Uitvoeringsbeleid evenementen Reusel-De Mierden 2024Burgemeesters en wethouders van de gemeente Reusel-De Mierden en de burgemeester van de gemeente Reusel-De Mierden, elk voor zover hun bevoegdheid strekt; Gelet op de artikelen 2:24, 2:25, 2:26 en 2:26a van de Algemene Plaatselijke Verordening Reusel-De Mierden 2024; Besluiten vast te stellen: het Uitvoeringsbeleid evenementen Reusel-De Mierden 2024 Hoofdstuk1Inleiding 1.1Inleiding Reusel-De Mierden is een dynamische gemeente met een bruisend uitgaansleven, feesten, evenementen en andere verrassende festiviteiten. Bij evenementen gaat het dan om zowel grote, middelgrote als kleine evenementen, om eenmalige en jaarlijks terugkerende evenementen of om gemeente overstijgende evenementen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld braderieën en jaarmarkten, wedstrijden en tochten, optochten, buurtfeesten, muziekfeesten en kermissen. Het is voor de leefbaarheid van de gemeente van belang de evenementen in stand te houden. Evenementen hebben een toeristische en recreatieve waarde, brengen plezier en vermaak en zorgen ook voor sociale samenhang. De sociale samenhang geldt niet alleen voor het evenement zelf, maar ook zeker voor de organisatie daarvan. Een gevarieerd aanbod aan evenementen die goed verlopen, is positief voor het recreatieve en toeristische imago van de gemeente. Evenementen kunnen echter ook risico’s met zich mee brengen. Om de risico’s vooraf in beeld te hebben, tijdens het evenement te kunnen beheersen en om de evenementen in het algemeen goed te laten verlopen is het van belang dat er gemeentelijk beleid is over hoe om te gaan met evenementen. In dit uitvoeringsbeleid evenementen staat uiteengezet hoe een procedure van een aanvraag/melding tot de evaluatie van het evenement er uit ziet, welke aspecten bij de beoordeling worden betrokken en wat partijen van elkaar mogen verwachten. 1.2Aanleiding Het Uitvoeringsbeleid evenementen Reusel-De Mierden 2021 is voor het laatst vastgesteld op 11 mei 2021. Het is noodzakelijk om het uitvoeringsbeleid actueel te houden. Door de wijzigingen die nu gedaan worden blijft het uitvoeringsbeleid actueel. 1.3Doelstelling Om te zorgen voor goed georganiseerde evenementen is er behoefte aan een eenduidig en samenhangend uitvoeringsbeleid voor evenementen. Hoofddoel van het uitvoeringsbeleid evenementen is dat burgers, ondernemers en organisaties weten welke richtlijnen en voorschriften gehanteerd worden met betrekking tot het organiseren van evenementen. Ook wordt duidelijk wat partijen, zoals organisaties, omwonenden, hulpdiensten en gemeenten, van elkaar kunnen en mogen verwachten. Dit leidt tot de volgende subdoelstellingen: De mogelijkheden en wet- en regelgeving omtrent vergunningverlening bij evenementen zijn inzichtelijk. Alle relevante procedures, voorschriften en afspraken zijn gebundeld en op elkaar afgestemd. Er wordt een heldere overleg- en adviesstructuur tussen gemeente en belanghebbenden bij evenementen tot stand gebracht en/of in stand gehouden. 1.4Wijzigingen De voornaamste wijzigingen ten opzichte van het Uitvoeringsbeleid uit 2021 zijn de volgende: Meer kleinschalige evenementen zijn onder voorwaarden vergunningsvrij geworden en de melding is verdwenen (hoofdstukken 3 en 6); De onderdelen waaruit een draaiboek moet bestaan zijn opnieuw gedefinieerd (4.1.2); De nieuwe eisen voor het Register attractietoestellen en speeltoestellen zijn opgenomen (4.1.9); De regels over minimale inzet van beveiliging zijn conform de door de politie gehanteerde norm aangepast (4.1.12); De handreiking/werkproces van SKIP (drugs) is opgenomen (4.2.3 en 7.5); Het gebruik van e-sigaretten is op dezelfde wijze verboden als het normale roken (4.2.4); Het landelijke verbod op het recreatieve gebruik van lachgas is opgenomen (4.2.5); De verplichtingen rondom evenementenzorg zijn opgenomen (4.3.2); De relatie tussen evenementen en de Omgevingswet voor wat betreft de bescherming van de natuur (stikstof) is opgenomen (4.4.2); De begintijd van evenementen is aangepast naar 08.00 uur (4.5.1); Er zijn tijden opgenomen waarbinnen opgebouwd en afgebroken mag worden (4.5.1); Het maximale geluidsniveau op de dansvloer is verlaagd naar 100 dB(A) (4.6.1 en 4.6.3); Het maximale geluidsniveau voor evenementen bij horecagelegenheden die niet op of tegen het kermisterrein aan zijn gelegen is verlaagd (4.6.1); Het verplichte gebruik van recyclebare materialen en duurzame inzameling is verwerkt (4.7.1); Evenementen voor minderjarigen waarbij met kleurenpoeders wordt gegooid worden weer toegestaan (4.8.5); De regels over het gebruik van drones zijn aangepast (4.8.6); De mogelijkheden om een evenement toegankelijker te maken zijn geherdefinieerd (4.11); De voorschriften voor carnavalsoptochten zijn aangepast (5.1.2); De voorwaarden voor gemotoriseerde evenementen zijn aangepast (5.5); De regels over wedstrijden en tochten op de weg zijn geherdefinieerd (5.7); Het aanvraagproces is verduidelijkt (hoofdstuk 6); De mogelijkheid tot het doen van een voorschouw is opgenomen (7.3.1); De gevolgen van de komst van de Omgevingswet zijn verwerkt; Wijzigingen uit wet- en regelgeving zijn overgenomen; Toetsingskaders zijn geactualiseerd en hierbij zijn bijbehorende voorschriften aangepast. 1.5Status en inwerkingtreding beleid Het uitvoeringsbeleid evenementen heeft de status van beleidsregel als bedoeld in artikel 1:3 en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Er moet volgens het beleid gehandeld worden, maar de burgemeester dan wel het college blijven bevoegd om af te wijken (artikel 4:84 Awb). Afwijken is mogelijk wanneer de gevolgen onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. Het herziene uitvoeringsbeleid treedt na bekendmaking in werking. Bekendmaking vindt plaats in het Gemeenteblad. Het vastgestelde beleid is ook digitaal te raadplegen. Zodra het beleid in werking is getreden worden alle nieuwe aanvragen en meldingen hieraan getoetst. Het Uitvoeringsbeleid evenementen Reusel-De Mierden 2021 wordt ingetrokken door de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders. Hoofdstuk2Wet en regelgeving 2.1Algemene Plaatselijke Verordening/Verordening fysieke leefomgeving 2.1.1Algemeen De basis voor een evenement is geregeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). In hoofdstuk 2, afdeling 7 zijn in de artikelen 2:24, 2:25, 2:26 en 2:26a bepalingen opgenomen voor het organiseren van evenementen. Deze artikelen uit de APV vormen de basis voor dit uitvoeringsbeleid evenementen. Naast deze artikelen zijn in de APV en de Verordening fysieke leefomgeving (VFL) nog enkele andere bepalingen opgenomen die een relatie hebben met evenementen. Het gaat dan voor wat betreft de APV bijvoorbeeld om de algemene bepalingen uit hoofdstuk 1 en de sluitingstijden van horecagelegenheden uit hoofdstuk 2, afdeling 8. En voor wat betreft de VFL om bijvoorbeeld het produceren van geluid uit hoofdstuk 3, paragraaf 3.1.3. Op grond van deze artikelen kan het zijn dat er meerdere vergunningen/ontheffingen aangevraagd moeten worden. Dit gebeurt tegelijkertijd met de aanvraag voor het evenement, met hetzelfde formulier. 2.1.2Evenement In artikel 2:24 van de APV is een begripsbepaling opgenomen over wat een evenement is. Een evenement wordt omschreven als elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak. Deze begripsbepaling bevat meerdere elementen. Om een goede beoordeling van het begrip evenement mogelijk te maken is hierop een toelichting nodig. In bijlage 1 is deze nadere toelichting opgenomen. 2.1.3Vergunning of vergunningsvrij Evenement Via een in artikel 2:25 van de APV opgenomen vrijstellingsmogelijkheid voor de burgemeester wordt er onderscheid gemaakt tussen een evenement waarvoor een vergunning nodig is en een evenement welke vergunningsvrij is. Een evenement is vergunningsvrij als het evenement op basis van de regionale behandelscan van de VRBZO valt binnen de categorie A en voldoet aan de voorwaarden voor vergunningsvrije evenementen (paragraaf 3.4.1). In hoofdstuk 3 is de classificatie van de evenementen opgenomen, dus wanneer een evenement vergunningsvrij is of wanneer een vergunning nodig is. Besloten feest Een besloten feest is een feest dat: alleen toegankelijk is voor genodigden, de kring van personen staat daarbij in een verband met elkaar dat min of meer duurzaam is en niet berust op een toevallige gemeenschappelijkheid; niet commercieel is, maar een privékarakter heeft; waarvoor niet publiekelijk kaarten worden verkocht; waarvoor niet publiekelijk reclame, in welke vorm dan ook, wordt gemaakt; en geen structureel karakter krijgt op de betreffende locatie. Een besloten feest valt niet onder de definitie van evenement en is daardoor vergunningsvrij. Wel is toestemming nodig van de eigenaar van de plaats waar het feest gehouden wordt. Voor het organiseren van besloten feesten, al dan niet in een tent, op openbaar terrein geeft de gemeente als grondeigenaar geen toestemming. Ook wordt geen toestemming verleend voor besloten feesten tijdens evenementen, dus waarbij gebruik wordt gemaakt van de evenementeninrichting. Voor het plaatsen van een tent is mogelijk een gebruiksmelding op basis van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen nodig (paragraaf 4.1.6). Voor gebouwen is mogelijk een melding op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving nodig (paragraaf 4.1.6). Wanneer niet voldaan wordt aan het geluidbeleid is om geluid te mogen produceren een ontheffing op basis van artikel 4:6 van de APV vereist. Bij het verlenen van die ontheffing worden geluidsnormen opgelegd. Horecagelegenheden Evenementen in reguliere horecagelegenheden zijn ook vergunningsvrij, mits het evenement geheel in de inrichting plaatsvindt en behoort tot de normale bedrijfsvoering. Als het evenement geheel of gedeeltelijk buiten de inrichting plaatsvindt, moet wel een vergunning worden aangevraagd. Een vechtsportgala behoort nooit tot de normale bedrijfsvoering en is daarom altijd een evenement. Evenementen in paracommerciële horecagelegenheden zijn ook vergunningsvrij, mits het evenement gericht is op de doelstelling van de beherende stichting of vereniging. Dit geldt dus niet voor feesten en partijen van persoonlijke aard (besloten feesten), want die zijn, behoudens enkele uitzonderingen genoemd in de APV, in het geheel niet toegestaan. Voor het gebruiken van gebouwen met een omgevingsvergunning of gebruiksmelding voor brandveilig gebruik is geen melding op basis van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen nodig. 2.1.4Verstoren openbare orde In artikel 2:26 van de APV is opgenomen dat het verboden is bij evenementen onnodig op te dringen, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of wanordelijkheden te veroorzaken of anderszins de orde te verstoren. In artikel 2:26a van de APV zijn mogelijkheden voor de burgemeester opgenomen om verstoren van de openbare orde bij een evenement tegen te gaan. Ook zijn in dat kader verplichtingen voor organisaties en bezoekers opgenomen. 2.2Andere wet- en regelgeving 2.2.1Landelijke wet- en regelgeving Bij een evenement kan meerdere landelijke wet- en regelgeving van toepassing zijn. Zo kan onder andere de volgende wet- en regelgeving van toepassing zijn: Alcoholwet Wegenverkeerswet Wet geluidhinder Omgevingswet met bijbehorende amvb’s (voorheen: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet natuurbescherming, Wet milieubeheer, Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en Bouwbesluit) Zondagswet Wet op de kansspelen Gemeentewet Winkeltijdenwet Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen Bovenstaande lijst is niet uitputtend bedoeld. Op grond van wet- en regelgeving kan het zijn dat er meerdere meldingen/vergunningen/ontheffingen ingediend of aangevraagd moeten worden. Handreiking Evenementenveiligheid: procesmodel evenementenveiligheid Via een landelijke handreiking wordt in een achttal processtappen geadviseerd over hoe om te gaan met evenementenveiligheid. Hierbij is een hulpmiddel ontwikkeld voor het inventariseren en analyseren van de risico’s. Deze handreiking is gebruikt bij het opstellen van dit uitvoeringsbeleid evenementen. Keuzewijzer Evenementenveiligheid Op basis van de 7 thema’s uit de Landelijke Handreiking Evenementenveiligheid helpt de Keuzewijzer Evenementenveiligheid een gemeente met het inrichten van het vergunningverleningsproces. Deze keuzewijzer is gebruikt bij het opstellen van dit uitvoeringsbeleid evenementen. 2.2.2Regionale wet- en regelgeving Regionale handreiking evenementenveiligheid Om de veiligheidsrisico’s bij met name grotere evenementen in kaart te brengen is in de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) de Regionale handreiking evenementenveiligheid opgesteld. Deze handreiking is de regionale doorvertaling van de Landelijke Handreiking Evenementenveiligheid en de Keuzewijzer Evenementenveiligheid. De handreiking is door de gemeente Reusel-De Mierden vastgesteld. Hierdoor moet vergunningverlening voor evenementen plaatsvinden volgens een behandelscan en –analyse. Bij de risicoanalyse wordt op basis van een publieksprofiel (omvang en samenstelling van het publiek), een activiteitenprofiel (activiteiten die plaatsvinden tijdens het evenement) en een ruimtelijk profiel (fysieke ruimte waarin het publiek zich beweegt en bevindt en waarbinnen de activiteiten zich afspelen, evenals de infrastructuur bij evenementen) een analyse van het evenement gemaakt. Aan de hand van deze analyse vindt onder andere een voorbespreking plaats tussen brandweer, politie, Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR), gemeente en de organisatie. Uiteindelijk worden specifieke veiligheidsvoorschriften voor het betreffende evenement voorgeschreven, zodat bezoekers kunnen genieten van een aangenaam en veilig evenement. Integraal Veiligheidsplan De Kempen Het Integraal Veiligheidsplan beschrijft de rol van de gemeente in het veiligheidsbeleid. Zo worden onder andere de doelstelling, uitgangspunten en de bestuurlijke rollen op het gebied van integrale veiligheid beschreven. Er zijn 7 onderwerpen die prioriteit hebben. Evenement gerelateerde zaken kunnen in meerdere van die prioriteiten ondergebracht worden. Het Integraal Veiligheidsplan van de Kempen sluit aan op het Regionaal Veiligheidsplan Oost-Brabant. 