvalstoffen (zoals sludge), inclusief afvalstroomnummers en bestemming; analyseresultaten van grond- en grondwatermonsters en toetsing (“nacontrole”); analysecertificaten van eventueel aangevoerde grond en toetsing; overzicht van de bij de bodemsanering betrokken instanties en bedrijven; toetsingstabel en referentiekader; kadastrale tekening met eventuele restverontreiniging; lijst van klachten tijdens de uitvoering en de afhandeling hiervan; l ijst van calamiteiten tijdens de uitvoering en de afhandeling hiervan; i. overige tekeningen / kaarten: ontgravingskaart; ontgravingsgebieden (diepten); ontgravingsvoorzieningen (damwanden etc); ligging tijdelijke voorzieningen; grondkaart; aard en omvang van de restverontreinigingen (grond en grondwater); kadastrale kaart van restverontreinigingen; aard en omvang van de gebruiksbeperkingen; plaats van toepassing van herschikkingsgrond; plaats van toepassing van grond afkomstig buiten de locatie; grondwatersaneringskaart; ligging van voorzieningen (b.v. drains en pompen); invloed op omgeving en mogelijke effecten (isohypsen); kabel- en leidingen Bijlage 5.10 Aanvullende gegevens voor het bodemnazorgplan a. overzicht organisatie: overzicht betrokken instanties (naam- en adresgegevens contactpersonen), taken en verantwoordelijkheden; verantwoordelijkheden (juridisch/organisatorisch/financieel); administratieve werkzaamheden; b. aanvangssituatie: gehalten en plaats (grond/grondwater en locatie) van de restverontreiniging; beschrijving locatie en omgeving: geohydrologie, kwetsbare objecten; c. maatregelen: onderhoud en investering: indien de restverontreiniging wordt geïsoleerd: de wijze waarop de instandhouding van de isolerende voorzieningen worden gewaarborgd en gecontroleerd; de wijze waarop het betrokken grondgebied in verband met het isoleren van de verontreiniging wordt beheerd; een beschrijving van de verwachte ontwikkelingen in het ruimtegebruik; de relatie tussen restverontreiniging en eventuele gebruiksbeperkingen; indien de restverontreiniging wordt gemonitord: een monitoringsplan met bemonsteringsfrequentie, geplande activiteiten met actiewaarden, ijkmomenten en verwachtte tijdsduur; een onderbouwing van dit monitoringsplan middels een inschatting van de te verwachten mobiliteit/verspreiding; plaats en filterstelling monitoringspeilbuizen; een beschrijving van de verwachte ontwikkelingen in het ruimtegebruik; wijze waarop het ruimtegebruik de ontwikkelingen beïnvloedt; toets of de voorgestelde maatregelen adequaat zijn met het oog op doelstellingen. Een rol hierbij spelen de aard van de maatregelen, de frequentie en de duur. d. overig: beschrijving welke beperkingen van het terreingebruik noodzakelijk zijn als gevolg van de restverontreiniging of nazorgmaatregelen; welke risico’s de nazorg bedreigen; een beschrijving van de maatregelen om te zorgen dat de bodemsaneringsmaatregelen in stand blijven; een beschrijving van de evaluatie van de nazorg; hoe wordt gehandeld wanneer de feitelijke situatie afwijkt van de beoogde situatie; een beschrijving van hoe wordt gehandeld bij calamiteiten, met vermelding van aanspreekpunt; een beschrijving hoe wordt gehandeld wanneer het terreingebruik of de bestemming verandert; benodigde vergunningen, meldingen; veiligheids- en arbeid hygiënische aspecten. Bijlage 5.12 Kleine werkzaamheden ten aanzien van telecomkabels en kabels en leidingen Voor werkzaamheden die dusdanig beperkt zijn dat op grond van artikel 5.12 lid 2 en 5.22 lid 2 geen vergunning of instemmingsbesluit noodzakelijk is, kan worden volstaan met een melding aan burgemeester en wethouders. Het betreft de volgende werkzaamheden in of op openbare gronden: het aanbrengen of verwijderen van kabels of leidingen in reeds aanwezige voorzieningen, zonder dat er een sleuf wordt gegraven; werkzaamheden