Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 HulstDe raad van de gemeente Hulst; BESLUIT: Het voorliggende Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 vast te stellen; In te stemmen met het investeringsniveau voor de planperiode 2022-2026 en De stijging van de rioolheffing (waterheffing) na 2022 en de aanpassing van de onderbouwing en verdeling van de rioolheffing in 2022 te onderzoeken en besluitvorming daarover voor te bereiden. Samenvatting Inleiding Riolering is een voorziening die doorgaans niet zichtbaar is, maar wel noodzakelijk. Riolering draagt bij aan een duurzame bescherming van de volksgezondheid, maar ook van natuur en milieu. Daarnaast zorgt de riolering op verschillende locaties voor de afvoer van overtollige neerslag. Dit vindt bij voorkeur gescheiden van afvalwater plaats. De zorgplicht voor de riolering is een gemeentelijke taak die is vastgelegd in de Wet milieubeheer. In deze wet is verder vastgelegd, dat gemeenten verplicht zijn om een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) op te stellen, waarin zij hun beleid voor de rioleringszorg vaststellen. Daarnaast is in de Waterwet de gemeentelijke zorgplicht voor hemelwater en grondwater vastgelegd. Het verbreed GRP Hulst geeft het beleid van de gemeente Hulst weer op het gebied van de rioleringszorg (afvalwater en hemelwater) en haar gemeentelijke zorgtaken ten aanzien van grondwater. Dit verbreed GRP Hulst geldt voor de periode 2022 tot en met
- Missie en visie Vanuit de algemene gemeentelijke ambitie van Hulst volgt de missie voor het verbreed GRP: Het realiseren van een duurzame, doelmatige en toekomstgerichte invulling van de rioleringszorg, waarin de bescherming van de volksgezondheid, het streven naar het voorkomen van wateroverlast en een goede kwaliteit en kwantiteit van grond- en oppervlaktewater gewaarborgd zijn. Vanuit deze missie is een visie te formuleren, de gewenste situatie van het water- en rioleringssysteem in de toekomst. Deze visie luidt als volgt. Het hebben en houden van een duurzaam, veilig, gezond en toekomstbestendig (grond)water- en rioleringssysteem in zowel het bebouwde gebied als het buitengebied van de gemeente. Om deze visie te realiseren, zijn er concrete doelen geformuleerd met een bijbehorend toetsingskader. Evaluatie In het verbreed GRP is de voorgaande planperiode (2016-2021) geëvalueerd. Deze evaluatie biedt handvatten voor de strategie van de komende planperiode door opgedane ervaringen gericht in te zetten. Doelmatigheid is en blijft een belangrijk leidend motief in de beslissingen ten aanzien van de rioleringszorg. Met het beschikbare budget is een duidelijke stap gemaakt in het terugdringen van de vervangingsachterstand. De inzet op het vervangen van met name kwalitatief mindere riolering in combinatie met geclusterd en kern- of wijkgewijs uitvoeren van werkzaamheden hebben hier aan bijgedragen. Niet alle geplande werkzaamheden zijn volledig uitgevoerd conform planning. Interne en externe afstemming met onder meer bewoners, maar ook de PFAS-problematiek hebben in sommige projecten om meer tijd gevraagd. Financieel zijn de beschikbare budgetten zo efficiënt mogelijk ingezet en zijn strategische keuzes gemaakt welke werkzaamheden prioriteit verdienden en waar combinaties met andere werkzaamheden konden worden gemaakt (bijvoorbeeld wegbeheer). Uit de vergelijking van de huidige gegevens met die uit het voorgaande verbreed GRP blijkt dat er in totaal ruim 6% aan riolering (lengte) is bijgekomen. Dit is voor een groot deel regenwaterriolering, onder meer vanuit afkoppelwerkzaamheden. Inhoudelijk zijn de beleidslijnen uit het verbreed GRP gevolgd en zijn ook de reguliere beheer- en onderhoudstaken binnen de daarvoor gestelde budgetten uitgevoerd. Daarmee is het functioneren van het rioleringssysteem in de afgelopen planperiode gewaarborgd. Op het gebied van gemalenbeheer wordt gebruik gemaakt van de centrale hoofdpost die bij de gemeente Sluis staat. Ook vindt steeds meer uitwisseling van kennis en van gegevens plaats met waterschap Scheldestromen. De koppeling van het gemalenbeheersysteem met de overstortmeters binnen de gemeente vraagt nog aandacht in de komende planperiode, evenals het gebruik van het gemalen beheer- en onderhoudsprogramma. Volledig gebruik maken van het beheer- en onderhoudsprogramma is door de beperkte personele capaciteit een punt van aandacht. Sowieso zal gegevensbeheer aandacht verdienen in de komende planperiode. Het inspelen op de effecten van klimaatontwikkeling (klimaatadaptatie) heeft in de afgelopen planperiode steeds meer aandacht gekregen in de planvorming en de voorbereiding van werkzaamheden. De klimaatontwikkelingen (intensievere buien, langdurige natte periodes, droogte en hitte) zijn dermate groot dat oplossingen niet te vinden zijn in de riolering of in het watersysteem alleen. De oplossingen moeten gevonden worden in de verschillende lagen en systemen (bovengronds en ondergronds). Het geheel moet zodanig robuust worden dat de mate van extremiteit van een situatie er minder toe doet. De SWO-onderzoeken (toekomstbestendige waterhuishouding) die hier op gericht zijn, hebben meer tijd gevraagd dan verwacht. Het hele proces van bepalen van het verhard oppervlak, doorrekenen van de huidige riolering, inventariseren van klachten, benaderen van dorps- en wijkraden, inventariseren van grondwaterpeilen, beoordelen van het gebied ten aanzien van risico's, bepalen van maatregelen, inplannen van de maatregelen, het maken van ramingen en het doorrekenen van de gekozen maatregelen heeft tijd nodig. In de afgelopen planperiode zijn SWO-onderzoeken uitgevoerd voor Sint-Jansteen, Kapellebrug, Heikant. Voor de kernen Hulst en Vogelwaarde zijn de SWO-onderzoeken bijna klaar, maar deze moeten nog bestuurlijk worden vastgesteld. Ook de kleinere kernen vragen in de komende planperiode beoordeling ten aanzien van de SWO. De afgelopen planperiode kent een duidelijke druk op de personele middelen. Ondanks externe ondersteuning zijn niet alle geplande taken uitgevoerd. Het werken op regiebasis vraagt ook tijd van de vaste medewerkers. Vooral op het gebied van planvorming, onderzoek (inclusief klimaatadaptatie) en databeheer was het merkbaar dat er minder personeel beschikbaar was dan vooraf noodzakelijk werd geacht. Deze druk op de personele middelen (circa 0,5 fte te weinig beschikbaar) blijft ook in de komende planperiode een punt van aandacht. Qua inzet van financiële middelen is in de afgelopen planperiode de exploitatiebegroting toereikend gebleken voor het uitvoeren van de geplande gemeentelijke watertaken. De uitgaven vanuit de investeringen (projecten) vinden in veel gevallen wel iets later plaats door het verschuiven van projectplanningen als gevolg van voorbereidingstijd en afstemming met derden. De kostendekking van de uitgevoerde taken wordt gevonden in de rioolheffing. Gedurende de planperiode is de heffing iets minder sterk gestegen dan vooraf werd gepland. Er is gekozen om de heffing jaarlijks met € 6,- plus inflatie te laten stijgen. Deze jaarlijkse stijging van € 6,- is in 2020 en 2021 niet doorgevoerd, maar heeft slechts een stijging met het inflatiepercentage plaatsgevonden. Het aantal heffingseenheden is gedurende de planperiode nauwelijks gestegen. Strategie In de strategie voor de komende planperiode is een diversiteit aan maatregelen geformuleerd om voor alle gebieden (afvalwater, hemelwater en grondwater) invulling te geven aan de gemeentelijke zorgplichten. In hoofdlijnen bestaat de strategie uit de onderstaande aspecten. Voortzetten van regulier beheer en onderhoud, met aandacht voor het bijbehorende gegevensbeheer. Jaarlijkse inspectie van circa 7 à 10% de riolering. Doorzetten van de bestaande smalle zorgplicht voor het buitengebied. Het formuleren van maatregelen geschiedt integraal en is gebaseerd op een combinatie van kwaliteit van het stelsel en vindt plaats in afstemming met klimaatadaptatie, groenbeheer en wegbeheer. Voor de planperiode is op deze manier een concrete investeringsplanning opgesteld met een doorkijk naar de middellange (10 jaar) en lange termijn (60 jaar). Het investeringsniveau wordt zoveel als mogelijk geëgaliseerd over de beschouwde jaren. Het streven is om circa 30% van de betonnen rioolleidingen middels renovatie (relining) aan te pakken. De samenwerking met andere overheden wordt voorgezet in onder meer de samenwerkingsverbanden SAZ+, klimaatadaptatiestrategie en Zuidwestelijke Delta. De rioolheffing is in principe kostendekkend. De stijgingsscenario’s zijn afgestemd op de kosten, waarbij de omvang van de voorziening beperkt blijft. Uit de visie van dit verbreed GRP blijkt dat de gemeente Hulst streeft naar een duurzaam en toekomstbestendig water- en rioleringssysteem. Ofwel: een leefbare omgeving waarin de negatieve gevolgen van de verandering van het klimaat zoveel mogelijk beperkt worden. Het beperken van deze negatieve gevolgen en het vroegtijdig inspelen hierop wordt aangeduid met de term ‘klimaatadaptatie’. Klimaatadaptief handelen vraag niet alleen aandacht voor de aard van de maatregelen (het type maatregel), maar vraagt ook om voldoende fysieke ruimte in een gebied (boven- en ondergronds) en afstemming tussen verschillende gemeentelijke disciplines, externe organisaties en burgers en bedrijven. Klimaatadaptatie is voor de gemeente Hulst een leidend principe in de voorliggende planperiode. Onderstaand is een globale uitwerking van de hoofdlijnen uit de strategie van dit verbreed GRP opgenomen. Het belang van kennis van de werking van het rioolstelsel in de praktijk en de staat van onderhoud wordt onderkend. De gemeente zet in op het jaarlijks inspecteren van circa 7 tot 10% van alle vrijverval riolering. Deze gegevens worden verwerkt in het rioolbeheerbestand. Dit bestand wordt op peil en actueel gehouden. Ook revisiegegevens worden hierin verwerkt. Het op orde houden van het beheerbestand vraagt in de komende periode extra aandacht vanuit het perspectief van beschikbare personele middelen. Voor het buitengebied wordt de bestaande, smalle zorgplicht doorgezet. Voor panden waar de aanleg van riolering niet doelmatig is, is ontheffing van de zorgplicht verkregen van de provincie Zeeland. In totaal zijn er nog 424 panden in het buitengebied die niet beschikken over een voorziening die voldoet aan de wettelijke eisen (peildatum 1 juli 2021). Om te komen tot een integraal maatregelenpakket, waar rioolvervanging onderdeel van uit maakt, wordt rekening gehouden met diverse aspecten. De kwaliteit van de rioolleidingen, het functioneren van het stelsel, risico-inschatting als het riool instort en tenslotte de leeftijd van het riolering zijn factoren die benut worden om tot een maatregelkeuze te komen. Daarnaast speelt de noodzaak tot het nemen van maatregelen in het kader van klimaatadaptatie een belangrijke rol. Hiervoor zijn de SWO-onderzoeken een belangrijke bron van informatie. In de afgelopen planperiode zijn er SWO-onderzoeken uitgevoerd voor de kernen Kloosterzande, Heikant, Sint Jansteen, Kapellebrug. Hierbij is gebruik gemaakt van de redeneertrant in combinatie met het hydraulisch doorrekenen van de riolering. Voor de kernen Hulst en Vogelwaarde is inhoudelijk al veel onderzocht, maar deze onderzoeken dienen nog bestuurlijk te worden vastgesteld. In de voorliggende planperiode zullen vervolgens verschillende andere kernen, te beginnen bij Hengstdijk, onderwerp zijn van een SWO-onderzoek met behulp van de redeneertrant. Daarbij zullen ook de uitgangspunten uit de regionale en lokale klimaatadaptatiestrategie worden meegewogen. Aan de hand van de mogelijke rioleringsmaatregelen vindt vervolgens afstemming plaats met andere werkzaamheden binnen de openbare ruimte, zowel intern als extern (onder andere nutsbedrijven). Deze (jaarlijkse) interne afstemming met andere disciplines (groen, wegen, ruimtelijke ordening) is van essentieel belang om kosten te besparen en overlast voor burgers zoveel mogelijk te voorkomen. Dat geldt ook voor de afstemming met externe partners, zoals de nutsbedrijven. De resultaten van de afstemming leiden tot een integraal maatregelenplan voor de openbare ruimte. Tot slot wordt voor het opstellen van een integraal maatregelenplan voor de openbare ruimte uitgegaan van een wijk- of kerngerichte aanpak. Door voor grotere, maar afgebakende gebieden een integraal maatregelenplan op te stellen, ontstaat meer armslag en daarmee ruimte om potentiële kansen vanuit verschillende disciplines te verzilveren. Voor de afschrijving van de vrijverval riolering wordt uitgegaan van een theoretische levensduur van 60 jaar. Voor de concrete invulling van de vervangingsmaatregelen wordt gebruik gemaakt van de inspectieresultaten en schadebeelden die daarbij geconstateerd worden. Zo ontstaat een langjarige vervangingsplanning. De eerste 10 jaar van deze planning is gebaseerd op concrete keuzes om maatregelen uit te voeren, onder meer gebaseerd op de SWO-onderzoeken, waarbij de planning voor de planperiode geconcretiseerd is naar uitvoeringsjaar en investeringsbudget. De resterende planning is gebaseerd op leeftijd en een financiële afvlakking om een gemiddeld investeringsniveau te verkrijgen. Maatregelen in het kader van klimaatadaptatie zijn integraal opgenomen in de planning. Een deel van de vervangingswerkzaamheden wordt uitgevoerd als renovatie van de bestaande riolering (relining). Het streven is om dit bij circa 30% van de vervangingen toe te passen. Waar mogelijk worden kaSAZ+nsen benut om vervangingswerkzaamheden te combineren met groot onderhoud of reconstructie van de wegen. Combineren van de werkzaamheden levert een kostenbesparing op, terwijl tevens de burgers minder overlast ondervinden. Voor de planperiode is de planning concreet uitgewerkt tot op straatniveau, waarbij zoveel als mogelijk getracht is door het combineren van werkzaamheden of het toepassen van relining kosten te besparen. In de komende planperiode zal de gemeente Hulst opnieuw actief betrokken zijn bij de Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland (SAZ+). Onderwerpen die binnen de SAZ+ worden opgepakt, worden waar nodig binnen de gemeente Hulst verder lokaal uitgewerkt. Een andere uiting van samenwerken vindt plaats in het gezamenlijk opstellen van de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland. Er is binnen Zeeland een Zeeuwse Klimaat-adaptatiestrategie opgesteld, die ook door de gemeenteraad van Hulst is vastgesteld. Hierin komen de klimaataspecten hitte, wateroverlast, droogte en overstromingen aan bod. Naast de provinciebrede invulling vraagt klimaatadaptatie ook om een lokale invulling. Samen met de buurgemeenten Terneuzen en Sluis wordt gewerkt aan de klimaatadaptatiestrategie Zeeuws-Vlaanderen, die is afgestemd op de lijnen die in de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland zijn uitgezet. Middelen en kostendekking Om invulling te kunnen geven aan de gemeentelijke zorgplichten zijn personele en financiële middelen nodig. Ten aanzien van de personele middelen is in de komende planperiode circa 7,4 fte noodzakelijk voor alle gemeentelijke watertaken. De totaal benodigde personele inzet blijkt daarmee groter te zijn dan de huidige beschikbare personele middelen van circa 6,8 fte. Naast het tekort aan menskracht is ook de onderlinge verhouding tussen de taken verschillend. Er zouden meer uren beschikbaar moeten zijn voor onderzoek en planvorming en voor de bijdrage in diverse samenwerkingsverbanden. Voor de uit te voeren gemeentelijke watertaken is een financiële raming gemaakt. Hierbij is onderscheid gemaakt in directe kosten (exploitatielasten) en investeringen. De investeringen worden over een langere periode afgeschreven. Deze afschrijvings- en rentelasten worden als kapitaallasten ondergebracht in de exploitatiebegroting. Om zowel de behoefte aan financiële middelen als personele inzet zo constant mogelijk te krijgen, zijn de vervangingskosten geëgaliseerd over 60 jaar, de gemiddelde levensduur van het systeem. In de planperiode van 2022 tot en met 2025 is rekening gehouden met de afstemming van de rioolvervangingen en het Meerjareninvensteringsplan (MIP). In de periode 2026 tot en met 2032 is uitgegaan van een investeringsniveau van 3,25 miljoen euro en vervolgens in de resterende periode 3,75 miljoen euro. Tegenover de kosten voor de gemeentelijke watertaken staan ook baten. Deze worden gevonden in de rioolheffing die door burgers en bedrijven wordt betaald voor het gebruik van de gemeentelijke voorzieningen. Het doel is deze heffing kostendekkend te laten zijn. De rioolheffing die binnen de gemeente Hulst wordt geheven, is onderverdeeld in een afvalwaterheffing en een regenwaterheffing. De hoogte van de heffing is gebaseerd op respectievelijk het drinkwaterverbruik en de perceelsomvang. Om invulling te kunnen geven aan het gewenste investeringsniveau is met ingang van 2023 een stijging van de rioolheffing noodzakelijk. Daartoe zijn twee scenario’s uitgewerkt en doorgerekend, waarbij in beide gevallen de rioolheffing gedurende de planperiode stijgt met een jaarlijks bedrag van € 6,-. Variant A gaat vervolgens uit van een redelijk constante rioolheffing met het doorzetten van de vaste jaarlijkse stijging van € 6,-. Bij variant B wordt de komende jaren ingeteerd op de reserve riolering en vindt na de planperiode geen stijging van de heffing plaats. Daarna (vanaf circa 2036) volgen de inkomsten uit de rioolheffing globaal de jaarlijkse kosten. Daartoe is wel een sterke stijging in het genoemde jaar 2036 nodig om op peil te komen. De jaarlijkse stijging van de rioolheffing fluctueert daarna mee met het niveau van de kosten. In variant A komt de uiteindelijke rioolheffing in 2081 uit op € 643,23 en bij variant B op € 648,