2.2.3Gemeentelijke wet- en regelgeving Toekomstvisie 2030 Gezamenlijk, Grenzeloos en Groen Het organiseren van evenementen op zich maakt geen onderdeel uit van de Toekomstvisie, maar evenementen dragen wel bij aan de leefbaarheid in de dorpen. Binnen de Toekomstvisie wordt veel waarde gehecht aan een grote sociale cohesie en een actief verenigingsleven. Evenementen dragen hieraan bij. Ruimtelijke ordening Het organiseren van een evenement heeft altijd een relatie met ruimtelijke ordening, en wel in het bijzonder met het omgevingsplan. In het omgevingsplan is bepaald of de grond of een pand gebruikt mag worden voor evenementen. Het omgevingsplan voorziet in de volgende evenementenlocaties: De Wilgenspot aan de Lage Mierdsedijk in Reusel; Het gildeterrein aan Broekkant 13 in Lage Mierde; Het gildeterrein en het trapveldje bij St. Cornelisstraat 41a in Hooge Mierde; Gronden met de bestemming “Sport”; Academy Bartels aan Koestraat 9-11 in Hooge Mierde, maximaal 5 per jaar; Sporthuis Reusel aan Schutsboom 1 in Reusel, maximaal 12 per jaar; Terrein met blokhut van Jong Nederland aan Hulselsedijk 32 in Reusel maximaal 12 per jaar; De dorpspleinen in de 4 kernen binnen de bestemming verkeer. Als in het omgevingsplan evenementenlocaties worden toegevoegd geldt daarvoor hetzelfde als voor bovenstaande locaties. Als een evenement niet op één van deze locaties wordt gehouden is er sprake van strijdigheid met het omgevingsplan, omdat het omgevingsplan dan niet voorziet in het houden van evenementen op de betreffende locatie. Een vergunningsvrij evenement of een aanvraag voor een evenementenvergunning worden echter niet getoetst aan het omgevingsplan. Dit omdat strijd met het omgevingsplan geen weigeringsgrond is in de zin van de APV (Voorzieningenrechter van Rechtbank 06-09-2001, ECLI:NL:RBLEE:2001:AD3917). De evenementenvergunning zal in dit geval dan toch verleend worden, maar het evenement kan geen doorgang vinden vanwege strijd met het omgevingsplan, tenzij er geen sprake is van planologische relevantie of een omgevingsvergunning wordt verleend. Om bij evenementen buiten de vastgestelde evenementenlocaties te beoordelen of sprake is van strijdigheid met het omgevingsplan, moet per evenement beoordeeld worden of sprake is van planologische relevantie. Is sprake van planologische relevantie, dan moet voor het evenement een omgevingsvergunning worden verleend voor het afwijken van het omgevingsplan. De planologische relevantie met betrekking tot het houden van terugkerende, meerdaagse evenementen wordt bepaald door de omvang, de duur en de uitstraling van het evenement. Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak geoordeeld (ABRS 13-04-2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT3708 / 200405311/1, Schuttersfeest Diepenheim, Hof van Twente en ABRS 23-05-2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW6361. Zie ook: Rechtbank Leeuwarden 27-07-2005, ECLI:NL:RBLEE:2005:AU0442, Veenhoopfestival Smallingerland). De gemeente wijst organisaties erop als een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden. Evenementen die eenmalig plaatsvinden of in elk geval niet regelmatig worden herhaald en/of evenementen met een kleinschalige omvang, korte duur en weinig uitstraling, hebben geen of slechts geringe planologische relevantie. Gedacht kan dan worden aan buurtfeesten en een garageverkoop. Deze evenementen kunnen gewoon plaatsvinden, daarvoor is geen planologische regeling (omgevingsvergunning) vereist. Voor deze evenementen is wel, als het niet vergunningsvrij is, een evenementenvergunning vereist op grond van de APV en eventuele andere toestemmingen of ontheffingen voor muziek/geluidhinder, brandveiligheid enzovoort. Als op een niet voor evenementen bestemd terrein meerdere, al dan niet jaarlijks terugkerende, verschillende evenementen per jaar worden georganiseerd kan er sprake zijn van planologische relevantie. Het omgevingsplan kan hierin voorzien, al dan niet met een omgevingsvergunning, of er kan van het omgevingsplan. Preventie- en handhavingsplan In het Preventie- en handhavingsplan is opgenomen hoe de gemeente omgaat met de 2 algemene hoofddoelstellingen daarvan en welke resultaten behaald moeten worden. De hoofddoelstellingen zijn: Afname (overmatig) alcoholgebruik en de schadelijke gevolgen van alcoholgebruik bij jongeren onder de 18 jaar. Afname dronkenschap (met name tijdens uitgaansavonden) in het publieke domein. In het Preventie- en handhavingsplan is het Alcohol- en Horecasanctieplan opgenomen. In dit sanctieplan zijn zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke middelen beschreven. Naleven van de Alcoholwet, de horeca-exploitatievergunning (artikel 2:28 APV) en het optreden bij geluidhinder, brandveiligheid, het overschrijden van sluitingstijden en het verstoren van de openbare orde worden in het stappenplan beschreven. Doel van het Alcohol- en Horecasanctieplan is enerzijds een leidraad te bieden voor functionarissen die betrokken zijn bij de handhaving van de wet- en regelgeving omtrent alcoholgebruik, evenementen en horeca. Anderzijds biedt het Alcohol- en Horecasanctieplan ook voor derdebelanghebbenden meer inzicht in het bestuurlijk- en strafrechtelijk optreden. Uitvoeringsbeleid Kwaliteit VTH Omgevingsrecht Het vastgestelde Uitvoeringsbeleid Kwaliteit Vergunningen, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht is van toepassing op evenementen. In dit beleid zijn de uitgangspunten opgenomen over kwaliteit, verantwoordelijkheden, risico’s en de organisatie. Wegsleepverordening In Reusel-De Mierden is een wegsleepverordening van toepassing. Op basis van deze verordening kunnen evenementen worden aangewezen waarop de wegsleepverordening van toepassing is. Winkeltijden Evenementen kunnen gekoppeld zijn aan winkelactiviteiten. De Verordening Winkeltijden is opgenomen in de VFL. Hierdoor is in de VFL een regeling opgenomen voor het geopend hebben van winkels op zon- en feestdagen en op werkdagen tussen 22.00 uur en 06.00 uur. Hoofdstuk3De behandelscan en classificatie van de evenementen 3.1De behandelscan In de vastgestelde Regionale handreiking evenementenveiligheid van de VRBZO is een methode opgenomen waarbij evenementen geclassificeerd kunnen worden. De classificatie vindt plaats op basis van de behandelscan. Met gebruikmaking van (te allen tijde de meest actuele versie) deze behandelscan vindt op gelijkluidende wijze informatieverstrekking plaats voor organisaties, gemeenten, hulpdiensten en meldkamer. Hiermee wordt ook het doel van de VRBZO om alle 21 gemeenten te laten komen tot één uniform beleid bevorderd. Op basis van de risico’s worden evenementen ingedeeld in de verschillende risicocategorieën. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de risico’s op het gebied van openbare orde en veiligheid, de impact op de omgeving en de eventuele gevolgen voor het verkeer. De behandelscan is gebaseerd op verschillende indicatoren die zijn gerubriceerd in de volgende drie profielen: activiteitenprofiel (bijv. popconcert, tijdstip, politieke gevoeligheid); publieksprofiel (bijv. aantal); ruimteprofiel (bijv. openbare/afgesloten ruimte, verkeersoverlast). De behandelscan wordt door de gemeente ingevuld op basis van de aanvraag en concrete plannen van de organisatie, ervaringsgegevens (van vergelijkbare evenementen) en specifieke informatie vanuit de diverse (hulp)diensten. De uitkomst van de behandelscan bepaalt onder andere welke actoren betrokken worden bij de behandeling van de aanvraag en welk adviestraject wordt doorlopen. Tijdens een vergunningprocedure van een weinig risicovol evenement kan het nodig zijn op te schalen naar een meer risicovollere categorie, als de impact groter blijkt te zijn dan aanvankelijk is ingeschat. De meeste kleinschalige evenementen vormen weinig risico, veroorzaken weinig of geen geluids- en verkeersoverlast en vereisen nagenoeg geen politie-inzet. De van nature subjectieve inschatting van risico’s kan worden geobjectiveerd door standaardaspecten na te lopen. Voor elk van de aspecten moet worden ingeschat hoe groot de kans op calamiteiten is. Belangrijke criteria hierin zijn bovengenoemde profielen. De evenementen worden gerubriceerd volgens tabellen per profiel. Het risico wordt uitgedrukt in risicopunten. Hoe hoger het aantal punten, des te groter is de inschatting dat er een risicovolle situatie kan ontstaan. De hoogte van het aantal punten is gebaseerd op praktijkervaringen in de regio. Evenementen, die niet expliciet onder één van de genoemde categorieën vallen, krijgen uiteraard ook risicopunten. Het advies van de VRBZO om in die gevallen voor de toekenning van risicopunten een vergelijking te maken met één van de wel genoemde evenementsoorten wordt overgenomen. In principe wordt de uitkomst van de behandelscan gevolgd. De risico’s van een evenement kunnen echter ook afhankelijk zijn van gebiedskenmerken. De behandelscan maakt geen verschil in gebiedskenmerken. Als de kenmerken van de locatie van het evenement daar aanleiding toe geeft kan van behandelscan worden afgeweken. Afwijken kan zowel naar een hogere risicoscore als naar een lagere risicoscore. 3.2Veiligheidsrisico’s en aanpak Met behulp van een risico-inventarisatie door het toepassen van de behandelscan kunnen de evenementen ingedeeld worden in categorie A, B of C. Evenementen met de grootste risico’s komen in categorie C terecht. Per categorie kunnen de juiste veiligheidsmaatregelen worden vastgesteld. Er zijn veel aspecten die een evenement een verhoogd risicoprofiel kunnen geven. Het kan zijn dat risico’s met een zeer grote kans en een beperkt effect of juist risico’s met een kleine kans maar een onacceptabel effect reden kunnen zijn om maatregelen te nemen. De mate van onveiligheid als gevolg van incidenten die weinig voorkomen, zoals rampen en ongevallen, kan niet bepaald worden op basis van incidenten in het verleden. Daarbij zijn deze erg onvoorspelbaar en valt dit daarom onder het geldende regionale crisisplan. Toch vergt veiligheidsbeleid dat een verantwoorde inschatting wordt gemaakt van de kans dat dergelijke incidenten zich voordoen en van de gevolgen in termen van het voorkomen van slachtoffers en schade. 3.3Indeling naar categorie evenement De gemeente Reusel-De Mierden bepaalt met behulp van de behandelscan tot welke van de categorieën A, B of C het evenement wordt gerekend. Aan deze categorieën wordt een extra categorie toegevoegd, namelijk categorie 0. Categorie 0 komt voort uit een onderverdeling binnen categorie A uit de behandelscan. Afhankelijk van de categorie worden de hulpdiensten gevraagd om nader advies en/of aanvullende voorbereidende maatregelen voor het evenement uit te werken. Categorie Omschrijving Vergunningsvrij of vergunningsplichtig Advies hulpdiensten Categorie 0 Laag risico-evenement, met beperkte impact op de omgeving en beperkte gevolgen voor het verkeer Vergunningsvrij Niet van toepassing, standaardvoorschriften van toepassing Categorie A Laag risico-evenement, met beperkte impact op de omgeving en beperkte gevolgen voor het verkeer Vergunningsplichtig Optioneel monodisciplinaire advisering*, standaard voorschriften van toepassing Categorie B Gemiddeld risico-evenement, met grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer Vergunningsplichtig Monodisciplinaire advisering*, optioneel multidisciplinaire advisering* Categorie C Hoog risico-evenement, met grote impact op de omgeving en/of (regionale) gevolgen voor het verkeer Vergunningsplichtig Multidisciplinaire advisering* *Monodisciplinair: advisering per discipline, vanuit het eigen risicobeeld. *Multidisciplinair: gecombineerde advisering vanuit meerdere disciplines samen, waarbij het risicobeeld op elkaar is afgestemd. Evenementen worden binnen de categorieën uit bovenstaande tabel geclassificeerd als: evenement met laag risico (categorie 0 en A); evenement met verhoogde aandacht (categorie B); risico-evenement (categorie C). Wanneer een vergunningsaanvraag is binnengekomen bij de gemeente, wordt op basis van de behandelscan bepaald tot welke categorie het evenement is geclassificeerd. Afhankelijk van de categorie worden de hulpverleningsdiensten al dan niet gevraagd om advies en/of om aanvullende voorbereidende maatregelen op het evenement, uit te werken. Voor de gemeente en de hulpdiensten is het van belang te weten welke risico’s bij een evenement aanwezig zijn en of het evenement dusdanig risicovol is dat bijvoorbeeld een multidisciplinaire afstemming noodzakelijk is in de vorm van een evenementenvergunning met maatwerkvoorschriften of dat volstaan kan worden met standaardvoorschriften, waarbij geen multidisciplinaire afstemming nodig is. 3.4Indeling evenementen 3.4.1Categorie 0 - evenement met laag risico Deze categorie wordt gevormd door bepaalde evenementen binnen categorie A. Categorie A-evenementen worden geclassificeerd als een laag risico evenement, omdat het zeer onwaarschijnlijk is dat het evenement leidt tot risico’s voor de openbare orde en veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. Ook is het zeer onwaarschijnlijk dat deze evenementen maatregelen of voorzieningen vergen om de dreiging hiertoe weg te nemen of om de schadelijke gevolgen te beperken. Wanneer evenementen binnen categorie A voldoen aan onderstaande voorwaarden brengen deze evenementen dusdanig weinig risico’s met zich mee, waardoor die evenementen door de burgemeester vrijgesteld worden van de vergunningplicht, zoals bedoeld in artikel 2:25 lid 3 van de APV. De burgemeester geeft vrijstelling van de vergunningsplicht voor alle soorten A-evenementen, mits: er maximaal 250 personen gelijktijdig aanwezig zijn; er bij tochten gebruik wordt gemaakt van bestaande wegen, paden en aangelegde routes, welke niet zijn gelegen in een Natura-2000 gebied of stiltegebied en er geen sprake is van een wedstrijdelement (mogelijk wel melden doortocht in verband met route); er geen doorgaande wegen en markt- en dorpspleinen worden afgesloten; er geen verkeersregelaars ingezet worden; het niet in een gebouw plaatsvindt; er geen tenten of overkappingen worden geplaatst waar 150 personen of meer gelijktijdig in of onder aanwezig zijn (tenten en overkappingen moeten voldoen aan het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen); bij het ten gehore brengen van muziek het geluidsniveau niet hoger is dan 70 dB(A) en 85 dB(C) op de gevel van omliggende woningen; bij het ten gehore brengen van muziek het geluidsniveau op een afstand van 2 meter van de geluidsboxen niet hoger is dan 88 dB(A) (op 1,5 meter meethoogte); er sprake is van een evenement tussen 08.00 uur en 0.00 uur op vrijdag en zaterdag of op andere dagen tussen 08.00 uur en 23.00 uur; er na zonsondergang en voor zonsopgang geen activiteiten in bos- en natuurgebieden plaatsvinden. Van het organiseren een evenement, welke aan deze voorwaarden voldoet, hoeft de gemeente niet in kennis gesteld te worden. Voor vergunningsvrije evenementen is geen aparte ontheffing van de Alcoholwet vereist voor het schenken van alcoholhoudende dranken. Wel moet voldaan worden aan de voorschriften die de Alcoholwet stelt. Voor het produceren van geluid is geen aparte ontheffing vereist op basis van de APV, mits aan de bovengenoemde geluidsnormen wordt voldaan. 3.4.2Categorie A - evenement met laag risico Deze evenementen zijn geclassificeerd als een laag risico evenement, omdat het (zeer) onwaarschijnlijk is dat het evenement leidt tot risico’s voor de openbare orde en veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. Ook is het onwaarschijnlijk dat deze evenementen maatregelen of voorzieningen vergen om de dreiging hiertoe weg te nemen of om de schadelijke gevolgen te beperken. Wanneer een A-evenement niet voldoet aan de voorwaarden om vergunningsvrij te kunnen zijn is een vergunning vereist. 