← Nederland

Verordening jeugdhulp gemeente Assen 2026 (Assen)

In het kort

Deze verordening van de gemeente Assen regelt de jeugdhulp en beschrijft de verschillende soorten voorzieningen en begrippen die daarbij komen kijken. Het doel is om jeugdigen en hun ouders te ondersteunen bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

Wettekst

Verordening jeugdhulp gemeente Assen 2026Hoofdstuk1Begrippen Artikel1Uitleg van begrippen In de verordening wordt gesproken over “de jeugdige en/of zijn ouder(s)”. Het woord “zijn” wordt gebruikt als een algemeen voornaamwoord, maar het kan ook gelezen worden als “haar” of “hen” om alle genderidentiteiten te omvatten. Voor de leesbaarheid wordt de term “de jeugdige en/of zijn ouder(s)” gebruikt, hieronder valt ook “de wettelijk vertegenwoordiger” van de jeugdige. Bij “ouder(s)” kan ook “ouder” gelezen worden wanneer de jeugdige één ouder heeft. De verordening bevat veel begrippen. Deze worden in dit artikel uitgelegd. De begrippen die al in de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en Awb uitgelegd worden, worden hier niet herhaald. Soorten voorzieningen: overige voorziening: algemene voorziening die toegankelijk is zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige en/of zijn ouder(

  1. s)andere voorziening: voorliggende voorziening op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen anders dan in het kader van de Jeugdwet individuele voorziening: jeugdhulpvoorziening, bedoeld voor de jeugdige en/of zijn ouder(
  2. s)die niet-vrij toegankelijk is. Overige begrippen: ADL: algemene dagelijkse levensverrichtingen: dit zijn de dagelijks terugkerende basisverrichtingen die je moet doen om zelfstandig te kunnen blijven leven op een binnen de maatschappij fatsoenlijk geacht niveau begeleiding: het ondersteunen van jeugdigen en/of hun ouder(
  3. s)bij het aanleren van vaardigheden, het structureren van het dagelijks leven en het omgaan met psychosociale of gedragsproblemen. De begeleiding heeft tot doel dat jeugdigen zo zelfstandig mogelijk kunnen functioneren, gezond en veilig opgroeien en zoveel mogelijk de zelfredzaam zijn en kunnen participeren in de maatschappij behandeling: het gericht werken aan herstel of het voorkomen van verergering van een aandoening, of het aanleren van vaardigheden of gedrag gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Assen familiegroepsplan: zoals bedoeld in art. 1.1 van de Jeugdwet fout: het onbedoeld onjuist handelen en daarmee oneigenlijk gebruik maken van individuele voorzieningen als gevolg van onduidelijkheid, vergissing of onoplettendheid fraude: het opzettelijk onjuist handelen, en daarmee handelen in strijd met de regelgeving, met het oogmerk op eigen of andermans (financieel) gewin gebruikelijke hulp: dagelijkse verzorging en/of opvoeding die (pleeg)ouder(s)/wettelijk vertegenwoordigers aan kinderen geacht worden te bieden hulpvraag: behoefte van een jeugdige en/of zijn ouder(
  4. s)aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen iJw: door het Zorginstituut beheerde standaarden als bedoeld in artikel 2.15, derde lid, van de wet bestaande uit bedrijfsregels, berichtenstandaarden en berichtspecificaties, overeenkomstig artikel 1, van de Regeling Jeugdwet mantelzorger: persoon die mantelzorg verleent mdo: multi disciplinair overleg is een overleg van deskundigen uit verschillende beroepsgroepen, zoals een gedragswetenschapper, maatschappelijk werker, persoonlijk begeleider, etc. nadere regels: besluit jeugdhulp, als laatstelijk vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Assen niet integer handelen: misbruik maken van voorkennis, persoonlijke en medische informatie van cliënten. Zich laten beïnvloeden in zijn oordeel als gevolg van een persoonlijke relatie, sociale status, uiterlijk, sekse en bevolkingsgroep. Iemand te bewegen door bedreiging, het aanbieden van geld of diensten of andere voordelen, door het uitoefenen van lichamelijke of psychische druk, dan wel het hanteren van listige kunstgrepen of door een samenweefsel van verdichtsels, met als doel een individuele voorziening of overeenkomst te verkrijgen op grond van de Jeugdwet pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1. van de Jeugdwet, zijnde een door de gemeente verstrekt budget aan jeugdige en/of zijn ouder(
  5. s)dat hen in staat stelt een individuele maatwerkvoorziening te betrekken pgb-aanbieder: een derde die in opdracht van een pgb-houder, of indien van toepassing de pgb-beheerder, diensten die tot een individuele voorziening behoren uitvoert pgb-beheerder: een door jeugdige en/of zijn ouder(
  6. s)gemachtigd persoon die de aan het pgb verbonden taken uitvoert en toeziet op waarborging van de kwaliteit van de aan de individuele voorziening verbonden taken pgb-houder: de jeugdige en/of zijn ouder(
  7. s)die een pgb ontvangt, dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger resultaat: het doel waartoe een individuele voorziening wordt verstrekt resultatenplan: een schriftelijke weergave van het uitgevoerde onderzoek SKJ-(Stichting Kwaliteitsregister Jeugd) professional: een professional die geregistreerd is in het Kwaliteitsregister Jeugd sociaal netwerk: personen binnen de kring van familie, vrienden, kennissen en bekenden die van betekenis zijn voor en bijdragen aan het welzijn en welbevinden van de jeugdige en/of zijn ouder(
  8. s)Toetsingskader Wmo en Jeugdzorg: het meest recente kader om kwaliteit te toetsen zoals gepubliceerd op www.nmdsamenwerking.nl, het Drents Kwaliteitskader is hier onderdeel van Treeknorm: afspraken gemaakt over aanvaardbare wachttijden in de zorg vertegenwoordiger: persoon of rechtspersoon die een jeugdige en/of zijn ouder(
  9. s)vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake wet: Jeugdwet ZRM: de zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) is het instrument waarmee behandelaars, beleidsmakers en onderzoekers in de (openbare) gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en gerelateerde werkvelden, de mate van zelfredzaamheid en participatie van hun cliënten eenvoudig en volledig kunnen beoordelen. Hoofdstuk2Vormen van jeugdhulp Artikel2Vormen van jeugdhulp Via de sociale kaart van Assen en/of via de buurtteams van Vaart Welzijn is informatie over beschikbare overige en andere voorzieningen te vinden. Hiervoor is geen beschikking op grond van de Jeugdwet nodig. Deze voorzieningen zijn voorliggend op een individuele voorziening via de Jeugdwet. Voorbeelden: preventie (inclusief advies en voorlichting) lichte vormen van opvoed- en opgroeiondersteuning kortdurende ondersteuning welzijnswerk en jongerenwerk jeugdgezondheidzorg. De volgende vormen van individuele voorzieningen zijn beschikbaar: ambulante begeleiding, dagbesteding, vervoer naar en van dagbesteding, jeugdbehandeling en verblijf. De ambulante begeleiding op de niveaus begeleiding Basis, begeleiding Basis Plus en begeleiding Specialistisch met de volgende resultaatgebieden: zelfstandig wonen financiën op orde omgang met instanties ADL op orde sociaal netwerk maatschappelijke participatie gezondheid verslaving. Dagbesteding is gericht op: ontwikkeling en toeleiding naar (on)betaald werk ontwikkeling en toeleiding naar onderwijs ontwikkeling en behouden van een zinvolle daginvulling en sociale participatie. Vervoer regulier en rolstoelvervoer naar en van dagbesteding: enkele reis tot en met 10 km enkele reis vanaf 11 km tot en met 20 km enkele reis vanaf 21 km tot en met 30 km. Logeren. Jeugdbehandeling op interventieniveaus 4, 5, 6 en/of 7: jeugd behandeling basis GGZ voor de duur van maximaal 1 jaar specialistische GGZ voor de duur van maximaal 2 jaar met de volgende producten: ambulante jeugd behandeling specialistische GGZ medicatiecontrole tot het 18e levensjaar ambulante behandeling verslaving ambulante gezinsbehandeling voor de duur van maximaal 6 maanden vaktherapie: maximaal 30 sessies, een individuele sessie duurt maximaal 60 minuten, een gezins-, ouder/kind- of groepssessie duurt maximaal 90 minuten intensieve ambulante gezinsbehandeling instellingen voor de duur van maximaal 1 jaar kinderdagcentrum (KDC) medisch orthopedagogisch centrum (MOC) voor de duur van maximaal 1 jaar specialistische GGZ instellingen voor de duur van maximaal 2 jaar met de volgende producten: hoog specialistische GGZ medicatiecontrole. Verblijf op interventieniveau 8: verblijf met begeleiding met de volgende producten: verblijf met begeleiding begeleid kamerwonen. verblijf met behandeling is altijd tijdelijk en onderdeel van een ambulant traject. We onderscheiden daarin vijf vormen van verblijf met behandeling: verblijf met behandeling GGZ verblijf met behandeling LVB voor de duur van maximaal 1 jaar verblijf met behandeling drie-milieus voorziening voor de duur van maximaal 1 jaar verblijf met behandeling verslaving verblijf met behandeling opvoedingsproblematiek buitenlandtrajecten voor jeugdigen of jongvolwassenen verblijf met intensieve begeleiding. Gezinshuizen: gezinshuis gezinshuis plus. Pleegzorg: pleegzorg voltijd pleegzorg deeltijd pleegzorg extra interventie begeleide bezoekregeling pleegzorg extra interventie. Gezinsondersteuning voor pasgeborenen. De gemeente maakt in het kader van de inkoop- of subsidierelatie met aanbieders afspraken over in ieder geval de volgende aspecten van de individuele voorzieningen: doelgroepen activiteiten doorlooptijd intensiteit kwaliteit beoogd resultaat vermelding productcode iJw. Niveaus voor ambulante begeleiding: er zijn 3 niveaus voor ondersteuning: begeleiding Basis, Basis Plus en Specialistisch. Het onderscheid wordt gemaakt aan de hand van de benodigde expertise/functiemix. Niveaus voor overige jeugdhulp: interventieniveau 4: kan vrij of niet vrij toegankelijk de ondersteuning die laagfrequent en bij een enkelvoudig te behalen resultaat ingezet wordt interventieniveau 5: de ondersteuning die frequent wordt ingezet interventieniveau 6: de ondersteuning die hoogfrequent wordt ingezet en waarbij bepaalde kenmerken van toepassing zijn interventieniveau 7: de ondersteuning, exclusief verblijf, in de vorm van daghulp interventieniveau 8: de ondersteuning die in combinatie met verblijf en 24 uur per dag wordt geboden. De gemeente stelt nadere regels vast over de inzet van een hulphond als vorm van jeugdhulp. Artikel3Aspecten van jeugdhulp Op grond van artikel 2.6, eerste lid, onder a, van de wet is het aan de gemeente om zorg te dragen voor een kwalitatief en kwantitatief aanbod. In het vierde lid is bepaald over welke elementen (aspecten) de gemeente in het kader van zijn inkoop- of subsidierelatie met de jeugdhulpaanbieders afspraken moet maken. Deze afspraken dragen bij aan duidelijkheid over het beschikbare voorzieningenpakket. De wet gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid en eigen probleemoplossend vermogen van jeugdigen en/of zijn ouder(s), met inzet van hun eigen sociale netwerk. Artikel3.1Aspecten ambulante begeleiding Ambulante begeleiding van de inwoner is gericht op het aanleren van vaardigheden en/of het leren omgaan met een beperking, problemen of belangrijke levensgebeurtenissen. Met als doel zoveel mogelijk de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner te bevorderen en te behouden. Dit is van toepassing op alle leefgebieden van waaruit begeleiding voor jeugdigen ingezet kan worden. De aanbieder heeft een actieve rol bij de aandacht voor het systeem. Met deze aandacht wordt bedoeld dat de aanbieder rekening houdt, gebruik maakt en begeleiding biedt binnen de context van de inwoner zoals familie, vrienden, werk en andere omgevingsfactoren voor zover deze invloed hebben op het te bereiken resultaat. Ambulante begeleiding kan op twee manieren worden ingezet: kortdurende begeleiding: ondersteuning gericht op het ontwikkelen van vaardigheden die zelfredzaamheid en participatiemogelijkheden vergroten. In een korte periode (maximaal 12 maanden) wordt er actief gewerkt aan de gewenste doelen. Deze ondersteuning kan op Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau worden ingezet langdurige begeleiding: begeleiding is gericht op stabilisatie en voorkomen van achteruitgang. De inwoner heeft langdurige ondersteuning nodig om zelfstandig te kunnen blijven wonen en te kunnen participeren. Deze ondersteuning kan op Basis en Basis Plus niveau worden ingezet. De ambulante begeleiding op het resultaatgebied zelfstandig wonen. Beschrijving: het gaat om (ambulante) begeleiding van de jeugdige gericht op ondersteuning bij zelfstandige huisvesting en behouden van deze huisvesting. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: de inwoner kan zelfstandig wonen of met minimale ondersteuning. Randvoorwaarden: De inwoner woont in een eigen (huur) woning. Inzet mogelijk op zowel Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau. De ambulante begeleiding op het resultaatgebied financiën op orde. Beschrijving: ambulante begeleiding van de inwoners in geval de financiële situatie niet op orde is. Er is sprake van schuldenproblematiek, onvoldoende inkomsten en/of spontaan of ongepast uitgavenpatroon. De problematiek overstijgt de reguliere financiële hulpverlening, die de afzonderlijke gemeenten hebben ingericht. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: de inwoner is financieel zelfredzaam en kan geld beheren. Randvoorwaarden: het verwerven van inkomen maakt geen onderdeel uit van het doel van ambulante begeleiding bewind voering en mentorschap maken geen onderdeel uit van dit resultaat In het licht van de systeemgerichte benadering maakt afstemming met bovenstaande instanties expliciet wel deel uit van de begeleiding Inzet mogelijk op zowel Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau. De ambulante begeleiding op het resultaatgebied omgang met instanties. Beschrijving: ambulante begeleiding van inwoners indien er sprake is van onvoldoende beeld welke instanties er zijn, wat je er mee moet doen en hoe ze te benaderen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: De bank, de woningverhuurder, belastingdienst, de gemeente, pensioenfonds etc. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner kent de voor hem/haar relevante instanties en hoe hij/zij ze moet benaderen. De inwoner heeft daar geen structurele hulp bij nodig. Randvoorwaarden: De begeleiding is voor inwoners voor wie de ondersteuning door bijvoorbeeld een mantelzorger, het netwerk of algemene en gebruikelijke voorzieningen in het voorliggend veld onvoldoende of niet aanwezig is. Inzet mogelijk op zowel Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau. De ambulante begeleiding op het resultaatgebied ADL op orde. Beschrijving: ambulante begeleiding van inwoners ingeval er sprake is van onvoldoende mogelijkheden om de dagelijkse activiteiten in het leven zelfstandig te organiseren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: aankleden, eten maken, post openmaken en boodschappen doen. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: de inwoner is in staat om de activiteiten in het dagelijks leven zelfstandig te organiseren. Randvoorwaarden: Voor jeugdigen tot 18 jaar valt onder dit leefgebied tevens ondersteuning op het gebied van persoonlijke verzorging op grond van de Jeugdwet. De begeleiding is voor de inwoner, voor wie ondersteuning van bijvoorbeeld een mantelzorger, ouder of het netwerk niet voldoende is. Inzet mogelijk op zowel Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau. De ambulante begeleiding op het resultaatgebied sociaal netwerk. Beschrijving: individuele begeleiding van de inwoner t.b.v. versterken en vergroten van het sociaal netwerk. Er is geen of weinig steun van familie en vrienden, er zijn nauwelijks contacten buiten de deur. De inwoner trekt zich passief of actief terug. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner ondervindt steun van een sociaal netwerk, passend bij zijn/haar situatie. Randvoorwaarden Inzet mogelijk op zowel Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau. De ambulante begeleiding op het resultaatgebied maatschappelijke participatie. Beschrijving: Ambulante begeleiding van de inwoner ingeval de inwoner niet of nauwelijks participeert in de maatschappij, waarbij de inwoner zelf of het betrokken systeem problemen ondervindt als bijvoorbeeld eenzaamheid en verwaarlozing. Er is ofwel gebrek aan motivatie, ofwel gebrek aan sociale vaardigheden om deel te nemen aan de maatschappij. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: de inwoner participeert dusdanig actief in de maatschappij dat inwoner en het netwerk geen problemen ondervinden. Randvoorwaarden Inzet mogelijk op zowel Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau. De ambulante begeleiding op het resultaatgebied gezondheid Beschrijving: Dit leefgebied gaat over het psychisch welbevinden van de inwoner. De begeleiding is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de inwoner en de inwoner leert om te gaan met zijn of haar beperkingen in het dagelijks functioneren. Er wordt ondersteund bij het verbeteren van het geestelijk en lichamelijk welbevinden van de inwoner, zodat deze zo optimaal mogelijk kan functioneren in de maatschappij. De inwoner en zijn omgeving leren omgaan met de fysieke, verstandelijke en/of psychische beperking. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: de symptomen van de problematiek hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen. Randvoorwaarden: De begeleiding kan worden ingezet naast behandeling indien dit noodzakelijk is voor de behandeling. Inzet mogelijk op zowel Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau. De ambulante begeleiding op het resultaatgebied verslaving. Beschrijving: De begeleiding is gericht op het stabiel houden van de verslavingsproblematiek in brede zin. De inwoner leert omgaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Het betreft de afhankelijkheid van middelen en het kunnen omgaan met eventuele gevolgen daarvan. Er wordt gewerkt aan de afbouw van de afhankelijkheid en het zo goed mogelijk functioneren in de maatschappij. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Middelengebruik is geen verstorende factor bij de maatschappelijke participatie van de inwoner. Randvoorwaarden: De inwoner is zelfstandig in staat om ondanks zijn verslaving te functioneren, zelfredzaam te blijven en te participeren. De inwoner kan met ondersteuning ondanks de verslaving blijven functioneren en participeren. Voorkomen dat de (potentiële) verslaving van de inwoner een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen. De begeleiding kan worden ingezet naast behandeling indien dit noodzakelijk is voor de behandeling. Als verslavingsproblematiek niet meer bepalend is, wordt afgeschaald naar begeleiding op andere leefgebieden en niveau. Inzet mogelijk op zowel Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau. Artikel3.2Aspecten dagbesteding Dagbesteding is ondersteuning aan de inwoner ten behoeve van participatie in de maatschappij en is bedoeld voor jeugdigen met een beperking die niet in staat zijn om aan onderwijs, (vrijwilligers)werk of andere vormen van maatschappelijke participatie deel te nemen. De inwoner heeft ondersteuning nodig om invulling te geven aan de dag. Dagbesteding vindt plaats op de locatie van de aanbieder waarbij meerdere cliënten begeleid worden door één of enkele begeleiders. De locatie van de passende dagbesteding is in de leefomgeving van de inwoner of zo dichtbij mogelijk. De aanbieder bevordert zo veel als mogelijk participatie en uitwisseling tussen activiteiten en leefomgeving van de inwoner (inclusief het netwerk van de inwoner). Dagbesteding is in principe exclusief vervoer. Het uitgangspunt hierbij is de inzet van het eigen netwerk van de inwoner. Voor inwoners die niet zelfstandig of met behulp van het netwerk van en naar de dagbesteding kunnen komen, kan er een vervoerscomponent worden toegevoegd aan de indicatie. De aanbieder is dan verplicht het vervoer van en naar de dagbesteding te organiseren. De vervoerscomponent wordt nader uitgewerkt in dit document. We onderscheiden drie vormen van dagbesteding: M1: gericht op ontwikkeling en toeleiding naar (on)betaald werk. M2: gericht op ontwikkeling en toeleiding naar onderwijs. M3: gericht op ontwikkeling en behouden van een zinvolle daginvulling en sociale participatie. M1 en M2 Bij M1 en M2 ligt de nadruk op ontwikkeling van de inwoner en doorstroom naar (on)betaald werk en/of terugkeer naar onderwijs en wordt slechts tijdelijk ingezet. Voor de gemeenten waarin dit beschikbaar is, kan er toeleiding naar onderwijszorgarrangementen (OZA) plaatsvinden. Indicaties voor M1 en M2 worden voor maximaal een half jaar ingezet. Bij de evaluatie moet nadrukkelijk onderzocht worden of het resultaat behaald is of binnen afzienbare tijd te behalen is. Een verlenging van een half jaar behoort tot de mogelijkheden. De totale looptijd van de indicatie mag maximaal een jaar zijn. Als het geformuleerde resultaat (tijdelijk) niet haalbaar is, maar er is wel ondersteuning nodig om een zinvolle daginvulling en sociale participatie te bieden dan kan M3 worden ingezet. M3 kan ook arbeidsmatig van aard zijn. M3 Voor inwoners die niet kunnen uitstromen en aangewezen zijn op langdurige (levenslange) ondersteuning bij hun daginvulling en sociale participatie, kan zinvolle dagbesteding (M3) ingezet worden. M3 is bedoeld voor inwoners die niet zelfstandig of met behulp van hun omgeving een zinvolle daginvulling kunnen organiseren via voorliggende voorzieningen zoals vrijwilligerswerk, algemene voorzieningen voor inloop, ontmoeting en wijkactiviteiten etc. Doelstelling kan zijn het aanleren van vaardigheden, bieden van daginvulling en structuur tijdens de dag en/of ontlasting van de mantelzorger en/of ouder/verzorger. Het oplossend vermogen van de inwoner wordt versterkt. Dit betekent dat ook doorstroom mogelijk is vanuit M3 naar een algemene/gebruikelijke voorziening in de wijk. M1 Dagbesteding gericht op ontwikkeling en toeleiding naar (on)betaald werk Beschrijving: de inwoner is nog niet in staat om (on)betaald werk te verrichten. De ondersteuning is gericht op het werken aan sociale, emotionele en praktische vaardigheden waardoor de inwoner kan uitstromen naar (on)betaald werk. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: de inwoner is in staat om door te stromen naar (on)betaald werk. Randvoorwaarden: Dagbesteding gericht op ontwikkeling en toeleiding naar (on)betaald werk is altijd tijdelijk van aard. De aanbieder werkt mee aan een verkenning om te bepalen of een domein overstijgende analyse een bijdrage kan leveren om doorstroom naar een traject via de Participatiewet of (on)betaald werk te bevorderen. Na een half jaar is er duidelijkheid over het ontwikkelperspectief in relatie tot uitstroom naar (on)betaald werk. Een maaltijd kan onderdeel uitmaken van de dagbesteding. De aanbieder mag hier een vergoeding voor vragen aan de inwoner, afname van de maaltijd is echter geen verplichting. aanbieder geeft ruimte aan de inwoner om zijn eigen maaltijd te nuttigen. De aanbieder maakt samen met de inwoner een ondersteuningsplan met daarin opgenomen: inhoudelijke afspraken om doorstroom naar (on)betaald werk te realiseren in afstemming met partners Participatiewet procesmatige afspraken over de doorstroom naar (on)betaald werk afspraak wie de regie voert afspraken over evaluatie van het traject. Een maaltijd kan onderdeel uitmaken van de dagbesteding. De aanbieder mag hier een vergoeding voor vragen aan de inwoner, afname van de maaltijd is echter geen verplichting. aanbieder geeft ruimte aan de inwoner om zijn eigen maaltijd te nuttigen. Personeelseisen: mbo-niveau 4 en hbo-niveau. M2 Dagbesteding gericht op ontwikkeling en toeleiding naar onderwijs Beschrijving: dagbesteding gericht op ontwikkeling en terugkeer naar onderwijs, bedoeld voor de inwoner die jonger is dan 23 jaar. De inwoner is tijdelijk niet in staat onderwijs te volgen. De ondersteuning is gericht op het werken aan sociale, emotionele en praktische vaardigheden, nodig om te kunnen functioneren in het onderwijs en met het doel: terug te keren naar onderwijs. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: de inwoner is in staat om terug te keren naar onderwijs. Randvoorwaarden: Dagbesteding gericht op terugkeer naar onderwijs is altijd tijdelijk van aard. Vooraf dient afstemming met school plaats te vinden. Als er geen school in beeld is dient in samenwerking met de inwoner een inschrijving bij een school geregeld te worden. M2 dagbesteding kan alleen worden ingezet wanneer de school heeft aangegeven waarom de inwoner geen onderwijs kan volgen en kan aantonen wat de school allemaal heeft gedaan om dit wel te doen slagen. De aanbieder werkt mee aan een verkenning om te bepalen of een domein overstijgende analyse een bijdrage kan leveren om de terugkeer naar onderwijs te bevorderen. De aanbieder maakt in samenspraak met de inwoner en onderwijs een ondersteuningsplan met daarin: inhoudelijke afspraken om terugkeer naar onderwijs te realiseren in afstemming met het onderwijs procesmatige afspraken over terugkeer naar onderwijs afspraken over regie afspraken over evaluatie van het traject: inhoudelijk en procesmatig. Het traject wordt elk half jaar geëvalueerd waarbij beoordeeld wordt of uitstroom naar onderwijs tot de mogelijkheden behoort of dat een andere passende ondersteuning beter aansluit. Het initiatief ligt bij de aanbieder. De gemeente monitort of dit plaatsvindt. De daadwerkelijke aanwezigheid van de deelnemer wordt afgestemd op zijn/haar draagkracht en mogelijkheden: het volgen van onderwijs kan gecombineerd worden met dagbesteding als onderdeel van het traject gericht op terugkeer naar onderwijs bij deelname aan dagbesteding is er geen sprake van (volledige) vrijstelling van de leerplicht. Het onderwijs is verantwoordelijk voor de onderwijskundige doelen. De inzet van deze vorm van dagbesteding kan uitsluitend ter ondersteuning van het passend onderwijs worden ingezet als er geen andere vormen van ondersteuning mogelijk zijn. Persoonlijke verzorging is inclusief. Een maaltijd kan onderdeel uitmaken van de dagbesteding. De aanbieder mag hier een vergoeding voor vragen aan de inwoner, afname van de maaltijd is echter geen verplichting. De aanbieder geeft ruimte aan de inwoner om zijn eigen maaltijd te nuttigen. Personeelseisen: mbo-niveau 4 niveau en hbo-niveau. M3 Dagbesteding gericht op ontwikkeling en behouden van een zinvolle daginvulling en sociale participatie Beschrijving: Dit betreft ondersteuning overdag aan de inwoner in groepsverband op locatie van de aanbieder. Dagbesteding kan ook een vorm van ondersteuning zijn waarbij de inwoner op de locatie vaardigheden oefent en leert toepassen waarmee zelfredzaamheid wordt bevorderd. De inwoner ervaart op één of meerdere levensgebieden problemen bij het zelfstandig regelen van dagelijkse bezigheden, de dagelijkse routine en structuur. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner participeert en heeft een zinvolle daginvulling en/of het netwerk wordt ontlast. Randvoorwaarden: De inwoner heeft onvoldoende eigen netwerk dan wel het netwerk is niet in staat om gedurende de volledige week beperkingen in de zelfredzaamheid te compenseren. Dit is bedoeld voor inwoners die niet zelfstandig of met behulp van hun omgeving een zinvolle daginvulling kunnen organiseren via voorliggende voorzieningen zoals vrijwilligerswerk, algemene voorzieningen voor inloop, ontmoeting en wijkactiviteiten etc. De aanbieder heeft een signaleringsfunctie en werkt daarin samen met aanbieders van ambulante ondersteuning, behandeling, verpleging en verzorging thuis en de wijk/buurtteams binnen de keten van jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en zorgverzekeringswet. De activiteiten zijn gestructureerd van aard op basis van een op de inwoner gerichte aanpak en zoveel mogelijk met zijn of haar actieve betrokkenheid. Activiteiten passen bij de interesses, mogelijkheden en beperkingen van de inwoner. Betreft ondersteuning van de inwoner in een groepsverband op locatie overdag. Persoonlijke verzorging is inclusief. Een maaltijd kan onderdeel uitmaken van de dagbesteding. De aanbieder mag hier een vergoeding voor vragen aan de inwoner, afname van de maaltijd is echter geen verplichting. De aanbieder geeft ruimte aan de inwoner om zijn eigen maaltijd te nuttigen. Personeelseisen: mbo-niveau 2, mbo-niveau 3, mbo-niveau 4 en hbo-niveau. Artikel3.3Aspecten vervoer naar en van dagbesteding Vervoer regulier De inwoner dient het vervoer zelf, eventueel met de inzet van het eigen netwerk, te organiseren. Indien dit niet mogelijk is kan er bij de indicatie een extra vervoerscomponent worden toegevoegd. De aanbieder heeft dan de verplichting dit vervoer te organiseren. Denk hierbij aan het zelf uitvoeren met eigen personeel/vrijwilligers of door het inzetten van een vervoersbedrijf. Vervoer bij dagbesteding is bedoeld om inwoners met een indicatie voor dagbesteding op grond van de Jeugdwet of Wmo te vervoeren tussen hun thuisadres en de locatie van de dagbesteding. Deze vervoerscomponent kan alleen worden ingezet in combinatie met dagbesteding. Het algemene uitgangspunt van de gemeenten is om de passende dagbesteding in de nabije omgeving van de inwoner te laten plaatsvinden. Bij de inzet van passende dagbesteding wordt eerst gekeken binnen de eigen wijk en vervolgens verder in de gemeente. Beschrijving: Het betreft inwoners die vanwege fysieke-, psychische- of sociale beperking(