- Daarbij is nog geen rekening gehouden met inflatie. 1Inleiding Riolering is een voorziening die doorgaans niet zichtbaar is, maar wel noodzakelijk. Riolering draagt bij aan een duurzame bescherming van de volksgezondheid, maar ook aan de instandhouding van natuur en milieu. Daarnaast zorgt de riolering op verschillende locaties voor de afvoer van overtollige neerslag. Dit vindt bij voorkeur gescheiden van het afvalwater plaats. 1.1Aanleiding De zorgplicht voor stedelijk afvalwater is een gemeentelijke taak die is vastgelegd in de Wet milieubeheer. In deze wet is verder vastgelegd dat gemeenten verplicht zijn om een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) op te stellen, waarin zij hun beleid voor de rioleringszorg vaststellen. In de Waterwet (december 2009) is de gemeentelijke zorgplicht voor riolering verbreed naar een zorgplicht die ook het hemelwater en het grondwater omvat. In de komende jaren wordt de Omgevingswet van kracht. Daarmee vervalt de verplichting uit de Wet milieubeheer om een verbreed GRP op te stellen. Er blijft echter wel behoefte om beleid, strategie en kosten en kostendekking vast te leggen. In de periode tot aan het van kracht worden van de Omgevingswet wordt daarom wel een geactualiseerd verbreed GRP Hulst opgesteld voor de planperiode 2022-
- Tegelijkertijd wordt er stapsgewijs overgeschakeld naar de scheiding tussen beleid en doelen in de omgevingsvisie, strategie en kosten in een omgevingsprogramma en meer concrete wet- en regelgeving in het gemeentelijke omgevingsplan. 1.2Inhoud verbreed GRP In dit verbreed GRP geeft de gemeente Hulst onder meer weer hoe zij invulling geeft aan haar zorgplichten voor de betreffende waterstromen. Concreet betekent dit een overzicht op hoofdlijnen van alle aanwezige gemeentelijke voorzieningen en de activiteiten die in de planperiode worden ontplooid om deze voorzieningen te onderhouden en te beheren of te vervangen. Het verbreed GRP is een beleidsmatig en strategisch plan op hoofdlijnen. De technische uitwerking van het beleid naar de aspecten aanleg, onderzoek en maatregelen vindt plaats in operationele programma’s die jaarlijks worden opgesteld. In de financiële paragraaf van dit verbreed GRP zijn de financiële gevolgen van de geplande activiteiten in beeld gebracht en de consequenties die dit heeft voor de rioolheffing. Een belangrijk aspect in dit verbreed GRP is samenwerking in de afvalwaterketen. De gemeente Hulst maakt deel uit van de Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland (SAZ+). Dit samenwerkingsverband is geïnitieerd vanuit de verplichting die is opgenomen in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Het doel van het samenwerken in dit verband is het verminderen van de eigen kwetsbaarheid, het verbeteren van de kwaliteit van de rioleringszorg en het verminderen van de verwachte (meer-)kosten. Met andere woorden: een doelmatige en effectieve invulling van de wettelijke zorgplichten. Ook de Stedelijke Wateropgave (SWO) wordt in samenwerking met waterschap Scheldestromen uitgewerkt. Een van de onderwerpen die binnen de SAZ+ is uitgewerkt en waar dit verbreed GRP Hulst door beïnvloed is, is de gezamenlijke blauwdruk voor een verbreed GRP. Het doel van deze blauwdruk is om te komen tot een robuust, breed gedragen en kwalitatief hoogwaardig beleidsdocument voor de rioleringszorg. Deze blauwdruk heeft mede als onderlegger gediend voor dit verbreed GRP Hulst. Hiermee zijn de opbouw en de belangrijkste inhoudelijke onderdelen van het rioleringsbeleid in lijn met de blauwdruk en gebaseerd op uitgangspunten die Zeeland-breed gedragen worden. 1.3Procedure Het verbreed GRP Hulst is opgesteld conform de richtlijnen van de Kennisbank Riolering van de stichting Rioned. Deze methodiek wordt algemeen toegepast in Nederland en bestaat op hoofdlijnen uit het evalueren van de voorgaande planperiode, het vaststellen van de visie en doelen voor de toekomst en het uitwerken van een strategie om vanuit de huidige situatie aan deze doelen te gaan voldoen. Daarnaast bevat een plan een uitwerking van de noodzakelijke personele en financiële middelen. Het verbreed GRP Hulst is verder geënt op de eerder genoemde gezamenlijke blauwdruk van de SAZ+
(2020)en is opgesteld in nauw overleg met de waterbeheerder en de zuiveringsbeheerder (waterschap Scheldestromen) en in afstemming met de provincie Zeeland. Voor het bestuurlijk traject wordt een ontwerp GRP opgesteld, dat voorlopig wordt vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders. Gedurende dit traject wordt het bestuur tussentijds geïnformeerd over de voortgang en wordt zij betrokken bij belangrijke beslispunten. Het ontwerp GRP wordt formeel ter beoordeling toegezonden aan waterschap Scheldestromen en aan de provincie Zeeland. Eventuele opmerkingen van deze instanties worden verwerkt, waarna een definitief verbreed GRP wordt opgesteld. Dit definitieve verbreed GRP Hulst wordt aan de gemeenteraad aangeboden, waarna het kan worden vastgesteld. De vaststelling wordt door het college van Burgemeester en Wethouders bekendgemaakt in één of meer dag- of nieuwsbladen die in de gemeente verspreid worden. Het definitieve verbreed GRP zal daarna landelijk worden gepubliceerd. 1.4Leeswijzer Het verbreed GRP bestaat in hoofdlijnen uit de onderstaande aspecten. Deze zijn genummerd volgens de hoofdstukken waarin zij beschreven staan. Het eerste hoofdstuk betreft deze inleiding en de procedure om te komen tot het nieuwe verbreed GRP Hulst 2022-
- Het kader en de samenhang waarbinnen het verbreed GRP wordt opgesteld: de missie en visie van het verbreed GRP, welke relaties kent het verbreed GRP met andere beleidsvelden binnen de gemeente en op welk beleid van andere overheden is het verbreed GRP Hulst afgestemd? Evaluatie vigerende verbreed GRP: een evaluatie van het bestaande verbreed GRP 2016-2021, waarin wordt aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan de rioleringszorg in de afgelopen periode en in hoeverre de gestelde doelen zijn gerealiseerd. De visie van het verbreed GRP: een beschrijving van de visie en het ambitieniveau waar de gemeente Hulst de komende planperiode op aanstuurt en een vertaling daarvan naar doelen die binnen de planperiode van het verbreed GRP bereikt moeten worden en een overzicht van de eisen die aan de voorzieningen worden gesteld. De huidige situatie van het rioolstelsel: een overzicht van de aanwezige voorzieningen en een beschrijving van het huidige functioneren van het rioolstelsel en de andere voorzieningen. Beleid Riolering: de beleidsuitgangspunten waarmee invulling wordt geven aan de gemeentelijke zorgplichten. Daarnaast een overzicht van de maatregelen die zullen worden uitgevoerd om de gestelde doelen van het verbreed GRP te realiseren en wijze waarop het rioolstelsel en de andere voorzieningen beheerd worden. Beleid Grondwater: de beleidsuitgangspunten waarmee invulling wordt geven aan de gemeentelijke grondwaterzorgplicht en een overzicht van de verantwoordelijkheden op dat gebied, evenals geplande maatregelen. Beleid Oppervlaktewater: een overzicht van de beleidsuitgangspunten op het gebied van oppervlaktewater. De financiële paragraaf: een overzicht van de financiële en personele consequenties van het beleid dat in de strategie beschreven is en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de kostendekking. 2Kader en samenhang In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de relaties die het verbreed GRP heeft met andere gemeentelijke beleidsplannen en met beleidsplannen van andere overheden. Het beleid voor stedelijk (afval)water dient afgestemd te zijn op het beleid van andere disciplines en op het richtinggevende beleid van andere overheden. 2.1Missie en visie Vanuit de algemene gemeentelijke missie volgt de missie voor het verbreed GRP: Het realiseren van een duurzame, doelmatige en toekomstgerichte invulling van de rioleringszorg, waarin de bescherming van de volksgezondheid, het streven naar het voorkomen van wateroverlast en een goede kwaliteit en kwantiteit van grond- en oppervlaktewater gewaarborgd zijn. Vanuit deze missie is een visie te formuleren, de gewenste situatie van het water- en rioleringssysteem in de toekomst. Deze visie luidt als volgt. Het hebben en houden van een duurzaam, veilig, gezond en toekomstbestendig (grond)water- en rioleringssysteem in zowel het bebouwde gebied als het buitengebied van de gemeente. Om deze visie te realiseren, worden er doelen geformuleerd. Deze doelen zijn een meetbare vertaling van de visie en kunnen worden gerealiseerd vanuit een zekere ambitie. De gestelde doelen, de concretisering daarvan en de ambitie die daarbij hoort, zijn uitgewerkt in hoofdstuk
- 2.2Relatie Omgevingswet De Omgevingswet bundelt en vereenvoudigt de regels voor ruimtelijke projecten. Naar verwachting treedt de Omgevingswet per 1 juli 2022 in. Ook de gemeentelijke zorgplichten met betrekking tot afvalwater, hemelwater en grondwater worden daardoor beïnvloedt. Het is de bedoeling dat het omgevingsrecht inzichtelijker, voorspelbaarder en gemakkelijker in gebruik wordt. Daarbij staat de leefomgeving centraal. Het geheel wordt ondersteund door een actieve en flexibele overheid en een snellere en betere besluitvorming. De Omgevingswet bestaat uit 6 instrumenten die in de navolgende figuur zijn weergegeven. Een van de instrumenten is het Programma. Het Programma maakt de doelen van de omgevingsvisie concreet. Hier sluit het huidige verbreed GRP bij aan. In de loop van de planperiode moet inzichtelijk worden welke aspecten vanuit het verbreed GRP Hulst een plek krijgen in de omgevingsvisie en welke aspecten in een omgevingsprogramma. Figuur 2.1: instrumenten van de omgevingswet (bron: Rijksoverheid) De belangrijkste consequenties van de Omgevingswet op de rioleringszorg is dat de wettelijke verplichting vervalt om een verbreed GRP op te stellen. De huidige gemeentelijke zorgplichten blijven ongewijzigd. Er is meer ruimte voor decentrale regelgeving en daarmee ook de noodzaak voor afstemming met andere betrokken organisaties, zoals bijvoorbeeld het waterschap en drinkwaterbedrijven. Het is belangrijk dat de kwaliteit van het beleid gewaarborgd blijft. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het belangrijk om de rolverdeling tussen de gemeente en de inwoners rondom de zorgplichten te borgen. Dat geldt ook voor de onderlinge afspraken tussen gemeente en waterschap, onder andere op het gebied van overstorten en lozingen in het buitengebied. Ook is het van belang de bekostiging van de rioleringszorg (rioolheffing) transparant te houden. 2.3Klimaatadaptatie Uit de visie van dit verbreed GRP blijkt dat de gemeente Hulst streeft naar een duurzaam en toekomstbestendig water- en rioleringssysteem. Ofwel: een leefbare omgeving waarin de negatieve gevolgen van de verandering van het klimaat zoveel mogelijk beperkt worden. Het beperken van deze negatieve gevolgen en het vroegtijdig inspelen hierop wordt aangeduid met de term ‘klimaatadaptatie’. Klimaatadaptatie is voor de gemeente Hulst een leidend principe in de voorliggende planperiode. De gemeente streeft er naar om bij de invulling van haar gemeentelijke watertaken zoveel mogelijk klimaatadaptief te handelen. Dit betekent onder meer: een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte en het watersysteem met zo min mogelijk afwenteling naar de directe omgeving; het bij voorkeur infiltreren of oppervlakkig laten afstromen van overtollige neerslag richting laagtes, groen en/of oppervlaktewater om schade aan bebouwing en vitale infrastructuur zoveel mogelijk te voorkomen; het realiseren van voldoende groen in de bebouwde omgeving om de sponswerking en leefbaarheid daarvan te vergroten; het creëren van (tijdelijke) schaduwwerking, locaties voor verkoeling en gebruik van de juiste materialen om negatieve effecten van hitte te verminderen, waaronder opwarming van drinkwater in het ondergrondse leidingnet. Klimaatadaptief handelen vraag niet alleen aandacht voor de aard van de maatregelen (het type maatregel), maar vraagt ook om voldoende fysieke ruimte in een gebied (boven- en ondergronds) en afstemming tussen verschillende gemeentelijke disciplines, externe organisaties en burgers en bedrijven. Regionaal is er een Klimaatadaptatiestrategie Zeeland opgesteld. Deze wordt lokaal verder uitgewerkt en wordt meegenomen bij het afwegen van maatregelen en onderzoeken. 2.4Beleid andere overheden Door verschillende overheden is beleid geformuleerd dat zijn uitwerking heeft op de zorgplichten en het beleid van de gemeente Hulst. De belangrijkste verplichtingen die voortvloeien uit het beleid van andere overheden en uit wet- en regelgeving zijn in de tabel op de volgende pagina’s opgenomen. Op nationaal niveau vormen de Wet milieubeheer, de Waterwet, het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW+) en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie de belangrijkste kaders. Ook de beleidsuitgangspunten uit de regionale samenwerking zijn geïmplementeerd in dit verbreed GRP Hulst. 2.4.1Waterbeheerder Waterschap Scheldestromen is de waterkwaliteit- en kwantiteitsbeheerder voor de gemeente Hulst en de zuiveringsbeheerder (regionaal niveau). Het gemeentelijke beleid is afgestemd op het beleid van het waterschap. Het waterschap heeft haar beleid vastgelegd in diverse beleidsdocumenten, waarvan het waterbeheerplan, de strategienota afvalwaterketen en de Nota Riolering de belangrijkste zijn. Het Waterbeheerplan 2016-2021 van waterschap Scheldestromen is het overkoepelende beleidsplan voor het binnendijkse oppervlaktewater. Het waterbeheerplan is tot stand gekomen in samenwerking met Rijkswaterstaat en de provincie Zeeland. Het plan is afgestemd op het door het Rijk opgestelde Stroomgebied Beheerplan Schelde en het door de provincie Zeeland opgestelde omgevingsplan Zeeland. In 2021 is gestart met de actualisatie van dit plan. In de eerste fase van de actualisatie zijn er geen thema’s die haaks staan op de inhoud van het verbreed GRP Hulst. Juist op het gebied van belangrijke thema’s als klimaatadaptatie en de Stedelijk Wateropgave versterken beide plannen elkaar. Tabel 2.1: verantwoordelijkheden en beleidsverplichtingenNr. Onderwerp Wet en regelgeving Inhoud en doel Status
- Aansluiten panden Wet milieubeheer (art. 10.33), Besluit Lozing Afvalwater Huishoudens Het voorkomen van ongezuiverde lozingen van afvalwater in de bodem en/of het oppervlaktewater. Alle panden zijn aangesloten op (druk)riolering of op een lokale voorziening zoals een IBA. Voor alle niet aangesloten panden is ontheffing van de zorgplicht verkregen van de provincie Zeeland (2011, voor onbepaalde tijd).
