Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026Op 19 mei 2022 heeft de gemeenteraad van Maasdriel het Water-en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026 vastgesteld. In het Water-en Rioleringsplan wordt beschreven hoe gemeente Maasdriel invulling geeft aan de zorgplichten afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast wordt ook beschreven hoe invulling wordt gegeven aan het thema oppervlaktewater en klimaatadaptatie. “Riolering is van wezenlijk belang! Sinds de 19e eeuw heeft rioleringszorg meer voor de volksgezondheid en de levensverwachting betekend dan de medische wetenschap daarna.” Samenvatting Een van de belangrijkste uitvindingen voor de volksgezondheid met ook nog eens een waarde aan van circa 330 miljoen euro vraagt om een beheer met visie. In dit Water en Rioleringsplan is de formatie stabiel maar minder dan benodigd. (WRP) geven wij onze overkoepelende visie op het functioneren van het (afval-)watersysteem in de Bommelerwaard. Werkwijze Bij dit WRP zetten wij de werkwijze van het WRP 2017-2021 voort. We hanteren een resultaatgerichte methodiek waarbij op basis van beelden en keuzes beleid is vastgelegd. Hiermee krijgen wij een eenduidig inzicht in de koppeling tussen kwaliteit en kosten. Het beleidskader richt zich op de kenmerken veilig, functioneel, heel en schoon. Het beleidskader voor de gemeentelijke watertaken bestaat uit de onderdelen, stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. Als vijfde onderdeel is hier klimaatadaptatie aan toegevoegd vanwege de grote raakvlakken met het stedelijk waterbeheer. De eerste drie onderdelen corresponderen met de drie wettelijke zorgplichten van de gemeente. Het vierde onderdeel is een gemeenschappelijke taak van gemeenten en waterschap voor schoon en voldoende water (in lijn met de Waterschapswet en Waterwet). De Wet milieubeheer, de Waterwet en de Gemeentewet bepalen elk voor een deel wat wij aan gemeentelijke watertaken moeten doen en hoe we deze moeten organiseren. Evaluatie De afgelopen vijf jaar hebben wij in de Bommelerwaard doelmatig invulling gegeven aan onze zorgplichten en de basisinspanning. Aan het begin van de planperiode was de formatie in beide gemeenten op orde. In Maasdriel is echter achterstand opgelopen omdat de formatie niet meer in balans was. Hierdoor heeft Maasdriel niet de in het plan vastgestelde ambitieniveaus kunnen behalen. Dit resulteert in een achterstand in beheer die momenteel ingelopen wordt. In Zaltbommel is de formatie stabiel maar minder dan benodigd. Met oog op een oplopende vervangingsopgave door ouderdom is dit een aandachtspunt maar nog geen probleem. Vooralsnog wordt dit opgevangen met inhuur van specialisten op bepaalde gebieden. Ambities Bij het bepalen van de ambitie gebruiken wij drie kwaliteitsniveaus. Elk kwaliteitsniveau heeft bijbehorende consequenties en kosten. Oftewel: elke kwaliteit heeft zijn prijskaartje. De ambitieafweging is bij aanvang van het nieuwe WRP gedaan in gemeenschappelijk verband. Er zijn beperkte wijzigingen ten opzichte van de vorige ambities doorgevoerd. Stedelijk afvalwater Wij dragen zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool. De huidige werkwijze zetten wij hierin voort. Wij vinden onze hoofdgemalen van groot belang in het transportsysteem. Deze beheren wij daarom op niveau Hoog. In bijna alle rioolgemalen in het stedelijk gebied zijn reservepompen aanwezig. Ook zijn alle rioolgemalen aangesloten op een zogeheten telemetriesysteem. Hiermee blijven wij permanent controleren op de werking van de rioolgemalen en kunnen storingen en calamiteiten spoedig worden verholpen. Hemelwater De zorgplicht voor hemelwater is een inspanningsverplichting. Hierbij hebben wij beleidsvrijheid de aanpak te kiezen die, gelet op de lokale omstandigheden, doelmatig is. Wij zetten de ambitie voort naar terugdringing van vermenging van schoon hemelwater met stedelijk afvalwater in bestaande wijken (ontvlechting). Bij nieuwbouw sturen wij actief op het vasthouden van water op het perceel. In Zaltbommel werken we hiervoor met de eis is 43.6 mm per m2 verharding. Maasdriel heeft eigen beleid geformuleerd. Verder werken we hard door aan het afkoppelen van verharde oppervlakken van de gemengde riolering. Klimaatadaptatie Overlast, waarbij water in woningen stroomt en materiële schade optreedt, proberen wij te voorkomen. Omdat mogelijke toekomstige extreme neerslag en de omvang van dan eventuele overlastlocaties op voorhand lastig te bepalen zijn, kiezen we voor het beoordelen van en handelen naar een trend in plaats van een incident. Een enkele keer wateroverlast op een bepaalde locatie beschouwen wij bijvoorbeeld als een incident. Komt bij herhaling extreme neerslag op dezelfde locatie vaker wateroverlast voor, dan beschouwen wij dit als een trend. Wij onderzoeken dan de mogelijkheden voor het realiseren van maatregelen in de openbare ruimte. Daarnaast werken we aan bewustwording door het geven van lessen op basisscholen en het informeren van inwoners over de mogelijkheden op particulier terrein. Grondwater Wij hebben de zorgplicht voor een doelmatige aanpak van structurele grondwateroverlast die het onmogelijk maakt om een perceel te gebruiken op de manier waarvoor het bedoeld is. Het watersysteem in de Bommelerwaard staat sterk onder invloed van de rivierwaterstanden, wat periodiek leidt tot kwel en hoge grondwaterstanden. Periodiek hoge grondwaterstanden worden in de Bommelerwaard veelal door de bewoners geaccepteerd (het hoort bij het wonen in een rivierengebied). Vanuit de waterwet wordt van een perceeleigenaar verwacht dat hij zijn grondwater op zijn eigen terrein verwerkt. Mochten er problemen ontstaan, dan gaan wij samen met de perceeleigenaar kijken of er sprake is van “structureel nadelige gevolgen” en of er “doelmatige maatregelen” mogelijk zijn om de overlast te verminderen. Oppervlaktewater Het beheer van het oppervlaktewater valt voor een deel onder de zorgplicht voor hemel- en grondwater. Watergangen zijn van groot belang voor het bergen en de aan- en afvoer van water. Bij hevige regenval en in situaties met veel kwel bij hoge waterstanden in de rivieren zorgen de watergangen en vijvers voor droge voeten. Door aanwezigheid van voldoende ruimte voor water in en nabij de woonkernen wordt structurele wateroverlast in de woonkernen en afwenteling naar het buitengebied voorkomen. Wij zorgen voor voldoende waterberging, gebaggerde watergangen en onderhouden watergangen en duikers. Uitvoering en kosten Om aan het gewenste kwaliteitsniveau te voldoen en onze zorgplichten uit te voeren, zijn maatregelen nodig. Om alle werkzaamheden tactisch, strategisch en operationeel goed uit te kunnen voeren hebben wij voldoende capaciteit nodig. Deze formatie is op orde, hoewel in zowel Zaltbommel als Maasdriel onder het niveau van de richtlijnen. Goed water- en rioolbeheer kost veel geld. De komende vijf jaar is hier circa € 32,5 miljoen voor nodig. Deze uitgaven worden gedekt vanuit de rioolheffing die door de bewoners en ondernemers bijeen wordt gebracht. Bij de berekening van de toekomstige lasten is gebleken dat de rioolheffing moet gaan stijgen door de aankomende lasten van de ouder wordende riolering. In dit plan staan meerdere opties voor de toekomstige financiering waaruit de beide gemeenteraden kunnen kiezen. Eventuele middelen in de reserves worden ingezet om investeringen direct af te schrijven om de toekomstige lasten te drukken. 1Inleiding Algemeen Voor u ligt het Water en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026 van de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel. Hierin geeft de Bommelerwaard aan hoe invulling wordt gegeven aan de zorgplichten uit de Wet milieubeheer en de Waterwet. Maatschappelijk belang Maar weinig mensen beseffen hoe belangrijk riolering is. Weet u bijvoorbeeld dat riolering en de drinkwatervoorziening sinds de 19e eeuw voor de volksgezondheid meer hebben betekend dan de hele medische wetenschap daarna? Zonder de moderne riolering zouden we gemiddeld veel minder oud worden. Nog niet zo heel lang geleden, in de jaren ’80, werd afvalwater nog rechtstreeks op sloten, vijvers en kanalen geloosd. Nu wordt al het afvalwater eerst gezuiverd voordat het in oppervlaktewater terecht komt. Het zuiveren van afvalwater vindt grotendeels op een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) plaats. Pas als het mis dreigt te gaan en er bijvoorbeeld stank- of wateroverlast optreedt, krijgt riolering ineens veel aandacht. Verder gaat de inzameling en het transport van afvalwater vaak ongemerkt aan de burger voorbij. Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties De SDG’s (Sustainable Development Goals of Duurzame Ontwikkelingsdoelen) zijn zeventien doelen om van de wereld een betere plek te maken in 2030. De SDG’s zijn afgesproken door de landen die zijn aangesloten bij de Verenigde Naties (VN), waaronder Nederland. De doelen kwamen er op basis van wereldwijde inbreng van organisaties en individuen. In de 17 SDG’s zijn een aantal doelen opgenomen die riolering en waterbeheer raken. Soms direct, soms iets meer indirect. SDG 6 is het meest direct omdat deze schoon water en sanitair beoogt voor alle wereldlingen: Global Goal 6 Schoon water en Sanitair Global Goal 3 Goede gezondheid en welzijn Global Goal 15 Beschermen van ecosystemen, bossen en biodiversiteit’ Global Goal 16 Bevorderen van veiligheid, publieke diensten en recht voor iedereen Figuur 1 Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties Aanleiding Aanleg, beheer en onderhoud van riolering is een gemeentelijke taak die zijn wettelijke basis vindt in de Wet milieubeheer. Hierin is het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) verplicht. Een GRP geeft inzicht in de aanleg, tijdige vervanging, verbeteringen, beheer en onderhoud van de riolering en natuurlijk in de kosten van al deze facetten. Naast riolering hebben onze gemeenten ook zorgtaken voor water. In de Bommelerwaard is het GRP sinds 2012 opgenomen in het Water- en Rioleringsplan (WRP) waarin we de water en riooltaken hebben geïntegreerd. In de Bommelerwaard ligt voor circa € 330 miljoen aan gemeentelijke rioleringsvoorzieningen in de grond. Onvoldoende aandacht en beschikbare middelen leiden tot kapitaalvernietiging van de kapitaalsgoederen. Voor het beheer en onderhoud hiervan is dus een degelijke visie nodig met een achterliggend beheerplan. Naast riolering zijn ook watertaken zoals voorzieningen voor het bergen en/ of afvoeren van hemelwater, de bescherming tegen wateroverlast, het bestrijden van droogte, etc. steeds belangrijker geworden. Kapitaalgoederen zoals hemelwaterriolering, lozingswerken en wadi’s die daarin een rol spelen liggen steeds meer buiten het traditionele rioleringsvlak en vormen als systeemonderdeel wel een belangrijk kapitaal van onze gemeenten. Doel en geldigheidsduur Het doel van dit beleidsplan is het vastleggen van de visie en ambities en om een kader voor het beheer en het onderhoud voor de periode 2022- 2026 te geven. Het plan zorgt ervoor dat we het onderhoud van het areaal efficiënt uitvoeren aan de hand van een vooraf afgesproken kwaliteitsniveau met bijbehorende kosten. Met dit beleidsplan leggen we een bestuurlijke, beheersmatige en financiële basis voor de invulling van de zorgplichten in de komende jaren. De Wet milieubeheer schrijft voor een GRP geen geldigheidsduur voor, hierin worden de gemeenten vrijgelaten. Om het zorgproces voor de riolering gaande te houden hebben we gekozen voor een geldigheidsduur van vijf jaar. De planningshorizon reikt echter veel verder. De rioolheffing en de lange termijn doelstellingen zijn gebaseerd op deze planningshorizon van 60 jaar. Dit beleidsplan is de basis voor de programmabegroting. De over meerdere jaren berekende rioolheffing stelt u als gemeenteraad in staat om de investeringen van de toekomst met een voldoende solide financiële basis aan te kunnen. Verantwoording van het uitgevoerd beleid vindt plaats via de jaarrekening. Proces en bouwstenen Conform de Wet Milieubeheer en de Waterwet zijn de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel alle twee verantwoordelijk voor het rioolbeheer. Sinds 2012 hanteren we een gezamenlijk Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard, en is er ruimte om per gemeente andere beleidswensen op te nemen. Gemeenten kunnen afzonderlijk ambities uitwerken. Het is één gezamenlijk WRP met lokaal maatwerk. De gemeenten zijn echter niet de enige spelers in de (afval) waterketen. Waterschap Rivierenland is binnen haar beheergebied verantwoordelijk voor het water- en zuiveringsbeheer. In het kader van het gemeentelijke rioleringsplan heeft het Waterschap een adviserende rol. De provincie Gelderland heeft een aanwijzings- bevoegdheid bij het opstellen van het WRP. Tegenstrijdigheden tussen het WRP en de provinciale plannen kunnen aanleiding voor een aanwijzing zijn. Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn de kaders en uitdagingen achter dit WRP beknopt toegelicht. Vervolgens wordt het Bommelerwaards watersysteem toegelicht in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt vervolgens teruggeblikt op de afgelopen planperiode en zijn aandachtspunten geformuleerd voor de aankomende periode. De visie en ambitie van de gemeenten zijn beschreven in hoofdstuk 5. In het zesde hoofdstuk is onze aanpak geconcretiseerd. Hoofdstuk 7 geeft de verantwoording van de inzet van personele en financiële middelen. In de bijlagen is achtergrondinformatie opgenomen. In bijlage A is een begrippenkader met betrekking tot water en riolering opgenomen. “De zorg en verantwoordelijkheid voor het water in de Bommelerwaard is in handen van de gemeenten, Waterschap, Provincie en perceeleigenaren. Iedere partij heeft hierin zijn eigen verplichtingen en bevoegdheden, die zijn vastgelegd in wetgeving of beleid”. 