  10. en)(nog) niet, op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen, in staat zijn om de locatie van de dagbesteding te bereiken en om thuis te komen vanuit de locatie van de dagbesteding. Randvoorwaarden: Vervoer bij dagbesteding wordt maximaal 5 dagen per week aangeboden. Het vervoer is afgestemd op de aanvangs- en sluitingstijden van de dagbesteding. De reistijd maakt geen onderdeel uit van de dagbesteding en wordt dus niet meegerekend qua tijdsinzet. De inzet van de Wmo-vervoerspas voor vervoer van en naar de dagbesteding is niet toegestaan. Dit vervoer is bedoeld voor sociaal vervoer, niet zijnde: woon-werkverkeer, vervoer naar dagbesteding, vervoer naar vrijwilligerswerk, of vervoer in het kader van school of opleiding. De aanbieder van dagbesteding heeft de mogelijkheid om voor het vervoer afspraken te maken met vrijwilligersinitiatieven (indien dit niet door de gemeente gesubsidieerde initiatieven als bijvoorbeeld Automaatje zijn) of afspraken te maken met andere aanbieders. De aanbieder van dagbesteding heeft de opdracht bij ontwikkelperspectief van de inwoner te blijven stimuleren op het vergroten van de zelfredzaamheid en het gebruik van reguliere vervoersmiddelen (OV/Fiets). Wanneer een inwoner door middel van training/ coaching zelfstandig (fiets, lopend, scootmobiel, openbaar vervoer) van en naar de dagbestedingslocatie kan reizen, dan kan dit in plaats komen van het vervoer door de aanbieder. Betreffende training/coaching kan worden opgenomen als te behalen resultaat. Flexibel omgaan bij inzet van vervoer bij de doelgroep waarbij de zelfredzaamheid seizoengebonden is. De aanbieder mag meerdere deelnemers vervoeren per rit. Onder voorwaarde dat de reistijd voor iedere deelnemer afzonderlijk niet langer dan 60 minuten per rit bedraagt. Rolstoelvervoer Beschrijving: Het betreft inwoners die die zich uitsluitend met een rolstoel kunnen verplaatsen en die vanwege fysieke-, psychische- of sociale beperking(
  11. en)(nog) niet, op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen, in staat zijn om de locatie van de dagbesteding te bereiken om thuis te komen vanuit de locatie van de dagbesteding. Randvoorwaarden: Vervoer bij dagbesteding wordt maximaal 5 dagen per week aangeboden. Het vervoer is afgestemd op de aanvangs- en sluitingstijden van de dagbesteding. De reistijd maakt geen onderdeel uit van de dagbesteding en wordt dus niet meegerekend qua tijdsinzet. De inzet van de Wmo-vervoerspas voor vervoer van en naar de dagbesteding is niet toegestaan. Dit vervoer is bedoeld voor sociaal vervoer, niet zijnde: woon-werkverkeer, vervoer naar dagbesteding, vervoer naar vrijwilligerswerk, of vervoer in het kader van school of opleiding. De aanbieder van dagbesteding heeft de mogelijkheid om voor het vervoer afspraken te maken met vrijwilligersinitiatieven (indien dit niet door de gemeente gesubsidieerde initiatieven als bijvoorbeeld Automaatje zijn) of afspraken te maken met andere aanbieders. De aanbieder van dagbesteding heeft de opdracht bij ontwikkelperspectief van de inwoner te blijven stimuleren op het vergroten van de zelfredzaamheid en het gebruik van reguliere vervoersmiddelen (OV/Fiets). Wanneer een inwoner door middel van training/ coaching zelfstandig (fiets, lopend, scootmobiel, openbaar vervoer) van en naar de dagbestedingslocatie kan reizen, dan kan dit in plaats komen van het vervoer door de aanbieder. Betreffende training/coaching kan worden opgenomen als te behalen resultaat. Flexibel omgaan bij inzet van vervoer bij de doelgroep waarbij de zelfredzaamheid seizoengebonden is. De aanbieder mag meerdere deelnemers vervoeren per rit. Onder voorwaarde dat de reistijd voor iedere deelnemer afzonderlijk niet langer dan 60 minuten per rit bedraagt. Eisen vervoer: Het voertuig en de chauffeur(
  12. s)voldoen minimaal aan alle (lokale) wettelijke eisen die gesteld worden aan veilige en duurzame verkeersdeelname. aanbieder is verplicht om in geval van directe verwijzing (bijv. GI of medisch specialist) te toetsen of directe verwijzer de eigen kracht van inwoner en netwerk heeft getoetst ten aanzien van vervoer. Indien inwoner, ouder(s)/verzorgers van inwoner of diens netwerk geheel of gedeeltelijk het vervoer zelf kunnen organiseren heeft aanbieder een meldplicht bij de desbetreffende lokale gemeente. Eisen aan de chauffeurs: heeft een geldig rijbewijs is correct gekleed heeft een VOG. Eisen aan de dienstverlening. De chauffeur: houdt zich aan de geldende wetgeving ziet erop dat in het voertuig nooit wordt gerookt heeft door middel van gerichte training en opleiding kennis van de omgang met de doelgroep (zoals omgang met dementie, gedragsproblemen, visuele beperkingen, auditieve beperkingen et cetera) heeft kennis van en ervaring met het vastzetten van rolstoelen en zorgt dat deze veilig worden vastgezet zorgt ervoor dat orde en rust in het voertuig wordt gehandhaafd laat de reiziger niet onnodig (lang) alleen in het voertuig (nodig kan zijn: het ophalen van andere reiziger in een combinatierit, onnodig is bijvoorbeeld een sociaal gesprek met andere chauffeurs) zorgt voor een veilig en comfortabel vervoer van de passagiers, waaronder het gebruik van veiligheidsgordels heeft een zodanige rijstijl dat de passagiers zich veilig en comfortabel voelen helpt de reiziger in voorkomende gevallen bij het in- en uitstappen zorgt voor een veilige overdracht van de geïndiceerde reiziger op het bestemmingsadres (tenzij dit een openbaar terrein
  13. is)of op het huisadres belt nooit tijdens het rijden maar zoekt een veilige plek om het voertuig te parkeren voordat er gebeld wordt. Eisen aan de voertuigen. Aan de voertuigen waarmee wordt gereden stelt de gemeente de eis dat deze in ieder geval: een goede vering en comfortabele stoelen hebben schoon zijn van binnen en van buiten een fatsoenlijk uiterlijk hebben rookvrij zijn voorzien zijn van veiligheidsgordels die aan de wettelijke eisen voldoen en als zodanig tijdens de rit worden gebruikt voorzien zijn van fluorescerende veiligheidshesjes voor alle passagiers voorzien zijn van een goed werkende verwarming door het hele voertuig voorzien zijn van een goed werkende ventilatie door het hele voertuig voorzien zijn van een brandblusser en een EHBO-doos (volgens de geldende normen en voorzien van de juiste inhoud). De aanbieder moet, wanneer de gezondheid van een geïndiceerde reiziger dat noodzakelijk maakt, zonder meerkosten voor de gemeente, beschikken over voertuigen die geen allergische of andere lichamelijke reacties kunnen oproepen omdat daar eerder (huis)dieren in vervoerd zijn. Artikel3.4Aspecten logeren Logeren is een vorm van (jeugd)hulp die gericht is op het ontlasten van de ouder/verzorger/gezin/ mantelzorger in een veilige en adequate omgeving, ook wel aangeduid als respijtzorg. Er is aandacht voor sfeer, geborgenheid, ritme en regelmaat. Met de inzet van logeren kan preventief worden gewerkt aan het voorkomen van overbelasting bij de ouder/verzorger/gezin of de mantelzorger. Daarnaast kan logeren ook worden ingezet om de balans in het gezin weer te herstellen en te werken aan de individuele begeleidingsdoelen van de jeugdige. De ouder/verzorger/gezin/mantelzorger krijgt handvatten en tools aangereikt, indien van toepassing op alle leefgebieden, waarmee zoveel als mogelijk de zelfredzaamheid van de jeugdige en/of ouder(s)/verzorgers en de stabiliteit van het gezin kan worden bevorderd en behouden. Beschrijving: Het doel van logeren is het voorkomen van overbelasting van de ouder/verzorger/ het gezin. Tijdens logeren wordt gewerkt aan doelen van de jeugdige. De Jeugdaanbieder biedt begeleiding aan de jeugdige op basis van de gestelde doelen. Tijdens het logeren is er aandacht voor sfeer, geborgenheid, ritme en regelmaat. De jeugdhulpaanbieder biedt begeleiding aan de ouder(s)/verzorgers, waar dit het logeren raakt. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Het op adem komen/ontlasten van de thuissituatie. Het op adem komen/ontlasten van de jeugdige van de thuissituatie. Het werken aan de gestelde doelen van de jeugdige. Randvoorwaarden: Groepsgrootte is minimaal 3 en maximaal 10 jeugdigen per groep. Begeleiding overdag: 1 begeleider op 4/5 jeugdigen. Begeleiding ‘s nachts: 1 begeleider op 8/10 jeugdigen. Vervoer van en naar de logeerlocatie is vanuit het eigen netwerk van de jeugdige. Logeren wordt ingezet voor: Maximaal 156 etmalen per jaar. Maximaal 3 etmalen aansluitend (met uitzondering van de vakantieperiodes). Een weekend is 2 etmalen. Jeugdhulpaanbieder draagt na het logeermoment zorg voor een goede overdracht naar de thuissituatie van de jeugdige, deze overdracht sluit aan bij de situatie en doelen van de jeugdige. De jeugdhulpaanbieder zorgt voor de dagelijkse verzorging, waaronder: slaapplaats voeding veiligheid dagprogramma er is een goede sociaal pedagogische basis, hierin borgt jeugdhulpaanbieder: emotionele ondersteuning jeugdige autonomie van jeugdige structuur en grenzen ontwikkeling van de jeugdigen begeleiding van interacties, taken en verantwoordelijkheden van de jeugdige. Jeugdhulpaanbieder draagt zorg voor de vervoersbewegingen tijdens het logeren. Indien no show van de jeugdige leidt tot vertraging in het behalen van de doelen of het niet behalen van de doelen neemt jeugdhulpaanbieder contact op met de verwijzer. De jeugdhulpaanbieder voert veiligheidschecks uit. Jeugdhulpaanbieder maakt gebruik van een gestandaardiseerde risicotaxatie of een systematische werkwijze om veiligheidsrisico’s in te schatten en periodiek te evalueren. De jeugdhulpaanbieder neemt op verzoek deel aan georganiseerde mdo’s. De jeugdhulpaanbieder zoekt afstemming en samenwerking met verwijzer. De jeugdhulpaanbieder zorgt voor inzet van de betrokken gedragswetenschapper en regievoerder. De jeugdhulpaanbieder zorgt met inzet van de WO-er voor een goede gemotiveerde matching. De jeugdhulpaanbieder zorgt bij ziekte/vakantie voor continuïteit de zorg. Jeugdhulpaanbieder heeft aandacht voor een gezonde leefomgeving, bijvoorbeeld werken met de methode van Machteld Hubert, positieve gezondheid. Jeugdhulpaanbieder conformeert zich aan het richtinggevend kader ‘Iedereen een thuis’ en de uitvoeringsagenda ‘Iedereen een thuis’. Jeugdhulpaanbieder werkt met de Verklarende Analyse in de Jeugdhulpregio Drenthe. Jeugdhulpaanbieder betrekt de regionale experttafel Drenthe (RET) wanneer een complexe zorgvraag dreigt vast te lopen en er aanvullende expertise en/of advies nodig is. Toezicht en bereikbaarheid: Aanbieder is 24/7 aanwezig. Aanbieder houdt 24/7 toezicht. Aanbieder is 24/7 bereikbaar voor de jeugdige en de ouder(s)/verzorgers van de jeugdige. In de nacht is begeleiding op gehoorafstand aanwezig. Eisen aan de accommodatie jeugdhulpaanbieder: De jeugdhulpaanbieder zorgt van ervoor dat de locatie voldoet aan alle gestelde eisen waaronder (brand)veiligheid. Iedere jeugdige heeft privacy in/rond zijn bed. Het aantal jeugdigen per slaapvertrek is bij voorkeur maximaal 4/5. Gemengd slapen kan alleen met veiligheidstaxatie door de jeugdhulpaanbieder, in afstemming met de jeugdige en met schriftelijke toestemming van de ouder(s)/verzorgers. Een veilige en stimulerende omgeving. Personeelseisen: 85% Mbo niveau 3 en 4. 10% Hbo (SKJ-geregistreerd). 5% WO. de medewerkers met een Hbo- en WO-opleiding moeten tijdens het logeren regelmatig aanwezig zijn, bijvoorbeeld om te observeren. Artikel3.5Aspecten jeugd behandeling basis GGZ voor de duur van maximaal 1 jaar Er is sprake van een jeugdige die (gespecialiseerde) behandeling behoeft omdat ondersteuning in de vorm van begeleiding niet voldoende is. Doelstelling is het verbeteren van het geestelijk en lichamelijk welbevinden van de jeugdige. Definitie: Het methodisch tot stand brengen van gedragsverandering om belemmeringen die jeugdigen en/of ouder(
  14. s)ervaren bij de jeugdige, door psychische of psychosociale klachten weg te nemen (= herstel) of te verminderen (= erger voorkomen). Behandeling wordt ingezet op basis van een gedegen analyse/ diagnostiek en een specifiek – van tevoren bepaald – behandeldoel binnen een van tevoren bepaalde periode. Er wordt gewerkt met bewezen effectieve methoden (bij voorkeur evidence based) voor een specifieke doelgroep of bij specifieke klachten. De problematiek ligt overwegend op het vlak van de GGZ, maar er is ook aandacht voor systeemproblematiek. Beschrijving: Dit resultaat gaat over het geestelijk welbevinden van de jeugdige. De behandeling is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de jeugdige en de jeugdige leert om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De symptomen van de problematiek zijn afwezig of zeldzaam of de symptomen van de problematiek hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen. Mogelijke subresultaten: De jeugdige is in staat om zelf in zijn dagelijks functioneren met zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen en/of verstandelijke beperking om te gaan. De jeugdige kan met ondersteuning omgaan met de symptomen van zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen en/of verstandelijke beperking en de moeilijkheden in het dagelijks functioneren. Voorkomen dat de geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘geestelijke gezondheid’ in de ZRM. Inzet mogelijk op interventieniveau 4. Bedoeld voor jeugdigen met lichte tot matige klachten op een beperkt aantal leefgebieden, vaak enkelvoudig. Deze zorg is oplossingsgericht. De behandeling richt zich op één of een aantal symptomen en specifieke klachten. Hier wordt minder ingegaan op de persoonlijkheid of de identiteitsbeleving of persoonsgeschiedenis van de jeugdige. Het doel is om de klachten te behandelen die iemand nu ervaart. De behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige. Onderdeel van de subresultaten a en b is dat de ouder(
