Gemeentelijk Rioleringsplan gemeente Borger-Odoorn 2016-2020SamenvattingEen GRP kent een geldigheidsduur en een planningshorizon. De geldigheidsduur is de periode waarover de gemeenteraad het plan heeft vastgesteld. De planningshorizon geeft aan welke periode de gemeente in de afwegingen meeneemt. Voor het goed functioneren van de riolering, met de juiste voorzieningen en de financiële bijdragen die hierbij komen kijken (de rioolheffing), is het wenselijk periodiek een GRP op te stellen. De gemeente Borger - Odoorn kiest voor een gangbare geldigheidsduur van 5 jaar. Dit GRP loopt van 2016 tot en met
- Mocht blijken dat er tussentijds sterk veranderende inzichten zijn ontstaan in bijvoorbeeld de samenwerking afvalwaterketen, dan zal het GRP tussentijds worden herzien. De planningshorizon bestrijkt meestal 40 tot 80 jaar, te weten de verwachte technische levensduur van de riolering. Voor zo’n lange periode kunnen uiteraard niet alle gebeurtenissen exact ingeschat worden. Daarom wordt benadrukt dat het GRP vasgesteld wordt voor de planperiode en dat de planningshorizon, in dit GRP de periode tot 2065, een indicatie geeft van de verwachte ontwikkeling van de (vervangings)kosten op de lange termijn. EvaluatieHet GRP Borger - Odoorn voor de periode 2010 - 2015 is geëvalueerd. In afgelopen planperiode van heeft de gemeente de rioleringszorg en watertaken aangepakt. Er is gekozen om activiteiten in de buitenruimte zo efficiënt mogelijk met elkaar te combineren. Een belangrijk aspect is de samenwerking met andere partijen. In de planperiode is gezamenlijk met de gemeenten Coevorden, Emmen, Hardenberg en Ommen, waterschap Velt en Vecht (thans Vechtstromen) en de drinkwaterbedrijven WMD en Vitens de samenwerking in de afvalwaterketen opgestart. Diverse werkzaamheden vanuit het GRP zijn opgepakt in het kader van de samenwerking afvalwaterketen. In de planperiode van het GRP 2010 – 2014 is er onderzoek uitgevoerd en zijn er maatregelen getroffen. Een greep uit de speerpunten van het GRP: Inzicht in functioneren stelsel vergroten (BRP en OAS) en meten; De hoeveelheid en concentratie verontreinigende stoffen in riool en grondwater beperken Aantal storingen en meldingen en kans op incidenten reduceren Verdergaande afkoppeling van afvoerend oppervlak (ook door particulieren stimuleren); Geen wateroverlast en beperking waterhinder; Grondwaterbeleid formuleren en vastleggen Duurzaam inkopen/ investeren; Integrale aanpak van problemen in samenwerking met waterketenpartners; Communicatie met inwoners. De gemeente streeft er naar om uiterlijk in 2014 een 100% kostendekkende rioolheffing te hebben. Uit de evaluaite wordt geconcludeerd dat nagenoeg alle investeringen en maatregelen uit het GRP uitgevoerd zijn. Hiermee zijn de ambities uit het GRP 2010-2014 gehaald. De opgave / ambitieIn het voorliggende plan wordt voortgeborduurd op het bestaande beleid. Er zijn twee speerpunten te onderscheiden, te weten: Samenwerking: Borger – Odoorn zal ook de komende jaren blijven participeren in de samenwerking Noordelijke Vechtstromen. Er wordt onder andere samengewerkt op het gebied van meten en monitoren, duurzaamheid en grondwater(beleid). Daarnaast zal gezamenlijk een incidentenplan opgesteld worden. Anticiperen op klimaatverandering: Op de middellange termijn wil Borger - Odoorn ‘toegroeien’ naar een rioolstelsel waarbij geen wateroverlast optreedt bij een bui die theoretische gemiddeld eens in de 5 jaar voorkomt. Bij die bui mag er dan (op termijn) alleen sprake zijn van water op straat, niet van wateroverlast. Om de opgave in kaart te brengen om het lange termijn doel te bereiken wordt de komende jaren een aantal onderzoeken uitgevoerd en worden maatregelen getroffen. Eén van de maatregelen is het continueren van afkoppeling. Kansen die zich voor doen om mee te liften met herinrichtingwerkzaamheden worden benut. Het huidige budget à € 200 duizend per jaar wordt in de planperiode doorgezet. Afkoppeling is een duurzame maatregel, waar de gemeente ook mee door wil gaan. Gezien de afname van vervangingsprojecten (op de korte en middenlange termijn) in combinatie met het feit dat de grote en relatief gemakkelijk af te koppelen oppervlakken al afgekoppeld zijn (gemeente koppelt al af sinds 1998) zal het niet bij ieder project doelmatig zijn om ook af te koppelen. Gezien de afname en de doelmatigheidsafweging wordt het afkoppelbudget na 2020 aangepast naar structureel € 150.000 per jaar. OrganisatieDe beschikbare formatie voor de gemeentelijke rioleringszorgplicht (afvalwater, hemelwater en grondwater) bedraagt circa 9,1 fte, onderverdeeld naar 1,7 fte binnendienst en 7,4 fte buitendienst. De buitendienst voert veel werkzaamheden, zoals het vegen van goten in eigen beheer uit, evenals het kolkenzuigen, onderhoud gemalen en de storingsdienst. De formatie van de binnendienst is krap. Zij wordt onder andere voor revisiewerkzaamheden (huisaansluitingen) en toezicht op de uitvoering van werken ondersteund door de buitendienst. Hierdoor wordt een evenwichtiger verdeling van de benodigde en beschikbare formatie verkregen. Als gevolg van de samenwerking met andere gemeenten hoeft Borger – Odoorn niet alle onderzoeken en studies zelf uit te (laten) voeren, waardoor het theoretisch tekort op de formatie verder gereduceerd wordt. Desalniettemin is de formatie van de binnendienst klein en (daardoor) kwetsbaar. FinanciënDe afgelopen periode is de rioolheffing 100% kostendekkend geworden (er vindt derhalve geen aanvulling meer plaats vanuit de algemene midelen). Borger-Odoorn beschikt over een vervangingsvoorziening. Als uitgangspunt geldt dat dotatiebedragen aan de voorziening ingezet worden om het ontstaan van nieuwe kapitaallasten te beperken. Dit leidt op termijn tot een lagere benodigde rioolheffing, aangezien er minder rentelasten ontstaan. De volgende rioolheffing is voorzien bij voorgesteld beleid: Jaar Stijging van de heffing Hoogte van de heffing Dotatie aan de voorziening (exclusief indexatie) (exclusief indexatie) (afgerond) 2016 0,75% € 235,80 € 155.000 2017 0,75% € 237,57 € 259.00 2018 0,75% € 239,35 € 367.000 2019 0,75% € 241,15 € 511.000 2020 0,75% € 242,96 € 680.000 Om nu en in de nabije toekomst aan deze stijging te kunnen blijven voldoen dienen de begrote dotaties aan de voorziening jaarlijks plaats te vinden en dient de heffing jaarlijks geïndexeerd te worden. De dotatiebedragen dienen in de begroting opgenomen te worden als last. AlternatiefVoorgestelde methode van direct inzetten van de spaarbedragen is uitgezet tegen het alternatief waarbij jaarlijks eenzelfde investeringsbedrag geactiveerd wordt. Het bedrag is € 660.000, gelijk aan het gemiddelde investeringsbedrag van de komende 25 jaar. Onderstaande grafiek toont de ontwikkeling van de rioolheffing bij het voorgestelde beleid (groene lijn/staven, stijging 0,75% per jaar) en van het alternatief waarbij jaarlijks eenzelfde bedrag geactiveerd wordt (blauw, stijging 1,20% per jaar). Geadviseerd wordt de voorgestelde methode te hanteren waarbij dotatiebedragen direct ingezet worden. Besluit Ambtelijk advies Het GRP geeft inzicht in de omvang, het functioneren en de kwaliteitstoestand van het rioolstelsel. Het bevat de beleidsvoornemens voor een adequaat beheer van het afval-, hemel- en grondwater in de gemeente Borger - Odoorn voor de periode 2016 –
- Verschillende ontwikkelingen zoals het Bestuursakkoord water, Routekaart afvalwaterketen 2030 en de samenwerking afvalwaterketen maken onderdeel uit van het GRP. Het GRP 2010 – 2014 is geëvalueerd. De huidige situatie van de riolering is in beeld gebracht. De opgave voor de komende planperiode zijn geformuleerd. De consequenties voor de rioolheffing zijn in beeld gebracht. De gemeenteraad van Borger - Odoorn wordt geadviseerd: Het ontwerp verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2016 – 2020 vast te stellen; Het bij het GRP behorende grondwaterbeleid vast te stellen; Het definitieve verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2016 – 2020 na vaststelling voor een periode van zes weken ter inzage te leggen. Bestuurlijk besluit Dit gemeentelijke rioleringsplan wordt vastgesteld tijdens de vergadering van de gemeenteraad van Borger – Odoorn op 17 december
- Het raadsvoorstel en -besluit wordt als bijlage 8 toegevoegd. Reacties externen Tijdens het voorbereidingsproces van het GRP zijn de waterschappen Hunze en Aa’s en Vechtstromen betrokken. Het concept GRP is besproken met vertegenwoordigers van beide waterschappen. Het ontwerp GRP is toegezonden aan de provincie Drenthe en genoemde waterschappen met het verzoek om een reactie. De ontvangen reacties zijn toegevoegd als bijlage
- InleidingVoor u ligt het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) van de gemeente Borger - Odoorn. Volgens de Wet Milieubeheer (artikel 4.22) dient elke gemeente te beschikken over een vastgesteld gemeentelijk rioleringsplan (GRP). De planperiode van het huidige GRP was eind 2014 afgelopen. De looptijd is met één jaar verlengd. Om deze reden heeft de gemeente een nieuw GRP opgesteld. Het nieuwe GRP krijgt een looptijd van 2016 tot en met 2020.In het GRP zijn de ambities en speerpunten voor het beheer van de riolering in de planperiode weergegeven. Het GRP bevat beleid voornemens voor een adequaat beheer van het afvalwater, hemelwater en grondwater en geeft inzicht in de personele en financiële middelen. Het gemeentelijk rioleringsplan moet op grond van artikel 4.22 van de Wet milieubeheer door de gemeenteraad worden vastgesteld. De Tweede Kamer heeft op 1 juli 2015 ingestemd met de voorgestelde Omgevingswet, waarbij het gemeentelijk rioleringsplan overgeheveld wordt naar artikel 3.13 van de Omgevingswet (paragraaf 3.2.3) als facultatief programma dat wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. De komende planperiode zal duidelijk worden hoe gemeenten hier vanaf 2020 invulling aan (kunnen) geven. Het GRP zal in toekomst onderdeel gaan vormen van het Afvalwaterplan (AWP). Het AWP is het overkoepelende beleidsplan in de samenwerking in de afvalwaterketen tussen de gemeenten Emmen, Borger-Odoorn, Coevorden, Hardenberg, Ommen, de waterschappen Hunze en Aa’s en Vechtstromen en de waterleidingmaatschappijen WMD en Vitens. Het AWP gaat in op de beleidsmatige keuzes en doelen die we in de samenwerking in de afvalwaterketen willen bereiken. Het GRP is de uitwerking van de ambities. Doordat de koers van de samenwerking nog niet volledig is uitgewerkt, wordt er een sumier AWP opgesteld. Daarom is dit GRP grotendeels op bestaand beleid gebaseerd. Het GRP wordt in de toekomst onderdeel van het gezamenlijke AWP; de verwachting is dat dit de volgende planperiode het geval is. Vandaar dat dit GRP grotendeels op het (beleid uit) GRP 2010-2014 is gebaseerd, alsmede op reeds gemaakte gezamenlijke keuzes in de samenwerking. Dit hoofdstuk gaat in op de wettelijke basis en de diverse wet- en regelgeving die van invloed zijn op het GRP. Vervolgens worden verschillende ontwikkelingen zoals het Bestuursakkoord water en de Routekaart afvalwaterketen 2030 toegelicht. Ook wordt er een uitleg gegeven over de samenwerking in de afvalwaterketen. Ontwikkelingen in de samenwerking afvalwaterketen vormen een belangrijk onderdeel van het GRP. 1.1 Wettelijk kader en achtergrondIn 2008 zijn de verbrede gemeentelijke watertaken wettelijk vastgelegd. Sindsdien heeft de gemeente de zorgplicht om:
(1)stedelijk afvalwater in te zamelen en te transporteren,
(2)afvloeiend hemelwater in te zamelen en te verwerken en
(3)in openbaar gemeentelijk gebied maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zo veel mogelijk te voorkomen of beperken. De zorgplicht voor stedelijk afvalwater staat in de Wet milieubeheer (Wm), de zorgplichten voor afvloeiend hemelwater en grondwater staan in de Waterwet (Ww). De gemeente ontvangt het stedelijk afvalwater van particulieren en bedrijven en transporteert het vervolgens naar het overnamepunt van het waterschap. Het waterschap zorgt vervolgens voor de zuivering van het stedelijk afvalwater. De watertaken van de gemeente gaan verder dan alleen de zorg voor en het beheer van de riolering. Ook gemalen, drainage, sloten en greppels hebben het doel om (afval)water te verwerken. De voorzieningen hebben een belangrijke functie voor de bescherming van de volksgezondheid, het houden van droge voeten en het schoon houden van het oppervlaktewater: Bescherming van de volksgezondheid: De gemeente verwijdert het stedelijke afvalwater uit de directe leefomgeving en transporteert het naar een RWZI; Droge voeten: Door de inzameling en transport van hemelwater (en mogelijk grondwater) verwijdert de gemeente overtollig water uit de bebouwde kom; Schoon water en een schone bodem: Door de aanleg van voorzieningen voorkomt de gemeente zo veel mogelijk dat ongezuiverd stedelijk afvalwater of verontreinigd hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater terechtkomt. Het is niet vanzelfsprekend dat de gemeente ál het hemelwater inzamelt. De wet hanteert hier de term doelmatig vanuit de gedachte dat in eerste instantie de particulier zélf verantwoordelijk is voor het hemelwater dat op zijn perceel valt. De gemeente hoeft dit hemelwater niet in te zamelen als de particulier het goed in de bodem of in oppervlaktewater kwijt kan. 1.2 Wet- en regelgevingDiverse wet- en regelgeving is van invloed op het GRP. Hieronder worden de wettelijke kaders op landelijk, regionaal en lokaal niveau toegelicht. 1.2.1 LandelijkLandelijke wet- en regelgevingWet gemeentelijke watertaken1http://www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-lucht/handboek-water/wetgeving/wet-milieubeheer/zorgplichten/wet-gemeentelijke/ Op 1 januari 2008 is de Wet gemeentelijk watertaken in werking getreden. Deze wet stelt de gemeenten beter in staat een bijdrage te leveren aan de aanpak van watervraagstukken in bebouwd gebied. Gemeenten hebben naast de bestaande zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater, de zorgplicht voor de inzameling en verwerking van overtollig hemelwater en grondwater. De zorgplicht voor hemelwater betekent dat de gemeente maatregelen moet treffen voor overtollig water wat de perceeleigenaar redelijkerwijs niet zelf kan verwerken. Waterwet2http://www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-lucht/handboek-water/wetgeving/waterwet/ Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Een achttal wetten is samengevoegd tot één wet, de Waterwet. De Waterwet regelt het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en grondwaterlichamen. De wet is gericht op het voorkomen van wel beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste. Het verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION)3http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/wetgeving-beleid/handboek-water-0/wetgeving/ Per 1 juli 2008 is de WION in werking getreden. De wetgeving heeft tot doel het aantal incidenten met kabels en leidingen te verminderen. Uitwisseling van informatie tussen kabel- en leidingenbeheerders enerzijds en 'grondroerders' anderzijds wordt daarbij verplicht gesteld. Sinds 1 augustus 2011 is er geen verplichting voor netbeheerders om gegevens over huisaansluitingen en kolkaansluitingen uit te wisselen. Aangezien de putten zichtbaar zijn, kan ook zonder kaarten goed worden bepaald waar de kolken liggen. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO)4http://www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-lucht/handboek-water/wetgeving/wabo/ De WABO is op 1 oktober 2010 ingevoerd. De wet regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is de geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu die leidt tot; betere dienstverlening aan bedrijven en burgers, minder administratieve lasten voor bedrijven en burgers, kortere procedures, voorschriften die op elkaar afgestemd zijn. Inhoudelijk regelt de Wabo de vergunningsplicht voor indirecte lozingen met daaraan gekoppeld een adviesrecht voor de waterbeheerder. Bouwbesluit 20125http://www.riool.net/c/document_library/get_file?uuid=0491b01e-457f-40c8-b921-c7e06587c9b7&groupId=10180&targetExtension=pdf De voorschriften in het Bouwbesluit 2012 zijn landelijk uniform. Met de inwerkingtreding daarvan op 1 april 2012 vervallen de rioleringsvoorschriften in gemeentelijke bouwverordening. Een gemeente kan geen technische eisen anders dan op basis van het Bouwbesluit meer stellen aan een aansluiting voor huishoudelijk afvalwater of hemelwater, ook niet via een aansluitverordening6Dat is een van de redenen dat de gemeentelijke aansluitverordeing herzien wordt.. Afvalwaterlozingen zijn via de milieu- en waterregelgeving geregeld in de lozingsbesluiten. Als lozen anders dan via de openbare riolering is verboden, ligt aansluiting daarop voor de hand. Daarom is de aansluitplicht uit het Bouwbesluit verdwenen. De artikelen 7 en 11 van het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) verbieden lozingen van huishoudelijk afvalwater in bodem of oppervlaktewater als het dichtstbijzijnde vuilwaterriool op (minder dan) 40 meter afstand ligt. Deze afstand wordt (bij nieuwbouw) berekend vanaf de perceelgrens en over de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren te leggen zijn. Wanneer aansluiting op een openbaar vuilwaterriool mogelijk is, mag de eigenaar of gebruiker zijn huishoudelijk afvalwater dus niet op een andere manier lozen, ook niet na eigen zuivering. Daarom zal de eigenaar in het algemeen wel een aansluiting willen. De perceeleigenaar heeft de eerste verantwoordelijkheid om hemelwater op te vangen. De gemeente geeft aan of de perceeleigenaar het hemelwater in het openbare hemelwater- of vuilwaterriool mag lozen of niet. Besluit lozing afvalwater huishoudens7http://www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-lucht/handboek-water/thema's/lozen-(-afvalwater)/lozen-vanuit/ Per 1 januari 2008 is het Besluit lozing afvalwater huishoudens in werking getreden. Het besluit bevat algemene regels voor het lozen van afvalwater door particulieren, zowel in het stedelijk als in het buitengebied. Het besluit gaat over alle soorten afvalwater die bij particuliere huishoudens vrijkomen zoals: afvalwater van toilet, keuken, badkamer (huishoudelijk afvalwater); afvloeiend hemelwater van daken van woningen en van het erf; afvalwater van reinigingsactiviteiten rondom het huishouden; overtollig grondwater dat wordt geloosd om grondwateroverlast te voorkomen. Besluit lozen buiteninrichtingen8http://www.infomil.nl/onderwerpen/klimaat-lucht/handboek-water/thema's/lozen-(-afvalwater)/lozen-buiten/ Op 1 juli 2011 trad het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) in werking. Hierin staan enkelebepalingen die belangrijk zijn voor het GRP: • Lozingen vanuit onder meer hemelwaterstelsels in oppervlaktewater of bodem vallen onder algemene regels als de hemelwaterstelsels op een overzicht in het GRP staan en de gemeente die stelsels overeenkomstig het GRP beheert (artikel 3.14). • Eenzelfde bepaling geldt voor lozingen in oppervlaktewater vanuit een vuilwaterriool via overstorten (artikel 3.15) en voor lozingen vanuit lBA's (artikel 3.16). Met een goed GRP vallen deze lozingen onder de algemene regels. De genoemde overzichten hoeven overigens niet fysiek deel uit te maken van een GRP. Het GRP kan namelijk ook (na afstemming met de waterbeheerder) beschrijven waar de gemeente de stelselgegevens heeft vastgelegd, de lay-out van de stelsels heeft beschreven en hoe zij daarmee omgaat. Europese Kader Richtlijn Water (KRW) Sinds eind 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. Deze zorgt ervoor dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa in 2015 op orde is. De KRW beschermt alle wateren (rivieren, meren, kustwateren en grondwater); stelt ambitieuze doelen om ervoor te zorgen dat wateren in 2015 een goede toestand hebben bereikt9http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/wetgeving-beleid/kaderrichtlijn-water/. Nederland gaat deze doelstelling echter niet halen en heeft gebruik gemaakt van demogelijkheid om het bereiken van de doelen uit te stellen tot het jaar 202710http://www.groeneruimte.nl/dossiers/krw/home.html. Deltaprogramma11http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/deltaprogramma Het Deltaprogramma is een nationaal programma. Rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen werken hierin samen met inbreng van de maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Het doel is om Nederland ook voor de volgende generaties te beschermen tegen hoogwater en te zorgen voor voldoende zoet water. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)12http://www.helpdeskwater.nl/?ActItmIdt=1280 In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) zijn afspraken vastgelegd over de wijze waarop de overheden structurele veranderingen in de nationale waterproblematiek, zoals klimaatveranderingen, bodemdaling, zeespiegelstijging en verstedelijking tegemoet zullen treden. 1.2.2 RegionaalRegionale wet- en regelgevingWaterschap Hunze en Aa’sBeheerplan 2010-2015 Hunze en Aa’s Het beheerplan geeft voor een periode van zes jaar de hoofdlijnen aan voor beleid, beheer en onderhoud. Het plan gaat vooral in op wat er de komende jaren op het waterschap afkomt en hoe zij daarop willen inspelen, ook vanuit organisatieperspectief. In het plan zijn de maatregelen in het kader van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) opgenomen die het waterschap tot en met 2015 zal uitvoeren. In de vorige beheerplanperiode is samen met de omgeving binnen het proces ‘Waterdrager’ per deelgebied een toekomstperspectief opgesteld voor Waterbeheer 21ste Eeuw (WB21) en KRW, met gekwantificeerde opgaven en oplossingen. In dit beheerplan is de uitkomst van het proces ‘Waterdrager’ samengevat en zijn de opgaven en maatregelen aangegeven. Momenteel wordt het beheeplan geactualiseerd. Het geactualiseerde plan is nog niet voorhanden. Notitie Stedelijk Waterbeheer Waterschap Hunze en Aa’s De Notitie Stedelijk Waterbeheer geeft weer hoe het waterschap Hunze en Aa’s haar taken en verantwoordelijkheden in het stedelijke gebied wil invullen. Het is een notitie vooral voor intern gebruik. De medewerkers van het waterschap Hunze en Aa’s zullen deze notitie gebruiken bij het uitvoeren van eigen werk én bij het afstemmen met andere partijen. In het stedelijk gebied is met name de gemeente een belangrijke gesprekspartner. In deze notitie staan de normen en richtlijnen die door het waterschap worden gehanteerd in het stedelijk gebied. In de praktijk moet echter, vanwege de complexiteit van het stedelijk gebied, ook altijd ruimte zijn voor het leveren van maatwerk in overleg met andere partijen, zoals gemeenten. Notitie duurzaam omgaan met hemelwater, Hunze en Aa’s (november 2010) In deze notitie wordt aangegeven hoe om te gaan met hemelwater afkomstig van wegen, verharde terreinen, daken van gebouwen, bedrijventerreinen en industrieterreinen. Het waterschapsbeleid is er op gericht om heldere uitgangspunten te geven voor het duurzaam omgaan met hemelwater. Dit is een doorvertaling van landelijke wet- en regelgeving. Water Verbindt Samenwerken aan de toekomst van de waterketen in Groningen en Noord-Drenthe (september 2013) In 2011 sloten gemeenten, waterbedrijven en waterschappen in Groningen en Noord-Drenthe samen een waterketenakkoord. De verschillende onderzoeken leveren het bewijs: samenwerken loont! In de beleidsvisie Water Verbindt zetten de actoren samen de kaders neer voor het inhoud geven aan samenwerking in Groningen en Noord-Drenthe. De Gemeente Borger-Odoorn is agendalid van het samenwerkingsverband. Zuiveringsstrategie 2030 Hunze en Aa’s Op dit moment is er voor de lange termijn geen duidelijk beeld hoe waterschap Hunze en Aa’s om wil gaan met het zuiveren van afvalwater. Het gevolg hiervan is dat het bij renovatieplannen wordt gekozen voor bewezen zuiveringstechnieken. Als we denken dat de behandeling van afvalwater over 20 tot 30 jaar wezenlijk anders gaat, zullen er nu stappen gezet moeten worden. De vraag is echter welke stappen dit dan zijn. Om deze vraag te beantwoorden is een visie en strategie voor zuiveren van afvalwater opgesteld. Hierbij is verdere invulling gegeven aan de notitie duurzaamheid en zijn aspecten zoals vermindering van CO2 uitstoot, minder energiegebruik, meer energie opwekken en hergebruik van grondstoffen. Om de ideale situatie van het zuiveren te bereiken zijn realistische doelen en maatregelen nodig. In de notitie Zuiveringsstrategie 2030 is aangegeven hoe we dit denken te bereiken. Waterschap VechtstromenWater Raakt! Samen werken aan water in de stad Deze beleidsnotitie is vooral een uitnodiging tot lokale samenwerking, ontwikkeling en innovatie met partners, inwoners en betrokkenen. Primair gericht op de gemeenten, omdat zij de natuurlijke partner is van de waterschappen in het stedelijk gebied en bovendien het aanspreekpunt voor inwoners. Waterschap en gemeenten zijn samen verantwoordelijk voor een goed stedelijk waterbeheer, nu en in de toekomst. Zo komen zij elkaar tegen bij de (her)inrichting van gebieden, bij het opstellen van bestemmingsplannen (watertoetsproces), in het beheer en onderhoud van de openbare ruimte etc. De beleidsnotitie biedt aanknopingspunten om deze samenwerking met de gemeente in te vullen, zowel op visie- als op beleids- en maatregelenniveau. Deze notitie is een handreiking om in samenwerking het beleid verder te verfijnen. De beleidsnotitie wil daarnaast de rol-en taakopvatting in stedelijk waterbeheer van de waterschappen in Rijn-Oost verhelderen. Enerzijds zijn er wettelijke taken, waar de waterschappen voor staan en waarbij zij willen voldoen aan de (landelijke, Europese en eigen) eisen die aan het stedelijk watersysteem gesteld worden. Anderzijds hebben zij ambities en willen zij bepaalde ontwikkelingen, waarvoor de waterschappen niet zelf aan de lat staan, wel stimuleren, mogelijk maken of faciliteren. Waterkwaliteitsspoor, van vijf sporen naar één spoorboek (Rijn-Oost) Doel is het maken vaneen voorstel voor stroomlijning van de wijze waarop de vijf waterschappen in Rijn-Oost omgaan met het waterkwaliteitsspoor, uitgaande van een gezamenlijke visie op het waterkwaliteitsspoor. Dit document beschrijft de methode voor Rijn-Oost om te komen tot inzicht in de opgave van het waterkwaliteitsspoor. Verbrede water Om de Kader Richtlijn Water concreet te vertalen, is er gekozen voor een organisatiestructuur op stroomgebiedsniveau, in de vorm van regionale ambtelijke en bestuurlijke overleggen. De verbrede wateragenda Rijn‐Oost betekent voor de gemeente een inzet in het overkoepelende overleg binnen het stroomgebied door deelname aan de ambtelijke en bestuurlijke overleggen. agenda Rijn - Oost13http://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/wetgeving-beleid/kaderrichtlijn-water/uitvoering-nationaal/rijn-oost/ Waterbeheerplan Waterschappen hebben een speciale verantwoordelijkheid voor het water; wettelijk vastgelegde taken die aangeven wat de maatschappij van hen mag verwachten, namelijk: zorgen voor een goede bescherming tegen hoog water, voor een goed functionerend regionaal watersysteem en voor het zuiveren van afvalwater. In het waterbeheerplan is beschreven hoe dit in de periode 2016-2021 gebeurd en welke maatregelen daarvoor benodigd zijn. De maatregelen zijn nog op dit moment (medio 2015) niet concreet in projecten of activiteiten uitgewerkt. Dat volgt in een later stadium, bij het vaststellen van de (meerjaren)begroting. Dit plan geeft vooral de koers aan die de waterschappen willen varen. Bij het vaststellen van die koers wil het waterschap rekening houden met de wensen en plannen van de partners (uitnodiging tot dialoog en samenwerking). Dit sluit aan bij de opzet van het bestuursprogramma 2014-2018 van Vechtstromen. Het bestuursprogramma gaat uit van een vijftal gespreksthema's voor de dialoog met partners en stakeholders in de omgeving:
(1)Creëren van maatschappelijke waarde,
(2)Produceren met water,
(3)Natuurlijk potentieel benutten,
(4)Leven met water in de stad en
(5)Efficiënt en effectief werken. Dit ontwerp plan is gezamenlijk door de waterschappen in Oost-Nederland opgesteld, te weten de waterschappen Vechtstromen, Reest en Wieden, Rijn en IJssel en Groot Salland. Vechtstromen 2016- 2021 (Ontwerp plan)14http://www.vechtstromen.nl/waterbeheerplan Intentieverklaring “Naar een duurzame drinkwatervoorziening in Drenthe” Om de drinkwatervoorziening ook in de toekomst veilig te stellen, zijn per drinkwinning de risico’s in beeld gebracht. Lekke riolering kan afhankelijk van de grondwaterspiegel een drainerende of infiltrerende werking hebben. Bij een infiltrerende werking is er kans op risicovolle emmissies naar het grondwater. Uit onderzoek bljikt dat der lekkage soms meer dan 5% van de droogweerafvoer kan bedragen15Risico’s riolering voor kwetsbare drinkwaterwinningen in Overijssel, Royal HaskoningDHV, 9W9658 d.d. 27 maart 2012.. De meest reële risico’s zijn: (
- a)grootschalige lekkage uit de vrijvervalriolering, (
- b)infiltratie vuilwater in infiltratievoorzieningen door foutaansluitingen, (
- c)infiltratie vuilwater uit IBA’s in de bodem en (
- d)situaties waarbij de toestand van de riolering, aansluitingen of IBA’s niet bekend is. Beheersmaatregelen om de risico’s te beperken zijn: (
- a)adequaat toepassen van de NEN 3650 bij de aanleg van grondwaterbeschermingsgebied (waaronder minimaal opleveringsinspectie), (
- b)reguliere inspectie met rijdende camera vanuit het riool (minimaal eens per 10 jaar, hogere frequentie indien daar aanleiding tot is), (