2Kaders en uitdagingen In dit hoofdstuk worden de kaders beschreven die ten grondslag liggen aan het gemeentelijke waterbeleid. Achtereenvolgens geven we de taken en bevoegdheden van de verschillende actoren in het waterbeheer weer en de raakvlakken met andere gemeentelijke taakvelden. We sluiten het hoofdstuk af met de belangrijkste uitdagingen die we als gemeente ondervinden bij de uitvoering van de gemeentelijke watertaken. Taken en bevoegdheden De zorg en verantwoordelijkheid voor het water in de Bommelerwaard is in handen van de gezamenlijke waterpartners: gemeenten, Waterschap Rivierenland, Provincie Gelderland, Vitens / Dunea en perceeleigenaren. Iedere partij heeft hierin zijn eigen verplichtingen en bevoegdheden. Deze vloeien voort uit wetgeving of beleid. In figuur 2 is schematisch aangegeven waar de primaire verantwoordelijkheden liggen per waterpartner. Soms doorkruisen verantwoordelijkheden zich. Zo zijn gemeenten en perceeleigenaren ook verantwoordelijk voor een groot deel van de B-watergangen in de gemeente. De belangrijkste wetten en beleidskaders die ten grondslag liggen aan dit gemeentelijk rioleringsplan zijn de Europese Kaderrichtlijn Water, de Waterwet, de Wet Milieubeheer en de Gemeentewet. Een uitgebreidere beschrijving van het wettelijke kader en beleid is weergegeven in Bijlage B. Figuur 2: Verantwoordelijkheden per waterpartner Uitdagingen Klimaatverandering Het klimaat verandert. Dit leidt onder meer tot grotere en heftigere buien. Het watersysteem moet deze neerslag kunnen verwerken. Het besef groeit dat we dit niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen op kunnen vangen, maar dat een integrale aanpak noodzakelijk is. Deze integraliteit vraagt afstemming tussen de afvalwaterketen en de openbare ruimte, om de inrichting aan te passen aan het veranderend klimaat. Dit noemen we klimaatadaptatie. Klimaatverandering zorgt ook voor langere perioden van droogte, waardoor oppervlakte- en grondwaterpeilen zakken. Regionaal Om de regionale samenwerking van klimaatadaptatie te versnellen, concretiseren en te intensiveren is Nederland in 2018 in 45 landelijk dekkende werkregio’s verdeeld. We zijn betrokken partners in de werkregio Klimaat Actief Rivierenland (KAR). In 2019 zijn vanuit de KAR werkregio de regionale kwetsbaarheden voor droogte, hitte en wateroverlast via stresstesten in kaart gebracht. In 2019 en 2020 zijn (risico) dialogen gehouden met diverse regionale stakeholders. Vanuit de stresstesten en (risico) dialogen is de Regionale klimaat Adaptatie Strategie (RAS) tot stand gekomen. De RAS verwoordt de gezamenlijke regionale ambities, strategieën en opgaven. De bijbehorende Samenwerkingsagenda (2021- 2023) werkt met 9 speerpunten. Met deze speerpunten is de werkregio Klimaat Actief Rivierenland (KAR) op dit moment bezig. Rondom deze 9 speerpunten zijn werkgroepen gevormd waarin we participeren en actief bijdrage leveren. Lokaal Lokaal lopen de gemeenten niet helemaal gelijk op en wordt via eigen trajecten het ruimtelijke adaptatiebeleid vormgegeven. Hierna wordt de stand van zaken kort weergegeven. Figuur 3: Temperatuurstijging Figuur 4: De 7 ambities Maasdriel: Eind 2020 is de gemeente Maasdriel gestart met het lokale klimaatadaptatietraject. Het eerste resultaat hiervan is het “ Plan van Aanpak Klimaatbestendig Maasdriel”. Er zijn ook een aantal lokale stresstesten gemaakt, deze worden de komende periode gevalideerd. Het “ Plan van Aanpak Klimaatbestendig Maasdriel”, wat is vastgesteld op 8 juli 2021, beschrijft de aanpak van de huidige situatie om te kunnen toewerken naar een lokale klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda in 2022. Vanwege efficiëntie zullen wij bij het maken van onze lokale strategie en uitvoeringsagenda zoveel als mogelijk aansluiten op de regionale strategie (RAS) en Samenwerkingsagenda. Zaltbommel: Binnen de gemeente Zaltbommel is de inzet op klimaatadaptatie eind 2020 geïntensiveerd. De gemeente heeft een lokaal adaptatie programma opgesteld waarin de route beschreven staat die Zaltbommel af wenst te leggen richting 2050. Hiertoe is inzicht verkregen in de knelpunten rond hitte, water en droogte; hebben we ambtelijk in twee sessies stilgestaan wat het betekent inhoudelijk voor de medewerkers; en hebben we eerste beleidsuitgangspunten en maatregelen geformuleerd. Het concept LAP is reeds in de gemeenteraad besproken en leggen we in definitieve vorm opnieuw aan de raad voor. Beoogd effect Het beoogde effect van de klimaatadaptatietrajecten is dat de Bommelerwaard klimaatadaptief gaat handelen (in beleid en projecten), om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn ingericht. Klimaatadaptatie is een integraal thema en heeft een sterke link met diverse beleidsvelden, waaronder: ruimtelijke ordening, riolering, water, groen en gezondheid. Klimaatadaptatie zal in veel verschillende beleidsvelden moeten landen. Het is daarom van belang dat we het thema klimaatadaptatie goed in de Omgevingsvisie verweven. Wateroverlast Zandstraat Kerkdriel juli 2020. Omgevingswet Gedurende de planperiode van dit WRP (2022- 2026) wordt de invoering van de Omgevingswet verwacht. De Omgevingswet geeft aan dat de wet (art. 1.3) met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, is gericht op onderlinge samenhang: Bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. In artikel 2.1 schrijft de Omgevingswet dat overheden, dus ook het gemeentebestuur, de taken en bevoegdheden op grond van de wet uitoefenen met het oog op deze maatschappelijke doelen. Dit WRP geeft hiervoor de handvatten als het om waterbeheer en sanitatie gaat in de fysieke leefomgeving. Binnen het kader van de Omgevingswet is het aan de gemeente om aan te geven hoe zij de taken zoals omschreven in Art 2.16 uitvoert. Dit gebeurt in het Omgevingsplan. De Omgevingswet kent de gemeente vijf taken toe (Art 2.16 lid 1 onder a). Dit zijn de volgende taken: de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen en het transport en de verwerking daarvan; het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijk gebied, om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand, voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies, zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is; de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater; het beheer van watersystemen, voor zover toegedeeld bij omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.18, tweede lid, of bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.20, derde lid de zuivering van stedelijk afvalwater, in gevallen waarin toepassing is gegeven aan artikel 2.17, derde lid (toewijzing zuivering door waterschap aan gemeente) In de Omgevingswet staat de integrale leefomgeving centraal. Daarom is in dit water- en rioleringsplan een visie op structuurgebied niveau weergegeven, hierbij zijn de gevolgen van klimaatverandering op de inrichting van de leefomgeving het uitgangspunt geweest. Na invoering van de Omgevingswet vervalt de planverplichting voor het opstellen van het GRP. In figuur 5 is aangegeven in hoeverre de verschillende onderdelen van het GRP geïntegreerd kunnen worden onder de omgevingswet. Figuur 5: Integratie GRP naar Omgevingswet. Van normatief naar emissiegericht denken Tot voor kort werd de afstemming tussen het gemeentelijk rioolstelsel en de waterkwaliteit vooral gebaseerd op normen (basisinspanning). Hiermee werd beoogd om de vuilvracht van rioolstelsels te reduceren en daarmee de waterkwaliteit te bevorderen. Het is echter onvoldoende bekend, welke invloed de vuilvracht van het rioolstelsel heeft, op het behalen van de waterkwaliteitsdoelen. Het besef is daardoor ontstaan dat de normatieve aanpak niet de juiste vorm is, maar dat maatregelen in de programma’s moeten ontstaan vanuit kennis over het functioneren van het (water)systeem. Dit vraagt een ander proces gericht op: monitoren, meten, modelleren en maatregelen. Gebrek aan grondstoffen en energie Daar waar afvalwater tot enkele jaren terug vooral gezien werd als afvalstof, groeit het besef dat het ook kan dienen als grondstof. In de transitie naar de circulaire economie speelt afvalwater een grote rol. Daarbij wordt gekeken naar het terugwinnen van energie (Energiefabriek) en fosfaten uit afvalwater. Ook wordt onderzocht hoe organische stof terug kan keren in de kringloop. De mogelijkheden en het rendement voor het terugwinnen van energie en grondstoffen nemen toe, naarmate het aandeel vuilwater in de rioolwaterstroom groter is. Het afkoppelen van hemelwaterstromen van de gemengde riolering levert hier een positieve bijdrage aan. Integraal beheer openbare ruimte (IBOR) Integraal beheer van de openbare ruimte is een begrip waarbij alle beheerdisciplines het beheer en onderhoud afstemmen op elkaar. Het combineren van de opgaven van de verschillende disciplines zoals riolering, water, verhardingen, verkeer, groen, openbare verlichting en andere nutsbedrijven, zal voordelen opleveren. Jaarlijks zullen de diverse vakdisciplines hun basisplanning voor de komende beleidsperiode op elkaar afstemmen. Onderhoudsmaatregelen voeren we, waar mogelijk, gecombineerd uit. Het gezamenlijk en gecoördineerd voorbereiden van grotere onderhoudsmaatregelen zorgt voor een efficiëntere besteding van gelden. Betrokken burger Sinds de komst van internet is de toegang tot informatie onder de inwoners toegenomen. Inwoners zijn gewend om gemakkelijk informatie te vinden en gaan er dan ook van uit dat gemeenten, waar nodig, in deze informatie voorzien. Inwoners zijn daarom beter op de hoogte van actuele ontwikkelingen en gaan zich actiever en kritischer opstellen bij veranderingen in hun directe omgeving. Wij nemen de uitdaging aan en gaan hierover graag de dialoog met onze inwoners aan. Vervangingsopgave riolering kans om toekomstbestendig te worden Het meeste afval- en hemelwater voeren we op dit moment af via de riolering, een grotendeels ondergronds buizenstelsel met een vervangingswaarde van bijna 330 miljoen euro. De vervangingsopgave is naast een kostenpost, een grote kans om het rioleringssysteem robuust en toekomstbestendig te maken en een bijdrage te leveren aan andere maatschappelijke opgaven, zoals het klimaatrobuust en verkeersveiliger maken en het vergroenen van de openbare ruimte. 3Het watersysteem Het Bommelerwaardse watersysteem is te verdelen in een afvalwater-, hemelwater-, grondwater-, en oppervlaktewatersysteem. De onderstaande paragrafen schetsen een globaal beeld van deze verschillende systemen. Figuur 6: Iconenkaart klimaatatlas Waterketen Deze paragraaf geeft inzicht in de belangrijkste stelselkenmerken van het stedelijk riool- en watersysteem, het functioneren van het stelsel en de algemene kwaliteitstoestand. In de gemeenten wordt jaarlijks veel afvalwater en hemelwater ingezameld en getransporteerd. Het afvalwater wordt via het gemeentelijk rioleringsstelsel getransporteerd naar de overnamepunten waarna het via het transportsysteem van het waterschap naar de rioolwaterzuivering (RWZI) wordt getransporteerd. In figuur 7 is een schematisering van de afvalwaterketen opgenomen. Hemelwater gemengd met afvalwater wordt afgevoerd in een gemengd riool. Een groot gedeelte daarvan wordt afgevoerd naar de RWZI en het overige gedeelte wordt via gemengde overstorten op oppervlaktewater geloosd. Op sommige locaties wordt hemelwater apart ingezameld en via hemelwateruitlaten op oppervlaktewater geloosd. Figuur 7: Afvalwaterketen Figuur 8:Leidingen Assets Omvang Assets Omvang Vrij vervalriolering 327 km Drukriolering 157 km Gemengde riolering 193 km Pompunits 1171 stuks Vuilwater riolering 49 km Hemelwater riolering 85 km Randvoorzieningen 14 stuks IBA's c162 stuks Straat en trottoirkolken 23250 stuks Overstorten Persleidingen 70 km gemengd water 66 stuks Hoofdgemalen 96 stuks Hemelwateruitlaat 123 stuks Waterzuivering Zaltbommel Afvalwatersysteem Inwoners en bedrijven in de Bommelerwaard lozen via ongeveer 25.000 aansluitingen afvalwater op de openbare riolering van de gemeente. In de Bommelerwaard lozen circa 162 percelen hun afvalwater via een individuele zuiveringsvoorziening (IBA). Ook zijn er een aantal percelen in het buitengebied niet op het riool aangesloten, deze hebben een eigen voorziening of lozen op een gierkelder. Het afvalwater wordt vervolgens via circa 330 km vrij vervalriolering en circa 225 km persleiding en 96 hoofdgemalen naar het overnamepunt getransporteerd. Het overnamepunt is het laatste gemaal voor zuivering, deze eindgemalen zijn van waterschap Rivierenland en transporteren het afvalwater naar de rioolwaterzuivering in Zaltbommel en Dreumel. Afvalwater wordt op verschillende manieren afgevoerd. Grotendeels wordt dit afgevoerd in een gezamenlijke leiding voor afvalwater, hemelwater en eventueel grondwater. Dit is een gemengd rioolsysteem. Tot de jaren ’70-’80 was dit de gebruikelijke wijze van rioleren. Daarna zijn (verbeterde) gescheiden stelsels aangelegd waarin hemelwater, vanwege de mogelijke verontreinigingen, deels of volledig naar de RWZI wordt afgevoerd en deels op oppervlaktewater. Vanuit niet vervuilde oppervlakken wordt hemelwater tegenwoordig gescheiden van vuilwater en geloosd op oppervlaktewater. De leeftijdsverdeling van de riolering in de Bommelerwaard is in beeld gebracht. Hierin is goed zichtbaar dat een groot deel van de riolering tussen 1960 en 1979 is aangelegd. Deze vrij verval riolering bereikt de komende jaren de leeftijd van vervanging. Voor Zaltbommel is dat 23%, circa 42 km, voor Maasdriel is dat 41%, circa 58 km van het areaal. Deze vervangingsopgave zorgt bij beide gemeenten voor een intensivering van de onderhoudswerkzaamheden. In tabel 9, 10 en 11 is een overzicht van de verdeling van de leeftijd van de riolering opgenomen. Tabel 9: Statistieken verdeling leeftijd Aanlegjaar Maasdriel lengte (
- km)Zaltbommel lengte (
- km)Totaal <1950 0,0 0% 5,5 3% 5,5 2% 1950-1959 4,4 3% 2,2 1% 6,6 2% 1960-1969 24,1 17% 12,6 7% 36,7 11% 1970-1979 34,0 23% 29,4 16% 63,4 19% 1980-1989 24,7 17% 25,4 14% 50,1 15% 1990-1999 18,2 13% 35,1 19% 53,3 16% >2000 39,1 27% 72,2 40% 111,3 34% Totaal 144,5 182,4 327,0 Figuur 10: Leeftijdsverdeling en lengte in beeld. Het aandeel onbekende leeftijd in Maasdriel betreft drukriolering in het buitengebied. In het buitengebied ligt een uitgebreid stelsel van drukriolering. In Maasdriel zijn er circa 490 en in Zaltbommel 681 pompputten aanwezig in het drukrioolsysteem. In de Bommelerwaard zijn de stelsels als volgt verdeeld: Tabel 11: Weergave verdeling systeemtypen Stelseltype Maasdriel lengte (
- km)Zaltbommel lengte (