  15. s)in staat zijn om zelfstandig of met ondersteuning met de problematiek van de jeugdige om te gaan en hem te ondersteunen. Subresultaat c heeft betrekking op de veiligheid van de jeugdige. Veiligheid is altijd een aandachtspunt en loopt dwars door alle interventies heen. (Personeels)eisen: Minimale functiemix is 50% Hbo, 35% Wo en 15% Wo+. Jeugdhulpaanbieder committeert zich aan de Treeknorm. Er is bij voorkeur sprake van een evidence based behandelmethodiek, maar in elk geval een bewezen effectieve methode. Jeugdhulpaanbieders die ook volwassenen GGZ bieden dienen te voldoen aan het kwaliteitsstatuut GGZ-Zorg voor vrijgevestigden of instellingen. U verklaart dat het kwaliteitsstatuut ook van toepassing is op de jeugdhulp. Daarmee verklaart u dat met betrekking tot de behandelzorg voor kinderen en jeugdigen de uitgangspunten van het regiebehandelaarschap gelden. En daarbij uiteraard te voldoen aan het Drents Kwaliteitskader. Jeugdhulpaanbieders die alleen Jeugd GGZ bieden, komen niet in aanmerking voor het kwaliteitsstatuut GGZ. Om in aanmerking te komen voor een contract voor deze vorm van jeugdhulp, verklaart u bereid te zijn om in lijn met het kwaliteitsstatuut GGZ te werken en de gepaste zorg te leveren met inachtneming van de uitgangspunten van dat statuut. En daarbij uiteraard te voldoen aan het Drents Kwaliteitskader. Artikel3.6Aspecten specialistische GGZ voor de duur van maximaal 2 jaar met de volgende producten: ambulante jeugd behandeling specialistische GGZ Er is sprake van een jeugdige die (gespecialiseerde) behandeling behoeft omdat ondersteuning in de vorm van begeleiding niet voldoende is. Doelstelling is het verbeteren van het geestelijk en lichamelijk welbevinden van de jeugdige. Definitie: Het methodisch tot stand brengen van gedragsverandering om belemmeringen die jeugdigen en/of ouder(
  16. s)ervaren bij de jeugdige, door psychische of psychosociale klachten weg te nemen (= herstel) of te verminderen (= erger voorkomen). Behandeling wordt ingezet op basis van een gedegen analyse/diagnostiek en een specifiek – van tevoren bepaald – behandeldoel binnen een van tevoren bepaalde periode. Er wordt gewerkt met bewezen effectieve methoden (bij voorkeur evidence based) voor een specifieke doelgroep of bij specifieke klachten. De problematiek ligt overwegend op het vlak van de GGZ, maar er is ook aandacht voor systeemproblematiek. Binnen de Specialistische GGZ gaat het over het geestelijk welbevinden van de jeugdige. De behandeling is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de jeugdige en de jeugdige leert om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Beschrijving: Dit resultaat gaat over het geestelijk welbevinden van de jeugdige. De behandeling is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de jeugdige en de jeugdige leert om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De symptomen van de problematiek zijn afwezig of zeldzaam of de symptomen van de problematiek hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen. Mogelijke subresultaten: De jeugdige is in staat om zelf in zijn dagelijks functioneren met zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen en/of verstandelijke beperking om te gaan. De jeugdige kan met ondersteuning omgaan met de symptomen van zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen en/of verstandelijke beperking en de moeilijkheden in het dagelijks functioneren. Voorkomen dat de geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘geestelijke gezondheid’ in de ZRM. Inzet mogelijk op interventieniveau 5. De indicatie wordt afgegeven voor 2 jaar. Dit wegens administratieve lastenvermindering en niet omdat de behandeling twee jaar dient te duren. Bij specialistische zorg staat naast de direct aanwezige klachten ook de complexe problematiek onderliggend aan de klachten meer centraal. Hier wordt meer stil gestaan bij de persoonsgeschiedenis van de jeugdige en worden klachten bekeken in het kader van diens persoonlijkheid. De identiteit en zelfbeleving staan hier meer centraal. Bij specialistische zorg zal daarnaast ook veel nadruk liggen op het proces wat iemand doormaakt, of het proces van de therapie. Het doel is door dit proces een meer structurele verandering in het persoonlijk functioneren en de zelfbeleving te bewerkstelligen. De behandeling is bedoeld voor jeugdigen met ernstige, complexe of vaker terugkerende klachten op meerdere leefgebieden. De behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige. Onderdeel van de subresultaten a en b is dat de ouder(
  17. s)in staat zijn om zelfstandig of met ondersteuning met de problematiek van de jeugdige om te gaan en hem te ondersteunen. Subresultaat c heeft betrekking op de veiligheid van de jeugdige. Veiligheid is altijd een aandachtspunt en loopt dwars door alle interventies heen. Personeelseisen: Minimale functiemix: 45% Hbo, 40% Wo en 15% Wo+. Er is bij voorkeur sprake van een evidence based behandelmethodiek, maar in elk geval een bewezen effectieve methode. Jeugdhulpaanbieders die ook volwassenen GGZ bieden dienen te voldoen aan het kwaliteitsstatuut GGZ-Zorg voor vrijgevestigden of instellingen. U verklaart dat het kwaliteitsstatuut ook van toepassing is op de jeugdhulp. Daarmee verklaart u dat met betrekking tot de behandelzorg voor kinderen en jeugdigen de uitgangspunten van het regiebehandelaarschap gelden. En daarbij uiteraard te voldoen aan het Drents Kwaliteitskader. Jeugdhulpaanbieders die alleen Jeugd GGZ bieden, komen niet in aanmerking voor het kwaliteitsstatuut GGZ. Om in aanmerking te komen voor een contract voor deze vorm van jeugdhulp, verklaart u bereid te zijn om in lijn met het kwaliteitsstatuut GGZ te werken en de gepaste zorg te leveren met inachtneming van de uitgangspunten van dat statuut. En daarbij uiteraard te voldoen aan het Drents Kwaliteitskader. Artikel3.7Aspecten specialistische GGZ voor de duur van maximaal 2 jaar met de volgende producten: medicatiecontrole tot het 18e levensjaar Beschrijving: Dit resultaat gaat over het geestelijk welbevinden van de jeugdige. De behandeling is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de jeugdige en de jeugdige leert om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De symptomen van de problematiek zijn afwezig of zeldzaam of de symptomen van de problematiek hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen. Mogelijke subresultaten: De jeugdige is in staat om zelf in zijn dagelijks functioneren met zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen om te gaan. De jeugdige kan met ondersteuning omgaan met de symptomen van zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen en/of verstandelijke beperking en de moeilijkheden in het dagelijks functioneren. Voorkomen dat de geestelijke gezondheidsproblemen van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘geestelijke gezondheid’ in de ZRM. Inzetbaar op interventieniveau 5. Dit resultaat betreft laagfrequente controle van het gebruik van medicatie voor een psychische beperking van de jeugdige. Dit resultaatgebied wordt uitsluitend ingezet indien de behandeling is afgerond. In andere gevallen maakt de medicatiecontrole onderdeel uit van het resultaatgebied dat bij het behandeltraject hoort. Jeugdhulpaanbieder dient ook voor het resultaat Specialistische GGZ gecontracteerd te zijn. Personeelseisen: Minimale functiemix: 45% Hbo, 40% Wo en 15% Wo+. Artikel3.8Aspecten specialistische GGZ voor de duur van maximaal 2 jaar met de volgende producten: ambulante behandeling verslaving Beschrijving: Behandeling van verslavingsproblematiek in brede zin. Het betreft de afhankelijkheid van middelen en het kunnen omgaan met de eventuele gevolgen daarvan. Doelstelling is afbouw van de afhankelijkheid van de verslaving en het zo goed mogelijk functioneren in de maatschappij. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Er is geen sprake van middelengebruik dan wel middelenmisbruik. Mogelijke subresultaten: Jeugdige is zelfstandig in staat om met de verslavingsproblematiek om te gaan en geen middelen meer te gebruiken. Jeugdige is zelfstandig in staat om ondanks zijn verslaving te functioneren, zelfredzaam te blijven en te participeren. Jeugdige kan met ondersteuning ondanks de verslaving blijven functioneren en participeren. Voorkomen dat de (potentiële) verslaving van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘Verslaving’ in de ZRM. Inzet mogelijk op interventieniveau 5. De behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Onderdeel van de subresultaten a en b en c is dat de ouder(
  18. s)in staat zijn om zelfstandig of met ondersteuning met de problematiek van de jeugdige om te gaan en hem te ondersteunen. Subresultaat d heeft betrekking op de veiligheid van de jeugdige. Veiligheid is altijd een aandachtspunt en loopt dwars door alle interventies heen. Personeelseisen: Minimale functiemix: 45% Hbo, 40% Wo en 15% Wo+. Er is bij voorkeur sprake van een evidence based behandelmethodiek, maar in elk geval een bewezen effectieve methode. Jeugdhulpaanbieders die ook volwassenen GGZ (Verslaving) bieden dienen te voldoen aan het kwaliteitsstatuut GGZ-Zorg voor vrijgevestigden of instellingen. U verklaart dat het kwaliteitsstatuut ook van toepassing is op de jeugdhulp. Daarmee verklaart u dat met betrekking tot de behandelzorg voor kinderen en jeugdigen de uitgangspunten van het regiebehandelaarschap gelden. En daarbij uiteraard te voldoen aan het Drents Kwaliteitskader. Jeugdhulpaanbieders die alleen Jeugd GGZ (Verslaving) bieden, komen niet in aanmerking voor het kwaliteitsstatuut GGZ. Om in aanmerking te komen voor een contract voor deze vorm van jeugdhulp, verklaart u bereid te zijn om in lijn met het kwaliteitsstatuut GGZ te werken en de gepaste zorg te leveren met inachtneming van de uitgangspunten van dat statuut. En daarbij uiteraard te voldoen aan het Drents Kwaliteitskader. Artikel3.9Aspecten Ambulante gezinsbehandeling voor de duur van maximaal 6 maanden Er is sprake van een jeugdige die (gespecialiseerde) behandeling behoeft omdat ondersteuning in de vorm van begeleiding niet voldoende is. Doelstelling van de hulp aan gezinnen is gedragsverandering, het versterken van de eigen kracht, het betrekken van het netwerk en vroegtijdig, laagdrempelige hulp bieden om zorgen in de toekomst te voorkomen. Er wordt altijd ingezet vanuit het gezinsperspectief. Definitie: Gezinsbehandeling is het methodisch tot stand brengen van gedragsverandering om belemmeringen, die jeugdigen en/of ouder(
  19. s)bij de jeugdige ervaren en die door psychische of psychosociale klachten veroorzaakt worden, weg te nemen (= herstel) of te verminderen (= erger voorkomen). Gezinsbehandeling heeft onder andere betrekking op de opvoedvaardigheden van ouder(s), gedragsproblematiek als gevolg van omgevingsfactoren en de consequenties van (v)echtscheidingen. De inzet vindt altijd plaats vanuit gezinsperspectief en de ondersteuning richt zich zowel op de ouder(
  20. s)als de jeugdige zelf. We spreken van systemische opvoedondersteuning in de vorm van behandeling. Beschrijving: Ambulante gezinsbehandeling richt zich op enkelvoudige problematiek (van mild tot ernstig), of milde meervoudige problematiek, waarbij de ondersteuning niet multidisciplinair hoeft aangeboden te worden. Waar nodig is er wel afstemming of overleg met andere betrokkenen rond het gezin of de jeugdige. De behandeling richt zich op het verminderen dan wel stabiliseren van de problematiek en het verbeteren van het functioneren van de jeugdige en het omringende systeem. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Er is slechts sprake van alledaagse herkenbare opvoedingsvragen die gaan over enkelvoudige en praktische problemen. De ouder(
  21. s)kunnen de situatie goed aan. Jeugdige verblijft in een positief en veilig opvoedklimaat. Mogelijke subresultaten: Het gezin kan ondanks een ongewenste situatie zelfstandig een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren. Het gezin kan, of beide ouder(
  22. s)kunnen, ondanks de ontstane ongewenste situatie, met ondersteuning een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren. Jeugdige wordt voorbereid en begeleid naar zelfstandigheid en/of zelfstandig wonen. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘opvoedingsstress’ en/of ‘huiselijke relaties’ in de ZRM. Inzet mogelijk op interventieniveau 5. De behandeling richt zich op het systeem waar het kind deel van uitmaakt. Ambulante gezinsbehandeling dient vorm gegeven te worden middels een ondersteuningsplan dat wordt opgesteld samen met de ouder(
  23. s)en/of de jeugdige. Onderdeel van dit plan zijn afspraken die gemaakt worden met de ouder(
  24. s)en/of jeugdige voor de periode na afronding van de behandeling. Hoe wordt recidive voorkomen? Hoe wordt geborgd dat de geleerde vaardigheden beklijven? De gemeente kiest ervoor om ook ouder(
  25. s)en/of verzorgers te ondersteunen bij opvoedvraagstukken, indien er voor de jeugdige niet direct een toekenning voor een individuele voorziening is. Een toekenning voor de ouder(
  26. s)op grond van de Wmo is niet noodzakelijk. Ambulante gezinsbehandeling kan niet gelijktijdig met Vaktherapie worden ingezet. Personeelseisen: Minimale functiemix: 85% Hbo+ en 15% Wo. Jeugdhulpaanbieder dient bij voorkeur gebruik te maken van evidence based behandelprogramma’s, dan wel werkzame en doeltreffende interventies die goed beschreven dan wel goed onderbouwd zijn, zoals beschreven bij de databank effectieve jeugdinterventies van het NJI, het kenniscentrum Kinderen jeugdpsychiatrie dan wel het kenniscentrum LVB. Jeugdhulpaanbieder committeert zich aan een wachttijd van maximaal 4 weken bij acute problematiek wordt binnen 24 uur gestart met daadwerkelijke zorg. Bij Ambulante gezinsbehandeling gaan we uit van medewerkers met een passende (jeugd)opleiding op minimaal HBO niveau die systemische behandelingen mogen bieden en SKJ- of BIG-geregistreerd zijn. De medewerker dient geschoold te zijn in de methodiek van de Intensieve Ambulante Gezinsbehandeling (IAG), de methodiek ‘Parent Management Training Oregon’ (PMTO) en/of Intensieve Psychiatrische Gezinsbehandeling (IPG), dan wel een systeem therapeutisch werker NVRG. Artikel3.10Aspecten Vaktherapie Er is sprake van een jeugdige die behandeling behoeft omdat ondersteuning in de vorm van begeleiding niet voldoende is. Vaktherapie kan alleen worden ingezet vanuit de wet als naar het oordeel van de gemeente sprake is van een noodzakelijke bijdrage aan de jeugdhulp en als er geen alternatief beschikbaar is. Binnen Vaktherapie wordt methodisch gebruik gemaakt van een ervaringsgerichte werkwijze om individuele doelstellingen te verwezenlijken van verandering, ontwikkeling, stabilisatie of acceptatie op emotioneel, gedragsmatig, cognitief, sociaal, neurologisch of lichamelijk gebied. Definitie: Vaktherapie is een behandelvorm, die uitgaat van doen en ervaren. Het non-verbale en ervaringsgerichte karakter van vaktherapie maakt het bijzonder geschikt voor kinderen en jeugdigen, die nog onvoldoende vaardigheden tot hun beschikking hebben om uiting te kunnen geven aan hun problemen of niet over hun problemen willen praten. Vaktherapeuten zijn specialisten in hun eigen vakgebied: beeldende therapie, danstherapie, dramatherapie, muziektherapie, speltherapie of psychomotorische (kind) therapie. Alle andere vormen vallen dus níet onder de noemer vaktherapie en mogen dan ook niet als zodanig worden ingezet. Het doel van Vaktherapie is enerzijds klachtgericht, het gaat over het geestelijk en/of lichamelijke welbevinden van de jeugdige. De behandeling is gericht op het opheffen, verminderen of accepteren van problematiek en om terugval en hernieuwde klachten zo veel mogelijk te voorkomen. Anderzijds is het doel persoonsgericht, namelijk om het welbevinden en de kwaliteit van leven en de persoonlijke ontwikkeling van de jeugdige te bevorderen. Beschrijving: Dit resultaat richt zich op enkelvoudige problematiek (van mild tot ernstig), of milde meervoudige problematiek, waarbij de ondersteuning niet multidisciplinair hoeft aangeboden te worden. Waar nodig is er wel afstemming of overleg met andere betrokkenen rond het gezin of de jeugdige. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Er is slechts sprake van alledaagse herkenbare opvoedingsvragen die gaan over enkelvoudige en praktische problemen. De ouder(