- c)volgens een normale, grbruikelijke frequentie adequaat uitvoeren van inspectie, toezicht en handhaving op aanleg, onderhoud en beheer van riolering en IBA’s op privéterrein, (
- d)vervangen of repareren (relinen) volgens normaal beheer, (
- e)opsporen van foutieve huisaansluitingen en het voorkomen van foutaansluitingen in nieuwe afkoppelprojecten, (
- f)periodiek opsporen en verhelpen foutaansluitingen in bestaande stelsels, (
- g)periodiek voorlichten over het juist gebruik van IBA’s en (
- h)toezicht en handhaving op functioneren IBA’s (effluentcontrole). Zoetwatervoorziening Oost-Nederland Ondertekening Bestuursovereenkomst Zoetwatervoorziening Oost-Nederland en vaststelling Werkprogramma Hoge Zandgronden Hiermee wordt vervolg gegeven aan de Intentieverklaring ZON (ondertekend op 27 juni 2014) en wordt een laatste stap gezet naar de echte uitvoering van maatregelen om de zoetwatervoorziening in de regio klimaatbestendig te maken. Essentie is de droogteproblematiek die naar verwachting a.g.v. klimaatverandering nog verder toe zal nemen; ’s zomers wordt het warmer en droger: beken en andere waterlopen zullen vaker droogvallen en grondwaterstanden gaan dalen (economische schade voor scheepvaart, landbouw en energievoorziening), landschaps- en natuurwaarden worden eveneens getroffen. Met warmere zomers neemt ook het risico op hittestress in bebouwd stedelijk gebied toe a.g.v. onvoldoende mogelijkheden tot koeling. Doel van de bestuursovereenkomst is om afspraken vast te leggen. De afspraken hebben betrekking op de uitwerking van het werkprogramma Hoge Zandgronden/ regio Oost-Nederland 2016-2021. Water vasthouden binnen bebouwd gebied In Borger-Odoorn is relatief weinig oppervlaktewater hetgeen vraagt om andere oplossingen. Concreet voor Borger-Odoorn het afkoppelen van verhard oppervlak op de Hondsrug en ter plekke infiltreren van het afgekoppelde hemelwater. Hiervoor kan aanspraak gemaakt worden op subsidie (indirect) vanuit het ZON. Daarnaast speelt het voorkómen dat hemelwater in de (gemengde) riolering terecht komt. Hemelwater bergen en infiltreren daar waar het valt, zowel op gemeentelijk, als op particulier niveau. Denk hierbij aan het voorkomen van het verharden van tuinen (dan wel het ontharden daarvan). Het verharden van tuinen kan een deel van de afkoppelinspanning teniet doen. De gemeente zal hier in haar communicatie richting bewoners aandacht aan besteden. 1.2.3 LokaalLokale wet- en regelgeving Waterplan Borger-Odoorn - Het waterplan met de looptijd 2005 tot en met 2009 heeft de subtitel 'heldere waterafspraken' meegekregen. In het waterplan zijn maatregelen opgenomen die leiden tot een veilig en goed beheersbaar watersysteem. Naast een doelmatig waterbeheer is er verder aandacht voor oppervlaktewater kwaliteit, beperking risico's wateroverlast en afstemming van gebruiksfuncties. Het plan is samen met de waterschappen Hunze en Aa's en Velt en Vecht opgesteld en door de gemeenteraad op 23-12-2004 vastgesteld. Het waterplan is na de planperiode niet herzien, omdat de wateraspecten voldoende meegenomen kunnen worden en zijn in het verbreed GRP en de gemeentelijke structuurvisie. Afvalwaterplan Noordelijke Vechtstromen Binnen Noordelijke Vechtstromen wordt op het gebied van de afvalwaterketen samengewerkt op diverse terreinen (en in verschiielde werkgroepen) met als doel kosten te besparen, kwaliteit te verbeteren, kwetsbaarheid te verminderen en duurzaamheid en innovatie in de (afval)waterketen te versterken. Eén van de resultaten is het gezamenlijke afvalwaterplan dat de visie, context en ambities voor de samenwerking in de (afval)waterketen weergeeft. Het afvalwaterplan vormt de koppeling met de gemeentelijke GRP-en (en zal het parapluplan zijn voor het gezamenlijke nieuwe GRP), het waterbeheerplan van het waterschap en het watervoorzieningsplan van de drinkwatermaatschappij (WMD). Met het afvalwaterplan trachten de betrokken organisaties het volgende te bereiken: Meer eenduidigheid en afstemming in beleidskeuzes rond de afvalwaterketen, · Gezamenlijke koers van waterschap, WMD en gemeenten naar integraal beheer van de watertaken; · een gezamenlijk invulling aan de doelmatigheidsafweging; · een gezamenlijk beleidskader en meerjarenprogramma tot en met 2020. · een onderbouwde ambitie voor de besparingsopgave van 2 miljoen in 2020; · een gezamenlijke invulling van de ambities op het gebied van kwaliteit en kwetsbaarheid en duurzaamheid; · uiteindelijk de looptijd en plancyclus van de afzonderlijke plannen (GRP, WBP en WVP) gelijk te schakelen en nog maar 1 plan te hebben. Afvalwaterakkoord In het afvalwaterakkoord ondertekend door gemeente en waterschap Velt en Vecht zijn afspraken overeengekomen met als doel het realiseren van een afvalwatersysteem waarmee de gemeentelijke rioolstelsels voldoen aan de wettelijke eisen door zoveel mogelijk duurzame maatregelen. Gemeente Borger – Odoorn heeft ingezet op afkoppeling van verhard oppervlak van de riolering. Borger – Odoorn voldoet reeds meerdere jaren aan de vereisten vanuit de basisinspanning en het waterkwaliteitsspoor. Het afvalwaterakkoord heeft om die reden geen formele status meer. 1.3 OntwikkelingenIn deze paragraaf worden de verschillende ontwikkelingen die invloed hebben op de opgave waar de gemeente voor staat, zoals de omgevingswet en planverplichting, het Bestuursakkoord water en de Routekaart afvalwaterketen 2030, toegelicht. 1.3.1 Omgevingswet en planverplichtingDe wetgever bereidt momenteel de Omgevingswet voor. De Omgevingswet integreert circa 26 wetten op het gebied van de fysieke leefomgeving. Hieronder vallen onderwerpen als bouwen, milieu, waterbeheer, ruimtelijke ordening, monumentenzorg en natuur. De Tweede Kamer heeft ingestemd met het vervallen van de wettelijke verplichting (na de looptijd van het Bestuursakkoord Water, 2020) van het rioleringsplan in de Omgevingswet. “Het gemeentelijk rioleringsplan zoals dat nu op grond van artikel 4.22 van de Wet milieubeheer door de gemeenteraad moet worden vastgesteld, wordt overgeheveld naar het wetsvoorstel als facultatief programma. Het rioleringsprogramma op basis van artikel 3.13 van de Omgevingswet heeft dezelfde doelen en functionaliteiten als het rioleringsplan van de Wet milieubeheer, alleen wordt voorgesteld de verplichting te laten vervallen om een rioleringsprogramma vast te stellen. Het niet-verplichte karakter van het rioleringsprogramma brengt met zich mee, dat het gemeentebestuur deze taken dus ook op een andere wijze gestalte kan geven.”16http://omgevingswet.dirkzwageroverheidenvastgoed.nl/hoofdstuk-03-omgevingsvisies-en-programmas/afdeling-3-2-programmas/paragraaf-3-2-3-onverplichte-programmas/artikel-3-13-gemeentelijk-rioleringsprogramma/ 1.3.2 Bestuursakkoord waterIn mei 2011 hebben het Rijk en de koepels, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Vewin (Vereniging van waterbedrijven in Nederland) Interprovinciaal Overleg (IPO), en Unie van Waterschappen (UvW) het Bestuursakkoord Water ondertekend met als doel een doelmatiger waterbeheer. Inzet voor een mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam beheer van het watersysteem en de waterketen staan daarbij centraal. Hiermee wordt de kwaliteit van het beheer vergroot tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Gemeente en waterschappen stemmen het waterbeleid op elkaar af en leveren een gezamenlijke inspanning om de waterkwaliteit te verbeteren en om wateroverlast te voorkomen. Beide partijen doen dit vanuit eigen verantwoordelijkheden waarbij expertise en deskundigheid worden gedeeld.17Bestuursakkoord water, april 2011 Er wordt gewerkt aan een versie 2.0. Zie voor meer informatie over de samenwerking hoofdstuk 7. De gemeenten Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen, Hardenberg en Ommen, waterschap Vechtstromen en Waterleidingmaatschappij Drenthe hebben de samenwerking bekrachtigd met het Regionaal Bestuursakkoord (Afval)waterketen Noordelijke Vechtstromen. De organisaties geven hiermee de samenwerking die al sinds 2010 in gang is gezet een forse impuls. 1.3.3 Routekaart 2030In de visiebrochure Routekaart Afvalwaterketen 2030 van de UvW en de VNG zijn richtingen opgenomen hoe gemeenten en waterschappen in 2030 een grote bijdrage willen leveren aan de verduurzaming van de samenleving, door afval om te zetten in grondstoffen, energie en schoon water. De visie past binnen de afspraken van de UvW en de VNG over samenwerking in de afvalwaterketen en bij het Bestuursakkoord Water. Sommige ontwikkelingen zijn al tamelijk dichtbij en andere ontwikkelingen staan wat verder in de toekomst. Samen vormen ze een zeer uitdagende stip op de horizon voor gemeenten en waterschappen. Bedrijven die kansen zien om op de terreinen duurzaamheid en innovatie samenwerking aan te gaan kunnen aanhaken. In de Routekaart worden arrangementen uitgewerkt voor de bebouwde omgeving, het industrieel gebied, de grondgebonden industrie en het landelijk gebied waarin een mogelijke uitwerking wordt gegeven van de kansen die liggen in het (her-)gebruik van afvalwater en haar grondstoffen.18http://www.vng.nl/onderwerpenindex/milieu-en-mobiliteit/water-en-riolering/brieven/routekaart-afvalwaterketen-2030 Routekaart afvalwaterketen 2030, bebouwde kom 1.4 Samenwerking afvalwaterketenZoals bekend ligt de gemeente Borger-Odoorn in twee waterschappen en heeft daardoor ook te maken met twee samenwerkingsverbanden. In de praktijk oriënteerd Borger-Odoorn zich meer richting de gemeenten in het beheersgebied van waterschap Vechtstromen (voormalige Velt en Vecht) en in mindere mate richting Hunze en Aa's en Noorderzijlvest. Actief aansluiten bij beide samenwerkingsverbanden leidt zowel qua ambtelijke belasting als financieel tot een dubbele inspanning. In 2013 heeft de gemeente daarom besloten om zich aan te sluiten bij samenwerkingsverband Noordelijke Vechstromen. Daarnaast is Borger-Odoorn agendalid voor de noordelijke samenwerking (Hunze en Aa’s en Noorderzijlvest). Samenwerking binnen Noordelijke Vechtstromen Gemeenten, drinkwaterbedrijven en waterschap binnen het gebied van Noordelijke Vechtstromen werken al geruime tijd samen in de afvalwaterketen. Deze samenwerking kan niet los worden gezien van de landelijke ontwikkelingen. In 2010 is een landelijk feitenonderzoek uitgevoerd naar doelmatig beheer van de afvalwaterketen. Mede gebaseerd op de uitkomsten van dit onderzoek hebben het Rijk en koepels van gemeenten, waterschappen, drinkwaterbedrijven en provincies in het Bestuursakkoord Water afspraken gemaakt over een doelmatiger waterbeheer. Zie paragraaf 1.3 ontwikkelingen, Bestuursakkoord water. In september 2012 hebben de betrokken portefeuillehouders water uit de regio tijdens een gezamenlijke bijeenkomst aangegeven daadkrachtige stappen in de samenwerking te willen zetten. Speerpunten hierbij zijn het beperken van de kostenstijging, het professionaliseren van beheer, het verminderen van (personele) kwetsbaarheid en het verhogen van de duurzaamheid. Om concrete ambities te formuleren en zicht te krijgen op welke wijze besparingen en verbeteringen gerealiseerd kunnen worden, is een regionaal feitenonderzoek uitgevoerd. Dit heeft plaatsgevonden in de periode december 2012 – januari 2013. Tijdens het onderzoek zijn ook de drinkwaterbedrijven aangehaakt om de kansen in de hele waterketen te kunnen beschouwen. De regionale samenwerkingspartners zijn de gemeenten Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen, Ommen en Hardenberg, waterschap Velt en Vecht en de drinkwaterbedrijven WMD en Vitens.19Regionaal feitenonderzoek samenwerking afvalwaterketen regio Velt en Vecht. Welldra en RoyalhaskoningDHV, 25 februari 2013 Aangezien samenwerking binnen de (afval)waterketen een steeds belangrijkere plaats krijgt binnen de rioleringszorg van Borger – Odoorn is hier een apart hoofdstuk aan geweid, te weten hoofdstuk 7. 1.5 GeldigheidsduurEen GRP kent een geldigheidsduur (of planperiode) en een planningshorizon. De geldigheidsduur is de periode waarover de gemeenteraad het plan heeft vastgesteld. De planningshorizon geeft aan welke periode de gemeente in de afwegingen meeneemt. Voor het goed functioneren van de riolering met de juiste voorzieningen en de financiële bijdragen die hierbij komen kijken, is het wenselijk eens in de 4 tot 6 jaar een GRP op te stellen. Een GRP voor een langere termijn opstellen is niet verstandig omdat er belangrijke wijzigingen kunnen optreden, zoals (
- a)wijzigingen in nieuwe wetgeving of (Europees) beleid, (
- b)inspectieresultaten die noodzakelijke vervangingen weergeven, (
- c)ervaringen op diverse vlakken, waaronder de samenwerking afvalwaterketen en/of (
- d)afwijkingen van inkomsten, uitgaven of het vermogensbeheer. De gemeente Borger - Odoorn kiest voor een geldigheidsduur van 5 jaar voor het GRP. Het GRP loopt van 2016 tot en met 2020. De financiële peildatum van dit GRP is 1 januari 2016 en alle genoemde bedragen zijn op huidig prijspeil
(2015). Mocht blijken dat er tussentijds sterk veranderende inzichten zijn ontstaan in bijvoorbeeld de samenwerking afvalwaterketen, dan zal het GRP tussentijds worden herzien. De planningshorizon bestrijkt in principe de gehelelevensduur (cyclus) van de riolering. De planningshorizon bestrijkt meestal 40 tot 80 jaar, de verwachte technische levensduur van de riolering. Voor zo’n lange periode kunnen uiteraard niet alle gebeurtenissen exact ingeschat worden. Daarom wordt benadrukt dat het GRP vasgesteld wordt voor de planperiode en dat de planningshorizon een indicatie geeft van de verwachte ontwikkeling van de (vervangings)kosten op de langere termijn. Het GRP wordt regelmatig geactualiseerd en indien nodig bijgesteld. De gemeente Borger-Odoorn kiest voor een planhorizon van 50 jaar en een financiële doorkijk van 25 jaar. 1.6 AchtergrondinformatieMeer informatie over de riolering, een gemeentelijk rioleringsplan, raakvlakken met andere terreinen, aandachtspunten en veel gebruikte (vak)termen is te vinden via deze link20http://www.rioolenraad.nl/. Ook de publiekssite van Stichting RIONED geeft de nodige achtergrondinformatie over het vakgebied, te raadplegen via deze link21http://www.riool.info/home 1.7 LeeswijzerIn hoofdstuk 2 wordt het vorige Gemeentelijke Rioleringsplan geëvalueerd, hetgeen leidt tot de huidige situatie (hoofdstuk 3). In de hoofdstukken 4, 5 en 6 worden respectievelijk de afvalwater-, hemelwater-, en grondwaterzorgplicht behandeld. In deze hoofdstukken is omschreven welke doelen de gemeente heeft en middels welke strategie en maatregelen deze worden verwezenlijkt. Hoofdstuk 7 gaat in op de samenwerking in de afvalwaterketen en welek maatregelen er in dit kader (gezamenlijk) worden uitgevoerd. In hoofdstuk 8 staat welke onderzoeken en maatregelen de komende planperiode uitgevoerd worden (gedestilleerd uit de voorgaande hoofdstukken) en in hoofdstuk 9 worden de personele en financiële middelen behandeld.