- Zorgplicht afvalwater Wet milieubeheer (art. 10.33) De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting. Gemeentelijk beleid is op hoofdlijnen vastgelegd in dit verbreed GRP. Alle nieuw te realiseren bebouwing moet worden aangesloten op de riolering of een alternatieve voorziening.
- Zorgplicht hemelwater Waterwet (art. 3.5) De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling en verwerking van het afvloeiend hemelwater vanaf percelen waar verwerking op eigen terrein redelijkerwijs niet kan worden gevergd. Gemeentelijk beleid is op hoofdlijnen vastgelegd in dit verbreed GRP. Onder andere (doelmatig) afkoppelen en rekening houden met toenemende neerslagintensiteiten bij rioolontwerpen, maar ook betrekken particuliere eigenaren (bewoners).
- Zorgplicht grondwater Waterwet (art. 3.6) De gemeente draagt zorg voor het treffen van doelmatige maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de bestemming van gronden te voorkomen of te beperken. Gemeentelijk beleid is op hoofdlijnen vastgelegd in dit verbreed GRP. Particulier heeft hierin ook een eigen verantwoordelijkheid. De gemeente start alleen met grondwatermetingen naar aanleiding van klachten (re-actief).
- Schoon en vuil water scheiden Wet milieubeheer (art. 10.29a) / ‘Regenwaterbrief’ van VROM Er dient rekening te worden gehouden met een voorkeursvolgorde in het omgaan met afvalwater ter bescherming van het milieu. Standaard voor nieuwe ontwikkelingen gehanteerd (bouwbesluit 2012) en als kans bij renovatiewerkzaamheden.
- Watertoets Waterbeleid 21e eeuw / Wro 2008 Het proces van vroegtijdig informeren van de waterbeheerder en onderlinge afstemming om water een volwaardige plaats in het planproces te geven. Wordt bij alle ruimtelijke ontwikkelingen uitgevoerd.
- Stedelijke wateropgave (kwantiteit) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW+) De stedelijke wateropgave is gedefinieerd als 'alles dat gedaan moet worden om wateroverlast te voorkomen die ontstaat door inundatie vanuit oppervlaktewater, hoge grondwaterstanden en gebrekkige afvoer van regenwater'. Samen met het waterschap ingevuld in het SWO traject en in maatregelen bij rioolvervanging. Daarbij wordt ook rekening gehouden met toenemende neerslagintensiteiten en gezocht naar mogelijkheden voor toekomstbestendige inrichting van de openbare ruimte.
- Oppervlaktewaterkwaliteit – diffuse bronnen Kader Richtlijn Water (KRW) / Provinciaal Omgevingsplan Het doel is om oppervlaktewateren te beschermen en verbeteren en het duurzaam gebruik van water te bevorderen. Daarvoor moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor chemische stoffen en moet een gevarieerde planten- en dierenwereld en een natuurlijke inrichting zijn gerealiseerd (ecologische doelstellingen). In het kader van het Stedelijk Waterplan Zeeuws-Vlaanderen zijn hier maatregelen geformuleerd en uitgevoerd. Verder wordt in samenwerking met het waterschap en de SAZ+ nader invulling gegeven aan het waterkwaliteitsspoor. Ook is er vanuit beheer en onderhoud aandacht voor waterpartijen die kwetsbaar zijn voor bijvoorbeeld blauwalg of dichtgroeien door gebrek aan doorspoeling.
- Loketfunctie Waterwet Het waterloket is het eerste aanspreekpunt voor de burger voor stedelijk afvalwater en grondwater. Het waterloket ontvangt meldingen betreffende riolering en (grond)water, waarbij het vinden van een oplossing een gezamenlijke taak is van de gemeente en het waterschap en van de perceeleigenaar, afhankelijk van de aard van het probleem.
- Klimaatverandering Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie
(2014), onderdeel van het Deltaprogramma. Het doel van het Deltaprogramma is zorgen dat de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening duurzaam en robuust zijn, zodat ons land de grotere extremen van het klimaat veerkrachtig kan blijven opvangen. De invulling hiervan in beleid en het formuleren van mogelijke maatregelen is vormgegeven via samenwerking op provinciaal niveau (klimaatadaptatiestrategie Zeeland) en in de afvalwaterketen (SAZ+, programmalijn 1). Ook zijn er middels de klimaatstresstest en de risicodialoog op regionaal niveau afspraken gemaakt (klimaatadaptatiestrategie Zeeuws-Vlaanderen). 11. Samenwerking Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW+) In het NBW+ is afgesproken om het beheer van de waterketen te verbeteren. Door taken en ambities beter op elkaar af te stemmen, kan geld worden bespaard, kwaliteit worden verbeterd en de kwetsbaarheid worden verlaagd (3 K’s). De invulling wordt vormgegeven via samenwerking in de afvalwaterketen (SAZ+) en eigen beleidskeuzes in dit verbreed GRP ten aanzien van kostenbesparing. De uitwerking van het Waterbeheerplan 2016-2021 voor wat betreft de afvalwaterketen is beschreven in de Strategienota Afvalwaterketen. Hierin is de lange termijnvisie op het gebied van de afvalwaterketen vastgelegd. Een belangrijk aspect daarin is de verdere intensivering van de samenwerking met gemeenten. De Nota Riolering
(2014)bevat het beleid uit de Strategienota Afvalwaterketen in relatie tot de gemeentelijke rioleringstaak. Ten aanzien van afvalwater is de taak van het waterschap om het ingezamelde afvalwater te transporteren en te zuiveren. Het waterschap transporteert het water vanaf een met de gemeente afgesproken overnamepunt naar de afvalwaterzuivering. Het uitgangspunt is één overnamepunt per kern waar het door de gemeente ingezamelde afvalwater wordt overgenomen door het waterschap. Uitgangspunt hiervoor is de Richtlijn Overnamepunten. De Beleidsnota emissie
(2012)bevat een nadere uitwerking van het in waterbeheerplan geschetste lozingenbeleid. In de Waterwet wordt de onttrekking van grondwater en de infiltratie van hemel- of grondwater geregeld. Het waterschap beheert de grondwatervoorraden in het ondiepe grondwater en de provincie in het diepe grondwater. De Beleidsnota grondwater
(2013)beschrijft hoe het waterschap invulling geeft aan haar taak in het operationele grondwaterbeheer De Beleidsnota watersystemen 2016-2021 is een nadere uitwerking van het hierboven genoemde Waterbeheerplan 2016-2021 voor het beleidsveld watersystemen. Het waterschap wil robuust toekomstbestendig watersysteem dat doelmatig en duurzaam wordt beheerd, bereiken. Belangrijke pijlers zijn: beperken van wateroverlast vanuit het watersysteem, zorgen voor gezond water in het watersysteem en optimaal gebruik van het watersysteem. 2.5Gemeentelijk beleid Binnen de gemeentelijke organisatie is het verbreed GRP Hulst afgestemd op diverse andere beleidsplannen. De belangrijkste daarvan zijn: Coalitieprogramma ‘de kracht van samen’
(2018); Stedelijk Waterplan Zeeuws-Vlaanderen
(2007); Herberekening rioolgebieden (BRP’s) en SWO-studies van diverse kernen; Waterbergingsfonds gemeente Hulst; BOB-overeenkomst
(2016)(overeenkomst Beheer en Onderhoud Bebouwd gebied, waterlopen); diverse gemeentelijke beleidsplannen zoals het wegenbeheerplan, groenbeheerplan, duurzaamheidsvisie. 2.5.1Afstemming De gemeente streeft naar voldoende afstemming over de doelen, maatregelen en fasering van de diverse gemeentelijke taken. Dit betreft niet alleen het afstemmen van de beleidsplannen, maar ook intern overleg tussen de betrokken afdelingen. In dit integrale overleg worden wegbeheer en groenbeheer betrokken, maar ook het taakveld wonen en werken. Extern vindt overleg plaats met onder meer kabel- en leidingenbeheerders en woningcorporaties. In de eerder genoemde externe beleidskaders of interne beleidsplannen zijn diverse uitgangspunten opgenomen, die van belang zijn voor dit verbreed GRP. Een korte beschrijving is hieronder weergegeven. Het maatregelenpakket uit het Waterplan Zeeuws-Vlaanderen is door de jaren heen nagenoeg volledig uitgevoerd. De uitgangspunten uit het plan zijn verwerkt in het voorgaande en het huidige verbreed GRP. Daarbij wordt met name ingestoken op het scheiden van schone en vuile waterstromen, afkoppelen en de trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’. Dit resulteert in afgeleide doelen als het voorkomen van wateroverlast, het verbeteren van de waterkwaliteit en ecologie, het leveren van een bijdrage aan een efficiëntere waterketen en structuur brengen in de grondwaterzorgplicht. Ook in de SWO-studies (Stedelijke Wateropgave, conform de werkwijze ‘toekomstbestendige waterhuishouding in de openbare ruimte’ of ‘redeneertrant’) wordt hier invulling aan gegeven. In diverse (geactualiseerde) basisrioleringsplannen en/of SWO-studies zijn maatregelen opgenomen die binnen de planperiode van dit verbreed GRP worden uitgevoerd voor zover dat mogelijk en doelmatig is. Ten aanzien van het compenseren van nieuw verhard oppervlak als gevolg van bouwactiviteiten kent de gemeente Hulst een Waterbergingsfonds gemeente Hulst. Onder specifieke restricties kan een initiatiefnemer de verplichting tot het realiseren van waterberging op eigen terrein afkopen. De verplichting gaat dan over op de gemeente die in overleg met het waterschap de waterbergingsopgave elders realiseert. In de planperiode wordt bezien of de gehanteerde afkoopbedragen nog actueel en toereikend zijn, afhankelijk van het aantal malen dat beroep op de voorziening wordt gedaan. Invulling geven aan de grondwaterzorgplicht via het waterloket van de gemeente Hulst. Het waterloket ontvangt meldingen betreffende (grond)wateroverlast, waarbij het vinden van een oplossing een gezamenlijke taak is van de gemeente, het waterschap en de perceeleigenaar, afhankelijk van de aard van het probleem. Ook de burger heeft hierin op haar eigen grondgebied een eigen taak en verantwoordelijkheid. Voor het vervangen of renoveren van de riolering wordt waar mogelijk aangesloten bij de andere gemeentelijke (onderhouds)werkzaamheden, zoals herinrichting of herbestrating. Het beleid hiervoor is beschreven in onder meer het Wegenbeheerplan en het Groenbeheerplan. Daarnaast worden werkzaamheden afgestemd op ontwikkelingen binnen nieuwbouwlocaties en ontwikkelingen bij de kabel- en leidingenbeheerders en plannen van woningcorporaties. 2.6Samenwerking Samenwerking in het kader van de gemeentelijke watertaken vindt op verschillende niveaus, met uiteenlopende partners en in groter of kleiner verband plaats. 2.6.1Provinciaal De gemeente Hulst participeert in het samenwerkingsverband ‘Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland’ (SAZ). Door het bundelen van krachten (kennis en menskracht) ontstaan kwalitatief goede beleidsuitgangspunten waar alle partners de vruchten van plukken. Zo ook de gemeente Hulst. Het doel van de SAZ is kostenbesparing, kwaliteitsverbetering en het beperken van de kwetsbaarheid van de betrokken organisaties. In de afgelopen planperiode is de SAZ versterkt met de toetreding van het waterbedrijf Evides
(2015). Zo is de SAZ gegroeid naar de SAZ+. Met de toetreding van Evides beslaat de samenwerking een nog breder deel van de waterketen. Met Evides zoekt de SAZ+ met name naar afstemming van ondergrondse infrastructuur op het niveau van planning en investeringen. Een belangrijk document in de samenwerking is de koersnota van de SAZ+ (oktober 2013), waarin onder meer de missie en de visie van de SAZ+ staan verwoord. Daarnaast is er binnen de SAZ+ de ‘visie waterketen Zeeland’ opgesteld en bestuurlijk vastgesteld (2017, zie bijlage 2). De belangrijkste speerpunten hierin zijn het stimuleren van een gezamenlijke (klimaatbestendige) inrichting, het versterken van het omgevingsbewustzijn en investeren in kennisontwikkeling. De visie van de SAZ+ is verder uitgewerkt in de ‘strategie SAZ+ 2030’. De inhoud van dit verbreed GRP Hulst is in lijn met de inhoud van de voornoemde documenten vanuit de SAZ+. De SAZ+ geeft in haar strategie aan dat de inhoud van haar werk terugkomt in drie verschillende sporen. Dit betreft: inrichting buitenruimte: afstemmen voorzieningen in de (openbare) buitenruimte en strategische planvorming in kader van de Omgevingswet; water in de keten: beheren voorzieningen en verwerken van waterstromen in de waterketen van productie drinkwater tot aan de zuivering en hergebruik van afvalwater; water in de bebouwde kom: het verwerken van grond- en regenwater binnen de bebouwde kom in relatie tot oppervlaktewater en het water in het omliggende, landelijke gebied. Deze sporen zijn bedoeld om richting te geven aan initiatieven. Initiatieven zijn projecten die bijdragen aan het realiseren van het toekomstbeeld van de visie Waterketen Zeeland ‘betrouwbaar water voor iedereen en overal in Zeeland’. In de navolgende figuur uit de strategie van de SAZ+ is dit gevisualiseerd. Figuur 2.2: samenhang sporen strategie SAZ+ (bron: strategie SAZ+ 2030) Een andere uiting van samenwerken vindt plaats in het gezamenlijk opstellen van de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland. In de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken dat overheden ervoor gaan zorgen dat schade door hitte, wateroverlast, droogte en overstromingen zo min mogelijk toeneemt. Naar aanleiding daarvan is er in Zeeland een Klimaatadaptatiestrategie Zeeland opgesteld waarin al deze aspecten aan bod komen. Deze strategie is ook door de gemeenteraad van Hulst is vastgesteld. In 2018 en 2019 hebben alle gemeenten, waterschap en de provincie klimaatstresstesten uitgevoerd. Eind 2019 heeft de regionale risicodialoog plaatsgevonden, waar veel kwetsbaarheden met betrekking tot klimaatverandering zijn besproken. Vanuit de resultaten hiervan is gewerkt aan het opstellen en vaststellen van de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland (2020-2021). Naast de provincie-brede invulling vraagt klimaatadaptatie ook om een lokale invulling. Samen met de buurgemeenten Terneuzen en Sluis wordt gewerkt aan de klimaatadaptatiestrategie Zeeuws-Vlaanderen, die is afgestemd op de lijnen die in de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland zijn uitgezet. 2.6.2Regionaal en overig In kleiner verband wordt met de andere Zeeuws-Vlaamse gemeenten voor het beheer van de rioolgemalen gebruik gemaakt van een gezamenlijke hoofdpost (Aquaview++). Ook op bijvoorbeeld het gebied van belastingen wordt in kleiner verband met andere gemeenten samenwerking gezocht (SabeWa). In samenwerking met waterschap Scheldestromen zijn er afspraken gemaakt ten aanzien van beheer en onderhoud van het stedelijk water (BOB). Deze afspraken betreffen het wegwerken van achterstallig onderhoud en de afstemming van het reguliere onderhoud. Met het waterschap vindt sowieso regulier afstemming plaats. De milieuvergunningen die de gemeente Hulst afgeeft, worden door middel van periodieke controles gehandhaafd door de afdeling Vergunningverlening en Handhaving (gemiddeld een keer per vijf jaar). Dit gebeurt steekproefsgewijs en bij klachten. Daarbij wordt ten aanzien van de waterkwaliteit samengewerkt met waterschap Scheldestromen. In het kader van de uitvoeringsplanning en de concrete projecten buiten wordt steeds meer de samenwerking gezocht met de kabel- en leidingenbeheerders en woningcorporaties. Projectplanningen, maar ook langere termijnplanningen worden gezamenlijke afgestemd om te komen tot een zo optimaal mogelijke uitvoeringsperiode en zo min mogelijk overlast voor omwonenden. Dit gebeurt onder meer in het samenwerkingsverband AZON (Afstemming Zeeuwse Overheden en Nutsbedrijven). 