  27. s)kunnen de situatie goed aan, de jeugdige is beter in staat om uiting te geven aan zijn/haar problemen. Jeugdige verblijft in een positief en veilig opvoedklimaat. Mogelijke subresultaten: De jeugdige en /of het gezin kan de situatie goed aan en heeft alleen te maken met de dagelijkse, gebruikelijke beslommeringen. De jeugdige en/ of het gezin kan ondanks een ongewenste situatie zelfstandig een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren. De jeugdige en/ of het gezin kan, of beide ouder(
  28. s)kunnen, ondanks de ontstane ongewenste situatie, met ondersteuning een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘opvoedingsstress’ en/of ‘huiselijke relaties’ in de ZRM. Vaktherapie is gepositioneerd onder interventieniveau 4. Maximaal 30 sessies, een individuele sessie duurt maximaal 60 minuten, een gezins-, ouder/kind- of groepssessie duurt maximaal 90 minuten. De behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige. Onderdeel van de subresultaten b en c is dat de ouder(
  29. s)in staat zijn om zelfstandig of met ondersteuning met de problematiek van de jeugdige om te gaan en hem te ondersteunen. Bij vaktherapie worden (bewezen) effectieve interventies ingezet. Therapie zoals met dieren, hulphonden, rots- en watertrainingen vallen niet onder Vaktherapie en komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking. Vaktherapie kan niet tegelijk met ambulante gezinsbehandeling ingezet worden. Personeelseisen: Een vaktherapeut heeft een opleiding op HBO/master niveau. Een erkende opleiding is een door de NVAO geaccrediteerde opleiding, een door verenigingen erkende bachelor of master opleiding in één van de vaktherapeutische beroepen of een door de beroepsverenigingen erkende buitenlandse bachelor of masteropleiding. Een vaktherapeut dient registreert te zijn in het Kwaliteitsregister Vaktherapie. En een als vaktherapeut opgeleide professional die werkzaam is als jeugd- en gezinsprofessional (dus níet als vaktherapeut) moet wél SKJ-geregistreerd zijn. Een vaktherapeut moet lid zijn van een beroepsvereniging die aangesloten is bij de FVB (bijv. VNBT, NVPMKT). Jeugdhulpaanbieder committeert zich aan de maximale wachttijd van 4 weken. Bij acute problematiek wordt binnen 48 uur gestart met daadwerkelijke zorg. Artikel3.11Aspecten Intensieve ambulante gezinsbehandeling instellingen voor de duur van maximaal 1 jaar Er is sprake van een jeugdige die (gespecialiseerde) behandeling behoeft omdat ondersteuning in de vorm van begeleiding niet voldoende is. Er kan sprake zijn van een (licht) verstandelijke beperking. Doelstelling van de hulp aan gezinnen is gedragsverandering, het versterken van de eigen kracht, het betrekken van het netwerk en vroegtijdig, laagdrempelige hulp bieden om zorgen in de toekomst te voorkomen. Er wordt altijd ingezet vanuit het gezinsperspectief. Definitie: Gezinsbehandeling is het methodisch tot stand brengen van gedragsverandering om belemmeringen, bij jeugdigen en/of ouder(
  30. s)weg te nemen (= herstel) of te verminderen (= erger voorkomen). Deze belemmeringen kunnen worden veroorzaakt door psychische of psychosociale klachten bij jeugdigen en/of ouder(s). Behandeling wordt ingezet op basis van een gedegen analyse/ diagnostiek en een specifiek – van tevoren bepaald – behandeldoel binnen een van tevoren bepaalde periode. Behandeling wordt uitgevoerd door een professional met SKJ/NVO/NIP/NVRG of BIG-registratie of een professional met een registratie in het register voor Vaktherapie of het register van de Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën. Er wordt gewerkt met bewezen effectieve methoden (bij voorkeur evidence based) voor een specifieke doelgroep of bij specifieke klachten. De instelling voor ‘Ambulante gezinsbehandeling instellingen’ heeft zich op die specifieke kennis gespecialiseerd. Er worden meerdere disciplines binnen één instelling ingezet bij de jeugdigen. Beschrijving: De ‘Intensieve ambulante gezinsbehandeling instellingen’ richt zich op ernstige, meervoudige problematiek bij de jeugdige, waarbij de ondersteuning multidisciplinair aangeboden moet worden. De behandeling richt zich op het verminderen dan wel stabiliseren van de problematiek en het verbeteren van het functioneren van de jeugdige en het omringende systeem. Onderwerp van de behandeling zijn zaken als ernstige gedragsproblematiek bij de jeugdige, opvoedvaardigheden bij ouder(
  31. s)en/of de consequenties van een (v)echtscheiding. Bij intensieve ambulante gezinsbehandeling kan ook sprake zijn van een situatie waarbij een (licht)verstandelijke beperking een rol speelt. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Er is slechts sprake van alledaagse herkenbare opvoedingsvragen die gaan over enkelvoudige en praktische problemen. De ouder(
  32. s)kunnen de situatie goed aan. Jeugdige verblijft in een positief en veilig opvoedklimaat. Mogelijke subresultaten: Het gezin kan ondanks een ongewenste situatie zelfstandig een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren. Het gezin kan, of beide ouders kunnen, ondanks de ontstane ongewenste situatie, met ondersteuning een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren. Jeugdige wordt voorbereid en begeleid naar zelfstandigheid en/of zelfstandig wonen. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘opvoedingsstress’ en/of ‘huiselijke relaties’ in de ZRM. De behandeling richt zich niet uitsluitend op het kind, maar ook op de andere leden van het systeem waar het kind deel van uitmaakt. ‘Intensieve ambulante gezinsbehandeling instellingen’ wordt alleen ingezet indien voorliggende problemen opgelost zijn (denk hierbij aan schuldsanering, emotie regulatie, oververmoeidheid, etc.). Constateert jeugdhulpaanbieder dat de basis niet op orde is, dan dient in overleg met de gemeentelijk toegang vastgesteld te worden hoe de basis eerst op orde gebracht kan worden. Dit kan betekenen dat de ‘Intensieve ambulante gezinsbehandeling instellingen’ voor alsnog niet wordt ingezet. De ‘Intensieve ambulante gezinsbehandeling instellingen’ dient vormgegeven te worden middels een ondersteuningsplan die wordt opgesteld samen met de ouder(
  33. s)en/of de jeugdige. Onderdeel van dit plan zijn afspraken die gemaakt worden met de ouder(
  34. s)en/of jeugdige voor de periode na afronding van de behandeling. Hoe wordt recidive voorkomen? Hoe wordt geborgd dat de geleerde vaardigheden beklijven? De gemeente kiest ervoor om ook ouder(
  35. s)te ondersteunen bij opvoedvraagstukken, indien er voor de jeugdige niet direct een toekenning voor een individuele voorziening is. Een toekenning voor de ouder(
  36. s)op grond van de Wmo is niet noodzakelijk. Inzetbaar op interventieniveau 6. Jeugdhulpaanbieder beschikt over een eigen klinische voorziening, danwel is in staat deze klinische voorziening op basis van aantoonbare samenwerkingsafspraken te leveren. Jeugdhulpaanbieder heeft voldoende behandelcapaciteit 75 kilometer rond de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten. Jeugdhulpaanbieder is aantoonbaar verbonden met landelijke kenniscentra, zoals het NJI, Landelijk Kenniscentrum KJP of andere relevante kennisinstituten. Jeugdhulpaanbieder committeert zich aan de Treeknorm. Personeelseisen: Minimale functiemix: 85% Hbo(+), 10% WO en 5% WO+/arts. Jeugdhulpaanbieder heeft een minimale omvang van 15 FTE aan behandelaren die WO/WO+ geschoold zijn. Artikel3.12Aspecten Kinderdagcentrum (KDC) Het Kinderdagcentrum biedt dagbesteding (in groepsverband) gericht op het aanleren van vaardigheden ter voorbereiding op (speciaal)onderwijs en in het kader van persoonlijke ontplooiing. Definitie: Het KDC biedt een veilige basis voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand of beperking waarvoor deelname aan (speciaal) onderwijs nog niet mogelijk is. Hierbij kunnen zij zich op hun eigen manier en tempo ontwikkelen met intensieve ondersteuning van experts op het gebied van gedrag, motoriek, spel, muziek en communicatie. Beschrijving: De jeugdige is vanwege belemmering (nog) niet in staat om (speciaal) onderwijs te volgen. Hiermee wordt structuur gegeven aan de dag en de mogelijkheid vergroot om de stap te maken naar onderwijs. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De jeugdige is in staat om (speciaal) onderwijs te volgen. Mogelijke subresultaten: Jeugdige is in staat om de stap richting (speciaal) onderwijs te zetten. Jeugdige groeit en ontwikkelt zich. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij ‘dagbesteding’ in de ZRM. Dit resultaat kan alleen ingezet worden indien er geen andere ondersteuning mogelijk blijkt te zijn. Indien er geen sprake is van (een ernstig vermoeden van) een cognitieve beperking, dan dient er doorverwezen te worden naar een andere voorziening en is het KDC niet de eerst aangewezen plek. Begeleiding op de groep en persoonlijke verzorging van jeugdige op locatie van de dagbesteding wordt geacht onderdeel uit te maken van dit resultaat. Begeleiding/ behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige, ook andere leden van het systeem worden hierbij betrokken. Het gaat dan in het bijzonder om de doorvertaling van de begeleiding/ behandeling in de thuissituatie. Jeugdhulpaanbieder past toe of is bereid tot het uitvoeren van het leefklimaatonderzoek volgens de methode van Peer van der Helm. Jeugdhulpaanbieder is aantoonbaar verbonden aan landelijke kenniscentra, zoals NJI, of andere relevante kennisinstituten. Jeugdhulpaanbieder committeert zich aan de Treeknorm. Jeugdhulpaanbieder heeft voldoende behandelcapaciteit 30 kilometer rond de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten. Personeelseisen: Jeugdhulpaanbieder heeft een minimale omvang van 15FTE aan behandelaren die Hbo(+) en Wo(+) geschoold zijn. De medewerkers beschikken over specialistische, up-to-date kennis om zeer complexe problematiek te kunnen diagnosticeren en behandelen. Er wordt gewerkt in een multidisciplinair team, door middel van een dienstverband ingebed in de organisatie en betrokken bij de behandeling en begeleiding van de jeugdige die ondersteuning in de vorm van KDC krijgt. Het team bestaat tenminste uit een orthopedagoog en kan worden aangevuld met SKJ-geregistreerde Hbo(+) en Wo(+) geschoolde professionals. Artikel3.13Aspecten Medisch orthopedagogisch centrum (MOC) voor de duur van maximaal 1 jaar De inzet van het MOC richt zich op het optimaliseren van de opvoedingscontext. De ondersteuning richt zich op het versterken van de mogelijkheden van ouder(
  37. s)om hun kind te (leren) reguleren. Zo ontwikkelt een kind zelfregulatie en veerkracht. Daarmee zijn psychische en lichamelijke problemen in de toekomst te voorkomen of te beperken. De dagbehandeling is intensief en tijdelijk voor kinderen van 0 tot 18 jaar en hun ouder(
  38. s)(danwel pleegouder(s), of verzorgers). Het gaat om kinderen met ontwikkelingsproblemen waar bovendien sprake is van ernstige opvoedproblemen. Zonder hulp zouden deze kinderen niet goed kunnen deelnemen aan het gezinsleven of onderwijs en bij een aantal kinderen dreigt uitsluiting. Er zijn veelal zorgen op meerdere ontwikkelingsdomeinen (stagnerende lichamelijke ontwikkeling of medische problemen, stagnerende sociaal-emotionele ontwikkeling of psychische stoornis), er zijn complexe opvoedingsvragen of er is sprake van (een risico
  39. op)onveiligheid, verwaarlozing of kindermishandeling. Beschrijving: Doelstelling van het MOC is stabilisatie van de situatie, het kind weer op het pad van een gezonde ontwikkeling te brengen en inzet van gespecialiseerde hulp in de latere ontwikkelingsfase van het kind te voorkomen of te beperken. Tijdens de dagbehandeling doet het kind positieve ervaringen op in het omgaan en spelen met andere kinderen. Binnen de dagbehandeling wordt een multidisciplinair aanbod gerealiseerd. Daarnaast worden bij de dagbehandeling verschillende vormen van therapieën aangeboden. Aan de gezinssituatie wordt intensieve ambulante hulpverlening geboden, waarbij het doel is het gezin beter toe te rusten om een antwoord te geven op het specifieke gedrag van het kind. Kinderen die achterblijven in beweging, in spraak en taal of in contact met anderen kunnen extra hulp krijgen zoals fysiotherapie, logopedie, speltherapie of psychomotorische therapie. Er zijn kleine groepen met individuele aandacht. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Er is slechts sprake van alledaagse herkenbare opvoedingsvragen die gaan over enkelvoudige en praktische problemen. De ouder(
  40. s)kunnen de situatie goed aan. Jeugdige verblijft in een positief en veilig opvoedklimaat. Mogelijke subresultaten: Het gezin kan ondanks een ongewenste situatie zelfstandig een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren. Gezin kan ondanks de ontstane ongewenste situatie met ondersteuning een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren. Jeugdige wordt voorbereid en begeleid naar zelfstandigheid. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘opvoedingsstress’ en/of ‘huiselijke relaties’ in de ZRM. Inzet op interventieniveau 7. De ondersteuning richt zich niet uitsluitend op het kind, maar ook op de andere leden van het systeem waar het kind deel van uitmaakt. De gemeente kiest ervoor om ook ouder(
  41. s)te ondersteunen bij opvoedvraagstukken, indien er voor de jeugdige niet direct een toekenning voor een individuele voorziening is. Een toekenning voor de ouder(