3.4.3Categorie B - Evenement met verhoogde aandacht Deze evenementen zijn geclassificeerd als evenementen met verhoogde aandacht, omdat het evenement mogelijk leidt tot risico’s voor de openbare orde en veiligheid, de volksgezondheid of het milieu of omdat het evenement maatregelen of voorzieningen vergt om die dreiging weg te nemen of om de schadelijke gevolgen te beperken. Voor deze categorie evenementen is een vergunning vereist. 3.4.4Categorie C – Risicovol evenement Deze evenementen zijn geclassificeerd als risicovolle evenementen, omdat het (zeer) waarschijnlijk is dat het evenement leidt tot risico’s voor de openbare orde en veiligheid, de volksgezondheid of het milieu of omdat het evenement maatregelen of voorzieningen vergt om die dreiging weg te nemen of om de schadelijke gevolgen te beperken. Een full contact vechtsportevenement wordt altijd aangemerkt als een categorie C-evenement. Voor deze categorie evenementen is een vergunning vereist. Omdat de gemeente Reusel-De Mierden geen evenemententerrein beschikbaar heeft met een regionale functie wordt (zeer) terughoudend omgegaan met het toestaan van C-evenementen. Hoofdstuk4Aspecten bij evenementen De in dit hoofdstuk beschreven voorschriften worden opgenomen in de vast te stellen standaardvoorschriften. 4.1Veiligheid 4.1.1Algemeen De organisatie van een evenement is verantwoordelijk voor de veiligheid van de bezoekers van en/of deelnemers aan het evenement. Dit houdt in dat maatregelen getroffen moeten worden die de veiligheid zoveel mogelijk waarborgen. 4.1.2Draaiboek In een draaiboek worden gepaste maatregelen vermeld die de risico’s voorkomen of beperken. Een draaiboek met daarin in ieder geval een veiligheids-, zorg-, communicatie- én calamiteitenplan is verplicht bij B- en C-evenementen. Bij een vergunningsplichtig A-evenement is een draaiboek met daarin in ieder geval een veiligheids- én zorgplan verplicht. Welke andere onderdelen/plannen toegevoegd moeten worden aan het draaiboek is afhankelijk van de aard en omvang van het evenement. Het draaiboek moet onder verantwoordelijkheid van de organisatie gemaakt worden en voor externe partijen toegankelijk zijn. Vanzelfsprekend is het daarbij van belang om een eenduidige terminologie te hanteren. De inhoud van een draaiboek ziet er als volgt uit: Algemene beschrijving van het evenement met datum/data, tijden (per dag); Veiligheidsplan, aangevuld met een: communicatieplan; calamiteitenplan (bij B- en C-evenementen); ontruimingsplan (bij B- en C-evenementen); zorgplan. En indien van toepassing aangevuld met een: beveiligingsplan; verkeersplan/mobiliteitsplan. Door de gemeente worden infobladen over welke inhoud een veiligheids- en zorgplan moet bevatten beschikbaar gesteld. Voor vergunningsplichtige A-evenementen en kleine of middelgrote B-evenementen kan volstaan worden met het uitwerken van de informatie die is weergegeven op het ‘infoblad veiligheidsplan’. Voor complexe B-evenementen, in ieder geval muziekfestivals met meer dan 3.000 bezoekers en evenementen met gemotoriseerde voertuigen (wedstrijden of demonstraties), moet de organisatie een deskundige partij inschakelen voor het opstellen van een maatwerk veiligheidsplan of als de organisatie in eigen beheer een maatwerk veiligheidsplan opstelt moet deze vergezeld worden door een beoordeling van een derde deskundige. Deze derde deskundige kan zijn een belangenvereniging (bijvoorbeeld KNWU, NTFU, KNMV, KNAF, etc.), extern adviesbureau, door verzekeraar aangewezen deskundige of een andere onafhankelijk deskundig adviseur. Voor C-evenementen moet de organisatie een of meerdere deskundige partijen inschakelen voor het opstellen van een maatwerk veiligheidsplan, bijbehorende andere plannen en eventuele rapportages over deelactiviteiten op het evenemententerrein of daarmee verband houdend. De aanvrager moet daarnaast zelf een derde deskundige inschakelen voor een onafhankelijke beoordeling van de aanvraag (bijvoorbeeld een constructiebureau dat de berekeningen van de podiumbouwer controleert, de belangenvereniging die de rapportage en baan van een autosportevenement controleert). Eventuele aanvullende onderzoeken, zoals een akoestisch onderzoek, maken geen onderdeel uit van het draaiboek/veiligheidsplan. Algemene beschrijving De organisatie is in elk geval verantwoordelijk voor basisinformatie over: Gegevens organisatie en aanvrager Aard van het evenement Toegang van het evenement (betaald of gratis, toegangscontrole) Het publieksprofiel (totaal en maximaal gelijktijdig aanwezige deelnemers en bezoekers, doelgroep, etc.) De beschrijving van de locatie Het tijdstip en duur van het evenement Het programma van het evenement Aantal, type en locatie sanitaire voorzieningen Aantal en locaties van drinkwatervoorzieningen Plattegrond met daarop de inrichting van het evenemententerrein (op schaal op een kadastrale ondergrond) Namenlijst en (telefonische) bereikbaarheidsgegevens van key-partners (organisatie en externe leveranciers). Veiligheidsplan Het veiligheidsplan is het plan waarin beschreven wordt hoe de organisatie invulling geeft aan zijn taken om de veiligheid van mensen (bezoekers, medewerker, artiesten en omgeving) bij en rondom een evenement te borgen. Het beschrijft de preventieve (personele, materiële en organisatorische) maatregelen die de organisatie getroffen heeft. Waar in een veiligheidsplan in ieder geval op ingegaan moet worden, wordt omschreven in het ‘infoblad veiligheidsplan’. Het veiligheidsplan voorziet ook in de maatregelen die de organisatie neemt bij het voorkomen en afhandelen van kleine incidenten. Bij grotere incidenten, waarbij de inzet van de hulpdiensten noodzakelijk is, treden de daarvoor bestemde plannen en procedures in werking en krijgt één van de hulpdiensten de leiding over het afhandelen van het incident. In het uiterste geval kan het regionale crisisplan worden opgestart, waarbij de burgemeester het opperbevel voert. Het is belangrijk dat personeel/vrijwilligers op de hoogte zijn van de inhoud van het veiligheidsplan en eventuele bijbehorende plannen en dat ze weten wat hun rol hierin is. Communicatieplan Het communicatieplan maakt onderdeel uit van het veiligheidsplan. In het communicatieplan moet een organisatieschema worden opgenomen. Tevens moet in worden gegaan op de communicatie door de organisatie naar direct omwonenden (zoals een bewonersbrief en/of een advertentie in de krant of een wijkblad) en communicatie van de organisatie naar bezoekers/deelnemers (zoals huisregels, bewegwijzering, gebruik openbaar vervoer, parkeerfaciliteiten en preventieve boodschappen). Calamiteitenplan Het calamiteitenplan maakt onderdeel uit van het veiligheidsplan. Het calamiteitenplan is een beschrijving van de noodscenario’s. Het calamiteitenplan is gebaseerd op een risicoanalyse en geeft aan op welke wijze verschillende typen voorzienbare incidenten worden bestreden en dus welke (preventieve) maatregelen daarvoor worden genomen. Zorgplan Het zorgplan is een beschrijving van het medisch en geneeskundig plan met in ieder geval contactpersonen, coördinatie en beschikbare mensen/middelen en de wijze waarop het plan wordt uitgevoerd. Waar in een zorgplan in ieder geval op ingegaan moet worden, wordt omschreven in het ‘infoblad zorgplan’. Bij een evenement met maximaal 10 eerstehulpverleners (voorheen EHBO’ers) kan voor wat betreft het zorgplan worden volstaan met het opnemen van een paragraaf hierover in het veiligheidsplan. Voor evenementen met meer dan 10 eerstehulpverleners of waar 1 of meerdere zorgprofessionals worden ingezet moet een apart zorgplan worden opgesteld. Het mag dan geen paragraaf meer zijn in het veiligheidsplan. Beveiligingsplan Wanneer tijdens een evenement beveiliging wordt ingezet moet een beveiligingsparagraaf in het veiligheidsplan worden opgenomen. De beveiligingsparagraaf moet een inzetplan van de beveiligers bevatten. In het inzetplan moet in ieder geval zijn opgenomen in welke waar en in welke tijdsblokken hoeveel beveiligers optreden. Verkeersplan/mobiliteitsplan Het verkeers- of mobiliteitsplan wordt opgesteld door de organisatie van een evenement, eventueel in overleg met de verkeersmedewerker van de gemeente, de politie, de brandweer en indien van toepassing met provincie Noord-Brabant of Rijkswaterstaat. Bij C-evenementen is een verkeers- of mobiliteitsplan verplicht en moet de organisatie het plan op laten stellen door een verkeerskundig bureau, onder advies van de verkeersmedewerkers van de gemeente, provincie Noord-Brabant en/of Rijkswaterstaat. Het verkeers- of mobiliteitsplan is een apart plan en maakt geen onderdeel uit van het veiligheidsplan. Uitgangspunt van het plan moet zijn dat de overlast voor bewoners en bedrijven en overige verkeersgebruikers zo veel mogelijk beperkt blijft. Het verkeersplan bevat maatregelen om de verkeersveiligheid te borgen, zoals: Ingehuurde organisatie; Aantal verkeersregelaars per taak, moment en locatie; Tijden en locaties van de wegafsluitingen en omleidingen; Toegankelijkheid evenemententerrein, ook voor minder validen; Parkeerfaciliteiten, inclusief parkeren voor minder validen; Aan- en afvoer van bezoekers in relatie tot het openbaar vervoer en parkeerfaciliteiten; Doorgang openbaar vervoer in relatie tot het evenemententerrein; Af- en aanrijdroutes (artiesten, leveranciers); Calamiteitenroutes hulpdiensten; Vrijhouden van brandkranen bij parkeren van voertuigen in de buurt van het evenement; Bebordingsplan; Aantal gecertificeerde verkeersregelaars (evenementen/beroeps) Garanderen van bereikbaarheid van onder andere ziekenhuizen, huisartsen, gemeentehuis; Begaanbaar houden af- en aanrijdroutes en calamiteitenroutes. 4.1.3Integraal Operationeel Plan Ten behoeve van een multidisciplinaire behandeling van de aanvraag wordt bij C-evenementen door de gemeente een Integraal Operationeel Plan (IOP) opgesteld. In het IOP worden in ieder geval alle contactpersonen met de bijbehorende contactgegevens die zijn genoemd in het veiligheidsplan overgenomen. Ook worden alle contactgegevens van de personen/diensten met toezichtsrollen voor, tijdens en na het evenement in het IOP opgenomen, met daarbij ook wie voor welk deel van het toezicht verantwoordelijk is. Voor afspraken omtrent doelen van het toezicht, informatiemanagement, calamiteitenroutes en uitgangsstellingen, de voorbereide scenario's en multi-samenwerkingsafspraken worden verwijzingen opgenomen naar de andere opgestelde plannen. De afspraken e.d. worden niet herhaald in het IOP. De casemanager van de VRBZO kan ondersteunen bij het opstellen. Bij het opstellen van het IOP maakt de gemeente zoveel als mogelijk gebruik van de format van de VRBZO. 4.1.4Publieksmanagement en publiekscontrole Een te hoge publieksdichtheid bij een evenement brengt een verhoogde kans op incidenten met zich mee. Daarom moet er in de voorbereiding van het evenement een schatting gemaakt worden van het verwachte aantal bezoekers, aan de hand waarvan de organisator maatregelen kan treffen. Ook is het van belang een publieksprofiel te maken, om de risico’s in te schatten. Daarbij wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan het soort mensen (relschoppers, ouderen of theaterpubliek), leeftijd en percentage mannen en vrouwen. De politie heeft veel kennis en ervaring in de omgang met grote mensenmassa’s en verkeersstromen en adviseert op dit vlak daarom bij evenementen. Publieksmanagement (crowdmanagement) Publieksmanagement is de systematische planning voor en supervisie over de ordelijke verplaatsing en verzameling van personen. Hiervoor moet duidelijkheid bestaan over de toegankelijkheid van het evenement (is het afgeschermd of niet?), de mate van planning (wat is vooraf georganiseerd?), de focus (één evenement of meerdere tegelijk op verschillende locaties?), de locatie (aan de rand van de stad, bij een woonkern etc.?), de gesteldheid van het terrein (verharde of onverharde grond?) en de aard van het publieksmanagement (gaat het om management van een grote mensenmassa of het potentiële management waarbij een grote mensenmassa is betrokken?). Bij publieksmanagement wordt onder andere aandacht besteed aan onderstaande punten: Toevoer van de bezoekers: het is van belang dat de bezoekers gespreid naar het evenement komen, om te voorkomen dat er grote opstoppingen rondom het evenemententerrein ontstaan. De spreiding wordt bevorderd als er voorafgaand aan het evenement al vermaak is, bijvoorbeeld door een voorprogramma of de mogelijkheid er tevoren te kunnen eten of drinken. Wel kunnen de ‘aanvullende evenementen’ extra bezoekersstromen op gang brengen. Afvoer van de bezoekers: om opstoppingen bij de uitgang of in het (openbaar) vervoer te voorkomen, moet natuurlijk ook aandacht besteed worden aan het gespreide vertrek van de bezoekers. Dit kan men bereiken door niet ineens alle activiteiten te stoppen, maar het entertainment geleidelijk af te bouwen, bijvoorbeeld door enkele bars open te laten, en nog korte tijd muziek te spelen. Spreiding van de bezoekers over het terrein: door van tevoren een goede indeling te maken van de diverse activiteiten op het evenemententerrein (bv. spreiding podia, bars, toiletten etc.) en duidelijk aan te geven hoe de bezoekers overal kunnen komen, kunnen zich verdringende mensenmassa’s goeddeels voorkomen worden. Als er geen routeaanwijzingen zijn gegeven, zullen mensen naar de menigte toe trekken. Bij evenementen met één of enkele stages moet verplicht aandacht worden besteed aan het beperken van het aantal bezoekers rondom de stages door het ‘afdwingen’ van spreiding door vakindeling, spreiden toiletten, spreiden horeca en dergelijke. Voorkomen van overbevolking: overbevolking en daarmee het gevaar van verdrukking en vertrapping zijn gerelateerd aan de dichtheid van de menigte op een (deel van