- km)Totaal Gemengd 96,7 96,6 193,0 Gescheiden DWA 18,6 30 48,6 Gescheiden RWA 29,3 55,5 84,8 Druk- en persriolen 79,4 146,9 226,3 Totaal 144,5 182,4 327,0 Als het hard regent kan het riool niet al het hemelwater verwerken. In dat geval wordt (verdund afvalwater) via overlopen, de zogenaamde overstorten, ongezuiverd geloosd op oppervlaktewater. In de Bommelerwaard hebben we 66 overstorten en circa 123 hemelwateruitlaten uit de gescheiden stelsels. De overstorten zijn in bijlage D weergegeven. Om de grootste overlast door vervuiling tegen te gaan, zijn achter de belangrijkste overstorten 14 extra randvoorzieningen aangebracht. Dit zijn bergbezinkbassins en bergingsleidingen. Hemelwatersysteem Op dit moment liggen er verschillende soorten hemelwatervoorzieningen in ons gebied. Naast circa 85 km hemelwaterriolering zijn er ook hemelwatervoorzieningen zoals wadi’s, greppels, vijvers, waterbergingen en infiltratievoorzieningen. Er zijn 128 hemelwateruitlaten die ervoor zorgen dat de helwaterriolering kan lozen op oppervlaktewater zoals sloten en vijvers. Bij de hemelwatervoorzieningen infiltreert waar mogelijk het hemelwater via greppels, wadi’s of andere infiltratievoorzieningen, indien dit niet mogelijk is wordt het hemelwater vertraagt afgevoerd naar oppervlaktewater. In de afgelopen periode zijn in samenwerking met het waterschap meerdere grootschalige hemelwaterbergingen aangelegd. Bij nieuwe ontwikkelingen worden er standaard hemelwatervoorzieningen gerealiseerd Bij reconstructies van de openbare ruimte wordt in veel gevallen een gescheiden stelsel aangebracht waardoor het areaal hemelwatersysteem snel groeit. Hemelwater in de openbare ruimte vangen we op via straatkolken waarvan we er circa 23.250 in beheer hebben. Het grondwatersyteem Het watersysteem in de Bommelerwaard staat sterk onder invloed van de rivierwaterstanden, wat af en toe leidt tot kwel en hoge grondwaterstanden. De omvang van deze problemen is gering. Daarnaast worden grondwaterproblemen ook grotendeels door de bewoners geaccepteerd (het hoort bij het wonen in een rivierengebied). In de afgelopen planperiode hebben wij een grondwatermeetnet opgezet. Hiermee hebben wij inzicht in het lokale grondwatersysteem. In de Bommelerwaard zijn zo 84 meetpunten ingericht. In Velddriel (Maasdriel) wordt er vanaf 1977 drinkwater vanuit het grondwater gewonnen. Het voorzieningen gebied van de winning, is globaal de Bommelerwaard. Opening pad naast waterberging in Poederoije Het oppervlaktewatersysteem De Bommelerwaard is een deelstroomgebied binnen het grotere oppervlaktewatersysteem van Waterschap Rivierenland. Het stroomgebied [figuur 12] kent een omvang van circa 11.400 hectare en wordt begrensd door de Waal in het noorden, de Maas in het zuiden, de Afgedamde Maas in het Westen en Heerewaarden in het oosten. Het watersysteem kent een onderverdeling in A-, B- en C- watergangen en is onderverdeeld in circa 100 peilgebieden. Voor A-watergangen is in beginsel het Waterschap onderhoudsplichtig. Voor B- en C- watergangen is de aanliggende grondeigenaar onderhoudsplichtig. Het onderhoud van de watergangen vindt regelmatig plaats. Het waterschap schouwt jaarlijks of de, A en B, watergangen voldoen. Baggerwerkzaamheden worden uitgevoerd op basis van waarnemingen door de toezichthouder van het waterschap, meldingen van burgers of bedrijven of naar aanleiding van de diepteschouw van het waterschap. Binnen onze gemeenten zijn een aantal watergangen aangewezen met een specifieke ecologische doelstelling, de zogenaamde KRW- waterlichamen. Een aantal daarvan maakt onderdeel uit van een ecologische verbindingszone (EVZ) van de ecologische hoofdstructuur. In Maasdriel liggen er in en nabij de kernen Hedel en Kerkdriel watergangen die onderdeel uitmaken van de KRW-waterlichamen. In de vorige planperiode is de vuiluitworp op deze watergangen teruggebracht door het afkoppelen van hemelwater. In de afgelopen jaren zijn, in samenwerking met waterschap Rivierenland, waterbergingen aangelegd waarmee het watersysteem veerkrachtiger is gemaakt tegen extreme neerslag. Sinds 1976 wint Dunea drinkwater uit het oppervlaktewater bij Brakel in de Afgedamde Maas. Figuur 12: Overzicht watersysteem met daarin weergegeven de KRW watergangen. 4Terugblik In 2016 is het water- en rioleringsplan Bommelerwaard door beide gemeenten vastgesteld. In dit hoofdstuk evalueren we het plan, zodat we hieruit lering kunnen trekken voor de aankomende planperiode. Zaltbommel Stedelijk afvalwater De afvalwaterzorgplicht hebben we volledig ingevuld. Nagenoeg alle percelen zijn voorzien van riolering, een eigen IBA of verwerken afvalwater via een septic tank. Voor goed rioolbeheer is het vastleggen van de gegevens over de riolering van groot belang. Binnen Zaltbommel zijn deze gegevens in voldoende mate aanwezig. In het WRP 2017-2021 hebben we specifieke aandacht aan toezicht en handhaving op huisaansluitingen geschonken. Het is van belang dit bij gescheiden rioolsystemen goed inzichtelijk te hebben. Verkeerde aansluitingen leiden tot ongezuiverde lozing van huishoudelijk afvalwater wat ongewenst is. Hier zien we op toe bij werkzaamheden. In Gameren hebben we een deel van een wijk onderzocht op foutieve aansluiting, een aantal aansluitingen is hierop gecorrigeerd. Maasdriel en Zaltbommel maken samen gebruik van één hoofdpost: de centrale aansturing waar rioolgemalen en metingen (op afstand) gemonitord worden. De rioolgemalen onderhouden we volgens het kwaliteitsniveau “hoog”, om incidenten te voorkomen. In Zaltbommel zijn de gemalen op niveau onderhouden en is het beheer meerjarig geborgd. Bij het hanteren van de basisambitie is uitgesproken dat geïnvesteerd wordt in meten en monitoren. In Zaltbommel monitoren we alle gemengde overstorten en alle rioolgemalen. We laten de meetdata via het Netwerk Waterketen Regio Rivierenland analyseren en valideren, wat efficiënt en doelmatig gebeurt. Een mijlpaal voor Zaltbommel was de oplevering van het afvalwatersysteem voor de glastuinbouw in 2020. Hier is hard aan gewerkt door diverse partijen en het systeem is nu operationeel. Hemelwater In het kader van de hemelwaterzorgplicht is de afgelopen jaren veelvuldig ingezet op afkoppelprojecten, waardoor gescheiden inzameling en transport van hemelwater een prominentere plaats heeft gekregen. Bij rioolreconstructies koppelen we vanuit wijkgerichte hemelwaterplannen af indien het haalbaar is. In de afgelopen periode zijn op regionaal en lokaal niveau stresstesten wateroverlast en droogte uitgevoerd. Vanuit de stresstest zijn locaties geïdentificeerd waar kans is op wateroverlast bij extreme neerslag. Vanuit klimaatadaptatie zetten we primair in op het verminderen van wateroverlast en hittestress. Daarom zijn wij de afgelopen planperiode lid geworden van Operat ie Steenbreek en doen we in 2021 mee aan het Nederlands Kampioenschap Tegelwippen. Dit om onze bewoners te stimuleren verharding te verwijderen zodat water in de bodem weg kan zakken en het riool minder belast wordt. Waar mogelijk benutten we hemelwater om droogte te bestrijden. Hemelwater houden we bij nieuwbouwprojecten apart van vuilwater zodat we op termijn deze stromen gescheiden houden en hebben. Grondwater We hebben inmiddels veel data over het functioneren van het grondwatersysteem via onze grondwatermeetnetten. Sinds 2019 houden we klachten over (grond-)wateroverlast en andere riool gerelateerde overlast bij in een eenduidig meldingenproces. Het aantal meldingen over grondwateroverlast is zeer gering. Ten behoeve van de stresstesten zijn de grondwaterstanden geanalyseerd op droogte en grondwateroverlast. Deze analyses benutten we bij het opstellen van de klimaatadaptatiestrategie en bij projecten om droogte te bestrijden. Conclusie van de stresstest droogte is dat risico’s in Zaltbommel slechts beperkt aanwezig zijn. Het advies is hier een pragmatische inzet te kiezen. Daar waar mogelijk adviseren we ingrepen in de leefomgeving bij te laten dragen aan het zoveel mogelijk vasthouden van water om toenemende droogte te kunnen bestrijden. In woningbouwprojecten is soms drainage aangelegd om het grondwaterpeil te beheersen. Deze voorzieningen hebben we echter niet goed in beeld waardoor we hier geen regulier onderhoud aan plegen. Tot nu toe levert dit geen problemen op. Oppervlaktewater Gemeentelijke watergangen zijn de afgelopen periode gebaggerd naar aanleiding van: meldingen van inwoners schouwrondes van het waterschap Het Waterschap Rivierenland voert jaarlijks een schouwronde uit op B-wateren om de onderhoudstoestand te schouwen. Eens in de 5 jaar wordt een diepteschouw uitgevoerd waarbij gecontroleerd wordt of het profiel nog voldoet aan het opgenomen profiel in de legger. Op basis van deze schouwronde worden baggerprojecten voorbereid en uitgevoerd. Het afgelopen jaar heeft het Waterschap haar baggerbeleid aangepast naar een meer gebiedsgericht systeem. Voor de gemeente blijft de periodieke schouwronde van kracht als maatgevend baggermoment. Wij maaien onze watergangen binnen de bebouwde kom tweemaal per jaar, buiten de bebouwde kom maaien we eenmaal per jaar. Zaltbommel heeft in 2014 het Waterkwaliteitsspoor doorlopen. Hierin is gekeken welke maatregelen nodig zijn voor het verbeteren van de waterkwaliteit van het oppervlaktewatersysteem binnen het stedelijk gebied van de gemeente Zaltbommel. Op basis hiervan is een maatregelenpakket vastgesteld, gericht op onderhoud, zoals het aanpassen van het maaibeheer en frequenter baggeren van watergangen. Daarnaast zijn er in de verschillende woonkernen streefbeelden toegekend aan de watergangen en de oevers: basiswater, kijkwater, gebruikswater, natuurwater en droogvallende sloten, die richtinggevend zijn voor de inrichting en onderhoud van deze watergangen. De huidige belevingswaarde van de watergangen is vaak laag. Binnen de bebouwde kommen van de gemeente Zaltbommel is in 2018 een Ecoscan uitgevoerd. De Ecoscan geeft een beoordeling voor de belevingswaarde, de ecologische kwaliteit van de oever en de ecologische kwaliteit van het water. 47% van de totale lengte aan watergangen in de stedelijke woonkernen kreeg een score ´slecht´ voor de ecologische waarde van de oever en/of het water. De belevingswaarde is redelijk goed beoordeeld. De geplande overdracht van watergangen naar het Waterschap is, na een eerste ‘laag fruit’ ronde, nog niet uitgevoerd door capaciteitsgebrek in beide organisaties en gebrek aan urgentie. Personele capaciteit De personele capaciteit blijft een aandachtspunt. Zaltbommel beschikt over minder formatie dan theoretisch benodigd zou zijn op basis van de Module D2000 van de Leidraad Riolering. Door veroudering van het areaal en toename van de omvang van het areaal neemt ook de beheerlast toe. Naast de taken vanuit de zorgplichten worden ook activiteiten van het stedelijk waterbeheer (baggeren van watergangen, onderhoud van oevervoorzieningen e.d.) aangestuurd door deze vakspecialisten. De theoretische berekening wordt bevestigd door de noodzaak van inhuur. Zaltbommel huurt extra capaciteit in, met name voor registratiewerkzaamheden ten behoeve van het areaal. Tabel 13: Overzicht bezetting Zaltbommel Capaciteit 2021 (fte) Zaltbommel Beschikbaar 2,45 Theoretisch noodzakelijk* 2,8 Waterplan Bommelerwaard 2007 - 2015 De uitvoering van het waterplan Bommelerwaard is door de gemeenten afzonderlijk opgepakt, in samenwerking met het waterschap. Door verschil in de personele capaciteit, de wijze waarop maatregelen uit het waterplan financieel waren gedekt en het vinden van geschikte locaties, is de uitvoering van de maatregelen in verschillende tempo’s opgepakt. De uitvoering van resterende activiteiten uit het Waterplan hebben een nadrukkelijke relatie met het rioolbeheer. Deze waren ondergebracht in het WRP 2017-2021 en bekostigd vanuit de rioolheffing. De activiteiten betroffen taken die onder de zorgplicht vallen. In het WRP 2017-2021 resteerden nog enkele maatregelen uit het vroegere waterplan. De waterberging Brakel-West en Poederoijen waren de grootste opgaven en zijn uitgevoerd. Een aantal knelpunten bleken door externe factoren te zijn achterhaald of opgeheven, waardoor deze zijn geannuleerd. De kleinere berging in Brakel- oost is in afwachting van een herberekening en ontwikkelingen in het gebied tussen de Meidijk en de Burgemeester Posweg doorgeschoven om mee te nemen in de klimaatadaptatiedialoog met het Waterschap. Langs de Gisbert Schairtweg staat nog de aanleg van een waterberging gepland. Deze uitvoering is echter sterk afhankelijk van het onderzoek naar de voormalige vuilstort op die locatie. En het is wenselijk om aan te haken bij de herinrichting van het Schootsveld. We kiezen ervoor om dit in één integraal plan op te pakken aangezien er geen grote tijdsdruk is om deze berging aan te leggen. De kleine berging in Zaltbommel is vervallen. In Kerkwijk wordt een deel van de resterende waterbergingsopgave in een woningbouwplan meegenomen. Kosten afgelopen planperiode In de afgelopen planperiode hebben wij de volgende bedragen uitgegeven [tabel 14]. Stedelijk afvalwater De afvalwaterzorgplicht hebben we adequaat ingevuld. Alle percelen zijn voorzien van riolering, een IBA of een andere voorziening. Binnen de gemeente Maasdriel is de afgelopen twee jaar hard gewerkt aan het op orde krijgen van de basisgegevens. Uit onderzoeken en inspecties is gebleken dat veel data in de beheersystemen onvoldoende betrouwbaar waren. Voor goed rioolbeheer is het vastleggen van de gegevens over de riolering van groot belang. Door onvoldoende bezetting op de rioleringstaken en personeelsverloop is onvoldoende aandacht geweest voor het gegevensbeheer. Door achterstallig gegevensbeheer zijn de basisrioleringsplannen (BRP) van de gemeente niet actueel. Hierdoor kunnen we niet onderbouwen of de afgesproken ambitieniveaus van het WRP zijn behaald. Hernieuwde BRP berekeningen zijn noodzakelijk om het functioneren van het stelsel inzichtelijk te krijgen. Tabel 14: werkelijke uitgaven in duizenden euro’s. Zaltbommel 2017 (€) 2018 (€) 2019 (€) 2020 (€) Gemiddeld Exploitatie 2.202 2.248 1.917 2.168 2.134 Kapitaallasten 927 1.042 903 842 929 Totaal 3.130 3.291 2.820 3.011 3.063 Maasdriel De volgende kwaliteitsnormen hebben we niet kunnen realiseren ten opzichte van de afgesproken ambitieniveaus: De controle van het effluent van IBA’s in ons beheersgebied heeft niet plaatsgevonden. Hierop wordt alleen geacteerd bij klachten uit de omgeving. Handhaving en onderzoek naar rioolvreemd water en indirecte lozingen heeft niet plaatsgevonden. Periodieke controles op de lozings- en aansluitverordeningen bij WM-vergunningplichtige en meldingsplichtige aansluitingen hebben niet plaatsgevonden door gebrek aan capaciteit. Een aantal gemalen functioneren niet op ambitie ´hoog´ omdat de installaties en gemaal verouderd zijn, of de omstandigheden zijn gewijzigd ten opzichte van de ontwerpcapaciteit. Bij een aantal gemalen is sprake van achterstallig onderhoud; In het stelsel wordt nog onvoldoende gemonitord hoe het stelsel daadwerkelijk werkt. Een inhaalslag hierop is gaande en wordt in de komende planperiode voortgezet. Nog niet alle overstorten worden bemeten in het stelsel. Het meetprogramma heeft stilgelegen. In 2020 is de meetcampagne opnieuw opgepakt. 