  42. s)op grond van de Wmo is niet noodzakelijk. Het dagprogramma betreft een integraal aanbod, gebaseerd op een multidisciplinair behandelplan. Onderwijs en behandeling worden zoveel als mogelijk op elkaar afgestemd. Aan de gezinssituatie wordt intensieve ambulante hulpverlening geboden, waarbij het doel is het gezin beter toe te rusten om een antwoord te geven op het specifieke gedrag van het kind. Er kan sprake zijn van complexe en meervoudige problemen die maken dat intensievere ondersteuning nodig is dan thuis of in een pleeggezin geboden kan worden. Jeugdhulpaanbieder past toe of is bereid tot het uitvoeren van het leefklimaatonderzoek volgens de methode van Peer van der Helm. Dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats en voeding en de dagelijkse opvoeding en begeleiding bij onderwijs en vrijetijdsbesteding. Ook het specifiek opvoeden gelet op de problematiek maakt onderdeel uit van dit resultaatgebied. Er is sprake van een evidence based behandelmethodiek. Van jeugdhulpaanbieder wordt verwacht dat deze stuurt op de gemiddelde behandelduur en dat er aandacht wordt besteed aan de thuissituatie waardoor de problematiek beheersbaar blijft. De dagbehandeling van het MOC is gepositioneerd op interventieniveau 7. Personeelseisen: Jeugdhulpaanbieder heeft een minimale omvang van 15FTE aan behandelaren die WO/WO(+) geschoold zijn. Jeugdhulpaanbieder is aantoonbaar verbonden aan landelijke kenniscentra, zoals NJI, of andere relevante kennisinstituten. Jeugdhulpaanbieder committeert zich aan de Treeknorm. Jeugdhulpaanbieder heeft voldoende behandelcapaciteit binnen 30 kilometer rond de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten. De medewerkers beschikken over specialistische, up-to-date kennis om zeer complexe problematiek te kunnen diagnosticeren en behandelen. Er wordt gewerkt in een multidisciplinair team, door middel van een dienstverband ingebed in de organisatie en betrokken bij de behandeling en begeleiding van de jeugdige die ondersteuning in de vorm van MOC krijgt. Het team bestaat tenminste uit een medisch specialiste, orthopedagoog en kan worden aangevuld met SKJ of BIG geregistreerde HBO(+) en WO(+) geschoolde professionals. Artikel3.14Aspecten Specialistische GGZ instellingen voor de duur van maximaal 2 jaar met de volgende producten: hoog specialistische GGZ Er is sprake van een jeugdige die (gespecialiseerde) behandeling behoeft omdat ondersteuning in de vorm van begeleiding niet voldoende is. Doelstelling is het verbeteren van het geestelijk en lichamelijk welbevinden van de jeugdige. Definitie: Het methodisch tot stand brengen van gedragsverandering om belemmeringen die jeugdigen en ouder(
  43. s)ervaren door psychische of psychosociale klachten weg te nemen (= herstel) of te verminderen (= erger voorkomen). Behandeling wordt ingezet op basis van een gedegen analyse/ diagnostiek en een specifiek – van tevoren bepaald – behandeldoel binnen een van tevoren bepaalde periode. Behandeling wordt uitgevoerd door professionals met SKJ/NVO/NIP/NVRG of BIG-registratie of een professional met een registratie in het register voor Vaktherapie of het register van de Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën. Er wordt gewerkt met bewezen effectieve methoden voor een specifieke doelgroep of bij specifieke klachten. De problematiek ligt overwegend op het vlak van de GGZ, maar er is ook aandacht voor systeemproblematiek. De behandeling richt zich op de psychiatrische problematiek van de jeugdige, waarbij er ook aandacht is voor het systeem waarin de jeugdige verkeert. Het gaat om ernstige psychiatrische problemen bij de jeugdigen. De instelling voor gespecialiseerde GGZ heeft zich op die specifieke kennis gespecialiseerd. Er worden meerdere disciplines binnen één instelling ingezet bij de jeugdigen. Beschrijving: Dit resultaat gaat over het geestelijk welbevinden van de jeugdige. De behandeling is gericht op het verbeteren en/of stabiel houden van de mentale toestand van de jeugdige. Daarnaast leert de jeugdige om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Resultaat op volledige zelfredzaamheid: De symptomen van de problematiek zijn afwezig of zeldzaam of de symptomen van de problematiek hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen. Mogelijke subresultaten: De jeugdige is in staat om zelf in zijn dagelijks functioneren met zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen en/of verstandelijke beperking om te gaan. De jeugdige kan met ondersteuning omgaan met de symptomen van zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen en/of verstandelijke beperking en de moeilijkheden in het dagelijks functioneren. Voorkomen dat de geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen. Randvoorwaarden: Inzet mogelijk op interventieniveau 6. Bij hoog specialistische GGZ staat naast de direct aanwezige klachten ook de complexe problematiek onderliggend aan de klachten meer centraal. Hier wordt meer stil gestaan bij de persoonsgeschiedenis van de cliënt en worden klachten bekeken in het kader van diens persoonlijkheid. De identiteit en zelfbeleving staan hier meer centraal. Bij hoog specialistische GGZ zal daarnaast ook veel nadruk liggen op het proces wat iemand doormaakt, of het proces van de therapie. Het doel is door dit proces een meer structurele verandering in het persoonlijk functioneren en de zelfbeleving te bewerkstelligen. De behandeling is bedoeld voor jeugdigen met ernstige, complexe of vaker terugkerende klachten op meerdere leefgebieden. Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘geestelijke gezondheid’ in de ZRM. De behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige. Behandeling kan ook bestaan uit de inzet van een FACT-team. Onderdeel van de subresultaten a en b is dat de ouder(
  44. s)in staat zijn om zelfstandig of met ondersteuning met de problematiek van de jeugdige om te gaan en hem te ondersteunen. Subresultaat c heeft betrekking op de veiligheid van de jeugdige. Veiligheid is altijd een aandachtspunt en loopt dwars door alle interventies heen. Jeugdhulpaanbieder is 24/7 beschikbaar voor opvang in crisissituaties, zowel voor eigen cliënten als voor cliënten die niet bij jeugdhulpaanbieder in zorg zijn, dan wel is in staat deze zorg op basis van aantoonbare samenwerkingsafspraken te leveren. De 24/7 beschikbaarheid is flexibel en kan in verschillende varianten worden geboden (ambulante inzet, gezinsopname, Bed op Recept en Telefoon op Recept of korte crisisopname). Jeugdhulpaanbieder beschikt over een klinische voorziening, dan wel is in staat deze klinische voorziening op basis van aantoonbare samenwerkingsafspraken te leveren. Jeugdhulpaanbieder heeft voldoende behandelcapaciteit 75 kilometer rond de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten. Jeugdhulpaanbieder is aantoonbaar verbonden met landelijke kenniscentra, zoals het NJI, Landelijk Kenniscentrum KJP of andere relevante kennisinstituten. Jeugdhulpaanbieder committeert zich aan de Treeknorm. Jeugdhulpaanbieder voldoet aan het kwaliteitsstatuut GGZ-Zorg voor instellingen. Jeugdhulpaanbieder draagt naar rato bij aan de psychiatrische achterwacht van Spoed 4 Jeugd Drenthe door de inzet van kinder- en jeugdpsychiater(
  45. s)en conformeert zich aan de in de regio geldende visie, werkwijze en inrichting. Personeelseisen: Er is sprake van evidence based behandelmethodiek. Jeugdhulpaanbieder heeft een minimale omvang van 15 FTE aan behandelaren die WO/WO+ geschoold zijn. De behandelaren beschikken over specialistische, up-to-date kennis om zeer complexe problemen (zoals anorexia, psychoses, borderline problematiek, genderproblematiek, autisme), maar ook zeldzame of weinig voorkomende aandoeningen (zoals tics of aandoeningen op het grensvlak van psychiatrie en somatiek) goed te kunnen diagnosticeren en behandelen. Er wordt gewerkt in een multidisciplinair team, door middel van een dienstverband ingebed in de organisatie en betrokken bij de behandeling. Het team bestaat tenminste uit een psychiater Kind en Jeugd en klinisch psycholoog. Het team kan worden aangevuld met SKJ-geregistreerde HBO/Universitair/Post-master geschoolde professionals. e. Minimale functiemix: 40% Hbo (+), 30% Wo, 20% Wo+, 10% Algemeen medisch specialist. Artikel3.15Aspecten Specialistische GGZ instellingen voor de duur van maximaal 2 jaar met de volgende producten: medicatiecontrole Beschrijving: Dit resultaat gaat over het geestelijk welbevinden van de jeugdige. De behandeling is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de jeugdige en de jeugdige leert om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De symptomen van de problematiek zijn afwezig of zeldzaam of de symptomen van de problematiek hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen. Mogelijke subresultaten: De jeugdige is in staat om zelf in zijn dagelijks functioneren met zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen en/of verstandelijke beperking om te gaan. De jeugdige kan met ondersteuning omgaan met de symptomen van zijn geestelijke gezondheidsproblemen en/of gedragsproblemen en/of verstandelijke beperking en de moeilijkheden in het dagelijks functioneren. Voorkomen dat de geestelijke gezondheidsproblemen van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘geestelijke gezondheid’ in de ZRM. Dit resultaat betreft laagfrequente controle van het gebruik van medicatie voor een psychische beperking van de jeugdige. Dit resultaatgebied wordt uitsluitend ingezet indien de behandeling is afgerond. In andere gevallen maakt de medicatiecontrole onderdeel uit van het resultaatgebied dat bij het behandeltraject hoort. Personeelseisen: Dit product wordt uitgevoerd door een arts en/of (kinder- en jeugd) psychiater of verpleegkundig specialist. In opleidingssituaties geldt dat dit onder de verantwoordelijkheid van deze functies plaatsvindt. Artikel3.16Aspecten Verblijf op interventieniveau 8: verblijf met begeleiding met de volgende producten: verblijf met begeleiding Verblijf met begeleiding biedt een veilige basis voor kinderen met het perspectief om meerjarig te kunnen wonen. Door middel van begeleiding wordt de zelfredzaamheid van de jeugdige bevorderd, behouden of gecompenseerd. Definitie: Verblijf met begeleiding is bedoeld voor jeugdigen. De doelgroep betreft jeugdigen met ontwikkelingsproblemen, cognitieve, psychische- en/ of gedragsproblemen en die (nog) niet zelfstandig kunnen wonen en soms 24 uurs toezicht nodig hebben. Veelal zijn er vaardigheidstekorten op bijvoorbeeld het gebied van zelfredzaamheid, sociale agressieregulatie en zijn er problemen op meerdere levensgebieden. Naast de problematiek van de jeugdige zelf is er sprake van een onveilige of instabiele opvoed- en opgroeiomgeving en een ernstige verstoorde balans in de draagkracht en de draaglast. Bij (één van
  46. de)ouder(s)/opvoeders kan sprake zijn van verstandelijke, psychiatrische/verslavingsproblemen, ernstige relatieproblemen. Er is veelal sprake van verstoorde gezagsverhouding, pedagogische onmacht en/of verwaarlozing/mishandeling. De inschatting is dat het perspectief van de jeugdige op het moment van indiceren niet meer thuis ligt. Bij verblijf met begeleiding gaat het om het bevorderen, het behouden van of het compenseren van de zelfredzaamheid van de jeugdige. De problematiek is te complex en kan om die reden niet verholpen worden met (intensieve) ambulante behandeling. Pleegzorg en Gezinshuizen worden gezien als een voorliggende voorziening ten opzichte van verblijf met begeleiding. Beschrijving: Onder verblijf met begeleiding verstaan we wonen inclusief begeleiding van een jeugdige binnen een woongroep. Het gaat om jeugdigen die vanwege hun problematiek (nog) niet zelfstandig kunnen wonen en 24 uurs toezicht nodig hebben. Dat betekent dat er altijd begeleiders aanwezig zijn. Het doel is om de jeugdige zo normaal mogelijk op te voeden en daarnaast professionele begeleiding te bieden met een systeemgerichte aanpak. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Er is slechts sprake van alledaagse herkenbare opvoed– en opgroeivragen die gaan over enkelvoudige en praktische problemen. Jeugdige verblijft in een positief en veilig opvoedklimaat. Mogelijke subresultaten: De jeugdige keert terug naar de thuissituatie en het gezin kan zelfstandig een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren. De jeugdige keert terug naar de thuissituatie en het gezin kan met ondersteuning een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren. De jeugdige is voorbereid en begeleid naar zelfstandigheid en/of begeleid kamer wonen. De jeugdige heeft (tijdelijk) een gezond opgroeiklimaat buiten het gezin. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘opvoedingsstress en/of huiselijke relaties’ in de ZRM. Inzet mogelijk op interventieniveau 8. De begeleiding richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de begeleiding. Er wordt zoveel als mogelijk samengewerkt met de ouder(
  47. s)en/of (gezins-)voogd tijdens het verblijf. Betrekken bij de begeleiding betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige. Indien er sprake is van een woonvorm waarin ouder(