- de)locatie. Het is daarom van belang per locatie een maximaal gewenste publieksdichtheid te benoemen. Dit percentage zal (o.m.) afhangen van het soort evenement, de grootte en de aard van de locatie (een hellend terrein moet bv. minder dichtbevolkt worden dan een vlak terrein) en van het aantal toegangswegen. Rekening moet ook worden gehouden met concentraties van de menigte op deellocaties van het terrein. Om overbevolking te voorkomen kun je maatregelen nemen om minder mensen tot het gebied toe te laten, de stromen binnen het gebied te managen, en de uitstroom te bevorderen. Vanaf elke plaats op het terrein moet het voor het publiek duidelijk zijn hoe ze het terrein kunnen verlaten. Creëren van loop- en noodroutes: de routes naar de diverse activiteiten moeten zo ingericht zijn, zodat er naast grote stromen bezoekers ook hulp- en nooddiensten langs kunnen. Het spreekt voor zich dat deze goed bewegwijzerd moeten zijn en er op de looproutes geen obstakels zoals podia of tappunten staan. Op looproutes mag de publieksdichtheid niet meer zijn dan 70%. Het werkt de-escalerend als de massa kan blijven lopen: het geeft een geruststellend idee ‘weg te kunnen’. Met videoregistratie kan de publieksdichtheid vastgesteld worden. Communicatie aan bezoekers: communicatie met de bezoekers is van essentieel belang voor het slagen van het evenement. Door de makkelijkste vervoerswijze naar het evenement, de programmering, de locaties en de makkelijkste manier deze locaties te bereiken duidelijk kenbaar te maken, voorkom je dat er grote ongecontroleerde (en onverwachte) mensenmassa’s op gang komen. Dat kan voorafgaand aan het evenement op tickets of in een folder, maar ook op het terrein zelf door spandoeken, een plattegrond van het terrein uit te delen, posters te maken, informatieborden, een informatiebalie, radio/tv of andere media, of door boodschappen te laten omroepen. Daarnaast is het raadzaam afspraken te maken tussen stagemanagers en politie over het gebruik van geluidsapparatuur van het evenement in geval van nood om het publiek toe te spreken. Publiekscontrole Publiekscontrole is het beperken van collectief gedrag met repressieve maatregelen, zoals het leiden van bezoekers met afzettingen/hekken, lik op stuk beleid (boetes op vernielingen en ander ongewenst gedrag van tevoren vaststellen en publiceren en meteen uitdelen), verbod op crowdsurfen. Bij evenementen waar een grote toeloop van het publiek te verwachten valt, bijvoorbeeld voor het podium, bij de kaartverkoop of vlak voor de opening van het evenement, bestaat kans op drang. In dat geval kan in de voorschriften worden opgenomen dat de betreffende ruimte gecompartimenteerd moet worden met behulp van dranghekken. De voorschriften hieromtrent geeft de brandweer, in samenwerking met de GHOR. Bij grote menigten is het wenselijk een toezichthouder aan te wijzen, die tijdig kan signaleren wanneer mensen in de verdrukking komen. Huisregels of publiekscontroleregels moeten zichtbaar gehandhaafd worden om te voorkomen dat mensen de regels overtreden en de veiligheid van de menigte niet meer gegarandeerd kan worden. 4.1.5Veiligheidsorganisatie Om te voorkomen dat de organisatie (of productieleider) twee-petten op heeft, gastheer/-vrouw en verantwoordelijke voor de veiligheid, moet hier in de veiligheidsorganisatie van het evenement rekening mee worden gehouden. Dit geldt zowel voor grote als kleine evenementen. Gelet hierop is het raadzaam om de rollen directeur of gastheer/-vrouw, productie-/organisatieleider en veiligheidscoördinator te verdelen over 3 personen. De productie-/organisatieleider en de veiligheidscoördinator moeten vooraf besluiten nemen over de plaatsing van objecten, het moment en de staat van het terrein bij opening en sluiting voor bezoekers en de beschikbaarheid van faciliteiten voor het veiligheidsteam. 4.1.6Brandveiligheid Algemeen In het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen zijn voorschriften opgenomen voor brandveilig gebruik van tenten en overkappingen, maar ook voor de aankleding/ versiering van een evenementenlocatie. Te alle tijden moet aan deze voorschriften worden voldaan, dus ook als een melding op basis van het besluit niet nodig is. Afhankelijk van het evenement en los van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen kunnen (maatwerk)voorschriften op het gebied van openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en bescherming van het milieu aan de evenementenvergunning worden verbonden. Hierbij kan ook gedacht worden aan voorschriften in het kader van brandveiligheid. Deze voorschriften mogen niet regelen wat het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen al regelt. Tenten, overkappingen en parasols Bij het organiseren van een feest, worden vaak tenten, overkappingen en parasols geplaatst. Ook worden bij een evenement vaak attributen, zoals tribunes, podia, stellages en lichtinstallaties, gebruikt. Langer dan 31 dagen: als tenten, overkappingen en andere attributen langer dan 31 dagen geplaatst worden, moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Bij een kortere duur is geen omgevingsvergunning vereist. Bij plaatsing op of aan de weg is op grond van artikel 2:10 van de APV wel een ontheffing op basis van dat artikel nodig. Brandveiligheidsvoorschriften: alle tenten, overkappingen en attributen, die er maximaal 3 maanden staan, moeten voldoen aan het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Deze eisen zijn altijd van toepassing, ongeacht of een gebruiksmelding op basis van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen gedaan moet worden. Een gebruiksmelding moet gedaan worden als: meer dan 10 personen een tijdelijke ruimte als nachtverblijf gebruiken; meer dan 10 kinderen jonger dan 12 jaar een tijdelijke ruimte gebruiken; meer dan 10 met een fysieke of lichamelijke beperking een tijdelijke ruimte gebruiken; een tijdelijke ruimte op het terrein aanwezig is waar meer dan 150 personen gelijktijdig in aanwezig zijn. Aan de melding brandveilig gebruik kunnen maatwerkvoorschriften worden verbonden. Een aparte gebruiksmelding is niet nodig als een evenementenvergunning wordt aangevraagd, dan worden de regels en voorschriften daarin meegenomen. Gebouwen Wordt een evenement in een gebouw gehouden dan kan voor dat gebouw een gebruiksmelding op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving nodig zijn. Het toestaan van evenementen in bedrijfshallen, schuren, sporthallen, verenigingsgebouwen en dergelijke wordt tot een minimum beperkt. Gebruik van deze gebouwen is enkel toegestaan als de VRBZO (brandweer) van oordeel is dat het pand, via het treffen van voorzieningen of organisatorische maatregelen, brandveilig te gebruiken is. De voorzieningen die getroffen moeten worden, worden in de evenementenvergunning opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan de opstelling van objecten in het pand, de aanwezigheid van blusmiddelen, de bereikbaarheid voor hulpdiensten en vluchtroutes. Natuurbrandrisico Wanneer sprake is van natuurbrandrisico fase 2 (www.natuurbrandrisico.
- nl)is het in en nabij bos- en natuurgebieden niet langer toegestaan vuur te stoken. Dit kan ook gelden voor gebruik van vuurkorven en fakkels of koken met open vuur op vaste brandstoffen, zoals hout of houtskool/briketten. 4.1.7Constructieve veiligheid Bij tenten en overkappingen, podia, stellages, lichtinstallaties en tribunes moet aandacht besteed worden aan constructieve veiligheid. Rekening moet worden gehouden met de “Richtlijn voor constructieve toetsingscriteria bij een aanvraag voor een evenementenvergunning” (COBc-richtlijn). Voldaan moet worden aan de verschillende NEN- of NPR-normen voor toeschouwersaccommodaties, tijdelijke constructies (tenten) en podiumconstructies. De organisatie is zelf verantwoordelijk voor de opbouw en de constructies van de podia en tenten. Constructieve veiligheid wordt niet van gemeentewege getoetst in het kader van de vergunningverlening. Er wordt vanuit gemeentewege ook niet gekeken of voldaan wordt aan de COBc-richtlijn. Ook voor de wagens in carnavalsoptochten ligt de verantwoordelijkheid bij de organisatie en de deelnemers. Om organisaties meer te dwingen de eigen verantwoordelijkheid te borgen moeten organisaties van grote evenementen, waar in ieder geval muziekfestivals met meer dan 3.000 bezoekers en evenementen met gemotoriseerde voertuigen (auto-, motor- of truckcross of demonstraties met dergelijke voertuigen) onder vallen, een onafhankelijke constructeur inschakelen voor de beoordeling van constructies van podia, tenten en andere objecten op/nabij het evenemententerrein. Wanneer er uitsluitend sprake is van tenten en geen andere constructies aanwezig zijn is het inschakelen van een onafhankelijke constructeur niet nodig. Wanneer een constructeur optreedt overlegt hij in dat geval voorafgaand aan de start van het evenement een schriftelijke verklaring/akkoord over de werkelijk gerealiseerde objecten. Voor muziekfestivals met tussen de 1.500 en 3.000 bezoekers, bij carnavalstenten, de kermis in Reusel of vergelijkbare evenementen kan dit vereiste ook van toepassing worden verklaard. Opbouwen en afbreken Als een terrein openbaar toegankelijk is tijdens het opbouwen en afbreken van een evenement kan dit veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Personen die over het terrein lopen zijn niet beschermd, waar de personen die de werkzaamheden uitvoeren dat wel zijn. De organisatie moet iedereen die niet bij de organisatie hoort (zichtbaar) wijzen op de gevaren en zoveel als mogelijk het terrein of de plekken waar werkzaamheden plaats vinden afschermen. 4.1.8Opstelling zitplaatsen en verdere inrichting Om een ruimte veilig in te kunnen richten moet een inrichting voldoen aan de voorschriften, zoals opgenomen in het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 4.1.9Attractie- en speeltoestellen Een attractietoestel is een toestel waarmee mensen motorisch worden voortbewogen. Een speeltoestel is een toestel waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van zwaartekracht of de fysieke kracht van een persoon. Er mogen uitsluitend attractie- en speeltoestellen worden geplaatst op een evenemententerrein welke voldoen aan de geldende wet- en regelgeving (Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen). Dit betekent onder andere dat attractietoestellen en opblaasbare speeltoestellen geregistreerd moeten zijn in het Register attractietoestellen en speeltoestellen (RAS) en dat alle soorten toestellen periodiek gekeurd moeten worden door een aangewezen keuringsinstantie en moeten beschikken over een certificaat waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de geldende normen. Op het evenemententerrein moet een gebruiksinstructie met alle relevante gegevens voor het veilig opstellen en gebruiken en het certificaat aanwezig zijn. De gemeente controleert voor vergunningverlening niet of het attractietoestel of het opblaasbare speeltoestel is opgenomen in het RAS. Het is eigen verantwoordelijkheid om alleen goedgekeurde toestellen met een RAS nummer te gebruiken op een evenemententerrein. 4.1.10Huisregels Indien sprake is van huisregels, of een huisreglement, worden deze op voor alle bezoekers zichtbare locaties opgehangen. In ieder geval worden de huisregels bij of nabij elke toegang van het evenemententerrein en bij elk tap- of schenkpunt voor alcohol kenbaar gemaakt. Huisregels kunnen ook worden opgenomen in een eventueel programmaboekje. De huisregels worden ook vooraf kenbaar gemaakt aan potentiele bezoekers, bijvoorbeeld bij de verkoop van toegangskaarten, op de website van het evenement, via sociale media of via een briefing een paar dagen voor het evenement. Huisregels kunnen bijvoorbeeld informatie bevatten over hoe de organisatie omgaat met de kaartverkoop, de toegangsleeftijd en de controle daarop, het schenken van alcoholhoudende drank, het gebruik van drugs en roken. Bij evenementen waar kaartenverkoop aan de orde is, waar alcohol wordt geschonken of waar drugsgebruik te verwachten is, is de organisatie verplicht huisregels op te stellen en deze te communiceren. Voor kaartverkoop moet de koper akkoord gaan met de huisregels voordat overgegaan kan worden tot de aankoop. In bijlage 2 zijn voorbeeld huisregels opgenomen. Er staan verplichte huisregels in voor het schenken van alcoholgebruik en te verwachten drugsgebruik, maar ook mogelijke aanvullende huisregels. 4.1.11Bejegeningsprofiel In de Lokale Driehoek kan een bejegeningsprofiel worden vastgelegd in verband met te verwachten risico’s bij een evenement (categorie C). Een bejegeningsprofiel kan er bijvoorbeeld als volgt uitzien: professioneel en eenduidig; zichtbaar en aanspreekbaar; communicatie(
- f)en dienstverlenend; kennen en gekend worden; daadkrachtig en veilig werken; samenwerkend met partners (gemeente, horeca en organisaties). Als een bejegeningsprofiel wordt vastgelegd voor een specifiek evenement geeft de politie de hiervoor nodig geachte aanwijzingen aan de organisatie, verkeersregelaars en toezichthouders en ziet er op toe, dat deze daadwerkelijk in acht worden genomen. 4.1.12Beveiliging/toezicht De organisatie is primair verantwoordelijk voor de orde en de veiligheid van de bezoekers op het evenemententerrein. De organisatie moet daarom zorgen voor voldoende toezicht. Met toezicht wordt bedoeld: het in de gaten houden van de aanwezigen en de activiteiten. Afhankelijk van de aard van het evenement kunnen vrijwilligers dit toezicht uitoefenen of moet de organisatie een professioneel beveiligingsbedrijf in huren. Algemeen uitgangspunt is de norm dat er 1 toezichthouder op 250 gelijktijdig aanwezige personen moet zijn, met een minimum van 2. Er kunnen omstandigheden zijn die een ander aantal toezichthouders rechtvaardigen. Hierbij kan bijvoorbeeld gekeken worden naar de verdeling van taken en bevoegdheden tussen organisatie, toezichthouders en betrokken hulpdiensten, het evenementenprofiel en de opzet, inrichting en kwaliteit van een ingehuurd beveiligingsbedrijf. De hier bedoelde toezichthouders moeten duidelijk herkenbaar zijn, ook als dat vrijwilligers zijn. Beveiligingstaken mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een door de Minister van Justitie en Veiligheid (via de dienst Justitiële uitvoeringsdienst toetsing, integriteit en screening (Justis)) erkend professioneel beveiligingsbedrijf, die voldoet aan de regels van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus (Wpbr). De gecertificeerde beveiligers moeten contact opnemen met de politie voor nadere afspraken over verdovende middelen. De beveiligingsmedewerkers moeten duidelijk herkenbaar zijn, middels een goedgekeurd uniform. Daarnaast moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: Er moet een duidelijke taakscheiding tussen gecertificeerde beveiligers en vrijwilligers worden gewaarborgd. Beveiligers mogen wel service gerichte taken uitvoeren, maar vrijwilligers moeten zich onthouden van werkzaamheden die vallen onder de Wpbr. Voor aanvang van het evenement instrueert de organisatie haar medewerkers en beveiliging over: de inhoud van het Veiligheidsplan; noodprocedures; alcohol schenken/verstrekken aan onder invloed verkerende bezoekers en minderjarigen. De beveiligingsorganisatie houdt een registratie van de verstrekte legitimatiebewijzen bij. Beveiligers op de evenementenlocatie moeten een legitimatiebewijs kunnen tonen. Wanneer een beveiligingsbedrijf gecertificeerd personeel inhuurt van een ander beveiligingsbedrijf moet het ingehuurde personeel kleding dragen van het inhurende bedrijf en moeten ze ook beschikken over een legitimatiebewijs van het inhurende bedrijf. 4.1.13Capaciteit mobiele telefonie Iedereen op een evenemententerrein moet in noodsituaties 112 kunnen bellen. De bereikbaarheid van 112 bij evenementen is echter niet vanzelfsprekend door de grotere vraag (piekbelasting) naar capaciteit van het mobiele netwerk. Wanneer de normale capaciteit niet voldoende is om de piekbelasting op te vangen moet de organisatie, samen met een telecomaanbieder, aanvullende maatregelen treffen om de capaciteit te verhogen. 