- Evaluatie GRP Borger - OdoornIn dit hoofdstuk wordt het GRP Borger - Odoorn voor de periode 2010 - 2015 geëvalueerd. Het hoofdstuk geeft inzicht of de gestelde doelen, maatregelen en ambities van het GRP zijn gehaald. In de planperiode van GRP 2010 - 2014 heeft de gemeente de rioleringszorg en watertaken aangepakt. Er is gekozen om activiteiten in de buitenruimte zo efficiënt mogelijk met elkaar te combineren. Een belangrijk aspect is de samenwerking met andere partijen. In de planperiode is gezamenlijk met de gemeenten Coevorden, Emmen, Hardenberg en Ommen, waterschap Velt en Vecht en de drinkwaterbedrijven WMD en Vitens de samenwerking in de afvalwaterketen opgestart. Diverse werkzaamheden vanuit het GRP zijn opgepakt in het kader van de samenwerking afvalwaterketen. 2.1 Gestelde doelen in het GRPIn de planperiode van het GRP 2010 – 2014 is er onderzoek uitgevoerd en zijn er maatregelen getroffen. Speerpunten van het GRP waren: Zorgplicht afvalwater Borgen dat afvalwater geen negatieve invloed heeft op de volksgezondheid; Inzicht in functioneren stelsel vergroten (BRP en OAS) en meten; De negatieve invloed op het milieu tot een minimum beperken (afkoppelen, RTC); Vervuiling van het riool voorkomen bij de bron: straatvegen en kolken reinigen; De hoeveelheid en concentratie verontreinigende stoffen in riool en grondwater beperken (o.a. door terugdringen gebruik chemische onkruidbestrijdingsmiddelen en ontmoedigen gebruik uitlogende materialen); Aantal storingen en meldingen reduceren (beheer en onderhoud riolering, preventief onderhoud gemalen en IBA’s). Zo wordt de kans op calamiteiten eveneens verminderd. Op een verantwoorde manier invulling geven aan de vergunningverlening en handhaving van indirecte lozingen. Zorgplicht hemelwater Verdergaande afkoppeling van afvoerend oppervlak (ook door particulieren stimuleren); Geen wateroverlast en beperking waterhinder; Inspelen op klimaatverandering (robuust rioleringssysteem). Zorgplicht grondwater Meer inzicht verkrijgen in de grondwaterproblematiek en voorzieningen; Grondwaterbeleid formuleren en vastleggen voor 1 januari
- Algemeen Duurzaam inkopen/ investeren; Integrale aanpak van problemen in samenwerking met waterketenpartners; Communicatie met inwoners. Financieel -De gemeente streeft er naar om uiterlijk in 2014 een 100% kostendekkende rioolheffing te hebben. Om deze speerpunten te realiseren is in het GRP 2010 – 2014 een aantal maatregelen opgenomen. Onderstaand worden de voorgenomen maatregelen stuk voor stuk geëvalueerd. Gebruikte symbolen Maatregelen zijn uitgevoerd Maatregelen zijn in uitvoering, deels uitgevoerd of vervallen ▼ Maatregelen zijn nog niet uitgevoerd 2.1.1 Maatregelen zorgplicht afvalwaterInzicht functioneren en kwaliteit rioolstelsel vergroten ▲ Uit de benchmark rioleringszorg en uit interviews met medewerkers van de gemeente kwam naar voren dat het aandachtsgebied “inzicht in toestand en functioneren” een verbeterpunt was. Het inzicht is vergroot door een basis rioleringsplan (BRP) op te laten stellen voor de gehele gemeente en gedurende de planperiode voor verschillende gebieden herberekeningen uit te (laten) voeren bij ingrepen in de openbare ruimte en de rioleringsstructuur. De gemeente had als doel om storingen en verstoppingen zoveel mogelijk te beperken. De inspectie van het riool is om deze reden geïntensiveerd naar eens per 10 jaar. Onderstaande tabel toont het aantal meldingen dat het afgelopen jaar is binnengekomen. Een vergelijking met eerdere jaren is arbitrair; wat wel opvalt is dat er in de jaren 2005 t/m 2008 een stijgende lijn in het aantal meldingen waar te nemen was (van ca. 250 tot 400). Het aantal meldingen in 2014 steekt hier positief tegen af (zie tevens hoofdstuk 3.5). meldingen en klachten / jaar 2014
(2008)(druk)riolering (algemeen) 134
(234)huisaansluitingen 13
(0)grondwater 1
(0)wateroverlast 23
(51)vijvers 1
(51)kolken 15
(66)stankoverlast (rioolgerelateerd) 18
(0)totaal aantal meldingen 205
(402)Voor het monitoren van de overstorten is aangesloten bij de centrale overstortregistratiegegevens in de provincie Drenthe. De afgelopen jaren is overeengekomen om meten en monitoren op te pakken in samenwerkingsverband Noordelijke Vechtstromen. Vervuiling van het riool voorkomen bij de bron en hoeveelheid/concentratie verontreinigende stoffen in riool en grondwater beperken ▲ Door de aanschaf van een veegmachine worden de molgoten intensiever en planmatig geveegd. Het gevolg is dat er minder vuil in de kolken terecht komt en uiteindelijk minder vuil in het riool. Ook worden er geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen meer toegepast (vanaf 2015). Hierdoor is een sterke reductie van chemische stoffen in de riolering en het grondwater bereikt. Daarnaast heeft de gemeente actief deelgenomen aan de landelijke campagne ‘Goed Rioolgebruik’ van Postbus 51. Met de slagzin ‘Ik gooi geen troep in het riool’ zijn mensen op een positieve manier bewust gemaakt van het feit dat het riool geen afvalbak is. Met de campagne werd beoogd dat burgers en bedrijven zorgvuldig omgaan met het riool, zodat verstoppingen en het vastlopen van rioolpompen wordt voorkomen. In gebieden waar een speciaal hemelwaterriool is aangelegd geldt dat er extra op gelet moet worden dat er geen verontreinigd water in het hemelwaterriool stroomt. Daarom is autowassen op straat niet toegestaan. In de afkoppelingsgebieden zijn speciale autowasplaatsen aangelegd. Bekijk hier de kaart met autowasplaatsen en gebieden waarbinnen autowassen is toegestaan. Meetprogramma en handhaving 0p foutaansluitingen (campagne) ▲ Het beheer en onderhoud van alle gemeentelijke IBA’s is overgenomen door waterschap Hunze en Aa’s. Het gevolg is dat het meetprogramma voor IBA’s is komen te vervallen. Hemelwater op drukriolering (foutaansluitingen) leidt tot hogere gemeentelijke kosten (elektriciteit, slijtage, storingen pompen en gemalen), capaciteitsproblemen drukriolering (niet berekend op de afvoer van hemelwater), alsmede tot het onnodig zuivering van hemelwater in de rioolwater-zuiveringsinstallatie. Om genoemde redenen worden hemelwateraansluitingen op de drukriolering door de buitendienst opgespoord middels neveldetectie en komen deze aan het licht aan de hand van meldingen van pompstoringen tijdens neerslag (indicatie dat er hemelwater op de drukriolering aangesloten is). In overleg met de bewoners wordt het verhard oppervlak afgekoppeld, waardoor er minder hemelwater in het drukrioolstelsel terecht komt. Naast module ‘huisaansluitingen’ ook stelseltype op gemeentesite aangeven ▲ / ► Gekozen is voor een nieuwe module huisaansluitingen waarin ook het stelseltype is opgenomen. Aan de inplementatie (ontsluiting) wordt in 2015 nog gewerkt (Riobase). Rioolvervangingen en (daaraan gerelateerde) afkoppeling ▲ In het GRP was al aangegeven dat er in de planperiode relatief weinig rioolvervangingen uitgevoerd hoefden te worden. Als gevolg van de grote (afkoppel)inspanningen van de jaren voorafgaand aan 2010 verkeert het stelsel in goede staat. De vervangings- en (daaraan gerelateerde) afkoppel maatregelen zijn uitgevoerd conform planning. Het betrof (
- a)vervanging riolering Hoofdstraat Exloo en afkoppeling van 1,5 ha, (
- b)vervanging riolering Floralaan Nieuw-Buinen inclusief afkoppeling, (
- c)afkoppeling van 1,2 ha in Drouwen en (
- d)afkoppeling van 0,45 ha in Zandberg. Vergunningverlening en handhaving indirecte lozingen ▲ Gemeente en waterschappen dragen er zorg voor dat aanvragen voor vergunningen bij de juiste instantie terecht komen. De gemeente heeft hierover afspraken gemaakt met de waterschappen. Aanvragers voor een watervergunning kunnen bij het klantcontact centrum (KCC) van de gemeente terecht. Het KCC zorgt voor het eventueel doorzetten van aanvraag naar ander waterpartners. Handhaving van (vergunningen voor) indirecte lozingen vindt periodiek plaats door de Regionale Uitvoerings Dienst Drenthe (RUD). Actualiseren aansluitvergunning ▲ De waterschappen zijn betrokken bij de totstandkoming van en heeft ingestemd met het basisrioleringsplan van Borger – Odoorn (BRP). Daarmee is de aansluitvergunning geactualiseerd. De gemeentelijke aansluitverordening riolering uit 1999 wordt momenteel herzien (mede in verband met het Bouwbesluit 2012). Daarnaast loopt het traject om gezamenlijk met de omliggende gemeenten een uniforme aansluitverordeing op te stellen. 2.1.2 Maatregelen zorgplicht hemelwaterVerdergaande afkoppeling van afvoerend oppervlak ▲ De gemeente Borger-Odoorn wil vervuiling zoveel mogelijk bij de bron voorkomen, de afgelopen jaren is daarom flink geïnvesteerd in afkoppelen. Jaarlijks is minimaal 1 ha afgekoppeld. Het afkoppelen heeft plaats gevonden bij verbeterings- en vervangingswerkzaamheden (werk met werk maken) of autonoom om gevoelige locaties voor wateroverlast aan te pakken. Daarnaast heeft de eigen buitendienst hemelwater afgekoppeld van de drukriolering in het buitengebied. De kernen Klijndijk, Odoornerveen en Westdorp zijn onderzocht en de geconstateerde hemelwateraansluitingen zijn aangepakt. Geen wateroverlast en beperking waterhinder ▲ De omgeving van Marslanden en Buinerweg (Borger) stond bekend als aandachtsgebied voor water op straat. Door middel van een slokop-constructie naar het oppervlaktewater en de uitvoering van de waterberging “de Flessenhals” is er een betere afvoer gerealiseerd voor het hemelwater uit de kern van Borger. Andere voorbeelden van getroffen maatregelen zijn de Zuiderhoofdstraat in Exloo waar een infiltratie/waterberging gerealiseerd is om de kans op wateroverlast bij intensieve neerslag te reduceren. En afkoppeling ter plaatse van de Industrieweg in Nieuw-Buinen waar o.a. het pand van Goedewagen afgekoppeld is. Hiermee wordt de kans op wateroverlast eveneens gereduceerd. Daarnaast is een viertal verbeterd gescheiden stelsels (VGS) omgebouwd naar gescheiden stelsels. Dit betekent dat op deze locaties al het hemelwater naar het oppervlaktewater wordt afgevoerd (in plaats van slechts een beperkt deel van het hemelwater zoals bij een VGS). Inspelen op klimaatverandering ▲ Door al jaren lang af te koppelen, heeft de gemeente vroegtijdig geanticipeerd op klimaatverandering en de verwachte toename van intensieve en zware buien. De garantie dat er nooit wateroverlast optreedt kan niet gegeven worden, maar Borger-Odoorn heeft al vroegtijdig ingezet op de afkoppeling van verhard oppervlak. Hiermee werden en worden twee doelen bereikt: enerzijds zijn de wettelijke emissie doelstellingen bereikt (basisinspanning en waterkwaliteitspoor) en tegelijkertijd wordt het rioleringsstelsel daardoor robuuster en beter bestand tegen zwaardere buien. In Klijndijk is de berging geoptimaliseerd door RTC toe te passen. In de praktijk blijkt de sturing (onderlinge communicatie tussen systemen) storingsgevoelig te zijn. Dit is een aandachtspunt voor de komende planperiode. Berm- en schouwslotenBerm- en schouwsloten spelen een belangrijke rol in de waterhuishouding. De gemeente heeft de afgelopen planperiode berm- en schouwsloten gerealiseerd in onder andere Noorderdiep tussen de Drentse Mondenweg en de Kerklaan (Nieuw-Buinen) en bij het Nije Daip: de herstructurering van Linnaeuslaan en Chrysantstraat (Nieuw-Buinen). Visualisatie terugbrengen van water in het Nije Daip De sloten zijn noodzakelijk voor (
- a)de verwerking van hemelwater tijdens intensieve buien, (
- b)de verwerking van afgekoppeld hemelwater en (
- c)regulering van het grondwater. De gemeente voert een strikt beleid ten aanzien van het dempen van sloten: wanneer een sloot (door particulieren) wordt gedempt, dienen ter compensatie passende maatregelen getroffen te worden. Controle op het dempen van sloten vindt plaats tijdens reguliere rondes. 2.1.3 Maatregelen zorgplicht grondwaterMeer inzicht verkrijgen in de grondwaterproblematiek en voorzieningen ▲ / ► De gemeente kent weinig locaties met structurele grondwateroverlast. Een gedetailleerd grondwatermeetnet is dan ook niet doelmatig. De gemeente Borger – Odoorn kiest er voor om enkel grondwatermeetpunten (peilbuizen) aan te brengen indien daar aanleiding toe is. Daarnaast kan er historisch onderzoek uitgevoerd worden. In de wijk Hunzedal in Borger vindt een historisch grondwateronderzoek plaats. De resultaten moeten nog worden geanalyseerd. Om de grondwaterstand in de omgeving van het aangelegde infiltratiekratten veld in Exloo te monitoren is in de nabijheid van het veld een peilbuis aangebracht. Grondwaterbeleid formuleren voor 1 januari 2013 ▲ Het grondwaterbeleid richt zich op grondwatersituaties binnen de bebouwde kom. In het grondwater-beleid zijn de taken en verantwoordelijkheden van perceeleigenaar, gemeente, waterschap en provincie vastgelegd. Vanuit de samenwerking Noordelijke Vechtstromen is (in samenwerking met de gemeenten Ommen, Hardenberg, Coevorden en Emmen en waterschap Vechtstromen) het grondwaterbeleid opgesteld. Tijdens het bestuurlijk overleg samenwerking afvalwaterketen op 24 september 2012 hebben de portefeuillehouders Water ingestemd met dit gezamenlijke grondwaterbeleid. Het grondwaterbeleid is opgenomen als bijlage 2. 2.1.4 Algemene maatregelenDuurzaam inkopen/ investeren ▲ De gemeente heeft op 2 juli 2013 nieuw beleid vastgesteld (strategisch beleidsplan inkoop en aanbesteden) met als een van de doelstellingen het realiseren van zo duurzaam mogelijk inkopen. Duurzaamheid (onder andere het gebruik van materialen) kan daarbij meewegen in de beoordeling van inschrijvingen. Hierdoor kan het aspect duurzaamheid doorslaggevend zijn bij een EMVI22EMVI = Economisch Meest Verantwoorde Inschrijving-gunning. “De gemeente benadrukt het belang van duurzame ontwikkeling en daarom dient bij iedere aanbesteding aandacht te zijn voor dit onderwerp en te worden onderzocht of duurzaamheidscriteria kunnen worden toegepast. Onder duurzame ontwikkeling verstaat de gemeente: een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheid in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien.” [Strategisch beleidsplan inkoop en aanbesteden, gemeente Borger-Odoorn] Investeren in preventief onderhoud om storingen en calamiteiten te voorkomen ▲ De gemeente pleegt preventief onderhoud aan alle gemalen. Jaarlijks worden de gemalen minimaal 1 keer gereinigd en vindt er preventief onderhoud plaats. Verder is de frequentie van de reiniging van riolen verhoogd. Intergrale aanpak in samenwerking met waterketenpartners ▲ Op 5 augustus 2011 heeft het college van B&W besloten om actief deel te nemen het samenwerkingsverband Noordelijke Vechtstromen (zie ook hoofdstuk 1.4). Een van de resultaten is het gezamenlijke grondwaterbeleid dat opgesteld is. Actualiseren Waterplan ► (vervallen) De gemeente heeft er voor gekozen om geen actualisatie van het waterplan uit te voeren, enerzijds omdat de wateraspecten voldoende meegenomen zijn en kunnen worden in het verbreed GRP en de gemeentelijke structuurvisie, anderzijds omdat in samenwerking met omliggende gemeenten en waterschap Vechtstromen een gezamenlijk Afvalwaterplan opgesteld wordt. Dit plan wordt eind 2015 vastgesteld. Deze maatregel is dan ook komen te vervallen. Stedelijke wateropgave kern Nieuw-Buinen ▲ Het plan “wijken voor water” is in 2013 afgerond: Om een oplossing te kunnen bieden voor watertekorten in de zomer is het Buinerhornse Bos opnieuw ingericht. Door een uitgekiend ontwerp is meerwaarde gecreëerd voor de volgende functies: (