3Evaluatie In dit hoofdstuk wordt het vigerende verbreed GRP Hulst 2016-2021 geëvalueerd. In de evaluatie wordt teruggekeken naar de afgelopen planperiode. Aan de hand van de inhoud van het vigerende verbreed GRP wordt vastgesteld welke geplande werkzaamheden daadwerkelijk zijn uitgevoerd en welke niet, welke beleidsuitgangspunten hebben gefunctioneerd en hoe de financiële afwikkeling van de gemeentelijke watertaken is geweest. In de evaluatie wordt de hoofdstukindeling uit het bestaande verbreed GRP 2016-2021 gevolgd. 3.1Algemeen Terugkijkend op het vigerende verbreed GRP wordt geconstateerd dat het plan zijn doel heeft gediend. Het is een document dat de gemeente voldoende richting heeft gegeven in de afgelopen planperiode. Met name het hoofdstuk strategie heeft gefungeerd als leidraad voor de jaarlijkse operationele plannen en als basis voor de kosten en kostendekking. Ook bij de kwaliteitsbeoordeling van de riolering is gebruik gemaakt van het verbreed GRP, via onder meer het toetsingskader. Doelmatigheid is en blijft een belangrijk leidend motief in de beslissingen ten aanzien van de rioleringszorg. Met het beschikbare budget is een duidelijke stap gemaakt in het terugdringen van de vervangingsachterstand. De inzet op het vervangen van met name kwalitatief mindere riolering in combinatie met geclusterd en kern- of wijkgewijs uitvoeren van werkzaamheden hebben hier aan bijgedragen. Niet alle geplande werkzaamheden zijn volledig uitgevoerd conform planning. Interne en externe afstemming met onder meer bewoners, maar ook de PFAS-problematiek hebben in sommige projecten om meer tijd gevraagd. Financieel zijn de beschikbare budgetten zo efficiënt mogelijk ingezet en zijn strategische keuzes gemaakt welke werkzaamheden prioriteit verdienden en waar combinaties met andere werkzaamheden konden worden gemaakt. Inhoudelijk zijn de beleidslijnen uit het verbreed GRP gevolgd en zijn ook de reguliere beheer- en onderhoudstaken binnen de daarvoor gestelde budgetten uitgevoerd. Daarmee is het functioneren van het rioleringssysteem in de afgelopen planperiode gewaarborgd. De gemeente Hulst is in de afgelopen planperiode ook actief betrokken geweest in de Samenwerking Afvalwaterketen Zeeland (SAZ+). Door inzet en inbreng in werk- en themagroepen zijn kennis en ervaringen gebundeld en onderling gedeeld om zo tijd te besparen en om het kennisniveau op peil te houden. 3.2Toestand van de aanwezige voorzieningen De geplande reinigings- en inspectiewerkzaamheden zijn in de afgelopen planperiode volledig uitgevoerd. De eerste beoordeling van de inspectieresultaten is uitbesteed, evenals het verwerken van de revisiewerkzaamheden. De tweede beoordelingsronde wordt door de gemeente zelf uitgevoerd en is een belangrijke factor bij het bepalen van de 10-jaren vervangingsplanning. Dit vereist ervaring en lokale kennis. Afstemming en beoordeling vraagt jaarlijks enkele weken tijd van de beleidsmedewerker riolering. Door omzetwerkzaamheden van de inspectiegegevens naar een nieuwe NEN-norm is een deel daarvan verloren gegaan en niet opgenomen in het rioolbeheerprogramma. De gegevens zijn nog wel beschikbaar in oude vorm. Het aanvullen van het beheerbestand met nieuwe inspectiebeelden vindt plaats via de reguliere inspectieplanning en leidt niet tot extra (inspectie)werkzaamheden in de komende planperiode. Op het gebied van gemalenbeheer wordt gebruik gemaakt van de centrale hoofdpost die bij de gemeente Sluis staat. Ook vindt steeds meer uitwisseling van kennis en van gegevens plaats met waterschap Scheldestromen. De koppeling van het gemalenbeheersysteem met de overstortmeters binnen de gemeente vraagt nog aandacht in de komende planperiode, evenals het gebruik van het gemalen beheer- en onderhoudsprogramma. Volledig gebruik maken van het beheer- en onderhoudsprogramma is door de beperkte personele capaciteit een punt van aandacht. In de planperiode is namens waterschap Scheldestromen het onderhoud van de IBA's opnieuw aanbesteed en is opdracht verleend. De overeenkomst van de IBA-wacht voor Zeeuws-Vlaanderen is uitgebreid met de overige gemeenten in Zeeland die ook IBA's bezitten. De bestaande overeenkomst is daarvoor herzien. In de afgelopen planperiode zijn 34 IBA’s gerenoveerd. De nog openstaande projecten en maatregelen uit het Waterplan Zeeuws-Vlaanderen) zijn in de afgelopen planperiode allemaal uitgevoerd. Het plan doet daarnaast nog steeds dienst als naslagwerk voor mogelijke knelpunten. Ook is het de basis voor afspraken rondom beheer en onderhoud van het oppervlaktewater. In dat kader is, behoudens de Buiten- en Binnenvest en de Zoetevaart al het achterstallig baggeronderhoud in de afgelopen planperiode weggewerkt. Calamiteiten hebben zich in de planperiode nauwelijks voorgedaan, behoudens een rioolinstorting in de Emmastraat (Kloosterzande) en mosselsterfte in de Vaart van Hulst, Buitenvest en Zoetevaart. De uitgevoerde werkzaamheden in Clinge hebben het aantal meldingen over grondwateroverlast en water op straat nagenoeg volledig doen verdwijnen. 3.3Strategie rioleringszorg De strategie is het centrale deel van het verbreed GRP waarin het beleid voor de planperiode is vastgesteld. In deze evaluatie zijn de belangrijkste aspecten daarvan opgenomen. 3.3.1Gegevensbeheer Alle beheergegevens van de riolering zijn opgenomen in het rioolbeheerbestand. Dit bestand is over het algemeen goed actueel en compleet. De controle of de beheerdata voldoet aan de opbouw van het GWSW (GegevensWoordenboek Stedelijk Water) is door tijdgebrek niet uitgevoerd. Ook zou het wenselijk zijn dat aanpassingen die aan de data worden doorgevoerd bij hydraulische berekeningen terug ingebracht worden. Ook hiervoor ontbrak het aan tijd. Bijzondere constructies zoals gemalen, overstorten, randvoorzieningen en infiltratievoorzieningen zijn wel benoemd, maar niet tot in detail opgenomen. Ook het structureren van de data, lege velden vullen, structuur brengen in de benamingen en dergelijke is door tijdgebrek, maar voor een klein deel uitgevoerd. Ondanks dit is de betrouwbaarheid van de data die wel is opgenomen groot. Uit de vergelijking van de huidige gegevens met die uit het vigerende verbreed GRP blijkt dat er in totaal ruim 6% aan riolering (lengte) is bijgekomen. Dit is voor een groot deel regenwaterriolering, onder meer vanuit afkoppelwerkzaamheden. Hierbij is de gemengde riolering vervangen en is er (nieuwe) regenwaterriolering bij gelegd. Daarnaast vindt er overdracht van riolering vanuit nieuwbouwlocaties plaats die zorgt voor toename van het areaal. 3.3.2Vervangingsplanning De SWO-onderzoeken (toekomstbestendige waterhuishouding) hebben meer tijd gevraagd dan verwacht. Het hele proces van bepalen van het verhard oppervlak, doorrekenen van de huidige riolering, inventariseren van klachten, benaderen van dorps- en wijkraden, inventariseren van grondwaterpeilen, beoordelen van het gebied ten aanzien van risico's, uitvoeren van de redeneertrant, bepalen van maatregelen, inplannen van de maatregelen, het maken van ramingen en het doorrekenen van de gekozen maatregelen heeft tijd nodig. In de afgelopen planperiode zijn SWO-onderzoeken uitgevoerd voor Sint-Jansteen, Kapellebrug, Heikant en de kern Hulst. Ook de kleinere kernen vragen in de komende planperiode beoordeling ten aanzien van de SWO. Voor zover van toepassing zijn de aandachtsgebieden bij klimaatadaptatie meegenomen. De vervangingsplanning uit de strategie is in grote lijnen gevolgd. Door afstemming zowel in- als extern, bijvoorbeeld met bewoners, zijn sommige projecten in de tijd verschoven. Ook is PFAS en CO2 uitstoot aanleiding geweest voor enige vertraging. Voor de verwerking van vrijkomende grond kon lokaal niet meer gebruik gemaakt worden van de bestaande verwerkingslocatie. Meerkosten en de zoektocht naar afzetmogelijkheden voor grond zorgden voor vertraging. Ondanks alles is het merendeel van de voorgenomen werkzaamheden uitgevoerd. In sommige gevallen is geswitcht tussen vervangen en relinen en andersom. Een overzicht van de uitgevoerde vervangingsplanning in vergelijking met de planning uit het vigerende verbreed GRP is in het navolgende overzicht opgenomen (figuur 3.1). Figuur 3.1: uitgevoerde vervangingsplanning (status per maart 2021) In de planperiode is 5,9 km aan riolering gerelined. Er is per project bewust een afweging gemaakt tussen relinen en vervangen. Dat is iets minder dan het uitgangspunt van 30% relinen uit het vigerende GRP. Dit was echter geen doel op zich, maar een verwachting. Het feit of de geraamde budgetten voldoende waren, verschilt van project tot project. Sommige projecten zijn goedkoper uitgevallen, waar andere juist beduidend meer hebben gekost. De meerkosten voor de grondafvoer zijn in veel gevallen aanleiding geweest voor hogere kosten (20%). Beleidsmatig waren de ramingen echter afdoende. Ook de in de begroting opgenomen kosten voor reparaties waren over het algemeen voldoende. De kosten voor calamiteiten en reparaties aan de riolering ten gevolge van inspecties waren in geval van calamiteiten onvoldoende. Wel kon daarmee de situatie gestabiliseerd worden, zodat een definitieve oplossing kon worden uitgewerkt. Uiteindelijk zijn in de planperiode de meest slechte en oude riolen vervangen. Ook is het systeem verbeterd door de scheiding van waterstromen. Daarmee is de vervangingspiek afgevlakt en is in zijn algemeenheid de kwaliteit van de riolering verbeterd. Sommige zeer oude riolen zijn kwalitatief nog goed en daarom nog niet vervangen. 3.4Strategie grondwater In de afgelopen planperiode is alleen onderzoek gedaan naar grondwateroverlast in de wijk Dullaert. Uit het onderzoek met behulp van peilbuizen is naar voren gekomen dat het in deze wijk gaat om hangwater en niet om grondwateroverlast. Door de aanleg van een watergang ten noorden van de wijk zal een verbetering gaan optreden, omdat er nu een betere afvoermogelijkheid is. In principe wordt alleen ten behoeve van de voorbereiding van projecten en gedurende de uitvoering peilbuizen geplaatst en bemeten. Ook kan ingeval van klachten of calamiteiten sprake zijn van het plaatsen van peilbuizen. Er zijn geen structurele grondwatermeetnetten aanwezig. 3.5Middelen en kostendekking Het hoofdstuk ‘middelen en kostendekking’ geeft inzicht in de vooraf geplande financiële consequenties van de werkzaamheden op het gebied van riolering en grondwater. Op basis van de geplande activiteiten is tevens inzichtelijk gemaakt welke personele middelen noodzakelijk zijn. 3.5.1Personele middelen In het vigerende GRP is inzichtelijk gemaakt dat er circa 6,5 fte noodzakelijk is om de geplande gemeentelijke watertaken uit te voeren (binnendienst en buitendienst). Daarbij is als uitgangspunt gehanteerd, dat de gemeente Hulst er voor kiest om een deel van deze taken uit te besteden. In de afgelopen planperiode is er gemiddeld circa 5,6 fte beschikbaar geweest voor de gemeentelijke watertaken. Recent is hier nog aanvulling op gekomen, maar er blijft een tekort van 0,4 fte bestaan. Een deel van de werkzaamheden waar de gemeente zelf niet aan toe kwam, is uitbesteed. Ondanks de inhuur van personeel zijn niet alle geplande taken uitgevoerd. Het werken op regiebasis vraagt ook tijd van de vaste medewerkers. Vooral op het gebied van planvorming, onderzoek (inclusief klimaatadaptatie) en databeheer was het merkbaar dat er minder personeel beschikbaar was dan vooraf noodzakelijk werd geacht. Dit blijft een punt van aandacht voor de komende planperiode. 3.5.2Financiële middelen Zoals eerder genoemd zijn de uitgaven over het algemeen redelijk conform de planning uit het vigerende verbreed GRP. Wel vinden de uitgaven in veel gevallen iets later plaats door het verschuiven van projectplanningen als gevolg van voorbereidingstijd en afstemming met derden. De uitgaven in de beheerbegroting zijn voor de buitendienst wel in lijn met de raming. De uitgaven voor onderzoek en dergelijke liggen lager als gevolg van het eerder benoemde tijdgebrek. 3.5.3Kostendekking De gemeente ontvangt middelen uit nieuwe rioolaansluitingen en uit de rioolheffing die burgers en bedrijven betalen. Gedurende de planperiode is de heffing iets minder sterk gestegen dan vooraf werd gepland. Er is gekozen om de heffing jaarlijks met € 6,- plus inflatie te laten stijgen. Deze jaarlijkse stijging van € 6,- is in 2020 en 2021 niet doorgevoerd, maar heeft slechts een stijging met het inflatiepercentage plaatsgevonden. Het aantal heffingseenheden is gedurende de planperiode nauwelijks gestegen. 4Visie en toetsingskader In dit hoofdstuk wordt vooruit gekeken. Er wordt een stip op de horizon geplaatst en daar wordt met gepaste ambitie, stapsgewijs en doelgericht naartoe gewerkt. Door vooruit te blikken worden ook kansen zichtbaar. Door deze kansen te benutten kan werk met werk worden gemaakt en kan op sommige momenten hetzelfde worden bereikt tegen minder kosten of meer worden bereikt tegen gelijke kosten. De visie verwoordt de stip op de horizon. Het toetsingskader geeft daarnaast concrete eisen en maatstaven waar de gemeente Hulst zich aan verbindt om toe te werken naar de beschreven visie. In hoofdstuk 2 is de visie reeds verwoord. Deze luidt als volgt. Het hebben en houden van een duurzaam, veilig, gezond, robuust en toekomstbestendig (grond)water- en rioleringssysteem in zowel het bebouwde gebied als het buitengebied van de gemeente Hulst. 