4.2Drankverstrekking en genotsmiddelen 4.2.1Drankverstrekking Alcoholvrije dranken Alcoholvrije dranken, sappen en fris mogen overal geschonken worden. Daarvoor is geen toestemming vereist. Onder alcoholvrije dranken vallen ook dranken tot 0,5 vol%. Deze dranken mogen op basis van de Alcoholwet aan personen van alle leeftijden worden geschonken, maar het is gewenst deze niet te verstrekken aan personen jonger dan 18 jaar. Vanwege de relatie tussen het drinken van alcoholvrije en alcoholhoudende dranken en vanwege de denormalisering van alcoholgebruik is het daarom niet toegestaan alcoholvrije bieren, wijnen, cocktails en vergelijkbare dranken aan personen jonger dan 18 jaar te verstrekken. Alcoholhoudende dranken Wanneer sprake is van een evenement in een inrichting die beschikt over een alcoholvergunning mag op basis daarvan alcoholische dranken geschonken worden binnen de grenzen van de inrichting. Een terras hoort bij de inrichting. Er mag zowel sterke drank als zwak-alcoholische dranken geschonken worden. Voor evenementen buiten inrichtingen met een alcoholvergunning kan de burgemeester een ontheffing op grond van artikel 35 van de Alcoholwet verlenen. Met een ontheffing is het mogelijk om tijdens de duur van het evenement alcoholische dranken te schenken. Met een ontheffing mogen uitsluitend zwak-alcoholische dranken (dranken met 15 vol% of minder, inclusief port, sherry en vermout) worden geschonken. Voor vergunningsvrije evenementen geldt een vrijstelling van de verplichting een ontheffing aan te vragen, mits voldaan wordt aan de eisen voor alcohol schenken uit de Alcoholwet. De ontheffing kan voor een aaneengesloten periode van maximaal 12 dagen worden verleend. In de ontheffing worden 1 of meerdere personen vermeld onder wiens onmiddellijke leiding de alcoholverstrekking plaatsvindt. De vermelde persoon op de ontheffing moet minimaal 21 jaar oud zijn en mag niet van slecht levensgedrag zijn. Deze persoon moet, net als het geval is bij een inrichting met een alcoholvergunning, toezien op een goede verstrekking van alcohol, zoals het niet schenken aan jongeren onder de 18 jaar, wederverstrekking en schenken aan personen die zichtbaar onder invloed zijn van alcohol. Ook moet toegezien worden dat de leeftijdsgrens van 18 jaar aangeduid is op de plaats waar de alcohol wordt verstrekt. Als niet onomstotelijk vast is gesteld dat een persoon 18 jaar of ouder is moet de organisatie in alle gevallen vragen om een legitimatiebewijs. Voor een evenement dat hoofdzakelijk of in belangrijke mate gericht is op jongeren onder de 18 jaar, wordt geen ontheffing op grond van artikel 35 van de Alcoholwet verleend. Voor een evenement dat hoofdzakelijk of in belangrijke mate gericht is op volwassenen, wordt de volgende werkwijze gehanteerd: Als voldaan wordt aan de voorwaarden, zoals die zijn gesteld in de Alcoholwet, wordt een ontheffing op grond van artikel 35 van de Alcoholwet voor het schenken van alcohol verleend. Uitgangspunt daarbij is dat de alcoholverstrekking een primaire verantwoordelijkheid van de organisatie van een evenement is. Alcoholgebruik De organisatie moet in het aanvraagformulier aangeven welke maatregelen worden genomen ter voorkoming van alcoholgebruik door jongeren onder de 18 jaar en alcoholmisbruik of overmatig drankgebruik voor personen ouder dan 18 jaar. Hierdoor wordt de organisatie gedwongen na te denken over te nemen maatregelen. Maatregelen moeten worden afgestemd op de risico’s die samenhangen met het te verwachten publiek en het soort evenement. In de Handreiking Alcoholmaatregelen voor evenementenorganisaties staan tips voor maatregelen die organisaties kunnen nemen (bijlage 3). Voor de bezoekers van een evenement is het van belang om op de hoogte te zijn van de maatregelen die worden genomen. De organisatie moet hiervoor voorafgaand en tijdens het evenement zichtbaar en actief aandacht schenken aan verantwoord alcoholgebruik. Hiervoor kunnen verschillende communicatiemiddelen gebruikt worden, zoals social media, een website, communicatie op het evenemententerrein (bijvoorbeeld posters, schermen, informatieboekjes en signs bij de toegang en de bar) en de regels in het huisreglement. Medewerkers, zowel betaald als onbetaald, moeten over voldoende kennis beschikken om risico’s rond alcoholgebruik goed in te schatten. Dit kan door middel van diverse cursussen en trainingen waarin horecapersoneel, beveiliging en/ of vrijwilligers geschoold kunnen worden rondom het thema alcohol en jongeren, zoals de Instructie Verantwoord Alcohol Schenken of de Verklaring Sociale Hygiëne. Bij zowel een reguliere als een speciale bar (bijvoorbeeld speciale bierenbar) moeten altijd alcoholvrije alternatieven aanwezig zijn. Als voorwaarde bij een ontheffing op grond van artikel 35 van de Alcoholwet kan worden gesteld dat bij elke bar of verkooppunt van alcohol een persoon aanwezig is die specifiek toezicht houdt op verantwoorde alcohol verstrekking. Bij evenementen met een verhoogd risico op overmatig alcoholgebruik kan als voorwaarde worden opgenomen dat uitsluitend bier met een lager alcoholpercentage geschonken mag worden. Als de organisatie alleen publiek ouder dan 18 jaar toelaat, moet de organisatie ervoor zorgen dat ook alleen die doelgroep op het evenemententerrein kan komen. Alleen als dat gegarandeerd kan worden kunnen maatregelen tegen het schenken onder de 18 jaar achterwege blijven. Horecagelegenheden Het plaatsen van buitenbars/tapeilanden op terrassen bij horecagelegenheden is uitsluitend toegestaan tijdens de kermis in het betreffende kerkdorp en tijdens evenementen of incidentele festiviteiten waarvoor toestemming is verleend. 4.2.2Kunststof bekers, flessen en servies In het belang van de openbare orde en openbare veiligheid wordt het gebruik van kunststof drinkgerei en -flessen en servies in principe verplicht gesteld bij evenementen in de buitenlucht of in tenten/overkappingen. Kunststof mag worden vervangen door papieren drinkgerei en -flessen en servies. Het gebruik van glazen en flessen van glas wordt alleen toegestaan bij evenementen die uitsluitend in gebouwen plaatsvinden of bij festivals in de buitenlucht waar hoofdzakelijk speciale alcoholhoudend dranken worden verkocht en waarbij voor het glaswerk een borg of aankoopbedrag betaald moet worden (zoals speciaal bierenfestivals). Ook achter de bar mogen glazen flessen en grootverpakkingen worden gebruikt. Wanneer gebruik wordt gemaakt van kunststof moet dat voldoen aan de duurzaamheidseisen (paragraaf 4.7.1). Nabijgelegen horecabedrijven Als een evenement in de (directe) nabijheid van een horecabedrijf (natte en droge horeca) plaatsvindt, ook zonder directe relatie tussen het evenement en het horecabedrijf, kan aan het horecabedrijf de verplichting tot het gebruik van kunststof drinkgerei en -flessen en servies opgelegd worden. Dan moet het betreffende horecabedrijf ook gebruik maken van kunststof drinkgerei en -flessen en servies. Voordat de gemeente overgaat tot het stellen van deze verplichting bij een horecabedrijf wat geen relatie heeft met het evenement overlegt de gemeente met betreffend horecabedrijf over het voornemen tot het stellen van de verplichting. Als de verplichting wordt opgelegd communiceert de gemeente dit richting het horecabedrijf. Het begrip “(directe) nabijheid” wordt als volgt gedefinieerd: het horecabedrijf (al dan niet met terras) grenst direct aan de locatie waar het evenement plaatsvindt en/of is zichtbaar vanaf de locatie en heeft daardoor een uitstraling richting het evenemententerrein. Kunststof mag worden vervangen door papieren drinkgerei en -flessen en servies. Voor restaurants of andere horecabedrijven die voornamelijk gericht zijn op eten wordt de verplichting tot het gebruiken van kunststof drinkgerei en -flessen niet opgelegd, mits het gebruik van het servies en glaswerk uitsluitend inpandig en/of op het bij de inrichting horende terras plaatsvindt. 4.2.3Drugs Bij een evenement hoort geen drugsgebruik. Organisaties moeten dit uitgangspunt onderschrijven en daar ook naar handelen. Op evenementen waar te verwachten is dat (mogelijk) drugsgebruik plaats zal vinden, moet de organisatie die preventieve- en repressieve maatregelingen nemen die tot de-normalisering van drugsgebruik leiden. Met preventieve maatregelen wordt voorkomen dat er problemen ontstaan. Het gaat hierbij om zowel use reduction (maatregelen voor minder of geen gebruik) als om harm reduction (terugdringen gezondheidsschade). Repressieve maatregelen hebben tot doel om bepaald gedrag of een bepaalde groep te laten conformeren tot de gewenste norm. Om te zorgen dat gedacht wordt aan het nemen van (de juiste) maatregelen en deze ook worden uitgevoerd is regionaal het werkproces SKIPNORM vastgesteld. De gemeente conformeert zich aan dit werkproces. Ook organisaties van evenementen waar (mogelijk) drugsgebruik te verwachten is moeten zich aan deze norm conformeren. Dit betekent dat drugs terugkomt in alle fasen van vergunningverlening, van aanvraag tot en met vergunningverlening en van de voorfase tot en met de evaluatie. In het kader van het werkproces SKIPNORM worden in het aanvraagformulier vragen opgenomen over verwacht drugsgebruik en moet in het veiligheidsplan in worden gegaan op de risico’s en te nemen maatregelen. De beschreven maatregelen worden door de politie, en in sommige gevallen door het Openbaar Ministerie, getoetst. Het veiligheidsplan kan bijgesteld moeten worden op basis de beoordeling van de politie en/of Openbaar Ministerie. Tijdens een schouw en gedurende het evenement wordt gecontroleerd of aan de maatregelen die zijn beschreven wordt voldaan. Mocht de GHOR van mening zijn dat er nog aanvullende maatwerkvoorschriften nodig zijn bovenop de al te nemen maatregelen dan wordt het advies van de GHOR daarover altijd overgenomen. Maatwerkvoorschriften kunnen bijvoorbeeld gaan over een goede visitatie door gekwalificeerde beveiligers, medische hulpverlening met kennis van drugsgerelateerde problemen, duidelijke communicatie over huisregels, voorlichting over gezondheidsrisico’s voor en tijdens het evenement, het gebruik van een drugskluis en het verstrekken van gratis drinkwater. Novadic-Kentron Preventie kan de gemeente en organisaties adviseren over beleid, handhaving en preventie/repressie van drugs rondom evenementen. 4.2.4Roken In openbare gelegenheden mag binnen niet gerookt worden. Dit geldt ook voor e-sigaretten/vapes, met en zonder nicotine. Als een tent op een evenement een vergelijkbare functie heeft als een vaste horecalocatie en er een bar of keuken in de tent aanwezig is geldt ook voor de tent dat daarin niet gerookt mag worden. Dit geldt tevens voor een overkapping die aan meer dan 1 zijde dicht is. De organisatie moet actief beleid voeren om te voorkomen dat dit rookverbod geschonden wordt. Aan jongeren onder de 18 jaar mogen geen tabaksproducten of aanverwante artikelen worden verstrekt. De verkoop smaakjes voor e-sigaretten/vapes is helemaal verboden. 4.2.5Lachgas Het inademen van lachgas zorgt voor een korte sterke roes. Het effect treedt al snel op na inademing en houdt een aantal minuten aan. Inademen kan vanuit een ballon of rechtstreeks vanuit een patroon of cilinder. Lachgas als verdovend middel staat op de lijst met verboden middelen van de Opiumwet. Hierdoor is het verboden lachgas in te nemen, maar ook om het te (ver)kopen met het doel het als verdovend middel te gebruiken. Patronen of cilinders mogen voor toepassingen in de keuken van het horecagedeelte van een evenement nog wel gekocht en gebruikt worden. 4.3Gezondheid en hygiëne 4.3.1GHOR en GGD Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) en de GGD vormen samen 1 vereniging. Er zijn echter van beide onderdelen aparte regiokantoren. Beide hebben een regionaal kantoor in Brabant-Zuidoost. Het regiokantoor van de GHOR maakt onderdeel uit van de VRBZO. GHOR als adviseur De GHOR adviseert over de geneeskundige risico’s van evenementen en de benodigde maatregelen om evenementen vanuit het gezondheidsperspectief goed te laten verlopen. Mede op basis van de “Landelijke handreiking geneeskundige advisering publieksevenementen” en de Veldnorm evenementenzorg adviseert de GHOR aan gemeenten. De evenementenzorg is afhankelijk van onder andere de activiteiten die plaatsvinden, het aantal bezoekers, de aard van het publiek, de bereikbaarheid voor hulpdiensten, de plaats en het tijdstip. De GHOR brengt aan de hand van een risicoanalysemodel de risico’s in kaart, op basis waarvan zij een advies afgeeft over de in de voorschriften bij een evenementenvergunning op te nemen maatregelen. Die maatregelen hebben betrekking op de dagelijkse zorg, technisch-hygiënische aspecten en de calamiteitenbestrijding. Het advies wordt gemaakt op basis van de verwachte reguliere zorgvragen en een inschatting van de zorg gerelateerde veiligheidsaspecten, zoals die moeten zijn opgenomen in een zorgplan. Bij vergunningsplichte A-evenementen wordt in principe verwezen naar de standaardvoorschriften van de GHOR, welke worden overgenomen in de standaardvoorschriften van evenementenvergunningen, tenzij er verzwarende factoren zijn. Van een verzwarende factor is bijvoorbeeld sprake wanneer een excessief gebruik van alcohol of drugs te verwachten is. Voor B- en C-evenementen vindt maatadvisering door de GHOR plaats. GGD De GGD is verantwoordelijk voor de advisering over technische hygiënezorg in het kader van preventie van gezondheidsproblemen. De GHOR betrekt de GGD bij hun advisering over evenementen. Er komt 1 gezamenlijk advies. 