- a)opvangen watertekorten, (
- b)voorkomen wateroverlast, (
- c)verbeteren waterkwaliteit, (
- d)versterken natuurwaarden, (
- e)vergroten recreatiemogelijkheden (uitloopgebied) en (
- f)ondersteunen water, natuur-en milieu-educatie. Naast dit project heeft de gemeente in Nieuw-Buinen diverse afkoppelmaatregelen uitgevoerd zoals de afkoppeling van diverse panden aan de Industrieweg, van de Floralaan en delen van het Noorder- en Zuiderdiep. Communicatie met burgers ▲ Een goede voorlichting bij afkoppelprojecten is essentieel om (vrijwillige) medewerking van particulieren te bewerkstelligen. De gemeente Borger-Odoorn steekt veel tijd en energie in voorlichtingscampagnes en communicatie met haar inwoners. Een ander voorbeeld is de brochure met betrekking tot het tegengaan van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen door particulieren. 2.2 Financiële evaluatieNaar een 100% kostendekkende rioolheffing ▲ In de planperiode van het GRP 2010 – 2014 is het de gemeente Borger – Odoorn gelukt om, conform ambitie, de rioolheffing 100% kostendekkend te krijgen. De volgende stap is het opbouwen van een saldo in de ingestelde voorziening om de toename van vervangingsinvesteringen op te kunnen vangen. In 2015 heeft de eerste dotatie aan de voorziening plaatsgevonden (start opbouw van deze voorziening). Verder zijn wij op het gebied van rioleringszorg sober en doelmatig aan de slag gegaan met de opgaven uit het GRP. Uit doelmatigheidsoogpunt zijn activiteiten in de buitenruimte zoveel mogelijk op elkaar afgestemd (werk met werk maken). 2010 2011 2012 2013 2014 2015 vast deel heffing € 25 € 50 € 75 € 100 € 110 € 111 opbrengst (rekeningbasis) € 313.750 € 631.550 € 947.400 € 1.259.800 € 1.386.440 variabel deel heffing 0,0662% 0,0607% 0,0564% 0,0520% 0,0570% 0,0617% opbrengst (rekeningbasis) € 1.802.583 € 1.640.702 € 1.500.105 € 1.340.244 € 1.369.452 totale baten € 2.116.333 € 2.272.252 € 2.447.505 € 2.600.044 € 2.755.892 baten voorzien in GRP 2010-2014 € 2.056.700 € 2.206.700 € 2.356.700 € 2.456.700 € 2.467.755 € 2.467.755 kostendekkendheid heffing 98,94% 93,08% 94,02% 96,77% 101,41% werkelijke lasten (rekeningbasis) € 2.139.006 € 2.441.182 € 2.603.175 € 2.686.829 € 2.717.574 stijging rioolheffing (gemiddeld) 7,4% 7,7% 6,2% 6,0% voorzien in GRP 2010-2014 7,3% 6,8% 4,2% 0,5% 0,0% Vanaf 2012 lopen de verwachte en werkelijke lasten en baten verder uiteen. De oorzaak is een herverdeling van de interne urentoerekening. 2.3 ConclusieGeconcludeerd wordt dat nagenoeg alle investeringen en maatregelen uit het GRP uitgevoerd zijn. Hiermee zijn de ambities uit het GRP 2010-2014 gehaald. 3. Huidige situatie3.1 Kenmerken rioolstelselDe oudste riolering van het stelsel van de gemeente Borger-Odoorn is aangelegd in 1936 (ruim 300 meter). Circa 12% van de riolering is ouder dan 50 jaar (28,5 km), terwijl de helft van het stelsel jonger is dan 40 jaar. Het stelsel is grotendeels van het gemengde type en gedeeltelijk een gescheiden stelsel met een totale lengte van ruim 238 km (exclusief drukriolering). De afgelopen jaren wordt bij bestaande bebouwing verhard oppervlak grootschalig afgekoppeld van de riolering. Afgekoppeld hemelwater wordt in een aantal gevallen hergebruikt. Het overige hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem of stroomt af naar oppervlaktewater. Onderstaande figuur toont de procentuele verdeling van de ouderdom van het vrijvervalstelsel. Onderstaand is een aantal kenmerken van het gemeentelijke rioolstelsel weergegeven: Beschrijving Aantal / lengte Vrijverval riolering 238 km Drukriool (vrijvervalleidingen) 22 km Persriolering 109 km Rioolgemalen 32 stuks Minigemalen (buitengebied) 469 stuks Bergbezinkbassins 1 stuks Overstorten gemengde stelsel (bijlage 6) 44 stuks Huisaansluitingen 12.435 stuks Straatkolken 11.125 stuks Individuele Behandeling Afvalwater (IBA) 98 stuks Infiltratievoorzieningen 700 stuks Voor de technische levensduur van de vrijverval riolering wordt circa 80 jaar aangehouden. De gemeente Borger-Odoorn is gelegen op zandgronden. Uit de praktijk blijkt dat een levensduur van 80 jaar reëel is. Slechts een zeer gering deel van de riolering zal de komende periode op basis van leeftijd in aanmerking komen om vervangen te worden (1% van het stelsel, overeenkomend met een vervangingswaarde van ruim € 800 duizend in 5 jaar, zie bovenstaande cirkeldiagram). De genoemde termijn van 80 jaar is geen vast gegeven maar een indicatie van de gemiddelde verwachte levensduur. Op basis van rioolinspecties wordt bepaald of vervanging noodzakelijk is, of dat de riolering nog in een dusdanig goede staat is dat deze nog een aantal jaren kan blijven liggen. Door het uitvoeren van rioolinspecties heeft de gemeente een goed beeld van de kwaliteit van het stelsel. Hieruit komt naar voren dat een te verwachte levensduur van de riolering van 80 jaar reëel is. Het daadwerkelijke tijdstip van vervanging wordt, naast leeftijd en kwaliteit, mede bepaald op basis van gepland wegbeheer. 3.2 Beheer en onderhoudNaast éénmalige investeringen pleegt de gemeente het nodige jaarlijkse beheer, onderhoud en reparaties aan het rioolstelsel. Het reguliere onderhoud is als volgt: - Reiniging kolken: 2 maal per jaar - Reiniging riolering: 1 maal per 10 jaar (ca 23 kilometer per jaar) - Reiniging persleidingen: ad hoc, op basis van klachten - Video inspecties: 1 maal per 10 jaar, voor het eerst 30 jaar na aanleg. - Grote gemalen: 1 maal per jaar reiniging en 1 maal inspectie - Minigemalen: 2 maal per jaar reiniging en 1 maal inspectie - Straatvegen: minimaal 2 maal per jaar (gebieden met veel bladval 4 keer) De schadebeelden van de inspecties worden ingevoerd in rioleringsbeheer. Jaarlijks wordt een programma opgesteld voor het frezen van boomwortels, omdat deze op veel plaatsen in de buizen groeien en voor verstopping kunnen zorgen. Alle grote gemalen en nagenoeg alle minigemalen (op circa 6 na die voorzien zijn van een rode lamp) beschikken over een geautomatiseerde storingsmelding. De gemeente beschikt over een geactualiseerd rioleringsbeheersysteem Obsurv. Daarnaast heeft Borger – Odoorn de huisaansluitingen gedigitaliseerd (ruim 12.000 stuks) en zijn deze ontsloten via internet zodat iedere bewoner de betreffende huisaansluiting op kan vragen. Jaarlijks worden er middelen gereserveerd voor het bijhouden van het systeem. De afgelopen 5 jaar is in totaal 40,2 km riolering geïnspecteerd. Hiermee is de gewenste reinigings-en inspectiefrequentie van eens per 10 jaar (voor riolen ouder dan 30 jaar), overeenkomend met circa 14 km per jaar, niet gehaald. Uitgevoerde rioolinspecties afgelopen planperiode Jaar Lengte 2010 11.360 2011 5.173 2012 752 2013 12.736 2014 10.195 Totaal 40.200 meter Gemiddeld per jaar 8,0 kilometer De komende jaren zal er circa 16 km vrijvervalriolering per jaar geïnspecteerd worden (uitgaande van ca 70% van de riolen ouder dan 30 jaar, een frequentie van eens per 10 jaar en een inspectieprijs van € 1,25 per m1. De kosten bedragen circa € 20.000. De reinigingskosten bedragen gemiddeld € 1,45 per m1 (bepaald op basis van verdeling diameters). Het benodigde budget voor reiniging van vrijvervalstelsels, uitgaande van 23 km per jaar bedraagt € 33.350. Uitgaande van circa 7,8 km wortelfrezen per jaar en € 2 per m1, bedraagt het benodigde budget voor deze post € 15.600 per jaar. In de exploitatie was rekening gehouden met € 61.200 (€ 34.000 en € 27.200) op basis van bovenstaande berekening is € 69.000 benodigd. Er zal een structureel aanvullend budget van € 8.000 opgenomen worden. De gemeente Borger-Odoorn kent een afdeling Beheer Openbare Ruimte en Groen (BORG). Deze afdeling voert op basis van interne contracten werkzaamheden uit voor de beleidsafdelingen. Ten aanzien van onder andere rioolonderhoud en reiniging zijn er prestatiecontracten tussen BORG en de afdeling Realisatie (REAL). De afdeling BORG kan voor de uitvoering van deze contracten zelf werkzaamheden uitvoeren en/of derden inhuren. Het onderhoud van kolken, gemalen, kleinere leidingen en reparaties worden hoofdzakelijke door de eigen dienst uitgevoerd. Beheer en onderhoud IBA’sHet beheer en onderhoud van de 86 IBA’s gelegen in het gebied van Waterschap Hunze en Aa’s is per 2015 overgedragen zijn aan Waterschap Hunze en Aa’s. Hunze en Aa’s beheert IBA systemen voor 16 gemeenten. Het waterschap en de betrokken gemeenten zijn een gemeenschappelijke regeling aangegaan voor het beheer en onderhoud. De gemeenten zijn eigenaar van de IBA systemen en het waterschap heeft circa 1.700 IBA systemen in beheer en onderhoud. Dit is mogelijk op basis van de heffing die het waterschap oplegt aan de gebruikers van de IBA’s en in het kader van zijn wettelijke taak op het gebied van verder transport en zuivering van stedelijk afvalwater. Het reguliere onderhoud alsmede de storingsdienst wordt door het waterschap uitgevoerd. Jaarlijks wordt een evaluatie aangeboden aan de gemeente. Uit een eerste tussenevaluatie na een half jaar blijkt dat het aantal werkelijke storingen circa 25% bedraagt. De 12 IBA’s gelegen in het werkgebied van waterschap Vechtstromen worden door de gemeente beheerd en onderhouden. 3.3 Hydraulisch functioneren van het rioolstelselHet hydraulisch functioneren van de rioolstelsels in de gemeente Borger-Odoorn is in het basisrioleringsplan (BRP) onderzocht. Nu er diverse afkoppelmaatregelen uitgevoerd zijn in Nieuw-Buinen, zoals de afkoppeling van panden aan de Industrieweg, van de Floralaan en delen van het Noorder- en Zuiderdiep (zie hoofdstuk 2) kan gesteld worden dat alle stelsels theoretisch in staat zijn een bui die statistisch eens per 2 jaar voorkomt23Uitgangspunt daarbij is de standaard bui 08 uit Leidraad Riolering met 19,7 mm neerslag in 1 uur te verwerken zonder dat er wateroverlast optreedt. Gemiddeld eens per 1 à 2 jaar komt het voor dat er ergens binnen de gemeentegrens (oppervlak van 278 km2) wateroverlast optreedt als gevolg van hevige neerslag. Water-op-straat is onder voorwaarden acceptebel, zolang dat niet leidt tot problemen (zie de definitie van waterhinder en – overlast in hoofdstuk 5.2). Op 15 augustus is er een bui overgetrokken die plaatselijk (omgeving Odoorn) vergelijkbaar was met een bui die eens in de 2 jaar voorkomt. Onderstaande grafiek toont de neerslag per 5 minuten; in 60 minuten tijd is 14,5 mm neerslag gevallen. Er zijn geen meldingen van wateroverlast binnengekomen. Er was kortstondig sprake van water-op-straat, maar dat is bij een dergelijke bui ook toegestaan (een bui die theoretisch eens per 2 jaar voorkomt mag plaatselijk voor water-op-straat zorgen (waterhinder), maar niet leiden tot wateroverlast). Hieruit blijkt dat de werking van het stelsel in de praktijk overeenkomt met de theoretische uitgangspunten. [PAS OP: ONDERSTAANDE FIGUUR HANDMATIG INVOEGEN, WANT LOSSE TEKST] De gemeente koppelt veel verhard oppervlak af en voert verbeteringen uit om overlast tot een minimum te beperken. Tot op heden is er circa 38% van het areaal verhard oppervlak24Ten opzichte van de nulmeting rond 2000. afgekoppeld. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het areaal verhard oppervlak, en de afgekoppelde oppervlakken per kern. Verhard oppervlak tbv wateropgave stand per 1 augustus 2015 kern aanwezig VO afgekoppeld nieuw VO werkwijze Borger 37,7 ha 10,9 ha 26,8 ha infiltratie Ees 3,8 ha 0,6 ha 3,2 ha infiltratie Buinen 8,1 ha 8,1 ha 0,0 ha infiltratie Drouwen 4,5 ha 1,0 ha 3,5 ha infiltratie Nieuw-Buinen/Buinerveen 42,4 ha 17,2 ha 25,2 ha oppervlaktewater Exloo 13,6 ha 5,1 ha 8,5 ha infiltratie Exloo Dennenlaan 1,1 ha 1,1 ha 0,0 ha infiltratie Odoorn 11,2 ha 3,3 ha 7,9 ha infiltratie Valthe 4,7 ha 3,6 ha 1,1 ha infiltratie De Linden VGS 0,8 ha 0,8 ha 0,0 ha oppervlaktewater Klijndijk 7,6 ha 1,0 ha 6,7 ha infiltratie De Garven Klijndijk VGS 0,6 ha 0,6 ha 0,0 ha oppervlaktewater 1e Exloermond 1,0 ha 0,0 ha 1,0 ha oppervlaktewater 2e Exloermond 14,9 ha 4,2 ha 10,8 ha oppervlaktewater Valthermond 24,4 ha 8,8 ha 15,5 ha oppervlaktewater Zandberg 0,5 ha 0,3 ha 0,2 ha oppervlaktewater Totaal 176,9 ha 66,5 ha 110,4 ha afgekoppeld 37,7 % 3.4 RioolaansluitingenAlle percelen binnen de gemeentegrens van Borger-Odoorn zijn aangesloten op de (druk)riolering, voorzien van een goedgekeurde eigen zuiveringssysteem (IBA) of andere voorziening. 3.5 MeldingenInwoners van de gemeente Borger-Odoorn kunnen meldingen doorgeven via een centraal (algemeen) telefoonnummer. De meldingen worden door de frontoffice geregistreerd. Vervolgens worden deze naar de juiste afdeling doorgestuurd. Als gevolg van een nieuw systeem is het categoriseren van meldingen minder eenduidig. Een vergelijking van het aantal meldingen naar type is dan ook niet eenvoudig te maken. Om tot een indicatie te krijgen van de aard van en het totaal aantal meldingen en hoe deze zicht verhoudt tot eerdere jaren, zijn de rioolgerelateerde melding uit jaar 2014 geanalyseerd en uitgezet tegen de meldingen uit 2008 (meest recente jaar uit vorige GRP). Het aantal meldingen is fors lager (205 ten opzichte van 402 stuks). Opvallend is ook dat het aantal meldingen over wateroverlast gereduceerd is, alsmede meldingen met betrekking tot (verstopte) kolken. 3.6 Vergunningen3.6.1 Regels vanuit het BlBiAls gevolg van het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) is de vergunningplicht voor overstorten afgeschaft, daarvoor in de plaats is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) gekomen. De Tweede Kamer heeft bepaald dat overstorten worden uitgezonderd van heffingsbetaling aan het waterschap. De algemene regel is dat een overstort moet zijn opgenomen in het vGRP. Vanuit de rijksoverheid is gekozen om de overstortvergunning te laten vervallen, omdat in het vGRP ook een beoordeling van de milieugevolgen moet plaatsvinden. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van alle (kenmerken van) overstorten en randvoorzieningen binnen de gemeente Borger - Odoorn. Uit de basisrioleringsplannen (BRP-