4.1Toelichting visie Grote ombuigingen binnen de rioleringszorg kunnen niet van de een op andere dag worden doorgevoerd. Onderdelen van het rioleringssysteem kennen een lange levensduur. Fysieke ingrepen vereisen veel inspanning en kosten en worden om die reden over meerdere jaren uitgespreid. Daarbij kunnen deze ingrepen soms tot overlast voor burgers leiden. Het is niet bekend wat de toekomst brengt. Met de wetenschap dat veranderingen in de rioleringszorg tijd kosten, is het belangrijk om gedoseerd te bouwen aan een water- en rioleringssysteem dat voldoet aan de omstandigheden zoals die te verwachten zijn over een langere periode van 30 tot 50 jaar. 4.1.1Afvalwater Inwoners en bedrijven binnen de gemeente Hulst produceren afvalwater. De gemeente heeft de wettelijke plicht om dit afvalwater in te zamelen en te transporteren naar de met het waterschap overeengekomen overnamepunten. Daar wordt het afvalwater overgedragen aan het waterschap om te worden getransporteerd en gezuiverd. Het streven van de gemeente Hulst is om het inzamelen en transporteren van het afvalwater tegen de laagst maatschappelijke kosten uit te voeren, zonder daarbij tekort te doen aan haar wettelijke verplichtingen. Als middel daarvoor gebruikt zij riolering. 4.1.2Hemelwater Als het regent, verdwijnt in de gemeente Hulst het meeste hemelwater vanaf de verharding in de openbare ruimte ook in de (gemengde) riolering en wordt direct afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Om al dat relatief schone hemelwater te transporteren en te zuiveren, zijn kostbare voorzieningen nodig en dat kost geld en energie. Door de verandering van het klimaat wordt het bestaande rioolstelsel steeds zwaarder op de proef gesteld. Buien worden heviger en duren langer. Hierdoor neemt het risico op (grond)wateroverlast toe. Anderzijds zijn er langere droge perioden met kans op verdroging. Het blijven vergroten van de ondergrondse voorzieningen (riolering) is echter geen optie. Uiteindelijk zullen ondergrondse voorzieningen te klein zijn en het steeds maar vergroten wordt uiteindelijk te kostbaar. Om bij een veranderend klimaat droge voeten te blijven houden, wordt nadrukkelijk ook gekeken naar bovengrondse oplossingen en wordt de samenhang met de (her)inrichting van de openbare ruimte gezocht. Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte worden er daarom twee sporen gevolgd. In de eerste plaats wordt er naar gestreefd om het aantal vierkante meters verharding terug te brengen (straten, wegen pleinen). Dit heeft als positief effect dat minder regenwater wordt opgevangen en dat dit niet afgevoerd hoeft te worden naar de riolering. Tevens vermindert dit op termijn de opwarming van het bebouwd gebied. Als het verminderen van de verharding niet mogelijk of niet gewenst is dan wordt de verharding, waar dit mogelijk is, afgekoppeld (straten, wegen pleinen, maar ook daken). Dit houdt in dat het afstromende regenwater niet afgevoerd wordt naar de gemengde riolering en vervolgens naar de zuivering, maar bijvoorbeeld rechtstreeks naar het oppervlaktewater of naar groenvoorzieningen waarin overtollig hemelwater tijdelijk wordt geborgen (wadi’s) of kan infiltreren in de ondergrond. Het regenwater kan ook worden afgevoerd via regenwaterriolering, maar er wordt juist ook gekeken naar mogelijke aanpassing van de bovengrondse inrichting van de openbare ruimte (trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’). De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de verwerking van regenwater op zijn eigen perceel. Deze zal steeds vaker actief gestimuleerd en gemotiveerd en soms verplicht worden om een steentje bij te dragen door op eigen terrein voorzieningen te treffen voor infiltratie, buffering of opslag van hemelwater. De perceeleigenaar kan ook een belangrijke bijdrage leveren door verharding te vervangen voor groen. 4.1.3Grondwater De perceeleigenaar is zelf verantwoordelijk voor de ontwatering van zijn eigen terrein. De gemeentelijke zorgplicht richt zich op het openbaar gebied. Om grondwateroverlast te voorkomen en perceeleigenaren de mogelijkheid te bieden hun eigen terrein te ontwateren, stelt de gemeente de bewoners een overnamepunt ter beschikking voor de afvoer van overtollig grondwater. Dit dient echter wel doelmatig plaats te vinden. Bij projecten legt de gemeente als het nodig is drainage aan in openbaar gebied. De grondwaterzorgplicht vereist van de gemeente Hulst inzicht in het functioneren van het grondwatersysteem en in de bodemopbouw. Daartoe worden waar nodig de grondwaterstanden gemeten met behulp van peilbuizen en wordt gebruik gemaakt van de metingen bij projecten. Uiteindelijk wordt gestreefd naar een passend grondwaterpeil bij de functie van het bovenliggende gebied: niet te nat, maar zeker ook niet te droog. Uiteindelijk wordt het grondwaterpeil beïnvloed door veel factoren en is de mate waarin hierin kan worden gestuurd slechts beperkt. 4.1.4Oppervlaktewater Het is essentieel om een goed ingericht watersysteem te hebben binnen het stedelijk gebied. De toenemende regen moet geborgen worden en moet uiteindelijk afgevoerd worden. Het watersysteem biedt voldoende veiligheid tegen hoogwater (langdurig natte perioden) en is klimaatadaptief ingericht. De waterkwaliteit wordt zo veel als mogelijk gewaarborgd. De inrichting en de flora en fauna spelen daarbij een belangrijke rol, onder andere via bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers. Beheer en onderhoud van het oppervlaktewatersysteem vindt plaats in nauwe samenwerking met het waterschap dat de meeste oppervlaktewateren in beheer heeft. 4.1.5Bedrijfsvoering De gemeente Hulst wil haar riolerings- en watervoorzieningen in goede toestand hebben en houden. Om dit bereiken, voert zij onderhoudswerkzaamheden uit waarbij zij zich richt op een efficiënt, doelmatig en integraal onderhoudsprogramma. Daarvoor is kennis van het werkelijk functioneren van de voorzieningen een vereiste. Dit wordt verkregen door het monitoren van het functioneren van de rioleringsvoorzieningen, door analyse van de uitgevoerde werkzaamheden en door een goed gegevensbeheer. Ook op het gebied van planvorming richt de gemeente Hulst zich niet alleen op de korte termijn. Zij wil voldoende kennis en actuele informatie beschikbaar hebben om tussentijds geactualiseerde (beleids)producten te kunnen blijven opleveren. De gemeente Hulst streeft naar een integrale en duurzame benadering van de afvalwaterketen en het (grond)watersysteem (grondwater, hemelwater en de relatie met het oppervlaktewater). Hierbij wordt samenwerking gezocht met de waterpartners (HZ en SAZ+, assetmanagement) en de regionale partners. Integraliteit en samenwerking zijn mogelijkheden om te komen tot kostenbesparingen. Duurzame oplossingen zijn daarbij het doel. 4.2Ambitieniveau De wettelijke zorgplichten van de gemeente kunnen op verschillende ambitieniveaus worden uitgevoerd: ‘reactief’ (ingrijpen indien nodig), ‘anticiperend’ (planmatig te werk gaan) en ‘toekomstgericht’ (duurzaam inspelen op nieuwe ontwikkelingen). Het ambitieniveau bepaalt het tempo en de middelen waarmee de lange termijn visie wordt vormgegeven en beïnvloedt hiermee voor een deel het kostenniveau en daarmee ook de hoogte van de rioolheffing. Voor alle drie de ambitieniveaus geldt dat deze zo doelmatig mogelijk worden ingevuld. Het gaat erom niet alleen de dingen goed te doen, maar ook de goede dingen te doen. Dit alles binnen een realistische (uitvoerings)planning, afgestemd met alle belanghebbenden binnen de openbare ruimte. 4.2.1Reactief Het ambitieniveau ‘reactief’ kenmerkt zich door een afwachtende, behoudende houding. Er wordt niet of nauwelijks planmatig te werk gegaan en pas ingegrepen bij regelmatig terugkerende calamiteiten. Overlast vindt af en toe plaats, maar wordt geaccepteerd. De wettelijke en bestuurlijke verplichtingen worden minimaal ingevuld. 4.2.2Anticiperend In het ambitieniveau ‘anticiperend’ wordt meer planmatig te werk gegaan, waarbij de strategie is gericht op een goede uitvoering van de wettelijke taken en het beperken van risico’s. Overlast wordt zoveel mogelijk voorkomen en de veiligheid wordt gewaarborgd. Daarbij worden de beschikbare middelen en de bestaande ervaring zo efficiënt mogelijk ingezet. De blik is hierbij gericht op de middellange termijn (periode van 5 à 10 jaar), rekening houdend met ontwikkelingen die binnen die termijn op de gemeente afkomen. 4.2.3Toekomstgericht In het ambitieniveau ‘toekomstgericht’ wordt vooruitstrevend te werk gegaan. De strategie is gericht op een lange termijn visie waarin de zorgplichten op een meer duurzame wijze kunnen worden ingevuld. Innovatie en investeringen gaan hand in hand, waarbij via pilots (bijvoorbeeld in SAZ+ verband) ervaring wordt opgedaan, voordat wordt overgegaan tot een eventuele algemene toepassing daarvan. Overlast wordt zoveel mogelijk voorkomen en de veiligheid wordt gewaarborgd. Monitoring van het functioneren van de systemen is een belangrijke informatiebron om hier invulling aan te geven. 4.3Keuze ambitie In de bijgevoegde tabel (figuur 4.1) zijn de gemeentelijke zorgplichten en de bedrijfsvoering ingevuld voor de drie beschreven ambitieniveaus. De tabel vormt een ambitiematrix op basis waarvan een keuze kan worden gemaakt voor een na te streven ambitieniveau om invulling te geven aan de visie. Dit wordt vervolgens nader uitgewerkt in de strategie van het verbreed GRP Hulst. Het uit te werken ambitieniveau kan desgewenst gedifferentieerd worden over de verschillende zorgplichten om zo te komen tot een optimale mix van activiteiten. Belangrijk om op te merken hierbij is dat het gaat om een ambitiematrix. Dat wil zeggen, een ambitie die de gemeente heeft voor het realiseren van haar visie en waar zij, in een realistisch tempo met zorgvuldig gebruik van de haar ter beschikking staande middelen, naar toe werkt. Dat betekent ook dat deze visie voor diverse onderdelen niet per direct vigerend beleid is. De visie en bijbehorende ambitie geven uitdrukking aan het voornemen van de gemeente om specifiek ergens naar toe te groeien, het beleid beschrijft de vigerende uitgangspunten die de gemeente thans hanteert in haar planvorming, beheer en onderhoud en andere activiteiten. Het beleid is vastgelegd in de strategie van het verbreed GRP Hulst. 4.3.1Voorkeursscenario Vanuit de ambitiematrix kan een voorkeursscenario worden geformuleerd. Het voorkeursscenario geeft op hoofdlijnen een beeld waar de gemeente Hulst de komende planperiode voor staat. De gemeente Hulst heeft hier in de afgelopen jaren al deels een voorschot op genomen door actief te participeren in de samenwerking (SAZ+) en op basis van de resultaten daarvan te zoeken naar kostenbesparingen en efficiëntere manieren van werken. Deze pro-actieve houding en samenwerking in de regio heeft in de loop van de afgelopen jaren handen en voeten gekregen in diverse concrete projecten en in verschillende beleidsplannen. Deze concrete opgaven hebben bouwstenen opgeleverd voor de actualisatie van dit nieuwe verbreed GRP Hulst. Voor de komende planperiode 2022-2026 is de ambitiematrix ingevuld, waardoor een voorkeursscenario is ontstaan. Het voorkeursscenario sluit (logischerwijze) aan bij de Visie Waterketen Zeeland (SAZ+) zoals die ook door de gemeenteraad van de gemeente Hulst is vastgesteld
(2017). Dit voorkeursscenario is opgenomen in de tabel in figuur 4.1. Uit de ambitiematrix blijkt dat de gemeente in veel gevallen kiest voor het ambitieniveau ‘anticiperend’ of ‘toekomstgericht’. Uit de evaluatie van het voorgaande verbreed GRP Hulst is al gebleken dat de belangrijkste opgaven voor de komende planperiode bestaan uit het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte en het realistisch en doelmatig uitvoeren van de groeiende vervangingsopgave van de (gemengde) riolering. Figuur 4.1: ambitiematrix met ingevuld voorkeursscenario toekomstige situatie (planperiode 2022-2026) 4.4Toetsingskader In de Kennisbank Riolering is een aparte module opgenomen met daarin een toetsingskader voor de inhoud van een verbreed GRP. Dit sluit als een nadere uitwerking aan op de eerder geformuleerde visie van de gemeente. Het toetsingskader is opgebouwd uit vier componenten: doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. De doelen zijn een algemene vertaling van wat de gemeente Hulst wil bereiken, aansluitend op de visie. Vanuit deze doelen zijn eisen afgeleid die aan het functioneren van de riolering als systeem of aan de toestand van de objecten (riolen, putten, randvoorzieningen) worden gesteld, de zogenaamde functionele eisen. Om te kunnen bepalen in hoeverre aan de functionele eisen wordt voldaan, zijn vervolgens maatstaven en meetmethoden geformuleerd. Doelen zijn de beschrijving van het gewenste systeemgedrag, ofwel de gewenste (ideale) situatie voor de toestand en het functioneren van de voorzieningen. Een voorbeeld van een doel is: ‘het voorkomen van vuiluitworp naar het oppervlaktewater’. De functionele eis bij het bovenstaande doel is bijvoorbeeld: ‘de vuiluitworp door overstortingen en regenwaterlozingen moet beperkt zijn’. De maatstaven zijn de getalsmatige precisering van de functionele eis. Een voorbeeld van een maatstaf bij de eerder genoemde functionele eis is: ‘de vuiluitworp vanuit gemengde rioolstelsels mag maximaal 50 kg CZV/ha.jaar zijn’ De meetmethoden tenslotte geven aan op welke wijze wordt getoetst of aan de maatstaven wordt voldaan. Een voorbeeld van een gangbare meetmethode bij bovenstaande maatstaf is: ‘regenreeks- en vuiluitworpberekening’ In het algemeen zijn er drie hoofddoelen die ten grondslag liggen aan de gemeentelijke zorg voor de inzameling en het transport van afvalwater. Dit betreft: duurzame bescherming van de volksgezondheid; handhaving van een goede leefomgeving; duurzame bescherming van natuur en milieu. Deze algemene beweegredenen voor de rioleringszorg worden in het kader van dit verbreed GRP Hulst als uitwerking van de eerder beschreven visie vertaald naar de onderstaande doelen. Deze doelen maken deel uit van het toetsingskader en zijn sinds het voorgaande verbreed GRP Hulst nagenoeg ongewijzigd gebleven. Doel 1: Doelmatige inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde stedelijk afvalwater. Doel 2: Doelmatige inzameling van het hemelwater en overtollige grondwater dat niet mag of kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding. Doel 3: Transport van het ingezamelde afvalwater, hemelwater en grondwater naar een geschikt lozingspunt. Doel 4: Voorkomen van ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater. Doel 5: Zo min mogelijk overlast voor de omgeving veroorzaken. Doel 6: Doelmatig beheer en een goed gebruik van de gemeentelijke voorzieningen tegen de laagst maatschappelijke kosten en het beheersen van deze kosten. De gedetailleerde uitwerking van de doelen en het toetsingskader is opgenomen in bijlage 3. 5Overzicht van de aanwezige voorzieningen In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het rioolstelsel van de gemeente Hulst en wordt ingegaan op de aanwezige gemeentelijke voorzieningen voor hemelwater en grondwater in de bestaande situatie. 