4.3.2Evenementenzorg De organisatie van een evenement moet zelf de evenementenzorg regelen, dit is geen taak van de GHOR of hulpdiensten. Evenementenzorg is alle zorg die aan deelnemers, toeschouwers en medewerkers op een evenement wordt verleend. Evenementenzorg kan zowel eerste hulp als medische zorg zijn, verleend door eerstehulpverleners of zorgprofessionals, die vrijwillig of tegen betaling ingezet zijn. Een belangrijk kenmerk van evenementenzorg is dat evenementenzorgverleners in georganiseerd verband zijn ingezet, bijvoorbeeld namens een EHBO-organisatie, stichting of bedrijf. Georganiseerd verband betekent dat zorgverleners ingezet zijn met de specifieke taak om zorg te verlenen. Evenementenzorg is een aanvulling op de reguliere (eerstelijns) acute zorg, bijvoorbeeld door huisartsen(post), de regionale ambulancezorg en de spoedeisende hulp. Evenementenzorg is planbare zorg. Dit betekent dat vooraf kan worden ingeschat welke zorg nodig kan zijn. Om deze inschatting te maken kan een risicoanalyse noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld in combinatie met ervaringen van eerdere edities van een evenement. Aan de hand van de verwachte risico’s en bijbehorende zorgvragen moeten de juiste zorgniveaus worden ingezet. Is op grond van het risicoprofiel te verwachten dat bepaalde risicovolle- of voorbehouden handelingen nodig zijn, dan moeten zorgverleners worden ingezet die bevoegd en bekwaam zijn om deze handelingen uit te voeren. Uitgangspunt is dat bij de meeste evenementen de inzet van eerstehulpverleners voldoende is. Dit zijn de zorgniveaus Basis Eerste Hulp, eventueel aangevuld met Evenementen Eerste Hulp. Als er sprake is van een verhoogd risico dan kunnen aanvullend zorgprofessionals van hogere zorgniveaus worden ingezet. Evenementenzorg is ook maatwerk. Afhankelijk van het risicoprofiel en de verwachte zorgvragen kunnen zorgverleners worden ingezet die het beste in staat zijn om de zorgvragen af te handelen. Bij een evenement waarbij sportletsels worden verwacht kan dit betekenen dat er naast eerstehulpverleners een sportarts wordt ingezet. Bij een dance-event een ambulanceteam in combinatie met een arts die in staat is om stoornissen in de vitale functies te behandelen. En bijvoorbeeld op de camping van een meerdaags festival een huisarts. Inzet Afhankelijk van de aard en omvang van het evenement wordt de hoeveelheid eerstehulpverleners bepaald. Bij een evenement vanaf 1.000 gelijktijdig aanwezige bezoekers moet uit worden gegaan van de indicatie van 1 eerstehulpverlener (basis of evenementen eerste hulp) per 1.000 gelijktijdig aanwezige bezoekers. Bij een evenement tot 1.000 gelijktijdig aanwezige bezoekers moet de organisatie zelf een inschatting maken of de preventieve aanwezigheid van een eerstehulpverlener (basis of evenementen eerste hulp) gewenst is. Als bij het evenement sportieve inspanningen worden geleverd door de deelnemers is de aanwezigheid van een eerstehulpverleners (basis of evenementen eerste hulp) gewenst. Bij wandeltochten, marsen en loopwedstrijden kan als richtlijn worden uitgegaan van 2 eerstehulpverleners (basis of evenementen eerste hulp) bij zowel de start als de finish en 2 eerstehulpverleners (basis of evenementen eerste hulp) per 2,5 km parcours. De burgemeester kan als voorwaarde stellen dat gezorgd moet worden voor zorgprofessionals (basiszorg, spoedzorg, medische zorg en/of (artsen) specialistische spoedzorg). Per zorgprofessional mag er 1 eerstehulpverlener komen te vervallen. Zorgprofessionals mogen geen taak hebben bij het vervoer van zieken of gewonden. Bij de inzet van 10 of meer eerstehulpverleners of evenementen met een verhoogd risico moet een inzetcoördinator worden ingezet. De inzetcoördinator is verantwoordelijk voor de operationele aansturing tijdens het evenement. Zorgpost EHBO-ruimte Een EHBO-ruimte is een ruimte die tijdelijk gebruikt wordt voor de behandeling van zorgvragers op evenementen met een laag risico, waarbij maximaal 4 eerstehulpverleners worden ingezet. In de Veldnorm Evenementenzorg zijn eisen opgenomen waaraan een EHBO-ruimte minimaal moet voldoen. Aan deze minimale eisen moet voldaan worden. EHBO-post Een EHBO-post is een ruimte die tijdelijk ingericht wordt voor de behandeling van (kleine) letsels op het niveau van eerste hulp. In de Veldnorm Evenementenzorg zijn eisen opgenomen waaraan een EHBO-post minimaal moet voldoen. Aan deze minimale eisen moet voldaan worden. Medische post Een medische post is een ruimte die ingericht is voor opvang en behandeling van het aantal te verwachten zorgvragers. De medische post moet beschikken over materialen die interventies mogelijk maken die op grond van het risicoprofiel te verwachten zijn. In de Veldnorm Evenementenzorg zijn eisen opgenomen waaraan een medische post minimaal moet voldoen. Aan deze minimale eisen moet voldaan worden. AED Op een evenemententerrein of in de directe omgeving daarvan moet minimaal 1 functionerende Automatische Externe Defibrillator (AED) aanwezig zijn. Deze kan door de evenementenzorgorganisatie worden geleverd of is al (in de omgeving) aanwezig. Als de AED al aanwezig is moet de evenementenzorgorganisatie zich ervan vergewissen dat de AED direct toegankelijk is en naar behoren functioneert. Een AED moet binnen 5 minuten ter plaatse kunnen zijn. Bij uitzondering kan hiervan worden afgeweken, mits gemotiveerd en vastgelegd in het zorgplan. Bij een evenement, waarbij de deelnemers zich over de openbare weg verplaatsen, moeten de begeleidende zorgverleners een AED bij zich hebben. Ook moeten de zorgposten onderweg van een AED zijn voorzien. Bij evenementen met een verhoogd risico op het optreden van een circulatiestilstand, bijvoorbeeld op basis van de leeftijd van deelnemers/publiek of op basis van het type evenement (bijvoorbeeld hardloopevenementen) kan het noodzakelijk zijn meerdere AED’s verspreid over het evenemententerrein in te zetten. Afkoelingsruimte Bij bepaalde evenementen, zoals dance- en sportevenementen, is de aanwezigheid van een afkoelingsruimte noodzakelijk. Dit is een rustige koele ruimte waar personen die oververhit zijn geworden of rust nodig hebben, zittend bij kunnen komen. In deze ruimte moeten minimaal 2 begeleiders aanwezig zijn. De afkoelingsruimte is geen zorgpost, maar bevindt zich wel in de directe nabijheid van een zorgpost. Verslaglegging Op een turflijst moet minimaal het aantal zelfzorgcontacten naar soort vraag worden geregistreerd. Daarbij moet ook het tijdvak (minimaal 1 uur, maximaal 4 uur) waarin het contact heeft plaatsgevonden worden geregistreerd. Wanneer er sprake is van andere zorg dan zelfzorgcontact moet zorgcontactformulier worden ingevuld. Het zorgcontactformulier wordt meegestuurd bij de evenementenvergunning. Dit formulier moet binnen 14 dagen na afloop van het evenement door de organisatie worden toegezonden aan de GHOR. 4.3.3Voedselverstrekking De Warenwet verplicht de organisatie tot maatregelen die de kans verkleinen dat medewerkers en bezoekers ziek worden van besmet of bedorven eten en drinken. Er moet gewerkt worden volgens een goedgekeurde hygiënecode om te voldoen aan de wettelijke voorschriften van voedselveiligheid. In de hygiënecode staan eisen die worden gesteld aan de temperatuur van het voedsel, de persoonlijke hygiëne van mensen die werken met voeding en regels gericht op de schoonmaak van materialen en werkruimten. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) kan adviseren over het verstrekken van eet- en drinkwaren. Bij grote evenementen kan hierover vooroverleg plaatsvinden. Bedrijfsruimten Voor sommige eisen met betrekking tot hygiëne en inrichting wordt onderscheid gemaakt tussen mobiele en/of tijdelijke bedrijfsruimten (marktkramen, feesttenten etc.) en “vaste” bedrijfsruimten (er is sprake van een “vast” gebouw). Dit in tegenstelling tot de eisen met betrekking tot voedselveiligheid en eisen voor de temperatuur van levensmiddelen. Deze zijn voor de verschillende soorten bedrijfsruimten identiek. 4.3.4Drinkwatervoorziening Bij sommige evenementen (dance-, pop-, en sportevenementen) leveren mensen in relatief korte tijd een grote inspanning in een soms zeer prikkelende omgeving, waardoor een verhoogd gevaar voor uitputting en uitdroging ontstaat. Ook bij evenementen bij temperaturen hoger dan 25° kan dit risico zich voordoen. De organisatie van een dergelijk evenement kan dan verplicht worden gesteld te zorgen voor voldoende waterpunten waar gratis drinkwater beschikbaar is. Dit kan door tappunten te plaatsen of drinkwater in flesjes/bekers te verstrekken. Nevelinstallaties mogen hiervoor niet worden gebruikt. Een waterinstallatie moet voldoen aan de algemene NEN-voorschriften (NEN 1006) voor drinkwaterinstallaties en aan de aansluitvoorwaarden van het waterleidingbedrijf. Aandachtspunt hierbij is te zorgen dat het drinkwater uit het tappunt van drinkwaterkwaliteit is (niet te warm). 4.3.5Toiletten Op het evenemententerrein moeten voldoende toiletten aanwezig zijn. Als richtlijn wordt de volgende norm gehanteerd: één toilet per 150 gelijktijdig aanwezige bezoekers, waarbij een minimum van twee toiletten geldt; herentoiletten mogen vervangen worden door urinoirs, plaszuilen (zijnde 4 urinoirs) of plasgoten (50 cm geldt als 1 urinoir), met dien verstande dat maximaal 75% van de herentoiletten vervangen mag worden. Bij het bepalen van het benodigde aantal toiletvoorzieningen moeten rekening worden gehouden met: het verwachte aantal bezoekers en de verwachte piekdrukte (denk aan pauzes bij voorstellingen); de publiekssamenstelling (mannen/vrouwen/kinderen; urinoirs zijn minder geschikt voor kleine kinderen); het type toiletten (bijvoorbeeld dixies of toiletwagens); de gemiddelde verblijfstijd (dagevenement of meerdaags evenement); consumptiegedrag (wordt er veel gedronken?). Toiletten die aangesloten kunnen worden op bestaande voorzieningen zijn hygiënischer en hebben daarom de voorkeur. Toiletten moeten beschikken over goede verlichting, ventilatie openingen, toiletpapier en sanitair containers. Bij de toiletten moet een wastafel met stromend water, een zeepdispenser en een manier om handen te drogen aanwezig zijn. Bij of nabij de toiletruimte is een afvalbak aanwezig. De toiletten moeten minimaal twee keer per dag en zo nodig vaker gereinigd worden. 4.3.6Kleedruimte en douches Voor sportevenementen gelden richtlijnen voor (tijdelijke) kleedruimtes en douches. Uitgegaan moet worden van 1 m² verkleedruimte per persoon. Per 10 m² (10 verkleedplaatsen die tegelijkertijd worden gebruikt) moet een douche beschikbaar zijn. De ruimtes moeten minimaal twee keer per dag en zo nodig vaker gereinigd worden. 4.3.7Relaxruimte Bij bepaalde evenementen, zoals dans- en popevenementen, wordt de aanwezigheid van een “Relax”-ruimte door Novadic-Kentron geadviseerd. Een “Relax”- ruimte is een rustige koele ruimte waar personen die onwel zijn geworden bij kunnen komen en eventueel behandeld kunnen worden. De “Relax”- ruimte is meestal naast de EHBO-post gelegen. Als een dergelijk ruimte wordt ingericht moet aandacht worden besteed aan de omvang, temperatuur, geluids-, en lichtniveau. 4.3.8Weersomstandigheden Als tijdens het evenement sprake is van “extreme” weersomstandigheden kan extra aandacht voor gezondheid en hygiëne nodig zijn. Tijdens een hittegolf zal het bijvoorbeeld lastiger zijn om eet- en drinkwaren op de juiste temperatuur te houden. Bij extreme kou kunnen waterleidingen bevriezen en bestaat de kans op onderkoeling voor bezoekers. De organisatie moet het weerbeeld monitoren en registreren in de week voorafgaand aan het evenement tot de dag van het evenement en tijdens het evenement elk uur. Dit kan via de website van het KNMI (www.knmi.nl). Op www.noodweercentrale.nl wordt inzicht gegeven in weerextremen per postcodegebied. Het KNMI geeft weersverwachtingen af. Bij weersverwachtingen moet als volgt worden gehandeld door de organisatie: code groen: de organisatie hoeft geen specifieke maatregelen te nemen; code geel: de organisatie moet alert zijn op de weersverwachtingen; code oranje: de organisatie moet risico’s en schade aan de ondergrond beperken door niet slechts alert te zijn op de weersverwachtingen, maar ook al preventieve maatregelen te nemen die passen bij de voorspelde weerssituatie. Gezorgd moet worden voor bij de voorspelde weerssituatie passende noodvoorzieningen. Aandacht moet worden besteed aan mogelijke uitvallocaties als de verwachtingen naar code rood gaan of hoe en wanneer in dat geval afgelasting van het evenement plaats gaat vinden. code rood: alle activiteiten moeten aangepast worden aan de voorspelde weersituatie. In principe betekent dit dat het evenement (deels) moet worden afgelast of dat moet worden uitgeweken naar een locatie die bestand is tegen de voorspelde weerssituatie. De organisatie is in principe zelf verantwoordelijk voor beslissingen over te nemen maatregelen of het al dan niet afgelasten van een evenement. Ter ondersteuning van de keuze kan contact op worden genomen met de calamiteitenlijn van de VRBZO of de meldkamer (geen spoed). De burgemeester kan ook ingrijpen door het opleggen van maatregelen of het evenement afgelasten, als dat in het kader van de openbare en veiligheid noodzakelijk wordt geacht. De handelswijze hoe en wanneer de burgemeester ingrijpt is opgenomen in paragraaf 7.2.6. Voor maatregelen die een organisatie kan nemen tijdens warme, extreem warme of koude weersomstandigheden zijn binnen de VRBZO factsheets ontwikkeld. Deze factsheets kan de organisatie betrekken bij het maken van keuzes over welke maatregelen worden genomen. De organisatie moet de communicatie naar de bezoekers toe afstemmen op de weersomstandigheden (bijvoorbeeld een “kledingadvies”). De nadruk in de communicatie ligt wel op de eigen verantwoordelijkheid van de bezoekers. De organisatie moet ook uitwijkalternatieven vanwege weersomstandigheden opnemen in het draaiboek voor het evenement. Dit is in ieder geval van toepassing op klasse C-evenementen. Bij klasse B-evenementen kan dit van toepassing zijn, als de uitkomst van de risicoanalyse op de vergunning dit vergt. In het calamiteitenplan moeten voor de codes oranje en rood een aantal scenario’s worden opgenomen met betrekking tot extreme weersomstandigheden. Voor verdere uitleg over dit onderwerp, zie paragraaf 4.1.2 onder calamiteitenplan en paragraaf 7.2. 4.3.9Besmettelijke ziekte De organisatie stelt de GGD altijd op de hoogte als er tijdens of door het evenement een ongewoon aantal bezoekers of medewerkers is met acute maag- en darmaandoeningen, geelzucht, huidaandoeningen of andere ernstige aandoeningen van vermoedelijk infectieuze aard. De GGD bepaalt in dat geval samen met de organisatie welke maatregelen genomen moeten worden. 4.3.10Legionella Ter voorkoming van legionellabesmetting moeten bij evenementen waar risicovolle waterinstallaties worden gebruikt preventieve maatregelen worden uitgevoerd. Risicovolle waterinstallaties zijn: tijdelijke (drink)waterinstallaties met vernevelende tappunten of apparatuur; fonteinen, spray park-installaties en vergelijkbare watersproeiers in of onder een (deels) overdekte of overkapte omgeving; mobiele of tijdelijke whirlpools of andere vernevelende baden op een locatie waar normaal geen (semi)openbare baden aanwezig zijn; mistsystemen; mobiele koelers; mobiele of tijdelijke natte koeltorens die niet van een inrichting zijn. In “Hygiënerichtlijn voor Evenementen” van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) staat hoe en welke maatregelen genomen kunnen worden. Vanwege gevaar voor legionellabesmetting is het ongewenst om bezoekers af te koelen door water te vernevelen. Wordt dit toch gedaan, dan moet rekening worden gehouden met het volgende: Neem vooraf contact op met de GGD om de legionellapreventie te bespreken. In geval van een sportief evenement, win advies in bij de betreffende sportbond. Voor sommige sporten heeft vernevelen een negatief effect. Zorg er voor dat bezoekers die niet door de verneveling willen lopen een andere route kunnen volgen. 4.3.11Pandemie In geval van een pandemie kunnen evenementen geheel verboden worden. Dit kan een gedeeltelijk verbod zijn op bepaalde soort evenementen, maar ook een compleet verbod op het organiseren van evenementen in welke vorm dan ook. Ook is het dan mogelijk om extra (maatwerk) voorschriften in de vergunning op te nemen. Ook kan in de vergunning een evenement worden toegestaan onder de voorwaarden dat ten tijde van het feitelijk plaatsvinden van het evenement er andere voorschriften kunnen gelden dan opgenomen in de vergunning of dat het evenement dan alsnog afgelast kan worden. 