18 hoofdgemalen, 7 randvoorzieningen en 23 overstortlocaties zijn toegevoegd aan meetnet H2gO. De overige 18 hoofdgemalen staan nog in Aquaview++. In 2020-2021 staan de laatste 34 hoofdgemalen op de planning om op het meetnet van H2gO toe te voegen. De resterende overstortlocaties moeten nog worden ingepland. Vanaf 2020 hebben we specifieke onze aandacht gericht op toezicht en handhaving van huisaansluitingen bij gescheiden stelsels. Het is van belang dit inzichtelijk te hebben. Verkeerde aansluitingen leiden immers tot ongezuiverde lozingen van huishoudelijk afvalwater wat ongewenst is. Daartoe is in 2021 gestart met software om hier nauwkeuriger op te sturen. Aandacht hiervoor is blijvend nodig waardoor ook in de komende planperiode huisaansluitingen punt van aandacht blijven, óf apart ingezameld worden of op oppervlaktewater geloosd worden. Maasdriel en Zaltbommel maken samen gebruik van een hoofdpost H2gO: de centrale aansturing waar rioolgemalen en metingen (op afstand) gemonitord worden. Op het gebied van de gemalen moeten we een inhaalslag maken om een hoog kwaliteitsniveau te halen. Op dit moment vraagt het veel tijd en aandacht om het systeem operationeel te houden en zo onze wettelijke taken te kunnen invullen. Hemelwater Voor hemelwater is kwaliteitsniveau “ basis” gehanteerd. Het systeem zoals ingericht in onze gemeente voldoet aan een basisniveau. Een aantal zaken zijn niet voldoende uit de verf gekomen en worden hierna toegelicht: Particulieren zijn niet actief gestimuleerd om af te koppelen. Wel zijn binnen reconstructieprojecten zoals de Variksestraat in Heerewaarden en de Teisterbandstraat in Kerkdriel een aantal particuliere percelen afgekoppeld. Particulieren met percelen aan oppervlaktewater zijn niet actief benaderd om af te koppelen. Periodieke controles op de lozings- en aansluitverordeningen bij WM-vergunningplichtige en meldingsplichtige aansluitingen hebben niet plaatsgevonden door gebrek aan personele capaciteit. Het is onvoldoende in beeld of de kwaliteitsnormen gehaald worden met oog op de verwerking van overtollig hemelwater om dat de basisrioleringsplannen niet geactualiseerd zijn. In het kader van de hemelwaterzorgplicht is de afgelopen jaren beperkt ingezet op afkoppelprojecten. Bij de navolgende reconstructies, Variksestraat in Heerewaarden en Teisterbandstraat in Kerkdriel, is er wel een gescheiden riolering gerealiseerd waarbij al het verharde oppervlak in de openbare ruimte en een gedeelte van het particuliere verhard oppervlak wordt afgevoerd naar een hemelwaterriool. Bij nieuwe ontwikkelingen is er een gescheiden riolering gerealiseerd. Het particuliere verhard oppervlak watert daarbij doormiddel van waterspuwers af. Hierdoor heeft het hemelwaterriool een prominentere plaats gekregen. In de afgelopen periode is op regionaal niveau vanuit de werkregio Klimaat Actief Rivierenland (KAR) een gezamenlijke regionale stresstest wateroverlast en droogte uitgevoerd. Vanuit de wateroverlast stresstest zijn locaties geïdentificeerd waar kans is op wateroverlast bij extreme neerslag. Vanuit klimaatadaptatie zetten we primair in op het verminderen van wateroverlast en hittestress. Hiervoor zijn wij de afgelopen planperiode lid geworden van Operatie Steenbreek en hebben we in 2021 meegedaan aan het Nederlands Kampioenschap Tegelwippen. Dit om onze bewoners te stimuleren verharding te verwijderen zodat water in de bodem weg kan zakken en het riool minder belast wordt. Waar mogelijk benutten we hemelwater om droogte te bestrijden. De activiteiten zijn de afgelopen planperiode onvoldoende van de grond gekomen. Grondwater We hebben inmiddels veel data over het functioneren van het grondwatersysteem via onze grondwatermeetnetten. Sinds 2019 houden we klachten over (grond-)wateroverlast en andere rioolgerelateerde overlast bij in een eenduidig meldingenproces. De afgelopen planperiode zijn geen grondwateronderzoeken uitgevoerd na meldingen. De metingen van het grondwatermeetnet zijn via Dinoloket raadpleegbaar. We hebben als gemeente de locaties met hoge grondwaterstanden niet in beeld omdat analyse van de metingen niet plaatsvindt. Daarom is niet toetsbaar of de ontwateringscriteria behaald worden. In woningbouwprojecten is soms drainage aangelegd om het grondwaterpeil te beheersen. Deze voorzieningen zijn echter niet goed in beeld waardoor we hier geen regulier onderhoud aan plegen. Tot nu toe levert dit geen problemen op. Eisen aan systemen voor grondwaterbeheersing worden nauwelijks opgelegd door ons, waardoor onzeker is wat door ontwikkelende partners wordt aangelegd. Oppervlaktewater Gemeentelijke watergangen zijn de afgelopen periode gebaggerd naar aanleiding van: meldingen van inwoners schouwrondes van het waterschap Het Waterschap Rivierenland voert jaarlijks een schouwronde uit op B-wateren om de onderhoudstoestand te schouwen. Eens in de 5 jaar wordt een diepteschouw uitgevoerd waarbij gecontroleerd wordt of het profiel nog voldoet aan het opgenomen profiel in de legger. Op basis van deze schouwronde worden baggerprojecten voorbereid en uitgevoerd. Het afgelopen jaar heeft het Waterschap haar baggerbeleid aangepast naar een meer gebiedsgericht systeem. Voor de gemeente blijft de periodieke schouwronde van kracht als maatgevend baggermoment. Voor onze gemeente geldt dat de waterbergingsopgave nog onvoldoende is ingevuld. De komende planperiode dient hiertoe een locatieverkenning en plan van aanpak gemaakt te worden, in samenspraak met Waterschap Rivierenland. Op het gebied van waterkwaliteit is geen specifiek beleid gevoerd. Personele capaciteit De personele capaciteit blijft een aandachtspunt. Maasdriel beschikt over minder formatie dan theoretisch benodigd zou zijn op basis van de Module D2000 van de Leidraad Riolering. Door veroudering van het areaal en toename van de omvang van het areaal neemt ook de beheerlast toe. Naast de taken vanuit de zorgplichten worden ook activiteiten van het stedelijk waterbeheer (baggeren van watergangen, onderhoud van oevervoorzieningen e.d.) aangestuurd door deze vakspecialisten. De theoretische berekening wordt bevestigd door de noodzaak van inhuur. Maasdriel huurt extra capaciteit in, met name voor registratiewerkzaamheden ten behoeve van het areaal. Tabel 15: Overzicht bezetting Maasdriel. Capaciteit 2021 (fte) Maasdriel Beschikbaar 2,5 Theoretisch noodzakelijk* 2,65 Waterplan Bommelerwaard 2007 - 2015 De uitvoering van het waterplan Bommelerwaard is door de gemeenten afzonderlijk opgepakt, in samenwerking met het waterschap. Door verschil in de personele capaciteit, de wijze waarop maatregelen uit het waterplan financieel waren gedekt en het vinden van geschikte locaties, is de uitvoering van de maatregelen in verschillende tempo’s opgepakt. De uitvoering van resterende activiteiten uit het Waterplan hebben een nadrukkelijke relatie met het rioolbeheer. Deze waren ondergebracht in het WRP 2017-2021 en bekostigd vanuit de rioolheffing. De activiteiten betroffen taken die onder de zorgplicht vallen. Vanuit het Waterplan in 2007 ligt er voor gemeente Maasdriel een opgave voor het realiseren van waterbergingen met in totaal een inhoud van ongeveer 49.000 m3. In 2017 heeft er een herberekening plaatsgevonden voor Maasdriel, hieruit kwam naar voren dat er circa 46.000 m3 waterberging noodzakelijk is. In de afgelopen planperiode zijn de eerste waterbergingen gerealiseerd. In 2017 is in Hurwenen een waterberging aangelegd, die bij winters weer ook als ijsschaatsbaan gebruikt kan worden. In 2020 is de waterberging de Drielse Motte gerealiseerd in Kerkdriel/ Velddriel. Bij deze waterberging is ook aandacht geschonken aan de historie van de plek, onder andere via een monument. Via archeologische opgravingen is men er namelijk achter gekomen dat er vroeger op deze plek een Motteburcht stond van Hertog-Jan. Zie afbeelding op pagina 33. Daarnaast is de waterberging bij de Gouwakker in Hedel ook gerealiseerd in 2020. En de planning is dat de waterberging aan de Baronieweg in 2022 wordt gerealiseerd. Na afgelopen planperiode is ongeveer de helft gerealiseerd van het beoogde, in het waterplan van 2007. Er is nog een restopgave van ca 25.000 m3 voor Maasdriel. Vanuit de lokale en regionale stresstesten wordt bekeken waar en hoe deze restopgave het best ingevuld kan worden door gemeente en waterschap. Zo ontstaat synergie tussen de doelstellingen uit het DPRA en de waterbergingsopgave. Waar deze elkaar kunnen versterken wordt werk met werk gemaakt. Kosten afgelopen planperiode In de afgelopen vijf jaar gaven wij circa 11 miljoen uit aan het riolerings- en stedelijk watersysteem. Hiervan zijn 69% exploitatiekosten en de overige kosten zijn kapitaalslasten. In tabel 16 zijn de bedragen per jaar aangegeven. Waterberging Duitse Weistraat Tabel 16: werkelijke uitgaven in duizenden euro’s. Bedrag in k€ Maasdriel 2017 2018 2019 2020 2021 Gemiddeld Exploitatie 1.388 1.373 1.327 1.874 1.543 1.491 Kapitaallasten 633 653 680 688 762 664 Totaal 2.021 2.026 2.007 2.562 2.305 2.154 Aanbevelingen en restpunten De volgende aanbevelingen worden gedaan: Opstellen basisrioleringsplannen en hemelwaterstructuurplannen; Uitvoeren gedetailleerde klimaatstresstesten en in samenwerking met waterschap invulling geven aan waterbergingsopgave; Invulling geven aan de afkoppelopgave en naast het afkoppelen van de openbare ruimte ook actief inzetten om het particuliere verhard oppervlak af te koppelen; Opstellen uitvoeringsplan voor de gemalen en installaties in Maasdriel om de onderhoudsachterstand weg te werken zodat de bedrijfsvoering gewaarborgd is; Complementeren meetnet en aansluiten op H2Go ten behoeve van de monitoring van de gemalen en overstorten; Monitoren van de grondwaterstand en doelmatige werking van zowel de vrij vervalriolering als de drukriolering; Opstellen communicatieplan; 5Visie, strategie en beleid In de natuurlijke waterkringloop heeft de mens geen rol van betekenis. Water verdampt vanuit de zee en valt boven land in een vorm van neerslag. Dit water zakt in de bodem langzaam uit naar afwaterende middelen als sloten of beken en wordt via de rivieren weer naar zee afgevoerd. De toename van menselijke activiteit op aarde zorgt voor grootschalige ingrepen in de natuurlijke waterkringloop. Dit heeft gevolgen voor de waterhuishouding. Strategische zoetwatervoorraden komen door grootschalig gebruik steeds meer in beeld om benut en gebruikt te gaan worden. De leveringszekerheid is geen vanzelfsprekendheid en moet actief in stand worden gehouden. Visie Om te anticiperen op (water)overlast, toekomstige zoetwater tekorten en mogelijke verdroging van landbouwgronden en natuur tegen te gaan, werken we in de Bommelerwaard aan een toekomstbestendig watersysteem en waterketen. In onze visie is dit een waterketen met een minimale beïnvloeding van de natuurlijke waterkringloop. Deze natuurlijke waterkringloop streven we zowel in de bebouwde kom als het buitengebied na. Figuur 17: Natuurlijke waterkringloop Strategie Samenwerking en daadkracht zijn sleutelwoorden in onze werkwijze. De mentaliteit in de Bommelerwaard is ondernemend en pragmatisch. Om het watersysteem zo natuurlijk mogelijk in te richten verwerken we in nieuwbouwsituaties vuil- en hemelwater gescheiden. Hemelwater verwerken we zoveel mogelijk lokaal (waar het valt) in de bodem. Hiervoor werken we, waar nodig, samen met grondeigenaren zoals particuliere woningbezitters of natuur beherende organisaties en agrariërs. Door aanleg van waterbergingen en het vasthouden van hemelwater in waterpartijen versterken we de veerkracht van het watersysteem bij droogte en bij piekbuien. We gaan daarbij leren door het te doen. Door praktisch en pragmatisch te blijven, steeds meer resultaat te behalen en ervaring op te doen in plaats van te investeren in onhaalbare grote plannen. Afvalwater Inzamelen afvalwater De wettelijke zorgplicht De gemeenteraad of burgemeester en wethouders dragen zorg voorde inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeentegelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een zuiveringsinrichting (Wet milieubeheer artikel 10.33) Beleidskeuze 1: Alle percelen binnen het gemeentelijk grondgebied waar afvalwater vrijkomt zijn voorzien vanaansluiting op de riolering. Uitgezonderd specifieke situaties waar lokale behandeling doelmatig is. Bijna alle percelen zijn aangesloten op de riolering of ze zijn aangesloten op een eigen voorziening. Dat betekent dat ongezuiverde afvalwaterlozingen niet meer plaatsvinden. Lozers dienen te voldoen aan de regels uit de lozingenbesluiten. De aanlegkosten van een aansluiting op een rioleringsvoorziening zijn voor rekening van de aanvrager/ initiatiefnemer. Nieuwe riolering ten behoeve van huishoudelijk afvalwater wordt aangelegd volgens de geldende richtlijnen, zoals de ‘Voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater’. Voor nieuwe ontwikkelingsgebieden binnen de bebouwde kom betekent dit in principe een (verbeterd) gescheiden rioolsysteem. Bij kleinschalige in/uitbreidingen kan aansluiting op het bestaande (gemengde) systeem acceptabel zijn. Hierbij geldt de voorkeursvolgorde zoals genoemd in artikel 10.29a in de Wet Milieubeheer. Tabel 18: voorkeursvolgorde afvalwater Voorkeursvolgorde afvalwater Het ontstaan van afvalwater wordt zoveel mogelijk voorkomen of beperkt Als afvalwater tochontstaat wordt het zo min mogelijk verontreinigd Afvalwaterstromen worden daarom gescheiden gehouden. Huishoudelijk afvalwater en daarmee vergelijkbaar afvalwater wordt ingezameld en naar een RWZI getransporteerd; Ander afvalwater dan bedoeld onderd. wordt hergebruikt (zo nodig na zuivering aan de bron); Ander afvalwaterdan bedoeld onder d. (in de praktijk dus vooral hemelwater) wordt lokaal in het milieu teruggebracht zo nodig na zuivering aan de bron); Ander afvalwater dan bedoeld onder d. wordt als stedelijk afvalwater ingezameld en naar een RWZI getransporteerd Naast de zorgplicht die de gemeente heeft, heeft ook een gebouw- en perceeleigenaar een wettelijke zorgplicht voor het functioneren van de riolering op het eigen terrein of gebouw Bedrijfsafvalwater Beide gemeenten ontvangen regelmatig verzoeken voor nieuwe bedrijfsmatige afvalwaterlozingen. Voor lozingen op de riolering (indirecte lozingen) en in de bodem is de gemeente bevoegd gezag. Voor lozingen naar oppervlaktewater is het Waterschap bevoegd gezag. Daarnaast heeft het Waterschap een adviesrecht voor indirecte lozingen. De gemeente heeft geen afnameverplichting voor bedrijfsafvalwater. Uitgangspunt van de afvalwaterwetgeving is dat bedrijven in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor hun afvalwater. Bij de behandeling van nieuwe (bedrijfsmatige)afvalwaterlozingen, hanteren de gemeente en het Waterschap de voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater’ [tabel 19]. Lozingsroutes Afvalwater is in te delen in drie categorieën. Op basis van de voorkeursvolgorde zijn de lozingsroutes weergegeven in tabel 19. Afhankelijk van de lozingsroute kunnen (maatwerk) voorschriften aan de orde zijn vanuit lozingenbesluiten, de Keur en/ of beleidsregels. Een uitzondering hierop is de inzameling van met gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten verontreinigd bedrijfsafvalwater, afkomstig van glastuinbouwbedrijven in Zaltbommel. Via een apart rioolnetwerk wordt dit water ingezameld bij bedrijven. Dit volgt uit een studie, uitgevoerd door de betrokken bedrijven verenigd in Glastuinbouw Nederland, het waterschap en de gemeenten, waaruit bleek dat dit de meest doelmatige manier van inzamelen en zuiveren is voor deze afvalstroom. De kosten van dit netwerk worden via een aparte rioolheffing bij de bedrijven in rekening gebracht. Tabel 19: Verwijdering afvalwaterstromen (Wm, artikel 10.29a) Categorie afvalwater Lozingsroutes Toelichting Huishoudelijk afvalwater en, qua biologische afbreekbaarheid, vergelijkbaar afvalwater Lozing via een