  48. s)met kinderen verblijven en de kinderen over een zelfstandige woonruimte beschikken, is er per kind een aanvullende financiering beschikbaar voor de kosten van bed, bad en brood. Jeugdhulpaanbieder komt alleen in aanmerking voor deze aanvullende financiering inden deze niet wordt vergoed van uit een BW- of WLZ-beschikking van de ouder. De begeleiding is gericht op herstel van het gewone leven. We beschouwen het hebben van een zinvolle daginvulling als essentieel in het leven van de jeugdige. Uitgangspunt is dat de jeugdhulpaanbieder zorgdraagt voor deze daginvulling. Dit in samenwerking met onderwijs/ leerplicht, we gaan ervan uit dat de jeugdigen onderwijs volgen en tenminste een startkwalificatie halen. Dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats, voeding en veiligheid binnen een goed pedagogisch klimaat. Jeugdhulpaanbieder past toe of is bereid tot het uitvoeren van het leefklimaatonderzoek volgens de methode van Peer van der Helm. Verblijf met begeleiding is tijdelijk en onderdeel van een traject. Jeugdhulpaanbieder draagt zorg voor een begeleidingsplan. Dit begeleidingsplan wordt opgesteld samen met de jeugdige en/of diens ouder(s)/vertegenwoordigers, en is gericht op het beheersbaar maken van de situatie. Onderdeel van het plan is toewerken naar een duidelijk toekomstperspectief. Personeelseisen: Minimale functiemix verblijf met begeleiding: 3% Wo, 5% Hbo, 92% Mbo. Jeugdhulpaanbieder houdt 24 uur per dag toezicht. Overdag is er een minimale personele inzet van 1 medewerker op 4 jeugdigen (tijdens de aanwezigheid van de jeugdigen) Afhankelijk van het zelfstandigheidsniveau van de jeugdigen zijn er in de avond 1 medewerker op 4 jeugdigen en in de nacht 1 medewerker op 8 jeugdigen aanwezig. Er is bij voorkeur sprake van evidence based methodieken. Jeugdhulpaanbieder draagt zorg voor eventueel vervoer (bijvoorbeeld van en naar huisarts en vrijetijdsbesteding). Jeugdhulpaanbieder draagt zorg voor een goede matching tussen jeugdige en woonvorm: jeugdige past in de samenstelling van de groep. Jeugdhulpaanbieder draagt zorg voor continuïteit en achtervang/toezicht. Artikel3.17Aspecten verblijf op interventieniveau 8: verblijf met begeleiding met de volgende producten: begeleid kamerwonen Beschrijving: Onder begeleid kamer wonen verstaan we wonen op locatie van de jeugdhulpaanbieder of woonruimte gefinancierd door de jeugdhulpaanbieder inclusief begeleiding van jeugdigen richting zelfstandigheid/ zelfstandig wonen. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De jeugdige is zelfredzaam en heeft veilige en toereikende huisvesting dat wil zeggen een regulier (huur)contract en autonome zelfstandige huisvesting. Mogelijke subresultaten: De jeugdige woont volledig zelfstandig. De jeugdige kan met ondersteuning zelfstandig wonen. Voorkomen dat jeugdige naar een beschermde woonvorm moet, niet meer zelfstandig kan wonen of dakloos wordt. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘huisvesting’ in de ZRM. Inzet mogelijk op interventieniveau 8. De ondersteuning is erop gericht om zelfstandig te worden op sociaal, maatschappelijk en praktisch gebied. De jeugdhulpaanbieder helpt de jeugdige om zijn of haar vaardigheden maximaal te ontwikkelingen zodat de jeugdige zich weet te redden op verschillende leefgebieden. De jeugdige is leerbaar en de ondersteuning is eindig. De minimale (ontwikkelings)leeftijd van de jeugdige is 16 jaar. Jeugdhulpaanbieder anticipeert tijdig op het bereiken van de 18-jarige leeftijd van de jeugdige. Einddoel is altijd zelfstandig wonen. De begeleiding is gericht op herstel van het gewone leven. We beschouwen het hebben van een zinvolle daginvulling als essentieel in het leven van de jeugdige. Uitgangspunt is dat de jeugdhulpaanbieder zorgdraagt voor deze daginvulling. Dit in samenwerking met onderwijs/ leerplicht, we gaan ervan uit dat de jeugdigen onderwijs volgen en tenminste een startkwalificatie halen. Dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats, voeding en veiligheid binnen een goed pedagogisch klimaat. Jeugdhulpaanbieder past toe of is bereid tot het uitvoeren van het leefklimaatonderzoek volgens de methode van Peer van der Helm. Begeleid kamer wonen is tijdelijk. Jeugdhulpaanbieder draagt zorg voor een begeleidingsplan. Dit begeleidingsplan wordt opgesteld samen met de jeugdige en/of diens ouder(s)/vertegenwoordigers, en is gericht op een duidelijk toekomstperspectief waaronder het vinden van zelfstandige huisvesting. Personeelseisen: Minimale functiemix begeleid kamer wonen: 97% Mbo, 3% WO. Jeugdhulpaanbieder is 24 uur per dag bereikbaar. Overdag is er een minimale personele inzet van 1 medewerker op 4 tot 8 jeugdigen. Afhankelijk van het zelfstandigheidsniveau van de jeugdigen is er in de avond 1 medewerker op 4 tot 8 jeugdigen. Jeugdhulpaanbieder dient achterwacht te organiseren in verband met de 24-uurs bereikbaarheid. Er kan naast de geplande ondersteuning, niet geplande begeleiding worden geboden. Als de situatie hierom vraagt, dient een zorgverlener binnen 30 minuten op de woonlocatie van de inwoner aanwezig te zijn. De jeugdhulpaanbieder draagt zorg voor eventueel vervoer (bijvoorbeeld van en naar huisarts en vrijetijdsbesteding). Er is bij voorkeur sprake van evidence based methodieken. Jeugdhulpaanbieder draagt zorg voor een goede matching tussen jeugdige en woonvorm: jeugdige past in de samenstelling van de groep. Jeugdhulpaanbieder draagt zorg voor continuïteit en achtervang/toezicht. Artikel3.18Aspecten verblijf met behandeling GGZ Behandeling met verblijf is bedoeld voor jeugdigen met een intensieve verstoring in het psychiatrisch ziektebeeld (psychisch, sociaal en somatisch functioneren), ernstige beperking in het de sociale redzaamheid en/of ernstige gedragsproblematiek/verslavingsproblematiek waardoor er een noodzaak is tot opname om de zorg te kunnen leveren. Er kan tevens sprake zijn van een (licht) verstandelijke beperking. De problematiek kan niet verholpen worden met (intensieve) ambulante behandeling. Naast de problematiek van de jeugdige kan er sprake zijn van een onveilig of instabiel opvoed- en opgroeiklimaat en/of een ernstig verstoorde balans in de draagkracht en de draaglast. Er kan sprake zijn van een verstoorde gezagsverhouding, pedagogische onmacht en/of verwaarlozing/mishandeling. De jeugdige kan op grond van die problematiek niet meer functioneren in een (vervangende) gezinssituatie. Definitie: Bij behandeling gaat het om het gericht werken aan herstel of het voorkomen van verergering van een aandoening, of het aanleren van vaardigheden of gedrag. Er dient sprake te zijn van een programmatische aanpak en specifieke deskundigheid van een behandelaar die in dienst is van de jeugdhulpaanbieder . Verwijzing naar intramurale behandeling is slechts aan de orde bij een hoog risico en/of hoge complexiteit bij vermoeden van een DSM-benoemde stoornis. Deinstelling heeft zich op die specifieke kennis gespecialiseerd. Er worden meerdere disciplines binnen één instelling ingezet bij de jeugdigen. Beschrijving: De intramurale behandeling van de jeugdige is gericht op activiteiten in het kader van herstel of voorkoming van verergering van een psychiatrische stoornis, en het daarmee om kunnen gaan, waardoor verder herstel in de thuissituatie kan volgen. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De symptomen van de problematiek zijn afwezig of zeldzaam, of de symptomen hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten (ZRM). Mogelijke subresultaten: De jeugdige is in staat om zelf in zijn dagelijks functioneren met zijn geestelijke gezondheidsproblemen om te gaan. De jeugdige kan met ondersteuning omgaan met de symptomen van zijn geestelijke gezondheidsproblemen in zijn dagelijks functioneren. Voorkomen dat de geestelijke gezondheidsproblemen van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘geestelijke gezondheid’ in de ZRM. De behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Er wordt zoveel als mogelijk samengewerkt met de ouder(s)/verzorgers tijdens het verblijf. Zo hebben ouder(s)/verzorgers bijvoorbeeld de mogelijkheid om zorgtaken op zich te nemen, of deel te nemen aan activiteiten op de leefgroep. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige. Tijdens het verblijf draagt de jeugdhulpaanbieder ook zorg voor contact met de school en andere betrokkenen om ondersteuning op elkaar af te stemmen. Dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats, voeding en veiligheid binnen een goed pedagogisch klimaat. Jeugdhulpaanbieder past toe of is bereid tot het uitvoeren van het leefklimaatonderzoek volgens de methode van Peer van der Helm. Behandeling is altijd een onderdeel van dit resultaatgebied, er dient sprake te zijn van een behandelperspectief. Verwijzing naar intramurale behandeling is slechts aan de orde bij een hoog risico en/of hoge complexiteit bij vermoeden van een DSM-benoemde stoornis. De behandeling is gericht op herstel van het gewone leven, bij voorkeur terugkeer van de jeugdige in het gezin om daar binnen zijn/haar mogelijkheden gezond en veilig op te groeien. Verblijf in de 24-uurs behandelgroep is tijdelijk en onderdeel van een traject. Jeugdhulpaanbieder draagt daarom zo spoedig mogelijk na opname zorg voor een ondersteuningsplan. Dit ondersteuningsplan wordt opgesteld samen met de jeugdige en/of diens ouder(s)/vertegenwoordigers, en is gericht op het beheersbaar maken van de situatie zodat thuis (= ambulant) verder herstel kan volgen. Onderdeel van het plan is de begeleiding naar terugkeer thuis, dan wel richting zelfstandigheid. Personeelseisen: Jeugdhulpaanbieder heeft een minimale omvang van 15 FTE aan behandelaren die WO/WO+ geschoold zijn. Jeugdhulpaanbieder is 24/7 beschikbaar voor opvang in crisissituaties, zowel voor eigen jeugdigen als voor jeugdigen die niet bij jeugdhulpaanbieder in zorg zijn, dan wel in staat deze zorg op basis van aantoonbare samenwerkingsafspraken te leveren. De 24/7 beschikbaarheid is flexibel en kan in verschillende varianten worden geboden (ambulante inzet, gezinsopname, Bed op Recept en Telefoon op Recept of korte crisisopname). Jeugdhulpaanbieder beschikt over een eigen klinische voorziening, dit kan zijn: Gezinsbehandeling Behandelgroepen intramurale GGZ-behandeling drie-milieus voorzieningen gezinshuizen met behandeling. Jeugdhulpaanbieder heeft voldoende behandelcapaciteit 75 kilometer rond de gemeentegrenzen van de deelnemende gemeenten. Jeugdhulpaanbieder is aantoonbaar verbonden met landelijke kenniscentra, zoals het NJI, Landelijk Kenniscentrum KJP of andere relevante kennisinstituten. Jeugdhulpaanbieder committeert zich aan de Treeknorm. Tijdens het verblijf draagt de jeugdhulpaanbieder ook zorg voor contact met de school en andere betrokkenen om ondersteuning op elkaar af te stemmen. Er is sprake van evidence based behandelmethodiek. Jeugdhulpaanbieders dienen zelf te beschikken over deskundig personeel dat deel uitmaakt van een multidisciplinair team. Er is altijd een orthopedagoog of gz-psycholoog lid van het multidisciplinaire team aangevuld met professionals afhankelijk van de te behandelen problematiek. In geval van psychiatrische problematiek maakt in ieder geval een psychiater of klinisch psycholoog onderdeel uit van dit team. Jeugdhulpaanbieders die ook volwassenen GGZ bieden dienen te voldoen aan het kwaliteitsstatuut GGZ-Zorg voor instellingen. U verklaart dat het kwaliteitsstatuut ook van toepassing is op de jeugdhulp. Daarmee verklaart u dat met betrekking tot de behandelzorg voor kinderen en jeugdigen de uitgangspunten van het regiebehandelaarschap gelden. Jeugdhulpaanbieders die alleen Jeugd GGZ bieden, komen niet in aanmerking voor het kwaliteitsstatuut GGZ. Om in aanmerking te komen voor een contract voor deze vorm van jeugdhulp, verklaart u bereid te zijn om in lijn met het kwaliteitsstatuut GGZ te werken en de gepaste zorg te leveren met inachtneming van de uitgangspunten van dat statuut. En daarbij uiteraard te voldoen aan het Drents Kwaliteitskader. Jeugdhulpaanbieder dient 24 uur per dag (telefonisch) bereikbaar te zijn voor de jeugdige en ouder(s)/verzorgers aan wie ondersteuning wordt geleverd. De behandelaren beschikken over specialistische, up-to-date kennis om zeer complexe problematiek te kunnen diagnosticeren en behandelen. Voor de behandeling dient de jeugdhulpaanbieder een passende functiemix in te zetten, bestaande uit SKJ-geregistreerde HBO(+) en WO(+) geschoolde professionals en indien noodzakelijk een medisch specialist. Daarnaast dient de jeugdhulpaanbieder zorg te dragen voor een verantwoord agogisch leefklimaat en daarvoor een passende functiemix en bezetting in te zetten. Voor de behandeling dient de jeugdhulpaanbieder een passende functiemix in te zetten, bestaande uit SKJ-geregistreerde HBO(+) en WO(+) geschoolde professionals en indien noodzakelijk een medisch specialist. Artikel3.19Aspecten verblijf met behandeling LVB voor de duur van maximaal 1 jaar Beschrijving: De intramurale behandeling van de jeugdige is gericht op activiteiten in het kader van herstel of voorkoming van verergering van hun gedrags- dan wel psychiatrische stoornis, en het daarmee om kunnen gaan, waardoor verder herstel in de thuissituatie kan volgen. De behandeling is aan de orde als er sprake is van complexe problematiek, die niet persé geneeskundige deskundigheid vereist om de jeugdige nieuwe vaardigheden en/of gedrag aan te leren of deze te verbeteren. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De symptomen van de problematiek zijn afwezig of zeldzaam, of de symptomen hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten (ZRM). Mogelijke subresultaten: De jeugdige is in staat om zelf in zijn dagelijks functioneren met zijn gedrags- en/of geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking om te gaan. De jeugdige kan met ondersteuning omgaan met de symptomen van zijn gedrags- en/of geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking in zijn dagelijks functioneren. Voorkomen dat de gedrags- en/of geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘geestelijke gezondheid’ in de ZRM. De behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Er wordt zoveel als mogelijk samengewerkt met de ouder(