4.3.12 Specifieke hygiënevoorschriften Voor specifieke activiteiten op een evenement, zoals een schuimparty, het verrichten van seksuele of erotische handelingen en tatoeëren en piercen, kunnen aanvullende hygiënevoorschriften van toepassing zijn. De GHOR adviseert hierover. 4.4Openbaar gebied en verkeer en vervoer 4.4.1Locatie Geschiktheid De locaties waar evenementen plaatsvinden moeten met zorg gekozen en gebruikt worden. De geschiktheid van een locatie hangt nauw samen met de aard, omvang en het karakter van het evenement en de aanwezigheid van omwonenden. Dit betekent dat een verzoek om op een bepaalde (bestaande of nieuwe) locatie een evenement te mogen organiseren op zijn geschiktheid moet worden beoordeeld. Beoordeling vindt plaats op volgende uitgangspunten: Er is sprake van een spreiding van evenementen over diverse locaties. Dit om een te grote belasting van een bepaalde straat of wijk te voorkomen. Bij regelmatig gebruik van een locatie voor een evenement kan een maximum worden gesteld aan het aantal evenementen op die locatie. Als een locatie wordt gebruikt voor een luidruchtig (muziek)evenement mag in de week voor en na dit evenement geen soortgelijk evenement plaatsvinden op die locatie. Aan het gebruik van gemeentelijke terreinen kunnen voorwaarden worden verbonden ter bescherming van de dagelijkse functies van deze terreinen en in het belang van de openbare orde en veiligheid. De locatie is (infrastructureel) goed bereikbaar en indien vereist zijn er voldoende parkeerplekken beschikbaar. Er zijn nutsvoorzieningen aanwezig op of nabij de evenementenlocatie. Kleinschalige buurt of straatgebonden evenementen kunnen op vele locaties worden gehouden, omdat daarbij doorgaans geen bijzondere voorzieningen nodig zijn en ze zelden leiden tot overlast. Er wordt geen maximum gesteld aan het aantal kleinschalige buurt- of straatgebonden evenementen. Wijkoverstijgende evenementen of evenementen op kernniveau worden bij voorkeur gehouden op (meer) centraal gelegen locaties, zoals de evenemententerreinen en de markt- en dorpspleinen. Er wordt geen maximum gesteld aan het aantal wijkoverstijgende evenementen of evenementen op kernniveau. Markt/dorpspleinen Diverse evenementen vinden plaats op de markt- en dorpspleinen in de kernen. Vanwege de weekmarkt is het marktplein in Reusel op vrijdag tot 20.00 uur, behoudens nationale feestdagen, in principe niet beschikbaar voor het houden van evenementen of het treffen van voorbereidingen daarvoor. Voor de plaatselijke kermis wordt een uitzondering gemaakt op deze regel, de weekmarkt wordt dan verplaatst. Toestemming De organisatie van het evenement moet altijd toestemming hebben van de eigenaar van het pand of de grond waar het evenement gehouden wordt. Als het evenement op gemeente-eigendom wordt georganiseerd is de evenementenvergunning tevens de toestemming voor het gebruiken van de grond. Aan het in gebruik mogen nemen van gemeente-eigendommen kunnen voorwaarden worden verbonden of kosten worden doorberekend. Op openbaar gebied geeft de gemeente geen toestemming voor besloten feesten (geen evenement). 4.4.2Bos-, natuur- en watergebieden Er zijn evenementen die (eventueel gemeentegrensoverschrijdend) in bos- en natuurgebieden plaatsvinden. Hieraan kunnen gevolgen verbonden zijn, zoals verstoring van de flora en fauna en de rust, vernieling van de houtopstanden en het natuurgebied. Natuurwetgeving is hierbij leidend. De organisatie moet te allen tijde zorgvuldig handelen, dat wil zeggen dat er geen “wezenlijke invloed” uit mag gaan op beschermde soorten en schade aan soorten voorkomen moet worden. Zorgvuldig handelen gaat verder dan de algemeen geldende zorgplicht, wat betekent dat actief moet worden opgetreden om schade aan soorten te voorkomen. Ook de gevolgen voor de integrale veiligheid van deelnemers en publiek in bos- en natuurgebieden kunnen verstrekkend zijn. Bij dit laatste speelt vooral het onbereikbaar zijn van de evenementen voor de gealarmeerde hulpdiensten, zoals politie, brandweer en ambulance. Zandwegen zijn soms slecht begaanbaar/berijdbaar voor de voertuigen van de hulpdiensten. Ook speelt extreme droogte (code rood) in verband met brandveiligheid een rol bij evenementen in bos- en natuurgebieden. Bij de beoordeling van het evenement moet hier dan ook rekening mee worden gehouden. Aan bomen mogen geen borden, richtingspijlen, afzetlinten e.d. worden gespijkerd of op een andere manier duurzaam worden verbonden. Voorschriften Algemene voorschriften Bij evenementen in bos- en natuurgebieden worden geen aanvullende voorschriften gesteld op het gebied van bescherming van natuur als: bij het evenement enkel sprake is van wandelen of fietsen; geen gemotoriseerde voertuigen worden gebruikt bij het evenement zelf, tijdens de voorbereiding of de afbouw; geen sprake is van gemotoriseerde recreatieluchtvaart (ultra light, incl. drones); geen activiteiten plaatsvinden tussen zonsondergang en zonsopgang; geen sprake is van versterkt geluid (inclusief het gebruik van een megafoon); men niet van de gebaande bospaden en -dreven afwijkt; geen gebruik worden gemaakt van dieren, zoals honden en/of paarden; geen sprake is van varen op of zwemmen in oppervlaktewateren in de bos-, natuur- en watergebieden; geen gebruik wordt gemaakt van oppervlaktewateren en oevers; de onderhoudsstaat van de bospaden ongewijzigd blijft; geen afval of andere sporen van het evenement achter blijft/blijven; aanwijzingen, markeringen, afzettingen, hindernissen en dergelijke maximaal 24 uur voor aanvang van het evenement worden aangebracht en dezelfde dag worden verwijderd; geen sprake is van open vuur, zoals fakkels, kampvuren of vergelijkbare vuurbronnen; geen sprake is van overnachten in gebieden waar de bestemming bos en/of natuur van toepassing is; geen sprake is van lasergamen, paintballen, bushcraft en vergelijkbare activiteiten; geen sprake is van het afsteken van vuurwerk of andere knallende activiteiten (bijvoorbeeld carbid schieten). Noch door consumenten, noch door professionals, noch tijdens de jaarwisseling; geen sprake is van roken in de bos-, natuur- en watergebieden; de veiligheid van andere recreanten niet in het geding komt; men zich houdt aan de geldende openstellingsregels. Aanvullende voorschriften Van bovengenoemde algemene voorschriften kan worden afgeweken. Ter bescherming van de natuur worden bij het afwijken van de algemene voorschriften onderstaande uitgangspunten gehanteerd. Wanneer niet voldaan kan worden aan deze uitgangspunten is een ontheffing op basis van de Omgevingswet vereist. Bij evenementen waar gebruik gemaakt wordt van gemotoriseerde voertuigen: mogen gemotoriseerde voertuigen enkel gebruikt worden ter ondersteuning van het evenement, bijvoorbeeld voor consumpties, het klaarzetten van elementen of het uitzetten van routes; moet vooraf worden aangegeven om hoeveel voertuigen het gaat en wanneer zij in het gebied aanwezig zijn; mogen geen afsluitingen worden gepasseerd zonder dat hiervoor vooraf toestemming is gegeven en – eventueel – een sleutel is verstrekt; mag niet worden gereden met gemotoriseerde voertuigen buiten de (zand)wegen. Bij evenementen die plaatsvinden tussen zonsondergang en zonsopgang: mag dit evenement alleen plaatsvinden in de hiervoor aangewezen gebieden binnen de aangegeven perioden; mag geen sprake zijn van versterkt geluid en versterkt licht en mogen geen immobiele lichtbronnen bij het evenement worden gebruikt. De geluidssterkte mag niet hoger zijn dan 60 dB(A) en de lichtsterkte mag niet meer dan 1.000 Lumen bedragen; mogen geen bospaden worden geblokkeerd. Bij evenementen waarbij van de gebaande bospaden wordt afgeweken: mag dit alleen op de hiervoor aangewezen locaties, binnen de aangegeven perioden. Bij evenementen waarbij gebruik gemaakt wordt van dieren, zoals paarden of honden: mag geen sprake zijn van slipjacht, drijfjacht of andere vormen van jacht waar paarden en/of honden bij zijn betrokken; zijn onaangelijnde honden niet toegestaan. Stiltegebieden In de gemeente liggen 2 door Provincie Noord-Brabant aangewezen stiltegebieden, namelijk stiltegebied De Utrecht en stiltegebied Mispeleindsche en Neterselsche heide. Stiltegebied De Utrecht ligt aan de noordwestzijde van de gemeente, nabij onder andere het recreatieterrein van De Spartelvijver en camping ‘t Zwartven in Hooge Mierde en Vakantiepark De Brabantse Kempen in Lage Mierde. Stiltegebied Mispeleindsche en Neterselsche heide ligt aan de noord/noordoostzijde van de gemeente, rondom De Flaes en Het Goor. In een stiltegebied mag op een rustige manier gerecreëerd worden, zoals wandelen en fietsen. Het gebruik van radio’s, sirenes, modelvliegtuigen, vuurwerk, omroepinstallaties, muziekinstrumenten en andere lawaaimakende apparaten is niet toegestaan. Auto’s, motoren en (brom)fietsen mogen alleen op de openbare weg rijden, dus niet ‘off the road’. Bij Provincie Noord-Brabant kan een tijdelijke ontheffing worden aangevraagd voor het maken van lawaai in een stiltegebied. Deze ontheffing is uitsluitend nodig voor het maken van lawaai in een stiltegebied, niet voor het maken van lawaai buiten de grens van een stiltegebied. Van half maart tot en met half juli mag boven het stiltegebied niet worden gevlogen met gemotoriseerde recreatieluchtvaartuigen om verstoring tegen te gaan van met name broedende typische vogelsoorten. Provincie Noord-Brabant verleent geen ontheffingen voor het stijgen of landen met een luchtvaartuig in het stiltegebied. Natura 2000-gebieden In onder andere de gemeenten Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden is het Natura 2000-gebied Kempenland-West gelegen. De beschermde soorten en habitatten in dit gebied zijn gevoelig voor verstoring door mechanische effecten, trilling en licht, optische verstoring en verontreiniging. Evenementen die deze verstoring of verontreiniging veroorzaken mogen daarom niet plaatsvinden in een Natura 2000-gebied. Van half maart tot en met half juli mag boven het Natura 2000-gebied niet worden gevlogen met gemotoriseerde recreatieluchtvaartuigen om verstoring tegen te gaan van met name broedende typische vogelsoorten. Provincie Noord-Brabant verleent geen ontheffingen voor het stijgen of landen met een luchtvaartuig in het Natura 2000-gebied. Natuurbescherming Op Natura 2000-gebieden is geen enkele toename van stikstofdepositie toegestaan. Activiteiten die negatieve stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden hebben zijn daarom niet mogelijk. Dit geldt ook voor evenementen. Om toch een evenement te kunnen houden wat stikstofeffecten heeft op een Natura-2000 gebied is een vergunning nodig van provincie Noord-Brabant. Een organisatie is zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de Omgevingswet en het al dan niet indienen van een aanvraag bij de provincie. 4.4.3Natuurijs en vissen Natuurijs Het betreden van natuurijs is op voor eigen rekening en op eigen risico. De gemeente doet geen uitspraken over de betrouwbaarheid van het natuurijs. Visevenementen De leden met een VISpas, Kleine VISpas en JeugdVISpas mogen in de hiervoor aangewezen wateren vissen zonder daarvoor expliciete toestemming van de rechthebbende op het viswater te moeten hebben. Specifieke visevenementen moeten per geval door de gemeente beoordeeld worden. Voor meer informatie wordt doorverwezen naar www.sportvisserijnederland.nl. 4.4.4Bereikbaarheid hulpdiensten In verband met de bereikbaarheid van hulpdiensten stelt de gemeente eisen aan het evenemententerrein. De gemeente stelt in ieder geval de volgende eisen aan een evenemententerrein: De locatie moet bereikt kunnen worden via een route met een minimale breedte van 3,5 meter en een vrije hoogte van 4,20 meter. De hulpdiensten moeten te allen tijde vrije doorgang hebben. De bluswatervoorzieningen moeten vrijgehouden worden en voor onmiddellijk gebruik bereikbaar zijn voor de brandweer (minimaal een straal van 100 centimeter, gemeten vanuit de brandkraan). Toegangen of uitgangen van naastgelegen gebouwen mogen niet worden versperd of belemmerd. Een tijdelijk bouwwerk moet op minimaal 5 meter afstand van opslag en gebouwen worden geplaatst en minimaal 3,5 meter van erfafscheidingen. Bij wegafsluitingen op de aanrijroute van hulpdiensten met hekken moeten personen beschikbaar zijn bij de afsluiting om hulpdiensten doorgang te kunnen bieden. Daarnaast kan het zo zijn dat de VRBZO eist dat er rijplaten worden neergelegd als het terrein in slechte staat verkeert. Naast deze eisen kan de VRBZO aanvullende eisen stellen over wegafsluitingen en calamiteitenroutes. 4.4.5Nooduitgangen en vluchtwegen Bij de inrichting van het evenemententerrein moet de organisatie zorgen dat het publiek ingeval van een incident het terrein (
- zo)snel en veilig (mogelijk) kan verlaten. Daarom moeten er voldoende en duidelijk gemarkeerde nooduitgangen en vluchtwegen zijn, die vooraf zijn besproken met de vergunningverlener. De aanwezige medewerkers moeten bovendien goede instructies krijgen over de vluchtroutes. De VRBZO adviseert waar nodig over de nooduitgangen en vluchtwegen. Nooduitgangen en vluchtwegen voldoen aan de eisen uit het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 4.4.6Vervoer algemeen Het vervoer voor en vooral na evenementen moet goed geregeld zijn, zowel in aard als in omvang. Aan het einde kunnen gemakkelijk incidenten ontstaan, vooral op evenementen met een verhoogde risicoverwachting voor alcohol- en drugsgebruik. Mensen zijn moe, niet meer nuchter en een klein ongemak kan dan snel aanleiding zijn voor escalatie. Bezoekers moeten snel bij hun voertuig kunnen komen en het terrein kunnen verlaten. Daarom moeten organisaties van grote evenementen goed naar onderstaande zaken kijken en worden, indien nodig, hier met hen nog aanvullende afspraken over gemaakt: de bereikbaarheid, beschikbaarheid van openbaar vervoer en zo nodig aanvullend vervoer, zoals pendeldiensten naar aparte parkeerterreinen; goede bewegwijzering en logistiek op en rond parkeerplaatsen en de opstappunten voor openbaar vervoer; eventueel wegleiden van publiek na het evenement, zodat niet doorgedronken wordt in de horeca; toezicht op hoe mensen achter het stuur gaan zitten, gericht op het voorkomen van rijden onder invloed; informatie voor en tijdens het evenement over vervoersmogelijkheden, veilig verkeer en rijden onder invloed (ook in het kader van de Brabantse campagne “nul verkeersdoden”); het al dan niet inzetten van verkeersregelaars. De organisatie moet stimuleren om de fiets te gebruiken als vervoermiddel naar het evenement toe. 4.4.7Parkeergelegenheid Parkeerdruk en parkeeroverlast behoren tot de meest voorkomende klachten van bewoners. De mate waarin de overlast wordt ervaren verschilt per wijk, buurt of zelfs per straat. De hinder is van grote invloed op de leefbaarheid in de buurt en leidt regelmatig tot gespannen verhoudingen tussen buurtbewoners. Het uitgangspunt bij evenementen is dat evenementen bij voorkeur gehouden moeten worden op plaatsen waar in ruime mate parkeervoorzieningen zijn of kunnen worden gecreëerd. Met parkeermogelijkheden, voor zowel auto’s als (brom)fietsen, moet bij de organisatie van het evenement rekening gehouden worden. Om deze reden moeten op de situatietekening behorende bij het aanvraagformulier voor het organiseren van een evenement de parkeervoorzieningen (ruimte per parkeerplaats bij voorkeur minimaal 2,5 bij 5 meter) zijn opgenomen en zijn afgestemd op het aantal te verwachten aanwezigen (bezoekers, deelnemers, organisatie enzovoorts). De organisator moet het parkeren van auto’s en fietsen, evenals eventuele omleidingsroutes, regelen via een duidelijke bewegwijzering. 