vuilwater/ gemengdriool naar de RWZI. De RWZI is ontworpen voor de zuivering van dit type afvalwater. Dit geldt o.a. ook voor afvalwater uit de voedingsmiddelenindustrie. In de vergunningsfase wordt met het Waterschap overlegt of de capaciteit van de zuivering voldoende is voor ontvangst van bedrijfsafvalwater of dat initiatiefnemer maatregelen moet treffen. ‘Schoon’ afvalwater, zoals afstromend hemelwater, grondwater, en koelwater Hergebruiken Eventuele zuivering ‘schoon’ afvalwater Lozen naar de bodem Lozen naar oppervlaktewater (Lozen naar riolering) Lozing van ‘dun’ water heeft een nadelige werking op de RWZI. Bovendien is het transport naar de RWZI niet duurzaam (energie)en kan het ‘dun’ water leiden tot extra overstortenvan gemengde riolering. Hergebruik en/of lokale verwerking zijn het uitgangspunt. Alleen in uitzonderingsgevallen islozing naar de riolering toegestaan. Overig afvalwater, ten gevolgevan bedrijfsmatige activiteiten Hergebruiken Eventuele zuivering afvalwater Lozen naar de bodem Lozen naar oppervlaktewater Lozen naar riolering Samenstelling afvalwater komt niet overeen met huishoudelijkafvalwater. Als lozingsopties a t/m d redelijkerwijs niet mogelijk zijn, dan is lozing naar riolering mogelijk. Verminderen van de verspreiding van verontreinigde stoffen in het milieu De inzameling en het transport van stedelijk afvalwater leidt niet tot volksgezondheid- of milieuproblemen. De gemeenten en het waterschap realiseren zich, dat lozingen vanuit het rioolstelsel onvermijdelijk zijn en zorgen er gezamenlijk voor dat de effecten op het (water)milieu aanvaardbaar zijn. Hiertoe volgen de waterpartners een emissie gerichte aanpak met kosteneffectieve maatregelen in plaats van het traditionele normgerichte spoor. Verdeling verantwoordelijkheden Het beheer en onderhoud van de leiding tussen een particulier gebouw en het openbare vuilwaterriool is verdeeld in een particulier deel en een openbaar deel. Het overdrachtspunt ligt maximaal 0,5 m van de perceelsgrens. De eigenaar of gebruiker van het perceel is verantwoordelijk voor beheer en onderhoud van het particuliere deel, de gemeente voor het openbare deel. Als zich verstoppingen voordoen in het openbare riool verhelpen we dit zo snel mogelijk, maar in elk geval binnen 24 uur. Transporteren afvalwater In de Bommelerwaard is circa 40% van het areaal uitgevoerd voor duurzaam inzamelen en transporteren van afvalwater, de schone en vuile waterstromen zijn gescheiden. De overige 60% is een gemengd stelsel. Het hemelwater wordt via dezelfde buis als vuil water getransporteerd naar de zuivering. Daarnaast hebben we de verantwoordelijkheid om de kwaliteit van de gemeentelijke riolering op niveau te houden, door jaarlijks een gedeelte te vervangen. Beleidskeuze 2: Riolering wordt niet op basis van levensduur maar op basis van kwaliteit van de voorziening vervangen. Riolering gaat in technische zin gemiddeld ongeveer 60 jaar mee. We monitoren de staat van de riolen om tijdig in te kunnen grijpen. We vervangen riolen wanneer ze een technische staat hebben die vervanging rechtvaardigt, ongeacht de leeftijd. Beleidskeuze 3: We streven ernaar bij rioolvervangingen om zoveel mogelijk werk met werk te maken. Om te voorkomen dat we bij elke herinrichting van de openbare ruimte ook het riool vervangen, hanteren we als uitgangspunt dat we alleen vervangen als het riool binnen 20 jaar aan vervanging toe is. Bij noodzakelijke vervanging van riolen jonger dan 40 jaar vanwege een gewenste herinrichting of andere ontwikkeling, blijft het uitgangspunt dat de initiatiefnemer betaalt. Het uitgangspunt bij rioolvervanging is dat we zoveel mogelijk werk met werk maken (integraal beheer openbare ruimte). Waar het kan, sluiten we aan bij ruimtelijke ontwikkelingen en andere beheeropgaves. We vervangen riolering wanneer dit het meest doelmatig is voor de gemeente. We gaan eerder tot vervanging over, als de overige openbare ruimte op de schop gaat of als vervanging zoveel maatschappelijke baten oplevert dat de kosten van vroegtijdige vervanging daar tegenop wegen. Zo kunnen we ook de levensduur verlengen tot een natuurlijk moment van vervanging. Beleidskeuze 4 Bij vervanging van riolering is het scheiden van afvalwater en hemelwater het uitgangspunt. We hanteren dit uitgangspunt bij alle grootschalige ontwikkelingen en reconstructies, waarbij het doelmatig is om het hemelwater voortaan apart in te zamelen en te verwerken. Dit maakt onze visie concreet omdat we op deze wijze werken aan het minimaliseren van de menselijke ingreep in de natuurlijke waterkringloop. Hemelwater De wettelijke zorgplicht De gemeenteraad enhet college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. Onder het verwerken vanhemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameldhemelwater en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk. (artikel 3.5 Waterwet) Vertrekpunt is het principe dat we stedelijk afval- en hemelwater gescheiden inzamelen. Als we wijkreconstructies en rioolvervangingen voorbereiden onderzoeken we de meest doelmatige manier van hemelwaterverwerking. De gemeenten Maasdriel en Zaltbommel hechten veel waarde aan duurzaamheid en streven in principe naar afkoppeling van het op de gemengde riolering aangesloten verhard oppervlak. Dit heeft een positieve bijdrage aan het verminderen van wateroverlast, bestrijdt verdroging en helpt bij het verbeteren van de oppervlakte waterkwaliteit. Hierbij gelden de beleidsuitgangspunten zoals vastgelegd in het landelijke hemelwaterbeleid van 21 juni 2004. Vervuiling van hemelwater wordt zoveel mogelijk beperkt of voorkomen. Hemelwater wordt waar mogelijk ter plekke in de bodem geïnfiltreerd of in het oppervlaktewater gebracht. Hemelwater wordt zoveel mogelijk gescheiden van afvalwater ingezameld en afgevoerd De daadwerkelijke keuze wordt gebaseerd op een integrale afweging op lokaal niveau. Voorkeursvolgorde De voorkeursvolgorde uit het landelijke hemelwaterbeleid is gebaseerd om schade door droogte tegen te gaan. Vanuit dat perspectief heeft het infiltreren van hemelwater in de bodem de voorkeur boven lozing op oppervlaktewater, wat leidt tot de volgende voorkeursvolgorde. In tabel 20 is de voorkeursvolgorde aangegeven. Bij alle gemeentelijke projecten wegen we af op welke wijze water zo lang mogelijk in het gebied vastgehouden wordt. Tabel 20: Voorkeursvolgorde hemelwater Voorkeursvolgorde afvalwater Vasthouden op daken, bergingen als regentonnen/schuttingen en nuttig gebruiken Op maaiveld infiltreren Ondergronds ondiep infiltreren via een particuliere voorziening Verwerken in het oppervlaktewater Figuur 21: Voorkeursvolgorde omgaan met hemelwater Overtollig hemelwater huishoudens en bedrijven We verwachten van perceeleigenaren dat de woning of het pand voldoet aan de geldende bouwregelgeving. In hoofdzaak betekent dit dat verblijfsruimten waterdicht zijn. Alle hemelwaterafvoeren moeten voorzien zijn van een ontlastconstructie. Wastafels, toiletten, putjes, baden en douches en andere lozingsvoorzieningen die lager liggen dan 15 cm boven de kruin van de openbare weg moeten voorzien zijn van een terugslagklep of pomp. Zo voorkomen we dat bij hevige neerslag rioolwater uit het openbare riool terug de woning in kan stromen. Dit geldt ook voor lozingspunten op de openbare riolering vanuit de tuin. Daarnaast verwachten wij dat eigenaren bij nieuwbouw of bij een grootschalige verbouwing conform de bouwregelgeving hun hemelwater gescheiden van afvalwater aanleveren. Tot slot verwachten wij dat vloerpeilen zodanig ontworpen worden dat de kans kleiner is dan eens in de honderd jaar dat hemelwater via het maaiveld vanuit het openbaar gebied of vanuit het eigen perceel het gebouw in loopt. Daarbij streven we naar een bouwpeil van 30 cm boven het niveau van de as van de weg. Beleidskeuze 5: We gaan de lozing van overtollig hemelwater op het openbaar riool beperken. Wij willen dat eigenaren in de toekomst het hemelwater op hun perceel volgens de voorkeursvolgorde op eigen terrein verwerken. Wij verwachten dat in de toekomst elke eigenaar van een gebouw of perceel op jaarbasis bij voorkeur 100%, maar minimaal 90% van zijn hemelwater zelf op het eigen perceel bergt, zodat het vertraagd afgevoerd wordt naar het grondwater, een oppervlaktewater of een hemelwatervoorziening. De grootte van de berging dient in de gemeente Zaltbommel 20 mm te zijn over het totale verhard oppervlak. In Maasdriel dient de grootte van deze berging 43,6 mm afvloeiend hemelwater over het totale verhard oppervlakte te zijn. In bijlage C is het hemelwaterbeleid van Maasdriel nader uitgewerkt. Naast het toekomstbestendig uitvoeren van onze eigen rioolvervangingen blijven we, via een financiële bijdrage, het klimaatbestendig herinrichten van andere projecten in de openbare ruimte stimuleren. Beleidskeuze 6: Bij nieuwe ontwikkelingen en grootschalige verbouwingen dient er op eigen terrein een hemelwaterberging aangelegd te worden. Deze berging mag alleen vertraagd afvoeren naar oppervlaktewater of hemelwatervoorziening. Voor nieuwbouw en grootschalige verbouwing werken we nieuwe omgevingsplanregels uit, zodat we naast het scheiden van afval- en hemelwater voortaan ook het vasthouden van hemelwater op eigen kavel of binnen een bouwplan kunnen verplichten. Bij bestaande bouw intensiveren we onze stimuleringsaanpak via bewustwordingscampagnes en subsidieregelingen. Dit uitgangspunt is bindend voor nieuwbouw en bij verbouwingen, waar door functiewijziging en/of geometriewijziging van een gebouw het leidingwerk vernieuwd moet worden. Beleidskeuze 7: Vooralsnog wordt bestaande bouw binnen de bebouwde kom tot en met het bouwjaar 2021 uitgezonderd van het hebben van een voorziening op eigen terrein voor het vasthouden en bergen van hemelwater. We maken vooralsnog een uitzondering, op beleidskeuze 6, voor bestaande percelen binnen de bebouwde kom. Hiervoor geldt dat wij al het overtollig hemelwater blijven inzamelen en verwerken in openbaar gebied wanneer we dit al doen op het moment van het vaststellen van dit plan. Wel stimuleren wij het gescheiden aanleveren van hemelwater en afvalwater op het gemeentelijk rioolstelsel en het zoveel mogelijk nuttig gebruiken en verwerken van hemelwater op het eigen perceel. We doen dit via voorlichting, subsidies en het faciliteren van gewenst gedrag. We subsidiëren vooral maatregelen die meerdere gunstige effecten hebben en waar niet alleen de eigenaar, maar ook de omliggende bewoners van profiteren. Denk aan de aanleg van groene daken of het ontharden en “ vergroenen” van tuinen en andere privéterreinen. Hemelwater openbaar gebied Ook voor de verwerking van hemelwater in openbaar gebied geldt de voorkeursvolgorde met doelstelling om minimaal 90% van het hemelwater te infiltreren of te bergen en vertraagd af te voeren. Dit doen we bij alle nieuwe situaties en is een streven voor herinrichtingen. Beleidskeuze 8: We hanteren voor de maatgevende extreme buien de volgende ontwerpbuien, met bijbehorend berekend risico: Eenmaal per jaar: bui van ca. 20 mm in één uur: geen water op straat Eenmaal per 100 jaar: bui van 80 mm in één uur: geen toename van reeds berekende wateroverlast Deze ontwerpbuien zijn gebaseerd op de verwachte kans van voorkomen over 30-60 jaar en daarmee zwaarder dan de huidige kans van voorkomen. We doen dit omdat alle ingrepen die we nu doen in openbare ruimte en openbare riolering minimaal de komende 40-70 jaar aan de doelstellingen moeten kunnen voldoen. Dit levert het volgende nieuwe beleidskader op: Figuur 22: Maximale wateroverlast bij bui 20 mm in 1 uur Bij buien met relatief beperkte intensiteit (kans van voorkomen eenmaal per 2 jaar of groter): Toets norm voor nieuwe ontwikkelingen is geen water op straat bij bui 08+10%. Zamelen we al het hemelwater in en verwerken we het via een gemeentelijk (boven- of ondergronds) hemelwatersysteem, zodat er geen water op het straatoppervlak blijft staan. Kan de openbare ruimte gebruikt worden waarvoor die bedoeld is. Lossen we verstoppingen van straat- en trottoirkolken, riolen en/ of duikers, waarbij een veiligheidsrisico ontstaat zo snel mogelijk op en andere verstoppingen uiterlijk binnen één week. Bij buien met een hoge intensiteit (kans van voorkomen tussen eenmaal per jaar en eenmaal per 100 jaar): Spannen we ons in om te voorkomen dat hemelwater vanuit de openbare ruimte rechtstreeks woningen en gebouwen kan instromen, mits het vloerpeil van woningen en gebouwen minimaal 20 cm hoger ligt dan de aangrenzende openbare ruimte. Spannen we ons in om te voorkomen dat straten onbegaanbaar worden voor hulpdiensten en overig verkeer. We accepteren dat verkeer stapvoets moet rijden. We streven ernaar dat wegen uiterlijk 3 uur na de bui weer gebruikt kunnen worden als waarvoor ze bedoeld zijn. Spannen we ons in om te voorkomen dat er veiligheids- of gezondheidsrisico’s ontstaan door opdrijvende putdeksels of door afvalwater dat door terug stuwing uit het riool op het maaiveld terecht komt. Bij buien met een extreem hoge intensiteit (kans van optreden kleiner dan eenmaal per 100 jaar) Beperkt onze inspanning zich tot het waarborgen dat de vitale infrastructuur blijft functioneren of bij uitval zo snel mogelijk weer in bedrijf is, samen met de verantwoordelijken voor vitale infrastructuur (o.a. drinkwater, elektriciteit, internet, gas, maar ook ziekenhuizen etc.) en andere overheidsorganen. Voor openbare ruimte die al voldoet aan deze doelstellingen geldt bij ingrepen dat de situatie niet mag verslechteren (stand-still beginsel). Voor openbare ruimte die nog niet voldoet geldt bij ingrepen de inspanningsplicht om de situatie te verbeteren. Typering Omschrijving Aanpakgemeente Hinder Kortdurend (<30 min) water opstraat tussentrottoirbanden en in groenvoorzieningen De gemeente treft geen maatregelen. Er wordt een beroep gedaan op het acceptatievermogen van burgers en aanpassing van het weggedrag. Ter bevordering hiervan start de gemeente een communicatietraject Ernstige hinder/ Overlast Ernstige hinder (30-120 min) met forse hoeveelheden water op straatenstremmingen van hoofdontsluitingswegen Tijdens de extreme weersomstandigheden treft de gemeente veiligheids- maatregelen, zoals verkeersafzettingen. In combinatie met reconstructie- werkzaamheden realiseert de gemeente structurele verbeteringsmaatregelen en liftende putdeksels. De doorlooptijd tot structurele maatregelen bedraagt maximaal 10 jaar Schade Water op straat van een zodanige omvang dat schade aan eigendommen optreedt en/ of essentiële gebruiksfuncties uitvallen. Tijdens de extreme weersomstandig- heden treft de gemeente veiligheids- maatregelen. Vervolgens stelt de gemeente een onderzoek in naar oorzaken.Afhankelijk van de bevindingen en de herhalingskans, treftdegemeente binnen 2 jaar (tijdelijke) kostenefficiënte maatregelen om het risico op schade te beperken. Als onderdeel van de Operationele Programma’s (OP’