  49. s)tijdens het verblijf. Zo hebben ouder(s)/verzorgers bijvoorbeeld de mogelijkheid om zorgtaken op zich te nemen, of deel te nemen aan activiteiten op de leefgroep. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige. Tijdens het verblijf draagt de jeugdhulpaanbieder ook zorg voor contact met de school en andere betrokkenen om ondersteuning op elkaar af te stemmen. Dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats, voeding en veiligheid binnen een goed pedagogisch klimaat. Jeugdhulpaanbieder past toe of is bereid tot het uitvoeren van het leefklimaatonderzoek volgens de methode van Peer van der Helm. Behandeling is altijd een onderdeel van dit resultaatgebied, er dient sprake te zijn van een behandelperspectief. Verwijzing naar intramurale behandeling is slechts aan de orde bij een hoog risico en/of hoge complexiteit bij vermoeden van een DSM-benoemde stoornis. De behandeling is gericht op herstel van het gewone leven, bij voorkeur terugkeer van de jeugdige in het gezin om daar binnen zijn/haar mogelijkheden gezond en veilig op te groeien. Verblijf in de 24-uurs behandelgroep is tijdelijk en onderdeel van een traject. Jeugdhulpaanbieder draagt daarom zo spoedig mogelijk na opname zorg voor een ondersteuningsplan. Dit ondersteuningsplan wordt opgesteld samen met de jeugdige en/of diens ouder(s)/vertegenwoordigers, en is gericht op het beheersbaar maken van de situatie zodat thuis (= ambulant) verder herstel kan volgen. Onderdeel van het plan is de begeleiding naar terugkeer thuis, dan wel richting zelfstandigheid. Artikel3.20Aspecten verblijf met behandeling drie-milieus voorziening voor de duur van maximaal 1 jaar Beschrijving: De besloten behandeling van de jeugdige is gericht op het wegnemen of verminderen van de belemmeringen in het functioneren, op het reguleren van gedragsproblematiek en herstel van het gewone leven. Het doel is een zodanige ontwikkeling en ontplooiing in gezins- en andere maatschappelijke verbanden zodat de jeugdige zich, eventueel met enige ondersteuning, een plek in de samenleving kan verwerven. De jeugdige heeft 24-uurs zorg en nabijheid nodig in een structurerend klimaat. Er is sprake van een veilige en beschermende omgeving klimaat waarbij wonen/verblijf, onderwijs en vrije tijd in integrale afstemming met elkaar wordt geboden (drie milieus-voorziening). Het gaat om zeer specialistische behandeling, waarvan behandeling van vroegkinderlijke trauma’s deel uitmaakt. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De symptomen van de problematiek zijn afwezig of zeldzaam, of de symptomen hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen (ZRM). Mogelijke subresultaten: De jeugdige is in staat om zelf in zijn dagelijks functioneren met zijn gedrags- en/of geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking om te gaan. De jeugdige kan met ondersteuning omgaan met de symptomen van zijn gedrags- en/of geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking in zijn dagelijks functioneren. Voorkomen dat de gedrags- en/of geestelijke gezondheidsproblemen en/of verstandelijke beperking van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘geestelijke gezondheid’ in de ZRM. De behandeling richt zich uitsluitend op jeugdigen vanaf 10 jaar: die een beperkt sociaal adaptatievermogen hebben (meer dan 2 standaarddeviaties beneden het populatiegemiddelde) die sterke gedragsproblemen hebben op alle leefgebieden (thuis, school, vrije tijd) die als gevolg van trauma en/of langdurige verwaarlozing beperkte hechtingsmogelijkheden hebben waarbij sprake kan zijn van co morbide psychiatrische problematiek waarbij er langdurig sprake is van problematische gezinssituaties waarbij er sprake kan zijn van veiligheidsrisico’s voor de jeugdige zelf en zijn omgeving, die gezamenlijk hebben geleid tot ernstige opvoedproblemen en gevoelens van onvermogen en onmacht bij ouder(
  50. s)of opvoeders en die daardoor in het gezin moeilijk te begeleiden zijn. die zich op grond van hun lager intellectueel functioneren en beperkte sociale redzaamheid en gedragsproblemen niet zonder hulp handhaven in reguliere maatschappelijke verbanden (gezin, school, werk, groep, leeftijdgenoten, buren). De behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Er wordt zoveel als mogelijk samengewerkt met de ouder(
  51. s)tijdens het verblijf. Zo hebben ouder(
  52. s)bijvoorbeeld de mogelijkheid om zorgtaken op zich te nemen, of deel te nemen aan activiteiten op de leefgroep. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige. Dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats, voeding en veiligheid binnen een goed pedagogisch klimaat. Jeugdhulpaanbieder past toe of is bereid tot het uitvoeren van het leefklimaatonderzoek volgens de methode van Peer van der Helm. Behandeling is altijd een onderdeel van dit resultaatgebied, er dient sprake te zijn van een behandelperspectief. Verwijzing naar intramurale behandeling is slechts aan de orde bij een hoog risico en/of hoge complexiteit bij vermoeden van een DSM-benoemde stoornis. De behandeling is gericht op herstel van het gewone leven, bij voorkeur terugkeer van de jeugdige in het gezin om daar binnen zijn/haar mogelijkheden gezond en veilig op te groeien. Verblijf in de 24-uurs behandelgroep is tijdelijk en onderdeel van een traject. Jeugdhulpaanbieder draagt daarom zo spoedig mogelijk na opname zorg voor een behandelplan. Dit behandelplan wordt opgesteld samen met de jeugdige en/of diens ouder(s)/vertegenwoordigers, en is gericht op het beheersbaar maken van de situatie zodat thuis (= ambulant) verder herstel kan volgen. Onderdeel van het plan is de begeleiding naar terugkeer thuis, dan wel richting zelfstandigheid. Artikel3.21Aspecten verblijf met behandeling verslaving Beschrijving: De behandeling van de jeugdige is gericht op afbouw van de afhankelijkheid van middelen en het zo goed mogelijk kunnen functioneren in de maatschappij. Het gaat om behandeling van een stoornis in het gebruik van middelen. Het betreft complexe meervoudige problematiek, met ernstige medisch/psychische co morbiditeit, sociale desintegratie en/of een ernstige vorm van afhankelijkheid waardoor de jeugdige is aangewezen op behandeling met verblijf. De behandeling richt zich op zowel de verslaving als de onderliggende problematiek van de jeugdige. Dit hoofdresultaat kent twee verblijfsvormen: verblijf met behandeling in de jeugdkliniek verblijf met behandeling in de gezinskliniek. Onderstaand een uiteenzetting van de specifieke kenmerken van beide verblijfsvormen. Het daarop volgende resultaat, de mogelijke subresultaten en de randvoorwaarden gelden voor zowel de jeugdkliniek als de gezinskliniek. Jeugdkliniek De klinische opname en behandeling is onderdeel van het ambulante zorgtraject. Hier wordt naast het afkicken van het middel, een aanzet gegeven voor het verbeteren van (systeem)relaties, het op gang brengen van een gezonde sociaal-emotionele ontwikkeling zoals eigenwaarde en zelfvertrouwen, het verwerken van (traumatische) gebeurtenissen uit het verleden en het oriënteren op de toekomst. Klinische en ambulante behandeling moeten hiervoor zo goed mogelijk op elkaar aansluiten. Doelen van opname en behandeling in de jeugdkliniek zijn: realiseren van abstinentie van middelen, gokken of gamen het uitvoeren van observatie en diagnostiek betreffende het verslavingsgedrag het in kaart brengen of diagnosticeren van co morbide problematiek het bevorderen van een gezonde ontwikkeling van jongeren en hun ouder(
  53. s)het ontwikkelen van een gezonde leefstijl. De klinische behandeling in de jeugdkliniek kent 2 onderdelen: detox (3 tot 4 weken) klinische vervolgbehandeling, gericht op het verbeteren van de leefstijl (max. 4 maanden). Gezinskliniek De gezinskliniek maakt het mogelijk dat ouder(
  54. s)die verslaafd zijn samen met hun kinderen van de leeftijd van 0-12 jaar opgenomen worden. De ouder(
  55. s)hebben drugs-, medicijn-, alcohol- en/of gokverslavingen (of een combinatie hiervan). De behandeling is zowel toegespitst op het systeem als op het individuele kind. Het gezin wordt integraal behandeld. Hiermee wordt transgenerationele overdracht van verslaving van ouder(
  56. s)op kinderen doorbroken. In de behandeling wordt preventieve hulp aan de kinderen geboden en wanneer er al sprake is van een verslavingsprobleem wordt dat ook behandeld. Doelen van opname en behandeling in de gezinskliniek zijn: realiseren van abstinentie zoals van middelen, gokken of gamen het uitvoeren van observatie en diagnostiek betreffende het verslavingsgedrag het in kaart brengen of diagnosticeren van co morbide problematiek het bevorderen van een gezonde ontwikkeling van jongeren en hun ouder(
  57. s)het ontwikkelen van een gezonde leefstijl het geven van een voor de jongere passend behandeladvies. De vergoeding voor intake en behandeling van de ouder(
  58. s)vanaf 18 jaar wordt vergoed in het kader van de Zorgverzekeringswet. De kosten voor opname van, preventieve hulp aan en eventuele behandeling van het kind vallen onder de Jeugdwet. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Er is geen sprake van middelengebruik dan wel middelenmisbruik (ZRM). Mogelijke subresultaten: De jeugdige is zelfstandig in staat om met de verslavingsproblematiek om te gaan en geen middelen meer te gebruiken. De jeugdige is zelfstandig in staat om ondanks zijn verslaving te functioneren, zelfredzaam te blijven en te participeren. Jeugdige kan met ondersteuning ondanks de verslaving blijven functioneren en participeren. Voorkomen dat de verslaving van de jeugdige een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen. Versterken van hechtingsgedrag bij jeugdige. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘verslaving’ in de ZRM. De behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Er wordt zoveel als mogelijk samengewerkt met de ouder(
  59. s)tijdens het verblijf. Zo hebben ouder(
  60. s)bijvoorbeeld de mogelijkheid om zorgtaken op zich te nemen, of deel te nemen aan activiteiten op de leefgroep. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige. Tijdens het verblijf draagt de jeugdhulpaanbieder ook zorg voor contact met de school en andere betrokkenen om ondersteuning op elkaar af te stemmen. Dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats, voeding en veiligheid binnen een goed pedagogisch klimaat. Jeugdhulpaanbieder past toe of is bereid tot het uitvoeren van het leefklimaatonderzoek volgens de methode van Peer van der Helm. Behandeling is altijd een onderdeel van dit resultaatgebied, er dient sprake te zijn van een behandelperspectief. Verwijzing naar intramurale behandeling is slechts aan de orde bij een hoog risico en/of hoge complexiteit bij vermoeden van een DSM-benoemde stoornis. De behandeling is gericht op herstel van het gewone leven, bij voorkeur terugkeer van de jeugdige in het gezin om daar binnen zijn/haar mogelijkheden gezond en veilig op te groeien. Verblijf in de 24-uurs behandelgroep is tijdelijk en onderdeel van een traject. Jeugdhulpaanbieder draagt daarom zo spoedig mogelijk na opname zorg voor een ondersteuningsplan. Dit ondersteuningsplan wordt opgesteld samen met de jeugdige en/of diens ouder(s)/vertegenwoordigers, en is gericht op het beheersbaar maken van de situatie zodat thuis (= ambulant) verder herstel kan volgen. Onderdeel van het plan is de begeleiding naar terugkeer thuis, dan wel richting zelfstandigheid. Artikel3.22Aspecten verblijf met behandeling opvoedingsproblematiek Beschrijving: De intramurale behandeling van de jeugdige is gericht op activiteiten in het kader van herstel of voorkoming van verergering van opvoedingsproblematiek (die gepaard kan gaan met hechtingstoornissen en traumagerelateerde stoornissen) en het daarmee om kunnen gaan, waardoor verder herstel in de thuissituatie kan volgen. De behandeling is aan de orde als er sprake is van complexe problematiek, die niet per se geneeskundige deskundigheid vereist om de jeugdige nieuwe vaardigheden en/of gedrag aan te leren of deze te verbeteren. Gezinshulpverlening met verblijf heeft als doel het herstel van de ontwikkelmogelijkheden van jeugdige en gezinsleden door het creëren van een tijdelijke ruimte tussen jongere en zijn gezin van herkomst, zodat herstructurering van de betrekkingen plaats kan vinden. Er vindt hulpverlening aan gezinnen plaats, als één (of meer) van de kinderen (minimale leeftijd 12 jaar) tijdelijk of structureel niet meer thuis kan (kunnen) wonen. Jeugdigen van wie de thuissituatie op het moment te ontregeld en/of onveilig is en/of van wie de problematiek (b.v. opstandig gedrag, schoolgang/dagbesteding, trauma, middelengebruik, hechting) ook aandacht behoeft voordat het verdere perspectief duidelijk kan worden. De jeugdige wordt in een intramurale behandelgroep opgenomen, terwijl er aan gezinsbetrekkingen en andere aspecten van het gewone leven gewerkt wordt. De behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling. Er wordt zoveel als mogelijk samengewerkt met de ouder(
  61. s)tijdens het verblijf. Zo hebben ouder(
  62. s)bijvoorbeeld de mogelijkheid om zorgtaken op zich te nemen, of deel te nemen aan activiteiten op de leefgroep. Betrekken bij de behandeling betekent ook dat de andere leden van het systeem worden begeleid in het omgaan met de problematiek van de jeugdige. Indien het gezin niet in staat is een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige te organiseren, wordt de jeugdige voorbereid en begeleid naar zelfstandigheid en/of zelfstandig wonen. Indien dit niet mogelijk is wordt de jeugdige toegeleid naar een (tijdelijk) gezond opgroeiklimaat buiten het gezin. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Er is slechts sprake van alledaagse herkenbare opvoedingsvragen die gaan over enkelvoudige en praktische problemen. De ouder(
  63. s)kunnen de situatie goed aan. Jeugdige verblijft in een positief en veilig opvoedklimaat (ZRM). Mogelijke subresultaten: Het gezin kan ondanks een ongewenste situatie zelfstandig een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren. Het gezin kan ondanks een ontstane ongewenste situatie met ondersteuning een veilig en gezond opgroeiklimaat voor de jeugdige organiseren. Randvoorwaarden: Dit resultaat sluit aan bij het domein ‘opvoedingsstress’ en/of ‘huiselijke relaties’ in de ZRM. Dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats, voeding en veiligheid binnen een goed pedagogisch klimaat. Jeugdhulpaanbieder past toe of is bereid tot het uitvoeren van het leefklimaatonderzoek volgens de methode van Peer van der Helm. Behandeling is altijd een onderdeel van dit resultaatgebied, er dient sprake te zijn van een behandelperspectief. Verwijzing naar intramurale behandeling is slechts aan de orde bij een hoog risico en/of hoge complexiteit. Verblijf in de 24-uurs behandelgroep is tijdelijk en onderdeel van een traject. Jeugdhulpaanbieder draagt daarom zo spoedig mogelijk na opname zorg voor een ondersteuningsplan. Dit ondersteuningsplan wordt opgesteld samen met de jeugdige en/of diens ouder(s)/vertegenwoordigers, en is gericht op het beheersbaar maken van de situatie zodat ambulant verder herstel kan volgen. Artikel3.23Aspecten buitenlandtrajecten voor jeugdigen of jongvolwassenen Het gaat om begeleiding/behandeling van de jeugdige met complexe gedragsproblematiek waarbij het noodzakelijk is dat de jeugdige een periode uit zijn eigen context gehaald wordt. Definitie: Er is sprake van complexe en meervoudige problematiek die maken dat intensievere ondersteuning nodig is dan ambulant geboden kan worden. De jeugdige of jongvolwassene wordt tijdelijk uit zijn context gehaald en verblijft elders. Dit betreft verblijf met bed. Beschrijving: Het verblijf is gericht op herstel van het gewone leven, bij voorkeur terugkeer van de jeugdige in het gezin of jongvolwassene naar zelfstandig wonen om daar binnen zijn/haar mogelijkheden op te groeien. Buitenlandtrajecten zijn tijdelijk van aard en onderdeel van een traject. Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De symptomen van de problematiek zijn afwezig of zeldzaam of de symptomen van de problematiek hebben beperkt invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen. Mogelijke subresultaten: Het gezin kan met ondersteuning een veilig en gezond opgroei

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.