aan kabels of leidingen over een lengte van minder dan 25 meter, gerekend met een maximale sleufbreedte van 0,60 meter; werkzaamheden aan kabels en leidingen die een oppervlakte van minder dan 15 m² beslaan; het maken van huisaansluitingen, waaronder tijdelijke aansluitingen, met een gezamenlijke lengte van minder dan 25 meter. Met een melding voor kleine werkzaamheden worden gekruist; bij het plaatsen van bovengrondse voorzieningen; bij boringen of persingen; bij het aanleggen van handholes. Bijlage 5.13 Aanvullende bepalingen voor spoedeisende werkzaamheden aan telecomkabels en kabels en leidingen Bij spoedeisende werkzaamheden als gevolg van een calamiteit die noodzakelijk zijn om persoonlijk letsel of grote schade te voorkomen, of als gevolg van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening als bedoeld in artikel 5.13 lid 4 en 5.23 lid 4 zijn de artikelen 5.12 en 5.22 niet van toepassing. Werkzaamheden in verband met calamiteiten of ernstige belemmeringen of storingen waarbij de openbare orde, veiligheid of gezondheid gevaar lopen dienen te allen tijde onverwijld gemeld te worden bij het landelijk alarmnummer 112 en bij de gemeentelijk toezichthouder. Bij spoedeisende werkzaamheden waarbij de openbare orde, veiligheid of gezondheid geen gevaar lopen wordt hiervan door de aanbieder voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden melding gedaan bij de gemeentelijk toezichthouder. De netbeheerder die werkzaamheden verricht als bedoeld in voorgaande leden voert deze zoveel mogelijk op zorgvuldige wijze uit, rekening houdend met de urgentie van de werkzaamheden. De netbeheerder die graafwerkzaamheden verricht in verband met voorgaande leden wint, voor zover mogelijk bij de beheerders van netten die zijn gelegen op de locatie waar de werkzaamheden plaatsvinden, informatie in over de precieze ligging van netten op de graaflocatie. De kosten die hulpdiensten maken in verband met werkzaamheden op grond van het derde lid, worden verhaald op de netbeheerder. Bijlage 5.14 Aanvullende gegevens voor aanvraag voor instemmingsbesluit, vergunning of melding voor telecomkabels en kabels en leidingen Een aanvraag of melding bevat in ieder geval de volgende gegevens: de naam, het adres, de contactgegevens en het factuuradres van de aanvrager of melder; het ACM-registratienummer, wanneer de aanvrager of melder een aanbieder betreft; het adres, de kadastrale aanduiding dan wel de ligging van het project; een omschrijving van de aard en omvang van het project; indien de aanvraag of melding door een gemachtigde wordt ingediend: de naam, het adres en de contactgegevens van degene namens wie de aanvraag of melding wordt ingediend, alsmede een afschrift van de machtiging; indien het project wordt uitgevoerd door een ander dan de aanvrager of melder: de naam, het adres en de contactgegevens van de uitvoerder; indien de werkzaamheden plaatsvinden op een locatie waar reeds kabels of leidingen van andere netbeheerders zijn aangelegd: een of meer verslagen waaruit overeenstemming tussen de aanvrager en de andere netbeheerder(s) blijkt over de voorgenomen werkzaamheden. Degene die een melding voor kleine werkzaamheden indient motiveert, aan de hand van een tekening, onder welk van de categorieën werkzaamheden als benoemd in bijlage 5.12, zijn werkzaamheden vallen. Bij de aanvraag van een instemmingsbesluit of een vergunning worden naast de in sub a genoemde gegevens door de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: voor werkzaamheden in bestaand gebied: één of meer tekeningen van het gewenste tracé, ingetekend op een GBKN-ondergrond, waarop de positionering van het tracé ten opzichte van de omgeving duidelijk zichtbaar is. Tekeningen moeten voldoen aan de volgende eisen: de tekeningen zijn voorzien van een tekeninghoofd met