4.4.8Verkeersregelaars De Regeling Verkeersregelaars 2009 bevat regelgeving met betrekking tot het aanstellen van evenementenverkeersregelaars. Degenen die de verplichte e-instructie op www.verkeersregelaarsexamen.nl hebben gevolgd worden aangesteld als evenementenverkeersregelaar voor het evenement waarvoor ze zijn aangemeld. Als binnen 12 maanden na het volgen van de verplichte e-instructie bij meerdere evenementen wordt opgetreden als evenementenverkeersregelaar, dan hoeft de e-instructie niet opnieuw gevolgd te worden, maar moet die persoon wel aangemeld worden voor het betreffende evenement. Evenementenverkeersregelaars zijn nodig als voor een evenement verkeersregelend opgetreden moet worden en daarvoor met het toepassen van andere verkeersmaatregelen de veiligheid onvoldoende kan worden gegarandeerd. De gemeente en de politie beoordelen het evenement hierop bij de aanvraag voor het evenement. Voor elke specifieke inzet bij een evenement moeten de evenementenverkeersregelaars een specifiek daarop toegesneden instructie volgen. Evenementenverkeersregelaars oefenen hun taak uit onder direct toezicht van de politie. Voor elk specifiek evenement stuurt de casemanager APV/Bijzondere wetten de politie de lijst met namen van de voor dat evenement optredende evenementenverkeersregelaars. Aanstellingsprocedure Organisaties melden het evenement aan op www.verkeersregelaarsexamen.nl. Verkeersregelaars die bij dat evenement op gaan treden volgen de e-learning op deze website. De gemeente krijgt automatisch bericht zodra alle verkeersregelaars zijn geslaagd voor de e-learning. De geslaagde verkeersregelaars worden door de burgemeester aangesteld, het zogenaamde aanstellingsbesluit. Elke aanstelling gebeurt voor de maximaal mogelijke periode (maximaal 12 maanden na het volgen van de e-instructie). De aanstellingsperiode wordt vastgelegd in het aanstellingsbesluit. Jas/hes Tijdens de uitoefening van hun taak dragen evenementenverkeersregelaars voor de duur van hun werkzaamheden een jas of hes. Deze jas of hes moet voldoen aan de omschrijving uit bijlage 2 van de Regeling Verkeersregelaars 2009. Leeftijd verkeersregelaar Om voor aanstelling als evenementenverkeersregelaar in aanmerking te komen moet de betreffende persoon minimaal 16 jaar oud zijn. Evenementenverkeersregelaars die jonger zijn dan 18 jaar mogen bij de uitoefening van hun taak slechts ingezet worden op wegen waar niet sneller wordt gereden dan 50 km per uur en als ter plaatse bij duisternis of slecht zicht voldoende openbare straatverlichting aanwezig is. Verzekering Een verkeersregelaar is niet verzekerd als diegene niet is aangesteld door de burgemeester. 4.4.9Busverbindingen Uitgangspunt is dat evenementen niet plaatsvinden op de route van lijnbussen. In uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken. Als een evenement toch plaatsvindt op de route van de lijnbussen en de lijnbussen hierdoor niet de vastgestelde route kunnen rijden informeert de gemeente de busmaatschappij hierover. De busmaatschappij zoekt een alternatieve route en maakt deze route bekend in een van gemeentewege uitgegeven blad. 4.4.10Verkeersmaatregelen Voor tijdelijke wegafsluitingen en andere tijdelijke verkeersmaatregelen bij evenementen moeten (in principe) verkeersbesluiten genomen worden. Vanwege tijdelijke (korter dan 4 maanden) dringende omstandigheden kan een verkeersbesluit achterwege worden gelaten. In jurisprudentie is bepaald dat een evenement mede onder een dringende omstandigheid geschaard kan worden, waardoor daarvoor het nemen van een verkeersbesluit niet nodig is. De organisatie van een evenement geeft op het aanvraagformulier aan welke verkeersmaatregelen nodig zijn en geeft op een situatietekening aan waar welke maatregelen, inclusief bebording (afzettingsborden en verkeerstekens), worden uitgevoerd. Uitgangspunt daarbij moet zijn dat doorgaande wegen en gebiedsontsluitingswegen zo min mogelijk worden afgesloten en dat voldaan wordt aan CROW richtlijn 96b. De gemeente beoordeelt of de aangegeven verkeersmaatregelen voldoende zijn om de (verkeers)veiligheid te garanderen. Mocht er toch sprake zijn van een afsluiting van een doorgaande weg of gebiedsontsluitingsweg, dan worden daar eisen aan gesteld door de gemeente. In de vergunning geeft de gemeente aan of de juiste afzettingsborden en verkeertekens geplaatst worden conform het aanvraagformulier of waar welke andere maatregelen getroffen moeten worden. De organisatie is verplicht deze te verwerken en te plaatsen, zoals door de gemeente is aangegeven. De organisatie is ook verantwoordelijk voor een goede bewegwijzering voor het verkeer naar de locatie toe. Provinciale wegen Als tijdelijke verkeersmaatregelen, zoals het plaatsen van borden voor omleidingsroutes, nodig zijn op Provinciale wegen dan is voor die maatregelen een akkoord nodig van Provincie Noord-Brabant. De organisatie of de door hen ingehuurde zelfstandige hulppersoon moet hiervoor aan eisen voldoen en moet akkoord vragen aan de Provincie. De Provincie en Rijkswaterstraat kunnen eisen stellen aan de uit te voeren verkeersmaatregelen. Kermis Reusel Vanwege de verkeersveiligheid is het wenselijk om tijdens de kermis van Reusel de Wilhelminalaan, vanaf de Beukenlaan tot het gemeentehuis, op zondag en maandag af te sluiten voor doorgaand verkeer. 4.4.11Wegsleepverordening In Reusel-De Mierden is een wegsleepverordening van toepassing. Deze verordening wordt van toepassing verklaard op elk evenement wat plaatsvindt op openbare wegen of weggedeelten. Dit wordt in de vergunning of melding opgenomen. 4.5Begin- en eindtijden 4.5.1Evenement Evenementen belasten de omgeving, gewenst dan wel ongewenst. Om deze reden wordt een beperking in tijd aan evenementen gesteld. De begintijd voor buitenevenementen (openlucht, tent e.d.) is gesteld op 08.00 uur. Bij uitzondering kan hiervan worden afgeweken. Voor evenementen op zondag is dit tijdstip (voor 13.00 uur) in strijd met de Zondagswet. Voor dergelijke evenementen moet een ontheffing op basis van de Zondagswet worden aangevraagd bij de burgemeester. De burgemeester beoordeelt per geval of ontheffing wordt verleend. Wanneer er sprake is van een buitenevenement op vrijdag of zaterdag is op beide dagen de maximale eindtijd 01.00 uur (vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag). Wanneer sprake is van een buitenevenement op zondag tot en met donderdag is de maximale eindtijd van het evenement op alle dagen 0.00 uur (zondag op maandag tot en met donderdag op vrijdag). Als een evenement wordt georganiseerd op een dag voor een nationale feestdag mag de eindtijd ook op zondag tot en met donderdag 01.00 uur bedragen, mits wanneer er sprake is van een meerdaags evenement de dag ervoor en/of erna de eindtijd maximaal 0.00 uur bedraagt. Bij uitzondering kan van de gestelde eindtijden worden afgeweken. Voor de kermissen in alle kerkdorpen wordt deze uitzondering altijd gemaakt. De eindtijd van de kermis is op alle dagen dat deze wordt georganiseerd uiterlijk 01.00 uur. Voor evenementen in (reguliere) openbare inrichtingen gelden de reguliere sluitingstijden (eventueel met ontheffing daarop) van het bedrijf als begin- en eindtijd. Evenementen die worden georganiseerd op of aangrenzend aan het terras van een openbare inrichting moeten eindigen op de algemene eindtijden die gelden voor buitenevenementen, 01.00 uur respectievelijk 0.00 uur. Voor evenementen in overige gebouwen wordt aangesloten bij de begin- en eindtijden van buitenevenementen. Opbouwen en afbreken Het opbouwen en afbreken van een buitenevenement (in de openlucht, tent e.d.) kan overlast geven voor de omgeving. Om deze reden mag het opbouwen van een buitenevenement uiterlijk 5 dagen voorafgaande aan het evenement starten. De werkzaamheden mogen op maandag tot en met vrijdag tussen 07.00 uur en 20.00 uur plaatsvinden en op zaterdag en zondag tussen 09.00 uur en 20.00 uur. Het buitenevenement moet uiterlijk op de 2e dag na afloop van het evenement om 20.00 uur afgebroken zijn. Afbreken vindt plaats tussen dezelfde tijden als die voor de opbouw gelden. Met de op- en afbouwtijden op maandag tot en met vrijdag wordt aangesloten bij de tijden in het Besluit bouwwerken leefomgeving en de circulaire Bouwlawaai, omdat deze regelgeving als uitgangspunt heeft om geluidsoverlast te voorkomen en te beperken. Genoemde termijnen zijn uiterlijke termijnen. De definitieve termijn voor het betreffende evenement is afhankelijk van de aard van het evenement (o.a. grootte) en de mogelijkheden tot het gebruik van het openbaar gebied en het afsluiten van wegen. Hoe korter de termijn voor opbouwen en afbreken, hoe minder overlast voor de omliggende omgeving. Voor grote evenementen kan echter ook een langere opbouw- en/of afbreekduur noodzakelijk zijn. Afhankelijk van de grootte van het evenement kan de opbouw- en/of afbreekduur daarom worden verlengd. De opbouw- en afbreektijden worden daarbij niet verruimd. Aan het opbouwen en afbreken van inpandige evenementen zijn geen termijnen en tijden verbonden. 4.5.2Geluid Voor de eindtijden van geluid wordt verwezen naar paragraaf 4.6. 4.5.3Schenken Met het schenken van drank mag gedurende alle dagen van de week worden begonnen om 10.00 uur. Drank mag worden geschonken tot een kwartier voor de eindtijd van het evenement. Bij uitzondering kan van deze tijden worden afgeweken. Voor evenementen in (reguliere) openbare inrichtingen, inclusief een eventueel bijbehorende terras, gelden de reguliere schenktijden van het bedrijf (bijvoorbeeld horecabedrijf of paracommerciële inrichting), met eventueel ontheffing daarop, als eindtijd. 4.6Geluid 4.6.1Geluidproductie Tijdens evenementen ontstaat in meer of mindere mate geluidshinder voor de omgeving. Dit is onvermijdelijk en tot op een zekere hoogte aanvaardbaar, omdat festiviteiten bij het dorpsleven en de leefbaarheid horen en de geluidshinder beperkt is tot een aantal dagen per jaar. Om de overlast binnen de perken te houden worden geluidsnormen opgelegd. De basis hiervoor is artikel 4:6 van de APV. Gedurende het evenement moet de organisatie alles in het werk stellen om geluidsoverlast tot een minimum te beperken. Bij geluidsproductie wordt onderscheid gemaakt tussen inpandige activiteiten en buitenactiviteiten. Een buitenactiviteit vindt plaats in de openlucht, in een tent, onder een overkapping of een ander bouwsel wat niet of nauwelijks geluid absorbeert. Als evenementen tegelijkertijd zowel inpandig als buiten gevierd worden gaan de geluidsnormen voor buitenactiviteiten boven de geluidsnormen voor inpandige activiteiten. De metingen moeten uitgevoerd worden conform de ‘Meet- en rekenmethode geluid industrie’ uit de Omgevingsregeling. Bij de beoordeling wordt geen strafcorrectie voor muziekgeluid, bedrijfsduurcorrectie en meteocorrectie toegepast. Metingen worden verricht op het gemiddelde geluidsniveau, het equivalente geluidsniveau (LAeq), over 1 tot 5 minuten (LAeq,T). Metingen op de gevel worden in principe uitgevoerd op de gevel van de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige objecten. Als er binnen een afstand van 50 meter van een podium (openlucht) of tent geen geluidsgevoelige objecten zijn gesitueerd dan worden de metingen verricht op een afstand van 50 meter. In de meeste gevallen wordt gemeten op de dB(A)-norm (gemiddelde van de gehoorde geluidssterkte over alle toonhoogtes (frequenties)) en op de dB(C)-norm (gemiddelde over alle toonhoogtes waar lage tonen sterker worden meegeteld). De GGD Brabant-Zuidoost heeft geadviseerd om lokaal beleid te ontwikkelen om gehoorschade bij bezoekers van evenementen te voorkomen. De Gezondheidsraad adviseert hiervoor een maximale geluidsnorm van 100 dB(A). Er wordt een verschil in drie geluidsnormen gemaakt, te meten op een afstand vanaf een geluidproducerende voorziening, namelijk 88 dB(A), 92 dB(A) en 100 dB(A). Aan deze normen conformeert de gemeente zich. Afhankelijk van welke norm van toepassing is moet een organisatie maatregelen nemen om gehoorschade te voorkomen. 4.6.1.1Evenementen buiten een inrichting Op grond van artikel 3.1.3.9 van de VFL is het verboden op een zodanige wijze toestellen te gebruiken of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder ontstaat of een ernstig risico bestaat op letsel en/of andere vormen van gehoorschade. Van het verbod in artikel 3.1.3.9 van de VFL kan ontheffing worden verleend. Aan die ontheffing worden geluidsnormen gekoppeld. Deze geluidsnormen gelden zowel voor buitenevenementen als evenementen in een gebouw die niet tot een inrichting behoort. Algemeen Binnen de gemeente worden op verschillende locaties evenementen gehouden. Daarbij gelden de volgende geluidsvoorschriften: Het equivalente geluidsniveau (LAeq,T) tijdens het evenement mag op 1,5 meter meethoogte, ter plaatse van de gevel van de dichtstbijzijnde gelegen woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen of aangegeven rekenpunten, niet hoger zijn dan 70 dB(A) en 85 dB(C) (geen akoestisch onderzoek nodig). Aanvullingen Aanvullend op de algemene geluidsvoorschriften kan één van onderstaande aanvullingen van toepassing zijn. Vergunningsvrije evenementen Aanvullend op de algemene geluidsnormen geldt voor vergunningsvrije evenementen het volgende: Het LAeq,T mag tijdens het evenement op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte niet hoger zijn dan 88 dB(A). Vergunningsplichtige evenementen Aanvullend op de algemene geluidsnormen geldt voor vergunningsplichtige evenementen het volgende: Het LAeq,T mag tijdens het evenement op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte niet hoger zijn dan 100 dB(A) en 115 dB(C). Evenementen voor 18- Aanvullend op de algemene geluidsnormen en in afwijking van het niveau voor vergunningsplichtige evenementen geldt voor evenementen die (voornamelijk) gericht zijn op personen jonger dan 18 jaar het volgende: Het LAeq,T mag tijdens het evenement op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte niet hoger zijn dan 88 dB(A). Uitzonderingen In principe gelden de algemene geluidsvoorschriften, tenzij één of meerdere van onderstaande uitzonderingen van toepassing is. Dan gelden ook de geluidsvoorschriften van de uitzondering in plaats daarvan. Aangewezen evenemententerreinen In de gemeente zijn in het omgevingsplan locaties aangewezen als evenemententerrein. Deze terreinen zijn aangewezen, omdat meerdere keren per jaar hier evenementen (kunnen) worden gehouden. In principe gelden hiervoo