- s)realiseert de gemeente binnen een periode van 10 jaar structurele verbeteringsmaatregelen. Indien dit effectiever is, kunnen de locatie van de verbeteringsmaatregel en het knelpunt verschillen. Uitgangspunt bij de uitvoering van maatregelenisdatgeen sprake is van overmacht. Tabel 23 Gevolgen van neerslag Beleidskeuze 9: Locaties met herhaalde ervaren wateroverlast door extreme neerslag, worden onderzocht en indien mogelijk aangepakt met maatregelen. Locaties met een grote kans op wateroverlast door extreme neerslag kunnen niet altijd wachten op een geplande rioolvervanging of herinrichting. Bij grote urgentie pakken we die zelfstandig op. Dit kunnen zowel locaties in de openbare ruimte zijn als overlastlocaties op particulier terrein, waarbij van de particulier niet meer in redelijkheid verwacht kan worden dat deze de overlast helemaal zelf oplost. Wij onderzoeken de mogelijkheden voor het realiseren van maatregelen in de openbare ruimte, die tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten kunnen worden gerealiseerd, als op dezelfde locatie: twee keer per 5 jaar, òf drie keer per 15 jaar, òf vier keer per 25 jaar overlast van water als gevolg van extreme neerslag optreedt. Om dit te beoordelen maakt de gemeente gebruik van de afwegingssystematiek in tabel 24. Op nieuwbouwlocaties wordt door de ontwikkelende partij aangetoond dat hemelwatervoorzieningen voldoen aan de waterbergingsnormen, leidingen voldoende water af kunnen voeren in reguliere situaties (bui 08+10%) én dat er geen wateroverlast optreedt bij een bui van 100 mm in het uur in of nabij (als gevolg van de ontwikkeling van) het plangebied. Grondwater De wettelijke zorgplicht De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethoudersdragen zorg voor het in het openbaar gemeentelijk gebied treffenvan maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomenof te beperken,voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van de beheerderof de provincie behoort. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater, en het afvoeren naar een zuiveringstechnisch werk (artikel 3.6 Waterwet) Het watersysteem in de Bommelerwaard staat sterk onder invloed van de rivierwaterstanden, wat periodiek leidt tot kwel en hoge grondwaterstanden. De kleiige grondslag in de Bommelerwaard zorgt daarnaast voor vertraging van infiltratie van hemelwater naar de diepe ondergrond, wat voor grote fluctuaties kan zorgen in de deklaag. Daarnaast kunnen de grondwaterstanden in periodes van droogte ver uitzakken onder invloed van lage rivierstanden. Vanuit de Waterwet wordt van een perceeleigenaar verwacht dat hij zijn grondwater op zijn eigen terrein verwerkt en beheert. Periodiek hoge grondwaterstanden worden in de Bommelerwaard veelal door de bewoners geaccepteerd (“ het hoort bij het wonen in een rivierengebied”). Inzameling overtollig grondwater huishoudens en bedrijven Wij hanteren conform de wet als algemeen uitgangspunt dat eigenaren van gebouwen en percelen zelf verantwoordelijk zijn voor het beheer van grondwater op hun perceel, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid niet haalbaar en niet doelmatig is. De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de staat van zijn woning en perceel, voor zover grondwaterproblemen niet aantoonbaar worden veroorzaakt door onrechtmatig handelen of nalaten van de buur (overheid of particulier). We verwachten hiertoe van perceeleigenaren dat hun woning of pand voldoet aan de geldende bouwregelgeving. In hoofdzaak betekent dit dat verblijfsruimten waterdicht zijn. Daarnaast verwachten wij van de perceeleigenaar dat hij vloer- en tuinpeilen zo kiest dat grondwateroverlast door te hoge grondwaterstanden op het eigen perceel zoveel mogelijk wordt voorkomen. Te hoge grondwaterstand openbaar gebied Hoog grondwater relateren we aan de Representatief Hoogste Grondwaterstand. Dit is een statistische waarde waarbij 10% van de metingen in een reeks boven het RHG niveau bevinden. De RHG is met hantering van het 90 percentiel goed vergelijkbaar met de GHG. Voor de methodiek van bepaling van de GHG is in veel gevallen onvoldoende data beschikbaar bij nieuwbouwontwikkelingen. Als richtlijn voor de ontwateringsdiepte houden we 0,5 meter beneden straatpeil aan bij een RHG situatie. Bij een overschrijding van deze ontwateringsdiepte die langer dan twee aaneengesloten maanden duurt kan er sprake zijn van een structureel te hoge grondwaterstand. Pas als er sprake is van aantoonbare gezondheidsklachten (belemmering van de aan het perceel gegeven functie) die niet opgelost kunnen worden met bouwkundige maatregelen, beschouwen wij dit als overlast en hinder voor de aan de grond gegeven bestemming. Kwel in waterberging het Zwin in Ammerzoden Figuur 24: Omschrijving begrippen grondwateroverlast (bron Visie water en riolering Utrecht) Wij hanteren bij nieuwbouwlocaties een ontwateringscriterium van 1,0 meter bij RHG ten opzichte van de kruin van de openbare weg. Is de ontwateringsdiepte in praktijk groter dan het ontwateringcriterium, ofwel is de afstand tussen maaiveld en maatgevende grondwaterstand groter dan 1,0 meter, dan is de aanwezige ontwatering voldoende en worden geen ontwateringsmiddelen aangelegd in de openbare ruimte. Bij nieuwe openbare ruimte willen wij dat de bij een gebied behorende hydrologische situatie zo veel mogelijk wordt gehandhaafd. Dit betekent het gebruik van zo min mogelijk technische voorzieningen om de grondwaterstand te verlagen en daarmee de ontwatering te verbeteren. Het verhogen van het maaiveldniveau of de aanleg van meer open water in combinatie met water- robuust bouwen heeft altijd de voorkeur boven de aanleg van drainage of het op een andere manier structureel verlagen van de grondwaterstand. Tijdelijke grondwaterlozingen Voor tijdelijke grondwaterlozingen zoals bij de bouw van ondergrondse bouwwerken, de aanleg van kabels en leidingen of bij saneringen geldt dat het grondwater ter plaatse gereinigd wordt en daarna geloosd wordt in het oppervlaktewater of een hemelwaterriool. Eventueel kan gereinigd grondwater ook in de bodem worden geloosd. Lozing op het vuilwaterriool en daarmee ook op het gemengde riool is niet toegestaan. Alleen voor proefbemalingen of via een maatwerkvoorschrift van de gemeente kan hiervan afgeweken worden. Beleidskeuze 10: Wij continueren het beleid dat we alleen nieuwe ontwateringmiddelen aanleggen als voldaan wordt aan één of meer van de vast gelegde criteria Wij verwachten dat de perceeleigenaar in de gebieden waar de natuurlijke ontwatering voldoende is, het overtollig grondwater volledig op eigen terrein verwerkt. Alleen in gebieden binnen de bebouwde kom waar ook de aangrenzende openbare ruimte zonder aanvullende ontwateringsmiddelen niet aan het gemeentelijke ontwateringscriterium (zie figuur 25) voldoet, mag een eigenaar overtollig grondwater lozen op een openbaar ontwateringsstelsel. De kosten voor de aansluiting zijn voor de initiatiefnemer. Wij zijn terughoudend met het structureel inzamelen van overtollig grondwater. Huidige ontwateringsmiddelen hebben wij nauwelijks inzichtelijk en beheren wij nauwelijks. Daar waar volgens onze zorgplicht maatregelen van ons worden verwacht, zetten wij deze af tegen de doelmatigheid ervan. Bij de afweging van maatregelen hanteren we onderstaand schema: Beleidskeuze 11: We spannen ons in om de negatieve gevolgen van te lage grondwaterstanden in de openbare ruimte te beperken. Grondwateronderlast ofwel schade en overlast door te lage grondwaterstanden is in de Bommelerwaard geen probleem waarvoor specifiek beleid nodig is. Zolang het waterschap de waterpeilen op niveau kan houden zullen de grondwaterstanden in bebouwd gebied niet zodanig wegzakken dat binnen de bebouwde kom grootschalige schade aan panden optreedt door het ongelijkmatig zakken van de bodem. Uit grondwateronderzoek analyses van ATKB in Zaltbommel blijkt dat het grondwatersysteem stevig beïnvloedt wordt door de rivier de Waal. Bij toekomstige lagere waterstanden, mede veroorzaakt door uitslijting van de rivierbodems, zijn zettingen en verzakkingen van ondiepe zettingsgevoelige lagen mogelijk. Dit is een proces wat in praktische zin nauwelijks af te remmen is. In de zettingsgevoelige gebieden is weinig bebouwing aanwezig. Figuur 25: Stappenplan vanuit de gemeente om wel/geen grondwater in ontvangst te nemen. Oppervlaktewater De gemeente heeftgeen wettelijke zorgplicht voor het beheer van het oppervlaktewater. Het waterkwantiteitsbeheer en waterkwaliteitsbeheer van het oppervlaktewater is ondergebracht bij Rijkswaterstaat en de waterschappen. Daarmee zijn zijbevoegd gezag m.b.t. aansluitingen en lozingen op het oppervlaktewater. Ook stellen zij als bevoegd gezag eisen aan het profiel en de onderhoudstoestand van het oppervlaktewater. De gemeente is als eigenaar en aangelande (eigenaar van degrond langs een watergang) van een groot aantal wateren wel onderhoudsplichtige. Als onderhoudsplichtige moet de gemeente regulier en buitengewoon (= groot) onderhouduitvoeren om de watergangen op orde te houden. Daarnaast hebben gemeente en waterschap in regionaal verband afgesproken dat gemeente en waterschap gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het realiseren van de gewenste waterkwaliteit in het bebouwde gebied. Het oppervlaktewater dat wij in onderhoud hebben beschouwen wij als onderdeel van het openbare hemelwatersysteem en het openbare ontwateringsstelsel. Het oppervlaktewater dient tenslotte voor het verwerken van overtollig hemelwater en grondwater en het reguleren van de grondwaterstand. Hiermee is het beleid m.b.t. de zorgplicht hemelwater en de zorgplicht grondwater ook van toepassing op het oppervlaktewater dat bij de gemeente in onderhoud is. Verwerking extreme buien, oppervlaktewaterkwantiteit In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) zijn afspraken gemaakt voor de overstromingsgevoeligheid van het oppervlaktewatersysteem. Hierbij geldt voor het oppervlaktewatersysteem in stedelijk gebied, dat de capaciteit dusdanig moet zijn dat bij extreme neerslag niet vaker dan eenmaal per honderd jaar wateroverlast optreedt, doordat watergangen buiten hun oevers treden. Wij spannen ons in om de afvoercapaciteit en waterberging van het oppervlaktewater die wij binnen de bebouwde kom in onderhoud hebben, zodanig te laten zijn dat deze voldoet aan de norm voor oppervlaktewater in stedelijk gebied. Waarborgen oppervlaktewaterkwaliteit De waterkwaliteit in de Bommelerwaard wordt sterk bepaald door de kwaliteit van het aangevoerde/ ingelaten water en de lokale activiteiten. Daarnaast wordt de waterkwaliteit op stedelijk niveau verbeterd of verslechterd door verschillende omstandigheden, waaronder: De inrichting, de oevers en de afmetingen van de watergangen. De voedingsstoffen en toxische stoffen die in het water komen, bijvoorbeeld door uitwerpselen van dieren of riooloverstorten. De ecologie: de aanwezige waterplanten, oeverplanten, vissen en andere fauna. Het waterpeil en de doorstroming. De temperatuur. In warm water ontstaan sneller problemen als blauwalg, botulisme en kroos. De hoeveelheid open water. Kleine sloten warmen sneller op dan grote kanalen. Het beheer en onderhoud van de watergangen. Voor de Ecologische verbindingszones (EVZ) liggen de chemische en ecologische doelstellingen op Europees niveau vast in de Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze doelstellingen moeten uiterlijk in 2027 gerealiseerd zijn. De waterkwaliteitsbeheerders (waterschappen en Rijkswaterstaat) hebben een leidende rol om de gewenste waterkwaliteit te realiseren. Op dit moment voldoet het merendeel van de wateren nog niet aan de Europees afgesproken doelstellingen in de Kaderrichtlijn Water. Voor de zogenaamde overige wateren (kleinere wateren) worden de doelstellingen in 2021 op provinciaal niveau vastgelegd. Ten behoeve hiervan zijn de doelstellingen die in 2014 regionaal zijn vastgelegd via onze regionale samenwerking op water en klimaatadaptatie geëvalueerd en geactualiseerd. We streven ernaar om urgente knelpunten als vissterfte, botulisme, blauwalg, stankoverlast te voorkomen. Mochten er toch meldingen komen in water dat in onderhoud is van de gemeenten, dan spannen we ons in om binnen 24 uur dode vissen en vogels te verwijderen. Bij blauwalg en botulisme worden, bij risico voor mens en/ of huisdieren, in overleg met de waterschappen waarschuwingsborden geplaatst en werken we vervolgens aan verbeteringsmaatregelen. Eigendom en onderhoud Het waterschap schouwt jaarlijks of de A en B watergangen nog voldoen. Baggerwerkzaamheden worden uitgevoerd op basis van waarnemingen door de toezichthouder, meldingen van inwoners of bedrijven of naar aanleiding van de diepteschouw van het waterschap. Op de leggerkaart van waterschap Rivierenland is te zien welk water een A, B of C watergang is. Vanuit doelmatigheid hanteren wij de volgende uitgangspunten voor de verdeling van eigendom en onderhoud. Oeverconstructies zijn en komen in eigendom en onderhoud bij de eigenaar en van het aan het water grenzende perceel. Bij watergangen zonder oeverconstructie hanteren we de waterlijn als uitgangspunt voor de verdeling van het eigendom en onderhoud. Wij staan welwillend tegenover verzoeken om historische afwijkingen van dit uitgangspunt te corrigeren. Duikers (buisverbindingen tussen twee watergangen) zijn bij voorkeur in eigendom en constructief in onderhoud bij de eigenaar en daarmee onderhoudsplichtige van het bovenliggende perceel. De onderhoudsplicht voor het schoonhouden van de duiker ligt bij voorkeur bij de onderhoudsplichtige van de aangrenzende watergangen. Voor alle gevallen geldt dat hier in specifieke situaties, in goed overleg van afgeweken kan worden. Tabel 26: Algemeen overzicht van de onderhoudsplicht per type watergang. Type Watergang Eigenaar Onderhoudsplichtige watergang Onderhoudsplichtige duiker A-watergang Waterschap Waterschap Eigenaar ‘dam’ B-watergang Gemeente/ derden Aanliggende eigenaren Eigenaar ‘dam’ C-watergang Gemeente/ derden Aanliggende eigenaren N.v.t. Bedrijfsvoering Gedifferentieerd beheer Om het goede functioneren van het stedelijke water- en rioleringssysteem te waarborgen worden beheer- en onderhoudsmaatregelen uitgevoerd conform het voorliggende WRP. In Maasdriel worden op basis hiervan nog nadere operationele programma’s opgesteld. Bij de invulling van het onderhoud hanteren we in de Bommelerwaard geen vaste frequentie (cyclisch patroon) maar houden we rekening met een differentiatie op basis van een risicoafweging en maatschappelijke, economische en ecologische waarde. Hierdoor kunnen de personele en financiële middelen efficiënter ingezet worden. Verhogen water en klimaatbewustzijn We willen als gemeenten in de Bommelerwaard het waterbewustzijn van onze inwoners en bedrijven verder vergroten. Dat doen we om drie redenen: Verminderen van de hoeveelheid afstromende neerslag en het bevorderen van de lokale verwerking. Acceptatie water op straat door inwoners; Draagvlak creëren voor het realiseren van rioleringsmaatregelen. In de samenwerkingsagenda 2021-2023 van de werkregio klimaat Actief Rivierenland (KAR) is communicatie 1 van de 9 speerpunten. Wij sluiten aan bij de communicatie vanuit de werkregio. Daarnaast zal er een communicatieplan opgesteld worden waar in samenwerking met de waterpartners vorm wordt gegeven aan verschillende communicatieactiviteiten. Enkele aandachtspunten zijn: het goede voorbeeld geven, het initiëren van voorbeeldprojecten, en het bevorderen van het algemene waterbewustzijn. Communicatie is een essentieel instrument voor bewustzijn. Bewustzijn van de gevolgen van klimaatverandering, waarom adaptatie een gezamenlijke opgave is en wat je daar zelf aan kan bijdragen. Hetisook één van de vier strategische lijnen in de RegionaleAdaptatie Strategie (RAS): Vergroten van bewustzijn en kennis. Financiële strategie De beleidskeuzes hebben gevolgen voor de kostenontwikkeling. In deze paragraaf beschrijven we achtereenvolgens welke kosten we toerekenen aan de rioolheffing, hoe we omgaan met de kosten voor groot onderhoud en vervangings- en verbeteringsinvesteringen, hoe we verwachten dat de kosten zich ontwikkelen en welke gevolgen dat naar verwachting heeft voor de ontwikkeling van de gemeentelijke rioolheffing. Kostenberekening De Rijksoverheid biedt gemeenten de mogelijkheid om voor de dekking van de kosten voor de gemeentelijke watertaken een aparte bestemmingsbelasting te innen: de rioolheffing. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden in een heffing voor de inzameling en transport van afvalwater en een heffing voor de inzameling en verwerking van overtollig hemel- en grondwater. De wettelijke basis ligt in artikel 228a van de Gemeentewet. Een gemeente kan zelf kiezen welke grondslag zij voor de heffing gebruikt. Dit kan op basis van het eigendom dat op de riolering is aangesloten, maar kan ook op basis van de hoeveelheid afvalwater wat geloosd wordt. De uitgangspunten voor de rioolheffing legt de gemeente vast in een verordening, die elk jaar wordt geactualiseerd. Beleidskeuze 12: Vanaf 2022 is er een financiële tegemoetkoming voor particulieren die gaan afkoppelen en zetten we de huidige kostentoerekening voor straatreinigen en onderhoud aan oppervlaktewater voort. Maasdriel Uitgangspunt van de gemeente Maasdriel is dat alle kosten die wij maken voor invulling van de gemeentelijke watertaken worden toegerekend aan en gedekt wordt uit de gemeentelijke rioolheffing. De perceelseigenaar betaalt een vast bedrag voor alle water -en rioleringstaken, waterketentarief, en de gebruikers betalen een extra toeslag per m3 waterverbruik. Hiermee garanderen we dat voldoende budget beschikbaar is om onze gemeentelijke watertaken uit te voeren. Ook worden de algemene middelen van de gemeente zoveel mogelijk ontlast. De navolgende kostenposten worden in Maasdriel ook toegerekend aan de rioolheffing: Een deel van de kosten voor de straatreiniging. Sinds 2012 wordt een deel van de straatreinigingskosten gedekt uit de rioolheffing. Met ingang van 2022 bedraagt het toegerekende aandeel 50 % van de jaarlijkse kosten voor de gemeentelijke straatreiniging. Dit is toegestaan, omdat het schoonhouden van de straat voorkomt dat er vuil komt in de riolering en daarmee vermindert de kans op verstopping. Het onderhoud van het oppervlaktewater dat bij de gemeente in onderhoud is. Vanwege de functie voor de afvoer van hemelwater en het reguleren van de grondwaterstand zien wij sinds 2012 het oppervlaktewater dat we in onderhoud hebben als onderdeel van het gemeentelijke hemelwater- en ontwateringsstelsel. Alle bijbehorende kosten (maaien watergangen en oevers, baggeren, onderhoud en vervanging duikers, onderhoud oeverconstructie en inrichting oever, aanleg en herinrichting watergangen) kunnen daarmee gedekt worden uit de rioolheffing. Het hemelwaterbestendig inrichten van de openbare ruimte en het particuliere eigendom. Vanaf 2022 is er een financiële tegemoetkoming voor het vervangen van verharding door groen, afkoppelen van verhard oppervlak van de gemeentelijke riolering en de aanleg van een (waterbergend) groen dak. Deze komt ten laste van de rioolheffing Zaltbommel In Zaltbommel is de rioolheffing opgebouwd uit vast deel en een extra heffing voor eigenaren van niet woonpanden met een WOZ-waarde boven de €500.000 euro. Uitgangspunt is dat alle kosten die wij maken voor invulling van de gemeentelijke watertaken worden toegerekend aan en gedekt uit de gemeentelijke rioolheffing. Hiermee garanderen we dat voldoende budget beschikbaar is om onze watertaken uit te voeren. De navolgende kostenposten worden in Zaltbommel ook toegerekend aan de rioolheffing: Een deel van de kosten voor de straatreiniging. Jaarlijks wordt 50% van het straatvegen doorbelast aan het WRP. Dit omdat het straatvegen er aan bijdraagt dat de kans minder groot is dat straatvuil de kolken verstopt. Het onderhoud van het oppervlaktewater dat bij de gemeente in onderhoud is. Vanwege de functie voor de afvoer van hemelwater en het reguleren van de grondwaterstand worden kosten voor beheer en onderhoud in het WRP meegenomen. Alle bijbehorende kosten (maaien watergangen en oevers, baggeren, onderhoud en vervanging duikers, onderhoud oeverconstructie en inrichting oever, aanleg en herinrichting watergangen) kunnen daarmee gedekt worden uit de rioolheffing. Het hemelwaterbestendig inrichten van de openbare ruimte en het particuliere eigendom. Vanaf 2022 is er een financiële bijdrage voor het vervangen van verharding door groen (of het subsidiëren van waterberging op daken. Deze komt ten laste van de rioolheffing. Omgaan met groot onderhoud en vervangingsinvesteringen De commissie BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) heeft een speciale notitie gemaakt hoe gemeenten financieel om dienen te gaan met groot onderhoud en vervangingsinvesteringen. Vervangingsinvesteringen De commissie BBV beschrijft drie manieren voor het omgaan met vervangingsinvesteringen: Activeren en afschrijven: de investering als kapitaalgoed op de balans zetten en vervolgens afschrijven gedurende de verwachte gebruiksduur. Sparen vanuit de rioolheffing: de jaren vóór de investering vanuit de rioolheffing sparen in een spaarvoorziening (artikel 44.2 BBV) en de investering vervolgens deels of geheel afboeken. Ideaalcomplex: vervangingsinvesteringen in het jaar van aanschaf afboeken naar nul uit de opbrengst van de rioolheffing uit datzelfde jaar. De opbrengst uit de heffing komt dan eerst in de voorziening riolering, in hetzelfde jaar boekt de gemeente de investering af. Ook investeringen voor de verbetering van de riolering (bijvoorbeeld het scheiden van afval- en hemelwater of extra capaciteit voor de bestaande aansluitingen) vallen fiscaal-juridisch onder de term vervangingsinvesteringen. Beleidskeuze 13: Gemeente Maasdriel kiest ervoor om in lijn met de voorschriften van de commissie BBV een aparte voorziening in te voeren voor de vervangingsinvesteringen. Tot en met 2021 hanteerden we in Maasdriel de eerste methode. Voor de komende planperiode combineren we de verschillende investeringsmethodes. We maken de eerst stap om op termijn over te gaan naar ideaalcomplex. Het grote voordeel van het ideaalcomplex ten opzichte van het activeren en afschrijven is dat het op de langere termijn aanzienlijk goedkoper is, omdat geen schulden worden opgebouwd waarover rente betaald moet worden. Hiermee is deze methode toekomstbestendiger en flexibeler. De BBV biedt de methode van het Ideaalcomplex niet voor de rest van de investeringen in de openbare ruimte. Voor die investeringen hanteren we de eerste methode. Beleidskeuze 14: We kapitaliseren de investeringskosten pas in het jaar nadat de werkzaamheden compleet zijn afgerond. Omdat het niet altijd lukt om de uitgaven exact in hetzelfde jaar te realiseren als vooraf geraamd, maken we gebruik van een aparte voorziening voor de vervangingsinvesteringen. Deze voorziening is dus niet bedoeld om bewust te sparen volgens manier 2, maar om tijdelijk te sparen voor als werken vertraagd zijn. Hiermee wordt voorkomen dat specifiek bestemd geld vrijvalt richting de algemene middelen. In Zaltbommel wordt op termijn overgegaan op direct financieren. Hierbij worden uitgaven niet gekapitaliseerd. 6.Ambitie per opgave voor planperiode In deze paragraaf beschrijven we hoe we komende planperiode uitvoering gaan geven aan de strategie en het beleid uit hoofdstuk 5. Met andere woorden: hoe krijgen wij wat er nodig is? Bij het bepalen van de ambitie voor onze opgaven gebruiken wij drie kwaliteitsniveaus (HOOG, BASIS, LAAG). Zie figuur 27. In de kwaliteitscatalogus in Bijlage E is per opgave het verschil in kwaliteitsniveau (HOOG, BASIS, LAAG) met behulp van sfeerbeelden, een kwaliteitsbeschrijving, en een technisch normenkader weergegeven. Aan elk kwaliteitsniveau hangt een ander prijskaartje. Door dit overzicht krijgen wij, alle direct betrokkenen bestuurders, inwoners etc., een eenduidig inzicht in de koppeling tussen de gewenste kwaliteit en de kosten. In dit hoofdstuk volgt nu een overzicht van het gekozen kwaliteitsniveau (HOOG, BASIS, LAAG) per opgave (paragraaf 6.1, A t/ m F). De daarbij behorende werkzaamheden voor de komende periode worden ook inzichtelijk gemaakt. Figuur 27: Beschrijving kwaliteitsniveaus (Hoog, Basis, Laag) Opgave A.Zorgen voor de inzameling van stedelijk afvalwater Voor inzameling van stedelijk afvalwater zetten wij kwaliteitsniveau BASIS uit het WRP 2017- 2021 voort. Dit betekent het niveau basis voor de inzameling van afvalwater. Dit sluit aan bij de wettelijke resultaatsverplichting van het Rijk (zorgplicht stedelijk afvalwater, zie hoofdstuk 5) en de normen en afspraken van het waterschap. Op sommige onderdelen zetten we een kleine plus op het basisniveau. De volgende concrete punten pakken we de komende periode op: In lijn met de wet- en regelgeving worden bij de aanleg van nieuwbouwlocaties in de openbare ruimte duurzame systemen toegepast, nieuwe systemen in woongebieden worden uitgevoerd als een gescheiden stelsel, en op bedrijventerreinen leggen we een (verbeterd-) gescheiden stelsel aan. Hiermee worden stankklachten en of verontreinigingen van sloten, watergangen en bodem voorkomen; In Maasdriel gaan we voor alle kernen het basisrioleringsplan actualiseren. In het basisrioleringsplan wat we als Systeemoverzicht Stedelijk Water uitvoeren worden per kern de basisgegevens verzameld en berekend van de stelsels, waardoor we inzicht krijgen in het functioneren van de stelsels. Daaropvolgend wordt een hemelwaterstructuurplan opgesteld zodat bij reconstructies duidelijk is wat de benodigde ingrepen zijn om straten en wijken af te koppelen; Bij nieuwe huisaansluitingen gaan we vooraf duidelijke voorlichting geven en achteraf actief controleren, hiermee voorkomen we bij aanleg foutieve aansluitingen. De nieuwe huisaansluitingen ten behoeve van de wet WIBON worden ingemeten en vastgelegd met behulp van de Riox tool in gemeente Maasdriel. B.Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater Voor het transporteren van stedelijk afvalwater zetten wij kwaliteitsniveau HOOG uit het WRP 2017-2021 voort. Voor het transport van stedelijk afvalwater moeten de installaties en leidingen in een voldoende technische staat verkeren. Enige vorm van schade is acceptabel maar zodra het functioneren in het geding komt, is er risico op (water)overlast. De schades worden opgelost door het uitvoeren van vervangingen en deelreparaties, waardoor de risico’s opgeheven worden. De rioolgemalen zijn een kritisch onderdeel binnen het rioleringsstelsel. Uitval van een rioolgemaal kan al snel leiden tot flinke overlast en schade voor mens en omgeving. Om de risico’s te verminderen zijn alle hoofdgemalen uitgerust met een reservepomp. Tevens zijn alle hoofdgemalen en overstorten aangesloten op een zogeheten telemetriesysteem. Hiermee blijven wij permanent controleren op de werking van de installaties van de gemalen en kunnen we storingen en calamiteiten binnen 8 uur oplossen. De installaties van de drukriolering zijn voorzien van een rode lamp. Hiervoor is gekozen zodat bewoners zien dat er een storing is en zo blijven zij zich bewust van het belang van goed rioolgebruik. De volgende concrete punten pakken we de komende periode op: Wij houden de IBA-installaties in de gaten door 2-jaarlijkse monitoring. Bij significante wijzigingen in het aantal bewoners van een op een IBA aangesloten pand wordt de capaciteit gecontroleerd om lozing van ongezuiverd rioolwater te voorkomen. De komende planperiode werkt gemeente Maasdriel door aan het uitbreiden en voltooien van het meetprogrammanetwerk in het rioolstelsel, om het functioneren inzichtelijk te krijgen en te monitoren. Alle overstorten van vuil- en gemengd water zijn dan voorzien van een permanente meetopstelling. Waar mogelijk worden debietmeters in gemalen geplaatst. In de Bommelerwaard wordt veel meetdata verkregen in de rioolstelsels. Analyse en uitwerking hiervan vindt plaats in de regionale samenwerking Netwerk Waterketen Regio Rivierenland (NWrR). De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het operationeel blijven van de meetopstellingen en het databeheer op de hoofdpost. De data wordt door de NWrR en de gemeenten in de regio gevalideerd en geanalyseerd. De data wordt gebruikt bij modellen, analyses, vragen en ter toetsing van overstorten en gemalen. In principe willen wij de volgende onderdelen op alle locaties waar deze zich bevinden bemeten hebben: Overstortniveau (m+NAP) Debiet bij overstort (m³ totaal per overstorting) Debiet bij gemalen (m³ per uur) Bij nieuwbouwlocaties nemen wij de inzameling van vuilwater mee in het wettelijk verplichte proces van de "watertoets". Hierbij wegen wij vooraf de waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze mee. C.Zorgen voor inzameling en verwerking van hemelwater De zorgplicht voor hemelwater vullen we in op kwaliteitsniveau BASIS. Wij zetten in op het ontvlechten van gemengde afvalwaterstromen. In het hemelwaterbeleid in bijlage Cis aangegeven hoe we in de bestaande situatie om willen gaan met afkoppelen. Bij nieuwbouw dient de wateropgave door de initiatiefnemer op eigen terrein ingevuld te worden. Vanuit de Waterwet zijn particulieren in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het omgaan met vrijkomend hemelwater op hun eigen perceel. Wij hebben vanuit de Waterwet de beschikking gekregen over een verordeningsbevoegdheid. Dit maakt het mogelijk aan te geven wanneer particulieren het hemelwater mogen aanbieden en hoeveel. Vooralsnog zetten we als Bommelerwaard in op ongedwongen afkoppelen en stimuleren via een financiële tegemoetkoming in de kosten. Hiervoor is bewustwording noodzakelijk om inwoners te motiveren. De komende planperiode gaan we hiervoor een communicatieplan op stellen. Voor grote projecten maken we gebruik van een persoonlijke benadering door middel van een “afkoppelcoach”. De volgende concrete punten pakken we de komende periode op: We verkennen in deze planperiode de mogelijkheid voor het opstellen van een hemelwaterverordening. Wij willen burgers meer bewust maken van de noodzaak van afkoppelen en het waterbewust inrichten van tuinen. Vanuit de klimaatadaptatieregio Klimaat Adaptief Rivierenland wordt een algemene bewustwordingscampagne verzorgd. Zaltbommel organiseert via het Lokaal Adaptatie Programma een subsidie voor particulieren om maatregelen te treffen om water vast te houden en te benutten. In de openbare ruimte maken wij het afstromen van hemelwater zichtbaar. Hiervoor gebruikt Maasdriel een rand van blauwe klinkers rondom straatkolken en waterspuwers om regenwater zichtbaar te maken op straat. Hierdoor wordt de bewustwording bij bewoners vergroot. Daarnaast is het direct zichtbaar in de straat hoe de waterstromen geregeld zijn. Ook de brandweer heeft hier belang bij. Als er bij een calamiteit toch vuil (blus)water in de kolken is terechtgekomen (en daarmee in het oppervlaktewater) kunnen zij de betreffende instanties alarmeren en inschakelen. Wij accepteren geen diepe (>1,0 m-