een unieke referentie en voorzien van versiebeheer met datum; de tekeningen zijn op schaal en voorzien van een noordpijl; de maatvoering van het geplande tracé is eenduidig en volledig aangegeven ten opzichte van vaste punten in de omgeving; het aantal kabels en leidingen is aangegeven inclusief materiaalsoorten en diameters van de leidingen. voor gebieden die in ontwikkeling zijn bevatten de tekeningen daarnaast: de begrenzing van het plangebied, inclusief indeling van het te ontwikkelen gebied; maatvoering ten opzichte van toekomstige vaste punten; de door de netbeheerder verkregen gebiedsinformatie naar aanleiding van een oriëntatieverzoek of een graafmelding. Deze informatie mag niet ouder zijn dan twintig dagen gerekend vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag. Naar aanleiding van de aanvraag tot het verlenen van een instemmingsbesluit of een vergunning kan door burgemeester en wethouders een werkplan of een onderdeel daarvan worden verlangd. Wanneer bij de werkzaamheden gebruik wordt gemaakt van een boring of persing is een werkplan verplicht. Het werkplan bestaat uit: een tekening van de indeling van het werkterrein; een tekening van de plaats van de op te stellen apparatuur en voertuigen; een tekening van de plaats waar de leiding(en) wordt uitgelegd; een beschrijving van de wijze van aan- en afvoer van materiaal; een verkeersplan; een boorplan met een mud-druk berekening en diagram; een communicatieplan; een bereikbaarheidsplan. Bijlage 5.15 - I Aanvullende bepalingen ten aanzien van de uitvoering van werkzaamheden ten behoeve van telecomkabels en kabels en leidingen Vooroverleg De netbeheerder die op eigen initiatief werkzaamheden wil verrichten, kan hierover vooroverleg voeren met burgemeester en wethouders teneinde een aanvraag voor te bereiden. De netbeheerder die op eigen initiatief werkzaamheden wil verrichten als bedoeld in lid 3 van Bijlage 5.15-II, pleegt hierover minimaal 26 weken voorafgaande aan de tracébepaling vooroverleg met burgemeester en wethouders. In de planfase van een door of namens de gemeente uit te voeren project, zoals bedoeld in artikel 5.17 lid 2 en 5.28 lid 2, initiëren burgemeester en wethouders het vooroverleg.
  3. Afstemming en verzoek tot aanpassing In het vooroverleg dat wordt geïnitieerd door of vanwege de gemeente, inventariseert de gemeente gezamenlijk met de netbeheerder de bestaande situatie en oplossingsrichtingen voor eventuele maatregelen. Elk van de partijen draagt er zorg voor dat de ander voorzien is van de meest actuele informatie. Burgemeester en wethouders zenden, na de netbeheerder gehoord te hebben, een verzoek tot aanpassing aan de netbeheerder indien zij maatregelen aan kabels en leidingen noodzakelijk achten. Burgemeester en wethouders omschrijven in het verzoek het project, de noodzaak van de te nemen maatregel en de grondslag voor het verzoek. Indien de werkzaamheden aan kabels of leidingen plaatsvinden op initiatief van de gemeente, vindt de coördinatie met betrekking tot afstemming, planning en samenhang plaats door burgemeester en wethouders. Voorbereiding en aanvraag instemmingsbesluit of vergunning De netbeheerder stemt zijn ontwerp af met derde belanghebbenden. De afstemming dient te worden voorgelegd aan burgemeester en wethouders. De netbeheerder vraagt het instemmingsbesluit of de vergunning aan met inachtneming van de vereisten van artikel 5.14 en 5.
  4. Burgemeester en wethouders sturen een ontvangstbevestiging van de aanvraag naar de netbeheerder. Het werkplan Afhankelijk van de mogelijke invloed die de werkzaamheden van de netbeheerder hebben op de omgeving, kan door burgemeester en wethouders een werkplan worden verlangd, waarin de onderwerpen opgesomd in bijlage 5.14, onder d beschreven

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.