5.1Niet aangesloten bebouwing Binnen de gemeente Hulst zijn per 1 januari 2021 nog 384 panden aanwezig die niet beschikken over een voorziening die voldoet aan de eisen van de Regeling lozing afvalwater huishoudens (kleine IBA of gierkelder). Verder zijn er 40 woningen aangesloten op een IBA in eigen beheer (IBA klasse 1, 2 of 3a of een helofytenfilter). Voor al deze 424 panden heeft de gemeente Hulst een ontheffing van de zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van het afvalwater gekregen van de provincie Zeeland. Deze ontheffing is geldig vanaf 1 april 2016 voor onbepaalde tijd. Van alle niet aangesloten panden bevindt zich er één binnen de bebouwde kom. Dit pand staat op de nominatie voor sloop en/of nieuwbouw. Een overzicht van de niet gerioleerde panden is opgenomen in bijlage 4. Bij de sanering van de lozingen in het buitengebied zijn er 58 percelen voorzien van een IBA klasse 2 of 3 om hun afvalwater te zuiveren. Deze IBA’s zijn in beheer en onderhoud bij de gemeente. 5.2Overzicht aanwezige voorzieningen riolering In deze paragraaf wordt ingegaan op de aanwezige voorzieningen voor afvalwater en hemelwater. Dit wordt samengevat onder de noemer ‘riolering’. In bijlage 5 is een meer gedetailleerd overzicht opgenomen van de verschillende voorzieningen. 5.2.1Stelsels en systemen Het afvalwater en het hemelwater binnen de gemeente Hulst wordt ingezameld met behulp van verschillende stelsels en systemen. Dit betreft: gemengde riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater door dezelfde leiding afgevoerd richting (uiteindelijk) de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). gescheiden riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater via aparte stelsels afgevoerd. Het hemelwater wordt direct geloosd op het oppervlaktewater of lokaal verwerkt. Het afvalwater wordt via een rioolgemaal afgevoerd naar de RWZI. verbeterd gescheiden riolering: hierbij worden het afvalwater en het hemelwater via aparte stelsels afgevoerd. Het afvalwater en het eerste, veelal verontreinigde hemelwater worden via een gemaal afgevoerd naar de RWZI. Het overige hemelwater wordt via een regenwateroverstort geloosd op het oppervlaktewater of lokaal verwerkt. persleidingen: rioolgemalen transporteren het water onder (hoge) druk uit de vrijverval riolen (vaak over langere afstanden) naar een lozingspunt. De leidingen die daarvoor nodig zijn, worden persleidingen genoemd. drukriolering: hierbij wordt via pompputten en persleidingen afvalwater (veelal uit het buitengebied) afgevoerd naar het (gemengde) rioolstelsel. IBA’s (Individuele Behandeling van Afvalwater): hiermee wordt het huishoudelijke afvalwater van percelen (veelal in het buitengebied) lokaal behandeld. De kernen van de gemeente Hulst zijn voor het grootste deel gemengd gerioleerd. Op diverse plaatsen is echter verhard oppervlak van de gemengde riolering afgekoppeld dat rechtstreeks of via regenwaterriolering afvoert naar het oppervlaktewater. Verbeterd gescheiden riolering is aangelegd in de wijken De Linie, Oversprong 1, Vogelwaarde Noord, Groote Kreek en De Mate. Nieuwere wijken zijn voorzien van gescheiden riolering. IBA’s zijn in beheer en onderhoud bij de gemeente Hulst of bij de particuliere eigenaar. Het beheer en onderhoud van de gemeentelijke IBA’s is uitbesteed aan de IBA-wacht. In totaal zijn er 14.303 aansluitingen op de riolering (peildatum 1 januari 2021). Dit is opgebouwd uit 13.627 lozingen van huishoudelijk afvalwater en 676 lozingen van regenwater. De gemeente Hulst telt 27.756 inwoners (per 1 januari 2021, bron: gemeente Hulst). 5.2.2Kenmerken vrijverval riolering In de gemeente Hulst ligt volgens het rioolbeheerbestand per 1 januari 2021 circa 221 kilometer aan vrijverval riolering. Dit is als volgt onderverdeeld: • gemengde riolering 142 km • regenwaterriolering (RWA) 49 km • vuilwaterriolering (DWA) 26 km • IT-riolering 4 km • kolken circa 13.500 stuks Uit een vergelijking met de karakteristieken in het vigerende verbreed GRP blijkt dat er circa 13 km aan lengte riolering is bijgekomen, ofwel ruim 6%. Dit is voor een groot deel regenwaterriolering. Dat de uitbreiding van het systeem met name gevonden wordt in de regenwaterriolering wordt ook zichtbaar in de toename van het aantal uitstroomconstructies. De toename van de lengte aan regenwaterriolering wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de afkoppelwerkzaamheden van de afgelopen planperiode. Daarbij is gemengde riolering vervangen en is er (nieuwe) regenwaterriolering bij gelegd. Ook wordt bij rioolrenovatie (relining van oude riolen) soms een regenwaterriool mee gelegd. Daarnaast heeft er overdracht van riolering vanuit nieuwbouwlocaties plaatsgevonden. De leeftijdsopbouw van de vrijverval riolering is in de navolgende grafiek weergegeven. Duidelijk is dat er door de vervangingen en renovaties een gelijkmatiger beeld is in de leeftijd van de riolering ten opzichte van de vorige planperiode. Daarnaast is zichtbaar dat er ook de laatste jaren (sinds 2000) veel riolering is aangelegd, gerenoveerd of vervangen. Bij vervanging of renovatie van de riolering wordt het aanlegjaar aangepast naar het jaar waarin deze werkzaamheden hebben plaatsgevonden. Ruim 8% van de riolering is ouder dan 60 jaar, de gemiddelde levensduur die voor een rioolleiding wordt aangehouden. Figuur 5.1: leeftijdsopbouw en lengte (in
- km)vrijverval riolering (bron: rioolbeheerbestand gemeente Hulst) In totaal is er binnen de gemeente Hulst een aanzienlijke hoeveelheid verhard oppervlak aanwezig dat is aangesloten op de riolering. Een gedetailleerd overzicht daarvan is opgenomen in de basisrioleringsplannen en de onderzoeken naar de Stedelijk Wateropgaven. Het grootste gedeelte van de verharding voert af via de gemengde riolering. Door afkoppelwerkzaamheden wordt deze hoeveelheid steeds minder. Naast de verharding in het openbaar gebied en de verharding van dakoppervlakken wordt ingeschat dat er nog een aanzienlijke hoeveelheid verharding vanuit tuinen (opritten en dergelijke) afstroomt naar de gemeentelijke riolering. In de afgelopen planperiode is ruim 10 ha wegverharding en bijna 4 ha dakverharding van de gemengde riolering afgekoppeld. Bij hevige neerslag is het gemengde rioolstelsel volledig gevuld en treden de overstorten in werking om overtollig water rechtstreeks op het oppervlaktewater te lozen. In totaal zijn er 59 externe en 20 interne overstorten die deel uitmaken van het gemengde rioolstelsel. Een groot deel van deze overstorten wordt bemeten. Bij 10 daarvan is een randvoorziening aangelegd om de vuiluitworp te reduceren. Voorts zijn er nog 6 verbeterd gescheiden overstorten en 150 uitstroomconstructies voor het rechtstreeks lozen van hemelwater. 5.2.3Gemalen en mechanische riolering Binnen de gemeente Hulst zijn in totaal 59 hoofdgemalen aanwezig, exclusief de 10 gemalen van de randvoorzieningen. Deze rioolgemalen zijn in beheer en onderhoud bij de gemeente Hulst. Daarnaast zijn er nog 14 rioolgemalen in beheer en onderhoud bij het waterschap Scheldestromen. Naast de rioolgemalen kent de gemeente nog 471 minigemalen, waarvan er 12 zijn uitgevoerd met 2 pompen. Deze minigemalen voeren via drukriolering het huishoudelijk afvalwater af van percelen in het buitengebied. In totaal is er binnen de gemeente Hulst ruim 21 km persleiding aanwezig en 64 km drukriolering. Ook voor deze leidingen wordt uitgegaan van een vervangingstijd van 60 jaar. Figuur 5.2: leeftijdsopbouw en lengte (in
- km)leidingen mechanische riolering (bron: gemeente Hulst) De totale vervangingswaarde van het rioleringssysteem (vrijverval riolering, gemalen en overige objecten) bedraagt in de orde grootte van 200 miljoen euro uitgaande van traditionele rioolvervanging. 6Beleid riolering In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het functioneren van de verschillende objecten en systemen en wordt de strategie ten aanzien van de rioleringszorg uitgewerkt. De strategie is de weergave van de maatregelen en de werkzaamheden die de komende planperiode worden uitgevoerd om invulling te geven aan de missie, visie en doelen. 6.1Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud bestaat uit diverse werkzaamheden en wordt grotendeels volgens een vaste frequentie uitgevoerd. Het doel hiervan is om alle objecten naar behoren te laten functioneren, zodat de bedrijfszekerheid gewaarborgd is en de vervuilingsgraad tot een acceptabel minimum wordt beperkt. In de onderstaande paragrafen wordt per soort voorzieningen een overzicht gegeven van het beheer en onderhoud. 6.1.1Vrijverval riolering Onderhoud bestaat uit reiniging en reparatie. Reiniging van de vrijverval riolen vindt plaats volgens het onderstaande schema. • Gemengde- en afvalwaterriolering 1 x per 8 jaar • Regenwaterriolering en IT-riolen 1 x per 8 jaar • Kolken zuigen 2 x per jaar • Overige voorzieningen 1 x per jaar Het reinigen van de riolering, de gemalen en de kolken is uitbesteed. Het reinigingsbedrijf draagt zorg voor de afvoer van het vrijkomende rioolslib en het kolkafval naar een gecertificeerd slibverwerkingsbedrijf. Het inspecteren van de vrijverval riolering gebeurt met een rijdende inspectiecamera en wordt ingepast in het reinigingsschema. Reparatie bestaat in veel gevallen uit het herstellen van schades of het vervangen van onderdelen die versleten zijn. Een deel van deze reparaties wordt in eigen beheer uitgevoerd. Reparatie, maar ook vervanging, vindt zoveel mogelijk plaats in combinatie met herstraatwerkzaamheden. Op die manier wordt er werk met werk gemaakt. Renovatie door middel van relining vindt plaats in combinatie met een project of het wordt geclusterd uitgevoerd. Naast beheer en onderhoud op basis van inspectieresultaten vindt er beheer en onderhoud plaats op ad-hoc basis. Dit wordt grotendeels ingegeven door meldingen en klachten van bewoners en medewerkers van de buitendienst. 6.1.2Gemalen en persleidingen Rioolgemalen, drukrioleringspompen en andere installaties worden regelmatig geïnspecteerd. Daarbij vindt er een visuele inspectie en schoonmaakronde plaats van al deze installaties. Waar nodig wordt ook klein onderhoud uitgevoerd. Voor de voorzieningen worden de onderstaande onderhoudsfrequenties aangehouden. • Hoofdgemalen 2 x per jaar reinigen • Pompgedeelte randvoorzieningen 2 x per jaar reinigen • Drukrioleringsgemalen 1 x per jaar reinigen De hoofdgemalen worden continu gemonitord op hun werking met behulp van het gemaalbeheersysteem. Via dit systeem kunnen alle instellingen worden geraadpleegd en waar nodig aangepast. Ook worden storingen via het systeem geprioriteerd en doorgegeven aan de dienstdoende onderhoudsmonteur, die vervolgens de storing oplost. Onderhoud aan de persleidingen en drukrioleringsleidingen wordt, indien noodzakelijk, circa eenmaal per 20 jaar uitgevoerd. Indien de persleidingen moeten worden gereinigd, wordt dat meestal gesignaleerd op basis van terugloop in de (werkelijke) capaciteit van het gemaal. In dat geval worden de leidingen gereinigd. 6.1.3Overige voorzieningen riolering Overige voorzieningen zoals de randvoorzieningen en lamellenfilters worden in het reguliere onderhoud meegenomen. Dat betekent in de regel een onderhoudsfrequentie van een- of tweemaal per jaar. Onderhoud aan huisaansluitingen wordt niet uitgevoerd. De huisaansluitingen zijn tot aan de perceelsgrens eigendom van de particulier en vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Bij afkoppelen worden de werkzaamheden echter wel tot op het eigen terrein door de gemeente uitgevoerd en betaald. Dit geldt als stimuleringsregeling voor particulieren om te participeren in afkoppelprojecten en/of het scheiden van waterstromen (afvalwater en schoon regenwater). Het onderhoud aan de gemeentelijke IBA’s wordt uitgevoerd door de IBA-wacht. De IBA-wacht is een samenwerking van verschillende Zeeuwse gemeenten en waterschap Scheldestromen. De onderhoudswerkzaamheden zijn in 2018 opnieuw aanbesteed. De overige IBA’s vallen onder eigen beheer van de particuliere eigenaar. 6.1.4Inventarisatie en gegevensbeheer Inzicht in het te beheren areaal is een belangrijke voorwaarde voor het planmatig beheer van een rioolstelsel. Hiervoor heeft de gemeente de beschikking over een rioolbeheersysteem (vrij vervalriolering) en een gemalenbeheer- en onderhoudssysteem. In deze beheersystemen staan, naast de statische gegevens (materiaalsoort, diameter, pomptype, et cetera), ook dynamische gegevens zoals inspecties, storingsmeldingen en dergelijke. Met behulp van deze beheergegevens is te bepalen wanneer maatregelen uitgevoerd dienen te worden of worden analyses gemaakt om knelpunten of storingen te voorkomen. Aan de hand van de mogelijke rioleringsmaatregelen vindt afstemming plaats met andere werkzaamheden binnen de openbare ruimte, zowel intern als extern, om te komen tot een integraal maatregelenplan voor de openbare ruimte. Met behulp van de gegevens van het beheerpakket kan het rioolstelsel planmatig beheerd worden. Het beheerpakket wordt doorlopend actueel gehouden door revisiegegevens van uitgevoerde rioleringswerken tijdig in het beheerpakket te verwerken. Deze dienen voor of bij oplevering van een project door de aannemer te worden aangeleverd aan de gemeente ter verwerking. Wanneer de riolering onder asfalt komt te liggen, dienen de gegevens aangeleverd te worden voor het aanbrengen van de eerste laag asfalt. Het bijhouden van de rioleringsdata wordt grotendeels uitbesteed. Gegevensbeheer vraagt de komende planperiode meer aandacht. Binnen de SAZ+ is een verkenning gaande om te gaan werken conform het GWSW (GegevensWoordenboek Stedelijk Water) in het kader van de uitwisselbaarheid van data. Afhankelijk van de resultaten van deze verkenning wordt besloten of hiertoe wordt overgegaan. Vooralsnog worden de huidige beschikbare benamingen uit het beheerpakket aangehouden. In de rioleringsmodule (RioGL) wordt alleen de rioleringsdata bijgehouden. In het overkoepelde beheerpakket ook overige data zoals drainageleidingen, huisaansluitingen, elektriciteitskabels, et cetera. Deze andere ondergrondse eigendommen worden ook vastgelegd in het beheersysteem in het kader van de WIBON. Deze wet geeft richtlijnen om graafschades te voorkomen. De gegevens worden ter beschikking gesteld aan het Kadaster. De koppeling van deze (beheer)gegevens is uitbesteed. Naast de karakteristieken van de riolering worden ook de inventarisatiegegevens van het op de riolering aangesloten verhard oppervlak (grafisch) bijgehouden. Onder meer door de diverse afkoppelprojecten in de afgelopen planperiode is het van belang dit overzicht regelmatig bij te werken en actueel te houden. Dit vindt onder meer plaats in het kader van hydraulische berekeningen. Vanuit het wegbeheer zijn alle wegverhardingen actueel in beeld. Uitgangspunt bij afkoppelen is 100% afgekoppelde wegen en 50% afgekoppelde daken. 