- en)blijkt dat het stelsel voldoet aan de emissienormen en dat daardoor ook de milieugevolgen van overstorten binnen de geaccepteerde kaders blijven. Voor de uitgangspunten, (stelsel)kenmerken en berekeningsresultaten wordt verwezen naar het BRP uit 2009 dat onlosmakelijk met dit GRP verbonden is. In 2015 is een nieuw BRP voor de kern Nieuw-Buinen opgesteld. 3.6.2 AansluitverordeningIn 1999 heeft de gemeente de aansluitverordening vastgesteld. Dit heeft de volgende voordelen: Een aansluitvergunning wordt verleend op basis van publiekrecht; Duidelijkheid over aansluitkosten; Duidelijkheid over verantwoordelijkheden; Werkwijze bij onderhoud en verstopping is geregeld; Werkwijze bij sloop is geregeld. De gemeente herziet de riool aansluitverordening op basis van de nieuwe zorgplichten en het Bouwbesluit 2012. 3.7 Huidige knelpuntenEswateroverlast in ExlooBij hevige regenval vindt afstroming van hemelwater plaats vanaf de op de flanken van de Hondsrug gelegen akkers tot in de bebouwde kernen. Hierdoor stroomt hemelwater over de verharding in de westkant van de kern Exloo, met mogelijk wateroverlast als gevolg. Een deel van het water stroomt via de kolken in de riolering. Dit heeft in het verleden plaatselijk tot water-op-straat geleid doordat de riolering niet is gedimensioneerd op deze extra toevoer. De problematiek vanuit de richting van de N34 (westen) in de Hoofdstraat is opgelost door uitvoering van maatregelen, waaronder optimalisatie van de benutting van de berging in de sloten en de aanleg van een duiker onder de Hoofdstraat.Daarnaast is er afgekoppeld in Exloo en is een infiltratiekratten veld aangelegd. Er is de afgelopen tijd geen sprake meer geweest van eswateroverlast. Ondoelmatig peilbeheer, mogelijkheden voor combinatie van belangenHet project Wijken voor Water (Drentse Horn) heeft grondwaterafhankelijk peilbeheer, herinrichting, gerichte voorlichting en optimalisatie van de infrastructuur is het gebruik van gebiedseigen water in het watersysteem verbeterd. Hierbij is zowel de wateroverlast als de verdroging verminderd. Wijken voor water Drentse Horn Onderzoek naar locaties met historische grondwateroverlastOm duidelijkheid te geven bij welke locaties sprake is van een structureel nadelig effect en wat de mogelijke oplossingen zijn, is op basis van het vastgestelde Grondwaterbeleid, onderzoek uitgevoerd25Onderzoek naar locaties met historische grondwateroverlast, gebiedsdocument gemeente Borger-Odoorn, Arcadis, 2013. Het onderzoek is in samenwerkingsverband opgepakt. In de gemeente Borger-Odoorn is sprake van één aandachtsgebied; het betreft de wijk Sassenbergen in het noorden van Borger (begrensd door het kanaal, de Buinerweg, Moelenstraat en Hunzedal). De grondwaterstand is van nature hoog, aangezien het gebied in de nabije omgeving van de oude loop van de Hunze gelegen is. Momenteel vindt monitoring van de grondwaterstanden plaats door waterschap Vechtstromen. Er zijn geen concrete maatregelen voorzien. 3.8 Goede kwaliteit van het watersysteemWaterverontreiniging door foutieve aansluiting van riolering op hemelwaterafvoerDoor zogenaamde foutieve aansluitingen kan afvalwater in oppervlaktewater geloosd worden. Daarnaast is het mogelijk dat er hemelwater op het vuilwaterstelsel aangesloten is, waardoor onnodig hemelwater naar de zuivering afgevoerd wordt. Een ander nadeel is dat bij hemelwateraansluitingen op drukriolering de pompen eerder in storing vallen met het risico op ongewenste lozingen van ongezuiverd afvalwater. Bij vermoedens van foutieve aansluitingen wordt nader onderzoek verricht. Bij aanvragen van bouwvergunningen wordt voorlichting gegeven over rioolaansluitingen. Daarnaast wordt kern voor kern onderzoek uitgevoerd naar hemelwater op drukriolering (eigen dienst). Waterverontreiniging door diffuse bronnenMet name in het bebouwde gebied zijn er veel diffuse verontreinigingbronnen van het watersysteem. Het gaat hierbij onder meer om uitlogende bouwmaterialen, lozingen van particulieren, autowassen bij gescheiden rioolsystemen, gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en zouten. Er wordt gemeentelijk beleid ontwikkeld voor duurzame bouwen en aanpak van diffuse verontreiniging. Tevens worden er in nieuwe afgekoppelde gebieden autowasplaatsen aangelegd. Zie voor de uitgevoerde maatregelen, hoofdstuk 2.1 3.9 Toetsing huidige situatie aan doelenIn bijlage 4 is de huidige situatie aan de doelstellingen getoetst. Per functionele eis is nagegaan in hoeverre wordt voldaan aan de gestelde criteria. Indien de toetsing leidt tot nieuwe maatregelen, zijn deze opgenomen in het hoofdstuk van de betreffende zorgplicht. 4. Zorgplicht afvalwater4.1 Inleiding zorgplicht afvalwaterDe zorgplicht voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater is opgenomen in artikel 10.33 van de Wet milieubeheer (Wm). De gemeente moet al het afvalwater dat binnen de gemeentegrenzen vrijkomt, inzamelen en naar een RWZI brengen. Dit kan door middel van riolering, maar er kan onder voorwaarden ook gekozen worden voor andere passende voorzieningen, zolang het effect maar hetzelfde is. Wanneer het inzamelen en transporteren van afvalwater niet doelmatig is (denk bijvoorbeeld aan het buitengebied), verleent de provincie de gemeente ontheffing voor deze zorgplicht. Hoofddoel van de zorgplicht voor afvalwater is een goede volksgezondheid, waarbij het de inzet van de gemeente is om deze taak snel en adequaat uit te voeren. Dit betekent dat het grootste deel van de rioleringsactiviteiten bestaat uit het beheer en het onderhoud van het rioolstelsel. Goed beheer en onderhoud voorkomen echter niet dat het rioolwater periodiek kan overstorten op oppervlaktewater en zichtbaar wordt. Hoewel het een fractie is van de totale hoeveelheid afvalwater dat op jaarbasis wordt afgevoerd, krijgen overstortingen veel aandacht. De wens is zo min en zo schoon mogelijk rioolwater over te laten storten. Het beleid voor het afvalwater kent twee pijlers: het verminderen van de vervuiling uit de overstorten en een goed beheer van alle voorzieningen. 4.2 DoelenOp grond van de afvalwaterzorgplicht is het doel van de riolering het ‘doelmatig inzamelen en transporteren van afvalwater’. Dit omvat een vijftal aspecten, waarvan de nummering overeen komt met de aspecten uit bijlage 5: Aspect 1: inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater Aspect 3: transport van het ingezamelde afvalwater naar een geschikt lozingspunt Aspect 4: voorkomen van vuilemissie naar oppervlaktewater, bodem en grondwater Aspect 5: minimale overlast voor de omgeving Aspect 6: doelmatig rioleringsbeheer en gebruik van de riolering De bij deze aspecten behorende functionele eisen, maatstaven en meetmethoden zijn opgenomen in bijlage 5. 4.3 Strategie en maatregelenRioolinspectie en -reinigingZoals in hoofdstuk 3.2 vermeld is de frequentie van rioolreiniging eens per 10 jaar. Dit is gekoppeld aan de rioolinspectie van riolering van 30 jaar en ouder. De betreffende riolering wordt eveneens 10-jaarlijks geïnspecteerd. De gemeente gaat hier pragmatisch mee om. Jongere riolen worden, uitgezonderd van de opleveringsinspectie, niet geïnspecteerd, tenzij daar een specifieke aanleiding voor is (melding). Deze strategie is een resultaat van de samenwerking en wordt de komende planperiode gecontinueerd. De werkzaamheden worden uitbesteed; de kosten zijn vergelijkbaar met die van de afgelopen periode aangezien het gros van de riolering 30 jaar of ouder is. Daarnaast worden de komende jaren (gehele ronde) tijdens de inspectie de putdekselhoogtes en de b.o.b.’s ingemeten. Deze actuele gegevens worden verwerkt in het rioolbeheerpakket, zodat deze gegevens actueel, betrouwbaar en compleet zijn. De meerkosten bedragen circa € 5.000 per jaar gedurende een periode van 10 jaar. Hemelwaterriolen worden eveneens geïnspecteerd indien deze 30 jaar of ouder is. De Westeres in Borger is de eerste wijk met gescheiden riolering die de komende jaren planmatig geïnspecteerd zal worden. Deze wijk zal in de planperiode eenouderdom van 30 jaar bereiken. Om een indicatie te krijgen over het aantal (en de effecten van) foutaansluitingen wordt tijdens een inspectieronde van hemelwaterriolen de nadruk gelegd op de aanwezigheid van eventuele vuilwateraansluitingen. De inspectie wordt daartoe twee weken na reiniging uitgevoerd. Inspectie pompen en gemalenAlle gemalen, zowel de grote gemalen als de minigemalen, worden jaarlijks geïnspecteerd door de eigen dienst. Daarnaast vindt er jaarlijkse reiniging van de grote en tweejaarlijkse reiniging van de minigemalen plaats. Ook dee werkzaamheden worden in eigen beheer uitgevoerd. De kosten vallen onder de exploitatielasten van de rioleringszorg. Periodiek dient een NEN 3140 keuring plaats te vinden. De huidige keuringsronde is momenteel halverwege. De keuringsronde zal eens in de 7 jaar uitgevoerd worden (voor het eerst weer in 2021). De kosten bedragen circa € 15.000 per ronde. Vervuiling van het riool bij de bron voorkomen: straatvegen en kolken reinigenDe gemeente Borger - Odoorn rekent 75% van de totale inzet van de veegmachine toe aan de rioolheffing: circa 1.050 van de totale inzet van 1.400 uur wordt besteed aan rioolgerelateerde werkzaamheden en onderhoud van de machine. Deze uren zijn als volgt opgebouwd: - Onkruid (borstelen molgoten): 140 uur per jaar; - Vegen molgoten: 840 uur per jaar; - Onderhoud veegmachine 70 uur per jaar. Als gevolg van de toename van het percentage gescheiden stelsels, wordt het nog belangrijker de straten en wegen goed en frequent te vegen. Hierdoor neemt enerzijds de verontreiniging van infiltratie- en hemelwatertransportvoorzieningen af en verzamelt zich minder afval in de kolken (afname kosten kolkenzuigen), anderzijds neemt de kans op waterhinder en –overlast als gevolg van verstoppingen af. De gemeente Borger – Odoorn rekent bijna 100% van de kosten voor kolkenzuigen toe aan het product riolering (alle uren met uitzondering van bijstand bij calamiteiten niet BORG gerelateerd). Het betreft in totaal circa 2.740 uur en de kosten van de veegmachine.De werkzaamheden beperken zich niet tot het zuigen van de kolken bij gemengde stelsels, ook wordt de kolkenzuiger onder andere ingezet bij klachten (verstoppingen) en reiniging bij gemalen en wordt deze ingezet bij de autowasplaatsen (reiniging). Zie voor een raming onderstaande tabel. Object Activiteit Rioolgemalen (incl.minigemalen) Reinigen Klacht/storing/verstopping Autowasplaatsen Reinigen Gemengd stelsel en DWA riool Calamiteiten Doorspoelen riool Reinigen Huisaansluitingen Klacht/storing/verstopping Kolken Handmatig reinigen Kolken zuigen OnkruidbestrijdingDe gemeente past geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen meer toe, waardoor er geen sprake meer is van meerkosten als gevolg van niet-chemische onkruidbestrijding in afgekoppelde gebieden. De expliciete kosten voor onkruidbestrijding worden niet aan de riolering toegerekend. De veegmachine heeft een aparte borstel voor het borstelen van de goten. Deze kosten voor het borstelen van de goten wordt wel toegerekend aan de riolering, aangezien dit een directe link met de rioleringszorg heeft. Onkruidbestrijding ter plaatse van goten wordt toegepast om de deze hun functie te kunnen laten uitvoeren en de instroming van hemelwater in kolken te waarborgen. Dit maakt onderdeel uit van de 1.050 uur straatvegen (zie bovenstaand). Er worden derhalve geen meerkosten toergerekend aan de rioolheffing ten behoeve van onkruidbestrijding. Werking communicatie RTC De sturing (onderlinge communicatie tussen systemen) in de RTC Klijndijk blijkt in de praktijk storingsgevoelig te zijn. De komende planperiode gaat de gemeente een storingssignalering c.q. noodvoorziening aanbrengen (middels drukopnemers) die er voor zorgt dat de klep opengaat bij een ongewone situatie. Hiervoor wordt eenmalig een bedrag van € 5.000 geraamd. Verminderen water-op-straat / anticiperen op klimaatveranderingVoornamelijk gerelateerd aan de hemelwaterzorgplicht en om die reden in hoofdstuk 5 opgenomen. Voorkomen van vuilemissie naar oppervlaktewater, bodem en grondwaterIn dit rapport is al aan de orde gekomen dat Borger-Odoorn voldoet aan de eisen ten aanzien van de vuilemissie uit de rioolstelsels. Daarnaast zet de gemeente in op verdergaande afkoppeling, waardoor het aantal en de omvang van overstortingen uit de gemengde riolering verder afneemt. Samen met de waterschappen gaat de gemeente de komende jaren aan de slag met het in kaart brengen, analyseren en oplossen van knelpunten in het kader van het waterkwaliteitsspoor. Hiervoor zijn, naast reguliere uren, geen aanvullende kosten geraamd (eventuele uitvoering van maatregelen zal in de volgende planperiode gestalte krijgen). Vervanging gemalenBouwkundige vervangingenGemiddeld worden de bouwkundige onderdelen eens in de 40 jaar vervangen. Er wordt uitgegaan van bouwkundige vervanging van € 25.000 per jaar voor minigemalen en gemiddeld € 18.000 voor hoofdgemalen. De bedragen zijn gebaseerd op ervaringscijfers van de gemeente. De komende jaren zijn geen pieken in vervangingen te verwachten. Elektrisch/mechanische vervangingenGemiddeld worden de mechanisch/elektrische onderdelen eens in de 20 jaar vervangen. De totale vervangingskosten bedragen circa € 950.000. Er wordt uitgegaan van mechanisch/elektrische vervanging van totaal € 50.000 per jaar voor minigemalen en hoofdgemalen. De bedragen zijn gebaseerd op ervaringscijfers van de gemeente. Vervanging rioleringIndien het om financiële of uitvoeringstechnische redenen gunstiger is om riolering te relinen in plaats van te vervangen, dan kiezen wij daar ook voor. In de afweging houden wij ook rekening met de mogelijkheid van afkoppelen, vervangen huisaansluitingen en/of de noodzaak om drainage mee te leggen. In de kostenraming gaan wij uit van vervangingskosten (gebaseerd op ervaringscijfers binnen Borger– Odoorn), aangezien het op voorhand niet te zeggen is welke riolen eventueel gerelined worden en welke (meer-