- mv)ondergrondse infiltrerende voorzieningen in de openbare ruimte. Waterberging vindt bij voorkeur plaats in oppervlaktewater of oppervlakkige voorzieningen zoals wadi’s. In Zaltbommel dient het water vastgehouden te worden in de haarvaten van het rioleringssysteem. Hiertoe vragen wij 20 mm berging over het totale verhard oppervlak op eigen perceel bij ontwikkelingen. Zo bouwen we bij ontwikkelingen iedere keer verder aan het watersysteem van morgen. In Maasdriel dient het water ook vastgehouden te worden in de haarvaten van het hemelwatersysteem en vragen we van inwoners ook een inzet. Hiertoe vragen wij 43.6 mm berging over het totale verhard oppervlak op eigen perceel bij ontwikkelingen. Zo bouwen we bij ontwikkelingen iedere keer verder aan het watersysteem van morgen Het hiervoor geldende beleid is onderbouwd in bijlage D. Bij nieuwbouwlocaties nemen wij de inzameling van hemelwater mee in het wettelijk verplichte proces van de "watertoets". Hierbij nemen wij vooraf de waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze mee. D.Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert Grondwaterproblemen en meldingen naar aanleiding hiervan komen op beperkte schaal voor in onze gemeenten. Daarom hanteren wij voor het stedelijk gebied kwaliteitsniveau BASIS. We pakken alleen problemen aan die leiden tot acute (gezondheids-)problemen mits de eigenaar redelijkerwijs alle maatregelen genomen heeft. Vanuit de basisgedachte hanteren wij ook voor droogte een pragmatische aanpak. Daar waar het kan houden we water vast. Hierbij dient de benodigde inzet wel doelmatig te zijn en het niet gericht op het peilbeheer op particulier terrein. Om meer inzicht in de grondwaterstanden te krijgen hebben wij een meetnet voor grondwaterstanden ingericht. Hiermee is gestart in 2012. De metingen in het grondwatermeetnet bieden inzicht in het systeemgedrag van het grondwatersysteem. Bij nieuwbouwlocaties nemen wij de inzameling van grondwater mee in het wettelijk verplichte proces van de "watertoets". Hierbij nemen wij vooraf de waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze mee. Bij nieuwbouw mag geen grondwater permanent afgevoerd worden. Hiertoe dienen passende maatregelen getroffen te worden om grondwateroverlast te voorkomen. E.Doelmatig oppervlaktewaterbeheer Watergangen zijn van groot belang voor het bergen en voor aan- en afvoer van hemel- en grondwater. Als gemeente hebben we hier een kleine invloed op door de rolverdeling tussen gemeente en Waterschap. Daarom hanteren we kwaliteitsniveau BASIS voor oppervlaktewater. Bij hevige regenval en in situaties met veel kwel bij hoge waterstanden in de rivieren zorgen de watergangen en vijvers voor droge voeten. Door aanwezigheid van voldoende ruimte voor water, in en nabij de woonkernen, wordt structurele wateroverlast in de woonkernen en afwenteling naar het buitengebied waarop de woonkernen afwateren, voorkomen. Bij nieuwbouwontwikkelingen is het waterbelang geborgd in het watertoetsproces. Wij gaan door met het realiseren van de noodzakelijke waterbergingsopgave. Voor Zaltbommel resteert nog een waterbergingsopgave voor de woonkernen Brakel en Kerkwijk. Voor Maasdriel resteert een opgave van ca 25.000 m3. Vanuit de lokale en regionale stresstesten wordt bekeken waar en hoe deze restopgave het best ingevuld kan worden door gemeente en waterschap. Door het baggeren van de watergangen worden watergangen weer op diepte gebracht zodat de watergangen geheel benut kunnen worden voor afvoer, wat bijdraagt aan het houden van droge voeten. Daarnaast draagt het baggeren van de watergangen ook bij aan een betere waterkwaliteit. De volgende concrete punten pakken we de komende periode op: Het waterschap heeft een baggerprogramma voor haar watergangen. Voor onze eigen watergangen volgen wij dit baggerprogramma. Dat houdt in dat wij de voorbereiding van baggerprojecten starten nadat het waterschap in de diepteschouw geconstateerd heeft welke watergangen niet voldoen. Zaltbommel beschikt over een groter areaal aan oppervlaktewater en heeft daarmee een grotere baggeropgave dan Maasdriel (factor 2,5). Voor het in stand houden van de watergangen en duikers is beheer en onderhoud benodigd. Wij zetten de uitvoering van regulier klein onderhoud voort. Wanneer een duiker is aangelegd ten behoeve van de bereikbaarheid van een perceel, is de betreffende perceeleigenaar verantwoordelijk voor de constructie van de duiker. Wij zijn als gemeente verantwoordelijk voor het natte profiel, voor zover wij een onderhoudsplicht hebben in deze watergang. Ten behoeve van de waterafvoer, -berging en -kwaliteit maaien wij de watergangen binnen de bebouwde kom twee keer per jaar met een maaikorf. Het vrijkomende maaisel en slootvuil wordt afgevoerd. Vanaf 2022 gaan we op een aantal locaties gedifferentieerd maaibeheer toepassen op de bermen in het kader van biodiversiteit. Wij onderzoeken de komende periode waar gedifferentieerd maaien van het natte profiel ook mogelijk is. Binnen onze gemeenten zijn een aantal watergangen aangewezen met een specifieke ecologische doelstelling, de zogenaamde KRW-waterlichamen. Een aantal daarvan maakt onderdeel uit van een ecologische verbindingszone (EVZ) van de ecologische hoofdstructuur. Deze KRW-waterlichamen liggen grotendeels in het landelijk gebied van gemeente Zaltbommel. Voor deze watergangen zijn herinrichting (aanbrengen van natuurlijkere oevers) en aangepast beheer en onderhoud belangrijke maatregelen. Hiermee ontstaan veel en diverse vestigingsmogelijkheden voor planten en dieren. Deze maatregelen kunnen niet uit de rioolheffing betaald worden omdat dit niet binnen de zorgplicht valt. Waar mogelijk zoeken we naar meekoppelkansen. De ecologische waterkwaliteit van de stedelijke watergangen in de Bommelerwaard is over het algemeen slecht. Het grootste deel van de watergangen in de woonkernen heeft geen specifieke ecologische functie. Op de middellange termijn wordt voor deze overige wateren gestreefd naar water dat schoon en grotendeels helder en vrij van kroos/algenbloei, stank en vissterfte is en dat de wateren vestigingsmogelijkheden bieden voor planten en dieren. Bij nieuwbouwlocaties is het toepassen van uitloogbare materialen niet toegestaan. Bij de inrichting van het oppervlaktewatersysteem dient bladval in oppervlaktewatersysteem voorkomen te worden. Het is niet toegestaan om nieuwe hondenuitlaatstroken langs watergangen aan te leggen bij nieuwbouwprojecten. Hiervoor onderzoeken we de mogelijkheden om dit op te nemen in het Handboek Openbare ruimte/ Leidraad Inrichting Openbare Ruimte. Bij nieuwbouwlocaties brengen we als uitgangspunt geen harde oeverbescherming aan, maar leggen we oevers met een natuurvriendelijke oever aan. F.Klimaat en waterrobuust Riolering en klimaat zijn als geen andere disciplines met elkaar verbonden. Door het veranderende klimaat verandert ook de inrichting van systemen onder de grond en van systemen boven de grond. Klimaatadaptatie is iets wat alle disciplines raakt en wat we in ons werk een plek moeten geven. Zaltbommel en Maasdriel hebben beiden qua ambitie een kwaliteitsniveau BASIS op het thema klimaatadaptatie. In Zaltbommel worden bijvoorbeeld schoolpleinen reeds “vergroend”. Op regionaal niveau hebben we een vastgestelde RAS, Regionale Adaptatie Strategie. In Zaltbommel is hier vervolg op gegeven door het opstellen van een Lokaal Adaptatie Programma. Voor een deel van de in het lokale programma opgenomen beleid vindt de dekking plaats vanuit de rioolheffing omdat de klimaatadaptieve maatregelen in het kader van de zorgplicht voor hemelwater of grondwater worden uitgevoerd. In Maasdriel is het Plan van aanpak klimaatbestendig Maasdriel vastgesteld waar de komende periode uitvoering aan gegeven wordt. “Riolering en klimaat zijn als geen andere disciplines met elkaar verbonden. “ Concreet pakken we de volgende zaken op: We zorgen ervoor dat we klimaat robuust gaan bouwen en inrichten. Hiervoor actualiseren we de bestaande ontwerpkaders. We gaan de acties zoals beschreven in het Lokaal Adaptatieprogramma in Zaltbommel, de regionale samenwerkingsagenda en het plan van aanpak van Maasdriel uitvoeren. In Zaltbommel is vanaf 2022 (na vaststelling van het LAP) een afkoppelsubsidie beschikbaar voor bestaande bebouwing. Na het actualiseren van de basisrioleringsplannen gaan we lokale stresstest wateroverlast uitvoeren. Dit is de basis voor de te houden risicodialogen. Knelpunten die vanuit risicodialogen naar voren komen worden opgepakt en eventuele maatregelen onderzocht en uitgewerkt. Zaltbommel werkt toe naar het afkoppelen van 50% van de dakvlakken van het gemengd stelsel in de hele gemeente. Bij voorkeur wordt afgekoppeld water op particulier terrein vastgehouden en benut, of oppervlakkig aangeboden op de perceelsgrens. We werken hierbij samen met onze partners (woningstichtingen) om resultaat te maken. Inbreidingen staan we alleen toe na een klimaattoets, waarin de waarde van het te bebouwen groen door de initiatiefnemer moet worden aangetoond. Als uit de toetsing blijkt dat het leefklimaat verslechtert als gevolg van de ontwikkeling, worden maatregelen voorgesteld om dit effect te dempen. Bij mogelijke verkoop van restgroen vindt deze toets eveneens plaats. Voor basisscholen verzorgen wij gastlessen. Dit doen we nu reeds, maar in de bestaande lessen wordt extra aandacht gegeven aan klimaatadaptatie en wat kinderen zelf kunnen doen thuis. 7.Uitvoeringsprogramma In deze paragraaf is weergegeven welke activiteiten en/ of maatregelen benodigd zijn om invulling te geven aan de opgaven uit hoofdstuk 6 en strategie uit paragraaf 5.2. Om overzicht te houden zijn de maatregelen gegroepeerd per type: planvorming, onderzoek, beheer en onderhoud, uitvoeringsmaatregelen, en facilitair. De kosten zijn samengevoegd voor de gehele looptijd van het plan. Planvorming Plannen zijn onmisbaar voor doelmatig rioleringsbeheer. Zij geven richting aan de activiteiten en maatregelen die nodig zijn om de systemen goed te laten functioneren. Jaarlijks wordt in Maasdriel een maatregelenplan opgesteld op basis van inspectieresultaten. Voor overige planvormen is een jaarlijks budget voor diensten derden gereserveerd. Voor Maasdriel is 17,3 miljoen nodig voor de komende vijf jaar om te voldoen aan de wettelijke zorgplichten. Tabel 28: Kosten planvorming Actie Uitvoeringsjaar Kosten Maasdriel Kosten Zaltbommel Bijdrage aan opgave Herzien WRP 2026 € 25.000 € 25.000 A,B,C,D,E,F Herzien BRP 2022,2023 en 2024 € 105.000 € 35.000 A,B,C,D,E,F Opstellen Hemelwaterstructuurplan 2022,2023 en 2024 € 120.000 A,B,C,D,E,F Afkoppelplan 2022,2023 en 2024 € 30.000 A,B,C,D,E,F Opstellen operationele programma's Planperiode € 20.000 A,B,C,D,E,F Samenwerking in de waterketen (NWrR) Planperiode € 33.000 € 33.000 A,B,C,D,E,F Samenwerking Klimaat Actief Rivierenland (KAR) Planperiode € 56.250 € 56.250 A,B,C,D,E,F Overige adviezen Planperiode € 500.000 € 100.000 A,B,C,D,E,F Onderzoek Om inzicht te houden en te verkrijgen in de toestand en het functioneren van het rioleringssysteem is onderzoek noodzakelijk. De komende planperiode is een budget gereserveerd voor de evaluatie van meetapparatuur en meetresultaten. Bovendien worden leidingen, gemalen, drukriolering en persleidingen zorgvuldig gekeurd en geïnspecteerd. De weergegeven kosten bedragen de kosten over de gehele planperiode. Tabel 29: Kosten Onderhoud Actie Uitvoeringsjaar Kosten Maasdriel Kosten Zaltbommel Bijdrage aan opgave Reiniging en inspectie vrij verval riolering Planperiode € 500.000 € 631.000 A,C Reiniging en inspectie gemalen Planperiode € 400.000 € 175.000 B,C Reiniging en inspectie overstorten en randvoorzieningen Planperiode € 50.000 € 50.000 A,C Kolken reinigen en beoordelen Planperiode € 275.000 € 300.000 A,B,E Grondwatermeetnet Planperiode € 140.000 € 135.000 D,E Inspectie NEN 3140 Planperiode € 50.000 € 50.000 B,C Onderzoek en herstel foutaansluitingen Planperiode € 100.000 € 55.000 A,B,C,E Aanschaf meetapparatuur 2022 € 50.000 - Beheer en onderhoud Onderhoudsinspanningen zijn afgestemd op het in stand houden en goed laten functioneren van het systeem, waarbij risico’s worden vermeden (assetmanagement) en het gewenste niveau van beheer in stand wordt gehouden. De activiteiten bestaan uit regulier onderhoud en (react ieve) reparaties. Tot de eerste categorie behoren het reinigen, inspecteren en onderhouden van de (pers)leidingen, putten, kolken, gemalen, randvoorzieningen, het vegen van straten en maaien van watergangen. In deze planperiode wordt een inhaalslag uitgevoerd met betrekking tot uitstaande herstelwerkzaamheden. Hiervoor is gedurende de planperiode extra budget gereserveerd. Tabel 30: Kosten beheer en onderhoud Actie Uitvoeringsjaar Kosten Maasdriel Kosten Zaltbommel Bijdrage aan opgave Klein onderhoud vrij vervalriolering Planperiode € 600.000 € 250.000 Klein onderhoud persleidingen Planperiode € 175.000 € 25.000 klein onderhoud huisaansluitleidingen Planperiode € 250.000 € 250.000 Onderhoud en revisie drainage Planperiode € 25.000 € 25.000 C,D Klein onderhoud hoofdgemalen EM en bouwkundig Planperiode € 750.000 € 1.220.000 B,C Reactief onderhoud hoofdgemalen Planperiode € 325.000 € - B,C Grootonderhoud hoofdgemalen en drukriolering EM en bouwkundig Jaarlijks € 100.000 € - B,C Vervanging hoofdgemalen en drukriolering EM en bouwkundig Jaarlijks € 450.000 € - B,C Onderhoud Iba's Jaarlijks € 40.000 € 12.500 A,D, F Onderhoud kolken Jaarlijks € 80.000 € 80.000 Onderhoud watergangen en duikers Jaarlijks € 193.000 € 98.000 Straatreiniging (gedeelte WRP) Planperiode € 150.000 € 365.000 A,B,C Baggere