6.1.5Overnamepunten Gemeenten en waterschap hebben richtlijnen ten aanzien van de overnamepunten afgesproken (richtlijn overnamepunten afvalwaterketen Zeeland). Daarin gaat het over de grens tussen de verantwoordelijkheden voor het afvalwatersysteem van de gemeente en die van het waterschap. Een van de uitgangspunten is dat riolering van derden (veelal bedrijven of recreatiegebieden) aangesloten wordt op de gemeentelijke riolering, overeenkomstig de wettelijke zorgplicht van de gemeente tot inzameling van afvalwater. Bij omvangrijke lozingen wordt afgewogen of aansluiting op het transportsysteem van het waterschap doelmatiger is. Dit is vooral van belang bij ontwikkeling van nieuwe (grote) bedrijven, maar ook bij het heroverwegen van bestaande aansluitingen (overnamepunten) van bedrijven of recreatiegebieden op het transportsysteem. Nieuwe grootschalige recreatievoorzieningen of nieuwbouw worden altijd aangesloten op de gemeentelijke riolering of rechtstreeks op een rioolwaterzuivering van het waterschap. Alternatieve afvalwaterzuivering is alleen mogelijk als deze voorziening een vergelijkbaar rendement oplevert als een rioolwaterzuivering, vergelijkbare of lagere beheerkosten kent en een vergelijkbare betrouwbaarheid. De aanlegkosten zijn voor de initiatiefnemer. Het beheer en onderhoud kan overgedragen worden aan gemeente of waterschap. Afhankelijk van de afstand hiertoe worden minicampings op de gemeentelijke riolering aangesloten. Als deze afstand te groot is, moet de minicamping aangesloten worden op een IBA klasse 3b (helofytenfilter). 6.2Bewoners De belangrijkste doelgroep waarvoor rioleringszorg wordt uitgevoerd, zijn de bewoners en bedrijven in de gemeente. Het waarborgen van het functioneren van het systeem komt hen ten goede. Zij betalen daarvoor via de rioolheffing. 6.2.1Huisaansluitingen Een belangrijke, letterlijke verbinding tussen het gemeentelijke rioolstelsel en de voorzieningen van de bewoners en bedrijven is de huisaansluiting of huisaansluitleiding. Onderhoud aan huisaansluitingen wordt niet door de gemeente uitgevoerd. De huisaansluitleidingen zijn, in geval van een aansluiting op de vrijverval riolering, vanaf de woning tot het ontstoppingsstuk op de perceelgrens eigendom van de particulier en vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Verstoppingen door het gebruik vallen onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Alleen schades of wortelingroei in de huisaansluitleiding in de openbare grond wordt door en op kosten van de gemeente hersteld na melding door de gebruiker. Figuur 6.1: verdeling verantwoordelijkheden huisaansluitleiding In het buitengebied is veel drukriolering aanwezig. Ook zijn verschillende panden aangesloten op gemeentelijke IBA’s. De verantwoordelijkheid voor de huisaansluitleiding is hier niet eenduidig aan te geven. In de meeste gevallen is dit de pompput of de perceelsgrens. Bij IBA’s is dit over het algemeen de aansluiting op de IBA. De afvoerleiding is de verantwoordelijkheid van de gemeente en/of het waterschap. In bebouwd gebied is de aansluiting van de huisaansluitingsleiding voor afvalwater op de gemeentelijke riolering verplicht. Afhankelijk van de bodemopbouw zijn er mogelijkheden om hemelwater op eigen terrein te infiltreren. De gebieden waarvoor dit geldt, worden vastgelegd in het bestemmingsplan en daarnaast in het toekomstige Omgevingsplan. In de kernen Clinge, Kapellebrug en Heikant zijn grondwaterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden aanwezig. Gezien het risico op aantasting van de grondwaterkwaliteit door afvalwater gelden hier strenge regels voor het lozen van afvalwater in de bodem of op het oppervlaktewater. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt uitgegaan van het aansluiten van de huisaansluiting op de gemeentelijke riolering. Indien het mogelijk is om met behulp van een IBA klasse 3b en situeren van het lozingspunt van de effluent buiten de grenzen van het beschermingsgebied een aansluiting te realiseren, kan dit als alternatief worden toegestaan. Als netbeheerder is de gemeente wettelijk verplicht (WIBON) om de liggingsdata van ondergrondse netten, waaronder ook riolering en huisaansluitingen, op te slaan en beschikbaar te stellen. De opslag en beschikbaarstelling verloopt via een eigen voorziening. Per 1 juli 2019 zijn netbeheerders verplicht om hun data binnen een maand na aanleg aan te leveren en te ontsluiten via het speciaal daarvoor ontwikkelde IMKL2015-formaat. Voor zover beschikbaar kunnen de gegevens van de huisaansluitleiding door de bewoners bij de gemeente worden opgevraagd. Gezien de complexiteit om alle bestaande huisaansluitingen alsnog te lokaliseren en digitaliseren kent de WIBON een overgangsrecht. Dit overgangsrecht stelt dat registratie van huisaansluitingen pas hoeft te gebeuren bij nieuwe aanleg, vervanging of renovatie. Indien gemeentelijke (hoofd)riolering op particulier terrein gelegen is of komt te liggen, wordt daartoe een zakelijk recht gevestigd. Boven deze leiding mogen geen bouwwerken worden opgericht of diep wortelende bomen worden geplant. In verband met de veranderende wetgeving door de komst van de Omgevingswet is de gemeente Hulst voornemens om in de komende planperiode een rioolaansluitverordening op te stellen. Met deze verordening kan gewaarborgd worden dat technische, praktische en juridische beleidsuitgangspunten ten aanzien van een rioolaansluiting eenduidig worden vastgelegd voor alle burgers en bedrijven binnen de gemeente Hulst. 6.2.2Meldingen en communicatie Jaarlijks komen er verschillende meldingen van burgers binnen op uiteenlopende gebieden, zoals wateroverlast, verstopping, storing van pompen, klachten over stank, kolken of problemen met een IBA. De meldingen komen centraal binnen bij het KCC, via het digitale meldsysteem MOR of via de Buiten Beter app. Binnengekomen meldingen worden, na beoordeling van de meldingen, gebruikt om werkzaamheden in te plannen. De nadruk ligt op het zo snel mogelijk oplossen van de klachten of storingen. Structurele klachten kunnen aanleiding zijn om een nader onderzoek in te stellen hoe deze klachten definitief opgelost kunnen worden. Bij alle vervangingswerkzaamheden start de gemeente een communicatieproces op. Een vertegenwoordiging van de betrokken bewoners wordt gevraagd om mee te denken in het ontwerpproces. Het doel daarvan is om de burgerbetrokkenheid bij de inrichting van de eigen omgeving te vergroten en te voorkomen dat een gemeentelijk ontwerp aan het eind van het proces veel kritiek krijgt. Ook biedt deze werkwijze mogelijkheden om klimaatadaptatie mee te nemen in het ontwerp en de bewustwording over de gevolgen van de klimaatontwikkelingen bij de bewoners te vergroten. Daarnaast worden de bewoners altijd geïnformeerd via bijvoorbeeld een brief of mail, een inloopbijeenkomst gedurende het ontwerpproces of via een informatieavond kort voor de uitvoering. 6.2.3Knelpunten Door de introductie van een nieuw beoordelingssysteem van de rioolinspectieresultaten is het in de afgelopen planperiode noodzakelijk geweest om de inspectiedata opnieuw in te lezen. Hierdoor is een deel van kwaliteitsgegevens verloren gegaan. In alle gevallen heeft de beoordeling van de kwaliteit van de riolering wel plaats gevonden en is dit vastgelegd in een uitvoeringsplan voor de komende 10 jaar. De opslag, toegankelijkheid en back-up faciliteiten van de inspectiedata en beelden vraagt om extra aandacht. Vooral de inspectiebeelden vragen veel opslagcapaciteit en snelheid op het internet. De komende planperiode zal het gegevensbeheer een belangrijk punt van aandacht zijn binnen de gemeentelijke rioleringszorg, zowel inhoudelijk als qua bemensing. De knelpunten die vanuit de uitgevoerde SWO-onderzoeken gesignaleerd zijn, zijn direct opgenomen in de uitgewerkte vervangingsplanning die in dit verbreed GRP is opgenomen (paragraaf 6.5). Urgente knelpunten die in de komende SWO-onderzoeken naar voren komen, zullen met voorrang worden opgenomen in de jaarlijkse actualisatieronde van de vervangingsplanning. Bij het uitwerken van de maatregelen, met name de maatregelen vanuit de SWO-onderzoeken, is het van belang aandacht te geven aan de aspecten oppervlakkige afvoer van overtollige neerslag en aan vergroening. Dit sluit aan bij de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland. Dit soort maatregelen vraagt interdisciplinaire samenwerking tussen de verschillende gemeentelijke afdelingen, maar biedt veel kansen om gezamenlijk op te trekken in de openbare ruimte. 6.3Klimaatadaptatie Het klimaat verandert. En hoewel dat soms ‘ver weg’ of ‘voor later’ lijkt, zijn de gevolgen nu al merkbaar. Steeds vaker zijn buien zo intensief dat het rioolstelsel de hoeveelheid regen niet aan kan, dat er water op straat blijft staan of soms zelf bij gebouwen binnen loopt. De warme zomerdagen houden langer aan of leveren nieuwe recordtemperaturen op. Allemaal uitingen van een veranderend klimaat. De effecten van deze veranderingen beïnvloeden het wonen, werken en verblijven in Nederland en in de landen om ons heen, in grote steden en in kleine dorpen. Kortom: de effecten beïnvloeden ieders directe leefomgeving. In het algemeen wordt klimaatverandering vaak gekarakteriseerd door een verhoging van de temperatuur en een toename van de hoeveelheid neerslag en de intensiteit van de neerslag. Er moet rekening worden gehouden met hevigere regenbuien, lange periodes van regenval, periodes van langdurige droogte en hitte en een stijgende zeewaterspiegel. Klimaatadaptatie is het inspelen op de gevolgen van de verwachte klimaatontwikkelingen. Klimaatadaptief handelen overstijgt maatregelen aan alleen het rioleringssysteem, het vereist dat er ook gekeken wordt naar het niveau van het toekomstbestendig inrichten van de openbare ruimte (zogenaamde bovengrondse maatregelen) en ondergrondse mogelijkheden voor het opvangen en vasthouden van water. De afwegingen rondom het treffen van dergelijke maatregelen worden in samenspraak met andere disciplines gemaakt (bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, wegen en groen) en externe organisaties zoals het waterschap en nutsbedrijven (energietransitie). Daarbij wordt zoveel mogelijk meegelift met andere reeds geplande werkzaamheden in de openbare ruimte. Zowel lokaal als regionaal wordt in 2021 een strategie vastgelegd over de manier van omgaan met klimaatveranderingen en klimaatadaptatie. Daarvoor zijn er zowel regionaal als lokaal klimaatstresstesten uitgevoerd en zijn er risicodialogen gevoerd. Nu al is duidelijk dat de zowel regionaal als lokaal ingezet wordt op de onderstaande aspecten. Infiltreren daar waar het kan (ondergrond afhankelijk) Tijdelijk vasthouden van het water in het eigen gebied Creëren van waterberging in het eigen gebied Vergroenen van het stedelijk gebied, zowel de openbare ruimte als de particuliere percelen Beperken van verhardingen, verhardingen zijn waterdoorlatend of lopen rechtstreeks af naar openbaar groen Klimaatadaptief bouwen Acceptatie van water op straat (waterhinder) De klimaatadaptatiestrategie wordt, voor zover van toepassing en met voldoende draagvlak, meegenomen bij het afwegen van maatregelen en onderzoeken. Het proces van klimaatadaptatie moet periodiek herhaald worden met een frequentie van eenmaal per zes jaar. Indien zich in een (deel)gebied nauwelijks grote wijzigingen hebben voorgedaan, kan het proces in een geminimaliseerde vorm worden uitgevoerd. Aanleiding voor aanpassingen kan een wijziging van inzichten zijn of het optreden van klachten die eerder niet bekend waren. 6.3.1Hemelwaterzorgplicht Het klimaatadaptief handelen van de gemeente is mede een invulling van de gemeentelijke hemelwaterzorgplicht die in de Waterwet is benoemd. De hemelwaterzorgplicht is in de Waterwet (artikel 3.5) vastgelegd met de onderstaande bewoordingen. 1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk. De hemelwaterzorgplicht heeft betrekking op het op een perceel verzameld hemelwater, waarvan de houder zich niet anders kan ontdoen dan door het aan de gemeente als inzamelaar over te dragen. De zorgplicht omvat in beginsel dan ook niet meer, dan het door de gemeente aanbieden van een voorziening, waarin het hemelwater geloosd kan worden. Er bestaat een beleidsmatige voorkeur voor gescheiden rioleren. Bij nieuwbouwwijken wordt deze situatie direct gerealiseerd, in bestaande situaties wordt dit nader afgewogen. Aandachtspunten in dit geval zijn het voorkomen van foutieve aansluitingen en het voorkomen van problemen met ontluchting. De perceeleigenaar draagt de eerste verantwoordelijkheid om het overtollige hemelwater te bergen op zijn eigen perceel. De gemeente heeft vervolgens een inspanningsverplichting om, als dit niet mogelijk is, het overtollige hemelwater te ontvangen en af te voeren. Daarin kent de gemeente een zekere beleidsvrijheid. Dit houdt in dat, afhankelijk van de lokale situatie, de meest doelmatige oplossing zal worden gekozen voor de inzameling en verdere verwerking van het hemelwater. Een kernwoord hierbij is de doelmatige inzameling van het hemelwater. De gemeente toetst op overtolligheid van het aangeboden hemelwater en de mate waarin het hemelwater doelmatig kan worden verwerkt alvorens wordt overgegaan tot het inzamelen van het hemelwater. Doelmatigheid uit zich hierbij onder meer in een afweging van de kosten van maatregelen, mogelijkheden om aan te haken bij andere maatregelen (bijvoorbeeld afkoppelen), de duurzaamheid van maatregelen, aspecten ten aanzien van beheer en onderhoud en uniformiteit (één gelijke maatregel voor een hele straat in plaats van diverse ad-hoc oplossingen). De hemelwaterzorgplicht houdt echter ook in, dat de gemeente verantwoordelijk is voor het bergen van hemelwater in het openbaar gebied. Dat is immers haar eigendom. Het ‘Kapelle-arrest’