- of)minderkosten daarmee gemoeid zijn. Mocht relining (inclusief meerkosten) in de praktijk kostenefficiënter zijn, dan zullen de overschotten naar de voorziening vloeien. Bij een tussenevaluatie wordt de ontwikkeling van de rioolheffing heroverwogen mede op basis van het saldo in de voorziening. Voor de bepaling van de langjarige vervangings investeringen voor riolen is gebruik gemaakt van de theoretische restlevensduur (op basis van een technische levensduur van 80 jaar). Ingezoomd op de periode 2016 – 2050: De investeringsbedragen voor rioolvervanging zijn de komende jaren relatief beperkt, te weten € 350.000 per jaar (de komende 20 jaar). Drukriolering/persleidingBinnen de gemeente ligt 109 km persleiding met een totale vervangingswaarde van € 6,2 miljoen. Daarnaast kent Borger-Odoorn 20 km vrijvervalriolering dat onderdeel vormt van de drukriolering. Deze 20 km heeft een vervangingswaarde van € 2,7 miljoen. De eerste vervangingen zullen over circa 20 jaar uitgevoerd moeten worden (op basis van technische levensduur). Grootschalige vervaningsronden worden echter pas over circa 50 jaar verwacht. Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar bijlage 3. Ter plaatse van lozingspunten van drukriolering op het gemengde of vuilwaterriool (vrijverval) treedt op verschillende locaties aantasting van het beton op als gevolg van H2S. Ook is er incidenteel sprake van stankoverlast. De gemeente gaat de komende planperiode de locaties en problematiek in kaart brengen, voordat besloten wordt of en zo ja: welke maatregelen er getroffen gaan worden. Het onderzoek wordt door de eigen dienst uitgevoerd binnen de reguliere uren voor de rioleringstaak. Onderzoek foutaansluitingen op drukriolering vindt kerngericht plaats. Nadat onderzoek naar foutaansluitingen plaatsgevonden heeft op basis van bureaustudie (draaiuren en storingen tijdens neerslag) en neveldetectie, worden de geconstateerde verharde oppervlakken in overleg met de bewoner van de drukriolering afgekoppeld. Het (vervolgens) opnieuw aansluiten van hemelwater op drukriolering is niet toegestaan. De eigen buitendienst voert de werkzaamheden uit, zowel met betrekking tot het onderzoek, als voor het herstel van de foutaansluitingen van hemelwater op de drukriolering. Er wordt gemiddeld 1 kern per jaar onderzocht. De benodigde uren vallen binnen de raming van de reguliere werkzaamheden. Er wordt aanvullend € 10.000 per jaar opgenomen voor materiaalkosten. Individuele Behandeling Afvalwater (IBA)Het meerendeel van de binnen de gemeente Borger – Odoorn aanwezige IBA’s wordt beheerd en onderhouden door waterschap Hunze en Aa’s, het betreft 86 IBA’s. De overige 12 IBA’s liggen in het beheersgebied van waterschap Vechtstromen en worden door de gemeente zelf beheerd en onderhouden. De komende planperiode wordt overlegd met Waterschap Hunze en Aa’s of zij het beheer van deze IBA’s ook op zich wil nemen. Het eigendom van de 98 IBA’s ligt bij de gemeente. De gemeente zal deze te zijner tijd dan ook vervangen, dit zal echter pas over circa 50 jaar het geval zijn. De vervangingswaarde bedraagt circa € 560.000. IncidentenplanHet incidentenplan wordt in samenwerking met omliggende gemeenten opgesteld. Wanneer dezelfde werkwijze wordt gehanteerd binnen de samenwerkende gemeenten verloopt de communicatie met andere instanties ook soepeler bij een incident. De kosten worden betaald uit de gemeentelijke bijdrage aan de samenwerking (opgenomen in de exploitatie). Een aandachtspunt is het te allen tijde up to date hebben van het (rioolbeheer)systeem, waardoor er bij eventuele incidenten of calamiteiten gebruik gemaakt kan worden van de meest actuele situatie en gegevens. Hiertoe dienen revisies systematisch en op korte termijn verwerkt te worden. Leidraad Riolering, C4100, Beheerprogramma en revisietekeningen Om een goede kwaliteit van het rioleringsbeheerprogramma te waarborgen, moet u: revisietekeningen tijdig in het programma (laten) verwerken; geconstateerde afwijkingen op basis van inspectieresultaten in het programma (laten) verwerken. Als rioleringsbeheerder bent u hiervoor verantwoordelijk. De Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netwerken (WION) stelt hieraan ook verplichtingen, waaronder de verplichting om nieuwe leidingen binnen 30 dagen na aanleg in het beheerbestand op te nemen. Het beheerprogramma en de (niet verwerkte) revisietekeningen geven het beeld van het actuele rioolstelsel. Sla daarom de aanwezige kennis over het systeem op in dit programma. Hiermee voorkomt u kennisleemten als u of uw medewerkers er niet zijn of plotseling vertrekken. Met het oog op de vergrijzing en het feit dat mensen minder lang in dienst blijven, is dit noodzakelijker dan ooit. Het streven van de gemeente is dan ook om het databeheer op orde te hebben en houden. TelemetrieAlle hoofdgemalen en nagenoeg alle minigemalen (op 6
- na)zijn voorzien van telemetrie. Het systeem is verouderd (MMB op basis van Windows XP) en moet voorzien worden van een upgrade. In de planperiode wordt het systeem up to date gemaakt. De kosten bedragen circa € 50.000 (te activeren en af te schrijven in 5 jaar). Daarnaast wordt de komende planperiode een afweging gemaakt met betrekking tot de telemetrie op de minigemalen. Aanleiding is dat de telemetrie op circa 275 kasten verouderd is en deze vervangen dient te worden. De kosten bedragen circa € 1.750 per kast. Er vindt een doelmatigheidsafweging plaats met betrekking tot vervanging van de telemetrie, dan wel het overgaan naar rode lamp signalering. Vooralsnog wordt uitgegaan van een aanvullend budget (naast de reguliere vervanging van minigemalen) van € 25.000 gedurende 10 jaar (vanaf 2017). Meten en monitorenOvereengekomen is om meten en monitoren op te pakken in samenwerkingsverband Noordelijke Vechtstromen. Initiële kosten komen uit de bestaande gemeentelijke bijdrage aan de samenwerking. Eventuele inplementatiekosten zijn op dit moment nog niet bekend (PM). Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar hoofdstuk 7. 5. Zorgplicht hemelwater5.1 Inleiding zorgplicht hemelwaterGemeenten hebben een zorgplicht voor de doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater dat perceeleigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken. De zorgplicht legt de nadruk op de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar om het hemelwater zoveel mogelijk zelf te verwerken. Nadat het hemelwater door de gemeente is ontvangen, is het aan de gemeente om te bepalen hoe het hemelwater wordt verwerkt. Voorbeelden zijn: bergen, transporteren, nuttig toepassen, terugbrengen in bodem of oppervlaktewater of afvoeren naar een zuiveringsinrichting. Bij hemelwater geldt dat lokale lozing van hemelwater in het milieu (al dan niet via een gemeentelijk hemelwatersysteem) de voorkeur geniet boven lozing op een gemengd stelsel. Uiteraard is samenspraak met de waterpartners onontbeerlijk. Bij bestaande bebouwing zijn de mogelijkheden voor perceeleigenaren om zelf het hemelwater te verwerken vaak niet aanwezig. Bijvoorbeeld omdat er geen oppervlaktewater is of de infiltratiemogelijkheden (ruimte) en –capaciteit beperkt zijn. In déze situaties (bij bestaande bebouwing) zal het vaak niet redelijk zijn om van de particulier te verlangen zelf het hemelwater te verwerken. Daarnaast is in een bestaande wijk vaak een gemengd stelsel aanwezig. Het is dan ook niet redelijk om bij bestaande bebouwing aan de perceeleigenaar te vragen het afvalwater en hemelwater gescheiden aan te bieden, zonder dat er bouwkundige ingrepen aan deze woning plaats vinden. Bij nieuwbouwwijken en inbreidingen is het wel mogelijk om op eigen perceel te infiltreren, gescheiden te leveren of naar oppervlaktewater af te voeren en binnen het plangebied te bergen. 5.2 AfbakeningAls hemelwater niet doelmatig ingezameld en verwerkt wordt kan dit leiden tot wateroverlast. Om duidelijk te krijgen wat wordt verstaan onder overlast is hieronder uiteengezet wanneer er sprake is van wateroverlast en wat de gemeente Borger – Odoorn verstaat onder waterhinder. De afvoercapaciteit van rioolstelsels is en blijft beperkt, waardoor water-op-straat tijdens hevige neerslag onvermijdelijk is. (hemel)water op straat bij zeer zware buien is zelfs een van de ontwerpcriteria bij nieuwe hemelwaterstelsels. Vaak is water-op-straat kortdurend van aard en leidt dit niet tot noemenswaardige overlast of schade. Bewoners accepteren een incidentele waterschijf op straat wanneer het extreem regent of geregend heeft, maar de acceptatie is aan grenzen gebonden. Waar deze grens ligt en in welke gevallen er sprake is van hinder of overlast hangt enerzijds af van de frequentie en locatie van water-op-straat en anderzijds van de gevolgen hiervan. De gemeente Borger - Odoorn spreekt van hemel- of afvalwateroverlast indien: puur afvalwater (als gevolg van een storing of calamiteit) op straat staat en/of huizen of gebouwen instroomt; afvalwater afkomstig uit een gemengd rioolstelsel langer dan twee uur op straat staat én dit stinkt en /of er toiletpapier en andere (visueel waar te nemen) verontreinigingen in aanwezig zijn (volksgezondheidsrisico); water via de straat huizen of gebouwen instroomt; afvalwater overloopt uit toiletten op begane grond niveau; water verkeersaders en doorgaande (ontsluitings)wegen gedurende meer dan twee uur blokkeert; water langer dan twee uur hinder oplevert voor het verkeer (gemotoriseerd, fietsers en voetgangers). (afval)water afkomstig is uit het rioleringssysteem en langer dan vier uur in een tuin staat en dit. Los daarvan moeten bewoners wennen aan het feit dat er als gevolg van klimaatverandering vaker sprake is van hevige neerslag en dus ook van water-op-straat. Naast overlast kan er sprake zijn van waterhinder. Voorbeelden van hinder zijn water tussen de trottoirbanden (dat slechts in beperkte mate stinkt en/of geen of in beperkte mate verontreinigingen achterlaat), ondergelopen achterpaden of tuinen, dan wel het kortdurend ontoegankelijk zijn van straten en wegen. Dit kan overlast worden wanneer de hinder meerdere uren aanhoudt (zie bovenstaande definitie). Het streven is om wateroverlast te voorkomen. Dat kan echter niet in alle (extreme) gevallen gegarandeerd worden. De gemeente Borger – Odoorn wordt door zijn uitgestrektheid (oppervlak van 278 km2) één à twee maal per jaar ergens geconfronteerd met een hevige neerslaggebeurtenis. Het gevolg is over het algemeen waterhinder. In een enkel geval is er sprake van (geringe) wateroverlast. Borger – Odoorn heeft zich de (landelijk gangbare) norm opgelegd dat er géén wateroverlast op mag treden bij bui 08; te weten een theoretische bui met een omvang van 19,8 mm die gemiddeld eens in de 2 jaar voorkomt. Bij deze bui mag in beperkte mate wel hinder voorkomen. Het rioolstelsel is getoetst aan de norm dat bij bui 08 geen overlast optreedt. Als gevolg van afkoppeling en uitvoering van andere maatregelen is er theoretisch geen sprake van wateroverlast bij deze bui. Ook in de praktijk leidt een soortgelijke bui, voor zo ver bekend, niet tot overlast. Borger – Odoorn zet ook de komende jaren in op verdergaande afkoppeling met als doel water-op-straat (ook bij zwaardere buien) zo veel mogelijk te beperken. Ook bij zwaardere buien probeert de gemeente wateroverlast te voorkomen (onder andere door verhard oppervlak van de gemengde riolering af te koppelen). Er kan echter niet gegarandeerd worden dat er geen wateroverlast optreedt bij extreme(
- re)buien. Wanneer wateroverlast optreedt, kijkt gemeente of er doelmatige oplossingen mogelijk zijn. Zij zullen alles in het werk stellen om de kans op herhaling te reduceren. 5.3 HemelwaterbeleidDe taakopvatting van de hemelwaterzorgplicht is als volgt: De gemeente zorgt in bestaand gebied voor de afvoer en verwerking van overtollig hemelwater, met uitzondering van gebieden waar drukriolering aanwezig is. Rekening houdend met bovenstaande uitgangspunten is het gemeentelijk hemelwaterbeleid als volgt: In gebieden met drukriolering zamelt de gemeente géén hemelwater in. De particulier verwerkt bij voorkeur het hemelwater op eigen terrein of voert het hemelwater af naar oppervlaktewater. Het hemelwater mag niet worden aangesloten op de drukriolering. Bij nieuwbouw26Nieuwbouw is gedefinieerd als, nieuwbouw, herbouw of uitbreiding van bestaande bebouwing. moeten eigenaren het hemelwater zoveel mogelijk op eigen terrein verwerken (infiltreren). Indien infiltratie op eigen terrein niet mogelijk is, kan het na overleg met en toestemming van de gemeente, afgevoerd worden naar een infiltratievoorziening of oppervlaktewater (conform de tritsen ‘vasthouden-bergen-afvoeren’ en ‘schoonhouden-scheiden-zuiveren’). Ongeracht het stelseltype van de bestaande riolering worden afvalwater en hemelwater gescheiden gehouden (conform Bouwbesluit 2012). Bij nieuwbouw kan optimaal geanticipereed worden op klimaatverandering. Om deze reden dienen nieuw aan te leggen systemen (samenspel tussen berging in riolering, voorzieningen en openbare ruimte) bij nieuwbouw ruimer gedimensioneerd te worden. Zie voor de normen hoofdstuk 5.3.1. In bestaand stedelijk gebied zamelt de gemeente het hemelwater in. Tijdens de aanleg van de hemelwatervoorziening in openbaar gebied, wordt de particulier de mogelijkheid geboden het afkoppelen van het particuliere terrein mee te nemen. Er moet voldaan worden aan de geldende regelgeving, zoals Bouwvoorschriften en Bouwbesluit 2012. Nieuwe bebouwing in het buitengebied mag, net als bestaande bebouwing, alleen afvalwater en dus geen hemelwater lozen. De particulier c.q. ontwikkelaar betaalt de werkelijke aansluitkosten. Kwalitatieve aspecten bij het lozen op oppervlaktewaterBeide waterschappen stellen geen expliciete kwaliteitseisen aan hemelwater dat op oppervlaktewater geloosd wordt. Waterschap Hunze en Aa’s heeft haar beleid vastgelegd in de Notitie Stedelijk Waterbeheer Hunze en Aa’s
(2002)en de Notitie duurzaam omgaan met hemelwater (november 2010). Daarin is ook een beslisboom opgenomen ten aanzien van de omgang met hemelwater afkomstig van afgekoppelde oppervlakken, zie onderstaande tabel. Categorie verhard oppervlak Maatregelen 1. Licht verontreinigde oppervlakken Rechtstreeks afkoppelen tenzij de plaatselijke omstandigheden een verhoogd risico veroorzaken (b.v. excessieve toepassing uitlogende materialen) 2. Matig verontreinigde oppervlakken Met minimale voorziening afkoppelen 3. Verontreinigde oppervlakken Verbeterd gescheiden stelsel (VGS) of aantoonbaar gelijkwaardig. Eventueel niet afkoppelen. Zie ook bijlage "indeling bedrijven". Invulling minimale voorziening Afhankelijk van de aard vd verontreiniging. Toepasbaar zijn o.a. bodempassage, infiltratie, zand- en slibafvang (conform NEN-EN 7089), olieafscheider (conform NEN-EN 858), VGS met verlaagde poc, "Smartdrain", of gelijkwaardig. Wegen die kunnen afwateren via wegbermen van tenminste 3.00 meter hoeven niet te worden aangesloten. Indeling verhard oppervlak Soort oppervlakken 1. Licht verontreinigde oppervlakken - Daken en gevels (ad 1) - Vrijliggende voet- en fietspaden - Parkeergelegenheden personenwagens (ad 2) - School- en speelterreinen - Woonerven - wegen < 500 verkeersbewegingen 2. Matig verontreinigde oppervlakken - Wijkontsluitingswegen - Winkelstraten - Doorgaande wegen met meer dan 500 verkeersbewegingen inclusief viaducten, doch uitgezonderd overige kunstwerken. - Busbanen - Parkeergelegenheden (ad 3) - Parkeergelegenheden voor vrachtwagens - Bedrijfsterreinen uitgezonderd kantoren (zie bijlage "indeling bedrijven") 3. Verontreinigde oppervlakken - Marktterreinen - Laad- en losplaatsen - Overslagterreinen - Bus- en treinstations - Trambanen en -stations - Tunnels - wegoppervlak voor motorvoertuigen aan weerszijden van een beweegbare brug met een minimaal aan te sluiten lengte van 100m wegoppervlak aan weerszijden van de brug. - openbare huisdierentoiletten (ad 1) Betreft daken en gevels van onder andere woonhuizen, scholen, supermarkten, sporthallen, en bedrijvenparken bestaande uit kantoorpanden (ad 2) Betreft parkeergelegenheden met een relatief lage wisselfrequentie en/of een totale capaciteit van maximaal 50 voertuigen. (ad 3) Betreft parkeergelegenheden met een relatief hoge wisselfrequentie, bedrijfswagenstalling, en/of een totale capaciteit van meer dan 50 voertuigen. Bron: Notitie duurzaam omgaan met hemelwater, Hunze en Aa’s (november 2010)Het basisuitgangspunt is dat het water in principe geloosd mag worden mits het de kwaliteit van het ontvangende water niet negatief beïnvloedt. Waterschappen en gemeente treden met elkaar in overleg over eventueel te treffen maatregelen bij het lozen van afstromend hemelwater, zodat deze lozingen geen belemmering zijn voor een goede waterkwaliteit. Uitgangspunt is dat afstromend hemelwater “in beginsel schoon genoeg is om zonder verdere maatregelen terug te brengen in het milieu”. Wanneer het water echter afkomstig is van druk bereden wegen, markten, of oppervlakken van uitlogende bouwmaterialen (koper, zink), dan zullen hieraan eisen gesteld worden. Bij nieuwbouw, waarbij afkoppeling standaard is (eigenlijk: niet aankoppeling), dient de ontwikkelaar maatregelen te treffen zodat de kwaliteit van het afstromende hemelwater aan de eisen voldoet. Hierbij wordt tevens verwezen naar het gemeentelijk beleid hieromtrent en de zorgplicht in het BlBi. Hemelwater: Schoon genoeg? Wanneer is afstromend hemelwater van verhardingen schoon genoeg om direct op stedelijk oppervlaktewater te lozen? Deze vraag stond 20 januari 2015 centraal op een door STOWA, RIONED, Almere en Zuiderzeeland georganiseerd symposium over de kwaliteit van hemelwater. Recente uitgebreide metingen aan hemelwater (voordat neerslag de grond raakt) tonen aan dat de kwaliteit beter is dan uit eerdere onderzoeken is gebleken. Dit wordt nog nader gepubliceerd. Enkele conclusies die werden gepresenteerd. In het algemeen wordt in Nederland de laatste jaren minder zwaar getild aan zware metalen (Zn, Cu, Pb etc) in afstromend hemelwater dat op stedelijk water wordt geloosd. Over het algemeen blijven de concentraties in de bagger nog binnen MTR-waarden. Nutriënten (P&N) hebben een veel grotere negatieve impact op de waterkwaliteit van stedelijk water. Afstromend hemelwater heeft hierin echter slechts een klein aandeel in de totale nutriëntenbelasting. Afstromend hemelwater wordt niet meer per definitie als ‘vuil’ gezien. Afstromend hemelwater geeft kansen om stedelijk water te verversen en in kwaliteit te verbeteren. Afstromend hemelwater is schoon genoeg indien het (
- a)schoner is dan het ontvangende oppervlaktewater en (
- b)schoner is dan het effluent van de AWZI. Dit heeft met name betrekking op de nutriënten en blijkt in de praktijk vaak het geval te zijn. Indien in gescheiden en verbeterd gescheiden rioolstelsels geen foutaansluitingen van DWA op RWA riolen voorkomen, dan kan al het hemelwater op stedelijk water geloosd worden, mits aan de twee bovenstaande voorwaarden wordt voldaan. 5.3.1 Hemelwaterbeleid voor nieuwbouw en renovatie concreet uitgewerktHemelwater is in principe schoon en wordt zo min mogelijk verontreinigd. Ongecoate uitlogende materialen bij voorkeur niet toepassen. Bovengrondse afvoer van hemelwater heeft de voorkeur boven riolering. Zichtbaarheid biedt de beste garantie tegen foutieve aansluiting van afvalwater op het hemelwatersysteem en draagt bij aan bewustwording. Transport van hemelwater moet worden geminimaliseerd. Benodigde voorzieningen blijven dan klein en het risico op verontreiniging beperkt. Het beste is om hemelwater te infiltreren vlakbij de plek waar het valt, dus bij voorkeur op de kavel. Overloop van de voorziening naar de tuin. Infiltratie kan het beste plaatsvinden via een graspassage. De doorworteling en het bodemleven houden de infiltratiecapaciteit op peil en zorgen voor afbraak en binding van diverse verontreinigingen. Rechtstreekse lozing op oppervlaktewater is vaak een goede oplossing voor percelen die grenzen aan het water. Dit moet eerst worden overlegd met het waterschap. Samenspel van dakvlakken, dakgoten, regenpijpen en perceelsgoten zodanig ontwerpen dat het hemelwater zoveel mogelijk bovengronds naar de gewenste plek wordt afgevoerd. Wadi's verdienen de voorkeur als een centrale infiltratievoorziening nodig is. Een wadi is een doordachte groene voorziening en geeft retentie, zuivering, infiltratie en gedoseerde afvoer. Een goed ontworpen wadi biedt bovendien ruimtelijke kwaliteit, natuurontwikkeling en recreatief medegebruik. De keuze voor bovengrondse hemelwaterafvoer richting een wadi of andere centrale infiltratievoorziening impliceert dat hiermee rekening moet worden gehouden in het stedenbouwkundige plan en de civiele planuitwerking. Het gaat met name om de detaillering vanaf regenpijp via perceelsgoot en straatgoot richting infiltratievoorziening, met de notie dat water van hoog naar laag stroomt. Dimensionering van infiltratievoorzieningen op basis van onderstaande richtlijnen voor de berging en de overloop, waarbij de berging wordt betrokken op daken plus verharding: Nieuwbouw: 40 mm bestaande uit infiltratie en/of wadi en/of retentievijver met noodoverloop naar oppervlaktewater. Bij extreme situaties mag geen waterschade ontstaan. Daarvoor moet de inundatienorm T = 100 + 10% worden aangehouden. Hierbij is overleg met het waterschap vereist. Bodemverbetering toepassen voor zover nodig, zodanig dat de voorziening na één tot enkele etmalen weer geheel beschikbaar is. Gedetailleerde eisen voor dit aspect zijn niet relevant omdat de bodem sterk gevarieerd is van opbouw en slechts ruw kenbaar middels metingen. In overeenstemming met de gemeente kan de vereiste voorziening à € 1.500 per m3 berging worden afgekocht, waarbij de gemeente het t.z.t. inpast in een grotere voorziening. Dimensionering van retentievoorzieningen en overig oppervlaktewater in overleg met het waterschap. Uitgangspunt is voor elke kern een totale berging van de voorzieningen samen van 40 mm en een gedoseerde afvoer van 2,5 l/s/ha. De retentie kan worden aangelegd als separate vijver, maar kan ook worden geïntegreerd in het watersysteem in en rond het stedelijk gebied. Hier treedt een raakvlak op met het beleid van het waterschap. Daarbij kan in overleg worden gezocht naar maatwerk, gericht op doelmatige oplossingen met zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Infiltratie kan in sommige omstandigheden leiden tot grondwateroverlast. Op dit punt raakt het beleid voor hemelwater aan het beleid voor grondwater. In geval de bodem ondiepe storende lagen kent, ligt de zaak complexer door schijngrondwaterspiegels die overlast kunnen geven bij toepassing van infiltratie. In buurten met grondwateroverlast verdient bij nieuwbouw de aanleg van drainage aanbeveling. Dit laat zich dikwijls goed combineren met de toepassing van wadi's. 5.4 Strategie en maatregelenVerminderen water-op-straat / anticiperen op klimaatveranderingDe gemeente streeft er naar om wateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen. Dit zal niet in alle extreme situaties voorkomen kunnen worden. In die gevallen onderzoekt de gemeente of er doelmatige maatregelen te treffen zijn om de kans op herhaling te reduceren, zie hoofdstuk 5.2. Het klimaat verandert: extremen zullen vaker voorkomen, waardoor de kans op wateroverlast (ook in bebouwd gebied) toeneemt. Bestaande (gemengde) rioolstelsels zijn hier niet op berekend. In WB21 wordt ingegaan op de uitgangspunten om deze problemen het hoofd te bieden, te weten: anticiperen in plaats van reageren; niet afwentelen van waterproblemen, maar handelen volgens de trits “vasthouden-bergen-afvoeren”; meer ruimtelijke maatregelen naast technische ingrepen. De gemeente Borger-Odoorn anticipeert op klimaatverandering door bij rioolvervangingen afvalwater en hemelwater te scheiden (afkoppeling). Hierdoor zal bij extreme buien hooguit relatief schoon hemelwater op straat komen te staan en geen afvalwater. Daarnaast neemt de totaal beschikbare berging in het rioolstelsel, relatief gezien, toe. De gemeente legt bergings- en infiltratievoorzieningen aan om het hemelwater op te vangen. Bij in- en uitbreidingen worden de tritsen “vasthouden-bergen-afvoeren” en “schoonhouden-scheiden-zuiveren” als uitgangspunt gehanteerd en worden er straatprofielen toegepast waarbij eventuele water op straat tussen de trottoirbanden geborgen kan worden (en dus niet de woningen binnenstroomt). Speciale aandacht is er ook voor bouwpeilen (in relatie tot wegpeilen). Daarnaast stimuleert de gemeente particulieren om af te koppelen en waterbewust te tuinieren. Hiervoor is onder andere het boekje Water in de tuin ontwikkeld. Ambitie: Op de middellange termijn wil Borger - Odoorn (met het oog op de genoemde klimaatverandering) ‘toegroeien’ naar een stelsel waarbij ook geen overlast optreedt bij bui 09 (een theoretische bui die gemiddeld eens in de 5 jaar voorkomt). Bij die bui mag er dan (op termijn) alleen sprake zijn van water op straat, niet van wateroverlast. Om dit lange termijn doel te bereiken zijn de volgende maatregelen noodzakelijk: Opstellen BRP gericht op voorkomen wateroverlast bij bui 09 (inzichtelijk maken consequenties). Starten met BRP Borger. 2D analyse (kaarten) ter identificering van gevoelige locaties voor wateroverlast (op basis van hoogtekaart); Nadere analyse gevoelige locaties: 2D modellering (integraal model riolering en bovengrond) Maatregelen definiëren om aan de doelstelling te kunnen voldoen (bovengronds en ondergronds) Opstellen uitvoeringsplanning (in BRP), gekoppeld aan rioolvervanging en/of andere ingrepen in de openbare ruimte. De komende 3 jaar wordt jaarlijks een bedrag van € 10.000 voor onderzoek opgenomen. Concrete maatregelen zijn nog niet bekend. Vooralsnog wordt uitgegaan van meeliften met rioolvervanging en gebruik maken van reguliere afkoppelbudgetten. Ambitie van geen wateroverlast bij bui08 naar geen wateroverlast bij bui 09. Onderstaande figuren laten zien dat bui 09 een substantieel zwaardere bui is dan bui08. AfkoppelenVoor heel Borger - Odoorn geldt dat het verdergaand afkoppelen van verhard oppervlak bijdraagt aan het verminderen van water-op-straat. Ook draagt afkoppeling bij aan de doelstellingen in het kader van ZON (Zoetwatervoorziening Oost Nederland), waarvoor Borger – Odoorn een intentieverklaring getekend heeft in de zomer van 2015. Kansen die zich voor doen om mee te liften met herinrichtingwerkzaamheden worden benut. Het huidige budget à € 200 duizend per jaar wordt in de planperiode doorgezet. Afkoppeling is een duurzame maatregel, waar de gemeente ook mee door wil gaan. Gezien de afname van vervangingsprojecten (op de korte en middenlange termijn) in combinatie met het feit dat de grote en relatief gemakkelijk af te koppelen oppervlakken al afgekoppeld zijn (gemeente koppelt al af sinds 1998) zal het niet bij ieder project doelmatig zijn om ook af te koppelen. Gezien de afname en de doelmatigheidsafweging wordt het afkoppelbudget na 2020 aangepast naar structureel € 150.000 per jaar. Doorlatendheid bodem en (behouden) infiltratiecapaciteitDe haalbaarheid van de toepassing van infiltratievoorzieningen bij afkoppeling hangt af van de doorlatendheid van de bodem. De komende planperiode gaat de gemeente een kaart opstellen van de k-waardes ter plaatse van de Hondsrug (op basis van beschikbare gegevens). Het onderzoek wordt uitgevoerd door de eigen medewerkers en binnen de reguliere uren. Onderhoud van verticale infiltratiebuizen zal in samen met de leverancier opgepakt worden. Indien dit geslaagd is, zal een beheerplan opgesteld worden en zullen voor de volgende planperiode budget ramingen gemaakt worden. Toetsen afvoerend oppervlakDe komende jaren laat de gemeente per kern een DWAAS/HAAS (droogweer analyse afvoer systematiek, respectievelijk hemelwater afvoer analyse systematiek) onderzoek uitvoeren om na te gaan of het theoretisch verhard oppervlak dat afvoert naar de gemengde stelsels overeenkomt met de werkelijke afvoer. Hiervoor wordt een bedrag gereserveerd van € 15.000 Ombouw verbeterd gescheiden stelselsIndien verbeterd gescheiden stelsels (VGS) bij (hevige) neerslag te maken krijgen met gemaalstoringen en/of water-op-straat, wordt de mogelijkheid onderzocht om deze stelsels om te bouwen tot gescheiden stelsels. Dit speelt met name voor het VGS Drentse Poort.In de planperiode wordt onderzocht of het haalbaar en wenselijk is om het stelsel om te bouwen. Hiervoor wordt een budget van € 5.000 opgenomen. Daarnaast zal het niet goed functionerende verbeterd gescheiden stelsel ter plaatse van Zuiderdiep in 2e Exloërmond omgebouwd worden tot een volledig gescheiden stelsel door de kolken te koppelen. De werkzaamheden worden door de eigen buitendienst medewerkers uitgevoerd. MonitoringMonitoring wordt in samenwerkingsverband opgepakt. In het kader van de overstortvergunning en samenwerking (inzicht vergroten) zijn bij de randvoorziening en de belangrijkste overstorten overstortmeters geplaatst. Op deze locaties wordt het waterniveau gemeten vanaf het moment dat het water overstort op het oppervlaktewater. Het waterniveau wordt omgerekend naar een debiet. Het waterschap heeft toegang tot deze meetgegevens. Bij de gemeentelijke gemalen wordt geregistreerd wanneer ze gaan werken en wanneer ze weer afslaan. Borger - Odoorn beschikt nog niet over gedetailleerde buienradargegevens voor de gemeente. De gemeente ziet de meerwaarde in van het ter beschikking hebben van actuele en historische regenradargegevens. Hiermee kan enerzijds vooruitgekeken worden en geanticipeerd worden op naderende buien en anderzijds teruggekeken worden: hoe groot en extreem was de bui nu (en welke theoretische herhalingstijd hoort bij de betreffende bui). Hiermee kan het inzicht in het daadwerkelijk functioneren van het stelsel verbeterd worden. De gemeente zal een abonnement afsluiten, rekening wordt gehouden met jaarlijkse kosten van € 2.000. Berm- en schouwsloten onderhoudHet onderhoud van sloten wordt betaald uit de rioolheffing. De sloten zijn noodzakelijk voor (
- a)de verwerking van hemelwater tijdens intensieve buien, (
- b)de verwerking van afgekoppeld hemelwater en (
- c)regulering van het grondwater. Een deel van de sloten ligt in het buitengebied, waavoor de grondwatezorgplicht niet geldt. Ook het onderhoud van deze sloten wordt echter betaald uit de rioolheffing, aangezien de sloten aldaar een functie hebben in het kader van de hemelwaterzorgplicht. DuurzaamheidDe duurzaamheidsopgave ligt vooral in het terugwinnen (en hergebruiken) van waardevolle grondstoffen en energie uit afvalwater. Afvalwater wordt steeds meer gezien als een kostbaar goed. En de terugwinning van grondstoffen en energie eruit wordt steeds meer technisch mogelijk. Dat kan in huis, in de wijk of op de centrale afvalwaterzuivering van het waterschap. Het maatschappelijk belang van de terugwinning is tweeledig: duurzaamheid en doelmatigheid. Het terugwinnen van energie en grondstoffen uit afvalwater kan immers de kosten van de afvalwaterketen verlagen voor de burger en bedrijven. Als gemeente kunnen en zullen wij niet autonoom (solistisch) innovatieve ontwikkelingen oppakken; wij sluiten ons aan bij initiatieven in samenwerkingsverband. Voorbeelden kunnen zijn vergisting van rioolslib (rioolslib als grondstof, grondstoffabriek, riothermie (WMD), nieuwe vormen van sanitatie maar ook de puurwaterfabriek in Emmen. In de Puurwaterfabriek in Emmen wordt gezuiverd rioolwater getransformeerd tot ultrapuur water. Ultrapuur water is zo zuiver dat er zelfs geen mineralen en kalk in voorkomen. Dat ultrapure water wordt als stoom ingezet bij oliewinning in Schoonebeek door de Nederlandse Aardolie Maatschappij. De puurwaterfabriek is duurzaam gebouwd. Bij het proces is een minimum aan chemicaliën nodig en als grondstof wordt rioolwater gebruikt. Dat Borger - Odoorn niet solistisch nieuwe ontwikkelingen oppakt wil niet zeggen dat zij niet duurzaam bezig is op het gebied van (stedelijk) waterbehheer. In dit GRP is al eerder aangegeven dat Borger – Odoorn al jaren voortvarend aan de slag is met de afkoppeling van verhard oppervlak van de gemengde riolering. Tot op heden is al circa 38% van het verhard oppervlak afgekoppeld; daarmee behoort Borger – Odoorn tot de koplopers in Nederland! Het scheiden van schone en vuile waterstromen is een goed voorbeeld van een duurzame aanpak: “Het afkoppelen van verhard oppervlak zodat schoon hemelwater gescheiden blijft van vuilwater heeft voordelen en kan bijdragen aan een duurzaam watersysteem. Redenen om af te koppelen zijn: schoon hemelwater wordt dan niet vervuild en is beschikbaar voor het (lokale) watersysteem; de verontreiniging van