(2008), waarin de rechter heeft geoordeeld dat de gemeente aansprakelijk was voor schade door hemelwater dat vanaf openbaar gebied particuliere woningen binnenliep, laat zien dat de gemeente zorgvuldig met haar verantwoordelijkheden op het gebied van regenwater dient om te gaan. De gemeente Hulst treft enkel maatregelen in de openbare ruimte. Uit doelmatigheidsoverwegingen worden afkoppelmaatregelen meegenomen in de uitvoering van een project. Het ontharden van particuliere terreinen wordt nadrukkelijk besproken worden in de ontwerpfase van een project. Het oppervlakkig afvoeren van hemelwater is afhankelijk van de mogelijkheden van een gebied. In bestaande situaties, waar geen oppervlaktewater aanwezig is of er geen ruimte of mogelijkheid is om infiltratievoorzieningen aan te leggen, zal noodzakelijkerwijs gekozen moeten worden voor ondergrondse oplossingen. Bij nieuwe ontwikkelingen zal nadrukkelijk gekeken worden naar de mogelijkheden van oppervlakkige afvoer en het niet aanleggen van een hemelwaterstelsel. 6.3.2Voorkomen van wateroverlast Om invulling te geven aan deze verantwoordelijkheid en aandacht te hebben voor het voorkomen van wateroverlast in het algemeen is de gemeente op verschillende fronten actief. Het verminderen van het risico op wateroverlast is daarbij het belangrijkste doel. Water kan soms nog op straat blijven staan (waterhinder), maar de inzet is dat water niet de woningen binnen kan lopen (wateroverlast). Waterhinder = ruime plasvorming op straat en/of tijdelijk water-op-straat geen problemen voor woningen of stremming van vitale infrastructuur. Wateroverlast = water stroomt bebouwing binnen en er is sprake van schade, vitale infrastructuur (bijvoorbeeld wegen naar kwetsbare voorzieningen) is gestremd. De gemeente Hulst legt de grens tussen wateroverlast en/of waterhinder bij het ontstaan van schade aan eigendommen en het belemmeren van de veiligheid in een gebied. Bij het ontstaan van schade is de afweging of dit een incident (overmacht) is of een structureel probleem. Omdat niet alle knelpunten en verwachte risicogebieden direct opgelost kunnen worden, wordt voorlopig uitgegaan van overmacht. Indien aanrijtijden van politie, ambulance en brandweer in het geding komen door wateroverlast in de hoofdaanrijroutes zal onderzocht worden of (tijdelijke) maatregelen het knelpunt kunnen verminderen. Bij de uitwerking en het uitvoeren van maatregelen wordt nadrukkelijk ook aandacht besteed aan de eigen verantwoordelijkheid van de bewoners en de particuliere perceeleigenaren. Daar waar water op eigen terrein geborgen kan worden en de hoeveelheid particuliere verharding beperkt blijft of verminderd wordt, neemt de kans op wateroverlast af. Over deze principes zullen bewoners zowel bij specifieke projecten als in het algemeen worden geïnformeerd en zij worden gestimuleerd om hierin hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. Daarnaast wordt bij (nieuwe) rioleringsberekeningen, maar ook bij afkoppelen, rekening gehouden met intensievere neerslagsituaties. Indien er maatregelen geformuleerd moeten worden, wordt uitgegaan van een integrale benadering. Daarbij wordt de oplossing niet alleen gezocht in ondergrondse infrastructuur, maar juist in het beschouwen van de volledige openbare ruimte. Hierbij wordt ook stil gestaan bij opties als bovengrondse afvoer en berging van overtollig hemelwater (klimaatadaptief handelen). Concreet wordt voor rioleringsberekeningen in bestaande gebieden uitgegaan van de richtlijn ‘geen water op straat’ bij neerslagsituatie bui 08 conform de Kennisbank Riolering (20 mm in één uur). Voor nieuwbouwlocaties geldt hierbij bui 09 (circa 30 mm in één uur). Ook wordt een doorkijk gemaakt met behulp van de zogenaamde klimaatbuien van de stichting Rioned (bijvoorbeeld 70 mm in één uur), waarbij onderzocht wordt wat de bovengrondse effecten zijn van extreme neerslag en de mogelijkheden rondom afvoer en berging in de openbare ruimte. Buitenom het voorkomen van materiele schade en overlast als gevolg van water op straat is het ook van belang om te voorkomen dat burgers in aanraking komen met verontreinigd (afval)water uit oogpunt van de volksgezondheid en het voorkomen van besmetting of ziekte. 6.4Onderzoek en planvorming In het kader van een goede rioleringszorg is het belangrijk om inzicht te hebben in de kwalitatieve staat en het functioneren van het rioolstelsel. Waar nodig dient daarvoor onderzoek te worden uitgevoerd en beleidsuitgangspunten te worden vastgelegd 6.4.1Inspectie Inspectie van de vrijverval riolering en van de gemalen is noodzakelijk om inzicht te hebben in welke kwalitatieve staat de voorzieningen verkeren. Dit is een belangrijk onderdeel, omdat hiermee bepaald wordt of nog voldaan wordt aan de minimaal gestelde eisen voor de betreffende voorziening. De gemeente Hulst is voornemens om in deze planperiode haar riolering te inspecteren met een frequentie van eenmaal per 15 jaar ofwel circa 15 kilometer riolering per jaar te inspecteren. Dit is gekoppeld aan de reinigingsronde. Het streven is om zoveel als mogelijk aaneengesloten gebieden (kernen of wijken in kernen als geheel) te reinigen en te inspecteren. Leidingen jonger dan 15 jaar worden nog niet geïnspecteerd. Voorts is er ruimte voor nader onderzoek als de inspectieresultaten of calamiteiten daar aanleiding toe geven. Voor de inspectiewerkzaamheden wordt vierjaarlijks een plan uitgewerkt. De inspectieresultaten worden ingelezen in het rioolbeheersysteem. Voor de interpretatie van de inspectieresultaten wordt gebruik gemaakt van de NEN-EN 13508-2, inspectie en toestandsbeoordeling van riolen. Aan de hand hiervan worden per type schade waarschuwings- en ingrijpmaatstaven opgenomen. Op basis hiervan kan worden overgegaan tot reparatie of eventueel vervanging van de riolering. De eerste analysewerkzaamheden worden uitbesteed. De definitieve beoordeling voor het bepalen van de maatregelen en planning wordt wel door de gemeente zelf uitgevoerd. Gedurende de planperiode zal overwogen worden of de resultaten van het Riobase-onderzoek van de HZ en SAZ+ (assetmanagement) geïmplementeerd kunnen worden in de besluitvorming. De hoofdgemalen en de pompinstallatie van de bergbezinkvoorzieningen worden door een externe partij tweemaal per jaar geïnspecteerd. Op basis van de inspectieresultaten wordt jaarlijks een rapportage opgesteld met een beschrijving van de staat van de gemalen en een voorstel voor reparatie of vervangingswerkzaamheden. De drukrioleringsunits worden een keer per jaar in eigen beheer geïnspecteerd. Periodiek worden alle gemalen gecontroleerd conform NEN 3140 (elektrisch). De herhalingstijd is afhankelijk van de geconstateerde toestand. De hoofdgemalen worden verder continu gemonitord op hun werking met behulp van de gemaalbeheersoftware van Aquaview++. Daarbij werkt de gemeente Hulst samen met de andere Zeeuws-Vlaamse gemeenten Terneuzen en Sluis. Om de afstemming met waterschap Scheldestromen te verbeteren, wordt de gemeentelijke software gekoppeld aan die van het waterschap (SCADA). Op termijn is een gezamenlijke aansturing van de gemalen de opzet. Daarmee kan het functioneren van zowel de riolering als de rioolwaterzuivering verbeterd worden. 6.4.2Berekeningen Het functioneren van het rioleringssysteem kan worden beoordeeld met behulp van modelberekeningen. Van alle kernen binnen de gemeente zijn rioleringsberekeningen uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn vastgelegd in basisrioleringsplannen (BRP). Het BRP geeft inzicht in het functioneren van de riolering en biedt oplossingen om dit functioneren waar nodig te verbeteren. De geformuleerde maatregelen uit het BRP zijn gericht op zowel het verminderen van de vuilemissie (indien nodig) als op het verbeteren van het hydraulisch functioneren, maar bevatten soms ook structuurverbeteringen in het rioolstelsel of aanpassingen aan rioolgemalen. Bij de maatregelen wordt bewust een doorkijk gemaakt met intensievere neerslagsituaties in het kader van de klimaatontwikkelingen. De geformuleerde maatregelen uit de vigerende BRP’s zijn, voor zover zij nog niet al zijn uitgevoerd, opgenomen in de vervangingsplanning van dit verbreed GRP. Waar mogelijk worden de maatregelen gekoppeld aan reeds geplande vervangingswerkzaamheden of aan andere projecten, zoals herstraatwerkzaamheden of reconstructies. De maatregelen worden ook afgestemd met het waterschap in het kader van de samenhang met het transportsysteem en het watersysteem. De laatste jaren is bij het uitvoeren van berekeningen een gebiedsgerichte benadering toegepast. De riolering wordt in de aanwezige vorm doorgerekend met een standaardneerslagsituatie conform de Kennisbank Riolering (bui 08, 09 en 10). Vervolgens wordt de redeneertrant ‘Toekomstbestendige waterhuishouden bebouwd gebied’ toegepast. Dit is het SWO-traject. De maatregelen die uit het onderzoek voortvloeien, worden hydraulisch en milieutechnisch gecontroleerd op effectiviteit. De definitieve maatregelen worden vervolgens in een uitvoeringsplanning opgenomen. In het hele proces wordt zowel intern als extern afstemming gezocht (dorps- en wijkraden, weg- en groenbeheer en waterschap). In de huidige vorm wordt ook droogte meegenomen in het onderzoek. Voor de toekomst wordt verwacht dat de link naar hitte ook geïntegreerd zal gaan worden. De rioleringsberekeningen binnen de SWO-onderzoeken zijn iets minder uitgebreid dan in de vigerende BRP’s. Voor de komende planperiode dienen de BRP’s geactualiseerd te worden. De BRP’s worden opgesteld per geheel zuiveringsgebied. Voor de komende planperiode maakt de gemeente ook onderscheid in de aard van de rioleringsberekeningen. Omdat vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie ook het functioneren van de bovengrond van belang is, zullen bij de SWO-onderzoeken ook gericht zogenaamde 2-D berekeningen worden uitgevoerd. Hiermee zijn de oppervlakkige effecten van de afstromende neerslag zichtbaar en daarmee de maatregelen specifieker te formuleren. Bij de berekeningen wordt, vanuit de lokale klimaatadaptatiestrategie, gerekend met de zogenaamde ‘Herwijnenbui’. Dit is een neerslagsituatie van 93 mm in een uur. Deze neerslagsituatie mag geen onoverkomelijke problemen veroorzaken voor hulpdiensten en verder moet zo veel als mogelijk voorkomen worden dat er schade ontstaat. Water op straat in woonstraten is wel acceptabel. Voor de op te stellen BRP’s wordt in eerste instantie uitgegaan van een totale 1-D berekening, waarbij desgewenst gericht 2-D berekeningen kunnen worden toegevoegd. De uitkomsten van de 2-D berekeningen kunnen worden gebruikt om de voortgang in de klimaatadaptie in beeld te brengen. 6.4.3Meten en monitoren Meten en monitoren in het rioleringssysteem is een belangrijke onderzoeksactiviteit met een hoge kenniscomponent. Door te meten wordt meer kennis verkregen over het daadwerkelijk functioneren van de riolering. Deze kennis over het functioneren van de riolering vertaalt zich op de lange termijn in kwaliteitsverbetering, beter inzicht, doelmatiger beheer, vermindering van emissies naar het oppervlaktewater en uiteindelijk ook besparingen. In de riolering zelf wordt niet gemeten. Wel wordt gebruik gemaakt van het eerder genoemde gemaalbeheersysteem in samenwerking met de gemeenten Terneuzen en Sluis. Ook worden de belangrijkste overstorten bemeten om inzicht te krijgen in de overstorthoeveelheden en/of instromend oppervlaktewater. Ook deze data wordt door middel van telemetrie verzameld. Het is van belang de meetresultaten te interpreteren en mee te nemen bij het formuleren van beheermaatregelen. Om tijdig te kunnen anticiperen op storingen en ontwikkelingen is het wenselijk niet alleen inzicht te hebben in de eigen gemeentelijke rioolgemalen, maar ook in de rioolgemalen van waterschap Scheldestromen. Vanuit de samenwerking wordt er daarom een koppeling tussen de SCADA-systemen van het waterschap en van de gemeente gemaakt. Hierdoor wordt het ook mogelijk om sturing te geven aan de toevoer naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties in de gemeente Hulst. Indien uit het onderzoek van de HZ (Riobase) naar de toepassingsmogelijkheden van assetmanagement bij kleine gemeenten naar voren komt dat er extra monitoring nodig is, zal overwogen worden om dit te implementeren. 6.5Vervangingsplanning De vervangingsplanning is een levend document dat, indien nodig, ieder jaar wordt bijgesteld aan de hand van de jaarlijkse inspectieresultaten van delen van de riolering binnen de gemeente en ontwikkelingen vanuit de ruimtelijke ordening. 6.5.1Afweging maatregelen Om te komen tot een integraal maatregelenpakket, waar rioolvervanging onderdeel van uit maakt, wordt rekening gehouden met diverse aspecten. De kwaliteit van de rioolleidingen, het functioneren van het stelsel, risico-inschatting als het riool instort en tenslotte de leeftijd van het riolering zijn factoren die benut worden om tot een maatregelkeuze te komen. Daarnaast speelt de noodzaak tot het nemen van maatregelen in het kader van klimaatadaptatie een belangrijke rol in. Samen met de HZ en de SAZ+ wordt een afwegingskader ontwikkeld hoe om te gaan met assetmanagement (Riobase) en risicogestuurd afwegingen te maken. In de planperiode zal op basis van de resultaten van dit onderzoek besloten worden op welke manier dit kan worden geïmplementeerd in de Hulster werkwijze. Aan de hand van de mogelijke rioleringsmaatregelen vindt afstemming plaats met andere werkzaamheden binnen de openbare ruimte, zowel intern als extern (onder andere nutsbedrijven). Deze (jaarlijkse) interne afstemming met andere disciplines (groen, wegen, ruimtelijke ordening) is van essentieel belang om kosten te besparen en overlast voor burgers zoveel mogelijk te voorkomen. Dat geldt ook voor de afstemming met externe partners, zoals de nutsbedrijven. Extern wordt voor de langere termijn plannen gebruik gemaakt van AZON (Afstemming Zeeuwse overheden en Nutsbedrijven). De resultaten van de afstemming leiden tot een integraal maatregelenplan voor de openbare ruimte. Tot slot wordt voor het opstellen van een integraal maatregelenplan voor de openbare ruimte uitgegaan van een wijk- of kerngerichte aanpak. Door voor grotere, maar afgebakende gebieden een integraal maatregelenplan op te stellen, ontstaat meer armslag en daarmee ruimte om potentiële kansen vanuit verschillende disciplines te verzilveren. 6.5.2Renovatie of vervanging Bij renovatie en vervanging van de riolering wordt onderscheid gemaakt in levensduur verlengende maatregelen (renovatie) of het volledig nieuw aanleggen van de voorzieningen (vervanging). Renovatie houdt in veel gevallen in dat een leiding en/of inspectieput wordt bekleed met een kunststof bekleding (zogenaamde relining) die beschadigde of lekke riolen hersteld. De keuze voor renovatie of vervanging is afhankelijk van de karakteristieken van een object en de aard van de schade, maar zeker ook van omgevingsfactoren zoals ligging van de leidingen (weg of tuin), karakter van de weg (druk of rustig), diepteligging, kwaliteit huisaansluitingen (gres) en mogelijke combinatie met andere werkzaamheden (bijvoorbeeld herinrichting of afkoppelen). Technische voorwaarden vo